KamerkringInloggen
Kamerbrief

Diverse visserij onderwerpen

19 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7284faf8bcbee745 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en Visserijraad29 675Zee- en kustvisserijNr. 1745 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Hierbij informeer ik u over een aantal onderwerpen aangaande hetvisserijbeleid.U wordt geïnformeerd over een wijziging in maaswijdte voor de inktvis-visserij, onderzoek naar de ankerkuil, de inzet bij jaarvergadering SouthPacific Regional Management Organisation (SPRFMO), economischeontwikkelingen in kottervisserij 2024 en veranderende Europese regelsover controle en handhaving. Daarnaast ontvangt u een aantal updatesover de nearshore kweeklocaties, de uitvoeringsagenda voedsel uit zee engrote wateren, de visie voor de garnalenvisserij, de herziening van hetcontingentenstelsel, de aanpassing van huurprijssystematiek vanoesterpercelen, de voortgangsrapportage van het Mosselconvenant enhet verbod over het levend koken van krabben en kreeften.Wijziging maaswijdte inktvisvisserijDe regels voor maaswijdtes voor de visserij op pijlinktvis (Loliginidae enOmmastrephidae) zijn recent aangepast door de Europese Commissie.Sinds dinsdag 28 oktober geldt er voor de Noordzee en delen van deNoordwestelijke wateren een minimale maaswijdte van 80 mm voor dezevisserij. De Europese Commissie heeft dit op maandag 27 oktober 2025bekendgemaakt. Eerder kon er in deze gebieden nog met een maaswijdtevan 40mm gevist worden op de pijlinktvis. De minimale maaswijdte islange tijd onderwerp van discussie geweest in internationaal verband. Inoverleg met de Nederlandse visserijsector heeft Nederland in 2021 hetinitiatief genomen om de maaswijdte aan te passen. Daarbij konNederland rekenen op steun van Frankrijk en België tijdens de onderhan-delingen. Het vergroten van de maaswijdte heeft onder andere tot doelhet verminderen van bijvangsten en beter visbestandbeheer. Ik zie dezeoverstap van 40 naar 80mm dan ook als een goede stap die laat zien datde Nederlandse vissers bereid zijn om duurzamer te vissen. kst-21501-32-1745ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17451 Onderzoek ankerkuilIn het antwoord op vragen van het lid Bisschop (SGP) over de gevolgenvan het aalverbod op vissen met de ankerkuil in grote wateren(Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 972) is onderzoek naar deankerkuil aangekondigd. Dit onderzoek is nodig om te bezien of met deankerkuil aal wordt mee gevangen in de gesloten periode voor aalvisserijen welke eventuele aanpassingen nodig zijn zodat de vangst van aal in dekustwateren verwaarloosbaar is.Wageningen Marine Research heeft dit onderzoek1 inmiddels afgerond enhieruit blijkt dat bijvangst van aal met een ankerkuil in de gesloten periodeniet of nauwelijks plaatsvindt. Dat betekent dat er geen noodzaak is toteen verbod op gebruik van de ankerkuil in de gesloten periode voor deaalvisserij in de kustwateren. Het gebruik van dit vistuig zal daarmeeworden toegestaan in deze periode. Hiertoe zal ik de regelgevingaanpassen. Voor de zone direct achter migratiepunten op zoet-zoutovergangen kan het onderzoek nog geen uitsluitsel bieden. Hier is echter,op basis van het eerder met de Kamer gedeelde beleid voor de instellingvan visserijvrije zones, regelgeving voor in voorbereiding waarmee hetgebruik van vistuigen in de directe nabijheid van deze migratiepuntengeneriek zal worden verboden (Kamerstuk 29 664, nr. 213). Dit geldt danop die locaties ook voor de toepassing van de ankerkuil.South Pacific Regional Management Organisation (SPRFMO,zuidelijke Stille Oceaan)In februari 2026 vindt de jaarvergadering plaats van de South PacificRegional Management Organisation (SPRFMO, zuidelijke Stille Oceaan).Er vindt geen visserij onder Nederlandse vlag plaats in de zuidelijke StilleOceaan. Nederland heeft echter wel een historisch quotum in dezeorganisatie, en daarmee wel een indirect belang. Met instemming vanNederland zal de Europese Commissie zich bij de aankomende jaarverga-dering inzetten op onderstaande punten.Gezien de huidige gezonde status van het horsmakreel-bestand en hetovereengekomen wederopbouwplan voor 2026, zal de EU voorstellen omde totale toegestane vangst (TAC) in 2026 te beperken tot een verhogingvan 15% gebaseerd op het advies van het Wetenschappelijk Comité. DeEU zal het werk ondersteunen aan de ontwikkeling van de ManagementStrategy Evaluation (MSE) voor horsmakreel en de managementproce-dures. Gezien het ontbreken van een alomvattende aanpak om ook debijvangst van haaien in de trawlvisserij aan te pakken, zal de EU probereneen losstaand besluit om het gebruik van zogenaamde draadleiders inSPRFMO te verbieden, tot 2027 uit te stellen.Na een evaluatie van de maatregelen voor het minimaliseren van debijvangst van zeevogels, door het Wetenschappelijk Comité, zal de EU deaanbevolen wijzigingen in deze maatregelen steunen om de bijvangst vanzeevogels in de demersale longline- en trawlvisserij van SPRFMO teverbeteren, en verder te werken aan de ontwikkeling van maatregelen terbeperking van bijvangst van zeevogels in alle SPRFMO-visserij.De EU zal een grondige IUU-analyse ondersteunen, inclusief eendiepgaande bespreking van de ernstigste nalevingskwesties, waaronderde goedkeuring van beslissingen over zeer ernstige overtredingen en/ofIUU-visserijzaken.1https://doi.org/10.18174/703758Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17452 Economische ontwikkelingen kottervisserij 2024Wageningen Social Economic Research (WSER) stelt drie notities opwaarin de jaarlijkse economische cijfers van de kottervisserij metschattingen over kosten en baten op maandbasis zijn uitgebreid. De eerstenotitie is vorig jaar gepubliceerd over het jaar 20232 De bij deze briefgevoegde notitie is de tweede notitie en bevat de economische ontwikke-lingen in de kottervisserij tot eind 2024. De derde notitie zal ingaan op hetjaar 2025.De resultaten zoals beschreven in de notitie over het jaar 2024 zijn positieften opzichte van het jaar 2023. Het nettoresultaat van de gehele Neder-landse kottervisserij was € 15,1 miljoen euro; wat een duidelijke verbe-tering is ten opzichte van 2023 toen het nettoresultaat een verlies betrofvan € 11 miljoen euro. Dit goede nettoresultaat geeft deels een vertekendbeeld aangezien de schepen in de vloot gemiddeld 39 jaar oud zijn endaarom relatief lage afschrijvingskosten hebben. Het positieve nettore-sultaat in de kottervloot is vooral gerealiseerd door de boomkorkotters(8,3 mln) en de garnalenkotters (7,1 mln). De flyshooters hadden eennettoresultaat van 1,1 mln. euro. De subcategorie «bordentrawl» heeft eenverlies gedraaid van – 1,4 miljoen euro. Dit verlies is voornamelijk toe teschrijven aan de relatief nieuwe schepen van deze groep, die daarmeehogere afschrijvingskosten hebben dan de oudere boomkorkotters. Vooreen toekomstbestendige en duurzame visserij met inbegrip van aanschafnieuwe schepen met bijkomende afschrijvingskosten is een nettoresultaatvan € 15,1 onvoldoende. Hoewel in 2024 een positief resultaat werdgeboekt, is de financiële situatie van de kottervloot daarmee nog altijdfragiel.Veranderende Europese regels over controle en handhaving vanaf10 januari 2026Op 30 mei 2025 heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgangop de onderhandelingen over de uitvoerings- en gedelegeerde hande-lingen (comitologie) onder de herziene controleverordening visserij(CoVo) en de Verordening tegen illegale, ongemelde en ongereglemen-teerde visserij (IOO-Verordening) (Kamerstukken 21 501-32, nr. 1706)3. Per10 januari 2026 zal een groot deel van de herzieningen van de regelgevingin werking treden waarbij aanvullende details zijn vastgelegd in degedelegeerdeverordening (Gedelegeerdeverordening (EU) 2025/1766) ende uitvoeringsverordening (Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196).Middels deze brief wil ik de Tweede Kamer op de hoogte stellen van debelangrijkste wijzigingen die vanaf 10 januari 2026 zullen ingaan.–Aanvullende gegevens bij de vangstregistratie: Vanaf 2026dienen vissers hun vangsten volledig in het logboek in te voeren. Deuitzondering voor vangsten onder de 50 kilo verdwijnt. Daarnaastzullen ze ook een aantal aanvullende gegevens moeten opgeven pervisreis.2https://edepot.wur.nl/6895753Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van eencommunautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijkvisserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96,(EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005,(EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008,(EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en(EG) nr. 1966/2006, herzien door Verordening (EU) 2023/2842 van het Europees Parlement en deRaad van 22 november 2023 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, entot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1005/2008 van de Raad enVerordeningen (EU) 2016/1139, (EU) 2017/2403 en (EU) 2019/473 van het Europees Parlementen de Raad wat betreft visserijcontrole.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17453 –Aanvullende gegevens voor de traceerbaarheid: Vis moet straksaltijd digitaal te herleiden zijn naar de herkomst op zee. Daarom komener vanaf 2026 extra eisen aan de administratie die visserijbedrijvendoor de keten moeten doorgeven. Komend jaar zal de EuropeseCommissie samen met de lidstaten en de visserijindustrie verderwerken aan een gedelegeerdeverordening waarin de gegevensover-dracht in nader detail wordt uitgewerkt. Bij deze gesprekken zal ik mijblijven inzetten voor uitvoerbare, handhaafbare en proportioneleregelgeving.–Nieuw elektronisch vervoersbewijs: Voor het vervoer vanvisserijproducten voor eerste verkoop binnen Nederland of deEuropese Unie komt een verplicht elektronisch vervoersbewijs. Ditbewijs moet voorafgaande aan het transport digitaal worden gedeeldmet de controlediensten.–Elektronisch vangstcertificaat (CATCH): Het huidige papierensysteem voor het controleren van visserijproducten die wordengeïmporteerd uit derde landen of geëxporteerd buiten de EuropeseUnie (EU) wordt vervangen door het digitale systeem CATCH. CATCHis door de Europese Commissie ontwikkeld en zal door alle lidstatenworden gebruikt. De digitalisering maakt het moeilijker om illegalevangsten de EU binnen te brengen en helpt in de strijd tegen illegalevisserij.–Europese regels voor ernstige inbreuken: Per 10 januari 2026wordt Europees bepaald welke inbreuken op de regels van hetgemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) als ernstig moeten wordenbeschouwd. Hiermee gaan alle lidstaten dezelfde criteria gebruiken. Ditzorgt voor een gelijker speelveld. De Beleidsregel ernstige inbreukenGVB 2020, op basis waarvan momenteel wordt bepaald welkeinbreuken in Nederland als ernstig beschouwd worden, zal hiermeekomen te vervallen.–De bestuurlijke boetes gaan veranderen: Vanaf 2026 wordt heteconomisch verkregen voordeel en de waarde van visserijproductendie ten gevolge van het plegen van ernstige inbreuken wordenverkregen meegewogen in het boetebedrag. Hiermee wordt naast eenpunitieve sanctie ook het voordeel dat iemand door de overtredingheeft gekregen weggenomen. Dit maakt het systeem eerlijker enduidelijker.–Registratieplicht voor recreatieve vissers en hun vangsten: Per10 januari 2026 moeten sport- en recreatieve vissers die in dekustwateren vissen zichzelf registreren en hun vangsten melden viaeen mobiele applicatie. Deze maatregel heeft als doel om meer inzichtte krijgen in de visserijactiviteiten van sport- en recreatieve vissers. Inde binnenwateren blijft het systeem van de vispas gelden.–Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de herziene CoVo gaat deverplichting tot cameratoezicht bij pelagische aanlandingen gelden opbasis van Verordening (EU) 2024/2594 (NEAFC-Verordening). Dit houdtin dat het toezicht op de aanlandingen en wegingen van een aantalbevroren pelagische visserijproducten (haring, makreel, horstmakreelen blauwe wijting) door middel van camera- en sensortechnologiewordt vormgegeven. De verplichting gaat alleen gelden voor aanlan-dingen waarbij in een keer meer dan 10 ton wordt aangeland in havenswaar jaarlijks meer dan 3.000 ton wordt aangeland. Ik werk bij deimplementatie nauw samen met de Nederlandse reders om dezeverplichting zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de praktijk.Naast de wijzigingen uit de herziene CoVo die per 10 januari 2026 inwerking treden zullen er per 10 januari 2027 nieuwe regels gaan geldenvoor de weging van visserijproducten. Hiervoor wordt momenteel door deEuropese Commissie in samenwerking met de lidstaten gewerkt aan eenuitvoeringsverordening. Daarnaast heeft de Europese CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17454 aangegeven in 2026 te willen starten met de technische uitwerking van deverplichtingen die per 10 januari 2028 gaan gelden, zoals cameratoezichtaan boord (REM/CCTV) en de continumeting van motorvermogen. In allegesprekken zet ik mij in voor handhaafbare, uitvoerbare en proportionelewet- en regelgeving die zoveel mogelijk aansluit bij de Nederlandsesituatie. Hierover ben ik ook in gesprek met de visserijsector, zodat ik dieinbreng over de visserijpraktijk ook in de gesprekken in Europa kanbetrekken.Op de website van de website van de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)zal alle informatie over de wijzigingen beschikbaar worden gemaakt. Ookzullen de vissers in december worden geïnformeerd middels eenadvertentie in Visserijnieuws en via het reguliere informatiebulletin vanRVO.Ik ben mij bewust dat de wijzigingen uit de herziene CoVo grote invloedhebben op visserijbedrijven en de werkwijzen van vissers. De nieuweregels moeten zorgen voor een eerlijkere visserij waarbij het gelijkespeelveld tussen de lidstaten verder wordt versterkt. Hierbij steun ik deinzet van de Europese commissaris voor Visserij en Oceanen om deadministratieve lasten van de visserijsector te verlichten. Ook in deonderhandelingen in het kader van de gedelegeerde en uitvoeringshande-lingen onder de CoVo moet hier aandacht voor blijven en daarom blijf ikdit tijdens deze gesprekken onder de aandacht brengen. Om vissersaanvullend bij de opgave te ondersteunen ben ik voornemens om demogelijkheden in het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund(EMFAF) te benutten door de komende tijd te werken aan een bredeinvesteringsregeling voor de aanschaf en installatie van controlemaatre-gelen, zoals het cameratoezicht aan boord en de continumeting vanmotorvermogen. Hierbij betrek ik de sector. Ik kan op dit moment nog nietaangeven wat de omvang van deze regeling zal zijn. Ik zet mij in om deregeling uiterlijk in de zomer van 2027 open te stellen, zodat vissersvoldoende tijd hebben om per 10 januari 2028 aan de Europese verplich-tingen te kunnen voldoen.De nearshore kweeklocatiesOp 16 oktober 2024 is de motie-Boomsma aangenomen (Kamerstuk36 600 XIV, nr. 26) betreffende een tweetal tijdelijke demonstratieprojectenvoor schelpdierkweek in de Noordzeekustzone in zandwinlocaties die nietin gebruik zijn. De schelpdiersector kan een plan van aanpak opstellen eneen vergunning aanvragen voor een experiment met schelpdierkweek inde Noordzeekustzone bij Rijkswaterstaat (RWS). Er hebben verkennendegesprekken plaatsgevonden tussen de schelpdiersector en RWS maar erzijn nog geen nieuwe experimenten met schelpdierkweek in de Noordzee-kustzone opgestart.In het huidige Programma Noordzee is vastgelegd dat langdurigeprojecten kunnen plaatsvinden in de daarvoor gereserveerde ruimtebinnen de windparken op zee. In de ruimte buiten de windparken,waaronder de Noordzeekustzone, kunnen nu alleen kortdurende enkleinschalige projecten plaatsvinden.Momenteel bezie ik in samenwerking met de Minister van Infrastructuuren Waterstaat (IenW) en met Rijkswaterstaat (RWS) de mogelijkheden omlocaties in de Noordzeekustzone te identificeren die wellicht geschikt zijnvoor experimenten met schelpdierkweek. De schelpdiersector heefthiervoor gegevens aangeleverd die worden meegenomen in dezeverkennende analyse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17455 Vanwege de drukte in de Noordzeekustzone is het van belang dat er naastzandwinning rekening wordt gehouden met andere vormen van gebruikzoals scheepvaart, energie-infrastructuur en andere vormen van visserij.Bovendien moeten ook de hydrodynamische en bathymetrische omstan-digheden zoals stroomsnelheid en waterdiepte en ecologische aspectenen scheepvaartveiligheid in acht worden genomen. Deze wijken namelijkaf van de omstandigheden in de watergebieden waar nu al schelp-dierkweek plaatsvindt (in de Zeeuwse deltawateren en de Waddenzee).Ik zal de Tweede Kamer op de hoogte houden van de uitkomsten vangenoemde verkennende analyse.De uitvoeringsagenda Voedsel uit zee en grote waterenIn maart 2024 is de visie op Voedsel uit Zee en Grote Wateren toegestuurdaan de Tweede Kamer (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1624). Om te werken aanhet toekomstbeeld zoals dat is geformuleerd in de visie is in vervolghierop afgelopen maart onder leiding van oud Tweede Kamerlid de heerBisschop een werktafel ingericht, waaraan de Visie op voedsel uit zee engrote wateren wordt uitgewerkt tot een uitvoeringsagenda. Aan dewerktafel nemen vertegenwoordigers uit de visserij- en aquacultuursector,de visserijketen, het Bestuurlijk Platform Visserij, natuurorganisaties enLVVN deel. LVVN voert tevens het secretariaat van de werktafel. Door dedeelnemers zijn onder vier verschillende thema’s (voedsel, ruimte,ondernemerschap en beheer), ongeveer 50 acties geformuleerd. Dit zijndeels lopende en reeds geplande acties, en deels nieuwe acties, die zijnontstaan in samenwerking tussen de verschillende partijen aan dewerktafel. De bestaande of al geplande acties worden al opgepakt inbestaande kaders of projecten en dragen bij aan de doelen uit de visie.Voor de nieuwe acties zal per actie worden bezien in welk gremium dezehet meest effectief kan worden opgepakt.Momenteel wordt gewerkt aan de afronding van het concept van deuitvoeringsagenda. Vervolgens zullen de achterbannen en bestuurdersvan de aan de werktafel deelnemende partijen worden geconsulteerd.Hier zullen we de tijd voor nemen om het draagvlak voor de agenda bijalle betrokkenen te waarborgen. Wanneer de terugkoppeling van dezeconsultaties is verwerkt tot een definitief eindproduct, zal dat met deTweede Kamer gedeeld worden. Verwacht wordt dat het gehele procesvan het opstellen van de uitvoeringsagenda afgerond zal worden in hetvoorjaar van 2026.Eerder heb ik aangegeven ernaar te streven de uitvoeringsagenda medio2025 aan de Tweede Kamer te willen sturen. Deze termijn is niet haalbaargebleken. De zorgvuldigheid, de afstemming met alle betrokkenen en hetdraagvlak voor de uitvoeringsagenda is van groot belang voor het slagenvan de acties die daarin worden opgenomen en die bijdragen aan hetverduurzamen van de voedselproductie op zee. Het vraagt tijd om hetdraagvlak te behouden en zorgvuldigheid te betrachten. Overigenshebben de andere deelnemers en ik aan de werktafel al acties in ganggezet, dus er gaat geen tijd verloren om de visie tot uitvoering te brengen.Tijdens het gehele proces is de samenwerking aan een duurzame enrobuuste voedselwinning uit zee aan de werktafel een sterke drijfveergeweest. De acties zijn in gezamenlijkheid opgesteld en met een grootdeel van de acties zullen meerdere betrokken partijen samen aan de slaggaan om deze ten uitvoering te brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17456 Visie garnalenvisserijDe garnalenvisserij is een visserij die Nederland al generaties langvoorziet van een lokaal gevangen voedselproduct. Het is een visserijwaarop lokale gemeenschappen bouwen, die bij Nederland hoort en diebehouden dient te blijven. Met de Visie Voedsel uit zee en grote waterenheeft het Kabinet in 2024 het maatschappelijk belang van voedselwinningop zee benadrukt. Ook waar het de garnalenvisserij betreft, streef ik naareen robuuste visserij die een regionaal, gezond en duurzaam productlevert. De garnalenvisserij kent de laatste decennia echter grote uitda-gingen en dat creëert onzekerheid voor deze sector.Ik werk dan ook in samenspraak met alle betrokken partijen aan eentoekomstvisie die langjarig economisch perspectief aan de sector moetbieden, maar die ook borgt dat garnalenvisserij plaatsvindt binnen dedraagkracht van het ecologisch systeem en dat er voor alle betrokkenpartijen – vissers, handelspartners en natuurorganisaties – zekerheid komtover de manier waarop garnalenvisserij duurzaam en met vertrouwen inde toekomst voortgezet kan worden. Dat wil ik zorgvuldig doen insamenspraak met betrokkenen en dat kost tijd.Een aantal stappen heb ik reeds gezet om garnalenvissers weer toekomst-perspectief te bieden. Zo heb ik in juni dit jaar een natuurvergunningverleend aan de garnalenvissers. Deze vergunning geldt voorNatura 2000-gebieden en heeft een duur van 20,5 jaar. Elke zes jaar is ereen evaluatiemoment om te toetsen of de voorwaarden waarondergarnalenvisserij kan plaatsvinden in Natura 2000-gebieden dienen teworden aangescherpt. Met deze langjarige vergunning krijgen vissers hetperspectief dat nodig is om te kunnen investeren in verduurzaming eninnovatie. De vergunning ligt momenteel voor in beroep en de rechtermoet de vergunning nog bestendigen.Daarnaast staat sinds november de vrijwillige saneringsregeling voorgarnalenvissers open. Vissers die behoefte hebben om hun bedrijf tebeëindigen, krijgen met de saneringsregeling die mogelijkheid. Daarmeewordt er ook ruimte gecreëerd voor de garnalenvissers die graagdoorvissen en krijgt de vloot de lucht die het nodig heeft om zichduurzaam verder te ontwikkelen.Herziening contingentenselselIn 2022 is de herziening van het contingentenstelsel aangekondigd, onderandere met het oog op het juridisch robuust maken van het stelsel(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1455). De aankondiging riep vragen op vanuit deKamer over de betrokkenheid van de sector bij de herziening, onzekerheidrondom beleid en inkomen en het stimuleren van duurzaam vissen. In2024 heeft mijn ambtsvoorganger de Tweede Kamer geïnformeerd overde voortgang en het proces van de herziening (Kamerstuk 29 675, nr. 230).Bij de aanpak van de herziening bleek dat er grote zorgen waren bij desector over de omvang van de herziening. Ik vind het daarom belangrijkom meer duidelijkheid te bieden over de omvang van de herziening. Deherziening zal zich richten op mogelijkheden om startende vissers inaanmerking te laten komen voor toedeling van contingenten, beperkingvan het aanhouden van contingenten door niet-actieve vissers, inzet vancontingenten als extra stimulans om activiteiten te verduurzamen, en hettransparant maken van vraag en aanbod van contingenten. Bij deuitwerking hiervan is het belangrijk dat mogelijkheden voor verduur-zaming voor alle vissers toegankelijk zijn en het stelsel voldoende flexibelblijft om incidentele bedrijfssituaties op te vangen. Het huidige stelsel vanverhandelbare contingenten blijf bestaan. Tegelijkertijd is het deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17457 bedoeling om bestaande uitvoeringsproblemen aan te pakken. Dezebrengen in toenemende mate uitvoeringshandelingen en daarmee hogereuitvoeringskosten, meer administratieve lasten voor de sector enjuridische procedures met zich mee.Met deze scopeafbakening vervolg ik het proces voor de herziening vanhet contingentenstelsel, waarin ik samen met de stakeholders uitwerkinggeef aan de herziening.Aanpassing van de huurprijssystematiek van oesterpercelenVanuit de oestersector is in 2024 het signaal gegeven dat de situatierondom de kweek van oesters in de Grevelingen de afgelopen jarenaanzienlijk is verslechterd. Naar aanleiding van deze signalen heb ik dooreen externe accountant een onderzoek laten uitvoeren om deze situatie inkaart te brengen. In dit onderzoek is bij een representatief aantaloesterkweekbedrijven in zowel de Grevelingen als de Oosterscheldegekeken naar het totaal aantal gekweekte oesters per hectare. Met deresultaten uit dit onderzoek heb ik beoordeeld of aanpassing van dehuidige huurprijssystematiek legitiem is. Op basis van de uitkomsten blijktdat de situatie in de Grevelingen inderdaad de afgelopen jaren. aanzienlijkverslechterd is. Daarom zal ik de huurprijs van oesterpercelen in deGrevelingen verlagen voor de periode vanaf de huidige huurperiode, die1 mei 2024 is ingegaan. Met deze maatregel wil ik de financiële drukverminderen en verdere verslechtering in de sector te voorkomen.Uit het onderzoek blijkt ook dat de resultaten in de Oosterschelde deafgelopen jaren zijn verbeterd. Met de resultaten uit het onderzoek zorgtdit, volgens de huurprijssystematiek, voor een verhoging van dehuurprijs. Deze verhoogde huurprijs zal worden gehanteerd vanaf deeerstvolgende huurperiode, die 1 mei 2027 ingaat.Voortgangsrapportage MosselconvenantIn het kader van de transitie van de mosselvisserij in de Waddenzee is deTweede Kamer op 7 december 2020 geïnformeerd over de nieuweaanvullende afspraken die de mosselsector, de natuurorganisaties en hetMinisterie van LVVN hebben gemaakt tot 2029 over de ambitie uiteindelijkde traditionele bodemvisserij op mosselzaad in de Waddenzee tebeëindigen (Kamerstuk 29 675, nr. 197). Over de voortgang van deuitvoering van dit convenant vindt rapportage plaats, die ik de TweedeKamer hierbij toezend. Belangrijke resultaten uit deze rapportage zijn dater opnieuw meer mosselzaad aan touwen is gekweekt en er meerwadbodem is gevrijwaard van mosselzaadvisserij. De vierde sluitingsstap,te weten 50% van de meest kansrijke gebieden voor het ontstaan vanmosselbanken in 2022, kon echter niet worden bekrachtigd. Achteraf bleeker onvoldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van nieuwemosselzaadinvangstinstallaties (mzi’s) in de Waddenzee. Dit werdveroorzaakt als onverwacht gevolg van de uitwerking van de Omgevings-verordening van de gemeente Texel, die mede gericht is op debescherming van archeologische bodemschatten. Deze ontwikkeling wasniet bekend op het moment van overeenkomen van de aanvullendeafspraken in 2020.In gezamenlijkheid met de convenantspartijen wordt nu gezocht naaralternatieve mzi-locaties. Het in beeld brengen en het ontwikkelen vandeze locaties kost tijd. De geplande vijfde sluitingsstap naar 65% geslotengebied in 2026 vraagt dan ook het uiterste van partijen om deze afspraaknog gestand te kunnen doen. Ik waardeer de bereidwilligheid van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17458 mosselsector dat zij in ieder geval zal trachten om de 50% gebiedssluiting,waar mogelijk vrijwillig te respecteren.De gekozen aanpak in de transitie werkt. Meer dan 80% van de meerjarigesublitorale mosselbanken in de Waddenzee zijn gelegen in de voor devisserij gesloten gebieden. Voor het beoogde bredere natuurherstel vande Waddenzee is dit echter nog onvoldoende en zijn de maatschappelijkepartijen van mening dat een betekenisvolle inzet op het natuurherstel vande Waddenzee nog steeds hard nodig is. Voorts zijn de kosten van detransitie hoog, waardoor de mosselsector voldoende bedrijfsresultaatnodig heeft om de transitieafspraken gestand te doen. Om beter zicht tekrijgen op de economische impact en draagvlak van de afspraken zalWageningen Economic Research (WeCR) hiertoe in 2025/2026 eeneconomische forecast opstellen.Verbod op het levend koken van krabben en kreeftenHet afgelopen jaar heb ik gewerkt aan een verkenning voor het verbod ophet levend koken van krabben en kreeften, zoals aangekondigd in mijnbrief van 15 januari 2025 over de aangenomen motie over dit onderwerp(Kamerstuk 28 286, nr. 1377). De motie (Kamerstuk 28 286, nr. 1362) vraagtdit verbod in te stellen binnen vier jaar. De verkenning heeft als doel om inbeeld te brengen hoe dit verbod het beste vormgegeven kan worden. Hetgaat daarbij zowel om de vormgeving van regelgeving als om depraktische toepasbaarheid voor de horecasector.Momenteel werk ik verder aan de voorbereiding van de wijziging van deregelgeving voor het verbod op het levend koken van krabben en kreeften.Dit traject vergt de nodige tijd. Ten aanzien van de praktische toepas-baarheid voor de horecasector voer ik onder andere gesprekken metwetenschappelijke experts en Koninklijke Horeca Nederland. Ook zoek ikaansluiting bij methodes zoals die in een aantal andere Europese landenworden toegepast. De uitkomsten hiervan zullen moeten leiden totafspraken over alternatieve methoden die toepasbaar zijn in dehorecakeukens.Ik zet beide trajecten in 2026 voort en mijn inzet is er nog steeds opgericht het verbod in 2026 van kracht te laten gaan. Zie ook de beant-woording van Kamervragen (Aanhangsel Handelingen II, 2025/26, nr. 180).De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17459

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7ca04fe451182154

14 okt 2026 · 9dbaf9dc244ed275

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.