KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over het bericht dat de VS uit de WHO stapt (Kamerstuk 36600-XVI-176)

12 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b3ea172899f00f40 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 183 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 mei 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 5 maart 2025 over het berichtdat de VS uit de WHO stapt (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 176).De vragen en opmerkingen zijn op 7 april 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 12 mei 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-36600-XVI-183ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1831 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5II.Reactie van de Minister6 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over het bericht dat de Verenigde Staten (VS)uit de WHO stapt en hebben hierover geen aanvullende vragen en/ofopmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met zorg en interessekennisgenomen van de kabinetsreactie over het vertrek van de VS uit deWHO. Genoemde leden hebben grote zorgen over het vertrek van de VS,die circa 20% van het totale WHO-budget van $ 3,75 miljard per jaarfinancieren. Deze leden vrezen de impact hiervan op de mondialepandemische paraatheid en de mogelijke gevolgen voor de levering vanvaccins, medicatie en medische apparatuur tijdens pandemieën.De Minister schrijft in de kabinetsreactie dat het besluit van de Ameri-kaanse president Trump om het Executive Order (EO) te ondertekenenwaarmee het lidmaatschap van de WHO werd opgezegd, resulteerde in deonmiddellijke stopzetting van alle betalingen door de VS aan de WHO.Wat zijn tot op heden de gevolgen hiervan? Is er bijvoorbeeld al sprakevan een «braindrain» doordat Amerikaanse experts die bij de WHOgedetacheerd zijn worden teruggetrokken? Wat zijn de gevolgen nu de VSook reeds toegezegde betalingen op al verrichte werkzaamheden in 2024niet heeft voldaan? Zijn er projecten of initiatieven die hierdoor zijn komenstil te liggen of hier op andere manieren al de gevolgen van ondervinden?Zo ja, om hoeveel projecten gaat het? Welke gevolgen heeft de terug-trekking van de VS daarnaast op de autoriteit van het instituut? Wat is deimpact van de terugtrekking op de slagvaardigheid van de organisatie bijhet bevorderen van basale gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, enhet in de kiem smoren van potentiële pandemieën zoals mpox? Wat isdaarnaast de impact op het werk van de WHO op het bevorderen vangelijkwaardige toegang tot vaccins, ook door ontwikkelingslanden,waarvan het belang voor de wereldwijde gezondheid is gebleken tijdensde vaccinongelijkheid bij de COVID-19-pandemie?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast in de kabinetsre-actie dat de terugtrekking van Amerikaans personeel bij de WHO specifiekvoor Nederland kan leiden tot een afname in directe samenwerking metde VS, vooral op het gebied van onderzoek en het delen van medischekennis en technologieën. Zijn de eerste gevolgen hiervan al merkbaar enzo ja, op welke wijze? Is de samenwerking tussen Nederland en de VShechter dan andere aangesloten landen bij de WHO? Op welke manier kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1832 de afname in directe samenwerking met de VS worden gecompenseerddoor samenwerking op het gebied van onderzoek en technologie metandere landen, bijvoorbeeld binnen de Europese Unie? Is de Ministerbereid zich hier hard voor te maken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beslisnota dat hetkabinet vooralsnog kiest voor een zakelijke en feitelijke reactie op hetbesluit van de Amerikaanse regering omdat de relatie van de VSbelangrijk is voor Nederland. Is het kabinet daarnaast voornemens omzich wel stevig uit te spreken over de mogelijke gevolgen hiervan voor dewereldwijde pandemische paraatheid, waardoor ook de VS uiteindelijkgeraakt kunnen worden? Kan de Minister toezeggen dat het kabinet deWHO actief zal blijven steunen? Hebben de Nederlandse bezuinigingen opontwikkelingssamenwerking en de vermindering van bijdragen aan de VNgevolgen voor de Nederlandse bijdrage aan de WHO? Wat is de impact ophet werk van de WHO als meerdere belangrijke donorlanden hun bijdragenaar beneden bijstellen?Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkelevragen over de gevolgen voor de pandemische paraatheid in Nederland,die immers ook beïnvloed wordt door een mogelijke achteruitgang van demondiale pandemische paraatheid door de terugtrekking van de VS. Watbetekent dit voor de opgave van Nederland op het gebied van pande-mische paraatheid? Verandert dit de doelstellingen van het kabinet?Worden de gevolgen van het terugtrekken van de VS uit de WHOmeegenomen in het Plan Weerbaarheid? Wordt de noodzaak voor eenoplossing voor de bezuinigingen op pandemische paraatheid inNederland volgens de Minister hiermee groter?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over het bericht dat de VS uit de WHO stapt.Hoewel zij inzien dat een mogelijk vertrek van de VS uit de WHO grotegevolgen zal hebben, vinden zij het begrijpelijk dat het kabinet hier nietover wil speculeren. Genoemde leden hebben toch nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe het staat met hetkabinetsbrede weerbaarheidsbeleid jegens gezondheidscrises en inhoeverre de onduidelijkheid over de stappen van de VS en de WHO vaninvloed is op de voortgang van haar beleid. Ook willen zij weten inhoeverre de Minister verwacht dat de stappen van de VS van invloed zijnop de strategische autonomie met betrekking tot gezondheid en zorg inEuropa.Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat één van de gevolgen kanzijn dat het moeilijker wordt om belangrijke gezondheidsdata zo snelmogelijk te delen. Genoemde leden vragen welke typen gezondheidsdatavanuit de VS gedeeld worden. Welke directe samenwerkingen lopen ermomenteel tussen de VS en Nederland en tussen de VS en de EU?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie betreuren het dat de VS uit de WHO zijngestapt. Deze leden onderstrepen het belang van internationale samen-werking bij de aanpak van mondiale gezondheidsvraagstukken, zoalspandemische paraatheid. Genoemde leden hebben nog enkele vragenover de kabinetsreactie op het terugtreden van de VS uit de WHO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1833 De leden van de NSC-fractie lezen dat de terugtrekking van de VS uit deWHO gevolgen zal hebben voor de directe samenwerking tussenNederland en de VS op het gebied van onderzoek en het delen vanmedische kennis en technologieën. Kan de Minister een beter beeldschetsen van wat deze verminderde samenwerking concreet zalbetekenen voor de gezondheidszorg in Nederland? Zal de Minister zichinzetten om deze samenwerking toch voor te zetten, eventueel opbilateraal niveau?De leden van de NSC-fractie hebben grote zorgen over de staat van depandemische paraatheid. Zoals ook de Minister schrijft, is dit per definitieeen mondiale uitdaging en is de WHO een essentiële schakel in dewereldwijde aanpak. De Minister geeft aan dat de WHO bijvoorbeeld desamenwerking tussen landen tijdens een gezondheidscrisis faciliteert. Kande Minister aangeven welke impact het vertrek van de VS uit de WHOheeft op de beschikbaarheid en verdeling van vaccins en medischehulpmiddelen bij een volgende pandemie? Tot slot vragen deze leden ofer plannen zijn om nauwer samen te werken met de EU of andereinternationale gezondheidsinitiatieven om de gevolgen van de Ameri-kaanse beslissing op te vangen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over het nieuws dat de VS uit de WHO stappen.Daartoe hebben deze leden verdere vragen.De Minister geeft in deze brief aan dat het vertrek van de VS kan leiden toteen meer gefragmenteerde aanpak van uitbraken van infectieziekten enpandemieën, waardoor de WHO minder effectief zou kunnen reageren opuitbraken van infectieziekten of pandemieën. Ziet de Minister daartoe hetbelang om als Nederland zelf alles op alles te moeten zetten om goedvoorbereid te zijn op een nieuwe pandemie? Daartoe vragen de leden vande D66-fractie welke plannen de Minister heeft om de pandemischeparaatheid voor Nederland te garanderen. Zij vragen of de Minister nogsteeds vasthoudt aan haar aangekondigde bezuinigingen op pandemischeparaatheid, terwijl de Minister weet dat onze pandemische paraatheid erslechter voorstaat dan voor de COVID-19 crisis1. Kan de Ministeraangeven op welke wijze zij voorkomt dat de publieke gezondheidszorg ende GGD’en die hierin een vitale rol spelen met deze bezuinigingen verderworden afgebroken? Deze leden vragen tevens of de Minister kanaangeven op welke wijze zij voorkomt dat eerder gedane investeringenteniet worden gedaan.De Minister benoemt dat door het vertrek van de VS uit de WHO weten-schappelijke contracten bevroren kunnen worden, wat wereldwijdesamenwerking in het geding brengt en waardoor het moeilijker kanworden om belangrijke gezondheidsdata snel te delen.De leden van de D66-fractie vragen aan de Minister op welke manierervoor gezorgd wordt dat Nederlandse beleidsmakers en onderzoekerstoegang blijven houden tot de expertise van Amerikaanse weten-schappers, in het belang van de continuering van goede zorg en pande-mische paraatheid.1Parool, 27 februari 2025, https://www.parool.nl/nederland/nederland-is-nu-slechter-voorbereid-op-pandemie-dan-voor-corona-minder-ic-bedden-en-geen-noodplan~bb3726a0/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1834 Tot slot, deze leden vinden het belangrijk dat Nederland zelf goed isvoorbereid op een nieuwe pandemie maar zien dat dit alleen kan als weook internationaal, dus middels de WHO zijn voorbereid. Kan de Ministeraangeven wat haar inzet is op Europees en mondiaal niveau om depandemische paraatheid te versterken, zo vragen deze leden. Kan deMinister daarbij toelichten welke stappen zij al heeft ondernomen en watwe verder kunnen verwachten?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over het bericht dat de VS uit de WHO stapt.Deze leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie zijn blij dat Nederland zich bij de WHO actiefinzet voor het behoud van nationale soevereiniteit in het kader van deIHR-wijzigingen en het pandemie-instrument. Dankzij de scherpe motievan het lid Keijzer2 blijft Nederland de regie behouden over zijn eigengezondheid en soevereiniteit.De leden van de BBB-fractie hebben ervoor gezorgd dat Nederland nietautomatisch akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen van deInternationale Gezondheidsregels (IHR) van de WHO. Dit betekent dat eenzorgvuldige, transparante discussie plaatsvindt in de Kamer voordat eenbesluit wordt genomen. Desondanks hebben deze leden enkele vragenover de voortgang van de onderhandelingen en de verdere koers dieNederland volgt.Wat is na het vertrek van de VS de eigen deelname van Nederland aan deWHO en de invloed daarvan op de nationale gezondheidspolitiek? Hoewordt Nederland vertegenwoordigd in de onderhandelingen over hetpandemieverdrag?In hoeverre is het kabinet bereid te blijven zorgen voor transparantie endemocratische besluitvorming, zoals eerder vastgelegd in de motieKeijzer? Hoe garandeert de Minister dat er een zorgvuldige afweging komtvan de voorgestelde wijzigingen voordat Nederland een standpuntinneemt over de nieuwe regelgeving van zowel de IHR als het pandemie-verdrag?Hoe staat het kabinet tegenover deze voorgestelde wijzigingen van zowelde IHR als het pandemieverdrag waarover nog wordt onderhandeld?Wat is de huidige stand van de onderhandelingen over het pandemie-instrument? Hoe ziet het kabinet de rol van Nederland bij het bereiken vaneen compromis, en denkt de Minister überhaupt dat het verstandig is omakkoord te gaan met een eventueel pandemieverdrag?Aangezien de geopolitieke situatie, zoals de recente verkiezingen in de VS,invloed kan hebben op de onderhandelingen, wat verwacht het kabinetdat de impact daarvan zal zijn op de onderhandelingen bij het pandemie-verdrag? Hoe bereidt Nederland zich voor op deze mogelijk gewijzigdesituatie? En welke rol zal Nederland hierin nemen?Hoe wordt de nationale soevereiniteit gewaarborgd in de context van deinternationale samenwerking, vooral in het geval van overdracht vanbevoegdheden over de bestrijding van gezondheidscrisissen?2Kamerstuk 25 295, nr. 2185, Motie van het lid Keijzer c.s. over de minister zich kenbaar latenonthouden van het accorderen van het onderhandelingsresultaat tijdens de aanstaande WHATweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1835 Zijn er waarborgen dat Nederland niet gedwongen zal worden maatre-gelen in te voeren die ingaan tegen onze nationale belangen? Zo nee, kande Minister toezeggen te staan voor het feit dat Nederland nooitgedwongen maatregelen in zal moeten voeren die ingaan tegen onzenationale belangen?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over het bericht dat de Verenigde Staten (VS)uit de WHO stapt en hebben hierover geen aanvullende vragen en/ofopmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met zorg en interessekennisgenomen van de kabinetsreactie over het vertrek van de VS uit deWHO. Genoemde leden hebben grote zorgen over het vertrek van de VS,die circa 20% van het totale WHO-budget van $ 3,75 miljard per jaarfinancieren. Deze leden vrezen de impact hiervan op de mondialepandemische paraatheid en de mogelijke gevolgen voor de levering vanvaccins, medicatie en medische apparatuur tijdens pandemieën.De Minister schrijft in de kabinetsreactie dat het besluit van de Ameri-kaanse president Trump om het Executive Order (EO) te ondertekenenwaarmee het lidmaatschap van de WHO werd opgezegd, resulteerde in deonmiddellijke stopzetting van alle betalingen door de VS aan de WHO.Wat zijn tot op heden de gevolgen hiervan?De gevolgen van stopzetting van de samenwerking en de betalingen doorde VS zijn al direct merkbaar in het afbouwen of zelfs stopzetten vanprojecten op het gebied van vaccinatie, immunisatie, surveillance envoedselveiligheid. Denk hierbij aan het niet meer delen van informatie,zoals bijvoorbeeld op het gebied van surveillance zoals een dashboardwaar wereldwijd landen ziektenuitbraken kunnen melden of bijvoorbeeldook op het gebied van voedselveiligheid (INFOSAN). Andere voorbeeldenbetreffen medische hulpprogramma’s van de WHO, voor onder anderelanden als Oekraïne en Afghanistan. Deze projecten/programma’s werdenvooral gefinancierd door bijdragen van de VS aan de WHO. Ook zijnexperts door de VS teruggeroepen, met gevolgen voor samenwerking metde WHO en lidstaten waaronder Nederlandse experts bij het RIVM.Het direct wegvallen van de financiële en personele bijdragen van de VSvoor bovengenoemde werkzaamheden en de noodzaak om de finan-ciering van deze, ook voor Nederland belangrijke taken te continueren,betekent dat de WHO kritisch moet kijken naar haar prioriteiten. De WHOstaat daarmee voor een moeilijke uitdaging. Momenteel wordenvoorstellen voor een 20% lagere begroting uitgewerkt, met een daarbijpassende herprioritering van het werkprogramma en een afslanking vande organisatie.Is er bijvoorbeeld al sprake van een «braindrain» doordat Amerikaanseexperts die bij de WHO gedetacheerd zijn worden teruggetrokken?Het gaat in de praktijk om enkele tientallen Amerikaanse gedetacheerdeexperts bij de WHO, die zijn teruggetrokken. Het is lastig om te zeggen dater hiermee sprake is van een braindrain. Maar dat de expertise enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1836 technische kennis van de VS-experts zal worden gemist is een zekerheid.De WHO zal een groter beroep moeten doen op kennis van andere landen.Wat zijn de gevolgen nu de VS ook reeds toegezegde betalingen op alverrichte werkzaamheden in 2024 niet heeft voldaan? Zijn er projecten ofinitiatieven die hierdoor zijn komen stil te liggen of hier op anderemanieren al de gevolgen van ondervinden? Zo ja, om hoeveel projectengaat het?De gevolgen van het niet voldoen van toegezegde betalingen zijn fors endwingen de WHO tot nog forsere bezuinigingen op korte termijn. Vooralook omdat de uitgaven voor 2024 reeds waren verricht. De WHO wilbelangrijke instrumenten zoals waarschuwings- en surveillance systemenin de lucht houden, zodat voldaan kan worden aan de taken ten aanzienvan infectieziekten, voedselveiligheid, de inzet van de WHO in crisissitu-aties. Het is nog niet goed mogelijk om op dit moment al een goedeinschatting te geven van het aantal projecten dat hiervan gevolgenondervindt.Welke gevolgen heeft de terugtrekking van de VS daarnaast op deautoriteit van het instituut?Het is op dit moment te vroeg om daar al verdergaande uitspraken over tedoen. Voor Nederland, de EU en grote delen van de wereld blijft de WHOeen gezaghebbend instituut voor het mondiale volksgezondheidsbeleid.Het vertrek van de VS is echter zeker niet zonder consequenties, zoalshierboven geschetst. Het aanpassen van de ambities of het zelfs beëin-digen van activiteiten zal impact hebben financiële slagkracht enreikwijdte van de WHO.Wat is de impact van de terugtrekking op de slagvaardigheid van deorganisatie bij het bevorderen van basale gezondheidszorg in ontwikke-lingslanden, en het in de kiem smoren van potentiële pandemieën zoalsmpox?De gevolgen van het terugtrekken van de VS uit de WHO zijn aanzienlijk.Het abrupt wegvallen van de financiering van de VS aan de WHO slaateen flink gat in de begroting van de organisatie. Daarnaast heeft hetabrupt schrappen van financiering bij het VS agentschap USAID ook directin veel landen impact gehad. De WHO is nog aan het inventariseren watbudgettair niet meer mogelijk is en zal met voorstellen komen voorherprioritering. De bredere bezuinigingen op buitenlandse hulp van de VSleiden bovendien tot verstoring van essentiële gezondheidsdiensten inlage- en middeninkomenslandenfinanciering.Hierdoor kan de lokale gezondheidsinfrastructuur worden geraakt in dezelanden. Sterke gezondheidssystemen en toegang tot basisgezond-heidszorg zijn essentieel voor het tijdig opsporen en behandelen vaninfectieziekten. Wanneer nationale en lokale netwerken niet meergefinancierd worden en bijvoorbeeld vaccinatie-campagnes wordengeschrapt, dan verschraalt ook de infrastructuur om bij potentieel ernstigecrises de lokale bevolking te kunnen voorzien van beschermingsmiddelenof vaccins. Dit kan potentiële uitbraken zoals mpox, maar ook mazelenalsook de verspreiding van besmettingen met HIV lastiger beheersbaarmaken en kan uiteindelijk ook de volksgezondheid elders in de wereldraken, zoals in Nederland. De WHO zal op haar beurt minder snel metexpertise en steun op minder plekken in de wereld aanwezig kunnen zijn,ook bij (opkomende) gezondheidscrises.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1837 Wat is daarnaast de impact op het werk van de WHO op het bevorderenvan gelijkwaardige toegang tot vaccins, ook door ontwikkelingslanden,waarvan het belang voor de wereldwijde gezondheid is gebleken tijdensde vaccinongelijkheid bij de COVID-19-pandemie?Tijdens en vlak na de Covid-19 pandemie zijn via het COVAX-mechanismewereldwijd ruim een miljard Covid-19 vaccins verdeeld, waaronder naarveel ontwikkelingslanden.3 In 2024 zijn bij de herziening van de Interna-tionale Gezondheidsregeling (IHR), maar ook in het kader van de recenteonderhandelingen over het pandemieverdrag, nadere afspraken uitge-werkt over een betere coördinatie, beschikbaarheid en verdeling vanmedische tegenmaatregelen zoals vaccins. De WHO krijgt bij eennoodsituatie van de volksgezondheid van internationaal belang (PHEIC)en/of bij een pandemische noodsituatie onder de gewijzigde IHR, eenbelangrijkere rol bij de beschikbaarheid en distributie van dergelijkeproducten, een rol die de organisatie tijdens COVID-19 en de recentempox uitbraken ook al op zich nam. In het pandemieverdrag, waarvan detekst naar verwachting tijdens de 78e Wereldgezondheidsvergadering(WHA) in mei 2025 ter vaststelling zal worden voorgelegd, zijn afsprakenopgenomen over zowel de ontwikkeling van een Global Supply ChainNetwork (GSCN), waarbinnen zowel lokale productie bevorderd wordt alsde effectievere verdeling van noodvoorraden, distributie en logistiek. Hetspreekt voor zichzelf dat het succesvol opzetten van dergelijke mecha-nismen ook afhankelijk is van de deelname daaraan van ontwikkeldelanden met een goede kennis- en logistieke infrastructuur zoals de VS.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast in de kabinetsre-actie dat de terugtrekking van Amerikaans personeel bij de WHO specifiekvoor Nederland kan leiden tot een afname in directe samenwerking metde VS, vooral op het gebied van onderzoek en het delen van medischekennis en technologieën. Zijn de eerste gevolgen hiervan al merkbaar enzo ja, op welke wijze?Ja, de gevolgen zijn al merkbaar in wetenschappelijke samenwerkingsver-banden. Nederland heeft een goede samenwerking met de VS, zowelbinnen als buiten WHO-verband. Bijvoorbeeld op het gebied vanpoliobestrijding, waarbij nu wordt bemerkt dat vanuit de VS aangeleverdepoliovirus-kits voor diagnostiek niet meer beschikbaar zijn. Het RIVMwerkt nauw samen met de WHO aan polio-onderzoek.De regering Trump heeft zich teruggetrokken uit de WHO en de werkzaam-heden en communicatie van wetenschappers bij verschillende gezond-heidsinstituten als het National Institute of Health (NIH) en de Centers forDisease Control and Prevention (CDC), met internationale partners, zijn totnader order stilgelegd. Amerikaanse wetenschappers trekken zichnoodgedwongen terug uit onderzoeksgroepen, conferenties en anderestakeholder bijeenkomsten waardoor de kennisdeling met de VS sterkafneemt. Vele projecten en onderzoeken zijn gepauzeerd of reedsgestaakt. Hoeveel hiervan een samenwerking met Nederlandse onder-zoekers betreft, is niet exact te benoemen, maar het is duidelijk dat ookNederlandse onderzoekers en onderzoeken worden geraakt.Is de samenwerking tussen Nederland en de VS hechter dan andereaangesloten landen bij de WHO?Nederland en de VS hebben altijd een goede en constructieve samen-werking gekend op het gebied van gezondheid en wetenschappelijkonderzoek. Vanwege de omvang en diversiteit van de samenwerking ishet niet goed mogelijk die te vergelijken met de andere 192 landen.3COVAX: samenwerkingsverband van WHO, UNICEF, GAVI (The Vaccine Alliance) en CEPI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1838 Op welke manier kan de afname in directe samenwerking met de VSworden gecompenseerd door samenwerking op het gebied van onderzoeken technologie met andere landen, bijvoorbeeld binnen de EuropeseUnie? Is de Minister bereid zich hier hard voor te maken?Wetenschappelijke samenwerking is essentieel voor de vooruitgang vande kwaliteit van diagnostiek, behandelingen en zorg. Het terugtrekken vande VS uit wetenschappelijke samenwerkingsprojecten heeft geleid tot hetstopzetten van wetenschappelijk onderzoek en/of tot het terugtrekken vande VS uit dergelijke projecten. Dit kan leiden tot kapitaalvernietiging en opzijn minst vertraging van onderzoeksprojecten. Die kapitaalvernietigingkrijgen de betrokken wetenschappers en instellingen in ieder geval nietterug. Uiteraard zijn er mogelijkheden andere samenwerkingsverbandenaan te gaan. Nederland is een belangrijke partner binnen de EU inwetenschappelijk onderzoek en de Europese onderzoeksprogramma’s zijnde afgelopen jaren succesvol gebleken. Daarnaast werken Nederlandsewetenschappers al succesvol samen in Europese context in tallozeonderzoekstrajecten. Door het voorlopig wegvallen van de Amerikaansecontacten, is het logisch om de samenwerking met andere landen teverkennen en waar mogelijk te verdiepen. In Nederland wordt er via hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen financiering voorfundamenteel onderzoek aangeboden via NWO. Vanuit het Ministerie vanVWS financier ik belangrijk onderzoek via ZonMw. In Europees verbandwordt fundamenteel onderzoek vooral gefinancierd via het Horizononderzoeksprogramma. Dankzij de hoge kwaliteit van de Nederlandsewetenschap is ons land een van de grotere ontvangers van financieringvanuit de EU en is de Europese samenwerking goed en succesvol en ik zalmij altijd inspannen om dit binnen mijn portefeuille waar mogelijk teondersteunen. De toekenning van financiering van nieuwe onderzoekenzal echter een tijd duren. Daarnaast zijn de budgetten van de Amerikaanseoverheid niet zonder meer en niet volledig te compenseren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beslisnota dat hetkabinet vooralsnog kiest voor een zakelijke en feitelijke reactie op hetbesluit van de Amerikaanse regering omdat de relatie van de VSbelangrijk is voor Nederland.Is het kabinet daarnaast voornemens om zich wel stevig uit te sprekenover de mogelijke gevolgen hiervan voor de wereldwijde pandemischeparaatheid, waardoor ook de VS uiteindelijk geraakt kunnen worden?Ons land hecht veel waarde aan internationale samenwerking rondom hetvoorkomen en bestrijden van infectieziekten, waaronder die met eenpandemisch potentieel. Inmiddels is duidelijk dat de VS zich als partnerterugtrekken uit bestaande samenwerkingen, ook in WHO verband. Ditheeft op kortere of langere termijn gevolgen voor bijvoorbeeld devroeg-signalering van nieuwe virussen, verminderde laboratoriumcapa-citeit en ook tot het terugtrekken van wetenschappelijke expertise enfinanciering, hetgeen gevolgen kan hebben voor de wereldwijdepandemische paraatheid.De Nederlandse regering zal wetenschappelijke samenwerking op dit vlakwaar mogelijk bepleiten en versterken, zowel in de samenwerking op ditgebied binnen Europa, maar ook binnen internationale organisaties als deWHO. De EU en de WHO inventariseren momenteel de impact van dewegvallende capaciteiten en potentiële kwetsbaarheden in de mondialepandemische paraatheid.Het kabinet kiest voor een zakelijke verhouding tot de VS en de gevolgenvan hun politieke keuzes. De VS blijven een belangrijke partner enNederland staat blijvend open voor samenwerking met onze Amerikaansepartners. Tegelijkertijd gaat de Amerikaanse regering over haar eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1839 beleid en inzet van mensen en middelen en worden momenteel anderekeuzes gemaakt en ook dat mag worden benoemd.Kan de Minister toezeggen dat het kabinet de WHO actief zal blijvensteunen?Nederland zal de WHO blijven steunen, zowel in financiële als materielezin via detacheringen en kennisdeling. Daarmee zorgen we ervoor dat deNederlandse prioriteiten en belangen voor de Nederlandse gezond-heidszorg binnen de WHO voldoende aandacht krijgen.Hebben de Nederlandse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking ende vermindering van bijdragen aan de VN gevolgen voor de Nederlandsebijdrage aan de WHO?In de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp4 geeft de Minister voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp aan dat Nederland als prioriteit blijftbijdragen aan de verbetering van de volksgezondheid wereldwijd, in lijnmet de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie 2023–2030. Dekomende maanden wordt deze prioriteit nader uitgewerkt, ook metbetrekking tot de omvang en het karakter van de steun aan de WHO.Uiteraard zal Nederland in ieder geval haar verplichte lidmaatschapsbij-drage aan WHO blijven afdragen.Wat is de impact op het werk van de WHO als meerdere belangrijkedonorlanden hun bijdrage naar beneden bijstellen?Op dit moment is het niet zo dat meerdere belangrijke donorlanden ditzullen doen, of in welke mate aangekondigde bezuinigingen ook daadwer-kelijk de WHO zullen raken. Landen als Noorwegen en Duitsland hebbenjuist aangegeven hun bijdragen te verhogen.Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkelevragen over de gevolgen voor de pandemische paraatheid in Nederland,die immers ook beïnvloed wordt door een mogelijke achteruitgang van demondiale pandemische paraatheid door de terugtrekking van de VS. Watbetekent dit voor de opgave van Nederland op het gebied van pande-mische paraatheid?Zoals ik in mijn brief heb toegelicht, zijn de precieze condities en daarmeeook de gevolgen van het vertrek van de VS uit de WHO op dit momentnog niet helemaal duidelijk. Met name de vraag hoe deze doorwerken opandere landen zoals Nederland, is nog niet goed te beantwoorden. Ditgeldt daarmee ook voor de gevolgen op de opgave die Nederland heeftop het gebied van pandemische paraatheid. Voor Nederland is en blijft hetvan groot belang dat we ons voorbereiden op (ernstige grensoverschrij-dende) gezondheidscrises, waaronder pandemieën.Verandert dit de doelstellingen van het kabinet?Nee. Het vertrek van de VS uit de WHO verandert de doelstellingen vanhet kabinet op het gebied van pandemische paraatheid niet. Tegelijkertijdis ons nationale beleid op het gebied van pandemische paraatheid medeafhankelijk van internationale samenwerking, netwerken, early warningsystemen en andere afspraken. Immers, wanneer minder informatie, dataen resultaten van wetenschappelijk onderzoek beschikbaar komen omdateen belangrijk land als de VS zich terugtrekt uit dergelijke samenwerkingen netwerken, zal dat niet zonder gevolgen blijven.4Tweede Kamer vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 133.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18310 Worden de gevolgen van het terugtrekken van de VS uit de WHOmeegenomen in het Plan Weerbaarheid?Het plan Weerbaarheid betreft een brede, all-hazards aanpak voorpotentiële gezondheidscrises in ons land. Zoals hierboven aangegevenvormt pandemische paraatheid onderdeel van deze all-hazards aanpak.Wanneer er gevolgen zullen zijn voor de pandemische paraatheid van onsland, dan zullen deze automatisch meegenomen worden in overkoepe-lende plannen voor weerbaarheid. Immers, het plan Weerbaarheid omvatverschillende, bestaande bouwstenen zoals pandemische paraatheid.Wordt de noodzaak voor een oplossing voor de bezuinigingen oppandemische paraatheid in Nederland volgens de Minister hiermeegroter?Het vertrek van de VS uit de WHO en het verminderen van financieringvoor internationale hulp op het gebied van de volksgezondheid, kan effecthebben op de mondiale pandemische paraatheid. Een minder robuustmondiaal surveillance- en monitoringsysteem en verminderde mogelijk-heden van organisaties als de WHO om bij uitbraken snel op te kunnentreden en landen te assisteren bij een effectieve aanpak, kan leiden totgrotere uitbraken, met mogelijk pandemisch potentieel). In welke mate ditdirect een bedreiging vormt voor Nederland is moeilijk te kwantificeren.Maar dat een verminderde pandemische paraatheid wereldwijd, negatiefkan uitwerken op de pandemische veiligheid in Nederland, is zekervoorstelbaar.Het is en blijft daarom belangrijk dat Nederland weerbaar is tegeninternationale gezondheidscrises, waaronder een pandemie. Het vertrekvan de VS uit de WHO onderstreept de urgentie om hier als land opvoorbereid te zijn. In het kader van het kabinetsbrede weerbaarheids-beleid, zet ik mij in om voldoende middelen voor het nationale beleid voorpandemische paraatheid te vinden. Ik zal uw Kamer medio 2025 hierovernader informeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over het bericht dat de VS uit de WHO stapt.Hoewel zij inzien dat een mogelijk vertrek van de VS uit de WHO grotegevolgen zal hebben, vinden zij het begrijpelijk dat het kabinet hier nietover wil speculeren. Genoemde leden hebben toch nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe het staat met hetkabinetsbrede weerbaarheidsbeleid jegens gezondheidscrises en inhoeverre de onduidelijkheid over de stappen van de VS en de WHO vaninvloed is op de voortgang van haar beleid.We leven in een tijd waarin Nederland steeds meer wordt geconfronteerdmet allerlei dreigingen voor de samenleving, die ook onze gezondheidkunnen raken. Die dreigingen zijn gevarieerd van aard en onvoorspelbaar.De zorg in Nederland moet zich voorbereiden op de dreigingen in het hieren nu en onder alle omstandigheden zo goed mogelijk toegankelijk zijn.Op 6 december 2024 is de kabinetsbrede brief «Weerbaarheid tegenhybride en militaire dreigingen» aan de Kamer verzonden. Daarin wordt insamenhang uiteengezet wat een weerbare maatschappij inhoudt en welkeopgave er ligt om deze te bereiken. Later dit jaar volgt een tweede,kabinetsbrede Kamerbrief met daarin de eerste concrete beleidsinzet vanhet kabinet om de weerbaarheid te vergroten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18311 Het vertrek van de VS uit de WHO onderstreept de urgentie om als landop internationale gezondheidscrises voorbereid te zijn. De WHO beschikthierdoor over minder capaciteit om in crisissituaties steun te kunnenbieden aan derde landen. Voor Nederland is en blijft het van groot belangdat we ons voorbereiden op internationale gezondheidscrises, waaronderpandemieën. De afgelopen jaren zijn er al goede stappen gezet om depandemische paraatheid in Nederland te versterken en ik maak mij hardvoor voortzetting van dit beleid in het kader van de weerbaarheid van deNederlandse zorg.Ook willen zij weten in hoeverre de Minister verwacht dat de stappen vande VS van invloed zijn op de strategische autonomie met betrekking totgezondheid en zorg in Europa.Het is nog te vroeg om echt aan te kunnen geven wat de gevolgen van deterugtrekking van de VS op velerlei terrein, heeft op onze strategischeautonomie en pandemische veiligheid. Wel bereiden we ons met onzeEuropese partners voor op verschillende scenario’s, waarbij de inzet zichricht op de beschikbaarheid en leveringszekerheid van medischeproducten en onze strategische autonomie.Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat één van de gevolgen kanzijn dat het moeilijker wordt om belangrijke gezondheidsdata zo snelmogelijk te delen. Genoemde leden vragen welke typen gezondheidsdatavanuit de VS gedeeld worden. Welke directe samenwerkingen lopen ermomenteel tussen de VS en Nederland en tussen de VS en de EU?De gedeelde data vanuit de VS zien met name op de ontwikkeling vaninfectieziekten. Bijvoorbeeld het monitoren en signalering van trends enuitbraken. Dat gaat onder meer om informatie over de ziekteverwekker,sub-varianten en indien bekend, de genetische sequentie, de ziektever-schijnselen en informatie die komt uit bron- en contactonderzoek, zoals degeografische locatie, leeftijd/geslacht/risicofactoren van personen en/ofdieren. Dergelijke informatie is heel belangrijk voor ons volksgezond-heidsbeleid.Er wordt nog wel informatie door de VS gedeeld via de WHO met anderelanden, conform de International Health Regulations (IHR). Of dezeinformatie volledig en compleet is, is niet met zekerheid te stellen. Maarop het gebied van influenza hebben de VS zich bijvoorbeeld al terugge-trokken en mag data niet meer gedeeld worden. Hierdoor is er eenverminderd zicht op de aanwezigheid van subtypen en specifiekevarianten en ontbreekt lab-data die bijdragen aan selectie van (nieuwe)vaccin stammen.De verdere informatiedeling gaat overigens niet alleen om uitbraken die inde VS plaatsvinden, maar ook om uitbraken elders die worden gesigna-leerd door systemen die de VS beheerde of financierde. De Centers forDisease Control and Prevention (CDC) speelden daarin een belangrijke rol,maar de communicatie hierover is sterk teruggelopen. Dit is wereldwijdeen risico, omdat we belangrijke data over uitbraken niet meer of nietvolledig ontvangen, waardoor uitbraken (te) laat of later dan nodigontdekt worden. De VS vaart een nieuwe koers op het gebied vangezondheid en internationale samenwerking, waarbij de nadruk meerwordt gelegd op de nationale gezondheidsuitdagingen. Dit heeft grotegevolgen voor de inzet van het CDC. Dat agentschap maakt momenteelgrote hervormingen door, met onder andere terugtrekking uit buiten-landse samenwerkingsverbanden, en het (tijdelijk) stoppen van finan-ciering aan buitenlandse projecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18312 Tussen Nederland en de VS bestaat sinds 2024 een directe samenwerkingtussen het CDC en het RIVM via een niet-bindende overeenkomst ofMemorandum of Understanding (MoU). Dit MoU richt zich op samen-werking rondom surveillance en monitoring, One Health, antibioticaresis-tentie, etc. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om infectieziektedata overziekteverwekkers, sub-varianten en bijvoorbeeld genetische sequen-tiedata. Ook hierop geldt momenteel een (tijdelijke) communicatiestopvanuit het CDC.De instellingen van de Europese Unie werken ook intensief samen metverschillende partners uit de VS, op dezelfde thema’s als hierbovenbeschreven. Zo werkt het European Center for Disease Control (ECDC)samen met het Amerikaanse CDC, maar wisselt ook het EuropeesMedicijnagentschap (EMA) veel gegevens uit met de Amerikaanse Foodand Drug Administration (FDA). De hervorming bij de Amerikaanseoverheid zal leiden tot een herschikking in deze samenwerking, waar in dekomende tijd meer duidelijkheid over moeten komen in gesprekken dieNederland doorlopend voert met de voorgenoemde EU-instellingen en deVS.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie betreuren het dat de VS uit de WHO zijngestapt. Deze leden onderstrepen het belang van internationale samen-werking bij de aanpak van mondiale gezondheidsvraagstukken, zoalspandemische paraatheid. Genoemde leden hebben nog enkele vragenover de kabinetsreactie op het terugtreden van de VS uit de WHO.De leden van de NSC-fractie lezen dat de terugtrekking van de VS uit deWHO gevolgen zal hebben voor de directe samenwerking tussenNederland en de VS op het gebied van onderzoek en het delen vanmedische kennis en technologieën. Kan de Minister een beter beeldschetsen van wat deze verminderde samenwerking concreet zalbetekenen voor de gezondheidszorg in Nederland?Minder samenwerking met de VS betekent dat Nederlandse weten-schappers minder toegang hebben tot onderzoek en data vanuit de VS enandersom. Bijvoorbeeld doordat data niet meer gedeeld worden, ofomdat wetenschappers niet meer deelnemen aan (internationale)onderzoeken en financiering vanuit de VS wordt stopgezet. Dat leidt totvertraging in belangrijk onderzoek, bijvoorbeeld op het gebied van kanker.In sommige gevallen zullen klinische onderzoeken daardoor niet meervoortgezet kunnen worden, waardoor de behandeling van patiënten diehieraan meededen, mogelijk zal moeten worden aangepast.Zal de Minister zich inzetten om deze samenwerking toch voor te zetten,eventueel op bilateraal niveau?Internationale samenwerking en onafhankelijk wetenschappelijkonderzoek is in het belang van de gezondheidszorg en publiekegezondheid in Nederland en wereldwijd. De VS blijven daarin eenbelangrijke partner en we zullen waar mogelijk dus de samenwerkingblijven opzoeken met de Amerikaanse overheid, wetenschap en privatesector. Momenteel is zowel de multilaterale als de bilaterale samen-werking door de Amerikaanse publieke instellingen op last van deregering Trump helaas afgeschaald. Het kabinet zal echter blijven inzettenop samenwerking met de VS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18313 De leden van de NSC-fractie hebben grote zorgen over de staat van depandemische paraatheid. Zoals ook de Minister schrijft, is dit per definitieeen mondiale uitdaging en is de WHO een essentiële schakel in dewereldwijde aanpak. De Minister geeft aan dat de WHO bijvoorbeeld desamenwerking tussen landen tijdens een gezondheidscrisis faciliteert. Kande Minister aangeven welke impact het vertrek van de VS uit de WHOheeft op de beschikbaarheid en verdeling van vaccins en medischehulpmiddelen bij een volgende pandemie?De rol van de WHO bij het beschikbaar stellen van vaccins en anderemedische producten bij ernstige gezondheidscrises, is de afgelopen jarenverder versterkt. De rol van de WHO ten tijde van de Covid-pandemie washier een goed voorbeeld van.Met de wijziging van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR) in 2024heeft de WHO een prominentere rol gekregen in de coördinatie van debeschikbaarheid en verdeling van medische producten als vaccins,geneesmiddelen en testen in geval van een noodsituatie van de volksge-zondheid van internationaal belang (PHEIC) of een pandemische noodsi-tuatie. Deze centrale en coördinerende rol richt zich met name op deontwikkelingslanden, zoals ook de aanpak van de mpox epidemie in Afrikain het afgelopen jaar liet zien.In de tekst van het nieuwe pandemieverdrag, dat tijdens de 78e Wereldge-zondheidsvergadering in mei 2025 ter vaststelling zal worden voorgelegd,zijn afspraken opgenomen over de ontwikkeling van een Global SupplyChain Network, waarmee zowel lokale productie, als een effectievereverdeling van noodvoorraden en de distributie daarvan, wordt verbeterd.Het functioneren van dergelijke mechanismen is echter wel afhankelijkvan financiële bijdragen en donaties en de VS speelde hier een belangrijkerol bij.Het zal moeten blijken hoe het gat dat we VS achterlaat, kan wordenopgevuld.Tot slot vragen deze leden of er plannen zijn om nauwer samen te werkenmet de EU of andere internationale gezondheidsinitiatieven om degevolgen van de Amerikaanse beslissing op te vangen.Momenteel worden de mogelijkheden hiertoe in beeld gebracht.Versterkte Europese samenwerking ligt daarbij zeker voor de hand.Tegelijk kan dit niet alle gaten die ontstaan dekken. De VS heeft bijvoor-beeld een hele sterke positie op het gebied van surveillance en detectievan infectieziekten. Die positie kan niet zomaar worden overgenomen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over het nieuws dat de VS uit de WHO stappen.Daartoe hebben deze leden verdere vragen.De Minister geeft in deze brief aan dat het vertrek van de VS kan leiden toteen meer gefragmenteerde aanpak van uitbraken van infectieziekten enpandemieën, waardoor de WHO minder effectief zou kunnen reageren opuitbraken van infectieziekten of pandemieën. Ziet de Minister daartoe hetbelang om als Nederland zelf alles op alles te moeten zetten om goedvoorbereid te zijn op een nieuwe pandemie?Het is en blijft belangrijk dat Nederland weerbaar is tegen crises, zoalspandemieën. Het vertrek van de VS uit de WHO onderstreept de urgentieom hier als Europese landen op voorbereid te zijn. Denk bijvoorbeeld aansamenwerking bij uitbraken van HIV- en mpox in landen in Afrika. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18314 afgelopen jaren zijn er al goede stappen gezet om de pandemischeparaatheid in Nederland te versterken en ik maak mij hard voor voort-zetting hiervan. Internationale en Europese samenwerking is daarbij vangroot belang.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie welke plannen de Ministerheeft om de pandemische paraatheid voor Nederland te garanderen.Er is in de afgelopen jaren hard gewerkt aan het verbeteren van onzepandemische paraatheid. Denk aan de oprichting van de LandelijkeFunctie opschaling Infectieziektebestrijding (de LFI), de initiatieven om deGGD’en en het RIVM te versterken, het verbeterde ICT-landschap en deverschillende kennis- en onderzoeksprogramma’s die zijn opgezet. Ik maakmij hard voor de voortzetting van maatregelen voor pandemischeparaatheid in het kader van weerbaarheid van de Nederlandse zorg. Hetkabinetsbrede weerbaarheidsbeleid wordt de komende maanden verderuitgewerkt onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebe-strijding en Veiligheid (NCTV) en het Ministerie van Defensie. Zoalshierboven aangegeven verwacht ik uw Kamer medio 2025 te kunneninformeren over de uitwerking hiervan en de middelen voor 2026 enverder.Zij vragen of de Minister nog steeds vasthoudt aan haar aangekondigdebezuinigingen op pandemische paraatheid, terwijl de Minister weet datonze pandemische paraatheid er slechter voorstaat dan voor de COVID-19crisis5 . Kan de Minister aangeven op welke wijze zij voorkomt dat depublieke gezondheidszorg en de GGD’en die hierin een vitale rol spelenmet deze bezuinigingen verder worden afgebroken?Reeds bij de augustusbesluitvorming heb ik de bezuiniging op pande-mische paraatheid (uit het hoofdlijnenakkoord) «on hold» gezet. Er is geensprake van (verdere) afbreuk van de bestaande beleidsmaatregelen opnationaal niveau. De maatregelen die bijdragen aan (pandemische)paraatheid die reeds zijn gestart worden nu niet geraakt door de bezuini-gingen in 2025. Voor 2026 en verder ben ik op zoek naar alternatievemiddelen voor deze maatregelen. Zoals hierboven aangegeven verwachtik uw Kamer medio 2025 te kunnen informeren over de uitwerking hiervanen de middelen voor 2026 en verder.In de tussentijd ga ik door met de reeds gestarte beleidsmaatregelen dieonze paraatheid versterken. Zo is de LFI aanspreekbaar op haar rol bij eenuitbraak van een A-infectieziekte met landelijke impact en zijn er een grootaantal verbeteringen bij de GGD’en in gang gezet. Als onderdeel van denationale veiligheidsstrategie is het landelijke crisisplan infectieziekten(LCP-I) opgesteld waarin we in- en overzicht geven van structuren enverhoudingen op nationaal en regionaal niveau gericht op de beheersingvan een infectieziektecrisis. Dit plan wordt op dit moment door deverschillende relevante gremia geaccordeerd. Ook staat er eind 2025 eenlandelijke oefening gepland. Het beeld dat de pandemische paraatheidvan Nederland er slechter voorstaat dan voor COVID-19, herken ik dan ookniet. Momenteel evalueren de WHO en de Europese CommissieNederland onze aanpak bij gezondheidscrises, waarmee er een beterbeeld ontstaat van onze paraatheid en onze sterke én zwakke punten. Derapportage van deze evaluatie verwacht ik voor de zomer te ontvangen,waarna ik u hierover zal informeren.5Parool, 27 februari 2025, https://www.parool.nl/nederland/nederland-is-nu-slechter-voorbereid-op-pandemie-dan-voor-corona-minder-ic-bedden-en-geen-noodplan~bb3726a0/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18315 Deze leden vragen tevens of de Minister kan aangeven op welke wijze zijvoorkomt dat eerder gedane investeringen teniet worden gedaan.De beleidsactiviteiten voor pandemische paraatheid die reeds in gang zijngezet, worden op dit moment doorgezet. Er is dus geen sprake van hettenietgaan van deze investeringen. Zoals eerder aangegeven ben ik opzoek naar alternatieve middelen om de voortzetting van de reeds gestartemaatregelen ook in 2026 en verder te borgen in het kader van hetkabinetsbrede weerbaarheidsbeleid dat wordt uitgewerkt onder regie vande Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) enhet Ministerie van Defensie. Hierover informeer ik uw Kamer medio 2025.De Minister benoemt dat door het vertrek van de VS uit de WHO weten-schappelijke contacten bevroren kunnen worden, wat wereldwijdesamenwerking in het geding brengt en waardoor het moeilijker kanworden om belangrijke gezondheidsdata snel te delen. De leden van deD66-fractie vragen aan de Minister op welke manier ervoor gezorgd wordtdat Nederlandse beleidsmakers en onderzoekers toegang blijven houdentot de expertise van Amerikaanse wetenschappers, in het belang van decontinuering van goede zorg en pandemische paraatheid.Het terugtrekken van de VS uit de WHO hebben gevolgen voor desamenwerking tussen Amerikaanse beleidsmakers, universiteiten,(gezondheids-)instituten en onderzoekers met hun Europese en interna-tionale collega’s. Het contact is in de afgelopen periode hierdoor sterkafgenomen. Momenteel is de regering Trump ook bezig met eenherziening van de werkzaamheden van deze instellingen.Vanuit Nederland en de EU wordt getracht de samenwerking en uitwis-seling van onafhankelijke wetenschappelijke informatie te hervatten,zodra dit weer mogelijk is.Tot slot, deze leden vinden het belangrijk dat Nederland zelf goed isvoorbereid op een nieuwe pandemie maar zien dat dit alleen kan als weook internationaal, dus middels de WHO zijn voorbereid. Kan de Ministeraangeven wat haar inzet is op Europees en mondiaal niveau om depandemische paraatheid te versterken, zo vragen deze leden. Kan deMinister daarbij toelichten welke stappen zij al heeft ondernomen en watwe verder kunnen verwachten?Voor wat betreft het versterken van de internationale pandemischeparaatheid, zet ik in op een actieve betrokkenheid bij Europese initiatievenop dit vlak. Zo is ons land actief betrokken bij de werkzaamheden van hetEU-gezondheids-beveiligingscomité en vraagt ons land regelmatigaandacht voor specifieke gezondheidsbedreigingen zoals vogelgriep. Ookwordt er – met name door het RIVM – nauw samengewerkt met hetEuropees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding. Ik ben ook nauwbetrokken bij de werkzaamheden van de EU-Health Preparedness andResponse Authority (HERA), bijvoorbeeld op het vlak van coördinatie enstrategievorming rondom Europese aanbestedingen en discussies overleveringszekerheid en beschikbaarheid van medische producten.Dit jaar zal er ook een gezamenlijk EU-samenwerkingsproject startenwaarin beleid en strategie rondom noodvoorraden zal worden ontwikkeld(de «Joint Action Stockpiling»). Daarnaast neem ik al deel aan Europeseprojecten rondom antimicrobiële resistentie (de «Joint Action onAntimicrobial Resistance and Associated Infections») en mondialegezondheid («Joint Action Global Health Impact»). Ons land vervult eentrekkersrol op onderdelen in beide projecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18316 Het RIVM werkt verder nauw samen met de WHO inzake surveillance enmonitoring van infectieziekten. Begin dit jaar heeft een externe evaluatievan de Nederlandse paraatheid op de zogenaamde «all-hazards»bedreigingen plaatsgevonden door de WHO en EU.6 Het rapport van dezeevaluatie zal ik aan uw Kamer doen toekomen.Op internationaal niveau is en blijft het thema pandemische paraatheideen prioriteit voor Nederlandse samenwerking met het buitenland. Sterkegezondheidssystemen en toegang tot basisgezondheidszorg vormen deruggengraat van elke ziektebestrijding en zorgen ervoor dat infectieziektentijdig kunnen worden opgespoord en behandeld. Dit is cruciaal ommogelijke pandemieën te voorkomen en in te dammen. De Nederlandseinternationale inzet op volksgezondheid richt zich op de versterking vangezondheidssystemen, o.a. middels de bijdragen aan het Global Fund,Gavi en de Global Financing Facility (GFF) van de Wereldbank. Daarnaastdraagt Nederland bij aan het Pandemic Fund, gericht op het verbeterenvan pandemische paraatheid en response.Over de internationale gezondheidsregulering IHR en het pandemie-verdrag, heb ik uw kamer recent separaat geïnformeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over het bericht dat de VS uit de WHO stapt.Deze leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie zijn blij dat Nederland zich bij de WHO actiefinzet voor het behoud van nationale soevereiniteit in het kader van deIHR-wijzigingen en het pandemie-instrument. Dankzij de scherpe motievan het lid Keijzer blijft Nederland de regie behouden over zijn eigengezondheid en soevereiniteit.De leden van de BBB-fractie hebben ervoor gezorgd dat Nederland nietautomatisch akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen van deInternationale Gezondheidsregels (IHR) van de WHO.Dit betekent dat een zorgvuldige, transparante discussie plaatsvindt in deKamer voordat een besluit wordt genomen. Desondanks hebben dezeleden enkele vragen over de voortgang van de onderhandelingen en deverdere koers die Nederland volgt.Wat is na het vertrek van de VS de eigen deelname van Nederland aan deWHO en de invloed daarvan op de nationale gezondheidspolitiek?Nederland is lid van de WHO en blijft WHO-adviezen, richtlijnen endergelijke toetsen op relevantie en bruikbaarheid voor het Nederlandsegezondheidsbeleid.Hoe wordt Nederland vertegenwoordigd in de onderhandelingen over hetpandemieverdrag?Namens Nederland nam een ambtelijke delegatie vanuit het Ministerievan Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van BuitenlandseZaken deel aan deze onderhandelingen.6Het betreft hier de zogenaamde Joint External Evaluation (JEE) van de WHO en de PublicHealth Emergency Preparedness Assessment (PHEPA) van de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18317 In hoeverre is het kabinet bereid te blijven zorgen voor transparantie endemocratische besluitvorming, zoals eerder vastgelegd in de motieKeijzer?Hoe garandeert de Minister dat er een zorgvuldige afweging komt van devoorgestelde wijzigingen voordat Nederland een standpunt inneemt overde nieuwe regelgeving van zowel de IHR als het pandemieverdrag?Hoe staat het kabinet tegenover deze voorgestelde wijzigingen van zowelde IHR als het pandemieverdrag waarover nog wordt onderhandeld?Het proces van onderhandelingen rondom het pandemieverdrag isafgerond en de verwachting is dat tijdens de 78e Wereldgezondheidsver-gadering die van 17 tot en met 29 mei 2025 plaatsvindt, de verdragstekstzal worden vastgesteld.Uw Kamer wordt hierover separaat geïnformeerd. Het verdrag zal nog nietvoorgelegd worden ter ondertekening en goedkeuring aan de WHO-lidstaten, omdat er eerst nog een bijlage bij het verdrag uit-onderhandeldmoet worden.De verwachting is dat het nog zeker 12 tot 24 maanden kan duren voordatde onderhandelingen over deze gedetailleerde bijlage zijn afgerond. Pasnadat die tekst is vastgesteld door de WHA, zal het verdrag ter onderte-kening en goedkeuring aan de WHO-lidstaten worden voorgelegd. Dat iseen taak voor het kabinet. Daarna start eventueel de ratificatieproceduredoor het parlement, nadat het kabinet de vastgestelde tekst daartoe aanhet parlement voorlegt in een uitdrukkelijke parlementaire goedkeurings-procedure. Vóór dat moment is Nederland dus niet gebonden aan hetverdrag.Als gezegd wordt u separaat meer in detail over de uitkomsten van deonderhandelingen geïnformeerd. Het is echter goed te weten dattegemoet is gekomen aan belangrijke zorgen van de kant van de Kamer.Zo krijgt de WHO in geen geval zeggenschap over nationale maatregelenvoor de crisisbestrijding tijdens een pandemie. Ook zijn geen toezeg-gingen gedaan waardoor belangrijke wettelijke aanpassingen nodig zijnop nationaal niveau, noch verplicht het Koninkrijk zich tot aanzienlijkefinanciële bijdragen. Uw Kamer zal uitgebreid de gelegenheid krijgen detekst van het verdrag te bestuderen om hier zich te zijner tijd een oordeelover te kunnen vormen. Zoals toegezegd wordt gekozen voor deuitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure, waarbij de tekstenaan de Staten-Generaal voorgelegd worden.Wat betreft de voorgestelde wijzigingen van de IHR wordt op dit momenteveneens een uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedurevoorbereid. Op het eerste gezicht bevat de gewijzigde IHR vooralaanpassingen en wijzigingen die bijdragen aan een efficiëntere interna-tionale samenwerking rondom surveillance, detectie, notificatie eneventuele bestrijding van nieuwe ernstige grensoverschrijdende gezond-heidsbedreigingen. Het kabinet is de specifieke impact van de wijzigingennader aan het bestuderen. Een en ander zal meegenomen worden bij deop te stellen goedkeuringswet en memorie van toelichting, waarbij uwKamer zich kan uitspreken over het al dan niet aanvaarden van dewijzigingen uit 2024.Wat is de huidige stand van de onderhandelingen over het pandemie-instrument?Hoe ziet het kabinet de rol van Nederland bij het bereiken van eencompromis, en denkt de Minister überhaupt dat het verstandig is omakkoord te gaan met een eventueel pandemieverdrag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18318 De tekst van het pandemieverdrag is op 16 april 2025 door de WHO-lidstaten afgesloten tijdens een laatste sessie van de IntergovernmentalNegotiating Body (INB). Ons land heeft zich – als onderdeel van de EU27 –constructief opgesteld en vooral het belang van versterking van thema’sals preventie, zoönose en antimicrobiële resistentie benadrukt, zoalsbeschreven in eerdere kamerbrieven. Ook heeft ons land ingezet op eengoede complementariteit van het verdrag ten aanzien van de IHR.Tijdens de 78e WHA in mei 2025, zal de tekst ter vaststelling wordenvoorgelegd aan de WHO-lidstaten. Vaststelling betekent dat de tekstonder-handelingen worden afgesloten. Ons land wordt hiermee echter nog nietgebonden aan het verdrag. Allereerst zal een bijlage bij het verdrag uitonderhandeld moeten worden en tevens worden vastgesteld. Pas daarnawordt het verdrag ter ondertekening en goedkeuring aan de WHO-lidstaten voorgelegd. Het kabinet zal op dat moment op basis van de tekstvan het verdrag, plus de bijlage, een afweging maken of het pandemie-verdrag ondertekend kan worden. In dat geval wordt het verdragaansluitend via de uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedureaan de Staten-Generaal ter beoordeling voor worden gelegd. Pas naparlementaire instemming, volgt gebondenheid.Aangezien de geopolitieke situatie, zoals de recente verkiezingen in de VS,invloed kan hebben op de onderhandelingen, wat verwacht het kabinetdat de impact daarvan zal zijn op de onderhandelingen bij het pandemie-verdrag?De onderhandelingen over het pandemieverdrag zijn op 16 april 2025 toteen einde gekomen en de uit-onderhandelde tekst ligt voor adoptie voortijdens de jaarvergadering van de WHO in mei 2025. De positie van de VSverandert hier in processuele zin niets aan.Hoe bereidt Nederland zich voor op deze mogelijk gewijzigde situatie? Enwelke rol zal Nederland hierin nemen?Het vertrek van de VS uit de WHO verandert in processuele zin niets aande onderhandelingen over het pandemieverdrag.Hoe wordt de nationale soevereiniteit gewaarborgd in de context van deinternationale samenwerking, vooral in het geval van overdracht vanbevoegdheden over de bestrijding van gezondheidscrisissen?Zoals hierboven vermeld, krijgt de WHO in geen geval zeggenschap overpotentiële nationale maatregelen ten tijde van een crisis. Dit is explicietvastgelegd in de verdragstekst en was hiermee ook geen discussieon-derwerp tijdens de onderhandelingen.Zijn er waarborgen dat Nederland niet gedwongen zal worden maatre-gelen in te voeren die ingaan tegen onze nationale belangen? Zo nee, kande Minister toezeggen te staan voor het feit dat Nederland nooitgedwongen maatregelen in zal moeten voeren die ingaan tegen onzenationale belangen?Nederland zal pas gebonden zijn aan het pandemieverdrag, nadat hetparlement hier nadrukkelijk haar goedkeuring aan heeft gegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18319

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e95d36f389be5f8a

14 okt 2026 · 332a139360dc12d6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.