Tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD 11/6)
Tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
document · 7 okt 2026 · Tweede Kamer
Vreemdelingen- en asielbeleid Voorzitter: Michon-Derkzen Vreemdelingen- en asielbeleid Aan de orde is het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD d.d. 11/06). De voorzitter: Goedenavond. Ik heropen deze vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Dat gaat over het commissiedebat van 11 juni. Daarin hebben negen sprekers zich aangemeld. De eerste spreker in dit debat is mevrouw Westerveld. Zij spreekt namens PRO. Overigens heet ik natuurlijk de minister van Asiel en Migratie van harte welkom, voor ik het vergeet. Mevrouw Westerveld. Mevrouw Westerveld (PRO): Dank, voorzitter. Ik begin met het OVV-rapport van twee weken geleden. Daarin kwamen geen nieuwe conclusies naar voren, maar wel heel heftige conclusies: kinderen worden in de noodopvang structureel blootgesteld aan onveilige omstandigheden die ernstige risico's voor hun ontwikkeling opleveren. Ik hoor ditzelfde ook van docenten die deze kinderen proberen te helpen. Ik vind dat we dit niet kunnen accepteren in Nederland. Ik denk dat een groot deel van de Kamer dat ook met ons eens is. Al in juni werd de motie van de heer Ceder van de ChristenUnie en mij aangenomen. Die vroeg om te onderzoeken of rijksvastgoedlocaties konden worden ingezet als langjarige opvanglocaties voor kinderen. Ik wil de minister vragen hoe het staat met dat onderzoek. Is er al een formeel verzoek gedaan om te helpen? Voorzitter. De OVV dringt ook aan op verbetering binnen zes maanden. Kan de minister deze verbetering toezeggen? Op 4 februari diende ik een motie in die vroeg om geen nieuwe kinderen in een noodopvang te plaatsen. Er is dus geen gebrek aan aangenomen moties; er zijn genoeg aanmoedigingen voor de minister en het kabinet. Ik wil hem vragen hoe het daarmee staat. Voorzitter. Dan naar Ter Apel. Vanochtend kwam er een bericht dat ook kwetsbaren binnenkort moeten wachten. Ook hierbij vind ik dat de minister verantwoordelijkheid moet nemen. Daarover heb ik een motie, die mede namens de heer Bushoff wordt ingediend. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het COA waarschuwt dat het steeds moeilijker wordt om kwetsbare mensen direct onderdak te bieden in Ter Apel; verzoekt de minister verantwoordelijkheid te nemen en te voorkomen dat kinderen en kwetsbare mensen buiten moeten slapen; verzoekt de regering de Kamer wekelijks op de hoogte te stellen zolang de gecontroleerde toegang duurt van de ontwikkelingen in Ter Apel met aantallen mensen die dagelijks overdag en 's nachts buiten moeten verblijven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Bushoff. Zij krijgt nr. 3635 (19637). Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is de heer Ceulemans. Hij spreekt namens JA21. De heer Ceulemans (JA21): Voorzitter, dank u wel. Het coalitieakkoord is heel helder: als de asielketen bezwijkt onder de asielinstroom, dan treft het kabinet aanvullende instroombeperkende maatregelen. Niemand kan nog ontkennen dat we al lang en breed op dat punt zijn aanbeland. Wanneer gemeenten met de Spreidingswet, die wij willen intrekken, worden gedwongen om asielopvangplekken te leveren, is de keten al bezweken, maar de situatie gaat van kwaad tot erger. Vandaar de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat Nederland de asielaanvragen van ruim 140.000 Oekraïners die momenteel onder de RTB vallen alsnog in behandeling moet nemen; constaterende dat de regering aangeeft dat dit "zeker extra druk" op het asielstelsel gaat leggen, boven op de nog altijd hoge reguliere asielinstroom; constaterende dat het COA aangeeft acuut honderden opvangplekken tekort te komen; constaterende dat in het coalitie- en regeerakkoord is opgenomen dat indien het aantal asielaanvragen fors stijgt en de asielketen bezwijkt onder de instroom, er aanvullende instroombeperkende maatregelen worden genomen; overwegende dat exact van deze situatie nu sprake is geworden; verzoekt de regering per direct over te gaan tot het nemen van aanvullende instroombeperkende maatregelen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Boomsma. Zij krijgt nr. 3636 (19637). De heer Ceulemans (JA21): Dan de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet binnen korte tijd aan de hand van openbare bronnen een nieuw landenbeleid voor Oekraïne heeft opgesteld waarin regio's als binnenlandse beschermingsalternatieven zijn aangewezen; overwegende dat de terugkeer van in Nederland verblijvende Syrische asielzoekers en Syrische statushouders met een tijdelijke verblijfsvergunning topprioriteit dient te krijgen; verzoekt de regering het aangekondigde nieuwe landenbeleid voor Syrië maximaal te versnellen naar voorbeeld van het nieuwe Oekraïense landenbeleid; verzoekt de regering tevens om per direct over te gaan tot het herbeoordelen van tijdelijke verblijfsvergunningen van Syrische statushouders, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Boomsma. Zij krijgt nr. 3637 (19637). De heer Ceulemans (JA21): Dan de laatste motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) vaak door ouders vanuit opvangplekken in bijvoorbeeld Turkije vooruit worden gestuurd om asiel aan te vragen in Nederland, in de hoop dat de rest van het gezin later kan nareizen met een beroep op het recht op gezinshereniging via artikel 8 EVRM; overwegende dat het onwenselijk is dat het beleid zo een prikkel bevat om minderjarigen alleen vooruit te sturen langs vaak gevaarlijke routes en hen te scheiden van hun ouders; overwegende dat de komst van amv's de afgelopen jaren snel is gestegen en de Tweede Kamer onlangs wetgeving heeft aangenomen die een wachttijd van twee jaar introduceert voor gezinshereniging; overwegende dat bijvoorbeeld Noorwegen goede ervaringen heeft opgedaan met gezinshereniging in derde landen door een aanvullende toets van waar het gezin zich bevindt en of het daar veilig is; verzoekt de regering in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om bij aanvragen voor gezinshereniging door amv’s in Nederland die te laten plaatsvinden in het derde land waar de rest van het gezin zich bevindt, conform de Noorse aanpak, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans, Boomsma, Diederik van Dijk en Keijzer. Zij krijgt nr. 3638 (19637). Dank u wel. Let u alstublieft op de tijd, want twee minuten is maar een beperkte tijd en u had nogal lange moties. De volgende spreker in dit debat is de heer Ellian. Hij spreekt namens de VVD. Gaat uw gang. De heer Ellian (VVD): Dank, voorzitter. We hebben het de laatste tijd veel gehad over de overlast in het openbaar vervoer. Althans, veel collega's hebben daar vragen over gesteld. Ik ben afgelopen vrijdag mee geweest op de trein. Degenen die mij kennen, weten dat dat in mijn geval ook nogal wat extra werk vergt. Ik vond het ongelofelijk wat ik zag. Ik vond het echt ongelofelijk. Het is heel evident dat die boa's van Arriva mensen ter plekke moeten kunnen identificeren. Het is duidelijk dat de politie daar niet echt op zit te wachten. Die zijn een beetje moe. Die zien telkens dezelfde personen terugkomen en die hebben een hele hoop andere dingen te doen. Dat begrijp ik ook. Ik zag drie veiligelanders met opgeschoren koppies met nul respect voor de politie, die — ik zeg het maar — ondertussen alle jonge blonde meisjes nakeken. Ik heb me ingehouden om daar geen stampei te maken. Dit is echt nul komma nul te accepteren. Ik denk overigens niet dat deze mensen gaan veranderen, zeg ik erbij. Daarom heb ik de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat asielzoekers al vele jaren structureel overlast veroorzaken in het openbaar vervoer van en naar Ter Apel en vervoerders met hun handen in het haar zitten; van mening dat de veiligheid van reizigers en medewerkers in het openbaar vervoer centraal staat; verzoekt de regering om zo snel mogelijk te bewerkstelligen dat boa's van Arriva meer mogelijkheden krijgen om snel de identiteit van verdachten vast te stellen door een vergelijkbare pilot te introduceren als in Rotterdam via het RTIC en tegelijkertijd te kijken naar een toekomstbestendig juridisch kader; verzoekt de regering tevens om algehele reisverboden op te leggen indien een asielzoeker drie keer geverbaliseerd is voor zwartrijden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian. Zij krijgt nr. 3639 (19637). De heer Ellian (VVD): Voor de kijker thuis zeg ik nog dat het RTIC een systeem van de politie is. Dank, voorzitter. De andere motie dien ik in bij het volgende tweeminutendebat. De voorzitter: Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is de heer Diederik van Dijk. Hij spreekt namens de SGP. De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee verrijkingen van de stemmingslijst. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de IND in de Stand van de Uitvoering 2026 aangeeft dat de AI-ontwikkelingen sneller gaan dan de organisatie kan bijbenen en oproept te komen tot duidelijkere wetgeving rond de inzet van AI; constaterende dat landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk reeds AI inzetten ter ondersteuning van asiel- en migratieprocedures; overwegende dat verantwoorde inzet van AI kan bijdragen aan snellere en doelmatigere besluitvorming door de IND; verzoekt de regering op korte termijn de wettelijke belemmeringen voor inzet van AI bij IND in kaart te brengen, te komen met voorstellen om deze belemmeringen te verhelpen en daarbij voorbeelden van andere landen te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk. Zij krijgt nr. 3640 (19637). De heer Diederik van Dijk (SGP): Dan mijn tweede motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat asielzoekers op grond van de Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen 2008 (Reba) een eigen bijdrage verschuldigd zijn voor hun opvang en verstrekkingen wanneer zij beschikken over inkomen uit arbeid, een uitkering of vermogen; constaterende dat het kabinet voornemens is de wachttijd voor arbeid door asielzoekers te verkorten van zes naar drie maanden; overwegende dat asielzoekers met inkomen of vermogen een eigen bijdrage aan hun opvang betalen, maar dat deze bijdrage is gemaximeerd op €571,24 per maand voor alleenstaanden en €1.468,19 per maand voor een gezin met twee volwassenen en twee minderjarige kinderen; overwegende dat de opvangkosten per azc-bewoner ruim €2.100 per maand bedragen en dat de maximale eigen bijdrage daar aanzienlijk onder ligt; overwegende dat naarmate asielzoekers eerder en meer gaan verdienen een hogere bijdrage aan de eigen opvangkosten gerechtvaardigd is; verzoekt de regering een verkenning uit te voeren naar herziening van de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers met als doel de eigen bijdrage beter aan te laten sluiten bij de werkelijke opvangkosten, en de uitkomsten hiervan voor de behandeling van begroting Asiel en Migratie aan de Kamer voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Ellian en Boomsma. Zij krijgt nr. 3641 (19637). De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De volgende spreker in het tweeminutendebat is de heer Vermeer — mevrouw Van der Plas is getransformeerd in de heer Vermeer — die spreekt namens de BBB. De heer Vermeer (BBB): Kan gebeuren, hè? Voorzitter. Een motie over de aandacht voor kleine en landelijke gemeenten bij het uitvoeren van de Spreidingswet. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat kleine en landelijke gemeenten vaak beschikken over beperkte politiecapaciteit, zorg, openbaar vervoer en betaalbare woningen; overwegende dat de gevolgen van asielopvang voor deze gemeenten daardoor anders en soms groter zijn dan voor stedelijke gemeenten; verzoekt de regering bij het opnemen van gemeenten op de escalatieladder van de Spreidingswet en in de gesprekken met gemeenten expliciet rekening te houden met de schaal, draagkracht en voorzieningen van kleine en landelijke gemeenten, en niet tot verdere escalatie over te gaan wanneer de veiligheid en basisvoorzieningen onvoldoende kunnen worden gewaarborgd, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Van der Plas. Zij krijgt nr. 3642 (19637). De heer Vermeer (BBB): Voorzitter. Ik heb nog een tweetal vragen aan de minister. Mijn eerste vraag gaat over de aangenomen motie die BBB samen met SGP en ChristenUnie heeft ingediend om het landenbeleid van Syrië, specifiek ten aanzien van Syrische christenen, te herzien. Kan de minister ons vertellen hoe het staat met de uitvoering van die motie? Mijn tweede vraag gaat over de petitie "Stuur Jezidi's niet terug, de situatie in Irak is voor hen niet veilig", die wij als Kamerleden vorige week in ontvangst hebben genomen. Kent de minister deze petitie? Is hij bereid om hierop nu te reageren, en anders schriftelijk op korte termijn? Dank u wel. De voorzitter: Dank, meneer Vermeer. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Van Asten. Hij spreekt namens D66. De heer Van Asten (D66): Dank, voorzitter. Het verzoek over de petitie van de jezidi's heb ik vandaag ook in de pv gedaan, dus ik ben ook erg benieuwd naar de reactie van de minister daarop. Voorzitter. Ik heb een vraag en een motie, die ik ga verdelen over de twee debatten. Ik begin met de motie, want die zit mij het meeste dwars. We hebben te maken gehad met de 50.000 wachtende mensen die onder het Migratiepact nu eigenlijk op achterstand staan. Hun aanvraag blijft langer liggen. Deze groep mensen krijgt eigenlijk maar mondjesmaat te horen wat hun proces zal zijn. Daarom de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat met de invoering van het Migratiepact voor een grote groep personen met een lopende asielaanvraag onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor hun procedure en wachttijd; constaterende dat er weinig directe communicatie is geweest richting personen met een lopende procedure sinds invoering van het pact; overwegende dat ketenpartners signaleren dat er onder deze groep veel onduidelijkheid bestaat over hun asielaanvraag, wat zonder verbeterde communicatie leidt tot meer onrust op opvanglocaties; overwegende dat het onderdeel is van betrouwbaar bestuur dat betrokkenen volledig worden geïnformeerd wanneer regelgeving wordt gewijzigd; verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat deze groep zo snel mogelijk, maar in ieder geval vóór 12 december 2026, wordt geïnformeerd door de IND, waarbij in ieder geval wordt uitgelegd welk tijdspad aanvragers kunnen verwachten, wat de mogelijke gevolgen voor hun procedure zijn en bij welk contactpunt zij terechtkunnen voor vragen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Asten. Zij krijgt nr. 3643 (19637). Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Straatman. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage, die zij levert namens het CDA. Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. Ik heb het vaker gezegd: in een goedwerkend asielsysteem is er niet alleen grip op de instroom, maar maken we ook werk van effectief terugkeerbeleid. Het is daarom ook goed dat vandaag het wetsvoorstel Strafbaarstelling terugkeerfrustreerders in consultatie is gegaan. Waar internationale verdragen een effectief terugkeerbeleid in de weg staan, moeten we dat ook durven benoemen. Om op lange termijn toe te werken naar een asielsysteem buiten Europa en om op korte termijn illegalen terug te sturen naar het land van herkomst via terugkeerhubs, is het nodig om verdragen te moderniseren. Dit proces vraagt een lange adem. Daarom doe ik nogmaals de oproep aan de minister om in de tussentijd met de rechtspraak in gesprek te blijven en die aan de voorkant te betrekken bij nieuw terugkeerbeleid, zoals terugkeerhubs, om uitvoerbaar terugkeerbeleid mogelijk te maken. Want juist in een rechtsstaat mag je elkaar ook wijzen op ieders verantwoordelijkheid. Voorzitter. Tot slot heb ik ook nog een motie, over de terugkeer van criminele vreemdelingen en statushouders. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid van belang is dat criminele vreemdelingen en statushouders zo snel mogelijk Nederland uitgezet worden; constaterende dat in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg een pilot is gestart waarbij criminele vreemdelingen en statushouders die zware misdrijven hebben gepleegd, uitgezet worden door het inzetten van strafvermindering; constaterende dat Nederlandse wetgeving voorziet in een regeling voor strafonderbreking, maar dat die regeling nu hoofdzakelijk wordt toegepast bij vreemdelingen en statushouders die lichte strafbare feiten hebben gepleegd; verzoekt de regering met een plan van aanpak te komen om naar Duits voorbeeld ook criminele vreemdelingen en/of statushouders die zware strafbare feiten hebben gepleegd middels de regeling voor strafonderbreking Nederland uit te zetten, en daarbij ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van slachtoffers, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Straatman. Zij krijgt nr. 3644 (19637). Dank u wel. Dit leidt tot een vraag van mevrouw Vondeling. Mevrouw Vondeling (PVV): Ik heb één vraag ter verduidelijking. Stel je voor dat een criminele vreemdeling een meisje verkracht en hiervoor celstraf krijgt opgelegd, die vaak niet hoog is in Nederland. Pleit het CDA er dan voor om deze verkrachter eigenlijk een lage straf te geven in de hoop dat hij dan wordt uitgezet, terwijl onze grenzen wagenwijd openstaan en hij gewoon weer terug naar Nederland kan komen? Is dat wat het CDA wil? Mevrouw Straatman (CDA): Nee, zeker niet. We willen ook helemaal niets doen aan de straf. Maar we hebben op dit moment in ons systeem de mogelijkheid om te zeggen dat een deel van de straf uitgezeten kan worden in het land van herkomst of om een kortere straf te onderbreken zodat je daadwerkelijk iemand kan terugsturen. Nu zien we dat mensen na detentie vrijkomen en dat we het heel erg ingewikkeld vinden om die personen terug te sturen. Juist van iemand die zo gevaarlijk is voor de veiligheid op straat, heb ik liever dat die zo snel mogelijk teruggaat naar het land van herkomst. Als we dan het middel van strafonderbreking hebben, laten we dat dan gebruiken, want dat werkt in Duitsland. Daarmee zijn hele zware criminelen uitgezet. Ik hoop dat ik de PVV aan mijn zijde vind om zware criminelen zo snel mogelijk het land uit te zetten. De voorzitter: Ik wil het tot één vraag beperken, want we hebben hierna nog een tweeminutendebat en we moeten nog een begroting doen vanavond. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Russcher. Hij doet die namens Forum voor Democratie. De heer Russcher (FVD): Dank, voorzitter. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat met de val van het Assadregime de primaire bron van onveiligheid waarop het eerdere asielbeleid voor Syriërs was gebaseerd, is komen te vervallen; constaterende dat bij de beoordeling of bescherming niet langer noodzakelijk is, op grond van de Kwalificatieverordening, dat nauwkeurige en actuele landeninformatie moet worden betrokken en dat deze beoordeling niet uitsluitend afhankelijk is van een volgend algemeen ambtsbericht; overwegende dat het kabinet heeft aangegeven de verblijfsvergunningen van Syrische statushouders te willen herbeoordelen zodra dit juridisch mogelijk is; verzoekt de regering daarom niet uitsluitend het volgende algemene ambtsbericht af te wachten, maar doorlopend alle beschikbare actuele landeninformatie te benutten om zo snel mogelijk vast te stellen voor welke regio's en groepen sprake is van een voldoende ingrijpende en niet-voorbijgaande verandering van omstandigheden, en direct te starten met de herbeoordeling van de betreffende Syrische statushouders met het oog op intrekking van hun verblijfsvergunning en terugkeer naar Syrië, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher. Zij krijgt nr. 3645 (19637). De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat Syrische asielzoekers die de openbare orde verstoren of strafbare feiten plegen en geen recht meer hebben op verblijf in Nederland, zo spoedig mogelijk dienen terug te keren naar Syrië; constaterende dat gedwongen terugkeer naar Syrië nog altijd niet plaatsvindt; constaterende dat de diplomatieke contacten met de Syrische autoriteiten inmiddels zijn geïntensiveerd en gesprekken over gedwongen terugkeer plaatsvinden; verzoekt de regering aan de Kamer op korte termijn concreet uiteen te zetten welke belemmeringen gedwongen terugkeer naar Syrië nog in de weg staan, welke stappen worden gezet om deze weg te nemen en wanneer de regering verwacht daadwerkelijk met gedwongen terugkeer te kunnen beginnen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher. Zij krijgt nr. 3646 (19637). De heer Russcher (FVD): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Vondeling. Zij spreekt namens de PVV. Mevrouw Vondeling (PVV): Voorzitter. Het is ongekend wat een puinzooi de minister ervan maakt. Niet alleen voert hij geen asielstop in, er komen ook nog eens 140.000 asielaanvragen van Oekraïners bij. Heel Nederland stroomt over, iedere week is er geweld door asielzoekers en zelfs COA-medewerkers zijn niet meer veilig. Het is duidelijk dat onze grenzen dicht moeten, tuig ons land uit moet en we alle Syriërs terug naar Syrië moeten sturen. Daarom de volgende moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering een totale asielstop in te voeren en criminele vreemdelingen het land uit te zetten, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling. Zij krijgt nr. 3647 (19637). De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering alle in Nederland verblijvende Syriërs uit te zetten naar Syrië, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling. Zij krijgt nr. 3648 (19637). Mevrouw Vondeling (PVV): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 19.30 uur en dan gaan we luisteren naar de reactie van de minister. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We spreken met elkaar in dit tweeminutendebat over het vreemdelingen- en asielbeleid. Het woord is aan de minister voor zijn reactie op de ingediende moties en het antwoord op een enkele vraag. Minister Van den Brink: Dank u wel, voorzitter. Ik ga dat gewoon in volgorde doen en daarom heb ik soms een vraag samengepakt met een motie. Ik begin met de vraag van mevrouw Westerveld over het OVV-rapport. Wij nemen die analyse natuurlijk heel serieus. U wijst er terecht op dat het niet alleen een analyse van de afgelopen periode is, maar van een veel langere periode. Daarom heb ik ook gezegd dat ik alles op alles ga zetten. Met een aantal elementen kunnen we nu al aan de slag, bijvoorbeeld kijken naar de locaties waarover signalen binnenkomen. Daar zijn we al mee gestart, maar ik kom voor de begrotingsbehandeling met een reactie op het rapport. Daarin zal ik duidelijk maken hoe we daarmee omgaan. We zetten alles op alles, vandaag ook weer op het moment dat het gaat over een tekort aan opvangplekken. Daarbij wil ik ook nu weer benadrukken dat het niet alleen gaat om een kwantitatief vraagstuk, maar ook om een kwalitatief vraagstuk. We hebben namelijk gewoon reguliere opvangplekken nodig om ervoor te zorgen dat die 7.000 kinderen niet langer in de noodopvang hoeven te verblijven. U vroeg ook naar het Rijksvastgoedbedrijf. Dat is absoluut een van de gesprekspartners. Dus daar heb ik zeker uitvraag gedaan. Ik heb ook weleens aanbod gekregen, net zoals overigens van Defensie. Maar tegelijkertijd: op het moment dat we daarover in gesprek gaan met gemeentes, komen er ook wel weer obstakels op de weg. Dus we zullen waarschijnlijk in de komende week vast wel een keer een locatie openen op een Defensieterrein of op een Rijksvastgoedlocatie. Maar ja, het is nog steeds niet genoeg geweest om de situatie in Ter Apel op te vangen. Dat is ook de reden waarom er vanochtend weer nieuws over was. U vroeg in de eerste motie, de motie op stuk nr. 3635, om de situatie in Ter Apel wekelijks in beeld te brengen en dan name het aantal mensen dat dagelijks overdag en 's nachts buiten moeten verblijven. Ik heb zelf ook weleens nagedacht over hoe ik dat op een goede manier zou kunnen doen. U had die vraag namelijk ook al in het debat. Ik moet er wel bij zeggen: 's nachts buiten moeten verblijven, dat hebben we dit moment nog niet gehad. Er verblijven dus wel mensen buiten, maar dat is ook omdat mensen ervoor kiezen om buiten te verblijven. Maar dat is een appel-of-een-eidiscussie of kip-of-eidiscussie. Er zijn tot nu toe nachtopvanglocaties in voldoende mate aanwezig geweest, maar terecht wordt ervoor gewaarschuwd door het COA dat dat ook in de knel kan komen. Ik zit dus een beetje ... Ik kan het best in beeld brengen, want wekelijks zijn er gewoon cijfers over het aantal mensen dat in de noodopvanglocatie of op de locatie van het Rode Kruis verblijft, ook in de nachtopvang. Maar dat zegt dan weer niks over hoeveel mensen er misschien buiten hebben gestaan en hoe dat is verlopen. Dus ... En "elke week" vind ik ook wel een beetje gek. Dus laat ik nou eerst eens proberen om voor de begroting even goed in beeld te brengen wat er de afgelopen week is gebeurd, want we hebben daar echt wel cijfers over. Dan kunnen we met elkaar vaststellen welke frequentie we daaraan kunnen geven. U heeft er echt ook recht op, denk ik, om mij te controleren en hoe dit verloopt. Dan breng ik het eerst eens even in beeld bij de begroting. Daarmee ontraad ik de motie onder toezegging dat ik er bij de begroting op terugkom. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3635 wordt ontraden. Mevrouw Westerveld, ik wil graag dat we ons beperken tot één vraag per motie door de indiener. Mevrouw Westerveld (PRO): Ik begrijp goed wat de minister hier zegt. We kunnen natuurlijk ook nog even goed kijken naar het dictum van de motie. Het gaat mij erom dat we wel met elkaar de urgentie blijven uitstralen dat er meer hulp nodig is. Ik ga dus zelf nog wel even goed naar de motie kijken, maar ik snap wat de minister daarover zegt. Minister Van den Brink: Ja. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3635 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 3636. Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3636 brengt allerlei zaken bij elkaar die niet zozeer direct met elkaar te maken hebben. Ja, er ligt een uitspraak over de Oekraïners. Ik denk dat we zo meteen in het volgende debat daar ook nog over komen te spreken. Die uitspraak heeft op zich geen effect op de opvang. Die heeft wel effect op het hele asielstelsel. Dus ja, dat zie ik zeker, maar dat zijn wel twee losse zaken. Deze motie ontraad ik dus. Daarnaast nemen wij nog steeds allerlei maatregelen. Zo heeft u vandaag mijn wet terugkeerfrustreerders al kunnen — hoe noem je dat? — beschouwen, kunnen lezen. Volgende week sta ik in de Eerste Kamer met de Wet terugkeer. Er is dus nog steeds van alles in beweging. De voorzitter: Een vraag van de heer Ceulemans op deze appreciatie. De heer Ceulemans (JA21): De wet die de minister vandaag in consultatie heeft gegeven is natuurlijk geen instroombeperkende maatregel. Het is een maatregel die al was aangekondigd na het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet in de Eerste Kamer. Ik heb de minister heel goed gehoord in zijn reactie gisteren bij de NOS. Hij zei dat deze uitspraak van het hof "zeker extra druk op het stelsel gaat leggen". Nou is het coalitieakkoord heel erg duidelijk. Dat gaat erover dat wanneer de druk op het stelsel toeneemt, het stelsel bezwijkt en daar dan aanvullende maatregelen worden genomen. Hoe kan de minister dan met alles wat er nu speelt, met 140.000 asielaanvragen van Oekraïners, met het COA dat zegt dat er acuut honderden opvangplekken tekort zijn, nog zeggen dat er geen sprake is van de situatie die in het coalitieakkoord wordt omschreven als "het stelsel dat bezwijkt" en "de noodzaak tot aanvullende maatregelen"? Minister Van den Brink: We hebben daar al vaak over gediscussieerd. We hebben daarmee bedoeld te zeggen dat als die instroom enorm toeneemt vanwege een conflict of om welke reden dan ook, dat het moment is om daarover te spreken. Ik ontraad dus deze motie. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3636 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 3637. Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3637 verzoekt de regering om allerlei zaken te versnellen ten aanzien van Syrië. Ik heb daarover al heel vaak aan u toegelicht wat het proces is. Dat moet eerst volgens een ambtsbericht. Daarbij wil ik er ook op wijzen — dat is eigenlijk in lijn met de motie hiervoor — dat de IND het pact uitvoert. De IND heeft een hele grote stapel aan openstaande aanvragen, waaronder heel veel Syrische aanvragen. Die hebben echt prioriteit. Het aantal beslismedewerkers is natuurlijk niet oneindig. Die worden dus ingezet voor het afdoen van de aanvragen onder het pact en de openstaande oude aanvragen, waaronder een hele grote groep Syriërs. Dat wil ik dus ook in de context van deze vraag nog even benadrukken: daarin zijn er geen oneindige mogelijkheden. De voorzitter: Daarmee is de motie op stuk nr. 3637 … Minister Van den Brink: Ontraden. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3637 is ontraden. Daarom één korte vraag van de heer Ceulemans. De heer Ceulemans (JA21): Eén korte vraag. Ik begrijp dit gewoon niet. Voor Oekraïne kon in heel korte tijd nieuw landenbeleid worden opgesteld op basis van openbare bronnen, met binnenlandse beschermingsalternatieven en veilige regio's. In Syrië is exact dáár sprake van. Het inwilligingspercentage is gedaald. De minister kan wat hij met Oekraïne heeft gedaan ook op korte termijn met Syrië doen. Ik vraag me af waarom hij dat niet doet, waarom we nu al zo lang op dat nieuwe landenbeleid moeten wachten en waarom ook het herbeoordelen van tijdelijke verblijfsvergunningen op dit moment geen prioriteit heeft. Minister Van den Brink: De frequentie van het landenbeleid is volgens mij in lijn met eerdere frequenties, ook onder de vorige kabinetten, ook in de geïntensiveerde vorm zoals we dat nu doen. Over herbeoordelen. Laat ik het zo zeggen: alles kan, maar je moet wel ergens prioriteit aan geven. We hebben eerst prioriteit gegeven aan het pact en prioriteit gegeven aan de openstaande oude aanvragen waaronder meer dan 10.000 Syrische aanvragen. Dat zijn de prioriteiten waar het kabinet nu voor heeft gekozen. De voorzitter: Dan de motie op stuk nr. 3638. Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3638 is de motie van de heer Boomsma. Die vraagt een onderzoek om iets in beeld te brengen. Die ziet in op gezinshereniging zoals dat in Noorwegen wordt gedaan. Daar ben ik ook in geïnteresseerd. Ik geef die motie dus oordeel Kamer. Wij brengen dat in beeld en daarna breng ik dat naar uw Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3638: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 3639. Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3639 is van de heer Ellian. Die heeft vrij precies weten te formuleren wat nodig is om iets te doen aan de overlastproblematiek op die lijn van Arriva. We gaan dus met deze motie aan de slag en daarom krijgt die oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 3639: oordeel Kamer. Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3640 van de heer Diederik van Dijk vraagt naar — dat is een onderdeel waar hij vaker bij stil heeft gestaan — AI en IND. Wij gaan dat in kaart brengen, ook om te kijken waar je dan tegenaan loopt en welke wettelijke belemmeringen er zijn. Dan kan ik dat bij u in de Kamer brengen en dan gaan we er vast het debat over voeren hoe je er daarna mee om moet gaan. De motie op stuk nr. 3640 krijgt dus oordeel Kamer. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3640: oordeel Kamer. Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3641 gaat over de herziening van de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers. Ik geef de motie oordeel Kamer, omdat het een verkenning is en ik in die zin altijd best bereid ben om dingen te onderzoeken. Ik ga er wel op een wijze mee om dat het hele idee van sneller en meer werk daardoor niet wordt belemmerd. De aansluiting bij de werkelijke opvangkosten is niet 100%, want dat gaat niet vliegen. Het vergt ook overleg met mijn collega van Werk en Participatie. Op deze manier krijgt de motie oordeel Kamer. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3641: oordeel Kamer. Motie op stuk nr. 3642. Minister Van den Brink: Voorafgaand aan de motie op stuk nr. 3642 kom ik bij twee vragen over de aangenomen motie over het Syriëbeleid. Ik heb mij daar in het weekeinde weer helemaal in verdiept, op basis van alle informatie die ik had. Ik weet dat er nog wat afstemming nodig is, maar hij komt uw kant op. Hij is bijna gereed en ik kan u toezeggen dat hij voor het herfstreces in de Kamer ligt. In antwoord op de jezidivraag: ik verwacht dit jaar nog een ambtsbericht over Irak vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op basis dit nieuwe ambtsbericht zal het beleid ten aanzien van jezidi's uit Irak opnieuw worden beoordeeld. Daarmee kom ik naar uw Kamer. Het is goed om bij dit soort vragen nog even te benadrukken dat het uiteindelijk altijd een individuele afweging is. De individuele omstandigheden van iemand in nood worden door de IND gewogen. Het ambtsbericht is in die zin helpend om tot een oordeel te komen. Motie op stuk nr. 3642 van de heer Vermeer probeert de Spreidingswet op een andere manier op de escalatieladder onder te brengen. De Spreidingswet houdt al rekening met de grootte van gemeenten en met allerlei andere zaken die daarin verdisconteerd zijn, zoals de verdeling van het aantal mensen met een sociale score. Ik ga deze motie ontraden. We krijgen alles in beeld door dat escalatiegesprek, maar niet zo gestuurd zoals de heer Vermeer het voorstelt. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3642: ontraden. Minister Van den Brink: De heer Van Asten heeft mij bij herhaling verzocht nog meer scherpte aan te brengen. Hij doet dat met de motie op stuk nr. 3643 nog wat meer. Wij gaan daar op deze manier uitvoering aan geven en daarom geef ik de motie oordeel Kamer. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3643: oordeel Kamer. Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3644 van mevrouw Straatman gaat over de strafonderbreking. Ik weet dat een aantal collega's binnenkort in Duitsland een gesprek gaan voeren over hoe het er daar aan toe gaat. Dan kunnen wij het vergelijken met hoe wij dat in Nederland doen. Ik ga dat in beeld brengen en met uw Kamer delen. De motie krijgt daarom oordeel Kamer. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3644: oordeel Kamer. Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3645 ontraad ik onder verwijzing naar het eerdere debat en de toelichting van net over de route die we over Syrië doorlopen. Dat doen we op basis van het ambtsbericht en daarom ontraad ik deze motie. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3645: ontraden. Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3646 vraagt om een aantal dingen uiteen te zetten over gedwongen terugkeer naar Syrië. Ik ga eerlijk zijn over hoe ik het eigenlijk wil doen. Alles wat we op dit vlak doen, is diplomatiek. Met landen waarmee je gedwongen terugkeer wilt realiseren, doe je dat zo vaak en zo veel mogelijk met de deur dicht om tot afspraken te komen. Alles wat ik daarover tussentijds op papier ga zetten, is niet helpend. Om die reden ontraad ik de motie. Ik ga u wel toezeggen dat ik u op de hoogte ga houden van ontwikkelingen die dat dichterbij brengen en waarover ik wel kan communiceren. De voorzitter: En daarmee is motie op stuk nr. 3646 ontraden. Minister Van den Brink: Ja. Motie op stuk nr. 3647 van mevrouw Vondeling ontraad ik onder verwijzing naar het debat dat wij hierover al heel vaak hebben gehad. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3647: ontraden. Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3648 gaat over hetzelfde vraagstuk als net bij Syrië en die ontraad ik ook om die reden. De voorzitter: Motie op stuk nr. 3648: ook ontraden. Meneer Vermeer heeft nog een verduidelijkende vraag over zijn eigen motie. De heer Vermeer (BBB): Dat klopt. De minister geeft aan dat er rekening wordt gehouden met kleine en landelijke gemeentes en dat dit in de gesprekken wordt meegenomen. Verder zegt hij dat dit niet leidt tot een andere beoordeling op de escalatieladder. Dat is toch vreemd? Want wat heeft het anders voor zin om dat te bespreken en mee te nemen? Minister Van den Brink: Op trede drie is de escalatie de feitelijke constatering dat ze tot nu toe niks aan asielopvang hebben geleverd. Daarover gaan we het gesprek aan. Daar kunnen al deze elementen in worden meegewogen. Maar ik kan niet, zoals aan het einde van de motie wordt gezegd, zeggen dat we niet tot escalatie overgaan wanneer de veiligheid en de basisvoorzieningen onvoldoende kunnen worden gewaarborgd. In alle gevallen brengen wij met gemeentes in beeld wat er nodig is om asielopvang te realiseren, maar in die hele escalatie is geen rangschikking van allerlei elementen die hier worden genoemd. Ik ga me daar niet aan binden, behalve dat ik het serieuze gesprek met de gemeente ga voeren. Ik ontraad deze motie. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de reactie van de minister in dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: We gaan op dinsdag 13 oktober over de moties stemmen, zoals te doen gebruikelijk.
Versie 380e7f4bb8af168bac549ee74ad051f934a602313a06c311a30b6f63dbf2ee22 · Officiële bron.
Tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.