Rapport ‘Monitor beloningscodes/cao's bij WNT, 2015’
Brontekst
Versie 33e2f69d4ed91c72 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 33 495Financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen Nr. 105 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 20 maart 2017 Hierbij sturen wij u het rapport «Monitor beloningscodes/cao’s bij WNT, 2015»1. Dit is het vervolg op de monitors over 2013 en 2014 en de nulmeting over 2012.2 De bijgevoegde rapportage geeft inzicht in de mate waarin de bezoldiging van bestuurders in de onderwijssectoren in 2015 in overeenstemming is met de door de sector zelf opgestelde bezoldigingsklassen in bestuurders-cao’s en beloningscodes. Daarnaast brengt de monitor de ontwikkeling van de bezoldiging van topfunctionarissen over de jaren heen in beeld. De onlangs door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties naar uw Kamer gezonden WNT-jaarrapportage 2015 biedt een breed inzicht in de bezoldigingen in de (semi)publieke sector in relatie tot het (sectorale) WNT-maximum.3 Bijgevoegde monitor is een verdiepend onderzoek. Achtergrond: de WNT en de regeling voor onderwijssectoren Op 1 januari 2013 zijn de WNT en de bijbehorende ministeriële regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren in werking getreden. Met de ministeriële regeling zijn bezoldigingsmaxima per onderwijssector vastgesteld.4 In 2015 zijn de sectorale maxima verlaagd in het kader van de WNT-2. In 2015 bedroegen de sectorale maxima € 165.901 in po en 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Kamerstuk 33 495, nrs. 64, 58 en 93.3Kamerstuk 30 111, nr. 102.4Tot 1 januari 2016 golden voor het onderwijs sectorspecifieke maxima. Vanaf 1 januari 2016 zijn deze vervangen door bezoldigingsklassen op basis van instellingscriteria. kst-33495-105ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 495, nr. 1051 € 178.000 in vo, mbo en hbo. Voor het wo was 2015 een overgangsjaar waarin het algemene WNT-maximum van 2014 (€ 230.474) nog van kracht was. Om te voorkomen dat de bezoldigingen van alle bestuurders naar het maximum zouden toegroeien, zijn bezoldigingsklassen onder de sectorale maxima ingebouwd. Om het draagvlak voor deze bezoldigingsklassen te vergroten, is gekozen voor zelfregulering. De onderwijssectoren hebben daarom in bestuurderscao’s (po en vo) en beloningscodes (mbo en hbo) bezoldigingsklassen onder de sectorale maxima vastgelegd. Het wo kende in 2015 geen bezoldigingsklassen onder het toepasselijke WNT-maximum. Resultaten monitor beloningscodes/cao’s 2015 Het doel van de monitor is te kunnen vaststellen in hoeverre de bezoldi-gingen in de onderwijssectoren in lijn zijn met de klassen in de belonings-codes en bestuurderscao’s. In de bijgevoegde vierde editie van de monitor worden de bezoldigingen in 2015 vergeleken met de voorgaande drie jaar en geanalyseerd, voor zowel bestuurders als toezichthouders. Door de verlaging van het WNT-maximum zijn de maxima in de bestuur-derscao vo en de beloningscodes voor mbo en hbo naar beneden aangepast. In de monitor worden de bezoldigingen in 2015 zowel vergeleken met de fictieve (oude) WNT-1 maxima als met de in 2015 geldende (verlaagde) maxima. De vergelijking van de gegevens in 2015 met de WNT-1 maxima maakt vergelijking met eerdere jaren mogelijk. De vergelijking met de in 2015 geldende maxima geeft weer in hoeverre de bezoldigingen in 2015 in lijn zijn met de beloningscodes en bestuurders-cao’s. Het algemene beeld dat uit de analyses naar voren komt is dat de gemiddelde bezoldiging van de bestuurders in alle onderwijssectoren in 2015 is gedaald ten opzichte van 2014. De bezoldigingen zijn daardoor meer in lijn met de fictieve WNT-1 maxima. Doordat de maxima in mbo en hbo zijn verlaagd, is het aantal bezoldigingen boven de in 2015 geldende maxima in deze sectoren gestegen. Hierop is het overgangsrecht van toepassing. De gemiddelde bezoldiging van toezichthouders is in alle sectoren gestegen. Deze ligt echter nog steeds ruim onder het maximum. In het onderzoek is ook gekeken naar de kwaliteit van de WNT-gegevens, die de instellingen via xbrl bij DUO hebben aangeleverd. Deze is sterk verbeterd. Vrijwel alle gegevens zijn volledig en er zijn slechts enkele invoerfouten geconstateerd. We kunnen hieruit concluderen dat het nieuwe WNT-formulier in xbrl goede resultaten levert. Aandachtspunten bij de interpretatie van de resultaten De monitor geeft een macrobeeld en gaat niet in op bezoldigingen van individuele bestuurders. Het overgrote gedeelte van de bezoldigingen boven het sectorale maximum valt onder het overgangsrecht. Bestuurders en toezichthouders zijn dan niet in overtreding, omdat volgens het overgangsrecht eerder afgesproken bezoldigingen vier jaar gerespecteerd worden. Daarna moet de bezoldiging in drie jaar worden teruggebracht tot het geldende maximum.5 5Schema’s waarin het verloop van het overgangsrecht wordt uitgelegd zijn te vinden op: https://www.topinkomens.nl/actueel/overgangsrecht/onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 495, nr. 1052 Tot slot De vier edities van de monitor laten zien dat met de normering van bezoldigingen in het onderwijs het aantal bezoldigingen van bestuurders boven de norm afneemt in de sectoren waar de norm niet is verlaagd. In de sectoren waar de norm is verlaagd, wordt het grotere aantal bezoldi-gingen boven de norm veroorzaakt door de verlaging van de WNT-norm. De gemiddelde bezoldiging van bestuurders laat na een initiële stijging in 2013 en in een aantal sectoren in 2014 een dalende trend zien. Sinds 1 januari 2016 zijn de sectorale maxima vervangen door bezoldi-gingsklassen op basis van instellingskenmerken. De bestuurderscao’s voor po en vo hanteren onder deze maxima nog wel de schalen van de bestuurderscao’s, maar voor mbo en hbo zijn de beloningscodes vervallen en worden alleen de bezoldigingsklassen op basis van instellingsken-merken gehanteerd. Dit is daarom de laatste «Monitor beloningscodes/cao’s bij WNT» in de huidige vorm. Het kabinet is van mening dat bestuurdersbezoldigingen ook in het onderwijs redelijk, transparant, controleerbaar en handhaafbaar moeten zijn. De WNT-regeling ondersteunt een evenwichtig bezoldigingsbeleid bij onderwijsinstellingen en voorkomt opwaartse druk naar het algemene WNT-maximum. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. DekkerTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 495, nr. 1053
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.