Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over Hernieuwbare energie
Brontekst
Versie c1412da6d5c55bd4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 239Stimulering duurzame energieproductieNr. 460 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 30 juni 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 15 april 2026overleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister vanKlimaat en Groene Groei, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.30 oktober 2025 inzake uitkomst vergunningverleningwindenergie op zee: Nederwiek I-A (1 GW) (Kamerstuk 33 561,nr. 98);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.21 november 2025 inzake resultaten traject Toekomst van deSDE++ (Kamerstuk 31 239, nr. 439);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.5 januari 2026 inzake Subsidieregeling Coöperatieve Energie-opwekking (SCE): resultaten 2025 en openstelling 2026(Kamerstuk 31 239, nr. 442);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.11 december 2025 inzake voorlopige resultaten SDE++ 2025(Kamerstuk 31 239, nr. 441);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 januari 2026 inzake subsidietender voor 1 GW windenergieop zee in 2026 (Kamerstuk 33 561, nr. 99);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.20 januari 2026 inzake kabinetsreactie op het onderzoek Atheoretical upper limit for offshore wind energy extraction(Kamerstuk 33 561, nr. 100);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.13 februari 2026 inzake openstelling SDE++ 2026 (Kamerstuk31 239, nr. 444);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.18 december 2025 inzake stand van zaken energiebesparings-plicht en appreciatie van het Berenschotrapport Impactana-lyse: versneld omschakelen naar 100% ledverlichting in 2030(Kamerstuk 30 196, nr. 857);–de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d.15 januari 2026 inzake rapport Energiebesparing stimuleren ofverplichten? Onderzoek naar overlap van energiebesparingsbe-leid (Kamerstuk 33 016, nr. 7); kst-31239-460ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4601 –de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.1 april 2026 inzake conferentie Colombia over de transitie wegvan fossiele brandstoffen (Kamerstuk 31 793, nr. 299);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.23 maart 2026 inzake tweerichtingscontracten ter verrekeningvan verschillen voor zon-PV en windenergie (Kamerstuk31 239, nr. 445);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.31 maart 2026 inzake instellen van een nieuwe biedzone voorelektriciteit (LionLink) (Kamerstuk 31 239, nr. 446);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.3 april 2026 inzake aankondiging windenergie op zee subsidie-tender IJmuiden Ver Gamma-B (Kamerstuk 33 561, nr. 101).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ZwinkelsDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4602 Voorzitter: ZwinkelsGriffier: TeskeAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Boomsma, Flach,Jumelet, Müller, Van Oosterhout, Oosterhuis, Vermeer, De Vos enZwinkels,en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat enGroene Groei.Aanvang 15.30 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij de vast Kamercommissie voorKlimaat en Groene Groei. We hebben vanmiddag het commissiedebatHernieuwbare energie op de agenda staan. Een bijzonder welkom aan deMinister, haar ondersteuning, mensen op de publieke tribune, de pers eniedereen die kijkt. Ook een bijzonder welkom aan alle Kamerleden die hiervandaag aanwezig zijn. Ik kijk uit naar een goed debat. We gaan metelkaar van start.Voorafgaand heb ik nog een mededeling. Ik moet zelf helaas iets eerderweg, namelijk op 18.00 uur. Ik heb de heer Boomsma bereid gevonden ommij te vervangen als voorzitter, als u dat allemaal goedvindt. Daarnaastheb ik begrepen dat een aantal andere leden ook iets eerder weg moet,waaronder de heer Vermeer. Ik hoop dat het debat zo loopt dat iedereenzo min mogelijk hoeft te missen. Laten we daar onderling flexibel in zijnen laten we hopen op een voorspoedig verloop van het debat.Ik wil voorstellen om de werkwijze van de vorige keer weer op te pakken.Dat betekent dat u allen in totaal zes interrupties heeft, dus drie keer tweeinterrupties, dus één interruptie en een korte vervolgvraag. Gelet op hetaantal sprekers lijkt dat goed te passen. Mocht straks toch de zaal volkomen te zitten, net als de vorige keer, dan gaan we daar misschien iets insnoeien, maar ik vind het belangrijk dat jullie voldoende vragen kunnenstellen.Ik kijk ook nog naar het kabinet. Zijn er van tevoren nog mededelingen ofbijzonderheden? Nee. Zijn er nog mededelingen vanuit de commissie-leden? Nee. Dan stel ik voor dat we gaan beginnen. Ik geef graag hetwoord aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dank, voorzitter. Het is even schakelen. Nederland is ingesteld op demeeste CO2-reductie voor de laagste prijs, maar we moeten ons blikveldverbreden. Ter rechterzijde is het goed te realiseren dat hernieuwbareenergie meer is dan CO2-reductie; het maakt ons minder afhankelijk vanflipperende gas- en olieprijzen en geopolitiek minder kwetsbaar. Terlinkerzijde zullen we moeten inzien dat het opschalen van duurzameenergieproductie staat of valt met een betrouwbaar en meeschakelendenergiesysteem. Wind- en zonneparken hebben hun prijs voor hetenergiesysteem.De coalitie en het kabinet zetten specifiek in op wind op zee, maar kan hetelektriciteitsnet op land al die windstroom wel aan? Aan de voorkant moetbeter nagedacht worden over de impact op het gehele energiesysteem. Jezou er ook voor kunnen kiezen om meer te investeren in elektrificatie vande energie. Bij het eenzijdig stimuleren van wind op zee ben ik bang voorhet subsidiëren van stroomproductie die de markt eigenlijk niet goedaankan en die slecht past in het energiesysteem. Hoe gaat de Minister ditvoorkomen?Eerder heeft de SGP al aandacht gevraagd voor de potentie van energieuit water. Het is merkwaardig dat bedrijven die hier tegen dichte deurenaanlopen, in landen als Spanje en India met open armen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4603 ontvangen. In Nederland vergeten we dat wind- en zonneparken hogesysteemkosten met zich meebrengen. Juist energie uit water kanbijdragen aan een duurzaam, maar houdbaar energiesysteem. Energie-uit-waterprojecten moet op grotere schaal gaan laten zien wat ze waard zijn,willen investeerders er serieus geld in steken, maar ze zijn nog een maatjete klein voor de SDE++. Wil de Minister dit jaar een strategie voor energieuit water opstellen, met gerichte steun vanuit bijvoorbeeld de extraSDE++-middelen?Je ziet ook duurzame warmtebronnen worstelen met de SDE++. Dekapitaallasten en aansluitrisico’s zijn hoog en de SDE-systematiek sluithier niet goed op aan. Kijkt de Minister hoe warmteprojecten beterondersteund kunnen worden?Door de geopolitieke ontwikkelingen kunnen de prijzen van grondstoffenen materialen snel stijgen. Dat maakt het lastig om een goede busines-scase voor duurzame energieprojecten op te stellen. Het kan zomaargebeuren dat een SDE++-project hierdoor niet van de grond komt. Datgeldt ook voor koolstofarme waterstofproductie. De SDE is gebaseerd opéén waardeketen, terwijl de afzet veel diverser is. Moet daar niet veelmeer flexibiliteit in komen, vraag ik de Minister.De Kamer heeft de Minister eerder al opgeroepen om voluit in te zetten opde ontwikkeling van kleine, modulaire kernreactoren. Ik heb op dit puntnog een concrete vraag. Ik maak uit het ontwerpMeerjarenprogrammaKlimaatfonds op dat steun voor de Nederlandse inzet in het IPCEINucleair, een Europees project voor de versterking van nucleaireecosystemen, is afgewezen, enkel en alleen omdat er geen inschattinggemaakt kan worden van de directe effecten voor nucleaire stroompro-ductie. Dat is echter inherent aan innovatie. Wil de Minister alsnog dezesteun toekennen?Dan kom ik bij de glastuinbouw. Die werkt toe naar verwarming vankassen met aardwarmte en elektriciteit in plaats van gas. Cruciaal is weldat er externe CO2 aangevoerd wordt. Doordat CO2-opslag eenzijdiggesubsidieerd wordt, dreigt alle CO2 onder de Noordzee te verdwijnen enmoet de glastuinbouw gek genoeg onnodig gas blijven stoken. Een grootknelpunt is dat bioswap mogelijk niet wordt toegestaan. Dat betekent datfossiele CO2 voor opslag en biogene CO2voor hergebruik in kassen nietdoor dezelfde leiding mogen gaan. Een aparte leiding of heffing voor diebiogene CO2 is onbetaalbaar, dus zou deze CO2 onder de grondverdwijnen en zouden aardwarmteprojecten op losse schroeven komen testaan. Het is onduidelijk of die bioswap past binnen de EuropeseETS-richtlijn. Gaat de Minister in overleg met Brussel en wil zij ervoorzorgen dat deze bioswaproute mogelijk blijft?Tot slot, voorzitter. De SGP heeft grote moeite met het voornemen om deenergiebesparingsplicht aan te scherpen door te kiezen voor eenterugverdientijd van zeven in plaats van vijf jaar. Dat betekent datfinanciële steun voor dure besparingsmaatregelen wegvalt. Er zijn ook inde uitvoering veel problemen. De rekenrente bij deze verplichting looptsoms uit de pas met de marktrente. Ook is netcongestie een grotebelemmering. Juist de maatregelen met een terugverdientijd tussen vijfen zeven jaar leiden tot extra stroomgebruik. Verder laat de handhaving tewensen over. Ik krijg het signaal dat vooral gecontroleerd wordt bijbedrijven die voldoen aan de informatieplicht. Waarom geen focus opbedrijven die hun informatieverplichting verzaken? Vindt de Minister metmij dat de boel op orde moet zijn voordat sprake kan zijn vanaanscherping?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Voordat we doorgaan naar mevrouw VanOosterhout, wil ik aan de commissie vragen of zij de heer Oosterhuis toewil staan om vandaag ook deel te nemen aan dit commissiedebat. Ik zieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4604 dat dat het geval is. Nou, dat is goed om te constateren. Ook welkom aanmevrouw Müller, die is aangeschoven.Dan gaan we nu door met mevrouw Van Oosterhout. Aan u het woord.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Zon en wind hoeven niet door de Straat vanHormuz. Hernieuwbare energie beschermt niet alleen ons klimaat en onzegezondheid, maar ook onze portemonnee en onze economie. Sinds deillegale bombardementen van Trump en Netanyahu op Iran is de gasprijsbij momenten verdubbeld. Grote vervuilers verdienen miljarden aan dezeoorlog, terwijl gewone mensen weer voor torenhoge energiekostenmoeten opdraaien. Dat komt door Trump en dat komt door Netanyahu,maar dat komt vooral ook door onszelf. Als Nederland hebben we te langgewacht met het onafhankelijk worden van fossiele energie als gas. Alshet Rijk veel sneller had gewerkt aan goedkope groene energie van eigenbodem, dan hadden we nu minder last gehad van die prijsstijgingen.De voorzitter:U krijgt daarover een interruptie van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Het is eigenlijk een beetje buiten de orde van dit debat, maar mevrouw ...Nou ben ik het even kwijt. Oosterhuis?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Van Oosterhout.De heer Flach (SGP):Ja, sorry. Als u beide in deze commissie bent, raak ik in de war. MevrouwVan Oosterhout begint er zelf over. Ik mis in de opsomming van wiensschuld het allemaal is de ayatollahs, die toch die toch die Straat vanHormuz blokkeren. Hoort dat ook niet in die opsomming?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dit debat gaat over hernieuwbare energie en wat heel belangrijk is om tebenadrukken is dat wij al heel lang hebben gezegd dat de beste manierom onafhankelijk te worden en onze prijzen stabiel te houden investerenin hernieuwbare energie is. Dat moeten we doen door volop in te zettenop wind op zee – daar kom ik straks op – en zon op dak. Dat is de bestemanier om onze economie weerbaar te houden en ook om onafhankelijkte worden van onstabiele regimes, waar het Midden-Oosten dan ookonstabiele regimes heeft.De heer Flach (SGP):Met dit antwoord ben ik het al meer eens, maar de schuld werd nadruk-kelijk gelegd bij Trump en Netanyahu en daarom leek het me het gepastom de ayatollahs ook in dat rijtje te voegen. Met de rest van de conclusiesover dat we minder afhankelijk moeten worden, kan ik het wel eens zijn.Dank.De voorzitter:Mooi. Ik stel voor dat mevrouw Van Oosterhout doorgaat met haarbetoog.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Laten we kijken naar Spanje. Zij kozen voluit voor hernieuwbare energieen hebben daardoor minder last van hoge gasprijzen. Nederland is geenSpanje, maar Nederland heeft wel één grote troef, namelijk onzeNoordzee. Daar kunnen we enorm veel goedkope elektriciteit producerenvoor Nederland. De politiek heeft daarbij te veel getreuzeld en daardoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4605 zijn projecten stilgevallen. We moeten doorpakken met wind op zee omons sneller te beschermen tegen gas- en oliecrises. Daarom ben ik deMinister ook zeer erkentelijk voor onze goede samenwerking naaraanleiding van mijn motie over extra wind op zee. Ik ben erg blij dat we ernu voor zorgen dat we nog dit jaar de oproep gaan lanceren voor eenextra windpark van 1 gigawatt, genoeg elektriciteit voor 1 miljoenNederlandse huishoudens.Nederland kan een windenergiegrootmacht zijn. Aan elk windpark op zeein de hele wereld heeft ten minste één Nederlands bedrijf meegewerkt.Wij Nederlanders zijn hier goed in. Zo was ik enkele weken in de Rotter-damse haven op bezoek bij Sif. Dat prachtige Nederlandse bedrijf maakteen soort kaarsenhouders voor windmolens op zee, zeer gespecialiseerden zeer waardevol. Ze waren eergisteren ook te zien in het NOS-journaal;ze hebben namelijk een groot probleem. Doordat de ontwikkeling vanwindpark IJmuiden Ver Alpha hapert, dreigt Sif de productie binnenkort temoeten stilleggen. In de meest zwarte scenario’s riskeren tot 750 mensenhun baan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Gelukkig kan de politiekbijdragen aan de oplossing. In oktober nam de Kamer de motie vanSuzanne Kröger aan. De bedoeling was dat alle betrokken partijen rond detafel zouden gaan om met een oplossing te komen. Kan de Minister hiereen update van geven en ook even inzicht geven in welke oplossingen optafel liggen?Zo’n aanpak is breder nodig voor de sector, want we zien in de windsectorte vaak een kip-eiprobleem. Energiebedrijven hebben behoefte aanzekerheid om te investeren. Dat betekent dat er voldoende klanten moetenzijn voor hun elektriciteit. Tegelijkertijd wil onze industrie verduurzamenen overschakelen naar meer elektriciteit. Ze moeten er dan alleen welzeker van zijn dat die er ook komt. Iedereen kijkt naar elkaar. Dat is nietgoed voor onze industrie. Het voorbeeld van IJmuiden Ver Alpha toontaan dat er behoefte is aan meer onderlinge afstemming en coördinatie.Concreet betekent dat wat ons betreft een Noordzeepact. We brengen allespelers rond de tafel: windmolenbouwers, netbeheerders, industrie,natuurverenigingen, noem maar op. Zo’n Noordzeepact maakt mogelijkdat we sneller onafhankelijk worden van dure olie en gas. Nederlanderskrijgen dan sneller goedkopere groene energie. Ook het Rijk zal danminder hoeven te subsidiëren. Zal de Minister hierin de leiding nemen enzal ze de verschillende spelers rond de tafel samenbrengen? Zal deMinister zich hardmaken voor een Noordzeepact?Naast wind op zee kunnen we nog meer doen om onafhankelijk te wordenvan Trump en de oliesjeiks. Zo is er in de industrie nog heel wat potentieelvoor energiebesparing, terwijl de productie gewoon op peil kan blijven.Niet-verbruikte energie is de goedkoopste energie. Als de industrieminder gas nodig heeft, stijgt de prijs minder hard voor iedereen. Zal deMinister de terugverdientermijn van de energiebesparingsplicht optrekkenvan zeven naar tien jaar en zal ze eindelijk budget vrijmaken voor dehandhaving? Het vorige kabinet besliste de doelgroep met 60% teverkleinen, waardoor Nederland 22% aan energiebesparing misloopt. Inhet licht van de huidige Irancrisis is dat enorm onverstandig. Zal deMinister die verkleining van de doelgroep schrappen?Verder houden we energie goedkoop door in te zetten op opslag, want datzorgt ervoor dat de dure pieken van veel vraag en weinig aanbodafgevlakt kunnen worden. Onlangs sprak ik met Suncom, een Nederlandsbedrijf uit Houten. Met hun warmteopslag kunnen ze fabrieken helpen hungasverbruik meer dan te halveren, alleen heeft 80% van de fabrieken geentoegang tot de SDE++. Zal de Minister voor dit soort toepassingen deSDE++ uitbreiden naar bedrijven met een middenspanningsaansluiting?Wie «opslag» zegt, zegt natuurlijk ook «batterijen». Grote industriëlebatterijen helpen ons voor die enkele uren per jaar dat er te weinig zon enwind is. Ze remmen de stijging van de elektriciteitsprijs doordat ze deoverschotten van goedkope zon en wind beter verdelen in de tijd. InTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4606 België en Duitsland gaat het hard met de bouw van die batterijen, maarNederland loopt achter. In onze buurlanden zijn batterijen tijdelijkvrijgesteld van nettarieven. Welke mogelijkheden ziet de Minister om debouw van batterijen in Nederland te versnellen? Gaat ze iets doen aan denettarieven, zoals onze buurlanden dat doen? Hoeveel zou dat kosten?Wanneer komt er duidelijkheid over de goede locaties om die batterijen tebouwen?Voorzitter. Met meer wind, meer besparing en meer opslag zorgen wevoor goedkope groene energie voor Nederland. We beschermen onstegen de prijsstijgingen door de Iranoorlog en andere gascrisissen die noggaan volgen, want van die crisissen profiteren enkel de grote vervuilers enwe willen juist dat gewone mensen erop vooruitgaan. Laten we dus vaartmaken met die goedkope groene energie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Meer dan 14.000 bedrijven staan in de wachtrijvoor een stroomaansluiting. De energieprijzen in Nederland zijn een stukhoger dan in de rest van Europa. Steeds meer mensen kunnen derekening niet betalen. Dat is de harde realiteit van hoe we ervoor staan inde energietransitie. Voor BBB is het altijd helder geweest: beleid moethaalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Daarom zijn wij zeer kritisch ophet huidige klimaatbeleid en de energietransitie. Wat we nu doen, iskamikazebeleid. We moeten stoppen met jaartallen aan doelen tekoppelen.Voorzitter. De Nederlandse energiemix is momenteel instabiel enonbetrouwbaar. Dat hebben we met z’n allen zelf veroorzaakt, want er isjarenlang willens en wetens ingezet op vormen van energieopwekkingzonder betrouwbare basislast. Windturbines leveren alleen stroom als dewind waait en zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Oftewel: zonderwind en zon hebben we een groot probleem. Wat BBB betreft moeten wedaarom inzetten op de meest efficiënte vorm van energie, ook quaruimtegebruik: kernenergie. Deelt de Minister de mening van BBB dat hetonwenselijk is dat onze energievoorziening afhankelijk is van weersom-standigheden? Vindt de Minister dan ook dat wij meer moeten inzetten opkernenergie dan we nu doen?Voorzitter. Dan wind op zee. De Minister laat in een brief aan de Kamerweten dat in september een nieuwe aanbesteding start voor wind op zee,en BBB heeft nog steeds grote bedenkingen bij de businesscase die hetkabinet voorstelt bij wind op zee. Bij de laatst uitgevoerde aanbestedingbleek namelijk dat geen enkel bedrijf geïnteresseerd was om wind op zeete realiseren zonder miljarden staatssteun. Dat maakt dat de belastingbe-taler mag opdraaien voor de klimaatambities van de overheid. Wat BBBbetreft moet herhaling daarvan voorkomen worden. Wat zijn de verwach-tingen voor de eerstvolgende aanbesteding voor wind op zee, welke is daten wanneer? Kan de Minister toezeggen dat er niet nogmaals miljardenbijgelegd moeten worden? Wat BBB betreft kunnen we de jaarlijks 8miljard euro aan windturbines beter besteden aan het isoleren van huizen,het verlagen van de energierekening en het bestrijden van energiear-moede.Dan energie uit water. De heer Flach noemde dat ook al. De laatste jarenzijn er veel technische ontwikkelingen geweest op het gebied van energieuit water. Technologieën zoals bijvoorbeeld getijde-energie, golfenergieen offshore-energieopslag staan misschien nog in de kinderschoenen,maar uit de sector horen wij vooral dat er gebrek aan duidelijkheid is vande overheid. Deze onduidelijkheid staat verdere ontwikkeling, pilots enopschaling in de weg, en dat is wat BBB betreft onwenselijk. Hoe kijkt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4607 Minister naar de mogelijkheden voor energieopwekking uit water en is deMinister in gesprek met deze sectoren? Zo ja, krijgt zij ook signalen dat degroei momenteel stagneert? Is de Minister bereid om te kijken naarmogelijkheden voor pilotprojecten om de haalbaarheid van dezetechnologie in de praktijk te brengen? Wij zijn tenslotte een waterland.Voorzitter. Tot slot de klimaatconferentie in Colombia. BBB vindt hetonacceptabel dat er op essentiële onderdelen van onze verzorgingsstaatbezuinigd wordt, maar dat is natuurlijk een onderwerp voor een anderdebat. Wat de harde bezuinigingen extra wrang maakt, is dat Nederlandwel geld vrij kan maken voor het organiseren van een klimaatconferentie.We organiseren die samen met Colombia, waar de top ook plaatsvindt.Om een weekend lang te praten over het gebruik van minder fossielebrandstoffen vliegen we de halve wereld over. Als dat geen voorbeeld isvan verkeerde prioriteiten, dan weet ik het ook niet meer.Maar ik eindig graag realistisch, dus daarom een laatste vraag aan deMinister. Is de Minister het met BBB eens dat beleid altijd haalbaar,betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank, mevrouw de voorzitter. Het Nederlandse energiebeleid van deafgelopen jaren is een dramatische vergissing. Het is een soort econo-mische harakiri die we aan het plegen zijn. De massale inzet op wiebel-stroom van zon en wind geeft zo ongeveer de hoogste energieprijs terwereld, verlammende netcongestie en beperkte opbrengsten inCO2-reductie. Spreekt Onze Minister weleens met Katherina Reiche, haarDuitse collega-Minister? Die zei net in een stuk in de Frankfurter Allge-meine Zeitung dat het Duitse energiebeleid van de afgelopen tien jaargebaseerd was op zelfbedrog. Ik citeer: «Eine Energiewende, die System-kosten ignoriert, wird das Land ruinieren, das sie zu retten vorgibt.» Of tewel, een energietransitie die systeemkosten negeert, zal het land ruïnerendat die zogenaamd redt. Ze zegt ook dat elektriciteit die moet wordenafgeschaald vanwege overbelasting van het net, niet langer mag wordenbetaald door het publiek. Heeft de Minister dat gelezen? Hoe ziet zij dat?Voorzitter. Wij moeten het dus zo snel mogelijk over een andere boeggaan gooien en massaal inzetten op het zo snel mogelijk uitrollen vankerncentrales, SMR’s, netcongestie verminderen, energiebesparing enisolatie en tot die tijd wel gebruikmaken van kolen en gas. We nemen netals de wereld iets meer tijd en daarmee besparen we miljarden enkostbare ruimte voor natuur een woningen. Natuurlijk is het ook heelveelzeggend dat niemand inschreef op de laatste tenders voor wind opzee en dat de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking groten-deels ongebruikt bleef. Door wat nu al is opgesteld, is er al sprake vanovercapaciteit met negatieve stroomprijzen op veel dagen van het jaar. Opzonnige dagen is het probleem vooral hoe je zo veel mogelijk stilzet enhoe je van die stroom af komt. Maar dat heeft natuurlijk enorme gevolgen.Een vraag aan de Minister: hoeveel uur is er in 2023, 2024, 2025 sprakegeweest van negatieve stroomprijzen, en hoeveel uur moesten dus zonen/of wind worden afgeschakeld? Kan zij daarvan een overzichtverschaffen? Gedurende hoeveel uur per jaar kunnen de extra windtur-bines op zee die nu gepland zijn, nuttige elektriciteit opwekken voor onsland? Nog meer wind en zon zal dus betekenen dat je nog veel vaker moetgaan afschakelen. Wat zijn daarvoor nou de prognoses? Wat je nu extraneerzet, voegt dus steeds minder toe, voor steeds hogere kosten. Dus jekrijgt stroom op momenten dat je die meestal juist niet nodig hebt. Hoeverhouden de overschotten en tekorten van de variabiliteit van wind enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4608 zon zich tot realistische scenario’s van pogingen om het verbruikaanbodgestuurder te maken? Graag ook een reflectie daarop.In plaats van de logische conclusie te trekken en dit niet meer te doen, wilhet kabinet dus nog meer subsidie naar die windparken op zee: 8 miljardvoor twee windparken van ieder 1 gigawatt. Dit is nog exclusief de kostenvoor de kabels en de trafo’s. Wat kosten die voor 1 gigawatt stroom vanwindturbines op zee?Het grootste deel van die enorme bedragen zou dus gaan via die contractfor difference. Dat betekent dat die windmolens stilgelegd moeten wordenals de elektriciteitsprijs of de vraag te laag is. Dan moeten de producentenalsnog worden betaald. Je betaalt straks dus een gegarandeerde prijsvoor stroom die niemand wil hebben. Dat lijkt mij waanzin. In de briefover windpark IJmuiden Ver Gamma-B staat verder dat het PBL in detenders geen rekening houdt met een mogelijk invoedingstarief. Wat gaater nu dan gebeuren met die kosten? Als er een invoedingstarief komt,moet de Staat dat dan gaat compenseren? Iemand moet dat uiteindelijkbetalen. Gaat het dan gebeuren binnen de bestaande voorziene budgettenof komt de Minister dan met de vraag om aanvullende middelen terbeschikking te stellen?Voorzitter, een ander punt. In het vakblad De Ingenieur van juli 2022 stondeen interessante berekening waaruit blijkt dat het broeikaseffect bij hetgebruik van lng uit Amerika en Rusland groter is dan bij het verbrandenvan steenkool, omdat bij die winning van schaliegas in Amerika heel veelmethaan ontsnapt, wat natuurlijk een veel sterker broeikasgas is. Daarkomt nog bij dat je dat gas moet koelen en vervoeren et cetera. Graag eenreactie daarop.Dan nog kort over biomassa. Dat kost ons ook miljarden en leidt tot meerCO2-uitstoot. Je hebt ook nog ecologische schade en luchtvervuiling.Waarom zouden we dat nou niet verder gaan afbouwen?Voorzitter. Wat sowieso wél verstandig is, is energie besparen en isoleren.Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken, hoef je niet tevervoeren en hoef je dus niet te betalen. Isolatie stuit op allerlei andereproblemen, zoals stikstof en tijdrovende bureaucratische natuurregelsomdat je steeds bijvoorbeeld moet controleren of er vleermuizen in zo’nspouwmuur zitten of mogelijkerwijs zouden kunnen zitten. Volgens mijkan je dat voorkomen door een soort managementplan, zoals Utrecht eneen aantal Friese gemeenten hebben gedaan. Zou je dat nou nietnationaal moeten aanpakken? Dan kan je het sneller uitrollen.Voorzitter. Tot slot iets over de klimaatconferentie in Colombia. NuNederland die organiseert, willen we natuurlijk wel weten wat daarprecies wordt bekokstoofd. Ons is op dit moment onvoldoende duidelijkwat daar nou de inzet wordt van de Minister en van de Nederlandseregering. Wij willen natuurlijk niet dat beslissingen die daar wordengenomen onze concurrentiepositie verder ondermijnen. Waar wil deMinister op uitkomen? Staat er al iets op papier over wat daar de inzetwordt? Kunnen wij dat dan zien?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank, voorzitter. Wat ons betreft zijn we goed op weg als het gaat om deoverstap naar duurzame energie. In maart kwam 23,5% van het finaleenergieverbruik uit hernieuwbare bronnen. Dat is een mooie ontwikkeling,zeker omdat dit aandeel de afgelopen jaren inderdaad gestaag isgegroeid. Ook als we naar elektriciteit kijken, zien we dat het hard gaat.Over de afgelopen twaalf maanden werd gemiddeld zo’n 57% van destroomvraag gedekt door hernieuwbare energie. Duurzame bronnenspelen inmiddels dus een hoofdrol in onze stroomvoorziening. VooralTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 4609 offshore windenergie springt eruit als grote motor achter deze groei.Windparken op zee zijn inmiddels goed voor ongeveer een zesde van hettotale Nederlandse stroomverbruik. Dat is best indrukkend te noemen enlaat zien hoeveel potentie de Noordzee heeft. Al met al geeft dit eenpositief beeld, maar er zijn natuurlijk nog genoeg uitdagingen op de wegnaar een klimaatneutrale energievoorziening.Voorzitter. Ik begin die uitdagingen met wind op zee. Verdere uitrol vanwind op zee blijft essentieel voor een duurzaam en betrouwbaar energie-systeem van de toekomst. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ambitie enrealiteit beter in balans komen. De uitrol van wind op zee moet wat hetCDA betreft beter aansluiten op de daadwerkelijke vraag naar elektriciteit,vooral vanuit de industrie. Daarover heb ik een aantal vragen. Hoe gaat deMinister dit vertalen naar een nieuwe routekaart voor wind op zee? Is zijbereid daarin flexibiliteit in te bouwen, zodat de ambities ook echtwaargemaakt worden en zodat we bouwen wat nodig is, bijvoorbeelddoor uit te gaan van 30 gigawatt in 2040, met ruimte om op te schalennaar 40 gigawatt, zoals ook in het coalitieakkoord staat? Hoe zorgt deMinister ervoor dat de groei van wind op zee daadwerkelijk beter wordtafgestemd op de elektrificatie van de industrie, zodat vraag en aanbod inbalans blijven? Welke mogelijkheden ziet de Minister daarbij voormaatwerkafspraken met de industrie gericht op clusters of gebieden?Voorzitter. De plannen voor windenergie op zee in Nederland staan opkorte termijn echt onder druk, zo horen we. Over belangrijke projecten –dit is door een aantal collega’s al eerder genoemd – zoals IJmuiden VerAlpha en Beta, zijn nog geen definitieve investeringsbeslissingengenomen. Daarmee is een belangrijk deel van de geplande capaciteit opkorte termijn onzeker. Nederlandse bedrijven in de offshoresector makenzich hierdoor zorgen over de gevolgen en de duidelijkheid en betrouw-baarheid van het overheidsbeleid. Mijn vraag aan de Minister is wat zijgaat doen om verdere vertraging te voorkomen. Wat is de stand van hetoverleg met betrokken partijen over oplossingen voor IJmuiden VerAlpha? Hoe voorkomt de Minister dat bestaande projecten, zoalsIJmuiden Ver Alpha, vastlopen terwijl er tegelijkertijd nieuwe tendersworden opengesteld? Hoe zorgt zij voor investeringszekerheid binnen debrede offshoresector? Daar is ook veel werkgelegenheid mee gemoeid.Voorzitter. Alleen als de vraag naar duurzame producten meegroeit,kunnen investeringen in opwekcapaciteit effectief en betaalbaar wordengerealiseerd. De bredere Europese inzet op vraagcreatie voor duurzameproducten is daarbij een belangrijke ontwikkeling. Ook daarover heb ikeen paar vragen aan de Minister. Wat is de huidige stand van zaken in deEuropese Raad ten aanzien van vraagcreatie voor duurzame producten enenergie? Wanneer kunnen we uitgewerkte voorstellen verwachten? Welkemogelijkheden ziet de Minister om op nationaal niveau te starten metvraagcreatie, uiteraard zonder daarmee het gelijke speelveld te verstoren?Voorzitter, ten slotte innovatie. Eigenlijk is dat het belangrijkste, maar inmijn bijdrage is dit het slot. Ook innovatie en opschaling spelen eencruciale rol in het realiseren van onze doelen voor hernieuwbare energie.Innovatie zorgt voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën enverbeteringen van bestaande technieken. In Nederland vindt ook al veelinnovatie plaats op het gebied van energie en duurzame warmteoplos-singen. Ik ben in de afgelopen maanden al de nodige voorbeeldentegengekomen, zoals RIFT, dat ijzerbrandstoftechnologie ontwikkelt voorindustriële warmte, en oplossingen als PowerStove en SunFleet, die latenzien hoe innovatieve warmteopslag en zonnethermie bij kunnen dragenaan een flexibel en CO2-arm energiesysteem. Mijn vraag aan de Ministeris hoe we een consistente pijplijn kunnen creëren van innovatie naaropschaling en bredere toepassing van dit soort technologieën. Zijn erbijvoorbeeld mogelijkheden om de aansluiting van DEI+ naar SDE++ teverbeteren, zodat we die stap consistenter en sneller kunnen zetten? DEIstaat trouwens voor Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46010 niet onbelangrijk. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen die wat het CDAbetreft zo snel mogelijk in gang moeten worden gezet.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat dit nog een vraag oplevert van mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De heer Jumelet zei in zijn bijdrage dat we de behoefte van de industriebeter moeten laten aansluiten op wat er gebeurt op het gebied van windop zee en dat ook Nederlandse offshorebedrijven meer duidelijkheidverdienen. Ik ben dan ook benieuwd hoe de heer Jumelet aankijkt tegenmijn voorstel voor een Noordzeepact, om zo al die partijen bij elkaar tebrengen en dat kip-eiprobleem op te lossen.De heer Jumelet (CDA):Ik vind het een heel goed initiatief. Wat ik hier heb betoogd, is dat we aande ene kant zien dat het juist noodzakelijk is om te investeren, in debreedte van wat we kunnen doen om te voldoen aan de energievraag,maar dat we tegelijkertijd zien dat het daar echt stokt. Je moet dus echtzorgen dat je dit verhaal – u noemde dit het kip-eiverhaal – doorbreekt.Dat kun je het beste doen door bij elkaar te gaan zitten en met elkaargoede afspraken te maken, ook als het bijvoorbeeld gaat om demaatwerkafspraken met de industrie. Het is echt een probleem als erenergie wordt geproduceerd zonder dat er afname is. Dat zien we nu al.Daarom zijn er tenders die in de markt niet tot wasdom komen. Als hetmet zo’n pact zou kunnen, dan denk ik dat het een goed idee is om daareens naar te kijken. Wellicht kan de Minister daar ook op reageren.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog één korte vervolgvraag, want het is wat onduidelijk. Stelt deheer Jumelet nu in zijn bijdrage voor om de ambitie uit het coalitieak-koord van 40 gigawatt naar beneden bij te stellen, naar 30 gigawatt?De heer Jumelet (CDA):Nee. Ik stel niet voor om het bij te stellen, maar juist om een reëlevraag-en-aanbodsituatie te creëren. Die 40 gigawatt staat er. Dat staat ookin het coalitieakkoord. We constateren dat het al lastig is om dit in 2030 tebehalen. Die 30 gigawatt staat er vervolgens ook voor 2040. Dus we willengraag met elkaar zien hoe dat wordt gerealiseerd. Maar dat zit wel op dievraag-en-aanbodkwestie. 40 gigawatt staat, want in het coalitieakkoordstaat dat dat gerealiseerd moet worden.De voorzitter:Dank u wel. U was aan het einde gekomen van uw betoog. Voordat weverdergaan, wil ik mevrouw De Vos welkom heten bij dit commissiedebat.We hebben de regel met elkaar dat we in totaal zes interrupties toestaan,drie keer twee. Dus u kunt ook altijd een vervolgvraag stellen. Dan gaanwe naar de heer Oosterhuis. Aan u het woord.De heer Oosterhuis (D66):Dank u, voorzitter. De oorlog in het Midden-Oosten, met de sluiting van deStraat van Hormuz, laat opnieuw zien hoe kwetsbaar een energiesysteemis dat gebaseerd is op olie en gas. Volgende week is er een plenair debatover hoe we met de acute gevolgen omgaan, maar de echte oplossing isnatuurlijk het structureel verlagen van de vraag naar olie en gas. Datbetekent dat we vol moeten inzetten op verduurzaming, energiebesparingen hernieuwbare energie. We hebben al laten zien dat we dat kunnen.Nederland ging in vijf jaar van 40 miljard naar 30 miljard kuub gas. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46011 kunnen we opnieuw. Met schone energie van eigen bodem maken we onsonafhankelijk, beschermen we mensen tegen prijsschokken en bouwenwe aan een economie die klaar is voor de toekomst.Voorzitter. Ik wil beginnen met het geven van een compliment aan hetkabinet, in navolging van mevrouw Van Oosterhout. Het is namelijk goeddat het budget voor wind op zee wordt verdubbeld en dat er nu 8 miljardbeschikbaar is om de energietransitie te versnellen. Maar zoals net ook alaan de orde kwam, is aanbod alleen niet genoeg. Een succesvolle uitrolvan wind op zee vraagt ook om een voldoende en voorspelbare vraagnaar elektriciteit. Daar zit het knelpunt, want veel bedrijven willen welelektrificeren, maar lopen vast op netcongestie, hoge netkosten en groteinvesteringskosten. Daardoor blijven projecten liggen, terwijl de potentieer wel is en die vraag ook nodig is. Dus daarom mijn volgende vraag.Heeft de Minister ook gekeken naar instrumenten om die vraagkant testimuleren, zoals contracts for difference voor afnemers? En is de Ministerbereid om te onderzoeken hoe deze of andere instrumenten kunnenbijdragen aan meer elektrificatie in de industrie?We zien ook dat bestaande instrumenten tekortschieten. De voorgangervan deze Minister schreef er ook over. In de SDE++ zitten regelingen voorelektrificatie van de industrie, maar die bieden in de praktijk nog te weinigzekerheid, bijvoorbeeld doordat veranderende nettarieven niet wordenmeegenomen. Dat maakt kosten onvoorspelbaar en remt investeringen.Dus hoe voorkomt deze Minister nu dat onzekerheid die investeringen inde elektrificatie blijft remmen? En welke aanpassingen is de Ministerbereid te doen om dit te verbeteren?Tot slot. Een concreet knelpunt in de SDE++, zeg ik in navolging vanmevrouw Van Oosterhout, betreft de e-boilers met hogetemperatuur-opslag. Die zijn nu niet mogelijk door de grens van een netaansluiting van3 megawatt. Is de Minister bereid om deze grens te verlagen, zodat ookmiddelgrote bedrijven met een middenspanningsaansluiting gebruikkunnen maken van de SDE++?Voorzitter. Naast voldoende vraag naar elektriciteit is ook de businesscasevan wind- en zonneprojecten zelf een groeiend aandachtspunt, wantsteeds vaker zijn er negatieve elektriciteitsprijzen en soms is er dus eenoverschot aan hernieuwbare elektriciteit. Tegelijkertijd ligt hier ook eenkans. Door die elektriciteit op te slaan, kunnen we het systeem slimmerbenutten en de waarde van duurzame opwek vergroten. Is de Ministerbereid om binnen de SDE++ ook te verkennen of uitgestelde levering kanworden gestimuleerd, zodat opslag en flexibiliteit beter worden beloond?Batterijen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Daarin kan technischal heel veel, maar de businesscase komt nog moeilijk van de grond, ookomdat er onvoldoende stabiele inkomsten zijn voor flexibiliteit en opslag.De Minister werkt aan een capaciteitsmechanisme voor de momenten dater te weinig opwek is. Welke rol ziet de Minister voor een capaciteitsme-chanisme om de businesscase voor opslag en flexibiliteit ook te verbe-teren? En hoe zorgt de Minister ervoor dat er binnen zo’n mechanismevooral ook naar duurzame oplossingen wordt gekeken en dat batterijenhier een volwaardige positie in krijgen en er niet alleen wordt gekekennaar het beschikbaar houden van fossiele centrales?Voorzitter. Tot slot energiebesparing, want energie die we besparen,hoeven we niet op te wekken, niet te importeren en niet te betalen. Dankom ik vooral op de energiebesparingsplicht. Daar ligt nog een enormekans, die we simpelweg niet mogen laten liggen. Het zijn besparingen diezichzelf terugverdienen en direct bijdragen aan lagere kosten en meerenergiezekerheid. Bedrijven kunnen op een kosteneffectieve manier nogzo veel energie besparen als er op dit moment wordt opgewekt via windop zee. Maar de cijfers zijn ook helder: slechts 31% van de bedrijven isgecontroleerd en maar 16% voldoet volledig. Kan de Minister inzichtelijkmaken waarom bedrijven investeringen die zich binnen vijf jaar terugver-dienen toch niet doen? Is zij bereid om de handhaving te intensiveren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46012 Ziet zij daarbij ook ruimte voor slimmer en actiever toezicht, zodat het nietalleen gaat om controleren maar bedrijven ook geholpen worden omsneller te besparen? Nu lopen we namelijk achter en raken de doelen uithet zicht. Welke concrete stappen zet de Minister dus ook in de komendemaanden om het gat te verkleinen en op koers te komen voor de doelenuit de Klimaat- en Energieverkenning?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft nog een vraag van mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor in de bijdrage van D66 aan de ene kant de wens om wind op zeeop te schalen, maar aan de andere kant de obstakels waar nu tegen aanwordt gelopen. Ik heb voor u eigenlijk dezelfde vraag die ik net aan decollega van het CDA stelde: hoe kijkt D66 aan tegen het Noordzeepact omhet kip-eiprobleem op te lossen?De heer Oosterhuis (D66):Zal ik mij kortheidshalve gewoon aansluiten bij het antwoord van collegaJumelet? Ik vind dat een slim idee. Ik kijk ook uit naar de reactie van deMinister daarop.De voorzitter:Ik zie dat dat inderdaad goed wordt ontvangen. Dan kunnen we door naarmevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. Hernieuwbare energie is voor de VVD meer danCO2-reductie voor het klimaat. Het is een kwestie van nationale veiligheiden economische weerbaarheid. Elke windmolen op zee en elk zonne-paneel op een dak maakt ons minder afhankelijk van fossiele brandstoffenuit onstabiele regio’s, zoals het Midden-Oosten. Het is ook goed dat hetkabinet blijft inzetten op het mogelijk maken van meer hernieuwbareenergie en energiebesparing. Tegelijkertijd zitten we ook met een realiteitvan uitvoeringsproblematiek: we kampen met grote problemen tenaanzien van netcongestie, procedures voor hernieuwbare-energieprojecten duren veel te lang en de realisatie van windparken opzee blijkt minder eenvoudig dan eerder werd gedacht. Ook hiervoorkunnen we onze ogen niet sluiten.Voorzitter. Over netcongestie spreken we volgende week. Laat ik dusbeginnen bij de lange procedures voor hernieuwbare-energieprojecten.Een recente studie van Arcadis laat zien dat we de energietransitie metmaar liefst 75% kunnen versnellen binnen de huidige regels. Het isonacceptabel dat de gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag tot eenoperationeel project al snel acht tot tien jaar bedraagt. Twee jaarvoorbereiden en twee jaar bouwen: dat zou de nieuwe standaard moetenzijn. De sleutelwoorden hiervoor zijn «parallellisering» en «standaardi-sering». Waarom wachten op vergunning b, als je al kunt beginnen metprocedure a? Ik vraag aan de Minister: hoe gaat zij de successen uit ditArcadis-rapport, zoals bij de snelle bouw van een lng-terminal, vertalennaar al onze energieprojecten? Is zij bereid om waar mogelijk bezwaar-fases in te korten om de vaart erin te houden? Duitsland heeft hier deafgelopen tijd flinke stappen in gezet. Zij werken met artikel 8a. De bouwermag daarmee tijdens een vergunningsprocedure al beginnen met debouwvoorbereiding en de overheid kan al in een vroeg stadium informeelverklaren dat het project waarschijnlijk vergunbaar is. Wat kan Nederlandhiervan leren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46013 Voorzitter. Ook als het niet waait en de zon niet schijnt, moeten we opelektriciteit kunnen rekenen. Naast onze inzet op vier kerncentraleshebben we in het coalitieakkoord afgesproken een capaciteitsmarkt in tevoeren. Mijn collega refereerde daar ook aan. Recente onderzoekenonderstrepen dat dit essentieel is voor de leveringszekerheid vanaf 2028.Ik hoor graag van de Minister wat de actuele status is van deze plannen.Wanneer kunnen we de eerste contouren hiervan verwachten?Voorzitter. Dan kom ik op wind op zee. De ambitie is groot, terwijl we temaken hebben met uitdagende marktsomstandigheden, zoals gestegenrente en materiaalkosten. In januari is de Kamer geïnformeerd over devormgeving van de 1 gigawatt met subsidie in 2026, vooruitlopend op deoverstap naar de contracts for difference, de CFD’s. De VVD kijkt positiefnaar deze stap en ziet ook uit naar de uitwerking van de CFD’s. Halen wehet ambitieuze tijdpad voor de inrichting hiervan? Hoe zorgt de Ministerdat we niet opnieuw in de val stappen van complexe tendervoorwaarden?De VVD krijgt namelijk signalen dat de tendervoorwaarden van verschil-lende tenders van elkaar verschillen. Dat kan van invloed zijn op hunsucces.Tot slot wil ik een punt maken over wind op land. In oktober 2025 is er eenmotie aangenomen van mijn collega Peter de Groot. Deze verzocht deregering om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 het nieuwe kadervoor milieu, geluids- en afstandsnormen te publiceren. We zijn inmiddelshalverwege april en de provincies wachten op de landelijke normen omhun eigen verordeningen te kunnen maken. Ik vraag aan de Minister waardit kader blijft. Kan zij toezeggen dat dit zo snel mogelijk naar de Kamer ende provincies komt?Dank u wel.De voorzitter:Dank. Volgens mij bent u aan het einde gekomen van uw inbreng. Ik ziedat die een paar vragen heeft opgeleverd. De heer Boomsma was eerst.De heer Boomsma (JA21):Ik heb een vraag over wind op land. Het is toch ontzettend onverstandigom daarmee door te gaan als er allerlei betere alternatieven zijn, het hetlandschap aantast, het ontzettend duur is en het netwerk al overbelast is?Laat ik het zo vragen: wat wil de VVD dan zelf voor een afstandscriteriumvoor wind op land?Mevrouw Müller (VVD):In de motie die mijn collega aangenomen heeft gekregen, zeggen we dat80% van de ruimte moet afvallen, maar dat er nog wel ruimte moet zijnvoor wind op land, omdat dat juist kan bijdragen aan lokale opwek enlokale productiecapaciteit. Dus 80% zou afvallen.De heer Boomsma (JA21):Maar welk afstandscriterium, dus welke tiphoogte, denkt de VVD dan datredelijk is voor de verdere uitrol? Ik heb het dus over een minimumaf-stand.Mevrouw Müller (VVD):We zeiden 80%. Dat houdt in: twee keer de tiphoogte. Dat vinden webelangrijk, want voor de gezondheid is het belangrijk om minimaal dieafstand aan te houden, dus minimaal twee keer de tipafstand. Dat stondook in de motie.De voorzitter:Ik sta nog een korte interruptie toe, omdat u de eerste keer niet helemaalantwoord kreeg op de vraag die u stelde. Als u nog een korte vraag heeft,mag u die stellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46014 De heer Boomsma (JA21):Twee keer de tiphoogte is toch veel te weinig? Dat leidt toch nog steedstot heel veel overlast, geluid en aantasting van het landschap?Mevrouw Müller (VVD):Laat ik vooropstellen dat die afstandsnormen voor ons dus belangrijk zijn.Tegelijkertijd moet het ook mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor ondernemers,om zelf opwek te realiseren. Aan de ene kant: ja, afstandsnormen moetenduidelijk zijn en moeten ook duidelijk vanuit de landelijke overheid komen,zodat provincies daarmee aan de slag gaan. Tegelijkertijd vindt de VVD:wind op land kan ook helpen voor lokale opwek. Je moet het dus niethelemaal onmogelijk maken.De voorzitter:U mag er wat mij betreft nog een interruptie aan wijden, als u wilt,meneer Boomsma. Anders ga ik door naar een andere spreker. Nee? Oké.Dan ga ik naar mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Ik hoor de VVD zeggen dat het belangrijk is om over te stappen van kolenen gas naar hernieuwbare energie, zoals dat wordt genoemd, om minderafhankelijk te worden van het buitenland. Is de VVD ervan op de hoogtedat er bijvoorbeeld voor windturbines en zonnepanelen allerlei metalennodig zijn die in Nederland niet te vinden zijn, waardoor we dus perdefinitie afhankelijk blijven van het buitenland?Mevrouw Müller (VVD):In elke vorm van energie zit een bepaalde vorm van afhankelijkheid.Tegelijkertijd vindt de VVD: als je goed diversifieert en ervoor zorgt dat wevan alle soorten stroomopwek iets hebben, dan zorg je daarmee dat je dieafhankelijkheid zo goed mogelijk verkleint.Mevrouw De Vos (FVD):Volgens mij kunnen we constateren dat de afhankelijkheid de afgelopenjaren alleen maar is toegenomen. Dat heeft er onder andere mee te makendat we het Groningengasveld hebben gesloten. We hebben ook dekolencentrales voor een groot deel gesloten. Als de VVD voorstander isvan diversificatie, moet er aan het huidige beleid nog wel het een enander veranderen, volgens mij.De voorzitter:Ik hoorde daar geen vraag in, maar misschien wilt u nog wel een kortereactie geven.Mevrouw Müller (VVD):Dat deel ik niet helemaal. Ik vind dat we juist op de goede route zitten. Wezien dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen enorm groot is;daarom zitten we nu met enorme prijsstijgingen. Verdergaan metdiversificatie betekent dat we zelf moeten inzetten op hernieuwbareenergie en tegelijkertijd moeten inzetten op eigen gasproductie, bijvoor-beeld in de Noordzee, en op het bouwen van kerncentrales en SMR’s.Mevrouw De Vos (FVD):Heel kort een reactie hierop. Het is natuurlijk waar dat we op dit momentbepaalde grondstoffen uit onder andere het Midden-Oosten halen endaarvan afhankelijk zijn. Echter, laten we niet vergeten dat we ons eigengasveld hebben gesloten en daarmee onze afhankelijkheid hebbenvergroot, en dat we bepaalde tekorten die we nu hebben, misschien welhelemaal niet hadden gehad als we dat gasveld niet hadden gesloten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46015 De voorzitter:Er is geen behoefte meer om daarop te reageren. We willen herhalingnatuurlijk voorkomen. Dan kom ik bij de heer Vermeer voor eeninterruptie.De heer Vermeer (BBB):Mevrouw Müller gaf aan dat we voor lokale productie en afname wind opland nodig hebben. Kan dat zich, wat mevrouw Müller betreft, beperkentot kleine windmolens op erven en windmolens op industrieterreinen,zodat we die lelijke krengen niet in het open landschap hoeven teplaatsen?Mevrouw Müller (VVD):Kijk, de VVD staat niet te springen om zo veel windmolens op land. Dathoeft ook helemaal niet. Tegelijkertijd moet er op bepaalde plekken ruimtezijn voor de provincies om te kunnen kiezen waar zij lokale opwek nodighebben. Ik ga nu dus ook niet zeggen waar precies wel en waar niet. Ik wilalleen wel graag duidelijke afstandsnormen van de rijksoverheid.De heer Vermeer (BBB):Maar mevrouw Müller is er toch ook mee bekend dat de destijds in deRES vastgestelde opweknormen al zijn gehaald? Waarom vindt de VVDdan dat de provincies ruimte móéten hebben? Volgens mij hoeven ze dathelemaal niet. We hebben immers al aan alle doelstellingen voldaan, duskunnen we nu naar de volgende fase. Is mevrouw Müller dat met mijeens?Mevrouw Müller (VVD):Ja, en tegelijkertijd: als we nu kijken naar netcongestie, is er enorm veellokale opwek nodig. Windmolens dragen niet altijd bij aan netcongestie.Ze creëren ook een probleem, maar als je het laat samenvallen met debouw van bijvoorbeeld gascentrales die je aan kunt zetten wanneer eenwindmolen niet voldoende draait... Je moet het dus altijd in zijn geheelbekijken. Soms zal er wind op land nodig zijn, maar er zijn ook andereopwekmogelijkheden nodig. De vraag naar stroom en productie zal dekomende tijd alleen maar toenemen en ik ga niet op voorhand precieszeggen wat we wel en niet kunnen doen.De voorzitter:We houden ze allemaal netjes bij, dus u kunt nog een vraag stellen als uwilt.De heer Vermeer (BBB):Dit is wel een interessante wending: we hebben gascentrales nodig tercompensatie, terwijl we daar volgens mij vanaf willen. Ik snap niethelemaal wat mevrouw Müller hiermee bedoelt. We willen immers juistminder gas gaan verbruiken en op deze manier hebben we weer extra gasnodig om de momenten te compenseren die wij missen bij windstilte. Hoeziet de VVD dat?Mevrouw Müller (VVD):Klopt. Die willen we ook zo min mogelijk inzetten. Maar om de netcon-gestieproblematiek aan te pakken, waar we het volgende week over gaanhebben, moeten we kijken naar hoe we ervoor zorgen dat we meerstroom opwekken. Daarvoor hebben we verschillende energiebronnennodig.De heer Vermeer (BBB):Maar het is de VVD toch ook bekend dat extra instabiele bronnen er juistvoor zorgen dat er meer netcongestie is, terwijl we daar al een probleemTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46016 mee hebben? Dit is hetzelfde als een snelweg aanleggen naar eenwoonwijk omdat er ’s ochtends toevallig zo veel mensen naar hun werkgaan.Mevrouw Müller (VVD):Er zijn altijd verschillende belangenafwegingen. Aan de ene kant willenwe minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, dus moeten weook meer inzetten op hernieuwbare energie. Tegelijkertijd moeten we erook voor zorgen dat we netcongestie voorkomen. Dat betekent dat je ookandere maatregelen moet nemen, zoals extra opwek realiseren die jealleen kort kunt aanzetten. Dat is een belangrijk onderdeel van hetcapaciteitsmechanisme waar ik de Minister naar heb gevraagd.De voorzitter:Goed. Ik zie dat er verder geen vragen zijn. Dan wil ik naar de inbreng vanmevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank u wel, voorzitter. De negatieve consequenties van het klimaatbeleidstapelen zich op en kunnen we grofweg verdelen in twee categorieën,allereerst de transitie van een betrouwbaar, zelfstandig functionerendenergiesysteem naar een onbetrouwbaar, onrendabel energiesysteem datafhankelijk is van subsidie en van de grillen van het weer en dat steedsverder verschuift richting elektrificatie, met alle gevolgen van dien voorhet stroomnet. Recent is door wetenschappers van de TU Delft onderzochtdat er een natuurlijke grens zit aan de hoeveelheid stroom die je met grotewindparken op zee kunt opwekken. Windparken beïnvloeden elkaar.Turbines vangen wind waardoor minder er minder wind overblijft voorandere, naburige turbines. De auteurs waarschuwen dat nationalebeleidsdoelen daardoor te optimistisch kunnen uitvallen en noemenNederland daarbij expliciet als voorbeeld. Volgens het onderzoek zoudenwindparken een derde minder stroom opwekken dan de Nederlandseoverheid berekent. Volgens het kabinet zou dit onderzoek niet goedvergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie. De wetenschappersrekenen met een hypothetisch windpark van 10 gigawatt, terwijlNederland uitgaat van afzonderlijke kavels van ongeveer 1 gigawatt ofminder.Voorzitter. Ook de Nederlandse uitrol bestaat echter uiteindelijk uit eengroot cluster van windparken binnen hetzelfde Noordzeesysteem. Sterkernog, in de kabinetsreactie op het onderzoek staat dat het WindenergieInfrastructuurplan Noordzee uitgaat van 30 tot 40 gigawatt voor het helesysteem. Het zou dus goed kunnen dat de Nederlandse overheid deenergieopbrengst uit windparken op zee structureel overschat. Dat sluitaan bij het nieuws dat het maar niet lukt om bedrijven te vinden die eenwindturbinepark op de Noordzee willen bouwen, omdat het een slechtverdienmodel is. De oplossing van de Minister is een nieuwe subsidiepot.Wat Forum voor Democratie betreft is het tijd om de realiteit onder ogente zien. Kan de Minister uitleggen waarom de bovengrens voor destroomopbrengst van grote windparken op zee niet voor Nederland zougelden, terwijl ook hier de samenhang van windparken tot interactie-effecten kan leiden? Kan de Minister toelichten hoe de Nederlandseaannames over zaken als capaciteitsfactor, windparkdichtheid enzogeffecten, oftewel de mate waarin windturbines elkaars wind vangen,afwijken van die van de onderzoekers?Voorzitter. Dan is er nog een tweede negatieve consequentie: de drang endwang richting burgers en bedrijven om hun energieverbruik steedsverder te beperken. De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven omeen warmtepomp aan te schaffen, zonnepanelen te plaatsen enzovoort.Bedrijven zouden deze maatregelen uiteraard automatisch treffen als zedaadwerkelijk energie, en dus geld, zouden kunnen besparen, zonderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46017 negatieve consequenties voor hun bedrijf. Een plicht betekent dus dat hetop een van deze vlakken, of misschien wel allebei, misgaat.Daarbij worden bedrijven ook verplicht om over te stappen naar ledver-lichting, met als doel 100% ledverlichting in 2030 en een totale uitbanningvan de gloeilamp. Ledlampen zijn dan wellicht iets goedkoper omdat zezuiniger zijn, maar er kleven ook verborgen kosten aan. Volgens deGezondheidsraad heeft ledverlichting een verstorende invloed op debiologische klok, wat zorgt voor een slechtere nachtrust, verminderdeaandacht en een grotere kans op ongevallen, om nog niet eens te sprekenover de killere sfeer die deze lampen in een ruimte brengen. Dat zit zo. Inhet spectrum van een ledlamp is blauw licht sterker aanwezig dan innatuurlijk licht zoals dat van een gloeilamp. Dat blauwe licht verstoort debiologische klok van de mens. Op lange termijn bestaat mogelijk zelfs eenverhoogd risico op kanker, obesitas, hart- en vaatziekten en psychischeaandoeningen. Is de Minister bereid om een onderzoek te laten uitvoerennaar de effecten van ledverlichting op de gezondheid in vergelijking metnatuurlijke verlichting? Graag ook hier een reactie.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heb ik een vraag voor u van de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Ik weet niet waarom een gloeilamp natuurlijk licht zou geven, want jejaagt elektriciteit door een draadje, maar in ieder geval: is Forum voorDemocratie ermee bekend dat je ook ledlampjes kunt maken met meergeel, dus dat het niet per definitie dat blauwige licht is? Er zijn allerleivarianten op.Mevrouw De Vos (FVD):Ja, dat klopt. Er is inderdaad ook een ontwikkeling gaande in de ledver-lichtingswereld, maar het blijft staan dat ledlicht overal het algemeenmeer blauw licht bevat. Je ziet het hier ook in de ruimtes. Volgens mij zijner heel veel mensen die daar ook last van hebben. Je ervaart wel degelijkdat het een bepaalde invloed op je heeft als dat blauwe licht meeraanwezig is. Ik denk dat het heel relevant is om op het moment dat jeiedereen gaat verplichten om de verlichting aan te passen, in huis maarook in de werkruimte, heel goed onderzoek te doen naar klachten die datkan opleveren.De voorzitter:Meneer Boomsma, als u nog een vraag heeft, stel ik voor dat u dat via demicrofoon doet. Anders gaan we snel door naar de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Maar mevrouw De Vos weet toch dat er al jaren speciale ledverlichting isdie daglicht juist veel beter benadert dan alles wat we in de tientallenjaren daarvoor gedaan hebben met tl en gloeilampen? Ik heb die destijdszelf in ons bedrijf laten installeren. Dat gaf gewoon aanmerkelijk betereresultaten, ook tijdens het beeldschermwerk van alle medewerkers. Waarkomt dit dus opeens vandaan? Wat is voor mevrouw De Vos de trigger omnu te beginnen over iets wat volgens mij uit een ander decennium komt?Mevrouw De Vos (FVD):Nou, helemaal niet. Als de heer Vermeer de agenda van dit debat heeftbekeken, dan zal hij ook hebben gezien dat het doel voor bedrijven wordtom in 2030 100% op ledverlichting over te stappen. Voor burgers is dat opdit moment al zo, want als je in de winkel een gloeilamp wil kopen, dankan je het alleen met de restjes doen. Bedrijven mogen die namelijk nietmeer inkopen om te verkopen. Dat wordt gewoon onmogelijk gemaakt. Ikben heel benieuwd naar de specifieke ledlamp waar de heer Vermeer hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46018 over heeft. Maar nogmaals, ledverlichting bevat in principe meer blauwlicht dan gloeilampen, dan kaarslicht, dan zonlicht, dan allerlei anderevormen van licht, en dat kan consequenties hebben voor de gezondheid,het mentale welzijn van mensen. Ik zou eigenlijk niet weten wat eroptegen is om eens even uit te zoeken, om verder dan wat de Gezond-heidsraad al heeft aangedragen uit te zoeken wat dat precies betekent.De voorzitter:Oké. U kunt door met uw betoog en u heeft nog één minuut spreektijd.Mevrouw De Vos (FVD):Dank, voorzitter. Ik ben ook bijna aan het einde van mijn betoog.De energietransitie is niet alleen onhaalbaar en onbetaalbaar, maar tastook de vrijheid en de geest van mensen aan. Forum voor Democratie isvoor betrouwbare energie en voor keuzevrijheid en dus tegen hetdwingende, betuttelende en bovendien risicovolle klimaatbeleid. Het isdan ook de hoogste tijd om ermee te stoppen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Misschien zag u mij net staren naar het plafond. Dat was geendesinteresse. Ik was zelf ook benieuwd of we hier ledverlichting hebben.Wie weet krijgen we daar straks ook nog een antwoord op.Dank aan alle leden voor hun inbreng in deze eerste termijn. Ik kijk evennaar de Minister. Ik heb begrepen dat zij zo’n twintig minuten nodig heeftom tot een goede beantwoording te komen. Ik stel voor dat we om 16.45uur verdergaan.De vergadering wordt van 16.24 uur tot 16.49 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug bij het commissiedebat Hernieuwbare energie. Ik stel voordat we gaan beginnen met de beantwoording door de Minister van allegestelde vragen. Ik denk dat ze dat in blokjes gaat doen. We zullenuiteraard ook gelijk de eventuele toezeggingen noteren, mochten die erzijn. Daarna is er natuurlijk nog ruimte voor een tweede termijn.Aan u het woord, Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Ik heb bedacht dat ik de inleiding waarschijnlijk ineen paar zinnen kan doen. Dan ga ik daarna door naar het blokje wind opzee. Daar heeft bijna iedereen vragen over gesteld. Dan kom ik bij destimulering van elektrificatie. Dat is eigenlijk de vraagkant. Die wilde ik ermaar meteen op laten volgen, omdat dat zo in samenhang is besprokendoor uw Kamer. Daarna ga ik naar energiebesparing. Vervolgens ga iknaar andere vormen van hernieuwbaar aanbod. Daar zijn veel suggestiesvoor gedaan. Ook innovatie zit in dat blokje. En dan is er nog een blokjeoverig. Dat zijn er dus in totaal vijf.Voorzitter. Als ik zo de inbreng van uw Kamer hoor, gaat het er eigenlijkom dat we onze weerbaarheid versterken, op de korte en op de langetermijn. Daarvoor is het belangrijk dat we volop werken aan duurzameenergie. U vraagt ook terecht aandacht, in dat hele proces, voor de balanstussen energieopwekking en energievraag – hoe houden we die zo dichtmogelijk bij elkaar? – maar ook voor de balans – de heer Flach refereerdedaaraan – tussen aan de ene kant sturen op de laagste kosten en aan deandere kant ook oog houden voor innovatie, zonder dat dat het in zijntotaliteit onnodig duur maakt. We doen dat allemaal in een context vanEuropese ambities en spelregels, maar ook van internationale concur-rentie en natuurlijk in het bijzonder in de context van de grote, dikkestreep die er op dit moment is gezet onder het feit dat we nu heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46019 kwetsbaar zijn in onze energievoorziening. Hoe gaan we ervoor zorgen datwe alle stappen in het energiesysteem die het moeten veranderen zo goedmogelijk op elkaar aan laten sluiten, prikkels consistent maken en waarnodig tijdelijk steunen om die hele transitie, dat hele systeem te latenkantelen? Volgens mij is dat de uitdaging waar ik ook uw Kamer over hooren is dat een gezamenlijke zoektocht. Ik wil u ook danken voor een aantalnuttige suggesties die daarbij gedaan zijn.Ik kom dan als eerste op de concrete vragen over wind op zee. Wind opzee is de goedkoopste schaalbare optie voor duurzame energie rond 2040.Daarom trekken we er zo hard aan. Om dat tot stand te brengen, heeft hetkabinet middelen gereserveerd om door middel van contracts fordifference windparken te laten vergunnen, want dan betaal je eigenlijknooit meer dan nodig. Ook heeft het kabinet in het onlangs herzieneProgramma Noordzee de benodigde ruimte gereserveerd. Tegelijkertijdzijn er allerlei uitdagingen. We moeten dus ook zorgen dat we voorspel-baarheid voor de markt creëren in het uitroltempo.Er zijn dus allerlei uitdagingen. Daar had u het terecht over. Met deactualisatie van het NPE deze zomer klikken we met elkaar vast wat wezeker weten. Tegelijkertijd maken we natuurlijk weer doorkijkjes naar delangere termijn en dan focussen we op implementatie. Zo focussen we nuop het realiseren van die 30 gigawatt rond 2040, want er zitten allemaallange looptijden aan vast. We onderzoeken ook al hoe we de doorgroeinaar de 40 gigawatt, de ambitie van het kabinet, mogelijk kunnen maken,maar we weten dat dat nog wat meer studie kost. In de tussentijd gaan wevolop aan de slag met de eerste 30 gigawatt. We werken dat dus verderuit in een nieuwe routekaart voor windenergie op zee. Die wordt eind ditjaar aan de Kamer gestuurd. Ik kom zo nog even terug op het idee van eenNoordzeepact, dat net nog een keer is gelanceerd.Sommige partijen hebben gevraagd naar de businesscase voorwindparken. Het vorige kabinet heeft al geld beschikbaar gesteld voor hettenderen van één windpark van 1 gigawatt en inderdaad, op verzoek vande Kamer, middels de motie van het lid Van Oosterhout, voor een tweedewindpark dit jaar. Dat gaan we doen. Er is inderdaad een onzekere factorop dit moment en dat is dat ACM nog overweegt of een invoeringstariefiets is wat in dat hele energiesysteem hoort. Als dat er komt, heeft datnatuurlijk impact. Ik ben naar aanleiding van de motie van het lid Jumeletin gesprek met de ACM over die risico’s en de gevolgen van de invoeringen ik verken ook de gevolgen, maar ik weet nog niet of het wordtingevoerd. Ik kan u dus verder nog niet zeggen wat we precies doen, maarwe houden dat goed in de gaten en we bereiden ons voor.De heer Boomsma vroeg naar de kosten voor net op zee, inclusief destekkerdoos, het stopcontact op zee. Ik ben ooit, in een vorige rol, weleensin dat stopcontact geweest toen het nog aan land stond. Dat is trouwensook heel interessant en enorm groot. Wat zijn de kosten van de transfor-matoren op land en de kabels? De kosten verschillen per windpark,afhankelijk van de lokale omstandigheden. Ze komen neer op ongeveer 2miljard tot 3 miljard euro per gigawatt. De infrastructuur is minimaal 35jaar bruikbaar, dus die wordt over lange tijd afgeschreven. Zoals met elkeinfrastructuur is er een generatie die op een gegeven moment aan debouw van die infrastructuur moet beginnen. Vervolgens hebben velegeneraties daar profijt van. Dat hebben we natuurlijk gezien met wegen,spoorwegen en het elektriciteitsnet. Nu betreft dat ook het net op zee eneventueel waterstof. Maar als ik het vergelijk met de totale kosten van defossiele import van brandstoffen, waar we vervolgens niet 35 jaar vankunnen profiteren, dan kost de import van fossiele brandstoffen ons nutussen de 20 miljard en 30 miljard per jaar. Dat is nog exclusief de extrakosten van de Irancrisis.De voorzitter:Voordat u verdergaat, krijgt u nog een vraag van de heer Boomsma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46020 De heer Boomsma (JA21):Ik heb even de vraag op welke kosten de Minister doelt bij de fossielebrandstoffen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat zijn de totale kosten van de import van fossiele brandstoffen.De heer Boomsma (JA21):Ja, maar welke dingen waar zij op doelt, kosten geld?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat zijn de kosten van het importeren van fossiele brandstoffen. Dat is hetgeld dat we uitgeven aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is wathet kost.De heer Boomsma (JA21):O, gewoon de prijs van de olie?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Jazeker, ja.De heer Boomsma (JA21):Maar het gaat natuurlijk om een vergelijking waarbij je alle kostenmeetelt. Dus de kosten per kilowattuur van de verschillende energie-bronnen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik zet het voor u even in perspectief. Aan de ene kant zijn er natuurlijkinvesteringen in infrastructuur voor wind op zee. Dat is zo’n 2 miljard tot 3miljard euro per gigawatt, maar die kan dan 35 jaar gebruikt worden. Omdat even in perspectief te plaatsen: aan fossiele import geven we per jaaral tussen de 20 miljard en 30 miljard uit, want die winst hoef je vervolgensniet per kilowattuur af te rekenen. Natuurlijk zijn daar nuances in temaken, maar u heeft hopelijk een beeld bij de orde van grootte. Wantuiteraard, als we subsidie geven, dan doen we dat wel per kilowattuur. Erzit dus wel enige nuance in, maar de kosten van het huidige systeemvinden we eigenlijk zo normaal dat we het bijna niet meer in perspectiefplaatsen. Dat zijn wel kosten die we maken en die nu dus extra oplopen endie daarom zo veel consequenties hebben voor onze economischesituatie.Voorzitter. De heer Flach uitte de zorg dat alleen wordt geïnvesteerd inwind op zee en niet in elektrificatie van de industrie. Zeker, daar hebbenwe ook heel veel aandacht voor. Daar kom ik zo meteen in het volgendeblokje nog op terug. Meerdere partijen vragen om een integraal beeld vande ontwikkeling van windparken en het elektriciteitsnet. Dat is inderdaaddat Nationaal Plan Energiesysteem. Zoals ik net al zei, gaan we daarinkijken wat we nu vastklikken, zodat we voorspelbaarheid en zekerheidgeven aan de markt. Een aantal van u vroeg daarnaar. Welke zakenmoeten we nog verder uitwerken naar de toekomst toe, maar geven wewel duidelijk richting? Dat komt in dat plan te staan en dan kunnen we ookde samenhang van dat plan met elkaar bekijken. Er zijn verschillendeprogramma’s binnen de overheid die monitoren hoe deze ontwikkelingenzich voordoen en waarmee we kunnen bijsturen. Dat gaat om demeerjareninvesteringskosten energie et cetera.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Van Oosterhout over het Noord-zeepact. Meerderen van u hebben gerefereerd aan hoe we vraag enaanbod goed op elkaar laten aansluiten. Voordat ik bij u kwam, had ik eengesprek met alle energieleveranciers in Nederland. Die vroegen eigenlijkook: «Kunnen we niet toe naar bijna het verbinden van alle schakels in deketen in één soort aanpak, want dan heeft iedereen meer zekerheid? DanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46021 ben je er niet afhankelijk van dat iemand ooit ergens wat gaat doen.»Iedere schakel in de keten zegt dan: in de context van zo’n pact ga ik dítdoen en ga jij dát doen. Dat zou de risico’s en daarmee de kosten vooriedereen kunnen verlagen, waarmee misschien de kosten van het geheelkunnen worden verlaagd. Met maatwerkaanpak op zo’n keten zouden wemisschien kunnen kijken waar de hobbels zitten waar je als overheid ietsaan zou moeten doen. Nou hadden we als coalitie al gezegd: we gaan eenclusteraanpak gebruiken bij de maatwerkafspraken. Kunnen we eenskijken of we dat misschien in een keten kunnen doen? Ik wil dat graagonderzoeken, zowel voor de Noordzee als op land. Als ik die suggestie zomag interpreteren dat het er bij een Noordzeepact om gaat dat je eensprobeert te kijken of je al die partijen in de keten bij elkaar kunt krijgen,dan vind ik het zeker heel interessant om dat te onderzoeken. Het is echtiets wat vandaag in gesprek met die partijen langskwam. Ik denk dat heteen creatieve suggestie is, die we eens nader moeten bekijken met elkaar.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Is dat dan een toezegging van de Minister dat zij hiernaar gaat kijken, enop welke termijn zal dat zijn?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het is een toezegging om hiernaar te gaan kijken, maar omdat het echtvandaag pas opkwam, verbind ik er nog even geen heel exacte termijnaan, want dan hang ik mezelf misschien op aan iets, terwijl ik nog nietgoed kan inzien hoeveel tijd het kost om al die partijen bij elkaar tekrijgen. Misschien kunnen we in de tweede termijn even een inschattinggeven ervan. Ja, zullen we dat doen? Dan kom ik daar nog even op terugin de tweede termijn.De voorzitter:Dat lijkt me een prima voorstel.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):In principe is het voorstel dat we doen niet helemaal nieuw. Er ligt al eenaangenomen motie waarin wordt gevraagd om al die partijen bij elkaar tebrengen, dus eigenlijk had dit al in gang gezet moeten worden. Het idee isniet helemaal nieuw, dus het is niet helemaal correct om te stellen dat hetvandaag pas voor het eerst opkwam. Zijn er tot die tijd dan geen stappengezet?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het was voor mij nieuw, omdat ik vandaag dit gesprek had. Toen diemotie werd aangenomen, was ik even niet in de Nederlandse politiekactief, dus ik heb dat toen niet meegemaakt, maar het departementnatuurlijk wel. Er is ook al eerder een gesprek geweest, maar het kwamvandaag juist ook op in het gesprek met de partijen zelf, dus ik denk dat ergewoon weer een mooie aanleiding is om daarnaar te kijken. Misschien isde invulling dan net een klein beetje anders dan eerder gesuggereerd is,waardoor er mogelijkheden zijn. We gaan het verkennen. Ik vind het eeninteressante suggestie. Ik hoorde ook steun bij meerdere van uwcollega’s.Naast mij wordt de suggestie gedaan om u te zeggen dat we daar dit jaarnog bij u op terugkomen. Dat kunnen we in ieder geval zeggen.De voorzitter:Prima, dat staat genoteerd. Een van die collega’s heeft ook nog een vraag.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik ben nog niet helemaal aan het einde van de antwoorden over wind opzee, maar gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46022 De heer Jumelet (CDA):Nog even op dit punt. Ik hoor dat de Minister zegt dat zij in gesprek is. Datis heel goed. Wij hebben natuurlijk de afgelopen tijd ook heel watgesprekken gevoerd over de reserve die er enigszins is om te investeren,omdat de afname uiteindelijk niet is geregeld. Soms ziet dat ook op hetfeit dat er contracten van soms maar vijf jaar kunnen worden aangegaanen de industrie bijvoorbeeld geen zicht heeft op de langere termijn. Ik zouwillen meegeven om dat ook vooral in die gesprekken te adresseren, zovan: goh, hoe zit nou dat precies? Ik denk dat die balans tussen vraag enaanbod heel erg belangrijk is. Volgens mij willen we dat met elkaar onderde aandacht brengen. Dat kan heel goed worden meegenomen in diegesprekken, denk ik.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat wil ik van harte onderstrepen, want volgens mij is de meerwaarde vanzo’n traject waarbij je al die elementen in de keten probeert in elkaar telaten grijpen, dat je ook ziet waar nou de haken en ogen zitten, dat je ditsoort dingen echt boven tafel krijgt en dan kijkt of daar met elkaar wat aante doen is. Hoe beter we namelijk in staat zijn om vraag en aanbod zodicht mogelijk bij elkaar te laten blijven, hoe beter het is, want mensen diewillen elektrificeren hebben dan de zekerheid dat er gebouwd wordt enmensen die bouwen hebben de zekerheid dat er ook vraag is. Netcon-gestie zit daar natuurlijk nog volop tussenin. Maar hoe optimaler wegebruikmaken van het net en hoe meer afspraken je kunt maken daarover,hoe meer we kunnen doen met de capaciteit die we hebben. Dat heeftsoms ook te maken met de locatie waar je het dan over hebt en hoe ergde netcongestie op die plek is. Daarvoor is het dus eigenlijk echtbelangrijk dat je met z’n allen in een kamer gaat zitten en kijkt: wat kan erwel bij al die schakels in de keten die daarvoor nodig zijn? Daarom zei ikook: niet alleen op zee, maar ook op land moeten we volgens mij kijkenwaar zo’n soort aanpak zou kunnen werken. Daar gaan we mee aan deslag.De vergunde windparken. Er is specifiek gevraagd naar IJmuiden VerAlpha. Dat heeft hoge prioriteit. Het kabinet is al ruim een jaar metNoordzeker in gesprek. Het spreekt ook met andere partijen in detoeleveringsketen. Ik zoek echt intensief naar een oplossing. Dat gebeurtniet alleen ambtelijk. Afgelopen week heb ik ook zelf gesprekken gevoerd.Ik kan dus nog geen uitspraak doen over de specifieke situatie, maar hetheeft echt alle aandacht, want het zou voor meerdere partijen in die ketenontzettend zonde zijn als dat niet zou lukken. Sif, de producent van defunderingen die werd aangehaald, is daarbij natuurlijk ook een belangrijkaandachtspunt.Dan de inzet op contracts for difference voor toekomstige windparken.Contracts for difference kunnen pas vanaf medio 2027 worden ingezet. Ditjaar vallen die tenders nog onder het TOWOZ, een instrument dat desystematiek van de SDE++ volgt.Dan ga ik in op de capaciteitsfactor, waar vragen over zijn gesteld. Er isinderdaad een onderzoek gedaan door Simão Ferreira et al., maar nabestudering daarvan ziet het kabinet geen grote gevolgen voor devormgeving van het energiesysteem. De uitkomsten van verschillendestudies zijn met elkaar vergeleken. We concluderen op dit moment dat deinschatting van de capaciteitsfactor in het genoemde artikel een teconservatieve inschatting is voor het Nederlandse uitrolscenario. Dit isnader toegelicht in de technische briefing die op 19 maart heeft plaatsge-vonden. We blijven natuurlijk altijd actief in gesprek met verschillendeexperts. Mochten de gesprekken leiden tot nieuwe inzichten, dan kunnenwe ook die bij een eerstvolgende actualisering van het Nationaal PlanEnergiesysteem integreren in het klimaat- en energiebeleid. Wat datbetreft blijft het een traject waarbij we de kennis continu met elkaarverdiepen en periodiek kunnen meenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46023 Dan een vraag van mevrouw Müller over de successen uit het Arcadis-rapport; die vond ik wel mooi. De kosten worden voor een deel ookbepaald door de duur van vergunningen. In die zin is tijd ook geld,letterlijk, want er gaat veel tijd en energie van allerlei mensen in dieprocessen zitten. Eigenlijk hebben we niet alleen last van netcongestie,maar op een bepaalde manier misschien ook van procescongestie – ikbesprak het vanochtend met de Staatssecretaris. Het zou natuurlijkhartstikke mooi zijn als de ambitie van twee plus twee jaar wordt gehaald,maar ik durf niet te zeggen of die te halen is met de successen uit hetArcadis-rapport, want in die processen zijn natuurlijk ook allerlei belang-rijke waarborgen en belangen inbegrepen. De vraag is dus hoe je daarrecht aan kunt doen en tegelijkertijd toch kunt versnellen, voor een deelvia parallelle sporen. Dat is iets waar Arcadis op wijst. Interessant. Mijncollega De Bat spreekt met de NVDE over een inspirerend rapport. Hij gaatdit oppakken en kijken of we daarvan kunnen leren. Soms heeft dit directeen relatie met de netcongestie zelf, maar soms is het ook voor andereprocedures relevant. Wij focussen daarbij wel op de projecten die temaken hebben met de energietransitie, en wel door heel gericht na tegaan of we daarbij versnellingen kunnen realiseren of dat er een aanpak iswaardoor we allemaal op dit punt sneller zouden kunnen gaan. Dat gaanwe dus doen.Mevrouw Müller zei dat Duitsland stappen heeft gezet waar Nederlandmisschien van kan leren. Ook dat nemen we mee. De Staatssecretariskomt hierop bij u terug door aan te geven welke mogelijkheden wij zienvoor versnelling.De voorzitter:Ik heb even een korte vraag aan u. Ik kan me voorstellen dat leden zich nazo’n opmerking als «dat nemen we mee» of «het kabinet komt erop terug»soms afvragen of al dan niet een toezegging volgt. Wilt u dat duidelijkermaken, zodat leden daarnaar kunnen vragen? Volgende week is erbijvoorbeeld een debat over netcongestie. U kunt ook de toezegging doendat uw collega erop terugkomt per brief, bijvoorbeeld.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als wij zeggen «dit nemen wij mee» dan komt dat in principe terug in deeerstvolgende brief die we ergens over schrijven. Dat wil niet zeggen datdit altijd een aparte brief zal zijn, want dat is misschien weer heel veelwerk, zowel voor u als voor ons. Ik kan me voorstellen dat we op dit puntafspreken dat de Staatssecretaris het vervolg van dit vraagstuk, over deversimpeling van de procedures, verder met uw Kamer bediscussieert.Dat hij daar al in de volgende weken allerlei nieuwe antwoorden op moethebben, zal ik hem niet aandoen, maar dit zal in het vervolg wel onderdeelzijn van de gesprekken. Natuurlijk blijf ik daar ook goed van op de hoogte,want dit is voor het hele systeem heel belangrijk.De voorzitter:Dank u wel. Fijn dat u die opheldering geeft. Ik zie dat mevrouw Müllerhiermee ook akkoord is. Bent u bijna aan het einde van dit blokjewindenergie?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dit was het blokje wind op zee. Daarna ga ik naar vraagcreatie.De voorzitter:Oké. Ik kijk even rond om te zien of er nog vragen zijn. We gaan eerst naarmevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46024 We zien dat er in de industrie ook steeds meer aandacht is voor natuurin-clusieve windenergie. Dit helpt vissen, vogels en schelpdieren. Ik vroegme af welke voorwaarden rondom natuurinclusiviteit de Minister van planis te gaan meenemen in de tenders die eraan komen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Misschien is dat een vraag die ik gemist heb, want ik weet niet welkevoorwaarden dat zijn, maar wel dat natuurinclusiviteit natuurlijk belangrijkis. Dat is het sowieso bij de indeling op de Noordzee. Als we bekijken hoewe zo goed mogelijk gebruikmaken van de ruimte, is natuur ook eenbelangrijk aandachtspunt, naast bijvoorbeeld visserij. Het is best puzzelenop de Noordzee. Laat mij in de tweede termijn even terugkomen op welkenatuurinclusieve voorwaarden we stellen.De voorzitter:Dat is prima. Volgens mij is het een nieuwe vraag. Het is prima om diemee te nemen in de tweede termijn. Heeft u een punt van orde, meneerVermeer?De heer Vermeer (BBB):Ja, namelijk de vraag of de Minister bij dit punt meteen even deantwoorden kan meenemen die net zijn binnengekomen over het feit dater nog helemaal geen ecologisch onderzoek gedaan is, of bekend is, naarallerlei effecten van wind op zee. Er zijn net antwoorden op Kamervragenover binnengekomen. Wil de Minister het in dat perspectief meenemen?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat wordt wel wat ingewikkeld, want nu gaan we een soort nieuwe eerstetermijn beginnen.De voorzitter:Ik ben het met u eens, Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als die Kamervragen daarover al beantwoord zijn, dan hebben we vastbinnenkort ook weer een gelegenheid om daarover te spreken. Ik heb dannu misschien ook niet zo veel aanvullende informatie op de antwoordenop de Kamervragen die net gegeven zijn.De voorzitter:Ja, laten we ons nu even beperken tot wat we in de eerste termijn hebbengevraagd. Dan komen daar ook goede antwoorden op. We kunnen heteventueel in de tweede termijn meenemen en anders is het voor een latermoment.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De mensen die meeluisteren, weten in ieder geval dat u daarop mogelijkin de tweede termijn terugkomt, meneer Vermeer, dus die kunnen eralvast even naar kijken.De voorzitter:Prima.Mevrouw De Vos (FVD):Ik had ook een vraag gesteld over windenergie op zee. Misschien is hetantwoord aan mijn aandacht ontglipt, maar ik heb het in ieder geval nogniet gehoord.De voorzitter:Welke vraag had u gesteld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46025 Mevrouw De Vos (FVD):Die ging over het onderzoek van TU Delft van begin dit jaar, over devergelijking, dus in welke mate het windsysteem op zee in Nederlandrendabel is en dat dit misschien wat negatiever uit blijkt te vallen. Wat isde reactie van het kabinet daarop?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Volgens mij heb ik net antwoord gegeven op de vraag over dat onderzoek.Mevrouw De Vos (FVD):Dan is het mijn fout en ga ik het even terugkijken. Dank u wel.De voorzitter:Geen probleem. Dat kan gebeuren.De heer Boomsma (JA21):De Minister zei: het is tegen die tijd de goedkoopste vorm vanhernieuwbare energie. Maar wat is nou een realistische prognose van dekosten per kilowattuur van deze windparken op zee voor die windenergie?Minister Van Veldhoven-van der Meer:We zijn nu bezig met het opstellen van de voorwaarden van de volgendetender. Daarvoor wordt natuurlijk een maximumbedrag opgesteld.Volgens mij sturen we dat in juni aan de Kamer. We communiceren danook onze prognose van wat het maximaal zou kunnen kosten aan uwKamer.De voorzitter:Meneer Boomsma, dit is uw vierde interruptie; dan weet u dat alvast. Ikheb de interrupties van tevoren niet gemaximeerd, maar ik wil met ubekijken of we wat sneller door de beantwoording heen kunnen. We zijnbij het eerste blokje. Ik wil het u alleen maar meegeven ter info: het is uwvierde vraag en we zijn bij blokje één.De heer Boomsma (JA21):Nog één vraag dan, want het lijkt me wel heel cruciaal om te weten wateen realistisch, optimistisch of negatief scenario is voor hoeveel het gaatkosten als je alles bij elkaar optelt. Ik denk namelijk dat je heel snel tegende € 0,20 per kilowattuur aankomt en dat is gewoon ongelofelijk veelgeld. Als de Minister dus zegt dat het de goedkoopste vorm is, vraag ikme af hoe dat zit. Ik had ook gevraagd wat nou de prognoses zijn voor hoevaak je die dingen stil moet zetten, omdat er elders overproductie is of ersprake is van hele prijzen waardoor je die contracts for difference inwerking moet stellen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Over die uren heb ik inderdaad nog een antwoord ergens in een mapjezitten. Ik denk dat we dit niet zullen rekenen als een interruptie, voorzitter,want die vraag was gewoon gesteld en die zal ik ook nog beantwoorden.Wat ik over de kosten kan zeggen, is dat die natuurlijk verschillen perwindpark, omdat elke situatie anders is. PBL maakt daar een onafhanke-lijke inschatting van. We zullen nog voor de zomer met de ingeschattetenderkosten voor dit windpark naar uw Kamer komen en dan kunt u ookkennisnemen van de inschatting die het PBL daarvan gemaakt heeft.De voorzitter:We zullen dat noteren als een toezegging. Ik stel voor dat de Ministerdoorgaat met haar volgende blokje.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46026 Ik noteer de toezeggingen zelf ook even.De voorzitter:Helemaal goed.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan de vraagcreatie. Ik heb eigenlijk net al in belangrijke mate gezegd hoeik die zie, namelijk dat het heel belangrijk is dat we proberen om deproductie en de vraagcreatie zo veel mogelijk synchroon te laten lopen.Er was een specifieke vraag van de heer Jumelet over de Europese Raaden wat het Europese speelveld doet. Dat is natuurlijk enorm belangrijkvoor de hele energietransitie. Zijn er daarnaast mogelijkheden opnationaal terrein zonder het gelijke speelveld te verstoren? In verschil-lende voorstellen van de EU wordt aan vraagcreatie gewerkt; denkbijvoorbeeld aan productielabels en ecodesignregelgeving. Recent is ookde Industrial Accelerator Act gepubliceerd, die zich specifiek richt opvraagcreatie in de energie-intensieve industrie. Daar zie je dus ookgrootschalig de link met die verduurzaming. Nederland ziet hierin graagambitie en steunt dat dus in Europa. We jagen dat verder aan. Ook opnationaal niveau zijn er bepaalde initiatieven genomen om de vraag naarduurzaam geproduceerde goederen te stimuleren, bijvoorbeeld in degrond-, weg- en waterbouw. Denk ook aan overheidsinkoop. Op eenaantal punten werken we er zelf ook aan, maar eigenlijk wil je degrootschalige natuurlijk uit de markt laten komen. Daarbij werd er terechtaan gerefereerd dat netcongestie een belangrijke bottleneck is. Er isnamelijk veel vraag, ook van bedrijven die graag willen elektrificeren. Dushoe halen we daar de stop uit de leiding? Nogmaals, ik ben daarom heelblij dat de Staatssecretaris nu bezig is om overal in het land met partijente praten over hoe de situatie daar is en hoe we die kunnen lostrekken, ofhoe we beter gebruik kunnen maken van de capaciteit die we hebben. Danwordt het namelijk goedkoper voor iedereen. Het gaat ook om zo veelmogelijk benutten van de energie die we opwekken.Dan het tijdpad voor de inrichting van de contracts for difference. Deontwerpkeuzes zijn afgelopen 20 maart gepubliceerd. Het wetsvoorstel ligtop dit moment voor advies bij de Raad van State. Het doel is om hetwetsvoorstel voor de zomer naar de Kamer te sturen en uw Kamer danook te vragen om een voortvarende behandeling, zodat we voor hetnajaar van 2027 alles gereed hebben om de tenders uit te voeren. Wezetten er op dit moment dus echt maximaal snelheid op.Mevrouw Müller had nog een vraag over de verschillen in tenders. Hetenige wat ik daarover kan zeggen, is ...De voorzitter:Excuus. Voordat u daarmee verdergaat, is er een vraag van de heerOosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ja, want de Minister refereert aan het wetsvoorstel voor de contracts fordifference. Gaat dat over de contracts for difference voor het aanbod vanwind op zee of bevat het wetsvoorstel ook voorstellen voor de vraag? Ikhad namelijk ook nog de vraag gesteld of daarnaar gaat worden gekeken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja, ook deze vraag over de contracts for difference voor de vraag ga iknog beantwoorden. Misschien hoeven we deze dan ook niet als interruptiete rekenen, want die vraag wordt inderdaad nog beantwoord. Dit ging nogeven over aanbodzijde, omdat daar een specifieke vraag over was. Diehad misschien in het andere mapje gemogen. Excuses.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46027 Ik stel richting de leden voor om anders gewoon even het einde van hetblokje af te wachten, zodat we eerst de beantwoording horen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan kom ik bij een vraag van de heer Jumelet over de consistente pijplijnvoor innovatie en opschaling naar bredere toepassing. Nu zit ik even nietop de vraag-en-aanbodas, maar op die van innovatie en kosteneffecti-viteit. Hoe blijven we nieuwe ontwikkelingen introduceren? De aansluitingvan de DEI op de SDE+ is zeer van belang om de innovatieve techniekenverder op te schalen. Voor technologieën die al in de SDE++ zitten, wordtbinnen de innovatieregelingen ingezet op reductie van de systeemkosten.Voor technologieën die mogelijk in de SDE++ opgenomen kunnenworden, wordt gekeken naar ondersteuning van projecten die al meerrichting de vroege fase van opschaling gaan. Om die aansluiting beter temaken, hebben we eigenlijk het maximaal verkrijgbare subsidiebedragverhoogt naar 30 miljoen. Daarnaast zijn we actief bezig met onderzoekenhoe we deze projecten verder kunnen ondersteunen in de opschalingrichting de SDE++. Dit wordt meegenomen in de beleidsevaluatie van deenergie-innovatieregelingen. De heer Jumelet schetst dat punt dusterecht, namelijk dat het in die overgang goed moet gaan om er uitein-delijk grootschalig van te kunnen profiteren in je energietransitie. Daarkijken we dus naar. Ook kijken we ernaar of, als de SDE++ niet het meestgeschikte opschalingsinstrument is, er dan nog andere instrumenten zijnzoals Innovation Fund of andere combinaties van publiek en privaatkapitaal, in samenwerking met Invest-NL, om dit toch verder voort tezetten.Dan was er een specifieke vraag van mevrouw Van Oosterhout en de heerOosterhuis over de e-boilers. Hiervoor gaan we de grens dit jaar verlagenen het wordt dus inderdaad mogelijk om een aanvraag in te dienen voore-boilers met hogetemperatuuropslag met een vermogen vanaf 2megawatt. Daarmee groeien de mogelijkheden voor elektrificatie ook viadeze techniek.De heer Flach had nog een vraag over de koolstofarme waterstofpro-ductie, namelijk of er meer flexibiliteit kan zijn. Het PBL onderzoekt voorde SDE++ wat de kostprijs van verschillende technieken is en wat danpassende stimulering is. Dit is voor de kosteneffectiviteit van zo’n regelingook weer heel belangrijk. Zowel voor projecten als voor de overheid is hetbelangrijk om zekerheid te hebben over maximale subsidiebedragen. Danweet iedereen namelijk waarmee hij kan rekenen. Die duidelijkheid is danweer belangrijk om non-realisatie van projecten te voorkomen. Daarom ismeer flexibiliteit niet wenselijk op dit moment.Dan was er ook de vraag over de duurzame warmtebronnen die worstelenmet de SDE++. We zien dat in 2026 voor de verschillende duurzamewarmtetechnieken onder de kapitaallasten wordt uitgegaan van hogerekosten dan in 2025. Daar hebben we het dus wat bijgesteld. We kijken ookbreder naar de ondersteuning van duurzame warmteprojecten via deuitvoering van de onlangs aangenomen motie-Flach over aardwarmtepro-jecten, via de uitwerking van de Garantieregeling Warmtenetten en via hetibo energietransitie van de woningvoorraad. Hier kom ik ook weer rond dezomer op terug.Dan komt de vraagkant met CFD. Ja, er wordt ook gekeken naar instru-menten aan de vraagzijde. Het kabinet heeft contracting for differencevoor afnemers in 2025 onderzocht, maar hierna is besloten om op ditmoment in te zetten op de aanscherping van de SDE++ om elektrificatie teversnellen. Er wordt wel gewerkt aan een power purchase agreement-garantiefonds. De eerste pilots daarvoor worden verwacht in 2027. Daarhebben we naar gekeken, maar we hebben toch gekozen voor een anderinstrument, dat op dit moment beter zou passen.Dan de terechte vragen over opslag. In dat hele energiesysteem waarinwe proberen om alles goed op elkaar te laten aansluiten, heeft ook opslagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46028 een rol. We hebben verkend of uitgestelde levering van stroom, zoals inbatterijopslag, kan worden gesubsidieerd in de SDE++. Dat blijkt vanwegeverschillende knelpunten in de uitvoering nog niet mogelijk. We zijn welde mogelijkheden voor toegang tot bijvoorbeeld de benodigde data vande netbeheerders aan het onderzoeken en zijn hierover in gesprek metRVO, VertiCer en de netbeheerders. In de openstellingsbrief van de SDE++2027 kom ik hierop terug. Dat is natuurlijk heel belangrijk, maar belang-rijker nog: we gaan ook naar een integrale beleidsagenda energieopslag.Dit is dan een technisch specifiek punt waarvoor specifiek een oplossingmoet worden gevonden, maar wat onze visie is op de rol van opslag inhet hele energiesysteem en de vraag of we het daarbij passendeinstrumentarium hebben, komt dus in een integrale beleidsbrief terug.Mevrouw Van Oosterhout noemt ook andere opties. In België en Duitslandbetalen de industriële bedrijven geen of slechts een deel van de netta-rieven. Ze vroeg of daar misschien mogelijkheden zitten. Wij zetten in opbatterijopslag via kortingen op de nettarieven met verschillende flexibelecontracten, bijvoorbeeld het tijdsduurgebonden transportrecht. Daarbijkunnen bedrijven door buiten de pieken elektriciteit te gebruiken eenkorting krijgen op de nettarieven die oploopt tot 65%. Er is een capaciteits-sturend contract waarbij tegen een vergoeding batterijen ook kunnenhelpen om netcongestie te verlichten. Nogmaals, in de integrale beleids-agenda energieopslag die rond de zomer komt, kunt u zien welke plek datongetwijfeld zal hebben in het systeem en wat daar dan de maatvoeringvan is. We gaan natuurlijk ook nog werken aan de capaciteitsmarkt. Devraag is ook of het in die context nog een rol kan spelen. Mevrouw Müllervroeg naar de eerste contouren daarvan. Ook die komen rond de zomer,zodat we echt met elkaar in samenhang al die verschillende stukjes van depuzzel kunnen bezien. Het ging ook over: het capaciteitsmechanisme inbeginsel technologieneutraal. Nogmaals, rond de zomer komen we eropterug. We nemen de opslag daarin mee.Zoals beloofd kom ik nu bij de vragen over de negatieve stroomprijzen. Erwerd gevraagd of we daar een overzicht van kunnen geven. In 2023 warener 316 uren met een negatieve stroomprijs. In 2024 waren dat er 458 en in2025 581. Niet alle uren kwamen ten laste van zowel zon-PV alswindenergie. Dat waren dus verschillende tijden en momenten.Volgens mij is er nog een ander antwoord, dat gaat over de hoeveelheid.Ik kom daar in een ander mapje op terug. Ik weet dat er nog een feitelijkantwoord is.Meneer Oosterhuis vroeg ook: hoe voorkomt de Minister dat onzekerheidover nettarieven investeringen en elektrificatie blijft remmen? In deKamerbrief van 21 november 2025, over de toekomst van de SDE, zijn weingegaan op de mogelijkheden om subsidiebeschikkingen te corrigerenvoor veranderingen in nettarieven. De verkenning loopt op dit moment.We hopen de resultaten van deze verkeninning medio 2026 met uw Kamerte kunnen delen. Dat betekent helaas wel dat er voor de ronde SDE++ vandit jaar nog geen oplossing is. Dat wil ik er eerlijk bij zeggen.Voorzitter, dat waren de vragen over de stimulering van elektrificatie.Nogmaals, een enkel antwoord zit per ongeluk misschien in een andermapje. We doen ons best.De voorzitter:Dat was het blokje vraagcreatie. Ik kijk even rond of er nog leden metvragen zijn. Ja, de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Ik had inderdaad gevraagd hoeveel dagen of uren er een negatievestroomprijs is. De vraag is ook wat de verwachting is wat betreft hoeveeluren die extra windturbines op zee, die u van plan bent neer te zetten, aannuttige elektriciteit kunnen opleveren voor ons op land.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46029 Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik wist dat ik ’m ergens gezien had. Windturbines op zee kunnen volgenshet PBL, afhankelijk van de exacte locatie en met maximale productie,tussen de 3.700 en 3.850 uren aan nuttig te gebruiken energie leveren. Datwil zeggen: energie tijdens momenten van positieve prijzen op deelektriciteitsmarkt. De inschatting van het PBL is dat over de looptijd vanhet Tijdelijk Ondersteuningsmechanisme Windenergie Op Zee, TOWOZ,gemiddeld 160 uren per jaar verloren gaan door negatieve prijzen. Dus:160 uren gaan verloren bij negatieve prijzen en bij positieve prijzenleveren ze zo’n 3.800 uren op. Dat is de inschatting van het PBL.De voorzitter:Ik stel voor dat u doorgaat naar het volgende blokje.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan kom ik bij energiebesparing, want daar heeft u inderdaad allemaalveel over gezegd, zoals dat we zo veel mogelijk moeten inzetten openergiebesparing omdat dat kosten bespaart, onafhankelijkheid scheelt,investeringen bespaart en uitstoot bespaart. Er is inderdaad een wettelijkeplicht. Die wordt op dit moment herzien. Daar komen we binnenkort overbij u terug.Ik vond de vraag van de heer Oosterhuis heel goed. Als je gaat herzien,moet je namelijk wel weten waar het probleem zat. Hij vroeg waarombedrijven niet de investeringen doen die zich binnen vijf jaar terugver-dienen. Het blijkt dat de energiebesparingsmaatregelen soms niet wordengetroffen, terwijl het bedrijfseconomisch en maatschappelijk welkosteneffectieve investeringen zijn. Daarom is er op een gegeven momentdie verplichting gekomen. Uit gesprekken met bedrijven, instellingen enbrancheverenigingen blijkt dat dit met name komt doordat de natuurlijkefocus van een bedrijf of instelling ligt op investeringen binnen hetprimaire proces, omdat de baten en lasten van deze investeringen, metname in grote bedrijven, decentraal worden afgewogen. Daardoor heefthet deel van de organisatie waar de uitgaven voor de energierekeningworden gedaan profijt van lagere energiekosten, terwijl het organisa-tiedeel dat de noodzakelijke investeringen doet te maken krijgt met hogereuitgaven. Voor het bedrijf als geheel is het positief, maar dit is eigenlijkeen split incentive. Dat is het korte antwoord. Door zo’n verplichting brengje dat bij elkaar en worden de maatschappelijke en financiële busines-scase wel gerealiseerd. Er zijn overigens ook heel veel bedrijven die welalle maatregelen uitvoeren die zich binnen vijf jaar terugverdienen.Ik ga naar alle vragen die hiermee te maken hadden. De heer Oosterhuishad nog andere vragen gesteld. Ook mevrouw Van Oosterhout had hiernog vragen over gesteld, net als de heer Flach en volgens mij ookmevrouw Müller. Ik ben het met u eens dat de energiebesparing cruciaalis om ons land weerbaarder te maken. Zo geven JA21 en D66 aan: het isenergie die je niet gebruikt, niet hoeft te betalen, niet hoeft te transpor-teren en niet hoeft op te wekken, dus dat is aan alle kanten een positievecase.Aan de ene kant waren er vragen over toezicht en handhaving, want hoezorgen we er nou voor dat het ook wordt geïmplementeerd? Op 13 aprilheb ik de Kamer geïnformeerd over de versterking van toezicht enhandhaving op de energiebesparingsplicht, zoals de motie-VanOosterhout vroeg. De omgevingsdiensten hebben met behulp vanmiddelen van het Rijk de toezichtscapaciteit inmiddels flink versterkt. Ookhet delen van de energieverbruiksgegevens van netbeheerders metomgevingsdiensten levert sinds juli 2025 een belangrijke bijdrage. Hetamendement-Kröger verzocht daarom. Sindsdien wordt er gewerkt aanversterking, waaronder het meerjarig uitvoeringsplan, gericht opversterking van toezicht en handhaving door meer uniforme werkwijzen,meer opleidingen, de structurele jaarlijkse bijdrage van 14 miljoen euro enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46030 een norm voor toezicht en handhaving die wordt onderzocht. Op basisvan deze norm kan bepaald worden of aanvullend budget nodig is. Het isniet zo dat alleen de bedrijven die aan de informatieplicht voldoen,worden onderzocht. Dat is gelukkig echt een diverser beeld. Dat zeg ikeven tegen de heer Flach, die er niet bij is.Het delen van energieverbruiksgegevens biedt omgevingsdienstenvolledig inzicht in de doelgroep, zodat ze gerichter kunnen sturen. Dat wasiets wat uit het spoedplan van de NVDE kwam. Op basis van de verbruiks-gegevens zijn er meer gerichte controles mogelijk. Daar vroeg D66 naar.De verantwoordelijkheid daarvoor ligt natuurlijk wel bij de toezichthouder.Overigens neemt de toezichthouder netcongestie ook mee in de vraag:wat als iemand wel wil, en eigenlijk alles heeft klaarstaan, maar niet kan?Dat neemt de toezichthouder dan ook mee. Als het namelijk op basis vandie informatie van de netbeheerder echt aantoonbaar en duidelijk is dathet gewoon niet kan, dan hoeven specifieke maatregelen niet directuitgevoerd te worden. Ik denk dat dat ook belangrijk is.Hoe kunnen we bedrijven eigenlijk nog meer ondersteunen – juist nu, zouik zeggen – om hard aan de slag te gaan met besparingen? Het projectVersnelling van Industriële Besparing van Energie is van start gegaan. Datheeft de prachtige naam VIBE-2030. Het doel van het project is om eengroot aantal energie-intensieve bedrijven te ondersteunen. We kijken opdit moment natuurlijk ook wat we kunnen doen in de context van degeopolitieke situatie. De effecten van dat energiebesparingspotentieel zijndan extra belangrijk. Ik zal u eerlijk zeggen dat er een voorstel voor eenaanpassing van het wetsvoorstel op mijn bureau lag toen ik net aankwam.Ik vond het toch goed om de voorgenomen wijzigingen in het licht vanwat er nu allemaal gebeurt nog een keer te bekijken en te zien hoe we datzo optimaal mogelijk kunnen laten fungeren. Ik moet wel opmerken dateen terugverdientijd van tien jaar voorbij de investeringshorizon gaat vanveel bedrijven, maar we kijken wat we toch kunnen doen om dit zo goedmogelijk te laten werken. Ik kom daar op korte termijn bij uw Kamer opterug, ook op de aanpassing van de energiebesparingsplicht.Welke concrete stappen gaan we de komende drie maanden zetten omdichter bij de doelen van de Klimaat- en Energieverkenning te komen? Opdit moment wordt er onderzoek gedaan naar concrete beleidsmaatre-gelen, om het energiebesparingspotentieel dat door TNO is geïdentifi-ceerd, te benutten. Naar verwachting is dit onderzoek eind of halverwegedit jaar gereed. Het biedt samen met andere rapporten, zoals Routes naarrealisatie en de aanbevelingen van het Burgerberaad Klimaat, input voorde besluitvorming over klimaat en energie. Nogmaals, in de context vande situatie in het Midden-Oosten kijken we natuurlijk in alle hoeken engaten naar wat we nog meer zouden kunnen doen.De heer Boomsma had nog een concrete vraag over vleermuizen. Hij zei:energiebesparing en isolatie zijn verstandig, maar er zijn problemen metvleermuizen; mensen willen wel, maar wat is daar dan de oplossing voor?De Ministers van VRO en LVVN werken hieraan. Zij vinden het ook echtbelangrijk om tot een snelle en natuurvriendelijke isolatieaanpak tekomen. Ze hebben nu een landelijke aanpak uitgerold met provincies engemeenten, waar soortenmanagementplannen een onderdeel van zijn.Voor die plannen is nu 112 miljoen beschikbaar. We zien wel dat diesoortenmanagementplannen soms nog te lang duren. Om deze redenwerken mijn collega’s nu aan een landelijke gedragscode, die in veelgevallen tot een versnelling kan leiden. Er is dus geld, er is een aanpak enwe kijken ook nog of het sneller kan, om ook hierin voor iedereen depotentie eruit te kunnen halen.Dat was het laatste onder het blokje energiebesparing.De voorzitter:Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46031 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Misschien eerst iets over de terugverdientermijn van tien jaar. Dat staatook in het verkiezingsprogramma van D66, dus dat komt niet uit de luchtvallen. Misschien heb ik het gemist, maar ik heb nog geen antwoordgehoord op mijn vraag over de verkleining van de doelgroep. Ik vroeg meaf of de Minister dit punt gaat meenemen in de herziening waarover zijsprak.De voorzitter:Kunt u die vraag meteen beantwoorden?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja, voorzitter, dat kan ik. Als kabinetslid ben je niet altijd in staat omvolledig je eigen verkiezingsprogramma uit te voeren. Ik weet dat ook departij van mevrouw Oosterhout weleens in die positie heeft gezeten en ikweet dat zij die kent, in onderdelen van die partij, om er heel precies overte zijn. Ik zal inderdaad opnieuw kijken naar de verkleining van dedoelgroep. Er werden aanpassingen gesuggereerd en ik heb gewoongedacht: ik wil dit geheel aan aanpassingen wegen in de context van waarwe nu staan en van de wensen die er zijn, om te kijken wat er kan en hoewe het reëel en implementeerbaar houden. Toezicht en handhaving zijndaar één punt in, maar in die samenhang kijk ik ernaar. Ik kom daar nogbij u op terug.De heer Oosterhuis (D66):Dank aan de Minister voor de beantwoording over de redenen waarombedrijven nu niet aan die plicht voldoen. Dat sterkt me eigenlijk in degedachte dat het niet zozeer gaat over handhaving, maar bijna overbindende advisering – zo zou je het bijna noemen – omdat we bedrijven erecht mee helpen om geen dief van hun eigen portemonnee te zijn. DeMinister gaf aan – dat schreef ze in de brief – dat ze wellicht ook gaatkijken naar normering van de omgevingsdiensten om dit te handhaven.Wanneer verwacht zij meer duidelijkheid te kunnen geven over de vraagof dat soort afspraken aan de orde zijn?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het eerste punt van meneer Oosterhuis: dat was exact de vraag die ik zelfstelde. Volgens mij moeten we kijken of bedrijven advies kunnen krijgenen moeten we het zo makkelijk mogelijk voor ze maken. Zij hebben temaken met allerlei administratieve lasten en het is ingewikkeld voor ze.We kunnen het makkelijker voor hen maken. Toen ik dat zei, werd mijverzekerd dat dat onderdeel was van waar de extra capaciteit voorbedoeld is. Volgens mij is de intentie dus echt goed: bedrijven helpen omdat te kunnen doen.Dan de vraag over de termijn. Dat durf ik zo uit mijn hoofd niet te zeggen.Daar komen we in tweede termijn dan even op terug. O, dat kan eind ditjaar, hoor ik net. Soms kan het snel gaan.De voorzitter:Betreft dat dan de termijn voor de toezegging over de aanpassing van deenergiebesparingsplicht?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nee, daar kom ik al veel eerder bij u op terug. Dat ging over de norm.De voorzitter:Oké, dan wordt dat een aparte toezegging.Dan gaan we door naar het volgende blokje.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46032 Ja. Dat is het blokje ander hernieuwbaar aanbod en innovatie. Hoe kijkt deMinister naar de mogelijkheden voor opwekking uit water? Dat was eenvraag van de heer Vermeer en van de SGP. In algemene zin sta ik positieftegenover elke veelbelovende technologie die kan bijdragen. Met onzekennis hebben we in Nederland een sterke positie in maritiemeinnovaties. Daarnaast stimuleren we specifiek een aantal sectoren via hetKlimaatfonds, waaronder zon op zee en een innovatieprogramma voorwaterstof op zee. We zien inderdaad dat veel technologieën voor energieuit water na de pilotfase moeite hebben met de doorgroei. Dat heeft nietalleen met financiering te maken, maar ook met de vraag waar medege-bruik binnen windparken mogelijk is. De DEI biedt mogelijkheden voorpilotprojecten voor energie uit water als die leiden tot CO2-reductie inNederland. De SDE++ biedt steun voor aquathermie en tot dit jaar ookvoor energie uit waterkracht. Voor dat laatste is de afgelopen jaren en ookvoor aankomend jaar geen marktinteresse getoond. Als die marktinte-resse er wel is, kan zo’n categorie opnieuw worden opengesteld.Dan was er een vraag van de heer Flach over de Nederlandse inzet in hetEuropese project IPCEI Nucleair. Het klopt dat we inzetten op nucleair. Wezijn er hard mee aan de slag. Daar is een bepaald budget voor. Er is op ditmoment echter onvoldoende geld in het Klimaat- en energiefonds voor devolledige realisatie van alle nucleaire kabinetsambities. De subsidie vanIPCEI moet niet ten koste gaan van de realisatie van die ambities,waarvoor de middelen al krap zijn. Ik wil benadrukken dat dit niet betekentdat we hier geen waarde in zien. Integendeel, we erkennen dat samen-werking in Europees verband, zoals een IPCEI, een belangrijke bijdragekan leveren aan de versterking van het nucleaire ecosysteem. Weverkennen daarom actief alternatieve mogelijkheden om dit initiatief tochte ondersteunen. Tegelijkertijd blijven we ons samen met andere lidstatenen betrokken partijen inzetten voor de verdere uitwerking van het IPCEI.Dan de vraag van de heer Vermeer over kernenergie. Hij zei dat we daaropmoeten inzetten. Daar ben ik het mee eens. Zon-, wind- en kernenergie,flexibiliteit en energieopslag spelen allemaal een belangrijke rol in deenergiemix. Dat blijkt ook uit heel veel studies die zijn gedaan en die zijngedocumenteerd voor het NPE. Dit kabinet zet in volle vaart in op eengrotere rol voor kernenergie. We werken met de dit jaar opgerichte NEONL aan de realisatie van twee nieuwe grootschalige kerncentrales.Daarnaast hebben we de ambitie om met de inzet op SMR’s het nucleairecosysteem breder te versterken. De Staatssecretaris zal naar verwachtingvoor de zomer met een brief komen over de versterkte inzet opkernenergie. We spreken ook met andere landen over de mogelijkhedenrond SMR’s. Dat deden we laatst nog in Brussel en dat doen we ook inandere internationale gremia. Ik denk echt dat het heel nuttig is om metelkaar te werken aan een versnelling en versterking op de SMR-route.Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Müller vroeg naar demilieu, geluids- en afstandsnormen. Het kabinet heeft nog geen besluitgenomen over die normen. Daar komt de Staatssecretaris van IenW opterug. Ik kijk even of wij weten wanneer zij daarop terugkomt. We kunnenmisschien even navraag doen bij IenW, zodat we in tweede termijnkunnen laten weten wanneer die normen komen. Volgens mij weten weallemaal waar dat over gaat.Dan was er nog één vraag: waarom bouwen we biomassa niet verder af?Voor het kabinet geldt het uitgangspunt dat alleen duurzame biogrond-stoffen een bijdrage aan de klimaat- en energietransitie kunnen leveren.De duurzaamheid wordt geborgd via criteria. Verder zetten we via hetduurzaamheidskader biogrondstoffen in op een zo hoogwaardigmogelijke inzet en bouwen we, waar mogelijk, laagwaardige inzet vanbiomassa af. Die vervuiling waar de heer Boomsma het over heeft, komtnatuurlijk vrij bij verbranding. Maar als je biomassa bijvoorbeeld inzet inde duurzame chemie, dan kun je daar op een andere manier toch goedgebruik van maken, op een hoogwaardige manier die ook hoogwaardigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46033 resultaten voor de economie tot stand brengt. Daarom is dat afwegings-kader biomassa een belangrijk richtsnoer bij het sturen op ons biomassa-beleid.Dat was de laatste vraag in dit blokje. Dan heb ik nog één blokje, overig.De voorzitter:Heel goed, dank u wel. Ik begin bij mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Fijn als u dat punt over de toezegging om snel te komen tot de afstands-normen bij uw collega zou kunnen checken. De provincies en de Statenvragen hier namelijk al heel erg lang om. Op een gegeven moment moethet Rijk ook verantwoordelijkheid nemen en een beslissing nemen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:We gaan het navragen.De voorzitter:Ik kijk even rond. Alleen de heer Boomsma nog.De heer Boomsma (JA21):Ik heb een vraag over het IPCEI. Welk bedrag ontbreekt er dan precies envoor welk project?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Kernenergie is de portefeuille van de Staatssecretaris. Ik durf dat uit mijnhoofd niet te zeggen. Heeft u binnenkort een debat met de Staatssecre-taris over kernenergie? Dan kunnen we zorgen dat de Staatssecretarisvoor dat debat goed geïnformeerd is daarover. Als u dan vervolgvragendaarover heeft, kunt u die ook meteen met hem bespreken. We zullen ditmeenemen voor de voorbereiding van mijn collega op dat debat.De voorzitter:Ik hoor zojuist dat dat debat gaat plaatsvinden op 27 mei. Dan weten deleden dat ook. Dan komen we bij het laatste blokje: het blokje overig.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De heer Boomsma had een vraag over Katherina Reiche. Ik heb zekergoed contact met haar. We hebben dit jaar nog contact gehad over delange- en kortetermijnontwikkelingen van de energietransitie in Duitsland,maar ook in Nederland. We spreken elkaar natuurlijk ook in de context vande Europese Raad. We betrekken de inzichten die we vanuit andere landenkrijgen ook allemaal bij de actualisatie van het Nationaal Plan Energie-systeem, dat ik rond de zomer naar de Tweede Kamer stuur. Ook deEuropese context en alles wat daarbinnen gebeurt – ik noem intercon-nectie en de afspraken die daarbinnen worden gemaakt – zijn natuurlijkheel relevant voor hoe wij ons energiesysteem inrichten.Er werd gevraagd of wij in overleg willen gaan met Brussel om te kijken ofde bioswaproute mogelijk blijft. We zijn inderdaad in contact met Brussel.De randvoorwaarden die Europa stelt, zijn de goede werking van het ETS,emissiereductie in alle sectoren en koolstofverwijdering. Binnen dierandvoorwaarden willen we graag in overleg gaan om te kijken wat erkan. We zetten ons dus in in Brussel en hopen dat er de komende maandmeer duidelijkheid komt.Dan kom ik bij de klimaatconferentie in Colombia. We hebben op 1 aprileen brief gestuurd aan uw Kamer over wat de inzet is. Het is dus geenonderhandelingsconferentie. We gaan daar daarom misschien op een watandere manier naartoe dan bij een gewone COP, waarbij er een onderhan-delingsinzet is. Er is hier natuurlijk een inzet, maar het is geen onderhan-delingsinzet. Bij de COP in Dubai is een zinnetje opgenomen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46034 conclusies van de klimaatconferentie waarin staat dat we zouden gaanwerken aan het afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele brand-stoffen. We zien nu allemaal hoe belangrijk het is dat dat gebeurt. Deruimte die de Nederlandse industrie daarvoor heeft, wordt natuurlijk ookmedebepaald door het hele internationale speelveld en de internationaleconcurrentiekracht. Het is daarom van groot belang dat we tegelijkertijdmet andere landen allemaal werken aan die afbouw. Naast ons eigenweerbaarheidsperspectief is dat nuttig vanuit een concurrentieperspectiefen omdat je kunt leren van hoe andere landen dat doen en aanpakken. Hetvan elkaar leren is heel erg belangrijk.Het is ook belangrijk dat dit soort signalen op een gegeven momentteruggevoed worden in het COP-proces. De groep landen die in Colombiasamenkomt, vertegenwoordigt zo’n 30% van de mondiale vraag. Als wedus samen met die landen de transitie naar meer hernieuwbare en minderfossiele brandstoffen kunnen inzetten en ervoor zorgen dat bestaandeinitiatieven en coalities nauwer gaan samenwerken – dat scheelt ook vooriedereen kosten en is beter – dan zijn dat goede stappen. Het is dusbelangrijk dat we dat niet alleen als Nederland doen, maar samen metandere landen. Zo is de transitie in de wereld zo voorspelbaar mogelijk enkan het bedrijfsleven ook op tijd de benodigde investeringen doen en ookweten dat we dat niet alleen in Nederland doen, maar dat we echt samenmet andere landen aan die transitie werken. Hoe groter de markt voorgroene en schone oplossingen is, hoe beter het is voor alle partijen diedaarop willen acteren.Dan was er nog een vraag van mevrouw De Vos over ledverlichting.Volgens mij zijn er op de markt voldoende alternatieven beschikbaar.Iedereen kan dus zelf kijken wat diegene daarin prettig vindt. Ik zie geenreden om hier zelf nog onderzoek naar te doen.Voorzitter, dank u wel. Volgens mij waren dit de aan mij gestelde vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik eerst naar mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):De Minister zegt dat er voldoende alternatieven beschikbaar zijn op demarkt, maar het hele punt is volgens mij dat we verplicht naar 100%ledverlichting over moeten schakelen. Om welke alternatieven gaat hetdan precies?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Er is inderdaad een Europese verplichting. We hebben dus ook vrij weinigruimte in het uitfaseren van die gloeilamp en om die dan toch nog wélmogelijk te laten zijn. Ik bedoel dat er binnen de markt van ledverlichtingheel veel verschillen zijn. Een aantal van uw collega’s refereerde daar ookal aan. Ik denk dat de markt dit soort dingen ook voldoende oppakt. Ik ziedus niet echt een noodzaak om daar vanuit de overheid nog extraonderzoek naar te doen.De voorzitter:Oké. Meneer Boomsma, u heeft qua ruimte al vijf interrupties van mijgekregen.De heer Boomsma (JA21):Er was toch geen maximum?De voorzitter:Er was geen maximum, maar dat vraagt wel om een beetje eigenverantwoordelijkheid. Daar houdt u niet van, zegt u buiten de microfoonom. Dat staat dan ook genoteerd. Ik wil toch eigenlijk aan u verzoeken omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46035 nu een laatste en korte interruptie te doen, zodat we daarna snel metelkaar door kunnen naar de tweede termijn.De heer Boomsma (JA21):Dat is goed, voorzitter. Een van mijn vragen is niet beantwoord endaarnaast heb ik nog een andere vraag. De vraag die nog niet beantwoordis, ging over de studie in het vakblad De Ingenieur, waarin de CO2-kostenbij het gebruik van kolen en bij de lng die wij importeren werdenvergeleken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:U heeft volledig gelijk. Het antwoord daarop kreeg ik inderdaad nog in denazending.De voorzitter:Perfect.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Even kijken. Ik probeer even het antwoord te lezen om te kijken of ik hetsneller kan samenvatten. Ik weet namelijk niet of dit helemaal hetantwoord op de vraag is.De voorzitter:Als u twijfelt, mag het wat mij betreft ook in de tweede termijn wordenmeegenomen. Dan heeft u misschien iets meer ...Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja, precies. Dit is een antwoord over de Europese Methaanverordening,maar uw vraag is of de uitstoot van lng vanuit de VS hoger is dan die vansteenkool. We doen altijd zo goed mogelijk ons best om te antwoorden,maar ik denk dat dit niet het antwoord is op uw vraag. We gaan kijken ofwe daar in de tweede termijn nog iets over kunnen zeggen.De voorzitter:Oké. Dan wil ik voorstellen dat we overgaan tot die tweede termijn. Ik kijkeven naar de leden of dat gaat lukken. Dat is het geval. Dan begin ik bijmevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel blij om te horen dat mijn collega’s hiervandaag ook erkennen dat we vaart moeten maken met de energietran-sitie, helemaal in het licht van de energiecrisis, dat we nu volop moeteninzetten op hernieuwbare energie om onafhankelijker en weerbaarder teworden en dat we dus niet de kant moeten kiezen van de fossielebedrijven, die nu per uur 30 miljoen dollar aan overwinsten maken, maarjuist de kant van gewone mensen.Ik kijk uit de naar brief van de Minister over opslag en de concrete verderestappen voor de energiebesparingsplicht om onze onafhankelijkheid nogverder af te bouwen. Ik hoop dat die snel komt, omdat energiebesparingnatuurlijk een belangrijke rol speelt in dat geheel.Ik ben ook blij om te horen dat de collega’s en de Minister brood zien inons Noordzeepact. Ik zou hier ook graag vaart mee willen maken. Ik zouook graag een tweeminutendebat willen aanvragen en ik zal daarin ookeen motie indienen om daadwerkelijk vaart te maken met het Noord-zeepact.Tot slot wil ik het nog even over Colombia hebben. De Minister gaf net inde eerste termijn namelijk aan dat het geen onderhandeling is. Tegelij-kertijd is het wel belangrijk dat we daar als co-host onze positie pakken.Met name op het gebied van fossiele subsidies zou ik er bij de Minister opwillen aandringen om niet alleen als best practice het overzicht teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46036 lanceren, maar om daar ook daadwerkelijk toe te zeggen om nog eenverder afbouwplan te ontwikkelen en daarmee op dat vlak het goedevoorbeeld te geven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Vermeer, aan u het woord.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft zegt de Minister helemaal niets toein Colombia. Volgens mij is daar ook niets over afgesproken en ligt daargeen besluit van de Kamer aan ten grondslag. Ik zou dat ook graag zohouden.Ik kom nog wel even terug op energie uit water. Het schijnt dat de mensendie zich daarmee bezighouden toch wel wat moeite hebben om daarfinanciering voor te krijgen. Dat geldt met name voor trajecten in een nogwat vroeger stadium. Wij zullen daar op een andere manier nog even opterugkomen.Verder denk ik dat de heer Boomsma hele terechte vragen stelt over hetweer eens maken van goede calculaties van de totale kosten van deverschillende energiebronnen die we inzetten. Daar zitten nog groteverschillen tussen. Wij hebben echt behoefte aan een goede kostenverge-lijking op het huidige kostenniveau – dat mag uiteraard ook op een latermoment in een brief – van al die aanlandkosten, van alles wat daarbijkomt kijken en van wat er in een eerder stadium in alle vergelijkingennooit is meegenomen, inclusief de miljarden aan steun die er nuingepompt wordt. Alle oude berekeningen waren op tenders gebaseerdwaarbij de Staat zelfs geld ontving, maar dit is de andere kant op. Wijzouden daar dus graag actuele kostprijsberekeningen van zien.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank. Wij denken dat de verdere inzet op nog meer wind- en zonne-energie gewoon niet verstandig is, gezien het huidige systeem en het feitdat het zo variabel is. Zo zie je alleen al dat je bij zonne-energie opzonnige dagen twee keer zoveel energie produceert als de Nederlandsevraag en moet je dus allerlei andere dingen gaan uitzetten. Dank voor hetantwoord op de vraag die ik had gesteld over hoeveel uren dat nounuttige elektriciteit oplevert, maar om het preciezer te zeggen gaat hetnatuurlijk om het aantal uren dat bij de huidige opwek uit wind en zonhoger is dan de huidige vraag. Die moeten er eigenlijk vanaf, want danheb je die dus niet nodig. Dan is wat je daar opwekt dus ook niet nuttig.Verder is kijken naar de echte kosten, inclusief alle systeemkosten,belangrijk, maar je moet ook naar de echte CO2-besparingen kijken. Ikvraag me bijvoorbeeld ook af hoeveel netto CO2-uitstoot je nu bespaartmet 1 gigawatt extra wind op zee als je de carbon footprint meeneemt vanalles, van de productie van de windturbines, van de kabels, van defundering, van de trafo’s, inclusief de curtailment die je dan hebt omdat erop dat moment geen vraag is.Ik ben blij dat de Minister in contact is met haar Duitse collega, maar ikben ook gewoon benieuwd hoe zij haar uitspraak zag en dat stuk in deFrankfurter Allgemeine waarin ze zegt dat het Duitse energiebeleid van deafgelopen tien jaar gebaseerd was op zelfbedrog.De voorzitter:Bedankt. Ik ga naar de heer Jumelet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46037 De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording vanalle vragen. Ik denk dat het duidelijk is dat we wel moeten doorgaan metwind op zee en zon als het gaat om hernieuwbare energie. Dat mag hiergezegd worden, denk ik. Wat betreft de inzet willen we graag realistischbeleid, zeker als het gaat om de opwek, maar ook als het gaat om devraag. Die moeten met elkaar in balans komen. Ik ben dus er inderdaadook wel voorstander van om vooral vraag en aanbod bij elkaar tebrengen. Als dat in een Noordzeepact gebeurt, lijkt me dat prima. Maargoed, dat ziet alweer wat verder.Er is nog wel een vraag die ik hier wil stellen. Op korte termijn zijn ergewoon ook een aantal problemen. Er komt een Noordzeepact. Het is ookgoed om een rondetafel te houden of in ieder geval afspraken te maken.De Minister noemde voor de korte termijn IJmuiden Ver Alpha, waar hetecht al heel concreet is en waar gewoon grote problemen zijn. Bedrijven,offshorebedrijven, maken zich zorgen over de dag van morgen, om hetmaar even zo te zeggen, ook als het gaat om werkgelegenheid enaanverwanten. Ik kan me dus ook goed voorstellen dat we niet alleenmaar naar dat Noordzeepact kijken, wat op zich ook een mooie manier isom vooral vraag en aanbod bij elkaar te brengen, maar dat we op kortetermijn ook kijken hoe we kunnen stutten, kunnen steunen waar het ditsoort voorbeelden betreft, want het zullen er nog wel meer zijn. Dusmisschien daar nog even aandacht voor. Hoe kijkt de Minister daarnaar enwelke acties wil ze daarop zetten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording van allevragen. Ik ga nog even terug naar het begin van de beantwoording van deMinister, waarin zij heel goed schetste wat de kosten zijn van het fossielesysteem, waar we natuurlijk gewoon elke liter olie en elke kuub afrekenenen niet voor weinig ook. Een duurzaam systeem, hernieuwbaar, heeftnatuurlijk een compleet andere kostenstructuur. Daar investeren we veelaan de voorkant, grote kapitaalinvesteringen, maar vervolgens waait dewind gratis en gaat ook voor niets de zon op. Ik denk dus dat dat goed is.Ik wil de Minister ook uitdagen om altijd te blijven schetsen wat het onsoplevert, de omschakeling naar een hernieuwbaar systeem, en welkekosten we daarmee vermijden, zodat we niet alleen maar naar enormemiljarden aan investeringskosten zitten te kijken, maar ook voor ogenhouden wat het ons oplevert.De Minister heeft verder een aantal interessante brieven toegezegd rondde zomer, waar ik met blijde verwachting naar uitkijk, over een opslaga-genda, het capaciteitsmechanisme met ook daarin aandacht voor opslag,onderzoek naar het stimuleren van de vraag en elektrificatie in deindustrie. Dus dank.De voorzitter:Mooi. Dank u wel. Mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel. Ook dank aan de Minister voor de beantwoording en aan haarondersteuning, want ik weet hoe hard daarboven nu gewerkt wordt. Ikben blij met de toezegging die de Minister heeft gedaan, eigenlijk voor deStaatssecretaris, om echt werk te maken van het oplossen van dieprocedurecongestie, zoals zij het zo mooi noemde. Niemand zit tewachten op hele lange procedures en we roepen natuurlijk altijd op tot hetoplossen daarvan, ook als Kamer. Ik wil de Staatssecretaris dus echt – datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46038 zal ik volgende week ook doen – aansporen om naar ons toe te komenmet wat hij nu echt specifiek gaat versnellen, kijkend naar wat er metArcadis gedaan is en ook in Duitsland.Ook ik kijk uit naar de vele brieven die er rond de zomer gaan volgen.Eén vraag van mij is nog niet helemaal beantwoord. Die formuleer ik nuiets meer als een oproep. Het ging over marktpartijen bij wind op zee.Maak die voorwaarden nou niet te ingewikkeld en te complex. Als je het téperfect wilt doen en bijvoorbeeld nieuwe voorwaarden stelt overnatuurinclusiviteit – daar ben ik overigens heel erg voor – dan kan datimmers betekenen dat uiteindelijk niemand biedt. Houd die voorwaardendus simpel.Dat was ’m.De voorzitter:Dat lokt nog een interruptie uit van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):We horen juist van de industrie dat zij echt bereid zijn om dit te doen,maar zij roepen wel op tot standaardisatie. Dat is dus ook mijn oproep. Ikvroeg mij af of mevrouw Müller zich daarin kan vinden.Mevrouw Müller (VVD):Dat is een oproep die ik kan steunen, want dan is dit gestandaardiseerd.Wat mij betreft is dat simpel: maak het niet te complex. Dat is de oproep.De voorzitter:Oké, dank u wel. Mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank, voorzitter. Ik kom toch nog even terug op het punt over deledverlichting. Ik heb hier een artikel uit Nature voor mijn neus van begindit jaar. Daarin staat ook dat ledverlichting wel degelijk echt schadelijkeeffecten kan hebben op de gezondheid. Er bestaat inderdaad een variantmet een breder spectrum, waarbij die effecten mogelijk niet aanwezig zijn.Ik hoor de Minister zeggen «dat moet de markt dan maar oplossen», maarhet is wel een beetje makkelijk om vanuit je bureau eerst de markt teverstoren door alles wat geen led is te verbieden en dan te zeggen: nou,de markt moet maar oplossen welke ledlampen dan precies wel en nietgebruikt gaan worden. De ledlampen met een breed spectrum zijnongeveer vijf à tien keer zo duur. Ik denk dat de Minister zelf ook dondersgoed weet dat in heel veel woonkamers en werkruimtes niet díéledlampen terecht gaan komen. Het lijkt mij dus nog steeds heel relevanten zinnig om een onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten vanledlampen en die te vergelijken met bijvoorbeeld die van gloeilampen.Dan kunnen we ook verschillende soorten ledlampen met elkaar verge-lijken, maar we moeten wel weten waar we het over hebben voordat ditsoort maatregelen worden getroffen. Keuzevrijheid hebben wij heel hoogin het vaandel staan; voor ons blijft dat altijd zo. Een dergelijkeverplichting vinden wij dus sowieso zeer af te keuren.De voorzitter:Ik dank alle leden voor de tweede termijn. Ik kijk naar de Minister: kan zijdirect antwoorden? Het is inmiddels wel 18.00 uur. Ik ga mijn collegaBoomsma vragen om mij te vervangen. Het zou prettig zijn als u letterlijkmijn plaats inneemt, meneer Boomsma. Helemaal goed. Ik wens u eengoede voortzetting. Dan is nu het woord aan de Minister.Voorzitter: BoomsmaMinister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46039 Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg naar Colombia.Wij zijn natuurlijk onderdeel van de coalitie voor de afbouw van fossielesubsidies. We zitten in een hele transitie. De afbouw van fossiel is eenonderdeel van wat we met elkaar aan het doen zijn. Ik schetste, eigenlijkbij elke beleidswens, op een specifiek onderdeel daarvan steeds hetbelang van sturen op de samenhang van het NPE. Daarin bepalen weimmers met elkaar hoe snel we gaan en wat er nodig is. Ook in diecontext kunnen we, denk ik, zien wat een verantwoorde afbouw is,inclusief de afbouw van de fossiele subsidies die nog in dat systeemzitten. Al dit soort transities moeten we met elkaar verantwoord doen. Vande zomer gaan we dat plaatje voor een aantal jaren weer met elkaarvastklikken en dan kunnen we zien wat er wat dat betreft nog verder wegkan.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Is dit de toezegging dat het afbouwplan daadwerkelijk wordt opgenomenin het NPE of in een ander plan dit jaar? Dat is waar ik om vroeg. Volgensmij is dat ook wat uw voorganger heeft toegezegd. Zij heeft gezegd: ik bennu demissionair; het is aan een volgend kabinet om met een afbouwplante komen. Ik begrijp dat je dat niet van vandaag op morgen kan doen,maar waar en in welke vorm kunnen wij dat afbouwplan wél vinden?Minister Van Veldhoven-van der Meer:In het NPE komt een hoofdstuk over de verantwoorde afbouw van fossiel.Omdat dit een onderdeel is van de hele systeemtransitie, wordt in het NPEook een hoofdstuk opgenomen waaruit blijkt hoe die verantwoordeafbouw eruitziet in de context van wat we nu weten over de heleenergietransitie. Dat is het «plan»; dat wordt dus een hoofdstuk.De voorzitter:Een vervolginterruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Een korte, verhelderende vervolgvraag. En dus ook van fossielesubsidies?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dit gaat over de afbouw van fossiel. Dat is afhankelijk van hoe je dieafbouw ziet. Als we in de context van de systeemtransitie subsidieskunnen verminderen die niet meer nodig zijn, dan kunnen we dienatuurlijk afbouwen. Volgens mij gaat dat hand in hand. We rapporterenjaarlijks bij de Miljoenennota over de afbouw van de subsidies. U kunt danook volgen wat er gebeurt.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Volgens mij hebben we al met elkaar vastgesteld dat die fossiele subsidiesoverbodig zijn en dat die afgebouwd zouden moeten worden, dus volgensmij hoeven we het daar niet meer over te hebben. Ik weet ook dat er bij deMiljoenennota een overzicht is, maar ik ben echt op zoek naar eenafbouwplan. Ik zou de Minister ook aanmoedigen om niet alleen alsco-host van die Colombiatop, maar ook als lead van die COFFIS-coalitieecht stappen te zetten om de best practices die de Minister daar wil gaanneerzetten, ook goed te kunnen invullen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik ben zeer gemotiveerd om daar waar het kan niet onnodig subsidies tegeven. Wat dat betreft is die intentie er, maar we moeten zorgen voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46040 verantwoorde afbouw, dus er zit wel ergens een balans in. Dat snaptmevrouw Van Oosterhout ook. Natuurlijk is er de ambitie om zo snelmogelijk zo veel mogelijk naar hernieuwbaar te gaan. De huidige contextlaat nog weer eens zien hoe belangrijk het is dat we dat doen. We houdendat voorzitterschap van die coalitie. We zullen natuurlijk steeds met elkaarbekijken hoe we die ambitie zo hoog mogelijk krijgen binnen de contextvan de transitie die we moeten maken.Voorzitter. Dan maakte de heer Vermeer een opmerking over energie opwater. Dat zien we heel graag terugkomen.Dan kom ik op de vraag van de heer Vermeer over de kostprijsbereke-ningen. In de actualisatie van het NPE neem ik voor het eerst een integraalkostenbeeld van het energiesysteem mee. Daar zit dan ook de kostprijsvan verschillende energiebronnen in. In die context wil ik ook de heerOosterhuis danken, want hij schetste natuurlijk wel een reëel plaatje,namelijk dat je het moet afzetten tegen de vraag wat eigenlijk de kostenzijn van ons energiesysteem inclusief het feit dat we voor de import vanfossiele brandstoffen moeten betalen. Daar hebben we nog niet eens deprijs van afhankelijkheid in meegenomen. Dat moeten we dus wel inelkaars perspectief zetten. Europa geeft per jaar nog steeds zo tussen de250 miljard en 300 miljard uit aan de import van fossiele brandstoffen. Alswe die kosten vermijden en overgaan naar een energiesysteem waarin wedie energie zelf opwekken, kunnen we dat geld steken in onze eigeneconomie. We proberen die transitie zo kosteneffectief mogelijk neer tezetten. Het scheelt niet alleen afhankelijkheid en risico’s, maar dus ookdaadwerkelijk geld, dat nu vanuit Europa naar andere plekken in dewereld gaat en dat we ook kunnen steken in de eigen economie. In dieafweging – daar staat ook uw Kamer voor – is het wel belangrijk omdaarbij telkens ook de andere kant te schetsen. Ik zie de heer Vermeerknikken op dat punt, dus hij snapt dat heel goed.Voorzitter. Dan de vraag over lng versus kolen. Ik had goed gezien dat hetantwoord dat ik eerder kreeg aangereikt niet helemaal een antwoord was.Daar komen we even schriftelijk op terug, want dan kunnen we in alleprecisie een antwoord geven op wat er gevraagd is.Dan over de uitspraak van Minister Reiche: u begrijpt heel goed dat ik nieteen collega-Minister ga recenseren. Dit zijn haar uitspraken en die laat ikvoor haar. Wij maken onze eigen afwegingen in onze context. Daar houdik het maar eventjes bij voor dezen.Dank aan de heer Jumelet voor zijn steun voor de ingeslagen richting.Realistisch vraag en aanbod bij elkaar brengen: ik denk dat daarin heelveel van de efficiency van het energiesysteem en de transitie zit. Hoe doenwe dat zo goed mogelijk? Daar zijn verschillende suggesties voor gedaan.Heel concreet zegt hij: IJmuiden Ver Alpha. Absoluut. Dat heeft echt devolle aandacht. Ik kijk dus met alle creativiteit naar wat we kunnen. Dit iser namelijk één die heel dichtbij is en heel concreet over nu gaat, metbedrijven die nu voor investeringsbeslissingen staan en mensen wierbaan er nu van afhangt. Daar ben ik me heel erg van bewust. Mochten ernog creatieve ideeën zijn, dan zijn die ook altijd welkom, maar we kijken alvolop naar wat we daar kunnen doen. Het heeft echt alle aandacht.Dank aan meneer Oosterhuis voor het highlighten van de prijs van hetniets doen. Dan blijven we honderden miljarden per jaar naar anderedelen van de wereld sturen.Ook dank aan mevrouw Müller. Zij zegt eigenlijk met betrekking tot dietenders: als we die uitrolsnelheid en voorspelbaarheid willen behouden,zorg dan wel voor de balans in hetgeen we aan die tenders koppelen,zodat het ook te doen is. Daar houden we dus rekening mee.Dan zeg ik tegen mevrouw Vos: ondanks uw hernieuwde pleidooi, zie iknu toch geen rol voor de overheid als het gaat om onderzoek naar deledverlichting.Voorzitter, dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46041 Mevrouw Müller (VVD):Sorry dat ik hier nu weer naar vraag, maar ik heb echt meerdere vragenover de afstandsnormen gekregen en die wil ik graag kunnenbeantwoorden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voor de zomer. Ik had het op een briefje geschreven: voor de zomer komtde Staatssecretaris IenW met een brief over de afstandsnormen.Mevrouw Müller (VVD):Ik denk dat ik mensen teleur ga stellen als ik zeg dat die weer een kwartaallater komt, maar ik zal meegeven dat het voor de zomer zal zijn. Wijblijven het kabinet aansporen om dat zo snel mogelijk te doen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:U had trouwens helemaal gelijk; dat antwoord stond hier nog op mijnlijstje. Sorry dat ik dat niet meteen meenam. U had daar niet opnieuwnaar hoeven moeten vragen. Dat is dus terecht.De voorzitter:Er is ook nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik had nog een vraag gesteld over natuurinclusiviteit bij de tenders.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nu wreekt zich misschien dat ik dacht: ik ga meteen antwoorden en delaatste vragen komen nog wel. Die staan dan nog op een briefje of netonderaan het papiertje. Even kijken. In de kavelbesluiten wordenvoorwaarden verbonden aan de bouw van toekomstige windparken opzee. Zo moet die erosiebescherming van minimaal 40% van de windturbi-nefunderingen zo worden ontworpen dat daar nieuwe natuur kanopbloeien. Windparken op zee kunnen de natuur ook versterken, doordater in die windparken niet gevist wordt en het bodemleven zich kanherstellen. Er is ook die eis van natuurinclusief bouwen. Er is ook hetWozep, het Windenergie op zee ecologisch programma. Daarin wordt ookbekeken wat er kan.Tegelijkertijd denk ik: dit is de balans tussen de twee kanten van uwKamer. Die zeggen: kijk naar wat er kan en hoe je zo veel mogelijk kuntdoen met het feit dat we die windparken op zee bouwen. Maar die winstkun je alleen maar behalen als die windmolenparken ook gebouwdworden. Daarin moeten we weer de balans vinden ten aanzien van dehoeveelheid eisen die we stellen. Daarom sprak ik over de balans die wedaarin zullen zoeken. Maar het is wel heel mooi dat we met die windmo-lenparken, die bijdragen aan onze groene transitie, ook nog kunnenwerken aan natuurherstel, dat ook heel erg hard nodig is, juist op deNoordzee. We weten allemaal hoe dat zit.De voorzitter:Dank u wel. O, ik zie nog een vraag van de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik heb even zit kauwen op de overweging of ik deze vraag zou stellen. Hetging natuurlijk heel specifiek over IJmuiden Ver Alpha. Ik heb de Ministerhoren zeggen dat dit haar volle aandacht heeft. Aangezien we het hebbenover urgentie en de vraag wat nu juist van belang is om te doen, vraag ikde Minister toch om een tijdsindicatie als het gaat om de oplossing. Is hetzo dat de Minister voor de zomer aan tafel gaat met die partijen om metelkaar te kijken naar oplossingen? Ik wil die vraag toch gesteld hebben,omdat ik denk dat het goed is om dit soort voorbeelden verder teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46042 brengen, juist met het oog op de verdere investeringen en de tenders dieer uiteindelijk aan zitten te komen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Heel concreet: volgens mij moeten we daar voor de zomer een oplossingvoor hebben, want anders lopen we tegen een situatie aan die zich vanzelfoplost, maar dan niet op de manier die wij zouden willen. Ik ben meabsoluut bewust van die tijdlijnen. Daar werken we aan.Mevrouw De Vos (FVD):Ik vroeg me af of de Minister misschien een onderbouwde reactie kangeven op mijn pleidooi, in plaats van alleen maar zeggen «ik zie geen rolvoor de overheid hierin».Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik kan me voorstellen dat mevrouw De Vos terugkomt op dit punt, dus ikwil daar graag iets meer woorden aan wijden. Ik heb in het begin alaangegeven dat het verbod op de gloeilampen een Europees verbodbetreft; daar hebben wij zelf verder geen invloed op. We zien dat er in demarkt van de ledverlichting veel innovatie plaatsvindt. Natuurlijk zal hetene duurzamer zijn dan het andere, maar er is sprake van innovatie in diemarkt. Daarom zie ik op dit moment geen rol voor mij, als de Minister diegaat over klimaat en energie, om een onderzoek te doen naar degezondheidseffecten van een van de aangeboden opties voor verlichting.Daarom was dat mijn antwoord.Mevrouw De Vos (FVD):Als het niet bij de Minister van Klimaat past, kan het natuurlijk ook bij eenandere Minister terechtkomen; dat is mij verder om het even. Ik ben het erergens fundamenteel wel mee eens dat het niet aan de overheid is omhier heel uitgebreid onderzoek naar te doen, ware het niet dat de overheidop dit moment wel een heel sturende rol inneemt ten aanzien van welkelichten er gebruikt mogen worden. Op het moment dat mensen volkomende vrije keus hebben wat betreft welke lichten zij gebruiken, dan zou ikzeggen: laat het ze lekker zelf uitzoeken. Maar dat is natuurlijk niet defeitelijke situatie. Dan maakt zo’n prijsverschil toch ook heel veel uit. Heelveel mensen zullen nu eenmaal die specifieke ledverlichting waargezondheidseffecten aan kleven gaan gebruiken. In dat geval lijkt het mewel heel relevant dat de overheid daar onderzoek naar doet. Of wemoeten gewoon tegen de EU zeggen: wij trekken ons niets aan van datgloeilampenverbod en we laten Nederlanders zelf bepalen wat zijgebruiken. Dat is nog de beste oplossing.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voor mij is dat gloeilampenverbod een gegeven. Ik zie dat er in de marktmeerdere oplossingen beschikbaar zijn. Ik zie vanuit mijn rol dus geenreden om hier nader onderzoek naar te doen.De voorzitter:Er zijn verder geen vragen. Dan constateer ik dat wij klaar zijn met detweede termijn. Ik dank de Minister zeer hartelijk voor haar beant-woording en de aanwezige leden voor hun inbreng. Ik constateer dat ereen tweeminutendebat is aangevraagd, met als eerste spreker mevrouwVan Oosterhout.We gaan nog even langs de toezeggingen. Het zijn er acht, denken wij.–Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer de nieuwe routekaartvoor wind op zee.Check.–De Minister informeert de Kamer voor het einde van het jaar over deverkenning van een Noordzeepact.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46043 Check.–In juni wordt de Kamer geïnformeerd over de prognose van het PBLten aanzien van de kosten van wind van de nieuwe windparken op zee.–Rond de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de eerste contou-ren van de capaciteitsmarkt. Opslag wordt daarin meegenomen.–De Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de aanpassingvan de energiebesparingsplicht.Hoe kort is «korte termijn»?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan moet ik zeggen: voor de zomer. Ik hoop zo snel mogelijk, maar in alleeerlijkheid durf ik daar even... Met de energiecrisis die er op dit momentis, blijven ook bij mij een aantal dingen iets langer liggen dan ik hadgewild. Het is een onvoorspelbaar conflict. Dat heeft soms ook invloed opmijn agenda, maar ik doe mijn best om het zo snel mogelijk bij u tekrijgen. Het is er in ieder geval voor de zomer.De voorzitter:Oké, in ieder geval voor de zomer.Dan hebben we nog een toezegging aan mevrouw Van Oosterhuis. O,sorry, aan de heer Van Oosterhuis; dat is weer iemand anders.–Voor het einde van het jaar informeert de Minister de Kamer over denormering rond de energiebesparingsplicht.–Voor het einde van deze maand wordt de Kamer geïnformeerd over debioswaproute, in het kader van de gesprekken in Brussel.Of gebeurt dat binnen een maand?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Binnen een maand.De voorzitter:Binnen een maand. Dan maken we er binnen een maand van.–Tot slot. Er komt een schriftelijke reactie op de vragen over vervuilingvan lng in het kader van het broeikaseffect vergeleken met steenkool.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik ga er nog eentje aan toevoegen voor mevrouw Müller, namelijk dat deStaatssecretaris van IenW voor de zomer komt met de afstandsnorm voorwind op land. Dat ging over de windturbines.De voorzitter:Die is toegevoegd. Hartelijk dank. Ik sluit de vergadering.Sluiting 18.13 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 239, nr. 46044
Gerelateerde bronnen
- Hernieuwbare energie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over Hernieuwbare energie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.