KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag schriftelijk overleg over de Voortgangsrapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap (Kamerstuk 32279-255)

30 aug 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 407804b46db10167 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 279Zorg rond zwangerschap en geboorteNr. 259 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 30 augustus 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 17 april 2024 inzakede Voortgangsrapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwanger-schap (Kamerstuk 32 279, nr. 255).De vragen en opmerkingen zijn op 10 juni 2024 aan de Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van30 augustus 2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-32279-259ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2591 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie11II.Reactie van de Staatssecretaris11 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Voorgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap en hebbenhierover nog een aantal vragen en aanvullende opmerkingen.Het aantal abortussen in 2022 met 15% toegenomen ten opzichte van hetjaar ervoor, in totaal werden in 2022, 35.606 keer een abortus uitgevoerd.Sinds 2022 is gezocht naar manieren om de informatie, hulp en onder-steuning aan onbedoelde zwangerschappen ook op de BES-eilanden teverbeteren, zijn de BES-eilanden meegenomen in bovengenoemdecijfers? Hoe verhouden zich de cijfers van abortus, ongewenste zwanger-schappen en het gebruik van anticonceptie op de BES-eilanden zich tenopzichte van Nederland?Het rapport toetsing kwaliteit keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap laatzien dat in de groep vrouwen tussen de 16 en 49 jaar een risico op eenongeplande zwangerschap eveneens is toegenomen. Is hier een relatiemet het feit dat het gebruik van «natuurlijke anticonceptie» toeneemt? Hetdoet de leden van de PVV-fractie deugt dat de Staatssecretaris zich verzettegen de misleidende signalen en misinformatie op sociale media overanticonceptie.In de Monitor Onbedoelde Zwangerschappen lezen genoemde leden dathet percentage vrouwen zonder wens voor anticonceptie na zwanger-schapsafbreking is afgenomen, echter wat verbaast is dat er in de cijfersstaat dat anticonceptie na een zwangerschapsafbreking nog steeds niet in100% van de gevallen besproken wordt. Is dit niet een verplichting van dehulpverlener? Zo nee, zou dit niet zo moeten zijn? Is er een reden bekendwaarom niet in alle gevallen het gebruik van anticonceptie besprokenwordt? Wat gaat de Staatssecretaris eraan doen om de optie anticonceptiete allen tijde bespreekbaar te maken? Zeker gezien het feit dat in hetrapport Toetsing kwaliteit keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap telezen valt dat er bij de keuzehulpgesprekken die in 2022 gevoerd zijn ervan de 996 vrouwen er 458 voor een tweede keer onbedoeld zwanger zijnen zelfs 149 vrouwen voor een derde keer of vaker.Het aantal zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen is ook perprovincie bekend, is er ook meer achtergrondinformatie bekend? Zo nee,zou dit niet een goede vervolgstap kunnen zijn om de preventie nogTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2592 gerichter in te kunnen zetten? Beide bewindspersonen geven zelf aan datvanwege het gebrek aan gegevens goed onderzoek naar de stijgendeabortuscijfers niet mogelijk is. Zijn bovengenoemde aspecten meege-nomen in de tweede deelstudie van de aanvullende opdracht onbedoeldezwangerschap (de AVOZ-studie) die eind 2025 wordt verwacht?Sinds 1 juli 2023 is de psychosociale hulp na abortus landelijk beschikbaargeworden, kan de Staatssecretaris aangeven hoe vaak deze gebruikt is?Hoelang wordt gemiddeld gebruik gemaakt van psychosociale hulp naeen abortus? Is er sinds juli een toename van het gebruik van dezepsychosociale hulp zichtbaar?Ook is er sinds 1 juli 2023 gestart met een intensivering van de anticon-ceptiecounseling in de abortusklinieken. Kan er al een evaluatie gevenworden van de eerste resultaten die de extra anticonceptieconsulten aanvrouwen in kwetsbare positie, vlak voor of na een abortusbehandelinghebben opgeleverd?Hoe wordt inmiddels de anticonceptie gebruikt nu dit gratis beschikbaar isgesteld voor personen in kwetsbare omstandigheden via het programmaNu Niet Zwanger? Is er een toename van het gebruik van anticonceptie tezien? Is het aantal onbedoelde en ongewenste zwangerschappensindsdien afgenomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de Voortgangsrapportage Aanpak onbedoelde en ongewenstezwangerschap. De betreffende leden vinden goede toegang rondomreproductieve gezondheidsaspecten, seksualiteit, SOA-preventieanticonceptie en abortuszorg essentieel. Zo kunnen mensen zelf geïnfor-meerd een keuze maken over hun eigen lichaam in het algemeen en dusook bij seksueel contact. Genoemde leden willen anticonceptie, zoals depil en het spiraaltje, in het basispakket. Kan de Staatssecretaris eenoverweging schetsen op het generiek beschikbaar en toegankelijk makenvan anticonceptie, om zo een positieve bijdrage te leveren op de ervarenautonomie over het eigen lichaam?De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast nog enkele lossevragen gerelateerd aan dit onderwerp. Wat zouden de kosten zijn om voorjongeren tot 25 jaar condooms gratis beschikbaar te maken bij deapotheek? Kan de soa-test bij de huisarts uitgezonderd worden van heteigen risico? Wat zou dit besluit volgens de Staatssecretaris kunnenbijdragen aan de reproductieve gezondheid? Deze leden constateren dathet condoomgebruik in Nederland blijft afnemen, vooral onder jongeren.Deelt de Staatssecretaris de zorgen hierover en wil het huidige kabinetmiddelen beschikbaar stellen voor een publiekscampagne over ditonderwerp?Het aantal abortussen verminderen op zich is geen doel volgens de ledenvan GroenLinks-PvdA-fractie. Want toegang tot abortuszorg gaat overrespect voor de eigen keuze. Het is van belang dat dit kwalitatief goede endaarmee veilige zorg betreft waarbij vrouwen en hun behoeften centraalstaan. Mensen zijn zelf expert op het gebied van hun eigen leven. Zijwillen niet gedwongen worden tot abortus en tegelijkertijd ook nietgedwongen worden tot een bevalling en moederschap. Abortuszorgontvangen is een veel voorkomende ervaring voor zowel getrouwde alsalleenstaande vrouwen, voor zowel vrouwen die kinderen opvoeden alsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2593 vrouwen die geen kinderen hebben. Deelt de Staatssecretaris de meningdat abortuszorg daarmee gaat over respect voor de eigen en veiligekeuze?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden waardevrij ondersteunenvan mensen die twijfelen over de keuze voor wel of niet behouden vaneen ongeplande zwangerschap erg belangrijk. Daarom zijn zij verheugddat de kwaliteit van de keuzehulpgesprekken goed is bevonden bij hetaangeleverde onderzoek. In geen van de geobserveerde keuzehulpge-sprekken en -chats werd door de keuzehulpverlener aangestuurd op eenbepaalde keuze met betrekking tot het uitdragen dan wel afbreken van dezwangerschap. Worden deze keuzehulpgesprekken ook beschikbaargesteld in het Caribisch gebied en zo nee, gaat de Staatssecretaris hier inde toekomst wel voor zorgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welketermijn?Genoemde leden vinden het goed dat er concreet wordt verwezen naarverdere informatie die speciaal voor het Caribisch gebied is opgesteld endat deze informatie in verschillende talen beschikbaar is1. In geval vantaboe en schaamte kan het verlenen van vroege abortuszorg doortelemedicatie mogelijk drempelverlagend zijn om de weg tot zorg tevinden. Is dit al mogelijk op de eilanden? Waarom wel of waarom nogniet? Is op alle eilanden toegankelijke nazorg voor abortuszorgbeschikbaar bij eventuele complicaties? Is op alle eilanden toegankelijkegeboortezorgzorg beschikbaar, ook bij eventuele complicaties? En hoeloopt het programma Kansrijke start in het Caribisch gebied?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het programmaNu Niet Zwanger mensen helpt om in kwetsbare omstandigheden regie tenemen. Inmiddels participeert 82% van de gemeenten. Hierdoor hebbenmensen in kwetsbare omstandigheden regie kunnen nemen op hunkinderwens en ongeplande en/of ongewenste zwangerschappen kunnenvoorkomen. Daarmee heeft het programma Nu Niet Zwanger de kansen-ongelijkheid verkleind. Daarentegen hebben of krijgen nog niet allemensen in kwetsbare omstandigheden toegang tot ondersteuningrondom reproductieve gezondheidsaspecten, seksualiteit, SOA-preventieen anticonceptie. Dit omdat nog niet alle gemeenten en/of instellingen hetprogramma Nu Niet Zwanger aanbieden. De huidige projectfinancieringdoor gemeenten is een kwetsbaar punt om de continuïteit van deze zorgte borgen. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om hetprogramma Nu Niet Zwanger in alle gemeenten beschikbaar (dus metlandelijk beschikbaarheid) te stellen? Op welke manieren kan de Staatsse-cretaris de (financiële) drempels hiervoor wegnemen?Als het gaat over kansengelijkheid is «Kansrijke Start» en een goede starttijdens de eerste 1.000 dagen van een kind essentieel. Elk kind verdienthet om op te groeien in een goede omgeving met gelijke kansen. Uit hethoofdlijnenakkoord van het toekomstige kabinet (bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 37) blijkt echter dat fors wordt bezuinigd op preventie. De ledenvan GroenLinks-PvdA vinden het voor kansengelijkheid essentieel dat hetprogramma Kansrijke Start blijft voortbestaan. Kan de Staatssecretaris ineen kort pleidooi weergeven waarom het van essentieel belang is om hetprogramma Kansrijke Start voort te zetten in een toekomstig regeerak-koord? Wat zijn de gevolgen van het mogelijk stopzetten van hetprogramma?1Informatie voor Caribisch Nederland | Informatiepunt onbedoelde zwangerschap (infopunton-bedoeldzwanger.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2594 De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben signalen uit het werkveldontvangen dat bij enkele programma’s voor kwetsbare gezinnen binnenhet programma Kansrijke Start de doelgroep soms onvoldoendebetrokken of bereikt kan worden door taalbarrières. VoorZorg is zo’nintensief huisbezoek programma voor zeer kwetsbare vrouwen diezwanger zijn en te maken hebben met een opeenstapeling van problemen.Zij krijgen ondersteuning van een gespecialiseerd VoorZorg-verpleegkundige die ondersteunt bij de zwangerschap, versterking van hetouderschap, verzorging en opvoeding, gezondheid en levensloopontwik-keling en bij het krijgen van betere toegang tot hulp. In hoeverre wordener tolken ingezet in deze ondersteuning? Kan de Staatssecretaris eenreflectie geven op de effectiviteit van de programma’s als niet alle(taal)belemmeringen worden weggenomen? Is de Staatssecretaris bereidzich in te zetten om ervoor te zorgen dat ook de tolkenregeling, zoals voorde geboortezorg, onder programma’s van Kansrijke Start gaan vallen?Wat kan de Staatssecretaris aanbevelen voor het volgende kabinet als hetgaat over de inzet van tolken bij het programma Kansrijke Start?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap. Zij hebbenhierbij nog enkele vragen.Genoemde leden vinden het goed te lezen dat er een landelijk dekkendnetwerk voor keuzehulp bij onbedoelde en ongewenste zwangerschappentot stand is gekomen. Zij kunnen in de voortgangsrapportage lezen dat dekeuzehulp wordt bekostigd via een open-house-financiering. Kan deStaatssecretaris toelichten waarom gekozen is voor deze constructie? Isde financieringsconstructie de reden geweest dat een aanbieder is gestoptmet het aanbieden van keuzehulp? Daarnaast vragen genoemde leden ofer ook cijfers beschikbaar zijn van het aantal mannen dat gebruikmaaktvan bijvoorbeeld keuzehulp, al dan niet samen met de partner?De leden van de VVD-fractie zien een significante stijging van het risico opongeplande zwangerschappen in de leeftijdscategorie 35–49 jaar. Kan ereen oorzaak genoemd worden waarom in die groep deze stijging wordtwaargenomen? In hoeverre heeft desinformatie over anticonceptie daarineen rol en wat wordt daartegen ondernomen?De leden van de VVD-fractie vinden het zorgelijk dat de daling van hetaantal tienerzwangerschappen stagneert, zoals valt te lezen in de monitoronbedoelde zwangerschappen cijferoverzicht 2023. Zij maken zichspecifiek zorgen over het percentage 12 t/m 15-jarigen. Hoe brengt deStaatssecretaris focus aan in bijvoorbeeld voorlichting zodat deze beterzichtbaar wordt onder groepen waar tienerzwangerschappen vakervoorkomen?De leden van de VVD-fractie vinden het opvallend dat er tussen jongensen meisjes grote verschillen bestaan als het gaat over het aantal jongerendat aangeeft voldoende informatie op school te hebben gekregen overdiverse thema’s rondom seksualiteit. Bij elk van de genoemde thema’slijken meisjes achter te lopen op jongens als het gaat over het krijgen vanvoldoende informatie op school over deze thema’s. Is hier een verklaringvoor en zo nee, wat is de toelichting van de Staatssecretaris hierop?Voorts vragen genoemde leden hoe het aantal aanmeldingen voor destimuleringsregeling Gezonde relaties en seksualiteit zich over deafgelopen jaren heeft ontwikkeld. Zijn er nog meer verbeteringen aan teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2595 brengen in de administratieve kant van de regeling zodat de drempel voorscholen om er gebruik van te maken verder verlaagd wordt?Van de scholen die in het schooljaar 2021–2022 deelnamen aan destimuleringsregeling Gezonde Relaties & Seksualiteit, besteedt 45 procentspecifieke aandacht aan kwetsbare doelgroepen rondom het themaGezonde Relaties & Seksualiteit. De kwetsbare groepen waar scholenrelatief de meeste aandacht aan geven zijn leerlingen met gedragspro-blemen (59 procent) en leerlingen uit multi-probleemgezinnen (48procent), zo lezen genoemde leden. Zijn dit ook de groepen die in depraktijk het vaakst problemen ondervinden rondom relaties en seksua-liteit? Zo nee, wat is de verklaring dat scholen juist deze groepen hetmeeste aandacht geven en minder aan bijvoorbeeld leerlingen met eenverstandelijke beperking?De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat overwogen wordt omanticonceptiegebruik toe te voegen als indicator aan de monitorOnbedoelde zwangerschappen. Deze leden vragen daarbij of deze cijfersverrijkt kunnen worden met redenen om al dan niet anticonceptie tegebruiken, welke vormen van anticonceptie worden gebruikt en eenoverzicht van informatiebronnen waar de meeste informatie overanticonceptiegebruik opgedaan wordt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap en hebbenhierover nog enkele vragen. Deze leden hechten eraan te benadrukken dathet besluit tot een abortus nooit een eenvoudige beslissing is en dathierbij uiterste zorgvuldigheid geboden is. Volgens deze leden zou hetwenselijk zijn als vrouwen helemaal niet voor deze moeilijke keuze komente staan, en het aantal abortussen afneemt door onbedoelde enongewenste zwangerschappen zo veel mogelijk te voorkomen.De leden van de NSC-fractie lezen dat het aantal abortussen is gestegenvan 30.962 in 2021 naar 35.606 in 2022; een stijging van 15%. Deze ledenlezen ook dat het aantal keuzehulptrajecten in 2022 met 15% is gestegenten opzichte van 2021. Ook lezen deze leden dat het de doelstelling van deStaatssecretaris is om het aantal abortussen te verminderen. Hoeverwacht de Staatssecretaris dat het aantal zwangerschapsafbrekingenzich zal ontwikkelen als straks de abortuspil vanaf 2025 kan wordenverstrekt via de huisarts? Is het mogelijk om de betrokkenheid vanverloskundigen bij de zorg rondom medicamenteuze abortus te onder-zoeken, met het oog op hun expertise en beschikbare echoapparatuurvoor het bepalen van de zwangerschapsduur? Waarom is het tot nu toeniet gelukt om verloskundigen meer van de abortuszorg te laten doen?De leden van de NSC-fractie lezen dat vrouwen die in een financieelkwetsbare situatie verkeren, de mogelijkheid hebben om te kiezen voorgratis anticonceptie na een abortus. Op basis van welke criteria wordtbepaald of een vrouw als financieel kwetsbaar wordt beschouwd? Kan deStaatssecretaris informatie verschaffen over het aantal vrouwen dathiervan gebruik maakt en welke vorm van anticonceptie zij verkiezen?Welke informatie krijgen zij en wat zorgt ervoor dat zij wel of niet hiervoorkiezen? Indien vrouwen kiezen voor een spiraaltje, wie is dan verantwoor-delijk voor het plaatsen ervan en via welke route vindt de vergoedingplaats? Daarnaast zijn deze leden geïnteresseerd in de ervaringen vanzowel de vrouwen als abortusklinieken met betrekking tot gratis anticon-ceptie na een abortus, evenals de bijbehorende kosten. Zou de Staatsse-cretaris hier nader op in kunnen gaan? Is er evidentie dat deze maatregelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2596 daadwerkelijk helpt in het terugdringen van abortussen? Staat gratisanticonceptie straks ook ter beschikking van vrouwen wiens zwanger-schap wordt afgebroken bij de huisarts? Zo ja, hoe verloopt de bekos-tiging hier dan van? Deze leden zouden het zeer op prijs stellen als erspoedig meer informatie beschikbaar komt over gratis anticonceptie en debijbehorende effecten.Tot slot hebben deze leden ook een vraag over de bekendheid eninformatievoorziening over veilige seks. Veilige seks draagt bij aan hetvoorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en ongeplandezwangerschappen. De afgelopen jaren lijkt er echter minder aandacht tezijn voor de promotie van veilige seks door de overheid, ondanks destijging van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) enongeplande zwangerschappen.Wat kan de overheid nog meer doen om veilige seks te bevorderen? Watzijn hierin internationaal evidence-based interventies?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de Voortgangsrap-portage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschappen gelezen enwillen de Staatssecretaris nog enkele vragen voorstellen.De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de maatregelen inzakede aanpak van onbedoelde en ongewenste zwangerschappen. Hierinspecifiek zijn wij tevreden met het gratis en toegankelijk beschikbaarstellen van anticonceptie voor personen in kwetsbare omstandigheden viahet programma Nu Niet Zwanger. Deze regeling is momenteel via deSPUK (specifieke uitkering) geregeld en daarom niet structureelbeschikbaar. De leden van de D66-fractie vinden dat voor mensen inkwetsbare omstandigheden het sterk van belang is dat zij zekerheidhebben betreffende de middelen die voor hen beschikbaar zijn. Deelt deStaatssecretaris hierbij de mening dat deze regeling daarom structureelbeschikbaar zou moeten zijn?De leden van de D66-fractie vinden de verspreiding van misinformatieover anticonceptie een verontrustende trend. De gevolgen hiervan betreftde afname van hormonale anticonceptie en de toename van «natuurlijkeanticonceptiemethoden» moeten goed in de gaten worden gehouden enaangepakt. Hierin worden al aangegeven dat medische professionals diejuiste informatie op sociale media verspreiden worden ondersteunt.Voorst vragen deze leden hoe deze professionals ondersteunt worden enhoe dit geïntensiveerd kan worden?Deze leden zien de afname van het gebruik van hormonale anticonceptieook als een signaal dat er meer onderzoek moet worden gedaan naaralternatieven methoden, zoals anticonceptie met lage hormonale waardenof anticonceptie voor mannen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hier naar, zovragen deze leden. Daarbij kan er ook worden ingezet op het beterbeschikbaar stellen van anticonceptie met lagere hormonale waarden.Kan de Staatssecretaris aangeven waar knelpunten liggen om dit tebewerkstelligen en op welke wijze de Staatssecretaris voornemens is dezeop te lossen.Gezien het feit dat 25.000 vrouwen niet gebruik maken van anticonceptievanwege de prijs terwijl afname van ongeplande zwangerschappen grotepositieve sociaaleconomische gevolgen heeft.2 Daarnaast blijkt het aantalabortussen onder Finse tieners binnen 25 jaar met 66 procent is gedaald,2De prijs van de pil (fd.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2597 nadat gratis anticonceptie en verplichte seksuele voorlichting werdingesteld.3 Deelt de Staatssecretaris de mening om anticonceptie gratisbeschikbaar en toegankelijk te stellen?De leden van de D66-fractie vinden het opvallend dat bij onderzoek naarrelationele en seksuele vorming op school bij alle onderwerpen de helft ofmeer dan de helft van jongeren aangeeft niet voldoende informatie opschool te hebben gekregen4. Dit terwijl uit eerdergenoemd Fins onderzoekook weer blijkt hoe belangrijk seksuele voorlichting is in het voorkomenvan ongewenste zwangerschappen. Kan de Staatssecretaris toelichtenhoe de gegeven informatie op school hierin verbeterd kan worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap.Genoemde leden hebben geen vragen aan de Staatssecretaris.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangsrap-portage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap. Zij hebbenhier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie constateren dat het nieuwe hoofdlijnenakkoordforse bezuinigingen heeft aangekondigd op preventie. Wat zijn naarverwachting hiervan de effecten voor de aanpak onbedoelde enongewenste zwangerschap? In hoeverre kan de huidige aanpak in standblijven?Genoemde leden zijn daarnaast bezorgd over de toename van desinfor-matie over anticonceptie op sociale media. Hoe kijkt de Staatssecretarishiernaar? Deelt u de mening dat met deze ontwikkeling een intensiveringvan de aanpak logischer zou zijn dan een forse bezuiniging?De leden van de SP-fractie vragen ook hoe de Staatssecretaris aankijkttegen de toekomst van het programma Nu Niet Zwanger. Deelt u demening dat het zeer wenselijk zou zijn om dit programma voort te zetten?Hoe groot acht u de kans dat dit mogelijk zal zijn, gezien het hoofdlijnen-akkoord?De leden van de SP-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegende Canadese plannen om anticonceptie te gaan vergoeden. Deelt u demening dat het gratis maken van anticonceptie een drempel voor hetgebruik ervan kan wegnemen en bovendien de ongelijke verdeling van dekosten ervan (die nu hoofdzakelijk bij vrouwen liggen) kan oplossen?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met kennisgenomen van devoortgangsrapportage. Ze maken graag van de gelegenheid gebruik omhier een aantal vragen over te stellen.De leden van de SGP-fractie onderschrijven de doelstelling van deStaatssecretaris om het aantal ongewenste en onbedoelde zwanger-schappen en (herhaalde) abortussen te verminderen, door in te zetten op3Mede door gratis anticonceptie 66 procent minder abortussen onder Finse tieners | Buitenland |NU.nl4Rutgers en Soa Aids Nederland i.s.m. RIVM en CBS. Seks onder je 25e/Leefstijlmonitor, 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2598 preventie, informatie en hulp. De leden van de SGP-fractie vragen deStaatssecretaris deze doelstelling ook de komende jaren onverkorthandhaaft. Ook vragen zij of de Staatssecretaris aanvullende maatregelenoverweegt, gelet op het feit dat uit de recentste cijfers bleek dat het aantalabortussen is gestegen, in plaats van verminderd.Via de Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties en Seksualiteitinvesteert de Staatssecretaris in relationele en seksuele vorming voorjongeren. De leden van de SGP-fractie lezen dat inmiddels bijna 2.000scholen gebruik hebben gemaakt van deze regeling. Zij vragen deStaatssecretaris hoeveel scholen er procentueel gebruik gemaakt hebbenvan deze regeling, afgezet tegen het totaal aantal scholen in Nederland?Hoeveel scholen doen er op dit moment niet mee aan dit Stimuleringspro-gramma?Wat is de oorzaak dat zij hier (nog) geen gebruik van hebben gemaakt?De leden van de SGP-fractie begrijpen dat om deel te kunnen nemen aanhet Stimuleringsprogramma het een voorwaarde is om als school eencoördinator te hebben die in algemene zin de gedachte van de GezondeSchool uitdraagt en die alle activiteiten coördineert.5 Dit betekent dat eenschool dus niet zomaar ondersteuning kan inroepen voor een enkeldomein van de Gezonde School, in dit geval het thema relaties enseksualiteit. Kan de Staatssecretaris zich voorstellen dat dit scholen ervanweerhoudt om hieraan deel te nemen?De leden van de SGP-fractie lezen verder dat de Gezonde School-coördinator verplicht is om scholing te volgen over het thema Relaties enseksualiteit. Zij vragen de Staatssecretaris om toe te lichten hoe ditprecies werkt. Wie geeft die scholing, wat houdt de scholing in en waaromis dit verplicht? De leden van de SGP-fractie begrijpen verder dat er bij deGGD’en Gezonde School-adviseurs (GSA’s) zijn aangesteld die deGezonde School-coördinatoren op scholen ondersteunen. Wat is hun rolen taak? Hoeveel fte GSA’s zijn er op dit moment aan het werk bij deGGD’en? De leden van de SGP-fractie vragen om toe te lichten hoe degemeentelijke beleidsvrijheid zich verhoudt tot een landelijk programmaals Gezonde School en het Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit. Zijn er ook gemeenten en/of GGD’en die kiezen voor eenandere structuur?De leden van de SGP-fractie lezen dat de focus bij de GGD’en mede ligt ophet borgen van de activiteiten die nu met tijdelijke middelen wordenuitgevoerd. Het gaat bijvoorbeeld om beschikbaarheid van capaciteit,blijvende inzet op deskundigheidsbevordering, continuering van desamenwerking binnen de GGD’en en met andere partners ten behoevevan de inzet op scholen. Genoemde leden vragen de Staatssecretaris omtoe te lichten wat hiermee wordt bedoeld. Zij vragen of het niet verstan-diger zou zijn om in te zetten op het borgen van de deskundigheid binnende scholen.In 2022 bleek uit RIVM-onderzoek dat scholen de administratieve kant vande regeling ingewikkeld vonden en dat deze dan ook diende te wordenvereenvoudigd. Wat zijn op dit moment de signalen met betrekking tot deadministratieve lastendruk? Volgt er tegen het einde van de Stimulerings-regeling in 2025 een eindevaluatie?5https://www.gezondeschool.nl/advies-en-ondersteuning/relaties-seksualiteitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 2599 De leden van de SGP-fractie lezen dat Stichting School en Veiligheid,Rutgers en Soa Aids Nederland als kennispartners zijn betrokken bij hetStimuleringsprogramma. Zij begrijpen dat deze organisaties zich voor dekomende jaren zullen richten op borging en duurzame implementatiebinnen de GGD’en en het algehele onderwijsveld, nadat de Stimulerings-regeling is afgelopen. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe dit proceseruit komt te zien? Worden hierbij ook andere organisaties of kennis-partners dan deze drie betrokken? Ook vragen de leden van de SGP-fractiehoe wordt gewaarborgd dat er bij de GGD’en oog en ruimte is en blijftbestaan voor uiteenlopende opvattingen over relaties en seksualiteit.De leden van de SGP-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichtenhoe het bestaande Gezonde School-aanbod op het gebied van relaties enseksualiteit wordt doorontwikkeld. Ligt de verantwoordelijkheid hiervooruitsluitend bij de ontwikkelaar van de erkende interventie? Kan deStimuleringsregeling hier ook voor worden gebruikt?De leden van de SGP-fractie zijn blij dat er een landelijk dekkend netwerkvoor keuzehulp bij een onbedoelde zwangerschap gerealiseerd is, dat dekeuzehulpverlening beter vindbaar is en dat het aantal keuzehulptrajectengestegen is. Zij lezen dat in 37% van de gevoerde keuzehulptrajecten werdgevoerd na een doorverwijzing naar een keuzehulpverlener door eenzorgverlener. Wat wordt eraan gedaan om dit percentage omhoog tekrijgen?Ook vinden zij het ook een goede zaak dat er sinds ongeveer een jaarpsychosociale hulp na abortus landelijk beschikbaar is. De leden van deSGP-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichten welke ervaringenhier tot nu toe mee zijn. Hoe vaak wordt hiervan gebruik gemaakt? Wetenvrouwen de weg naar hulp na een abortus te vinden? Kan er iets gezegdworden over de vrouwen die hiervan gebruik maken?De leden van de SGP-fractie lezen dat het programma Nu Niet Zwanger in2023 en 2024 wordt geëvalueerd door het RVIM. Is nu al iets te zeggenover wat de ervaringen hiermee tot op heden zijn? Hoe vaak wordt er totop heden gebruik gemaakt door vrouwen/stellen van hulpverlening via NuNiet Zwanger? De leden van de SGP-fractie menen dat het Nu NietZwanger-programma sterk ingestoken wordt vanuit seksualiteit enreproductieve rechten. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hetperspectief van de gezonde en stabiele relaties een plek heeft of zoukunnen krijgen in dit programma?De leden van de SGP-fractie constateren dat het aantal abortussen per1000 vrouwen fors verschilt per provincie. Is of wordt er onderzoek naargedaan wat hier de verklaring voor is?Een onafhankelijk toetsingspanel heeft in 2020 onderzocht of deaanbieders van keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap, die destijdsdeelnamen aan de open house, voldeden aan de kwaliteitseisen. Deconclusie was destijds dat dit zo was. In 2023 is deze onafhankelijke toetsherhaald. De leden van de SGP-fractie constateren dat opnieuw alleaanbieders aan de kwaliteitseisen voldoen. Zij vragen de Staatssecretariswelke conclusies hij hieraan verbindt. De leden van de SGP-fractie hebbenaltijd het gevoel gehad dat dit onafhankelijke toetsingspanel vooralbedoeld was om één aanbieder onder de loep te nemen. Deelt deStaatssecretaris de opvatting dat het, mede gelet op de administratievelastendruk voor de aanbieders, niet zinvol is om dergelijk diepgravendonderzoek bij dezelfde aanbieders in de toekomst opnieuw te herhalen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25910 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie danken de Staatssecretaris voor devoortgangsrapportage, de monitor van het RIVM en het rapport van hetToetsingspanel Keuzehulpgesprekken. Deze leden lezen dat er deafgelopen kabinetsperiode flink is gewerkt om onbedoelde en ongewenstezwangerschappen te voorkomen en vrouwen bij te staan in hun intensedilemma. Zij zien ook dat het doel uit het coalitieakkoord (bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 37) om het aantal onbedoelde en ongewenstezwangerschappen en het aantal (herhaalde) abortussen te verminderennog niet is gehaald. De leden van de ChristenUnie-fractie hopen dat hetnieuwe kabinet de aanpak doorzet.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen dat de daling vanhet aantal tienermoeders stagneert en het aantal abortussen bij tieners istoegenomen. Ziet de Staatssecretaris de noodzaak om goed zicht tehouden op tieners en hun keuze voor anticonceptie en op voldoendeondersteuning bij woonruimte, studie of werk als er een keuze voorligt omde zwangerschap uit te dragen of niet? Brengt de Staatssecretaris dezejonge doelgroep ook extra onder de aandacht bij gemeenten enhuisartsen?In het licht van het gestegen aantal abortussen blijven de leden van deChristenUnie-fractie het betreuren dat de Staatssecretaris geenmogelijkheid ziet om extra onderzoek te doen naar de oorzaken van dezestijging. De inzet om misinformatie over anticonceptie te bestrijdenkunnen deze leden van harte steunen, maar zij hopen dat er bredereinteresse blijft om erachter te komen waar de stijging door wordtveroorzaakt. Deze leden vinden het namelijk een ernstige zaak dat er eenflink aantal meer abortussen hebben plaatsgevonden en sporen deStaatssecretaris aan om naar manieren te blijven zoeken om hier meerinzicht in te krijgen.Ten aanzien van het programma Nu Niet Zwanger vragen de leden van deChristenUnie-fractie waarom nog niet alle gemeenten dit programmahebben lopen. Is de ambitie om dit wel in elke gemeente in te voeren?Ten aanzien van het stimuleringsprogramma/de stimuleringsregelinggezonde relaties en seksualiteit vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of er in dit programma ook ruimte is voor scholen om een eigeninsteek of methode te kiezen die past bij de identiteit van de school, dekinderen en de ouders. Daarnaast vragen deze leden wat ervoor nodig isom extra aandacht voor gezonde relaties en seksualiteit op scholen teborgen. Welke inzet vraagt dit van scholen, GGD’en en de Staatssecre-taris?II. Reactie van de Staatssecretaris Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Voorgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap en hebbenhierover nog een aantal vragen en aanvullende opmerkingen.Het aantal abortussen in 2022 met 15% toegenomen ten opzichte van hetjaar ervoor, in totaal werden in 2022, 35.606 keer een abortus uitgevoerd.Sinds 2022 is gezocht naar manieren om de informatie, hulp en onder-steuning aan onbedoelde zwangerschappen ook op de BES-eilanden teverbeteren, zijn de BES-eilanden meegenomen in bovengenoemdecijfers? Hoe verhouden zich de cijfers van abortus, ongewenste zwanger-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25911 schappen en het gebruik van anticonceptie op de BES-eilanden zich tenopzichte van Nederland?Ja, het aantal zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen op de BES-eilandenis onderdeel van het totaal aantal zwangerschapsafbrekingen in deIGJ-jaarrapportage.In de jaarrapportage staat het aantal zwangerschapsafbrekingen uitge-splitst per provincie waar de behandeling plaatsvond. Daarbij wordt deBES apart als «provincie» vermeld: 130 afbrekingen in 2018, 110 in 2019,112 in 2020, 115 in 2021 en 124 in 2022. Zo’n uitsplitsing is nog niet temaken voor het aantal afbrekingen bij vrouwen die wonen op deBES-eilanden. Met behulp van de vernieuwde registratieformulieren zalvanaf 2025 deze uitsplitsing in de jaarrapportage wel kunnen wordengemaakt.Er worden geen cijfers bijgehouden over het aantal onbedoelde zwanger-schappen en anticonceptiegebruik op de BES-eilanden.Het rapport toetsing kwaliteit keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap laatzien dat in de groep vrouwen tussen de 16 en 49 jaar een risico op eenongeplande zwangerschap eveneens is toegenomen. Is hier een relatiemet het feit dat het gebruik van «natuurlijke anticonceptie» toeneemt? Hetdoet de leden van de PVV-fractie deugt dat de Staatssecretaris zich verzettegen de misleidende signalen en misinformatie op sociale media overanticonceptie.Uit de monitor Onbedoelde Zwangerschap6 van het RIVM blijkt inderdaaddat het percentage vrouwen dat risico loopt op een ongeplande zwanger-schap in 2023 is toegenomen. Of er een causaal verband is tussen ditcijfer en het gebruik van de vruchtbare dagen methode (in de vraag«natuurlijke anticonceptie» genoemd) is niet bekend.In de Monitor Onbedoelde Zwangerschappen lezen genoemde leden dathet percentage vrouwen zonder wens voor anticonceptie na zwanger-schapsafbreking is afgenomen, echter wat verbaast is dat er in de cijfersstaat dat anticonceptie na een zwangerschapsafbreking nog steeds niet in100% van de gevallen besproken wordt. Is dit niet een verplichting van dehulpverlener? Zo nee, zou dit niet zo moeten zijn? Is er een reden bekendwaarom niet in alle gevallen het gebruik van anticonceptie besprokenwordt?Wat gaat de Staatssecretaris eraan doen om de optie anticonceptie teallen tijde bespreekbaar te maken? Zeker gezien het feit dat in het rapportToetsing kwaliteit keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap te lezen valtdat er bij de keuzehulpgesprekken die in 2022 gevoerd zijn er van de 996vrouwen er 458 voor een tweede keer onbedoeld zwanger zijn en zelfs 149vrouwen voor een derde keer of vaker.Uit de Wet afbreking zwangerschap en bijbehorend Besluit volgt datvoorlichting over anticonceptie beschikbaar moet zijn en dat hiervoorvoldoende gelegenheid moet worden geboden.7 Het bespreken vananticonceptie is dus geen expliciete, wettelijke verplichting maar wordtwel benoemd in de medische richtlijnen van abortusartsen (enhuisartsen).Uit de laatste evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap8 blijkt datzorgverleners vrijwel altijd toekomstig anticonceptiegebruik bespreken.6Monitor Onbedoelde Zwangerschappen Cijferoverzicht 2023 (rivm.nl)7https://wetten.overheid.nl/BWBR0003396/2023-01-01https://wetten.overheid.nl/BWBR0003677/2023-03-178https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/06/26/tweede-evaluatie-wet-afbreking-zwangerschapTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25912 Soms staat het bespreken van anticonceptie echter niet in dienst vangoede zorgverlening. Bijvoorbeeld bij de afbreking van een gewenstezwangerschap om medische redenen bij een vrouw die juist weerzwanger wil worden. Of als de vrouw naar tevredenheid gebruik maaktvan anticonceptie maar dat deze faalde. Er zijn ook situaties waarbij devrouw expliciet aangeeft (op dat moment) geen behoefte te hebben aaneen gesprek over anticonceptie. Zorgverleners verlenen wat betreft hetbespreken van anticonceptie na een afbreking dus maatwerk en sluitenaan op de specifieke situatie van de vrouw. Ik vind dit goed en passend.Het is immers aan de vrouw om, in samenspraak met haar arts en op eenvoor haar passend moment, te beslissen over anticonceptie.Ik zie om bovenstaande redenen geen aanleiding om stappen te onder-nemen met betrekking tot het bespreken van anticonceptiegebruik. Ditbetekent namelijk geen verbetering ten opzichte van de huidige situatie.Ikzal het bespreken van anticonceptie dan ook niet verplicht stellen.Het aantal zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen is ook perprovincie bekend, is er ook meer achtergrondinformatie bekend? Zo nee,zou dit niet een goede vervolgstap kunnen zijn om de preventie noggerichter in te kunnen zetten?Ja, er is meer achtergrondinformatie bekend over zwangerschapsafbre-kingen in Nederland. In de uitgebreide jaarlijkse rapportage van de IGJover het aantal zwangerschapsafbrekingen worden verschillendekenmerken van de vrouw vermeld, zoals zwangerschapsduur, leeftijd,aantal kinderen waarvoor zij zorgdraagt en het aantal eerdere zwanger-schapsafbrekingen. Deze gegevens kunnen, in het geval van opvallendecijfers of meerjarige trends, aanleiding zijn voor gerichte preventie.Voorbeelden hiervan zijn de extra anticonceptiecounseling en demogelijkheid tot het kosteloos plaatsen van anticonceptie in de abortus-kliniek. Met deze preventieve maatregel wordt ingezet op het voorkomenvan een nieuwe ongewenste zwangerschap en/of abortus omdat de IGJrapportage laat zien dat ongeveer een derde van de vrouwen eerder éénof meerdere afbreking(en) ondergingen.Beide bewindspersonen geven zelf aan dat vanwege het gebrek aangegevens goed onderzoek naar de stijgende abortuscijfers niet mogelijkis. Zijn bovengenoemde aspecten meegenomen in de tweede deelstudievan de aanvullende opdracht onbedoelde zwangerschap (de AVOZ-studie)die eind 2025 wordt verwacht?Nee, het aantal zwangerschapsafbrekingen per provincie met achter-grondkenmerken is niet meegenomen in de tweede deelstudie van hetAVOZ onderzoek. De tweede deelstudie zal antwoord geven op de vragen(1) welke factoren bijdragen aan een onbedoelde zwangerschap, zoals hetgebruik van anticonceptie, de (kwaliteit van) de partner relatie, mentalegezondheid of het hebben van een kinderwens; (2) wat de ervaringen vanzwangeren en hun partners zijn met de zorg en ondersteuning bij eenonbedoelde zwangerschap en (3) hoe de preventie van en de zorg enondersteuning bij een onbedoelde zwangerschap verbeterd kan worden.Sinds 1 juli 2023 is de psychosociale hulp na abortus landelijk beschikbaargeworden, kan de Staatssecretaris aangeven hoe vaak deze gebruikt is?Hoelang wordt gemiddeld gebruik gemaakt van psychosociale hulp naeen abortus? Is er sinds juli een toename van het gebruik van dezepsychosociale hulp zichtbaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25913 In de periode juli 2023 t/m dec 2023 was het gemiddeld aantal gesprekkenper hulpverleningstraject 3,1. In het eerste half jaar van 2024 ligt ditgemiddelde iets lager, namelijk op 2,7. Een gesprek duurt ongeveer eenuur.Hieronder is het gebruik van de psychosociale hulp na abortus tot en metde maand mei 2024 schematisch weergegeven:MaandAantal trajectenJul 202320Aug 20238Sep 202320Okt 202326Nov 202325Dec 202313Jan 202410Feb 202411Mrt 20247Apr 20246Mei 20244 Bovenstaand schema werd begin juni 2024 opgesteld. Er is daarbijuitgegaan van de maand waarin het traject start. Pas wanneer een trajectis afgerond wordt dit verwerkt in het schema. Omdat trajecten meerderemaanden kunnen beslaan, zal het aantal in de laatste maandenwaarschijnlijk nog toenemen: trajecten zijn mogelijk al wel gestart maarnog niet afgerond en daarom ook nog niet in het schema opgenomen.Ook is er sinds 1 juli 2023 gestart met een intensivering van de anticon-ceptiecounseling in de abortusklinieken. Kan er al een evaluatie gevenworden van de eerste resultaten die de extra anticonceptieconsulten aanvrouwen in kwetsbare positie, vlak voor of na een abortusbehandelinghebben opgeleverd?De evaluatie van de extra anticonceptiecounseling wordt momenteeluitgevoerd door het RIVM. Het onderzoeksrapport wordt in het voorjaarvan 2025 opgeleverd. Het RIVM geeft in dit rapport antwoord op de vraagof de extra anticonceptie counseling in de abortuskliniek de toegang totanticonceptie voor personen in een kwetsbare situatie verbetert.Uw Kamer zal met de voortgangsrapportage van de Aanpak onbedoeldezwangerschap in het voorjaar van 2025 worden geïnformeerd over deevaluatie en toekomst van deze maatregel.Hoe wordt inmiddels de anticonceptie gebruikt nu dit gratis beschikbaar isgesteld voor personen in kwetsbare omstandigheden via het programmaNu Niet Zwanger? Is er een toename van het gebruik van anticonceptie tezien? Is het aantal onbedoelde en ongewenste zwangerschappensindsdien afgenomen?Het aantal gemeenten dat het programma Nu Niet Zwanger (NNZ)uitvoert, is het afgelopen anderhalf jaar gegroeid met ruim 20%, naar 285gemeenten in totaal. Ook later in 2024 zullen nog nieuwe gemeentenaansluiten. 89% van de Nederlanders woont in een gemeente waar hetprogramma beschikbaar is. Het gesprek over kinderwens staat centraal bijNNZ, zodat er hierover een geïnformeerde en bewuste keus gemaakt kanworden. Daarbij wordt er praktische en indien nodig financiële onder-steuning geboden. Als mensen geen actuele kinderwens hebben danwordt er gekeken welke vorm van anticonceptie past. Ongeveer 80% vande mensen die begeleid worden door het NNZ-team bij de GGD opdoorverwijzing van de professional (meer dan 7500, peildatum 1 juli 2024)kiest ervoor om hun zwangerschap uit te stellen. Van deze groep kiestTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25914 ongeveer 90% voor langwerkende anticonceptie. Voorheen gebruikten zijgeen anticonceptie of in ieder geval geen adequate anticonceptie,waardoor er een risico op een onbedoelde zwangerschap was. Voor 45%van de cliënten die door het NNZ-team bij de GGD werden begeleid,wordt de anticonceptie vergoed door de GGD.Uit de monitor blijkt dat het aantal onbedoelde en ongewenste zwanger-schappen t/m 2022 ongeveer gelijk blijft. Ik heb geen zicht op de aantallenonbedoelde en ongewenste zwangerschappen specifiek in relatie tot hetNu Niet Zwanger programma. Naast het gegeven dat het altijd enige tijdduurt voordat effecten cijfermatig te zien zijn en Nu Niet Zwangerstapsgewijs beschikbaar komt bij gemeenten, is ook niet cijfermatig uit tesplitsen of het aantal ongeplande en ongewenste zwangerschappen bij deNNZ-doelgroep bijvoorbeeld wél gedaald is en in andere doelgroepengestegen. Daarnaast is het uiteindelijke doel dat het gesprek overkinderwens regulier werk wordt voor alle professionals die cliënten inkwetsbare omstandigheden ondersteunen; er wordt na deze gesprekkenniet geregistreerd of zij vervolgens nog met een onbedoelde en/ofongewenste zwangerschap te maken krijgen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de Voortgangsrapportage Aanpak onbedoelde en ongewenstezwangerschap. De betreffende leden vinden goede toegang rondomreproductieve gezondheidsaspecten, seksualiteit, SOA-preventieanticonceptie en abortuszorg essentieel. Zo kunnen mensen zelf geïnfor-meerd een keuze maken over hun eigen lichaam in het algemeen en dusook bij seksueel contact. Genoemde leden willen anticonceptie, zoals depil en het spiraaltje, in het basispakket. Kan de Staatssecretaris eenoverweging schetsen op het generiek beschikbaar en toegankelijk makenvan anticonceptie, om zo een positieve bijdrage te leveren op de ervarenautonomie over het eigen lichaam?Het Zorginstituut heeft in 2010 voor alle leeftijdsgroepen geadviseerdanticonceptiva uit het basispakket te halen. Het Zorginstituut concludeertdat het voorkomen van een zwangerschap geen geneeskundige zorg is endat het voor eigen rekening kan komen, ook wanneer er wel een medischeindicatie voor het gebruik van deze middelen is. De kosten van dezemiddelen zijn gering en daarom geen noodzakelijk te verzekeren zorg. In2011 is er daarom voor gekozen om anticonceptie uit het pakket te halenvoor vrouwen vanaf 21 jaar. Er is immers geen sprake van geneeskundigezorg. Voor vrouwen jonger dan 21 jaar zit anticonceptie nog wel in hetbasispakket, om het risico op ongewenste tienerzwangerschappen terugte dringen. Bij vrouwen jonger dan 21 jaar kan er mogelijk een financiëlebarrière zijn voor de toegang tot anticonceptie; daarom is er destijds voorgekozen om anticonceptie voor deze groep wel te vergoeden.Het kabinet herkent de argumenten en overwegingen van destijds. Zowelom die anticonceptie voor vrouwen tot en met de leeftijd van 20 jaar welonderdeel te laten zijn van het basispakket als om anticonceptie voorvrouwen vanaf de leeftijd van 21 jaar geen onderdeel te laten zijn van hetbasispakket.Het vergoeden van anticonceptie lost de moeizame toegang tot passendeanticonceptie, die door sommigen wordt ervaren, niet op. Gratis anticon-ceptie voor iedereen zal dus vooral gunstig uitpakken voor die personendie de weg naar anticonceptie al weten te vinden en de kosten ervan ookgoed zelf kunnen dragenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25915 De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast nog enkele lossevragen gerelateerd aan dit onderwerp. Wat zouden de kosten zijn om voorjongeren tot 25 jaar condooms gratis beschikbaar te maken bij deapotheek?Ik heb onvoldoende informatie tot mijn beschikking om deze vraag tekunnen beantwoorden. Het is namelijk niet bekend hoeveel jongerenonder de 25 jaar condooms gebruiken en hoeveel condooms zijgebruiken.Ervan uitgaande dat deze vraag wordt gesteld met het oog op hetstimuleren van condoomgebruik onder jongeren, neem ik ook graag hetvolgende mee in mijn antwoord. Het is niet duidelijk in hoeverre de kostenvan condooms reden zijn voor jongeren om geen condoom te gebruiken.Het is ook niet duidelijk waar jongeren hun condooms vandaan halen.Condooms zijn beschikbaar via apotheek, drogist, supermarkt en online tebestellen tegen relatief lage prijzen. Bovendien is het niet zeker dat, álsjongeren condooms bij zich hebben, zij deze ook daadwerkelijk zullengebruiken. Het is daarom sterk de vraag in hoeverre het kosteloosaanbieden van condooms bij de apotheek zou bijdragen aan het verhogenvan condoomgebruik onder jongeren.Kan de soa-test bij de huisarts uitgezonderd worden van het eigen risico?Wat zou dit besluit volgens de Staatssecretaris kunnen bijdragen aan dereproductieve gezondheid?Ik raad het af om de soa-test bij de huisarts uit te zonderen van het eigenrisico. Personen met een verhoogd risico op een soa, kunnen terecht bijde GGD voor gratis soa-diagnostiek indien zij een te grote drempelervaren om naar de huisarts te gaan. Het eigen risico is daarnaastbelangrijk voor het betaalbaar houden van zorg: door een (beperkt) deelvan de rekening bij de zorggebruiker neer te leggen is er sprake vanmedefinanciering en een drukkend effect op de premies. Ook zorgt heteigen risico ervoor dat mensen bewuster worden van de kosten voor zorg.Daarom wordt terughoudend omgegaan met uitzonderingen op het eigenrisico. Door het uitzonderen van soa-zorg uit het eigen risico zullenpremies stijgen. De gevolgen voor de reproductieve gezondheid zijn mijonbekend. Het is namelijk niet bekend of er nu vanwege financiëleredenen afgezien wordt van soa-zorg. Met de afspraak uit het hoofdlijnen-akkoord om het eigen risico te verlagen en de bijdrage vanuit het eigenrisico per behandeling te maximaliseren, zal soa-diagnostiek financieeltoegankelijker worden. Daarnaast is een negatief neveneffect van hetkosteloos ter beschikking stellen van soa-zorg ook voorstelbaar: het kanertoe leiden dat het condoomgebruik verder zal dalen. Ook daarvan kan ikniet stellen hoe groot dit risico is.Deze leden constateren dat het condoomgebruik in Nederland blijftafnemen, vooral onder jongeren. Deelt de Staatssecretaris de zorgenhierover en wil het huidige kabinet middelen beschikbaar stellen voor eenpubliekscampagne over dit onderwerp?De daling in het condoomgebruik onder jongeren zie ik als een zorgelijkeontwikkeling in relatie tot het tegengaan van onbedoelde zwanger-schappen en de stijging van soa’s. In de laatste Thermometer seksuelegezondheid van het RIVM9 kwam naar voren dat het aantal gonorroediagnoses onder jongeren verder stijgt. Eerder is in de beantwoording vande Kamervragen van het lid Paulusma10 aangegeven dat met het RIVM enSoa Aids Nederland (SANL) is gesproken over wat nodig is om de daling9https://www.rivm.nl/documenten/thermometer-seksuele-gezondheid-april-202410Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1952Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25916 van het condoomgebruik en de stijging van gonorroe onder jongerentegen te gaan. In dit gesprek kwam naar voren dat interventieonderzoekvan belang is om te kunnen bepalen wat effectieve maatregelen zijn omde stijging van soa’s en de daling van condoomgebruik tegen te gaan.Daarom heb ik aan het RIVM de opdracht verstrekt om in samenwerkingmet SANL een interventieonderzoek uit te voeren waarbij de focus ligt ophet stimuleren van condoomgebruik onder risicogroepen. Gerichteinterventies kunnen pas bepaald worden bij voldoende inzicht in dekenmerken van deze groep en de determinanten voor hun gedrag rondomcondoomgebruik. Het onderzoek gaat in september 2024 van start en ikverwacht de resultaten hiervan in de zomer van 2025. Het is niet vanzelf-sprekend dat een (structurele) publiekscampagne de meest doeltreffendeen doelmatige manier is om de daling van het condoomgebruik en destijging van gonorroe onder jongeren tegen te gaan.Het aantal abortussen verminderen op zich is geen doel volgens de ledenvan GroenLinks-PvdA-fractie. Want toegang tot abortuszorg gaat overrespect voor de eigen keuze. Het is van belang dat dit kwalitatief goede endaarmee veilige zorg betreft waarbij vrouwen en hun behoeften centraalstaan. Mensen zijn zelf expert op het gebied van hun eigen leven. Zijwillen niet gedwongen worden tot abortus en tegelijkertijd ook nietgedwongen worden tot een bevalling en moederschap. Abortuszorgontvangen is een veel voorkomende ervaring voor zowel getrouwde alsalleenstaande vrouwen, voor zowel vrouwen die kinderen opvoeden alsvrouwen die geen kinderen hebben. Deelt de Staatssecretaris de meningdat abortuszorg daarmee gaat over respect voor de eigen en veiligekeuze?Ja, die mening deel ik. Abortuszorg moet goed en toegankelijk zijn en dekeuze om tot abortus over te gaan is en blijft aan de vrouw zelf, in overlegmet haar arts. Over die keuze hoeft zij geen verantwoording af te leggen.Dat laat onverlet dat het vanuit preventief oogpunt goed is om waarmogelijk het aantal onbedoelde zwangerschappen terug te dringen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden waardevrij ondersteunenvan mensen die twijfelen over de keuze voor wel of niet behouden vaneen ongeplande zwangerschap erg belangrijk. Daarom zijn zij verheugddat de kwaliteit van de keuzehulpgesprekken goed is bevonden bij hetaangeleverde onderzoek. In geen van de geobserveerde keuzehulpge-sprekken en -chats werd door de keuzehulpverlener aangestuurd op eenbepaalde keuze met betrekking tot het uitdragen dan wel afbreken van dezwangerschap. Worden deze keuzehulpgesprekken ook beschikbaargesteld in het Caribisch gebied en zo nee, gaat de Staatssecretaris hier inde toekomst wel voor zorgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welketermijn?Indien hier behoefte aan is, kunnen vrouwen op de BES-eilanden reeds bijeen klein netwerk van lokale professionals terecht voor keuzehulp. Er is naoverleg met lokale hulp- en zorgverleners besloten geen apart netwerkaan keuzehulpverleners op de eilanden op te zetten. Er wordt momenteelbekeken op welke manier Fiom deze lokale professionals kan onder-steunen bij de keuzehulpgesprekken die zij nu al met vrouwen voeren.Inwoners van de BES-eilanden kunnen desgewenst ook gebruik makenvan keuzehulpverleners in Europees Nederland. Sporadisch gebeurt ditook al. Deze hulpverlening vindt telefonisch of met video-bellen plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25917 Genoemde leden vinden het goed dat er concreet wordt verwezen naarverdere informatie die speciaal voor het Caribisch gebied is opgesteld endat deze informatie in verschillende talen beschikbaar is11. In geval vantaboe en schaamte kan het verlenen van vroege abortuszorg doortelemedicatie mogelijk drempelverlagend zijn om de weg tot zorg tevinden. Is dit al mogelijk op de eilanden? Waarom wel of waarom nogniet? Is op alle eilanden toegankelijke nazorg voor abortuszorgbeschikbaar bij eventuele complicaties?Het is aan abortuszorgverleners (in Europees en Caribisch Nederland) omverantwoorde abortuszorg in te richten, zo lang zij zich daarbij houdenaan de gelden wet- en regelgeving. Dit geldt dus ook voor de mogelijkheidvan abortuszorg op afstand. Zorgverleners op de eilanden hanteren dezewerkwijze niet. De protocollen die worden gebruikt op de BES-eilandengaan uit van een echo voor de termijnbepaling. Dit wordt op de eilandenvan belang geacht omdat buitenbaarmoederlijke zwangerschap en eenonduidelijke zwangerschapstermijn relatief vaak voorkomen.Toegankelijke nazorg bij complicaties na abortus is beschikbaar op deeilanden. Samenwerkingsafspraken tussen huisartsen(praktijken) en hetHospital Fundashon Mariadal op Bonaire dragen hieraan bij. In deprotocollen die worden gehanteerd op de eilanden wordt ook aandachtbesteed aan andere aspecten van nazorg, zoals toekomstig anticonceptie-gebruik en mentale ondersteuning.Is op alle eilanden toegankelijke geboortezorgzorg beschikbaar, ook bijeventuele complicaties? En hoe loopt het programma Kansrijke start inhet Caribisch gebied?Ja, op alle eilanden is geboortezorg beschikbaar en toegankelijk.Op Bonaire vindt verloskundige zorg plaats door verloskundigen engynaecologen in het ziekenhuis Fundashon Mariadal. Bij ernstigecomplicaties tijdens de zwangerschap of bij (risico op) vroeggeboortevindt uitzending naar Curaçao of Aruba plaats.Op Saba vindt zwangerschapsbegeleiding plaats door de huisartsen vanhet gezondheidscentrum Saba Cares. Bevallingen vinden plaats in hetgezondheidscentrum of in het ziekenhuis op Sint Maarten.Op St. Eustatius vindt zwangerschapsbegeleiding plaats door een op heteiland gevestigde gynaecologe. Zij begeleidt ook de bevallingen. Voorzowel Saba als Sint Eustatius geldt dat in geval van risico’s en compli-caties in eerste instantie wordt uitgeweken naar Sint Maarten. En bij(dreigende) vroeggeboorte vindt verwijzing naar Curaçao of Aruba plaats.Voor alle eilanden geldt dat in het uitzonderlijke geval dat er geen plek isop de Neonatale Intensive Care Unit op Curaçao of Aruba wordt uitge-weken naar Colombia.Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) wordt niet actiefvanuit het actieprogramma Kansrijke Start ondersteund. Met de wetswij-ziging publieke gezondheid m.b.t. de gemeentelijke taak om prenataalhuisbezoek aan te bieden per 1 juli 2022, onderdeel van het actiepro-gramma Kansrijke Start, is er wel een taak bij gekomen voor CaribischNederland. Doordat de organisatie van de jeugdgezondheidszorg (jgz) opieder eiland anders is geregeld, wordt deze taak pragmatisch opgepakt,kijkend naar reeds bestaande structuren en partijen. Aandacht voor delokale context is hierbij belangrijk.De huidige stand van zaken met betrekking tot de implementatie van hetprenataal huisbezoek in Caribisch Nederland is als volgt:•Op Saba wordt bij 1–2 gezinnen per jaar een prenataal huisbezoekuitgevoerd (op 15–20 geboortes per jaar). Het prenataal huisbezoek op11Informatie voor Caribisch Nederland | Informatiepunt onbedoelde zwangerschap (infopunton-bedoeldzwanger.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25918 Saba kan bestaan uit verschillende huisbezoeken (op basis vanbehoefte van de ouders). Tijdens het prenataal huisbezoek worden deouders ondersteund, kunnen zij vragen stellen en informatie krijgenover diverse onderwerpen en worden de ervaringen en verwachtingenrond het ouderschap besproken. Indien nodig verwijst de jeugdver-pleegkundige de ouder(s) door naar andere professionals / hulpverle-ning.•Op Bonaire wordt het prenataal huisbezoek nog niet uitgevoerd. Omtot implementatie van het prenataal huisbezoek te komen is een planvan aanpak opgesteld. Voorgenomen is dat vanaf januari 2025 gestartwordt met het structureel aanbieden van het prenataal huisbezoek opBonaire. In plaats van «prenataal huisbezoek» zal dit aangeduidworden als «zwangerschapsbezoek door jeugdgezondheidszorg».•Op Sint Eustatius wordt (nog) geen prenataal huisbezoek uitgevoerd.Het is één van de prioriteiten van de jgz op Sint Eustatius om eenverkenning uit te voeren naar de implementatie van het prenataalhuisbezoek.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het programmaNu Niet Zwanger mensen helpt om in kwetsbare omstandigheden regie tenemen. Inmiddels participeert 82% van de gemeenten. Hierdoor hebbenmensen in kwetsbare omstandigheden regie kunnen nemen op hunkinderwens en ongeplande en/of ongewenste zwangerschappen kunnenvoorkomen. Daarmee heeft het programma Nu Niet Zwanger de kansen-ongelijkheid verkleind. Daarentegen hebben of krijgen nog niet allemensen in kwetsbare omstandigheden toegang tot ondersteuningrondom reproductieve gezondheidsaspecten, seksualiteit, SOA-preventieen anticonceptie. Dit omdat nog niet alle gemeenten en/of instellingen hetprogramma Nu Niet Zwanger aanbieden. De huidige projectfinancieringdoor gemeenten is een kwetsbaar punt om de continuïteit van deze zorgte borgen. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om hetprogramma Nu Niet Zwanger in alle gemeenten beschikbaar (dus metlandelijk beschikbaarheid) te stellen? Op welke manieren kan de Staatsse-cretaris de (financiële) drempels hiervoor wegnemen?Het is wenselijk dat Nu Niet Zwanger structureel beschikbaar is en blijft inalle gemeenten zodat alle mensen in kwetsbare omstandigheden naarbehoefte ondersteund kunnen worden bij het nemen van regie op hunkinderwens. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is daarom ookde afspraak opgenomen dat gemeenten ervoor zorgen dat inwoners in devruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) voldoenderegie (kunnen) nemen op hun kinderwens. Het landelijk programmateamvan Nu Niet Zwanger bij GGD GHOR Nederland ontvangt nog t/m 2027subsidiemiddelen vanuit het Ministerie van VWS om gemeenten hierbij teondersteunen. De deelnemende centrumgemeente ontvangt bij aanvangeen startbudget om een projectleider te kunnen financieren. Verder kanNu Niet Zwanger (inclusief de eventuele anticonceptie) bekostigd wordendoor de gemeente vanuit de beschikbaar gestelde SPUK-middelen.Als het gaat over kansengelijkheid is «Kansrijke Start» en een goede starttijdens de eerste 1.000 dagen van een kind essentieel. Elk kind verdienthet om op te groeien in een goede omgeving met gelijke kansen. Uit hethoofdlijnenakkoord van het toekomstige kabinet blijkt echter dat forswordt bezuinigd op preventie. De leden van GroenLinks-PvdA vinden hetvoor kansengelijkheid essentieel dat het programma Kansrijke Start blijftvoortbestaan. Kan de Staatssecretaris in een kort pleidooi weergevenwaarom het van essentieel belang is om het programma Kansrijke Startvoort te zetten in een toekomstig regeerakkoord? Wat zijn de gevolgenvan het mogelijk stopzetten van het programma?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25919 De omstandigheden waarin een kind wordt geboren, groeit en zichontwikkelt in de eerste 1.000 dagen, bepalen in grote mate de kansen voorlater. Kinderen die geen goede start hebben, ontwikkelen zich mindergoed en hebben grotere kans op fysieke, mentale en sociale problemenlater. Een baby die tijdens die eerste 1.000 dagen blootstaat aan medische,psychische of sociale risicofactoren begint met een achterstand aan hetleven. Zij hebben een grotere kans op gezondheidsproblemen zoals hart-en vaatziekten, longziekten, diabetes, overgewicht en kanker. Maar ookeen grotere kans op sociale en mentale problemen zoals gedragspro-blemen, leerproblemen, verslavingen en psychische problemen. Dekansen op school, op de arbeidsmarkt en in de maatschappij zijnafhankelijk van de vroege omgeving waarin kinderen zich ontwikkelen.Een goede start in het leven is kortom de ultieme vorm van preventie ende slimste investering die gedaan kan worden.Het Ministerie van VWS wil met actieprogramma Kansrijke Start bereikendat aanstaande ouders een weloverwogen keuze kunnen maken om eenkind te krijgen en gezond zwanger worden, dat kinderen zo gezondmogelijk geboren worden en dat ouders voldoende steun en mogelijk-heden hebben om hun kind gezond en kansrijk op te laten groeien. Zodatzij de best mogelijke kansen krijgen op school, op de arbeidsmarkt en inde maatschappij. Hoe eerder we als samenleving investeren in dezeperiode en het welbevinden van ouders, hoe groter het rendement; voorhet kind, de ouder(s) én de volgende generaties: minder zorgkosten,minder jeugdhulp, meer onderwijskansen en minder verlies aancapaciteit. Kansengelijkheid begint met het creëren van een kansrijke startvoor nieuwe generaties.De afgelopen jaren is door het actieprogramma en de inzet van velepartijen hiervoor een sterk fundament gelegd. De monitor Kansrijke Startvan 2023 laat zien dat de Kansrijke Start-beweging verder is doorgezet endat steeds meer gemeenten en professionals (uit medisch en sociaaldomein) samenwerken in lokale en regionale coalities Kansrijke Start,waardoor ze snel naar elkaar kunnen doorverwijzen/elkaar beter weten tevinden. Ook de beschikbaarheid van interventies en zorgaanbod in deeerste 1.000 dagen is verder toegenomen. Het actieprogramma heeftdaarin als vliegwiel gefunctioneerd; zonder het actieprogramma haddendeze ontwikkelingen minder of niet plaatsgevonden volgens de monitor.Afgelopen periode is er flink geïnvesteerd in de witte vlekken in deketenaanpak in de eerste 1.000 dagen. Als het actieprogramma zoustoppen zal dit mogelijk betekenen dat de lokale ketenaanpak KansrijkeStart nog niet in alle gemeenten voldoende sterk ontwikkeld en verankerdis en dat de samenwerking tussen professionals en andere initiatievenvanuit de lokale coalities zal verminderen of stoppen.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben signalen uit het werkveldontvangen dat bij enkele programma’s voor kwetsbare gezinnen binnenhet programma Kansrijke Start de doelgroep soms onvoldoendebetrokken of bereikt kan worden door taalbarrières. VoorZorg is zo’nintensief huisbezoek programma voor zeer kwetsbare vrouwen diezwanger zijn en te maken hebben met een opeenstapeling van problemen.Zij krijgen ondersteuning van een gespecialiseerd VoorZorg-verpleegkundige die ondersteunt bij de zwangerschap, versterking van hetouderschap, verzorging en opvoeding, gezondheid en levensloopontwik-keling en bij het krijgen van betere toegang tot hulp. In hoeverre wordener tolken ingezet in deze ondersteuning? Kan de Staatssecretaris eenreflectie geven op de effectiviteit van de programma’s als niet alle(taal)belemmeringen worden weggenomen? Is de Staatssecretaris bereidzich in te zetten om ervoor te zorgen dat ook de tolkenregeling, zoals voorde geboortezorg, onder programma’s van Kansrijke Start gaan vallen?Wat kan de Staatssecretaris aanbevelen voor het volgende kabinet als hetgaat over de inzet van tolken bij het programma Kansrijke Start?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25920 Het onvoldoende oplossen van een taalbarrière is een risicofactor die kanleiden tot ongunstige zwangerschapsuitkomsten en een minder goedestart. Vanaf 1 januari 2023 kunnen verloskundigen en kraamverzorgendende kosten van tolken voor anderstaligen declareren bij zorgverzekeraars.Het College Perinatale Zorg (CPZ) heeft een online Talentool gepubliceerdmet een overzicht van betrouwbare voorlichtingsmaterialen overzwangerschap en ouderschap in verschillende talen.Wat betreft Voorzorg geldt dat hierbij in principe geen tolken wordeningezet omdat de interventie alleen kan worden ingezet als de zwangerecliënte het Nederlands voldoende beheerst. Voorzorg vindt dit noodza-kelijk voor het creëren van de vertrouwensband tussen de Voorzorgverpleegkundige en de zwangere cliënte. Algemeen geldt dat de inzet vantolken voor cliënten en jeugdigen met een migratie- of vluchtelingen-achtergrond bij de toegang tot preventie in het kader van de jeugdwet hetbeste is geborgd in contractafspraken tussen gemeenten en aanbieders.Het is dus de verantwoordelijkheid van gemeenten en aanbieders om hiergoede afspraken over te maken en om ook professionals hierover actief teinformeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap. Zij hebbenhierbij nog enkele vragen.Genoemde leden vinden het goed te lezen dat er een landelijk dekkendnetwerk voor keuzehulp bij onbedoelde en ongewenste zwangerschappentot stand is gekomen. Zij kunnen in de voortgangsrapportage lezen dat dekeuzehulp wordt bekostigd via een open-house-financiering. Kan deStaatssecretaris toelichten waarom gekozen is voor deze constructie? Isde financieringsconstructie de reden geweest dat een aanbieder is gestoptmet het aanbieden van keuzehulp?Voor de financiering van keuzehulp zijn verschillende constructiesonderzocht en overwogen. Naast een Open House financiering is ookgekeken naar een subsidie, financiering vanuit het gemeentefonds enEuropees aanbesteden.Een Open House financiering bleek het meest geschikt omdat hiermeelandelijke dekking bereikt kan worden. En omdat het Ministerie van VWSin de rol van opdrachtgever binnen de Open House veel instrumenten inhanden heeft om te sturen op kwaliteit. In het geval van keuzehulp is hetvoor de hulpvrager prettig als er uit meerdere aanbieders gekozen kanworden. De Open House maakt dit mogelijk. Keuzehulp vraagt omspecifieke kennis en vaardigheden voor het bieden van hulp aan eenspecifieke groep mensen, deze verantwoordelijkheid neerleggen bijgemeenten is daarmee onwenselijk. De hulpvraag komt daarvoor teweinig voor, waardoor de keuzehulp met name in minder grotegemeenten lastig geboden kan worden. Daarom is niet gekozen voorfinanciering vanuit het gemeentefonds of de SPUK. Tot slot biedt de OpenHouse procedure, anders dan bij subsidie of aanbesteden, demogelijkheid voor nieuwe aanbieders om tussentijds toe te treden, mits zijaan alle geschiktheids- en kwaliteitseisen voldoen. Dit maakt het mogelijkom eventuele nieuwe aanbieders te includeren, die na toetreding kunnenmeedraaien in de structuur van beroepsregistratie, opleiding en intervisiedie voor de keuzehulp is ontwikkeld. Hiermee wordt uniformiteit in hetaanbod bereikt.Voor kleinere aanbieders binnen de Open House kan het voldoen aan allekwaliteitseisen en de financiële- en administratieve verplichtingeninderdaad belastend zijn. Dit was voor de inmiddels uit de Open Housevertrokken aanbieder één van de redenen om geen nieuwe overeenkomstTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25921 aan te gaan. De terugtrekking van deze aanbieder heeft geen negatievegevolgen voor de landelijke dekking van de keuzehulp.Daarnaast vragen genoemde leden of er ook cijfers beschikbaar zijn vanhet aantal mannen dat gebruikmaakt van bijvoorbeeld keuzehulp, al danniet samen met de partner?Ja, deze cijfers zijn beschikbaar en openbaar. Fiom publiceert jaarlijks eenfactsheet12 over de keuzehulpverlening. Hierin zijn ook cijfers over desekse van de cliënten opgenomen. In 2023 was bij 26% van de trajecteneen man betrokken.De leden van de VVD-fractie zien een significante stijging van het risico opongeplande zwangerschappen in de leeftijdscategorie 35–49 jaar. Kan ereen oorzaak genoemd worden waarom in die groep deze stijging wordtwaargenomen? In hoeverre heeft desinformatie over anticonceptie daarineen rol en wat wordt daartegen ondernomen?De door de leden genoemde cijfers komen uit De Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, waarin vrouwen die een risico lopen op een ongeplandezwangerschap zijn gedefinieerd als vrouwen tussen de 16–49 jaar die deafgelopen 12 maanden seksueel actief waren, geen anticonceptiegebruiken, niet zwanger zijn en geen kinderwens hebben.Zoals het RIVM ook stelt in de beschouwing van de Monitor onbedoeldezwangerschappen,13 is er geen causaal verband aan te tonen tussen destijging van het risico op een ongeplande zwangerschap in de leeftijdsca-tegorie 35–49 jaar en misinformatie over anticonceptie. Een tal vanfactoren kan van invloed zijn op de stijging van het risico op eenonbedoelde zwangerschap in deze groep. Daarom blijf ik inzetten optoegankelijke en betrouwbare informatie over onbedoelde zwanger-schappen en anticonceptie.De leden van de VVD-fractie vinden het zorgelijk dat de daling van hetaantal tienerzwangerschappen stagneert, zoals valt te lezen in de monitoronbedoelde zwangerschappen cijferoverzicht 2023. Zij maken zichspecifiek zorgen over het percentage 12 t/m 15-jarigen. Hoe brengt deStaatssecretaris focus aan in bijvoorbeeld voorlichting zodat deze beterzichtbaar wordt onder groepen waar tienerzwangerschappen vakervoorkomen?Het aantal tienerzwangerschappen in Nederland is stabiel laag. Dit geldtook voor het aantal tienerouders. In 2023 waren er 2,7 tienermoeders per1000 meiden, evenals in 2022. De meeste van deze moeders (57.2%) zijnbevallen toen ze 19 jaar waren.Om onbedoelde zwangerschappen bij jongeren te voorkomen speelt hetonderwijs een grote rol. Door in te zetten op collectieve preventie, meteen positieve benadering van seksualiteit, krijgen jongeren meer kennisen vaardigheden op het gebied van seksualiteit maar ook een beterzelfbeeld, meer seksueel plezier en weten ze beter hun wensen en grenzenaan te geven. Dit draagt bij aan het voorkomen van ongewenste zwanger-schappen en soa’s.De afgelopen jaren is met het stimuleringsprogramma Gezonde Relatiesen Seksualiteit ingezet op dit soort voorlichting aan jongeren. Binnen hetStimuleringsprogramma krijgen hoogrisicogroepen extra aandacht.Scholen met relatief veel leerlingen uit hoogrisicogroepen werden extraondersteund en deze scholen kregen voorrang bij de toelating tot de12https://fiom.nl/sites/fiom/files/media/files/Factsheet%20Keuzehulptrajecten%202023%20%281%29.pdf13https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0040.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25922 stimuleringsregeling. Het lesprogramma over seksuele voorlichting «LangLeve de Liefde» op het voortgezet speciaal onderwijs (cluster 414) wordtmomenteel doorontwikkeld.15 Op deze manier kan het lesmateriaal beterworden toegepast op deze jonge doelgroep die een verhoogd risico looptop onbedoelde zwangerschappen.De leden van de VVD-fractie vinden het opvallend dat er tussen jongensen meisjes grote verschillen bestaan als het gaat over het aantal jongerendat aangeeft voldoende informatie op school te hebben gekregen overdiverse thema’s rondom seksualiteit. Bij elk van de genoemde thema’slijken meisjes achter te lopen op jongens als het gaat over het krijgen vanvoldoende informatie op school over deze thema’s. Is hier een verklaringvoor en zo nee, wat is de toelichting van de Staatssecretaris hierop?Het grootschalige landelijke onderzoek «Seks onder je 25e»16 laat zien datjongens en meiden relationele en seksuele vorming anders beoordelen.Meiden geven vaker een lager rapportcijfer dan jongens, zoals aan derelationele en seksuele vorming die zij op school hebben gekregen.De belangrijkste verklaring voor dit verschil is een andere informatiebe-hoefte van meiden en jongens. Op het gebied van bijna alle thema’sgeven meiden aan meer behoefte te hebben aan informatie dan jongens.Meiden geven aan het liefst meer te willen weten over de pil en andereanticonceptie, verliefdheid en relaties, zwangerschap, de leuke kanten vanseks en over soa’s. Jongens zeggen genoeg te weten over deze thema’s.Het is voor de duiding van dit cijfer relevant dat jonge jongeren een hogercijfer geven dan oudere jongeren. Dit zou kunnen betekenen dat zij in deloop der jaren de seksuele voorlichting op school steeds negatieverherinneren, of dat ze, mede op basis van meer seksuele ervaring,kritischer zijn dan de jongere leeftijdsgroepen. Het zou er ook op kunnenwijzen dat de voorlichting van nu beter is dan vroeger. Ook jongeren ophet praktijkonderwijs geven seksuele voorlichting een hoger cijfer danjongeren van dezelfde leeftijd op het vmbo, havo of vwo. Een mogelijkeverklaring is dat er op een Praktijkschool meer tijd en ruimte is voor dezelessen.Het onderzoek «Seks onder je 25e» laat zien dat het belangrijk is om in tespelen op de informatiebehoefte van leerlingen. En dat de informatiemoet worden afgestemd op de leeftijd, sekse en fase van ontwikkeling vande leerling. Op de website https://seksuelevorming.nl/ kunnen onderwijs-professionals tips en handvatten vinden.Voorts vragen genoemde leden hoe het aantal aanmeldingen voor destimuleringsregeling Gezonde relaties en seksualiteit zich over deafgelopen jaren heeft ontwikkeld. Zijn er nog meer verbeteringen aan tebrengen in de administratieve kant van de regeling zodat de drempel voorscholen om er gebruik van te maken verder verlaagd wordt?Momenteel is het Stimuleringsprogramma bezig met haar laatste ronde(ronde 8). De belangstelling voor de stimuleringsregeling is vanaf de 1eronde in 2019 groot geweest. Aanvankelijk konden scholen elk half jaar deregeling aanvragen, vanaf de 6e ronde werd dit jaarlijks. Alleen in de 1e ende 2e ronde (schooljaren 2019–2020 en 2020–2021) konden alle aanvragenworden toegekend. Bij de daaropvolgende rondes was het aantalaanvragen altijd groter dan dat er toegekend kon worden.14Het gespecialiseerd onderwijs wordt onderverdeeld in vier clusters: cluster 4 is voor kinderenmet psychische stoornissen en gedragsproblemen.15https://projecten.zonmw.nl/nl/project/small-scale-study-examine-feasibility-and-effectiveness-school-based-comprehensive-sex16Seks onder je 25e, 2024 https://seksonderje25e.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25923 Hierbij het totaal aanvragen/toekenningen:RondeAanvragenToekenningenOpmerkingRonde 1 (Najaar 2019)411411Halfjaarlijkse rondeRonde 2 (Voorjaar 2020)206206Halfjaarlijkse rondeRonde 3 (Najaar 2020)399264Halfjaarlijkse rondeRonde 4 (Voorjaar 2021)421304Halfjaarlijkse rondeRonde 5 (Najaar 2021)325276Halfjaarlijkse rondeRonde 6 (Voorjaar 2022)313115Vanaf deze ronde jaarlijksRonde 7 (Voorjaar 2023)614361Ronde 8 (Voorjaar 2024)525314 De betrokken partners bij het Stimuleringsprogramma Gezonde Relatiesen Seksualiteit hebben ingezet op het beter onder de aandacht brengenvan het programma bij scholen. Dat deden zij door middel van hetorganiseren van webinars, bijeenkomsten, het bezoeken van scholen enhet verstrekken van flyers.Wat betreft de administratieve last die scholen ervoeren, zijn er op basisvan de evaluatie van het RIVM en de feedback van scholen verbeteringendoorgevoerd waarmee de administratieve verantwoording vereenvoudigdis. Het Gezonde School team ondersteunt scholen desgewenst op maatmet vragen over de administratie.Van de scholen die in het schooljaar 2021–2022 deelnamen aan destimuleringsregeling Gezonde Relaties & Seksualiteit, besteedt 45 procentspecifieke aandacht aan kwetsbare doelgroepen rondom het themaGezonde Relaties & Seksualiteit. De kwetsbare groepen waar scholenrelatief de meeste aandacht aan geven zijn leerlingen met gedragspro-blemen (59 procent) en leerlingen uit multi-probleemgezinnen (48procent), zo lezen genoemde leden.Zijn dit ook de groepen die in de praktijk het vaakst problemen onder-vinden rondom relaties en seksualiteit? Zo nee, wat is de verklaring datscholen juist deze groepen het meeste aandacht geven en minder aanbijvoorbeeld leerlingen met een verstandelijke beperking?In het rapport «Stimuleringsplan seksuele en relationele vorming;collectieve preventie van onbedoelde (tiener)zwangerschappen via hetonderwijs»17 zijn de volgende hoogrisicogroepen voor een onbedoeldezwangerschap beschreven: laagopgeleiden,18 jonge starters, jongeren meteen verstandelijke beperking of gedragsproblemen, jongeren ingesloten/open residentiële jeugdhulp, migranten, asielzoekers enstatushouders, en kinderen uit multiprobleemgezinnen.Ik heb geen zicht op recente data die ondersteunen of deze groepen in depraktijk ook het vaakst problemen ondervinden rondom relaties enseksualiteit. Uit het onderzoek «Seks onder je 25e» uit 2017 werd welduidelijk dat negatieve jeugdervaringen (bijvoorbeeld emotioneleverwaarlozing en psychische en fysieke mishandeling thuis) voor het 16ejaar negatief samenhangen met seksuele gezondheid in brede zin. Dezegroep kreeg vaker te maken met ongeplande zwangerschappen en hadeen grotere kans op een negatieve ervaring met seksueel geweld. Dit isovereenkomstig met andere onderzoeken naar onbedoelde zwanger-schappen die in het verleden zijn verricht. In 2019 is het onderzoek «Seksonder je 25e vso. Seksuele gezondheid van jongeren in cluster 3 en 4 van17Kamerstukken II, 2019/20, 32 279, nr. 181, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-917333.pdf18Ten tijde van het uitkomen van dit rapport werd deze term nog gebruikt. Inmiddels wordt devoorkeur gegeven aan andere bewoordingen en zou deze term niet meer gebruikt worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25924 het voortgezet speciaal onderwijs» uitgekomen. Binnen cluster 4 bevindenzich jongeren met (ernstige) gedragsstoornissen en/of psychischeproblematiek. Hieruit bleek dat grensoverschrijding en seksueel geweldveel voorkomen bij meiden op cluster 4.De 59% (leerlingen met gedragsproblemen) en 48% (leerlingen uitmultiprobleemgezinnen) waar de leden van de VVD-fractie over spreken,zijn verdeeld over alle schooltypen: van primair onderwijs tot en met mbo.De groep leerlingen met een verstandelijke beperking bevindt zichvoornamelijk op het speciaal onderwijs. Scholen uit het basisonderwijs,voortgezet onderwijs en mbo besteden al vaker extra aandacht aanleerlingen met gedragsproblematiek. Van de speciaal onderwijs scholendie deelnamen aan het Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit heeft 71% (speciaal onderwijs) en 79% (voortgezet speciaalonderwijs) aandacht besteed aan kwetsbare doelgroepen.De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat overwogen wordt omanticonceptiegebruik toe te voegen als indicator aan de monitorOnbedoelde zwangerschappen. Deze leden vragen daarbij of deze cijfersverrijkt kunnen worden met redenen om al dan niet anticonceptie tegebruiken, welke vormen van anticonceptie worden gebruikt en eenoverzicht van informatiebronnen waar de meeste informatie overanticonceptiegebruik opgedaan wordt.Het RIVM onderzoekt momenteel of een indicator over anticonceptiege-bruik aan de monitor Onbedoelde zwangerschappen kan wordentoegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van data van deStichting Farmaceutische Kerngetallen. Er wordt momenteel door hetRIVM geïnventariseerd of deze data voor de volgende monitorbeschikbaar kunnen worden gemaakt. Dit gaat echter alleen om hetgebruik van anticonceptie. Er is geen structurele informatie beschikbaarover mogelijke redenen waarom anticonceptie wel of niet wordt gebruikt.Wel voert Rutgers eens in de vier/vijf jaar de monitor seksuele gezondheiduit, waarin persoonlijke overwegingen met betrekking totanticonceptiegebruik in worden meegenomen. De meest recente cijferskomen uit 2023. Hiernaar wordt ook verwezen in de beschouwing19 bij demonitor Onbedoelde zwangerschappen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap en hebbenhierover nog enkele vragen. Deze leden hechten eraan te benadrukken dathet besluit tot een abortus nooit een eenvoudige beslissing is en dathierbij uiterste zorgvuldigheid geboden is. Volgens deze leden zou hetwenselijk zijn als vrouwen helemaal niet voor deze moeilijke keuze komente staan, en het aantal abortussen afneemt door onbedoelde enongewenste zwangerschappen zo veel mogelijk te voorkomen.De leden van de NSC-fractie lezen dat het aantal abortussen is gestegenvan 30.962 in 2021 naar 35.606 in 2022; een stijging van 15%. Deze ledenlezen ook dat het aantal keuzehulptrajecten in 2022 met 15% is gestegenten opzichte van 2021. Ook lezen deze leden dat het de doelstelling van deStaatssecretaris is om het aantal abortussen te verminderen. Hoeverwacht de Staatssecretaris dat het aantal zwangerschapsafbrekingenzich zal ontwikkelen als straks de abortuspil vanaf 2025 kan wordenverstrekt via de huisarts?19https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0040.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25925 De wetswijziging zal verplaatsing van zorg tot gevolg hebben: sommigeabortusbehandelingen die voorheen door abortusklinieken werdenuitgevoerd kunnen in de toekomst door huisartsen worden uitgevoerd. Ikvoorzie geen veranderingen van het totaal aantal abortussen als gevolgvan deze wetswijziging.Is het mogelijk om de betrokkenheid van verloskundigen bij de zorgrondom medicamenteuze abortus te onderzoeken, met het oog op hunexpertise en beschikbare echoapparatuur voor het bepalen van dezwangerschapsduur? Waarom is het tot nu toe niet gelukt om verloskun-digen meer van de abortuszorg te laten doen?Op grond van de Wet afbreking zwangerschap mogen abortusbehande-lingen alleen worden uitgevoerd door artsen in ziekenhuizen en kliniekenmet een vergunning. Vanaf 2025 mogen – door een aangenomeninitiatiefwetsvoorstel – ook daartoe geschoolde huisartsen abortusmedi-catie voorschrijven. Ik ben van mening dat abortuszorg hiermeevoldoende toegankelijk is. Ik ben daarom niet van plan om het wettelijkkader voor abortuszorg te wijzigen zodat het voor verloskundigenmogelijk wordt om abortusbehandelingen uit te voeren. Uiteraard kan eenhuisarts vrouwen verwijzen naar een verloskundige voor een echovoorafgaand aan een eventuele (medicamenteuze) abortus. Op dezemanier kan de expertise van verloskundigen en beschikbaarheid vanapparatuur worden ingezet voor abortuszorg.De leden van de NSC-fractie lezen dat vrouwen die in een financieelkwetsbare situatie verkeren, de mogelijkheid hebben om te kiezen voorgratis anticonceptie na een abortus. Op basis van welke criteria wordtbepaald of een vrouw als financieel kwetsbaar wordt beschouwd? Kan deStaatssecretaris informatie verschaffen over het aantal vrouwen dathiervan gebruik maakt en welke vorm van anticonceptie zij verkiezen?Welke informatie krijgen zij en wat zorgt ervoor dat zij wel of niet hiervoorkiezen?De klinieken ontvangen een opslag van 10% op het subsidietarief voor deplaatsing van langdurige anticonceptie. Deze opslag gebruiken kliniekenom vrouwen in een kwetsbare positie na een afbreking gratis langdurendeof kortdurende anticonceptie aan te bieden. Zorgverleners in kliniekenmaken zelf een professionele inschatting van de groep vrouwen die inaanmerking komt voor gratis anticonceptie. Hierbij wordt aangesloten bijde definitie van «kwetsbaar» uit het programma Kansrijke Start.20 Er zijngeen cijfers beschikbaar die inzichtelijk maken welke anticonceptieme-thoden worden gekozen door vrouwen aan wie na een abortus gratisanticonceptie wordt aangeboden.Abortuszorgverleners zijn verplicht om te zorgen voor voldoendegelegenheid voor voorlichting over het voorkomen van ongewenstezwangerschap. Abortuszorgverleners maken bij voorlichting overanticonceptie o.a. gebruik van de standaard van het NederlandsHuisartsen Genootschap (NHG).21 In deze richtlijn komen (kenmerken van)allerlei methoden aan bod. De exacte inhoud en vorm van dezevoorlichting hangt af van de specifieke situatie van de vrouw en van haarwensen en vragen. Of wordt gekozen voor een (nieuwe) anticonceptieme-thode, en zo ja welke methode, beslist de vrouw zelf in goed overleg methaar arts.20Deze definitie staat uitgeschreven in de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap opp8. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-816b91a1745ad2355f084841a020d9ace5285c69/pdf21https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/anticonceptieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25926 Indien vrouwen kiezen voor een spiraaltje, wie is dan verantwoordelijkvoor het plaatsen ervan en via welke route vindt de vergoeding plaats?Als vrouwen kiezen voor een spiraaltje na een zwangerschapsafbrekingkan deze in sommige gevallen direct aansluitend op de behandeling doorde abortusarts geplaatst worden. Het plaatsen van het spiraaltje in dekliniek is voor iedereen die een abortus heeft ondergaan gratis, niet alleenvoor vrouwen in een kwetsbare situatie. De plaatsing wordt vergoedvanuit de Subsidieregeling abortusklinieken. Het spiraaltje zelf kan (net alsandere vormen van kort- én langdurige anticonceptie) aan ongeveer 10%van de vrouwen gratis worden aangeboden via dezelfde subsidieregeling.Andere vrouwen bekostigen het spiraaltje zelf of krijgen dit vergoed opgrond van hun (aanvullende) zorgverzekering.Daarnaast zijn deze leden geïnteresseerd in de ervaringen van zowel devrouwen als abortusklinieken met betrekking tot gratis anticonceptie naeen abortus, evenals de bijbehorende kosten. Zou de Staatssecretaris hiernader op in kunnen gaan?Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) is van meningdat het verstrekken en plaatsen van gratis anticonceptie van grotetoegevoegde waarde is bij het tegengaan van een nieuwe onbedoeldeen/of ongewenste zwangerschap en het vergroten van de autonomie vanvrouwen. Abortusartsen ervaren de maatregel als positief en vermeldendat de groep vrouwen die in aanmerking komt voor een gratis anticoncep-tiemiddel, zeer tevreden is over dat aanbod.Is er evidentie dat deze maatregel daadwerkelijk helpt in het terugdringenvan abortussen?Het aanbieden van gratis anticonceptie aan vrouwen in een kwetsbaresituatie is bedoeld om een mogelijke financiële drempel voor anticoncep-tiegebruik weg te nemen en om de kans op een nieuwe onbedoelde en/ofongewenste zwangerschap te verkleinen. Er is geen cijfermatig bewijs dathet aanbieden van gratis anticonceptie aan deze vrouwen effect heeft ophet totaal aantal abortussen, maar het NGvA acht het een effectief middelom herhaalabortussen te voorkomen.Staat gratis anticonceptie straks ook ter beschikking van vrouwen wienszwangerschap wordt afgebroken bij de huisarts? Zo ja, hoe verloopt debekostiging hier dan van? Deze leden zouden het zeer op prijs stellen alser spoedig meer informatie beschikbaar komt over gratis anticonceptie ende bijbehorende effecten.Een opslag voor gratis anticonceptie is geen onderdeel van de beoogdebekostigingsconstructie voor abortuszorg via de huisarts.22 Huisartsenhebben wel de mogelijkheid om personen in een (financieel) kwetsbaresituatie te verwijzen naar Nu Niet Zwanger. In de anticonceptierichtlijn vanhet NHG23 en de e-learning «onbedoelde zwangerschap in de huisartsen-praktijk» wordt expliciet op dit programma gewezen. Het programma NuNiet Zwanger helpt personen bij het nemen van regie op de kinderwens.Mocht de wens tot anticonceptie de uitkomst van de begeleiding zijn,22In de Kamerbrief Stand van zaken medicamenteuze afbreking van de zwangerschap via dehuisarts (Kamerstukken II, 2023/34, 30 371, nr.54) en de reactie op het schriftelijk overleghierover (Kamerstukken II, 2023/24, 30 371, nr. 55) staat toegelicht hoe de financieringscon-structie voor abortuszorg via de huisarts eruit ziet en waarom voor deze constructie isgekozen.23https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/anticonceptieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25927 maar de persoon in kwestie dit niet kunnen betalen, dan wordt deanticonceptie door Nu niet Zwanger betaald.Tot slot hebben deze leden ook een vraag over de bekendheid eninformatievoorziening over veilige seks. Veilige seks draagt bij aan hetvoorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en ongeplandezwangerschappen. De afgelopen jaren lijkt er echter minder aandacht tezijn voor de promotie van veilige seks door de overheid, ondanks destijging van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) enongeplande zwangerschappen. Wat kan de overheid nog meer doen omveilige seks te bevorderen? Wat zijn hierin internationaal evidence-basedinterventies?Het Ministerie van VWS zet op verschillende manieren doorlopend in ophet promoten van veilige seks. Zo kunnen jongeren voor toegankelijke enbetrouwbare informatie over veilige seks, voorbehoedsmiddelen enseksuele gezondheid terecht op sense.info; volwassenen die risico lopenworden geïnformeerd via websites gericht op hun specifieke situatie.Verder draagt relationele en seksuele vorming op scholen bij aan hetopbouwen van kennis en vaardigheden omtrent veilige seks. Scholenworden daarin ondersteund via de Stimuleringsregeling Gezonde Relatiesen Seksualiteit en gestimuleerd via de Week van de Lentekriebels. In dezorg bieden professionals ondersteuning aan mensen met een positievesoa-test uitslag door het gesprek aan te gaan over – bij de cliënt passende– bescherming tegen soa’s. Daarnaast voeren GGD’en en SANLincidentele condoompromotie activiteiten uit. Zo deelden GGD’en, insamenwerking met het RIVM, het afgelopen jaar condooms uit tijdens deintroductieweken van hogescholen en universiteiten. Naar aanleiding vanpositieve internationale ervaringen start GGD Amsterdam binnenkort meteen pilot waarbij soa-vending machines («soa-automaten») wordengeplaatst. Het idee is dat deze automaten soa zelf-testen, condooms englijmiddel aan zullen bieden, naast tampons en maandverband ommenstruatiearmoede tegen te gaan. Deze soa-automaten zijn 24 uur perdag beschikbaar en zullen strategisch geplaatst worden op locaties voormoeilijk-bereikbare groepen met een verhoogd risico op soa’s. Dit is eenmooi voorbeeld waarbij seksuele gezondheid bevorderd kan worden doorde fysieke leefomgeving zo in te richten dat gezonde keuzes wordengestimuleerd.Ik onderschrijf het belang van het inzetten van onderbouwde interventies.Internationaal wordt erkend dat het bevorderen van veilig vrijen niet kanworden bereikt met een enkele interventie, maar ook inzet vraagt vanzowel het individu als diens omgeving. Uit een overzicht van effectiviteits-studies24 blijkt dat interventies gericht op individueel gedrag, zoalscounseling en seksuele vorming, kosteneffectief kunnen zijn en dat hetvergroten van de beschikbaarheid en het gebruik van condooms onderrisicogroepen in sommige gevallen kostenbesparend kan zijn. Zoals ookaangegeven in de beantwoording op de vragen van het lid Paulusma vanD66,25 onderzoekt het RIVM in samenwerking met SANL wat effectieveinterventies zijn voor het stimuleren van condoomgebruik onderrisicogroepen in Nederland.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de Voortgangsrap-portage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschappen gelezen enwillen de Staatssecretaris nog enkele vragen voorstellen.24https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9163023/pdf/10461_2022_Article_3583.pdf25Aanhangsel Handelingen II, 2023/24, nr. 1952.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25928 De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de maatregelen inzakede aanpak van onbedoelde en ongewenste zwangerschappen. Hierinspecifiek zijn wij tevreden met het gratis en toegankelijk beschikbaarstellen van anticonceptie voor personen in kwetsbare omstandigheden viahet programma Nu Niet Zwanger. Deze regeling is momenteel via deSPUK (specifieke uitkering) geregeld en daarom niet structureelbeschikbaar. De leden van de D66-fractie vinden dat voor mensen inkwetsbare omstandigheden het sterk van belang is dat zij zekerheidhebben betreffende de middelen die voor hen beschikbaar zijn. Deelt deStaatssecretaris hierbij de mening dat deze regeling daarom structureelbeschikbaar zou moeten zijn?Het is wenselijk dat Nu Niet Zwanger structureel beschikbaar is en blijft inalle gemeenten zodat alle mensen in kwetsbare omstandigheden naarbehoefte ondersteund kunnen worden bij het nemen van regie op hunkinderwens. Het programma (inclusief de eventuele anticonceptie) kanbekostigd worden door de gemeente vanuit de structurele middelen voorKansrijke Start als onderdeel van de SPUK-regeling, behorend bij hetGALA, maar ook uit andere middelen.De leden van de D66-fractie vinden de verspreiding van misinformatieover anticonceptie een verontrustende trend. De gevolgen hiervan betreftde afname van hormonale anticonceptie en de toename van «natuurlijkeanticonceptiemethoden» moeten goed in de gaten worden gehouden enaangepakt. Hierin worden al aangegeven dat medische professionals diejuiste informatie op sociale media verspreiden worden ondersteunt.Voorst vragen deze leden hoe deze professionals ondersteunt worden enhoe dit geïntensiveerd kan worden?Net als de leden van de D66 fractie vind ik de verspreiding van misinfor-matie over anticonceptie verontrustend. De komende periode ga ik mijdaarom richten op het tegengaan van misinformatie, niet alleen overanticonceptie maar ook op andere medische gebieden.Het is echter niet zeker dat de daling in het gebruik van hormonaleanticonceptie en de stijging van het gebruik van de vruchtbare dagenmethoden (in uw vraag «natuurlijke anticonceptiemethoden» genoemd)wordt veroorzaakt door misinformatie over hormonale anticonceptie.De initiatieven van professionals op het gebied van mis- en desinformatie,zoals de Vragendokter,26 juich ik toe. In het kader van de dalendevaccinatiegraad is uw Kamer 20 juni jl.27 geïnformeerd over degesprekken die er worden gevoerd met verschillende partijen over hoezorgprofessionals ondersteund kunnen worden in het tegengaan van mis-en desinformatie.Deze leden zien de afname van het gebruik van hormonale anticonceptieook als een signaal dat er meer onderzoek moet worden gedaan naaralternatieven methoden, zoals anticonceptie met lage hormonale waardenof anticonceptie voor mannen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hier naar, zovragen deze leden. Daarbij kan er ook worden ingezet op het beterbeschikbaar stellen van anticonceptie met lagere hormonale waarden.Kan de Staatssecretaris aangeven waar knelpunten liggen om dit tebewerkstelligen en op welke wijze de Staatssecretaris voornemens is dezeop te lossen.Het is aan onderzoeksinstellingen en farmaceutische bedrijven om(nieuwe vormen van) anticonceptie te ontwikkelen. Er zijn mij geenspecifieke knelpunten bekend die in de weg staan van de ontwikkeling van26https://www.instagram.com/devragendokter/27Kamerstukken II, 2023/24, 32 793, nr. 777Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25929 anticonceptie met lagere hormonale waarden. Er wordt wel degelijkonderzoek gedaan naar deze middelen. Zo wordt onderzoek gedaan naarhet gebruik van een lage wekelijkse dosis mifepriston als hormoonvrijanticonceptiemiddel voor vrouwen door de organisatie Women on Wavesin samenwerking met de Universiteit Leiden en het Karolinska-instituut uitZweden.Gezien het feit dat 25.000 vrouwen niet gebruik maken van anticonceptievanwege de prijs terwijl afname van ongeplande zwangerschappen grotepositieve sociaaleconomische gevolgen heeft.28 Daarnaast blijkt het aantalabortussen onder Finse tieners binnen 25 jaar met 66 procent is gedaald,nadat gratis anticonceptie en verplichte seksuele voorlichting werdingesteld.29 Deelt de Staatssecretaris de mening om anticonceptie gratisbeschikbaar en toegankelijk te stellen?Het kabinet is niet van plan anticonceptie voor iedereen gratis beschikbaarte stellen. Voor jongeren tot 21 jaar geldt dat anticonceptie in hetbasispakket zit. En het kabinet zet met de Aanpak onbedoelde enongewenste zwangerschap in op het beter toegankelijk maken vananticonceptie voor personen in een kwetsbare situatie.De leden van de D66-fractie vinden het opvallend dat bij onderzoek naarrelationele en seksuele vorming op school bij alle onderwerpen de helft ofmeer dan de helft van jongeren aangeeft niet voldoende informatie opschool te hebben gekregen30. Dit terwijl uit eerdergenoemd Finsonderzoek ook weer blijkt hoe belangrijk seksuele voorlichting is in hetvoorkomen van ongewenste zwangerschappen. Kan de Staatssecretaristoelichten hoe de gegeven informatie op school hierin verbeterd kanworden?Recente cijfers uit het grootschalige landelijke onderzoek van «Seks onderje 25e»31 laten helaas zien dat jongeren de informatie die ze op scholenhebben gekregen niet op alle onderwerpen voldoende vinden. Hetonderzoek laat ook zien dat jongens en meiden relationele en seksuelevorming anders beoordelen. Meiden geven op de uitgevraagde thema’s,in het onderzoek Seks onder je 25e, minder vaak aan dat ze voldoendeinformatie hebben gekregen dan jongens. Het is voor de duiding van ditcijfer relevant dat jonge jongeren een hoger cijfer geven dan ouderejongeren. Dit zou kunnen betekenen dat zij de seksuele voorlichting opschool in de loop der jaren steeds negatiever herinneren, of dat ze, medeop basis van meer seksuele ervaring, kritischer zijn dan de jongereleeftijdsgroepen. Het zou er ook op kunnen wijzen dat de voorlichting vannu beter is dan vroeger. Ook jongeren op het praktijkonderwijs gevenseksuele voorlichting een hoger cijfer dan jongeren van dezelfde leeftijdop het vmbo, havo of vwo. Een mogelijke verklaring is dat er op eenPraktijkschool meer tijd en ruimte is voor deze lessen.Uit peilingen blijkt dat in het basisonderwijs zo’n 40% van de scholencomplete en structurele seksuele vorming geeft aan de hand van erkendelesmethoden in een doorlopende leerlijn.32 In het voortgezet onderwijs(vo) liggen deze cijfers iets hoger, maar ook daar geeft ongeveer de helft(57%) van de scholen nog geen complete en structurele relationele enseksuele vorming aan de hand van erkende lesmethoden in een doorlo-28De prijs van de pil (fd.nl)29Mede door gratis anticonceptie 66 procent minder abortussen onder Finse tieners | Buitenland| NU.nl30Rutgers en Soa Aids Nederland i.s.m. RIVM en CBS. Seks onder je 25e/Leefstijlmonitor, 2023.31Seks onder je 25e, 2024 https://seksonderje25e.nl/32Relationele en seksuele vorming in het basisonderwijs, Peiling onder schoolleiders 2022,https://seksuelevorming.nl/wp-content/uploads/2022/04/Rapportage-Peiling-RSV-2022_def.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25930 pende leerlijn.33 Slechts een klein deel van de vo-docenten gebruikt demethode compleet en zoals bedoeld. In het mbo gebruikt slechts 15% vande scholen een erkende lesmethode.Om ervoor te zorgen dat jongeren voldoende informatie krijgen is hetbelangrijk dat scholen op een structurele manier aandacht besteden aanhet thema relaties en seksualiteit met gebruik van erkende lesmethodenen in een doorlopende leerlijn, zoals in het Finse onderzoek beschrevenstaat. In de 1,5 jaar dat het Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit nog loopt zet de Gezonde School met samenwerkendepartners in op borging van het thema.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap.Genoemde leden hebben geen vragen aan de Staatssecretaris.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangsrap-portage Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap. Zij hebbenhier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie constateren dat het nieuwe hoofdlijnenakkoordforse bezuinigingen heeft aangekondigd op preventie. Wat zijn naarverwachting hiervan de effecten voor de aanpak onbedoelde enongewenste zwangerschap? In hoeverre kan de huidige aanpak in standblijven?De Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap loopt tot en met2025.Ik ben voornemens blijvend in te zetten op het voorkomen vanonbedoelde zwangerschap en het bieden van informatie en ondersteuningbij een onbedoelde zwangerschap. De komende maanden zal ik gebruikenom samen met het veld te bekijken wat hiervoor nodig is. Hierbij betrek ikook de uitkomsten van lopend onderzoek.34Uw Kamer wordt hierover in het voorjaar van 2025 geïnformeerd.Genoemde leden zijn daarnaast bezorgd over de toename van desinfor-matie over anticonceptie op sociale media. Hoe kijkt de Staatssecretarishiernaar? Deelt u de mening dat met deze ontwikkeling een intensiveringvan de aanpak logischer zou zijn dan een forse bezuiniging?Ik deel de door u genoemde zorgen. De verspreiding van misinformatieover onder andere anticonceptie op sociale media is zeer verontrustend.Het is niet bekend dat de afname van het gebruik van hormonaleanticonceptie wordt veroorzaakt door misinformatie over hormonaleanticonceptie op sociale media. Desalniettemin blijf ik inzetten op hetbeschikbaar stellen van betrouwbare en toegankelijk informatie overanticonceptie. Zoals gezegd ga ik in gesprek met veldpartijen om tebepalen hoe de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap na2025 vervolgd kan worden. Toegankelijke en betrouwbare informatie zaldaarin ook aan de orde komen.33Rapportage Onderzoek: Relationele en seksuele vorming in het VO, DUO 2022, https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2022/02/Rapportage-Rutgers-Relationele-en-seksuele-vorming-in-het-VO-7-februari-2022-DEF.pdf34https://www.zonmw.nl/nl/onbedoelde-zwangerschap-en-kwetsbaar-jong-ouderschapTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25931 De leden van de SP-fractie vragen ook hoe de Staatssecretaris aankijkttegen de toekomst van het programma Nu Niet Zwanger. Deelt u demening dat het zeer wenselijk zou zijn om dit programma voort te zetten?Hoe groot acht u de kans dat dit mogelijk zal zijn, gezien het hoofdlijnen-akkoord?Het is wenselijk dat Nu Niet Zwanger structureel beschikbaar is en blijft inalle gemeenten, zodat alle mensen in kwetsbare omstandigheden naarbehoefte ondersteund kunnen worden bij het nemen van regie op hunkinderwens. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is daarom ookde afspraak opgenomen dat gemeenten ervoor zorgen dat inwoners in devruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) voldoenderegie (kunnen) nemen op hun kinderwens. Het landelijk programmateamvan Nu Niet Zwanger bij GGD GHOR Nederland ontvangt nog tot en met2027 subsidiemiddelen vanuit VWS om gemeenten hierbij te onder-steunen. Op dit moment wordt er in 285 gemeenten gewerkt met Nu NietZwanger. De deelnemende centrumgemeente ontvangt bij aanvang eenstartbudget om een projectleider te kunnen financieren. Verder kan NuNiet Zwanger (inclusief de eventuele anticonceptie) bekostigd wordendoor de gemeente vanuit de beschikbaar gestelde SPUK-middelen.De leden van de SP-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegende Canadese plannen om anticonceptie te gaan vergoeden. Deelt u demening dat het gratis maken van anticonceptie een drempel voor hetgebruik ervan kan wegnemen en bovendien de ongelijke verdeling van dekosten ervan (die nu hoofdzakelijk bij vrouwen liggen) kan oplossen?Het vergoeden van anticonceptie lost de moeizame toegang tot passendeanticonceptie, die door sommigen wordt ervaren, niet op. Gratis anticon-ceptie voor iedereen zal dus vooral gunstig uitpakken voor die personendie de weg naar anticonceptie al weten te vinden en de kosten ervan ookgoed zelf kunnen dragen. Hulp en ondersteuning bij de toegang en goedgebruik van anticonceptie voor personen in een meer kwetsbare situatiezal nodig blijven, ook als anticonceptie voor iedereen gratis wordtverstrekt.Het opnemen van anticonceptie in het basispakket voor personen ouderdan 21 jaar kost ongeveer € 25 miljoen per jaar. Als de vergoeding vananticonceptie voor personen ouder dan 21 jaar wordt uitgezonderd vanhet eigen risico dan zijn de kosten € 60 miljoen per jaar. Hiervoor is geenfinanciële dekking.Het kabinet is daarom niet van plan anticonceptie voor iedereen tevergoeden. Het kabinet zet met de Aanpak onbedoelde en ongewenstezwangerschap in op het beter toegankelijk maken van (informatie over)anticonceptie voor personen in een kwetsbare situatie.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met kennisgenomen van devoortgangsrapportage. Ze maken graag van de gelegenheid gebruik omhier een aantal vragen over te stellen.De leden van de SGP-fractie onderschrijven de doelstelling van deStaatssecretaris om het aantal ongewenste en onbedoelde zwanger-schappen en (herhaalde) abortussen te verminderen, door in te zetten oppreventie, informatie en hulp. De leden van de SGP-fractie vragen deStaatssecretaris deze doelstelling ook de komende jaren onverkorthandhaaft. Ook vragen zij of de Staatssecretaris aanvullende maatregelenoverweegt, gelet op het feit dat uit de recentste cijfers bleek dat het aantalabortussen is gestegen, in plaats van verminderd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25932 De Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap loopt tot en met2025.Ik blijf inzetten op het voorkomen van onbedoelde zwangerschappen enhet bieden van informatie en ondersteuning bij een onbedoelde zwanger-schap. Het uitgangspunt hierbij is dat de vrouw in vrijheid een geïnfor-meerde keuze moet kunnen maken over haar onbedoelde of ongewenstezwangerschap. En dat zij over haar keuze geen verantwoording hoeft af teleggen.De komende tijd zal ik gebruiken om samen met het veld te spreken overeen vervolg op de huidige Aanpak. Hierbij betrek ik onder andere deuitkomsten van lopend onderzoek. Uw Kamer wordt hierover in hetvoorjaar van 2025 geïnformeerd.Via de Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties en Seksualiteitinvesteert de Staatssecretaris in relationele en seksuele vorming voorjongeren. De leden van de SGP-fractie lezen dat inmiddels bijna 2.000scholen gebruik hebben gemaakt van deze regeling. Zij vragen deStaatssecretaris hoeveel scholen er procentueel gebruik gemaakt hebbenvan deze regeling, afgezet tegen het totaal aantal scholen in Nederland?Hoeveel scholen doen er op dit moment niet mee aan dit Stimuleringspro-gramma? Wat is de oorzaak dat zij hier (nog) geen gebruik van hebbengemaakt?Vanaf de start van de Stimuleringsregeling, in het najaar van 2019, tot nuheeft 17% van alle Nederlandse scholen in het po, vo, go en mbo35gebruik gemaakt van de Stimuleringsregeling. Er hebben 6645 scholenniet deelgenomen aan de Stimuleringsregeling. De inschrijving voor delaatste ronde van het programma, ronde 8, is zojuist afgerond. Een totaalvan 314 scholen kan deelnemen aan deze ronde. Vanaf de 3e rondehebben meer scholen een aanvraag gedaan dan dat vanuit hetbeschikbare budget van de regeling toegekend kon worden.Er zijn uiteenlopende redenen voor scholen om niet deel te nemen aan hetStimuleringsprogramma. Dit is niet verder onderzocht of uitgevraagddoor het programma de Gezonde School.De leden van de SGP-fractie begrijpen dat om deel te kunnen nemen aanhet Stimuleringsprogramma het een voorwaarde is om als school eencoördinator te hebben die in algemene zin de gedachte van de GezondeSchool uitdraagt en die alle activiteiten coördineert.36 Dit betekent dat eenschool dus niet zomaar ondersteuning kan inroepen voor een enkeldomein van de Gezonde School, in dit geval het thema relaties enseksualiteit. Kan de Staatssecretaris zich voorstellen dat dit scholen ervanweerhoudt om hieraan deel te nemen?Het inderdaad een voorwaarde dat een school die deelneemt aan deregeling een Gezonde School- coördinator heeft. Het is namelijk wenselijkdat een coördinator het overzicht bewaakt, de verbinding tussen diversegezondheidsthema’s en activiteiten kan leggen op alle pijlers van deGezonde School en in samenwerking met collega’s de continuïteit borgt.Er zijn mij geen signalen bekend dat specifiek het aanstellen van eenGezonde School coördinator scholen ervan weerhoudt om deel te nemenaan de regeling. De Gezonde School aanpak biedt juist mogelijkheden omaan te sluiten bij de wensen en behoeften van scholen. Maar scholen zijnuiteraard vrij om te kiezen voor de Gezonde School aanpak of niet.35Primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), gespecialiseerd onderwijs (go, voorheenspeciaal onderwijs) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo)36https://www.gezondeschool.nl/advies-en-ondersteuning/relaties-seksualiteitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25933 De leden van de SGP-fractie lezen verder dat de Gezonde School-coördinator verplicht is om scholing te volgen over het thema Relaties enseksualiteit. Zij vragen de Staatssecretaris om toe te lichten hoe ditprecies werkt. Wie geeft die scholing, wat houdt de scholing in en waaromis dit verplicht? De leden van de SGP-fractie begrijpen verder dat er bij deGGD’en Gezonde School-adviseurs (GSA’s) zijn aangesteld die deGezonde School-coördinatoren op scholen ondersteunen. Wat is hun rolen taak? Hoeveel fte GSA’s zijn er op dit moment aan het werk bij deGGD’en? De leden van de SGP-fractie vragen om toe te lichten hoe degemeentelijke beleidsvrijheid zich verhoudt tot een landelijk programmaals Gezonde School en het Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit. Zijn er ook gemeenten en/of GGD’en die kiezen voor eenandere structuur?Scholen zijn vanuit de Stimuleringsregeling verplicht om deel te nemenaan één van de scholingen uit het aanbod van Gezonde School. De redenhiervoor is dat de Gezonde School scholen ondersteunt om op eenstructurele en integrale manier – aan de hand van de Gezonde School-aanpak – te werken aan het thema Relaties en seksualiteit, zodat de kansop blijvend effect het grootst is.De scholingen worden georganiseerd vanuit Gezonde School, Rutgers,Soa Aids Nederland, Stichting School en Veiligheid en andere professi-onals die actief zijn op het thema relaties en seksualiteit.In de scholingen wordt aandacht besteed aan de verschillende erkendelesmethodes over Relaties en seksualiteit. Er wordt meer uitleg gegevenover het thema en hoe scholen hieraan kunnen werken met behulp van deGezonde School-aanpak.De GGD’en vervullen in de uitvoering van het Gezonde Schoolprogramma een rol in het ondersteunen van scholen en het leggen van deverbinding met de preventieve lokale infrastructuur. Dat past bij hun taakop het gebied van gezondheidsbevordering (Wet publieke gezondheid). Erzijn zo’n 380 Gezonde School-adviseurs werkzaam vanuit het landelijknetwerk van GGD’en. Zij voeren deze taak vaak uit in combinatie metandere taken voor de GGD. In de begeleiding van de Gezonde School-adviseurs aan scholen staat de schoolbrede en structurele aandacht voorgezondheid centraal, onafhankelijk van type onderwijs of achtergrond vande school.Gemeenten hebben beleidsvrijheid op welke wijze ze investeren incollectieve preventie. Er bestaan ook andere programma’s naast deGezonde School, op het gebied van relaties en seksualiteit, waarvangemeenten gebruik maken.De leden van de SGP-fractie lezen dat de focus bij de GGD’en mede ligt ophet borgen van de activiteiten die nu met tijdelijke middelen wordenuitgevoerd. Het gaat bijvoorbeeld om beschikbaarheid van capaciteit,blijvende inzet op deskundigheidsbevordering, continuering van desamenwerking binnen de GGD’en en met andere partners ten behoevevan de inzet op scholen. Genoemde leden vragen de Staatssecretaris omtoe te lichten wat hiermee wordt bedoeld.Zij vragen of het niet verstandiger zou zijn om in te zetten op het borgenvan de deskundigheid binnen de scholen.Er wordt uiteraard ingezet op borging van deskundigheid op dit het themain de scholen zelf. Wanneer scholen deelnemen aan de stimuleringsre-geling maken zij automatisch gebruik van het scholingsaanbod enontvangen zij begeleiding van een Gezonde School-adviseur (GSA). Hetgebruik van de Gezonde School-aanpak en de ondersteuning door deGSA-adviseur stimuleert dat het werken aan het thema relaties enseksualiteit een structurele plek krijgt in de school. Om ervoor te zorgendat scholen ook ná de regeling aandacht blijven besteden aan het themaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25934 relaties en seksualiteit helpt de GSA van de GGD met het verankeren vanhet thema in de visie en het beleid van de school.In 2022 bleek uit RIVM-onderzoek dat scholen de administratieve kant vande regeling ingewikkeld vonden en dat deze dan ook diende te wordenvereenvoudigd. Wat zijn op dit moment de signalen met betrekking tot deadministratieve lastendruk? Volgt er tegen het einde van de Stimulerings-regeling in 2025 een eindevaluatie?Wat betreft de administratieve last die scholen ervoeren zijn er op basisvan onderzoek door het RIVM en de feedback van scholen verbeteringendoorgevoerd waarmee de administratieve verantwoording vereenvoudigdis. Er komen op dit moment weinig signalen bij het programma GezondeSchool binnen als het gaat om de administratie. Het Gezonde School teamondersteunt scholen desgewenst op maat bij hun vragen over deadministratie. Aan het einde van 2025 wordt er een eindevaluatieuitgevoerd.De leden van de SGP-fractie lezen dat Stichting School en Veiligheid,Rutgers en Soa Aids Nederland als kennispartners zijn betrokken bij hetStimuleringsprogramma. Zij begrijpen dat deze organisaties zich voor dekomende jaren zullen richten op borging en duurzame implementatiebinnen de GGD’en en het algehele onderwijsveld, nadat de Stimulerings-regeling is afgelopen. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe dit proceseruit komt te zien? Worden hierbij ook andere organisaties of kennis-partners dan deze drie betrokken? Ook vragen de leden van de SGP-fractiehoe wordt gewaarborgd dat er bij de GGD’en oog en ruimte is en blijftbestaan voor uiteenlopende opvattingen over relaties en seksualiteit.De afgelopen jaren zijn er veel materialen en trainingen voor de GGD’enontwikkeld. Dit steeds in samenwerking met de GGD’en en diversestakeholders vanuit het werkveld. Naast Stichting School en Veiligheid,Rutgers en Soa Aids Nederland heeft ook Siriz hierin geadviseerd. In deontwikkelde materialen en trainingen is ervoor gezorgd dat aansluitingkan worden gevonden bij diverse doelgroepen. De GGD adviseert eenschool altijd om lesmaterialen in te zetten die erkend zijn en die passen bijde visie van de school.In de huidige fase wordt gekeken hoe de ontwikkelde trainingen enmaterialen ook na het aflopen van de Stimuleringsregeling duurzaamkunnen worden ingezet. Zo worden eerder ontwikkelde e-learningsopgenomen binnen een nieuw platform (leerplein) van Gezonde School.Daarnaast zal er ook aandacht zijn voor deskundigheidsbevordering vanGGD’en om het thema Gezonde Relaties en Seksualiteit binnen een schoolgoed te borgen. Bijvoorbeeld door de activiteiten die scholenuitvoerenvast te leggen in beleid of door nog breder ook buiten de lessen aandachtte hebben voor een veilige sfeer op school.De leden van de SGP-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichtenhoe het bestaande Gezonde School-aanbod op het gebied van relaties enseksualiteit wordt doorontwikkeld. Ligt de verantwoordelijkheid hiervooruitsluitend bij de ontwikkelaar van de erkende interventie? Kan deStimuleringsregeling hier ook voor worden gebruikt?Interventie-eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud enkwaliteit van de interventies, als ook de doorontwikkeling ervan. Demiddelen van de regeling kunnen hiervoor niet worden gebruikt, omdatde regeling is bedoeld voor scholen en hun leerlingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25935 De leden van de SGP-fractie zijn blij dat er een landelijk dekkend netwerkvoor keuzehulp bij een onbedoelde zwangerschap gerealiseerd is, dat dekeuzehulpverlening beter vindbaar is en dat het aantal keuzehulptrajectengestegen is. Zij lezen dat in 37% van de gevoerde keuzehulptrajecten werdgevoerd na een doorverwijzing naar een keuzehulpverlener door eenzorgverlener. Wat wordt eraan gedaan om dit percentage omhoog tekrijgen?Een krachtig element van de keuzehulp is dat cliënten ook zonderdoorverwijzing snel, kosteloos en desgewenst anoniem terecht kunnen bijeen keuzehulpaanbieder van hun keuze. Mijn doel is dan ook niet om hetaantal verwijzingen vanuit zorgverleners naar keuzehulp te laten stijgen.Maar betere bekendheid bij potentiële verwijzers kan het bereik vankeuzehulp wel doen toenemen. Daarom wordt blijvend geïnvesteerd ineen goede bekendheid van zowel het Landelijk informatiepuntonbedoelde zwangerschap als de keuzehulp en psychosociale hulp naabortus. Zo wordt er doorlopend geïnvesteerd in de bekendheid envindbaarheid van de website van het informatiepunt. Dit werpt zijnvruchten af: het aantal bezoekers van de site is gestegen van 1.855 injanuari tot 4.381 bezoekers37 in juni van dit jaar. Op de website is ook alleinformatie over keuzehulp te vinden. In samenwerking met keuzehulpaan-bieders heeft Fiom daarnaast een flyer ontwikkeld die kan wordenverspreid om bekendheid met keuzehulp en psychosociale hulp naabortus te vergroten.Ook vinden zij het ook een goede zaak dat er sinds ongeveer een jaarpsychosociale hulp na abortus landelijk beschikbaar is. De leden van deSGP-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichten welke ervaringenhier tot nu toe mee zijn. Hoe vaak wordt hiervan gebruik gemaakt? Wetenvrouwen de weg naar hulp na een abortus te vinden? Kan er iets gezegdworden over de vrouwen die hiervan gebruik maken?Hieronder is het gebruik van de psychosociale hulp na abortus tot en metde maand mei 2024 schematisch weergegeven:MaandAantal trajectenJul 202320Aug 20238Sep 202320Okt 202326Nov 202325Dec 202313Jan 202410Feb 202411Mrt 20247Apr 20246Mei 20244 Bovenstaand schema werd begin juni 2024 opgesteld. Er is daarbijuitgegaan van de maand waarin het traject start. Pas wanneer een trajectis afgerond wordt dit verwerkt in het schema. Omdat trajecten meerderemaanden kunnen beslaan, zal het aantal in de laatste maandenwaarschijnlijk nog toenemen: trajecten zijn mogelijk al wel gestart maarnog niet afgerond en daarom ook nog niet in het schema opgenomen.Binnen de groep die gebruik maakt van deze hulp zijn de leeftijdscatego-rieën 20–24, 25–29 en 30–34 zijn het sterkst vertegenwoordigd metrespectievelijk 22%, 22% en 31%. Het grootste deel van de gesprekken is37Dit betreft de individuele bezoekers in één maand (juni) en dus niet een cumulatief getal vanafjanuari.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25936 met een vrouw alleen gevoerd (88%), 10% met stellen en 2% met een manalleen. Verder vinden cliënten de hulp vooral via zoekmachines online, deabortuskliniek, hun huisarts of doordat ze eerder een keuzehulptrajecthebben gehad. Tot slot is voor de meeste cliënten deze hulp afdoende,12% van de cliënten wordt nog doorverwezen voor verdere hulp. Er zijngeen bijzonderheden te benoemen vanuit de ervaringen van deaanbieders. Er zijn op dit moment 52 getrainde en geregistreerdehulpverleners psychosociale hulp na abortus.De leden van de SGP-fractie lezen dat het programma Nu Niet Zwanger in2023 en 2024 wordt geëvalueerd door het RVIM. Is nu al iets te zeggenover wat de ervaringen hiermee tot op heden zijn? Hoe vaak wordt er totop heden gebruik gemaakt door vrouwen/stellen van hulpverlening via NuNiet Zwanger? De leden van de SGP-fractie menen dat het Nu NietZwanger-programma sterk ingestoken wordt vanuit seksualiteit enreproductieve rechten. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hetperspectief van de gezonde en stabiele relaties een plek heeft of zoukunnen krijgen in dit programma?Het RIVM doet kwalitatief onderzoek naar de ervaringen met de impuls-gelden uit 2023 die Nu Niet Zwanger ontvangt voor versneld aansluitenvan gemeenten, verbeterde toegang tot ondersteuning bij eigen regie opkinderwens – voor vrouwen en mannen – en eventuele anticonceptie voorpersonen in een kwetsbare situatie. Dit onderzoek wordt naar verwachtingin het voorjaar van 2025 gepubliceerd.Het aantal gemeenten dat het programma Nu Niet Zwanger uitvoert, ishet afgelopen anderhalf jaar gegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeentenin totaal. Ook later in 2024 zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten.Inmiddels zijn meer dan 1125 organisaties uit zowel het medisch alssociaal domein aangesloten bij het programma Nu Niet Zwanger. Binnendie organisaties zijn zo’n 2275 aandachtsfunctionarissen NNZ werkzaam,die hun collega’s indien nodig bijstaan met advies over het voeren van hetgesprek over kinderwens. Zij kunnen voor een cliënt indien nodigopschalen naar een inhoudelijk coördinator van het programma bij deGGD. Dit doen zij voor inzet van een speciaal voor NNZ ingericht medischnetwerk (huisartsen, GGD-artsen, verloskundigen, gynaecologen enurologen). Of voor advies, financiële vergoeding van anticonceptie ofopvolging na afloop van de werkzame periode van het anticonceptie-middel. Bij 7500 cliënten was de GGD betrokken (peildatum 1 juli 2024).Het aantal NNZ-gesprekken door professionals ligt vele malen hoger.Eerdere onderzoeken van onder meer Tranzo laten zien dat hulpverlenersde noodzaak van het programma onderschrijven en zich verantwoordelijkvoelen voor de uitvoering ervan. Cliënten zijn tevreden over debegeleiding die ze krijgen vanuit het programma en voelen zich hierdoormeer in hun kracht gezet.Nu Niet Zwanger sluit aan bij het perspectief van de cliënt, biedt zorg opmaat, sluit aan bij ieders individuele context en waarden en normen zowordt iedereen in staat gesteld eigen persoonlijke keuzes te maken. Dereproductieve rechten en mensenrechten dienen als uitgangspunt voor dewerkwijze binnen Nu Niet Zwanger.De leden van de SGP-fractie constateren dat het aantal abortussen per1000 vrouwen fors verschilt per provincie. Is of wordt er onderzoek naargedaan wat hier de verklaring voor is?De IGJ jaarrapportage bevat geen duiding bij de cijfers over het aantalzwangerschapsafbrekingen. De regionale verschillen zouden verklaardkunnen worden door verschillen tussen provincies als het gaat ombijvoorbeeld leeftijdsopbouw of religieuze overtuigingen. Ik zie geenaanleiding om hier onderzoek naar uit te laten voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25937 Een onafhankelijk toetsingspanel heeft in 2020 onderzocht of deaanbieders van keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap, die destijdsdeelnamen aan de open house, voldeden aan de kwaliteitseisen. Deconclusie was destijds dat dit zo was. In 2023 is deze onafhankelijke toetsherhaald. De leden van de SGP-fractie constateren dat opnieuw alleaanbieders aan de kwaliteitseisen voldoen. Zij vragen de Staatssecretariswelke conclusies hij hieraan verbindt. De leden van de SGP-fractie hebbenaltijd het gevoel gehad dat dit onafhankelijke toetsingspanel vooralbedoeld was om één aanbieder onder de loep te nemen. Deelt deStaatssecretaris de opvatting dat het, mede gelet op de administratievelastendruk voor de aanbieders, niet zinvol is om dergelijk diepgravendonderzoek bij dezelfde aanbieders in de toekomst opnieuw te herhalen?Ik ben allereerst blij met de uitkomst van het onderzoek. De onafhankelijkecommissie concludeert dat de keuzehulp overal van goede kwaliteit is. Ikzie dit als een compliment voor alle aanbieders van keuzehulp en aanFiom in haar rol als opleider van keuzehulpverleners.Ik onderschrijf de conclusies uit het rapport en ben momenteel samen metFiom en de aanbieders van keuzehulp bezig met het vertalen van deaanbevelingen naar de praktijk.Een dergelijke toets op de keuzehulp zal niet worden herhaald. Hettoetsingspanel heeft suggesties gedaan voor onderlinge kwaliteitsbe-waking. Deze worden momenteel verder geconcretiseerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie danken de Staatssecretaris voor devoortgangsrapportage, de monitor van het RIVM en het rapport van hetToetsingspanel Keuzehulpgesprekken. Deze leden lezen dat er deafgelopen kabinetsperiode flink is gewerkt om onbedoelde en ongewenstezwangerschappen te voorkomen en vrouwen bij te staan in hun intensedilemma. Zij zien ook dat het doel uit het coalitieakkoord om het aantalonbedoelde en ongewenste zwangerschappen en het aantal (herhaalde)abortussen te verminderen nog niet is gehaald. De leden van deChristenUnie-fractie hopen dat het nieuwe kabinet de aanpak doorzet.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen dat de daling vanhet aantal tienermoeders stagneert en het aantal abortussen bij tieners istoegenomen. Ziet de Staatssecretaris de noodzaak om goed zicht tehouden op tieners en hun keuze voor anticonceptie en op voldoendeondersteuning bij woonruimte, studie of werk als er een keuze voorligt omde zwangerschap uit te dragen of niet? Brengt de Staatssecretaris dezejonge doelgroep ook extra onder de aandacht bij gemeenten enhuisartsen?Het aantal tienerzwangerschappen in Nederland is stabiel laag. Hetzelfdegeldt voor het aantal tienermoeders. Dat aantal is ongeveer gelijk aan datvan 1 januari 2022, namelijk 2,7 tienermoeders per 1.000 meiden. Demeeste tienermoeders (57.2%) zijn bevallen toen ze 19 jaar waren.Binnen de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap is reedsaandacht voor jongeren: in de Stimuleringsregeling Gezonde Relaties enSeksualiteit en binnen het Onderzoeksprogramma «onbedoelde zwanger-schap en (jong) kwetsbaar ouderschap»38 van ZonMw. Jongeren kunnenook gebruik maken van het Informatiepunt onbedoelde zwangerschapen/of van keuzehulp. Binnen dit aanbod is aandacht voor de onderwerpenanticonceptie en de praktische aspecten van het ouderschap (zoalswoonruimte en inkomen). Bovendien werken gemeenten aan eenKansrijke Start tijdens de eerste 1.000 dagen door de samenwerking38https://www.zonmw.nl/nl/onbedoelde-zwangerschap-en-kwetsbaar-jong-ouderschapTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25938 tussen het medisch domein (met hierin ook huisartsen) en het sociaaldomein (met hierin maatschappelijk ondersteuning op het gebied vanwerk, opleiding, inkomen en wonen) te versterken. Deze lokale aanpak isbij uitstek geschikt voor (aanstaande) tienerouders.In het licht van het gestegen aantal abortussen blijven de leden van deChristenUnie-fractie het betreuren dat de Staatssecretaris geenmogelijkheid ziet om extra onderzoek te doen naar de oorzaken van dezestijging. De inzet om misinformatie over anticonceptie te bestrijdenkunnen deze leden van harte steunen, maar zij hopen dat er bredereinteresse blijft om erachter te komen waar de stijging door wordtveroorzaakt. Deze leden vinden het namelijk een ernstige zaak dat er eenflink aantal meer abortussen hebben plaatsgevonden en sporen deStaatssecretaris aan om naar manieren te blijven zoeken om hier meerinzicht in te krijgen.Ten aanzien van het programma Nu Niet Zwanger vragen de leden van deChristenUnie-fractie waarom nog niet alle gemeenten dit programmahebben lopen. Is de ambitie om dit wel in elke gemeente in te voeren?Het aantal gemeenten dat het programma Nu Niet Zwanger uitvoert, ishet afgelopen anderhalf jaar gegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeentenin totaal. Ook later in 2024 zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten. Hetis wenselijk dat Nu Niet Zwanger structureel beschikbaar is en blijft in allegemeenten, zodat alle mensen in kwetsbare omstandigheden naarbehoefte ondersteund kunnen worden bij het nemen van regie op hunkinderwens. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is de afspraakopgenomen dat gemeenten ervoor zorgen dat inwoners in de vruchtbareleeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) voldoende regie (kunnen)nemen op hun kinderwens.Ten aanzien van het stimuleringsprogramma/de stimuleringsregelinggezonde relaties en seksualiteit vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of er in dit programma ook ruimte is voor scholen om een eigeninsteek of methode te kiezen die past bij de identiteit van de school, dekinderen en de ouders. Daarnaast vragen deze leden wat ervoor nodig isom extra aandacht voor gezonde relaties en seksualiteit op scholen teborgen. Welke inzet vraagt dit van scholen, GGD’en en de Staatssecre-taris?Als basis wordt door de GGD’en zoveel mogelijk ingezet op erkendeinterventies in een doorlopende leerlijn, van verschillende ontwikkelaarsen ontwikkeld vanuit verschillende visies. Hierin hebben scholen devrijheid om een activiteit te kiezen die bij de identiteit van de school past.Voor het PO bestaan er momenteel drie erkende interventies in eendoorlopende leerlijn: Wonderlijk Gemaakt (Driestar Educatief), Veiligwijs(Zorg voor Seksualiteit) en Kriebels in je buik (Rutgers). Voor het VObestaan er momenteel drie erkende interventies in een doorlopendeleerlijn: Living Loving (WIS Educatie), Be-Loved (WIS Educatie) en LangLeve de Liefde (Soa Aids Nederland en Rutgers). Zoals voor alle vakken enthema’s geldt echter dat scholen vanuit de wet op vrijheid van onderwijszelf beslissen welke lesmaterialen zij inzetten. Het Stimuleringspro-gramma zet in op borging van het thema in de scholen zelf en binnen deGGD’en. Het Gezonde School programma baseert haar activiteiten tenaanzien van borging mede op het «Wat werkt dossier» (Rutgers & SoaAids Nederland, 2022),39 hierin staat onder andere dat de overheidscholen kan stimuleren om aandacht te besteden aan het thema in een39https://www.loketgezondleven.nl/sites/default/files/2022-03/WatWerkt_Seksuele_gezondheid_onderwijs.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25939 doorlopende leerlijn, dat het lesmateriaal moet aansluiten bij de ontwikkelfase van de leerlingen. Hierbij zijn een veilige schoolomgeving encompetente docenten belangrijke randvoorwaarden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 279, nr. 25940

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a1e84bc2523888d1

14 okt 2026 · 66fb5955a6df4d21

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.