Verslag van een schriftelijk overleg over vervolg proces concentratie interventies bij aangeboren hartafwijkingen (Kamerstuk 31765-841)
Brontekst
Versie 23cd9b2d520d1eb4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 765Kwaliteit van zorgNr. 860 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 25 juni 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister voor MedischeZorg over de brief van 21 februari 2024 over vervolg proces concentratieinterventies bij aangeboren hartafwijkingen (Kamerstuk 31 765, nr. 841).De vragen en opmerkingen zijn op 28 maart 2024 aan de Minister voorMedische Zorg voorgelegd. Bij brief van 25 juni 2024 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-31765-860ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8601 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van deChristenUnie-fractie6II.Reactie van de Minister7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake het vervolg van het proces om interventies bij aangeborenhartafwijkingen te concentreren. Deze leden zijn blij dat de Minister niet inberoep gaat tegen de rechterlijke uitspraak van 11 januari 2024 om dekinderhartcentra van de universitaire ziekenhuizen van Utrecht enLeiden/Amsterdam niet te sluiten. Over het vervolgproces hebben dezeleden echter nog wel enkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie vragen te beginnen wat de Minister geleerdheeft van het hele proces en hoe zij denkt de gemaakte fouten recht tezetten.De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat de Minister in gesprek ismet alle betrokken partijen om tot gezamenlijke afspraken over concen-tratie te komen. Is dit niet een herhaling van zetten, zo vragen deze leden.Er zijn immers al tientallen jaren gesprekken gevoerd en omdat de partijenhet niet eens konden worden namen twee voormalige Ministers vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zelf een besluit. Nu dat besluitniet zorgvuldig is gebleken kan deze Minister toch niet weer dezelfde wegbewandelen? Graag een reactie.De leden van de PVV-fractie begrijpen dat de Nederlandse Federatie vanUniversitair Medische Centra (NFU) al met een eerste plan is gekomen,waarvan de Minister aangeeft dat zij daar alle vertrouwen in heeft. Waarbaseert de Minister dit vertrouwen op? En wil zij dit plan met de Kamerdelen? Deze leden lezen verder dat de Minister inzet op een bestuurlijkakkoord. Kan zij dat akkoord toelichten? En waarom dient dat akkoordgedragen te worden door zorgverzekeraars? Wat is hun rol hierin? Wordter een prijskaartje aan concentratie in de zorg gehangen?De leden van de PVV-fractie verbazen zich over de inzet van de Ministerom afspraken te maken over hoe de kwaliteit en toegankelijkheid op kortetermijn geborgd kunnen blijven worden. De kwaliteit van alle kinderhart-centra is toch goed? De mortaliteit van 2,6 procent op jaarbasis is naarinternationale maatstaven toch laag? Waarom denkt de Minister dat dit opkorte termijn niet meer geborgd zou zijn?De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister inmiddels ook eenonderzoek gestart is naar de bredere gevolgen van de concentratie zoalshet voortbestaan van een kinder intensive care in Leiden/Amsterdam enUtrecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8602 Waarin rekening gehouden wordt met de kennis en ervaring van hetpersoneel in de kinderhartcentra die ook worden ingezet voor bijvoor-beeld specialistische ingrepen bij kinderen met kanker? En waarbij ookverder gekeken wordt dan alleen naar het aantal operaties, kwaliteitbestaat immers uit veel meer factoren?De leden van de PVV-fractie missen verder nog een tijdsplanning voor dekomende jaren. Welke stappen verwacht de Minister dat er op kortetermijn gezet kunnen worden en wat zijn de stappen voor de langeretermijn? Hoe staat het nu met de vergunningen voor de kinderhartcentra?Deze leden willen tot slot de Minister oproepen om nu geen overhaastestappen te zetten en geen onrust te veroorzaken onder personeel enpatiënten.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieAllereerst willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nogmaals hetbelang van een kinderhartcentrum in Groningen benadrukken. Vanuit decontinuïteit van acute zorg in Noord-Nederland is dat cruciaal.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben verder kennisgenomenover het vervolgproces rond de concentratie van interventies bij aange-boren hartafwijkingen. Deze leden hebben gedurende het gehele procesvan concentratie kritisch gekeken naar de stappen van de Minister. Hetwas voor deze leden erg belangrijk dat zo’n ingrijpend besluit boven alletwijfel verheven zou zijn. De rechter heeft echter besloten dat het besluitvan de Minister onvoldoende onderbouwd was. Ook deze leden hebbentelkens kritische vragen over de onderbouwing van het besluit gesteld,bijvoorbeeld in de kwestie over concentratie naar twee of drie centra.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreuren de gang van zaken opdit dossier en vragen de Minister naar de lessen die zij uit de loop van ditproces trekt. Deze leden hopen overigens wel, net als de Minister, dat hetveld nu zelf met een oplossing kan komen voor de kwestie van concen-tratie van kinderhartcentra. Maar zij zijn ook benieuwd waarom deMinister denkt dat dit nu zal gaan lukken, omdat dit eerder in het proceserg ingewikkeld is gebleken.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetvervolg van het proces omtrent de concentratie interventies bij aange-boren hartafwijkingen.De uitspraak van de rechter vinden de leden van de VVD-fractie zeerteleurstellend en deze leden sluiten dan ook aan bij de woorden van deMinister dat dit slecht nieuws is voor alle betrokkenen. Deze leden warenblij dat de Minister na jarenlange discussie én de oproep van de betrokkenpartijen zelf, over de concentratie van deze zorg een besluit had genomen.Dat dit besluit door de rechter is vernietigd vinden zij zorgelijk, zekeromdat alle betrokkenen recht hebben op duidelijkheid maar hierdoor noglanger in onduidelijkheid en onzekerheid zitten. Deze leden vragen wat ernodig is om de wet zodanig aan te scherpen dat de positie van de Ministerin vraagstukken als deze steviger is en zij haar verantwoordelijkheid kanuitvoeren als dat nodig is.De leden van de VVD-fractie zien de noodzaak en urgentie om deze hoogcomplexe vorm van zorg te concentreren om de hoogwaardige kwaliteitvan deze interventies te kunnen blijven waarborgen. Deze leden lezen datdeze noodzaak en urgentie ook worden gevoeld in de gesprekken die deMinister voerde na de rechterlijke uitspraak en dat ook de rechter dit heeftbevestigd. Maar dat is naar de mening van deze leden geen nieuws. Degesprekken over concentratie van de hoog complexe zorg wordennamelijk al meer dan dertig jaar gevoerd. Dat nu opnieuw een traject vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8603 gesprekken wordt gestart, baart deze leden dan ook grote zorgen. Hoezorgt de Minister dat de betrokken partijen er nu wel uitkomen? Watmaakt dat de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra(NFU) niet al eerder, ook na debatten hierover in de Kamer, een plan heeftopgesteld?Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat de Minister het niet eensis met de rechter als het gaat om het oordeel over de volumenorm. Debetrokken beroepsgroepen hebben deze volumenormen unaniemonderschreven. Wat deze leden betreft is het vreemd dat dit een punt vandiscussie is. Zij delen de opvatting van de Minister over het al dan nietgebruiken en ter discussie stellen van de volumenorm door partijen in hetconflict. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de trend datsteeds meer zorgbestuurders en beroepsverenigingen de gang naar derechter opzoeken. Zij vragen de Minister of zij dit herkent? Wat de ledenvan de VVD-fractie betreft is samenwerking zelden gebaat bij juridischeconflicten.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de Minister geen hoger beroepwil instellen maar vragen wel of zij een duidelijk tijdspad kan geven vande komende stappen. Wanneer wordt verwacht dat er duidelijkheid enzekerheid komt voor alle betrokkenen maar in het bijzonder voor depatiënten en hun familieleden? Tot slot vragen deze leden van de standvan zaken is met betrekking tot het opstellen van een totaalvisie metbetrekking tot te concentreren hoog specialistische zorg.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister voor medische zorg, waarin zij aangeeft geen hoger beroep in testellen tegen de rechterlijke uitspraak inzake de concentraties van deinterventies bij aangeboren hartafwijkingen bij kinderen en complexeinterventies bij volwassenen met deze aandoening. Terecht geeft deMinister aan dat de noodzaak en urgentie om deze vorm te concentrerenonverminderd is en dat deze mening breed wordt gedeeld. Deze ledenlezen in de brief en horen van experts dat, zolang deze vorm van zorg nietis geconcentreerd, suboptimale zorg wordt geboden. Immers wordt opdeze manier niet door iedere betrokken arts aan de volumenorm voldaanwelke essentieel is voor het behouden van kennis en vaardigheden.Aangezien dit vraagstuk over concentratie van interventies bij aangeborenhartafwijkingen al jaren speelt en een besluit steeds wordt uitgesteld,vragen deze leden hoe lang de Minister nog toestaat dat suboptimale zorgaan kinderen en volwassenen met aangeboren hartafwijkingen wordtverleend.De leden van de NSC-fractie vinden het een nobel streven dat de Ministerlangs de weg van overleg met de genoemde partijen dit vraagstuk wiloplossen, maar de geschiedenis leert ons dat gezamenlijk overleg tot nutoe verre van succesvol was. Waarom denkt de Minister dat de partijen ernu wel uit zullen komen, vragen deze leden. En kan de Minister «op kortetermijn» nader specificeren? Voor welke datum verwacht de Minister datuniversitair medisch centra (umc’s) verdere stappen zetten? En met welkeverdere stap is de Minister pas echt tevreden? En, vragen deze leden,welke opties zijn voor de Minister bespreekbaar als zij het heeft over«interventies voor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de bestmogelijke wijze te organiseren».Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het vervolgproces concentratie interventies bij aangeboren hartafwijkingen. Dezeleden hebben nog de volgende vragen aan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8604 De leden van de BBB-fractie zijn blij met de keus om niet in hoger beroepte gaan en hebben alle vertrouwen dat de umc’s gezamenlijk en op kortetermijn daadwerkelijk verdere stappen gaan zetten om de interventiesvoor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de best mogelijkewijze te organiseren. Op welke manier ziet de Minister het vervolg voorzich? Wil zij de verantwoordelijkheid neerleggen bij de professionals diehet daadwerkelijke werk ook doen. Kan zie hier een toelichting op geven?Ook zijn de leden van de BBB-fractie benieuwd hoe de Minister kijkt naarde samenwerking tussen Leiden, Amsterdam en Utrecht en het PrinsesMáxima Centrum. Ziet zij deze samenwerking als een stap vooruit waarbijde expertise rond de patiënt wordt georganiseerd, waarbij de medischspecialisten werken als één team en waarbij zij meer samen opererenwaardoor zij meer ervaring opdoen en waarbij hun kennis en kunde wordtvergroot? Is deze vorm van netwerkzorg een optie om het doel vankwaliteitsbehoud in de toekomst te bereiken? Is de oplossing al binnenhandbereik om deze samenwerking ook met het Erasmus MC en het UMCGroningen te doen?Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister ook ziet dat inde afgelopen jaren door het besluit over de kinderhartchirurgie, er veelonzekerheid en druk is geweest in het veld. En of zij ook ziet dat er nu tijden ruimte nodig is om aan nieuwe oplossing te werken? Hoe weegt deMinister dit mee in haar rolopvatting en gesprekken die de komende tijdnodig zijn?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het vervolgproces en hebben hierover nog enkele vragen.Deze leden benadrukken dat voor hen nog steeds overeind staat dat deenige goede manier om soorten hoog complexe laag volume acade-mische zorg te concentreren is om vooraf een integrale afweging temaken, waarbij ook naar de spreiding wordt gekeken en de gevolgen voorde acute zorg worden meegewogen. Ook is het onverminderd belangrijkdat er een voortvarende en zorgvuldige oplossing komt, vooral voor deouders en kinderen om wie het uiteindelijk gaat.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister het niet eens is met hetoordeel van de rechter over de volumenorm, maar dat zij desondanks hetinstellen van hoger beroep niet constructief acht. Deze leden lezen dat zijmeer heil ziet in gezamenlijk overleg met alle betrokken partijen en vragenhoe dit gezamenlijke proces er de komende maanden uit gaat zien.De leden van de CDA-fractie verwelkomen het plan van de NFU voor eengezamenlijke aanpak om tot een oplossing te komen voor de concentratievan de kinderhartchirurgie in Nederland. Deze leden vragen of de Ministeriets meer kan toelichten wat dit plan van aanpak inhoudt.De leden van de CDA-fractie verwijzen naar de aangenomen motie-vanden Berg1 over een herschikkingsplan voor alle hoog complexe zorg en/oflaagvolumezorg in Nederland. Deze leden vragen hoe het staat met deuitvoering van deze motie en of de uitvoering van de motie ook betrokkenwordt in het vervolgproces ten aanzien van de concentratie van kinder-hartchirurgie.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief van de Minister over het vervolg van het proces metbetrekking tot de concentratie van kinderhartchirurgie. Wat deze ledenbetreft is er nu rust en ruimte nodig om ervoor te zorgen dat de vijfbetrokken umc’s weer met elkaar in gesprek gaan om tot afspraken te1Kamerstuk 31 765, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8605 komen hoe de kwaliteit en toegankelijkheid van deze vorm van zorg op dekorte en langere termijn geborgd kunnen blijven worden. Zij steunen vanharte de inzet van de Minister om het vraagstuk van de concentratie vande interventies bij aangeboren hartafwijkingen langs de weg van overlegmet de veldpartijen op te lossen.De leden van de SGP-fractie hechten eraan te benadrukken dat dekwaliteit van de zorg op dit moment niet in het geding is en dat er dus tijden ruimte is om tot afspraken te komen. Erkent de Minister dat?De leden van de SGP-fractie vinden het belangrijk dat alle partijen, dusook de Minister, met open vizier het gesprek aangaan. Is zij bereid om ookte kijken naar nieuwe oplossingen voor het waarborgen van de kinderhart-chirurgie voor de toekomst zonder schadelijke neveneffecten? Is deMinister daarbij bereid om het principe van het concentreren naar tweelocaties los te laten? Staat zij ook open voor andere oplossingsrichtingenom te concentreren?De leden van de SGP-fractie constateren dat de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa) in de impactanalyse destijds heeft aangegeven dat hetrisicovol is dit concentratiebesluit te nemen zonder zicht te hebben opandere noodzakelijke concentratiebewegingen en adviseerde daarom dater op korte termijn een integraal perspectief op een toekomstbestendigacademisch zorglandschap nodig. De leden van de SGP-fractie vragen ofer op dit moment wordt gewerkt aan zo’n perspectief en hoe het daarmeestaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van debeschrijving van het vervolgproces rond de concentratie van interventiesbij aangeboren hartafwijkingen. Deze leden maken van de gelegenheidgebruik om enkele vragen te stellen.De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat het zeer spijtig is voorde kwaliteit en toekomst van kinderhartchirurgie en voor de huidige entoekomstige patiënten en hun ouders dat het proces tot concentratie zolang duurt en na vele jaren, adviezen en keuzes er nog steeds geenduidelijkheid is. Dat alle betrokken partijen ook nu nog constateren datconcentratie noodzakelijk is om de kwaliteit en toegankelijkheid van dezezorg te behouden en verder te verbeteren maar er nog geen eenduidigbeeld naar voren komt hoe dit proces verder vervolg moet krijgen, baartdeze leden zorgen. Deze leden vragen hoe de spreiding van de kinderhart-chirurgie eruitziet totdat een akkoord is bereikt en de transitie naar eenconcentratie gerealiseerd is. Op welke manier borgt de Minister dekwaliteit van de zorg in die periode?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister welk tijdspad enplanning zij voor ogen heeft voor het bestuurlijk akkoord van de umc’s. Opwelke manier wil de Minister ervoor zorgen dat het akkoord ook gedragenwordt door patiënten en verzekeraars? Heeft de Minister vertrouwen ineen goed en spoedig proces? Deze leden vragen welke rol de volumen-ormen spelen in het bestuurlijk akkoord, nu de rechter daar een uitspraakover heeft gedaan maar de Minister aangeeft het met dat onderdeel vande uitspraak niet eens te zijn. De leden van de ChristenUnie-fractie gaanervan uit dat de Minister de rechterlijke uitspraak volgt aangezien zij nietin hoger beroep gaat. Daarnaast vragen de leden of de regionalespreiding zoals die in tweede instantie, na de impactanalyse van de NZa,is meegewogen, opnieuw meegewogen wordt in het bestuurlijk akkoord.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Minister kan schetsenwat de huidige onderlinge verhoudingen zijn tussen de umc’s als het gaatom kinderhartchirurgie. Hoe wordt er tussen de umc’s samengewerkt opbestuurlijk en uitvoerend niveau? Deze leden maken zich zorgen datverslechterde verhoudingen effect hebben op de zorg aan kinderen. Deeltde Minister deze zorgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8606 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister wat zij heeftgeleerd van het proces tot nu toe in het algemeen en de rechterlijkeuitspraak in het bijzonder. Kan zij reflecteren op de rol van het ministerieen de rol van de umc’s?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake het vervolg van het proces om interventies bij aangeborenhartafwijkingen te concentreren. Deze leden zijn blij dat de Minister niet inberoep gaat tegen de rechterlijke uitspraak van 11 januari 2024 om dekinderhartcentra van de universitaire ziekenhuizen van Utrecht enLeiden/Amsterdam niet te sluiten. Over het vervolgproces hebben dezeleden echter nog wel enkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie vragen te beginnen wat de Minister geleerdheeft van het hele proces en hoe zij denkt de gemaakte fouten recht tezetten.De noodzaak en urgentie om deze vorm van zorg anders te organiserenom in de toekomst een hoogwaardige kwaliteit van deze interventies tekunnen blijven waarborgen is onverminderd. Ik betreur het dat ditvraagstuk in de rechtszaal terechtgekomen is. Voortzetting van dejuridische procedure heb ik niet constructief geacht en daarom heb ikgeen hoger beroep ingesteld. Het is heel belangrijk dat de patiëntensteeds en vanaf het begin betrokken worden in dit proces. Daarom heb ikin de afgelopen tijd ook veel gesprekken gevoerd met de betrokkenpatiëntenorganisaties. Ik ben blij dat het bestuurlijk akkoord dat ik hebgesloten met de Universitair Medische Centra (umc’s) meer duidelijkheidbiedt voor de patiënten.2De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat de Minister in gesprek ismet alle betrokken partijen om tot gezamenlijke afspraken over concen-tratie te komen. Is dit niet een herhaling van zetten, zo vragen deze leden.Er zijn immers al tientallen jaren gesprekken gevoerd en omdat de partijenhet niet eens konden worden namen twee voormalige Ministers vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zelf een besluit. Nu dat besluitniet zorgvuldig is gebleken kan deze Minister toch niet weer dezelfde wegbewandelen? Graag een reactie.Ik heb ingezet op een bestuurlijk akkoord, waarin VWS, de NFU en deumc’s gezamenlijke maar niet vrijblijvende afspraken over de toekomstigeorganisatie van deze vorm van zorg maken. Ook vind ik het belangrijk datdit akkoord mede door de patiënten en zorgverzekeraars gedragen wordt.Met het besluit om geen hoger beroep instellen, heb ik een stap naarvoren gezet en heb ik een duidelijke handreiking gedaan naar debetrokken partijen. Ik verwacht nu het bestuurlijk akkoord getekend is datde umc’s op korte termijn daadwerkelijk verdere stappen zetten om deinterventies voor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de bestmogelijke wijze te organiseren.De leden van de PVV-fractie begrijpen dat de Nederlandse Federatie vanUniversitair Medische Centra (NFU) al met een eerste plan is gekomen,waarvan de Minister aangeeft dat zij daar alle vertrouwen in heeft. Waarbaseert de Minister dit vertrouwen op? En wil zij dit plan met de Kamerdelen?2Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8607 De NFU is met een eerste plan gekomen, dat uiteindelijk heeft geleid tothet bestuurlijk akkoord.3 Niet eerder in dit proces is de NFU met zo’n plangekomen. Daarom geeft deze eerste aanzet mij vertrouwen dat er nu ookdaadwerkelijk verdere stappen gezet zullen worden.Deze leden lezen verder dat de Minister inzet op een bestuurlijk akkoord.Kan zij dat akkoord toelichten? En waarom dient dat akkoord gedragen teworden door zorgverzekeraars? Wat is hun rol hierin?Zoals aangegeven, is de noodzaak en urgentie om deze vorm van zorg teconcentreren om in de toekomst een hoogwaardige kwaliteit van dezeinterventies te kunnen blijven waarborgen onverminderd. Het bestuurlijkakkoord heb ik uw Kamer toegestuurd4. Zorgverzekeraars zullen uitein-delijk mede uitvoering moeten geven aan de gemaakte afspraken. Dezorgverzekeraars zijn medeverantwoordelijk de toegankelijkheid enkwaliteit van deze vorm van zorg ook in de toekomst te borgen.Wordt er een prijskaartje aan concentratie in de zorg gehangen?Concentratie is geen bezuinigingsmaatregel. Sterker nog: concentratiekan, zeker in het begin, juist meer kosten met zich meebrengen door detransitiekosten. Dit blijkt ook uit de impactanalyse van de NZa5. Bij deconcentratie van interventies voor patiënten met een aangeborenhartafwijking staat het belang van de patiënt – de kwaliteit van zorg –centraal.De leden van de PVV-fractie verbazen zich over de inzet van de Ministerom afspraken te maken over hoe de kwaliteit en toegankelijkheid op kortetermijn geborgd kunnen blijven worden. De kwaliteit van alle kinderhart-centra is toch goed? De mortaliteit van 2,6 procent op jaarbasis is naarinternationale maatstaven toch laag? Waarom denkt de Minister dat dit opkorte termijn niet meer geborgd zou zijn?Er zijn knelpunten voor de kwaliteit en continuïteit van de zorg in de nabijetoekomst, die niet binnen de huidige zorgstructuur zijn op te lossen. Uitalle rapporten6, meest recent de impactanalyse van de NZa, komt dit alsrode draad naar voren. Ook de rechter bevestigt dit in zijn uitspraak.Tevens blijkt uit alle eerdere rapporten en adviezen dat de concentratievan deze interventies noodzakelijk is om het risico op vermijdbarecomplicaties en sterfte te verminderen. Elke kans om het risico opvermijdbare sterfgevallen nóg verder te verminderen moet mijns inziensworden aangegrepen. Ik ben daarom blij met het bestuurlijk akkoord, datzorgprofessionals de ruimte biedt om intensiever te gaan samenwerkenom de kwaliteit van deze zorg verder te verbeteren.3idem.4idem.5Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 696, p. 92.6Gezondheidsraad: «Hartchirurgie en interventiecardiologie voor kinderen» (1993) en«Bijzondere interventies aan het hart» (2007)Commissie kinderhartinterventies: Concentratie van congenitale hartchirurgie en catheterinter-venties (2009), KPMG-adviesrapport voor Stichting Hartekind, Patiëntenvereniging Aangeborenhartafwijkingen, Harteraad en Hartstichting, «Patiëntperspectief op zorg en onderzoek voorpatiënten met een aangeboren hartafwijking» (2021).Rapport onder voorzitterschap van mevrouw dr. B. Bartelds opgesteld door een werkgroepsamengesteld door de wetenschappelijke verenigingen van kinderartsen en -cardiologen(NVK), cardio thoracaal chirurgen (NVT) en interventiecardiologen (NVVC): «Zorg voorpatiënten met een aangeboren hartafwijking; scenario’s voor de toekomst» (2021), Advies IGJ,Kamerstukken II 2021/22, 31 765, nr. 612, bijlage.Impactanalyse NZa, Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 696.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8608 De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister inmiddels ook eenonderzoek gestart is naar de bredere gevolgen van de concentratie zoalshet voortbestaan van een kinder intensive care in Leiden/Amsterdam enUtrecht. Waarin rekening gehouden wordt met de kennis en ervaring vanhet personeel in de kinderhartcentra die ook worden ingezet voorbijvoorbeeld specialistische ingrepen bij kinderen met kanker? En waarbijook verder gekeken wordt dan alleen naar het aantal operaties, kwaliteitbestaat immers uit veel meer factoren?Net als de IGJ in haar advies van 10 november 20217, geeft ook decommissie Samsom in haar eindbrief aan dat volumenormen gelden vooreen behandelteam op een behandellocatie.8 Ik volg dit standpunt, preciesom de reden die u ook schetst in uw vraag: kwaliteit hangt niet enkel afvan het aantal operaties, maar ook van de samenwerking binnen hetbehandelteam en de concentratie van de aanpalende voorzieningen zoalsde PICU-zorg. De umc’s en zorgprofessionals gaan nu eerst aan de slagmet de afspraken die zijn gemaakt in het bestuurlijk akkoord. Waar nodigzullen op termijn maatregelen getroffen worden om de kwaliteit van dezezorg verder te verbeteren. Uiteraard zal een transitie naar een nieuwezorgstructuur zeer zorgvuldig moeten plaatsvinden.De leden van de PVV-fractie missen verder nog een tijdsplanning voor dekomende jaren. Welke stappen verwacht de Minister dat er op kortetermijn gezet kunnen worden en wat zijn de stappen voor de langeretermijn?Op korte termijn zullen de zorgprofessionals starten met een landelijkMDO en in gesprek gaan over gezamenlijke kwaliteitsrichtlijnen en-registratie. Dan kunnen vervolgens de gevolgen voor de verschillendecentra in kaart gebracht worden middels jaarlijkse evaluaties, waarnaafgestemd kan worden welke maatregelen nodig zijn om tot slot te komentot de benodigde veranderingen in organisatie van deze vorm van zorg.Hoe staat het nu met de vergunningen voor de kinderhartcentra? Dezeleden willen tot slot de Minister oproepen om nu geen overhaastestappen te zetten en geen onrust te veroorzaken onder personeel enpatiënten.De rechtbank heeft bij uitspraak van 11 januari 2024 de besluiten van13 april 2023 om de complexe interventies bij volwassen patiënten meteen aangeboren hartafwijking en de interventies bij kinderen met eenaangeboren hartafwijking te concentreren op twee locaties, namelijk hetErasmus MC en het UMCG Groningen, vernietigd. Dit heeft tot gevolg datde situatie van voor het genoemde besluit blijft bestaan, waarin vijf umc’sdeze vorm van zorg verlenen.Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieAllereerst willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nogmaals hetbelang van een kinderhartcentrum in Groningen benadrukken. Vanuit decontinuïteit van acute zorg in Noord-Nederland is dat cruciaal.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben verder kennisgenomenover het vervolgproces rond de concentratie van interventies bij aange-boren hartafwijkingen. Deze leden hebben gedurende het gehele procesvan concentratie kritisch gekeken naar de stappen van de Minister. Hetwas voor deze leden erg belangrijk dat zo’n ingrijpend besluit boven alletwijfel verheven zou zijn. De rechter heeft echter besloten dat het besluit7Kamerstukken II 2021/22, 31 765, nr. 612, bijlage.8Eindadvies commissie Samsom, toegevoegd als bijlage bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8609 van de Minister onvoldoende onderbouwd was. Ook deze leden hebbentelkens kritische vragen over de onderbouwing van het besluit gesteld,bijvoorbeeld in de kwestie over concentratie naar twee of drie centra.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreuren de gang van zaken opdit dossier en vragen de Minister naar de lessen die zij uit de loop van ditproces trekt.Zoals eerder toegelicht is de noodzaak en urgentie om deze vorm van zorganders te organiseren, om in de toekomst een hoogwaardige kwaliteit vandeze interventies te blijven waarborgen onverminderd. Ik betreur het datdit vraagstuk in de rechtszaal terechtgekomen is. Voortzetting van dejuridische procedure heb ik niet constructief geacht en daarom heb ikgeen hoger beroep ingesteld. Het is heel belangrijk dat de patiëntensteeds en vanaf het begin betrokken worden in dit proces. Daarom heb ikin de afgelopen tijd ook veel gesprekken gevoerd, onder andere met debetrokken patiëntenorganisaties. Ik ben blij dat het bestuurlijk akkoord datik heb gesloten met de umc’s meer duidelijkheid biedt voor de patiënten.9Deze leden hopen overigens wel, net als de Minister, dat het veld nu zelfmet een oplossing kan komen voor de kwestie van concentratie vankinderhartcentra. Maar zij zijn ook benieuwd waarom de Minister denktdat dit nu zal gaan lukken, omdat dit eerder in het proces erg ingewikkeldis gebleken.De NFU is met een eerste plan gekomen, dat uiteindelijk heeft geleid tothet bestuurlijk akkoord.10 Niet eerder in dit proces is de NFU met zo’n plangekomen. Daarom geeft deze eerste aanzet mij vertrouwen dat er nu ookdaadwerkelijk verdere stappen gezet zullen worden.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetvervolg van het proces omtrent de concentratie interventies bij aange-boren hartafwijkingen.De uitspraak van de rechter vinden de leden van de VVD-fractie zeerteleurstellend en deze leden sluiten dan ook aan bij de woorden van deMinister dat dit slecht nieuws is voor alle betrokkenen. Deze leden warenblij dat de Minister na jarenlange discussie én de oproep van de betrokkenpartijen zelf, over de concentratie van deze zorg een besluit had genomen.Dat dit besluit door de rechter is vernietigd vinden zij zorgelijk, zekeromdat alle betrokkenen recht hebben op duidelijkheid maar hierdoor noglanger in onduidelijkheid en onzekerheid zitten. Deze leden vragen wat ernodig is om de wet zodanig aan te scherpen dat de positie van de Ministerin vraagstukken als deze steviger is en zij haar verantwoordelijkheid kanuitvoeren als dat nodig is.De rechtbank concludeert in haar uitspraak dat voldoende is onderbouwddat een vorm van concentratie van de interventies bij patiënten metaangeboren hartafwijkingen noodzakelijk is en onderschrijft ook dat ditstandpunt breed wordt gedragen door de beroepsgroep zelf. Ook oordeeltde rechtbank dat de juridische vormgeving van het Planningsbesluit en degevolgde procedure niet in strijd zijn met de Wet op bijzondere medischeverrichtingen (Wbmv). In zoverre is juridische aanscherping van de Wbmven versteviging van mijn rol als stelselverantwoordelijke niet noodzakelijk.Wel is het van belang om vanaf het begin zowel de patiënten als deberoepsgroep te betrekken bij concentratie, netwerkvorming en spreiding.9Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 859.10idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86010 De leden van de VVD-fractie zien de noodzaak en urgentie om deze hoogcomplexe vorm van zorg te concentreren om de hoogwaardige kwaliteitvan deze interventies te kunnen blijven waarborgen. Deze leden lezen datdeze noodzaak en urgentie ook worden gevoeld in de gesprekken die deMinister voerde na de rechterlijke uitspraak en dat ook de rechter dit heeftbevestigd. Maar dat is naar de mening van deze leden geen nieuws. Degesprekken over concentratie van de hoog complexe zorg wordennamelijk al meer dan dertig jaar gevoerd. Dat nu opnieuw een traject vangesprekken wordt gestart, baart deze leden dan ook grote zorgen. Hoezorgt de Minister dat de betrokken partijen er nu wel uitkomen?Met het besluit om geen hoger beroep instellen, heb ik een stap naarvoren gezet en heb ik een duidelijke handreiking gedaan naar debetrokken partijen. Ik verwacht nu het bestuurlijk akkoord getekend is datde umc’s op korte termijn daadwerkelijk verdere stappen zetten om deinterventies voor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de bestmogelijke wijze te organiseren.Wat maakt dat de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra(NFU) niet al eerder, ook na debatten hierover in de Kamer, een plan heeftopgesteld?Het is niet aan mij om namens de Nederlandse Federatie UniversitairMedisch Centra (NFU) te spreken. Wel heeft mijn ambtsvoorganger al injanuari 2023 aan de NFU gevraagd om hem een door alle universitairemedische centra (umc’s) gedragen voorstel te doen voor de concentratieop twee locaties van interventies voor patiënten met een aangeborenhartafwijking. De NFU heeft bij brief van 9 februari 2023 gereageerd metde mededeling dat de universitaire medische centra (umc’s) concentratieals mogelijk middel om bij te dragen aan kwaliteit van zorg werdonderschreven, maar dat zij geen gezamenlijk standpunt kunnen bereikenover het aanwijzen van interventiecentra. Het feit dat het de NFU nu wel isgelukt om met een gezamenlijk plan te komen, zie ik dan ook als eeneerste stap in de goede richting en geeft mij vertrouwen in de toekomst.Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat de Minister het niet eensis met de rechter als het gaat om het oordeel over de volumenorm. Debetrokken beroepsgroepen hebben deze volumenormen unaniemonderschreven. Wat deze leden betreft is het vreemd dat dit een punt vandiscussie is. Zij delen de opvatting van de Minister over het al dan nietgebruiken en ter discussie stellen van de volumenorm door partijen in hetconflict. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de trend datsteeds meer zorgbestuurders en beroepsverenigingen de gang naar derechter opzoeken. Zij vragen de Minister of zij dit herkent? Wat de ledenvan de VVD-fractie betreft is samenwerking zelden gebaat bij juridischeconflicten.Ik betreur het dat het in dit dossier zover heeft moeten komen. Het is vanbelang dat gezamenlijk en op korte termijn daadwerkelijk verdere stappenworden gezet om de interventies voor patiënten met een aangeborenhartafwijking op de best mogelijke wijze te organiseren. Voortzetting vande juridische procedure heb ik tegen die achtergrond niet constructiefgeacht.Ook in meer algemene zin geldt dat dergelijke juridische procedures desamenwerking tussen de zorgprofessionals in de vaak kleine beroeps-groepen schaadt, die na de procedure toch met elkaar verder moeten. Degang naar de rechter staat ook ver af van het patiëntenbelang. Anderzijdshebben zorgbestuurders en beroepsverenigingen het recht om tegenbesluiten op te komen. De scheiding der machten is een groot goed.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86011 De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de Minister geen hoger beroepwil instellen maar vragen wel of zij een duidelijk tijdspad kan geven vande komende stappen. Wanneer wordt verwacht dat er duidelijkheid enzekerheid komt voor alle betrokkenen maar in het bijzonder voor depatiënten en hun familieleden?Zoals aangeven zullen op korte termijn de zorgprofessionals starten meteen landelijk MDO en in gesprek gaan over gezamenlijke kwaliteitsricht-lijnen en -registratie. Dan kunnen vervolgens de gevolgen voor deverschillende centra in kaart gebracht worden middels jaarlijkse evalu-aties, waarna afgestemd kan worden welke maatregelen nodig zijn om totslot te komen tot de benodigde veranderingen in organisatie van dezevorm van zorg.Tot slot vragen deze leden van de stand van zaken is met betrekking tothet opstellen van een totaalvisie met betrekking tot te concentreren hoogspecialistische zorg.Deze motie betrek ik bij zowel de het dossier van de aangeboren hartafwij-kingen als bij het vervolg op de afspraken in het Integraal Zorgakkoord(IZA) over concentratie en spreiding. Voor beide onderwerpen worden ookstappen gezet om het bredere perspectief van alle hoog complexe en/oflaagvolumezorg in Nederland mee te nemen. Onderdeel van hetbestuurlijk akkoord dat ik heb gesloten over de zorg voor aangeborenhartafwijkingen, is een opdracht aan de NFU over de inrichting van hetlandschap van hoog complexe laagvolume zorg. Om de afspraken uit hetIZA rondom spreiding en concentratie te realiseren, wordt nu de stapgemaakt naar regionale impactanalyses. De NZa heeft een kaderopgesteld voor hoe die impactanalyses vormgegeven dienen te worden.Onderdeel daarvan is de opdracht om per regio te kijken hoe de concreteafspraken uit het IZA over oncologie en vaatchirurgische zorg passen inde bredere context van spreiding en concentratie van basiszorg en vanalle hoog complexe en/of laagvolume zorg. Ik ben van mening dat eentoekomstbestendige inrichting van het zorglandschap het beste tot standkomt door aan te sluiten bij de hierboven genoemde reeds lopendetrajecten. Daarbij benadruk ik dat de verantwoordelijkheid voor debeweging in de eerste plaats bij veldpartijen zelf ligt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister voor medische zorg, waarin zij aangeeft geen hoger beroep in testellen tegen de rechterlijke uitspraak inzake de concentraties van deinterventies bij aangeboren hartafwijkingen bij kinderen en complexeinterventies bij volwassenen met deze aandoening. Terecht geeft deMinister aan dat de noodzaak en urgentie om deze vorm te concentrerenonverminderd is en dat deze mening breed wordt gedeeld. Deze ledenlezen in de brief en horen van experts dat, zolang deze vorm van zorg nietis geconcentreerd, suboptimale zorg wordt geboden. Immers wordt opdeze manier niet door iedere betrokken arts aan de volumenorm voldaanwelke essentieel is voor het behouden van kennis en vaardigheden.Aangezien dit vraagstuk over concentratie van interventies bij aangeborenhartafwijkingen al jaren speelt en een besluit steeds wordt uitgesteld,vragen deze leden hoe lang de Minister nog toestaat dat suboptimale zorgaan kinderen en volwassenen met aangeboren hartafwijkingen wordtverleend.De IGJ constateert dat de zorg voor de individuele patiënt bij alle centraonder de huidige omstandigheden voldoende is geborgd. Gelet op deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86012 informatie die tot mijn beschikking heb, zie ik geen aanleiding om aan tenemen dat de kwaliteit op dit moment tekortschiet.Het doel dat ik nastreef is om de kwaliteit van de zorg voor patiënten meteen aangeboren hartafwijking voor de lange termijn te borgen en teverbeteren. Ik vind dat we het aan de patiënten en hun naasten verplichtzijn de lat hoogte leggen en ernaar moeten streven om qua kwaliteit enuitkomsten van zorg tot de Europese en mondiale top te behoren. Het isdan ook van belang dat de umc’s aan de slag gaan met de afspraken uithet bestuurlijk akkoord om de interventies bij aangeboren hartafwijkingop de best mogelijke wijze te organiseren, voor zowel de patiënt van nu,als voor de patiënt van de toekomst.De leden van de NSC-fractie vinden het een nobel streven dat de Ministerlangs de weg van overleg met de genoemde partijen dit vraagstuk wiloplossen, maar de geschiedenis leert ons dat gezamenlijk overleg tot nutoe verre van succesvol was. Waarom denkt de Minister dat de partijen ernu wel uit zullen komen, vragen deze leden. En kan de Minister «op kortetermijn» nader specificeren? Voor welke datum verwacht de Minister datuniversitair medisch centra (umc’s) verdere stappen zetten? En met welkeverdere stap is de Minister pas echt tevreden? En, vragen deze leden,welke opties zijn voor de Minister bespreekbaar als zij het heeft over«interventies voor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de bestmogelijke wijze te organiseren».Zoals aangeven, geeft het bestuurlijk akkoord mij vertrouwen dat er nuook daadwerkelijk verdere stappen gezet zullen worden. Op korte termijnzullen de zorgprofessionals starten met een landelijk MDO en in gesprekgaan over gezamenlijke kwaliteitsrichtlijnen en -registratie. Dan kunnenvervolgens de gevolgen voor de verschillende centra in kaart gebrachtworden middels jaarlijkse evaluaties, waarna afgestemd kan wordenwelke maatregelen nodig zijn om tot slot te komen tot de benodigdeveranderingen in organisatie van deze vorm van zorg.Vragen en opmerkingen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het vervolgproces concentratie interventies bij aangeboren hartafwijkingen. Dezeleden hebben nog de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie zijn blij met de keus om niet in hoger beroepte gaan en hebben alle vertrouwen dat de umc’s gezamenlijk en op kortetermijn daadwerkelijk verdere stappen gaan zetten om de interventiesvoor patiënten met een aangeboren hartafwijking op de best mogelijkewijze te organiseren. Op welke manier ziet de Minister het vervolg voorzich? Wil zij de verantwoordelijkheid neerleggen bij de professionals diehet daadwerkelijke werk ook doen. Kan zie hier een toelichting op geven?Zoals aangeven, geeft het bestuurlijk akkoord mij vertrouwen dat er nuook daadwerkelijk verdere stappen gezet zullen worden. Op korte termijnzullen de zorgprofessionals starten met een landelijk MDO en in gesprekgaan over gezamenlijke kwaliteitsrichtlijnen en -registratie. Dan kunnenvervolgens de gevolgen voor de verschillende centra in kaart gebrachtworden middels jaarlijkse evaluaties, waarna afgestemd kan wordenwelke maatregelen nodig zijn om tot slot te komen tot de benodigdeveranderingen in organisatie van deze vorm van zorg.Ook zijn de leden van de BBB-fractie benieuwd hoe de Minister kijkt naarde samenwerking tussen Leiden, Amsterdam en Utrecht en het PrinsesMáxima Centrum. Ziet zij deze samenwerking als een stap vooruit waarbijde expertise rond de patiënt wordt georganiseerd, waarbij de medischspecialisten werken als één team en waarbij zij meer samen opererenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86013 waardoor zij meer ervaring opdoen en waarbij hun kennis en kunde wordtvergroot? Is deze vorm van netwerkzorg een optie om het doel vankwaliteitsbehoud in de toekomst te bereiken? Is de oplossing al binnenhandbereik om deze samenwerking ook met het Erasmus MC en het UMCGroningen te doen?Zoals eerder toegelicht is de noodzaak en urgentie om deze vorm van zorganders te organiseren, om in de toekomst een hoogwaardige kwaliteit vandeze interventies te blijven waarborgen onverminderd. Ik ben dan ook blijdat intensievere samenwerking tot stand is gekomen tussen de umc’s enzorgprofessionals.Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister ook ziet dat inde afgelopen jaren door het besluit over de kinderhartchirurgie, er veelonzekerheid en druk is geweest in het veld. En of zij ook ziet dat er nu tijden ruimte nodig is om aan nieuwe oplossing te werken? Hoe weegt deMinister dit mee in haar rolopvatting en gesprekken die de komende tijdnodig zijn?Zoals aangegeven betreur ik het dat het in dit dossier zover heeft moetenkomen. Door geen hoger beroep in te stellen en een bestuurlijk akkoord tesluiten is meer rust en ruimte voor de zorgprofessionals ontstaan omverder aan de slag te gaan met de gemaakte afspraken. Ook ben ik blij datdit akkoord meer duidelijkheid biedt voor de patiënten.Vragen en opmerkingen van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het vervolgproces en hebben hierover nog enkele vragen.Deze leden benadrukken dat voor hen nog steeds overeind staat dat deenige goede manier om soorten hoog complexe laag volume acade-mische zorg te concentreren is om vooraf een integrale afweging temaken, waarbij ook naar de spreiding wordt gekeken en de gevolgen voorde acute zorg worden meegewogen. Ook is het onverminderd belangrijkdat er een voortvarende en zorgvuldige oplossing komt, vooral voor deouders en kinderen om wie het uiteindelijk gaat.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister het niet eens is met hetoordeel van de rechter over de volumenorm, maar dat zij desondanks hetinstellen van hoger beroep niet constructief acht. Deze leden lezen dat zijmeer heil ziet in gezamenlijk overleg met alle betrokken partijen en vragenhoe dit gezamenlijke proces er de komende maanden uit gaat zien.De leden van de CDA-fractie verwelkomen het plan van de NFU voor eengezamenlijke aanpak om tot een oplossing te komen voor de concentratievan de kinderhartchirurgie in Nederland. Deze leden vragen of de Ministeriets meer kan toelichten wat dit plan van aanpak inhoudt.Onlangs heb ik uw Kamer het bestuurlijk akkoord toegestuurd dat ik metde umc’s heb gesloten. Zoals aangeven zullen op korte termijn dezorgprofessionals starten met een landelijk MDO en in gesprek gaan overgezamenlijke kwaliteitsrichtlijnen en -registratie.Dan kunnen vervolgens de gevolgen voor de verschillende centra in kaartgebracht worden middels jaarlijkse evaluaties, waarna afgestemd kanworden welke maatregelen nodig zijn om tot slot te komen tot debenodigde veranderingen in organisatie van deze vorm van zorg.De leden van de CDA-fractie verwijzen naar de aangenomen motie-vanden Berg11 over een herschikkingsplan voor alle hoog complexe zorgen/of laagvolumezorg in Nederland. Deze leden vragen hoe het staat metde uitvoering van deze motie en of de uitvoering van de motie ook11Kamerstuk 31 765, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86014 betrokken wordt in het vervolgproces ten aanzien van de concentratie vankinderhartchirurgie.Deze motie betrek ik bij zowel de het dossier van de aangeboren hartafwij-kingen als bij het vervolg op de afspraken in het Integraal Zorgakkoord(IZA) over concentratie en spreiding. Voor beide onderwerpen worden ookstappen gezet om het bredere perspectief van alle hoog complexe en/oflaagvolumezorg in Nederland mee te nemen. In het dossier van deaangeboren hartafwijkingen heb ik met partijen een bestuurlijk akkoordgesloten met betrekking tot de toekomstige organisatie van deze vormvan zorg. Onderdeel van het bestuurlijk akkoord is een opdracht aan deNFU over de inrichting van het landschap van hoog complexe laagvolumezorg. Om de afspraken uit het IZA rondom spreiding en concentratie terealiseren, wordt nu de stap gemaakt naar regionale impactanalyses. DeNZa heeft een kader opgesteld voor hoe die impactanalyses vormgegevendienen te worden. Onderdeel daarvan is de opdracht om per regio tekijken hoe de concrete afspraken uit het IZA over oncologie en vaatchirur-gische zorg passen in de bredere context van spreiding en concentratievan basiszorg en van alle hoog complexe en/of laagvolume zorg. Ik benvan mening dat een toekomstbestendige inrichting van het zorglandschaphet beste tot stand komt door aan te sluiten bij de hierboven genoemdereeds lopende trajecten. Daarbij benadruk ik dat de verantwoordelijkheidvoor de beweging in de eerste plaats bij veldpartijen zelf ligt.Vragen en opmerkingen van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief van de Minister over het vervolg van het proces metbetrekking tot de concentratie van kinderhartchirurgie. Wat deze ledenbetreft is er nu rust en ruimte nodig om ervoor te zorgen dat de vijfbetrokken umc’s weer met elkaar in gesprek gaan om tot afspraken tekomen hoe de kwaliteit en toegankelijkheid van deze vorm van zorg op dekorte en langere termijn geborgd kunnen blijven worden. Zij steunen vanharte de inzet van de Minister om het vraagstuk van de concentratie vande interventies bij aangeboren hartafwijkingen langs de weg van overlegmet de veldpartijen op te lossen.De leden van de SGP-fractie hechten eraan te benadrukken dat dekwaliteit van de zorg op dit moment niet in het geding is en dat er dus tijden ruimte is om tot afspraken te komen. Erkent de Minister dat?Zoals eerder toegelicht constateert de IGJ dat de zorg voor de individuelepatiënt bij alle centra onder de huidige omstandigheden voldoende isgeborgd. Gelet op de informatie die tot mijn beschikking heb, zie ik geenaanleiding om aan te nemen dat de kwaliteit op dit moment tekortschiet.Het doel dat ik nastreef is om de kwaliteit van de zorg voor patiënten meteen aangeboren hartafwijking voor de lange termijn te borgen en teverbeteren. Ik vind dat we het aan de patiënten en hun naasten verplichtzijn de lat hoogte leggen en ernaar moeten streven om qua kwaliteit enuitkomsten van zorg tot de Europese en mondiale top te behoren. Het isdan ook van belang dat de umc’s aan de slag gaan met de afspraken uithet bestuurlijk akkoord om de interventies bij aangeboren hartafwijkingop de best mogelijke wijze te organiseren, voor zowel de patiënt van nu,als voor de patiënt van de toekomst. Ook de commissie Samsom dringt inhaar eindverslag aan op voortgang in dit dossier.12De leden van de SGP-fractie vinden het belangrijk dat alle partijen, dusook de Minister, met open vizier het gesprek aangaan. Is zij bereid om ookte kijken naar nieuwe oplossingen voor het waarborgen van de kinderhart-12Eindadvies commissie Samsom, toegevoegd als bijlage bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86015 chirurgie voor de toekomst zonder schadelijke neveneffecten? Is deMinister daarbij bereid om het principe van het concentreren naar tweelocaties los te laten? Staat zij ook open voor andere oplossingsrichtingenom te concentreren?Het belang van de patiënt is voor mij te allen tijde leidend. Ik heb nu eenbestuurlijk akkoord gesloten, waarin VWS, de NFU en de umc’s totgezamenlijke maar niet vrijblijvende afspraken over de toekomstigeorganisatie van deze vorm zorg hebben gemaakt. Ik blijf daarover ingesprek met alle betrokkenen, onder andere op basis van de jaarlijkseevaluaties die zijn afgesproken. Daarbij kijk ik met een open blik naar allemogelijkheden, zolang het doel, een toekomstbestendige organisatie vandeze vorm van zorg met de best mogelijke kwaliteit, maar overeind blijft.De leden van de SGP-fractie constateren dat de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa) in de impactanalyse destijds heeft aangegeven dat hetrisicovol is dit concentratiebesluit te nemen zonder zicht te hebben opandere noodzakelijke concentratiebewegingen en adviseerde daarom dater op korte termijn een integraal perspectief op een toekomstbestendigacademisch zorglandschap nodig. De leden van de SGP-fractie vragen ofer op dit moment wordt gewerkt aan zo’n perspectief en hoe het daarmeestaat.Zoals aangegeven, is er zowel in het dossier van de aangeboren hartafwij-kingen als bij het vervolg op de afspraken in het Integraal Zorgakkoord(IZA) sprake van spreiding en concentratie van zorg. Voor beide onder-werpen worden ook stappen gezet om het bredere perspectief van allehoog complexe en/of laagvolumezorg in Nederland mee te nemen. In hetdossier van de aangeboren hartafwijkingen heb ik met partijen eenbestuurlijk akkoord gesloten met betrekking tot de toekomstige organi-satie van deze vorm van zorg. Onderdeel van het bestuurlijk akkoord iseen opdracht aan de NFU over de inrichting van het landschap van hoogcomplexe laagvolume zorg. Om de afspraken uit het IZA rondomspreiding en concentratie te realiseren, wordt nu de stap gemaakt naarregionale impactanalyses. De NZa heeft een kader opgesteld voor hoe dieimpactanalyses vormgegeven dienen te worden. Onderdeel daarvan is deopdracht om per regio te kijken hoe de concrete afspraken uit het IZA overoncologie en vaatchirurgische zorg passen in de bredere context vanspreiding en concentratie van basiszorg en van alle hoog complexe en/oflaagvolume zorg. Ik ben van mening dat een toekomstbestendigeinrichting van het zorglandschap het beste tot stand komt door aan tesluiten bij de hierboven genoemde reeds lopende trajecten. Daarbijbenadruk ik dat de verantwoordelijkheid voor de beweging in de eersteplaats bij veldpartijen zelf ligt.Vragen en opmerkingen van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van debeschrijving van het vervolgproces rond de concentratie van interventiesbij aangeboren hartafwijkingen. Deze leden maken van de gelegenheidgebruik om enkele vragen te stellen.De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat het zeer spijtig is voorde kwaliteit en toekomst van kinderhartchirurgie en voor de huidige entoekomstige patiënten en hun ouders dat het proces tot concentratie zolang duurt en na vele jaren, adviezen en keuzes er nog steeds geenduidelijkheid is. Dat alle betrokken partijen ook nu nog constateren datconcentratie noodzakelijk is om de kwaliteit en toegankelijkheid van dezezorg te behouden en verder te verbeteren maar er nog geen eenduidigbeeld naar voren komt hoe dit proces verder vervolg moet krijgen, baartdeze leden zorgen. Deze leden vragen hoe de spreiding van de kinderhart-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86016 chirurgie eruitziet totdat een akkoord is bereikt en de transitie naar eenconcentratie gerealiseerd is. Op welke manier borgt de Minister dekwaliteit van de zorg in die periode?Zoals aangegeven heeft de rechtbank bij uitspraak van 11 januari 2024 debesluiten van 13 april 2023 om de complexe interventies bij volwassenpatiënten met een aangeboren hartafwijking en de interventies bijkinderen met een aangeboren hartafwijking te concentreren op tweelocaties, namelijk het Erasmus MC en het UMCG Groningen, vernietigd.Dit heeft tot gevolg dat de situatie van voor het genoemde besluit blijftbestaan, waarin vijf umc’s deze vorm van zorg verlenen.Zoals eerder toegelicht is er op dit moment geen aanleiding om aan tenemen dat thans sprake is van tekortschietende kwaliteit of uitkomstenvan zorg in de huidige centra. De IGJ houdt de ontwikkelingen in het veldnauwlettend in de gaten. De IGJ is alert op signalen over mogelijkerisico’s voor de kwaliteit van zorg en zal indien nodig maatregelen nemen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister welk tijdspad enplanning zij voor ogen heeft voor het bestuurlijk akkoord van de umc’s. Opwelke manier wil de Minister ervoor zorgen dat het akkoord ook gedragenwordt door patiënten en verzekeraars? Heeft de Minister vertrouwen ineen goed en spoedig proces?Het bestuurlijk akkoord heb ik uw Kamer onlangs toegestuurd.13 Omgezamenlijk de kaders van het bestuurlijk akkoord vast te stellen, ben ikactief in gesprek geweest met alle betrokken partijen.Deze leden vragen welke rol de volumenormen spelen in het bestuurlijkakkoord, nu de rechter daar een uitspraak over heeft gedaan maar deMinister aangeeft het met dat onderdeel van de uitspraak niet eens te zijn.De leden van de ChristenUnie-fractie gaan ervan uit dat de Minister derechterlijke uitspraak volgt aangezien zij niet in hoger beroep gaat.Daarnaast vragen de leden of de regionale spreiding zoals die in tweedeinstantie, na de impactanalyse van de NZa, is meegewogen, opnieuwmeegewogen wordt in het bestuurlijk akkoord.In het bestuurlijk akkoord dat ik uw Kamer onlangs heb toegestuurd is deafspraak opgenomen dat de betrokken wetenschappelijke verenigingennieuwe veldnormen zullen opstellen waar de volumenormen eenbelangrijk onderdeel van zijn. Ook is in het akkoord opgenomen dat deumc’s zullen samenwerken in twee netwerken.Nu de gesprekken over het bestuurlijk akkoord nog lopen, is het nietmogelijk om in te gaan op de inhoud daarvan, eventuele scenario’s enbestaande of nieuwe samenwerkingsverbanden.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Minister kan schetsenwat de huidige onderlinge verhoudingen zijn tussen de umc’s als het gaatom kinderhartchirurgie. Hoe wordt er tussen de umc’s samengewerkt opbestuurlijk en uitvoerend niveau? Deze leden maken zich zorgen datverslechterde verhoudingen effect hebben op de zorg aan kinderen. Deeltde Minister deze zorgen?Zoals aangegeven, constateert de IGJ dat de zorg voor de individuelepatiënt bij alle centra onder de huidige omstandigheden voldoende isgeborgd. Gelet op de informatie die tot mijn beschikking heb, zie ik geenaanleiding om aan te nemen dat de kwaliteit op dit moment tekortschiet.Dit gezegd hebbende, deel ik wel uw mening dat verslechterde verhou-dingen in algemene zin een negatief effect kunnen hebben op de zorg aan13Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86017 kinderen. In voorliggende maanden hebben sommige bestuurders enprofessionals elkaar over en weer de maat genomen in de media. Mijnambtsvoorganger heeft hierover met de bestuurders en professionalsgesproken en hen opgeroepen te blijven samenwerken. Deze oproepherhaal ik hier vandaag. Het kan niet zo zijn dat patiënten niet meeronderling besproken worden, geprobeerd wordt patiënten van het ene ofandere centrum weg te houden of gegevens niet meer gedeeld worden. Ikneem de vragen en zorgen die mensen hierover hebben zeer serieus.Hierover zijn dan ook afspraken gemaakt in het bestuurlijk akkoord. Degeïntensiveerde samenwerking tussen de umc’s en de zorgprofessionalsgeeft mij het vertrouwen dat alle betrokken partijen het belang van depatiënt vooropstellen en we daarom gezamenlijk verder stappen kunnenzetten om de afspraken uit het bestuurlijk akkoord uit te voeren.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister wat zij heeftgeleerd van het proces tot nu toe in het algemeen en de rechterlijkeuitspraak in het bijzonder. Kan zij reflecteren op de rol van het ministerieen de rol van de umc’s?Zoals aan te geven is de noodzaak en urgentie om deze vorm van zorganders te organiseren om in de toekomst een hoogwaardige kwaliteit vandeze interventies te kunnen blijven waarborgen onverminderd. Ik betreurhet dat dit vraagstuk in de rechtszaal terechtgekomen is. Voortzetting vande juridische procedure heb ik niet constructief geacht en daarom heb ikgeen hoger beroep ingesteld. Het is heel belangrijk dat de patiëntensteeds en vanaf het begin betrokken worden in dit proces. Daarom heb ikin de afgelopen tijd ook veel gesprekken gevoerd met de betrokkenpatiëntenorganisaties. Ik ben blij dat het bestuurlijk akkoord dat ik hebgesloten met de umc’s meer duidelijkheid biedt voor de patiënten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 86018
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.