KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 oktober 2025, over het Definitieve Programma van Eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029

24 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 21b18427e1b03d07 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 645Openbaar vervoerNr. 871 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 24 oktober 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 oktober2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 september 2025 inzake programma van eisen conces-sies Friese Waddenveren vanaf 2029 (Kamerstuk 23 645,nr. 867).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-23645-871ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8711 Voorzitter: NordkampGriffier: MeedendorpAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Boutkan, Grinwis, DeHoop, Nordkamp, Pierik, Verkuijlen en Verouden,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Welkom bij het commissiedebat over hetdefinitieve programma van eisen concessies Friese Waddenveren vanaf2029. Hartelijk welkom aan iedereen op de publieke tribune. Hartelijkwelkom aan de Staatssecretaris. Hartelijk welkom aan de Kamerleden. Ikstel voor dat we een spreektijd hanteren van vier minuten; dat weet u. Ikstel ook voor om vier interrupties toe te staan. Dan geef ik graag hetwoord aan de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Goedemorgen allemaal. Bij voorbaat mijn excuses,want ik kan de overtocht naar de Wadden niet helemaal voltooien. Op eengegeven moment zal ik namelijk de overtocht naar de plenaire zaalmoeten maken vanwege de Financiële Beschouwingen.Voorzitter. De verbindingen naar de eilanden, dwars door UNESCO-Werelderfgoed, de Waddenzee, zijn echt iets anders dan een normaalaanbestede rail- of busverbinding. Daar komt veel meer bij kijken.Bovendien kennen de Waddenveren geen alternatief. Het is de enigeverbinding van en naar de prachtige Waddeneilanden en dus met rechteen levensader. Wat de ChristenUnie betreft verdient de concessiesyste-matiek daarom nadere bezinning. Hoe ziet de Staatssecretaris dat? Dat ismeer een langetermijnvraag.Voor nu geldt dat de aanbesteding niet mag mislukken. Het bijgesteldeprogramma van eisen van Staatssecretaris Aartsen toont dat dit besef eris. Wij zijn blij met de tussenconcessie voor Oost en de uitvoering vanmijn motie in dezen. Veel dank aan de Staatssecretaris en ook mijncomplimenten. Hij heeft samen met zijn ambtenaren de zomer heel goedbenut. Dank voor zijn realisme met betrekking tot de elektrificatie van deveren. Daarnaast is het goed te lezen dat de vaarwegprofielen gewaar-borgd zijn. Een cruciaal detail voor Ameland hierbij is de vraag of dit ookgeldt voor de passeervakken.Voorzitter. Wat goed is, kan natuurlijk altijd nog wat beter. Ik heb daaromdrie suggesties. In de gunningscriteria missen we de manier waarop dezeonderling gewogen moeten worden. De gunningscriteria zijn: betaal-baarheid, bereikbaarheid, aantrekkelijke ketenreis, emissiereductie enregionale betrokkenheid. De zwaarte in de weging kan echter een verschilvan dag en nacht zijn. Wat is nou echt belangrijk? Weegt elk van de vijfcriteria voor 20% mee of wegen bijvoorbeeld regionale betrokkenheid, ietswat terecht zeer leeft op de Waddeneilanden, betaalbaarheid en bereik-baarheid zwaarder mee dan de andere twee? Graag krijg ik hierover meerduidelijkheid van de Staatssecretaris. Kan hij toezeggen bij deze wegingde colleges en eilandondernemers te betrekken?Ten tweede. De Staatssecretaris wil dat er los van de elektrificatie over dejaren heen steeds CO2-armer wordt gevaren. Dat vind ik een logischewens, maar er zit wel een addertje onder het gras. Brandstofkosten zijnterecht onderdeel van de indexatie van ticketprijzen, maar dat is op dedieselprijzen gebaseerd en niet op schone brandstoffen zoals HVO. Zoontstaat er onbedoeld een prikkel om op vervuilende diesel te varen. Moetdie indexatie niet meer op schone brandstoffen worden gebaseerd? Kande Staatssecretaris hierop ingaan en misschien iets toezeggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8712 Ten derde. In de concessie Waddenveren West verwacht men pas na 2040wellicht een stroomaansluiting te hebben en wil men daarna ieder jaareen elektrisch schip erbij. Omdat de onzekerheden groot zijn – we zittendan al vlak voor het einde van de concessieperiode, want die loopt af in2044 – voorziet men problemen en noemt de brief het nu al een «majeureontwikkeling», waarover te zijner tijd dan gepraat moet worden. Kan deStaatssecretaris niet, net als bij Oost, gewoon vragen om per eenbepaalde datum stroom beschikbaar te hebben voor één elektrisch schipper eiland en dat helder te regelen? Dan kan een reder zo’n milieu-investering gewoon plannen. Enexis gaf vorige week aan dat er per 2030op Lauwersoog een aansluiting is. We nemen aan dat er dan ookvoldoende elektriciteit beschikbaar is en niet alleen een aansluiting, wantanders zijn we in de aap gelogeerd.Ten slotte nog twee andere vragen. Allereerst schrijft de Staatssecretarisdat er onvoldoende marktspanning op de aanbesteding komt als erervaring en kennis van varen op het Wad wordt geëist. Maar in derondetafel noemden veel eilanders dat er in de samenwerking met demeer dan 100 jaar varende rederijen veel goeds gegroeid is, dat nooit ineen programma van eisen te omschrijven is. Welke verbeteringen willenwe met die zo groot mogelijke marktspanning nou eigenlijk bereiken? Watbiedt dat de eilanders en het UNESCO-erfgoed in de Waddenzee? Graageen reactie.Ten slotte. Bij een eventuele concessieovergang dienen schepen enpanden verkocht te worden aan de eventuele nieuwe concessieverkrijger,maar daar lezen we niks over in de stukken. Is dat allemaal helder en goedgeregeld, voor het geval dat?Voorzitter, tot zover mijn bijdrage in eerste termijn.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heer DeHoop namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Als je dit programma ziet, dan zie je dat de eilanders duidelijkhun weg naar de Kamer hebben gevonden. Mijn fractie, en ik denk de helecommissie, heeft de gesprekken van voor de zomer als zeer waardevolervaren. Als ik kijk naar het definitieve programma, dan zie ik veel puntenterug die we toen hebben meegekregen. Van de zorgen van mijn fractiezie ik ook veel terug. Ook zijn er nog steeds een aantal grote beslissingenniet genomen, maar eigenlijk uitgesteld.Voorzitter. Mijn fractie is allereerst blij dat de frequentie van de dienst forsomhoog kan. Daarmee neemt ook de capaciteit toe en wordt de kans datje niet meekunt kleiner. Toch denk ik dat we nog meer zekerheden moetenen kunnen inbouwen voor eilanders die onverwacht naar de wal moetenen niet gereserveerd hebben. Misschien moet er zelfs een soort lief-en-leedreserve voor eilanders zijn op de boten, waarbij een of enkele plekkenbuiten het reserveringssysteem vrij blijven tot bijvoorbeeld een uur voorvertrek. Kunnen we zoiets nog opnemen? Dan zijn eilanders wat minderafhankelijk van die cruciale watertaxi.Mijn fractie heeft er lang voor gepleit om de aanbesteding voor Amelandin de goede volgorde te doen. Het MIRT-besluit met de verschillendebagger- en vertrekopties en onduidelijkheid over de verkeersvraag blijfteen groot obstakel. Dat moet echt eerst, voordat we vanuit die nieuwesituatie kunnen aanbesteden. Uitstel is daarbij niet ideaal, maar voor nude enige optie. We moeten die extra tijd wel goed gebruiken om tot eendaadwerkelijk duurzame beslissing te komen.Mijn fractie is ook blij dat de keuze om te elektrificeren nu definitief is. Ookdat was een grote wens vanuit de eilanden. Het is goed voor het klimaat,geeft op de langere termijn lagere kosten en levert minder stikstof op. Welblijft het tijdpad ervoor toch nog een beetje vaag. Vanuit IenW wordt nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8713 gedaan alsof netcongestie iets is wat ons overkomt, maar we hebben éénoverheid en één regering: we wisten dat dit eraan kwam. De keuze omhier meer of minder prioriteit aan te geven is ook een politieke keuze. Watkunnen we wat dit betreft nog verwachten van de Staatssecretaris in dekomende periode om hier regie op te voeren?Voorzitter. De inspraak en zeggenschap van belanghebbenden voor delange termijn is ons ook nog iets te vrijblijvend. Er is toch echt eenverschil tussen een soort consumentenpanel met een ideeënbus ofinstemming geven bij majeure ontwikkelingen als zo’n concessie voor deWadden en de bereikbaarheid van eilanders. We denken dat lokalebesturen hier nog formeler bij betrokken kunnen en moeten worden.Naast het lokale bestuur moeten natuurlijk ook de bewoners, onder-nemers en vakantiegangers betrokken worden. Daarbij zien wij ook eenrol voor andere maatschappelijke belangen, zoals bijvoorbeeld natuuror-ganisaties. Kunnen zij in wat daar speelt ook een rol krijgen in degesprekken?De opbouw en verhoging van de tarieven en de verantwoording van dewinsten zijn wat mij betreft nog onvoldoende transparant. De tarievenstijgen jaarlijks maximaal. Het ministerie accordeert dit en kijkt daarbijmee. Wat is een redelijk rendement? Waar toetst het ministerie op? Waarkomen de overwinsten terecht? Daar zou ik toch nog iets meer inzicht vande Staatssecretaris in willen krijgen.Ik wil ook graag samen vaststellen wat een redelijk tarief is voorscholieren. De Minister laat dat vrij in de concessie, maar voor scholierenis er geen alternatief. Dat raakt de toegankelijkheid en de vrijheid van hetonderwijs. Ik wil eigenlijk een betaalbaar tarief voor scholieren hebben. Isde Minister bereid daar nog verder naar te kijken?Ten slotte verwijs ik naar mijn initiatiefwet over provinciaal ov in eigenhand. Dat zeg ik niet omdat het mijn eigen wet is, maar omdat deeilanders er ook nadrukkelijk naar verwijzen in hun eigen brief. Die wet isbedoeld voor situaties waarbij een aanbesteding niet het gewensteresultaat oplevert. Ik kan mij voorstellen dat dit ook kan gelden bij dezeaanbesteding. Sterker nog, u noemt dat scenario zelf ook. Ik denk dat deoptie dat provincies dit zelf oppakken en er ov van maken, de onderhande-lingspositie zou kunnen versterken. Ik zou de Staatssecretaris willenvragen om in ieder geval die optie niet zomaar af te doen, omdat we ookin de brief van de Staatssecretaris lezen dat er onzekerheden zijn over deaanbesteding. Dus als die aanbesteding niet oplevert wat we willen, danmoet dat een optie zijn.De voorzitter:Rondt u af?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik rond af, en ik excuseer me helaas ook voor de rest van het debat omdatik andere verplichtingen heb. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerPierik namens de BBB.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ook de BBB-fractie wil de Staatssecretaris eencompliment geven omdat hij goed geluisterd heeft naar de dingen die wenaar voren hebben geschoven in het vorige overleg. Er zijn heel watverbeteringen aangebracht en dat komt de eilandbewoners ten goede.Maar we zijn er nog niet. Vandaar dat ik ook nog wat vragen aan deStaatssecretaris heb.Als het gaat om de Friese Waddeneilanden en de veerverbindingen dandraait het om betaalbaarheid, bereikbaarheid en betrouwbaarheid. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8714 drie b’s zijn geen luxe voor de eilandbewoners, maar een crucialelevensader. Verder zijn voor de BBB-fractie zekerheid en zeggenschap voorde eilandbewoners cruciaal. Mensen moeten naar het ziekenhuis, naarschool of naar hun werk kunnen. Bedrijven moeten zich kunnen bevoor-raden, personeel moet op tijd zijn en toeristen moeten het eiland goedkunnen bereiken. Dat alles moet dus betrouwbaar en betaalbaar zijn, ookbij hoogwater, ook bij veel of juist beperkt aanbod en ook als de techniekeven tegenzit. Voor BBB is dat het uitgangspunt bij deze concessie:nuchter en voorspelbare bereikbaarheid.Het is goed dat het kabinet erkent dat deze verbinding een publiekefunctie vervult en dat er extra afvaarten komen bij Holwerd op Ameland,met een iets verruimde dienstregeling. Tegelijkertijd vragen we ons af ofdit voldoende is. De verruiming is beperkt en de eilandgemeenschap hadjuist gehoopt op structureel meer ruimte. Dat is ruimte voor scholieren,voor vervoer buiten het toeristenseizoen en voor nachtafvaarten bijnoodgevallen. Daarom vragen wij de Staatssecretaris of hij bereid is omverdere uitbreiding van de dienstregeling in beeld te houden als daar ietsmeer financiële ruimte voor is.Voorzitter. Bereikbaarheid is meer dan varen alleen. Het gaat ook omzeggenschap. Eerder dienden we een motie in om ondernemers een plekte geven in het klantenpanel. Dat is nu uitgewerkt via het OCOW-overleg.Ondernemers kunnen meedoen, mits zij een rechtspersoon zijn, en dat iseen stap vooruit, maar dan moet die inspraak wel daadwerkelijkdoorwerken in het vervoerplan en in het tariefbeleid. Hoe borgt deStaatssecretaris dat de ondernemersinbreng ook echt meeweegt in debeleids- en besluitvorming? Komt hiermee een zwaarwegend adviesrechtvan de ondernemers wel echt tot zijn recht?Voorzitter. De verbinding Terschelling-Vlieland begon ooit als eenscholierenboot. In het notaoverleg van 26 juni is verzocht deze boot ook inschoolvakanties te laten varen. Kennelijk is dit operationeel en financieelniet haalbaar. Toch vraag ik de Staatssecretaris of dit echt goed isonderzocht. Watertaxibedrijven hebben expliciet belangstelling getoonden vroegen om een marktverkenning, maar kregen geen reactie. Klopt hetdat watertaxibedrijven hier verder geen betekenisvolle rol in kunnenspelen?Dan de verduurzaming. De risico’s van de elektrificatie van de vloot zijnnog groot. De laadinfrastructuur op Ameland is nog niet geregeld.Schepen moeten worden vervangen zonder duidelijkheid over investe-ringszekerheid. Als het Rijk één onderdeel niet tijdig oplevert, zoals denetaansluiting, dan gaat het hele systeem vastlopen.Een ander punt dat we blijven volgen, is het vrachtvervoer. Dat valtformeel buiten de concessie, maar is wel heel essentieel voor debevoorrading van winkels, apotheken, bouwlocaties en boeren. Nu wordter gemonitord, maar wat als de prijzen uit de hand lopen of vervoerdersbesluiten het aanbod terug te schroeven in de winter? Daarom vraag ik deStaatssecretaris of hij bereid is expliciet te garanderen dat bij vertraging inde laadinfrastructuur de vervoerders niet financieel benadeeld worden endat de dienstverlening richting eilandbewoners volledig doorgang blijftvinden.De voorzitter:Rondt u af?De heer Pierik (BBB):Ja, ik ben er bijna. Dan laat ik het vrachtvervoer even rusten, want ikverwacht dat ik daar nog extra spreektijd voor krijg door een interruptie. Ikwil nog wel iets roepen over de watertaxi.De voorzitter:Liefst in slechts een paar zinnen, want u bent door uw tijd heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8715 De heer Pierik (BBB):Oké. We hebben al heel wat moties ingediend over de watertaxi. Ik wileigenlijk heel graag weten of er uiteindelijk een sluitende regeling komtdie recht doet aan de inzet van de watertaxi om ook in noodgevallen deeilandbewoners te kunnen faciliteren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):De heer Pierik zegt dat het vrij onzeker is wanneer de elektrificatierondkomt. Dat ben ik op zich met hem eens, maar in de concessie staatdat vier jaar van tevoren de rederij erover wordt geïnformeerd dat hetbeschikbaar komt. Ziet hij daardoor niet meer zekerheid?De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. Ja, natuurlijk biedt dat meer zekerheid, maar ik weetniet of die vier jaar voldoende zekerheid biedt voor de vervoerders omdaar adequaat op te kunnen investeren. Het liefst zou ik daar nog ietsmeer ruimte in hebben voor de ondernemers.De voorzitter:Dan geef ik u het woord voor uw inbreng, meneer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Nee, toch niet, excuus. Ik had de heer Boutkan over het hoofd gezien.De heer Boutkan (PVV):Ja, ik denk: ik ga eens een keer in de rechtse blinde vlek van de voorzitterzitten! Maar dank, voorzitter.Ik heb toch een vraagje aan de heer Pierik. Welke onzekerheden ziet hij alser onduidelijkheid is over het vrachtvervoer? In hoeverre is dat eenprobleem?De heer Pierik (BBB):Vrachtvervoerders moeten natuurlijk te allen tijde de zekerheid hebbenom over te kunnen varen. Het zit niet in de concessie, dus dat betekent datvervoerders overgeleverd zijn aan die vaarverbinding. Die zekerheid moeter zijn. Omdat het niet geborgd is in de concessie, biedt dat iets meeronzekerheid.De voorzitter:Dan geef ik nu toch echt het woord aan de heer Verkuijlen namens deVVD.De heer Verkuijlen (VVD):Dank u andermaal, voorzitter. Vandaag debatteren we over de concessievoor de Waddenveren, die de levensader van de eilanders voor detoekomst veilig moet stellen. Hoe belangrijk die verbinding voor hen is,bleek nogmaals tijdens het recente rondetafelgesprek.Maar voor ik verderga met mijn bijdrage wil ik allereerst de ambtenarenen de Staatssecretaris danken voor het vele verzette werk. Het is goed tezien dat veel moties van de Kamer herkenbaar zijn vertaald in deconcessie, des te meer omdat die veelal voortvloeien uit de zorgen van debewoners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8716 Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Ik beginmet de ondernemers. Middels een motie heeft mijn collega Aukje de Vriesverzocht om het aanbod van het vrachtverkeer te monitoren. Maar is deStaatssecretaris bereid om, als uit de monitoring blijkt dat het vracht-vervoer onvoldoende wordt overgebracht, daar consequenties aan teverbinden? Het staat los van de concessie, maar valt hierop te sturen? Ookbestaat er een informatieplicht voor de concessiehouder over de bezettingop piekmomenten. Hoe wordt deze informatieplicht ingevuld voorondernemers? Wat is de frequentie en hoever van tevoren worden zijgeïnformeerd? Graag een reactie daarop van de Staatssecretaris.Het Ministerie van IenW borgt inspraak middels het OverlegConsumenten- en Omgevingsbelangen Waddenveren, het OCOW. Daarinkunnen ondernemersorganisaties met statuten die op de eilanden zijngevestigd, worden toegelaten. Het zit ’m in het woordje «kunnen». Kan deStaatssecretaris toezeggen dat hij een representatieve vertegenwoor-diging van de ondernemersorganisatie van de eilanden in het OCOWopneemt?Voorzitter. Door de bewoners is verzocht om vijf gereserveerde autop-lekken vrij te houden in plaats van vier. Aukje de Vries diende daar samenmet collega’s een motie over in. In de concessie staan desondanks weervier gereserveerde autoplaatsen voor eilandbewoners. Kan de Staatsse-cretaris aangeven waarom er niet is overgegaan tot vijf gereserveerdeplaatsen? Wat heeft dan het verbinden van de bestaande praktijk van Westen Oost opgeleverd?Voorzitter. In de concessie wordt terecht aandacht besteed aan de socialeveiligheid. Daarin staat dat de concessiehouder de meldingsbereidheidverhoogt door het stimuleren van melding en/of aangifte van socialevei-ligheidsincidenten en door het bieden van begeleiding bij de aangifte. Deconcessiehouder kan echter meer doen en een hitteschild vormen dooraltijd aangifte te doen na melding namens de werknemer en zijn of haarschade te verhalen, net als de schade die de concessiehouder zelf loopt.Denk daarbij aan ziektekosten en vervangingskosten. Is de Staatssecre-taris bereid om dit in de concessie aan te scherpen? Graag een reflectiedaarop van de Staatssecretaris.Voorzitter. De laatste stap naar volledig batterij-elektrisch varen is onzekerdoor de beschikbaarheid van de laadinfrastructuur. Concessiehoudersworden vier jaar voor de realisatie geïnformeerd; dat is net ook al gezegd.Een jaar na realisatie willen ze per jaar één volledig batterij-elektrischschip in de vaart nemen. Opvallend is dat in de concessie de term «op zijnvroegst» valt te lezen over de oplevering van de laadinfrastructuur. Die iser «op zijn vroegst» in 2040 voor West en «op zijn vroegst» in 2030 voorOost. Juist voor zo’n precair natuurgebied als de Wadden lijkt het hier aanambitie te ontbreken. Ook al stelt het kabinet 50 miljoen uit het Klimaat-fonds beschikbaar voor de benodigde infrastructuur, de historie leert dathet niet vanzelfsprekend is dat de overheid dergelijke grote projecten optijd realiseert. Bovendien is de periode dat daadwerkelijk nog metbatterij-elektrische schepen kan worden gevaren binnen de concessiebeperkt. Graag een reactie van de Staatssecretaris.Voorzitter. Ten slotte, de snelle watertaxi; de heer Pierik sprak er net ook alover. De betekenis daarvan voor de eilandbewoners werd tijdens hetrondetafelgesprek nog weer eens invoelbaar duidelijk. Sinds het tragischeincident met de watertaxi vaart die nog steeds niet. Hangende hetonderzoek mogen ze wel varen, maar niet sneller dan 20 kilometer peruur. Varen met die snelheid is voor de exploitanten niet rendabel,waardoor de watertaxi niet vaart. Eilandbewoners kunnen daardoor ’snachts niet van en naar het eiland. Nu begreep ik van de Minister vanIenW dat hij onder strikte voorwaarden toch bereid is om een pilot tehouden om snel varen voor de watertaxi op korte termijn toch mogelijk temaken. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij daar meer over kanvertellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8717 Tot zover mijn bijdrage. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties, dus dan geef ik het woord aan de heerVerouden namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Verouden (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het Waddengebied is uniek. Het is werelderfgoeden van grote ecologische waarde, maar het is ook een thuis voorduizenden eilanders. Voor hen is de veerdienst geen luxe, maar eenabsolute levensvoorwaarde: de verbinding met school, werk, zorg enfamilie op het vasteland. Zonder betrouwbare, betaalbare en duurzameveerdiensten komt het dagelijks leven op de eilanden onder druk te staan.Daarom spreken we hier niet zomaar over een vervoersdienst, maar overde levensader van de eilanden, die met zorg en visie georganiseerd moetworden.Nieuw Sociaal Contract is blij dat een aantal van onze initiatieven ook echtgerealiseerd zijn. Zo behouden de scholieren hun eilanderstatus tot hetmoment van afstuderen, ongeacht of zij nog op de eilanden wonen. Wevinden het goed dat de overheid een blijvende verkenning zal uitvoerennaar extra subsidiemogelijkheden om veerdiensten verder te verduur-zamen.Voorzitter. Ik heb toch nog een aantal punten namens NSC. Ons eerstepunt betreft het scholierenbootje. Wij vinden het jammer dat dat niet blijftvaren gedurende de schoolvakanties, juist omdat tijdens deze periodescholieren ontspanning kunnen vinden bij medescholieren die aan deoverkant wonen. Natuurlijk hebben wij begrip voor het feit dat erperiodiek onderhoud nodig is, maar wij zien ook dat er voldoendeschoolvakantieweken zijn waarin dit kan worden ingepland. Het lijkt onsdaarom niet nodig dat alle weken daarvoor benut worden. Onze vraag aande Staatssecretaris is om te verkennen of het scholierenbootje in eenaantal vakantieweken toch kan blijven varen. Kan hij dit toezeggen?Dan ons tweede punt. Wij zijn blij dat het kabinet actief blijft zoeken naarmogelijkheden om de verduurzaming van de Waddenveren financieel teondersteunen, ook via aanvullende subsidies. Wij vragen de Staatssecre-taris om de toezegging dat de Kamer jaarlijks, voorafgaand aan hetcommissiedebat Wadden, op de hoogte wordt gehouden van devoortgang van deze verkenningen. Zo houden we zicht op de stappen dieworden gezet en kunnen we tijdig bijsturen.Het derde punt gaat over de concessie zelf. Ik stel vast dat de financiëlebepalingen in het programma van eisen voorzien in het voorkómen vanoverwinst voor de exploitant-concessiehouder. Er is sprake van een checkvooraf en achteraf op de winst. Dit is op zich een heel degelijke aanpak.Wij hebben daarover echter twee vragen. Op welke manier is datnormrendement van 13% op geïnvesteerd vermogen gebenchmarkt? Is diteen normaal rendement voor de sector? Welke prikkels heeft de exploitantnog om efficiënter of beter te gaan werken indien achteraf toch alle winstboven de 13% wordt afgeroomd?Ten slotte. Wij realiseren ons dat de keuze voor een aanbesteding voor dehuidige concessie een feit is. We zien echter ook dat in de vormgeving eenconcessie zeer complex kan zijn, vooral in een dynamische context metheel veel onzekerheden. Onze vraag richt zich echter op de toekomst. Inwelke mate zou een veerdienst als overheidsbedrijf een betere en wellichtook goedkopere optie kunnen zijn om een betaalbare en betrouwbareverbinding naar de Waddeneilanden te verzekeren? Denk hierbij ook aande Westerschelde Ferry. Zoals collega De Hoop al opmerkte, heeft deTweede Kamer recent ingestemd met een wetswijziging die provincies inde positie brengt om eigen ov-bedrijven op te richten. Dat was eeninitiatief van de heer De Hoop zelf, samen met NSC-collega Olger van Dijk.Daarmee is het debat over de rol van de overheid in cruciale mobiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8718 nadrukkelijk geopend wat ons betreft. Mogelijk vormt het ook eenback-upoptie voor het geval de tender in dit geval geen goed resultaatgeeft.Voorzitter, ik kijk uit naar de beantwoording van de vragen door deStaatssecretaris. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik hoor de heer Verouden een aantal malen praten over «het bootje», «hetscholierenbootje». Ik neem aan dat de heer Verouden wel gewoon eenklein schip bedoelt. Dat hoop ik tenminste. Misschien zie ik het verkeerd,maar heeft de heer Verouden een klein schip in gedachten als vervangerin die maanden? Of moet ik dan denken aan een roeiboot voor descholieren?De heer Verouden (NSC):Nee, nee, zeker geen roeiboot. «Het scholierenbootje» verwijst, voor zoverik weet, naar iets wat al bestaat. Dat is gewoon een schip dat heen enweer vaart tussen beide eilanden en de scholieren in staat stelt tussen detwee eilanden heen en weer te reizen. De vraag is of dat ook in devakantieperiode kan blijven draaien, zoals nu het geval is. Blijkbaar is datonder de huidige concessievoorwaarden nog niet voorzien vanwege denoodzaak van onderhoud. Dat dat onderhoud nodig is, is logisch, maaronze vraag is of dat bootje nu werkelijk de hele vakantieperiode aan dekant moet blijven of dat het toch nog mogelijk is om erin te voorzien datdat bootje een aantal weken blijft varen.De heer Boutkan (PVV):Ook wij zijn uiteraard benieuwd naar de beantwoording van die vraag,maar volgens mij benoemde de Staatssecretaris in het kader van diescholierenboot nog een punt van aandacht, namelijk het rendement vande ondernemer die de veerdienst onderhoudt. Hoe kijkt de heer Veroudendaartegen aan?De heer Verouden (NSC):Dank u wel voor deze vraag. Dat is precies een van onze vragen aan deStaatssecretaris. Wij merken op dat er wordt gesproken over eennormrendement van 13%. Wij zijn benieuwd hoe dat is vastgesteld, en ofdat een normaal rendement is. Even ter verduidelijking voor iedereen: hetnormrendement betekent min of meer dat zowel op voorhand als achterafwordt gekeken of dat rendement niet wordt overschreden, want dan zouje overwinst hebben. Op zich is het een heel gezond principe omoverwinsten te vermijden, maar onze specifieke vraag aan de Staatssecre-taris ziet op die 13%. Waar komt dat getal vandaan? Is dat getal misschienniet een beetje aan de hoge kant?De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerBoutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Als we de ingekomen reacties lezen, kan je devraag stellen: wat zijn we nou eigenlijk wezenlijk opgeschoten sinds delaatste keer dat we elkaar spraken, op 26 juni van dit jaar, over hetdefinitieve programma van eisen concessies Friese Waddenveren? Ja, erzijn positieve punten. En ja, er zijn aanpassingen. Maar er blijven veelopen eindjes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8719 Neem bijvoorbeeld de watertaxi. Ondanks vier aangenomen Kamermotiesis er nog steeds een zwart gat voor de watertaxi. Wat ons betreft voertIenW die aangenomen moties per direct uit. Dit had in onze ogen allangmoeten gebeuren. Waar wacht het ministerie op? Wanneer houden we opmet praten en gaan we over tot actie? En is de Staatssecretaris het met dePVV eens dat binnen de mobiliteit van en naar de eilanden naast deveerboten de watertaxi een plek verdient? Het kan niet zo zijn datambtelijke molens het de watertaxi onmogelijk maken te kunnen varen opsnelheid in het donker. De eilanders moeten zich gewoon kunnenvervoeren.Voorzitter. Er zijn genoeg schrijnende voorbeelden te noemen, maar wezullen die niet gaan herhalen. We hopen dat de Staatssecretaris deurgentie ervan gaat inzien dat die eilanders op bepaalde tijden toch naarde vaste wal moeten kunnen komen. Wanneer gaat de Staatssecretaris deregie op zich nemen, zodat de schrijnende situaties die zich hebbenvoorgedaan niet meer hoeven te gebeuren?Voorzitter. Dan de ondernemers. In de brief van de Staatssecretaris staatdat IenW in en na overleg kán kiezen om ondernemersorganisaties toe telaten tot het Overleg Consumenten- en Omgevingsbelangen Wadden-veren, het zogenoemde OCOW. Toch blijft dit voornemen op onderdelennog vaag. Want wie bepaalt er uiteindelijk wie zitting mag nemen en wieniet? Want als die keuze alleen aan IenW is, waarom is er dan niet directgekozen om de eilandondernemersorganisaties op te nemen in hetOCOW? Kan de Staatssecretaris bij dezen toezeggen hij de ondernemers-organisaties daadwerkelijk in het OCOW opneemt?Voorzitter. In de consultatie hebben meerdere partijen gewezen op hetbelang van vrachtvervoer naar de eilanden. Er is gevraagd dit te borgen inde concessie. In de Kamerbrief wordt daaraan voorbijgegaan en geeft deStaatssecretaris slechts aan «het aanbod van vrachtvervoer te gaanmonitoren». Hierdoor blijft het vrachtvervoer van en naar de eilanden watons betreft onvoldoende geborgd. Wat gaat de Staatssecretaris doen alsuit deze monitoring blijkt dat het vrachtvervoer niet voldoende overge-bracht wordt? Ook hier kan het niet zo zijn dat de eilanden onvoldoendebevoorraad worden vanwege ambtelijk geneuzel.Voorzitter. Dan de gereserveerde autoplekken voor eilanders. Er blijvenslechts vier autoplekken gereserveerd voor eilanders tot 48 uur voor deeerste afvaart van een eiland en de laatste afvaart naar een eiland. Dat lijktons veel te weinig. In de praktijk betekent dit voor Ameland bijvoorbeelddat slechts 0,1% van de eilanders bij onverwachte omstandigheden tottwee dagen van tevoren gegarandeerd het eiland kan verlaten. Waaromzijn er zo weinig plekken? Kan dit niet uitgebreid worden?Voorzitter, tot slot, of bijna tot slot. Gezien de elektrificatie van deveerboten – we hebben al netcongestie – het feit dat er na 2030 eennieuwe veerdam gebouwd worden, met geschatte kosten tussen 150 en450 miljoen euro, en het feit dat Rijkswaterstaat jaarlijks meer dan1,8 miljoen kuub zand moet baggeren om de vaargeul diep te houden,oftewel 3 kuub per reiziger, is de vraag: hoelang acht de Staatssecretarisdeze situatie nog houdbaar?Voorzitter. Vanochtend op weg naar Den Haag werd ik nog op de volgendedrie punten gewezen. Ik noem ze heel kort: de ondergrens in de concessie,de seizoenswerkers en de binding van de vervoerder met de eilandbe-woners.En nu echt tot slot. U kent de regel al: is dit allemaal haalbaar, betaalbaaren realistisch?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87110 Toch even een vraag aan de heer Boutkan. Aan het begin van zijn betoogzei hij dat een aantal dingen goed gaan maar een aantal dingen ook nietgoed gaan. Los van de watertaxi ben ik even benieuwd naar wat in zijnoptiek de dingen zijn die niet goed gaan.De heer Boutkan (PVV):Ik heb ze in mijn bijdrage zojuist benoemd. Het gaat daarbij om debetrokkenheid van de ondernemersorganisatie, de kwestie van hetvrachtvervoer, de scholierenboot – die door meerdere collega’s al isaangekaart – de tariefstelling en de zekerheden.De vorige keer heb ik ook het punt ingebracht van hoe het nou precies zitmet de onzekerheden van die elektrificatie. Kan een ondernemer nu echteen nieuw vaartuig gaan aanschaffen als het oude aan vervanging toe is,met de wetenschap dat hij het over vier jaar misschien wel bij het vuilnismoet zetten, omdat hij over moet op elektrisch? Die onzekerheden blijvennog steeds bestaan. Dat zijn dus een aantal voorbeelden van wat nietgoed gaat.Daarnaast zijn mij vanochtend nog drie punten aangereikt door iemanddie recentelijk op een bijeenkomst in de omgeving was.Eén. Hoe zit het met de binding, want die is er eigenlijk ook onvoldoende?We hebben gezien hoe het op een ander eiland wél werkt met die binding.Ik vind dat die ontbreekt in deze zaken.Twee. Hoe zit het met die seizoenswerkers? Die moeten ook van en naarhet eiland, want de toeristische activiteit op die eilanden is gigantisch. Diemoeten natuurlijk ook een plek krijgen. Ik lees daar weinig over.Drie. Ook zou er een ondergrens in de concessie moeten zitten. Want wemoeten met z’n allen niet de weg naar de bodem opgaan, zoals je vaakziet bij het busvervoer.De heer Verkuijlen (VVD):Ik dank de heer Boutkan voor de beantwoording. De heer Pierik sprak netook al over de onzekerheid voor de rederijen zodra we gaan elektrificeren.Volgens mij worden die schepen modulair opgebouwd. Je bouwt de CO2dus steeds meer af. Vier jaar van tevoren heb je een beeld wanneer dewalinstallatie wordt opgezet, en binnen dat jaar moet je hem hebbenvaren. Vanuit ondernemersperspectief denk ik dat dat wel een redelijketermijn zou moeten zijn. Ik vraag me af of de heer Boutkan dat ook vindt.De heer Boutkan (PVV):Ik waardeer het zeer dat de heer Verkuijlen deze vraag stelt met alsachtergrond zijn ondernemersgeest. Maar dan kom ik toch een kleinbeetje met mijn maritieme achtergrond. Je koopt niet zomaar een schip.De schepen van nu moeten zich bijvoorbeeld al voorbereiden op eenander type brandstof. Bepaalde brandstoffen kun je zo tanken, maarsommige andere niet. Maar je gaat nu niet een schip «én-én» kopen. Jekoopt een dieselaangedreven schip of je koopt een dieselelektrischaangedreven schip, maar een volledig elektrisch varend schip kun je nunog niet aanschaffen. Je kan moeilijk met die stekker erachteraan richtingdat eiland hobbelen. Je hebt dan dus een flinke investering nodig. Jemoet dus van de ene investering naar de andere. Dan komt zowel hetondernemerschap als het maritieme aspect om de hoek kijken: hoe gaanwe dat in de concessie invullen?De voorzitter:Tot slot, meneer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank voor dat antwoord. Maar bent u het dan met mij eens dat dieambitie misschien iets aangescherpt zou moeten worden als je dat wilt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87111 juist om die ondernemers zekerheid voor die elektrificering te kunnenbieden?De heer Boutkan (PVV):Ik ben heel benieuwd hoe de Staatssecretaris gaat antwoorden op devraag hoe hij die ambities dan gaan invullen. We moeten immers in onsachterhoofd houden wat een van de collega’s zei: we moeten er wel voorzorgen dat die concessie doorgang kan vinden; dat moet geen vertragingoplopen. Dus hoe gaan we dan toch die zekerheden in deze concessieinbouwen? Er ligt een zware druk op ons om ja of nee te zeggen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties meer. Ik schors deze verga-dering tot 11.15 uur.De vergadering wordt van 10.33 uur tot 11.16 uur geschorst.De voorzitter:We vervolgen het commissiedebat. Ik geef graag het woord aan deStaatssecretaris voor zijn eerste termijn.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter, dank. Misschien is het goed om eerst de administratie te doen.Ik zal in de inleiding kort wat zeggen over het proces. Daarna heb ik demapjes inspraak, aanbesteding, concessievoorwaarden, elektrificatie,betaalbaarheid, watertaxi en overig. Ik ga proberen het kort en krachtig tedoen, want we hebben al voor de zomer uitgebreid met elkaar hierovervan gedachten gewisseld.De heer Grinwis vroeg mij te reflecteren op het belang, de bijzonderheid,van deze concessie. Dat is een mooie vraag om mijn inleiding mee testarten. Het is inderdaad een bijzondere concessie. Het is sowiesobijzonder dat de Rijksoverheid deze concessie onder zich heeft, maar hetis vooral een belangrijke concessie omdat het niet zomaar een vaardienstvan A naar B is. De bijzonderheid zit ’m er natuurlijk in dat dezeveerdiensten een levensader voor deze eilanden zijn. Dat kwam naarvoren uit de gesprekken die ik voor de zomer heb mogen voeren, maardat bleek ook uit de gesprekken met de burgemeesters die ik vorige weekheb mogen ontvangen hier in Den Haag.Uiteindelijk zijn deze veerdiensten van cruciaal belang voor deleefbaarheid op de eilanden. De uitspraak die mij altijd bijblijft, is: deeilanden zijn geen openluchtmusea waar we op vakantie kunnen. Nee,daar wonen mensen, met vrienden, met gezinnen, met medischeproblemen, met werk en bezoek. Die veerboten maken daar een cruciaalonderdeel van uit. De beide raadsleden van Ameland vertelden mijuitgebreid over de impact van de plotsklapse wijzing van de dienstre-geling in 2023 op die samenleving, op die gemeenschap, op gezinnen enfamilies. Dat is een van de belangrijkste dingen die mij zijn bijgebleven:als wij hier praten over een dienstregeling, concessievoorwaarden ofvergunningscriteria, dan grijpt dat daar rechtstreeks in de levens vangezinnen, families, ondernemingen, de toekomst van mensen in. Daar zijnwij mee aan de slag gegaan.De bijzonderheid van deze concessie zit ’m natuurlijk in het volgende. Weproberen altijd goed te luisteren naar consultaties, maar hier hebben wedat extra goed gedaan. We hebben extra goed geluisterd naar de Kamer,extra goed geluisterd naar wat de behoeften zijn. We hebben gekeken ofer niet toch nog iets extra’s mogelijk was. In het vorige debat zei ik al dathet uiteindelijk een enorme balans is tussen allerlei belangen: de reders,de markt, de spelregels, de eilandbewoners, de inspraak. We hebbensteeds geprobeerd de balans daartussen te zoeken, waarbij we wel heelnadrukkelijk hebben gezegd dat het belang van de eilandbewoners en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87112 ondernemers die daar hun boterham moeten verdienen, zo veel mogelijkvooropstaat. Dat kan niet altijd honderd procent, maar we hebben echtproberen te luisteren en te kijken naar het belang hiervan.Zodoende hebben we ten opzichte van het ontwerp-PvE een flink aantalwijzigingen doorgevoerd. Dat begint met de looptijd van de WaddenverenOost. Daar hebben we toch nog eens even goed naar gekeken. We hebbendaarbij oor gehad voor de onzekerheid die de MIRT-verkenning en hetelektrificatieproces in combinatie met elkaar hebben opgeleverd. Daarvanhebben we gezegd: dan is het misschien toch verstandig om het teverkorten. Door het op die manier te organiseren, hoeven we dieonzekerheden niet in te bouwen.Daar zeg ik wel bij: die looptijden zijn niet zomaar bedacht. Die zijnnatuurlijk bedoeld om het aantrekkelijk te maken voor bedrijven om in teschrijven op die concessies. Dat doen we niet voor die bedrijven;concurrentie en marktwerking zijn natuurlijk bedoeld om de kwaliteit voorde gebruikers, voor de eilandbewoners, voor de mensen die ernaartoemoeten, zo hoog mogelijk te krijgen. Het zijn allemaal minimale criteriadie erin staan, maar je wilt natuurlijk dat de bedrijven die zich zo meteeninschrijven daar allemaal een flinke schep bovenop doen. Want danhebben we er allemaal profijt van. Door die looptijden te verkorten, haal jede druk er iets vanaf, maar we hopen natuurlijk dat de druk nog steedshoog genoeg is, zodat er kwalitatief goede dingen uit komen. Maar als wede druk er iets vanaf halen, moeten we een en ander wel gaan borgen inde minimale concessieverplichtingen.Vandaar dat we het volgende hebben gezegd. Wat de dienstregelingbetreft willen we meer maar ook latere afvaarten hebben. We willen ookmeer flexibiliteit inbouwen. De vroegste vertrektijd van de laatste afvaartis met een halfuur verlaat. We hebben ook gekeken naar de tarieven voorde uitwonende studenten. Dat hebben we niet meer gekoppeld aan deleeftijd maar aan de studenten. We hebben hierin nu ook de scholie-renboot geborgd. Ook hebben we gezegd: als we dit gaan doen, danmoeten we ook de inspraak beter organiseren.Zo hebben we een hele set aan zaken in dit concept-PvE proberen teverbeteren ten opzichte van het ontwerp-PvE. Dat hebben we echtproberen te doen vanuit het perspectief van de eilandbewoners, onder-nemers en de mensen die daar gebruik van maken. Dit even vooraf. Deheer Grinwis vroeg wel nog naar de concessiesystematiek; daar zal ik zometeen nog wat meer over zeggen in het kader van de aanbesteding.Voorzitter. Laat ik beginnen met het kopje inspraak, want daar is veel overgezegd. De leden De Hoop, Verkuijlen en Pierik hebben hier een aantalvragen over gesteld. Wij hebben gezegd: wij vinden dat de inspraak betergeregeld en beter geborgd moet worden in dat programma van eisen. Datbetekent dat er een formele adviesrol is richting de concessieverlener. Datzijn wij. Dat was ook precies wat er in 2023 ontbrak: een formeel momenten een formele rol voor de gemeente, voor het college, voor de provinciesom, als er iets wijzigt, op z’n minst dat gesprek met Den Haag, deconcessieverlener, te kunnen hebben en aan de bel te kunnen trekken,zodat zij de zekerheid hebben dat we geen beslissing nemen voordat zijgehoord zijn. Ik heb tegen de burgemeesters gezegd dat dat eenbelangrijk principe is waarmee zij kunnen onderstrepen: dát is wat wijwillen. Er kunnen altijd overwegingen zijn om een andere beslissing tenemen – dat is altijd zo in de politiek – maar je wil niet dat mensen hetgevoel hebben dat ze niet gehoord zijn, hun zegje niet konden doen, geenplek hebben gehad in het proces. Daarom hebben wij heel duidelijkgezegd: die decentrale overheden en die consumentenorganisaties, endaarmee ook de ondernemersorganisaties – ik zal het straks nog watscherper formuleren – moeten hierin gewoon een formele plek krijgen. Zekrijgen ieder jaar al een beleidsprioriteitenbrief met de dienstregeling,maar ook als er grote, majeure ontwikkelingen zijn of als er eenaanpassing van de concessie plaatsvindt, moet er een duidelijke enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87113 scherpe adviesrol zijn. Dat is meer dan alleen maar advies geven; je moetgemotiveerd uitleggen waarom je daarvan afwijkt. Dat is het moment omin contact te zijn met Den Haag, dat dat advies goed moet neerleggenvoor de decentrale overheden en de consumentenorganisaties.Een aantal van u vroeg mij naar de ondernemersorganisaties en of we dathard kunnen toezeggen. Daarin wordt het woord «kunnen» gebruikt. Ikkan u toezeggen: ja, de ondernemersorganisaties worden opgenomen indat OCOW.De heer Verkuijlen vroeg mij nog naar hoe de informatieplicht voorondernemers is geregeld met betrekking tot de bezetting op de piekmo-menten. Hoe wordt deze informatieplicht ingevuld voor ondernemers, watis de frequentie en hoever van tevoren moet daarover worden gecommu-niceerd? Dat gaat dus via de website van het OCOW. Er is realtime-informatie over de bezetting beschikbaar; dat wordt per kwartaal achterafgemeld via die website.Tot zover het kopje inspraak en ondernemersorganisaties. Ik kan er nogveel meer woorden aan wijden, maar volgens mij was de vraag vrijhelder: kunt u toezeggen dat ze worden toegevoegd? Dat was al onzebedoeling, maar dat gaan we dan nog helderder zeggen.Dan de aanbesteding zelf. We hebben geprobeerd de vijf gunningscriteriauiteen te zetten. De exacte gewichten van de gunningscriteria moet ik opdit moment nog gaan bepalen. We gaan die niet openbaar maken aan devoorkant, want als dat van tevoren duidelijk is, zou dat natuurlijk deaanbesteding in gevaar brengen, maar weet wel dat de bereikbaarheidvan de Waddeneilanden en de betaalbaarheid van die veerdiensten eengroot gewicht zullen krijgen. We hebben hier ook nog met de burge-meesters over gesproken. Die weging, beoordeling, vindt uiteindelijkplaats door een aparte commissie, maar we hebben wel afgesproken omsamen met de burgemeesters te gaan kijken naar de interpretatie van diecriteria. Wat «betaalbaarheid» en «bereikbaarheid» zijn, kan van eenafstandje, als je niet op die eilanden woont en werkt, van buitenaf, somsanders geïnterpreteerd worden, dus wij vonden het wel belangrijk omsamen met de burgemeesters nog eens goed naar die regionale interpre-tatie te kijken. Dat geldt ook voor een aantal andere gunningscriteria,vooral de regionale betrokkenheid. Ik weet namelijk niet of het nou zo’nverstandig idee is om de «regionale betrokkenheid» te gaan definiërenvanuit Den Haag. Ik heb dus met de burgemeesters afgesproken om tekijken hoe we dat op een goede manier kunnen doen. Voor het bepalenvan de gewichten, evenals het interpreteren van de criteria, baseer ik medus op de eerdere inbrengen van colleges van B en W, de belangen-organisaties en de individuele reacties die er zijn geweest.De heren De Hoop en Verouden vroegen mij nog hoe het zat met hetinitiatiefwetsvoorstel voor het provinciaal inbesteden van ov. Sowiesomoet het wetsvoorstel eerst worden aangenomen in beide Kamers. Ik hebaangegeven dat ik bereid ben om te kijken hoe we dat wetsvoorstel eengoede plek kunnen geven. In beginsel is het een soort vangnet, een stokachter de deur voor als het niet mogelijk is om dat te doen. Nogmaals, ikheb geen signalen ontvangen dat dat hier het geval gaat zijn. We moetengewoon even kijken hoe we dat in de toekomstige aanbestedingenmeenemen. In deze aanbesteding gaat dat gewoon niet. Maar deaanbestedingen hebben natuurlijk wel een historie. Een aantal jarengeleden is met de provincie Fryslân besproken of het niet verstandigerzou zijn om de concessieverlening van de Waddenveren dáár neer teleggen in plaats van dat hier vanuit Den Haag te doen. Bij de volgendeconcessie moeten we dat nog eens in overweging nemen. Wellicht is datverstandig, ook in combinatie met het wetsvoorstel. Dan heb je daaruiteindelijk ook de juiste tools. Ik blijf wel benadrukken dat de bestaanderederijen al meer dan 100 jaar naar grote tevredenheid varen, dus we ziennu ook geen aanleiding om daar de ov-status op te plakken of om actiefeen overheidsbedrijf te beginnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87114 Voorzitter. Dan de concessievoorwaarden en alles rondom de concessie.De heer Grinwis vroeg mij hoe de overgang is geregeld. Is nu helderafgekaart dat wanneer er een nieuwe concessiehouder zou komen, danook de schepen en de panden netjes worden overgedragen? Ja, dat isnetjes afgekaart. Daar zijn allerlei bestaande afspraken over. Dat vloeit ookvoort uit de Wet personenverkeer 2000. Het is natuurlijk altijd spannendwanneer iemand een aanbesteding verliest en er een nieuwe aanbiederkomt – dat zien we ook bij het busvervoer – maar er is helder vastgelegdhoe dat vorm moet worden gegeven. De panden die het Rijk terbeschikking stelt, evenals de omliggende haventerreinen, wordeneventueel ook gewoon netjes ter beschikking gesteld aan de nieuweconcessiehouder. De beschrijvingen van de over te nemen schepen,haventerreinen en -panden worden ook onderdeel van de stukken die wezullen gaan publiceren op TenderNed.Het vrachtvervoer valt buiten de concessie. Daar is bewust voor gekozen.Tegelijkertijd zien we dat het in beginsel een verdienmodel is voor dereders. We zien dus geen aanleiding om dat nu op te nemen in deconcessie of om daarover afspraken vast te leggen. Ik begrijp natuurlijkwel de zorg van ondernemers die zeggen: ik wil wel een vorm vanzekerheid dat ik niet overgeleverd ben aan één partij die dat doet. Vandaardat ik bereid ben om uitvoering te geven aan de motie van mevrouwAukje de Vries, die vraagt om dat goed te monitoren. We moeten dannatuurlijk wel kijken naar wat de consequenties zijn die daaruit voort-vloeien. Signalen dat er onvoldoende vracht zou kunnen wordenovergebracht, zijn er op dit moment niet. Als uit de monitoring zou blijkendat die signalen er wel zijn, dan is het natuurlijk een logische stap omdaarover in gesprek te gaan met de concessiehouder. Dat kan ik alsconcessieverlener doen. Als dat uit die monitoring blijkt, dan zal ik dat alsconcessieverlener ook doen in mijn gesprekken, maar ik wijs er ook op datde ondernemersverenigingen nou juist ook een formele rol krijgen in datOCOW, en zij dus een adviesrol hebben als het gaat om het jaarlijksebeleidsprioriteitenplan. Dat is natuurlijk ook een manier om het dáár goedte adresseren. Ik denk dat dat twee waarborgen zijn waarmee je los van deconcessie toch de juiste waarborgen hebt tegen eventuele problemen tenaanzien van vrachtvervoer.De voorzitter:Een vraag van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):De Staatssecretaris gaat rap door de mapjes heen, dus complimenten. Datdoe ik ook; daarom stak ik ook gelijk mijn hand op. Ik hoorde de Staatsse-cretaris zeggen: mocht een andere ondernemer dadelijk de concessiegaan runnen, dan gaan de panden, de voorzieningen en dergelijke bijnaautomatisch mee. Maar ik miste eigenlijk iets belangrijks: het personeel.Het is misschien een open deur, maar bij het busvervoer is het altijd eenrace naar de bodem en we zien dat het personeel dan vaak de sjaak is, omhet maar even simpel te zeggen. Hoe zit het met deze concessie? Hoe gaathet dan met het personeel?Staatssecretaris Aartsen:Ook dat moet worden overgenomen.De heer Boutkan (PVV):Dat is een harde eis?Staatssecretaris Aartsen:Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87115 De voorzitter:Dan hebben we dat nu vastgesteld en kunnen we door.Staatssecretaris Aartsen:Ook dat wordt gepubliceerd op TenderNed.De voorzitter:Yes. Dan heeft de heer Verouden nog een vraag.De heer Verouden (NSC):Even om helemaal precies en zeker te zijn: het personeel gaat over onderdezelfde voorwaarden als die waaronder ze werkten bij de vorige, neem ikaan? Dat is de praktijk, maar dat is goed om te weten.Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:Ja. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dan de gereserveerde plaatsen. Daar zijn een aantal vragen over gesteld.Ik kan me die zorgen ook wel goed voorstellen, helemaal als het gaat omde watertaxi; daar zal ik straks ook nog wat over zeggen. Ik denk dat erook wat druk staat op deze gereserveerde plaatsen omdat de watertaxiniet functioneert zoals we zouden willen, om het zo maar even te zeggen.Ik snap dus dat we daar de balans in moeten zoeken. Dat is ook de redenwaarom er een vijftal reserveplaatsen voor auto’s beschikbaar is op deeerste en de laatste afvaart. Daarbovenop hebben we nog de reservelijsttoegevoegd. Die was er niet in het ontwerp-PvE, maar die hebben we nuwel toegevoegd om het op die manier te kunnen organiseren. Ik snap datmen altijd meer wil, maar er komt natuurlijk een punt waarop je zegt:hoeveel moet je reserveren ten opzichte van wat er nu al gebeurt en watkun je redelijkerwijs verwachten van reders; hoeveel plekken moet jereserveren en hoeveel plekken blijven er dan leeg? Dat is daar een beetjede balans. Wij denken dat dit met deze twee onderdelen goed is geborgd.Idealiter heb je natuurlijk ook de watertaxi die ’s nachts vaart. De Ministeris daarmee bezig; ik zal daar zo wat meer over zeggen. Maar daarmee hebje volgens mij een geborgde combinatie van vaste reserveplaatsen op deeerste en de laatste afvaart, een vaste reservelijst en uiteindelijk hopelijkook de watertaxi.De heer Verkuijlen (VVD):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording, maar de watertaxistaat volgens mij los van het aantal parkeerplaatsen dat je reserveert,omdat je met de watertaxi sowieso je auto niet mee kunt nemen. Dewatertaxi is met name bedoeld om het nachtelijk vervoer inhoud te geven,omdat de veerdienst dan niet vaart. Ik vond het nog wel even belangrijkdat de logica van de redenatie klopt, maar ik zie de Staatssecretarisknikken.De voorzitter:Fijn.Staatssecretaris Aartsen:Die klopt. De heer De Hoop zei al: je wil zekerheid dat als er onverwachtsiets gebeurt waardoor je aan wal wilt, dat te allen tijde kan. Een gedeelteis dan auto en een gedeelte is niet-auto. Dat kan dan ook met dewatertaxi. Dat is de balans die je probeert te zoeken. Je probeert allebei teregelen, maar je kunt dat niet maximaal oprekken. Je moet steeds eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87116 beetje zoeken hoe je dat nou sluitend krijgt. Dat doen we dus met diereservelijst en de reserveplaatsen op de eerste en laatste afvaart voor deauto, en met de watertaxi voor mensen zonder auto. Dan heb je wel demogelijkheid om naar de overkant te komen. Die balans proberen westeeds overal te zoeken. Ik refereer aan de realiteitsbalans die ik in hetbegin heb aangebracht en die we steeds proberen te zoeken: wat isredelijk en wat is wenselijk?Dat geldt eigenlijk ook voor de vraag van de heer Pierik. Hij vroeg of wede dienstregeling nog verder kunnen uitbreiden en of we dat kunnenoverwegen. Het reële antwoord daarop is dat we dat in de minimaleafvaart niet kunnen doen. Die hebben we al met 183 afvaarten verruimd.We hebben ook de laatste afvaart verruimd. Daar hebben we dus al eenstap in gemaakt. Ik wijs erop dat we dat dus niet in de minimale afvaartenkunnen doen. Ik wijs er ook op dat het goed zou zijn dat als er menseninschrijven, ze dat zo veel als mogelijk doen, want bereikbaarheid is eenbelangrijk criterium dat we ook zwaar gaan meewegen straks. Dat speelthier natuurlijk ook bij. Dus hoe meer afvaarten er worden aangeboden,hoe meer dat meeweegt voor het criterium bereikbaarheid.De heer Verouden vroeg of de scholierenboot niet ook buiten de school-weken kan varen. Het eerlijke antwoord is dat dat niet kan. Dat stondüberhaupt niet in het ontwerp-PvE. We hebben het daar wel aan toege-voegd, gelet op de eerdere balans en de kwaliteit voor de eilandbewonersen de scholieren daar. We hebben een verkenning uitgevoerd. Daaruitblijkt dat de vervoersvraag in de schoolvakanties zeer beperkt is. Ik hebook geen signalen dat dit gaat veranderen in de toekomst. Daarom vind ikhet ook niet verdedigbaar om dat ook te eisen in de vakantieweken omdatwe daarmee die precaire balans zouden verstoren.De heer Verouden (NSC):Bedankt voor het antwoord over de scholierenboot. Dat is toch wel spijtig.We hadden graag gezien dat dat wel verder zou worden bekeken, zodatbijvoorbeeld het aantal weken dat de boot uit de vaart is, kan wordenbeperkt. De vraag wat het «scholierenbootje» eigenlijk is en waar het voordient, kwam in dit debat eerder ook al op. Het klinkt als iets voor descholieren tijdens de schoolweken, en dat is ook wel het eerste doel, maarik begrijp dat meer mensen, anders dan scholieren, die boot gebruiken.Het gaat bijvoorbeeld ook om ambtenaren die naar een ander eilandmoeten, van Vlieland naar Terschelling, of om mensen die daar moetenzijn voor hun werk. Die mensen worden erg benadeeld door te zeggen:het is vakantie, dus die boot mag wel aan de kant.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Verouden (NSC):De vraag is of de Staatssecretaris opnieuw maximaal kan nakijken of hettoch mogelijk is om dat mee te nemen in het programma van eisen,wellicht zelfs als een deel van het gunningscriterium. Dan gaat het om demate waarin de exploitant toch die boot in de vaart kan houden tijdens deschoolvakanties.Staatssecretaris Aartsen:Ik vrees toch dat ik daar negatief op moet antwoorden. Dit gaat over deminimale vereisten die wij stellen. Het stond er überhaupt niet in. Wijhebben ’m nu toegevoegd voor de scholieren. Ik denk dat dat verde-digbaar is in het belang van de scholieren. Ik acht het niet verdedigbaarvoor de minimale eisen omdat er een zeer beperkte vraag is tijdens deschoolvakanties. Ik wijs er nogmaals op dat het een minimale vereiste is.Er is geen verbod op het laten varen van een boot. Als toch blijkt dat ervraag is, dan mag een ondernemer natuurlijk zelf bepalen of hij die bootTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87117 laat varen op bepaalde tijden. Dat staat iemand natuurlijk compleet vrij.Het gaat hier over de minimale vereisten die wij stellen in het programmavan eisen.De heer Verouden (NSC):Er is natuurlijk wel een verschil tussen de minimumeisen en wat jeuiteindelijk tegemoetziet in de biedingen van de bedrijven die bieden opde concessie. Je zou in de tender kunnen aangeven dat dit een deel is vande kwaliteitsscore. Dan doel ik dus op de mate waarin het bedrijf inkwestie zegt: in de schoolvakantie is er minder vraag en we moeten ookons onderhoud doen, maar wij beloven om de periode om te doen wat ertechnisch nodig is zo kort mogelijk te houden.Staatssecretaris Aartsen:Het weegt natuurlijk wel mee in de criteria. We hebben het criteriumbereikbaarheid. Dat is natuurlijk primair gericht op de overvaart, maar eris een bredere uitleg van bereikbaarheid mogelijk. Het is dus niet primair,maar het telt wel mee bij het criterium bereikbaarheid. Ook telt het mee bijhet criterium regionale verbondenheid. Het telt daar dus mee, maar ik hebhet niet opgenomen in de minimumvereisten.De voorzitter:Duidelijk. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Toch even doorgaand op dit punt. Ik was bijna bang dat het antwoord alwerd gegeven door de Staatssecretaris op de vraag die ik wil gaan stellen.De verbinding van de scholierenboot tussen de eilanden wordt nietopgenomen in de concessie, maar ik hoor de Staatssecretaris wel zeggendat het een pluspunt kan zijn als de inschrijver die wil gaan faciliteren, aldan niet gedeeltelijk. Maar als dat nou niet het geval is? Dan heb ik tochde volgende open vraag aan de Staatssecretaris. Als een ondernemer hetwel wil gaan doen in die periode met een vaartuig, voorziet de Staatsse-cretaris dan belemmeringen voor deze ondernemer om dat te gaanaanbieden? We zien het nu al met de watertaxi. Er worden allerleibelemmeringen opgeworpen. Hoe zit het dan met een ondernemer dietoch van plan is dat te gaan doen?Staatssecretaris Aartsen:Misschien moet ik eerst even wat rechtzetten. De scholierenboot zit wel inde concessie, ook in de minimumvereisten van de concessie.De heer Boutkan (PVV):Ook in de zomervakantie?Staatssecretaris Aartsen:Nee, want de scholierenboot is voor scholieren die naar school moeten endat doen ze in de weken dat er school is en dus niet wanneer er geenschool is. Dat is het concept van scholierenvervoer, want anders is hetregulier vervoer. Dat onderscheid probeer je wel te maken. De verplichtinggeldt voor de scholierenboot voor de momenten dat er school is.Daarbuiten geldt die niet. Maar het staat iedereen vrij om boten te latenvaren. Dat geldt voor de concessiehouder, maar ook voor andere partijen.Als er vraag naar is, dan staat het een partij compleet vrij om te varen. Deconcessiehouder heeft op dat onderdeel niet het alleenrecht voorpersonenvervoer. Je mag morgen een boot huren om in de schoolva-kanties die vaart te gaan varen. Dat staat u vrij.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87118 Ik zou bijna willen zeggen: was het maar zo simpel als de Staatssecretarisnu zegt. Maar daar zitten wel wat haken en ogen aan, hoor. Dat weet ikgewoon. Als ik met meer dan twaalf passagiers ga varen, dan moet ik eengroot vaarbewijs hebben en noem maar op. Bovendien moet m’n vaartuigaan allerlei eisen voldoen. Zo simpel is het niet, Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Nee, maar u vroeg mij of het wettelijk gezien mogelijk was. Wettelijkgezien mag het. Dit is precies de balans: als er heel veel vraag naar is, danwordt het rendabel en dan zal het ook mogelijk worden gemaakt. Maar hetprobleem dat ik eerder ook al schetste, is dat in de verkenning blijkt dat ereen zeer beperkte vraag is. Dan wegen de kosten en die haken en ogenvan u niet op tegen het varen. Maar het is wettelijk wel mogelijk. Als erover vijf jaar heel veel vraag ontstaat, dan mag een willekeurig iemand dieboot laten varen, want de concessieverlener heeft niet het alleenrecht.De heer Pierik (BBB):Toch ook nog hierover. Het moet rendabel zijn, want anders is er geenreder die het op gaat pakken. Vraag en aanbod zijn dus cruciaal. DeStaatssecretaris heeft het over een verkenning die uitgevoerd is. Maarwelke marktverkenning is er uitgevoerd om te kijken of zo’n scholie-renboot, waar ook andere mensen gebruik van maken, rendabel te makenis? Of is dat meer een gedachte die de reders hebben gegeven?Staatssecretaris Aartsen:We hebben dat gewoon in kaart gebracht. Die verkenning is samen met dehuidige reder gedaan. Het is een vrij overzichtelijk geheel, zal ik maarzeggen. Ik ben nu wel een beetje op zoek naar wat de heer Pierik graagzou willen van mij.De heer Pierik (BBB):Een beetje een marktverkenning. Is er behoefte? Wat een reder zegt, isgeen marktverkenning. Dat is gewoon de beleving van een reder. Ik denkdat het goed is om te weten welke eilandbewoners er gebruik van zoudenwillen maken en met welke frequentie, ook buiten de schooltijden om, inde vakanties.Staatssecretaris Aartsen:Het is niet «wat een reder zegt». We hebben gekeken naar de aantallenmensen die er nu al gebruik van maken. Daar is dit op gebaseerd. Dankom je tot de conclusie dat er in de schoolvakanties een zeer beperktevraag is. Het gaat om de aantallen. De vraag in het vorige debat wasterecht of ik de scholierenboot kon opnemen in de minimale vereisten.Dat hebben we gedaan, maar wel op basis van die aantallen, zodat hetverdedigbaar is.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. De heer Verkuijlen vroeg mij nog of ik bereid ben om tenaanzien van de sociale veiligheid een aantal zaken op te nemen in deconcessie. U kent mij: openbaar vervoer en sociale veiligheid heb ik hoogin het vaandel staan. Ik ben van harte bereid om dat op te nemen in deconcessie, zodat die meldplicht er komt.Dan de elektrificatie, voorzitter. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. Ikzeg heel eerlijk dat het best even een puzzel is geweest. Aan de ene kant iser in Nederland een wet die zegt dat je voor 2030 en 2050 een aantaldoelen moet behalen als het gaat om CO2-reductie. Daar moeten dus ookstappen voor worden gezet. Dat geldt ook voor dit soort vervoer. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87119 trekken in het Klimaatfonds een behoorlijk bedrag uit voor de elektrificatieaan wal, zodat we dat goed kunnen regelen. Je wilt niet dat dat een soortkapitaalvernietiging is. Je wilt daar ook afspraken over maken omdat hetlanglopende concessies zijn. Aan de andere kant moet het niet te veelonzekerheid opleveren. In een concessie zit altijd iets van onzekerheid,maar het moet niet te veel onzekerheid opleveren voor de reders en demensen die willen inschrijven.Vandaar dat we daarnaar hebben gezocht en dat we gekozen hebben voordie verkorte concessieperiode voor Oost. Uiteindelijk zijn we voor deconcessie voor West overeengekomen dat zodra bekend is wanneer deinfrastructuur gereed is, er vier jaar tussen moeten zitten. Als we wetendat de infrastructuur in 2034 gereed is, dan wordt dat in 2030 gemeld. Nadie vier jaar komt er nog één jaar bovenop waarin de eerste boot moetworden geëlektrificeerd. Daarna volgt er ieder jaar weer één. Dat is eentempo dat best goed te verdedigen is als je gaat kijken naar de completelooptijd van de concessie. Ik denk dat het goed te verdedigen is – dathoren we ook terug uit de marktgesprekken – dat men vier jaar vantevoren een bericht krijgt en dat één jaar later, dus vijf jaar nadat men wistdat het moest gaan gebeuren, een boot elektrisch vaart. Er zit dus vijf jaartussen het moment dat ze ervan horen en het moment waarop de eersteboot elektrisch vaart. Dat vind ik een redelijke termijn. Dat blijkt ook uit demarkt dus.We zitten wel met netcongestie. We kunnen dus niet zeggen dat het 2030wordt. Als ik dat nu zou zeggen en vast zou leggen in de concessie en hetblijkt toch 2031 te worden – er kunnen immers allerlei verschuivingen quatijd plaatsvinden door netcongestie en de energietransitie – dan hang jeeen ondernemer op aan een jaartal dat over een paar jaar misschienonrealistisch is. Vandaar dat het misschien nu een beetje complex is metdie vier jaar plus één jaar. Dat is niet heel duidelijk, maar voor nu welduidelijk genoeg. Het alternatief is dat je er een harde datum in zet. Maardan heb je daar weer een probleem mee.Dat hebben we wel voor Schier gedaan omdat het daar om één boot gaaten het daar wel realistisch is. Dus daar is het jaartal van 2030 genoemd.Als het gaat om Ameland zijn er zo veel onzekerheden, ook in combinatiemet de vaargeul en de verkorte periode, dat we het daar niet hebbenopgenomen. Daar hebben we de CO2-reductie via de biobrandstoffenlaten lopen. Overigens blijft het zo dat elektrificatie ook nog is opgenomenals majeure ontwikkeling. Dat was al zo en dat hebben we behouden. Alszich daarbij nog problemen voordoen, dan kunnen die als onverwachtrisico worden beschouwd en dan kunnen we daar een aanpassing opdoen. Ik moet mezelf overigens corrigeren: voor Schier gaat het op zijnvroegst om 2030. Dat is een belangrijke nuance.De heer Verouden vroeg mij nog ...De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Verkuijlen.Staatssecretaris Aartsen:Nog één korte vraag en dan is dit blokje klaar. De heer Verouden vroeg ofik de Kamer hierover jaarlijks op de hoogte wil houden, voorafgaand aanhet commissiedebat Wadden. Ik ben graag bereid om dat te doen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank voor de uitleg van de Staatssecretaris. Ik denk dat die vijf jaar eenredelijke termijn is als er een nieuw schip moet komen. Maar mijn vraagwas meer: moet het kabinet, gezien de gevoeligheid van dit natuurgebied,niet iets meer ambitie neerleggen dan «op zijn vroegst»? Dat was mijnvraag. Ik snap dat daar een heleboel afhankelijkheden in zitten, ook voorhet kabinet, maar dit gebied verdient dat natuurlijk wel. Als je elektrischgaat varen, vaar je in feite ook goedkoper. Dat is ook een nadrukkelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87120 wens van de mensen op de eilanden. Misschien kan de Staatssecretarisdaar nog op reageren.Staatssecretaris Aartsen:Absoluut. Dat is ook de reden waarom we vasthouden aan de ambitie vanelektrificatie. Het is geen makkelijke puzzel. Het makkelijkste zou zijn om erniks over op te nemen, maar dat vind ik niet verantwoord ten opzichte vanonze ambitie om schoon en groen te worden. U schetst ook terecht deomgeving. Vandaar de ambitie, maar het moet wel kunnen. Dat is eeningewikkelde puzzel. We hebben te maken met laadinfrastructuur aan walen daarbij hebben we ook te maken met netcongestie. Ook de investeringin zo’n schip is majeur. Zo’n schip is wat duurder dan een elektrische autoof een elektrisch bestelbusje. Je moet dus rekening houden met afschrijf-termijnen, investeringsplannen et cetera et cetera. Dat is best eencomplexe puzzel. Vandaar dat we het op deze manier hebben gedaan. Eris natuurlijk altijd nog de mogelijkheid van biobrandstoffen. Die zijn nuhelaas duurder. Er ligt toevallig morgen een wetsvoorstel hierover terstemming bij u voor. We hopen dat we er met dat wetsvoorstel voor gaanzorgen dat het aanbod zo gaat groeien dat de prijzen snel naar benedenzullen gaan.De heer Verkuijlen (VVD):Dank voor het eerlijke antwoord van de Staatssecretaris. Hij bracht net deCO2-reductie op en het varen op andere brandstoffen. Ik had met de heerGrinwis afgesproken dat ik nog even zou opletten of hij zou terugkomenop de indexatie van de prijs ten opzichte van de brandstof die gebruiktwordt of elektrificatie. Ik zou heel graag zien dat u dat nog in uw beant-woording meeneemt.Staatssecretaris Aartsen:Ik heb ’m hier voor me. Hij zat in een ander mapje. De schone brand-stoffen zitten inderdaad niet in de indexatie. Het is onze verwachting datdie markt de komende periode nog te grillig is om dit goed mee te kunnennemen in de indexatiemethode. Dat staat nog los van het feit dat schonebrandstoffen op dit moment duurder zijn. In de objectieve CBS-data,waarop de indexatie wordt gebaseerd, zit wel de ontwikkeling van dedieselprijs, maar niet de ontwikkeling van HVO-brandstof. We hebbendaar op dit moment voor gekozen vanwege deze beide redenen: het zitniet in de objectieve CBS-data en het is op dit moment gewoon te grillig.Dat debat heb ik maandag ook met de heer Pierik gehad. Het hangt echtsamen met de ontwikkeling van de markt. We hebben de RED III-regeling;daar zijn allerlei partijen mee aan de slag. Het is nu gewoon te grillig omde indexatie daaraan te koppelen. Als we dat wel zouden doen, dan ben ikbang dat daar te grote pieken en dalen uit komen. Als we een enormaanbod krijgen en de prijzen dalen, dan trekt dat de indexatie zo hard naarbeneden dat dat misschien onrealistisch is ten opzichte van de kostenstij-gingen die een reder heeft gekregen. Dan ga je misschien zelfs de min inen dat moet je niet willen. Maar als we daar een enorme piek in zien, danis het effect dat de prijskaartjes van de veerdiensten mogelijk te hardomhooggaan. Die pieken en dalen wil je er nu nog niet in hebben.Dat is ook een mooi bruggetje naar de betaalbaarheid. Daar zijn eenaantal vragen over gesteld. Het lid De Hoop vroeg naar de toetsing van dejaarlijkse tariefstijgingen. De maximale tariefstijging wordt op dit momentgebaseerd op objectieve CBS-data. Daar kijkt men naar de ontwikkelingvan de lonen, van de prijzen en van de brandstof. Dat is waar wij als IenWnaar kijken. Het is dus niet zo dat de rederij zelf de prijzen kan verhogenen dat wij dat allemaal goedkeuren. Nee, IenW bepaalt uiteindelijk demate waarin de tarieven jaarlijks mogen stijgen. Wij kijken dan ook naarde redelijkheid van de winst. Vanwege het monopolie dat de concessie-houder heeft wordt daar ook naar gekeken. Dat is het normrendement. BijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87121 de kapitalist in mij gaat het altijd een beetje jeuken als het gaat over winsten normrendement. Het concept van winst maken is dat het beter wordtvoor de samenleving en dat het efficiënter wordt, maar ik had beloofd aanmijn team om dit niet uitgebreid te vertellen. Wij hebben een normren-dement van 13%. Dat geldt voor een driejaarlijks gemiddelde. Het is eennormaal rendement in de sector. Dat wordt gebenchmarkt. Dat wordtonafhankelijk gedaan door externe deskundigen. PwC doet dat. PwC kijkternaar en ziet erop toe of het op die manier gebeurt.De voorzitter:Een vraag van de heer Verouden.De heer Verouden (NSC):Het is eigenlijk maar een kleine kwinkslagvraag, over de kapitalist en zoverder. Ik ben weliswaar ook een kapitalist, zou je kunnen zeggen. Ikgeloof er wel in, maar van de andere kant ben je monopolist en dan moetje wel de nodige vragen stellen. Daar hebt u zelf ook al naar verwezen.Maar het is goed om dat in het oog te houden. Daarom is het altijd goedom een normrendement te hebben bij een monopolist.Staatssecretaris Aartsen:Daarover zijn we het inderdaad eens. U stelde ook de vraag welke prikkelser zijn om efficiënter te werken. Tja, dat is natuurlijk het probleem als jenormrendementen instelt. Dan kan de prikkel ontbreken om kwaliteit televeren en efficiënter te werken. De nuance daarbij is dat het nu al eenflinke klus is voor reders om het normrendement überhaupt te halen. Erwordt niet alleen naar de rederij zelf gekeken, maar ook naar eenbenchmark in vergelijkbare sectoren.De voorzitter:U heeft ook een vraag van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik hoor de Staatssecretaris PwC noemen, PricewaterhouseCoopers zoalsze in het Engels heten. Maar is het niet een idee om gewoon de ACM alsonafhankelijke daarnaar te laten kijken? Die kan dan niet als een soortslager die zijn eigen vlees keurt, gebruikt worden door derden.Staatssecretaris Aartsen:Het concept van een accountant is natuurlijk dat een accountant onafhan-kelijk is. Dat is wel hoe we de accountancy hebben georganiseerd.De heer Boutkan (PVV):Ja, we weten wel dat ze dat hoog in het vaandel hebben staan, maar depraktijk laat helaas af en toe zien dat er – laat ik het voorzichtig zeggen – bedrijfsongelukjes gebeuren op dat vlak. Dus waarom niet de ACM? Datis mijn eerste vraag.Ten tweede. 13% is een behoorlijk hoge norm. Ik hoor de Staatssecretariszeggen: dat is een benchmark. Dan ben ik heel benieuwd welke rederijenof andere bedrijven zo’n rendement halen. Eigenlijk kan alleen eenmonopolist zo’n rendement halen, want als je echt concurrentie hebt, geefik het je te doen om 13% rendement te halen.Staatssecretaris Aartsen:Nogmaals, het idee van PwC of een accountant is nou juist dat dezeonafhankelijk is. Daar zijn allemaal spelregels voor. Als u daarover geredetwijfels heeft, moeten we denk ik met de Minister van Financiënbespreken hoe we de accountancy moeten organiseren. Ik denk dat hetniet heel gek is om een onafhankelijke accountant naar dit soort zaken telaten kijken. Zij hebben ook brede expertise. Nogmaals, het gebeurt opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87122 basis van een benchmark. De exacte benchmark ken ik niet. Ik weet ookniet in hoeverre dat allemaal openbaar is. Als u dat wilt, kunnen we u watmeer informatie over die benchmark sturen. Op zichzelf is dit niet eendriejaarlijks gemiddelde. Het is niet een heel schokkend getal, al zeg ik hetzelf. Je kunt een hele politieke discussie over winsten voeren, maaruiteindelijk zorgen rendementen en winsten ervoor dat er geïnvesteerdkan worden en dat een bedrijf gezond is, of het nou een horecazaak, eenrederij of een groot bedrijf is. Een gezond bedrijf maakt winst en inves-teert die winst vervolgens in het bedrijf zelf of in aandeelhouders. Diedoen er ook vaak goede dingen mee. Aandeelhouders zijn ook vaakpensioenfondsen. Ik zou dit niet als een bizar bedrag willen kwalificeren.De voorzitter:Kort, tot slot, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Heel kort, voorzitter. De Staatssecretaris heeft volgens mij ook bemoeienismet de Nederlandse Spoorwegen. Daar halen ze een rendement van max7%. Zij hebben dagelijks moeite om de zaken op de rails te krijgen, dushoe zit het dan daarmee?Staatssecretaris Aartsen:Die maken verlies en fors ook, dus daar maak ik me grote zorgen over.De heer Boutkan (PVV):Dan nogmaals de vraag: waar komt die 13% dan vandaan? Ik zie diebenchmark graag tegemoet. Ik heb ook andere getallen gehoord, dusvandaar dat ik hier toch een verhelderende vraag over stel.Staatssecretaris Aartsen:Ik kan die benchmark niet openbaar maken, maar ik kan wel wat meerinformatie schetsen over waar dat mogelijk op gebaseerd is. Dat kan ik uwel toezeggen. Maar ik blijf zeggen dat dit geen bizar bedrag is; laten wedaar gewoon eerlijk over zijn. Iedereen die een bedrijf aan de binnenkantheeft gezien, weet dat dit geen hele gekke dingen zijn. Nogmaals, het iseen normrendement.De voorzitter:Meneer Verouden, nog kort over dit onderwerp.De heer Verouden (NSC):Ja, kort. Ik zou de heer Boutkan willen bijtreden in zijn vragen. Die lijkenmij heel terecht. Stel dat dit alles wordt gefinancierd met de helft schuldenbij de bank. Ik denk dat zo’n bedrijf maximaal 6% à 7% betaalt, dus hetrendement op eigen vermogen zal ergens ver boven die 13% liggen. Ikben ook zeer benieuwd naar die benchmark. Ik kan me niet voorstellen dateen benchmarkstudie confidentieel is. Een benchmarkstudie is perdefinitie een vergelijking met andere vergelijkbare bedrijven elders dietegen vergelijkbare risico’s opereren. Wat dat betreft ga ik ervan uit datdie benchmarkstudie openbaar gemaakt kan worden.Staatssecretaris Aartsen:Mijn informatie is dat die benchmark nu niet openbaar gemaakt kanworden, maar ik ga kijken wat ik wél kan delen.De voorzitter:Daar is net ook al een toezegging over gedaan.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87123 Precies. Ik ga kijken of ik u daarover wat meer informatie kan geven.Nogmaals, ik kijk even wat ik wel en niet openbaar kan maken en watwenselijk is in de fase waarin we nu zitten. Daar moet ik juridisch evennetjes naar kijken, maar ik kan prima wat meer informatie geven over hoewe hiernaar kijken. Er zijn natuurlijk allerlei boekhoudkundige ideeën overhoe je dit kunt organiseren, maar ook daar wordt nog goed naar gekeken.Vandaar dat we met een accountant kijken hoe dit is gebeurd. Ik blijfbenadrukken dat er geen gekke dingen zijn gebeurd.Voorzitter. De heer De Hoop vroeg mij of ik bereid ben om te bepalen wateen redelijk tarief is voor scholieren. In het huidige PvE hebben weafgesproken dat de concessiehouder een korting voor scholieren moetaanbieden. Dat hebben we bewust gedaan, ook naar aanleiding van deconsultatie. Dat hebben we er echt aan toegevoegd. Ik kan die kortingalleen niet vanuit Den Haag opleggen. Dat zou ik ook onwenselijk vinden.Het is echt aan de rederij zelf om dat te doen. Er moet ook wordengekeken naar de lokale behoefte. Die moet daarin worden meegenomen.De heer Grinwis vroeg wat ik zou willen bereiken met het creëren vanmarktspanning. Dat is natuurlijk het hele idee van een concessie. Dit iseen programma van eisen. Dit is de minimale vereiste die wij vragen. Wehopen natuurlijk dat de partijen extra’s gaan bieden, dat ze op basis vande vijf criteria zeggen: dit is wat wij hier nog bovenop kunnen bieden. Dathoop je uiteindelijk te creëren. Vandaar dat we beogen om marktspanningte creëren.De heer Boutkan vroeg mij hoe het zit met de seizoenswerkers. Kunnendie haalbaar, betaalbaar en realistisch over? Het antwoord daarop is: ja. Inhet programma van eisen is een kortingstarief voor frequente reizigersopgenomen. Dat moet worden aangeboden. Seizoenswerkers kunnen hiergebruik van maken. Ik wijs er overigens wel op dat het de verantwoorde-lijkheid van de werkgever is, op het eiland zelf of op het vasteland, om dereiskosten van de werknemer te vergoeden.Voorzitter, tot zover over de betaalbaarheid. Dan de watertaxi. Ik denk datwij allemaal voelen dat dit een vervelende situatie is. Deze dienst is in hetverleden veel gebruikt en voldoet ook aan de behoefte om te reizen als erwat gebeurt met een dierbare of met iemand die wat mankeert. De heerDe Hoop noemde het «lief en leed». Dat vind ik mooi klinken. Het isbelangrijk om dat lief en leed te garanderen en daar speelt de watertaxieen belangrijke rol in. De watertaxi ligt bij mijn collega-bewindspersoon,de Minister.Ik zal kort een aantal vragen beantwoorden. Wij zien het dus als eenaanvulling op de bestaande veerdiensten. Het blijft wel een commercieelaanbod. We gaan het dus niet opnemen in de concessie. Dat willen weniet doen. Op dit moment onderzoeken we nog hoe we toch kunnengedogen dat de watertaxi sneller zou kunnen varen. Er zijn natuurlijkincidenten geweest in het verleden, dus we moeten goed kijken hoe westructureel die snelheid eventueel omhoog zouden kunnen brengen en datnetjes kunnen regelen in de regelgeving. Ondernemers zijn betrokken bijdit onderzoek, dat op dit moment loopt vanuit de Minister.De heer Boutkan verwees naar zijn moties daarover. Ik verwijs dan naar deMinister. Uiteindelijk zijn het commerciële partijen die een watertaxiaanbieden. Die voelen zich beperkt in hun aanbod vanwege de snelheids-beperkingen. De Minister heeft aangegeven dat hij wil onderzoeken metpilots hoe je dit mogelijk kan maken. We verwachten daar aan het eindevan dit jaar meer duidelijkheid over.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank, voorzitter. Dank ook voor de beantwoording door de Staatssecre-taris. De facto, gewoon zoals we nu spreken, worden de dagen korter enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87124 vaart de watertaxi ’s nachts niet omdat het op die snelheid voor deexploitant gewoon niet interessant is om te varen. Dat betekent dat er nietgevaren wordt in de nachtelijke uren. Natuurlijk willen wij allemaal dat ereen goed onderzoek komt met aanbevelingen voor hoe het veiliger kan,maar is het nou niet mogelijk om in plaats van sequentieel eerst datonderzoek af te wachten parallel daaraan onder strikte condities in eenpilot toch te gaan varen? En als dat zo is – dat is mijn vraag, voorzitter – wanneer kunnen de eilanders er dan van uitgaan dat dat weer mogelijkwordt? Want dat is eigenlijk de concrete vraag.Staatssecretaris Aartsen:De Minister heeft daar volgens mij vorige week wat over gezegd, namelijkdat hij wil kijken of hij die pilots kan toestaan en, zo ja, wanneer. Ik moetecht even verwijzen naar de Minister. Dit is zijn beleidsterrein.De heer Pierik (BBB):Ik liep eigenlijk met diezelfde vraag rond. We hebben met die moties alontzettend veel gevraagd. Het ene onderzoek komt en het andere komt ennu is er sprake van gedogen en van een pilot later dit jaar. Uiteindelijk ishet natuurlijk per saldo nog steeds zo dat eilandbewoners geen gebruikkunnen maken van die watertaxi als het donker wordt, dat die dan nietvaart. Ik vind het wel jammer dat we dan naar de Minister verwezenworden voor die pilot en dat we er hier geen enkele verdere duidelijkheidover kunnen krijgen. Ik zit een beetje te zoeken naar hoe we hier nog ietsmeer zicht kunnen krijgen op de oplossing, omdat het niet iets is vanvandaag. Het speelt eigenlijk al anderhalf jaar, we zijn vier moties verderen we zijn nog niet dichter bij de oplossing.Staatssecretaris Aartsen:Ik deel ook het ongeduld van de heer Pierik. Ik verwijs door naar deMinister omdat de Minister erover gaat. Als we willen dat die snelheidomhooggaat, zal de Minister dat besluit moeten nemen. Als er pilotsmoeten worden gestart, zal de Minister dat besluit moeten nemen. Datgeldt voor meerdere onderwerpen in het kabinet. Die zal dat moetendoen.De voorzitter:Tot slot hierover, meneer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dan zou ik de Staatssecretaris willen vragen of hij het verzoek over wilbrengen aan zijn collega, de Minister, om ons middels een brief teinformeren over wanneer hij denkt dat die watertaxi weer, onder striktecondities, kan gaan varen.Staatssecretaris Aartsen:Dat kan ik altijd doen. De verzending van die brief ligt dan wel bij deMinister, maar ik ga dat verzoek netjes overbrengen.De voorzitter:U heeft nog een korte vraag van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Als PVV verbazen we ons toch even over dit antwoord van de Staatssecre-taris. We bespreken hier vandaag het programma van eisen voor deconcessies voor de Waddenveren. We hebben gezien dat die watertaxidaar een belangrijke rol in speelt en dan krijgen we als antwoord: ja, danmoet u bij de Minister zijn. Dat had natuurlijk ook van tevoren afgetiktkunnen worden, gezien hoe het werkt onderling op het ministerie. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87125 bedoel: ze zitten een kamer van elkaar verwijderd, dus dat had makkelijkgekund.Mijn vraag is nu heel kort. In principe kan de inspectie nu al zeggen «wegaan beginnen met gedogen», want er is zicht op legalisatie. We zijn alanderhalf jaar verder en er worden gewoon geen knopen doorgehakt. Duswaarom kan het dan niet gewoon – hoppa! – vandaag? Of morgen dan,vooruit; enige tegemoetkoming doe ik al.Staatssecretaris Aartsen:De Minister zit inderdaad recht tegenover mij, maar het zou een beetje gekzijn om als je recht tegenover iemand zit ook iemands portefeuille over tenemen. Sorry, maar zo werkt het gewoon. Het makkelijkste voor mij is omnu hier alles toe te zeggen en tegen de Minister te zeggen: succes ermee.Maar dan krijg je een niet-functionerend kabinet en eenniet-functionerende overheid en dat moeten we volgens mij ookvoorkomen met elkaar. Ik probeer dus om hier heel zuiver aan te gevenwat wel en wat niet kan. Dit is de huidige situatie. Ik heb het verzoek vande heer Verkuijlen gehoord. We zullen dit ook meenemen. Ik zal daarnadrukkelijk uw suggestie over de ILT aan toevoegen. Maar dat«huppakee» is uiteindelijk een besluit dat de Minister moet nemen en ik zithier vandaag als Staatssecretaris, niet als Minister.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:De heer Boutkan vroeg mij nog naar het baggeren van Rijkswaterstaat. Wezijn op dit moment continu aan het zoeken naar hoe je dat kan verbeteren.Rijkswaterstaat zoekt continu naar mogelijkheden om de baggerhoe-veelheid te verminderen en de werkzaamheden nog efficiënter te latenzijn. De vaargeul wordt vrijwel dagelijks gebaggerd om de bereikbaarheidvan het eiland goed te krijgen. Dit is natuurlijk ook iets wat mee wordtgenomen in het onderzoek MIRT-verkenning bereikbaarheid Ameland.Dan de heer Grinwis. Dat is de laatste vraag, voorzitter. Die gaat over depasseervakken. Nu heeft alleen de vaargeul naar Ameland passeervakken.Deze vakken worden sinds twee jaar door Rijkswaterstaat van betonningvoorzien om ze te markeren. Dat is een dienst die Rijkswaterstaataanbiedt. Het is niet verplicht. We proberen dat op zo’n manier te doen dathet duidelijk is wat de natuurlijke passeervakken zijn, waardoor baggerenniet nodig zou moeten zijn. Als dat wel zo is, is het verstandig om dat metRijkswaterstaat op te pakken in hun baggerwerkzaamheden ten aanzienvan de vaargeul van Ameland.Dat waren de vragen, voorzitter.De voorzitter:Helemaal goed. Dan gaan we door met de tweede termijn van de kant vande Kamer. U heeft een spreektijd van 1 minuut en 20 seconden. Ik geefallereerst het woord aan de heer Pierik namens de BBB.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Staatssecretaris voor de antwoorden.Ze waren niet allemaal bevredigend, moet ik zeggen. Het is vooral jammerdat dat watertaxiverhaal zo lang blijft doorsudderen. Maar goed, er komteen brief. Laten we hopen dat die in ieder geval iets meer duidelijkheidbiedt. Verder ben ik blij met de antwoorden.Ik heb nog wel enige zorgen over de inspraak van de ondernemers. Het isnatuurlijk nu vastgelegd in het OCOW. «Eerst luisteren en dan besluiten»is natuurlijk iets wat iedereen heel graag wil, want dan voelen deondernemers en ook de eilandbewoners zich gehoord. Het gaat natuurlijkvooral om wie er aan tafel zit en of er echt voldoende geluisterd wordt. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87126 wil benadrukken dat voor de BBB het zwaarwegend adviesrecht cruciaalis. Ik hoop dat vanuit dat luisteren dat zwaarwegende advies ookmeegenomen wordt in de verdere besluitvorming over de concessies.Dank.De voorzitter:Dank. Dan de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris en de ambtenaren voor devoorbereiding en ook dank aan alle mensen van de eilanden die vandaagweer hier zijn.Als we kijken naar grote trajecten als dit – ik denk dat iedereen in zijninleiding wel iets gezegd heeft over hoe belangrijk die concessies zijn – zieje dat de ongeveer 15.000 inwoners van de eilanden toch een heelbelangrijke stem hebben gehad in hoe dit gaat. En terecht, want voor henis dit een heel belangrijke levensader. Er is goed naar ze geluisterd. Ik ziedie vertaling ook terug. Ik kan goed leven met de toezeggingen die deStaatssecretaris heeft gedaan. Ik wacht met belangstelling de brief af.Dank u wel.De voorzitter:Dank. De heer Verouden.De heer Verouden (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording van de vragen en ook aan de ambtenaren die daar heel erg hardaan hebben meegewerkt. Bedankt ook voor de toezegging om jaarlijks opde hoogte te worden gehouden over de voortgang van die groenesubsidies, een belangrijke toezegging.Toch nog twee vragen of verzoeken om toezeggingen. Op de eerste plaatsde scholierenboot, om toch in de gunningscriteria in te bouwen om deperiode dat die uit de vaart is tot een minimum te beperken. Op de tweedeplaats kijken wij uit naar de benchmarkingstudie van PwC om ietspreciezer te begrijpen wat die 13% nu eigenlijk is.Dank u.De voorzitter:Ja. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Wij vroegen natuurlijk niet voor niks aan deStaatssecretaris hoe het zit, of de situatie nog houdbaar is.Staatssecretaris Aartsen:Ik had de eerste paar woorden van uw zin gemist.De voorzitter:Doe maar rustig aan. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Anders moet ik u aan gisterenavond herinneren. Nee, dank u wel.Ik zei dat wij als PVV niet voor niks de vraag stelden hoelang de Staatsse-cretaris deze situatie nog houdbaar acht, met betrekking tot het baggeren,het onderhoud en dergelijke, natuurlijk mede in het licht bezien van deMIRT-verkenning die nu loopt en die ondertussen is gesloten. Daar zit eenaantal uitgangspunten in, maar tussen de regels door lees ik toch de zorgdie er bestaat over de toekomst van Ameland. We weten allemaal datRijkswaterstaat ooit, in 2019, heeft geopperd om een spoortunnel aan tegaan leggen of wegtunnel of noem maar op. Dat werd gelijk in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87127 prullenbak gegooid. Daar gaat die vraag over: hoe zien we die toekomst?Dat «haalbaar, betaalbaar en realistisch» moeten we in ons achterhoofdhouden. Hoe houden we die eilandbewoners toch bereikbaar enverbonden met het vasteland? Hoewel ze niet allemaal op de PVVstemmen, houd ik toch dat pleidooi voor ze. Nou ja, bijna 90% doet datniet, geloof ik, maar ik hou toch dat pleidooi.Ten slotte de binding van de eilandbewoners met die vervoerder. DeStaatssecretaris ging er enigszins op in. Ik vind dat toch wel een heelbelangrijk criterium. Als er dan toch gesproken wordt over een nieuwevervoerder, moet er toch echt die binding zijn.Voorzitter, dank u wel voor uw welwillendheid.De voorzitter:Geen probleem. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Eén seconde. Ik kan ingaan op alle vragen, op één na. Daar wordt nu aangewerkt.De heer Pierik vroeg mij naar het zwaarwegende adviesrecht voorondernemers. Het is dus een toezegging dat dat adviesrecht goed wordtgeregeld in dat OCOW. Dat is dus geborgd.De heer Verouden vroeg mij naar de scholierenboot. Ik kan dat helaas nietdoen. Ik verwijs naar mijn eerdere beantwoording.De heer Boutkan vroeg naar regionale binding. Het antwoord daarop is: ja.Een van de vijf criteria is regionale binding, dus dat weegt als een van devijf criteria mee. Bij zowel de weging als de interpretatie van die criteriazijn ook de lokale overheden betrokken, zoals is toegezegd in degesprekken met de burgemeesters.Dan de toekomst van Ameland. Daar is die MIRT-verkenning juist voorbedoeld. Het doel is om de bereikbaarheid te garanderen, vanwege debaggerproblematiek in de vaargeul. Vandaar dat breed wordt gekekennaar wat nou oplossingen zijn. U kunt ervan op aan, zeg ik mede namensde Minister, dat de bereikbaarheid voor de bewoners daarin voorop wordtgesteld.Ik kan toezeggen dat ik de benchmark vertrouwelijk ter inzage kan leggen,als u dat wenst. Ja? Dan gaan we dat organiseren.De voorzitter:Ik kijk even of er nog verhelderende vragen zijn hierover. Die zijn er.De heer Boutkan (PVV):Toch nog even over de toekomst van Ameland. Daar is natuurlijk ook eenmooi lied over geschreven. Wij hameren echt op «haalbaar, betaalbaar enrealistisch», maar in de uitgangspunten van die MIRT-verkenning blijftgesproken worden over die veerverbinding en dergelijke. Blijft dieveerverbinding dan echt overeind staan of denkt het ministerie ook aanandere opties om Ameland toch in de toekomst te verbinden met hetvasteland? Daar ben ik toch wel even nieuwsgierig naar.Staatssecretaris Aartsen:Dat zal blijven met een veerverbinding, dus geen tunnel of brug.De heer Boutkan (PVV):Of een Wadweg?De voorzitter:Dank voor deze verheldering.Dan stel ik voor dat we de toezeggingen doornemen.–De eerste toezegging is aan het lid Verouden. De Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer jaarlijks voorafgaandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87128 aan het commissiedebat Wadden per brief te informeren over devoortgang van de groene subsidies oftewel de implementatie van deelektrificatie van de Friese Waddenveren.–De tweede toezegging is een toezegging aan de heer Boutkan. DeStaatssecretaris zal de benchmarkstudie over het normrendementvertrouwelijk ter inzage leggen.Die is volgens mij ook aan anderen gedaan. Maar goed, het is eentoezegging aan de commissie.–Dan een toezegging aan de heer Verkuijlen. De Staatssecretaris zegttoe om de Minister van IenW te verzoeken om de Kamer een brief testuren over wanneer de watertaxi onder bepaalde condities weer snelkan varen.Prima, dan waren dat volgens mij de toezeggingen.De heer Verkuijlen (VVD):Ik heb een paar mee genoteerd, voorzitter. Ik had nog een toezegging overhet opnemen in het OCOW van de ondernemers. Dat was een hardetoezegging van de Staatssecretaris, denk ik.De voorzitter:Ja, maar het kan toch ook zo zijn dat de Staatssecretaris zegt «dat gaanwe doen», in plaats van dat het een toezegging is waarover hij de Kamerinformeert? Maar dat laat ik even aan jullie.De heer Verkuijlen (VVD):De tweede was de toezegging over de sociale veiligheid, maar die heefthij ook eigenlijk gedaan.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat gaan we doen. Bij een toezegging moet dan een tijd staan met eenbrief en zo.De voorzitter:Als iets gebeurt, is het toch niet per definitie een toezegging? Dat is ietswat u voornemens bent te doen. Dat lijkt me toch voldoende.De heer Verkuijlen (VVD):Prima.De voorzitter:Tot slot de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik werd een klein beetje getriggerd door de toezegging over de watertaxi,de brief over het snel varen. Bedoelen we dan dat hij snel kán gaan varenof dat hij ook snel mág gaan varen? Of is het en-en? Ja, we zijn scherp,hè?Staatssecretaris Aartsen:Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar deMinister.De voorzitter:Ik denk dat dit een mooi moment is om te stoppen. Nou, dan echt alsallerlaatste de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Het woordje «snel» van de heer Boutkan klinkt mij als muziek in de oren,omdat het gaat om snel varen omdat ze anders niet varen. Maar als uheeft bedoeld dat de brief snel komt, zou dat wel heel erg prettig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87129 Staatssecretaris Aartsen:Alles wat is gezegd over de watertaxi’s ga ik doorgeleiden naar deMinister.De voorzitter:Helemaal goed. Dan beëindig ik dit commissiedebat. Dank aan de mensenop de publieke tribune, dank aan de Staatssecretaris, dank aan deKamerleden en tot de volgende keer.Sluiting 12.22 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87130

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 35a3d3f79ff0011e

14 okt 2026 · 357338e5e6f36b7f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.