KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Aangescherpte conceptkerndoelen Nederlands, rekenen-wiskunde en eerste conceptexamenprogramma’s (Kamerstuk 31289-593)

3 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 67992e35fd5a20a5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 289Voortgezet OnderwijsNr. 595 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 december 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 11 oktober 2024 overAangescherpte conceptkerndoelen Nederlands, rekenen-wiskunde eneerste conceptexamenprogramma’s (Kamerstuk 31 289, nr. 593).De vragen en opmerkingen zijn op 6 november 2024 aan de Staatssecre-taris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van25 november 2024 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Arends kst-31289-595ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5951 Inhoudblz.IVragen en opmerkingen uit de fracties2•Inbreng van de leden van de PVV-fractie2•Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3•Inbreng van de leden van de VVD-fractie6•Inbreng van de leden van de NSC-fractie6•Inbreng van de leden van de D66-fractie6IIReactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap9 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie verzoeken de Staatssecretaris om eentoelichting op de verdeling van studielasturen, specifiek binnen dekernprofielvakken. Zoals bekend, hebben de kernprofielvakken in dehuidige situatie een groter aantal studielasturen dan overige profielvakkenen is dit vastgelegd in de wet. Hoewel de ontwerpruimte formeel eenandere status heeft dan studielasturen, lijkt het aannemelijk dat deverdeling van studielasturen in de praktijk de verdeling van de ontwerp-ruimte zal volgen. Kan de Staatssecretaris dit bevestigen?Daarnaast is het de leden van de PVV-fractie opgevallen dat de ontwerp-ruimte voor kernprofielvakken in vergelijking met de huidige situatie eenafname vertoont: voor havo met 2,5 procentpunt en voor vwo met1,0 procentpunt. Daartegenover staat dat de ontwerpruimte voormaatschappijleer toeneemt, met 3,25 procentpunt voor havo en2,5 procentpunt voor vwo. Deze leden ontvangen graag een toelichting opde achtergrond en de gewenste effecten van deze verschuivingen.Wanneer burgerschapsvaardigheden (deels) binnen een door leerlingengekozen profielvak worden aangeboden, lijkt het aannemelijk datleerlingen gemotiveerder zijn om de betreffende vaardigheden te leren.Bovendien leren zij deze vaardigheden dan toe te passen in een voor henrelevante context, namelijk in de richting waarin zij waarschijnlijk eenvervolgopleiding zullen kiezen en later werkzaam zullen zijn. Kan deStaatssecretaris bevestigen dat deze benadering een positief effect kanhebben op de motivatie en de relevantie voor scholieren?In het verlengde daarvan stellen de leden van de PVV-fractie de vraag ofhet mogelijk is om een deel van de ontwerpruimte voor maatschappijleeraan te passen. Voor het vwo zou de ontwerpruimte voor maatschappijleerbijvoorbeeld met slechts 1,5 procentpunt kunnen toenemen ten opzichtevan de huidige situatie, in plaats van de voorgestelde 2,5 procentpunt,waardoor de resterende 1,0 procentpunt behouden blijft voor dekernprofielvakken. Voor het havo zou deze verhoging beperkt kunnenblijven tot 0,75 procentpunt, met de resterende 2,5 procentpunt eveneenstoegewezen aan de kernprofielvakken. Hiermee blijven de kernprofiel-vakken op het huidige niveau. Kan de Staatssecretaris deze mogelijkheidoverwegen?De leden van de PVV-fractie vragen tevens om opheldering over deopdracht die het ministerie aan de vakvernieuwingscommissies heeftverstrekt. Begrijpen deze leden het goed dat deze commissies gevraagd isom twee versies van de conceptexamenprogramma’s op te stellen: éénversie die qua omvang binnen de nieuwe ontwerpruimte past en eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5952 tweede versie die binnen de huidige (grotere) omvang blijft? Dit zounamelijk duidelijk maken welke delen van de vakinhoud moetenverdwijnen, als de nieuwe ontwerpruimte rechtstreeks vertaald wordtnaar studielasturen.Uit onderzoek blijkt dat vaardigheden effectiever onderwezen kunnenworden binnen de context van vakinhoud. De leden van de PVV-fractievragen de Staatssecretaris om te bevestigen dat dit principe meegenomenwordt in de toewijzing van de eindtermen voor burgerschap. Dit kannamelijk betekenen dat bepaalde burgerschapsvaardigheden onderge-bracht kunnen worden binnen (kern)profielvakken, zodat leerlingen dezevaardigheden leren binnen de vakinhoud van het profiel dat zij zelfhebben gekozen. Hiermee zou gewaarborgd worden dat alle leerlingenvoldoen aan de burgerschapseindtermen, terwijl deze vaardigheden opeen voor hen relevante manier worden onderwezen.De leden van de PVV-fractie danken de Staatssecretaris bij voorbaat voorde verduidelijking op deze punten.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met gemengdegevoelens kennisgenomen van de onderhavige brief. Enerzijds zien dezeleden met instemming dat de conceptkerndoelen voor Nederlands enrekenen-wiskunde zijn aangescherpt, maar anderzijds zijn zij ongelukkigmet de keuze van de Staatssecretaris om de nu opgeleverde kerndoelenopnieuw te redigeren met een jaar vertraging als gevolg, zodat de nieuwekerndoelen voor taal en rekenen pas vanaf 1 augustus 2027 wettelijkkunnen worden vastgesteld. Het argument dat de leerstof van deconceptkerndoelen overladen zou zijn, overtuigt de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie niet. Voor deze leden hangt overladenheid in deleerstof niet zomaar af van een optelling van het aantal kerndoelen, maarvooral van de manier waarop men deze gestalte geeft. Deelt de Staatsse-cretaris deze visie?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten aan onderwijs datbijdraagt aan kansengelijkheid en dat zó fungeert als een emancipatie-motor: dat onderwijs het mogelijk maakt dat kinderen het verderschoppen dan hun ouders. Tegelijkertijd zien deze leden met lede ogendat ons onderwijs lang niet altijd meer zo werkt. Zij waarderen hetconcept van kerndoelen, omdat deze helder maken waartoe ons onderwijsde leerlingen moet kwalificeren, maar het doel kwalificatie valt niet teisoleren van de doelen persoonsvorming en socialisatie. Persoons-vorming en socialisatie vormen in de samenleving van een school tevenseen voorwaarde voor de kwalificatie. Dit is ook de strekking van hetproefschrift1 dat onlangs werd verdedigd aan de Vrije Universiteit:kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status hebben hetmoeilijker dan hun klasgenoten. Zij hebben vaker moeite met relaties metleeftijdsgenoten en hebben vaker te maken met pestgedrag. Je kunt nietleren als de basis er niet is. Kinderen moeten zich dus op sociaal-emotioneel gebied ontwikkelen, goed met vrienden kunnen omgaan, zichfijn voelen in de nabijheid van hun klasgenoten. Dit vormen basisbegin-selen waarop ze verder kunnen bouwen. Een krampachtige focus opbasisvaardigheden die leidt tot verwaarlozing van persoonsvorming ensocialisatie, vergroot dus juist de kansenongelijkheid. Deelt de Staatsse-1Nil Horoz: Towards a more holistic understanding of inequalities in childhood: A multi-contextapproach to parental education and child development (Vrije Universiteit Amsterdam 2024;https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/357645856/pdf+with+acknowledgementsredacted+-+66e41d6a60b15.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5953 cretaris deze analyse? Hoe beziet de Staatssecretaris in dit licht haarbeslissing om de bestaande kerndoelen, die hebben geleid tot arme ensaaie lesmethoden van trucjes en ezelsbruggetjes nog een jaar langer tehandhaven?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren met de NederlandseVereniging van Wiskundeleraren dat nieuwe kerndoelen voor rekenen-wiskunde een heldere focus bieden en goed aansluiten bij de onderwijs-behoeften van deze tijd. Zij vrezen echter dat nu het adagium «minderkerndoelen» voortkomt uit onbekendheid met de term «kerndoel». Beseftde Staatssecretaris dat kerndoelen een globale beschrijving geven vanbelangrijke onderwijsinhouden en dit echt iets anders is dan het Kerndoelvan het onderwijs?Scholen hebben terecht in de uitvoering van de kerndoelen veel vrijheid,maar daarin schuilt ook het gevaar dat ze de leerlingen overvragen. Is deStaatssecretaris voornemens om straks te monitoren hoe de vernieuwdekerndoelen bijdragen aan vermindering van de werkdruk voor leerlingen?Voor het voortgezet onderwijs maken de kerndoelen geen explicietonderscheid tussen praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Bij lerarenleidt dit tot onzekerheid, omdat zij behoefte hebben aan duidelijkheid overde doelen die specifiek voor hun leerlingen gelden. Is de Staatssecretarisbereid om de differentiatie in niveau helder vast te leggen? Of wil zij ditoverlaten aan de educatieve uitgevers? Dit laatste zou niet de voorkeurhebben van deze, want zij zien liever dat scholen de regie kunnenbehouden over het eigen onderwijsaanbod.De onderwijswetgeving hanteert zowel kerndoelen als referentieniveaus.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dit als een bron vanonduidelijkheid en administratieve complexiteit. Zou de Staatssecretarishet niet voor scholen en leraren eenvoudiger kunnen maken als er éénduidelijke set zou komen zonder dubbelingen of tegenstrijdigheden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie signaleren ook dat de Interna-tionale Vereniging voor Neerlandistiek (hierna: IVN) dringend aanbeveeltom de nieuwe conceptkerndoelen voor Nederlands ongewijzigd over tenemen en dat het uitstel de verbetering van het leesonderwijs nodeloosvertraagt. Neerlandici maken een vergelijking tussen de beoordeling vanonderwijs op de opsomming van kerndoelen met de keuring van soep opbasis van de ingrediëntenlijst, zònder het recept te hebben gelezen, laatstaan het gerecht te proeven. Deze leden wijzen erop dat het niet gaat omeen lijst losstaande doelen, maar om de blend die deze samen vormen enzien het als de kracht van de nieuwe kerndoelen dat communicatie, taal enliteratuur in het onderwijs met elkaar worden verbonden, zodat de inhouder weer toe doet. Zij verkiezen een geïntegreerde aanpak: onderzoek heeftimmers uitgewezen dat je vaardigheden beter kunt onderwijzen als je zecombineert met nadenken, het verwerven van diepere inzichten enzinvolle toepassingen. Dit betekent dat leerlingen telkens meerderekerndoelen tegelijk aanpakken. Hoe reflecteert de Staatssecretaris op dezevergelijking met de soepkeuring en de overwegingen die door neerlandicihierbij naar voren worden gebracht?Schrappen van kerndoelen zal volgens de IVN de verbetering van detaalvaardigheid van leerlingen bedreigen, hun kansenongelijkheidvergroten en hun motivatie voor lezen verder doen afnemen. De ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie geloven ook niet dat de gedachte van deStaatssecretaris dat scholen ook al eerder aan de slag mogen met denieuwe kerndoelen enig soelaas biedt, want zolang er nog wordtgeschrapt in de kerndoelen zullen educatieve uitgevers minder haastmaken met het publiceren van nieuwe schoolboeken en wordt het voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5954 leraren moeilijk om met de nieuwe kerndoelen aan de slag te gaan. Hoeweegt de Staatssecretaris deze nadelen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de concepteind-termen voor havo en vwo zijn gebonden aan een ontwerpruimte per vak.Pas in 2026 wil de Staatssecretaris met een studielasturentabel komen.Deze leden zouden het wenselijk vinden dat dit eerder gebeurt, want pasdan kunnen scholen een goede vergelijking maken tussen de oude en denieuwe situatie per vak. Is de Staatssecretaris daartoe bereid?De leden van de GroenLinks-PvdA- fractie constateren dat SLO2 de eersteconceptexamenprogramma’s heeft opgeleverd voor de bovenbouw vanhet voortgezet onderwijs, voor de schoolvakken Nederlands, wiskundehavo-vwo, moderne vreemde talen, maatschappijleer, klassieke talen enFries, maar dat de conceptexamenprogramma’s voor de natuurweten-schappelijke vakken pas begin 2025 worden verwacht. Nu worden deconceptexamenprogramma’s sterk bepaald door de omvang (ontwerp-ruimte) die vakken hebben toegewezen gekregen. Daarom hebben dezeleden een aantal vragen over de ontwerpruimte die is toegewezen aanprofielvakken en aan de vaardigheden burgerschap en digitale gelet-terdheid. Klopt het beeld dat ervan uitgegaan kan worden dat de verdelingvan de studielasturen in principe conform zal zijn aan de verdeling van deontwerpruimte, ook al is ontwerpruimte formeel iets anders dan destudielasturen? Klopt het beeld dat de manier waarop ruimte voorvaardigheden burgerschap en digitale geletterdheid is toegewezen aan devakken als volgt is verlopen: een eerste oormerking van de ontwerpruimtevoor burgerschap en digitale geletterdheid die plaatsvond in 2021 in hetSLO Basismodel, waarna het advies van de Wetenschappelijke Curricu-lumcommissie volgde om deze inhouden te integreren in bestaanderelevante vakken3, maar vervolgens een besluit van SLO en OCW viel inhet SLO Kader4 – zonder raadpleging van politiek of onderwijsveld – omdeze ontwerpruimte grotendeels toe te wijzen aan maatschappijleer,Nederlands en wiskunde? Klopt het beeld dat de ontwerpruimte voor dekernprofielvakken nu is afgenomen ten opzichte van de huidige situatiemet 2,5 procentpunt op havo en 1,0 procentpunt op vwo maar dat deontwerpruimte voor maatschappijleer is toegenomen ten opzichte van dehuidige situatie met 3.25 procentpunt op havo en 2.5 procentpunt opvwo? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat artikel 2.21van de Wet op het Voortgezet Onderwijs bepaalt dat de verdeling van destudielasturen bij algemene maatregel van bestuur moet wordenvastgelegd en dat uit de algemene maatregel van bestuur die nu vankracht is, volgt dat de kernprofielvakken bewust een groter aantalstudielasturen hebben dan de overige profielvakken. Hoe verhoudt deontwerpruimteverdeling over de verschillende vakken, zoals die deStaatssecretaris voor ogen staat, zich tot wat dit in de wet is vastgelegd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat het succes van decurriculumvernieuwing sterk afhankelijk is van de mate waarin onder-wijzend personeel in staat wordt gesteld om zich tijdig de leerstof en debijpassende didactiek eigen te maken. Deelt de Staatssecretaris dezemening? De Nederlandse Vereniging voor de Ontwikkeling van Reken-WiskundeOnderwijs (NVORWO) noemt het van groot belang dat vakdidac-tisch onderzoek plaatsvindt naar rekenen-wiskunde in Nederland, waarbijwetenschap en praktijk elkaar ontmoeten en samen optrekken. Hoebeoordeelt de Staatssecretaris de onderzoeksagenda die de NVORWO2SLO: Stichting Leerplan Ontwikkeling3Wetenschappelijke Curriculumcommissie: Examenprogramma’s in perspectief (juni, 2021), blz.28.4SLO: Verdeling van ontwerpruimte voor ontwikkeling van kerndoelen (juli 2022).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5955 heeft laten opstellen5, waarin een mogelijke inrichting van het reken-wiskundeonderwijs in de basisschool die past bij door de overheidgestelde doelen voor rekenen-wiskunde een belangrijk onderzoeksthemavormt? Hoe gaat de Staatssecretaris hiermee aan de slag?Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie danken de Staatssecretaris voor het toesturenvan de brief omtrent de aangescherpte conceptkerndoelen Nederlands,rekenen-wiskunde en eerste conceptexamenprogramma’s en hebben daarde volgende vragen over.De leden van de VVD-fractie lezen dat de definitie van een kerndoel in depraktijk per leergebied zal verschillen en dat het bij mens & maatschappijerg vaag kan zijn. De leden vragen wat de gevolgen hiervan in de praktijkkunnen zijn.De leden van de VVD-fractie vragen eveneens, nu de kerndoelen wordenherzien, of ook de referentiekaders worden aangepast.De leden van de VVD-fractie lezen dat scholen zelf al aan de gang kunnenmet de herziene kerndoelen. Deze leden vragen hoe zich dat uit in depraktijk aangezien veel scholen met lesmethodes werken.Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat de conceptdoelen volgensleraren en schoolleiders leiden tot meer focus. Deze leden vragen metwelke afvaardiging van leraren en schoolleiders is gesproken en hoe ditwas georganiseerd.Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de aange-scherpte conceptkerndoelen Nederlands, rekenen-wiskunde en eersteconceptexamenprogramma’s. Deze leden hebben hierover de volgendevragen.De leden van de NSC-fractie vinden het belangrijk dat de nadruk wordtgelegd op het tegengaan van overladenheid van het curriculum enconcretisering van de kerndoelen. Lezen, schrijven en rekenen staanhierbij centraal, zoals in de brief beschreven staat. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe dit zich verhoudt tot de kerndoelen voor burgerschap endigitale geletterdheid? Is de Staatssecretaris nog steeds van mening datdeze genoemde leergebieden onder de basisvaardigheden vallen? Kan deStaatssecretaris toelichten wat het betekent voor verdere uitwerking,tempo en uitvoering als burgerschap en digitale geletterdheid al dan nietworden gezien als basisvaardigheden?Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met grote teleurstelling kennisge-nomen van het uitstel van de curriculumherziening door het kabinet.vinden het absoluut onverantwoord om, terwijl de onderwijssector na eentien jaar durend proces op één lijn zit en het kabinet forse bezuinigingendoorvoert op het onderwijs, het verbeteren van de onderwijskwaliteit nogverder uit te stellen.5Op weg naar NVORWO onderzoeksagenda (https://www.volgens-bartjens.nl/art/50-6177_Op-weg-naar-NVORWO-onderzoeksagenda).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5956 UitstelDe leden van de D66-fractie merken op dat het hier louter gaat om eencosmetische ingreep om onenigheid in het kabinet te bezweren, ondanksstellige beweringen van de Staatssecretaris dat er een inhoudelijkeweging plaatsvindt. In de beslisnota lezen deze leden dat er nieuwe, meerabstracte, kopdoelen worden geformuleerd om het aantal kerndoelenzogenaamd terug te brengen. De huidige kerndoelen worden daarmeezogenaamde «subdoelen». Daarmee gaat de Staatssecretaris rechtstreeksin tegen de wens van leraren, scholen en de Kamer om concreterekerndoelen te bewerkstelligen. De leden vragen daarom wat in het vervolgleidend gaat zijn voor leraren in de praktijk: de kopdoelen of desubdoelen. Waarom creëert de Staatssecretaris deze onduidelijkheid?Bovendien vragen de leden van de D66-fractie in hoeverre het zin heeftom de curriculumherziening een jaar uit te stellen als dat vervolgensresulteert in een andere indeling van kopjes, als leraren vervolgens tochuitvoering moeten geven aan de subdoelen en niet aan de kopdoelen.Deze leden lezen in de beslisnota namelijk dat de subdoelen, die logischgeordend zouden moeten worden onder kopdoelen, alsnog onderdeelblijven van de wettelijke opdracht aan scholen. Wat levert deze exercitievan herschikkingen per saldo op? Daarbij vragen deze leden specifiek ofde Staatssecretaris kan ingaan en kan reflecteren op haar eerdereuitspraken, zoals in de voortgangsbrieven voor het masterplan basisvaar-digheden, waarin zij telkens spreekt over «glasheldere doelen». In debeslisnota bij de brief van 11 oktober 20246 lezen de leden van deD66-fractie op pagina 2 dat de nieuw te formuleren kerndoelen abstracterworden dan de huidige kerndoelen en dat dat niet in lijn is met eerderetoezeggingen aan de Kamer, het onderwijsveld en adviezen van deOnderwijsraad. Kan de Staatssecretaris uitleggen hoe deze ambtelijkewaarschuwing voor abstractere doelen zich verhoudt tot de reedsgenoemde «glasheldere doelen»? Kan de Staatssecretaris daarnaast dezetoezeggingen aan de Kamer op een rij zetten en per toezegging toelichtenhoe de Staatssecretaris hier afwijkt?De leden van de D66-fractie lezen daarnaast in de beslisnota dat deervaring van leraren zal zijn dat de definitie van een kerndoel in de praktijkper leergebied zal verschillen en dat deze bij taal redelijk concreet is maarbij mens & maatschappij erg vaag is. Hoe reflecteert de Staatssecretarisdaarop in het licht van haar eerdere uitspraken over «glashelderedoelen»?De leden van de D66-fractie vragen bovendien hoe de Staatssecretarisinmiddels reflecteert op haar eigen uitspraken in de voortgangsbrief vanmei 2024, waarin zij stelt dat het belangrijk is om «koers te houden», dathet «ontwikkelproces volledig [is] afgerond» en er in principe geenaanpassingen meer worden gedaan, en dat we al lang genoeg wachten opconcrete kerndoelen.Het valt deze leden daarnaast op dat de Staatssecretaris van de tweevarianten in de reeds genoemde beslisnota, de variant kiest die hetmeeste tijd kost. Hoe reflecteert zij daarop in het licht van haar eerdereuitspraken over het belang van koers houden en dat we al te lang wachtenop nieuwe kerndoelen?De leden van de D66-fractie vragen daarnaast of de Staatssecretarishelder kan omschrijven wanneer er volgens de Staatssecretaris is voldaanaan «fors minder» kerndoelen. Hoeveel kerndoelen moeten er minder enwanneer is het precies voldoende? Kan de Staatssecretaris bevestigen6Bijlage bij Kamerstuk 31 289, nr. 593Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5957 dat, zoals het er nu voor staat, zij niet akkoord gaat met enkel eenherschikking van kop- en subdoelen waarbij er meer kopdoelen komenvoor taal en rekenen?De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over het verloop vanhet proces. De huidige conceptkerndoelen zijn uitvoerig getest in depraktijk. Deze leden vragen of uit deze praktijktoets overtuigend isgebleken dat de huidige conceptkerndoelen te veel zijn. Daarnaast vragenzij of de vagere kopdoelen en subdoelen, zoals de Staatssecretaris dat nuvoor ogen heeft, ook in de praktijk getest worden op duidelijkheid enconcreetheid. In algemenere zin vragen de leden van de D66-fractie wat erin de werkopdracht aan SLO staat (of komt te staan), welk tijdspad daarinwordt aangehouden en of deze werkopdracht zo snel mogelijk gedeeldkan worden met de Kamer.De leden van de D66-fractie lezen dat de Staatssecretaris in de beslisnotapleit voor een grootschalige communicatiecampagne, onder andere viaeen sticky note met de tekst «DUS communicatie campagne!» op pagina 4van de beslisnota7, om de door haarzelf gecreëerde onduidelijkheid rechtproberen te zetten. Deze leden vragen expliciet of de Staatssecretarisafzonderlijk kan beantwoorden hoeveel geld dit gaat kosten, waar dezemiddelen vandaan komen, waar het ten koste van gaat, hoeveel uren vanambtenaren of externe organisaties hierin gaat zitten en of de Staatssecre-taris vindt dat ze het juiste aan het doen is door zelf vaagheid en onduide-lijkheid te creëren wat vervolgens rechtgezet moet worden via eencommunicatiecampagne. Daarnaast vragen zij hoe het voornemen van hetkabinet voor een communicatiecampagne wegens deze zelfgecreëerdeonduidelijkheid, zich verhoudt tot de ambitie van ditzelfde kabinet omminder te doen aan externe inhuur en te komen tot een vermindering vanambtenaren. Vindt de Staatssecretaris dit niet ook onnodige werkver-schaffing, waarvoor ambtenaren hun tijd beter kunnen gebruiken?Ontwerpruimte en SLU8De leden van de D66-fractie ervaren veel onduidelijkheid rond deontwerpruimte en de studielasturen. Er gaan verschillende tabellen enaannames rond, zoals een artikel van het Onderwijsblad van de AOb9 van28 maart 2024 waarin een berekening is gemaakt. Deze leden vragen of deStaatssecretaris een tabel voor alle vakken/vakgebieden kan geven met detoe- en afname in uren en percentages ten opzichte van de huidigeontwerpruimte en of zij kan bevestigen dat deze berekening van de AObklopt. Daarnaast vragen zij om een tabel met de wijziging in studie-lasturen, met een overzicht in toe- en afname in uren en percentages tenopzichte van de huidige studielasturentabel.Daarnaast merken de leden van de D66-fractie op dat er in de werkop-dracht aan SLO 5% extra ontwerpruimte voor havo/vwo wordt gereser-veerd voor burgerschap en digitale geletterdheid. Deze leden vragen waardeze extra ontwerpruimte nu precies voor gebruikt wordt.Tot slot vragen de leden hoe de Staatssecretaris gaat borgen datburgerschap niet als apart vak wordt ingericht in de praktijk.7Bijlage bij Kamerstuk 31 289, nr. 5938SLU: studielastuur9AOb: Algemene OnderwijsbondTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5958 II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap Mijn dank gaat naar de leden van de vaste commissie voor Onderwijs,Cultuur en Wetenschap voor hun inbreng in de gestelde vragen.Hieronder ga ik in op de vragen van de leden van de PVV-fractie,GroenLinks-PvdA-fractie VVD-fractie, NSC-fractie en de D66-fractie.Inbreng van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie verzoeken de Staatssecretaris om eentoelichting op de verdeling van studielasturen, specifiek binnen dekernprofielvakken. Zoals bekend, hebben de kernprofielvakken in dehuidige situatie een groter aantal studielasturen dan overige profielvakkenen is dit vastgelegd in de wet. Hoewel de ontwerpruimte formeel eenandere status heeft dan studielasturen, lijkt het aannemelijk dat deverdeling van studielasturen in de praktijk de verdeling van de ontwerp-ruimte zal volgen. Kan de Staatssecretaris dit bevestigen?Dat klopt. Het model van studielasturen dateert uit 2007 en de studie-lasturen zijn per vak vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit van deWVO2020. Ze hebben als omvangbegrenzing gediend bij het herzien vande examenprogramma’s in 2007. Nu wordt een ander model gehanteerddaarvoor: het kader ontwerpruimte. De nieuwe verdeling van de studielastvolgt dus logischerwijs uit het kader ontwerpruimte en wil ik per AMvBmet een nahangprocedure aan uw Kamer aanbieden.Daarnaast is het de leden van de PVV-fractie opgevallen dat de ontwerp-ruimte voor kernprofielvakken in vergelijking met de huidige situatie eenafname vertoont: voor havo met 2,5 procentpunt en voor vwo met1,0 procentpunt. Daartegenover staat dat de ontwerpruimte voormaatschappijleer toeneemt, met 3,25 procentpunt voor havo en2,5 procentpunt voor vwo. Deze leden ontvangen graag een toelichting opde achtergrond en de gewenste effecten van deze verschuivingen.Over het begrip «ontwerpruimte» bestaan veel onduidelijkheden enmisverstanden. Daarom stuur ik u twee bijlagen mee:•Een factsheet over ontwerpruimte voor kerndoelen in het primaironderwijs (po) en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.•Een factsheet over ontwerpruimte in de bovenbouw van het voortgezetonderwijs (vo) voor havo/vwo.In de factsheet en in de verdere antwoorden op de door uw Kamergestelde vragen ga ik in op waarom we überhaupt een ontwerpruimtehebben. Ontwerpruimte is een afbakening voor curriculummakers, zodathet curriculum voor een gemiddelde leerling «te doen» is in de tijd die zijervoor hebben. De ontwerpruimte is afhankelijk van hoe de profielen envakkenpakketten nu zijn samengesteld. Dat is in onderstaande tabel nogeens samengevat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 5959 Tabel: inrichting van profielen en vakkenpakketten in de bovenbouw havo/vwoVakHavoVwoNTNGEMCMNTNGEMCMWiskunde oudBAA–BAACWiskunde nieuwNTNGEMCMNTNGEMCM«Kenmerkend» profielvakNatBioEcoMvtNatBioEcoGeschProfielvakScheiScheiGeschGeschScheiScheiGeschProfielkeuzevak (CM: x2)BioNLTO&OInformAardNatNLTO&OBEAardMvtMwAardEcoMwMvtKunstfilosBioNLTO&OInformOud:wisk DAardNatNLTO&OBEAardMvtMwAardEcoMwMvt/ktKunstfilosVak in het vrije deelAlle erkende vakkenAlle erkende vakken Bij deze tabel horen enkele opmerkingen:•Bij de actualisatie van het curriculum van het funderend onderwijs isnaar voren gekomen dat het wenselijk is om ook in de bovenbouw vanhet vo meer dan nu het geval is (expliciet) aandacht te besteden aantaal, rekenen-wiskunde, digitale vaardigheden en burgerschap.10•Het is tevens wenselijk het curriculum voor leerlingen niet (verder)overladen en versnipperd te maken.11•Omdat de huidige profielstructuur in het vo met de daarbij behorendevakkenpakketten niet op voorhand ter discussie is gesteld, is het nodigom bij sommige andere (profiel-)vakken uit te gaan van (iets) minderontwerpruimte.Bij (vrijwel) elk vak komen taal-, reken- en burgerschapsvaardighedenterug. Daar is aandacht voor bij biologie, bij kunstvakken en uiteraard ookbij een vak als wiskunde. Sommige van deze vakken zitten in hetgemeenschappelijke deel: alle leerlingen krijgen dan op dezelfde manierbelangrijke vaardigheden als Excel, leesvaardigheid en kennis over derechtstaat. Andere vakken zoals biologie en de kunstvakken zijn nietverplicht en daar worden vaardigheden verschillend aangeleerd.Als basisvaardigheden te weinig in gemeenschappelijke vakken wordenondergebracht, worden deze mogelijk te verschillend aangeleerd. De eneleerling leert dan bijvoorbeeld wel met Excel te werken, maar de andereleerling leert dat niet.Dat verschil mag niet te groot worden, daarom krijgen leerlingenbasisvaardigheden vooral aangeleerd in de vakken in het gemeenschap-pelijke deel, dat door alle leerlingen worden gevolgd. Dit betreft dan devakken Nederlands, wiskunde en maatschappijleer waar extra ontwerp-ruimte naartoe is gegaan.Wanneer burgerschapsvaardigheden (deels) binnen een door leerlingengekozen profielvak worden aangeboden, lijkt het aannemelijk datleerlingen gemotiveerder zijn om de betreffende vaardigheden te leren.Bovendien leren zij deze vaardigheden dan toe te passen in een voor henrelevante context, namelijk in de richting waarin zij waarschijnlijk eenvervolgopleiding zullen kiezen en later werkzaam zullen zijn. Kan de10Kamerstukken II 2021/22, 31 293, nr. 61811Kamerstukken II 2023/24, 31 293, nr. 709Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59510 Staatssecretaris bevestigen dat deze benadering een positief effect kanhebben op de motivatie en de relevantie voor scholieren?Dit kan zeker een positief effect hebben. Hierbij is het wel belangrijk dat erin de school – door vaksecties die met elkaar in gesprek gaan – eenintegraal plan komt om burgerschap goed in alle vakken te laten landen.Tegelijkertijd is het ook zo dat sommige burgerschapsvaardigheden zobelangrijk zijn dat iedereen vanuit eenzelfde basis moet starten. Alleleerlingen moeten bijvoorbeeld weten hoe de parlementaire democratieof de rechtstaat werkt, dat is dan bij uitstek iets voor het gemeenschappe-lijke vak maatschappijleerIn het verlengde daarvan stellen de leden van de PVV-fractie de vraag ofhet mogelijk is om een deel van de ontwerpruimte voor maatschappijleeraan te passen. Voor het vwo zou de ontwerpruimte voor maatschappijleerbijvoorbeeld met slechts 1,5 procentpunt kunnen toenemen ten opzichtevan de huidige situatie, in plaats van de voorgestelde 2,5 procentpunt,waardoor de resterende 1,0 procentpunt behouden blijft voor dekernprofielvakken. Voor het havo zou deze verhoging beperkt kunnenblijven tot 0,75 procentpunt, met de resterende 2,5 procentpunt eveneenstoegewezen aan de kernprofielvakken. Hiermee blijven de kernprofiel-vakken op het huidige niveau. Kan de Staatssecretaris deze mogelijkheidoverwegen?Zoals te lezen is de Voortgangsrapportage Basisvaardigheden van mei2024 heb ik deze mogelijkheid overwogen, maar daar niet voor gekozen.12Dat deed ik om onderstaande redenen:•In het regeerprogramma wordt het belang van burgerschapskennis en-vaardigheden benadrukt, waarbij onderzoek laat zien dat het nu nogniet goed met de burgerschapsvaardigheden van onze jongeren.13Maatschappijleer is een geschikte plek om dat te leren. Daarbij heeftuw Kamer per motie ook gepleit om het gewicht van het vak maat-schappijleer te versterken en te zorgen voor meer uren over meerdereschooljaren.14 Indien aan de ontwerpruimte maatschappijleer wordtgesleuteld betekent dit dat de vakvernieuwingscommissies voormaatschappijleer en natuurwetenschappelijke vakken terug naar detekentafel moeten, met een jaar vertraging als gevolg. Dat doet geenrecht aan de urgentie van de vernieuwing.•Alle leerlingen volgen minstens één kenmerkend profielvak: economie,biologie, natuurkunde, geschiedenis (vwo) of een moderne vreemdetaal (havo). Echter, veel leerlingen kiezen twee of zelfs drie van dezevakken, en een enkele zelfs alle vier de vakken. Voor het profielEconomie & Maatschappij zijn bovendien twee profielvakken zelfsverplicht (economie en geschiedenis). Wanneer er meer ontwerp-ruimte voor deze vakken komt, komt er voor leerlingen niet 1,0 pro-centpunt studielast erbij, maar soms dus zelfs 2,0 of 3,0 procentpunt.In de factsheet ontwerpruimte bovenbouw havo/vwo die als bijlage isbijgevoegd, is te zien dat er dan heel weinig tot geen marge meer isvoor leerlingen en in dat geval het curriculum voor leerlingen teoverladen wordt. Zij hebben deze marge nodig voor vakken waar zijminder goed in zijn, mentorlessen, loopbaanactiviteiten, en eventueleextra vakken en extracurriculaire activiteiten die zij op school willenverrichten.12Kamerstuk 31 293, nr. 73213Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs (2024). Adolescentenpanel Democra-tische Kernwaarden en Schoolloopbanen. Universiteit van Amsterdam.14Kamerstukken II. Vergaderjaar 2015/2016, 31 289, nr. 328.Kamerstukken II. Vergaderjaar 2020/2021, 35 352, nr. 20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59511 •Als laatste bestaat het risico dat burgerschapsvaardigheden teverschillend of dubbel wordt aangeleerd worden als dit te veel wordenondergebracht bij profielvakken. Zo wil je bijvoorbeeld dat elke leerlingleert over mediawijsheid, digitale ethiek en kennis over de democrati-sche rechtstaat. Maar dat is niet makkelijk om bij vakken als natuur-kunde of biologie onder te brengen.De leden van de PVV-fractie vragen tevens om opheldering over deopdracht die het ministerie aan de vakvernieuwingscommissies heeftverstrekt. Begrijpen deze leden het goed dat deze commissies gevraagd isom twee versies van de conceptexamenprogramma’s op te stellen: éénversie die qua omvang binnen de nieuwe ontwerpruimte past en eentweede versie die binnen de huidige (grotere) omvang blijft? Dit zounamelijk duidelijk maken welke delen van de vakinhoud moetenverdwijnen, als de nieuwe ontwerpruimte rechtstreeks vertaald wordtnaar studielasturen.Dat klopt niet. Er wordt één versie van elk conceptexamenprogrammaopgeleverd. Wel is in het bijbehorende toelichtingsdocument opgenomenwelke kennis de vakvernieuwingscommissie graag had willen opnemenals zij meer ontwerpruimte hadden gehad. In de fase van beproeven kanworden gevraagd wat docenten hiervan vinden, rekening houdend metdat als er iets «bij» moet, er ook iets «af» moet om overladenheid tevoorkomen.Uit onderzoek blijkt dat vaardigheden effectiever onderwezen kunnenworden binnen de context van vakinhoud. De leden van de PVV-fractievragen de Staatssecretaris om te bevestigen dat dit principe meegenomenwordt in de toewijzing van de eindtermen voor burgerschap. Dit kannamelijk betekenen dat bepaalde burgerschapsvaardigheden onderge-bracht kunnen worden binnen (kern)profielvakken, zodat leerlingen dezevaardigheden leren binnen de vakinhoud van het profiel dat zij zelfhebben gekozen. Hiermee zou gewaarborgd worden dat alle leerlingenvoldoen aan de burgerschapseindtermen, terwijl deze vaardigheden opeen voor hen relevante manier worden onderwezen.Uit diverse onderzoeken blijkt inderdaad dat vaardigheden niet «los» vanvakinhoud kunnen worden aangeleerd en dat daarom een apart vakburgerschap niet wenselijk is. Daarom worden bepaalde burgerschaps-vaardigheden ook niet los aangeboden, maar altijd gekoppeld aan vakken.Elk vak draagt daar al aan bij, maar om te zorgen dat iedereen eenzelfdestevige basis meekrijgt, wordt dit bij vakken in het gemeenschappelijkedeel versterkt: Nederlands, wiskunde en maatschappijleer.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met gemengdegevoelens kennisgenomen van de onderhavige brief. Enerzijds zien dezeleden met instemming dat de conceptkerndoelen voor Nederlands enrekenen-wiskunde zijn aangescherpt, maar anderzijds zijn zij ongelukkigmet de keuze van de Staatssecretaris om de nu opgeleverde kerndoelenopnieuw te redigeren met een jaar vertraging als gevolg, zodat de nieuwekerndoelen voor taal en rekenen pas vanaf 1 augustus 2027 wettelijkkunnen worden vastgesteld. Het argument dat de leerstof van deconceptkerndoelen overladen zou zijn, overtuigt de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie niet. Voor deze leden hangt overladenheid in deleerstof niet zomaar af van een optelling van het aantal kerndoelen, maarvooral van de manier waarop men deze gestalte geeft. Deelt de Staatsse-cretaris deze visie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59512 Overladenheid in het curriculum is inderdaad niet louter afhankelijk vanhet aantal kerndoelen. Zoals ik eerder heb aangegeven in de vierdevoortgangsrapportage masterplan basisvaardigheden komt overladenheidook voort uit vaag geformuleerde kerndoelen, veel aanvullendeniet-verplichte doelen, politieke opdrachten en verzoeken vanuit demaatschappij. In de bijstelling is rekening gehouden met al deze aspecten.Ook het in samenhang presenteren van inhoudelijk verwante kerndoelenzorgt voor minder dubbelingen en overlap in het onderwijsprogramma.Alle maatregelen opgeteld, staat er straks een goed uitvoerbaar curri-culum dat overladenheid tegengaat.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten aan onderwijs datbijdraagt aan kansengelijkheid en dat zó fungeert als een emancipatie-motor: dat onderwijs het mogelijk maakt dat kinderen het verderschoppen dan hun ouders. Tegelijkertijd zien deze leden met lede ogendat ons onderwijs lang niet altijd meer zo werkt. Zij waarderen hetconcept van kerndoelen, omdat deze helder maken waartoe ons onderwijsde leerlingen moet kwalificeren, maar het doel kwalificatie valt niet teisoleren van de doelen persoonsvorming en socialisatie. Persoons-vorming en socialisatie vormen in de samenleving van een school tevenseen voorwaarde voor de kwalificatie. Dit is ook de strekking van hetproefschrift dat onlangs werd verdedigd aan de Vrije Universiteit:kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status hebben hetmoeilijker dan hun klasgenoten. Zij hebben vaker moeite met relaties metleeftijdsgenoten en hebben vaker te maken met pestgedrag. Je kunt nietleren als de basis er niet is. Kinderen moeten zich dus op sociaal-emotioneel gebied ontwikkelen, goed met vrienden kunnen omgaan, zichfijn voelen in de nabijheid van hun klasgenoten. Dit vormen basisbegin-selen waarop ze verder kunnen bouwen. Een krampachtige focus opbasisvaardigheden die leidt tot verwaarlozing van persoonsvorming ensocialisatie, vergroot dus juist de kansenongelijkheid. Deelt de Staatsse-cretaris deze analyse?Binnen het curriculum ligt de focus op lezen, schrijven en rekenen.Daarmee reduceren we het onderwijs niet: het belang van socialisatie enpersoonsvorming en de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardig-heden staan niet ter discussie. In de werkopdracht aan SLO is te lezen datalle drie de doeldomeinen in het onderwijs (kwalificatie, socialisatie enpersoonsvorming) een herkenbare weerspiegeling in de totale setkerndoelen krijgt. Dat zie je ook terug in de tot nu toe opgeleverdeconceptkerndoelen en dat zal worden behouden wanneer de aanvullendeopdracht wordt uitgevoerd. Voor het ontwikkelen van sociaal-emotionelevaardigheden in het funderend onderwijs is het van belang dat dejongeren de basisvaardigheden goed beheersen. Taal is bijvoorbeeld eenkrachtig middel om emoties uit te drukken en om sociale contacten aan tegaan. In de bijstelling van het curriculum is het dus essentieel datbasisvaardigheden goed worden verankerd, waardoor iedereen zo goedmogelijk kan meedoen in de samenleving en daarmee de kansenonge-lijkheid wordt verkleind.Hoe beziet de Staatssecretaris in dit licht haar beslissing om de bestaandekerndoelen, die hebben geleid tot arme en saaie lesmethoden van trucjesen ezelsbruggetjes nog een jaar langer te handhaven?De vormgeving van lesmethoden is de oorzaak van een samenspel vanfactoren, bijvoorbeeld: keuzes van de uitgeverijen, wensen van scholen,toezicht van inspectie en inzichten uit onderzoek. De kerndoelenverplichten geen specifieke lesmethoden of didactiek: dit is aan docenten,scholen en leermiddelenmakers. Het beoogd curriculum ziet alleen op hetwat en niet op het hoe. Het is uiteindelijk aan leraren en lerarenteams omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59513 te bepalen hoe zij met hun leerlingen aan de kerndoelen werken en omhier een geschikte didactiek en passende leermiddelen voor te kiezen.Voor een succesvolle implementatie van het nieuwe curriculum is het welbelangrijk dat ook de kwaliteit van leermiddelen op orde is. Daarom wordter nu gewerkt aan een kwaliteitskader en -alliantie. Ik sta in goed contactmet de leermiddelenmakers en zij zijn vooruitlopend op de nieuwekerndoelen al begonnen met hun lesmethoden voor Nederlands, taal enrekenen-wiskunde te actualiseren en verbeteren. Zij kunnen vanaf 2026 almet nieuwe leermiddelen komen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren met de NederlandseVereniging van Wiskundeleraren dat nieuwe kerndoelen voor rekenen-wiskunde een heldere focus bieden en goed aansluiten bij de onderwijs-behoeften van deze tijd. Zij vrezen echter dat nu het adagium «minderkerndoelen» voortkomt uit onbekendheid met de term «kerndoel». Beseftde Staatssecretaris dat kerndoelen een globale beschrijving geven vanbelangrijke onderwijsinhouden en dit echt iets anders is dan het Kerndoelvan het onderwijs?Ik onderschrijf dat dit iets anders is dan «het» Kerndoel van het onderwijs.In het wetsvoorstel herziening wettelijke grondslagen kerndoelen datmomenteel ter advies bij de Raad van State licht ik de definitie vankerndoelen nader toe.Net als de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren en u ben ik ookzeer tevreden met de nieuwe conceptkerndoelen voor rekenen-wiskundeen zie ik dat ze een heldere focus bieden en goed aansluiten bij deonderwijsbehoeften van deze tijd. Er is echter nog een stap nodig om devolledige focus te krijgen op lezen, schrijven en rekenen. Ik vraag het SLOdaarom om het totaal aantal conceptkerndoelen voor alle leergebiedensamen terug te brengen, door ze meer in samenhang te presenteren eneen focus te laten zien op lezen, schrijven en rekenen. Daarbij onderschrijfik het behoud van de door het onderwijsveld gewenste concrete formu-lering van doelzinnen en de uitwerkingen.Scholen hebben terecht in de uitvoering van de kerndoelen veel vrijheid,maar daarin schuilt ook het gevaar dat ze de leerlingen overvragen. Is deStaatssecretaris voornemens om straks te monitoren hoe de vernieuwdekerndoelen bijdragen aan vermindering van de werkdruk voor leerlingen?Met de aankomende implementatie van de nieuwe kerndoelen enexamenprogramma’s én met de plannen voor een systeem van periodiekonderhoud, is het noodzakelijk goed zicht te krijgen op zowel hetuitgevoerde als het gerealiseerde curriculum, zo stelt ook de Curriculum-commissie in tussenadvies 4 en 5B.15 Zo kan gemonitord worden of en opwelke wijze het nieuwe curriculum geïmplementeerd wordt door scholenen leraren(teams), wat het voor leerlingen betekent, waar zij tegenaanlopen en welke resultaten dit oplevert (resultaten van de nieuwe enherziene leergebieden). Onderdeel hiervan kan zijn het doen van eenmeting naar ervaren overladenheid en werkdruk. SLO adviseert hetMinisterie van OCW voor de zomer van 2025 over een aanpak om tekomen tot goede en relevante monitoring van het curriculum in het lichtvan periodiek curriculumonderhoud. Op basis van dit advies kom ik toteen plan voor monitoring van en onderzoek naar het curriculum in dekomende jaren. Over de voortgang hiervan informeer ik uw Kamer in devoortgangsrapportages voor het Masterplan Basisvaardigheden.15Structuur en regelmaat (2022). CurriculumcommissieCurriculumonderhoud organiseren (2024). CurriculumcommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59514 Voor het voortgezet onderwijs maken de kerndoelen geen explicietonderscheid tussen praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Bij lerarenleidt dit tot onzekerheid, omdat zij behoefte hebben aan duidelijkheid overde doelen die specifiek voor hun leerlingen gelden. Is de Staatssecretarisbereid om de differentiatie in niveau helder vast te leggen? Of wil zij ditoverlaten aan de educatieve uitgevers? Dit laatste zou niet de voorkeurhebben van deze, want zij zien liever dat scholen de regie kunnenbehouden over het eigen onderwijsaanbod.Voor Nederlands en rekenen-wiskunde zijn de niveaus vastgelegd in hetreferentiekader taal en rekenen16. Dit kader wordt ook herzien en dan zalrekening worden gehouden met de behoeftes uit het onderwijsveld, zoalsis vastgesteld in de evaluatie17.Voor de andere leergebieden zijn de kerndoelen dusdanig gedetailleerdbeschreven dat ze in principe voldoende houvast bieden voor leraren.Houvast om hun onderwijs vorm te geven en ook houvast om inzichtelijkte maken wat de leeropbrengsten van leerlingen zouden kunnen zijn. Voorleraren die behoefte hebben aan meer gedetailleerde uitwerkingen steltSLO tussendoelen en leerlijnen beschikbaar, die veel worden gebruiktdoor educatieve uitgevers.De onderwijswetgeving hanteert zowel kerndoelen als referentieniveaus.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dit als een bron vanonduidelijkheid en administratieve complexiteit. Zou de Staatssecretarishet niet voor scholen en leraren eenvoudiger kunnen maken als er éénduidelijke set zou komen zonder dubbelingen of tegenstrijdigheden?Ik ben het ermee eens dat er samenhang en duidelijkheid moet zijn in hetcurriculum. Mede om die reden heeft SLO opdracht gekregen om adviesuit te brengen over de actualisatie van de referentieniveaus. SLO zaldaartoe een aantal scenario’s uitwerken die voor de zomer van 2025worden opgeleverd. Onderdeel van de opdracht is om te zorgen voorsamenhang tussen de referentieniveaus en de geactualiseerde kerndoelenen examenprogramma’s en dat er geen dubbelingen en tegenstrijdig-heden zijn in het in wet- en regelgeving vastgelegde curriculum.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie signaleren ook dat de Interna-tionale Vereniging voor Neerlandistiek (hierna: IVN) dringend aanbeveeltom de nieuwe conceptkerndoelen voor Nederlands ongewijzigd over tenemen en dat het uitstel de verbetering van het leesonderwijs nodeloosvertraagt. Neerlandici maken een vergelijking tussen de beoordeling vanonderwijs op de opsomming van kerndoelen met de keuring van soep opbasis van de ingrediëntenlijst, zònder het recept te hebben gelezen, laatstaan het gerecht te proeven. Deze leden wijzen erop dat het niet gaat omeen lijst losstaande doelen, maar om de blend die deze samen vormen enzien het als de kracht van de nieuwe kerndoelen dat communicatie, taal enliteratuur in het onderwijs met elkaar worden verbonden, zodat de inhouder weer toe doet. Zij verkiezen een geïntegreerde aanpak: onderzoek heeftimmers uitgewezen dat je vaardigheden beter kunt onderwijzen als je zecombineert met nadenken, het verwerven van diepere inzichten enzinvolle toepassingen. Dit betekent dat leerlingen telkens meerderekerndoelen tegelijk aanpakken. Hoe reflecteert de Staatssecretaris op dezevergelijking met de soepkeuring en de overwegingen die door neerlandicihierbij naar voren worden gebracht?16SLO (2009) Referentiekader Taal en Rekenen17ResearchNed/Expertisecentrum Nederlands/SLO (2022) Analyse en evaluatie referentieniveausNederlandse taal en Rekenen. Nijmegen/Amersfoort.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59515 Ik deel de mening van de IVN dat het goed is voor de onderwijskwaliteitom kerndoelen van verschillende domeinen en inhouden te combinerenin het onderwijsprogramma. Daarom wordt door SLO bekeken welkekerndoelen kunnen worden samengevoegd op zo’n manier dat deinhoudelijke samenhang wordt geconcretiseerd. Hoe leraren dit uitein-delijk in de klas aanbieden, is aan de leraar en de vaksectie. Uiteraard kandaarbij worden afgeweken van de wettelijke indeling van kerndoelen. Ditgebeurt immers ook met leergebiedoverstijgend onderwijs, waarbijbijvoorbeeld tegelijkertijd aan de kerndoelen van geschiedenis (mens enmaatschappij) en Nederlands wordt gewerkt. Ik kan geen gehoor gevenaan de oproep om de conceptkerndoelen ongewijzigd over te nemen,omdat ik het belangrijk vind dat er een duidelijke focus op lezen, schrijvenen rekenen wordt aangebracht. De aanpassing is daarom noodzakelijk.Schrappen van kerndoelen zal volgens de IVN de verbetering van detaalvaardigheid van leerlingen bedreigen, hun kansenongelijkheidvergroten en hun motivatie voor lezen verder doen afnemen. De ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie geloven ook niet dat de gedachte van deStaatssecretaris dat scholen ook al eerder aan de slag mogen met denieuwe kerndoelen enig soelaas biedt, want zolang er nog wordtgeschrapt in de kerndoelen zullen educatieve uitgevers minder haastmaken met het publiceren van nieuwe schoolboeken en wordt het voorleraren moeilijk om met de nieuwe kerndoelen aan de slag te gaan. Hoeweegt de Staatssecretaris deze nadelen?De aanvullende opdracht is van toepassing op de totale set kerndoelen,maar hoeft niet in dezelfde mate te worden toegepast op alle leerge-bieden. SLO kijkt kritisch naar welke inhoud noodzakelijk is en welke niet.Zoals eerder beschreven, worden in het ontwikkelproces van dekerndoelen de educatieve uitgevers actief geïnformeerd en betrokken. Zijhebben aangegeven niet te gaan wachten tot alles definitief is, omdat zijook aan de slag willen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de concepteind-termen voor havo en vwo zijn gebonden aan een ontwerpruimte per vak.Pas in 2026 wil de Staatssecretaris met een studielasturentabel komen.Deze leden zouden het wenselijk vinden dat dit eerder gebeurt, want pasdan kunnen scholen een goede vergelijking maken tussen de oude en denieuwe situatie per vak. Is de Staatssecretaris daartoe bereid?Ik deel met de leden van GroenLinks dat scholen op tijd duidelijkheidmoeten hebben over een studielasturentabel voor een goede vergelijking.Ook de Algemene Onderwijsbond (AOb) heeft gevraagd om een richting-gevend kader zodat het gesprek op de school goed gevoerd kan worden,zodat dit gesprek niet verzandt in een strijd tussen vaksecties. Daaromneem ik de volgende stappen:•Om uw Kamer een goed beeld te geven van de ontwerpruimte, heb ikde factsheet ontwerpruimte bovenbouw havo/vwo alvast met ugedeeld. Ook de SLO heeft op haar website informatie over dezeontwerpruimte per vak staan.18•Ik heb aan de SLO gevraagd op basis van het kader ontwerpruimte eenhandreiking te maken voor scholen om hun lessentabel vorm te geven.Deze zal in schooljaar 2025/26 beschikbaar zijn, ruim voordat denieuwe examenprogramma’s inwerkingtreden. Hiermee kunnenschoolleiders en vaksecties – met instemmingsrecht van de medezeg-genschapsraad – hun lessentabel actualiseren.•Ondertussen wordt een AMvB opgesteld die aan uw Kamer wordtaangeboden. In voorbereiding hierop wordt het idee van de AOb18Zie https://www.slo.nl/@23394/actualisatie-examenprogramma/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59516 verkend om van de studielasturentabel een stevigere adviesurentabelte maken. Dit zou betekenen dat er op landelijk niveau steviger wordtgeadviseerd om per vak een aantal uren onderwijstijd in de lessentabelvan scholen op te nemen. Het nadeel daarvan kan echter zijn dat eenschool minder handelingsruimte heeft om in te spelen op zijnspecifieke karakteristieken, zijn schoolvisie of de behoeften van zijnpopulatie. SLO zal in de fase van beproeven verschillende scenario’s,inclusief dilemma’s met de schoolleiders van deelnemende scholenonderzoeken.De leden van de GroenLinks-PvdA- fractie constateren dat SLO de eersteconceptexamenprogramma’s heeft opgeleverd voor de bovenbouw vanhet voortgezet onderwijs, voor de schoolvakken Nederlands, wiskundehavo-vwo, moderne vreemde talen, maatschappijleer, klassieke talen enFries, maar dat de conceptexamenprogramma’s voor de natuurweten-schappelijke vakken pas begin 2025 worden verwacht. Nu worden deconceptexamenprogramma’s sterk bepaald door de omvang (ontwerp-ruimte) die vakken hebben toegewezen gekregen. Daarom hebben dezeleden een aantal vragen over de ontwerpruimte die is toegewezen aanprofielvakken en aan de vaardigheden burgerschap en digitale gelet-terdheid. Klopt het beeld dat ervan uitgegaan kan worden dat de verdelingvan de studielasturen in principe conform zal zijn aan de verdeling van deontwerpruimte, ook al is ontwerpruimte formeel iets anders dan destudielasturen?Zoals ik in mijn antwoord aan de leden van de PVV-fractie heb aange-geven, klopt dit. Het model van studielasturen dateert uit 2007 en destudielasturen zijn per vak vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit van deWVO2020. Ze hebben als omvangbegrenzing gediend bij het herzien vande examenprogramma’s in 2007. Nu wordt een ander model gehanteerddaarvoor: het kader ontwerpruimte. De nieuwe verdeling van de studielastvolgt dus logischerwijs uit het kader ontwerpruimte.Klopt het beeld dat de manier waarop ruimte voor vaardighedenburgerschap en digitale geletterdheid is toegewezen aan de vakken alsvolgt is verlopen: een eerste oormerking van de ontwerpruimte voorburgerschap en digitale geletterdheid die plaatsvond in 2021 in het SLOBasismodel, waarna het advies van de Wetenschappelijke Curriculumcom-missie volgde om deze inhouden te integreren in bestaande relevantevakken, maar vervolgens een besluit van SLO en OCW viel in het SLOKader – zonder raadpleging van politiek of onderwijsveld – om dezeontwerpruimte grotendeels toe te wijzen aan maatschappijleer, Neder-lands en wiskunde?Dit klopt deels. SLO heeft in mei 2021 een «basismodel» opgesteld voorontwerpruimte bovenbouw.19 De wetenschappelijke Curriculumcom-missie heeft vervolgens op 30 juni 2021 haar derde tussenadviesopgeleverd, waarin zij reflecteert op de conceptwerkopdracht examenpro-gramma’s. De Curriculumcommissie concludeerde dat dit modelnavolgbaar en hanteerbaar is.20 Zij adviseerde ook om burgerschap endigitale geletterdheid onder te brengen in bestaande relevante vakken,maar gaf geen specifieke aanwijzingen over het model ontwerpruimte.Omdat dit altijd al het uitgangspunt was binnen het model ontwerpruimte,heeft haar advies dus niet tot een wijziging geleid in het model ontwerp-ruimte. Ook SLO en OCW hebben daarna geen significante wijzigingen19Verdeling van ontwerpruimte voor ontwikkeling van examenprogramma’s, voorstel vanuit eenbasismodel, mei 202120Examenprogramma’s in perspectief, tussenadvies 3 van de wetenschappelijke Curriculum-commissie, 30 juni 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59517 aangebracht in dit model. Op 1 november 2021 is uw Kamer geïnformeerdover de bijgestelde werkopdracht om tot conceptexamenprogramma’s tekomen. Hierbij is ook informatie verstrekt over het model ontwerp-ruimte.21 In bijeenkomsten met vakverenigingen, wetenschappers enleraren is het kader ontwerpruimte besproken. Hierbij hebben vrijwel allevakverenigingen op verschillende momenten, in verschillende gesprekkenaangegeven meer ontwerpruimte te willen voor hun vak. Dat is ookbegrijpelijk, want elke vak wil graag meer ruimte om leerlingen kennis envaardigheden bij te brengen. Nadat de kaders met uw Kamer zijn gedeeld,zijn deze door OCW in de werkopdracht aan SLO vastgesteld om alsuitgangspunt te dienen voor de curriculumherziening.19. Klopt het beeld dat de ontwerpruimte voor de kernprofielvakken nu isafgenomen ten opzichte van de huidige situatie met 2,5 procentpunt ophavo en 1,0 procentpunt op vwo maar dat de ontwerpruimte voormaatschappijleer is toegenomen ten opzichte van de huidige situatie met3.25 procentpunt op havo en 2.5 procentpunt op vwo?Dat klopt. Het is goed om dit in het totaalbeeld te beschouwen, zoals in debijgevoegde factsheet ontwerpruimte bovenbouw havo/vwo is te zien.Hierbij zijn de percentages overigens afgerond om de onderlingevergelijkbaarheid beter aan te tonen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat artikel 2.21 vande Wet op het Voortgezet Onderwijs bepaalt dat de verdeling van destudielasturen bij algemene maatregel van bestuur moet wordenvastgelegd en dat uit de algemene maatregel van bestuur die nu vankracht is, volgt dat de kernprofielvakken bewust een groter aantalstudielasturen hebben dan de overige profielvakken. Hoe verhoudt deontwerpruimteverdeling over de verschillende vakken, zoals die deStaatssecretaris voor ogen staat, zich tot wat dit in de wet is vastgelegd?De verdeling van studielasturen zoals nu vastgelegd in het Uitvoeringsbe-sluit WVO 2020 bevat allerlei onvolkomenheden.22 Daarom is het modelontwerpruimte ontwikkeld. De toekomstige verdeling van de studie-lasturen volgt uit het kader ontwerpruimte. Deze nieuwe studielasturen-tabel wil ik via AMvB met een nahangprocedure aan uw Kameraanbieden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat het succes van decurriculumvernieuwing sterk afhankelijk is van de mate waarin onder-wijzend personeel in staat wordt gesteld om zich tijdig de leerstof en debijpassende didactiek eigen te maken. Deelt de Staatssecretaris dezemening?Ik onderschrijf het belang dat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractiehechten aan de deskundigheid van onderwijzend personeel bij deinvoering van de nieuwe kerndoelen. Het is essentieel dat alle lerarengoed zijn voorbereid om met de geactualiseerde kerndoelen te werken.Ten eerste is het cruciaal dat zittende leraren via bij- en nascholing debenodigde kennis en vaardigheden opdoen. Dit stelt hen in staat om devernieuwde leerstof en bijbehorende didactiek effectief toe te passen. Tentweede wordt gewerkt aan het aanpassen van de lerarenopleidingen,zodat toekomstige leraren vanaf het begin van hun loopbaan goed zijntoegerust om te werken volgens de nieuwe kerndoelen. Ook nu al wordenstappen gezet om leraren en scholen te ondersteunen. Zo gebruiken deonderwijscoördinatoren Masterplan basisvaardigheden de conceptkern-21Kamerstukken II 2020–2021, 31 293, nr. 597.22Kamerstukken II 2023/24, 31 293, nr. 756Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59518 doelen als inspiratiebron en zijn er al scholen die de conceptkerndoelengebruiken bij het ontwerpen van de lessen en het vormgeven van hetcurriculum. Daarnaast onderschrijf ik dat leraren en onderwijspersoneelde ruimte moeten hebben om continu te werken aan de kwaliteit van hunonderwijs en aan een schooleigen curriculum dat aansluit bij devernieuwde doelen. In het kader van het Herstelplan ga ik in gesprek metleraren en schoolleiders over hoe we hen hier optimaal in kunnenondersteunen. Samen met het onderwijsveld kijk ik naar de juiste aanpaken de benodigde middelen.22. De Nederlandse Vereniging voor de Ontwikkeling van Reken-WiskundeOnderwijs (NVORWO) noemt het van groot belang dat vakdidac-tisch onderzoek plaatsvindt naar rekenen-wiskunde in Nederland, waarbijwetenschap en praktijk elkaar ontmoeten en samen optrekken. Hoebeoordeelt de Staatssecretaris de onderzoeksagenda die de NVORWOheeft laten opstellen, waarin een mogelijke inrichting van het reken-wiskundeonderwijs in de basisschool die past bij door de overheidgestelde doelen voor rekenen-wiskunde een belangrijk onderzoeksthemavormt? Hoe gaat de Staatssecretaris hiermee aan de slag?Het kabinet hecht eraan dat scholen en leraren hun onderwijs (dus ookhun reken- en wiskundeonderwijs) op een evidence-informed wijzevormgeven. De onderzoeksagenda die de NVORWO heeft laten opstellenkan daarvoor een goede basis bieden. Daarbij is het van belang datwetenschappelijke inzichten over wat in welke context en situatie goed eneffectief rekenonderwijs is ook wordt ontsloten, zodat leraren er in hundagelijkse praktijk gebruik van kunnen maken. Het door het Ministerie vanOCW gesubsidieerde Expertisepunt Rekenen – Wiskunde heeft alsopdracht het onderwijsveld te ondersteunen bij de uitvoering van hetMasterplan basisvaardigheden en de implementatie van curriculumver-nieuwingen, vanuit wetenschappelijke inzichten.23 De NederlandseVereniging voor de Ontwikkeling van Reken-Wiskunde Onderwijs(NVORWO) vormt samen met de Nederlandse Vereniging van Wiskundele-raren (NVvW), de Universiteit Utrecht en het Freudenthal Instituut, hetkernteam van dit Expertisepunt, dat daarnaast een uitgebreid en breednetwerk kent van organisaties met wetenschappelijke en praktischeexpertise op het gebied van reken- en wiskundeonderwijs.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie danken de Staatssecretaris voor het toesturenvan de brief omtrent de aangescherpte conceptkerndoelen Nederlands,rekenen-wiskunde en eerste conceptexamenprogramma’s en hebben daarde volgende vragen over.De leden van de VVD-fractie lezen dat de definitie van een kerndoel in depraktijk per leergebied zal verschillen en dat het bij mens & maatschappijerg vaag kan zijn. De leden vragen wat de gevolgen hiervan in de praktijkkunnen zijn.De leden van de VVD-fractie verwijzen naar de opmerking die is gemaaktin de beslisnota bij de brief van 11 oktober 202424 bij variant B «dedomeinen worden kerndoelen met focus op taal en rekenen». In dezevariant worden van de domeinen kerndoelen gemaakt, en worden dieenkel bij taal en rekenen opgedeeld in meer kerndoelen. Dat leidt totverschillen in de definitie van een kerndoel tussen leergebieden: Voor deleergebieden Nederlands en rekenen-wiskunde zijn de kerndoelen in deze23(https://exprw.nl/)24Bijlage bij Kamerstuk 31 289, nr. 593Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59519 variant vrij concreet, terwijl ze voor de andere leergebieden zoals Mens &Maatschappij abstracter blijven. Dit kan leiden tot onduidelijkheid tussenverschillende leergebieden. Dit wordt ondervangen doordat allekerndoelen, dus ook voor de overige leergebieden, een concreteuitwerking hebben in doelzinnen en uitwerkingen («het gaat hierbij om»).Daarnaast zullen scholen en leraren ondersteund worden bij de vertalingvan kerndoelen naar de praktijk. Daarom zet ik in op duidelijke communi-catie en samenwerking met het SLO om samenhangende en praktischbruikbare leerlijnen te ontwikkelen. Deze leerlijnen helpen om dekerndoelen te vertalen naar concrete leerdoelen en lespraktijken.Daarnaast heb ik SLO de opdracht gegeven om voorbeeldmaterialen engoede praktijkvoorbeelden te verspreiden die laten zien hoe dekerndoelen op een samenhangende en effectieve manier kunnen wordengeïntegreerd.De leden van de VVD-fractie vragen eveneens, nu de kerndoelen wordenherzien, of ook de referentiekaders worden aangepast.Ja, de referentieniveaus voor taal en rekenen zullen in lijn met degeactualiseerde kerndoelen en examenprogramma’s worden aangepast.Wij verwachten voor de zomer 2025 daarover een advies te ontvangenvan SLO, waarna SLO opdracht zal krijgen om de referentieniveaus teactualiseren.De leden van de VVD-fractie lezen dat scholen zelf al aan de gang kunnenmet de herziene kerndoelen. Deze leden vragen hoe zich dat uit in depraktijk aangezien veel scholen met lesmethodes werken.Het is geen verplichting om al met de herziene kerndoelen te gaanwerken, maar het kan zeker al. Daarbij hoeven scholen niet afhankelijk tezijn van leermiddelen. Leraren hebben de kennis en expertise in huis omte bepalen hoe zij met hun leerlingen aan de kerndoelen willen werken enwelke materialen daarbij ondersteuning kunnen bieden. Ze kunnen nu albeginnen met analyseren wat er voor hen verandert en op basis daarvanbepaalde lessen overslaan en aanvullend materiaal maken of selecteren,bijvoorbeeld via open leermiddelenplatforms. Er zal daarnaast intoenemende mate materiaal vanuit de leermiddelenontwikkelaars enmethodes beschikbaar komen dat geheel is afgestemd op de nieuwekerndoelen.Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat de conceptdoelen volgensleraren en schoolleiders leiden tot meer focus. Deze leden vragen metwelke afvaardiging van leraren en schoolleiders is gesproken en hoe ditwas georganiseerd.In totaal is er door het SLO in acht regiobijeenkomsten met meer dan 1000deelnemers (leraren en schoolleiders uit het po, vo, so en vso) gesprokenover de conceptkerndoelen Nederlands, rekenen-wiskunde, burgerschapen digitale geletterdheid. Zie voor meer informatie de themapagina vanhet SLO: https://www.actualisatiekerndoelen.nl/rekenenwiskunde/proces/beproeven. Voor een overzicht met de leraren, experts en organisaties diebetrokken waren bij de ontwikkeling en beproeving zie onderstaandelinks:Nederlandshttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/nederlands/teamhttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/nederlands/advieskringIn de toelichtingsdocumenten is informatie te vinden over de betrokkenenbij de fase van beproeven en leerlingbetrokkenheid: https://www.slo.nl/over-slo/nieuws/@24174/definitieve-conceptkerndoelen-nederlands/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59520 Rekenen-wiskundehttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/rekenenwiskunde/teamhttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/rekenenwiskunde/advieskringIn de toelichtingsdocumenten is informatie te vinden over de betrokkenenbij de fase van beproeven en leerlingbetrokkenheid: https://www.slo.nl/over-slo/nieuws/@24175/definitieve-conceptkerndoelen-rekenen/Burgerschaphttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/burgerschap/teamhttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/burgerschap/advieskringDe fase van beproeven loopt nog, informatie daarover zal volgen in detoelichtingsdocumenten.Digitale geletterdheidhttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/digitalegeletterdheid/teamhttps://www.actualisatiekerndoelen.nl/digitalegeletterdheid/advieskringDe fase van beproeven loopt nog, informatie daarover zal volgen in detoelichtingsdocumenten.Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de aange-scherpte conceptkerndoelen Nederlands, rekenen-wiskunde en eersteconceptexamenprogramma’s. Deze leden hebben hierover de volgendevragen.De leden van de NSC-fractie vinden het belangrijk dat de nadruk wordtgelegd op het tegengaan van overladenheid van het curriculum enconcretisering van de kerndoelen. Lezen, schrijven en rekenen staanhierbij centraal, zoals in de brief beschreven staat. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe dit zich verhoudt tot de kerndoelen voor burgerschap endigitale geletterdheid? Is de Staatssecretaris nog steeds van mening datdeze genoemde leergebieden onder de basisvaardigheden vallen?Vooropgesteld: lezen, schrijven en rekenen hebben voor mij de hoogsteprioriteit. In het kader van het Masterplan basisvaardigheden is dan ooksteeds gesteld dat de leergebieden taal en rekenen-wiskunde absolutefocus moeten krijgen. Als we leerlingen inderdaad een stevige basiswillen geven om mee te kunnen komen in het vervolgonderwijs en op dearbeidsmarkt dan kunnen we echter niet om digitale geletterdheid enburgerschap heen. Ook in de Kamer weerklinkt vaak de roep om meeronderwijs in burgerschap. Immers, in een sterk gepolariseerde samen-leving is het belangrijker dan ooit om te weten hoe met elkaar om te gaanen hoe de democratische rechtsstaat werkt. Daarnaast zien we datleerlingen steeds meer in een digitale samenleving leven en onlineweerbaarheid en mediawijsheid noodzakelijk zijn. Zij zijn echter te vaakniet digitaal vaardig Dit bleek ook in de afgelopen maand weer, toen hetICILS-onderzoek verscheen naar de digitale vaardigheden van jongeren.Nederlandse jongeren scoren gemiddeld onder het basisniveau vancomputer- en informatiegeletterdheid.25 Hierbij gaat het om bijvoorbeeldhet kunnen beoordelen van de betrouwbaarheid van digitale informatie.Kan de Staatssecretaris toelichten wat het betekent voor verdereuitwerking, tempo en uitvoering als burgerschap en digitale geletterdheidal dan niet worden gezien als basisvaardigheden?25Krepel, A., Karssen, M., Buisman, M., Conijn. J., Schreurs, B., Booij G., & Farzan, K. (2024).ICILS 2023. De digitale geletterdheid van Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs.Amstelveen: Kohnstamm Instituut. Rapport 1141.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59521 De conceptkerndoelen van burgerschap en digitale geletterdheid zijn in deafgelopen maanden beproefd in de praktijk: scholen (leraren en school-leiders) hebben in regiobijeenkomsten hun feedback op de doelengegeven en gaan daarna in hun eigen school het gesprek voeren over debruikbaarheid van deze conceptkerndoelen. Hierna zal ook voor dezeleergebieden een extra redactieslag plaatsvinden om het totaal aantalkerndoelen te doen verminderen. Qua tempo en invoering blijft het planzoals het nu is: we starten met Nederlandse taal en rekenen/wiskunde,daarna burgerschap en digitale geletterdheid en vervolgens de overigeleergebieden.Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met grote teleurstelling kennisge-nomen van het uitstel van de curriculumherziening door het kabinet.vinden het absoluut onverantwoord om, terwijl de onderwijssector na eentien jaar durend proces op één lijn zit en het kabinet forse bezuinigingendoorvoert op het onderwijs, het verbeteren van de onderwijskwaliteit nogverder uit te stellen.UitstelDe leden van de D66-fractie merken op dat het hier louter gaat om eencosmetische ingreep om onenigheid in het kabinet te bezweren, ondanksstellige beweringen van de Staatssecretaris dat er een inhoudelijkeweging plaatsvindt. In de beslisnota lezen deze leden dat er nieuwe, meerabstracte, kopdoelen worden geformuleerd om het aantal kerndoelenzogenaamd terug te brengen. De huidige kerndoelen worden daarmeezogenaamde «subdoelen». Daarmee gaat de Staatssecretaris rechtstreeksin tegen de wens van leraren, scholen en de Kamer om concreterekerndoelen te bewerkstelligen. De leden vragen daarom wat in het vervolgleidend gaat zijn voor leraren in de praktijk: de kopdoelen of desubdoelen. Waarom creëert de Staatssecretaris deze onduidelijkheid?Zoals ik in de Kamerbrief heb gezegd, blijft de concrete uitwerkingbehouden.26 Alle onderdelen van de kerndoelen, of het nou een doelzin isof bullet, vormen onderdeel van wet- en regelgeving en zijn dus gelijk-waardig. Alle componenten zijn dus leidend in het onderwijs. SLO zaldaarnaast voorbeeldmatige leerlijnen uitwerken zodat scholen diebehoefte hebben aan nog meer concretisering daar gebruik van kunnenmaken.Bovendien vragen de leden van de D66-fractie in hoeverre het zin heeftom de curriculumherziening een jaar uit te stellen als dat vervolgensresulteert in een andere indeling van kopjes, als leraren vervolgens tochuitvoering moeten geven aan de subdoelen en niet aan de kopdoelen.Deze leden lezen in de beslisnota namelijk dat de subdoelen, die logischgeordend zouden moeten worden onder kopdoelen, alsnog onderdeelblijven van de wettelijke opdracht aan scholen. Wat levert deze exercitievan herschikkingen per saldo op?De aanvullende opdracht aan SLO levert een samenhangend en richting-gevend beoogd curriculum op met focus op lezen, schrijven en rekenendat houvast biedt om het in een schoolcurriculum uit te werken.Daarbij vragen deze leden specifiek of de Staatssecretaris kan ingaan enkan reflecteren op haar eerdere uitspraken, zoals in de voortgangsbrievenvoor het masterplan basisvaardigheden, waarin zij telkens spreekt over26Kamerstukken II 2024–2025, 31 289, nr. 593Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59522 «glasheldere doelen». In de beslisnota bij de brief van 11 oktober 2024lezen de leden van de D66-fractie op pagina 2 dat de nieuw te formulerenkerndoelen abstracter worden dan de huidige kerndoelen en dat dat nietin lijn is met eerdere toezeggingen aan de Kamer, het onderwijsveld enadviezen van de Onderwijsraad. Kan de Staatssecretaris uitleggen hoedeze ambtelijke waarschuwing voor abstractere doelen zich verhoudt totde reeds genoemde «glasheldere doelen»? Kan de Staatssecretarisdaarnaast deze toezeggingen aan de Kamer op een rij zetten en pertoezegging toelichten hoe de Staatssecretaris hier afwijkt?Ik sta achter mijn uitspraak dat de doelen houvast moeten en zullen gevenaan het onderwijsveld. Daarom worden de concrete uitwerkingen zo veelals nodig behouden, maar wel meer in samenhang gepresenteerd. Er isgoede communicatie nodig om te benadrukken dat alle elementen van denieuwe kerndoelen even belangrijk zijn. Daarmee handel ik nog steeds inlijn met eerdere toezeggingen en is een lijst met afwijkingen dus nietnodig.De leden van de D66-fractie lezen daarnaast in de beslisnota dat deervaring van leraren zal zijn dat de definitie van een kerndoel in de praktijkper leergebied zal verschillen en dat deze bij taal redelijk concreet is maarbij mens & maatschappij erg vaag is. Hoe reflecteert de Staatssecretarisdaarop in het licht van haar eerdere uitspraken over «glashelderedoelen»?Zie mijn antwoord op de eerste vraag van de VVD.De leden van de D66-fractie vragen bovendien hoe de Staatssecretarisinmiddels reflecteert op haar eigen uitspraken in de voortgangsbrief vanmei 2024, waarin zij stelt dat het belangrijk is om «koers te houden», dathet «ontwikkelproces volledig [is] afgerond» en er in principe geenaanpassingen meer worden gedaan, en dat we al lang genoeg wachten opconcrete kerndoelen.Dat vind ik nog steeds belangrijk, daarom heb ik SLO de opdrachtgegeven om de aanvullende opdracht met spoed uit te voeren en zoefficiënt mogelijk in te richten.Het valt deze leden daarnaast op dat de Staatssecretaris van de tweevarianten in de reeds genoemde beslisnota, de variant kiest die hetmeeste tijd kost. Hoe reflecteert zij daarop in het licht van haar eerdereuitspraken over het belang van koers houden en dat we al te lang wachtenop nieuwe kerndoelen?Het klopt dat de gekozen variant relatief meer tijd kost, maar daarmeekrijgen lezen, schrijven en rekenen wel de absolute prioriteit.De leden van de D66-fractie vragen daarnaast of de Staatssecretarishelder kan omschrijven wanneer er volgens de Staatssecretaris is voldaanaan «fors minder» kerndoelen. Hoeveel kerndoelen moeten er minder enwanneer is het precies voldoende? Kan de Staatssecretaris bevestigendat, zoals het er nu voor staat, zij niet akkoord gaat met enkel eenherschikking van kop- en subdoelen waarbij er meer kopdoelen komenvoor taal en rekenen?Momenteel zijn er 58 kerndoelen voor het po en 58 voor de onderbouwvan het vo. Het is subjectief hoeveel minder kerndoelen «fors» genoeg is.Alles zal in samenhang moeten worden bezien. Het gaat hier inderdaadniet om enkel een herschikking. Ik heb SLO gevraagd kritisch te kijkennaar wat essentieel is in het onderwijs en dubbelingen en hiaten aan tepakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59523 De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over het verloop vanhet proces. De huidige conceptkerndoelen zijn uitvoerig getest in depraktijk. Deze leden vragen of uit deze praktijktoets overtuigend isgebleken dat de huidige conceptkerndoelen te veel zijn.Dat bleek niet uit de praktijktoets. Zoals ik eerder aangaf: de aanvullendewerkopdracht geldt voor alle leergebieden samen. Een groot deel van dekerndoelen is nog niet beproefd in de praktijk. Wellicht dat hier weldegelijk uit blijkt dat bepaalde kerndoelen overbodig zijn of niet goeduitvoerbaar. Met name bij relatief nieuwe onderdelen van het curriculum,zoals digitale geletterdheid, is die praktijktoets essentieel om dat tekunnen bepalen.Daarnaast vragen zij of de vagere kopdoelen en subdoelen, zoals deStaatssecretaris dat nu voor ogen heeft, ook in de praktijk getest wordenop duidelijkheid en concreetheid. In algemenere zin vragen de leden vande D66-fractie wat er in de werkopdracht aan SLO staat (of komt te staan),welk tijdspad daarin wordt aangehouden en of deze werkopdracht zo snelmogelijk gedeeld kan worden met de Kamer.De werkopdracht is vandaag verzonden aan SLO. Daarin vindt u ook hetnieuwe tijdspad. De nieuwe kerndoelen zullen niet op dezelfde manierworden beproefd als voorheen, omdat de belangrijkste onderdelen ervanal beproefd zijn en we dus tijd kunnen besparen. Ze worden welbesproken met de leraren en experts uit de oorspronkelijke kerndoelen-teams en advieskringen, en indien nodig met een selecte groep additi-onele leraren/experts, om te controleren of de kwaliteit in orde is.De leden van de D66-fractie lezen dat de Staatssecretaris in de beslisnotapleit voor een grootschalige communicatiecampagne, onder andere viaeen sticky note met de tekst «DUS communicatie campagne!» op pagina 4van de beslisnota, om de door haarzelf gecreëerde onduidelijkheid rechtproberen te zetten. Deze leden vragen expliciet of de Staatssecretarisafzonderlijk kan beantwoorden hoeveel geld dit gaat kosten, waar dezemiddelen vandaan komen, waar het ten koste van gaat, hoeveel uren vanambtenaren of externe organisaties hierin gaat zitten en of de Staatssecre-taris vindt dat ze het juiste aan het doen is door zelf vaagheid en onduide-lijkheid te creëren wat vervolgens rechtgezet moet worden via eencommunicatiecampagne. Daarnaast vragen zij hoe het voornemen van hetkabinet voor een communicatiecampagne wegens deze zelfgecreëerdeonduidelijkheid, zich verhoudt tot de ambitie van ditzelfde kabinet omminder te doen aan externe inhuur en te komen tot een vermindering vanambtenaren. Vindt de Staatssecretaris dit niet ook onnodige werkver-schaffing, waarvoor ambtenaren hun tijd beter kunnen gebruiken?Het is hoe dan ook belangrijk om te zorgen voor heldere communicatieover de curriculumvernieuwing zodat scholen weten wat er wanneernodig is. Communicatie over de nieuwe kerndoelen is een cruciaalonderdeel van het implementatieplan, zoals bij iedere beleidswijziging, enwe werken samen met het onderwijsveld om in kaart te brengen welkebehoeften er zijn op dit gebied. Dit proces is nog in volle gang. Ik gahierover in gesprek met schoolleiders, leraren en andere betrokkenpartijen, ook in het kader van het Herstelplan. Samen zullen we bepalenwelke communicatiemiddelen nodig zijn om de invoering van de nieuwekerndoelen soepel te laten verlopen. In de tussentijd gebeurt er al veel viade bestaande kanalen van OCW, SLO, de onderwijskoepels en bonden.Deze kanalen blijven we gebruiken om scholen goed te informeren en teondersteunen. Indien uit de gesprekken blijkt dat extra communicatie-maatregelen nodig zijn, zullen we daar uiteraard op inspelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59524 Ontwerpruimte en SLUDe leden van de D66-fractie ervaren veel onduidelijkheid rond deontwerpruimte en de studielasturen. Er gaan verschillende tabellen enaannames rond, zoals een artikel van het Onderwijsblad van de AOb van28 maart 2024 waarin een berekening is gemaakt. Deze leden vragen of deStaatssecretaris een tabel voor alle vakken/vakgebieden kan geven met detoe- en afname in uren en percentages ten opzichte van de huidigeontwerpruimte en of zij kan bevestigen dat deze berekening van de AObklopt. Daarnaast vragen zij om een tabel met de wijziging in studie-lasturen, met een overzicht in toe- en afname in uren en percentages tenopzichte van de huidige studielasturentabel.Ik ben het met de leden van de D66-fractie eens dat er misverstandenbestaan over de ontwerpruimte. Mede daarom heb ik in de bijlage eenuitgebreide factsheet toegevoegd. Hieronder zal ik ook de gevraagdetabellen weergeven, met daarbij ook een nadere toelichting. Vanwege decomplexiteit is het allereerst goed om in een tabel te tonen hoe deprofielen in havo/vwo überhaupt in elkaar zitten. Zo is ook duidelijker tezien aan welke condities een verdeling van ontwerpruimte moet voldoen.Tabel: inrichting van profielen en vakkenpakketten in de bovenbouw havo/vwoVakHavoVwoNTNGEMCMNTNGEMCMWiskunde oudBAA–BAACWiskunde nieuwNTNGEMCMNTNGEMCM«Kenmerkend» profielvakNatBioEcoMvtNatBioEcoGeschProfielvakScheiScheiGeschGeschScheiScheiGeschProfielkeuzevak (CM: x2)BioNLTO&OInformAardNatNLTO&OBEAardMvtMwAardEcoMwMvtKunstfilosBioNLTO&OInformOud:wisk DAardNatNLTO&OBEAardMvtMwAardEcoMwMvt/ktKunstfilosVak in het vrije deelAlle erkende vakkenAlle erkende vakken Zoals in bovengenoemde tabel te zien is, verschillen de vakken per profielen kan daardoor ook de omvang van eenzelfde vak in verschillendeprofielen verschillen. Omdat niet alle vakken dezelfde ontwerpruimtehebben, is ook de totale ontwerpruimte per leerling niet gelijk. Dat is goedin onderstaande tabel te zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59525 Tabel: relatieve verdeling van studielasturen (SLU) in procenten uit 2007 en ontwerpruimte uit 2024 voor bovenbouw havo/vwoVakHavo-oud (in%)SLU-2007Havo-nieuw (in %)Ontwerpruimte –2024Vwo-oud (in %)SLU-2007Vwo-nieuw (in %)Ontwerpruimte – 2024Nederlands13131011Engels111089Maatschappijleer4735Lichamelijke opvoeding4434CKV443 (of nvt voor gymn)4 (of nvt voor gymn)Profielwerkstuk3322Tweede mvt/Klassieke taal (+KCV)––10 (mvt) of 16 (ktc)9 (mvt) of 16 (ktc)Totaal gemeenschappelijk deel39%41%39% of 42%44% of 47%Wiskunde10 (A) of 11 (B)3 (CM), 11 (EM),12(NG) of 15 (NT)10 (C),11 (A) of 13 (B)4 (CM), 11 (EM),11(NG) of 14 (NT)Kenmerkend Profielvak1310109Profielvak10 – 13109 – 109Profielkeuzevak10 – 1310 (voor CM * 2)9 – 109 (voor CM * 2)Vak in het vrije deel10 – 13109 – 109Totaal profieldeel53% – 60%51% – 55%47% – 52%47% – 50%Totaal gemeensch. + profiel92% – 99%92% – 96%86% – 94%91% – 97%Marge (LOB, mentoraat etc.)8% – 1%8% – 4%14% – 6%9% – 3%Totaal in %100%100%100%100%Totaal in studielasturen (SLU)3.2002.8004.8004.400 In de bovenstaande tabel is de relatieve verhouding van studielasturen enontwerpruimte per vak opgenomen. Een aantal opmerkingen hierbij:•Percentages. De percentages zijn soms afgerond op hele getallen.Daarmee kan er beter worden vergeleken hoe vakken in verschillendejaren zich tot het gehele curriculum verhouden.•Kenmerkend profielvak. Dat zijn economie, biologie, natuurkunde,geschiedenis (vwo) of een moderne vreemde taal (havo).•Profiel(keuze)vak. Dat zijn overige profielvakken als aardrijkskunde,scheikunde, bedrijfseconomie etc. Leerlingen moeten daar in principetwee van volgen, maar voor leerlingen in het C&M-profiel beogen wedat leerlingen daar drie profielkeuzevakken voor moeten volgen. Ditomdat hun vorm van wiskunde (CM) relatief minder zwaar in omvangis.•Onvolkomenheden hersteld. Zoals in de factsheet te zien is, is in denieuwe ontwerpruimte een aantal onvolkomenheden uit het model uit2007 hersteld, zoals de onvolledige studielast voor lichamelijkeopvoeding en de omissie van het examenjaar. Dit leidt ertoe dat bijCKV en LO in het vwo het percentage lijkt te stijgen. Het absoluteaantal uren blijft echter gelijk. Er is hier sprake van een afrondingsver-schil en een correctie, niet van een vergroting van het vak. Ik ben ookbezig met een verduidelijking van de beweegnormen voor hetvoortgezet onderwijs die nog niet in dit SLO-kader zijn meegenomen.Hier zullen dus wellicht nog kleine wijzingen op volgen.•Marge. Zoals te zien is, is de marge afgenomen die leerlingen hebben.Er is altijd wat marge – soms ook bekend als «vrije ruimte» – nodigvoor leerlingen. Een examenprogramma wordt immers gemaakt opeen studielast voor de gemiddelde leerling. Echter, sommige leerlin-gen hebben meer tijd nodig, hiervoor is tijd voor verlengde instructie/verwerking nodig in de marge. Ook worden hier loopbaanactiviteitengepland, mentorlessen gevolgd en leerlingen kunnen binnen dezeruimte eventueel ook extra vakken in volgen. Die marge verschilt dusper vakkenpakket. Gymnasiumleerlingen met een NT-profiel hebben inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59526 omvang een gemiddelde studielast die vrijwel precies op de 4.400klokuur ligt.Bovenstaande gaat over de relatieve ontwerpruimte of studielast. Oftewel:hoeveel procent van de totale tijd gaat naar welk vak. Dit benadrukt deschaarste in het curriculum; als er ontwerpruimte bij een vak bij komt, danzal er ergens anders ook iets af moeten gaan om het geheel voor deleerling behapbaar te houden.In onderstaande tabel is de absolute ontwerpruimte of studielastweergeven. Oftewel: hoeveel klokuren ontwerpruimte of studielast zijn erdan per vak. Echter, we moeten voorzichtig zijn om hier getallen van 2007en 2024 met elkaar te vergelijken, zoals soms in diverse media is gebeurd.•In 2007 is er rekening mee gehouden dat leerlingen een studielast van40 uur voor 40 weken kunnen hebben. Dat is dus 1.600 SLU per jaar.Havo bovenbouw is twee jaar (3.200 SLU), en vwo is drie jaar (4.800SLU).•Echter, leerlingen hebben in het examenjaar vanaf april geen lessenmeer. Dit heeft bijgedragen aan de ervaren overladenheid. Ervaringleert dat als vakvernieuwingscommissies 400 studielastuur voor eenvak krijgen, deze 400 uur dan ook volledig worden benut om nieuwekennis op te schrijven die de leerling moet kennen. Daarmee houdenzijgeen niet rekening met een korter eindexamenjaar. Er zijn dus voor ditexamenjaar doelen beschreven die de facto in minder tijd moestenworden gerealiseerd. Met name op havo (met in de bovenbouwslechts 2 leerjaren, geen 3) draagt dit significant bij aan overladenheid.•Deze onvolkomenheid is nu hersteld waardoor de totale studielastkleiner is: 2.800 (havo) en 4.400 (vwo).•Dat maakt een vergelijking tussen «oud» en «nieuw» niet eenvoudig,zeker als het gaat over de vraag of er meer of minder lessen van eenbepaald vak komen. Er wordt bijvoorbeeld soms niet alleen per vakverminderd (of vermeerderd), maar ook het totaal wordt 400 uurminder. Er is dus geen sprake van volledige «uitruil» tussen vakken(vak X + 100; vak Y – 100; per saldo 0).Met alle bovenstaande nuances is het niet eenvoudig om de verschillentussen jaren te vergelijken. Zo kun je niet stellen dat voor biologie op hethavo er ten opzichte van 2007 nu (400 – 280 =) 120 uren minder lessenworden gegeven. Scholen hielden in hun reguliere lessentabel immerswél rekening met het examenjaar (geen lessen na april), ook al deed hetexamenprogramma dit niet. Om scholen te helpen met het maken van eennieuwe lessentabel zal SLO daarom aan de slag gaan met een handreikingdie al deze nuances nader beschrijft en handvatten biedt om het gesprekgoed te voeren binnen de schoolleiding en met de vaksecties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59527 Tabel: absolute verdeling van studielasturen (SLU) uit 2007 en ontwerpruimte uit 2024 voor bovenbouw havo/vwoVakHavo-oud (in uren)SLU-2007Havo-nieuw (in uren)Ontwerpruimte –2024Vwo-oud (in uren)SLU-2007Vwo-nieuw (in uren)Ontwerpruimte – 2024Nederlands400364480484Engels360280400396Maatschappijleer120196120220Lichamelijke opvoeding120112160176CKV120196160 of nvt (gymn.)176 of nvt (gymn.)Profielwerkstuk80808080Tweede mvt/Klassieke taal (+KCV)––480 (mvt) of 600 (kt)396 (mvt) of 528 (kt)Totaal gemeenschappelijk deel1.2001.1161.400 of 1.5201.928 (mvt) of 2.060(kt)Wiskunde320 (A) of 360 (B)84 (CM), 308 (EM), 336(NG) of 420 (NT)480 (C),520 (A) of 600(B)176 (CM), 484 (EM),484 (NG) of 616 (NT)Kenmerkend profielvak400280480396Profielvak320280440396Profielkeuzevak320 – 400280 (voor CM * 2)440 – 480396 (voor CM * 2)Vak in het vrije deel320 – 400280440 – 480396Totaal profieldeel1.680 – 1.8801.428 – 1.5402.280 – 2.4802.068 – 2.200Totaal gemeensch. + profiel2.880 – 3.0802.544 – 2.6563.680 – 4.0004.084 – 4.260Marge (LOB, mentoraat etc.)320 – 160256 – 1441.120 – 800312 – 140Totaal in %100%100%100%100%Totaal in studielasturen (SLU)3.2002.8004.8004.400 Daarnaast merken de leden van de D66-fractie op dat er in de werkop-dracht aan SLO 5% extra ontwerpruimte voor havo/vwo wordt gereser-veerd voor burgerschap en digitale geletterdheid. Deze leden vragen waardeze extra ontwerpruimte nu precies voor gebruikt wordt.In het voorstel voor ontwerpruimte was 5% gereserveerd om inhoudenvan burgerschap en digitale geletterdheid bij andere vakken onder tebrengen.27 Deze ruimte is in het uiteindelijke kader als volgt verdeeld overde vakken in het gemeenschappelijke deel dat alle leerlingen ongeachtprofiel volgen:•1% is toegekend aan de wiskundevakken voor het verankeren vanwiskundige doelen van digitale geletterdheid;•1% is toegevoegd aan Nederlands voor het verankeren van doelenvoor burgerschap en digitale geletterdheid.•2% is toegevoegd aan maatschappijleer voor het verankeren van dedoelen voor burgerschap;•1% is toegevoegd aan maatschappijleer voor het verankeren vanmaatschappelijke en moreel-ethische aspecten van digital geletterd-heid;Tot slot vragen de leden hoe de Staatssecretaris gaat borgen datburgerschap niet als apart vak wordt ingericht in de praktijk.Burgerschap is een leergebied dat zich er uitstekend voor leent omvakoverstijgend te worden aangeboden, zoals reeds is besproken in hetcommissiedebat van 16 oktober (Kamerstuk 31 293, nr. 763)28 en in debeantwoording van de feitelijke vragen over (onder andere) de concept-27De Kamer is hier eerder over geïnformeerd in Kamerstukken II 2020–2021, 31 293, nr. 597.28Zie conceptverslag commissiedebat Curriculumherziening en de voortgangsrapportagemasterplan basisvaardighedenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59528 kerndoelen burgerschap29. Immers: een burger ben je altijd, en niet alleenin dat uurtje burgerschapsles. Andere lessen bieden de contexten en deinhouden waarmee je als leerling je burgerschap juist goed kunt oefenen.Denk aan het voeren van een debat over nepnieuws bij Nederlands, of hetbespreken van burgerbetrokkenheid door de jaren heen bij geschiedenis.Scholen hebben de grondwettelijke vrijheid om zelf te bepalen hoe zewerken aan de kerndoelen van burgerschap. Maar scholen die dezeleergebieden geïntegreerd willen aanbieden, wat ik wenselijk vind,kunnen daarbij gebruikmaken van de kennis en praktische hulpmiddelenvan onder andere de SLO, maar ook het expertisepunt burgerschap. Erzijn goede voorbeelden van hoe je dat het beste kunt integreren. Hoe eenschool dat precies doet, is aan de school zelf.29Kamerstukken II 2023/24, 31 293, nr. 734. Zie bijvoorbeeld antwoorden op vragen 9, 19, 31 en63.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59529 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59530 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59531 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59532 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 59533

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a52a72b66b7465c7

14 okt 2026 · 4bf64e14642120c4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.