Motie van het lid Van den Berg over bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven
21501-08, nr. 1053
document · 7 okt 2026 · Tweede Kamer
Milieuraad d.d. 12 oktober 2026 Milieuraad d.d. 12 oktober 2026Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad d.d. 12 oktober 2026 (CD d.d. 07/10). De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad. Ik heet de minister van Klimaat en Groene Groei van harte welkom. Het woord is aan mevrouw Müller voor haar inbreng namens de VVD. Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. We hebben net een goed debat gehad over het emissiehandelssysteem van Europa. Ik denk dat de gemene deler was dat we met z'n allen willen dat daar een goed systeem staat dat aan de ene kant helpt om onze klimaatdoelen te halen, maar ook zeker heel goed oog heeft voor het concurrentievermogen van onze eigen industrie. Als we hier namelijk onze fabrieken verliezen, er vervolgens elders geproduceerd wordt en wij het dan gaan importeren, heeft dat helemaal geen klimaatwinst.We staan er dus redelijk hetzelfde in, behalve op één punt dat voor mijn fractie redelijk cruciaal is. Dat ziet op de gratis rechten en de conditionaliteit die de Europese Commissie hieraan verbindt. Ik heb daar één motie voor. De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat gratis emissierechten in het Europese emissiehandelssysteem dienen ter bescherming tegen koolstoflekkage;overwegende dat de wetenschapstoets concludeert dat de voorgestelde investeringsvoorwaarden voor gratis emissierechten de bescherming tegen internationale concurrentie verzwakken en extra kosten veroorzaken, zonder extra klimaatwinst;overwegende dat bedrijven voor verduurzamingsinvesteringen afhankelijk zijn van tijdig beschikbare energie- en CO2-infrastructuur;verzoekt de regering haar steun voor het voorgestelde conditionaliteitsprincipe bij gratis emissierechten te heroverwegen en zich ervoor in te zetten dat bedrijven geen gratis emissierechten verliezen wanneer zij verduurzamingsinvesteringen niet kunnen realiseren doordat noodzakelijke randvoorwaarden buiten hun invloed ontbreken,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Van den Berg, Flach en Jumelet.Zij krijgt nr. 1051 (21501-08). Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Berg van JA21. De heer Van den Berg (JA21):Voorzitter, dank u wel. Ook hierbij dank voor het goede debat. Ik heb nog wel twee moties. De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering een actualisatie heeft aangekondigd van de internationale vergelijking van energiekosten en compensatiemaatregelen voor de industrie;overwegende dat eventuele resterende Nederlandse achterstanden ten opzichte van concurrerende lidstaten de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie kunnen schaden;verzoekt de regering op basis van deze actualisatie uiterlijk 1 december 2026 een concreet voorstel aan de Kamer voor te leggen om aantoonbare Nederlandse achterstanden in compensatie ten opzichte van België, Duitsland en Frankrijk weg te nemen;verzoekt de regering daarbij de uitvoerbaarheid en budgettaire gevolgen inzichtelijk te maken en expliciet de inzet van nationale ETS-veilingopbrengsten en mogelijke begrotingsherschikkingen als dekkingsopties te betrekken,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.Zij krijgt nr. 1052 (21501-08). De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat verschillen in compensatie van industriële elektriciteitskosten en in de uitleg van Europese regels kunnen leiden tot een ongelijk speelveld tussen vergelijkbare bedrijven binnen de Europese Unie;overwegende dat bedrijven moeten kunnen rekenen op voorspelbare compensatie en dat een gelijker Europees speelveld gepaard moet gaan met voldoende bescherming tegen concurrentienadeel en weglek naar landen buiten de Europese Unie;verzoekt de regering bij de Energieraad van 29 oktober 2026 te pleiten voor bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven, zonder daarvoor een nieuw Europees fonds op te richten;verzoekt de regering hierover op ministerieel niveau met de Europese Commissie in gesprek te gaan, steun bij andere lidstaten te zoeken en te vragen om een eenduidige uitleg van de Europese regels voor gerichte verlaging van industriële elektriciteitskosten;verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitkomsten van het overleg met de Europese Commissie en het draagvlak onder andere lidstaten,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.Zij krijgt nr. 1053 (21501-08). De heer Van den Berg (JA21):Dan wil ik toch even afronden, voorzitter. Het was een haastklusje, dus ik kijk even de zaal rond. Ik zie dat er nog wat andere geïnteresseerden waren voor deze motie. Het was zeker niet persoonlijk, maar we kunnen het wellicht nog wijzigen. De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos van D66. De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. Ook ik kijk terug op een goed en inhoudelijk debat. In goed Hollands heeft de minister in feite gezegd: don't mess with the ETS. Dat lijkt mij een zeer verstandige houding, want het ETS is de belangrijkste pilaar van het klimaatbeleid die we hebben in Europa. Die moeten we niet laten verbrokkelen; die moeten we verstevigen. Onder andere daarom heb ik de volgende motie. De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Europese Commissie voorstelt vanaf 2036 internationale koolstofkredieten mee te tellen, waardoor extra emissieruimte binnen het EU ETS kan ontstaan;overwegende dat het EU ETS bedrijven een voorspelbare prikkel moet geven om te investeren in verduurzaming binnen Europa;van mening dat internationale koolstofkredieten niet ten koste mogen gaan van emissiereductie en investeringen in verduurzaming door Europese ETS-sectoren;verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat internationale koolstofkredieten geen onderdeel worden van het EU ETS,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.Zij krijgt nr. 1054 (21501-08). Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Van Oosterhout namens PRO. Mevrouw Van Oosterhout (PRO):Dank u wel, voorzitter. Voor mijn fractie is het heel belangrijk dat deze minister pal gaat staan voor het ETS, de afzwakkingen van het ETS van tafel veegt en het ETS verstevigt waar dat kan. Daarom de volgende drie moties. De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de klimaatimpact van de luchtvaart nog steeds toeneemt en de Europese Commissie constateert dat de wereldwijde aanpak CORSIA onvoldoende effect sorteert;constaterende dat de Europese Commissie voorstelt ETS daarom uit te breiden naar vertrekkende vluchten tot 5.000 kilometer en dat uitbreiding zorgt voor meer CO2-reductie en opbrengsten om te investeren in verduurzaming van de luchtvaart;verzoekt het kabinet om de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte te ondersteunen en een constructieve houding in te nemen ten aanzien van verdere uitbreiding,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.Zij krijgt nr. 1055 (21501-08). De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de klimaatimpact van de luchtvaart voor een groot deel komt door zogenaamde niet-CO2-effecten;constaterende dat deze effecten nu niet wordt meegenomen in de beprijzing van ETS, terwijl de benodigde gegevens al verzameld worden;verzoekt het kabinet om zich in het kader van de ETS-onderhandelingen hard te maken voor het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zodra de benodigde gegevens er zijn om te beoordelen of dit effectief en haalbaar is, en de Kamer daarover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.Zij krijgt nr. 1056 (21501-08). Mevrouw Van Oosterhout (PRO):En tot slot. De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de transitie weg van fossiele energie een belangrijk onderwerp zal zijn op de klimaattop;constaterende dat verschillende EU-landen al plannen hebben gepresenteerd die daar invulling aan geven, maar de EU als geheel nog niet;constaterende dat de EU als geheel een cruciale rol heeft in de onderhandelingen en medeverantwoordelijkheid draagt om van de klimaattop een succes te maken;verzoekt het kabinet om in het kader van de Europese inzet voor COP31 te pleiten voor een Europese roadmap om fossiel uit te faseren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.Zij krijgt nr. 1057 (21501-08). Dank u wel. Ik kijk of de minister behoefte heeft aan een schorsing. Ik schors een enkele minuut. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter:Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. Ik wijs erop: we lopen al uit de tijd, u heeft al een mooi debat met elkaar gevoerd, dus zal het blijven bij de appreciaties van de minister. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1051 van mevrouw Müller, de heer Van den Berg, de heer Flach en de heer Jumelet verzoekt de regering eigenlijk twee dingen, namelijk om het voorgestelde conditionaliteitsprincipe te heroverwegen en zich ervoor in te zetten dat bedrijven geen gratis emissierechten verliezen wanneer zij geen verduurzamingsinvesteringen kunnen doen. Doordat die twee dingen gecombineerd zijn, moet ik de motie ontraden. Het heroverwegen van het conditionaliteitsprincipe zouden we wel willen. Als mevrouw Müller bereid is om de motie aan te houden, ben ik bereid om te zeggen ... Ik ga zeker nog komen met een reactie op de wetenschapstoets die u gisterenavond heeft ontvangen en waarover ik heb gezegd dat ik daar nog op zal reageren. Ik ben ook bereid om met de Europese Commissie te gaan bespreken — overigens spreken we daar nu ook met het bedrijfsleven over — op welke wijze een conditionaliteitsprincipe waarin die allocatie nog zou zitten, eventueel kan worden vormgegeven zonder dat het bedrijven dwingt tot iets waartoe ze eigenlijk niet in staat zijn. Ik ben dus nog op zoek naar de technische uitwerking van een oplossing voor dat punt. Ik vind namelijk dat mevrouw Müller daarin wel gelijk heeft. Ik wil haar dan ook verzoeken om deze motie aan te houden, zodat ik hierop nog bij haar kan terugkomen na deze gesprekken. De voorzitter:De grondslag voor aanhouden is dat de motie ontijdig is. Minister Van Veldhoven-van der Meer:De gesprekken lopen nog, dus in die zin zou dat de grondslag zijn. De voorzitter:Dus ontijdig? Tot wanneer is het verzoek om de motie aan te houden? Minister Van Veldhoven-van der Meer:Volgende week is de Raad. Ik kan me voorstellen dat we in het verslag van de Raad de Kamer ook informeren over de uitkomst van die gesprekken, dus tot het verslag van de Milieuraad bij de Kamer is aangekomen. De voorzitter:Bent u bereid om de motie tot die tijd aan te houden, mevrouw Müller? Het mag non-verbaal. Mevrouw Müller (VVD):... De voorzitter:Nee, u heeft het debat gevoerd met elkaar. Dan is de motie op stuk nr. 1051 ontijdig. De motie op stuk nr. 1052. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan de motie op stuk nr. 1052, een motie van de heer Van den Berg. Die vraagt ook twee dingen. Ik snap de essentie ervan, maar in de snelheid van eerst het debat en vlak daarna een tweeminutendebat zit het 'm hier even in de formulering, denk ik. Ik kan de Kamer uiterlijk 1 december een inventarisatie voorleggen van het verschil tussen Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Ik kan niet dan al een concreet voorstel voorleggen om de hele achterstand weg te nemen, inclusief inzet van ETS-veilingopbrengsten en mogelijke begrotingsherschikkingen. Ik zou hierbij dus willen vragen om 'm aan te houden. Op 1 december komt de brief. Daarin staat een en ander. Daar kunnen we dan met de Kamer over spreken en dan kunnen we zien of er meer nodig is. Het verzoek is dus om deze motie aan te houden, omdat ik de eerste stap wel kan nemen, maar de stappen daarna die eraan worden gekoppeld niet. De voorzitter:Ja. Als de heer Van den Berg daar niet toe bereid is, is de motie dus ontijdig. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Anders is ie ontijdig, inderdaad. De voorzitter:Bent u bereid om 'm aan te houden? Nee, we gaan echt niet in gesprek. U heeft het debat al gevoerd en ik loop uit de tijd. Dit wordt anders een onderhandeling. Dat moet u met elkaar doen met nadere appreciaties. U kunt 'm aanhouden tot volgende week dinsdag. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als er een gewijzigde motie is, kan ik die natuurlijk zeker nog schriftelijk appreciëren. De voorzitter:Ik ga het debat hier niet heropenen. De motie op stuk nr. 1052 is ontijdig. We gaan naar de motie op stuk nr. 1053. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als de motie wordt gewijzigd, zal ik die uiteraard even schriftelijk appreciëren. De voorzitter:Fijn. Minister Van Veldhoven-van der Meer:De motie op stuk nr. 1053: ik zal de Kamer informeren over de uitkomsten van het overleg met de commissie. Ook hier is het verzoek dus om 'm aan te houden, omdat dit bij de Energieraad hoort. Dan zal ik in de aanloop wel alvast een aantal van de stappen nemen, maar ik verzoek dus om ook deze motie aan te houden tot de Energieraad, want hij hoort bij die Raad. De voorzitter:Is de heer Van den Berg daartoe bereid? Dat is hij. Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (21501-08, nr. 1053) aan te houden.Daartoe wordt besloten. De voorzitter:De motie op stuk nr. 1054. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voorzitter. De motie op stuk nr. 1054 is van de heer Klos. Zoals in het debat gewisseld, heeft het kabinet ook zorgen over de link tussen internationale koolstofkredieten en het ETS. Ik kan de motie dus oordeel Kamer geven, maar ik heb wel ook gezegd dat ik er namens Nederland niet voor ga liggen als uiteindelijk een meerderheid toch zou besluiten om een deel van die kredieten als onderdeel van het uiteindelijke compromis toe te staan. De voorzitter:De motie op stuk nr. 1055. Minister Van Veldhoven-van der Meer:In de motie op stuk nr. 1055 wordt gevraagd om een constructieve houding ten aanzien van verdere uitbreiding. Dit ligt voor een deel op het terrein van de minister van IenW. Ik zou hierbij dus het verzoek willen doen om 'm aan te houden, omdat ik de minister van IenW zou willen vragen om de Kamer te informeren over de verdere analyse die nodig is om de effecten in beeld te brengen. Dan weten we immers wat de consequenties zijn en kan de motie daarna beter beoordeeld worden. De voorzitter:Er volgt dus een schriftelijke appreciatie op de motie op stuk nr. 1055. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nee, het verzoek is om deze motie aan te houden totdat de minister van IenW een appreciatie van het Commissievoorstel heeft geschreven, want dan kan deze motie pas goed inhoudelijk beoordeeld worden. De voorzitter:Is mevrouw Van Oosterhout daartoe bereid? Dat is het geval. Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (21501-08, nr. 1055) aan te houden.Daartoe wordt besloten. De voorzitter:De motie op stuk nr. 1056. Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voor de motie op stuk nr. 1056 geldt eigenlijk hetzelfde. Ook hierbij doe ik het verzoek of die zou kunnen worden aangehouden. We hebben nog de data nodig waarmee we op termijn beleid kunnen formuleren over dit onderwerp. De voorzitter:Is mevrouw Van Oosterhout daartoe bereid? Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (21501-08, nr. 1056) aan te houden.Daartoe wordt besloten. De voorzitter:De motie op stuk nr. 1057. Minister Van Veldhoven-van der Meer:In de motie op stuk nr. 1057 is de vraag om te pleiten voor een Europese roadmap om fossiel uit te faseren. Hierin laat ik het oordeel over aan de Kamer. Ik zal dat in Brussel bespreken. De voorzitter:Ik dank de minister. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter:Over de ingediende moties zal morgen worden gestemd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik schors tot 14.00 uur, waarna de Kamer verder zal gaan met een wetsbehandeling over de wijziging in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. De vergadering wordt van 13.31 uur tot 14.00 uur geschorst.
Versie e05ca3be-7b5d-4b4b-b732-ceb378a5212b · Officiële bron.
21501-08, nr. 1053
21501-08, nr. 1055
21501-08, nr. 1056
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.