KamerkringInloggen
Kamerstuk

Kabinetsreactie op het rapport van Peter Wennink

10 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5433106eed0ff4f5 · officiële bron

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 10 juli 2026 Betreft Kabinetsreactie op het rapport van Peter Wennink Pagina 1 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 Geachte voorzitter, Het kabinet heeft u 5 september jl. geïnformeerd over het verzoek aan Peter Wennink over het aanzienlijk versterken van het Nederlandse investeringsklimaat en toekomstig verdienvermogen.1 Op 12 december jl. heeft Peter Wennink zijn onafhankelijk advies ‘De Route naar Toekomstige Welvaart’ gepubliceerd.2 Bij deze ontvangt u de kabinetsappreciatie van dit adviesrapport. Het kabinet verwelkomt het advies van dhr. Wennink, dat is opgesteld met de hulp van brede ondersteuning uit het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Zijn uitgebreide, gedetailleerde rapport heeft als belangrijke inspiratiebron voor het economische kabinetsbeleid gediend, naast o.a. de rapporten van Draghi en Letta. Het kabinet deelt de urgentie die wordt geschetst, in het bijzonder de dalende productiviteitsgroei, de druk op de overheidsfinanciën en de groeiende technologische afhankelijkheden in cruciale maatschappelijke domeinen. Daarnaast ziet het kabinet het centrale belang van de economische randvoorwaarden, zoals stikstof, netcongestie en talent om deze negatieve trends te keren. Het kabinet heeft de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat opgericht om invulling te geven aan de meeste van deze thema’s. Onderstaand wordt een korte samenvatting van het rapport gegeven, gevolgd door een appreciatie. Samenvatting Rapport Wennink Deel I Wennink stelt in Deel I dat de huidige projecties voor de structurele economische groei (<1% per jaar) onvoldoende zijn om de Nederlandse welvaart te behouden. We zitten middenin de transitie naar een klimaatneutrale samenleving, en we zijn hard bezig onze defensiecapaciteiten te verhogen. De vergrijzing van onze bevolking zorgt parallel voor toenemende druk op de overheidsfinanciën. Als deze 1 Aanstelling en opdracht Adviseur versterking investeringsklimaat en verdienvermogen | Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Rapport Wennink - De route naar toekomstige welvaart Pagina 2 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 uitgaven niet in de schuld lopen, maar worden gedekt door hogere lasten, berekent Wennink dat bij een economische groei van minder dan 1,5% de Nederlandse koopkracht daalt. Deze groei zal door de vergrijzing vrijwel exclusief uit productiviteitsgroei moeten komen. Deze groei vlakt echter af. Om tot de nodige 1,5% groei te komen, becijfert Wennink dat de komende tien jaar €151 tot 187 miljard aan investeringen gemobiliseerd moeten worden in publieke en private R&D, kapitaal en onderwijs. Het tweede deel van Wennink’s probleemstelling heeft betrekking op de technologiepositie en strategische relevantie van Nederland. Europa raakt in hoog tempo achterop in kritieke technologieën ten opzichte van China en de Verenigde Staten, waardoor we steeds kwetsbaarder worden. Afhankelijkheden zijn niet het probleem, stelt Wennink, zo lang ze wederzijds zijn. Europa moet strategisch relevant worden: de VS en China moeten ook van ons afhankelijk zijn, om onze kwetsbaarheid te verkleinen. Het rapport identificeert vier domeinen van groot maatschappelijk belang waarop Nederland moet inzetten op strategisch relevante technologische nicheposities: • Digitalisering en AI • Veiligheid en weerbaarheid • Energie- en klimaattechnologie • Life sciences en biotechnologie Wennink laat zien dat Nederland vaak sterke kennisposities heeft, maar dat die kennis maar beperkt wordt gecommercialiseerd en geïndustrialiseerd, wat onze economische groei beperkt, onze technologische positie verzwakt en geopolitieke slagkracht vermindert. Deel II In Deel II stelt Wennink dat zowel de economische groei als technologische positie van Nederland afhankelijk zijn van de kwaliteit van de economische randvoorwaarden. Uit gesprekken met bedrijven, kennisinstellingen en financiële partijen concludeert Wennink dat er een grote bereidheid tot investeren is, dat er genoeg ideeën zijn, maar dat deze door slechte randvoorwaarden onvoldoende tot stand komen. Hij identificeert vier bepalende randvoorwaarden: 1. Snelheid en innovatie in regels en vergunningen. Hier stelt Wennink dat de risicomijdende reflex van de Nederlandse overheid procedures boven maatschappelijke doelen heeft verheven. Hij stelt dat: • Een doorbraak gerealiseerd moet worden op het stikstofdossier, en verdere obstakels die voortkomen uit de Kaderrichtlijn Water moeten worden voorkomen. • Er genoeg fysieke ruimte beschikbaar moet zijn voor het bedrijfsleven. • Vergunningsverlening drastisch moet worden versneld, en nationale regie moet worden gepakt op projecten van strategisch belang. Pagina 3 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 2. Talent dat gericht is op groei en technologische relevantie. Voor de uitdagingen waar we voor staan, heeft Nederland iedereen nodig. Om de inzet van talent optimaal te benutten adviseert Wennink een Nationale Talentagenda op te stellen, met als doel: • De dalende trend in onderwijsresultaten te keren door stevig te sturen op kwaliteit; • Het aanbod van STEM-talent3 aan te wakkeren en expliciet te prioriteren; • Bij- en omscholing fundamenteel in de Nederlandse arbeidsmarkt te verankeren; • Internationaal talent aan te trekken dat aansluit bij de Nederlandse uitdagingen; • In overleg met sociale partners het socialezekerheidsstelsel te herzien, bijvoorbeeld met een flexicurity-model om wendbare bedrijfsvoering mogelijk te maken zonder af te doen aan fundamentele sociale zekerheden. 3. Toegang tot betaalbare energie. Wennink agendeert netcongestie en energieprijzen als een fundamenteel probleem voor de Nederlandse economie: nieuwe, innovatieve projecten kunnen geen elektriciteitsaansluiting krijgen, en betalen als ze die wel hebben internationaal bezien erg hoge prijzen. Hij adviseert dus • De netcongestieproblematiek te verlichten door nationale regie op de elektriciteits-infrastructuur te voeren, flexibel netgebruik de norm te maken, eisen voor netstabiliteit te verlagen en bestaande gascapaciteit pragmatisch te gebruiken; • Elektriciteitsprijzen in Nederland te beperken, o.a. door de elektriciteitsbelasting voor grootverbruikers tot het Europees minimum te verlagen; • Tweezijdige zekerheid in de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur te creëren, bijvoorbeeld met contracts-for-difference; en • Strategisch relevante industrie te identificeren en beschermen tegen Chinese dumping, bijvoorbeeld door Europese vraagcoördinatie. 4. Sterke economische infrastructuur. Wennink stelt dat de Nederlandse economie op een aantal infrastructurele pijlers rust: de mainports, innovatie-ecosystemen en digitale infrastructuur. Hij adviseert dus: • Innovatie-ecosystemen structureel te versterken; • De mainports van Schiphol en Rotterdamse haven te versterken door concreet toekomstperspectief voor hun transities te bieden; en 3 STEM-talent staat voor personen met sterke vaardigheden in of aanleg voor Science, Technology, Engineering en Mathematics. Pagina 4 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 • De digitale infrastructuur van Nederland te verstevigen, specifiek door de aanleg van zeekabels en (colocatie)datacenters. Als deze randvoorwaarden op orde worden gebracht, stelt Wennink dat er een groot investeringspotentieel beschikbaar is in Nederland. Uit een eerste inventarisatie bij het bedrijfsleven en kennisinstellingen heeft hij 51 proposities opgehaald, met een investeringspotentieel van €126 miljard. Wennink laat daarnaast met een heatmap zien welke randvoorwaarden op orde moeten worden gebracht om deze projecten succesvol te laten zijn. Deel III In Deel III adviseert Wennink hoe de financiële sector kan worden gestimuleerd om deze investeringen te financieren. Daarbij onderstreept hij in het bijzonder het belang van een functionerende durfkapitaalmarkt om innovatieve groeibedrijven te financieren, en benadrukt hij dat ingrepen in financiering alleen zinvol zijn als de randvoorwaarden uit Deel II op orde zijn zodat er genoeg investeerbare proposities zijn. Om de financiële sector te stimuleren wijst Wennink allereerst op het belang van stabiel beleid dat de jaarlijkse begrotingscyclus overstijgt, zodat financiële partijen langetermijnverplichtingen aan durven gaan. Hij adviseert ook fiscale hervormingen, zoals het afschaffen van ondoelmatige fiscale regelingen. Hij raadt daarnaast naar Zweeds voorbeeld het oprichten van een investeringsspaarrekening aan zodat Nederlandse huishoudens met hun spaargeld kunnen bijdragen aan de Nederlandse investeringsopgaven en een hoger rendement verdienen. Wennink benadrukt daarbij ook het belang van Europese integratie voor het creëren van een diepere financieringsmarkt. Zonder EU-consensus adviseert hij het voortouw te nemen met een coalition of the willing voor harmonisatie-initiatieven op kleinere schaal. Ten slotte adviseert hij het Nederlandse durfkapitaalecosysteem te versterken. Hij benadrukt daarbij dat grotere investeringsfondsen nodig zijn en dat fondsmanagers uit ondervertegenwoordigde groepen en uit onderontwikkelde segmenten, zoals deeptech, gerichter moeten worden ondersteund. Zijn aanbevelingen beperken zich hierin niet tot het mogelijk maken van private investeringen. Om publieke investeringen mogelijk te maken adviseert Wennink o.a. de verkoop van niet-strategische staatsdeelnemingen en het vermijden van incidentele koopkrachtmaatregelen ten koste van langetermijninvesteringen. Daartoe raadt hij aan de verdere ontwikkeling van economische ramingsmodellen te stimuleren, zodat de langetermijneffecten van productiviteitsverhogende investeringen beter worden meegewogen in begrotings- en beleidsbeslissingen. Voor investeringen met bewezen rendement en grote maatschappelijke baten, zoals energie-infrastructuur, kennis en innovatie, moet het volgens Wennink ook mogelijk zijn om de staatsschuld te laten stijgen. In deze publieke investeringen voorziet hij een grote rol voor een Nationale Investeringsbank met kernkapitaal van €10 tot 20 miljard, op afstand van de politiek, die ook vreemd vermogen kan ophalen en hiermee strategische projecten en randvoorwaardelijke infrastructuur kan financieren. Een Nationaal Agentschap Pagina 5 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 voor Baanbrekende Innovatie (NABI), met een zelfstandig meerjarig budget van tot €2 miljard, heeft als doel het marktgericht ontwikkelen van baanbrekende en disruptieve technologische innovaties binnen de vier domeinen van dit rapport. Daarnaast moet deze organisatie ook langjarige ecosysteemontwikkeling borgen, zoals dat momenteel door het Nationaal Groeifonds wordt gedaan. Wennink raadt aan om toekomstige welvaart chefsache te maken. Hij stelt voor dat de minister-president voorzitter van een Ministeriële Commissie Toekomstige Welvaart wordt en dat de minister van Economische Zaken integraal economisch beleid moet kunnen voeren. Een Commissaris Toekomstige Welvaart kan ondersteunen om departementale verkokering te doorbreken en met een Nationaal Investeringsberaad publiek-private dialoog te institutionaliseren. Daarnaast waarschuwt Wennink voor een doorgeslagen verantwoordingsimpuls, wat voor hoge administratieve belasting zorgt en risico’s nemen ontmoedigt. Hij stuurt aan op een cultuurverandering, met een kleinere, innovatievere en wendbaardere overheid die creatief politieke doelstellingen kan ondersteunen. Appreciatie Rapport Wennink Het kabinet neemt de urgentie en aanbevelingen uit het Rapport Wennink zeer serieus. Het rapport agendeert enkele belangrijke uitdagingen voor de Nederlandse economie. Daarom kiest dit kabinet expliciet voor economische groei, en nemen we de inzet op 1,5% structurele economische groei over in het kabinetsbeleid. Randvoorwaarden Het kabinet vindt dat de juiste randvoorwaarden essentieel zijn voor het functioneren van de Nederlandse economie. De rol van de overheid in de economie is in de eerste plaats zorgen dat deze op orde zijn, zodat we ruimte geven aan de economie van de toekomst. Het kabinet onderstreept dus de focus die het rapport op de randvoorwaarden legt en werkt via de Taskforce Toekomstige Welvaart, maar ook daarbuiten, hard aan het verbeteren van deze randvoorwaarden. Stikstof Zo herkent het kabinet de urgentie van de stikstofproblematiek die in het Rapport wordt geschetst. Het stikstofprobleem houdt de agrarische sector in grote onzekerheid, belemmert de ontwikkeling van onze economie en gaat ten koste van de natuur. Daarom is een aparte Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof opgericht om vaart te maken met een stikstofaanpak die werkt. Het kabinet zet in op een geborgde stikstofemissiereductie met concrete en wettelijk vastgelegde reductiedoelen voor 2035 met een tussendoel in 2030. Daarbij neemt het kabinet een combinatie van generieke, gebiedsgerichte en natuurherstelmaatregelen.4 Dit betreffen vrijwillige en meer verplichte maatregelen, zoals wordt onderstreept in het Rapport. Ter ondersteuning van deze maatregelen stelt het kabinet 20 miljard 4 Kabinet haalt Nederland van het stikstofslot | Rijksoverheid.nl Pagina 6 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 euro beschikbaar voor onder meer natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie. Ruimte Het kabinet erkent ook het belang van voldoende ruimte voor Nederlandse bedrijvigheid, naast een goede spreiding van wonen, landbouw, natuur en publieke voorzieningen. Op projecten van strategisch belang zal het kabinet dus nationale regie nemen, bijvoorbeeld door ruimte voor cruciale innovatieclusters aan te wijzen. Ook maken we bestuurlijke afspraken met provincies en gemeenten om voldoende ruimte voor bedrijven te realiseren. Gemeenten die bedrijventerreinen opheffen of transformeren zorgen samen met andere gemeenten voor nieuwe ruimte voor bedrijven. We versnellen daarnaast de vergunningverlening, o.a. door constructie en aanvraag parallel laten lopen. De Omgevingswet blijft intact – de invoering hiervan is volop in gang, en herbezinning hierop zorgt alleen voor additionele vertraging voor ondernemers. We werken dus samen met gemeenten binnen de kaders van de Omgevingswet om versnelling te realiseren. Deze randvoorwaarde heeft binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat onze aandacht in opdracht 4: ondernemerschap en vestigingsklimaat. Regeldruk Naast de versnelling van regelgeving in de bouw, focust het kabinet zich op regeldrukverlichting in den brede. We zetten de Aanpak Regeldruk door, schrappen of vereenvoudigen minstens 500 regels per jaar voor ondernemers en burgers, en stellen ambitieuze regeldrukreductiedoelen vast per ministerie. We zullen hiervoor jaarlijks een Vereenvoudigingswet naar de Kamer sturen.5 We werken ook op lokaal en Europees niveau samen voor eenduidige, simpele regels. Zo werken we bijvoorbeeld samen op EU-niveau om de definities van ‘ondernemingen in moeilijkheden’ aan te passen aan de huidige realiteit. Met deze aanpak geven we meer ruimte aan ondernemers om te innoveren.6 Talent Het kabinet zet sterk in op de kwaliteitsverbetering in het onderwijs, zoals ook aanbevolen door Wennink. We draaien bezuinigingen op het onderwijs terug en zetten in op sterke basisvaardigheden zoals taal en rekenen. Daartoe geven we opdracht tot een staatscommissie die de lage prestaties in basisvaardigheden verder onderzoekt. We investeren daarnaast in leraren en schoolleiders en verbeteren loopbaanpaden zodat topleraren behouden blijven. Om de administratieve lasten in het onderwijs te verlagen nemen we een voorbeeld aan de ‘planlastcalculator’ van de Vlaamse onderwijsinspectie als instrument voor de Inspectie van het Onderwijs om bij te dragen aan structurele regeldrukverlaging. 5 Aanpak regeldruk en administratieve lasten | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Modernisering van de overheid | Tweede Kamer der Staten-Generaal Pagina 7 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 Naar aanleiding van dit rapport is het kabinet daarnaast aan de slag gegaan met het opstellen van een Talentstrategie om zo bewustere keuzes te maken over de inzet van schaars talent. De talentstrategie is onderdeel van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Een van de randvoorwaarden voor een functionele economie en om een hoge kwaliteit van leven te behouden, zijn voldoende en goed opgeleide mensen. Dit betekent ook duurzame inzetbaarheid van mensen en werk dat voor henzelf en de maatschappij van waarde is. Met de Taskforce brengen we deze doelen samen. Met de Talentstrategie wil het kabinet het beleid rondom de arbeidsmarkt, onderwijs, innovatie, migratie, fiscaliteit meer in samenhang inzetten. Zo zetten we de stap van losse sectorale aanpakken naar een samenhangende inzet. Samen met werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden wil het kabinet werk slimmer organiseren, zodat we meer met minder mensen kunnen doen. Daarnaast willen we gerichte maatregelen nemen om meer talent op te leiden voor en te begeleiden naar werk voor de cruciale opgaven waar Nederland voor staat. Bijvoorbeeld de verkenning van een vakkrachtenpilot om gericht kennis en kunde uit het buitenland aan te trekken waar dat noodzakelijk is. Uw Kamer ontvangt voor de zomer de uitwerking van deze strategie. Energie Het kabinet deelt de urgentie op het gebied van netcongestie. Onder de primaire verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei pakt het kabinet dit probleem voortvarend aan. Het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten zal de Nederlandse energie-infrastructuur een broodnodige impuls geven. De adviezen van Wennink en het adviesrapport van Erik Jan van Kempen7 gebruikt het kabinet om doelmatige instrumenten vorm te geven. Het kabinet erkent ook de zorgen die in het Rapport Wennink naar voren worden gebracht over de hoge energieprijzen en de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Met subsidieregelingen zoals de SDE++ en compensatie voor de hoge elektriciteitsprijzen ondersteunt het kabinet de in Nederland gevestigde industrie tegelijkertijd met verduurzaming en in haar concurrentiepositie op Europees en wereldniveau. In ons strategisch industriebeleid nemen we energie- en klimaattechnologie op, om verdere innovatie te bevorderen. Ook creëren we zekerheid voor de energie-intensieve industrie met een nationale ruimtelijk-economische visie voor industrie- en havenclusters en financiële instrumenten als contracts for difference, waardoor een minimumprijs voor opgewekte stroom wordt gegarandeerd. Economische infrastructuur Het kabinet erkent het economisch belang van Schiphol als luchtvaarthub, en blijft dit economisch belang wegen naast de milieubelasting en leefbaarheid voor de 7 Routes naar realisatie - Keuzes voor het klimaat en de energietransitie | Algemene Bestuursdienst Pagina 8 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 omgeving. We stimuleren de concurrentiepositie van de luchthaven door de juridische basis op orde te brengen, voorbereid te zijn op de groei van reizigers via verbeterde landzijdige bereikbaarheid, op zoek te gaan naar coalities in Europees verband om afspraken te maken over geharmoniseerde Europese vliegbelastingen, het stimuleren van duurzame luchtvaart, en door het openen van Lelystad Airport. Ook voor de Rotterdamse haven creëren we langjarig toekomstperspectief door een nationale ruimtelijk-economische visie voor industrie- en havenclusters en een gebiedsgerichte stikstofaanpak rondom de haven. Voor de digitale infrastructuur zetten we ons in met het werk van de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit, o.a. door de bouw van Europees-autonome datacentra. Binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat is er aandacht voor economische infrastructuur in opdracht 4: ondernemerschap en vestigingsklimaat. Strategisch industriebeleid Zoals het Rapport Wennink beschrijft, bevindt Nederland zich in een aantal grote transities. Er vinden grote maatschappelijke veranderingen plaats op gebieden zoals digitalisering, demografie, energie, klimaatverandering en veiligheid. Er wordt internationaal massaal geïnvesteerd in de markten en onderzoek en innovatie die deze transities vorm gaan geven, zoals AI, medische technologie, kernenergie en dronetechnologie. Het kabinet ziet dus de noodzaak om gericht te investeren in deze markten, zodat Nederland en Europa strategisch relevant blijven op belangrijke maatschappelijke domeinen: geen afhankelijke afnemer, maar strategische economische speler. De Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat gaat door met het nieuwe strategische industriebeleid met focus.8 Samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere partners wordt een programma ontwikkeld met concrete doelen en acties op zes markten die belangrijk zijn voor verdienvermogen, maatschappelijke impact en weerbaarheid en die aansluiten bij bestaande Nederlandse competenties: Digitale Diensten en AI, Semicon, Defensiegerelateerde toepassingen, Biotechnologie, Machinebouw en Innovatieve Chemie.9 De taskforce helpt, waar nodig, doorbraken te forceren. Binnen deze markten gaat het kabinet binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat gericht kijken waar investeringen gefaciliteerd kunnen worden en belemmeringen kunnen worden weggenomen. Voor elke markt wordt een specifiek programma ingericht waarin overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en partners samenwerken om kansrijke interventies te selecteren. Dat doen we alleen voor projecten waar overheidsingrijpen nodig is, bijvoorbeeld door marktfalen, waaronder transitiefalen. We gebruiken zo veel mogelijk instrumenten die nu al bestaan, om snelheid en uitvoerbaarheid te garanderen. Bij het selecteren van deze interventies hebben we in het bijzonder aandacht voor het creëren van florerende regionale innovatieclusters en -campussen, het commercialiseren en industrialiseren van de Nederlandse 8 Industriebeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal 9 Met aandacht voor randvoorwaardelijke energie- en klimaattechnologie, zoals de ontwikkeling van small modular reactors (SMR’s) Pagina 9 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 kennisbasis en de ambities van het 3%-R&D-actieplan. Het kabinet ziet ook kansen om vaker als ‘launching customer’ op te treden voor innovatieve technologieën. Over de voortgang van het strategisch industriebeleid zal uw Kamer periodiek worden geïnformeerd. Financiering en fiscaal beleid Dit kabinet staat voor een stabiel fiscaal stelsel. In lijn met de aanbevelingen van Wennink worden fiscale regelingen die sterk bijdragen aan het vestigingsklimaat behouden, zoals de Expatregeling en Innovatiebox. Ineffectieve regelingen versoberen we of schaffen we af en bouwen we om naar nieuwe regelingen ter bevordering van innovatie. Het kabinet onderzoekt hiervoor de mogelijkheid om een EU-beleggingsrekening en win-winleningen fiscaal te faciliteren.10 In lijn met de aanbevelingen van Wennink wil het kabinet investeringen in de economie van de toekomst stimuleren. Er wordt bijvoorbeeld onderzocht op welke manier de WBSO beter aan kan sluiten op ontwikkelingen in AI. Waar mogelijk maken we ook gebruik van Europese cofinanciering en zorgen we voor toegang van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen tot Europese innovatieprogramma’s. Het kabinet zet zich in voor een beter functionerende Europese en Nederlandse kapitaalmarkt. Op Europees niveau wordt gewerkt aan de Europese Kapitaalmarktunie en op nationaal niveau werkt het kabinet aan de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling om onder meer de Nederlandse durfkapitaalmarkt te stimuleren. Deze instelling, evenals andere financieringsinstrumenten, zijn erop gericht om additioneel aan de markt te werken en privaat kapitaal te mobiliseren. Ook het financierings- en innovatie-instrumentarium wordt waar nodig hervormd om de uitdagingen van de toekomst tegemoet te komen, met sturing vanuit van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Naast de Nationale Investeringsinstelling wordt er ook een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie opgericht dat zich richt op het realiseren van technologische doorbraken voor maatschappelijke vraagstukken. Het kabinet hecht sterk aan prudent begrotingsbeleid. Het kabinet wil consumptieve uitgaven beheersen om investeringen in de toekomst mogelijk te maken, zoals Wennink aanraadt. Het kabinet legt de focus op het uitgavenpad, de schuld en het tekort binnen de Europese kaders te houden als pijler voor de brede welvaart. We laten de uitgaven en het tekort dus niet buiten de Europese kaders oplopen. Het kabinet wil ook beter inzicht verkrijgen in de baten van o.a. onderwijs en R&D-investeringen.11 Binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat is er aandacht voor financiering en fiscaal beleid onder opdrachten 1 en 4: ‘Investeren en innoveren’ en ‘Ondernemerschap en vestigingsklimaat’. 10 Noodpakket energie, mobiliteit en economie | Tweede Kamer der Staten-Generaal 11 Kamerbrief met reactie op SEO-onderzoeksrapport over slimme investeringen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Pagina 10 van 10 Directoraat-generaal Economie en Digitalisering Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk DGED-AEP / 107162051 Reactie sociale partners Vanuit het Lid Dijk (SP) is het verzoek aan het kabinet gedaan om in de kabinetsappreciatie de reacties van de sociale partners mee te nemen. Het kabinet komt in deze paragrafen tegemoet aan dit verzoek. FNV heeft in haar reactie12 aangegeven goede dingen te lezen in het rapport Wennink, zoals het belang van meer investeringen, het oplossen van de problemen rond stikstof en de hoge energieprijzen voor bedrijven. Tegelijkertijd geeft FNV aan zich zorgen te maken over de beperkte mate waarin het rapport aandacht heeft voor de menselijke kant van de economie, in het bijzonder de aanbevelingen rond de transitievergoeding, het ontslagrecht en de loondoorbetaling bij ziekte. De CNV13 en VCP14 spreken vergelijkbare zorgen uit als de FNV. De vakbeweging geeft aan dat de urgentie voor investeringen niet ten koste mag gaan van de sociale bescherming van werknemers. Daarnaast spreekt de vakbeweging hun zorgen uit dat zij niet zijn geconsulteerd bij dit advies. VNO-NCW heeft in haar reactie15 aangegeven het rapport te verwelkomen, en de zorgen, knelpunten en kansen de herkennen. De focus van het rapport op de economische randvoorwaarden wordt onderstreept, en VNO-NCW benadrukt dat gerichte maatregelen en stabiel beleid de investeringen die Wennink nodig acht weer op gang kunnen brengen. Ook VNO-NCW benadrukt het belang van overleg met de sociale partners in arbeidsmarkthervormingen. Het kabinet steunt de boodschap van de sociale partners dat het cruciaal is om iedereen mee te nemen. In zijn brief in reactie op het ultimatum van de vakbeweging heeft het kabinet daarom aangegeven dat het graag een open gesprek wil met sociale partners over de uitdagingen op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid. In dat kader werkt het kabinet onder meer aan de talentstrategie, gericht op het versterken van vaardigheden, LLO, goede begeleiding van-werk-naar-werk en een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zodat de arbeidsmarkt voor iedereen blijft werken. Slot Het kabinet dankt dhr. Wennink voor zijn rapport. Met de oprichting van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, maar ook daarbuiten, werkt het kabinet aan de welvaart en relevantie van Nederland, zowel nu als in de toekomst. Dit rapport vormt daar een belangrijke bron van inspiratie voor. Heleen Herbert Minister van Economische Zaken en Klimaat 12 FNV naar aanleiding van Wennink - FNV 13 CNV: Wennink breekt zekerheden van werknemers af | CNV 14 VCP ernstig bezorgd om adviezen Wennink die tornen aan bescherming van werknemers - VCP 15 ‘Rapport Wennink onderstreept urgentie van verbeteren investeringsklimaat’

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 6407dbcdb8a767ec

12 okt 2026 · 9dd260d443d8956b

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.