KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beantwoording vragen commissie over bevindingen rapporteurs Rikkers-Oosterkamp en Inge van Dijk t.a.v. de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2025

19 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6a8c19391c2b7246 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN SOCIALEZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2024Hierbij zenden wij u de antwoorden op de vragen over de begroting SZW2025, gesteld door de leden van de vaste commissie voor Sociale Zakenen Werkgelegenheid naar aanleiding van het onderzoek door de rappor-teurs Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) en Inge van Dijk (CDA).De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel kst-36600-XV-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 111 Vragen over het beeld van SZW op hoofdlijnenVraag 1In hoeverre gebruikt worden de ontwikkelingen van de brede welvaartsin-dicatoren gebruikt bij beleidskeuzes?AntwoordHoe de brede welvaartsindicatoren gebruikt worden bij beleidskeuzesverschilt van geval tot geval. Enkele concrete voorbeelden:•Het kabinet wil dat het aantal personen en kinderen in armoede nietoploopt ten opzichte van 2024.1 Om dit doel te bereiken heeft hetkabinet in 2024 besloten om het kindgebonden budget en de huurtoe-slag te verhogen. Het aantal personen en kinderen in armoede vormteen relatief nieuwe indicator. In de factsheet met indicatoren voor hetbeleidsterrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid2 zijn indicatoren opgenomen die medio 2024 bij het CentraalBureau voor de Statistiek (CBS) beschikbaar waren. Recent hebbenCBS, Nibud en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gezamenlijkeen nieuwe methode ontwikkeld om armoede te meten. Bezien zalworden of het nodig is om deze nieuwe methode op te nemen intoekomstige overzichten van brede welvaartsuitkomsten op SZW-terrein.•Armoede gaat naast inkomen ook over bijvoorbeeld toegang tothuisvesting en zorg. Indicatoren over huisvesting zijn te vinden in defactsheet over het beleidsterrein van het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties.3 Bijvoorbeeld het aandeel van debevolking dat tevreden is over de woning. Indicatoren over zorg zijnopgenomen in zowel de factsheet over het beleidsterrein van hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als in de factsheetover het beleidsterrein van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport.4•In 2023 leeft 8,8% van de huishoudens met problematische schulden.5Maatregelen zijn genomen om de schuldenproblematiek tegen tegaan. Zo is de standaard duur van een schuldregeling verkort, van drienaar anderhalf jaar, zodat mensen sneller weer door kunnen met hunleven. Ook wordt er ingezet op vroegsignalering en is een verbeterplanopgesteld voor de gemeentelijke schuldhulpverlening om het bereik ende kwaliteit te verbeteren.•In de Arbovisie 2040 is het doel «zero death» gesteld.6 Dit houdt in datgeen mensen meer overlijden door slechte arbeidsomstandigheden.En dat het aantal arbeidsongevallen en zieken door en op het werksignificant daalt. Het doel «zero death» heeft op deze manier eendirecte relatie met drie brede welvaartsindicatoren:i.aantal fatale verwondingen door beroepsgerelateerdeongelukken;ii.aantal niet-fatale beroepsgerelateerde ongelukken per 100.000werkenden;iii.percentage werknemers met een beroepsziekte.1Regeerprogramma, pagina 12.2https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/factsheets-brede-welvaart-20243https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/factsheets-brede-welvaart-2024/ministerie-van-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties4https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/factsheets-brede-welvaart-20245https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/06/25/voortgang-aanpak-geldzorgen-armoede-en-schulden6Kamerstuk 25 883, nrs. 477 (aanbieding Arbovisie 2024) en 496 (voortgang van de uitwerkingvan de Arbovisie 2040).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 112 Het is mogelijk om de indicatoren bij beleidskeuzes nog breder tegebruiken. Daartoe zal het helpen om de indicatoren te blijven publicerenen ze waar nodig verder te verbeteren. De Monitor Brede Welvaart bestaatsinds 2018. De factsheets met indicatoren behorend bij ministeriëlebegrotingen publiceert het CBS sinds 2023.7Vraag 2Ziet u mogelijkheden om beleidskeuzes en budgetten in beleidsartikelenexplicieter te koppelen aan ontwikkelingen die naar voren komen uit debrede welvaartsindicatoren?AntwoordBrede welvaartsindicatoren vormen belangrijke input in het beleidsproces,maar zijn geen uitkomstmaten waar we via elke vorm van beleid explicietop proberen te sturen. Het is ingewikkeld om een expliciet verband teleggen tussen enerzijds specifieke beleidskeuzes en de hieraan gekop-pelde budgetten en anderzijds de ontwikkelingen die uit de bredewelvaartsindicatoren naar voren komen. Dit komt onder meer doordatbeleid doorgaans verschillende doelen nastreeft. Omgekeerd geldt ookdat een samenspel van beleids- en budgetkeuzes de welvaartsindicatorenbeïnvloedt. Dit maakt het ingewikkeld om de brede welvaartsindicatorenop logische wijze te integreren in de begroting. Wel wordt brede welvaartmeegewogen in het begrotingsproces, in de zin dat een breed palet aaneffecten wordt bekeken. Om die brede blik te bereiken besteedt ook hetBeleidskompas aandacht aan brede welvaart.Het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) werken daarnaast samentoe naar een analysekader, waarmee de verwachte brede welvaartge-volgen van beleid in kaart kunnen worden gebracht. Gezamenlijk hebbende planbureaus vanuit breed welvaartsperspectief gekeken naar wonin-gisolatie8 en gereflecteerd op de plannen van het kabinet.9 Na een verdereontwikkeling kan het analysekader van de planbureaus wellicht alsuitgangspunt dienen voor de behandeling van brede welvaart in debegrotingssystematiek op langere termijn.Vragen over arbeidsmarktbeleidVraag 3Kunt u aangeven in hoeverre de vijf lijnen van de arbeidsmarktagendazullen worden uitgewerkt in SMART doelen: met name specifiek,meetbaar en tijdgebonden, zodat deze goed gemonitord kunnen worden?AntwoordHet is lastig om in te schatten hoe krap de arbeidsmarkt in de toekomstprecies zal zijn. Dat hangt onder meer af van demografische ontwikke-lingen en de conjunctuur. Wel past onze economie zich in principe viamarktaanpassingen op deze ontwikkelingen aan. De overheid heeft inbeperkte mate invloed op de krapte op de arbeidsmarkt. Werkgevers enwerkenden hebben daarin de belangrijkste rol.In het kader van het actieplan voor de Europese pijler van Sociale Rechtenzijn streefdoelen vastgesteld. Nederland heeft zich, onder meer, als doelgesteld om ten minste 82,5% werkgelegenheid (20–64 jaar) en ten minste62% van volwassenen volgt elk jaar ten minste één opleiding en/of7www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/38/factsheets-brede-welvaart-2023 en www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/38/factsheets-brede-welvaart-20248Bredewelvaartsanalyse van woningisolatie | CPB.nl9Reflectie brede welvaart: Prinsjesdag 2024 | CPB.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 113 leeractiviteit (25–64 jaar). Het is de bedoeling dat de doelen voor 2030gehaald worden.10 Ook is in het wetsvoorstel verbetering zekerheidflexibele arbeidskrachten uiteengezet we in Nederland ruim 40% flexibelwerk hebben, terwijl dit binnen de EU nu gemiddeld minder dan 30% is.Met het arbeidsmarktpakket is dit de richting waar de regering naarstreeft.11Voor het kerstreces stuurt het kabinet een Kamerbrief, waarin het de bredearbeidsmarktagenda aankondigt. In de brief gaan we in op de verschil-lende acties langs de vijf lijnen van de brede arbeidsmarktagenda envullen die zo concreet mogelijk in wat betreft de inhoud en/of het proces.Vraag 4Wanneer worden de plannen voor het arbeidsmarktbeleid, zoals de vijflijnen uit de arbeidsmarktagenda concreet ingevuld en wanneer wordt deKamer hierover geïnformeerd?AntwoordStreven is om voor het kerstreces een Kamerbrief te versturen waarin hetkabinet zijn brede arbeidsmarktagenda aankondigt. Het hoofddoel daarinis de aanpak van arbeidsmarktkrapte. We werken deze aanpak uit innauwe samenwerking met onze collega bewindspersonen, in hetbijzonder met de Ministers van Economische Zaken (EZ), Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport(VWS). Hierbij betrekken we ook de sectoren.Vraag 5Kunt u in volgende begrotingen concrete doelstellingen toevoegen die nureeds bestaan, maar op andere plaatsen te vinden zijn, zoals voortgangs-brieven (leven lang ontwikkelen bijvoorbeeld) of wetsvoorstellen (WIA)waar de Algemene Rekenkamer op wijst in haar aandachtspuntenbrief bijde ontwerpbegroting (Kamerstuk 36 600-XV, nr. 4)?AntwoordSZW stelt jaarlijks een begroting op en sluit het jaar financieel af met hetjaarverslag. Het jaarverslag is daarbij «de spiegel van de begroting». Ombinnen een jaar en tussen jaren eenduidig naar de ontwikkeling van definanciën te kunnen kijken, proberen we deze documenten op consistentewijze in te vullen. De begroting schetst daarom het totaalbeeld van hetbeleid voor het komende jaar. Via Kamerbrieven en wetsvoorstellen gaathet kabinet nader in op de beleidsdoelen van het voorgenomen beleid,welke per kabinet kunnen verschillen. Tegelijk snappen we de wens vande rapporteurs. We zullen in de begroting aandacht besteden aanverwijzing naar de Kamerbrieven/wetsvoorstellen waar nader op dedoelen in wordt gegaan.Vraag 6Kunt u toelichten waarom de bijdrage aan het Ministerie van EZK bijartikel 1 arbeidsmarkt verviervoudigd is?AntwoordDe bijdrage van SZW aan het College toelating gewasbeschermingsmid-delen en biociden (Ctgb) was in 2024 € 104.000. Dit bedrag is al overge-heveld naar het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur (LVVN), en daardoor niet meer zichtbaar op de SZW-begroting.Deze bijdrage wordt dus niet verviervoudigd maar stijgt beperkt (inverband met oplopende uurtarieven en CAO Rijk), de bijdrage is voor 202510Kamerstuk 21501-31, nr. 669.11Wetsvoorstel verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 114 begroot op € 125.000. Dit is de (beperkte) SZW-bijdrage aan het Ministerievan LVVN, die eigenaar is van dit ZBO. Betrokken ministeries zijn LVVN(gewasbeschermingsmiddelen), Infrastructuur en Waterstaat (biociden),Volksgezondheid, Welzijn en Sport (consumentenproducten aspecten vanbestrijdingsmiddelen) en SZW (Ctgb beoordeelt voor SZW werknemersri-sico’s van bestrijdingsmiddelen).Vraag 7In hoeverre verwacht u dat de doelstellingen voor de specifieke groepenhaalbaar zijn, nu er flink bezuinigd wordt op de subsidies zoals een levenlang ontwikkelen (LLO) (bedoeld om de duurzame inzetbaarheid vanwerkenden en het verdienvermogen van werkgevers te vergroten)?AntwoordLLO is onverminderd van groot belang voor de werkzekerheid en denoodzakelijke productiviteitsstijging. Nederland staat voor grote opgaven,zoals de energie- en klimaattransitie, de digitalisering, en we hebben meteen dubbele vergrijzing te maken. De krapte op de arbeidsmarkt zet ditalles onder grote spanning. Keuzes maken is onvermijdelijk.Europees hebben we ons verbonden aan een doelstelling van 62%scholingsdeelname in 2030. De Europese streefcijfers hanteren een ietsandere definitie dan wij in Nederland hanteren. In 2016 was de scholings-deelname volgens de Europese definitie 57%, in 2030 moet dat 62% zijn.Werkgevers en de sociale partners investeren zelf massief in LLO, omdatgeen enkel bedrijf zonder goed opgeleide vakkrachten kan die hun kennisen vaardigheden bijspijkeren en blijven leren in de praktijk van alledag.Ook de opleiders, publiek en privaat, werken continu aan passendescholingsmogelijkheden die aansluiten bij de behoeften van de (regionale)arbeidsmarkt.Vanuit de overheid worden scholing, leren op en van het werk, en eenbetere aansluiting tussen onderwijs en de regionale arbeidsmarktgestimuleerd en gefaciliteerd – juist ook voor groepen die vanuit zichzelfminder geneigd zijn aan scholing deel te nemen. Hoewel is ingeleverd opde LLO-subsidies voor mkb-werkgevers, kunnen de regelingen wordengecontinueerd hetgeen bijdraagt aan een leven lang ontwikkelen.We staan voor de opgave om ook binnen het LLO-beleid keuzes te maken,waarbij voorop staat dat we met de beschikbare middelen maximaalwillen bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven. Daarom willenwe samen met de betrokken partijen tot een gezamenlijke LLO-agendakomen, waarin we binnen de bestaande mogelijkheden van de overheiden de private partijen afspreken hoe beschikbare publieke en private,Europese en regionale middelen slimmer kunnen worden ingezet, opdatwe beter bijdragen aan de opgaven waarvoor we als Nederland staan.Streven is de verdere uitwerking van de gezamenlijke LLO-agenda rond dezomer van 2025 met uw Kamer te delen.Vraag 8Wat zijn de gevolgen van de subsidietaakstelling voor het halen van dedoelstellingen van de SLIM-regeling?AntwoordTen behoeve van de subsidietaakstelling uit het hoofdl(nenakkoord wordtop de SLIM-regeling over de begrotingshorizon cumulatief € 113 miljoenen structureel € 17 miljoen (30%) bezuinigd. In de afgelopen jarenontvingen jaarlijks circa 1.425 mkb-ondernemers en samenwerkingsver-banden SLIM-subsidie. Dit zullen dan jaarlijks circa 1.000mkb-ondernemers en samenwerkingsverbanden worden die met subsidieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 115 van SZW kunnen investeren in een cultuur waarin het «up to date»houden van vakkennis en vaardigheden vanzelfsprekend is.Vraag 9Kunt u toelichten in hoeverre in het arbeidsmarktbeleid voldoendeaandacht is voor stimulering tot toetreding op de arbeidsmarkt en depassende benadering van specifieke doelgroepen zoals bijstandsgerech-tigden en ouderen?AntwoordVoor verschillende groepen mensen zijn er – in aanvulling op dealgemene re-integratietaak van UWV en gemeenten – specifieke onder-steuningsmaatregelen zoals de Banenafspraak voor mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt. Wij vinden het belangrijk dat mensen debeschikbare dienstverlening goed weten te vinden en passende onder-steuning plaatsvindt.Op 29 april 2024 is de Kamer een brief gestuurd over de hervormingarbeidsmarktinfrastructuur (Kamerstuk 33 566, nr. 109). Daarin leest umeer over de aanpak om hier extra inzet op te plegen.Op dit moment wordt wetgeving voorbereid die naar verwachting per1 juli 2026 zal ingaan. Vooruitlopend daarop wordt de voorziene aanpak alzoveel mogelijk per 1 januari 2025 toegepast.In iedere arbeidsmarktregio komt een fysiek en digitaal loket, hetWerkcentrum, waar mensen terechtkunnen met hun vraag over het vindenvan werk. Dit is onder andere een oplossing voor mensen die niet goed deweg kennen naar organisaties waar passende dienstverlening gebodenkan worden.Partijen die met elkaar samenwerken in de arbeidsmarktregio’s(gemeenten, sociale partners, UWV, de SamenwerkingsorganisatieBeroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), onderwijsinstellingen) krijgen detaak om met elkaar samen te werken in een Regionaal Beraad enafspraken vast te leggen in een Regionale Meerjarenagenda. Daarinmaken ze specifiek afspraken over hoe ze een impuls geven aan dedienstverlening voor mensen in een kwetsbare positie. Naast albestaande, structurele financiering ontvangen de arbeidsmarktregio’shiervoor een tijdelijk budget.Vraag 10In hoeverre gaat u opvolging geven aan motie Van der Lee c.s.12 waarinonder meer wordt gevraagd te onderzoeken op welke wijze eeninstrument ter stimulering van Leven Lang Ontwikkelen ten behoeve vancruciale kraptesectoren zoals de energietransitie, zorg, onderwijs, technieken ICT kan worden vormgegeven en tevens verschillende varianten voorLeven Lang Ontwikkelen uit te werken die uitvoerbaar zijn?AntwoordDe Minister van SZW streeft ernaar voor de aanstaande begrotingsbehan-deling uw Kamer per brief te informeren over de opvolging van de motieVan der Lee.Vraag 11Waarom wordt in de SZW-begroting niet nader ingegaan op de beleids-matige en financiële risico’s van sommige ramingen of getroffenmaatregelen?12Kamerstuk 29 544, nr. 1184 motie van der Lee c.s. van 1 juni 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 116 AntwoordVoor het opstellen van de begroting volgt SZW de Rijksbegrotingsvoor-schriften (RBV). Ingaan op de beleidsmatige en financiële risico’s vanramingen en getroffen maatregelen is daar geen onderdeel van, hoewelfactoren die grote invloed kunnen hebben natuurlijk wel wordengenoemd.Naar aanleiding van de evaluatie van het verslaggevingsstelsel is onlangseen aanpassing gedaan in de RBV voor het jaarverslag. Financiële risico’svoortkomend uit juridische procedures van substantieel belang bij hetbestuursdepartement dienen te worden toegelicht vanaf het jaarverslag2024 en daar was SZW vorig jaar al pilot departement voor. Ondersubstantieel wordt verstaan € 25 miljoen of meer. Deze aanpassing geldtniet voor de juridische procedures bij ZBO’s. Het jaarverslag richt zichnamelijk alleen op het bestuursdepartement. Meer informatie over deaanpassing is te vinden in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2024, pagina169/170.Vraag 12Bent u bereid om in toekomstige begrotingen expliciet en herkenbaaraandacht te besteden aan beleidsmatige en financiële risico’s, zodat deTweede Kamer niet voor onnodige verrassingen komt te staan?AntwoordVoor zover risico’s op voorhand bekend zijn en deze gedeeld kunnenworden zorgen we er natuurlijk voor dat de Kamer hierin wordt gekend.Het kabinet informeert de Kamer hier over via brieven en de memorie vantoelichting bij wetsvoorstellen. Wat betreft het opstellen van de begrotingvolgt SZW de Rijksbegrotingsvoorschriften. Deze worden jaarlijks doorFinanciën vastgesteld.Vraag 13In hoeverre is voldoende informatie beschikbaar om met de periodiekerapportage in 2027 van artikel 1 de doelmatigheid en doeltreffendheid tekunnen beoordelen en zal het begrotingsartikel volledig wordendoorgelicht?AntwoordAllereerst is het belangrijk om te verduidelijken dat periodieke rappor-tages niet gekoppeld zijn aan specifieke begrotingsartikelen, maar aan deStrategische Evaluatie Agenda (SEA)-thema’s. In dit geval heeft uw vraagwaarschijnlijk betrekking op de periodieke rapportage van thema 3:Arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden, die gepland staat in 2027.De periodieke rapportages zijn gebaseerd op de evaluatieonderzoeken dieop de SEA staan. Deze onderzoeken vormen voor een groot gedeelte debouwstenen voor de periodieke rapportage. Jaarlijks wordt er stilgestaanbij de geplande evaluatieonderzoeken. Eventuele kennishiaten die tijdensdeze inventarisatie naar voren komen, worden meegenomen in deverdere onderzoeken, met het doel voldoende informatie te verzamelenom de doelmatigheid en doeltreffendheid te kunnen beoordelen.Voor thema 3 zijn er tijdens de meest recente inventarisatie geen tekenenvan onvoldoende beschikbare informatie geconstateerd. Op dit momentliggen er naar verwachting genoeg (evaluatie)onderzoeken voor deperiodieke rapportage op basis waarvan de doelmatigheid en doeltref-fendheid beoordeeld kan worden.De relevante instrumenten van artikel 1 zullen meegenomen worden in deperiodieke rapportage arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden.Daarnaast zal het overige gedeelte (waar relevant) terugkomen inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 117 bijvoorbeeld de periodieke rapportage gezonde en veilige arbeidsomstan-digheden en de periodieke rapportage leven lang ontwikkelen dierespectievelijk in 2028 en 2027 gepland staan.Vragen over jonggehandicaptenVraag 14Is de financiële doorwerking van het afschaffen tegemoetkomingarbeidsongeschikten al verwerkt in deze begroting? Zo nee, wanneer zaldit zichtbaar worden op de begroting?AntwoordJa, de financiële doorwerking van het afschaffen van de tegemoetkomingarbeidsongeschikten is verwerkt in de begroting 2025. Vanaf het jaar 2027heeft dit effect in de regelingen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningjonggehandicapten (Wajong), Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsver-mogen (WIA), Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) enWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ).Vraag 15Waar wordt in de begroting zichtbaar dat het re-integratiebudgetParticipatiewet is toegenomen ter compensatie van de afname van hetre-integratiebudget Wajong?AntwoordHet re-integratiebudget voor de Participatiewet is onderdeel van dealgemene uitkering van het Gemeentefonds. De middelen zijn toegevoegdaan het cluster Participatie. Dit cluster wordt niet uitgesplitst in debegroting van het Gemeentefonds. De oploop van het re-integratiebudgetis daardoor niet zichtbaar in de begrotingsstukken.Vraag 16Hoe wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid geoperati-onaliseerd in de periodieke rapportage jonggehandicapten? Hoe wordtdaarbij het burgerperspectief betrokken?AntwoordDe doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid in de periodiekerapportage jonggehandicapten wordt geoperationaliseerd aan de handvan het «logic model». Dit model brengt logische verbanden in beeldtussen doelen, middelen, activiteiten en resultaten. De doeltreffendheidwordt in dit model bereikt wanneer er een verband bestaat tussen dedoelstellingen, middelen en de activiteiten enerzijds en de resultaten eneffecten anderzijds. Daarnaast wordt er plausibel gemaakt dat de effectenhet gevolg zijn van de gepleegde inzet (activiteiten). De doelmatigheidwordt getoond als de verhouding tussen de resultaten en effectenenerzijds en de geïnvesteerde middelen (input), wat antwoord geeft op devraag of met de bestede middelen het maximale resultaat c.q. effectbereikt (doelmatig) dan wel of het beoogde resultaat met mindermiddelen bereikt kan worden (niet doelmatig). Het model zal voor debeleidsdoelstellingen van de Wajong (inkomensbescherming enactivering) worden doorlopen om uiteindelijk overkoepelende uitsprakente doen over doeltreffendheid en doelmatigheid. Daarnaast wordt hetmodel gebruikt specifiek om de bijdrage van de Wet vereenvoudigingWajong aan de doelmatigheid en doeltreffendheid te analyseren.Het burgerperspectief wordt betrokken door de onderzoekers mee tegeven de literatuur in brede zin te bestuderen, dus niet alleen rapportendie direct over de beleidsdoelstellingen gaan, maar bijvoorbeeld ook overde dienstverlening van UWV, de complexiteit van regelgeving en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 118 beleving van jonggehandicapten over de Wajong in relatie tot werken enstuderen. Deze documenten worden ook bij de analyse betrokken.Bovendien is aan de onderzoekers de opdracht meegegeven gebruik temaken van (ervarings)deskundigheid bij mensen met een Wajong-uitkering, belangenbehartigers en sociaal partners.Vraag 17Is er eventueel ruimte voor aanvullend onderzoek als het beschikbaremateriaal geen antwoord kan geven op de doelmatigheid en doeltref-fendheid van het beleid?AntwoordDe periodieke rapportage wordt als syntheseonderzoek vormgegeven,waarbij onderzoeken en evaluaties worden gebruikt die sinds de vorigeperiodieke rapportage (destijds «beleidsdoorlichting») zijn opgeleverd,eventueel aangevuld met wetenschappelijke literatuur. Het syntheseon-derzoek geeft daarbij een beeld of, en zo ja welke inzichten er ontbrekenvoor het trekken van conclusies over de doeltreffendheid en doelma-tigheid. De uitkomst biedt aanknopingspunten voor een onderzoeks-agenda voor de toekomst.Vraag 18Kunnen in de periodieke rapportage jonggehandicapten ook de jongge-handicapten met arbeidsvermogen die sinds 2015 onder de Participa-tiewet vallen (thema Bijstand en participatie) worden betrokken, zodatvoor de hele groep jonggehandicapten inzichtelijk wordt wat het beleidheeft opgeleverd? Zo nee, hoe en wanneer wordt inzichtelijk wat deParticipatiewet heeft opgeleverd voor jonggehandicapten?AntwoordDe algemene doelstelling van artikel 4 van de begroting SZW luidt dat deoverheid aan jonggehandicapten arbeids- en inkomensondersteuningbiedt. Deze ondersteuning wordt ingevuld binnen de kaders van deWajong. Vanaf 1 januari 2015 is de Wajong alleen toegankelijk voorjonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.Jonggehandicapten mét arbeidsvermogen kunnen vanaf die datum eenberoep doen op de Participatiewet en zullen daarom niet wordenbetrokken bij de periodieke rapportage over de Wajong, maar wel bij dieover de Participatiewet. Deze is voorzien in 2027. De Participatiewet is in2019 geëvalueerd (SCP, Eindevaluatie van de Participatiewet, 2019). Hierinstaan inzichten hoe deze wet in de praktijk werkt, ook voor jonggehandi-capten met arbeidsvermogen.Jonggehandicapten met en zonder arbeidsvermogen die vóór 1 januari2015 in aanmerking kwamen voor Wajong, vallen wel onder de scope vande periodieke rapportage over de Wajong.Vraag 19Op welke wijze worden de knelpunten van jonggehandicapten in deParticipatiewet meegenomen in de herziening van de Participatiewet enwanneer worden de eerste concrete oplossingen verwacht voorjonggehandicapten?AntwoordUit verschillende onderzoeken blijkt dat niet iedereen in de Participatiewetbetaald kan werken, soms ook niet op langere termijn. Ook de Commissievoor de toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS)constateerde dat de Participatiewet onvoldoende perspectief biedt voormensen zonder of met een beperkt arbeidsvermogen. Bij de herzieningvan de Participatiewet werkt de Staatssecretaris Participatie en Integratieopties uit voor verbetering. De Tweede Kamer wordt dit najaar geïnfor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 119 meerd over de voortgang van het programma. Daarbij wordt ook deprobleemanalyse meegestuurd die is opgesteld in samenwerking metonder andere gemeenten. In deze voortgangsbrief zal de StaatssecretarisParticipatie en Integratie de verdere stappen beschrijven die hij beoogt tenemen in de herziening van de Participatiewet.Vragen over de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) en Interdeparte-mentaal Beleidsonderzoek (IBO)Vraag 20Kan de Minister aangeven hoeveel van de begrotingsmiddelen zijn gedektmet de evaluaties uit de SEA en welke evaluatieopgave er voor dekomende periode nog ligt?AntwoordHet (kern)doel van de SEA (inclusief periodieke rapportages) is om betereen meer bruikbare inzichten te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltref-fendheid en doelmatigheid van beleid om daarmee bij te dragen aan eenhogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid; en middels eengoede programmering van evaluaties dit inzicht te verkrijgen. Met deintroductie van de SEA is ervoor gekozen om via inhoudelijke samenhan-gende beleidsthema’s te sturen op evaluatieonderzoek. Conform deRegeling periodiek evaluatieonderzoek (RPE) moeten daarom allemaatschappelijke en budgettair belangrijke beleidsthema’s zijn vertegen-woordigd op de SEA. Daarnaast moeten alle artikelen (als wel demiddelen die onder deze artikelen vallen) op de SEA staan, middels eenkoppeling aan de beleidsthema’s.De SEA geeft momenteel geen inzicht in welk deel van de financiëlemiddelen op de begroting geëvalueerd wordt en welk deel niet. Het gaaterom dat alle relevante budgettaire en maatschappelijke thema’s wordengeëvalueerd. Dat neemt niet weg dat inzicht in de budgettaire grondslagvan individuele evaluaties op de SEA de informatiepositie van de TweedeKamer zal versterken.Deze vraag raakt de inrichting van het Rijksbrede evaluatiestelsel. Daaromzullen wij samen met de andere departementen onderzoeken op welkewijze we deze informatie het beste kunnen weergeven in de SEA. In hetSEA hoofdstuk van de SZW-begroting is de evaluatieopgave voor dekomende periode weergegeven.Vraag 21In hoeverre komen alle onderwerpen van arbeidsmarkt (artikel 1) terug inde SEA, zoals Wet Minimumloon (Wml) en de (aanpak van) schijncon-structies?AntwoordDe SEA is een programmeringsinstrument en wordt ieder jaar geüpdatetmet nieuwe relevante onderzoeken. De relevante onderwerpen van artikel1 komen terug in de SEA-programmering. Specifiek voor de WetMinimumloon (Wml) geldt dat deze wet in 2023 is geëvalueerd; dit is ookterug te vinden op de SEA 2024 onder thema 3: Arbeidsverhoudingen enarbeidsvoorwaarden. Deze evaluatie van de hoogte van het minimumloonvindt periodiek plaats, eens in de vier jaar, en zal ook terugkomen op dekomende SEA’s. De aanpak van schijnconstructies krijgt aandacht via hetwetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsver-moeden (Vbar), dat onderdeel is van het bredere arbeidsmarktpakket.Voor het arbeidsmarktpakket zal een monitor worden opgesteld om deontwikkeling op onder andere contractvormen te monitoren. Op termijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 1110 zal het wetsvoorstel zelf ook geëvalueerd worden. Deze onderzoekenmaken dan onderdeel uit van de SEA.Vraag 22Kunt u aangeven met welke taakopdracht en planning het in de Miljoe-nennota 2025 aangekondigde Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO)over de WIA zal worden uitgevoerd?AntwoordDe taakopdracht voor dit IBO moet nog worden vastgesteld, evenals dedaarbij passende planning. Naar verwachting gebeurt dit voor het eindevan het jaar. Dan wordt ook de Kamer geïnformeerd over de taakopdrachten de planning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 1111

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ed23d18a5d4366b2

14 okt 2026 · 7f0e00fe3d9ae130

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.