KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op rapport Nationale ombudsman naar de executie van schadevergoedingsmaatregelen door het CJIB

9 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 31ed627da34c11c2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 758 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2024Het is in onze rechtsstaat van groot belang dat slachtoffers van eenstrafbaar feit niet met hun schade blijven zitten. Als het slachtoffer schadeheeft geleden is het van belang dat de schade wordt vergoed door dedader. Een schadevergoeding kan het slachtoffer daarbij een gevoel vanerkenning geven en bijdragen aan herstel van geschonden vertrouwen.Als de strafrechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt, dan neemthet Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de inning en incasso voor hetslachtoffer op zich.De Nationale ombudsman heeft onderzoek gedaan naar de uitvoering vanschadevergoedingsmaatregelen door het CJIB. Toen de Nationaleombudsman zijn onderzoek eind 2019 startte was dat met het doel teverkennen of er een oplossing mogelijk was voor de «oude» gevallen vanvoor de inwerkingtreding van de Wet tenuitvoerlegging strafrechtelijkebeslissingen (Wet USB) in 2020, waarbij tevens de belangen van slacht-offers gewaarborgd zouden zijn. In 2022 verbreedde de Nationaleombudsman dit doel en is onderzocht in hoeverre de executie vanschadevergoedingsmaatregelen bij mensen die wel willen, maar nietkunnen betalen sinds de inwerkingtreding van de Wet USB behoorlijkverloopt. Met deze brief bied ik u het rapport «Innen tegen elke prijs? Eenonderzoek naar de executie van schadevergoedingsmaatregelen door hetCJIB» aan.Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van het rapport van deNationale ombudsman. Het rapport geeft een goed en duidelijk beeld vande ontwikkeling die het CJIB de afgelopen periode heeft doorgemaakt alshet gaat om de inning van de schadevergoedingsmaatregel bij mensendie wel willen, maar niet kunnen betalen, waarbij zoveel mogelijk tenbehoeve van het slachtoffer wordt geïnd. kst-24515-758ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7581 De Nationale ombudsman concludeert dat het CJIB bij het innen van eenschadevergoeding bij een veroordeelde de afgelopen periode meer ruimteheeft om maatwerk te leveren. Als iemand wel wil, maar niet kan betalen,treft het CJIB een passende betalingsregeling. Veroordeelden betalen zovaker hun schadevergoedingsmaatregel op een manier die voor henhaalbaar is. Sinds de inwerkingtreding van de Wet USB is het perspectiefvan de veroordeelden van een schadevergoedingsmaatregel betergeborgd en in lijn met Rijksincasso visie.AanleidingNa klachten van mensen die moeite hadden met het betalen van eenschadevergoeding, startte de Nationale ombudsman in december 2019een onderzoek naar de inning van de schadevergoedingsmaatregel. Uit deklachten kwam naar voren dat toen vaak geen betalingsregeling tot standkon komen, omdat het maandbedrag voor de veroordeelde te hoog was.Veroordeelden kregen hierdoor te maken met verhogingen, deurwaar-derskosten en vervangende hechtenis.Op 1 januari 2020 trad de Wet USB in werking. Met de Wet USB is deverantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het openbaarministerie naar de Minister overgegaan. Het betalingsregelingenbeleidvan het CJIB is daarmee onder de verantwoordelijkheid van de Ministergekomen Daarnaast is vervangende hechtenis is als dwangmiddel komente vervallen en vervangen door het dwangmiddel gijzeling. Nu, enkelejaren na de inwerkingtreding, heeft de Nationale ombudsman onderzochthoe de inning van de schadevergoedingsmaatregel bij mensen die welwillen, maar niet kunnen betalen in de praktijk verloopt.BevindingenDe Nationale ombudsman heeft waardering voor de inspanningen eninitiatieven die het CJIB sinds de Wet USB ontplooit om met burgers incontact te komen om meer te weten te komen over hun situatie. DeNationale ombudsman is positief over de wijze van uitvoering door hetCJIB. Het beleid van het CJIB is in lijn met de Rijksincassovisie, dievaststelt dat de overheid ervoor moet zorgen dat personen met schuldendoor de overheid niet verder in de problemen mogen worden gebracht.1De Nationale ombudsman constateert daarnaast dat er in de praktijk geenonderscheid meer is tussen zaken die voor 1 januari 2020 onherroepelijkzijn geworden en dus onder het oude regime vallen en recentere zaken. Inalle gevallen hebben veroordeelden tot een schadevergoeding demogelijkheid om een schadevergoedingsmaatregel zo nodig naardraagkracht af te lossen. Vervangende hechtenis (in zaken van voor 2020)of gijzeling (in zaken na 2020) om betaling van een schadevergoedings-maatregel af te dwingen, wordt niet toegepast als de veroordeeldeaannemelijk heeft gemaakt dat hij wel wil, maar niet kan betalen. Het CJIBint wat mogelijk, maar ook wat verantwoord is.De Nationale ombudsman noemt in zijn rapport de volgende aandachts-punten:1.De Nationale ombudsman meent dat het CJIB ook voor de inwerking-treding van de Wet USB meer ruimte had kunnen en moeten nemenom oplossingen te bieden aan veroordeelden die van goede wil waren,maar niet konden betalen. Destijds onterecht opgelegde verhogingenzou het CJIB alsnog moeten kwijtschelden.1Kamerstuk 24 515, nr. 724.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7582 2.Het CJIB moet bij het aangaan van betalingsregelingen garanderen dathet bestaansminimum nooit in gevaar kan komen.3.Het verdient aanbeveling te monitoren hoe en wanneer gijzeling wordttoegepast.BeleidsreactieIk ben verheugd te vernemen dat de Nationale ombudsman constateertdat het CJIB de afgelopen periode goede stappen heeft gezet ten aanzienvan de inning van de schadevergoedingsmaatregel. Hiermee wordt rechtgedaan aan de belangen van slachtoffers. Het CJIB kan bij de inning vande schadevergoedingsmaatregel veroordeelden die willen betalen helpen,bijvoorbeeld met een regeling voor betalen in termijnen. Veroordeeldendie niet willen betalen kan het CJIB stimuleren of dwingen, zo nodig doorinzet van een gerechtsdeurwaarder, beslag op banktegoeden en gijzeling/vervangende hechtenis. Door pro-actieve, persoonsgerichte dienstver-lening kan het CJIB mensen die van goede wil zijn, een uitweg bieden.Kwijtschelden onterechte verhogingenSinds de Minister verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging, is hetbetalingsregelingenbeleid voor mensen die wel willen, maar niet kunnenbetalen verruimd. Zo kan het CJIB in voorkomende gevallen een draag-krachtregeling aanbieden, bestaat de mogelijkheid van een noodstoppro-cedure en werkt het CJIB mee aan een minnelijke schuldenregeling.Voor «oude» zaken (van vóór 2020) geldt dat veroordeelden destijds niethebben kunnen profiteren van het inmiddels ruimere betalingsregelingen-beleid. Voor nog lopende «oude» zaken waarbij de veroordeelde wel wil,maar niet kan betalen en waarin een standaardregeling of maatwerkbeta-lingsregeling niet passend is, zal het CJIB alsnog een draagkrachtregelingtoepassen.Verhogingen zijn wettelijk vastgesteld en moeten van rechtswege wordenopgelegd. Het CJIB kan deze verhoging niet zonder meer kwijtschelden.Onterecht opgelegde verhoging kan het CJIB wel kwijtschelden. Vanonterecht opgelegde verhogingen kan sprake zijn indien zich omstandig-heden voordoen buiten de invloedsfeer van veroordeelde, zoals eenveroordeelde die de post van het CJIB niet heeft ontvangen zonder dat dathem te verwijten is of de veroordeelde een kennelijke «verschrijving»heeft gemaakt bij het tijdig overboeken van het te betalen bedrag. HetCJIB maakt hierbij geen onderscheid tussen zaken van voor en na deinwerkingtreding van de Wet USB.Borging van het bestaansminimumMensen kunnen soms door een samenloop van verschillende betalingsre-gelingen onder het bestaansminimum terecht komen. Dit komt onderandere doordat overheidsorganisaties onvoldoende zicht hebben opaflossingen aan andere (private) schuldeisers en daarmee onvoldoendeinzicht hebben in de totaal beschikbare afloscapaciteit. De Nationaleombudsman vraagt terecht aandacht voor de borging van het bestaansmi-nimum. Het bestaansminimum van mensen met schulden moet zo veelmogelijk gewaarborgd worden. Dit is één van de belangrijkste redenenvoor het CJIB om volop te blijven inzetten op de doorontwikkeling van deClustering Rijksincasso (CRI). De CRI-partijen2 onderzoeken wat wenselijk2Het betreft: de Belastingdienst, het CAK, het CJIB, de dienst Uitvoering Onderwijs (DUO),Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), DienstToeslagen en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7583 en haalbaar is ten aanzien van een eenduidige norm voor het vaststellenvan het bestaansminimum. Daarbij wordt tevens onderzocht wat hiervoornodig is voor wat betreft aanpassing in onder andere wet- en regelgevingen ICT.3Toepassing gijzelingDe Nationale ombudsman vraagt aandacht voor het ontbreken van eenrechterlijke toets in de gijzelingsprocedure en acht het daarom van belangte monitoren of niet onterecht wordt gegijzeld. Gijzeling wordt, integenstelling tot vervangende hechtenis voorheen, alleen toegepast als deveroordeelde wel kan, maar niet wil betalen.Gijzeling is een zwaar dwangmiddel. Dit proces is dan ook zeer zorgvuldigingericht. Voorafgaand aan het verzoek aan de officier van justitie omgijzeling toe te passen, vindt bij het CJIB een zorgvuldige beoordelingplaats. Er is geen sprake van een geautomatiseerd proces, maar vanpersoonsgericht maatwerk. De Nationale ombudsman geeft aan erop tevertrouwen dat de procedure ook zonder toetsing door de rechterzorgvuldig genoeg is om te voorkomen dat gijzeling wordt toegepast insituaties waarin dat niet behoorlijk zou zijn. Naar mijn mening biedt hetbestaande proces voldoende waarborgen dat het dwangmiddel gijzelingalleen wordt toegepast indien veroordeelde niet wil betalen.Tot slotIk blijf inzetten op een persoonsgerichte inning en incasso van deschadevergoedingsmaatregel.Het CJIB kijkt continu naar mogelijkheden om haar dienstverlening verderte ontwikkelen en te verbeteren. Hierbij is blijvend aandacht voortoegankelijkheid maatwerk en bescherming van het bestaansminimum.De Minister voor Rechtsbescherming,F.M. Weerwind3Kamerstuk 24 515, nr. 724, p. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7584

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · df44e45979145a29

14 okt 2026 · d50a5e059eeb869b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.