Memorie van toelichting
Brontekst
Versie fa64ed0fbc1ba311 · officiële bronkst-33000-X-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage ongedefinieerdTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201233 000 XVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2012Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz. A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGRO-TINGSWETSVOORSTEL 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 7 2. Het beleid 12 2.1. De beleidsagenda 2012 12 2.2. De beleidsartikelen 25 2.2.1. Beleidsartikel 20 Inzet 25 2.2.2. Beleidsartikel 21 Commando zeestrijdkrachten 32 2.2.3. Beleidsartikel 22 Commando landstrijdkrachten 37 2.2.4. Beleidsartikel 23 Commando luchtstrijdkrachten 42 2.2.5. Beleidsartikel 24 Commando Koninklijke marechaus-see 46 2.2.6. Beleidsartikel 25 Defensie Materieel Organisatie 52 2.2.7. Beleidsartikel 26 Commando DienstenCentra 70 2.3. De niet-beleidsartikelen 79 2.3.1. Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven 79 2.3.2. Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien 79 2.3.3. Niet-beleidsartikel 90 Algemeen 80 2.3.4. Niet-beleidsartikel 91 Centraal apparaat 83 3. Baten-lastendiensten 89 3.1. Defensie Telematica Organisatie 89 3.2. Dienst Vastgoed Defensie 93 3.3. Paresto 98 4. Bijlagen 102 4.1. Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s 102 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 21 4.2. Overzichtsconstructie Veteranen 103 4.3. Defensie Industrie Strategie 107 4.4. Lijst van afkortingen 113 Internetbijlagen (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl) 1. Verdiepingshoofdstuk 2. Moties en toezeggingen 3. Subsidies 4. Onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffend-heid van beleid 5. Volumes per rang en schaal defensiebreed Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie) De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Defensie voor het jaar 2012 vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2012. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2012. Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2012 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting). Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten) Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het jaar 2012 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren. De Minister van Defensie, J. S. J. Hillen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz. 1. LEESWIJZER 7 2. HET BELEID 12 2.1. De beleidsagenda 2012 12 2.2. De beleidsartikelen 25 2.2.1. Inzet – beleidsartikel 20 25 Algemene doelstelling 25 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 25 OD1: Bijdragen aan stabiliteit en veiligheid internationaal 27 OD2: Ondersteunen van civiele autoriteiten nationaal 30 OD3: Ondersteunen van civiele autoriteiten internationaal 30 2.2.2. Commando zeestrijdkrachten – beleidsartikel 21 32 Algemene doelstelling 32 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 32 OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet 33 OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden 34 OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden 34 2.2.3. Commando landstrijdkrachten – beleidsartikel 22 37 Algemene doelstelling 37 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 37 OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet 38 OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden 38 OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden 38 2.2.4. Commando luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 23 42 Algemene doelstelling 42 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 42 OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet 43 OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden 43 OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden 43 2.2.5. Commando Koninklijke marechaussee – beleidsartikel 24 46 Algemene doelstelling 46 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 46 OD1: Handhaving veiligheidsniveau 47 OD2: Beheersing van de vreemdelingenstroom 48 OD3: Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en militaire justitiabelen 49 OD4: Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op aangewezen luchtvaartterreinen 49 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 24 OD5: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor samenwerking, assistentie en steunverlening 50 OD6: Beschikken over operationele eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties 50 2.2.6. Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 25 52 Algemene doelstelling 52 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 52 OD1: Voorzien in nieuw materieel 53 OD2: Instandhouding van materieel 66 OD3: Afstoten van overtollig materieel 68 2.2.7. Commando DienstenCentra – beleidsartikel 26 70 Algemene doelstelling 70 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit 70 2.3. Niet-beleidsartikelen 79 2.3.1. Geheime uitgaven – niet-beleidsartikel 70 79 2.3.2. Nominaal en onvoorzien – niet-beleidsartikel 80 79 2.3.3. Algemeen – niet-beleidsartikel 90 80 Algemene doelstelling 80 Beheersing en ontwikkeling van departementsbrede programma’s 80 2.3.4. Centraal Apparaat – niet-beleidsartikel 91 83 Algemene doelstelling 83 3. BATEN-LASTENDIENSTEN 89 3.1. Defensie Telematica Organisatie (DTO) 89 3.2. Dienst Vastgoed Defensie (DVD) 93 3.3. Paresto 98 4. BIJLAGEN 102 4.1. Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s 102 4.2. Overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg 103 4.3. Defensie Industrie Strategie 107 4.4 Lijst van afkortingen 113 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 25 INTERNETBIJLAGEN (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl) 1. Verdiepingshoofdstuk 2. Moties en toezeggingen 3. Subsidies 4. Onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid 5. Volumes per rang en schaal defensiebreed Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 26 1. LEESWIJZER Algemeen In de leeswijzer worden de begrippen «Nederland» en «Nederlands», de groeiparagraaf, de indeling van de begroting, het Defensie Materieelpro-jectenoverzicht (MPO) en het principe comply or explain behandeld. Het Koninkrijk der Nederlanden De handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk is een zaak van het hele Koninkrijk der Nederlanden (Nederland in Europa en Caribisch Nederland, alsmede Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Waar in deze begroting sprake is van «Nederland» of «Neder-lands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap. Groeiparagraaf Op 20 april 2011 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» (Kamerstuk 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie moet leiden tot meer inzicht in financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en zal een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma laten zien. De meeste veranderingen zullen pas in de begroting 2013 van toepassing zijn. In de begroting 2012 is daarom bij de beleidsartikelen ook nog geen koppeling zichtbaar tussen de tabellen budgettaire gevolgen en de toelichtingen, zoals wordt voorgestaan binnen «Verantwoord Begroten». Dit zal in de begroting 2013 wel het geval zijn. De toelichtingen zijn in de voorliggende begroting nog toegespitst op operationele doelstellingen. De volgende maatregelen worden echter al genomen in het kader van de begroting 2012. •De begroting bevat een centraal apparaatsartikel waarop alle appa-raatsuitgaven van het kerndepartement bij elkaar staan. Dit is niet-beleidsartikel 91 van deze begroting. Hierin is tevens de bedrijfs-voeringsparagraaf opgenomen waarin wordt ingegaan op de bedrijfsvoering, het beheer bij Defensie en stuur- en verantwoordings-informatie. •In de beleidsagenda wordt een totaaloverzicht opgenomen van de beleidsdoorlichtingen. •In deze begroting is een herschikking gemaakt van programma- en apparaatsuitgaven conform de nieuwe definities van apparaat en programma die voortkomen uit het traject Verantwoord Begroten. Onder apparaatsuitgaven vallen alle personele uitgaven, zoals loonkosten, personele exploitatie, post-actieven en externe inhuur. De materiële kosten die onder apparaatskosten vallen zijn uitgaven voor ICT ten behoeve van ondersteunende processen en kantoorautomati-sering, diensten en middelen, vervoers- en verblijfskosten, huisvesting en communicatie. Programma-uitgaven zijn alle overige uitgaven. Binnen apparaatsuitgaven zal een onderverdeling worden gemaakt in staf en operationele eenheden. Onder staf valt de commandant met zijn directe staf. Onder «operationele eenheden» worden de overige organisatieonderdelen opgenomen. In artikel 20 is onder programma-geld vooralsnog een bedrag geschaard dat als apparaatsuitgaven dient Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 27 te worden beschouwd volgens de rijksbrede definities. Het betreft bijvoorbeeld personeelsgerelateerde uitgaven. Vanwege de adminis-tratieve complexiteit hiervan zal dit pas in de begroting 2013 inzichte-lijk worden gemaakt als apparaatsuitgaven. •De begroting is ingericht langs de lijnen van het primaire proces, een wens die ook uiteengezet werd in het regeerakkoord. In het kader daarvan is beleidsartikel 20 Crisisbeheersingsoperaties in dit begro-tingsjaar veranderd in beleidsartikel 20 Inzet. Dit beleidsartikel geeft niet alleen een beeld van crisisbeheersingsoperaties, maar ook van de incidentele nationale inzet van de krijgsmacht en het verlenen van noodhulp, bijstand en assistentie. •In de begroting is tegemoet gekomen aan de wens van de Kamer voor een beter inzicht in de budgetflexibiliteit. Hieraan is invulling gegeven door per beleidsartikel een kwalitatieve toelichting op de budgetflexibi-liteit op te nemen. In het verlengde hiervan zal er per beleidsartikel een verbeterde toelichting opgenomen worden ten aanzien van de verplichtingen die zullen worden aangegaan. •De bijlagen moties en toezeggingen, onderzoeken naar de doelmatig-heid en doeltreffendheid van beleid, het overzicht van de subsidies en het verdiepingshoofdstuk zullen als internetbijlagen aan de Tweede Kamer worden aangeboden. In het verdiepingshoofdstuk worden de maatregelen van de bezuinigingen cijfermatig uitgesplitst per beleidsartikel. •Conform de toezegging tijdens het notaoverleg van 6 juni jl. over de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis (Kamerstuk 32 733, nr. 1 van 8 april jl.) wordt in de begroting en het jaarverslag een bondige rapportage gemaakt over de stand van zaken van de bezuinigingen. Momenteel wordt overleg gevoerd met het Ministerie van Financiën over de opzet hiervan en de betrokkenheid van de Algemene Rekenka-mer (AR) hierbij. In de beleidsagenda wordt aandacht besteed aan de start van de reorganisatie. •Conform de toezegging tijdens het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van Defensie 2010, de slotwet 2010 en het rapport van de Algemene Rekenkamer van 21 juni jl. blijkt uit de tabellen budgettaire gevolgen welke wijzigingen zijn doorgevoerd in de begroting als gevolg van herdefiniëring van programma- en apparaatsuitgaven. De jaren 2010 en 2011 zijn weergeven volgens de begrotingsindeling 2011. De jaren 2012 en verder zijn weergegeven volgens de uitgangs-punten van Verantwoord Begroten. De begrotingsmutaties per beleidsartikel zijn weergegeven in het verdiepingshoofdstuk, waaron-der de overhevelingen van artikelonderdelen van niet-beleidsartikel 90 Algemeen naar niet-beleidsartikel 91 Centraal Apparaat Defensie. Hieronder is weergegeven welke wijzigingen er in de beleidsartikelen en beleidsartikelonderdelen hebben plaatsgevonden. WAS WORDT Artikel Operationele doelstelling/subartikel Artikel Operationele doelstelling/subartikel 20. Uitvoeren crisisbeheersings-operaties 20.1 Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan 20. Inzet 20.1 Crisisbeheersingsoperaties 20.2 Vrede en stabiliteit in Afgha-nistan 20.2 Contributies 20.3 Vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten 20.3 Nationale inzet 20.4 Vrede en stabiliteit in Afrika 20.4 Overige inzet 20.5 Vrede en stabiliteit in Irak 20.6 Vrede en stabiliteit in de Perzische Golf Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 28Leeswijzer WAS WORDT Artikel Operationele doelstelling/subartikel Artikel Operationele doelstelling/subartikel 21. Commando zeestrijdkrachten 21.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 21. Commando zeestrijdkrachten 21.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 21.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 21.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 21.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 21.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 22. Commando landstrijdkrachten 22.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 22. Commando landstrijdkrachten 22.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 22.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 22.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 22.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 22.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 23. Commando luchtstrijdkrachten 23.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 23. Commando luchtstrijdkrachten 23.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande interna-tionale en nationale inzet 23.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 23.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden 23.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 23.3 Beschikken over voortzettings-vermogen voor gereedstelling eenheden 24. Commando Koninklijke marechaus-see 24.1 Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten 24. Commando Koninklijke marechaus-see 24.1 Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten 24.2 Beheersing van de vreemdelin-genstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving 24.2 Beheersing van de vreemdelin-genstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving 24.3 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen 24.3 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen 24.4 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartter-reinen 24.4 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartter-reinen 24.5 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening 24.5 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening 24.6 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties 24.6 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties 25. Defensie Materieel-organisatie 25.1 Voorzien in nieuw materieel 25. Defensie Materieelor-ganisatie 25.1 Voorzien in nieuw materieel 25.2 Instandhouding van materieel 25.2 Instandhouding van materieel 25.3 Afstoting overtollig materieel 25.3 Afstoting overtollig materieel 26. Commando dienstencentra 26.1 Investeringen infrastructuur 26. Commando dienstencentra 26.1 Investeringen infrastructuur 26.2 Investeringen informatievoorzie-ning 26.2 Investeringen informatievoorzie-ning Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 29Leeswijzer WAS WORDT Artikel Operationele doelstelling/subartikel Artikel Operationele doelstelling/subartikel 70. Geheime uitgaven 70. Geheime uitgaven 80. Nominaal en onvoorzien 80. Nominaal en onvoorzien 90. Algemeen 90. Algemeen 91. Centraal apparaat Beleidsartikelen In beleidsartikel 20 Inzet wordt de incidentele inzet van de krijgsmacht beschreven. Het artikel is op te delen in de artikelonderdelen Crisisbeheer-singsoperaties, Contributies, Nationale Inzet en Overige Inzet. Bij het onderdeel Crisisbeheersingsoperaties wordt alle inzet begroot die gefinancierd wordt uit de Homegene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Bij Contributies worden de financiële bijdragen aan de EU en Navo weergegeven. Deze bijdragen worden tevens gefinancierd uit HGIS. Het derde artikelonderdeel betreft alle uitgaven voor nationale inzet die afkomstig zijn uit FNIK (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht). Artikel 20 wordt afgesloten met het onderdeel Overige Inzet. Hierin worden alle uitgaven voor additionele inzet begroot die niet vanuit HGIS of FNIK worden gefinancierd. Hierbij valt te denken aan internationale noodhulp of de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s). In de beleidsartikelen 21 tot en met 24 worden de operationele doelstel-lingen en de structurele inzet beschreven van de vier operationele commando’s; het Commando zeestrijdkrachten (CZSK), het Commando landstrijdkrachten (CLAS), het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) en het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar). Aan deze beleidsarti-kelen zijn operationele doelstellingen verbonden. In de doelstellingenma-trices zijn nog niet alle voorgenomen reorganisaties verwerkt. In de beleidsartikelen 25 Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 26 Commando DienstenCentra (CDC) zijn de ondersteunende en dienstverle-nende defensieorganisaties beschreven. Op deze beleidsartikelen worden de investeringen in materieel, infrastructuur en informatievoorziening (IV) geraamd. In de niet-beleidsartikelen 70 en 80 zijn de Geheime uitgaven en de ramingen voor Nominaal en onvoorzien opgenomen. In het niet-beleidsartikel 90 Algemeen worden de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen uitgaven opgenomen. Ten slotte worden in niet-beleidsartikel 91 de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot. Overig Ook worden in de begroting de ramingen voor de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (onderdeel van de divisie Informatievoor-ziening), de Dienst Vastgoed Defensie (divisie Vastgoed en Beveiliging) en Paresto (divisie Facilitair en Logistiek) weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over onder andere de Defensie Industrie Strategie (DIS), de overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 210Leeswijzer De begroting van het ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten. Het Defensie Materieelprojectenoverzicht (MPO) Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het MPO. Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt duidelijk gemaakt wat de relatie is met het defensie-beleid en wat de samenhang is met andere projecten. In het MPO zijn de lopende of geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals politiek gevoelige projecten. Daarnaast zijn projecten van materieel in afstoting toegevoegd. Het gaat hierbij om de afstoting van overtollige wapens en wapensys-temen. Comply or explain In algemene zin wijkt de defensiebegroting af van de begrotingen van andere beleidsdepartementen. Waar andere departementale begrotingen zijn ingedeeld naar beleidsmatige thema’s kent de defensiebegroting een organisatorische indeling. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop de koppeling tussen de doelstellingen, de activiteiten en de middelen van de krijgsmacht in de begroting wordt weergegeven. In deze paragraaf is toegelicht in hoeverre beleidsdoelen in de begroting kunnen worden weergegeven in termen van te bereiken maatschappelijke effecten (outcome). Wanneer de maatschappelijke effecten van de operationele doelstellingen in beleidsartikelen niet of nauwelijks te meten zijn, valt dit beleidsartikel onder het beginsel explain. Indien deze effecten wel meetbaar zijn, valt het beleidsartikel onder het beginsel comply. Een goed voorbeeld van een operationele doelstelling waarvan het maatschappelijk effect niet of nauwelijks te meten is, betreft één van de doelstellingen uit beleidsartikel 20 Inzet: «De bevordering van vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika». Bij beleidsartikel 20 zal daarom in de begroting en het jaarverslag geen koppeling worden gelegd tussen de operationele doelstellingen en het daarmee beoogde of bereikte maatschappelijke effect. In onderstaande alinea wordt verder toegelicht voor welke beleidsartikelen dat eveneens geldt. De beleidsartikelen en comply or explain De beleidsartikelen 20 (Inzet), 21 (CZSK), 22 (CLAS) en 23 (CLSK) vallen als het gaat om de inzet onder explain. De beleidsartikelen 24 (CKmar), 25 (DMO) en 26 (CDC) vallen wel geheel onder comply, aangezien in deze beleidsartikelen duidelijk meetbare indicatoren zijn opgenomen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 211Leeswijzer 2. HET BELEID 2.1. De beleidsagenda 2012 Samenvatting De financiële huishouding op orde De toestand van de Rijksbegroting dwingt het kabinet tot ingrijpende maatregelen. Defensie is hiervan niet uitgezonderd. In 2012 bezuinigt Defensie € 400 miljoen op grond van het regeerakkoord en € 173 miljoen als gevolg van de interne problematiek. Dit wordt gerealiseerd door het stilzetten van eenheden en materieel, een reductie van het vullingsper-centage en de reorganisatie van het opleidingenveld, bij elkaar ongeveer € 200 miljoen. De resterende taakstelling wordt in 2012 opgevangen ten laste van het investeringsbudget. Een kleinere en slagvaardige krijgsmacht De verkleining en vernieuwing van de defensieorganisatie en de hiermee gepaard gaande omvangrijke reorganisatie is krachtig ingezet. De komende jaren wordt toegewerkt naar een kleinere krijgsmacht in goede conditie, met eenheden die zijn gevuld, oefenprogramma’s die kunnen worden doorlopen en voorraden die op peil zijn gebracht. 2012 wordt daarbij echter nog een moeilijk jaar, waarin de vulling nog zal teruglopen terwijl de achterstanden nog niet zijn ingelopen. De operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht is daardoor in 2012 aan beperkingen onderhevig. De inzet in de reeds lopende operaties en afspraken met civiele autoriteiten in het kader van de Interdepartementale Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) zijn niet in het geding. De krijgsmacht blijft ook inzetbaar om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. Het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht staat voor dit kabinet recht overeind, in het licht van de veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie. De Nederlandse krijgsmacht moet in uiteenlopende omstandigheden militaire bijdragen kunnen blijven leveren en legt zich binnen de 3D-aanpak (de samenhang in de inzet van diplomatieke, militaire en ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen) van het kabinet in het bijzonder toe op militaire taken. Ruimte voor groei, dynamiek en innovatie Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht vereist een flexibele en slagvaardige organisatie die snel kan anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt hierbij is dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is: je gaat erover of niet. In 2012 zal de reorganisatie bij Defensie, die vanaf de zomer van 2011 is ingezet, goed op gang komen. Daarbij wordt allereerst de bureaucratische druk teruggedrongen. Ook de uitbesteding van diensten kan bijdragen aan een organisatie die sneller kan inspelen op veranderingen. In het kader van de reorganisatie bij Defensie wordt de bedrijfsvoering herzien en het beheer anders ingericht. Defensie zal de komende jaren ondersteunende activiteiten waar mogelijk uitbesteden en bij strategische onderhoudsactiviteiten kiezen voor samenwerking met de industrie. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht moet ook investeren in nieuwe capaciteiten om effectief op nieuwe dreigingen te kunnen inspelen en de inzetbaarheid te vergroten en te versterken. Zo wordt overgegaan tot de verwerving van een Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV capaciteit, waarvoor ook in 2012 voorbereidingen worden getroffen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 212 Daarnaast versterkt Defensie haar digitale weerbaarheid en ontwikkelt zij het vermogen tot het uitvoeren van cyber operations. Daarvoor wordt in 2012 € 2 miljoen vrijgemaakt. De beleidsagenda De afgelopen maanden is de verkleining en de vernieuwing van de defensieorganisatie krachtig ingezet, waarmee Defensie volop bouwt aan de krijgsmacht van de toekomst. Leidraad voor de omvangrijke reorgani-satie bij Defensie vormt de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) en de uitkomsten van het met de Tweede Kamer op 6 juni jl. gevoerde overleg. In 2012 krijgen tal van maatregelen hun beslag. Voor de medewerkers van Defensie – militairen en burgers – zal dan duidelijker worden wat deze maatregelen voor hen betekenen. De komende jaren wordt toegewerkt naar een kleinere krijgsmacht in goede conditie, met eenheden die zijn gevuld, oefenpro-gramma’s die kunnen worden doorlopen en voorraden die op peil zijn gebracht. Ook de intensiveringen uit de beleidsbrief, zoals de verwerving van onbemande luchtsystemen en het vermogen cyberoperaties uit te voeren, krijgen gaandeweg gestalte. Naar een kleinere krijgsmacht Defensie wordt momenteel op een breed terrein gereorganiseerd. Op 1 augustus jl. hebben de hoofden van de zeven defensieonderdelen de opdracht gekregen de doelstellingen uit de beleidsbrief te realiseren binnen de gestelde financiële en personele kaders. In 2012 is de reorgani-satie van Defensie op een breed terrein in volle gang en krijgen tal van maatregelen hun beslag. Voor de medewerkers van Defensie – militairen en burgers – zal dan ook duidelijker worden wat deze maatregelen voor hen betekenen. In de implementatiefase zal met de betrokken medezeg-genschap worden gesproken over de uitvoering van de maatregelen. In goed overleg met de medezeggenschap, zal Defensie haar medewerkers zo snel en zo goed mogelijk informeren. Ten aanzien van de arbeidvoor-waardelijke aspecten zal met de bonden worden overlegd. 2012 wordt nog een moeilijk jaar waarin, behalve bij operationele eenheden, de vulling nog zal teruglopen. Eenheden die door de reorganisatie opnieuw moeten worden samengesteld, hebben tijd nodig om het gewenste niveau te bereiken nadat hun reorganisatie is voltooid. In 2013 zullen de operati-onele eenheden weer volledig gevuld raken en in 2014 de overige eenheden. In 2014 moeten ook alle achterstanden zijn weggewerkt en moeten de financiën op orde zijn. De in de beleidsbrief aangekondigde reducties in het operationele domein zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd. Het materieel dat is stilgezet wordt aangehouden voor reservedelen of voor verkoop gereed gemaakt. Naar aanleiding van de door de Tweede Kamer aangenomen moties zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis. Zo zullen alle vier in aanbouw zijnde patrouilleschepen in dienst worden genomen. Tevens worden tot en met 2017 in totaal acht Cougar-transporthelikopters behouden, met inbegrip van de drie toestellen die zouden worden gehandhaafd in verband met de search & rescue (SAR)-taken op de Noordzee en het patiëntenvervoer op de Waddeneilanden. Voorts zal de personele vulling bij de Koninklijke marechaussee voor 2012 en 2013 worden verhoogd tot 98 procenten blijft het derde DC-10 transportvliegtuig tot uiterlijk 31 december 2013 operationeel. Ten behoeve van het oefen- en trainingsprogramma van de krijgsmachtdelen zullen vijftig extra sportinstructeurs worden aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 213De beleidsagenda 2012 nomen. Deze maatregelen worden budgettair gedekt ten laste van het investeringsbudget en door gebruik te maken van de in 2010 en 2011 uitgekeerde prijsbijstelling. Bovendien zal het aantal dienstauto’s met een extra 200 verder worden verkleind en zal de inhuur van transport worden beperkt. De opheffing van eenheden en andere maatregelen leiden tot een herziening van de belegging van het vastgoed. Doelmatigheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt en waar locaties kunnen worden vrijgespeeld zal Defensie daartoe overgaan. De keuzes die op dit gebied zijn gemaakt, zijn vastgelegd in een Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie, waarover de Kamer in augustus is geïnformeerd. Inzetbaarheid en inzet Tijdens het ombuigingstraject bij Defensie zal de krijgsmacht minder inzetbaar zijn. Vooral 2012 wordt een moeilijk jaar waarin de vulling nog zal teruglopen terwijl de achterstanden nog niet volledig zijn ingelopen. De inzetbaarheidsdoelstellingen in deze beleidsagenda maken duidelijk dat, in het licht van de grote veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie, het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht voor het kabinet overeind staat. De krijgsmacht zal onder uiteenlopende omstandigheden militaire bijdragen blijven leveren. Meer met minder doen is de komende paar jaar echter niet aan de orde en de operationele inzetbaarheid is in 2012 aan beperkingen onderhevig. De inzet in de reeds lopende operaties en de afspraken met de civiele autoriteiten in het kader van de Interdepartementale Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) zijn niet in het geding. Van de bestaande missies zijn de Geïntegreerde Politietrai-ningsmissie in Afghanistan en de bestrijding van de piraterij bij de Hoorn van Afrika in 2012 het meest omvangrijk. De krijgsmacht zal zich daarbij in het bijzonder toeleggen op militaire taken en het scheppen van veiligheid. Ook zal de krijgsmacht in 2012 inzetbaar zijn om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. In 2012 zal Defensie blijven bijdragen aan de Geïntegreerde Politietrai-ningsmissie in Afghanistan. Deze missie is in juni 2011 formeel van start gegaan. In augustus 2011 is begonnen met de praktijkbegeleiding van de Afghaanse politie in Kunduz. Met ingang van 2012 gaat de politietrai-ningsmissie de eerste basisopleidingen uitvoeren. De Nederlandse bijdrage bestaat onder meer uit een Police Training Group, een bijdrage van civiele politieagenten aan de EUPOL-missie en rule of law-deskundigen in Kaboel en Kunduz. Door de gezamenlijke inzet van civiele politie, civiele experts, marechaussee en andere militairen levert Nederland een wezenlijke bijdrage aan het trainen en begeleiden van de Afghaanse politie en het versterken van de justitiële keten en daarmee aan de verbetering van het functioneren van de in opbouw zijnde Afghaanse rechtsstaat. Voorts wordt de inzet van de Air Task Force met vier F-16 jachtvliegtuigen in 2012 gecontinueerd. Ter bestrijding van piraterij blijft Nederland in 2012 deelnemen aan de EU-operatie Atalanta en de Navo-operatie Ocean Shield. Gedurende 2012 levert Nederland de commandant van de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) en een deel van de internationale staf van dit vlootverband. In de perioden dat SNMG 1 wordt ingezet in operatie Ocean Shield zal de Nederlandse commandant ook het bevel voeren over de andere schepen in deze operatie. Beide operaties richten zich op de bescherming van koopvaardijschepen, de uitvoering van patrouilletaken en de uitvoering Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 214De beleidsagenda 2012 van gerichte acties om piraterij te voorkomen en te bestrijden. In 2011 heeft het kabinet voorts besloten enkele zeer kwetsbare zeetransporten te voorzien van een militair Vessel Protection Detachment (VPD) ter bescherming tegen piraterij. Het kabinet houdt er rekening mee dat Nederlandse reders ook in 2012 zullen blijven vragen om bescherming van hun koopvaardijschepen. Om die reden is een beleidskader ontwikkeld dat de operationele, juridische en financiële aspecten voor de inzet van militairen voor dit doel adresseert. Ook de nationale inzet van de krijgsmacht blijft in 2012 onverminderd van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Behalve incidentele bijstand op verzoek van de civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel nationaal als in het Koninkrijk der Nederlanden. Daarbij is het van belang dat civiele en militaire autoriteiten elkaar bij crises blindelings kunnen vinden. Deze samenwerking moet in 2012 het gewenste niveau bereiken in het kader van ICMS. Dat betekent dat Defensie eind 2012 de laatste toegezegde gegarandeerde capaciteit beschikbaar stelt in de vorm van een respons-, detectie- en ontsmettings-capaciteit voor chemische, biologische, radiologische of nucleaire besmetting (CBRN). Defensie zal in het kader van de Nationale Cyber Security Strategie ook bijdragen aan digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Defensie zal in dit kader nauwe contacten onderhouden en informatie uitwisselen met het Nationale Cyber Security Centrum en daarmee een bijdrage leveren aan de situational awareness op het gebied van digitale veiligheid. Innovatie en intensivering Defensie wil, ondanks de bezuinigingsdoelstellingen, ook blijven investeren in nieuwe capaciteiten om nieuwe dreigingen het hoofd te kunnen bieden en de inzetbaarheid van de krijgsmacht te versterken. Zo wordt op grond van de eerder vastgestelde behoefte aan waarnemingsca-paciteit vanuit de lucht (Kamerstuk 30 806, nr. 1) overgegaan tot de verwerving van een Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV-capaciteit. Hoewel de verwerving om financiële redenen pas aan het einde van de kabinetsperiode is gepland, beginnen de voorbereidingen al op korte termijn. Hierbij zal ook worden bezien hoe deze toestellen zo snel mogelijk ook boven Nederland mogen vliegen. Om de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht te waarborgen en haar effectiviteit te verhogen, versterkt Defensie haar digitale weerbaarheid en ontwikkelt zij het vermogen tot het uitvoeren van cyber operations. De cyber capaciteit van Defensie wordt gefaseerd ingevoerd. Het zwaartepunt ligt de komende jaren bij het verbeteren van de bescherming van de netwerken, systemen en informatie van Defensie en de uitbreiding van de inlichtin-gencapaciteit in het digitale domein. Voor 2012 wordt € 2 miljoen vrijgemaakt en voor de periode 2011–2015 bedraagt de totale intensi-vering € 50 miljoen. Voor alle in de beleidsbrief opgenomen intensiveringen waarvoor voorafgaand aan de beleidsbrief nog geen investeringsbudget was vrijgemaakt, geldt dat deze doorgang kunnen vinden als de verkoopop-brengsten van overtollig grootmaterieel worden gerealiseerd en deze niet nodig zijn om tegenvallers te dekken. Bij het ramen van de verkoopop-brengsten is rekening gehouden met later gerealiseerde of mindere verkoopopbrengsten. Voor een aantal trajecten, waaronder ook cyber defence, zijn echter al investeringen voorzien in de jaren 2012 en 2013 wanneer er nog geen verkoopopbrengsten zijn gerealiseerd. Aangezien Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 215De beleidsagenda 2012 het hier nog om relatief beperkte bedragen gaat, is hiervoor budgetruimte vrijgemaakt door de projecten te accommoderen in het Defensie investeringsbudget. Ook de andere in de beleidsbrief genoemde innovaties en intensiveringen, zoals de bescherming tegen geïmproviseerde explosieven, de samen-werking bij speciale operaties en de verdediging tegen ballistische raketten, zullen in 2012 hoog op de agenda staan. Internationale defensiesamenwerking Defensie werkt aan een zo concreet mogelijke internationale samenwer-kingsagenda om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen te verbeteren. In het kader van smart defence worden concrete initiatieven met Duitsland, Benelux, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk uitgewerkt. De voortgang die hierbij in 2012 kan worden geboekt, is uiteraard mede afhankelijk van de mogelijkheden van de partnerlanden. Met Duitsland wordt gesproken over de afslanking van het snel inzetbare Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Patriot-samenwerking in een multinationale task force grondgebonden lucht- en raketverdediging, de mogelijkheden van verdere maritieme samenwerking en logistieke samenwerking bij overeenkomstig landmachtmaterieel. In Benelux-verband wordt besproken in hoeverre er, in aanvulling op de al vergevorderde geïntegreerde Nederlands-Belgische marinesamen-werking, mogelijkheden bestaan op het gebied van luchtmacht- en landmachtsamenwerking. Hierbij gaat de aandacht vooral uit naar gezamenlijke stationering, gedeeld onderhoud en een taakverdeling op het gebied van opleidingen. Met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zijn de gesprekken over verdere samenwerking nog in een verkennend stadium. De bevordering van defensiesamenwerking staat ook hoog op de agenda in EU en Navo. Nederland zal actief deelnemen aan het Navo-initiatief ter bevordering van multinationale samenwerking (pooling and sharing). Nederland steunt ook de hervorming van de Navo Commando Structuur en de Navo-agentschappen. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is gevraagd om zo mogelijk voor eind 2011 te adviseren over verschillende aspecten van defensiesamenwerking, waaronder de verschillende soevereiniteitsvraag-stukken die hieraan verbonden zijn. Zoals gebruikelijk zal het kabinet het AIV-advies met een appreciatie aanbieden aan de Tweede Kamer. Personeel Om de operationele gereedheid en de betaalbaarheid van de defensieor-ganisatie structureel te waarborgen, is verkleining van het personeelsbe-stand en aanpassing van de personeelsopbouw noodzakelijk. Hierbij wordt gestreefd naar een verbeterde balans tussen jong en oud, instroom en ervaring en voldoende loopbaanperspectief. De samenstelling van het personeelsbestand van Defensie is inmiddels vastgelegd in een numerus fixus-kader voor 2016. Defensiebreed en per defensieonderdeel zijn daarbij taakstellende kaders per rang of schaal vastgesteld. Hierbij heeft de beleidsbrief als uitgangspunt gediend. U bent hierover nader geïnfor-meerd in mijn brief van 1 augustus jl. over de start van de reorganisatie bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 37). In de brief heb ik aangekondigd Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 216De beleidsagenda 2012 dat de kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken van de numerus fixus deel zouden uitmaken van de defensiebegroting 2012. Ten aanzien van de topfunctionarissen (militair en burger) zal de daadwerkelijke toedeling per defensieonderdeel later volgen. De verdeling van de aantallen militairen en burgers per rang is in 2012 leidend voor de personele samenstelling van de nieuw te organiseren eenheden. In de toekomst kan de gewenste samenstelling worden behouden door de toepassing van het Flexibel Personeelssysteem (FPS) en het voorziene nieuwe mobiliteitsbeleid voor burgerpersoneel. De complexe reorganisaties vragen om een zorgvuldige aanpak die de nodige tijd in beslag zal nemen. Ze zullen in 2012 nog niet volledig zijn voltooid. Vanaf 2012 al er voor individuele medewerkers geleidelijk aan meer duidelijkheid komen. In 2012 wordt het aantal functieomschrijvingen bij Defensie verder vereenvoudigd en beperkt om de beheerslast te verkleinen en de flexibiliteit te vergroten. Parallel hieraan zal worden gestreefd naar modernisering en harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. De verschillende deelreorganisaties bij Defensie zullen parallel lopen, maar niet synchroon in de tijd. Eenheden worden namelijk gereorgani-seerd op het moment dat zij daarvoor gereed zijn. Met andere woorden: er is niet tussentijds één moment aan te wijzen waarop de formatie stabiel is. De reorganisaties zullen gefaseerd tot 1 januari 2016 worden geïmple-menteerd. Het merendeel van de te realiseren taakstelling zal voor 2014 dienen plaats te vinden. In 2014 en 2015 ligt het accent dan ook bij het volbrengen van de personele aspecten die voortvloeien uit de reorgani-saties. Het spreekt voor zich dat, ondanks de verschillende uitvoeringspraktijken tussen defensieonderdelen, het personeel binnen Defensie overal vergelijkbare kansen moet hebben, zeker waar het gaat om functiemoge-lijkheden die de afzonderlijke defensieonderdelen overstijgen. De aspecten «kwaliteit» en «toekomstmogelijkheden bij Defensie» zullen hierbij leidend zijn. Opleidingen Met het project Veiligheid en Vakmanschap heeft Defensie samen met regionale opleidingscentra voor de toekomst zekergesteld dat de via dit traject nieuw instromende onderofficier een civiel erkend MBO-diploma bezit. Daarnaast zijn de instrumenten »E-portfolio» en «EVC» (erkenning van eerder verworven competenties) intern Defensie geïntroduceerd, waarmee opgedane kennis, vaardigheden en de beroepshouding van de onderofficier erkend en gecertificeerd kunnen worden. Het resultaat is een ervaringscertificaat waardoor werkgevers de onderofficier op waarde kunnen schatten. Daarnaast geeft dit ervaringscertificaat recht op vrijstellingen bij eventuele aanvullende civiele scholing. In de tweede helft van 2011 wordt gestart met het certificeren voor (delen van) diverse defensieopleidingen zodat het zittend personeel groeps-gewijs voor ervaringscertificaten in aanmerking komt. De werkzaamheden hiervoor lopen door in 2012. Defensie heeft met de inzetbrief de bonden voorgesteld in 2012 bij initiële officiersopleidingen een zakgeldregeling in te voeren. Na instemming door de bonden zal dit dan in 2012 een besparing opleveren van€ 3,5 miljoen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 217De beleidsagenda 2012 Integriteit In 2012 wordt verder invulling gegeven aan de verbetering van het stelsel van integriteitszorg waarbij de uitkomsten van het onderzoek van de commissie integriteitszorg zullen worden betrokken. Dit begint met het ontwikkelen van een integriteitsbeleidsplan waarin ambitie, visie en doelen duidelijk zijn vastgesteld. Daarnaast wordt in 2012 het centrale inzicht in de aantallen en typen meldingen van integriteitschendingen binnen de organisatie verder verbeterd. Ook wordt het aantal risicoana-lyses uitgebreid zodat een duidelijk beeld ontstaat over processen die kwetsbaar zijn vanuit het oogpunt van integriteit. De regelgeving met betrekking tot integriteit wordt in 2012 zo mogelijk vereenvoudigd, geactualiseerd en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden. Hierdoor kan het stelsel van integriteitszorg worden toegesneden op de omstandigheden binnen de organisatie. Ook de handhaving van integriteit zal worden aangescherpt. Zoals in de beleidsbrief is aangekondigd, zal de onderzoekscapaciteit van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) naar behoefte worden uitgebreid en versterkt. Over de maatre-gelen die Defensie heeft genomen naar aanleiding van het onderzoek naar de omgangsvormen op de opleidingsinstituten wordt de Kamer geïnfor-meerd in de Personeelsrapportage van oktober 2011. Veteranen Door de Tweede Kamer is een initiatief wetsvoorstel ingediend tot vaststelling van regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen (Veteranenwet). Dit initiatief wetsvoorstel wordt Kamerbreed gesteund. Defensie begint nog in 2011 met het opstellen van de algemene maatre-gelen van bestuur, die noodzakelijk zijn voor de implementatie van de wet. Daaraan wordt in 2012 verder gewerkt, zodat de wet en de algemene maatregelen van bestuur zo snel mogelijk in werking kunnen treden. Flexibele en slagvaardige organisatie Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht vereist een flexibele en slagvaardige organisatie die snel kan anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt hierbij is dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is: je gaat erover of niet. De bureaucratische druk wordt teruggedrongen. Een aanzienlijk kleinere bestuursstaf voert de regie op hoofdlijnen. Het aantal topfunctionarissen wordt verminderd. De operationele commandanten krijgen meer vertrouwen en ruimte bij de gereedstelling van eenheden en zeggenschap over de directe materieellogistieke ondersteuning. De instandhoudingsbedrijven worden in januari 2012 overgeheveld naar de operationele commandanten, inclusief de bijbehorende budgetten. De nadere uitwerking van dit besluit is nog niet volledig voltooid. De Kamer zal tijdig voor de begrotingsbehandeling met een Nota van Wijziging worden geïnformeerd over de financiële consequenties van dit besluit. Ook de uitbesteding van diensten kan bijdragen aan een organisatie die sneller kan inspelen op veranderingen. Defensie zal de komende jaren ondersteunende activiteiten waar mogelijk uitbesteden en bij strategische onderhoudsactiviteiten kiezen voor samenwerking met de industrie. In 2011 zijn diverse sourcing-toetsen uitgevoerd en is besloten deze diensten in aanmerking te laten komen voor uitbesteding en samen-werking. Het betreft: •ICT-diensten; •catering; •onderhoud aan operationele wielvoertuigen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 218De beleidsagenda 2012 Na instemming van de medezeggenschap start het implementatietraject, dat afhankelijk van de complexiteit minimaal twee jaar in beslag zal nemen. De (Europese) aanbesteding, afspraken over de overgang van personeel en de reorganisatie van de dienstencentra maken deel uit van dit implementatietraject. Andere diensten zijn in 2011 onderzocht en de uitkomsten daarvan bevinden zich in de besluitvormingsfase. Het betreft: •vastgoeddiensten; •onderhoud van kleine vaartuigen; •onderhoud van kalibratie-, meet- en testapparatuur; •onderhoud van luchtverkeersbeveiligingssystemen; •medische keuringen, psychologisch advies en selectie. Vanaf 2012 zijn toetsen voor de volgende dienstverlening voorzien: •P&O (gedragswetenschappen, juridische dienstverlening, personeels-voorziening, re-integratie); •gezondheidszorg (arbo-zorgtaken, logistiek, bijzondere medische beoordelingen); •bewaking & beveiliging (buiten het geweldsspectrum); •bevoorrading, kleding & persoonsgebonden uitrusting. In 2011 heeft het bedrijfsleven de mogelijkheden tot samenwerking bij de onderhoudsbedrijven van de DMO onderzocht. Na dit onderzoek zal Defensie de sourcing-agenda uitbreiden met aanvullende onderzoeken. Daarnaast doen zich in het personele domein en bij de gezondheidszorg waarschijnlijk aanvullende mogelijkheden tot uitbesteding voor. Deze zullen dan in 2012 worden toegevoegd aan de sourcing-agenda. Ten aanzien van de informatievoorziening wordt gestreefd naar maximale integratie van IV-diensten en -processen. Uitgangspunt hierbij is dat de CDS optreedt als primaire opdrachtgever en het op te richten Joint IV Commando (JIVC) verantwoordelijk is voor de uitvoering en het in stand houden van IV-producten en -diensten. De inrichting van het JIVC in 2012 moet de doelmatigheid en doeltreffendheid van de informatievoorziening bevorderen, de integratie van operationele en bestuurlijke IV versterken en vraag en aanbod in het IV-domein beter op elkaar afstemmen. Ook ten aanzien van het IV-domein komt een groot deel van de diensten voor sourcing in aanmerking om optimaal aan te kunnen sluiten bij de innovatiekracht van het bedrijfsleven. Verbetering van het financieel en het materieelbeheer De Algemene Rekenkamer heeft in haar rapport bij het jaarverslag over 2010 vastgesteld dat de uitvoering van de in 2009 gestarte meerjarige verbeterplannen voor het financieel beheer en het materieelbeheer op deelterreinen vertraging heeft opgelopen. Defensie stelt zich niettemin onverminderd ten doel het beheer structureel op orde te brengen. In het kader van de reorganisatie bij Defensie wordt de bedrijfsvoering herzien en het beheer anders ingericht. Een beheerste bedrijfsvoering komt hierdoor dichterbij. Om het financieel beheer een kwalitatieve impuls te geven wordt in 2012 een (financieel) administratie- en beheerkantoor opgericht voor de volledige administratie van behoeftestelling tot en met betaling en voor het beheer daarvan. Voor het materieelbeheer ligt de prioriteit in 2012 bij het verbeteren van het beheer van gevoelig materieel, zoals munitie, klein kaliber wapens en crypto-apparatuur. Met deze gekozen aanpak wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 219De beleidsagenda 2012 De samenhang tussen de informatie in de begroting, managementrappor-tages en het jaarverslag is dankzij het programma »stuur- en verantwoor-dingsinformatie» inmiddels verbeterd. In het kader van dit programma wordt in 2012 ondersteuning geboden bij de verdere verbetering en de verankering van de kwaliteit van de managementinformatie over de operationele gereedheid. De komende jaren worden interne en externe rapportages geautomatiseerd, wordt hun opzet vereenvoudigd en gaat de frequentie omlaag. Financiële gevolgen Defensie moet de komende jaren structureel € 635 miljoen bezuinigen, wat neerkomt op ongeveer negen procent van het beïnvloedbare deel van de begroting. Daar bovenop moet er binnen de defensiebegroting de komende jaren € 175 miljoen worden bezuinigd en herschikt om de financiële huishouding op orde te brengen. In 2012 moet € 400 miljoen op grond van het regeerakkoord en € 173 miljoen als gevolg van de interne problematiek worden bezuinigd. Dit wordt gerealiseerd door het stilzetten van eenheden en materieel, een reductie van het vullingspercentage en de reorganisatie van het opleidin-genveld, bij elkaar ongeveer € 200 miljoen. De resterende taakstelling wordt in 2012 opgevangen door de vermindering van het investerings-budget. De investeringsquote daalt daardoor tot ongeveer vijftien procent in 2012. In overeenstemming met de beleidsbrief zal het investeringsper-centage tegen het einde van de kabinetsperiode boven de twintig procent liggen. Voor 2012 en 2013 worden geen opbrengsten van internationale samenwerking en verkoop van overtollig materieel voorzien. De toekom-stige opbrengsten hiervan worden, op grond van afspraken met de minister van Financiën, voor intensiveringen aangewend indien deze niet nodig zijn om tegenvallers op te vangen.TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen) 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Standen ingediende ontwerpbegroting 2011 8 458,6 8 223,6 8 216,5 8 254,1 8 236,1 8 236,7 Mutaties nota van wijziging en amendement – 197,3 3,7 4,1 4,5 2,2 Najaarsnotamutaties 2010 Slotwetmutaties 2010 Mutaties 1e suppletoire begroting 2011 excl. taakstelling 117,9 64,3 62,7 69,8 67,7 67,2 Taakstelling regeerakkoord – 400,0 – 529,0 – 577,0 – 616,0 – 622,0 Stand Voorjaarsnota 2011 8 379,1 7 891,6 7 754,3 7 751,4 7 690,0 7 681,9 Beleidsmatige mutaties Doorwerking aanpassing ontvangsten maatregelen RA 83,2 66,5 66,5 Vermindering defensieattachés en ondersteuning – 0,4 – 0,6 – 2,3 – 4,0 – 4,0 Overheveling van/naar departementen 0,6 3,0 2,2 – 0,3 – 0,4 Ingediende moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief 13,7 25,4 41,9 41,9 41,9 Dekking moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief – 13,7 – 25,4 – 41,9 – 41,9 – 41,9 Ingediende moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief, doorwerking (minder) ontvangsten – 26,8 – 21,3 – 21,3 Doorwerking ontvangsten (inzet VPD’s) 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 Taakstelling TNO; overheveling naar EL&I – 0,5 – 1,5 – 3,1 – 4,1 – 4,5 Totaal beleidsmatige mutaties 4,2 5,4 57,7 41,3 40,8 Autonome mutaties Correctie prijsbijstelling – 29,4 – 29,4 – 29,4 – 29,4 – 29,4 Totaal autonome mutaties – 29,4 – 29,4 – 29,4 – 29,4 – 29,4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 220 De beleidsagenda 2012 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Standen ontwerpbegroting 2012 8 379,1 7 866,4 7 730,3 7 779,7 7 701,9 7 693,3Beleidsmatige mutaties voor 2012 Doorwerking aanpassing ontvangsten regeerakkoord Dit betreft de doorwerking van de ontvangsten naar aanleiding van de maatregelen uit het regeerakkoord met betrekking tot de verkoopop-brengsten van het materieel. Vermindering defensieattachés en ondersteuning Door de bezuinigingen binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) zal het budget voor defensieattachés en onder-steuning in 2012 naar beneden worden bijgesteld met € 361 000. Overheveling van/naar departementen Dit betreft de overheveling van Financiën (domeinen roerende zaken) en de taakstelling Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst in 2014. Ingediende moties tijdens en naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief De uitgaven in 2012 voor de moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief – Defensie na de kredietcrisis – bedragen € 13,7 miljoen. Dekking moties naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief De dekking voor de moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief á € 13,7 miljoen wordt in 2012 gevonden in de resterende prijsbijstelling. Ingediende moties naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief, doorwerking ontvangsten De moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief hebben als gevolg dat de verkoopopbrengsten afnemen. Deze verlaging van de ontvangsten werkt door in lagere uitgaven. Doorwerking ontvangsten (inzet VPD’s) In 2012 zal Defensie van de Nederlandse reders een bedrag van € 4,5 miljoen ontvangen voor de bescherming van koopvaardijschepen door Vessel Protection Detachments (VPD’s). Taakstelling TNO In 2012 zal invulling gegeven worden aan de in het regeerakkoord aangekondigde rijksbrede korting op Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s). Dit resulteert in een korting van € 0,5 miljoen voor TNO. Deze korting wordt gecompenseerd uit de investeringen. Autonome mutaties voor 2012 Correctie prijsbijstelling Dit betreft een correctie op de in de voorjaarsnota uitgekeerde prijsbij-stelling tranche 2011. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 221De beleidsagenda 2012 Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie tot 2015 Met inachtneming van de beperkingen in operationele capaciteit als gevolg van de bezuinigingen hanteert Defensie voor deze kabinets-periode de onderstaande inzetbaarheidsdoelstellingen. De inzetbaar-heidsdoelstellingen brengen tot uitdrukking wat de krijgsmacht, binnen de financiële kaders voor de komende jaren, moet kunnen. De krijgsmacht is inzetbaar voor: 1.de bescherming – en zo nodig verdediging – van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschik-bare middelen; 2.eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met: –een taakgroep van brigadeomvang, inclusief helikopters; –een squadron jachtvliegtuigen; –een batterij Patriot-raketverdediging; –een maritieme taakgroep, inclusief helikopters. Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk; 3.langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Het gaat hierbij in het bijzonder om bijdragen: –aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroe-pen; –aan één operatie in de lucht met jachtvliegtuigen, waarbij als uitgangspunt gemiddeld acht toestellen worden ingezet; –met een eenheid bewapende helikopters en een eenheid transporthelikopters; –aan maximaal twee operaties op zee met, afhankelijk van de operationele vereisten, een fregat, een ander groot opper-vlakteschip, Alkmaar-klasse Mijnenbestrijdingsvaartuig (AMBV) of een onderzeeboot. De krijgsmacht kan hiermee ook langdurig bijdragen aan de bescherming, in het bijzonder tegen piraterij, van aanvoerlijnen die van belang zijn voor de Nederlandse economie, de handhaving van een embargo of een vliegverbod en de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie (Frontex). Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk. Voor de logistieke ondersteuning is de krijgsmacht vooral bij langdurige operaties gedeeltelijk afhankelijk van derden. In het geval van een beroep op de krijgsmacht ten behoeve van een interventieoperatie, kan het nodig zijn bijdragen aan stabilisatieoperaties – tijdelijk – te verminderen of te beëindigen; 4.het optreden als leidinggevende natie (lead nation) op het niveau van een brigade of een maritieme taakgroep en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau. Ook moeten in de domeinen zee, land en lucht staffunctionarissen kunnen worden geleverd aan internationale operationele staven; 5.de uitvoering van speciale operaties in het buitenland ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, met inbegrip van contraterrorisme-operaties en operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers; Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 222 De beleidsagenda 2012 6.deelneming aan politiemissies, waaronder die van de European Gendarmerie Force (EGF), met functionarissen en eenheden van de Koninklijke marechaussee en aan kleinschalige missies met een civiel-militair karakter; 7.het op voortdurende basis beschikbaar stellen van deskundigen uit de staande organisatie ten behoeve van de training en advisering van veiligheidsorganisaties in andere landen; 8.bijdragen binnen de grenzen van het Koninkrijk aan de veiligheid van onze samenleving, onder civiel gezag. Het gaat hierbij in het bijzonder om: –de uitvoering van structurele nationale taken, zoals de politietaken van de Koninklijke marechaussee (onder meer het grenstoezicht, de bestrijding van de grensoverschrij-dende criminaliteit en de illegale migratie), het beheer van de kustwachten in Nederland en in de Caribische delen van het Koninkrijk, de ruiming van explosieven op het land en te water en de bestrijding van het luchtvaartterrorisme (in het bijzonder met behulp van de quick reaction alert taak van jachtvliegtuigen); –militaire bijstand bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid evenals de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals door middel van de structurele bijdrage aan de bijzondere bijstandseenheden; –militaire bijstand bij de bestrijding van branden, rampen, crises of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, in overeenstemming met de bestuurlijke en wettelijke afspraken; 9.het op verzoek van civiele autoriteiten met beschikbare middelen bijdragen aan internationale noodhulpoperaties. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 223 De beleidsagenda 2012 Overzicht van de beleidsdoorlichtingenBeleidsdoorlichtingen Planning 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Artikel/Operationele doelstelling Artikel 20; Inzet Inzet defensiepersoneel en -materieel voor ISAF in het kader van de eindevaluatie ISAF, inclusief evaluatie Van Geel-gelden (2008–2009) X Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië X Art 21; CZSK Defensie-inzet Kustwacht Nederland X Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005) X Art. 23; CLSK Strategische luchttransportcapaciteit X Herinrichting van de integrale helikoptercapaciteit X Artikel 24; CKmar Mensenhandel/mensensmokkel X Defensiebreed Actieplan Werving en behoud X Civiel-militaire samenwerking X Veteranenzorg X Uitvoering Koninkrijkstaken door Defensie X Flexibel Personeel Systeem X Integriteit X Digitale weerbaarheid XToelichting op bovenstaande tabel In overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties is besloten in 2012 geen beleidsdoorlichting voor het thema «Mobiel Toezicht Veiligheid» uit te voeren aangezien er sprake is van beleidsont-wikkelingen op dit terrein waardoor een beleidsdoorlichting in 2012 minder relevant is. Voor 2012 zal de beleidsdoorlichting «mensenhandel/mensensmokkel» voor dit onderwerp in de plaats komen. Voor 2016 zijn twee beleidsdoorlichtingen voorzien: Integriteit en Digitale Weerbaarheid. Defensie zal de komende jaren het stelsel van integri-teitzorg verbeteren, onder meer door de ontwikkeling van een integriteit-beleidsplan waarin ambitie, visie en doelen duidelijk zijn vastgesteld. De komende jaren investeert het ministerie van Defensie in het versterken van de digitale weerbaarheid van de krijgsmacht en in het ontwikkelen van operationele cybercapaciteiten. In de doorlichting wordt bezien in hoeverre Defensie hierin is geslaagd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 224 De beleidsagenda 2012 2.2 De beleidsartikelen 2.2.1 Inzet – beleidsartikel 20 Algemene doelstelling Het ministerie van Defensie draagt in belangrijke mate bij aan een duurzame internationale rechtsorde en stabiliteit en ondersteunt de nationale autoriteiten. Omschrijving van de samenhang in beleid Het Koninkrijk der Nederlanden draagt onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Het Koninkrijk voert daartoe een actief veiligheidsbeleid, dat niet alleen de zorg voor de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van de bondgenoten behelst, maar zich uitstrekt tot breed opgezette conflictpre-ventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. De deelneming aan crisisbeheersingsoperaties, het verlenen van noodhulp en de nationale inzet van de krijgsmacht maken deel van uit van het beleidsartikel inzet. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van het besluit tot inzet van militaire capaciteiten. Budgettaire gevolgen van het beleid Ten laste van beleidsartikel 20 inzet worden de additionele uitgaven voor inzet, zowel nationaal als internationaal, geraamd en verantwoord. Voor de genoemde operaties betreft dit de direct met de operaties verband houdende uitgaven die niet zouden worden gemaakt bij reguliere bedrijfsvoering. In de begroting 2013 zal een splitsing van programma- en apparaatsuitgaven in artikel 20 Inzet worden gemaakt. De begrotingssystematiek schrijft voor dat ramingen voor missies alleen betrekking hebben op de periode waarvoor een politiek mandaat bestaat. Voor missies waarvoor in 2012 nog uitgaven begroot zijn, geldt ofwel dat deze in 2011 worden beëindigd ofwel dat een regeringsbesluit over mogelijke verlenging van de bijdrage later dit jaar zal worden gegeven.NLTCSSRBurundiEUPOLGPMUNTSOEULEXOcean ShieldAtalantaUSSCUNODCACOTATweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 225Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 302 029 319 464 197 750 199 250 199 250 199 250 199 250 Programma-uitgaven, waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 161 310 122 475 108 650 49 100 16 600 Uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS) Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, 8 515 8 500 400 waarvan EUFOR Althea 7 281 6 900 EULEX 588 800 400 KFOR 538 600 EUPM 104 200 Operatie Active Endeavour 4 Vrede en stabiliteit in Afghanistan, 272 717 238 210 124 710 104 600 92 000 32 500 waarvan ISAF 203 698 13 000 Nationale bijdrage aan ISAF-staven 4 754 13 000 7 500 7 500 7 500 7 500 ISAF redeployment 64 146 100 000 20 000 Geïntegreerde Politiemissie (GPM Kunduz) 112 000 97 000 97 000 84 500 25 000 EUPOL 119 210 210 100 Vrede en stabiliteit in Midden-Oosten, 1 211 1 640 600 600 600 600 600 waarvan UNTSO 587 600 600 600 600 600 600 NTM-I 428 800 CMF (voorheen CFMCC) 196 200 EUBAM 0 40 Vrede en stabiliteit in Afrika, waarvan 18 343 38 420 13 925 1 100 EU NAVFOR Atlanta 11 049 400 1 000 Ocean Shield 4 386 9 800 12 900 1 100 Libië (Unified Protector) 26 600 EUFOR Tchad/RCA 1 385 20 UNMIS 1 259 1 400 EUSEC (FIN) 205 100 UNAMID 51 100 25 AMIS 8 Overige missies, waarvan 2 953 6 775 5 675 175 50 Missies Algemeen 1 398 6 600 5 500 NLTC 29 175 175 175 50 Bijdrage aan politiemissies 1 526 Totale uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS) 303 739 293 545 145 310 106 475 92 650 33 100 600 Uitgaven contributies (HGIS), waarvan EU contributies (Athena) 995 1 500 1 500 1 500 1 500 1 500 1 500 NAVO contributies (AOM) 13 585 15 500 14 500 14 500 14 500 14 500 14 500 Totale uitgaven contributies (HGIS) 14 580 17 000 16 000 16 000 16 000 16 000 16 000 Voorziening crisisbeheersingsoperaties 8 919 29 690 70 025 83 850 143 400 175 900 Totale uitgaven HGIS 318 319 319 464 191 000 192 500 192 500 192 500 192 500 Uitgaven Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Nationale inzet 2 250 2 250 2 250 2 250 2 250 Totale uitgaven FNIK 2 250 2 250 2 250 2 250 2 250 Uitgaven overige inzet Voorziening Vessel Protection Detachments (VPD’s) 4 500 4 500 4 500 4 500 4 500 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 226Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Totale uitgaven overige inzet 4 500 4 500 4 500 4 500 4 500 Totale uitgaven artikel 20 318 319 319 464 197 750 199 250 199 250 199 250 199 250 Ontvangsten Ontvangsten HGIS 9 347 1 407 1 407 1 407 1 407 1 407 1 407 Overige ontvangsten 4 500 4 500 4 500 4 500 4 500 Totaal ontvangsten 9 347 1 407 5 907 5 907 5 907 5 907 5 907Budgetflexibiliteit In artikel 20 Inzet is 82 procent van de voorziening toegewezen aan een specifieke missie. 2.2.1.1 Crisisbeheersingsoperaties Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, Afghanistan, het Midden Oosten en Afrika. Veiligheid en stabiliteit in de bovenstaande gebieden is in het belang van de internationale gemeenschap en daarmee van Nederland. De Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika zijn prioriteitsgebieden in het Nederlandse veiligheidsbeleid. Defensie steunt dit beleid door een bijdrage te leveren aan missies in deze regio’s. European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo) Referte1: Kamerbrief 21 501-02, nr. 970 van 7 juni 2010 (verlenging Nederlandse deelneming tot 14 juni 2012). EULEX Kosovo heeft tot doel het bestuur, politie, justitie en de douane van Kosovo te ondersteunen om zo een bijdrage te leveren aan de bestendiging van de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit en aan de ontwikkeling van duurzame en democratische lokale instellingen. De Nederlandse bijdrage aan EULEX Kosovo betreft personeel van het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar), de politie, justitie, douane en enkele civiele experts. Functionarissen van het CKmar zijn in Kosovo op uiteenlopende politieterreinen actief. Gemiddeld zullen er in 2012 achttien functionarissen van het CKmar voor de missie worden ingezet en 22 functionarissen van buiten Defensie. De defensiebijdrage in deze vorm en omvang wordt in ieder geval tot midden 2012 voortgezet. Geïntegreerde Politietrainingsmissie Referte: Kamerbrief geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan, 27 925, nr. 415 van 7 januari 2011. Het doel van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie (GPM) is de training en mentoring van de Afghan Uniformed Police (AUP) en de verhoging van de kwaliteit van het juridische systeem. Na de deployment-fase is de missie in juni 2011 van start gegaan. De Nederlandse bijdrage aan het trainingsprogramma in Afghanistan bestaat uit een Police Training Group (PTG) die op 1 januari 2012 operationeel wordt. De Air Task Force met F16’s wordt in 2012 ingezet voor de GPMen secundair voor de bescherming van ISAF-eenheden die direct worden bedreigd. De nationale bijdrage aan ISAF-staven (NBI) bestaat uit 1 In de refertes wordt verwezen naar de meest recente c.q. relevante Kamerbrieven dan wel andere documenten over de betreffende missie.Operationele doelstelling Motivering InstrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 227Beleidsartikelen individueel uitgezonden militairen met wie Nederland – gezien de omvang van de Nederlandse aanwezigheid de komende periode – blijft deelnemen aan de hoofdkwartieren van ISAF, ISAF Joint Command (IJC), RC-North en de NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A). Ook het National Support Element maakt deel uit van de nationale bijdrage aan ISAF-staven. De totale bijdrage aan deze missie in Afghanistan bedraagt vijfhonderd militairen. Deze bijdrage zal vooralsnog tot midden 2014 voortduren. ISAF Met de reparatie en het onderhoud van het materieel dat na inzet uit Afghanistan is teruggekeerd, wordt in 2012 de redeployment voltooid. EU Police Mission (EUPOL) Afghanistan Referte: Kamerbrief 27 925, nr. 398 van 24 juni 2010. De Nederlandse deelneming aan EUPOL in Afghanistan betrof midden 2011 ongeveer 24 functies. In 2012 zal dit aantal toenemen als gevolg van de GPM. Het definitieve aantal zal mede afhankelijk zijn van verzoeken van de EU en gebaseerd zijn op de operationele behoefte. De maximale Nederlandse bijdrage betreft veertig civiele politiefunctionarissen. De focus van de Nederlandse inzet is gericht op de provincie Kunduz. Daarnaast zijn civiele politiefunctionarissen en civiele medewerkers werkzaam in Kabul. In de raming is rekening gehouden met een deelneming van tien marechaussees aan EUPOL ten laste van beleidsar-tikel 20. De EUPOL-missie kende aanvankelijk een duur van drie jaar tot juni 2010, maar is inmiddels verlengd tot 31 mei 2013. De Nederlandse bijdrage loopt vooralsnog ook tot deze datum. United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) Referte: VNVR Resolutie 50 van 29 mei 1948. UNTSO heeft tot taak toe te zien op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio. Nederland neemt al sinds 1956 deel aan deze missie van de Verenigde Naties (VN). De Nederlandse deelneming aan deze missie is van onbeperkte duur. Nederland levert in 2012 twaalf officieren voor verschillende waarnemers-groepen in Syrië, Israël, en Libanon en het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem. Combined Maritime Forces (CMF) De CMF richten zich naast de strijd tegen het internationaal terrorisme ook op piraterijbestrijding en hebben hiervoor een afzonderlijke taakgroep (CTF-151) ingesteld. Nederland draagt in 2012 met twee militairen bij aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein. EU NAVFOR Atalanta Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011. Met de start van operatie Atalanta op 8 december 2008 is de eerder door Nederland bepleite EU-bijdrage aan de beveiliging van humanitaire transporten voor de kust van Somalië een feit geworden. Het mandaat van de EU-operatie loopt in december 2012 af. De hoofdtaken van deze missie bestaan uit escortering van VN-transporten van het World Food Programme en de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM), de bescherming van kwetsbare schepen, het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterij en het monitoren van de bescherming van Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 228Beleidsartikelen kwetsbare schepen, van piraterij en het monitoren van vissersactiviteiten voor de kust van Somalië. In 2012 bestaat de Nederlandse bijdrage uit de inzet van het fregat Hr.Ms. Van Amstel in de eerste helft van 2012. De Nederlandse deelneming is gepland tot en met mei 2012. Ocean Shield Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011 Het mandaat van operatie Ocean Shield betreft de bescherming van koopvaardijschepen in de Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) in de Golf van Aden en de uitvoering van patrouilletaken in het Somalië Bassin. Tevens voert de operatie individuele escortes uit van VN-transporten en richt de operatie zich op het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterijaanvallen. Vanaf 1 januari 2012 levert Nederland voor de duur van een jaar de commandant, het stafschip en een deel van de internationale staf aan de Standing NATO Maritime Group (SNMG) 1. Dit betekent dat de stafschepen Hr.Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Tromp en Hr. Ms. Evertsen in 2012 achtereenvolgens zullen deelnemen aan SNMG-1. Vanaf juni 2012 worden de fregatten Hr. Ms. Tromp en Hr.Ms. Evertsen in Combined Task Force (CTF) 508-verband ingezet voor Ocean Shield. Ook zal Nederland in het voorjaar van 2012 met de inzet van een onderzeeboot bijdragen aan deze operatie. De Nederlandse bijdrage aan deze missie loopt tot december 2012. United Nations and African Union Mission in Darfur (UNAMID) Referte: Kamerbrief verlenging Nederlandse bijdrage aan UNAMID, 29 521, nr. 162 van 4 maart 2011 Als gevolg van het conflict in de regio Darfur (West-Soedan) is sprake van een groot aantal vluchtelingen. Deze mensen verblijven in meerdere grote vluchtelingenkampen in de regio. UNAMID heeft tot taak een veilige omgeving te creëren voor hulporganisaties die humanitaire hulp verlenen aan de bevolking van de vluchtelingenkampen. De bouw van drie grote UNAMID vluchtelingenkampen in Darfur nadert voltooiing en de meeste teamsites in de Darfur regio zijn ingericht. Tot 31 maart 2012 zijn twee Nederlandse militairen geplaatst in het hoofdkwartier van UNAMID in El Fasher. Zij werken in de staf bij de planning en logistieke ondersteuning van de missie. Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC) Het Nederlandse liaisonteam bij Central Command (CENTCOM) in Tampa, Florida, houdt zich bezig met de coördinatie en ontwikkelingen in de strijd tegen het internationale terrorisme, de ISAF-operatie en andere operaties die vallen onder CENTCOM. Het betreft hier een missiegerelateerde plaatsing van liaisoncapaciteit. Deze capaciteit wordt periodiek geëva-lueerd en zal waarschijnlijk worden voorgezet tot het einde van de geïntegreerde politiemissie in Kunduz. 2.2.1.2 Contributies Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven van de Navo en de EU. Dit bedrag staat los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de Navo of de EU. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 229Beleidsartikelen 2.2.1.3 Nationale inzet Handhaving van de rechtsorde en ondersteuning van civiele overheden binnen het Koninkrijk. Structurele nationale taken In deze paragraaf is alleen de incidentele inzet van Defensie opgenomen waarvan de additionele kosten kunnen worden verrekend met de Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Defensie voert daarnaast structureel een aantal taken uit voor civiele overheden. De structurele nationale taken van Defensie zijn vastgelegd in wet- of regelgeving of er zijn specifieke afspraken over gemaakt en er hoeft geen verzoek om bijstand of steunverlening te worden ingediend. Deze taken zijn in de beleidsartikelen van de desbetreffende operationele commando’s opgenomen. Enkele voorbeelden zijn kustwachttaken, explosievenop-ruiming en de eigen taken op grond van artikel 6 Politiewet 1993. Militaire bijstand en militaire steunverlening De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegaran-deerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Intensivering Civiel-Militaire samenwerking, ICMS). Eind 2012 stelt Defensie de toegezegde gegarandeerde capaciteit beschikbaar in de vorm van een respons-, detectie- en ontsmettingscapaciteit voor chemische, biolo-gische, radiologische of nucleaire besmetting (CBRN). Verder wordt incidentele inzet verwacht die niet valt onder de structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening. Voor de uitvoering van militaire bijstand en steunverlening heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeentes in FNIK vanaf 2012 jaarlijks € 2, 25 miljoen beschikbaar gesteld. 2.2.1.4. Overige Inzet De militaire ondersteuning bij de handhaving van de rechtsorde en veiligheid in gebieden buiten het Koninkrijk der Nederlanden. Inzet Vessel Protection Detachments (VPD’s) Het aantal verzoeken van Nederlandse reders om ondersteuning van de overheid bij beveiliging van kwetsbare schepen in risicogebieden is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het AIV-rapport «Piraterijbestrijding op zee – een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden» beval aan in bepaalde gevallen tot deze ondersteuning over te gaan. Deze ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat in 2011 een aantal kwetsbare transporten van overheidswege door VPD’s is beschermd. Er is een beleidskader opgesteld dat operationele, juridische en financiële kaders adresseert. Voor 2012 wordt uitgegaan van de inzet van twintig VPD’s. Hiervoor zal een bedrag van € 9 miljoen begroot worden. € 4,5 miljoen van deze € 9 miljoen zijn additionele uitgaven en worden begroot op dit beleidsartikel. De overige € 4,5 miljoen bestaat uit uitgaven voor brandstof, reserverdelen, vlieguren en transport. Deze uitgaven vallen binnen de gereedstelling en instandhouding en zijn opgenomen bij de desbetreffende beleidsartikelen. Operationele doelstelling Operationele doelstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 230Beleidsartikelen Kleine missies buiten artikel 20 Tot slot neemt Defensie deel aan verscheidene kleine missies die niet worden begroot op beleidsartikel 20. Deze missies vallen onder het oefenplafond van de operationele commando’s en worden begroot op de andere beleidsartikelen in deze begroting, dan wel betaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken of gefinancierd door de EU. Het betreft de Security Sector Development-missie in Burundi, de inzet van vijftig Nederlandse militairen voor grensbewaking in de FRONTEX-pool, de door de Verenigde Staten geleide trainingsmissie van Palestijnse veiligheids-eenheden op de Westelijke Jordaanoever, de Nederlandse deelneming aan het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) in Oost-Afrika en aan de African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)-programma’s in Rwanda, Burundi en Oeganda. Ontvangsten De ontvangsten hebben betrekking op de vergoedingen van EU-, Navo- en VN-partners voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Defensie ontvangt daarnaast € 4,5 miljoen van de reders als vergoeding voor de inzet van de VPD’s. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 231Beleidsartikelen 2.2.2 Commando zeestrijdkrachten – beleidsartikel 21 Algemene doelstelling Het Commando zeestrijdkrachten (CZSK) levert (specifiek) operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit voor nationale en interna-tionale operaties. Omschrijving van de samenhang in het beleid Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht moet het CZSK maritieme eenheden operationeel gereed stellen en houden. Zeestrijd-krachten zijn zowel voor expeditionaire als voor nationale taken inzetbaar. Omdat zij het vereiste materieel en voorraden meevoeren, zijn zeestrijd-krachten in hoge mate logistiek onafhankelijk van het gebied waarin zij opereren en beschikken zij hierdoor over een grote strategische en tactische mobiliteit. Maritieme operaties op open zee, zoals operaties ter bescherming van de scheepvaart tegen piraterij, zijn nog steeds van belang. Daarnaast hebben de veranderingen in de internationale veiligheidssituatie geleid tot een grotere aandacht voor maritieme en amfibische operaties in kustwateren. Afhankelijk van de uit te voeren opdracht kan een maritieme expeditionaire taakgroep worden samenge-steld uit vloot- en marinierseenheden, aangevuld met helikoptercapaciteit vanuit het Defensie Helikopter Commando. Ook onderzeeboten kunnen hiervan deel uitmaken. Ten slotte voert het CZSK nationale taken uit zoals kustwachttaken en maritieme explosievenopruiming. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CZSK. Externe factoren Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van de beschik-baarheid van voldoende opgeleid, geoefend en gemotiveerd personeel, voldoende materieel dat voldoet aan alle operationele vereisten en de mogelijkheden hier realistisch mee op te leiden en te oefenen. De personele vulling wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren als de demografische ontwikkeling en de economische situatie. Het kunnen beschikken over het gewenste materieel wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren, zoals mogelijke complexe materiële problemen die alleen met een meerjarig verbetertraject kunnen worden aangepakt. De geoefendheid van eenheden is afhankelijk van voldoende oefen- en trainingsmogelijkheden in binnen- en buitenland, waarbij zowel met andere operationele commando’s (joint) als met buitenlandse eenheden (combined) wordt geoefend. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die het CZSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 232Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 599 001 572 860 567 232 561 819 536 546 532 913 548 020 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 20 832 19 760 18 109 18 595 15 028 Commando ZSK Nederland, 521 057 491 488 41 185 42 625 39 512 40 637 40 636 waarvan Operationele eenheden 403 584 390 597 waarvan Opleidingen 117 473 100 891 Commando ZSK Carib 45 129 46 921 1 883 1 974 1 979 1 979 1 979 Kustwacht Nederland 24 690 28 115 19 998 20 034 18 953 18 983 18 984 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied 2 796 2 871 3 101 3 501 3 494 3 502 3 502 Totaal programma-uitgaven 593 672 569 395 66 167 68 134 63 938 65 101 65 101 Apparaatsuitgaven Staf Commando ZSK 14 783 17 143 12 848 11 853 8 759 8 408 8 408 Operationele eenheden 482 952 476 507 458 542 454 075 469 182 Bijdragen aan SSO’s 5 394 5 204 5 265 5 325 5 307 5 329 5 329 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 385 641 382 113 366 144 362 707 377 356 huisvesting 30 757 29 660 28 306 27 367 26 500 ICT 21 370 18 418 16 959 16 747 16 747 overige exploitatie 63 297 63 494 61 199 60 991 62 316 Totaal apparaatsuitgaven 20 177 22 347 501 065 493 685 472 608 467 812 482 919 Totaal uitgaven 613 849 591 742 567 232 561 819 536 546 532 913 548 020 Totaal ontvangsten 11 791 13 564 13 564 13 564 13 564 13 564 13 564Budgetflexibiliteit Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen. Verdeling operationele doelstellingen In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CZSK plus de apparaatsuit-gaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten). bedragen x € 1 miljoen 2012 2013 2014 2015 2016 operationele doelstelling 1 91,1 90,4 86,7 86,2 88,7 operationele doelstelling 2 218,2 216,4 207,6 206,3 212,3 operationele doelstelling 3 239,8 237,8 228,2 226,7 233,3 Totaal 549,1 544,6 522,5 519,2 534,3Operationele doelstellingen Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet. Operationeel gerede eenheden worden ingezet voor internationale en nationale operaties teneinde bij te dragen aan de uitvoering van de drie hoofdtaken van Defensie. Operationele doelstelling 1: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 233Beleidsartikelen Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden. Om met eenheden onmiddellijk te kunnen bijdragen aan de drie hoofd-taken van Defensie is een gedeelte van de eenheden operationeel gereed. Deze eenheden zijn personeelsgereed, materieelgereed en geoefend voor de organieke taak of een deel daarvan. Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden. Om gedurende een langere periode blijvend een aantal eenheden operationeel gereed te hebben, is een groter aantal eenheden nodig. Daarmee kunnen eenheden herstellen van inzet, (groot) onderhoud uitvoeren, reorganisaties doorvoeren, vertrouwd raken met nieuw materieel, hun personeel opleidingen laten volgen en (opnieuw) gereed-stellen voor de organieke taak of een specifiek deel daarvan. Eenheden die zijn aangemerkt als onderdeel van het «voortzettingsvermogen» kunnen worden ingezet voor opdrachten die een minder hoog trainingsniveau vereisen, zoals in het kader van de civiel-militaire samenwerking. Tevens kunnen deze eenheden kleinschalige, specialistische opdrachten uitvoeren. Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden De organieke taak is het geheel van taken waarvoor een organieke eenheid standaard is ingericht. In beginsel worden eenheden gereedge-steld voor de uitvoering van alle elementen van de organieke taak; er is dan sprake van organieke operationele gereedheid. Wanneer echter al bekend is waarvoor een eenheid zal worden ingezet, is het niet doelmatig de eenheid gereed te stellen voor de gehele organieke taak. Het is dan zinvol de eenheid specifiek gereed te stellen voor het deel van de organieke taak dat nodig is voor de missie; er is dan sprake van specifieke operationele gereedheid. Daarnaast kan het zijn dat eenheden specifiek operationeel worden gereedgesteld omdat een deel van de organieke taak tijdelijk niet uitgevoerd kan worden door schaarste aan personeel, materieel of een gebrek aan oefengelegenheid. Doelstellingenmatrix CZSK 2012 2012 Groep Organieke eenheid Geplande inzet (OD1) Totaal aantal eenheden Operationeel gerede eenheden (OD 1 of OD2) Voortzet-tingsver-mogen (OD3) specifiek organiek Staf NLMARFOR 0,5 1 1 Vlooteenheden Fregatten LC-fregat 1 4 1,41 1 1,6 M-fregat 0,5 2 0,81, 2 0 1,2 Patrouilleschepen 0 Bevoorradingsschepen 0,3 1 0,32 0 0,7 Landing Platform Docks 0,3 2 0,9 2 0 1,1 Onderzeeboten 0,7 4 2 2 Ondersteuningsvaartuig OZD 1 1 Mijnenbestrijdingsvaartuigen 1 6 33 1 2 Hydrografische opnemings-vaartuigen 1 2 1,2 0,8 Ondersteuningsvaartuig CARIB 1 0,8 0,2 Mariniers-eenheden Mariniersbataljons 0,2 2 14 1 Operationele doelstelling 2: Operationele doelstelling 3: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 234Beleidsartikelen Doelstellingenmatrix CZSK 2012 2012 Groep Organieke eenheid Geplande inzet (OD1) Totaal aantal eenheden Operationeel gerede eenheden (OD 1 of OD2) Voortzet-tingsver-mogen (OD3) specifiek organiek Ondersteunende mariniersba-taljons 2 15 1 Unit Interventie Mariniers 1 1 1 Marinierscompagnie CARIB 1 0,56 0,5 Bootpeloton Caribisch Gebied 1 17 Overige eenheden Defensie Duikgroep 1 1 1 Bemand en toegerust voor maritieme interdictieoperaties en antipiraterij2 Bemand en toegerust voor inzet als stationsschip in het Caribisch gebied (CARIB)3 Bemand en toegerust voor Schip van de wacht en kustwachttaken waaronder explosievenruiming (RDS)4 Antitank-en mortierpeloton van het mariniersbataljon zijn specifiek operationeel gereed wegens vermindering van gebruik van duurdere munitiesoorten.5 Ondersteuning voor één mariniersbataljon, bestaande uit elementen afkomstig uit beide ondersteunende bataljons. De 120 mm mortieren van het GEVSTBAT zijn specifiek gereed vanwege de geplande overgang naar het CLAS en munitietekorten.6 Eenheid beschikt in eerste helft 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur en QCB .50.7 In 2012 heeft de overgang plaats naar FRISC. Eenheid beschikt de eerste helft van 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur.Gereed voor internationale inzet NLMARFOR. Gedurende 2012 wordt het commando over de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) geleverd (1-ster commando en een deel van de staf). Deze maritieme taakgroep is een permanent element van het maritieme deel van de Immediate Response Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF) en wordt de helft van de tijd ingezet in de antipiraterij-operatie van de Navo (Ocean Shield). Fregatten. Op roulatiebasis worden in 2012 LC-fregatten ingezet als vlaggenschip van de SNMG 1. Verder wordt een M-fregat ingezet in de periode april tot en met mei 2012 in het kader van de anti-piraterijoperatie Atalanta. Marinierseenheden. In de periode vanaf mei tot en met november 2012 ondersteunt een deel van het eerste mariniersbataljon de politietrainings-missie in Kunduz. Onderzeeboten Het uitgangspunt is dat gedurende 2012 tweemaal een onderzeeboot wordt ingezet voor een gerubriceerde opdracht. Defensie Duikgroep In 2012 wordt een maritiem explosievenopruimingspeloton beschikbaar gesteld voor de IRF van de NRF. Gereed voor nationale inzet Stationsschip Caribisch gebied. Een grote bovenwatereenheid (fregat, bevoorrader of Landing Platform Dock, LPD) met boordhelikopter van het Defensie Helikopter Commando wordt op roulatiebasis ingezet als stationsschip in het Caribisch gebied ten behoeve van het Commando der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Kustwacht Caribisch gebied. De huidige planning voor 2012 gaat uit van achtereenvolgens het bevoorradingsschip, een LPD en een M-fregat. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 235Beleidsartikelen Mijnenbestrijdingsvaartuigen en ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Mercuur. De Kustwacht Nederland heeft de beschikking over 120 vaardagen met een kleine bovenwatereenheid ten behoeve van controle- en handha-vingstaken evenals explosievenruiming. Hydrografische opnemingsvaartuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen. Vanwege een noodzakelijke modificatie aan de voortstuwingsinstallatie zijn de hydrografische opnemingsvaartuigen in 2012 maximaal 150 dagen beschikbaar voor opnamewerkzaamheden ten behoeve van het actuali-seren van hydrografische publicaties. Unit Interventie Mariniers (UIM). De UIM is paraat voor terreurbestrijding. Grote bovenwatereenheden. Een bovenwatereenheid is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor de onderschepping van vaartuigen en het boarden van zeeschepen. Mijnenbestrijdingsvaartuigen. Een mijnenbestrijdingsvaartuig is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor het opsporen en ruimen van zeemijnen. Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied. Het ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Pelikaan is gereed voor inzet ten behoeve van humanitaire hulpverlening tijdens het orkaanseizoen in het Caribisch gebied. Marinierscompagnie op Aruba. De op Aruba gestationeerde mariniers-compagnie is beschikbaar voor het beteugelen van oproer en hulpver-lening bij calamiteiten. Defensie Duikgroep (DDG). De duikunit is beschikbaar voor duikassis-tentie, duikmedische assistentie en havenbewaking in het kader van ICMS. Voor zoekdieptes tot vijftien meter is een team binnen één uur beschikbaar voor bijstand of inzet ten behoeve van de Kustwacht. Voor havenbescherming zijn binnen 48 uur twee eenheden beschikbaar, samengesteld uit de DDG en de Explosieven Opruimingsdienst (EOD). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 236Beleidsartikelen 2.2.3 Commando landstrijdkrachten - beleidsartikel 22 Algemene doelstelling Het Commando landstrijdkrachten (CLAS) levert (specifiek) operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties. Omschrijving van de samenhang in het beleid Om grondgebonden capaciteit te leveren dient het CLAS eenheden operationeel gereed te stellen en te houden. De opleiding en training voor grondgebonden operaties op alle geweldsniveaus is de grondslag voor een effectieve inzet, zowel expeditionair als nationaal. Het gereedstellings-proces binnen het CLAS richt zich daarom op de gereedstelling van eenheden voor operaties in het gehele geweldsspectrum. Operaties op het land kunnen een sterk wisselend dreigingniveau hebben. Soms moet een opponent op hoog geweldsniveau worden bestreden, dan weer worden vooral beveiligingstaken uitgevoerd, wordt assistentie verleend aan lokale autoriteiten of moet humanitaire hulp worden verleend. Het vermogen tot snelle ontplooiing over grote afstanden, de beschikbaarheid van snel inzetbare middelen en een toereikende logistieke ondersteuning zijn daarbij essentieel. Het gereedstellingsproces is modulair. Eenheden kunnen desgewenst speciaal worden voorbereid en gereedgesteld voor een specifieke taak. Een deel van de eenheden van het CLAS van bataljons- en brigadegrootte wordt planmatig operationeel gereedgesteld op het hoogste trainingsniveau en is daarbij inzetbaar voor de meest complexe opdrachten en operaties op hun niveau. Niet-operationeel gerede eenheden (het voortzettingsvermogen) zijn voortdurend voor een veelheid aan taken inzetbaar. Voor inzet in het hoogste deel van het geweldsspectrum is enige reactietijd nodig. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CLAS. Externe factoren Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die het CLAS ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 237Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 1 384 682 1 299 227 1 218 614 1 139 137 1 057 637 1 022 352 1 019 930 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 30 363 28 393 27 365 28 578 21 774 Operationeel Commando LAS, 1 098 768 1 065 286 97 855 88 002 82 126 85 015 85 017 waarvan Operationele eenheden 817 619 820 885 waarvan Opleidingen 281 149 244 401 Totaal programma-uitgaven 1 098 768 1 065 286 97 855 88 002 82 126 85 015 85 017 Apparaatsuitgaven Staf Commando LAS 265 794 215 759 19 466 18 048 13 544 13 346 13 504 Operationele eenheden 1 082 972 1 014 555 943 499 905 448 902 866 Bijdragen aan SSO’s 20 120 18 182 18 321 18 532 18 468 18 543 18 543 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 875 582 836 916 793 283 776 971 757 703 huisvesting 80 949 71 627 66 805 63 279 59 805 ICT 47 370 36 004 33 697 33 323 33 312 overige exploitatie 116 858 106 588 81 726 63 763 84 093 Totaal apparaatsuitgaven 285 914 233 941 1 120 759 1 051 135 975 511 937 337 934 913 Totaal uitgaven 1 384 682 1 299 227 1 218 614 1 139 137 1 057 637 1 022 352 1 019 930 Totaal ontvangsten 21 017 15 823 15 823 15 823 15 823 15 823 15 823Budgetflexibiliteit Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen. Verdeling operationele doelstellingen In onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLAS plus de apparaatsuit-gaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten). bedragen x € 1 miljoen 2012 2013 2014 2015 2016 operationele doelstelling 1 35,5 33,2 30,9 29,8 29,7 operationele doelstelling 2 344,6 321,8 299,3 289,1 288,3 operationele doelstelling 3 800,7 747,6 695,4 671,6 669,9 Totaal 1 180,8 1 102,6 1 025,6 990,5 987,9Operationele doelstellingen Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide toelichting op de drie operationele doelstellingen. Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet. Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden. Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden. Operationele doelstelling 1: Operationele doelstelling 2: Operationele doelstelling 3: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 238Beleidsartikelen Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden. Doelstellingenmatrix CLAS 2012 2012 Groep Organieke eenheid Geplande inzet (OD1) 1 Totaal aantal eenheden Totaal aantal operationeel gerede (OG) eenheden (OD1+ OD2) Voortzet-tingsver-mogen OD3 Specifiek OG Organiek OG HRF(L)HQ NL deel HRF HQ 3 3 Korps Commando troepen Commandotroepencom-pagnie 4 2 2 Luchtmobiele Brigade Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie 1 1 2 Infanteriebataljon Lucht-mobiel 0,1 3 1 2 Gevechtssteun eenheden 0,1 1 0,5 0,5 Logistieke eenheden 0,2 3 0,6 2,4 NATRES Bataljons 2 2 4 Gemechaniseerde Brigades (13, 43 Mechbrig) 5 Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie 0,1 2 1 1 Pantserinfanteriebataljon 0,1 4 0,5 3,5 Brigade verkenningses-kadron 2 0,8 1,2 Afdeling veldartillerie 1 0,1 0,9 Pantsergeniebataljon 0,1 2 0,5 1,5 Logistieke eenheden 4 0,8 3,2 NATRES Bataljons 3 34 Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL) Staf OOCL + Stafcompagnie 1 1 Geniebataljon 1 0,4 0,6 JISTARC modules 0,3 5 2 3 CIS-bataljon 3 1 2 (3 compagnieën) CIMIC bataljon (6 CIMIC Support Elements) 6 2 4 Bevoorradings- en Transportbataljon 2 1 1 Geneeskundig bataljon 5 2,5 2,5 (5 MTF) Herstelcompagnie 3 0,2 2,8 Commando Grondgebonden Luchtverdediging (DGLC) 6 Commando Element 0,8 7 0,8 Patriot 3 3 AMRAAM 2 1,8 0,2 Stinger 3 2,1 0,9 EOD Ploegen 63 48 12 361 Betreft inzet GPM.2 Beperkte organieke commandovoeringsondersteuning voor optreden in het mobiele domein.4 Kent beperkingen bij optreden bij duisternis. 5 Vanaf december 2012 zal de 101e CBRN-verdedigingscompagnie naast expeditionaire taken ook belast worden met ICMS. Wanneer de eenheid expeditionair ingezet wordt, kan de ICMS-capaciteit niet geleverd worden.6 Vanaf 1 januari 2012 zal het DGLC onder het Single Service Management (SSM) van het CLAS geplaatst worden. Daarnaast zal het DGLC in 2012 starten met een opwerkprogramma voor de Air Missile Defence Task Force (AMDTF).7 Commando element wordt opgericht vanaf 2e kwartaal 2012.3 Betreft inzet ICMS en GPM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 239Beleidsartikelen Gereed voor internationale inzet Ten behoeve van de Geïntegreerde Politie Missie in Afghanistan levert het CLAS in 2012: •Een staf (0,1 eenheid); •Een pantserinfanteriecompagnie, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid over 2012; •Een logistieke bijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012; •Een geniebijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012; •Een EOD-bijdrage van twee ploegen, dit betekent een bijdrage van 2 eenheden in 2012; •Een bijdrage aan het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissance Commando (JISTARC), dit betekent een bijdrage van 0,3 eenheid in 2012; •Inzet van individuele militairen voor de vulling van bijvoorbeeld staven en het National Support Element (NSE). Bij een nieuwe missie zal per geval worden bezien welke CLAS-eenheden hiervoor in aanmerking komen. Gezien de overgangsfase waarin het CLAS zich bevindt, is in 2012 de inzet van voldoende eenheden voor een tweede langdurige stabilisatieoperatie voor het CLAS niet zonder meer haalbaar. Gereed voor nationale inzet Explosievenopruimingsdienst. De EOD heeft voortdurend ploegen op afroep beschikbaar voor civiele werkzaamheden in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie of lokale civiele autoriteiten. Het betreft verkennende zoekacties en de opsporing en ruiming van conventionele of geïmprovi-seerde explosieven. Voorts doet de EOD preventief onderzoek op locaties. Ten behoeve van deze taken worden vier ploegen ingezet. In het kader van ICMS moeten vier van deze ploegen binnen een bepaalde termijn op verschillende locaties ter plaatse kunnen zijn. Bewaken en beveiligen. Voor de bewaking en beveiliging van objecten, gebieden, routes en grenzen worden in het kader van de civiel-militaire samenwerking mobiele radarsystemen en kleine onbemande vliegtuigen ingezet. Indien nodig is hiervoor binnen 48 uur een eenheid ter grootte van een bataljon beschikbaar. Compagnie in de West. Het CLAS levert op rotatiebasis permanent een compagnie aan het CZMCARIB voor het beteugelen van oproer, het leveren van bijstand en territoriale verdediging. ICMS. Het CLAS garandeert naast de reeds genoemde nationale inzet voortdurend de beschikbaarheid van personeel en middelen in het kader van de gemaakte afspraken over de civiel-militaire samenwerking. Vanaf 1 december 2012 garandeert het CLAS een permanente (deels geïmprovi-seerde) inzet in het kader van ICMS met een CBRN-responsteam dat binnen twee uur beschikbaar is en een team met ontsmettingscapaciteit dat binnen zes uur beschikbaar is. Rampenbestrijding en algemene militaire bijstand. Voor de bestrijding van rampen, het verlenen van noodhulp en voor de algemene militaire bijstand aan civiele instanties zijn beschikbaar: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 240Beleidsartikelen •Een stafdetachement voor de ondersteuning van het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum te Driebergen binnen 48 uur; •Een detachement van drieduizend militairen voor de uitvoering van rampenbestrijding, bewaking en beveiliging en algemene ondersteu-nende taken – samengesteld uit militaire eenheden van alle operatio-nele commando’s – binnen 48 uur; •Transportcapaciteit (rups en wiel) voor de verplaatsing van personen en materiaal uit moeilijk toegankelijke gebieden binnen 48 uur; •Een constructie-eenheid inclusief technische adviescapaciteit voor het maken van noodconstructies en noodvoorzieningen binnen 48 uur; •Een vouwbrugeenheid voor noodbruggen en noodvlotten binnen 48 uur; •Voorzieningen ter ondersteuning van bestuurlijke of operationele centra in geval van uitval van bestaande verbindingsmiddelen binnen 24 uur; •Mobiele grondradarsystemen voor bewaking van objecten en gebieden binnen 48 uur; •Kleine onbemande vliegtuigen ter bewaking en beveiliging van objecten en gebieden binnen 48 uur; •Geneeskundige hulpposten voor triage en eerstelijnshulp binnen 48 uur; •Een noodhospitaal voor tweedelijns verzorging binnen 48 uur; •Een ziekenautopeloton als aanvulling op de civiele capaciteit binnen 48 uur; •CBRN1-respons, detectie- en ontsmettingscapaciteit binnen twee tot zes uur. 1 De 101 CBRN-verdedigingscompagnie is ingericht ter bestrijding van chemische, biologische, radioactieve of nucleaire rampen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 241Beleidsartikelen 2.2.4 Commando luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 23 Algemene doelstelling Het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) levert lucht- en grondge-bonden capaciteit voor nationale en internationale operaties. Omschrijving van de samenhang in het beleid Voor de lucht- en grondgebonden operationele capaciteit van de krijgsmacht moet het CLSK eenheden gereed stellen en houden. Lucht-strijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken, zoals de bescherming van het nationale luchtruim en brandbestrijding. Vanwege de veranderingen in de veiligheidssituatie in de afgelopen decennia is het CLSK zich steeds meer gaan toeleggen op de uitvoering van luchtoperaties op grote afstand. Deze operaties kunnen gedurende langere tijd worden volgehouden. De luchtstrijdkrachten kunnen worden ingezet ter afschrikking van geweldsgebruik, ter ontzegging van het gebruik van het luchtruim of ter afdwinging van embargo’s. Ook zorgen luchtstrijdkrachten voor veiligheid in de lucht en ondersteunen en beïnvloeden zij operaties op het land en op zee, overal ter wereld. Het optreden van het CLSK verschaft eigen eenheden en coalitiegenoten vrijheid van handelen. De helikopters bieden ondersteuning door onder meer tactisch transport, verkenningen en vuursteun, maar ook door reddingswerkzaamheden (search and rescue) en medische evacuatie. De luchttransporteenheden bieden ondersteuning bij strategische verplaat-singen van zowel personen als materieel. Het CLSK is in staat om operaties uit te voeren in zowel het lagere als het hoge deel van het geweldsspectrum en daar waar nodig snel te (de)esca-leren. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van het CLSK. Externe factoren Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die het CLSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen staan in de volgende tabel. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd. Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 754 488 682 108 654 176 626 490 595 978 594 713 610 125 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 21 796 18 249 18 245 18 964 14 458 Commando LSK, 611 520 597 436 50 726 51 369 52 292 52 494 53 148 waarvan Operationele eenheden 554 376 531 525 waarvan Opleidingen 57 144 65 911 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 242Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Totaal programma-uitgaven 611 520 597 436 50 726 51 369 52 292 52 494 53 148 Apparaatsuitgaven Staf Commando LSK 100 861 96 205 25 105 24 178 21 349 21 100 21 101 Operationele eenheden 571 018 543 538 514 955 513 710 528 467 Bijdragen aan SSO’s 8 707 8 467 7 327 7 405 7 382 7 409 7 409 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 384 986 363 704 342 853 350 724 363 671 huisvesting 54 656 51 508 56 959 46 876 44 678 ICT 18 994 15 381 15 039 15 438 15 438 overige exploitatie 144 814 144 528 128 835 129 181 133 190 Totaal apparaatsuitgaven 109 568 104 672 603 450 575 121 543 686 542 219 556 977 Totaal uitgaven 721 088 702 108 654 176 626 490 595 978 594 713 610 125 Totaal ontvangsten 15 986 9 181 9 181 9 181 9 181 9 181 9 181Budgetflexibiliteit Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 43 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen. Verdeling operationele doelstellingen In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLSK plus de apparaatsuit-gaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten. bedragen x € 1 miljoen 2012 2013 2014 2015 2016 operationele doelstelling 1 115,2 110,3 105,1 105,0 107,8 operationele doelstelling 2 216,2 206,8 197,1 196,8 202,1 operationele doelstelling 3 290,4 277,9 264,9 264,5 271,7 Totaal 621,7 594,9 567,2 566,2 581,6Operationele doelstellingen Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitbreide toelichting op de drie operationele doelstellingen. Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet. Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden. Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden. Specifiek en organiek gereed stellen van eenheden Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden.Operationele doelstelling 1: Operationele doelstelling 2: Operationele doelstelling 3: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 243Beleidsartikelen Doelstellingenmatrix CLSK 2012–2016 2012 Groep Organieke eenheid Geplande inzet (OD1) Totaal aantal eenheden Operationeel gerede eenheden (OD1 + OD2) Voortzettings-vermogen (OD3) Specifiek Organiek Jachtvliegtuigen F-16 6 57 21 36 Helikopters (Defensie Helikopter Commando) AH-64D Apache 21 7 14 CH-47 Chinook 14 4 10 AS-532 Cougar 2 8 4 4 SH-14D Lynx 2 → 0 5 → 0 2 → 0 3 → 0 AB-412SP (SAR) 1 3 2 1 NH-90 NFH 0 → 2 7 → 12 4 → 0 0 → 5 3 → 7 NH-90 TNFH 0 Luchttransport (K)DC-10 3 1,5 1,5 C-130H Hercules 4 2 2 Force Protection OGRV eenheden 3 2 1 Command en Control 2 1 1 Air C4 ISR AOCS 1 1 1 NDMC 1 1 1 Kustwacht Nederland Dornier DO-228 1 2 1 1Gereed voor internationale inzet Jachtvliegtuigen. In de eerste helft van 2012 is de inzet voorzien van acht F-16’s voor de NATO Response Force (NRF)-18. In de tweede helft van 2012 is de inzet voorzien van eenzelfde aantal F-16’s voor de NRF-19. De F-16’s die voor de NRF kunnen worden ingezet, zijn daarnaast beschikbaar voor training. Force protection. De «ObjectGrondverdediging» (OGRV)-pelotons worden operationeel gereedgesteld teneinde in voorkomend geval ondersteuning te kunnen leveren bij de inzet van jachtvliegtuigen of helikopters. Hierbij zijn twee Command en Control-elementen beschikbaar. Maritieme helikopters. Gedurende het eerste half jaar zal een Lynx-helikopter worden ingezet aan boord van het stationsschip in het Caribisch gebied en zal een Lynx-helikopter worden ingezet ten behoeve van de Standing NATO Maritime Group (SNMG). Vanaf het derde kwartaal zal geen Lynx-helikopter meer beschikbaar zijn voor boordtaken in verband met de uitfasering van het toestel. Vanaf 1 januari 2013 zal de eerste NH-90 beschikbaar zijn voor deze taak. Gereed voor nationale inzet Jachtvliegtuigen. Permanent worden twee F-16’s ingezet ter bewaking van het Nederlandse luchtruim in het kader van de Quick Reaction Alert (QRA). Helikopters. Een AB-412 helikopter verzorgt militaire search and rescue (SAR)-taken en patiëntenvervoer in het geval van medische noodgevallen vanaf de Waddeneilanden. Een NFH/Lynxhelikopter wordt permanent ingezet voor SAR-taken (Kustwacht Nederland) en patiëntenvervoer bij medische noodgevallen. In de periode tussen de uitfasering van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 244Beleidsartikelen Lynx-helikopter en de invoering van de NFH-helikopter zullen de SAR-taken en het patiëntenvervoer overgenomen worden door de Cougarhelikopter. AOCS Nieuw Milligen. Het Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen wordt in combinatie met de F-16»s van de QRA permanent ingezet voor de beveiliging van het nationale luchtruim. Tevens dient het AOCS Nieuw Milligen als reservefaciliteit voor de radar op Schiphol. NDMC. De Nationale Datalink Management Cel (NDMC) coördineert, controleert en monitort de inzet van Link-16 binnen Nederland. Link-16 is een datanetwerk waarmee vliegtuigen met elkaar in verbinding staan. Kustwachtvliegtuigen. Permanent wordt minimaal een Dornier 228 ingezet voor de uitvoering van kustwachttaken ten behoeve van Kustwacht Nederland. Vliegtuigen en gevechtshelikopters. Dit betreft de ondersteuning van de civiele autoriteiten met F-16’s en Apachehelikopters met inzet van specifieke sensoren op verzoek van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Transporthelikopters. Dit betreft de ondersteuning met helikopters voor calamiteitenbestrijding, brandbestrijding en militaire bijstand. Luchttransport. Dit betreft de ondersteuning met luchttransport in het kader van ontwikkelingssamenwerking en de vreemdelingendienst. Tevens gaat het om ondersteuning bij het vervoer van leden van het Koninklijk Huis en het kabinet. ICMS. Ter ondersteuning bij bewaking en beveiliging, rampenbestrijding en algemene steunverlening kan personeel van alle eenheden van het CLSK worden ingezet. Ook levert het CLSK voertuigen en een bijdrage aan eerstelijns medische zorg. Voor de tijdelijke opvang van grote aantallen personen bij rampen zijn conform de provinciale aanpak de vliegbases Leeuwarden en Woensdrecht beschikbaar. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 245Beleidsartikelen 2.2.5. Commando Koninklijke marechaussee – beleidsartikel 24 Algemene doelstelling Het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar) is een politieorgani-satie met een militaire status die wereldwijd inzetbaar is voor vrede en veiligheid. Omschrijving van de samenhang in het beleid Het CKmar heeft een veelzijdig takenpakket in het Koninkrijk der Neder-landen en in het buitenland. De Koninklijke marechaussee houdt zich onder gezagsverantwoordelijkheid van meerdere ministers bezig met beveiliging, handhaving van de vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht en het tegengan van mensensmokkel politietaken ten behoeve van Defensie en op burgerluchtvaartterreinen, samenwerking met en bijstand aan de politie en de uitvoering van politietaken in het kader van internationale vredesoperaties. Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKmar als strategische reserve voor de Nederlandse overheid. Het CKmar speelt snel en flexibel in op wijzigende omstandig-heden door accenten te leggen binnen taakvelden of tussen taakvelden, waar nodig na toestemming van de betreffende gezagsdragers. Hiermee levert het CKmar direct en indirect een bijdrage aan de veiligheid in binnen- en buitenland. Verantwoordelijkheid De minister van Defensie is als beheersverantwoordelijke voor het CKmar verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CKmar. Het gezag over de marechaussee berust naast de minister van Defensie bij de minister van Veiligheid en Justitie en de minister voor Immigratie en Asiel. De gezagsdragers kunnen normen stellen waaraan het CKmar dient te voldoen. Deze kunnen liggen op het terrein van de personele gereedheid, maar ook uitrusting, infrastructuur en ICT-systemen. De uitvoering is opgedragen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. Externe factoren Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie het beleidsar-tikel 21 CZSK. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die het CKmar ter beschikking staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 246Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 381 059 401 053 372 144 356 476 351 597 348 424 345 733 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 2 013 1 906 1 867 1 822 1 388 Operationele taakvelden Commando Kmar, 369 403 370 848 6 385 6 443 6 455 6 350 6 348 waarvan Operationele eenheden 321 178 327 431 waarvan Opleidingen 48 225 43 417 Totaal programma-uitgaven 369 403 370 848 6 385 6 443 6 455 6 350 6 348 Apparaatsuitgaven Staf Commando Kmar 30 427 27 300 11 949 11 622 9 293 9 197 9 238 Operationele eenheden 350 913 335 484 332 932 329 949 327 239 Bijdragen aan SSO’s 3 584 2 905 2 897 2 927 2 917 2 928 2 928 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 278 207 268 169 265 797 264 772 261 690 huisvesting 29 263 21 656 21 165 19 410 19 410 ICT 16 970 14 786 14 439 13 284 13 285 overige exploitatie 41 319 45 422 43 741 44 608 45 020 Totaal apparaatsuitgaven 34 011 30 205 365 759 350 033 345 142 342 074 339 405 Totaal uitgaven 403 414 401 053 372 144 356 476 351 597 348 424 345 753 Totaal ontvangsten 5 941 4 652 4 652 4 652 4 652 4 652 4 652Budgetflexibiliteit Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 32 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen. Verdeling naar taakvelden In onderstaande tabel zijn de geraamde uitgaven verdeeld naar de taakvelden. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van het CKmar plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten.Verdeling gelden naar taakvelden CKMar bedragen x € 1 000 2012 2013 2014 2015 2016 – Programma Operationele Taakvelden 6 385 6 443 6 455 6 350 6 348 – Apparaat Operationele Eenheden 350 913 335 484 332 932 329 949 327 239 Totaal Operationeel CKMar 357 298 341 927 339 387 336 299 333 587 Waarvan: – Beveiliging 89 324 85 482 84 847 84 074 83 397 – Vreemdelingenwetgeving 167 930 160 706 159 512 158 061 156 786 – Militaire politietaken 50 022 47 870 47 514 47 082 46 702 – Politietaken burgerluchtvaartterreinen 28 584 27 354 27 151 26 904 26 687 – Assistentie, samenwerking en bijstand 3 573 3 419 3 394 3 363 3 336 – Internationale crisis- en humanitaire operaties 17 865 17 096 16 969 16 815 16 679Operationele doelstellingen Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten. Operationele doelstelling 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 247 Beleidsartikelen Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de: •Beveiliging van objecten en subjecten, de advisering en ondersteuning ten aanzien van de beveiliging van objecten, en optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van objecten; •Beveiliging van personen en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van personen; •Uitvoering van toezicht op de beveiliging van de burgerluchtvaart, waaronder luchtvracht, risicovluchten, het optreden in geval van incidenten en de uitvoering van de gewapende beveiliging; •Beveiliging van waardetransporten van De Nederlandsche Bank (DNB) en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van deze transporten; •Beveiliging van ambassades op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van ambassades. De uitvoering van deze taken wordt verzorgd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het Ckmar. Indicatoren Streefwaarde 2012 Aantal illegale betredingen van het object waarbij niet tijdig is geïntervenieerd 0 Aantal teams voor persoonsbeveiliging ten behoeve van het ministerie van Buitenlandse Zaken 4 Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart 100% Het servicepercentage beveiligde waardetransporten 100%Beheersing van de vreemdelingenstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de: •Uitvoering van het grenstoezicht, waaronder de uitvoering van persoonscontroles en de verstrekking van nooddocumenten; •Uitvoering van het mobiel toezicht veiligheid (MTV), waaronder het houden van controles; •Uitvoering van documentonderzoek op de aanmeldcentra; •Verwijdering van vreemdelingen; •Uitvoering van onderzoeken naar mensensmokkelincidenten en documentenfraude vanuit de taken op grond van de Vreemdelingen-wet; •Uitvoering van projectmatige strafrechtelijke onderzoeken naar mensensmokkel voortkomend uit of samenhangend met de grensbe-waking of het MTV. Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar. Voor de segmenten pleziervaart en visserij in de grensbewaking geeft het CKmar invulling aan de doelstel-lingen door het risicogestuurd organiseren van landelijke controledagen. Op deze controledagen is er sprake van een honderd procent administra-tieve en fysieke controle. Daarnaast worden binnen deze segmenten Motivering Instrumenten Operationele doelstelling 2 Motivering InstrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 248Beleidsartikelen aangemelde schepen die van buiten het Schengengebied komen administratief gecontroleerd. Controle heeft plaats conform de bepalingen in de Schengengrenscode. Vanuit een ketenaanpak wordt in 2012 door Amsterdam Airport Schiphol (AAS), vervoerders, de douane, beveiliging en het CKmar gewerkt aan een gemeenschappelijke aanpak voor doorlooptijdmanagement van passa-giers op de luchthaven Schiphol. Uitgangspunt van deze aanpak blijft om in gezamenlijk en periodiek overleg capaciteitsinzet van de betrokken partijen maximaal af te stemmen op het passagiersaanbod op vertrek-, aankomst- en transferfilters. Onder leiding van AAS wordt gewerkt aan een voor alle partijen toegankelijk en betrouwbaar planningssysteem. Indicatoren Streefwaarde 2012 Burgerluchtvaart: – administratieve en fysieke controle op in- en uitreis 100% Vrachtvaart – Cruiseschepen – Ferry’s – administratieve controle van bemanning en passagiers 100% – fysieke controle (opvolging controle adviezen ZUIS1) 75% Pleziervaart – Visserij – administratieve controle op aangemelde schepen (afkomstig van buiten Schengen) 100% – landelijke controledagen pleziervaart (100% administratieve en fysieke controle) 3 – landelijke controledagen visserij (100% administratieve en fysieke controle) 21 Het informatiesysteem ZUIS genereert op basis van informatie en analyse controlevoorstellen.Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen. Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van: •De beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en ten behoeve van de calamiteitenbestrijding op militaire terreinen; •De handhaving van de openbare orde en rechtsorde; •De uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken. Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar. Indicatoren Streefwaarde 2012 Beschikbaarheid/bereikbaarheid Serviceniveau prioriteitsmeldingen: – in minimaal 90% van de meldingen binnen dertig minuten ter plaatse Aantal misdrijfdossiers Op basis van criminaliteitsbeeldanalyses Percentage processen-verbaal «lik op stuk» 50% Percentage technisch sepot < 5%Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen. Operationele doelstelling 3 Motivering Instrumenten Operationele doelstelling 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 249Beleidsartikelen Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van de: •Beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en calamiteitenbestrijding op de aangewezen burgerluchtvaartterrei-nen; •Handhaving van de openbare orde en rechtsorde; •Uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken. Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar die belast zijn met de politietaken op Schiphol of de andere aangewezen burgerluchtvaartterreinen. Indicatoren Streefwaarde 2012 Beschikbaarheid/bereikbaarheid Serviceniveau prioriteitsmeldingen: – in minimaal 90% van de prio 1 meldingen in de terminal en het betreffende luchtvaartterrein binnen 5 minuten ter plaatse – in 90% van de prio 2 meldingen binnen 10 minuten ter plaatse – in 90% van de prio 3 meldingen binnen 15 minuten ter plaatseBeschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening. Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling en de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van het: –Operationeel gereedstellen en inzetten van Mobiele Eenheden (ME); –Operationeel gereedstellen en inzetten van Bijstandseenheden (BE); –Operationeel gereedstellen en inzetten van een Aanhoudingseenheid (AE). Deze eenheden zijn samengesteld uit personeel van de districten en de daaronder ressorterende brigades. Deze taken worden grotendeels als nevenfunctie uitgevoerd: Indicatoren Streefwaarde 2012 Aantal beschikbare eenheden 4 pelotons ME 3 pelotons BE 1 aanhoudingseenheidBeschikbare operationele eenheden leveren voor internationale crisis- en humanitaire operaties. Het CKmar draagt bij aan de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van: •De militaire politietaken voor de Nederlandse krijgsmacht; •De internationale civiele politiemissies, waaronder die van de Europese Gendarmerie Eenheid (EGF); •Crowd and Riot Control (CRC). Motivering Instrumenten Operationele doelstelling 5 Motivering Instrumenten Operationele doelstelling 6 MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 250Beleidsartikelen Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar. Doelstellingenmatrix CKmar 2012 2012 Groep Organieke eenheid Geplande inzet (OD1) Totaal aantal eenheden Operationeel Gerede eenheden (OD1 of OD2) Voort-zettings-vermogen (OD3) specifiek organiek DLBE/BBM VTE’n voor politietaken Defensie ca. 10 50 25 25 Alle districten VTE’n voor civiele politiemissies ca. 116 256 128 128 BE/ME Peloton voor CRC 1 1 1 DLBE/BSB VTE’n voor Close Protection Teams ca. 3 26 13 131 Het CRC-peloton kan gedurende 2012 geen CRC onder pantser uitvoeren.InstrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 251Beleidsartikelen 2.2.6 Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 25 Algemene doelstelling De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel. Omschrijving van de samenhang in het beleid Een van de beleidsprioriteiten van Defensie is de verbetering van de operationele inzetbaarheid. Een deel van de operationele inzetbaarheid wordt beïnvloed door de materiële gereedheid. De DMO levert een bijdrage aan de materiële gereedheid door de aanschaf van materieel, het leveren van materieellogistieke ondersteuning en de instandhouding van defensiematerieel. Daarnaast verzorgt de DMO de afstoting van overtollig defensiematerieel. Aan alle operationele gebruikers wordt modern en kwalitatief hoogwaardig materieel geleverd dat voldoet aan de operati-onele eisen, tijdig beschikbaar is en voldoende bescherming biedt voor het defensiepersoneel. Dit materieel wordt op een zorgvuldige, over de levensduurdoelmatige en rechtmatige wijze verworven. In de Defensie Industrie Strategie (DIS) worden mogelijkheden bezien om een bijdrage te leveren aan de positie van de Nederlandse Defensiegerela-teerde Industrie (DGI) in de internationale netwerken op het gebied van ontwikkeling, productie en instandhouding van materieel. In bijlage 4.3 is een uitgebreide rapportage opgenomen over de stand van zaken van de operationalisatie van de DIS. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die ter beschikking staan van de DMO voor de realisatie van de doelstellingen, zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd. In 2012 zal naar aanleiding van de beleidsbrief de zeggenschap over de drie systeemlogistieke bedrijven (het Marinebedrijf in Den Helder, het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) vooral gevestigd in Amersfoort) worden overgedragen aan de operationele commandanten. De drie ketenbedrijven die voor de gehele krijgsmacht werken, te weten het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Bedrijf (KPU), het Defensie Munitiebedrijf en het Defensie Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBB), blijven bij de DMO. Zoals gemeld in de beleidsagenda zal de Kamer nog voor de behandeling van de ontwerpbegroting 2012 in een Nota van Wijziging geinformeerd worden over de consequenties van de overdracht van de drie systeemlogistieke bedrijven. Waar mogelijk worden onderdelen uitbesteed. In de ketenlogistiek zal indien mogelijk met externe partijen worden samengewerkt. Voorraden worden zoveel mogelijk rechtstreeks van de leverancier betrokken en bij de eindgebruiker afgeleverd, eigen voorraden worden geminimaliseerd en gecentraliseerd. Per keten zijn er maximaal twee voorraadpunten. Ook de directie Wapensystemen en de directie Projecten en Verwerving blijven deel uit maken van de DMO. Beide worden aanzienlijk verkleind. Alle materieelinvesteringsprojecten boven € 5 miljoen worden in de laatstge-noemde directie geconcentreerd, waarbij de eerstgenoemde directie de Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 252Beleidsartikelen ondersteuning levert. Na de reorganisatie als gevolg van de maatregelen in beleidsbrief heeft de DMO geen beleidsmatige functies meer. Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 1 128 782 2 122 038 1 815 726 2 131 551 2 482 743 2 023 321 1 475 028 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 1 084 041 762 689 561 775 320 597 170 595 Voorzien in nieuw materieel, 1 036 808 980 419 844 862 863 778 1 011 492 1 095 653 1 194 258 waarvan Investeringen zeestrijdkrachten 264 813 243 520 216 911 189 527 175 424 110 945 112 380 waarvan Investeringen landstrijdkrachten 363 811 244 728 195 513 189 820 209 582 262 835 218 982 waarvan Investeringen luchtstrijdkrachten 238 256 281 681 221 735 200 318 238 667 370 652 480 337 waarvan Investeringen Koninklijke marechaussee 15 062 21 569 13 733 6 836 6 105 9 192 10 018 waarvan Investeringen Defensiebreed 133 190 165 719 186 512 264 533 368 230 323 987 354 742 waarvan Investeringen overig 21 676 23 202 10 458 12 744 13 484 18 042 17 799 Instandhouding van materieel, 873 568 914 659 648 323 590 006 583 716 527 542 536 916 waarvan Logistieke ondersteuning zeestrijd-krachten 270 907 269 627 173 750 170 554 167 588 148 156 151 482 waarvan Logistieke ondersteuning landstrijd-krachten 292 611 321 850 241 311 202 341 200 152 176 302 185 694 waarvan Logistieke ondersteuning luchtstrijd-krachten 310 050 323 182 233 262 217 111 215 976 203 084 199 740 Totaal programma-uitgaven 1 910 376 1 895 078 1 493 185 1 453 784 1 595 208 1 623 195 1 731 174 Apparaatsuitgaven Staf DMO 259 127 245 179 8 259 10 918 7 185 6 348 6 342 Ondersteuning operationele eenheden 463 261 417 750 376 872 361 940 362 091 Bijdragen aan SSO’s 3 105 1 781 1 758 1 776 1 719 1 725 1 725 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 273 167 251 253 210 412 201 859 200 828 huisvesting 81 719 78 539 75 295 73 600 71 140 ICT 18 652 12 825 12 323 10 930 10 844 overige exploitatie 99 740 87 827 87 746 83 624 87 346 Totaal apparaatsuitgaven 262 232 246 960 473 278 430 444 385 776 370 013 370 158 Totaal uitgaven 2 172 608 2 142 038 1 966 463 1 884 228 1 980 984 1 993 208 2 101 332 Totaal ontvangsten 292 916 279 691 231 325 179 325 209 685 176 853 141 553 waarvan Verkoopopbrengsten 246 505 223 700 180 658 128 658 159 018 126 186 90 886 waarvan Overige ontvangsten 46 411 55 991 50 667 50 667 50 667 50 667 50 667Budgetflexibiliteit Voor de investeringen is per 1 januari 2012 voor 73 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Voor de instandhouding van materieel is 48 procent verplicht. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen in de beleidsartikelen 20, 21, 22, 23 en 24. Operationele doelstellingen Voorzien in nieuw materieel Om de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht te verzekeren, voorziet de DMO tijdig in nieuw materieel of wordt bestaand materieel vervangen. Het aan te schaffen materieel is noodzakelijk om de organi-satie adequaat toe te rusten voor de opgedragen taken. Het totaalbedrag dat de DMO in 2012 ter beschikking staat ter verwezenlijking van deze eerste operationele doelstelling is € 845 miljoen. Operationele doelstelling 1: MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 253Beleidsartikelen Defensie volgt de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam inkopen. In afwachting van nieuwe rijksbrede richtlijnen op dit gebied zal Defensie ook in 2012 zo veel mogelijk de uitgangspunten hanteren die momenteel gelden voor duurzaam inkopen. Dat betekent dat bij de verwerving van bepaalde productgroepen vooraf vastgestelde duurzaamheidseisen van toepassing zijn. Hierbij mag de operationele veiligheid niet worden belemmerd, dient het aanbod voldoende zijn en mag er geen sprake zijn van substantiële meerkosten. Daarnaast is Defensie begonnen aan de invoering van «assortimentsma-nagement». Daarmee wordt via een ordening van goederen en diensten de spreiding van verantwoordelijkheden tegengegaan. Het doel hiervan is onder meer de levering en de instandhouding van goederen en de levering van diensten tegen zo laag mogelijke kosten. De verdere implementatie van assortimentsmanagement is gekoppeld aan de invoering van het ERP-systeem (SAP) die is voorzien voor 2014. Voorts richt Defensie zich op het gebruik van geïntegreerde contractvormen in de verschillende contractfasen wanneer de benodigde werkzaamheden worden uitbesteed aan een private partij. Hieronder zijn tabellen opgenomen met projecten waarvoor geld is gereserveerd gedurende de begrotingsperiode 2012 tot 2016, waarvan het volume groter is dan € 25 miljoen of die politiek gevoelig zijn. De projecten uit de tabellen worden toegelicht bij een wijziging van het budget van minstens € 10 miljoen, een verschuiving van meer dan een jaar of een aanzienlijke bijstelling van de producteisen. Afrondingsver-schillen in deze tabellen zijn mogelijk. Dollargevoelige projecten zijn opgenomen tegen een dollarkoers van € 0,75 of tegen een -specifiek voor dat project afgesloten- termijndollarkoers. Een meer uitgebreide toelichting op de projecten is te vinden in het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Het MPO bevat informatie over de strategische materieelprojecten en de afstoting van wapens en wapensystemen. In het MPO wordt in aanvulling op de toelichtingen in de begroting onder meer beschreven hoe een materieelproject past in het defensiebeleid en samenhangt met andere materieelprojecten, evenals welke wijzigingen zich ten opzichte van het vorig jaar hebben voorgedaan.Instrumenten MaterieelprojectenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 254Beleidsartikelen Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Project-volume Raming uitgaven Fasering tot t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Aanpassing Mijnenbestrijdings capaciteit (PAM) 186,3 183,4 2,9 2012 Fast Raiding Interception and Special forces Craft (FRISC) 28,6 9,9 14,0 3,5 1,2 2014 Instandhouding M-fregatten 57,8 27,3 12,0 12,0 6,5 2014 Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten 94,1 16,6 14,7 12,5 18,0 13,5 9,0 2018 Kwantitatieve versterking mariniersbataljons 10,4 4,8 2,1 2,0 1,5 2014 Luchtverdedigings- en Comman-dofregatten 1 553,3 1 525,7 13,8 10,3 3,5 2014 Patrouilleschepen 529,7 456,7 42,6 16,1 14,2 2014 Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS) 383,2 105,2 100,0 87,5 86,5 4,0 2015Projecten in planning en realisatie Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM) Het project behelst de modernisering van de mijnenjaagcapaciteit van tien mijnenbestrijdingsvaartuigen en zes schepen van de Belgische Flower-klasse, evenals de uitvoering van levensverlengend onderhoud aan deze schepen. De financiële situatie bij Defensie heeft geleid tot een vertraging. Het laatste gemoderniseerde vaartuig zal begin 2012 in de vaart worden genomen. Fast Raiding, Interception and Special forces Craft (FRISC) FRISC is een samenvoeging van een aantal vergelijkbare projecten voor de aanschaf van in totaal 48 kleine en snelle vaartuigen. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie is het project met twee jaar verlengd. Kwantitatieve versterking mariniersbataljons Het project behelst de verwerving van extra materieel en infrastructuur voor de personele uitbreiding van de twee manoeuvrebataljons van het Korps Mariniers. De aanzienlijke verlaging van het budget ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van de overheveling van gelden voor de infrastructuur naar Beleidsartikel 26 CDC. De verwerving van materieel is met een jaar vertraagd doordat de contractonderhandelingen met de industrie langer duurden dan voorzien. Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LC-fregatten) Het project behelst de ontwikkeling en de bouw van vier LC-fregatten. Patrouilleschepen Het project behelst de vervanging van vier M-fregatten door patrouille-schepen voor de uitvoering van taken in het lagere deel van het gewelds-spectrum. Het budget is met € 18,2 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling en vergroting van de munitievoorraad. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 255 Beleidsartikelen Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS) Het project JSS behelst het ontwerp, de bouw en de indienststelling van een joint logistiek ondersteuningsschip. Het budget is met € 5,6 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling.Projecten in planning zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Project-volume Verwachte uitgaven t/m 2011 Verwachte uitgaven in 2012 Planning DMP proces Fasering 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Instandhouding Goalkeeper * 25–50 <25 <25 2012–2020 Instandhouding Luchtverdedigings- en Commandofre-gatten ** 50–100 A 2015–2019 Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD) 100–250 <25 <25 A 2013–2018 Midlife upgrade BV’s 206* 25–50 <25 <25 2011–2015 Modificatie MK48 torpedo* 50–100 <25 <25 2011–2017* Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.** Project komt voor mandatering in aanmerking.Instandhouding Goalkeeper Het project behelst de modernisering van de Goalkeeper. De Goalkeeper is een verdedigingsmiddel tegen inkomende Anti Surface Ship Missiles. Het project is twee jaar vertraagd als gevolg van de herschikkingen bij Defensie. Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD) Met het project Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD) worden de Luchtverdedigings- en Commandofregatten op termijn voorzien van een verdedigingscapaciteit tegen ballistische raketten. In 2006 is een sensor-modificatie met succes beproefd. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie begint het project twee jaar later. Midlife upgrade BV206D (MLU BV206D) De eenheden van het Korps Mariniers beschikken over voertuigen met een hoge terreinvaardigheid, in het bijzonder de BV206D en gepantserde rupsvoertuigen van het type Viking. De MLU BV206D betreft een levens-duurverlengend onderhoud, waardoor de voertuigen operationeel inzetbaar blijven tot ten minste 2020. Als gevolg van vertraging in de verwervingsvoorbereidingsfase zal de levering van het eerste voertuig een jaar later plaatshebben. Modificatie MK48 torpedo Het project betreft de verbetering van het wapensysteem MK48 torpedo van de Walrusklasse onderzeeboten. De planning is in lijn gebracht met het project Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten. De prijs per modificatiepakket blijkt hoger dan verwacht. Defensie onderzoekt momenteel hoe in de behoefte kan worden voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 256 Beleidsartikelen Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Project-volume Raming uitgaven Fasering tot t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 AGBADS 125,6 118,8 2,2 4,6 2013 Battlefield Management System (BMS) 62,7 46,2 13,4 3,1 2013 Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO) 42,8 35,9 3,2 3,7 2013 Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling) 114,2 112,1 1,3 0,8 2013 Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie) 729,6 178,5 114,0 142,6 140,5 119,6 31,5 2017 Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training 1 118,1 1 085,5 32,6 2012 Tactical Indoor Simulation (TACTIS) 84,1 83,4 0,7 2012 Vervanging genie- en doorbraaktank 87,4 41,1 38,9 7,4 2013Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling en productie) Dit project betreft de internationale ontwikkeling en serieproductie van een nieuw pantserwielvoertuig. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van samenvoeging met het project C4I-Boxer en door prijspeilaanpas-singen. Infanteriegevechtsvoertuig (IGV), productie en training Het project betreft de invoering van het pantservoertuig CV-90. Het projectvolume is verlaagd als gevolg van prijspeilaanpassingen. Tactical Indoor Simulation (TACTIS) Het doel van dit project is een belangrijke kwaliteitsverbetering in de opleidings- en trainingscyclus van de gemechaniseerde eenheden van het CLAS. Het systeem is geaccepteerd en operationeel in gebruik. De resterende werkzaamheden worden in 2011 voltooid en de gerelateerde betalingen duren tot 2012. Vervanging genie- en doorbraaktank Het project behelst de vervanging van de genie- en doorbraaktanks. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van prijspeilaanpassingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 257 Beleidsartikelen Projecten in planning landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Project-volume Verwachte uitgaven t/m 2011 Verwachte uitgaven in 2012 Planning DMP proces Fasering 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV) 1 25–50 A 2014–2019 Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens1 50–100 A 2014–2017 Vervanging Bouwmachines, grondverzet- en wegherstelmiddelen1 25–50 A 2015–2018 Vervanging Brugleggende tank1 50–100 <25 D 2010–2021 Vervanging Mortier- opsporingsradar (MOR)1 50–100 A 2014–2018 Verwerving CE-pakketten IGV1 50–100 <25 A 2011–2017 Verwerving Precision Guided Munition (PGM) 2 <25 <25 2011–2017 Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION nieuwe generatie warmtebeeld waarnemingssystemen)1 25–50 A 2015–20181 Project komt voor mandatering in aanmerking.2 Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV) Het project behelst de verbetering van het huidige EOV-systeem. Als gevolg van de beleidsbrief is het project met een jaar verschoven. Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens (KKW) Dit project voorziet in een defensiebrede vervanging van meerdere ondersteunende wapens. Vervanging Brugleggende tank Het project behelst de vervanging van de brugleggende tanks. Het project is geherfaseerd en met drie jaar verlengd. Vervanging mortieropsporingsradar (MOR) Het project behelst de vervanging van mortieropsporingsradar. Deze radar is essentieel voor een goede situational awareness, in het bijzonder voor de bestrijding van vijandelijke grondwapens. Als gevolg van de beleids-brief is het project herijkt en met drie jaar verlengd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 258 Beleidsartikelen Verwerving CE-pakketten IGV Het project behelst de verwerving van beschermingspakketten van het Infanterie Gevechtsvoertuig, het hoofdwapensysteem van de pantserin-fanterie van de gemechaniseerde brigades. Het project is met twee jaar verlengd. Verwerving Precision Guided Munition (PGM) Het project behelst de verwerving van precision guided munition voor de pantserhouwitser. Het project is verdeeld in twee deelprojecten: de verwerving van geleide munitiesoorten en de verwerving van course correcting fuses. Het budget is verminderd tot onder de € 25 miljoen, waardoor het project niet als aparte regel zal worden opgenomen in de begroting 2013. Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION) Het project beoogt de defensiebrede vervanging van uiteenlopende waarnemingssystemen. Het betreft oude generaties helderheidsver-sterkers en warmtebeeldsystemen.Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Project-volume Raming uitgaven Fasering tot t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Aanschaf C-130 /(K)DC-10 Simulatoren 36,0 32,9 3,1 2012 AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS) 83,5 76,8 6,7 2012 AH-64D Upgrade 118,0 10,9 6,2 29,0 45,0 26,9 2015 Chinook uitbreiding en versterking (4 + 2) 364,6 311,2 49,6 0,7 1,9 1,2 2015 F-16 M5 modificatie 51,0 35,4 4,2 2,4 1,5 2014 F-16 Mode 5 IFF 39,3 13,2 12,1 7,5 5,5 1,0 2018 F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1 58,8 37,2 1,5 14,0 6,1 2015 F-16 Zelfbescherming (ASE) 81,0 5,6 13,0 26,0 36,4 2014 Vervanging F-16 (System Development and Demonstration) 792,1 791,0 1,1 2012 Vervanging F-16 NL projecten 41,5 37,7 3,8 2012AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS) Het project behelst de verbetering van de detectie- en identificatiecapa-citeit van de Apachehelikopter. De levering van de laatste vijf modificatie-pakketten is vertraagd. Hierdoor worden de laatste helikopters aangepast in 2012. AH-64D Upgrade Het project behelst de modernisering van de Apachehelikopter. Met de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over een herfasering die binnen het contract kan worden uitgevoerd. Het betreft een financiële Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 259 Beleidsartikelen herschikking van een jaar. De vertraging bij de aanpassingen aan de laatste helikopters bedraagt ongeveer een half jaar. Chinook uitbreiding en versterking Naast een uitbreiding met vier toestellen en vervanging van twee toestellen, voorziet het project in de verwerving van beperkte voorzie-ningen voor de uitvoering en ondersteuning van speciale operaties. Na de eerste levering – naar verwachting eind 2011 – volgen de overige toestellen binnen een half jaar. Van de zes nieuwe Chinooks worden er drie gestationeerd in de Verenigde Staten (Fort Hood) voor opleiding en training. De verwerving van munitie maakt deel uit van het project en zal duren tot en met 2015. F-16 M5 modificatie Het M5 modificatieprogramma betreft een modernisering van zowel de hardware als de softwarevan het GPS-systeem, het gebruik van precisie-wapens en de voorbereiding op een moderner elektronisch zelfbescher-mingssysteem. De modificatieplanning van de F-16’s is verlengd en het projectbudget is geherfaseerd. F-16 mode 5 IFF In Navo-verband wordt het huidige Identification Friend or Foe (IFF) mode 4-systeem vervangen door mode 5. De aanvullende eisen die de Ameri-kaanse luchtvaartautoriteit heeft gesteld leiden naar verwachting tot een vertraging bij de invoering van het systeem en tot een herschikking van het projectbudget. F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1 Dit project heeft tot doel de bewapening van de F-16 aan te vullen en te verbeteren. Het resterende projectbudget is naar aanleiding van de beleidsbrief verlaagd. Vanwege het langer doorvliegen met de F-16 wordt het resterende deel besteed aan de verwerving van laser- en GPS-geleide wapens voor de F-16. Deze wapens zijn ook geschikt voor de beoogde opvolger van dit toestel, de F-35. F-16 Zelfbescherming (ASE) Het betreft een verbetering van de zelfbescherming van de F-16 door een modernisering van de radarstoorzender en de verbetering van de presentatie in de cockpit. Met de beleidsbrief is aan de Kamer gemeld dat het project is geherfaseerd. De totale capaciteit zal naar verwachting in 2014, een jaar later dan voorzien, beschikbaar komen. Vervanging F-16 SDD/NL projecten Het project Vervanging F-16 heeft tot doel tijdig te voorzien in de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen. De uitgaven betreffen de deelneming aan de System Development and Demonstration (SDD)-fase van het F-35 programma en de Nederlandse projecten die deel uitmaken van de vaste Nederlandse bijdrage aan de SDD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 260Beleidsartikelen Projecten in planning luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen) Project-omschrijving Project-volume Verwachte uitgaven t/m 2011 Verwachte uitgaven in 2012 Planning DMP proces Fasering 2011 2012 2013 2014 2015 2016 AH-64D Verbetering bewapening 1 25–50 <25 2013–2017 AH-64D Zelfbe-scherming (ASE) 2 50–100 <25 <25 B 2011–2016 Chinook Midlife Update (MLU) >250 <25 A 2012–2018 F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket1 25–50 2013–2015 F-16 M6.5 onderhoudstape1 <25 <25 2012–2015 F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 2 50–100 <25 <25 2010–2021 Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding 100–250 A 2015–2020 Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging1 50–100 A 2015–2017 Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en Luchtwaardigheid1 50–100 A 2016–2020 Patriot Vervanging COMPATRIOT1 25–50 <25 <25 2010–2015 Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding/productie >250 100–250 100–250 D t/m 2023 Vervanging Medium Power Radars in Wier en Nieuw Milligen2 50–100 < 25 B C D 2011–20161 Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.2 Project komt voor mandatering in aanmerkingAH-64D Verbetering bewapening Dit project behelst een herziening van het munitiepakket voor de Apache. In de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over de verlenging van het project met een jaar. AH-64D Zelfbescherming (ASE) Met dit project worden de Apachehelikopters voorzien van een volwaardig zelfbeschermingsysteem. Chinook Midlife Update (MLU) Het betreft de instandhouding van en noodzakelijke operationele verbeteringen aan de Chinook-helikopter. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 261 Beleidsartikelen F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket Het project behelst de vervanging van de infrarood geleide lucht-lucht raketten voor de F-16. Als gevolg van het besluit tot de vermindering van het aantal F-16»s is het projectbudget verlaagd en is de fasering aangepast. F-16 Verbetering lucht-grondbewapening, fase 2 Dit project behelst de verbetering en aanvulling van de bewapening van de F-16 en de vervanger daarvan. Twee van de vijf deelbehoeften worden vervuld met de aanschaf van de Small Diameter Bomb I. Met de beleids-brief is de Kamer geïnformeerd over een herfasering van de overige drie deelbehoeften naar de periode van 2018 tot 2021. Het hiervoor gereser-veerde budget is verlaagd. Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding De F-16 zal drie jaar langer doorvliegen dan was voorzien. Om de technische instandhouding te waarborgen moet een aantal componenten worden vervangen, waaronder een deel van de generatoren, de airconditi-oning van de cockpit, kanonslopen, vleugels en delen van de doelaanwijs-apparatuur. Daarnaast is groot onderhoud nodig voor een deel van de motoren. Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging In operationeel opzicht zal de F-16allengs minder voldoen aan de eisen van de tijd, onder meer vanwege de proliferatie van hoogwaardige luchtverdedigingssystemen en moderne gevechtsvliegtuigen. Om de operationele inzetbaarheid te kunnen garanderen is een modernisering en uitbreiding van het operationele zelfbeschermingssysteem noodzakelijk. Dit project sluit aan bij het project F-16 Zelfbescherming (ASE). Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en Luchtwaardigheid Om de vliegveiligheid en luchtwaardigheid te waarborgen zijn aanpas-singen van de software noodzakelijk evenals de vervanging van onder meer de Modular Mission Computer. Patriot Vervanging COMPATRIOT Het verbindingssysteem COMPATRIOT ondersteunt de commandovoering en vuurleiding van het Patriotsysteem. Het huidige COMPATRIOT-systeem is technisch en economisch verouderd en dient te worden vervangen. Het project is geherfaseerd. Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding/productie Zoals gemeld in de beleidsbrief wordt in het investeringsoverzicht € 4,5 miljard gereserveerd voor de vervanging van de F-16. Dit kabinet neemt geen besluiten over de vervanger van de F-16, het aantal aan te schaffen toestellen en het daarvoor benodigde budget. Defensie is in het kader van de vervanging van de F-16 een aantal verplichtingen aangegaan, waarvan de belangrijkste hieronder worden opgesomd. Defensie neemt deel aan het Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) Memorandum of Understanding voor de F-35 (Joint Strike Fighter). Voorts heeft Defensie in mei 2008 een Memorandum of Understanding getekend voor deelneming aan de operationele testfase (IOT&E). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 262Beleidsartikelen In het kader van de operationele testfase zijn verder verplichtingen aangegaan voor twee testtoestellen. In 2009 is een verplichting aangegaan voor het eerste testtoestel uit de Low Rate Initial Production (LRIP)-3 productieserie, inclusief bijkomende middelen en eind april 2011 voor het tweede testtoestel uit de LRIP-4 productieserie, tevens inclusief een deel van de bijkomende middelen. Voor de overige nog te contracteren bijkomende middelen zijn nog geen verplichtingen aangegaan. Het eerste toestel wordt naar verwachting in augustus 2012 geleverd, het tweede toestel in maart 2013. Daarbij moet, zoals in de jaarrapportage over 2010 is gemeld, voor het eerste testtoestel rekening worden gehouden met een prijsstijging van ongeveer tien tot vijftien procent. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geraamde uitgaven voor de PSFD, de IOT&E en de twee testtoestellen. Projectomschrijving Project-volume Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen) Fasering tot t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 e.v. PSFD MoU 123,0 71,3 10,8 8,7 2,6 2,3 27,3 2024 IOT&E MoU 21,0 10,6 10,4 2015 Testtoestellen inclusief bijkomende middelen 237,1 138,8 72,6 25,7 2013Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen) Project-omschrijving Project-volume Raming uitgaven Fasering tot t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 1 en 2 34,2 31,4 2,8 2013 Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM) 133,0 99,4 9,0 9,0 9,1 6,5 2015 Modernisering navigatiesystemen 36,4 16,6 2,3 5,0 6,8 5,7 2015 NH-90 1 174,9 781,8 122,2 107,1 113,5 40,3 10,0 2016 Richtkijker wapen schutter lange afstand 30,5 21,2 4,0 3,3 2,0 2014Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Het programma C-IED bestaat uit meerdere deelprojecten om de Improvised Explosive Devices (IED) dreiging breder aan te pakken. Het eerste blok is inmiddels voltooid, het tweede blok is in de realisatiefase. Blok 3 behelst de structurele inbedding van C-IED-middelen bij Defensie. Militaire Satelliet Communicatie lange termijn (MILSATCOM) Het project betreft de behoefte aan satellietcapaciteit voor militair gebruik. Het project is geherfaseerd en met een jaar verlengd. Modernisering navigatiesystemen Dit project voorziet in een krijgsmachtbrede behoefte aan modernisering en uitbreiding van navigatiemiddelen en daarmee samenhangende maritieme identificatiemiddelen. Als gevolg van herschikkingen wordt het project met twee jaar verlengd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 263 Beleidsartikelen NH-90 Defensie neemt deel aan het internationale NH-90 programma met als doel de aanschaf van twintig NH-90 helikopters. Met de brief van 20 mei 2011 (Kamerstuk 25 928, nr. 48) is de Kamer geïnformeerd over de herijking van het project. Het project is verlengd tot 2016. Richtkijker wapen schutter lange afstand Het geweer lange afstand (GLA) zal worden voorzien van apparatuur om onder alle omstandigheden effectief te kunnen worden ingezet. Het project is geherfaseerd en met twee jaar verlengd.Projecten in planning defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen) Project-omschrijving Project-volume In M€ Verwachte uitgaven t/m 2011 Verwachte uitgaven in 2012 Planning DMP proces Fasering 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Combat Identification (Combat ID) 1 25–50 A 2013–2017 Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 33 50–100 < 25 A 2012–2022 Defensie bewaking en beveili-gingssysteem (DBBS) 100–250 A 2013–2019 Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen > 250 < 25 <25 B C D 2009–2019 Joint Fires3 25–50 A 2014–2018 Medium altitude long endurance (MALE) UAV 100–250 <25 A 2014–2017 MILSATCAP3 25–50 <25 A 2011–2018 2 Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/Mode S) 3 25–50 A 2014–2017 Uitbreiding CBRN capaciteiit in het kader van ICMS3 50–100 A 2012–2014 Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) 100–250 <25 <25 C D 2007–2017 Vernieuwing TITAAN3 50–100 <25 <25 A 2011–2016 Vervanging grondterminals MILSATCOM3 25–50 A 2018–2020 Vervanging HF/VHF-radio (EZB/FM9000) 100–250 A 2013–2021 Vervanging licht indirect vurend wapensysteem (LIVS)3 50–100 A 2017–2020 Verwerving HV-brillen 4 25–50 <25 <25 2011–20141 Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.3 Project komt voor mandatering in aanmerking2 Investeringsdeel4 Gemandateerde projecten waarvan het A-document al aan de Kamer verzonden is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 264 Beleidsartikelen Combat Identification (Combat ID) Combat ID geeft grond- en luchtgebonden eenheden een identificatieca-paciteit zodat het identificeren van eenheden vanuit de lucht, maar ook onderling op de grond, kan worden verbeterd. Het project is als gevolg van de herschikkingen bij Defensie met een jaar verlengd. Defensie bewaking en beveiliging systeem (DBBS) Dit project behelst de bedrijfsmatige vervanging van de verouderde elektronische bewakings- en beveiligingssystemen van de statische defensielocaties, zoals gebouwen en installaties. Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen Het project behelst de defensiebrede vervanging van de operationele wielvoertuigen. Defensie streeft ernaar een deel van het project versneld uit te voeren. Joint Fires Voorwaartse waarnemers en Forward Air Controllers zullen worden samengevoegd in zogeheten Fire Support Teams die op compag-niesniveau worden ingedeeld. Ten behoeve daarvan wordt uitrusting aangeschaft en is een modificatie nodig van de apparatuur voor doelbe-paling. Hierdoor zal de uitwisseling tussen de Fire Support Teams van het CZSK en van het CLAS verder worden vergroot. De coordinatie tussen deze teams zal op brigade- en bataljonsniveau in een speciaal stafelement worden belegd. MALE UAV Op grond van de in 2006 vastgestelde behoefte aan strategische, operationele en tactische waarnemingscapaciteit wordt in lijn met de beleidsbrief het project Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV voortgezet. Het betreft de aanschaf van een systeem bestaande uit vier toestellen inclusief sensoren, grondelementen voor de bediening en de apparatuur voor dataverwerking. MILSATCAP Het project betreft de verwerving van militaire capaciteit op het gebied van satellietcommunicatie. Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/mode S) Het project behelst de vervanging van het mode 4 IFF/mode 3A voor respectievelijk mode 5/mode S in Navo-verband. Als gevolg van herschik-kingen is het project een jaar verschoven. Uitbreiding CBRN-compagnie Als gevolg van ICMS worden de capaciteiten voor chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) rampenbestrijding uitgebreid. Het betreft de oprichting van een tweede CBRN-verdedigingscompagnie, een CBRN-responscapaciteit en een multidisciplinaire trainingsfaciliteit. Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) Het doel van het project is de verbetering van de uitrusting en de (informatie-)ondersteuning van de te voet optredende soldaat. De periode waarin het materieel bij Defensie wordt ingevoerd is met een jaar verlengd. Hierdoor zullen de betalingen ook later eindigen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 265Beleidsartikelen Vernieuwing TITAAN (voorheen Vervanging deelsystemen TITAAN) Iedere vijf jaar moeten de deelsystemen TITAAN, de basis ICT-infrastructuur voor grondgebonden optreden, worden vervangen. Als gevolg van de ontwikkelingen op ICT-gebied zijn daarnaast regelmatig aanpassingen aan het TITAAN-netwerk noodzakelijk. De instroom van het systeem is met een jaar vertraagd als gevolg van nadere studie om TITAAN geschikt te maken voor een defensiebrede toepassing. Vervanging grondterminals MILSATCOM Doel van het project is om te voorzien in een gefaseerde vervanging van de huidige mobiele landterminals van het Militaire Satelliet Communicatie (MILSATCOM)-systeem. Als gevolg van de beleidsbrief is het project een jaar verschoven. Vervanging HF/VHF-radio (EZB/FM9000) Het project behelst de vervanging van twee typen radio’s als deel van het draadloze transmissieplan Defensie. Vervanging licht indirect vurend systeem (LIVS) Dit project behelst de vervanging van grondgebonden vuursteuncapaciteit voor het CLAS en het CZSK bij de uitfasering van de 120mm mortieren. Deze vuursteuncapaciteit van de lichte eenheden heeft tot taak doelen te bestrijden die buiten het bereik liggen van de bij de gevechtseenheden ingedeelde wapensystemen. Het project is als gevolg van herschikkingen met twee jaar vertraagd. Verwerving HV-brillen Het project behelst de verwerving van helderheidsversterkende (HV)-brillen ten behoeve van het optreden in duisternis. Het betreft de vervanging van en daarnaast een aanvulling op de huidige door Defensie gebruikte HV-brillen. Het project is geherfaseerd en met een jaar verlengd. Instandhouding van materieel Door de onderhoudscapaciteiten van de systeemlogistieke bedrijven te voegen bij de operationele commando’s worden (de verantwoordelijk-heden voor) onderhoudswerkzaamheden geïntegreerd. Het wapensys-teemmanagement blijft bij de Defensie Materieel Organisatie. Om de output van de operationele eenheden te verzekeren, moeten deze beschikken over voldoende inzetbaar materieel. De DMO voorziet hierin enerzijds door zorg te dragen voor (hoger) onderhoud aan de wapensys-temen en de componenten hiervan en anderzijds door het op peil houden van de benodigde hoeveelheid reservedelen. Voor het verbeteren van de materiële beschikbaarheid van de wapensystemen tegen zo laag mogelijke kosten, gebruikt Defensie het «wapensysteemmanagement». Het totaalbedrag dat de DMO in 2012 ter beschikking staat ter verwezen-lijking van deze tweede eerste operationele doelstelling is € 648 miljoen. Voor de professionalisering van het wapensysteemmanagement wordt een aantal instrumenten ingevoerd. Het behelst uniforme systeem- en Integrated Logistic Support-plannen, verbeterde opleidingen, categori-sering van het materieel, verbeterde en integrale instandhoudingsana-lyses, kenniscentra, aansluiting bij SAP en kostenmodellen, verheldering Operationele doelstelling 2: Motivering InstrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 266Beleidsartikelen van ketens en ketenprocessen en verbetering van informatievoorziening in de keten door het gebruik van portals. De werkzaamheden die de DMO uitvoert ten behoeve van de redeployment duren naar verwachting tot eind 2012. Dan zal het materieel zijn opgenomen in de voorraden, overgedragen aan de operationele commando’s, afgestoten of geschonken aan derden. Door een tekort aan personeel kunnen de richtlijnen voor de onderhoudsniveaus niet worden toegepast voor het CLAS, het CKmar en voor het materieel dat door fast track procurement is verworven. De DMO maakt daarom gebruik van externe capaciteiten. Het budget voor de redeployment maakt geen deel uit van beleidsartikel 25, maar is opgenomen in beleidsartikel 20 Inzet. De inspanningen voor de DMO liggen op de gebieden van: –Het sluiten van contracten voor de uitbesteding van werk, de aankoop van reservedelen en voor vervangingsinvesteringen. –De afstoting van overtollig materieel, zowel vanuit het missiegebied als vanuit Nederland; –De uitvoering van werkzaamheden door de Logistieke Bedrijven van de DMO; –Het geven van advies en het verlenen van assistentie op het gebied van systeem- en ketenlogistiek. De prestaties op het gebied van logistieke ondersteuning door de DMO aan de andere defensieonderdelen worden vastgelegd in ondersteunings-overeenkomsten. Tussen de gebruiker, de normsteller en de onderhouder wordt op meerdere niveaus overleg gevoerd over de uitvoering daarvan. Centraal daarbij staat het door de DMO uit te voeren onderhoud aan de hoofdwapensystemen en in het verlengde daarvan de tijdige beschik-baarheid van het (hoofd)wapensysteem voor de operationele inzet. Daarnaast heeft in zogenoemde «klantenraden» bilaterale afstemming plaats tussen elk van de ketenlogistieke bedrijven en de klanten waarbij de levering van brandstof, munitie en kleding- en persoonsgebonden uitrusting centraal staat. De leverbetrouwbaarheid van bevoorrading vormt hierbij vooralsnog de belangrijkste indicator voor de tijdige beschikbaarheid van het materieel dat de operationele commando’s nodig hebben. De leverbetrouwbaarheid van bevoorrading wordt in de vorm van prestatie-indicatoren gerappor-teerd door de ketenlogistieke bedrijven. Indicator Toelichting Streefwaarde Leverbetrouwbaarheid bevoorrading De indicator geeft inzicht in de mate waarin de leveringen uit de voorraad worden gerealiseerd. 80% Berekeningswijze Het aantal tijdige leveringen van de voorraad gedeeld door het aantal in de meetperiode gedane voorraadaanvragen x 100% De streefwaarde van de indicator «leverbetrouwbaarheid bevoorrading» is voor alle DMO-bedrijven op 80 procent gesteld. De streefwaarde vormt een goed uitgangspunt voor een verantwoord evenwicht tussen doeltref-fendheid en doelmatigheid. De doeltreffendheid wordt gewaarborgd door een goed inzicht in de bevoorrading van de kritische artikelen die nodig Redeployment ISAF Prestatiegegevens DMOTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 267Beleidsartikelen zijn voor de operationele gereedheid en door daarnaast de kwaliteit van de bevoorrading in de inzetgebieden voorop te stellen. De doelmatigheid wordt gewaarborgd door de streefwaarde niet onnodig hoog te laten zijn. In 2012 zal de DMO in de vorm van een pilot bij de meting van de prestaties op het gebied van bevoorrading onderscheid gaan maken tussen reguliere activiteiten tijdens oefeningen en training (O&T) en activiteiten bij operaties. Hierdoor zal, onder andere, meer inzicht ontstaan in de gevolgen van operaties op de reguliere O&T-activiteiten. Afstoting overtollig materieel De DMO is binnen Defensie belast met de afstoting van overtollige roerende zaken. Bij afstoting heeft verkoop de voorkeur en dat geschiedt in samenwerking met Domeinen Roerende Zaken, onderdeel van het ministerie van Financiën. Een raming van de verkoopopbrengsten voor de komende jaren is in de begroting opgenomen. Een deel van de opbrengsten is zeker, aangezien het termijnbetalingen betreft van reeds gesloten contracten. Bij de afstoting van roerende zaken wordt onderscheid gemaakt tussen strategische en niet-strategische roerende zaken. Overtollige niet-strategische roerende zaken worden rechtstreeks aan de Domeinen Roerende Zaken overgedragen en openbaar verkocht. Strategische roerende zaken zoals wapensystemen worden om veiligheidsredenen niet aan Domeinen overgedragen. De verkoop geschiedt in samenwerking met Domeinen in principe op grond van government-to-government overeen-komsten. Iedere voorgenomen verkooptransactie van strategisch materieel wordt in de commissie «verkoop defensiematerieel» behandeld. Hierin zijn de ministeries van Financiën, Buitenlandse Zaken, Econo-mische Zaken, Landbouw & Innovatie en Defensie vertegenwoordigd. Overtollige waardevolle wapensystemen kunnen veelal niet in de bestaande staat worden verkocht. Ze worden in de door de klant gewenste staat van onderhoud gebracht of gemodificeerd. Daarnaast is het meestal noodzakelijk personeel op te leiden. Dit gebeurt op meerdere opleidingsinstituten. Defensie streeft ernaar het ondersteuningspakket zo beperkt mogelijk te houden zodat slechts een gering beroep wordt gedaan op de personele en materiële capaciteiten van Defensie. Als gevolg van de economische crisis bieden verkopers meer materieel aan en kunnen kopers op de markt voor defensiematerieel minder besteden. In 2011 is er contact geweest met mogelijke kopers. Deson-danks zijn tot nu toe nog geen grote verkoopcontracten gesloten. Wel is op grond van de in voorgaande jaren gesloten contracten materieel overgedragen, onder andere F-16’s aan Chili. Projecten in Afstoting Bevoorradingsschip Het project behelst de afstoting van Hr.Ms. Zuiderkruis en Hr.Ms. Amsterdam. Mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaar-klasse Het project behelst de afstoting van vier mijnenjagers. Operationele doelstelling 3: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 268Beleidsartikelen Lynx-helikopter Het project behelst de afstoting van twintig helikopters. Agusta Bell 412 Search And Rescue Het project behelst de afstoting van drie helikopters. Leopard 2A6 Gevechtstank Het project behelst de afstoting van 119 gevechtstanks. Pantserhouwitser Het project behelst de afstoting van 32 pantserhouwitsers. Pantserrupscommandovoertuig M-577 Het project behelst de afstoting van de nog resterende dertig pantserrups-commandovoertuigen M-577. Deze worden voor een deel vervangen door de Fennek, de CV-90 en de Boxer. Pantserrupsvoertuig tegen luchtdoelen (PRTL) Het project behelst de afstoting van zestig pantserrupsvoertuigen Cheetah die zijn vervangen door het Stinger-wapensysteem. Pantserrupsvoertuig YPR-765 en YPR-806 Het project behelst de afstoting van 539 pantserrupsvoertuigen. Deze worden voor een deel vervangen door de Fennek, de CV-90 en de Boxer. F-16 vliegtuigen in MLU-configuratie Het project behelst de afstoting van aanvankelijk negentien en nu nog achttien F-16 toestellen. Een toestel is in maart 2011 door een ongeval zwaar beschadigd en moest worden afgeschreven. Cougar-transporthelikopter Het project behelst de afstoting van de Cougar-transporthelikopters. DC-10 vliegtuig Het project betreft de afstoting van een DC-10 vliegtuig. Naar aanleiding van de motie van het lid Voordewind van 6 juni jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 28) zal Defensie het toestel tot en met 2013 aanhouden. Fennek Medium Range Anti Tank (MRAT) pantserwielvoertuig Het project betreft de afstoting van de helft van de tachtig MRAT-wapensystemen. Fokker 50 Vliegtuig Het project behelst de afstoting van twee Fokker 50-vliegtuigen die geschikt zijn voor passagiersvervoer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 269Beleidsartikelen 2.2.7 Commando DienstenCentra (CDC) – beleidsartikel 26 Algemene doelstelling Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht, is wereldwijd actief en voorziet in randvoorwaarden en faciliteiten zodat de defensieonderdelen zich kunnen concentreren op hun kerntaken. Samenhang met defensiebeleid Om de krijgsmacht effectief te kunnen inzetten is het noodzakelijk dat de operationele eenheden over producten en diensten kunnen beschikken die hen ondersteunen bij de uitvoering van het primaire proces. De levering van deze producten en diensten heeft plaats binnen de daarvoor gestelde financiële en normatieve kaders. Verantwoordelijkheid De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert. Externe factoren Het CDC wordt nadrukkelijk beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals door ontwikkelingen op de markt. De omvang, de ambitie en de samen-stelling van de krijgsmacht beïnvloeden de vraag naar producten en diensten van het CDC. Budgettaire gevolgen van het beleid De financiële middelen die het CDC ter beschikking staan voor het behalen van de operationele doelstellingen van Defensie zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Hierin is een splitsing aangebracht tussen de indeling in bedrijfsgroepen in de jaren 2010 en 2011 en de indeling in divisies vanaf 2012. Tevens is deze tabel budgettaire gevolgen voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 270Beleidsartikelen Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 1 042 011 1 140 688 988 278 934 848 843 710 871 489 817 878 Uitgaven Programma-uitgaven waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011 145 848 80 477 51 851 27 501 15 528 Dienstverlenende eenheden 12 262 11 674 11 573 10 180 10 180 Bedrijfsgroep Informatievoorziening en technologie 50 764 55 842 Bedrijfsgroep Transport 93 032 74 044 Bedrijfsgroep Gezondheidszorg 92 562 81 319 Bedrijfsgroep Facility Services 210 522 170 551 Bedrijfsgroep Personele diensten 115 619 103 162 Nederlandse Defensie academie 58 563 57 073 Attachés 21 939 20 688 Investeringen infrastructuur 219 435 170 551 157 749 193 384 136 209 159 661 159 111 Investeringen informatievoorziening 88 300 84 987 69 680 79 486 91 567 89 421 95 400 Exploitatie informatievoorziening 143 657 137 459 Totaal programma-uitgaven 1 094 393 955 676 239 691 284 544 239 349 259 262 264 691 Apparaatsuitgaven Staf CDC 53 070 175 145 20 858 20 858 15 802 15 803 12 802 Ondersteuning operationele eenheden 769 289 707 511 641 758 605 508 608 780 Bijdragen aan SSO’s 12 294 9 867 9 013 9 117 9 096 9 120 9 120 Attachés 20 327 20 085 18 398 16 706 16 706 Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie: personele uitgaven 423 911 405 397 360 503 344 213 346 137 huisvesting 96 365 85 936 83 672 82 498 81 076 ICT 143 152 134 623 131 710 117 469 117 470 overige exploitatie 156 058 131 754 109 169 102 957 102 725 Totaal apparaatsuitgaven 65 364 185 012 819 487 757 571 685 054 647 137 647 408 Totaal Uitgaven 1 159 757 1 140 688 1 059 178 1 042 115 924 403 906 399 912 099 Totale ontvangsten 68 915 164 535 53 769 85 519 69 719 61 819 55 319 waarvan verkoopopbrengsten 19 234 99 166 9 400 41 200 25 400 17 500 11 000 waarvan overige ontvangsten 49 681 65 369 44 369 44 319 44 319 44 319 44 319Nieuwe indeling CDC vanaf 2012 De bezuinigingen van de beleidsbrief van 8 april 2011 maken het noodzakelijk de doelmatigheid van de CDC-organisatie nader te bezien. Al in 2011 is een reorganisatie ingezet waarbij afscheid wordt genomen van de bedrijfsgroepen van het CDC. Door samenvoeging van bestaande (staf)elementen van de bedrijfsgroepen en de staf van het CDC kan doelmatiger worden geopereerd. Als tussenstap in het veranderings-proces worden de zeven bestaande bedrijfsgroepen met ingang van 2012 omgevormd tot vier nieuwe divisies. Het betreft de divisies Facilitair & Logistiek, Personeel & Gezondheid, Vastgoed & Beveiliging en Informatie-voorziening. De Nederlandse Defensie Academie (NLDA) blijft naast de divisies als afzonderlijke eenheid bestaan. Met de beschreven veranderingen ontstaat een flexibele organisatie die snel kan reageren op veranderingen in haar omgeving en waarbij de interne ondersteuning optimaal is georganiseerd. Benchmarkonderzoeken en sourcing-toetsen zorgen ervoor dat het CDC als interne leverancier binnen de defensieorganisatie de prijzen zo laag mogelijk en markt-conform houdt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 271Beleidsartikelen In onderstaande tabel zijn de totale uitgaven verdeeld over de eenheden van CDC: Bedragen x € 1 000 2012 2013 2014 2015 2016 Verdeling gelden naar divisies CDC 1 059 178 1 042 115 924 403 906 399 912 099 Staf CDC 20 858 20 858 15 802 15 803 12 802 Divisie Facilitair en Logistiek 189 997 166 605 147 680 143 838 145 215 Divisie Informatievoorziening 270 910 264 339 261 439 238 334 243 637 Divisie Vastgoed en Beveiliging 234 978 268 147 204 026 225 575 225 150 Divisie Personeel en Gezondheid 157 163 138 383 112 678 109 166 110 079 Nederlandse Defensie academie 41 697 39 827 35 895 34 909 35 053 Defensieattachés 20 327 20 085 18 398 16 706 16 706 Overige exploitatie 123 248 123 871 128 485 122 068 123 457Budgetflexibiliteit De programma-uitgaven bestaan uit investeringen en overige programma-uitgaven. In het kader van de investeringen is in januari 2012 voor 61 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Voor de overige programma-uitgaven is 48 procent juridisch verplicht. Het niet-juridisch verplichte deel van de programma-uitgaven is in principe verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot realisatie van de operationele doelstellingen in de beleidsartikelen 20, 21, 22, 23 en 24. Instrumenten De commandant van het CDC beschikt na de reorganisatie nog over een klein kabinet voor de persoonlijke ondersteuning. Daarnaast is de interne ondersteuning van het CDC samengevoegd in een ondersteuningsgroep. Daarin zijn taken als Finance and Control, Personeel en Organisatie, communicatie en bestuursondersteuning voor het gehele CDC gecentrali-seerd. De ondersteuning die door de dienstverlenende eenheden van het CDC wordt geleverd, wordt hieronder kort toegelicht. Divisie Facilitair & Logistiek De divisie CDC Facilitair & Logistiek is gericht op lokale en regionale dienstverlening en bestaat uit de voormalige bedrijfsgroepen Facility Services, Catering en Transport. De divisie draagt onder andere bij aan de inzet en operationele gereedheid van de operationele commando’s door het bewaken van een strategische voedselvoorraad, evenals door het verzorgen van tijdige verplaatsingen bij zowel inzet als operationele gereedstelling. Deze onderstaande drie indicatoren vormen de verant-woordingsinformatie van de divisie Facilitair & Logistiek. Prestatie-indicator Strategische voorraad rantsoenen Formule Daadwerkelijk aanwezige voorraad gedeeld door de benodigde voorraad volgens operationele aanwijzingen keer 100% Norm ≥100% Prestatie-indicator Kwaliteit & tijdigheid strategische verplaatsingen – Inzet Formule Aantal correct uitgevoerde verplaatsingen luchttransport Afghanistan gedeeld door het totaal aantal verplaatsingen luchttransport Afghanistan keer 100% Norm 95% Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 272Beleidsartikelen Prestatie-indicator Kwaliteit & tijdigheid strategische verplaatsingen – OG Formule Aantal correct uitgevoerde verplaatsingen in het kader van operationele gereedheid gedeeld door het totaal aantal verplaatsingen in het kader van operationele gereedheid keer 100% Norm 95%Divisie Personeel & Gezondheid Binnen deze divisie bestaan het cluster Personele Diensten (CPD) en het cluster Gezondheidszorg (CG). De prestatie-indicator die bij het CPD centraal staat, is de realisatie van de instroomketen. De prestatie-indicatoren die bij het CG centraal staan, zijn de levering en voorradigheid van medische ge- en verbruiksartikelen, de levering en voorradigheid van bloed en bloedproducten, de samenwerking met relatieziekenhuizen en medische opleidingen. Prestatie-indicator Levering medische ge- en verbruiksartikelen Formule De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van ge- en verbruiksgoederen door het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum aan vredesoperaties. Norm 95% Prestatie-indicator Voorraad medische ge- en verbruiksartikelen Formule Hoeveelheid middelen die beschikbaar is versus het totaal aantal middelen dat beschikbaar zou moeten zijn. Het betreft de materiële gereedheid (in aantallen) van de strategische voorraad geneesmiddelen. Norm ≥100% Prestatie-indicator Levering bloed en bloedproducten Formule Over een periode gerealiseerde orders van bloedproducten door de Militaire Bloedbank (MBB) versus geplande/gevraagde orders. Norm 95% Prestatie-indicator Voorraad bloed en bloedproducten Formule Hoeveelheid middelen die beschikbaar is versus het totaal aantal middelen dat beschikbaar zou moeten zijn. Het betreft de materiële gereedheid (in aantallen) van de strategische voorraad bloed (lineaire opbouw in het jaar). Norm ≥100% Prestatie-indicator Inzet medisch-specialistische teams Formule De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van medisch-specialistische teams door het Instituut Defensie Samenwerking Relatieziekenhuizen. Norm 95% Prestatie-indicator Medische opleidingen Formule De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van het aantal geneeskundige opleidingen. Norm 95%Divisie Vastgoed & Beveiliging1 De divisie Vastgoed & Beveiliging is de vastgoedbeheerder van Defensie en komt voort uit de bedrijfsgroep Vastgoed en beveiliging. 1 Meer informatie is te vinden in hoofdstuk 3 Baten-lastendiensten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 273Beleidsartikelen Divisie Informatievoorziening1 De divisie, voortkomend uit de bedrijfsgroep IVENT, levert hoogwaardige ICT-diensten en beheert voor Defensie de werkplekken, de ICT-infrastructuur en (defensie)applicaties. De divisie draagt tevens zorg voor de documentaire informatievoorziening. De Joint CIS Group (JCG) is de huisleverancier van de operationele communicatie- en informatiesys-temen van de operationele commando’s ter ondersteuning van de commandovoering bij militaire operaties en oefeningen en draagt hiermee bij aan de operationele gereedheid. De gereedstelling en inzet van de operationele informatievoorziening (IV) vormen de prestatie-indicator voor deze divisie op het vlak van inzet en operationele gereedheid. Prestatie-indicator Operationele IV JCG Inzet Formule / definitie De mate waarin de Joint CIS Group (JCG) aan de gemaakte afspraken heeft voldaan in de afgelopen periode met betrekking tot de afgesproken ondersteuning over de door de JCG beheerde netwerken/systemen. Norm 80% Prestatie-indicator Operationele IV JCG Operationele Gereedstelling Formule De verwachting voor de komende periode ten aanzien van de door de JCG beheerde netwerken en systemen levering van de gevraagde ondersteuning. Norm 80%NLDA De NLDA bestaat uit het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Koninklijke Militaire Academie (KMA), de Faculteit Militaire Weten-schappen (FMW), het Instituut Defensie Leergangen (IDL) en het Neder-lands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). De NLDA biedt officieren (en daarmee gelijkgesteld burgerpersoneel) initiële, middelbare en hogere militaire opleidingen gedurende de gehele loopbaan. Met deze oplei-dingen draagt het NLDA bij aan de operationele gereedheid van de operationele commando’s. 1 Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 274Beleidsartikelen Investeringen InfrastructuurGrote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen) Projectomschrijving Voor Defensie-onderdeel Project-volume t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Fasering tot Nieuwbouw Schiphol CKmar 140,4 95,8 31,2 13,4 2013 Herbelegging infra-structuur vliegbases Soesterberg en Gilze-Rijen CLSK 206,1 205,2 0,9 2012 Infrastructuur en voorziening KMA CDC 52,3 20,7 7,3 3,2 2018 Hoger Onderhoud Woensdrecht DMO 76,6 21,4 26,1 17,8 11,3 2014 Aanpassing/renovatie Plein/Kalvermarktcomplex Algemeen 26,0 22,2 3,8 2012 Nieuwbouw LOKKmar CKmar 84,5 16,0 19,0 23,3 20,1 6,1 2015 EPA Maatregelen Algemeen 64,4 11,4 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7 2018Nieuwbouw Schiphol Het project Nieuwbouw Schiphol ten behoeve van het CKmar wordt later opgeleverd dan oorspronkelijk gepland als gevolg van een vertraging bij de aanbestedingsprocedure. Het totale projectvolume is met € 4 miljoen verhoogd naar € 140,4 miljoen door het amendement van de leden Brinkman en Knops (Kamerstuk 32 123 X, nr. 53). Door gunstige aanbeste-dingen en deze verhoging kan het perceel Schieten, Sporten en School weer worden opgenomen in het project en als zodanig worden aanbe-steed. Herbelegging infrastructuur Vliegbases Soesterberg en Gilze-Rijen Het project bevindt zich in de laatste fase en wordt in 2012 in zijn geheel voltooid. Infrastructuur voorziening KMA Het project zal wegens de bezuinigingen en in het kader van de uitwerking van het Herbeleggingspan Vastgoed Defensie worden herbezien. Hierbij wordt gestreefd naar een doelmatiger belegging en verdere concentratie van onderdelen van de NLDA waarvan de KMA deel uitmaakt. In afwachting van deze uitwerking en de nadere besluitvorming van deze plannen is de realisatie van fase 2 van dit project voorlopig doorschoven naar de periode 2015–2018. Hoger onderhoud Woensdrecht De realisatie van diverse deelprojecten (nieuwbouw van het hoofd-gebouw, werkcentrum Avionica en het logistiek complex) is vertraagd doordat een integraal vergunningstraject moest worden doorlopen waarmee vooraf geen rekening was gehouden. Inmiddels is het vergun-ningentraject voltooid en is een aanvang gemaakt met de realisatie van de eerste deelprojecten. De voltooiing wordt nu verwacht in 2014. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 275 Beleidsartikelen Aanpassing en renovatie Plein/Kalvermarkt-complex Het complex wordt volgens de huidige planning eind 2011 door de aannemer aan de Rijksgebouwendienst opgeleverd. De uitvoering loopt momenteel volgens planning. De ingebruikname is voorzien voor eind 2012 nadat Defensie de benodigde aanvullende beveiligingsvoorzie-ningen, IV-voorzieningen en overige inrichting heeft voltooid. In het kader van de bezuiniging op de staven van 30 procent en de invoering van het overheidsbrede «Nieuwe Werken»-concept, zal de uiteindelijke belegging van het complex bij de uitwerking van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie worden herzien. Nieuwbouw Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum CKmar (LOKKMAR) Het LOKKMAR zal worden ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode zal naar verwachting duren tot in 2015. Energie Prestatie Adviezen (EPA) Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur. Mede door dit project kan 2 procent energiereductie per jaar worden behaald. De uitvoering geschiedt grotendeels in combinatie met het jaarlijks uit te voeren onderhoud aan de infrastructuur van Defensie. De uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit deze adviezen zal een aanmerkelijke besparing van het energieverbruik van het vastgoed opleveren. De verwachting is dat het energieverbruik van het vastgoed met 11 procent kan worden gereduceerd. De benodigde financiering voor het uitvoeren van de maatregelen is € 64,4 miljoen. Vanwege de bezuinigingen op Defensie is de realisatie iets versneld waarmee eerder besparingen worden gehaald in de exploitatie. Met ingang van 2012 is de jaarlijkse kasgeldreservering verhoogd van € 3,7 miljoen naar € 8,7 miljoen per jaar.Grote infrastructuurprojecten in planning (bedragen x € 1 miljoen) Project-omschrijving Ten behoeve van Project-volume Verwachte uitgaven t/m 2011 Verwachte uitgaven in 2012 Fasering tot Nieuwbouw DLBE CKmar CKmar 25–50 2015–2017 Herbelegging Frederikkazerne BS/CDC/DMO <25 Project District Landelijke en Buitenlandse Eenheden CKmar (DLBE CKmar) Het project DLBE CKmar is verschoven naar 2015 en verder zodat prioriteit kan worden gegeven aan andere projecten, zoals het project «Aanpassen en uitbreiden infrastructuur van de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) Camp New Amsterdam». Herbelegging Frederikkazerne Door het herbeleggingsplan Haagse regio evenals de ontruiming van de Alexanderkazerne voor de komst van het Internationale Strafhof, dient de Frederikkazerne te worden herbelegd ten behoeve van functies afkomstig van de Alexanderkazerne en vanuit de Haagse regio. Ook dit project zal ten aanzien van de inhoud en planning nader worden bezien vanwege de bezuinigingen en de uitwerking van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 276 Beleidsartikelen Investeringen Informatievoorziening (IV)Investeringen informatievoorziening (IV) (bedragen x € 1 miljoen) Project-omschrijving Project-volume t/m 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Fasering tot ERP/M&F (SPEER) 268,1 237,8 16,5 12,4 1,4 2014 Defensiebrede vervanging C2000 Randapparatuur 7,6 3,6 4,0 2013 DEFCERT fase 1 7,5 3,8 3,7 2012 EKMS (Cryptosleutelmanagement) 18,0 0,7 2,4 4,9 4,9 5,1 2015 @migo 19,0 16,4 2,6 2012 Legacy ERP (PALS) 34,2 24,6 4,8 4,8 2013SPEER (ERP/M&F) SPEER (Strategic Process & ERP Enabled Reengineering) is het defensie-brede programma voor het verbeteren, standaardiseren en integreren van de financiële en materieellogistieke processen. Dit verandertraject wordt ondersteund door de invoering van een Enterprise Resource Planning (ERP) van Systemen, Applicaties en Producten in gegevensverwerking (SAP). ERP is een geïntegreerd informatie- en besturingssysteem voor bedrijfsmatige processen. Defensiebreed Computer Emergency Response Team (DEFCERT) Voor de operationele inzetbaarheid doet Defensie steeds vaker een beroep op ICT. Deze operationele ICT wordt steeds geavanceerder doordat defensiebreed wereldwijd wordt samengewerkt. Ondertussen neemt echter ook de kwetsbaarheid van de ICT toe. Misbruik van ICT-systemen wordt steeds professioneler georganiseerd en bovendien eenvoudiger en goedkoper. De oprichting van het DEFCERT heeft als doel deze kwetsbaar-heden proactief en reactief te verminderen. DEFCERT onderhoudt relaties met vergelijkbare nationale en internationale organisaties voor de noodzakelijke ondersteuning en kennisuitwisseling. Eind 2012 is DEFCERT naar verwachting gereed. EKMS (Electronic Key Management System) Defensie gebruikt voor haar taakuitvoering informatie met een vertrou-welijk of gerubriceerd karakter. Cryptomiddelen voorzien daarbij in de beveiliging. Het aanmaken, registreren en uitgeven van cryptosleutels, codeboeken, crypto hard- en software en documentatie gebeurde tot 2010 grotendeels handmatig en decentraal. Vanaf 2010 zijn cryptoproducenten, waaronder de Navo, de productie van papieren cryptogegevens gaan vervangen door elektronische leveringen. Digitale cryptogegevens dienen op een adequate manier te worden verwerkt, waarbij het beheer geauto-matiseerd wordt ondersteund. TNO heeft onlangs vastgesteld dat hiervoor een geautomatiseerd systeem, het zogenaamde Electronic Key Management System (EKMS), het meest adequaat is. De invoering wordt voorzien vanaf 2012. @MIGO-BORAS (Informatiegestuurd Optreden) De doelstelling van @MIGO-BORAS is het versterken van de informatiepo-sitie van het CKmar en het effectiever en planmatiger uitvoeren van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Dit gebeurt via een camerasysteem dat Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 277 Beleidsartikelen verschillende voertuigkenmerken kan herkennen. Hierdoor wordt een effectievere bestrijding van illegale immigratie mogelijk. Het nieuwe systeem kan ook (geanonimiseerde) passagegegevens van voertuigen verzamelen teneinde beter inzicht in verkeersstromen en patronen te verkrijgen. Het systeem zal op 1 januari 2012 in gebruik worden genomen. PALS (Project Aanpassen Legacy SPEER) PALS is het project dat zorgt voor de koppeling tussen SAP en andere informatiesystemen van Defensie, inclusief de daarvoor benodigde aanpassing van deze systemen. Het betreft zowel permanente koppe-lingen met systemen die niet worden vervangen door SAP, als tijdelijke koppelingen met systemen die wel worden vervangen. PALS volgt de planning van het programma SPEER. Het budget voor PALS is een voorziening voor de verwerving van externe deskundigheid bij het ontwerp, de bouw, het testen en het in bedrijf stellen van koppelingen tussen legacy-systemen en SAP. Zoals gemeld in de antwoorden op schriftelijke vragen naar aanleiding van de halfjaarlijkse voortgangsrap-portage SPEER van 27 juni jl. (31 460, nr. 20) bleek in 2010 dat minder externe deskundigheid nodig was voor het project dan voorzien. Dat is ook voor 2011 het geval. Daarop is besloten tot een verlaging van het PALS-budget. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 278Beleidsartikelen 2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN 2.3.1. Geheime uitgaven – niet-beleidsartikel 70 Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Uitgaven en verplichtingen 2 236 2 248 5 251 5 264 5 264 5 264 5 264 Geheime uitgaven 2 236 2 248 5 251 5 264 5 264 5 264 5 264 Totaal uitgaven en verplichtingen 2 236 2 248 5 251 5 264 5 264 5 264 5 2642.3.2. Nominaal en onvoorzien – niet-beleidsartikel 80 Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Uitgaven en verplichtingen 66 072 146 908 275 514 511 092 490 685 358 433 Loonbijstelling Prijsbijstelling Nader te verdelen 66 072 146 908 275 514 511 092 490 685 358 433 Onvoorzien Totaal uitgaven 66 072 146 908 275 514 511 092 490 685 358 433Toelichting Op de post Nader te verdelen zijn de nog niet uitgedeelde loon- en prijsbijstelling, de risicoreservering en een voorziening voor de reorgani-satie geboekt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 279Niet-beleidsartikelen 2.3.3. Algemeen – Niet-beleidsartikel 90 In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot, zijnde de milieu-uitgaven, subsidies en bijdragen, wetenschappelijk onderzoek, bijdragen aan de Navo en internationale samenwerking. Budgettaire gevolgen De raming van de financiële middelen voor de komende begrotingsjaren is in de onderstaande tabel opgenomen. Conform de richtlijnen van «Verantwoord Begroten» zijn vanaf 2012 de uitgaven voor wachtgelden, inactiviteitswedden, SBK-gelden, pensioenen, uitkeringen en de ziektekos-tenverzekering op het centrale apparaatsartikel 91 geboekt. Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 1 682 458 1 714 495 202 650 196 873 203 745 199 462 196 184 Uitgaven Apparaatsuitgaven Bestuursstaf 125 721 128 653 Totaal apparaatsuitgaven 125 721 128 653 Programma-uitgaven Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst 70 848 76 552 Pensioenen en uitkeringen 1 147 502 1 143 040 Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden 109 833 126 456 Ziektekostenvoorziening 8 812 6 218 Milieu-uitgaven 6 530 5 687 5 481 7 043 8 526 8 546 8 546 Subsidies en bijdragen 19 697 21 456 19 282 19 314 18 804 19 317 19 317 Bijdragen aan de Navo 74 613 81 684 73 240 74 372 79 936 77 972 76 874 Internationale samenwerking 4 121 4 009 3 904 3 862 3 834 3 843 3 843 Wetenschappelijk onderzoek 74 736 81 099 63 995 60 798 62 634 60 427 58 247 Overige uitgaven 53 284 39 641 36 748 31 484 30 011 29 357 29 357 Totaal programma-uitgaven 1 569 976 1 585 842 202 650 196 873 203 745 199 462 196 184 Totaal uitgaven 1 695 697 1 714 495 202 650 196 873 203 745 199 462 196 184 Totaal ontvangsten 20 533 10 772 318 1 870 1 870 1 870 1 870Beheersing en ontwikkeling van departementsbrede programma’s. Subsidies en bijdragen De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een zeker nut hebben. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in internetbijlage 5.3. Bijdragen aan de Navo De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeen-schappelijk gefinancierde Navo-programma’s. Ook de uitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen. Internationale samenwerking Internationale Militaire Samenwerking (JMS) omvat in beginsel alle militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensie-materieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking, juridische samenwerking en steun bij de oprichting en versterking van veiligheidsstructuren in het kader van wapenbeheersing. Op hoofdlijnen Doelstelling InstrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 280Niet-beleidsartikelen zijn de kosten voor deze samenwerking als volgt opgebouwd: bilaterale en multilaterale activiteiten met een focus op Afrika en op Centres of Excellence (€ 1,1 miljoen), EU-Satellietwaarnemingen (€ 0,6 miljoen), het Europees Defensie Agentschap (€ 1,3 miljoen), wapenbeheersing (€ 0,5 miljoen) en High Readiness Forces (€ 0,5 miljoen). Wetenschappelijk onderzoek Op dit artikelonderdeel worden de centrale uitgaven op het gebied van Research and Development (R&D) geraamd. Het betreft de programmafi-nanciering van TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). Deze bedragen in 2012 ruim € 37 miljoen. Voor projectmatige technologieontwikkeling en kennistoe-passing is in 2012 ongeveer € 27 miljoen begroot. Primaire doelstelling is de ondersteuning van de krijgsmacht met gericht onderzoek en technolo-gieontwikkeling. Daarnaast draagt Defensie met dit onderzoek bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensiege-relateerde industrie. Het onderzoek wordt zowel interdepartementaal (implementatie topsectorenbeleid) als internationaal (Navo en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed. In 2012 wordt met de uitvoering van onderzoeksprogramma’s en -projecten voor het eerst invulling gegeven aan de geformuleerde kennisprioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatie Agenda (SKIA, Kamerstuk 32 733, nr. 3). Als gevolg van het amendement Ten Broeke (Kamerstuk 32 500 X, nr. 74) c.s. op de defensiebegroting 2011 is voorts eenmalig € 6 miljoen vrijgemaakt voor projecten bij TNO en toegevoegd aan de centrale middelen op het gebied van R&D. Vanwege uitvoeringstechnische redenen wordt dit budget, in overleg met TNO, in de periode 2011–2012 besteed. Omschrijving (bedragen x € 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Programmafinanciering TNO (en MARIN) 47 054 43 854 36 830 33 000 33 000 33 000 33 000 Programmafinanciering NLR 515 516 516 517 517 517 517 Contractonderzoek technologie-ontwikkeling 20 663 32 099 21 996 22 536 23 022 20 815 18 635 Contractonderzoek kennistoepassing 6 504 4 630 4 653 4 745 6 095 6 095 6 095 Totaal generaal 74 736 81 099 63 995 60 798 62 634 60 427 58 247Programmafinanciering Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en onder-steunen bij beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze onderwerpen. Contractonderzoek technologieontwikkeling Via het instrument van de projectmatige technologieontwikkeling wordt onder meer invulling gegeven aan de internationale R&D-samenwerking in EDA-verband en projecten in het kader van de Defensie Industrie Strategie (DIS). Een aantal interdepartementale R&D-projecten waarvan Defensie de regievoerder is worden ook via dit instrument uitgevoerd. Het betreft in de periode 2011–2015 het project Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) met een totale Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 281Niet-beleidsartikelen omvang van ongeveer € 18 miljoen afkomstig uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De laatste tender van de Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid (MIA-V) is in januari 2011 gesloten. In 2012 worden binnen de MIA-V een aantal projecten uitgevoerd met een grote relevantie voor Defensie. Het betreft onder meer twee projecten in het kader van de Small Business Innovation Research (SBIR) op het gebied van training en opleiding met behulp van geavanceerde simulaties en fysieke bescherming. Een tweetal andere projecten is gericht op cyber. De MIA-V loopt in 2012 af. Een project om een vliegend radar te ontwikkelen, waarvan de ontwikkeling in de motie-Voordewind (32 123-X, nr. 78) was bepleit, is door de industrie niet ingediend. Contractonderzoek kennistoepassing Binnen Defensie dient de concrete toepassing van kennis primair te worden gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonder-delen. Op centraal niveau is een beperkt R&D-budget voor kennistoe-passing beschikbaar voor niet-planbare acute kennisondersteuning en interdepartementaal afgesproken bijdragen in de exploitatie van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten. Voor de periode 2010–2013 is in dit kader circa € 5 miljoen overgeheveld naar het penvoerend ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie als defensiebijdrage aan het exploitatietekort op de grote onderzoeksfaciliteiten van het NLR. Overige uitgaven Deze defensiebrede uitgaven hebben onder andere betrekking op de voorlichtings- en communicatieactiviteiten, de schadevergoedingen via de landsadvocaat en «lumpsum»-uitgaven aan de Belastingdienst. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 282Niet-beleidsartikelen 2.3.4. Centraal apparaat – Niet-beleidsartikel 91 De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. De Bestuursstaf adviseert en ondersteunt de minister en zet zijn besluiten over de richting, inrichting en inzet van Defensie om in helder, eenduidig en uitvoerbaar beleid. Daarnaast schept zij de voorwaarden voor een optimale taakuitvoering door de defensieonderdelen en leidt zij operaties in binnen- en buitenland. Om de minister in staat te stellen het ministerie van Defensie aan te sturen en te beheersen worden binnen de Bestuursstaf de volgende activiteiten ontplooid: •Adviseren van de minister bij het besturen van de defensieorganisatie, in zijn rol als lid van het kabinet, in zijn relatie met het parlement en bij het onderhouden van internationale relaties; •Vormgeven van uitvoerbare beleidskaders voor de defensieorganisatie als geheel, zodanig dat op grond van de beleidsdocumenten en de uitwerking daarvan geen vertaalslag nodig is; •Aansturen van de operationele commando’s, de DMO, het CDC, en het CKmar. •Ondersteuning van Defensie op het gebied van inlichtingen en veiligheid. Verantwoordelijkheid De minister is verantwoordelijk voor besturing van de defensieorganisatie en wordt daarbij ondersteund door de Bestuursstaf. Externe factoren Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van het beschikken over voldoende aantallen capabel personeel, het opstellen van kwalitatief en kwantitatief uitvoerbare beleidsvoorstellen en van regelgeving. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 283Niet-beleidsartikelen Budgettaire gevolgen De raming van de financiële middelen van de Bestuursstaf voor de komende begrotingsjaren is in de onderstaande tabel opgenomen. Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 1 475 982 1 443 114 1 413 164 1 409 168 1 396 967 Uitgaven Apparaatsuitgaven Bestuursstaf 114 092 110 572 87 216 81 001 78 408 Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst 79 592 76 178 75 393 74 881 72 129 waarvan personele uitgaven 146 448 142 654 124 213 120 616 116 021 waarvan ICT 18 648 17 742 16 788 16 619 16 180 waarvan overige exploitatie 28 588 26 354 21 608 18 647 18 336 Pensioenen en uitkeringen 1 167 993 1 156 914 1 166 463 1 180 140 1 189 462 Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden 111 144 99 450 84 092 73 146 56 968 Ziektekostenvoorziening 3 161 Totaal apparaatsuitgaven 1 475 982 1 443 114 1 413 164 1 409 168 1 396 967 Totaal ontvangsten 6 582 6 932 6 932 6 932 6 932Verwerking van de taakstelling In het centraal apparaatsartikel dient te worden ingegaan op de verdeling tussen personeel en materieel in de verwerking van de taakstelling. Bij Defensie is deze taakstelling integraal verwerkt in de op te lossen problematiek van de beleidsvisie. Daardoor zijn de taakstellingen op personeel en materieel niet meer individueel te identificeren. Een voorbeeld van een maatregel welke de taakstelling op personeel en materieel echter wel direct raakt, is de vermindering van de staven met dertig procent. Omschrijving van de samenhang in het beleid De eerste taak van de Bestuursstaf is de ondersteuning en advisering van de minister bij het besturen van de defensieorganisatie. Om de minister in staat te stellen het ministerie van Defensie effectief te besturen wordt binnen de Bestuursstaf optimaal samengewerkt om het «verkeer» tussen de Bestuursstaf en de defensieonderdelen te stroomlijnen. De basis voor de besturing van de defensieorganisatie is de beleids-, plannings- en begrotingsprocedure (BPB). De BPB-procedure vormt de kern van de activiteiten van de Bestuursstaf. Binnen de Bestuursstaf is voortdurende aandacht voor de verdere verbetering van het BPB-proces en de verbe-tering van de kwaliteit van de producten uit het BPB-proces, zijnde de beleidsvisie, het defensieplan, de begroting en het jaarverslag. De tweede taak van de Bestuursstaf is de ontwikkeling van departe-mentaal beleid en regelgeving. Om de minister in staat te stellen het ministerie van Defensie aan te sturen en te beheersen wordt helder en uitvoerbaar departementaal beleid en regelgeving voorbereid, zodanig dat op grond van de beleidsdocumenten en de uitwerking daarvan geen vertaalslag nodig is en de kaders voldoen om het beleid uit voeren. Het ontwikkelen en monitoren van het beleid en regelgeving van de verschil-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 284Niet-beleidsartikelen lende deelgebieden gebeurt binnen de Bestuursstaf op de volgende beleidsterreinen: •Algemeen: Hoofddirectie Algemene Beleidszaken en Bureau Secretaris-generaal; •Operationeel: Defensiestaf; •Financieel: Hoofddirectie Financiën en Control; •Juridisch: Directie Juridische Zaken; •Personeel: Hoofddirectie Personeel; •Materieel: Directie Beleid van de Defensie Materieel Organisatie •Informatievoorziening: Hoofddirectie Informatievoorziening en Organisatie •Milieu en Vastgoed: Directie Ruimte, Milieu en Vastgoedbeleid •Militaire inlichtingen en veiligheid: Militaire Inlichtingen- en Veilig-heidsdienst. De derde taak van de Bestuursstaf is de beheersing en ontwikkeling van departementsbrede programma’s. De instrumenten die hiervoor ter beschikking staan zijn: •Pensioenen en uitkeringen: De betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig defensiepersoneel. •Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden: De verstrekking van uitkeringen krachtens diverse regelingen aan voormalig defensieperso-neel. Zodra overeenstemming is bereikt met de Centrales van Overheidspersoneel over een herijkt Sociaal Beleidskader (SBK) zullen de meerjarenramingen worden aangepast in verband met voorzienin-gen voor personeel dat Defensie gaat verlaten. •Ziektekostenvoorziening: De ziektekostenvoorziening is per 1 januari 2006 afgeschaft. In het arbeidsvoorwaardenoverleg zijn afspraken gemaakt om een deel van diegenen die in 2005 een vergoeding hebben ontvangen, tot 2013 te compenseren. Op dit artikel worden de (afnemende) uitgaven hiervan verantwoord. De vierde taak van de Bestuursstaf is het ondersteunen van Defensie op het gebied van inlichtingen en veiligheid. Binnen de Bestuursstaf is de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) belast met deze taak. De MIVD richt zich daarbij zowel op het politiek-militair besluitvormende niveau (strategische inlichtingen) als op de voorbereiding en uitvoering van militaire taken (operationele inlichtingen). Hierbij gaat het vooral om de uitvoering van crisisbeheersingsoperaties. De MIVD heeft twee hoofdtaken: een inlichtingentaak en een veiligheidstaak. De MIVD voert deze taken uit binnen een wettelijk kader dat onder andere is neergelegd in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Wet veilig-heidsonderzoeken. Onderdeel van deze taken is het verrichten van onderzoek naar andere landen, op aanwijzing van de minister-president. Daarbij wordt samengewerkt met de Algemene Inlichtingen- en Veilig-heidsdienst (AIVD), waarmee een taakverdeling is afgesproken. De MIVD verstrekt in dit verband inlichtingenrapportages aan de minister-president, het ministerie van Buitenlandse Zaken en aan de AIVD. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 285Niet-beleidsartikelen Totaal apparaatsuitgaven Defensie Conform het traject «Verantwoord begroten» geeft onderstaande tabel een overzicht van het totaal aan begrote apparaatsuitgaven van Defensie voor 2012.Apparaatsuitgaven Ministerie van Defensie 2012 Bedragen x € 1 000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 902 987 951 816 5 359 780 5 101 103 4 820 941 4 715 760 4 728 747 Uitgaven Apparaatsuitgaven Beleidsartikelen 777 266 823 137 3 883 798 3 657 989 3 407 777 3 306 592 3 331 780 20 Inzet 21 Commando zeestrijdkrachten 20 177 22 347 501 065 493 685 472 608 467 812 482 919 22 Commando landstrijdkrachten 285 914 233 941 1 120 759 1 051 135 975 511 937 337 934 913 23 Commando luchtstrijdkrachten 109 568 104 672 603 450 575 121 543 686 542 219 556 977 24 Commando Koninklijke marechaussee 34 011 30 205 365 759 350 033 345 142 342 074 339 405 25 Defensie Materieel Organisatie 262 232 246 960 473 278 430 444 385 776 370 013 370 158 26 Commando DienstenCentra 65 364 185 012 819 487 757 571 685 054 647 137 647 408 Niet-beleidsartikelen 125 721 128 653 1 475 982 1 443 114 1 413 164 1 409 168 1 396 967 70 Geheime Uitgaven 80 Nominaal en onvoorzien 90 Algemeen 125 721 128 653 91 Centraal Apparaat 1 475 982 1 443 114 1 413 164 1 409 168 1 396 967 waarvan personele uitgaven 2 767 942 2 650 067 2 463 205 2 421 864 2 423 407 waarvan huisvesting 373 709 338 926 332 203 313 030 302 609 waarvan ICT 285 156 249 779 240 955 223 810 223 276 waarvan overige exploitatie 650 674 605 967 534 025 503 771 533 027 waarvan Pensioenen en uitkeringen 1 167 993 1 156 914 1 166 463 1 180 140 1 189 462 waarvan Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden 111 144 99 450 84 092 73 146 56 968 waarvan Ziektekostenvoorziening 3 161 Totaal apparaatsuitgaven 902 987 951 790 5 359 780 5 101 103 4 820 941 4 715 760 4 728 747 Apparaatsuitgaven SSO’s: 563 834 470 480 463 322 427 057 386 556 393 984 395 602 Apparaatsuitgaven DTO 339 633 297 398 297 000 267 870 233 742 246 933 249 893 Apparaatsuitgaven DVD 115 672 82 111 75 732 70 706 66 915 62 277 61 835 Apparaatsuitgaven Paresto 108 529 90 971 90 590 88 481 85 899 84 774 83 874De bedrijfsvoering bij Defensie Defensie heeft de uitdagende doelstelling om ondanks de ingrijpende bezuinigingen en bijbehorende reorganisaties te streven naar een beheer dat structureel op orde is en blijft. Een uitdaging daar Defensie, als één van de grootste uitvoerende organisaties van de Rijksoverheid, een dynamische en complexe bedrijfsvoering kent. Daarom vindt een herziening van de bedrijfsvoering plaats met als centrale thema’s het reduceren van complexiteit, het sturen op risico’s en ontbureaucratiseren. Een belangrijke doelstelling tijdens de transitieperiode van de oude naar de nieuwe defensieorganisatie is het structureel verbeteren van de kwaliteit van het beheer en tegelijkertijd de door de Algemene Reken-kamer geconstateerde onvolkomenheden in de bedrijfsvoering aan te pakken. Door middel van een centrale sturing op de verbeteractiviteiten in het beheer, worden de doelstellingen bewaakt en is tijdige bijsturing mogelijk. In de nieuwe organisatie wordt de toekomstige Hoofddirectie Bedrijfsvoering verantwoordelijk voor de centrale regie over het beheer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 286 Niet-beleidsartikelen Daarnaast zal het verminderen van beheersrisico’s mede bepalend zijn voor de aanpak en het tempo van de uitvoering van de bezuinigingen. Beheer op orde Met het verschijnen van de beleidsbrief zijn de ambities van de projecten voor het financieel beheer en materieelbeheer bijgesteld en nadrukkelijk verbonden met de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden. In 2011 is een begin gemaakt met de concrete uitwerking van deze ambities en in 2012 wordt hieraan verder invulling gegeven. Belangrijke voorwaarden zijn daarbij het vooraf stellen van scherpe kaders en richtlijnen en de centralisering en concentratie van kwetsbare processen. De rode draad in het verbeteren van het financieel beheer in 2012 vormt het vereenvoudigen van de regelgeving van de financiële processen en het maken van een start met de oprichting van één administratie- en beheerkantoor. Dit kantoor zal zorg dragen voor het ondersteunende en administratieve proces van behoeftestelling tot en met betaling en het beheer daarvan. Deze centralisatie leidt tot meer doelmatigheid en kwaliteit en bevordert de eenvormige uitvoering van financiële processen. Daarnaast worden de in 2011 ingezette verbeteringen gecontinueerd, bijvoorbeeld door het oplossen van de voornaamste tekortkoming binnen het beheer van uitgaven en het niet tijdig betalen van facturen. In 2012 voldoet Defensie aan de Rijksbrede norm, die voorschrijft dat negentig procent van de facturen binnen dertig dagen moet worden betaald. Bijzonder aandachtspunt bij de implementatie van het defensiebrede administratie- en beheerkantoor vormt de verwevenheid van het financieel beheer met de verdere implementatie van SAP. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke standaardisatie van processen en procedures en het maximaal concentreren en benutten van kennis. Op deze manier wordt toegewerkt naar één defensiebrede organisatie waar een efficiënte administratieve verwerking plaatsvindt, zodat beschikbare capaciteit wordt ingezet op die gebieden waar zich de grootste risico’s voordoen en daar vervolgens ook de managementaandacht op wordt gericht. Voor het verbeteren van het materieelbeheerwordt de focus gelegd op het voortzetten van de in 2011 in gang gezette activiteiten ten aanzien van het Voorschrift Materieelbeheer Defensie, de implementatie van de herijkte ambities in het materieelbeheer en de ingebruikname van de monitor kwaliteit materieelbeheer. Met deze monitor krijgt Defensie meer inzicht in de kwaliteit van het gevoerde materieelbeheer. Tekortkomingen kunnen eerder gesignaleerd en gecorrigeerd worden, waardoor de huidige onvolkomenheden opgelost en toekomstige onvolkomenheden voorkomen kunnen worden. In 2012 zal prioriteit worden gegeven aan het verder op orde brengen van met name het beheer van de als gevoelig aangemerkte materieelsoorten, zoals wapens, munitie en cryptoappa-ratuur. Een structurele verbetering van het materieelbeheer wordt mede ondersteund door de invoering van SAP. Daarom is een goede afstemming met het programma SPEER, dat verantwoordelijk is voor deze invoering, noodzakelijk. Deze afstemming wordt getoetst en bewaakt door het projectbureau Professionalisering Materieelbeheer Defensie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 287Niet-beleidsartikelen Ten aanzien van het personeelsbeheer wordt in 2012, conform het plan van aanpak, het project Volledigheid en betrouwbaarheid personeelsdos-siers Defensie afgerond waardoor in 2012 alle personeelsdossiers aan de wettelijke eisen voldoen. Stuur- en verantwoordingsinformatie Naast de noodzakelijke herziening van de bedrijfsvoering van Defensie zijn de ambities van het meerjarige programma Verbeteren stuur- en verantwoordingsinformatie herijkt. Evenals in 2011 wordt vanuit het programma slechts de verdere verbetering en verankering van de kwaliteit van de managementinformatie over de operationele gereedheid ondersteund. Met name het streven naar uniformiteit in de totstand-koming van de informatie, het verbeteren van de kwaliteit van de broninformatie en de automatisering van handmatige bewerkingen vergen nog aandacht. Daarnaast wordt de aansluiting van de informatie in de begroting, de managementrapportages en het jaarverslag bewaakt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 288Niet-beleidsartikelen 3 BATEN-LASTENDIENSTEN 3.1. Defensie Telematica Organisatie Algemeen De Defensie Telematica Organisatie (DTO) maakt als baten-lastendienst onderdeel uit van het CDC. Door DTO worden hoogwaardige ICT- en IV-diensten geïntegreerd geleverd aan Defensie en de ketenpartners binnen de Rijksoverheid op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens steunt DTO de operationele informatievoorziening van het CZSK, het CLAS, het CLSK en het CKmar bij internationale en nationale inzet. Begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1 000) realisatie 2010 begroting 2011 ramingen 2012 2013 2014 2015 2016 BATEN Opbrengst moederdepartement 364 121 315 143 303 055 272 525 268 397 251 588 254 548 Opbrengst overige departementen 43 532 36 810 38 000 38 000 38 000 38 000 38 000 Opbrengst derden 209 145 145 145 145 145 145 Rentebaten 77 Vrijval voorzieningen 43 Totaal baten 407 982 352 098 341 200 310 670 306 542 289 733 292 693 LASTEN Apparaatskosten – personele kosten 212 768 199 307 197 962 181 890 179 290 169 362 167 907 – materiële kosten 126 865 98 091 99 038 85 980 84 452 77 571 81 986 Rentelasten 4 259 5 700 5 200 4 800 4 800 4 800 4 800 Afschrijvingskosten 37 884 49 000 39 000 38 000 38 000 38 000 38 000 – materieel – immaterieel – dotaties voorzieningen 2 145 – buitengewone lasten 3 649 Totaal lasten 387 570 352 098 341 200 310 670 306 542 289 733 292 693 Saldo van baten en lasten 20 412 Toelichting begroting baten en lasten Baten Opbrengst moederdepartement De opbrengst van het moederdepartement loopt vanaf 2012 aanzienlijk terug. Door het terugbrengen van de personele vulling naar aanleiding van de beleidsbrief – en daarmee het verlagen van het aantal werkplekken – zijn de budgetten voor informatievoorziening bij de defensieonderdelen verlaagd. Daarentegen zal tijdelijk een extra inspanning worden gevraagd om de realisatie van de diverse maatregelen vanuit het IV-perspectief te ondersteunen. Opbrengst overige departementen De opbrengst overige departementen betreft de IV-ondersteuning van ketenpartners van Defensie. Dit zijn onder andere de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie, Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken. Het is de verwachting dat de opbrengsten vanaf 2012 op vergelijkbaar niveau blijven. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 289Baten-lastendiensten Lasten Apparaatskosten Vanaf 2012 zullen de kosten voor bestuursondersteuning, Personeel en Organisatie en Planning en Control aanzienlijk dalen door de reductie van de staven. Afschrijvingen activa De afschrijvingen laten vanaf 2012 een licht dalende lijn zien. De reden hiervoor is dat er de afgelopen jaren minder is geïnvesteerd. De verwachting is dat de komende jaren de investeringen weer zullen toenemen en op termijn zullen leiden tot lagere exploitatiekosten en daardoor lagere product- en diensttarieven. Dotaties voorzieningen Vanaf 2011 wordt geen voorziening meer getroffen voor wachtgelden. Deze kosten worden vanaf 2011 verantwoord door het moederdepar-tement. Dit betekent dat de opgebouwde voorziening vrijvalt en wordt uitgekeerd aan het moederdepartement. Deze uitgaande kasstroom is nog niet in het kasstroomoverzicht verwerkt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 290Baten-lastendiensten Kasstroomoverzicht1 (Bedragen x € 1000) realisatie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening courant RHB 1 janauri (inclusief deposito) 15 024 33 269 34 769 37 769 38 769 38 769 36 769 2. Totaal operationele kasstroom 60 797 52 500 48 000 46 000 45 000 43 000 42 000 -/- totaal investeringen – 24 843 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 -/- totaal boekwaarde desinvesteringen 111 3. Totaal investeringskasstroom – 24 732 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 – 60 000 -/- eenmalige uitkering aan moederdepar-tement -/- eenmalige storting door moederdepar-tement 769 -/- aflossingen op leningen – 35 589 – 51 000 – 45 000 – 45 000 – 45 000 – 45 000 – 45 000 +/+ beroep op leenfaciliteit 17 000 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000 4. Totaal financieringskasstroom – 17 820 9 000 15 000 15 000 15 000 15 000 15 000 5. Rekening courant RHB 31 december 33 269 34 769 37 769 38 769 38 769 36 769 33 769 (inclusief deposito) (=1+2+3+4) Toelichting op het kasstroomoverzicht Operationele kasstroom Het operationele kasstroomoverzicht toont de meerjarige ontwikkeling van de rekening courant van het baten-lastendeel van IVENT. De kasstroom wordt bepaald door het jaarlijkse bedrijfsresultaat, de investeringen, aflossingen op leningen en overige financiële transacties. Investeringskasstroom In 2012 en de jaren daarna wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 60 miljoen. Het grootste deel van de investeringen betreft computerapparatuur, gebouwen (voornamelijk datacentra) en kleinere investeringen in software, machines en installaties. Desinvesteringen zijn voor de komende jaren niet voorzien. Aflossingen op leningen Deze bedragen betreffen de aflossingen van de aangegane vermogens-conversie en leningen om investeringen te financieren. Beroep op leenfaciliteit Het beroep op leenfaciliteit omvat de door de bedrijfsgroep bij het ministerie van Financiën geleende bedragen. Het beroep op de leenfaci-liteit wordt gedaan ter financiering van investeringen. Financieringskasstroom In 2012 zal een eventueel overschot van het eigen vermogen worden uitgekeerd aan het moederdepartement. Voor de daaropvolgende jaren wordt verwacht dat het eigen vermogen binnen de maximale grens blijft en dat daarom geen uitkering aan het moederdepartement nodig zal zijn. Doelmatigheidsparagraaf De focus van doelmatigheid ligt op twee gebieden: operationele perfor-mance en financiële doelmatigheid. Vanwege de omvangrijke producten- en dienstencatalogus is het niet mogelijk om kostprijzen per product te geven. 1 De beginstand 2011 is aangepast aan de realisatie 2010.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 291Baten-lastendiensten Doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010 Omschrijving generieke deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Leverbetrouwbaarheid SLA’s 86,0% 85,0% 85,0% 85,0% 85,0% 85,0% 85,0% Oplossend vermogen Service Desk Defensie 69,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% Tijdigheid klachtafhandeling 90,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% Opdrachtgeverstevredenheid 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% 70,0% Vte’n totaal – Burgers/militairen 2 181 2 242 2 242 2 100 2 050 2000 1980 Saldo van baten en lasten (%) 5,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Omzet per productgroep Generiek (x € 1 miljoen) 253,1 211,3 204,7 186,4 183,9 173,8 175,8 Omschrijving specifiek deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Kostprijs per werkplek (norm) 88% 85% 82% 81% 80% 79% 78% Omzet per productgroep Specifiek (x € 1 miljoen) 154,8 140,8 136,5 124,3 122,6 115,9 117,1Toelichting Operationele doelmatigheid Binnen DTO wordt periodiek gerapporteerd over de betrouwbaarheid van de afgesproken dienstverlening door middel van bovenstaande kwaliteits-indicatoren. De betrouwbaarheid van de informatievoorziening is afhankelijk van de wijze waarop DTO de dienstverlening: •realiseert (het oplossen van binnengekomen klachten bij de Service Desk Defensie) en afspreekt (in Service Level Agreements); •in stand houdt en beheert (onder andere op basis van het aantal binnengekomen klachten); •controleert en monitort door het meten (klachten) en de tijdigheid van de klachtafhandeling bijhoudt; •bijstuurt of verbetert aan de hand van de opdrachtgevertevredenheid. Financiële doelmatigheid •Als indicator voor de ontwikkeling van de financiële doelmatigheid wordt de prijs per werkplek gebruikt. De prijs per werkplek is gesteld op 100 procent. •De omzet van de baten-lastendienst bestaat voor het grootste deel uit de ontvangsten voor de geleverde producten en diensten, die zijn opgenomen in een Producten- en Dienstencatalogus (PDC). •De categorie Generiek bestaat onder andere uit de omzetcategorieën werkplekdiensten, connectivity en handelsgoederen. •De categorie Specifiek bestaat onder andere uit advies en applicaties, hosting ERP, hosting MF en applicatie hosting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 292 Baten-lastendiensten 3.2. Dienst Vastgoed Defensie Algemeen De Dienst Vastgoed Defensie (DVD) is verantwoordelijk voor het doelmatige en maatschappelijk verantwoorde beheer en inrichting van het defensievastgoed. De DVD geeft adviezen en treedt op als intermediair voor de waarborging van de ruimtelijke belangen van de klanten bij Defensie. De DVD staat de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. Begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1 000) realisatie 2010 begroting 2011 ramingen 2012 2013 2014 2015 2016 BATEN Opbrengst moederdepartement 111 747 84 908 66 361 60 858 55 655 51 253 51 218 Programmagelden instandhouding 133 826 130 015 137 065 127 845 112 760 100 510 100 510 Opbrengsten huisvestingsactiviteiten 9 737 18 182 20 454 22 033 23 811 24 729 25 296 Opbrengst overige departementen 802 Opbrengst derden 29 Mutatie onderhanden werk 2 904 Rentebaten 0 100 Vrijval voorzieningen 682 Bijzondere baten 838 Totaal baten 260 565 233 105 223 880 210 736 192 226 176 492 177 024 LASTEN Apparaatskosten – personele kosten 97 955 68 305 55 224 51 322 48 350 44 474 45 500 – uitbesteding 3 705 1 000 500 500 500 500 – materiële kosten 14 012 13 806 19 508 18 884 18 065 17 303 15 835 Programmagelden instandhouding 134 864 130 015 137 065 127 845 112 760 100 510 100 510 Rentelasten 1 368 1 579 1 222 1 164 1 116 1 080 1 051 Rentelasten huisvestingsactiviteiten 6 683 15 462 13 860 14 131 15 643 15 653 16 220 Rentelasten rekening-courant 225 Afschrijvingskosten – materieel 1 519 2 098 1 402 1 193 878 652 551 – materieel huisvestingsactiviteiten 2 806 2 720 6 594 7 901 8 169 9 076 9 076 – immaterieel Overige kosten – Dotaties voorzieningen 498 350 – Bijzondere lasten 1 778 Effect reorganisatiemaatregelen – 11 995 – 12 760 – 13 467 – 12 806 – 12 222 Totaal lasten 265 413 233 785 223 880 210 180 192 014 176 442 177 021 Saldo van baten en lasten – 4 848 – 680 0 556 212 50 3Toelichting begroting baten en lasten Algemeen Zowel de investeringen als de beheer- en onderhoudsbudgetten worden gereduceerd als gevolg van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie dat in augustus 2011 is gepresenteerd. Als gevolg hiervan is er sprake van overcapaciteit, ondanks de uitstroom van personeel en de minimalisering van de inhuurcapaciteit. Het begrip overcapaciteit moet breed worden geïnterpreteerd. Het gaat hierbij niet alleen om een teveel aan directe en indirecte VTE’n met een vast contract, maar ook om een relatief hoge materiële overhead (met name huisvesting, IV/ICT) die onvoldoende snel kan mee krimpen met de afname van de productie. De begroting van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 293Baten-lastendiensten DVD voor het jaar 2012 en verder is gebaseerd op een voorzichtige omzetverwachting vanwege de defensiebrede reorganisatie. In 2011 kan, zoals het er nu naar uitziet, het verlies nog opgevangen worden door het eigen vermogen. Baten Opbrengst moederdepartement De opbrengst van het moederdepartement is opgebouwd uit honorarium voor het totale dienstverleningspakket van de DVD. Ongeveer zeventig procent van de omzet in 2012 vloeit voort uit de instandhouding van het defensievastgoed. Door het krimpende vastgoedbestand als gevolg van afstotingen daalt de omzet voor dit product meerjarig. Hierin kunnen nog wijzigingen optreden als gevolg van de effecten van het Herbeleg-gingsplan Vastgoed Defensie. De overige omzet wordt hoofdzakelijk gegenereerd uit nieuwbouwprojecten. Programmagelden instandhouding De programmagelden Instandhouding zijn de vergoedingen die de bedrijfsgroep ontvangt voor de aannemerskosten voor het planbaar en niet-planbaar onderhoud. Opbrengst huisvestingsactiviteiten De opbrengst huisvestingsactiviteiten bestaat uit de vergoeding die de bedrijfsgroep ontvangt van de defensieonderdelen voor de met leenfaci-liteit gefinancierde projecten. De vergoeding dekt de rentelasten en afschrijvingskosten van de leningen. Omdat in 2011 gebruik is gemaakt van de leenfaciliteit voor de bouwactiviteiten van het CKmar op Schiphol stijgen de lasten vanaf 2012. Rentebaten De rentebaten betreffen de verwachte opbrengsten van de verrekening rente rekening-courant met het ministerie van Defensie. Lasten Apparaatskosten De apparaatskosten omvatten alle capaciteitskosten, zowel van direct personeel als indirect personeel en de overige exploitatiekosten. De personele lasten hebben een relatie met de werklast die tot uitdrukking komt in de begrotingspost «Omzet Moederdepartement». De daling van de personele lasten in 2012 is het gevolg van een reorganisatie binnen CDC waardoor een deel van het ondersteunend personeel geen deel meer uitmaakt van de bedrijfsgroep. De inhuurkosten en de kosten van uitbesteding worden uit kostenoverwe-gingen nog verder ingeperkt. De stijging van de materiële kosten in 2012 houdt verband met de verrekening van het ondersteunend personeel (zie personele lasten). Door de reorganisatie worden de salariskosten van een deel van het ondersteunend personeel door het moederdepartement betaald en verrekend met de DVD. Programmagelden instandhouding Zie baten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 294Baten-lastendiensten Rentelasten huisvestingsactiviteiten De rentelasten huisvestingsactiviteiten vormen een component van de kosten die samenhangen met de financiering vanuit de leenfaciliteit, de andere component wordt gevormd door de afschrijvingen. Zie hiertoe ook de toelichting op de baten. Afschrijvingskosten De afschrijvingen zijn terug te voeren op de materiële vaste activa van de bedrijfsgroep. Dotaties voorzieningen Vanaf 2011 worden geen voorzieningen meer getroffen voor SBK-kosten en wachtgelden. Deze kosten worden vanaf 2011 verantwoord door het moederdepartement. Dit betekent dat de opgebouwde voorziening vrijvalt en wordt uitgekeerd aan het moederdepartement. Deze uitgaande kasstroom is nog niet in het kasstroomoverzicht verwerkt. Effect reorganisatiemaatregelen De effecten van de reorganisatie die ertoe moeten leiden dat de DVD in 2013 een licht positief bedrijfsresultaat genereert zijn op deze post verwerkt. Afhankelijk van het tempo waarmee de reorganisatie tot stand komt, wordt deze post in 2012 en 2013 omgezet in lagere materiële en personele kosten voor de DVD. Kasstroomoverzicht1 (Bedragen x € 1 000) realisatie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening courant RHB 1 janauri (inclusief deposito) 32 357 3 222 1 1 009 – 9 322 – 8 283 – 8 132 2. Totaal operationele kasstroom – 24 576 – 1 820 2 201 – 9 453 1 691 703 554 -/- totaal investeringen – 31 625 – 91 538 – 60 841 – 39 377 – 29 056 – 600 – 600 -/- totaal boekwaarde desinvesteringen 302 3. Totaal investeringskasstroom – 31 323 – 91 538 – 60 841 – 39 377 – 29 056 – 600 – 600 -/- eenmalige uitkering aan moederdepar-tement -/- eenmalige storting door moederdepar-tement -/- aflossingen op leningen – 4 618 – 1 402 – 1 193 – 878 – 652 – 551 +/+ beroep op leenfaciliteit 31 382 91 538 60 841 39 377 29 056 600 600 4. Totaal financieringskasstroom 26 764 90 137 59 648 38 499 28 404 49 600 5. Rekening courant RHB 31 december 3 222 1 1 009 – 9 322 – 8 283 – 8 132 – 7 577 (inclusief deposito) (=1+2+3+4) Toelichting op het kasstroomoverzicht Operationele kasstroom De operationele kasstroom wordt gevormd door het jaarlijkse bedrijfsre-sultaat, aangevuld met de afschrijvingen op de materiële activa en de dotaties aan de voorzieningen. Voor 2011 wordt in de prognose uitgegaan van het vaste gegeven dat betalingen deels over de jaargrens naar 2012 schuiven. 1 De beginstand 2011 is aangepast aan de realisatie 2010.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 295Baten-lastendiensten Investeringskasstroom De investeringskasstroom vloeit voort uit de financiering uit de leenfaci-liteit van onder andere de projecten «Tactische Helikopter Groep» (Gilze Rijen) en «Nieuwbouw CKmar Schiphol» voor de periode 2011–2013. Ook de investeringen van de baten-lastendienst zelf zijn hierin voor een gering deel opgenomen. Financieringskasstroom De financieringskasstroom representeert het (vreemd) vermogen dat aangetrokken wordt voor de financiering van de investeringen via de leenfaciliteit. Het beroep op de leenfaciliteit is lager dan het toegekende leenplafond. Dit wordt verklaard door de financiering van de beveiligings-systemen en inventaris. Deze was opgenomen in het leenplafond, maar momenteel wordt nader onderzocht of deze investering uit de defensiebe-groting wordt gefinancierd dan wel uit het leenplafond. DoelmatigheidsparagraafDoelmatigheidsindicatoren Omschrijving generieke deel 20101 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Vte’n totaal 1 405,7 985 853 799 755 703 653 – waarvan in eigen dienst 1 297,7 955 848 794 750 698 648 – waarvan inhuur 108 30 5 5 5 5 5 Saldo van baten en lasten (%) – 2,0% – 0,29% 0,00% 0,26% 0,11% 0,03% 0,00% Omschrijving specifiek deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Kostprijzen per product(groep) DVD Expertise &advies 76,69 69 Verwerving & Afstoting excl. COVO 73,24 69 COVO 62,17 58 Instandhouding 59,67 52 Gemiddelde kostprijs product 65,18 64 Tarieven zie kostprijzen per product Omzet per productgroep (pxq) in € 1000 Expertise &advies 8 219 6 921 6 321 6 321 6 321 5 621 5 321 Verwerving & Afstoting excl. COVO 24 756 21 094 13 572 11 223 11 129 11 775 12 039 COVO 4 310 1 644 2 000 1 775 1 625 1 475 1 475 Instandhouding 45 922 45 849 44 468 41 539 36 580 32 382 32 382 Beveiliging 28 141 9 400 0 0 0 0 0 Overig 1 230 0 0 0 0 0 0 Servicelevels (norm = 80%) 85% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Productiviteit (omzet € 1 000 per directe medewerker) 87,9 90 89,2 89,1 89,3 89,3 89,3 Projecttevredenheid (norm = 90%) 94% 81% 83% 85% 87 89 891 inclusief DBVToelichting Het totaal aantal vaste en tijdelijke VTE’n daalt in 2012 als gevolg van reorganisaties en de verdere afbouw van tijdelijke contracten. Met deze reorganisaties verdwijnt een deel van de ondersteunende functies naar andere organisatie-eenheden. Verder is uitgegaan van een harde uitstroom (pensionering) en een gering overig verloop van ongeveer tien VTE’n per jaar. Het saldo van baten en lasten is het quotiënt van het financieel resultaat en de omzet moederdepartement. Ten slotte is de verwachting dat, als gevolg van de bezuinigingen, de in 2011 ingezette daling van de projecttevredenheid zal doorzetten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 296 Baten-lastendiensten De kostprijzen 2011 laten over de gehele linie een daling zien vanwege de daling van de inhuur(kosten). De omzet per productgroep weerspiegelt bij nieuwbouw de reductie op het investeringsbudget. De omzet voor de commandantenvoorzieningen is door een eerdere bezuinigingsmaatregel al in 2011 fors teruggebracht. De omzet voor instandhouding is gebaseerd op de voorlopige inschatting dat het totale vastgoedbestand van Defensie vijfentwintig procent is gekrompen aan het eind van de planperiode. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 297Baten-lastendiensten 3.3 Paresto Algemeen Paresto is een professionele cateringorganisatie die een hoogwaardig pakket aan cateringdiensten levert aan de gehele defensieorganisatie en aan (Navo)-bondgenoten op Nederlands grondgebied. In 2011 is het onderzoek gestart naar de uitbesteding van de bedrijfsca-tering, In 2012 wordt de business case geactualiseerd en daarnaast de overdracht van de operationele catering naar het CLAS onderzocht. Over de uitkomsten van deze trajecten moet nog definitieve besluitvorming plaatsvinden. Beide ontwikkelingen zijn daarom niet in de ontwerpbe-groting 2012 verwerkt. Begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1 000) realisatie 2010 begroting 2011 ramingen 2012 2013 2014 2015 2016 BATEN Opbrengst moederdepartement 108 939 111 411 90 845 88 047 85 320 84 166 83 240 Opbrengst overige departementen Opbrengst derden 795 775 680 680 680 680 680 Rentebaten 42 400 10 12 13 14 15 Overige opbrengsten 3 440 Bijzondere baten Totaal baten 113 216 112 586 91 535 88 738 86 014 84 860 83 935 LASTEN Apparaatskosten – personele kosten 60 776 61 130 55 162 54 825 53 925 52 800 51 900 – materiele kosten 47 753 49 305 35 428 33 656 31 974 31 974 31 974 Rentelasten 115 170 Afschrijvingskosten – materieel 896 981 946 257 115 87 61 – immaterieel Overige kosten – dotaties voorzieningen 1 372 1 000 Totaal lasten 110 912 112 586 91 535 88 738 86 014 84 860 83 935 Saldo van baten en lasten 2 304 Toelichting begroting baten en lasten Baten Opbrengst moederdepartement De opbrengst van het moederdepartement bestaat uit de omzet zoals die gerealiseerd wordt uit de lopende bedrijfsvoering en de omzet werkge-versbijdragen. De omzet werkgeversbijdragen bestaat uit de aan de defensieonderdelen in rekening gebrachte bedragen ter dekking van de personele en overige kosten die gemaakt worden om de service op locaties te kunnen bieden. In het budget 2012 zijn ten opzichte van het budget 2011 algemene taakstellingen en taakstellingen die voortvloeien uit het project Kromhout verwerkt. De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in de omzet regulier (bedrijfskantines), niet-regulier (vergade-ringen en banqueting) en de omzet logistieke ondersteuning. De begrote omzetdaling in 2012 ten opzichte van 2011 wordt onder andere veroor-zaakt door het realiseren van de tweede fase van het project Kromhout. Als gevolg hiervan verplaatst het potentiële omzetvolume zich van Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 298Baten-lastendiensten Paresto naar de private onderneming Komfort (Consortium van de PPS-constructie Kromhoutkazerne). Opbrengst derden De opbrengst derden betreft de opbrengst die Paresto in rekening brengt bij het CDC voor de cateringkosten van het Militair Revalidatie Centrum. Rentebaten Dit betreffen renteopbrengsten op basis van uitstaand deposito en het rekening courant saldo bij het ministerie van Financiën. Overige opbrengsten Deze post betreft de retour ontvangen bedragen conform de contractuele afspraken met de grootste leverancier en de producentenbonussen van toeleveranciers. In de begroting 2012 zijn deze verwerkt in de materiële kosten. Lasten Personele kosten In 2012 bestaat de formatieve sterkte van Paresto uit 1184 vaste VTE’n (eigen dienst en inhuur) en er zal worden gestreefd naar een verdere optimalisering van het personeelsbestand, minder inhuur en het meer in deeltijd aanstellen van medewerkers. De personeelskosten die voort-komen uit de reorganisaties die binnen Paresto naar aanleiding van taakstellende maatregelen en de voltooiing van de eerste fase PPS Kromhout worden doorgevoerd, komen niet voor rekening van Paresto. Materiële kosten De materiële kosten worden voor 85 procent gevormd door de ingredi-ënten voor maaltijden en consumpties. De ingrediëntkosten zullen onder andere dalen als gevolg van het in 2011 afronden van de eerste fase van het project PPS Kromhout. Verder wordt in 2012 verwacht dat, als gevolg van de geconsolideerde sturing en controle op de ingrediëntinzet, de kosten op hetzelfde niveau zullen blijven. De overige materiële kosten bestaan voornamelijk uit exploitatiekosten van de locaties en het servicekantoor en het onderhoud van ICT (waaronder kassa’s en voertuigen). Rentelasten Rentelasten vloeien voort uit rentedragend, langlopend, vreemd vermogen tegen het door het ministerie van Financiën bepaalde tarief. Afschrijving materieel De afschrijvingskosten betreffen ICT-middelen, infrastructuur van het Servicekantoor, kassa’s en overige materiële middelen, zoals voertuigen. Dotaties voorzieningen Vanaf 2011 wordt geen voorziening meer getroffen voor wachtgelden. Deze kosten worden vanaf 2011 verantwoord door het moederdepar-tement. Dit betekent dat de opgebouwde voorziening vrijvalt en wordt uitgekeerd aan het moederdepartement. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 299Baten-lastendiensten Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1 000) realisatie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening courant RHB 1 janauri (inclusief deposito) 7 443 8 750 2 004 2 076 2 539 2 850 2 937 2. Totaal operationele kasstroom 9 938 581 272 463 311 87 61 -/- totaal investeringen – 1 205 – 760 – 200 -/- totaal boekwaarde desinvesteringen 3. Totaal investeringskasstroom – 1 205 – 760 – 200 -/- eenmalige uitkering aan moederdepar-tement -/- eenmalige storting door moederdepar-tement -/- aflossingen op leningen – 399 – 689 +/+ beroep op leenfaciliteit 760 4. Totaal financieringskasstroom – 399 71 5. Rekening courant RHB 31 december 15 777 8 642 2 076 2 539 2 850 2 937 2 998 (inclusief deposito) (=1+2+3+4) Toelichting op het kasstroomoverzicht In het overzicht van de kasstromen staat de meerjarige verwachting van de omvang en de besteding van de beschikbare investeringsruimte, evenals de liquiditeitsverwachting in het algemeen centraal. Operationele kasstroom De operationele kasstroom is het jaarlijkse totaal van het bedrijfsresultaat van de bedrijfskantines, vergaderingen, banqueting en logistieke ondersteuning, de afschrijvingen, de mutaties in de voorzieningen en mutaties in het netto werkkapitaal. Investeringskasstroom Paresto is relatief kapitaalextensief. In de investeringskasstroom worden de investeringen en de desinvesteringen van ICT-middelen, kassa’s en overige materiële middelen zoals voertuigen opgenomen. Financieringskasstroom In de financieringskasstroom wordt het beroep op de leenfaciliteit van de geplande investeringen in vaste activa opgenomen. De leningen zijn rentedragend en hebben een looptijd die aansluit op de economische levensduur van de betreffende investeringen. Voorts is de aflossing op nog af te sluiten leningen begroot. Omdat er vanaf 2013 geen investe-ringen meer verwacht worden, wordt er naar verwachting ook geen beroep gedaan op de leenfaciliteit. Doelmatigheidsparagraaf De gekozen indeling van een specifiek deel en generiek deel vloeit voort uit de aard van de dienstverlening door Paresto. Gestuurd wordt op de bruto marge van de locaties. Hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2100Baten-lastendiensten Doelmatigheidsindicatoren Omschrijving generieke deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Omzet verkopen (x € 1000) 57 331 45 795 45 238 42 977 40 828 40 828 40 828 Vte’n totaal 1 271 1 194 1 184 1 174 1 164 1 154 1 144 – waarvan in eigen dienst 1 195 1 164 1 154 1 144 1 134 1 124 1 114 – waarvan inhuur 76 30 30 30 30 30 30 Saldo van baten en lasten (%) 2,0% – 2,8% 0% 0% 0% 0% 0% Omschrijving specifiek deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Aantal locaties 130 124 120 120 120 120 120 Productiviteit per medewerker (omzet per vte) 45 087 38 354 38 208 36 764 36 183 37 838 39 295 % Ziekteverzuim 8,6% 8,0% 8,0% 8,0% 8,0% 8,0% 8,0% % Bruto marge locaties 32,8% 35,0% 35,0% 35,0% 35,0% 35,0% 35,0% Gasttevredenheid 1 7,3 7,0 7,0 1 Niet gehouden in 2009Toelichting Het overgrote deel van de kosten van Paresto (85 procent) bestaat uit personele- en ingrediëntkosten. De doelmatigheid van Paresto komt onder andere tot uitdrukking in een zo efficiënt mogelijke inzet van deze middelen. Twee belangrijke graadmeters daarvoor zijn de productiviteit per VTE (omzet/aantal VTE’n) en het percentage van de bruto marge (inkoop ten opzichte van de omzet). Beide indicatoren geven aan dat Paresto er in slaagt haar doelmatigheid te verbeteren. In 2011 en de komende jaren krijgt Paresto echter te maken met een aanzienlijke vraaguitval (omzet). Paresto blijft daarom werken aan het optimaliseren van de organisatie, zodat vanaf 2015 verdere doelmatig-heidsverbetering zichtbaar is. Door kritisch te kijken naar het logistieke concept en als gevolg van de geconsolideerde sturing en controle op de ingrediëntinzet, kan Paresto ondanks de vraaguitval naar verwachting het percentage van de bruto marge gelijk houden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2101 Baten-lastendiensten 4. BIJLAGEN 4.1 BIJLAGE – Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s De ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van Defensie beperkt zich tot één rechtspersoon met een wettelijke taak, de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK). Naam Organisatie RWT ZBO Functie Begrotingsartikel Realisatiecijfers van afgelopen jaar Waarvan apparaats-uitgaven Stichting Ziektekosten-verzekering Krijgsmacht (SZVK) X De SZVK is namens het ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële Regeling Ziektekostenverze-kering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst: militairen vallen niet onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW). Niet-beleidsartikel 91 € 86 944 000 € 86 944 000Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2102Bijlagen 4.2 BIJLAGE – Overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg Veteranen De Kamer is toegezegd dat in de begroting zichtbaar wordt gemaakt welke uitgaven in het kader van het veteranenbeleid worden begroot. De uitgaven zijn verwerkt in het onderstaande overzicht van de verschillende relevante begrotingsartikelen. De uitgaven van pensioenen en uitkeringen waarop militairen aanspraak kunnen maken, óók als het gaat om veteranen, zijn onder het daarvoor bedoelde artikel ondergebracht. Deze lasten zijn in onderstaand overzicht niet apart als uitgaven vermeld. Verder zijn in dit overzicht alleen posten opgenomen die tot meeruitgaven leiden. Posten die niet tot meeruitgaven leiden, zoals de benodigde inzet van personeel van Defensie, zijn niet opgenomen. Erkenning en waardering begroot op het niet-beleidsartikel 90 Algemeen Nederlandse Veteranendag Onderdeel van het geven van erkenning en waardering in het veteranen-beleid is de organisatie van de jaarlijkse Nederlandse Veteranendag. Begin 2009 is de Stichting Nederlandse Veteranendag opgericht. Deze stichting ontvangt jaarlijks een subsidie voor de organisatie van de Nederlandse Veteranendag, de daaraan gerelateerde activiteiten en de ondersteuning van regionale Veteranendagen. Stichting het Veteraneninstituut De Stichting het Veteraneninstituut is door Defensie belast met de uitvoering van het veteranenbeleid op het gebied van de erkenning van en de waardering voor veteranen. Daarnaast verzorgt de Stichting het Veteraneninstituut de informatievoorziening over de zorg voor veteranen. Ook het Centraal Aanmeldpunt is bij de Stichting het Veteraneninstituut ondergebracht. Stichting Veteranenplatform Sinds 1989 bestaat het Veteranenplatform als overkoepelend samenwer-kingsverband van de Nederlandse veteranenorganisaties. Als koepelorga-nisatie vertegenwoordigt het Veteranenplatform op die manier de belangen van veteranen van alle krijgsmachtdelen. Het Veteranenplatform is een belangrijke intermediair en aanspreekpunt op het gebied van veteranen en veteranenaangelegenheden. Bij het Veteranenplatform zijn 42 veteranenverenigingen aangesloten. Daarmee is het platform voor Defensie een belangrijke gesprekspartner over de evaluatie van de uitvoering van het veteranenbeleid en de inventarisatie van de wensen en behoeften van veteranen. Centrale onafhankelijke klachtencommissie voor veteranen Naar aanleiding van de motie van de leden Poppe, Voordewind, Eijsink en Diks (Kamerstuk 31 700, nr. 37) heeft de toenmalige staatssecretaris besloten tot de instelling van een centrale klachtenfunctionaris en een centrale klachtencommissie voor veteranen en dienstslachtoffers. De overkoepelende centrale klachtencommissie behandelt klachten over de uitvoering van het veteranenbeleid door het LZV of door Defensie, het ABP of het Veteraneninstituut. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2103Bijlagen Overige uitgaven Dit betreft de uitgaven voor een veelheid van activiteiten. Met name het ondersteunen van reünies voor veteranen in het buitenland, Taptoe met speciaal programma voor veteranen en dienstslachtoffers, educatieve projecten, CADIG, ARMEX, de reünie van Koude Oorlog-militairen, begeleid lotgenotencontact, Hotel de Wereld, NCHC en Surinaamse oud-strijders. Erkenning en waardering begroot op diverse beleidsartikelen Reüniefaciliteiten Geregistreerde verenigingen voor veteranen, post-actieven en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers maken eenmaal per jaar aanspraak op reüniefaciliteiten. De organisatie hiervan ligt in handen van de vereni-gingen zelf. Daarnaast organiseert elk operationeel commando een eigen veteranendag die waar mogelijk wordt gecombineerd met de open dag van het operationeel commando. Het bedrag voor deze faciliteiten op de begrotingen van de operationele commando’s is als volgt te specificeren: Operationele commando’s Bedragen x € 1 000 Commando zeestrijdkrachten 250,0 Commando landstrijdkrachten 900,0 Commando luchtstrijdkrachten 164,0 Commando Koninklijke marechaussee 125,4 Totaal 1 439,4 Totaaloverzicht van uitgaven voor veteranen erkenning en waardering Omschrijving Bedragen x € 1 000 Subsidie Nederlandse Veteranendag 2 455,0 Subsidie en diverse uitgaven Stichting het Veteraneninstituut (incl loonkosten) 5 640,0 Subsidie Stichting Veteranen Platform 158,0 Klachtencommissie veteranen 100,0 Ondersteunen veteranenzaken door operationele commando’s (zie bovenstaande tabel) 1 439,4 Overige uitgaven 136,0 Totaal 9 928,4 Zorg en nazorg begroot op het niet-beleidsartikel 90 Algemeen Ook ten aanzien van de uitgaven voor zorg en nazorg is de Kamer toegezegd dat deze in de begroting zichtbaar zullen worden gemaakt. Op niet-beleidsartikel 90 zijn de uitgaven voor de materiële- en immateriële zorgverlening opgenomen. Voor de materiële zorg betreft het: Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2104Bijlagen Onderzoek tegemoetkoming Militair Oorlogs- of Dienstslachtoffer (MOD) Deze post is opgenomen voor de kosten die Defensie maakt voor onderzoek naar een eventuele invoering van de volledige schadever-goeding voor de voor 1 juli 2007 gewond geraakte veteranen. Dag voor het dienstslachtoffer Sedert 2006 worden er dagen voor MOD georganiseerd. Het doel van deze dagen is het bieden van erkenning aan de MOD en hun partners, het bieden van informatie over de pensioenregelingen en voorzieningen en het luisteren naar de behoeften van de doelgroep. Voor de immateriële zorg betreft het: Maatschappelijk werk voor veteranen Binnen het Landelijk Zorgsysteem Veteranen verzorgt de Stichting De Basis het maatschappelijk werk voor veteranen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt. De kosten voor het maatschappelijk werk voor veteranen wordt per 1 januari 2011 gedragen door Defensie en is begroot op structureel € 2 miljoen per jaar. Raad voor civiel-militair Zorg en Onderzoek (RZO) In de RZO is deskundigheid verenigd op het gebied van psychiatrie, psychologie, interne geneeskunde, huisartsgeneeskunde, sociologie en gezondheidsrecht. De RZO adviseert over (de richting van) het weten-schappelijk onderzoek op het gebied van aandoeningen die verband houden met uitzendingen en draagt zorg voor en bewaakt de noodzake-lijke convergentie tussen de onderzoeken. Overige Diverse organisatiedelen houden zich bezig met de zorg en nazorg aan actief dienenden, post-actieven en veteranen, zoals de gezondheidscentra, het Centraal Militair Hospitaal, de Militaire Geestelijke gezondheidszorg (MGGZ), het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk werk, de Geeste-lijke Verzorging en het Militair Revalidatie Centrum. Omdat de taken van deze organisatiedelen verder gaan dan alleen de zorg en nazorg aan veteranen is een exacte ontvlechting naar doelgroep van deze uitgaven niet mogelijk en deze blijft dan ook achterwege. Zorg en nazorg begroot op het beleidsartikel 26 Landelijk Zorgsysteem Veteranen Defensie heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor veteranen met maatschappelijke of psychische problemen. Hiervoor is het Landelijk Zorgsysteem Veteranen ingericht dat bestaat uit militaire en civiele instellingen voor maatschappelijk werk en geestelijke gezondheidszorg. Voor 2012 bedragen de personele kosten € 245 000 en de kosten voor ontwikkeling en instandhouding van het LZV € 500 000. Onderzoeken Door het CDC (beleidsartikel 26) worden diverse onderzoeken gefinan-cierd. De wetenschappelijke onderzoeksgroep van de geestelijke gezond-heidszorg verricht onderzoek onder veteranen en uitgezonden actief dienende militairen naar uitzendgerelateerde stoornissen, in het bijzonder naar de Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Binnen dit onderzoeks-programma loopt onder andere het grootschalig prospectief onderzoek onder militairen die naar Afghanistan uitgezonden zijn geweest (het PRISMO-onderzoek), dat doorloopt tot 2018. Daarnaast loopt het Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2105Bijlagen onderzoek naar slaapstoornissen bij PTSS en het onderzoek BETER (Biologische effecten van traumatische ervaringen, behandeling en herstel) naar veranderingen op neurobiologisch gebied bij mensen die behandeld worden voor PTSS. Voor 2012 bedraagt de totale begroting voor dit wetenschappelijk onderzoek vanuit de MGGZ € 550 000. Totaaloverzicht van uitgaven voor zorg en nazorg voor veteranen Omschrijving Bedragen x € 1 000 Invaliditeitspensioenen 67 329 Nabestaandenpensioenen 28 845 Sociale zorg 8 377 De uitvoering van het zorgloket militair zorgstelsel 2 661 Landelijk Zorgsysteem Veteranen 745 Maatschappelijk werk voor veteranen 2 000 De Raad voor civiele-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) 103 Bijdragen aan onderzoeken 550 Onderzoek tegemoetkoming MOD 107 Ondersteuning organisatie dag voor de dienstslachtoffers 300 Totale uitgaven 111 017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2106Bijlagen 4.3 BIJLAGE – Defensie Industrie Strategie De Defensie Industrie Strategie (DIS) beschrijft de mogelijkheden van de overheid om een bijdrage te leveren aan de positie van de Nederlandse Defensie Gerelateerde Industrie (DGI), in nationale en internationale netwerken voor de ontwikkeling, productie en instandhouding van materieel. Hierbij zet de overheid zich in voor een open, concurrerende, internationale markt voor defensiematerieel, het bevorderen van de mogelijkheden voor de Nederlandse DGI en het versterken van de concurrentiekracht van de DGI op kansrijke gebieden. Instrumenten die Defensie kan inzetten moeten aansluiten bij het Research and Development- (R&D) en het materieelbeleid, waarbij de operationele behoefte leidend is. De DGI is verantwoordelijk om hier flexibel op in te spelen en om kansen te benutten. In 2008 is Defensie begonnen met de uitwerking van de DIS. Hieronder worden de belangrijkste resultaten beschreven en wordt een blik geworpen op 2012. 1. Instrumenten ter bevordering van de mogelijkheden van de DGI • Intensivering van de communicatie tussen Defensie en de industrie Een belangrijk middel van de DIS is de intensivering van het overleg over mogelijkheden van de Nederlandse industrie bij verwervings- en instandhoudingstrajecten. Het vroegtijdig bekend maken van de behoeften van Defensie stelt de industrie beter in staat hieraan te voldoen. De Nederlandse industrie wordt door middel van jaarlijkse contactdagen op de hoogte gehouden van huidige en toekomstige materieelprojecten en uitbestedingstrajecten. Op projectniveau worden zogenaamde responsmiddagen georganiseerd. Op donderdag 29 september 2011 is een gecombineerde contactdag voor de clusters land, lucht en zee georganiseerd. Daarnaast heeft in 2011 een nadere kennismaking tussen de industrie en het Marinebedrijf plaats gehad. Hierbij stonden de mogelijkheden voor een intensievere samenwerking met de Nederlandse DGI centraal. Op 4 november 2011 wordt een nieuwe bijeenkomst georganiseerd. Ten slotte neemt Defensie deel aan platforms die op initiatief van de DGI worden georganiseerd. Deze maatregelen zijn beschreven in de brief aan de Kamer van 20 april 2010 (Kamerstuk 27 830, nr. 75) naar aanleiding van de motie over de instandhouding van materieelsystemen (3 december 2009, Kamerstuk 32 123 X, nr. 74). • Intensivering van de relatie met de industrie op het gebied van de instandhouding In het plan van aanpak voor de instandhouding van defensiematerieel (Kamerstuk 27 830, nr. 88 van 3 november 2010) wordt een aantal initiatieven genoemd dat bijdraagt aan een verdere intensivering van de samenwerking tussen Defensie en de Nederlandse DGI. In de clusters land, lucht en zee worden steeds vaker nieuwe samenwerkingsvormen tussen de overheid en civiele partijen gebruikt. In het in 2010 opgerichte «Strategisch beraad instandhouding» worden voor projecten in planning en in realisatie de mogelijkheden tot samenwerking tussen de Neder-landse DGI en Defensie besproken. Een voorbeeld betreft de samenwerking met Nederlandse bedrijven op het gebied van instandhouding van materieel dat is teruggekeerd uit Afghanistan. Er zijn meerdere contracten gesloten voor de reparatie en het onderhoud van bijvoorbeeld de Viking rupsvoertuigen, de Scania wissellaadsystemen en verscheidene types kleine voertuigen. De werkzaamheden worden uitgevoerd op locatie bij de contractant, bij een Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2107Bijlagen Nederlandse vestiging of bij een onderaannemer. In een aantal gevallen wordt ook kennis en capaciteit van Defensie op een van deze locaties ingezet. Daarnaast onderzoekt Defensie momenteel op grond van quick-scans de mogelijkheden voor outsourcing van de volgende onderhoudsactiviteiten: •kalibratie-, meet- en testapparatuur; •onderhoud van kleine vaartuigen; •onderhoud van luchtverkeersbeveiligingssystemen. Ten slotte wordt een extern onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van samenwerking tussen de systeemlogistieke bedrijven van de DMO en de Nederlandse DGI. De eerste resultaten daarvan worden in de tweede helft van 2011 verwacht. Een ander voorbeeld van de samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven is het in het regeerakkoord opgenomen initiatief Mainte-nance Valley. Maintenance Valley berust op het programma «Pieken in de Delta» van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en heeft onder meer ten doel in West-Brabant de bedrijvigheid op onderhoudsgebied, bijvoorbeeld van vliegtuigen, te stimuleren. Bij het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) wordt een aanzienlijk deel van de instandhouding uitgevoerd in samenwerking met het bedrijfsleven. Hierbij wordt een steunpunt voor onderhoud en logistiek op de (West-)Europese markt ontwikkeld. Innovatieve projecten, zoals de publiek private samenwerking met Dutch Aero Services voor het onderhoud van F-100 motoren voor de F-16, zullen verder vorm geven aan de samenwerking met marktpartijen en de ontwikkeling van Maintenance Valley. Voorts worden de Nederlandse ambities voor de instandhouding van de Europese F-35 vloot nader uitgewerkt in plannen van aanpak. Hierdoor kan tijdig worden ingespeeld op de besluitvorming over de benodigde instandhoudingsfaciliteiten. De proven capability van het LCW in de samenwerking met het bedrijfsleven in de regio, zal in de toekomst een belangrijke voorwaarde zijn voor de kwalificatie als maintenance support centre, voor het (motor)onderhoud van de huidige en toekomstige vliegtuigen en helikopters van de Nederlandse krijgsmacht. 2. Instrumenten ter versterking van de concurrentiekracht van de DGI • Orders Nederlandse DGI project Vervanging F-16 in 2010 Het bedrag dat is gemoeid met F-35 contracten voor de Nederlandse luchtvaartindustrie is in het jaar 2010 met $ 200 miljoen gestegen tot meer dan $ 1 miljard (lopende prijzen). Dit resultaat bevestigt de goede positionering van de Nederlandse luchtvaartindustrie als gevolg van de Nederlandse deelname aan het F-35 programma. In de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2011 zal de Kamer worden geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de orders van de Nederlandse industrie. De verificatie van de orders wordt uitgevoerd door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie. • Instandhoudingsprogramma Walrusklasse onderzeeboten Bij dit instandhoudingsprogramma wordt de Nederlandse DGI betrokken via het Dutch Underwater Knowledge Centre (DUKC). Op grond van een dienstenovereenkomst is door het DUKC een engineering-opdracht Walrus Engineering Support Project (WESP) gesloten. Inmiddels is door vijf verschillende partijen een aanzienlijke bijdrage geleverd aan dit programma via onderzoeken ten behoeve van een aantal systemen. Op een aantal deelgebieden is de conceptuele engineering-opdracht Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2108Bijlagen uitgebreid. In beginsel zal de detail-engineering op een soortgelijke wijze worden uitgevoerd. • Verdediging tegen ballistische raketten Nederland heeft een vooraanstaande positie op het gebied van radaront-wikkeling en het behoud van deze kennis hierover is van strategisch belang. In dit kader is in 2002 het platform »Nederland Radarland» opgericht. Dit is een samenwerkingsverband tussen Thales Nederland, TNO, de Technische Universiteit Delft en de ministeries van Defensie en Economische Zaken, Landbouw & Innovatie. Het platform beoogt een krachtenbundeling van de belangrijkste spelers op dit gebied. Hierdoor kan Nederland zich presenteren als interessante partner bij internationale projecten. Op dit gebied zijn de raketverdedigingsmiddelen van de krijgsmacht een goed voorbeeld van technologisch hoogwaardige capaciteiten, waaraan in internationaal verband grote behoefte bestaat. Met de radarcapaciteit aan boord van LC-fregatten heeft Nederland bij de Navo een sterke positie. Defensie wil hierin blijven investeren, door bijvoorbeeld de verdere ontwikkeling van de SMART-L radar. Bovendien draagt dit bij aan het behoud van kennis op het gebied van radar in Nederland. Bij de behoeftestelling is in een vroeg stadium wetenschap-pelijk onderzoek verricht naar de haalbaarheid van een Maritime Ballistic Missile Defensie (MBMD-) capaciteit. Hieraan namen deel de industrie (Thales en Raytheon Missile Systems), TNO, het Applied Physics Laboratory van de Johns Hopkins University, en verschillende Duitse, Nederlandse, Deense en Amerikaanse defensieorganisaties. Bij het Navo MBMD-programma is ook een beroep gedaan op de ondersteuning van TNO en de Nederlandse DGI. Raketverdediging bij de Navo is momenteel nog in ontwikkeling en naar verwachting zal de behoefte aan toegepast wetenschappelijk onderzoek in dit veld toenemen. • De Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid (MIA-V) Voordat de eerste tender in 2009 werd gepubliceerd zijn per program-malijn drie projecten (één per programmalijn) begonnen. Het betreft de projecten I-bridge, EDISON-TD en FBUH. I-bridge koppelt spraak, data, video en geo-informatie aan elkaar. Bij het project FBUH (Fysieke bescherming en uitrusting hulpverleners) zijn onder andere sensoren ontwikkeld om gasconcentraties te meten (van CH4, O2, CO) en de indoor positie evenals de houding en hartslag van de hulpverlener te kunnen bepalen. EDISON-TD betreft identiteitscontrole waarbij technieken worden gebruikt zoals documentcontrole, dactyloscopie en foto’s. In 2010 zijn FBUH en EDISON-TD voltooid. Het project I-bridge krijgt een vervolg in de versie I-bridge 3.0. De tender heeft uiteindelijk vijf projecten opgeleverd die zullen duren tot in 2011. Daarnaast zijn in 2010 bij de MIA-Veiligheid drie sporen gevolgd. Het eerste is een tweede tender, ter waarde van € 23 miljoen. Deze tender is eind 2010 gepubliceerd en op 31 januari 2011 gesloten. Naar aanleiding van de tender zijn 74 reacties ontvangen, waarvan inmiddels 27 voorstellen door een onafhankelijke toetsingscommissie zijn gegund. Het tweede spoor betreft de publicatie van twee Small Business Innovation Research (SBIR) programma’s met de thema’s Fysieke bescherming en, Training en opleiding met behulp van geavanceerde simulatie. Hiermee is respectievelijk € 2,85 miljoen en € 3 miljoen gemoeid. De SBIR met het thema Fysieke bescherming heeft 67 reacties opgeleverd en Training en opleiding 82 stuks. De voorstellen zullen door adviescommissies beoordeeld worden. Het derde spoor betreft projecten die door de Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2109Bijlagen stuurgroep van de MIA-Veiligheid als veelbelovend zijn aangemerkt. Het betreft een verdere ontwikkeling van I-bridge naar I-bridge 3.0 (€ 3 miljoen), twee voorstellen op het gebied van cyber security, Opleiden en trainen in Cyber security en Rijksbrede Informatiebeveiliging (beide ter waarde van € 1 miljoen), een voorstel dat is gericht op de verificatie en validatie van simulaties (€ 750 000), een verdere ontwikkeling van EDISON-TD (€ 1 miljoen) en een voorstel over serious gaming (€ 1 miljoen). Het verwervingstraject van de eerste vier projecten is inmiddels begonnen en zullen door Defensie worden begeleid. EDISON-TD wordt door het ministerie van Veiligheid en Justitie uitgevoerd en het project op het gebied van serious gaming wordt inmiddels uitgevoerd door de NLDA samen met de Politieacademie. Een deel van de technologie die bij I-bridge is ontwikkeld zal bij het landelijk crisis management systeem worden toegepast. • Fonds Economische Structuurversterking (FES): STARS Op 13 maart 2009 is het FES-voorstel Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) door de Ministerraad goedgekeurd en is vanuit de FES-gelden € 18 miljoen aan het project toegewezen. De eigen bijdrage van het consortium bedraagt € 16 miljoen, waarmee de totale projectomvang op € 34 miljoen komt. Het FES-project STARS is door Defensie vanuit de MIA-V ingediend en richt zich op sensornetwerken. Het consortium achter STARS bestaat uit Thales Nederland, NXP, RECORE, TNO, TU-Delft en de Universiteit van Twente. In 2010 is het contract voor dit project gesloten en de uitvoering verloopt zoals voorzien. Als stimuleringsinstrument voor onderzoek en innovatie is het FES-project opgeheven. Omdat het budget voor STARS gewaarborgd is, zal het project nog drie jaar voortduren. De eerste fase van het project is inmiddels succesvol voltooid. Voor de tweede fase is 20 procent van het budget gereserveerd voor de deelname van het MKB. In de eerste fase staat fundamenteel onderzoek centraal, in de tweede fase technologieont-wikkeling • Launching Customer: beoordeling van door de industrie aangedragen voorstellen Defensie heeft ongeveer 75 door de industrie aangedragen voorstellen beoordeeld op een eventuele deelname aan (toekomstige) materieelver-wervingstrajecten. Deze beoordeling heeft geleid tot een selectie van kansrijke voorstellen, die mogelijk leiden tot de aanschaf van door de industrie aangedragen producten.1 In 2011 heeft Defensie aan Fokker Aerostructures een opdracht gegund voor de verdere ontwikkeling van de E-Lighter. In de opdracht is ook een mogelijkheid voor een serieproductie opgenomen. De kosten voor de verdere ontwikkeling en de serieproductie maken deel uit van het budget van het project Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS). Over de voorstudiefase van dit project is de Kamer geïnformeerd met de brief van 27 mei 2010 (Kamerstuk 32 123 X, nr. 130), de antwoorden op de schriftelijke vragen over deze brief van 10 augustus 2010 (Kamerstuk 32 123 X, nr. 146 en het Materieelprojectoverzicht van 21 september 2010, (Kamerstuk 27 830, nr. 86). Defensie treedt op als launching customer zodra de verdere ontwikkeling van de E-lighter succesvol is voltooid. 1 De mogelijkheden van Defensie worden begrensd door de Europese aanbestedings-regels. Ook kan Defensie niet vooruit lopen op het reguliere behoeftestellings- en verwer-vingsproces.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2110Bijlagen • Launching Customer: ontwikkeling van militaire producten door het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) De ontwikkeling van innovatieve militaire producten door het Nederlandse MKB die aansluiten bij de operationele behoefte van Defensie, verloopt moeizaam. Bij de behandeling van de defensiebegroting 2010 heeft de Tweede Kamer op 8 december 2009 een motie aangenomen van de leden Eijsink, Knops en Voordewind waarin de regering wordt verzocht een fonds in te stellen voor de ontwikkeling van dergelijke militaire producten (Kamerstuk 32 123 X, nr. 76). Voor het optreden als Launching Customer is een gebrek aan financiering voor een productontwikkelfase vaak een struikelblok. Het in de motie-Eijsink c.s. voorgestelde financieringsin-strument kan daarom een belangrijke rol vervullen om kansrijke producten tot een succes te maken. Naar aanleiding van deze motie heeft Defensie de Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO) opgericht. De Kamer is hierover geïnformeerd met de brief van 18 november 2010 (Kamerstuk 32 500 X, nr. 42). Onder toezicht van de commissie die de projectvoorstellen beoordeelt worden in 2011 een prototype voor een mortiersimulator en akoestische sensoren ontwikkeld. Daarnaast wordt een aantal ingediende voorstellen momenteel getoetst door de commissie. • R&D-initiatieven gericht op vooral het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) Om in een vroeg stadium het bedrijfsleven en kennisinstituten te betrekken bij ontwikkeltrajecten heeft Defensie een aantal initiatieven genomen. Een van die initiatieven behelst het opzetten van de Defensie Innovatie Competitie (DIC). Aan de DIC 2010 hebben meer dan 100 bedrijven deelgenomen. Hierbij stond het thema duurzaamheid en energie centraal, Op 15 oktober 2010 heeft Green Energy Technologies (GET) gewonnen met de «innovatieve airconditioner». Dit systeem is overal inzetbaar, zowel in de woestijn als in de tropen, en kent een laag elektriciteitsverbruik doordat de energie wordt geproduceerd uit restwarmte en zonnecollectoren. Bovendien levert de airconditioner drinkwater als nevenproduct. Het resultaat van de DIC 2009, System for Asset Maintenance Management heeft in 2010 geleid tot een demonstratie op de NIDV-dag. Naast de DIC is in juni 2010 voor de vierde keer door DR&D het Innovation Game (IG) georganiseerd. Door een jury is in november 2010 het voorstel «Positiebepalend ondersteunend systeem» gekozen tot het beste technologieproject. Het betreft een samenwerkingsverband tussen TNO, Dutch Space en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).Het winnende consortium biedt als alternatief voor satellietnavi-gatie een combinatie van drie bestaande systemen. Het betreft GPS, traagheidsnavigatie en relatieve afstandsbepaling. Het consortium richt zich de komende periode op de ontwikkeling van nieuwe software, die de samenwerking tussen de systemen mogelijk maakt. Het project kan uiteindelijk resulteren in bijvoorbeeld een zenderontvanger voor de infanterist die zelfstandig opereert. Met behulp van deze zenderontvanger kan zijn positie nauwkeuriger worden bepaald. Hierdoor neemt de betrouwbaarheid van de positie toe en vermindert de afhankelijkheid van satellieten. Het winnend project uit het IG 2009, Go4It, is inmiddels succesvol voltooid. Het eindresultaat is een bordspel dat kan worden gebruikt voor de training van personeel en het analyseren van de comprehensive approach. Het spel zal worden gebruikt door de NLDA en het Cimic Centre Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2111Bijlagen of Excellence. Daarnaast hebben de Navo en het ministerie van Buiten-landse Zaken belangstelling getoond. 3. Instrumenten die bijdragen aan de internationale positionering van de DGI • Navo-expertfunctie De Navo-expert draagt bij aan het internationaal positioneren van de Nederlandse DGI door het bevorderen van zowel deelname door bedrijven aan technische- en beleidsstudies van het Navo-verband als deelname aan internationale consortia die aanbiedingen doen voor Navo-projecten en rechtstreeks zaken doen met Navo-agentschappen. De activiteiten worden in nauwe samenwerking met de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Navo en de Stichting NIDV uitgevoerd. • Het Joint Investment Program (JIP) van het Europese Defensie Agent-schap (EDA) Het Joint Investment Program (JIP) van EDA is een waardevol instrument voor kennisvergaring en spreiding van kennis tussen de lidstaten. Daarnaast kunnen binnen de door het EDA geïnitieerde JIP’s kansen worden benut door de DGI en de kennisinstituten. Defensie neemt deel aan het JIP Force Protection, dat zal duren tot 2012. Met de Nederlandse bijdrage aan het JIP Force protection was een bedrag van € 4 miljoen gemoeid. Deze bijdrage heeft voor de Nederlandse partijen tot nu toe contracten ter waarde van € 6,5 miljoen opgeleverd. Ook krijgt Defensie beschikking over alle resultaten die projecten uit het programma (totale waarde van € 54 miljoen) opleveren, ook van projecten waar geen Nederlandse partij aan heeft deelgenomen. Ten slotte kunnen de tussentijdse resultaten van de projecten worden gebruikt. Hierover zal de eindevaluatie een volledig beeld geven. In 2010 heeft Defensie besloten deel te nemen aan de JIPs Unmanned Maritime Systems (UMS). en CBRN. Defensie draagt voor € 3,15 miljoen bij aan UMS. Dit JIP heeft vooralsnog een duur van vier jaar. Over deelname aan een nieuw project in UMS aangaande de detectie van drijvende mijnen is in juli 2011 beslist. Een positieve beslissing zou een extra financiële verplichting van € 400 000 betekenen. Het JIP CBRN verloopt voorspoedig. Naar verwachting zal in september 2011 door de ministers van Defensie van de deelnemende landen het project arrangement worden getekend, waarna de calls for proposal zullen volgen. Ten slotte bestaat het voornemen om deel te nemen aan JIP’s op het gebied van Unmanned Aerial Systems (UAS) en cyber security. Deze JIP’s moeten nog beginnen. Tot slot In 2008 is Defensie begonnen met de uitwerking van de DIS. De in de DIS genoemde instrumenten zijn inmiddels geconcretiseerd en verankerd in de defensieorganisatie. Momenteel kan de DIS als uitgevoerd worden beschouwd. De ministeries van Defensie en Economische Zaken, Landbouw & Innovatie zullen in 2012, in overleg met de NIDV, de DIS evalueren en actualiseren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2112Bijlagen 4.4 BIJLAGE – LIJST MET AFKORTINGEN AAS = Amsterdam Airport Schiphol ABP = Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds AC = Aanmeldcentrum ACOTA = African Contingency Operations Training and Assistance AE = Aanhoudingseenheid AEHF = Advanced Extreme High Frequency AIV = Adviesraad Internationale Vraagstukken AIVD = Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AMBV = Alkmaarder-klasse Mijnenbestrijdingsvaartuig AMDTF = Air Missile Defence Taskforce AMISOM = African Union Mission Somalia AO = Algemeen Overleg AOCS = Air Operations Control Station AOM = Allied Operations and Missions AR = Algemene Rekenkamer ASE = Aircraft Survivability Equipment ASSM = Anti Surface Ship Missiles AUP = Afghan Uniformed Police AVDD = Audio-Visuele Dienst Defensie AWACS = Airborne Early Warning and Control System BE = Bijstandseenheid BES = Bonaire, Sint Eustatius en Saba BETER = Biologische effecten van traumatische ervaringen, behandeling en herstel BG = Bedrijfsgroep (BG)T = (Bedrijfsgroep) Transport BMS = Battlefield Management System BPB = Beleids-, Plannings- en Begrotingsprocedure BS = Bestuursstaf BSB = Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten BTW = Belasting Toegevoegde Waarde BV = Bandvagn C4ISR = Command & Control, Communications, Computers & Information and Intelligence, Surveillance & Reconnaissance CAO = Collectieve Arbeidsovereenkomst CARIB = Caribisch Gebied CBOPS = Crisisbeheersingsoperaties CBRN = Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair CC = Central Command CDC = Commando DienstenCentra CDS = Commandant der Strijdkrachten CE = Chemische Energie CG = Cluster Gezondheidszorg C-IED = Counter Improvised Explosive Devices CIMIC = Civil-Military Cooperation CIS = Communicatie- en informatiesysteem CKMAR = Commando Koninklijke marechaussee CLAS = Commando landstrijdkrachten CLSK = Commando luchtstrijdkrachten CMF = Combined Maritime Forces CMH = Centraal Militair Hospitaal CODEMO = Commissie Defensie Materieelontwikkeling COID = Centrale Organisatie Integriteit Defensie COMPA-TRIOT = Communication Patriot CPD = Cluster Personele Diensten Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2113Bijlagen CPD = Comprehensive Peace Agreement CPT = Close Protection Teams CRC = Crowd and Riot Control CTF = Combined Task Force CUP = Capability Upgrade Programme CV = Commandovoertuig CZMCARIB = Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied CZSK = Commando zeestrijdkrachten DBB = Defensie Bedrijfsstoffenbedrijf DBBO = Defensie Bewaking en Beveiligingsorganisatie DBBS = Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem DBGS = Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen DBV = Dienst Beveiliging Vastgoed DC = DienstenCentrum DCDI = Dienstencentrum Documentaire Informatievoorzie-ning DCDV = Dienstencentrum Dienstverlening DCIOD = Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie DCMO = Datacommunicatie Mobiel Optreden DDG = Duik- en Demonteer Groep DDN = Defensie Duurzaamheidnota DEFCERT = Defensiebreed Computer Emergency Response Team DGLC = Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscom-mando DGI = Defensie Gerelateerde Industrie DHC = Defensie Helikopter Commando DI = Documentaire Informatie DIC = Defensie Innovatie Competitie DIS = Defensie Industrie Strategie DLBE = District Landelijke en Buitenlandse Eenheden DMO = Defensie Materieel Organisatie DMP = Defensie Materieel Proces DMUNB = Defensie Munitiebedrijf DNB = De Nederlandse Bank DPD = Defensie Personele Diensten DR&D = Defence Research and Development DSI = Dienst Speciale Interventies DTO = Defensie Telematica Organisatie DVD = Dienst Vastgoed Defensie DVO = Dienstverleningsovereenkomst EATC = European Air Transport Command EDA = Europees Defensie Agentschap EDISON TD = Edison Travel Documents System EGF = Europese Gendarmerie Force EKMS = Electronic Key Management System ELI = Economische Zaken, Landbouw en Innovatie EOD = Explosieven Opruimingsdienst EOV = Elektronische Oorlogsvoering EPA = Energie Prestatie Adviezen ERP = Enterprise Resource Planning EU = Europese Unie EUFOR = European Force EULEX = European Union Rule of Law Mission (Kosovo) EUPOL = EU Police (Afghanistan) EUSEC = EU Communications Security and Evaluation Agency Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2114Bijlagen EVC = Erkenning van eerder verworven competenties EVDB = Europees Veiligheids- en Defensiebeleid EZB = Enkel Zijband FBD = Facilitair Bedrijf Defensie FBUH = Fysieke Bescherming en Uitrusting Hulpverleners FDC = Financieel Dienstencentrum FES = Fonds Economische Structuurversterking FMW = Faculteit Militaire Wetenschappen FNIK = Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht FPS = Flexibel Personeelssysteem FRISC = Fast Raiding, Interception and Special Forces Craft FS = Facility Services GET = Green Energy Technologies GLA = Geweer Lange Afstand GPM = Geïntegreerde Politietrainingsmissie GPW = Groot Pantserwielvoertuig GZ = Gezondheidszorg HDP = Hoofd Directie Personeel HDV = Hogere Defensie Vorming HF = High Frequency HGIS = Homogene Groep Internationale Samenwerking HQ = Headquarter HR = Human Resource HRF(L) = High Readiness Forces (Land) HRM = Human Resource Management HV = Helderheid Versterkend ICMS = Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking ICT = Informatie- en Communicatietechnologie ID = Identification IDL = Instituut Defensie Leergangen IDP = Internaly Displaced Person IDS = Indringer Detectie Systeem/Intrusion Detection System IED = Improvised Explosive Device IFF = Identification Friend or Foe IG = Innovation Game IGK = Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht IGV = Infanterie Gevechtsvoertuig IJC = ISAF Joint Command I&M = Infrastructuur en Milieu IOT&E = Initial Operational Test & Evaluation IPU = Integrated Police Unit IRF = Immediate Response Force IRTC = International Recommanded Transit Corridor ISAF = International Security Assistance Force ISTAR = Intelligence Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance IV = Informatie Voorziening IVENT = Informatievoorziening en -Technologie JCG = Joint CIS Group JIP = Joint Investment Programs JISTARC = Joint ISTAR Commando JIVD = Joint Informatievoorzieningscommando JSF = Joint Strike Fighter JSS = Joint Support Ship KFOR = Kosovo Force KIM = Koninklijk Instituut voor de Marine KMA = Koninklijke Militaire Academie KPU = Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2115Bijlagen KTOMM = Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek KWCARIB = Kustwacht voor het Koninkrijk in het Caribisch gebied KWW = Klein Kaliber Wapens LC(F) = Luchtverdedigings- en Commando(fregat) LCW = Logistiek Centrum Woensdrecht LION = Light Infrared Observation Night Sight LIVS = Licht Indirect Vurend Systeem LOKKMAR = Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum KMar LPD = Landing Platform Dock LRIP = Low Rate Initial Production LTD = Leergang Topmanagement Defensie LZV = Landelijk Zorgsysteem Veteranen M(-FREGAT) = Multi-purpose(-fregat) MALE UAV = Medium Altitude Long Endurance Unmanned Air Vehicle MARIN = Maritiem Research Instituut Nederland MBMD = Maritime Ballistic Missile Defence ME = Mobiele eenheid MECHBRIG = Gemechaniseerde Brigade MGGZ = Militair Geestelijke Gezondheidszorg MIA(-V) = Maatschappelijke Innovatie Agenda (Veiligheid) MILSATCOM = Military Satellite Communications MIP = Militair Invaliditeitspensioen MIVD = Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MK = Medische Keuringen MKB = Midden- en Kleinbedrijf MLU = Midlife Upgrade MOD = Militair Oorlogs- of Dienstslachtoffer MOR = Mortier Opsporingsradar MOU = Memorandum of Understanding MPO = Materieelprojectenoverzicht MTADS = Modernized Target Acquisition and Designation Sight MTF = Maritime Task Force/Mentoring Task Force MTV = Mobiel Toezicht Veiligheid NAR = Noord-Atlantische Raad NATO = North Atlantic Treaty Organization NATRES = Nationale Reserve NAVO = Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NAVFOR = Naval Force NBI = Nationale Bijdrage aan ISAF-staven NDMC = Nationale Datalink Managementcel NIC = Nationale Inlichtingen Cel NIDV = Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid NIMH = Nederlands Instituut voor de Militaire Historie NLD = Nederland NLDA = Nederlandse Defensie Academie NLMARFOR = Netherlands Maritime Force NLR = Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium NLTC = Netherlands Liaison Team CENTCOM NRF = NATO Response Force NSE = National Support Element NTM (-A) = NATO Training Mission (- Afghanistan) NTM-I = NATO Training Mission – Iraq OAD = Operationele Aanpassingen Diemaco OD = Operationele doelstelling OG = Operationeel Gereed OGRV = Object Grondverdediging Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2116Bijlagen OIV = Operationele Informatievoorziening OOCL = Operationeel Ondersteuningscommando Land O&T = Oefeningen & Trainingen OZD = Onderzeedienst PA = Palestijnse Autoriteit PALS = Project Aanpassingen Legacy Speer PAM = Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit PDC = Producten- en Dienstencatalogus PGM = Precision Guided Munition PGU = Persoonsgebonden Uitrusting PI = Prestatie-Indicator PPS = Publiek-Private Samenwerking PRTL = Pantserrupsvoertuig tegen luchtdoelen PRISMO = Prospectie in stressgerelateerd militair onderzoek PSFD = Production, Sustainment and Follow – on Develop-ment PTG = Police Trainings Group PTSS = Post-Traumatisch Stress Syndroom PZH = Pantserhouwitser QRA = Quick Reaction Alert R&D = Research and Development RBV = Rijksbegrotingsvoorschriften RBZ = Raad Buitenlandse Zaken RC = Regional Command RDTF = Redeployment Taskforce RGD = Rijksgebouwendienst ROC = Regionaal Opleidingscentrum RPE = Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek RWT = Rechtspersoon met een wettelijke taak RZO = Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek SAP = Systemen, Applicaties en Producten SAR = Search and Rescue SBIR = Small Business Innovation Reseach SBK = Sociaal Beleidskader SDD = System Development and Demonstration SHF = Super High Frequency SKIA = Strategische Kennis- en Innovatieagenda SLA = Service Level Agreements SNMG = Standing NATO Reaction Force Maritime Group SPEER = Strategic Process and Enterprise Resource Planning Enabled Reengineering SSM = Single Service Management SSR = Security Sector Reform STARS = Sensor Technology Applied in Reconfigurable Systems for Sustainable Security SZVK = Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht TACF = Transportable Air Control Facility TACTIS = Tactische Indoor Simulation TFU = Task Force Uruzgan TITAAN = Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network TNO = Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TU = Technische Universiteit UAS = Unmanned Aerial Systems UIM = Unit Interventie Mariniers UMS = Unmannend Maritime Systems UN = United Nations UNAMID = United Nations African Union Mission in Darfur UNMIS = United Nations Mission in Sudan UNODC = United Nations Office on Drugs and Crime Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2117Bijlagen UNTSO = United Nations Truce and Supervision Organization USCENT-COM = United States Central Command VAO = Verslag Algemeen Overleg VHF = Very High Frequency VN = Verenigde Naties VNVR = Verenigde Naties Veiligheidsraad VOSS = Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem VPD = Vessel Protection Detachment VTE = Voltijdsequivalent WGO = Wetgevingsoverleg WIA = Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen WIV = Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten WVO = Wet Veiligheidsonderzoeken YPR = Pantserrupsvoertuig, type Y ZBO = Zelfstandig Bestuursorgaan ZVW = Zorgverzekeringswet Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 X, nr. 2118Bijlagen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.