KamerkringInloggen
Kamerbrief

Conclusie gesprek met Arriva over de Noordelijke Lijnen naar aanleiding van CBb tussenuitspraak; Europese infractieprocedure HRN-concessie

5 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1ff94f7365d3fb75 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1277 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 maart 2026In de beroepsprocedure over de gunning van de Hoofdrailnetconcessie2025–2033 (hierna: HRN-concessie) heeft het College van Beroep voor hetbedrijfsleven (CBb) in een tussenuitspraak van 9 september 20251 mijopgedragen om de onderhandelingen met Arriva over de Noordelijkelijnen te hervatten en uiterlijk op 8 december 2025 de uitkomst daarvanaan het College te melden. Het betreft de stoptreindiensten tussenZwolle–Groningen en Zwolle–Leeuwarden. In mijn brief van die datumheb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de gesprekken.2Met deze brief breng ik uw Kamer op de hoogte over de uitkomst van diegesprekken. Daarnaast breng ik uw Kamer op de hoogte van de stand vanzaken over de Europese infractieprocedure over de HRN-concessie.AanloopBij de gunning van de HRN-concessie in 2023 heeft de toenmaligeStaatssecretaris geconcludeerd dat opentoegangvervoer op de trajectenZwolle–Groningen en Zwolle–Leeuwarden niet met voldoende mate vanzekerheid kon voorzien in de vereiste continuïteit voor de reizigers en inde garantie dat het vervoer gedurende de duur van de HRN-concessie2025–2033 niet zou worden afgeschaald. Daarop is het besluit genomenom de stoptreindiensten onderdeel te laten blijven van de HRN-concessiedie aan de NS is gegund.3Gesprekken met ArrivaZoals ik in mijn brief van 8 december 2025 heb aangegeven heeft mijnministerie contact gezocht met Arriva en een reeks gesprekken gevoerdmet haar over haar opentoegangmelding uit 2022 voor stoptreindiensten1ECLI:NL:CBB:2025:4562Kamerstukken II 2025/26, 29 984, nr. 1268, d.d. 8 december 2025.3Kamerstukken II 2025/26, 29 984, nr. 1176, d.d. 21 december 2023. kst-29984-1277ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12771 op de noordelijke lijnen. Het is mijn ministerie en Arriva niet gelukt ombinnen de door het CBb gestelde deadline tot afronding van degesprekken te komen. De afgelopen maanden zijn de gesprekkenvoortgezet, waarbij Arriva een geactualiseerd aanbod heeft gedaan, datontvangen is op 14 januari 2026.In de gesprekken met Arriva stond de beschikbaarheid van rijdendmaterieel centraal. Arriva heeft aangegeven niet over materieel te kunnenbeschikken voor de periode tussen de beoogde oplevering van degeëlektrificeerde Maaslijn in 2027 (waar het beoogde materieel voor denoordelijke stoptreinendiensten voor is aangeschaft) en de eventuelelevering van nieuw te bestellen materieel. Naar verwachting van Arrivaduurt het bestellen van nieuw materieel drie jaar vanaf het moment vanbestelling. Er zou dus niet eerder dan in 2029 nieuw materieel kunneninstromen.Als mogelijke oplossing heeft Arriva voorgesteld dat het ministerie bij NSzou kunnen afdwingen dat NS materieel overdraagt of ervoor zorgt datArriva tijdelijk gebruik kan maken van materieel van NS. Die mogelijkheidpast niet bij het uitgangspunt van het aanbieden van treindiensten in opentoegang, namelijk dat een vervoerder dat op eigen initiatief doet en vooreigen rekening en risico. Opentoegangvervoerders kunnen geen beroepdoen op de overheid voor het beschikbaar stellen van financiering,materieel en personeel. Bovendien kan ik NS niet dwingen materieelbeschikbaar te stellen voor de uitvoering van opentoegangdiensten dooreen andere vervoerder.Op basis van de gevoerde gesprekken en het geactualiseerde aanbod benik tot de conclusie gekomen dat Arriva geen zekerheid biedt dat Arrivagedurende de looptijd van de HRN-concessie deze treindiensten in opentoegang kan rijden op de Noordelijke Lijnen. Het geactualiseerde aanbodis daarmee onvoldoende om het kabinetsbesluit uit 2023 om de stoptrein-diensten in de HRN-concessie op te nemen te heroverwegen. Dit heb ikook aan het CBb laten weten.VervolgHet in de HRN-concessie laten van de stoptreindiensten betekent niet ikgeen kansen zie voor opentoegangaanbod in de toekomst. Daarom zal ikmet Arriva, andere aanbieders en de regio in gesprek blijven. Bij demidterm review zal ik tevens nadrukkelijk stilstaan bij de mogelijkheid omde huidige stoptreindiensten uit de HRN-concessie te halen en dezebijvoorbeeld te decentraliseren.Tijdens het CD Spoor van 18 december 2025 is door Kamerlid De Hoop(GroenLinks-PvdA) gevraagd in de gesprekken met Arriva stil te staan bijde wederzijdse erkenning van abonnementen. En heeft Kamerlid Boelsma– Hoekstra (CDA) gevraagd een vergelijking te maken van het aanbod vanArriva met hetgeen NS nu levert op het gebied van dienstregeling,frequentie, punctualiteit, zitplaatskans en de borging daarvan. In degesprekken met Arriva zijn deze aspecten vanwege de te grote onzeker-heden met betrekking tot materieel niet aan de orde gekomen.Europese infractieprocedureTijdens de procedurevergadering van de Vaste commissie voor Infra-structuur en Waterstaat op 4 februari jl. heeft de commissie gevraagd omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12772 een Kamerbrief over de stand van zaken over de infractieprocedure overde HRN-concessie4.Zoals eerder met de Kamer gedeeld, heeft de Europese Commissie in juli2025 aangekondigd dat zij de inbreukprocedure tegen Nederland bij hetHof van Justitie van de Europese Unie (EU-Hof) aanhangig zal maken5.Inmiddels heeft Nederland het verzoekschrift met de argumenten van deCommissie ontvangen. Nederland bestudeert het verzoekschrift en dientuiterlijk 23 maart een reactie op het verzoekschrift in te dienen bij hetEU-Hof. Op 9 februari 2026 is de bekendmaking van deze zaak in hetpublicatieblad van de Europese Unie6 gepubliceerd. Het verzoekschriftvan de Europese Commissie en de bijlagen zijn processtukken. Deze zijnniet openbaar. Een samenvatting van het verzoekschrift is gepubliceerd inhet Publicatieblad van de Europese Unie. Een procedure bij het EU-Hofduurt gemiddeld anderhalf jaar.Relatie met juridische procedure bij het CBbZoals eerder met de Kamer gedeeld over de tussenuitspraak van het CBbin de beroepsprocedure over de gunning van de HRN-concessie, heeft hetCBb de zaak doorverwezen naar het EU-Hof om antwoord te krijgen op deprejudiciële vragen die het CBb in de tussenuitspraak stelt over de uitlegvan het EU-recht7. Het is mogelijk dat zowel de inbreukprocedure als deprejudiciële procedure naar aanleiding van de vragen van het CBb indezelfde periode door het EU-Hof behandeld worden. Het zijn niettemintwee afzonderlijke procedures met eigen procedureregels.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram42026Z02334/2026D053205Tweede Kamer, Vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 29 984, nr. 12616Zie in het Publicatieblad van de Europese Unie van 9 februari 2026: Zaak C-823/25: Beroepingesteld op 12 december 2025 – Europese Commissie tegen Koninkrijk der Nederlanden(EUR-Lex – 62025CN0823 – NL – EUR-Lex)7Tweede Kamer, Vergaderjaar 2025–2026, Kamerstuk 29 984, nr. 1262Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12773

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5d98c53e458b367a

14 okt 2026 · 5473b5d3c8849b9e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.