Reactie op verzoek commissie over de uitvoering van de motie van de leden Van der Laan en Ceder over onderzoek om te komen tot een uniform en neutraal uiterlijk van de e-sigaret (Kamerstuk 32793-668)
Brontekst
Versie 866f42f17ca9a5c9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 32 011Tabaksbeleid Nr. 108 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 januari 2024 Bij brief van 17 januari 2024 heeft de vaste Commissie voor Volksge-zondheid, Welzijn en Sport geïnformeerd naar de uitvoering van de motie Van der Laan en Ceder inzake het neutraal en uniform maken van e-sigaretten.1 Hierbij informeer ik u over de stand van zaken. Net als u heb ik grote zorgen over het gebruik van tabaks- en nicotinepro-ducten onder jongeren en jongvolwassenen. Recent onderzoek van het Trimbos laat helaas zien dat het percentage jongeren en jongvolwassenen dat e-sigaretten gebruikt veel te hoog is.2 Het is daarom van belang dat er extra maatregelen genomen worden om het gebruik van deze producten door jongeren terug te dringen. Het kabinet heeft daarom onder andere een online verkoopverbod ingevoerd en per 1 januari van dit jaar kunnen e-sigaretten met smaakjes anders dan tabakssmaak niet meer worden verkocht. E-sigaretten zijn de afgelopen jaren extra aantrekkelijk gemaakt door bijvoorbeeld opvallende kleur- en lichteffecten. Om de e-sigaret minder aantrekkelijk te maken zouden er regels gesteld kunnen worden om de e-sigaret een uniform en neutraal uiterlijk te geven. De voorliggende motie geeft steun aan deze aanpak. Om te kunnen bepalen welke stappen er gezet moeten worden om de e-sigaret zelf een uniform en neutraal uiterlijk te geven heb ik het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijkheden hieromtrent. Het onderzoek loopt op dit moment en het streven is dat het rapport in maart met uw Kamer wordt gedeeld. 1Kamerstuk 32 793, nr. 668.2Kamerstuk 32 011, nr. 106. kst-32011-108ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 011, nr. 1081 Op grond van de resultaten van het RIVM zullen de mogelijkheden voor verder beleid worden bepaald. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van OoijenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 011, nr. 1082
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.