KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde Agenda Telecomraad 5 december 2025 (Kamerstuk 21501-33-1165)

12 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ebb17e6f92d70f88 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1184 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 januari 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en deStaatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over debrieven d.d. 18 november 2025 «Geannoteerde Agenda Telecomraad5 december 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1165), d.d. 12 november 2025«Verslag van de informele Telecomraad van 9 en 10 oktober 2025»(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1164), d.d. 5 september 2025 «Fiche:Mededeling EU-kwantumstrategie» (Kamerstuk 22 112, nr. 4134).De vragen en opmerkingen zijn op 25 november 2025 aan de Minister vanEconomische Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 12 januari 2026 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,KathmannAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1184ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11841 Antwoorden op de vragen van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de Telecomraad op 5 december. Deze ledendelen de doelstelling van het kabinet met betrekking tot de omnibusvoor-stellen: waar mogelijk regeldruk verlagen maar de doelen van debestaande regelgeving in stand houden. Zij zien de positieve kanten, zoalsminder cookiebanners, vrijstellingen voor kleinere bedrijven en efficiën-tere governance. Maar de leden van de D66-fractie zien ook de felheid inreacties van maatschappelijke organisaties en toezichthouders, waaronderde Autoriteit Persoonsgegevens, het College voor de Rechten van deMens en Bits of Freedom. Deze leden vragen daarom voornamelijk hoehet kabinet die reacties weegt.AntwoordHet kabinet heeft kennisgenomen van deze reacties en zorgen en nemendeze opmerkingen serieus. Het kabinet herkent de geuite zorgen ook. Hetkabinet kan weliswaar veel aanpassingen binnen de omnibussen steunenomdat deze digitale wetgeving versimpelen, verduidelijken en stroom-lijnen, maar bij een aantal fundamentele wijzigingen aan de Algemeneverordening gegevensbescherming (AVG) heeft het kabinet serieuzezorgen. Deze wijzigingen leiden tot een wezenlijke vermindering van hetniveau van gegevensbescherming, zonder dat er sprake is van eenbewezen bijdrage aan het verlagen van regeldruk.De leden van de D66-fractie merken op dat het College voor de Rechtenvan de Mens aangegeven heeft dat de Digitale Omnibus «zorgelijk» isvoor grondrechten. In het bijzonder noemen deze leden het voorstel ombedrijven niet langer te verplichten toestemming te vragen voor hetgebruik van persoonsgegevens om AI-systemen te trainen en de inzet vangezichtsherkenning door de politie. Deelt de Minister de zorgen van hetCollege van de Rechten van de Mens, zo vragen deze leden? Deelt deMinister ook dat het essentieel is om te onderzoeken hoe versimpelingkan plaatsvinden zonder grondrechten aan te tasten?AntwoordJa. Het kabinet heeft kennisgenomen van de zorgen van het College vande Rechten van de Mens en neemt deze serieus. Het kabinet acht vanbelang dat afbreuk aan het niveau van bescherming van grondrechtengeen vanzelfsprekend gevolg mag zijn van versimpeling of verminderingvan de regeldruk. En dat hoeft ook niet samen te gaan. In de geanno-teerde agenda voor de Telecomraad is daarom toegelicht dat hetbelangrijk is voor het kabinet dat wetgeving wordt verbeterd zonderafbreuk te doen aan de grondrechten.1Zij merken tevens op dat de Autoriteit Persoonsgegevens stelt dat degevolgen van de digitale omnibus voor burgers, bedrijven en toezicht-houders niet zijn onderzocht door de Europese Commissie. Ook hetCollege voor de Rechten van de Mens stelt dat er geen impact assess-ments zijn uitgevoerd. Klopt dat, zo vragen de leden van de D66-fractie?En gaat dit nog wel gebeuren, zo vragen deze leden?AntwoordHet kabinet vindt het van belang dat bij ingrijpende inhoudelijke wijzi-gingen aan wetgeving over grondrechten een impact assessment wordtgedaan. Het kabinet ziet dat een aantal aanpassingen aan de AVGinderdaad een fundamentele impact kunnen hebben op grondrechten,namelijk het recht op privacy en het recht op gegevensbescherming. Het1Kamerstukken II 2025–2026, 21 501-33, nr. 1165.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11842 ontbreken van een impact assessment maakt het voor het kabinet moeilijkom de effecten van deze voorstellen te beoordelen, zowel met betrekkingtot de verwachte regeldruk verlagende effecten als de impact op funda-mentele rechten en nationale bevoegdheden. Ook dient duidelijk te zijnwelke verdere maatschappelijke gevolgen de voorgestelde veranderingenvan de AVG zullen hebben, aangezien de AVG voor de hele samenlevingen niet alleen in de relatie tussen burgers en bedrijven geldt. Het kabinetzal de Commissie verzoeken een uitgebreide analyse van de impact vandeze voorstellen te presenteren en deze voorstellen te behandelen op eenwijze die recht doet aan de zorgpunten. Behalve een impact assessmentvindt het kabinet het van belang om – waar dit het recht op gegevensbe-scherming betreft – het advies van Europees Toezichthouder voorgegevensbescherming (EDPS) al dan niet in samenspraak met hetEuropees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) te betrekken bij deverdere analyse en bespreking.Deelt de Minister de opvatting van de Autoriteit Persoonsgegevens datinnovatie en rechtsbescherming goed samen kunnen gaan en vindt deMinister dat er voldoende duidelijke waarborgen zitten in het voorstelvoor de Digitale Omnibus bij het verruimen van de mogelijkheden voorhet trainen van AI-systemen, zo vragen zij?AntwoordInnovatie en rechtsbescherming kunnen elkaar versterken. Rechtsbe-scherming en de rechtstaat in brede zin bieden innovators een stabielecosysteem en heldere kaders voor innovatie. Dat vormt een gelijkspeelveld voor alle partijen als basis om te innoveren. Het bepaalt dekaders voor en geeft richting aan de ontwikkeling. Het is van belang ommet de digitale omnibus de rechtstatelijke kaders als uitgangspunt teblijven nemen en deze in de ontwikkeling van AI als het ware in teprogrammeren, zodat AI als systeemtechnologie bijdraagt aan eenwaardevolle digitale infrastructuur en de rechtstaat. Op training vanAI-systemen met persoonsgegevens wordt nader ingegaan in hetantwoord op de vraag van de D66-fractie gesteld tijdens het tweeminuten-debat over hoe het kabinet kijkt naar tegen het mogelijk maken van hettrainen van AI-systemen met bijzondere persoonsgegevens, zonderhiervoor toestemming te vragen aan de gebruikers.Ook lezen de leden van de D66-fractie een zeer kritische reactie van Bits ofFreedom. Zij beschrijven daarin dat er weinig overblijft van de huidigejuridische waarborgen. In het bijzonder noemen zij het schrappen van detoestemmingsvereiste bij de ePrivacy-richtlijn, de versmalling van dedefinitie van persoonsgegevens, het toestaan dat bijzondere persoonsge-gevens zoals religie, etniciteit, gezondheid en geaardheid gebruikt wordenvoor het trainen van AI en het beboeten van gevaarlijke AI-toepassingen.Hoe weegt de Minister deze maatregelen en vindt de Minister dat hiersprake is van versimpeling? Hoe ziet de Minister dit ten opzichte van degrondrechten die de burgers beschermen?AntwoordZoals vermeld in het non-paper over de Digitale Omnibus, dat met hetverslag van de informele Telecomraad van 9 en 10 oktober 2025 met uwKamer is gedeeld,2 hanteert het kabinet in het kader van de omnibus hetuitgangspunt dat een omnibus zich moet richten op het stroomlijnen vanrapportageverplichtingen en definities, het vergroten van duidelijkheid enconsistentie en het makkelijker maken van naleving, terwijl tegelijkertijdde doelstellingen van het digitale regelgevingspakket behouden blijven. Inhet bijzonder bij een aantal fundamentele wijzigingen aan de AVG heeft2Kamerstukken II 2025–2026, 21 501-33, nr. 1164.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11843 het kabinet serieuze zorgen, omdat deze wijzigingen het niveau vangegevensbescherming wezenlijk verminderen, zonder dat er sprake is vaneen effectieve bijdrage aan het verlagen van regeldruk. Voor een naderetoelichting wordt verwezen naar het BNC-fiche Omnibus AI en OmnibusDigitaal.3Antwoorden op de vragen van de PVV-fractieDaarnaast pleiten de leden van de PVV-fractie voor drastische vermin-dering van EU-regelgeving om de concurrentiekracht van Nederland tebehouden, met behoud van privacy en zonder maatregelen zoalschatcontrole of willekeurige classificatie van informatie als nepnieuws. Totslot waarschuwen deze leden dat het digitale acquis niet dezelfdeverstikkende regelbrij mag worden als de rest van het EU-acquis, en datdigitale regelgeving eenvoudig moet blijven omdat overheid en ICT vaakproblematisch samengaan.AntwoordHet kabinet heeft kennisgenomen van de waarschuwing van dePVV-fractie. Het kabinet zal zich bij de onderhandelingen over de OmnibusAI en de Omnibus Digitaal ervoor inzetten dat de omnibussen digitalewetgeving versimpelen, verduidelijken en stroomlijnen en dat de doelenvan de wetgeving daarbij overeind blijven, zoals aangegeven in hetBNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal.4Antwoorden op de vragen van de GL-PvdA fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun grote zorgen over hetvoornemen om digitale wetgeving te «versimpelen» met de DigitaleOmnibus en de Digitale Omnibus AI. Deze leden zien dit als een regel-rechte aanval op grondrechten, die in de digitale leefomgeving al zwaaronder druk staan. De grootste vraag van de leden is: wie profiteert er hetmeeste van de dereguleringsagenda? Zijn dat burgers of zijn datbedrijven? Zijn dat mkb’ers, of zijn dat vooral de techgiganten die alsteeds meer macht naar zich toe grijpen? Zij vragen de Minister naar zijnoordeel.AntwoordMet het Digitale Pakket, waar de omnibussen onderdeel van zijn, beoogtde Commissie de innovatiekracht en groeimogelijkheden vanEU-bedrijven te versterken en hun administratieve lasten te verlagen,terwijl de Europese standaarden met betrekking tot grondrechten,gegevensbescherming en privacy worden bevorderd.Voor wat betreft de verlaging van administratieve lasten zou met namehet mkb hiervan moeten gaan profiteren. De omnibusvoorstellen zijnonderdeel van de Betere Regelgevingsagenda van de Commissie.5 Hierinheeft de Commissie een doelstelling geformuleerd van 25% minderadministratieve lasten voor het bedrijfsleven tegen eind 2029 en 35%minder voor het mkb.De belangen die worden gediend met het verlagen van administratievelasten zijn breder dan alleen de kostenbesparing van bedrijven. Onnodigeregeldruk zet een rem op de productiviteitsgroei van bedrijven en dus ookop het concurrentievermogen van onze economie. Dit kan op den duurook de financiering van publieke taken onder druk zetten. Verlaging vanregeldruk kan daarnaast de overheid en met name uitvoeringsorganisaties3Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 42234Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 42235Betere regelgeving – Europese Commissie. Publicatie raadpleegbaar via:https://commission.europa.eu/law/law-making-process/better-regulation_nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11844 ontlasten en daarmee de kwaliteit en efficiëntie van publieke dienstver-lening ten goede komen.Zij achten het onverstandig om de Digitale Omnibussen verder tebespreken, zolang niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voor grond-rechten. De leden van de GL-PvdA-fractie dringen erop aan dat dezeworden uitgevoerd en vragen de Minister dit in de Telecomraad in tebrengen. Met name de toegang tot bijzondere persoonsgegevens (art. 9van de AVG) voor het trainen van AI baart deze leden zorgen. Onder hetmom van het mkb helpen wordt hiermee een precedent gescheptwaarmee alle AI-modellen zonder toestemming getraind kunnen wordenop gevoelige persoonsgegevens. Dit staat haaks op de visie van dezeleden én van Nederland dat data toebehoort aan de eigenaar, en dat hetstreven altijd moet zijn om burgers zeggenschap te geven over hungegevens. Onder het privacyrecht verstaan deze leden ook het recht omzelf te bepalen welke data je wel en niet over jezelf deelt. Kan de Ministerzich inzetten om dit recht te waarborgen?AntwoordDe voorgestelde wijzigingen over het verwerken van (bijzondere)persoonsgegevens voor het trainen en exploiteren van AI-modellen en-systemen geven aanleiding tot zorgen vanuit het oogpunt van gegevens-bescherming. Om deze reden heeft Nederland hierover vragen aan deCommissie gesteld. Op dit onderwerp wordt nader ingegaan in hetantwoord op de vraag van de D66-fractie gesteld tijdens het tweeminuten-debat over hoe het kabinet kijkt naar het mogelijk maken van het trainenvan AI-systemen met bijzondere persoonsgegevens, zonder hiervoortoestemming te vragen aan de gebruikers.Deze leden wijzen op enkele gevallen, zoals bij Meta en LinkedIn, waaringebruikersdata voor AI-training werd buitgemaakt en de optie om hier nietaan mee te doen bijzonder gebruikersonvriendelijk was. Zij vrezen dat ditstandaard praktijk wordt als de Digitale Omnibus AI toe zal staan datzonder toestemming data wordt verzameld voor AI-trainingen. Daarmeeworden gebruikersonvriendelijke methoden gelegitimeerd. Hoe zou datzich verhouden tot de verplichting uit de Digitale marktenverordening(DMA) om altijd toestemming te vragen voordat data verwerkt magworden, beschreven in artikel 13, lid 5 van de DMA?AntwoordMeta en Microsoft zijn door de Europese Commissie aangewezen alspoortwachter onder de DMA voor verschillende kernplatformdiensten. Zozijn bijvoorbeeld de online sociale mediadiensten van Meta (Facebook;Instagram) en Microsoft (LinkedIn) aangewezen als kernplatformdienstvallend onder het toepassingsgebied van de Digital Markets Act (DMA).De DMA kent echter geen specifieke bepalingen voor AI-diensten. Voor detoepassing van de DMA worden kernplatformdiensten technologieneu-traal gedefinieerd, zo volgt uit overweging 14 van de DMA. Dit betekentdat deze bedrijven moeten zorgen voor effectieve naleving van demaatregelen in de DMA. Zo mogen deze bedrijven op grond van artikel 5,tweede lid, van de DMA bijvoorbeeld niet zonder toestemming persoons-gegevens van eindgebruikers die zijn verzameld via een kernplatform-dienst combineren of gebruiken bij andere diensten die zij afzonderlijkaanbieden. Artikel 13, vijfde lid, van de DMA moet worden bezien in hetlicht van de genoemde verplichting in artikel 5. Het is denkbaar dat hettrainen van AI-modellen met persoonsgegevens verkregen via dekernplatformdiensten van Meta en Microsoft onder het toepassingsbereikvan deze bepalingen kan vallen. Het is uiteindelijk aan de EuropeseCommissie als onafhankelijk toezichthouder om te bepalen of sprake isvan strijd met de bepalingen in de DMA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11845 Het voorstel van de Commissie lijkt nu vast te leggen dat bij de training enexploitatie van een AI-model de grondslag «gerechtvaardigd belang» perdefinitie is gegeven zonder dat een noodzakelijkheidstoets en debijbehorende belangenafweging moet plaatsvinden. Het voorstel voorzietook in de verwerking van bijzondere persoonsgegevens voor dit doel.Zoals aangegeven in het BNC-fiche over de digitale omnibus genietendeze extra bescherming vanwege de gevolgen die de verwerking van dezebijzondere categorieën van persoonsgegevens voor de betrokkenenkunnen hebben.6 Wanneer deze ook mogen worden verwerkt voorgenoemd doel, is het extra belangrijk dat er goede randvoorwaarden zijn.Het kabinet ziet risico’s in een aantal voorgestelde wijzigingen van deAVG.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben grote zorgen over deverzwakking en vertraging van de AI-verordening. Zo worden deverplichtingen voor hoog risico AI-systemen verzwakt. Waarom is dit hetgeval?AntwoordHet is altijd de bedoeling geweest dat de vereisten effectief en proporti-oneel zijn. Daarnaast moet alles ook uitvoerbaar zijn, zowel voor bedrijvenals voor toezichthouders. De voorgestelde aanpassingen zouden volgensde Commissie moeten leiden tot een betere balans hierin, Zoals aange-geven in het BNC-fiche over de digitale omnibus, past dit binnen debredere doelstellingen van het kabinet om de regeldruk terug te dringen,waarbij de doelen van de wetgeving overeind blijven.7 Over een aantalvan de voorgestelde aanpassingen is het kabinet daarom positief, onderandere om het schrappen van een template voor post-market monitoringen het voorstel om het mkb op een vereenvoudigde wijze te laten voldoenaan de vereisten voor kwaliteitsbeheer. Tegelijkertijd zijn er enkeleaandachtspunten. Dat betreft dan onder andere de uitbreiding van de inde AI-verordening gecreëerde wettelijke grondslag om ondervoorwaarden bijzondere categorieën persoonsgegevens te verwerkenvoor bias controle en mitigatie, van hoog risico-AI-systemen naar alleAI-systemen en -modellen. Daarnaast heeft het kabinet bezwaren tegenhet schrappen van de registratieplicht voor hoog-risico AI die alleen voorbeperkte of procedurele taken worden gebruikt. Voor wat betreftvoorstellen van de Commissie met betrekking tot uitstel van dehoog-risico vereisten, zie het kabinet liever korter uitstel en concrete datazonder koppeling aan een Commissiebesluit.Deelt de Minister de mening dat juist deze AI-systemen met een hoogrisico voor de maatschappij snel en streng gereguleerd moeten worden?AntwoordAI-systemen met een hoog risico voor de maatschappij, moetenbetrouwbaar zijn en op een juiste manier gebruikt worden. DeAI-verordening stelt daarom strenge eisen aan deze AI-systemen. Om deeisen effectief te laten zijn, moeten deze ook helder en uitvoerbaar zijn.Daarom doet de Commissie in de AI-omnibus voorstellen om deAI-verordening waar mogelijk te vereenvoudigen en te stroomlijnen. Zoalsaangegeven in het antwoord op de vorige vraag, is het daarbij voor hetkabinet van belang dat de doelen van de AI-verordening overeind blijven.Wat betreft de voorstellen van de Commissie om bepaalde onderdelenvan de wet uit te stellen, heeft het kabinet een voorkeur voor korter uitstel.6Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 42237Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11846 Welke gevolgen heeft deze vertraging voor organisaties en bedrijven dienu juist veel maatregelen hebben genomen, of investeringen hebbengedaan, om netjes aan de regelgeving te voldoen?AntwoordLos van deze voorstellen kunnen bedrijven die hoog-risico AI-systemenhebben of deze producten in die periode op de markt willen brengen, weldegelijk de nodige vruchten van hun huidige compliance-inspanningenplukken. Aanbieders van systemen die reeds al voldoen aan deAI-verordening, kunnen aangeven dat hun systemen voldoen, watvertrouwen kan geven richting hun afnemers. Ook doen zij al ervaring opmet het voldoen aan de vereisten, wat toekomstige compliance-inspanning vergemakkelijkt.Door deze aanpassing van de AI-verordening neemt het risico opdiscriminatie en schade toe. Volgens deze leden is dit onacceptabel. Ookworden de documentatie- en registratieverplichtingen voor AI-systemenafgezwakt. Daarmee worden de systemen die een steeds grotere rolspelen in de samenleving, minder controleerbaar en transparant. Hoe gaatde Minister waarborgen dat de EU niet inlevert op deze punten? Gaat ditvoor de Minister een rode lijn over?Kan hij hierbij ook het standpunt van zijn collega’s van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties betrekken en de zienswijze van de AutoriteitPersoonsgegevens en het College voor de Rechten van de Mens, vanwegehun expertise en inzet op het gebied van rechtsbescherming?AntwoordDe AI-verordening beoogt een balans te vinden tussen het beschermenvan grondrechten, gezondheid en veiligheid enerzijds, en het stimulerenvan AI-innovatie anderzijds. Het borgen van deze doelen is voor hetkabinet van groot belang.Het Omnibus-voorstel richt zich met name op het vereenvoudigen vanbestaande regelgeving en het verminderen van administratieve lasten.Het is daarom van belang dat de voorgestelde wijzigingen hieraanbijdragen en niet leiden tot een situatie waarin (nieuwe) risico’s ontstaanop het gebied van grondrechtenschendingen. Het kabinet vindt het daarbijbelangrijk op te merken dat innovatie en vereenvoudiging niet hoeven teleiden tot een vermindering van het beschermingsniveau vangrondrechten.Wat betreft de zienswijze van het College voor de Rechten van de Mens8zijn er een aantal punten in de inzet die aansluiten bij de door het kabinetgeformuleerde aandachtspunten in het BNC-fiche Omnibus AI enOmnibus Digitaal.9Zo heeft het kabinet bezwaren tegen het schrappen van de registratie-plicht voor hoog-risico AI die alleen voor beperkte of procedurele takenworden gebruikt. Dit verlaagt de transparantie over het gebruik vanAI-systemen in hoog risico context en bemoeilijkt het toezicht op dezesystemen. Bovendien levert deze maatregel slechts een beperkteverlichting van regeldruk op. Zie verder het antwoord op de eerdere vraagvan GroenLinks-PvdA over waarom de verplichtingen voor hoog risicoAI-systemen zouden worden verzwakt.8Brief aan de Commissie voor Digitale Zaken met input Telecomberaad. College voor de Rechtenvan de Mens. Raadpleegbaar via: https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/6f310368-baa1-4bd9-8788-264ccdbbbcd09Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11847 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie voorzien dat, door het terdiscussie stellen van digitale regelgeving, lidstaten de DigitaleOmnibussen zullen aangrijpen om onder andere de AI-verordening verderte amenderen en af te zwakken. Dit is gevoelig voor lobbypraktijken vangrote techbedrijven, wat riskant is voor de verplichtingen rondommensenrechten en transparantie. Deelt de Minister deze zorgen en kan hijdeze inbrengen in de Telecomraad?AntwoordZoals is aangegeven in het BNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal10,zal de Nederlandse inzet blijven dat er steun is voor amendementen dieregeldruk verlagen en tegelijkertijd de bescherming die deze wettenbieden, waaronder de AI-verordening en de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG), in stand te houden. Dit standpunt is ookuitgedragen tijdens de Telecomraad, zoals u kunt terugvinden in hetverslag van de Telecomraad van 5 december 2025 aan het begin van ditdocument.Welke moeten lidstaten en de Europese Commissie doen om tevoorkomen dat de Digitale Omnibussen worden gebruikt om al hetdigitale beleid van de EU ter discussie te brengen en mogelijk af tezwakken?AntwoordZoals aangegeven in het BNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal zethet kabinet zich ervoor in dat de omnibussen digitale wetgeving versim-pelen, verduidelijken en stroomlijnen en dat de doelen van de wetgevingdaarbij overeind blijven.11 Veel voorgestelde wijzigingen sluiten al aan bijdie inzet. Sommige voorstellen gaan verder dan versimpelen, verduide-lijken en stroomlijnen, waarbij ook niet altijd duidelijk is in hoeverre demaatregelen effectief regeldruk verlagen. De primaire inzet van hetkabinet is om deze voorstellen in de onderhandelingen te verbeteren.Bij een aantal fundamentele wijzigingen aan de AVG heeft het kabinetserieuze zorgen, omdat deze wijzigingen het niveau van gegevensbe-scherming wezenlijk verminderen, zonder dat er sprake is van eeneffectieve bijdrage aan het verlagen van regeldruk. Omdat omnibusvoor-stellen in principe gerichte wijzigingen bevatten met beperkte impactbuiten lastenverlichting is het omnibusproces zo ingericht dat er minderruimte dan in het reguliere wetgevingsproces is om de voorstellen en degevolgen daarvan gedegen te analyseren en deze inhoudelijk tebespreken. Voor de voorstellen die het niveau van gegevensbeschermingwezenlijk verminderen vindt het kabinet het ook belangrijk dat dezevoorstellen worden behandeld op een manier die recht doet aan dezorgpunten. Het kabinet zal zich in de onderhandelingen hiervoor inzetten.Tot slot hebben deze leden opmerkingen over cookies. Zij zijn positief overhet afschaffen van cookiebanners. Wel wijzen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie erop dat dit burgers moet beschermen tegenonline tracking en dat standaard de meest privacyvriendelijke optie zoumoeten worden ingesteld. Deelt de Minister de mening dat mensen onlinealleen maar getracked moeten kunnen worden met toestemming en kuntu toezeggen dat Nederland nooit akkoord gaat met opnemen van de veelbredere grond «legitiem belang» als basis voor het plaatsen van cookies,wat zou leiden in dat mensen voortaan standaard zonder toestemmingkunnen worden getracked online, bijvoorbeeld voor marketingdoel-einden?10Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 422311Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11848 AntwoordIn het voorgestelde Artikel 88a, eerste lid, van de AVG blijft de toestem-mingsvereiste voor cookies behouden. Dit is een belangrijk en positiefelement.Antwoorden op de vragen van de CDA-fractieDeze leden vragen, nu de Digital Package is gepresenteerd op19 november, een eerste reactie van het kabinet. Biedt dit pakketvoldoende bescherming richting burgers en doet het tegelijkertijd eenberoep op (grote) bedrijven om op zinvolle wijze hun verantwoorde-lijkheid te nemen?AntwoordZoals aangegeven in het BNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal zethet kabinet erop in dat deze omnibussen zich focussen op versimpeling,verduidelijking en stroomlijning van wetgeving en dat de doelen van dewetgeving daarbij overeind blijven.12 Alhoewel het kabinet veel aanpas-singen binnen de omnibussen kan steunen omdat deze in lijn zijn met deNederlandse inzet, gaat een deel van de voorstellen in de OmnibusDigitaal en Omnibus AI verder dan het versimpelen, verduidelijken enstroomlijnen van wetgeving. In het bijzonder bij een aantal fundamentelewijzigingen aan de AVG heeft het kabinet serieuze zorgen, omdat dezewijzigingen het niveau van gegevensbescherming wezenlijk verminderen,zonder dat er sprake is van een effectieve bijdrage aan het verlagen vanregeldruk.Ook vragen zij wat het standpunt van Nederland gaat zijn in dit beleids-debat naar aanleiding van het digitale pakket. Is het kabinet van meningdat met dit pakket inderdaad goede stappen gezet worden om innovatieste versnellen en regeldruk van digitale wetgeving te verlagen?AntwoordHet beleidsdebat gaf EU-lidstaten de kans om op regeldrukverminderingin het digitale domein te reflecteren, zonder vooruit te lopen op deonderhandelingen over de Digitale Omnibus. Er werd gevraagd naar debelangrijkste problemen om te adresseren in de Digital Fitness Checkzoals maatregelen om de implementatie- en handhavingslasten voorbedrijven en autoriteiten te verlagen.Nederland heeft tijdens de interventie aangegeven de Digitale Omnibus teverwelkomen, maar vroeg ook aandacht voor het respecteren vannationale bevoegdheden en de borging van fundamentele rechten enprivacyregelgeving waaronder binnen de AVG. Ook heeft Nederlandaangegeven te verwelkomen dat er naast de omnibus ook een DigitalFitness Check komt om de cumulatieve effecten van digitale wetgeving teanalyseren en het belang van praktische tools en ondersteuningbenadrukt.Zoals aangegeven in het BNC-fiche dat op 12 december 2025 met uwKamer is gedeeld kan het kabinet veel voorstellen in de omnibussensteunen, omdat deze in lijn met de kabinetsinzet digitale wetgevingversimpelen, stroomlijnen en verduidelijken, zonder de doelen van dewetgeving af te zwakken.13 Daarmee zijn die voorstellen goede stappenom de regeldruk te verlagen.12Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 422313Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11849 De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet van mening is datkleinere marktdeelnemers, zoals het mkb, de naleving van de AVG vaakals complex zien en er ruimte is voor betere uitleg over de toepassing vande AVG. Deze opvatting delen deze leden. Kan het kabinet aangeven welkelidstaten bij dit Nederlandse standpunt aansluiten, ook op het gebied vande onafhankelijke opererende toezichthouders en gelet op het eenvoudigkunnen optreden bij cyberincidenten en datalekken?AntwoordEen vereenvoudigde toepassing van de AVG kan worden bevorderd doorbetere handhaving, door duidelijke, praktische richtsnoeren, gebruik-maken van witte lijsten. Ook kan er gebruik worden gemaakt van een dataprotection impact assessment (DPIA). Verder moeten er praktischenalevingsinstrumenten zoals illustratieve sjablonen en checklists wordenopgesteld met online-vragenlijsten of zelfbeoordelingsportalen om deadministratieve lasten te verlichten voor kleinere marktdeelnemers.Hierover bestaat onder de lidstaten brede consensus.Deze leden lezen dat ten aanzien van de centralisatie van rapportagever-plichtingen op Europees niveau het kabinet juridische en praktischeuitdagingen ziet. In hoeverre is de handhaving op orde? Kan het kabinethier een nadere toelichting op geven?AntwoordHet kabinet ziet praktische en juridische uitdagingen als het gaat om hetcentraliseren van rapportageverplichtingen op EU-niveau. Lidstaten,waaronder Nederland, hebben al nationale meldplatformen ingericht voorhet ontvangen van incidentmeldingen. Daarnaast werkt het kabinet al opnationaal niveau aan de harmonisatie van meldplichten door de Cyberbe-veiligingswet (NIS2) en Critical Entities Resilience Directive(CER-)meldingen samen te brengen binnen het nationale platform. Hetkabinet verwacht dat het verlagen van regeldruk meer efficiënt en tijdigkan worden bereikt door voort te bouwen op bestaande nationaleoplossingen in plaats van het organiseren van een Europees meldpunt.Nationale meldstructuren en meldpunten sluiten aan bij de manier vansamenwerken en communiceren die entiteiten hebben met de Neder-landse overheid.Door de inrichting van een Europees meldpunt lijkt een deel van denationale dienstverlening rondom incidentenafhandeling daarnaast teverschuiven naar Europees niveau. Dit geldt in het bijzonder voormeldingen onder de NIS2 en CER, daar waar incidenten bij de Rijks-overheid en vitale infrastructuur gevoelige informatie over nationaleveiligheid kunnen bevatten. Het kabinet benadrukt dat nationalemeldstructuren, waarbij lidstaten de directe en primaire ontvanger vanincidentinformatie blijven, behouden moeten blijven. Daarnaast zijn erook zorgen over beveiligingsrisico’s als het gaat om het centraliseren vandergelijke meldplichten binnen één meldpunt. Het verwerken van zeergevoelige meldingen, en in het bijzonder incidentinformatie van 27lidstaten is namelijk erg kwetsbaar en een zaak van nationale veiligheid.Daarbij ziet het kabinet ook risico’s ten aanzien van de afhankelijkheid vande continuïteit van een platform dat op EU-niveau wordt beheerd.Antwoorden op de vragen van de FVD-fractieDe leden van de FVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda van de formele Telecomraad van5 december 2025, alsmede de onderliggende stukken. Deze ledenconstateren dat tijdens deze Raad onder meer een beleidsdebat zalplaatsvinden over «vereenvoudiging en digitalisering: verlagen van lastenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118410 voor bedrijven in het digitale domein», naar aanleiding van het DigitalPackage dat de Europese Commissie op 19 november jl. heeft gepresen-teerd. Zij nemen tevens kennis van het feit dat het kabinet inzet op hetprincipe van omnibusvoorstellen om regeldruk te verlagen.De leden van de FVD-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat hetpakket vooral gericht is op het «versimpelen van digitale wetgeving» enhet «verlagen van de regeldruk». Deze leden vragen de Minister of hijerkent dat het voorliggende omnibusvoorstel op dit punt tekortschiet. Hetvoorstel lijkt namelijk grotendeels te bestaan uit amenderende wijzigingenen technische herstructureringen, terwijl daadwerkelijke schrapping vansubstantieel belastende regels beperkt blijft. Zij vragen de Minister tebevestigen dat het herschikken of samenvoegen van verplichtingen nietleidt tot daadwerkelijke verlichting van de administratieve lasten vanEuropese ondernemers en mkb’ers.AntwoordHet kabinet verwelkomt dat de Commissie met de omnibussen erop inzetom digitale wetgeving te vereenvoudigen en stroomlijnen. Dit past binnende bredere doelstelling van het kabinet om de regeldruk terug te dringen.Omnibusvoorstellen bundelen gerichte wijzigingen van bestaandeEU-wetgeving op een bepaald thema onder een gedeeld doel: vereenvou-diging en lastenverlichting zonder afbreuk te doen aan de onderliggendebeleidsdoelstellingen. Omnibussen zijn bedoeld voor amenderingen. Voorfundamentele wijzigingen aan wetgeving lenen omnibussen zich mindergoed. Omdat omnibusvoorstellen in principe gerichte wijzigingenbevatten met beperkte impact buiten lastenverlichting is het omnibus-proces zo ingericht dat er weinig mogelijkheden zijn om de voorstellen ende gevolgen daarvan gedegen te analyseren en deze inhoudelijk tebespreken. Bij fundamentele wijzigingen aan wetgeving hecht het kabineteraan dat de impact van de voorstellen wordt geanalyseerd, ook zodat devoorstellen wel daadwerkelijk effectief bijdragen aan het verlagen vanregeldruk.In aanvulling op de omnibussen voert de Commissie ook een DigitalFitness Check uit. Met de Digital Fitness Check zal de Commissie decumulatieve impact van het digitale acquis analyseren en bezien hoedoeltreffend dit bijdraagt aan het concurrentievermogen en debescherming van de Europese waarden en grondrechten. Het kabinetverwelkomt dat de Commissie met een gecoördineerd initiatief komt omregeldruk van digitale wetgeving te verlagen, terwijl de doelen van dewetgeving overeind blijven.De leden van de FVD-fractie willen benadrukken dat de Europese Unie zichin een mondiale concurrentiestrijd bevindt, met name op het gebied vandigitale technologie en artificiële intelligentie. Waar de Verenigde Stateneen ecosysteem kennen dat wordt gekenmerkt door ruime innovatie-ruimte, snelle opschaling en een kapitaalrijk start-upklimaat, en waarChina in hoog tempo strategische investeringen doet in sleuteltechnolo-gieën zonder de rem van overmatige regelgeving, lijkt de EU zich met hetgepresenteerde Digital Package vooral te richten op het verder dichtre-gelen van digitale processen. Deze leden ontvangen dan ook berichten uithet bedrijfsleven waarin wordt aangegeven dat de voorliggende juridischeherschikkingen onvoldoende zullen zijn om de concurrentiekloof met deVS en China dicht te lopen. Zij vragen de Minister te erkennen dat de EUhet risico loopt om in toenemende mate technologisch afhankelijk teworden van deze grootmachten wanneer het klimaat binnen de Unieonvoldoende gelegenheid biedt voor innovatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118411 AntwoordEr is stevige mondiale concurrentie op het gebied van digitale technologieen AI; daarom zet Nederland samen met de EU in op versterking vaninnovatie, opschaling en een aantrekkelijk ondernemersklimaat. Met hetDigitale Pakket, waar de omnibussen onderdeel van zijn, beoogt deCommissie de innovatiekracht en groeimogelijkheden van EU-bedrijven teversterken en hun administratieve lasten te verlagen, terwijl de Europesestandaarden met betrekking tot grondrechten, gegevensbescherming enprivacy worden bevorderd.Het kabinet investeert in gerichte initiatieven, waaronder een AI-fabriek,om de toepassing van kunstmatige intelligentie in het bedrijfsleven teversnellen. Daarnaast is de Semicon Coalition opgericht om de Europesepositie op het gebied van halfgeleiders te versterken. Via de industrie- eninnovatieagenda wordt ondersteuning geboden aan sleuteltechnologieën,de groei van start- en scale-ups en een sterke verbinding tussen kennisin-stellingen en bedrijven. Het kabinet onderstreept het belang van technolo-gische zelfredzaamheid en werkt hier actief aan, zowel nationaal als inEuropees verband.De leden van de FVD-fractie vragen de Minister tevens uiteen te zettenhoe hij in de Raad zal aangeven dat de Europese regelgeving zodanigmoet worden vormgegeven dat innovatie vóór regulering wordt geplaatst,en hoe Nederland gaat waarborgen dat de Digital Package daadwerkelijkbijdraagt aan het versterken van de Europese concurrentiepositie in plaatsvan het vergroten van de kloof met de Verenigde Staten en China.AntwoordHet kabinet zet erop in dat het digitale acquis de Europese digitale internemarkt versterkt en verdiept en dat daarbij belangrijke randvoorwaardengeborgd zijn. Het is hierbij belangrijk dat de bescherming van grond-rechten gewaarborgd is, consumenten keuzevrijheid en vertrouwenhebben, bedrijven op een gelijk speelveld concurreren en ondernemen inNederland aantrekkelijk is. Er komen veel belangen samen in het digitaleacquis en het is daarbij niet zo dat er één belang altijd voor gaat.Wel zet het kabinet zich actief in voor het verlagen van regeldruk.Onnodige regeldruk zet een rem op de productiviteitsgroei van bedrijvenen dus ook op het concurrentievermogen van onze economie. Het kabinetverwelkomt daarom dat de Commissie met het Digitale Pakket met eengecoördineerd initiatief komt om regeldruk van digitale wetgeving teverlagen, terwijl de doelen van de wetgeving overeind blijven.Deze leden merken op dat eventuele risico’s bij het gebruik vanAI-systemen vooral ontstaan in concrete toepassingssituaties, en veelminder bij de ontwikkeling van de onderliggende technologie. Hetreguleren van de ontwikkelfase – zoals verplichtingen rond databe-schrijving, documentatie, logging en risicobeheer nog vóórdat eentoepassing überhaupt is ontworpen – brengt volgens deze leden aanzien-lijke risico met zich mee dat innovatieve bedrijven worden afgeremd nogvóórdat zij hun technologie hebben kunnen demonstreren ofaanscherpen. Dit geldt te meer voor kleinere Europese ontwikkelaars dieniet beschikken over de middelen van Amerikaanse of Chinese markt-leiders. Zij vragen de Minister dan ook of hij bereid is om zich in te zettenvoor een gebruik-gebaseerde AI-regulering, waarin verplichtingen wordengekoppeld aan daadwerkelijke risico’s in de toepassingspraktijk, in plaatsvan aan het experimentele ontwikkelproces. De leden van de FVD-fractievragen daarnaast hoe de Minister deze verschuiving in EU-verband gaatbepleiten, en of hij bereid is om in te brengen dat het huidige stelsel vanupstream-regulering – waaronder de high-risk verplichtingen in de AITweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118412 Act – een fundamentele heroverweging behoeft om innovatie nietnodeloos te belemmeren.AntwoordHet kabinet herkent de noodzaak voor een fundamentele heroverwegingniet. Er worden pas eisen aan een afgebakende groep risicovolleAI-systemen gesteld zodra een aanbieder deze op de markt brengt. Net alsbij andere producten zoals auto’s of speelgoed, moet een aanbiedertijdens de ontwikkeling (productie) van het product bepaalde maatregelennemen.Aanbieders van AI-systemen en modellen zijn degenen die in staat ommaatregelen te nemen die ervoor zorgen dat het AI-systeem op eenbetrouwbare manier toegepast kan worden. Denk aan het gebruik vanrepresentatieve datasets, proportioneel risicomanagement aan de handvan de gebruikscontext en maatregelen omtrent cybersecurity. Hetovergrote deel van deze eisen zijn al bestaande best practices bij deontwikkeling van AI-systemen, met name in gebieden waar de toepassingervan gevoeliger is. Betrouwbare AI-systemen in deze gevoelige (hoog-risico) gebieden stimuleert het gebruik ervan, en daarmee ook demogelijkheid om in deze gebieden te innoveren.Tegelijkertijd hebben ook gebruiksverantwoordelijken een aantalverplichtingen die gebruik-gebaseerd zijn. Dit zorgt voor een eerlijke enwerkbare verdeling van verantwoordelijkheden tussen de aanbieders vanAI-systemen, en de partijen die deze AI-systemen gebruiken.Antwoorden op de vragen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet het DigitalPackage verwelkomt en de nadruk op het reduceren van onnodige endisproportionele regeldruk. Kan de Minister specificeren hoe hij tijdenshet beleidsdebat de nadruk zal leggen op de noodzaak om praktischeinstrumenten, formats en hulpmiddelen te bieden die de nalevingslastspecifiek voor overheden en mkb effectief verminderen? Kunt u perdossier (AI Act, DSA/DMA, GDPR/ePD, platform-regelgeving, datawet-geving) aangeven welke onderdelen Nederland actief wil vereenvoudigen,pauzeren of herzien tijdens de onderhandelingen over het Omnibus-pakket?AntwoordZoals in het verslag van de Telecomraad aangegeven heeft het kabinettijdens het beleidsdebat over simplificatie van digitale wetgevingaangegeven dat het kabinet verwelkomt dat er naast de omnibus ook eenDigital Fitness Check komt om de cumulatieve effecten van digitalewetgeving te analyseren. Ook heeft het kabinet het belang van praktischetools, formats en hulpmiddelen benadrukt.Voor praktische tools en hulpmiddelen zijn niet per se wetswijzigingen inde omnibus nodig. Het is voornamelijk belangrijk dat de Commissie en deEuropese samenwerkingsverbanden van toezichthouders hier voort-varend mee aan de slag gaan. Het digitale acquis is veelal nieuw en juistdaarom is het belangrijk dat bedrijven snel voldoende ondersteuningkrijgen in het toepassen van de wetgeving.Voor de kabinetsinzet op de verschillende onderdelen van de omnibussenverwijzen wij naar het BNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal dat metuw Kamer is gedeeld.1414Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118413 Deze leden zien dat de Nederlandse positie erkent dat met name kleineremarktdeelnemers (mkb) de naleving van de AVG vaak als complexervaren. Welke acties zal de Minister in Europees verband ondernemenom ervoor te zorgen dat onafhankelijke toezichthouders, zoals de EDPB,voortvarend werken aan het ontwikkelen van praktische richtsnoeren,bijvoorbeeld door duidelijkheid te geven over wanneer een DPIA (dataprotection impact assessment) niet vereist is, om op die manier de zorgenover de naleving weg te nemen?AntwoordIn het Commissievoorstel voor de Digitale Omnibus is erin voorzien datduidelijkheid dient te worden gegeven over de gevallen waarin een DataProtection Impact Assessment (DPIA) niet vereist is. Het voorstelintroduceert in artikel 35 AVG een verplichting tot het vaststellen van eenlijst van gegevensverwerkingen waarvoor geen DPIA verplicht is een lijstvan gegevensverwerkingen waarvoor een DPIA verplicht is.Het kabinet ziet juridische en praktische uitdagingen bij de centralisatievan rapportageverplichtingen op Europees niveau en benadrukt hetbelang van het behoud van rapportagestructuren op nationaal niveau enhet waarborgen van de uitsluitende verantwoordelijkheid van lidstatenvoor nationale veiligheid. Deze leden vragen hoe de Minister er tijdens hetdebat voor zal zorgen dat stroomlijning van cyberwetgeving (zoals NIS2en CER) daadwerkelijk leidt tot lagere administratieve lasten, zonder datdit ten koste gaat van de nationale regie en effectiviteit van deincidentenrapportage.AntwoordHet kabinet heeft haar grote zorgen rondom de oprichting van eenEuropees meldpunt gedeeld tijdens de Telecomraad. Lidstaten, waaronderNederland, hebben al nationale meldplatformen ingericht voor hetontvangen van incidentmeldingen. Daarnaast werkt het kabinet al opnationaal niveau aan de harmonisatie van meldplichten door de NIS2 enCER-meldingen samen te brengen binnen het nationale platform. Hetkabinet verwacht dat het verlagen van regeldruk meer efficiënt en tijdigkan worden bereikt door voort te bouwen op bestaande nationaleoplossingen in plaats van het organiseren van een Europees meldpunt.Nationale meldstructuren en meldpunten sluiten immers aan bij demanier van samenwerken en communiceren die entiteiten hebben met deNederlandse overheid. Door de inrichting van een Europees meldpunt lijkteen deel van de nationale dienstverlening rondom incidentenafhandelingdaarnaast te verschuiven naar Europees niveau. Dit geldt in het bijzondervoor meldingen onder de NIS2 en CER, daar waar incidenten bij deRijksoverheid en vitale infrastructuur gevoelige informatie over nationaleveiligheid kunnen bevatten. Het kabinet zal benadrukken dat nationalemeldstructuren, waarbij lidstaten de directe en primaire ontvanger vanincidentinformatie blijven, behouden moeten blijven.Deze leden constateren dat de Europese Commissie een Omnibus-voorstel voor vereenvoudiging van digitale wetgeving heeft gepresen-teerd. Hoe beoordeelt u de constatering van diverse lidstaten, CEO’s enbrancheorganisaties dat dit voorstel op dit moment «niet meer dan eeneerste stap» is en onvoldoende bijdraagt aan het dichten van de Europeseconcurrentiekloof? Waarom wijkt de Nederlandse inzet in de recentenon-paper af van de richting die de Kamer heeft gevraagd in de motiesMartens en Vermeer (Kamerstuk 21 501-30, nr. 645), en Vermeer(Kamerstuk 26 643, nr. 1416)? Kunt u toelichten waarom het kabinettegelijkertijd wél grotendeels aansluit bij de richting van de motieKathmann (Kamerstuk 32 761, nr. 324), die door de Kamer is verworpen?Hoe duidt u de reactie van de CCIA, waarin wordt gesteld dat de EU «veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118414 gedurfder» moet optreden om de digitale regels te herzien, met namerond AI en privacy? Bent u bereid deze kritiek in te brengen in deTelecomraad?AntwoordHet kabinet zet zich proactief in voor het verlagen van regeldruk enverwelkomt dat de Commissie met het Digitale Pakket met een gecoördi-neerd initiatief komt om regeldruk van digitale wetgeving te verlagen. Hetkabinet zet zich ervoor in dat de Omnibus AI en Omnibus Digitaal digitalewetgeving versimpelen, verduidelijken en stroomlijnen en dat de doelenvan de wetgeving daarbij overeind blijven. Zoals in het antwoord op deeerste vraag van de FVD-fractie is aangegeven sluit dit ook aan bij waaromnibussen voor bedoeld zijn, namelijk gerichte wijzigingen vanbestaande EU-wetgeving voor vereenvoudiging en lastenverlichtingzonder afbreuk te doen aan de onderliggende beleidsdoelstellingen.Het kabinet ziet het dan ook niet als wenselijk dat er met de omnibussen«gedurfde» wijzigingen met betrekking tot AI en privacy worden gedaan.Bij fundamentele wijzigingen aan wetgeving, zeker als die mogelijkafbreuk doen aan de bescherming van grondrechten, hecht het kabineteraan dat de impact van de voorstellen wordt geanalyseerd, ook zodat devoorstellen wel daadwerkelijk effectief bijdragen aan het verlagen vanregeldruk.Het kabinet erkent wel dat met gerichte wetswijzigingen in de omnibussenniet alle problemen met betrekking tot regeldruk van digitale wetgevingzullen zijn opgelost. Daarom verwelkomt het kabinet dat de Commissienaast de omnibussen met de Digital Fitness Check komt om de cumula-tieve impact van het digitale acquis te analyseren en pleit het kabinet voorhet versterken van de Europese governance van het digitale acquis envoor meer praktische ondersteuning om het makkelijker maken voorbedrijven om de digitale wetgeving toe te kunnen passen.Antwoorden op de vragen van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie lezen dat er tijdens de Telecomraad eenbeleidsdebat zal plaatsvinden over het verlagen van lasten voor bedrijvenin het digitale domein. De leden van de SGP-fractie vragen het kabinethoe zij de constatering beoordeelt dat de AVG-doelstellingen uit artikel 1van de AVG uitsluitend bescherming van natuurlijke personen omvatten,en niet expliciet de bevordering van innovatie, proportionaliteit ofeconomische uitvoerbaarheid, waardoor deze belangen slechts impliciet,en daardoor onvoldoende, worden meegewogen door toezichthouders.AntwoordDe AVG biedt een kader voor de regulering van het grondrecht gegevens-bescherming van natuurlijke personen. Zoals in het antwoord op de vraagvan de D66-fractie over of volgens het kabinet innovatie en rechtsbe-scherming goed samen kunnen gaan, is aangegeven dat daarmee eengeharmoniseerde set regels is ontstaan die rechtszekerheid en daarmeeeen gelijk speelveld biedt voor innovatie en in het verlengde daarvanondernemerschap en economische ontwikkeling.Voorts vragen deze leden het kabinet of zij bereid is zich in te zetten vooreen herformulering of aanvulling van art. 1 AVG of de considerans, zodatinnovatiebevordering en proportionaliteit uitdrukkelijk tot de doelstel-lingen van de verordening worden gerekend.AntwoordZoals toegelicht in het antwoord op de vraag van de D66-fractie over of ervoldoende waarborgen zitten in het voorstel voor de Digitale Omnibus bijhet verruimen van de mogelijkheden voor het trainen van AI-systemen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118415 kunnen innovatie en rechtsbescherming elkaar versterken. Volgensoverweging 4 van de AVG heeft het recht op bescherming van persoons-gegevens geen absolute gelding, maar moet het worden beschouwd inrelatie tot de functie ervan in de samenleving en conform het evenredig-heidsbeginsel tegen andere grondrechten worden afgewogen. Inverschillende bepalingen ruimt de AVG plaats in voor een afweging aande hand van de situatie, waarbij proportionaliteit een vaste waarde is. DeAVG gaat bovendien uit van een risico gebaseerde afweging en istechniekneutraal, wat ruimte geeft voor innovatie. Dergelijke afwegingenbehoeven dan ook geen nadere verankering.Gegevensbeschermingstoezichthouders kunnen bovendien innovatiebevorderen door bedrijven te ondersteunen en adviseren bij het sneller opde markt brengen van privacy vriendelijke producten en diensten, metbehoud van de bescherming van de persoonsgegevens van betrokkenen.Kan het kabinet uiteenzetten welke ruimte de AVG momenteel laat voortoezichthouders om expliciet rekening te houden met proportionaliteit eninnovatie (o.a. art. 57–58 AVG), en of het wenselijk is deze ruimte middelsde Digital Omnibus explicieter te codificeren?AntwoordDe AVG gaat bij toezicht en handhaving uit van een risico gebaseerdebenadering, waarin een evenwichtige verhouding tussen de last dienaleving van de AVG met zich meebrengt en het risico van een (voorge-nomen) gegevensverwerking voor grondrechten leidend is. Dit geeft detoezichthouders de ruimte om aan de hand van alle relevante omstandig-heden te kiezen voor de meest weloverwogen en evenwichtige aanpak,zodat doeltreffend en evenredig wordt opgetreden. In het Non-paper metde titel «reducing the regulatory burden of the digital rulebook» heeftNederland daartoe ook concrete voorstellen gedaan die kunnen bijdragenaan een verbetering van het innovatie- en ondernemingsklimaat.15Is het kabinet bereid om in EU-verband te pleiten voor een wettelijkeinnovatieopdracht voor toezichthouders, mede om te voorkomen dathandhaving de facto tot een restrictieve interpretatie van rechtmatigheiden risico leidt?AntwoordOp dit punt verwijst het kabinet naar de reactie van de Minister vanEconomische Zaken op de motie Flach/Vermeer, die is uitgesprokentijdens het tweeminutendebat op 2 december jl. over de Telecomraad van5 december jl.16De leden van de SGP-fractie lezen dat een systematische herziening vanhoofdstuk V van de AI act ontbreekt. Deze leden vragen het kabinet hoe zijdeze leemte beoordeelt, mede gezien de signalen dat het hoofdstukredundant is geworden door latere artikelen en aanpalende regelgeving(zoals het GPAIM-regime).AntwoordHoofdstuk V van de AI-verordening is het GPAIM (General Purpose AIModels – oftewel AI-modellen voor algemene doeleinden) regime.Hiermee is dit hoofdstuk dus niet redundant geworden, maar is het dekern van het GPAIM-regime.In dit hoofdstuk staan de eisen voor AI-modellen die in staat zijn om veelverschillende taken uit te voeren en die in diverse AI-systemen kunnenworden geïntegreerd.15Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-33, nr. 116416Kamerstukken II 2025/26, 21 501-33, nr. 1171Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118416 Aanbieders van deze modellen zijn verplicht om informatie over dewerking van het model te delen met ontwikkelaars die op dit modelvoortbouwen. Dit ondersteunt met name kleinere Europese ontwikkelaarsdie gebruik maken van grote AI-modellen uit derde landen. Ook worden ereen aantal eisen gesteld die auteursrechthebbenden zoals artiesten ofschrijvers in beter staat stellen om ervoor te zorgen dat hun auteursrechtgerespecteerd wordt door de makers van deze modellen. Voor deallernieuwste AI-modellen moeten er daarnaast maatregelen genomenworden om algemene risico’s (die losstaan van de toepassingspraktijk) tebeperken.De eisen voor de AI-modellen voor algemene doeleinden zijn al in werkinggetreden en zijn geen onderdeel van het voorstel voor een AI-omnibusvan de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft daarnaastmet een brede groep belanghebbenden een Code of Practice opgesteldom te helpen bij het voldoen aan de verplichtingen. In de AI-verordeningis bepaald dat de Europese Commissie en de lidstaten op regulieremomenten evalueren of de Code of Practice zijn doelstellingen behaald.Het kabinet steunt de doelstellingen van de eisen aan deze modellen: hetondersteunen van kleinere ontwikkelaars, het kunnen handhaven van hetauteursrecht en een proportionele beperking van risico’s.Zo vragen zij of het kabinet het juridisch houdbaar en wenselijk acht omeen risicobenadering te introduceren die uitgaat van «risk-by-use» inplaats van «risk-by-development», zoals aanbevolen door diverseEuropese adviesorganen.AntwoordHet antwoord op deze vraag kunt u terugvinden in het antwoord op devraag van de FVD-fractie over gebruik-gebaseerde AI-regulering.Hoe duidt het kabinet de reikwijdte van het tijdelijke uitstel van dehoogrisicoverplichtingen tot 2027 in relatie tot openstaande vragenomtrent geharmoniseerde normen, GPAIM-specificaties en toezichtcapa-citeit?AntwoordDe Europese Commissie koppelt het voorstel van het tijdelijke uitstel aanhet ontbreken van geharmoniseerde normen en richtsnoeren. Dit voorstelhoudt in dat als de Europese Commissie via een besluit vaststelt dat eradequate maatregelen beschikbaar zijn voor bedrijven en organisaties omaan de verplichtingen te voldoen, de vereisten al eerder van toepassingkunnen zijn dan de voorgestelde data van uitstel. De datum voorhoog-risico AI-systemen zoals benoemd in Bijlage III van deAI-verordening is verplaatst van 2 augustus 2026 naar december 2027.Voor AI-producten zoals vermeld in Bijlage I van de AI-verordening is dezedeadline verlengd van 2 augustus 2027 naar 2 augustus 2028.Zoals aangegeven in het BNC-fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal,brengt koppeling van inwerkingtreding aan een Commissiebesluitonzekerheid met zich mee.17 Als er uitstel komt ziet het kabinet lieverkorter uitstel voor AI-systemen in Bijlage III (bijvoorbeeld negen maandenin plaats van meer dan twaalf) en concrete data zonder koppeling aan eenCommissiebesluit.De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet of zij bereid is zich in tezetten voor een expliciete aanpassing van de AI Act waarin een innovatie-17Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4223Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118417 en-proportionaliteitsopdracht voor markttoezichthouders wordtverankerd.AntwoordDe AI-verordening beoogt een balans te vinden tussen het beschermenvan grondrechten, gezondheid en veiligheid enerzijds, en het stimulerenvan AI-innovatie anderzijds. Het borgen van deze doelen is voor hetkabinet van groot belang.Het kabinet heeft zich tijdens de onderhandelingen hard gemaakt voorverdere maatregelen ter bevordering van innovatie. Een resultaat van dieinzet is de versterking van de testomgeving voor regelgeving, deregulatory sandbox. De markttoezichthouders krijgen de explicieteopdracht om deze in te richten en aanbieders van AI-systemen teondersteunen. Markttoezichthouders moeten daarnaast het beginsel vanevenredigheid meenemen in hun toezichthoudende werkzaamheden.Deze leden constateren dat een aantal moties aangaande deAI-omnibusact niet is meegenomen in het kabinetsstandpunt dienaan-gaande. Zij vragen het kabinet aan te geven waarom er nu voor wordtgekozen om elementen uit de verworpen motie-Kathmann te betrekken inde Nederlandse inzet bij de Telecomraad, terwijl onderdelen uit deaangenomen moties Martens en Vermeer, en Vermeer niet of slechtsgedeeltelijk worden uitgevoerd.18 De leden van de SGP-fractie vragen hetkabinet of zij bereid is te bevestigen dat de uitvoering van aangenomenmoties leidend behoort te zijn bij het formuleren van de Nederlandseinzet, en indien dit niet gebeurt, welke juridische en procedurele toetsdaaraan ten grondslag ligt. Zij vragen derhalve het kabinetsstandpunt teconformeren aan de aangenomen Kamermoties.AntwoordDe Omnibus-aanpak van de Commissie is gericht op het vereenvoudigenvan EU-wetgeving en het verminderen van administratieve lasten zonderafbreuk te doen aan de onderliggende beleidsdoelstellingen. Het kabinetondersteunt conform de aangenomen moties deze aanpak, omdat hetbijdraagt aan een coherente uitvoering van zowel nationale als Europeseregelgeving, met als doel een verbetering van het ondernemingsklimaat.Het kabinet verwelkomt dat de Commissie met de omnibussen erop inzetom digitale wetgeving te vereenvoudigen en stroomlijnen. Dit past binnende bredere doelstelling van het kabinet om de regeldruk terug te dringen.Het kabinet zet erop in dat deze omnibussen zich focussen op versim-peling, verduidelijking en stroomlijning van wetgeving en dat de doelenvan de wetgeving daarbij overeind blijven.Het kabinet kan veel aanpassingen binnen de omnibussen steunen omdatdeze in lijn zijn met de Nederlandse inzet, maar een deel van devoorstellen in de Omnibus Digitaal en Omnibus AI gaat verder dan hetversimpelen, verduidelijken en stroomlijnen van wetgeving.Bij fundamentele wijzigingen aan wetgeving, zeker als die mogelijkafbreuk doen aan de bescherming van grondrechten, hecht het kabineteraan dat de impact van de voorstellen wordt geanalyseerd, ook zodat devoorstellen wel daadwerkelijk effectief bijdragen aan het verlagen vanregeldruk. Omdat omnibusvoorstellen in principe gerichte wijzigingenbevatten met beperkte impact buiten lastenverlichting is het omnibus-proces zo ingericht dat er weinig ruimte is om de voorstellen en degevolgen daarvan gedegen te analyseren en deze inhoudelijk tebespreken.18Kamerstukken II 2024/2025, 32 761, nr. 324, Kamerstukken II 2024/2025, 21 501-30, nr. 645 enKamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1416Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118418 De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet het principe vanomnibusvoorstellen als middel om regeldruk te verlagen, wetgeving testroomlijnen en uitvoerbaarheid te verbeteren ondersteunt. Tegelijkertijdwil het kabinet de Commissie op het belang wijzen van het uitvoeren vangedegen impact assessments en het belang van het overeind houden vande doelen van wet- en regelgeving. Deze leden vragen het kabinet hoe zijde Digital Omnibus-voorstellen beoordeelt in termen van systematischevereenvoudiging van Unierecht, in het bijzonder het bundelen vanmeerdere data-instrumenten tot één Datawet en het integreren vancookieregels in de AVG?AntwoordHet kabinet kan het samenbrengen van verschillende wetten metbetrekking tot data in de Dataverordening en de wijzigingen die daarmeegepaard gaan in grote mate steunen. Het kabinet ziet dat er voor cookiesoplossingen mogelijk zijn die geen afbreuk doen aan het niveau vangegevensbescherming dat de AVG biedt. Het kabinet hecht er daarbijbelang aan dat er een andere rechtmatige grondslag voor verwerkingvereist blijft en zal de Commissie om verduidelijking vragen. Het kabinetstaat ook positief tegenover voorstellen om geautomatiseerdetoestemming te kunnen geven of weigeren voor cookies, zolang dit in lijnis met de eisen voor toestemming uit de AVG. Dit kan zowel regeldruk alsprivacy ten goede komen.De leden van de SGP-fractie zijn verbaasd over het feit dat het Neder-landse non-paper kiest voor een beperktere en minder ambitieuze lijn dande voorstellen van de Commissie, terwijl de Digital Omnibus beoogt omrechtszekerheid en harmonisatie te vergroten. Deze leden vragen hetkabinet hierop te reflecteren.AntwoordZoals aangegeven in het antwoord op de laatste vraag van de BBB-fractieherkent het kabinet deze lezing van de kabinetsinzet niet. Het kabinet zetzich ervoor in dat de Omnibus AI en Omnibus Digitaal digitale wetgevingversimpelen, verduidelijken en stroomlijnen en dat de doelen van dewetgeving daarbij overeind blijven. Dit sluit aan bij waar omnibussen voorbedoeld zijn, namelijk gerichte wijzigingen van bestaande EU-wetgevingvoor vereenvoudiging en lastenverlichting zonder afbreuk te doen aan deonderliggende beleidsdoelstellingen.Voorts vragen zij het kabinet of zij de introductie van een single-entry-point voor incidentmeldingen juridisch uitvoerbaar acht in relatie totsectorspecifieke verplichtingen (NIS2, DORA, GDPR). Is zij bereid ditinstrument actief te steunen?AntwoordHet kabinet is van mening dat het stroomlijnen van de verschillendemeldplichten uit (cyber)wetgeving beter op nationaal niveau kan wordenopgelost. Lidstaten, waaronder Nederland, hebben al nationale meldplat-formen ingericht voor het ontvangen van incidentmeldingen. Daarnaastwerkt het kabinet al op nationaal niveau aan de harmonisatie vanmeldplichten door de NIS2 en CER-meldingen samen te brengen binnenhet nationale platform. Het kabinet verwacht dat het verlagen vanregeldruk meer efficiënt en tijdig kan worden bereikt door voort tebouwen op bestaande nationale oplossingen in plaats van het organi-seren van een Europees meldpunt.Volgens het kabinet is door de Commissie daarnaast onvoldoendeinzichtelijk gemaakt of een Europees meldpunt daadwerkelijk zal zorgenvoor lastenverlichting en simplificatie, in het bijzonder waar het gaat omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118419 niet-grensoverschrijdende entiteiten. Om die reden heeft het kabinettwijfels over de geschiktheid van deze maatregel in het licht van het doelom regeldruk te verlagen.Door de inrichting van een Europees meldpunt lijkt een deel van denationale dienstverlening rondom incidentenafhandeling daarnaast teverschuiven naar Europees niveau. Dit geldt in het bijzonder voormeldingen onder de NIS2 en CER, daar waar incidenten bij de Rijks-overheid en vitale infrastructuur gevoelige informatie over nationaleveiligheid kunnen bevatten. Het kabinet benadrukt dat nationalemeldstructuren, waarbij lidstaten de directe en primaire ontvanger vanincidentinformatie blijven, behouden moeten blijven.Tot slot vragen de leden van de SGP-fractie of het kabinet bereid is zich inde Telecomraad uit te spreken voor een versterking en geen verzwakkingvan de Digital Omnibus, in lijn met de aanbevelingen van het Draghi-rapport. Voorts verzoeken deze leden het kabinet om bij voorstellenrondom de digitale omnibus rechtszekerheid, proportionaliteit eninnovatie expliciet te borgen in het Nederlandse kabinetsstandpunt.AntwoordHet kabinet zet zich er proactief voor in dat de Digitale Omnibus wordtversterkt, in lijn met de kabinetsinzet. Het kabinet zet zich ervoor in datdeze omnibus digitale wetgeving versimpelen, verduidelijken enstroomlijnen en dat de doelen van de wetgeving daarbij overeind blijven.Het kabinet vindt het daarbij in lijn met uw vraag belangrijk dat de digitaleomnibus bijdraagt aan het vergroten van rechtszekerheid en proportiona-liteit en dat de omnibus de innovatiekracht van Europese bedrijvenversterkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118420

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ed90822c52e73f88

14 okt 2026 · a9b2f332811e9053

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.