KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de Transportraad van 8 juni 2026

3 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9756b27828ffd9cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1236 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat, het verslag aan van de Transportraad d.d. 8 juni 2026 inLuxemburg. Ook wordt u geïnformeerd over het recente akkoord datbereikt is op de verordening passagiersrechten in de luchtvaart incombinatie met de verordening inzake aansprakelijkheid luchtvervoerders.Daarnaast ontvangt u hierbij de zesde voortgangsrapportage van hetPlatform International Rail Passenger Transport.Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans kst-21501-33-1236ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12361 I. Verslag van de Transportraad van 8 juni 2026 Afgelopen 8 juni nam de Minister deel aan de Transportraad inLuxemburg, waar onder andere is gesproken over (1) de verduurzamingzakelijke voertuigen, (2) de decarbonisatie van de transportsector na 2030,(3) de EU maritieme maakindustrie, (4) de EU havenstrategie, en (5) decrisis in het Midden-Oosten in relatie tot de transportsector. Vervolgensgaf de Europese Commissie (hierna: Commissie) onder de diversenpunteneen korte stand van zaken van de onderhandelingen met het EuropeesParlement over wetgevende voorstellen en werden er daarnaast 13 diver-senpunten behandeld van zowel de lidstaten als de Europese Commissie.Er vonden ook twee ondertekeningen plaats als onderdeel van deTransportraad: (1) gezamenlijke intentieverklaring grensoverschrijdendetesten geautomatiseerde voertuigen binnen de EU; (2) Clean TransportCorridor Initiative.Voortgangsrapportage verduurzaming zakelijke voertuigenDe Clean Corporate Vehicles-verordening maakt onderdeel uit van hetautomobiel pakket gepubliceerd door de Commissie op 16 december2025.1 Het wetgevingsvoorstel houdt in dat lidstaten moeten zorgen vooreen minimaal aandeel laag- en nul-emissie voertuigen in de nieuweregistraties door grote ondernemingen. Het voorstel richt zich daarmeeexpliciet niet op het mkb.Nederland heeft steun uitgesproken voor dit voorstel en benadruktedaarbij dat het voorstel (1) zorgt ervoor een reductie van CO2-emissies inhet wegvervoer; (2) bijdraagt aan het concurrentievermogen van deEuropese automobiel sector; en (3) bijdraagt aan het vergroten van hetaanbod van tweedehands elektrische voertuigen voor consumenten. Hetkabinet is voorstander van een hoger ambitieniveau in dit Europesevoorstel, omdat veel lidstaten de doelen met bestaand beleid al zullenoverstijgen. Gezien de kritische houding van meerdere lidstaten is erechter ingezet op het behoud van ambitie in het voorstel.Het Voorzitterschap en de Commissie gaven beide aan dat de standpuntenvan lidstaten erg uiteenlopen over dit voorstel. De Commissie gaf aan inte zetten op een algemene oriëntatie bij de Transportraad eind november.Hoewel alle lidstaten zeggen de verduurzaming van bedrijfswagenparkente steunen, was er op het wetgevingsvoorstel vooral veel kritiek, metname op het bindende karakter van de streefcijfers. Andere kritiekpuntenhadden betrekking op het verzamelen van de benodigde data, het tijdspadin het voorstel en de mogelijke administratieve lasten voor het mkb.Daarnaast werd het belang van technologische neutraliteit door meerderelidstaten benadrukt en uitten meerdere lidstaten zorgen over devoldoende beschikbaarheid van laadinfrastructuur.Decarbonisatie van de transportsector na 2030Tijdens de Transportraad vond er een eerste gedachtewisseling plaatsover de decarbonisatie van de transportsector post-2030. Dit was naaraanleiding van de recente wijziging van de EU klimaatwet en de nieuwedoelstelling om de uitstoot van broeikasgassen met 90% (t.o.v. 1990) tehebben verminderd in 2040. De verordening betreffende infrastructuurvoor alternatieve brandstoffen (AFIR), de ReFuelEU luchtvaart-verordening en de FuelEU maritiem-verordening zullen door deCommissie worden herzien in 2026 en 2027. De Commissie benadrukte1BNC fiche over de Clean Corporate Vehicles-verordening: Kamerstukken II 2025–26, 22 112,nr. 4271Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12362 dat concurrentiekracht, duurzaamheid en onafhankelijkheid elkaar kunnenversterken en stelde dat verduurzaming onze economie weerbaarder kanmaken tegen schokken.Nederland heeft zich uitgesproken voor een ambitieus Europees pakketom invulling te geven aan het doel van 90% in 2040 op weg naarklimaatneutraliteit in 2050 en benadrukte daarbij het belang van een gelijkspeelveld en investeringszekerheid. Daarbij gaf Nederland aan datelektrificatie de voornaamste drijfveer is voor het langetermijn-concurrentievermogen van de EU auto-industrie, het verminderen vanuitlaatemissies binnen de wegvervoersector en innovatie die de betaal-baarheid van mobiliteit bevordert. Nederland heeft hierbij opgeroepen toteen effectief EU emissiehandelssysteem (ETS) en het snel invoeren vanETS-2 voor de gebouwde omgeving en wegvervoer; een ambitieuzeherziening van AFIR en behoud van de prikkel tot elektrificatie voor hetautomobiel pakket. Daarnaast heeft Nederland aandacht gevraagd voorhet opschalen van hernieuwbare brandstoffen voor de luchtvaart enmaritieme sector.Veel lidstaten zien de verschuiving van goederen- en personenvervoer perspoor als cruciaal voor het verminderen van emissies, het verbeteren vande verbindingen en het verminderen van geluidsoverlast en vervuiling.Modernisering van de spoorinfrastructuur en het wegnemen vanobstakels voor hogesnelheidstreinen worden beschouwd als belangrijkedrijfveren voor decarbonisatie. Ook elektrificatie van het wegvervoer(zowel lichte als zware voertuigen) wordt gezien als een belangrijke routenaar klimaatneutraliteit door meerdere lidstaten, waaronder Nederland.Verschillende lidstaten benadrukten echter het belang van technologischeneutraliteit en de ondersteuning van alternatieve brandstoffen, waaronderwaterstof, om afhankelijkheid te voorkomen. De herziening van het ETSwerd als belangrijk aangemerkt, met oproepen tot een evenwichtigeaanpak van emissiehandel en decarbonisatie. Sommige lidstaten pleittenvoor lagere ambities bij een herziening van de AFIR; bijvoorbeeld voormeer tijd voor het aanleggen van laadinfrastructuur. Ten slotte wezenverschillende lidstaten op het belang van het verminderen van deafhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen, met name in hetlicht van de huidige geopolitieke situatie.Maritieme MaakindustrieTijdens de Transportraad heeft het voorzitterschap Raadsconclusiesaangenomen over de European Industry Maritime Strategy (EIMS). Destrategie beoogt de concurrentiekracht van de sector te consolideren en teversterken, met name in hoogwaardige marktsegmenten waar Europamomenteel een technologische voorsprong heeft. De strategie isopgebouwd rond zes pijlers: drie thematische pijlers (industrie, transporten veiligheid) en drie horizontale pijlers (innovatie, financiering envaardigheden).Het kabinet heeft deze Raadsconclusies gesteund. Er was brede steunvoor dit voorstel tijdens de Transportraad. Wel legde meerdere lidstatende nadruk op het voorkomen van een onbalans met mondiale kaders zoalsde Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Er werd voornamelijkaandacht gevraagd voor landenspecifieke omstandigheden en prioriteitenals aanvulling op deze Raadsconclusies.EU HavenstrategieTijdens de Transportraad heeft het voorzitterschap Raadsconclusiesvastgesteld over de EU Havenstrategie. In deze strategie benadrukt deCommissie dat Europese havens cruciale pijlers zijn binnen onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12363 economie, samenleving, veiligheid en strategische autonomie. Daarbijworden ook de achterlandverbindingen (vaarwegen en spoor) en specifiekeen versterkte positionering van de binnenhavens meegenomen alsfocuspunten. Tegen deze achtergrond beoogt de strategie samenhang tebrengen in lopende en nieuwe initiatieven en deze te versterken. Destrategie stelt geen nieuwe Europese regelgeving voor, maar verwijst naarlopende en voorgenomen initiatieven die de Commissie op korte ofmiddellange termijn zal ontplooien met raakvlakken voor havens in deEU-lidstaten.Er was brede steun voor dit voorstel tijdens de Transportraad, waarondervan Nederland. Er werd door veel lidstaten, waaronder Nederland, nadrukgelegd op het vinden van een balans tussen concurrentiekracht,weerbaarheid, investeringen en verduurzaming van havens. Ook was eraandacht voor militaire mobiliteit, dual-use infrastructuur, cyberveiligheiden de strategische rol van havens in de energie- en klimaattransitie. Eenaantal lidstaten wees op de risico’s van weglekeffecten als gevolg van ETSherziening. Ook werd er door enkele lidstaten aandacht gevraagd voorlandenspecifieke omstandigheden.Crisis in het Midden-Oosten in relatie tot de transportsectorEr vond een korte sessie plaats over de effecten van de situatie in hetMidden-Oosten op de transportsector. Het voorzitterschap en deCommissie gaven aan dat er in de EU geen brandstoftekorten zijn en dater nog voldoende strategische reserves zijn. Ook stond de Commissie stilbij het AccelerateEU2 voorstel en het daarbij horende brandstofobserva-torium. De Commissie benadrukte daarbij het belangrijk is voor deweerbaarheid van de EU om onafhankelijk te worden van fossielebrandstoffen. Er waren maar enkele interventies van lidstaten gezien deeerdere besprekingen over het onderwerp (op 21 april en op 28–29 april).Nederland riep de Commissie nogmaals op om tijdig flexibiliteit te biedenaan de luchtvaartsector op het gebied van slots, met het oog opafnemende voorraden van brandstof. Nederland kreeg hiervoor beperktesteun van andere lidstaten. De Commissie gaf aan de situatie temonitoren, maar op dit moment nog geen gehoor te kunnen geven aandeze oproep. Als de situatie verslechtert zal de Commissie kijken naarvervolgmaatregelen.DiversenpuntenDiversenpunten Europese Commissie – voortang onderhandelingenlopende wetgevingDe militaire mobiliteitsverodeningDe Commissie gaf aan dat ze waarschijnlijk deze maand een mandaatzullen aannemen in Coreper. Ze benadrukte hierbij het belang van snelmilitaire grensoverschrijdende bewegingen kunnen maken binnen de EU;het militaire reactie mechanisme; en het verbeteren van de vervoersinfra-structuur.De verordening handhaving passagiersrechtenDe Commissie gaf aan dat er goede voortgang is geboekt in de onderhan-delingen en hoopt op een afronding hiervan onder het Cypriotischevoorzitterschap. De Commissie benadrukte daarbij het belang van dit2Kamerbrief AccelarateEU – Energy Union: Kamerstukken II, 2026–2027, 22 112, nr. 4326, 8 mei2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12364 voorstel voor het beschermen van de passagiersrechten en dat hetvoorstel bijdraagt aan het verbeteren van de transparantie en duide-lijkheid richting de passagiers over hun rechten.De richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoertuigenDe Commissie benadrukte het belang van voortgang op dit dossier. Zenoemde het een stap richting nul emissie verkeer. Ook gaf de Commissieaan dat bestaande en nieuwe regels beter kunnen worden afgedwongenals er een akkoord op dit onderwerp wordt bereikt.De Eurovignetrichtlijn (Europese tolheffingsregels)Het Europees Parlement heeft in mei j.l. een positie aangenomen en detrilogen zijn gestart. De Commissie gaf aan dat de onderhandelingenmoeizaam verlopen.Roadworthiness PakketDe Commissie gaf aan uit te kijken naar de start van de trilogen met hetEuropees Parlement onder het Iers Voorzitterschap. Op de Transportraadvan 4 december 2025 is er een algemene oriëntatie bereikt op dit pakket.Het passagierspakketTijdens de Transportraad vroeg de Commissie aandacht voor hetpassagierspakket dat op 13 mei j.l. is gepubliceerd, bestaande uit drievoorstellen: 1) Verordening betreffende multimodale boekingen en totintrekking van Verordening (EG) nr. 80/2009 inzake een gedragscode voorgeautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking3, 2) Verordeningover trein ticketverkoop (RTR), en 3) een beperkte herziening van deVerordening passagiersrechten spoor (RPRR)4 voor doorgaande tickets.Met deze voorstellen beoogt de Commissie het passagiers makkelijker temaken om eenvoudig een (internationaal) ticket te reserveren, boeken enbetalen, en de rechten van reizigers te verbeteren. Diverse lidstatenspraken steun uit voor het passagierspakket. Uw Kamer heeft dekabinetsappreciaties over deze voorstellen ontvangen op 19 juni jl. via degebruikelijke BNC fiches5.Diversenpunt van Nederland: luchtvaartveiligheid – het delen van zwartelijsten van ordeverstorende passagiersNederland vroeg tijdens de Transportraad aandacht voor het mogelijkmaken van zwarte lijsten van ordeverstorende passagiers. Het aantalordeverstorende passagiers neemt wereldwijd toe en vormt een groeiendrisico voor de luchtvaartveiligheid. Deze ontwikkeling vraagt om eendaadkrachtige en gezamenlijke aanpak. Nationale maatregelen zijn daarbijonvoldoende. Effectieve maatregelen vereisen juist ook Europesesamenwerking en een breed draagvlak onder de lidstaten. Een belangrijkestap in dit kader is het onderling delen van zwarte lijsten tussen Europeseluchtvaartmaatschappijen. Deze preventieve maatregel draagt bij aan hetversterken van de veiligheid binnen de luchtvaartsector en geeft eenduidelijk signaal af aan de samenleving dat ordeverstorend gedrag nietwordt getolereerd. Nederland werd tijdens de Transportraad door eenbrede groep lidstaten gesteund op dit onderwerp.3EU 2026/01334EU 2021/7825Kamerstukken II 2026–2027, 22 112, nr. 4387; Kamerstukken II 2026–2027, 22 112, nr. 4386.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12365 Diversenpunt van Nederland: International Railpassenger Platform (IRP)Nederland bracht tijdens de Transportraad het zesde voortgangsrapportvan het platform International Rail Passengers Transport (IRP) onder deaandacht, waar Nederland en Oostenrijk de co-voorzitters van zijn. Hetplatform werkt samen met de Europese spoorsector en de consumenten-organisaties.Het rapport geeft inzicht in de ontwikkeling van de markt voor internati-onaal personenvervoer in Europa en geeft de voortgang van de samen-werkingsagenda tussen lidstaten en sector weer. In het zesde voortgangs-bericht wordt voor 2025–2026 een sterke groei gerapporteerd van tot 22%extra grensoverschrijdende treindiensten in Europa. Een ander concreetresultaat opgenomen in dit voortgangsbericht is de procedure voorcoördinatie tussen lidstaten van de op te stellen strategische richtsnoerenvoor spoorwegcapaciteit. Uiterlijk in oktober 2027 dienen lidstaten dezerichtsnoeren op elkaar af te stemmen. Het opstellen van de richtsnoerenen de coördinatie tussen lidstaten is voorzien in de nieuwe EU veror-dening rail capaciteit.6 Daarnaast pleit dit zesde voortgangsbericht voorhet opstellen van een lange termijn (2040) Europese doelstelling voor hetnetwerk van internationale treindiensten en dit te verbinden met het EUprogramma voor hogesnelheidsvervoer. Het platform richt zich voor2026–2027 op de volgende prioriteiten: spoor capaciteit, spoor ticketing,rollend materieel, pilots en corridors.Diversenpunt van Europese Commissie: Gezamenlijke intentieverklaringgrensoverschrijdende testen geautomatiseerde voertuigenDe Commissie presenteerde de Joint Declaration of Intent (gezamenlijkeintentieverklaring) voor grensoverschrijdende «test beds» voor geautoma-tiseerde voertuigen, met als doel een impuls te geven aan grensover-schrijdend testen met geautomatiseerd vervoer. Nederland heeft dezeintentieverklaring, samen met 16 andere lidstaten, tijdens de Trans-portraad ondertekend.Deze gezamenlijke intentieverklaring volgt op het op 5 maart 2025 door deCommissie gelanceerde Action Plan for the Automotive Industry. Ditactieplan heeft als doel de Europese voertuigproducenten te onder-steunen in het richting geven aan de mondiale transitie naar emissievrije,digitale en in toenemende mate geautomatiseerde voertuigen. Hieroverheeft u op 9 mei 2025 het BNC-fiche ontvangen.7Clean Transport Corridor Initiative en ondertekening door NederlandDe Commissie agendeerde het Clean Transport Corridor Initiative (CTCI)op de Transportraad. Dit is een initiatief van lidstaten en de Commissieom de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische zware bedrijfsvoer-tuigen langs het Trans-Europees transportnetwerk te versnellen. Het is eenconcrete maatregel uit het Actieplan voor de Europese auto-industrie van5 maart 20258 en richt zich op het versnellen van de uitrol van laadinfra-structuur langs de Scandinavian corridor en de North Sea-Baltic corridor,waar Nederland onder valt. Het is voor de Nederlandse lange-afstandsvervoerders en voertuigproducenten van belang dat andereEuropese lidstaten zich ook committeren aan de uitrol van laadinfra-structuur langs de corridors. Nederland steunde dit initiatief al en heefttijdens de Transportraad formeel ondertekend.6(EU)2026/11847Kamerstukken II, 22 112, nr. 40558Kamerstukken II 2024–25, 22 112, nr. 4055.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12366 Frankrijk: evaluatie ETS luchtvaartFrankrijk riep de Commissie op om de evaluatie van het ETS luchtvaartmet voorzichtigheid te benaderen en een constructieve houding aan tenemen ten aanzien van CORSIA. Nederland heeft steun uitgesproken voorde voorzichtige houding en benadrukt dat een goed impact assessmentvan belang is als het gaat om de ETS-evaluatie door de Commissie.Diversenpunten European Rail Traffic Management System (ERTMS) vanGriekenland en BelgiëGriekenland en België riepen op tot het versnellen en het versimpelen vande certificerings- en autorisatieprocedures voor spoorwegsystemen opEU-niveau om de implementatie van ERTMS te bespoedigen. Daarnaastriep België op om de grensoverschrijdende coördinatie te versterken enom de implementatie van ERTMS mogelijk te maken: stabiliteit, eenvouden interoperabiliteit voorop. Nederland heeft de oproepen van België enGriekenland gesteund tijdens de Transportraad en de oproep van Belgiëmedeondertekend. Dit is conform de toezegging9 gedaan tijdens hetCommissiedebat spoorveiligheid en ERTMS van 27 mei 2026.Oostenrijk: een strategische benadering voor de Europese spoorwegenindustrieOostenrijk riep de Commissie op tot het opstellen van een strategisch planvoor de Europese spoorwegen industrie, zoals ook gedaan is met deIndustrial Action Plan voor de automobielindustrie en met de strategieover de maritieme maakindustrie.Tsjechië: het concurrentievermogen van het goederenvervoer via spoor.Tsjechië riep samen met Oostenrijk, België, Hongarije, Portugal enSlovenië op tot het verbeteren van het concurrentievermogen van hetgoederenvervoer per spoor. Ze riepen onder andere op tot meer investe-ringen in het TEN-T en goederenvervoer per spoor, verbeteringen m.b.t.terminals, meer multimodaal vervoer, en aandacht voor digitalisering.Spanje: het concurrentievermogen van de EU spoorwegen industrieSpanje vroeg samen met Portugal en Kroatië aandacht voor het concur-rentievermogen van de EU spoorwegen industrie. Spanje gaf aan dat zekampt met veel vertragingen in de oplevering van materieel en dat zehoopt op oplossingen vanuit de Commissie zoals betere regelgeving,certificering, standaardisering en harmonisering.Litouwen: drone bedreigingen gericht op civiele infrastructuurLitouwen vroeg samen met Estland, Letland, Polen en Roemenië aandachtvoor de toename van drone bedreigingen in de Baltische Staten, Polen enRoemenië. Ze riepen de Commissie op om drone-veiligheid als topprio-riteit te behandelen en hier meer middelen voor vrij te maken.9TZ202605-105. Toezegging bij Spoorveiligheid en ERTMS: In de Transportraad van 8 juni 2026wordt extra aandacht gevraagd over wat de koers wordt inzake ERTMS en TEN-T, bezien vanuitBrussel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12367 Malta: oproep tot voortzetting discussie over de herziening intermodaalvervoerMalta uitte zorgen over het voorstel intermodaal vervoer en wil dat hetvoorstel ingetrokken wordt.Europese Commissie: studie over het stoppen met de klokverzettingzomertijd/wintertijdDe Commissie vroeg aandacht voor hun studie over de gevolgen van hetafschaffen van de omschakeling tussen de zomertijd en de wintertijd. Hetis gericht op economische gevolgen, sociale gevolgen, de volksge-zondheid en het milieu. Op 30 juni zal er door de Commissie een seminargehouden worden over dit onderwerp.II. De verordening passagiersrechten in de luchtvaart in combi-natie met de verordening inzake aansprakelijkheid luchtver-voerders. Sinds de Transportraad is in de verdere onderhandeling op dit dossier eenakkoord bereikt in de conciliatiefase. Na ruim tien jaar onderhandelenhebben de EU-lidstaten, het Europees Parlement en de EuropeseCommissie een definitief akkoord bereikt over passagiersrechten in deluchtvaart. Voor Nederland was het belangrijk om een evenwicht tevinden tussen consumentenbescherming aan de ene kant en de financiëleen administratieve lasten van Europese luchtvaartmaatschappijen aan deandere kant, met aandacht voor het behoud van de concurrentiepositie.Het bereikte akkoord handhaaft de huidige minimale drempelwaarde voorcompensatie bij vertragingen (drie uur) en de bestaande compensatiebe-dragen (€ 250, € 400 en € 600, afhankelijk van de vluchtafstand).Daarnaast zijn onder meer de volgende wijzigingen overeengekomen:•Passagiers krijgen recht op duidelijke en tijdige informatie over ondermeer de reden van een vertraging, instapweigering of annulering enover de rechten die zij in dat verband hebben.•Luchtvaartmaatschappijen worden verplicht passagiers te informerenover waar en hoe zij een claim kunnen indienen in geval van vertra-ging, instapweigering of annulering.•Passagiers krijgen het recht om een typefout in hun naam kosteloos telaten corrigeren.•Kinderen kunnen zonder extra kosten naast hun ouder of verzorgerzitten.•Passagiers hoeven niet langer extra te betalen voor hun terugvluchtwanneer zij bij een retourvlucht geen gebruik hebben gemaakt van deheenvlucht.•De prijstransparantie met betrekking tot het meenemen van handba-gage wordt vergroot.•Er wordt een nieuw recht geïntroduceerd voor passagiers die te makenkrijgen met langdurige vertragingen aan boord van een vliegtuig(tarmac delays).•Er wordt nader verduidelijkt welke omstandigheden als buitengewoneomstandigheden kunnen worden aangemerkt.Het is goed dat er na een lange onderhandelingsperiode duidelijkheid isgekomen op dit dossier en de partijen nu weten waar ze aan toe zijn.Nederland zal aandacht blijven houden voor de administratieve enfinanciële gevolgen voor luchtvaartmaatschappijen en de effectendaarvan op het concurrentievermogen van de Europese luchtvaart.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12368

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 18e3064c117bdcd4

14 okt 2026 · 5500f5b0c7894900

12 okt 2026 · 3ba0fd2e6f1c9c1a

12 okt 2026 · 1a0ab9eaf662cd31

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.