KamerkringInloggen
Kamerbrief

Financieel instrumentarium woningbouw

19 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9891cc647a2bc147 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1344 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 mei 2025De woningnood is in heel Nederland groot. Alle gemeenten hebben eenwoningbouwopgave: overal moeten er snel meer woningen bijkomen. Deeerste afspraak op de Woontop is dan ook om samen met alle partijen tewerken aan het opschalen van de realisatie van nieuwe woningen naar100.000 per jaar om aan de vraag te kunnen voldoen.De opschaling naar de realisatie van 100.000 woningen per jaar gaat omzowel koop als huur en zowel nieuwbouw als het beter benutten vanbestaande gebouwen. Twee derde van de te realiseren woningen moetbetaalbaar zijn voor huishoudens met een laag- en middeninkomen. Ditwil zeggen dat het sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningenmoeten zijn. Daarvan is ten minste 30% van de te realiseren woningensociale huur.Het kabinet heeft daarvoor in totaal € 5 miljard gereserveerd voorwoningbouw. Ook investeert het kabinet € 2,5 miljard voor het ontsluitenvan (nieuwe) woningbouwlocaties en het aanleggen van infrastructuurvoor mobiliteit. Met deze middelen willen we de bouw van betaalbarewoningen versnellen. Omdat élke betaalbare woning, in elke gemeente,nu zo hard nodig is.In deze brief zet ik uiteen hoe dit kabinet de middelen die beschikbaar zijnvoor de woningbouw, de komende jaren inzet. Zoals aangekondigd in hetregeerprogramma introduceer ik een pakket van vier regelingen, waarmeewe de ondersteuning van de woningbouw voor iedere gemeentebeschikbaar én laagdrempeliger maken. De behoeften en signalen van uwKamer, van medeoverheden en andere betrokkenen heb ik hierinnadrukkelijk meegenomen. Parallel hieraan loopt op dit moment nog debesluitvorming over de voorjaarsnota, waar ik met uw Kamer nog over ingesprek ga. Eventuele consequenties hiervan zijn daarom in deze briefnog niet meegenomen. Verder ga ik in deze brief in op ontwikkelingenrondom de regelingen van het vorige kabinet, zoals de Regeling kst-32847-1344ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13441 Huisvesting Aandachtsgroepen en de regelingen rondom verplaatsbarewoningen.Samenhangend pakket aan financiële instrumenten voor dewoningbouwOm recht te doen aan de verschillende opgaven waar gemeenten enregio’s in de woningbouw voor staan, ontwikkel ik een samenhangendpakket van financiële regelingen om hen hierbij te ondersteunen: deRealisatiestimulans, de Woningbouwimpuls, het Gebiedsbudget en deGrondfaciliteit zijn de regelingen waar de meeste middelen aangemeenten mee gemoeid zijn waarmee het Rijk de woningbouw dekomende jaren stimuleert. Daarnaast blijven enkele bestaande, specifieke,regelingen voortbestaan.Bij de uitwerking van dit instrumentarium kijk ik naar de mogelijkheid omvia financiële regelingen het stellen van bovenmatige betaalbaar-heidseisen te ontmoedigen. Ik denk daarbij aan situaties waarbij eengemeente meer betaalbare woningen programmeert dan wat nodig is omregionaal de betaalbaarheidsdoelen te realiseren. Ook bezie ik hoe ik hetwerken volgens de principes van parallel plannen en het hebben van eenversnellingstafel kan stimuleren bij het verstrekken van een rijksbijdrage.Hieronder volgt een algemene toelichting op deze instrumenten en hoe deinstrumenten zich tot elkaar verhouden.De RealisatiestimulansDe Realisatiestimulans heeft als doel om gemeenten in heel Nederland teondersteunen om betaalbare woningen te realiseren, met zo min mogelijkadministratieve lasten. Daarbij geldt voor mij dat elke woning er één is!Ook de realisatie van betaalbare woningen in kleine projecten worden metde Realisatiestimulans financieel ondersteund. Hiervoor is in totaal circa€ 2,5 miljard beschikbaar. Gemeenten krijgen een vaste bijdrage van circa€ 7.000,– (inclusief btw) voor elke betaalbare woning waarvan zij de startvan de bouw registreren. De bijdrage wordt in het jaar na registratieuitgekeerd. De eerste uitkeringen worden gedaan over de woningenwaarvan de bouw in dit jaar al start. De laatste uitkeringen van de regelingvinden plaats in 2030.De Realisatiestimulans is een nieuw instrument en gezien het budget enomvang het grootste in het financiële instrumentarium. De Realisatiesti-mulans vormt daarmee de basis van de ondersteuning vanuit het Rijk aangemeenten voor woningbouw. Eerdere woningbouwregelingen, zoals deWoningbouwimpuls en het Gebiedsbudget, zijn in het leven geroepen omspecifieke regio’s met de grootste krapte op de woningmarkt en decomplexe (financiële) opgaven te ondersteunen. De afgelopen jaren isechter gebleken dat er in heel Nederland woningnood is en dat allegemeenten te maken hebben met een financiële opgave voorwoningbouw. De bestaande regelingen uit het verleden zijn daardoor nietlanger toereikend en daarom wordt de Realisatiestimulans toegevoegdaan het financiële instrumentatrium en zal de Realisatiestimulans enkeleregelingen uit het verleden vervangen. Enkele andere regelingen, zoals deWoningbouwimpuls en het Gebiedsbudget, worden wel gecontinueerd enzullen alleen van toepassing zijn op noodzakelijke gebiedsontwikkelingenmet zeer grote knelpunten, waarbij de Realisatiestimulans niet toereikendis.Binnen de Realisatiestimulans zijn er middelen gereserveerd voor extraondersteuning voor specifieke bouwopgaven met hogere kosten, endaardoor een hogere onrendabele top, die moeilijk van de grond komenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13442 maar welke wel gerealiseerd moeten worden. Het kabinet reserveertdaarom circa € 0,9 miljard van de € 2,5 miljard voor opslagen omgemeenten hiervoor extra te ondersteunen. De extra steun is beschikbaarvoor woningbouw in kwetsbare gebieden, het versterken van de ambte-lijke capaciteit bij gemeenten en specifieke bouwopgaven voor hetrealiseren van zorggeschikte en geclusterde woningenHet is niet mogelijk om de Realisatiestimulans te combineren met eerderverkregen subsidies zoals de Woningbouwimpuls (Wbi), de Startbou-wimpuls (SBI), de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) of deStimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT). De RHAwordt dit jaar voor het laatst opengesteld en gaat daarna over in deRealisatiestimulans. Voor de SFT geldt dat deze dit jaar en volgend jaarnog doorloopt.De WoningbouwimpulsOp bepaalde plekken is sprake van complexe gebiedsontwikkelingenwaarbij grotere investeringen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan voorin-vesteringen voor ingrepen zoals bedrijfsuitplaatsingen, bodemverontrei-niging of binnenplanse infrastructuur. Hiervoor wordt de huidigeWoningbouwimpuls op onderdelen aangepast en daarna opnieuwopengesteld. Gemeenten kunnen dan een aanvraag indienen. Toekom-stige bijdragen uit de Realisatiestimulans worden hierbij verrekend envoor het resterende tekort kan voor de specifieke maatregelen eenbijdrage uit de Woningbouwimpuls worden verleend.Voor projecten die al in het verleden een Woningbouwimpuls bijdragehebben ontvangen is het uitgangspunt dat die projecten hiermeefinancieel gedekt zijn. Daarbij is voor projecten die tijdens de econo-mische tegenwind (stijgende rente en bouwkosten) een laatste zetje nodighadden om tot start bouw te komen in 2023 de Startbouwimpulsuitgevoerd. Ook Woningbouwimpulsprojecten hebben hieraan meekunnen doen. De betaalbare woningen binnen Woningbouwimpulspro-jecten uit het verleden zullen dus geen bijdrage ontvangen vanuit deRealisatiestimulans.Het GebiedsbudgetOm woningbouw mogelijk te maken in de 17 huidige – en toekomstigegrootschalige woningbouwgebieden, zijn er ook grotere investeringen inde bredere gebiedsontwikkeling noodzakelijk. Denk hierbij aan bodemsa-neringen, het verplaatsen van hindergevende activiteiten of (delen van)spooremplacementen, (her)inrichting van de openbare ruimte (bijvoor-beeld riolering, parken of pleinen) of maatregelen in de energievoor-ziening. Om de gemeenten binnen deze gebieden te ondersteunen bij hetrealiseren van dit type gebiedsmaatregelen, die aantoonbaar nodig zijnvoor de realisatie van de woningen, is het Gebiedsbudget beschikbaar.Het voornemen is om de huidige regeling voor het Gebiedsbudget inaangepaste vorm voort te zetten. In 2023 zijn met de bestaande 17grootschalige woningbouwgebieden wederkerige afspraken gemaakt overde inzet van het Gebiedsbudget. Gezien de omvang en complexiteit vande woningbouwopgave zal ook een deel van nieuwe Gebiedsbudgetlanden in de bestaande grootschalige woningbouwgebieden om zo deafgesproken woningbouwaantallen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Deaanvullende bijdrage is daarmee taakstellend voor het realiseren van deafgesproken woningbouwaantallen in de grootschalige woningbouwge-bieden tot en met 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13443 Daarnaast is een deel van het Gebiedsbudget bestemd voor nieuw aan tewijzen grootschalige woningbouwlocaties. Deze zullen volgen uit eenintegrale afweging in de Nota Ruimte. De verruiming naar nieuwe locatiesbetekent dat de huidige regeling van het Gebiedsbudget hierop moetworden aangepast. Ook zal een aantal nieuwe beleidsprincipes,waaronder parallel plannen, in de regeling worden opgenomen.Bij de beoordeling van de maatregelen zal nadrukkelijk gekeken wordennaar de noodzaak van de maatregel(en) en de uitvoerbaarheid. Ook zal hetrendement van de investering (bijdrage per woning) ten opzichte van hetaantal woningen worden meegewogen. Toekomstige bijdragen uit deRealisatiestimulans worden hierbij verrekend en voor het resterendetekort kan voor de specifieke maatregelen een bijdrage uit het Gebieds-budget worden aangevraagd. Maatregelen uit het Gebiedsbudget kunnenniet gecombineerd worden met middelen vanuit de nieuwe Woningbou-wimpuls.Beethoven en GrondfaciliteitHiernaast werk ik aan een regeling om de middelen uit het Convenant vanRijk en Brainportregio over investeringen in ondernemingsklimaatmicrochipsector (Beethoven), die door het vorige kabinet beschikbaar zijngesteld voor de woningbouwopgave in de metropoolregio Eindhoven, tebesteden in die regio. Dit moet leiden tot 17.000 extra woningen en 2.280studenteneenheden. De eerste aanvragen voor de middelen moeten rondde zomer ingediend kunnen worden.Tot slot is er, vanuit het Interbestuurlijk Beleidsonderzoek (IBO) «Op grondkun je bouwen» (2024), aanbevolen om een Grondfaciliteit toe te voegenaan het financieel instrumentarium. Dit nieuwe instrument moetgemeenten ondersteunen om meer actief grondbeleid te voeren.Momenteel worden de kaders uitgewerkt. Nog voor de zomer zal ik uwKamer hierover informeren.Met bovenstaand pakket aan financiële regelingen beoog ik de verschil-lende woningbouwopgaven te bedienen. Ik ben voornemens de Realisa-tiestimulans, het Gebiedsbudget, de Woningbouwimpuls en Beethoven uitte keren als specifieke uitkeringen. In de loop van 2026 wordt geëvalueerdof de Realisatiestimulans, het Gebiedsbudget en Beethoven in 2027omgezet kunnen worden in een Bijzondere Fondsuitkering.Moties en toezeggingenMet de verzending van deze brief wordt voldaan aan de toezegging om deuitwerking van de uitgangspunten en de systematiek van de verschillenderegelingen met de Tweede Kamer te delen1. Ook wordt er voldaan aan detoezegging om in de eerste helft van 2025 de Tweede Kamer te informerenover de verdere vormgeving van de verschillende regelingen op hetgebied van woningbouw2. Verder wordt er met deze brief een drietalmoties afgedaan.De motie Flach c.s.3 verzoekt de regering actief te sturen op betaalbarewoningen voor ouderen en starters bij de uitwerking van de Realisatiesti-mulans. Een van de uitgangspunten voor de Realisatiestimulans is dat heteen simpel instrument met weinig administratieve lasten voor gemeentenmoet zijn, zowel bij de aanvraag als bij de verantwoording. Toewijzing aanspecifieke doelgroepen zal niet tegemoetkomen aan de vormgeving van1Toezegging nr. 6967, datum 23-10-20242Toezegging nr. 7052, datum 21-01-20253Vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13444 een simpel instrument. Daarnaast is de toewijzing aan specifiekedoelgroepen voornamelijk een taak van gemeenten. Echter, de Realisaties-timulans zal wel een bijdrage zijn aan de bouw van sociale huur-,middenhuur- en betaalbare koopwoningen. De woningen in dezesegmenten zijn bij uitstek geschikt voor de specifieke doelgroepen zoalsstarters en nultreden woningen voor ouderen. Ook zijn er extra middelenbeschikbaar voor geclusterde en zorggeschikte woningen. Deze woningenzullen dus ondersteund worden en hiermee wordt er invulling gegevenaan de motie Flach c.s.De motie Peter de Groot c.s.4 verzoekt de regering de Realisatiestimulansvoor betaalbare koopwoningen niet te beperken tot € 400 miljoen van hettotaalbudget. De Realisatiestimulans zal worden uitgekeerd als de bouwvan betaalbare woningen start: dat betreft sociale en middenhuurwo-ningen en betaalbare koopwoningen5. Hier zit geen financiële beperkingop binnen de betaalbare categorieën. Aangezien de Realisatiestimulansenkel een bijdrage levert aan de bouw van betaalbare woningen, wordt ermet de vormgeving als voorgesteld in deze brief ook invulling gegevenaan deze motie.De motie Grinwis c.s.6 verzoekt de regering in haar woningbouwbeleid,onder andere bij de uitwerking van de Realisatiestimulans, er zorg voor tedragen dat niet alleen grote woningbouwlocaties in grote(re) plaatsenworden ondersteund, maar ook kleinschalige woningbouwlocaties indorpen en kleine kernen van de grond kunnen komen. Daar is deRealisatiestimulans bij uitstek geschikt voor, aangezien deze uitkeert bij debouw van alle betaalbare woningen in heel Nederland, dus juist ookkleinschalige woningbouwlocaties in dorpen en kleine kernen. Of het nuom 1 betaalbare woning gaat, of om 1000, de Realisatiestimulans keertuit.Nadere toelichting op de inhoudelijke uitwerking per instrumentIn de onderstaande tekst ga ik inhoudelijk dieper in op de uitwerkingenper financieel instrument: de Realisatiestimulans, de Woningbouwimpulsen het Gebiedsbudget. Dit zal voor de Realisatiestimulans het meestuitgebreid zijn aangezien dit een nieuw instrument betreft.RealisatiestimulansZoals hierboven reeds benoemd is de Realisatiestimulans een nieuwevoorspelbare bijdrage van circa € 7.000 (incl. btw) aan gemeenten voorhet totaal aantal met de bouw gestarte betaalbare woningen per jaar.Woningen in het betaalbare segment zijn sociale huurwoningen,middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen.Binnen de circa € 2,5 miljard van de Realisatiestimulans is circa € 1,6miljard gereserveerd om bij te dragen aan de realisatie van woningen inhet betaalbare segment. De overige circa € 900 miljoen van de Realisatie-stimulans is bedoeld voor specifieke opslagen. Het gaat hierbij om:•Woningbouw in kwetsbare gebieden;•Het realiseren van zorggeschikte en geclusterde woningen;•Het versterken van de ambtelijke capaciteit van medeoverheden.Zoals ik heb aangekondigd tijdens de Woontop van 11 december jl. zijnverschillende vraagstukken rondom de vormgeving van het instrument4Vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 32 847, nr. 1277.5Voor 2025 komt de bovengrens voor betaalbare koop op € 405.000. Wijzigingen wet- enregelgeving huur- en koopsector per 1 januari 2025 | Nieuwsbericht | Home | VolkshuisvestingNederland6Vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 32 847, nr. 1294.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13445 afgelopen maanden getoetst bij gemeenten, provincies en koepelorga-nisaties. Hieronder worden de belangrijkste contouren uiteengezet.Basisbijdrage Realisatiestimulans•De basisbijdrage per gemeente wordt bepaald aan de hand van hetaantal gestarte betaalbare woningen binnen die gemeente in éénkalenderjaar. Het gaat om het bruto aantal nieuwe woningen.Gesloopte woningen hebben geen gevolgen voor de bijdrage.•Woningen die gerealiseerd worden door overige toevoegingen zoalsoptoppen of transformeren tellen ook mee voor de Realisatiestimu-lans. Ook flexwoningen tellen mee.•Woningen die in het verleden een bijdrage hebben ontvangen uit eenandere financiële regeling zoals de Woningbouwimpuls, de Startbou-wimpuls de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen, Stimuleringsre-geling Flex- en Transformatiewoningen komen niet ook nog inaanmerking voor een bijdrage uit de Realisatiestimulans. Tijdens deWoontop zijn afspraken gemaakt over hoe de Realisatiestimulans zichverhoudt tot eerdere subsidieregelingen. Op deze manier landen demiddelen daar waar de resterende opgave het grootst is.Het IBO «Op grond kun je bouwen» (2024) adviseerde de Realisatiesti-mulans uit te keren op het moment dat woningen worden opgeleverd. Deimpact van de Realisatiestimulans is zonder structurele middelen andersdan in het IBO voorzien. Gemeenten hebben mij bij verscheidenegelegenheden aangegeven dat het moment van oplevering geen prikkelzal geven om projecten versneld tot uitvoering te brengen. Zij gevennadrukkelijk de voorkeur om het moment van de start van de bouw op tenemen als ijkpunt voor de Realisatiestimulans. Gemeenten worden metde zogeheten startbouw als prestatie gestimuleerd om te versnellen enmeer betaalbaar te programmeren.Ik heb besloten gehoor te geven aan de oproep van de gemeenten en zalde Realisatiestimulans uitkeren op basis van het aantal gestartewoningen7. De middelen van de Realisatiestimulans worden in het jaar nade geleverde prestatie uitgekeerd. De eerste uitkering vindt plaats in 2026voor de woningbouwproductie van 2025. De regeling loopt tot het eindevan 2029, waarmee de laatste betaling in 2030 zal plaatsvinden.Opslagen RealisatiestimulansIn de Realisatiestimulans is circa € 900 miljoen gereserveerd vooropslagen voor woningbouw in kwetsbare gebieden, het realiseren vanzorggeschikte en geclusterde woningen en het versterken van deambtelijke capaciteit van medeoverheden.Woningbouw in kwetsbare gebiedenIn de Stedelijke Focusgebieden (SF) van het NationaalprogrammaLeefbaarheid en Veiligheid (NPLV) ligt een woningbouwopgave van122.000 woningen voor de periode 2024 tot en met 2030. In het kader vande Woontop heeft Lodewijk Asscher, Bestuurlijk aanjager NPLV-gebieden,die gebieden gevraagd om concrete plannen. Als we ergens het verschilwillen maken en het vertrouwen moeten terugwinnen, dan is het in dezegebieden. Het zijn de wijken waar mensen weinig verwachten, waar zesoms cynisch zijn en met reden. Het verzilveren van de potentie in deze7«Een vergund pand waarvan de aanvrager van de bouwvergunning heeft gemeld dat de bouwis gestart of waarvan in een ambtelijke verklaring van een daartoe bevoegd ambtenaar isvastgesteld dat de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering(waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend).» Bron: praktijkhandleidingBAGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13446 gebieden heeft meer voeten in de aarde dan in andere gebieden. In deSF-gebieden is het bijvoorbeeld vaker noodzakelijk om bestaandewoningen te slopen om vervolgens meer woningen terug te kunnenbouwen. In andere gevallen gaat het bijvoorbeeld om het combineren vaningrepen in de bovenplanse openbare ruimte of sociaal maatschappelijkevoorzieningen.In de Woontopafspraken is afgesproken om samen door te werken aan hetconcretiseren van de afspraken, aan het toevoegen van nieuwe en extrawoningen. Voor nieuwe woningen in NPLV-gebied is naar schatting€ 10.000–13.000 per woning nodig om de nieuwbouw te versnellen. Intotaal gaat het om een bedrag van maximaal € 600 miljoen voor 50.000woningen. Rijk en gemeenten bezien samen uit welke regelingen debenodigde middelen bekostigd kunnen worden, waarbij geldt dat in iedergeval € 180 mln. specifiek voor de bijzondere opgave in deze gebiedenbeschikbaar is, naast de € 50 mln. die reeds gereserveerd is voor de NPLVprogrammabureaus. Tot de zomer is een proces ingericht waarbij op basisvan de gemeentelijke voorstellen binnen het ministerie wordt bezien viawelke regelingen die bekostigd kunnen worden. Ook worden de plannengetoetst op haalbaarheid en planologische hardheid. De uitkomst hiervanwordt nog voor de zomer bestuurlijk met de gebieden besproken.Ambtelijke capaciteitAmbtelijke capaciteitstekorten worden door medeoverheden vaakgenoemd als een belangrijke reden voor vertraging in woningbouwpro-jecten. Provincies kunnen tot en met 2026 (met eventuele verlenging vanmaximaal 1 jaar) nog € 40 miljoen aan Flexpoolmiddelen inzetten omextra capaciteit aan te trekken voor de woningbouwopgave8. Via deRealisatiestimulans wordt een aanvullende bijdrage beschikbaar gesteldvoor het capaciteitsvraagstuk.Daarnaast is op de Woontop afgesproken dat Rijk, IPO en VNGgezamenlijk voldoende «meedoekracht» in de woningbouwregio’s gaanorganiseren. Onderdeel van de afspraken is een ondersteuningspro-gramma voor decentrale overheden, zodat zij binnen vijf jaar zelfstandigzonder extra steun kunnen functioneren. Opschaling vraagt om eengestructureerde en programmatische aanpak, vastgelegd in een interbe-stuurlijk samenwerkingsplan. Dit plan wordt nu gezamenlijk metVRO/IPO/VNG en met marktpartijen en corporaties verder vormgegeven,waarbij goed wordt nagedacht hoe de schaarse capaciteit, kennis endeskundigheid gericht in gebieden en projecten in te zetten.De komende maanden worden verschillende modellen met de betrok-kenen (stakeholders uit de Woontopafspraak) uitgewerkt. De langetermijn-doelstelling is de creatie van structurele/duurzame versterking van deuitvoeringskracht van medeoverheden door structureel mensen enmiddelen in te zetten. Geen «vliegende teams» of adviseurs die in – enuitvliegen op complexe/ beleidsmatige onderwerpen. Een structurele,landsdekkende, aanpak met meerjarige inzet van middelen (tenminste toten met 2029) heeft de voorkeur. Bij de modelopties zal ook een bekosti-gingsmodel worden uitgewerkt.Zorggeschikt en geclusterdNaast de opgave voor de reguliere woningbouw zijn er tot en met 2030288.000 extra woningen nodig die geschikt zijn voor ouderen. Hierondervallen de volgende woningtypen: nultredenwoningen, geclusterdewoningen en zorggeschikte woningen. Voor de grote opgave voor deze8Vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 32 847, nr. 1239Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13447 woningen wordt op dit moment nog onvoldoende gebouwd. Dit komtonder andere door de hoge kosten die gepaard gaan met de realisatie vanzorggeschikte en geclusterde woningen. Het is mijn voornemen om,indien mogelijk, via de Realisatiestimulans een extra opslag beschikbaarte maken voor iedere zorggeschikte of geclusterde woning die gereali-seerd wordt. Om te bepalen hoeveel de bijdrage voor zorggeschikte engeclusterde woningen moet zijn, ben ik in samenwerking met hetMinisterie van VWS een onderzoek begonnen naar de meerkosten van hetbouwen van dit soort woningen. Hierbij kijk ik ook of er sprake is vansignificante meerkosten bij het bouwen van nultredenwoningen.Op dit moment zijn er aparte subsidieregelingen gericht op corporaties enzorgaanbieders die ook aan deze opgave bijdragen9.Omdat deze lopende regelingen nog beschikbaar zijn voor deze opgave inde periode 2025 – 2026, zullen de middelen van de Realisatiestimulansbeschikbaar komen vanaf 2027 (voor gestarte woningen in deze categoriein 2026). Samen met Ministerie van VWS, Aedes en Actiz onderzoek ik hoedeze middelen uit het nieuwe financiële instrumentarium beschikbaarworden gemaakt.Registratie en monitoringVoor de regeling Realisatiestimulans is een betrouwbare database nodigvan het aantal gestarte woningen per gemeente in Nederland. Bestaandemonitoringssystemen zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen(BAG) missen belangrijke aspecten voor de Realisatiestimulans, zoals hetaantal gestarte betaalbare woningen, het aantal gestarte woningen doortransformatie of het aantal gestarte zorggeschikte of geclusterdewoningen. Daarom zullen gemeenten aanvullende informatie over degestarte woningbouwprojecten moeten aanleveren om een bijdrage uit deRealisatiestimulans te ontvangen. Het voornemen is om deze procedurezo eenvoudig mogelijk te houden en zo veel mogelijk gebruik te makenvan bestaande informatie zoals bijvoorbeeld voortkomt uit de Woondeals.Vaststellen van de bijdrageGemeenten kunnen vanaf 2026 aangeven van hoeveel woningen de bouwis gestart in het jaar ervoor. Hierbij wordt er rekening mee gehouden datgemeenten voldoende tijd moeten krijgen om de informatie op orde testellen. Na indiening van de aantallen zullen de gegevens geverifieerdworden. Alvorens de bijdrage wordt vastgesteld wordt het aantal gestartewoningen verrekend met woningen waarvoor reeds een financiëlebijdrage is verstrekt vanuit het Rijk. De eerste bijdrage zal naarverwachting worden vastgesteld en uitgekeerd in het vierde kwartaal van2026.Vervolg RealisatiestimulansDe regeling voor de Realisatiestimulans wordt nader uitgewerkt insamenspraak met gemeenten, provincies en marktpartijen. Ik zal uwKamer hier rond de zomer opnieuw over informeren. Op dat moment zalde conceptregeling naar verwachting ook in consultatie worden gebracht.Mijn voornemen is om de ministeriële regeling vervolgens voor het eindevan het jaar te publiceren.9Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (SZGW)Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13448 Caribisch NederlandOp de BES-eilanden is ook sprake van een woningbouwopgave die ik wilstimuleren. Om die reden ben ik voornemens om binnen de reserveringvan de genoemde circa € 2,5 miljard een bedrag van € 25 miljoen(verdeeld over 5 jaar) in te zetten voor de realisatie van woningbouw opde BES-eilanden in de vorm van bijzondere uitkeringen.WoningbouwimpulsSinds 2020 draagt het Rijk via de Woningbouwimpuls (Wbi) bij aan hetverminderen van de publiek onrendabele top in projecten die hetrealiseren of het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in eenkwalitatief goede leefomgeving tot doel hebben. Door de introductie vande Realisatiestimulans gaat de wijze waarop het Rijk met specifiekeuitkeringen bijdraagt aan woningbouwprojecten grotendeels op de schop.De voorspelbare bijdrage per betaalbare woning moet bijdragen aan definanciële haalbaarheid van de woningbouwopgave. Maar op sommigelocaties kan het realiseren van (betaalbare) woningen dermate kostbaarzijn als gevolg van specifieke eisen en locatiegebonden beperkingen datplannen alsnog een financieel tekort kennen, ondanks de Realisatiesti-mulans en de inzet van alle partijen, waardoor de woningbouw anderszeer moeizaam of niet van de grond komt.Voor projecten met een significant financieel knelpunt wordt de Wbivoortgezet, als aanvullende bijdrage op de Realisatiestimulans. Voor hetvervolg van de Wbi is de komende jaren ruim € 500 miljoen beschikbaar.Om de Wbi onder het nieuwe kabinetsbeleid effectief in te zetten wordenhet Besluit Woningbouwimpuls 2020 en de Regeling Woningbouwimpuls2020 aangepast.Wijziging Besluit Woningbouwimpuls 2020Met de introductie van de Realisatiestimulans verandert het nut en denoodzaak van de Woningbouwimpuls. Het uitgangspunt is om enkelebegripsbepalingen in het Besluit Woningbouwimpuls 2020 te wijzigen ennadere voorwaarden en beoordelingscriteria te verplaatsen naar deregeling zodat deze sneller kan worden aangepast.Dit Besluit Woningbouwimpuls 2025 treedt in werking met ingang van1 januari 2026.Wijziging Regeling Woningbouwimpuls 2020De Regeling Woningbouwimpuls wordt gelijktijdig aan het Besluitaangepast en treedt in werking op het moment dat het Besluit Woning-bouwimpuls 2025 van kracht is. Op dit moment is het uitgangspunt om deactiviteiten aan te passen waarvoor een bijdrage kan worden aange-vraagd. De Woningbouwimpuls is beschikbaar voor projecten indien devolgende limitatieve lijst van activiteiten op aantoonbare wijze bijdragenaan en noodzakelijk zijn voor het versnellen of realiseren van de bouw vannieuwe woningen: 1) Infrastructurele ontsluiting; 2) verlaging van destikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden; 3) bodemsa-nering in een afgebakend projectgebied en; 4) de uitplaatsing van(bedrijfs)activiteiten ten behoeve van woningbouw.Naast de aanpassing van de activiteiten wordt het beoordelingskaderaangepast om administratieve lasten te beperken. Het beoordelingskaderbestaat voortaan uit vier criteria, te weten 1) een marktconform enrealistisch gevraagde bijdrage (open boeken); 2) een haalbare planning; 3)een efficiënte bijdrage en; 4) een aantoonbaar woningtekort in de regio.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13449 Planning en proces WoningbouwimpulsDe wijziging van het Besluit en de Regeling vindt plaats volgens vastge-stelde termijnen van consultatie, Raad van State advies en nahang. Omdathet Besluit Woningbouwimpuls 2025 op 1 januari 2026 in werking treedt,wordt de nieuwe tranche van de Woningbouwimpuls geopend onder hetBesluit Woningbouwimpuls 2020 en de Regeling Woningbouwimpuls2020.Uitkomsten internetconsultatie Wijzigingsbesluit Woningbouwimpuls2025Het ontwerp van het Wijzigingsbesluit is via een openbare internetconsul-tatie geconsulteerd in de periode van 21 maart tot 18 april 2025. Verschil-lende partijen hebben gereageerd op het Wijzigingsbesluit. Er zijnsuggesties gedaan om o.a. de definitie middenhuur aan te passen en teverduidelijken hoe de Realisatiestimulans en de mobiliteitsscan samen-hangen met Woningbouwimpuls.De consultatiereacties die direct betrekking hebben op WijzigingsbesluitWoningbouwimpuls 2025 zijn opgenomen in de toelichting van hetWijzigingsbesluit. Een volledig consultatieverslag met de resultaten enbevindingen van de consultatie wordt later gepubliceerd.GebiedsbudgetOm woningen in leefbare en complete wijken te kunnen realiseren zijnook investeringen in de bredere gebiedsontwikkeling noodzakelijk,bijvoorbeeld investeringen in parken en pleinen, of maatregelen gerichtop bodemsanering. Om gemeenten binnen de grootschalige woning-bouwgebieden te ondersteunen bij het realiseren van dit type gebieds-maatregelen, die aantoonbaar nodig zijn voor de realisatie van extrawoningen, is het Gebiedsbudget beschikbaar. Een rijksbijdrage vanuit ditbudget is noodzakelijk omdat de noodzakelijke gebiedsmaatregelen op dekorte termijn niet door gemeenten bekostigd kunnen worden uit degrondexploitatie en kostenverhaal op een woningbouwlocatie. Met derijksbijdrage is het mogelijk om de versnelde realisatie van deze gebieds-maatregelen volledig te kunnen financieren en daarmee de bouw vannieuwe woningen te borgen.Om een start te kunnen maken met de bouwen van een omvangrijk aantalnieuwe woningen in de 17 grootschalige woningbouwgebieden hebbende betrokken gemeenten in 2023 een bijdrage vanuit het Gebiedsbudgetontvangen. Om de volledige woningbouwpotentie van deze gebieden toten met 2030 te kunnen benutten, en de locaties daarmee «af te maken»,zal een deel van het beschikbare Gebiedsbudget ingezet worden binnendeze grootschalige woningbouwgebieden.In de Woontopafspraken zijn op hoofdlijnen de uitgangspunten voor deinzet van het Gebiedsbudget gepresenteerd.De belangrijkste voorwaarden die verbonden worden aan de regeling zijn:•Het Gebiedsbudget is uitsluitend bedoeld voor de door het Rijkaangewezen grootschalige woningbouwgebieden.•Het aandeel betaalbare woningen in de grootschalige woningbouwge-bieden moet passen binnen de randvoorwaarde om op regionaleschaal twee derde betaalbaar te realiseren. Op projectniveau wordteen minimale ondergrens van 50% betaalbaar gehanteerd.•De realisatie (startbouw) van de laatste woningen vindt uiterlijk plaatsin 2034, waarbij aantoonbaar een substantieel aantal woningen voor2030 wordt gerealiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 134410 •De gemeente stuurt actief op het verkorten van de tijd tussen deplanvorming en daadwerkelijke bouw van woningen in het projectdoor:CHet toepassen van de principes van parallel plannen;CHet project actief te bespreken aan de regionale versnellingstafelmet betrokken publieke en private partijen, met inzet van depubliek-private-monitor;CBetrokken partijen die met elkaar in gesprek zijn op basis van het«open boekenprincipe».•De ingediende maatregelen moeten strikt en aantoonbaar noodzakelijkzijn voor de realisatie van de woningen en bijbehorende gebiedsont-wikkeling.•Geen dubbele subsidiëring van maatregelen. Gebiedsmaatregelen diereeds een bijdrage hebben ontvangen vanuit de tijdelijk regelingspecifieke uitkering Gebiedsbudget uit 2023 of een andere rijksregeling(zoals Wbi of SBI) komen niet nogmaals in aanmerking voor eenbijdrage.•De maatregelen die in aanmerking komen voor het Gebiedsbudgethebben betrekking op de volgende drie limitatieve maatregelen:CVerwerven, verplaatsen of bronmaatregelen hindervormendeactiviteiten (bijv. saneren van de bodem, bedrijfsverplaatsingen ofspooremplacementen);C(Her)inrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld riolering,parken of pleinen);CMaatregelen ten gunste van toekomstbestendigheid (energievoor-ziening, water en bodem, groen, klimaatadaptatie).•Bereikbaarheidsmaatregelen komen niet in aanmerking, omdat dezevia een bijdrage uit de € 2,5 miljard (die in het regeerprogramma isgereserveerd voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen) kunnenworden gedekt.•De bijdrage van het Rijk vanuit het Gebiedsbudget betreft maximaal50% van de totale publieke onrendabele top op de benodigdeinvestering onder de voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfdebijdrage reserveert om de afgesproken maatregel(en) te kunnenrealiseren•De middelen zijn taakstellend voor het realiseren van de afgesprokenwoningbouwaantallen in de grootschalige woningbouwgebieden t/m2030.•Een deel van het Gebiedsbudget kan worden ingezet voor de (via deNota Ruimte) nieuw aan te wijzen grootschalige woningbouwlocaties.•Net als bij de Woningbouwimpuls wordt bij het Gebiedsbudget eerstbezien wat de te verwachten bijdrage uit de Realisatiestimulans isalvorens de hoogte van de bijdrage uit het Gebiedsbudget wordtvastgesteld.De komende periode ga ik, samen met de Minister van IenW, met degrootschalige woningbouwgebieden in gesprek over de inzet van hetGebiedsbudget en de samenhangende infra-middelen. Besluitvormingover de inzet van de middelen is voorzien tijdens de BestuurlijkeOverleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte Transport (MIRT)in het najaar 2025.Instrumenten vorig KabinetNaast het bovengenoemde samenhangende pakket aan financiëleinstrumenten zijn er bestaande regelingen die binnen enkele jarenaflopen. Hiervan wordt op projectniveau de voortgang van dewoningbouw gemonitord, versnelling gestimuleerd en waar nodiggeïntervenieerd om tot realisatie te komen. Voor enkele bestaanderegelingen worden in 2025 nog wel laatste tranches uitgevoerd enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 134411 wijzigingen doorgevoerd. Hieronder volgt een toelichting voor deRegeling Huisvesting Aandachtsgroepen en de financiële regelingen voorde ondersteuning van flexwoningen. In het geval dat er in de toekomstnieuwe middelen worden vrij gemaakt voor onderwerpen als flexwonenof de huisvesting van aandachtsgroepen is het denkbaar dat hier geenaparte regelingen voor worden gemaakt, maar dat deze worden geïnte-greerd als extra opslag bij de Realisatiestimulans. Hoe dit concreet vormkrijgt, wordt de komende tijd verder uitgewerkt.Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA)Bij de Begrotingsbehandeling voor 2025 is een amendement door uwKamer aangenomen om in totaal € 60 miljoen in te zetten voor tweetranches voor de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA). Eénreguliere tranche van de RHA (€ 30 miljoen) en een extra tranche van deRHA specifiek voor studenten (ook € 30 miljoen). De RHA is momenteel ininternetconsultatie en mijn streven is de regeling nog voor de zomer opente stellen.Financiële regelingen ondersteuning verplaatsbare woningenIk moedig het inzetten van verplaatsbare woningen (flexwoningen) actiefaan. Hierdoor worden tijdelijk beschikbare locaties benut waardoor snellermeer woningen kunnen worden gerealiseerd. Ook zet ik hiermee in opinnovatieve, conceptuele en industriële bouw om sneller, betaalbaarder,duurzamer en klimaatadaptief te bouwen. Hieronder volgt een uiteen-zetting van de belangrijkste ontwikkelingen.Op dit moment kunnen gemeenten met de aangepaste Stimuleringsre-geling flex- en transformatiewoningen nu een bijdrage krijgen van€ 14.000 per woning. Dit bedrag geldt zowel voor verplaatsbare woningenals voor woningen die worden gerealiseerd door transformatie ofoptoppen. Het loket is weer geopend en dit jaar is hiervoor circa € 78miljoen beschikbaar.Sinds kort treedt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opals «marktmeester» voor verplaatsbare woningen. De marktmeesterbrengt aanbieders van bestaande verplaatsbare woningen waarvoor noggeen nieuwe locatie is gevonden in contact met gemeenten en mogelijkekopers.Met de Regeling Tegemoetkoming Herplaatsing Flexwoningen ten slottebied ik, onder voorwaarden, zekerheid van minimale inkomsten als eeninvesteerder verplaatsbare woningen gedwongen moet verkopen na de 1eexploitatie omdat er nergens (ook niet bij een achtervanglocatie)herplaatsing mogelijk is. Deze regeling wordt voor de zomer geëvalueerdwaar mogelijke wijzigingen uit voortkomen.VervolgIn deze brief heb ik de voortgang gepresenteerd over het samenhangendepakket aan financiële instrumenten wat invulling geeft aan de onder-steuning van gemeenten in de woningbouwopgave.Ik ben verheugd te melden dat er een hoop in gang is gezet en dat deeerste middelen nog dit jaar worden uitgekeerd.Zoals aangegeven kom ik nog voor de zomer bij u terug met de intro-ductie van het nieuwe instrument de grondfaciliteit. Ook zal ik u op deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 134412 hoogte houden van de regeling die ten grondslag ligt aan de Realisatiesti-mulans. Indien er andere ontwikkelingen te melden zijn over het financieelinstrumentarium, hoort u dat uiteraard van mij.De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 134413

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f804eb85b3afc25f

14 okt 2026 · 84bf3453e3fb4e7b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.