Uitspraken Amercentrale en Rendac over intern salderen met ongebruikte stikstofruimte
Brontekst
Versie bdb489a089142515 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 326 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2024Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan State (hierna: Afdeling) uitspraak gedaan in het hoger beroep overintern salderen met ongebruikte stikstofruimte door de Amercentrale endestructiebedrijf Rendac.1 Deze uitspraken zijn ingrijpend en hebbenaanzienlijke gevolgen voor natuurvergunningverlening voor projecten diestikstofdepositie veroorzaken. De uitspraken kunnen breed gevolgenhebben: voor de industrie, infrastructuur, landbouw, ander bedrijfslevenenzovoort. Met deze brief neem ik u mee in de meest relevante puntenvan deze uitspraken.De Afdeling past haar vaste jurisprudentie aan. Tot de uitspraken vanvandaag luidde die jurisprudentie dat potentiële schade voor de natuurwas uitgesloten op het moment dat een nieuwe activiteit of een wijzigingvan een activiteit niet leidde tot meer stikstofdepositie op een voor stikstofgevoelig Natura 2000-gebied dan eerder was toegestaan voor eenactiviteit op dezelfde locatie (intern salderen). Hiervoor waren dan geenpassende beoordeling en natuurvergunning nodig.Door de uitspraken van heden is intern salderen echter natuurvergunning-plichtig geworden en gelden daarvoor vrijwel dezelfde voorwaarden alsvoor extern salderen.Als de eerdere toestemming bestaat uit een milieutoestemming van voorhet moment dat de Habitatrichtlijn ging gelden, mag volgens de Afdelingalleen worden gesaldeerd met hetgeen ook feitelijk was gerealiseerd enstructureel in gebruik was of waarvan het gebruik zonder natuurver-gunning kan worden hervat.1ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4909 en ECLI:NL:RVS:2024:4923, https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/december/rechtspraak-over-intern-salderen-wijzigt/ kst-35334-326ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3261 Bij intern salderen met een natuurvergunning mogen de gevolgen die zijntoe te rekenen aan het vergunde project volgens deze uitspraken wordeningezet als referentiesituatie, ook als niet alle activiteiten waarop dietoestemming ziet, zijn of nog worden uitgevoerd. Dat geldt ook voor eennatuurvergunning gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof.Voor intern salderen geldt vanaf nu, zo oordeelt de Afdeling, net als voorextern salderen, het additionaliteitsvereiste. Dat betekent dat de stikstof-ruimte waarmee wordt gesaldeerd, aanvullend moet zijn op de stikstofre-ductie die nodig is voor de natuur.De uitspraken zijn direct van toepassing op alle lopende procedures overactiviteiten ten behoeve waarvan intern is gesaldeerd. Maar zij gelden, zogeeft de Afdeling aan, ook voor alle projecten die intern hebben gesal-deerd sinds 1 januari 2020 – het moment waarop de verslechteringsver-gunningplicht is afgeschaft – én waarvoor op grond van de voorheengeldende rechtspraak geen vergunning nodig was. Dit geldt ook voorbedrijven die in de periode vanaf 1 januari 2020 een vergunning hebbenaangevraagd en die is afgewezen – in de vorm van een «positieveweigering» – op grond van de toen geldende jurisprudentie.Al deze projecten zijn door deze uitspraken alsnog natuurvergunning-plichtig geworden, maar het bevoegd gezag hoeft volgens de uitsprakende komende vijf jaar in beginsel nog niet te handhaven.Het gaat hier om een uitleg van de Habitatrichtlijn door de hoogstebestuursrechter, die zich daarbij baseert op eerdere arresten van hetEuropese Hof van Justitie. Deze rechtspraak is voor nu een gegeven,waaraan ik in beleid en wetgeving niet af kan doen.Het is duidelijk dat de uitspraken gevolgen hebben voor de situatie vanbedrijven en ondernemers. Ik realiseer mij dat dit onzekerheid met zichmeebrengt.Het kabinet zal de komende periode verder in beeld brengenwat de gevolgen zijn van deze uitspraken. Dit doen wij in samenspraakmet de provincies. Wij zullen de Kamer hierover verder informeren, zodrawij deze gevolgen beter in beeld hebben.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3262
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.