Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 8a0faabd71b532ab · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGRO-TINGSWETSVOORSTEL 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 4 2. De beleidsagenda 9 2.1.1 Belangrijkste mutaties ontwerpbegroting 2017 21 2.1.2 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven 25 2.1.3 Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en topsectoren 26 2.1.4 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen 28 2.1.5 Overzicht van risicoregelingen 29 3. De Beleidsartikelen 38 1 Goed functionerende economie en markten 38 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen 46 3 Toekomstfonds 65 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening 72 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Gronin-gen 92 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens 98 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit 114 8 Natuur en biodiversiteit 119 4. De niet-beleidsartikelen 129 40 Apparaat 129 41 Nominaal en onvoorzien 132 5. De agentschappen 133 5.1 Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement EZ 133 5.2 Agentschap Telecom (AT) 135 5.3 Dienst ICT Uitvoering (DICTU) 140 kst-34550-XIII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 21 5.4 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 144 5.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) 149 6. Begroting Diergezondheidsfonds 154 6.1 Beleidsartikel 1 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen 154 7. Bijlagen 163 7.1 Bijlage ZBO’s en RWT’s 163 7.2 Verdiepingsbijlage bij de begrotingsartikelen 169 7.3 Verdiepingsbijlage bij het Diergezondheidsfonds 182 7.4 Moties en toezeggingen 183 7.5 Europese geldstromen 216 7.6 Subsidieoverzicht 226 7.7 Evaluatie- en overig onderzoek 236 7.8 Lijst van afkortingen 242 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het jaar 2017 vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoe-lichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.Wetsartikel 3De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2017 vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2017 vastgesteld. Het in de begrotings-staat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoe-lichting).De Minister van Economische Zaken, H.G.J. KampTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. Leeswijzer De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:1.Begrotingsstructuur;2.Prestatiegegevens;3.Groeiparagraaf;4.Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.;5.Ontwikkeling bedrijfsinvesteringen.1. BegrotingsstructuurBeleidsagendaDe beleidsagenda begint met een beschrijving van het economisch beeld. Evenals vorig jaar vormen «vernieuwen, verduurzamen en verbinden» de basis voor de beleidsagenda. Onder vernieuwen wordt ingegaan op het investeren in onderzoek en innovatie, het borgen van randvoorwaarden en digitalisering van de economie. Onder verduurzamen wordt ingegaan op een duurzame agrovoedselketen, duurzame energievoorziening, natuur en mededinging. Onder verbinden wordt ingegaan op de verbinding in de regio, de verbinding van energie als integraal onderdeel van ruimte en voedsel (verbinding producent en consument).BeleidsartikelenAansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsarti-kelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instru-menten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agent-schappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.BegrotingsreservesEen begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 5, lid 4 Comptabiliteitswet). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de EZ-begroting worden ingezet voor de volgende doelen:•Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstelling MKB-kredieten, Garantie Ondernemingsfinanciering, Groeifaciliteit, Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering, MKB financiering, garantieregeling Aardwarmte en Borgstellingsfaciliteit voor de landbouw). Uit deze begrotingsreserves kan een eventuele mismatch in de tijd tussen (premie-)inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 24 •De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserve voor duurzame energie en de reserves voor landbouw en visserij). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.•Het terugbetalen van financiële correcties van de Europese Commissie (begrotingsreserve voor apurement).•Garantstelling EZ voor het in gebreke blijven van instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren (begrotingsreserve schatkistbankieren Groen Onderwijs). Omvang reserves eind 2015 (x € 1 mln) Totaal % Juridisch verplicht Specificatie naar type reserve(x € 1 mln) Borg garanties Duurzame energie Lening ECN Verplich-tingen Landbouw en Visserij Apurement Groen onderwijs Artikel 2 143,3 100% 143,3 Artikel 4 1.106,3 63% 22,0 1.077,8 6,6 Artikel 6 238,8 51% 22,2 42,1 174,5 Artikel 7 0,1 100% 0,1 Totaal 1.488,6 65% 187,4 1.077,8 6,6 42,1 174,5 0,1Volledigheidshalve zijn in de aansluitende tabel de mutaties weergegeven die gemeld zijn in de 1e suppletoire begroting 2016. Mutaties reserves t.o.v. stand eind 2015 (x € 1 mln) Totaal Specificatie naar type reserve (x € 1 mln) Borg garanties Duurzame energie Lening ECN Verplich-tingen Landbouw en Visserij Apurement Groen onderwijs Mutaties 1e suppletoire 2016 311,1 – 13,5 383,0 – 1,3 – 59,7 – Stand na 1e suppletoire 2016 1.799,7 173,9 1.460,8 6,6 43,4 114,8 0,1In de betreffende beleidsartikelen (2, 4, 6 en 7) van deze begroting worden de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 5, lid 5 Comptabiliteitswet). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer en de aangenomen motie Ronnes c.s. (TK, 34 475 XIII, nr. 11) wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserves in de beleidsartikelen 2, 4, 6 en 7 toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (TK, 34 475 XIII, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen.Als opvolging van de motie Geurts (TK, 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt.Overzicht maatregelen ten behoeve van het EnergieakkoordConform de motie Leegte (TK, 2014–2015, 30 196 nr. 278) is in beleidsar-tikel 4 (Een doelmatige en duurzame energievoorziening) een totaalover-zicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het energieakkoord.Overzichtstabel agentschappenIn het hoofdstuk «De agentschappen» is een overzichtstabel agent-schappen opgenomen. In deze tabel is de aansluiting te maken tussen de «opbrengst moederdepartement» zoals opgenomen in de agentschapspa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 25 ragrafen en de «bijdrage aan agentschappen» zoals opgenomen in de begrotingsartikelen. Eventuele resterende verschillen zijn toegelicht.2. PrestatiegegevensIn de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZ voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstel-lingen waarbij EZ een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.De indicator «EU-OIE vrije status» is met ingang van 2017 geschrapt omdat deze te weinig inzicht geeft in actuele ontwikkelingen met betrekking tot dierziekten. Nederland heeft een hoge diergezondheidstatus en daarom wijzigt het aantal dierziekten waarvoor Nederland een EU/OIE vrije status heeft vrijwel nooit. Daarnaast doet de indicator geen recht aan alle inspanningen die aan dierziektepreventie en -bestrijding zijn verbonden. Denk hierbij aan vroegtijdige signalering en crisisparaatheid, bijvoorbeeld vaccinvoorraden.3. GroeiparagraafZoals aangekondigd in de Kamerbrief van 23 juni 2016 (TK, 34 300 XIII, nr. 174) is in deze Ontwerpbegroting het nieuwe beleidsartikel «Bedrijven-beleid: innovatief en duurzaam ondernemen» opgenomen. In de 1e suppletoire begroting 2016 (TK, 34 485 XIII, nrs. 1 en 2) is reeds het nieuwe beleidsartikel «Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen» geïntroduceerd. Gezien de bovengenoemde twee nieuwe beleidsartikelen is de nummering van de EZ-begrotingsartikelen aangepast in de volgende nummering. Was (Begroting 2016) Wordt (Begroting 2017) 11. Goed functionerende economie en markten 1. Goed functionerende economie en markten 12. Een sterk innovatievermogen /13. Een excellent ondernemingsklimaat/18. Regiodeel 2. Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen 19. Toekomstfonds 3. Toekomstfonds 14. Een doelmatige en duurzame energievoorziening 4. Een doelmatige en duurzame energievoorziening 15. Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (vanaf 1e suppletoire begroting 2016) 5. Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen 16. Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens 6. Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens 17. Groen onderwijs van hoge kwaliteit 7. Groen onderwijs van hoge kwaliteit 18. Natuur (exclusief Regio) 8. Natuur en biodiversiteit 40. Apparaat 40. Apparaat 41. Nominaal en Onvoorzien 41. Nominaal en Onvoorzien In het nieuwe beleidsartikel 2 is de informatiewaarde vergroot met «open informatie» door het opnemen van diverse hyperlinks.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 26 Hieronder is een specificatie opgenomen van de verdeling van het oude beleidsartikel 18 (Natuur en Regio) naar de nieuwe beleidsartikelen 2 (Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen) en 8 (Natuur en biodiversiteit). Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Subsidies Cofinanciering EFRO, inclusief ETS Bijdrage aan ROM’s Overige subsidies Onderzoek en opdrachten Onderzoek en opdrachten Caribisch Nederland (deels) Mainport Rotterdam Regiekosten regionale functie Bijdragen agentschappen Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (deels) Bijdragen mede- overheden Uitfinanciering Sterke Regio’s en Nota Ruimte Ontvangsten Diverse ontvangsten (regionaal beleid) Artikel 8 Natuur en biodiversiteit Leningen Rente en aflossingen voor bestaande leningen (EHS & PNB) Subsidies Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit Natuur en biodiversiteit op land Beheer Kroondomein Onderzoek en opdrachten Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit Overige stelsel activiteiten Internationale Samenwerking Natuur en Biodiversiteit op land Caribisch Nederland (deels) Bijdragen agentschappen Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (deels) Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Bijdragen ZBO / RWT Staatsbosbeheer/ZBO Bijdragen mede- overheden Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren Natuur en Biodiversiteit op land Caribisch Nederland Bijdragen (inter)nationale organisaties Internationale Samenwerking Ontvangsten Landinrichtingsrente Jachtakten Verkoop gronden Overige ontvangsten 4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (TK, 2010–2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie beoogt de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingspro-gramma’s een eigenstandige plaats te geven in de departementale Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 27 begrotingen. In de beleidsagenda wordt in paragraaf 3.1 (Investeren in onderzoek en innovatie) ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling van de Europese Commissie, de OECD en het IMF om meer publiek te investeren in Research en Development (R&D) en meer private R&D-investeringen uit te lokken door de randvoorwaarden te verbeteren.Motie Hachchi c.s.Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (TK, 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van EZ voor Caribisch Nederland in 2017 bedragen € 7,1 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2, 4, 8. De uitgaven voor het beleidsartikel 1 zijn lager dan de ondergrens van € 1 mln en worden derhalve niet opgenomen in de budgettaire tabel.Sinds 10 oktober 2010 is Nederland verantwoordelijk voor de veterinaire gezondheidszorg in Caribisch Nederland (Bonaire, St Eustatius en Saba). Het DGF heeft geen betrekking op de veehouders in dit gebied.5. Ontwikkeling bedrijfsinvesteringenZoals tijdens een mondeling overleg over het nationaal hervormingspro-gramma op 26 april 2016 door de Minister van EZ aan de leden van de Eerste Kamer is toegezegd, wordt hier ingegaan op de ontwikkeling van de bedrijfsinvesteringen. Nadat de investeringen tijdens de crisisjaren sterk onder druk kwamen te staan, heeft zich in recente jaren herstel voorgedaan. Na een krimp van 11,9% in 2009, zijn de investeringen in 2015 met 7,2% gegroeid en raamt het CPB ook voor het lopende jaar forse groei (+6,0%). Ook het aandeel van investeringen in onderzoek en ontwikkeling heeft zich na de terugval gedurende de crisis snel hersteld: in 2015 bedroegen de investeringen in onderzoek en ontwikkeling 9,2% van het totaal. De huidige hoge investeringsgroei wordt naar verwachting niet vastgehouden. Voor de periode van 2018 tot 2021 raamt het CPB een investeringsgroei van gemiddeld 2,4% per jaar. Deze groei is naar verwachting voldoende om de vraag te kunnen absorberen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 28 2. De beleidsagenda 1. Inleiding: zaaien en oogsten Sinds 2012 heeft het kabinet maatregelen genomen om de economische crisis het hoofd te bieden en de economie structureel te versterken. Er is gezaaid in moeilijke omstandigheden. Ondernemers hebben hard gewerkt om bedrijven ondanks de crisis te laten doordraaien, banen te behouden en te blijven innoveren en investeren. Deze inspanningen werpen nu hun vruchten af: meer werkgelegenheid, groei van het bruto binnenlands product (bbp), toename in koopkracht, herstel op de huizenmarkt en meer ruimte voor natuur en leefomgeving in Nederland. De wereldwijde economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen gaan razendsnel. Stilzitten is geen optie. Het is van belang om te blijven werken aan ons duurzame verdienvermogen. Door te blijven zaaien, ten behoeve van een nog betere oogst in de toekomst. Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) doet dit in 2017 langs de lijn van vernieuwen, verduurzamen en verbinden. Vernieuwing is niet alleen de belangrijkste drijver voor groei maar ook een effectieve manier om te komen tot oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Verduurzamen is de randvoorwaarde om groei te realiseren die ook op langere termijn houdbaar is. Verbinden erkent dat verandering alleen met de samenleving tot stand kan komen. Deze drie factoren zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden en vormen de basis voor de prioriteiten die in deze agenda aan de orde komen. De twee inhoudelijke prioriteiten voor het komende jaar – waar vernieuwing, verduurzaming en verbinding samen komen- zijn energie en voedsel.2. Economisch beeld Met een economische groei van 2,0% bereikte de Nederlandse economie in 2015 voor het eerst na zeven jaar weer de omvang van voor de crisis. Dat herstel is terug te zien over de hele linie. Naast de export, droegen zowel de consumptie als de investeringen positief bij. Ook het consumen-tenvertrouwen ontwikkelt zich na jaren van negatief sentiment weer positief. Dat het economisch beter gaat, blijkt eveneens uit de toege-voegde waarde van de bedrijfstakken. Waar de bouw het gedurende de crisis moeilijk had, kon over 2015 een groeipercentage van 8,4% genoteerd worden. Ook de zakelijke dienstverlening en informatie en communicatie doen het goed met respectievelijk 5,7% en 4,5% groei. De delfstoffenwinning noteerde over 2015 juist een forse krimp (– 16,2%); een reflectie van de productiebeperkingen van gas en de daling van de gasprijs.De vooruitzichten voor de komende jaren zijn positief. Volgens de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) houdt de groei duidelijk aan. Voor 2016 en 2017 verwacht het CPB een groei van 1,7% in beide jaren. In de jaren daarna wordt een stabiele groei van 1,7% verwacht (figuur 1). De groei is breed gedragen: de export blijft een belangrijke component, maar ook de consumptie en de investeringen dragen positief bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 29 Het herstel van de economie vertaalt zich naar de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid neemt in de komende jaren verder toe. En dankzij het positievere economisch beeld keren steeds meer ontmoedigden terug op de arbeidsmarkt. Ook beleidswijzigingen, zoals de verhoging van de AOW-leeftijd, hebben een opwaarts effect op het arbeidsaanbod. De keerzijde hiervan is dat de werkloosheid langzaam afneemt, doordat het aantal banen en het arbeidsaanbod gelijktijdig blijven stijgen. Volgens het CPB daalt de werkloosheid langzaam aan tot 5,5% ofwel 505.000 personen in 2021.Uit de CPB-ramingen blijkt dat de overheidsfinanciën er beter voor staan dan voor de crisis. Het overheidstekort slaat de komende jaren om in een overschot. In 2021 bedraagt de EMU-schuld naar verwachting 52,3%, het laagste niveau sinds 2007. De overheidsfinanciën zijn op lange termijn weer houdbaar. Waar voorafgaand aan de kabinetsperiode sprake was van een houdbaarheidstekort, is dit inmiddels omgebogen naar een overschot. Het CPB geeft wel aan dat dit omgeven blijft met onzekerheid.Hoewel het economisch beter gaat, betekent dat niet dat we er al zijn. Om de werkloosheid verder te laten dalen is het belangrijk dat de econo-mische groei verder aantrekt. Daarnaast zijn er verschillende neerwaartse risico’s ten aanzien van het economisch beeld, zoals de gevolgen van de Brexit en een sterkere groeivertraging van opkomende economieën, in het bijzonder van de Chinese economie. Ook de ontwikkeling van de olieprijs en de wisselkoers blijft onzeker.De potentiële economische groei (dat wil zeggen, de economische groei geschoond voor conjuncturele invloeden) blijft achter bij de ontwikkeling van voor de crisis. Dat komt voor een belangrijk deel doordat de struc-turele werkgelegenheid – een van de fundamenten van de potentiële groei – minder hard groeit door de vergrijzing. Ons economisch groeipotentieel hangt dus vooral af van de verdere groei van de arbeidsproductiviteit, zoals tabel 1 laat zien.Figuur 1: Nederlandse economie vertoont aanhoudende groei Ontwikkeling (reëel) bbp, 2007 = 100, doorgetrokken lijn betreft realisatiecijfersBruto binnenlands product (volume)2007200820092010201120122013201420152016201720182019202020219095100105110115Bron: CPB, MEV (2016–2017) en MLT (2018–2021)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 210 Tabel 1: Aandeel structurele werkgelegenheid in potentiële groei neemt af 1998–2005 2006–2013 2014–2017 2018–2021 %-punt potentiële bbp-groei 2,3 1,5 1,4 1,6 – w.v. structurele productiviteit 1,4 0,8 0,6 1,2 – w.v. structurele werkgelegenheid 0,9 0,7 0,8 0,43. Vernieuwen Ook in 2017 vervolgt het kabinet haar inzet om vernieuwing maximaal de ruimte te geven. Belangrijke punten voor 2017 zijn investeringen in onderzoek en innovatie, het borgen van randvoorwaarden en digitali-sering van de economie.3.1 Investeren in onderzoek en innovatie Om het toekomstig verdienvermogen van Nederland verder te versterken zijn publieke en private investeringen in Research en Development (R&D) noodzakelijk. Deze staan aan de basis van het innovatief vermogen van de samenleving en zijn nodig voor nieuwe grensverleggende, vindingen en toepassingen en voor het aantrekken van talent.Nederland is in 2016 toegetreden tot de groep innovatieleiders van de Europese Unie (EU).1 Dit is voor het kabinet echter geen reden om achterover te leunen. Het streven in het kader van de Europa 2020-strategie is dat Nederland in 2020 2,5% van het bbp aan R&D uitgeeft. De publieke en private investeringen liggen in Nederland op 0,88% respectievelijk 1,12% van het bbp, waardoor Nederland nu onder deze doelstelling presteert. Van de Europese Commissie, de OECD en het IMF heeft Nederland de aanbeveling gekregen om meer publiek te investeren in R&D en meer private R&D-investeringen uit te lokken door de randvoorwaarden te verbeteren.Veel aandacht gaat uit naar het bevorderen van innovatie door het MKB. Een groot aandeel van het innovatie-instrumentarium richt zich specifiek op het MKB en start-ups. Voorbeelden zijn de Europese structuurfondsen, het Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling, Eurostars en de MIT-regeling. Daarnaast gaat een aanzienlijk deel van het budget van het generieke innovatie-instrumentarium naar het MKB. Zo wordt 66% van het totale budget van de WBSO toegekend aan MKB-bedrijven. De bijzondere aandacht voor het MKB werpt zijn vruchten af. Nederland scoorde traditioneel al goed bij de kwaliteit van de wetenschappelijke publicaties. De European Innovation Scoreboard 2016 laat zien dat nu ook het MKB beter presteert op het gebied van innovatie.Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap lag voor innovatie de nadruk op het verbeteren van het R&D vestigingsklimaat met als resultaten dat op EU-niveau gewerkt wordt aan innovation deals (naar het Nederlandse voorbeeld van green deals), aan het innovation principle (om regelgeving innovatievriendelijk te maken) en dat een doorbraak is bereikt over de octrooieerbaarheid van plantaardig materiaal, met het opstellen van een interpretatieve verklaring van de Biotechrichtlijn. In 2017 heeft het kabinet bijzonder aandacht voor:1Europese Commissie (2016), «European Innovation Scoreboard 2016». Het scoreboard vergelijkt elk jaar de onderzoeks- en innovatieprestaties van 28 lidstaten van de Europese Unie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 211 •Verbetering R&D vestigingsklimaat: onder meer door investeringen in onderzoeksinfrastructuur en – via de EU structuurfondsen – samen met decentrale overheden (grensoverschrijdende) R&D samenwerkingspro-jecten te ondersteunen en investeringskapitaal beschikbaar te stellen. Daarnaast komt er vanaf 2017 extra budget beschikbaar voor de WBSO. Daarmee kunnen de ondersteuningspercentages in 2017 in stand blijven. Dit is van belang voor een stabiel investerings- en vestigingsklimaat voor het R&D-intensieve bedrijfsleven. Daarnaast kent de regeling ook in 2017 een focus op innovatief MKB dat wil doorgroeien met een verhoogd ondersteuningspercentage voor de eerste € 350.000 aan R&D-kosten.•Bevorderen van publiek private samenwerking (pps), door in te zetten op met de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI)-toeslag ondersteunde grote strategische pps’en die een potentiële doorbraak kunnen betekenen en meer aandacht voor kennis dicht bij de markt door versterking van de technologietransfer functie van universiteiten en TO2 organisaties.•Een ambitieuze energie-innovatieaanpak: in 2017 zal onder meer het subsidiebudget voor de Demonstratieregeling Energie-innovatie (DEI) groeien naar € 41 mln.3.2 Het borgen van randvoorwaarden Vernieuwing vraagt om een omgeving waarin ondernemerschap en creativiteit kunnen floreren. Ondernemers moeten zonder grenzen kunnen ondernemen, de juiste werknemers kunnen vinden, niet worden geremd door onnodige regels en toegang hebben tot financiering. Hiertoe werkt het kabinet aan het wegnemen van onnodige belemmeringen.Interne marktHet kabinet zet in op een verbetering van het investeringsklimaat van de EU, onder meer door versterking van de interne markt. Focus ligt bij de dienstensector, de digitale markt en energiesector, op implementatie en handhaving van bestaande wet- en regelgeving, nationale structurele hervormingen van (diensten)markten en aanvullende acties en regel-geving op EU-niveau. Het kabinet heeft het Nederlands voorzitterschap van de EU benut om zoveel mogelijk voortgang te boeken op deze terreinen. Komend jaar zal de nadruk liggen op implementatie van deze agenda. In 2017 zal de discussie over de rol van octrooien bij medicijnont-wikkeling – met het oog op de betaalbaarheid van het zorgsysteem – ook een nadrukkelijke rol spelen in de interne markt. Bij een voorspoedige behandeling in het Europees Parlement zal in 2017 de tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap tussen de lidstaten overeengekomen Portabiliteitsverordening in werking treden. Dit maakt mogelijk dat Europese burgers wanneer ze op reis zijn in een andere lidstaat, toegang zullen blijven houden tot online-inhoud die ze legaal hebben verkregen of waarvoor ze in hun land een abonnement hebben genomen.Ondernemerschap en het techniekpactStartups en scale-ups zijn de vernieuwers van de economie. Door hun beperkte omvang en jonge bestaan kunnen zij experimenteren en risico’s nemen. Startups zoeken met radicale innovaties de grens op van wat mogelijk is en verleggen deze grens. Ze dagen daarmee ook andere bedrijven uit om meer te innoveren. Daarnaast kunnen zij belangrijke kennispartners worden van de meer gevestigde bedrijven. Vanwege het potentieel dat startups en scale-ups hebben wil het kabinet hen alle ruimte gegeven om te starten en te groeien. Onder de noemer van Startup-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 212 Delta2020 wordt voortgebouwd op het programma StartupDelta. De missie van StartupDelta2020 is het initiëren, verbinden en opschalen van belangrijke startup en scale-up initiatieven in Nederland, om op deze wijze bij te dragen aan een internationaal onderscheidend en concurrerend innovatie ecosysteem. De innovatieregio’s (zogenaamde innovatiehubs) van ons land, de startup en scale-up gemeenschap zelf en de overheid werken hierbij intensief samen, zodat de aantrekkingskracht van het Nederlandse ecosysteem wordt vergroot en ook veelbelovende buiten-landse starters en bedrijven zich in Nederland willen vestigen. Het Ministerie van EZ en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) nemen een deel van de kosten op zich, het andere deel komt van de regionale innovatiehubs en private partijen. Om het initiatief een extra impuls te geven is de heer Constantijn van Oranje-Nassau aangesteld als Special Envoy StartupDelta.Naast aandacht voor groeiondernemers is er extra inzet op het beter benutten van menselijk kapitaal. Er worden stappen gezet om het ondernemerschapsonderwijs in alle onderwijssectoren steviger te verankeren en op te schalen, daarbij wordt voortgebouwd op bestaande initiatieven. Daarnaast draagt de uitvoering van het Techniekpact bij aan een goed opgeleide beroepsbevolking met voldoende vakbekwame technici voor de banen van nu én morgen.Toekomstbestendige wet- en regelgevingDe kabinetsdoelstelling om de regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals in de periode 2012–2017 met € 2,5 mld te verminderen zal in 2017 worden gerealiseerd. Er is inmiddels voor € 2,45 mld aan maatre-gelen in kaart gebracht en voor € 2,09 mld gerealiseerd. Dat betekent niet dat daarmee een einde komt aan de inzet van de overheid voor het verminderen van regeldruk, het creëren van meer ruimte in wet- en regelgeving en betere (digitale) dienstverlening voor ondernemers, burgers en professionals. Het kabinet zal ook in 2017 inzetten op wet- en regelgeving die toekomstbestendig is en ruimte geeft voor innovatie, ondernemerschap en groene groei. Het wil daarmee een solide basis bieden voor toekomstig regeldruk beleid dat aansluit bij de economische en maatschappelijke dynamiek, waarbij er ook aandacht blijft voor maatwerk in verschillende regeldichte sectoren.Toegang tot financieringOm toegenomen risico’s op te vangen en blijvend te kunnen investeren hebben bedrijven meer bedrijfseconomische buffers nodig. Het belang van alternatieve financiering in al zijn vormen (venture capital, business angels, kredietunies, crowdfunding) neemt daarom toe, in het bijzonder het aanbod van risicodragend vermogen. Vanuit het perspectief van ondernemers, vooral het MKB, wordt de omgeving complexer. Het investeren in kennis en toegang tot financiering wordt nog belangrijker. Daarom wordt ingezet op het verder uitbouwen en uitrollen – zoveel mogelijk aansluitend op ontwikkelingen in de markt – van initiatieven als de Nationale Financieringswijzer en NL Groeit. Het kabinet heeft al veel gedaan om deze transitie in gang te zetten en de markt te stimuleren met haar financieringsinstrumenten, verdere uitrol van het Aanvullend Actieplan MKB-financiering en risicokapitaal. Er is dan ook een trend gaande naar meer eigen vermogen bij het MKB.Tevens is een toename te zien in het slagingspercentage bij het aanvragen van vreemd vermogen. Daarnaast worden financieringsknelpunten zichtbaar met betrekking tot anderemaatschappelijke uitdagingen zoals duurzaamheid. Het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) is opgericht om deze aan te pakken. NIA werkt nauw samen met de Europese Investeringsbank (EIB) / het Europees Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 213 Investeringsfonds (EIF), in het bijzonder het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), de regio’s en de institutionele beleggers via de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII). Door koppeling en flexibeler inzet van stimuleringsinstrumenten kan beter worden ingespeeld op de ontwikkelingen in de markt. Het NIA zal daar verder op worden toegerust.3.3 Digitalisering van de economie ICT levert een belangrijke bijdrage aan het verdienvermogen van ons land. Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie om de kansen voor innovatie en economische groei te benutten die digitalisering biedt. Het kabinet streeft er naar deze voorsprong duurzaam uit te bouwen en heeft de digitalisering van de economie over de volle breedte in haar beleid geïntegreerd. Dit vraagt om een goede, betrouwbare en betaalbare connectiviteit, en om ondernemers en overheid die de kansen van digitalisering benutten.Om snel internet overal in Nederland, dus ook in het buitengebied, te realiseren komt er een Kennisplatform Snel Internet, dat alle betrokken partijen verenigt, waaronder de Vereniging van Nederlands Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) Breedband en Europa Decen-traal. In het voorjaar van 2017 zal het kabinet in de Strategische Nota Mobiele Communicatie de doelstellingen formuleren voor frequentiever-delingen voor de komende vijf tot tien jaar en aangeven hoe onder meer de 700 MHz, 2100 MHz en 1452–1492 MHz frequentiebanden zullen worden uitgegeven om te voorzien in de sterk groeiende behoefte aan mobiele communicatie. Digitale innovatie verandert steeds meer sectoren en domeinen ingrijpend. Dat vereist beleid en regelgeving die onderne-merschap bevordert, publieke belangen beschermt en die bovendien houdbaar is en effectief blijft bij veranderingen. De meeste randvoor-waarden voor connectiviteit zijn Europees vastgelegd in het EU Telecom-kader en in 2017 wordt de start gemaakt met de herziening daarvan. Het ondernemingsklimaat in het digitale domein wordt gestimuleerd met gericht innovatiebeleid, én door ICT als doorsnijdend thema te verankeren in het topsectorenbeleid. In 2017 zal het kabinet in dat verband verder uitvoering geven aan de Digitale Agenda 2016–2017, met als belangrijkste acties:•Een impuls voor digitalisering in een aantal sectoren. Het gaat hierbij onder meer om de uitvoering van de kennis- en innovatieagenda van Team ICT. Op de terreinen energie, smart industry, cyber security en e-health wordt met de ontwikkeling en toepassing van big data analyse een impuls gegeven aan het concurrentievermogen.•De opleiding van voldoende ICT-professionals. Hiertoe wordt de Human Capital Agenda uitgevoerd en wordt samen met het Ministerie van OCW gewerkt aan het aansluiten van alle scholen op snel internet en de ontwikkeling van adaptief lesmateriaal.•De uitrol van de internationaliseringstrategie. Die is gericht op export van Nederlandse kennis en kunde en op het naar Nederland halen van ICT-gerelateerde bedrijvigheid.Ook de overheid zelf gaat mee in de trend van digitalisering. Eind 2017 moet de doelstelling uit het regeerakkoord gerealiseerd zijn dat burgers en bedrijven hun zaken digitaal kunnen afhandelen. Veel overheidspro-ducten en -diensten zijn al digitaal beschikbaar. In 2017 wordt, in samenhang met een impuls voor het Ondernemersplein.nl, MijnOverheid voor bedrijven gerealiseerd. De digitalisering van contacten tussen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 214 overheid en bedrijfsleven wordt verder versterkt door de ontwikkeling en uitrol van digitale identificatie, de implementatie van e-facturen en de verplichting om jaarrekeningen bij de Kamer van Koophandel digitaal via de Standard Business Reporting (SBR) in te dienen.Smart IndustryDe voortgaande digitalisering en de verwevenheid van apparaten, productiemiddelen en organisaties (het «internet of things») waardoor nieuwe manieren van produceren, nieuwe business modellen en nieuwe sectoren ontstaan, scheppen grote kansen en uitdagingen voor de Nederlandse economie. Om die kansen te kunnen verzilveren heeft het kabinet samen met industrie, kennisinstellingen en regionale overheden het Smart Industry-initiatief gestart. De eerste tranche van tien fieldlabs is inmiddels operationeel. Een tweede tranche fieldlabs wordt in 2017 verder vormgegeven. Daarnaast wordt voor dit onderwerp gewerkt aan de uitwerking van de Europese actieagenda die onder het Nederlands Voorzitterschap is gestart.4. Verduurzamen De groei van welvaart is alleen duurzaam als in de behoeftes van de huidige generatie wordt voorzien zonder het vermogen van toekomstige generaties aan te tasten om in hun behoeftes te voorzien. Bij de kabinetsinzet om het Nederlandse groeivermogen te versterken is duurzaamheid een belangrijke randvoorwaarde. Prangende beleidsvelden zijn landbouw en energie. Dit gaat bijvoorbeeld over een transitie naar een integraal duurzaam voedselbeleid en een duurzame energievoor-ziening. Dit zijn wereldwijde maatschappelijke uitdagingen waar Nederland een wezenlijke bijdrage kan en moet leveren.4.1 Een duurzame en economisch gezonde agrovoedselketen Alle schakels in de voedselketen (tot en met de consument), maatschap-pelijke organisaties en instellingen zijn nodig om te komen tot een ecologisch houdbaar en robuust voedselsysteem, dat voorziet in voldoende, veilig, gezond en duurzaam geproduceerd voedsel, bereikbaar voor iedereen. De voedselagenda van het kabinet zal hier in 2017 verdere invulling aan geven. Het kabinet wil aansluiten op ontwikkelingen en initiatieven in de samenleving om de doelen van deze voedselagenda te realiseren. De agrarische sector, die circa 60% van de oppervlakte van Nederland in gebruik heeft, neemt hierbij een belangrijke rol in: de landbouw kan door meer geavanceerde productiemethoden en door zijn bijdrage aan de circulaire economie (voorkomen van voedselverliezen en -verspilling en door hergebruik van waardevolle mineralen uit dierlijke mest) een belangrijke stimulans bieden voor de bescherming en het herstel van natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit.Het voedselsysteem moet robuust genoeg zijn om schokken op te vangen en te blijven functioneren onder verschillende omstandigheden. Geopoli-tieke spanningen, maar ook klimaatverandering, afnemende biodiversiteit en milieuverontreiniging maken het allesbehalve zeker dat blijvend aan de stijgende vraag naar voedsel kan worden voldaan. Het kabinet wil zich inzetten voor een transitie naar een voedselsysteem dat niet bijdraagt aan klimaatverandering maar deze juist helpt op te lossen. En dat niet leidt tot teruglopende biodiversiteit, ontbossing en uitputting van natuurlijke hulpbronnen op het land en in zee, maar juist de draagkracht van de aarde versterkt. Veranderende consumptiepatronen en leefgewoonten veroor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 215 zaken in toenemende mate volksgezondheidsrisico’s, zoals obesitas en daaraan gerelateerde welvaartsziekten. Het voedselsysteem moet helpen om de volksgezondheid te versterken en daarmee de maatschappelijk kosten die hiermee gepaard gaan te verminderen. Dit betreft mondiale opgaven, met een belangrijke Europese dimensie, die daarom ook binnen de EU en internationaal een stevige inzet vereisen. De voedselagenda richt zich het komende jaar prioritair op drie thema’s: «jong leren eten», transparantie en innovatie in de voedselketen.De afgelopen kabinetsperiode is de sector met hulp van de overheid een succesvol pad ingeslagen om de landbouw duurzamer te maken. Zo is het antibioticagebruik bij dieren in de vier grote veehouderijsectoren (kalveren, varkens, pluimvee en melkvee) de afgelopen kabinetsperiode verder gereduceerd. Tussen 2009–2015 is een totale reductie bereikt van 58,4%. Deze reductie heeft in de periode 2009–2014 bovendien geleid tot een daling in resistentie tegen antibiotica bij kalveren (26%), varkens (22%) en pluimvee (8%). Ook heeft er verduurzaming van de vleespro-ductie en -consumptie plaats gevonden. Op het gebied van dierenwelzijn zijn resultaten geboekt voor wat betreft het verbod op wilde dieren in circussen, weidegang van koeien, het wettelijk vastleggen van de positieflijst zoogdieren (huisdierenlijst), de invoering van groepshuis-vesting van zeugen en een nieuw stelsel voor vergunningverlening van dierproeven. In 2017 zal het actieprogramma gewasbescherming naar aanleiding van de nota «Gezonde groei, duurzame oogst» uitgevoerd worden.Op 1 januari 2017 wordt een stelsel van fosfaatrechten voor de melkvee-houderij ingevoerd. Dat moet ervoor zorgen dat de fosfaatproductie, die voornamelijk is gestegen door het vervallen van de Europese melkquo-tering weer onder het nationale plafond wordt gebracht. Dat is een belangrijke voorwaarde om derogatie van de Nitraatrichtlijn, waarmee milieukundig verantwoord meer dierlijke mest in de landbouw mag worden gebruikt, te kunnen behouden. Vanaf 2017 mogen melkvee-houders alleen fosfaat produceren, dus alleen melkvee houden, als zij over voldoende rechten beschikken. Daarnaast wordt er onderhandeld over een zesde actieprogramma op basis van de evaluatie meststoffen-wetgeving.Het kabinet beraadt zich op maatregelen naar aanleiding van de publicatie van onderzoeken («Veehouderij en Gezondheid Omwonenden» en «Emissies van endotoxinen uit de veehouderij») waarin mogelijke verbanden zijn gevonden tussen het wonen in de omgeving van veehou-derijen en de gezondheid. De problematiek van emissies, zoals geschetst in deze onderzoeken, vraagt om een gezamenlijke aanpak van ministeries, medeoverheden, de sector en overige betrokkenen.Daarnaast zal het kabinet het eerder aangekondigde wetsvoorstel dieraantallen en volksgezondheid verder in gang zetten zodat provincies in de toekomst over optimale mogelijkheden beschikken om te kunnen sturen op dieraantallen in zowel het belang van de kwaliteit van de leefomgeving als in het belang van volksgezondheid. Het wetsvoorstel zal naar verwachting eind 2016, na advisering van de Raad van State aan de Tweede Kamer worden gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 216 4.2 Duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening Een van de belangrijkste opgaven om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen waaraan het kabinet zich heeft gecommitteerd, is het verduur-zamen van de energievoorziening in Nederland. Het lange-termijnstreven is om in internationaal verband een CO2-arme energievoorziening te bereiken die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Hierbij staat het sturen op CO2-reductie centraal, naast het verzilveren van economische kansen die die energietransitie biedt en de integratie van energie in het ruimtelijk beleid. Na de energiedialoog zal een energieagenda de langere termijn specifiek voor de transitiepaden per energiefunctionaliteit benoemen. Doel van de Energieagenda is een kader voor het energiebeleid na 2023, waarbij helder wordt gemaakt welke stappen de komende jaren moeten worden gezet om richting 2030 en daarna concrete resultaten te bereiken. Ook wordt aangegeven op welke manier, en op welke terreinen, de dialoog wordt voortgezet. In 2017 zal gestart worden met de uitvoering van de acties uit de Energieagenda.Stevige invloed op Europese voorstellen klimaat- en energiedoelen en Energie UnieDe randvoorwaarden voor de energie transitie in Nederland en Europa worden in hoge mate bepaald door EU wetgevende voorstellen en de 2030 klimaat- en energiedoelen. Dat vraagt om een stevige inzet op de totstandkoming van de relevante Europese wetgeving en de nationale vertaling ervan. In Europees verband zullen verder de speerpunten van het afgelopen Nederlandse Voorzitterschap van de EU op het gebied van regionale samenwerking tussen lidstaten, zoals de samenwerking op de Noordzee, en het versterken van de interne energiemarkt worden voortgezet.Verdere uitvoering van het EnergieakkoordDe evaluatie van de Warmtewet – die begin 2016 is afgerond – heeft bouwstenen opgeleverd voor een vernieuwde Warmtewet. Daarnaast zal in 2017 opnieuw een tender Wind op Zee plaatsvinden en wordt de innovatiekavel voor Wind op Zee aanbesteed. Tenslotte krijgen de afspraken over energiebesparing in 2017 verder vorm. Voor energiebe-sparing in de gebouwde omgeving wordt een energiebesparingsver-plichting of een vergelijkbaar systeem uitgewerkt. Voor energiebesparing in de energie-intensieve industrie worden één-op-één afspraken met individuele bedrijven afgesloten en worden de besparingsnormen in de Energie-investeringsaftrek (EIA) verruimd ten gunste van industriële bedrijven. Met de SDE+ werd in 2016, met een verplichting voor de reguliere SDE+ projecten van € 9 mld en een reservering van € 10 mld voor de eerste twee tenders Wind op Zee, een stevige impuls gegeven aan het bereiken van de doelstellingen uit het Energieakkoord.4.3 Natuur Met het Natuurpact, de Rijksnatuurvisie en bijbehorende maatschappelijke uitvoeringsagenda en met de invoering van de nieuwe wet Natuurbe-scherming wordt uitvoering gegeven aan het natuurbeleid. De maatre-gelen uit de Natura 2000-beheerplannen, waarvan sommigen al jaren geleden gestart zijn, en de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland hebben effect gehad. Het gaat gemiddeld genomen weer beter met de plant- en diersoorten in Nederland. Maar het herstel is beperkt en er zijn soortgroepen en leefgebieden waar de achteruitgang nog niet is gestopt. Natuurherstel vraagt om een lange adem. In de komende jaren zullen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 217 provincies en gemeenten, in lijn met de decentralisatie, samen met natuurorganisaties blijven investeren in de uitvoering van deze maatre-gelen. Belangrijk is daarbij om natuurbescherming te verankeren in andere sectoren zoals landbouw, water, infrastructuur en bouw en stedelijke beleid. Instrumenten hiervoor zijn het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, de Kaderrichtlijn Water, hoogwater-bescherming, grote projecten zoals Marker Wadden en Nationale Parken en het stimuleren van groene daken en tuininrichting in steden.In januari 2016 is een effectiever en efficiënter nieuw collectief stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer gestart. Hierin ondersteunen Rijk en provincies vernieuwende initiatieven.Op andere vlakken moeten overheden zélf initiatief blijven nemen. Zo heeft Nederland zich verplicht aan internationale verdragen voor natuur en biodiversiteit, waarbij we onder de koepel van de Conventie Biolo-gische Diversiteit (CBD) inzetten op een aantal essentiële doelen, zoals behoud van gezonde, natuurlijke systemen als basis voor biodiversiteit, herstel van flora en fauna van oceanen en het veiligstellen van migratie-routes van trekvogels. Investeren in natuur draagt ook bij aan een betere verdeling van welvaart en welzijn. Nederland neemt daarin zijn verant-woordelijkheid. Een goed voorbeeld is wildlife crime. Nederland toont zich actief in de alliantie van landen tegen wildlife crime, zet in op actie in Europees verband en neemt waar nodig en mogelijk maatregelen op nationaal niveau. Als belangrijkste instrument wordt de CITES-regelgeving ingezet die is vastgelegd in Europese verordeningen.24.4 Circulaire economie Circulaire economie biedt veel potentie om bij te dragen aan de doelstel-lingen op het gebied van duurzaamheid. Nederland heeft een goede uitgangspositie op het gebied van recycling, slim materiaal gebruik en energietechnologie. De overheid kan een rol spelen om nieuwe verdien-modellen die aan de circulaire economie een bijdrage leveren, mogelijk te maken. In het najaar van 2016 brengt het kabinet het Rijksbrede programma circulaire economie uit. 2017 staat in het teken van het uitvoeren van de acties uit dit programma.4.5 Mededinging en duurzaamheid Er wordt steeds vaker een beroep gedaan op bedrijven en sectoren om zelf initiatieven te ontplooien als het gaat om maatschappelijke thema’s als bijvoorbeeld duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord onder-nemen, dierenwelzijn en volksgezondheid. Daardoor komt regelmatig de vraag aan de orde in hoeverre dit soort afspraken kunnen worden gemaakt binnen de kaders van het Nederlandse en Europese mededin-gingsrecht. In 2016 heeft het kabinet de beleidsregel duurzaamheid en mededinging aangepast en andere maatregelen aangekondigd die meer duidelijkheid moeten bieden aan ondernemers. Het kabinet dient in 2017 een wetsvoorstel in waarmee meer ruimte wordt geboden voor afspraken die duurzaamheid verbeteren.2CITES-regelgeving: Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora (overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 218 5. Verbinden Verbinding is de basis voor vernieuwing. Vernieuwing komt voort uit de combinatie van bestaande kennis in nieuwe producten en diensten. Dit vraagt om de verbinding van kennis, mensen, faciliteiten en geld. Hierin ligt de rol van de overheid want verbindingen en de hiermee samenhan-gende synergie komen niet vanzelfsprekend uit zich zelf tot stand. Met de volgende initiatieven wordt hierop ingezet.5.1 Verbinding in de regio en maatschappelijke partners De regionale dimensie van de economie is van toenemend belang. EZ zet in dit kader in op het verbinden van de agenda’s van decentrale overheden en het Rijk en van triple helices (samenwerkingsverbanden van overheden, bedrijven en kennisinstellingen). In de regionetwerken acteren we hier proactief op door de inzet van Regionale Ontwikkelingsmaat-schappijen, samenwerking met regio’s rond grensoverschrijdende economie en arbeidsmarkt, en een meer samenhangende inzet in relatie tot economische clusters en campussen. In dat kader werken in 2017 EZ, provincies en MKB/topteams gestaag verder aan de opgaven en afspraken in de MKB samenwerkingsagenda. Inzet is versteviging en verdieping van de huidige afspraken en opgaven die zich concentreren op het unifor-meren, harmoniseren en waar mogelijk bundelen van landelijke en regionale MKB innovatie-instrumenten. Tevens faciliteert het Rijk de uitvoering van de regionale Techniekpactagenda’s van de vijf landsdelen.Green City dealsHet Green Deal instrument faciliteert kansen voor groene groei vanuit de samenleving. Inmiddels zijn er meer dan 200 deals afgesloten. Ook in 2017 zal dit instrument worden voortgezet. Geïnspireerd door de Green Deal aanpak werkt het kabinet sinds 2015 met steden en andere partners aan City Deals rond concrete maatschappelijke vraagstukken in steden. Dit wordt in 2017 verder voortgezet. Daarmee bevorderen we groei, innovatie en leefbaarheid in Nederlandse steden. We werken in deze innovatieve partnerschappen actiegericht aan verbeteringen van stedelijke econo-mische ecosystemen of doen via experimenten en living labs inspiratie op voor beleidsaanpassingen. Zo zetten we Nederland internationaal op de kaart als een sustainable urban delta.RetailagendaEZ werkt met alle stakeholders van de retailsector – gemeenten, provincies, vastgoed, vakbonden, financiers, MKB Nederland en de sector zelf – aan de uitvoering van de twintig afspraken die in de Retailagenda zijn gemaakt. Zo werken we aan vitale winkelgebieden. In 2016 heeft EZ samen met enkele initiatiefnemers uit de publieke en private sector het initiatief genomen tot een verdere intensivering van de Retailagenda. Dat is nodig na recente faillissementen van grote winkelketens, waardoor de vitaliteit van de winkelcentra en de leefbaarheid van de binnensteden extra onder druk staat.Beter aanbestedenUit de evaluatie van de Aanbestedingswet 2012 kwam naar voren dat de ervaren problemen rond aanbestedingen niet zitten in de wet zelf, maar in de toepassing van de aanbestedingsregels. Om de kwaliteit van aanbeste-dingen in de praktijk te verbeteren is EZ in 2016 het traject beter aanbe-steden gestart. In 2017 zal worden begonnen met de uitvoering van dit Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 219 traject in de praktijk. Zo zullen in de regio’s afspraken worden gemaakt waarbij aandacht voor lokale situaties en wensen mogelijk is.5.2 Energie verbinden als integraal onderdeel van de leefom-geving Door in dialoog te gaan met de samenleving leggen we verbindingen tussen partijen, vergroten we onderling begrip, en ontstaat meer draagvlak voor moeilijke keuzes. De energietransitie heeft alleen kans van slagen als de energievoorziening betrouwbaar en betaalbaar blijft en maatschappelijk urgentie wordt gevoeld om de energievoorziening te veranderen. Verduurzaming van de energievoorziening heeft grote impact op de inrichting van de fysieke leefomgeving. Die impact wordt alleen geaccepteerd als nut en noodzaak van verandering breed draagvlak kent. Dit is randvoorwaardelijk om energieprojecten al dan niet onder Rijkscoör-dinatie goed te kunnen uitvoeren. Daarom zal EZ bekijken of en hoe een verbeterd procesontwerp in de praktijk kan worden gebracht. Bij de inpassing van (grote) energieprojecten waar EZ bevoegd gezag is, zal EZ vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek aangaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Voor mijnbouwactiviteiten zal EZ zorgdragen dat de omgeving zich gekend en erkend voelt bij de besluit-vorming over vergunningverlening en zal duidelijk worden gemaakt onder welke voorwaarden deze kunnen plaatsvinden (op grond van de nieuwe Mijnbouwwet). Voor de gaswinning in Groningen is samen met de regio het proces richting besluitvorming vorm gegeven. Door middel van ambtelijke en bestuurlijke overleggen worden zowel procesmatige als technisch-inhoudelijke onderwerpen met elkaar besproken. Het kabinet vindt het belangrijk om samen met de regio te werken aan het verbeteren van het gevoel van veiligheid, het beperken van het gevoel van overlast en het herstel van vertrouwen van de inwoners van het aardbevings-gebied. Naast de besluitvorming over de gaswinning heeft het kabinet de Nationaal Coördinator Groningen de taak gegeven om door middel van publieke regie te komen tot een gedragen aanpak voor het verbeteren van het schadeafhandelingsproces, het versnellen van de versterkingsopgave en het verbeteren van het toekomstperspectief voor Groningen, bijvoor-beeld op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid en economie. Deze aanpak wordt samen met maatschappelijke organisaties en bestuurlijke partijen vormgegeven.5.3 Voedsel: meer verbinding tussen producent en consument De afgelopen jaren zijn diverse incidenten op het gebied van voedsel de revue gepasseerd en er woeden stevige maatschappelijke discussies over dierenwelzijn, intellectueel eigendom op plantaardig en dierlijk uitgangs-materiaal en de gezondheid van onze voeding. Het kabinet heeft besloten – in reactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over risico’s in de vleesketen – de publieke taak van vleeskeuring opnieuw in publieke handen te brengen. Daarvoor zal in 2017 bij wet een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) worden opgericht.Als producenten en consumenten van voedsel weten waar het voedsel vandaan komt, wat de samenstelling ervan is, hoe gezond en duurzaam het is – kortom als zij zich sterker bewust zijn van de waarde van voedsel – dan kunnen zij bewuster kiezen en worden producenten gestimuleerd voedsel op de markt te brengen met positieve eigenschappen op het gebied van gezondheid, dierenwelzijn en milieu. Omdat slechts 2% van de Nederlanders voldoende groente en fruit eet, zal het kabinet zich onder Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 220 andere via een aanjager inzetten om de consumptie van groente en fruit te stimuleren. In de samenleving leeft breed de wens de «anonimiteit» van de voedselproducent te doorbreken. Het is belangrijk dat de voedsel-producent weer een gezicht krijgt en dat de plaats en herkomst van productie en producten beter is te traceren. Veel consumenten hebben behoefte aan directer contact met de producent en/of met de streek van herkomst van het voedsel. Dit stelt consumenten daarnaast in staat om zich kritisch op te stellen bij incidenten op het gebied van voedselvei-ligheid. Deze opgaven staan hoog op de voedselagenda waaraan het kabinet in 2017 wil verder werken.6. Slot De economische crisis heeft het kabinet gedwongen maatregelen te nemen om Nederland weer veerkrachtig en wendbaar te maken. Dankzij de gezamenlijke inzet van ondernemers en burgers zijn we erin geslaagd een goede voedingsbodem te creëren voor toekomstige generaties. Nu is het zaak te blijven zaaien ter vergroting van het toekomstig verdienver-mogen van Nederland. Hier zal het kabinet zich ook in 2017 voor blijven inzetten.2.1.1 Belangrijkste mutaties ontwerpbegroting 2017 UITGAVEN (Bedragen x € 1.000) Art. nr. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand Ontwerpbegroting 2016 4.894.512 4.843.336 5.000.574 5.550.951 6.226.508 Mutaties Voorjaarsnota 2016 405.704 96.367 67.161 68.909 61.105 Stand Voorjaarsnota 2016 5.300.216 4.939.703 5.067.735 5.619.860 6.287.613 Nieuwe mutaties: Ramingsbijstelling subsidies 2 – 5.500 – 7.700 – 6.000 Uit aanvullende post voor Ruimtevaart 2 13.000 13.000 13.000 Bijdrage SZW Programmering TNO 2 3.700 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) 2 4.240 5.500 Temporisering uitgaven Kamer van Koophandel 2 13.559 – 13.559 Kasschuif uitfinanciering EFRO 2 – 12.041 12.041 Bijdrage OCW niet revolverende investeringen 3 5.000 5.000 5.000 Kasschuif Toekomstfonds 3 – 30.600 3.400 6.400 9.400 Kasschuif Toekomstfonds fundamenteel en toegepast onderzoek 3 – 51.000 22.500 18.500 5.500 Middelen start-ups/MKB 3 23.000 23.000 23.000 23.000 SDE 4 – 35.000 – 25.000 Kennisprogramma Ondergrond 4 1.750 3.750 3.750 3.750 3.750 Bijdrage OCW scholenprogramma 5 3.000 3.000 3.000 3.000 Polair programma en Geobasisregistraties 6 – 1.471 – 1.471 – 1.471 – 1.471 – 1.471 Vismigratierivier 8 – 1.000 – 1.500 – 2.000 Kasschuif egalisatieschuld Rijksvastgoedbe-drijf 40 9.516 – 1.012 – 1.392 – 1.861 – 1.471 Overige mutaties 3.220 5.422 347 – 4.250 – 3.447 Stand Ontwerpbegroting 2017 5.236.389 4.943.574 5.106.369 5.677.228 6.337.874 6.245.906Artikel 2Ramingsbijstelling subsidiesVanwege het aflopen van in voorgaande jaren verleende subsidies is er vanaf 2018 minder budget nodig om de nog openstaande verplichtingen uit te financieren. Het budget voor subsidies is daarom verlaagd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 221 Uit aanvullende post voor RuimtevaartBij de voorjaarsbesluitvorming zijn middelen die in het Regeerakkoord zijn gereserveerd voor onderwijs en onderzoek (maatregel D32) overgeheveld naar de begroting van OCW. Als onderdeel hiervan is er vanaf 2018 structureel € 13 mln beschikbaar gekomen voor de Ruimtevaart op de EZ-begroting. Hiermee kan Nederland op lange termijn blijven investeren in ESA-programma’s.Bijdrage SZW programmering TNOBijdrage van het Ministerie van SZW voor het maatschappelijke Thema Arbeid en Gezondheid in het kader de vraag gestuurde programmering van TNO.Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)Bijdrage vanuit de aanvullende post voor de Generieke Digitale Infra-structuur (GDI) voor implementatie, beheer en toezicht op EZ-voorzieningen van de GDI.Temporisering uitgaven Kamer van KoophandelDit betreft een temporisatie van de uitgaven van de Kamer van Koophandel voor de bevoorschotting 2017. Uit oogpunt van liquiditeit wordt het eerste voorschot 2017 in december 2016 verstrekt.Kasschuif uitfinanciering EFROHet programma EFRO 2007–2013 wordt in 2017 afgerond. Dan zal ook de laatste termijn van de uitfinanciering van het programma plaatsvinden. Daarom wordt het beschikbare budget verschoven van 2016 naar 2017.Artikel 3Bijdrage OCW niet revolverende investeringenDe bijdrage van OCW van jaarlijks € 5 mln wordt vanaf 2018 gedurende 10 jaar ingezet voor (de dekking van) niet revolverende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek vanuit het Toekomstfonds. Bij voorjaarsbesluitvorming zijn de middelen die hiervoor in het Regeerak-koord zijn gereserveerd overgeheveld naar de begroting van het Minis-terie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het betreft maatregel D32 uit het Regeerakkoord.Kasschuif ToekomstfondsMet deze mutatie wordt de onderuitputting 2015 die opgevraagd is bij Voorjaarsnota 2016, doorgeschoven naar latere jaren. De mutatie betreft de instrumenten vroege fase financiering en Dutch Venture Initiative.Middelen start-ups/MKBDit betreft de middelen voor een co-investeringsregeling voor durfkapitaal voor het stimuleren van investeringen in startups/MKB.Kasschuif Toekomstfonds fundamenteel en toegepast onderzoekDe kasmiddelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek worden in het verwachte kasritme verspreid over de komende jaren. Dit betreft onder andere de middelen voor de regeling Toekomstfondskrediet Onderzoeksfaciliteiten (TOF) en Smart Industry.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 222 Artikel 4SDEDit betreft een kasschuif in de raming van de uitfinanciering van in het verleden aangegane verplichtingen SDE. In 2022 en 2023 worden deze bedragen (respectievelijk € 35 mln en € 25 mln) weer toegevoegd aan de begroting.Kennisprogramma OndergrondEen verhoging van de raming voor zoutwinning en terugontvangen subsidievoorschotten wordt ingezet ter dekking van het Kennispro-gramma Ondergrond.Artikel 5Bijdrage OCW scholenprogrammaOCW draagt € 3 mln per jaar bij aan het herstel van schoolgebouwen in de provincie Groningen in het kader van het aardbeving bestendig maken van deze gebouwen. De bijdrage start in 2017.Artikel 6Polair programma en GeobasisregistratiesBijdrage aan OCW voor het Polair programma (€ 0,4 mln) en aan IenM voor het project Geobasisregistraties (€ 1,1 mln).Artikel 8VismigratierivierBijdrage aan de provincie Friesland in de realisatie van de vismigratie-rivier in de Afsluitdijk.Artikel 40Kasschuif egalisatieschuld RijksvastgoedbedrijfDeze Kasschuif betreft de vervroegde aflossing in 2016 van de egalisatie-schuld aan het Rijksvastgoedbedrijf.Mutatie op de aanvullende postHandelsmissiesHet kabinet heeft de ambitie internationaal ondernemen sterk te bevor-deren en in te spelen op de groeiende behoefte vanuit het bedrijfsleven en de kenniswereld naar internationale handels- en innovatiebevorderende diensten van de overheid. Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen, heeft het kabinet besloten om vanaf 2017 € 10 mln structureel extra vrij te maken voor inspanningen die de Nederlandse concurrentiepositie van Nederland in het buitenland ten goede komen, zoals een betere follow up van economische missies en het effectiever maken van het internationale topsectorenbeleid.In afwachting van de nieuwe acties zijn de middelen geraamd op een aanvullende post. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de middelen ten goede moeten komen aan een meer doeltreffende economische diplomatie, over de volle breedte van handelsbevordering tot en met innovatiesamenwerking, waarin publieke en private partijen complemen-taire rollen hebben, maar nauw samenwerken bij het helpen realiseren van gezamenlijk vast te stellen doelen gericht op prioriteitslanden, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 223 topsectoren en mondiale maatschappelijke uitdagingen. De door de Dutch Trade & Investment Board (DTIB) geïnitieerde publiek-private Stuurgroep Handels- en investeringsbevordering zal begin 2017 het kabinet adviseren hoe deze publiek-private meerjarig geprogrammeerde aanpak in de praktijk zou moeten gaan werken.ONTVANGSTEN (Bedragen x € 1.000) Art. nr. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand Ontwerpbegroting 2016 6.783.470 6.495.507 6.976.908 7.774.047 8.296.171 Mutaties Voorjaarsnota 2016 – 3.428.541 – 3.197.501 – 3.247.282 – 3.347.217 – 3.298.726 Stand Voorjaarsnota 2016 3.354.929 3.298.006 3.729.626 4.426.830 4.997.445 Nieuwe mutaties: Verhoging BMKB-premie 2 4.000 4.000 4.000 4.000 Aardgasbaten 4 150.000 450.000 300.000 250.000 250.000 Geothermie provisies 4 800 2.500 4.700 4.700 4.700 Hogere ontvangsten zoutwinning en subsidies 4 1.750 3.750 3.750 3.750 3.750 Apurement 6 8.000 3.000 2.700 2.700 Verhuur mosselpercelen 6 2.000 Overige mutaties 2.878 4.606 – 225 – 1.808 – 3.054 Stand Ontwerpbegroting 2017 3.512.357 3.770.862 4.044.851 4.690.172 5.259.541 5.161.697Verhoging BMKB-premieVerbetering van de kostendekkendheid van de Borgstelling Midden- en Kleinbedrijf (BMKB) door een verhoging van de gemiddelde premie van 3,6% naar 4,8%.AardgasbatenDe aardgasbaten zullen in de komende jaren naar verwachting hoger uitvallen dan bij Voorjaarsnota 2016 geraamd. Dit komt door de samenloop van twee (tegengestelde) effecten: de voorgenomen verlaging van de gaswinning tot 24 miljard m3 per gasjaar en de gestegen TTF gasprijsverwachting. Per saldo wordt in de jaren 2016 en verder de voorgenomen lagere gaswinning meer dan gecompenseerd door de actuele hogere gasprijsverwachtingen. De raming van de aardgasbaten is in lijn met de uitgangspunten die het CPB heeft gebruikt bij het opstellen van de MEV.Geothermie provisiesBij elke openstelling van de regeling Geothermie worden provisies in rekening gebracht. Met deze bijstelling worden de ramingen in overeen-stemming gebracht met de verwachte opbrengst aan provisies.Hogere ontvangsten zoutwinning en subsidiesHogere ontvangsten uit zoutwinning en terugontvangen subsidievoor-schotten worden ingezet ter dekking van het Kennisprogramma Onder-grond (uitgaven artikel 4).ApurementOnttrekking van middelen uit de begrotingsreserve apurement voor de versterking van het toezicht door de NVWA als onderdeel van financiële dekking zoals aangekondigd in de brief van 27 mei 2016 (TK, 33 835, nr. 33). Jaarlijks vindt een beoordeling plaats van de omvang van de reserve in relatie tot de correctievoorstellen en definitieve correctiebesluiten van de Europese Commissie. Naar huidig inzicht is de omvang van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 224 begrotingsreserve voldoende om opgelegde correcties en boetes van de Europese Commissie te dekken.Verhuur mosselpercelenExtra ontvangsten uit de verhuur van mosselpercelen.2.1.2 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000) Art.nr. Naam artikel(€ tot. Uitg. art.) Juridisch verplichte uitgaven Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de belangrijkste niet-juridisch verplichte uitgaven 1 Goed functionerende economie en markten(€ 185.726) € 183.573 (99%) € 2.153 (1%) – Onderzoek en opdrachten (€ 719).– Bijdrage aan (inter)nationale organisaties (€ 1.434). 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen(€ 829.851) € 738.522 (89%) € 91.329 (11%) – Subsidies (€ 28.141), waarvan MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (€ 20.532), Eurostars (€ 3.088), bevorderen ondernemerschap (€ 1.100) en Innovatie prestatie contracten (€ 1.508).– Opdrachten (€ 7.750), waarvan onderzoek en opdrachten (€ 1.969), ICT-beleid (€ 3.056) en regiegroep Regeldruk (€ 1.080).– Bijdragen aan (inter)nationale organisaties (€ 55.411), waarvan Internationaal innoveren (€ 6.495), TKI-toeslag (€ 35.455), Ruimtevaart ESA (€ 7.276), Bijdragen aan (div.) organisaties (€ 5.289). 3 Toekomstfonds(€ 145.118) € 101.683 (69%) € 44.435(31%) – Innovatiekrediet(€ 17.627).– Vroege fase financiering (€ 3.808).– Startups MKB (€ 23.000). 4 Een doelmatige en duurzame energievoor-ziening(€ 1.902.455) € 1.583.179(83%) € 319.276(17%) – Subsidies (€ 274.577), waarvan Topsectoren energie (€ 15.902), SDE+ (€ 236.197) en Demonstratieregeling Energie Innovatie (€ 22.478).– Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s; TNO Bodem-beheer (€ 3.745).– Bijdragen aan medeovereheden; uitkoop en verkabeling (€ 28.000).– Bijdragen aan organisaties (€ 12.671), waarvan bijdrage aan diverse instituten(€ 1.357), bijdrage aan ECN (€ 9.136) en lening ECN/NRG (€ 2.178). 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (€ 77.600) € 0(0%) € 77.600 (100%) Zie budgettaire tabel van artikel 5. 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens (€ 538.382) € 514.110(95%) € 24.272(5%) – Subsidies (€ 2.760), waarvan duurzame veehouderij (€ 1.162), tegemoetkoming Vamil (€ 372), Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (€ 1.220).– Opdrachten (€ 16.779), waarvan Voedse-lagenda (€ 12.562), diergezondheid en dierenwelzijn (€ 1.582), voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid(€ 1.525).– Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s (€ 4.726), waarvan bijdrage aan Wageningen Research (€ 808), medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken (€ 3.918). 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit (€ 804.513) € 802.210(100%) € 2.303(0%) – Subsidies (€ 2.303). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 225 Art.nr. Naam artikel(€ tot. Uitg. art.) Juridisch verplichte uitgaven Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de belangrijkste niet-juridisch verplichte uitgaven 8 Natuur en biodiversiteit(€ 125.645) € 105.228(84%) € 20.417(16%) – Opdrachten (€ 12.501), waarvan Nationale parken (€ 500), Natuurlijk ondernemen en green deals (€ 2.495), Natuurvisie (€ 5.060), Natura 2000 (€ 2.149), bijdrage BES-eilanden(€ 495).– Bijdragen aan medeoverheden(€ 7.916), waarvan Programmatische Aanpak Stikstof (€ 1.647) en Westerschelde (€ 6.117). Totaal aan niet verplichte uitgaven € 581.785 2.1.3 Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en topsectoren De tabel bevat een meerjarig overzicht van de middelen die in 2016–2021 beschikbaar zijn binnen de begrotingen van een aantal departementen voor het bedrijvenbeleid en de topsectoren. De indeling van de tabel geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Voor een groot deel betreft dit het innovatiebeleid, dat uit een generieke pijler en een specifieke pijler bestaat. Het generieke beleid ondersteunt innovatie voor alle bedrijven, binnen en buiten de Topsectoren (tabel A1 en A2). Ook de bijdrage van Buitenlandse Zaken (A3) is generiek van aard. De kern van het specifieke beleid is publiek-private samenwerking (PPS, tabel B1 en B2). Door een intensievere samenwerking tussen de excellente Neder-landse publieke kennisinfrastructuur en de bedrijven vindt de kennis beter zijn weg in innovatieve producten. PPS wordt gestimuleerd met de TKI Toeslag en de MIT. Internationale PPS wordt mogelijk gemaakt dankzij EU cofinanciering (B2), daarnaast door de Innovatie Attachés en technologie-missies. Via het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds is in totaal € 100 mln beschikbaar voor hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten en (publiek – private samenwerking) op specifieke thema’s. Opbrengsten uit deze investeringen vloeien terug in het fonds. Onderdeel C bevat de instru-menten voor aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en tot slot bestaat onderdeel D uit verschillende specifieke bijdragen van departe-menten aan voor hun relevante topsectoren.In de tabel is ook aangegeven op welk begrotingsartikel de middelen op de departementale begrotingen staan. Daar zijn de hier getoonde reeksen vaak niet één op één terug te vinden, omdat hier alleen de middelen zijn getoond die samenhangen met het bedrijfslevenbeleid en topsectoren. Een afnemend deel van de middelen is reeds belegd met uitgaven voor lopende programma’s. De verantwoording over dit budget vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus via de desbetreffende departementale begrotingen. De reeksen Creatief liggen vast in de BIS (2017–2020). Een deel van het geld van het regionaal investeringsfonds MBO gaat ook naar publiek-private samenwerkingsverbanden buiten de topsectoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 226 (kasbedragen x € 1 mln) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Depar-tement Artikel I Generiek A1. Ondernemerschap en innovatie 190 139 145 128 148 158 Financieringsinstrumenten Toekomstfonds 190 139 145 128 148 158 EZ 3 A2. Fiscale maatregelen 1.151 1.213 1.213 1.213 1.213 1.213 Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) 8 8 8 8 8 8 EZ/FIN 2, belas-tingplan Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) 1.143 1.205 1.205 1.205 1.205 1.205 A3. Internationaal 329 266 270 237 195 276 Internationaal ondernemen en ontwikkelingssamenwerking 210 158 156 182 168 168 BH/OS 1,2,3 Dutch Good Growth Fund (DGGF) 119 108 114 55 27 108 BH/OS 1 II Specifiek voor topsectoren B1. Kennis en innovatie 553 545 543 541 541 541 NWO 275 275 275 275 275 275 OCW/EZ 16 STW 21 20 25 23 23 23 EZ 2 KNAW 14 14 14 14 14 14 OCW 16 Toegepast onderzoek (TO2: TNO, Wageningen Research, Marin, ECN, NLR, Deltares) 198 192 185 185 185 185 EZ 2,4,6 Profilering kennisinfrastructuur 44 44 44 44 44 44 OCW 16 B2. Innovatie en PPS 246 200 225 227 220 219 TKI Toeslag 76 99 107 114 119 119 EZ 2 MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren 34 31 29 28 29 29 EZ 2 Europese Cofinanciering, afloop FES en innovatieprogramma’s1 82 70 61 61 61 61 EZ 2 Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek 54 0 28 24 11 10 EZ 3 C. Onderwijs en arbeidsmarkt 52 35 0 0 0 0 Professionele masters 7 7 0 0 0 0 OCW 6 Centra voor Innovatief vakman-schap 3 3 0 0 0 0 OCW/EZ 4 Stimuleren beta en technologie 0 0 0 0 0 0 OCW 6 Centers of Expertise 17 0 0 0 0 0 OCW 6 Regionaal investeringsfonds MBO2 25 25 0 0 0 0 OCW 4 D. Specifieke bijdragen departe-menten 250 241 234 243 216 165 VWS: Life Sciences & Health/zorg 65 52 44 46 45 45 VWS 1, 2, 4, kader Zorg EZ: Energie-innovatie (excl. ECN) 120 125 126 133 133 100 EZ 4 IenM: Logistiek3 20 24 22 21 18 0 IenM divers H-XII, IF en DF IenM: Water 25 21 23 23 0 0 IenM divers H-XII, IF en DF Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 227 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Depar-tement Artikel OCW: Creatief 11 11 11 11 11 11 OCW 14 Defensie 8 8 8 8 8 8 DEF 6 Totaal 2.771 2.639 2.630 2.589 2.533 2.572 1 Voor een totaalbedrag van cofinanciering KP7 en H2020 wordt verwezen naar Bijlage 5.4 Europese geldstromen, paragraaf 5 Horizon 2020.2 Een deel van het geld van het regionaal investeringsfonds gaat ook naar publiek-private samenwerkingsverbanden buiten de topsectoren.3 Voorbehoud voor de bijdrage vanuit IenM is dat deze alleen vrijkomt voor de door IenM goedgekeurde concrete projectvoorstellen vanuit de sector.2.1.4 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen Artikel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Geheel artikel? 1 Goed functionerende economie en markten (voormalig artikel 11) X X Ja 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen (voormalig artikel 12, 13 en 18 (regiodeel)) X X Ja 3 Toekomstfonds (voormalig artikel 19) X Ja 4 Een doelmatige en duurzame energievoor-ziening (voormalig artikel 14) X Ja 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (voormalig artikel 15) X Ja 6 Concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens (voormalig artikel 16) X X Ja 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit (voormalig artikel 17) X Ja 8 Natuur en biodiversiteit (voormalig artikel 18) X X JaArtikel 1: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 11 is op 28 april 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 30 991, nr. 31). De doorlichting is grotendeels intern EZ uitgevoerd en is gebaseerd op bestaand evaluatiemateriaal. Een extern onderzoeksbureau heeft onderzocht in hoeverre de verschillende beleidsinstrumenten van artikel 11 in hun onderlinge samenhang bijdragen aan de centrale doelstelling van artikel 11. Met afronding van deze beleidsdoorlichting zijn in een tijdsbestek van 2014–2016 alle artikelen van de EZ-begroting doorgelicht en aan de Tweede Kamer aangeboden.Artikel 2: De beleidsdoorlichting van voormalige artikelen 12 en 13 is gezamenlijk uitgevoerd en op 13 mei 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 30 991, nr. 23).Artikel 3: Dit artikel is in 2016 aan de EZ-begroting toegevoegd en zal voor het eerst in 2020 worden doorgelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 228 Artikel 4: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 14 (energie) is op 19 december 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd (TK, 30 991, nr. 17). Dit betrof een ex-post beleidsdoorlichting over de periode 2007–2012. De volgende beleidsdoorlichting zal logischerwijs dan de periode 2013–2018 beslaan en in 2019/2020 worden uitgevoerd.Artikel 5: Dit artikel is in 2016 aan de EZ-begroting toegevoegd en zal voor het eerst in 2021 worden doorgelicht.Artikel 6: Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) agro-, visserij-, en voedselketens is geïntegreerd met de geplande beleidsdoorlichting van voormalig artikel 16. Het IBO is 26 juni 2015 met de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 30 991, nr. 25).Artikel 7: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 17 is op 2 juni 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 30 991, nr. 11).Artikel 8: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 18 is op 24 december 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 30 991, nr. 29).Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlich-tingen, klik op deze linkhttp://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2015Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie de bijlage «Evaluatie- en overig onderzoek» (bijlage 7.7).2.1.5 Overzicht van risicoregelingen Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitstaande garanties 2015 Geraamd te verlenen 2016 Geraamd te vervallen 2016 Uitstaande garanties 2016 Geraamd te verlenen 2017 Geraamd te vervallen 2017 Uitstaande garanties 2017 Garantie-plafond 2017 Totaal plafond Artikel 2 Bedrijven-beleid: innovatief en duurzaam ondernemen BMKB 1.756.290 765.000 326.047 2.195.243 765.000 490.922 2.469.321 765.000 Garantie Ondernemingsfi-nanciering 665.450 400.000 193.909 871.541 400.000 88.969 1.182.572 400.000 Groeifaciliteit 107.707 114.485 21.661 200.531 135.000 40.328 295.203 135.000 Garantieregeling Scheepsnieuw-bouwfaciliteit 42.040 376.662 3.000 415.702 376.662 39.040 753.324 376.662 MKB financiering 750.000 750.000 750.000 750.000 Microkredieten 99.700 4.800 94.900 4.800 90.100 113.000 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoor-ziening Aardwarmte 66.715 111.650 21.657 156.708 66.600 25.064 198.244 66.600 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 229 Artikel Omschrijving Uitstaande garanties 2015 Geraamd te verlenen 2016 Geraamd te vervallen 2016 Uitstaande garanties 2016 Geraamd te verlenen 2017 Geraamd te vervallen 2017 Uitstaande garanties 2017 Garantie-plafond 2017 Totaal plafond Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Garanties voor investeringen en werkkapitaal landbouwonder-nemingen (Garantierege-lingen Landbouw en Garantieregeling Marktintroductie Innovatie) 322.398 120.000 35.000 407.398 120.000 30.000 497.398 120.000 Artikel 8 Natuur en biodiversiteit Garantie voor natuurgebieden en landschappen 399.689 – 16.042 383.647 – 16.594 367.053 399.689 Totaal 3.459.989 2.637.797 622.116 5.475.670 1.863.262 735.717 6.603.215 1.863.262 1.262.689Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitgaven 2015 Ontvang-sten 2015 Saldo 2015 Uitgaven 2016 Ontvang-sten 2016 Saldo 2016 Uitgaven 2017 Ontvang-sten 2017 Saldo 2017 Artikel 2 Bedrijven-beleid: innovatief en duurzaam ondernemen BMKB 65.330 32.307 – 33.023 42.594 29.000 – 13.594 41.594 33.000 – 8.594 Garantie Ondernemingsfi-nanciering 10.600 9.443 – 1.157 11.745 13.000 1.255 11.745 13.000 1.255 Groeifaciliteit 3.499 2.964 – 535 8.850 8.000 – 850 8.850 8.000 – 850 Garantieregeling Scheepsnieuw-bouwfaciliteit – 15 15 3.591 4.000 409 3.591 4.000 409 MKB financiering – – – – – – – – – Microkredieten – – – – – – – – – Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoor-ziening Aardwarmte – 922 922 – 1.800 1.800 – 2.500 2.500 Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Garanties voor investeringen en werkkapitaal landbouwonder-nemingen (Garantierege-lingen Landbouw en Garantieregeling Marktintroductie Innovatie) 28.347 1.696 – 26.651 5.000 1.800 – 3.200 2.500 1.800 – 700 Artikel 8 Natuur en biodiversiteit Garantie voor natuurgebieden en landschappen – – – – – – – – – Totaal 107.776 47.347 – 60.429 71.780 57.600 – 14.180 68.280 62.300 – 5.980Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 230 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenBorgstelling MKB-kredieten (BMKB)De BMKB biedt banken een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (≤ 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond MKB – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).De gemiddelde eenmalige premie die voor het borgstellingskrediet wordt betaald is per 1 januari 2017 4,8%. De premie is afhankelijk van de looptijd van het bedrijfsborgstellingskrediet. Er zal gedifferentieerd worden tussen de premies voor enerzijds startende en gevestigde bedrijven (gemiddeld 4,65%) en anderzijds voor innovatieve bedrijven (gemiddeld 6,65%). Hierbij wordt de mogelijkheid geboden de premiebetaling gedeeltelijk over de looptijd van het krediet te voldoen. De premie is niet kosten-dekkend. Op de begroting is structureel € 10,5 mln (inclusief de uitvoe-ringskosten) beschikbaar ter afdekking van de schades die niet door premie-ontvangsten worden gedekt.Er is een begrotingsreserve voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is namelijk conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.De horizonbepaling voor de BMKB is juli 2017. Het kabinet is voornemens deze horizon te verlengen naar 1 juli 2022, naar aanleiding van de recent afgeronde evaluatie van de BMKB. De volgende evaluatie zal in 2021 plaatsvinden.Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)De GO-regeling is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven. De GO regeling biedt banken de mogelijkheid om nieuwe bankleningen te verstrekken en/of bankgaranties af te geven van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 50 mln (tot ultimo 2017 € 150 mln) met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO is door het huidige kabinet structureel gemaakt met een jaarlijks garantieplafond van € 400 mln.Het kredietbeheer ligt primair bij de bank. De bank heeft geen ander belang bij de betaling van rente en aflossing dan de overheid. Naast de 50% garantie van de overheid draagt de bank namelijk zelf eveneens 50% risico. RVO.nl beoordeelt de kredietaanvragen en wijziging van kredieten. Daarnaast is een kredietcommissie met externe deskundigen geïnstal-leerd, die de kredietvoorstellen eveneens beoordeelt. De Commissie toetst – additioneel aan RVO.nl – het risico van het betreffende voorstel en bij fiattering wordt de premie bepaald op basis van het te lopen risico.De premie bestaat in hoofdzaak uit de provisie op de rentemarge voor het debiteurenrisico van de bank onder aftrek van 0,25% die de bank voor haar beheersactiviteiten mag behouden. Andere bronnen van inkomsten Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 231 zijn bijvoorbeeld afsluitprovisies en fees die ten gunste van bank en overheid komen. Uitgangspunt is dat de GO-regeling kostendekkend is. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoe-ringskosten in enig jaar worden afgestort naar dan wel onttrokken aan de begrotingsreserve.De horizonbepaling voor de GO is 1 juli 2017. Het kabinet is voornemens de horizon te verlengen tot 1 juli 2020. De GO-regeling is recent geëva-lueerd in 2014. De volgende evaluatie zal in 2019 plaatsvinden.GroeifaciliteitDe regeling Groeifaciliteit helpt bedrijven bij het aantrekken van risico-dragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaat-schappijen aan ondernemingen. De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal. De regeling wordt ook opengesteld voor bedrijven uit de agrosector.Alleen deelnemende financiers kunnen een garantieaanvraag bij de overheid indienen. De maximumgarantie van de overheid is 50%, wat bij participaties neerkomt op maximaal € 12,5 mln en bij bancaire achterge-stelde leningen op maximaal € 2,5 mln.Financiers betalen om de garantie te verwerven in ieder geval een eenmalige premie van 1% van het garantiebedrag vooraf en vervolgens een premie over het uitstaande garantiebedrag. Voor participaties is voorzichtigheidshalve uitgegaan van 3% per jaar en voor achtergestelde leningen 2,5%. Het uitgangspunt is dat de Groeifaciliteit hiermee kostendekkend is. Deze jaarlijkse premie kan gedurende de looptijd van de garantiemaatregel worden herzien en zo nodig naar boven worden bijgesteld om ervoor te zorgen dat de premies de kosten van de regeling blijven dekken. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar wordt met ingang van 2014 afgestort in de begrotingsreserve.De horizonbepaling voor de Groeifaciliteit is 1 juli 2017. Het kabinet is voornemens de horizon te verlengen tot 1 juli 2020. De laatste evaluatie is uitgevoerd in 2012. De eerstvolgende evaluatie zal in 2019 worden uitgevoerd.Garantieregeling ScheepsnieuwbouwfaciliteitDe garantieregeling Scheepsnieuwbouwfaciliteit (GSF) biedt banken van in Nederland gevestigde scheepswerven de mogelijkheid om een garantie te verkrijgen op de financiering van de bouwfase van nieuwe schepen. De bank is de aanvrager van de staatsgarantie op de financieringsvraag, die door een scheepswerf aan de bank is voorgelegd. De maximale garantie, die de Staat kan verstrekken bedraagt 80% van de gecontracteerde bouwsom. Bij het verlenen van de financiering worden de gebruikelijke bancaire spelregels in acht genomen, waarbij het risico tussen bank en staat paritair (20/80) verdeeld is. Deze garantieregeling creëert een level playing field voor de Nederlandse scheepswerven in Europa voor de productie van nieuwe schepen. Andere Europese landen kennen voor hun nationale scheepsbouwproductiesector vergelijkbare nationale regelingen. De maximale bouwsom per schip wordt losgelaten en de maximumbouwperiode wordt verlengd van drie naar vier jaar, maar de maximumgarantie blijft gehandhaafd op € 80 mln. Vanaf 2016 is een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 232 plafond beschikbaar van jaarlijks € 377 mln, waarbij één scheepswerf-(groep) maximaal 30% van dit plafond mag benutten.Het verstrekken van een garantie kan eerst plaatsvinden nadat de betrokken bankier zelf de bereidheid heeft om voor ten minste 20% een eigen risico te aanvaarden op de betreffende werf. Daarnaast adviseert een onafhankelijke kredietcommissie over de aanvraag voor een staatsgarantie.Via een analyse van de markt is nagegaan welke faillissementen zich in Nederland hebben voorgedaan bij relevante scheepswerven en wat de gevolgen zijn voor de positie van het onderhanden werk (schepen). Uit de analyse van een periode van 15 jaar bleek dat er nagenoeg geen schade was ontstaan. Dit heeft geleid tot de inschatting dat de kans dat de borgtocht daadwerkelijk zal worden ingeroepen minimaal is. Op basis daarvan is het risico gewaardeerd op 1%. De provisie die de staat over de garantie zal ontvangen bedraagt gemiddeld 1,5% en is kostendekkend. Om eventuele schades in de eerste jaren op te vangen is een begrotings-reserve ingesteld. Ultimo 2015 bevat deze reserve € 10 mln. Het plafond voor de Garantieregeling Scheepsnieuwbouw bedraagt met ingang van 2016 € 377 mln.De horizonbepaling voor de Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinan-ciering is 1 juli 2017. De evaluatie van de GSF zal begin 2017 worden afgerond.MKB-financieringIn het aanvullend actieplan MKB-financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet aangekondigd een garantiebedrag van € 400 mln ter beschikking te stellen om de funding van nieuwe aanbieders van MKB-financiering mogelijk te maken. Naast alle andere initiatieven en plannen is er behoefte aan nieuwe financiers en nieuwe financieringsmogelijkheden voor het verstrekken van vreemd vermogen aan het MKB. Het vinden van funding voor deze nieuwe mogelijkheden is echter, bij gebrek aan voldoende track-record van dergelijke financiers, lastig. Met het Aanvullend Actieplan MKB-financiering is er daarom voor goede initiatieven ruimte beschikbaar om die funding te vereenvoudigen met behulp van een overheidsgarantie. Een overheidsgarantie zal kosten-dekkend moeten zijn en geen staatssteun mogen inhouden. Op 30 oktober 2014 is in de Staatscourant een oproep gepubliceerd om voorstellen in te dienen om in aanmerking te komen voor een garantie uit het genoemde budget. Er vinden onderhandelingen plaats met een aantal initiatieven die door een commissie van externe experts tenminste als voldoende zijn beoordeeld. Naar verwachting zullen in 2016 de eerste garantieovereen-komsten kunnen worden afgesloten. Omdat bij het opstellen van de begroting nog geen garantieovereenkomsten zijn afgesloten konden daarom in het bovenstaande garantieoverzicht derhalve geen raming van ontvangsten en uitgaven worden opgenomen. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven. De garanties in het kader van het Aanvullend Actieplan MKB-financiering kunnen tot en met 2017 worden verstrekt.Micro- en MKBkredietenDit betreft een eenmalige garantie van € 13 mln ten behoeve van de Bank Nederlandse Gemeenten in het kader van de funding van Qredits met € 15 mln voor het verstrekken van microkredieten. Voor deze garantie is geen premie verschuldigd. Daarnaast is een eenmalige garantie verstrekt Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 233 aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln voor de funding van Qredits met € 100 mln voor de verstrekking van micro- en MKBkrediet. Voor deze garantie is een premie van 0,4% verschuldigd.Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorzieningAardwarmteAardwarmte wordt gezien als een kosteneffectieve duurzame energiebron met potentie. Het draagt bij aan het halen van de duurzame energiedoel-stelling van Nederland. Binnen de SDE+ is het één van de gunstigste opties. Aardwarmte is tevens een belangrijke optie voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. Stimuleren van aardwarmte is een prioriteit uit het energieakkoord, de warmtevisie, de beleidsbrief tuinbouw en de meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 2014–2020.Het doel van de garantieregeling aardwarmte is het afdekken van het geologisch risico dat het boren van de putten voor de toepassing van aardwarmte, niet succesvol is. Het gaat om het risico dat de volgens het plan aangeboorde aardlaag minder warm water productie oplevert en/of water van lagere temperatuur oplevert dan op basis van een gedegen geologisch vooronderzoek verwacht werd.Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is nog steeds een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. Door dit risico af te dekken wordt de toepassing van aardwarmte gestimuleerd. De garantieregeling dekt het risico dat een boring niet in een goede water-voerende laag uitkomt, waardoor het vermogen dat vooraf verwacht werd, niet wordt behaald. In dat geval wordt voor een deel van de gemaakte kosten een subsidie uitgekeerd, gerelateerd naar de mate waarin de aardwarmteboring mislukt is.Er wordt een premie van 7% gevraagd.De garantie wordt uitgekeerd wanneer projecten (deels) mislukken. Met de garantstelling worden projecten uitgelokt met een relatief klein risico (eis 90% slaagkans). Het verwacht vermogen dat aan de bodem onttrokken wordt (dit is het vermogen dat bij de aanvraag is opgegeven) is maximaal het vermogen dat met 90% zekerheid aan de ondergrond kan worden onttrokken (op basis van een locatiespecifiek geologisch onderzoek dat moet zijn opgesteld door een ISO 9001 gecertificeerde onderneming)EZ maakt een garantieplafond en het maximaal te garanderen bedrag per boring bekend. EZ neemt binnen acht weken na de indiendatum een besluit op de aanvraag. De aanvrager moet binnen 6 maanden na goedkeuring van de aanvraag starten met het boorproject. Na de aanvang van de aardwarmteboring heeft de aanvrager een jaar voor de voltooiing. Het aardwarmteproject moet binnen twee jaar leiden tot toepassing van aardwarmte in Nederland.De premieontvangsten worden gestort in de begrotingsreserve. Eventuele schade-uitkeringen komen ten laste van deze reserve. In 2016 is de garantieregeling geëvalueerd, het onderzoeksrapport is in juli 2016 samen met het bijgestelde toetsingskader aan de Tweede Kamer aangeboden.De horizonbepaling is 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 234 Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketensDe borgstellingsregelingen voor de landbouw bieden banken een borgstelling voor leningen aan land- en tuinbouwondernemers voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de borgstelling wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond bedrijven – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in hun kredietbehoefte kunnen voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand). Het plafond voor de landbouw-borgstellingen is € 120 mln.Garantieregeling Landbouw (GL, vanaf 2017 BL)De Garantieregeling Landbouw (GL) wordt per 1 januari 2017 vervangen door de regeling Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL). In de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) is de landbouw-borgstellingsregeling geharmoniseerd met de Borgstelling MKB Kredieten (BMKB). De wijzigingen betreffen enerzijds een update van de regeling, waardoor deze weer beter aansluit op de huidige praktijk van bedrijfsfi-nanciering; tegelijkertijd wordt de uitvoering voor banken en voor RVO.nl eenvoudiger en goedkoper gemaakt. Om de kostendekkendheid van de regeling te verbeteren wordt tevens het percentage waarvoor de rijksoverheid garant staat verlaagd naar 70% (was 80%). Tenslotte wordt ook omschakelkapitaal voor de transitie van de bedrijfsvoering van een gangbaar naar een biologische gecertificeerd agrarisch productiebedrijf onder de borgstellingsregeling mogelijk gemaakt.De totale borgstelling voor een onderneming kan maximaal 70% van € 2,5 mln bedragen. De borgstellingslening is maximaal 2/3 van de benodigde investering, waardoor de borgstelling maximaal 46,6% van de benodigde financiering bedraagt. Borgstelling wordt alleen verleend voor «fresh money», dat wil zeggen nieuwe leningen ten behoeve van de (door-)ontwikkeling van een bedrijf.De BL kent drie varianten:•BL basis: Maximale garantstelling 70% van € 1,2 mln.•BL starters/overnemers: Maximale garantstelling 70% (als bij basis of plus), maar tegen verlaagde provisie van 1%.•BL plus: Maximale garantstelling 70% van € 2,5 mln. De investeringen die in aanmerking komen zijn Groen Label Kassen (GLK) en Duurzame stallen die voldoen aan de maatlat duurzame veehouderij (MDV).Voor deze drie varianten tezamen is het garantieplafond € 82,5 mln.De provisie voor de BL bedraagt (eenmalig) 3% van het te lenen bedrag. De provisie wordt gebruikt om verliesdeclaraties te betalen. Jaarlijks worden de premieontvangsten en een bijdrage van EZ (tezamen € 3 mln) in de begrotingsreserve gestort. Het geld uit de begrotingsreserve wordt gebruikt om verliesdeclaraties te betalen. De regeling is niet volledig kostendekkend.De afgelopen jaren was het beroep op de GL laag maar zijn er veel verliesdeclaraties ingediend. Dit als gevolg van de economische crisis. Naar verwachting zal er bij een aantrekkende economie weer meer behoefte aan garantiekredieten voor investeringen zijn. In 2018 zal de Garantstelling Landbouw geëvalueerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 235 Garantieregeling Marktintroductie Innovatie (GMI)Er is een knelpunt geconstateerd in de marktintroductiefase van risico-volle grensverleggende innovaties. De bedrijven, die als eerste prototypen op het vlak van dierenwelzijn en milieu op praktijkschaal willen toepassen, worden vaak geconfronteerd met grotere financiële risico’s. Daardoor komt dit soort duurzame investeringen slechts beperkt van de grond. Een borgstelling door het Rijk stimuleert de investeringen op het vlak van verduurzaming en marktvernieuwing.De deelsectoren die het aangaat betreffen: rundveehouderij, varkenshou-derij, pluimveehouderij, glastuinbouw, en opengrondstuinbouw. Een opzet van de regeling met POP3 budget is bij de banken niet kostenef-fectief uitvoerbaar is gebleken. Momenteel wordt daarom bekeken of de borgstelling als module onder de BL uitgewerkt kan worden met het oog op openstelling in 2017. De genoemde bedragen hieronder zijn indicatief.Omdat de GMI als de BL module wordt uitgewerkt, wordt ook de borgstelling van een onderneming verlaagd naar maximaal 70% (was 80%) van € 2,5 mln.Naar verwachting zullen 25 initiatieven een garantstelling van gemiddeld € 1,5 mln ontvangen. Het totaal risico bedraagt € 37,5 mln maximaal op jaarbasis.De ondernemers betalen 3% premie om voor de garantstelling in aanmerking te komen, maar de regeling is niet volledig kostendekkend. De bijdrage van de Staat is jaarlijks circa € 1,6 mln bij een plafond van € 37,5 mln. De premie en bijdrage van het Rijk worden in de begrotingsre-serve Borgstellingsfaciliteit gestort en gebruikt om verliesdeclaraties te betalen.Artikel 8 Natuur en biodiversiteitGarantie voor natuurgebieden en landschappenHet betreft het garant staan voor de leningen die aangetrokken zijn via het Groenfonds voor het realiseren van de EHS-gronden. Deze gronden zijn opgegaan in het Natuur Netwerk Nederland.Overzicht uitstaande leningen per ultimo 2015Bedragen x € 1.000 Artikel Omschrijving Uitstaande lening 2015 LooptijdLening Rentepercentage Wijze vanaflossing Artikel 2Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Microkrediet Nederland 46.966 tot en met 2036 1,2% vanaf 2031 Artikel 4Een doelmatige en duurzame energievoorziening Energieonderzoek Centrum Nederland 36.955 tot en met 2023 5,5% vanaf 2018 Artikel 4Een doelmatige en duurzame energievoorziening Pallas 11.474 tot en met 2018 1,5% uiterlijk 2019 Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel-ketens Wageningen Research 36.352 tot en met 2027 4,5% jaarlijks Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel-ketens Wageningen Research 27.598 tot en met 2027 4,5% jaarlijks Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 236 Artikel Omschrijving Uitstaande lening 2015 LooptijdLening Rentepercentage Wijze vanaflossing Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel-ketens Wageningen Research 14.112 tot en met 2029 5,2% jaarlijks Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel-ketens Wageningen Research 2.954 tot en met 2030 5,0% jaarlijksDeze leningen zijn verstrekt in de context van de genoemde beleidsarti-kelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 237 3. De Beleidsartikelen 1 Goed functionerende economie en markten Algemene doelstellingHet scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en goed functionerende markten, waaronder de markt voor elektronische communicatie.Goed functionerende markten dragen in belangrijke mate bij aan de economische groei en innovatie. In een goed functionerende markt reageren vraag en aanbod effectief op elkaar. Consumenten en bedrijven profiteren daarvan. Op goed functionerende markten ontstaat een optimale prijs – kwaliteitverhouding van goederen en diensten en hebben gebruikers keuzevrijheid. Het slim benutten van en zorgdragen voor hoogwaardige elektronische communicatienetwerken en digitale infrastructuren waar de Nederlandse samenleving op kan bouwen én vertrouwen draagt bij aan het economisch groeivermogen en een goed functionerende economie.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is op grond van de Telecommunicatiewet verantwoor-delijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienet-werken. Daarnaast ziet de Minister van EZ het als een taak eventuele belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en heeft een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege. Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:Stimuleren•Het stimuleren van een goede balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten met generiek consumentenbeleid waarbij de Wet handhaving consumentenbescherming centraal staat.Financieren•Het bijdragen aan het goed functioneren van markten door het financieren van TenderNed (het elektronisch aanbestedingssysteem) en diverse organisaties op het gebied van metrologie, normalisatie, accreditatie en markttoezicht.•Het financieren van een deel van de exploitatie van het Agentschap Telecom en het verrichten van uitgaven voor opdrachten inzake beleidsvoorbereiding en evaluaties voor frequentiebeleid en veiligheid.•Het financieren van het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken mogelijk te maken.(Doen) uitvoeren•Het tegengaan van mededingingsbeperkende gedragingen met de Mededingingswet, mededingingsbeleid en Telecommunicatiewet in alle sectoren van de Nederlandse economie.•Het reguleren van de postmarkt met de Postwet 2009 waardoor een toegankelijke en betaalbare basisvoorziening voor de post is gewaar-borgd (universele postdienst).•Het opstellen van verkeersregels voor het gebruik van de ether, door afspraken te maken in internationaal verband voor harmonisatie en Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 238 door – in geval van schaarste – te bepalen op welke wijze het spectrum wordt verdeeld.•Het inzetten op het realiseren van hoogwaardige en innovatieve breedbandige mobiele communicatie en omroeptoepassingen door verruiming van gebruiksmogelijkheden van het spectrum en door de uitgifte van beschikbare frequentieruimte.Regisseren•Het bevorderen van goed functionerende markten door het scheppen van randvoorwaarden via wet- en regelgeving.•Het scheppen van voorwaarden waarbinnen concurrentie kan plaatsvinden door middel van de Waarborgwet, de Winkeltijdenwet, de Aanbestedingswet, de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en de Metrologiewet.•Het op basis van de middellange termijnvisie op de ontwikkeling van telecommunicatie, media en Internet in 2016 verder moderniseren van de regelgeving om deze te kunnen laten meegroeien met de ontwikke-lingen in de markt en de behoeftes in de samenleving.BeleidswijzigingenEr wordt een verkenning gemaakt naar de toekomstige vraag naar en het aanbod van digitale connectiviteit in Nederland en welke inzet dit van de overheid vraagt. Deze verkenning wordt eind 2016 afgerond. In 2017 worden acties in dit kader in gang gezet.In het voorjaar van 2017 wordt de (nieuwe) Strategische Nota Mobiele Communicatie aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin worden de doelstellingen gedefinieerd die de overheid nastreeft bij het verdelen van vergunningen voor mobiele communicatie in de komende 5 tot 10 jaar. Dit betreft in eerste instantie de 700 MHZ, 2100 MHz en 1452–1492 MHz frequentiebanden. Kengetal Peildatum Waarde Ambitie komende jaren Concurrentie markt mobiele telefonie (HHI) 2016 3.483 dalendBron: ACM Een dalende Herfindahl-Hirschman Index (HHI) de komende jaren zal wijzen op toegenomen concurrentie binnen de markt voor mobiele telefonie, een stijging op afname. De in de afgelopen jaren in de begroting opgenomen HHI-indexen waren niet vergelijkbaar, onder andere door de wijze waarop marktpartijen die diensten aanbieden via de netwerken van andere operators, werden meegenomen in de berekening. Met de komst van Tele2 als aanbieder met een eigen netwerk kan de HHI-index worden bepaald op basis van de marktaandelen van netwerkaanbieders en de eerder genoemde marktpartijen afzonderlijk. De HHI-index 2016 is op de nieuwe wijze bepaald en geldt als nieuwe peildatum. De juiste berekening wordt jaarlijks door ACM gedaan en gepresenteerd in haar marktmonitor.In 2017 zal Nederland in EU verband onderhandelen over herziening van de regels voor elektronische communicatienetwerken en diensten. Het gaat hierbij onder andere over de regels met betrekking tot verplichte toegang tot vaste netwerken, uitgifte van radiospectrum voor mobiele netwerken, bescherming van eindgebruikers, telecommunicatie als Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 239 universele dienst en privacybescherming door telecombedrijven. De Europese Commissie zal in 2016 voorstellen presenteren, waarna lidstaten tot een gezamenlijke positie zullen moeten komen. Daarnaast zal Nederland in 2017 in EU verband onderhandelen over de verlaging van de wholesale roaming tarieven in de EU met het streven de afschaffing van roamingtoeslagen voor consumenten per 15 juni 2017 mogelijk te maken.Beoogd wordt eind 2016 een wetsvoorstel tot wijziging van de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten) aan te bieden aan de Kamer. In dit wijzigingsvoorstel zijn de aanbevelingen meegenomen uit een eerdere evaluatie van de WION (TK, 33 634, nr. 1), uit een advies van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid naar aanleiding van het onderzoek naar de gasexplosie in Diemen (2014) en vanuit de sector.In 2015 is de Wet markt en overheid geëvalueerd (TK, 34 487, nr. 1). Hieruit blijkt dat de mate waarin de wet heeft bijgedragen aan gelijke concurren-tieverhoudingen suboptimaal is, met name als gevolg van veelvuldig gebruik van de «algemeen belanguitzondering». Aangezien de wet een horizonbepaling bevat en halverwege 2017 afloopt, is de inzet van de Minister van EZ om de huidige wet te verlengen en tegelijkertijd de effectiviteit te versterken.Uit de evaluatie van de Aanbestedingswet 2012 blijkt dat de ervaren problemen bij aanbesteden niet zozeer in de wet zelf zitten, maar vooral in de toepassing daarvan. In de Kabinetsreactie op de evaluatie is daarom ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van aanbesteden: «beter aanbesteden». Met dit project wordt ingezet op een regionale aanpak onder leiding van een aanjager, dhr. Huizing. Kern van het traject is dat aanbestedende diensten en ondernemers zelf afspraken maken die moeten leiden tot beter aanbesteden.In 2017 zal een wetsvoorstel naar de Kamer worden gestuurd waarmee het kabinet beoogt dergelijke afspraken algemene gelding te kunnen geven, waardoor niet aan mededingingsvragen wordt toegekomen. Tevens blijft het ministerie in contact met de Europese Commissie om meer duidelijkheid te creëren over de ruimte voor publieke belangen in mededingingsrecht.De richtlijn pakketreizen zal naar verwachting in 2017 in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. Het voortouw hiervoor ligt bij met Ministerie van Veiligheid en Justitie in nauw overleg met het Ministerie van Economische Zaken.In 2017 zal de Universele Postdienst (UPD) worden geëvalueerd. Tevens zal onderzoek worden uitgevoerd naar mogelijke toekomstscenario’s voor de (krimpende) postmarkt met als doel het borgen van adequate regelgeving gezien verwachte marktontwikkelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 240 Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 197.904 192.858 188.943 180.723 178.462 178.210 178.035 UITGAVEN 200.072 194.079 185.726 178.626 177.445 177.193 177.018 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 99% Subsidies 900 100 Digitalisering regionale radio 900 100 Opdrachten 8.575 8.197 7.503 7.525 8.433 8.180 8.021 Onderzoek en Opdrachten 2.961 1.692 1.199 1.399 1.459 1.459 1.459 PIANOo/TenderNed 1.040 823 644 644 409 159 Beleidsvoorbereiding en evaluaties Frequenties en Veiligheid 4.574 5.682 5.660 5.482 6.565 6.562 6.562 Bijdragen aan agentschappen 20.074 22.785 22.909 21.842 19.480 19.481 19.481 Agentschap Telecom 12.021 14.146 13.173 12.256 12.261 12.263 12.263 Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland 996 679 9.736 9.586 7.219 7.218 7.218 DICTU 7.057 7.960 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s 166.532 159.230 151.395 145.291 145.276 145.276 145.274 Metrologie 14.268 9.889 9.458 8.971 8.971 8.971 8.971 Raad voor Accreditatie 190 145 132 130 130 130 128 ACM 645 450 448 450 450 450 450 CBS 151.429 148.746 141.357 135.740 135.725 135.725 135.725 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 3.991 3.767 3.919 3.968 4.256 4.256 4.242 Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) 1.234 1.234 1.212 1.087 1.087 1.087 1.073 Internationale organisaties 2.757 2.460 2.634 2.808 3.096 3.096 3.096 Raad van deskundigen voor de nationale meetstandaarden 0 73 73 73 73 73 73 ONTVANGSTEN 52.224 115.342 30.900 30.900 30.900 30.900 30.900 Ontvangsten ACM High Trust 31.880 31.300 30.200 30.200 30.200 30.200 30.200 Diverse ontvangsten 20.344 84.042 700 700 700 700 700BudgetflexibiliteitSubsidies: Het bedrag dat geraamd is in 2017 voor deze subsidie vloeit voort uit een verplichting die in het verleden is aangegaan; deze is dus 100% juridisch verplicht.Opdrachten: Het geraamde bedrag voor uitgaven uit hoofde van opdrachten is voor 88% juridisch verplicht. Het betreft met name geraamde kosten voor de uitoefening van het toezicht op de post voorziening op de BES-eilanden, geraamde kosten voor de Commissie van Aanbestedingsexperts en kosten in het kader van de uitvoering van de Wet informatie uitwisseling Ondergrondse Netten (WION).Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de uitfinanciering van opdrachten 2017 aan Agentschappen en is 100% juridisch verplicht.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s: Van de totaal voor 2016 geraamde uitgaven voor artikel 1 is circa € 151,4 mln bestemd voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s. Hiervan is 100% niet flexibel inzetbaar in 2017 als gevolg van overeenkomsten met betrokken organisaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 241 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Over de contributies aan (inter)nationale organisaties zijn meerjarige afspraken gemaakt, de bedragen zijn voor 63% juridisch verplicht.Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesDigitalisering regionale radioDit betreft de uitfinanciering van de in 2011 afgegeven subsidiebe-schikking aan de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking. Dit zal worden aangewend voor investeringen in digitale radio voor regionaal publieke omroepen.Een indicatie voor het succes van de introductie van digitale radio is de penetratiegraad van digitale radio-ontvangers in huishoudens. Dit wordt gemonitord door het CBS. Belangrijke indicator voor dit succes is het percentage huishoudens dat over een DAB+ ontvanger beschikt (in huis en/of in de auto) en daarmee toegang heeft tot digitale radio. Het percentage draagt bij aan het bepalen van een afschakeldatum voor de analoge FM. Kengetal Referentie-waarde Peil-datum Raming2016 Streef-waarde Planning Penetratiegraad van digitale radio ontvangers in huishoudens 6,0% 2015 8–10% 35% 2020Bron: CBSOpdrachtenOnderzoek en opdrachtenDit betreft onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere het marktordeningsbeleid, mededingingsbeleid, consumentenbeleid, aanbestedingsbeleid, Europese zaken en strategie.PIANOo en TenderNed (aanbestedingsbeleid)De Aanbestedingswet 2012 beoogt een eenduidig en helder regelgevend kader te geven van de voorwaarden waaronder aanbestedende diensten hun opdrachten voor concurrentie moeten openstellen.Een belangrijk element in het aanbestedingsbeleid vormt TenderNed. TenderNed is het elektronische aanbestedingssysteem, waardoor alle openbare (overheids)opdrachten op één centrale plaats te vinden zijn. TenderNed levert een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van de overheidsinkoop, verbetering van naleving van de aanbestedingsregels en vermindering van de administratieve lasten voor ondernemers. Ondernemers kunnen dankzij de verplichting voor aanbestedende diensten om op TenderNed te publiceren alle openbare (overheids-)opdrachten vinden op één centrale plaats. TenderNed wordt beheerd door het experticecentrum aanbesteden PIANOo.Op 31 maart 2016 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het voornemen om PIANOo per 1 januari 2017 organisatorisch onder te brengen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (TK, 34 252, nr. 2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 242 Bijdragen aan agentschappenAgentschap TelecomAgentschap Telecom draagt onder meer zorg voor de toelating tot het spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningvrije toepassingen. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht ondergrondse netten (WION), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie.De structurele verhoging van het budget voor Agentschap Telecom met ingang van het begrotingsjaar 2016 heeft betrekking op de overdracht van het takenpakket van Verispect B.V. aan het Agentschap Telecom samen-hangende met het toezicht op de Metrologie- en Waarborgwet.Rijksdienst voor Ondernemend NederlandPIANOo en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor elektro-nisch aanbesteden, zijn organisatorisch ingedeeld bij het Ministerie van Economische Zaken. Na meerdere tijdelijke instellingsperiodes is het belang onderkend om voor deze organisatie toekomstbestendig en met structureel voldoende budget een vaste inbedding te vinden. Na onderzoek is geconcludeerd dat inbedding bij RVO.nl het meest voor de hand ligt. RVO.nl is de uitvoeringsdienst van het Ministerie van EZ en is onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsregelgeving. Dit sluit aan bij de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten. De inbedding vindt plaats met ingang van 1 januari 2017.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sMetrologieMet de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen van een internationaal herleidbare metrolo-gische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel en consumentenbescherming.VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Met ingang van 2016 is het toezicht op de Metrologiewet en Waarborgwet, dat voorheen door Verispect werd uitgevoerd, ondergebracht bij Agentschap Telecom.De structurele verlaging van het budget Metrologie hangt samen met de overdracht van de toezichtstaken Metrologie – en Waarborgwet aan het Agentschap Telecom.Raad voor AccreditatieDe Raad voor Accreditatie (RvA) is een ZBO dat controleert of een keuringsinstantie, certificeringsinstantie, inspectie-instantie of een laboratorium aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de Raad voor Accreditatie zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor de kosten die de RvA maakt in het kader van Europese en interna-tionale activiteiten die relevant zijn voor de accreditatie sector als geheel. In 2016 is de RvA geëvalueerd en het rapport is in augustus 2016 aan de Kamer aangeboden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 243 Autoriteit Consument en Markt (ACM)De ACM is belast met wettelijke taken op het gebied van het generieke mededingingstoezicht (Mededingingswet), generieke consumentenbe-scherming (Wet handhaving consumentenbescherming), de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer.De apparaatsuitgaven van de ACM zijn geraamd op artikel 40, voor zover de kosten van de ACM niet worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag geraamd op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM.In 2016 is de eerste evaluatie van de ACM uitgevoerd. De onderzoekers concluderen dat de ACM over het algemeen doeltreffend is. De ACM heeft een bijdrage geleverd aan goed functionerende markten en aan het beschermen van de consument. Tegelijkertijd stellen zij dat op onderdelen nog verbetering kan plaatsvinden en de doeltreffendheid nog verder kan toenemen. De ACM ziet de aanbevelingen als een bevestiging dat zij aandacht besteedt aan de juiste onderwerpen en zal aandacht aan deze onderwerpen blijven geven.Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is opgericht om te zorgen dat cijfers aan de basis liggen van (solide) beleid. Het CBS heeft als onafhan-kelijk kennisinstituut dan ook tot taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschap-pelijke debatten gevoerd kunnen worden. Het werkterrein van het CBS omvat alle onderwerpen die de mensen in Nederland raken.De rijksbijdrage 2017 is € 141,4 mln (de omzet beslaat circa 85% van de totale bedrijfsopbrengsten); deze bijdrage dient voor het vervaardigen van verplichte Europese communautaire statistieken en niet-wettelijk verplichte statistieken. Het procentueel belang van het betaalde werk in opdracht bedraagt ruim 14% van de totale bedrijfsopbrengstenBijdragen aan (inter)nationale organisaties:Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese verordening voor normalisatie (Verordening (EU) Nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012) en de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die over het geven van informatie over normen gaat. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN de bijdrage voor een deel van de contributies die het NEN is verschuldigd aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen en voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regelgeving en kennisgeving aan ministeries indien verwezen wordt naar ingetrokken normen.Internationale organisatiesDit betreft bijdragen aan:•Universal Postal Union (UPU): In het najaar van 2016 wordt het vierjaarlijkse UPU Congres gehouden waarin afspraken worden gemaakt voor de periode 2017–2021.•European Conference of Postal and Telecommunications Administrati-ons (CEPT): De inzet in de ITU en UPU wordt regionaal voorbereid, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 244 voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZ draagt jaarlijks bij aan de kosten van ERO (het permanente ondersteu-nende bureau van CEPT in Kopenhagen).•Internationale organisaties Metrologie. Het gaat om bijdragen op het gebied van metrologie die vastliggen in internationale verdragen (Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC, Bureau International des Poids et Mesures (BIPM)).•Nederland betaalt als lid van de International Telecommunications Union (ITU) lidmaatschap. Binnen de ITU worden internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen.•EZ doneert jaarlijks een bedrag aan het secretariaat van het Internet Governance Forum (IGF). Dit forum is een uitvloeisel van het VN-top World Summit on Information Society in 2005.•Nederland heeft een stoel in het overheidsadviescomité binnen The Internet Corporation for Assigned Names and Numbers/Governmental Advisory Committee (ICANN/GAC). EZ financiert samen met Brazilië en Noorwegen het secretariaat van dit comité met als doel de slagkracht van overheden binnen ICANN te vergroten.Raad van deskundigen voor de nationale meetstandaardenHet geraamde bedrag betreft vergoedingen voor de leden van de op grond van de Metrologiewet verplicht ingestelde adviesraad, kosten secretariaat en vergaderkosten. De Raad is een technisch specialistisch adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges. De Raad oefent toezicht uit op de verwezenlijking en het beheer van onze nationale meetstandaarden en geeft gevraagd en ongevraagd advies over meetstandaarden en grootheden.Toelichting op de ontvangstenDiverse ontvangstenVanwege de verlenging van UMTS-vergunningen van KPN, Vodafone en T-mobile over de periode 31 december 2016 tot en met 31 december 2020 wordt het ontvangstenbudget naar boven bijgesteld. De ontvangsten betreffen de gehele periode en vinden vooraf plaats.High TrustBetreft raming van ontvangsten van boetes die toezichthouders van EZ opleggen en waar – in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid – een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.Budgettair belang fiscale maatregelenBedragen x € 1 mln 2016 2017 BTW-vrijstelling Post 38 38 Een toelichting op de fiscale instrumenten is opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota (Belastinguitgaven en Inkomstenbeperkende regelingen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 245 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen Algemene doelstellingMet het bedrijvenbeleid werkt EZ aan een uitmuntend ondernemings-klimaat dat bedrijven stimuleert om duurzaam en innovatief te kunnen ondernemen. Daarbij worden de volgende vier strategische doelen nagestreefd:1.stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsle-ven;2.bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering;3.ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private programma’s voor onderzoek, innovatie en menselijk kapitaal;4.waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten voor ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internati-onaal niveau.Het kabinet heeft met het Bedrijvenbeleid drie ambities:–Nederland in de top 5 van de meest concurrerende kenniseconomieën in de wereld (in 2020);–stijging van de Nederlandse R&D-inspanningen naar 2,5% van het BBP (in 2020);–Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) waarin publieke en private partijen participeren voor meer dan € 800 mln waarvan tenminste 40% private financiering betreft (in 2020).Over de jaarlijkse voortgang van het Bedrijvenbeleid en over de indica-toren en kengetallen op dit beleidsterrein wordt uitgebreid gerapporteerd in respectievelijk de «Rapportage Bedrijvenbeleid» en de «Monitor Bedrijvenbeleid 2015».3 De begroting geeft het overzicht van de budget-taire gevolgen van het bedrijvenbeleid.Ad 1) Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfs-levenHet vergroten van de maatschappelijke welvaart – door met innovatie duurzame economische groei aan te jagen – vormt de kern van het bedrijvenbeleid. Nederland zal het, in het geval van een krimpend arbeidsaanbod, de komende decennia vooral moeten hebben van productiviteitsgroei. Innovatie en ambitieus ondernemerschap zijn daar belangrijke sleutels voor. Succesvolle innovaties creëren daarbij niet alleen economische toegevoegde waarde, maar ook nieuwe producten, diensten en productieprocessen die een bijdrage leveren aan (deel)oplos-singen voor de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd, bijvoorbeeld op het gebied van medische technologie, watermanagement en duurzaam energie- en materiaalgebruik. Een belangrijk deel van de beleidsinspanningen richt zich daarom op het aanjagen en stimuleren van een innovatief en duurzaam bedrijfsleven.2) Bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financieringOndernemerschap is, in een dynamische economie als de Nederlandse, cruciaal voor ons concurrentie- en innovatievermogen. Nieuwe bedrijven zijn een belangrijke bron van economische groei, innovatie en producti-3http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z18122&did=2015D37027Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 246 viteit (creatieve destructie). Een goede toegang tot ondernemersfinan-ciering is van essentieel belang voor het kunnen realiseren van de plannen van ambitieuze ondernemers. Het bedrijvenbeleid borgt daarom de toegang tot financiering voor kansrijke en in de kern gezonde bedrijven. Daarnaast wordt in het bedrijvenbeleid ondernemerschap in Nederland ook bevorderd door ook andere facetten van het onderne-mingsklimaat goed en concurrerend te houden. Daarbij gaat het niet alleen om zaken als fiscale regelingen (onder andere zelfstandigenaftrek), toegang tot talent (onder andere techniekpact) en ondernemersvaardig-heden (onder andere NLGroeit) maar ook om eventuele onvolkomen-heden in het handelsverkeer (franchisecode; betaaltermijnen), om de impact van regelgeving en om de gevolgen van overheidsbeleid zelf (innovatiegericht inkopen).3) Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samen-werkingVoor innovatie en vernieuwend ondernemerschap is de ontwikkeling, kwaliteit en benutting van wetenschappelijke en toegepaste kennis één van de belangrijkste voedingsbronnen. Het maatschappelijk rendement en responsiviteit van publiek gefinancierde onderzoeksinstellingen kan worden vergroot door onderzoekssamenwerking met bedrijven en door het uitlokken van private kennisinvesteringen van bedrijven in dergelijke publiek-private onderzoekssamenwerking. Daarmee worden bovendien de beschikbare middelen voor onderzoek vergroot. Innovatie is geen lineair proces dat zich binnen één organisatie afspeelt, maar een complex interactie- en kennisuitwisselingsproces tussen verschillende actoren in een «open» innovatienetwerk of -cluster (van bedrijven, kennisleveran-ciers, maatschappelijke organisaties en/of consumenten). Niet alleen de ondernemer en zijn omgeving staat daarom centraal in het bedrijven-beleid, maar ook het stelsel van toegepast onderzoek en de interactie en publiek-private onderzoeksamenwerking tussen bedrijven, kennisinstel-lingen en overheden (nationaal, regionaal en Europees) in het relevante innovatienetwerk, zoals in de topsectoren. Daartoe faciliteert EZ met het bedrijvenbeleid ook een responsief stelsel van (toegepast) onderzoek.4) Responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveauOm ondernemers de ruimte te geven om succesvol te kunnen onder-nemen en hun positie zowel regionaal, nationaal als internationaal te versterken biedt EZ (veelal samen met andere departementen) verschil-lende publieke diensten aan. De geboden informatie en dienstverlening is veelzijdig: van informatie over wetgeving, belastingregels en maatschap-pelijk verantwoord ondernemen tot subsidies en directe (financiële) ondersteuning bij regionale en (inter)nationale activiteiten van onder-nemers uit binnen- en buitenland. Toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige publieke diensten verhogen de kwaliteit van het onderne-merschap en bespaart ondernemers kostbare tijd. Om de (hoge) kwaliteit van het Nederlandse vestigings- en ondernemingsklimaat op peil te houden werkt EZ nauw samen met haar internationale, Europese en regionale partners en andere vakdepartementen. EZ versterkt de digitalisering van contacten tussen overheid en bedrijfsleven met als doelstelling dat burgers en bedrijven hun zaken digitaal kunnen afhan-delen. Ook met merkbare vermindering van administratieve lasten en nalevingskosten, meer innovatie en duurzaamheid bevorderende wet- en regelgeving en met de inzet van meer ICT worden gunstige voorwaarden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 247 gecreëerd voor succesvol ondernemerschap, een ondersteunend ondernemingsklimaat en een aantrekkelijk investeringsklimaat.Rol en verantwoordelijkheidOnderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste rollen en verantwoordelijken die de Minister van Economische Zaken heeft in het Bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de vier hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.In dit begrotingsartikel ligt de nadruk zoals aangegeven op overheidsinter-venties met financiële gevolgen voor de begroting. Naast financiële interventies spelen in het Bedrijvenbeleid echter ook niet-financiële interventies een belangrijke rol bij het realiseren van de strategische doelen, bijvoorbeeld op het terrein van wet- en regelgeving, maar ook en vooral bij het organiseren van publiek-private samenwerking (bijvoor-beeld binnen de topsectoren, op regionaal niveau en door de inzet van «Green Deals»). Een volledig overzicht van deze interventies wordt geboden in de jaarlijkse voortgangsrapportage en in de Monitor Bedrij-venbeleid. Stimuleren Financieren Regisseren (Doen) uitvoeren Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven U Ondernemerschap bevorderen en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering U Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking U U U Responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau U U UStimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfslevenDe Minister stimuleert een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven door:–private investeringen in R&D te bevorderen via de WBSO;–de R&D-samenwerking in het midden- en kleinbedrijf te stimuleren via de regeling MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT);–in samenwerking met andere ministeries, bedrijven, wetenschap en maatschappelijke organisaties de transitie naar groene groei te versnellen, onder meer via het «Green Deal»- en «Ruimte in Regels» instrument en de interdepartementale programma’s «Groene Groei» en «Bio Based Economy» en het rijksbrede programma Circulaire Economie;–internationale samenwerking op het terrein van R&D te faciliteren, onder meer via Internationaal Innoveren en Eurostars;–cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO); voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de Minister systeemverantwoordelijkheid;–het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;–de inrichting van een adequaat stelsel van intellectueel eigendom;Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 248 –samen met OCW en met het Valorisatieprogramma twaalf consortia te ondersteunen bij het vormgeven van hun activiteiten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs en kennisvalorisatie;–samen met de partners van het «Techniekpact» te zorgen voor voldoende technisch personeel;–In samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijke middenveld, de vakbeweging, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere ministeries door middel van IMVO-convenanten in te zetten op het identificeren, voorkomen en verminderen van IMVO-risico’s in de waardeketens van het Nederlands bedrijfsleven.Bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)-financieringDe Minister stimuleert ondernemerschap door:–de toegang tot financiering te verbeteren door als overheid garant te staan voor in de kern gezonde bedrijven en verbeterde toegang tot (risico)kapitaal in cruciale fases in de levenscyclus van bedrijven;–het ondersteunen van de transitie op de kapitaalmarkt door ruimte en ondersteuning te bieden aan alternatieve vormen van financiering;–inzetten op investeringen in Nederland onder meer door het Neder-lands Investerings Agentschap (NIA) en via ondersteuning van het private initiatief van institutionele beleggers in de vorm van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII); een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen;–ambitieus ondernemerschap in Nederland aan te jagen door het met StartupDelta versterken van het «start up» en «scale up» ecosysteem;–de toegang tot vaardigheden te verbeteren door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen via publiek-private samenwerking (NL-Groeit);–eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken en/of gedragscodes (corporate governance, franchise, betaalme.nu).Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samen-werkingDe Minister van EZ en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek. De Minister financiert en regisseert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door:–de TO2-instituten (TNO, Wageningen Research, ECN, Deltares, Marin en NLR) te financieren.–gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZ specifiek STW subsidieert.Daarnaast heeft de Minister een stimulerende rol met:–de TKI-toeslag, voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s);–de financiële bijdrage aan het ruimtevaartbeleid, met name in Europees verband.Tot slot heeft de Minister een regisserende rol bij het tot stand komen van publiek-private samenwerking binnen het bedrijvenbeleid: de topsectoren-aanpak, zoals bij de invulling van de kennis- en innovatiecontracten en «Human Capital Agenda’s» van de topsectoren, bij de maatwerkaanpak op Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 249 het terrein van regelgeving, bij de «Green Deals» en bij de «Nationale Iconen».Waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten voor ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveauDe Minister stimuleert responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internati-onaal niveau door:–uitvoering van de wettelijke taken van de Kamer van Koophandel (Handelsregister en innovatiestimulering) en het inrichten van regionale Ondernemerspleinen ten behoeve van de informatievoorzie-ning, zowel fysiek als digitaal;–digitaal zakendoen met de overheid voor ondernemers mogelijk te maken;–toegang tot overheidsondersteuning (financieel en/of door middel van kennis via: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; Het aanstu-ren van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van ondernemers uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D en innovatie-ambities;–gerichte regie op het verbinden van het Bedrijvenbeleid met de relevante regionale netwerken en partners.Daarnaast heeft de Minister ook een uitvoerende rol bij het verlenen van Nederlandse octrooien volgens de in de Rijksoctrooiwet geformuleerde voorwaarden.Beleidswijzigingen–EZ verlengt de subsidierelatie met de Regionale Ontwikkelingsmaat-schappijen en stelt daarvoor per ROM jaarlijks € 1 mln beschikbaar als bijdrage voor de taken business development en acquisitie.–De huidige regeling TKI-toeslag wordt gewijzigd waardoor voor bepaalde grote en cross-sectorale samenwerkingsprojecten de mogelijkheid wordt geboden rechtstreeks bij RVO.nl projecttoeslag aan te vragen. Deze route biedt een uitkomst voor projecten die betrokken partijen tezamen reeds op eigen initiatief hebben gebouwd, alsook voor cross-sectorale projecten waarvan de regierol niet duidelijk bij één TKI ligt. De bestaande aanvraagprocedure via een TKI blijft open staan. Om deze nieuwe- en sector overstijgende mogelijkheid te onderstrepen wordt bij de publicatie van de regeling in 2017 de naam TKI-toeslag gewijzigd in PPS-toeslag onderzoek en innovatie.–Als uitkomst van de evaluatie van de BMKB wordt de kostendekkend-heid van de regeling vergroot. Daartoe wordt de premie vanaf 1 januari 2017 verhoogd van gemiddeld 3,6% naar gemiddeld 4,8%. Er zal gedifferentieerd worden tussen de premies voor enerzijds startende en gevestigde bedrijven (gemiddeld 4,65%) en anderzijds voor innovatieve bedrijven (gemiddeld 6,65%). Hierbij wordt de mogelijk-heid geboden de premiebetaling gedeeltelijk over de looptijd van het krediet te voldoen.–De internationaal opererende en snel groeiende maakindustrie in Brainport Eindhoven (onder andere ASML, Philips, NXP, VDL) is van bijzondere waarde voor het verdienvermogen van Nederland. De aanwezigheid van (internationale) kenniswerkers is een cruciale factor. Om daarvoor aantrekkelijk te blijven is een impuls in het voorzienin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 250 genniveau nodig. De fondsbeheerders hebben de Stuurgroep Herziening Financiële verhoudingen ingesteld om op basis van de Studiegroep Openbaar Bestuur en op verzoek van de Tweede Kamer voor de langere termijn te bezien wat de rol van economische groei in de verhoudingen van het Gemeentefonds kan zijn. Om ook een korte termijn oplossing aan te reiken scheldt het kabinet een eerdere lening van € 7 mln aan de Internationale School Eindhoven kwijt. Daarnaast wordt vanuit de begroting OCW vier keer € 0,4 mln beschikbaar gesteld als bijdrage aan de Dutch Design Week en vanuit de begroting EZ € 0,9 mln ter versterking van het regionale vestigingsklimaat. Dit met het uitgangspunt en de verwachting dat de provincie Brabant bereid is deze bijdragen te matchen.Tabel Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 1.570.416 3.124.659 2.357.764 2.356.597 2.326.156 2.338.858 2.363.562 Waarvan garantieverplichtingen 722.430 2.419.447 1.676.662 1.676.662 1.646.750 1.626.750 1.650.000 UITGAVEN 912.262 867.698 829.851 804.300 800.327 802.108 796.360 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 89% Garanties 91.429 66.780 65.780 65.780 65.990 65.990 65.990 BMKB 65.330 42.594 41.594 41.594 41.594 41.594 41.594 Groeifaciliteit 3.499 8.850 8.850 8.850 8.972 8.972 8.972 Begrotingsreserve Groeifaciliteit 12.000 Garantie Ondernemersfinanciering 10.600 11.745 11.745 11.745 11.745 11.745 11.745 Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinan-ciering 0 3.591 3.591 3.591 3.679 3.679 3.679 Garanties MKB Financiering Subsidies 140.335 107.794 113.606 94.241 89.060 86.193 87.895 Lucht- en Ruimtevaart 3.511 4.900 3.214 9 9 9 9 MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) 21.133 34.199 31.265 29.314 28.445 28.908 28.908 Eurostars 8.531 13.098 15.089 17.808 17.958 17.958 17.958 Bevorderen Ondernemerschap 10.675 8.724 6.942 7.100 7.600 8.904 9.115 Groene Groei en Biobased Economy 951 1.614 1.553 0 0 0 0 Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG 52.380 17.686 42.916 31.373 27.375 24.136 25.677 Bijdrage aan ROM’s 5.380 6.399 5.313 5.300 5.300 5.300 5.300 Overige subsidies 37.774 21.174 7.314 3.346 2.382 987 937 Opdrachten 31.457 30.508 35.881 31.600 32.453 33.089 25.649 Onderzoek en opdrachten 4.095 4.995 3.897 3.753 2.828 2.628 2.628 Caribisch Nederland 472 638 1.044 1.044 1.044 1.044 1.044 ICT beleid 18.040 14.548 20.056 15.680 17.682 18.345 18.345 Regeldruk 1.251 2.131 2.221 2.336 2.336 2.336 2.336 Mainport Rotterdam 7.244 7.461 7.612 7.754 7.913 8.071 631 Regiekosten regionale functie 355 735 1.051 1.051 650 665 665 Bijdragen aan agentschappen 90.620 96.966 88.925 82.069 79.279 78.321 78.321 Bijdrage RVO.nl 87.684 91.721 83.978 77.022 76.094 75.945 75.945 Bijdrage Agentschap Telecom 778 3.008 2.710 2.810 948 139 139 Bijdrage Logius 2.158 2.237 2.237 2.237 2.237 2.237 2.237 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s 231.034 272.410 235.662 242.477 242.476 242.470 242.470 Bijdrage aan TNO 121.747 137.954 131.361 125.444 125.444 125.444 125.444 Kamer van Koophandel 109.287 134.456 104.301 117.033 117.032 117.026 117.026 Bijdragen aan medeoverheden 5.247 5.914 3.914 1.611 0 0 0 Sterke Regio’s en Nota Ruimte 5.247 5.914 3.914 1.611 0 0 0 Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties 322.140 287.326 286.083 286.522 291.069 296.045 296.035 Internationaal Innoveren 17.019 23.724 33.771 39.799 39.799 39.799 39.799 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 251 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 TKI-toeslag 54.638 75.838 99.396 106.543 113.814 118.824 118.824 TO2 (excl. TNO) 44.589 33.626 31.745 30.830 30.830 30.830 30.830 Topsectoren overig 128.269 61.701 41.612 28.222 26.265 26.086 26.411 Ruimtevaart (ESA) 63.982 77.962 64.766 66.617 66.617 66.762 66.427 Bijdrage NBTC 8.810 8.554 8.554 8.554 8.554 8.554 8.554 Bijdragen organisaties 4.833 5.921 6.239 5.957 5.190 5.190 5.190 ONTVANGSTEN 117.096 112.652 114.332 111.047 112.909 110.819 111.615 BMKB 32.307 29.000 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Begrotingsreserve BMKB 12.387 5.000 0 0 0 Groeifaciliteit 2.964 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000 Garantie Ondernemersfinanciering (GO) 9.443 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 Begrotingsreserve GO 1.898 Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinan-ciering 15 4.000 4.000 4.000 4.000 4.000 4.000 Luchtvaartkredietregeling 4.980 5.777 8.447 9.046 9.906 6.116 5.912 Rijksoctrooiwet 39.456 37.512 37.681 32.599 32.212 31.912 31.912 Eurostars 112 3.572 4.238 4.821 5.094 5.094 5.094 Joint Strike Fighter 1.297 1.500 2.500 3.750 5.000 7.000 8.000 Diverse ontvangsten 12.237 5.291 3.466 2.831 2.697 2.697 2.697BudgetflexibiliteitGaranties: Het budget voor de verschillende garanties is voor 100% juridisch verplicht. Het budget is nodig om de verwachte schades te kunnen betalen op garanties die eerder zijn aangegaan.Subsidies: Van het beschikbare kasbudget is 75% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de uitfinanciering van tot en met 2016 aangegane verplichtingen voor Eurostars, MKB innovatiestimulering Topsectoren, de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, EFRO en Bevorderen Onderne-merschap. Daarnaast is 18% van het budget bestuurlijk gebonden. Dit betreft € 20 mln van het budget van de regeling MKB Innovatiestimu-lering (MIT) die in 2017 via het Provinciefonds aan de provincies wordt overgeheveld voor de decentrale uitvoering van de MIT.Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 78% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren aangegane verplich-tingen voor onder andere beleidsondersteunend onderzoek, SBIR, ICT-beleid en Project Mainport Rotterdam.Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2017 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Agentschap Telecom en Logius en is 100% juridisch verplicht.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s: Het budget betreft de uitfinanciering van de verplichting 2017 aan TNO en Kamer van Koophandel. Het budget is 100% juridisch verplichtBijdragen aan medeoverheden: Het budget voor 2017 is voor 100% juridisch verplicht ten behoeve van de uitfinanciering van lopende verplichtingen.Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Van dit bedrag is 81% juridisch verplicht. Dit betreft vooral de bijdragen aan de TO2-instituten, Stichting Technische Wetenschappen, de uitfinanciering van verschillende innovatieprogramma’s en oud FES-projecten, en een groot deel van het budget voor de TKI-toeslag en Ruimtevaart. Van het budget is 1% bestuurlijk gebonden. Dit betreft onder andere de bijdrage aan de World Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 252 Tourism Organization (UNWTO), het eengemaakt octrooigerecht, de World Intellectual Property Organization (WIPO) en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI).Toelichting op de instrumentenDe financiële beleidsinstrumenten van het Bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Bij de toelichting op de instrumenten worden de interventies daarom samenhangend per strategisch beleidsdoel beschreven. Voor elk van de strategische doelen wordt vervolgens, overeenkomstig de voorschriften, de indeling van de begrotingstabel naar aard van de financiële beleidsinterventie gehanteerd. Op die manier wordt zowel de inhoudelijke samenhang van verschillende instrumenten, alsook de aard van de financiële interventie zichtbaar gemaakt. Voor elk van de instrumenten worden kengetallen gepresen-teerd. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden in de Monitor bedrijvenbeleid 2015.4 Voor elk instrument is een verwijzing opgenomen naar de relevante website.Strategisch doel 1 Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfslevenTabel kengetallen behorend bij strategisch doel 1 Kengetallen 2011 2012 2013 2014 2015 Bron MIT RVO.nl Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT 7071 662 1.1992 Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT(x € 1 mln) 26 61 712 Eurostars RVO.nl Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars 723 44 49 20 69 waarvan bedrijven 61 37 37 13 50 waarvan hightech MKB (%) 82% 89% 81% 100% 96% Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln) 19,8 11,1 13 7 32 Horizon2020 RVO.nl/EC Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020 1.5444 449 7125 waarvan bedrijven 1.185 298 500 Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro) € 3.403 € 538 1.016 waarvan bedrijven (%) 21% 31% 28% Retourpercentage voor Nederland (%) 7,5% 8,1% 7,7% WBSO RVO.nl Aantal bedrijven dat gebruik maakt van WBSO 20.530 22.220 22.640 22.974 22.980 Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln) 3.571 3.854 3.917 3.997 3.868 1 Dit cijfer van de MIT wijkt af van het jaarverslag over 2013 omdat vanwege de vergelijkbaarheid van de cijfers tussen de jaren de toekenningen voor netwerkbijeenkomsten e.d. niet in de cijfers zijn opgenomen.2 De cijfers over 2015 voor de MIT zijn inclusief de cijfers van de regio’s, in tegenstelling tot voorgaande jaren. De cijfers wijken af van het jaarverslag 2015 omdat in het jaarverslag nog niet alle gegevens van de regio’s beschikbaar waren.3 De gegevens voor Eurostars vermeld onder 2011 betreft de som van de jaren 2009, 2010 en 20114 KP7 was de voorganger van Horizon2020. Dit programma liep van 2007 tot en met 2013. De cijfers in deze tabel voor 2013 betreffen het totaal over deze periode (zoals bekend in november 2015). Cijfers vanaf 2014 zijn cumulatief, met peilmoment februari (t+1).5 De hier vermelde cijfers voor Horizon 2020 wijken licht af van de resultaten die vermeld staan in het jaarverslag 2015. De reden hiervoor is dat een bepaalde categorie projecten ten onrechte is meegerekend.4http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z18122&did=2015D37027Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 253 SubsidiesMITDe regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren heeft ten doel het bevorderen van innovatie bij het MKB en het MKB beter in staat te stellen zich aan te sluiten bij de door de topsectoren opgestelde innovatie-agenda’s, onder andere door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het stimuleren van het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het MKB. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd.Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.Eurostars«Eurostars» is een internationaal programma dat gezamenlijk gefinan-cierd wordt door 34 deelnemende landen en de EU. De regeling is met name gericht op het «hightech»-MKB en ondersteunt bedrijven en kennisinstellingen die met buitenlandse partijen in Europa samenwerken in projecten die gericht zijn op marktgericht technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling.Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.Groene Groei en Biobased EconomyDe rijksbrede groene groeistrategie is gericht op versterking van het verdienvermogen waarbij tegelijkertijd de druk op het milieu wordt gereduceerd en de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen wordt verminderd. De middelen op de EZ-begroting worden ingezet voor het overkoepelende programma Groene Groei, voor specifieke domeinen als de biobased & circulaire economie en mobiliteit/elektrisch vervoer en instrumenten/pijlers als het programma Ruimte in Regels en de Green Deals.Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van de Green Deals en de Biobased Economy.Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREGInnovatiestimulering en de transitie naar een koolstofarme economie zijn de hoofddoelen van de programma’s die worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Daarbij is het MKB de belangrijkste doelgroep. Het rijk neemt de voor EFRO vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening, voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie.Bijdragen aan agentschappenBijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) – Octrooicentrum Nederland De bijdrage aan Octrooicentrum Nederland, onderdeel van RVO.nl, is bestemd voor de uitvoering van taken die bij, of op grond van, wetten of verdragen zijn opgedragen, zoals bijvoorbeeld de verlening en registratie van octrooien, de inning van taksen, de vertegenwoordiging van Nederland in Europese en mondiale organisaties, de uitvoering van andere wettelijke taken onder de Rijksoctrooiwet 1995, evenals de nakoming van Europese en internationale verplichtingen. Daarnaast geeft Octrooicentrum Nederland voorlichting en advies aan bedrijven, kennisinstellingen, overheden en uitvinders. Doel is het vinden van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 254 juiste balans tussen enerzijds kennisbescherming en anderzijds de verspreiding en benutting van kennis.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesInternationaal InnoverenIn het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Neder-landse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka clusters en het Joint Technology Initiatives ECSEL dat is gelieerd aan Horizon 2020.Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van de Joint Technology Initiatives en KP7 (de voorganger van Horizon2020) en van Eureka.Fiscale maatregelenWBSO De WBSO is de verzamelnaam voor de faciliteit afdrachtsvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen en de S&O-aftrek in de Wet inkomstenbelasting. De WBSO is gericht op het stimuleren van Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O) door het bedrijfsleven, door het verlagen van de aan S&O-gerelateerde kosten. De WBSO richt zich op de loonkosten van S&O-medewerkers en, door de integratie met de RDA, ook op de overige aan S&O-gerelateerde kosten en uitgaven.Informatie over de totale toegekende WBSO-bedragen per provincie vindt u op Volginnovatie.nlStrategisch doel 2 Bevorderen ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financieringTabel kengetallen behorend bij strategisch doel 2 Kengetallen 2011 2012 2013 2014 2015 Bron BMKB RVO.nl Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln 909 486 344 372 446 Totaal aantal verstrekte garanties 4.325 2.640 1.983 1.949 2.545 Groeifaciliteit RVO.nl Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln 12 13 8 32 19 Totaal aantal verstrekte garanties 17 21 16 20 14 Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) RVO.nl Verstrekte garanties GO, x € 1 mln 261 103 103 82 137 Totaal aantal verstrekte garanties 62 53 51 39 76 Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering RVO.nl Verstrekte garanties Scheepsnieuwbouw, x € 1 mln 44 0 3 Totaal aantal verstrekte garanties 6 0 1 Qredits Qredits Aantal verstrekte kredieten (Micro- en MKB-krediet) 1.000 1.133 1.020 1.187 1.500 SubsidiesBevorderen OndernemerschapDeze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, waaronder het «Actieplan MKB-financiering», «Innovatiegericht Inkopen», het Valorisatieprogramma, «Startup Delta», «NL Groeit» en het «Techniekpact».Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 255 MicrokredietIn de categorie subsidies vallen ook de uitgaven aan «Qredits» ten behoeve van micro-en MKB kredieten voor ondernemers met een haalbaar ondernemersplan die geen toegang hebben tot het reguliere financiële circuit. De afgelopen jaren is er in totaal een lening van € 45 mln verstrekt voor micro- en MKB-krediet. Voor 2017 en volgende jaren zijn er geen uitgaven geraamd op de begroting.Bijdrage aan ROM’s Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ondersteund: NOM (Noord), BOM (Brabant), LIOF (Limburg), Oost NV (Oost) en «Innovation Quarter» (IQ, Zuidvleugel). Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) MKB en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.Garanties Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De kredietverstrekker kan, mocht dat nodig zijn, voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Het gebruik van de regeling hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven en is daarmee sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de conjunctuur. De raming betreft de verwachte schades die kredietverstrekkers declareren bij EZ als kredieten niet terug kunnen worden betaald. Tegenover de schades staan premies en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. In de budgettaire tabel is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke schadebetalingen en stortingen in de begrotingsreserve BMKB.Groeifaciliteit De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen – zoals eigen vermogen van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de start-, groei- en expansiefase van een bedrijf. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatie-maatschappijen vallen tot maximaal € 25 mln onder de garantieregeling. Een bank kan een garantiefinanciering verstrekken tot maximaal € 5 mln in de vorm van achtergestelde leningen. De garantie van de overheid bedraagt 50%. De regeling is kostendekkend. In de Voorjaarsnota 2016 is het budget van de Groeifaciliteit met € 150 mln verhoogd verspreid over de jaren 2016–2019, omdat het Achtergestelde-leningen-fonds van het NLII, gebruik maakt van de Groeifaciliteit. Deze garantieruimte was beschikbaar binnen de middelen van het Aanvullend Actieplan MKB-financiering.Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) De GO-regeling geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kern gezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 400 mln aan garanties worden verleend; het gebruik is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten. De GO-regeling is kostendekkend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 256 Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering In navolging van andere EU-landen is een garantieregeling geïntrodu-ceerd die het bankkrediet aan de scheepsbouwer garandeert gedurende de periode van de bouw van het schip. Met de GSF kunnen banken 80% Staatsgarantie krijgen. Het jaarlijkse garantieplafond bedraagt € 377 mln. Met stakeholders (onder andere maritieme sector en betrokken banken) is in de afgelopen periode onderzocht wat de oorzaken van het geringe gebruik zijn. Op basis daarvan is de regeling aangepast.Fiscale maatregelenTer stimulering van (zelfstandig) ondernemerschap wordt een aantal fiscale maatregelen ingezet via het stelsel van inkomsten- en omzetbe-lasting.Bedragen x € 1 mln 2016 2017 Aftrek speur- en ontwikkelingswerk 8 8 Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO 1.143 1.205 Zelfstandigenaftrek 1.512 1.552 Extra zelfstandigenaftrek starters 76 77 Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 1 2 FOR, niet omgezet in lijfrente 51 51 Meewerkaftrek 7 7 Stakingsaftrek 15 14 Doorschuiving stakingswinst 250 262 Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet 402 402 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 424 441 Willekeurige afschrijving starters 8 8 Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal 2 1 Verlaagd BTW-tarief Logiesverstrekking (incl. kamperen) 701 744 Verlaagd BTW-tarief Voedingsmiddelen horeca 1.793 1.820 BTW Kleine ondernemersregeling 149 158 Verlaagd accijnstarief kleine brouwerijen 2 2 Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer 16 17 Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups 0 29 Een toelichting op de fiscale instrumenten is opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota (Belastinguitgaven en Inkomstenbeperkende regelingen).http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/Strategisch doel 3 Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerkingTabel kengetallen behorend bij strategisch doel 3 Kengetallen 2011 2012 2013 2014 2015 Bron TKI’s RVO.nl/ TKI’s Omvang middelen PPS-programma’s TKI (x € 1 mln) 571 814 938 waarvan private middelen (%) 35% 44% 45% TO21 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 257 Kengetallen 2011 2012 2013 2014 2015 Bron Klanttevredenheid Deltares 7,9 8,0 8,7 Deltares Klanttevredenheid Marin 8,6 8,8 8,8 Marin Klanttevredenheid NLR 8,7 8,5 8,8 NLR Klanttevredenheid TNO 7,2 8,2 8,4 TNO Kennisbenutting Deltares 96% Deltares Kennisbenutting Marin 97% Marin Kennisbenutting NLR 99% NLR Kennisbenutting TNO 98% TNO Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA2 488 499 552 121 ESA Ruimtevaart geo-return/retour (%)3 1,09 1,07 1,10 1,14 1,02 ESA1 In 2015 zijn alle TO2 instituten overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabellen geven de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor het onderzoek dat de TO2 in opdracht uitvoeren (het betreft dus zowel PPS onderzoek, als onderzoek in opdracht van private klanten als onderzoek in opdracht van de publieke sector, tenzij anders vermeld). De cijfers over 2015 zijn dus niet zonder meer te vergelijken met de jaren voor 2015. Kennisbenutting en klanttevre-denheid ECN en Wageningen Research zijn opgenomen in de EZ begrotingsartikelen 14, respectievelijk 16. De eerste meting bij Wageningen Research vindt plaats begin 2017 en heeft betrekking op 2016.2 In het hier weergegeven getal zijn alle contracten van Nederlandse bedrijven met ESA opgenomen, ook de contracten die niet direct aan ruimte-vaartprogramma’s zijn gekoppeld, maar gerelateerd zijn aan de vestiging van ESTEC in Nederland. Verschillende divisies van een bedrijf worden als afzonderlijke contractanten meegeteld. ESA heeft geen contractenlijst tot en met 2013 opgeleverd, waardoor het realisatiecijfer 2013 ontbreekt. In 2015 is ESA gestart met een nieuwe, opgeschoonde database waardoor de waarde in 2015 substantieel lager uitvalt. Bedrijven waarmee al enige tijd geen contracten zijn afgesloten zullen niet in het nieuwe databestand worden opgenomen. Vanaf 2015 betreft het een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.3 De prestatie-indicator «ruimtevaart geo-return/retour (%)» betreft research- en leveringsopdrachten van ESA aan de Nederlandse industrie en kennisinstellingen. Deze opdrachten komen voort uit de Nederlandse contributies aan diverse Ruimtevaart-programma’s van ESA. Daarbij wordt door ESA een retour van 0,9 (90%) van de bijdragen van lidstaten aan deze programma’s gegarandeerd. Een hogere retour dan 1 betekent dat Nederlandse bedrijven extra succesvol zijn bij het werven van ESA-orders, maar ook dat Nederland uit eigen middelen mogelijk moet compenseren aan lidstaten met een lagere retour dan 1.OpdrachtenOnderzoek en opdrachtenDe middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effect-meting en feitelijke onderbouwing van beleid («evidence based policy making») en beleidsexperimenten en proefprojecten.ICT-beleid: SURFDe Nederlandse ICT-infrastructuur is van hoog niveau. Om een bijdrage te leveren aan de ICT-onderzoekinfrastructuur dragen EZ en OCW samen € 12 mln bij voor de periode van 2017 tot en met 2019.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sBijdrage aan TNOTNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek) werkt samen met ECN, Marin, Deltares, Wageningen Research en NLR in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZ investeert samen met enkele andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM, en energie. Daarnaast ontwikkelt het kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschappelijke veiligheid en arbeid & gezondheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 258 Bijdragen aan medeoverhedenSterke Regio’s en Nota RuimteZoals onder «Beleidswijzigingen» aangegeven, levert het kabinet een bijdrage aan de impuls in het voorzieningenniveau van Brainport Eindhoven. Dit gebeurt onder meer door vanuit het instrument Sterke Regio’s en Nota Ruimte € 0,9 mln beschikbaar te stellen ter versterking van het regionale vestigingsklimaat.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesTKI-toeslag In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel is om meer privaat-publieke samenwerkings-programma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de topsectoren (inclusief maatschappelijke uitdagingen) te genereren. De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend. Via de TKI-toeslagregeling kunnen PPS-projecten voor elke privaat ingelegde euro 25% toeslag verdienen die aan de TKI’s wordt overgemaakt ter bestemming voor onderzoek dat past binnen de onderzoekagenda’s van de topsectoren.Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.TO2 (toegepaste onderzoeksorganisaties)De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek in het kader van de topsectoren, maatschappelijke thema’s en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Naast TNO (zie «Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s»), omvat TO2 de volgende instituten:–Deltares (Delta Research): instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector water bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2017 circa € 9,4 mln.–MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): instituut op het gebied van hydromechanisch en nautisch onderzoek. De bijdrage aan Marin bedraagt in 2017 circa € 3,3 mln.–NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium): instituut op het gebied van militaire en civiele luchtvaart ten behoeve van de ministe-ries van Defensie en Infrastructuur en Milieu en de topsectoren HTSM en water. De bijdrage aan NLR bedraagt in 2017 circa € 19,1 mln.–ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) en Wageningen Research: deze instituten worden toegelicht in respectievelijk artikel 4 en 6.Topsectoren overig (met name STW)De Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW, onderdeel van NWO) financiert technisch wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en instituten. Met de bijdrage van EZ worden de Perspec-tiefprogramma’s gefinancierd, die worden ingezet voor innovatiecon-tracten van topsectoren. Voor de bijdrage aan STW is structureel circa € 23 mln per jaar beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 259 Deze post bevat daarnaast de middelen die gereserveerd zijn voor de afbouw van een aantal oud FES-projecten, voormalige Innovatiepro-gramma’s (waaronder Point One) en enkele kleine posten met betrekking tot het huidige topsectorenbeleid.Ruimtevaart (ESA)De bijdrage aan Ruimtevaart bestaat uit verplichte programma’s (contri-butie) van het European Space Agency (ESA) en uit gerichte inschrijving op optionele programma’s van ESA. De ingeschreven middelen vloeien via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma’s grotendeels terug naar Nederland («Geo Return»-systeem). Daarnaast kent het Ruimtevaartbeleid een (beperkt) nationaal flankerend beleid, waarin onder andere wetenschappelijke instrumenten ontwikkeld worden en de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee de benutting van satellietdata gestimu-leerd. Uitvoering van het beleid is neergelegd bij het Netherlands Space Office (NSO). Om de ambities van Nederland op het gebied van ruimte-vaart financieel op peil te houden is vanaf 2018 € 13 mln aan de EZ-begroting toegevoegd.Strategisch doel 4 Waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveauTabel kengetallen behorend bij strategisch doel 4 Kengetallen 2012 2013 2014 2015 Bron Innovatie Attaché Netwerk IAN/RVO.nl Geformaliseerde samenwerkingsverbanden 55 67 115 78 Klanttevredenheid 8,9 8,6 8,8 8,61 Netherlands Foreign Investment Agency NFIA/RVO.nl Projecten 170 193 187 207 Investeringsomvang (€ mln) 931 1.658 3.185 1.765 Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)2 5.166 8.435 6.304 7.779 KvK/Ondernemerspleinen KvK Waardering Kamer van Koophandel 7,1 7,1 Bereik Kamer van Koophandel 51% 52% Waardering Ondernemersplein.nl 6,8 6,8 Regeldruk Netto verlaging regeldruk (cumulatief, € mln)3 527 1.153 1.808 EZ1 Vanaf 2015 is een nieuwe methodiek gehanteerd, waardoor het cijfer niet zonder meer vergelijkbaar is met voorgaande jaren.2 Zowel nieuwe werkgelegenheid als behoud van werkgelegenheid.3 Dit betreft de realisatie van de kabinetsdoelstelling € 2,5 mld regeldrukvermindering.Bijdragen aan agentschappenBijdrage aan RVO.nl – Innovatie-attachésDe Innovatie Attachés, onderdeel van RVO.nl, werken in veertien landen vanuit ambassades en consulaten en leveren kennis en informatie over ontwikkelingen en trends op het terrein van innovatie in het buitenland en creëren verbindingen tussen Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen en bevorderen de internationale innovatiesamenwerking. Zij zorgen daarmee dat er meer buitenlandse R&D naar Nederland komt.Bijdrage aan RVO.nl – Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)De bijdrage aan de NFIA is gereserveerd voor ondersteuning van buitenlandse bedrijven die zich willen vestigen of die willen uitbreiden in Nederland of Nederland als een strategische uitvalsbasis voor Europa Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 260 zien. De dienstverlening bestaat uit advies, informatievoorziening en praktische assistentie en discrete toegang tot een breed netwerk van zakelijke partners en overheden.Bijdrage aan RVO.nl – uitvoering instrumentariumDeze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Horizon2020, TKI-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering, Garantieregeling Scheepsnieuw-bouwfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten en terugontvangen van kredieten.Bijdrage aan Agentschap Telecom Met deze bijdrage wordt de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen van de Wet ruimtevaartactiviteiten verzorgd door Agent-schap Telecom. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen voor een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevoor-werpen, deelname aan internationale gremia, adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.Verder voert Agentschap Telecom het toezicht uit op vertrouwensdiensten die onder de Europese eIDAS-Verordening vallen en is wetgeving in voorbereiding waarin Agentschap Telecom wordt aangewezen als toezichthouder op de veiligheid en betrouwbaarheid van het stelsel van elektronische toegangsdiensten (ETD-stelsel).Bijdrage aan Logius De bijdrage aan Logius betreft het EZ-aandeel voor het programma (Bureau) Forum Standaardisatie.OpdrachtenICT-beleid: digitale overheid voor bedrijvenHet doel is dat ondernemers en burgers in 2017 hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen door het realiseren van een snelle en betrouwbare en veilige dienstverlening. De middelen zijn gereserveerd ter bekostiging van de ondernemersvoorzieningen die hiervoor nodig zijn: een informatieportaal (ondernemersplein.nl), een inlogvoorziening (eHerkenning/eID), een voorziening om digitaal zaken te doen met de overheid (Mijn overheid voor Ondernemers), een Berichtenbox en standaarden voor informatie-uitwisseling (zoals Standard Business Reporting en e-factureren) als onderdeel van de Generieke Digitale Infrastructuur.RegeldrukMet het kabinetsbrede programma «Goed Geregeld: een verantwoorde vermindering van de regeldruk 2012–2017» zet het kabinet in op de vermindering van regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals met € 2,5 mrd. Om met toekomstvaste en ondernemersvriendelijke regels het ondernemen en innoveren voor bedrijven makkelijker te maken.http://www.actal.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 261 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sKamer van Koophandel De Kamer van Koophandel voert vijf wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: houden van het handelsregister, inrichten en beheren van Ondernemerspleinen (zowel digitaal als fysiek), geven van inlichtingen en voorlichting aan ondernemers (onder meer) via online informatie, stimuleren van innovatie via advies en voorlichting en regio-specifieke activiteiten, bijvoorbeeld door middel van regionale onderzoeken, overleggen en samenwerkingsvormen. Hiervoor krijgt de Kamer van Koophandel een rijksbijdrage; daarnaast genereert de Kamer van Koophandel eigen inkomsten uit verkoop van eigen producten en diensten. De reeks in de budgettaire tabel is inclusief de inputfinanciering Handelsregister. Het bedrag voor 2017 wijkt af van de meerjarige reeks omdat eind 2016 reeds een voorschot wordt verstrekt voor de eerste periode 2017.Bijdragen aan (internationale) organisatiesBijdrage NBTC EZ stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor de internationale «branding» en «marketing» van Nederland en interna-tionale congreswerving. Het budget wordt ingezet op de belangrijkste toeristische herkomstmarkten en doelgroepen.Overige bijdragen aan organisaties (met name MVO Nederland)De bijdrage (€ 0,45 mln in 2017) is gereserveerd voor de stichting Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, die partijen (bedrijven, overheden, kennisinstellingen, ngo’s en vakbonden) informeert en stimuleert om bij te dragen aan een duurzame en eerlijke wereld. Daarnaast wordt een bijdrage verstrekt aan Ondernemersklankbord (circa € 0,4 mln), de Fraudehelpdesk (Stichting Safecin, € 0,25 mln) en de Koning Willem I Stichting (circa € 0,15 mln).Toelichting op de ontvangstenDe ontvangsten BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering en Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.Voor de BMKB en de Garantie Ondernemingsfinanciering zijn ook de onttrekkingen aan de begrotingsreserves weergegeven, waarmee de verschillen tussen uitgaven en premie-inkomsten worden verevend.De ontvangsten in het kader van de Luchtvaartkredietregeling betreffen terugbetalingen (kredietsom en rente) van kredieten, verleend in de periode 1998 tot en met 2003 en 2008 tot en met 2011 voor vliegtuigtech-nologieprojecten.De ontvangsten Rijksoctrooiwet betreffen de ontvangsten van OCNL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet. Daarin zijn begrepen de instandhoudingstaksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 262 De ontvangst Eurostars betreft de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage betreft 23% van de nationale bijdrage.De ontvangsten JSF hebben betrekking op de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de gesloten medefinan-cieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwik-keling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZ.Toelichting op de begrotingsreservesEr zijn begrotingsreserves voor de BMKB, de regeling Garantie Onderne-mingsfinanciering (GO), de Groeifaciliteit (GF), de Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering (GSF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering. De GO, GF, GSF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premie-ontvangsten toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. De begrotingsreserves zijn ervoor bedoeld inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen.In onderstaande tabel zijn de saldi van de begrotingsreserves per 31 december 2015 weergegeven.Stand begrotingsreserves per 31 december 2015 (x € 1.000) Waarvan juridisch verplicht Begrotingsreserve Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) 54.168 100% Begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinan-ciering (GO) 53.111 100% Begrotingsreserve Garantiefaciliteit Scheepsnieuw-bouwfinanciering 10.044 100% Begrotingsreserve Groeifaciliteit 17.000 100% Begrotingsreserve Garantie MKB-faciliteiten 9.000 100% Budgetflexibiliteit begrotingsreservesBMKBBij de BMKB is sprake van een niet geheel kostendekkende regeling. In de periode 2009–2015 is voor circa € 384 mln aan schades – veroorzaakt door het hoge aantal faillissementen als gevolg van de economische crisis – uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Om in de toekomst bestand te zijn tegen een crisis met een dergelijke omvang, dient in tijden van hoogcon-junctuur «gespaard» te worden. De begrotingsreserve kan als gevolg daarvan toenemen tot een forse omvang. Op het moment dat een economische crisis aan de orde is en de verliesdeclaraties toenemen, is de reserve noodzakelijk om de tekorten aan te vullen. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2015 circa € 1,8 mld waarmee de volledige reserve juridisch verplicht is. Ervaring wijst echter uit dat slechts een beperkt deel van de garanties tot schadedeclaraties leidt. Voor een crisis, zoals hiervoor genoemd, dient echter een adequate buffer voorhanden te zijn. Daarnaast wordt met ingang van 2017 aan banken de mogelijkheid geboden de garantiepremie gedeeltelijk te spreiden over de looptijd van de garantie in plaats van de situatie dat de volledige premie ineens vooraf moet worden betaald. Indien de banken dit gaan toepassen en de premieontvangsten voor de staat over meerdere jaren gespreid worden, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 263 zullen de ontvangsten van de staat voor enkele jaren terugvallen naar een lager niveau. Hierdoor zal de komende jaren een beroep op de reserve mogelijk noodzakelijk zijn om de tijdelijke terugval in ontvangsten te compenseren.Met het Ministerie van Financiën is vooralsnog afgesproken dat de reserve maximaal € 75 mln mag bedragen. De omvang en benutting van de begrotingsreserve zal in 2017 in samenspraak met het Ministerie van Financiën worden geëvalueerd.Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), Groeifaciliteit (GF) en de Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering (GSF)Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering, de Groeifaciliteit en de Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering is sprake van kostendek-kende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve er toe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Bij de GO kan dit zelfs gaan om garanties met een maximum van € 75 mln. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accommoderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2015 € 665 mln (GO), € 108 mln (GF) en € 42 mln (GSF) waardoor de volledige reserves voor deze regelingen juridisch verplicht zijn. De omvang en benutting van de reserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen.MKB-faciliteitenDe begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. In 2016 zullen garanties worden verstrekt voor de alternatieve financiers voor het MKB. Naar verwachting zal hierdoor ultimo 2016 het uitstaand obligo van deze garanties de omvang van de begrotingsreserve overstijgen, waardoor de volledige reserve juridisch verplicht is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 264 3 Toekomstfonds Algemene DoelstellingVersterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor innovatief en snelgroeiend MKB en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van Economische Zaken is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoor-waarden voor een excellent ondernemingsklimaat.De Minister van EZ en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister een financierende en faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting:Financieren/faciliteren•Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie.•Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven.•Het mede-financieren van Europese en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.BeleidswijzigingenToekomstfondsHet Toekomstfonds heeft een startkapitaal van € 200 mln en wordt gevoed door mogelijke meevallers in de gasbaten ten opzichte van de ijklijn Miljoenennota 2015. Deze middelen worden met behoud van vermogen ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ook de begrotingsmiddelen voor het Innovatiefonds MKB+ en de participatie van het Rijk in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn in het Toekomstfonds ondergebracht.Voor behoud van vermogen wordt vanaf 2018 een buffer opgebouwd van in totaal € 50 mln voor de niet renderende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek. De opbouw van deze buffer start in 2018 met € 5 mln per jaar (zie TK, 34 000 XIII, nr. 150).Het Toekomstfonds heeft een revolverend karakter, waarbij de middelen die verstrekt worden in beginsel terug moeten vloeien naar het fonds. In 2017 zal worden onderzocht of de voedingssystematiek en gover-nancestructuur van het Toekomstfonds goed functioneren. In 2020 volgt een evaluatie van de werking van het gehele fonds.Om kleine private investeerders te stimuleren in startups en het MKB te investeren komt er per ingang van 2017 een co-investeringsregeling. Deze maatregel voor investeerders zal complementair zijn aan de bestaande instrumenten van de overheid. Hiervoor is met ingang van 2017 € 23 mln per jaar aan het Toekomstfonds toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 265 Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 194.439 306.104 94.489 102.718 96.705 104.206 112.406 UITGAVEN 78.451 250.826 145.118 178.867 157.667 164.896 173.355 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 69% Leningen 72.401 244.048 138.530 172.279 151.406 158.635 167.094 I Startups/MKB-FINANCIERING Volledig revolverend Dutch Venture Initiative/Fund of Funds 3.000 36.700 32.600 25.392 23.851 32.933 42.992 Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen 45.166 Gedeeltelijk revolverend Innovatiekrediet 45.178 59.653 51.358 46.052 38.297 48.643 47.543 Risicokapitaal (seed capital) 14.856 35.744 20.263 28.124 26.343 27.144 28.044 Vroege fasefinanciering 9.367 13.161 11.309 22.211 16.415 16.415 16.015 Start ups/MKB 23.000 23.000 23.000 23.000 23.000 II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEKMet vermogensbehoud Fundamenteel en toegepast onderzoek 53.624 27.500 23.500 10.500 9.500 III Staatsobligaties Toekomstfonds Subsidies IV Reëel rendement voor onderzoek Bijdragen aan agentschappen 6.050 6.778 6.588 6.588 6.261 6.261 6.261 Bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 6.050 6.778 6.588 6.588 6.261 6.261 6.261 ONTVANGSTEN 49.428 129.254 36.388 40.588 42.588 47.600 56.600 MKB-FINANCIERING BESTAAND INSTRUMEN-TARIUM Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen 10.000 97.166 3.000 Fund of Funds (DVI I/Business Angels) 100 800 2.800 7.800 17.000 Innovatiekredieten 24.920 25.388 25.288 30.688 31.188 30.400 29.300 Seed 14.508 6.700 8.000 9.100 8.600 9.400 10.300 MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN Ontvangsten DVI II Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek Renteontvangsten Toekomstfonds BudgetflexibiliteitLeningen: Het budget in 2017 is voor 68% juridisch verplicht. Dit betreft een groot deel van het budget voor Innovatiekredieten, de Seedregeling, Vroege fase financiering en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek. Het budget voor DVI/Fund of funds is volledig juridisch verplicht. Het budget voor Startups/MKB van € 23 mln is nog niet juridisch verplicht.Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2017 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en is 100% juridisch verplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 266 Toelichting op de financiële instrumentenLeningenBinnen de structuur van het in 2014 gevormde Toekomstfonds (TK, 34 000 XIII, nr. 5), bestaat het Innovatiefonds MKB+ uit volledig revolverende instrumenten (het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Regionale Ontwik-kelingsmaatschappijen) en gedeeltelijk revolverende instrumenten (Innovatiekrediet, de Seed capital-regeling (risicokapitaal), en de regeling Vroegefasefinanciering).MKB-financiering: volledig revolverend•Het Dutch Venture Initiative stelt risico-kapitaal beschikbaar voor doorgroei van het innovatieve MKB. Het DVI-1 wordt samen met het Europees Investeringsfonds (EIF) en het participatiefonds PPM Oost uitgevoerd. Naast de € 130 mln bijdrage vanuit het Rijk dragen het EIF € 67,5 mln en de BOM € 5 mln bij, waarmee in totaal een investerings-fonds van € 202,5 mln actief is. Hiermee wordt geïnvesteerd in private investeringsfondsen die zich richten op innovatief en snel groeiend MKB. Samen met private investeerders in deze fondsen komt in totaal € 1,2 mld aan risicokapitaal beschikbaar voor het innovatieve MKB. Naast deze middelen is met het Aanvullend Actieplan MKB-financiering nog eens € 100 mln extra beschikbaar gesteld in 2014 voor het DVI-2 dat eenzelfde doelstelling en structuur heeft als DVI-1. De inzet van het kabinet is geslaagd, om evenals bij de eerste investering in DVI, het Europees Investeringsfonds/EIF weer mee te laten investeren. De bijdrage vanuit het EIF is zelfs hoger en bedraagt nu € 100 mln.•Naast het DVI worden de eventuele participaties in de ROM’s onder de revolverende investeringen verantwoord.MKB-financiering: gedeeltelijk revolverend•Het innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name innovatieve het MKB en start-ups en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voor-waarde van 50–75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln.•De Seed capital-regeling (risicokapitaal) ondersteunt starters in high tech en creatieve sectoren bij het verwerven van risicokapitaal.•De regeling Vroege Fase Financiering is onderdeel van het Innovatie-fonds MKB+. Het biedt financiering – in de vorm van een geldlening – voor academische starters, voor innovatieve starters en kleine bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbou-wing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt ook de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en de Stichting Technische Wetenschappen (STW) uitgevoerd.Bovengenoemde instrumenten versterken en stimuleren private vermo-gensverschaffers om innovatieprojecten van bedrijven te financieren en voorzien in de behoefte van bedrijven voor een betere toegang tot risicokapitaal voor innovatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 267 Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Bron Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt 33 2015 >30 RVO.nl Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatie-krediet (x € 1 mln) 119 2015 >120 RVO.nl Aantal participaties via SEED en Fund of Funds 44 2015 45 RVO.nl/EIF Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED en Dutch Venture Initiative/Fund of Funds (x € 1 mln) 551 2015 390 RVO.nl/EIF Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt 39 2015 >35 RVO.nl/STWEZ hanteert voor de innovatiekredieten een indicator die aangeeft hoeveel private R&D-uitgaven worden ondersteund met het innovatiekrediet. De streefwaarde voor 2017 (> € 120 mln) is vastgesteld op basis van het beschikbare verplichtingenbedrag voor innovatiekredieten in 2017 (circa € 60 mln) en het feit dat EZ maximaal 50% van de subsidiabele innovatie-projectkosten financiert. De verwachting is dat hiermee in 2017 ongeveer 30 à 40 bedrijven kunnen starten met hun innovatieprojecten.Voor het stimuleren van de risicokapitaalmarkt via de SEED-capitalregeling en het DVI is een relevante indicator hoeveel participaties de overheid genomen heeft via private risicokapitaalfondsen. Daarnaast wordt een indicator gehanteerd die aangeeft hoeveel risicoka-pitaal in totaal (private en overheidsbijdrage) beschikbaar komt voor innovatieve ondernemingen. De streefwaarde voor 2017 is minimaal € 390 mln.De streefwaarde voor het aantal ondernemers dat Vroegefasefinanciering gebruikt, is gebaseerd op het beschikbaar budget en een maximale leningsomvang van de ondernemer. Naar verwachting kan aan circa 36 ondernemers Vroegefasefinanciering verstrekt worden.Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)Vanuit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds wordt geïnvesteerd in nieuwe onderzoeksfaciliteiten en upgrading van bestaande faciliteiten. Uit het werk van de permanente commissie grootschalige wetenschappelijke infrastructuur blijkt de grote behoefte aan infrastructuur zowel bij universiteiten, bij TO2-instellingen als bij rijkskennisinstellingen. Bij de eerste call van het Toekomstfondskrediet OnderzoeksFaciliteiten (TOF) hebben de TO2-instellingen de meeste voorstellen ingediend. Dat heeft vermoedelijk te maken met de eis van revolverendheid, waardoor de infrastructuur voor onderzoek relatief dicht bij de markt wordt gebruikt, en met de beschikbaarheid van financieringsarrangementen van NWO voor de wetenschappelijke faciliteiten (NWO groot, nationale Roadmap). De investeringen uit het Toekomstfonds versterken het innovatievermogen van Nederland en ondersteunen de ambities om met het onderzoek bij de internationale top te blijven horen. Daarnaast wordt vanuit het onder-zoeksdeel geïnvesteerd in specifieke thema’s.Van de € 100 mln startkapitaal is in 2015 € 80 mln in gelijke delen beschikbaar gesteld op onderzoeksfaciliteiten respectievelijk op de thema’s Smart Industry, Proof of Concept en Thematische Technology Transfer. De resterende € 20 mln voor onderzoek wordt ingezet voor een 2e tender van de regeling Toekomstfondskrediet voor Onderzoeksfacili-teiten (TOF).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 268 Indicator Referentie-waarde Peildatum Streef-waarde Planning Bron Verstrekte leningen onderzoeksinfrastructuur – – 60 mln 2017 RVO.nl Uitgelokte investeringen in onderzoeksinfra-structuur – – > 60 mln 2017 RVO.nlVanuit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds wordt geïnvesteerd in onderzoeksinfrastructuur waarbij de mate waarin leningen passend binnen de criteria verstrekt kunnen worden een indicatie is van de bijdrage van de regeling aan het op peil houden van de publieke kennisinfrastructuur. Het streven is dat dit minimaal een gelijk volume aan uitgelokte investeringen met zich meebrengt.Na verdere uitwerking van de andere onderdelen van het onderzoeksdeel Toekomstfonds worden hiervoor aanvullende indicatoren opgenomen.Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (zonder vermogensbehoud)De reële rendementen uit het Toekomstfonds worden ingezet voor fundamenteel en toegepast onderzoek (waaronder ook Europese co-financiering) zonder de voorwaarde van vermogensbehoud. Vooralsnog worden dergelijke rendementen niet geraamd, zodat er voor deze uitgavencategorie geen raming is opgenomen.Toelichting op de ontvangstenDe ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZ-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente) in het kader van het Innovatiekrediet. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Seed capital regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelings-maatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden of in voorkomende gevallen de opbrengst van aandelenver-kopen. Voor 2016 is een ontvangst geraamd van € 97,2 mln. Dit betreft onder andere € 32 mln als gevolg van de verkoop van een deel van het aandelenpakket LIOF aan de provincie Limburg. Deze middelen blijven binnen het Toekomstfonds beschikbaar. Daarnaast wordt een deel van het aandelenpakket NOM verkocht aan de noordelijke provincies (€ 42 mln). Deze middelen komen ten gunste van het generale beeld. Ook wordt naar verwachting € 20 mln dividend van de NOM ontvangen. Deze middelen worden ingezet voor het verduurzamen van woningen in Groningen.RevolverendheidDe instrumenten voor MKB-financiering hebben een revolverend karakter, waarbij naar verwachting gemiddeld 60–80% van de investeringen wordt terugbetaald. Met betrekking tot de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek kan pas op termijn inzicht worden verkregen in de mate waarin deze investeringen inkomsten genereren voor het Toekomst-fonds.Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien zo terug in het Toekomst-fonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 269 ondernemingen. De overheid deelt echter mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.Procedure staatsobligatiesHet Toekomstfonds wordt gevoed met mogelijke meevallers in de gasbaten vanaf 2014. Er is sprake van meevallers wanneer de gereali-seerde gasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de gasbaten zoals die geraamd zijn in de onderstaande tabel5. De motie Pechtold c.s. (TK, 27 406, nr. 210) vraagt om het inzetten van de gasbaten met vermogens-behoud. De meevallers in de gasbaten worden, als ze zich voordoen, belegd in Nederlandse staatsobligaties. Voor een nadere beschrijving van de procedure voor het beleggen in staatsobligaties wordt verwezen naar de Nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2015 (TK, 34 000 XIII, nr. 11).Toelichting ijklijn gasbatenHet Toekomstfonds wordt mede gevoed met eventuele meevallers uit de aardgasbaten. Er is sprake van meevallers wanneer de gerealiseerde aardgasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de aardgasbaten zoals die voor dat betreffende jaar geraamd zijn in de Miljoenennota 2015. Deze raming wordt herijkt als er beleidsmatige aanpassingen van de gaspro-ductie plaatsvinden (TK, 34 000 XIII, nr. 5).In het jaar 2015 en bij Voorjaarsnota 2016 is de oorspronkelijke raming, relevant voor het Toekomstfonds, herijkt als gevolg van diverse beleids-matige aanpassingen van de gasproductie. Vervolgens is de raming vanwege het kabinetsbesluit van 24 juni 2016 om het productieniveau voor de gaswinning uit het Groningenveld in het ontwerpinstemmingsbe-sluit vast te stellen op 24 miljard m3 per jaar (TK, 33 529, nr. 278) verder aangepast.Als gevolg van deze wijzigingen is er sprake van meevallers voor het Toekomstfonds wanneer de gerealiseerde gasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de gasbaten zoals in onderstaande tabel is opgenomen (stand actuele ijklijn aardgasbaten Miljoenennota 2017).Bedragen x € 1 mln 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 IJklijn aardgasbaten Miljoenennota 2016 7.750 7.250 7.400 7.300 7.550 6.500 Bijstelling n.a.v. beleidsmatige aanpassingen (volume-effect) bij Voorjaarsnota 2016 – 850 – 950 – 950 – 950 – 950 IJklijn aardgasbaten Voorjaarsnota 2016 6.400 6.450 6.350 6.600 5.550 2.150 Bijstelling n.a.v. beleidsmatige aanpassingen (volume-effect) bij Miljoenennota 2017 100 – 100 – 350 – 350 – 300 – 350 Actuele ijklijn aardgasbaten Miljoenennota 2017 6.500 6.350 6.000 6.250 5.250 1.800Deze actuele ijklijn wijkt af van de raming van de aardgasbaten op beleidsartikel 4 omdat voor het Toekomstfonds alleen de beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie van toepassing zijn. Bij het vaststellen van de gasbatenraming op beleidsartikel 4 spelen onder andere de 5De raming wordt herijkt als er beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie plaatsvinden, zoals recent het plafond op gaswinning uit het Groningerveld is aangepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 270 euro/dollar koers en de olieprijs een rol. Deze blijven bij de berekening van de ijklijn voor het Toekomstfonds buiten beschouwing.Met de brief van 16 september 2014 (TK, 34 000 XIII, nr. 5) is de Kamer reeds geïnformeerd dat vanwege fluctuaties in de productie, prijs en wisselkoers moeilijk voorspelbaar is wanneer en in welke mate meevallers in de gasbaten zich zullen voordoen. Ook is de Kamer met deze brief geïnformeerd dat de verwachting wel is dat meevallers kleiner en minder frequent zullen zijn dan in het verleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 271 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Algemene doelstellingIn internationaal verband streven naar een CO2-arme energievoorziening die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is, op zodanige wijze dat econo-mische kansen worden verzilverd, op CO2-reductie wordt gestuurd en energie in het ruimtelijk beleid is geïntegreerd.Op de korte termijn stuurt het kabinet op de doelstellingen, zoals overeengekomen in het energieakkoord: 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023; gemiddeld 1,5% energiebesparing met per jaar en 100 PJ in 2020; creëren van ten minste 15.000 voltijdsbanen.Om deze doelstelling te bereiken zet EZ financiële instrumenten in zoals subsidies en garanties, maar ook niet-financiële instrumenten zoals het stroomlijnen van energieregelgeving om de werking van de energiemarkt te verbeteren, de regeldruk te verminderen en efficiënter toezicht mogelijk te maken.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is op grond van de Elektriciteitswet, de Gaswet en de Mijnbouwwet verantwoordelijk voor het energiebeleid. Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:Financieren•Het voeren van het financieel instrumentarium op de beleidsterreinen hernieuwbare energie, energiebesparing, mijnbouwklimaat en innovatieve energietechnologieën.(Doen)Uitvoeren•Het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie (conform afspraken Energieakkoord).•Het vergroten van het aandeel energiebesparing (conform afspraken Energieakkoord).Regisseren•Het regisseren van de realisatie van grote energie-infrastructuurprojecten die onder de rijkscoördinatieregeling vallen; dit betekent als projectminister, samen met de Minister van Infrastructuur en Milieu, verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van projecten en voor de coördinatie van benodigde projecten.•Het stimuleren van een goed werkende Europese energiemarkt met een adequate infrastructuur.•Het actief participeren in Europese en internationale netwerken ten behoeve van energy governance, kennis brengen naar en leren van andere landen en instellingen.•Het creëren van randvoorwaarden waardoor de energievoorziening internationaal kan concurreren en het verdienpotentieel van de energiesector in relatie tot de energietransitie ten volle wordt benut.•Het creëren van randvoorwaarden voor een doelmatige, veilige en verantwoorde winning van onze bodemschatten.•Het stimuleren van de transitie naar een duurzame en betrouwbare energievoorziening.•Het bieden van mogelijkheden aan, en het faciliteren van, lokale duurzame energie-initiatieven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 272 •Het coördineren van het energiebesparingsbeleid via de verschillende vakministers en het stimuleren van energiebesparing in de industrie en energiesectoren.•Het stimuleren van de ontwikkeling en gebruik van innovatieve energietechnologieën.•Het stimuleren van de verdergaande reductie van CO2-uitstoot van energiebedrijven en industrie.•Het creëren van randvoorwaarden voor een goede positie op het gebied van nucleair onderzoek, isotopenproductie en uraniumverrij-king, met inbegrip van de taken die hierover zijn opgenomen in internationale verdragen, met het oog op de bewaking en beveiliging van de hierbij betrokken kennis en technologie.•Het sturen op CO2-reductie in Europees en internationaal verband.Kengetal HHI en C3De C3 is het gezamenlijk marktaandeel van de drie grootste leveranciers. De mate van concentratie op de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit en gas vormt een indicatie voor de concurrentie op die markten. Een indicator hiervoor is de Herfindahl-Hirschman Index (HHI). Een markt met een HHI onder de 1.800 punten wordt gezien als een competitieve markt en een markt met een index tussen de 1.800 en 8.000 punten wordt gezien als een geconcentreerde markt. Het energiebeleid is gericht op een zo goed mogelijk werkende markt. Dat zal zich vertalen in een structurele daling van C3 en lagere HHI. Evenwel is er geen beleid specifiek gericht op het beïnvloeden van de concentratiegraad. De ambitie richt zich dan ook niet op een specifieke uitkomst, maar op een voortzetting van de daling van C3 en HHI als indicatie of het beleid voldoende effectief is. Kengetal 2012 2013 2014 2015 Ambitie 2017 1. Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit – HHI 2.338 2.276 2.230 2.152 <2.100 – C3 83% 81% 81% 79% <77% 2. Concentratiegraad in de retailsector gas – HHI 2.258 2.204 2.171 2.052 <2.000 – C3 81% 79% 79% 76,8% <75%Bron: ACMTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 273 Het aantal storingsminuten per huishouden per jaar geeft een indicatie van de leveringszekerheid van elektriciteit. Een huishouden had in 2015 gemiddeld 33 minuten geen stroom als gevolg van een storing. Dit grote aantal minuten is het gevolg van een grote stroomstoring bij Diemen op 27 maart 2015 die grote maatschappelijke effecten heeft gehad voor delen van Noord-Holland en Flevoland. Eén grote verstoring heeft dus grote invloed op dit kengetal. Waarschijnlijk komt het aantal storingsminuten vanaf 2016 weer uit rond de gemiddelde waarde van de afgelopen jaren.BeleidswijzigingenConcrete invulling van het energiebeleid na 2023: EnergieagendaOp het uitbrengen van het Energierapport (TK, 31 510, nr. 50) in januari 2016 volgde een maatschappelijke Energiedialoog die de kaders uit het Energierapport heeft getoetst en nader ingevuld. Het Energierapport geeft een integrale en strategische visie op de energievoorziening in Nederland. Mede op basis van de Energiedialoog wordt in het najaar van 2016 een Energieagenda voor de langere termijn opgesteld, met daarin onder meer acties per energiefunctionaliteit (ruimteverwarming, proceswarmte in de industrie, vervoer, kracht en licht). Doel van de Energieagenda is een invulling van het energiebeleid na 2023. Hierbij wordt helder gemaakt welke stappen de komende jaren moeten worden gezet om concrete resultaten te bereiken richting 2030 en daarna. Ook wordt aangegeven op welke manier, en op welke terreinen, de dialoog wordt voortgezet. In 2017 zal gestart worden met de uitvoering van de acties uit de Energieagenda. Uitvoering van de concrete maatregelen uit zowel de Energieagenda als uit het eerder gesloten Energieakkoord dragen indirect ook bij aan de realisatie van de doelen die in het Akkoord van Parijs zijn afgesproken. Energiebeleid en klimaatbeleid worden zo veel mogelijk in samenhang bekeken en afgestemd. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de uitvoering van de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Kengetal: Elektriciteitsstoringen in minuten per jaar272327232033200920102011201220132014201510152025303540Opgetreden elektriciteitsstoringGemiddelde 2009−201534Bron: Netbeheer NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 274 Development Goals, SGDs), specifiek subdoel 7.2. De duurzame ontwikke-lingsdoelen zijn op 25 september 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties aangenomen. Daarbij zal aansluiting worden gezocht bij de relevante internationale allianties op het gebied van energietransitie.Stevige inzet op Europese voorstellen klimaat- en energiedoelen en Energie UnieDe randvoorwaarden voor de energietransitie in Nederland en Europa worden in hoge mate bepaald door de Europese wetgevende voorstellen in het kader van de Energie Unie en de 2030 klimaat- en energiedoelen. Dat vraagt om een stevige inzet op de totstandkoming van de relevante Europese wetgeving en de nationale vertaling ervan.In Europees verband zullen verder de speerpunten van het afgelopen Nederlandse voorzitterschap van de EU op het gebied van regionale samenwerking tussen lidstaten, zoals de samenwerking op de Noordzee, en het versterken van de interne energiemarkt worden voortgezet.Energie-innovatieVersterkte inzet op energie-innovatie is onmisbaar om de kansen die de energietransitie biedt te benutten en om CO2-reductie in onder meer de industrie mogelijk te maken. Nederland heeft zich op 1 juni 2016 kandidaat gesteld voor deelname aan Mission Innovation, een initiatief van 20 vooraanstaande industrielanden om de inzet en samenwerking op energie-innovatie te intensiveren met het oog op de klimaatdoelstellingen. Definitieve toetreding van Nederland is voorzien tijdens COP22 in Marrakech in november 2016. In 2017 zal onder meer het subsidiebudget voor de Demonstratieregeling Energie-innovatie (DEI) groeien naar € 41 mln.EnergiebesparingVoor energiebesparing zal het ministerie verdere intensiveringen doorvoeren ten behoeve van de doelen uit het Energieakkoord. Er zal een energiebesparingsverplichting of een vergelijkbaar systeem worden ingevoerd voor energiebesparing in de gebouwde omgeving. Voor energiebesparing in de energie-intensieve industrie worden de afgesloten één op één afspraken met individuele bedrijven uitgevoerd en zal indien nodig aanvullend instrumentarium worden ingevoerd. Tevens wordt er actief ingezet op facilitering van energiebesparingsprojecten.MijnbouwwetIn 2016 is een aantal wijzigingen van de Mijnbouwwet voorzien (TK, 34 041, nr. 2, 34 348, nr. 2 en 34 390, nr. 2). Aanleiding hiervoor is een Europese richtlijn betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactivi-teiten (2013/30/EU) en het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over de aardbevingsrisico’s in Groningen. Als gevolg van deze wetsvoorstellen en de maatschappelijke onrust over mijnbouw zullen de kosten voor het verlenen van vergunningen en de kosten van het toezicht door SodM toenemen. Ook de rol van de Mijnraad (wettelijk adviseur van de Minister) zal groter worden. Op grond van genoemde wetsvoorstel wordt het mogelijk om de kosten van vergunningverlening en een belangrijk deel van de kosten van het toezicht door SodM door te berekenen aan de mijnbouwbedrijven.Uitvoering energieauditGrote ondernemingen dienen volgens de Energie Efficiency richtlijn iedere vier jaar een energie audit uit te voeren. Gemeenten en provincies (de bevoegde gezagen) zien toe op de uitvoering daarvan. Bij de imple-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 275 mentatie van de richtlijn was onvoldoende zicht op de reikwijdte van de auditplicht, waardoor het uitvoeringsbudget voor bevoegde gezagen ontoereikend is gebleken om hun rol goed te kunnen vervullen. De uitvoeringslasten worden in de zomer 2016 op verzoek van EZ door een extern bureau onderzocht.Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 6.494.697 16.953.890 13.472.436 448.241 452.041 417.041 347.901 Waarvan garantieverplichtingen 31.873 111.650 66.600 66.600 66.600 66.600 UITGAVEN 1.557.919 1.874.310 1.902.455 2.177.413 2.791.739 3.467.178 3.382.791 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 83% Subsidies 1.347.519 1.619.564 1.663.412 1.952.896 2.571.422 3.246.313 3.170.513 Topsectoren Energie– tenderregeling Energie-innovatie– SDE+projecten 36.54321.138 35.64048.840 33.08848.600 26.77048.320 31.49050.000 31.49050.000 31.49017.500 Energie-innovatie (IA) 17.300 17.998 2.368 2.368 2.368 2.368 2.368 Green Deal 1.809 11.479 3.000 500 500 500 500 Energieakkoord– Demonstratie-regeling Energie Innovatie (DEI) 10.153 17.000 41.000 49.000 49.000 49.000 49.000 – Projecten Energieakkoord SER 478 3.853 4.089 MEP 362.995 278.022 187.847 54.991 47.025 40.025 SDE 218.303 664.025 613.605 626.059 657.151 659.142 663.831 SDE+ 104.756 393.403 653.197 1.066.697 1.658.697 2.333.597 2.386.633 Storting in begrotingsreserve duurzame energie 503.423 ISDE-regeling 60.000 Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS) 31.765 51.235 61.045 62.000 61.000 61.000 0 CCS 2.500 240 4.362 5.080 3.080 8.080 8.080 Regeling Sportaccommodaties 6.000 Hoge Flux Reactor 7.250 7.251 8.111 8.111 8.111 8.111 8.111 Elektrisch rijden 1.541 700 Caribisch Nederland 17.108 7.900 3.100 3.000 3.000 3.000 3.000 Overige subsidies 10.457 15.978 Garanties 1.922 1.800 2.500 4.700 4.700 4.700 Storting in begrotingsreserve Aardwarmte 1.922 1.800 2.500 4.700 4.700 4.700 Opdrachten 19.813 24.289 14.537 11.123 9.383 10.383 10.386 O&O bodembeheer 12.651 6.883 7.806 8.757 7.017 8.017 8.017 Joint implementation 252 516 410 Straling 50 20 46 46 46 46 46 Pallas 0 12.034 4.011 Onderzoek en opdrachten 6.860 4.836 2.264 2.320 2.320 2.320 2.323 Bijdragen aan agentschappen 41.805 45.693 44.819 38.456 35.996 35.996 32.693 Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland 40.168 43.961 43.099 36.738 34.278 34.278 30.975 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 681 698 690 687 687 687 687 KNMI 956 1.034 1.030 1.031 1.031 1.031 1.031 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s 107.423 115.446 115.594 115.594 115.594 115.594 115.594 Doorsluis COVA heffing 106.074 111.000 111.000 111.000 111.000 111.000 111.000 TNO Bodembeheer 1.349 4.446 4.594 4.594 4.594 4.594 4.594 Bijdragen aan mede-overheden 28.000 28.000 28.000 28.000 28.000 Uitkoopregeling 28.000 28.000 28.000 28.000 28.000 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 39.437 67.518 33.593 26.644 26.644 26.192 25.605 ECN/NRG 38.819 66.392 32.236 25.587 25.587 25.135 24.548 Diverse instituten 618 1.126 1.357 1.057 1.057 1.057 1.057 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 276 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 ONTVANGSTEN 6.851.765 2.942.561 3.426.661 3.718.211 4.379.211 4.952.211 4.846.511 COVA 106.074 111.000 111.000 111.000 111.000 111.000 111.000 Opbrengst heffing ODE (SDE+) 278.861 494.000 678.000 1.074.000 1.730.000 2.308.000 2.280.000 Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie 20.000 77.000 77.000 73.000 78.000 73.000 Aardgasbaten 6.424.910 2.250.000 2.550.000 2.450.000 2.450.000 2.450.000 2.450.000 Ontvangsten zoutwinning 2.342 2.511 2.511 2.511 2.511 2.511 2.511 Diverse ontvangsten 19.578 8.050 8.150 7.700 7.700 7.700 3.000BudgetflexibiliteitSubsidies: Van het totale subsidiebudget is 83% juridisch verplicht. Dit percentage is hoog als gevolg van uitfinanciering van tot en met 2016 aangegane verplichtingen, met name langlopende uitbetalingen op reeds afgegeven beschikkingen in het kader van de MEP/SDE en verplichtingen die in 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015 zijn aangegaan voor de SDE+. Omdat het resterende budget van de duurzame energieregelingen in de begrotingsreserve duurzame energie gestort zal worden, is het subsidie-budget weinig flexibel.Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 98% juridisch verplicht. Het betreft uitfinanciering van in voorgaande jaren afgegeven beschikkingen, met name in het kader van Joint Implementation en Pallas.Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van de opdracht 2017 aan RVO.nl, NVWA en het KNMI en is 100% juridisch verplicht.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s: Op dit onderdeel is sprake van zeer beperkte budgetflexibiliteit, 97% van het budget is juridisch verplicht. Het betreft met name de doorsluis van de COVA-heffing op aardolieproducten, bedoeld voor het dekken van de kosten van het aanhouden van voorraden. Dit is gebaseerd op nationale en internationale wetgeving.Bijdragen aan mede-overheden: het budget betreft de bijdrage van EZ aan de kosten van uitkoop van woningen die loodrecht onder hoogspannings-masten staan. De regeling zal per 1 januari 2017 worden opengesteld en wordt door de betrokken gemeenten uitgevoerd. Het budget is daarmee nog niet juridisch verplicht, maar zeer beperkt flexibel.Bijdragen (inter)nationale organisaties: Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 62% juridisch verplicht. De bijdrage aan ECN betreft een al langlopende gevestigde en op overeenkomsten gebaseerde subsidierelatie ten behoeve van energieonderzoek. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het beperkt op de korte termijn.Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesTopsector EnergieDe Topsector Energie richt zich op de verduurzaming van de energievoor-ziening en de versterking van de toegevoegde waarde van de energie-sector voor de Nederlandse economie. In samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven en kennisinstellingen is ervoor gekozen om Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 277 daarbij de focus te leggen op windenergie op zee, bio-energie, energie in de industrie, urban energy (combinatie van inpassing zonne-energie, energiebesparing in de gebouwde omgeving en intelligente netten) en (hernieuwbaar) gas. Daarnaast zet de Topsector Energie in op de inpassing van energie uit hernieuwbare bronnen in het energiesysteem en maatschappelijk verantwoord innoveren, zodat de innovaties aansluiten bij de gebruikersvoorkeuren. EZ stimuleert en ondersteunt energie-innovaties met de tenderregelingen voor de Topsector Energie en een speciaal voor innovatieprojecten afgezonderd deel van de SDE+ middelen. Deze laatste projecten richten zich op energie-innovaties die op termijn moeten leiden tot lagere SDE+ subsidies.Het Topteam Energie ziet toe op het onderzoeks- en innovatieportfolio van de TKI’s en stuurt zo nodig bij.Energie-innovatie (Innovatie Agenda Energie)De Innovatie Agenda Energie is afgerond in 2015. De voor 2016 opgenomen bedragen betreffen alleen nog de uitfinanciering van verschillende subsidieregelingen op het gebied van energie-innovatie (Groene grondstoffen, Smart Grids, Nieuw gas, Wind op Zee, Unieke Kansen Regeling). Daarnaast financiert EZ projecten ter uitvoering van de Meerjarenafspraken Energie-efficiëntie (MJA-E), die gericht zijn op de realisatie van CO2-reductie en het behalen van de energiebesparings-doelen in het Energieakkoord. Kengetal 2012 2013 2014 2015 2016 Ambitie 2017 Aantal deelnemende bedrijven bij TKIBron: RVO.nl 3011 486 612 1.150 1.200 1.350 Kwaliteit van het Nederlandse energieonderzoek gemeten als retourpercentage van het Achtste EU kaderprogramma thema energie2 7,0% 6,8% 6,6% 7,2% 7,0% 7,0%1 De oorspronkelijke waarde van 333 is bijgesteld naar 301. Oorzaken hiervoor waren: het terugtrekken van bedrijven uit samenwerkingsprojecten en goedgekeurde projecten die uiteindelijk niet zijn doorgegaan of waarvan de aanvraag is ingetrokken.2 De cijfers betreffen cumulatieve cijfers vanaf de start van het zevende kaderprogramma in 2007.Green DealGreen Deals zijn gericht op het ruimte geven aan vernieuwende initia-tieven uit de samenleving om de transitie naar een duurzame economie te versnellen. De Green Deal aanpak is sinds 2011 een onderdeel van het groene groei beleid van het kabinet. Ook in het Energieakkoord zijn de Green Deals als één van de instrumenten genoemd in het streven om tot een volledig duurzame energiehuishouding te komen. De onderwerpen van deze energiedeals zijn zeer divers, variërend van energiebesparing, warmtenetten, aardwarmte tot elektrisch vervoer. De deals hebben veelal een looptijd van drie jaar en zijn volop in uitvoering. Tot en met 2015 zijn er 110 Green Deals afgesloten met als (deel) thema energie: de verwachting is dat er in 2016 in totaal nog eens 10 nieuwe deals afgesloten worden. Vanaf 2017 is een beperkt budget beschikbaar voor Green Deals. Het zal dan alleen nog gaan om een kleine hoeveelheid procesgeld (€ 0,5 mln per jaar). Omdat daarnaast naar verwachting nog voor € 2,5 mln betalingen doorlopen in 2017 op Green Deals uit 2016 of eerder, heeft een overheveling van kasmiddelen uit 2016 plaats gevonden. Een compleet overzicht van Green Deals is te vinden op: http://www.greendeals.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 278 EnergieakkoordDe Demonstratieregeling Energie-innovatie (DEI) komt voort uit het Energieakkoord en is gericht op versnelling van de commercialisering van energie-innovaties voor de export. De regeling draagt bij aan de ambitie om de economische waarde van de schone energie-technologieketen in 2020 te verviervoudigen ten opzichte van 2010. De regeling is in 2014 gestart. In 2015 is voor bijna € 34 mln aan subsidies verstrekt. In 2016 is de regeling op enkele punten aangepast om beter te voldoen aan de behoefte vanuit de markt en was het subsidiebudget € 37 mln, dit stijgt in 2017 naar € 41 mln. In de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 zal inzicht gegeven worden in de realisatie tot nu toe op weg naar de afgesproken ambitie naar 2020.Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie (MEP) / Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE)De voor 2017 en verder geraamde budgetten betreffen de uitfinanciering van verplichtingen die in het verleden in het kader van de subsidierege-lingen Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie (MEP) en Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) zijn aangegaan. MEP-subsidie is verleend aan producenten van elektriciteit uit wind- en zonne-energie, waterkracht en biomassa. Projecten ontvangen MEP-subsidie tot aan het einde van de subsidietermijn. De MEP-subsidie geldt voor een periode van tien jaar. Aan het eind van de looptijd wordt de definitieve subsidie vastgesteld.De SDE-regeling is de opvolger van de MEP. De SDE is een exploitatiesub-sidie die het verschil vergoedt tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs (de onrendabele top) voor projecten op het gebied van hernieuwbaar gas en hernieuwbare elektriciteit. De regeling is daarmee breder dan de MEP. Met ingang van 2011 is de SDE omgevormd en aangepast tot de SDE+.Stimulering Duurzame Energieproductie+ (SDE+)In het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft. Verder is afgesproken dat dit aandeel in 2023 16% zal zijn. Het belangrijkste instrument dat het kabinet heeft om dit te realiseren is de SDE+. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs, de zogenaamde onrendabele top. Doordat in de SDE+ goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van hernieuwbare energie, zal op de meest kosteneffectieve wijze de productie van hernieuwbare energie worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de energieprijs. Voor 2016 is voor de eerste tender Wind op zee een verplichtingenbedrag van € 2,3 mld toegezegd (de kavels I en II van het gebied Borssele). Een bedrag van € 5 mld is gereserveerd voor de tweede tender (kavels III en IV van Borssele). Voor de reguliere SDE+ is in 2016 een plafond van € 9 mld aangekondigd. Voor 2017 is in het budget naast het reguliere budget van € 8 mld rekening gehouden met opnieuw een tender Wind op zee van € 5 mld. Indicator Referentie-waarde Peil-datum Streef-waarde Planning Bron Duurzame energieproductie 4,5% 2013 16% 2023 CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 279 Compensatie indirecte kosten ETS elektriciteitsgrootverbruikersDoor de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootge-bruikers doorberekend. Elektriciteitsgrootgebruikers die internationaal concurreren kunnen in veel gevallen die CO2-kosten (ook wel indirecte kosten genoemd) niet doorberekenen, omdat de concurrenten buiten de EU die kosten niet hebben. Naast verstoring van het gelijke speelveld leidt dit tot een CO2-weglekrisico (het verplaatsen van bedrijven met veel directe of indirecte CO2-uitstoot naar landen waar de uitstoot van CO2 geen prijs heeft). Voor de compensatie van de indirecte kosten in het kader van het ETS is in 2017 een bedrag beschikbaar van € 61 mln op de EZ-begroting.Afvang en opslag van CO2 Om op de lange termijn te komen tot een volledig duurzame energievoor-ziening zal afvang, gebruik en opslag van CO2 (CCS) onvermijdelijk zijn. CCS kan worden toegepast bij de industrie en bij gas- en kolencentrales. De rijksoverheid heeft haar lange termijn visie op CCS verwerkt in het Energierapport 2015. EZ heeft eerder toegezegd € 150 mln aan cofinan-ciering bij te dragen aan het grootschalige CCS-demonstratieproject ROAD. Het gaat hierbij om het afvangen van CO2 bij de in april 2016 geopende Uniper-kolencentrale op de Tweede Maasvlakte die vervolgens buiten de kust in een (vrijwel) leeg gasveld wordt opgeslagen. Het oorspronkelijke plan van ROAD om CO2 op te slaan in het TAQA P18a-veld bleek financieel niet haalbaar. Een kleiner, maar dichterbij de kust gelegen veld van Oranje-Nassau Energie (ONE) wordt nu onderzocht. De verwachting is dat de initiatiefnemers in de loop van 2016 een definitief investeringsbesluit zullen nemen. Naast EZ en de energieproducenten Uniper en Engie zijn ook de Europese Commissie, de gemeente Rotterdam en diverse Europese landen betrokken.Regeling SportaccommodatiesDe subsidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccom-modaties (EDS) richt zich op sportverenigingen en sportstichtingen. Het hiervoor beschikbare budget is afkomstig van het Ministerie van VWS. Jaarlijks bepaalt VWS welk bedrag naar EZ wordt overgeheveld voor de subsidieregeling. Het voor 2017 benodigde budget zal daarom bij Voorjaarsnota 2017 naar de begroting van EZ worden overgeheveld.Hoge Flux Reactor (HFR)De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma’s. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «aanvullend programma» van het Joint Research Centre van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoekspro-gramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren.Caribisch NederlandDe kosten van energievoorziening op de eilanden van Caribisch Nederland zijn relatief hoog door de beperkte schaalgrootte, het insulair karakter en de sociaal-economische omstandigheden. De energiebe-drijven van de BES-eilanden kunnen op basis van de wet Elektriciteit en Drinkwater BES een subsidie van het Ministerie van EZ ontvangen om de kosten van het netbeheer per aansluiting op hetzelfde niveau te brengen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 280 als het niveau in Europees Nederland. Daarnaast zet het Ministerie van EZ in op kostprijsverlaging door introductie van duurzame energie (zon, wind) op Saba en Sint Eustatius en verplaatsing en modernisering van de elektriciteitscentrale op Saba. De nieuwe centrale op Saba is in februari 2016 in gebruik genomen.Overige subsidiesIn het Energieakkoord en de Warmtevisie (TK, 30 196, nr. 305) zijn afspraken gemaakt over respectievelijk 1-op-1 afspraken met individuele bedrijven over investeringen in energiebesparing en restwarmteprojecten en ondersteuning van regionale (rest)warmteprojecten in de startfase. Tot op heden zijn slechts enkele concrete afspraken over projecten met deze bedrijven gemaakt, waardoor het halen van de doelstelling van het energieakkoord (9 PJ extra energiebesparing in 2020) onder druk komt te staan. Ook regionale (rest)warmteprojecten zijn nog in ontwikkeling. EZ zal op basis van de door bedrijven ingediende projecten voor 1-op-1 afspraken en de initiatieven voor regionale (rest)warmteprojecten helpen de knelpunten van deze projecten te lossen. Het oplossen van knelpunten kan onder andere gericht zijn op het verlagen van de kosten voor het uitwerken van de business case en het ondervangen van (technische) risico’s. Het hiervoor beschikbare budget in 2016 is € 15 mln.Daarnaast vindt in 2016 alleen nog uitfinanciering plaats van verplich-tingen van reeds beëindigde energie-innovatie programma’s, met name op het gebied van transitiemanagement.GarantiesAardwarmteAardwarmte of geothermie betreft het winnen van warmte uit diepe aardlagen. Het potentieel van aardwarmte is 11 petajoule (PJ) in 2020. Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. De garantieregeling aardwarmte heeft als doel het afdekken van het risico dat het boren van putten voor de toepassing van aardwarmte niet succesvol is. De overheid dekt dit risico af door middel van het verlenen van garanties aan marktpartijen die hiervoor een kostendekkende premie betalen. In 2016 is de garantiere-geling geëvalueerd (TK, 31 239, nr. 220). Uit de evaluatie blijkt dat het marktfalen in de commerciële verkrijgbaarheid van geologische risicoaf-dekking nog steeds bestaat (terwijl tegelijkertijd afdekken van dit risico een voorwaarde is voor financiering) en dat er momenteel geen partijen in de markt zijn te vinden die bereid zijn dit verzekeringsrisico af te dekken. Met ingang van 2016 zal de garantieregeling voor en periode van vijf jaar opnieuw worden opengesteld.OpdrachtenOnderzoek en opdrachten bodembeheerDit budget betreft (onderzoeks)opdrachten van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en de Commissie MER gerelateerd aan de aardbevingsproblematiek in Groningen en de mijnbouwproblematiek in Limburg, het Kennispro-gramma Effecten Mijnbouw en de organisatiekosten van de Mijnraad en de Tcbb. Ook worden uit dit budget adviezen bekostigd in het kader van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 281 Joint implementationDe Joint Implementation aankoopprogramma’s die gericht waren op het aankopen van CO2-rechten voor het door Nederland nakomen van de Kyoto-doelstelling zijn afgesloten. Voor een aantal van de in de programma’s gesteunde projecten lopen nog enkele financiële verplich-tingen.PallasHet kabinet en de provincie Noord-Holland investeren elk maximaal € 40 mln in de vorm van een lening in de eerste fase van het Pallas-project met als doel de realisatie van een nieuwe onderzoeksreactor in Petten in 2024. Deze bijdrage in de periode 2013–2018 is bedoeld voor de aanbesteding van het ontwerp, de vergunningprocedure en het verkrijgen van de benodigde financiering op basis van een geactualiseerde business case. Uitgangspunt van het kabinet is dat de bouw en exploitatie van de reactor met privaat en risicodragend kapitaal wordt gefinancierd, waarbij de gemaakte kosten voor ontwerp, aanbesteding en vergunningprocedure moeten worden terugbetaald.Voor deze voorbereidende activiteiten ten behoeve van de onderzoeksre-actor is in 2013 de onafhankelijke Stichting Voorbereiding Pallas-reactor opgericht. In 2015 heeft de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor de eerste vergunningen aangevraagd en zijn de eerste stappen gezet in de aanbestedingsprocedure. Het kabinet en de provincie Noord-Holland zullen de beslissing over verdere uitbetaling van de toegezegde lening nemen mede in het licht van concrete belangstelling voor Pallas van potentiële investeerders en exploitanten.Overige onderzoeken en opdrachtenDit betreft kleinere onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het energiebeleid en die veelal gericht zijn op beantwoording van één specifieke vraag. Ook worden diverse uitgaven ter uitvoering van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) uit dit budget bekostigd, zoals het ondersteunen van Rijksinpassingsplannen, opstellen MER-adviezen ten aanzien van kavelbesluiten, het opstellen en uitvoeren van communicatie-plannen en het inschakelen van gebiedscoördinatoren en planschadeadvi-seurs.Bijdrage aan agentschappenRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)Dit budget betreft vooral de kosten van uitvoering door RVO.nl van energiesubsidieregelingen, waaronder Milieukwaliteit van de Elektriciteits-productie (MEP) en Stimulering Duurzame Energieproductie(+) (SDE/SDE+). Voor een klein deel heeft het budget betrekking op voorberei-dende en ondersteunende werkzaamheden van RVO.nl op het gebied van het energiebeleid.Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)NVWA voert het toezicht uit op de naleving van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie. De werkzaamheden van NVWA in dat kader betreffen het uitvoeren van inspecties en producttesten, het onderhouden van internationale contacten, interventies bij niet-naleving, het volgen van marktontwikkelingen en het geven van voorlichting. Het budget betreft de kosten van uitvoering van deze werkzaamheden, alsmede de kosten van aanschaf van te testen apparatuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 282 Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)De werkzaamheden die het KNMI voor EZ uitvoert betreffen vooral de advisering en ondersteuning inzake de uitvoering van het mijnbouw- en energiebeleid. De werkzaamheden zijn onder te verdelen in monitoring van seismiciteit (veelvuldigheid en hevigheid waarmee op een bepaalde plaats aardbevingen voorkomen) van de gaswinning en overige mijnbouwactiviteiten, kennisontwikkeling en advisering over aan mijnbouw gerelateerde risico’s en communicatie en informatievoor-ziening.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sDoorsluis Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) heffingHet crisisbeleid gericht op de olievoorzieningszekerheid dient versto-ringen in de olieaanvoer op te vangen. De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) en het oliebedrijfsleven houden in opdracht van EZ strategische olievoorraden aan in lijn met hetgeen hierover geregeld is in de Wet voorraadvorming aardoliepro-ducten (Wva) 2012. De uitgavenreeks op de EZ-begroting betreft de doorsluis van de ontvangen voorraadheffingen naar de COVA. De voorraadheffing is een heffing ingesteld op aan accijns van minerale oliën onderworpen aardolieproducten. De heffing bedraagt momenteel € 8,– per 1.000 liter benzine en diesel en wordt door de Minister van Financiën geheven en ingevorderd door de Belastingdienst. De Minister van EZ keert de opbrengst van de heffing uit aan de stichting COVA ter dekking van de operationele kosten en financieringslasten van de COVA.TNO BodembeheerDit betreft een bijdrage aan TNO-AGE voor de adviestaak voortvloeiend uit de Mijnbouwwet en Mijnbouwregeling. De adviserende taak ligt op het vlak van het opsporen en winnen van delfstoffen (olie, gas en steenzout) en aardwarmte en van het opslaan van stoffen in de (diepe) ondergrond van Nederland.Bijdragen aan medeoverhedenUitkoopregelingWoningen die loodrecht onder de hoogspanningslijnen staan van 220 en 380 kV verbindingen en 110 en 150 kV verbindingen buiten de bevolkings-kernen, komen in aanmerking voor uitkoop. Het Rijk stelt vanaf 2017 jaarlijks € 28 mln in de periode 2017–2021 beschikbaar voor een vrijwillige uitkoopregeling onder de voorwaarde dat de betrokken gemeenten zorgen voor verwijderen van de woonfunctie van het betreffende pand. De regeling wordt samen met de betrokken gemeenten uitgewerkt en heeft een looptijd van vijf jaar (TK, 31 574, nr. 29). Uitvoering zal door de betrokken gemeenten plaatsvinden. De ministeriële regeling zal naar verwachting in oktober 2016 conform toezegging ter informatie naar de Tweede Kamer gezonden worden.Het Rijk maakt het daarnaast naar verwachting in 2017 via een specifieke uitkering mogelijk om 140 kilometer aan bestaande hoogspanningslijnen van 50, 110 en 150 kV binnen bevolkingskernen gedeeltelijk onder de grond te brengen (verkabelen) of de tracés te verplaatsen. Dit vergt aanpassing van de Elektriciteitswet 1998. Verkabeling of verplaatsing gebeurt alleen op verzoek van de gemeente en/of de provincie. In geval een gemeente en/of provincie een dergelijk verzoek indient zal zij een deel Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 283 van de kosten zelf dienen te betalen, de overige kosten worden gedekt uit de transporttarieven voor elektriciteit.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesEnergie Onderzoekcentrum Nederland (ECN)/Nuclear Research and consultancy Group (NRG)ECN ontwikkelt hoogwaardige kennis en technologie voor een efficiënte en duurzame energievoorziening en brengt deze naar de markt. Het onderzoeksprogramma van ECN wordt in overleg met de Topsector Energie vormgegeven. Daarnaast ondersteunt ECN de ontwikkeling en uitvoering van energiebeleid. Voor NRG, dat onderdeel is van ECN, betreft het onderzoeksactiviteiten op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval, stralingsbescherming en CO2-neutrale energievoorziening. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid. Met het oog op de financiële situatie bij de Stichting ECN is het uitgangspunt om eind september 2016 een beslissing te nemen over de toekomst van zowel de duurzame als de nucleaire activiteiten (TK, 30 196, nr. 465).Internationale energieorganisatiesNederland kiest voor een actieve participatie in met name de interna-tionale netwerken van het IEA (kennissamenwerking en oliecrisisbeleid), het International Renewable Energy Agency (IRENA, hernieuwbare energie) en het Energy Charter (investeringsbescherming en energie-transit). De contributies volgen uit de aangegane internationale verplich-tingen en komen overeen met de contributies in 2016. Daarnaast wordt binnen de bestaande begrotingsruimte vanuit EZ een bijdrage ter beschikking gesteld van maximaal € 0,8 mln in 2016–2017 voor de Expo 2017 in Kazachstan, met het thema Future Energy. Daarnaast ontvangt het Clingendael International Energy Programme jaarlijks € 50.000 subsidie voor het uitvoeren van publieke activiteiten ter ondersteuning van de maatschappelijke discussie over internationale ontwikkelingen in de energiesector.Indicator: klanttevredenheid en kennisbenutting Indicator Referentie-waarde Peil-datum Streef-waarde Planning Bron Klanttevredenheid ECN 8,6 2014 8,4 2017 ECN Kennisbenutting ECN 96% 2015 96% 2017 ECNIn 2015 zijn alle TO2-instituten (waaronder ECN) overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabel geven de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor al het onderzoek dat ECN in opdracht uitvoert Over 2014 is al wel een uniforme meting van klanttevredenheid uitgevoerd, daarop is de referentiewaarde voor klanttevredenheid gebaseerd. In 2015 is voor het eerst ook kennisbe-nutting uniform gemeten, dit vormt de basis voor de referentiewaarde van kennisbenutting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 284 Toelichting op de ontvangstenCOVADeze ontvangsten betreffen ontvangsten uit hoofde van de voorraad-heffing COVA, zoals toegelicht bij de uitgavenpost «Doorsluis COVA heffing».Opbrengst heffing ODE (SDE+)De uitgaven van de SDE+ subsidie worden gefinancierd via een opslag op de energierekening, de Opslag Duurzame Energie (ODE). Deze opslag is in 2013 ingevoerd.AardgasbatenHet kabinet heeft besloten om het productieniveau voor de gaswinning uit het Groningenveld in het ontwerp-instemmingsbesluit vast te stellen op 24 miljard m3 per jaar, met ruimte voor meer winning bij een winter die kouder is dan gemiddeld vanwege de leveringszekerheid. Het kabinet heeft de Tweede Kamer hierover op 24 juni jl. geïnformeerd (TK, 33 529, nr. 278). Het ontwerp-instemmingsbesluit lag gedurende juli en augustus voor een periode van zes weken ter inzage, zodat eenieder een zienswijze kon indienen. Deze zienswijzen worden betrokken bij de totstandkoming van het definitieve instemmingsbesluit dat voor 1 oktober 2016 zal worden genomen. In de raming van de aardgasbaten wordt vooruitlopend op het besluit reeds uitgegaan van een productie van 24 miljard m3 per jaar.Als gevolg van de verlaging van de gasproductie en de verwachte lagere gasprijs zullen de gasbaten in 2016 en 2017 aanzienlijk lager uitvallen dan in 2015. De raming van de aardgasbaten voor 2016 en verder is gebaseerd op het meest recente scenario van het CPB. Verwachting 2016–2017 2016 2017 Productie aardgas totaal (in Groningen equivalenten) 50 44 Euro/dollarkoers 1,11 1,11 Olieprijs (dollar/vat) 42 51 Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3) 14 17 Kengetallen 2012 2013 2014 2015 1. Gewonnen volume aardgas kleine velden (in Nm3)Bron: TNO 26 mld Nm3 26 mld Nm3 24 mld Nm3 22 mld Nm3 2. Aantal boringen exploratie onshore en offshoreBron: TNO 16 9 21 16 3. Aantal boringen productie onshore en offshoreBron: TNO 19 18 32 17 4. Productie aardgas totaal (in Nm3)Bron: TNO 74 mld Nm3 80 mld Nm3 66 mld Nm3 50 mld Nm3 5. Euro/dollarkoersBron: CBS/CPB 1,28 1,33 1,33 1,11 6. Olieprijs (dollar/vat) Bron: CBS/CPB 111,7 108,7 101,4 52,5 7. Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3)Bron: APX Endex 24,0 26,0 21,3 19,81 t/m 4In het kader van voorzieningszekerheid is het van belang dat het aardgas dat zich bevindt in de Nederlandse kleine velden ook wordt gewonnen. Dit omvat zowel het produceren van reeds ontdekte velden (kengetal 1, 3 en 4) als het exploreren van nieuwe velden (kengetal 2). EZ stelt de randvoorwaarden voor een concurrerend mijnbouwklimaat: marktpartijen nemen de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 285 productie en exploratie voor hun rekening. Kengetal 1 geeft de totale hoeveelheid gewonnen gas uit kleine velden (onshore en offshore). Kengetal 4 geeft de totale aardgasproductie in Nederland weer in Normaal m3, dus aardgas gewonnen uit kleine velden en het Groningerveld.5 t/m 7De bepalende factoren voor de geraamde aardgasbaten zijn de aardgasprijs en het volume van de verkopen. De aardgasprijs is gerelateerd aan enerzijds de prijs van olie in dollars in combinatie met de euro/dollarkoers en anderzijds aan de prijs van gas die onafhankelijk van de olieprijs op de markt tot stand komt op onder andere gasbeurzen.Toelichting op de begrotingsreservesStand begrotingsreserve per 31 december 2015 (x € 1.000) Waarvan juridisch verplicht Begrotingsreserve duurzame energie 1.077.786 63% Begrotingsreserve Aardwarmte 21.959 100% Begrotingsreserve ECN verstrekte leningen 6.600 0% Duurzame energieDe begrotingsreserve voor duurzame energie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van de MEP, de SDE of de SDE+. Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie. Afgesproken is dat de werking van de reserve in 2016 zal worden geëvalueerd. De afspraken over en de werking van de begrotingsreserve Duurzame Energie zijn het meest recent toegelicht in de volgende stukken:•TK, 31 865, nr. 79: Brief van Minister van EZ van 25 maart 2016 inzake het behouden van de middelen van de reserve.•TK, 32 239, nr. 218: Brief van Minister van EZ van 1 juli 2016 inzake voor- en nadelen fondsvorming en specificaties begrotingsreserve duurzame energie, waaronder een toelichting op het aandeel «juri-disch verplicht».Gegeven de gebleken informatiebehoefte van de Tweede Kamer is in de brief van 1 juli 2016 aangekondigd dat de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd zal worden over de ontwikkeling van de begrotingsreserve en de beschikbare financiële middelen. Het voornemen is om in de begrotingsstukken met een vaste set van tabellen te voorzien in deze informatiebehoefte. Dit met de kanttekening dat de Tweede Kamer aanvullend specifiek geïnformeerd blijft worden over de gang en stand van zaken bij de duurzame energieproductie in de brieven over de nieuwe openstellingen van de SDE+ die EZ jaarlijks aan de Tweede Kamer stuurt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 286 A – Specificatie van begrotingsreserve Duurzame Energie en percentage juridisch verplichtSpecificatie begrotingsreserve Duurzame Energie (x € 1 mln) 2013 2014 2015 Totaal Juridisch verplicht MEP (algemene middelen) 23 16 2 41 100% SDE (algemene middelen) 143 220 297 660 100% Tijdelijke onttrekking (MEP/SDE) – 20 – 20 SDE+ (ODE gefinancierd) 59 134 204 397 0% Totaal 225 369 483 1.078 63%Eind 2015 bedraagt de stand van de reserve € 1.078 mln. Daarvan is 63% juridisch verplicht (€ 701 mln MEP en SDE, minus de tijdelijke onttrekking van € 20 mln). Bij de huidige inzichten is de in de meerjarencijfers beschikbare uitgavenruimte toereikend voor de kasuitloop van de afgegeven beschikkingen, zodat er in de komende jaren geen beroep gedaan hoeft te worden op de begrotingsreserve. Uitgaande van de huidige ramingen zullen er minimaal tot en met 2020 toevoegingen aan de reserve plaatsvinden.B – Overzicht met geraamd verloop van de begrotingsreserve Duurzame EnergieOverzicht geraamd verloop begrotingsreserve Duurzame Energie (x € 1 mln) 2016 2017 Stand per 01.01 Verwachte toevoegingen Verwachte onttrekkingen Verwachte stand per 01.01 Verwachte toevoegingen Verwachte onttrekkingen Verwachte stand per 31.12 1.078 460 77 1.461 285 77 1.669Zoals aangegeven in de suppletoire begroting EZ naar aanleiding van de Voorjaarsnota (TK, 34 485 XIII, nr. 2, blz. 16), wordt voor 2016 een toevoeging aan de reserve geraamd van € 460 mln.Dit betreft het saldo van hogere uitgaven MEP (+ € 11 mln) en lagere uitgaven SDE (-/- € 230 mln) en SDE+ (-/- € 241 mln). De geraamde toevoegingen in 2017 bestaan uit lagere uitgaven MEP (-/- € 27 mln) en SDE+ (-/- € 258 mln). De verwachte onttrekkingen betreffen de 2016 en 2017 tranches van de tijdelijke onttrekking aan de begrotingsreserve die bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2015 aan de orde is geweest (zie hiervoor onder meer het antwoord op vraag 5 en 6 in TK, 34 210 XIII, nr. 4, blz. 5–7).Met de brief van 25 maart jl. (TK, 31 865, nr. 79, blz. 2) is uiteengezet dat een nieuw kabinet, bij het vaststellen van een nieuw uitgavenkader, de op dat moment in de begrotingsreserve opgebouwde middelen kan overboeken naar de nieuwe begroting en de meerjarencijfers op basis van de dan actuele inzichten. De in het overzicht gegeven stand per eind 2017 is de stand als het volgende kabinet besluit om niet over te gaan tot die overboeking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 287 C – Reeds verplicht, prognose kasuitloop en meerjarig beschikbare middelenBeschikbare middelen (x € 1 mln) MEP SDE SDE+ Totaal Meerjarencijfers 2016 t/m 2032 608 8.064 31.384 40.056 Begrotingsreserve Duurzame Energie 41 640 397 1.078 Totaal beschikbaar 649 8.704 31.781 41.134Beschikt en restant verplicht (x € 1 mln) MEP SDE SDE+ Totaal Afgegeven beschikkingen t/m 2015 9.676 10.396 13.251 33.323 Waarvan nog openstaande juridische verplichtingen 01/01/2016 1.249 8.680 11.237 21.166 Prognose kasuitloop 2016 e.v. 461 7.329 4.434 12.224Inclusief de middelen uit de begrotingsreserve is er in de meerjarencijfers € 41,1 mld beschikbaar voor uitgaven. Deze beschikbare middelen zijn gebaseerd op de raming bij Energieakkoord van de benodigde kasmid-delen voor de doelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023. Van het totaal aan tot en met 2015 afgegeven beschikkingen (€ 33,3 mld), staat na uitgaven en intrekkingen op de afgegeven beschikkingen eind 2015 nog € 21,2 mld open. De huidige prognose is dat hier nog € 12,2 mld op uitbetaald moet worden vanaf 2016. Dit bedrag is lager dan de beschikking omdat de beschikking uitgaat van het maximaal subsidi-abele bedrag, terwijl de prognose een realistische raming van nog uit te betalen bedragen betreft.D – Indicatie van ruimte voor nieuwe beschikkingen Indicatie van ruimte voor beschikkingen vanaf 2016 e.v. 1 – Totaal beschikbaar (incl. begrotingsreserve) 41.134 2 – Prognose kasuitloop 2016 e.v. 12.224 3 – Beschikbare kas voor aan te gane verplichtingen 2016 e.v. (1–2) 28.910 4 – Indicatieve ruimte voor budgetpublicatie (grove benadering): uitgaande van kasbeslag 50–60% € 48–58 mld Uitgaande van de meerjarig beschikbare middelen (€ 41,1 mld) en de prognose van de kasuitloop van bestaande verplichtingen (€ 12,2 mld) is er € 28,9 mld beschikbaar voor uitgaven op nieuwe beschikkingen die met ingang van 2016 afgegeven worden. Naar de huidige inzichten (uit de NEV 2015) zijn al deze resterende beschikbare kasmiddelen nodig om de doelstellingen uit het Energieakkoord door duurzame energie te halen. De beschikbare middelen binnen MEP en SDE vanwege uitgevallen projecten worden hierbij opnieuw ingezet onder de SDE+ regeling. Per jaar wordt bezien of, en hoeveel, verplichtingenruimte wordt opengesteld voor nieuwe SDE+ subsidiebeschikkingen voor het komende jaar.Uitgaande van een mede op ervaringsgegevens gebaseerde kasuitloop op afgegeven beschikkingen van 50 à 60%, kan als indicatie gelden dat er vanaf 2016 tot en met 2019 voor circa € 50 à € 60 mld aan maximale verplichtingenruimte is om nieuwe beschikkingen af te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 288 AardwarmteDe begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO.nl) die wordt gestort in de begrotingsreserve. Het uitstaande bedrag aan garanties bedroeg per 1 januari 2016 € 66,7 mln. Omdat het hier om omvangrijke garanties gaat (maximaal € 12,75 mln per project) is in 2014 een extra storting in de reserve gedaan van ruim € 9 mln. Uit het toetsingskader van de garantieregeling aardwarmte blijkt dat, gelet op het risicoprofiel van de aardwarmtegaranties (tussen de 1,4% bij volledige en 7,6% bij gedeeltelijke mislukking) de huidige omvang van de begrotingsreserve samen met de over de verstrekte garanties te ontvangen provisies (7%) benodigd is om de komende jaren een gemiddeld garantieplafond van € 66,6 mln per jaar mogelijk te maken. Gelet op de uitstaande garanties en het genoemde risicoprofiel is de gehele reserve benodigd om mogelijke verliesdeclaraties op te kunnen vangen en is daarmee voor 100% inflexibel.ECNDe middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst. Deze reserve betreft uitsluitend een zekerstelling binnen de rijksbegroting. Derden kunnen geen beroep op deze middelen doen en daarmee zijn de middelen op deze reserve niet juridisch verplicht.Budgettair belang fiscale maatregelenBedragen x € 1 mln 2016 2017 Energie-investeringsaftrek (EIA) 161 176 Lokaal opgewekte duurzame energie 0 0 De energie-investeringsaftrek (EIA) heeft tot doel om de investeringen in energiebesparende maatregelen te stimuleren. Op grond van deze regeling wordt een extra aftrek op de fiscale winst verleend voor door de Minister van EZ aangewezen investeringen in nieuwe energiebesparende bedrijfsmiddelen. De aftrek geldt tevens voor de kosten van advies over energiebesparende maatregelen in gebouwen of bij processen. Uit het Jaarverslag EIA 2015 blijkt dat er in 2015 aftrek is aangevraagd voor € 1,37 mld aan energiezuinige investeringen. Het totaal verwachte fiscale voordeel voor de bedrijven in 2015 bedraagt ongeveer € 107 mln. In 2017 wordt eenmalig € 15 mln toegevoegd aan het EIA-budget, waarmee het totale budget op € 176 mln uitkomt. Hiermee kunnen de besparings-normen in de EIA worden verruimd ten gunste van industriële bedrijven en komen bijvoorbeeld ook investeringen met een langere terugver-dientijd (12 jaar in plaats van 8 jaar) in aanmerking voor de EIA.Een toelichting op de fiscale instrumenten is opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota (Belastinguitgaven en Inkomstenbeperkende regelingen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 289 Overzicht maatregelen ten behoeve van het EnergieakkoordConform de motie Leegte (TK, 30 196, nr. 278) is onderstaand een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Energieakkoord. De maatregelen zijn gegroepeerd op basis van de doelstelling uit het Energieakkoord waaraan de maatregelen het meest direct bijdragen. Veel maatregelen dragen echter bij aan meerdere doelen.In de begrotingen van Infrastructuur en Milieu en van Wonen en Rijks-dienst zijn verwijzingen naar dit totaaloverzicht opgenomen. De betref-fende maatregelen die op deze begrotingen staan zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Achter de maatregelen in dit overzicht wordt aangegeven op welke begroting en beleidsartikel de maatregelen feitelijk staan.De budgettaire gevolgen van het Energieakkoord zijn als bijlage bij de aanbiedingsbrief van het Energieakkoord gevoegd (TK, 30 196, nr. 202). Hierin zijn ook de fiscale maatregelen vermeld die onderdeel vormen van het Energieakkoord. De budgettaire gevolgen van deze aanpassingen zijn niet veranderd ten opzichte van het afsluiten van het Energieakkoord. Deze aanpassingen zijn derhalve niet meegenomen in dit overzicht en worden ook niet apart vermeld in de begroting van Financiën (IX).Uitgaven x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 ENERGIEBESPARING MJA3 / MEE (EZ, art. 4) 3.061 4.277 2.368 2.368 2.368 2.368 2.368 EIA (FIN, fiscaal) 106.000 161.000 161.000 161.000 161.000 161.000 161.000 Compensatie indirecte kosten ETS (EZ, art. 4) 31.765 51.235 61.045 62.000 61.000 61.000 0 Duurzame warmte (EZ,art 4) 15.000 Demo Schoon en Zuinig (EZ, art. 6) 911 Innovatieagenda Energie (EZ, art. 6) 640 649 2.105 3.108 2.908 2.908 2.908 Marktintroductie energie innovaties (MEI) (EZ, art. 6) 4.768 2.989 789 4.535 5.539 5.539 5.539 Investeringsregeling Energiebesparing (IRE) / Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatregelen (IMM) (EZ, art. 6) 3.275 12.100 7.100 400 1.400 5.400 5.400 Wet Milieubeheer energiebesparing (IenM, art. 19) 3.888 3.982 Openbare verlichting decentrale overheden (IenM, art. 19) 17 Revolverend fonds EGO (WenR, art. 2) 35.000 Bijdragen aan agentschappen (WenR, art. 2) 11.745 7.500 5.000 2.500 2.000 500 500 Energiebesparing verhuurders, inclusief uitvoering (WenR, art. 2) 0 1.100 200 197.420 200.370 Beleidsprogramma Energiebesparing (Subsidies en opdrachten) (WenR, art. 2) 5.000 4.000 1.000 Revolverend fonds Energiebesparing verhuurders (WenR, art. 2) 72.800 Energiebesparing Koopsector (WenR, art. 2) 19.700 35.800 26.500 HERNIEUWBARE ENERGIE MEP (EZ, art. 4) 362.995 278.022 187.847 54.991 47.025 40.025 SDE/SDE+ (EZ, art.4) 323.059 1.057.428 1.266.802 1.692.756 2.315.848 2.992.739 3.050.464 Storting in begrotingsreserve duurzame energie (EZ, art. 4) 503.423 Storting in begrotingsreserveGarantieregeling Aardwarmte (EZ, art. 4) 1.922 1.800 2.500 4.700 4.700 4.700 InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (EZ, art.4) 60.000 ENERGIE-INNOVATIE Topsector Energie (EZ, art. 4) 36.516 35.600 33.088 26.770 31.490 31.490 31.490 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 290 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Demonstratieregeling Energie-innovaties (EZ, art. 4) 10.153 17.000 41.000 49.000 49.000 49.000 49.000 Innovatiemiddelen SDE+ (EZ, art. 4) 21.138 48.840 48.600 48.320 50.000 50.000 17.500 MOBILITEIT Elektrisch rijden (EZ, art. 4) 1.541 700 Lean and Green Personal Mobility (IenM, art. 14) 540 93 Meerjaren bewustwordingscampagne «Hopper» (IenM, art. 14) 50 35 Organisatiekosten Green Deal Autodelen (IenM, art. 14) 60 Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenM, art. 19) 112 98 OVERIGE Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten Energieak-koord (EZ, art. 4) 5.200 5.200 5.200 Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders (RVO.nl) (WenR, art. 2) 353 450 403 403 403 Beleidsprogramma Energiebesparing (Subsidies en opdrachten) (WenR, art. 2) 8.443 4.760 3.000 2.500 2.400 2.398 2.398Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 291 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen Algemene doelstellingHet scheppen van voorwaarden voor een aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen.Om deze doelstelling te bereiken zorgt de Nationaal Coördinator Groningen in dialoog met alle maatschappelijke en bestuurlijke stake-holders voor een planmatige en daadkrachtige regie en sturing op een duurzame versterking en vernieuwing van het aardbevingsgebied, opdat deze regio weer veilig wordt en sterker dan ooit een nieuwe balans vindt tussen gaswinning en een versterkte gebiedsidentiteit en gebiedskwaliteit met nieuwe economische kansen en een leefbare en aantrekkelijke woon-, werk en leefomgeving.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is op grond van de Mijnbouwwet verantwoordelijk voor de gaswinning. De gaswinning in Groningen grijpt diep in op het dagelijkse leven van inwoners in het gebied, met name in het gebied waar zich frequent aardbevingen voordoen. Voor het kabinet staat de veiligheid van inwoners voorop. Naast een beperking van de gaswinning, is gekozen voor een brede flankerende aanpak die zich richt op de veiligheid (schadeherstel), het (preventief) versterken van woningen en gebouwen en het gelijktijdig investeren in de leefbaarheid, economie en duurzaamheid. De opgave in Groningen is een nationale opgave van de NAM, regio en Rijk, waarbij wordt gezocht hoe Rijksopgaven en Rijksam-bities verbonden kunnen worden aan regionale opgaven en regionale ambities.De gezamenlijke opgave heeft als eerste geresulteerd in het bestuursak-koord «Vertrouwen op herstel en herstel van vertrouwen» (TK, 33 529, nr. 28) en in de aanvulling daarop (TK, 33529, nr. 96, TK, 33 529, nr. 98). De afspraken in deze bestuursakkoorden zien mede op de intensivering, verbreding en versnelling van de inzet van betrokken overheden door middel van publieke regie in de vorm van een Nationaal Coördinator Groningen (NCG).De NCG valt conform het Instellingsbesluit onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZ als coördinerend Minister (Staatscourant, nr. 12511). De NCG is belast met het bevorderen van de uitvoering van het meerjarenprogramma aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen (bijlage bij TK, 33 529, nr. 212). De NCG voert de volgende taken uit:Stimuleren•Het in samenhang bevorderen van de leefbaarheid, duurzaamheid en de economie van het aardbevingsgebied.•Het bevorderen van maatschappelijk, politiek en bestuurlijk draagvlak voor het meerjarenprogramma en van maatschappelijke participatie in de uitvoering daarvan en het bijdragen aan herstel van vertrouwen.•Het bevorderen van de instelling van een bedrijvenloket en een steunpunt voor burgers.Financieren•Het financieel bijdragen aan de verduurzaming bij het herstel van woningen in de provincie Groningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 292 •Inzet specifiek instrumentarium voor de woningmarkt, waaronder een regeling voor achterstallig onderhoud en de opzet van een woonbe-drijf.•Compensatie van extra kosten voor gemeenten en provincie.(Doen) uitvoeren•Het bijdragen aan de uitvoering van het meerjarenprogramma.•Het behandelen van de complexe schademeldingen, door met alle betrokkenen te zoeken naar een oplossing en te komen met een bemiddelingsvoorstel.•Het inrichten van een breed instrumentarium ter bevordering van schadeafhandeling en de preventieve versterking van gebouwen, alsmede op de thema’s vergroten van leefbaarheid en de verbetering van de woningmarkt.Regisseren•Het coördineren en faciliteren van de uitvoering van het meerjarenpro-gramma.•Het monitoren van de afhandeling van reguliere schadegevallen door het Centrum Veilig Wonen (CVW).•Het voeren van programmaregie bij de versterking van gebouwen in het aardbevingsgebied.BeleidswijzigingenMeerjarenprogramma Nationaal Coördinator GroningenVoor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel wordt in 2016 totaal € 244,2 mln uit de gasbaten beschikbaar gesteld voor uitvoering van het meerjarenprogramma in de jaren 2016 tot en met 2024. Deze € 244,2 mln aan uitgaven worden als niet-relevant voor het uitgavenkader beschouwd. Het begrotingsartikel voor het meerjaren-programma NCG kent een 100% eindejaarsmarge voor de uitgaven die vanuit de aardgasbaten worden gefinancierd. Dit houdt in dat budget dat in een bepaald jaar niet wordt benut, meegenomen kan worden naar volgende jaren en derhalve beschikbaar blijft voor de uitvoering van het meerjarenprogramma. Op deze wijze houdt het kabinet rekening met de complexe en deels onvoorspelbare opgave waar de NCG voor staat en wordt de benodigde flexibiliteit geboden zodat het budget optimaal kan worden aangewend. De 100% eindejaarsmarge geldt niet voor de middelen die in onderstaande budgettaire tabel onder «Verduurzamings-opgave overig» (totaal € 40 mln in de jaren 2016–2020) en onder «Scholenprogramma» (de door OCW voor het Scholenprogramma beschikbaar gestelde € 3 mln per jaar vanaf 2017) worden vermeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 293 Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 116.566 77.600 22.400 21.600 19.900 14.900 UITGAVEN 116.566 77.600 22.400 21.600 19.900 14.900 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 0% Subsidies 102.500 64.000 8.800 8.700 7.000 3.000 Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten 75.000 50.000 Verduurzamingsopgave overig (kader relevante uitgaven)1 18.500 6.000 5.800 5.700 4.000 Instrumentarium woningmarkt 9.000 5.000 Scholenprogramma (kader relevante uitgaven) 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Opdrachten 13.996 13.600 13.600 12.900 12.900 11.900 Onderzoek en compensatie gemeenten en provincie 6.096 7.000 7.000 7.000 7.000 6.000 Werkbudget 7.900 6.600 6.600 5.900 5.900 5.900 Bijdragen aan agentschappen 70 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 70 1 Deze uitgaven werden in de eerste suppletoire begroting 2016 geraamd op beleidsartikel 14 (artikel 4 van de EZ-begroting 2017). Om een integraal beeld te geven van het programmabudget NCG is deze reeks toegevoegd aan artikel 5.Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesVerduurzamingsopgaveNCG heeft € 165 mln beschikbaar voor de combinatie van verduurzaming bij versterkingen herstel van schade. Hiervan zal € 23,5 mln aangewend worden voor het Scholenprogramma.De inschatting is dat het budget voldoende ruimte biedt om invulling te geven aan de wens van de Kamer om tot een combinatie te komen van verduurzaming en versterking van gebouwen alsmede het bieden van compensatie voor de overlast van schade. De NCG zal in de loop van 2016 samen met de regio de specifieke wijze waarop het budget wordt ingezet uitwerken.Instrumentarium woningmarktDe NCG heeft € 4 mln beschikbaar voor een regeling voor achterstallig onderhoud. In 2016 wordt gestart met een pilot fonds woningonderhoud en aardbevingen. Daarnaast heeft de NCG € 10 mln beschikbaar voor de opzet van een woonbedrijf.ScholenprogrammaHet scholenprogramma richt zich op het versterken en nieuwbouw van scholen in de provincie Groningen. Hiervoor wordt € 50 mln beschikbaar gesteld van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in een structurele bijdrage van € 3 mln per jaar, ingaande 2017. Zoals uiteengezet in de brief van de Minister van EZ van 6 juni jl. (TK, 33 529, nr. 256), wordt naast de € 50 mln ook € 23,5 mln bijgedragen aan het Scholenprogramma uit de € 165 mln NCG-middelen gereserveerd voor de Verduurzamingsopgave. Voorts dragen zowel de NAM (€ 172,5 mln) als de negen betrokken gemeenten (€ 44,5 mln) bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 294 OpdrachtenOnderzoek en compensatie gemeenten en provincieDe NCG heeft de komende jaren in totaal € 30 mln beschikbaar voor onderzoek. Het voor 2017 beschikbare budget wordt vooral ingezet voor het kennisprogramma bovengronds, het epi kenniscentrum, een public review en het onderzoek Groningsperspectief.Daarnaast is in totaal € 20 mln gereserveerd voor de compensatie van de door gemeenten en provincie Groningen extra benodigde inzet. Het voor 2017 beschikbare budget van € 4 mln wordt ingezet voor de uitvoering van het meerjarenprogramma en de versterkingsactiviteiten die worden verricht binnen de gebiedsgerichte aanpak. Dit betreft onder andere de aan de versterkingsopgave gerelateerde taken ten aanzien van vergun-ningverlening, toezicht en handhaving, monumenten, openbare ruimte en ruimtelijke kwaliteit.WerkbudgetHet werkbudget NCG, inclusief aanvullend budget voor onder andere de gebiedsgerichte aanpak voor preventieve versterking van gebouwen en voor bekostiging van de per 1 mei 2016 ingestelde arbiters voor schadeaf-handeling, bedraagt in totaal € 55 mln.Bijdragen aan agentschappenBijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend NederlandHet uitvoeringsbudget voor RVO.nl is in 2016 ingezet voor een klantcon-tactpunt voor het beantwoorden van vragen van bewoners en bedrijven.Overzicht financiële middelenDe aansluitende tabel geeft het totaaloverzicht van het budget waar NCG over kan beschikken voor de uitvoering van het meerjarenplan. Naast dit totaalbudget van € 334,1 mln, is er op artikel 40 van de EZ-begroting een meerjarig budget geraamd van € 96 mln voor de apparaatsuitgaven van de organisatie NCG (personeel en materieel). Voor 2017 is € 12,4 mln aan apparaatsuitgaven geraamd.Daarnaast zal de NAM zal de komende jaren een bijdrage leveren aan specifieke programma’s van de NCG, waarbij voor 2016 is afgesproken dat de NAM hier € 7 mln voor reserveert.Voor zover noodzakelijk is er op artikel 5 onder het kopje werkbudget NCG nog aanvullend budget beschikbaar voor personeel en materieel. Per jaar zal worden bekeken of dit aanvullend budget noodzakelijk is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 295 Specificatie budget NCG(Bedragen x € 1 mln) Totaal 2016 2017 na 2017 Verduurzaming en waardevermeerdering1 141,5 87,7 50,1 3,7 Scholenprogramma1 73,5 5,9 8,9 58,7 Instrumentarium woningmarkt 14,0 9,0 5,0 0,0 – regeling achterstallig onderhoud 4,0 – opzet woonbedrijf 10,0 Bovengronds onderzoek 29,1 2,1 3,0 24,0 Compensatie gemeenten en provincie 20,0 4,0 4,0 12,0 Werkbudget NCG + aanvullend apparaatsbudget 55,0 7,9 6,6 40,5 Overige uitvoering (RVO.nl) 0,1 0,1 Budget NCG op artikel 5 333,2 116,6 77,6 139,0 Overgeboekt van artikel 5 naar IenM t.b.v. Deltares 0,9 0,9 Budget NCG op artikel 40 96,0 12,0 12,0 72,01 De rijksbijdrage aan het Scholenprogramma bestaat uit de € 50 mln (€ 3 mln per jaar met ingang van 2017) die overgeboekt is van de OCW-begroting en € 23,5 mln die binnen de EZ-begroting gedekt is uit de middelen voor Verduurzaming en waardevermeerdering.De verdeling van de € 334,1 mln aan budget over de jaren is afhankelijk van de nadere invulling van het meerjarenprogramma en de daaromtrent met betrokken partijen te maken afspraken. Omdat er in totaal voor € 244,2 mln (het deel gefinancierd uit de gasbaten) van de € 334,1 mln een 100% eindejaarsmarge bestaat, is geborgd dat de voor enig jaar geraamde uitgavenbedragen behouden blijven voor het meerjarenpro-gramma.Los van deze budgetten op de artikelen 5 en 40 die beheerd worden door NCG, is op artikel 4 van de EZ-begroting budget geraamd voor Bodem-beheer en op artikel 40 budget voor de organisatie Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Deze budgetten maken geen onderdeel uit van het meerjarenprogramma NCG. Hieruit worden wel activiteiten betaald die bijdragen aan de doelstelling van dit programma, zoals seismologisch onderzoek en de advisering door SodM inzake de consequenties van de gaswinning.Naast de middelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn voor het meerjaren-programma NCG is er vanuit het bestuursakkoord en het aanvullende bestuursakkoord totaal € 1,2 mld geraamd voor de verschillende maatregelen in Groningen (TK, 33 529, nr. 28 en TK, 33 529, nr. 96). Dit bestaat uit de volgende middelen:•De NAM heeft € 600 mln begroot voor bouwkundig versterken, waarvan per 1 juli 2016 € 258 mln is gerealiseerd.•Voor schadeclaims is in totaal € 250 mln begroot, waarvan per 1 juli 2016 is € 494 mln gerealiseerd.•€ 285 mln is begroot voor het overige instrumentarium NAM (de waardevermeerderingsregeling, waardevermindering, nieuwbouw, leefbaarheid en economisch perspectief (Economic Board). Hiervoor is € 189 mln aan uitgaven gedaan tot en met 1 juli 2016.Het aandeel van de NAM daarin bedraagt totaal afgerond € 1,1 mld. De Provincie Groningen draagt € 32,5 mln bij aan het bestuursakkoord voor de Economic Board. De Economic Board heeft als doel de economie van Noordoost-Groningen te versterken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 296 Voor specifieke programma’s maakt de NCG afspraken met betrokken partijen, zoals in het kader van het Scholenprogramma (zie brief van 6 juni jl. TK, 33 529, nr. 256). Los van de rijksbijdrage van € 73,5 mln, dragen de NAM (€ 172,5 mln) en gemeenten (€ 44,5 mln) daaraan bij.Voor de financiële middelen die niet via de Rijksbegroting lopen, kan de Minister van Economische Zaken geen verantwoording afleggen. Met de NAM is in het Bestuursakkoord afgesproken welk budget beschikbaar is en waaraan dit wordt besteed. Met de provincie Groningen is in het bestuursakkoord ook de hoogte van de bijdrage en de besteding hiervan afgesproken. Om de Tweede Kamer zo goed mogelijk te informeren, zal NCG met betrokken partijen afspraken maken om op enkele momenten in het jaar de Tweede Kamer te kunnen rapporteren over de realisatie van de uitgaven van de NAM en de provincie Groningen in het kader van het bestuursakkoord. Dit financiële overzicht zal onderdeel uitmaken van de kwartaalrapportages van de NCG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 297 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Algemene doelstellingEZ streeft naar internationaal toonaangevende, concurrerende, sociaal verantwoorde, veilige, en dier- en milieuvriendelijke agro-, visserij- en voedselketens.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is verantwoordelijk voor:Stimuleren•Het versterken van de positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens, het stimuleren van groene economische groei via energie- en klimaatbeleid voor de landbouw en het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- visserij- en voedselketens.•Het stimuleren van een adequate en duurzame voedselvoorziening/voedselzekerheid, voedselkwaliteit op Europees en mondiaal niveau evenals het bijdragen aan het Europese en internationale landbouw- en visserijbeleid.•Het stimuleren van kennisontwikkeling, innovatie en nieuwe technolo-gieën in de land- en tuinbouw.•Het stimuleren van verduurzaming van de productie en de consumptie van dierlijke en plantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamenwerking en nieuwe marktstrategieën.•Het zeker stellen van gewasbescherming, evenals het borgen en verbeteren van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn.Regisseren•Het borgen van voedselveiligheid. Producenten en partijen uit de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en productiewijze. De Minister van VWS is verantwoordelijk voor wetgeving voor voedselveiligheid, met uitzondering van wetgeving voor het slachten van dieren en het keuren en uitsnijden van vlees, waar de Minister van EZ verantwoordelijk voor is.Uitvoeren•Het doen uitvoeren van een effectief beleid ter realisatie van de doelstellingen uit de Europese regelgeving.•Het uitvoeren van adequaat veterinair en fytosanitair beleid.•Het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid (primaire productie en slachterijfase).•Het uitvoeren van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.BeleidswijzigingenOp de volgende speerpunten en beleidswijzigingen wordt ingezet in 2017:•In 2015 heeft het kabinet de «voedselagenda» opgesteld (TK, 31 532 nr. 156). In 2017 wordt samen met actoren in de voedselketen uitvoering gegeven aan de voedselagenda, die toewerkt naar een veilig en gezond, ecologisch houdbaar en robuust voedselsysteem. Verschui-ving van landbouwbeleid naar voedselbeleid staat centraal.•Per 1 januari 2017 wordt een stelsel van fosfaatrechten voor melkvee van kracht om te kunnen voldoen aan de voorwaarde bij de derogatie van de Nitraatrichtlijn om de fosfaatproductie van de Nederlandse veehouderij onder het niveau van 2002 te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 298 •Versnelling van de verduurzaming van gewasbescherming door het middelenpakket sneller aan te vullen met lagere risicomiddelen. In een systeemaanpak zo duurzaam mogelijk het gewas beschermen, waarbij de geïntegreerde gewasbescherming leidend is (TK, 27 858 nr. 369). Duurzame gewasbescherming ook promoten op mondiale schaal en daardoor een markt creëren. Nederland als koploper op dit gebied.•In 2017 worden de keuringtaken van roodvlees ondergebracht in een publiekrechtelijk Zelfstandig Bestuursorgaan.•De Commissie Nijpels zal in 2016 een advies uitbrengen met voorstel-len voor acties en maatregelen die een nieuwe impuls geven aan een verdere verduurzaming van de veehouderij. In 2017 zal EZ met betrokken partijen deze voorstellen uitwerken.•De varkenssector moet een vitaliseringsslag maken om de continuïteit voor de toekomst zeker te stellen. In 2017 zal EZ vanuit haar rol bijdragen aan de uitwerking van het Actieplan vitale varkenshouderij ten aanzien van het versterken van de markt- en ketenpositie van varkenshouders, herstructurering en revitalisering van de varkenshou-derij en kostenreductie door onder andere het stimuleren van mestverwerking.•EZ draagt bij aan de implementatie van de Ambitieagenda vleeskalver-houderij De Kamer wordt hierover nog nader per brief geïnformeerd.•Voor het realiseren van de kabinetsambitie van 80% weidegang voor melkvee in 2020 wordt samen met de partners van het Convenant Weidegang ingezet op het maximaal stimuleren van weidegang.•Per 1 januari 2018 wordt de BTW-landbouwregeling afgeschaft. Zoals uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Agro-, visserij-, en voedselketens (TK, 30 991 nr. 25) blijkt draagt deze regeling in mindere mate bij aan de beleidsdoelen van artikel 6 (Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens).Beleidsinformatie Kengetal 2012 2013 2014 2015 1. Maatschappelijke appreciatiescoreBron: TNS/NIPO 7,5 7,6 Geen meting 7,6 2. Mate van vertrouwen consumenten in voedselBron: NVWA monitor Geen meting 3,2 Geen meting 3,2 3. Export van agrarische producten uit Nederland (bedragen x € 1 mln) Duitsland 20.153 21.185 20.930 20.818 België 7.898 8.507 8.694 8.603 Verenigd Koninkrijk 7.522 7.911 8.154 8.331 Frankrijk 7.287 7.519 7.165 6.905 Italië 3.771 3.816 3.504 3.231 Overige landen 29.502 31.365 32.752 33.697 Totaal 76.133 80.304 81.198 81.586 Bron: UN Comtrade via http://www.agrimatie.nl/Data.aspx Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 623.541 666.242 650.823 640.948 608.408 602.692 602.670 Waarvan garantieverplichtingen 131.869 120.000 120.000 120.000 120.000 120.000 120.000 UITGAVEN 667.686 569.864 538.382 520.148 505.389 499.079 499.792 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 95% Subsidies 85.056 39.874 24.674 16.709 18.068 22.061 22.028 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 299 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Duurzame veehouderij 14.088 10.320 3.181 402 402 402 402 Investeringsregeling duurzame stallen 7.663 4.458 40 Regeling fijnstofmaatregelen 3.261 4.720 2.014 Overig 3.164 1.142 1.127 402 402 402 402 Plantaardige productie 9.562 15.363 7.937 4.983 6.987 10.987 10.987 Energie-efficiency en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG) 3.275 12.100 7.100 400 1.400 5.400 5.400 Marktintroductie energie innovaties (MEI) 4.768 2.989 789 4.535 5.539 5.539 5.539 Overig 1.519 274 48 48 48 48 48 Visserij 6.229 6.558 7.360 5.355 5.355 5.348 5.315 Regelingen onder het nieuwe EFMZV 5.819 7.360 5.355 5.355 5.348 5.315 Overige (uitfinanciering regelingen onder EVF) 6.229 739 Agrarisch ondernemerschap 9.496 6.541 5.324 5.324 5.324 5.324 5.324 Brede weersverzekering 3.550 6.518 5.324 5.324 5.324 5.324 5.324 Investeringsregeling Jonge Agrariërs 3.940 17 Overig 6 Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie 3.416 1.092 872 645 Overig (onder meer tegemoetkoming Vamil) 3.416 1.092 872 645 Apurement 11.799 Regeling apurement 11.799 Begrotingsreserves 32.472 Begrotingsreserve landbouw 3.525 Begrotingsreserve apurement 28.947 Garanties 35.868 10.515 5.515 4.015 5.615 5.420 5.420 Bijdrage begrotingsreserve Borgstellingsfaci-liteit 3.008 3.008 3.008 2.008 2.008 2.008 2.008 Verliesdeclaraties Borgstellingsfaciliteit 28.347 5.000 2.500 2.000 2.000 1.805 1.805 Garantstelling Marktintroductie Innovaties (GMI) 2.507 2.507 7 7 1.607 1.607 1.607 Overig 2.006 Opdrachten 139.872 114.712 111.866 107.457 106.547 106.709 107.538 Duurzame veehouderij 5.042 4.471 2.866 3.073 1.769 1.785 1.785 Mestbeleid 9.161 1.406 2.292 2.420 6.737 7.450 7.651 Plantaardige productie 1.057 867 2.306 3.366 2.666 2.666 2.666 Plantgezondheid 1.758 2.023 1.980 2.078 2.453 2.453 2.453 Diergezondheid en dierenwelzijn 11.412 6.589 5.654 5.637 6.063 6.063 6.063 Voedselagenda 5.405 5.575 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid 1.741 3.446 3.635 3.740 3.740 3.740 3.740 Visserij 3.398 918 1.029 1.209 1.251 1.251 1.251 Agrarisch ondernemerschap 2.849 2.409 2.398 2.507 2.507 2.507 2.507 Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie 98.049 87.007 69.706 63.427 59.361 58.794 59.422 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s 82.746 83.620 82.125 81.806 81.200 81.200 81.214 Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken 4.774 5.728 4.903 5.106 5.106 5.106 5.120 Wageningen Research Kennisbasis 20.688 20.765 13.458 13.458 13.458 13.458 13.458 Wageningen Research Wettelijke Taken 54.533 56.014 62.060 59.655 59.655 59.655 59.655 Zon-MW (dierproeven) 1.896 1.896 1.896 1.896 College Toelating Gewasbeschermingsmid-delen en Biociden 2.751 1.113 978 965 359 359 359 Centrale Commissie Dierproeven 726 726 726 726 726 Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 14.064 7.753 9.863 9.863 9.863 9.863 9.863 Diergezondheidsfonds 14.064 7.753 9.863 9.863 9.863 9.863 9.863 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 10.519 9.835 9.378 9.580 9.360 9.360 9.360 FAO en overige contributies 10.519 9.835 9.378 9.580 9.360 9.360 9.360 Bijdragen aan agentschappen 299.561 303.555 294.961 290.718 274.736 264.466 264.369 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 141.829 148.291 154.810 151.592 138.218 128.219 128.205 Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland 149.999 141.865 127.233 127.536 127.557 127.557 127.557 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 5.903 5.620 4.292 1.663 1.392 1.309 Rijksrederij 7.733 7.496 7.298 7.298 7.298 7.298 7.298 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2100 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 ONTVANGSTEN 123.539 57.640 57.398 49.806 47.630 47.435 47.435 Mestbeleid 3.324 7.209 7.209 7.209 7.209 7.209 7.209 Diergezondheid en dierenwelzijn 2.399 500 500 500 500 500 500 Voedselveiligheid en kwaliteit 374 Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid 40.729 15.926 15.926 15.926 15.926 15.926 15.926 Visserij 9.154 7.156 6.993 6.993 6.993 6.993 6.993 Agrarisch ondernemerschap 2.067 245 245 245 245 245 245 Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie 13.617 12.818 12.062 12.062 12.062 12.062 12.062 Garanties (provisies Borgstellingsfaciliteit) 1.696 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800 Agentschappen 5.689 Begrotingsreserves 44.490 11.986 12.663 5.071 2.895 2.700 2.700BudgetflexibiliteitHet budget voor 2017 is voor ruim € 500 mln (95%) juridisch verplicht. Dat komt met name door de verplichtingen die rusten op het onderdeel Kennis (meerjarige programma’s en wettelijke onderzoekstaken bij Wageningen Research. Ook voor het onderdeel Agentschappen zijn de verplichtingen al in het voorafgaande jaar aangegaan.Toelichting op de financiële instrumenten (per beleidsthema geordend)Duurzame veehouderijDe inzet van EZ voor de veehouderij is gericht op een transitie naar een toekomstbestendige duurzame en maatschappelijk gewaardeerde veehouderij in 2020. Dit vraagt een integrale aanpak naar een veehouderij met aandacht voor effecten op de volksgezondheid, dierenwelzijn, emissies naar het milieu, gebruik van duurzaam geproduceerde grond-stoffen en de directe leefomgeving. Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Bron Percentage integraal duurzame stallen 0% 2008 15% WURSubsidiesDe begrote bedragen betreffen uitfinanciering van eerdere openstellingen van de subsidieregelingen duurzame stallen en fijnstofmaatregelen. Onder de categorie overig valt de uitfinanciering op de regelingen beroepsopleiding en voorlichting, meetprogramma duurzame stallen, duurzame veehouderij en beëindigings- en saneringsregeling. Voor de uitvoering van de Ambitieagenda vleeskalverhouderij wordt de vleeskal-versector ondersteund met subsidieregelingen vanuit het Plattelandsont-wikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3)Over de inwerkingtreding van de subsidieregeling sloop en ombouw nertsenhouderijen als onderdeel van het flankerend beleid van de Wet verbod pelsdierhouderij wordt besloten na de uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak komt naar verwachting eind 2016 of begin 2017.OpdrachtenHet budget heeft betrekking op opdrachten en bijdragen aan derden die ondersteunend zijn voor de beleidsontwikkeling en -uitvoering, zoals projecten op het gebied van intensieve veehouderij en biologische landbouw, ontwikkeling duurzame stallen, uitrijden van dierlijke mest en voer- en managementmaatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2101 MestbeleidMet het nationale mestbeleid wordt invulling gegeven aan de verplich-tingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn (91/676/EG) en een bijdrage geleverd aan realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (200/60/EG). Doel van het mestbeleid is een verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater door het bevorderen van een effectief en efficiënt gebruik van meststoffen in de landbouw. Daartoe kent de Meststoffenwet vier stelsels. Het stelsel van gebruiksnormen en gebruiks-voorschriften stuurt rechtstreeks op de hoeveelheid meststoffen en de wijze en het moment van toediening, het stelsel van varkens- en pluim-veerechten stuurt op de productie van dierlijke mest en de stelsels van verplichte mestverwerking en verantwoorde groei melkveehouderij sturen op een verantwoorde afzet van dierlijke mest. De jaarlijkse derogatierap-portages en de vierjaarlijkse evaluatie van de Meststoffenwet worden altijd aan de Tweede Kamer aangeboden.De vierjaarlijkse Nitraatrichtlijnrapportage (waarvoor het Ministerie van IenM eerstverantwoordelijk is) en de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid worden gepubliceerd op de site van het RIVM.OpdrachtenDe bedragen onder Mestbeleid hebben voor het grootste deel betrekking op de financiering van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid, waarbinnen monitoring plaatsvindt van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven om het effect van het mestbeleid te kunnen evalueren en te kunnen voldoen aan de monitoringsverplich-tingen van de Europese Commissie.OntvangstenDe ontvangsten betreffen de boete-inkomsten in het kader van de handhaving van het mestbeleid en de bijdrage van agrarische bedrijven aan de kosten van het derogatiemeetnet binnen het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid.Plantaardige productieDe inzet van EZ is gericht op het in stand houden van een Nederlandse plantaardige sector die wereldwijd bekend staat om de kwaliteit van productie en productietechnologie voor voedings- en siergewassen. Plantenveredeling en duurzame intensivering van de teelt zijn van fundamenteel belang voor het vergroten van (mondiale) voedselzekerheid en concurrentiekracht van de betrokken sectoren. Dat is primair een opgave voor het bedrijfsleven zelf. Doel is te komen tot samenwerkende tuinbouwketens die toonaangevend zijn in concurrentiekracht en duurzaamheid.De ambitieuze klimaat- en energiedoelen die voor de tuinbouw gesteld zijn, worden conform de Meerjarenafspraak Energietransitie glastuinbouw 2014–2020 en bijbehorende versnellingsplannen uitgewerkt. Voor de overige landbouwsectoren en de voedings- en genotmiddelenindustrie zal uitvoering worden gegeven aan de ambities en doelen van respectievelijk het herijkte convenant Schone en Zuinige Agrosectoren en de geactuali-seerde Meerjarenafspraken Energiebesparing (MEE en MJA3).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2102 Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Streef-waarde Planning Bron Totale CO2-emissie glastuinbouw Circa 7,5 Mton 2013 6,7Mton 6,2 Mton 2020 LEI Energie-efficiency indexvoedings- en genot-middelenindustrie (VGI) 100% 2005 80% 70% 2020 RVO.nlDe indicatoren geven inzicht in de voortgang van de verduurzaming op energie- en klimaatgebied van deze twee sectoren.SubsidiesDe begrote bedragen betreffen betalingen op zowel eerdere als nieuwe openstellingen van de regeling Marktintroductie energie innovaties (MEI) en het subsidie-instrument Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG), voorheen Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatregelen. Onder de categorie overig vindt nog de uitfinanciering plaats van de eerder opengestelde en inmiddels afgesloten Demoregeling Schoon en Zuinig en de uitfinanciering van de Set aside regeling.OpdrachtenHet budget heeft betrekking op uitfasering van (onderzoeks)opdrachten op het gebied van de innovatieagenda energie en energietransitie. En budget voor de PPS consument en keten voor de topsector tuinbouw- en uitgangsmaterialen.PlantgezondheidEen hoogwaardige kwaliteit en een hoog plantgezondheidsniveau van plantaardige producten zijn voor de Nederlandse concurrentiekracht van groot belang. Belangrijk speerpunt is het voorkomen van de in- en uitsleep van plantenziekten in Nederland. Verder zal de implementatie van de herziening van het nieuwe Europese fytosanitaire stelsel ter hand worden genomen. Ook de bevordering van markttoegang voor Neder-lands uitgangsmateriaal en plantaardige producten door gerichte inzet in prioritaire landen krijgt de aandacht. Beschermen van gewassen en teelten tegen ziekten, plagen en onkruiden is een belangrijke randvoor-waarde om een hoogwaardige productie te blijven realiseren. Voor het verminderen van de milieulast veroorzaakt door toepassing van gewasbe-schermingsmiddelen en de concrete gestelde beleidsdoelen is de beleidsnota duurzame gewasbescherming 2013–2023 «Gezonde groei, duurzame oogst» (TK, 27 858, nr. 146) het kader. Daarnaast zet EZ beleidsmatig in op een transitie naar een duurzamere gewasbescherming en een versnelling van de «vergroening» van gewasbeschermingsmid-delen, zowel nationaal, als ook in de EU.OpdrachtenDe nadruk ligt op het versnellen van de transitie naar verduurzaming van gewasbescherming. Daartoe wordt het gebruik van laag-risico middelen en basisstoffen gefaciliteerd en geïntensiveerd via een Green Deal met de sector, pilotprojecten systeemaanpak en via een EU-spoor. Ook wordt de toelating voor kleine toepassingen gestimuleerd via het Fonds kleine toepassingen. Tenslotte wordt het budget benut voor en het goed functioneren van het EU-coördinatiepunt voor kleine toepassingen en hoogwaardige teelten dat eveneens toelatingen op dat vlak stimuleert.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2103 Diergezondheid, dierenwelzijn en antibioticaAandacht voor diergezondheid en dierenwelzijn van landbouwhuisdieren is van belang voor een sterke duurzame veehouderij en komt tegemoet aan de toenemende belangstelling vanuit de samenleving voor de veehouderij.OpdrachtenHet budget voor opdrachten wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:•Early warning, monitoring en bewaking van dierziekten en zoönosen.•Voorzieningen voor de crisisparaatheid, zodat een eventuele dierziekte-uitbraak snel, efficiënt en op een maatschappelijk verantwoorde manier bestreden kan worden.•Het aanhouden van een crisisorganisatie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren, waardoor direct gekwalificeerd personeel beschikbaar is om de NVWA te assisteren bij verdenkingen van dierziekten.•Borging, bevordering en verbetering van dierenwelzijn door imple-mentatie van (Europese) wetgeving en door het stimuleren van (keten)partijen. Op Europees niveau ligt de focus op de nadere uitwerking van de Verklaring van Vught (dierenwelzijnsconferentie 2014) en de onderliggende positionpapers. Nationaal op de beleids-brief dierenwelzijn, waarbij wordt ingezet op het uitfaseren van ingrepen, het stimuleren van een maatschappelijk geaccepteerde fokkerij van vooral honden, het tegengaan van impulsaankopen en de huisdierlijsten waarop is aangegeven welke dieren gehouden mogen worden, vroegtijdige signalering en vermindering van mishandeling en verwaarlozing en het verbeteren van brandveiligheid van veestal-len.•De uitvoering van de regeling In Beslag genomen Goederen. Dit is een vergoeding voor kosten van opvang van in beslag genomen gezel-schapsdieren en landbouwhuisdieren.•Diverse projecten zorgvuldig antibioticagebruik die bijdragen aan een vervolgbeleid voor 2016–2020 dat meer gericht is op vermindering van resistentierisico’s en meer sectorspecifiek is.•Bijdragen aan onder andere de Landelijke Inspectiedienst Dierenbe-scherming (€ 1,6 mln), Dutch Wildlife Health Centre (€ 0,5 mln) en het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (maximaal circa € 0,3 mln). Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Streef-waarde Planning Bron Mate van afname van antibiotica-gebruik in de dierhouderij Antibiotica-gebruik in 2009 2009 Is nog niet bepaald 70% reductie (t.o.v. 2009) Is nog niet bepaald SDaHet betreft de reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij ten opzichte van 2009. De Raming 2017 is afhankelijk van het vervolgbeleid 2016–2020. Daarover wordt de Kamer medio 2016 geïnformeerd.OntvangstenDe ontvangsten hebben vooral betrekking op op overtreders verhaalde kosten en dwangsommen die worden opgelegd voor handhaving van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren (Gwwd).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2104 VoedselagendaSamen met maatschappelijke partijen wordt door EZ uitvoering gegeven aan de Voedselagenda. De Voedselagenda schetst een voedselbeleid langs de lijnen volksgezondheid, ecologische houdbaarheid en robuustheid, met inbegrip van de mondiale dimensie. Voor de Voedse-lagenda is meerjarig een budget van € 20 mln beschikbaar.De Voedselagenda richt zich met name op drie thema’s: jong leren eten, transparantie en innovatie in de voedselketen. Veel jongeren weten niet meer waar voedsel vandaan komt en eten ook onvoldoende groente en fruit. Aandacht voor gezonde voeding in het onderwijs is marginaal, versnipperd. Met het programma Jong Leren Eten wil EZ hier verandering in brengen. Dit programma loopt vooralsnog van 2017–2020. Transpa-rantie in de voedselketen zorgt ervoor, dat ondernemers en consumenten geïnformeerde keuzes kunnen maken. Transparantie zorgt er ook voor dat de veiligheid en duurzaamheid van de voedselketen wordt gestimuleerd en vergroot. Kennis en innovatie leveren een onmisbare bijdrage aan de Voedselagenda. Een belangrijk deel van de kennis- en innovatiepro-gramma’s wordt door de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw& Uitgangs-materialen georganiseerd. In aanvulling daarop worden middelen ingezet om hiermee ook extra private investeringen uit te lokken.VoedselveiligheidBorging van voedselveiligheid en het tegengaan van voedselfraude draagt bij aan het verkleinen van risico’s voor de volksgezondheid, het vergroten van het vertrouwen in voedsel en het versterken van de positie van de agrofoodketen. Europese wetgeving is hierbij het kader en de bedrijven in de voedselketen zijn primair verantwoordelijk. Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Streef-waarde Planning Bron Nalevingsniveau HACCP-verplichting 80% April 2009 90% 90% 2018 NVWAHet betreft het percentage van het totale aantal gecontroleerde bedrijven met een wettelijk verplicht Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP)-systeem uit het eerste deel van de vleesketen (slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen) dat aan alle controle-items voor HACCP voldoet.OpdrachtenHet budget voor opdrachten heeft onder andere betrekking op:•Bijdrage aan de jaarlijkse organisatie van de Codex Alimentaris Commission.•Beleidsadvisering door het Bureau Diergeneesmiddelen. Herziening van Europese regels voor vleeskeuring en (risicogebaseerd) toezicht in de pluimveesector (zogenaamde Hygiënepakket). Monitoring van alimentaire zoönosen (zoals salmonella).•Versoepeling van beheersingsmaatregelen op het gebied van TSE/BSE.•Bijdrage in advieskosten Gezondheidsraad en onderzoek door Consumentenbond (circa € 0,1 mln).•Aanpassing van regelgeving gericht op een veilige en duurzame toepassing van nieuwe technologieën in de agrosector, zoals ggo’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2105 Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleidNederland hoort bij de meest innovatieve agro-exporteurs van de wereld. Nederland heeft een innovatief bedrijfsleven, een toonaangevende landbouwuniversiteit en -onderzoekscentrum, en een uitstekende internationale reputatie. Partnerschappen tussen overheid, kennisinstel-lingen en private partners zijn een belangrijke succesfactor in de Neder-landse strategie. Via de topsectorenaanpak worden door Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden voedseloplossingen voor de toekomst bedacht, uitgevoerd en geëxporteerd. Hiermee kan Nederland een grote bijdrage leveren aan de wereldwijde voedselzekerheid. Tegelijkertijd wordt hiermee de internationale (concurrentie-)positie van Nederland versterkt. EZ werkt daarbij nauw samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.OpdrachtenHet budget voor opdrachten wordt ingezet voor de volgende activiteiten:•Internationale programma’s van de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmateriaal die zich richten op het versterken van de landbouwsector in zich ontwikkelende- en ontwikkelingslanden.•Samenwerking met transitielanden en ontwikkelingslanden op het gebied van voedselzekerheid.•Nieuwe initiatieven en partnerschappen op het gebied van mondiale voedselzekerheid en duurzame economische ontwikkeling op de volgende pijlers:Cklimaatslimme landbouw;Cduurzaam gebruik van oceanen;Cbiodiversiteit (genetische bronnen en uitgangsmateriaal);Chet beperken van voedselverliezen.Daarnaast streeft EZ, in samenwerking met de topsectoren, naar duurzame veehouderijontwikkeling, verbeterde bodemvruchtbaarheid, versterking van de zaaizaadsector in ontwikkelingslanden en verbetering van gewasbeschermingssystemen.OntvangstenDe ontvangsten betreffen voornamelijk de productieheffing op suiker die via de begroting van Buitenlandse Zaken worden afgedragen aan de Europese Commissie.VisserijCentraal onderdeel van de in 2014 ingezette hervorming van het Gemeen-schappelijk Visserij Beleid is de invoering van de aanlandplicht. Vissoorten waarvoor vangstbeperkingen gelden mogen niet meer teruggegooid te worden, maar dienen te worden aangeland. Doel van de aanlandplicht is de verdere verduurzaming van de visserij en het selectiever vissen. De besluitvorming over de precieze invulling van de aanlandplicht vindt in hoofdzaak in regionaal verband van de lidstaten (onder andere de Noordzee) plaats. EZ faciliteert de introductie van de aanlandplicht door de sector te ondersteunen in de omschakeling naar meer selectieve vistechnieken en aanpassingen aan boord en in de visketen. Hiervoor kan Nederland het Europese Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij 2014–2020 (EFMZV) inzetten. Het EFMZV omvat ook de fondsen voor datacollectie (gegevensverzamelingen in Europees verband), visserij controle en de uitgaven voor het Geïntegreerd Maritiem Beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2106 SubsidiesIn 2017 vindt nog de afronding plaats van het Europees Visserijfonds (EVF). Inmiddels zijn er binnen EFMZV openstellingen geweest voor Jonge vissers, Innovatie aanlandplicht, Innovatie rendementsverbetering en Innovatie aquacultuur waarvan ook een deel van de uitgaven in 2017 zullen worden gemaakt.OpdrachtenHet budget heeft betrekking op opdrachten aan derden die ondersteunend zijn voor de beleidsontwikkeling op visserijgebied, zoals monitoringactivi-teiten en het transitieproces voor het IJsselmeer.OntvangstenDe ontvangsten hebben met name betrekking op de geïnde leges van afgegeven visserij-vergunningen (zoals mosselpercelen).Agrarisch ondernemerschapVergroting van het concurrentievermogen is essentieel voor het agrocomplex. Het beleid is gericht op goed en duurzaam presterende agrarische ondernemers. Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Streef-waarde Planning Bron Verhouding duurzame – totale investeringen 36% 2013 29% 30% 2017 LEIBetreft de verhouding tussen de bedragen in duurzame investeringen en de totale investeringen in de landbouw, tuinbouw en visserij. Voorbeelden van duurzame investeringen in de land- en tuinbouw zijn Groen Label Kassen en Maatlat Duurzame Veehouderij stallen.SubsidiesIn 2017 wordt de subsidieregeling Brede Weersverzekering opnieuw opengesteld, waarmee de beschikbaarheid van brede verzekeringen tegen weerschade in de open teelten wordt gefaciliteerd.OpdrachtenHet budget heeft betrekking op de overheidsinzet voor agrarisch Nederland wereldwijd bij het opzetten, verbeteren en versterken van duurzame ketens. Dit in nauwe samenwerking met het Landbouwraden-netwerk.Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatieEen goed functionerend kennissysteem draagt bij aan de economische positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens en aan de natuurdoelstellingen. Kennisontwikkeling en agrarische innovatie leveren een belangrijke bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke vraag-stukken die zich voordoen in het agro- en natuurdomein. Met strategische kennis- en innovatieprogramma’s (SKIP’s) wordt gestuurd op een integrale en samenhangende kennis- en innovatieketen, van mondiaal funda-menteel onderzoek en innovatie tot regionale implementatie van kennis.Met de innovatiecontracten van de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen zal kennis en innovatie nog meer gericht worden op de maatschappelijke opgaven in het agro- en voedseldomein Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2107 en op cross-overs met andere topsectoren waaronder de topsector High Tech Systemen & Materialen (HTSM). Indicator Referentie-waarde Peil-datum Raming 2017 Streef-waarde Planning Bron 1 Klanttevredenheid 8,7 2014 8,0 8,0 2018 PROSU 2 Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties 84% 2014 >80% >80% 2020 PROSU 3 Percentage innoverende agrarische bedrijven 11,6% 2006 15% 10% 2018 LEI1 en 2.Vanaf 2017 worden de nieuwe indicatoren voor klanttevredenheid en kennisbenutting opgenomen in de begroting voor alle TO2-instituten. De streefwaarde van de hiergenoemde indicato-ren zijn gelijkgetrokken met die voor de andere TO2-instituten zoals opgenomen in artikel 2. Een uitgebreide toelichting hierop staat bij de tabel in artikel 2.3.Dit geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers (vroege volgers).SubsidiesDe begrote bedragen betreffen de uitfinanciering op de subsidierege-lingen Samenwerking bij innovatie, VAMIL-compensatie6 en Functionele Agrobiodiversiteit.OpdrachtenHet budget voor opdrachten is bestemd voor:•De innovatie-agenda’s van de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen.•De ondersteuning van beleidsontwikkeling en politieke besluitvorming voor onder andere internationale markt- en handelstoegang in relatie tot veterinaire en fytosanitaire problematiek, de relatie volksgezond-heid en intensieve veehouderij, waarborgen voedselveiligheid en diergezondheid, welzijn van landbouwhuisdieren en gezelschapsdie-ren, platteland en omgeving, vermaatschappelijking natuur, natuurin-clusieve landbouw, voedselverspilling en voedselzekerheid.•Internationale samenwerking in Joint Programming Initiatives (JPI’s) en European Research Area Network (ERA-Net) en multilaterale samenwerking op het gebied van voedselzekerheid.•Het uitvoeren van evaluaties en opdrachten voor agrarische innovatie, waarbij de focus ligt op de nieuwe uitdagingen van het GLB: vergroe-ning, klimaat, hernieuwbare energie, water en biodiversiteit.OntvangstenDe ontvangsten hebben betrekking op terugontvangen rente en aflossing van Wageningen Research en diverse ontvangsten samenhangend met de onderzoeksfinanciering.ApurementDe Europese Commissie voert in bepaalde gevallen financiële correcties door op door Nederland ingediende declaraties bij Europese Fondsen, wanneer de uitvoering in de ogen van de Commissie niet volgens 6http://www.rijksbegroting.nl/2016/voorbereiding/begroting%2Ckst212225_6.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2108 Europese regelgeving heeft plaatsgevonden (apurement-procedure). De begrotingsreserve apurement is op peil om toekomstige correcties uit te kunnen betalen. Daarom is voor 2017 geen storting in de reserve voorzien.GarantiesEZ verleent steun aan bedrijven in de primaire sector (agrariërs en vissers) door het verstrekken van garanties op leningen voor investeringen. Hierdoor wordt de financiering mogelijk gemaakt van investeringen die in de markt niet tot stand komen omdat de betreffende bedrijven niet voldoende zekerheden kunnen bieden. Tegelijkertijd wordt er met deze faciliteit een extra stimulans gegeven aan de verduurzamingsopgave van de primaire sector. Per 1 januari 2017 worden de borgstellingen verleend volgens de nieuwe Borgstelling MKB-Landbouwkredieten. In deze regeling is de uitvoering van de landbouwborgstelling geharmoniseerd met de BMKB voor het niet-agrarische MKB-bedrijfsleven en geactuali-seerd voor de huidige financieringspraktijk. Ingevolge de afspraken van het Garantiekader voor Risicoregelingen is de kostendekkendheid van de regeling verhoogd door het garantstellingspercentage te verlagen van 80% naar 70%. De aangekondigde Garantstelling Marktintroductie Innovaties wordt in 2017 opengesteld als onderdeel van de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten. Met deze regeling beoogt EZ specifieke investeringen te stimuleren gericht op de introductie van systeem-innovaties die kansen bieden voor producten met meer toegevoegde waarde in de markt. Voor deze regeling wordt jaarlijks een bedrag in de begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit gestort.OntvangstenDe ontvangsten betreffen inkomsten uit door agrariërs betaalde provisies voor door EZ afgegeven garantstellingen aan banken.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sMedebewind en overige voormalige publieke PBO-takenIn 2014 zijn publieke taken van de PBO’s overgaan naar de centrale overheid. Het begrote bedrag is onder meer bestemd voor reorganisatie en-afvloeiingskosten van voormalig medebewindspersoneel bij de PBO’s.Wageningen ResearchDit betreft zowel kennisbasisonderzoek (KB) als wettelijke onderzoeks-taken (WOT). Het strategisch plan Wageningen UR is basis voor het meerjarig programma kennisbasisonderzoek 2015–2018. Wettelijke onderzoekstaken richten zich op voedselveiligheid, besmettelijke dierziekten, economische informatievoorziening, visserij, genetische bronnen en natuur en milieu. De taken vloeien voort uit (inter)nationale wetten, verordeningen en verdragen.ZonMW (dierproeven)Tot en met 2017 is budget overgeheveld naar VWS/ZonMW voor de ontwikkeling en de uitvoering van alternatieven voor dierproeven. Voor de jaren erna is het budget gereserveerd.College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb)Het betreft de gezamenlijk met de ministeries van SZW, VWS en IenM te gevenopdracht aan het Ctgb, vooral voor het geven van beleidsadviezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2109 Centrale Commissie Dierproeven (CCD)De CCD verstrekt vergunningen voor het mogen verrichten van dierproeven.Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukkenDit betreft de EZ-bijdrage aan de DGF-begroting voor de monitoring en bestrijding van (bestrijdingsplichtige) dierziekten. Alsmede de uitgaven voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen).Bijdragen aan agentschappenNederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)De bijdrage aan de NVWA is onder andere bestemd voor de handhaving van de wet- en regelgeving en het toezicht op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, diervoeders, diergeneesmiddelen, dierlijke bijproducten, dierproeven, mest, natuur en de veiligheid van voedsel en consumentenproducten.Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)De bijdrage aan RVO.nl is onder andere bedoeld voor de uitvoering van zijn taak als Europees betaalorgaan. Vanwege deze status kan RVO.nl Europese subsidies uitbetalen, bijvoorbeeld de basisbetaling, de betaling voor jonge landbouwers en de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken en de uitvoering van het Europese Fonds Maritieme Zaken en Visserij. Naast de Europese subsidieregelingen voert RVO.nl ook nationale subsidieregelingen uit, zoals de regelingen voor innovaties en het visserijbeleid, energiebesparing en voor investeringen in duurzaamheid evenals maatregelen in het versterken van de innovatie en concurrentiekracht van de landbouw in het kader van de cofinanciering van inzet van Europese middelen.Voorts worden taken uitgevoerd betreffende identificatie en registratie van dieren en het mestbeleid. Daarnaast verleent RVO.nl bepaalde vergun-ningen voor agrarische ondernemers en voor bezit en handel in beschermde plant- en diersoorten. Verder fungeert RVO.nl als thuishaven voor het landbouwradennetwerk.RijksrederijDe bijdrage aan de Rijksrederij is bestemd voor de inzet van schepen en bemanning voor het uitvoeren van taken op het gebied van visserijon-derzoek en het beheer en de inspectie voor natuur en visserij.Toelichting op de BegrotingsreservesNaast het reguliere financiële instrumentarium zijn er begrotingsreserves. Hier kan voor artikel 6 geld uit worden onttrokken. Ook kan vanuit artikel 6 hierin geld gestort worden (voeding). Door middel van de begrotingsre-serves worden uitgaven opgevangen die jaarlijks sterk in omvang kunnen variëren. In 2008 zijn de liquide middelen van drie ZBO’s, het Ontwikkeling- en Saneringsfonds voor de visserij, het Ontwikkeling- en Saneringsfonds voor de landbouw en het Borgstellingsfonds voor de landbouw overgeheveld naar respectievelijk de reserve Landbouw, Visserij en de Borgstellingsfaciliteit. Met de instelling van deze drie begrotingsreserves wordt het financiële instrumentarium voor ontwik-keling en sanering in de landbouw en visserij behouden. Het gaat om regelingen met fluctuerende uitgaven als gevolg van transitietrajecten die onvoorspelbaar zijn. Er is sprake van meerjarige uitfinanciering en een onzekere budgettaire planning. Daarnaast betreft het regelingen die Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2110 afhankelijk zijn van het economische klimaat en bijvoorbeeld afhankelijk zijn investeringsbeslissingen (en investeringsritme) van ondernemers).Stand begrotingsreserves per 31 december 2015 (x € 1.000) Waarvan juridisch verplicht Begrotingsreserve Landbouw 24.872 100% Begrotingsreserve Visserij 17.231 85% Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit 22.162 100% Begrotingsreserve Apurement 174.524 35% LandbouwUit het saldo van de begrotingsreserve Landbouw worden uitgaven gedaan op het gebied van ontwikkeling en sanering in de landbouwsector, bijvoorbeeld voor energietransitie in de tuinbouwsector. In deze reserve zitten met name middelen voor het flankerend beleid pelsdierhouderij (in 2016 € 22 mln). Daarnaast zijn onder andere reserveringen getroffen voor de regeling Marktintroductie Energie Innovaties (MEI), de regeling fijnstofmaatregelen, Duurzame stallen PAS en de VAMIL compensatiere-geling. Het bedrag in deze reserve is 100% juridisch verplicht. De middelen die voor flankerend beleid pelsdierhouderij gereserveerd zijn vallen hier ook onder.VisserijDe begrotingsreserve Visserij is bestemd voor de meerjarige uitfinan-ciering van het vorige Europees Visserijfonds (EVF 2007–2013) en het huidige Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV 2014–2020). Het gaat om subsidieregelingen met langere doorlooptijden en een fluctuerend uitgavenpatroon over jaargrenzen heen. De EVF reserve (€ 12,2 mln) is 100% verplicht. Voor het EFMZV 2014–2020 is voor € 2,5 mln aan verplichtingen aangegaan en € 5 mln in de reserve gestort. Totaal is van de reserve van € 17,2 mln dan € 14,7 mln juridisch verplicht (85%).BorgstellingsfaciliteitDe begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit is bedoeld om de verliesdecla-raties te betalen die voortvloeien uit garantstellingen aan banken waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw en visserij worden gefaciliteerd (voorheen Garantstelling Landbouw met ingang van 2017 Borgstelling MKB-landbouwkredieten). Deze reserve houdt rekening met een bedrag aan uit te keren verliesdeclaraties. De begrotingsreserve zal fluctueren afhankelijke van economische tij. In goede tijden spaart men om verliesdeclaraties in slechte tijden te kunnen uitbetalen. In de periode 2009 tot en met 2015 is circa € 110 mln aan verliesdeclaraties betaald. Tegenover deze onttrekking staat een jaarlijkse reguliere storting van € 3 mln (waarvan € 1,8 mln aan ontvangen provisies). Tevens wordt geld in de begrotingsreserve gestort voor de Garantieregeling marktintroductie innovaties (GMI). Deze regeling gaat naar verwachting in 2017 open en dat is later dan verwacht. Door stortingen uit eerdere jaren terwijl de regeling nog niet was opengesteld, kan voeding vanuit de EZ begroting in de beginjaren achterwege blijven. Het totaal uitstaande bedrag waarvoor garant wordt gestaan is met ingang van 2016 € 322,4 mln en is daarmee 100% juridisch verplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2111 ApurementDe begrotingsreserve Apurement is uitsluitend bedoeld voor financiering van uitgaven voor apurement. Apurement heeft betrekking op correcties van de Europese Commissie (EC) vanwege een niet EU-conforme uitvoering van EU-subsidieregelingen. In 2016 is bij eerste suppletoire begroting € 62,9 mln aan correcties aan de EU verwerkt en betaald. Verder heeft Nederland een rechtszaak gewonnen bij het Gerecht van de EU over ten onrechte niet in rekening brengen van wettelijke rente bij achterstallige vorderingen. De EC heeft € 4,7 mln terugbetaald aan Nederland. Dit bedrag is in de reserve apurement gestort. Van de in totaal € 179,2 mln (€ 174,5 mln en de € 4,7 mln terugbetaling aan EU) aan reserve is 35% juridisch verplicht. Pas op het moment van de ontvangen uitspraak van de EC is er sprake van een juridische verplichting. Zoals afgesproken met het Ministerie van Financiën, monitort EZ het verloop van correctievoorstellen en – besluiten. In overleg met Financiën bepaalt EZ bij het opstellen van de begroting of de omvang van deze reserve proportioneel is in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Bij Voorjaarsnota 2016 is besloten geen jaarlijkse toevoe-gingen aan de reserve meer te doen zolang het saldo boven de € 90 mln is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2112 Budgettair belang fiscale maatregelenBedragen x € 1 mln 2016 2017 Landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting 1.342 1.370 Verlaagd tarief glastuinbouw 116 113 Verlaagd tarief sierteelt 233 233 Landbouwregeling 17 17 Vrijstelling cultuurgrond 115 117 Een toelichting op de fiscale instrumenten is opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota (Belastinguitgaven en Inkomstenbeperkende regelingen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2113 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit Algemene doelstellingGroen onderwijs van hoge kwaliteit. Hierbij streeft het Ministerie van Economische Zaken (EZ) naar:•Voldoende gekwalificeerde beroepsbeoefenaren voor het agrofood-complex en de groene ruimte.•Vergroten van de kennisverspreiding en -benutting voor het agrofood-complex en de groene ruimte.Hiermee draagt groen onderwijs bij aan de doelstellingen van de artikelen 6 (Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens) en 8 (Natuur en biodiversiteit).Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is verantwoordelijk voor:Voldoende gekwalificeerde beroepsbeoefenaren voor het agrofood-complex en de groene ruimte.Stimuleren•Stimuleren van een hoog kwaliteitsniveau van beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderzoek.•Stimuleren van voorwaarden om te voldoen aan de vervangingsvraag en de transitie naar een groene economie. Afspraken maken met instellingen over bevorderen doorstroom, verminderen aantal voortijdige schoolverlaters, leven lang leren door om- her- en bijscholing, versterken doorlopende leerlijnen binnen de groene verticale onderwijskolom, bevorderen van cross-overs met het overig beroepsonderwijs en vakinhoudelijke vernieuwing van het groen onderwijs.•Stimuleren, in overleg met de instellingen, van ondernemerschap en internationalisering waardoor leerlingen/studenten na afronding van hun opleiding een basis hebben voor de start van een eigen bedrijf in het groene domein.Regisseren•Met de instellingen en het bedrijfsleven zorgdragen voor het verster-ken van gekwalificeerde functies binnen het domein voedsel, natuur en leefomgeving door het groen (voorbereidend) beroepsonderwijs en van de kennisverspreiding binnen de groene kennisinfrastructuur.Financieren•De groene onderwijsinstellingen functioneren binnen het wettelijk onderwijsstelsel dat voor het gehele onderwijs geldt.Kennisverspreiding en -benutting voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte (natuur en groene leefomgeving), onder meer door actieve inzet van het groen onderwijs om beleidsdoelen te realiseren.Stimuleren•Stimuleren van vraaggestuurde landelijke Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV) voor het MBO en Centers of Expertise (CoE) voor het HBO op een achttal expertisethema’s: Biobased Economy, Greenports, Agrodier, Food, Open teelten, Natuur en groene Leefom-geving, Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen. De activiteiten van de CIV en CoE zijn gericht op zelfvoorzienendheid. Belangrijke Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2114 speerpunten zijn het opleiden van talent dat aansluit bij de arbeids-marktbehoeften, ondersteunen van innovatieopgaven bij onderne-mers, zwaartepuntvorming onderwijs en onderzoek, stimuleren van publiek-private samenwerking gericht op excellent onderwijs en praktijkgericht onderzoek samen met bedrijfsleven.•Stimuleren van het innovatief vermogen van het MKB door het instrument van groene plus lectoraten in het groene Hoger beroepson-derwijs meer vraaggestuurd in te zetten voor kennisvragen vanuit het MKB.•Stimuleren van activiteiten gericht op het verspreiden, doorstromen en benutten van kennis voor doelgroepen die deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Kengetal 2011 2013 2015 Ambitie Adequaat aanbod aan de vraag op de arbeidsmarkt 1% 52% 85% 90%Bron: The Research Centre for Education and the Labour Market (ROA)Toelichting: Adequaat aanbod wordt gemeten door middel van de Indicator Toekomstige Knelpunten in de Personeelsvoorziening naar Beroep (ITKB). Resultaten worden tweejaarlijks gepubliceerd.BeleidswijzigingenOp de volgende speerpunten en beleidswijzigingen wordt ingezet in 2017:•Borgen van de resultaten en kennisinfrastructuur uit de afgeronde acties vanuit de MeerjarenInvesteringsProgramma’s (2013–2015).•Invulling geven aan de uitvoering van de strategische meerjarige ontwikkelagenda groen onderwijs, zoals deze door het groen onder-wijs is opgesteld in overeenstemming met Economische Zaken en het bedrijfsleven.Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 827.516 860.843 855.509 838.105 826.442 816.075 804.522 UITGAVEN 843.384 814.179 804.513 784.363 771.904 761.490 756.551 Waarvan juridisch verplicht 100% Garanties 55 Schatkistbankieren 55 Bekostiging 780.769 780.489 776.346 759.483 747.935 737.593 732.654 WO-groen 174.610 182.865 185.670 189.434 193.274 197.191 201.978 HBO-groen 90.568 83.173 83.758 86.136 88.693 84.065 81.100 MBO-groen 181.919 170.073 163.098 160.019 153.559 152.289 151.328 Wachtgelden 13.991 14.424 14.404 14.408 14.299 14.301 14.301 VMBO-groen 316.547 329.904 327.046 307.661 296.285 287.922 282.122 Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) voorheen Aequor 3.134 50 2.370 1.825 1.825 1.825 1.825 Subsidies 60.695 32.173 26.692 23.405 22.494 22.422 22.422 Aansturing collectieve ondersteuning 5.875 School als Kenniscentrum 21.962 1.604 Kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs 1.523 101 Aanvullende onderwijssubsidies 27.106 27.098 25.303 22.116 21.205 21.133 21.133 Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit 1.429 1.322 1.322 1.222 1.222 1.222 1.222 Educatie 2.800 2.048 67 67 67 67 67 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2115 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Opdrachten 628 37 37 37 37 37 Kennisverspreidingsprojecten 628 37 37 37 37 37 Bijdragen aan agentschappen 1.237 1.517 1.438 1.438 1.438 1.438 1.438 Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland 1.237 1.279 1.200 1.200 1.200 1.200 1.200 Bijdrage DUO 238 238 238 238 238 238 ONTVANGSTEN 243 75 75 75 75 75 75BudgetflexibiliteitHet budget 2017 is voor € 802 mln (100%) juridisch verplicht. De volgende uitgaven zijn volledig juridisch verplicht:•Aanpassing van de bekostiging (€ 776,3 mln) en het OCW-volgende deel van de aanvullende onderwijssubsidies (18,6 mln) vereist aanpassing van de relevante regelgeving.•Voor € 7,3 mln is het budget vastgelegd in meerjarige verplichtingen.Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingRijksbijdrage WO-groen, HBO-groen, MBO-groen, Wachtgelden, VMBO-groen en SBBHet betreft normatieve bekostiging gebaseerd op de onderwijswetgeving. EZ bekostigt groen wetenschappelijk onderwijs, 5 HBO-instellingen, 12 Agrarische Opleidingscentra voor Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs/Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO/MBO), de groene MBO-opleiding aan Regionaal Opleidingscentrum (ROC) Landstede, 36 groene afdelingen van scholengemeenschappen en de stichting Samen-werking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).Bekostigde aantallen in het groen onderwijs in 2017 Instrument Type studenten/ getuigschriften/ promoties Aantallen Prijs Bedrag* € 1.000 Uitgaven 2017* € 1.000 Bekostiging WO-groen Inschrijvingen 6.510 5.381 35.031 Graden Bachelor 968 8.353 8.085 Graden Master 1.126 11.325 12.752 Promoties 305 81.916 24.984 Vaste componenten 104.818 185.670 Bekostiging HBO-groen Inschrijvingen hoog 8.524 6.628 56.497 Graden hoog 1.491 6.628 9.882 Vaste componenten 17.379 83.758 Bekostiging MBO-groen Deelnemers beroeps-opleidende leerweg 20.100 7.014 140.980 Deelnemers beroeps-begeleidende leerweg 5.400 4.096 22.118 163.098 Wachtgelden Vaste component 14.404 Bekostiging VMBO-groen Leerlingen VMBO/VBO 21.600 7.557 163.222 Leerlingen VMBO/LWOO+PRO 13.700 11.958 163.824 327.046 SBB Vaste component 2.370 Totaal 776.346Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2116 Bekostigde aantallen studenten in het groen onderwijs tot en met 2021 Onderwijssoort 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 WO 8.300 9.000 9.700 10.200 10.700 11.200 11.800 HBO 10.000 10.400 10.900 11.300 11.800 12.100 12.400 MBO 27.900 25.900 25.500 25.300 24.600 24.500 24.400 VO 35.300 35.900 35.300 34.200 33.100 32.200 31.600 Kengetal 2011 2012 2013 2014 2015 Ambitie % afgestudeerden dat minimaal werkt op niveau van opleiding 71% 72% 70% 71% 75% 85%Bron: The Research Centre for Education and the Labour Market (ROA)De waarde is een gemiddelde van het cijfer voor niveau 4 van de Beroepsopleidende leerweg (BOL 4) en HBO in het groen onderwijs. Kengetal 2011 2012 2013 2014 2015 Ambitie Kwaliteitsniveau groen onderwijs 82% 83% 88% 89% 90% 92%Bron: Inspectie voor het onderwijsDe inspectie voor het onderwijs bepaalt periodiek op basis van meerdere gestandaardiseerde criteria welk percentage groene scholen voldoende kwaliteit heeft. Hoe hoger het percentage, hoe meer groene scholen voor Middelbaar Beroepsonderwijs en Voorbereidend Middelbaar Beroepson-derwijs (VMBO) gemiddeld genomen een voldoende scoren op kwaliteit. De opgenomen waarden zijn het gemiddelde van VMBO en MBO.SubsidiesAanvullende onderwijssubsidies•Subsidies toetsing en examinering (CITO);•Subsidieregelingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor onderwijsvernieuwing onder andere: internationale mobiliteit, verhoging van opleidingsniveau, deelname leven lang leren, carrièrepatroon docenten;•Subsidies van EZ voor Groene plus lectoraten, Centra voor Innovatief Vakmanschap en Centres of Expertise. Doel is om het beroepsonder-wijs te vernieuwen door kenniscirculatie tot stand te brengen binnen de gouden driehoek. Het gaat hierbij om de uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen. Deze EZ subsidies zijn als onderdeel van de taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II geschrapt met ingang van 2016. Kengetal 2011 2012 2013 2014 2015 Ambitie Voortijdig schoolverlaten 4,6% 4,3% 3,0% 2,8% 2,5% 2%Bron: DUOHet betreft het percentage leerlingen VMBO leerjaar 3 en 4 plus MBO leerlingen dat zonder startkwalificatie (minimaal MBO-2 niveau) het onderwijs verlaat ten opzichte van het totaal aantal VMBO 3–4 plus MBO leerlingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2117 Ontwikkeling en Beheer NatuurkwaliteitHet betreft subsidies voor het ontwikkelen van maatregelen om negatieve gevolgen van verdroging, vermesting en verzuring tegen te gaan. Het levert kennis op voor de implementatie van belangrijke beleidsitems zoals Natura 2000, realiseren van natuurterreinen en leefgebiedplannen.EducatieHet betreft subsidies ten behoeve van samenwerkingsovereenkomsten met organisaties (scholen, maatschappelijke organisaties, andere overheden, bedrijven en coalities daarvan) die educatieactiviteiten organiseren. De financiering van inhoudelijke projecten zal grotendeels worden ingevuld vanuit inhoudelijke dossiers, zoals het programma Jong Leren Eten (artikel 6).OpdrachtenKennisverspreidingsprojectenHiermee zet EZ in op een betere ontsluiting van kennis voor gebruik door ondernemers en maatschappelijke groepen. Kennisverspreidingsprojecten richten zich op thema’s als dierenwelzijn, klimaat en milieu, en multifuncti-onele landbouw.Bijdragen aan agentschappenDit betreft de bijdragen aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ten behoeve van het educatie-programma DuurzaamDoor en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voor de bekostiging van het groen onderwijs.BegrotingsreserveStand begrotingsreserve per 31 december 2015 (x € 1.000) Begrotingsreserve schatkistbankieren Groen Onderwijs 138 EZ staat garant voor het in gebreke blijven van de groene onderwijs-instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren. Deze regeling schatkistbankieren voor het groene onderwijs is overeenkomstig de regeling zoals deze geldt voor OCW gefinancierd onderwijs. De premies van instellingen worden jaarlijks via het Ministerie van Financiën aan EZ overgemaakt en in de begrotingsreserve verwerkt. EZ staat garant voor een leningenportefeuille van € 86,3 mln. Het bedrag van de reserve is 100% juridisch verplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2118 8 Natuur en biodiversiteit Algemene doelstellingEZ streeft naar een sterke en veerkrachtige natuur, verweven met de economie en optimaal bijdragend aan duurzaam maatschappelijk welzijn.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is verantwoordelijk voor:Het in nationaal, EU- en mondiaal verband beschermen en versterken, alsmede duurzame benutten van natuur en biodiversiteit. Het Rijk werkt hieraan, in lijn met de Rijksnatuurvisie Natuurlijk verder (2014), in verschillende rollen op uiteenlopende werkterreinen. Voor natuur op land is de samenwerking met de provincies cruciaal: binnen de kaders van de wet Natuurbescherming en het Natuurpact en zijn de provincies verant-woordelijk voor het realiseren van natuurdoelen. De Minister van EZ is verantwoordelijk voor de kaders van behoud, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Voor de natuurkwaliteit van de Rijkswateren en voor de internationale samenwerking op natuurgebied, treedt de Minister als eerstverantwoordelijke op. De Minister is met anderen verantwoordelijk voor het stimuleren en anderszins versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit.Stimuleren en faciliteren•Agenderen en ondersteunen van mogelijkheden voor duurzame landschapsontwikkeling en positieversterking nationale parken.•Innovatieve combinaties tussen natuur en maatschappelijke en economische activiteiten helpen realiseren.•Bevorderen van behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in het agrarisch gebied en agroketens.•Internationale aandacht voor bedreigde soorten.•Ontwikkeling en toepassing van natuurlijk-kapitaal-rekening in zowel publiek domein als bedrijfsleven en bevorderen dat bedrijven, financiële instellingen en de overheid transparant zijn over hun impact op en afhankelijkheid van natuurlijk kapitaal.•Inzet van de Nederlandse bos-, natuur- en houtsector in het energie- en klimaatbeleid en het bevorderen van de duurzame bijdrage van bos en natuur aan de groene grondstoffenvoorziening.•Maatschappelijke initiatieven in lijn met natuurvisies van Rijk en provincies ondersteunen.Regisseren•Nederlandse inzet in internationaal overleg over natuur en biodiversi-teit zó organiseren dat ook andere sectoren en ketens verantwoorde-lijkheid nemen voor behoud en versterking van natuur en biodiversi-teit.•Inzet op de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (Sustainable Development Goals) op het terrein van natuur en biodiversiteit.•Versterken van natuurkwaliteit in de Grote Wateren.Uitvoeren•Met provincies nakomen van afspraken die gemaakt zijn in het Natuurpact, en samen met provincies en IenM monitoren van de toestand van natuurbescherming en benutting op land en in het water.•Onderhouden en handhaven Wet Natuurbescherming en Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming Caribisch Nederland.•Naleving van internationale en in EU-verband gemaakte afspraken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2119 •Het doen uitvoeren van regelingen en programma’s (zoals met provincies, en ministeries IenM en Defensie realiseren van Programma Aanpak Stikstof, Programma naar een Rijke Waddenzee, de natuuron-derdelen van de Mariene Strategie en het beheer van Kroondomei-nen).•Staatsbosbeheer in staat stellen uitvoering te geven aan zijn wettelijk verankerde en maatschappelijk gewortelde kerntaken.Prestatiemeting Percentage niet bedreigde diersoorten 1995 2006 2016 61,4% 61,2% 61,8%Bron CBS Voor een aantal beleidsrelevante soortgroepen in Nederland bestaan Rode Lijsten van bedreigde planten- of diersoorten (onderverdeeld naar de ernst van de bedreiging: gevoelig, kwetsbaar, bedreigd, ernstig bedreigd, verdwenen uit Nederland). Het aantal soorten dat op een Rode Lijst staat is een maat voor de toestand van de Nederlandse biodiversiteit: hoe minder soorten bedreigd zijn, des te beter staat de natuur ervoor en andersom. Tot en met de rijksbegroting 2015 is deze indicator gebaseerd op gegevens over broedvogels, zoogdieren en dagvlinders, en werd deze gepresenteerd als een indexcijfer. Sinds 2016 is de indicator meer representatief gemaakt door ook de gegevens van libellen, vaatplanten, amfibieën en reptielen toe te voegen.Deze Rode Lijst Indicator geeft het percentage soorten dat NIET op de Rode Lijst staat. Het betreft de weergave van het percentage niet bedreigde soorten. Bij een waarde van 100% staan er geen zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vlinders, libellen of vaatplanten meer op een Rode Lijst. Hoewel het verloop nog klein is duiden bovenstaande percentages op het tot staan brengen van de afname in bedreigde soorten, en daarmee op een zekere bestendiging van de biodiversiteit.Beleidsinformatie Kengetal 1992 1995 2000 2005 2010 2015 Aantal leden natuurbeschermings-organisaties (x 1.000) 1.174 1.662 1.980 2.221 2.130 1.962Bron: Vroege Vogels Parade 1999, 2003, 2004, 2005 t/m 2015; Tot 2003: Natuurmonumenten, de Landschappen, Wereld Natuur Fonds, Vogelbe-scherming. Gegevens ontleend aan Compendium voor de leefomgeving (WUR/2016, www.clo.nl/nl12813).Betreft het aantal leden van Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, Provinciale landschappen en de Vogelbescherming.Particuliere natuurbeschermingsorganisaties spelen in Nederland een grote rol bij het beheer van natuurgebieden en het vormen van maatschappelijk draagvlak voor natuur en landschap. In de jaren negentig groeide de aanhang van de grotere natuurorganisaties sterk, maar in het laatste decennium is sprake van een dalende trend. Voor meer inzicht in de maatschappelijke betrokkenheid bij natuur en biodiversiteit zal het kengetal worden doorontwikkeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2120 BeleidswijzigingenMet ingang van 1 januari 2017 wordt de nieuwe wet natuurbescherming van kracht. Deels is dit een wettelijk verankering van eerder ingezette beleidswijzigingen met de decentralisatie afspraken. Met de inwerking-treding van de wet zal een aantal regelgevings- en handhavingstaken verschuiven naar provincies. De Wet natuurbescherming zal via een aanvullingswet opgaan in de Omgevingswet.Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 180.495 140.045 124.509 116.060 113.166 113.344 113.344 UITGAVEN 173.107 141.779 125.645 116.138 120.911 121.089 121.089 Waarvan juridisch verplicht 84% Subsidies 6.248 4.009 3.399 2.531 2.452 2.452 2.452 Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit 3.158 2.101 1.805 1.003 1.003 1.003 1.003 Natuur en biodiversiteit op land 2.457 1.136 822 756 677 677 677 Beheer Kroondomein 633 772 772 772 772 772 772 Leningen 28.747 28.175 29.745 29.745 29.745 29.745 29.745 Rente en aflossingen voor bestaande leningen (EHS & PNB) 28.747 28.175 29.745 29.745 29.745 29.745 29.745 Opdrachten 25.916 24.280 25.208 26.991 31.968 32.027 30.827 Natuur en Biodiversiteit Grote wateren 9.077 8.413 9.674 9.730 13.298 13.178 11.978 Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit 12.376 10.452 8.044 7.406 8.842 9.021 9.021 Overige stelsel activiteiten 1.691 1.672 1.859 4.230 4.230 4.230 4.230 Internationale Samenwerking 1.079 1.258 3.785 3.785 3.785 3.785 3.785 Natuur en Biodiversiteit op land 1.479 1.990 1.351 1.345 1.318 1.318 1.318 Caribisch Nederland 214 495 495 495 495 495 495 Bijdragen aan medeoverheden 1.313 9.034 7.621 Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren 7.028 6.117 Caribisch Nederland 1.313 2.006 1.504 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s 30.476 26.808 25.446 25.022 25.023 25.022 25.022 Staatsbosbeheer 30.476 26.808 25.446 25.022 25.023 25.022 25.022 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 551 1.722 1.081 1.013 1.013 1.013 1.013 Contributies 551 1.722 1.081 1.013 1.013 1.013 1.013 Bijdragen aan agentschappen 79.856 47.751 33.145 30.836 30.710 30.830 32.030 Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland 71.769 38.125 23.638 21.640 21.512 21.632 22.832 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 8.087 9.626 9.507 9.196 9.198 9.198 9.198 ONTVANGSTEN 124.365 120.757 69.282 56.380 39.061 32.703 30.763 Landinrichtingsrente 47.225 42.161 40.161 37.259 34.940 31.418 29.478 Verkoop gronden 45.000 59.300 25.000 15.000 Overige 32.140 19.296 4.121 4.121 4.121 1.285 1.285BudgetflexibiliteitHet budget 2017 is voor circa € 105 mln (84%) juridisch verplicht. Dat komt met name door de verplichtingen die rusten op de onderdelen Rente en aflossingen, bijdragen aan agentschappen en de bijdrage aan Staatsbosbeheer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2121 Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesNatuur en biodiversiteit op landHet Rijk heeft met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies een beperkte rol bij natuur en biodiversiteit op land. Het budget wordt met name ingezet voor:–Beheer kroondomeinen: Kroondomein Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomei-nen bij Het Loo (circa 3.650 hectare) en het eigenlijke Kroondomein (circa 6.750 hectare). Het Kroondomein is al meer dan 300 jaar verbonden met het Huis Oranje-Nassau. Het beheer van het Kroondo-mein wordt namens de Kroon uitgevoerd door de rentmeester. Voor het gehele Kroondomein bestaat eenheid van beheer. Bij de Staatsdo-meinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. De baten en lasten van het eigenlijke Kroondomein zijn voor rekening van de Kroondrager. De Kroondrager is economisch eigenaar van het eigenlijke Kroondomein en heeft hierop het vruchtgebruik en gebrui-kersrechten. Het bloot eigendom berust bij de Staat. Het Rijk verstrekt jaarlijks een subsidie van circa € 0,8 mln aan de Kroondrager, als privaatrechtelijk vruchtgebruiker van het eigenlijke Kroondomein, voor beheers- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein Het Loo. De Kroondrager kan, net als iedere andere private exploitant van bos- en natuurterreinen, onder dezelfde voorwaarden gebruikmaken van de subsidieregelingen. De subsidie betreft derhalve geen uitgaaf die samenhangt met de uitoefening van het koningschap. Op de subsidie zijn de voorwaarden van de provinciale subsidieverordeningen Natuur- en Landschapsbeheer en Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap van toepassing.–Uitfinanciering van regelingen natuur: Dit betreft subsidieregelingen waarvoor geen nieuwe subsidies meer worden verstrekt, maar waarvoor nog wel (langlopende) betalingen plaatsvinden. Het gaat om Stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden (SBL), Tijdelijke regeling Particulier Natuurbeheer (TRPN) en Regeling Draagvlak Natuur (RDN).Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteitEr wordt een subsidie van € 1 mln verleend aan het Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid (IVN) voor activiteiten op het gebied van communicatie, educatie, samenwerking en promotie van Nationale Parken.Verder is het budget bestemd voor de subsidieregeling Innovatieve projecten biodiversiteit, waarvoor geen nieuwe subsidies meer worden verstrekt, maar in 2017 nog wel betalingen worden gedaan op lopende toekenningen.LeningenRente en aflossingen voor bestaande leningenVoor de realisatie (verwerving en doorlevering van gronden) van de Ecologische Hoofdstructuur zijn in het verleden leningen aangegaan met tussenkomst van het Groenfonds. Door de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies worden geen nieuwe leningen meer aangegaan. EZ draagt zorg voor betaling van rente en aflossingen van de verstrekte leningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2122 OpdrachtenNatuur en biodiversiteit op landHet Rijk heeft met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies een beperkte rol bij natuur en biodiversiteit op land. Het Rijk is verantwoordelijk voor de kaders van behoud, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Zo is het aanwijzen van Natura 2000 gebieden en het onderhouden van deze besluiten de verantwoordelijkheid van EZ, tevens is EZ verantwoordelijk voor rapportage aan de Europese Commissie over de «staat van instand-houding». Verder is EZ op grond van de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES verantwoordelijk voor de implementatie van Internationale verdragen in Caribisch Nederland (Bonaire, Saba en Sint Eustatius). Het opdrachtenbudget wordt voor bovengenoemde onder-werpen ingezet.Natuur en biodiversiteit Grote WaterenHet Rijk is verantwoordelijkheid voor het beschermen en versterken van natuur en biodiversiteit in de grote wateren (het Waddengebied, de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Noordzee, het kustgebied en het rivierengebied). EZ zorgt ervoor dat het natuurbelang goed is geborgd bij het beheer en onderhoud van grote wateren en bij de uitvoering van projecten. Vanuit deze verantwoordelijkheid worden opdrachten verstrekt voor een aantal projecten en programma’s rond dit thema, zoals:–Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG): Hierbij werken IenM en EZ gezamenlijk aan projecten ter verbetering van de hoogwaterveiligheid en ontwikkeling van natuur in rivierengebieden. Er worden rivier verruimende maatregelen uitgevoerd om de veiligheid in het rivieren-gebied te vergroten. Een deel van het budget is bestemd om in totaal ruim 6.000 hectare nieuwe natuur te realiseren in de uiterwaarden van de Rijntakken en de bedijkte Maas. Het EZ deel wordt in opdracht door Staatsbosbeheer uitgevoerd.–Waddenzee: Hierbij is EZ onder meer verantwoordelijk voor de trilaterale samenwerking tussen Denemarken, Duitsland en Nederland voor de Waddenzee en is tevens de siteholder (voor Nederland) van dit internationale UNESCO Werelderfgoed-gebied. De Nederlandse delegatie bestaat uit vertegenwoordigers van EZ en IenM, de wadden-provincies en -gemeenten. Tot en met 2018 is Nederland voorzitter van deze trilaterale samenwerking. Een belangrijk speerpunt van de Nederlandse inzet is om een Wadden Foundation op te richten om het werelderfgoed op een duurzame en toonaangevende manier (inter)na-tionaal te promoten met inzet van bedrijfsleven en overheden. Daarnaast worden er opdrachten verstrekt voor het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW). PRW is een gezamenlijk uitvoeringspro-gramma van EZ, IenM, de Waddenprovincies en de natuurorganisaties dat loopt tot en met 2018. Het programma wil lopende en nieuwe initiatieven voor natuurherstel en duurzaam gebruik in de Waddenzee met elkaar verbinden, nieuwe samenwerkingsverbanden vormgeven en nieuwe projecten voor natuurherstel in combinatie met een duurzaam gebruik van de Waddenzee initiëren.–Implementatie van de EU-Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Betreft de beschrijving van de – nationale – Mariene Strategie, deel 1 (2012) de huidige toestand van het mariene systeem, de gewenste toestand in 2020 en de daarbij behorende doelen en indicatoren, de Mariene Strategie, deel 2 (2014) een monitoringsprogramma en Mariene Strategie, deel3 (2015) een programma van maatregelen. In Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2123 overeenstemming met de KRM, werken IenM en EZ inmiddels aan een tweede cyclus. EZ draagt samen met IenM (RWS) bij aan het Informa-tiehuis Marien, een gemeenschappelijk initiatief van IenM en EZ om alle mariene informatie en onderzoeksgegevens over de Noordzee op één plek toegankelijk te maken voor belangstellenden, overheden en professionals. Tevens heeft het Informatiehuis Marien een coördine-rende rol in de uitvoering van het KRM-monitoringsprogramma toebedeeld gekregen, waar EZ ook aan bijdraagt.–Natuur Grote wateren: Het Rijk is verantwoordelijk voor het beleid en beheer in de Grote Wateren en wil komen tot een Delta waarin verschillende maatschappelijke functies optimaal tot ontwikkeling kunnen komen. Natuur is een van die functies en schept daarnaast voorwaarden voor andere functies. Om de natuur een bestendige plaats te geven ten midden van ons intensieve gebruik wordt geïnvesteerd in de veerkracht van het natuurlijk systeem. Deze investeringen verlopen via verschillende wegen. EZ werkt gebiedsge-richt samen met andere overheden, natuurorganisaties en bedrijven om deze veerkracht en N2000 doelen in de grote wateren te realiseren. EZ draagt bijvoorbeeld bij aan de ontwikkeling van het Eems-Dollard gebied, herintroductie van schelpdieren en de projecten Vismigratie en Zandhonger. In het EU-programma LIFE IP natuur pakt EZ samen met maatschappelijke partijen en andere overheden lastige vraagstukken op rond de relatie vis & natuur, landbouw & natuur en waterveiligheid & natuur. Met deze aanpak kan natuur in bestaande programma’s op andere beleidsterreinen een positie krijgen aan de voorkant van de ruimtelijke planvorming opdat de natuuraspecten op eenvoudige wijze worden meegenomen.Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteitEZ is met andere maatschappelijke partijen medeverantwoordelijk voor het stimuleren en anderszins versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit. Onder andere door inzet op duurzame productie, vermarkting en benutting van biomassa (zie het Rijksbrede Circulaire Economie programma, www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/07/07/rijksbrede-programma-circulaire-economie. Hier wordt invulling aan gegeven door het bevorderen van duurzaam gebruik, transparantie over de impact van activiteiten op natuurlijk kapitaal en het stimuleren van (innovatie) combinaties van natuur met maatschappelijke en economische activiteiten. De budgetten voor vermaatschappelijking natuur en biodiver-siteit worden onder meer ingezet voor:–Nationale Parken: In 2015 is, naar aanleiding van een amendement (TK, 34 000 XIII, nr. 128), het Programma Nationale Parken gestart. De ambitie van het Programma is om van de afzonderlijke Nationale Parken samen een sterk merk te maken, waarin zij ieder hun eigen positie innemen. Dit komt tot uitdrukking in de titel van het Pro-gramma: «Naar Nationale Parken van Wereldklasse». Met «Nationale Parken van Wereldklasse» wil de voorgenomen beweging verwoorden naar gebieden waarvan de kern bestaat uit vanuit (inter)nationaal perspectief waardevolle natuur gelegen in een ruimere landschappe-lijke, landschapsecologische, cultuurhistorische, en regionaal-economische context; gebieden die zich onderscheiden qua kwaliteit, uitstraling en toegankelijkheid voor de binnen- en buitenlandse bezoekers; gebieden die een eigen identiteit hebben, waarmee bewoners, maatschappelijke instellingen en ondernemers zich verbonden voelen; gebieden die aansprekend zijn voor een (inter)nati-onaal publiek, het zijn iconen voor de regio en voor Nederland. Het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2124 budget wordt onder andere ingezet voor een publieksverkiezing (waarmee een grotere betrokkenheid van het publiek bij natuur wordt beoogd) waarbij gebieden worden geselecteerd, waar ervaring wordt opgedaan met branding, beleefbaarheid, economisch rendement, ruimtelijke kwaliteitsimpuls, en goede governance. Deze gebieden met waardevolle natuur moeten zich gaan onderscheiden, uitgroeien tot iconen van de regio en inhoud geven aan het sterke merk «Nationale Parken».–Natuurlijk kapitaal: De afgelopen twee jaar hebben koplopers uit bedrijven, financiële instellingen en overheden, in samenwerking met maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen, geëxperimen-teerd met methoden en tools om hun afhankelijkheden, het gebruik van en hun impact op het natuurlijk kapitaal7 in beeld te brengen. De inzichten die dit heeft opgeleverd helpt partijen te innoveren en zo hun ecologische voetafdruk terug te dringen. Beschikbare middelen zijn ingezet om de implementatie van methoden en tools door bedrijven, financiële instellingen en overheden op te schalen en internationale standaardisatie te ondersteunen. Voorbeelden van gefinancierde activiteiten zijn ondersteuning van Platform Biodiversiteit en Ecosyste-men en Economie en het netwerk van Natural Captains, de Green Deal Transparantie van Natuurlijk en Sociaal Kapitaal (een samenwerking van > 25 partijen), de Community of Practice Financiële Instellingen en Natuurlijk Kapitaal en het PBL programma Natuurlijk Kapitaal Nederland. In het najaar zal de Tweede Kamer in een aparte brief worden geïnformeerd over welke stappen EZ in de toekomst zal zetten om samen met maatschappelijke partners te stimuleren dat publieke en private organisaties natuurlijk adequaat waarderen en meewegen in besluiten. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de uitvoering van de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SGDs), specifiek subdoel 12.2. De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn op 25 september 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties aangenomen.–Natuurcombinaties: Onder de noemer natuurcombinaties werkt EZ aan de borging van het natuurbelang in andere sectoren. Door het belang en de (economische) waarde van natuur en natuurlijke processen voor een sector in beeld te brengen, ontstaat er in die sector een belang om zorgvuldig met de natuur om te gaan. Het beschikbare budget wordt ingezet voor ondersteuning van kansrijke maatschappelijke initiatie-ven, opbouw van kennis door ondersteuning van onderzoeken en pilots verspreiding van kennis, netwerkvorming waardoor initiatiefne-mers en koplopers van elkaar kunnen leren en het sluiten van Green Deals en Citydeals. Daarbij focust de inzet zich op natuurinclusieve landbouw, natuur in de stad, natuur en gezondheid en biomimicry.–Programmatische Aanpak Stikstof (PAS): Nederland zet de Program-matische Aanpak Stikstof in voor het realiseren van de Natura 2000-doelen, terwijl tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Het Programma Aanpak Stikstof is op 1 juli 2015 in werking getreden. Het opdrachtenbudget wordt onder andere ingezet voor het meten van effecten van het PAS op de stikstof en ammoniak-7Natuurlijk kapitaal is de voorraad vernieuwbare en niet-vernieuwbare hulpbronnen (zoals planten dieren, lucht, water, bodem, mineralen) die gezamenlijk verschillende baten voor mensen opleveren (Natural Capital Protocol, www.naturalcapitalcoalition.oeg/protocol). Natuur en biodiversiteit vormen een belangrijk onderdeel van natuurlijk kapitaal maar zijn breder; de intrinsieke waarde van natuur en biodiversiteit vormt bijvoorbeeld geen onderdeel van het concept natuurlijk kapitaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2125 concentraties, kosten voor herzieningen van het plan als gevolg van monitoring en bijsturing, en het beheer van het rekeninstrument Aerius.Internationale samenwerkingDit budget wordt onder meer ingezet voor de uitvoering van acties die zijn afgesproken bij internationale verdragen en afspraken over biodiversiteit, kennis en wetenschap, handel in bedreigde diersoorten (CITES), migre-rende soorten, wetlands, bos, hout en walvissen. Daarnaast worden uitgaven gedaan voor In Beslag genomen Goederen (IBG) in het kader van handel in bedreigde diersoorten. Verder wordt een bijdrage verstrekt voor de implementatie van de aan biodiversiteit gerelateerde onderdelen van de VN Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de daaraan gekop-pelde doelstellingen (Sustainable Development Goals). Zo wordt er internationaal aandacht besteed aan de synergie tussen natuur en voedselproductie en integraal landgebruik en wordt gewerkt aan het beprijzen van de positieve externe effecten van natuur op economie (natural capital acounting). Ook wordt gewerkt aan het beperken van de ecologische voetafdruk van Nederland door het tegengaan van ontbossing, het bevorderen van duurzaam bosbeheer en het verduur-zamen van de productie van en de handel in de belangrijkste handels-ketens die in relatie tot ontbossing en duurzaambosbeheer van grote invloed zijn, zoals die van palmolie, soja en hout (inclusief houtige biomassa voor energiedoeleinden). Het verduurzamen van deze handels-ketens wordt samen met het bedrijfsleven en NGO’s opgepakt. Hiervoor worden diverse bijdragen verstrekt.Overige stelsel activiteitenHet budget wordt met name ingezet voor verplichte monitoring en evaluatie, inclusief het verzamelen van de noodzakelijke gegevens. Het verzamelen van gegevens over planten, dieren en habitats (monitoring) is nodig voor het volgen van internationale natuurdoelen en het opstellen van de internationale rapportages op het gebied van natuur- en biodiver-siteit (waaronder de EU-richtlijnen, CBD, Verdrag van Bern, -Bonn, Waddenverdrag). Deze worden vooral via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) verzameld. Verder verstrekt EZ een bijdrage aan de Databank Flora en Fauna en aan het CBS voor de statistische bewerking van natuurgegevens.Bijdragen aan andere overhedenNatuur en biodiversiteit op landVoor de periode 2014–2017 is eenmalig een bedrag toegezegd van € 7,5 mln voor natuurprojecten in Caribisch Nederland. De doelen die hiermee worden nagestreefd zijn: behoud van koraal, in het bijzonder erosiebe-strijding; duurzaam gebruik van natuur bijvoorbeeld door de toeganke-lijkheid te vergroten; synergie tussen natuur en landgebruik (landbouw en toerisme).Natuur en biodiversiteit Grote WaterenSinds 2006 wordt het Natuurherstel Programma Westerschelde (NPW) uitgevoerd. Door middel van diverse projecten, waaronder de Hedwige-polder, wordt minimaal 600 hectare nieuwe estuariene natuur gecreëerd. De planvorming is afgerond en het Rijk stelt de middelen als een specifieke uitkering beschikbaar aan de provincie Zeeland die de diverse projecten uitvoert.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2126 Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesNederland is partij bij een aantal internationale verdragen die opgericht zijn voor het behoud van de mondiale biodiversiteit met als doel dat de mondiale biodiversiteit en de relatie die dit met de Nederlandse biodiver-siteit heeft, behouden wordt. Ondertekening en toetreding bij een verdrag leidt tot contributieverplichting aan de betreffende organisatie. Uit deze post worden onder meer de contributies betaald aan (inter)nationale organisaties.Bijdrage ZBO’s/RWT’sHet betreft een bijdrage aan de organisatiekosten van Staatsbosbeheer en voor opdrachten en projecten aan Staatsbosbeheer zoals het beheer van rijksmonumenten. De opdracht voor de uitvoering van NURG staat vermeld onder opdrachten Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren.Bijdragen aan agentschappenRijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)De bijdrage is onder meer voor de uitvoering van taken voor het versterken van de ecologie, het versterken van de relatie van de ecologie met de economie, uitvoering van de natuurwetgeving, uitvoering van CITES en de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer.Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)De NVWA levert een bijdrage aan duurzame instandhouding van de biodiversiteit, tegengaan van illegale handel en bezit van bedreigde dier- en plantensoorten en producten daarvan, tegengaan van illegale handel in hout(producten) en toezien op rechtmatig gebruik van natuursubsidies. Het betreft handhaving op de Flora- en Faunawet, Natuurbescher-mingswet 1998, FLEGT en CITES-regelgeving. De NVWA opereert in een handhavingsketen van partijen zoals Douane, Politie, OM, Staatsbos-beheer, Kustwacht, RVO.nl en omgevingsdiensten.Toelichting op de ontvangstenLandinrichtingsrenteTot aan de start van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007 werd wettelijke landinrichting uitgevoerd op basis van de Landinrich-tingswet. Op grond van deze wet schiet het Rijk de kosten van een landinrichting voor en worden de kosten daarna door de gezamenlijke eigenaren terugbetaald. Dit gebeurt door middel van de zogenaamde landinrichtingsrente. Op dit moment zijn er nog diverse projecten op basis van de Landinrichtingswet in uitvoering. Op basis hiervan wordt voorzien dat het Rijk nog circa 30 jaar landinrichtingsrente zal ontvangen.Verkoop grondenOp grond van het regeerakkoord uit 2010 is sprake van een inkomsten-taakstelling uit de verkoop van gronden van ZBO’s (Bureau Beheer Landbouwgronden en Staatsbosbeheer), of via overige inkomsten-bronnen. Deze ontvangsten komen ten gunste van het generale beeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2127 Budgettair belang fiscale maatregelenNaast onderstaande regelingen neemt ook de Natuurschoonwet een belangrijke plaats in. Deze Nederlandse wet biedt fiscale voordelen aan eigenaars van landgoederen. Bedragen x € 1 mln 2016 2017 Vrijstelling landinrichting 1 1 Bosbouwvrijstelling 5 5 Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer 7 7 Vrijstelling bos- en natuurterreinen forfaitair rendement 7 7 Vrijstelling natuurgrond 4 4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2128 4. De niet-beleidsartikelen 40 Apparaat Op dit artikel zijn de personele- en materiële uitgaven en ontvangsten van EZ geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZ (ACM8, CPB, SodM en PIANOo). De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel onder SSO DICTU een raming voor de bijdragen aan agentschappen voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie EZ.Apparaatsuitgaven kerndepartement en dienstenBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 374.245 407.088 334.284 324.114 330.246 324.941 324.050 UITGAVEN 374.245 407.088 334.284 324.114 330.246 324.941 324.050 Personele uitgaven 248.694 275.629 234.181 239.245 246.774 241.492 240.127 – waarvan eigen personeel 199.484 218.165 208.260 203.053 202.787 200.473 199.440 – waarvan externe inhuur 8.364 6.090 5.890 5.690 5.690 5.690 5.690 – waarvan overige personele uitgaven 40.846 51.374 20.031 30.502 38.297 35.329 34.997 Materiële uitgaven 125.551 131.459 100.103 84.869 83.472 83.449 83.923 – waarvan ICT1 6.255 7.065 7.065 7.065 7.065 7.065 7.065 – waarvan bijdrage aan SSO’s (exclusief DICTU) 38.878 40.638 30.494 32.480 31.454 31.659 31.606 – waarvan SSO DICTU 53.500 40.608 30.767 29.727 29.727 29.727 29.727 – waarvan overige materiële uitgaven 26.918 43.148 31.777 15.597 15.226 14.998 15.525 ONTVANGSTEN 42.425 34.076 35.826 37.844 37.798 37.798 37.7981 Het totaal van de ICT uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaan uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de SSO DICTU.Toelichting op de uitgavenPersonele uitgavenBetreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. In de begroting 2017 zijn de ramingen voor externe inhuur apart gespecifi-ceerd. Onder de overige personele uitgaven zijn de uitgaven van het sociaal plan voor onder andere afronding uitvoeringsorganisatie DLG, wachtgelduitgaven en personeelsgerelateerde kosten zoals kosten woon-werkverkeer geraamd.Materiële uitgavenBetreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoerings-centrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Expertisecentrum/8De leden van de Raad van Bestuur ACM vormen een ZBO. De uitgaven voor dit ZBO zijn geraamd op beleidsartikel 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2129 Ontwikkelingscentrum Rijk en Dienst ICT Uitvoering (DICTU). De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.Toelichting op de ontvangstenDe ontvangsten betreffen bij de ACM de bijdrage voor telecommunicatie, vervoer en post. Bij de SODM betreft het de kosten die zijn doorberekend aan de markt voor vergunningverlening en taken die volgen uit de (nieuwe) Europese Richtlijn 2013/30/EU. Bij het CPB gaat het om doorbe-laste werkzaamheden voor onder andere facilitaire kosten huisvesting en functioneel beheer ICT-systemen.Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agent-schappen, ZBO’s en RWT’sDe onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZ weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de buiten-diensten alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agent-schappen, ZBO’s en RWT’sBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Apparaatsuitgaven Departement Kerndepartement (beleid en staf) 291.083 313.647 244.841 239.776 246.227 243.422 242.531 Apparaatsuitgaven diensten Centraal Planbureau (CPB) 14.877 17.567 15.481 13.301 13.242 13.242 13.242 Autoriteit Consument en Markten (ACM) 57.950 64.845 64.037 62.096 62.096 59.596 59.596 Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) 7.811 10.139 9.925 8.941 8.681 8.681 8.681 PIANOo (exclusief Programma) 2.523 890 2. Apparaatskosten Agentschappen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) 468.189 460.244 429.261 409.419 403.230 403.200 401.097 Agentschap Telecom (AT) 32.081 39.560 39.856 36.214 36.219 36.220 36.220 Dienst ICT Uitvoering (DICTU) 227.332 228.900 211.900 211.300 211.300 211.500 211.700 Dienst Landelijk Gebied (DLG) 12.384 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 313.182 314.314 319.842 321.416 304.517 294.815 294.815 3. Apparaatskosten ZBO’s en RWT’s Centraal Bureau voor de Statistiek 181.083 180.159 Stichting COVA 1.440 1.448 Raad voor Accreditatie 12.819 13.968 Raad van bestuur Autoriteit Consument en Markt 649 375 TNO 420.596 432.819 Staatsbosbeheer 62.336 65.568 Raad voor Plantenrassen 827 835 Ctgb (College voor de toelating van gewasbe-schermingsmiddelen en biociden) 12.445 13.566 Kamers van Koophandel 175.889 190.800 Wageningen Research 219.401 222.100 In de tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter, deze apparaats-kosten worden niet alleen door EZ gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapspa-ragrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2130 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepar-tement en dienstenBudgettaire gevolgen (x € 1.000) 2017 Totaal apparaat 334.284 DG Energie, Telecom en Mededinging 16.360 DG Bedrijfsleven en Innovatie 24.592 DG Agro & Natuur 28.655 Kerndepartement overig en diensten 264.677 Dit betreft de personeelsuitgaven van het kerndepartement en diensten. Materiële kosten worden verantwoord op het onderdeel kerndepartement en diensten.Taakstelling Rijksdienst van het huidige kabinetDe Taakstelling Rijksdienst is als volgt ingevuld ten laste van het centrale apparaatsartikel 40 en ten laste van de bijdragen aan ZBO’s en agent-schappen op de diverse beleidsartikelen.Bedragen x € 1.000 2017 2018 Struc-tureel Departementale taakstelling Rijksdienst 79.141 102.698 102.698 Totaal kerndepartement en diensten 24.631 35.089 35.089 Agentschappen DICTU 5.506 7.422 7.422 AT 552 845 845 RVO.nl 15.665 19.551 19.551 NVWA 1.227 1.480 1.480 Totaal Agentschappen 22.950 29.298 29.298 ZBO’s en RWT’s CBS 10.556 12.869 12.869 Verispect/VSL 1.113 1.330 1.330 TNO 6.903 8.416 8.416 KvK 3.691 4.500 4.500 Wageningen Research 6.643 8.099 8.099 SBB 1.886 2.299 2.299 overig 768 798 798 Totaal ZBO’s en RWT’s 31.560 38.311 38.311 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2131 41 Nominaal en onvoorzien Bedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 VERPLICHTINGEN 0 0 0 0 0 0 0 UITGAVEN 0 0 0 0 0 0 0 41.10 Prijsbijstelling 41.20 Loonbijstelling 41.30 Onvoorzien 41.40 Nog te verdelen Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstel-lingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstelling of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2132 5. De agentschappen 5.1 Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement EZ A – Begroting agentschappen 2017Bedragen x € 1.000 Bijdrage moederde-partement (EZ) Bijdrage overige departe-menten Bijdrage derden Overige baten Totale baten Agentschap Telecom (AT) 17.483 344 21.079 350 39.256 Dienst ICT Uitvoering (DICTU) 189.000 40.000 1.000 230.000 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 143.349 82.541 97.014 12.495 335.399 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) 305.945 108.626 27.369 10 441.950 Totaal 655.777 231.511 146.462 12.855 1.046.605B – Bijdragen aan agentschappen per begrotingsartikel EZ (begroting 2017)Bedragen x € 1.000 Raming Ontwerpbe-groting 2017 Agentschap Telecom (AT) 17.483 art. 1 Goed functionerende economie en markten 13.173 art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen 2.710 beschikbare ruimte voor frequentie (art. 1) 1.600 Dienst ICT (DICTU) 189.000 art. 40 Apparaat 30.767 Bijdrage agentschappen en diensten 158.233 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 146.216 art. 4 Doelmatige en duurzame energievoorziening 690 art. 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens 154.810 art. 8 Natuur en biodiversiteit 9.507 af: BTW-compensatie – 6.296 af: Bijzondere baten – 12.495 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) 305.945 art. 1 Goed functionerende economie en markten 9.736 art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen 83.978 art 3. Toekomstfonds 6.588 art. 4 Doelmatige en duurzame energievoorziening 43.099 art. 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens 127.233 art. 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit 1.200 art. 8 Natuur en biodiversiteit 23.638 art. 40 Apparaat 10.473 Sub-totaal 659.784 af: Geraamde bijdragen agentschappen en diensten aan DICTU1 – 158.233 Totaal geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen 501.5511 Een deel van de bijdrage aan DICTU wordt verstrekt door andere agentschappen van EZ. Om een juist totaalbedrag voor de bijdrage van EZ aan agentschappen te laten zien, wordt voor deze dubbeltelling gecorrigeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2133 Opmerkingen bij verschillen tussen ramingen in tabel A en tabel BNederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)Op de beleidsartikelen is totaal € 2,9 mln meer budget geraamd dan is opgenomen als «omzet moederdepartement» in de NVWA-begroting. Dit verschil is het saldo van € 9,2 mln budget dat beschikbaar is op de beleidsartikelen en € 6,3 mln budget dat nog niet geraamd is op de beleidsartikelen.Op beleidsartikel 6 is een bedrag van € 8,0 mln gereserveerd ter dekking van de begrote instellingskosten van ZBO Keuren Dier. Dit bedrag is niet verwerkt in de agentschapsparagraaf NVWA, omdat deze kosten ten laste komen van beleidsartikel 6. Voorts is op beleidsartikel 6 een bedrag van € 0,8 mln gereserveerd voor dekking van de extra bijdrage voor de NVWA en wordt de bijdrage voor cliënt export van € 0,4 mln door de NVWA als balansmutatie verwerkt.In afwijking van hetgeen vermeld werd in de Kamerbrief (TK, 33 835, nr. 33), vindt de technische verwerking in de Rijksbegroting van de «Extra bijdrage aan NVWA» niet plaats bij Miljoenennota 2017, maar bij Najaarsnota 2016, respectievelijk Voorjaarsnota 2017. Vooruitlopend hierop is deze bijdrage wel verwerkt in de agentschapsbegroting 2017 NVWA. Dit verklaart een verschil van € 6,3 mln tussen de raming de raming van de agentschapsbegroting NVWA en de raming op de beleidsartikelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2134 5.2 Agentschap Telecom (AT) Begroting agentschap 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 12.514 16.517 17.483 16.666 16.671 16.672 16.672 Omzet overige departementen 0 344 344 344 344 344 344 Omzet derden 22.532 21.352 21.079 21.079 21.079 21.079 21.079 Rentebaten 5 50 50 50 50 50 50 Vrijvalvoorzieningen 21 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 334 300 300 300 300 300 300 Totaal baten 35.406 38.563 39.256 38.439 38.444 38.445 38.445 Lasten Apparaatskosten 32.081 39.560 39.856 36.214 36.219 36.220 36.220 – Personele kosten 20.531 24.611 24.892 24.162 24.162 24.162 24.162 – waarvan eigen personeel 19.672 21.619 21.938 21.242 21.242 21.242 21.242 – waarvan externe inhuur 859 900 914 885 885 885 885 – waarvan overige personele kosten 0 2.092 2.040 2.035 2.035 2.035 2.035 – Materiële kosten 11.550 14.949 14.964 12.052 12.057 12.058 12.058 – waarvan apparaat ICT – waarvan bijdrage aan SSO’s 5.786 5.822 7.241 5.524 5.274 5.274 5.274 – waarvan overige materiële kosten 5.764 9.127 7.723 6.528 6.783 6.784 6.784 Rentelasten 24 50 50 50 50 50 50 Afschrijvingskosten 1.914 1.600 1.770 2.100 2.100 2.100 2.100 – Materieel 1.759 1.500 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 – waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 – Immaterieel 155 100 170 500 500 500 500 Overige kosten 1.001 75 75 75 75 75 75 – dotaties voorzieningen 35 75 75 75 75 75 75 – bijzondere lasten 966 0 0 0 0 0 0 Correctie kosten GAMMA – 1.403 – 2.000 – 1.500 0 0 0 0 Totaal lasten 33.617 39.285 40.251 38.439 38.444 38.445 38.445 Saldo van baten en lasten 1.789 – 722 – 995 0 0 0 0Toelichting op de batenVoor de jaren 2016 en 2017 zijn de kosten hoger dan de baten. Op deze manier wordt de post «te verrekenen met vergunninghouders» op de balans van AT afgebouwd. Dit geldt tevens voor de post «correctie kosten GAMMA». Deze kosten komen voort uit het ICT systeem Gamma. Met Gamma kunnen vergunninghouders hun vergunningen in de toekomst elektronisch aanvragen en verlengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2135 Omzet moederdepartementBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Structurele bijdragen moederdepartement Beleidsopdrachten 4.904 4.713 4.921 4.695 4.698 4.698 4.698 Toezichttaken 5.219 10.204 10.963 10.372 10.374 10.374 10.374 Subtotaal structurele bijdragen 10.123 14.917 15.883 15.066 15.071 15.072 15.072 Incidentele bijdragen Projecten 2.885 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 Subtotaal projecten 2.885 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 Verrekeningen op bijdragen – 494 0 0 0 0 0 0 Totaal omzet moederdepartement 12.514 16.517 17.483 16.666 16.671 16.672 16.672AT heeft de omzet moederdepartement verhoogd. Deze stijging wordt verklaard doordat het agentschap vanaf 2016 uitvoering geeft aan de taken voor Waarborg en Metrologie (de overgang van voormalig Verispect naar AT), het Toezicht op de eIDAS (Elektronische Certificering) veror-dening en de secretariaatsfunctie voor de Commissie van Deskundigen ten behoeve van toezicht op het ETD (Elektronische Toegangsdiensten)-stelsel.Omzet overige departementenBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Departement Veiligheid en Justitie 0 344 344 344 344 344 344 Totaal omzet overige departementen 0 344 344 344 344 344 344AT gaat per 2016 voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie meerjarig uitvoering geven aan de opdrachten voor de naleving leeftijdsgrenzen Kijkwijzer en gaat de controles organiseren voor de naleving van de registratie- en legitimatieplicht van opkopers van metalen.Omzet derdenOnder omzet derden staan alle opbrengsten die voortvloeien uit werkzaamheden in het kader van de Telecommunicatiewet en overige opbrengsten uit de markt. Dit geldt ook voor de vergoedingen van de overige departementen voor het gebruik van het frequentiespectrum.De opbrengsten van niet EZ departementen die voortvloeien uit de overige activiteiten dan uit Telecommunicatiewet staan onder Bijdrage overige departementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2136 Bedragen x 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Vergunninghouders en overige: 17.532 15.784 15.159 15.159 15.159 15.159 15.159 – vaste verbindingen 4.618 3.000 2.500 2.500 2.500 2.500 2.500 – mobiele communicatie 4.141 4.029 4.016 4.016 4.016 4.016 4.016 – (openbare) (mobiele) elektronische commu-nicatie 1.887 1.889 1.887 1.887 1.887 1.887 1.887 – radiodeterminatie 34 39 40 40 40 40 40 – radiozendamateurs 8 4 4 4 4 4 4 – omroep 5.142 5.080 4.969 4.969 4.969 4.969 4.969 – overige/verlengingen 0 37 37 37 37 37 37 – certificaten 130 134 134 134 134 134 134 – verklaringen, keuringen en erkenningen 4 4 4 4 4 4 4 – randapparatuur 1.568 1.568 1.568 1.568 1.568 1.568 1.568 Satellietoperators 174 254 259 259 259 259 259 Ministerie van Defensie 1.286 1.285 1.285 1.285 1.285 1.285 1.285 Ministerie van Veiligheid en Justitie 229 229 277 277 277 277 277 Ministerie van Infrastructuur en Milieu 475 475 461 461 461 461 461 Registraties rzam en maritiem 0 2.255 2.268 2.268 2.268 2.268 2.268 Caribisch Nederland 2.836 1.070 1.200 1.200 1.200 1.200 1.200 WELMEC secretariaat 0 0 50 50 50 50 50 Hercontroles meetinstrumenten 0 0 120 120 120 120 120 Totaal omzet derden 22.532 21.352 21.079 21.079 21.079 21.079 21.079In lijn met het kabinetsbeleid om werkzaamheden kostendekkend door te belasten aan de markt zijn de vergoedingen voor radio zend amateurs (rzam) en maritiem geherintroduceerd in 2016. De kosten voor deze registraties werden sinds 2008 betaald door het moederdepartement. Voor 2017 wordt een daling in de afzet van de vaste (point-to-point straal) verbindingen geprognosticeerd.Toelichting op de lastenPersonele kostenDe verwachte bezetting voor 2017 is 315,2 FTE waarvan 302,6 FTE ambtelijk personeel. De gemiddelde loonkosten per FTE worden voor ambtelijk en niet-ambtelijk personeel begroot op € 72.500.Materiële kostenDe bijdrage aan SSO’s wordt grotendeels gevormd door de bijdrage aan DICTU van circa € 7,1 mln. De bijdrage DICTU is voor kosten werkplekser-vices, infraservices, regulier beheer, licenties en ICT-projecten.RentelastenDe rente betreft de vergoeding die Agentschap Telecom betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa, zoals elektronische apparatuur en antennes, te financieren.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten immaterieel nemen in de jaren 2017 tot met 2021 geleidelijk toe door de investeringen die worden gedaan in het kader van het project GAMMA. De afschrijvingskosten van het project GAMMA betreffen de kosten die niet ten laste van de post «te verrekenen met Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2137 vergunninghouders» kunnen worden gebracht en bedragen gemiddeld € 0,5 mln per jaar (afschrijvingstermijn 10 jaar).Dotaties voorzieningenVoor 2017 is de dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren en ambtsju-bilea € 0,1 mln.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen 8.886 7.368 7.674 7.627 8.447 9.080 9.580 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 4.088 953 850 2.175 2.175 2.175 2.175 – /- totaal uitgaven operationele kasstroom – 5 – 75 – 75 – 75 – 75 – 75 – 75 2. Totaal operationele kasstroom 4.083 878 775 2.100 2.100 2.100 2.100 – /- totaal investeringen – 679 – 5.000 – 4.800 – 1.500 – 1.500 – 1.500 – 1.500 +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 679 – 5.000 – 4.800 – 1.500 – 1.500 – 1.500 – 1.500 – /- eenmalige uitkering aan moederde-partement – 377 0 0 0 0 0 0 +/+ eenmalige storting door moederde-partement 0 0 0 0 0 0 0 – /- aflossingen op leningen – 198 – 572 – 822 – 1.280 – 1.468 – 1.600 – 1.788 +/+ beroep op leenfaciliteit 0 5.000 4.800 1.500 1.500 1.500 1.500 4. Totaal financieringskasstroom – 575 4.428 3.978 220 33 – 100 – 288 5. Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 11.715 7.674 7.627 8.447 9.080 9.580 9.893Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.Operationele kasstroomDe operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.InvesteringskasstroomIn 2017 wordt een investering begroot van € 4,8 mln te investeren in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur en antennes (€ 1,5 mln) en voor het project GAMMA (€ 3,3 mln).FinancieringsstroomVoor de financiering van de begrote investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2138 Overzicht doelmatigheidsindicatoren 2015 Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Inputindicatoren Kernindicatoren Verhouding direct/indirect (in fte) 176,5 / 75,6 191,4 / 82,9 220,6 / 94,6 213,6 / 91,6 213,6 / 91,6 213,6 / 91,6 213,6 / 91,6 Verklarende/achterliggende variabelen Personeelskosten per fte € 72.415 € 70.931 € 72.500 € 72.500 € 72.500 € 72.500 € 72.500 Totaal aantal fte’s (excl. externe inhuur) 244,1 263,4 302,6 293,0 293,0 293,0 293,0 Kosten inhuur externen (PAO-definitie; x € 1.000) € 859 € 900 € 914 € 885 € 885 € 885 € 885 Outputindicatoren Uurtarief (wijziging in reële termen) – 0,69% 0,00% – 1,00% – 1,00% 0,00% 0,00% 0,00% Aantal declarabele uren (per fte en totaal) 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 1.450 / 1.660 Norm declarabiliteit per fte 1.106 1.117 1.128 1.140 1.151 1.162 Aantal werkbare /beschikbare uren: – werkbare uren 1.829 1.829 1.829 1.829 1.829 1.829 1.829 – bruto beschikbare uren 1.660 1.660 1.660 1.660 1.660 1.660 1.660 – netto beschikbare uren 1.585 1.585 1.585 1.585 1.585 1.585 1.585 Verklarende/achterliggende variabelen Bedrijfsresultaat (x € 1.000) 1.789 – 722 – 995 0 0 0 0 Omzet 35.406 38.563 39.256 38.439 38.444 38.445 38.445 Kwaliteits-indicatoren Kernindicatoren Klanttevredenheid: Niet in 2015 >3,5 >3,5 >3,5 >3,5 >3,5 >3,5 Doorlooptijd primaire processen: Vergunningaanvragen binnen 8 weken 94% 95% 95% 95% 95% 95% 95% Reactietijd storingsklachten Klachten van levensbelang ≤ 4 uur 95% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Klachten van maatschappelijk belang ≤ 12 uur 91% 98% 98% 98% 98% 98% 98% Klachten van individueel belang ≤ 3 werkdagen 82% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Gegrond verklaarde bezwaarschriften aantal 5 <5% <5% <5% <5% <5% <5% Aantal klachten 3,5% <7 <7 <7 <7 <7 <7 Medewerker-tevredenheid >7 >7 >7 >7 >7 >7 Verklarende/achterliggende variabelen Ziekteverzuim 3,8% <4,1% <4,1% <4,1% <4,1% <4,1% <4,1%ToelichtingVoor de sturing op de declarabiliteit van het agentschap is het kengetal «Norm declarabiliteit per fte» vanaf 2016 toegevoegd. De norm, zoals gehanteerd bij de berekening van het uurtarief 2016, van 1.106 uur per fte (2016) wordt jaarlijks met 1% verhoogd.Voor de jaren 2017 en 2018 wordt een reële daling van het uurtarief begroot. Dit als direct gevolg van de uitbreiding van de taken van het agentschap (zie omzet moederdepartement). De prognose is dat de verhouding kosten / declarabele uren zicht positief ontwikkeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2139 5.3 Dienst ICT Uitvoering (DICTU) Begroting agentschap 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moeder departement 210.944 204.500 189.000 189.000 189.000 189.000 189.000 Omzet overige departementen 28.144 39.900 40.000 40.000 40.000 40.000 40.000 Omzet derden 1.135 800 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Rentebaten 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 240.223 245.200 230.000 230.000 230.000 230.000 230.000 Lasten Apparaatskosten 227.332 228.900 211.900 211.300 211.300 211.500 211.700 – Personele kosten 136.879 132.100 124.000 122.200 121.200 120.400 120.600 – waarvan eigen personeel 40.847 58.900 60.000 63.500 64.000 64.500 64.500 – waarvan externe inhuur 7.546 5.000 4.000 3.500 3.000 3.000 3.000 – waarvan overige personele kosten 88.486 68.200 60.000 55.200 54.200 52.900 53.100 – Materiële kosten 90.453 96.800 87.900 89.100 90.100 91.100 91.100 – waarvan apparaat ICT 46.080 42.000 37.500 38.000 38.500 39.000 39.000 – waarvan bijdrage aan SSO’s 13.141 13.900 15.100 15.100 15.100 15.100 15.100 – waarvan overige materiële kosten 31.233 40.900 35.300 36.000 36.500 37.000 37.000 Rentelasten 193 200 200 200 200 200 200 Afschrijvingskosten 11.330 15.100 16.900 17.500 17.500 17.300 17.100 – Materieel 4.930 8.000 8.000 8.000 8.000 7.900 7.800 – waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 – Immaterieel 6.400 7.100 8.900 9.500 9.500 9.400 9.300 Overige kosten 1.302 500 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 – Dotaties voorzieningen 1.086 500 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 – Bijzondere lasten 23 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 239.964 244.700 230.000 230.000 230.000 230.000 230.000 Saldo van baten en lasten 259 500 0 0 0 0 0Toelichting op de batenOmzet moederdepartementBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Applicatiebeheer 24.001 24.850 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 Ontwikkelopdrachten 56.774 50.950 48.500 48.500 48.500 48.500 48.500 Infrabeheer 43.078 40.000 39.000 39.000 39.000 39.000 39.000 Werkplekservices 33.729 33.550 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Overige omzet 12.021 12.040 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Generieke eBS 6.929 7.480 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500 Indirect 34.413 35.630 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Totaal 210.944 204.500 189.000 189.000 189.000 189.000 189.000Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2140 DICTU levert voor het Ministerie van Economische Zaken zowel de ICT die de primaire processen en de bedrijfsvoering processen, zoals de werkplekdiensten, ondersteunen. De verwachte omzet moederdepar-tement wordt iets lager geraamd met ingang van 2017, met name op het gebied van ontwikkelopdrachten.Omzet overige departementenBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire 2017 2018 2019 2020 2021 Applicatiebeheer 1.216 1.450 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500 Ontwikkelopdrachten 11.338 14.200 12.200 10.200 10.200 10.200 10.200 Infrabeheer 8.778 7.800 10.500 10.500 10.500 10.500 10.500 Werkplekservices 23 0 2.000 4.000 4.000 4.000 4.000 Overige omzet 1.827 9.500 6.300 6.300 6.300 6.300 6.300 Generieke eBS 370 0 500 500 500 500 500 Indirect 4.593 6.950 7.000 7.000 7.000 7.000 7.000 Totaal 28.144 39.900 40.000 40.000 40.000 40.000 40.000DICTU verwacht in 2017 en verder een geringe omzetstijging bij overige departementen. De grootste opdrachtgevers zijn de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ICT-ondersteuning van de bijzondere opsporings-dienst).Toelichting op de lastenPersonele kostenDICTU investeert in het borgen van ICT-kennis in de eigen organisatie teneinde meer dienstverlening uit te voeren met eigen personeel. Dit leidt vanaf 2017 tot een stijging van de kosten van eigen personeel en een daling van de kosten voor uitbesteding van werkzaamheden. Naast deze ontwikkeling is de verwachting dat de verminderde vraag naar ontwikkel-opdrachten zal leiden tot minder personele ICT-inzet in zijn algemeenheid. De gemiddelde verwachte bezetting voor 2017 is 1.160 fte waarvan 710 fte eigen personeel.Materiële kostenOnder materiële kosten zijn onder andere licenties en aanschaffingen, onderhoud van ICT-middelen en huisvesting begroot.In de loop van 2017 gaat EZ over naar een nieuw werkplekconcept, de Rijkswerkomgeving (RWO). De materiële kosten en de afschrijvingskosten zijn nog niet in de begroting verwerkt omdat de effecten hiervan nog niet volledig bekend zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2141 Kasstroomoverzicht over het jaar 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari + deposito rekeningen 2.091 0 0 0 0 0 0 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 11.849 16.100 17.900 18.500 18.500 18.300 18.100 – /- totaal uitgaven operationele kasstroom – 3.787 – 500 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 2. Totaal operationele kasstroom 8.062 15.600 16.900 17.500 17.500 17.300 17.100 – /- totaal investeringen – 24.689 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – 25.000 –25.000 +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investerings kasstroom – 24.689 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – 25.000 – /- eenmalige uitkering aan moeder departement – 500 +/+ eenmalige storting door moeder departement 910 – /- aflossingen op leningen – 9.312 – 15.100 – 16.900 – 17.500 – 17.500 – 17.300 – 17.100 +/+ beroep op leenfaciliteit 27.000 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 4. Totaal financierings-kasstroom 18.598 9.400 8.100 7.500 7.500 7.700 7.900 5. Rekening courant RHB 31 december + stand deposito rekeningen (=1+2+3+4) 4.062 0 0 0 0 0 0InvesteringskasstroomDICTU verwacht in 2017 en de jaren daarna jaarlijks € 25 mln te inves-teren.FinancieringskasstroomDe aflossingen op leningen in de financieringskasstroom zijn gelijk aan de afschrijvingskosten uit de begroting van DICTU. Het beroep op de leenfaciliteit loopt gelijk met de investeringen. De hogere investeringen in 2016 leiden in de volgende jaren tot een verhoging van de afschrijvings-kosten en daarmee de aflossingen op leningen.Overzicht doelmatigheidsindicatoren Omschrijving 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire 2017 2018 2019 2020 2021 1. Kostprijzen per product (groep) a. Basistarief werkplek (gemiddeld per stuk x €) 2.520 2.531 2.531 2.531 2.531 2.531 2.531 b. Aantal Werkplekken 12.937 11.500 11.500 11.500 11.500 11.500 11.500 c. Infrastructuur (x € 1.000) 51.925 47.850 48.550 48.550 48.550 48.550 48.550 d. Productieve uren 1.832.350(89%) 1.835.000(88%) 1.788.300(88%) 1.787.100(88%) 1.763.700(88%) 1.755.900(88%) 1.755.900(88%) 2. Tarieven/uur1 a. Senior medew. (ontwikkeling) 90 92 96 96 96 96 96 b. Medior medew. (bouw) 70 72 76 76 76 76 76 c. Junior medew. (test en beheer) 60 62 65 65 65 65 65 3. gem. bezetting FTE-totaal (excl. externe inhuur) 503 655 710 750 750 750 750 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2142 Omschrijving 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire 2017 2018 2019 2020 2021 4. Saldo baten en lasten € 0,3 mln € 0,5 mln € 0 mln € 0 mln € 0 mln € 0 mln € 0 mln1 De stijging van de uurtarieven in 2016 en 2017 komt doordat de tarieven om ICT-expertise uit de markt te halen zijn gestegen. Dit werkt door in de uurtarieven van DICTU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2143 5.4 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) Begroting agentschap 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement1 128.935 141.428 143.349 148.290 132.817 122.817 122.817 Omzet overige departementen 81.334 82.341 82.541 82.341 82.341 82.341 82.341 Omzet derden 93.913 92.637 97.014 97.014 97.014 97.014 97.014 Rentebaten 1 50 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 345 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 9.421 9.320 12.495 12.300 12.100 12.100 12.100 Totaal baten 313.949 325.776 335.399 339.945 324.272 314.272 314.272 Lasten Apparaatskosten 313.182 314.314 319.842 321.416 304.517 294.815 294.815 – Personele kosten 205.135 206.014 214.094 207.963 191.920 187.727 187.727 – waarvan eigen personeel 187.864 184.635 194.143 184.322 174.519 172.838 172.838 – waarvan externe inhuur 17.271 21.379 19.951 23.641 17.401 14.889 14.889 – waarvan overige personele kosten – Materiële kosten1 108.047 108.300 105.748 113.453 112.597 107.088 107.088 – waarvan apparaat ICT – waarvan bijdrage aan SSO’s 37.399 38.207 41.486 44.561 44.615 44.771 44.771 – waarvan overige materiële kosten 70.092 64.262 68.892 67.982 62.317 62.317 Rentelasten 340 288 320 350 340 330 330 Afschrijvingskosten 10.328 14.737 17.679 18.915 18.627 18.627 – Materieel 5.366 6.605 8.268 9.129 10.129 10.458 10.458 – waarvan apparaat ICT – Immaterieel 4.316 3.723 6.469 8.550 8.786 8.169 8.169 Overige kosten 500 500 500 500 500 500 – dotaties voorzieningen 1.467 500 500 500 500 500 500 – bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 324.671 325.430 335.399 339.945 324.272 314.272 314.272 Saldo van baten en lasten – 10.722 346 0 0 0 0 01 Als gevolg van het aflossen van de egalisatieschuld van de NVWA bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zal bij de 1e suppletoire begrotingswet 2017 een aanpassing volgen, die nog nadere uitwerking en doorrekening vergt en daarom nog niet in deze begroting is verwerkt.Toelichting op de batenOmzet moederdepartementDe NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel, de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en handhaaft de natuurwetgeving. De post omzet moederdepartement ad € 143,3 mln is gerelateerd aan de opbrengsten voortvloeiend uit het opdrachtenpakket dat met het moederdepartement is afgesproken, inclusief de eerder verstrekte bijdragen voor het Plan van Aanpak (PvA) en voor de uitvoering van de overgenomen PBO-taken. Verder is een aanvullende bijdrage opgenomen van € 24,0 mln. Een groot deel hiervan betreft de toegezegde extra bijdragen ter beperking van de terugloop van het opdrachtenpakket van EZ (€ 10,0 mln) en compensatie voor te lage facturabiliteit als gevolg van de reistijd=werktijd problematiek (€ 9,6 mln). Deze extra bijdragen vormen onderdeel van de maatregelen om te komen tot een financieel gezonde en toekomstbestendige NVWA (TK, 33 835, nr. 33). Voorts is een deel van het beschikbare budget voor uitvoering van het PvA (ICT vernieuwing), dat naar verwachting niet in 2016 zal worden besteed, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2144 doorgeschoven naar 2017 (€ 3,0 mln) en is de loon- en prijscompensatie 2016 (€ 1,1 mln) verwerkt alsmede enkele kleinere mutaties (per saldo € 0,3 mln).In de onderstaande tabel is de verwachte omzet moederdepartement per product opgenomen. Onder de post «Overig» zijn opbrengsten geraamd die niet op basis van een uurtarief in rekening worden gebracht, zoals directe bijdragen voor uitbesteed onderzoek en voor andere kosten.Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Advies & vertegenwoordiging 7.282 9.643 9.231 9.206 9.206 8.458 8.458 Communicatie 1.218 1.349 1.291 1.288 1.288 1.183 1.183 Incident- & crisismanagement 4.460 3.634 3.478 3.469 3.469 3.187 3.187 Inlichtingen & opsporing 10.871 14.337 13.723 13.688 13.688 12.575 12.575 Kennis & Expertise 3.076 3.167 3.031 3.023 3.023 2.778 2.778 Klantinteractie & dienstverlening 6.848 6.804 6.513 6.496 6.496 5.968 5.968 Laboratoriumonderzoek 3.311 3.510 3.360 3.351 3.351 3.078 3.078 Toezicht 76.356 81.231 77.755 77.552 77.552 71.246 71.246 Overig 15.513 17.755 24.967 30.217 14.744 14.344 14.344 Totaal 128.935 141.428 143.349 148.290 132.817 122.817 122.817Omzet overige departementenDe NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten. De omzet overige departementen bestaat uit de bijdrage van VWS en van het Diergezondheidsfonds (DGF). De bijdrage VWS van € 81,6 mln is inclusief het budget voor het PvA en de uitvoering van voormalige PBO-taken, extra budget voor bestrijding exotische muggen (€ 0,6 mln), loonbijstellingen 2015 en 2016 (€ 1,9 mln) en een aanvullende opdracht e-sigaret (€ 0,7 mln). Voor de omzet van het DGF is bijna € 1 mln begroot.In de onderstaande tabel is de verwachte omzet overige departementen per product opgenomen. Onder de post «Overig» zijn opbrengsten geraamd die niet op basis van een uurtarief in rekening worden gebracht. Hieronder vallen vooral directe bijdragen voor uitbesteed onderzoek en voor andere kosten.Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Advies & vertegenwoordiging 2.528 2.149 2.197 2.191 2.191 2.191 2.191 Communicatie 445 441 451 450 450 450 450 Incident- & crisismanagement 1.020 573 586 585 585 585 585 Inlichtingen & opsporing 1.642 2.023 2.068 2.063 2.063 2.063 2.063 Kennis & Expertise 4.301 3.995 4.085 4.073 4.073 4.073 4.073 Klantinteractie & dienstverlening 6.830 6.445 6.589 6.571 6.571 6.571 6.571 Laboratoriumonderzoek 9.852 12.207 12.480 12.445 12.445 12.445 12.445 Toezicht 41.759 42.752 43.707 43.586 43.586 43.586 43.586 Overig 12.957 11.755 10.378 10.378 10.378 10.378 10.378 Totaal 81.334 82.341 82.541 82.342 82.342 82.342 82.342Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2145 Omzet derdenDe omzet derden (€ 97 mln) bestaat uit opbrengsten retributies NVWA, retributies Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) en overige baten. Het bedrijfsleven betaalt retributies voor de diensten die de NVWA en KDS verrichten, bijvoorbeeld voor toezicht in de vorm van inspecties en keuringen bij import, export en slachthuizen. Uitgaande van een stabiele marktvraag en de tarieven 2016 wordt een omzet geraamd van € 78,8 mln aan retributies NVWA en daarnaast € 15,6 mln aan retributies KDS De opbrengsten uit NVWA retributies in 2017 worden hoger geraamd door effecten van de tariefstijging retributies per mei 2016, de invoering van retributies in het domein Tabak en de invoering van retribueerbare herinspecties bij veehouders. Naast de retributieopbrengsten realiseert de NVWA ook nog voor € 2,6 mln aan overige baten. Deze bestaan voorna-melijk uit opbrengsten voor de uitvoering van (inter)nationale projecten.RentebatenEr zijn geen rentebaten begroot. De rentepercentages worden door het Ministerie van Financiën dagelijks vastgesteld en variëren afhankelijk van de looptijd tussen net onder of boven 0%.Bijzondere batenDe bijdrage van het moederdepartement in de ICT-kosten van € 11,9 mln en de compensatie van de gevolgen van de wijziging van het Rijkshuis-vestingsstelsel van € 0,6 mln zijn opgenomen onder de bijzondere baten. De ICT-bijdrage is inclusief de toegezegde extra bijdrage van € 3,1 mln ter dekking van de hogere kosten van ICT-beheer, die onderdeel vormt van de maatregelen om te komen tot een financieel gezonde en toekomstbe-stendige NVWA (TK 33 835 nr. 33).Toelichting op de lastenPersonele kostenDe personele kosten bestaan uit € 181,5 mln salariskosten en € 12,6 mln overige personeelsgerelateerde kosten, waaronder reis- en verblijfkosten en kosten woon-werkverkeer, opleidingen e.d. De verwachte gemiddelde bezetting van de NVWA voor 2017 is 2.532 fte, waarvan 2.408 fte eigen (ambtelijk) personeel. De gemiddelde ambtelijke salariskosten in 2017 zijn € 75.366 per fte.De inhuur van externen betreft tijdelijke inhuur voor uitvoering van het PvA, ondersteuning van de bedrijfsvoering en externen, veelal uitzend-krachten, die werkzaamheden verrichten in het primaire proces.Materiële kostenDe materiële kosten bestaan uit bijdragen aan Shared Service Organi-saties (SSO’s) en overige kosten. Voor SSO’s is € 41,5 mln aan kosten begroot. Dit betreft de bijdrage van € 29,4 mln aan DICTU in het kader van ICT en huurkosten voor kantoorpanden en laboratoria aan het Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB) van € 12,1 mln. De NVWA heeft geen panden in eigendom.De € 64,3 mln overige materiële kosten bestaan uit specifieke kosten van € 50,9 mln (waaronder voornamelijk uitbesteed onderzoek/werk en € 15,6 mln KDS), bureaukosten van € 2,6 mln en diverse materiële kosten van € 10,8 mln.RentelastenDe rentelasten vloeien voort uit rente- en aflossingsdragend vermogen waarvan het rentepercentage varieert tussen de 0,06% en 4,45%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2146 AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten voor materiële en immateriële activa bedragen respectievelijk € 8,3 mln en € 6,5 mln. De toename van de materiële afschrijvingskosten wordt veroorzaakt door de uitbreiding van het wagenpark. De toename van de immateriële afschrijvingskosten is het gevolg van de investeringen in het kader van het PvA om de ICT-voorziening binnen de NVWA op voldoende niveau te brengen.De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn van de verschillende soorten activa ligt tussen 4 en 10 jaar. De immateriële vaste activa hebben een afschrijvingstermijn van 4 jaar.Dotaties aan voorzieningenDit betreft de dotatie aan de voorziening claims, geschillen en rechtsge-dingen.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016 Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen 60.029 69.145 64.408 64.535 65.240 65.703 65.124 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 30.249 330 15.083 17.679 18.915 18.627 18.627 – /- totaal uitgaven operationele kasstroom – 25.851 4.959 – 961 – 522 – 480 – 464 – 457 2. Totaal operationele kasstroom 4.398 5.289 14.122 17.157 18.435 18.163 18.170 – /- totaal investeringen – 16.735 – 25.894 – 23.889 – 20.059 – 19.146 – 15.589 – 17.065 +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 2.604 1.360 2.720 1.855 1.260 2.148 2.264 3. Totaal investeringskasstroom – 14.131 – 24.534 – 21.169 – 18.204 – 17.886 – 13.441 – 14.801 – /- eenmalige uitkering aan moederde-partement 0 0 0 0 0 0 0 +/+ eenmalige storting door moederde-partement 12.112 0 0 0 0 0 0 – /- aflossingen op leningen – 10.363 – 11.386 – 16.716 – 18.307 – 19.232 – 20.890 – 18.723 +/+ beroep op leenfaciliteit 17.100 25.894 23.889 20.059 19.146 15.589 17.065 4. Totaal financieringskasstroom 18.849 14.507 7.174 1.752 – 85 – 5.301 – 1.658 5. Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 69.145 64.408 64.535 65.240 65.703 65.124 66.835Operationele kasstroomDe operationele kasstroom 2017 van € 14,1 mln bestaat uit de som de afschrijvingskosten, uitgaven ten laste van de voorzieningen, exploitatie-reserve en onverdeeld resultaat.InvesteringskasstroomMateriële activaDe investeringen in materiële activa bedragen € 13,4 mln. Voor de vervanging (en een geringe uitbreiding) van het aantal dienstauto’s is een investeringsbedrag nodig van € 9,6 mln. De desinvesteringsbedragen in de tabel geven de restwaarden van de ingeleverde dienstauto’s weer. De investeringen in laboratoriumapparatuur bedragen € 2,3 mln. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2147 investeringen in aanpassingen van gebouwen, aanschaf van hardware, vaartuigen, kantoorinventaris en controleapparatuur bedragen € 1,5 mln.Immateriële activaDe NVWA is in 2014 gestart met het uitbouwen van de kennis en vaardigheden en het implementeren van de onderliggende processen en de informatiearchitectuur (programma «Blik op 2017»). Hiermee samen-hangend is in 2017 een investering in ICT begroot van € 10,5 mln die voor een belangrijk deel voortvloeit uit het PvA.FinancieringskasstroomDe financieringskasstroom van € 7,2 mln geeft het saldo weer van de benodigde leningen en de aflossing op de lopende leningen. De € 23,9 mln aan investeringen worden gefinancierd via leningen bij het Ministerie van Financiën.Overzicht doelmatigheidsindicatoren 2015 Slotwet 2016Stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Gemiddelde kostprijs (€/uur)1 96,32 98,64 99,16 99,16 99,16 99,16 99,16 Tarieven Index 2012 = € 94,07 = 100 102,39 104,86 105,41 105,41 105,41 105,41 105,41 Omzet per productgroep (x mln) Advies en Vertegenwoordiging 10 12,4 12,1 12,1 12,1 12,1 12,1 Communicatie 1,7 1,8 1,7 1,7 1,7 1,7 1,7 Incident en crisismanagement 5,5 4,2 4,1 4,1 4,1 4,1 4,1 Inlichtingen en opsporing 12,5 16,4 15,8 15,8 15,8 15,8 15,8 Kennis en expertise 8,1 8,4 8,4 8,4 8,4 8,4 8,4 Klantinteractie en dienstverlening 24,4 24,6 24,9 24,9 24,9 24,9 24,9 Laboratoriumonderzoek 18,7 21,9 22,2 22,2 22,2 22,2 22,2 Toezicht 178,8 197,2 197,4 197,1 197,1 197,1 197,1 FTE Aantal FTE (exclusief externe inhuur) 2.438 2.315 2.408 2.292 2.170 2.149 2.149 Verhouding FTE direct/indirect (exclusief externe inhuur) 1.950/488 1.827/488 1.869/539 1.779/513 1.685/486 1.668/481 1.668/481 Salariskosten per fte 72.149 74.440 75.366 75.366 75.366 75.366 75.366 Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten als % van de totale baten – 3,40% 0,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% Kwaliteit Afhandelsnelheid informatieverzoeken, klachten en meldingen 73% 74% 75% 80% 85% 90% 95% Tijdig betaalde facturen 95% 95% 95% 95% 95% 95% 95% (< 30 dagen)1 De (gemiddelde) kostprijs 2017 moet nog worden vastgesteld. In 2017 is een loonstijging van 1% ten opzichte van 2016 verondersteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2148 5.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) Begroting agentschap 2017Bedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 314.859 314.053 305.945 285.469 279.280 279.250 277.147 Omzet overige departementen 119.877 117.015 108.626 108.626 108.626 108.626 108.626 Omzet derden 43.670 42.269 27.369 27.369 27.369 27.369 27.369 Rentebaten 8 10 10 10 10 10 10 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 5.762 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 484.176 473.347 441.950 421.474 415.285 415.255 413.152 Lasten Apparaatskosten: 468.189 460.244 429.261 409.419 403.230 403.200 401.097 Personele kosten 298.013 260.713 244.621 235.986 229.797 229.767 227.664 – waarvan eigen personeel 212.175 217.402 212.680 206.354 206.354 206.354 206.354 – waarvan externe inhuur 68.455 38.115 20.721 18.829 12.640 12.610 10.507 – overige personele kosten 17.383 5.196 11.220 10.803 10.803 10.803 10.803 Materiële kosten 170.176 199.531 184.640 173.433 173.433 173.433 173.433 – waarvan bijdrage aan SSO’s 89.183 89.323 92.948 94.586 94.586 94.586 94.586 – waarvan overige materiele kosten 80.993 110.208 91.692 78.847 78.847 78.847 78.847 Rentelasten 443 66 28 30 30 30 30 Afschrijvingskosten 9.472 13.037 12.661 12.025 12.025 12.025 12.025 Materieel 1.895 2.461 2.360 2.348 2.348 2.348 2.348 – waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 Immaterieel 7.577 10.576 10.301 9.677 9.677 9.677 9.677 Overige kosten 7.882 0 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 955 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 6.927 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 485.985 473.347 441.950 421.474 415.285 415.255 413.152 Saldo van baten en lasten – 1.809 0 0 0 0 0 0BatenOmzet moederdepartementBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016stand 1e supple-toire begroting) 2017 2018 2019 2020 2021 DG A&N 175.395 173.030 152.071 150.376 150.269 150.389 151.589 DG B&I 93.333 93.504 90.566 83.610 82.355 82.206 82.206 DG ETM 39.180 42.474 52.835 46.324 41.497 41.496 38.193 Overig 6.951 5.045 10.473 5.159 5.159 5.159 5.159 Totaal 314.859 314.053 305.945 285.469 279.280 279.250 277.147In deze begroting wordt uitgegaan van de bij de opdrachtgevende DG’s beschikbare budgetten. In de post «omzet moederdepartement» is de taakstelling Rutte II reeds in mindering gebracht door het kerndepar-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2149 tement. Voor 2017 is sprake van een verwachte omzet moederdepar-tement, die € 8 mln lager is dan de stand van de 1e suppletoire begroting 2016. Dit wordt veroorzaakt door een per saldo verwachte afname van het opdrachtenpakket met de huidige informatie.DG Agro en Natuur (A&N)RVO.nl is onder andere belast met de uitvoering van de Europese Landbouwsubsidies en Mestwetgeving. In 2014 is het werkpakket uitgebreid met taken van de voormalige Productschappen en vanaf 2015 met taken van voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG).DG Bedrijfsleven en Innovatie (DG B&I)RVO.nl is belast met taken vanuit DG B&I ter stimulering van innovatie. Dit betreft onder andere de WBSO, het Toekomstfonds (waaronder het Innovatiefonds MKB+). Daarnaast wordt samenwerking bevorderd binnen de gouden driehoek van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid, met name binnen de negen topsectoren.DG Energie, Telecom en Mededinging (DG ETM)Het DG ETM werkpakket kent zeven thema’s conform de begrotingsin-deling: Energie Innovatie, Energiebesparing, Energieproductie, CO2 beleid, Kernenergie/Stralingsbescherming, Internationaal en Energiemarkt en infrastructuur. In verband met de invaring van de taken PIANOo/Tendernet bij RVO.nl zijn met ingang van 2017 middelen toegevoegd.Omzet overige departementenBedragen x € 1.000 2015 Stand Slotwet 2016stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Ministerie van Buza 84.189 86.441 80.900 80.900 80.900 80.900 80.900 Ministerie van BZK 18.644 14.765 12.100 12.100 12.100 12.100 12.100 Ministerie van IenM 10.698 10.825 11.000 11.000 11.000 11.000 11.000 Ministerie van OCW 3.306 3.540 2.850 2.850 2.850 2.850 2.850 Ministerie van VenJ 372 990 375 375 375 375 375 Ministerie van SZW 139 454 1.401 1.401 1.401 1.401 1.401 Ministerie van VWS 155 0 0 0 0 0 0 Overig 2.374 Totaal 119.877 117.015 108.626 108.626 108.626 108.626 108.626De omzet overige departementen ligt voor 2017 lager dan de begroting van 2016.Ministerie van Buitenlandse Zaken (BUZA)RVO.nl voert activiteiten uit op de beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking. De expertise en inzet van RVO.nl is met name toegespitst op Duurzame handel en investering en Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water. Met uitzondering van de versterking van internationale handelssys-temen komen al deze pijlers in het opdrachtenpakket van RVO.nl terug. Buitenlandse Zaken zet voor duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water in op een toename van voedselzekerheid en op verbeterd water-beheer, drinkwater en sanitatie. Daarnaast onder duurzame ontwikkeling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2150 op duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het tegengaan van klimaatverandering en het vergroten van de weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering.Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)De opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties betreft onder meer de implementatie van de herziene Europese richtlijn energieprestatie gebouwen EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) (waaronder het energielabel voor woonconsu-menten), de implementatie van het SER-akkoord voor het onderdeel «gebouwde omgeving», het begeleiden van expertteams op het gebied van kantorentransformatie, particulier opdrachtgeverschap en de uitvoering van het programma bevolkingsdaling.Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)Het opdrachtenpakket is gebundeld rondom vier hoofddoelen van IenM: klimaat en energie, circulaire economie, water en mobiliteit. Het werkpakket bestaat uit opdrachten die gerelateerd zijn aan de Groene Groei brief, het programma Van Afval naar Grondstof, de Klimaatagenda en het Nationaal Energie Akkoord.Omzet derdenBedragen x € 1.000 2015stand slotwet 2016stand 1e supple-toire begroting) 2017 2018 2019 2020 2021 EU 4.991 3.234 3.234 3.234 3.234 3.234 3.234 Leges dierenregistraties 5.319 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 Leges Overige regelingen AGRO 5.436 2.900 2.900 2.900 2.900 2.900 2.900 Leges Mest 0 600 600 600 600 600 600 Vergunningen 0 423 423 423 423 423 423 Provincies 24.590 27.000 12.100 12.100 12.100 12.100 12.100 Overig 3.334 2.112 2.112 2.112 2.112 2.112 2.112 Totaal 43.670 42.269 27.369 27.369 27.369 27.369 27.369De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, een bijdrage van derden in de uitvoeringskosten die in opdracht van het moederdepartement plaatsvinden (het betreft bijvoorbeeld heffingen en retributies), de provincies en overige opdrachtgevers. De begroting 2017 en daaropvolgende jaren bevat voor de opdracht voor de provincies nog niet de omzet voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingspro-gramma 3.RentebatenGelet op de huidige en verwachte rentepercentages voor deposito’s blijven de rentebaten beperkt tot € 10.000.Toelichting op de lastenPersonele kostenDoor het lagere opdrachtenpakket in 2017 ten opzichte van de begroting 2016 dalen de personele kosten met € 16 mln. Er is minder personele capaciteit nodig, waardoor RVO.nl minder tijdelijk personeel inhuurt voor Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2151 het uitvoeren van de opdrachten en de ambtelijke bezetting daalt met circa 2% in 2017.Materiële kostenDe totale materiële kosten zijn voor 2017 geraamd op € 184,6 mln. Dit is een daling van € 15 mln.De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten.De daling vindt plaats binnen de directe materiele kosten en houden verband met de krimp in de opdrachten.Directe materiële kosten zijn kosten die direct verband houden met de uitvoering van opdrachten. Hiertoe behoren onder andere kosten ten behoeve van de exploitatie van de Netherlands Business Support Offices, de buitenkantoren van de Foreign Investment Agency (NFIA) en Technisch Wetenschappelijke Attaché (TWA) en kosten voor de uit te voeren regelingen. In 2017 worden de directe materiële kosten op € 84,2 mln geraamd.Indirecte materiële kosten zijn kosten die niet direct verband houden met een opdracht. In 2017 worden de indirecte materiële kosten geraamd op € 100,4 mln. Deze kosten bestaan voornamelijk uit kosten voor producten en diensten van DICTU (€ 71,9 mln) en het Rijksvastgoedbedrijf voor de huisvestingskosten (€ 21 mln). De totale bijdrage aan deze SSO’s bedraagt € 92,9 mln voor 2017.RentelastenHet bedrag aan opgenomen rentelasten betreft rente op de leningen bij het Ministerie van Financiën. Verwachting is dat er eind 2017 een hogere aanspraak wordt gedaan op de leenfaciliteit om investeringen in vernieuwing van de ICT te realiseren, derhalve stijgen de rentelasten in 2018 en verder.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017Bedragen x € 1.000 2015 stand slotwet 2016stand 1e suppletoire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari(incl. deposito) 96.537 48.306 47.946 48.907 49.159 47.424 43.719 +/+ Totaal ontvangsten operat. kasstroom – 11.182 26.037 27.661 27.025 27.025 27.025 27.025 – /- Totaal uitgaven operationele kasstroom – 36.725 – 23.000 – 23.000 – 23.000 – 23.000 – 23.000 – 23.000 2. Totaal operationele kasstroom – 47.907 3.037 4.661 4.025 4.025 4.025 4.025 – /- totaal investeringen – 39.986 – 9.950 – 10.000 – 10.000 – 10.000 – 10.000 – 10.000 +totaal boekwaarde desinvesteringen 46.092 3. Totaal investeringskasstroom 6.106 – 9.950 – 10.000 – 10.000 – 10.000 – 10.000 – 10.000 – /- eenmalige uitkering aan moederdepartement – 4.357 0 +/+ eenmalige storting door moederdepartement 0 0 – /- aflossing op leningen – 2.073 – 2.000 – 3.700 – 3.773 – 5.760 – 7.730 – 9.700 +/+ beroep op leenfaciliteit 0 8.553 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 4. Totaal financieringskasstroom – 6.430 6.553 6.300 6.227 4.240 2.270 300 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2152 2015 stand slotwet 2016stand 1e suppletoire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 5. Rekening courant RHB 31 december(incl. deposito) 48.306 47.946 48.907 49.159 47.424 43.719 38.044 (=1+2+3+4) Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling. De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in voorzieningen en het werkkapitaal. De voor 2017 geraamde investeringen (€ 10 mln) bestaan uit investeringen in ICT systemen ten behoeve van de uitvoering van regelingen en vervangingsinvesteringen in installaties en inrich-tingen.Overzicht doelmatigheidsindicatoren 2015 Slotwet 2016stand 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Inputindicatoren Kernindicatoren Verhouding direct/indirect personeel 83% 84% 84% 84% 84% 84% 84% Outputindicatoren Kernindicatoren Tariefindex in reële termen 98,6 100 100 100 100 100 100 Totaal aantal ambtelijk fte werkzaam excl. externe inhuur 2.816 2.904 2.817 2.733 2.733 2.733 2.733 Saldo baten en lasten als percentage van totale baten – 0,4% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Kwaliteitsindicatoren Kernindicatoren Klanttevredenheid 7,2 7,3 7,3 7,3 7,3 7,3 7,3 Gehonoreerde bezwaarschriften 30% 25% 25% 25% 25% 25% 25%RVO maakt zijn «overhead» inzichtelijk met de indicator die het percentage geeft van de directe personele kosten als onderdeel van de totale personele kosten. Hoe hoger dit percentage van directe personele kosten, hoe lager de overhead. RVO.nl streeft voor het totaal van de organisatie naar een percentage van 84% (overhead: 16%). De directe personele kosten worden voor 2017 geraamd op € 205,5 mln en de indirecte personele kosten op € 39,1 mln. De klanttevredenheid meet RVO per kwartaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2153 6. Begroting Diergezondheidsfonds Doel van het DiergezondheidsfondsHet fonds heeft als doel het betalen van kosten in verband met de bestrijding, bewaking en preventie van besmettelijke dierziekten en zoönosen.Uitbraken van dierziekten hebben een grote impact op de Nederlandse samenleving als geheel en op de agrarische sector, inclusief de aanver-wante verwerkende voedselindustrie in het bijzonder. Voor dergelijke potentieel snel om zich heen grijpende dierziekten gelden speciale bestrijdings- en preventieregimes die grotendeels hun wortels kennen in Europese regelgeving. Voor veel van deze dierziekten bevat de Europese regelgeving een plicht tot bestrijding. Daarnaast kan sprake zijn van verplichtingen tot preventieve maatregelen zoals onderzoek naar de aan- of afwezigheid van een dierziekte via het monitoren van (een selectie van) ogenschijnlijk gezonde dieren.Het Diergezondheidsfonds is een begrotingsfonds dat tot 1 januari 2015 onder andere werd gevuld met de opbrengst van heffingen die door het Productschap Zuivel, het Productschap Vee en Vlees en het Productschap Pluimvee en Eieren werden opgelegd. Vanwege de opheffing van de productschappen is de voeding van het Diergezondsheidsfonds vanaf 2015 voor wat betreft het sectoraandeel nader geregeld. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Hoofdstuk VIII Gwwd, artikel 95b, onderdelen a tot en met d,) geeft de mogelijkheid een heffing in te stellen voor het houden van dieren. Hiervan is gebruik gemaakt, waarbij is aangesloten bij de heffingensystematiek zoals deze door de productschappen werd gehanteerd. De inkomsten van de heffingen worden in het fonds gestort. Hiermee worden vanaf 2015 de ontvangsten van het fonds gevormd door jaarlijkse bijdragen vanuit de begroting van EZ, de heffingen op grond van de Gwwd en de middelen die de Europese Unie ter beschikking stelt in verband met het weren en bestrijden van besmettelijke dierziekten.Het beleid dat aan de basis ligt van de inzet van het DGF is weergegeven in beleidsartikel 6 van de EZ-begroting. De kosten voor inzet van de crisisorganisatie worden eveneens op beleidsartikel 6 begroot en verantwoord.De begroting van het DGF bevat sinds 2015 ook de kosten van het voorkomen en/of bestrijden van dierziekten waarvoor de financiering door EZ is overgenomen van de productschappen, waaronder de Ziekte van Aujeszky, Salmonella (Se en St), Leukose, en een monitoringsprogramma voor AI, NCD, non-zoönotische Salmonella, en Mycoplasma.6.1 Beleidsartikel 1 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen Algemene doelstellingBewaking en bestrijding van bepaalde dierziekten en het voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen.Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is verantwoordelijk voor:•Het bestrijden van dierziekten die op basis van wetgeving verplicht moeten worden bestreden en indirect verantwoordelijk voor welzijnsa-specten bij de bestrijding.•Het tijdig signaleren en afhandelen van verdenkingen en besmettingen door onderzoek en monitoring/bewaking van bepaalde dierziekten (bijvoorbeeld scrapie, blauwtong, Brucella melitensis, klassieke en Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2154 Afrikaanse varkens pest, AI, Ziekte van Aujeszky, salmonella en mycoplasma en BSE).•Effectieve en doelmatige crisisorganisatie bij dierziektenuitbraken.Telkens na een uitbraak van een besmettelijke dierziekte vindt een evaluatie plaats op alle onderdelen van bestrijdingsmaatregelen, welzijnsmaatregelen en crisisorganisatie.BeleidswijzigingenBeleidswijzigingen op het terrein van het diergezondheid worden opgenomen onder artikel 6 «Concurrerende, duurzame, veilige, agro-,visserij- en voedselketens» van de EZ-begroting.Budgettaire gevolgen van beleidBedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnspro-blemen Verplichtingen 33.114 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550 Uitgaven 33.114 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550 waarvan juridisch verplicht 73% Beginsaldo 19.064 13.360 Programma-uitgaven 33.114 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550 Opdrachten 33.114 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550 1. Bewaking van dierziekten 14.161 17.707 18.314 18.314 18.314 18.314 18.314 2. Bestrijding van dierziekten 18.915 25.913 13.046 13.046 13.046 13.046 13.046 3. Voorkomen en verminderen van welzijns-problemen 4. Overig 38 360 1.190 1.190 1.190 1.190 1.190 Ontvangsten 27.410 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550 Eindsaldo 13.360 Specificatie ontvangsten: Ontvangsten van EZ1 , 2 10.486 9.863 9.863 9.863 9.863 9.863 Ontvangsten van EU m.b.t. salmonella bewaking en bestrijding 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 Ontvangsten van sector(bewaking)3 , 2 9.799 11.102 11.102 11.102 11.102 11.102 Ontvangsten van sector3, 2 7.585 8.835 8.835 8.835 8.835 8.8351 Dekking uit artikel 6, onderdeel «bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken».2 De werkelijke ontvangsten vanuit de sector zullen in 2017 naar verwachting € 4,5 mln lager uitvallen dan de benodigde ontvangsten op basis van de verwachtte uitgaven. Dit is vooral het gevolg van te laag vastgestelde heffingen in de sectoren schaap/geit en pluimvee, omdat bij het destijds vaststellen van de meerjarige heffingen nog niet alle sectorafspraken voor de DGF convenantsperiode 2015 tot en met 2019 bekend waren. Bovendien zijn bij de sectoren schaap/geit en pluimvee geen financiële reserves meer aanwezig. Totdat de heffingen kunnen worden aangepast, zal dit bedrag door EZ worden voorgefinancierd.3 In de ontvangsten van sector uit de heffingen kunnen de komende jaren nog verschuivingen optreden vanwege de aanpassingen in wet- en regel-geving, waardoor per 2018 de heffingstarieven kunnen worden aangepast.BudgetflexibiliteitEr is sprake van doorlopende contracten met bedrijven om bewakingspro-gramma’s uit te voeren en/of om beschikbaar te zijn voor dienstverlening tijdens crises, waardoor uitgaven voor ruwweg 73% juridisch verplicht zijn. De resterende 27% is op basis van het convenant aan bestuurlijke afspraken gebonden en betreft de jaarlijks terugkerende bestrijdings-kosten, de basismonitoring en de sectorbijdragen aan de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit (SDa).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2155 Financiering DGFDe middelen ter financiering van de uitgaven van het DGF zijn afkomstig van het Rijk, van het bedrijfsleven (middels een heffing of uit sectorre-serves) en van de Europese Unie. De bijdrage van het Rijk wordt geraamd en verantwoord in het beleidsartikel 6 van de EZ-begroting. De afspraken over de bijdrage van het bedrijfsleven aan het DGF zijn vastgelegd in het op 30 april 2015 ondertekende vierde «Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019» tussen EZ en de sectorpartijen vereniging ZuivelNL, stichting Brancheorganisatie Kalversector, stichting AVINED, Producentenorganisatie Varkenshouderij, LTO Nederland (vakgroepen Schapenhouderij, Melkgeitenhouderij en Vleesveehouderij) en het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders (TK, 29 683, nr. 198).Het vorige convenant tussen de overheid en de productschappen voor de veehouderijsectoren rund, varken, schapen en geiten en pluimvee eindigde tegelijk met het opheffen van de productschappen per 31 december 2014. Soortgelijke convenanten hebben sinds het jaar 2000 voorzien in de afspraken over de medefinanciering door de sectoren aan de verplichte, door EZ uitgevoerde, dierziektebestrijding. Om vanaf 1 januari 2015 de afspraken rondom de financiering van de dierziektenbe-strijding in te vullen zijn de veterinair inhoudelijke en financiële wensen met de sector afgestemd. Tevens is er een nieuwe heffingsgrondslag gekozen na het wegvallen van de PBO-heffing: een heffing van EZ op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De inkomsten uit de heffing worden geraamd op het ontvangstenartikel DGF.Het convenant werkt terug tot en met 1 januari 2015 om de continuïteit van de afspraken te waarborgen. Nieuw in dit convenant is dat er nu ook afspraken gemaakt zijn over de financiering van overgenomen PBO-taken, zoals de sectorfinanciering van de basismonitoring, de kosten voor de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit en kosten voor de preventie en bestrijding van Salmonella Se/St, Mycoplasma Gallisepticum, Ziekte van Aujeszky, Leukose en voor de monitoring van Aviaire Influenza, Newcastle Disease en non -zoönotische Salmonella.Het convenant beschrijft wie (sector en/of overheid) voor welke kosten aan de lat staat en bepaalt hoeveel de deelsectoren maximaal zelf moeten betalen (de plafondbedragen).De nieuwe plafondbedragen voor de periode 2015 tot en met 2019 zijn vastgesteld op:(* € 1.000). De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de omvang van de veestapel en het consumentenprijsindexcijfer alle huishoudens (artikel 7 convenant). Sector Plafond Toelichting Runderen (melkkoeien, vleeskalveren en vleesvee) 23.540 Varkens 53.447 waarvan 30.000 voor AVP en SVD Pluimvee 47.138 waarvan 2.113 voor NCD Schapen en geiten 5.074 In het convenant is afgesproken dat met ingang van 2016 in de begroting van het Diergezondheidsfonds crisisreserves zouden worden gevormd en in stand gehouden uit de bijdragen van de sectoren ter grootte van 20% Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2156 van de begrote bestrijdingskosten per sector in de convenantsperiode. De reserves zijn bedoeld om in geval van een crisis direct de bestrijdings-kosten te kunnen betalen. Echter de begrote ontvangsten voorzien nog niet in een component «opbouw reserves»; deze zal bij een eerstvolgende tariefswijziging worden meegenomen.De opbrengsten uit de diergezondheidsheffing worden aangewend voor die sectoren waarvan de middelen afkomstig zijn. In de administratie van inkomsten en uitgaven van het fonds worden daartoe per diersoort de daaraan gerelateerde inkomsten en uitgaven geadministreerd.Toelichting op de instrumenten1. Bewaking van dierziektenHet signaleren van (mogelijke) dierziekten vindt plaats door houders van dieren, dierenartsen en/of medewerkers van laboratoria/onderzoeksinstellingen, hetzij op basis van klinische verschijnselen dan wel op basis van de uitkomsten van laboratoriumonderzoek. In het geval deze verschijnselen kunnen wijzen op een aangifteplichtige ziekte, dient dit onmiddellijk bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te worden gemeld. Naast de meldplicht worden in opdracht van EZ bewakings- en monitoringsprogramma’s uitgevoerd die deels door de Europese Unie (EU) verplicht zijn gesteld ter behoud van de dierziektevrij-status. Ook een vrijstatus voor de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) vereist voor sommige ziekten een monitoringsprogramma. Door bewakingsonderzoeken uit te voeren wordt het risico dat een ziekte niet of niet tijdig wordt opgemerkt gereduceerd. Bewakingsprogramma’s ondersteunen tevens de preventie van de betreffende dierziekten.BeleidsinstrumentenDe EU en de OIE verlenen onder bepaalde voorwaarden aan lidstaten officiële erkenningen voor het vrij zijn van besmettelijke dierziekten. Deze door de EU erkende statussen «vrij van dierziekten» worden bewaakt op basis van meldingen van actuele uitbraken en voor bepaalde dierziekten- door het periodiek uitvoeren van bewakingsprogramma’s. Lidstaten en bij de OIE aangesloten landen zijn verplicht om uitbraken van ziekten direct te melden aan de OIE en EU.Naast deze officiële vrijstatus zijn er andere redenen voor het uitvoeren van monitoringprogramma’s, bijvoorbeeld de volksgezondheid of nationale diergezondheidsbelangen. Zo is voor Nederland de monitoring op Q-koorts, Mycoplasma gallisepticum en Salmonella St/Se belangrijk. In 2017 worden deze monitoringsprogramma’s voortgezet.Voor een snelle opsporing van dierziekten is de overheid in sterke mate afhankelijk van de opmerkzaamheid van veehouder en dierenarts en van hun bereidheid een verdenking te melden. In aanvulling op de monito-ringsprogramma’s worden daarom zogenaamde «early warning»-programma’s uitgevoerd voor AI en KVP. Deze bieden de mogelijkheid om bij een eventuele verdenking van een infectie (een) monster(s) op te sturen voor uitsluitingsdiagnostiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2157 Prestatiegegevens Bewaking van dierziekten Bedrijven Dieren Uitgaven (aantallen) (aantallen) (x € 1.000,–) Basismonitoring 3.530 Brucella (schaap, geit) 1.500 14.000 400 Blauwtong (rund, schaap, geit) 291 387 100 BSE rund, bij destructor en bij noodslachting 48.000 1.950 TSE schaap/geit, bij destructor1 3.000 40 KVP (varkens) – Veehouderij (early warning) 540 – Veehouderij (tonsillen) 4.600 300 – Wilde zwijnen (bloedmonsters) 500 150 AI Bedrijfsmatig pluimvee: early warning 1.400 – Insturen monsters (swabs) 175 4 – Melding afwijkende verschijnselen (bij GD) 1.200 Wilde vogels: – Monitoring levende wilde vogels EMC2 5.000 125 – Monitoring dode vogels SOVON en CVI 500 105 Q-koorts (melkmonsters) 380 805 Subtotaal 7.509 Overgenomen Productschapstaken Basismonitoring3 4.271 Leukose 26.000 450 Salmonella Se St (pluimvee) – Bewaking en preventie4 9.358 484 – vaccinatie 2.000 koppels leg en 693 koppels vermeer-dering 4.0005 Monitoring AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoonotische salmonella6 1.600 Subtotaal 10.805 Totaal bewaking van dierziekten 18.314 Begrote sectorbijdrage Rund (inclusief leukose monitoring) 3.547 Varken (inclusief ziekte van Aujeszky) 1.405 Schapen en geiten 1.154 Pluimvee (inclusief Salmonella Se St en mycoplasma) 4.9961 In 2013 is het monitoringsprogramma voor TSE bij schapen en geiten aangepast, omdat door de gedaalde omvang van het schapen- en geitenbestand conform EU-wetgeving volstaan kan worden met een kleiner aantal monsters. Hiermee is in de begroting rekening gehouden.2 Deze post liep in 2016 niet via DGF maar via de EZ begroting3 Betreft 50% sectoraandeel plus de BTW.4 Verwachting 2016: vleeskuikens 85 detectie en 5 serotypering; kalkoenen 6 detectie en 2 seroty-pering, Vermeerdering 5.600 detectie en 60 serotypering; leg 3.500 detectie en 100 serotypering. Totaal 9.358 monsters die genomen worden.5 50% cofinanciering door EU en 50% door sector.6 Deze post is een samenvoeging van het GD programma voor monitoring voor AI, NCD, niet-zoonotische Salmonella en Mycoplasma, deze stond in 2016 nog verdeeld over de onder-scheidenlijke dierziekten.Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (BSE en TSE), Erasmus MC (onderzoek levende Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2158 wilde vogels), SOVON en CVI (onderzoek dode wilde vogels), Nederlandse Schapen- en Geitenfokkers Organisatie (Brucella) en Gezondheidsdienst voor Dieren (overig). De aantallen bedrijven en dieren in bovenstaande tabel zijn indicatief en gebaseerd op realisatiecijfers in voorgaande jaren en een inschatting van de ontwikkelingen.De Europese cofinanciering voor de uitvoering van BSE- en TSE-tests wordt afgebouwd van 100% in 2015 naar de reguliere 50% in 2017 (2016: 75%). EZ en sector zullen de lagere Europese vergoeding ieder voor de helft compenseren door hogere bijdragen.2. Bestrijding van dierziektenOnder de bestrijding van dierziekten vallen:•Onderzoek naar verschijnselen die kunnen duiden op een aangifte-plichtige dierziekte na een melding door een (vee)houder en/of door een dierenarts;•Onderzoek van verdachte dieren;•Treffen van voorzieningen om onmiddellijk te kunnen bestrijden;•Bestrijding van besmettelijke dierziekten zoals Q-koorts, tuberculose, brucellose en leukose;•Bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten zoals AI, MKZ en KVP.Als veehouders verschijnselen signaleren bij hun dieren die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, is melding daarvan verplicht. Het onderzoeken van deze meldingen is een belangrijke structurele taak van de NVWA. Naast dit structureel onderzoeken van verschijnselen bij dieren als gevolg van een melding, wordt structureel onderzoek uitge-voerd naar brucellose bij runderen als deze runderen binnen een bepaalde periode hun vrucht hebben verloren. Ook bij een positief testresultaat in een bewakingsonderzoek van een aangifteplichtige ziekte wordt dit gemeld bij de NVWA. Indien een bevestigingstest positief is, wordt het bedrijf door de NVWA besmet verklaard en wordt tot bestrijding overgegaan.De bestrijding van dierziekten omvat feitelijk twee fasen, de eerste fase (de verdenkingsfase) vangt aan als verschijnselen, informatie of resultaten van onderzoek worden gemeld die kunnen duiden op een aangifte-plichtige dierziekte, de tweede fase (de bestrijdingsfase) vangt aan als een besmetting is vastgesteld of als er zodanige aanwijzingen zijn dat moet worden uitgegaan van een besmetting.Zodra sprake is of moet worden uitgegaan van een besmetting, worden onmiddellijk bestrijdingsmaatregelen getroffen door de (permanente) crisisorganisatie van EZ. Vertraging van de bestrijding leidt tot meer besmettingen en daarmede tot langduriger bestrijdingsmaatregelen. Door EZ zijn contracten gesloten met bedrijven voor de beschikbaarstelling van mensen en middelen die een kritische rol vervullen in het bestrijdings-proces. Bestrijding vindt plaats volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen. De aanpak is geregeld in diverse draaiboeken van het ministerie. Op www.rijksoverheid.nl staan de actuele draaiboeken.In bepaalde gevallen kan de inzet van beschermende noodvaccinatie (vaccinatie «voor het leven») een effectieve bestrijdingsmethode zijn. In plaats van het in grote aantallen ruimen van dieren kan de uitbraak bij bepaalde dierziekten tot staan worden gebracht door vaccinatie, in een bepaalde cirkel rondom besmette bedrijven. Gezonde gevaccineerde dieren worden niet meer gedood. Op basis van de huidige EU-regelgeving Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2159 is beschermende noodvaccinatie mogelijk bij de bestrijding van uitbraken van MKZ, KVP en AI. Deze aanpak is op dit moment alleen uitvoerbaar bij dierziekten waarvoor een effectief vaccin beschikbaar is, te weten MKZ en KVP. De mogelijkheid van noodvaccinatie is vastgelegd in de betreffende beleidsdraaiboeken.Streefwaarden•Zo snel en effectief mogelijk bestrijden van dierziekten.Concreet houdt dit in dat bij een melding een onderzoek wordt ingesteld. Voor zover de melding betrekking heeft op verschijnselen die duiden op een zeer besmettelijke dierziekte, moet binnen 3 uur een deskundi-genteam ter plaatse een onderzoek instellen.BeleidsinstrumentenVoor de bestrijding van dierziekten staan onder andere de volgende instrumenten ter beschikking:•wettelijke verplichting van houders van dieren en dierenartsen om verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte te melden;•klinische inspectie door een team van dierenartsen op bedrijven waar mogelijk sprake is van aangifteplichtige dierziekten;•monsternames door een team;•diagnostisch onderzoek van afgenomen monsters bij dieren;•instellen van stand-still, vervoersverboden, compartimenten;•vaccineren van dieren;•onderzoek van dieren op buurtbedrijven en andere relevante bedrijven;•tracering van een besmetting (van en naar);•doden van besmette dieren;•doden van dieren die een reëel gevaar zijn voor verspreiding van de besmetting;•destructie van (besmette) dieren;•reinigen en ontsmetten van bedrijven;•schadeloosstellen van houders voor gedode dieren.De grondslag voor de inzet van bovenstaande instrumenten zijn:•EU-richtlijnen en EU-verordeningen;•Gwwd;•(beleids)draaiboeken;•crisisorganisatie en voorzieningen.Begrote uitgaven (x € 1.000) Bestrijding van dierziekten Uitgaven1 Verdenkingen – Brucellose (verwerpersonderzoek)2 1.000 – KVP 100 – MKZ (rund, schaap, geit) 15 – AI (LPAI) 300 – BSE (rund) 20 – TSE (schaap, geit) 15 – Psittacose 43 – TBC 30 – BT 8 – Rabies 12 – Diagnostiek verdenkingen3 600 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2160 Bestrijding van dierziekten Uitgaven1 Voorzieningen – Middelenbeheer 300 – Calamiteitenreserve destructie 1.890 – Waakvlamcontracten 715 – Voorziening vaccinatie ZvA, MKZ en KVP– Overige voorzieningen 2.698 Bestrijding Jaarlijks terugkerende kosten bestrijding 2.700 Subtotaal 10.446 Overgenomen Productschapstaken (verdenkingen) – Ziekte van Aujeszky3 40 – Salmonella – verificatieonderzoek VB 36 – verificatieonderzoek Leg 121 (bestrijding) – Salmonella – ruimingskosten 303 – vergoeding waarde dieren4 1.500 – Mycoplasma Gallisepticum 600 Subtotaal 2.600 Totaal 13.046 Begrote sectorbijdrage5 Rund 2.622 Varken (inclusief ziekte van Aujeszky) 1.734 Schapen en geiten 396 Pluimvee (inclusief Salmonella) 4.0831 Begrote bedragen gebaseerd op gerealiseerde kosten 2013–2015 (zie jaarverslagen DGF), daarbij rekening houdend met meerjarige trends en structurele veranderingen.2 Aantal bemonsterde dieren geraamd op 11.000.3 Met betrekking tot de diagnostiek verdenkingen is een contract gesloten met het CVI waarbij naar schatting € 0,6 mln ten laste van bestrijding dierziekten komt. Hier valt ook diagnostiek ZvA en SVD onder. De kosten worden uiteindelijk afgerekend per diersoort.4 50% Cofinanciering door EU en 50% door sector.5 De geraamde sectorbijdragen bevatten nog geen component «reserve bestrijdingskosten» omdat tarieven pas in 2018 kunnen worden aangepast. ToelichtingKosten van verdenkingen en bestrijding van overige relevante dierziekten worden opgenomen in de suppletoire wetten en in de verantwoording, indien zich hierbij uitgaven voordoen.3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemenBij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten treden – op basis van het draaiboek – diverse veterinaire maatregelen in werking. Eén van de maatregelen is het instellen van een vervoersverbod waardoor in bepaalde gebieden het vervoer van bepaalde diercategorieën niet meer is toegestaan dan wel aan stringente voorwaarden is gebonden. Als gevolg van het vervoersverbod kunnen in deze gebieden welzijns- en huisves-tingsproblemen ontstaan (meer of grotere dieren dan de beschikbare hokcapaciteit toelaat, met als gevolg onder andere gezondheidspro-blemen, agressiviteit, stress etc.). Ter vermindering van de meest urgente welzijnsproblemen kan worden besloten om dieren op te kopen en gecontroleerd af te voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2161 StreefwaardenBeperken van de welzijnsproblemen bij dieren in geval van een dierziekte uitbraak.BeleidsinstrumentenOpkoopregelingEen opkoopregeling wordt toegepast als sprake is, of een situatie ontstaat, van overvolle stallen als direct gevolg van de bestrijdingsmaatregelen. Bij het instellen van een opkoopregeling kunnen veehouders in een afgebakend gebied hun dieren op vrijwillige basis aan de overheid aanbieden. Hier staat een financiële bijdrage tegenover waarbij aanvul-lende voorwaarden kunnen worden gesteld.4. OverigDit artikel is voor de financiering van overige uitgaven, eventuele terugstorting van de voorfinanciering naar de begroting van EZ en uitgaven die onder andere betrekking hebben op de voedselveiligheid en daarmee samenhangend de diergezondheid. Omdat het karakter van dergelijke uitgaven op voorhand niet is te voorspellen, kunnen geen streefwaarden worden opgenomen.In de begroting voor 2017 zijn hier wel met name de sectorbijdragen aan de SDa (€ 360.000) en uitvoeringskosten voor het innen van heffingen (€ 830.000) opgenomen.OntvangstenDe ontvangsten betreffen bijdragen van het bedrijfsleven en van het Rijk. De huidige verdeling van de kosten tussen bedrijfsleven en het Rijk is vastgelegd in het «Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019». De kosten van bewaking van dierziekten worden in beginsel 50% door het Rijk en 50% door het bedrijfsleven gefinancierd met uitzondering van de bewakingsprogramma’s die EZ heeft overge-nomen van de productschappen. De basismonitoring blijft 50/50 gefinan-cierd. De financiering van de kosten van bestrijding is afhankelijk van de soort dierziekte en de noodzakelijke voorzieningen. In aanleg worden deze kosten – tot een per diersoort afgesproken plafond – voor 100% doorbe-rekend aan de veehouderijsectoren. Behalve de kosten van de voorzie-ningen; deze worden gefinancierd door overheid en sector, beide voor 50%. Boven deze plafonds draagt de overheid de resterende kosten in de betreffende convenantsperiode. Voor de basismonitoring en de overge-nomen PBO taken zijn de plafonds niet van toepassing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2162 7. Bijlagen 7.1 Bijlage ZBO’s en RWT’s Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Economische Zaken) Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 1 Agrarische Opleidings-centra (13) X X1/X2 De AOC’s zijn de kennisinstellingen / opleidingsinstituten voor voeding, natuur en milieu op MBO/VMBO-niveau. 7 522.161 (504.548 bekos-tiging, 17.613 subsidies) Diverse 2 Bureau Beheer Landbouwgronden/Commissie Beheer Landbouwgronden X X2 Bureau Beheer Landbouwgronden is belast met de verwerving in opdracht van EZ en andere overheden van onroerend goed dat wordt doorgeleverd aan overheids- en andere organisaties die daarmee overheidsdoelen in het landelijk gebied realiseren met betrekking tot de thema’s natuur, landbouw, recreatie, landschap, water en milieu Geen bijdrage www.dlg.nlwww.rvo.nl 3 Centraal Bureau voor de Statistiek X X Het verzamelen, bewerken en publiceren van statistieken ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap. Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. De wettelijke grondslag voor het CBS is de «Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek». 1 141.357 www.cbs.nl 4 Centrale Commissie Dierproeven X De CCD verleent vergunningen voor het verrichten van dierproeven op basis van adviezen van een van de Dierexperimenten Commissies (DEC). 6 726 www.centralecommissiedierproeven.nl/ 5 College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (vh. CTB) X X Het Ctgb oordeelt over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 6 978 www.ctgb.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2163 Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 6 AOC Raad (Bureau Erkenningen) X Bureau Erkenningen (BE) van de AOC Raad is in de Regeling gewasbe-schermingsmiddelen en biociden (Rgb), aangewezen als instantie voor het verstrekken van vakbekwaamheidsbe-wijzen gewas-bescherming. Geen directe bijdrage www.erkenningen.nl 7 Edelmetaal Waarborg Nederland X X Het keuren van alle aan consumenten verkochte gouden, zilveren en platina voorwerpen boven een bepaalde gewichtsdrempel en alvorens zij op de Nederlandse markt worden gebracht, te voorzien van één of meerdere stempel-merken (het waarborgen). Geen bijdrage www.ewnederland.nl 8 Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 X Het afnemen van examens ter verkrijging van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte. Geen bijdrage 9 Faunafonds X X2 Het Faunafonds is belast met het toekennen van tegemoetkomingen in door beschermde diersoorten aangerichte schade, het bevorderen van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van dergelijke schade en advisering aan gedeputeerde staten van provincies en de Minister van Economische Zaken. )3 www.faunafonds.nl 10 Grondkamers (5) X Bevorderen van goede pachtverhoudingen in Nederland, toetsen van de inhoud van pachtovereenkomsten aan de dwingend rechtelijke bepalingen van de Pachtwet, uitvoeren van een prijstoetsing en toetsen van overeenkomsten van korte duur, bepalen van verpachte waarde. Geen bijdrage www.grondkamers.nl 11 Hogere Agrarische Onderwijsinstellingen (6) X X1X2 De HAS’en zijn de kennisinstellingen / opleidingsinstituten voor voeding, natuur en milieu op HBO-niveau. 7 87.535 (83.758 bekostiging, 3.777 subsidies) Diverse Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2164 Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 12 Kamer voor de Binnenvisserij X2 Toetsen van overeenkomsten van huur en verhuur van visrechten en het goedkeuren van toestemmingen om te vissen, uitgegeven door visrechthebbenden; beide met het oog op een doelmatige bevissing van binnenwateren. Geen bijdrage Geen 13 Kamer van Koophandel X Het ondersteunen van ondernemers en eerstelijns aanspreekpunt van de overheid voor ondernemers. Wettelijke taken volgens de Wet op de Kamer van Koophandel zijn: het voeren van een handelsregister, onderhouden van een digitaal en fysieke ondernemerspleinen, geven van voorlichting, innovatietaak en regiostimuleringstaak. 2 100.1554 www.kvk.nl 14 Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet5 X2 Het afgeven van advies in het kader van rapporten, certificaten of EG-typeverklaringen voor radiozendapparaten en randapparaten. Het doen van onafhankelijke onderzoeken naar de overeenstemming van producten of diensten met de geldende regelgeving. Geen bijdrage Diverse 15 Raad voor de Accreditatie X X Verifiëren dat instellingen die actief zijn op het gebied van laboratoriumtesten, inspecteren, kalibreren en certificeren aan accreditatienormen voldoen. De taken van de Raad voor Accreditatie zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. 1 132 www.rva.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2165 Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 16 Raad van Bestuur Autoriteit Consument en Markt (ACM) X Doel van de ACM is vergroting van de effectiviteit en de efficiëntie van het markttoezicht op de niet-financiële markten in Nederland.Het betreft drie typen van markttoezicht die tot doel hebben om markten goed te laten werken: mededingings-toezicht, sectorspecifiek markttoezicht en consumentenbe-scherming. 1 448 www.acm.nl 17 Raad voor de Planten-rassen X De Raad voor planten-rassen geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 op het gebied van toelating van plantenrassen en verlening van intellec-tuele eigendomsbe-scherming m.b.t. plantenrassen (kwekers-recht). 6 785 www.plantenrassen.nl 18 Rendac BV X Ophalen, verwerken en (laten) vernietigen van dierlijke restmaterialen en kadavers (categorie 1- en 2-materiaal, niet bestemd voor consumptie). Geen bijdrage www.rendac.nl 19 Staatsbosbeheer X X2 Staatsbosbeheer richt zich op de volgende hoofddoelstellingen:het instandhouden, herstellen en ontwikkelen van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer;het bevorderen van recreatie in zo veel mogelijk gebieden van Staatsbosbeheer;het leveren van een bijdrage aan de productie van milieuvriendelijke en vernieuwbare grondstoffen zoals hout. 8 25.446 www.staatsbosbeheer.nl 20 Stichting Bloembollenkeuringsdienst X X Stichting BKD geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet (Plantenziektenwet) in de sector bloembollen. Geen bijdrage www.bloembollenkeuringsdienst.nl 21 Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden Zuivel X X Stichting COKZ geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet in de zuivelsector en in de sector pluimvee en eieren (COKZ/NCAE). 6 165 www.cokz.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2166 Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 22 Stichting COVA X Er voor zorgen dat Nederland te allen tijde een minimum voorraad aardolieproducten heeft, om in tijden van crises te kunnen voldoen aan de aardolievraag. 4 111.000 www.cova.nl 23 Wageningen Research X In het algemeen belang bijdragen aan strate-gisch en toepassingsge-richt onderzoek op het gebied van productie, verwerking, afzet en handel van agrarische producten, van de visserij, van het natuur- en milieubeheer, van de openluchtrecreatie en van het beheer en de inrichting van het landelijk gebied. 6 133.566 (bijdrage ZBO 75.518, opdrachten 58.048) www.wur.nl 24 Stichting Skal X X Stichting Skal geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet m.b.t. biologische productiemethoden. Geen bijdrage www.skal.nl 25 Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau X X Stichting KCB geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet en de Plantenziektenwet in de sector groenten en fruit. 6 133 www.kcb.nl 26 Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteits-dienst Tuinbouw X X Stichting Naktuinbouw geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plant-goedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. teeltmateriaal in de sectoren tuinbouw- en de bosbouwge-wassen. Geen bijdrage www.naktuinbouw.nl 27 Stichting Nederlandse Algemene Keurings-diensten (Zaaizaad en Pootgoed Landbouwge-wassen) X X Stichting NAK geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plant-goedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. zaaizaad en pootgoed in de sector landbouwgewassen. Geen bijdrage www.nak.nl 28 TNO X X2 TNO is een onafhankelijke onderzoeksorganisatie die op basis van haar expertise en onderzoek een belangrijke bijdrage levert aan de concurrentiekracht van bedrijven en organisaties, aan de economie en aan de kwaliteit van de samenleving als geheel. 2 131.3616 www.tno.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2167 Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel(en) Begrotings-ramingenX € 1.000 Verwijzing(URL-link) naar website RWT/ZBO 29 VSL X Het onderhouden en verwezenlijken van nationale meetstan-daarden zoals vastgelegd in de Metrologiewet. Op grond van artikel 3 van deze wet is VSL door de Minister van EZ hiervoor aangewezen. 1 9.4587 www.vsl.nl 30 De in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurders8 X2 Het optreden als onafhankelijke toetsende instantie bij overeenstemmingbeoordelingen van meetinstrumenten. De werkzaamheden die zij verrichten kunnen per overeenstemmingbeoordeling verschillen maar omvat o.a. het beoordelen van kwaliteitssystemen, het afgeven van certificaten van typeonderzoek of ontwerponderzoek en het keuren van meetinstrumenten. Geen bijdrage 31 WaarborgHolland X X Het keuren van alle aan consumenten verkochte gouden, zilveren en platina voorwerpen boven een bepaalde gewichtsdrempel en alvorens zij op de Nederlandse markt worden gebracht, te voorzien van één of meerdere stempelmerken (het waarborgen). Geen bijdrage www.waarborgholland.nl 32 Wageningen Universiteit X X1/X2 Wageningen Universiteit is de belangrijkste Europese Universiteit op het gebied van de Life Sciences. Onderzoekers en studenten van Wageningen Universiteit richten zich op onderwerpen op het terrein van de voeding, gezondheid, natuur en leefomgeving. 7 185.956 (185.670 bekostiging, 286 subsidies) www.wur.nl1 De onderwijsinstellingen zijn partieel ZBO, namelijk voor het deel waarin zij examens afnemen en beoordelen.2 Valt niet onder Kaderwet ZBO.3 Bijdrage loopt via de provincies die de financiële verantwoordelijkheid voor het Faunafonds hebben overgenomen van het Rijk (zie Besluit Fauna-fonds). Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zullen de taken van het Faunafonds formeel bij de provincies zijn belegd.4 Betreft Rijksbijdrage voor 2017 groot € 100.155.000,–. Dit bedrag is exclusief de budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 4.146.5 Het gaat hierbij om het volgende cluster aan ZBO’s: Telefication BV, TÜV Rheinland EPS BV, Kiwa Nederland BV, DEKRA Certification BV, D.A.R.E.!! Consultancy en Thales Nederland BV.6 Aan TNO-AGE (een aparte organisatie-eenheid binnen TNO, begrotingsartikel 4) wordt een aparte bijdrage (€ 4.594 in 2017) verstrekt.7 Dit bedrag betreft niet alleen het instituut VSL, maar omvat ook de verplichte bijdrage aan de internationale organisaties BIPM, OIML en Welmec.8 Het gaat hierbij om het volgende cluster aan deeltijd-ZBO’s: Kalibra International BV, Kema Nederland BV, Kiwa NV Certificatie en Keuringen, NMI Certin BV en SGS Nederland BV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2168 7.2 Verdiepingsbijlage bij de begrotingsartikelen Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 184.122 177.036 170.337 170.345 170.342 Mutatie amendement 2016 500 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.354 651 651 476 226 Nieuwe mutaties: Loon-en prijsbijstelling 4.944 4.181 4.019 4.020 4.021 Inbedding PIANOo/TenderNed 2.217 2.184 1.104 1.104 CBS 1.855 1.603 1.479 1.464 1.464 Overig 1.304 38 – 44 36 36 Stand ontwerpbegroting 2017 194.079 185.726 178.626 177.445 177.193 177.018Inbedding PIANOo/TenderNedPIANOo en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor elektro-nisch aanbesteden, zijn organisatorisch ingedeeld bij het Ministerie van Economische Zaken. Na meerdere tijdelijke instellingsperiodes is het belang onderkend om voor deze organisatie toekomstbestendig en met structureel voldoende budget een vaste inbedding te vinden. Na onderzoek is geconcludeerd dat inbedding bij RVO.nl het meest voor de hand ligt. RVO.nl is de uitvoeringsdienst van het Ministerie van EZ en is onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsregelgeving. Dit sluit aan bij de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten. De inbedding vindt plaats met ingang van 1 januari 2017.CBSDe extra middelen zijn bestemd voor uitvoering van het verplichte EU-statistiekprogramma.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 59.934 30.900 30.900 30.900 30.900 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 55.100 Nieuwe mutaties: PIANOo 308 Stand ontwerpbegroting 2017 115.342 30.900 30.900 30.900 30.900 30.900PIANOoDit zijn inkomsten ter dekking van werkzaamheden die PIANOo uitvoert voor onder andere Rijkswaterstaat en Provincies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2169 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam onder-nemen Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 862.295 807.151 783.038 786.744 797.167 Mutatie amendement 2016 – 500 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 5.670 – 1.557 – 1.023 – 4.161 – 5.202 Nieuwe mutaties: BMKB 4.000 4.000 4.000 4.000 ICT beleid 700 5.500 Kamer van Koophandel 13.559 – 13.559 TKI toeslag – 5.000 Overige subsidies – 10.000 – 10.000 – 1.950 Overige subsidies 10.000 10.000 2.000 Topsectoren overig – 5.500 – 7.700 – 6.000 MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) – 6.000 Ruimtevaart (ESA) 13.000 13.000 13.000 Cofinanciering EFRO – 12.041 12.041 Bijdrage ROM’s 4.300 5.300 5.300 5.300 Overig 14.355 11.975 5.485 3.144 – 207 Stand ontwerpbegroting 2017 867.698 829.851 804.300 800.327 802.108 796.360BMKBDe gemiddelde BMKB-premie wordt van 3,6% naar 4,8% verhoogd (zie ontvangsten). Deze ontvangsten dienen ter dekking van de schadebeta-lingen om de kostendekkendheid te vergroten.ICT beleidBetreft de met de digicommissaris overeengekomen bijdragen aan de begroting van EZ vanuit de aanvullende post voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voor toezicht op de eIDAS verordening in 2016 en voor het beheer van en toezicht op het eID-stelsel in 2017.Kamer van KoophandelDit betreft een temporisatie van het budget van de Kamer van Koophandel ten behoeve van de bevoorschotting voor 2017. Uit oogpunt van liquiditeit wordt het eerste voorschot 2017 in december 2016 verstrekt.TKI toeslagDit betreft de verwerking van het amendement Field labs (TK, 34 300 XIII, nr.86). Dit budget wordt overgeboekt naar Toegepast en fundamenteel onderzoek op artikel 3.Overige subsidiesDit betreft de bijdrage van EZ voor de oprichting van een faciliteit voor het motorenonderhoud van de F-35 op het Logistiek Centrum Woensdrecht. De middelen worden overgeboekt naar het Ministerie van Defensie.Overige subsidies/Topsectoren overig/MITHet budget voor Topsectoren overig is verlaagd. Vanuit de MIT worden middelen overgeboekt naar overige subsidies. Dit dient met name ter dekking van de hiervoor genoemde overboeking naar het Ministerie van Defensie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2170 Ruimtevaart (ESA)Dit betreft middelen voor maatregel D32 uit het Regeerakkoord. Vanaf 2018 is er structureel € 13 mln beschikbaar voor Ruimtevaart. Hiermee kan Nederland op lange termijn blijven investeren in ESA-programma’s. Dit is in de Nota Ruimtevaartbeleid 2014–2020 op 11 september 2014 aan de Kamer gemeld. De middelen zijn afkomstig van de aanvullende post en waren tijdelijk ondergebracht op de begroting van het Ministerie van OCW.Cofinanciering EFROHet programma EFRO 2007–2013 wordt in 2017 afgerond. Dan zal ook de laatste termijn van de uitfinanciering van het programma plaatsvinden. Daarom wordt het beschikbare budget verschoven van 2016 naar 2017.Bijdrage ROM’sDe subsidierelatie met de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen wordt voortgezet. Hiervoor is € 1 mln per ROM per jaar beschikbaar.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand Ontwerpbegroting 2016 107.401 106.878 109.911 114.508 114.978 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 3.832 3.677 – 810 – 1.962 – 3.276 Nieuwe mutaties: BMKB 4.000 4.000 4.000 4.000 Luchtvaartkredietregeling – 1.248 – 3.157 – 4.219 – 5.165 Diverse ontvangsten – 201 – 222 – 269 – 322 – 361 Overig 1.620 1.247 1.372 904 643 Stand Ontwerpbegroting 2017 112.652 114.332 111.047 112.909 110.819 111.615BMKBDit betreft de verhoging van de gemiddelde BMKB-premie van 3,6% naar 4,8% om de kostendekkendheid van de garantieregeling te verhogen.LuchtvaartkredietregelingZoals in de 2e suppletoire begroting werd aangekondigd, zijn de ontvangsten voor de luchtvaartkrediet regeling meerjarig neerwaarts bijgesteld. Hiermee samenhangend werden in de 2e suppletoire begroting 2015 de kredietuitgaven al met € 20,5 mln verlaagd omdat Rekkof Aircraft N.V. geen gebruik maakte van de kredietfaciliteit.Diverse ontvangstenDe terugbetaling van de lening (€ 7 mln) aan de gemeente Eindhoven ten behoeve van de internationale school komt te vervallen. Hiermee levert het kabinet een bijdrage aan de impuls in het voorzieningenniveau van Brainport Eindhoven, zoals onder «Beleidwijzigingen» is toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2171 Beleidsartikel 3 Toekomstfonds Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 164.741 121.978 128.827 110.168 122.315 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 159.359 Nieuwe mutaties: Fund to Fund – 29.400 – 1.000 459 8.541 Fundamenteel en toegepast onderzoek – 46.000 27.500 23.500 10.500 Start ups 23.000 23.000 23.000 23.000 Overig 2.126 140 540 540 540 Stand ontwerpbegroting 2017 250.826 145.118 178.867 157.667 164.896 173.355Fund to FundMet deze mutatie wordt het kassaldo 2015 in het gewenste kasritme gespreid over de komende jaren voor de uitfinanciering van de verplich-tingen in het kader van het Dutch Venture Initiative.Fundamenteel en toegepast onderzoekDe kasmiddelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek worden in het verwachte kasritme gespreid over de komende jaren. Dit betreft onder andere de middelen voor de regeling Toekomstfondskrediet Onderzoeks-faciliteiten (TOF) en Smart Industry. De bijdrage van OCW van jaarlijks € 5 mln wordt vanaf 2018 gedurende 10 jaar ingezet voor (de dekking van) niet revolverende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek vanuit het toekomstfonds. Bij voorjaarsbesluitvorming zijn de middelen die hiervoor in het Regeerakkoord zijn gereserveerd overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het betreft maatregel D32 uit het Regeerakkoord. Tevens worden de middelen voor het amendement Fieldlabs (TK, 34 300 XIII nr. 86) in het Toekomst-fonds ondergebracht.Start upsDit betreft de middelen voor een co-investeringsregeling voor durfkapitaal voor het stimuleren van investeringen in startups/MKB.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 32.088 33.388 40.588 42.588 47.600 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 98.800 Nieuwe mutaties: Overig – 1.634 3.000 Stand ontwerpbegroting 2017 129.254 36.388 40.588 42.588 47.600 56.600Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2172 Beleidsartikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 1.830.326 1.967.843 2.207.333 2.787.041 3.453.489 Mutatie amendement 2016 – 10.000 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 65.540 – 27.834 3.445 10.168 2.459 Nieuwe mutaties: Ondersteuningrestwarmteprojecten 15.000 SDE – 35.000 – 25.000 Verduurzamingsopgave – 18.500 – 6.000 – 5.800 – 5.700 – 4.000 Geothermie provisies 800 2.500 4.700 4.700 4.700 Overig – 8.856 946 – 7.265 – 4.470 10.530 Stand ontwerpbegroting 2017 1.874.310 1.902.455 2.177.413 2.791.739 3.467.178 3.382.791Ondersteuning restwarmteprojectenIn het energieakkoord en de warmtevisie zijn respectievelijk 1-op-1 afspraken en ondersteuning van regionale (rest)warmteprojecten in de startfase afgesproken. Zowel het energieakkoord als de warmtevisie stellen dat het Rijk ondersteuning voor financiering van deze projecten levert. Deze extra middelen zijn hier een invulling van.SDEVoor uitvoering van de SDE is een kasschuif noodzakelijk. In 2022 en 2023 worden deze bedragen (respectievelijk € 35 mln en € 25 mln) weer toegevoegd aan de begroting.VerduurzamingsopgaveVoor de verduurzamingsopgave in Groningen trekt EZ in de periode 2016 tot en met 2020 totaal € 40 mln uit. In 2016 gaat het om € 18,5 mln. Deze middelen worden overgeboekt naar artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen.Geothermie provisiesBij elke openstelling van de regeling Geothermie worden provisies in rekening gebracht. Met deze bijstelling worden de ramingen in overeen-stemming gebracht met de verwachte opbrengst aan provisies.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 6.386.411 6.170.411 6.659.761 7.470.761 7.993.761 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 3.597.000 – 3.200.000 – 3.250.000 – 3.350.000 – 3.300.000 Nieuwe mutaties: Aardgasbaten 150.000 450.000 300.000 250.000 250.000 Geothermie provisies 800 2.500 4.700 4.700 4.700 Overig 2.350 3.750 3.750 3.750 3.750 Stand ontwerpbegroting 2017 2.942.561 3.426.661 3.718.211 4.379.211 4.952.211 4.846.511AardgasbatenNaar aanleiding van de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB) zijn de aardgasbaten voor 2016 met € 150 mln naar boven bijgesteld. Voor 2017 zijn de aardgasbaten met € 450 mln verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2173 Geothermie provisiesBij elke openstelling van de regeling Geothermie worden provisies in rekening gebracht. Met deze bijstelling worden de ramingen in overeen-stemming gebracht met de verwachte opbrengst aan provisies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2174 Beleidsartikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 98.900 68.600 13.600 12.900 12.900 Nieuwe mutaties: Verduurzamingsopgave 18.500 6.000 5.800 5.700 4.000 Scholenprogramma 3.000 3.000 3.000 3.000 Overig – 834 Stand ontwerpbegroting 2017 116.566 77.600 22.400 21.600 19.900 14.900VerduurzamingsopgaveVoor de verduurzamingsopgave in Groningen trekt EZ in de periode 2016 tot en met 2020 totaal € 40 mln uit. In 2016 gaat het om € 18,5 mln.ScholenprogrammaHet scholenprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) richt zich op het versterken en nieuwbouw van scholen in de provincie Groningen. Het hiervoor totale beschikbare budget van € 50 mln wordt met ingang van 2017 overgeheveld vanuit de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), in een structurele bijdrage van € 3 mln per jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2175 Beleidsartikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 544.121 506.777 494.637 487.008 487.008 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 5.111 20.197 10.538 8.069 11.874 Nieuwe mutaties: Loon en prijsbijstelling 2016 8.552 7.235 7.079 7.080 7.080 Voedselagenda 0 2.000 2.000 2.000 2.000 Meerontvangsten mosselpercelen 2.000 ICT uitgaven voor taken PBO’s 3.600 Kasschuif bijdrage aan NVWA 6.000 400 8.400 3.800 – 6.200 Overig 480 1.773 – 2.506 – 2.568 – 2.683 Stand ontwerpbegroting 2017 569.864 538.382 520.148 505.389 499.079 499.792Loon- en prijsbijstelling 2016Betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstellingstranche 2016.VoedselagendaBinnen het AGRO-domein wordt vanaf 2017 € 2 mln herschikt naar beleidsartikel 6 voor de Voedselagenda.Meerontvangsten mosselpercelenDe geraamde meerontvangsten mosselpercelen zijn voor 2016 nodig voor de uitvoering van visserijtaken.ICT uitgaven voor taken PBO’sAanpassing van het ICT-systeem in verband met de overgang van de PBO’s naar het kerndepartement.Kasschuif bijdrage aan NVWADit betreft een kasschuif op de bijdrage aan de NVWA. Deze mutatie is aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2016 (TK, 33 835 nr. 33).Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 64.078 56.247 50.999 42.906 42.906 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 9.023 – 8.678 – 6.022 195 Nieuwe mutaties: Onttrekking apurement 8.000 3.000 2.700 2.700 Ontvangsten visserij 2.000 2.000 2.000 2.000 Meer ontvangsten mosselpercelen 2.000 Overig 585 – 171 – 171 – 171 – 171 Stand ontwerpbegroting 2017 57.640 57.398 49.806 47.630 47.435 47.435Onttrekking apurementDe extra middelen vanuit de onttrekking apurement worden ingezet voor versterking van het toezicht bij de NVWA.Ontvangsten visserijDe hogere ontvangsten visserij worden met ingang van 2017 ingezet voor ter dekking van begrotings problematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2176 Meerontvangsten mosselpercelenDe geraamde meerontvangsten mosselpercelen worden ingezet voor visserijtaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2177 Beleidsartikel 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 796.001 785.897 765.963 753.725 743.524 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 2.665 – 218 – 61 – 56 – 83 Nieuwe mutaties: Verdeling loonbijstellingstranche 2016 22.343 21.104 20.731 20.505 20.319 Project DuurzaamheidDoor – 1.500 Voedselagenda – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 Overig – 270 – 270 – 270 – 270 Stand ontwerpbegroting 2017 814.179 804.513 784.363 771.904 761.490 756.551Loon en prijsbijstellingstranche 2016De mutaties op de onderdelen van bekostiging betreffen loon- en prijsbijstelling 2016 en een herschikking van bedragen bekostiging scholen.Project DuurzaamheidDoorHet project «DuurzaamheidDoor» wordt voor € 1,5 mln door de Provincies uitgevoerd.VoedselagendaBinnen het groen onderwijs domein wordt € 2 mln uit het beschikbare budget voor natuur- en milieueducatie (geen onderdeel van de bekos-tiging), vanaf 2017 herschikt naar het beleidsartikel 6 voor de instelling van de Voedselagenda.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 75 75 75 75 75 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 Stand ontwerpbegroting 2017 75 75 75 75 75 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2178 Beleidsartikel 8 Natuur en biodiversiteit Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 142.663 130.874 119.034 120.923 120.923 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 2.450 – 2.098 – 1.996 – 1.159 – 1.134 Nieuwe mutaties: verdeling loon en prijsbijstelling 2016 1.905 1.369 1.303 1.301 1.300 Desaldering grondverkoop BBL 1.500 Bijdrage vismigratierivier – 1.000 – 1.500 – 2.000 Netwerk Ecologische monitoring – 2.371 Overige – 839 – 629 – 203 – 154 Stand ontwerpbegroting 2017 141.779 125.645 116.138 120.911 121.089 121.089Verdeling loon en prijsbijstelling 2016Betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstellingstranche 2016.Desaldering grondverkoop BBLDe extra middelen van grondverkoop BBL wordt ingezet voor de afwikkeling van voormalig DLG taken door RVO.nlBijdrage vismigratierivierDe bijdrage vismigratierivier betreft een gezamenlijk project met de provincie Friesland voor de ontsluiting voor vismigratie in het IJsselmeer.Netwerk Ecologische monitoringBijdrage uit artikel 8 aan het Netwerk Ecologische Monitoring. De nieuwe Toegepast Onderzoek (TO2) subsidieregeling die per 1-1-2017 van kracht wordt voorziet niet in subsidie voor het onderdeel Wettelijke Taken.Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 100.957 64.282 51.380 39.061 32.703 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 18.300 5.000 5.000 Nieuwe mutaties: Desaldering grondverkoop BBL 1.500 Stand ontwerpbegroting 2017 120.757 69.282 56.380 39.061 32.703 30.763Desaldering grondverkoop BBLDe extra middelen van grondverkoop BBL € 1,5 mln, wordt ingezet voor de afwikkeling van voormalig DLG taken door RVO.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2179 Artikel 40 ApparaatUitgaven niet-beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 380.243 345.780 331.405 334.997 331.740 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 11.758 – 16.777 – 12.063 – 11.060 – 13.545 Nieuwe mutaties: Verdeling loonbijstellingstranche 2016 9.923 7.943 7.570 7.530 7.422 Verdeling prijsbijstellingstranche 2016 828 683 576 851 970 Compensatie hogere tarieven RVB nieuw huisvesting-stelsel agentschappen. – 1.170 – 847 Eindejaarsmarge 15.499 Sodm 2.084 1.763 812 552 552 PIANOo/Tenderned 2.090 – 1.117 – 1.104 – 1.104 – 1.104 Kasschuif egalisatieschuld Rijksvastgoedbedrijf 9.516 – 1.012 – 1.392 – 1.861 –1.471 Overig – 167 – 2.132 – 1.690 341 377 Stand ontwerpbegroting 2017 407.088 334.284 324.114 330.246 324.941 324.050Verdeling loonbijstellingstranche 2016De loonbijstellingstranche 2016 is verdeeld over de relevante onderdelen.Verdeling prijsbijstellingstranche 2016De prijsbijstellingstranche 2016 is verdeeld over de relevante onderdelen.Compensatie hogere tarieven nieuw huisvestingstelsel agent-schappen.Verdeling van de in 2015 ontvangen compensatie van het Rijksvastgoed-bedrijf (RVB) voor hogere huurtarieven aan de diensten en agent-schappen.EindejaarsmargeRestant eindejaarsmarge wordt overgeheveld van artikel 41 (Nominaal en Onvoorzien) naar artikel 40 voor mogelijke knelpunten in het lopend begrotingsjaar.SodmFinanciering van het materiele budget als gevolg van de uitbreiding van het Sodm (BVM 2015).PIANOo/TenderNedFinanciering in 2016 van PIANOo en het daarbij behorende Tenderned, het systeem voor elektronisch aanbesteden. Vanaf 2017 wordt het budget voor TenderNed overgeheveld naar RVO.nl in verband met de inbedding van PIANOo bij RVO.nl.Kasschuif egalisatieschuld RijksvastgoedbedrijfDeze kasschuif betreft de vervroegde aflossing in 2016 van de egalisatie-schuld aan het Rijksvastgoedbedrijf.OverigDe mutatie bij de post overige bestaat voor 2017 en 2018 voornamelijk uit dekking voor het oplossen van knelpunten bij de beleidsartikelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2180 Ontvangsten niet-beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 32.526 33.326 33.294 33.248 33.248 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.450 2.500 4.550 4.550 4.550 Nieuwe mutaties: Overig 100 Stand ontwerpbegroting 2017 34.076 35.826 37.844 37.798 37.798 37.798Artikel 41 Nominaal en OnvoorzienUitgaven niet-beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 97.983 55.403 54.070 53.732 53.610 Nieuwe mutaties: Verdeling loonbijstellingstranche – 53.536 – 48.065 – 46.973 – 46.797 – 46.561 Verdeling prijsbijstellingstranche – 8.108 – 7.338 – 7.097 – 6.935 – 7.049 Ondersteuning restwarmteprojecten – 15.000 Restant Eindejaarsmarge – 15.499 Overig – 5.840 Stand ontwerpbegroting 2017 0 0 0 0 0 0Verdeling loonbijstellingstranche 2016In de begroting 2016 is de loonbijstellingstranche 2016 verdeeld over de relevante artikelonderdelen.Verdeling prijsbijstellingstranche 2016In de begroting 2016 is de prijsbijstellingstranche 2016 verdeeld over de relevante artikelonderdelen.Ondersteuning restwarmteprojectenIn het energieakkoord en de warmtevisie zijn respectievelijk 1-op-1 afspraken en ondersteuning van regionale (rest)warmteprojecten in de startfase afgesproken. Zowel het energieakkoord als de warmtevisie stellen dat het Rijk ondersteuning voor financiering van deze projecten levert. Deze extra middelen uit de eindejaarsmarge zijn hier een invulling van.EindejaarsmargeRestant eindejaarsmarge wordt overgeheveld van artikel 41 naar artikel 40 (Apparaat) voor mogelijke knelpunten in het lopend begrotingsjaar.OverigDe post overige bestaat voornamelijk uit de bijdrage in de bouwkosten voor het ICT- project Roadmap bij RVO.nl (€ 3,6 mln) en de financiering van TenderNed (€ 1,2 mln).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2181 7.3 Verdiepingsbijlage bij het Diergezondheidsfonds Beleidsartikel 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen Uitgaven beleidsartikel 1 (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand Ontwerpbegroting 2016 30.620 30.620 30.620 30.620 30.620 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 13.360 Nieuwe mutaties: 1.930 1.930 1.930 1.930 Stand Ontwerpbegroting 2017 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550Ontvangsten beleidsartikel 1 (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand Ontwerpbegroting 2016 30.620 30.620 30.620 30.620 30.620 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 13.360 Nieuwe mutaties: 1.930 1.930 1.930 1.930 Stand Ontwerpbegroting 2017 43.980 32.550 32.550 32.550 32.550 32.550Het bedrag aan nieuwe mutaties (voor de uitgaven en de ontvangsten) betreft de bijgestelde raming van de kosten bewaking en bestrijding van dierziekten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2182 7.4 Moties en toezeggingen Moties op het terrein van de Minister van EZ Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Vries, Albert A. de (PvdA) Verzoekt de regering, in de lopende zienswijzeprocedure, zo nodig samen met de provincie Drenthe, serieus te kijken naar de bezwaren van bewoners die mogelijk geconfronteerd worden met een windmolen aan de voor- en achterkant van hun woning. 08-09-2015 33 612-57 Onderhanden. Bosman, André (VVD)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA)Vries, Albert A. de (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de gebiedscoördina-toren, waar die worden aange-steld, de tijd, de ruimte en de instrumenten krijgen om hun taken goed uit te kunnen voeren en de Kamer te informeren over de resultaten hiervan. 08-09-2015 33 612-58 (was 56) Afgedaan – brief [01-02-2016] – Samen energieprojecten realiseren: visie op omgevings-management,Kamerstuk 31 239-211. Slob, drs A. (CU)Thieme, mr. M.L. (PvdD)Pechtold, drs. A. (D66)Klaver, J.F. (GL) Verzoekt de regering om in het jaar 2016 te starten met de uitvoering van aanvullende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en de Kamer hierover te informeren 17-09-2015 34 300-24 Onderhanden – De Kamer is per brief [09-04-2016] over de voortgang van de uitvoering van de motie geïnformeerd. Vos, Jan C. (PvdA)Cegerek, Y. (PvdA) Verzoekt de regering ook grondstoffengebruik te betrekken bij de maatregelen die worden genomen om de CO2-emissie te beperken. 29-09-2015 32 813-116 Afgedaan – brief [09-04-2016] – Kabinetsreactie IBO CO2,Kamerstuk 32 813-122. Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om te onderzoeken welke maatregelen genomen moeten worden om de uitspraak in de Urgendazaak na te leven; verzoekt de regering daarbij alle opties te betrekken, inclusief de mogelijkheid van sluiting van Nederlandse kolencentrales. 29-09-2015 32 813-115 Afgedaan – brief [09-04-2016] – Kabinetsreactie IBO CO2,Kamerstuk 32 813-122. Harbers, M.G.J. (VVD)Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering om de Studiegroep Duurzame Groei te vragen concrete beleidsopties te schetsen, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan het economisch beleid en de omgang met een open economie, onderwijs, research en development, energietransitie, industriebeleid, de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de financiële sector en de schuldpositie van huishoudens en bedrijven. 06-10-2015 34 300-54 Afgedaan – brief [06-07-2016] – Aanbieding rapport Studie-groep Duurzame Groei,Kamerstuk 34 300-76. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2183 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Koolmees, drs. W. (D66)Grashoff, R (GL)Schouten, C.J. (CU)Merkies, A.Z. (PvdA) Verzoekt de regering, het niveau van gaswinning uit het Gronin-genveld in 2016 substantieel te verlagen en de lagere gasbaten in 2016 ten laste van het saldo te laten komen. 06-10-2015 34 300-57 Afgedaan – brief [18-12-2015] – Gaswinning Groningen en meerjarenprogramma NCG,Kamerstuk 33 529-212; enbrief [24-06-2016] – ontwerp-instemmingsbesluit gaswinning Groningen,Kamerstuk 33 529-278. Veldhoven, S. van (D66) Verzoekt de regering om te bekijken hoe de wettelijke aansluitplicht op gas het beste kan worden omgezet in een wettelijk aansluitrecht op warmte, en de Kamer daarover voor de zomer van 2016 te informeren. 13-10-2015 34 199-4834199-48 Onderhanden – Is onderdeel van de Energiedialoog, de Kamer wordt in het najaar van 2016 via de Energie-agenda geïnformeerd. Tongeren, drs. L. van (GL)Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering bij het uitwerken van de uitkoopregeling alternatieven voor uitkoop van bewoners bij hoogspanningslijnen serieus mee te wegen, waaronder verkabeling van 220 kV- en 380 kV-leidingen, het verplaatsen van het tracé of het gebruik van innovatieve typen masten met minder straling. 13-10-2015 34 199-69 Onderhanden. Vos, Jan C. (PvdA)Vries, Albert A. de (PvdA) Verzoekt de regering om samen met de provincie Zeeland een commissie in te stellen, met als doel de Zeeuwse economie en daarmee de Zeeuwse werkgele-genheid inclusief structuurverster-kende maatregelen, impulsen te geven en de Kamer zo spoedig mogelijk over de voortgang van de resultaten van de commissie te rapporteren. 13-10-2015 34 199-50 Afgedaan – brief [11-12-2015] – Commissie Economische Structuurversterking en Werkgelegenheid Zeeland,Kamerstuk 29 697-22. Bosman, André (VVD)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering met de ACM te overleggen om zorgvuldigheid te betrachten bij de uitvoering van de Wet onafhankelijk netbeheer en in het bijzonder de positie van de kerncentrale Borssele daarbij in acht te nemen. 13-10-2015 34 199-66 Afgedaan – brief [01-12-2015] – Reactie op vragen over de splitsing van DELTA en de positie van kerncentrale Borssele,Handelingen 2015–2016, nr. 758. Bosman, André (VVD)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering per AMvB te regelen dat systeembeheerders informatie openbaar kunnen maken over mogelijkheden voor energiebesparing om hiermee dure investeringen in capaciteits-vergroting te kunnen tegengaan. 13-10-2015 34 199-65 Afgedaan – brief [07-07-2016] – Energiebesparing bij kleinver-bruikers,Kamerstuk 30 196-468. Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de Minister om een nadere analyse te maken betreffende de rol die infrastruc-tuurbedrijven kunnen spelen bij de (versnelling van de) verduur-zaming van de energievoorziening, en deze analyse bij het Energie-rapport aan de Kamer te doen toekomen. 13-10-2015 34 199-51 Onderhanden – De Kamer is in het Energierapport [18-01-2016] over de voortgang van de uitvoering van de motie geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2184 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om deze opties, waaronder ook vraag-sturing en het inkopen van flexibiliteit via de markt, mee te nemen in het onderzoek. 13-10-2015 34 199-52 Onderhanden. Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering in overleg met Gasunie experimenten mogelijk te maken met betrekking tot de aanleg en het beheer van gasinfrastructuur die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening. 13-10-2015 34 199-53 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de Minister het onderzoek naar het ontwerp van systematiek op hoofdlijnen af te ronden in 2016 en de Kamer daarover te informeren. 13-10-2015 34 199-54 Onderhanden – De Kamer is per brief [15-12-2015] over de voortgang van de uitvoering van de motie geïnformeerd. Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om de Kamer in het 2e kwartaal van 2016 deze Algemene maatregelen van Bestuur toe te zenden en ervoor zorg te dragen dat deze zodanig zijn geformuleerd dat zij optimaal belemmeringen wegnemen die nu bestaan en daadwerkelijk ruimte bieden om vernieuwende concepten te beproeven. 13-10-2015 34 199-70 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering om in de experimenteer-AMvB ruimte te creëren voor het gebruik van elektrische auto’s voor de opslag van duurzaam opgewekte energie. 13-10-2015 34 199-71 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om de ACM in overweging te geven in haar handhavingsbesluit ten aanzien van splitsing voldoende ruimte te bieden om tot een oplossing te komen voor het eigendom en de ontmanteling van de kerncentrale te Borssele, en de Kamer over deze oplossing te informeren. 15-10-2015 34 199-75 (was 73) Afgedaan – brief [01-12-2015] – Reactie op vragen over de splitsing van DELTA en de positie van kerncentrale Borssele,Handelingen 2015–2016, nr. 758. Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, aan te sluiten en in gesprek te gaan over de implementatie van de werkgelegenheidsplannen van de provincie Zeeland en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren. 15-10-2015 34 199-74 (was 43) Afgedaan – brief [11-12-2015] – Commissie Economische Structuurversterking en Werkgelegenheid Zeeland,Kamerstuk 29 697-22. Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering het voorstel voor de geïntegreerde Wbso/RDA door te rekenen op de huidige aanvragen en hierbij een inzicht te geven in de verschuivingen tussen en binnen de groepen kleine, middelgrote en grote bedrijven; verzoekt de regering tevens, de doorberekening voor 1 november 2015 naar de Kamer te sturen. 15-10-2015 34 300-31 Afgedaan – brief [28-10-2015] – Doorrekening van het voorstel voor een geïntegreerde WBSO/RDA regeling,Kamerstuk 34 300-69. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2185 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, frackings-werkzaamheden op te schorten in afwachting van de seismisch risicoanalyse en de wijziging van de Mijnbouwwet. 27-10-2015 34 300-30 Afgedaan – brief [23-11-2015] – Schaliegas,Kamerstuk 33 952-41. Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering om, bij het ontwerp van de regeling rekening te houden met:– versterking van het eigen vermogen van het mkb waaronder start-ups;– mobiliseren van particuliere vermogens waarbij zowel directe investeringen als indirecte investeringen via fondsen of crowdfunding-platforms worden gefaciliteerd. 27-10-2015 34 300-28 Afgedaan – brief [24-05-2016] – StartupDelta 2020,Kamerstuk 32 637-241. Mulder, Agnes H. (CDA)Oosenbrug, R.F.A. (PvdA) Verzoekt de regering om experimenteer- en regelruimte te realiseren voor deze specifieke omstandigheden, zodat de aanleg van snel internet daadwerkelijk versneld kan worden. 27-10-2015 34 300-27 Afgedaan – brief [22-01-2016] – Snel internet in het buiten-gebied,Kamerstuk 26 643-384. Bosman, André (VVD) Verzoekt de regering om ruim voor de begroting 2017 de Kamer te informeren over de voortgang, toekenning van EFRO-middelen en rijksfinanciering van de fieldlabs. 27-10-2015 34 300-25 Onderhanden. Bosman, André (VVD) Verzoekt de regering te kijken hoe zij een bijdrage kan leveren om deze projecten te steunen, bijvoorbeeld door het bijeen brengen van partijen; verzoekt de regering tevens te bezien wat de mogelijkheden zijn om eventuele onderuitputting bij Najaarsnota in te zetten voor cofinanciering van één of meerdere projecten. 27-10-2015 34 300-24 Afgedaan – brief [22-12-2015] – Voortgangsrapportage Gastvrijheidseconomie,Kamerstuk 26 419-61. Bosman, André (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Oosenbrug, R.F.A. (PvdA) Verzoekt de regering om, naast de huidige inzet in Europees verband voor het afschaffen van roaming-tarieven ook optimaal gebruik te maken van de mogelijkheid om in Benelux-verband te komen tot afschaffing van roamingtarieven; verzoekt de regering voorts, vóór 1 december 2015 over de voortgang van beide trajecten de Kamer nader te informeren. 27-10-2015 34 300-23 Afgedaan – brief [09-11-2015] – Verordening voor de interne markt voor telecommunicatie en roaming in de Benelux,Kamerstuk 24 095-393. Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Kerstens, J.W.M. (PvdA) Verzoekt de regering, binnen de grenzen van de verdragen al het mogelijke te doen om de Europese Octrooi Organisatie te houden aan internationale wet- en regelgeving. 27-10-2015 34 300-22 Afgedaan – brief [28-01-2016] – Uitvoering motie Gesthuizen/Kerstens,Kamerstuk 25 883-268. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2186 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering om zich tot het uiterste in te spannen dat de BTW geen kostprijsverhogende en dus belemmerende factor meer is voor publieke investeringen via PPS op het gebied van onderwijs en onderzoek en de Kamer over de uitwerking te informeren. 27-10-2015 34 300-63 Afgedaan – brief [30-06-2016] – Monitor Techniekpact 2016,Kamerstuk 32 637-249. Bosman, André (VVD)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP) Verzoekt de regering de Kamer middels het Energierapport te informeren over het perspectief en de voor- en nadelen van thorium-energie in overleg met de experts van de TU Delft en dat te betrekken bij de energiedialoog. 27-10-2015 34 300-57 Afgedaan – brief [18-01-2016] – Energierapport,Kamerstuk 31 510-50. Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Veldhoven, S. van (D66) Verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat het budget voor de Demonstratieregeling energie-innovatieprojecten volgend jaar en de jaren erna aansluit op de verduurzamingsopgave en de vraag vanuit het innoverende bedrijfsleven. 27-10-2015 34 300-56 Afgedaan – brief [08-01-2016] -Aanpassingen regeling Demonstratie Energie-innovaties,Kamerstuk 30 196-382; enbrief [02-02-2016] Budget energie-innovatie,Kamerstuk 30 196-387. Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL) Overwegende dat getijdenenergie veel potentie heeft, zowel wat betreft duurzame opwekking en als exportproduct; overwegende dat private investeerders willen investeren in het aantonen dat getijdenenergie ook op grote schaal kan werken; Verzoekt de regering, dit binnen de bestaande regelingen financieel te faciliteren. 27-10-2015 34 300-60 Afgedaan – brief [07-12-2015] – Stimulering van hernieuwbare energieproductie in 2016,Kamerstuk 31 239-208. Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, de infor-matie over ontruimde, geëvacu-eerde en gesloopte gebouwen (digitaal) te ontsluiten en waar dit vanwege de privacy niet kan, de informatie op gemeentelijk niveau te aggregeren. 27-10-2015 34 300-51 Afgedaan – brief [02-05-2016] – Openstaande moties gaswinning Groningen,Kamerstuk 33 529-249. Veldhoven, S. van (D66)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering om bij het aanstellen van een gebiedscoördi-nator ook de bewoners en belanghebbenden uit het betreffende gebied te betrekken. 27-10-2015 34 300-47 Afgedaan – brief [01-02-2016] – Samen energieprojecten realiseren: visie op omgevings-management,Kamerstuk 31 239-211. Verhoeven, K. (D66) Verzoekt de regering om: de digitale infrastructuur (AMS-IX, hosters en housing) te erkennen als derde mainport; samen met relevante belanghebbenden een economische visie te ontwikkelen om de positie van de digitale mainport te versterken; en te investeren in de uitvoering van die visie. 27-10-2015 34 300-66 Afgedaan – brief [05-07-2016] – Aanpak regeldruk en adminis-tratieve lasten,Kamerstuk 29 515-390. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2187 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Verhoeven, K. (D66)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA)Öztürk, S. (GrKÖ) Verzoekt de regering om het stelsel van subsidie-, garantie- en financieringsregelingen te verbeteren door waar mogelijk regelingen slim te koppelen, Verzoekt de regering ambitie te blijven tonen bij het verbeteren van de kredietverlening aan bedrijven en met banken te blijven spreken over hun maatschappe-lijke functie en verantwoorde-lijkheid. 27-10-2015 34 300-65 Afgedaan – brief [07-07-2016] – Evaluatie microfinanciering via Qredits en actualiteiten Qredits en microfinanciering,Kamerstuk 31 311-174. Ouwehand, E. (PvdD)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Vos, Jan C. (PvdA) Spreekt uit, tegen de winning bij Terschelling te zijn, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat dit past binnen de nieuwe kaders van milieu en natuurbescherming, zoals door de Kamer vastgesteld bij de behandeling van de Mijnbouwwet. 27-10-2015 34 300-64 Betrokken bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in de Tweede Kamer [06-07-2016]. Bosman, André (VVD)Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, bij het onderzoek naar de doorontwik-keling van het NIA ook de mogelijke opschaling van SEED Capital te betrekken, daarbij in te gaan op hoe fondsen een minimale omvang van 20 miljoen euro kunnen bereiken en de Kamer daar in het voorjaar van 2016 over te rapporteren. 27-10-2015 34 300-34 Onderhanden – De Kamer is per brief [05-07-2016] over de voortgang geïnformeerd. Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, samen met alle relevante spelers in de transportsector, tot een duurzaam mobiliteitsakkoord te komen, met daarin concrete doelstellingen en middelen voor elektrisch vervoer en de bevordering van groen gas en waterstof als brandstoffen voor de transportsector. 27-10-2015 34 300-36 Afgedaan – brief [11-03-2016] – Aanbieden voortgangsrappor-tages Groene Groeibeleid,Kamerstuk 33 043-65. Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, een arrangement te treffen waardoor voorkomen wordt dat in 2016 cruciale kennis op het gebied van energie verloren gaat, en daarover voor het einde van november 2015 aan de Kamer te rapporteren. 03-11-2015 34 300-74 (was 35) Afgedaan – brief [04-12-2015] – Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN),Kamerstuk 30 196-369. Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Vries, Albert A. de (PvdA) Verzoekt de regering, snelle uitrol van «nul op de meter» te ondersteunen, bijvoorbeeld door in de experimenteerruimte van de Elektriciteitswet de potentie van netbeheerders ook te mogen benutten voor het faciliteren van betalingsstromen bij gebouwge-bonden financiering, van Nul op de Meter realisaties. 03-11-2015 34 199-76 (was 45) Afgedaan – brief [07-07-2016] – Energiebesparing bij kleinver-bruikers,Kamerstuk 30 196-468. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2188 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Mulder, Agnes H. (CDA)Laar, R.P. van (PvdA) Verzoekt de regering om, te komen met een plan dat streeft naar een betaalbare en maximaal duurzame energievoorziening, zo mogelijk 100%, op de BES-eilanden en de Kamer hierover te informeren voor de zomer van 2016. 17-11-2015 34 089-13 Onderhanden. Verhoeven, K. (D66) Verzoekt de regering, met een onderzoek te komen om het Handelsregister te ontsluiten als open data en de Kamer hierover in het voorjaar van 2016 te infor-meren. 24-11-2015 32 637-210 Afgedaan – brief [04-07-2016] – Ontsluiting handelsregister als open data,Kamerstuk 32 802-28. Veen, M.S. van (VVD) Verzoekt de regering om, een inventarisatie te maken van de boekwaarde en de budgettaire gevolgen van een eventuele verkoop van onderdelen van het DVI. 24-11-2015 32 637-211 Afgedaan – brief [16-12-2015] – Uitvoering moties Dutch Venture Initiative (DVI),Kamerstuk 32 637-219. Veldhoven, S. van (D66)Weyenberg, S.P.R.A. van (D66) Verzoekt de regering, de Neder-landse kolencentrales uit te faseren en daarvoor met de sector een plan op te stellen, waarbij rekening gehouden wordt met de groei van het aandeel hernieuwbaar, de juridische en financiële aspecten, potentiële weglekeffecten van CO2 naar het buitenland en leveringszekerheid van energie en innovatie, en de Kamer hierover bij de herziening van het energieakkoord in 2016 te informeren. 25-11-2015 34 302-99 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering, de voor- en nadelen van fondsvorming voor overschotten van de SDE+ op een rij te zetten en de Kamer hierover voor de voorjaarsnota van 2016 te informeren. 17-12-2015 30 196-373 Afgedaan – brief [01-07-2016] – Uitvoering van de motie Van Tongeren en de motie Ronnes, Van Veldhoven en Van Gerven inzake de begrotingsreserve duurzame energie,Kamerstuk 31 239-218. Oosenbrug, R.F.A. (PvdA) Verzoekt de regering, de uitvoering van de compensatieregeling op dit punt te monitoren en zo nodig zelf in te grijpen of de ACM daartoe te verzoeken, indien de uitwerking van de compensatieregeling onredelijk uitpakt in de relatie tussen wholesaleafnemers en netwerkaanbieders. 19-01-2016 34 271-15 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2189 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om, de optie bij- en meestook van biomassa in kolencentrales in de SDE+-regeling pas open te stellen nadat:– er overeenstemming is over de wijze waarop tegemoetgekomen zal worden aan de uitspraak van de rechter om meer CO2-reductie te realiseren;– er helderheid is over de uitfasering van de kolencentrales,en daarmee uitvoering is gegeven aan de motie-Jan Vos c.s. en de motie-Van Veldhoven/Van Weyenberg en Klaver c.s.; verzoekt de regering tevens, daarbij een helder tijdspad in acht te nemen en de uitvoering van de moties met de Kamer te bespreken alvorens tot implementatie hiervan over te gaan. 02-02-2016 30 196-388 (was 378) Afgedaan – brief [19-02-2016] – Reactie op motie Jan Vos en Van Tongeren betreffende uitstel openstelling SDE+ voor bij- en meestook van biomassa in kolencentrales,Kamerstuk 30 196-401. Bosman, André (VVD)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om de NCG in staat te stellen om met scholen en gemeenten een oplossing te vinden voor dit vraagstuk en daarbij ook voorfinanciering als instrument te onderzoeken. 02-02-2016 33 529-218 Afgedaan – brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenpro-gramma Aardbevingsbe-stendig en Kansrijk Groningen,Kamerstuk 33 529-256. Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om met de NCG ervoor te zorgen dat deze onkosten als onderdeel van het schadeherstel en de versterking worden vergoed door de NAM. 02-02-2016 33 529-219 Onderhanden – de Kamer is per brief [06-06-2016]over de voortgang geïnformeerd,Kamerstuk 33 529-256. Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om het onafhankelijk onderzoekspro-gramma naar de ondergrond zodanig op te zetten dat ook het onderzoek op basis waarvan het Winningsbesluit wordt gemaakt, daar onafhankelijk belegd kan worden. 02-02-2016 33 529-220 Afgedaan – brief [24-06-2016] – Kennisprogramma Mijnbouw,Kamerstuk 32 849-80. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2190 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering, de Nationaal Coördinator Groningen voldoende ruimte te geven om te komen tot een snelle en ruimhartige afhandeling van alle oude complexe gevallen, en ervoor te laten zorgen dat deze laatste zaken in ieder geval voor het krokusreces finale duidelijkheid hebben 02-02-2016 33 529-221 Afgedaan – brief [24-02-2016] – Aangenomen moties n.a.v. debat Gaswinning Groningen 26 januari jl.,Kamerstuk 33 529-244. Tongeren, drs. L. van (GL)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, uitvoering van artikel 33 van de Mijnbouwwet te handhaven en NAM te verplichten om trillingsopnemers rond kwetsbare objecten aan te brengen. 02-02-2016 33 529-222 Onderhanden. Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, de versterking van scholen en zorginstellingen zo snel mogelijk te laten plaatsvinden 02-02-2016 33 529-224 Afgedaan – brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenpro-gramma Aardbevingsbe-stendig en Kansrijk Groningen,Kamerstuk 33 529-256. Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, de provincie Groningen koploper te laten worden op het gebied van schone energie en energiebesparing in samenwerking met Energy Valley 02-02-2016 33 529-226 Afgedaan – brief [24-02-2016] – Aangenomen moties n.a.v. debat Gaswinning Groningen 26 januari jl.,Kamerstuk 33 529-244. Tongeren, drs. L. van (GL)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om, zonder verdere terughoudendheid te komen met een onafhankelijk en aanvullend meetnet, waaronder tiltsensoren. 02-02-2016 33 529-231 Onderhanden. Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, deze factoren een plaats te geven in de analyse van de risico’s ten aanzien van bevingsschade en experts op deze terreinen een plaats te geven in de discussie. 02-02-2016 33 529-232 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2191 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, om NAM, het Centrum Veilig Wonen en de Nationaal Coördinator Groningen opdracht te geven om uit te gaan van het brede begrip «schade door mijnbouwwerk» (mijnbouw-schade), omvattende aardbevings-schade, zettingsschade en schades als gevolg van bodemdaling. 02-02-2016 33 529-237 Afgedaan – brief [24-02-2016] – Aangenomen moties n.a.v. debat Gaswinning Groningen 26 januari jl.,Kamerstuk 33 529-244. Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering, een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om gasexportcon-tracten zo veel mogelijk en versneld af te bouwen, en hierover voor 1 augustus 2016 aan de Kamer te rapporteren. 02-02-2016 33 529-238 Afgedaan – brief [24-06-2016] – ontwerp-instemmingbesluit gaswinning Groningen,Kamerstuk 33 529-278. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering, voor iedereen met schade door gaswinning in Groningen de compensatie- en verduurzamings-regelingen uit het meerjarenpro-gramma en eenzelfde schadeaf-handeling beschikbaar te stellen. 02-02-2016 33 529-240 Afgedaan – brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenpro-gramma Aardbevingsbe-stendig en Kansrijk Groningen,Kamerstuk 33 529-256. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, ten behoeve hiervan met NAM, Gasunie en Gasterra afspraken te maken over een gereguleerde inzet van de conversie- en opslagcapaciteit. 02-02-2016 33 529-241 Onderhanden. Bosman, André (VVD)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering om, bij de behandeling van de komende Voorjaarsnota te komen met een voorstel voor behoud van de waardevermeerderingsregeling in de oude vorm of een vergelijkbare regeling. 02-02-2016 33 529-242 Afgedaan – brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenpro-gramma Aardbevingsbe-stendig en Kansrijk Groningen,Kamerstuk 33 529-256. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2192 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Ronnes, H.A.G. (CDA)Vermue, J.G.P. Verzoekt de regering om, voor 1 juni 2016 een wetsvoorstel in te dienen waarin wordt geregeld dat bij een overeenkomst tussen een grote onderneming en een mkb-- of zzp-leverancier, waarbij de grote partij de rol van afnemer vervult en de kleine partij de rol van leverancier, van rechtswege een wettelijke rente geldt over het deel van de betalingstermijn dat de normale termijn van 60 dagen overschrijdt, en dit op een passende manier afdwingbaar te maken. 09-02-2016 34 172-7 (was 6) Afgedaan – brief [19-02-2016] – Reactie op motie inzake Initiatiefnota Leveranciers-krediet,Kamerstuk 34 172-9. Veen, M.S. van (VVD) Verzoekt de regering om het proces over het toekennen van de markteconomiestatus van China proactief en zeer kritisch te volgen en het gelijke speelveld voor industriële sectoren een doorslag-gevende plek te geven in de totale afweging, verzoekt de regering de Kamer hier nauwgezet bij te betrekken. 18-02-2016 21 501-30-373 Onderhanden. Jacobi, L. (PvdA)Vos, Mei Li (PvdA) verzoekt de regering de Kamer te rapporteren over iedere belang-rijke ontwikkeling in dit dossier 18-02-2016 21 501-30-374 Onderhanden. Gerven, drs. H.P.J. van (SP) Verzoekt de regering, de toevoeging van een lobbypara-graaf (legislative footprint) aan wetsvoorstellen wettelijk vast te leggen. 01-03-2016 32 637-229 Afgedaan – brief [21-06-2016] – Verslag SO inzake motie Van Gerwen,Kamerstuk 32 637-243. Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, bij de plaatsing van windmolens in Drenthe ook rekening te houden met onderzoek van LOFAR. 08-03-2016 30 196-429 Onderhanden. Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, een onderzoek te laten doen naar de invoering van een British Colombia carbon tax in Nederland, de EU en de wereld; verzoekt de regering tevens, hierover voor de zomer te rapporteren aan de Kamer. 08-03-2016 30 196-424 Afgedaan – brief [07-07-2016] – Carbon tax in British Columbia,Kamerstuk 30 196-467. Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, de gepresen-teerde alternatieven, zoals zonneparken, volwaardig mee te wegen in de verdere besluit-vorming rond duurzame investe-ringen die een grote impact op landschap en omwonenden hebben. 08-03-2016 30 196-404 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2193 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Bosman, André (VVD)Tongeren, drs. L. van (GL)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering om er voor te zorgen voor dat de beoordeling van die aanvragen, waarvoor geen budget is, aangehouden wordt tot er helderheid is over de motie-Bosman c.s. en de Kamer hierover met de Voorjaarsnota te infor-meren. 08-03-2016 32 849-69 Afgedaan – brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenpro-gramma Aardbevingsbe-stendig en Kansrijk Groningen,Kamerstuk 33 529-256. Thieme, mr. M.L. (PvdD)Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Spreekt uit, in de structuurvisie ondergrond het winnen van schaliegas op land in ieder geval voor de looptijd van het huidige Energieakkoord uit te willen sluiten. 08-03-2016 32 849-68 Onderhanden. Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, in overleg te treden met de veroorzakers en gedupeerden van bodemdaling in Fryslân over één loket voor onafhankelijke afhandeling van schade bij gedupeerde burgers en ondernemers. 15-03-2016 32 849-70 (was 67) Afgedaan – brief [24-06-2016] – Uitkomst onderzoek één landelijk loket mijnbouw-schade,Kamerstuk 32 849-79. Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, de capaciteit en doorlooptijden van de Commissie van Aanbestedingsex-perts te monitoren en de Kamer hierover ten minste eens per jaar te informeren. 22-03-2016 34 329-18 Onderhanden. Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering om, in 2016 een verhoging van de Europese aanbestedingsdrempels te agenderen in de Europese Unie en resultaten hiervan met de Kamer te delen. 22-03-2016 34 329-14 Onderhanden. Graus, D.J.G. (PVV)Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, te komen met voorstellen om het onnodig samenvoegen van opdrachten tegen te gaan, in het kader van beter aanbesteden. 22-03-2016 34 329-21 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2194 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, de schrijf-groep van de Gids Proportiona-liteit te vragen, deze aan te passen zodat verhelderd wordt wanneer sprake is van onnodig clusteren van opdrachten. 22-03-2016 34 329-17 Afgedaan – brief [10-05-2016] – Aanbieding ontwerpbesluit tot wijziging van het Aanbeste-dingsbesluit in verband met de implementatie van aanbeste-dingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU,Kamerstuk 32 440-91. Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering om, voor 1 januari 2017 inzichtelijk te maken hoe vaak aanbestedingsproce-dures in de afgelopen jaren te laat zijn ingetrokken en in hoeveel van die gevallen hierbij schadevergoe-dingen zijn uitgekeerd. 22-03-2016 34 329-16 Onderhanden. Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Monasch, drs. MA J.S. (PvdA)Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering om, in overleg te treden met de schrijf-groep van de Gids Proportiona-liteit teneinde deze uit te breiden met technische aanwijzingen die eraan bijdragen dat de nadruk minder komt te liggen op de prijs. 22-03-2016 34 329-15 Afgedaan – brief [10-05-2016] – Aanbieding ontwerpbesluit tot wijziging van het Aanbeste-dingsbesluit in verband met de implementatie van aanbeste-dingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU,Kamerstuk 32 440-91. Verhoeven, K. (D66)Ziengs, E. (VVD)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering om, dit testlab en soortgelijke initiatieven alle ruimte te bieden, de voortgang te volgen en waar mogelijk op te treden als launching customer of anderszins van steun te zijn. 22-03-2016 34 329-23 Onderhanden. Veldhoven, S. van (D66)Mulder, Agnes H. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te voeren naar de huidige en verwachte ontwikke-lingen van energieopwekking uit zon en wind op land, en het resultaat mee te wegen bij investeringsbeslissingen. 29-03-2016 30 196-452 Afgedaan – brief [29-04-2016] – Uitvoering motie Smaling (Kamerstuk 30 196, nr. 445) en motie Smaling c.s. (Kamerstuk 30 196, nr. 452),Kamerstuk 30 196-455. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klein, N.P.M. (KLEIN)Vos, Jan C. (PvdA)Wassenberg, F.P. (PvdD) Spreekt uit dat Nederland moet streven naar het louter verkopen van emissieloze (nieuwe) auto’s in 2025. 29-03-2016 30 196-449 Afgedaan – brief [15-04-2016] – Motie Jan Vos c.s. inzake het louter verkopen van (nieuwe) emissieloze auto’s in 2025,Kamerstuk 33 043-68. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2195 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, het beleid zo aan te passen dat de overwe-gingen van de KNAW daarin hun plaats vinden. 29-03-2016 30 196-445 Afgedaan – brief [29-04-2016] – Uitvoering motie Smaling (Kamerstuk 30 196, nr. 445) en motie Smaling c.s. (Kamerstuk 30 196, nr. 452),Kamerstuk 30 196-455. Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering, de evaluatie van het energieakkoord bij een onafhankelijke instantie onder te brengen. 29-03-2016 30 196-442 Afgedaan – brief [17-05-2016] – Intensiveringspakket Energie-akkoordKamerstuk 30 196-456 Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering om, in de topsectoren Energie, Hightech en Logistiek meer aandacht te besteden aan elektrische en zelfrijdende voertuigen. 29-03-2016 30 196-438 Afgedaan – brief [29-06-2016] – Uitvoering van de motie Van Tongeren,Kamerstuk 33 043-70. Vos, Mei Li (PvdA)Bosma, R.P.G. (VVD) Roept de regering op, te onder-zoeken aan welke essentiële voorwaarden moet zijn voldaan om een bestendige concurrerende markt op de langere termijn te borgen; overwegende dat daarbij inzicht in de kostprijsopbouw van postdiensten nodig is, bijvoor-beeld door het opstellen van referentieprijzen, zodat marktver-storing of kruisfinanciering mogelijk zichtbaar wordt; roept de regering op, om marktonderzoek te laten verrichten naar de situatie op de niet-tijdkritische zakelijke postmarkt, waarbij in ieder geval de 72 uurspostmarkt wordt betrokken; roept de regering op, waar mogelijk met de ACM afstemming te zoeken over lopende marktonderzoeken. 31-03-2016 34 024-35 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering om, zich (maximaal) in te spannen voor een goed vestigingsklimaat om meer bedrijvigheid en werkgelegenheid op het gebied van schoon vervoer naar Nederland te halen. 19-04-2016 31 209-188 Onderhanden. Oosenbrug, R.F.A. (PvdA) Verzoekt de regering, duidelijker in de wet en de AMvB te regelen dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatienetwerken en internettoegangsdiensten enerzijds en de overige communi-catiediensten anderzijds; verzoekt de regering tevens om, te onderzoeken hoe in de Telecom-municatiewet en de bijbehorende AMvB deze toegang als nutsfunctie beter vastgelegd kan worden, waarbij in ieder geval de toegang tot breedband tot de nutsfunctie moet behoren, en de Kamer hierover te informeren. 17-05-2016 34 379-9 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2196 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Oosenbrug, R.F.A. (PvdA) Verzoekt de regering, hier onderzoek naar te doen en heldere definities voor deze diensten vast te stellen in de wet en de AMvB. 17-05-2016 34 379-10 Onderhanden. Gerven, drs. H.P.J. van (SP) Verzoekt de regering, met de Autoriteit Consument & Markt te overleggen hoe gevallen van misbruik van inkoopmacht actiever opgespoord en bestreden kunnen worden en daarbij specifiek aandacht te besteden aan de inkoopmacht van supermarktfor-mules; verzoekt de regering tevens, voor de begrotingsbehan-deling in 2016 over de uitkomsten aan de Kamer te rapporteren. 24-05-2016 28 973-174 Onderhanden. Koolmees, drs. W. (D66)Veldhoven, S. van (D66) Verzoekt de regering om, ervoor te zorgen dat afspraken over begrotingsreserves in het vervolg standaard openbaar worden gemaakt. 14-06-2016 34 475-12 Onderhanden – Deze motie zal met voorliggende begroting worden uitgevoerd. Gerven, drs. H.P.J. van (SP)Veldhoven, S. van (D66)Ronnes, H.A.G. (CDA) Verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke middelen in de begrotingsreserve duurzame energie uit respectievelijk de SDE+, SDE en MEP regeling komen, en per regeling aan te geven welke middelen juridisch verplicht en niet juridisch verplicht zijn, en de Kamer hierover voor de behandeling van de voorjaarsnota 2016 te informeren. 14-06-2016 34 475-20 Afgedaan – brief [01-07-2016] – Uitvoering van de motie Van Tongeren en de motie Ronnes, Van Veldhoven en Van Gerven inzake de begrotingsreserve duurzame energie,Kamerstuk 31 239-218. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Vos, Jan C. (PvdA)Smaling, E.M.A. (SP)Wassenberg, F.P. (PvdD) Constaterende dat de Minister heeft besloten het bedrijf ENGIE vergunning te verlenen, om ten noorden van Schiermonnikoog een aantal opsporingsboringen te gaan doen, overwegende dat de Kamer nog in discussie is met de Minister over het aanscherpen van de regels omtrent mijnbouw, onder andere met het oog op een betere verankering van de bescherming van natuur en milieu, overwegende dat het besluit van de Minister een Natura2000 gebied raakt, dat bijzondere bescherming moet worden geboden, spreekt om deze redenen uit, tegen de voorgenomen proefboringen bij Schiermonnikoog te zijn, omdat niet aannemelijk is gemaakt, dat dit past binnen de nieuwe kaders van milieu en natuurbescherming zoals door de Kamer eerder vastgesteld bij de behandeling van de Mijnbouwwet. 21-06-2016 32 849-76 Betrokken bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in de Tweede Kamer [06-07-2016]. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2197 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Veldhoven, S. van (D66)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering, in overleg met de aandeelhouders van DELTA in navolging van het advies van de commissie-Balkenende naar oplossingen te zoeken voor de problemen bij DELTA. 21-06-2016 31 510-59 Onderhanden – de Kamer is per brief [01-07-2016] over de voortgang geïnformeerd,Kamerstuk 32 645-151. Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, geen publieke middelen in te zetten voor restwarmteprojecten van kolencentrales. 21-06-2016 31 510-58 Afgedaan – brief [04-07-2016] – Inzet publieke middelen voor restwarmteprojecten,Kamerstuk 31 510-61. Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering, te onder-zoeken wat het totaalbeslag op de overheidsmiddelen is van het nu sluiten van die kerncentrale en van het openhouden van de kerncen-trale Borssele tot het einde van de levensduur in 2033, en de Kamer hierover te informeren. 21-06-2016 31 510-56 Onderhanden – de Kamer is per brief [01-07-2016] over de voortgang geïnformeerd,Kamerstuk 32 645-151. Veldhoven, S. van (D66)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de Minister om, in overleg te treden met de water-schappen, teneinde deze te committeren aan de uitspraken van de Raad van Arbiters Aardbevingsschade, en hierover te rapporteren aan de Kamer voor 1 september 2016. 05-07-2016 33 529-273 Onderhanden. Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering om, van de pilot koopinstrument een succes te maken door de uitvoering nauwgezet te monitoren, waar nodig te ondersteunen en indien nodig NAM aan te sporen tot verbreding en verdere finan-ciering. 05-07-2016 33 529-259 Onderhanden. Dik-Faber, R.K. (CU)Mulder, Agnes H. (CDA) Verzoekt de regering, bij het bepalen van de waardedaling en het monitoren van de huizenmarkt in het aardbevingsgebied naast de onderzoeksmethode van het CBS gebruik te maken van de onder-zoeksmethode als gebruikt door de Rijksuniversiteit Groningen. 05-07-2016 33 529-260 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL)Dik-Faber, R.K. (CU)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, voorstellen te doen om het Centrum Veilig Wonen op grotere afstand te plaatsen van de NAM, zodat schadebeoordeling en schadeaf-handeling op een onafhankelijke manier plaatsvinden. 05-07-2016 33 529-261 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, de Nationaal Coördinator Groningen een onafhankelijker positie te geven van de NAM, onder meer via aanpassing van de samenwer-kingsovereenkomst, en de Kamer hierover te informeren. 05-07-2016 33 529-262 Onderhanden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2198 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken te melden aan parlement Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Mulder, Agnes H. (CDA)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering om, ervoor te zorgen dat ook «oude gevallen» kunnen verzoeken om hun zaak te laten behandelen door de arbiter. 05-07-2016 33 529-267 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL)Veldhoven, S. van (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Klever, R.J. (PVV)Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering om er met de Nationaal Coördinator Groningen voor te zorgen dat niet alleen bij huizen binnen, maar ook bij huizen buiten de contourenkaarten de schade wordt opgenomen, zodat snel uitsluitsel kan worden gegeven over de oorzaak en de aanpak van de schade. 05-07-2016 33 529-269 Onderhanden. Tongeren, drs. L. van (GL) Verzoekt de regering om, geen opsporingsvergunning te verlenen zonder dat de relevante gemeente en provincie en het relevante waterschap een inspraakmoge-lijkheid hebben gehad. 07-07-2016 34 348-75 Betrokken bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in de Tweede Kamer [06-07-2016]. Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Verhoeven, K. (D66)Vos, Mei Li (PvdA)Vries, Aukje de (VVD) Verzoekt de regering per 2017 een éénjarige pilot te houden met een klachtenloket bij de Autoriteit Consument en Markt waar ondernemers anoniem hun klachten over oneerlijke handels-praktijken kunnen melden. 07-07-2016 24 036-412 Onderhanden. Bosman, André (VVD)Veldhoven, S. van (D66)Mulder, Agnes H. (CDA)Vos, Jan C. (PvdA) Verzoekt de regering, in de Structuurvisie Ondergrond rekening te houden met de Waddeneilanden wat betreft mijnbouw en verzoekt de regering de Kamer hierover per brief te informeren. 07-07-2016 34 348-93 Onderhanden. Hoeve, drs. H. ten (OSF)Flierman, dr. A.H. (CDA)Vos, ir. M.B. (GroenLinks)Ester, dr. P. (CU)Dercksen, R.G.J. (PVV)Meijer, M.P. (SP)Rooijen, drs. M.J. van (50PLUS) Verzoekt daarom de regering ermee in te stemmen dat -gelet op het gestelde in het eerste lid van art. 12.36 – artikel 4.6, zesde lid, niet in werking treedt dan nadat de verplichting van artikel 9 van richtlijn 2009/72 en artikel 9 2009/73 wordt uitgebreid naar distributiesysteembeheerders, of op grond van bepalingen uit andere bindende EU-rechtshandelingen een soortgelijke verplichting voor distributiesysteembeheerders tot stand komt. 22-12-2015 34 199-H Betrokken bij de behandeling van het wetsvoorstel STROOM in de Eerste Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2199 Moties op het terrein van de Staatssecretaris van EZ Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, grondge-bonden melkveehouders adequaat vertegenwoordigd te laten zijn in de Regiegroep Fosfaat en Melkveehouderij via het Netwerk GRONDig. 03-09-2015 21 501-32, nr. 854 Afgedaan – brief [05-10-2015] – Antwoorden op vragen over de situatie in de melkveehouderij Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering om, de Eurocommissaris landbouw op te roepen om gezamenlijk maatre-gelen te nemen en niet nationaal; verzoekt de regering tevens om, Europees aan te sturen op een versterking van het landbouw-beleid door onder andere het versterken van samenwerking van boeren, beschikbaar stellen van extra promotiemiddelen en het verruimen van het mededingings-recht. 03-09-2015 21 501-32, nr. 860 Afgedaan – brief [10-09-2015] – Verslag extra Landbouwraad 7 september 2015Kamerstuk 21 501-32-874 Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Grashoff, R (GL) Verzoekt de regering, niet met een dergelijke maatregel in te stemmen, tenzij subsidies uit dat fonds expliciet leiden tot innova-tieve verduurzaming en toekomst-bestendigheid van de sector. 03-09-2015 21 501-32, nr. 862 Afgedaan – brief [25-09-2015] – Beantwoording vragen over het bericht «France offers new farm aid as 1,500 tractors hit Paris streets»Handelingen 2015–2016, nr. 459 Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering om, het Duitse initiatief te bestuderen en de mogelijkheden van het initiatief te bespreken in het bestuurlijk overleg over de varkenssector en hierover een oordeel aan de ACM te vragen indien de sector hier positief over is; verzoekt de regering tevens, in overleg met andere lidstaten de mogelijkheden te verkennen om verduurzamingsi-nitiatieven in de veehouderij onderling af te stemmen. 03-09-2015 21 501-32, nr. 865 (was 861) Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Lodders, W.J.H. (VVD)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA)Klaveren, drs. J.J. van (GrBvK)Vliet, mr. R.A. van (VAN VLIET)Krol, H. (50PLUS) Verzoekt de regering, in verband met late oogsten en hevige regenval de termijn voor het inzaaien van groenbemesters en het uitrijden van dierlijke mest met twee weken te verlengen, zolang daarbij de geldende milieunormen worden gerespecteerd en toestemming van Brussel wordt verleend. 03-09-2015 21 501-32, nr. 866 (was 864) Afgedaan – brief [18-09-2015] – Verslag informele Landbouwraad 13 t/m 15 september 2015Kamerstuk 21 501-32-876 Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, vanaf heden consequent te sturen op een omslag van kwantiteit naar kwaliteit van de productie. 08-09-2015 21 501-32, nr. 855) Afgedaan – brief [19-10-2015] – Uitvoering motie Smaling (Kamerstuk 21 501-32, nr. 855)Kamerstuk 21 501-32-882 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2200 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Lodders, W.J.H. (VVD) Verzoekt de regering in te zetten op een maatregelenpakket met heldere criteria en voorwaarden, die een gelijkspeelveld binnen Europa waarborgt zodat indivi-duele lidstaten vanuit dit pakket aan maatregelen niet eenzijdig over kunnen gaan tot directe bedrijfssteun en geen nadelige effecten heeft voor de concurren-tiepositie van de Nederlandse boeren. 10-09-2015 21 501-32, nr. 872 Afgedaan – brief [02-02-2016] – Verdeling nationale envelop Europese middelen melkvee- en varkenshouderijKamerstuk 28 973-169 Dikkers, drs. ing. S.W. (PvdA)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66) Verzoekt de regering te bevor-deren dat dit alsnog opgenomen wordt in het Commissiepakket en het Nederlandse deel van het pakket prioritair beschikbaar te stellen voor de melkvee- en varkenshouders die zich commit-teren aan een dergelijke omslag. 10-09-2015 21 501-32, nr. 873 Afgedaan – brief [25-09-2015] – Beantwoording vragen over het bericht «France offers new farm aid as 1,500 tractors hit Paris streets»Handelingen 2015–2016, nr. 459 Kos¸er Kaya, mw. F. (D66) Verzoekt de regering, zich er ondubbelzinnig voor uit te spreken dat het doorzetten van het huidige beschermingsniveau van biodiversiteit in Europa de absolute ondergrens voor de herzieningsdiscussie is. 29-09-2015 33 576, nr. 49 Afgedaan – brief [21-03-2016] – Stand van zaken en vervol-ginzet Fitness Check VHRKamerstuk 33 576-62 Dekken, T.R. van (PvdA)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, zo snel mogelijk een wettelijk verbod op zwanendriften in te voeren en actief te handhaven. 29-09-2015 28 286, nr. 837 Afgedaan – brief [03-11-2015] – Stand van zaken moties en toezeggingen DierenwelzijnKamerstuk 28 286-848 Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, in overleg met de provincies bij de verdere uitwerking van de Natuurvisie in een maatschappelijke uitvoerings-agenda ook de rol van het Landschapsobservatorium mee te nemen. 29-09-2015 33 576, nr. 50 Onderhanden Geurts, J.L. (CDA)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering om, in het kader van de uitvoering van het Natuurpact en het uitvoeringspro-gramma samen met provincies de betrokkenheid van vrijwilligers en hun organisaties op te nemen. 29-09-2015 33 576, nr. 54 Afgedaan – brief [22-03-2016] – Informatievoorziening natuurKamerstuk 33 576-63 Schouten, C.J. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, zich bij haar inzet voor een Europese aanpak van voedselverspilling tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap met name in te zetten voor een uitbreiding van de Europese lijst met producten die zijn uitge-zonderd van de verplichting tot datumvermelding. 29-09-2015 34 087, nr. 5 Afgedaan – brief [18-08-2016] – Aanbieding rapporten voedselverspilling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2201 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Ouwehand, E. (PvdD)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66) Verzoekt de regering, indien blijkt dat er onvoldoende voortgang is geboekt, gelijktijdig met de evaluatie aanvullende maatregelen aan de Kamer te sturen. 29-09-2015 28 286, nr. 831 Onderhanden – De Kamer zal in het eerste kwartaal van 2017 worden geïnformeerd zoals aangegeven [18-12-2015] in de brief Toezeggingen, motie en verzoek Tweede Kamer inzake dierenwelzijnKamerstuk 28 286-850 Dekken, T.R. van (PvdA)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, reeds in de voortgangsrapportage expliciet aandacht te geven aan bestaande stallen en de Kamer over dit specifieke onderdeel van de voortgangsrapportage te informeren voor 1 januari 2016. 29-09-2015 28 286, nr. 835 Afgedaan – brief [18-12-2015] – Toezeggingen, motie en verzoek Tweede Kamer inzake dierenwelzijnKamerstuk 28 286-850 Ouwehand, E. (PvdD) Verzoekt de regering, zich in te zetten voor een importverbod van gekloonde huisdieren. 13-10-2015 28 286, nr. 841 Onderhanden Geurts, J.L. (CDA)Heerema, R.J. (VVD) Verzoekt de regering, het beheer van en de verantwoordelijkheid voor het dierenwelzijn in de Oostvaardersplassen over te dragen aan de provincie Flevoland en dit indien nodig juridisch te borgen. 13-10-2015 32 563, nr. 58 Onderhanden Thieme, mr. M.L. (PvdD)Dekken, T.R. van (PvdA) Verzoekt de regering, in het aankomende plan van aanpak hieromtrent aandacht te geven aan alternatieven voor CO2-bedwelming bij varkens, en als alternatieven reëel blijken te zijn, hierbij een termijn te stellen waarbinnen de CO2-bedwelming wordt uitgefaseerd. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 151 Onderhanden – De Kamer is geïnformeerd over de invulling van de motie brief [18 december 2015] – Toezeggingen, motie en verzoek Tweede Kamer inzake dierenwelzijnKamerstuk 28 286-850 Lodders, W.J.H. (VVD) Verzoekt de regering, een onderzoek te starten naar wet- en regelgeving die nieuwe technieken in de precisielandbouw in de weg zit en de Kamer hierover met een concreet plan van aanpak te informeren. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 108 Onderhanden Lodders, W.J.H. (VVD) Verzoekt de regering, de Kamer voor 1 maart 2016 te informeren over het tijdpad en de wijze waarop de Kamer en de sector betrokken worden bij de Neder-landse inzet voor de review van het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 109 Afgedaan – brief [01-03-2016] – Verslag Landbouw- en Visserijraad 15 februari 2016Kamerstuk 21 501-32-898 Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering om, in het licht van de onderhandelingen over het actieprogramma Nitraatrichtlijn met voorstellen te komen ter versimpeling van de mestwetgeving, waarbij toepassing van mineralenconcen-traat als kunstmestvervanger één van de uitgangspunten is. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 111 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2202 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Geurts, J.L. (CDA)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering om, met de provincies afspraken te maken over de continuïteit van het vrijwilligerswerk, en de eventuele financiële consequenties daarvan in beeld te brengen; verzoekt de regering tevens om de Kamer over de vorm en inhoud van deze afspraken, en de eventuele financiële consequenties, te informeren voor 1 maart 2016. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 115 Afgedaan – brief [22-03-2016] – Informatievoorziening natuurKamerstuk 33 576-63 Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Leenders, H.J.M. (PVDA) Van mening dat ook Nederland de Vogel- en Habitatrichtlijn in de huidige vorm wil behouden en verbeteringen wil in de implemen-tatie; verzoekt de regering, deze boodschap schriftelijk aan de Europese commissarissen Timmermans en Vella door te geven. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 116 Afgedaan – brief [21-03-2016] – Stand van zaken en vervol-ginzet Fitness Check VHRKamerstuk 33 576-62 Jacobi, L. (PvdA)Dik-Faber, R.K. (CU)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering, zich in te zetten voor een eerlijke bekos-tiging voor traditionele schaaps-kuddes in Nederland en samen met provincies te bekijken hoe de economische positie van traditionele gescheperde schaapskuddes kan worden verbeterd. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 133 Onderhanden – de Kamer is geïnformeerd over voortgang met brief [25-04-2016] – Evaluatie rapport «Wie stuurt de herder» (TK 33 576, nr. 82).Kamerstuk 33 576-82 Jacobi, L. (PvdA)Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering om, bij vrijvallende middelen in de begroting voor waterkwaliteits-maatregelen tot een maximum van € 7 mln in overleg met Natuurmonumenten te overwegen deze middelen aan te wenden als aanjaagbedrag om de financiering van de volgende stap van de Marker Wadden rond te krijgen. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 135 Onderhanden Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, in samen-spraak met de agrofoodsector het voortouw te nemen voor een strategische Europese agenda voor het versterken van de regionalisering van de voedselpro-ductie, gericht op verdere verduurzaming en voedselze-kerheid, die mede als basis kan dienen voor het Europese landbouwbeleid na 2020; verzoekt de regering tevens, maatschappe-lijke initiatieven die hieraan bijdragen te faciliteren en kennisontwikkeling en innovatie die hiervoor nodig is te stimuleren. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 136 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2203 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, de meststof-fenregelgeving zo aan te passen dat bestuurlijke boetes naar beneden bijgesteld kunnen worden als de aard en de zwaarte van de overtreding daar aanleiding toe geven. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 141 Afgedaan – brief [28-04-2016] – Moties Dijkgraaf c.s., nrs. 141 en 142Kamerstuk 34 300-XIII-171 Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat bij het opleggen van een waarschuwing of korting bij overtreding van de randvoor-waarden voor inkomenssteun, beter rekening gehouden wordt met de zwaarte van de overtreding en het feit dat ook sprake is van bestuurlijke boetes. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 142 Afgedaan – brief [28-04-2016] – Moties Dijkgraaf c.s., nrs. 141 en 142Kamerstuk 34 300-XIII-171 Thieme, mr. M.L. (PvdD)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66) Verzoekt de regering, het starten van pilotexperimenten met de Agrilaser onder provincies te stimuleren. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 152 Afgedaan – brief [01-02-2016] – Reactie op motie Thieme en Kos¸er Kaya over een proef met AgrilaserKamerstuk 29 446-93 Grashoff, R (GL)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, in het reeds aangekondigde «plan van aanpak weidevogels» ook in te gaan op de mogelijkheden voor gerichter inzet van GLB-middelen, mede ten behoeve van het weidevogel-beheer. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 164 Onderhanden Grashoff, R (GL)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, te onder-zoeken of er behoefte is aan contracten met een langere looptijd, en in overleg met provincies te bekijken hoe hier invulling aan gegeven kan worden. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 165 Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Klaveren, drs. J.J. van (GrBvK)Vliet, mr. R.A. van (VAN VLIET) Verzoekt de regering, na afstemming met andere Noordzee-lidstaten de administratieve verplichtingen in het kader van de aanlandplicht voor de demersale visserij met een halfjaar uit te stellen. 08-12-2015 34 300 XIII, nr. 143 Afgedaan – brief [16-12-2015] – Verslag Landbouw- en Visserijraad 14&15 december 2015Kamerstuk 21 501-32-891 Dijk, drs. Jasper J. van (SP) Verzoekt de regering de aange-nomen motie 27 428 nummer 275 over een labelingsplicht voor cisgenese vóór eind januari onder de aandacht te brengen bij de Europese Commissie alsmede in de eerstvolgende landbouwraad en milieuraad. 17-12-2015 27 428, nr. 323 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2204 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, in precieze, toetsbare bewoordingen vast te leggen welke voordelen er concreet worden beoogd en te onderbouwen hoe en op welke termijn deze voordelen worden bereikt bij de NVWA. 26-01-2016 33 835, nr. 21 Afgedaan – brief [27-05-2016] – NVWA: aanbieding rapporten herijking takenanalyse en doorlichting efficiency potentieelKamerstuk 33 835-33 Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering tevens, te onderzoeken in hoeverre maatregelen gericht op het inzaaien van braakliggende terreinen, voor zover het landbouwgronden betreft, met bijenvriendelijke gewassen, gefinancierd kunnen worden vanuit de vergroening van het gemeenschappelijk landbouw-beleid en POP3, en daar de Kamer over te informeren. 02-02-2016 26 407, nr. 104 Afgedaan – brief [7-7-2016] – Verslag Landbouw- en Visserijraad 27 & 28 juni 2016Kamerstuk 21 501-32-933 Gesthuizen, S.M.J.G. (SP)Kerstens, J.W.M. (PvdA) Verzoekt de regering om aansluitend op het intussen afgesproken traject van de «social audit» te overleggen met andere lidstaten van het EOB over maatregelen om deze misstanden te voorkomen en hoe er tot regelgeving kan worden gekomen om het juridische hiaat bij deze arbeidsconflicten te dichten. 09-02-2016 21 501-30, nr. xx (was 366) Onderhanden – verwacht wordt dat de resultaten van de social audit in het najaar bekend zullen zijn. Thieme, mr. M.L. (PvdD) Verzoekt de regering om, binnen een halfjaar een plan van aanpak te presenteren dat erop gericht is om kalveren voor bepaalde tijd bij de moeder te laten. 09-02-2016 33 979, nr. 104 Onderhanden – De Kamer is geïnformeerd over de stand van zaken in de uitgaande brief van 22-04-2016 – Tweede stand van zaken brief Dierenwelzijn en de brief van 7 juli 2016 – Stand van zaken toezeggingen dierenwelzijnKamerstuk 28 286-859Kamerstuk 28 286-884 Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Liefde, B.C. de (VVD) Verzoekt de regering aan de producenten-, keten- en consu-mentenorganisaties en deskun-digen te vragen te komen tot een eenduidiger voedselkeurmerk-systeem, waarbij fors wordt gesnoeid in het woud aan keurmerken, en daarbij de Britse ervaringen op het gebied van een vrijwillig systeem te betrekken. 16-02-2016 34 300-XIII, nr. 168 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2205 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, de Kamer jaarlijks een overzicht te verstrekken van de geaggregeerde afzetgegevens van alle toegelaten gewasbeschermingsmiddelen; verzoekt de regering, eens in de vier jaar een overzicht te verstrekken van de hoeveelheid gebruik van gewasbeschermings-middelen per toegelaten werkzame stof; verzoekt de regering, in beide overzichten het middel metamnatrium mee te nemen. 03-03-2016 27 858, nr. 357 Onderhanden – De Kamer is geïnformeerd over de invulling van de motie [1-4-2016] – Brief naar aanleiding van moties over gewasbeschermingsmid-delenKamerstuk 27 858-362 Grashoff, R (GL) Verzoekt de regering, per algemene maatregel van bestuur een gebruiksverbod van imida-cloprid in de gehele glastuinbouw in te stellen en deze uiterlijk voor 1 april naar de Kamer toe te zenden. 03-03-2016 27 858, nr. 350 Afgedaan – brief [01-04-2016] – Brief naar aanleiding van moties over gewasbescher-mingsmiddelenKamerstuk 27 858-362 Grashoff, R (GL)Leenders, H.J.M. (PVDA) Roept de regering op om, in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders van 7 en 8 maart tegen het voorstel van de Commissie voor hernieuwde toelating van glyfosaat voor een periode van vijftien jaar te stemmen, en de Commissie op te roepen met een nieuw voorstel te komen. 03-03-2016 27 858, nr. 352 Afgedaan – brief [01-04-2016] – Brief naar aanleiding van moties over gewasbescher-mingsmiddelenKamerstuk 27 858-362 Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, de beoor-deling van het Ctgb te respecteren en ondertussen samen met de sector in te zetten op naleving en handhaving van de zuiverings-plicht voor de glastuinbouw. 03-03-2016 27 858, nr. 353 Onderhanden – Kamer is geïnformeerd over de invulling van de motie [1-4-2016] – Brief naar aanleiding van moties over gewasbeschermingsmid-delenKamerstuk 27 858-362 Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, de pilot doorvaart en medegebruik door de visserij, zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan, nog dit jaar van start te laten gaan; verzoekt de regering tevens, de pilot na het eerste jaar te evalueren om te bezien of de pilot tussentijds uitgebreid kan worden. 29-03-2016 29 664, nr. 148 Onderhanden – Kamer wordt na zomerreces geïnformeerd Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, in de proefperiode ook scheepslengtes tussen de 24 meter en de 45 meter mee te nemen zodat potentiële kosten worden beperkt 29-03-2016 29 664, nr. 143 Onderhanden – De Kamer wordt na zomerreces geïnformeerd Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering, met een concreet stappenplan te komen om deze doelstelling te behalen. 29-03-2016 32 336, nr. 47 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2206 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Wassenberg, F.P. (PvdD) Verzoekt de regering, het BPRC dringend te vragen om de apen alsnog aan Stichting AAP over te dragen. 29-03-2016 32 336, nr. 51 Afgedaan – brief [20-06-2016] – Voortgang uitvoering motie Java-apenKamerstuk 32 336-62 Jacobi, L. (PvdA)Bosman, André (VVD)Vries, Albert A. de (PvdA)Vermue, J.G.P. (PvdA) Verzoekt de regering, de voor de onderzoeksontheffing noodzake-lijke monitoring en verifiëring, in overleg met de gemeente en betreffende vissers, zodanig in te richten dat er voor de vissers geen dan wel zeer beperkte kosten aan verbonden zijn. 29-03-2016 29 664, nr. 150 Onderhanden Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD) Verzoekt de regering, zich in te zetten voor een eenduidige manier om de nationale streefbeelden vast te leggen en hierbij ook de afhankelijkheid en effectiviteit van maatregelen van andere lidstaten op Nederland te betrekken; verzoekt de regering, zich in te zetten binnen de Landbouw- en Visserijraad voor een gelijk speelveld met betrekking tot de aalbeheerplannen en maatregelen van de verschillende lidstaten, teneinde zo effectief mogelijk te zijn. 29-03-2016 29 664, nr. 149 Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, halfjaarlijks te rapporteren aan de Kamer over de voortgang van de implemen-tatie van de aanlandplicht en hierbij specifiek aandacht te besteden aan de harmonisatie en handhaving van de regels met betrekking tot de aanlandplicht; verzoekt de regering, in overleg met de sector de handhaving van de aanlandplicht zo vorm te geven dat de regels uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar zijn. 29-03-2016 29 664, nr. 147 Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Houwers, J.Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Klaveren, drs. J.J. van (GrBvK)Vliet, mr. R.A. van (VAN VLIET)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de pilot wolhandkrab, inclusief de pilot verwerking, op korte termijn van start kan gaan. 29-03-2016 29 664, nr. 146 Onderhanden – De Kamer is geïnformeerd over de voortgang [17-6-2016] met het antwoord op vraag 18 in de Beantwoording vragen over Voorjaarsnota en Eerste Supletoire Begroting 2016 van het Ministerie van Econo-mische Zaken en het Dierge-zondheidsfonds (DGF) Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering, samen met de visserijsector alle slecht tot niet uitvoerbare verplichtingen in kaart te brengen en deze te rapporteren aan de Kamer opdat er, indien en waar nodig, gepaste maatregelen genomen kunnen worden. 29-03-2016 29 664, nr. 145 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2207 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD)Klaveren, drs. J.J. van (GrBvK)Vliet, mr. R.A. van (VAN VLIET)Bruins, dr. E.E.W. (CU) Verzoekt de regering in het kader van de voorbereiding en de aanbevelingen voor de infasering van de aanlandplicht in 2017 in overleg met de lidstaten van de Scheveningen groep proberen te bewerkstelligen dat de infasering wijting niet gaat gelden voor de gerichte 80 mm tongvisserij. 29-03-2016 29 664, nr. 151 (was 144) Afgedaan – brief [04-07-2016] – Voortgangsrapportage Gemeenschappelijk Visserij-beleidKamerstuk 32 201-85 Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA)Visser, B. (VVD) Verzoekt de regering, na afloop van de openstelling van de regeling voor jonge landbouwers in overleg met NAJK en provincies de toegezegde evaluatie Openstelling 2016 nadrukkelijk mee te nemen aan wie en aan wat de middelen zijn uitgegeven en hoe dit past binnen de doelstel-lingen van de JOLA-regeling en de Kamer voor de zomer hierover te informeren; verzoekt de regering, bij onderuitputting van de openstelling 2016 de mogelijkheid open te houden voor een hernieuwde openstelling in het najaar 2016 mede op basis van de uitkomst van de evaluatie Openstelling 2016; verzoekt de regering tevens, over de uitvoering van de openstelling 2017 met provincies en NAJK afspraken te maken zodat provincies op een adequate manier invulling kunnen geven aan de JOLA-regeling waarbij de middelen zo veel mogelijk gericht zijn op jonge landbouwers en tuinders na overname. 07-04-2016 21 501-32, nr. 913 Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, te streven naar volledige uitbetaling van betalingsrechten in december van het jaar over welke deze betaald worden, en uiterlijk in januari. 07-04-2016 21 501-32, nr. 905 Onderhanden Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Grashoff, R (GL)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om met een regeling te komen waardoor nieuwe biologische melkveebe-drijven, uitbreidende biologische melkveebedrijven en bedrijven die omschakelen naar biologische melkveehouderij, niet gedupeerd worden door het fosfaatrechten-stelsel. 19-04-2016 33 979, nr. 110 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2208 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Grashoff, R (GL)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om, grondgebonden melkveehouders volledig te compenseren voor kortingen op hun fosfaatrechten; verzoekt de regering tevens om, grondgebonden bedrijven die op grondgebonden wijze uit willen breiden, bij de invoering van het fosfaatrechtenstelsel hiertoe de ruimte te geven. 19-04-2016 33 979, nr. 111 Onderhanden Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA)Smaling, E.M.A. (SP) Verzoekt de regering om, overdracht van fosfaatrechten binnen de familie tot in de derde graad niet af te romen. 19-04-2016 33 979, nr. 113 Onderhanden Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering om, grondgebonden melkveebedrijven met latente plaatsingsruimte volledig te compenseren voor de generieke korting. 19-04-2016 33 979, nr. 117 Onderhanden Dik-Faber, R.K. (CU) Verzoekt de regering, een groot deel van de afgeroomde fosfaat-rechten uit de fosfaatbank te reserveren voor melkveehouders met latente ruimte die concrete groeiplannen hebben. 19-04-2016 33 979, nr. 119 Onderhanden Thieme, mr. M.L. (PvdD)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66) Verzoekt de regering, mogelijk-heden te verkennen deze omschakeling economisch aantrekkelijker te maken en onnodige hindernissen weg te nemen en de Kamer hierover voor de zomer te informeren. 19-04-2016 33 979, nr. 127 Afgedaan – brief [02-06-2016] – Ondersteuning omschakeling van gangbare naar biologische landbouwKamerstuk 29 842-39 Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Lodders, W.J.H. (VVD)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, op basis van voldoende praktijkgegevens, en niet alleen op basis van theore-tische modellen, in kaart te brengen waar, en wat het aandeel is van andere bronnen dan de Nederlandse landbouw op de concentraties stikstof en fosfaat in het oppervlaktewater, en welk effect deze bronnen hebben op het behalen van de waterdoelen; verzoekt de regering in kaart te brengen welke waterkwaliteits-normen de waterschappen hanteren, in hoeverre deze normen de afgelopen jaren zijn aangepast en hoe deze normen zich verhouden tot de normen in de Kaderrichtlijn Water, verzoekt de regering voorts, deze analyses voor de zomer met de Kamer te delen, en deze analyses mee te nemen in de onderbouwing bij de inzet voor het nieuwe actiepro-gramma en het verkrijgen van een nieuwe derogatie. 26-04-2016 33 979, nr. 138 (was 134) Onderhanden – Het Ministerie van IenM heeft de Kamer hierover per brief geïnfor-meerd [2-6-2016] – Reactie op rapport «Waterkwaliteit en Veehouderij» aangeboden door het Mesdagfonds d.d. 12 april 2016 en de motie Lodders c.s. (Kamerstukken 33 979 nr. 138)Kamerstuk 27 625-351 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2209 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, in overleg met de provincies het mogelijk te maken dat vergunningaanvragen ingediend voor 1 juli 2015 naar redelijkheid worden behandeld volgens het overgangsrecht onder de huidige wet. 08-06-2016 33 348, nr. 185 Onderhanden Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, in overleg met provincies op basis van de Wet natuurbescherming per ministeriële regeling invasieve uitheemse en verwilderde soorten aan te wijzen. 08-06-2016 33 348, nr. 187 Onderhanden Graus, D.J.G. (PVV)Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering in overleg met de provincies de natuurregel-geving zo aan te passen dat de huidige landelijke vrijstelling van de vergunningplicht voor beweiden en bemesten voor alle Natura 2000 gebieden geconti-nueerd wordt. 14-06-2016 33 348, nr. 191 Onderhanden Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, de Europese Commissie te verzoeken om de huidige regeling voor extra directe betaling voor jonge boeren te wijzigen zodat alle jonge boeren tot vijf jaar na overname of bedrijfsstart hiervoor in aanmerking komen en hierover de Kamer te informeren. 28-06-2016 21 501-32, nr. 929 Onderhanden Gerven, drs. H.P.J. van (SP)Dik-Faber, R.K. (CU) Spreekt uit dat gezonde bedrijven door deze natuurramp niet failliet behoren te gaan en roept de regering op om hierop in te zetten. 07-07-2016 31 710, nr. 55 Afgedaan – brief [29 juli 2016] rapportage Waterschade in Zuidoost-NederlandKamerstuk 31 710-61 Lodders, W.J.H. (VVD) Verzoekt, de regering tevens aan te dringen bij de Europese Commissie op de benodigde flexibiliteit bij de uitvoering van de wet- en regelgeving in kader van het Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) en daarbij extra administratieve lasten te voorkomen. 07-07-2016 31 710, nr. 60 (was 57) Afgedaan – brief [29 juli 2016] rapportage Waterschade in Zuidoost-NederlandKamerstuk 31 710-61 Dijkgraaf, prof. dr. E. (SGP)Kos¸er Kaya, mw. F. (D66)Dik-Faber, R.K. (CU)Geurts, J.L. (CDA) Verzoekt de regering, per direct bij herstel van daken een slimme koppeling met Noord-Brabants en Limburgs provinciaal beleid te maken voor het plaatsen van zonnepanelen; verzoekt de regering voorts, snelle sanering van getroffen asbestdaken te bevorderen, eventuele belemme-ringen weg te nemen en subsidie-aanvragen bij zonnepanelen te versnellen. 07-07-2016 31 710, nr. 53 Onderhanden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2210 Indieners Omschrijving Datum stemming Kamerstuk-nummer motie Stand van zaken Lodders, W.J.H. (VVD)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, bij de aanpak van de werkgroep nadrukkelijk aandacht te besteden aan psychosociale hulp en de noodzakelijke nazorg. 07-07-2016 31 710, nr. 58 Afgedaan – brief [29 juli 2016] rapportage Waterschade in Zuidoost-NederlandKamerstuk 31 710-61 Lodders, W.J.H. (VVD)Leenders, H.J.M. (PVDA) Verzoekt de regering, aan de Kamerleden en decentrale overheden de mogelijkheid te bieden hun bevindingen en ideeën voor zowel de korte als de langere termijn aan te reiken en deze in de werkgroep in te brengen; verzoekt de regering tevens, regelmatig aan de Kamer te rapporteren over de resultaten van het werk van de gezamenlijke werkgroep en over de door de regering aangekon-digde aanpak ter ondersteuning van de bedrijven; verzoekt de regering voorts, de aangekondigde evaluatie van de brede weersver-zekering en de ervaringen die nu worden opgedaan te bespreken in de werkgroep en te betrekken bij de kabinetsreactie op de evaluatie. 07-07-2016 31 710, nr. 56 Afgedaan – brief [29 juli 2016] rapportage Waterschade in Zuidoost-NederlandKamerstuk 31 710-61 EERSTE KAMER Schaap, prof. dr. ing. S. (VVD)Barth, drs. M.A.M. (PvdA)Postema, drs. A. (PvdA)Schrijver, prof. mr. N.J. (PvdA)Nooren, drs. J.E.A.M. (PvdA)Schnabel, prof.dr. P. (D66)Verheijen, drs. L.H.J. (PvdA) Verzoekt de regering samen met de provincies in landelijk overleg te treden met deze en soortgelijke organisaties en de vertegenwoor-digers van de bestaande Faunabe-heereenheden om te bevorderen dat voldaan kan worden aan de gevraagde brede samenstelling ten behoeve van een maatschap-pelijk gedragen faunabeleid. 15-12-2015 33 348, I OnderhandenOverzicht toezeggingen parlementair jaar 2015–2016In het parlementaire jaar 2015–2016 zijn ruim 300 toezeggingen aan de Eerste en Tweede Kamer gedaan. In de onderstaande tabel staat de stand van zaken rond de uitvoering van een aantal toezeggingen op de verschillende EZ-beleidsterreinen. De tabel biedt daarmee geen uitputtend overzicht, maar geeft een beeld van de wijze waarop een aantal toezeg-gingen is/wordt afgehandeld.Toezeggingen Minister aan Eerste Kamer Toegezegd bij: Omschrijving: Stand van zaken: Parlementaire agenda [26-04-2016] – Mondeling overleg met de Minister van Financiën over stabiliteitsprogramma EU semester De Minister van Financiën zegt toe de Eerste Kamer te informeren op welke wijze EZ invulling geeft aan de evaluatie van het topsectorenbeleid. Brief [21-06-2016] – Beantwoording toezegging wijze van evaluatie topsectorenbeleidKamerstuk CXVII, ITweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2211 Toezeggingen Minister aan de Tweede Kamer Toegezegd bij: Omschrijving: Stand van zaken: Parlementaire agenda [15-10-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling EZ, deel economie en innovatie De Minister zal de suggesties van het lid Van Veldhoven meenemen bij de gesprekken in de borgingscommissie energieakkoord over aanvullende maatregelen voor energiebe-sparing: 1. Investeren in isolatie bij huishoudens en kleine bedrijven met aflopende bijdrage overheid na verloop van tijd, zodat mensen die er snel werk van maken beloond worden; 2. Industrie: (a) maak het mogelijk voor bedrijven om in één keer een groot project uit te voeren in plaats van elk jaar 1,5% energie-efficiëntie en (b) breng de creativiteit en denkkracht van start-ups en MKB in de energie en chemie bij elkaar op basis van «no cure no pay», waarbij de overheid voor kansrijke jonge ondernemers voor een aantal uren de inzet vergoed. Zonder risico voor de grote bedrijven, maar als concrete kans, voor slimme schone ondernemers. Brief [22-12-2015] – Voortgangsrap-portage Borgingscommissie EnergieakkoordKamerstuk 30 196-381 Parlementaire agenda [15-10-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling EZ, deel economie en innovatie De Minister zal per optie/maatregel (regeling kleinschalige warmteopties, extra inzet wind op land, etc.) in tienden van procenten aangeven hoe het gat tussen 12,4% hernieuwbare energie (NEV) en 14% hernieuwbare energie in 2020 overbrugd wordt. Brief [22-12-2015] – Voortgangsrap-portage Borgingscommissie EnergieakkoordKamerstuk 30 196-381 Parlementaire agenda [29-10-2015] – AO Bedrijfslevenbeleid en innovatie De Minister zal: a) overleg plegen met MKB-Nederland over de toegankelijkheid van de MIT-regeling en de inschakeling van adviesbureaus bij aanvragen. b) in beeld brengen bij hoeveel procent van de aanvragen voor MIT en WBSO een advies-bureau is betrokken en de Kamer daarover voor het eind van het jaar 2015 te informeren. Brief [29-01-2016] – Gebruik van intermediairs bij de MIT-regeling en de WBSO / Verkorting afhandelings-termijn WBSO voor nieuwe startersKamerstuk 32 637-226 Parlementaire agenda [29-10-2015] – AO Bedrijfslevenbeleid en innovatie De Minister zal met de branche overleggen over de uitkomsten van de Green deal Insecten en bezien of na 2015 een nieuwe deal nodig is. Brief [08-03-2016] – Toezegging inzake de Green Deal «Insecten voor feed, food en farma»Kamerstuk 33 043-64 Parlementaire agenda [17-11-2015] – Plenair debat inzake wijziging aantal wetten in het kader van boetemaxima ACM De Minister zal de evaluatie van de ACM rond de jaarwisseling naar de Kamer sturen en zal dan ook ingaan op de capaciteit/bezetting, de kritiek van mededingingsadvocaten op de ACM (NRC, april 2015) en op de voor de ACM relevante punten uit de evaluatie van de Fraudewet. Brief [18-12-2015] – Uitkomsten van de evaluatie Autoriteit Consument en MarktKamerstuk 25 268-132 Parlementaire agenda [06-10-2015] – Tweede termijn Gas- en Electrici-teitswet De Minister zal de Kamer nader informeren over de globale planning voor de uitrol van de slimme meter en de invoering van kwartiertarieven. Brief [04-03-2016] – Tijdpad uitrol slimme meter en dynamische leveringstarievenKamerstuk 29 023-204 Parlementaire agenda [09-12-2015] – AO Telecomraad De Minister zal de Kamer informeren over de preciezen gevolgen van de netneutraliteitsverordening voor de Neder-landse situatie en de handhaving daarvan door de ACM. Brief [23-03-2016] – Nota naar aanleiding van het verslag voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening (Kamerstuk 34 379)Kamerstuk 34 379-6 Parlementaire agenda [21-01-2016] – AO Ondernemen/Bedrijfsfinanciering Wanneer de franchisecode gereed is zal de Minister de Kamer ook informeren over de wenselijkheid van het wettelijk vastleggen of anderszins borgen van de code. Brief [17-02-2016] – Presentatie Nederlandse Franchise CodeKamerstuk 31 311-165 Parlementaire agenda [18-02-2016] – Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieak-koord) – 34401 De Minister zal de Kamer nader informeren over de 40%-kostenreductie bij wind op zee (antwoord op specifieke vragen van de leden Mulder en Van Veldhoven). Brief [22-03-2016] – Beantwoording van vragen over de kosten van windenergie op zeeKamerstuk 33 561-25 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2212 Toegezegd bij: Omschrijving: Stand van zaken: Parlementaire agenda [18-02-2016] – Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieak-koord) – 34401 De Minister zal de Kamer informeren over het ontwikkelkader wind op zee Brief [28-04-2016] – Aanbieding ontwikkelkader windenergie op zeeKamerstuk 33 561-27 Parlementaire agenda [26-01-2016] – Gaswinning De Minister zal de Kamer informeren over de uitvoeringsaf-spraken tussen NAM en CVW. Brief [20-06-2016] – Overeenkomst NAM-CVWKamerstuk 33 529-274 Parlementaire agenda [26-01-2016] – Gaswinning De Minister vraagt de NCG om met de Economic Board te bekijken wat er gedaan kan worden voor (agrarische) onder-nemers die ten gevolge van de aardbevingsproblematiek investeringen moeten doen. Brief [02-05-2016] – Openstaande moties gaswinning GroningenKamerstuk 33 529-249 Brief [25-01-2016] – Beantwoording SO «Gaswinning Groningen en meerjarenprogramma NCG» (Kamerstuk 33 529, nr. 212) De Minister zal de gedachte van een centraal loket voor mogelijke schade ten gevolge van mijnbouw en een centraal punt voor vragen over de oorzaak ervan nader uitwerken en streeft ernaar de Kamer hierover voor 1 juli 2016 nader te informeren. Brief [24-06-2016] – Uitkomst onderzoek één landelijk loket mijnbouwschadeKamerstuk 32 849-79 Parlementaire agenda [15-03-2016] – Mondelinge vragen van het lid Agnes Mulder (CDA) aan de Minister van Economische Zaken over het bericht «Huizen in Groningen miljard minder waard door aardbevingen» (Rtvnoord.nl, 11 maart 2016) De Minister zal de Kamer informeren over de feitelijke stand van zaken van de waardevermeerderingsregeling (aantal ingediende aanvragen, budgetbeslag, uitputting e.d.). Brief [07-04-2016] – Beantwoording vragen over de waardevermeerde-ringsregelingHandelingen 2015–2016, nr. 2254 Parlementaire agenda [23-03-2016] – Debat Energie De Minister zal de Kamer op hoofdlijnen informeren over de (subsidie)kosten van wind op zee per kWh op de verschillende locaties voor de Hollandse kust t.o.v. verder weggelegen gebieden. Brief [12-05-2016] – Kosten windenergie op zee alternatieve locaties Hollandse KustKamerstuk 33 561-28 Parlementaire agenda [16-03-2016] – AO Groene Groei Green Deals: De evaluatie wordt nog vÃ`Ã`r de zomer toegestuurd aan de Tweede Kamer. Maak concreet wat is gedaan op het gebied van regelgeving en wat het budget is. Hierbij wordt ook expliciet gekeken naar de opschaalbaarheid. Green Deal stedelijke natuur betrekken bij de evaluatie. Als Amsterdam geen contact opneemt over mogelijke deal chemie en petrochemie, dan neemt EZ / de Minister zelf contact op. Brief [30-06-2016] – Aanbieden beleidsevaluatie Green DealsKamerstuk 33 043-71 Parlementaire agenda [20-04-2016] – AO Energie De Minister zal de Kamer na de voorjaarsnota informeren over de voortgang van de maatregelen in Groningen die relevant zijn in het kader van de voorjaarsnota Brief [06-06-2016] – Financiering meerjarenprogramma Aardbe-vingsbestendig en Kansrijk GroningenKamerstuk 33 529-256 Parlementaire agenda [19-05-2016] – AO RVC 26–27/5 en STAS OCW en AO Telecomraad 26/5 De Minister zal de Kamer informeren over de inspanningen in EU-verband voor het afschaffen van roamingtarieven buiten de EU. Brief [29-06-2016] – Beantwoording vragen over roamingtarieven buiten de Europese UnieHandelingen 2015–2016, nr. 2984Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2213 Toezeggingen Staatssecretaris aan Tweede Kamer Toegezegd bij: Omschrijving: Stand van zaken: Parlementaire agenda [09-09-2015] – AO PAS De Staatssecretaris heeft toegezegd om de Kamer schriftelijk te informeren over de zienswijze die is ingediend tegen het ontwerp Programma Aanpak Stikstof en de bijbehorende milieueffectrapportage omtrent de buitenlandse bronnen van stikstofdepositie. Brief [18-12-2015] – Effecten buitenland op de PAS, opzet evaluatie na 1 jaar en stand van zaken toezeggingenKamerstuk 33 037-174 Parlementaire agenda [09-09-2015] – AO Biotechnologie en Kwekersrecht Stas EZ informeert de Kamer voor het einde van het jaar over de uitkomsten van een juridische analyse over de noodzaak van aanpassing TRIPS-verdrag om uitgebreide veredelingsvrij-stelling te kunnen realiseren. Brief [22-06-2016] – Octrooirecht-kwekersrechtKamerstuk 27 428-331 Parlementaire agenda [09-09-2015] – AO Biotechnologie en Kwekersrecht Stas EZ zal TK blijvend informeren over de voortgang van haar gesprekken in Europees verband over de uitgebreide verede-lingsvrijstelling Brief [22-06-2016] – Octrooirecht-kwekersrechtKamerstuk 27 428-331 Parlementaire agenda [22-09-2015] – Dertigle-dendebat over de invloed van de gentech-lobby Stas EZ heeft toegezegd de Kamer binnen enkele maanden te informeren over bestaande onderzoeksgegevens over residuen van glyfosaat in brood en veevoer. Brief [13-05-2016] – Beantwoording inbreng Schriftelijk Overleg Landbouw- en Visserijraad 17 mei 2016Kamerstuk 21 501-32-9 Parlementaire agenda [24-09-2015] – AO EHS en Natuurbeleid + Oostvaar-dersplassen De Staatssecretaris zegt toe de voortgangsrapportage van het Natuurpact en EHS voor het Kerstreces aan de Kamer te sturen. Brief [18-12-2015] – Voortgangsrap-portage NatuurpactKamerstuk 33 576-58 Parlementaire agenda [14-10-2015] – AO Landbouw- en Visserijraad voor de Raad van 22 en 23 oktober Begin december zal de Staatssecretaris de Kamer informeren over de herziening van de Technische Maatregelen (in het kader van het herziene GVB). Brief [09-12-2015] – Voortgangsrap-portage Gemeenschappelijk VisserijbeleidKamerstuk 32 201-78 Parlementaire agenda [14-10-2015] – AO Landbouw- en Visserijraad voor de Raad van 22 en 23 oktober In het halfjaarlijkse overzicht van de visserijprotocollen (welke komt in november) zal de Staatssecretaris de stand van zaken van de visserijprotocollen met Liberia en Mauritanië opnemen. Brief [09-12-2015] – Voortgangsrap-portage Gemeenschappelijk VisserijbeleidKamerstuk 32 201-78 Parlementaire agenda [14-10-2015] – Voortzetting verzamel AO Landbouw inclusief mestbeleid + stas I&M (eerste termijn was op 1/7) De Kamer wordt geïnformeerd over samenhang tussen tijdpad evaluatie meststoffenwet en het 6e Actieprogramma Nitraat-richtlijn. Brief [09-12-2015] – Planning Evaluatie Meststoffenwet en 6e Actieprogramma NRLKamerstuk 33 037-168 Parlementaire agenda [03-12-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling (Landbouw & Natuur) Kamer informeren over verschillen tussen lidstaten ten aanzien van de aanlandplicht en de inspectie daarop (in geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad) Brief [09-12-2015] – Voortgangsrap-portage Gemeenschappelijk VisserijbeleidKamerstuk 32 201-78 Parlementaire agenda [03-12-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling (Landbouw & Natuur) In eerste kwartaal 2016 de Kamer per brief een bespiegeling geven van gerealiseerde regeldrukvermindering in de landbouw (zoals zal worden gerapporteerd in de kabinetsrap-portage over regeldruk) en daarbij aangeven welke regeldruk-vermindering in de landbouw er nog in de pijplijn zit. Brief [10-06-2016] – Antwoord vragen regeldruk begroting Landbouw en NatuurKamerstuk 29 515-387 Parlementaire agenda [03-12-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling (Landbouw & Natuur) Kamer voor de zomer informeren over de cijfers over het Natuur Netwerk Nederland (aantallen hectares), afspraken maken met provincies over eenduidige definities en gegevens opnemen in een overzichtskaart. Brief [04-07-2016] – Afspraken over voortgangsinformatie Natuurne-twerk NederlandKamerstuk 33 576-85 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2214 Toegezegd bij: Omschrijving: Stand van zaken: Parlementaire agenda [03-12-2015] – Voortzetting Begrotingsbehandeling (Landbouw & Natuur) Binnen de kaders van de privacywetgeving onderzoeken of en hoe de controlegegevens van RVO, NVWA en de Europese Commissie ten aanzien van landbouwsubsidies openbaar gemaakt zouden kunnen worden. Brief [30-06-2016] – Openbaar-making controlegegevens Gemeenschappelijk Landbouw-beleidKamerstuk 28 625-237 Parlementaire agenda [09-12-2015] – AO Landbouw- en Visserijraad voor de Raad van 14 en 15 december In de volgende Geannoteerde agenda zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de reactie van de Staatssecretaris op het rapport van de Europese Rekenkamer betreffende visserijprotocollen. Brief [14-01-2016] – Reactie op het rapport van de Europese Reken-kamer (ERK) over de wijze waarop de Europese Commissie de visserijpartnerschapsakkoorden beheertKamerstuk 32 201-79 Parlementaire agenda [27-01-2016] – dertigleden-debat gevolgen stijging Nederlandse melkpro-ductie Stas zal brief over fosfaatrechtenstelsel binnen enkele weken aan TK sturen en daarin ook bredere visie op de melkveehou-derijsector geven. Brief [03-03-2016] – Nadere invulling van het stelsel van fosfaat voor melkveeKamerstuk 33 979-108 Parlementaire agenda [11-02-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 14/2 Juridische analyse naar GMO veevoer en levensmiddelen wordt aan de TK verzonden inclusief een duiding van dit advies en een beschrijving van het verdere proces. Brief [28-04-2016] – Juridische analyse van het voorstel van de Europese Commissie voor mogelijke nationale beperking of verbod op tot de EU toegelaten gg-veevoeders en gg-levensmiddelenKamerstuk 34 214-13 Parlementaire agenda [11-02-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 14/2 In de volgende GA wordt meer duidelijkheid gegeven hoe wordt omgegaan met visserijprotocollen en hoe het ERK- advies wordt opgepakt door middel van een verbeterplan. Brief [07-03-2016] – Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 14 maart 2016Kamerstuk 21 501-32-899 Parlementaire agenda [10-03-2016] – AO Dierziekten en antibiotica-gebruik met Minister Schippers-VWS TK ontvangt in mei de brief over het vervolgbeleid voor de antibioticareductie. Hierin worden de resultaten van de survey RDA huisdieren meegenomen. Brief [08-07-2016] – Vervolgbeleid antibiotica in de veehouderij Parlementaire agenda [05-04-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 11+12 april 2016 De Tweede Kamer ontvangt zo spoedig mogelijk een overzicht van de marktmaatregelen voor de melkveesector Brief [25-04-2016] – Verslag Landbouw- en Visserijraad 11 april 2016Kamerstuk 21 501-32-915 Parlementaire agenda [05-04-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 11+12 april 2016 In de volgende GA of het verslag wordt ingegaan op de stand van zaken rond de onderhandelingen over het handelsakkoord met Mercosur. Dit met name gericht op het dierenwelzijnsa-spect en op de risico’s die dit met zich meebrengt voor de Nederlandse Landbouwsector. Brief [25-04-2016] – Verslag Landbouw- en Visserijraad 11 april 2016Kamerstuk 21 501-32-915 Parlementaire agenda [09-03-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 14/3 TK ontvangt binnen twee maanden inzet van Stas op toekomst van GLB Brief [20-05-2016] – Geannoteerde agenda informele Landbouwraad 29 tot en met 31 mei 2016Kamerstuk 21 501-32-921 Parlementaire agenda [09-03-2016] – AO Landbouw- en Visserijraad 14/3 Kamer ontvangt nog deze maand een brief over de uitkomsten van de conferentie Wild Life Crime. Hierin wordt ook een reactie gegeven op het actieplan van de EC / Vella, een reactie op de moties Heerema/Thieme over wild life crime en wordt ingegaan op het verschil in strafmaat en handhaving tussen verschillende lidstaten. Brief [28-04-2016] – Resultaten internationale conferentie «Save Wildlife: Act Now or Game Over», motie jachttrofeeën en EU-Action Plan against Wildlife TraffickingKamerstuk 28 286-861 Parlementaire agenda [14-04-2016] – Debat melkveehouderij De Tweede Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over hoe ondernemers kunnen worden ondersteund in de transitie van biologisch naar gangbaar Brief [02-06-2016] – Ondersteuning omschakeling van gangbare naar biologische landbouwKamerstuk 29 842-39Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2215 7.5 Europese geldstromen InleidingDeze bijlage biedt inzicht in de Europese geldstromen die relevant zijn voor de beleidsterreinen van EZ. Er wordt ingegaan op het Meerjarig Financieel Kader 2014–2020, op een aantal EU-fondsen en EU-programma’s voor de periode 2014–2020 en op de Eigen Middelen van de EU.Meerjarig Financieel kader 2014–2020In het Meerjarig Financieel Kader (MFK) worden zowel de maximale omvang van de jaarbegrotingen als de verdeling van de middelen over de hoofdthema’s van het beleid vastgelegd. Voor de volledige zeven jaar komt de meerjarenbegroting uit op een bedrag van € 1.083 mld (lopende prijzen). Dat is 1 procent van het BNP van alle lidstaten bij elkaar. Het MFK is vastgelegd in een verordening. Parallel hieraan wordt in het Eigen Middelen Besluit de financiering van het EU-beleid geregeld. Deze afspraken worden aangevuld met een Interinstitutioneel Akkoord over begrotingsaangelegenheden tussen Europese Commissie, Europees Parlement en Raad. Zoals in de MFK-verordening is vastgelegd heeft de Europese Commissie in de tweede helft van 2016 een tussentijdse evaluatie van het Meerjarig Financieel Kader gepresenteerd.De verschillende EU-programma’s en EU-fondsenVoor de uitvoering in gedeeld beheer van het Europees Beleid worden vanuit de Europese Commissie eisen gesteld aan de uitvoering door de lidstaten. Deze eisen zijn vastgelegd in Raadsverordeningen en uitgewerkt in Commissieverordeningen en bijbehorende richtsnoeren. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de geharmoniseerde en éénduidige uitvoering van het EU-beleid.Voor de uitvoering van het EU beleid stelt de Europese Commissie een aantal Europese Fondsen aan de lidstaten beschikbaar.Voor EZ zijn de volgende EU-programma’s en EU-fondsen relevant:1.Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 1e pijler (GLB): het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF);2.Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2e pijler (POP): het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);3.Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB): het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV);4.Europees Structuurbeleid: Europees Fonds voor Regionale Ontwikke-ling (EFRO);5.Horizon 2020 (periode 2014–2020);6.Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2014–2020Binnen het GLB zijn twee pijlers te onderscheiden. De 1e pijler bestaat uit directe inkomenssteun aan agrariërs en markt- en prijsbeleid. Met behulp van vooral rechtstreekse inkomenssteun richt deze pijler zich op het stabiliseren van landbouwinkomens. De 2e pijler betreft het plattelands-beleid. Deze pijler richt zich op de kwaliteit van alle plattelandsgebieden in de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2216 1. GLB pijler 1: het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)De Kamer is geïnformeerd over de implementatie in Nederland van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2014–2020 (TK, 28 625, nrs. 168, 189, 194 en 216).Hieronder volgen de belangrijkste maatregelen:1a. Inkomenssteun voor boerenHet nieuwe GLB stuurt op de omvorming van op historische referentie gebaseerde directe betalingen naar een gelijke hectarebetaling binnen lidstaten. Op Europees niveau is vastgelegd dat landbouwbedrijven die gebruik willen maken van de directe betalingen in het nieuwe GLB verplicht zijn om vergroeningsmaatregelen toe te passen. Hiervoor is 30% van het budget voor directe betalingen bestemd.Er zijn drie generieke vergroeningsmaatregelen Europees vastgesteld.1.Gewasdiversificatie. Bedrijven moeten op bouwland minstens drie gewassen telen. Met name voor kleine bedrijven bestaan hierop enkele uitzonderingen.2.Behoud van blijvend grasland.3.Ecologische aandachtsgebieden met een omvang van 5% van het bouwlandoppervlak. Hierbij kunnen de lidstaten kiezen uit een aantal opties waaronder landschapselementen, akkerranden, bufferstroken, vanggewassen en stikstofbindende gewassen.Om te voldoen aan de vergroeningsverplichting is het mogelijk dat lidstaten, naast bovengenoemde maatregelen en na goedkeuring door de Europese Commissie, equivalente maatregelen toevoegen aan de Europese lijst. Nederland maakt daar gebruik van.1b. Extra ondersteuning jonge boerenMeer dan twee-derde van de Europese boeren is ouder dan 55 jaar. Om de toekomst van de sector zeker te stellen wil de Commissie jonge boeren gedurende de eerste vijf jaar van het bestaan van hun bedrijf extra financiële ondersteuning bieden. Lidstaten worden verplicht extra steun aan jonge boeren te geven via een zogenaamd «top-up» op directe betalingen. Hiervoor dient maximaal 2% van de enveloppe voor directe betalingen (1e pijler GLB) te worden aangewend. Daarnaast is besloten dat via het plattelandsbeleid (2e pijler GLB) jonge boeren extra steun kunnen ontvangen. Conform de wens van de Kamer komt er een landsdekkende jongeboerenregeling gericht op innovatieve investeringen, en wel voor € 5,2 mln per jaar, waarvan de provincies € 2,6 mln cofinan-cieren. Conform de motie Dik-Faber (TK, 33 750-XIII, nr. 65) heeft de Staatssecretaris van EZ met de provincies afgesproken dat ze streven naar een zo gelijk mogelijke uitvoering van de regeling. Omdat het karakter van de regeling zich richt op innovaties kunnen per provincie wel accentver-schillen aangebracht worden zodat beter ingespeeld kan worden op regionale behoeften.2. Markt- en prijsbeleidIn 2014 is binnen de integrale Gemeenschappelijke Marktordening (iGMO) een belangrijke stap gezet naar verdere marktoriëntatie. De quotaregeling voor melk is per 1 april 2015 beëindigd en de quotaregeling voor suiker eindigt per 1 oktober 2017.Een belangrijke wijziging ten opzichte van de vorige iGMO is dat voor alle agrarische sectoren de mogelijkheid bestaat om producenten- en brancheorganisaties op te richten. Door de Minister van Economische Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2217 Zaken erkende producenten- en brancheorganisaties kunnen de Minister verzoeken om voorschriften van deze organisaties verbindend te verklaren. Inmiddels zijn er zeven brancheorganisaties (in de akkerbouw-, pluimvee-, eieren-, kalver, tuinbouwsector) en één producentenorganisatie (in de varkenssector) erkend. De Minister heeft in 2016 het onderzoekspro-gramma en de collectieve financiering van dit programma van de drie brancheorganisaties in de akkerbouw verbindend verklaard.Per schooljaar 2017/2018 treedt een nieuwe, gecombineerde schoolfruit-schoolmelkregeling in werking.In 2016 wordt de nieuwe Nationale Strategie voor de Gemeenschappelijke Marktordening (GMO) groenten en fruit vastgesteld. Op 1 januari 2017 is de nieuwe strategie van kracht. De strategie is van toepassing op de operationele programma’s van producentenorganisaties in de tuinbouw-sector. Dit instrument wil het perspectief van de tuinbouw versterken en richt zich op de drie strategische doelen versterking afzetstructuur, marktgericht produceren en verdergaande verduurzaming. Om de beschikbare GMO-middelen, binnen de regelgeving, beter en effectiever voor bovenstaande doelen te kunnen gebruiken, zijn in afstemming met het bedrijfsleven vernieuwing en collectiviteit als belangrijke voorwaarden gekozen voor de beoordeling van de operationele plannen en subsidiabi-liteit van activiteiten.3. Versterking zuivel- en varkenssectorIn september 2015 heeft de Europese Raad steun gegeven aan een pakket aan maatregelen voor de melkveehouderij en de varkenshouderij die te kampen hebben met grote marktproblemen. In dit pakket heeft de Europese Commissie in totaal € 500 mln beschikbaar gesteld voor deze sectoren, die de marktsituatie in zijn geheel moeten verbeteren. Hiervan is op korte termijn € 420 mln beschikbaar, die middels nationale enveloppen is verdeeld onder lidstaten. Nederland ontvangt hiervan € 29,94 mln voor de zuivelsector en de varkenshouderij.Daarnaast zijn vanuit het pakket extra middelen beschikbaar gesteld door de Europese Commissie voor Europese particuliere opslagregelingen voor magere melkpoeder, kaas en varkensvlees en voor Europese regelingen voor de promotie en exportbevordering van zuivel en varkensvlees.De Europese middelen van € 29,94 worden langs drie sporen verdeeld:1.Verdere verduurzaming van de melkveehouderij (€ 9,98 mln);2.Vitalisering van de varkenshouderij (€ 9,98 mln);3.Stimuleren van investeringen in mestverwerking voor de melkvee- en varkenshouderij (€ 9,98 mln).Voor de verduurzaming van de melkveehouderij (€ 9,98 mln) worden de middelen ingezet voor:•Stimuleren van deelname aan de Kringloopwijzer om het mineralenge-bruik en de uitstoot en overschotten van fosfaat en stikstof in beeld te brengen (€ 3 mln);•Bijdrage in de kosten voor de bestrijding van de ziekten koeiengriep (IBR), koeiendiarree (BVD) en uierontsteking om het antibioticumge-bruik verder te verlagen (€ 3 mln);•Stimuleren van de weidegang omdat dit goed is voor de koeien maar ook voor de weidevogels (€ 3,98 mln).Voor de vitalisering van de varkenshouderij (€ 9,98 mln) worden de middelen ingezet voor:•Vitalisering van de sector op basis van een integraal herstructurings-plan dat de Regiegroep Vitale Varkenshouderij uitwerkt (€ 5 mln);Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2218 •Versterken sector door meer marktgericht te produceren en het verbeteren van de samenwerking in de keten (€ 4,98 mln).Voor hoogwaardige mestverwerking worden de middelen (€ 9,98 mln) ingezet in investeringen in technieken om mest te verwerken tot een waardevolle meststof of tot grondstoffen voor andere doeleinden.Financieel overzichtOnderstaand overzicht geeft de voor Nederland beschikbaar komende EU budgetten voor de directe betalingen (Zie ook bijlage 2 van Verordening 1307/2013).Directe betalingen (x € 1 mln): Kalenderjaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Nationale enveloppe directe betalingen 749 737 724 713 701 7322. GLB pijler 2: Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwik-keling (ELFPO)De Kamer is geïnformeerd over het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP3) 2014–2020 (TK, 28 625, nrs. 168, 189 en 194). Met de provincies is een akkoord bereikt over de invulling van het Plattelandsprogramma voor de periode 2014–2020. Eind 2014 is het Nederlandse POP3 voor goedkeuring verzonden aan de Europese Commissie. Op 13 februari 2015 heeft de Europese Commissie het Nederlandse POP3 goedgekeurd.POP3 wordt ingevuld door de provincies en aangevuld door het Rijk. Hiermee kunnen gebiedsspecifieke behoeftes in de landbouw worden aangepakt. Aan generieke behoeftes wordt landsdekkend invulling gegeven. Met deze combinatie kan optimaal ingespeeld worden op het bevorderen van een gelijk speelveld. De provincies leveren het grootste deel van de benodigde nationale middelen cofinanciering voor POP 3, aangevuld met cofinanciering door de waterschappen (verbetering waterkwaliteit).Het standaard cofinancieringspercentage van de Europese Unie voor POP3 bedraagt maximaal 53%. Voor investeringen en maatregelen ten behoeve van milieu, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie is een uitzon-dering gemaakt en besloten tot maximaal 75% Europese cofinanciering. Inmiddels heeft Nederland gekozen voor een cofinancieringspercentage van 50% met uitzondering van agrarisch natuurbeheer. Hier is het 75%.In overleg met de provincies is besloten POP3 concreet te richten op de volgende thema’s:1)Versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht;2)Jonge boeren;3)Natuur en landschap (zoals afgesproken in het Natuurpact);4)Verbetering van de waterkwaliteit;5)LEADER (inclusief projecten onder het programma Duurzaam Door).Met ingang van 2016 worden in het POP3 wijzigingen doorgevoerd. In verband met de convergentie naar een gelijke hectare premie in 2019 is besloten tot een herschikking van de beschikbare middelen van de eerste pijler. Hiervan komt € 11,5 mln per jaar voor de periode 2016–2020 ten behoeve van enkele sectoren die te maken krijgen met een substantiële vermindering van directe betalingen (zonder nationale cofinanciering). In totaal € 57,5 mln. Voor de aardappelzetmeelsector (totaal € 5 mln van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2219 € 57,5 mln) worden maatregelen uitgevoerd door de provincies Groningen en Drenthe. Daarnaast wordt extra geld aangewend voor watermaatregelen. Voor de periode 2016–2020 wordt jaarlijks € 20 mln besteed. In totaal € 100 mln. Het gaat hier om EU-middelen waarvoor geen nationale cofinanciering vereist is (100% EU-bijdrage). Wel zijn er met de waterschappen afspraken gemaakt dat de (EU) beschikbare watermiddelen met een zelfde bedrag worden opgehoogd (€ 20 mln jaarlijks). In totaal € 100 mln. Een andere aanpassing betreft de overgang naar een stelsel van collectief agrarisch natuurbeheer met ingang van 2016 (TK, 33 576, nr 3).Onderstaand volgt een overzicht van de bedragen die gemiddeld per jaar voor het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) beschikbaar zijn (bedragen x € 1 mln): Kalenderjaar 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 totaal Bijdrage EU 87,0 87,0 118,5 118,4 118,3 118,1 118,0 765,3 Bijdrage andere overheden 87,0 83,6 103,5 103,6 103,3 103,0 103,0 687 Bijdrage Rijk 9 9 9 9 9 9 54Het bedrag dat voor Nederland vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) beschikbaar is voor POP3 bedraagt € 765 mln voor de periode 2014–2020. Dat is circa € 110 mln per jaar. De nationale cofinanciering ligt in dezelfde orde van grootte, welke groten-deels voor rekening komt van de provincies en waterschappen. Het EZ aandeel bedraagt circa € 9 mln per jaar en deze uitgaven worden verantwoord in het jaarverslag van EZ (artikel 6). Het Rijksaandeel heeft betrekking op regeling garantstelling marktintroductie risicovolle innovaties en op de regeling brede weersverzekering. Vanaf 2016 is EZ eveneens verantwoordelijk voor de uitvoering van de regelingen voor de kalversector en de vleesveesector. Deze regelingen worden alleen via de EU gefinancierd, de hiervoor benodigde middelen zijn vanuit GLB pijler 1 overgeheveld naar pijler 2.3. Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB): Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV)Het GVB is in de eerste plaats gericht op de ontwikkeling van een verantwoorde visserijketen waarmee een evenwichtige en duurzame exploitatie van de visstand wordt bevorderd. Hiertoe zijn in EU-verband regels opgesteld, zoals beperkingen voor bepaalde visserijmethoden. Tevens zijn afspraken gemaakt ten aanzien van controle & handhaving, datacollectie en ter bevordering van de stabiliteit van de vismarkt.Ontwikkelingen EFMZV 2014–2020Op 1 juli 2015 (TK, 32 201, nr. 77) is de Kamer geïnformeerd over de inzet van EZ ten aanzien van het EFMZV. Hoofddoel van het EFMZV is het bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het hervormde GVB, dat wil zeggen aan de verdere verduurzaming en versterking van de concurrentiekracht van de visserij en aquacultuur. Het EFMZV biedt de sector kansen om initiatieven voor meer duurzaamheid, kostprijsverlaging en kwaliteitsverbetering te ontwikkelen en deze te implementeren. Het fonds wordt eveneens ingezet om uitdagingen op te pakken en oplossingen aan te dragen voor de invoering van de aanland-plicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2220 Het Nederlandse OP geeft voor de komende jaren richting en sturing aan de inzet van het EFMZV in Nederland. In het OP is het EFMZV-instrumentarium gericht op 3 hoofdthema’s:1.Invoering van de aanlandplicht;2.Verdere verduurzaming van de visserij- en aquacultuur;3.Verbetering van de rendementen in de visserij- en aquacultuurketen.Inmiddels zijn er openstellingen geweest voor Jonge vissers, Innovatie aanlandplicht, Innovatie rendementsverbetering en Innovatie aquacultuur. Daarnaast zijn overheidsopdrachten verleend voor Pulsonderzoek, Kenniskringen, Glasaaluitzet, Datacollectie en Controle.Financieel overzicht Operationeel ProgrammaDe Minister van EZ heeft voor de uitvoering van het EFMZV een Opera-tioneel programma opgesteld voor de periode 2014–2020. De verdeling van de kosten van dit programma tussen overheid en begunstigden bedraagt in de meeste gevallen 50–50. Van het overheidsdeel komt gemiddeld 75% uit het EFMZV, de resterende 25% is nationale cofinan-ciering.De voor Nederland beschikbaar komende EU-budgetten voor het EFMZV (2014–2020) zijn (x € 1 mln): Kalenderjaar 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 totaal EFMZV middelen 13,9 14,1 14,2 14,5 14,8 14,9 15,1 101,5Op de begroting van EZ zijn op artikel 6 voor de cofinanciering van het GVB 2014–2020 de volgende nationale middelen beschikbaar (x € 1 mln): Kalenderjaar 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 totaal Rijksmiddelen cofinanciering GVB 5,0 5,8 7,3 5,3 5,3 1,3 30,04. Europese Structuur- en InvesteringsfondsenMet een budget van € 454 mld voor de periode 2014–2020 zijn de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) het belang-rijkste beleidsinstrument voor investeringen van de EU. Ze hebben tot doel de economische concurrentiekracht, werkgelegenheid en cohesie in Europa te versterken. Het is een pakket van 5 fondsen, waarvan alleen het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) hier zal worden toegelicht. De andere fondsen worden buiten beschouwing gelaten omdat ze hierboven al toegelicht worden (ELFPO en EFMZV), Nederland er geen aanspraak op kan maken (Cohesiefonds), of onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vallen (Europees Sociaal Fonds).EFRO fondsenNederland ontvangt via het EFRO fondsen van de EU voor vier lands-delige programma’s (€ 507 mln) en vier programma’s voor grensover-schrijdende samenwerking «INTERREG A» 9(€ 309 mln). Deze Europese middelen worden nationaal gecofinancierd. Het Ministerie van Econo-mische Zaken stelt in totaal € 91 mln aan rijkscofinanciering beschikbaar voor de landsdelige en € 49 mln voor de grensoverschrijdende programma’s (exclusief uitvoeringskosten). Ook decentrale overheden en private partijen dragen bij aan cofinanciering van EFRO-projecten.9INTERREG B en C vallen vanwege geringe participatie van het bedrijfsleven onder het Ministerie van IenM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2221 Landsdelige programma’sDe vier landsdelige programma’s zijn Noord-Nederland, Oost-Nederland, West-Nederland en Zuid-Nederland. Het Rijk heeft samen met de regio’s innovatie en koolstofarme economie als belangrijkste thema’s aange-wezen en het MKB als belangrijke doelgroep.Bij de inzet van de EFRO middelen wordt aangesloten bij sterke sectoren en speerpunten in het betreffende gebied. Voor elk landsdeel zijn hiervoor zogenaamde «Slimme Specialisatie Strategieën» (smart specialisation strategies) opgesteld. Deze zijn opgesteld in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden en geven via regionale specialisaties invulling aan de topsector-aanpak.Sterke sectoren en speerpunten per landsdeel (inclusief EFRO-budget):•Noord (€ 103 mln): energie, watertechnologie, healthy ageing, agribusiness, slimme (sensor)systemen en materialen en accent op maatschappelijke opgaven.•Oost (€ 100 mln): agri&food, health, High Tech Systemen en Materia-len (HTSM), energie & milieutechnologie (EMT).•Zuid (€ 114 mln): agri&food, HTSM, chemie en nadruk op cross-overs.•West (€ 190 mln): alle topsectoren, nadruk op cross-overs, duurzaam-heid, biobased en ICT.Voor nadere informatie over de landsdelige programma’s EFRO wordt verwezen naar de Kamerbrieven (TK, 21 501-08, nrs. 489, 507 en 525).Wat betreft de uitvoering van de programma’s, is een belangrijke prioriteit voor de landsdelen en het Ministerie van Economische Zaken het verminderen van regeldruk voor het MKB. Op Europees niveau is daarvoor de «High Level Expert Group on monitoring simplification» ingesteld. Om de controledruk voor ondernemers te verlagen, wordt er een gezamenlijk kader voor de EFRO-controlepraktijk opgesteld door de uitvoeringsautoriteiten van EFRO in Nederland. Dat kader treedt naar verwachting in 2017 in werking.Grensoverschrijdende programma’sDe vier grensoverschrijdende programma’s waar Nederland aan deelneemt zijn Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn, Vlaanderen-Nederland en Twee Zeeën. Innovatie en koolstofarme economie zijn tevens belangrijke thema’s voor deze programma’s, met ruimte voor verschil per regio. De volgende sterke sectoren en speerpunten zijn per programma geïdentificeerd (inclusief het EFRO budget dat Nederland ontvangt):–Duitsland-NL (€ 141,11 mln): Agrofood, LS&H, HTSM, Energie, Logistiek, sociaal culturele en territoriale grensoverschrijdende samenwerking–Vlaanderen-NL (€ 94,06 mln): Agrofood, Chemie, Logistiek, HTSM, Energie, Life Sciences, Bio-based, maintenance, grondstof efficiëntie, milieu, arbeidsmobiliteit–Twee zeeën (€ 51,91 mln): Logistiek, Maintenance, Chemie, Water, Energie, Bio-Based, en de maritieme industrie–Euregio Maas Rijn (€ 22,6 mln): Chemie, Logistiek, LS&H, HTSM, onderwijs, arbeidsmarkt en sociale inclusieTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2222 Voor de cofinanciering van het EFRO 2014–2020 zijn de volgende Rijksmiddelen (inclusief uitvoeringskosten) op de begroting van EZ (artikel 2) beschikbaar (x € 1 mln): Kalenderjaar 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Totaal Rijksmiddelen co-financiering EFRO 11,0 16,9 17,2 31,2 31,2 23,1 23,1 11,0 11,0 175,7Accenten 2017Voor zowel de grensoverschrijdende programma’s en landsdelige programma’s worden er voor 2017 weer verschillende openstellingen voorzien onder andere gericht op R&D samenwerkingsprojecten, proeftuinen en clusterontwikkeling. Een voorbeeld van een openstelling die nog loopt tot 2017 is voor R&D projecten bij EFRO Oost. Tot en met 28 februari 2017 kunnen individuele ondernemers maximaal € 50.000,– subsidie vragen voor experimentele ontwikkeling. Budget van de openstelling is € 5,93 mln.In 2017 zijn er verschillende activiteiten op het gebied van verantwoording en evaluatie:–In 2020 worden de prestaties van de programma’s geëvalueerd. In 2017 moeten daarvoor mijlpalen worden vastgesteld per prioriteit in een prestatiekader. Dit prestatiekader vormt de basis voor de evaluatie. Als een programma deze mijlpalen haalt, maakt het aanspraak op de prestatiereserve die bestaat uit 6% van middelen die zijn toegewezen. Deze prestatiereserve is alleen van toepassing op de landsdelige programma’s.–In de periode 2014–2020 moeten de programma’s twee keer een voortgangsrapportage sturen naar de Commissie: in 2017 en 2019. In 2017 zal een werkgroep worden ingesteld om tot een opdrachtformule-ring te komen en de opdracht gezamenlijk uit te zetten. In de rappor-tage wordt de voortgang op de programmadoelstellingen beschreven, en is er mogelijkheid om uit te wijden over relevante ontwikkelingen en wijzigingen ten opzichte van de in 2013 opgestelde programmadoe-len voor 2014–2020.De projecten die via het EFRO worden gefinancierd dragen bij aan het halen van de Nederlandse nationale doelen voor innovatie en energie binnen de Europa 2020 strategie. Over de resultaten van projecten die met EFRO fondsen worden gefinancierd, wordt onder meer gecommuniceerd via www.europaomdehoek.nl.5. Horizon 2020 (kaderprogramma voor onderzoek en innovatie) periode 2014–2020Horizon 2020 is het grootste Europese financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie en heeft als doel de wetenschappelijke en technologische basis van Europa versterken, evenals de concurrentie-kracht van het Europese bedrijfsleven. Horizon 2020 loopt sinds 1 januari 2014 en is de opvolger van het Zevende Kaderprogramma (KP7). Het budget van Horizon 2020 is in het meerjarig financieel kader vastgesteld op € 70,2 mld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is nationaal contactpunt voor dit programma en stimuleert in opdracht van EZ en andere departementen de Nederlandse deelname aan Horizon 2020 door middel van training, advies en informatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2223 Horizon 2020 sluit aan bij de Europese strategie voor banen en groei (Europe 2020) en is gericht op drie pijlers: excellente wetenschap, industrieel leiderschap en de ontwikkeling en benutting van kennis voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van competitie waarbij objectieve criteria worden gehanteerd. Hierbij wordt deelname van het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) gestimuleerd. Zie ook de toelichting op het onderwerp Horizon 2020 bij beleidsartikel 2.Naast bijdragen aan projecten draagt de Europese Commissie vanuit het Kaderprogramma ook bij aan publiek-publieke en publiek-private programma’s met een eigen Europese rechtsgrondslag:de publiek-publieke programma’s zijn gebaseerd op artikel 185 van het EU-Werkingsverdrag en worden nationaal gecofinancierd. EZ cofinanciert er één daarvan direct, het artikel 185-initiatief Eurostars, dat zich richt op het MKB. Deelname in Eurostars geeft Nederlandse kennisintensieve bedrijven en organisaties de mogelijkheid om onderzoeksprojecten op te zetten met buitenlandse partners, waarmee zij toegang krijgen tot nieuwe kennis en afzetmarkten. Indirect (via het standaardeninstituut VSL) wordt daarnaast het artikel 185-initiatief European Metrology Research Programme door EZ gecofinancierd. Dit programma voorziet in de toenemende behoefte aan geïntegreerde metrologische maatoplossingen ter ondersteuning van innovatie en economische groei.De publiek-private programma’s, zogenaamde Joint Technology Initiatives (JTI), zijn gebaseerd op artikel 187 van het EU-Werkingsverdrag. Hierbij is in een geval eveneens sprake van nationale cofinanciering. Tijdens de periode van Horizon 2020 betreft dit het JTI ECSEL, dat door het Ministerie van EZ wordt gecofinancierd. In samenhang met deze communautaire samenwerkingsvormen bestaat er gouvernementele samenwerking in Eureka-clusters (e.g. PENTA, CATRENE) om de mondiale concurrentie-kracht van hightechindustrie te versterken.Middelen voor cofinanciering Horizon2020 op begroting EZ (bedragen x € 1 mln) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 JTI/Eureka(InternationaalInnoveren) 14,0 23,7 33,7 39,7 39,7 39,7 39,7 Eurostars 10,6 13,1 15,5 18,2 18,4 18,4 18,4 Totaal 24,6 36,8 49,2 58,0 58,1 58,1 58,16. Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)De Kamer is geïnformeerd over het akkoord over de verordening voor het EFSI en de oprichting van het Netherlands EFSI Investment Agency (NEIA) dat vervolgens is doorontwikkeld tot het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) (TK, 21 501-07, nr. 1247; TK, 22 112, nr. 1977 en TK 22 112, nr. 2008).Het EFSI is een nieuw leningsinstrument voor risicodragende financiering van de Europese Investeringsbank (EIB) met als doel om door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de EU te bevorderen. Het gaat daarbij om rendabele investeringsprojecten met brede maatschappelijke baten, binnen de EFSI thema’s: onderwijs, onderzoek en innovatie, strategische infrastructuur, MKB-financiering, hernieuwbare energie en milieu.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2224 Het EFSI is een garantie op investeringen door de EIB. Met een garantie van € 16 mld uit de EU-begroting en € 5 mld eigen kapitaal is de EIB in staat om voor circa € 60 mld investeringen aan te gaan. Die investeringen kunnen door de garantie een hoger risicoprofiel kennen dan reguliere EIB-investeringen. Door het strategische risico dat de EIB hiermee neemt, is het mogelijk bij iedere investering een groter deel cofinanciering van andere (veelal private) partijen aan te trekken, om uiteindelijk in Europa te komen tot circa € 315 mld extra investeringen. Voor Nederland betekent dit in potentie miljarden euro’s voor de financiering van bijvoorbeeld aanleg van glasvezelnetwerken, extra kredietverlening aan het MKB en energiebesparende maatregelen voor woningen.Om de Nederlandse bedrijven en de Nederlandse economie optimaal te laten profiteren van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) heeft het kabinet het Nederlands Investerings Agentschap voor EFSI (NIA) opgericht. NIA biedt Nederlandse investeerders en financiële instellingen expertise en ondersteuning bij het ontwikkelen van een passende financieringsaanvraag. De focus ligt op de EIB en het daar ondergebrachte EFSI, maar ook andere publieke en private financierings-bronnen kunnen aangewend worden om investeringen te realiseren.Inmiddels is Qredits het eerste project in Nederland dat gecofinancierd is vanuit het EFSI. Daarmee heeft op 7 januari jl. de EIB een lening van € 100 mln verstrekt aan Qredits met een garantie van zowel het kabinet en het EFSI. Daarnaast heeft het DVI fonds met een EZ bijdrage van € 100 mln en € 50 mln van EIF, ruim € 1,2 mld aan investeringskapitaal gerealiseerd voor de doorgroei van innovatieve bedrijven. Een tweede DVI fonds met 200 mln van EZ en EIF is recent gelanceerd, dat naar verwachting weer een zelfde hefboom van private middelen zal bereiken.Op de begroting van EZ zijn geen nationale middelen beschikbaar voor de cofinanciering van het EFSI 2014–2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2225 7.6 Subsidieoverzicht In deze bijlage zijn de subsidies van EZ opgenomen. De subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht wordt hierin gebruikt. Deze wet definieert een subsidie als volgt (artikel 4.21 Awb):«De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten».Per beleidsartikel zijn de subsidie(-regelingen) opgenomen. Het subsidieoverzicht sluit zoveel mogelijk aan op de Verantwoord Begroten-categorie «subsidies» in de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen uit de begroting.In lijn met Verantwoord Begroten zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s niet vermeld als subsidies. De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn terug te vinden in de bijlage «ZBO’s en RWT’s» (bijlage 7.1).Voor een aantal subsidies is (nog) geen volgende evaluatie gepland. In veel gevallen gaat het om nieuwe subsidies die nog worden vormgegeven of subsidies die al enige tijd geleden zijn gestopt, waardoor alleen nog sprake is van uitfinanciering. Waar mogelijk is de geplande beleidsdoor-lichting opgenomen als volgende evaluatiemoment. In dat geval is een jaartal opgenomen met de aanduiding «B».De einddatum geeft het moment aan dat de laatste verlening plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Voor een aantal subsidies, waarbij sprake is van een structurele subsidierelatie met een jaarlijkse verlening, is als einddatum «Jaarlijks» opgenomen. Als periodiek besluitvorming plaatsvindt over de verlening, bijvoorbeeld over een volgende programmaperiode, is dit aangeduid als «Periodiek».Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2226 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) Bedragen x € 1.000 Artikel 1 Goed functionerende economie en markten Subsidies 1 Digitalisering regionale radio 900 100 0 0 1 Geen 1 2011 Subtotaal 900 100 0 0 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief & duurzaam ondernemen Subsidies 2 MKB Innovatieregeling Topsectoren (MIT) 21.113 34.199 31.265 29.305 28.436 28.899 28.899 643 Geen 2017 2017 2 Eurostarsprojecten 8.531 13.098 15.089 17.808 17.958 17.958 17.958 108 2014 2019 2021 2 Prekwalificatie ESA/programma’s 448 0 0 0 0 0 0 15 2012 1 2013 2 Nationaal Programma Luchtvaart 3.064 4.900 3.214 9 9 9 9 11 2010 1 2013 2 Nederland Maritiem Land 250 253 253 253 253 253 253 1 2009 1 Jaarlijks 2 Innovatieve onderzoeksprogramma’s (IOP’s) 5.806 2.251 2.465 494 494 494 494 55 2010 2012 2 Innovatieprestatiecontracten 3.012 2.895 1.508 122 2010 1 2017 2 Stichting Toekomstbeeld der Techniek 217 181 172 163 154 154 154 1 2015 B 2020 B Jaarlijks 2 Smartmix 899 0 0 2 2010 1 2007 2 Subsidieregeling Sterktes in Innovatie, hoofdstuk 2 Internationaal innoveren (Eureka en Opkomende markten) 1.145 100 13 2014 1 2011 2 Toeslag Topconsortia Kennis en Innovatie 45.566 75.838 99.396 106.543 113.814 118.824 118.824 61 geen 2016 2017 2 Internationaal Innoveren (Eurekaclusters en JTI’s) 17.019 23.724 33.771 39.799 39.799 39.799 39.799 26 2014 2019 2021 2 Bevorderen ondernemerschap 5.515 8.724 6.942 7.100 7.600 8.954 9.115 33 2015 B 2020 B Jaarlijks 2 Groene Groei en Biobased Economy 538 1.614 1.553 8 2014 2019 2017 2 Microkrediet 300 0 0 1 2016 1 2013 2 Valorisatie 9.721 4.353 2.616 2.436 1.481 36 36 11 2015 1 2012 2 Onderwijs en ondernemerschap 571 0 0 13 2010 1 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2227 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) 2 Subsidieregeling Innova-tieve Scheepsbouw 2.385 1.000 0 13 2014 1 2014 2 BSRI 1.657 2.276 300 2 2010 1 2010 2 Actieplan Veilig Ondernemen 125 0 0 1 2012 1 2012 2 Business Angels Programma 304 0 2013 1 2014 2 Overig toerisme 131 0 0 1 2 Zuiderzeelijn 6.315 3.835 3 geen 1 2012 2 Cofinanciering EFRO 2007–2013 38.665 381 12.041 16 2011 2017 2013 2 Cofinanciering EFRO 2014–20202 13.704 17.305 30.875 31.373 27.375 24.136 25.677 8 geen 2024 2020 2 Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen 5.380 6.399 5.313 5.300 5.300 5.300 5.300 6 2016 2021 Periodiek 2 Pieken in de Delta 4.569 3.726 54 2010 1 2011 Subtotaal 196.646 207.356 246.773 240.583 242.673 244.816 246.518 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Subsidies 4 Topsector Energie tenderregeling energie-innovatie 28.332 35.600 33.088 26.770 31.490 31.490 31.490 226 Geen 2017 2017 4 Topsector Energie SDE+ projecten 23.056 48.840 48.600 48.320 50.000 50.000 17.500 91 Geen 2016 Jaarlijks 4 Meerjarenafspraken Energie (MJA-E) 32 4.277 2.368 2.368 2.368 2.368 2.368 1 2013 2017 Jaarlijks 4 Energie-innovatie (Groene grondstoffen, Wind op zee, Smart grids, Wind op land, Zon-PV) 13.588 13.761 73 2014 2016 2015 4 Green Deals 1.626 11.479 3.000 500 500 500 500 10 2016 2021 Jaarlijks 4 Demonstratieregeling Energie Innovatie (DEI) 10.127 17.000 41.000 49.000 49.000 49.000 49.000 25 Geen 2017 Jaarlijks 4 Energieakkoord 172 3.853 4.089 1 Geen 2016 2017 4 Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie (MEP) 362.995 278.022 187.847 54.991 47.025 40.025 535 2010 1 2007 4 Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE/SDE+)3 313.989 1.057.428 1.266.802 1.692.756 2.315.848 2.992.739 3.050.464 9.444 2010 2016 Geen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2228 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) 4 ISDE-regeling3 60.000 0 2010 2020 2020 4 Subsidieregeling Indirecte emissiekosten ETS4 31.765 51.235 61.045 62.000 61.000 61.000 0 83 Geen 2018 2021 4 Carbon Capture Storage 2.500 240 4.362 5.080 3.080 8.080 8.080 1 Geen 2018 Jaarlijks 4 Programma Hoge Flux Reactor 7.250 7.251 8.111 8.111 8.111 8.111 8.111 1 2017 Periodiek 4 Subsidies elektrische mobiliteit 425 700 0 3 2015 1 2013 4 Regeling sportaccommodaties 6.000 0 Geen 2020 2020 4 Duurzaam Caribisch Nederland 13.856 7.025 3.100 3.000 3.000 3.000 3.000 7 Geen 2016 4 Beperking tariefstijging energietarieven Caribisch Nederland 3.108 875 4 Geen Jaarlijks 4 Projecten duurzame warmte 0 15.000 0 Geen 2019 Jaarlijks 4 Besluit subsidies investering Kennisinfrastructuur 4.190 0 0 1 2011 1 2008 4 Duurzame warmte 262 200 0 3 Geen 1 2013 4 TransitieManagement 5.951 750 14 2011 1 2015 4 Slimme meters 0 28 0 2013 2020 Subtotaal 823.224 1.619.564 1.663.412 1.952.896 2.571.422 3.246.313 3.170.513 Artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen5 Subsidies 5 Verduurzaming NCG 75.000 50.000 0 Geen 5 Fonds achterstallig onderhoud en inzet woningmarkt NCG 9.000 5.000 0 Geen 5 Verduurzamingsopgave NCG 0 18.500 6.000 5.800 5.700 4.000 0 Geen Jaarlijks 5 Scholenprogramma NCG 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Geen Subtotaal 102.500 64.000 8.800 8.700 7.000 3.000 Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Subsidies Duurzame veehouderij 6 Subsidie Integraal duurzame stallen en houderijsystemen2 2.342 0 0 27 2012 1 2014 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2229 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) 6 Regeling duurzame stallen (PAS) 5.409 4.659 710 61 Geen 2018 2014 6 Kleine en grote netwerken2 1.742 0 0 172 2013 2016 2013 6 Fijnstofmaatregelen 3.261 4.720 2.014 36 Geen 2016 2014 6 Beëindings-& saneringsregeling4 276 402 402 402 402 402 402 1 Geen 6 Investeringsregeling gecombineerde luchtwassers 44 0 0 1 Geen 2016 2010 6 Meetprogramma duurzame stallen 0 484 0 Geen 2018 2014 6 Subsidie kleine praktijknetwerken veehouderijen (t/m 2011)2 81 0 0 6 2009 2016 2011 6 Beroepsopleiding en voorlichting2 285 0 0 1 2016 2014 6 Demonstratieregeling (intensieve veehouderij, biologisch)2 0 2016 2008 6 Subsidie stimulering biologische Productie (SSBP)2 119 55 55 105 2016 2011 6 Regeling uitvoeringsagenda duurzame veehouderij 529 0 13 1 2014 Plantaardige productie 6 Investeringsregeling energiebesparing (IRE), na 2017 Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG)2 3.388 12.100 7.100 400 1.400 5.400 5.400 664 2016 2017 6 Demonstratieregeling Schoon en Zuinig2 911 0 0 19 2016 2012 6 Subsidie marktintroductie energie-innovaties (glastuinbouw) (MEI)2 4.768 2.989 789 4.535 5.539 5.539 5.539 19 2012 2020 2017 6 Set aside regeling2 338 113 48 48 48 48 48 49 2007 1 1992 6 Subsidie honingverbetering 157 161 1 2013 1 2013 Visserij 6 Nieuwe regellingen onder het EFMZV2 93 5.819 7.360 5.355 5.355 5.348 5.315 9 Geen 2017 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2230 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) 6 Oude regeling onder het EVF. Investering in aquacultuur2 199 186 24 2011 2017 2013 6 Oude regeling onder het EVF. Subsidie innovatie in de visketen2 920 553 26 2011 2017 2013 Agrarisch ondernemerschap 6 Brede weersverzekering2 3.550 6.524 5.324 5.324 5.324 5.324 5.324 1.069 2016 2017 6 Subsidieregeling Jonge Agrariërs (Bedrijfsmodernisering)2 3.940 17 417 2011 2016 2013 6 Demoregeling proefprojecten GLB2 2010 2016 2011 Agrarische innovatie 6 Samenwerking bij innovatie 1.176 0 0 51 2012 2016 2013 6 VAMIL compensatie4 136 1.092 872 645 11 2011 6 Functionele agrobiodiversiteit (POP-Nieuwe uitdagingen) 1.978 2 2009 2016 2012 Subtotaal 35.642 39.874 24.674 16.709 18.068 22.061 22.028 Artikel 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit Subsidies 7 Regeling praktijkleren en groene plus: Aansturing collectieve ondersteuning 5.875 0 4 2013 1 2015 7 Regeling praktijkleren en groene plus: School als Kenniscentrum 21.962 1.604 21 2013 1 2015 7 Regeling Kennisverspreiding en innovatie Groen Onderwijs 1.523 101 17 2013 1 2015 7 Regeling praktijkleren en groene plus: Aanvullende onderwijssubsidies 8.160 8.944 7.463 5.862 4.979 4.905 4.905 11 2013 1 2015 7 Regeling Groene plus lectoraten 1.527 17 2013 1 2016 7 Overige onderwijssubsidies (WHW, WEB, WVO, Wet SLOA) 17.114 18.154 17.840 16.254 16.226 16.228 16.228 19 OCW 6 2020 7 Overige onderwijssubsidies (Kaderwet LNV-subsidies) 211 9 Geen 1 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2231 Begrotings-artikel Naam subsidie(-regeling) met hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie- (regeling) (jaartal) 7 Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit 800 1.322 1.322 1.222 1.222 1.222 1.222 1 2012 2018 2019 7 Duurzaam Door (Voorheen Natuur- en milieueducatie) 1.520 2.048 67 67 67 67 67 2012 2016 2019 Subtotaal 58.692 32.173 26.692 23.405 22.494 22.422 22.422 Artikel 8 Natuur en regio Subsidies 8 Biodiversiteit en Bedrijfs-leven 1.364 1.098 802 28 Geen 2018 2014 8 Groen en Doen 794 794 Geen 1 2015 8 Versterking natuur en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren 6 1 2007 1 2011 8 Programmabeheer tijdelijke regeling particulier natuurbeheer 344 364 362 362 362 362 362 18 2007 1 1999 8 Stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden 709 447 315 249 170 170 170 68 1 2009 8 Regeling draagvlak natuur 549 132 9 1 2010 8 Subsidie voor herstel historische buitenplaatsen 179 2 1 2011 8 Experimenten 45 45 45 45 45 45 45 2 2007 1 1998 8 Kroondomeinen 633 772 772 772 772 772 772 1 2017 Periodiek 8 Landschapsbeleid BOL 44 0 3 Geen 1 2009 8 Subsidie Burgereducatie 1.000 1.003 1.003 1.003 1.003 1.003 1.003 1 Geen 2017 Jaarlijks 8 Overige subsidies Natuur 324 148 100 100 100 100 100 4 Jaarlijks Subtotaal 5.991 4.009 3.399 2.531 2.452 2.452 2.452 Totaal 1.121.095 2.005.576 2.028.950 2.244.924 2.865.809 3.545.064 3.466.933 1 Regeling is beëindigd en wordt niet meer geëvalueerd. Een aantal regelingen is nooit geëvalueerd omdat het of kortlopende regelingen betrof met weinig financieel belang of incidentele subsidieverleningen.2 De subsidie wordt verleend uit hoofde van Europees Beleid.3 De subsidieregeling wordt uitgevoerd conform het Nationaal Energie Akkoord.4 De subsidie heeft betrekking op een compensatieregeling.5 Regelingen voor Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen moeten nog ontworpen worden.6 De evaluatie wrodt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid door OCW met medewerking van EZ. Zie OCW-begroting artikelen 3, 4, 6 en 7.Jaarlijks = Er is jaarlijks een beschikkingsmomentPeriodiek = Er is periodiek een beschikkingsmomentTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2232 Topconsortia Kennis en InnovatieTopconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) zijn stichtingen die ten behoeve van de diverse topsectoren de kennis- en innovatieagenda vormgeven en laten uitvoeren. Hiertoe voeren de TKI’s programma-ondersteunende activiteiten uit gericht op het samen met de relevante bedrijven en kennisinstellingen voor hun thema programmeren van activiteiten, bouwen van PPS-consortia om innovatie vorm te geven, informeren, coördineren en enthousiasmeren van partijen om een bijdrage te leveren aan de kennis- en innovatieagenda. Eén van de instrumenten hiervoor betreft de TKI-toeslag.De TKI-toeslag is bedoeld om privaat-publieke samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) te stimuleren. Voor de TKI-toeslag komen TKI’s in aanmerking die zijn opgenomen in de begrotingswet van het jaar waarop de aanvraag voor de TKI-toeslag betrekking heeft. In de begrotingswet voor 2016 zijn 12 TKI’s erkend die elk betrekking hebben op één van de innovatiecontracten van de topsectoren of een onderdeel daarvan (zie onderstaande tabel). De topsectoren zijn Agrifood, Tuinbouw en Uitgangs-materialen, High Tech Systemen en Materialen (HTSM), Energie, Logistiek, Creatieve industrie, Life Sciences & Health, Chemie en Water; voor ICT en Biobased Economy (BBE) zijn onder regie van respectievelijk HTSM en Chemie ook Innovatiecontracten opgesteld. Het TKI BBE werkt voor drie topsectoren (Agrifood, Chemie en Energie).Om als TKI opgenomen te worden in de begroting moet het aan de volgende criteria voldoen:•Het TKI is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die bestemd is voor het tot stand brengen en doen uitvoeren van een meerjarig onderzoeksprogramma, waarin ondernemers, publiekrechtelijke rechtspersonen en onderzoeksorganisaties participeren.•Het onderzoeksprogramma vindt plaats voor gezamenlijke rekening en risico van bedrijven en onderzoeksorganisaties.•De minimale omvang van het jaarlijkse onderzoeksprogramma bedraagt € 5 mln.•Het onderzoeksprogramma dat het TKI voorstaat voorziet in een behoefte en is nog niet afgedekt door andere TKI’s.•Bij een TKI zijn minimaal 3 ondernemingen en 3 publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties betrokken.•Het is transparant en onder redelijke voorwaarden mogelijk voor bedrijven en kennisinstellingen om aansluiting te krijgen bij een TKI.•Binnen een TKI is een goede vertegenwoordiging van het Midden- en kleinbedrijf (MKB). Een TKI wordt dan ook geacht betrokkenheid van het MKB actief te bevorderen.•De kwantitatieve inzet van private partijen binnen de TKI’s bedraagt in 2015 en verder 40%.Periodiek wordt bezien of de TKI’s aan de voorwaarden voldoen om in de begroting opgenomen te blijven.In 2013 is de TKI-toeslag geïntroduceerd. De kenmerken van de regeling zijn:•De toeslag is een generiek vormgegeven instrument: grondslag van de toeslag is de private bijdrage (waarvan een beperkt aandeel in natura) aan onderzoeksorganisaties voor privaat-publieke samenwerkingspro-jecten uit het meerjarig onderzoeksprogramma van de TKI en de cash-bijdrage van bedrijven aan onderzoeksopdrachten die voor het TKI onderzoeksprogramma relevant zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2233 •Het toeslagpercentage is 25%, voor de eerste 20.000 per bedrijf is het percentage 40%.•Het voor de toeslag beschikbare verplichtingenbudget is € 125 mln in 2017 en volgende jaren.•De TKI toeslag wordt ingezet in publiek private samenwerkingprojec-ten van het onderzoeksprogramma van het TKI.•De Het onderzoek voor zowel grondslag als de inzet van TKI toeslag betreft fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimen-tele ontwikkeling.Hieronder volgen de TKI’s die in aanmerking komen voor TKI-toeslag. Al deze TKI’s kunnen bovendien subsidie aanvragen voor hun programma-ondersteunende activiteiten tot maximaal € 400.000,– per topsector (indien er meerdere TKI’s per sector zijn, wordt dit bedrag dus verdeeld tussen de TKI’s; dit speelt bij topsector Water). De programma-ondersteunende activiteiten moeten direct verband houden met de jaarlijkse onderzoeksprogramma’s die met de TKI-toeslag worden ondersteund of moeten bijdragen aan de voorbereiding van die programma’s dan wel het aanvragen, besteden of verantwoorden van de TKI-toeslag. Deze subsidie wordt verstrekt voor zover in de subsidieaan-vraag voldoende onderbouwd met activiteiten, voor zover deze activi-teiten passen binnen de staatssteunkaders en voor zover voor deze activiteiten niet uit andere hoofde reeds een vergoeding van de overheid wordt verkregen.De drie TKI’s genoemd onder 10 a, b en c vormen een bij elkaar horend cluster ten behoeve van de topsector Water.Overzichtstabel TKI’s Statutaire naam 1 Stichting TKI Agri&Food 2 Stichting TKI Biobased Economy (BBE) 3 Stichting TKI Chemie 4 Stichting TKI CLICKNL 5 Stichting TKI Energie 6 Stichting TKI HTSM 7 Stichting Life Sciences Health – TKI 8 Stichting TKI Logistiek 9 Stichting TKI Tuinbouw en Uitgangsmaterialen 10a Stichting TKI Maritiem 10b Stichting TKI Deltatechnologie 10c Topconsortium for Knowledge and Innovation Water technology TKI EnergieDe Topsector Energie hanteert een dubbele doelstelling: zowel versterking van de energiesector als ook versnelling van de energietransitie. Daartoe zijn op grond van begrotingsartikel 14 specifieke energie-innovatiemiddelen beschikbaar. Het TKI Energie dat voor de Topsector Energie de programma-ondersteunende activiteiten uitvoert, doet ook de voorstellen voor de inzet van de energie-innovatiemiddelen. Omdat hiermee subsidiegeld gemoeid is, worden aan deze TKI hoge eisen gesteld op het punt van onafhankelijkheid, transparantie en zorgvul-digheid. Dit impliceert dat deze activiteiten niet door partijen kunnen worden uitgevoerd die (direct) baat hebben bij de uitkomsten van die activiteiten – dat zou immers de schijn van belangenverstrengeling kunnen wekken. Om het TKI goed te laten functioneren en ook een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2234 stimulerende rol te laten vervullen in het betrekken van bedrijfsleven en kennisinstellingen bij de innovaties benodigd voor de energietransitie wordt een nader te bepalen, aanvullend subsidiebedrag beschikbaar gesteld bovenop de bijdrage vanuit artikel 2. Die extra financiering komt uit de beschikbare energie-innovatiemiddelen op artikel 4. De hoogte van die bijdrage wordt op advies van het Topteam Energie nader vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2235 7.7 Evaluatie- en overig onderzoek Artikel 1 Goed functionerende economie en markten Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Goed functionerende economie en markten 11 2014 2016 TK, 30 991, nr. 31 Goed functionerende economie en markten 1 2020 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Raad voor Accreditatie 1 2015 2016 De doelmatigheid en doeltref-fendheid van het functioneren van het CBS 1 2016 2016 Commissie van Aanbeste-dingsexperts 1 2018 2018 Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewet 1 2019 2019 Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwet 1 2019 2019 Raad voor Accreditatie 1 2020 2020 Autoriteit Consument en Markt (ACM) 1 2020 2020 Bijdrage Nederlands Normali-satie Instituut (NEN) 1 2022 2022 2. Overig onderzoek Evaluatie wet Markt en Overheid 1 2015 2016 TK, 34 487, nr. 1 Evaluatie Winkeltijdenwet 1 2016 2016 Universele postdienst (UPD) 1 2016 2016 Agentschap Telecom 1 2017 2017 Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied 1 2018 2018 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Doorlichting artikel 2 2 2019 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Evaluatie MIT 2 2016 2017 Eureka / Eurostars 2 2019 2019 Ruimtevaart 2 2017 2017 Tussenevaluatie Topconsortia Kennis en Innovatie 2 2016 2016 Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research) 2/4/6 2016 2017 STW 2 2016 2016 Intellectueel Eigendomsbeleid 2 2017 2017 BMKB 2 2021 2021 Groeifaciliteit 2 2019 2019 Garantiefaciliteit Ondernemers-financiering 2 2019 2019 Scheepsbouwgarantieregeling 2 2016 2017 Microkredieten 2 2015 2016 TK, 31 311, nr. 174 Groeiversneller 2 2015 2016 Green deals 2 2015 2016 TK, 33 043, nr. 71 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2236 Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Groene Groei 2 2018 2019 Digitale agenda / ICT-beleid 2 2016 2017 Evaluatie Actal / regeldruk 2 2015 2016 TK, 29 515, nr. 389 Toerisme / NBTC 2 2018 2018 Ondernemerspleinen / KVK 2 2016 2017 Evaluatie EFRO/Interreg (door Europese Commissie) 2 2015 2016 Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2007–2013) 2 2016 2017 Benodigde monitorge-gevens zijn later beschikbaar waardoor oplevering in 2017 plaatsvindt. Bijdrage Regionale ontwikke-lingsmaatschappijen 2 2015 2016 TK, 29 697, nr. 23 WBSO/RDA 2 2018 2018 Fiscale ondernemerschapsre-gelingen 2 2016 2016 2. Overig onderzoek MKBA Ruimtevaart 2 2015 2016 Onderwijs en Ondernemer-schap (OESO case study) 2 2015 2016 Doorlichting en evaluatie Topsectorenaanpak 2 2016 2016 SBIR 2 2016 2017 Artikel 3 Toekomstfonds Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Doorlichting artikel 3 3 2019 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Innovatiekrediet 3 2018 2018 Seed-regeling 3 2018 2018 Dutch Venture Initiative 3 2018 2018 Business Angels / Informal investors 3 2018 2018 Vroege fase financiering 3 2017 2018 Kapitaalverstrekking ROM’s 3 2015 2016 TK, 29 697, nr. 23Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Een doelmatige en duurzame energievoorziening 4 2019 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Innovatie agenda energie 4 2015 2016 Green Deals 4 2015 2016 Proeftuinen Smart Grids 4 2015 2016 Rijkscoördinatieregeling 4 2015 2016 Garantieregeling aardwarmte 4 2015 2016 Topsector Energie: evaluatie topsectorenaanpak 4 2016 2016 Energieakkoord 4 2016 2016 SDE+ 4 2016 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2237 Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats ECN/NRG 4 2017 2017 Wet voorraadvorming Aardolieproducten (Wva 2012) 4 2017 2017 Subsidieregeling innovatie hernieuwbare energie 4 2017 2017 Demonstratie energie-innovatie (DEI) 4 2017 2017 Topsector Energie: TKI tenderregelingen 4 2017 2017 Subsidie indirecte emissie-kosten ETS 4 2018 2018 Pallas 4 2018 2019 Subsidieregeling energiebe-sparing en duurzame energie sportaccommodaties (EDS) 4 2020 2020 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) 4 2020 2020 2. Overig onderzoek Onderzoek algemeen Instrumentarium Geothermie 4 2015 2016 Artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Artikel 5 5 2020 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2. Overig onderzoek Artikel 6 Concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketen 6 2018 2019 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Evaluatie van rijksregelingen met POP 2-cofinanciering (waaronder Investeringsre-geling Jonge Agrariërs, subsidieregeling kleine en grote netwerken, subsidieregeling beroepsopleiding en voorlichting, Demonstratiere-geling, Samenwerking bij innovatie NU, functionele agrobiodiversiteit, demore-geling proefprojecten GLB, demoregeling Schoon en Zuinig, Fijnstofmaatregelen en luchtwassers) 6 2016 2016 Brede weersverzekering 6 2015 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2238 Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Garantieregeling Landbouw (GL) en Garantieregeling Marktintroductie Innovatie (GMI) 6 2018 2018 Ondersteuning projecten biologische sector, met name via Bionext 6 2018 2018 Meetprogramma duurzame stallen, in samenhang met de evaluatie PAS. 6 2018 2018 Wordt in samenhang met de evaluatie van de PAS-regeling opgepakt (zie artikel 8). Subsidie marktintroductie energie-innovaties (glastuinbouw) (MEI) 6 2020 2020 Vorige evaluatie is van 2012. Na 2013 openstelling pas opnieuw open vanaf 2016. Evaluatie per 2020. Investeringsregeling energiebe-sparing (IRE) en Nu duurzaam-heidsinvesteringen 6 2015 2016 De evaluatie wordt in 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Eindevaluatie Europees Visserijfonds 6 2016 2017 Inbeslaggenomen goederen (IBG) en Landelijke Inspectie-dienst Dierenbescherming (LID) 6 2015 2016 Deze evaluaties vormen onderdeel van de brede evaluatie met VenJ naar de handhavings-keten dierenwelzijn. Stimuleringssubsidie biolo-gische Productie 6 2015 2016 De evaluatie wordt samen met de brief over biologische landbouw in het najaar 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Consumentenbond Voedselon-derzoek 6 2015,2020 2016,2020 TK, 31 532, nr. 163 Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG) 6 2016 2016 GD basismonitoring en Diergezondheidsfonds (DGF) 6 2017 2017 Wet Dieren 6 2019 2019 Identificatie en registratie Hond 6 2016 2016 Regeling Stidug 6 2015 2016 De evaluatie wordt in 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Verlaagd tarief glastuinbouw 6 2015 2016 De evaluatie wordt in 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Landbouwvrijstelling 6 2020 2020 Verlaagd tarief sierteelt 6 2020 2020 Landbouwregeling 6 2020 2020 Vrijstelling cultuurgrond 6 2020 2020 Meststoffenwet 6 2015 2016 Programma Internationale Agroketens (PIA) 6 2015 2016 Voedselzekerheid 6 2018 2018 Raad voor de Plantenrassen 6 2017 2017 College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden 6 2016 2016 Voedingscentrum 6 2017 2017 Wet gewasbeschermingsmiddelen/ beleidsnota Gezonde Groei, Duurzame Oogst 6 2016 2019 Centrale commissie dierproeven 6 2020 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2239 Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats COKZ 6 2018 2018 Plantaardige en biologische keuringsdiensten (NAK, NAKtuinbouw, BKD, KCB en SKAL) 6 2016 2017 2. Overig onderzoek Agentschapsdoorlichting Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 6 2016 2016 WOT Visserijonderzoek 6 2020 2020 TK, 32 201, nr. 83 WOT Economische informatie-voorziening 6 2020 2020 TK, 32 201, nr. 83 WOT Voedselveiligheid 6 2019 2019 WOT Diergezondheid 6 2019 2019 WOT Natuur en milieu 6 2016 2016 Basisfinanciering overige kennisinstellingen 6 2017 2018 Artikel 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Groen onderwijs van hoge kwaliteit 7 2018 2019 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit 7 2018 2018 Duurzaam Door (voorheen Natuur- en milieueducatie) 7 2016 2016 2. Overig onderzoekArtikel 8 Natuur en biodiversiteit Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats 1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Natuur en biodiversiteit 8 2020 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Kroondomeinen 8 2016 2017 Natuurschoonwet 1928 8 2014 2016 Evaluatie is nog niet aan de Tweede Kamer aangeboden vanwege benodigde interdeparte-mentale afstemming. Programmatische Aanpak Stikstof, in samenhang met PAS-gerelateerde subsidiere-gelingen als meetprogramma duurzame stallen en emissiearm veevoer. 8 2018 2018 Per abuis stond de voortgangsrapportage als evaluatie gepland. De eerste (tussentijdse) evaluatie wordt in 2018 opgeleverd. Staatsbosbeheer (SBB) 8 2018 2018 In 2014 is de positio-nering van SBB opnieuw bepaald (zie TK, 29 659, nr. 122). Nieuwe werkwijze te evalueren in 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2240 Soort onderzoek Titel/onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Programma naar een rijke Waddenzee 8 2018 2018 Evaluatie Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland 8 2017 2017 Programma natuurlijk ondernemen (waaronder Subsidieregeling innovatieve projecten biodiversiteit) 8 2018 2018 Evaluatie Natuurpact 8 2016 2017 Natuurvisie 8 2016 2017 Deze evaluatie wordt gecombineerd met de evaluatie van het Natuurpact. Burgereducatie/IVN 8 2017 2017 Wet natuurbescherming 8 2017 2019 Oplevering zoals toegezegd voor inwerkingtreding omgevingswet. In Beslag genomen Goederen (IBG) 8 2016 2017 Natura2000 Doelendocument 8 2016 2017 Deze evaluatie start na afronding EU-fitnesscheck Vogel- en Habitatrichtlijnen. Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer 8 2015 2016 Vrijstelling bos- en natuurter-reinen forfaitair rendement 8 2015 2016 Vrijstelling landinrichting 8 2015 2016 Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden 8 2015 2016 Vrijstelling natuurgrond 8 2015 2016 Bosbouwvrijstelling 8 2015 2016 2. Overig onderzoek Balans van de leefomgeving 8 2015 2016 Door PBL conform de Natuurbescher-mingswet. EHS Groot project 2014 dan wel eindrapportage EHS 8 PM PM Afhankelijk van besluitvorming Tweede Kamer over voortzetting EHS als groot project. Voortgangsrapportage Natuurpact 8 Jaarlijks vanaf 2015. TK, 33 576, nr. 58.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2241 7.8 Lijst van afkortingen ACM Autoriteit Consument en Markt AI Aviaire Influenza AVP Afrikaanse Varkenspest BBL Beroeps Begeleidende Leerweg BBP Bruto Binnenlands Product BES Bonaire, Sint Eustatius, Saba BMKB Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf BNP Bruto Nationaal Product BOL Beroeps Opleidende leerweg BSE Bovine Spongiforum Encephalopathy BT Blauwtong BUZA Ministerie van Buitenlandse Zaken BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties CBD Convention on Biological Diversity CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CCS Carbon capture and storage CEPT Europese Commissie en de Europese Conferentie van administraties voor Post en Telecommunicatie CITES Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Flora and Fauna CITO Ontwikkeling examens en toetsing CMS Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals COVA Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproduc-ten CPB Centraal Planbureau CVI Centraal Veterinair Instituut DEI Demonstratieregeling Energie-innovatie DG B&I Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie DGF Diergezondheidsfonds DICTU Dienst ICT Uitvoering DLG Dienst Landelijk Gebied DLO Dienst Landbouwkundig Onderzoek (vanaf september 2016: Wageningen Research) DUO Dienst Uitvoering Onderwijs ECN Energieonderzoek Centrum Nederland EDS Energiebesparing en duurzame energie sportac-commodaties EFMZV Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij EFRO Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EHS Ecologische Hoofdstructuur EIA Energie- Investeringsaftrek EIF Europees Investeringsfonds ESA European Space Agency ESTEC European Space Research and Technology Centre ETS Emission Trading Scheme/System EU Europese Unie EVF Europees Visserijfonds EZ Ministerie van Economische Zaken FES Fonds Economische Structuurversterking GD Gezondheidsdienst voor Dieren GLB Gemeenschappelijk Landbouw Beleid GO Garantie Ondernemingsfinanciering Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2242 GTI Grote Technologische Instituten GVB Gemeenschappelijk Visserij Beleid GWWD Gezondheids- en welzijnswet voor dieren HACCP Hazard Analysis and Critical Control Points HBO Hoger Beroeps Onderwijs HFR Hoge Flux Reactor HHI Herfindahl Hirschman Index HTSM HighTech Systems & Materials IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu IAC Internationale Arbeidsconferentie ICANN/GAC The Internet Corporation for Assigned Names and Numbers/Governmental Advisory Committee ICT Informatie- en communicatietechnologie IEA International Energy Agency IGF Internet Governance Forum ILG Investeringsbudget Landelijk Gebied IMM Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatrege-len IPO Interprovinciaal Overleg IRE Investeringsregeling Energiebesparing IRENA International Renewable Energy Agency ITKB Indicator Toekomstige Knelpunten in de Perso-neelsvoorziening naar Beroep ITU International Telecommunications Union IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie JSF Joint Strike Fighter JTI Joint Technology Initiatives KP7 Zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling KRM Kaderrichtlijn Mariene Strategie KVP Klassieke Varkenspest KvK Kamer van Koophandel LEI Landbouw-Economisch Instituut LICG Landelijke Informatie Centrum Gezelschapsdieren LWOO Leerweg Ondersteunende Onderwijs MARIN Maritime Research Institute Netherlands MBO Middelbaar beroepsonderwijs MEI Marktintroductie en innovatie MEP Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie MER Milieueffectrapportage MEV Macro-Economische Verkenning MIT MKB Innovatiestimulering Topsectoren MJA Meerjarenafspraak MKB Midden- en Kleinbedrijf MKZ Mond- en Klauwzeer MVO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen NAP Nationaal Actieplan Duurzame Gewasbescher-mingsmiddelen NBTC Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen NCD Newcastle Disease NCG Nationaal Coördinator Groningen NEN Nederlands Normalisatie-instituut NFIA Netherlands Foreign Investment Agency NIA Nederlands Investerings Agentschap NIPO Nederlands Instituut voor Publieke Opinie NLR Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2243 NRG Nuclear Research and consultancy Group NSO Netherlands Space Office NURG Nadere Uitwerking Rivierengebied NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit NWO Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek O&O Onderwijs en Ondernemen OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OIE Office international des épizooties OIML Organisation Internationale de Métrologie Légale PAS Programmatische Aanpak Stikstof PBL Planbureau voor de Leefomgeving PBO Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie PIANOo Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers PJ Petajoule PNB Particulier Natuurbeheer POP Plattelandsontwikkelingsprogramma PRW Programma naar een Rijke Waddenzee R&D Research and Development RDA Research & Development Aftrek RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ROAD Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject ROC Regionaal Opleidingscentrum ROM Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen RvA Raad voor Accreditatie RVB Rijksvastgoedbedrijf RWT Rechtspersonen met een Wettelijke taak Salmonella Se/St Salmonella serotype Enteritdis/Typhimurium SBB Staatsbosbeheer SBB Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBR Standard Business Reporting SDa Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit SDE Stimulering Duurzame Energieproductie SER Sociaal-Economische Raad SodM Staatstoezicht op de Mijnen SSO Shared Service Organisatie STW Stichting voor de Technische Wetenschappen SVD Swine Vesicular Disease (Blaasjesziekte) TCBB Technische Commissie Bodembeweging TKI Topconsortia voor Kennis en Innovatie TNO Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNS Taylor Nelson Sofres TSE Transmissible Spongiform Encephalopathies TTF Title Transfer Facility UDV Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij UMTS Universal Mobile Telecommunications System UPU Universal Postal Union VAMIL Regeling Vervroegde Afschrijving Milieu-investeringen VGI Voedings- en genotmiddelenindustrie VMBO Voortgezet Middelbaar Beroepsonderwijs VO Voortgezet Onderwijs VSL Van Swinden Laboratorium Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2244 VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport WABO Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht WBSO Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk WU Wageningen Universiteit WUR Wageningen Universiteit Researchcentrum Wva Wet voorraadvorming aardolieproducten ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan ZvA Ziekte van Aujeszky Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 2245
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.