KamerkringInloggen
Kamerbrief

Actualisatie bestrijding antisemitisme

10 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a8f9f2318a76358b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 950Racisme en DiscriminatieNr. 515 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 april 2026De recente aanslagen op een synagoge in Rotterdam en een Joodseschool in Amsterdam onderstrepen helaas de zorgwekkende ontwikkelingwaarin antisemitisme in Nederland zichtbaar en voelbaar toeneemt.Antisemitisme is onaanvaardbaar. De wortels van antisemitisme zittendiep en vragen om een stevige en gezamenlijke inspanning. In dezeKamerbrief wordt mede namens de Minister van Werk en Participatie, deMinister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris van Infrastructuuren Waterstaat, achtereenvolgens ingegaan op het huidige klimaat inNederland en de inzet van het kabinet, de beleidsreactie op het rapport«Gevangen in Vrijheden» van de Taskforce Bestrijding Antisemitisme entenslotte de voortgang en actualisatie van de Strategie BestrijdingAntisemitisme 2024–20301 (hierna: de Strategie).Klimaat in NederlandDe aanslagen hebben diepe indruk gemaakt op de Nederlandse samen-leving, in het bijzonder op de Joodse gemeenschap. Voor veel Jodenversterken de aanslagen een gevoel van onveiligheid dat helaas nietnieuw is; er is sprake van versterkte gevoelens van angst, woede enverdriet. Zoals het kabinet eerder heeft benadrukt in de Kamerbrief van16 maart 2026 over deze aanslagen, zijn dit geen incidenten op zichzelf,maar uitingen van een zorgwekkendere ontwikkeling waarin antisemi-tisme zichtbaar en voelbaar toeneemt.2 In die brief wordt nader gereflec-teerd op de veiligheidsimplicaties van deze aanslagen in onze samen-leving en spreekt het kabinet uit dat het zich blijft inzetten om deveiligheid van Joden in Nederland te bevorderen en om antisemitismetegen te gaan.1Kamerstukken II, 2024–2025, 30 950, nr. 429.2Kamerstukken II, 2025–2026, 30 950, nr. 848. kst-30950-515ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5151 Dit schetst een zorgelijk beeld van het huidige maatschappelijk klimaat.Antisemitisme manifesteert zich op een hoog en zichtbaar niveau inverschillende delen van de samenleving. Internationale spanningenvinden hun weerslag in het publieke debat en op sociale media, enantisemitische uitingen worden in sommige kringen steeds vaker openlijkgeuit of genormaliseerd. Daarmee is sprake van een complexe enverontrustende situatie die vraagt om voortdurende alertheid, duidelijkenormstelling en gezamenlijke weerbaarheid.Voor veel Joden uit dit zich niet alleen in gevoelens van onveiligheid,maar ook in concreet gedrag in het dagelijks leven. Uit gesprekken metvertegenwoordigers van Joodse instellingen, studenten en maatschappe-lijke organisaties uit het hele land blijkt dat zichtbaarheid steeds vakerwordt vermeden en dat aanvullende veiligheidsmaatregelen als noodza-kelijk worden ervaren. Dit raakt direct aan de vrijheid om openlijk Joods tezijn en dat mag niet genormaliseerd worden.Antisemitisme hoort niet thuis in onze samenleving. Het ondermijnt hetfundament van de democratische rechtsstaat en tast waarden aan zoalsmenselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van godsdienst.Joodse Nederlanders moeten zich vrij en veilig voelen om Joods te zijn.Dat is geen wens, maar een verantwoordelijkheid van ons allemaal.Antisemitisme is niet een probleem van de Joodse gemeenschap, maarvan de samenleving als geheel. Het vraagt om een duidelijkenormstelling, om gezamenlijk optreden en om een samenleving die palnaast de Joodse gemeenschap staat.Het kabinet richt zich daarom niet alleen op het bestrijden van antisemi-tisme, maar ook op het versterken van wat het bedreigt: het Joodse levenzelf. De zichtbare aanwezigheid en bloei van Joodse gemeenschappenhoren vanzelfsprekend bij Nederland en verrijken onze samenleving.Beschermen én bevorderen van Joods leven zijn twee kanten van dezelfdeopdracht. Joden zijn een onlosmakelijk onderdeel van onze samenleving.De zichtbaarheid van de Joodse gemeenschap en de vrijheid van Jodenom de eigen identiteit te beleven zijn waarden die beschermd én gevierddienen te worden. Het kabinet spant zich daarom in om Joods leven in detoekomst zichtbaarder en vanzelfsprekender te maken. In samenwerkingmet de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (hierna: NCAB)wordt ingezet op initiatieven die daaraan bijdragen. Zo werken deministeries van OCW en SZW samen met de NCAB aan een NationaalPlan Joods Leven, gericht op het bevorderen en bekendmaken van Joodsleven in ons land. Hier wordt onder het kopje «Voortgang en actualisatievan de Strategie» verder op ingegaan.Met de Strategie heeft het kabinet, in samenwerking met de NCAB, eenstevige en samenhangende aanpak van antisemitisme neergezet. Sinds deaanbieding van de Strategie aan uw Kamer op 22 november 2024 isvoortgang geboekt en is de inzet op verschillende terreinen versterkt.3 Hethuidige maatschappelijk klimaat laat zien dat deze inzet hard nodig blijft.De recente aanslagen staan niet op zichzelf. Bij demonstraties wordenleuzen gescandeerd en symbolen gebruikt die antisemitisch zijn enkwetsend zijn voor de Joodse gemeenschap. Op universiteiten enhogescholen zijn spanningen zichtbaar rondom bijeenkomsten enprotesten, waarbij Joodse studenten en medewerkers zich onveilig ofgeïntimideerd voelen.Daarnaast blijkt uit internationaal onderzoek dat antisemitisme ook in hetonderwijs een punt van zorg blijft. Zo laat recent UNESCO-onderzoek43Kamerstukken II, 2024–2025, 30 950, nr. 462.4UNESCO survey finds antisemitism present in three quarters of EUTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5152 zien dat een aanzienlijk deel van de Europese leraren antisemitischeuitingen in het klaslokaal waarneemt. Dat is onacceptabel. Antisemitismehoort nergens thuis, en zeker niet in een leeromgeving waar alleleerlingen zich vrij en veilig moeten kunnen ontwikkelen. Ook inNederland vraagt dit om blijvende alertheid in het onderwijs en gerichteversterking van de aanpak van antisemitisme. Scholen zoeken daarbijnaar manieren om gastsprekers en andere initiatieven in te zetten, watniet altijd eenvoudig is. Het is daarom belangrijk scholen hierbij actief teondersteunen. Vanuit de wettelijke burgerschapsopdracht zijn scholenverplicht om kennis en respect bij te brengen van en voor verschillen engelijke behandeling. Daarnaast is onderwijs over de Holocaust en over deopkomst en verspreiding van monotheïstische godsdiensten, waaronderhet Jodendom, verankerd in zowel het huidige als het herziene curriculumvan het primair en voortgezet onderwijs.5 Zonder het leren over antisemi-tisme en de gevolgen daarvan kan geen verbinding ontstaan en begrijpenjongeren niet waarom Joden zich nog altijd onveilig voelen.Ook in andere sectoren blijft alertheid geboden. In het voetbal zijnantisemitische spreekkoren nog altijd een terugkerend probleem, steedsvaker blijkt dat Joodse sprekers en artiesten niet welkom zijn op uiteenlo-pende (maatschappelijke) podia, en online blijft sprake van een bredeverspreiding van antisemitische stereotypen, complottheorieën enontkenning of bagatellisering van de Holocaust.Internationale ontwikkelingen versterken deze dynamiek en werken directdoor in Nederland. De antisemitische terreuraanslag tijdens eenChanoeka-viering op Bondi Beach in Sydney op 14 december 2025 heeftwereldwijd geleid tot grote zorgen over de veiligheid van Joodsegemeenschappen en onderstreept de grensoverschrijdende aard vanhedendaags antisemitisme. De invloed van buitenlandse actoren en dedoorwerking van internationale ontwikkelingen op antisemitisme zijnonacceptabel.Met de Strategie is in 2024 een belangrijke basis gelegd voor eenstructurele en duurzame inzet. Het kabinet zet deze inzet onverminderdvoort. De Strategie vormt daarbij het centrale kader voor duurzameinspanningen. Tegelijkertijd wordt voortdurend bezien waar versterking ofactualisatie nodig is, mede in het licht van recente ontwikkelingen ensignalen uit de samenleving en de Joodse gemeenschap. De aanpak isdaarmee in beweging en wordt waar nodig aangescherpt.Eén van de maatregelen die is aangekondigd in de Strategie in 2024 is hetinstellen van de Taskforce Antisemitismebestrijding. De resultaten van detaskforce worden betrokken bij de integrale aanpak van antisemitismedoor het kabinet. De beleidsreactie op het rapport «Gevangen inVrijheden» wordt daarom in deze brief meegenomen.Kabinetsreactie TaskforceHet kabinet heeft per 1 februari 2025 voor de duur van één jaar deTaskforce Antisemitismebestrijding (hierna: de Taskforce) ingesteld. DeTaskforce stond onder voorzitterschap van de heer Jaap Smit en bestonduit vertegenwoordigers van onder meer lokale overheden, de onderwijs-sector, de cultuursector, de ov-sector en de Joodse gemeenschap. DeTaskforce werd gevormd door Ineke Cleiren, René Glaser, Ton Heerts,Chanan Hertzberger, Wouter Koolmees, Rianne Letschert, WilbertPaulissen, Mirjam van Praag en Eddo Verdoner. De Taskforce had als doelgerichte voorstellen te doen voor de maatregelen ten behoeve van de5po: kerndoel 27 po; vo: kerndoel 26, leergebied Mens en TijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5153 veiligheid van Joden, waaronder de veiligheid van Joodse studenten ophogescholen en universiteiten, het weren van antisemitische sprekers ophogescholen en universiteiten en veiligheidsconsequenties van de sit-insop de NS-stations.Op 2 februari 2026 hebben onze ambtsvoorgangers het eindrapport vande taskforce mogen ontvangen. Allereerst spreekt het kabinet groteerkentelijkheid uit aan Jaap Smit en de andere leden van de Taskforce diezich hebben ingezet om zorgvuldig en met betrokkenheid van allerelevante partners en de Joodse gemeenschap de problematiek in hethoger onderwijs en NS-stations in kaart te brengen en concrete aanbeve-lingen te doen. Op de aanbevelingen aan de Minister van Justitie enVeiligheid (als coördinerend bewindspersoon), de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat, wordt hieronder nader ingegaan.1.1 OnderwijsDe veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op hogescholen enuniversiteiten gaat het kabinet aan het hart. Het is onacceptabel dat zij zichniet vrij en veilig voelen op de onderwijsinstellingen. Het kabinet staat danook pal achter de Joodse studenten en medewerkers, en eenieder die zichniet veilig of vrij voelt op de onderwijsinstellingen. Zij neemt de adviezenvan het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding «Gevangen invrijheden» zeer serieus. De recente explosies bij een synagoge en schoolhebben een diepe indruk op het kabinet gemaakt. Het staat niet terdiscussie dat we alles moeten doen wat binnen ons vermogen ligt omervoor te zorgen dat Joodse studenten en medewerkers in veiligheidkunnen studeren en werken en zich vrij voelen om hun identiteit te uiten.De Minister van OCW staat daarom voortdurend in contact met deinstellingen en hun koepels, met Joodse studenten en medewerkersevenals de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding (NCAB)hierover. Zij roept de onderwijsinstellingen daarbij op om aandacht teblijven hebben voor de Joodse minderheid, voor hen op te komen en opte treden tegen personen of omstandigheden die een onveilige werk- enleeromgeving creëren. Hieronder beschrijft zij welke extra maatregelen opinstellings- en stelselniveau worden genomen om de veiligheid vanJoodse studenten en medewerkers op hogescholen en universiteiten teborgen. Bij de maatregelen op stelselniveau gaat zij ook in op de (drie)specifiek aan OCW gerichte aanbevelingen uit het rapport. Daarnaast gaatzij in op drie moties van uw Kamer, die aansluiten bij de adviezen van deTaskforce.Opvolging aanbevelingen TaskforceDe meeste aanbevelingen uit het rapport zijn gericht aan de universiteitenen hogescholen. Voor de maatregelen op instellingsniveau verwijst deMinister van OCW u dan ook naar bijgaande brief (bijlage 1) van dekoepelorganisaties Vereniging Hogescholen (hierna: VH) en Universiteitenvan Nederland (hierna: UNL), waarin zij toelichten hoe de instellingenopvolging geven aan de aanbevelingen. Ook beschrijven de koepels inhun brief op welke wijze de instellingen uitvoering geven aan een aantalmoties die aan de adviezen van de Taskforce raken. De instellingen gevenaan dat zij pal voor hun Joodse studenten en medewerkers staan.Daarnaast worden ook concrete acties genoemd. Zo wordt geïnvesteerd inhet trainen van vertrouwenspersonen op herkennen van en omgaan metantisemitisme, het vergroten van de bekendheid van klacht- en meldstruc-turen en het verbeteren van interventies bij overtreding van de huisregels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5154 Gedegen opvolging van de aanbevelingen is van groot belang: in het(bestuurlijke) contact met de instellingen zal dit daarom de voortdurendeaandacht hebben van de Minister van OCW. De NCABheeft aangebodende instellingen desgewenst te voorzien van ondersteuning en advies bijde implementatie van de aanbevelingen, zoals bij (het ontwikkelen van)trainingen voor vertrouwenspersonen en docenten. De NCAB zal op kortetermijn met de instellingen in gesprek gaan om te zien waar hun behoefteligt. Daarnaast zal de NCAB samen met het Ministerie van OCW in hetvoorjaar van 2027 een miniconferentie organiseren voor de instellingenom ervaringen met de implementatie van de adviezen te bespreken.Drie aanbevelingen uit het rapport zijn specifiek aan OCW als stelselver-antwoordelijke gericht, waarbij de Taskforce stelt dat zij voor OCW eenfaciliterende rol ziet om te zorgen voor de randvoorwaarden voor deinstellingen en hun koepels om de voorstellen uit te voeren. De eersteaanbeveling betreft het bieden van financiële, beleidsmatige en juridischeondersteuning aan de instellingen en hun koepels, en aan maatschappe-lijke organisaties ten behoeve van de uitwerking en implementatie van devoorstellen. De Minister van OCW neemt deze aanbeveling ter harte engaat er als volgt mee aan de slag.Een aantal Joodse (studenten)organisaties doet al veel voor de onder-steuning van Joodse studenten en medewerkers. Om hen te helpen bij hetversterken van de sociale infrastructuur stelt zij hen eenmalig € 350.000beschikbaar. Daarmee ondersteunt de Minister van OCW tevens deinstellingen bij de implementatie van de aanbevelingen om ondersteuningvan Joodse studenten en medewerkers te versterken, duurzame relatiesmet Joodse studenten en medewerkers te onderhouden, en (academischekennis) over Joods leven te stimuleren.6 Hiermee voldoe ik aan de motieCeder c.s. om opvolging te geven aan het advies van de Taskforce om het(geestelijk) welzijn van Joodse studenten en medewerkers te verbeteren.7Van belang om hier te vermelden is dat hogescholen en universiteitenmiddelen uit het bestuursakkoord hoger onderwijs & wetenschap (tot enmet 2031 jaarlijks € 4 miljoen) inzetten om de sociale veiligheid teverbeteren en dat dit daarmee ook bijdraagt aan de veiligheid van Joodsestudenten en medewerkers. Verder kunnen instellingen een aanvraagindienen voor de verbetering van de sociale veiligheid van Joodsestudenten en medewerkers bij het landelijk subsidieprogramma socialeveiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap, waarvoor tot en met2027 jaarlijks € 4,5 miljoen beschikbaar is.Naast financiële ondersteuning biedt de Minister van OCW (extra)beleidsmatige en waar nodig juridische ondersteuning. De koepels gevenin hun brief aan dat de instellingen inzetten op het op het bouwen enonderhouden van sterke «vierhoeken». Deze door de Taskforce gemunteterm omvat de lokale driehoek (burgemeester, politie en OM) en de hogeronderwijsinstelling. De Minister van OCW acht het van groot belang datde samenwerking binnen de vierhoek wordt versterkt zodat verwach-tingen tussen alle partijen helder zijn en goede afstemming plaatsvindt bijde afhandeling van incidenten. Als stelselverantwoordelijke zal deMinister van OCW dan ook, met betrokkenheid van de ministeries vanJenV en BZK, het gesprek faciliteren gericht op landelijke uniformiteit vanhandelen van vierhoeken, en uw Kamer over de uitkomsten hiervaninformeren. Ook worden de door het Ministerie van OCW reeds gestarteacties op het vlak van antisemitismebestrijding voortgezet. Zo wordt6Taskforce Antisemitismebestrijding Rapport «Gevangen in vrijheden» (januari 2025), p. 36,38–39.7Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 119.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5155 binnen enkele weken een handreiking voor vertrouwenspersonen over hetherkennen van en omgaan met antisemitisme gepubliceerd en zullenhandreikingen voor docenten en leidinggevenden volgen.De tweede aanbeveling die (deels) aan OCW is gericht betreft deuitwisseling van best practices door instellingen, waarbij «waar nodiggekeken dient te worden naar financiële ondersteuning vanuit hetMinisterie van OCW.» Eerdergenoemde conferentie draagt bij aan deuitwisseling van best practices. Het eveneens bovengenoemde landelijksubsidieprogramma sociale veiligheid, dat erop gericht is instellingen telaten samenwerken op dit terrein, kan ook financiële ondersteuningbieden. Verder draagt het in opdracht van het Ministerie van OCWuitgevoerde onderzoek in het kader van het subsidieprogramma IntegraleVeiligheid 2016–2023 bij aan het delen van best practices. Doel van hetonderzoek is voor zowel de instellingen als OCW om te leren van deervaringen en opbrengsten die dit subsidieprogramma heeft opgeleverdbinnen de instellingen en in de sector. En om te inventariseren op welkewijze het veiligheidsbeleid op instellingen en de coördinatie op sector-niveau geborgd en bevorderd kan worden, met behoud van autonomievan de instellingen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen begin 2027met uw Kamer worden gedeeld.Ten slotte, verwijst ook de derde aanbeveling – over lokale campagnestegen discriminatie en haat in het hoger onderwijs – naar OCW als(mede)financier. De Rijksoverheid ondersteunt reeds landelijkecampagnes tegen polarisatie, haat en discriminatie. Het ligt daarom nietvoor de hand om als OCW ook aparte lokale campagnes (deels) tefinancieren.1.2 Openbaar VervoerHet kabinet spreekt zijn waardering uit voor de zorgvuldige wijze waaropde taskforce de problematiek rond demonstraties op stations in kaart heeftgebracht. Hoewel de sit-in demonstraties doorgaans vreedzaam verlopen,brengen deze demonstraties op drukke stations toch algemene veilig-heidsrisico’s met zich mee, onder meer door het geluidsniveau, de grotemensenmassa’s en het gelijktijdig plaatsvinden van meerdere demon-straties. Het kabinet spreekt daarnaast zijn waardering uit voor deconcrete voorstellen die zijn gedaan. De taskforce beveelt aan om:(1)de samenwerking en afstemming tussen de lokale driehoek, NS,andere treinvervoerders en ProRail te versterken en(2)de uitwisseling van goede praktijken tussen gemeenten, politie, NS,ProRail en andere treinvervoerders te stimuleren.Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) geeft op devolgende wijze invulling aan deze aanbevelingen. Allereerst blijft IenWnauw in overleg met NS en ProRail over de diverse preventieve maatre-gelen die reeds bestaan en worden toegepast. Hierbij gaat het om zoweloperationele als communicatieve maatregelen, gericht op het zoveelmogelijk voorkomen van risicovolle situaties in de toekomst. Voorbeeldenzijn vroegtijdige afstemming met het lokaal bevoegd gezag (politie,gemeente en OM) om de risico’s te beperken, inzet van extra toezicht enpersoneel op stations waar demonstraties plaatsvinden en gerichtecommunicatie naar het publiek, zowel vooraf als tijdens demonstraties.Het Ministerie van IenW monitort het effect van deze maatregelen,signaleert knelpunten, en stemt waar nodig af met andere ministerieszoals Justitie en Veiligheid (JenV) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties (BZK).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5156 Daarnaast is door NS en ProRail, in afstemming met de ministeries vanJenV, BZK en IenW, een handelingskader met bijbehorende escalatie-ladder opgesteld. Dit kader biedt duidelijke richtlijnen voor het optredenbij demonstraties en sit-ins. Het kader bevat ook een escalatieladderwaarmee verschillende veiligheidsniveaus en bijbehorende interventiesworden bepaald. Hierdoor kunnen NS, ProRail en de lokale veiligheids-driehoeken snel en effectief optreden bij mogelijke risico’s tijdensdemonstraties.Dit kader is gericht op het verbeteren van de handhaving bij stationsde-monstraties. Het handelingskader fungeert als richtlijn; het is uiteindelijkaan het lokale gezag om te besluiten over het faciliteren van demon-straties en het handhaven van de openbare orde en veiligheid.Tot slot voeren NS, ProRail en gemeenten op basis van dit handelings-kader gesprekken over aanvullende preventieve maatregelen. Op dezewijze wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen van de taskforce enwordt gewerkt aan een zorgvuldige balans tussen het demonstratierechten de veiligheid van reizigers en medewerkers op stations.Voortgang en actualisatie van de StrategieHet kabinet heeft met de Strategie een stevige en noodzakelijke basisgelegd voor de bestrijding van antisemitisme. Deze actualisatie laat ziendat op meerdere fronten stappen zijn gezet. Tegelijkertijd is het te vroegom uitspraken te doen over de effectiviteit van de totale aanpak. In 2027zal daarom een tussentijdse evaluatie plaatsvinden, waarin de werking enimpact van de maatregelen in samenhang worden beoordeeld en bezienwordt of verdere versterking of bijsturing nodig of wenselijk is. In hetcoalitieakkoord heeft het kabinet het versterken van de rol van de NCABaangekondigd door zijn werk wettelijk te verankeren.Met deze brief wordt uw Kamer, zoals aangekondigd in de voortgangsbriefvan 4 juli 2025, geïnformeerd over de actualisatie van de Strategie. Hierbijwordt ingegaan op aanvullende maatregelen waaronder het NationaalPlan Joods Leven, reeds afgeronde maatregelen en lopende en geïntensi-veerde inzet. Een volledig overzicht van alle maatregelen en de actuelestand van zaken is als bijlage bij deze brief opgenomen.Nieuwe maatregel: Nationaal Plan Joods LevenDe versterking van de aanpak van antisemitisme vraagt niet alleen ombescherming tegen haat en geweld, maar ook om het actief versterkenvan datgene wat antisemitisme bedreigt: het Joodse leven zelf. Herken-baarheid, aanwezigheid, zichtbaarheid en bloei van de Joodse gemeen-schap dragen bij aan de weerbaarheid van onze samenleving tegenantisemitisme. In de Strategie krijgt Joods leven daarom een promi-nentere plek.Samen met de NCAB en de ministeries van OCW en SZW werkt hetkabinet aan een Nationaal Plan Joods Leven, gericht op het zichtbaarmaken, ondersteunen en versterken van Joods leven in Nederland.Hetplan heeft tot doel de zichtbaarheid en veiligheid van Joods leven tevergroten, de kennis en overdracht over Joodse geschiedenis en cultuurin onderwijs en samenleving te versterken, en de ontmoeting en dialoogte bevorderen. Zo zal het plan ruimte bieden aan interreligieuze eninterculturele initiatieven en aan initiatieven uit de Joodse gemeenschapzelf.In de zomer van 2026 worden gesprekken gevoerd met Joodse organi-saties, maatschappelijke partners en lokale overheden om te komen totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5157 een concrete invulling van het plan. De uitkomsten worden betrokken bijde verdere uitwerking van de Strategie. Het bevorderen van Joods levenen bestrijden van antisemitisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden,want zichtbaar Joods leven is de krachtigste en meest duurzame vormvan weerbaarheid.Het kabinet spreekt in dit kader ook zijn grote waardering uit voor degemeente Amsterdam voor het beschikbaar stellen van € 25 miljoen terversterking en bescherming van het Joodse leven in Amsterdam. Ditonderstreept het belang van lokale inzet naast de nationale aanpak.Afgeronde maatregelenSinds de start van de Strategie zijn verschillende maatregelen uitgevoerden afgerond. Hiermee zijn belangrijke stappen gezet in de versterking vande aanpak van antisemitisme. Het betreft onder meer de volgendemaatregelen:Maatregel 8 – Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P)In het tweede halfjaarbericht van de politie in december 2024 is uw Kamergeïnformeerd over het structureel financieren van het ExpertisecentrumAanpak Discriminatie Politie (ECAD-P). Met deze financiering is decapaciteit van het expertisecentrum bestendigd en uitgebreid. Hiermee isstructurele capaciteit beschikbaar gekomen om discriminatie, waaronderantisemitisme, binnen het politiewerk beter te signaleren, analyseren enadresseren.Maatregel 11 – Snelrecht toepassen bij antisemitismeBij strafbare feiten waarbij sprake is van een discriminatoir aspect,waaronder antisemitisme, wordt waar mogelijk gebruikgemaakt vansnelrecht. Snelrecht kan worden toegepast bij relatief eenvoudige zaken,bijvoorbeeld wanneer een verdachte op heterdaad is betrapt of hetstrafbare feit bekent, en wanneer de maximale strafeis niet hoger is danéén jaar gevangenisstraf. Deze werkwijze maakt onderdeel uit van dereguliere strafrechtelijke aanpak en wordt toegepast wanneer deomstandigheden van de zaak dit toelaten.Maatregel 13 – Strafverzwaringsgrond discriminatoir motiefPer 1 juli 2025 is de strafverzwaringsgrond bij een discriminatoir aspect inhet Wetboek van Strafrecht in werking getreden. Dit betekent dat wanneereen strafbaar feit, zoals mishandeling of vernieling, wordt gepleegd meteen discriminatoir aspect, bijvoorbeeld uit haat tegen een bepaalde groep,het strafmaximum met een derde kan worden verhoogd. Deze strafver-zwaringsgrond kan ook worden toegepast wanneer sprake is van eenantisemitisch aspect. Met de inwerkingtreding van deze bepaling is hetstrafrechtelijk instrumentarium voor de aanpak van antisemitismeversterkt en is deze maatregel afgerond.Maatregel 14 – Strafbaarstelling HolocaustontkenningMet de Wet herimplementatie Europees strafrecht van 17 juli 2024 is hetpubliekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren vangenocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden explicietstrafbaar gesteld als aanvulling op het bestaande verbod op groepsbele-diging. Deze strafbaarstelling is op 1 oktober 2024 in werking getreden. Destrafbaarstelling ziet onder meer op het ontkennen of bagatelliseren vande Holocaust, een uitingsvorm die nauw samenhangt met antisemitisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5158 In januari 2025 volgde de eerste veroordeling wegens het vergoelijken vande Holocaust op basis van deze bepaling. Inmiddels zijn meerdere zakenbehandeld en bij de strafrechter aan de orde geweest. Hiermee wordtzichtbaar dat dit strafrechtelijke instrument daadwerkelijk wordt toegepastbij de aanpak van antisemitische uitingen.Maatregel 15 – Verkenning strafbaarstelling antisemitisme in anderelandenTegelijk met de vorige voortgangsbrief heeft de Minister van Justitie enVeiligheid uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van eenverkennend onderzoek naar de strafbaarstelling van antisemitisme in deons omringende landen.Uit dit onderzoek bleek dat in België, Duitsland en Frankrijk in grote matevergelijkbare strafrechtelijke instrumenten bestaan als in Nederland. Eenbelangrijk verschil was dat in deze landen discriminatoire motievenexpliciet als strafverzwarende omstandigheid worden meegewogen doorrechters. Met de inwerkingtreding van de strafverzwaringsgrond bij eendiscriminatoir aspect per 1 juli 2025 is dit inmiddels ook in Nederland hetgeval.Maatregel 19 – European Conference of Public Prosecution Services onAntisemitismIn november 2025 heeft de NCAB de tweede conferentie voor EuropeseOfficieren van Justitie, de International Prosecutors Summit on Antise-mitism (IPSA), georganiseerd. Openbaar aanklagers en juridisch expertsuit 33 Europese landen kwamen bijeen in Den Haag om hun gezamenlijkeinzet te versterken om antisemitisme strafrechtelijk effectief aan te pakken.De NCAB blijft volgende edities van deze conferentie organiseren.Maatregel 33 – Tegengaan misinformatie, waaronder complottheorieënIn het kader van het wegnemen van de voedingsbodem van antisemi-tisme zet het kabinet in op het versterken van de weerbaarheid tegendesinformatie en complottheorieën, waaronder antisemitische complot-theorieën. In dat kader is de handleiding «Omgaan met desinformatie»voor medeoverheden in 2024 herzien. Deze handleiding ondersteuntonder meer gemeenten bij het herkennen en adresseren van desinfor-matie en wordt blijvend onder de aandacht gebracht.Daarnaast is de subsidie aan BENEDMO, de Vlaams-Nederlandsesamenwerking ter versterking van factcheckers en andere experts op hetgebied van desinformatie, afgerond conform de doelstellingen. Hiermeewordt de structurele aanpak van desinformatie versterkt, waaronderuitingen die bijdragen aan antisemitische complottheorieën, haat enpolarisatie.De acties uit de Voortgangsbrief van de Rijksbrede strategie tegen onlinedesinformatie zijn grotendeels afgerond of bevinden zich in uitvoering.8Maatregel 37 – Digital Services ActDe inzet op de toepassing van de Digital Services Act (DSA) maaktonderdeel uit van de aanpak van online discriminatie, waaronderantisemitisme, binnen het Europese kader. Het kabinet zet zich in voor hetverhogen van het aantal verwijderingen van strafbare antisemitische8Kamerstukken II, 2024–2025, 30 821, nr. 230.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5159 uitingen online. In samenwerking met politie, het OM, antidiscriminatie-voorzieningen, meldpunten en toezichthouders wordt gewerkt aan deeffectieve inzet van betrouwbare flaggers die antisemitische contentgericht kunnen signaleren en melden.Daarnaast wordt gebruikgemaakt van monitoringinstrumenten omontwikkelingen rond online haatspraak te volgen en te analyseren. Zopubliceert het European Observatory of Online Hate (EOOH) analyses overde omvang en ontwikkeling van antisemitische haatspraak online. Ookpubliceert de Europese Commissie informatie over handhavingsacties ende naleving van Europese regels door online platforms, waarondermaatregelen tegen haatspraak en antisemitische uitingen.Met de inwerkingtreding van de Digital Services Act en de inzet opmonitoring, signalering en verwijdering van antisemitische contentonline, is deze maatregel gerealiseerd.Maatregel 41 – Handreiking spanningen en polarisatieDe Expertise Unit Sociale Stabiliteit van het Ministerie van SZW heeft eenhandreiking ontwikkeld die gemeenten, professionals en werkgeversondersteunt bij het omgaan met spanningen en polarisatie, onder meer inrelatie tot internationale conflicten zoals het conflict in het Midden-Oosten.9De handreiking biedt praktische handelingsperspectieven voor hetsignaleren van spanningen, het voeren van het gesprek in lokalegemeenschappen en het ondersteunen van professionals die metdergelijke situaties te maken krijgen. De handreiking is verspreid ondergemeenten en vormt onderdeel van het reguliere ondersteuningsaanbodvan de Expertise Unit Sociale Stabiliteit.Voortgang en intensivering van maatregelenBinnen de Strategie wordt op verschillende onderdelen gewerkt aan deverdere uitvoering en versterking van maatregelen. Hieronder wordtingegaan op een aantal omvangrijke maatregelen die momenteel wordenuitgevoerd of zijn geïntensiveerd.Maatregel 2: Inrichten veiligheidsfonds voor ondersteuning Joodsescholen, instellingen en evenementenTen behoeve van het veiligheidsfonds is structureel € 1,3 miljoenbeschikbaar gesteld voor de ondersteuning van veiligheidsmaatregelenbij Joodse instellingen en evenementen.In 2025 is via een tijdelijke regeling een eerste verdeling van debeschikbare middelen uitgevoerd. De regeling voorzag in een duidelijkebehoefte: het totaal aangevraagde bedrag bedroeg circa 198% van hetbeschikbare budget. Van de 45 ingediende aanvragen zijn er 25 geheel ofgedeeltelijk gehonoreerd. De middelen zijn onder meer ingezet voorbouwkundige en digitale veiligheidsmaatregelen en voor beveiliging bijinstellingen en evenementen.Joodse scholen hebben in 2025 via andere middelen een aanvullendebijdrage ontvangen. Het kabinet heeft hiervoor bewust extra middelenbeschikbaar gesteld vanwege zorgen over de veiligheid van Joodse9Handreiking gemeenten: «Hoe in gemeenten om te gaan met spanningen en polarisatierondom het conflict in Israël en Palestijnse gebieden» | SocialestabiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 51510 leerlingen, studenten en medewerkers en het belang dat het kabinet hechtaan een veilige leeromgeving binnen onderwijsinstellingen.Tegelijkertijd is in 2025 gewerkt aan een structureel afwegingskader voorde inzet van het fonds vanaf 2026. Hierbij is nauw overleg gevoerd metvertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap om te komen tot eenpraktisch en passend kader. De volgende aanvraagronde zal vóór dezomer plaatsvinden. Zowel bij de uitvoering van de regeling in 2025 als bijde ontwikkeling van het afwegingskader is nauw samengewerkt tussenhet Ministerie van Justitie en Veiligheid en de NCAB.1. Bovenkant formulierArtikel 1. Onderkant formulierMaatregel 3 – Slachtoffers van antisemitisme kunnen met vertrouwen hunmelding doen bij de voorgenomen centrale organisatie van de gemeente-lijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s)De versterking van het stelsel van ADV’s bevindt zich in voorbereiding,met beoogde implementatie per 1 januari 2028. Hiertoe heeft de Ministervan BZK een conceptwetsvoorstel in internetconsultatie gebracht10. Deverdere voorbereidingen voor het centraliseren van meldingen vandiscriminatie en het toewerken naar één centrale organisatie wordenvoortgezet.In het kader van deze maatregel wordt ingezet op het versterken van desamenwerking tussen Discriminatie.nl en Joodse organisaties, waaronderhet Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). CIDI wordt door deJoodse gemeenschap vaak als het primaire meldpunt ervaren. Daarom ishet belangrijk dat CIDI en Discriminatie.nl intensief samenwerken, zodathet vertrouwen van de Joodse gemeenschap in de ADV’s wordt versterkten de meldingen bij Discriminatie.nl een realistisch beeld van antisemi-tisme geven.Deze samenwerking is gericht op het vergroten van de deskundigheid vanconsulenten bij de ADV’s op het gebied van antisemitisme, het verbeterenvan de ondersteuning en doorverwijzing van slachtoffers en het stimu-leren van meldingsbereidheid binnen de Joodse gemeenschap.Met deze inzet wordt beoogd het vertrouwen van slachtoffers in het meld-en opvolgingsproces te versterken en de toegankelijkheid van het stelselvoor slachtoffers van antisemitisme te vergroten.Maatregel 12: Gedragsinterventies en bijzondere voorwaarden opgelegddoor rechter bij antisemitismeDe reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zullen binnen hunbestaande interventies expliciet aandacht besteden aan antisemitisme endiscriminatie. Bij de verdere uitwerking wordt samengewerkt metrelevante partners, onder meer voor de analyse van relevante casuïstiek(daders/daden), en met de NCAB voor inhoudelijke expertise overantisemitisme. De NCAB verkent ook de mogelijkheid om naderonderzoek te doen naar daders van antisemitisme, zodat dit gerichter kanworden bestreden.Maatregel 29: Nationaal Plan Versterking HolocausteducatieDe uitvoering van het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie(hierna: het Plan), opgesteld door de ministeries van OCW, SZW en VWSin samenwerking met de NCAB, is in volle gang. Het Plan levert met10Kamerstukken II, 2025–2026, 30 950, nr. 513.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 51511 verschillende acties een bijdrage aan het vergroten van de kennis over deHolocaust, het bewustmaken van de gevolgen van vooroordelen enantisemitisme en het verminderen van onwetendheid. Toegezegd is uwKamer jaarlijks te informeren over de stand van zaken van de uitvoering.Op 11 december 2025 is de eerste voortgangsrapportage aangeboden aanuw Kamer.11Eén van de ambities uit het Plan, mede vanuit een nadrukkelijke wensvanuit uw Kamer, is het stimuleren van bezoek van leerlingen aan eenauthentieke Holocaustlocatie. Dit heeft geleid tot een nieuwe maatregel,aangekondigd in de voortgangsrapportage. Vanaf januari 2026 krijgen allescholen in het voortgezet onderwijs de mogelijkheid om via deCJP-cultuurkaart extra budget in te zetten voor extracurriculaire activi-teiten op het gebied van Holocausteducatie. Vanuit het Ministerie vanOCW is hier jaarlijks € 750.000 voor beschikbaar. Met deze middelenworden scholen ondersteund bij het organiseren van verrijkende enervaringsgerichte activiteiten, zoals bezoek aan authentieke locaties,gastlessen, educatieve programma’s en andere vormen van extracurricu-laire Holocausteducatie. Het budget kan ingezet worden voor entree-,programma- en vervoerskosten. De maatregel wordt onder verantwoorde-lijkheid van de ministeries OCW en VWS en in betrokkenheid vanonderwijspartners en instellingen uit de WOII-herinneringssectoruitgevoerd.Omdat vanuit het Plan wordt gestreefd naar aandacht voor alledoelgroepen binnen het funderend onderwijs, wordt daarnaast dekomende jaren jaarlijks € 250.000 ingezet voor de versterking vanHolocausteducatie in het primair onderwijs en het (voortgezet) speciaalonderwijs.Voorts is opnieuw uitvoering gegeven aan de landelijke campagne «Leerover de Holocaust», georganiseerd door de NCAB in samenwerking metde betrokken ministeries en partners uit het veld. In januari 2026 vondvoor de derde keer de campagnemaand plaats. Daarnaast heeft degemeente Den Haag, in navolging van Amsterdam, in januari haarSteunpunt Holocausteducatie geopend.Sinds 2024 organiseert de NCAB een jaarlijkse Werkconferentie Holocaust-educatie. Op 25 maart 2026 organiseerde de NCAB deze werkconferentievoor de derde keer. De werkconferentie brengt docenten, professionals uitde onderwijs- en herinneringssector, onderzoekers en betrokkenoverheidsinstanties samen om de nieuwste ontwikkelingen, wetenschap-pelijke inzichten en best practices te delen en bespreken. Vanaf dit jaar zalde Loe de Jong-lezing een vast onderdeel vormen van de werkconfe-rentie. In 2026 werd de jaarlijkse lezing verzorgd door Adriaan van Dis.Maatregel 32: Versterken Holocausteducatie in de inburgeringPer 1 juli 2025 zijn de gewijzigde eindtermen voor het inburgerings-examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij in werking getreden.Het begrip Holocaust is daarin expliciet opgenomen, waarmee kennis overde Holocaust onderdeel is geworden van wat inburgeraars moetenkennen en begrijpen.In 2026 is daarnaast een pilot gestart waarin inburgeraars een bezoekbrengen aan instellingen voor Holocausteducatie. Inburgeraars uit zevengemeenten zullen in de tweede helft van 2026 het Joods CultureelKwartier in Amsterdam of het Herinneringscentrum Kamp Westerbork11Kamerstukken II, 2024–2025, 36 272, nr. 20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 51512 bezoeken. De pilot wordt in samenwerking met de betrokken gemeentenen instellingen vormgegeven. Daarbij wordt onderzocht hoe dergelijkebezoeken op een effectieve en verantwoorde wijze ingericht kunnenworden. Tevens wordt inzicht verkregen in de uitvoerbaarheid van eenlandelijke uitrol. Ter ondersteuning van de pilot wordt een educatievevideo in eenvoudig Nederlands ontwikkeld, waarmee inburgeraarsworden voorbereid op hun bezoek. Met deze inzet wordt beoogd dekennis over de Holocaust onder inburgeraars te versterken en bij tedragen aan het begrip van de historische context van antisemitismebinnen de Nederlandse samenleving.Daarnaast werkt het Ministerie van SZW aan de ontwikkeling van eenhandreiking Holocausteducatie. Het doel is om docenten inburgeringpraktische en concrete handvatten te bieden om over de Holocaust tedoceren. De handreiking wordt na de zomer van 2026 opgeleverd.Maatregel 54: Handreiking omgaan met spanningen: kennisdeling enwaarborgen pluriforme culturele sectorDe inzet op het versterken van de weerbaarheid van de culturele sectortegen polarisatie en spanningen is voortgezet. In dit kader is in opdrachtvan het Ministerie van OCW het programma «Weerbare cultuursector intijden van polarisatie» uitgevoerd, door Kunsten »92 in samenwerkingmet het Verwey-Jonker Instituut. Het programma omvatte een voorstudie,een kennisatelier en de ontwikkeling van een handreiking voor de sector.Deze handreiking is in januari 2026 gepubliceerd en sectorbreedverspreid, in samenhang met het advies van de Raad voor Cultuur inzakeArtistieke Vrijheid. Naar aanleiding van het advies van de Raad voorCultuur wordt bezien op welke wijze verdere versterking van debescherming van de culturele en creatieve sector kan worden vormge-geven. In dit kader wordt beoogd een pilot specifiek voor de culturele encreatieve sector in te stellen.Ambitie 4: Samen een vuist tegen antisemitisme in het voetbal, antisemi-tische spreekkorenIn aansluiting op de in het coalitieakkoord 2026–2030 aangekondigdestrafbaarstelling van deelname aan discriminerende en antisemitischespreekkoren, wordt tevens ingezet op de versterking van de aanpak vanambitie 4 van de Strategie. Deze aanscherping onderstreept dat antisemi-tische uitingen, ook in de context van sport, onaanvaardbaar zijn. HetMinisterie van VWS en de NCAB inventariseren waar deze versterkingnodig is.Hierbij wordt voortgebouwd op de bestaande maatregelen, waaronder hetSpreekkorenproject van de Anne Frank Stichting. Doel is om denormstelling, preventie en handhaving rond antisemitische spreekkorenstructureel te versterken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 51513 Tot slotHet kabinet blijft zich, samen met de Joodse gemeenschap, inzetten vooreen samenleving waarin niemand zich vanwege afkomst of geloofonveilig hoeft te voelen, en waarin Joods leven zichtbaar, veilig envanzelfsprekend kan bloeien.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 51514

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 859e6705650b798e

14 okt 2026 · 9ef3b5703e58f8a9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.