KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief dierproeven

18 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bc374f8258b25105 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 336DierproevenNr. 155 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 november 2024Met deze brief en bijlagen informeer ik de Kamer over de inzet op hetdossier dierproeven, de voortgang op een tweetal moties en de publicatieen appreciatie van een aantal onderzoeksrapporten en -adviezen. Dezebrief wordt mede namens de Minister van OCW verstuurd voor watbetreft de onderwerpen waarvoor hij (mede)verantwoordelijk is.Op 9 mei 2023 was het laatste commissiedebat dierproeven en TransitieProefdiervrije Innovatie (TPI)(Kamerstuk 32 336, nr. 149), daarop volgdeeen tweeminuten debat op 16 mei. De wens van de Kamer is gericht opeen afname van het aantal dierproeven. In de brieven van 13 juli 2023(Kamerstuk 32 336, nr. 150) en 20 december 2023 (Kamerstuk 32 336,nr. 151) is de Kamer geïnformeerd over hoe de diverse moties entoezeggingen uit die debatten zijn opgepakt. Daarnaast heeft de Ministervan OCW op 24 oktober jl. de Kamer geïnformeerd over de voortgang vanhet onderzoek naar de mogelijkheid om het aantal proeven opniet-humane primaten verder te verlagen (Kamerstuk 31 288, nr. 1157).Net als de Kamer wil ik ook graag een daling van het aantal dierproevenzien. Daarom zijn onder meer onderstaande acties in gang gezet. Ik wil udaarbij meegeven dat directe afbouw van dierproeven niet eenvoudig isomdat deze van vele factoren afhankelijk is.In deze brief wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:I.Het drie pijlerbeleid (LVVN)II.Jaarcijfers dierproeven (Zo doende 2023) (LVVN)III.Rapportage werkgroep dieren gedood zonder voorafgaandehandeling. (motie van het lid Wassenberg c.s. Kamerstuk 32 336,nr. 140)IV.Rapport «Aansluiting proefdieronderwijs en de arbeidsmarkt» (LVVN)V.Signaal advies van NCad «Toename van ernstig ongerief bij dieren inhet wettelijk vereist veiligheidsonderzoek» (LVVN en IenW)VI.Eindrapport van het pilotonderzoek «Stimulering transparantproefdieronderzoek» (LVVN mede namens OCW) kst-32336-155ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1551 (I) Drie pijlerbeleid In Nederland is het dierproevenbeleid gericht op welzijn van proefdierenen het waarborgen van hoogwaardige kwaliteit van het proefdieron-derzoek. Daarnaast wordt er proactief ingezet op opbouw van proefdier-vrije technieken met het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie(TPI).De Nederlandse Wet op de Dierproeven vloeit voort uit de Europeserichtlijn (2010/63/EU). In deze richtlijn is het «nee, tenzij principe»opgenomen. Feitelijk zijn dierproeven in Europa verboden, tenzij er geengeschikte (gevalideerde, gekwalificeerde, geaccepteerde of geïmplemen-teerde) proefdiervrije methode beschikbaar is.In de Kamerbrief van van 13 juli 2023 (Kamerstuk 32 336, nr. 150) isgeschetst hoe het LVVN beleid is opgesplitst in drie pijlers. De eerste pijleromvat het beleid voor het welzijn van proefdieren en de 3v’s: vervanging,vermindering en verfijning van dierproeven. Daarmee zorg ik voor deborging van dierenwelzijn en kwaliteit van onderzoek zolang er nogproefdieren nodig zijn. In deze brief ga ik met name op deze pijler in.Daarnaast voer ik beleid specifiek gericht op de versnelling van detransitie naar proefdiervrije innovaties (pijler 2). Het is belangrijk dat dezeer komen omdat alleen dan de nadruk op de hierboven beschreven «nee»kan komen te liggen. De derde pijler is gericht op afbouw van dierproevenwaar dat binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Ik informeerde Kamer in een separate brief over de ontwikkelingen binnen pijler 2en 3.(II) Jaarcijfers dierproeven: Zo doende 2023 Jaarlijks publiceert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)de «Zo doende» met daarin de jaarcijfers dierproeven en proefdieren1.Net zoals voorgaande jaren ontvangt de Kamer de belangrijkste tabellenvan de jaarcijfers dierproeven en proefdieren voordat publicatie plaats-vindt, u vindt deze als bijlage (bijlage 1) bij deze Kamerbrief. De volledigecijfers zullen rond de jaarwisseling worden gepubliceerd op de websitevan de NVWA.In 2023 registreerden de Nederlandse vergunninghouders413.746 dierproeven. Dit is het totaal aantal dierproeven geregistreerdvoor de Europese registratie en de Nederlandse registratie. Dit is eenafname van 78.634 dierproeven in vergelijking met 2022. Deze daling kangrotendeels worden verklaard doordat er in 2023 een aantal grotebestandonderzoeken met betrekking tot wilde vogels en vissen zijnafgerond. Ook is bij een aantal instellingen minder vraag naardierproeven. Voor de «Zo doende 2023» heeft de NVWA de rapportagegeharmoniseerd met het Europese format voor de rapportage vandierproevencijfers2. Hierdoor zijn de cijfers nog beter vergelijkbaar metandere lidstaten en wordt er meer inzicht geboden in het gebruik vanproefdieren die genetisch gemodificeerd zijn. Dit is gedaan om de1De definitie van een dierproef is: elk gebruik van een dier voor experimentele, onderwijs-kundige of andere doeleinden waarvan het resultaat bekend of onbekend is, dat bij het dierongerief veroorzaakt. Ongerief wil zeggen: evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvendeschade dan bij het inbrengen van een naald, volgens goed diergeneeskundig vakmanschap.Ieder dier dat in een proef gebruikt wordt telt dus als 1 dierproef.2https://environment.ec.europa.eu/topics/chemicals/animals-science/statistics-and-non-technical-project-summaries_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1552 gevolgen van de introductie van de herziene Europese handreikinggenetisch gewijzigde dieren3 nu en in de toekomst beter inzichtelijk temaken.Ik heb het Nationaal Comité adviezen dierproeven (NCad) gevraagdduiding te geven op de dierproefcijfers van de afgelopen jaren om zo eenbeter inzicht te krijgen in de onderliggende dynamieken en waar de(on)mogelijkheden liggen om met beleid actief in te zetten op verdereafbouw van dierproeven. In verwacht de Kamer in het voorjaar van 2025over de voortgang van dit onderzoek te kunnen informeren.(III) Rapportage werkgroep dieren gedood zonder voorafgaandehandeling. Naast dieren die gebruikt worden in een proef, zijn er ook dieren dieworden gebruikt om mee te fokken. Ook zijn er dieren die helemaal nietworden gebruikt om mee te fokken of gebruikt worden in een proef. Dezedieren die niet in fok óf dierproef worden gebruikt zijn genetisch gemodifi-ceerde dieren die niet over die specifieke genetische eigenschappenbeschikken die nodig zijn voor de fok of het onderzoek.Sinds 2014 wordt bij de registratie van dierproeven onderscheid gemaakttussen dieren die zijn doodgegaan of gedood na het gebruik in fok(bijvoorbeeld ouderdieren die zijn gebruikt voor de fok) en dieren die zijndoodgegaan of zijn gedood vóór gebruik in fok of dierproef (bijvoorbeeldvanwege ongeschiktheid voor gebruik in dierproeven). De term «Invoorraad gedood», die veelal wordt gehanteerd voor deze dieren, kanverkeerd worden opgevat omdat de eerste genoemde groep namelijk wélgebruikt wordt als fokdier en daarmee een waardevolle bijdrage leverenaan dierproefonderzoek. In 2023 ging dit in totaal om 99.021 dieren. Hetaantal dieren dat in 2023 is doodgegaan of zijn gedood vóór gebruik in fokof dierproef betrof 162.777.In de Kamerbrief van 30 januari 2023 (Kamerstuk 32 336, nr. 143) is deKamer geïnformeerd over de voortgang op invulling van de meest recentemotie uit 2022 (Kamerstuk 32 336, nr. 140) op dit onderwerp, waarin deregering wordt verzocht om met een actieplan te komen om tot een snelleverlaging van het aantal in voorraad gedode proefdieren te komen.Ter invulling van deze motie is een werkgroep binnen de Nederlandseproefdierkunde vereniging (DALAS) gevraagd om advies uit te brengenover het terugdringen van het aantal gedode dieren zonder voorafgaandehandeling. In de bijlage (bijlage 2) vindt u de rapportage van dezewerkgroep.De werkgroep beschrijft in haar rapport een aantal constateringen en doetaanbevelingen. Een van de constateringen is dat doden van dieren zondervoorafgaande handeling niet geheel voorkomen kan worden en gaat in opwelke factoren daarbij een rol spelen. Daarnaast wordt ook ingegaan optechnieken zoals CrisprCas-technologie die er voor zorgen dat er minderdieren nodig zijn om dieren met de juiste genetische aanpassing tekrijgen.Als dieren tussen verschillende instituten uitgewisseld zouden kunnenworden zouden er in theorie ook minder dieren nodig zijn. Dit blijkt in depraktijk lastig omdat er soms een beperking is vanwege verschillen inmicrobiologische status tussen de instituten. De aanwezigheid vansommige micro-organismen wordt dan niet aanvaardbaar geacht in een3Nieuwe versie handreiking genetisch gewijzigde dieren | Centrale Commissie DierproevenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1553 ander instituut. Daarnaast is uitwisseling tussen faciliteiten niet altijd tecombineren met het doel van de proef, vanwege transport en daardoorvereiste tijd voor quarantaine en/of acclimatisatie. Hierdoor is de eerdervoorgestelde pilot met een database gericht op het uitwisselen van dierenminder aantrekkelijk voor de sector.Het rapport bevat de volgende aanbevelingen:1.Aanstellen van een fok-coördinator. Gelukkig hebben vele vergunning-houders naar aanleiding van de NCad Code of Practice «AdviesGemodificeerde dieren» dit inmiddels al zelfstandig gedaan. Dit kanwettelijk niet verplicht worden omdat Nederland gebonden is aanEuropese regelgeving en Nederland hierin niet strenger mag zijn danandere lidstaten.2.Bijeenkomsten voor fok-coördinatoren. Er blijkt behoefte om elkaarvaker te zien om zo kennis en ervaring te delen. Dit initiatief juichtLVVN uiteraard toe.3.Na- en bijscholing voor fok-coördinatoren en andere geïnteresseerdeom zo het kennisniveau op dit gebied in Nederland op peil te houdenen verder door te ontwikkelen.4.Voortbouwen op reeds bestaande nationale databases waarin naastbeschikbare dierenlijnen ook expliciet aandacht is voor o.a. «invriezen»waardoor (GM)lijnen bewaard kunnen worden, zonder dat dit directheel veel dieren kost.Over de laatste twee aanbevelingen ben ik met o.a. DALAS in gesprek omhier verder invulling aan te geven. Ik verwacht u hierover in het voorjaarvan 2025 te kunnen informeren.Mede door de proactieve inzet van de sector is in proefdiercijfers(Zodoende 2023) te zien dat het aantal dieren dat in 2023 is doodgegaanof gedood zonder te zijn gebruikt in fok of dierproef een stuk lager ligt dande voorafgaande jaren. Van 442.767 in 2019 naar 341.887 in 2022 en261.798 in 2023.(IV) Appreciatie rapport: Aansluiting proefdieronderwijs en dearbeidsmarkt. In de afgelopen jaren ontving het Ministerie van LVVN verschillendesignalen over knelpunten tussen de aansluiting van het proefdieron-derwijs en de arbeidsmarkt. Vanuit het belang dat enkel bevoegd enbekwaam personeel met proefdieren werkt heeft de Minister van LVVNvorig jaar het onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) gevraagdom hier een verkennend onderzoek naar te doen. De rapportage van AEFis eerder dit jaar opgeleverd en vindt u als bijlage (bijlage 3) bij deze brief.In het rapport beschrijft AEF de wensen, knelpunten en mogelijkheden inhet proefdierkundige werkveld en onderwijs. Het rapport plaatst deze inhet perspectief van verschillende stakeholders en brengt hiermee decomplexiteit van dit vraagstuk in beeld.De rapportage bevat een vijftal aanbevelingen:1.Het verruimen van mogelijkheden voor post-mbo/hbo proefdierkundigonderwijsaanbod, om zo de beter te voorzien in de behoefte van dearbeidsmarkt.2.Verruimen mogelijkheden erkenning «on the job» bijscholing, om zospecialistisch opleiden mogelijk te maken.3.Duidelijkere kaders voor het verlenen van ontheffingen ter verbeteringvan transparantie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1554 4.Onderzoeken van wettelijke ruimte voor geschoolde dierverzorgers ommet proefdieren te mogen werken, waardoor vraag en aanbod beterop elkaar afgestemd kan worden.5.Wettelijke opleidingseisen aanpassen van namen en (crebo4-encroho5) nummers naar leeruitkomsten, om zo meer mogelijkhedenvoor flexibele leerroutes te creëren.Deze aanbevelingen zijn niet aan een partij gericht, maar vragen om eensector-brede aanpak. LVVN bereidt een initiatief voor om deze aanbeve-lingen samen met de sector en andere belanghebbende partijen zoalsNVWA en OCW verder op te pakken, te prioriteren en uit te werken. Ookhierover zal ik u in het voorjaar van 2025 informeren.(V) Appreciatie signaaladvies NCad toename ernstig ongerief bijproefdieren Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) heeft op12 augustus jl. een ongevraagd advies uitgebracht onder de titel«Toename van ernstig ongerief bij dieren in het wettelijk vereist veilig-heidsonderzoek». Dit advies was gericht aan de bewindspersonen vanLVVN, IenW en VWS; u vindt dit advies als bijlage (bijlage 4.a en 4.b) bijdeze brief.Het NCad signaleert een toename van ongerief bij proefdieren die voorhet veiligheidsonderzoek van chemische stoffen worden ingezet. Dit zoueen gevolg zijn van de door het Europees Chemicaliënagentschap (ECHA)recente aanbeveling. Deze aanbeveling, die een uitleg geeft van de doorde internatonaal afgestemde OESO6 testrichtlijnen voor voorgesteldedoseringen, geeft aan dat de hoogste dosering van de chemische stofmoet worden genomen, zonder dat er ernstig ongerief optreedt. In depraktijk betekent de «hoogste dosering» dat deze zal worden gekozen ophet grensgebied van matig en ernstig ongerief.Ongerief voor proefdieren dient niet groter te zijn dan nodig om een goedoordeel te kunnen geven over negatieve effecten van een stof. Overmatigongerief dient voorkomen te worden door voorafgaande aan hetonderzoek humane eindpunten te definiëren. Humane eindpunten zijnexpliciet beschreven omstandigheden waarna het doel van de proef nietmeer opweegt tegen het lijden van het dier. Wanneer het humaneeindpunt is bereikt wordt het lijden van het proefdier actief beëindigd ofverminderd, bijvoorbeeld door euthanasie of beëindiging van de pijnlijkeprocedure. In OESO leidraad 19zijn internationale afspraken vastgelegdover het hanteren van humane eindpunten binnen veiligheidsbeoordelingvoor chemische stoffen.De aanbeveling van ECHA kwam o.a. voort uit een constatering dat voortoxicologisch onderzoek in sommige gevallen sprake was van onder-dosering, waardoor niet (volledig) duidelijk wordt wat de gevaareigen-schappen van de betreffende chemische stof zijn en de uitkomsten niet ofonvoldoende bruikbaar zijn om over de veiligheid van de onderzochtechemische stof te oordelen. Daarmee is een dierproef dan onnodigingezet, iets wat uiteraard voorkomen moet worden.Zoals het NCad stelt, de formulering van de aanbevelingen van ECHAzouden zodanig moeten zijn dat in de praktijk zowel te laag doseren als tehoog doseren wordt vermeden. De wijze waarop getest moet worden is4Vind erkende opleidingscodes (s-bb.nl)5RIO (voorheen CROHO) – Hoger onderwijs – DUO Zakelijk6OESO = Organisatie voor Economische Samenwerking en OntwikkelingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1555 Europees geregeld in de Testrichtlijnverordening. Het NCad en het RIVMhebben dit signaal onder de aandacht gebracht van ECHA.Dit agentschapis verantwoordelijk voor de veiligheidsbeoordelingen binnen de EU enonderzoekt deze signalen. Ook wordt gekeken hoe de aanbevelingen uitdit signaaladvies kunnen helpen om onjuiste doseringen in de praktijk tevoorkomen. Voor welzijn en veiligheid van mens, dier en milieu zal iksamen met IenW deze ontwikkelingen blijven volgen en de Kamerinformeren.(VI) Eindrapport pilotonderzoek «stimulering transparant proef-dieronderzoek» ZonMw De Tweede Kamer heeft verzocht om gebruik van methoden te stimulerendie zijn ontwikkeld om de transparantie en reproduceerbaarheid vanwetenschappelijke studies te verhogen. Verwachting is dat daarmee hetaantal benodigde dierproeven kan dalen. Daarom heeft OCW aan ZonMwgevraagd met een pilot te onderzoeken wat de impact is van dezemethoden op de onderzoekspraktijk en hoe de acceptatie van dezemethoden kan worden verbeterd. Op 28 maart jl. is het rapport «BetterScience through More Transparancy» van ZonMw aan de Kameraangeboden (Kamerstuk 32 336, nr. 153). In het commissiedebatOnderzoek – en Wetenschapsbeleid van 3 oktober jl. (Kamerstuk 29 338,nr. 279), is de Minister van OCW gevraagd om een inhoudelijke reactie ophet rapport en de aanbevelingen, zoals is toegezegd bij het delen van hetrapport met de Kamer (Kamerstuk 32 336, nr. 153). Met de hieropvolgende passage wordt daaraan voldaan.Inhoudelijke samenvattingHet pilotonderzoek is gericht op methoden die de transparantie enkwaliteit van proefdieronderzoek kunnen verhogen, de impact van hettoepassen van deze methoden in de praktijk en welke hindernissen erbestaan om deze methoden toe te passen. De algehele conclusie van hetonderzoek is dat de transparantiemethoden breder moeten wordengeïntegreerd in de beoordeling, erkenning en beloning door financiers,tijdschriften en instituten.AanbevelingenDe aanbevelingen richten zich op subsidieverstrekkers; wetenschappelijkeinstituten en instellingen; DEC’s, CCD en IvD’s7, uitgevers en OCW.Aanbevelingen aan subsidieverstrekkersDe aanbevelingen richten zich op pre-registratie, ARRIVE-richtlijnen,FAIR/DMP8, open science en systematic reviews9. Het is primair aan desubsidieverstrekker zelf om een afweging te maken welke subsidievoor-waarden ze op welke termijn gaan invoeren. Het onderzoeksrapport biedtdaarvoor waardevolle afwegingen en handreikingen. ZonMw heeft deambitie uitgesproken om de transparantiemethoden rondom dierproeveneen stevige plek te geven in de relevante onderzoeksprogramma’s.Bovendien komt ze onderzoekers hierin tegemoet door financierings-7DEC’s = Dierexperimentencommissies; CCD = de Centrale Commissie Dierproeven; IvD’s =Instanties voor Dierenwelzijn.8ARRIVE = Animal Research: Reporting of In Vivo Experiments; FAIR = findable, accessible,interoperable and reusable; DMP = Data Management Plan9Definitie van een systematische review: een vorm van wetenschappelijk onderzoek waarbijresultaten van bestaande onderzoeken worden gebundeld. Een meta-analyse is een variant vaneen systematische review, waarbij resultaten ook kwantitatief gebundeld worden; er wordennieuwe berekeningen gedaan met de data uit eerdere onderzoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1556 mogelijkheden te bieden voor het uitvoeren van verschillende proefdier-vrije innovaties en het publiceren van goed uitgevoerd dierexperimenteelonderzoek met negatieve of neutrale uitkomst.Systematic Reviews (SR’s) zijn complex in uitvoering en vragen een grotetijdsinvestering. Er wordt daarom geadviseerd de subsidies voor trainingen uitvoering van SR’s in stand te houden. LVVN heeft dan ook het budgethiervoor via ZonMw verhoogd van € 450.000 naar € 850.000 voor deperiode 2024–2028.LVVN en OCW blijven met de Nederlandse subsidieverstrekkers in gesprekover de implementatie van de aanbevelingen.Aanbevelingen aan wetenschappelijke instituten en instellingenDe aanbevelingen zijn gericht op datamanagement, open science, hetopnemen van trainingen over SR’s en preregistratie. Deze aanbevelingenzijn in lijn met de wensen vanuit de Tweede Kamer (Kamerstuk 32 336,nr. 146, Kamerstuk 32 336, nr. 100). Het is aan universiteiten en umc’s zelfom de voorgestelde aanbevelingen over transparantiemethoden teimplementeren in de opleidingen. Zij geven aan hier voortvarend mee aande slag te zijn. De Minister van OCW blijft in gesprek met Universiteitenvan Nederland (UNL) en de Nederlandse Federatie van UniversitairMedische Centra (NFU) om zo aandacht te vragen voor de opvolging vandeze aanbevelingen. Ook gaan LVVN en OCW met de trekkers van hetStreefbeeld Onderwijs10 in gesprek, om te verkennen hoe transparantie-methoden via het onderwijs verder gestimuleerd kunnen worden.Aanbevelingen gericht aan DEC’s, CCD en IvD’sEr wordt geadviseerd aan IvD’s om in samenwerking met universiteiten envergunningshouders preregistratie te promoten in de curricula en andereinstructies bedoeld voor de bekwaamheid met de uitvoering vandierproeven, zoals de cursus proefdierkunde Artikel 9.Verder worden de DECs, CCD en IvD’s aangeraden te verkennen hoesystematisch literatuuronderzoek onderbouwing van vergunningsaan-vragen verder kan verstevigen. Zoals aangegeven in de Kamerbrief vand.d. 20 december 2023 (Kamerstuk 32 336, nr. 151) heeft de CCD latenweten dat het principe van Synthesis of Evidence11 al wordt toegepast bijde vergunningverlening en hiermee toetst of de keus voor een dierproefvoldoende onderbouwd is. Ook zal het gesprek aangegaan worden met decursuscoördinatoren van de Artikel 9 cursus om prominenter aandacht tevragen voor deze transparantiemethoden in het cursusmateriaal. Dit zalworden meegenomen in het eerdergenoemde gesprek met de trekkersvan het Streefbeeld Onderwijs.Aanbeveling gericht aan uitgeversTijdschriftredacteuren worden opgeroepen op binnen hun beleid meer inte zetten op het delen van gegevens, monitoring en open science-beloningen. Het kabinet roept de wetenschappelijke uitgevers op omhieraan uitvoering te geven.10Streefbeeld voor proefdiervrije innovatie in het (post)academisch onderwijs | Publicatie |Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (ncadierproevenbeleid.nl)11Handreiking Synthesis of Evidence in proefdieronderzoek | Brochure | Nationaal Comité adviesdierproevenbeleid (ncadierproevenbeleid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1557 Aanbevelingen gericht aan OCWDe aanbevelingen gericht op open science vragen aan instellingen om denaleving van transparantiemethoden bij de evaluatie en erkenning vanonderzoekers op te nemen. Specifiek is de aanbeveling aan ZonMw enOCW om de discussie over een mogelijke transitie van het Nederlandseonderzoekslandschap uit het huidige commerciële uitgeverijsysteem teintensiveren. De Minister van OCW onderschrijft deze ambitie. Eengezamenlijke en gecoördineerde aanpak hierop is noodzakelijk. NWO,ZonMw en OCW hebben samen met andere relevante partijen hetconvenant Regieorgaan Open Science12 getekend. NWO zal gevraagdworden om met het regieorgaan deze aanbevelingen te bespreken om zote verkennen hoe deze opgepakt kunnen worden. Overigens wordenhierop, door het Regieorgaan Open Science en via het open science beleidvan verschillende instellingen, al de nodige stappen gezet.In de voortgangsbrief TPI zal de Minister van OCW ingaan op de aanbeve-lingen van Stichting Proefdiervrij die deels aansluiten op de aanbeve-lingen uit het ZonMw rapport.VervolgprocesOp 14 november 2024 vindt het commissiedebat dierproeven plaats.Tijdens dit debat ga ik graag samen met de Minister van OCW met deKamer in debat over dierproeven en TPI.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. Rummenie12Convenant regieorgaan Open Science | Convenant | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 336, nr. 1558

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · af8ed0e9ddd8ebab

14 okt 2026 · e123e01538caebaf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.