KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2025, over Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland

10 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cece88da4d6c70c8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXIIVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (XXII) voor het jaar 202536 600 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2025Nr. 70 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 10 maart 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en devaste commissie voor Koninkrijksrelaties hebben op 29 januari 2025overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 21 januari 2025 inzake tweede voortgangsrap-portage Beleidsagenda Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening voor Caribisch Nederland (VRO/CN) (Kamerstuk36 600 XXII, nr. 65);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 december 2024 inzake diverse ontwikkelin-gen in het woonbeleid (Kamerstuk 32 847, nr. 1236);–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 28 juni 2024 inzake Ruimtelijk Ontwikke-lingsprogramma Caribisch Nederland (Kamerstuk 36 410 IV,nr. 75);–de brief van de Minister voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 26 januari 2023 inzake Beleidsagenda Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland (Kamer-stuk 36 200 VII, nr. 148).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening,PostmaDe voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,Olger van DijkDe griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening,De Vos kst-36600-XXII-70ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 701 Voorzitter: PostmaGriffier: MorrinAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Meulenkamp, Postma,Welzijn, White en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 15.47 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij de vergadering van de vaste commissie voorVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Vandaag hebben we op deagenda het debat over Caribisch Nederland. Daarom heet ik bij dezen allemensen in Caribisch Nederland die meekijken via de livestream hartelijkwelkom. Een warm welkom bij dezen. Aangesloten is de Minister en wehebben een aantal Kamerleden hier aanwezig: mevrouw Welzijn vanNieuw Sociaal Contract, de heer White van GroenLinks-PvdA, de heerMeulenkamp van de VVD en mevrouw Wijen-Nass van de BBB. Wehebben een debat met vier minuten spreektijd per persoon. We zijn metz’n vieren en ik wil eens kijken of we een onbeperkt aantal interruptieskunnen doen. Dat kan als de leden het kort houden. Ik wil nu vragen ofmevrouw Welzijn wil aftrappen met haar inbreng namens Nieuw SociaalContract.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het had wat voeten in de aarde om een rondetafel-gesprek te hebben als voorbereiding op dit specifieke debat, waarbij wemet elkaar inzoomen op de volkshuisvesting op Bonaire, Saba enSint-Eustatius. Drie bijzondere gemeenten van ons Koninkrijk, waar deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ook verantwoorde-lijkheid voor draagt, in gelijke mate als voor de gemeenten in hetEuropese deel van ons land. Het rondetafelgesprek levert een beeld op bijmijn fractie dat er ook in deze gemeenten sprake is van een wooncrisis,maar eigenlijk ook dat de benodigde wetgeving nog in de kinderschoenenlijkt te staan. Wij zijn daarom blij om onder andere via de rondetafel enook een brief van de Minister te hebben vernomen dat er gewerkt wordtaan een woningwet, specifiek voor de BES. De eerste vraag van mijnfractie, Nieuw Sociaal Contract, is dan ook of de Minister iets meerinformatie kan geven over de planning, over de concrete punten diedaarin geregeld gaan worden en bijvoorbeeld over woningcorporaties,toegelaten instellingen. Vallen zij dan onder het Waarborgfonds SocialeWoningbouw, zodat ze gemakkelijker kunnen lenen voor de groteinvesteringen die nodig zijn op die eilanden om mensen meer bestaansze-kerheid te bieden? Kan de Minister tevens aangeven op welke manier dieeilanden daar dan ook zelf bij betrokken zijn?Tijdens het rondetafelgesprek hebben we begrepen dat expats de lokalebevolking feitelijk wegconcurreren op de woningmarkt. Tevens isaangegeven dat speculanten huizen als beleggingsobject opkopen endoorverkopen aan expats met zeer grote winsten tot gevolg enerzijds eneen onbereikbare koopmarkt voor lokale starters anderzijds. Herkent deMinister dit beeld? Hoe kan dit tegengegaan worden?Voorzitter. Mijn fractie heeft door het rondetafelgesprek een beeldgekregen bij de problemen die spelen in de bouwketen. Het gaat om deverkrijging en toegang tot bouwmaterialen en de zeer hoge kostendaarvan, maar ook om specifieke deskundigheid die nodig is om met degeologische, klimatologische en ruimtelijke uitdagingen om te gaan. Ditvalt allemaal samen met een groot tekort aan arbeid. Kan de Ministeraangeven hoe zij deze uitdagingen het hoofd wil helpen bieden? Kan zijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 702 bijvoorbeeld een stand-van-zakenbrief toezeggen of tijdens dit debat ietsmeer informatie geven?Als laatste de vraag aan de Minister hoe huurbescherming geregeld is opde BES-eilanden. Wij horen dat er op Bonaire en Statia recent eenhuurcommissie opgezet is, maar ook dat deze nog in ontwikkeling is. OpSaba is er bijvoorbeeld geen huurcommissie waar burgers laagdrempeliggebruik van kunnen maken, dus hoe staat het er eigenlijk voor? Herkentde Minister het probleem en wat zou zij hieraan kunnen doen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen verdere interrupties. Dan vraag ikde heer White om zijn inbreng te leveren namens GroenLinks-PvdA.De heer White (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Kan mevrouw Welzijn haar microfoon even uitzetten?De heer White (GroenLinks-PvdA):Nogmaals dank u wel, voorzitter. Er is een wooncrisis in Nederland. Datmerken we niet alleen in Europees Nederland, maar ook op de eilanden inCaribisch Nederland. Het is daarom goed dat we vandaag een apart debatvoeren over hoe we deze crisis daar kunnen aanpakken. Laat ik positiefbeginnen. GroenLinks-PvdA is blij dat er de afgelopen jaren serieus werkis gemaakt van de Beleidsagenda Volkshuisvesting Caribisch Nederland.Er zijn concrete maatregelen genomen die zichtbaar effect hebben op deeilanden. Een goed voorbeeld hiervan is de invoering van een verhuur-subsidie, waardoor de woonlasten voor sommige huishoudens zijnverlaagd. Het is belangrijk om deze aanpak voort te zetten en verder uit tebreiden.Voorzitter. Er is veel te bespreken, maar binnen de beperkte tijd van ditdebat, hoewel we misschien nog wel wat ruimte krijgen, zal ik deactielijnen langslopen. Actielijn één: de basis op orde. Zoals bij veelonderwerpen geldt voor GroenLinks-PvdA dat de voorzieningen en hetbeleid voor Caribisch Nederland gelijkwaardig moeten zijn aan die inEuropees Nederland. Dit betekent dat de basisprincipes van volkshuis-vesting, zoals kwalitatief goede woningen en adequate huurbescherming,goed geregeld moeten zijn. De vraag is: hoe staat het hiermee en kan deMinister hierop ingaan?Dan actielijn twee: de woningvoorraad vergroten. Op alle drie de eilandenis er een groot tekort aan betaalbare woningen. Op Bonaire is debevolkingsgroei sterk, wat grote gevolgen heeft voor de beschikbaarheiden de betaalbaarheid van woningen. Een van de problemen is het hogeaantal tweede woningen van mensen uit Europees Nederland, wat nadeligis voor de lokale bevolking. Hoe kan de Minister Bonaire helpen om dittegen te gaan?Daarnaast zien we dat klimaatverandering en extreem weer grote impacthebben op de ruimtelijke ordening en de woningbouw. Mijn fractie misthier een duidelijke aanpak van de Minister. Hoe wordt dit meegenomen inde plannen?Verder zijn de cijfers zorgwekkend. Er staan 1.800 mensen op de wacht-lijst, terwijl er slechts 558 woningen in beheer zijn. Dit laat zien dat erdringend meer sociale huurwoningen bijgebouwd moeten worden. Ditgeldt overigens niet alleen voor Sint-Eustatius, maar natuurlijk ook voorSaba, waar de investeringscapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmate-rialen en het aantal vakmensen zeer beperkt zijn. Hoe gaat de Ministerdeze problemen samen met de eilanden versneld aanpakken? Tijdens hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 703 rondetafelgesprek hoorden we bovendien ook over de problemen bij hetverkrijgen van een hypotheek. Kan de Minister hierop reageren?Voorzitter. Ik kom nu aan bij actielijn drie: betaalbaarheid. In de commissievoor Koninkrijksrelaties spreken we vaak over de grote zorgen rondomarmoede en de hoge kosten van eerste levensbehoeften. De woonlastenzijn een van de grootste problemen. Voor veel mensen dreigt wonenonbetaalbaar te worden. In Europees Nederland kijken we naar de woon-en huurquote, het aandeel van het besteedbaar inkomen dat aanwoonlasten opgaat. Dit is een goed instrument om op te sturen, vooral opbetaalbaarheid. Welke woon- en huurquote acht de Minister passend voorde eilanden en hoe wil zij hierop sturen?Daarnaast, zoals ik al eerder heb aangesneden, zijn er goede stappengezet. Denk aan de verhuursubsidie en de pilot voor bijdragen aanparticuliere verhuur. Hoe kunnen deze instrumenten versterkt enuitgebreid worden en wat is het plan van de Minister hierop?Verduurzaming speelt ook een belangrijke rol in betaalbaarheid, omdatlagere energiekosten de woonlasten structureel verlagen. Hoe gaat hetkabinet dit proces versnellen?Voorzitter. Tot slot actielijn vier: ruimtelijke ordening. Hierover lees ik nogiets te weinig, omdat veel nog in gang moet worden gezet. VoorGroenLinks-PvdA is het wel essentieel dat woningbouw en andereontwikkelingen plaatsvinden binnen een goede ruimtelijke ordening.Daarbij moet rekening worden gehouden met de unieke natuur op deeilanden en de gevolgen van klimaatverandering. Ook is het belangrijk datde behoeften van de lokale bevolking centraal staan en dat ongewensteruimtelijke ontwikkelingen die afbreuk doen aan de eigenheid van deeilanden worden tegengegaan. Mijn vraag tot slot: hoe ziet de Ministerdit? Hoe wil zij samen met de eilanden een toekomstbestendige ruimte-lijke ordening vormgeven?Ik zie uit naar de beantwoording.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een vraag van het lid Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Die vraag gaat over de ruimtelijke ontwikkeling. De heer White had hetover ongewenst gebruik van de ruimte. Zou hij daar misschien iets overkunnen uitweiden, zodat ik goed kan begrijpen op welk punt hij exactdoelt?De heer White (GroenLinks-PvdA):Ik heb al eerder kort gerefereerd aan een presentatie die we hebben gehadomtrent demografische ontwikkelingen op de eilanden. Daarin zie je heelduidelijk dat er soms misbruik wordt gemaakt door mensen die nietafkomstig zijn van de eilanden, die veel lobbywerk verrichten en die somsop een hele ludieke manier toch in aanmerking komen voor voorrangsre-gelingen voor huisvesting.De voorzitter:Volgens mij heeft u de vraag van mevrouw Welzijn voldoende beant-woord. Dat is het geval, zie ik. Ik zie geen verdere interrupties, dus ik wildoorgaan naar de heer Meulenkamp, die zijn inbreng zal leveren namensde VVD.De heer Meulenkamp (VVD):Dank u wel, voorzitter. In Caribisch Nederland zien we op de woningmarkten in de ruimtelijke ordening dezelfde problemen als in Nederland. Somszijn deze problemen op de BES-eilanden zelfs nog lastiger te bestrijden,omdat bouwen nog moeilijker is dan in Nederland. Toch is bouwen deenige oplossing om de problemen op de woningmarkt tegen te gaan enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 704 de huizencrisis te bestrijden. De stukken lezende hebben we als VVDvooral een aantal vragen aan de Minister. Ik zal deze vragen stellen in driedeelthema’s.Ik begin met de doelstelling om 2.200 betaalbare woningen te bouwen. Uitde voortgangsrapportage wordt mij niet geheel duidelijk hoe die 2.200woningen nu gerealiseerd gaan worden. Kan de Minister aangevenhoeveel woningen er tot op heden concreet zijn gebouwd? Wanneerverwacht de Minister dat alle 2.200 woningen gebouwd zijn? In de stukkenlees ik dat er nog meer tijd nodig is voor Sint-Eustatius en Saba om dedoelstellingen daar te halen. Hoeveel tijd is daar meer nodig?Ik heb in het rondetafelgesprek al aandacht gevraagd voor flexwoningen.Flexwoningen zijn dé manier om snel meer huizen te bouwen. Dat doenwe in Nederland op steeds grotere schaal. Ziet de Minister kansen voorklimaatbestendige en orkaanbestendige flexwoningen, zodat snellergrotere aantallen woningen ontwikkeld kunnen worden? Zo ja, gaat deMinister de BES-eilanden helpen met het realiseren van deze woningen?Daarnaast is het niet duidelijk of eigendomsgrenzen een probleem zijnvoor de realisatie van woningen. De vraag is hoe de Minister hiermee omwil gaan. Want als je een woning wilt gaan bouwen, is het toch eenprobleem als niet duidelijk is van wie welk stukje grond nu is.Het tweede kopje: voldoende woningen voor de eilandbewoners.Caribisch Nederland is een prachtig gebied. We zien dan ook dat steedsmeer mensen van buitenaf er willen gaan wonen en recreëren. Dat brengteconomische kansen met zich mee, onder andere op het gebied vantoerisme, maar zorgt ook voor toenemende druk op de woningvoorraad.Kamerbreed is daarom een motie aangenomen om met het bestuurs-college toe te werken naar een andere regulering van de migratie naarBonaire. Heeft de Minister hierover al contact gehad met het bestuurs-college? Wordt al over concrete maatregelen nagedacht? Wanneerworden de eerste maatregelen genomen? Neemt de Minister dit probleemen haar aanpak hiervan mee in de nieuwe beleidsagenda voor de periode2026–2030?Als laatste het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland,kortweg het ROCN. Om de ruimtelijke uitdagingen in Caribisch Nederlandhet hoofd te bieden, heeft het Minister in het Ruimtelijk Ontwikkelingspro-gramma Caribisch Nederland zogeheten rijksbelangen geformuleerd. Eenaantal van deze belangen worden bindend verklaard. Hiervan mag in deontwikkelingsplannen niet worden afgeweken. Dan komt bij mij toch hetgevoel op: in Nederland zijn we juist bezig om tot minder ruimtelijkeregels te komen – dat is al lastig genoeg – zodat we makkelijker kunnenbouwen en hier zien we juist dat een aantal doelen bindend wordtverklaard. Mijn vraag is of hiermee niet juist de nodige flexibiliteit gaatontbreken om problemen op te lossen. Spannen we het paard niet achterde wagen op deze manier?Daarnaast gaat voor de VVD ruimtelijke ordening over mensen, overwelke impact ruimtelijke ordening heeft op mensen, en niet oververschillende kaartlagen over elkaar heen leggen. Als ik dan naar delegenda kijk op de kaarten die in het ROCN zijn afgedrukt, bekruipt metoch het gevoel dat er vooral kaartlagen over elkaar heen zijn gelegd endat dat dan het ruimtelijk beleid is. Vaak ontstaat er dan beleid dat in depraktijk niet uitgevoerd kan worden, want het gaat nu eenmaal overmensen. Voor de goede orde: in de legenda staat duidelijk aangegevendat het over relevante gebieden voor ruimtelijk beleid gaat. Er is echtergeen kaartlaag voor bewoond of bebouwd gebied opgenomen, terwijl datvoor mij dus juist is waar het om gaat. Het gaat over de mensen die erwonen. Graag hoor ik hierop een reactie van de Minister.Tot slot gaf Bonaire in haar reactie op het ROCN aan dat er bij hun nogzorgen leven over het ROCN. Wat is hiervan de stand van zaken?Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 705 De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan wil ik het woord geven aan mevrouwWijen-Nass, die namens de BBB spreekt.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We vinden het heel goed als BBB dater aandacht is voor de volkshuisvesting en de ruimtelijkeordeningssituatiein Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, ook wel de BES-eilanden genoemd.Wij vinden het belangrijk dat we deze situatie ook bespreken in eencommissiedebat, want de voortgangsrapportage die we hebben gekregenvan de Minister laat zien dat er best wat werk aan de winkel is.We hebben laatst ook een rondetafelgesprek gehad als commissie.Daaruit bleek dat er toch echt wel een grote zorg is over de woningnoodop de eilanden. Het is heel positief dat er inspanningen worden verrichtom de woningvoorraad te vergroten, zoals de bouw van sociale huurwo-ningen en betaalbare koopwoningen. Het gaat echter niet alleen om hetbouwen van nieuwe woningen, maar ook om het beter benutten van debestaande woningvoorraad. Uit het rondetafelgesprek dat we hadden,bleek dat er echt een heel groot probleem is. Een groot deel van dewoningen wordt benut voor toeristische verhuur en de eigen bevolkingkan geen betaalbare woning meer vinden. Dat maakt het voor de eigeninwoners gewoon ontzettend lastig. Mijn vragen aan de Minister zijn alsvolgt. Hoe wordt de balans gevonden tussen de belangen van detoeristische sector en de woningnood van de eilandbewoners? Is deMinister bereid om extra middelen of capaciteit beschikbaar te stellen omdit te monitoren en te controleren?Als BBB vinden we dat er echt aandacht moet zijn voor betaalbaar wonenvoor mensen met een laag inkomen of een middeninkomen. Er zijnmaatregelen genomen, zoals de verhuursubsidie en de pilot BijdrageParticuliere Verhuur. Dat zijn volgens ons stappen in de goede richting.Mijn vraag aan de Minister is hoe zij ervoor gaat zorgen dat dezemaatregelen niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijngaan bijdragen aan betaalbare woningen voor de mensen op de eilanden.Ik ben ook wel benieuwd hoe we dat gaan monitoren en evalueren.Ook het verbeteren van de financiering van koopwoningen is essentieel.Daar ging het ook in de rondetafel even over. Een pilot zoals dehypotheekgarantie op Bonaire zou misschien uitkomst kunnen bieden,maar zonder voldoende aanbod van betaalbare koopwoningen kan eenhypotheekgarantie weinig effect hebben. Ik ben heel benieuwd hoe deMinister ervoor wil zorgen dat het aanbod van betaalbare koopwoningenop Bonaire toereikend is om de effectiviteit van de pilot hypotheekga-rantie te waarborgen, en of er misschien nog aanvullende maatregelenzijn om dit te realiseren.Mevrouw de voorzitter. Dan nog kort over het Ruimtelijk Ontwikkelings-programma Caribisch Nederland, waarover mijn collega van de VVD hetzojuist al uitgebreid had. Dat is een heel belangrijk instrument voor deruimtelijke inrichting van de eilanden, maar wij vinden het wel belangrijkdat het ROCN blijft dienen als een kader voor de eilandelijke ruimtelijkeontwikkelingen en niet als een beperking. Er moet rekening gehoudenkunnen worden met de specifieke behoefte van elk eiland. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister ervoor kan zorgen dat het ROCN geenbeperking vormt voor de uitvoering van bijvoorbeeld woondeals, om ookdaar te kunnen gaan bouwen en de woningnood op te lossen.Dat was het voor nu. Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik kijk even rond. Ik zie geen verdere interrupties. Datbetekent dat we aan het einde zijn gekomen van de eerste termijn van deKamer. De Minister geeft aan graag een halfuur te willen schorsen. Ik kijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 706 even op de klok. Dat betekent dat ik tot 16.35 uur schors en de verga-dering dan heropen.De vergadering wordt van 16.05 uur tot 16.34 uur geschorst.De voorzitter:Welkom allemaal. Hierbij heropen ik de vergadering. We zijn toegekomenaan de eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik wil graag het woordgeven aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,mevrouw Keijzer.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. Ik vind het mooi om hier over zo’n mooi onderwerpte spreken. Naar ik heb begrepen, wordt er ook altijd vanaf de eilandenheel goed geluisterd naar dit debat. Als ik het goed heb begrepen, gaathet daar nu zo ongeveer richting het middaguur. Ik hoop dus dat deaandacht er nog even bij kan blijven, voordat de honger weeromhoogkomt.Dit is een onderwerp, het Caribisch deel van Nederland, de BES-eilanden,dat ik niet voor de eerste keer in mijn portefeuille heb, om het maar eenszo te zeggen. Tussen 2017 en 2021 was ik Staatssecretaris EconomischeZaken. Daardoor was ik verantwoordelijk voor de telecommunicatie op deeilanden. Maar omdat mijn collega, Eric Wiebes, het eigenlijk wel handigvond dat ik sowieso bij die debatten aanwezig was, heb ik in die tijd ookgewoon heel erg veel meegekregen van de energievoorziening op deeilanden. In die jaren is het mij alleen nooit gelukt om ook naar deeilanden te gaan. Ik memoreer even dat in de periode 2017–2021 decoronatijd zat. Toen het moment daar was om richting de eilanden tegaan, was het juni 2020. We weten allemaal wat er toen allemaal gebeurdis. Het is me dus nooit meer gelukt. Maar ik vind dat, als je ergens overpraat, je het ook een keer gezien moet hebben. Het plan is echt, ijs enweder dienende, Deo volente, om nog voor de zomer die kant op te gaan.Ik heb gelukkig gisteren, weliswaar via videoverbinding, kennisgemaaktmet twee gedeputeerden – zo heet dat daar, geloof ik – van elk eiland. Ditwaren dus de bestuurders van de gemeentes, van het openbaar lichaam,zeg ik maar even. Dat vond ik in ieder geval al heel verhelderend – het wasweliswaar kort – om van hen te horen hoe en wat, hoe ze ernaar kijken enwat de problemen zijn. Ik heb ook gezegd: ik heb eigenlijk een ontzettendehekel aan dat online vergaderen. Online kennismakingen zijn natuurlijk alsowieso verschrikkelijk. Ik zie er dan ook naar uit om gewoon ter plekkemet mensen te spreken of met hen het gesprek te voeren als ze hier zijn.Voorzitter. Dat is even een persoonlijke noot. Als kabinet willen wij onsecht hardmaken voor de regio, vooral voor de eigen kracht van die regio.Dat stuk heet Elke regio telt! Dat geldt natuurlijk ook voor het Caribischdeel van ons Koninkrijk. De inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Sabavoelen zich uiteraard verbonden met hun eigen eiland. In de gesprekkendie ik eerder gevoerd heb, voel je ook de trots en de liefde voor de plekwaar ze wonen en leven. Ik noem saamhorigheid, toewijding envolharding; ik heb het alleen nog maar op foto’s gezien, maar dat is aladembenemend mooi. Dat geldt voor de flora en fauna, en de kracht vande eigen cultuur.Tegelijkertijd zijn de eilanden kwetsbaar; dat weten we ook allemaal. Het isook door een aantal van de Kamerleden ingebracht. Ik heb het bijvoor-beeld over klimaatverandering, overstromingen, hitte en regenval. Ze zijnkwetsbaar als het gaat om middelen van bestaan: economie, werkgele-genheid en uitvoeringscapaciteit. Alles moet zo’n beetje aangeleverdworden. Er is door een aantal van u gevraagd: hoe zorg je dat daarvoldoende arbeiders komen om te bouwen en hoe houd je de bouwkostenin bedwang? Ja, dat wordt dus gewoon moeilijk, omdat alles daarnaartoemoet worden gebracht. Maar het is vervolgens voor ons wel goed omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 707 daar oog voor te hebben en dat onder ogen te zien. Desalnietteminmoeten we toch met oplossingen komen.Dat hebben we gedaan met het Ruimtelijk OntwikkelingsprogrammaCaribisch Nederland. Dit is overigens vastgesteld door het kabinet, maarhet is wel na een uitgebreid participatieproces, zoals dat dan heet, metinspraak ter plekke en terinzagelegging, tot stand gekomen. De gedachtedaarachter is een duurzame en veilige ruimtelijke inrichting van deeilanden door kaders voor de ontwikkelingsplannen te stellen diebijdragen aan economische ontwikkeling – duurzame economischeontwikkeling, zeg ik richting de heer White – een gezond leefmilieu, goederuimtelijke kwaliteit en bescherming van de culturele en natuurwaarden.Het is vervolgens alleen wel aan de eilandbestuurders om daar invullingaan te geven. Ik ben mij zeer bewust van het evenwicht dat je altijd moetvinden tussen aan de ene kant de eigen verantwoordelijkheid die ligt bijhet openbaar lichaam en de vraag die ook af en toe aan mij gesteld wordtvoor ondersteuning. Dat is een vraag om ondersteuning, niet een vraagom het over te nemen. Zoals ik in Nederland bepaalde bevoegdheden hebom op een gegeven moment te zeggen «onder deze voorwaarden moethet», heb ik die daar natuurlijk ook.Voorzitter. Mevrouw Welzijn zei net terecht al: de woningnood die we inNederland hebben, hebben we daar gewoon ook. Het niet kunnen vindenvan een woning die past bij het inkomen, de levensfase of de gezinssa-menstelling, betekent gewoon dat je een stabiele basis mist, dat jelevenskeuzes uitstelt en dat mensen schulden opbouwen door te hogewoonlasten, en dat heeft effect op je welbevinden. Daarom is het goed datwij hier vandaag – ik ben blij dat u hier alle vier bent – met elkaar pratenover volkshuisvesting en ruimtelijke ordening in Caribisch Nederland.In de gesprekken die ik gevoerd heb, heb ik trouwens ook gemerkt dat erecht behoefte is om samen te werken en dat wordt gevraagd omondersteuning. Al eerder hebben we daar resultaten van gezien, van desamenwerking tussen het Rijk en de eilanden, in de BeleidsagendaVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland. Dezebeleidsagenda voorziet in een gezamenlijke aanpak van het Rijk, Bonaire,Sint-Eustatius en Saba tot 2026. De aanpak kent eilandoverstijgende eneilandspecifieke maatregelen voor woningbouw, betaalbaarheid,ruimtelijke ordening en de basis op orde brengen. Je hebt het over 2 of 30woningen. Ik ben zelf wethouder ruimtelijke ordening geweest in eengemeente met 17.000 inwoners, van 1998 tot 2002, en ik waande mij weereen beetje terug in die tijd. Overzichtelijk, wil ik daarmee zeggen, maardaarmee is vaak de uitdaging niet minder groot.Vorige week heb ik de voortgangsrapportage 2024 aangeboden die hoortbij de beleidsagenda. In die voortgangsrapportage wordt aangegeven dater gestage voortgang is. Soms zou je willen dat het meer was, maar er iswel voortgang op de vier actielijnen. Voor de eilanden is de huurlastenver-lichting toegenomen en is de energiearmoede afgenomen door definanciering en plaatsing van zonnepanelen op sociale huurwoningen.Daarnaast is het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederlandvastgesteld. Daarnaast zijn er specifiek per eiland een aantal resultaten.Op Bonaire is een woningtelling opgeleverd. Hoeveel woningen hebbenwe nou? Er zijn 68 nieuwe sociale huurwoningen opgeleverd en er is eenbedrag van iets meer dan 2,7 miljoen euro beschikbaar gesteld uit hetVolkshuisvestingsfonds. Op Statia is een huurcommissie benoemd, zijntwintig sociale huurwoningen gerenoveerd, is een bedrag van iets meerdan 1,2 miljoen uit het Volkshuisvestingsfonds ter beschikking gesteld enis een Regio Deal ter waarde van 10 miljoen overeengekomen. Op Saba isde voorbereiding voor de introductie van een woningwaarderingssysteemgestart. Dat is gewoon goed, want dan ga je met elkaar bepalen wat demaximale prijs is. Er zijn achttien nieuwe sociale huurwoningenopgeleverd en er is een bedrag van 1 miljoen uit het Volkshuisvestings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 708 fonds ter beschikking gesteld en een Regio Deal ter waarde van5 miljoen euro.Voorzitter. Die voortgangsrapportage laat dus voortgang zien. Het zijnmooie resultaten op weg naar het mogelijk maken van betaalbaar wonenvoor meer mensen op de eilanden en het meer en beter beschermen vande leefomgeving. Maar het is natuurlijk niet genoeg. Daar zag ook eenflink aantal vragen op. De disbalans in vraag en aanbod op de woning-markten van de eilanden wordt maar langzaam minder. Er is voortgang,langzaam maar gestaag. Op Bonaire zijn op grond van de afsprakentussen Rijk en openbaar lichaam uit 2019 de eerste 193 sociale huurwo-ningen opgeleverd. De totale opgave was ruim 2.100 woningen. Bijna 200dus, terwijl je er 2.100 nodig hebt. Hoe kijk je daarnaar? Voel je jegezegend met 200 woningen, of zeg je dat je er nog 1.900 tekortkomt? Hetis maar net waar je staat. Als je in een van die woningen terechtkomt, benje blij, maar die andere mensen denken dan: wanneer ben ik aan de beurt?Ik realiseer me dat heel goed. Op Sint-Eustatius zijn er sinds 2009 2woningen van de geprognosticeerde 52 woningen gerealiseerd. VoorSaba geldt: 38 van de afgesproken bouwopgave van 88. Nog 50 te gaandus.Hiervoor zijn oorzaken aan te wijzen. Ik heb het net al gezegd, en eenaantal van u refereerde er ook aan: een kleine bouwsector met concur-rentie van het bouwen van toeristische verblijfplekken. Verder: lokalewoningstichtingen en openbare lichamen die niet beschikken overfinanciële middelen, onvoldoende bouwlocaties, bijvoorbeeld dooronduidelijkheid over de vraag van wie de grond is, het ontbreken vanbepaalde wet- en regelgeving, of verouderde wet- en regelgeving, eentrage vergunningverlening – in die zin lijkt het Nederland wel – en geenbeschikbare uitvoeringscapaciteit. Ook dat laatste is een probleem. Datgaat dus over voldoende ambtenaren om het werk te verrichten. Dit moetgewoon veranderen.Tegelijkertijd moeten we kiezen, want de capaciteit en de financiëlemiddelen zijn beperkt en kunnen maar één keer worden ingezet. Wemoeten dus komen tot een heldere prioritering. Ik zou de beschikbaremensen en middelen op mijn Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, VRO, en in de openbare lichamen vooral willeninzetten om het bouwen te versnellen. In voortgang kun je niet wonen, ingerealiseerde huizen wel. Daar moet wat mij betreft dan ook de prioriteitliggen. Die prioriteit heb ik in Nederland en die wil ik ook voor hetCaribisch deel van Nederland.Ik heb met de bestuurders van de eilanden besproken dat ik graag zoukomen tot een actieprogramma stimulering van woningbouw, waarin nietalleen belemmeringen worden benoemd – die kennen we wel; ik heb zenet opgesomd – maar ook oplossingen voor de korte termijn. Soms liggendie op rijksniveau, bijvoorbeeld het opstellen van een woningwet. Ik komstraks te spreken over de planning daarvan, zeg ik tegen onder anderenmevrouw Welzijn. Soms liggen ze ook op eilandniveau. Denk aan hetinzichtelijk maken van de eigendomssituaties of het aanpassen van hetruimtelijk ontwikkelingsplan.Ik ben ervan overtuigd dat als we onze bevoegdheden, mensen enmiddelen beter inzetten voor een duidelijke prioriteit en dan dus ookaccepteren dat andere zaken wat langer duren, we het gezamenlijke doelvan een versnelling kunnen realiseren. Mijn ministerie gaat een trajectinzetten om samen met de eilanden te komen tot een dergelijk stimule-ringsprogramma. Ik hoor graag wat u daarvan vindt. Ik streef ernaar om,zoals gezegd, voor de zomer richting de eilanden te gaan om daar tebespreken: hoe dan, wat dan en wanneer dan? Dat kan vervolgensonderdeel zijn van een breder beleid voor de jaren na 2026, als eenvervolg op de huidige beleidsagenda. Ook daarvoor zal gelden: duidelijkekeuzes die rekening houden met de beschikbare uitvoeringscapaciteit– denk aan mensen die de vergunningen moeten verlenen, om maar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 709 voorbeeld te noemen, of mensen die de huizen moeten bouwen –financiële middelen en expertise. Als we die keuzes gaan maken, kunnenwe uiteindelijk op verschillende belangrijke onderwerpen voortgangmaken.Voorzitter. Dat was om te beginnen het algemene verhaal. Ik heb hier viermapjes, voor alle vier de woordvoerders, waarin de vragen zitten. Ik ga,voor zover ik ze nog niet heb beantwoord, de vragen beantwoorden. Ik zalde mapjes laten zien: een voor GroenLinks-PvdA, een voor de VVD, eengroene voor de BBB en een witte voor NSC. Ik verwacht nu eigenlijkgewoon applaus voor de ambtenaren die dit voor mij gedaan hebben. Ikhoud van dit soort details, want dit geeft maar aan dat je aandacht hebtvoor wat je doet.De voorzitter:Het is prachtig. Aandacht is zeker altijd goed. Toch had mevrouw Welzijnal een interruptie, dus wil ik haar graag het woord geven.Mevrouw Welzijn (NSC):Mooi om de inleiding van de Minister te horen. Tijdens de schorsinghadden wij als commissie ook het idee om die kant op te gaan, omletterlijk beeld bij de zaak te hebben en te horen, te zien, te proeven en teruiken hoe het daar is. De Minister gebruikte het woord «overzichtelijk».Dat is wat mij betreft ook echt het juiste woord. Het lijkt zo overzichtelijkals je die aantallen hoort. Je zou er bijna geen stress van krijgen. Toch ishet een soort wicked problem, toch is het taai en lastig om het voor elkaarte krijgen. De Minister heeft de oorzaken heel mooi benoemd, maar welkevan deze oorzaken – misschien is het een combinatie van oorzaken –maakt nou dat het, behalve overzichtelijk, toch taai is?Minister Keijzer:Ik vind het een mooie vraag van mevrouw Welzijn. Het schetst waar je indit geval naar kijkt. Ja, het is overzichtelijk. Ik heb hier de inwoneraan-tallen. Op Saba wonen ... Even kijken, er staat niet bij van wanneer ditcijfer is. Naast mij hoor ik «2024». Saba heeft 2.060 inwoners op 13vierkante kilometer. Nou, in een halfuurtje ben je rond, zullen we maarzeggen. Sint-Eustatius: 21 vierkante kilometer, 3.204 inwoners. Bonaire:294 vierkante kilometer, 25.133 inwoners. Overzichtelijk, maar het zijneilanden. Het zijn eilanden met een bepaalde geschiedenis, met eenbepaalde geologie, met bepaalde winden die erop inbeuken. Alles moet erper boot of vliegtuig komen. De mensen die het werk kunnen doen, zijnuiteraard ook beperkt. Hiervoor is niet een enkele oplossing, want zelfs alsje het geld ertegenaan zou gooien, hoe krijg je dan het materiaal daar enwelke mensen gaan het doen? Dit is echt stug doorwerken. Dat moetenwe volgens mij in dit geval doen met elkaar.De heer White (GroenLinks-PvdA):Ik wilde op voorhand de Minister al een compliment geven voor het beelddat zij schetst. Ik heb echt het idee en het gevoel dat dit een goed beeldvan de materie is. Dat is echt een compliment waard, maar dat geldtnatuurlijk ook voor de staf en de ambtenaren, die hierin ook een aandeelhebben. Heel prettig om te horen dat de behoeftes – de Ministerrefereerde daar net aan – samen met de bestuurders worden ingevuld.Het contact is dus goed. De Minister heeft ook goed oog voor autonomieversus toch onderdeel zijn van ons Koninkrijk. Die balans is altijdweerbarstig. Ik proef hieruit – maar goed, dat wil ik nog een keerbevestigd hebben – dat de Minister een goede modus heeft gevonden omsamen met de bestuurders van de eilanden te komen tot constructieveoplossingen. Dat moet straks blijken uit de beantwoording van despecifieke vragen die we hebben. Volgens mij is er een goede basis nodig.Dan gaat het om het relationele vlak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7010 Minister Keijzer:Zo is het altijd. Even de vergelijking maken met het Nederlandse deel vanhet Koninkrijk. Ik heb een aantal keren met de Kamerleden gediscussieerdover ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Om antwoord te geven opde vraag van de heer White: ja, ik heb bevoegdheden in de wet, maar ikprefereer elke dag van de week het gesprek. Tegenover elkaar komen testaan kost in ieder geval tijd en geld en houdt je af van het realiseren vanwoningen. Hier geldt wat mij betreft hetzelfde. Het begint in eersteinstantie met wat mensen in een dorp, in een stad of in een regio zelfwillen. Wat willen ze nou zelf? Wat vinden zij zelf goede ruimtelijkeordening? Wat vinden zij zelf verantwoorde woningbouw?Ik ga dat dus hier niet op een andere manier doen, maar tegelijkertijdgeldt dat ik bepaalde kaders heb. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie die ikheb over mijn financiële instrumentarium, de vijf keer 1 miljard, waartrouwens ook een deeltje voor Caribisch Nederland in zit. Dat isbeschikbaar voor het realiseren van 30% sociaal en twee derde betaalbaar.Als jij dan iets anders wilt, waardoor de rekening oploopt, financieelgesproken, dan moet je niet bij mij wezen. Ik vind dat dat in mijn beleidzit. Ik ga bijvoorbeeld straks met uw Kamer spreken over de Wetversterking regie volkshuisvesting. Daar zit een bepaalde norm in. Diehebben we dan met elkaar afgesproken. Hier geldt een beetje hetzelfdevoor. Er zijn op een gegeven moment grenzen, maar ik vind dat je hetgesprek altijd moet aangaan. Er is ook een bepaalde autonomie om het zote doen als jij vindt dat het past bij jouw wereld. Hier zijn het dan eilanden,maar bij jouw dorp, bij jouw stad, bij jouw eiland.De voorzitter:Helder. Even kijken. Volgens mij hebt u het eerste mapje voor u en ik zieeen geel mapje: NSC, Merlien Welzijn.Minister Keijzer:Dit is gewoon wit, voorzitter, want anders gaat het verhaal niet meer op. Isdit trouwens wel VVD-blauw, vraag ik aan de heer Meulenkamp. Ja, hè?We doen gewoon net alsof. Goed gedaan.Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Ik ga gewoon mijn best doen en ikmerk vanzelf wel of ik voldoe aan de vragen die zijn gesteld. MevrouwWelzijn vroeg naar de Woningwet BES. Ik refereerde er net al even aan. Inde brief van 10 december jongstleden – dat is punt twee op de agendavoor vandaag – heb ik aangegeven dat de Woningwet BES de lokalewoningstichtingen beter in staat zal stellen een bijdrage te leveren aan debouw van betaalbare huurwoningen. Daarmee gaat deze Woningwet BESeen instrument zijn om de woningbouw te versnellen. De wet steltbestuurlijke en financiële kaders voor toekomstige woningcorporaties inCaribisch Nederland, dus de toegelaten instellingen. Daar wordt ook naargevraagd. Richting de heer White: dit is een van de dingen die uiteindelijkgeregeld gaan worden in een wet en dat is dan wel het kader dat je metelkaar vaststelt. Na toelating – dan moet er dus wel aan een aantalvoorwaarden worden voldaan – worden zij onderdeel van het bestel vanwoningcorporaties met toezicht van de Autoriteit woningcorporaties, onsallen ook bekend.Een doel van deze wet is ook om de deelnemers van het waarborgfondsde zekerheid te bieden dat Caribisch Nederlandse corporaties solideinstellingen zijn die de verantwoordelijkheid van het stelsel aankunnen.Want er zitten natuurlijk altijd financiële risico’s aan vast. Tegelijkertijdbiedt de wet maatwerk voor de Caribische context en schaalgrootte.Hierbij moet worden gedacht aan Europese regelgeving die dan niet vantoepassing is. Het wetsvoorstel is in ambtelijke voorbereiding, waarbijcontact is met belangrijke stakeholders op de eilanden, en de inwerking-treding is beoogd voor 1 januari 2027. De bel gaat. Ik hoop dat het nog netTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7011 verstaanbaar was: 1 januari 2027. Dat is uiteraard ook afhankelijk van dewetsbehandeling in de Staten-Generaal, dus in uw gremium.Mevrouw Welzijn vroeg mij ook naar de expats.De voorzitter:Mevrouw Welzijn heeft een vraag, volgens mij over het eerste onderwerp.Mevrouw Welzijn (NSC):Dat klopt. Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor dit antwoord.Het is duidelijk, ook met een heldere tijdslijn. Als we die Woningwet BEShebben, die de optie geeft om toegelaten te gaan worden, is er ook nogtijd nodig. Heeft de Minister een beeld bij hoeveel tijd er nog voorbijgaatin dat proces om toegelaten te kunnen worden? Is dat binnen zesmaanden geregeld of binnen een jaar? Ben je er vijf jaar mee bezig? Danweten we wanneer echt de vrucht geplukt kan worden.Minister Keijzer:Nee, dat kan ik niet zeggen. Uiteraard wordt er al wel voorwerk gedaan. Erzijn volgens mij ook al stichtingen op de eilanden actief, in ieder geval opéén. Daar wordt dus wel het gesprek over gevoerd, zodat je voorwerk kuntverrichten. Maar ja, uiteindelijk zul je wel echt de beoordeling moetendoen. Maar ook dit gaat in gezamenlijkheid.De heer White (GroenLinks-PvdA):Goed om te horen dat het streven is om die wet op 1-1-2027 gerealiseerdte hebben. Hoor ik dat goed? Ik ben wel heel erg benieuwd – misschien ishet op dit moment nog moeilijk aan te geven – of in de totstandkomingdaarvan en in het proces daartoe het uitgangspunt ook zou moeten zijndat het gelijk wordt getrokken met de kwaliteitsnormen die gelden voorhet Europese deel van het Koninkrijk.Minister Keijzer:Even zien waar het nu precies in mijn tekst stond. Volgens mij juist niet,omdat niet alles daar past. Je zult dus echt goed moeten kijken en moetenaansluiten bij de context van de eilanden, de schaalgrootte van deeilanden. Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor het financiële risicodat je loopt. Als ik de afgelopen jaren wetgeving voorbij zag komen dievan toepassing werd op de eilanden, stelde ik mezelf altijd de vraag:passen deze eisen bij de schaalgrootte van de eilanden? Ik vind namelijkdat je daar voorzichtig mee moet zijn. Sowieso vind ik dat wij in z’nalgemeenheid wel heel veel regels hebben in dit land, die ook nogweleens hun doel voorbijschieten. Als je het dan hebt over eilanden waarbij elkaar opgeteld een goeie 30.000 mensen wonen, dan kun je jeafvragen of je alle regels voor Nederland, waar 18 miljoen mensenwonen, op dezelfde manier van toepassing moet laten zijn. Ik heb daardus enige terughoudendheid in, gewoon voor mezelf al.De voorzitter:Volgens mij heeft de heer White een vervolgvraag.De heer White (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp de zorg inderdaad. Volgens mij is die ook wel goed en terecht. Ikwil het misschien ook nog nuanceren. Ik kijk ook wel naar hoe je datrelativerend, relatief gezien kan benaderen. Het hoeft niet absoluut te zijn,maar dat dat relateert aan de kwaliteitsnormen die voor Nederlandzouden gelden.Minister Keijzer:Ik vind dat we gewoon echt moeten kijken wat er ter plekke nodig is, omte voorkomen dat – wat is de uitspraak ook alweer? – het nastreven vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7012 het beste de vijand wordt van het goede. Volgens mij is dat een mooigezegde daarbij. Ik ben daar gewoon vanuit mezelf al een klein beetjeterughoudend in, omdat de schaal gewoon compleet onvergelijkbaar is.Je moet gewoon kijken wat er nodig is om een verantwoord beleid inwetgeving te laten landen die nodig is voor toegelaten instellingen op deeilanden die vervolgens die huisvestingstaak kunnen gaan uitvoeren.De voorzitter:Mevrouw Welzijn heeft daar ook een vraag over.Mevrouw Welzijn (NSC):Nee. Ik had net eigenlijk een vervolgvraag, maar ik ben gewoon niet snelgenoeg. De Minister gaf net over het proces om toegelaten te worden aandat er voorbereidingen getroffen kunnen worden, maar dat daar nog nietecht een tijdslijn voor bekend is. Hoe kunnen wij dit als Kamer volgen?Voor mijn fractie is het een belangrijk punt. Hoe kunnen wij zicht krijgenop dat proces van toegelaten worden? Want het was echt een hartenkreet– dat woord durf ik wel te gebruiken – in de rondetafels die wij hebbengehad vanuit de eilanden. Het is een belangrijk punt, die toelating.Minister Keijzer:Het wetsvoorstel gaat rond de zomer naar de Tweede Kamer. U kent hetsysteem. Dan krijgt u een verslag en dan krijgt u een nota naar aanleidingvan het verslag. Dat zijn mooie momenten om met elkaar hier de vingeraan de pols te houden. Laten we dat gewoon aangrijpen om dit gesprekgoed met elkaar te voeren. Als dan blijkt dat het nog niet zover is, kunnenwe het mee gaan nemen in voortgangsrapportages.Voorzitter. De expats. In Caribisch Nederland is er ook interesse vanexpats voor wonen. Dit tegengaan is een eilandtaak. Het instrument dateilanden hiervoor kunnen inzetten is, net als in Nederland trouwens,uiteindelijk de huisvestingsverordening. Daar heb ik al het een en anderover gezegd. Dat is ook iets wat de eilanden zelf moeten doen.Dan heb ik nog de vraag van mevrouw Welzijn van de NSC-fractie hoe dehuurbescherming geregeld is op de BES-eilanden. Het is van belang om temelden dat huurders en verhuurders laagdrempelige rechtsbescherminggenieten in geval van huurgeschillen. In de beleidsagenda is daaromopgenomen dat er huurcommissies zullen worden ingesteld. Ik heb netaangegeven hoe het daarmee staat. Er wordt in samenspraak met het OLBen de Huurcommissie Bonaire zelf doorlopend gekeken hoe dezehuurcommissie het beste kan worden gefaciliteerd in deze belangrijketaak. Want nu kunnen mensen die een huurgeschil hebben zich dusmelden. In dit kader zullen de komende tijd ook een aantal wijzigingen inde organisatiestructuur, de bemensing en de financiering wordendoorgevoerd. Parallel wordt gewerkt aan het instellen van huurcom-missies op de andere twee eilanden.Even zien. Volgens mij heb ik dan de vragen van mevrouw Welzijnbeantwoord, tenzij zij van mening is dat dat niet zo is.De voorzitter:Volgens mij heeft u haar vragen inderdaad beantwoord, maar ik zie datmevrouw Welzijn nog een interruptie heeft of een nadere vraag.Mevrouw Welzijn (NSC):Ja, precies. De vragen worden prima beantwoord door de Minister, maardat geeft ook in dit geval aanleiding tot een vervolgvraag. Ik zat nog evente kauwen op dat antwoord over de expats. Ik begrijp dat de Minister zegtdat dat een lokale aangelegenheid is, maar het is best een hardnekkigprobleem en ook een groot probleem. De lobby die daarachter zit, is ookbest machtig. Dus toch ook even de toetsvraag of de Minister het ideeheeft dat ze het echt kunnen of dat er misschien nog iets aangereikt zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7013 kunnen worden in kennis, of dat er iets geëquipeerd zou kunnen worden,om ze daadwerkelijk in staat te stellen om het succesvol aan te pakken.Minister Keijzer:Die hulp wordt gegeven. Dit is ook het gesprek dat ik graag met ze wilvoeren: wat kunnen ze wel, waar hebben ze hulp bij nodig en wat kan ikdaarin betekenen? Ik heb natuurlijk ook een opdracht om het met 22%minder ambtelijke capaciteit te doen, dus mijn polsstok is ook nietoneindig. Maar daar waar iets uitgezocht kan worden of geholpen kanworden, is dat niet nagelaten in het verleden en blijven we dat natuurlijk,binnen de middelen die wij zelf hebben, doen.Dan de vragen van de VVD-fractie. Meneer Meulenkamp vroeg aan mij ofhet mogelijk is dat er – voorzitter, ik had beeld – orkaanbestendigeprefabwoningen worden gebouwd. Dat kan. Dat kan technisch gesproken,maar financieel is het geen optie. De modulaire elementen – daar heb jeeen fabriek voor nodig – worden niet op de eilanden gemaakt, dus diemoeten ergens anders worden gemaakt en worden verscheept. Dat werktkostenverhogend. Ze moeten worden aangepast aan lokale omstandig-heden – orkaanbestendig, zon, zand, zout, andere isolatie, andere elektra –en de elementen moeten nog kleiner zijn voor het transport. Dat isgewoon kostenverhogend, waarbij de betaalbaarheid van de woningen uithet vizier raakt.De voorzitter:De heer Meulenkamp heeft een vraag over specifiek de flexwoningen,volgens mij.De heer Meulenkamp (VVD):Ja, zeker. Het lijkt mij ook heel complex om gewone woningen te bouwenop zo’n eiland. Het moet ook allemaal van ver komen en de arbeiders zijner niet, terwijl de huizen hier tegenwoordig aan de lopende band uit defabriek komen. Hebben we een staatje van wat een orkaanbestendigeflexwoning kost en wat het kost om een woning daar te bouwen? U geefthet nu heel zeker aan: het is toch gewoon onbetaalbaar. Maar ik kan mehaast niet voorstellen dat niemand dat rekensommetje al een keergemaakt heeft. Ik zou het dus graag zien.Minister Keijzer:Onbetaalbaar is niets. Het is altijd de vraag hoeveel geld je hebt. Alleen isdit kostenverhogend. Je hebt daarvoor een speciaal soort ontwikkelingnodig, want je moet ze kleiner maken en je moet ze geschikt maken voorop de eilanden. Dan heb je trouwens ook personeel nodig die ze in elkaarkan zetten. Ik snap dat de heer Meulenkamp denkt: dit is de oplossing. Ikdenk dat dit gaat vertragen. Maar ik ga kijken of hier rekensommen voorzijn. Als die er zijn, zorg ik dat de Kamer die krijgt. Laten we het gewoonzo met elkaar afspreken.Voorzitter. De heer Meulenkamp heeft ook gevraagd naar migratie. Demotie-Van Nispen is aangenomen over de regulering van migratie. Devraag was of dit gaat worden meegenomen in de beleidsagenda vanaf2026. Deze gaat samen met de eilanden opgesteld worden. Van mijn kantzal er ook aandacht zijn voor de doorwerking van de ontwikkelingen in demigratie die door de staatscommissie in beeld zijn gebracht. De aanbeve-lingen van de staatscommissie voor gematigde groei worden per eilandmeegenomen in het traject. Voor Bonaire betekent dat grip krijgen op debevolkingsgroei door economische keuzes te maken. De dalende trend inde economie en in de bevolking keren, geldt voor Sint-Eustatius. VoorSaba moeten er keuzes worden gemaakt vanwege de beperkte ruimte diedaar is.Ook werd aan mij gevraagd hoe het staat met de uitvoering en dehandhaving van het ROCN, met daarin opgenomen de rijksbelangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7014 De voorzitter:Ik wil voorstellen dat we het blokje even afmaken. Is dat handig? O, mijnexcuses.Minister Keijzer:Ik heb vandaag partijenblokjes.De voorzitter:Ja, partijenblokjes. Stelt u uw vraag, meneer Meulenkamp.De heer Meulenkamp (VVD):Het ging even over de motie over migratie die aangenomen is. Mijn vraagwas onder andere of er daarover al contact is geweest met Bonaire. Iksnap dat het in het beleid opgenomen gaat worden, maar is er al concreetcontact geweest met Bonaire? Dat is toch het grootste eiland. Misschienheeft dat ook het grootste probleem qua groei van de bevolking. Is er nual met Bonaire gesproken? 2026 is namelijk dichtbij.Minister Keijzer:Door mijn collega van Koninkrijksrelaties wordt hieraan gewerkt. Er is dusook contact geweest.Voorzitter. Dan de rijksbelangen in het Ruimtelijk OntwikkelingsplanCaribisch Nederland. Er zijn veertien rijksbelangen. Die zijn vastgesteld inoverleg met de fysieke departementen en de drie bestuurscolleges. Bij hetopstellen of wijzigen van de eilandontwikkelingsplannen moeten derijksbelangen daarin op goeie wijze worden verwerkt. Bij de plannen vanBonaire en Sint-Eustatius is dat al het geval. Saba werkt aan het opstellenvan het eerste ontwikkelingsplan voor dat eiland. Het ROCN beschrijft ookde maatregelen waarmee ik de ruimtelijke doelstellingen van het Rijk wilrealiseren. Het voeren van een gestructureerd overleg tussen hetopenbaar lichaam en de Rijksoverheid speelt hierbij een rol. Zoals ik netook al aangaf, is dit niet iets wat wij hier bedacht hebben. Dit is echt metparticipatie op de eilanden tot stand gekomen. In een zo vroeg mogelijkstadium wil ik de eilanden natuurlijk ook betrekken bij de verdereuitwerking daarvan. Ik sta namelijk aan de lat voor de rijksbelangen en omervoor te zorgen dat die een plek krijgen in de ontwikkelingsplannen. Ikheb in het begin al gezegd dat je uiteindelijk ook instrumentarium hebt.Dat is de aanwijzingsbevoegdheid die ik heb. Voor het Nederlandse deelheten die inmiddels «instructiebesluiten». Hier is het gewoon nog deouderwetse aanwijzing. Dat heb ik ooit geleerd toen het nog de Wetruimtelijke ordening was. Ook vroeg de heer Meulenkamp of er eenkaartlaag bewoond of bebouwd gebied is opgenomen. Dat is een terechteconstatering. In een volgende versie gaat dat gebeuren.Er is ook een vraag gesteld over toeristisch verhuur. Dat is ook aan deorde geweest in het gesprek dat ik gehad heb met de bestuurders op deeilanden. Er ligt inmiddels een startnotitie voor de huisvestingsveror-dening op Bonaire, waar de druk op de toeristische woningvoorraad hetgrootst is. Zoals ik net al aangaf, is de huisvestingsverordening wel eeneigen bevoegdheid. Momenteel worden daar maatschappelijke partijen enorganisaties voor geconsulteerd. Ik verwacht dat zij in de loop van dit jaareen verordening kunnen opstellen.De heer Meulenkamp vroeg ook naar de aantallen woningen. Die heb iknet opgesomd, dus die ga ik nu niet herhalen.Daarmee heb ik volgens mij de vragen van de heer Meulenkampbeantwoord.De voorzitter:Dan ga ik even kijken of de heer Meulenkamp vindt dat zijn vragenbeantwoord zijn, of dat hij misschien nog een verdiepende vraag heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7015 De heer Meulenkamp (VVD):Een verdiepende vraag. Het is mooi dat de legenda wordt aangepast; laatik het zo zeggen. Het is toch heel belangrijk voor de ruimtelijke ordening:waar wonen mensen en hoe gaan we dat doen?Ik heb ook nog gevraagd waar nu de flexibiliteit in het beleid zit. Wat isdan bindend en niet bindend? U gaf in uw eerste algemene verhaal aandat het programma in participatie is gegaan op de eilanden en dat het terinzage heeft gelegen, en dat u vindt dat de uitvoering op de eilanden moetliggen. Ik ben een oud-wethouder ruimtelijke ordening, dus het zou mij alsmuziek in de oren klinken als de Rijksoverheid tegen mij als wethouderzou zeggen: er zijn wat kaders, maar voor de rest mag u zichzelf redden. Uzult dat zelf ook gehad hebben. Maar er staan best wel veel bindendeafspraken in dat document. Dat benauwde mij toen ik dat las. Dan denk ik:hoe kijkt u daar zelf tegen aan? Wat is dan nog de ruimte op de eilanden?Aan de ene kant wordt gezegd dat het aan de mensen op de eilanden isom uitvoering te geven aan wat we met elkaar hebben afgesproken. Maarer zitten toch heel veel bindende afspraken in. In de praktijk loop je somstegen zaken aan waarvan je denkt: dat moet net even anders dan hoe wehet op papier hebben gezet. Is die ruimte er dan?Minister Keijzer:Het ROCN, het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland,is vastgesteld na uitgebreide gesprekken en participatie. Daar zitten dusniet alleen mijn overtuigingen in als lid van het kabinet – het is natuurlijkonder mijn voorganger opgesteld – maar er zit ook iets in wat daar terplekke zo wordt ervaren en ook wordt gedeeld. Het kabinet heeft hetprogramma vastgesteld, zonder meer, maar dat hebben we niet insplendid isolation gedaan. Uiteindelijk moet dat programma in ontwikke-lingsplannen gaan landen. Daar wordt het gesprek over gevoerd. Als datonvoldoende verwerkt wordt, als er onvoldoende resultaat is, heb jegewoon twee soorten aanwijzingen: reactief en proactief.Een reactieve aanwijzing gaat over dat deel van het ontwikkelingsplan datin strijd is met het ontwikkelingsprogramma, dus het overkoepelendeding. Met een proactieve aanwijzing kan ik het bestuurscollege deopdracht geven om binnen een bepaalde termijn een ontwikkelingsplanmet een bepaalde inhoud vast te stellen. Waar dat dan over gaat? Dangaan we heel erg hoog over, want dan zou het interessant zijn om teweten welke punten in ieder geval de heer Meulenkamp benauwen. Of dattrouwens het openbaar lichaam op een eiland benauwt, weet ik niet. Duswe beginnen hier dan een ontzettend theoretische discussie. Het lastigehierin vind ik: waar hebben we het dan over? Dit is hoe het systeem inelkaar zit. Ik heb in het begin gezegd dat je altijd begint met een gesprek.Altijd. En op een gegeven moment maak je een afweging. Mooier kan ikhet niet maken.De heer Meulenkamp (VVD):Nee, helder. Ik zal de vraag heel kort stellen. Ik bedoel: je hebt iets metelkaar op papier gezet. Op de eilanden komen ze er in de uitvoering achterdat het toch iets anders werkt. Is er dan gewoon een gesprek mogelijk omdingen aan te passen? Dat is eigenlijk mijn vraag, heel simpel gezegd.Minister Keijzer:Dat ligt er dus aan. Sommige belangen zijn als bindend aangemerkt. Datbetekent dat in de ruimtelijke ontwikkeling daar niet van kan wordenafgeweken. Het gaat daarbij om belangen op basis van wetgeving,internationale verdragen of beleidsdoelstellingen die op nationaal niveauzijn vastgesteld. Die zijn dus bindend. Maar ik wil flexibel met diebelangen omgaan, omdat het gewoon niet in alle gevallen kan zoals hetvan tevoren bedacht is. Maar ik vind het gewoon heel erg ingewikkeld omhier te zeggen: nee, joh, we kijken wel. Nee, zo werkt het niet. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7016 een ontwikkelingsprogramma en er worden ontwikkelingsplannengemaakt. Daarmee hebben met elkaar vastgesteld dat een bepaald aantalzaken bindend zijn. Die moeten verwerkt worden. Zo werkt het. Ik vind datje altijd moet praten, altijd. Maar dit is wel hoe het in elkaar zit.De voorzitter:Volgens mij is dat helder. Ik zie dat u naar het volgende mapje gaat. Wachteven, hoor. Mevrouw Welzijn heeft nog een vraag over hetzelfdeonderwerp als de heer Meulenkamp.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik stel deze vraag om het gewoon goed te begrijpen. Ik hoor de Ministernamelijk iets zeggen waar voor mij daadkracht uit spreekt: «We hebbeneen afspraak. Het is aan de voorkant duidelijk waar er wel ruimte zit enwaar er geen ruimte zit. Ga je gang.» We hebben het er net ook overgehad dat er ook wel sprake is van wicked problems op die eilanden,waarin besturen ook gefaciliteerd moeten worden om die aan te kunnen,zodat «bindend» een stimulans is en niet een soort juk dat niet te dragenvalt. Dus de vraag die ik in het verlengde daarvan aan de Minister heb, is:hebben de eilanden ook aangegeven wat zij dan nodig hebben om diemate van dwingendheid ook echt waar te kunnen maken?Minister Keijzer:Ik vind dit gewoon een lastig gesprek. Daar heb ik het met meneerMeulenkamp ook al over gehad. Waar hebben we het dan over? Waarmaakt u zich zorgen over? Welke situatie is dat dan? Wat is dan eenwicked problem? Is dat wanneer de bedachte uitvoering in strijd komt metde bindende onderdelen van een ontwikkelingsprogramma? Ik ben eenredelijk mens; zo kent u mij. Ik ben een praktisch mens. Zo kent u mij ook.Ik vind dat je altijd moet praten. Maar we hebben hier eenwat-alsdiscussie over een nog niet gedefinieerd probleem. Dan wordt hetgewoon heel lastig om daar antwoord op te geven.De voorzitter:Ik ga even kijken of mevrouw Welzijn de vraag wat concreter kan maken.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik doelde op de problemen waar we het net over hadden: capaciteitspro-blemen, enorm hoge kosten voor bouwmaterialen en de logistieke kostendie daar dan nog eens bovenop komen. Ik heb het over de praktischeproblemen die kunnen beletten dat je misschien het gevraagde tempokunt maken of de eindstreep kan halen op de manier zoals je dat metelkaar hebt afgesproken.Minister Keijzer:O, maar dat is heel wat anders. Dat is heel wat anders. Ik had met de heerMeulenkamp gewoon een gesprek over het feit dat we een ontwikke-lingsplan moeten maken dat moet aansluiten bij het ontwikkelingspro-gramma. Ook vroegen we ons af: wat doe je nou als er een probleem is?Dit gaat gewoon over het probleem dat er gebouwd moet worden, erbetaalbaar gebouwd moet worden en er onvoldoende personeel is. Ik hebin het begin gezegd dat we een agenda moeten maken samen met deeilanden over hoe je nou die woningbouw versnelt. Daar komen ook ditsoort discussies voorbij. Dan weten we ook waar dat speelt en wat er danspeelt. Dan kunnen we ook kijken van: hoe los je dat op?De voorzitter:Volgens mij is die helemaal rechtgezet zo. Goed hoor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7017 Minister Keijzer:Bedankt voor de vragen, mevrouw Welzijn.De voorzitter:Dan ga we volgens mij nu naar de heer White van GroenLinks-PvdA.Minister Keijzer:Volgens mij heb ik iets ongelofelijks gedaan. Wat is meneer White eenontzettende rustige, tevreden man. Hij heeft gewoon geaccepteerd dat ikhet mapje van de heer Meulenkamp beantwoordde voordat ik bij devragen van de heer White kwam. Voor de mensen die zitten te luisteren endenken: is dat dan een probleem? Ja, we hebben hier gewoon eenbepaalde pikorde. Als je als eerste bent, ben je als eerste aan het woord,dan de tweede en dan de derde, en zo verder. Je krijgt ook in die volgordeantwoord. Meneer White, dank u wel.De eerste vraag van de heer White die ik hier voor mij heb liggen is: watvindt de Minister een goede woon- en huurquote voor de eilanden? Hetgaat dan om de verhouding tussen het inkomen en de woon- ofhuurlasten. Voor huurders met een inkomen van maximaal tweeënhalfkeer het minimumloon is er de huurinkomenstabel. Deze geeft aan wat demaximale huurquote, de verhouding dus tussen de huur en het inkomen,voor een bepaalde inkomensklasse is. Die varieert tussen de 10% en 20%,dus tussen de 10% en 20% van het minimuminkomen mag uitgegevenworden aan huur. Verder hangt de woon- en huurquote ook sterk samenmet het bredere sociale domein. Dat is nog in ontwikkeling. Een wense-lijke woon- of huurquote moet dan ook gezien worden in samenhang metandere maatregelen in het sociaal domein. De Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid heeft inmiddels een sociaal minimum vastgesteld.Daar zijn de huur- en de woonlasten een onderdeel van. De discussiewordt dan ook vooral in de commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid gevoerd, maar ik ben mij er zeker van bewust dat het levenson-derhoud op de eilanden duur is. Dat weet ik nog uit mijn verleden alsStaatssecretaris van Economische Zaken. En dan gaat het uiteraard ookom de energielasten. Die discussie wordt dus gevoerd in de desbetref-fende commissie.De heer White vroeg mij ook ...De voorzitter:Een momentje, want volgens mij heeft de heer White een vraag over ditantwoord.De heer White (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de verwijzing naar de desbetreffendecommissie. Ik ga dat natuurlijk zeker volgen. Ik ben nu heel erg benieuwdwat de Minister zelf een acceptabele grens vindt, als we het hebben overdie quote.Minister Keijzer:Ja, het is zoals ik net zei. Daar zijn tabellen voor. Ik zit te kijken of ik dieeven snel kan vinden, want ik had die hier in mijn dossier zitten. Ik kijkeven rechts van mij. Het is deze tabel, maar dan moet ik cijfers gaanvoorlezen. Het is maar de vraag of u dat wilt. Ik kan u hier ook gewooneen kopietje van doen toekomen. In die tabel zie je dus dat bij één keer hetwettelijk minimumloon, waarbij het inkomen op 1.794 dollar is vastge-steld, 10% van het inkomen aan de huur mag worden besteed. Dat gaatdan in een staffel omhoog. Als je twee tot tweeënhalf keer het wettelijkminimumloon verdient, dus tussen de 3.500 tot 4.500 dollar afgerond, danzit het op 20%. Zo loopt het omhoog. Dit is de tabel voor Bonaire. OpStatia hebben ze een andere.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7018 De voorzitter:Ik zie dat de heer White een kopietje prima vindt, want op deze manierpraat het wat lastig.Minister Keijzer:Ja, precies. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, want dan wordt het zo’ncijferbrij. Net werd mij ingefluisterd dat deze tabel iedere keer door hetNibud wordt vastgesteld, dus ik stel me zo voor dat je die ook gewoonkunt vinden op de site van het Nibud. Ja, op Nibud.nl, zeg ik erbij voor demensen die zitten mee te luisteren. Dan kunnen ze het meteen vinden. Datis wel zo handig.Voorzitter. Dan heb ik nu de gelijkwaardige voorzieningen. Voorzieningenmoeten gelijkwaardig zijn aan die in Nederland in het kader van comply orexplain, dus ze moeten ofwel hetzelfde zijn ofwel men moet uitleggenwaarom het niet zo is. Het uitgangspunt is dus dat ze gelijkwaardigmoeten zijn. In dat kader is er ook in Caribisch Nederland een vorm vanhuurlastenverlichting in de sociale sector. Achterstanden in wetten enregelgeving worden weggewerkt. Daar heb ik net al het een en ander overgezegd in relatie tot de Woningwet. De Wet volkshuisvesting, ruimtelijkeordening en milieubeheer BES, dus de bestaande wet, en de Wetmaatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland worden geactuali-seerd.Voorzitter. Het tekort aan woningen zit echt in de afspraken die daarovergemaakt zijn. Ik ondersteun de capaciteit met een projectteam. Er ishalfjaarlijks een bestuurlijk overleg waarin ik de voortgang bespreek. Hetis eigenlijk hetzelfde verhaal als hoe we het in Nederland doen voor hetNederlandse deel. Er is een versnellingstafel opgericht. Kortetermijn-verhuur mag niet op Bonaire in gebieden met een woonbestemming. Ditis laatst, in december, bij de rechter overeind gebleven. Het openbaarlichaam mag hiertegen optreden. Dat is namelijk ook een manier om watte doen aan het tekort aan woningen. Want als je ze aan toeristen gaatverhuren, ben je ze kwijt als woning voor de bewoners. Daar waar eenwoonbestemming geldt, mag dat dus niet.De heer White vroeg ook aan mij hoe het zit met de verduurzaming vanwoningen en het terugdringen van de energiearmoede. Daar zijnmiddelen voor beschikbaar gesteld en die lopen tot het einde van dít jaar.Op dit moment wordt er dus gewerkt aan de plaatsing van zonnepanelenen andere verduurzamingsprojecten, zoals het gebruik van energiebespa-rende apparaten in de woningen zelf. We werken hieraan met deBES-eilanden. Hier is budget voor toebedeeld. Voor Bonaire, Saba enSint-Eustatius is dat respectievelijk € 990.000, € 360.000 en € 450.000.Met deze middelen wordt dus gewerkt aan de verduurzamingsprojecten.Er zijn aan mij ook vragen gesteld over de verhuurderssubsidie voor decorporaties en de Bijdrage Particuliere Verhuur, de BPV. Uit de evaluatievan de BPV die in 2024 is uitgevoerd, blijkt dat het instrument eenbelangrijke bijdrage levert aan de bestrijding van armoede en dat er eenaantal verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Het gaat danbijvoorbeeld om het inbouwen van verantwoordingsmomenten en hetactualiseren van de voorwaarden. Dat zal dit jaar in gang gezet worden.De heer White heeft ook nog zijn zorgen uitgesproken over het tekort aanhuurwoningen op de eilanden. Ik heb net de realisatie van de afgelopentijd opgesomd en gezegd dat we met elkaar echt volle bak vooruit gaanwerken aan de versnelling. Dat was de beantwoording van de laatstevraag die de heer White aan mij gesteld heeft.Voorzitter. Tot slot kom ik ...De voorzitter:Ik kijk nog even naar de heer White. Zijn al zijn vragen inderdaadbeantwoord? Als dat zo is, heeft hij dan nog een aanvullende vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7019 De heer White (GroenLinks-PvdA):Ik heb volgens mij prima antwoorden gekregen van de Minister. Het «wat»is helemaal prima. De versnellingstafel gaat ervoor zorgen dat we dit opde agenda blijven houden. Ik ben wel nog heel erg benieuwd naar dehoe-vraag. Waar voorziet de Minister mogelijke knelpunten in deversnelling?Minister Keijzer:Dat verschilt per eiland. Dat heeft soms te maken met de discussie: vanwie is de grond? Soms heeft het te maken met de geologische situatie.Soms heeft het te maken met onvoldoende capaciteit. Ik ben echt van planom per eiland met de bestuurders hier het gesprek over aan te gaan. Datis namelijk wat je aan een versnellingstafel doet. Waarom komt het nietvan de grond? Waar zit ’m dat in? Waar kan ik helpen?De voorzitter:Ja, dank u wel. Volgens mij kunnen we nu verder naar de antwoorden vanmevrouw Wijen-Nass.Minister Keijzer:Ja, we gaan naar de vragen van de fractie van de BBB. De fractie van deBBB vroeg aan mij hoe het met de huurcommissies zit. Daar heb iknatuurlijk al het een en ander over gezegd. Even kijken; wat hier staat, hebik al gezegd. Op Bonaire is sinds 2021 een Huurcommissie actief. OpStatia en Saba wordt eraan gewerkt om dat te gaan doen. Zoals gezegd, isdit voor de huurbescherming van de mensen die daar zitten, echt wel heelbelangrijk. Je hebt namelijk een probleem en waar moet je dan heen?Zeker als je onvoldoende middelen hebt om deskundige bijstand in tehuren – dat is gewoon het geval op de eilanden – is dat echt van hetallergrootste belang. De Huurcommissie is er niet alleen voor dehuurders, maar ook voor de verhuurders. Dat is absoluut waar, maar ikdenk dat de zorg van mevrouw Wijen-Nass vooral aan de kant van dehuurders zit. De betaalbaarheid van woningen is ook van belang. Daar zetik ook echt op in. Huurders met een laag inkomen die noodgedwongenparticulier moeten huren, moeten we ondersteunen in de huurlasten. Wemoeten dat dus niet alleen bij corporaties doen, maar ook voor mensendie huren van particuliere verhuurders. Die blijven we echt ondersteunen.Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag gehad over de VHS en de BPV, maardie heb ik net al beantwoord toen de heer White mij die vraag stelde. Ja,het is eigenlijk best wel verdrietig voor mevrouw Wijen-Nass. Last butcertainly not least, maar door het hele verhaal heb ik al wel een aantalvragen beantwoord.Zij vroeg mij nog naar de Nationale Hypotheek Garantie, namelijk of ikervoor wil zorgen dat het aanbod van betaalbare koopwoningen opBonaire toereikend is. Er is een pilot gedraaid. Daaruit is gebleken is datdaar weinig gebruik van wordt gemaakt. Dat heeft deels gewoon te makenmet de inkomenspositie van mensen op de eilanden. Mensen hebben nietgenoeg geld om een huis te kopen, zeker niet als die huizen ook nog eensduur zijn. We hebben daar natuurlijk wel maatregelen genomen om deplafonds te verhogen, maar we zullen de komende tijd moeten bekijken ofdat effect heeft. Ook moet ik natuurlijk goed bekijken hoe je, als je straksbetaalbare koop hebt, met non-speculatiebedingen voorkomt dat iemandde jackpot toegewezen heeft gekregen en vervolgens die woning metwinst verkoopt; niets menselijks is ons allen vreemd. Dat is natuurlijk nietde bedoeling. Datzelfde geldt in Nederland, dus in die zin is de discussieniet anders. Daar ga ik dus ook echt het gesprek over aan. Maar dediscussie op de eilanden is precies hetzelfde als in Nederland. Het enigewat echt helpt, is het toevoegen van huizen. Daar ga ik ook echt mee aande slag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7020 Voorzitter. Ik heb ook al het een en ander over toeristische verhuurgezegd. Ik heb net al gememoreerd dat het gerecht op Bonaire indecember geoordeeld heeft dat het bestuurscollege mag optreden tegenverhuur van woningen aan toeristen voor periodes korter dan driemaanden. Huizen voor de bewoners van de eilanden zijn belangrijk. Iksnap compleet dat je er meer uit kunt halen als je ze voor de toeristischeverhuur gebruikt, maar dat is gewoon niet de bedoeling daar waar sprakeis van een woonbestemming. Ik ben er dus echt heel blij mee dat hetbestuurscollege van Bonaire op heeft getreden als de verhuur strijdig wasmet het ruimtelijk ontwikkelingsplan, namelijk daar waar sprake is van eenwoonbestemming.Voorzitter. Daarmee ben ik volgens mij aan het einde van de beant-woording gekomen. Ik krijg één correctie; het is altijd fijn als de ambte-naren er scherp bij zitten. De Woningwet BES, waar ik vooral overgesproken heb in gesprek met mevrouw Welzijn, gaat vóór de zomer inconsultatie en niet naar de Tweede Kamer. Maar als de wet in consultatiegaat, wordt die openbaar. Datgene wat ik gezegd heb, namelijk om aan dehand van het verloop van dat woningwetsysteem een vinger aan de polste houden, blijft dus overeind. Het is alleen nog even een stap eerder inhet proces om te komen tot een Woningwet BES.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank voor de antwoorden. Ik zie de Kamerleden zeer tevredenkijken. Goed ook dat er nog even werd toegevoegd dat de wet inconsultatie is deze zomer. Dan kan iedereen die dat wil daar dus opreageren, dus ook de mensen op de eilanden. Ik kijk even naar de zijdevan de Kamer. We hebben de eerste termijn van het kabinet afgesloten. Iser behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Dat betekent dat ikin de tweede termijn van de kant van de Kamer het woord geef aanmevrouw Welzijn namens Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de aandacht van de Minister voorhet wonen op de BES en haar erkenning van de praktische en weerbar-stige problemen. Door die problemen hebben we ook daar te maken meteen wooncrisis. De eilandbesturen lopen daar keihard tegenaan. Ik ben blijom te horen dat hierover goed overleg gevoerd wordt en dat de relatiegoed is. Vervolggesprekken gaan over de vraag wat precies nodig is en ofer eerlijkheid is over wat er wel en niet geboden en gevraagd wordt. Datkan maar beter helder zijn. Die gesprekken zullen de nodige ingrediëntenopleveren voor de versnellingsagenda, waar de Minister over sprak. Ik wilnog even weten wanneer we die versnellingsagenda als commissiekunnen zien.De concrete tijdlijn voor de Woningwet BES is helder. Mijn fractie zal dusvooral kijken naar het proces van de daadwerkelijke toelating. Diehartenkreet van de eilanden hebben wij echt heel goed gehoord en dienemen wij ter harte.Wat mij nog bezighoudt, is de koopmarkt. Het verhaal heeft natuurlijktwee kanten. We hebben aan de ene kant de expats – daar kan quaingrepen van alles gebeuren – maar aan de andere kant hebben wenatuurlijk de koopstarter. Mijn fractie zou het heel mooi vinden als diekoopstarter ook gefaciliteerd wordt, bijvoorbeeld door het koopstartfonds,dat we al in de begroting hebben. We zouden het heel mooi vinden als ditvoor een evenredig deel geoormerkt kan worden voor de BES-eilanden.We willen de Minister via een motie daartoe oproepen. Dat is voor ons deenige reden om een tweeminutendebat aan te vragen. Dat heb ik dus bijdezen gedaan.We zullen vooral uitkijken naar de vervolggesprekken die er zullen zijn,wat daaruit komt en hoe dat verder in het proces gebracht wordt. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7021 voelt goed om van de Minister te horen hoe zij daarmee omgaat. Dat geeftook vertrouwen. Wij kijken ook uit naar een bezoek, net als de Minister. Ikweet niet of het ons als commissie gaat lukken om dat ook voor de zomergeregeld te hebben. Beeld bij de zaak, praten met de lokale bevolking:daar kijken we enorm naar uit.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik noteer bij dezen dat er een tweeminutendebat is aange-vraagd door mevrouw Welzijn. Ik wil graag het woord geven aan de heerWhite voor zijn tweede termijn. Hij zal namens GroenLinks-PvdA hetwoord voeren.De heer White (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de zorgvuldigeantwoorden. Die bieden inzicht en geven ook vertrouwen. Maar wat mijbetreft zijn er toch nog wat zorgen op het vlak van de realisatie. Daaromzie ik graag de acties, de resultaten en een voortgangsrapportage met eenmooie frequentie tegemoet. Ik hoop dat de Minister dat kan toezeggen. Iksluit me zeker aan bij het voorstel om een tweeminutendebat te doen, omdat nog vast te stellen.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan de heer Meulenkamp, dienamens de VVD zal spreken.De heer Meulenkamp (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel erg blij dat de Minister zegt: we willengewoon huizen gaan bouwen. En ja, dat is volgens mij het allerbelang-rijkst. Dan komt er vanzelf weer doorstroming. Ik kijk even naar mevrouwWelzijn. Dan komt er wel weer doorstroming in de huizen. Nieuwbouw-huizen zorgen toch weer voor vier verhuisbewegingen in Nederland. Ikweet niet precies hoe het op de eilanden werkt, maar we moeten gewoonhuizen bouwen. Ik ben er gewoon ontzettend blij mee dat daar deprioriteit ligt.Ik denk ook even heel praktisch mee. We moeten gewoon een aantalmensen vrijmaken. Die omgevingsplannen gaan draaien op die eilanden.Eerder waren er bestemmingsplannen. Nu gaan de omgevingsplannendraaien. Daar moeten we ook de nodige ingenieurs bij gaan betrekken.Het Ministerie van VROM is ooit opgeheven. Toen zijn alle ingenieurs enpraktische mensen bij de ministeries weggelopen. Dat zijn mensen die weecht nodig hebben op deze eilanden. We hebben hen nodig in dit land omhuizen te gaan bouwen, maar we hebben hen zeker ook op die eilandennodig. Ik geef het u maar even mee. Waarschijnlijk heeft u er zelf al aangedacht.Ik constateer nog even dat u heeft toegezegd om in te gaan op diebetaalbare, orkaanbestendige flexwoningen. We krijgen nog te horen of zebetaalbaar zijn. Maar ik zou heel graag willen zien dat we het Nederlandsebedrijfsleven en universiteiten gaan uitdagen om zoiets voor elkaar teboksen. Ik kijk ook even naar de ambtenaren die hier aan tafel zitten. Dat istoch een heel mooi project om als ministerie uit te zetten? Kunnen we ditvoor elkaar boksen in Nederland, met het Nederlandse bedrijfsleven enmet de kennisinstituten in Nederland?Ik heb nog een vraag niet beantwoord gekregen. Die vraag ging over deproblemen met de eigendomsgrenzen. U heeft het er wel over gehad,maar heeft u enig idee hoe we die eigendomsgrenzen beter in beeldkunnen krijgen, zodat we daadwerkelijk die omgevingsplannen kunnengaan draaien?Tot zover, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7022 De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord nu aan mevrouw Wijen-Nass. Zij spreektnamens de BBB.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er is wederom al heel veel gezegddoor mijn voorgangers. Maar ik wil zelf toch ook nog heel graag ietszeggen. Ik noemde al dat het heel belangrijk is dat we het vandaaghebben over de situatie op de BES-eilanden. Zoals de Minister ook alterecht aangaf in haar beantwoording: elke regio telt. Dat geldt ookhiervoor. Dat is gewoon heel erg belangrijk. De antwoorden die deMinister heeft gegeven, geven ook hoop. Ik ben eigenlijk heel ergbenieuwd hoe zich dat de komende tijd gaat ontwikkelen. Je ziet wel datook daar dezelfde problemen spelen als hier in Nederland. Ik wil tochnogmaals de aandacht vragen voor het feit dat die huizen er vooralmoeten komen voor de lokale bewoners. Het gaat dus niet alleen maarom bouwen, bouwen, bouwen, zoals de VVD zegt. Het is wel belangrijk,maar ik vind het ook heel erg belangrijk dat we die bestaande ruimte echtoptimaal gaan benutten. Dat moet ook samen kunnen gaan met hettoerisme daar. Dat is nog een aandachtspunt dat ik nog heel graag zouwillen meegeven.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik heb een aantal vragen gehoord van de Kamer, diegenoteerd zijn. Hoeveel tijd heeft u nodig voor de tweede termijn? Ik hoordat de Minister direct kan starten met de tweede termijn. Het woord is aanhaar.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. De hoeveelheid vragen die aan mij gesteld is, isoverzichtelijk. Er hoeft dus geen schorsing plaats te vinden. Ik kan hetgewoon ter plekke doen.De Kamer gaat uiteraard zelf over de vraag of er een tweeminutendebatmoet komen. Maar ik kan hier ter plekke een toezegging doen aanmevrouw Welzijn; dat scheelt haar weer een motie. We zullen bij devormgeving van het koopstartfonds, waar wij mee bezig zijn, bezien of ditook kan gaan werken op de eilanden. Het is trouwens ingewikkelder danje denkt. Het alleen al vormgeven voor Nederland is ingewikkelder dan jedenkt. We zijn dat op dit moment aan het uitzoeken, dus we kunnenmeteen kijken of dat ook past voor de eilanden. Dat scheelt wellicht eenmotie.Dat geldt eigenlijk ook voor de vraag van de heer White. Ook daar is geenmotie voor nodig, maar daar gaat de Kamer uiteraard zelf over. Hij vroegaan mij of de voortgangsrapportage kan worden versneld. Ik benvoornemens om voor de zomer naar de eilanden te gaan. Op het momentdat ik dat gedaan heb, wil ik u daarover informeren. Dat kan in eenactualisatie van de voortgangsrapportage.Mevrouw Welzijn heeft nog een andere vraag aan mij gesteld, over deversnellingsagenda. Die krijgt u aan het einde van dit jaar van mij.De heer Meulenkamp stelde nog twee vragen aan mij. Wil ik de universi-teiten en bouwers uitdagen om te kijken of je modulair kunt bouwen opde eilanden? Laten we ons realiseren dat de opgave beperkt is. Het is nogmaar de vraag of er voldoende markt is om dit te doen. Ik moet voor 22%bezuinigen op de ambtelijke capaciteit, dus ik wil de ambtenaren inzettenom datgene te doen wat leidt tot een maximale opbrengst in hetrealiseren van huizen. Ik heb de neiging om te zeggen: als de markt dit zietzitten, dan komen ze zelf wel. Het feit dat ze dat nog niet gedaan hebben,geeft wellicht aan dat hier in Nederland onvoldoende markt voor wordtgezien. Dat staat nog los van de vraag of de mensen ter plekke het willen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7023 Ik ben dus wat terughoudend hierin. Ik heb in de eerste termijn toegezegddat ik zal kijken of er al rekensommen zijn gemaakt. Als ik die kan vinden,zal ik de Kamer informeren over hoe het ervoor staat. Op dat momentkunnen we met elkaar kijken of we hierin een volgende stap moetenzetten.De heer Meulenkamp vroeg mij ook nog maar de weesgronden. Wat zijndat? Dat zijn stukken grond waarvan niet duidelijk is wie de rechtheb-bende is. Vandaar de term «wees». Veel gronden op Saba vallen onderonverdeelde boedels. Wie uiteindelijk de rechthebbende is, is gewoon nietduidelijk, waardoor het lastig is om de vraag te beantwoorden van wieeen stuk grond gekocht of verkregen moet worden op het moment dat jeer wat mee wilt. Er wordt nu een plan van aanpak geschreven op basisvan een aantal uitspraken van Caribische rechters. De ervaringen uit dezezaken worden meegenomen. Het Kadaster is ook gevraagd om deinformatie uit het eigen archief in kaart te brengen. Op een gegevenmoment houd je witte plekken, ontbrekende data, over. Die moetengeïnventariseerd worden. Nadat het plan van aanpak is vastgesteld, kanhet openbaar lichaam op Saba hiermee aan de slag. Het eiland is hier zelfverantwoordelijk voor, maar ik deel volledig met de heer Meulenkamp dathet belangrijk is om dit in beeld te krijgen als je iets wilt met die betref-fende plekken.Ik kom tot slot bij mevrouw Wijen-Nass. Zij vroeg aandacht voor bouwen,bouwen, bouwen. Dat deed de heer Koerhuis van de VVD altijd. Ik hadverwacht dat mevrouw Wijen-Nass het zou hebben over BBB: Bouwen,Bouwen, Bouwen. Dat zou ook in mijn oren aanlokkelijk klinken. Maar zijheeft er volledig gelijk in dat dat uiteindelijk moet gebeuren. Je moetaandacht houden voor de toeristische sector, vanwege de economischeeffecten, de werkgelegenheid en de belastingopbrengsten. Maar je moetdat wel op zo’n manier doen dat er voldoende ruimte blijft voor debewoners zelf om een dak boven hun hoofd te vinden. Dat geldt trouwensook voor expats, die vaak nodig zijn voor de economie ter plekke. Datdelen wij met elkaar en daarom hebben wij vandaag gedebatteerd overdeze drie prachtige eilanden in het Caribisch deel van Nederland. Hoezorgen we ervoor dat daar voldoende huizen zijn voor de mensen om hunleven te beginnen of voort te zetten op de manier die zij willen?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn.Dat betekent dat ik als voorzitter de toezeggingen op ga noemen diegedaan zijn. De toezeggingen die wij noteren, hebben eigenlijk altijd devorm dat er ook een brief bij moet komen en een tijd. Ik zal er een aantaloplezen die ik gehoord heb en ik hoor graag van de leden of zij dezeherkennen en van de Minister hetzelfde.–De eerste is een toezegging die gedaan is aan de heer Meulekamp. DeMinister gaat kijken of de rekensommen die er zijn aangaande devraag of het mogelijk is om orkaanbestendige flexwoningen teontwikkelen en te bouwen naar de Kamer gestuurd kunnen worden.Ik zie de heer Meulenkamp knikken en ik zie de Minister knikken. Ik hebdaar een tijdlijn voor nodig.Minister Keijzer:Een paar weken. Want als ze er zijn, is het zo opgestuurd. En als ze er nietzijn, dan hoort u het ook.De voorzitter:Heel goed. Dan krijgen we die over een paar weken. Dan hebben we hetvervolgens gehad over het koopstartfonds. Dat bracht mevrouw Welzijnop.–De Minister wil het koopstartfonds ook vormgeven op de eilanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7024 Wat ik dan nodig heb, is een brief waarin daar een reactie op wordtgegeven en een datum.Minister Keijzer:Het vormgeven van een koopstartfonds is gewoon ingewikkeld, dus ikmoet dit gewoon even uitzoeken. Ik kan hier op dit moment gewoon geentermijn voor noemen, omdat ik even moet uitzoeken wat de ontwikkelingop dit moment is, hoever we zijn en wat het dan aan tijd nodig heeft omhet ook voor de eilanden uit te dokteren. Mag ik dat gewoon in eenalgemene brief naar aanleiding van dit debat opnemen waarin ik ookantwoord geef aan de heer Meulenkamp? Dan hoort u in ieder geval vanmij de stand van zaken en de termijn.De voorzitter:Zullen we dat even doen?Minister Keijzer:O, er is een beter plan. Er wordt op dit moment gewerkt aan een brief aande Kamer over het koopstartfonds, over de voortgang. Die komt eraan,met een week of drie. Dan neem ik daarin op wat de gedachten zijn overdit ook doen voor de eilanden en hoelang dat nog nodig heeft. Nogmaals,het is niet eenvoudig. Het is dus denk ik ook niet iets wat ik even op eenachternamiddag meeneem als ik toch bezig ben.De voorzitter:Helder. Ik kijk naar mevrouw Welzijn. Die knikt en zegt ook: dat snappenwe. De hoofdboodschap is eigenlijk dat het proces gestart is. Ik denk datdat het belangrijkste is.–De Minister kan de voortgangsrapportage versneld toezenden. Dat iseen toezegging aan de heer White.Dat hebben we bij dezen ook geaccepteerd. Ik zit even te worstelen methoe die in een brief zal komen. Laten we ’m gewoon even zo doen.Minister Keijzer:Na de zomer, voorzitter.De voorzitter:Na de zomer. Helder. Dit zijn de toezeggingen die ik heb genoteerd. Ik kijkeven naar de leden om te zien of dat klopt.De heer Meulenkamp (VVD):De orkaanbestendige flexwoningen staan er ook bij, toch?De voorzitter:Die staan er inderdaad bij. Dan rest de vraag of er nog een tweeminuten-debat nodig is of dat de leden voldoende antwoorden en voldoendetoezeggingen gehad op de vragen die zij hebben gesteld. Ik geef hetwoord aan mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik moet er even over nadenken, maar het voelt dat het overbodig zoukunnen zijn geworden.De voorzitter:Dat is een heel mooi antwoord. Ik geef mevrouw Welzijn de tijd omdaarover na te denken. Zij kan het tweeminutendebat te allen tijde weerintrekken, dus dat is geen probleem. Of niet aanvragen? Wij vragen hetwel aan. Dat is de procedure, maar mevrouw Welzijn kan het zo weerintrekken wanneer zij dat nodig acht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7025 Ik wil u allen, de Kamerleden en de Minister, hartelijk danken voor hetgoede gesprek, het goede debat dat we met elkaar hebben gevoerd. En ikwil in het bijzonder de inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Sababedanken voor het feit dat ze hiernaar gekeken hebben, dit hebbengevolgd. Ik hoop ook van harte om u zelf een keer te mogen ontmoeten.Hiermee sluit ik de vergadering voor vandaag en ik wens u allen nog eenheel fijne dag.Sluiting 17.55 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 7026

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2e837ee91006cbb4

14 okt 2026 · a3b6e8f15d9f47dc

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.