KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het rapport externe adviescommissie "uitvoering programma Luchtruimherziening"

20 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6df574116b8d33b8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 936LuchtvaartbeleidNr. 1269 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATER-STAAT EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 april 2026Het kabinet werkt sinds 2018 aan een adaptieve en toekomstbestendigeluchtruimherziening. Dit past bij het bredere beleid om meer ruimte voorDefensie te creëren en de hinder en uitstoot rondom civiele luchthavensterug te dringen. Het kabinet heeft op 21 februari 2025 de Kamer enbelangstellenden met het Schetsontwerp geïnformeerd over de voorge-nomen nieuwe indeling van het luchtruim en met een Startnotitie over deHoger Naderen-projecten.Een externe adviescommissie (hierna: commissie) is ingesteld om over devoorstellen en de verdere uitwerking te adviseren. De commissie heefthierbij een klankbordgroep betrokken van omwonenden, civiele enmilitaire luchtruimgebruikers, luchthavens, natuur- en milieuorganisaties,vertegenwoordigers van de provincies en GGD. De inbreng van deklankbordgroep, bestaande uit vragen, aandachtspunten, suggesties enzorgen, is door de commissie betrokken bij het opstellen van haaradviesrapport. De commissie heeft ook de gebiedsadviezen ontvangen diede provincies hebben opgesteld in het kader van interbestuurlijkesamenwerking over de ruimtelijke opgaven op de grond nabijluchthavens.Op 18 november 2025 is het rapport van de commissie aan de Kamertoegezonden1. Deze brief informeert de Kamer hoe de conclusies enaanbevelingen van de commissie worden betrokken in de vervolgstappenvan het programma Luchtruimherziening.Nut, noodzaak en urgentie van nieuwe luchtruimindelingDe commissie onderschrijft nut en noodzaak van de nieuwe indeling voorde realisatie van een groter militair oefengebied voor de F-35-gevechts-vliegtuigen en een internationaal aansluitend oefengebied. De nieuwe1Tweede Kamer vergaderjaar 2025–2026, Kamerstuk 31 936, nr. 1251 kst-31936-1269ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12691 indeling is noodzakelijk voor de militaire geoefendheid en de commissieacht de uitbreiding hiertoe van een groot militair oefengebied in hetnoorden logisch. Volgens de commissie is de nieuwe indeling urgent enzij beveelt aan om met het oog op de geopolitieke situatie de besluit-vorming over de nieuwe indeling, die op basis van een zogenoemdVoorlopig Ontwerp zal plaatsvinden, waar mogelijk te versnellen. Ditneemt het programma in de voorbereidingen voor het Voorlopig Ontwerpter harte.Op basis van haar onderzoek constateert de commissie dat er aanvullendeargumenten zijn voor het belang van militaire geoefendheid en de rol vande luchtmacht in moderne oorlogsvoering. Zij beveelt aan om hier in decommunicatie meer aandacht aan te besteden. Ook deze aanbevelingwordt overgenomen en in het Voorlopig Ontwerp uitgewerkt, evenals hetadvies om de militaire oefenruimte in de nieuwe indeling en het gebruikervan, waaronder tijden en vlieghoogtes, nader te beschrijven.Vanwege nut, noodzaak en urgentie van militaire oefenruimte, onder-schrijft de commissie de gekozen ontwerpaanpak, waarin de inpassingvan het uitgebreide militaire oefengebied in het noorden bepalend is voorde gehele nieuwe indeling. Doordat de oefengebieden in het zuiden enoosten van het Nederlandse luchtruim worden opgeheven voor dagelijksgebruik ontstaat er ruimte om korter te vliegen voor de burgerluchtvaartin lijn met Single European Sky. Pas daarna zijn de civiele stromen voorSchiphol ingepast, gevolgd door de aansluiting van de overige burger-luchthavens van nationale betekenis op het luchtruim. De commissieconstateert dat een incidenteel oefengebied voor de F-35 als laatste in deontwerpvolgorde staat, en er nog geen duidelijkheid is over de inpassing.Zij adviseert om het nut en de noodzaak hiervan te onderbouwen en temotiveren waarom de incidentele oefeningen niet in het noordelijkoefengebied kunnen plaatsvinden. Deze aanbeveling wordt overgenomen.De commissie stelt verder dat de ontwerpvolgorde instrumenteel isgeweest voor het succesvol voltooien van het ontwerpproces.De commissie benadrukt het belang van de Hoger Naderen-projecten,omdat de doelstelling voor de verbetering van de leefomgeving aan dezeprojecten is gekoppeld. Ook concludeert de commissie dat de nieuweindeling de basis legt voor de toekomstige invoering van de HogerNaderen projecten. Er is hierdoor sprake van een volgordelijkheid in hetbereiken van de doelen voor de luchtruimherziening. De commissiebeveelt aan om in de communicatie meer aandacht te besteden aan desamenhang tussen de nieuwe luchtruimindeling en de Hoger Naderen-projecten. Dit advies pakt het programma op. Daarbij wordt ook devolgordelijkheid betrokken, evenals het advies om nader te communi-ceren over de pragmatische verschuiving in de ontwerpvolgorde. In depassage over Hoger Naderen projecten wordt in deze brief ingegaan opde inhoudelijke aanbevelingen rond deze projecten.Totstandkoming van de nieuwe indeling van het luchtruim:zorgvuldig ontwerpprocesDe commissie stelt vast dat een zorgvuldig proces is doorlopen om tot denieuwe indeling te komen. Intensieve internationale samenwerking isdaarin vereist én is, aldus de commissie, zorgvuldig doorlopen. Hetherindelen van het luchtruim kent volgens de commissie veel onderlingeafhankelijkheden die tussen nationale en internationale actoren wordengeadresseerd. Het Nederlandse luchtruim moet aansluiten op hetinternationale luchtruim, en daarbij leidt één wijziging veelal tot verdereaanpassingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12692 De commissie constateert dat de nieuwe indeling drie naderingspuntenheeft en dat een vierde naderingspunt internationaal niet inpasbaar bleek.De commissie beveelt aan om nader toe te lichten dat de internationaleinpasbaarheid de achtergrond is van het luchtruimontwerp zónder vierdenaderingspunt. Deze aanbeveling wordt door het programma opgevolgd.Ook de verdere aanbevelingen van de commissie ten aanzien van deinternationale samenwerking worden overgenomen. Zo zijn de contactenmet de Deense counterparts geïntensiveerd. In de internationale samen-werking is eveneens invulling gegeven aan de oproep van de commissietot urgentie. Er zijn bijvoorbeeld versneld toekomstbestendige afsprakenover het luchtruimbeheer door Duitse en Nederlandse luchtverkeerslei-dingsorganisaties tijdens internationale militaire oefeningen vastgelegd.Veiligheid staat terecht voorop in de nieuwe indeling en het ontwerp-proces. De commissie constateert dat veiligheid in het ontwerpproces isgeborgd. Zij beveelt aan de publieke communicatie over het toetsings-proces voor het behoud van de vliegveiligheid in de nieuwe indeling teversterken.Totstandkoming van de nieuwe indeling binnen bestaande kadersDe commissie constateert dat beleidskeuzes over aantallen vliegbewe-gingen, het al dan niet openen van luchthavens, evenals besluitvormingover het stellen van normen of vergunningen géén onderdeel uitmaaktvan het programma Luchtruimherziening. Deze onderwerpen vallen onderafzonderlijke besluitvormingstrajecten.Ook voor het proces van luchtruimwijzigingen volgt het programmaLuchtruimherziening de huidige regelgeving en maakt zij geen nieuwbeleid. De wettelijke basis voor besluiten over wijzigingen in het luchtruimis opgenomen in art. 5.10 en art. 5.11 van de Wet luchtvaart. Het Besluitluchtverkeer 20142 bevat de kaders voor het ontwerp van luchtruim enprocedures. Het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures3 is eenuitwerking hiervan. In dit wijzigingsproces is opgenomen welke stappenmoeten worden doorlopen alvorens kan worden overgegaan totvaststelling van een wijziging in het luchtruim bij ministeriële regeling enmet publicatie in de Luchtvaartgids. Bij de totstandkoming van deluchtruimherziening wordt dit wijzigingsproces gevolgd. Dit proces biedtook het kader voor de participatie-aanpak en inspraak. De aanpak van hetprogramma beperkt zich echter niet tot het wettelijk voorgeschreventraject en is uitgebreider en intensiever van aard.De commissie benoemt dat het project complex is en constateert datluchtvaart in algemene zin, zeker voor mensen in de nabije omgeving vanluchthavens, effecten heeft op de leefomgeving. De commissie adviseertduidelijkheid over die effecten op de leefomgeving en daarmee samen-hangend een kader voor normering en handhaving. Deze aanbeveling ligtin het verlengde van inzet voor het herstel van de rechtszekerheid vooromwonenden van luchthavens, dat terecht veel aandacht krijgt. Hiertoewordt rondom Schiphol op dit moment gewerkt aan de integrale wijzigingvan het Luchthavenverkeerbesluit. Hiermee kan het regime van antici-perend handhaven beëindigd worden. Voor regionale luchthavens zijnLuchthavenbesluiten (LHB) de basis voor rechtsbescherming en juridischeonderbouwing. Ter onderbouwing van Luchthavenbesluiten worden altijd2Besluit van 5 december 2014 tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer teruitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijkeluchtverkeersregels.3https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtvaart/documenten/publicaties/2023/05/25/wijzigingsproces-luchtruim-en-vliegproceduresTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12693 milieuonderzoeken uitgevoerd, waarbij onder andere wordt gekeken naarde geluideffecten. Ook wordt gewerkt aan een nieuw stelsel voor deregulering van vliegtuiggeluid dat over een aantal jaar van kracht moetworden voor Schiphol en de regionale luchthavens van nationalebetekenis. In dit stelsel vindt, conform ambitie uit de Luchtvaartnota2020–2050, handhaving plaats op basis van normen voor geluid. Hethandhavingsinstrumentarium wordt versterkt en het aantal handhavings-punten uitgebreid; meer in lijn met hoe het nu onder de Omgevingswetvoor weg en spoor is geregeld. De stelselvernieuwing komt aan meerderedoelen tegemoet waaronder het versterken van de individuele (rechts)be-scherming van omwonenden tegen vliegtuiggeluid. Voor de luchtruim-herziening wordt ook bij deze kaders rondom luchthavens aangesloten.Projecten Hoger NaderenDe commissie onderstreept het belang van de Hoger Naderen projectenten behoeve van de doelstelling op leefomgevingskwaliteit. In de HogerNaderen projecten wordt continu dalen via vaste naderingsroutes in eengebied van 45 tot 15 km voor de luchthaven voorbereid ter verminderingvan geluid op de grond nabij luchthavens. Hoger Naderen wordtgefaseerd per burgerluchthaven voorbereid. De commissie benadrukt hetonderscheid tussen de besluitvorming over de nieuwe indeling enerzijdsen de besluitvorming over de Hoger Naderen-projecten anderzijds. Ookadviseert de commissie over communicatie, participatie en verwachtings-management over de effecten. Specifiek beveelt de commissie aan om hetLeertraject Hoger Naderen Schiphol 1, dat reeds is gestart in de huidigeluchtruimindeling, maximaal te benutten, om belanghebbenden actief tebetrekken en om zoveel mogelijk duidelijkheid te krijgen over de effectenvan vaste routes op de leefomgeving en dit transparant met de belang-hebbenden te delen.De aanbevelingen over participatie, verwachtingsmanagement en degeadviseerde effectanalyses worden in het Leertraject betrokken. Daarinwordt, met een speciaal ingestelde klankbordgroep van vertegenwoor-digers van omgevingspartijen, provincie Noord-Holland en de luchtvaart-sector, gewerkt aan een advies over de ontwerpvarianten en eenvoorkeursvariant, de evaluatiecriteria en de onafhankelijk uit te voereneffectanalyses. In aanvulling op het advies van de klankbordgroep vindt inhet Leertraject consultatie plaats voor de brede omgeving. De adviezenvan de commissie worden hierbij van harte meegenomen, evenals in deverdere inrichting van de Hoger Naderen-projecten.De commissie beveelt aan om in de toekomst hoger naderen vanaf eengrotere hoogte mogelijk te maken. Deze aanbeveling wordt betrokken inde verdere doorontwikkeling van de Hoger Naderen projecten. Met destapsgewijze ontwikkeling van Hoger Naderen projecten wordt aange-sloten bij het advies om een permanent programma in te richten voordeze luchtruimwijzigingen. Dit sluit aan bij de internationale en Europeseafspraken over Continuous Descent Operations (CDO).Participatie en communicatieDe commissie constateert dat het programma voldoet aan de wettelijkevereisten voor participatie. Daarenboven heeft al vanaf vroeg in hetprogramma luchtruimherziening brede participatie plaatsgevonden en isde luchtruimherziening ook vroegtijdig en doorlopend interbestuurlijkbesproken. Vragen, zorgen en aandachtspunten van stakeholders zijnhierdoor goed in beeld. Ook in het onderzoek en het advies van decommissie is maatschappelijke inbreng nadrukkelijk betrokken doormiddel van de klankbordgroep die zij instelde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12694 De commissie onderschrijft het belang van verwachtingsmanagementover de invloed en reikwijdte van de participatie. Het onderscheid dat decommissie maakt tussen de besluitvormings- en participatietrajecten voorenerzijds de nieuwe indeling en anderzijds de Hoger Naderen-projecten isvan groot belang en behulpzaam voor vervolgstappen voor participatie.Voor de nieuwe indeling zijn de mogelijkheden om aanvullende specifiekewensen uit de omgeving mee te nemen beperkt, vanwege onder meer degenoemde internationale afhankelijkheden en veiligheid in het complexeroutestelsel in het luchtruim. Bij het lopende leertraject en vervolgpro-jecten Hoger Naderen is participatie juist een wezenlijk onderdeel van hetontwerpproces en is, zoals ook hierboven weergegeven, de invloed vande participatie groot.De aanbevelingen die de commissie doet voor aanvullingen in decommunicatie worden overgenomen. Dit betreft het gebruik vanterminologie en het geven van verdere toelichting op specifieke onder-werpen, evenals toelichting op General Aviation in de nieuwe luchtruimin-deling. Een specifieke aanbeveling van de commissie betreft het verduide-lijken van het begrip «capaciteit» voor het luchtruim. Deze aanbeveling iszowel relevant voor inhoudelijke verduidelijking als om te onderschrijvendat de luchtruimherziening niet gaat over nieuwe beleidskeuzes overvliegtuigbewegingen, al dan niet openstellen van luchthavens of hetopstellen van verder beleid over luchtvaart. Het begrip capaciteit heeftvoor het luchtruim een andere betekenis dan het maximaal aantaltoegestane vliegtuigbewegingen per jaar op een luchthaven. In de nieuweindeling betekent het begrip capaciteit het aantal bewegingen dat door deverkeersleiding op elk moment in een luchtruimsector veilig en robuustkan worden afgehandeld, gebaseerd op het huidige aanbod van vlieg-verkeer. Dat betekent dat de zogeheten vliegschema’s van vertreklucht-havens naar hun bestemming zijn gebruikt als input. Daarbij is gekeken ofdat verkeer ook in een aangepast luchtruim kan worden afgehandeld.Effecten voor de leefomgevingDe commissie hecht eraan dat de MER-systematiek wordt gehanteerd omde besluitvorming over de nieuwe indeling te onderbouwen. Decommissie wijst erop dat deze systematiek voorschrijft om effecten tebepalen voor geluid, emissies van stikstof, CO2 en fijnstof en omonderscheid te maken tussen de effecten van de autonome ontwikke-lingen en de effecten van het voorstel zelf. Dit is volgens de commissienog onvoldoende uitgevoerd in de eerdere analyses. De commissie steltverder vast dat de eerdere plan-MER uit 2022 niet meer voldoet vanwegeenkele aanpassingen die sindsdien hebben plaatsgevonden. Belangrijkewijziging is dat er bij de eerdere plan-MER nog werd uitgegaan van eenvierde naderingspunt. Dit vierde naderingspunt maakt echter geenonderdeel meer uit van het ontwerp wat gevolgen heeft voor de effectenvan het ontwerp op omvliegen/uitstoot, zoals de NLR-effectanalyse op hetSchetsontwerp liet zien. De commissie adviseerde als instrument eennieuwe plan-MER. De concrete aanbevelingen laten enige ruimte voor eennadere keuze tussen het uitvoeren van een plan- of project-MER.Aan het advies wordt invulling gegeven door bij de nieuwe indeling inaanvulling op de reeds uitgevoerde plan-MER een uitgebreide effect-analyse uit te voeren. Met het uitvoeren hiervan wordt het geheel aaneffecten in beeld gebracht, inclusief lokale effecten. De door deCommissie geadviseerde MER-systematiek zal worden gehanteerd.Daarbij worden niet alleen de wettelijk verplichte geluidscontouren inbeeld gebracht, ook effecten buiten de contouren worden berekend. In lijnmet het eerdere advies van de onafhankelijke Commissie mer op deplan-MER uit 2022 worden de lokale effecten inzichtelijk gemaakt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12695 waaronder geluid, stikstofdepositie en fijnstof. Het toegenomen detail-niveau van de nieuwe indeling maakt deze lokale verfijning mogelijk.Indien van toepassing dient vooraf aan implementatie een wijziging plaatste vinden van het Luchthaven(verkeer)besluit van de desbetreffendeluchthaven. Hierbij wordt indien wettelijk voorgeschreven een m.e.r-procedure en bijbehorende inspraak doorlopen.Naar aanleiding van de aanbevelingen is ook bezien op welke wijze deeffecten van het militaire luchtruim zo goed mogelijk in beeld kunnenworden gebracht. De combinatie van de hoge vlieghoogte van dejachtvliegtuigen, de (relatief) beperkte aantallen vliegtuigbewegingen –waarvan het grootste deel boven zee plaatsvindt – en de grote spreidingvan vluchten maakt het niet mogelijk om exacte lokale geluids- enemissieberekeningen te maken die voldoen aan wetenschappelijke enmethodologische eisen. Om desondanks zo goed mogelijk inzicht tebieden in de mogelijke effecten op de leefomgeving onder de militaireoefenruimtes, zal daarom een kwalitatieve beschrijving worden gegevenvan de huidige effecten en wat er in de uitbreiding van het oefengebiedwel en niet te verwachten is. Deze beschrijving wordt gebaseerd opbeschikbare kennis over vlieghoogtes, gebruiksintensiteit en de aard vande activiteiten. Exacte kwantitatieve waarden, kunnen voor deze grotemilitaire oefenruimtes op grote hoogte niet worden vastgesteld, zoals datwel mogelijk is rondom de vliegbases.Effecten Hoger NaderenDe commissie stelt vast dat de eerdere plan-MER uit 2022 ook niet meervoldoet vanwege het feit dat Hoger Naderen niet langer onderdeel is vande nieuwe indeling. De commissie kan zich vinden in de aanpak dat HogerNaderen afzonderlijke projecten zijn met eigen participatie- en besluitvor-mingsprocessen. Voor de Hoger Naderen projecten zullen afzonderlijkeeffectbeoordelingen nodig zijn die kunnen plaatsvinden nadat debenodigde vaste naderingsroutes in samenspraak met de omgeving zijnontworpen. Daarbij is continue dalen vanaf 6.000 voet het uitgangspunt.Voor Hoger Naderen zijn de wettelijke voorschriften zoals opgenomen inonder meer de Wet Luchtvaart, het Besluit burgerluchthavens en hetBesluit milieueffectrapportage leidend. Voor zover van toepassing vindteen wijziging plaats van het Luchthaven(verkeer)besluit van de betref-fende luchthaven inclusief zo nodig een mer-procedure en bijbehorendeinspraak.Lelystad AirportDe commissie heeft enkele aanbevelingen over de inpassing van LelystadAirport en bijbehorende effectanalyses gedaan voor het toekomstigluchtruim. Sinds het uitkomen van het advies is er meer duidelijk overingebruikname van Lelystad Airport. De Kamer is separaat geïnformeerdover de uitwerking van het coalitieakkoord over ingebruikname LelystadAirport.Sinds het uitkomen van het advies is het kabinetsbesluit bekend gemaaktvoor militair medegebruik van Lelystad Airport.Voorbereidingen wordenin gang gezet om de noodzakelijke militaire transitroutes voor2.300 sorties jachtvliegtuigen van en naar het militair oefengebied teontwerpen, in samenhang met 10.000 vliegtuigbewegingen civiel verkeeren general aviation. Voor de aanpassingen van de civiele aansluitingen isde huidige routeset geen uitgangspunt. Wel, en dit benadrukt decommissie, zal continu klimmen en dalen het uitgangspunt blijven. VanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12696 een doorgroei naar 45.000 vliegtuigbewegingen civiel verkeer, waar decommissie over spreekt, is momenteel geen sprake.De stationering van jachtvliegtuigen op Lelystad Airport vereist eenzorgvuldig en meerjarig proces. Defensie voorziet een gefaseerdontwikkeltraject met een ingroeipad van zo’n tien jaar, inclusief debenodigde fysieke uitbreidingen van de luchthaven. Zodra er meerhelderheid is over de verdere planning wordt de Kamer nader geïnfor-meerd. Participatie met stakeholders over de militaire en civiele routes ishier onderdeel van. Om de stationering van jachtvliegtuigen mogelijk temaken op Lelystad Airport, vindt te zijner tijd een wijziging van hetLuchthavenbesluit plaats, inclusief een mer-procedure en inspraak.Daarbij zullen ook de effecten van de militaire en civiele luchtruimwijzi-gingen voor het luchtverkeer met inbegrip van de general aviation,inzichtelijk worden gemaakt in verband met wijzigingen in geluidscon-touren en/of grenswaarden. Dit is conform de aanbevelingen van decommissie. De luchtruimwijzigingen worden vastgesteld door ondergete-kenden op grond van de Regeling luchtverkeersdienstverlening enworden in de Luchtvaartgids (AIP) gepubliceerd.Tot slotHet programma Luchtruimherziening werkt aan een integrale herzieningvan een adaptief en toekomstbestending luchtruim. Sinds het begin vande luchtvaart heeft geen groot onderhoud aan het luchtruim plaatsge-vonden, terwijl het gebruik is veranderd en aanvullende eisen wordengesteld aan bijvoorbeeld geluidsreductie en beperking van deCO2-uitstoot. Ook de eisen voor de militaire grondwettelijke taak voor hetwaarborgen van de nationale veiligheid zijn veranderd, evenals detoestellen waarmee de luchtmacht deze taak invult. Het herzien van hetluchtruim boven Nederland is dan ook een grote opgave die zowel grotezorgvuldigheid vraagt als afstemming met de ons omliggende landen ende luchtverkeersleidingsorganisaties en mede daardoor een langedoorlooptijd kent. De conclusies en aanbevelingen van de externeadviescommissie zijn zeer behulpzaam bij de verdere uitwerking, zowelvoor de nieuwe indeling als voor het lopende leertraject en vervolgpro-jecten Hoger Naderen.Met de adviezen in de hand wordt toegewerkt naar publicatie van eenVoorlopig Ontwerp van de nieuwe indeling ter besluitvorming. HetVoorlopig Ontwerp met bijbehorende effectanalyses wordt naarverwachting eind 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden, ter voorbe-reiding op nadere uitwerking, toetsing en implementatie van de nieuweindeling (naar verwachting 2031–2032). Bij de publicatie van het VoorlopigOntwerp wordt, conform eerdere toezegging,4 in een op voorhanggelijkende procedure de inbreng van de Kamer gevraagd, zodat deze in devaststelling kan worden betrokken.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansDe Staatssecretaris van Defensie,D.G. Boswijk4Tweede Kamer vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 31 936, nr. 1117Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12697

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6644fb3102685858

14 okt 2026 · 1164f52a6cd81c07

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.