Voortgangsbrief implementatie Omgevingswet derde kwartaal 2024
Brontekst
Versie e4d1e74069c21696 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 118OmgevingsrechtNr. 283 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 oktober 2024AanleidingWe staan in Nederland voor verschillende opgaven. Opgaven op hetgebied van wonen, energie, bereikbaarheid, landbouw, water en bodem,natuur, economie en defensie. Tal van gerechtvaardigde belangen vragenhierbij om onze aandacht. Voor al deze opgaven is ruimte nodig en dieruimte is schaars in ons land. Omdat alles bij elkaar opgeteld niet past inéén Nederland hebben we met elkaar hierin keuzes te maken. Keuzeswaarbij we de juiste balans zoeken tussen benutten en beschermen enzodoende recht doen aan de maatschappelijke opgaven en de belangendie daarmee samenhangen. De wens van het kabinet om meer en snellerwoningen te bouwen is één van deze opgaven. Maar het gaat meer danalleen om woningen bouwen. Er is energie nodig, werk en voorzieningenmoeten bereikbaar zijn, net als winkels, recreatieplekken, scholen enzorginstellingen. De ontwerp Nota Ruimte die het kabinet vóór de zomervan 2025 presenteert zal daartoe voor de ruimtelijke ordening en deontwikkeling van Nederland richting gevend zijn.Voor het aanpakken van al deze opgaven biedt de Omgevingswet hetwettelijk instrumentarium. Hoewel de Omgevingswet daarbij zelf neutraalis in de keuzes over hoe we Nederland ruimtelijke inrichten, vraagt ennodigt deze wet uit om via een meer integrale manier van plannen en(samen) te werken. Deze manier van werken borduurt voort op de onderde Crisis- en herstelwet ingeslagen weg en is nodig om de schaarseruimte in Nederland te verdelen en oplossingen te vinden. DeOmgevingswet biedt daarmee een nieuw stelsel dat helpt om de keuzeswaar we voor staan te kunnen maken.In deze derde voortgangsbrief geef ik u zoals gebruikelijk eerst eenbeknopt overzicht van de voortgang van de uitvoering (implementatie), opbasis van de ervaringen en monitoring in het derde kwartaal van 2024.Daarna vertel ik u over mijn plannen voor de komende periode. Daarbij ga kst-33118-283ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2831 ik ook in op de speerpunten van mij en het kabinet, in hoe deOmgevingswet (verder) kan bijdragen aan de maatschappelijke opgaven,doelen en ambities uit het regeerprogramma. In bijlage 1 vindt u meerdetails, maar ook (concrete) cijfers over de ervaringen van het derdekwartaal. In bijlage 2 is een aantal (specifieke) punten van het afgelopenkwartaal verder uitgewerkt. Hierin staan ook recente en toekomstigeactiviteiten, die onder andere te maken hebben toezeggingen en aange-nomen moties.Stand van zaken derde kwartaal 2024AlgemeenOok het derde kwartaal kende een stabiel en rustig verloop. Ik zie datpartijen binnen de overgangsrechtelijke kaders wederom hard hebben(door)gewerkt en goede stappen blijven zetten. De inzet van de (kern)in-strumenten – die de Omgevingswet biedt – door bevoegde gezagen blijftverder toenemen, waarbij met name het aantal omgevingsvergunningenvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in het oog springt(1.047 BOPA’s). De landelijke basisvoorziening van het DSO (hierna:DSO-LV) ontwikkelt zich verder door, is stabiel én toenemend komt het totregionale afspraken. Dit betekent niet dat inmiddels alles vanzelf goedloopt en alles af is. Zeker bij gemeenten is zichtbaar dat het in de praktijkwerken met de Omgevingswet nog – op onderdelen – gewenning vraagt.Ondanks alle investeringen, zorgvuldige en langdurige voorbereidingenen ondersteuning zijn bevoegde gezagen nu pas echt in de praktijk aan deslag.Het echt werken in de praktijk met de Omgevingswet, door overheden,maar ook door burgers en bedrijven, gaat soms (direct) goed, maar gaataf en toe ook met vallen en opstaan Beide geluiden hoor en lees ikregelmatig1 en dat hoort ook bij de implementatie van een nieuwe wet.Enerzijds hebben deze geluiden betrekking op de verdere invoering(implementatie) van de wet en anderzijds vooral op het (leren) werkenmet de wet en de nieuwe c.q. andere manier van denken die daarbij hoort.Deze manier van denken vraagt om een houding van «ja, mits» in plaatsvan «nee, tenzij» en is belangrijk om de verbeterdoelen van de wet tebereiken. De andere houding past ook bij de manier waarop het kabinetde grote maatschappelijke vraagstukken wil aanpakken. Overhedenworden hierbij nadrukkelijk opgeroepen om de kansen en mogelijkhedenvan de Omgevingswet aan te grijpen en om hieraan invulling te geven.Hierdoor kan het motto «beschermen en benutten» echt vorm en inhoudkrijgen. Dat deze andere manier van werken en andere houding tijd kostwas vooraf voorzien en een groot deel van de ondersteuning is hier ookop gericht. Daarnaast beschikken de overheden over diverse overgangs-termijnen die ze ook de tijd en ruimte geeft om deze overstap in denken te(gaan) maken.Gebruik OmgevingsloketGebruikers, professioneel (bedrijven en overheden) en particulier (deburger), hebben het Omgevingsloket ook in het derde kwartaal goedkunnen vinden. De cijfers laten een stabiel patroon van het aantalbezoekers zien, met uitzondering van een dip gedurende de vakantiepe-riode. Ook het aantal ingediende omgevingsvergunningaanvragen enmeldingen blijft gelijk aan de aantallen van het tweede kwartaal. Hiermeeis voldaan aan een belangrijke eis voor inwerkingtreding: het bieden van1JLL: Nederlandse vastgoedsector zeer transparant – Stadszaken.nl en Nog veel verwarring bijgemeenten over nieuwe Omgevingswet (nos.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2832 continuïteit aan gebruikers in de overstap van de verouderde en versnip-perde digitale voorzieningen naar het DSO. In het derde kwartaal kondendaarmee de oude loketten, namelijk het voormalige OmgevingsloketOnline (OLO) en de Activiteitenbesluit internetmodule (AIM), definitiefgesloten worden. Deze migratie is zonder grote problemen verlopen.Hiermee werken nu alle overheden in het fysieke domein samen achteréén loket. Dit is een belangrijke stap vooruit in de stelselherziening die in2032 afgerond is. De ervaringen die worden opgedaan zorgen voorwaardevolle feedback die ik gebruik om de gebruiksvriendelijkheid vanhet loket (verder) te vergroten.Stabiliteit en werking DSOHet DSO-LV heeft ook in het derde kwartaal over het algemeen goedgefunctioneerd. Het DSO-LV is stabiel en er is ruim voldoende capaciteitvoor het huidige gebruik. Er is een toename in het gebruik te constaterenen tegelijkertijd zet de daling van het aantal verstoringen, waarover ik inmijn vorige voortgangsbrief schreef, zich door. Het calamiteitenma-nagement hoefde ook dit kwartaal niet ingezet te worden. Verstoringendoen zich in complexe ICT-omgevingen met enige regelmaat voor, dat isniet anders voor het DSO-LV. Hierbij geldt dat de impact op de dienstver-lening zo minimaal mogelijk moet worden gehouden. Verstoringenworden daarom geclassificeerd in prioriteit van P1 (grote verstoringen)naar P4 (lichte verstoring). In het afgelopen kwartaal daalde niet alleen hettotaal aantal verstoringen, maar nam ook het aantal grote verstoringen(P1) af. In het derde kwartaal hebben zich twee verstoringen voorgedaan,waardoor gebruikers een paar uur geen toegang hadden tot bepaaldefuncties van het DSO-LV. Beide verstoringen zijn met spoed opgepakt enopgelost om de overlast voor gebruikers zo klein mogelijk te houden.Hoewel deze dalende lijn een positieve ontwikkeling is, geldt dat elkeverstoring vervelend is voor burgers, bedrijven en bevoegd gezagen. Erwordt daarom door alle partijen continu gewerkt aan het verbeteren vande performance en stabiliteit van DSO-LV. Ik zie dat hierin stappen wordengezet, maar we zijn hierin zeker nog niet klaar.ImplementatieondersteuningDe ondersteuning voor de invoering van de Omgevingswet richtingbevoegde gezagen is in het derde kwartaal volop doorgezet. Dezeimplementatieondersteuning helpt bevoegde gezagen, waar nodig en/ofgevraagd, om in hun eigen tempo en vanuit hun eigen keuzes goed metde wet te (leren) werken. Daarbij zit elk bevoegd gezag zelf achter stuur.Zichtbaar is dat er bij bevoegde gezagen steeds meer behoefte is aaninhoudelijke ondersteuning bij het werken met en volgens de bedoelingvan de Omgevingswet en de veranderopgave die ieder bevoegd gezaghierbij zelf heeft. Dit toont zich onder andere via het InformatiepuntLeefomgeving (hierna: IPLO). Het IPLO heeft in het derde kwartaal weerveel vragen binnen de daarvoor afgesproken tijd beantwoord. Direct nainwerkingtreding gingen die vragen voor het grootste deel nog overprocessen, procedures en het DSO. In het derde kwartaal ging 66% van devragen over inhoudelijke onderwerpen als bijvoorbeeld bouwen, gravenin de grond en milieubelastende activiteiten. 35% van de vragen hadbetrekking op het DSO. Dit is een belangrijke indicator dat deOmgevingswet en het DSO in een nieuwe fase van de stelselherziening isaangekomen.Nu de Omgevingswet in werking is getreden worden de taken van hetinterbestuurlijk programma Aan de Slag met de Omgevingswet,waaronder de implementatieondersteuning, in de loop van 2025 overge-dragen aan de lijnorganisatie bij het Ministerie van Volkshuisvesting enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2833 Ruimtelijke Ordening. Hiermee wordt blijvend invulling gegeven aan debestuurlijke afspraken die zijn gemaakt. Ook wordt op deze manierinvulling gegeven aan een tweetal toezeggingen.2 De uitwerking hiervanwordt in 2025 verder vormgegeven.PlanketenDe planketen vormt het meest innovatieve deel van de stelselherziening:de keten waarin alle overheden hun ruimtelijke plannen publiceren,zodanig dat ze bij elkaar te zien zijn. In het kader van de planketen bent ueerder bericht dat bevoegde gezagen voorafgaand aan inwerkingtredingeen grote werkvoorraad aan initiatieven en plannen onder het oudejuridische regime hadden.3 Het beeld is dat die grote hoeveelheid in hetderde kwartaal nog niet volledig is weggewerkt en nog steeds aandachtvraagt van bevoegde gezagen. Het is voor mij tegelijkertijd ook eenduidelijk teken dat Nederland momenteel volop in ontwikkeling is.Naast deze activiteiten is in het derde kwartaal verder zichtbaar gewordendat bevoegde gezagen ook steeds meer bezig zijn met de nieuwe(kern)instrumenten. Zo is dit kwartaal voor het eerst een projectbesluitvastgesteld via het zogenaamde «hoofdspoor». Het betreffende bevoegdgezag heeft dus de nieuwe DSO-standaard STOP/TPOD4 toegepast. Ditbetekent dat inmiddels alle (kern)instrumenten in de planketen ingezet zijnen toont de werking van het digitale stelsel aan. De doorlopendemonitoring laat verder zien dat ook het gebruik van de andere (kern)in-strumenten in de planketen stabiel is, of voorzichtig toeneemt. Er wordtdaarbij afwisselend gebruik gemaakt van zowel het hoofdspoor als van deTijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM). Hierbij moet ik wel vermeldendat met name gemeenten in hun aanpak nog sterk (moeten) leunen op deinzet van Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM). De toepassing vanSTOP/TPOD of TAM kende in het derde kwartaal voor ontwerp-omgevingsplannen van gemeenten een verhouding van één op drie. Bijde instrumenten omgevingsverordening en voorbereidingsbesluit was bijvaststelling een verhouding van 50/50 ten opzichte van de betreffendeTAM te zien.ConclusieMet de inwerkingtreding negen maanden achter ons, kan – ondanks dat,zoals voorzien, nog niet alles af is – geconcludeerd worden dat we echtvan de kant zijn gekomen. De eerste prille fase van implementeren ligt nuachter ons. Bevoegde gezagen hebben een grote prestatie geleverd doorniet alleen de meeste aanvragen die onder het oude recht nog zijnbinnengekomen te verwerken, maar zich ondertussen ook meer en meerte richten op de toekomst en het werken onder de Omgevingswet. Dezenieuwe fase krijgt steeds meer vorm, waarbij de nieuwe houding van «ja,mits» zorgvuldig wordt aangenomen. Dit is belangrijk omdat daarmee dedoelen van de wet bereikt kunnen worden en vanuit die nieuwe houdingook een bijdrage geleverd kan worden aan de wens van het kabinet omstap voor stap de door de jaren heen gegroeide complexiteit van regels,procedures en controledrang te verminderen. Het uitgangspunt van hetregeringsbeleid is: wat kan wél? De doelen van en de beoogde nieuwewerkhouding onder de Omgevingswet nodigen daartoe uit. Met nieuweenergie en bevlogenheid, met verdere ruimtelijke ontwikkeling en digitaleinnovatie maar ook met gezamenlijk pragmatisme en realiteitszin in de2T03564 en T03558.3Kamerstuk 33 118, nr. 281, pg. 9.4STOP: Standaard voor officiële publicaties & TPOD: Toepassingsprofielen omgevingsdocu-menten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2834 uitvoering. Om zo samen de maatschappelijke opgaven van Nederlandzoals woningbouw aan te pakken.VooruitblikHet beeld van de eerste negen maanden geeft mij en de bestuurlijkepartijen vertrouwen voor de toekomst. Dat vertrouwen wordt versterktdoor de wijze waarop de uitvoeringspraktijk aan de slag is. Dat het hierbijsoms nog zoeken is naar de juiste weg moge evident zijn bij een stelsel-wijziging van deze omvang. Richting de toekomst blijf ik met allebetrokkenen samen verder werken aan het behalen van de verbeterdoelenvan de wet. Daarbij gaat het onder andere over het verder inzetten van denieuwe (kern)instrumenten, maar ook over de afbouw, doorontwikkelingen uitbouw van het DSO, het vergroten van de gebruiksvriendelijkheid enhet uitfaseren van de TAM. Het tempo waarin alle bevoegde gezagenuiteindelijk in staat zijn om het hoofdspoor toe te passen en niet meerhoeven terug te vallen op de TAM hangt mede samen met de ontwik-keling van decentrale software bij bevoegde gezagen, de planning voorwat betreft de verdere afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van het DSOen de ontwikkeling van de Landelijke voorziening bekendmaken enbeschikbaar stellen (hierna: LVBB).Via het leveranciersmanagement wordt door de VNG gestuurd op deontwikkeling van de benodigde functionaliteiten in de decentrale softwarevan bevoegde gezagen. Voor wat betreft de verdere afbouw, doorontwik-keling en uitbouw van het DSO bekijk ik de komende tijd samen met debestuurlijke partners of ten opzichte van de eerdere planning andereaccenten moeten worden gelegd. De inzet van de (kern)instrumenten,opgedane gebruikerservaringen, aanvullende wensen en behoeften,stijgende kosten en beperkte ontwikkelcapaciteit maken dat de eerdereplanning en bijbehorende afspraken mogelijk herijkt moeten worden. Inhet bijzonder is daarbij aandacht voor de STOP Release B (versie 1.4).Deze nieuwe STOP-standaard wordt naar verwachting dit najaaropgeleverd, waarna zorgvuldig en in overleg met alle betrokken partijende implementatie van deze standaard verder kan worden vormgegeven. Ikblijf u hierover uiteraard informeren en ook verwijs ik u graag naarbijlage 2, onder «Afbouw, doorontwikkeling en uitbouw», waar dit nognader wordt toegelicht. De LVBB van het Ministerie van BinnenlandseZaken is een generieke overheidsvoorziening die ook is aangewezen voorde ontsluiting van diverse (kern)instrumenten onder de Omgevingswet enalle decentrale plannen en regelgeving. Deze zogenoemde omgevingsdo-cumenten komen via deze landelijke voorziening uiteindelijk in hetDigitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) terecht. De landelijke voorzieningDSO (DSO-LV) en de verdere stelselherziening hebben daarmee een groteafhankelijkheid van de verdere ontwikkeling van de LVBB.De vele ervaringen die sinds de inwerkingtreding zijn opgedaan, en die dekomende tijd worden opgedaan, wil ik gebruiken om samen met debetrokken en bestuurlijke partijen het stelsel van de Omgevingswet verderte verbeteren. Een ontwikkeling waarin, zoals eerder aangekondigd, dekomende jaren nog veel werk te verzetten valt. Daarbij gebruik ik deervaringen die de bevoegde gezagen (gemeenten, waterschappen,provincies en rijkspartijen) en uitvoeringsorganisaties (o.a. omgevings-diensten) opdoen. Maar ook die van andere gebruikers, zoals burgers,(maatschappelijke) organisaties en het bedrijfsleven. Deze ervaringen zijnzeer waardevol en helpen bijvoorbeeld om de gebruiksvriendelijkheid teverbeteren. Over de stappen die ik met de verschillende overheden op ditonderwerp zet, vertel ik u meer in bijlage 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2835 Het rustige en stabiele verloop sinds de inwerkingtreding en hetvertrouwen dat dit mij en de bestuurlijke partijen geeft, maakt ook dat defocus steeds meer kan verschuiven van implementeren, zijnde bijvoor-beeld de (werk)processen op orde brengen, naar het werken in de geestvan de Omgevingswet. Alle betrokkenen zetten hierin stappen en er zijnde komende tijd nog veel stappen nodig. Natuurlijk zijn daarbij verschillenzichtbaar, omdat overheden hun eigen tempo volgen. De komende tijdblijf ik de betrokken partijen aanmoedigen om de nodige stappen te zettenen daarin blijf ik ondersteuning aanbieden. Via het ingerichte stelsel vanmonitoring en evaluatie wordt gekeken of de gezette en nog te zettenstappen ook daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde doelen. Over deuitkomsten informeer ik uw Kamer zoals afgesproken.5 Als de uitkomstenhierom vragen stuur ik bij en spreek ik – indien noodzakelijk – partijen aanop hun eigen én gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een onderdeel vande monitoring en evaluatie is ook de invoeringstoets die u is toegezegd.Verderop in deze brief sta ik hier nader bij stil.Tot slot zijn we na inwerkingtreding van de wet ook in een andere fase vansamenwerking met de bestuurlijke partners van gemeenten, provincies enwaterschappen gekomen. Hierbij blijven we ons gezamenlijk inspannenom de verbeterdoelen van de stelselherziening te realiseren. Ommaatschappelijke opgaven beter te realiseren, continueren we onzegezamenlijke inspanning om de bevoegd gezagen te helpen bij een goedeuitvoering van de wet en gaan we gezamenlijk nieuwe uitdagingen aan,zoals het vergroten van de gebruiksvriendelijkheid en dienstverlening.Tegelijkertijd is dit ook een logisch moment om eerdere bestuurlijkeafspraken te herijken en te bezien of de governance geoptimaliseerd envereenvoudigd kan worden. Onlangs heb ik met de bestuurlijke partnersdaarom afgesproken dat we dit proces gezamenlijk gaan starten. In devolgende voortgangsrapportage vertel ik u hier meer over.Invoeringstoets OmgevingswetIn de voortgangsbrief over het eerste kwartaal bent u geïnformeerd overhet uitvoeren van de toegezegde invoeringstoets.6 De invoeringstoets isaanvullend op de voortgangsbrieven die u ontvangt en de ingerichtemonitoring en evaluatie.7 Graag neem ik u mee in de laatste stand vanzaken. De voorbereidingen voor deze invoeringstoets zijn inmiddels terhand genomen. Daarbij betrek ik ook nadrukkelijk ervaringen dieinmiddels bij andere invoeringstoetsen zijn opgedaan. Zo wil ik ervoorwaken dat de invoeringstoets – op onderdelen – te vroeg ter hand wordtgenomen en dat hierdoor bepaalde ervaringen dermate pril of beperktzijn, dat ze zich onvoldoende laten lenen voor het trekken van (verre-gaande) conclusies en het doen van aanbevelingen. Dit sluit aan bij deaanbeveling uit het onderzoeksrapport Invoeringstoets Wkb.8 Het ligt inde rede om te kiezen voor een gefaseerde aanpak. De eerste fase richt zichvooral op de Vergunning, Toezicht en Handhavingsketen (VTH-keten) envervolgens wordt de focus gelegd op de planketen. De reden om te kiezenvoor deze gefaseerde aanpak komt voort uit het feit dat er ten aanzien vande VTH-keten – waar de doorlooptijden over het algemeen kort zijn – ineen eerder stadium meer relevante ervaringen zijn opgedaan. Deuitvoering van de eerste fase van de toets start begin 2025. Over de eersteuitkomsten verwacht ik uw Kamer medio 2025 te kunnen informeren. Mijnstreven is de gehele invoeringstoets voor het einde van 2025 toe tekunnen sturen.5Kamerstuk 33 118, nr. 278.6Kamerstuk 33 118, nr. 281, pg. 3–4.7Kamerstuk 33 118, nr. 278.8Kamerstuk 34 453, AW, pg. 2 en bijlage onderzoeksrapport Invoeringstoets Wkb.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2836 In de voortgangsbrief over het eerste kwartaal bent u ook geïnformeerdover het feit dat de onafhankelijke evaluatiecommissie geen rol voor haarziet weggelegd om een onafhankelijke duiding te geven bij de 2e en4e voortgangsbrief.9 De onafhankelijke evaluatiecommissie zal zoalseerder vermeld wel reflecteren op de jaarlijkse rapportages die u ontvangtop basis van de Monitor Werking Omgevingswet.10 Ik treed opnieuw metde evaluatiecommissie in overleg om te kijken of zij het geven van eenonafhankelijke duiding bij de invoeringstoets wel passend acht bij haar rolen expertise. Daarbij hecht ik er waarde aan om te benadrukken dat hetuitvoeren van de invoeringstoets niet de enige wijze is waarop ik hetstelsel verder scherp stel. Samen met de bestuurlijke partijen doe ik dit inde diverse interbestuurlijk overlegstructuren, leg ik mijn oor te luisteren inhet land tijdens werkbezoeken, is richting inwerkingtreding een breedmonitorings- en evaluatiestelsel ingericht, is een regeringscommissarisbenoemd en is tot slot een onafhankelijke evaluatiecommissie ingesteld.Regeerprogramma en de OmgevingswetDe komende tijd blijf ik de ervaringen gebruiken om het stelsel van deOmgevingswet verder te optimaliseren. Daarbij kijk ik ook samen metmijn mede-bewindspersonen naar het beleid voor de fysieke leefom-geving. Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid en mijn coördinerende rolals Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ga ik kijkenwaar regelgeving knelt, de regeldruk verminderd kan worden, of waarjuist meer landelijke sturing (regie op rijksniveau) en zodoende meerstandaardisatie nodig is. Deze optimalisatie draagt bij aan het behalen vande opgaven, doelen en ambities uit het regeerprogramma. Ook past dezeoptimalisatie in de oproep uit het rapport Staat van de Uitvoering 2024om de complexiteit van regelgeving te doorbreken.11 Hierbij zoek iknadrukkelijk de dialoog met de medeoverheden, maar ook burgers,(maatschappelijke) organisaties, het bedrijfsleven en uiteraard met uwKamer. Wanneer dit leidt tot benodigde wijzigingen van de Omgevingswetdan wordt hiervoor het gebruikelijke wetgevingstraject doorlopen.Daarnaast kijk ik ook nadrukkelijk hoe ik het instrumentarium effectief kaninzetten voor de opgaven uit mijn eigen portefeuille en in het bijzonder dewoningbouw.Tot slotOp basis van de ervaringen en de huidige cijfers over het derde kwartaal,kijk ik met vertrouwen naar de vervolgstappen in de uitvoering van deOmgevingswet. Samen met de bestuurlijke partners blijf ik onverminderdbetrokken om de uitvoering te verbeteren. Daarnaast kijk ik de komendeperiode hoe ik het stelsel van de Omgevingswet (verder) kan inzetten enoptimaliseren om de kabinetsdoelen te bereiken en te werken aan deopgaven waar we in Nederland met elkaar voor staan. Ik blijf uw Kamerhierover informeren via mijn voortgangsbrieven.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer9Kamerstuk 33 118, nr. 281, pg. 4.10Kamerstuk 33 118, nr. 278, pg. 2–3.11Rapport Staat van de Uitvoering 2024.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2837 ERVARINGEN IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET, DERDEKWARTAAL 2024In deze bijlage neem ik uw Kamer mee in de meer concrete ervaringentijdens het derde kwartaal van 2024. Dit doe ik waar mogelijk cijfermatigen ook maak ik een vergelijking – waar mogelijk en van toepassing – metde opgedane ervaringen in het eerste en tweede kwartaal. Allereerst geefik een verdieping op de stand van zaken over het derde kwartaal, zoalsopgenomen in de kopbrief. Vervolgens ligt de focus in deze bijlageenerzijds op de constateringen en ervaringen van bevoegde gezagen enuitvoeringsorganisaties (de uitvoeringspraktijk) en anderzijds op die vanburgers, (maatschappelijke) organisaties en het bedrijfsleven. In deuitvoeringspraktijk ligt de focus op de vraag of alle betrokkenen, samen ofapart, kunnen werken binnen de drie ketens. Naast de werking van dedrie ketens sta ik ook stil bij de inspanning die wordt geleverd voor deimplementatieondersteuning (ondersteuning in de uitvoering). Bijburgers, (maatschappelijke) organisaties en bedrijven wordt er vooral opgelet of zij makkelijk meldingen kunnen doen, vergunningen kunnenaanvragen en plannen kunnen maken. Deze opzet is bewust gekozen envormt (mede) de opmaat naar de volgend jaar uit te voeren invoerings-toets.Verdieping derde kwartaalDoor alle betrokken partijen is dit kwartaal weer onverminderd hard(door)gewerkt. Er zijn goede stappen gezet en er is op alle vlakken meerervaring opgedaan. Dit verdient een compliment aan alle betrokkenen. Hetgebruik van het IPLO en het Omgevingsloket is stabiel en hetzelfde geldtvoor de werking van het DSO-LV. De cijfers die dit beeld ondersteunen,worden hieronder verder toegelicht. Bevoegde gezagen laten de periodewaarin gewerkt wordt aan het afhandelen van aanvragen en planproce-dures onder het oude recht steeds meer achter zich, al vraagt dit nog altijdaandacht. Tegelijkertijd wordt in deze fase het (samen)werken met deOmgevingswet steeds meer ontdekt en beproefd door partijen. Dit wordtbijvoorbeeld zichtbaar in het oefenen door bevoegde gezagen met de(kern)instrumenten in de preproductie omgeving.Gebruik OmgevingsloketOp basis van het eerste en tweede kwartaal was het al duidelijk datgebruikers het Omgevingsloket goed weten te vinden. Dit wordt ook in hetderde kwartaal bevestigd aan de hand van de cijfers. Er is sprake van eenstabiel patroon, zowel in het aantal bezoekers als in het aantal ingediendeomgevingsvergunningaanvragen en meldingen. Ondanks de vakantiepe-riode waren er in de afgelopen drie maanden ruim 1,5 miljoen sessies enruim 600.000 unieke bezoekers. Hiermee komt het totaal aantal sessies inhet Omgevingsloket sinds de inwerkingtreding uit op bijna 4,4 miljoen.Het aantal unieke bezoekers dat het Omgevingsloket sinds de inwerking-treding heeft bezocht, komt uit op ruim 1,6 miljoen. Binnen hetOmgevingsloket wordt de toepassing «Regels op de Kaart» het meestgebruikt. Via het Omgevingsloket zijn er tijdens het derde kwartaal48.888 omgevingsvergunningaanvragen, 36.093 meldingen en20.199 informatieplichten gedaan. Daarmee zijn er in totaal sinds deinwerkingtreding 146.998 omgevingsvergunningaanvragen, 112.280meldingen en 51.421 informatieplichten gedaan in het Omgevingsloket.Hiermee ligt het aantal omgevingsvergunningaanvragen en meldingeninmiddels boven de jaarlijkse aantallen van het oude en inmiddelsvervangen Omgevingsloket Online (OLO). Dit ondersteunt het beeld dathet Omgevingsloket voldoende continuïteit biedt voor gebruikers.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2838 Stabiliteit en werking DSODe landelijke voorziening van het DSO (DSO-LV) werkte in het derdekwartaal naar behoren. Het DSO-LV is stabiel en er is sprake van ruimvoldoende capaciteit om het huidige forse gebruik op te vangen. Hetaantal verstoringen12 in het DSO bleef in het derde kwartaal dalen. In hetderde kwartaal waren er 217 verstoringen, tegenover 413 in het eerstekwartaal en 295 in het tweede kwartaal. Bij een stijgend gebruik van hetDSO-LV is daarmee het aantal verstoringen sinds het eerste kwartaal bijnagehalveerd. Dit benadrukt de stabiliteit van DSO-LV als centralevoorziening binnen het bredere digitale stelsel met basisregistraties,decentrale software van bevoegde gezagen en de Landelijke voorzieningbekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB).Hoewel het calamiteitenmanagement ook dit kwartaal geen enkele keer isingezet, hebben zich wel twee verstoringen voorgedaan met de hoogsteprioriteit (prioriteit 1). Gebruikers hebben hierdoor (bepaalde) functionali-teiten enkele uren niet kunnen gebruiken. Beide verstoringen zijn met dehoogste prioriteit en spoed opgelost. Hierdoor is de verstoring voor degebruikers beperkt gebleven. Naast deze twee verstoringen waren er nog10 andere verstoringen. Deze gingen meestal over infrastructurelestoringen of storingen bij andere (overheids)organisaties die invloedhadden op het DSO. Bijvoorbeeld een verstoring in DigiD. Het DSO is enblijft op onderdelen afhankelijk van functionaliteiten van derden. Met departijen die hiervoor verantwoordelijk zijn, is voortdurend goed overlegom samen verbeterpunten vast te stellen, te realiseren en eventueleverstoringen adequaat en snel op te lossen.Naast de daling in het aantal verstoringen is er een daling te zien in hetaantal verzoeken om wijzigingen. Met zulke verzoeken geven gebruikersaan welke aanpassingen zij wensen. In het derde kwartaal ging het om91 verzoeken, in vergelijking met 234 in het eerste kwartaal en 177 in hettweede kwartaal. Deze verzoeken worden geanalyseerd, geprioriteerd en –als het relevant is – verwerkt. Deze verwerking loopt op schema.De dalende trend betekent niet dat er geen ontwikkelwerk meer te doen isof dat er geen klachten zijn. Bij de introductie van een nieuwe voorzieningis het onvermijdelijk dat die er zijn. De cijfers laten zien dat de beheerpartijdie verantwoordelijk is voor het DSO-LV, in staat is mee te bewegen methet gebruik in de praktijk. Verstoringen worden binnen de formeelvastgestelde tijden opgelost. Uit de cijfers blijkt dat het DSO-LV gemiddeld98% van de tijd beschikbaar is. Voor gebruikers is iedere verstoringen eruiteraard één te veel en heel vervelend. Via het IPLO informeren wij henzo goed mogelijk over wat er aan de hand is en wat iemand kan doen enkan verwachten. Daarnaast wordt het werkelijke gebruik van de landelijkevoorziening en hoe de verschillende onderdelen presteren nauwgezetgemonitord.Gebruik Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)Dat het derde kwartaal traditioneel rustiger is door de zomer- en vakantie-periode, werd ook bij het IPLO gemerkt. Het aantal gestelde vragen aanhet IPLO was gemiddeld in de maand juli, rustig in de maand augustus entrekt sinds september weer aan. Het IPLO ontving in totaal dit kwartaalongeveer 8.500 vragen, wat neerkomt op een wekelijks gemiddelde van12Bij een verstoring werkt een bepaalde functionaliteit niet of niet voldoende. Dit kan binnen hetDSO zijn, maar kan ook optreden bij voorzieningen waar het DSO afhankelijk van is. Bij eenverstoring is sprake van hinder voor de (eind)gebruiker. Verstoringen worden op basis van deimpact geprioriteerd (prioriteit 1 tot en met 4) en opgepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2839 640 vragen. Dat is aanmerkelijk minder dan de 800 vragen die gemiddeldper week binnenkwamen in het tweede kwartaal. In totaal zijn er ongeveer8.500 vragen aan het IPLO gesteld in het afgelopen kwartaal. Vragen vanbevoegde gezagen, maar ook ketenpartners, zoals omgevingsdiensten envanuit het bedrijfsleven en particulieren. 66% van alle vragen zijninmiddels inhoudelijk van aard. 35% van de vragen hadden betrekking ophet DSO. Er is geen grote verschuiving in percentages zichtbaar tussen deverschillende inhoudelijke onderwerpen in vergelijking tot het vorigekwartaal. De procentuele verdeling van vragen over de verschillendeonderwerpen is hieronder in figuur 1 weergegeven.De website van het IPLO is het afgelopen kwartaal onverminderd goedgebruikt. De website kende 612.931 bezoeken, waarbij ruim 1,9 miljoenpagina’s bezocht werden. Daarmee heeft de IPLO-website zich goedontwikkeld als centrale kennisbron en steun voor alle partijen in de fysiekeleefomgeving. Op basis van de vragen en aantallen bezoekers kan ooksteeds beter uit de praktijk afgeleid worden waar partijen ondersteunings-behoefte hebben en wat er inhoudelijk «leeft» in het land. Vergelijkbaarmet het eerste half jaar zijn de meest bezochte onderdelen op de websitevooral de uitleg van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en hetBesluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast werden de pagina’s overde werking van het DSO en het Omgevingsloket vaak bezocht. Vergelekenmet het tweede kwartaal zijn de onderwerpen «Regels op de kaart» en«Bruidsschat» minder bezocht. Het stappenplan vergunningsvrij bouwenen de informatie over de gevolgklassen van de Wet kwaliteitsborging voorhet bouwen (Wkb) werden daarentegen dit kwartaal juist vaker bezocht.Bevoegde gezagen en uitvoeringsorganisatiesDe Vergunning, Toezicht en Handhavingsketen (VTH-keten)De ontvangst van ingediende vergunningaanvragen, meldingen eninformatieplichten door de overheden (bevoegde gezagen) via het DSOwerkt goed. De overstap van het oude wettelijke regime en de oudevoorzieningen naar de nieuwe situatie is voor overheden en initiatief-nemers een grote stap. Het vraagt in de praktijk nog steeds aandacht.Soms gaat het (direct) goed, maar af en toe gaat het ook met vallen enopstaan. Net als in het eerste half jaar zien bevoegde gezagen ook in hetderde kwartaal regelmatig dat aanvragen niet in één keer volledig en/ofFiguur 1: verdeling vragen per onderwerp IPLO (Q3 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28310 juist worden ingevuld. Hierdoor is regelmatig en intensiever contacttussen overheden en initiatiefnemers nodig, zodat aanvragen op eenjuiste manier kunnen worden afgehandeld. Hierin worden door debevoegde gezagen goede stappen gezet om de opgave om anders te gaanwerken, met daarbij de nieuwe houding van «ja, mits», verder vorm tegeven en echt één overheid te zijn voor de initiatiefnemer. De interbe-stuurlijke samenwerking in de regio tussen overheden draagt hieraan bij.Het verder vormgeven van de samenwerking(afspraken) in de regio wordtondersteund door het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Ditdoor middel van werkplaatsen en met behulp van een model voorsamenwerkingsafspraken.Eén van de onderdelen waarin zichtbaar is dat de VTH-keten werkt, is destijgende lijn van het aantal aanvragen voor een omgevingsvergunningwaarover ik u eerder heb geïnformeerd.13 In het derde kwartaal zijn1.047 omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanacti-viteit (BOPA) aangevraagd. Dit toont een stijgende lijn in vergelijking methet eerste en tweede kwartaal van dit jaar. De stijgende lijn is enerzijds teverklaren doordat gemeenten ervoor kiezen om bij grootschaligegebiedsontwikkelingen te werken met een BOPA in plaats van hetomgevingsplan (direct) te wijzigen. Anderzijds wordt voor «kleinschalige»ontwikkelingen, die onder de oude wetgeving onder de zogenoemdekruimellijst van afwijkingen vielen, teruggegrepen op de BOPA.De planketenIn het derde kwartaal is voor het eerst een projectbesluit via het nieuwehoofdspoor vastgesteld. Een mijlpaal, want daarmee zijn alle (kern)instru-menten14 in de planketen door de betreffende bestuurslagen minimaaléén keer toegepast via de nieuwe techniek en standaarden vanSTOP/TPOD, horende bij de Omgevingswet. Naast de vaststelling van eenprojectbesluit is er bij de andere instrumenten in de planketen ook eenstabiel of een voorzichtig stijgend gebruik te zien. Daarmee zet destijgende lijn uit de eerste twee kwartalen zich door. Hierbij zijn uiteraardwel verschillen te zien tussen de verschillende instrumenten en debestuurslagen die deze instrumenten gebruiken. Hieronder licht ik dit aande hand van de cijfers toe.Kijkend naar het instrument omgevingsplan, een belangrijk instrumentvoor de gemeenten en de stelselherziening als geheel, zijn er in het derdekwartaal 44 ontwerp-omgevingsplannen gepubliceerd. In 15 gevallen isdaarbij door de betreffende gemeente gebruikgemaakt van het hoofd-spoor en in 29 gevallen is de TAM gebruikt. Hiermee komt het totaalaantal ontwerp-omgevingsplannen sinds inwerkingtreding uit op 79,waarbij 29 keer het hoofdspoor is toegepast en 50 keer de TAM. Eenverhouding van ongeveer één op drie. In het derde kwartaal zijn ookmeerdere wijzigingen van omgevingsplannen vastgesteld door verschil-lende gemeenten. Vier keer ging het om een vaststelling waarbij de TAMis toegepast. 72 keer is bij de vaststelling het hoofdspoor toegepast. Eengroot deel van deze 72 vaststellingen hadden te maken met besluiten overhet technisch in beheer nemen van de Bruidsschat.15 Sinds de inwerking-treding heeft ongeveer driekwart van de gemeenten dit (noodzakelijke)besluit genomen. Op basis van de cijfers is de verwachting dat het aantalomgevingsplan-procedures de komende periode verder toeneemt. Het13Kamerstuk 33 118, nr. 282 & Kamerstuk 33 118 en 34 986, GD.14Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsverordening, Waterschapsverordening,Projectbesluit, Programma, Voorbereidingsbesluit.15Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal rijksregels naar hetomgevingsplan van gemeenten verhuist. Dit wordt ook wel de «bruidsschat» genoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28311 overgangsrecht geeft bevoegde gezagen daarbij tot 2032 ruim de tijd ommet het instrument omgevingsplan stap voor stap aan de slag te gaan.Verder is in het derde kwartaal twee keer een ontwerp-omgevings-verordening door een provincie gepubliceerd. Beide keren is hierbij hethoofdspoor toegepast. Ook is zeven keer een (wijziging van een)omgevingsverordening vastgesteld. Hierbij is in het derde kwartaal vierkeer het hoofdspoor gebruikt en drie keer de TAM. De verhouding in hetderde kwartaal is daarmee ongeveer 50/50. Voor de waterschappen geldtdat in het derde kwartaal zes keer een ontwerp-waterschapsverordening isgepubliceerd en 17 keer een (wijziging van een) waterschapsverordeningis vastgesteld. In alle gevallen is daarbij door het betreffende waterschaphet hoofdspoor toegepast. Vanuit de rijkspartijen is in het derde kwartaalenkel door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur een Natura-2000 besluit via het hoofdspoor gepubliceerd. Watbetreft de andere soorten plannen, de omgevingsvisie, het programma enhet voorbereidingsbesluit, is het gebruik binnen de diverse bestuurslagenredelijk stabiel vergeleken met het tweede kwartaal. Bij het voorberei-dingsbesluit wordt in ongeveer de helft van de gevallen teruggevallen ophet gebruik van de TAM. Voor de instrumenten omgevingsvisie enprogramma geldt dat er geen interbestuurlijke TAM is afgesproken eningericht.Om het gebruik van de nieuwe standaarden (verder) te bevorderen, blijfthet mogelijk om omgevingsdocumenten – voordat deze worden gepubli-ceerd – voor advies voor te leggen aan experts van het programma Aande Slag en experts van de VNG. Daarbij wordt ook gekeken naar hetannoteren16 en de eventuele doorwerking naar toepasbare regels.Daarnaast bieden het programma Aan de Slag en de koepels onder-steuning bij het werken in de planketen. Bijvoorbeeld door het organi-seren van werkplaatsen en kennissessies. Met de verschillende ondersteu-ningsproducten wordt ingezet op het vergroten van de kennis en expertiseover het opstellen van omgevingsdocumenten in de nieuwe software enhet (samen)werken in de planketen. Hierbij moet rekening gehoudenworden met het feit dat leveranciers een bepaalde vrijheid hebben bij hetverwerken van de nieuwe standaarden in de plansoftware. Door dezevrijheid zijn er mogelijk verschillen in de manier waarop omgevingsdocu-menten worden opgesteld, maar ook verschillen in de tijdigheid waarmeedeze functionaliteiten beschikbaar komen. Naast de ondersteuning op deinhoud bij het werken in de planketen, wordt ook aan de technische kantgewerkt aan het ontwikkelen van de benodigde functies in de lokaleplansoftware. Het tempo waarin alle bevoegd gezagen uiteindelijk in staatzijn om het hoofdspoor toe te passen hangt hier mede vanaf. Hier wordtvia het leveranciersmanagement op gestuurd. In bijlage 2, onder het kopje«Afbouw, uitbouw en doorontwikkeling DSO» wordt u hierover verdergeïnformeerd.De toepasbareregel-ketenElk bevoegd gezag heeft in de kern de taak om beleid, plannen en wet- enregelgeving duidelijk, begrijpelijk en bruikbaar te maken. Toepasbareregels helpen daarbij door juridische regels om te zetten naar eenvoudigevragen. Deze vragen vormen samen vragenbomen, die in het Omgevings-loket de juiste vragen aan gebruikers stellen. Dit maakt het omgevings-recht uiteindelijk duidelijker en gebruiksvriendelijker.16Zie voor een nadere uitleg over annoteren: Omgevingsdocumenten annoteren voortoepasbare regels: activiteiten en locaties beschikbaar maken | Informatiepunt Leefomgeving(iplo.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28312 In de toepasbareregel-keten is een verschil zichtbaar in tempo, kennis enervaring. Het opstellen van toepasbare regels is niet verplicht gesteld en iseen nieuwe juridische discipline die opbouw van kennis en kunde in depraktijk vraagt. Dit was voorzien. In het eerste half jaar werd zichtbaar datde meeste ervaring bij het Rijk, waterschappen en provincies aanwezig is.Het betreft hier uiteraard een kleiner aantal organisaties dan het aantalgemeenten. Bij gemeenten lag de focus in het eerste half jaar vooral ophet eerst goed technisch in beheer nemen van de «bruidsschat» en deeerste aanpassingen van het omgevingsplan. Het opstellen én – waarnodig – verbeteren van toepasbare regels in samenhang met anderebestuurslagen is voor veel gemeenten een volgende stap, die weliswaarsteeds meer plaatsvindt maar in prioriteit pas volgt na de bruidsschat.In het derde kwartaal wordt zichtbaar dat door steeds meer gemeentenactief gewerkt wordt aan omgevingsplanwijzigingen en het maken enbeheren van toepasbare regels. Stap voor stap ontstaat er verderekennisopbouw en meer uitwisseling van ervaringen tussen bevoegdegezagen en betrokken partijen. De bevoegde gezagen worden hierinondersteund door experts en een online kennis-community voorregelanalisten. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet werden inalle regio’s (online) sessies georganiseerd voor de interbestuurlijkeafstemming van toepasbare regels. Deze sessies worden door sommigeregio’s inmiddels zelfstandig opgepakt. Waar nodig is op verzoektoepasbare regelexpertise beschikbaar.Toepasbare regels spelen een belangrijke rol bij een inzichtelijkeromgevingsrecht. Ook leiden ze tot de beoogde betere digitale dienstver-lening van overheden aan burgers en bedrijven. Om deze dienstverleningvia het Omgevingsloket te verbeteren, wordt met extra aandacht gewerktaan het gebruiksvriendelijker maken van het Omgevingsloket. Inzichten enconcrete verbeterpunten die in de praktijk worden opgedaan, wordenbreed gedeeld onder de bevoegde gezagen. Zo wordt er gewerkt aan het,op basis van de opgedane ervaringen, actualiseren van het «HandboekToepasbare regels». De online community voor regelanalisten is daarbijeen bron van informatie: voor en door regelanalisten. Hier worden nietalleen ervaringen gedeeld om de gebruiksvriendelijkheid van toepasbareregels direct te verbeteren, maar ook tips gegeven over het inrichten vanhet werkproces. Doordat de inhoud van de vragen complexer wordt entegelijkertijd de praktijkervaring toeneemt, neemt ook het kennisniveauvan de regelanalisten toe.ImplementatieondersteuningIn de eerste zes maanden na de invoering van de Omgevingswetbestonden de implementatieactiviteiten van het programma Aan de Slagmet de Omgevingswet vooral uit het bieden van (technische) onder-steuning. Dit ging om het inrichten van de drie ketens (VTH-keten,planketen en toepasbare-regelketen) en het geven van (oefen)onder-steuning bij het werken met de wet en het DSO. Vanuit de serviceketen isextra ondersteuning aan de bevoegde gezagen geboden om de extravragen vanuit initiatiefnemers op te vangen. In het derde kwartaal isdaarentegen de behoefte aan ondersteuning bij het werken met envolgens de bedoeling van de Omgevingswet toegenomen. Ook is er in deimplementatieactiviteiten, op basis van de behoefte uit de regio’s, meeraandacht gekomen voor de veranderopgave bij bevoegde gezagen. Zo zijnde activiteiten die gericht zijn op het oefenen en bewustwording (zoals deklikdemo’s) afgebouwd en is de vraag meer komen te liggen op specifiekeonderwerpen die te maken hebben met regionale samenwerking en hetinregelen van de beleidscyclus (binnen en tussen overheden). Het gebruikvan de kerninstrumenten van de Omgevingswet geeft bevoegde gezagenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28313 handvatten om met maatschappelijke opgaven aan de slag te gaan en(regionale) ontwikkelingen mogelijk te maken.Naast de behoefte aan ondersteuning bij de invoering, wordt ookzichtbaar dat de werkdruk bij de ambtenaren van de bevoegde gezagentoeneemt door de veranderingen (veranderopgave) en het werken met dewet. De complexiteit van de stelselverandering, zowel in de wet zelf, als inde techniek en het anders werken, heeft impact op de organisatie enbedrijfsvoering bij de bevoegde gezagen. Daarnaast blijft de behoefte aanondersteuning voor de technische aspecten van het DSO(-LV), zowel in hetgebruik als het implementeren van nieuwe functionaliteiten, onveranderdaanwezig. Dit blijkt onder andere uit het aantal vragen dat aan IPLO wordtgesteld, de activiteiten om samen (interbestuurlijk) tot een gebruiksvrien-delijker loket te komen, de interbestuurlijke werkplaatsen, de toename inhet gebruik van de online communities door bevoegde gezagen en devoortdurende inzet van het programma Aan de Slag bij activiteiten in deregio’s. Daarom is het belangrijk om ook in de komende periode onder-steuning te blijven bieden. Dit doe ik mede door de inzet van DSO-, plan-en toepasbare regel-experts. Het type en de inhoud van de ondersteuningen sessies worden steeds aangepast op basis van vragen uit de regio’s. Zosluit het beter aan op de behoeften van de bevoegde gezagen.Burgers, (maatschappelijke) organisatie en bedrijfslevenBurgers, (maatschappelijke) organisaties en het bedrijfsleven hebben hetOmgevingsloket ook in het derde kwartaal goed kunnen vinden. HetOmgevingsloket laat sinds de inwerkingtreding een stabiel bezoekerspa-troon zien en een stabiel patroon in het aantal ingediende omgevingsver-gunningaanvragen en gedane meldingen. Alleen in de maand augustus iseen daling te zien, maar dit is te verklaren door de vakantieperiode. Hetaanvragen en indienen loopt meestal goed, maar het nieuwe loket is nogaltijd wennen voor initiatiefnemers.Hierdoor is regelmatig en intensiever contact tussen overheden(bevoegde gezagen) en initiatiefnemers nodig, zodat aanvragen op eenjuiste manier kunnen worden afgehandeld. Net zoals in het eerste half jaaris er vanuit de serviceketen extra aandacht voor het ondersteunen van defront- en backoffice van de bevoegde gezagen om de extra vragen vanuitinitiatiefnemers op te vangen. Ook wordt de klanttevredenheid inmiddelsin bepaalde gevallen direct gemeten in het Omgevingsloket. Deuitkomsten hiervan worden gebruikt om de gebruiksvriendelijkheid tevergroten. Het verbeteren van de gebruikerservaring van gebruikers methet Omgevingsloket heeft mijn aandacht en hierin worden stappen gezet.Hierbij ligt de focus op de particulier/incidentele gebruiker, zijnde deburger, en minder op de professionele gebruikers. Onder het kopje«gebruiksvriendelijkheid» in bijlage 2 neem ik u hier verder in mee.Het bedrijfsleven is over het algemeen tevreden over de werking enstabiliteit van het Omgevingsloket. Voor het bedrijfsleven is het loket eengrote stap vooruit, omdat nu alle regelgeving op één plek wordt ontsloten.Dit is uniek in Europa. Het loket zorgt daarmee voor een gelijke informatie-positie, die bijdraagt aan de maatschappelijke en economische waarde.Een deel van het bedrijfsleven grijpt deze verbetering(en) ook al concreetaan om de plannen die zij hebben, samen met betrokkenen, integraal opte pakken. Een voorbeeld hiervan zijn de kabel- en netbeheerders bij hetaanpakken van de netcongestie. In de geest van de Omgevingswet werkenzij aan het combineren van verschillende opgaven: woningbouw,bedrijven, energievoorziening. Daarbij kijken ze actief naar slimmecombinaties en waar procedures verkort en vereenvoudigd kunnenworden. Tegelijkertijd is er bij de doelgroep bedrijfsleven nog sprake vangewenning aan het nieuwe loket. Bij vragen kunnen bedrijven contactTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28314 opnemen met de brancheorganisaties. De brancheorganisaties wordenondersteund bij het opdoen van kennis en ervaring met het nieuwe stelselvan de Omgevingswet. Aandachtspunten die naar voren komen, wordenmeegenomen om het stelsel en het gebruik ervan te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28315 STAND VAN ZAKEN (VERDERE) IMPLEMENTATIEOMGEVINGSWETIn deze bijlage neem ik u mee in de stand van zaken van een aantalspecifieke onderwerpen na het derde kwartaal sinds de invoering van deOmgevingswet. Daarbij bespreek ik ook de voortgang van verschillendetoezeggingen en aangenomen moties. Daarnaast geef ik een vooruitblikop de toekomstige activiteiten en ontwikkelingen.GebruiksvriendelijkheidIn de vorige voortgangsbrieven bent u geïnformeerd over het belang vangebruikerservaringen voor de verdere ontwikkeling van het Omgevings-loket (hierna: loket).17 Ervaringen die worden gebruikt om de gebruiks-vriendelijkheid van het loket, waar mogelijk, (verder) te vergroten en detoegankelijkheid (WCAG A-niveau18) op peil te houden. Met inmiddelsmeer dan 1,6 miljoen unieke bezoekers blijft het aantal bezoekers endaarmee hun ervaringen groeien. Hierdoor wordt steeds duidelijker waarverbeteringen mogelijk zijn. Om deze mogelijkheden nog beter zichtbaarte maken is het afgelopen kwartaal een nieuwe feedback functieopgeleverd in het loket die eindgebruikers de mogelijkheid geeft om directfeedback te leveren over de kwaliteit van de dienstverlening van het loket.Dit zorgt ervoor dat de ervaringen steeds concreter en daarmee bruik-baarder worden. Naast de gebruikerservaringen worden ook gebruikers-onderzoeken uitgevoerd, bijvoorbeeld om nieuwe ontwerpen te testen.Daarbij is ook nadrukkelijk aandacht voor de uitvoeringspraktijk enworden medewerkers van overheden, bijvoorbeeld medewerkers vanklantcontactcentra actief betrokken.Op basis van de opgedane ervaringen zijn het afgelopen kwartaal, door deontwikkelteams, weer vervolgstappen gezet om de gebruiksvriende-lijkheid van het loket te verbeteren. Stappen waar ik u graag in meeneemen waarbij de focus steeds meer komt te liggen op de Vergunningcheck inhet loket. De cijfers laten zien dat de Vergunningcheck gemiddeld4.800 bezoekers per werkdag heeft en 2.300 bezoeken in het weekend.Aangenomen mag worden dat het in de weekenden voornamelijkparticuliere en/of incidentele gebruikers betreft. Vaak zijn dit burgers metkleine werkzaamheden in en rondom hun huis die op zoek zijn naarantwoorden op vragen met betrekking tot bijvoorbeeld enkelvoudigewerkzaamheden zoals het plaatsen van een schuur (36.185 keer), hetplaatsen van een dakkapel (19.053 keer) of het plaatsen van een airco(15.465 keer). De cijfers zijn de totaalcijfers over de eerste drie kwartalenvan 2024. Deze groep gebruikers heeft andere behoeften dan professi-onele gebruikers, die vaker gebruik maken van het loket en bekend zijnmet het door overheden gebruikte juridische en technische vakjargon.Particuliere en/of incidentele gebruikers zijn in tegenstelling tot professi-onele gebruikers binnen het loket minder zelfredzaam en hebben meerbehoefte aan eenvoudige termen en duidelijke vragen. Dit illustreert hetbelang van het door bevoegde gezagen (goed) opstellen van toepasbareregels om het loket gebruiksvriendelijker te maken.Om te achterhalen waar verbeteringen mogelijk zijn, voeren de bevoegdegezagen naast de gebruikersonderzoek en generieke monitoring van hetgebruik, momenteel zelf ook analyses uit. Bij deze analyses worden zebegeleid door regelexperts van Rijkswaterstaat en de samenwerkendeoverheden binnen het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Indeze analyses kijkt het bevoegd gezag hoe zij vanuit het gebruiksper-17Kamerstuk 33 118, nr. 281 & Kamerstuk 33 118, nr. 282.18Web Content Accessibility Guidelines.BIJLAGE 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28316 spectief zelf tot verbeteringen kan komen. De focus daarbij ligt op decontent die ze zelf hebben geplaatst. De bevoegde gezagen nemen hierbijhun verantwoordelijkheid door hun eigen plannen en regels te beoordelenvanuit het perspectief van de (eind)gebruiker. Daarbij is de centrale vraag:Welke aspecten in de Vergunningcheck kunnen verbeterd worden om voorburgers en bedrijven tot begrijpelijke vragen te komen? Dit levertwaardevolle feedback op voor zowel het betreffende bevoegd gezag alsbestuurlijk naastgelegen overheden.In mijn eerdere berichtgeving heb ik u gemeld dat het voor veel professi-onele grootgebruikers van het loket een grote stap vooruit is dat er nueindelijk één loket is waarin alle regelgeving van alle overheden wordtontsloten. Voor een particuliere en/of incidentele gebruiker kan dat zoalsgemeld een overweldigende hoeveelheid aan regels zijn. Zowel professi-onele grootgebruikers als particuliere/incidentele gebruikers maken in deafgesproken opzet van de landelijke voorziening gebruik van dezelfdeVergunningcheck. Die Vergunningcheck bestaat uit doelgerichte(toepasbare) vragen op basis van wet- en regelgeving. Om uiteindelijk tekomen tot begrijpelijke vragen voor burgers, waardoor ze enerzijds nietafhaken (wegklikken) en anderzijds een duidelijk antwoord krijgen op hunvraag, is het belangrijk om als overheden met elkaar te kijken naar dedoor de jaren heen gegroeide complexiteit van (te veel) regels. Door in tezetten op een stuk complexiteitsreductie, ook een oproep in het rapportStaat van de Uitvoering 202419, kan onder andere de gebruiksvriende-lijkheid van de Vergunningcheck aanzienlijk worden vergroot. Dit draagtmede bij aan de doelstelling om de (eind)gebruiker centraal te stellen enals overheid duidelijk te communiceren.20 Een belangrijk speerpunt vanhet kabinet is dan ook om aan de slag te gaan met de stapeling van wet-en (lokale) regelgeving en te kijken waar de regeldruk verminderd kanworden en zodoende mede de gebruiksvriendelijkheid kan wordenvergroot.Vanuit mijn deel van de stelselverantwoordelijkheid zal ik op basis van deeerste concrete gebruikerservaringen van burgers en bedrijven met deOmgevingswet in de komende periode (verder) het gesprek hierovervoeren met mijn mede bewindspersonen, maar ook met de medeover-heden en bijvoorbeeld marktpartijen en corporaties. Daarbij adresseer enagendeer ik mogelijke verbeterpunten, met respect voor verhoudingen enverantwoordelijkheden van alle betrokkenen.Het is mijn streven om samen met andere overheden actief te blijvenkijken naar het verminderen van de regeldruk. Om vanuit de doelstel-lingen van de Omgevingswet procedures niet alleen sneller te latenverlopen – wat belangrijk is voor het aanpakken van maatschappelijkeopgaven – maar ook de begrijpelijkheid, toegankelijkheid en de gebruiks-vriendelijkheid van het omgevingsrecht te bevorderen. Dit is eengenerieke opgave waar de inzet van alle bestuurlijke partijen op nodig isen blijft. Met als gezamenlijk doel burgers en bedrijven zelfredzamer temaken in het gebruik van onder meer het loket en waar mogelijkbevoegde gezagen zodoende (meer) te ontlasten. Ik blijf u hier (mede) viamijn voortgangsbrieven over informeren.Digitale ToegankelijkheidOm ervoor te zorgen dat iedereen goed uit de voeten kan met én in hetDSO, is en blijft naast de gebruiksvriendelijkheid ook de (digitale)toegankelijkheid van overheidsinformatie en het Omgevingsloket19Rapport Staat van de Uitvoering 2024.pdf20Gebruiker Centraal – Voor een gebruiksvriendelijke overheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28317 (inclusief bijbehorende websites) van groot belang. In dit kader kan ik umelden dat ook de website van Aan de Slag met de Omgevingswetinmiddels een AA-status heeft bereikt. Hiermee beschikken alle zevenbelangrijke aan het DSO en de Omgevingswet verbonden websites overeen A of AA-status. Daarmee is invulling gegeven aan de motiesJanssen c.s.21 De inzet van alle betrokkenen is er nu op gericht om dezestatussen in de toekomst te waarborgen. Voor een actueel overzicht vanalle statussen met betrekking tot de toegankelijkheid verwijs ik u graagnaar het daarvoor ingerichte Dashboard DigiParlement22Verken uw ideeIn het kader van de gebruiksvriendelijkheid wordt ook de functionaliteit«Verken uw idee» ontwikkeld. Via deze functionaliteit ontstaat vooroverheden en initiatiefnemers, waaronder niet-ingezetenen, eenlaagdrempelige mogelijkheid om zo vroeg mogelijk met elkaar in contactte komen over initiatieven en ideeën binnen de fysieke leefomgeving. Metdeze functionaliteit hoeven er niet direct volledig uitgewerkte plannen teworden opgestuurd naar het bevoegd gezag. Fase 1 hiervan is in hetafgelopen kwartaal opgeleverd. «Verken uw idee» is daarnaast ooknoodzakelijk om invulling te geven aan de Single Digital Gatewayverordening.Afbouw, doorontwikkeling en uitbouwDe afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van het DSO heeft tot doel omde komende jaren stap voor stap het bestuurlijke ambitieniveau van delandelijke voorziening van het DSO – vastgesteld in de BestuurlijkeAgenda Uitbouw DSO-LV – te bereiken. Dit doe ik in nauwe samenwerkingmet de bestuurlijke partners en de beheerorganisaties. In de voortgangs-brief van april 2024 heb ik de begrippen afbouw, doorontwikkeling enuitbouw nader toegelicht.23 Graag verwijs ik u ook naar de webpagina«Plannen voor ontwikkeling DSO» op de website van het IPLO24 en hetDSO-ontwikkelaarsportaal25 voor een volledig overzicht van de ontwikke-lingen van het DSO. Hieronder licht ik de belangrijkste ontwikkelingen toeaan u toe.Op 1 januari 2024 is het DSO-LV live gegaan met de basisfunctionaliteitdie nodig was om de Omgevingswet verantwoord in werking te latentreden. Complexe functionaliteiten die op dat moment nog niet per senodig waren, zijn in afspraak met de betrokken overheden en partijenbewust buiten deze basisfunctionaliteit gehouden, waarbij gezamenlijkeen stabiliseringsperiode is afgesproken. Een voorbeeld hiervan is deRelease B van de STOP-standaard.De komende periode kijk ik samen met de bestuurlijke partners naar deeerder gemaakte keuzes, prioritering en tempo ten aanzien van interbe-stuurlijk voorgenomen «DSO-LV basisniveau». Er zijn verschillendesignalen die maken dat de eerdere planning en bijbehorende (implemen-tatie) afspraken mogelijk herijkt moeten worden. Zo zijn bijvoorbeeld deeerste praktijkervaringen met het stelsel na inwerkingtreding, de continuewens om de performance, robuustheid en gebruiksvriendelijkheid tewaarborgen en te vergroten van invloed op het tempo waarin we het«DSO-LV basisniveau» behalen. Daarnaast is het tempo ook afhankelijk21Kamerstuk 33 118 en 34 986, FA.22Dashboard | DigiToegankelijk23Kamerstuk 33 118, nr. 281.24IPLO | Plannen voor ontwikkeling DSO25Home – Ontwikkelaarsportaal (aandeslagmetdeomgevingswet.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28318 van voldoende ontwikkelcapaciteit, tijdige beschikbaarheid van externevoorzieningen en tijd die de uitvoeringspraktijk (denk aan plansoftwareleveranciers) nodig heeft om aan te kunnen sluiten op nieuwe DSO-LV-functionaliteiten en de ruimte binnen de financiële kaders. Hierbij zien weook een toename van de realisatiekosten als gevolg van met name definanciële impact van het extra uitstel van de inwerkingtreding van deOmgevingswet, wijzigingen in prijspeil (inflatie) en stijgende beheer-kosten waarover ik u vorig jaar al heb geïnformeerd.26 Hetzelfde geldtvoor aanvullende wensen vanuit de Eerste Kamer, de koepels en deuitvoeringspraktijk die noodzakelijk waren voor de inwerkingtreding is ereen toename van de realisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn de Viewer«Documenten op de Kaart» die naar aanleiding van afspraken met deRaad van State is ontwikkeld.27 Daarnaast is naar aanleiding van de BIT-en AcICT-adviezen28 onder andere extra geïnvesteerd in de robuustheidvan het DSO-LV, de Leveranciers Testomgeving (LTO)29 en is er een extrakwaliteitsimpuls gegeven aan het Ketentesten (IKT).30 Ook is eraanvullend geïnvesteerd om het wettelijke A-niveau van de toeganke-lijkheid (WCAG) van het Omgevingsloket voor inwerkingtreding terealiseren en te behouden.31De komende periode kijk ik samen met de bestuurlijke partners naar deeerder gemaakte keuzes, prioriteringen en het tempo waarin het voorge-nomen «DSO-LV basisniveau» gerealiseerd kan worden. Over deuitkomsten van deze overleggen en eventuele accentverschuivingen tenopzichte van de eerdere planning informeer ik u via mijn voortgangs-brieven.Ontwikkelingen Standaard officiële publicaties (STOP)De Release B versie 1.4 van de STOP-standaard (hierna: STOP 1.4standaard) is mede een onderdeel van het «DSO-LV basisniveau». Dezestandaard ondersteund onder andere de zogenaamde «complexemutatiescenario’s». Complexe mutaties zijn mutaties in de planvormingdie elkaar niet logisch opvolgen in de tijd. Daarnaast ondersteunt dezestandaard ook het zogenaamd parallel publiceren voor bevoegdegezagen.32 Dit stelt bevoegde gezagen niet alleen in staat om meerderewijzigingen tegelijkertijd voor te bereiden, maar ook te publiceren.Daarmee wordt het voor bevoegde gezagen gemakkelijker om gelijktijdigaan verschillende ontwikkelingen te werken. De invoering van deSTOP 1.4 standaard is dan ook een belangrijke stap, met belangrijkefunctionaliteiten voor de bevoegde gezagen. Het heeft daarmee eenstevige impact op de gehele planketen waarin veel partijen samenwerken.Dit vereist zorgvuldigheid en goede afstemming in de voorbereiding.De oplevering van de STOP 1.4 standaard wordt voorzien voor dit najaar.Dit is iets later dan eerder was voorzien, medio 2024.33 Dit komt doordattijdens de ontwikkeling en voorbereiding van deze standaard in hetafgelopen kwartaal aanvullende behoeften en punten naar voren zijngekomen. Na de oplevering volgt de verdere implementatie bij debetrokken partijen. We implementeren de nieuwe standaard als allepartijen er klaar voor zijn en de ruimtelijke ontwikkeling niet in het gedingkomt. Het tempo van implementatie hangt sterk samen met het tempo in26Kamerstuk 33 118, nr. 259.27Kamerstuk 33 118, nr. 259, bijlage 1.28Bureau ICT-toetsing en Adviescollege ICT-toetsing.29T0356230Kamerstukken 33 118 en 34 986, ET.31Kamerstukken 33 118 en 34 986, FA.32Kamerstukken 33 118 en 34 986, EW, pg. 42–43.33Kamerstukken 33 118 en 34 986, EW, pg. 42–43.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28319 de ontwikkeling van functionaliteiten in de decentrale plansoftwarewaarmee bevoegde gezagen werken. Daar wordt via het interbestuurlijkeleveranciersmanagement, in samenwerking met de bevoegde gezagen, opgestuurd. Om die reden is er rondom deze ontwikkeling(en) een nauwesamenwerking met het juridisch werkveld en de leveranciers vanplansoftware. Ook hiervoor geldt dat ik u over de verdere implementatievan de STOP 1.4 standaard via mijn voortgangsbrieven blijf informeren.Ontwikkelingen Standaard Aanvragen en Meldingen (STAM)In samenwerking met bevoegde gezagen en softwareleveranciers is in hetafgelopen kwartaal gewerkt aan het doorontwikkelen van de StandaardAanvragen en Meldingen (STAM). De nieuwe versie STAM 5.0 introdu-ceert onder andere nieuwe soorten verzoekberichten, zoals het bericht dathoort bij «Verken uw idee», waarover ik u hiervoor heb geïnformeerd. Omdeze verzoeken te ontvangen, moet het zaak- of vergunningensysteemvan een organisatie STAM 5.0 ondersteunen. STAM-versie 5.0 ondersteuntook verzoeken om te kunnen voldoen aan de wettelijk verplichte SingleDigital Gateway (SDG)34 Hiermee krijgen Europese burgers en bedrijvenmakkelijk digitaal toegang tot dienstverlening in andere lidstaten van deEuropese Unie (EU). Ook procedures die onder het regime van deOmgevingswet vallen, zoals aanvragen voor omgevingsvergunningen,vallen hieronder.Integraal testenMet het integraal testen van het DSO wordt het geheel van samenhan-gende testen en maatregelen bedoeld die ervoor zorgen dat het DSO goedwerkt en blijft werken. Zoals ik in de vorige voortgangsbrief heb uitgelegd,is de manier van testen veranderd door het continue gebruik van het DSOsinds inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.35 Delandelijke voorziening van het DSO (DSO-LV) wordt getest door delandelijke beheerorganisaties die betrokken zijn bij het DSO-LV. Hoe ditgebeurt is vastgelegd in het testbeleid van deze partijen. Dit testbeleid isop 1 januari 2024 gestart. De regie hierop ligt bij de Tactische BeheerOrganisatie (TBO). De individuele bevoegde gezagen en de betrokkensoftwareleveranciers hebben allen hun eigen test- en acceptatiebeleid.Om te ondersteunen bij de uitvoering van de werkprocessen doorbevoegde gezagen wordt de werking van het DSO getest door middel vanhet Indringend Ketentesten (IKT). Deze testen worden uitgevoerd doorbevoegde gezagen in samenwerking met hun softwareleveranciers. Dewerkgroep IKT ondersteunt en coördineert deze testen. In deze testenwordt de functionele werkbaarheid van de gehele DSO-keten beproefd. Inhet derde kwartaal is IKT-fase 9 afgerond. IKT-9 laat zien dat weer stappenvooruit zijn gezet in de planketen, zowel binnen het DSO-LV als in delokale plansoftware. De uitkomsten van IKT-9 vindt u in bijlage 3. Samenmet de interbestuurlijke partners worden momenteel ketentestenuitgevoerd in testperioden van twee weken tot eind van het jaar. Hierbijligt de focus op het testen van de veranderingen in de planketen. Deuitkomsten van deze testen vindt u op de website van Aan de slag met deOmgevingswet.36 Door het unieke karakter van IKT, waarbij de functionelewerkbaarheid van de gehele DSO-keten wordt getest op basis vanwerkprocessen, content en casuïstiek van de bevoegde gezagen, is hetinstrument en de werkwijze van IKT een waardevolle toevoeging gebleken34Single Digital Gateway Single Digital Gateway – Digitale Overheid35Kamerstuk 33 118, nr. 282.36https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/voortgang-monitoring/indringend-ketentesten/rapportages-ikt-testweken/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28320 aan de DSO-testmaatregelen. Dat willen we vasthouden. Samen met deinterbestuurlijke partners is afgesproken om het principe van hetketentesten te behouden en op dit moment bekijk ik met hen hoe hetketentesten een vaste plek kan krijgen in het geheel aan kwaliteitsmaatre-gelen voor het DSO als geheel.Voorafgaand aan de inwerkingtreding per 1 januari 2024 is de samenhangin het test- en acceptatiebeleid van alle bij DSO betrokken partijenbeschreven in een overkoepelend Master Testplan DSO. Samenhangendekwaliteitsmaatregelen blijven belangrijk voor een goed werkend DSO, ookna inwerkingtreding. In afstemming met de bestuurlijke partners heb ikrecent besloten dit aanvullend vast te leggen in een document «Integraaltestbeleid DSO». De verwachting is dat een eerste versie van ditdocument in het vierde kwartaal van 2024 wordt opgeleverd. In detoekomst wordt dit aangepast op basis van nieuwe inzichten in de wensenen eisen rondom de kwaliteit van het DSO.LeverancierstestomgevingDe komende periode komt fase 1 van de Leverancierstestomgeving (LTO)beschikbaar. Hiermee wordt het mogelijk om de systeemtesten vansoftwareleveranciers, die nu nog op de huidige testomgeving(pre-productie) plaatsvonden, te gaan uitvoeren op de deze specifieketestomgeving. Met behulp hiervan kunnen softwareleveranciers voorafnagaan of hun software inderdaad voldoet aan de vereisten om te kunnenaansluiten op het DSO-LV.De ingebruikname van fase 1 is later dan verwacht en is helaas later dan ikin mijn vorige voortgangsbrief aan u heb aangegeven. Dit komt vooraldoor de beperkte capaciteit en beschikbaarheid van de deskundigen,onder ander door krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor neemt onderandere het inrichten van de Digi-koppelingen, die nodig zijn om leveran-ciers te kunnen aansluiten, voor deze nieuwe testomgeving meer tijd inbeslag dan gepland. Betrokken leveranciers hebben aangegeven hier geenhinder van te ondervinden, omdat alle activiteiten al plaatsvinden op dehuidige pre-productie testomgeving. Het gebruik van de LTO wordt vooralrelevant op het moment dat er een nieuwe versie van de STOP-standaardbeschikbaar wordt gesteld. Over de verdere ontwikkeling van fase 2 en 3van de LTO blijf ik uw Kamer informeren via mijn voortgangsbrieven.Uitfaseren Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s)In mijn vorige voortgangsbrief heb ik uw Kamer geïnformeerd over deafspraken die ik met de interbestuurlijke partijen heb gemaakt over deTijdelijke Alternatieve Maatregelen (hierna: TAM).37 Hierbij is afgesprokenom de TAM eenmalig met een jaar te verlengen voor die gevallen waar ditook daadwerkelijk (nog) noodzakelijk is. Om deze afspraken juridisch teborgen wordt hard gewerkt aan een wijziging van het Besluit elektro-nische publicaties. Het ontwerp wijzigingsbesluit hiervoor heeft in deinternetconsultatie gelegen38, is 13 september jl. in de ministerraadbesproken39 en ligt op dit moment bij de Afdeling advisering van de Raadvan State voor advies voor. Na verwerking van het advies van de Afdeling– mits noodzakelijk – kan de wijziging worden vastgesteld en per 1 januari2025 inwerkingtreden. Hiermee is verzekerd dat overheden, die nog niet37Kamerstuk 33 118, nr. 282.38https://www.internetconsultatie.nl/overgangsrechttam/b139https://www.rijksoverheid.nl/documenten/vergaderstukken/2024/09/13/besluitenlijst-ministerraad-13-september-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28321 alle noodzakelijke functionaliteiten in het DSO kunnen gebruiken, ook in2025 nog kunnen terugvallen op de TAM.ParticipatieParticipatie bij planvorming onder de Omgevingswet vind ik belangrijk.Hoe de participatie wordt ingevuld, is de eigen verantwoordelijkheid enbevoegdheid van de bevoegde gezagen. Gezien het belang van ditonderwerp en naar aanleiding van uw vragen zet ik mij hier extra voor in.Daarbij richt ik mij niet alleen op participatie bij ruimtelijke initiatieven,maar ook in bredere zin op het betrekken van alle relevante doelgroepenbij participatie en de kwaliteit van participatie. Ook voor de onderverte-genwoordigde doelgroepen. De bevoegde gezagen worden hieropproactief ondersteund, onder andere via het interbestuurlijkVNG-leernetwerk participatie en het interbestuurlijk VNG-participatie-platform. Daar is veel kennis beschikbaar en worden ervaringen engeleerde lessen gedeeld. Ik constateer dat er breed stappen worden gezetom te komen tot participatiebeleid. Dit heeft te maken met het feit datbevoegde gezagen ook steeds meer gaan werken met de (kern)instru-menten van de Omgevingswet waarbij participatietrajecten wordengestart. Over de voortgang informeer ik u verder via de Monitor WerkingOmgevingswet in lijn met mijn toezegging.40Wetgeving en rechtspraakTen opzichte van de vorige voortgangsbrief zijn er in het derde kwartaalgeen nieuwe voorstellen gepubliceerd voor wijzigingen in de regelgevingvoor het stelsel als geheel, naast de eerdergenoemde wijziging van hetBesluit elektronische publicaties.41 Uitspraken van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State met een bredere strekking voor hetstelsel als geheel en verdere jurisprudentie worden met interessegevolgd. De uitspraken van de Afdeling hebben tot nu toe vrijwel alleennog betrekking op het overgangsrecht, waardoor in principe het ouderecht van toepassing blijft.Financiën en beheerDe begroting 2024 voor het beheer en de doorontwikkeling van hetDSO-LV en ook het IPLO is vastgesteld. Hierbij zijn ook procesafsprakengemaakt ten aanzien van de meerjarenbegroting voor 2025 en verder. Degesprekken over deze meerjarenbegroting zijn op dit moment noggaande. In deze gesprekken worden, zoals hiervoor al aangegeven, ookzaken met betrekking tot het integraal testen en de verdere afbouw,doorontwikkeling en uitbouw van het DSO meegenomen. Naast degesprekken rondom de meerjarenbegroting loopt de financiëlemonitoring. Daarbij verwacht ik u volgens planning rond de jaarwisselingte kunnen informeren over het onderzoek naar de transitiekosten. Daarnavolgen nog twee integrale financiële evaluaties.40T03743.41Naast wijzigingen vanuit de hier bedoelde stelselverantwoordelijkheid komen er regelmatigwijzigingen bij vanuit de beleidsverantwoordelijkheid van verschillende bewindspersonen.Een overzicht van alle wijzigingen wordt op de website van IPLO gegeven: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/ontwikkelingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28322 Monitoring en evaluatie stelsel OmgevingswetIn lijn met het plan van aanpak van de Monitor Werking Omgevingswet,die eind vorig jaar aan uw Kamer is toegestuurd42, wordt momenteelgewerkt aan de eerste meting van de indicatoren. De indicatoren over hetfeitenbeeld van de kerninstrumenten Omgevingswet zijn eind 2024beschikbaar. Deze informatie is afkomstig van het DSO. Daarnaast wordtdoor adviesbureau Royal HaskoningDHV in kwalitatieve zin onderzoekgedaan naar het bereiken van de verbeterdoelen en de uitvoeringprin-cipes achter de wet. Ook van dit onderzoek komen de eerste resultateneind 2024 beschikbaar. Begin 2025 wordt, mede op basis van dezeonderzoeken, over het jaar 2024 gerapporteerd aan uw Kamer. Deonafhankelijke evaluatiecommissie zal vervolgens reflecteren op debevindingen in dit eerste jaarrapport42Kamerstuk 33 118, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28323
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.