KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vaccinatiegraadrapport verslagjaar 2024 en voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’

20 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 40588084964a2733 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 777 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 juni 2024Het RIVM brengt jaarlijks voor de zomer een vaccinatiegraadrapport uit.Met deze brief bied ik u het vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2024)aan.1 Het lijkt erop dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleutersvergelijkbaar is met vorig jaar. Voor de BMR-vaccinatie (bof, mazelen,rodehond) en meningokokken ACWY-vaccinatie is deze misschien zelfsiets gestegen. Bij oudere leeftijdsgroepen (vanaf 9 jaar) lijkt de vaccinatie-graad echter verder te zijn gedaald. De trend in de geregistreerdevaccinatiegraad voor verslagjaar 2024 is moeilijk te interpreteren vanwegede invoering van de landelijke registratie van het informed consent voorgegevensuitwisseling tussen de JGZ en het RIVM. Dit licht ik later in dezebrief verder toe. Net als het RIVM ben ik positief over de stabilisatie vande vaccinatiegraad onder zuigelingen en kleuters na een daling in de jarenervoor, maar vind ik de verdere daling onder oudere kinderen zorgelijk.Ook vraagt de vaccinatiegraad onder jonge kinderen nog steeds aandacht.Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk om mensen tegen ernstige ziektente kunnen blijven beschermen en om uitbraken van deze ziektes tevoorkomen. Een hoge vaccinatiegraad blijft een prioriteit en ik benvastberaden ons Rijksvaccinatieprogramma (RVP) te versterken en tebeschermen.1.In deze brief ga ik achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:2.Vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2024)3.Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinatie» en tien acties4.Stand van zaken vaccinatie tegen HPV5.Lopende implementaties6.Werkagenda Gezondheidsraad7.Najaarsronde COVID-19-vaccinatie (door Minister voor Medische Zorg)Daarnaast informeer ik u met deze brief over de uitvoering van verschil-lende moties en toezeggingen uit het debat over de dalende vaccinatie-1RIVM (2024). «Vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2024)». https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0044.pdf. kst-32793-777ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7771 graad van 4 april jl. en beschouw ik deze als afgerond. Het betreft devolgende moties en toezeggingen:•Motie van het lid Paulusma c.s. over de Twijfeltelefoon zo snel alsmogelijk beschikbaar maken voor het Rijksvaccinatieprogramma(Kamerstuk 32 793, nr. 732);•Motie van het lid Tielen c.s. over het verkennen van het gebruik vancombinatievaccins in andere landen en inpassing daarvan in hethuidige Rijksvaccinatieprogramma (Kamerstuk 32 793, nr. 734);•Motie van het lid Tielen c.s. over aan het RIVM een herijking van denotitie over de kritische vaccinatiegraad vragen, met daarbij eeninvulling van de ontbrekende ondergrenzen (Kamerstuk 32 793,nr. 735);•Motie van het lid Slagt-Tichelman over alle ongevaccineerden onderde 18 jaar een herhaaloproep per brief sturen (Kamerstuk 32 793,nr. 737);•Motie van het lid Daniëlle Jansen c.s. over de HPV-vaccinatie zo veelmogelijk meenemen bij de acties vaccinatiegraad Rijksvaccinatiepro-gramma (Kamerstuk 32 793, nr. 739);•Motie van de leden Krul en Tielen over in kaart brengen welke opties erzijn om de toegankelijkheid van vaccinaties te verbeteren (Kamerstuk32 793, nr. 742);•Toezegging in kaart brengen effectiviteit tien acties uit brief 3 april jl.2;•Toezegging onderzoek naar beweegreden van mensen om zich wel ofniet te laten vaccineren;•Toezegging onderzoek naar effect van COVID-19 pandemie opvertrouwen in vaccineren;•Toezegging onderzoek naar effectiviteit van verplichtende maatregelenin andere landen op de vaccinatiegraad;•Toezegging zicht houden op signalen over financiële haalbaarheidfijnmazige aanpak bij gemeenten;•Toezegging overzicht infectieziekten waartegen RVP beschermt,effectiviteit vaccins en kritische vaccinatiegraad per vaccin.1. Vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2024) Ontwikkeling vaccinatiegraadJaarlijks brengt het RIVM voor de zomer het vaccinatiegraadrapport uit,met daarin informatie over de vaccinatiegraden voor infectieziektenwaartegen in het rijksvaccinatieprogramma (RVP) wordt gevaccineerd enontwikkelingen daarin. Aan de hand van het rapport «Vaccinatiegraad enjaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022»3 heb ik uw Kamerop 29 juni 2023 geïnformeerd over de vaccinatiegraad.4 Helaas hebben wetoen gezien dat de vaccinatiegraad in Nederland, net als in heel Europa,licht was gedaald.Informed consentSinds 1 januari 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinatiege-gevens anoniem. Dat gebeurt als geen toestemming is gegeven vooruitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen deJGZ en het RIVM (informed consent). Dit leidt tot een onderregistratie vande deelname aan het RVP waardoor de vergelijking met voorgaande jarenmoeilijker is. Het gemiddeld aandeel anonieme vaccinaties in 2023 was4%. Dit percentage verschilt per regio en per vaccinatie. Het informed2Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 731.3RIVM (2023). «Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022».rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2023-0031.pdf.4Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 698.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7772 consent voor gegevensuitwisseling heeft in het rapport van dit jaar eengrotere impact op de cijfers dan in het voorgaande jaar, omdat voor deuitwisseling van gegevens voor meer vaccinaties dan voorgaandrapportagejaar toestemming verleend moest worden. De exacte daling ofstijging van de vaccinatiegraad kan daarom niet goed bepaald worden.Het is belangrijk om hier bedacht op te zijn bij het interpreteren van devaccinatiegraadcijfers, zoals ik ook heb benadrukt in mijn brief van 29 juni2023.5Ik heb eerder aan uw Kamer gemeld dat wordt gewerkt aan een wetswij-ziging persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM, tenzij patiëntenbezwaar maken tegen deze gegevensuitwisseling. Naar verwachtingneemt door deze wetswijziging het percentage anonieme vaccinaties af enkunnen de vaccinatiegraad en trends daarin over tijd nauwkeurigerbepaald worden. De Raad van State heeft inmiddels advies uitgebrachtover het betreffende wetsvoorstel.6 Dit advies ga ik bestuderen.VaccinatiegraadVanwege bovengenoemde onderregistratie kan de vaccinatiegraad in hetrapport van dit jaar niet goed vergeleken worden met de vaccinatiegraadin het rapport van vorig jaar. Met dit voorbehoud zet ik hier de geregis-treerde vaccinatiegraden naast elkaar. In figuur 1 zijn de vaccinatiegradenvan het rapport van dit jaar zichtbaar. Dit betreft de vaccinatiegraad vanbepaalde leeftijdscohorten (zie onderschrift figuur) die bekend waren inmaart 2024. In vergelijking met vorig jaar is de geregistreerde vaccinatie-graad in verslagjaar 2024 voor de vaccinatie tegen bof, mazelen enrodehond (BMR) voor zuigelingen gedaald van 88,8% naar 88,3%. Voor devaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP) voorzuigelingen is de geregistreerde vaccinatiegraad afgenomen van 87,3%naar 85,4%. De geregistreerde vaccinatiegraad van pneumokokken voorzuigelingen is afgenomen van 90% naar 87,8%. Bij de DKTP-vaccinatievoor kleuters is de geregistreerde vaccinatiegraad bijna 7 procentpuntlager dan vorig jaar, deze is van 88,7% naar 82,0% gedaald. De geregis-treerde vaccinatiegraad voor DTP-vaccinatie voor schoolkinderen isgedaald van 82,5% naar 78,2% en de geregistreerde vaccinatiegraad voorBMR-vaccinatie voor schoolkinderen van 82,7% naar 78,5%. De vaccinatie-graad voor HPV komt later in deze brief aan bod.5Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 698.6Raad van State (2024). «Verzamelwet gegevensverwerking VWS II». https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@141940/w13-24-00025-iii/#highlight=verzamelwet%20vws.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7773 Het RIVM heeft zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van dewerkelijke vaccinatiegraad waarbij rekening gehouden is met deanonieme vaccinaties. Op basis hiervan lijkt het aannemelijk dat dewerkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters ongeveer gelijk isgebleven. Voor de BMR-vaccinatie en meningokokken ACWY-vaccinatie(MenACWY) is de vaccinatiegraad mogelijk zelfs iets gestegen. Het lijktwaarschijnlijk dat de werkelijke vaccinatiegraad voor oudere leeftijds-groepen wel verder is gedaald. Dit geldt met name voor de MenACWY-vaccinatie onder tieners.De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt een vaccinatiegraaddoel-stelling van 95% voor BMR-vaccinatie en van 90% voor alle overigevaccinaties. Hoewel de bij het RIVM geregistreerde vaccinatiegradenonder de 90% liggen, liggen de werkelijke vaccinatiegraden mogelijk rondof zelfs boven de WHO-doelstelling. Het is duidelijk dat de werkelijkeBMR-vaccinatiegraad onder de doelstelling van 95% ligt. DeBMR-vaccinatiegraad ligt al langere tijd onder de 95% en dit blijft zorgelijk,zeker in het licht van de toename van mazelenbesmettingen begin dit jaar.Kritische ondergrens vaccinatiegraadTijdens het debat over de dalende vaccinatiegraad van 4 april jl. heb ik uwKamer toegezegd een overzicht te sturen van de infectieziekten waartegenhet RVP beschermt en wat de werkzaamheid van de ingezette vaccins is.Het RIVM houdt elk jaar bij hoeveel mensen deze ziektes krijgen. Dezeinformatie publiceert het RIVM in het jaarlijkse RVP-(surveillance)rapport.7In dit rapport wordt per ziekte informatie gegeven over het vóórkomenervan en over relevante ontwikkelingen, zoals onderzoek naar de afweer7RIVM (2023). «Het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland. Surveillance en ontwikkelingen in2022–2023». https://www.rivm.nl/publicaties/rvp-2023.Figuur 1 – Vaccinatiegraad (%) per vaccinatie en geboortecohort (op basis van op persoongeregistreerde vaccinaties, exclusief anonieme vaccinaties); vastgesteld op leeftijd twee jaar(zuigelingen), vijf jaar (kleuters), tien jaar (schoolkinderen), elf of vijftien jaar (adolescenten,HPV/MenACWY); in grijs: inclusief vaccinaties die later zijn gegeven. Betekenis afkortingen:D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte,Hep B = hepatitis B, Pneu = pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY =meningokokken ACWY-ziekte, HPV = humaan papillomavirus infectie. * volledig = alleRVP-vaccinaties volgens schema ontvangen op tweejarige leeftijd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7774 en informatie over (veranderingen van) de ziekteverwekker. Overneveneffecten en (meldingen van) bijwerkingen van het RVP brengt Larebjaarlijks een verslag uit waarin actuele informatie te vinden is.8 Hieroverstaat ook informatie opgenomen in het jaarlijkse RVP-(surveillance)-rapport.9 Met de verwijzing naar deze informatie beschouw ik dezetoezegging als afgedaan.Door uw Kamer is een motie aangenomen van het lid Tielen betreffendeeen herijking van de RIVM-notitie over de kritische vaccinatiegraad10(Kamerstuk 32 793, nr. 735). Met kritische vaccinatiegraad wordt hierbedoeld: de vaccinatiegraad voor eliminatie van ziektes. Het RIVM geeftaan dat de inzichten uit de notitie «Een ondergrens voor de vaccinatie-graad in Nederland»11 ongewijzigd zijn. In deze notitie is door het RIVMtoegelicht waarom niet voor alle vaccinaties een kritische grens voor devaccinatiegraad kan worden gegeven: voor sommige vaccinaties isgroepsimmuniteit niet het doel of een onbereikbaar doel. Tetanus isbijvoorbeeld een ernstige besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt dooreen bacterie die in de grond zit en het lichaam kan binnenkomen via eenwond. De infectie geeft spierkrampen met vaak ernstige, levensbedrei-gende gevolgen. Mensen kunnen elkaar niet besmetten. Doel van dezevaccinatie is het voorkomen van ziekte, niet het voorkomen vanbesmetting. Een ander voorbeeld is kinkhoest, het meest ernstig en somslevensbedreigend voor zuigelingen en kleine kinderen. Het doel van hetRVP is ziektegevallen in deze doelgroepen voorkomen. Immuniteit doorvaccinatie biedt, net als natuurlijke infectie, geen levenslangebescherming, waardoor eliminatie van de ziekte niet mogelijk is. Voormazelen en polio geldt bijvoorbeeld wel dat deze ziektes door vaccinatiewereldwijd kunnen worden geëlimineerd. Met deze toelichting beschouwik deze motie als afgedaan.Ontwikkeling infectieziektenTijdens de coronacrisis was sprake van een afname in het aantal gevallenvan besmettelijke ziekten, ook sommige ziekten waartegen het RVPbescherming biedt. Dit effect lijkt in 2023 te zijn geëindigd. In dat jaar waseen toename zichtbaar in het aantal gevallen van onder andere bof,meningokokkenziekte en kinkhoest. Door het opheffen van de coronamaa-tregelen is de circulatie van ziekteverwekkers weer toegenomen. Hierdoorlopen ongevaccineerden of onvoldoende gevaccineerden een extra grootrisico om ziek te worden.2. Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinatie» entien acties Met mijn aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» streef ik naar eenmaximale vaccinatiegraad om zowel individuen als de samenleving tebeschermen tegen infectieziekten. Mijn inzet is daarbij gericht op devolgende drie thema’s:1)het bewaken en het versterken van het vertrouwen;2)het verstevigen van de informatievoorziening;3)het vergroten van de toegankelijkheid.8Lareb (2023). «Rapportage Meldingen van bijwerkingen Rijksvaccinatieprogramma 2022».https://www.lareb.nl/Knowledge/FilePreview?id=44380&p=33570.9RIVM (2022). «Het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland. Surveillance en ontwikkelingen in2021–2022». https://www.rivm.nl/rvp-2022, tabel 5.1 en 5.2.10Bijlage bij Kamerstuk 32 793, nr. 450.11RIVM (2019). «Een ondergrens voor de vaccinatiegraad in Nederland». https://open.overheid.nl/documenten/ronl-20d9ef12-817c-47e5-b064-795eed9111fb/pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7775 Zoals recent helaas is geconstateerd, zijn in de eerste vier maanden van2024 vier pasgeborenen overleden aan kinkhoest en is sinds 2024 eentoename in mazelenbesmettingen in bepaalde regio’s. Deze ontwikke-lingen benadrukken de noodzaak de aanpak «Vol vertrouwen in vacci-naties» te versterken. Daarom heb ik met mijn brief van 3 april jl.12 uwKamer geïnformeerd over de tien acties waarmee ik deze aanpak versterk.In deze brief ga ik in op de voortgang van mijn inzet op de drie thema’s uitmijn aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» en de tien acties binnen dezedrie thema’s in het bijzonder.Allereerst ga ik in op het thema «het bewaken en het versterken vanvertrouwen». Daaronder valt de volgende actie uit mijn brief van 3 april jl.:•Onderzoek: meer inzicht in keuzes en hoe deze beter te ondersteunen.Vervolgens ga ik in op het thema «het verstevigen van de informatievoor-ziening». Daaronder vallen de volgende acties uit mijn brief van 3 april jl.:•Versterken van relevante en betrouwbare online informatie;•Twijfeltelefoon: directe hulp bij vragen;•Brede aanpak tegen desinformatie;•Mobilisatie van zorgprofessionals en influencers tegen desinformatie;•Internationale acties desinformatie;•Verder versterken (informatie)positie kinderopvang.Tot slot ga ik in op het thema «het vergroten van de toegankelijkheid».Daaronder vallen de volgende acties uit mijn brief van 3 april jl.:•Wijkgerichte aanpak: betrekken van de gemeenschap;•Professionals in actie;•Belang van goede data.Thema 1: Het bewaken en het versterken van het vertrouwenIn dit thema ga ik in op de actie: onderzoek, meer inzicht in keuzes en hoedeze beter te ondersteunen. Hieronder valt epidemiologisch onderzoek,sociaalwetenschappelijk onderzoek en peilingen naar vertrouwen invaccineren. In mijn brief van 3 april jl. heb ik toegezegd uw Kamer voor dezomer te informeren over de eerste resultaten van deze onderzoeken.Hiermee doe ik deze toezegging af.Epidemiologisch onderzoekVoor het verhogen van de vaccinatiegraad is inzicht in lokale omstandig-heden en determinanten essentieel, zodat op basis van deze inzichteninterventies gericht ingezet kunnen worden. Het RIVM heeft hiertoeonderzoek opgezet, waarbij vaccinatiegegevens worden gekoppeld aanCBS-gegevens om inzicht te krijgen in de vaccinatiegraad in verschillendesubgroepen en regio’s. Momenteel bevindt dit onderzoek zich in de eerstefase, gericht op de BMR-vaccinatie. Hierbij wordt gekeken naar wat dedeterminanten zijn die de vaccinatiegraad van BMR1 (gegeven op14 maanden) kunnen verklaren. De resultaten worden verwacht in 2025.Hierna zal ook epidemiologisch onderzoek plaatsvinden naar determi-nanten van andere vaccinaties zoals vaccinaties die rond dezelfde leeftijdals BMR1 worden gegeven alsmede naar HPV-vaccinatie.12Kamerstuk 32 793, nr. 731.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7776 Sociaalwetenschappelijk onderzoek (SocioVax)In 2023 is het RIVM het onderzoeksprogramma SocioVax (sociaalweten-schappelijk onderzoek naar vaccineren) gestart. Dit onderzoekspro-gramma beoogt langlopend zicht te bieden op 1) waarom mensenzichzelf/hun kinderen wel of niet laten vaccineren en 2) wat werkt ommensen beter te kunnen informeren en ondersteunen bij vaccinatiekeuzesen om vaccineren zo toegankelijk mogelijk te maken.De eerste inzichten van dit onderzoeksprogramma zijn begin 2024 gedeeldmet professionals betrokken bij vaccineren via de SocioVax-website13.Hierin staat onder meer dat veiligheid, voordelen en effectiviteit vanvaccins, risico’s van de ziekte en vertrouwen in de gezondheidszorg enexperts onderwerpen zijn die mensen meenemen in hun afweging. In2023 heeft ook aanvullend literatuuronderzoek plaatsgevonden naarinterventies/acties die mogelijk veelbelovend zijn bij het bevorderen vanvaccinatiebereidheid en -deelname en zijn gesprekken gevoerd metJGZ-organisaties over hun ervaringen met verschillende interventies/acties. De resultaten van dit vervolgonderzoek zijn onlangs gepubliceerdop de SocioVax-website. De inzichten van deze studie zijn vroegtijdiggedeeld met GGD Brabant-Zuidoost die, in reactie op de mazelen uitbraakin zijn regio, SocioVax om advies vroeg. Met deze inzichten heeft dezeGGD veelbelovende interventie strategieën voor zijn regio geïdentificeerdom vervolgens een uitvoeringsplan op te baseren. Ook wordt vanaf 2024samen met uitvoerende organisaties toegepast onderzoek gedaan in deregio naar mogelijkheden om vaccinatiediensten voor verschillendegroepen in de samenleving toegankelijker te maken.In het debat over de dalende vaccinatiegraad van 4 april jl. heb ik tweetoezeggingen gedaan met betrekking tot sociaalwetenschappelijkonderzoek. Ten eerste heb ik toegezegd de effectiviteit van de acties uithet tienpuntenplan in kaart te zullen brengen. In het SocioVax-programmais door middel van literatuuronderzoek onderzocht welke interventies/acties veelbelovend zijn bij het bevorderen van vaccinatiebereidheid en-deelname. De resultaten van dit literatuuronderzoek komen op kortetermijn beschikbaar op de website van SocioVax. Het is hierbij van belangte benoemen dat de precieze bijdrage van individuele acties/interventiesaan de vaccinatiegraad vaak moeilijk te bepalen is, omdat deze acties/interventies plaatsvinden in een dynamische omgeving als onderdeel vaneen breed scala aan activiteiten (in tegenstelling tot een gecontroleerdeexperimentele setting). Ten tweede heb ik toegezegd de beweegreden vanmensen om zich wel of niet te laten vaccineren in kaart te brengen. Deeerste algemene inzichten met betrekking tot verklaringen waarommensen wel of niet vaccineren op basis van het SocioVax-literatuur-onderzoek zijn reeds gedeeld op de hierboven beschreven website.Inzichten op basis van vragenlijstonderzoek volgen eind dit jaar.Daarnaast kijkt het RIVM met JGZ-organisaties naar de mogelijkhedenvoor verdiepende onderzoeken in de regio’s. Hiermee beschouw ik dezetoezeggingen als afgedaan.Peilingen naar vertrouwen in vaccinerenHet RIVM heeft in de zomer van 2023 opnieuw een peiling naar depercepties van ouders over vaccineren uitgevoerd. Hierbij moetopgemerkt worden dat vanwege de lage respons, de resultaten mogelijkniet geheel representatief zijn voor alle ouders in Nederland. De peilinglaat zien dat iets minder ouders van kinderen van 9 tot en met 14 jaar in13RIVM (2023). «Literatuuronderzoek Sociovax». https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/sociovax/literatuuronderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7777 2023 positief waren over het RVP dan in 2022.14 Bij ouders van kinderenjonger dan 3,5 jaar waren er, over het algemeen, geen significanteverschillen in hun percepties over het RVP tussen 2022 en 2023; zij warenin 2023 niet negatiever, maar ook niet positiever over vaccineren dan inhet voorgaande jaar. Dit wijst erop dat de eerder waargenomen toenamein vaccinatietwijfel onder ouders mogelijk niet tijdelijk is. Desondanksblijft het merendeel van de ouders positief over vaccineren.In het debat van 4 april jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren inhoeverre de COVID-19-pandemie het vertrouwen in vaccinaties heeftbeïnvloed. Vergeleken met resultaten van de flitspeiling uitgevoerd in2013, laten de resultaten van de flitspeiling uitgevoerd in 2022 zien datwat meer ouders in 2022 negatief over vaccineren dachten dan vóór deCOVID-19-pandemie. Het RIVM geeft aan dat verschillende zaken hierinmogelijk een rol spelen, zoals de verspreiding van (des)informatie tijdensde COVID-19-pandemie, een verminderd vertrouwen in de overheid enwetenschap en vaccinatiemoeheid. Echter is het mogelijk dat sommigeouders al vóór de pandemie een negatieve opvatting hadden overvaccineren.15 Hiermee beschouw ik deze toezegging als afgedaan.Thema 2: Het verstevigen van de informatievoorzieningIn dit thema ga in op de voortgang van de volgende acties uit mijn briefvan 3 april jl.:•Versterken van relevante en betrouwbare online informatie;•Twijfeltelefoon: directe hulp bij vragen;•Brede aanpak tegen desinformatie;•Mobilisatie van zorgprofessionals en influencers tegen desinformatie;•Internationale acties desinformatie;•Verder versterken (informatie)positie kinderopvang.Daarnaast zet ik aanvullend in op deskundigheidsbevordering voorprofessionals en breng ik u op de hoogte van de meest recente bijeen-komst van de Vaccinatiealliantie.Versterken relevante en betrouwbare online informatieIn samenwerking met het RIVM zet ik structureel in op communicatieon-derzoek en het toepassen van de uitkomsten daarvan bij de doorontwik-keling van het communicatiemateriaal. Hierop is op een aantal vlakkenvoortgang geboekt, waaronder:•In het voorjaar is het voorlichtingsmateriaal over vaccinaties voorzwangeren (kinkhoest en griep) getest onder zwangeren en is ook decommunicatie over het nieuwe RVP-vaccinatieschema getest onderouders. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in het nieuwevoorlichtingsmateriaal. In 2025 voert het RIVM een breder onderzoekonder ouders uit om de informatiebehoefte over het RVP te peilen enhet communicatiemateriaal te evalueren, zodat de communicatiezoveel mogelijk aan blijft sluiten op de doelgroepen.•Ik heb de Steffie-module «Nieuws: waar of niet waar?» laten actualise-ren. Deze module geeft in gesproken, eenvoudige taal uitleg en tipsom na te gaan of informatie wel of niet klopt. Deze module is vooriedereen beschikbaar.16 In aanvulling daarop is het RIVM in gesprek14RIVM (2024). «Vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2024)». https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0044.pdf. Paragraaf 2.8.15RIVM (2023). «Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022».https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2023-0031.pdf. p. 20.16Steffie.nl (2023). «Nieuws: waar of niet waar?». https://www.steffie.nl/nieuws/onderwerpen/nieuws-waar-of-niet-waar-.html.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7778 met Steffie en Pharos over de ontwikkeling van eenvoudig entoegankelijk informatiemateriaal rondom vaccinaties.•Het RIVM heeft de afgelopen maanden regelmatig betaalde artikelen(branded content) over maternale kinkhoestvaccinatie geplaatst. Zo isvanuit de groeikalender van «Ouders van Nu» een bericht verstuurdnaar alle vrouwen die 21 weken zwanger zijn, is een nieuwsbrief overkinkhoest verstuurd naar de mailinglijst van MamaPlaats.nl en zijnartikelen geplaatst op de website OudersVanNu.nl17 en KekMama.nl.18•De website www.rijksvaccinatieprogramma.nl is afgelopen voorjaarvernieuwd en beter leesbaar geworden. De Engelstalige versie van dewebsite wordt uitgebreid. Op de website www.rivm.nl worden depagina’s over mazelen en kinkhoest momenteel tweewekelijksgeactualiseerd met de laatste cijfers.•Vanuit de Groeigids en JouwGGD worden ouders geïnformeerd overvaccinaties. In 2023 zijn er meer dan 2000 vragen van ouders overvaccineren in de ouder-chat beantwoord. Daarnaast kunnen JGZ-organisaties via deze platforms ook extra berichten en nieuwsbrievenover onder meer vaccineren aan ouders sturen.Twijfeltelefoon: directe hulp bij vragenIn het debat van 4 april jl. heeft het lid Paulusma een motie ingediend omde Twijfeltelefoon zo snel als mogelijk beschikbaar te maken voor hetRVP.19 Er is hard gewerkt bij de Twijfeltelefoon om het personeel eerder tescholen dan oorspronkelijk gepland. Als gevolg kunnen mensen sinds halfmei terecht bij de Twijfeltelefoon met vragen en twijfels over de vacci-naties voor kinkhoest en mazelen.20 Hiervoor ben ik hen zeer erkentelijk.Vanaf augustus staat de Twijfeltelefoon open voor twijfels/vragen over hetgehele RVP. Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.Brede aanpak tegen desinformatieSinds een aantal jaar neemt het kabinet maatregelen om de impact vanmis- en desinformatie te verminderen, onder andere met de Rijksbredestrategie voor een effectieve aanpak van desinformatie. Over devoortgang hiervan informeert de Staatssecretaris van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties uw Kamer. Daarnaast heb ik in mijn brief van3 april jl. verschillende aanvullende acties aangekondigd in het kader vanmis- en desinformatie rondom vaccineren.21 Hierbij breng ik u op dehoogte van de stand van zaken van deze acties:•Eind april heeft een goed gesprek plaatsgevonden met de StichtingReclame Code van de Reclame Code Commissie (RCC) over haar rol inhet kader van het tegengaan van online misinformatie. Onlangs heeftde Stichting samen met brancheorganisaties DDMA en bond vanAdverteerders een certificaat ontwikkeld, waarmee influencers kunnenlaten zien de reclameregels te kennen en te volgen, nadat zij eene-module doorlopen hebben.22 De Stichting onderzoekt in overleg met17Ouders van Nu (2024). «Laura’s zoon Thygo (toen 2,5 week oud) kreeg kinkhoest».https://www.oudersvannu.nl/commercieel/laura-s-zoon-thygo-toen-2-5-week-oud-kreeg-kinkhoest-we-dachten-dat-hij-het-niet-zou-halen~373885b.18Kek Mama (2024). «Kan je kinkhoest krijgen als je gevaccineerd bent?» https://www.kekmama.nl/artikel/gezondheid/kinkhoest-gevaccineerd.19Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 732.20Erasmus MC (2024). «Vragen over vaccinatie tegen kinkhoest en mazelen? Bel de Twijfelte-lefoon». https://amazingerasmusmc.nl/algemeen-nieuws/vragen-over-vaccinatie-tegen-kinkhoest-en-mazelen-bel-de-twijfeltelefoon.21Desinformatie is het doelbewust verspreiden van valse of misleidende informatie. Misinfor-matie is valse of misleidende informatie die niet goed begrepen wordt en wordt verspreidzonder schadelijke bedoelingen.22Influencerregels (2024). «Certificaat». https://influencerregels.com/certified-by/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 7779 betrokken partners de mogelijkheid om verdiepende modules overonder andere medische claims toe te voegen aan de e-module.•Recentelijk heb ik gesproken met de Koninklijke Nederlandse Maat-schappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) over desinformatie.Onlangs hebben de KNMG en de NOS gezamenlijk een onderzoek naarmedische desinformatie uitgevoerd.23 Uit dit onderzoek kwam onderandere naar voren dat artsen een belangrijke rol voor de overheid zienbij de aanpak van desinformatie via wetgeving en voorlichting en datdesinformatie tot een aanzienlijke verhoging van de werkdruk voorzorgprofessionals leidt.•Zoals toegezegd in mijn brief van 3 april jl. ben ik in gesprek gegaanmet de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over haar hande-lingsperspectief op het gebied van (online) desinformatie. In ditgesprek heeft de IGJ aangegeven dat haar handelingsmogelijkhedenop het gebied van desinformatie beperkt zijn. Daarbij verwijs ik naarjurisprudentie van het centraal tuchtcollege.24Mobilisatie van zorgprofessionals en influencers tegen desinformatie•Op 23 mei jl. heb ik op Instagram een interactief gesprek gehad meteen huisarts aangesloten bij het initiatief «Dokters Vandaag», eenjeugdarts KNMG, en de RVP-programmamanager van het RIVM.Tijdens deze sessie konden kijkers vragen stellen aan de experts. Zospraken wij onder andere over waar vaccinaties tegen beschermen enwat bijwerkingen precies zijn.•Ook vroegen zorgprofessionals met het initiatief «Beneden Peil»25aandacht voor de lage vaccinatiegraad waarbij mede aandacht werdbesteed aan misinformatie. Ik draag dergelijke initiatieven een warmhart toe.•Ik ben in gesprek met meerdere partijen over hoe zorgprofessionalsondersteund kunnen worden in het aangaan van gesprekken overdesinformatie. Daarbij onderzoek ik bijvoorbeeld of er bij het veldbehoefte is aan de ontwikkeling van een gesprekshulp voor hetgesprek over desinformatie en ontwikkeling van informatiefolders voorspecifieke doelgroepen.•Ten slotte onderzoek ik hoe onafhankelijke zorgprofessionals,bijvoorbeeld in het initiatief «Dokters Vandaag», ondersteund kunnenworden om extra aandacht te vestigen op de juiste informatie opsociale media zoals TikTok, Instagram en YouTube.Internationale acties desinformatieOok in internationale gremia wordt ingezet op het beschermen van deintegriteit van online informatie en de aanpak van desinformatie in denbrede. De Verordening digitale diensten26 (Digital Services Act, DSA), diesinds 17 februari jl. van toepassing is op alle aanbieders van tussenhan-deldiensten, is daarbij een belangrijk instrument. De DSA beoogtdesinformatie in de vorm van illegale inhoud, evenals informatie die instrijd is met de algemene voorwaarden, of desinformatie die een23KNMG (2024). «Medische desinformatie». https://www.knmg.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/medische-desinformatie-een-veelvoorkomend-fenomeen-in-de-spreekkamer.24Overheid.nl (2024). «ECLI:NL:TGZCTG:2024:42 Centraal Tuchtcollege voor de GezondheidszorgDen Haag C2023/1787 en C2023/1794». https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2024/ECLI_NL_TGZCTG_2024_4225Influenzastichting (2024). «Vaccinatiegraad beneden peil?». https://influenzastichting.nl/benedenpeil/.26EUR-Lex (2022). Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijzigingvan Richtlijn 2000/31/EG». https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32022R2065.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77710 systeemrisico vormt (in de zin van artikel 34, eerste lid) te bestrijden. Ditbetreft onder meer desinformatie die de volksgezondheid ondermijnt.Onder de DSA moeten zeer grote online platformen tijdig reageren opdeze soorten content. De Europese Commissie (EC) houdt toezicht op denaleving van de DSA door zeer grote online platformen en zeer grotezoekmachines. Indien de EC een inbreuk op de DSA vaststelt, kan zij eengeldboete opleggen tot 6% van de wereldwijde omzet van het betrokkenplatform en kan zij het platform verplichten maatregelen te nemen om deinbreuk binnen een vastgestelde termijn aan te pakken.In aanvulling zal het Ministerie van BZK dit jaar een onderzoek uitzettennaar risico’s en handelingsopties met betrekking tot online desinformatieen volksgezondheid, om te komen tot een kennisgedreven beleidsstra-tegie op dit gebied. Ik verken hoe het Ministerie van VWS hier medeinvulling aan kan geven en wat, op basis van de uitkomsten van hetonderzoek, de mogelijkheden zijn voor het maken van vrijwilligeafspraken met sociale media platformen hieromtrent. Ook zet ik mijdoorlopend in voor een gezamenlijke aanpak van medische desinformatie.Dit doe ik door het belang van aanvullende acties voor de vaccinatiegraadonder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld binnen het EU4Health-programma en in de EU «Raadsconclusies over vaccinatie als een van demeest doeltreffende instrumenten om ziekten te voorkomen en devolksgezondheid te verbeteren».27Verder versterken (informatie)positie kinderopvangDe kinderopvangbranche heeft een informatieve flyer over het RVPontwikkeld.28 Ook heeft het RIVM relevante informatie (in de vorm vanQ&A’s) voor ouders met kinderen op de kinderopvang toegevoegd op hunwebsite.29 Daarnaast heeft de Minister van SZW een juridisch afwegings-kader beschikbaar gesteld dat kinderopvangorganisaties die overwegeneen weigeringsbeleid voor niet-gevaccineerde kinderen en medewerkerste voeren handvatten geeft.30Deskundigheidsbevordering voor professionalsVoor JGZ-professionals is doorlopend deskundigheidsbevorderingrondom voorlichting geven over vaccineren beschikbaar. Onder zorgpro-fessionals in de JGZ en kindergeneeskunde is onlangs door het RIVM eenbehoeftepeiling op het gebied van deskundigheidsbevordering overvaccineren uitgezet. Inmiddels is ook een start gemaakt met een peilingvoor professionals in de geboortezorg (verloskundigen en gynaecologen).Eind 2024 worden hiervan de eerste resultaten verwacht.De Vrije Universiteit Amsterdam doet onderzoek naar het verbeteren vangesprekken met ouders over (het nut van) kindervaccinaties. Hiervoorhebben de onderzoekers video-opnames geanalyseerd van 75 vaccinatie-consulten, zowel regulier als antroposofisch. Het onderzoek heeft27EUR-Lex (2022). «Conclusies over vaccinatie als een van de meest doeltreffende instrumentenom ziekten te voorkomen en de volksgezondheid te verbeteren». https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52022XG1220(02).28Kinderopvang.nl (2024). «Gezond! En dat door een prikkie». https://cms.kinderopvang.nl/wp-content/uploads/2024/04/Flyer-branche-vaccinaties-voor-de-branche-kinderopvang.pdf.29RIVM (2024). «Vragen en antwoorden over mazelen». https://www.rivm.nl/mazelen/vragen-en-antwoorden-mazelen#kinderen.30Rijksoverheid (2024). «Juridisch afwegingskader weigeringsbeleid niet-gevaccineerdekinderen en medewerkers». https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/04/24/juridisch-afwegingskader-weigeringsbeleid-niet-gevaccineerde-kinderen-en-medewerkers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77711 geresulteerd in vijf wetenschappelijke artikelen31, onder meer over hoeprofessionals het onderwerp vaccinatie in het gesprek introduceren, enwelke effecten de verschillende strategieën op ouders hebben. Op basisvan de resultaten is een gesprekstraining ontworpen voor jeugdverpleeg-kundigen en jeugdartsen. De pilot-training werd door de deelnemers zeerpositief geëvalueerd. Onderzocht wordt hoe de training in de bijscholingvan jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen geïntegreerd kan worden.Daarnaast voert de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking metGGD Amsterdam, het CJG Rijnmond en het RIVM sinds januari 2023 eenonderzoek uit naar gesprekken over kindervaccinaties tussen ouders,professionals en sleutelfiguren uit wijken met een (zeer) lage vaccinatie-graad. Het onderzoek moet leiden tot inzicht in de effectiviteit vanverschillende gesprekstechnieken. Ouders, sleutelfiguren en zorgverlenersworden vanaf de start van dit onderzoek actief betrokken bij dedata-collectie, -analyse en de verspreiding van onderzoeksresultaten. Opdit moment vinden opnames plaats van huisvisites en doorniet-gouvernementele organisaties (NGO’s) georganiseerde groepsge-sprekken over kindervaccinaties.VaccinatiealliantieDe Vaccinatiealliantie is een netwerk van professionals, waarin ideeënworden uitgewisseld over het verhogen van de vaccinatiegraad.Afgelopen maart heeft een succesvolle zevende bijeenkomst van deVaccinatiealliantie plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst heb ik metprofessionals gesproken over de huidige ontwikkeling van de vaccinatie-graad en de oplossingen die zij hiervoor zien. Tussen professionals zijnonder andere voorbeelden uitgewisseld over de inzet van sleutelfiguren inde wijk en is aandacht gevraagd voor het thema vaccineren in deopleiding voor medische professionals. De volgende bijeenkomst van deVaccinatiealliantie vindt plaats in maart 2025.Thema 3: Het vergroten van de toegankelijkheidOm de toegankelijkheid tot vaccinaties te vergroten zet ik in op eenlaagdrempelig en wijkgericht vaccinatieaanbod, waarbij professionals zodicht mogelijk bij de burger staan. Hieronder ga ik in op de voortgang opde volgende acties uit mijn brief van 3 april jl.:•Wijkgerichte aanpak: betrekken van de gemeenschap•Professionals in actie•Belang van goede dataWijkgerichte aanpak: betrekken van de gemeenschapIn het debat van 4 april jl. is door de leden Krul en Tielen een motieingediend over het in kaart brengen van opties voor het verbeteren van detoegankelijkheid tot vaccinaties.32 Maatwerk is nodig om de toeganke-lijkheid tot vaccinaties te vergroten voor groepen die nu onvoldoendebereikt worden. Daarnaast heb ik tijdens mijn brief van 3 april jl.31Prettner, R. et al. (2023). «Light at the end of the tunnel?». Journal of Digital Social Research,5(3), 140–170; Prettner, R. et al. (2023). «How a «good parent» decides on childhood vacci-nation». Sociology of Health & Illness, 46(4), 664–682; Prettner, R. et al. (2024). «The DelicateSituation of Childhood Vaccination». [Manuscript submitted for publication]. Department ofLanguage, Literature and Communication, Vrije Universiteit Amsterdam; Prettner, R. et al.(2024). «Not Taking «No» for an Answer». [Manuscript submitted for publication]. Departmentof Language, Literature and Communication, Vrije Universiteit Amsterdam; Prettner, R. et al.(2024). «Addressing Concerns of Vaccine-Hesitant Parents». Department of Language,Literature and Communication, Vrije Universiteit Amsterdam.32Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 742.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77712 toegezegd op korte termijn wethouders, JGZ-organisaties en GGD’en uitverschillende gemeenten samen te brengen, zodat zij geleerde lessenvoor het versterken van een wijkgerichte aanpak met elkaar uit kunnenwisselen.In het kader van deze motie en toezegging zijn meerdere stappen gezet.Allereerst organiseert het RIVM een bijeenkomst met JGZ-professionalsen infectieziektenartsen waarbij opties voor het vergroten van detoegankelijkheid door maatwerk en inhaalvaccinaties uitgewisseld kunnenworden. Het RIVM coördineert deze onderlinge uitwisseling waarbij hetJGZ-organisaties en GGD’en ondersteuning kan bieden. GGD GHORNederland heeft daarnaast een platform ontwikkeld waar best practicesrondom het verhogen van de vaccinatiegraad uit verschillende GGD/JGZ-regio’s uitgewisseld kunnen worden. Het belang van dit platformonderschrijf ik ten zeerste.Op 23 mei jl. heb ik een bezoek gebracht aan een wijkcentrum in degemeente Amsterdam, waar ik gesprekken heb gevoerd metJGZ-professionals, ouders en de wethouder. Tijdens dit bezoek heb ik dekracht van een wijkgerichte aanpak ervaren. Het was duidelijk datsleutelfiguren en JGZ-professionals een cruciale rol spelen in hetbeantwoorden van vragen van ouders. De extra inspanningen uit dezewijkaanpak hebben bijgedragen aan een hogere vaccinatiegraad onderkinderen in Amsterdam. Dit is een uitstekend voorbeeld voor anderegemeentes. Met deze acties beschouw ik de motie van de leden Krul enTielen als afgedaan.In het debat van 4 april jl. heb ik uw Kamer toegezegd scherp in de gatente houden of signalen komen dat voor wijkgerichte aanpak meerfinanciering nodig is. Hierover is in alle hierboven beschreven bijeen-komsten met gemeenten gesproken. Hieruit heb ik signalen ontvangendat gemeenten zich zorgen maken over toekomstbestendige financieringvan de wijkgerichte aanpak. In de gesprekken roepen gemeenten op totmeer financiële middelen voor het vervolgen en uitbreiden van dewijkgerichte aanpak. Ik onderzoek of en hoe mijn ambtsopvolgeropvolging kan geven aan dit verzoek. Hiermee beschouw ik dezetoezegging als afgedaan.Professionals in actieIn het debat van 4 april jl. is door het lid Slagt-Tichelman een motieingediend om alle ongevaccineerden onder de 18 jaar een herhaaloproepper brief te sturen.33 Ik heb het RIVM gevraagd mij te adviseren over deeffectiviteit van een herhaaloproep per brief. Er worden gedurende delooptijd van het RVP per vaccinatie standaard meerdere herhaaloproepengestuurd. Op basis van recente ervaringen geeft het RIVM aan dat hetversturen van een extra herhaaloproep per brief weinig toegevoegdewaarde heeft. Het RIVM heeft JGZ-professionals opgeroepen bij iedercontactmoment met ouders de vaccinatiestatus te controleren en eenBMR-vaccinatie aan te bieden als deze ontbreekt.34 Met deze actiesbeschouw ik deze motie als afgedaan.33Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 737.34RIVM (2024). «RVP Nieuws». https://www.rivm.nl/nieuwsbrief?id-101500-2445-272811&pid-260251.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77713 Belang van goede dataZoals ik in eerdere brieven heb toegelicht, wordt op dit moment opverschillende manieren gewerkt aan het inzicht verkrijgen in eigenvaccinatiegegevens. Als eerste door de ontwikkeling van het burger-portaal van het RIVM.35 In mijn vorige brief36 heb ik uw Kamer latenweten dat in Q1 2024, naast de COVID-19-vaccinatiegegevens, ook deHPV-vaccinatiegegevens voor mensen van 16 en 17 jaar inzichtelijkworden. Ik kan uw Kamer mededelen dat dit traject inmiddels met eenpositief resultaat is afgerond. Het burgerportaal wordt de komende tijdstap voor stap uitgebreid met andere RVP-vaccinatiegegevens.Daarnaast wordt op dit moment gewerkt aan het ontsluiten van vaccina-tiegegevens naar de persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s) vanburgers. Hierover kan ik u mededelen dat de eerste vaccinaties zichtbaarzijn in de PGO’s. Dit betreft zowel de COVID-19-vaccinatiegegevens als deHPV-vaccinaties voor 16- en 17-jarigen. Zoals aangegeven in reactie op demotie-Tielen37 door de Minister voor Medische Zorg blijven wij ons dekomende tijd inzetten om de PGO’s aan te vullen met andere vaccinatiege-gevens. Ook wordt de informatiestandaard vaccinaties, die de afgelopenjaren samen met de veldpartijen is ontwikkeld, verder doorontwikkeld. Ditis noodzakelijk zodat de informatiestandaard ook gebruikt kan wordenvoor de ontsluiting van vaccinatiegegevens van bijvoorbeeld huisartsenen organisaties die reizigersvaccinaties zetten.3. Stand van zaken vaccinatie tegen HPV Reguliere HPV-vaccinatie en inhaalcampagne tot 18 jaarHet vaccinatiegraadrapport bevat ook de vaccinatiegraadcijfers voor HPV.In 2022 is de leeftijd voor HPV-vaccinatie van 13 jaar verlaagd naar het jaardat het kind 10 wordt en komen naast meisjes ook jongens in aanmerkingvoor de HPV-vaccinatie. De vaccinatiegraad voor het cohort uit 2012 datde vaccinatie aangeboden kreeg in het jaar dat ze 10 werden is zonderleeftijdsgrens voor de volledige vaccinatieserie (twee vaccinaties) 60,1%voor meisjes en 54,1% voor jongens, zie figuur 2. De vaccinatiegraad metleeftijdsgrens voor dit cohort ligt bij de meisjes 5 procentpunt lager danhet voorgaande cohort uit 2009 dat op 13-jarige leeftijd werd gevaccineerd(zonder leeftijdsgrens is dit verschil nog 3 procentpunt). De vaccinatie-graad voor de jongens ligt 6 procentpunt lager dan die van de meisjesbinnen het cohort uit 2012. Mogelijk is er sprake van een aanloopeffect,aangezien 2022 het eerste jaar was dat de vaccinatie op jongere leeftijd enaan zowel jongens als meisjes werd aangeboden. Deze cijfers gevenvanwege informed consent voor gegevensuitwisseling – zoals ik aan hetbegin van mijn brief heb uitgelegd – een onderregistratie van de daadwer-kelijke vaccinatiegraad.In het kader van de HPV-inhaalcampagne tot 18 jaar kwamen in 2022 denog niet eerder tegen HPV-gevaccineerde jongens en meisjes geboren in2009, 2008, 2006 en 2004 in aanmerking voor een vaccinatie, zie figuur 2.Ik ben verheugd dat voor bijna al deze cohorten geldt dat minstens 50% isgevaccineerd.De doelstelling voor de HPV-vaccinatiegraad is voor zowel jongens alsmeisjes gesteld op 90%. Eerder heb ik aangegeven dat het niet reëel is datdeze doelstelling op korte termijn behaald wordt, zoals de ervaring met35RIVM (2024). «MijnRIVM – vaccinaties». https://mijn.rivm.nl/vaccinaties/login.36Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 713.37Kamerstukken II 2023/2024, 27 529, nr. 314.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77714 het vaccineren van meisjes ons de afgelopen jaren heeft geleerd. Tochben ik blij met bovenstaande cijfers, aangezien iedere vaccinatie tegenHPV bijdraagt aan het voorkomen van HPV-gerelateerde kanker.De voorlopige opkomstcijfers voor de HPV-inhaalcohorten uit 2005, 2007,2010 en 2011 die in 2023 in aanmerking kwamen voor de vaccinatie heb ikin mijn vorige brief van februari jl. met u gedeeld. Mijn ambtsopvolgergeeft u naar verwachting voor de zomer van 2025 een update van dezecijfers.In het debat van 4 april jl. is door het lid Jansen een motie ingediend omde HPV-vaccinatie zo veel mogelijk mee te nemen bij de acties rondom deRVP-vaccinatiegraad.38 De HPV-vaccinatie is in het jaar dat het kind 10wordt een regulier onderdeel van het RVP en wordt dan ook meegenomenbij de algemene communicatie over het RVP. Daarnaast wordt jaarlijksextra aandacht besteed aan de HPV-vaccinatie tijdens de HPV AwarenessDay (4 maart), in samenwerking met o.a. KWF Kankerbestrijding, deTaskforce NL HPV-kankervrij en het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhals-kanker. Vanaf 2024 wordt in de uitnodigingsbrief voor de MenACWY-vaccinatie ook expliciet genoemd dat de HPV-vaccinatie ingehaald kanworden als iemand (volgens de gegevens bekend bij RIVM) deHPV-vaccinatie nog niet heeft gehaald. Hiermee beschouw ik deze motieals afgedaan.38Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 739.Figuur 2 – Vaccinatiegraad tegen HPV voor (inhaal)cohorten die in 2022 zijn uitgenodigd (zonderleeftijdsgrens). «Met leeftijdsgrens» is de vaccinatiegraad vastgesteld op het reguliere moment.«Zonder leeftijdsgrens» is de vaccinatiegraad inclusief vaccinaties die later zijn gegeven.Jongens en meisjes uit de cohorten 2004, 2006, 2008 en 2009 die nog niet eerder gevaccineerdwaren tegen HPV werden in 2022 in het kader van de inhaalcampagne tot 18 jaar uitgenodigdvoor vaccinatie. Cohort 2012 werd uitgenodigd in het jaar dat ze tien werden, het nieuwereguliere moment. In geel vaccinaties toegediend voor 2022 en in blauw vaccinaties toegediendvanaf 2022. Anonieme vaccinaties zijn niet meegenomen. De daadwerkelijke vaccinatiegraad ligthoger dan weergegeven. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77715 Aanvullende HPV-campagne voor jongvolwassenenTot 1 juni jl. liep de aanvullende HPV-vaccinatiecampagne voor jongvol-wassenen (18 tot en met 26 jaar) die nog niet eerder gevaccineerd warentegen HPV. Na de laatste communicatie-inzet van eind 2023 zijn in delaatste weken van 2023 significant meer vaccinaties toegediend dan in deweken ervoor. Vervolgens kregen jongvolwassenen die in 2023 hun eerstevaccinatie haalden tot juni 2024 de mogelijkheid hun serie (bestaande uittwee vaccinaties) af te maken. In totaal heeft ruim 24% van de doelgroepdie was uitgenodigd zich laten vaccineren. Van de jongvolwassenen diezijn gestart met een vaccinatieserie heeft iets meer dan 71% de serieafgemaakt. In totaal hebben meer dan 336.000 jongvolwassenen zich latenvaccineren. Tijdens de verlenging in 2024 hebben ruim 53.000 jongvol-wassenen hun serie nog af kunnen maken, wat meer is dan van tevoreningeschat (20.000–30.000). Deze resultaten vind ik positief en zijn eenbelangrijke stap in de bescherming tegen HPV-gerelateerde kanker. Ik bende uitvoerende partijen dan ook zeer erkentelijk voor hun inzet voor dezeaanvullende campagne. Naar verwachting worden de definitievevaccinatiegraadcijfers voor de cohorten van deze aanvullende campagnegepresenteerd in het vaccinatiegraadrapport dat volgend jaar uitkomt.4. Lopende implementaties Immunisatie tegen RSVHet Gezondheidsraadadvies over RSV-immunisatie voor zuigelingen is op14 februari jl. met uw Kamer gedeeld.39 Op dit moment wordt gewerkt aaneen beleidsreactie op dit advies, waarbij wordt ingegaan op de eventueleopname van een immunisatieprogramma tegen RSV in het RVP. Hiertoevoert het RIVM een verkenning uit met potentiële uitvoerende partijen. Debeleidsreactie volgt zo spoedig mogelijk.Caribisch NederlandHierbij informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van het vaccinatie-beleid in Caribisch Nederland bestaande uit de eilanden Bonaire,Sint-Eustatius en Saba (de BES-eilanden).Het RIVM en de eilanden werken aan de implementatie van rotavirusvacci-natie. Op Saba is net als in Europees Nederland gestart met het vacci-neren van kinderen geboren vanaf 1 januari 2024. Naar verwachting wordtop Sint-Eustatius gestart met vaccineren van kinderen geboren vanafmedio 2024 en op Bonaire gestart met het vaccineren van kinderengeboren vanaf begin 2025.Reactie op Gezondheidsraad advies vaccinatie van ouderen tegenpneumokokkenIn juni 2023 heeft de Gezondheidsraad (GR) mij geadviseerd over devaccinatie van ouderen tegen pneumokokken. Ik heb dit advies toen aanuw Kamer aangeboden en toegelicht. Ik gaf daarbij aan dat het in verbandmet de verkenning van de financiële haalbaarheid van de uitvoeringhelaas niet mogelijk was u binnen de gebruikelijke termijn van driemaanden van mijn beleidsreactie te voorzien. Zoals uw Kamer inmiddelsmogelijk weet, is het gelukt om bij de voorjaarsbesluitvorming financiëledekking te vinden voor de implementatie van het GR-advies. Daar ben ikvanzelfsprekend zeer blij mee. Ik wil het GR-advies dan ook graagovernemen en ben over de implementatie ervan in gesprek met het RIVM.39Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 714.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77716 Daarbij is het streven om eind 2025 – voor het griepseizoen en gelijk metde griepvaccinatie – te starten met het aanbieden van het door de GRgeadviseerde pneumokokkenvaccin (PCV20) aan de doelgroep (mensenvan 60 jaar en ouder). Mijn ambtsopvolger houdt uw Kamer op de hoogtevan de voortgang.5. Werkagenda Gezondheidsraad De werkagenda van de GR voor vaccinaties wordt minimaal eens perhalfjaar opgesteld op basis van een prioriteringsoverleg tussen de GR, hetRIVM, Zorginstituut Nederland (ZiN) en het College ter Beoordeling vanGeneesmiddelen (CBG). Ik heb u over de meest recente werkagendageïnformeerd met mijn brief van 5 februari jl. Het eerstvolgende priorite-ringsoverleg vindt plaats medio 2024. Mijn ambtsopvolger informeert unaar verwachting na het zomerreces in een aparte brief over dewerkagenda die hieruit volgt, waarmee hij/zij ook de werkagenda zalvaststellen.6. Najaarsronde COVID-19-vaccinatie De Minister voor Medische Zorg heeft uw Kamer op 4 april jl.40 geïnfor-meerd over de invulling van de COVID-19-vaccinatieronde in het najaarvan 2024. Deze invulling is gebaseerd op het geactualiseerde Gezond-heidsraadadvies van 27 maart 2024. Hieronder informeert de Ministervoor Medische Zorg u nader over de definitieve vaccinkeuze en dedaarmee samenhangende start- en einddatum van de najaarsronde 2024.Dit najaar zal gebruik worden gemaakt van mRNA-vaccins die aangepastzijn aan de JN.1-variant van het coronavirus. Dit is in lijn met de aanbeve-lingen van de WHO en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Voorde mensen die geen mRNA-vaccin kunnen of willen ontvangen zal er eeneiwitvaccin aangepast aan de JN.1-variant van het coronavirusbeschikbaar komen.De vaccins kunnen volgens afspraken tijdig geleverd worden. Dit betekentdat de startdatum van de najaarsronde op 16 september 2024 zal zijn. Deeinddatum zal uiterlijk 20 december 2024 zijn. Natuurlijk is er enigvoorbehoud, bijvoorbeeld dat de startdatum aangepast zal worden als devaccins om welke redenen ook niet tijdig geleverd kunnen worden.Tijdens de najaarsronde zullen de GGD’en vaccinatielocaties beschikbaarstellen om alle doelgroepen die in aanmerking komen voor een COVID-19-vaccinatie in staat te stellen een vaccinatie te halen.7. Uitvoering overige moties en toezeggingen Motie Tielen over combinatievaccinsTijdens het debat over de vaccinatiegraad op 4 april jl. heeft het lid Tieleneen motie ingediend over combinatievaccins.41 Meer specifiek wordt deregering gevraagd om te verkennen in welke andere landen gebruik wordtgemaakt van combinatievaccins, welke, en in hoeverre in het RVPcombinaties kunnen worden gemaakt van vaccins met hetzelfde schema.Dit met het oog op het behalen van een hoge vaccinatiegraad met eenminimale belasting.40Kamerstukken II 2023/2024, 25 295, nr. 217241Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 734.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77717 In reactie hierop kan ik laten weten dat momenteel een aantal combinatie-vaccins wordt ingezet, te weten het BMR-vaccin, het DKTP-Hib-HepB-vaccin, het DKTP-vaccin en het DTP-vaccin. Deze vaccins worden gebruiktin het RVP en worden ook in andere landen in vaccinatieprogramma’svoor kinderen ingezet, zoals bijvoorbeeld in België en Duitsland (op dewebsite van het ECDC is meer informatie te vinden over welke vaccins inwelke landen in Europa worden ingezet42). Naast de inzet van dezecombinatievaccins worden tijdens vaccinatiemomenten vaak ookverschillende vaccins gelijktijdig toegediend. Op deze manier wordt hetaantal vaccinatiemomenten tot een minimum beperkt.De GR heeft in 2022 geadviseerd over het RVP-schema en daarbij gekekennaar de optimale inzet en timing van combinatievaccins en het gelijktijdigtoedienen van verschillende vaccins tijdens vaccinatiemomenten.Daarnaast houdt het RIVM in de gaten welk nieuwe (combinatie)vaccins ermogelijk beschikbaar komen. Als er een nieuw (combinatie)vaccin op demarkt komt én deze voldoende relevant is, dan komt deze op dewerkagenda van de GR die over de inzet adviseert. Met deze reactiebeschouw ik de motie als afgedaan.Toezegging verplichtende maatregelen in de (inter-)nationale contextIn het debat van 4 april jl. heb ik toegezegd uw Kamer inzicht te geven inde effectiviteit van verplichtende maatregelen in het buitenland.Momenteel wordt, anders dan ik tijdens het debat heb aangegeven, hiergeen specifiek onderzoek naar uitgevoerd. Eerder zijn meerdere relevantepublicaties hierover van het Nivel en het Amsterdam UMC43 en de GR44verschenen. Het onderzoek van Nivel en het Amsterdam UMC beschrijftverschillende typen maatregelen in verschillende landen. De onderzoekersvan het Nivel en het Amsterdam UMC concluderen dat verplichtendemaatregelen mogelijk zijn, maar dat het effect van dergelijke maatregelenop de hoogte van de vaccinatiegraad beperkt zal zijn in de Nederlandsecontext. De effecten van verplichtende maatregelen lijken in de Neder-landse situatie vooral beperkt, wanneer mensen op grond van hunlevensbeschouwing beroep kunnen doen op een vrijstelling. Zulkevrijstellingen passen aldus het Nivel juist bij de Nederlandse traditie vanrespect voor levensbeschouwelijke pluriformiteit.Ook internationaal is weinig te zeggen over de effectiviteit van dergelijkbeleid; landen waar vormen van verplichtingen zijn ingevoerd hebbensoms een lagere vaccinatiegraad dan landen waar geen verplichting geldten andersom.45 Het Nivel onderzoek suggereert dat een positief effect vanverplichtende maatregelen waarschijnlijk beperkt is in ons land en datdergelijke maatregelen ook veel weerstand kunnen oproepen. Het huidigevaccinatiebeleid gaat uit van vrijwillige vaccinatie. Op basis van boven-staande resultaten zie ik geen noodzaak om aanvullend onderzoek naarverplichtende maatregelen uit te zetten. Hierbij beschouw ik dezetoezegging als afgedaan.42ECDC (2024). «Vaccine schedules in all countries in the EU/EEA». https://vaccine-schedule.ecdc.europa.eu/.43Nivel & Amsterdam UMC (2019). «Maatregelen om de vaccinatiegraad in Nederland teverhogen». https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/1003621.pdf44Gezondheidsraad (2021). «Ethische en juridische afwegingen COVID-19-vaccinatie».https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/02/04/ethische-en-juridische-afwegingen-covid-19-vaccinatie.45Sabin Vaccine Institute (2018). «Legislative Approaches to Immunization Across the EuropeanRegion». https://www.sabin.org/resources/legislative-approaches-to-immunization-across-the-european-region/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77718 Technische briefing kinkhoestTijdens het debat van 4 april jl. is gesproken over een technische briefingmet betrekking tot kinkhoest en kinkhoestvaccinatie. Indien de Kamer ditwenst, kan in samenwerking met het RIVM invulling worden gegeven aandeze informatiebehoefte.Tot slotDe recente ontwikkelingen omtrent de vaccinatiegraad baren mij zorgen.De trend in het vaccinatiegraadrapport is moeilijk te interpreteren, door deinvoering van informed consent voor gegevensuitwisseling. Het behoudvan een hoge vaccinatiegraad blijft cruciaal voor de volksgezondheid enwe blijven vastberaden ons Rijksvaccinatieprogramma te versterken.Het is van belang te blijven inzetten op het verhogen van de vaccinatie-graad door gerichte communicatie, samenwerking met diverse partijen enverbeterde toegankelijkheid tot RVP-vaccinaties. Uw Kamer blijftgeïnformeerd over de voortgang van de aanpak «Vol vertrouwen invaccinaties». Het eerstvolgende moment is naar verwachting begin 2025.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van OoijenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 77719

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · eb58634687187e99

14 okt 2026 · d9af592af66751dd

13 okt 2026 · 2cac160b0267a8b5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.