KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag schriftelijk overleg inzake o.a. de (informele) Telecomraad van april 2026 (Kamerstuk 21501-33-1188)

20 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e11d2a11b5ecb475 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie22 112Nieuwe Commissievoorstellen en initiatievenvan de lidstaten van de Europese UnieNr. 1195 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 20 april 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Economische Zakenen Klimaat over de brieven d.d. 9 maart 2026 «Naderend Raadscom-promis Omnibus AI» (Kamerstuk 22 112, nr. 4287), d.d. 9 maart 2026«Antwoorden op vragen commissie over o.a. Fiche: Omnibus AI enOmnibus Digitaal (Kamerstuk 22 112, nr. 4223)» (Kamerstuk 22 112,nr. 4288), d.d. 27 februari 2026 «Geannoteerde agenda Telecomraad(Informeel, d.d. 23–24 maart 2026)» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1188), d.d.16 januari 2026 «Fiche: Verordening Europese Business Wallet»(Kamerstuk 22 112, nr. 4232), d.d. 12 januari 2026 «Verslag Telecomraad5 december 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1183), d.d. 12 januari 2026«Beantwoording vragen gesteld tijdens het TweeminutendebatTelecomraad d.d. 5 december 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1185), d.d.12 januari 2026 «Antwoorden op resterende vragen commissie over o.a.de Geannoteerde Agenda Telecomraad 5 december 2025» (Kamerstuk21 501-33, nr. 1184).De vragen en opmerkingen zijn op 7 april 2026 aan de Staatssecretaris vanEconomische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 20 april 2026 zijnde vragen door de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid beantwoord.De voorzitter van de commissie,DekkerAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1195ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11951 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen van rapporteurs2IIVragen en opmerkingen vanuit de fracties4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie12IIIAntwoord/reactie van de bewindspersonen14 I Vragen en opmerkingen van rapporteurs Vragen en opmerkingen namens de commissie van de rapporteursOmnibus AI en Digitaal, de leden El Boujdaini (D66) en Van den Berg(JA21) naar aanleiding van de adviezen van de tijdelijke commissieGrondrechten en Constitutionele toetsing over EU-voorstellen: Veror-dening Digitale Omnibus COM (2025) 836 en 837 (Kamerstukken22 112-4301 en 22 112-4302)Ten aanzien van het voorstel voor de EU-verordening Digitale Omnibusinzake AI COM (2025) 836•Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om een inschattingvan de termijn die nodig is voor het opstellen van geharmoniseerdestandaarden bij de belangrijkste verplichtingen voor hoog-risicoAI-systemen, om te bezien of eerdere inwerkingtreding voor enkele ofmeerdere bepalingen (zoals over transparantie) alsnog mogelijk is?•Het kabinet toelichten wat de noodzaak is van het verruimen van deuitzondering voor legacy-systemen, waardoor ook hoog-risicoAI-systemen die in de handel worden gebracht tussen de oude en denieuwe inwerkingtredingsdata, (met uitzondering van de verbodenpraktijken) nooit aan de regels uit de AI-verordening hoeven tevoldoen, tenzij zij aanzienlijke wijzigingen in hun systeem ondergaan?•Kan het kabinet toelichten welke verantwoordelijkheden en verplichtin-gen aanbieders en gebruikers precies zullen behouden volgens hetraadscompromis en of daarmee het advies van de EDPB wordtopgevolgd om de inspanningsverplichting voor AI-geletterdheid zoalsdie nu geldt, te handhaven naast het voorstel uit de Omnibus AI?•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken toe telichten wat het effect is van de afzonderlijke regels voor SMEs enSMCs op grondrechtenbescherming voor burgers en waarom dezeregels afwijken van de insteek van risico-gebaseerd toezicht in deAI-verordening?•Is het kabinet zich ervan bewust dat de bevoegdheden van denationale toezichthouders en de EDPB bij AI-testomgevingen opEU-niveau, en van mensenrechtenautoriteiten bij informatieverzoekenaan aanbieders of gebruikers van AI-systemen, nog verduidelijkingbehoeven in het licht van het bevorderen van de rechtszekerheid en debescherming van grondrechten?•Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om, vanwege hetontbreken van een impact assessment, een nadere motivering tegeven van de noodzaak en proportionaliteit van de voorgesteldewijzigingen van de AI-verordening uit onderdelen A tot en met D vandit advies? Kan in deze nadere motivering in ieder geval wordeningegaan op de verwachte impact op grondrechten, waaraan volgensde richtsnoeren van de Europese Commissie in een impact assessmentbijzondere aandacht zou zijn besteed?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11952 Ten aanzien van het voorstel voor EU-verordening Digitale Omnibus COM(2025) 837•Is het kabinet bereid de Europese Commissie vragen om een naderemotivering van de noodzaak en proportionaliteit van de onderdelenvan de Digitale Omnibus die zien op het wijzigen van de AVG, gezienhet ontbreken van een impact assessment? Kan hierbij in ieder gevalnader worden ingaan op twee deelonderwerpen waaraan volgens derichtsnoeren van de Europese Commissie in een impact assessmentbijzondere aandacht zou zijn besteed? Dit zijn de verwachte gevolgenvoor MKB’ers (in het bijzonder ten aanzien van het beoogde doel ommeer rechtszekerheid te bieden) en de verwachte impact op grond-rechten (in het bijzonder ten aanzien van het recht op bescherming vanpersoonsgegevens).•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om eenonderbouwing van de noodzaak en proportionaliteit van de voorge-stelde definitiewijziging van persoonsgegevens in het licht van hetrecht op bescherming van persoonsgegevens en hierbij ook aandachtte geven aan de doorwerking van deze definitiewijziging in de publiekesector en in andere Europese regelgeving op basis waarvan persoons-gegevens worden verwerkt?•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om, inaanvulling op de jurisprudentie waarop de voorgestelde definitiewijzi-ging is gebaseerd, ook in te gaan op andere relevante Europesejurisprudentie waarin uitleg wordt gegeven aan de definitie vanpersoonsgegevens.•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om eennadere motivering waarom een uitvoeringshandeling over hetpseudonimiseren van persoonsgegevens in dit geval het passendeinstrument wordt geacht in het licht van artikel 291 van het Verdragbetreffende de Werking van de EU? Kan de Europese Commissiedaarbij ingaan op de mogelijke impact van deze uitvoeringshandelingop het toepassingsbereik van de AVG? Kan het kabinet ook om eenverduidelijking vragen van de beoogde praktische impact van deuitvoeringshandeling over het pseudonimiseren van persoonsgege-vens, nu ook andere elementen hierbij volgens het voorstel een rolspelen?•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om eennadere onderbouwing van de noodzaak en proportionaliteit van hetvoorstel voor een aanvullende grondslag voor de verwerking vanpersoonsgegevens voor AI op basis van een gerechtvaardigd belang?Kan de Europese Commissie, met het oog op de rechtszekerheid voorondernemers, daarbij ook ingaan op de verhouding van deze aanvul-lende grondslag tot de bestaande vereisten in de AVG voor hetverwerken van persoonsgegevens op basis van een gerechtvaardigdbelang?•Kan het kabinet een nadere uitleg geven van de beoogde praktischetoepassing van het voorgestelde onvoorwaardelijke recht op bezwaarvoor burgers, met inbegrip van de manier waarop burgers wordengeïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens zodat zijdaadwerkelijk gebruik kunnen maken van dit recht?•Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om eennadere motivering van de noodzaak en proportionaliteit van devoorgestelde nieuwe grondslag voor het verwerken van bijzonderepersoonsgegevens voor de ontwikkeling en exploitatie vanAI-systemen, en daarbij in het bijzonder in te gaan op de vraag hoe hetrecht op bescherming van persoonsgegevens van burgers in hetvoorstel is meegewogen? En kan de Europese Commissie hierbijingaan op het advies van de European Data Protection Board om hetvoorstel op een aantal punten te verduidelijken en aan te scherpen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11953 •Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken inzichtte geven in hoeverre er in de praktijk sprake is van misbruik van hetinzagerecht waardoor wijziging noodzakelijk is. En om te vragen omeen reflectie op de verwachte impact van de beperking van hetinzagerecht op de uitoefening van andere fundamentele rechten envrijheden, zoals het gebruik van het inzagerecht voor journalistiekedoeleinden?•Kan het kabinet de voorgestelde wijziging van het recht op informatieverduidelijken, met het oog op de rechtszekerheid (met name voorMKB’ers)•Kan het kabinet inzicht geven in de verwachte cumulatieve impact vande voorgestelde wijziging van het inzagerecht en het recht opinformatie op het recht op bescherming van persoonsgegevens vanburgers?Vragen en opmerkingen namens de commissie van de rapporteurEuropese Business Wallet, het lid Emiel van Dijk (PVV)•Kan de Staatssecretaris de commissie informeren over het eerstecompromisvoorstel dat is opgesteld onder het Cypriotisch voorzitter-schap en met name waar dit voorstel al dan niet tegemoet komt aan dekernzorgen uit het BNC-fiche, zoals nationale flexibliteit, administra-tieve lasten en het pad tot implementatie?•Kan de Staatssecretaris de commissie informeren over de punten diegezien dit compromisvoorstel nog inzet zijn van verdere onderhande-lingen in relatie tot het BNC-fiche, bijvoorbeeld rond ex-ante toezichtop aanbieders van wallets, vertrouwensdiensten en technischewalletcomponenten en mogelijke certificering, maar ook over depunten die geen inzet meer zijn van verdere onderhandelingen?II Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele Telecomraad. Deze leden hechteneraan dat Europese digitaliseringsvoorstellen bijdragen aan innovatie enlastenverlichting, zonder afbreuk te doen aan grondrechten, transparantieen uitvoerbaarheid. Tegen deze achtergrond hebben zij de volgendevragen.De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet het feit beoordeelt datvoor de Digitale Omnibus geen integraal impact assessment door deEuropese Commissie is opgesteld, terwijl de voorgestelde wijzigingendirect raken aan de bescherming van persoonsgegevens en fundamentelerechten, zoals privacy, non-discriminatie en bescherming tegen geauto-matiseerde profilering. Is het kabinet bereid zich in de Raad te blijveninzetten om alsnog een dergelijk integraal impact assessment te latenuitvoeren voordat een Raadsakkoord wordt bereikt?Deze leden benadrukken het belang van het tegengaan vanAI-gegenereerde desinformatie, waaronder (seksuele) deepfakes. Zijvragen het kabinet hoe het bestaande Europese kader, waaronder deAI-verordening en de Digital Services Act, wordt benut om transparantie,detectie en labeling van AI-gegenereerde content te waarborgen. Waarziet het kabinet nog lacunes in dit kader, en op welke wijze zet het kabinetzich in EU-verband in om deze te adresseren? In het bijzonder vragen zijhoe het kabinet aankijkt tegen een expliciet verbod op seksuele deepfakes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11954 De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van effectievebescherming van minderjarigen online en wijzen op het belang van eenveilige digitale omgeving. Deze leden vragen het kabinet hoe maatregelenzoals leeftijdsverificatie zodanig worden vormgegeven dat deze zoweleffectief als privacyvriendelijk zijn, en hoe daarbij wordt aangesloten bijbestaande Europese kaders. Daarnaast vragen zij hoe het kabinetbevordert dat deze maatregelen bijdragen aan een veilig, open enbetrouwbaar digitaal ecosysteem. Hoe wordt in het bijzonder gestimu-leerd dat oplossingen toegankelijk, transparant en handhaafbaar zijn?De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstelinzake de Europese Business Wallet en verwelkomen de inzet opdigitalisering en lastenverlichting. Deze leden vragen het kabinet hoe dezewallets bijdragen aan veilige, betrouwbare en efficiënte gegevensuit-wisseling, en hoe daarbij wordt aangesloten bij bestaande Europesekaders. Daarnaast vragen zij hoe het kabinet de balans beoordeelt tussenhet ontbreken van een aanbiedplicht voor lidstaten en de acceptatieplichtvoor publieke organisaties. De leden van de D66-fractie vragen tot slothoe het kabinet de invoering bij publieke organisaties wil ondersteunen,zodat deze praktisch uitvoerbaar is en bijdraagt aan betrouwbaredienstverlening. Welke rol is daarbij weggelegd voor open standaarden,interoperabiliteit en publieke regie bij het waarborgen van bredetoegankelijkheid?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de informele Telecomraad d.d. 29–30 april 2026. Deze ledenhebben tevens kennisgenomen van het fiche van de werkgroep Beoor-deling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) over de Europese BusinessWallet. Zij hebben over deze documenten nog enkele vragen en opmer-kingen.De leden van de VVD-fractie vinden het teleurstellend dat de relevantediscussiestukken nog niet zijn gedeeld. Dit bemoeilijkt controle door denationale parlementen op de inbreng van de nationale regeringen bij deRaad. Is het kabinet bereid tijdens de Raad voor het voetlicht te brengendat het in het kader van degelijke democratische controle van belang isdat de relevante discussiestukken tijdig worden gedeeld?Deze leden lezen dat Nederland tijdens de laatste Telecomraad bij hetbeleidsdebat over regeldrukvermindering heeft ingebracht dat het eroplijkt dat de voorgestelde wijzigingen van de Algemene VerordeningGegevensbescherming (AVG) volgens het kabinet fundamenteel van aardzijn en dus in de ogen van het kabinet verder gaan dan alleen vereenvou-diging. Ook zou Nederland hebben aangegeven grote zorgen te hebbenover de oprichting van een centraal Europees meldpunt voor het meldenvan cybersecurity incidenten. Graag ontvangen deze leden een toelichtingvan het kabinet op de door Nederland ingebrachte punten. Hoe is hierdoor andere landen op gereageerd?Zij lezen bovendien dat er tijdens de afgelopen Telecomraad is gesprokenover de uitbreiding van «Roam like at Home» naar Moldavië, Oekraïne ende Westelijke Balkan. In het verslag van het kabinet over de Telecomraadontbreekt echter wat er dan precies is besproken. Graag ontvangen deleden van de VVD-fractie de actuele stand van zaken.Deze leden hebben daarnaast kennisgenomen van het BNC-fiche over deEuropese Business Wallet. Zij zijn in het algemeen positief over deplannen. De leden van de VVD-fractie lezen in het fiche dat er «honderdenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11955 miljarden euro’s» bespaard kunnen worden bij brede ingebruikname vande wallet. Deze leden vragen waar deze schatting op is gebaseerd,aangezien deze inschatting hen zeer optimistisch voorkomt.Zij onderschrijven dat de besparingen oplopen naarmate de wallet doormeer organisaties, instanties en bedrijven wordt gebruikt. Deelt hetkabinet deze mening? Zo ja, hoe wil het kabinet op deze bredeingebruikname concreet aandringen bij de behandeling van dit voorstel inde Raad?De leden van de fractie van de VVD lezen dat het kabinet het van belangvindt dat de voorgestelde verordening aansluit bij andere EU-initiatievenen bestaande EU-regelgeving op het gebied van digitalisering en digitaleidentiteit, zoals de eIDAS-verordening. Deze leden lezen dat het kabinettijdens de onderhandelingen deze coherentie en consistentie wil bewaken.Waar wil het kabinet concreet voor pleiten?Voor het slagen van de Europese Business Wallet vinden de leden van deVVD-fractie het van belang dat er goed contact over het voorstel wordtonderhouden met het bedrijfsleven. Kan het kabinet bevestigen dat het bijde standpuntbepaling over dit voorstel contact met het Nederlandsebedrijfsleven heeft gehad? Is hierin ook de notariële beroepsgroepmeegenomen? Hoe duidt het kabinet het enthousiasme voor de EuropeseBusiness Wallet onder het bedrijfsleven? Is het kabinet bereid er bij deEuropese Commissie op aan te dringen dat er in de uitvoering van ditvoorstel nauw contact met het bedrijfsleven wordt onderhouden?Tot slot vragen deze leden wanneer volgens planning de EuropeseBusiness Wallet operationeel is.Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele Telecomraad van 29 en 30 april.Deze leden hebben hierover enkele vragen.Zij lezen allereerst dat er enigszins tegemoet is gekomen aan de zorgendie het kabinet had over de Omnibus AI. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie blijven pleiten voor een volledige en snelle implementatievan de AI-verordening met zo min mogelijk aanpassingen in de OmnibusAI. Deze leden roepen de motie-Kathmann/Dassen (Kamerstuk 21 501-33-1173) in herinnering die voorwaarden neerlegt bij de behandeling vanbeide omnibussen. Hoe geeft het kabinet uitvoering aan deze motie?Onder welke voorwaarde(n) zal het kabinet deze omnibus níet steunen?Kan het kabinet expliciet beschrijven welke voorstellen zij heeft gedaan enhoe die in het compromisvoorstel van de Omnibus AI wel of niet verwerktzijn? Hoe kijkt het kabinet naar de tijdsdruk bij de Omnibus AI, aangeziende AI-Verordening vanaf augustus 2026 in werking treedt? Leidt deze zeerkorte termijn tussen deze onderhandeling en de inwerkingtreding volgenshet kabinet voor een gedegen wetgevingsproces?Deze leden zijn op de hoogte dat er wordt gepoogd om bijlage 1(«Annex I») van de AI-Verordening aan te passen, en secties A en B samente voegen. Dit zou kunnen leiden tot meer complexiteit omtrent deregulering van hoog risico AI-systemen. Hoe beoordeelt het kabinetvoorstellen van deze aard? Is zij daarnaast van mening dat ook «Internet-of-Things»-apparatuur, waarin AI wordt toegepast, gewoon aan deAI-verordening moet gaan voldoen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11956 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen daarnaast op hetbehandelvoorbehoud dat de Eerste Kamer het kabinet heeft opgelegd.Welke (voor)overleggen zijn er sinds de vorige Telecomraad geweest waarde Omnibus AI ter sprake is geweest? Hoe heeft het kabinet haarzienswijze kenbaar gemaakt, met inachtneming van het behandelvoor-behoud?Deze leden hebben meermaals gevraagd om in te zetten op een Europeesverbod op Nudify-apps, als onderdeel van artikel 5 van de AI-verordening.Deze zorgen zijn eerder geuit in vragen van het lid Kathmann.1 Zij zijntevreden dat de Europese Unie, mede door druk van het EuropeesParlement, van plan is om dit uit te voeren.2 Ook een brede vertegenwoor-diging van Nederlandse organisaties en experts verwelkomt deze stap.3Hoe reageert het kabinet op deze oproep van organisaties en experts? Kanhet kabinet meer vertellen over hóé dit verbod er uit gaat zien? Zijn ernieuwe ontwikkelingen sinds de beantwoording van de eerdergenoemdeKamervragen van 17 maart 2026 die kabinet met de Kamer kan delen? Perwanneer zijn Nudify-apps definitief verbannen uit Europese appstores, enwordt ook het gebruik en het delen van Nudify-beelden bestraft? Vanafwanneer worden seksuele deepfakebeelden aangemerkt als illegalecontent die zoekmachines na notificatie direct offline moeten halen? Watkunnen lidstaten doen om dit zo snel mogelijk in werking te brengen?Wanneer is het Europese onderzoek naar X en de chatbot Grok, die ookgebruikt wordt om naaktbeelden te genereren, gereed? Welke conclusieskunnen uit dat onderzoek volgen? Is het verbieden van de chatbot Grok, ofin het uiterste geval het hele X-platform, een mogelijke uitkomst? Zou hetkabinet dat steunen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat het waardevolinzetten van AI vraagt om een zorgvuldige afweging van alle risico’s diehiermee gepaard gaan. Er gaan grote maatschappelijke, sociale eneconomische risico’s gepaard met de grootschalige adoptie van AI. DeAI-markt wordt gedomineerd door enkele miljardenbedrijven die zelf deregels en voorwaarden bepalen waar Europese burgers aan wordengehouden. Volgens deze leden is het noodzakelijk dat Nederland eenmeerjarige strategie bepaalt, op basis van mogelijke toekomstbeeldenover de ontwikkeling van AI, die naast de economische kansen ook uitgaatvan de gevolgen voor mensenrechten, klimaat en arbeid. Is het kabinetbekend met de scenariostudie van The Centre for Future Generations«Advanced AI: Possible Futures»4 over mogelijke toekomstbeelden van AIin Europa? Kent het kabinet meer gezaghebbende scenariostudies waar zijhaar AI-beleid op baseert? Ziet het kabinet er meerwaarde in om eengezaghebbende scenariostudie uit te voeren over wat de mogelijkelangetermijn gevolgen kunnen zijn van hoe AI zich de komende jarenontwikkelt? Zo ja, is zij bereid om op korte termijn zo’n scenariostudienaar de Nederlandse context uit te voeren?Zij kijken ook vooruit naar het Nederlandse voorzitterschap van de Raadvan Europa in 2027. Het voeren van AI-diplomatie en het organiseren vanevenementen over de ethische, sociale en mensenrechtelijke gevolgenvan AI zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie als een waardevolleinvulling van dit voorzitterschap. Nederland kent immers veel expertise engezag op het gebied van waardevolle digitalisering. Is het kabinet vanplan om dit onderwerp onder haar voorzitterschap volgend jaar ter sprake1Vergaderjaar 2025–2026, zie ook 2026Z00696.2Politico, 11 maart 2026, «EU set to ban AI nudification apps in wake of Grok scandal».3ACM, 1 april 2026, «Dutch regulators, the Dutch Police, and the Dutch Public ProsecutionService welcome a European ban on «AI nudify apps and websites».4Centre for Future Generations, 10 juli 2025, «Advanced AI: Possible futures».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11957 te brengen? Zo ja, welke concrete plannen zijn er om verantwoorde AI alsonderwerp aan te dragen? Welke voorbereidingen worden nu getroffenom de Nederlandse zienswijze op verantwoorde AI zo effectief mogelijkover te brengen in verband met de 46 landen die aangesloten zijn bij deRaad van Europa?Deze leden wijzen erop dat in de Raad van Europa het Kaderverdrag overkunstmatige intelligentie, mensenrechten, democratie en de rechtsstaat isondertekend.5 De EU heeft namens alle lidstaten dit verdrag ondertekend.Echter betekent dit dat niet het hele Koninkrijk, inclusief Bonaire, SintEustatius en Saba (BES), heeft ondertekend, maar dit alleen geldt voorEuropees Nederland. Deze leden vragen het kabinet om uit te leggenwaarom zij niet met een notificatie het Kaderverdrag ook namens de BESheeft ondertekend. Is het de wens van de BES om ook onder de reikwijdtevan het Kaderverdrag te vallen? Is het kabinet bereid om hierover ingesprek te gaan met vertegenwoordigers van de BES, om te bezien ofNederland via een notificatie het verdrag voor dit deel van het Koninkrijkvan toepassing kan maken indien dat gewenst wordt? Wat zijn volgens hetkabinet de voor- en nadelen hiervan? Op welke termijn kan het kabinet deKamer informeren over deze mogelijkheid?Zij volgen de ontwikkelingen rondom leeftijdsverificatie met een kritischeblik. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderstrepen volledig hetbelang van bescherming van minderjarigen online, en hebben meerderevoorstellen gedaan om dit te waarborgen. Tegelijkertijd zijn deze ledenvan mening dat beschermingsmaatregelen niet ten koste mag gaan vande online anonimiteit, privacybescherming, en vrije toegang tot informatiedie randvoorwaardelijk zijn voor een open en vrij internet. Zij vragen hetkabinet of haar opvatting hierover wezenlijk verschilt van het kabinet-Schoof, en zo ja, op welke punten. Welke wijze van online leeftijdsverifi-catie vindt het kabinet acceptabel en proportioneel? Kan zij een praktischbeeld schetsen van hoe het door het kabinet aangekondigde leeftijds-verbod tot 16 jaar voor sociale media er uit gaat zien? Moeten gebruikersvan bijvoorbeeld YouTube, Instagram en Snapchat zich volgens hetkabinet straks als 16+ legitimeren om van deze diensten gebruik te mogenmaken? Is het gerechtvaardigd en proportioneel als alle volwassengebruikers straks mogelijk hun data moeten afstaan aan het techbedrijf ofde overheid om toegang te krijgen tot deze platforms? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat bij zo’n grote, ingrijpendemaatregel, er zo veel mogelijk gestreefd moet worden naar uniformeregels. Dit is nu niet het geval. Zo gelden er in Frankrijk en Denemarken algrenzen van 13 jaar, en mogen 14- en 15-jarigen alleen met toestemmingvan ouders sociale media gebruiken. Hoe kijkt het kabinet naar dezeconsent-constructie waarbij de begrenzing voor 14- en 15-jarigen weer bijouders wordt neergelegd? Hoort dit thuis in de Europese afspraken dieworden gemaakt over leeftijdsverificatie, of pleit het kabinet voor ééneenduidige Europese minimumleeftijd? Zo ja, hoe onderbouwt het kabinetwelke leeftijd dit moet zijn?Deze leden blijven van mening dat de meest effectieve aanpak van onlinehaat en intimidatie uitgaat van het ingrijpend reguleren van verslavendeen polariserende ontwerpkeuzes. Zij vragen het kabinet om haar inzet danook altijd te richten op maatregelen die voor álle gebruikers een prettigeonline leefwereld realiseren. Welke concrete maatregelen wil het kabinetterugzien in de Digital Fairness Act (DFA)? Moet deze, in lijn met de visievan deze leden, een verbod op verslavend ontwerp bevatten?5Expertisecentrum Europees Recht, 5 september 2024, «Raad keurt ondertekening van heteerste wereldwijde verdrag over kunstmatige intelligentie goed».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11958 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie brengen ter sprake dat, naast AIen leeftijdsverificatie, andere grote digitale ontwikkelingen in Europeesverband spelen. Deze leden zijn verbaasd dat de agenda geen meldingmaakt van de Cloud & AI Development Act (CAIDA),6 de Open SourceDigital Strategy,7 of de Strategic Roadmap for Digitalisation and AI in theEnergy Sector.8 Kan het kabinet ingaan op de tijdlijn en belangrijkebeslismomenten voor deze drie ontwikkelingen? Binnen welke gremiaworden deze voorstellen nu besproken en door wie? Vooral de CAIDAheeft de interesse van deze leden. In welke fase bevindt de CAIDA zich nu,en wanneer verwacht het kabinet een Commissievoorstel voor dezeverordening? Welke elementen bevat deze vermoedelijk? Bevat deze ookregels over het energieverbruik van digitale infrastructuur? Kan hetkabinet expliciet in gaan op de rol van de CAIDA om Europese inkoop- enaanbestedingsregels te definiëren die het mogelijk maken om «BuyEuropean»-beleid te voeren op het gebied van ICT in de publieke sector?Met welke EU-lidstaten trekt het kabinet op om zich hiervoor in tespannen, conform meerdere aangenomen Kamermoties?9De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie blijven de ontwikkelingenrondom chatcontrole nauw volgen. Recent besloot het EuropeesParlement de tijdelijke derogatie voor vrijwillige controle niet teverlengen.10 Deze leden vragen het kabinet om haar positie hierover aande Kamer toe te lichten, met inachtneming van de aangenomen motie-Kathmann c.s.11 Hoe reageert het kabinet op het bericht dat techbedrijvenalsnog vrijwillige chatcontrole op hun platforms toepassen?12 Deelt hetkabinet de opvatting van deze leden dat na de stemming in het EuropeesParlement, er geen democratische legitimiteit en wettelijke basis meer isvoor vrijwillige chatcontrole door techbedrijven? Handelen de techbe-drijven nu in strijd met de wet? Welke juridische gevolgen heeft dit voorde bedrijven, nu de uitzondering op de ePrivacy-richtlijn die dit toestondper 3 april is vervallen? Waren lidstaten op de hoogte dat deze bedrijvenvrijwillige detectie zouden blijven toepassen? Hoe wordt op zo kortmogelijke termijn een oplossing gevonden zodat er geen chatcontrolemeer wordt toegepast, en er een juridisch houdbare, niet op surveillance-gebaseerde aanpak voor in de plaats komt?Tot slot merken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat deStaatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat bezoeken heeftafgelegd naar Brussel en Parijs om kennis te maken met relevantepartners op het gebied van digitalisering. Graag ontvangen deze ledennadere informatie over de aard van deze bezoeken en meer informatieover wat er inhoudelijk besproken, afgesproken of toegezegd is in dezeoverleggen met betrekking tot de Nederlandse positie over digitaal beleid.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad en van hetfiche over de Verordening Europese Business Wallet.6EU Cloud and AI Development Act.7Europese Commissie, 12 januari 2026, «Commission opens call for evidence on Open-SourceDigital Ecosystems».8Europese Commissie, 6 augustus 2025, «Strategic Roadmap for digitalisation and AI in theenergy sector – consultations opened».9O.a. motie-El Boujdaini c.s. (Kamerstuk 26 643-1478) en motie-Dassen (Kamerstuk 26 643-1480).10Tweakers, 26 maart 2026, «EU kan het definitief niet eens worden over verlenging vanchatcontrole».11Zie ook motie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32 317-981).12Tweakers, 6 april 2026, «Techbedrijven zetten chatcontrole op kindermisbruik voort na misluktEU-overleg».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11959 Deze leden vernemen dat ten tijde van het verzenden van de geanno-teerde agenda aan de Kamer er nog geen discussiestukken onderliggendaan de geagendeerde beleidsdebatten beschikbaar waren. Zij vragen ofdit inmiddels wel het geval is en of het kabinet naar aanleiding daarvannadere informatie kan geven over de door haar voorgenomen inzet bij deaankomende informele Telecomraad.De leden van de CDA-fractie zijn verheugd te lezen dat er bij de informeleTelecomraad een beleidsdebat plaats zal vinden over leeftijdsverificatie enmaatregelen ter bescherming van minderjarigen online. Deze leden zijnook zeer te spreken over de inzet uit het coalitieakkoord voor eenminimumleeftijd voor sociale media van 16 jaar in Europees verband. Zijvragen of het kabinet voornemens is om dit onderwerp ook op te brengentijdens dit beleidsdebat in de informele Telecomraad. Hierbij vragen deleden van de CDA-fractie welke andere lidstaten overwegen een leeftijds-grens voor sociale media in te stellen en of zij daarbij eveneens eenleeftijdsgrens van 16 jaar zullen hanteren.De leden van de CDA-fractie lezen dat er een beleidsdebat plaats zalvinden over AI. Deze leden vragen hoe het kabinet aankijkt tegen derecente oproep van onder andere de Autoriteit Persoonsgegevens omseksuele deepfakes expliciet te verbieden via de AI-verordening.Zij zien de mogelijke meerwaarde van het voorstel voor een EuropeseBusiness Wallet voor het verminderen van administratieve lasten en voorbetere grensoverschrijdende digitale dienstverlening aan bedrijven.Tegelijk achten de leden van de CDA-fractie uitvoerbaarheid, veiligheid enproportionaliteit van groot belang. Deze leden lezen dat het kabinet inalgemene zin positief is over de doelstelling van het voorstel, maar ookzorgen heeft over de uitvoerbaarheid voor publieke instanties en desamenloop met bestaande systemen. Zij vragen welke concretemeerwaarde het kabinet op korte termijn ziet voor Nederlandse bedrijven,in het bijzonder voor het mkb, en hoe het kabinet borgt dat de beoogdevereenvoudiging in de praktijk ook daadwerkelijk leidt tot een werkbare enefficiënte digitale dienstverlening voor zowel ondernemers als betrokkenoverheidsorganisaties.De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet inzet op een stevigertoezichtstelsel en meer waarborgen vooraf. Deze leden vragen welkeminimale eisen het kabinet noodzakelijk acht om de cybersecurity enveiligheid van de Europese Business Wallet voldoende te borgen.Tot slot lezen zij dat het gebruik van de Europese Business Wallet voorbedrijven vrijwillig blijft, terwijl publieke instanties deze wel moetenaccepteren. Deze leden vragen hoe het kabinet borgt dat deze vrijwil-ligheid in de praktijk behouden blijft, en hoe het kabinet de voorgesteldeimplementatietermijnen beoordeelt gelet op de benodigde aanpassingenin toezicht, ICT-systemen en publieke dienstverlening.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie besteden graag aandacht aan de voorge-stelde wijzigingen die zijn opgenomen in de Digitale Omnibus Veror-dening, allereerst ten aanzien van het verruimen van het begrip «gerecht-vaardigd belang» bij AI-ontwikkeling. Dit begrip is nader uitgewerkt inartikel 6 van de AVG. Er moet in het kader van rechtszekerheid immerssprake zijn van een gerechtvaardigd belang om persoonsgegevens teverwerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119510 Deze leden vragen echter of een verruiming van dit begrip in dit kaderwenselijk is. Het is lastig om te veronderstellen dat rondomAI-ontwikkeling altijd sprake is van een gerechtvaardigd belang. Ook isonduidelijk wie of welke instantie dit zal toetsen, aangezien toezicht vaakgebeurt nadat de verwerking al heeft plaatsgevonden. AI-ontwikkeling kanvoor kleinere bedrijven bovendien nadelig zijn aangezien enkel grotebedrijven grootschalig gebruik kunnen maken van data. Zij hebben devolgende vragen: hoe zet het kabinet zich in EU-verband in om tevoorkomen dat AI-ontwikkeling een containerbegrip wordt waarmeevrijwel elke verwerking kan worden gerechtvaardigd? Kan het kabinetverduidelijken hoe in de praktijk getoetst zal worden of het gerecht-vaardigd belang van de ontwikkelaar zwaarder weegt dan dat van deburger? Kan het kabinet toelichten hoe voorkomen wordt dat er eenongelijk speelveld ontstaat tussen grote techbedrijven en mkb? En hoeverhoudt de verruiming van het begrip «gerechtvaardigd belang» zich tothet doelbindingsbeginsel in het kader van AI-training?De leden van de JA21-fractie hebben tevens kennisgenomen van eentweede wijziging die is voorgesteld, die betrekking heeft op het instellenvan meerdere uitzonderingen op het verbod op verwerking (artikel 9AVG). Kan het kabinet toelichten welke waarborgen worden gesteld om tevoorkomen dat een uitzondering voor AI-training leidt tot een zeer bredeverwerking van bijzondere persoonsgegevens?In de onderhandelingen wordt tevens gesproken over een mogelijkheidom bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken voor hetdetecteren en corrigeren van bias in AI-systemen. Deze leden vanerkennen het belang van het voorkomen van discriminatie door AI, maarvragen hoe wordt voorkomen dat deze bevoegdheid leidt tot eenstructurele verwerking of opslag van gevoelige persoonsgegevens. Kanhet kabinet toelichten welke concrete waarborgen worden voorzien om teverzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden gebruikt wanneer datstrikt noodzakelijk is?Zij willen graag onder de aandacht brengen dat naar hun mening nietenkel binnen de DSA, maar ook binnen de AI-Verordening sprake is van tebrede regelgeving. Aangezien bij de AI-Verordening een zeer ruimedefinitie van AI-systemen wordt gehanteerd, vallen ook AI-systemen dieweinig met AI van doen hebben hieronder.De leden van de JA21-fractie wensen ook stil te staan bij artikel 3 van deAI-Verordening.Dit artikel betreft de introductie van de categorie Small Mid-Caps. Devoorgestelde verruiming naar ondernemingen met minder dan750 werknemers en een omzet tot € 150 miljoen betekent een aanzienlijkeuitbreiding ten opzichte van de eerdere definitie. Het gaat hier ombedrijven die beduidend groter zijn dan het traditionele mkb, maar die welvergelijkbare privileges krijgen, zoals vereenvoudiging van technischedocumentatie. Dat roept de vraag op of hiermee het gelijke speelveld nietonder druk komt te staan. Kleinere bedrijven beschikken immers overminder middelen, terwijl grotere ondernemingen binnen deze nieuwecategorie mogelijk profiteren van dezelfde lastenverlichting.Deze leden willen eveneens aandacht besteden aan artikel 4 overAI-geletterdheid. Waar eerder sprake was van een bindende verplichtingvoor aanbieders en gebruikers om te zorgen voor voldoendeAI-vaardigheden bij personeel, wordt dit nu afgezwakt naar een inspan-ningsverplichting voor lidstaten om dit te «stimuleren». Dat verlaagt deadministratieve lasten, maar brengt ook risico’s met zich mee. Personeelkan minder goed voorbereid zijn op de inzet en de risico’s van AI. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119511 raakt niet alleen de kwaliteit en veiligheid, maar ook de concurrentiever-houdingen. Bedrijven die investeren in AI-vaardigheden maken kosten dieanderen mogelijk niet maken, aldus deze leden.De leden van de JA21-fractie hebben verder een aantal vragen: Kan hetkabinet toelichten in hoeverre deze verruiming kan leiden tot concurrentieten opzichte van kleinere mkb-bedrijven? Is er inmiddels een kabinets-standpunt ingenomen over de proportionaliteit van deze voordelen voorSmall Mid-Caps? Zo ja, hoe luidt dat standpunt? En zo nee, wanneer kande Kamer hierover duidelijkheid verwachten? Kan het kabinet eveneenstoelichten hoe beoordeeld gaat worden welke systemen daadwerkelijkonder de brede definitie van AI in de AI-verordening vallen? Welkemaatregelen worden genomen om te voorkomen dat beperktAI-gerelateerde systemen onnodig zwaar gereguleerd worden? Kan hetkabinet verder verduidelijken welke concrete verplichtingen voororganisaties voortvloeien uit de bepalingen over AI-geletterdheid, en hoewordt voorkomen dat deze verplichtingen leiden tot extra administratievelasten voor mkb-bedrijven? Kan het kabinet toelichten hoe toezicht-houders het niveau van AI-geletterdheid gaan monitoren nu dit geenbindende verplichting meer is? Hoe wordt voorkomen dat verschillen ininvesteringen in AI-vaardigheden leiden tot oneerlijke concurrentie tussenbedrijven? Tot slot, acht het kabinet het wenselijk dat er op Europeesniveau minimale normen of richtsnoeren komen om een gelijk speelveldte waarborgen?Deze leden stellen graag enkele vragen over de herziening van deCybersecurity Act (CSA).De nieuwe voorstellen hebben namelijk tot gevolg dat lidstaten minderautonomie krijgen om zelf af te wegen welke veiligheidsmaatregelennodig zijn. Nederlandse bedrijven dreigen zo met meer verplichtingen enhogere kosten geconfronteerd te worden. De Europese Commissie wil eencentrale aanpak hanteren, aangezien zij cyberdreigingen als grensover-schrijdend probleem ziet. Kan het kabinet toelichten hoe wordt gewaar-borgd dat lidstaten zoals Nederland hun eigen veiligheidsafwegingenkunnen blijven maken, zonder dat de digitale autonomie en innovatie vanNederlandse bedrijven wordt beperkt?De leden van de JA21-fractie willen ten slotte de rechtsgevolgen van deEuropese Business Wallet (EBW) onder de aandacht brengen. Deze ledenmaken zich zorgen over de mogelijke juridische uitwassen. De EBW zalworden gebruikt bij rechtshandelingen met soms zeer ingrijpenderechtsgevolgen. Het is dan ook van belang om duidelijk in kaart tebrengen hoe het onboardingsproces wordt ingericht. Juist in deze fasewordt namelijk vastgelegd welke onderneming toegang krijgt tot de walleten welke bevoegdheden daaraan zijn gekoppeld. Kan het kabinettoelichten welke waarborgen worden voorzien in het onboardingsprocesvan de EBW om te voorkomen dat onjuiste of onbevoegde entiteitentoegang krijgen tot de wallet, en hoe wordt omgegaan met aansprake-lijkheid indien hier toch fouten optreden?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de informele Telecomraad. Deze leden hebben hiertoe nogenkele vragen en opmerkingen.Zij onderschrijven het belang van Europese samenwerking op het gebiedvan AI, met name waar het gaat om het versterken van het verdienver-mogen en de strategische autonomie van Europa. Tegelijkertijd vinden deleden van de BBB-fractie dat ambities alleen waarde hebben als zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119512 worden omgezet in concrete investeringen en duidelijke keuzes, juist ookin Nederland.Deze leden hebben daarom de volgende vragen: Wat is de verwachtingvan de Staatssecretaris ten aanzien van de groeiende vraag naarrekencapaciteit in Nederland en Europa? Ziet zij in Europees verbandschaarste ontstaan, zowel op kortere als op langere termijn? Ook vragenzij hoe de Staatssecretaris zal waarborgen dat deze AI-infrastructuur en debijbehorende subsidies daadwerkelijk terechtkomen bij innovatieveNederlandse mkb-bedrijven en niet enkel ten goede komen aan «BigTech» bedrijven uit het buitenland of grote academische clusters in deRandstad. In hoeverre is de Staatssecretaris bereid om bij deze projectende Nederlandse cybersecuritybedrijven voorrang te geven bovenbuitenlandse cloudleveranciers, om onze digitale soevereiniteit echt teborgen?Ten aanzien van de bescherming van minderjarigen online steunen deleden van de BBB-fractie het uitgangspunt dat kinderen beschermdmoeten worden in de digitale wereld. Dit is een gedeelde verantwoorde-lijkheid met ouders. Tegelijkertijd achten deze leden het van groot belangdat maatregelen uitvoerbaar en proportioneel zijn. De Staatssecretarisstelt dat leeftijdsverificatie nodig kan zijn om kinderen beter tebeschermen op sociale media. Tegelijkertijd betekent effectieve leeftijds-verificatie in de praktijk dat alle gebruikers zich moeten identificeren omhun leeftijd te bewijzen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen:Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat leeftijdsverificatie leidt tot onnodigeinbreuken op privacy of tot praktische problemen voor gebruikers enaanbieders, en welke inzet kiest Nederland hierin richting de EuropeseCommissie? Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat hierdoor feitelijk eenalgemene identificatieplicht op internet ontstaat, waarbij ook volwassenenhun identiteit moeten prijsgeven om gebruik te maken van onlinediensten, met alle risico’s voor privacy en dataveiligheid van dien? Kan deStaatssecretaris garanderen dat leeftijdsverificatie niet leidt tot centraleregistratie of monitoring van het surfgedrag van burgers?Deze leden constateren verder dat de Europese Business Wallet grens-overschrijdend zakendoen makkelijker moet maken, maar de financiëleimpact voor medeoverheden baart deze leden zorgen.De Europese Commissie schat de opstartkosten per overheidsinstantie opcirca € 76.500, maar het kabinet verwacht dat de werkelijke kosten veelhoger zullen uitvallen. Waarom stemt Nederland in met een verplichteacceptatie voor publieke instanties (waaronder gemeenten en provincies)zonder dat er een harde garantie is dat het Rijk deze kosten volledig dekt?Hoe wordt voorkomen dat de verplichte acceptatie van de Business Walletbij lokale overheden leidt tot de sluiting van fysieke loketten of papierenalternatieven, wat de toegankelijkheid van de overheid voor minderdigitaal vaardige ondernemers in de regio ondermijnt?Het kabinet uit in de verslagen grote zorgen over een centraal Europeesmeldpunt voor cybersecurity-incidenten. Waarom wordt er op Europeesniveau überhaupt nog onderhandeld over de centralisatie van incident-meldingen (zoals in geval van de NIS2- en CER-richtlijn), terwijl dit eenevident risico vormt voor de nationale veiligheid en de soevereiniteit vanlidstaten over hun eigen vitale infrastructuur?Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat uit de verslagleggingvan de laatste Raad voor Concurrentievermogen blijkt dat de Nederlandseinzet rondom de Digital Fairness Act (DFA) vragen oproept. Deze ledensignaleren een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in de Nederlandsenon-paper, waarin enerzijds wordt ingezet op handhaving en vereenvou-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119513 diging van bestaande regels, terwijl anderzijds wordt gepleit voor nieuweregelgeving. Dit lijkt bovendien af te wijken van de door de Kameraangenomen moties die juist inzetten op handhaving en versimpeling. Zijhebben hierover de volgende vragen: Kan de Staatssecretaris toelichtenwaarom zij in de praktijk met de non-paper over de DFA inzet op nieuweregelgeving, terwijl de Kamer zich expliciet heeft uitgesproken voorhandhaving en vereenvoudiging van bestaande regels? Op welke wijzegeeft de Staatssecretaris met deze inzet uitvoering aan de aangenomenmoties (bijvoorbeeld de motie Vermeer/Martens-America, Kamerstuk21 501-30-645) die oproepen tot vereenvoudiging en consolidatie van hetbestaande digitale regelgevingskader, en hoe wordt geborgd dat depolitieke richting van de Kamer hierin leidend blijft? Kan de Staatssecre-taris garanderen dat de voorgestelde wijzigingen in de Digitale Omnibusniet slechts leiden tot een technische herschikking van regels, maar totdaadwerkelijke schrapping van regels die de productiviteit vanmkb-ondernemers remmen? Tot slot vragen deze leden waarom er wordtingestemd met fundamentele wijzigingen in de AVG (zoals het toestaanvan AI-training op bijzondere persoonsgegevens zonder explicietetoestemming), terwijl het kabinet zelf erkent dat er geen bewezen bijdrageis aan het verlagen van de regeldruk? Is dit niet het paard achter de wagenspannen ten koste van de privacy?III Antwoord/reactie van de bewindspersoon InleidingHierbij sturen wij uw Kamer de antwoorden op de vragen van de vastecommissie Digitale Zaken over de informele Telecomraad op 29 en30 april in Lefkosia, Cyprus.Daarnaast deelt de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soeverei-niteit, mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat,conform EU-informatieafspraken, twee non-papers met uw Kamer inzake(i) het EU-pakket voor technologische soevereiniteit en (ii) deEU-kwantumwet.T.a.v. het voorstel voor de EU-verordening Digitale Omnibusinzake AI COM (2025) 8361.Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om eeninschatting van de termijn die nodig is voor het opstellen vangeharmoniseerde standaarden bij de belangrijkste verplichtingenvoor hoog-risico AI-systemen, om te bezien of eerdere inwerking-treding voor enkele of meerdere bepalingen (zoals over transpa-rantie) alsnog mogelijk is?AntwoordDe Commissie heeft de European Committee for Standardization (CEN) ende European Electrotechnical Committee for Standardization (CENELEC)verzocht geharmoniseerde normen te ontwikkelen ter ondersteuning vande AI-verordening. Zij doen dit binnen de Joint Technical Committee on AI(JTC 21), waar experts aan normen werken voor hoog-risico AI-systemen,met als doel oplevering eind 2026. De Commissie, waaronder het AIOffice, is hierbij nauw betrokken en toetst de conceptnormen aan devereisten van de verordening. De Commissie heeft goed zicht op debenodigde doorlooptijd en communiceert hier actief over richting delidstaten. Tegelijkertijd is het opstellen van deze normen complex, ondermeer door de brede multisectorale reikwijdte en de integratie vanfundamentele rechten in technische normen. Daardoor acht het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119514 het niet nodig om de Commissie expliciet een inschatting van de termijnte vragen.Omdat de geharmoniseerde normen als één samenhangend pakketworden ontwikkeld, is het naar verwachting onpraktisch om de inwerking-treding van afzonderlijke bepalingen naar voren te halen op basis van eeneerder afgeronde deelstandaard, terwijl dit slechts beperkte tijdswinstoplevert.Het kabinet blijft de voortgang van het standaardisatieproces nauwgezetvolgen om verdere vertraging te voorkomen.2.Het kabinet toelichten wat de noodzaak is van het verruimen vande uitzondering voor legacy-systemen, waardoor ook hoog-risicoAI-systemen die in de handel worden gebracht tussen de oude ende nieuwe inwerkingtredingsdata, (met uitzondering van deverboden praktijken) nooit aan de regels uit de AI-verordeninghoeven te voldoen, tenzij zij aanzienlijke wijzigingen in hunsysteem ondergaan?AntwoordIn de AI-verordening is in artikel 111, tweede lid, vastgelegd dat de eisenenkel van toepassing worden voor aanbieders van AI-systemen met eenhoog risico die vanaf de datum dat de bepalingen van hoofdstuk III vantoepassing worden, in de handel worden gebracht. Met de omnibusworden deze bepalingen van hoofdstuk III pas later van toepassing. Dan ishet ook logisch dat systemen die voor de nieuwe datum op de marktkomen, niet aan die vereisten hoeven te voldoen. En met de snelleontwikkeling van AI, mag ook worden verwacht dat systemen binnenafzienbare tijd ofwel uit de handel worden genomen, ofwel dat zesignificante wijzigingen ondergaan en alsnog moeten voldoen aan devereisten van de verordening. Voor AI-systemen met een hoog risico, diebedoeld zijn om door overheidsorganisaties te worden gebruikt, geldt datdeze vanaf 2 augustus 2030 alsnog zullen moeten voldoen. Dat betreft daneen aantal belangrijke toepassingsgebieden van bijlage III. VoorAI-systemen voor algemene toepassingen (general purpose AI-systems)die op de markt zijn gebracht vóór 2 augustus 2026, de datum waarop deAI-verordening grotendeels van toepassing werd, geldt dat binnen een inde omnibus te bepalen termijn, moeten worden voldaan aan de vereistenvan de verordening.3.Kan het kabinet toelichten welke verantwoordelijkheden enverplichtingen aanbieders en gebruikers precies zullen behoudenvolgens het raadscompromis en of daarmee het advies van deEDPB wordt opgevolgd om de inspanningsverplichting voorAI-geletterdheid zoals die nu geldt, te handhaven naast hetvoorstel uit de Omnibus AI?AntwoordIn de Raadscompromistekst wordt de huidige algemene verplichting vooraanbieders en gebruiksverantwoordelijken, om zelf te zorgen voor eentoereikend niveau van AI-geletterdheid, vervangen door een systeemwaarin de Commissie en de lidstaten hen daartoe aanmoedigen. Daarbijkrijgt de AI Board een ondersteunende rol via aanbevelingen enniet-bindende gemeenschappelijke doelstellingen. Voor hoog-risico-AIblijven wel specifieke verplichtingen gelden op het gebied van training encompetentie. Daarmee wordt het advies van de EDPB niet vollediggevolgd, omdat de EDPB heeft aanbevolen de huidige inspanningsver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119515 plichting voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken te behoudennaast de rol voor de Commissie en de lidstaten in het bevorderen vanAI-geletterdheid bij organisaties.4.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken toete lichten wat het effect is van de afzonderlijke regels voor SMEsen SMCs op grondrechtenbescherming voor burgers en waaromdeze regels afwijken van de insteek van risico-gebaseerd toezichtin de AI-verordening?AntwoordNet als voor mkb-bedrijven, kunnen de administratieve lasten van hetvoldoen aan verschillende stukken regelgeving voor Small Mid-Capszwaar wegen. Om te voorkomen dat mkb-bedrijven tegen een administra-tieve drempel oplopen op het moment dat zij doorgroeien naar eenSmall-Mid Caps, is er in de Omnibus AI voor gekozen om aantal adminis-tratieve lasten te versoepelen. Dit gaat onder andere om een versimpeldeversie van de technische documentatie en het kwaliteitsmanagement-systeem. Dit zorgt ervoor dat mkb-bedrijven makkelijker kunnendoorgroeien. Daarnaast zien de versoepelingen voor mkb-bedrijven enSmall Mid-Caps alleen op een aantal administratieve lasten, maar niet opde kernverplichting uit de verordening zoals risicomanagement,databeheer en menselijk toezicht. De inschatting van het kabinet is dat heteffect op de grondrechtenbescherming voor burgers daarom zeer beperktis en gezien de hiervoor genoemde voordelen voor mkb-bedrijven enSmall Mid-Caps ziet het kabinet de afzonderlijke regels als proportioneel.5.Is het kabinet zich ervan bewust dat de bevoegdheden van denationale toezichthouders en de EDPB bij AI-testomgevingen opEU-niveau, en van mensenrechtenautoriteiten bij informatiever-zoeken aan aanbieders of gebruikers van AI-systemen, nogverduidelijking behoeven in het licht van het bevorderen van derechtszekerheid en de bescherming van grondrechten?AntwoordDe nationale markttoezichthouders moeten, en de EDPS kan, op basis vande oorspronkelijke tekst van de AI-verordening binnen hun mandaat eenAI-testomgeving voor regelgeving (regulatory sandbox) oprichten enaanbieden. In de Raadstekst van de Omnibus AI krijgt het Europese AIbureau ook de mogelijkheid om regulatory sandbox op te richten voorAI-systemen waarvoor zij bevoegd is om toezicht op te houden, zoalsAI-systemen die gebaseerd zijn op een AI-model voor algemenedoeleinden, waarbij het model en het systeem door dezelfde aanbiederworden ontwikkeld. In de Raadstekst van de Omnibus AI is explicietopgenomen dat deze EU sandbox geen afbreuk mag doen aan debevoegdheden van lidstaten (en dus de bevoegde markttoezichthouders)om regulatory sandboxes binnen hun competenties op te richten. Debevoegdheden van de nationale markttoezichthouders voor hun eigenregulatory sandboxes worden nog verder uitgewerkt in uitvoeringshande-lingen van de Commissie en in nationale uitvoeringswetgeving.Het kabinet is daarnaast niet bekend met de wens om de bevoegdhedenvan mensenrechtenautoriteiten bij informatieverzoeken aan aanbieders ofgebruikers van AI-systemen nog verder te verduidelijken in het licht vanhet bevorderen van de rechtszekerheid en de bescherming van grond-rechten. In de Raadstekst zelf wordt de bevoegdheid van deze autoriteitentot het doen van informatieverzoeken onder de AI-verordening aangepast,zodanig dat deze slechts nog gericht kunnen worden aan de markttoe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119516 zichtautoriteiten, niet direct aan aanbieders of gebruikers vanAI-systemen. Van informatieverzoeken onder de AI-verordening doormensenrechtenautoriteiten aan aanbieders of gebruikers, is dus in deRaadstekst geen sprake. De tekst maakt vervolgens expliciet duidelijk dateventuele andere bevoegdheden die deze organisaties bezitten buiten deAI-verordening om, onaangetast blijven en daarmee dus buiten dereikwijdte van het onderhavige tekstvoorstel vallen.6.Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om, vanwegehet ontbreken van een impact assessment, een nadere motiveringte geven van de noodzaak en proportionaliteit van de voorge-stelde wijzigingen van de AI-verordening uit onderdelen A tot enmet D van dit advies? Kan in deze nadere motivering in iedergeval worden ingegaan op de verwachte impact op grondrechten,waaraan volgens de richtsnoeren van de Europese Commissie ineen impact assessment bijzondere aandacht zou zijn besteed?AntwoordVoor de omnibussen presenteert de Commissie in het algemeen geenimpactassessments, omdat het gaat om urgente aanpassingen vanpolitiek belang, die te veel vertraging zouden oplopen als er een volledigimpactassessment moet worden uitgevoerd. De analyse en onderbouwingvan de voorstellen wordt middels een Staff Working Document (SWD)gedeeld. Voor onderdelen van de voorstellen die verdergaan dan hetversimpelen, verduidelijken en stroomlijnen van wetgeving, maakt hetontbreken van een impactassessment het moeilijk voor het kabinet om deeffecten te beoordelen. Het kabinet heeft de Commissie daarom verzochteen uitgebreidere analyse van de impact van deze voorstellen te presen-teren. In het vervolg van de onderhandelingen over de digitale omnibuszal het kabinet hierop blijven aandringen. Ook brengt het kabinet zelf degevolgen van de voorstellen verder in kaart. Een formeel impactas-sessment is overigens niet de enige manier om deze inzet te bewerkstel-ligen. Zo heeft het kabinet aangegeven dat het advies van de EDPS en hetEDPB, dat 10 februari is vastgesteld, moet worden betrokken bij debespreking van dit voorstel. Het advies van de EDPB en EDPS is opvoorspraak van Nederland gepresenteerd in de AGS. Door het overnemenvan de conclusies van dit advies worden de meeste zorgen van hetkabinet geadresseerd.T.a.v. het voorstel voor EU-verordening Digitale Omnibus COM(2025) 8377.Is het kabinet bereid de Europese Commissie vragen om eennadere motivering van de noodzaak en proportionaliteit van deonderdelen van de Digitale Omnibus die zien op het wijzigen vande AVG, gezien het ontbreken van een impact assessment? Kanhierbij in ieder geval nader worden ingaan op twee deelonder-werpen waaraan volgens de richtsnoeren van de EuropeseCommissie in een impact assessment bijzondere aandacht zouzijn besteed? Dit zijn de verwachte gevolgen voor MKB’ers (in hetbijzonder ten aanzien van het beoogde doel om meer rechtsze-kerheid te bieden) en de verwachte impact op grondrechten (inhet bijzonder ten aanzien van het recht op bescherming vanpersoonsgegevens).AntwoordJa. Nederland heeft de Commissie reeds verzocht een uitgebreide analysevan de impact van deze voorstellen te presenteren, bijvoorbeeld waar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119517 gaat om de effecten op regeldruk, rechtszekerheid en rechtsbescherming.Daarnaast heeft Nederland de EC reeds meermaals in algemene zin, maarook met betrekking tot specifieke wijzigingsvoorstellen van de AVG,gevraagd de proportionaliteit en noodzaak nader te onderbouwen. Ziehiervoor ook het antwoord op de vraag van de leden van de D66-fractieover de omnibus.8.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken omeen onderbouwing van de noodzaak en proportionaliteit van devoorgestelde definitiewijziging van persoonsgegevens in het lichtvan het recht op bescherming van persoonsgegevens en hierbijook aandacht te geven aan de doorwerking van deze definitiewij-ziging in de publieke sector en in andere Europese regelgeving opbasis waarvan persoonsgegevens worden verwerkt?AntwoordHet kabinet zet erop in de voorstellen die verdergaan dan versimpeling tebehandelen op een wijze die recht doet aan de potentiële impact en dezorgpunten. Nederland heeft de Commissie reeds verzocht de noodzaaken proportionaliteit van de voorgestelde definitiewijziging te onder-bouwen. Het kabinet ziet dat deze nieuw voorgestelde definitie vragenoproept en dat de gevolgen hiervan niet direct duidelijk zijn. Volgens deCommissie zou de wijziging een codificatie van de jurisprudentiebetreffen, maar op basis van de analyse van het kabinet gaat het voorstelverder dan een codificatie. Het voorstel lijkt namelijk een wijziging aan tebrengen ten opzichte van een overweging van het Hof van Justitie van deEuropese Unie over de vraag of gepseudonimiseerde gegevens ook inmeerdere schakels van een keten als persoonsgegevens moeten wordenbeschouwd.13 Sommige elementen uit de jurisprudentie lijken in devoorgestelde definitie te ontbreken, zoals het feit dat de specifieke entiteitdie de gegevens verwerkt, via derde partijen toegang kan verkrijgen totidentificatiemiddelen, ook een relevant criterium is voor de vraag ofsprake is van persoonsgegevens (voor die entiteit).14 In Nederlandserechtspraak wordt dit criterium zo uitgelegd dat bepalend is welkemiddelen de ontvanger feitelijk ter beschikking heeft om gegevens teherleiden tot individuen.15Verder noemt de voorgestelde definitie niet het criterium of de ontvangerin staat is de pseudonimisering ongedaan te maken.16 Het kabinet heeftde Commissie daarom gevraagd de door haar voorgestelde wijzigingen teverduidelijken, nader toe te lichten en de effecten te beoordelen.Daarnaast waarschuwen de EDPB en EDPS in hun advies van 10 februarijl. uitdrukkelijk voor de voorgestelde wijzigingen in de definitie vanpersoonsgegevens, aangezien deze wijzigingen veel verder gaan dan eengerichte of technische wijziging van de AVG. Bovendien weerspiegelen devoorstellen volgens de EDPB en EDPS niet nauwkeurig de jurisprudentieen gaan zij duidelijk verder en zouden zij leiden tot een aanzienlijke13HvJ EU 04-09-2025, C-413/23 P, ECLI:EU:C:2025:645, paragraaf 85: «Voor zover niet is uitge-sloten dat deze derden redelijkerwijs in staat zullen zijn om met middelen, zoals een verge-lijking met andere gegevens waarover zij beschikken, de gepseudonimiseerde gegevens tekoppelen aan de betrokkene, moet deze persoon dus worden geacht identificeerbaar te zijn,zowel wat de doorgifte als wat de verdere verwerking van die gegevens door die derdenbetreft.14Hof van Justitie EU 7 maart 2024, C-604/22, ECLI:EU:C:2024:214 (IAB Europe/Gegevensbeschermingsautoriteit), paragraaf 46, en HvJEU 7 maart 2024, C-479/22,ECLI:EU:C:2024:215 (OC/Europese Commissie), paragraaf 55.15Rb. Midden-Nederland 23 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1760, rechtsoverweging 3.10–3.13.16HvJ EU 04-09-2025, C-413/23 P, ECLI:EU:C:2025:645, paragraaf 77.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119518 beperking in de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven, en aldus vande reikwijdte van de AVG. De door de Commissie gedane voorstel totwijziging van het begrip persoonsgegevens, zou rechtsonzekerheid overhet toepassingsbereik van de AVG bij organisaties in de hand kunnenwerken.Meerdere lidstaten lijken kritisch te zijn op de door de Commissievoorgestelde wijzigingen van het begrip persoonsgegevens. Nederlandheeft voorgesteld om de voorgestelde wijziging van de definitie vanpersoonsgegevens te schrappen, zoals beschreven in het non-paper datop 8 april jl. met de Kamer gedeeld is.9.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoekenom, in aanvulling op de jurisprudentie waarop de voorgesteldedefinitiewijziging is gebaseerd, ook in te gaan op andererelevante Europese jurisprudentie waarin uitleg wordt gegevenaan de definitie van persoonsgegevens.AntwoordVerwezen wordt naar het antwoord op vraag 8.10.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken omeen nadere motivering waarom een uitvoeringshandeling over hetpseudonimiseren van persoonsgegevens in dit geval het passendeinstrument wordt geacht in het licht van artikel 291 van hetVerdrag betreffende de Werking van de EU? Kan de EuropeseCommissie daarbij ingaan op de mogelijke impact van dezeuitvoeringshandeling op het toepassingsbereik van de AVG? Kanhet kabinet ook om een verduidelijking vragen van de beoogdepraktische impact van de uitvoeringshandeling over het pseudo-nimiseren van persoonsgegevens, nu ook andere elementenhierbij volgens het voorstel een rol spelen?AntwoordNederland heeft meermaals kritische vragen gesteld over de voorgesteldewijziging die betrekking heeft op uitvoeringshandelingen die deCommissie met betrekking tot pseudonimiseren wil kunnen gaanuitvaardigen. Voor de Nederlandse inzet is van belang dat fundamentelerechten volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU nietkunnen worden beperkt door middel van uitvoeringshandelingen.17 Hetvoorgestelde artikel 41a AVG lijkt een beperking van rechten via uitvoe-ringshandelingen voor te stellen, nu de uitvoeringshandelingen verbandzouden houden met de definitie van persoonsgegevens en aldus feitelijkhet toepassingsbereik van de AVG zouden bepalen. De Nederlandse inzetis er op gericht deze voorgestelde bepaling te schrappen.11.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken omeen nadere onderbouwing van de noodzaak en proportionaliteitvan het voorstel voor een aanvullende grondslag voor deverwerking van persoonsgegevens voor AI op basis van eengerechtvaardigd belang? Kan de Europese Commissie, met hetoog op de rechtszekerheid voor ondernemers, daarbij ook ingaanop de verhouding van deze aanvullende grondslag tot de17Hof van Justitie van de EU 5 september 2012 (Europees Parlement / Raad), C-355/10,rechtsoverweging 77.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119519 bestaande vereisten in de AVG voor het verwerken van persoons-gegevens op basis van een gerechtvaardigd belang?AntwoordJa. Nederland heeft reeds verschillende vragen aan de EuropeseCommissie gesteld over de aanvullende grondslag voor de verwerkingvan persoonsgegevens voor AI op basis van een gerechtvaardigd belang.Daarbij heeft Nederland aandacht gevraagd voor de onderbouwing van denoodzaak en proportionaliteit van de verschillende wijzigingsvoorstellen.Volgens de AVG dient een verwerkingsverantwoordelijke een belangenaf-weging te maken tussen hun eigen belangen en de rechten van debetrokkene om te beoordelen of de grondslag inzake een gerechtvaardigdbelang passend is. Daarbij gelden voorwaarden die zijn uitgewerkt inrichtsnoeren van de EDPS en EDPB.18 De geldende vereisten voorgerechtvaardigd belang gelden – in lijn met het uitgangspunt vantechnologie neutraliteit in de AVG – onverkort voor AI. Het voorstel van deCommissie roept de vraag op of voor gebruik van de grondslag gerecht-vaardigd belang bij het verwerken van persoonsgegevens ten behoevevan AI bijzondere, afwijkende, voorwaarden gelden. Dit draagt niet bij aande rechtszekerheid die met de Omnibus wordt beoogd. Nederland heeftdaarom voorgesteld dit artikel te schrappen, zoals beschreven in hetnon-paper dat op 8 april jl. met de Kamer gedeeld is.12.Kan het kabinet een nadere uitleg geven van de beoogdepraktische toepassing van het voorgestelde onvoorwaardelijkerecht op bezwaar voor burgers, met inbegrip van de manierwaarop burgers worden geïnformeerd over de verwerking vanhun persoonsgegevens zodat zij daadwerkelijk gebruik kunnenmaken van dit recht?AntwoordIn de voorgestelde wijziging is opgenomen dat betrokkenen recht hebbenop meer transparantie en een onvoorwaardelijk recht van bezwaar indienhun persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van de ontwikkelingen exploitatie van AI op basis van de grondslag gerechtvaardigd belang.Nederland heeft uitleg aan de Commissie gevraagd over wat onder ditonvoorwaardelijke recht van bezwaar en dit recht op meer transparantiemoet worden verstaan.13.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken omeen nadere motivering van de noodzaak en proportionaliteit vande voorgestelde nieuwe grondslag voor het verwerken vanbijzondere persoonsgegevens voor de ontwikkeling en exploitatievan AI-systemen, en daarbij in het bijzonder in te gaan op devraag hoe het recht op bescherming van persoonsgegevens vanburgers in het voorstel is meegewogen? En kan de EuropeseCommissie hierbij ingaan op het advies van de European DataProtection Board om het voorstel op een aantal punten teverduidelijken en aan te scherpen?AntwoordJa. Zoals ook in de beantwoording van andere vragen is benadrukt, zijn denoodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde wijzigingen voor hetkabinet van essentieel belang. Nederland heeft de Commissie dan ookreeds meermaals in algemene zin, maar ook met betrekking tot specifieke18In EDPB Advies 28/2024 is bevestigd dat er een gerechtvaardigd belang kan zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119520 wijzigingsvoorstellen, gevraagd de noodzaak en proportionaliteit nader teonderbouwen.Meer specifiek met betrekking tot de uitzondering op het verwerkings-verbod voor bijzondere persoonsgegevens, ziet het kabinet dat bijzonderepersoonsgegevens aanvullende bescherming verdienen wegens hetgevoelige karakter van deze gegevens. Het gaat immers om gegevens diebetrekking hebben op zeer gevoelige categorieën gegevens zoals ras,religie of seksuele geaardheid. De AVG biedt deze bescherming, onafhan-kelijk van de gebruikte technologie, door de verwerking van bijzonderepersoonsgegevens te verbieden, tenzij voldaan wordt aan striktevoorwaarden. Specifiek over de uitzondering voor residuele gegevens,volgt het kabinet overigens niet de opinie van de EDPS/EDPB. Volgens deEDPS/EDPB zou het bij het verzamelen voor het trainen, testen envalideren van gegevens voor bepaalde AI systemen of modellen, nietaltijd mogelijk zijn voor een verwerkingsverantwoordelijke om residueleen incidentele verwerking van bijzondere persoonsgegevens tevoorkomen. De EDPS/EDPB richten zich daarom in hun opinie op hetverduidelijken van de voorgestelde bepaling, ten behoeve van rechtsze-kerheid. Het kabinet maakt een andere afweging, in lijn met hetuitgangspunt in de AVG dat de door de AVG geboden beschermingtechnologieneutraal behoort te zijn. De bescherming van natuurlijkepersonen dient niet afhankelijk te worden gesteld van de gebruiktetechnologieën, om te voorkomen dat een ernstig risico op omzeiling zouontstaan. Bovendien is technologie-neutrale regelgeving in de regeltoekomstbestendiger, doordat de wetgeving zich kan aanpassen aanveranderingen in technologie en de gevolgen daarvan in de loop der tijd,in plaats van gebonden te zijn aan (aannames) over specifieke, mogelijkverouderde, technologieën. Gelet op het voorgaande heeft het kabinetvoorgesteld om deze bepaling te schrappen.14.Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoekeninzicht te geven in hoeverre er in de praktijk sprake is vanmisbruik van het inzagerecht waardoor wijziging noodzakelijk is.En om te vragen om een reflectie op de verwachte impact van debeperking van het inzagerecht op de uitoefening van anderefundamentele rechten en vrijheden, zoals het gebruik van hetinzagerecht voor journalistieke doeleinden?AntwoordJa. Het kabinet deelt de zorgen over de noodzakelijkheid en de impact vandeze wijziging op het inzagerecht en heeft reeds vragen gesteld aan deCommissie. Nederland vreest dat de wijziging van artikel 12(5) het rechtop informatie ernstig beperkt door «misbruik» te definiëren als hetgebruik van het recht op informatie «voor andere doeleinden dan debescherming van hun gegevens». Nederland vreest dat deze beperkingvan het recht op informatie niet alleen gevolgen heeft voor het recht opgegevensbescherming, maar in bredere zin ook voor de bescherming vanvele andere fundamentele rechten, met name artikel 8(2) van hetHandvest van de grondrechten van de Europese Unie. Daarnaast vreestNederland dat de voorgestelde wijziging tot rechtsonzekerheid kan leidenover de vraag of het verzoek om toegang al dan niet de rechten van deAVG dient, aangezien het onduidelijk is hoe de betrokkene dit kanaantonen. Dit zou kunnen leiden tot meer klachten bij toezichthoudendeautoriteiten en meer civiele procedures. Nederland heeft daaromvoorgesteld deze bepaling te schrappen. Een alternatief zou kunnen zijndat het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) richtlijnenover dit onderwerp ontwikkelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119521 15.Kan het kabinet de voorgestelde wijziging van het recht opinformatie verduidelijken, met het oog op de rechtszekerheid(met name voor MKB’ers) Kan het kabinet inzicht geven in deverwachte cumulatieve impact van de voorgestelde wijziging vanhet inzagerecht en het recht op informatie op het recht opbescherming van persoonsgegevens van burgers?AntwoordHet kabinet deelt de zorgen met betrekking tot rechtszekerheid naaraanleiding van de formulering van het wijzigingsvoorstel dat ziet op deinformatieplicht (artikel 13 (4)). Deze voorgestelde bepaling regelt onderandere dat de informatieplicht uit artikel 13 niet van toepassing iswanneer de persoonsgegevens zijn verzameld in het kader van eenduidelijke en afgebakende relatie tussen betrokkenen en een verwerkings-verantwoordelijke die een niet-gegevensintensieve activiteit uitoefent ener redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de betrokkene reeds overde informatie beschikt, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke degegevens doorgeeft aan andere ontvangers of categorieën ontvangers, degegevens doorgeeft aan een derde land, geautomatiseerde besluit-vorming, uitvoert of de verwerking waarschijnlijk een hoog risico inhoudtvoor de rechten en vrijheden van betrokkenen. In de voorgesteldebepaling is onder andere de betekenis van «duidelijke en afgebakenderelatie of een niet-gegevensintensieve activiteit» onvoldoende duidelijk.De EDPS en de EDPB hebben in hun opinie vergelijkbare zorgen geuit envoorstellen gedaan ter verduidelijking van deze bepaling. Er lijkt in deRaad steun te zijn voor het verduidelijken van het wijzigingsvoorstel.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda voor de informeleTelecomraad. De leden van de D66-fractie hechten eraan datEuropese digitaliseringsvoorstellen bijdragen aan innovatie enlastenverlichting, zonder afbreuk te doen aan grondrechten,transparantie en uitvoerbaarheid. Tegen deze achtergrond hebbenzij de volgende vragen.16.Hoe beoordeelt het kabinet het feit dat voor de Digitale Omnibusgeen integraal impact assessment door de Europese Commissie isopgesteld, terwijl de voorgestelde wijzigingen direct raken aande bescherming van persoonsgegevens en aan fundamentelerechten, zoals privacy, non-discriminatie en bescherming tegengeautomatiseerde profilering? Is het kabinet bereid zich te blijveninzetten in de Raad om alsnog een dergelijk integraal impactassessment te laten uitvoeren voordat een Raadsakkoord wordtbereikt?AntwoordHet idee van de omnibussen is vereenvoudiging zonder beleidsdoelen aante passen en daarom presenteert de Commissie in het algemeen geenimpact assessments. De Commissie geeft als reden dat het gaat omurgente aanpassingen van politiek belang, die te veel vertraging zoudenoplopen als er een volledig impact assessment moet worden uitgevoerd.De analyse en onderbouwing van de voorstellen wordt middels een StaffWorking Document (SWD) gedeeld. Het SWD biedt volgens de Commissievoldoende basis om te onderhandelen over de voorstellen die zich in lijnmet de kabinetsinzet focussen op versimpelen, verduidelijken enstroomlijnen. Voor sommige onderdelen van de voorstellen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119522 verdergaan dan het versimpelen, verduidelijken en stroomlijnen vanwetgeving, maakt het ontbreken van een impact assessment het moeilijkvoor het kabinet om de effecten te beoordelen. Het kabinet heeft deCommissie daarom verzocht een uitgebreidere analyse van de impact vandeze voorstellen te presenteren. Ook brengt het kabinet zelf de gevolgenvan de voorstellen verder in kaart. Het kabinet beoordeelt voorstellen dieverdergaan dan versimpeling op basis van de verwachte impact en zalzich in de onderhandelingen inzetten om onwenselijke voorstellen tebeperken of aan te passen. Een formeel impact assessment is overigensniet de enige manier om deze inzet te bewerkstelligen. Zo is het advies19van de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) enhet Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) op voorspraakvan Nederland inmiddels gepresenteerd bij de bespreking van hetvoorstel. Mede naar aanleiding van het advies heeft Nederland diverseamendementen voorgesteld ter verbetering van het EU-wetsvoorstel.17.De leden van de D66-fractie benadrukken het belang van hettegengaan van AI-gegenereerde desinformatie, waaronder(seksuele) deepfakes. Zij vragen het kabinet hoe het bestaandeEuropese kader, waaronder de AI-verordening en de DigitalServices Act, wordt benut om transparantie, detectie en labelingvan AI-gegenereerde content te waarborgen. Waar ziet hetkabinet nog lacunes in dit kader, en op welke wijze zet hetkabinet zich in EU-verband in om deze te adresseren? In hetbijzonder vragen deze leden hoe het kabinet aankijkt tegen eenexpliciet verbod op seksuele deepfakes.AntwoordDe digitaledienstenverordening (Digital Services Act, hierna: DSA) regeltdat hostingsdiensten, waaronder online platforms, verplicht zijn om tevoorzien in mechanismen via welke gebruikers meldingen kunnen doenvan illegale inhoud die zich op de dienst/op het platform bevindt. Demeldingen moeten vervolgens (tijdig) worden beoordeeld en verwerkt. Inhet geval van illegale (seksuele) deepfakes zal dit betekenen dat zij debetreffende inhoud, zodra zij daarvan kennis hebben, moeten verwijderen.Daar bovenop geldt voor de zogenaamde aangewezen «zeer grote onlineplatforms» (zoals X, Facebook, Instagram, TikTok, YouTube, Snapchat) deverplichting om zogenaamde systeemrisico’s die voortvloeien uit hetontwerp of de werking van de dienst en daaraan verbonden systemen(waaronder algoritmes en aanbevelingssystemen), te beoordelen en tebeperken. Dit omvat risico’s in verband met de verspreiding van illegaleinhoud, zoals bepaalde gemanipuleerde seksueel expliciete afbeeldingen.Het labelen of markeren van kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerdebeelden is een van de maatregelen waarmee zeer grote online platformsop grond van de DSA de risico’s doeltreffend kunnen beperken. DeCommissie, die primair toezicht houdt op aangewezen zeer grote onlineplatforms- en zoekmachines, is onlangs een onderzoek gestart tegen X, inverband met de risico’s voortvloeiende uit de uitrol van Grok in datplatform.De AI-verordening bevat transparantieverplichtingen voor aanbieders engebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, waarmee (machine-leesbaar) duidelijk moet worden gemaakt dat er sprake is van synthe-19European Data Protection Board en European Data Protection Supervisor, 11 februari 2026 viahttps://www.edpb.europa.eu/news/news/2026/digital-omnibus-edpb-and-edps-support-simplification-and-competitiveness-while_nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119523 tische inhoud of deepfakes. Dit vereenvoudigt de opsporing van kunst-matig gegenereerde (deepfake) content en het AI-systeem daarachter.In aanvulling op deze bestaande verplichtingen onderschrijft het kabinethet belang van het verder tegengaan van AI gegenereerde desinformatie,waaronder (seksuele) deepfakes, zeker waar het gaat om materiaal vanseksueel kindermisbruik. Het kabinet zet zich er actief voor in om eenstrafrechtelijke verbodsbepaling op AI-systemen die het mogelijk makenom materiaal van seksueel kindermisbruik te vervaardigen in deCSA-richtlijn op te nemen. Daarbij geldt dat het doel (het effectieftegengaan van deze schadelijke vorm van deepfakes) leidend is. Hetkabinet verkent, mede in overleg met de Europese Commissie, wat demeest effectieve en uitvoerbare juridische vormgeving is om dit doel tebereiken. Daarnaast draagt Nederland in de onderhandelingen over deOmnibus AI bij aan de discussie over de bestuursrechtelijke verbodsbepa-lingen met het oog op uitvoerbaarheid, reikwijdte en effectiviteit.Randvoorwaardelijk is dat de voorgestelde verbodsbepalingen effectiefbijdragen aan het bestrijden van de problematiek. Bij de Omnibus AI gaathet over een verbod op AI-systemen die het mogelijk maakt om materiaalvan seksueel kindermisbruik of naaktbeelden zonder toestemming van deafgebeelde («deep nudes») te vervaardigen, manipuleren of reproduceren.18.De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang vaneffectieve bescherming van minderjarigen online en wijzen op hetbelang van een veilige digitale omgeving. Zij vragen het kabinethoe maatregelen zoals leeftijdsverificatie zodanig wordenvormgegeven dat deze zowel effectief als privacy-vriendelijk zijn,en hoe daarbij wordt aangesloten bij bestaande Europese kaders.Daarnaast vragen zij hoe het kabinet bevordert dat deze maatre-gelen bijdragen aan een veilig, open en betrouwbaar digitaalecosysteem. Hoe wordt in het bijzonder gestimuleerd datoplossingen toegankelijk, transparant en handhaafbaar zijn?AntwoordHet kabinet ziet dat sociale media kansen voor jongeren biedt, maar zietook dat de huidige online omgeving onvoldoende veilig is voor kinderenen jongeren vanwege verslavende en polariserende algoritmes enschadelijke content. Een belangrijk uitgangspunt van het kabinet isdaarom dat digitale diensten veilig worden voor kinderen en jongeren,omdat zij het recht hebben om veilig gebruik te maken van digitalediensten. Daarom heeft het kabinet de afgelopen jaren ingezet op hettegengaan van online onveiligheid via onder andere de DSA. Als digitalediensten niet veilig zijn voor kinderen en jongeren, kijkt het kabinet of hetproportioneel is om een leeftijdsgrens in te stellen en online leeftijdsverifi-catie in te zetten om hen te beschermen. Voor deze gevallen verkent hetkabinet momenteel of en hoe online leeftijdsverificatie in Nederland hetbeste kan worden vormgegeven. Twee belangrijke voorwaarden hiervoorzijn, waarbij uiteraard oog is voor zowel de effectiviteit van de maatregel –zodat deze niet te eenvoudig te omzeilen is – alsook en de privacyvriende-lijkheid, zowel voor kinderen en jongeren als voor de andere gebruikersvan sociale media. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor degrondrechten. Bij deze verkenning wordt rekening gehouden met deEuropese kaders en publieke waarden als toegankelijkheid, proportiona-liteit, transparantie en handhaafbaarheid. Het kabinet verwacht dezeverkenning voor de zomer afgerond te hebben.Hierbij dient wel de kanttekening te worden geplaatst dat een volledigwaterdicht systeem van online leeftijdsverificatie niet mogelijk is. Hetrisico op omzeiling, bijvoorbeeld via een VPN-verbinding of doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119524 samenwerking, is slechts beperkt te mitigeren via maatregelen zoals eenbeperkte geldigheidsduur van het leeftijdsbewijs, revocatie of biometrie.Deze maatregelen hebben impact op de privacy en het gebruiksgemak.Daarom dient online leeftijdsverificatie dan ook te worden gezien insamenhang met andere inspanningen van het kabinet om het internetveiliger te maken. Inzet op online leeftijdsverificatie lost niet alleproblemen op ten aanzien van schadelijke content en verslavendealgoritmes, maar kan mogelijk wel bijdragen aan het beschermen vanminderjarigen online door de drempel tot toegang te verhogen.19.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van hetvoorstel voor Europese Business Wallets en verwelkomen de inzetop digitalisering en lastenverlichting. Zij vragen het kabinet hoedeze wallets bijdragen aan veilige, betrouwbare en efficiëntegegevensuitwisseling, en hoe daarbij wordt aangesloten bijbestaande Europese kaders.AntwoordBij EBW’s wordt vooral gebruik gemaakt van gekwalificeerde vertrou-wensdiensten. Dit zijn vertrouwensdiensten die een hoog betrouwbaar-heidsniveau hebben en ook juridisch betekenisvol zijn. Daardoor krijgt deontvangende partij met behulp van een EBW betrouwbare gegevens,direct uit de authentieke bron. Het ontvangen en vervolgens delen van degegevens kan door de bedrijven bovendien op eenvoudige wijzeplaatsvinden. Daarmee worden efficiëntie en betrouwbaarheid aan elkaargekoppeld. De vertrouwensdiensten zijn al sinds 2014 in de eIDAS-verordening verankerd. De belangrijke bedrijfsgegevens voor EBW’s,zoals het EUID, het bedrijfscertificaat en de volmacht komen uit devennootschapsrichtlijn.20.Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet de balans beoor-deelt tussen het ontbreken van een aanbiedplicht voor lidstatenen de acceptatieplicht voor publieke organisaties.AntwoordHet aanbieden van EBW’s is onder het voorstel in beginsel aan de markt.Het kabinet steunt deze marktgerichte aanpak. Dit bevordert innovatie enconcurrentie. Het zij opgemerkt dat, in tegenstelling tot EDI-wallets voornatuurlijke personen, EBW’s niet gratis hoeven te worden verstrekt. Dezebenadering sluit ook aan bij het bestaande Europese kader voor (gekwali-ficeerde) vertrouwensdiensten, waar het voorstel voor de EBW-veror-dening sterk op leunt. Er is ook voldoende interesse bij private partijen omEBW’s aan te bieden, zodat de overheid hier niet hoeft in te grijpen. Hetkabinet acht het uiteraard wel van belang dat EBW’s aan een hoog niveauvan betrouwbaarheidseisen voldoen en bestand zijn tegen cyberdrei-gingen. Het is van belang dat publieke en private organisaties kunnenvertrouwen op de gegevens die zij ontvangen.21.Zij vragen tot slot hoe het kabinet de invoering bij publiekeorganisaties wil ondersteunen, zodat deze praktisch uitvoerbaaris en bijdraagt aan betrouwbare dienstverlening. Welke rol isdaarbij weggelegd voor open standaarden, interoperabiliteit enpublieke regie bij het waarborgen van brede toegankelijkheid?AntwoordHet kabinet heeft oog voor de impact van de voorgestelde verplichtingenop publieke organisaties en zet zich er in de onderhandelingen voor in datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119525 de financiële en uitvoeringslasten proportioneel zijn en niet leiden totonevenredige belasting van deze organisaties. Daarbij is voor het kabineteen belangrijk uitgangspunt dat het gebruik van EBW’s niet mag leiden totongelijke toegang tot of behandeling bij overheidsdienstverlening.Het kabinet hecht grote waarde aan betrouwbare, toegankelijke eninclusieve publieke dienstverlening. In dat kader ziet het kabinet devoorgestelde verordening als een mogelijke versterking van bestaandeprioriteiten, zoals onder meer beschreven in de Nederlandse Digitalise-ringsstrategie (NDS). Dit omvat onder meer het stellen van kaders en hetbevorderen van hergebruik van voorzieningen. Het kabinet acht het vanbelang dat waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande afspraken (bijv.voor open standaarden en interoperabiliteit) en publieke regie voorvoorzieningen binnen de Generieke Digitale Infrastructuur en NDS.Antwoord op de vragen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele Telecomraad van 23 en24 maart 2026. Ook hebben deze leden kennisgenomen van hetfiche van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoor-stellen (BNC) over de Europese Business Wallet. Deze ledenhebben over deze documenten nog enkele vragen en opmer-kingen.22.De leden van de fractie van de VVD vinden het teleurstellend datde relevante discussiestukken nog niet zijn gedeeld. Dit bemoei-lijkt controle door de nationale parlementen op de inbreng van denationale regeringen bij de Raad. Is het Kabinet bereid tijdens deRaad voor het voetlicht te brengen dat het in het kader vandegelijke democratische controle van belang is dat de relevantediscussiestukken tijdig worden gedeeld?AntwoordHet kabinet onderschrijft het standpunt van de VVD-fractie dat het tijdigdelen van relevante discussiestukken voor Raden bijdraagt aan dedemocratische controle door nationale parlementen. De lidstaat die op datmoment roulerend voorzitter is, is verantwoordelijk voor het opstellen vande vergaderagenda en het opstellen van de bijbehorende discussie-stukken. Ieder voorzitterschap kent verschillen in capaciteit, accenten enprioriteiten. Hierdoor kan het voorkomen dat discussiestukken onder hetene voorzitterschap later worden gedeeld dan onder het andere. Voor deinformele Telecomraad die op 29 en 30 april a.s. zal plaatsvinden, zal hetkabinet middels het verslag de Kamer zo goed mogelijk informeren overde discussie die heeft plaatsgevonden.23.De leden van de fractie van de VVD lezen dat Nederland tijdensde laatste Telecomraad bij het beleidsdebat over regeldrukver-mindering heeft ingebracht dat het erop lijkt dat de voorgesteldewijzigingen van de Algemene Verordening Gegevensbeschermingvolgens het Kabinet fundamenteel van aard zijn en dus in de ogenvan het Kabinet verder gaan dan alleen vereenvoudiging. Ook zouNederland aangegeven hebben grote zorgen te hebben over deoprichting van een centraal Europees meldpunt voor het meldenvan cybersecurity incidenten. Graag ontvangen deze leden eentoelichting van het Kabinet op de door Nederland ingebrachtepunten. Hoe is hier door andere landen op gereageerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119526 AntwoordHet kabinet moedigt de Europese beweging naar vereenvoudiging vanregelgeving aan. Ten aanzien van de AVG, zoals ook toegelicht in hetverslag van de formele Telecomraad van 5 december jl. dat op 12 januari2026 met uw Kamer is gedeeld,20 onderstreepten verschillende lidstatendat regeldrukvermindering niet mag leiden tot deregulering en dat er – inlijn met het Nederlandse standpunt – voldoende aandacht moet zijn voorfundamentele rechten en databescherming.In de JBZ-raad van 8 en 9 december 2025 stond de stand van zaken metbetrekking tot simplificatie AVG op de agenda. Zoals opgemerkt in hetverslag (Kamerstukken II 2025/26, 32 317-987, bijlage) is lastenverlichtingvoor het bedrijfsleven, met name voor het MKB, ook voor Nederland eenprioriteit. Nederland sprak hiervoor steun uit, maar wees eveneens op hetbelang van zorgvuldigheid waar het gaat om mogelijke fundamenteleaanpassingen van de AVG die gevolgen kunnen hebben voor hetbeschermingsniveau. Nederland gaf aan dat vereenvoudiging gepaardmoet gaan met een impact assessment en advies van de Europeseprivacy-toezichthouders. Ook andere lidstaten onderschreven het belangvan vereenvoudiging voor het concurrentievermogen, met de kantte-kening dat de basisprincipes van gegevensbescherming en grondrechtengewaarborgd moeten blijven.Nederland gaf in de interventie aan de Digitale Omnibus te verwelkomen,maar heeft ten aanzien van de oprichting van een centraal Europeesmeldpunt voor het melden van cybersecurity incidenten ook haar zorgengeuit. Lidstaten, waaronder Nederland, hebben al nationale meldplat-formen ingericht voor het ontvangen van incidentmeldingen. Daarnaastwerkt het kabinet al op nationaal niveau aan de harmonisatie vanmeldplichten door de NIS2 en CER-meldingen samen te brengen binnenhet nationale platform. Het kabinet verwacht dat het verlagen vanregeldruk meer efficiënt en tijdig kan worden bereikt door voort tebouwen op bestaande nationale oplossingen in plaats van het organi-seren van een Europees meldpunt. Door de inrichting van een Europeesmeldpunt lijkt een deel van de nationale dienstverlening rondomincidentenafhandeling daarnaast te verschuiven naar Europees niveau. Ditgeldt in het bijzonder voor meldingen onder de NIS2- en CER-richtlijnen,daar waar incidenten bij de Rijksoverheid en vitale infrastructuurgevoelige informatie over nationale veiligheid kunnen bevatten. Hetkabinet heeft daarom benadrukt dat nationale meldstructuren, waarbijlidstaten de directe en primaire ontvanger van incidentinformatie blijven,behouden moeten blijven. Ook deelde het kabinet de zorgen die het heeftover beveiligingsrisico’s als het gaat om het centraliseren van dergelijkemeldplichten binnen één meldpunt op Europees niveau. Verschillendelidstaten hebben vergelijkbare zorgen geuit tijdens de Telecomraad.24.De leden van de fractie van de VVD lezen bovendien dat ertijdens de afgelopen Telecomraad is gesproken over deuitbreiding van Roam like at Home naar Moldavië, Oekraïne en deWestelijke Balkan. In het verslag van het Kabinet over deTelecomraad ontbreekt echter wat er dan precies is besproken.Graag ontvangen deze leden de actuele stand van zaken.Tijdens de Telecomraad op 5 december stond de uitbreiding van RoamLike at Home (RLAH) gebied op de agenda ter kennisgeving. Uitvoerendvice-voorzitter voor Technologische soevereiniteit, Henna Virkunnen,deelde met de aanwezige lidstaten dat het RLAH gebied per 1 januari 202620Kamerstukken II 2025/26, 21 501-33, nr. 1183Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119527 zou worden uitgebreid met Oekraïne en Moldavië. Daarnaast deelde zijdat gesprekken over uitbreiding van RLAH gebied naar landen op deWestelijke Balkan lopen.In dit kader heeft de Europese Commissie op 25 februari 2026 eenaanbeveling gepubliceerd voor een Raadsbesluit om individuele onder-handelingen te openen met zes landen van de Westelijke Balkan: Albanië,Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië enServië, met het oog op hun integratie in het EU-roaminggebied. Over dezeaanbeveling is een BNC-fiche aan uw Kamer toegezonden.25.De leden van de fractie van de VVD hebben daarnaast kennisge-nomen van het BNC-fiche over de Europese Business Wallet. Dezeleden zijn in het algemeen positief over de plannen. Zij lezen inhet fiche dat er «honderden miljarden euro’s» bespaard kunnenworden bij brede ingebruikname van de wallet. Deze leden vragenwaar deze schatting op is gebaseerd, aangezien deze schattingwel erg positief overkomt op deze leden. Deze leden onder-schrijven dat de besparingen oplopen naarmate de wallet doormeer organisaties, instanties en bedrijven wordt gebruikt. Deelthet Kabinet deze mening? Zo ja, hoe wil het Kabinet op dezebrede ingebruikname concreet aandringen bij de behandeling vandit voorstel in de Raad?AntwoordDe schatting is gebaseerd op het Staff Working Document (SWD), dat deCommissie heeft meegestuurd met het voorstel voor de verordening voorde EBW. Het kabinet deelt de mening dat de besparingen op zullen lopen,naarmate EBW’s bij meer processen kunnen worden gebruikt. Daaromstimuleert het kabinet in Nederland bedrijven om hun processen zoveelmogelijk aan te passen zodat hun zakelijke klanten hiervoor gebruikkunnen maken van een EBW. Op Europees niveau steunt het kabinet hetbeleid van de Commissie om bij wetgeving voor bedrijven rekening tehouden met de mogelijkheden van EBW’s.26.De leden van de fractie van de VVD lezen dat het Kabinet het vanbelang vindt dat de voorgestelde verordening aansluit bij andereEU-initiatieven en bestaande EU-regelgeving op het gebied vandigitalisering en digitale identiteit, zoals de eIDAS-verordening.Zij lezen dat het Kabinet tijdens de onderhandelingen dezecoherentie en consistentie wil bewaken. Waar wil het Kabinetconcreet voor pleiten?AntwoordHet kabinet zet bij de onderhandelingen onder andere in op een verge-lijkbare inrichting van het toezicht als bij de eIDAS-verordening, waar hettoezicht mede door de Nederlandse inspanningen op een hoog niveauvan betrouwbaarheid is ingericht. Ook is het voor de uniformiteit vanprocessen van belang dat de uitgifte van de elektronische attesteringenvan attributen zoals vergunningen en bedrijfsgegevens op hetzelfde hogebetrouwbaarheidsniveau plaatsvindt. Tenslotte vindt het kabinet hetbelangrijk dat de identiteitsvaststelling bij de uitgifte van EBW’s, verge-lijkbaar als bij gekwalificeerde vertrouwensdiensten en bij EDI-walletsvoor burgers, op een hoog niveau van veiligheid en betrouwbaarheidplaats zal vinden.27.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119528 Voor het slagen van de Europese Business Wallet vinden de ledenvan de fractie van de VVD het van belang dat er goed contactover het voorstel wordt onderhouden met het bedrijfsleven. Kanhet Kabinet bevestigen dat het bij de standpuntbepaling over ditvoorstel contact met het Nederlandse bedrijfsleven heeft gehad?Is hierin ook de notariële beroepsgroep meegenomen? Hoe duidthet Kabinet het enthousiasme voor de Europese Business Walletonder het bedrijfsleven? Is het Kabinet bereid er bij de EuropeseCommissie op aan te dringen dat er in de uitvoering van ditvoorstel nauw contact met het bedrijfsleven wordt onderhouden?AntwoordHet kabinet kan bevestigen dat reeds voor het verschijnen van hetvoorstel en verder ook bij de positiebepaling contacten zijn en wordenonderhouden met het bedrijfsleven en met de Koninklijke NotariëleBeroepsorganisatie. Uit de contacten met het bedrijfsleven blijkt dat menenthousiast is over het voorstel voor de EBW-verordening. Met namefinanciële dienstverleners en bedrijven in de supply chain en retail ziengrote voordelen bij het gebruik van EBW’s in hun processen. Ook het mkbheeft als gebruikersgroep grote verwachtingen van EBW’s bij hetterugbrengen van de administratieve lasten. Het is bij het kabinet bekenddat ook de Commissie actief het bedrijfsleven betrekt. Zoals het kabinet inhet BNC-fiche heeft aangegeven, is het daarnaast van zeer groot belangdat lidstaten bevoegd blijven voor het vaststellen van de juridischeidentiteit van bedrijven en overheidsorganisaties, om bijvoorbeeldidentiteitsfraude tegen te gaan.28.Tot slot vragen de leden van de fractie van de VVD zich afwanneer volgens planning de Europese Business Wallet opera-tioneel is.AntwoordHet is de verwachting dat het Europese wetgevingstraject (verordening enuitvoeringshandelingen) tot in het voorjaar van 2027 zal lopen. Datbetekent dat vrijwel direct daarna de private aanbieders hun EBW’s aan demarkt zouden moeten kunnen aanbieden.Voor publieke instanties stelt het voorstel voor de EBW-verordening eenacceptatietermijn van 24 maanden na inwerkingtreding van de veror-dening. Het kabinet zet in de onderhandelingen in op verruiming van dezeimplementatietermijn voor publieke dienstverleners.Antwoord op de vragen van GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Informele Telecomraad van29 en 30 april. Zij zullen hun vragen en opmerkingen peronderwerp uiteenzetten.29.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er enigszinstegemoet is gekomen aan de zorgen die de regering had over deOmnibus AI. Deze leden blijven pleiten voor een volledige ensnelle implementatie van de AI-verordening met zo min mogelijkaanpassingen in de Omnibus AI. Zij roepen de motie-Kathmann/Dassen [Kamerstuk 21 501-33, nr. 1173] in herinnering dievoorwaarden neerlegt bij de behandeling van beide omnibussen.Hoe geeft de regering uitvoering aan deze motie? Onder welkevoorwaarde(n) zal de regering deze omnibus níet steunen? Kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119529 regering expliciet beschrijven welke voorstellen zij heeft gedaanen hoe die in het compromisvoorstel van de Omnibus AI wel ofniet verwerkt zijn? Hoe kijkt de regering naar de tijdsdruk bij deOmnibus AI, aangezien de AI-verordening vanaf augustus 2026 inwerking treedt? Leidt deze zeer korte termijn tussen dezeonderhandeling en de inwerkingtreding volgens het kabinet vooreen gedegen wetgevingsproces?AntwoordDe Raad heeft op 13 maart jl. het voorzitterschap mandaat gegeven voorde trilogen. Het kabinet is daar positief over, zoals ook per brief aan uwKamer medegedeeld. De belangrijkste zorgpunten van het kabinet zijnhierin geadresseerd. Zo blijft de registratieplicht voor hoog risicoAI-systemen in stand, is de bevoegdheid voor de verwerking vanbijzondere persoonsgegevens in lijn gebracht met het EDPB/EDPS-advies,is de inwerkingtreding van de hoog risico eisen niet meer afhankelijk vaneen Commissiebesluit en wordt het toezicht op General Purpose AIgecentraliseerd bij de AI Office, maar blijven nationale toezichthoudersbevoegd op specifieke nationale aangelegenheden zoals rechtshand-having. Het kabinet had daarnaast liever korter uitstel gezien voor deinwerkingtreding van de eisen voor hoog risico AI-systemen in Annex III.Met betrekking tot AI-geletterdheid is nu verduidelijkt dat het verschuivenvan de verplichting naar lidstaten niet wegneemt dat ook organisatiesverantwoordelijkheden en verplichtingen hebben m.b.t. AI-geletterdheid.De motie Kathmann-Dassen ziet met name op de omnibus digitaal. Dediscussie hierover zal binnenkort worden vervolgd, omdat prioriteit isgegeven aan de AI-omnibus. Hierin neemt het kabinet de aandachts-punten zoals gemeld in het BNC-fiche mee.30.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op de hoogte dat erwordt gepoogd om bijlage 1 («Annex I») van de AI-verordeningaan te passen, en secties A en B samen te voegen. Dit zoukunnen leiden tot meer complexiteit omtrent de regulering vanhoog risico AI-systemen. Hoe beoordeelt de regering voorstellenvan deze aard? Is zij daarnaast van mening dat ook «Internet-of-Things»-apparatuur, waarin AI wordt toegepast, gewoon aan deAI-verordening moet gaan voldoen?AntwoordHet kabinet is geen voorstander van een dergelijke samenvoeging vanafdeling A en afdeling B van bijlage I en alles onder het regime vanafdeling B te plaatsen. Het verhoogt inderdaad de complexiteit, maar hetzorgt ook voor forse vertraging omdat voor alle betreffende EU-regel-geving gedelegeerde regelgeving zal moeten worden opgesteld.«Internet-of-things»-apparatuur waar AI, die valt binnen de definitie vande AI-verordening, in wordt toegepast, valt nu al onder de AI-verordening.In het algemeen zal dit betekenen dat daar geen bijzondere eisen aanworden gesteld, omdat het niet valt onder bijlage I of bijlage III van deverordening. Wel kunnen de transparantievereisten van toepassingen zijn,bijvoorbeeld als de gebruiker van die apparatuur direct met de AIcommuniceert.31.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen daarnaast op hetbehandelvoorbehoud dat de Eerste Kamer de regering heeftopgelegd. Welke (voor)overleggen zijn er sinds de vorigeTelecomraad geweest waar de Omnibus AI ter sprake is geweest?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119530 Hoe heeft de regering haar zienswijze kenbaar gemaakt, metinachtneming van het behandelvoorbehoud?AntwoordZolang het kabinet een parlementair behandelvoorbehoud moest maken,werd onze inzet gezien als een inzet onder voorbehoud. Het kabinet heefttijdens de onderhandelingen Raad haar inzet binnen de kaders van hetBNC-fiche ingebracht, conform de geldende informatieafspraken met deKamer. Voor de andere lidstaten en het voorzitterschap is bij het makenvan een behandelvoorbehoud niet duidelijk of ons parlement onze inzetsteunt. Deze inbreng wordt dan minder zwaar gewogen. Toch zijn de voorhet kabinet belangrijke punten bij de behandeling van de AI-omnibusovergenomen, zie ook het antwoord op vraag 29. Inmiddels is hetbehandelvoorbehoud door de Eerste Kamer opgeheven.32.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben meermaalsgevraagd om in te zetten op een Europees verbod op Nudify-apps,als onderdeel van artikel 5 van de AI-verordening. Deze zorgenzijn eerder geuit in vragen van het lid Kathmann.21 Deze ledenzijn tevreden dat de EU, mede door druk van het EuropeesParlement, van plan is om dit uit te voeren.22 Ook een bredevertegenwoordiging van Nederlandse organisaties en expertsverwelkomt deze stap.23 Hoe reageert het kabinet op deze oproepvan organisaties en experts?AntwoordDe snelle opkomst van nudify-apps baart het kabinet zorgen vanwege deernstige impact ervan. Het kabinet staat voor een effectieve aanpak van denudify-problematiek. Op grond van het bestaande recht kan de nudify-problematiek in Nederland en de EU al grotendeels worden aangepakt. Inde aanpak van dergelijke grensoverschrijdende uitdagingen kan eenEuropese benadering effectiever zijn dan een nationale. Daarom is hetpositief dat over een dergelijk verbod gesprekken op Europees niveauworden gevoerd. Voor de Omnibus AI geldt dat zowel in de Raadspositieals in de positie van het Europees Parlement een dergelijk verbod op AIsystemen die seksuele deepfakes kunnen genereren is opgenomen. Hetkabinet zet zich ervoor in dat een dergelijk verbod er komt, en verkentdaarbij (mede in Europees verband) wat de meest effectieve enuitvoerbare juridische vormgeving is.33.Kan de regering meer vertellen over hóé dit verbod er uit gaatzien? Zijn er nieuwe ontwikkelingen sinds de beantwoording vande eerdergenoemde Kamervragen van 17 maart 2026 die deregering met de Kamer kan delen? Per wanneer zijn Nudify-appsdefinitief verbannen uit Europese appstores, en wordt ook hetgebruik en het delen van Nudify-beelden bestraft? Vanaf wanneerworden seksuele deepfakebeelden aangemerkt als illegalecontent die zoekmachines na notificatie direct offline moetenhalen?Antwoord21Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1349 (Vragen van het lid Kathmann (GL-PvdA) over eenverbod op de AI-chatbot van X).22Politico, 11 maart 2026 via https://www.politico.eu/article/eu-grok-x-elon-musk-ai-nudification-ban-in-wake-of-scandal23ACM, 1 april 2026 via https://www.acm.nl/en/publications/dutch-regulators-dutch-police-and-dutch-public-prosecution-service-welcome-european-ban-ai-nudify-apps-and-websitesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119531 Het voorstel is relatief nieuw omdat het nog maar recentelijk deeluitmaakt van de onderhandelingen over de Omnibus AI. Hoe het verboder precies uit gaat zien, hangt af van de uitkomst van de onderhande-lingen. Het kabinet zet zich ervoor in dat een effectief verbod op seksueledeepfakes tot stand komt, en beziet daarbij (mede in overleg met deEuropese Commissie) wat de meest passende juridische vormgeving is.Mocht een dergelijk verbod uiteindelijk onderdeel uitmaken van dedefinitieve Omnibus AI, dan zal het verbod snel van toepassing zijn. DeOmnibus AI wijzigt niets aan de datum waarop artikel 5 in is gegaan. Alleverboden AI-praktijken gelden sinds 2 februari 2025.Seksuele deepfakebeelden die zonder toestemming van de desbetreffendepersoon zijn gemaakt en/of verspreid zullen onder het huidige recht al invrijwel alle gevallen kwalificeren als illegale content en daarmee onder hetbereik van de kennisgevings- en actiemechanismen voor hostingdienstenuit de DSA vallen. Ook zijn zeer grote online platforms- en zoekmachines,zoals reeds toegelicht in het antwoord op vraag 17, verplicht om dezogenaamde systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerp of dewerking van de dienst en daaraan verbonden systemen, te beoordelen ente beperken. Dit omvat risico’s in verband met de verspreiding van illegaleinhoud, zoals gemanipuleerde seksuele afbeeldingen.34.Wat kunnen lidstaten doen om dit zo snel mogelijk in werking tebrengen? Wanneer is het Europese onderzoek naar X en dechatbot Grok, die ook gebruikt wordt om naaktbeelden tegenereren, gereed? Welke conclusies kunnen uit dat onderzoekvolgen? Is het verbieden van de chatbot Grok, of in het uiterstegeval het hele X-platform, een mogelijke uitkomst? Zou deregering dat steunen?AntwoordHet moment van in werking treden hangt af van de snelheid van de triloogonderhandelingen over de Omnibus AI.De Commissie is het onderzoek naar Grok eind januari 2026 gestart.Wanneer het onderzoek is afgerond, is op dit moment niet duidelijk. Alsde Commissie tot de conclusie komt dat X, in verband met de uitrol vanGrok, de DSA heeft overtreden, kan zij een niet-nalevingsbesluit nemen enverschillende toezichtsmaatregelen nemen. Deze maatregelen omvattengeldboetes, dwangsommen en kunnen – in uitzonderlijke gevallen waarinalle andere bevoegdheden om de inbreuk te beëindigen zijn uitgeput ende inbreuk blijft voortbestaan – ook tijdelijke toegangsbeperkingenomvatten. Het kabinet onderschrijft het belang van het onderzoek naarGrok door de Commissie.35.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat hetwaardevol inzetten van AI vraagt om een zorgvuldige afwegingvan alle risico’s die hiermee gepaard gaan. Er gaan grotemaatschappelijke, sociale en economische risico’s gepaard metde grootschalige adoptie van AI. De AI-markt wordt gedomineerddoor enkele miljardenbedrijven die zelf de regels en voorwaardenbepalen waar Europese burgers aan worden gehouden. Volgensdeze leden is het noodzakelijk dat Nederland een meerjarigestrategie bepaalt, op basis van mogelijke toekomstbeelden overde ontwikkeling van AI, die naast de economische kansen ookuitgaat van de gevolgen voor mensenrechten, klimaat en arbeid.Is de regering bekend met de scenariostudie van The Centre forTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119532 Future Generations «Advanced AI: Possible Futures»24 overmogelijke toekomstbeelden van AI in Europa?Kent de regering meer gezaghebbende scenariostudies waar zijhaar AI-beleid op baseert? Ziet de regering er meerwaarde in omeen gezaghebbende scenariostudie uit te voeren over wat demogelijke langetermijn gevolgen kunnen zijn van hoe AI zich dekomende jaren ontwikkelt? Zo ja, is zij bereid om op kortetermijn zo’n scenariostudie naar de Nederlandse context uit tevoeren?AntwoordHet kabinet is bekend met de scenariostudie van The Centre for FutureGenerations «Advanced AI: Possible Futures». Ook is het kabinet bekendmet meerdere andere scenariostudies die relevant kunnen zijn om hetAI-beleid verder mee vorm te geven, zoals van de OESO (Exploringpossible AI trajectories through 2030, februari 2026) en het InternationalAI Safety Report. Ook op nationaal niveau zijn er studies die scenario’sbevatten, zoals van Clingendael naar AI en veiligheid (From plausibletomorrows to prompt action on AI, november 2025), Dialogic en Univer-siteit Utrecht in opdracht van EZ naar de impact van AI op duurzaamheid(De impact van AI op duurzaamheid en het monitoren daarvan, juni 2025),en Universiteit Utrecht in opdracht van BZK naar generatieve AI en duur-zaamheid bij overheidsorganisaties (Generatieve AI en duurzaamheid,januari 2025). Tegelijkertijd ziet het kabinet op dit moment geen aanleidingom aanvullend op deze studies een nieuwe scenario analyse op kortetermijn uit te voeren naar de Nederlandse context.Op 12 december jl. is de kabinetsreactie op het advies «AI: technologie,macht en democratische waarden in het Nederlandse buitenlandbeleid»van de Adviesraad Internationale Vraagstukken aan uw Kamer aange-boden. Hierin wordt in den breedte ingegaan op het huidige beleid. Hetkabinet ontwikkelt op dit moment een internationale AI-strategie. Geziende snelle en lastig te voorspellen ontwikkeling van AI is het nu nietmogelijk alle toekomstige kansen, risico’s en internationale dynamieken teoverzien, noch precies welke acties dat van ons vraagt. Het kabinet blijftinternationale technologische ontwikkelingen monitoren om hierop zogoed mogelijk te anticiperen. De strategie zal daarom richtinggevendekaders bieden voor de komende jaren, met ruimte om acties en priori-teiten bij te stellen op basis van nieuwe technologische en geopolitiekeontwikkelingen.36.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie kijken ook vooruit naarhet Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa in 2027.Het voeren van AI-diplomatie en het organiseren van evene-menten over de ethische, sociale en mensenrechtelijke gevolgenvan AI zien deze leden als een waardevolle invulling van ditvoorzitterschap. Nederland kent immers veel expertise en gezagop het gebied van waardevolle digitalisering. Is de regering vanplan om dit onderwerp onder haar voorzitterschap volgend jaarter sprake te brengen? Zo ja, welke concrete plannen zijn er omverantwoorde AI als onderwerp aan te dragen? Welke voorberei-dingen worden nu getroffen om de Nederlandse zienswijze opverantwoorde AI zo effectief mogelijk over te brengen in verbandmet de 46 landen die aangesloten zijn bij de Raad van Europa?Antwoord24Centre for Future Generations, Advanced AI: Possible futures, 10 juli 2025, via https://cfg.eu/publications/advanced-ai-possible-futuresTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119533 Het kabinet is momenteel bezig met de inzetbepaling voor het voorzitter-schap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa, dat van meitot november 2027 plaatsvindt. Uw Kamer zal uiterlijk voor het herfstreceshierover worden geïnformeerd.37.Deze leden wijzen erop dat in de Raad van Europa het Kader-verdrag over kunstmatige intelligentie, mensenrechten,democratie en de rechtsstaat is ondertekend.25 De EU heeftnamens alle lidstaten dit verdrag ondertekend. Echter betekentdit dat niet het hele Koninkrijk, inclusief Bonaire, Sint Eustatiusen Saba (BES), heeft ondertekend, maar dit alleen geldt voorEuropees Nederland. Deze leden vragen het kabinet om uit teleggen waarom zij niet met een notificatie het Kaderverdrag ooknamens de BES heeft ondertekend. Is het de wens van de BES omook onder de reikwijdte van het Kaderverdrag te vallen? Is hetkabinet bereid om hierover in gesprek te gaan met vertegenwoor-digers van de BES, om te bezien of Nederland via een notificatiehet verdrag voor dit deel van het Koninkrijk van toepassing kanmaken indien dat gewenst wordt? Wat zijn volgens het kabinet devoor- en nadelen hiervan? Op welke termijn kan het kabinet deKamer informeren over deze mogelijkheid?AntwoordDe Europese Unie heeft het Kaderverdrag op 5 september 2025 onder-tekend. Voor Europees Nederland zal de implementatie van het verdragplaatsvinden middels EU-wetgeving. Over de medegelding van hetKaderverdrag voor Caribisch Nederland is reeds ambtelijk contactgeweest met vertegenwoordigers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Eris nog geen besluit genomen. Ondertekening voor het Koninkrijk derNederlanden zal plaatsvinden indien daar meer duidelijkheid over bestaaten daarover een besluit is genomen. De regering zal uw Kamer voor dezomer informeren over het vervolgtraject.38.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie volgen de ontwikke-lingen rondom leeftijdsverificatie met een kritische blik. Zijonderstrepen volledig het belang van bescherming van minderja-rigen online, en hebben meerdere voorstellen gedaan om dit tewaarborgen. Tegelijkertijd zijn zij van mening dat beschermings-maatregelen niet ten koste mag gaan van de online anonimiteit,privacybescherming, en vrije toegang tot informatie die randvoor-waardelijk zijn voor een open en vrij internet. De leden vragen deregering of haar opvatting hierover wezenlijk verschilt van hetkabinet-Schoof, en zo ja, op welke punten. Welke wijze vanonline leeftijdsverificatie vindt de regering acceptabel enproportioneel? Kan zij een praktisch beeld schetsen van hoe hetdoor het kabinet aangekondigde leeftijdsverbod tot 16 jaar voorsociale media er uit gaat zien? Moeten gebruikers van bijvoor-beeld YouTube, Instagram en Snapchat zich volgens het kabinetstraks als 16+ legitimeren om van deze diensten gebruik temogen maken? Is het gerechtvaardigd en proportioneel als allevolwassen gebruikers straks mogelijk hun data moeten afstaanaan het techbedrijf of de overheid om toegang te krijgen tot dezeplatforms?Antwoord25Expertisecentrum Europees Recht, 5 september 2024, «Raad keurt ondertekening van heteerste wereldwijde verdrag over kunstmatige intelligentie goed».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119534 Zowel dit kabinet als het vorige kabinet zien dat online leeftijdsverificatiebij de toegang tot digitale diensten gepaard gaat met mogelijke inper-kingen van rechten. Het kabinet is zich er dan ook van bewust dat onlineleeftijdsverificatie op sociale media een vergaande maatregel is, medeomdat ook alle volwassenen dienen te verifiëren dat zij aan de gesteldeleeftijdsgrens voldoen. Daarom kijkt het kabinet goed naar de proportio-naliteit van de inzet van online leeftijdsverificatie. Deze proportionaliteithangt onder meer af van de wijze waarop online leeftijdsverificatie wordtvormgegeven en geïmplementeerd. Tijdens het vorige kabinet is terondersteuning van de afwegingen die moeten plaatsvinden eenverkenning naar de juridische, technische en organisatorischevoorwaarden van online leeftijdsverificatie in Nederland gestart. Ditkabinet verkent momenteel nog of en hoe online leeftijdsverificatie inNederland het beste kan worden vormgegeven. Hierbij wordt onderandere uitgebreid gekeken naar de privacyvriendelijkheid, toeganke-lijkheid, vrijwilligheid, gebruiksvriendelijkheid en de robuustheid van demogelijkheden tot verificatie. Aangezien de eerdergenoemde verkenningnog loopt, kan het kabinet nog geen praktisch beeld schetsen van hoe hetleeftijdsverbod sociale media eruit gaat zien. Het kabinet verwacht deverkenning naar de mogelijkheden voor online leeftijdsverificatie inNederland voor het zomerreces te hebben afgerond en zal de Kamerdaarover informeren.39.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat bijzo’n grote, ingrijpende maatregel, er zo veel mogelijk gestreefdmoet worden naar uniforme regels. Dit is nu niet het geval. Zogelden er in Frankrijk en Denemarken al grenzen van 13 jaar, enmogen 14- en 15-jarigen alleen met toestemming van ouderssociale media gebruiken. Hoe kijkt het kabinet naar deze consent-constructie waarbij de begrenzing voor 14- en 15-jarigen weer bijouders wordt neergelegd? Hoort dit thuis in de Europeseafspraken die worden gemaakt over leeftijdsverificatie, of pleithet kabinet voor één eenduidige Europese minimumleeftijd? Zoja, hoe onderbouwt de regering welke leeftijd dit moet zijn?AntwoordIn het coalitieakkoord is het voornemen geuit voor een Europeseminimumleeftijd van 15 jaar. Een geharmoniseerde aanpak is wenselijk,omdat sociale mediabedrijven over de landsgrenzen heen opereren. Eenminimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media komt overeen met derichtlijnen voor gezond schermgebruik, die het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport heeft opgesteld voor ouders.26 Deze richtlijnenzijn opgesteld in samenwerking met een brede groep Nederlandsestakeholders, waaronder de wetenschap en universiteiten. Het kabinet zalverder verkennen welke constructie en welke minimumleeftijd het meestpassend is.40.Deze leden blijven van mening dat de meest effectieve aanpakvan online haat en intimidatie uitgaat van het ingrijpendreguleren van verslavende en polariserende ontwerpkeuzes. Zijvragen de regering om haar inzet dan ook altijd te richten opmaatregelen die voor álle gebruikers een prettige onlineleefwereld realiseren. Welke concrete maatregelen wil deregering terugzien in de Digital Fairness Act? Moet deze, in lijn26Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Richtlijn gezond schermgebruik 2025 |Rapport | Rijksoverheid.nl, 17 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119535 met de visie van deze leden, een verbod op verslavend ontwerpbevatten?AntwoordHet kabinet onderschrijft dat ingezet moet worden op maatregelen die allegebruikers online beschermen. Daarnaast is het van belang om extraaandacht te hebben voor kwetsbare groepen, zoals minderjarigen.Voor wat betreft verslavend ontwerp acht het kabinet het logisch dattoezicht op de grote sociale media platforms primair via de DigitalServices Act verloopt. De voorlopige bevindingen van de Commissieinzake TikTok bevestigen dat dit ook gebeurt.27 De Digital Fairness Act kaningezet worden om lacunes in de huidige consumentenwetgeving op tevullen en ervoor te zorgen dat partijen waarop de DSA niet vantoepassing is – zoals de meeste gamebedrijven – ook aan regelgevinggebonden zijn. In dit kader pleit het kabinet in de DFA voor een verbod opverslavende ontwerptechnieken die het welzijn van consumenten schadenen effectieve controle voor consumenten over het gebruik van digitalediensten.41.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie brengen ter sprake dat,naast AI en leeftijdsverificatie, andere grote digitale ontwikke-lingen in Europees verband spelen. Zij zijn verbaasd dat deagenda geen melding maakt van de Cloud & AI Development Act(CAIDA),28 de Open Source Digital Strategy,29 of de StrategicRoadmap for Digitalisation and AI in the Energy Sector.30 Kan deregering ingaan op de tijdlijn en belangrijke beslismomenten voordeze drie ontwikkelingen? Binnen welke gremia worden dezevoorstellen nu besproken en door wie? Vooral de CAIDA heeft deinteresse van deze leden. In welke fase bevindt de CAIDA zich nu,en wanneer verwacht het kabinet een Commissievoorstel voordeze verordening? Welke elementen bevat deze vermoedelijk?Bevat deze ook regels over het energieverbruik van digitaleinfrastructuur?AntwoordHet kabinet hecht groot belang aan de drie genoemde Europese digitalevoorstellen, die onderdeel uitmaken van het Tech Sovereignty Package.De Commissie legt inmiddels de laatste hand aan deze voorstellen en hetkabinet verwacht dat deze in het tweede kwartaal van 2026 wordengepubliceerd, waarna uw Kamer op de hoogte gebracht zal worden vanhet kabinetsstandpunt middels een BNC-fiche. Naar verwachting zullen deraadsonderhandelingen over deze voorstellen al voor de zomer beginnenen het kabinet is de mening toegedaan dat het belangrijk is om hierin eenactieve rol te spelen.De Cloud and AI Development Act (CADA) zal naar verwachting ondermeer bepalingen over de (versnelde) ontwikkeling van Europese digitaleinfrastructuur en soevereiniteitseisen voor clouddiensten bevatten. Ookbeoogt de CADA randvoorwaarden te scheppen voor het realiseren vanvoldoende duurzame en Europese datacentercapaciteit, onder andere27Europese Commissie, Commissie stelt voorlopig vast dat het verslavende ontwerp van TikTokin strijd is met de wet inzake digitale diensten, 6 februari 2026.28ttps://www.eu-cloud-ai-act.com29https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/news/commission-opens-call-evidence-open-source-digital-ecosystems30https://energy.ec.europa.eu/news/strategic-roadmap-digitalisation-and-ai-energy-sector-consultations-opened-2025-08-06_enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119536 door naar verwachting criteria vast te stellen voor energie-efficiëntie,watergebruik en ruimtelijke inpassing. De CADA wordt momenteel breedbesproken door de Commissie met betrokken partijen, waaronderministeries, overheden, lidstaten, cloud en AI dienstverleners, en branchevertegenwoordigers.42.Kan de regering expliciet in gaan op de rol van de CAIDA omEuropese inkoop- en aanbestedingsregels te definiëren die hetmogelijk maken om «Buy European»-beleid te voeren op hetgebied van ICT in de publieke sector? Met welke EU-lidstatentrekt het kabinet op om zich hiervoor in te spannen, conformmeerdere aangenomen Kamermoties?31AntwoordDe CADA en de bijbehorende aanbeveling voor uniform EU-breedcloudbeleid voor cloudgebruik door overheidsinstanties en publiekeaanbestedingen zullen naar verwachting beide gericht zijn op hetstimuleren van Europese aanbieders en het verminderen van risicovollestrategische afhankelijkheid van niet-Europese cloud- en AI-oplossingen.Naar verwachting zal de CADA, met name voor vitale sectoren zoals deICT in de publieke sector, aanvullende soevereiniteitseisen introduceren.De kabinetspositie ten aanzien van een Europees Voorkeursprincipe inaanbestedingen is met uw Kamer gedeeld op 20 november 202532. Hetkabinet onderhoudt hierover actief contact met verschillende EU-lidstatenen werkt met deze lidstaten samen om de inzet en positie ten aanzien vande CADA verder te verkennen en te versterken. Het kabinet kan nietvooruitlopen op het nog te verschijnen voorstel. Wanneer het voorsteldoor de Commissie wordt gepubliceerd, zal het kabinet uw Kamerhierover en over de kabinetspositie volgens de staande informatieaf-spraken met de Kamer middels een BNC-fiche informeren.43.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie blijven de ontwikke-lingen rondom chatcontrole nauw volgen. Recent besloot hetEuropees Parlement de tijdelijke derogatie voor vrijwilligecontrole niet te verlengen.33 Deze leden vragen de regering omhaar positie hierover aan de Kamer toe te lichten, met inacht-neming van de aangenomen motie-Kathmann c.s.34 Hoe reageertde regering op het bericht dat techbedrijven alsnog vrijwilligechatcontrole op hun platforms toepassen?35AntwoordAls de leden met «chatcontrole» doelen op de ontwikkelingen rond deinterim derogatie op de ePrivacy-richtlijn ten behoeve van de aanpak vande verspreiding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik engrooming («de interim derogatie») en de EU-Verordening ter bestrijdingvan online seksueel kindermisbruik («CSAM-Verordening»), die beogen tevoorzien in een respectievelijk tijdelijk en permanent Europees rechts-kader voor het bestrijden van online kinderpornografisch materiaal, merkthet kabinet het volgende op.31O.a. Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1478 (Motie van het lid El Boujdaini c.s.) en Kamer-stukken II 2025/26, 26 643, nr. 1480 (Motie van het lid Dassen).32Kamerstukken II 2024/25, 21 501-30, nr. 680.33EU kan het definitief niet eens worden over verlenging van chatcontrole (Tweakers, 26 maart2026).34Kamerstukken II 2025/26, 32 317, nr. 981.35Techbedrijven zetten chatcontrole op kindermisbruik voort na mislukt EU-overleg (Tweakers,6 april 2026).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119537 De positie van het kabinet inzake het voorstel voor de interim derogatie, iseerder met uw Kamer gedeeld per Kamerbrief van 23 januari jl.36 In dezebrief is uw Kamer medegedeeld dat het kabinet het voorstel voor eennieuwe tijdelijke verlenging van de interim derogatie steunt, die eenvoortzetting is van de huidige praktijk. Vrijwillige detectie speelt eenessentiële rol in de aanpak van online seksueel kindermisbruik inNederland. Het voorstel dat voorlag, had tot gevolg dat de bestaandepraktijk waarbij dienstverleners de mogelijkheid krijgen dit materiaal tedetecteren, de komende twee jaar kon worden voortgezet, nu in deonderhandelingen van de CSAM-Verordening – die moet voorzien in eenpermanent juridisch kader – nog niet afgerond zijn. Gezien de ernst,omvang en gevolgen van deze vreselijke vorm van criminaliteit is eenmogelijkheid om dit te detecteren noodzakelijk. Daarbij heeft het kabinetaangegeven te hechten aan een periodiek weegmoment ten aanzien vande mogelijkheid van vrijwillige detectie. Nederland heeft bij de steun vanhet voorstel schriftelijk verklaard geen voorstander te zijn van het inzettenvan technologie voor het detecteren van onbekend materiaal of voor hetopsporen van grooming. Het kabinet moedigt bedrijven wél aan omproportionele en effectieve maatregelen te nemen om de verspreiding vanonbekend materiaal en grooming te voorkomen. De Nederlandse inzet isen blijft daarbij conform de kabinetsstandpunten zoals uiteengezet in deKamerbrieven van 18 november 202537 en 13 januari 2026 en in lijn metde motie Kathmann c.s.38Vorige week is het de Commissie, het Europees Parlement en de EuropeseRaad niet gelukt om tot een gezamenlijk akkoord te komen oververlenging van de interim-derogatie op de ePrivacy-richtlijn. Het kabinetbetreurt deze uitkomst ten zeerste. Als gevolg hiervan is de tijdelijkewetgeving vervallen. Het wegvallen van een (tijdelijke) juridische basiszonder alternatief leidt tot onduidelijkheid over de juridische grondslagvoor de toepassing van detectiemogelijkheden, terwijl de noodzaak omkinderen te beschermen tegen online seksueel kindermisbruik evident is.Dit acht het kabinet onwenselijk.De precieze gevolgen hiervan zijn op dit moment echter nog moeilijk teoverzien. Zoals wordt aangegeven in de vraag van uw fractie, hebben eenaantal techbedrijven in een statement aangegeven vrijwillige maatregelente blijven nemen met betrekking tot hun relevante interpersoonlijkecommunicatiediensten. Op dit moment is onduidelijk of en zo ja, welkegevolgen dit gaat hebben.44.Deelt de regering de opvatting van deze leden dat na destemming in het Europees Parlement, er geen democratischelegitimiteit en wettelijke basis meer is voor vrijwillige chatcon-trole door techbedrijven? Handelen de techbedrijven nu in strijdmet de wet? Welke juridische gevolgen heeft dit voor debedrijven, nu de uitzondering op de ePrivacy-richtlijn die dittoestond per 3 april is vervallen? Waren lidstaten op de hoogtedat deze bedrijven vrijwillige detectie zouden blijven toepassen?Hoe wordt op zo kort mogelijke termijn een oplossing gevondenzodat er geen chatcontrole meer wordt toegepast, en er eenjuridisch houdbare, niet op surveillance-gebaseerde aanpak voorin de plaats komt?Antwoord36Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 993.37Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 977.38Kamerstukken II 2025/26, 32 317, nr. 981.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119538 Door het vervallen van de interim derogatie van de ePrivacy richtlijn is eronduidelijkheid ontstaan over de juridische grondslag voor de vrijwilligedetectie van online materiaal van kindermisbruik. Het kabinet wasvoorstander van de verlenging van de tijdelijke afwijking van de ePrivacyrichtlijn, mede om te voorkomen dat die onduidelijkheid zou ontstaan.Voor het kabinet is het daarnaast helder dat er een noodzaak bestaat omkinderen te beschermen tegen online seksueel kindermisbruik. Nu detijdelijke derogatie van de ePrivacy richtlijn is komen te vervallen, geldtdat de bedrijven die hierdoor worden geraakt voorlopig een anderegrondslag zullen moeten vinden voor de voortzetting van de vrijwilligedetectie. Voor zover zij de vrijwillige detectie voortzetten of voornemenszijn dit te doen, zullen zij dat binnen de kaders van het geldende rechtmoeten doen. Daarbij zal het kabinet zich in blijven zetten om op Europeesniveau de ontstane onduidelijkheid zo snel mogelijk weg te nemen.Hiervoor is reeds opgemerkt dat de precieze gevolgen van het vervallenvan de tijdelijke derogatie nog moeilijk te overzien zijn en op dit momentin kaart worden gebracht.Over andere lidstaten kan het kabinet geen uitspraken doen. Nederland isniet voorafgaand aan de stemming in het Europees Parlement op dehoogte gesteld van de precieze reacties van bedrijven waaraan dezewetgeving raakt. Deze situatie onderstreept de urgentie van een spoedig,permanent juridisch kader. Nederland zal zich in dat kader blijven inzettenom te komen tot een effectief en slagvaardig Europees kader voor deaanpak van online seksueel kindermisbruik.45.Tot slot merken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op datde Staatssecretaris van Economische Zaken bezoeken heeftafgelegd naar Brussel en Parijs om kennis te maken metrelevante partners op het gebied van digitalisering. Graagontvangen de leden nadere informatie over de aard van dezebezoeken en meer informatie over wat er inhoudelijk besproken,afgesproken of toegezegd is in deze overleggen met betrekkingtot de Nederlandse positie over digitaal beleid.AntwoordIk heb op 23 en 24 maart een gecombineerd bezoek gebracht aan Brusselen Parijs. Het doel van dat bezoek was kennismaken met collega-Ministersen tegenhangers bij de Europese Commissie en de OESO. Ik heb daargedeeld welke afspraken de coalitie in het coalitieakkoord heeft gemaakten wat mijn portefeuille behelst. Daarbij heb ik aandacht besteed aandigitale soevereiniteit, het versterken van onze digitale technologie en hetbeschermen van onze digitale waarden, zoals ik ook met uw Kamer deeldetijdens het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken.Antwoorden op de vragen van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad en van hetfiche over de Verordening Europese Business Wallet.46.De leden van de CDA-fractie vernemen dat ten tijde van hetverzenden van de geannoteerde agenda aan de Kamer er noggeen discussiestukken onderliggend aan de geagendeerdebeleidsdebatten beschikbaar waren. Deze leden vragen of ditinmiddels wel het geval is en of de regering naar aanleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119539 daarvan nadere informatie kan geven voor de door haar voorge-nomen inzet bij de Informele Telecomraad?AntwoordOp het moment van schrijven zijn de stukken zeer recent gepubliceerd.Het voorzitterschap heeft discussievragen voorgelegd over onder anderede toepassing van AI, vereenvoudiging van regelgeving, de mogelijk-heden gecoördineerde aanpak van online leeftijdsverificatie en hetverminderen van overloopeffecten bij verstoringen in digitale infra-structuur. Het kabinet zal langs de lijnen van de geannoteerde agenda ende beantwoording van dit schriftelijk overleg interveniëren en uw Kamerdaarover middels het verslag zo goed mogelijk informeren over dediscussie die heeft plaatsgevonden.47.De leden van de CDA-fractie zijn verheugd te lezen dat er bij deInformele Telecomraad een beleidsdebat plaats zal vinden overleeftijdsverificatie en maatregelen ter bescherming van minderja-rigen online. Deze leden zijn ook zeer te spreken over de inzet uithet coalitieakkoord voor een minimumleeftijd in Europeesverband voor sociale media van 16 jaar. Deze leden vragen of deregering voornemens is om dit onderwerp ook op te brengen bijdit beleidsdebat in de Informele Telecomraad. Hierbij vragen dezeleden ook welke andere lidstaten overwegen een leeftijdsgrensvoor social media in te stellen en of die daarbij ook een leeftijds-grens van 16 jaar hanteren?Het kabinet zal tijdens de Informele Telecomraad opbrengen datNederland voorstander is van een Europese minimumleeftijd van 15 jaarvoor sociale media met privacy-vriendelijke online leeftijdsverificatie voorjongeren, zolang sociale media onvoldoende veilig zijn. Verschillendelidstaten, waaronder België, Frankrijk, Spanje, Griekenland enDenemarken, hebben wetsvoorstellen aangekondigd om een minimum-leeftijd in te stellen voor sociale media. De beoogde leeftijden variërentussen de 13 en 16 jaar.48.De leden van de CDA-fractie lezen ook dat er een beleidsdebatplaats zal vinden over AI. Deze leden vragen hoe de regeringaankijkt tegen de recente oproep van onder andere de AutoriteitPersoonsgegevens om seksuele deepfakes expliciet te verbiedenvia de AI Act.AntwoordHet kabinet staat voor een effectieve aanpak van de seksuele deepfake-problematiek. In de aanpak van dergelijke grensoverschrijdende uitda-gingen kan een Europese benadering effectiever zijn dan een nationale.Daarom is het positief dat hierover gesprekken op Europees niveauworden gevoerd. Voor de Omnibus AI geldt dat zowel in de Raadspositieals in de positie van het Europees Parlement een dergelijk verbod op AIsystemen die seksuele deepfakes kunnen genereren is opgenomen.49.De leden van de CDA-fractie zien de mogelijke meerwaarde vanhet voorstel voor een Europese Business Wallet voor het vermin-deren van administratieve lasten en voor betere grensoverschrij-dende digitale dienstverlening aan bedrijven. Tegelijk achten zijuitvoerbaarheid, veiligheid en proportionaliteit van groot belang.Deze leden lezen dat het kabinet in algemene zin positief is overde doelstelling van het voorstel, maar ook zorgen heeft over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119540 uitvoerbaarheid voor publieke instanties en de samenloop metbestaande systemen. Deze leden vragen welke concretemeerwaarde de regering op korte termijn ziet voor Nederlandsebedrijven, in het bijzonder voor het mkb, en hoe zij borgt dat debeoogde vereenvoudiging in de praktijk ook daadwerkelijk leidttot een werkbare en efficiënte digitale dienstverlening voorzowel ondernemers als betrokken overheidsorganisaties.AntwoordBedrijven worden regelmatig geconfronteerd met verplichtingen uit wet-en regelgeving en/of contractuele verplichtingen om gegevens te delenmet publieke dienstverleners of met andere bedrijven. In veel gevallenmoeten hiervoor documenten worden aangevraagd en geüpload. Dat kostveel tijd en moeite, waar met name het mkb veel last van ondervindt. Deontvangende partij moet vervolgens de ontvangen documenten contro-leren op echtheid en juistheid. Te denken valt bijvoorbeeld aan wetgevingin het kader van witwas- en fraudebestrijding, de detacheringsrichtlijn, deaanbestedingsrichtlijn en onboardingsprocessen zoals in e-commerce. Deverwachting is dat bedrijven die een Europese Business Wallet (hierna:EBW) gaan gebruiken hier direct voordelen van zullen ondervinden. Ookvoor de ontvangende partij zijn er voordelen. Een EBW maakt gebruik vanbetrouwbare gegevens uit authentieke bronnen, waardoor de ontvan-gende partij minder of geen controles meer hoeft uit te voeren. Ditverlaagt de kosten en voorkomt fraude. Omdat de EBW’s interoperabelbinnen de EU zullen zijn, zal met een EBW de grensoverschrijdendedigitale economie worden versterkt, wat voor een handelsland alsNederland van groot belang is. Het kabinet zal bij de invoering van deEBW-verordening daarom in eerste instantie de processen faciliteren waarde grootste voordelen van te verwachten zijn. Het kabinet zet zich ervoorin om de continuïteit van publieke dienstverlening te borgen en synergiemet bestaande Europese en nationale systemen te realiseren om deuitvoeringslasten voor overheidsdienstverleners te minimaliseren.50.De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet inzet op eensteviger toezichtstelsel en meer waarborgen vooraf. Deze ledenvragen welke minimale eisen de regering noodzakelijk acht omde cybersecurity en veiligheid van de Europese Business Walletvoldoende te borgen?AntwoordEBW’s vormen bij invoering een essentieel deel van de Europese digitaleinfrastructuur. Voor het kabinet is het in eerste instantie van belang dat detoezichthouder niet alleen achteraf toezicht uitvoert, maar juist ook voorafeen inhoudelijke controle uitvoert op een EBW voordat deze op de marktwordt gebracht. Het kabinet acht het voorts van belang dat de aanbiedersvan EBW’s passende en evenredige maatregelen nemen om de risico’svoor de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen te beheersen.In dit kader acht het kabinet het positief dat EBW’s in het voorstel van20 januari 2026 van de Commissie voor simplificatie van de NIS2-richt-lijn39 onder het toepassingsbereik van de NIS2-richtlijn worden geplaatst.Daarmee is de zorgplicht uit de NIS2-richtlijn van toepassing op de EBW’s.51.Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat het gebruik van deBusiness Wallet voor bedrijven vrijwillig blijft, terwijl publiekeinstanties deze wel moeten accepteren. Deze leden vragen hoe de39Europese Commissie, COM(2026) 13 final, via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52026PC0013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119541 regering borgt dat deze vrijwilligheid in de praktijk behoudenblijft, en hoe zij de voorgestelde implementatietermijnen beoor-deelt gelet op de benodigde aanpassingen in toezicht,ICT-systemen en publieke dienstverlening.AntwoordHet kabinet streeft ernaar dat bij publieke dienstverlening een alternatievemethode voor bedrijven – naast het faciliteren van het ontvangen enverzenden van gegevens middels EBW’s – beschikbaar blijft. Omdat hetaanpassen van ICT-systemen van de overheid tijd zal kosten, zet hetkabinet in op een verruiming van de tijdslijnen zoals genoemd in hetvoorstel voor de EBW.Antwoorden op de vragen van rapporteur van Dijk (PVV) t.a.v. EuropeanBusiness Wallet52.Kan de Minister de commissie informeren over het eerstecompromisvoorstel dat is opgesteld onder het Cypriotischvoorzitterschap en met name waar dit voorstel al dan niettegemoet komt aan de kernzorgen uit het BNC-fiche, zoalsnationale flexibliteit, administratieve lasten en het pad totimplementatie?AntwoordHet kabinet is gebonden aan de informatie-afspraken die binnen de Raadzijn gemaakt. De onderhandelingsstukken, waaronder de compromis-teksten, zijn vertrouwelijk. Het kabinet zal uw Kamer informeren wanneereen Raadspositie is bereikt.53.Kan de Minister de commissie informeren over de punten diegezien dit compromisvoorstel nog inzet zijn van verdere onder-handelingen in relatie tot het BNC-fiche, bijvoorbeeld rondex-ante toezicht op aanbieders van wallets, vertrouwensdienstenen technische walletcomponenten en mogelijke certificering,maar ook over de punten die geen inzet meer zijn van verdereonderhandelingen?AntwoordDe punten die het kabinet in het BNC-fiche heeft benoemd zijn de inzet bijde onderhandelingen in de Raad. Zoals bij het antwoord op vraag 52 al isgemeld, kan het kabinet op dit moment hierover geen nadere informatieverstrekken.Antwoorden op de vragen van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Informele Telecomraad van 7 april2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de fractie van JA21 besteden graag aandacht aande voorgestelde wijzigingen die zijn opgenomen in de DigitaleOmnibus Verordening, allereerst ten aanzien van het verruimenvan het begrip «gerechtvaardigd belang» bij AI-ontwikkeling. Ditbegrip is nader uitgewerkt in artikel 6 van de AVG. Er moet in hetkader van rechtszekerheid immers sprake zijn van een gerecht-vaardigd belang om persoonsgegevens te verwerken.54.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119542 De leden van de fractie van JA21 vragen zich echter af of eenverruiming van dit begrip in dit kader wenselijk is. Het is lastigom te veronderstellen dat rondom AI-ontwikkeling altijd sprake isvan een gerechtvaardigd belang. Ook is onduidelijk wie of welkeinstantie dit zal toetsen, aangezien toezicht vaak gebeurt nadatde verwerking al heeft plaatsgevonden. AI-ontwikkeling kan voorkleinere bedrijven bovendien nadelig zijn aangezien enkel grotebedrijven grootschalig gebruik kunnen maken van data. Dezeleden hebben de volgende vragen: hoe zet het kabinet zich inEU-verband in om te voorkomen dat AI-ontwikkeling een contai-nerbegrip wordt waarmee vrijwel elke verwerking kan wordengerechtvaardigd? Kan het kabinet verduidelijken hoe in depraktijk getoetst zal gaan worden of het gerechtvaardigd belangvan de ontwikkelaar zwaarder weegt dan die van de burger? Kanhet kabinet toelichten hoe voorkomen wordt dat er een ongelijkspeelveld ontstaat tussen grote techbedrijven en mkb? En hoeverhoudt de verruiming van het begrip «gerechtvaardigd belang»zich tot het doelbindingsbeginsel in het kader van AI-training?AntwoordNederland heeft de Commissie vragen gesteld over de artikelen in deDigitale Omnibus die betrekking hebben op gerechtvaardigd belang alsgrondslag voor AI-ontwikkeling. Uit het door de Commissie voorgesteldeartikel volgt dat er niet per definitie een gerechtvaardigd belang aanwezigis bij het ontwikkelen van AI, maar dat nog steeds een belangenafwegingdient plaats te vinden en dat als het belang van de betrokkene(n)prevaleert, de AI-ontwikkeling niet op de grondslag gerechtvaardigdbelang gebaseerd kan worden. In de praktijk zal het de verwerkingsverant-woordelijke blijven zijn die moet afwegen welk belang prevaleert. DeEuropean Data Protection Board (EDPB) heeft in haar Opinie 28/2024handvatten gegeven hoe deze belangenafweging gemaakt kan worden enwelke aspecten hierbij van belang zijn, waaronder de verwachtingen vande betrokkenen en de impact op betrokkenen. Het voorstel van deCommissie roept echter de vraag op of voor gebruik van de grondslaggerechtvaardigd belang bij het verwerken van persoonsgegevens tenbehoeve van AI bijzondere, afwijkende, voorwaarden gelden. Dit draagtniet bij aan de rechtszekerheid die met de Omnibus wordt beoogd.Nederland heeft daarom voorgesteld dit artikel te schrappen.55.De leden van de fractie van JA21 hebben tevens kennisgenomenvan een tweede wijziging die is voorgesteld, die betrekking heeftop het instellen van meerdere uitzonderingen op het verbod opverwerking (artikel 9 AVG). Kan het kabinet toelichten welkewaarborgen worden gesteld om te voorkomen dat een uitzon-dering voor AI-training leidt tot een zeer brede verwerking vanbijzondere persoonsgegevens?AntwoordHet kabinet ziet dat bijzondere persoonsgegevens aanvullendebescherming verdienen wegens het gevoelige karakter van dezegegevens. Het gaat immers om gegevens die betrekking hebben op zeergevoelige categorieën gegevens zoals ras, religie of seksuele geaardheid.De AVG biedt deze bescherming, onafhankelijk van de gebruikte techno-logie, door de verwerking van bijzondere persoonsgegevens te verbieden,tenzij voldaan wordt aan strikte voorwaarden.De voorgestelde uitzondering op het verwerkingsverbod, heeft betrekkingheeft op «residuele» bijzondere persoonsgegevens. Dit zijn bijzonderepersoonsgegevens die, ondanks het nemen van strikte technische enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119543 organisatorische maatregelen om te voorkomen dat zij worden verwerkt,onbedoeld worden verwerkt bij de ontwikkeling en de exploitatie van eenAI-systeem. Het voorgestelde artikel 9 lid 5 verplicht de verwerkingsver-antwoordelijke in beginsel de residuele bijzondere persoonsgegevens teverwijderen. De uitzondering op het verbod «residuele» gegevens teverwerken, geldt daarbij slechts indien de nodige technische en organisa-torische maatregelen zijn genomen en het verwijderen van de gegevensonevenredig veel moeite vergt. In dat geval dient tevens te wordenvoorkomen dat deze gegevens worden gebruikt om resultaten teproduceren, worden bekendgemaakt of anderszins ter beschikking vanderden worden gesteld.De EDPS/EDPB uit in haar opinie over de Digitale Omnibus begrip voordeze voorgestelde uitzondering voor AI op het verwerkingsverbod voorbijzondere persoonsgegevens. Bij het verzamelen voor het trainen, testenen valideren van gegevens voor bepaalde AI-systemen of modellen, zouhet niet altijd mogelijk zijn voor een verwerkingsverantwoordelijke omresiduele en incidentele verwerking van bijzondere persoonsgegevens tevoorkomen. De EDPS/EDPB richten zich daarom in hun opinie op hetverduidelijken van de voorgestelde bepaling, ten behoeve van rechtsze-kerheid. Het kabinet maakt een andere afweging, in lijn met hetuitgangspunt in de AVG dat de door de AVG geboden beschermingtechnologieneutraal behoort te zijn. De bescherming van natuurlijkepersonen dient niet afhankelijk te worden gesteld van de gebruiktetechnologieën, om te voorkomen dat een ernstig risico op omzeiling zouontstaan. Bovendien is technologie-neutrale regelgeving in de regeltoekomstbestendiger, doordat de wetgeving zich kan aanpassen aanveranderingen in technologie en de gevolgen daarvan in de loop der tijd,in plaats van gebonden te zijn aan (aannames) over specifieke, mogelijkverouderde, technologieën. Gelet op het voorgaande heeft het kabinetvoorgesteld om deze bepaling te schrappen.56.In de onderhandelingen wordt tevens gesproken over eenmogelijkheid om bijzondere categorieën van persoonsgegevens teverwerken voor het detecteren en corrigeren van bias inAI-systemen. De leden van JA21 erkennen het belang van hetvoorkomen van discriminatie door AI, maar vragen zich af hoewordt voorkomen dat deze bevoegdheid leidt tot een structureleverwerking of opslag van gevoelige persoonsgegevens. Kan hetkabinet toelichten welke concrete waarborgen worden voorzienom te verzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden gebruiktwanneer dat strikt noodzakelijk is?AntwoordEr lijkt in de onderhandelingsfase van de Omnibus AI voldoende steun tebestaan om deze bevoegdheid te limiteren tot verwerkingen die striktnoodzakelijk zijn voor het detecteren, corrigeren en voorkomen van biasdie waarschijnlijk de gezondheid en veiligheid van personen aantast,grondrechten schaadt of tot discriminatie leidt. Dit is in lijn met hetgezamenlijke advies van het Europees Comité voor Gegevensbe-scherming (EDPB) en de Europese Toezichthouder voor Gegevensbe-scherming (EDPS). Bovendien moet, naast de eis van strikte noodzake-lijkheid, ook worden voldaan aan alle voorwaarden van artikel 1(5) van deOmnibus AI, zoals het treffen van maatregelen om de beveiliging enbewaartermijnen van bijzondere categorieën van persoonsgegevens tewaarborgen. Daarnaast kunnen deze gegevens uitsluitend wordengebruikt indien de aanbieder aantoont dat het detecteren, corrigeren envoorkomen van bias niet met andere categorieën van gegevens mogelijkis. Met deze aanvullende waarborgen acht het kabinet de bevoegdheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119544 proportioneel aan het doel, temeer daar bias in AI-systemen op zichzelfook grondrechten kan schaden.De leden van de fractie van JA21 willen graag onder de aandachtbrengen dat naar hun mening niet enkel binnen de DSA, maarook binnen de AI-Verordening sprake is van te brede regelgeving.Aangezien bij de AI-Verordening een zeer ruime definitie vanAI-systemen wordt gehanteerd, vallen ook AI-systemen dieweinig met AI van doen hebben hieronder.De leden van de fractie van JA21 wensen ook stil te staan bijartikel 3 van de AI Act. Dit artikel gaat over de introductie van decategorie Small Mid-Caps. De voorgestelde verruiming naarondernemingen met minder dan 750 werknemers en een omzettot € 150 miljoen betekent een aanzienlijke uitbreiding tenopzichte van de eerdere definitie. Het gaat hier om bedrijven diebeduidend groter zijn dan het traditionele mkb, maar die welvergelijkbare privileges krijgen, zoals vereenvoudiging vantechnische documentatie. Dat roept de vraag op of hiermee hetgelijke speelveld niet onder druk komt te staan. Kleinerebedrijven beschikken immers over minder middelen, terwijlgrotere ondernemingen binnen deze nieuwe categorie mogelijkprofiteren van dezelfde lastenverlichting.De leden van de fractie van JA21 willen eveneens aandachtbesteden aan artikel 4 over AI-geletterdheid. Waar eerder sprakewas van een bindende verplichting voor aanbieders en gebruikersom te zorgen voor voldoende AI-vaardigheden bij personeel,wordt dit nu afgezwakt naar een inspanningsverplichting voorlidstaten om dit te «stimuleren». Dat verlaagt de administratievelasten, maar brengt ook risico’s met zich mee. Personeel kanminder goed voorbereid zijn op de inzet en de risico’s van AI. Datraakt niet alleen de kwaliteit en veiligheid, maar ook de concur-rentieverhoudingen. Bedrijven die investeren in AI-vaardighedenmaken kosten die anderen mogelijk niet maken. De leden van defractie van JA21 hebben een aantal vragen:57.Kan het kabinet toelichten in hoeverre deze verruiming kanleiden tot concurrentie ten opzichte van kleinere mkb-bedrijven?Is er inmiddels een kabinetsstandpunt ingenomen over deproportionaliteit van deze voordelen voor Small Mid-Caps? Zo ja,hoe luidt dat standpunt? En zo nee, wanneer kan de Kamerhierover duidelijkheid verwachten?AntwoordNet als voor mkb-bedrijven, kunnen de administratieve lasten van hetvoldoen aan verschillende stukken regelgeving voor Small Mid-Capszwaar wegen. Om te voorkomen dat mkb-bedrijven tegen een administra-tieve drempel oplopen op het moment dat zij doorgroeien naar een SmallMid-Cap, is er in de Omnibus AI voor gekozen om aantal administratievelasten te versoepelen. Dit gaat onder andere om een versimpelde versievan de technische documentatie en het kwaliteitsmanagementsysteem.Omdat dit juist een belemmering voor doorgroeien van mkb-bedrijvenwegneemt, ziet het kabinet deze uitbreiding als een proportionelemaatregel.58.Kan het kabinet eveneens toelichten hoe beoordeeld gaat wordenwelke systemen daadwerkelijk onder de brede definitie van AI inde AI-verordening vallen? En welke maatregelen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119545 genomen om te voorkomen dat beperkt AI-gerelateerde systemenonnodig zwaar gereguleerd worden?AntwoordDe definitie van AI is gezien de snelle technologische ontwikkelingen ende brede reikwijdte aan technieken die onder de term «AI» vallen op eenmanier geformuleerd die toekomstbestendig is. Deze definitie isgebaseerd op de definitie van AI van de OESO. Om te helpen bij debeoordeling of een systeem als AI kwalificeert of niet, heeft de Commissieeen richtsnoer uitgebracht waarin elk aspect van de definitie wordttoegelicht. Hierin wordt ook verduidelijkt dat bepaalde systemen dieuitsluitend op door mensen vastgestelde regels zijn gebaseerd omautomatisch handelingen uit te voeren, bijvoorbeeld niet onder dedefinitie van AI in de AI-verordening vallen. De richtsnoer geeft ook eenaantal expliciete voorbeelden van technieken die hieronder kunnen vallen,zoals systemen voor het verbeteren van wiskundige optimalisatie ofstandaard dataverwerkingen.Hoewel de definitie van AI breed geformuleerd is, stelt de AI-verordeningalleen eisen aan AI-systemen die vanwege hun aard of toepassing voorrisico’s voor de gezondheid, veiligheid en mensenrechten kunnen zorgen.Dat zijn de categorieën verboden AI, hoog-risico AI, AI met transparantierisico’s en AI modellen voor algemene doeleinden. Het overgrote deel vande AI-systemen valt buiten deze categorieën en zal daardoor niet aaneisen uit de AI-verordening hoeven te voldoen.59.Kan het kabinet verder verduidelijken welke concrete verplich-tingen voor organisaties voortvloeien uit de bepalingen overAI-geletterdheid, en hoe wordt voorkomen dat deze verplich-tingen leiden tot extra administratieve lasten voor mkb-bedrijven? AI-geletterdheid gaan monitoren nu dit geen bindendeverplichting meer is?AntwoordDe huidige tekst van de AI-verordening vereist dat aanbieders enexploitanten van AI-systemen maatregelen nemen om te zorgen voor eentoereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en anderepersonen die namens hen betrokken zijn bij de exploitatie en het gebruikvan AI-systemen. Het Omnibus AI-voorstel is erop gericht meer duide-lijkheid te bieden aan partijen die AI-geletterdheid in de praktijk moetenimplementeren, zoals mkb-bedrijven en overheden. In de praktijk kunnenhet gewenste niveau en de aard van AI-geletterdheid sterk variëren,afhankelijk van de context en het type AI-systeem dat wordt ingezet. Hetuitgangspunt is dan ook om te komen tot meer uniformiteit en duide-lijkheid over hoe aan deze verplichting kan worden voldaan, juist omhelderheid en zekerheid te bieden en de administratieve lasten tebeperken.60.Kan het kabinet tot slot toelichten hoe toezichthouders hetniveau van AI-geletterdheid gaan monitoren nu dit geen bindendeverplichting meer is? En hoe wordt voorkomen dat verschillen ininvesteringen in AI-vaardigheden leiden tot oneerlijke concur-rentie tussen bedrijven? Acht het kabinet het wenselijk dat er opEuropees niveau minimale normen of richtsnoeren komen om eengelijk speelveld te waarborgen?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119546 De beoogde rol van toezichthouders in Nederland en de borging vanAI-geletterdheid maken onderdeel uit van de uitvoeringswetAI-verordening. Het wetsvoorstel daarvoor wordt nog deze maandgepubliceerd voor consultatie. In het wetsvoorstel worden de nationalebevoegde autoriteiten aangewezen die verantwoordelijk zullen zijn voorhet markttoezicht en de handhaving bij overtredingen van deAI-verordening. Over het beoogde toezichtstelsel wordt uw Kamer dekomende periode per brief geïnformeerd. Zoals ook vermeld in hetBNC-fiche van november vorig jaar, steunt het kabinet de inspanningenom de verplichting rondom AI-geletterdheid te verduidelijken of organi-saties te ondersteunen bij het voldoen aan deze verplichting. Het kabinetmoedigt de ontwikkeling van Europese richtsnoeren voor AI-geletterdheiddan ook aan. Zo heeft de Commissie momenteel al een verzamelplaatsvoor goede praktijken rondom AI-geletterdheid in verschillendelidstaten.4061.De leden van de fractie van JA21 stellen graag enkele vragenover de herziening van de CSA. De nieuwe voorstellen hebbennamelijk tot gevolg dat lidstaten minder autonomie krijgen omzelf af te wegen welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn.Nederlandse bedrijven dreigen zo met meer verplichtingen enhogere kosten geconfronteerd te worden. De EuropeseCommissie wil een centrale aanpak hanteren, aangezien zijcyberdreigingen als grensoverschrijdend probleem ziet. Kan hetkabinet toelichten hoe wordt gewaarborgd dat lidstaten zoalsNederland hun eigen veiligheidsafwegingen kunnen blijvenmaken, zonder dat de digitale autonomie en innovatie vanNederlandse bedrijven wordt beperkt?AntwoordHet kabinet onderschrijft dat cyberdreigingen in toenemende mategrensoverschrijdend zijn en een gezamenlijke Europese aanpak vereisen.Een geharmoniseerde Europese aanpak zorgt voor een gelijk speelveldvoor bedrijven op de Europese markt en beperkt gefragmenteerderegelgeving waarbij bedrijven in elke lidstaat aan andere regels moetenvoldoen. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat nationale veiligheid opgrond van het Verdrag betreffende de Europese Unie een uitsluitendeverantwoordelijkheid is van de lidstaten. Lidstaten dienen altijd ruimte teblijven houden om ten behoeve van de nationale veiligheid eigenstandigeafwegingen te maken of aanvullende eisen te stellen. Ook moeten demaatregelen proportioneel zijn en geen onnodige regeldruk voorbedrijven veroorzaken. In de onderhandelingen zet het kabinet daarom inop een risico-gebaseerde benadering, en benadrukt het kabinet het belangvan proportionaliteit: verplichtingen moeten aansluiten bij de aard,omvang en risico’s van organisaties, met bijzondere aandacht voor hetmidden- en kleinbedrijf. Tot slot benadrukt het kabinet dat regelgevinginnovatie niet mag belemmeren. Daarom wordt ingezet op technologie-neutrale normen en wordt actief het gesprek gevoerd met het Neder-landse bedrijfsleven om knelpunten tijdig te signaleren en bij de onder-handelingen te adresseren.62.De leden van de fractie van JA21 willen ten slotte de rechtsge-volgen van de EBW onder de aandacht brengen. Deze ledenmaken zich zorgen over de mogelijke juridische uitwassen. DeEBW zal worden gebruikt bij rechtshandelingen met soms zeer40European Commission, AI literacy practices, 2024, via https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/ai-literacy-practicesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119547 ingrijpende rechtsgevolgen. Het is dan ook van belang omduidelijk in kaart te brengen hoe het onboardingsproces wordtingericht. Juist in deze fase wordt namelijk vastgelegd welkeonderneming toegang krijgt tot de wallet en welke bevoegdhedendaaraan zijn gekoppeld. Kan het kabinet toelichten welkewaarborgen worden voorzien in het onboardingsproces van hetEBW om te voorkomen dat onjuiste of onbevoegde entiteitentoegang krijgen tot de wallet, en hoe wordt omgegaan metaansprakelijkheid indien hier toch fouten optreden?AntwoordHet kabinet deelt het belang dat wordt gehecht aan een zorgvuldigonboardingsproces. Naar de mening van het kabinet dient daarbij dekoppeling met de relevante registers zoals het handelsregister en deidentiteitsvaststelling op een hoog niveau te geschieden om te borgen datEBW’s aan de juiste en bevoegde entiteit worden uitgegeven. Uitgeversvan EBW’s dienen te voldoen aan de eisen van vertrouwensdienstver-leners uit de eIDAS-verordening, inclusief de eisen op het gebied vanaansprakelijkheid.Antwoorden op de vragen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele Telecomraad. Zij hebbenhiertoe nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de BBB-fractie onderschrijven het belang vanEuropese samenwerking op het gebied van AI, met name waarhet gaat om het versterken van het verdienvermogen en destrategische autonomie van Europa. Tegelijkertijd vinden dezeleden dat ambities alleen waarde hebben als ze worden omgezetin concrete investeringen en duidelijke keuzes, juist ook inNederland. De leden hebben hierover de volgende vraag:63.Wat is de verwachting van de Staatssecretaris over de groeiendevraag naar rekencapaciteit in Nederland en Europa? En zien zij inEuropees verband schaarste ontstaan, nu en/of in de toekomst?AntwoordDuidelijk is dat de vraag naar AI rekencapaciteit wereldwijd sterktoeneemt, zowel voor het trainen van AI-modellen als voor het gebruikervan. De precieze ontwikkeling van deze vraag is echter moeilijk tevoorspellen, omdat deze sterk afhankelijk is van het type toepassing envan technologische ontwikkelingen, zoals veranderingen in chiparchitec-turen. Daarnaast bestaat er een groot verschil in het gebruik van rekenca-paciteit tussen het trainen en finetunen van modellen enerzijds en hettoepassen van modellen (inferentie) anderzijds. Met name grootschaligetraining vereist zeer veel rekenkracht. Om beter inzicht te krijgen op derekenbehoefte binnen de overheid, wordt deze momenteel nader in kaartgebracht.Daarnaast wordt er in Europees verband gewerkt aan de opschaling vande rekencapaciteit via de EuroHPC Joint Undertaking. Met zowel eennetwerk van AI-fabrieken als AI-gigafabrieken wordt deze capaciteit verderuitgebreid. Ook is er een groeiend commercieel aanbod van AI- encloudcapaciteiten in Europa.64.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119548 Hoe waarborgt de Staatssecretaris dat deze AI-infrastructuur ende bijbehorende subsidies daadwerkelijk terechtkomen bijinnovatieve Nederlandse mkb-bedrijven en niet enkel ten goedekomen aan de «Big Tech» uit het buitenland of grote acade-mische clusters in de Randstad?AntwoordDe AI-fabriek in Groningen is bedoeld voor gebruik door innovatief mkb,naast onderzoekers en overheden. Grote bedrijven kunnen eventueelmeedenken met aanvragen voor rekenkracht, die door onderzoekersworden gedaan. Deze voorwaarden zijn geborgd en worden gemonitordop basis van een beschikking van EZK met het consortium dat deAI-fabriek gaat realiseren en gaat beheren.Verder zet Nederland zet in op een sterk nationaal AI-ecosysteem eninvesteringen in onderzoek en innovatie. De AI Coalitie voor Nederland(480 organisaties) speelt een belangrijke rol in kennisdeling en hetinvesteringsprogramma AiNed investeert met € 189 mln. uit het groei-fonds tot 2030 in kennis, innovatie en talent voor AI. Via generiekeinstrumenten als de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk(WBSO) en Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)-regelingkunnen (mkb-)bedrijven ook aan AI-kansen werken.65.In hoeverre is de Staatssecretaris bereid om bij deze projecten deNederlandse cybersecuritybedrijven voorrang te geven bovenbuitenlandse cloud-leveranciers, om onze digitale soevereiniteitecht te borgen?AntwoordHet versterken van de Nederlandse en Europese techmarkt, waarondervoor cybersecurity, is een prioriteit voor dit kabinet. Om digitale soeverei-niteit meer mee te wegen in aanbestedingen, zet het kabinet bij deEuropese onderhandelingen voor de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen inop meer ruimte om te kiezen voor Europese alternatieven in strategischesectoren. Tegelijkertijd beziet het kabinet mogelijkheden om binnenbestaande aanbestedingskaders soevereiniteitseisen bij aanbesteding tebevorderen, zoals het versterken van de regie op leveranciers en het beterinformeren van bestuurders over mogelijkheden binnen bestaandewetgeving. Vanuit aanbestedingswetgeving en een goede werking van deinterne markt is het niet mogelijk om Nederlandse bedrijven te bevoor-delen boven die uit andere Europese lidstaten.Ten aanzien van de bescherming van minderjarigen onlinesteunen de leden van de BBB-fractie het uitgangspunt datkinderen beschermd moeten worden in de digitale wereld. Dit iseen gedeelde verantwoordelijkheid met ouders van kinderen.Tegelijkertijd achten zij het van groot belang dat maatregelenuitvoerbaar en proportioneel zijn. De Staatssecretaris stelt datleeftijdsverificatie nodig kan zijn om kinderen beter tebeschermen op sociale media. Tegelijkertijd betekent effectieveleeftijdsverificatie in de praktijk dat alle gebruikers zich moetenidentificeren om hun leeftijd te bewijzen.De leden hebben hierover de volgende vraag:66.Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat leeftijdsverificatie leidt totonnodige inbreuken op privacy of tot praktische problemen voorgebruikers en aanbieders, en welke inzet kiest Nederland hierinrichting de Europese Commissie? Hoe voorkomt de Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119549 taris dat hierdoor feitelijk een algemene identificatieplicht opinternet ontstaat, waarbij ook volwassenen hun identiteit moetenprijsgeven om gebruik te maken van online diensten, met allerisico’s voor privacy en dataveiligheid van dien?Kan de Staatssecretaris garanderen dat leeftijdsverificatie nietleidt tot centrale registratie of monitoring van het surfgedrag vanburgers?AntwoordHet kabinet verkent momenteel of en hoe online leeftijdsverificatie inNederland het beste kan worden vormgegeven. Hierbij wordt goedgekeken naar de proportionaliteit en het voorkomen van privacyinbreuken en praktische problemen voor gebruikers en aanbieders.Het kabinet is van mening dat online leeftijdsverificatie moet zien op hetgeanonimiseerd verifiëren van de leeftijd en het uitgeven van eenleeftijdsbewijs aan de vragende partij. Hierbij gaat het om een leeftijds-bewijs dat aangeeft dat de vragende persoon «wel» of «niet» voldoet aaneen bepaalde leeftijdsgrens. Alle andere persoonsgegevens van depersoon die het leeftijdsbewijs aanvraagt, zoals de exacte geboortedatumof naam, worden niet gedeeld. Van een identificatieplicht op het internet ishierbij dus geen sprake, burgers delen met het sociale media platformalleen of ze wel of niet voldoen aan de gestelde leeftijdsgrens. Belangrijkis daarnaast dat er alternatieve methoden hiervoor zijn, zodat gebruikerskunnen kiezen hoe zij hun leeftijd aantonen.Bij de verkenning naar of en hoe online leeftijdsverificatie in Nederlandhet beste kan worden vormgegeven wordt meegenomen dat het nietmogelijk moet worden om het surfgedrag van burgers te monitoren. Hettegengaan van zogenaamde «linkability» is een hoofdprioriteit bij deverkenning, en een randvoorwaarde voor het al dan niet implementerenvan online leeftijdsverificatie in Nederland. Van centrale registratie vansurfgedrag is eveneens geen sprake bij de mogelijkheden die wordenverkend.67.De EU Business Wallet moet grensoverschrijdend zakendoenmakkelijker maken, maar de financiële impact voor medeover-heden baart de BBB-fractie zorgen. De Europese Commissie schatde opstartkosten per overheidsinstantie op circa € 76.500, maarhet kabinet verwacht dat de werkelijke kosten veel hoger zullenuitvallen. Waarom stemt Nederland in met een verplichteacceptatie voor publieke instanties (waaronder gemeenten enprovincies) zonder dat er een harde garantie is dat het Rijk dezekosten volledig dekt?Hoe voorkomen we dat de verplichte acceptatie van de BusinessWallet bij lokale overheden leidt tot de sluiting van fysiekeloketten of papieren alternatieven, wat de toegankelijkheid vande overheid voor minder digitaal vaardige ondernemers in deregio ondermijnt?AntwoordHet kabinet onderkent de zorgen van de BBB-fractie over de financiëleimpact van de voorgestelde verplichtingen voor medeoverheden. Hoewelhet voorstel op belangrijke punten aansluit bij Nederlandse beleidsdoelen,zoals het verminderen van regeldruk voor bedrijven en het verbeteren vanpublieke dienstverlening, zijn de precieze financiële gevolgen nog nietbekend. Dit is inherent aan de onderhandelingen over wetsvoorstellen. Deexacte impact zal van de definitief overeengekomen verordeningafhangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119550 Het kabinet heeft in de Raad nog geen definitieve instemming verleendaan de verplichtingen zoals voorgesteld door de Commissie. In deonderhandelingen zet het kabinet er nadrukkelijk op in dat de financiële enuitvoeringslasten proportioneel zijn en in redelijke verhouding staan totde beoogde baten. Daarbij wordt specifiek aandacht gevraagd voor depositie van medeoverheden. Conform de regels van budgetdisciplineworden de budgettaire gevolgen in beginsel ingepast op de begrotingenvan de betrokken departementen. Tegelijkertijd wordt bezien hoe kanworden voorkomen dat kosten onevenredig worden afgewenteld opmedeoverheden. Het kabinet acht het van belang dat hierover tijdigduidelijkheid bestaat.De voorgestelde verordening biedt lidstaten ruimte om alternatievevormen van dienstverlening te blijven aanbieden. Het kabinet zal zichervoor inzetten dat deze ruimte behouden blijft en expliciet wordtgewaarborgd, zodat ondernemers die minder digitaal vaardig zijn of devoorkeur geven aan andere vormen van dienstverlening, toegang blijvenhouden tot overheidsdiensten.68.Nederland uit in de verslagen grote zorgen over een centraalEuropees meldpunt voor cybersecurity-incidenten. Waarom wordter op Europees niveau überhaupt nog onderhandeld over decentralisatie van incidentmeldingen (NIS2/CER), terwijl dit eenevident risico vormt voor de nationale veiligheid en de soeverei-niteit van lidstaten over hun eigen vitale infrastructuur?AntwoordHet kabinet deelt de zorgen ten aanzien van het voorstel van deCommissie om middels een centraal Europees meldpunt een deel van dedienstverlening rondom incidentenafhandeling naar Europees niveau teverschuiven, in het bijzonder waar het gaat om meldingen onder de NIS2-en CER-richtlijnen. Samen met gelijkgezinde lidstaten zet Nederland zichop Europees niveau daarom actief in om het voorstel van de Commissiete schrappen dan wel te wijzigen. Bijvoorbeeld middels de opstelling vaneen recent non-paper41, dat op 9 maart jl. met uw Kamer is gedeeld.Hierbij benadrukt het kabinet dat nationale meldstructuren, waarbijlidstaten de directe en enige ontvanger van incidentinformatie blijven,behouden moeten blijven.69.Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat uit deverslaglegging van de laatste Raad Concurrentievermogen blijktdat de Nederlandse inzet rondom de Digital Fairness Act (DFA)vragen oproept. Deze leden signaleren een ogenschijnlijketegenstrijdigheid in de Nederlandse non-paper, waarin enerzijdswordt ingezet op handhaving en vereenvoudiging van bestaanderegels, terwijl anderzijds wordt gepleit voor nieuwe regelgeving.Dit lijkt bovendien af te wijken van de door de Kamer aange-nomen moties die juist inzetten op handhaving en versimpeling.De leden hebben hierover de volgende vragen:Kan de Staatssecretaris toelichten waarom zij in de praktijk metde non-paper over de DFA inzet op nieuwe regelgeving, terwijl deKamer zich expliciet heeft uitgesproken voor handhaving envereenvoudiging van bestaande regels? Op welke wijze geeft de41Non-paper «Digital Omnibus – Single Entry point for incident notifications» door Frankrijk,Duitsland, Italië, Nederland, Spanje en Zweden: https://open.overheid.nl/documenten/d30c150d-bdaa-4904-9beb-f57982ce8995/file.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119551 Staatssecretaris met deze inzet uitvoering aan de aangenomenmoties (Vermeer/Martens-America) die oproepen tot vereenvou-diging en consolidatie van het bestaande digitale regelgevings-kader, en hoe wordt geborgd dat de politieke richting van deKamer hierin leidend blijft?AntwoordMet de Digital Fairness Act (DFA) wordt het bestaande consumentenrechtaangepast. In het Nederlandse non-paper over de DFA zet het kabinetprimair in op handhaving van bestaande Europese regelgeving in hetdigitale domein, zoals de Digital Services Act (DSA). Daarnaast is eenbelangrijk onderdeel van de inzet het creëren van meer samenhangtussen het consumentenrecht enerzijds en regelgeving zoals de DSAanderzijds. Een voorbeeld hiervan is het overnemen van de definitie vandark patterns uit de DSA in het consumentenrecht. Hierdoor ontstaat eenEuropees geharmoniseerd kader en kan overlap, inconsistente en verderefragmentatie worden tegengegaan.Naast deze inzet op duidelijke consistente wetgeving, staat debescherming van consumenten en met name minderjarigen centraal. Zosignaleert het kabinet in het non-paper een aantal schadelijke onlinehandelspraktijken waar het huidige kader van wet- en regelgevingonvoldoende bescherming tegen biedt, zoals verslavend ontwerp vandigitale diensten en schadelijke handelspraktijken in games. Het kabinetroept daarom op om de DFA als gerichte maatregel te gebruiken om dezehandelspraktijken aan te pakken, om zo lacunes in de huidige wetgevingte vullen. Hiermee wordt mede invulling gegeven aan verschillende doorde Tweede Kamer aangenomen moties.4270.Kan de Staatssecretaris garanderen dat de voorgestelde wijzi-gingen in de Digitale Omnibus niet slechts leiden tot eentechnische herschikking van regels, maar tot daadwerkelijkeschrapping van regels die de productiviteit van mkb-ondernemersremmen?AntwoordHet kabinet erkent dat kleinere bedrijven andere uitdagingen ervaren dangrote bedrijven met betrekking tot regeldruk. Grotere bedrijven zijn overhet algemeen beter in staat dan kleine bedrijven om complexe regel-geving zelfstandig te interpreteren en toe te passen. Kleinere bedrijvenhebben baat bij heldere kaders en ondersteuning die het makkelijkermaakt regels na te leven. Zowel binnen de nationale als de Europeseagenda voor betere regelgeving is daarom bijzondere aandacht voor hetmkb. De omnibussen zijn onderdeel van de agenda voor betere regel-geving en bevatten daarom verschillende aanpassingen die er specifiekop zijn gericht naleving van de regels door mkb of Small Mid-Capsbedrijven makkelijker te maken. Het kabinet noemt in het BNC-fiche dateen aantal voorstellen uit de omnibussen mogelijk niet effectief deregeldruk verlagen. Bij verschillende van deze voorstellen, zoals hetEuropees meldpunt, bepaalde wijzigingen aan de AVG en de uitzonde-ringen in de Dataverordening op de bepalingen over overstappen tussenclouddiensten, verwacht het kabinet dat deze met name voor het mkbgeen lastenverlichting zullen opleveren. Deze voorstellen lijken decomplexiteit van (het naleven van) wetgeving te verhogen of creëren42Motie Bontenbal over het verbieden van loot boxes in Nederland, Kamerstukken II 2021/22,26 643 nr. 890 en de moties Kathmann over het pleiten voor een Europees verbod opverslavend ontwerp, Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 1302 en Kamerstukken II 24/25,36 531, nr. 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119552 complexe uitzonderingen waar kleinere bedrijven waarschijnlijk mindersnel gebruik van zullen maken.71.En waarom wordt er ingestemd met fundamentele wijzigingen inde AVG (zoals het toestaan van AI-training op bijzonderepersoonsgegevens zonder expliciete toestemming) terwijl hetkabinet zelf erkent dat er geen bewezen bijdrage is aan hetverlagen van de regeldruk? Is dit niet het paard achter de wagenspannen ten koste van de privacy?AntwoordOp dit moment lopen de onderhandelingen over de wijzigingen diebetrekking hebben op de AVG en heeft Nederland nog niet ingestemd metde voorgestelde wijzigingen in de AVG. Nederland heeft met betrekkingtot fundamentele wijzigingen vragen gesteld aan de Commissie, onderandere over hoe deze bijdragen aan het verlagen van regeldruk.Daarnaast heeft Nederland verschillende amendementen ingediend om tezorgen dat de voordelen van de AVG behouden blijven. Nederland zal danook het uiteindelijk behaalde onderhandelingsresultaat wegen bij hetbepalen van haar oordeel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 119553

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 102245b35efa595b

14 okt 2026 · 4d900f037f2fbdb3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.