KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek van het lid Özütok, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 17 mei 2018, over acceptatie van LHBTI in Nederland

13 jun 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 283925360783e196 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 30 420Emancipatiebeleid Nr. 292 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 juni 2018 Uw Kamer heeft verzocht om een brief naar aanleiding van het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau van 17 mei jl., over de opvat-tingen van Nederlanders over seksuele en genderdiversiteit (Handelingen II 2017/18, nr. 82, Regeling van Werkzaamheden). Ik geef graag gehoor aan dit verzoek. Onze opvattingen bepalen grotendeels onze houding en ons gedrag ten opzichte van anderen. Opvattingen over seksuele en genderdi-versiteit onder de algemene bevolking, bepalen daarmee de ruimte die LHBTI’s in Nederland in de dagelijkse praktijk ervaren om zichtbaar zichzelf te kunnen zijn. Juridische gelijkheid en ervaren realiteit In Nederland is iedereen gelijkwaardig en heb je de vrijheid om te houden van wie je wilt en om zichtbaar jezelf te kunnen zijn. Dit is een van de uitgangspunten in het regeerakkoord. Het SCP stelt terecht dat juridische gelijkheid heel belangrijk is, maar op zichzelf onvoldoende waarborg biedt om gelijkheid en vrijheid te ervaren in de dagelijks realiteit. Daarvoor is een samenleving en sociale omgeving nodig die je accepteren zoals je bent. De dubbele moraal die er lijkt te zijn, maakt dat lastiger. Als je bijvoorbeeld wel mag trouwen, maar je als man beter niet met je man hand in hand over straat kunt lopen, ervaar je minder vrijheid om jezelf te zijn en om te houden van wie je wilt. Hoe staat het feitelijk met de sociale acceptatie van seksuele en genderdi-versiteit in Nederland? Uit het SCP rapport zijn drie conclusies te trekken: –de Nederlandse bevolking denkt steeds positiever over seksuele diversiteit in het algemeen, over gelijke rechten voor homo- en heteroseksuelen en over (zichtbare) intimiteit tussen personen van hetzelfde geslacht. Op veel punten spreekt het SCP zelfs van een «ondergrens» die bereikt is. Zo vindt nog maar 3% van de Nederlands bevolking dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven níet mogen inrichten zoals zij dat willen. kst-30420-292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 30 420, nr. 2921 –De sociale acceptatie is echter niet op alle punten even hoog: over (zichtbare) intimiteit, zoals twee zoenende mannen op straat, denkt nog steeds een flinke minderheid van de bevolking negatief: 21% van de bevolking vindt seks tussen twee mannen walgelijk, 21% heeft minder moeite met hand in hand lopende man-vrouwkoppels dan man-mankoppels, 29% vindt het aanstootgevend als twee mannen elkaar zoenen op straat en 20% is die mening toegedaan als het zoenende stel twee vrouwen betreft, terwijl 11% deze mening is toegedaan als het om een man en een vrouw en een kus op straat gaat. Seksuele diversiteit wordt wel geaccepteerd, maar lijkt voor sommigen iets voor achter gesloten deuren. Blijkbaar is sociale acceptatie een proces in stappen. Gelukkig is ook op het punt van (zichtbare) intimiteit bij iedere tweejaarlijkse meting in Nederland enige verbetering te zien. –Goed nieuws is dat binnen alle sociaal-demografische groepen de opvattingen positiever zijn geworden; juist binnen de groepen waarin de opvattingen voorheen relatief negatief waren, zoals die van ouderen en religieuze mensen. De kloof tussen verschillende sociaal-demografische groepen wordt daarmee kleiner, al blijft de sociale acceptatie in bepaalde levensbeschouwelijke groepen en buiten de grote steden achterlopen. De nieuwste SCP-cijfers tonen dus overwegend een positief beeld van de sociale acceptatie van homo- en biseksualiteit én van transgender personen onder een groot deel van de Nederlanders. Hier is Nederland koploper (een tweede plek na IJsland). Ook in levensbeschouwelijke kringen neemt die sociale acceptatie toe. Bijzondere aandacht voor jongeren Het SCP heeft ook gekeken naar de opvattingen onder scholieren. Voor het realiseren van maatschappelijke veranderingen, zijn jongeren vanzelfsprekend een belangrijke groep. Uit de HBSC data (Health Behaviour in School-aged children) uit 2017, een van de bronnen van het SCP rapport, blijkt dat ook onder scholieren tussen de 11 en de 16 jaar de sociale acceptatie hoog is: slechts een kleine groep (8% basisonderwijs, 7% voortgezet onderwijs) geeft aan dat lesbische en homoseksuele medescholieren niet hun vrienden mogen zijn. Van de HBSC data zijn nu drie meetmomenten beschikbaar. Er zijn daarom nog geen harde conclusies te trekken, maar er lijkt een trend te zijn richting meer sociale acceptatie, overigens ook op het punt van zichtbare intimiteit zoals twee zoenende mannen op straat. Ook uit het onderzoek van Rutgers en SOA Aids Nederland vorig jaar, bleek een positieve ontwikkeling: voor het onderzoek «Seks onder je 25e « naar de seksuele gezondheid van jongeren tussen de 12 en de 25 jaar, zijn jongeren ook gevraagd naar hun opvattingen. Dit onderzoek wordt iedere vijf jaar uitgevoerd. Uit het laatste onderzoek bleek dat één op de vier jongens het afkeurt als twee jongens zoenen op straat, en één op de acht meisjes. In 2012 was dit nog de helft van de jongens, en één op de vier meisjes. De sociale acceptatie onder jongeren blijkt op basis van het Rutgers onderzoek dus verdubbeld op dit punt. Maatregelen emancipatienota gericht op sociale acceptatie In algemene zin is er reden tot optimisme, maar zeker (nog) niet tot tevredenheid. Om de sociale acceptatie verder te bevorderen, neem ik een aantal maatregelen, zoals ook aangeven in de emancipatienota van 29 maart (Kamerstuk 30 420, nr. 291): Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 30 420, nr. 2922 –Samen met de regenboogsteden werk ik aan sociale veiligheid en acceptatie in de wijk, op straat, in de sport, op school en tijdens het uitgaan. Het kabinet steunt de activiteiten van het landelijk netwerk van biculturele LHBTI-personen en het netwerk van christelijke LHBTI-personen. –Ik werk ook aan een aantal maatregelen uit het regeerakkoord op het terrein van onderwijs, zoals het aanscherpen van het kerndoelonder-deel seksualiteit en seksuele diversiteit, het verankeren van seksuele en genderdiversiteit in de lerarenopleidingen en het bevorderen van de sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit opnemen in de kwalificatie-eisen voor loopbaan en burgerschap in het mbo. –Ik heb een strategisch partnerschap gesloten met acht allianties op het terrein van emancipatie. Twee daarvan maken zich in het bijzonder sterk voor sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit: de alliantie van COC, Transgender Netwerk Nederland en het NNID en de alliantie van Movisie en migranten- en vluchtelingenorganisaties. Ik ondersteun hun activiteiten de komende vijf jaar. Tot slot Het SCP rapport gaat met name in op de sociale acceptatie. Voor de ervaren vrijheid en veiligheid is dat van groot belang. Gelijkwaardigheid heeft ook een wettelijke basis nodig. Een duidelijke, niet-onderhandelbare norm over de basiswaarden in onze samenleving. We staan nu op de 11e plek in de internationale Rainbow Index ranglijst. Deze ranglijst kijkt vooral naar de wettelijke gelijkheid. Andere Europese landen zijn ons voorbijgestreefd doordat zij onlangs hun wetgeving ten goede hebben aangepast. Dat is goed nieuws voor LHBTI personen in Europa en hier heeft Nederland zich hard voor ingezet door middel van o.a. onder-steuning aan Europese LHBTI organisaties. Vanwege de verkiezingen en kabinetsformatie is er vorig jaar geen wetgeving tot stand gekomen die de positie van LHBTI personen in Nederland verder verbetert. In de Emanci-patienota heb ik samen met mijn collega’s in het kabinet maatregelen aangekondigd die er toe zullen leiden dat ons land de komende jaren een forse inhaalslag zal maken op juridische gelijkheid. Voorbeelden zijn de evaluatie van de transgenderwet en de verhoging strafmaximum voor haatzaaien jegens LHBTI personen. Daarbij komen ook de initiatieven van de Tweede Kamer om in de algemene wet gelijke behandeling een discriminatieverbod op te nemen van transgender personen en intersekse personen en om artikel 1 van de Grondwet aan te passen. Ik zet mij de komende jaren, samen met de collega’s in het kabinet, in voor juridische èn sociale gelijkheid: ruimte voor iedereen om zichtbaar zichzelf te zijn in Nederland, ongeacht seksuele oriëntatie, gender identiteit en gender expressie. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van EngelshovenTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 30 420, nr. 2923

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d7f629a6d699102c

14 okt 2026 · 071e6ae85a98efdc

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

  • Reactie op verzoek van het lid Özütok, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 17 mei 2018, over acceptatie van LHBTI in NederlandActuele officiële versie

    Versie 3 · 15 jun 2018

    Geen publicatiebestanden beschikbaar bij deze officiële versie.

Bijlagen

Geen gekoppelde bijlagen gevonden.

Bij dit hoofddocument

Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie