KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota naar aanleiding van het verslag

1 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4dbd945482c07a9e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 395Wijziging van de Politiewet 2012 in verband meteen delegatiegrondslag voor een algemenemaatregel van bestuur over de bewapening enuitrusting van buitengewoonopsporingsambtenarenNr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 1 juli 2024 Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid over haar bevindingen inzakebovenvermeld wetsvoorstel. Ik dank de leden van de VVD-fractie, deD66-fractie, de CDA-fractie, de SP-fractie, de PvdA- en GroenLinks-fracties,de SGP-fractie en de BBB-fractie voor hun bijdragen. In de navolgendebeantwoording zal ik de volgorde van het verslag aanhouden.Algemeen deel 1. Inleiding De leden van de VVD-fractie hebben met waardering kennisgenomen vanhet voorstel voor de wijziging van de Politiewet 2012 in verband met eendelegatiegrondslag voor een algemene maatregel van bestuur over debewapening en uitrusting van buitengewoon opsporingsambtenaren(hierna: het wetsvoorstel). Deze leden stellen voorop dat buitengewoonopsporingsambtenaren (boa’s) de afgelopen jaren, vooral in bepaaldesteden en regio’s, met buitenproportioneel geweld te maken hebbengekregen. Boa’s spelen een belangrijke rol in de strafrechtelijkehandhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en naleving vanspeciale regels, zoals ook gesteld wordt in de inleiding. Boa’s kunnendaarom ook in dat verband geweldsmiddelen toegekend krijgen. Dezeleden onderstrepen dit, Zij hebben met interesse kennisgenomen van hetwetsvoorstel en stellen de regering nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie met interesse kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Zij hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel. Deze leden maken van de gelegenheid gebruik omnog enkele vragen te stellen aan de regering over dit wetsvoorstel. kst-36395-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 71 De leden van de SP-fractie hebben het wetsvoorstel gelezen en hebbenhierover nog enkele vragen en opmerkingen. Deze leden zien ook datboa’s steeds vaker taken krijgen die in eerste instantie bij de politie terechthoren. Zij vragen in dat kader dan ook of het niet wenselijker is om boa’sdie politietaken uitvoeren onder te brengen bij de politie. Het is zeerbegrijpelijk dat boa’s, indien zij geconfronteerd worden met geweld bij hetuitoefenen van hun taken, zich willen kunnen verdedigen. De vraag isechter waar het verdedigen ophoudt en het toepassen van geweld omhun taak uit te voeren begint. Ook in dat licht achten deze leden hetwenselijker dat boa’s die politietaken uitvoeren onderdeel worden van depolitie. In de consultatiereacties valt dan volgens deze leden ook terecht telezen dat het erop lijkt dat boa’s steeds meer een eigen handhavingsin-stituut beginnen te worden. In reactie hierop wordt aangegeven dat ditvoorstel slechts ziet op meer regels rondom bewapening maar dat ditgeen afbreuk doet aan het debat over de functie van de boa. Dezeredenering snappen deze leden dan weer niet. Met het aanvaarden vanhet wapens geven aan boa’s is immers een forse stap gezet in dediscussie rondom de taken en waar zij thuishoren. Kan de regering hiernader op reflecteren?De buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) heeft in de regel beperkteopsporingsbevoegdheid die is gerelateerd aan zijn functie en taakom-schrijving. De boa-status met beperkte opsporingsbevoegdheid wordttoegekend omdat de opsporingsbevoegdheid voor bepaalde strafbarefeiten nodig is voor de goede uitoefening van de functie. De boa wordtingezet daar waar opsporing door de politie niet gewenst, vanwegeprioritering, of niet mogelijk is vanwege onvoldoende deskundigheid ofcapaciteit bij de politie. Een boa is dus in beginsel geen integralehandhaver met algemene opsporingsbevoegdheid die concurreert met depolitie. De boa heeft een specifieke, afgebakende taak waarvoor hij gerichtopgeleid kan worden. In de strafrechtelijke handhaving van de lokaleveiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels is eenbelangrijke en eigenstandige rol weggelegd voor boa’s. De boa is daarbijgeen vervanging van de politie of een nieuwe vorm van de gemeentepo-litie, maar wel een onmisbare schakel in de toezicht- en handhavings-keten. Boa’s weten goed wat in hun directe werkomgeving in de openbareruimte speelt en zijn vaak het eerste aanspreekpunt voor burgers. Deverhouding tussen de politie en de boa is ook aan de orde gekomen in hetwhite paper «versterking van de politiefunctie»1 en onderdeel van de daarbijbehorende Ontwikkelagenda taakverdeling tussen publieke organi-saties. Samen met het gezag moet worden verkend wat de rol van boa’s inde openbare ruimte binnen de politiefunctie moet zijn, meer specifiek tenopzichte van de politietaak. Het is belangrijk dat expliciete en bewustekeuzes worden gemaakt voor de inrichting van het boa-bestel en deboa-functie in de openbare ruimte.De leden van de PvdA- en GroenLinks-fracties hebben met instemmingkennisgenomen van het wetsvoorstel waarin, kort gezegd, de delegatie-grondslag voor de bewapening en uitrusting van boa’s wordt opgetrokkennaar het niveau van de politie. Deze leden willen hun grote waarderinguitspreken voor de inzet van boa’s. De boa’s spelen inmiddels eenonmisbare rol in het veiligheidsdomein in de meest brede zin van hetwoord; niet alleen dragen boa’s bij aan de handhaving van de openbareorde binnen de gemeentegrenzen, maar ook in het buitengebied treden zijop tegen overtredingen van (milieu)regels. Daarbij worden boa’sregelmatig geconfronteerd met situaties waarin hun bewapening enuitrusting tekort schieten. Ook boa’s merken aan den lijve de gevolgen1Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1194Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 72 van de verhardende drugscriminaliteit. Dit klemt te meer nu assistentievan de politie in urgente gevallen niet vanzelfsprekend is.De leden van de PvdA- en GroenLinks-fracties hebben daarom in hetrecente verleden hun begrip uitgesproken voor betere bewapening vanmet name de groene boa’s. Deze leden zijn in dit licht bezien dan ook ergbenieuwd of, en zo ja in hoeverre, dit wetsvoorstel eraan kan bijdragendat besluitvorming over bewapening en uitrusting van boa’s maat houdtmet de mogelijke risico’s van actuele maatschappelijke ontwikkelingenvoor, bijvoorbeeld, het geweldniveau waaraan boa’s mogelijkerwijsworden blootgesteld en de mate waarin de politie bijstand kan bieden aanboa’s.De boa’s zijn belast met de opsporing van strafbare feiten binnen hundomein. De leden van de PvdA- en GroenLinks-fracties geven aan dat deboa’s belast zijn met de handhaving van de openbare orde binnen degemeentegrenzen. De boa uit domein I (Openbare ruimte) waar dezevraag naar ik aanneem betrekking op heeft, heeft een breed pakket aanbevoegdheden waarmee het lokale veiligheidsbeleid gericht op de aanpakvan overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheidaantasten binnen de openbare ruimte, kan worden gehandhaafd. Het gaatdaarbij om overtredingen die de leefbaarheid aantasten en niet zien op deopenbare orde. De handhaving van de openbare orde is een taak van depolitie. De Beleidsregels boa bevatten specifieke regels over de aanvraagtot de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s uit domein I. Deontwerp-amvb sluit aan op hetgeen hierover in de Beleidsregels boa isopgenomen.Wanneer een werkgever voornemens is om een aanvraag te doen tot detoekenning van een wapen aan een boa uit domein I, dan moet dewerkgever dit voornemen agenderen in het driehoeksoverleg. De driehoekzal daarbij onder meer moeten kijken of de veiligheid van boa’s niet opandere manieren kan worden gewaarborgd en neemt daarbij onder-staande documenten mee in zijn overwegingen:a.Een veiligheidsplan, waarin de risico’s in relatie tot de taken enomstandigheden van de boa in kaart zijn gebracht. Hieruit moet tevensblijken dat boa’s niet worden ingezet in situaties met een voorzienbaarverhoogd veiligheidsrisico, zoals bij optredens tegen concentraties vangrote groepen mensen en (in de regel) laat in de nacht in horecagebie-den. De daadwerkelijke inzet en de invulling van de taak van de boawordt uiteindelijk bepaald in de lokale driehoek.b.Een handhavingsarrangement, waarin op basis van lokaleleefbaarheids- en veiligheidsproblematiek handhavingstaken wordengeprioriteerd. Aan de hand van lokale prioriteiten worden – metinachtneming van de risico’s – concrete afspraken gemaakt over desamenwerking tussen boa’s en de politie. Er worden afsprakenvastgelegd over eventuele gezamenlijke acties, de toegang tot hetpolitiebureau, gezamenlijke briefings, informatie-uitwisseling en hetoverbrengen van aangehouden verdachten. Ook is duidelijk omschre-ven hoe boa’s zich aan risicovolle situaties dienen te onttrekken,waarbij de politie de situatie overneemt. Het inzetcriterium, zoalsopgenomen in de beleidsregels, is leidend bij het bepalen van de inzetvan boa’s binnen een gemeente. Het inzetcriterium bestaat uitcumulatieve criteria met betrekking tot de afbakening van de tehandhaven feiten die zich lenen voor de inzet van boa’s met hetspecialisme openbare ruimte en criteria met betrekking tot deuitvoerbaarheid door boa’s met het specialisme openbare ruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 73 Gelet op het voorgaande acht ik dat de besluitvorming over bewapeningen uitrusting van boa’s maathoudt met de mogelijke risico’s van actuelemaatschappelijke ontwikkelingen voor, bijvoorbeeld, het geweldniveauwaaraan boa’s mogelijkerwijs worden blootgesteld en de mate waarin depolitie assistentie kan bieden aan boa’s.Daarnaast vinden voornoemde leden het van groot belang dat boa’s zélfinbreng hebben op hoe zij uitgerust en bewapend willen worden. Ook zijnde aan het woord zijnde leden benieuwd naar de concrete criteria vooruitrusting en bewapening in de algemene maatregel van bestuur (amvb).De concrete regels over de bewapening en de uitrusting van boa’s wordenovergezet naar de ontwerp-amvb. Deze amvb voorziet alleen in een anderniveau van deze regels en brengt geen veranderingen in de bewapeningper domein.Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de noodzaak tot hetbewapenen van een boa aan te tonen.De Minister van Justitie en Veiligheid beoordeelt elke aanvraag afzon-derlijk op de noodzaak tot de toekenning van het aangevraagde wapen enbetrekt bij die beoordeling van de noodzaak in ieder geval:a.het soort wetsovertredingen waarvoor de opsporingsbevoegdhedenaan de ambtenaar is verleend;b.de aard van de te verwachten agressie tegen de ambtenaar;c.de bewapening waarover de ambtenaar op basis van zijn taakstellingkan beschikken.De Minister van Justitie en Veiligheid kan bij de beoordeling van denoodzaak tot het bewapenen van een boa naast bovengenoemdeaspecten ook de frequentie en mate waarin zich in het verleden situatieshebben voorgedaan waarbij bewapening wenselijk was geweestbetrekken. Het belang van concrete informatie hieromtrent neemt toe,naarmate het verzochte wapen meer letsel en/of pijnpotentieel heeft.Indien bij de beoordeling aan de hand van de drie bovengenoemdecriteria nog onvoldoende duidelijkheid geeft over de aanwezigheid van denoodzaak, kunnen aanvullende vragen naar de (on)mogelijkheid vanpolitieassistentie en de aandacht bij de scholing van boa’s voor hetonderwerp sociale vaardigheden nog een nadere indicatie geven. Indienzich vaak situaties voordoen waarin het aanwenden van sociale vaardig-heden en geweldbeheersingstechnieken niet (meer) afdoende zijn, kan eraanleiding zijn voor het toekennen van bewapening.Tot slot vragen deze leden de regering om een nadere beschouwing inhoeverre decentrale overheden invloed kunnen uitoefenen opbewapening en uitrusting, bijvoorbeeld als het gaat om de uiterlijkezichtbaarheid van levensbeschouwelijke uitingen op het boa-tenue.Gemeenten en andere decentrale overheden als werkgever van boa’shebben invloed op de bewapening en uitrusting van boa’s doordat zij deaanvraag doen voor een geweldsmiddel. Wanneer de gemeente alswerkgever voornemens is om een aanvraag te doen tot de toekenning vaneen wapen aan een boa uit domein I, dan moet de werkgever ditvoornemen voorts agenderen in het driehoeksoverleg, zoals ook eerderaangegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 74 Wat betreft levensbeschouwelijke uitingen op het boa-tenue is eenrichtlijn lifestyle-neutraliteit boa opgesteld2. De boa vertegenwoordigt bijzijn optreden de Nederlandse overheid en kan hierbij gebruik maken vande aan hem toegekende politiebevoegdheden en eventueel geweldsmid-delen die diep kunnen ingrijpen op de (grond)rechten van burgers. Datbrengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee en vereist eenneutrale, professionele uitstraling. In de richtlijn is daarom opgenomendat de boa, in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, ervoorzorgdraagt dat hij, in contacten met het publiek, in ieder geval afstandneemt van de volgende uitingen: Zichtbare uiting(en) van (levens-)overtuiging, religie, politieke overtuiging, geaardheid, beweging,vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezags-uitstraling, neutraliteit en veiligheid van de boa.De werkgever van de boa draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoeringvan deze niet-bindende richtlijn.In het antwoord op vragen van de leden Lahlah en Chakor (PvdA-GroenLinks) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en BinnenlandseZaken en Koninkrijkrelaties over verbieden van hoofddoekjes en anderereligieuze uitingen bij boa’s3 heb ik aangegeven dat ik het wenselijk achtom deze eis van neutraliteit in wet- of regelgeving vast te leggen.Hiervoor is een wettelijke grondslag vereist. In de komende periode zal iknader bezien waar en op welke wijze deze wettelijke grondslag zal wordeningevuld. Vanzelfsprekend zal hierbij het gebruikelijke wetgevingstrajectworden gevolgd dat benodigd is voor een dergelijk voorschrift.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Deze leden erkennen dat de bewapening van boa’s steedsmeer gelijkenis vertoont met de bewapening van politieambtenaren endat daarbij ook passende regelgeving hoort. Deze leden erkennen dat hetwetsvoorstel slechts een technische omzetting beoogt, waarbij beleids-regels omgezet worden in een amvb. Zij lezen dat het meenemen vaninhoudelijke wijzigingen in de amvb zorgt voor vertraging in de totstand-koming van de amvb. Deze leden vangen echter regelmatig verontrus-tende signalen op over de huidige beleidsregels en hebben behoefte aanhet stellen van enkele vragen hieromtrent.De leden van de BBB-fractie hebben geen vragen en-/of opmerkingen overde wijziging van de Politiewet 2012 en het onderzoek kosten-batenanalysekansspelen.2. De inhoud van het voorstel Huidig juridisch kader van het boa-stelselDe leden van de VVD-fractie lezen dat er bij de toetsing van de noodzaakvan de bewapening van een boa met een vuurwapen ook moet wordenvoldaan aan het criterium dat er een redelijke verwachting bestaat dat deboa bij de uitoefening van de functie in (onvoorziene) omstandighedenkomt te verkeren, dat hij of anderen met onmiddellijk vuurwapengebruikof onmiddellijke dreiging met een vuurwapen worden geconfronteerd.Kan de regering nader toelichten hoe deze criteria worden vastgesteld?2Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29 628, nr. 1099 (Richtlijn Lifestyle-neutraliteit boa)3Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1751.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 75 In aanvulling op de afzonderlijke beoordeling op de noodzaak tot detoekenning van het aangevraagde vuurwapen toetst de Minister vanJustitie en Veiligheid tevens aan de volgende criteria:a.of er de redelijke verwachting bestaat dat de ambtenaar bij deuitoefening van zijn functie in de omstandigheid komt te verkeren, dathij of anderen met onmiddellijk vuurwapengebruik of onmiddellijkedreiging met een vuurwapen wordt geconfronteerd;b.of het, indien zich een geval als omschreven in het vorige onderdeelvoordoet, bezwaarlijk of onmogelijk is om een beroep te doen op depolitie;c.of het bezwaarlijk of onmogelijk is om op een andere, minderingrijpende wijze in de beveiliging van de betrokkene te voorzien.De leden van de CDA-fractie lezen dat boa’s op grond van de Beleids-regels Buitengewoon Opsporingsambtenaar kunnen worden uitgerustmet handboeien, wapenstok, pepperspray en een vuurwapen. Deze ledenconstateren dat zij eerder aandacht hebben gevraagd voor de uitrustingen bewapening van groene boa’s (boa’s die werkzaam zijn in onder anderehet buitengebied). Groene boa’s krijgen steeds vaker te maken metdrugsdumpingen en het risico zware criminelen in het buitengebied tegente komen. Op welke manier kunnen zowel de veiligheid van groene boa’sals de effectiviteit van hun werk beter aangesloten worden op de risico’sin de praktijk? Voornoemde leden vragen ook of groene boa’s bijvoorbeeldsnel en gericht kentekens van verdachte wagens kunnen controleren.Het is onacceptabel dat boa’s te maken krijgen met agressie of geweld-dadig gedrag op straat, in de buitengebieden of in het openbaar vervoer.Dat boa’s hun werk veilig moeten kunnen doen, staat voorop. De boa kanrekenen op een ministerie, werkgever en (direct) toezichthouders dieinstaan voor zijn of haar veiligheid en adequate nazorg bij incidenten.Mocht er behoefte zijn aan de toerusting van boa’s met geweldsmiddelen,dan gelden er heldere waarborgen.Evenals andere boa’s zijn groene boa’s echter niet bedoeld, opgeleid entoegerust voor de aanpak van zware en georganiseerde criminaliteit, voorde handhaving van de openbare orde of voor inzet in andere situatieswaarbij sprake is van een te verwachten gevaarzetting. Dat neemt nietweg dat groene boa’s evenals andere boa’s soms met deze fenomenenworden geconfronteerd tijdens de uitvoering van hun taak. De omstan-digheid dat zij doorgaans buiten de bebouwde kom hun werk doen maaktdat assistentie van de politie minder makkelijk beschikbaar is en langer opzich laat wachten. Dit is een belangrijk verschil tussen de boa’s in domein Ien de boa’s in domein II en heeft onder andere gevolgen voor debeoordeling van de noodzaak om geweldsmiddelen en portofoons toe tekennen.De samenwerking tussen boa’s en de politie is cruciaal voor de aanpakvan lokale veiligheidsvraagstukken. Om deze samenwerking in de vollebreedte te verbeteren wordt gewerkt aan een handhavingsarrangementmet onder andere afspraken over back-up in het buitengebied, taakver-deling en informatiedeling.De wenselijkheid dat de groene boa’s kentekens kunnen controleren in hetKentekenregister, wordt besproken met het Ministerie van Infrastructuuren Waterstaat, als verantwoordelijk ministerie, en de beheerder van ditregister met de inzet om dit mogelijk te maken.Groene boa’s kunnen voor de vergunning van een vuurwapen eenaanvraag doen bij de werkgever die de noodzaak en bekwaamheid van deboa in de omgang met het vuurwapen moet aantonen. De leden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 76 CDA-fractie vragen aan de regering hoe vaak een verzoek tot debewapening van een groene boa met een vuurwapen is afgewezen metals reden dat de redelijke verwachting dat de boa bij de uitoefening vande functie in omstandigheden komt te verkeren waarin hij met eenvuurwapen wordt geconfronteerd, ontbrak.Dit is in 2022 5 keer en in 2023 3 keer voorgekomen.Deelt de regering de mening dat groene boa’s hetzelfde behandeldmoeten worden als reguliere boa’s wat betreft de eisen voor eenvergunning voor een vuurwapen?Alleen boa’s in domein II (Milieu, Welzijn en Infrastructuur), waaronder degroene boa en boa’s aangesteld in domein VI, (Generieke Opsporing),bijvoorbeeld de Douane, kunnen in aanmerking komen voor eenvuurwapen. Gemeentelijke boa’s in het domein I (Openbare ruimte)komen niet in aanmerking voor een vuurwapen. Voor de toekenning vanhet vuurwapen gelden er aanvullende eisen, boven op de eisen die ergelden voor de toekenning van een ander geweldsmiddel. Deze aanvul-lende eisen staan omschreven in bijlage A van de beleidsregels boa enkrijgen tevens een plek in de amvb. Deze eisen zijn:a.Er moet een redelijke verwachting bestaan dat de boa bij de uitoefe-ning van zijn functie in de (onvoorziene) omstandigheden komt teverkeren, dat hij of anderen met onmiddellijk vuurwapengebruik ofonmiddellijke dreiging met een vuurwapen wordt geconfronteerd.b.Het is, indien zich een geval als onder de hierboven genoemde eisvoordoet, bezwaarlijk of onmogelijk om een beroep te doen op depolitie.c.Het is bezwaarlijk of onmogelijk om op een andere, minder ingrijpendewijze in de beveiliging van de betrokkene te voorzien.Het gebruik van het vuurwapen is uitsluitend toegestaan indien de boaheeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de Regelingtoetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar enambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (RTGB). De voorschriftenomtrent het gebruik van het vuurwapen (en andere geweldsmiddelen) zijnopgenomen in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijkemarechaussee en andere opsporingsambtenaren.Voornoemde leden vragen ten slotte hoe de samenwerking verloopttussen groene boa’s en de politie, met name wanneer de groene boawordt geconfronteerd met geweld en niet beschikt over voldoendegeweldsmiddelen om zichzelf te kunnen beschermen.Groene boa’s kunnen zelfstandig optreden en kunnen als de noodzaakdaarvan kan worden aangetoond de bevoegdheid krijgen om gewelds-middelen te gebruiken, maar uiteraard kunnen zij ook rekenen op back-upvan de politie als de situatie daarom vraagt. De samenwerking tussengroene boa’s en de politie is cruciaal voor de aanpak van veiligheidsvraag-stukken in het buitengebied. Om deze samenwerking in de volle breedtete verbeteren wordt gewerkt aan een handhavingsarrangement met onderandere afspraken over back-up in het buitengebied, taakverdeling eninformatiedeling. Door de versnippering binnen het werkveld van groeneboa’s, met deels ook private werkgevers, is het ingewikkelder om dit in terichten dan voor de boa’s in domein I (openbare ruimte).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 77 Veranderde taakstelling en contextDe leden van de VVD-fractie onderstrepen de aanzienlijk veranderendecontext waarin boa’s hun taak dienen uit te voeren. Steeds vaker wordenboa’s ingezet op verschillende plekken, tijdstippen en geconfronteerd metallerlei verschillende vormen van gevaarzetting. Kan de regering verdertoelichten of boa’s taakgericht worden ingezet en ook op die wijzebeoordeeld dienen te worden en hoe zij uitgerust en bewapend worden?Vooropgesteld kan aan een boa, als aan de voorwaarden is voldaan, doorde Minister van Justitie en Veiligheid (in de praktijk de dienst Justis) eengeweldmiddel worden toegekend. De criteria voor de toekenning vangeweldmiddelen worden door mij bij iedere aanvraag op dezelfde wijzegehanteerd. Hierbij is het wenselijk dat individuele gevallen individueelworden beoordeeld. De aanvraag daartoe wordt opgemaakt en onder-bouwd door de werkgever en daarna voorzien van advies door de politieen het OM. Bij de beoordeling van de aanvraag worden alle feiten enomstandigheden van het geval bezien en gewogen. Daarbij spelen ook delokale omstandigheden en bijvoorbeeld ondersteuningsmogelijkhedenvan de politie een rol. Hierdoor kan het voorkomen dat de situatie in deene gemeente wel vraagt om bewapening en in een andere gemeenteniet.Klopt het dat in het wetsvoorstel niet geregeld is dat taakstelling wordtmeegenomen maar dat boa’s individueel getoetst worden?Het klopt dat in het wetsvoorstel niet is geregeld dat taakstelling wordtmeegenomen. De bewapening van boa’s wordt individueel per werkgevergetoetst. Hierbij worden alle feiten en omstandigheden gewogen op basisvan de hierboven genoemde criteria. De taken die de boa uitvoert en destrafbare feiten waarvoor hij bevoegd is, worden daarbij meegewogen.Hoger regelgevingsniveau voor regels over bewapening en uitrustingDe leden van de VVD-fractie lezen dat gelijktijdig aan de omzetting van debestaande regels over bewapening en uitrusting uit de beleidsregels naaramvb dit ook voor andere onderwerpen wordt gedaan. Kan de regeringeen stand van zaken geven over deze afzonderlijke trajecten?De leden van de VVD-fractie wijzen op onderwerpen zoals de opleiding enscreening van boa’s. In mijn brief van 7 december 2023 over de politie-functie4 en het Eerste Halfjaarbericht politie 20245 heb ik aangekondigddat er een diepgaande beschouwing van het boa-stelsel wordt gestart. Deuitkomsten hiervan kunnen, ook voor de onderwerpen opleiding enscreening, leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving.De leden van de D66-fractie stellen dat boa’s op dit moment op grond vanbeleidsregels kunnen worden uitgerust met handboeien en bewapendmet onder meer een wapenstok, pepperspray en zelfs een vuurwapen. Ofeen geweldmiddel wordt toegekend wordt beoordeeld aan de hand van inbeleidsregels opgenomen criteria. De aan het woord zijnde leden achtendat, net als de regering, een onvoldoende stevige grondslag, gelet op deimpact van de aanwending van toegekende geweldsmiddelen op deburger en de maatschappij. Derhalve onderschrijven zij het doel van hetwetsvoorstel om een hogere wettelijke grondslag in het leven te roepenvoor de regels over de bewapening en uitrusting van boa’s, aangezien datbetekent dat deze (bij wijziging) worden geconsulteerd en ter advisering4Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1194.5Bijlage 2 bij Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1217Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 78 voorgelegd moeten worden aan de Raad van State. Een hoger niveau vanregelgeving levert derhalve een betere borging van de betreffendemensenrechten.De leden van de D66-fractie willen echter wel de mate waarin boa’sbewapend zijn ten principale ter discussie stellen. De regering verwijst indat kader naar de veranderde taakstelling en context voor het werk van deboa’s. Boa’s zijn, aldus de regering, steeds meer taken van de politie gaanovernemen. Zo fungeren zij als aanspreekpunt in de wijk en zijn zij actiefbij het handhaven van de openbare veiligheid in grote steden. Omdat zijin die hoedanigheid vaker worden geconfronteerd met geweld zou hetbewapenen noodzakelijk zijn. Deze redenering gaat wat voornoemdeleden betreft echter voorbij aan de vraag of het überhaupt wenselijk is omboa’s taken van de politie te laten overnemen. Immers ligt het gewelds-monopolie bij de politie. Kan de regering hierop reflecteren?De boa heeft een specifieke, afgebakende taak waarvoor hij gerichtopgeleid kan worden. In de strafrechtelijke handhaving van de lokaleveiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels is eenbelangrijke rol weggelegd voor boa’s. De boa is daarbij geen vervangingvan de politie of een concurrent, maar wel een onmisbare schakel in detoezicht- en handhavingsketen. De verhouding tussen politie en de boa isaan de orde gekomen in het white paper «versterking van de politie-functie» en onderdeel van de daar bijbehorende Ontwikkelagendataakverdeling tussen publieke organisaties. Samen met het gezag wordtverkend wat de rol van boa’s in de openbare ruimte moet zijn binnen depolitiefunctie, meer specifiek ten opzichte van de politietaak. Het isbelangrijk dat expliciete en bewuste keuzes worden gemaakt voor deinrichting van het boa-bestel en de boa-functie in de openbare ruimte.In hoeverre acht de regering het noodzakelijk om, nu de regels omtrentgeweldmiddelen voor boa’s en politieagenten op hetzelfde niveau wordengebracht, de taakafbakening tussen boa’s en de politie eveneens wettelijkte verankeren?De taakafbakening tussen boa’s en de politie is wettelijk verankerd. Uitartikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 3 van dePolitiewet 2012 volgt dat de politie is belast met de strafrechtelijkehandhaving van de rechtsorde, handhaving van de openbare orde en hetverlenen van hulp en boa’s uitsluitend belast zijn met de opsporing vanbepaalde, nader aan te duiden strafbare feiten voor zover nodig voor eengoede uitvoering van zijn (hoofd)functie.De wettelijke taak van boa’s is als volgt geregeld. De taak van de boa’s iswettelijk verankerd in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. Heteerste lid daarvan bepaalt welke personen als boa met de opsporing vanstrafbare feiten kunnen worden belast. Artikel 142, tweede lid, van hetWetboek van Strafvordering bepaalt dat de opsporingsbevoegdheid vande hiervoor genoemde personen strekt tot de in de akte van opsporings-bevoegdheid of aanwijzing aangeduide strafbare feiten. De akte ofaanwijzing kan daartoe verwijzen naar een bij regeling van de Ministervastgesteld domein. Daarnaast is het gebruik van geweldmiddelen ofvrijheidsbeperkende middelen door boa’s en de bevoegdheid totveiligheidsfouillering, vervoersfouillering en insluitingsfouillering vanboa’s geregeld in artikel 7 van de Politiewet 2012.Voorts strekt dit wetsvoorstel tot het creëren van een wettelijke grondslagvoor een amvb die regels stelt omtrent de bewapening en uitrusting, endient het uitsluitend voor het verhogen van het niveau van de regelgevingnu dat voor de politie ook al is geregeld in een amvb. Dit verschil inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 79 regelgevingsniveau is gelet op de toegekende geweldmiddelen, de impactvan de aanwending hiervan op de burger en het maatschappelijk debatover de toepassing van geweld door de overheid, niet meer te verklaren.De leden van de D66-fractie achten het verder nog van belang dat boa’s inmindere mate dan agenten zijn opgeleid om geweld te gebruiken. Vanpolitieagenten mag men verwachten dat zij in staat zijn om een gevaar inte schatten en gepast geweld te gebruiken als een situatie daarom vraagt,zonder dat daarbij excessief geweld wordt gebruikt en met inachtnemingvan de mensenrechten van burgers. Kan de regering toelichten inhoeverre dergelijke vaardigheden ook in de boa-opleiding aan bodkomen?De boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegd-heden en een vrijheidsbeperkend middel of één of meer geweldsmid-delen, moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RTGB. In de RTGBworden regels gesteld inzake de toetsing van boa’s met betrekking totgeweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en deschietvaardigheid. De toetsingseisen zijn afhankelijk van het gewelds-middel en voor alle boa’s hetzelfde. De toetsing wordt jaarlijks centraalgedaan, door examinatoren van de Politieacademie. De Politieacademieverzorgt voor boa’s in dienst van de politie ook de opleiding. Voor deoverige boa’s geldt dat de werkgever verantwoordelijk is voor hetopleiden en trainen van de boa, en de ervaring leert dat hier doorwerkgevers op verschillende manieren uitvoering aan wordt gegeven.Deze werkwijze komt ook overeen met hoe de vijfjaarlijkse cyclus vanpermanente her- en bijscholing is geregeld: centrale examinering door destichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (stichting ExTH) opgrond van een landelijk kader, maar iedere werkgever is zelf verantwoor-delijk voor het verzorgen van de opleidingen.Daarnaast is voor politieagenten bij wet in formele zin geregeld aan welkeopleidingsvereisten en screening zij moeten voldoen alvorens zij alsagenten met geweldmiddelen aan het werk kunnen. Voor boa’s zijndergelijke vereisten niet opgenomen in een wet in formele zin, enevenmin is beoogd dit te regelen met het voorliggende wetsvoorstel.Deelt de regering de mening dat het wenselijk is dit soort vereisten op tenemen in een wet in formele zin?In het antwoord op de vraag van de VVD-fractie of de beleidsregels tenaanzien van de opleidingsvereisten en screening ook worden omgezetnaar een amvb heb ik aangekondigd dat er een diepgaande beschouwingvan het boa-stelsel wordt gestart. De uitkomsten van deze beschouwingkunnen voor deze onderwerpen leiden tot noodzakelijke aanpassing vanwet- en regelgeving.3. Advies en consultatie 3.1 Internetconsultatie De toekenning van geweldmiddelen aan boa’sDe leden van de SGP-fractie lezen dat uit de internetconsultatie blijkt datsommigen voor de uitbreiding en verbetering van de bewapening enuitrusting van boa’s zijn, terwijl anderen juist tegen de toekenning vanwapens aan boa’s zijn. De toekenning hiervan wordt geregeld in deBeleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Deze leden lezen inartikel 10 van de beleidsregels dat een wapen alleen kan wordentoegekend als de noodzaak hiertoe is aangetoond. Deze leden constaterendat de Minister in het commissiedebat politie van 6 juli 2023 heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 710 gesproken over dit noodzakelijkheidscriterium. Deze leden maken deregering erop attent dat de toepassing van dit noodzakelijkheidscriteriumniet overal op dezelfde wijze wordt gehandhaafd en dat het voorinterpretatie vatbaar is. Deze leden vragen de regering of het noodzakelijk-heidscriterium vereenvoudigd dan wel geschrapt kan worden.Zoals eerder aangegeven besluit de Minister van Justitie en Veiligheid(dienst Justis) op een aanvraag om een geweldsmiddel voor een boa. Hetnoodzaakcriterium wordt door mij voor iedere aanvraag op dezelfde wijzegehanteerd. Het toepassen van geweld met gebruik van een gewelds-middel is een bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan degewapende macht van de overheid (de krijgsmacht) en de politie.Derhalve worden slechts in uitzonderlijke gevallen geweldsmiddelen aananderen toegekend. Mede vanuit de doelstelling van de Wet wapens enmunitie wordt een restrictief beleid gehanteerd. Het toekennen vangeweldsmiddelen aan een boa geschiedt slechts indien de noodzaakhiertoe door de aanvrager aangetoond is en indien zijn bekwaamheid inde omgang met het betreffende wapen is aangetoond. Het toekennen vangeweldsmiddelen wordt tevens afhankelijk gesteld van de in redelijkheidte verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie metgeweld of dreiging met geweld wordt geconfronteerd. De aanwendingvan geweld door boa’s raakt aan het recht op leven, de onaantastbaarheidvan het lichaam en de lichamelijke integriteit. Deze grond- en mensen-rechten worden beschermd door de Grondwet (artikel 11) en interna-tionale verdragen, zoals het Europees Verdrag tot bescherming van derechten van de mens en de fundamentele vrijheden (artikel 3 en 8 EVRM).In het licht van deze rechten is derhalve het noodzaakcriterium onverkortnodig zodat alleen als de noodzaak is aangetoond een geweldsmiddel kanworden toegekend.De leden van de SGP-fractie lezen dat het tweede lid van artikel 10 van debeleidsregels boa dat het toekennen van bewapening aan een boa ondermeer afhankelijk is van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boabij de vervulling van zijn functie met geweld of dreiging met geweld wordtgeconfronteerd. Deze leden constateren dat meer dan regelmatig enkelwordt gekeken naar het gebruik van geweldsmiddelen in het verleden, endat enkel het dragen en daarmee dreigen met het geweldsmiddelonvoldoende wordt meegewogen in de beslissing. Tevens wijzen dezeleden erop dat een groene boa niet altijd op adequate bijstand van politiekan rekenen als hij diep in het bos zijn taak uitvoert. Deze leden wijzen ophet toenemend aantal drugsdumpingen in natuurgebieden. Indien eengroene boa de daders op heterdaad betrapt is hij zonder geweldsmiddelerg kwetsbaar. De in redelijkheid te verwachten kans dat de boa metgeweld wordt geconfronteerd neemt in de praktijk dus alleen maar toe.Daarnaast menen deze leden dat deze kans lastig vooraf in te schattenvalt. Deze leden menen dat het onwenselijk is dat een groene boa zich niettegen (drugs)criminelen of stropers kan verweren en moet vluchtenomdat bijstand te lang op zich laat wachten. Deze leden vragen deregering te reflecteren op deze problematiek en om een nadere invullingvan het begrip in redelijkheid te verwachten dreiging met geweld.Evenals andere boa’s zijn groene boa’s niet bedoeld, opgeleid entoegerust voor de aanpak van zware en georganiseerde criminaliteit, voorde handhaving van de openbare orde of voor inzet in andere situatieswaarbij sprake is van een te verwachten gevaarzetting.Dat neemt niet weg dat groene boa’s evenals andere boa’s soms met dezefenomenen worden geconfronteerd tijdens de uitvoering van hun taak. Deomstandigheid dat zij doorgaans buiten de bebouwde kom hun werk doenmaakt dat assistentie van de politie minder makkelijk beschikbaar is enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 711 langer op zich laat wachten. Dit is een belangrijk verschil tussen de boa’sin domein I en de boa’s in domein II en heeft onder andere gevolgen voorde beoordeling van de noodzaak om geweldsmiddelen en portofoons toete kennen. De samenwerking tussen boa’s en de politie is cruciaal voor deaanpak van lokale veiligheidsvraagstukken. De te verwachten gevaar-zetting en dreiging met geweld is een onderwerp dat dan ook goed oplokaal en regionaal niveau besproken moet worden tussen de werkgevervan de boa, de boa zelf, de politie en het Openbaar Ministerie. Daar wordtimmers gesproken over de handhavingsprioriteiten, de samenwerking ende ondersteuning die de boa door de politie gegeven kan worden. Insommige gevallen zal deze bespreking leiden tot het aanvragen vanbewapening van een boa, in andere gevallen zijn wellicht andereoplossingen meer voor de hand liggend en dient de boa niet in degevaarzettende situatie gebracht te worden.Wat betreft een nadere invulling van het begrip in redelijkheid teverwachten dreiging met geweld is de mate waarin een boa bij devervulling van zijn taken met geweld of dreiging met geweld wordtgeconfronteerd sterk afhankelijk van de specifieke opsporingstaken die deboa uitvoert. Over het algemeen geldt dat hoe zwaarder het strafbare feit,hoe groter de kans op geweld of dreiging met geweld. Daarnaast spelenook factoren als locatie en tijd mee. Zo zal het risico voor een boa dieoverdag een proces-verbaal schrijft voor een loslopende hond in eenopengesteld recreatiegebied anders zijn dan een boa die in de nachtelijkeuren diep in het bos een gewapende stroper aanhoudt.In de Beleidsregels boa en in de ontwerp-amvb is daarom nader toege-licht welke criteria rond toekennen van geweldsmiddelen gelden. Pergeweldsmiddel is beschreven met welk risico de boa moet wordengeconfronteerd om in aanmerking te komen voor dat geweldsmiddel. Hierspelen ook beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol. Hetvuurwapen is het zwaarste en meest ingrijpende geweldsmiddel dat aaneen boa kan worden toegekend. Bij het handhaven op lichte overtre-dingen past niet het gebruik van de zwaarste geweldsmiddelen. Hetvuurwapen wordt daarom met grote terughoudendheid en uitsluitend bijzeer specifieke opgedragen taken toegekend. Zo kan een vuurwapenbijvoorbeeld worden toegekend wanneer de boa aantoonbaar is belastmet de opsporing van zware misdrijven waarbij de redelijke verwachtingbestaat dat hij met onmiddellijk vuurwapengebruik kan worden gecon-fronteerd, in die situatie geen beroep op de politie kan doen of op geenandere, minder ingrijpende, wijze in de veiligheid van de boa kan wordenvoorzien.De leden van de SGP-fractie lezen dat in het derde lid van artikel 10 van deBeleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar bij de beoordelingvan de noodzaak tot het bewapenen van een boa ook de frequentie enmate waarin zich in het verleden situaties hebben voorgedaan waarbijbewapening wenselijk was geweest worden betrokken. Deze leden vragende regering in hoeverre dit aspect wordt meegewogen en hoe dezeincidenten geregistreerd worden. Deze leden wijzen erop dat enkel hetvoorhanden hebben van het geweldsmiddel al kan zorgen voor eenafschrikkende werking.Voor 1 juli 2022 was de toename van het aantal geweldsincidenten eenhard criterium om een geweldmiddel toegekend te krijgen. Dit is sinds1 juli 2022 geen hard criterium meer, maar een aspect dat kan wordenmeegewogen bij de beoordeling. De Minister van Justitie en Veiligheidkan bij de beoordeling van de aanvraag ook informatie over de frequentieen mate waarin zich in het verleden situaties hebben voorgedaan waarbijbewapening wenselijk was geweest betrekken. De Minister kan dit doen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 712 maar is niet hiertoe verplicht; het is een mogelijkheid. In de praktijkbetekent dit dus dat boa’s, waaronder groene boa’s, vaker een geweld-middel toegekend kunnen krijgen omdat – anders dan voorheen – er nietaltijd een toename van het aantal geweldsincidenten hoeft te zijn geweest.Wel is het zo dat het belang van concrete informatie hieromtrenttoeneemt, naarmate het verzochte geweldsmiddel zwaarder wordt (meerletselpotentieel). De korte wapenstok wordt in dit verband als een lichtgeweldsmiddel gekwalificeerd, het vuurwapen als het zwaarste.Het aanwenden van geweld door boa’s dient conform de Ambtsinstructievoor de politie, de Koninklijke Mareschaussee en andere opsporingsamb-tenaren te worden gemeld aan de hulpofficier van justitie. Dezemeldingen worden vervolgens conform de Ambtsinstructie geregistreerddoor de direct toezichthouder indien dit geweldsgebruik de dood oflichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis heeft veroorzaakt.De leden van de SGP-fractie lezen dat in het zevende lid van artikel 10 vande Beleidsregels boa dat het toekennen van een wapen aan een boaslechts geschiedt indien zijn bekwaamheid in de omgang met hetbetreffende wapen is aangetoond. Deze leden merken op datbekwaamheid met het wapen gemakkelijk is aan te tonen door middel vaneen periodieke keuring. Wanneer de keuring is doorstaan en er geensignalen zijn ontvangen over oneigenlijk gebruik stellen deze leden voordat er een verkorte toekenningsprocedure gevolgd zou kunnen worden.Mede gezien de langdurige procedure die toekenning van geweldsmid-delen in beslag kan nemen. Zij vragen de regering te reflecteren op dezeaanbeveling.Een verkorte toekenningsprocedure acht ik niet nodig. De toekenning zieter als volgt uit. Een akte van opsporingsbevoegdheid inclusief eventuelepolitiebevoegdheden en geweldsmiddelen heeft een geldigheid vanmaximaal 5 jaar. Dit is vastgelegd in het Besluit BuitengewoonOpsporingsambtenaar. De aanvraag wordt getoetst op 3 hoofdprincipes:noodzaak, bekwaamheid en betrouwbaarheid. Na deze 5 jaar moet de akteopnieuw worden aangevraagd en wordt deze opnieuw door de Ministervan Justitie en Veiligheid (dienst Justis) beoordeeld. Bij geen verkeerdesignalen verloopt deze toetsing sneller dan bij de eerste aanvraag.Daarnaast moet een boa op grond van artikel 2, tweede lid, van de RTGBzijn geoefendheid met het vuurwapen aantonen. Met het behalen vandeze periodieke toets behoudt de boa het wapen. Dit is overeenkomstigmet de bekwaamheidseisen voor de politie.De leden van de SGP-fractie lezen dat in artikel 12 van de beleidsregelsboa de noodzaak wordt aangegeven voor periodieke toetsing van denoodzakelijkheid van het voorhanden hebben van een geweldsmiddel.Deze leden constateren dat iedere vijf jaar opnieuw gekeken wordt oftoekenning van het geweldsmiddel gerechtvaardigd is. Deze leden wijzende regering op de rompslomp die dit met zich mee kan brengen en vragende regering of in het kader van de veiligheid van de boa niet volstaan kanworden met een verkorte procedure indien zich geen incidenten hebbenvoorgedaan en de boa nog dezelfde werkzaamheden verricht.In de huidige systematiek is vastgelegd dat de noodzaak voor opsporings-bevoegdheid, eventuele politiebevoegdheden en geweldsmiddelen en debekwaamheid en betrouwbaarheid van de boa iedere vijf jaar door mijworden getoetst. Dit gelet op de inbreuk die opsporingsbevoegdheid enpolitiebevoegdheden en geweldsmiddelen maken in de persoonlijkelevenssfeer van burgers. Zoals eerder aangegeven moeten boa’sspecifieke kennis en vaardigheden hebben en zijn zij verplicht hunbekwaamheid op peil te houden. Dit doen zij via opleidingen en trainingenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 713 die worden afgesloten via een examen of opdracht onder toezicht van destichting ExTH. Indien de boa beschikt over politiebevoegdheden engeweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB vantoepassing. In het kader van de veiligheid en de bekwaamheid enbetrouwbaarheid van de boa en de toets op de noodzakelijkheid vooropsporingsbevoegdheid en eventuele politiebevoegdheden en gewelds-middelen kan daarom in het licht van het voorgaande niet met eenverkorte procedure worden volstaan.OpleidingDe leden van de VVD-fractie merken op dat in een internetconsultatiegesteld wordt dat in de regelgeving extra verplichte opleidingen voorboa’s, voordat zij over uitrusting mogen beschikken, ontbreken. Dezeleden herleiden uit de reactie dat een boa zich dient te gedragen overeen-komstig de regels van de Politiewet 2012, de Wet wapens en munitie ende ambtsinstructie. Ook wordt aangegeven dat in artikel 4, onder b, vande ambtsinstructie is bepaald dat het gebruik van een geweldmiddeluitsluitend is toegestaan door een ambtenaar die in het gebruik van datgeweldsmiddel is geoefend. Kan de regering dit verder toelichten?Betekent dit dat boa’s die over vuurwapens mogen beschikken ook extraopleidingscriteria opgelegd krijgen?Artikel 4, onder b, van de Ambtsinstructie bepaalt dat het gebruik van eengeweldsmiddel of vrijheidsbeperkend middel slechts is toegestaan dooreen ambtenaar die in het gebruik van dat geweldsmiddel of vrijheidsbe-perkend middel is geoefend. Voorts bepaalt 5 van de Regeling wapens enmunitie dat de boa slechts met een wapen kan worden uitgerust indien denoodzaak van het dragen van dat wapen aannemelijk wordt gemaakt ende bekwaamheid van de boa met het wapen is aangetoond. Daarbij moetde boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegd-heden en een vrijheidsbeperkend middel of één of meer geweldsmid-delen, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RTGB. In de RTGB wordenregels gesteld inzake de toetsing van boa’s met betrekking tot geweldsbe-heersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de schiet-vaardigheid. Dit betekent inderdaad dat de boa’s die over een vuurwapenmogen beschikken extra opleidingscriteria opgelegd krijgen voor deschietvaardigheid. Zo bepaalt de RTGB in deze dat een opsporings-ambtenaar steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend is inhet gebruik van een vuurwapen, indien hij, in het daaraan voorafgaandekalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeftafgelegd. Deze eisen zijn zoveel mogelijk gelijk als die voor politieambte-naren.Heeft dit effect op het aantal boa’s dat ieder jaar instroomt? Heeft dit effectop de inzetbaarheid van boa’s?Ik heb geen signalen ontvangen dat de eisen die er worden gesteld aan deboa’s bewapend met het vuurwapen zorgen voor een beperking in deinstroom of inzetbaarheid van boa’s.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yesilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 395, nr. 714

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bbd57fdaeb44aba4

14 okt 2026 · 594f85da9887ec67

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.