Verslag van een notaoverleg, gehouden op 16 juni 2025, over Veteranen
Brontekst
Versie 5d52b1da9325b1e7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 139VeteranenzorgNr. 289 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 3 juli 2025 De vaste commissie voor Defensie heeft op 16 juni 2025 overleg gevoerdmet de heer Brekelmans, Minister van Defensie, over:–de brief van de Minister van Defensie d.d. 4 juni 2025 inzakeVeteranennota 2024–2025 (Kamerstuk 30 139, nr. 283);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 6 november 2024inzake ontwikkelingen in het veteranenbeleid (Kamerstuk30 139, nr. 279);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 15 april 2025 inzakereactie op verzoek commissie over de beleidsreactie op hetrapport van de Veteranenombudsman «Erken mijn zorgen»(Kamerstuk 30 139, nr. 281);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 14 mei 2025 inzakeafschrift van de brief aan de Veteranenombudsman over hetrapport «Tijdig, transparant en toegewijd» (Kamerstuk 30 139,nr. 282).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KahramanDe griffier van de commissie,De Lange kst-30139-289ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2891 Voorzitter: KahramanGriffier: De LangeAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Boswijk, Ellian, Kahraman,Nordkamp en Pool,en de heer Brekelmans, Minister van Defensie.Aanvang 13.02 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering van de vaste commissie voor Defensie en heet uallen van harte welkom. Een speciaal welkom aan de Minister en zijnondersteuning. Ook welkom aan de dames en heren op de publieketribune en natuurlijk ook aan de commissieleden. Dit is een notaoverlegover onze veteranen. U heeft verschillende spreektijden, afhankelijk vande grootte van uw partij. De PVV heeft tien minuten spreektijd,GroenLinks-Partij van de Arbeid negen minuten, CDA vijf minuten, en VVDen NSC hebben acht minuten. Dit is voor de eerste en tweede termijngezamenlijk; houd u daar alstublieft rekening mee. Ik geef u mee dat ik dewoordvoerder ben namens Nieuw Sociaal Contract op dit onderwerp enals laatste mijn bijdrage zal leveren.Ik wil beginnen met de heer Ellian namens de VVD. Ik geef vier inter-rupties in de eerste ronde.De heer Ellian (VVD):«Hoppa» zegt meneer Boswijk.Dank u wel, voorzitter. Het is voor mij de eerste keer dat ik bij ditnotaoverleg namens de VVD het woord mag doen. Dat vind ik bijzonder,in de eerste plaats omdat ik als mens veel waardering heb voor onzeveteranen. De VVD heeft dat ook. Ik heb er velen mogen spreken deafgelopen weken. Mijn schoonvader is zelf veteraan. Ik denk dat velen ditna mij zo meteen ook zullen zeggen, maar we zijn veteranen eeuwigedank verschuldigd voor hun inzet, onder niet altijd makkelijke omstandig-heden, voor onze vrede, veiligheid en vrijheid. Met collega’s Kahraman enNordkamp was ik in Bosnië, in Srebrenica. Wat wij daar hebben gezien,heeft diepe indruk op mij gemaakt. Niet alleen het leed van denabestaanden, de genocide, wat verschrikkelijk is, maar vooral wat zo’nmissie heeft gedaan met onze militairen en vooral ook hoe ze daarnabehandeld zijn. Ik was nog vrij jong toen dit allemaal plaatsvond, maar alsik er één ding aan heb overgehouden, is het dat we heel voorzichtigmoeten omgaan met militairen die terugkeren uit zware omstandigheden.Het is misschien goed om ook hier nog maar eens te zeggen dat in iedergeval ik ze niets kwalijk neem; het was iets onmogelijks.Dat gezegd hebbende moeten we toch even aan de slag met de inhoudvan de nota. Wat mij opviel aan de nota, is dat die er mooi uitziet, metveel infographics. Wat ik nu ga zeggen, is volgens mij niet nieuw, want ikheb even mijn voorgangers geraadpleegd: het is wel lastig om debeleidsinhoudelijke punten uit de nota te halen, en met name om debeleidsinhoudelijke doelstellingen en speerpunten te koppelen aan deVeteranenwet. Ook is het lastig om deze nota te vergelijken met die vanvorige jaren zodat je kunt zien welke kant het opgaat: gaat het beter, gaathet minder goed, waar zitten zorgen en pijnpunten? Ik ben benieuwd hoede Minister hiernaar kijkt. Het zou mij wel helpen als we het op een ietsandere manier zouden kunnen vormgeven, zodat je als Kamerlid jecontrolerende werk kunt doen.Voorzitter. Dan ga ik wat dieper in op de inhoud. Als eerste de veteranen-definitie. Het is vreemd dat militairen die nu uitgezonden worden naargebieden waar nog geen sprake is van oorlogsomstandigheden, niet deveteranenstatus krijgen. We hadden vorige week een mooie rondetafelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2892 daarover. Ondanks dat er juridisch en feitelijk geen sprake is van eenoorlogssituatie, kan het nog steeds wel mega-ingrijpend zijn. Daar zijndiverse voorbeelden van, variërend van Air Policing en Frontex tot onzemilitairen die nu in Litouwen zitten. Is de Minister bereid om binnen demogelijkheden die hij heeft ... Ik heb de wet hier voor mij liggen. In artikel1, sub c staat: ter handhaving of bevordering van de internationalerechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister isaangewezen. De Minister zou dat dus kunnen doen. Mijn vraag is of hijdaartoe bereid is. Daarmee bedoel ik dus missies die niet in oorlogs-gebied zijn maar die wel ingrijpend zijn. Dat zijn er best wat. Is hij bereidom die aan te wijzen in de zin van de wet? Want dat betekent dat artikel 4en artikel 5 dan ook van toepassing zijn op veteranen: de zorgplicht nainzet en de bijzondere zorgplicht.Voorzitter. Dan mijn tweede punt. Dat is een punt dat me echt aan het hartgaat; dat zal niemand verbazen. Ondanks dat veel mensen nog steedsdenken dat ik uit Iran kom – zo voelt het ook wel, omdat dat een heelbelangrijk deel van mijn geschiedenis is – ben ik geboren in Kabul,Afghanistan. Dus mijn hart gaat uit naar de Afghanistanveteranen. Daarzou jaarlijks aandacht aan worden besteed in de nota, maar ik vond ermaar weinig over terug. Het is een omvangrijke groep van 30.000 mensen.Het aantal aanmeldingen neemt toe, wat niet gek is, want helaasmanifesteren vele klachten zich pas na tien of vijftien jaar, weten we uitonderzoek. Het gaat om een grote groep. Ik zou graag zien dat daar apartaandacht aan wordt besteed in de nota, ook gelet op de ontwikkelingen inAfghanistan. Die doen mij pijn en dan ben ik er niet eens geweest, duslaat staan als je daar gediend hebt en echt wel hele goede dingen hebtgedaan. Ik maak me zorgen om deze groep. Ik wil de Minister vragen of hijhier alsjeblieft specifiek aandacht aan wil besteden. Er ligt een goedonderzoek uit 2019. Wat gaat de Minister daarmee doen?Voorzitter. Ik kom op mijn derde punt. Er loopt al jaren een ingewikkeldediscussie over het voorzieningen- en uitkeringsstelsel, waar een keertjedoorzetting op nodig is. Veel regelingen zijn pas beschikbaar na een langtraject; dat draagt niet bij aan het herstel van een persoon. Herziening vandeze regelingen loopt al jaren. Het heet HVUS, zeg ik erbij voor deliefhebber. Mij is gebleken dat er veel behoefte is aan deze herziening, dieook het herstel van iemand met klachten ten goede komt. Is de Ministerbereid om hier een klap op te geven en te zeggen: beste mensen, we gaannu vooruit, want volgens mij komt dit ten goede aan degenen die datnodig hebben?Voorzitter. Mijn volgende punt: is het niet een beetje gek dat het beleids-uitgangspunt niet is dat voorkomen beter is dan genezen? Dat is eenalgemeen adagium in het leven dat vaak heel goed werkt. Heel veel vanhet veteranenbeleid wordt besteed aan ziekte en begeleiding, maar hetvoorkomen van bijvoorbeeld PTSS is natuurlijk superbelangrijk. Daarweten we heel veel over. Kan de Minister aangeven waarom dituitgangspunt niet veel manifester wordt opgenomen? Het staat ereigenlijk helemaal niet. Hoe voorkom je dat iemand PTSS kan krijgen? Ikgeef een voorbeeld. Een veteraan moet na een uitzending een vragenlijstinvullen. Waarom wordt er niet echt nagebeld? Juist degenen die die lijstmaar half of niet invullen, zijn degenen aan wie je misschien al in eersteinstantie aandacht zou moeten besteden.Voorzitter. Tot slot wil ik aandacht vragen voor de vergoeding voorbelangenbehartigers. Een belangenbehartiger kan nu € 15.000 vergoedingkrijgen in het schadetraject. In mijn vorige rol bij JenV heb ik hier ookaandacht voor gevraagd bij andere typen trajecten. Er zit natuurlijk eengekke prikkel in voor een belangenbehartiger, die misschien eerst die€ 15.000 op wil hebben, terwijl dat helemaal niet in het belang hoeft tezijn van degene met klachten die hij bijstaat. Dus daar gaat een zekereperverse prikkel van uit. Zou je daar niet iets moeten doen met eendubbele redelijkheidstoets, of iets meer moeten toetsen of de gemaakteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2893 kosten ook echt nodig zijn, zoals in het civiele recht gebeurt? Uiteindelijkgaat het erom dat degene wiens belangen je behartigt zo goed mogelijkwordt geholpen en dat er een mooie regeling wordt getroffen. Als het snelkan: mooi. En dan verdient de belangenbehartiger wat minder. Het belangvan degene die hulp nodig heeft, staat centraal.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik zie dat de heer Nordkamp een vraag heeft.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Ellian een aantal zaken benoemen die ik herken en die ikook in mijn spreektekst heb staan, zoals de zorg richting veteranen, deafhandeling daarvan en compensatie tegenover hen. Ik miste in zijn lijstjealleen wel de bijzondere invaliditeitsverhoging. Mijn vraag is of de heerEllian daarmee bekend is. Dat is ongetwijfeld zo, want het is ook aange-kaart door het Veteranen Platform en de Bond van Nederlandse MilitaireOorlogs- en Dienstslachtoffers. Hoe staat de heer Ellian in de discussieover dat het weliswaar smartengeld is, maar dat het geen eenmalige maareen maandelijkse uitkering is? Moeten we het daarom wel belasten enzien als inkomen, ondanks dat het smartengeld is, of zegt hij datsmartengeld smartengeld is, of dat nou maandelijks wordt uitgekeerd ofjaarlijks, en dat het geen inkomen is, maar een vergoeding vooropgelopen leed en beperking van levensvreugde? Het is misschien niet deverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie – het is de verantwoor-delijkheid van de Minister van Financiën – maar het is misschien wel aanons om ons hierover uit te spreken, ook gezien onze verantwoordelijkheidrichting militairen. Hoe kijkt de heer Ellian daartegen aan?De voorzitter:Voordat ik de heer Ellian het woord wil geven, wil ik iets zeggen. Ik benhet net vergeten te zeggen. Daarom kom ik u deze keer tegemoet enbeschouw ik dit als één interruptie, maar in het vervolg wil ik de vraag welbinnen 45 seconden hebben. Anders tel ik hem als twee interrupties.De heer Ellian (VVD):Uiteraard ben ik bekend met dit vraagstuk; het was gisteren ook bijEenVandaag. Ik heb het inderdaad niet in mijn spreektekst opgenomen,niet omdat ik het niet belangrijk vind of omdat de VVD het niet belangrijkvindt. Volgens mij staat zelfs in ons verkiezingsprogramma dat wij vindendat smartengeld voor veteranen onbelast zou moeten zijn. Ik heb ook evengekeken hoe vaak dit de afgelopen jaren ter sprake is gekomen in deKamer. Op diverse plekken, ook in de commissie voor Financiën, komt hetbest regelmatig aan de orde. In alle eerlijkheid, meneer Nordkamp: ik weetniet waar het nu precies stokt, want kennelijk heeft de Kamer al eerderrichting het kabinet uitgesproken: regel dit alsjeblieft. Mij is niet helemaalduidelijk waar de hiccup zit. Ik kan me best voorstellen dat er wat fiscaleconsequenties aan zitten. Ik neem aan dat de heer Nordkamp daar in zijnbijdrage ook naar zal vragen. Ik ben dus heel nieuwsgierig hoe de Ministervan Defensie als verantwoordelijke voor het veteranenbeleid hiernaarkijkt, want voor veteranen doet dit ertoe. Ik kan de fiscaliteit niet beoor-delen, maar ik dacht dat we deze richting al gewoon op zouden gaan. Erligt volgens mij ook gewoon een eerder aangenomen motie van collegaBoswijk, die zich hier ook al een paar keer over heeft uitgelaten; die motiekwam ik tegen toen ik dit opzocht. Maar kennelijk stokt het ergens. Ik bendus benieuwd waar het stokt. Volgens mij is er ergens in de komendeweken ook nog een commissiedebat over fiscaliteit. Ik kan me voorstellendat dit daar ook nog aandacht krijgt, want ik weet niet precies waarom dieregeling nu wel of niet zo uitpakt. Wat ik vanuit mijn oude rol wel weet – ikben advocaat geweest – is dat dit op andere terreinen al heel gewoon is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2894 Civiel smartengeld na een ongeval is bijvoorbeeld onbelast. Het is mij ookniet helemaal duidelijk waar het onderscheid zit. Ik hoop dat dat eenantwoord was.De voorzitter:De heer Nordkamp voor een vervolgvraag.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik heb niet per se een vervolgvraag; ik hoop meer een conclusie te kunnentrekken. Het wordt vaak behandeld door de commissie voor Financiën,maar wij spreken de vertegenwoordigers van veteranen. Die zorgenkomen dus bij ons terecht. Ik ben blij dat de VVD zegt dat dit ook haarstandpunt is en dat het ook zo in haar verkiezingsprogramma staat. Ik hebwat vragen aan de Minister. Laten we de antwoorden daarop afwachten.Het zou mooi zijn als dit vervolgens nog aanleiding is om het signaal af tegeven, bijvoorbeeld richting de commissie voor Financiën, dat we ditsamen zouden kunnen doen.De heer Ellian (VVD):Volgens mij is er geen misverstand over de inzet. Ik lees hier bijvoorbeelddat de voormalige Staatssecretaris Van der Maat zou gaan regelen datveteranen geen belasting zouden hoeven te betalen over smartengeld. Datwas op 23 juni 2023. Ik ben dus vooral benieuwd of er een probleem is enof we kunnen helpen, want volgens mij is de Kamer hier vrij duidelijkover. Als dat naar onze collega’s van Financiën moet, is dat ook goed.De heer Pool (PVV):Ik heb een vraag aan de gewaardeerde collega Ellian over de regelingvoor de schadevergoeding voor veteranen. Eerder kwam de AlgemeneRekenkamer met de conclusie dat in 60% van de gevallen de deadline vantwee jaar die staat voor het doorlopen van dit hele systeem, niet wordtgehaald. Dat vinden we als PVV erg treurig, omdat dat gewoon slechtnieuws is voor die veteranen. Kan de heer Ellian erop reflecteren waaromdat maar niet beter wordt onder de VVD?De heer Ellian (VVD):Zoals ik vorige week zei tegen collega Pool: als het onweert, is het deschuld van de VVD. De heer Boswijk zegt: dat klopt. Ik zou willen dat ik ookinvloed had op het weer, maar die invloed heb ik niet. Volgens mij doethet er niet toe welke bewindspersoon hiervoor verantwoordelijk is. Dietermijn van twee jaar is geen zinloze termijn. Daar zit een gedachte achter.Het is immers al belastend genoeg voor de betrokkenen. Je hebt dieduidelijkheid nodig om enig zicht te hebben op hoe je verder moet met jeleven. Er is al genoeg gebeurd in het leven van zo’n persoon. Volgens mijmoet dat dus centraal staan. Dat is toch het aardige als je vanuit eenandere commissie overstapt naar de commissie voor Defensie: bijverzekeraars zie je dit natuurlijk ook. Door de bank genomen gaat het daaroké, maar ik heb ook daar verhalen gehad over mensen die jaren wachten.Dat betekent zó veel. Volgens mij zijn collega Pool en ik het er dus overeens dat dit op orde moet worden gebracht. Het zou fijn zijn als we ookenig zicht krijgen op de oorzaak. Heeft het te maken met processen of metbeslissingen? Zijn de aanvragen niet duidelijk? Als je een termijn van tweejaar met elkaar afspreekt, moet je er in het belang van die veteranen echtnaar streven dat dat ook het uitgangspunt is. Ook dit lijkt mij dus eenmooie vraag voor deze VVD-minister.De voorzitter:De heer Pool voor een vervolgvraag.De heer Pool (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2895 Hartstikke mooi. Hartelijk dank voor het antwoord. Fijn dat we de VVD aanonze zijde vinden in deze kritiek. We zullen die vraag zo dadelijk ook aande Minister stellen en hopelijk krijgen we daar een goed antwoord op.De voorzitter:Dank. Volgens mij is dat geen vraag. De heer Ellian maakt ook geenaanstalten om daarop te antwoorden. Wilt u daarop antwoorden, meneerEllian?De heer Ellian (VVD):Nee, het is een terechte vraag. Ik ben ook benieuwd naar het antwoord.Dat gaan we afwachten.De voorzitter:Dank. Ik zie geen vraag meer. Dan geef ik het woord aan de heer Boswijkvan het CDA.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik voer het woord mede namens de SGP. Ik sluit mijvolledig aan bij mijn voorganger, de heer Ellian, als het gaat over dewoorden van waardering voor onze veteranen. Ik vind het mooi dat we indeze commissie misschien wel over heel veel dingen van mening kunnenverschillen, maar dat de steun en de waardering voor veteranen eigenlijkaltijd breed, van links tot rechts in deze Kamer, gedeeld worden.Voorzitter. Veteranen hebben zich niet alleen langer en korter geledeningezet voor onze vrede en veiligheid, maar doen ook vandaag de dagnog steeds bijzondere dingen. In het bijzonder wil ik aandacht vragen voorRobin, Tjeerd, Damian en Randy die op 1 juni zijn begonnen met eenspeedmars naar Oekraïne. Zij hebben € 100.000 opgehaald en voor bijna€ 100.000 aan medische middelen. Als het goed is, hopen ze morgen weerterug te komen in Nederland. Wat een ongelofelijk inspirerende actie!Bovendien halen ze daarmee gelijk geld op voor Oekraïense militairen diefysieke maar ook mentale hulp nodig hebben.Vannacht startte Stefan Mutsdas met zijn vijfdaagse tocht voor herstel omaandacht te vragen voor een burgerinitiatief om excuses aan te biedenaan Molukse KNIL-militairen. Zoals algemeen bekend zijn zij schandaligbehandeld toen ze in de jaren vijftig terugkwamen in Nederland. Mijneerste vraag is: hoe kijkt de Minister naar dit burgerinitiatief?Voorzitter. Onze veteranen verdienen de best mogelijke zorg. Laten wenamelijk niet vergeten dat de missie niet stopt als je terug bent. Voor veelveteranen begint dan pas de strijd met herinneringen, met trauma’s enmet bureaucratie. We mogen ze niet daarin laten zwemmen. Onlangsdiende ik samen met mijn collega’s Mutluer en Van der Werf eeninitiatiefnota in om te pleiten voor een landelijk PTSS-meldpunt voor allegeüniformeerde beroepen. De basis ligt wat ons betreft al heel goed bijhet Veteranenloket en het Veteraneninstituut. Wij kregen hiervoor ooksteun van de Veteranenombudsman. Hoe kijkt de Minister naar dezeinitiatiefnota? Wat is de reactie van de Minister op de oproep van deVeteranenombudsman? Hij geeft aan dat zorg, erkenning en waarderingniet langer mogen afhangen van de smalle definitie van het woord«veteraan». Collega Ellian refereerde daar al even aan. Moet die nietworden verbreed? We hebben het hier al vaker over gehad. De manierenvan inzet zijn echt veranderd ten opzichte van de tijd dat de Veteranenwettot stand is gekomen. Moet er dus geen actualisatie van die definitieplaatsvinden? In het verlengde daarvan vraag ik ook of actualisatie van deVeteranenwet moet plaatsvinden. Zo ja, wie neemt dan het initiatief? Moetde Kamer dat doen of doet deze Minister dat?Voorzitter. In het licht daarvan hebben we ook al vaker discussies engesprekken gehad over het decoratiestelsel. Hoe waarderen we militairendie zich bijvoorbeeld inzetten bij Interflex, het opleiden van Oekraïners?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2896 En ook: hoe ga je bijvoorbeeld om met een dronepiloot die misschienfysiek wel hier in Nederland is, maar operaties aan de andere kant van dewereld uitvoert? Er ligt een aangenomen motie die deze Minister deopdracht geeft om zowel het veteranen- als het decoratiestelsel teactualiseren. De Staatssecretaris heeft vorig jaar oktober laten weten datze ermee bezig zijn, maar het duurt wel erg lang. Dit is inmiddels mijnvierde debat over de Veteranennota en dit is ook de vierde keer dat we hethierover gaan hebben.Voorzitter. Ik sluit me aan bij de vragen die de heer Pool net in zijninterruptie stelde over het feit dat 60% van de aanvragen rond claimslanger dan twee jaar duren. Ik heb gehoord dat de Minister zes maatre-gelen heeft genomen. Hoe staat het daarmee? Is dat afdoende? Want hetzijn stuk voor stuk schrijnende gevallen. Bovendien ben ik inderdaad heelbenieuwd hoe het staat met het onbelaste smartengeld. Dat is eigenlijkdezelfde vraag als die van de heer Nordkamp; dat is een beetje het rare alsalle interrupties al geplaatst zijn. Bij politie en brandweer is hetsmartengeld al wel onbelast georganiseerd, maar bij Defensie nog niet.Dat is natuurlijk een beetje gek.Dat was «m, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Boswijk. Ik zie geen interrupties. Dan ga ik het woordgeven aan de heer Pool. Hij spreekt namens de PVV.De heer Pool (PVV):Voorzitter, dank u wel. Een mooi stuk over de KNIL-soldaten! Namens dePVV sluit ik me graag aan bij de vraag die de heer Boswijk daaroverstelde.Voorzitter. Nederland kent ruim 100.000 veteranen, mannen en vrouwendie namens ons Koninkrijk uitgezonden zijn geweest en ons land op degevaarlijkste plekken op aarde hebben gediend. De politiek is verantwoor-delijk voor hun inzet en die heeft dan ook de wettelijke en de morele plichtom ervoor te zorgen dat veteranen de zorg en de waardering krijgen diehun toekomt. Ik kan dit debat dan ook niet anders beginnen dan met deafschuw van de PVV uitspreken over de ontwikkelingen van het afgelopenweekend. Marco Kroon, veteraan en drager van de Militaire Willemsorde,moet zich deze week melden bij de Koninklijke Marechaussee. Hij zal alsverdachte worden gehoord vanwege zijn daadkrachtige optreden opBevrijdingsdag, toen links pro-Hamastuig de plechtigheid in Wageningenkwam verstoren. En in plaats van dat hij wordt geroemd om zijnparaatheid, wordt hij behandeld als de eerste de beste crimineel. Het iswoest makend hoe deze militair, die zulke enorme offers voor zijn landheeft gebracht, door het VVD-regime behandeld wordt. Een van dedapperste soldaten die onze krijgsmacht kent, vraagt zich nu openlijk afwat het uniform en onze driekleur nog voor waarde voor hem hebben. Zover is het dus gekomen. Hoe halen de VVD-minister van Defensie en deVVD-minister van Justitie en Veiligheid het in hun hoofd om deze abjectegang van zaken toe te staan? De PVV eist dat dit schandalige onderzoekdirect gestaakt wordt. Artikel 127 van de Wet op de rechterlijke organisatiegeeft dit kabinet daar alle ruimte toe. In aanvulling daarop eist de PVV datbeide VVD-ministers formeel excuses maken aan majoor Kroon voor ditabsolute dieptepunt. Hoe met deze oorlogsheld wordt omgegaan, isonacceptabel.De voorzitter:Meneer Pool, voordat u verdergaat... U heeft wat losgemaakt. Ik zie eentweetal interrupties bij collega’s. De heer Boswijk was als eerste.De heer Boswijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2897 Ja, voorzitter. Ik vind het altijd een beetje jammer dat ik net in mijnopening zei dat we dit nooit politiek moeten maken, en prompt wordt deVVD voor de bus gegooid. Toen dit plaatsvond, heb ik zowel de igkBoudewijn Boots als majoor Kroon allebei publiekelijk en privé bedanktvoor hun inzet. Ik vind het fantastisch wat zij toen hebben gedaan.Tegelijkertijd leven we in een democratische rechtsstaat. Militairenworden uitgezonden om die rechtsstaat ook te beschermen. Het is nu duswel het recht dat zijn gang en beloop moet hebben. En het is niet dat deVVD nu zegt dat we Marco Kroon moeten gaan vervolgen. Tja, er doetiemand aangifte en dan gaan er procedures beginnen. Ik heb ook mijnmening over die aangiften en over die mensen die zeggen dat ze zichgekneusd voelen enzovoort. Daar heb ik ook niet zo veel mee, maar hetrecht en de procedures zeggen nu eenmaal dat dit moet gebeuren. En danheb ik er veel meer vertrouwen in dat de heer Kroon uiteindelijk vrijuitgaat dan wanneer wij hier een politiek proces van maken. Daar heeftmajoor Kroon niks aan en onze rechtsstaat ook niet. Dus ik zou toch willendat we dit niet doen.De voorzitter:De heer Pool. Ik zeg wel dat er twee interrupties waren na de heerBoswijk.De heer Pool (PVV):Nou ja, de PVV doet deze hele duidelijke oproep aan het kabinet wel om testoppen met dat absoluut schandalige onderzoek. En volgens ons moetdat ook gewoon kunnen; artikel 127 geeft de Minister gewoon demogelijkheid om het OM daarop aan te spreken. Dat moet wat ons betreftdan ook gebeuren. We vinden het onbestaanbaar dat er zo veel zaken indit land die echt belangrijk zijn niet worden opgepakt voor onderzoek ofvervolging, en dat onze oorlogsheld, die dus heeft ingegrepen toen hetnodig was, wordt gehoord door het OM en de Koninklijke Marechaussee.Beide VVD-bewindspersonen kunnen zich daartegen uitspreken en zekunnen actie ondernemen. Dat is wat we vandaag vragen.De heer Ellian (VVD):Volgens mij zijn we het op zich eens dat Marco Kroon en de inspecteur-generaal der krijgsmacht heel kordaat en effectief hebben gehandeld, endat de demonstranten vijf kilo boter op hun hoofd hebben. Daar zijn wehet dus volgens mij over eens. Maar waar ik even op aansla, is dat«VVD-regime». Ik weet niet of PVV’ers in Nederland ooit een regimehebben meegemaakt, maar ik weet wat een regime is. En wie mij volgdede afgelopen dagen, weet ongeveer waar ik op doel: onder andere opIran. Ik snap dat de campagne is begonnen en dat de PVV graag de VVDwil aanvallen, maar ik wil de heer Pool, die ik ken als iemand die vaak ookmooie zinnen formuleert, toch dit vragen. «Regime» past niet. Dit zijnMinisters namens de VVD die naar eer en geweten hun werk proberen tedoen. En als u het niks vindt... Ik kan soms ook lachen om de kritiek die uheeft. Dat is allemaal prima, maar ik wil u toch vragen om het woord«regime» te heroverwegen. Dit zijn twee interrupties; dat weet ik,voorzitter, en dat neem ik voor lief, ook omdat de heer Pool vraagt omingrijpen van de Ministers. Dat betekent niet dat ze in een regime ietshebben gedaan, want u vindt dat ze nu iets zouden moeten doen. Kort engoed, zou de heer Pool het woord «regime» willen heroverwegen?De heer Pool (PVV):Dank u wel voor die oproep. De reden dat ik het woord «regime» hebgekozen, is om onze woede te uiten over het feit dat een oorlogsheld,iemand die namens ons is uitgezonden en die grote persoonlijke offersheeft gebracht in zijn dienst voor Nederland, nu gewoon als een verdachtegehoord gaat worden door de Koninklijke Marechaussee. En hij zegtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2898 daarom dus: nou ja, als dit het Nederland is onder de VVD ... En dat is het,want we hebben een VVD-minister van Defensie. We hebben eenVVD-minister van Justitie en Veiligheid. Als die niet ingrijpen, zijn ze geenknip voor de neus waard. En als zo’n veteraan dan zegt «nou ja, als ditecht gebeurt in het land dat ik zo lang heb gediend, dan vraag ik meeigenlijk af wat het uniform en onze driekleur nog voor waarde hebbenvoor mij», dan vinden we dat zo slecht, zo’n dieptepunt, dat het woord«regime» echt wel op zijn plaats is.De voorzitter:Ik zie geen vragen meer. U kunt uw betoog vervolgen.De heer Pool (PVV):Voorzitter. Dan kwam de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar metschrikbarende onthullingen over hoe slecht het ervoor staat met hetafhandelen van de vergoeding voor veteranen die schade hebbenopgelopen als gevolg van hun uitzending. Uit het rapport Focus opschadevergoedingen voor veteranen blijkt dat in 60% van de gevallen hetstreven van deze VVD-minister van Defensie om zaken van de RegelingVolledige Schadevergoeding binnen twee jaar af te handelen niet wordtgehaald. Soms is er zelfs sprake van een doorlooptijd van maar liefst achtjaar. Een onaanvaardbaar lange periode, waarin de betreffende veteraanin onzekerheid en persoonlijke ellende zit! De PVV roept dezeVVD-minister dan ook ter verantwoording over deze conclusies van deRekenkamer. Wat is zijn reactie hierop? En wat heeft hij tegen deveteranen te zeggen, die hierdoor gepijnigd worden?Voorzitter. Een van de veteranen die ik dit jaar heb mogen leren kennen, isDaniël. Hij werd uitgezonden naar Bosnië en keerde terug met PTSS. Dearmoede en de hulpeloosheid van de bevolking tekenden hem voor hetleven en het constante gevaar voor mijnen tijdens patrouilles zorgdeervoor dat hij jarenlang niet meer over het gras durfde te lopen. Enkelejaren geleden trok hij het niet meer en deed hij met een overdosisslaappillen een zelfmoordpoging. Goddank heeft hij dat overleefd enwerkt hij nu hard aan een positieve ommezwaai van zijn leven. Met zijnorganisatie Echo 22 draagt hij bij aan het voorkomen van zelfdodingonder veteranen. Vandaag is hij hier te gast.Maar ondanks dat is hij nog steeds verwikkeld in een bitter proces metDefensie om compensatie. De afgelopen jaren heeft hij allerlei keuringenen gesprekken doorlopen en uiteindelijk werd vastgesteld dat hij voor 23%arbeidsongeschikt is. Vervolgens kreeg hij een advocaat van Defensie opbezoek, die stelde dat alles duidelijk was en dat er een berekening zouworden gemaakt van het bedrag aan compensatie. Echter, Defensie steltnu dat er weer een extern onderzoek naar Daniël moet komen om vast testellen voor hoeveel procent hij nou eigenlijk echt arbeidsongeschikt is.Voorzitter. Ik hoef niemand eraan te herinneren wat een klap het is vooreen veteraan met PTSS om weer door zo’n heel zwaar proces heen temoeten gaan. Weer alles opnieuw beleven. Weer continu getriggerdworden. Hij trekt dat niet en daarom ligt de hele zaak nu stil, terwijl hij, netals zo veel andere veteranen die zich in zo’n situatie bevinden, maar éénding wil: afsluiting en verder kunnen gaan met zijn leven. Daarom hoor ikgraag van de Minister wat hij gaat doen voor deze Bosniëveteraan, wanthij moet het toch met ons eens zijn dat dit zo niet kan.Voorzitter. Recent vond de première van Terug met Dutchbat plaats enonze Kamercommissie was daarvoor uitgenodigd. Het was een zeerindringende documentaire van de EO over Dutchbatveteranen dieterugkeren naar Srebrenica. Binnenkort, op 11 juli, wordt het eerste deeluitgezonden. Ik raad iedereen aan om dit te gaan kijken. Het wasindrukwekkend om de veteranen uit deze documentaire die avond aan hetwoord te horen en het is mooi dat deze terugkeerreizen bestaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 2899 Voorzitter. Afgelopen week sprak onze Kamercommissie ook met deDutchbat III-veteraan Ronald Wentink. Hij zal in december zo’n terug-keerreis gaan maken naar Srebrenica. Ik werd gegrepen door zijn verhaaldaarover. Hij hoopt de route van 8 kilometer, die hij in 1995 hulpverlenendvoorwaarts liep ter ondersteuning van de vluchtende bevolking, opnieuwte kunnen lopen. In die tijd droeg hij ook een gewond meisje van 10 jaar inzijn armen mee. Vorig jaar hoorde hij dat zij waarschijnlijk nog leeft. Hijzou niets liever willen dan haar weer kunnen ontmoeten, wellicht op dezereis, wellicht op een andere manier. Ik zou graag aan de Minister willenvragen of hij zou kunnen kijken of wij daarbij kunnen helpen. De Neder-landse ambassade is hierbij al betrokken geweest, maar wellicht ziet dezeMinister nog andere mogelijkheden. Ik hoor het graag.Voorzitter. Ook hoorde ik van een andere Dutchbat III-veteraan datondanks dat onze soldaten in heftige gevechten met de Serviërs zijngeweest, er geen gevechtsinsignes zijn toegekend. Nu kan het insignevoor optreden onder gevechtsomstandigheden met terugwerkende krachttot zes maanden na het incident worden toegekend door de Minister,maar wellicht kan hij op deze kwestie ingaan. Klopt dit? En nog belang-rijker: ziet hij dan een mogelijkheid om hieraan voor de betreffendesoldaat iets te doen? Dat zou weer een stukje extra terechte erkenning zijn.Voorzitter. Ik wil graag nog iets langer stilstaan bij de zorg voor onzeveteranen. In een van onze eerdere debatten vroeg ik namens de PVV ofde Minister het initiatief Sparrenheuvel, waar het Leger des Heils ook bijbetrokken is, onder de aandacht wilde brengen bij de lokale gemeenten,om ervoor te zorgen dat veteranen hun weg hier kunnen vinden. Dat werdtoegezegd. Graag verneem ik vandaag van de Minister hoe dat deafgelopen maanden is verlopen en of dit initiatief nu meer bekendheidheeft gekregen bij de lokale overheid, vaak het eerste aanspreekpunt vooronze dak- en thuisloze veteranen. Hoe kijkt deze Minister naar de manierwaarop de zorg nu in de bredere zin wordt vormgegeven voor onzeveteranen? Een andere veteraan die ik sprak, zei namelijk dat zij voorna-melijk zijn aangewezen op de civiele zorg, terwijl ze als actief dienendmilitair te maken hadden met militaire zorg, die wellicht ook beter bij henals veteraan zou kunnen passen. Graag vraag ik de Minister om eenreflectie hierop.Voorzitter. Tot slot wil ik namens de PVV onze Nederlandse veteranenbedanken voor hun inzet voor ons land. Jullie zijn helden. Ook dank ikgraag de vele organisaties – ik zie bijvoorbeeld de BNMO hier op depublieke tribune zitten – voor de steun die zij onze veteranen dag en nachtgeven. Jullie doen zeer nobel werk.Voorzitter. Ik dank u wel en ik kijk uit naar een hele mooie Veteranendag.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de heer Pool voor zijn inbreng. Dan ga ik over naar de heerNordkamp namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ook ik wil allereerst van de gelegenheid gebruikmakenom namens mijn fractie onze dank uit te spreken aan alle veteranen endienstslachtoffers. Zij verdienen erkenning, waardering en goede zorg, endaar zijn wij als politiek verantwoordelijk voor. De huidige Veteranenwetbiedt daarvoor een stevige basis. Sterker nog, in internationaal opzicht isdeze wet uniek. Veel gaat goed en dat stemt ons tevreden. Natuurlijk isnog niet alles goed geregeld en is er nog ruimte voor verbetering.Hierover een aantal zaken.Militairen die letsel oplopen tijdens hun dienst, bijvoorbeeld opuitzending, en daarvoor een beroep doen op de Regeling VolledigeSchadevergoeding, moeten vaak jarenlang procederen. We hebben hethier over mensen die zich hebben ingezet voor onze vrede en veiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28910 en die vervolgens als ze schade oplopen, in een lange juridische strijdterechtkomen. Dat is niet alleen frustrerend, het zorgt ook voor extrastress bij een toch al kwetsbare groep. De Minister heeft reeds aange-geven dat hij de Regeling Volledige Schadevergoeding wil verbeteren. Datklinkt hoopvol, maar de vraag blijft natuurlijk hoe hij dat concreet vormgaat geven en vooral wanneer de betrokken veteranen hier in de praktijkook echt iets van gaan merken.Het onderwerp Herziening van het Voorzieningen en UitkeringsStelsel,kortweg HVUS, staat al meerdere jaren genoemd in de Veteranennota,maar men wacht nog steeds op formele besluitvorming van Defensie ende vakcentrales. Daarom de vraag aan de Minister of hij zicht heeft op eenconcrete datum voor overleg tussen Defensie en de sociale partners overHVUS en of hij zich wil inzetten voor een daadwerkelijke afronding.Dan de bijzondere invaliditeitsverhoging, de BIV: smartengeld voormilitairen die in en door hun dienst een blijvende fysieke of psychischebeschadiging hebben opgelopen. De Minister van Financiën wil dezevergoeding blijven belasten, met als argument dat deze vergoedingmaandelijks wordt uitgekeerd en niet in één keer. Dat is onuitlegbaar enoneerlijk. Smartengeld is bedoeld als vergoeding voor pijn, leed en verliesvan levensvreugde. Het is geen inkomen en zou ook niet als zodanigbelast moeten worden. Ik weet dat dit de verantwoordelijkheid is van deMinister van Financiën. Toch vind ik dat zowel de Minister van Defensieals de Kamercommissie voor Defensie vanuit haar verantwoordelijkheidvoor onze militairen moet oproepen tot een passende en rechtvaardigeoplossing. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.De Veteranenwet bestaat inmiddels ruim tien jaar. Er is een brede roep omevaluatie. De Veteranenwet zelf biedt ruimte voor actuele beleidsvorming,dus wat ons betreft is het niet de wet die geëvalueerd moet worden, maarde interpretatie en de uitvoering ervan. Daarvoor is de kwaliteit van derapportage wel van belang. Terecht is er daarom ook kritiek op deVeteranennota. Die leest meer als een brochure dan dat die voldoet alscontrolemiddel om te kunnen beoordelen in welke mate het veteranen-beleid het in de Veteranenwet beoogde effect heeft. De Veteranennotamag geen formaliteit zijn of worden, want daarmee zou het een jaarlijkserituele dans worden zonder verbetering als resultaat. Vindt de Minister datwij als Kamer met deze Veteranennota zijn veteranenbeleid goed kunnencontroleren? Kunnen wij op basis van deze nota vaststellen dat hetveteranenbeleid toekomstbestendig is en dat er voldoende rekening wordtgehouden met de groei van veteranenpopulatie maar ook met de variatiein de veteranenpopulatie?In relatie tot de kwaliteit van de Veteranennota wijs ik de Minister ook opde motie van het lid Van Wijngaarden, waarvan we kunnen vaststellen datdeze niet is uitgevoerd. Graag een reactie daarop.De Veteranenwet bevat een juridische definitie van «veteranen», waarbijde Minister per missie bepaalt wie daaronder valt. De aard van demilitaire inzet verandert echter; denk aan cyberoperaties, trainingsmissiesof inzet aan de oostgrens van Europa. Deze vormen van inzet zijn zwaar,maar leiden vaak niet tot toekenning van de veteranenstatus. Dat leidt totvragen. Graag een reflectie van de Minister hierop. Specifiek heb ik devraag of hij vindt dat de huidige benadering nog passend is, gezien deveranderende aard van militaire missies.De overgang van de militaire naar de burgermaatschappij blijft eenaandachtspunt. Tegelijkertijd ben ik overtuigd van de waarde vanveteranen voor een weerbare samenleving. Daarnaast draagt positievezichtbaarheid van veteranen bij aan het vergroten van het draagvlak voorDefensie en de wisselwerking met de samenleving. Initiatieven voor endoor veteranen spelen hierin een grote rol. Deze initiatieven moeten we zoveel mogelijk faciliteren. Onlangs bezocht ik zo’n initiatief. Begin februariontvingen de vaste Kamercommissie voor Defensie een brief van Frankvan der Stokker, veteraan en bestuurder van de Stichting Veteranen TV &Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28911 Radio, een platform dat militairen, veteranen en hun thuisbasis verbindt.Zijn brief sprak mij erg aan en daarom besloot ik af te reizen naar Brabantom hierover in gesprek te gaan. Ik was onder de indruk van zijn professio-naliteit. Naast reguliere uitzendingen zijn ze jaarlijks aanwezig op deVeteranendag maar ook op de Nijmeegse Vierdaagse. Ze maken specialeuitzendingen, waaronder een uitzending in samenwerking met deKoninklijke Luchtmacht voor uitgezonden militairen en hun thuisbasis. Zebeschikken over een mobielestudiobus en hebben zelfs een eigenmascotte, namelijk Bravo de Leeuw. We hebben lange tijd met elkaargesproken. Frank vertelde hoe een zoontje steun vond door via VeteranenRadio zijn vader toe te spreken tijdens diens uitzending. Ook sprak hij overeen moeder die via Veteranen Radio luisterde naar dezelfde muziek alshaar zoon die op uitzending in het buitenland was, en zich zo verbondenvoelde met haar zoon.Ik ben ervan overtuigd dat Veteranen TV & Radio bijdraagt aan dewaardering voor, en de erkenning en onderlinge verbondenheid vanveteranen door op authentieke wijze verbinding te creëren en een stem tegeven aan de gemeenschap. Dergelijke initiatieven die de positievezichtbaarheid van veteranen vergroten en daarmee ook het maatschap-pelijk draagvlak voor Defensie versterken, moeten wij waar mogelijkfaciliteren. Ik zal daarover een motie indienen.Voorzitter. Dan de terugkeerreizen. Vorig jaar heb ik samen met collegaBoswijk een motie ingediend om te onderzoeken ...De voorzitter:Meneer Nordkamp, voordat u verdergaat, heeft u een interruptie van deheer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Ik ga mij van harte aansluiten bij de opmerking van collega Nordkampover Frank van der Stokker. Ik ben er toevallig ook geweest. Ik vind hetook een fantastisch initiatief. Alleen, net als heel veel initiatieven vindtiedereen ze fantastisch, maar lopen ze uiteindelijk toch een beetje stuk. Iksluit mij dus helemaal aan bij het pleidooi van de heer Nordkamp. In hetlicht van dat pleidooi wil ik de heer Nordkamp vragen – ik kan het nietmeer aan de Minister vragen – of hij het met mij eens is dat de Ministeraan de gang moet met het ondersteunen van het Veteranen Search Team.Deze commissie heeft al twee keer een motie ingediend, die unaniem isaangenomen, over structurele financiering. Dat gaat niet heel erg vlot,maar misschien kan de Minister er iets over melden. Is de heer Nordkampdat met mij eens?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Het Veteranen Search Team valt voor mij in dezelfde categorie als andereinitiatieven voor en door veteranen. Dat zal ons op meerdere frontenwinst opleveren, namelijk voor de veteraan zelf en ook voor het draagvlakin de samenleving voor Defensie. Ik zal zo dadelijk een voorstel indienendat niet specifiek gaat over Veteranen TV & Radio, maar het is daar wel opgebaseerd. Ook een voorbeeld dat u zojuist gaf, valt daaronder. Daarhoort dus ook een Veteranen Search Team bij. Ik zeg niet dat wij alsKamerleden moeten bepalen waar wel of niet op welke wijze geld ofandere vormen van ondersteuning naartoe moeten. Ik vraag hier welaandacht voor. Ik vind dat het meer aandacht verdient, ook in de Vetera-nennota, of het nou gaat om Veteranen TV & Radio of om uw voorbeeld.We zitten daarin op één lijn.De voorzitter:Meneer Boswijk, uw laatste interruptie.De heer Boswijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28912 In het licht daarvan is dit debat wel interessant. We investeren nu massaalin de defensie-industrie. Het is in andere landen, onder andere de VS, vrijgebruikelijk dat van de investeringen in de defensie-industrie voor éénpromille afdracht wordt gedaan aan allerlei veteraneninitiatieven. Zou heteen idee zijn om dat ook in Nederland te doen? Kunnen we kijken of wesamen met het bedrijfsleven een soort structurele stroom kunnen krijgenvoor kleine initiatieven die een grote maatschappelijke impact hebben,maar vaak niet kunnen worden doorontwikkeld, omdat ze gewoononvoldoende financiën hebben?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):In de basis vind ik het aanjagen van dergelijke initiatieven de verantwoor-delijkheid van de politiek, de overheid en de Minister. Mochten bedrijvenzoiets willen doen, dan is dat prima, maar ik vind dat wij het in de basisniet moeten overlaten aan filantropie. Ik ga het niet tegenhouden als datgebeurt, maar in de basis ligt die verantwoordelijkheid bij de overheid, bijons, bij de politiek en bij de Minister.De voorzitter:Ik zie geen vragen meer. U kunt uw betoog vervolgen.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Vorig jaar heb ik samen met collega Boswijk een motie ingediend om teonderzoeken of een terugkeerreis zoals die naar Srebrenica voor DutchbatIII-veteranen ook kan worden uitgebreid naar andere missies. Ik ben ergbenieuwd naar de stand van zaken. Samen met een aantal DutchbatIII-veteranen en een delegatie vanuit deze Kamercommissie heb ik hetvoorrecht gehad om een terugkeerreis naar Bosnië mee te mogen maken.Het was een erg indrukwekkende reis waarbij we stilstonden bij de tweeNederlandse militairen die tijdens deze missie omkwamen. Ook bezochtenwij het Memorial Center en de begraafplaats en spraken we metnabestaanden en overlevenden. Dit jaar is het 30 jaar geleden dat degrootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog plaatsvond:de genocide in Srebrenica in juli 1995. Deze tragische gebeurtenis maaktook deel uit van de Nederlandse geschiedenis, in het bijzonder voor deDutchbatveteranen.Onlangs had ik contact met de stichting Nationaal Monument SrebrenicaGenocide «95. Zij heeft als missie het realiseren, behouden en beherenvan een monument op een prominente locatie in Den Haag ter nagedach-tenis van de slachtoffers van de Srebrenicagenocide, gepleegd in 1995.Deze stichting kan rekenen op een breed draagvlak. Ook wordt haarmissie gesteund door de Vereniging Dutchbat 3. Ik heb met de voorzitterhierover gesproken en hij onderstreepte het belang van een nationaleherdenkingsplek, niet alleen voor de nabestaanden van de genocide, maarook voor de Dutchbat III-veteranen. Het lijkt mij goed dat wij vanuit deKamer de regering verzoeken om zich hier actief voor in te zetten. Hiermoeten we niet te veel politiek op bedrijven. We moeten het gewoondoen.Tot slot, voorzitter. Woorden doen ertoe; dat weten wij als geen ander.Onlangs stelde iemand terechte vraagtekens bij het gebruik van het woord«thuisfront» voor de thuisomgeving van veteranen. De term suggereerteen strijdgebied, terwijl de thuissituatie juist een veilige en ondersteu-nende basis is. Is het niet veel passender om te spreken over «thuisbasis»in plaats van «thuisfront»? Graag een reactie van de Minister.Dit was het voor zover mijn eerste termijn.De voorzitter:Dank aan de heer Nordkamp voor zijn inbreng. De heer Ellian heeft nogeen vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28913 De heer Ellian (VVD):Ik hoorde de heer Nordkamp vragen naar de mogelijkheden om het aantalterugkeerreizen uit te breiden. We hebben samen zo’n terugkeerreis inBosnië mogen beleven. Die was heel indrukwekkend. Als je bijvoorbeeldkijkt naar Afghanistan, dan heb je het over 30.000 veteranen, maarterugkeren naar Afghanistan zit er niet in. Hoe kijkt de heer Nordkampnaar terugkeerreizen naar gebieden waar we voorlopig niet meer naartoekunnen? Wat betekent dat voor die veteranen volgens de heer Nordkamp?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Het is vanzelfsprekend niet onze bedoeling om mensen naar een onveiliggebied te sturen. Dat zijn gewoon de randvoorwaarden. Volgens mij hebik dat ook in een rapportage teruggelezen. De randvoorwaarden moetengoed zijn en het is evident dat ze in Nederland zijn omdat die veiligegebieden helaas niet aanwezig zijn. We kunnen dit dus helaas nietorganiseren.De voorzitter:Dank aan de heer Nordkamp. Heeft u nog een vervolgvraag? Dat is niethet geval en daarom kan ik nu het voorzitterschap overdragen aan de heerEllian.Voorzitter: EllianDe voorzitter:Ik geef dan op mijn beurt de heer Kahraman het woord voor zijn eerstetermijn namens NSC.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Namens de fractie van Nieuw Sociaal Contract wilik stilstaan bij wat ons allemaal aangaat: de inzet van onze veteranen enMOD’ers, vaak met gevaar voor eigen leven en soms met de fysieke enmentale gevolgen van dien, voor de vrede en veiligheid van onzesamenleving. Dit vraagt van ons de verantwoordelijkheid, die wij alssamenleving dragen, om hun de erkenning en de kansen te geven die zijverdienen.Ik wil in het bijzonder een aantal moedige veteranen noemen, om tebeginnen Robin Imthorn en zijn collega’s. De heer Boswijk heeft hen algenoemd en ik sluit me graag aan bij zijn warme woorden richting Robinen zijn collega’s. Verder wil ik graag Ronald Wentink noemen. Hij is ook aldoor een collega genoemd, maar ik wil toch ook vanuit mijn perspectiefbij hem stilstaan.Ronald Wentink was vorige week aanwezig bij het rondetafelgesprek overveteranen. Hij heeft toen zijn verhaal gedaan en verteld dat hij 30 jaargeleden getraumatiseerd terugkwam als Dutchbat III-veteraan van demissie in Srebrenica. Toen alle ellende die hij had meegemaakt zijn levenging beheersen, kwam hij in de Ziektewet terecht. En opnieuw toonde deoverheid zich onbetrouwbaar. Het UWV zet het leven van hem en zijngezin totaal op de kop. Het is daarom belangrijk dat wij als volksvertegen-woordigers niet alleen aandacht blijven vragen voor de positieve verhalen– die zijn er echt in overvloed – maar juist ook voor de verhalen over waarhet fout gaat. Ik wil Ronald bedanken voor zijn openheid en wens hemheel veel succes bij zijn terugkeerreis naar Srebrenica. Ik hoop dat hij eenhele mooie ervaring gaat hebben en verrijkt terug zal komen van die reis.Als ik het over «terugkeerreis» heb, wil ik ook aangeven dat wij alscommissie een hele waardevolle terugkeerreis naar Bosnië hebbenmogen meemaken. We hebben die reis samen met een aantal DutchbatIII-veteranen en hun familieleden gemaakt. Ik heb toen met eigen ogengezien hoe belangrijk het is dat onze veteranen deze reizen kunnenmaken. Je ziet en voelt de emoties bij de veteranen. Verder zie je hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28914 confronterend het is, maar ook hoe helend het uitwerkt. Deze reizenbieden ruimte om terug te kijken en te verwerken én om met elkaar enmet de samenleving het gesprek aan te gaan over wat er daar is gebeurden wat het betekent om te dienen in extreme omstandigheden.Voorzitter. Momenteel kunnen alleen Dutchbat III-veteranen gebruikmakenvan een gefaciliteerde reis naar Srebrenica. Veteranen van de eerdereDutchbatonderdelen hebben wel de aanloop naar de genocide meege-maakt, maar zij zijn toch van een dergelijke reis uitgesloten. Volgens mijvroeg een collega van mij hier al naar, maar ik vraag hier toch ook graagnaar bij de Minister. Er is, zo werd net gezegd, een motie hieroveraangenomen, maar ik hoor toch graag nu al hoe het zit met de uitbreidingvan de terugkeerreizen naar andere Dutchbatveteranen. En wie weetkomen ook andere missies in aanmerking voor zo’n terugkeerreis.Voorzitter. Dan wil ik even stilstaan bij de veteranen en hun families.Belangrijk is dat er niet alleen aandacht blijft voor veteranen en MOD’ers,maar ook voor hun families. De Veteranenombudsman geeft in hetonderzoek Erken mijn zorgen aan dat hij regelmatig signalen ontvangt datpartners, ouders en kinderen van postactieve veteranen zich niet gehoorden gezien voelen door de overheid. Volgens de Veteranenombudsmanvloeit uit de Veteranenwet voort dat het Ministerie van Defensie de plichtheeft om voor relaties van veteranen te zorgen en dat relaties zelfstandigeen beroep kunnen doen op die bijzondere zorgplicht.Hoewel het Ministerie van Defensie en het Nederlandse Veteraneninstituutzich daarvan bewust lijken te zijn, laten zij in hun handelen onvoldoendezien dat zij erkenning en waardering hebben voor de relaties vanpostactieve veteranen. Wat gaat de Minister doen met de conclusie en deaanbevelingen ten aanzien van deze speciale zorgplicht? Laten we vooralde MOD’ers niet vergeten in dit kader: een categorie die vaak vergetenwordt wanneer we het hebben over de nazorg aan veteranen. Ik zou graagvan de Minister horen wat hij gaat doen om de positie en het welzijn vanmilitaire oorlogs- en dienstslachtoffer structureel te verbeteren. Hoe zorgthij ervoor dat zij niet tussen wal en schip vallen?Dan het proces rondom HVUS en het PTSS-protocol. Hoewel devakbonden akkoord zijn, kan er niet gestart worden met de invoering,omdat er nóg een gesprek gevoerd moet worden tussen DirectiePersoneel van Defensie en de vakbonden. Kan de Minister aangevenwanneer dit gesprek gaat plaatsvinden en de Kamer toezeggen dat hij ditproces zal bespoedigen door het plannen van een concrete datum?Voorzitter. Dan had ik nog iets voorbereid over de herziening van deveteranenstatus. Volgens mij hebben een flink aantal collega’s dat alaangekaart. Ik zou ook graag van de Minister weten hoe hij dit wilaanpakken en waar hij staat met de herziening van de veteranenstatus.Voorzitter. Ter afsluiting wil ik als NSC een beroep doen op onze samen-leving, niet alleen op de Nederlandse bevolking maar ook op hetNederlandse bedrijfsleven. De mannen en vrouwen die voor Nederlandhebben gediend en nog steeds dienen, hebben hun taak met toewijdingvervuld. Nu is het aan ons om terug te geven. Gratis reizen met het ov,korting bij winkels en restaurants en een speciale behandeling bijluchtvaartmaatschappijen zijn mooie voorbeelden, die in Nederland nogniet actief uitgevoerd worden maar in partnerlanden wel. Het is tocheigenlijk een vreemde zaak dat de kosten van die paar kaartjes per jaarvoor gratis reizen naar veteranenactiviteiten afgetrokken moeten wordenvan het budget van het Veteraneninstituut, in plaats van dat dat een gesteis van NS als erkenning en waardering van onze veteranen? Kan deMinister toezeggen om zich hier actief voor in te zetten en in gesprek tegaan met nationale bedrijven om zo de positie van de veteranen in hetbedrijfsleven, evenals de erkenning en waardering die daarmee gepaardgaat, te verbeteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28915 Ik wil namens Nieuw Sociaal Contract nogmaals onze waardering vooronze veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers en alle andereMOD’ers uitspreken. Nogmaals dank voor jullie inzet voor Nederland!De voorzitter:Er zijn geen interrupties. Dan geef ik het voorzitterschap terug.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dank aan de heer Ellian voor het voorzitten. Ik kijk de Minister aan:hoelang heeft hij nodig voor de beantwoording? Ik schors tot 14.20 uur.De vergadering wordt van 13.53 uur tot 14.24 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn aangekomen bij de eerste termijn vande Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik geef aan deKamerleden door dat ik drie interrupties toelaat richting de Minister. Ikgeef het woord aan de Minister.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Ik noem eerst de categorieën voordat ik aan mijninleiding begin. Ik begin met de categorie algemeen; daarin zitten metname de vragen rondom de definitie van «veteranen» en de opzet van deVeteranennota. Dan komt de categorie erkenning en waardering, danvoorzieningen en HVUS, dan alles rond de zorg en dan de onvermijdelijkecategorie overig, waar bijvoorbeeld de goede vraag over «thuisbasis»versus «thuisfront» in zit.Voorzitter. Uiteraard wil ik me ook aansluiten bij de warme woorden diezijn uitgesproken door deze commissie. Ook als Minister van Defensie wilik mijn dankbaarheid uiten voor al onze veteranen. Zij hebben zich ondervaak moeilijke en soms zelfs hele gevaarlijke omstandigheden ingezetvoor het allerhoogste doel en zijn ook bereid om daar het allerhoogsteoffer voor te brengen. Als iemand er persoonlijk voor kiest om bereid tezijn om voor de vrijheid en veiligheid van ons land zijn leven te riskeren –je kunt heel veel keuzes maken in het leven en je kunt hier in het veiligeNederland allerlei prachtige dingen gaan doen – vind ik dat dat hetallergrootste respect verdient. Vandaar dat alles wat wij doen rondom hetveteranenbeleid – erkenning en waardering, maar ook de zorg – bijDefensie de hoogste aandacht heeft en ook altijd de hoogste aandachtverdient.Ik vind het aan het begin ook belangrijk om op te merken dat «deveteraan» niet bestaat; dat zullen de leden van de commissie met mij eenszijn. Ik heb het afgelopen jaar als Minister talloze veteranen mogenspreken. Het beeld dat wij vaak van «de veteraan» hebben, is een oudeman die wij zien bij herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog; dat isvaak het beeld van «de veteraan». Dat zijn natuurlijk ook de veteranenwaarvoor we het meeste respect en de meeste waardering hebben inverband met wat zij ten tijde van de Tweede Wereldoorlog of bijvoorbeeldin Indië hebben meegemaakt, maar de totale groep van 100.000 veteranenis ontzettend divers. Alleen al het feit dat meer dan de helft een leeftijdheeft van onder de 50, laat zien dat de groep veel diverser is dan onstraditionele beeld van «de veteraan». Dat geldt ook voor de ervaringen diezij hebben meegemaakt. We hebben soms het beeld dat een veteraanaltijd iemand is die met zwaar letsel kampt of juist een oorlogsheld is. Datzijn de twee uitersten, maar het overgrote deel van de veteranen die ikspreek, zit daar ergens tussenin. Dat zijn mensen die enorm positiefterugkijken op de missies die zij hebben gedaan en die zeggen: het wasecht een verrijking van mijn leven, misschien een van de meest bijzondereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28916 tijden in mijn leven. Maar aan de andere kant zeggen ze ook dat ze daartegelijkertijd dingen hebben meegemaakt die een hele grote impact ophen hebben gehad. Ik sprak laatst iemand die zei dat vrijwel iedereveteraan ergens iets van een krasje heeft opgelopen. Dat kan groot zijn enhet kan klein zijn. Het kan iets zijn wat direct na de missie naar buitenkomt. Het kan ook jaren daarna in één keer naar boven komen op basisvan iets wat iemand meemaakt of zomaar uit het niks. Al die diversiteitaan ervaringen die veteranen hebben en ook hoe zij die vervolgenshebben verwerkt en met zich meedragen, proberen we een plek te gevenin het veteranenbeleid dat we hebben. Laatst zei iemand ook heel mooidat een missie niet iets is wat je achter je laat of wat je afsluit. Een missievormt je en je draagt die uiteindelijk altijd met je mee. Dat geldt zowelvoor de positieve kanten als voor de negatieve kanten.Ik vind het zelf daarom belangrijk dat al die aspecten goed naar vorenkomen in alles wat wij doen rondom veteranen en zeker ook in deze tijd,waarin de aandacht voor onze defensie en onze veiligheid en ook dewaardering voor onze veteranen toenemen. Ik vind het namelijk vanbelang dat de veteranen de zorg krijgen die zij nodig hebben, maar ookdat we daar in positieve zin over spreken, omdat een tijd bij Defensiewerken en daarmee het zijn van veteraan ook een hele goede basismoeten bieden voor het verdere verloop van het leven, wat men ookverder in het leven wil doen en wat voor werk men verder ook wil doen.Uit heel veel initiatieven en onderzoeken blijkt ook dat veteranen vaakstressbestendig zijn, leiderschapservaring hebben opgedaan en onderhoge druk in staat zijn om de juiste keuzes te maken. Dat zijn allemaalervaringen en kwaliteiten die overal in de maatschappij van ontzettendgroot belang zijn.Tot slot. Ik spreek over veteranen maar ik wil in mijn inleiding ook explicietstilstaan bij hun relaties, of je zou ook kunnen zeggen: bij de thuisbasis.Die mensen brengen namelijk vaak ook grote offers, hebben in spanninggezeten wanneer familieleden weg zijn en hebben hun familieledenmoeten missen. Zij zijn inderdaad de stabiele basis, het stabielefundament dat ervoor zorgt dat mensen überhaupt in staat zijn om dierisico’s te lopen en die offers te brengen. Ik vind het belangrijk om daarbijstil te staan. Dat geldt ook voor mensen die misschien niet als veteraanworden aangemerkt, maar die wel op missie, op uitzending zijn geweesten daar vergelijkbare ervaringen hebben gehad. Dat geldt zeker als dieervaringen vergelijkbaar zijn met die van oorlogs- en dienstslachtoffers,afgekort MOD’s. Ik zal daar later op terugkomen, maar wanneer ik spreekover «veteranen», dan heb ik het over die hele groep mensen die onzeerkenning, onze waardering en ook onze zorg verdienen.Voorzitter. Ik begin met de eerste categorie: algemeen. Een aantal ledenhebben gevraagd of de definitie van «veteraan» nog wel past bij deactuele situatie. Ik denk dat het belangrijk is om te benadrukken dat dedefinitie zoals die in de wet staat en zoals die destijds op initiatief vanuitde Kamer is vastgesteld, voldoende breedte biedt om ook op een meeractuele manier geïnterpreteerd te kunnen worden. We zien dat er mindermissies buiten NAVO-grondgebied, in oorlogsomstandigheden en terverdediging van de internationale rechtsorde plaatsvinden, en dat het numeer gaat om onze collectieve verdediging op NAVO-grondgebied. Metde huidige definitie kun je daar een andere interpretatie aan geven, dieertoe leidt dat de groep waarom het gaat, groter wordt.Ik zeg daar wel meteen bij dat de afbakening heel lastig is, en dat maakthet zo ingewikkeld. Dat is ook de reden waarom we hier al lang overspreken, zonder definitief een knoop door te hakken. We zijn allemaal inLitouwen geweest en hebben daar 300 Nederlandse militairen oprotatiebasis dicht aan de frontlinie zien zitten. Daar zullen we allemaal vanzeggen: in de huidige tijd zou je dat misschien best wel kunnen scharenonder de definitie van «veteraan». Maar wat nou als mensen eenvergelijkbare missie hebben gedaan iets verder weg van de grens metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28917 Rusland, of als die rotatie niet vier maanden heeft geduurd maar korter?Net noemde iemand al de F-35-piloten in Estland. Als je die zou meere-kenen... Hier in Nederland staan ook F-35’s klaar om ingezet te wordenaan de oostgrens. Is dan in feite iedere F-35-piloot meteen een veteraan?Net vroeg iemand – ik geloof dat het de heer Boswijk was – wat je doetmet een dronepiloot. We hebben mensen in Roemenië zitten – daar ben ikzelf ook geweest – die de MQ-9 Reapers, onbemande toestellen, onder-houden. Een deel van dat werk gebeurt hier in Leeuwarden. Zijn dat danmensen die ook de veteranenstatus moeten krijgen?Het is lastig om in deze discussie tot de juiste afbakening te komen. Iederekeer dat je daarin wat opschuift, leidt dat tot een vervolgvraag. Ik heb daarnatuurlijk ook met verschillende mensen binnen Defensie over gesprokenen als je daar met tien mensen over spreekt, hoor je elf meningen. Datmaakt het ingewikkeld, want je wilt de definitie ook weer niet dusdanigbreed oprekken dat mensen die nu heel trots zijn op hun veteranenstatus,straks zeggen: eigenlijk is die status niets meer waard, want zelfs als jehier in Nederland het een en ander doet, ben je ineens al een veteraan.Daar zoeken we dus naar. Mijn stellige intentie is het om nog voor heteinde van dit jaar met in ieder geval een duidelijk toetsingskader of eenduidelijker afwegingskader te komen, waardoor ik kan aangeven hoe webinnen de bestaande definitie die afweging maken. Dan kunnen wedaarover in gesprek met de Kamer bezien of dat de juiste afweging is ofdat we de juiste balans vinden in die dilemma’s.De voorzitter:Dank. Ik zie dat de heer Boswijk een interruptie heeft.De heer Boswijk (CDA):Dank voor dit antwoord. Ik ben heel benieuwd wat daar uiteindelijk uitgaat komen. Ik begrijp dat je de definitie niet zo breed wilt oprekken dathet hele begrip «veteraan» wordt gedevalueerd. Dat snap ik. Is hetmisschien een idee om te doen wat ze in andere landen ook doen,namelijk verschil maken tussen «veterans» en «war veterans»? Dan heb jenog wel een veteranenstatus, maar onderscheid je veteranen die bijgevechtshandelingen of de directe ondersteuning daaraan betrokkenwaren van veteranen die daar wat verder weg van zitten, bijvoorbeeld inNederland of waar dan ook.Minister Brekelmans:Ik ben op voorhand bereid om ieder idee met te nemen, dus dit is er daareen van. Kijk, wat natuurlijk weer het nadeel daarvan is – want ieder opzichzelf positief idee heeft wel een nadeel – is dat je dan in de perceptieeen onderscheid kunt krijgen tussen a- en b-statusveteranen, en dat wil jenatuurlijk ook niet. De vraag die je dan ook krijgt, is: doe je dat metterugwerkende kracht of niet? Dus ga je met terugwerkende krachtbepalen of mensen die niet als veteraan zijn aangemerkt dat toch zijn, ennoem je die veteranen dan ook weer anders? Dan moet je een heleherbeoordeling gaan doen. Ik denk dat je sommige problemen daar ookniet helemaal mee oplost. Want wat is dan de definitie van «war»? Dat isin sommige gevallen heel duidelijk, maar in andere gevallen ook niet. Duslaat ik tegen de heer Boswijk zeggen: we nemen het idee mee. Ik vind hetsowieso verstandig om ook te kijken hoe andere landen dat doen. Maarhierbij komen ook wel weer meteen allerlei nadelen in me op waar we danook naar moeten kijken. Maar laat ik zeggen dat ik het idee meeneem.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28918 Ik begrijp uiteraard de complexiteit van het afbakenen. Overigens is datwel een beetje het lot van een Minister en ook het lot van de wetgever, ofin ieder geval als de Minister een bepaalde bevoegdheid heeft. Die heefthij in dit geval, want die staat in de wet. Maar wat ik graag nog evenprecies zou willen hebben... Ik proef wat terughoudendheid bij deMinister. Ziet dat op het begrip «veteraan» en de mogelijke inflatie van datbegrip of de status? Waar het mij met name om gaat, is namelijk datartikelen 4 en 5 over zorgplicht na inzet en de bijzondere zorgplicht voorveteranen, dan van toepassing worden. Wat het dan betekent met «de eneheeft wel gevochten en de andere niet», vind ik wat minder relevant. Hetgaat om die zorgplicht.De voorzitter:Dit zijn twee interrupties.Minister Brekelmans:Wat belangrijk is om aan te geven, is dat iedere militair, ook die bijvoor-beeld nu in Litouwen ingezet is geweest, recht heeft op de zorg die hij ofzij nodig heeft. Soms wordt weleens gedacht dat je, als je veteraan bentmet de veteranenstatus, allerlei zorg en ondersteuning zou krijgen die jeals niet-veteraan niet hebt. Dat is maar in zeer beperkte mate zo. Ofeigenlijk zou je kunnen zeggen: voor de meest belangrijke zorg, of dat noupsychische begeleiding is of een ander type zorg. Overigens staat hetVeteraneninstituut voor het overgrote deel ook open voor mensen die nietdie veteranenstatus hebben. Dus daar zit eigenlijk niet zozeer mijnallergrootste overweging. Het zit meer in dat mensen natuurlijk hechtenaan die veteranenstatus, dat die als iets – heel begrijpelijk ook – heelbelangrijks wordt gezien. We zitten dus met het dilemma dat, als je diedefinitie oprekt en er steeds meer groepen onder komen te vallen, demensen die nu al veteraan zijn en die daadwerkelijk in oorlogsomstandig-heden de meest vreselijke dingen hebben meegemaakt, zullen zeggen: dewaarde van die status, waar ik letterlijk zo hard voor gevochten heb, wordtnu minder. En dan is de vraag: hoe baken je dat af en zorg je ervoor dat jeniet zegt: Litouwen valt er wel onder en feitelijk het hele NAVO-gebied,iedere piloot valt eronder en bijvoorbeeld ook een dronepiloot. Daar valtook wat voor te zeggen, maar goed, die afbakening moeten we volgensmij scherp krijgen. En dan zeg ik tegen de heer Ellian: het lastige daarbij iswat ik net zei, dat je tien mensen hebt met elf meningen. En dat blijft ookzo, dus je kunt eindeloos die discussie voeren, maar dan heb je voors entegens en moet je op een gegeven moment gewoon een knoopdoorhakken en zeggen: op deze manier gaan we het doen. Omdat dezediscussie al heel lang speelt en het in ieder geval mijn intentie is om voorhet einde van het jaar daarin meer duidelijkheid te verschaffen, moetenwe daar gewoon over in debat met elkaar. Maar het zit dus minder opzorg, want op zorg is het ook voor de niet-veteraan vrijwel hetzelfdegeregeld als voor wel-veteranen.De voorzitter:Ik zie geen vragen meer. U kunt uw betoog vervolgen.Minister Brekelmans:Dan ga ik naar de Veteranennota, want daar waren een aantal vragen over.Bijvoorbeeld hoe ik nu, op dit moment, naar de Veteranennota kijk. Kijk,wat ik begrijp van mensen die al langer de Veteranennota lezen, maken enbestuderen, is dat die in haar opzet en structuur in de loop der jaren wat isveranderd. In het verleden was hij wat meer artikelsgewijs opgesteld.Toen was de kritiek dat de nota moeilijk leesbaar was, dat er veeldubbelingen in zaten en dat hij niet aantrekkelijk was om te lezen terwijl ertoch zo veel mooie projecten plaatsvinden. Ik denk dat het huidigedocument heel leesbaar is en de rijkheid laat zien van alle initiatieven dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28919 worden ondernomen. Er zitten ook veel data in op basis waarvan je kuntzeggen in hoeverre het beschikbare budget voor het veteranenbeleiddaadwerkelijk nuttig wordt besteed. Ik denk dat we de boel behoorlijkafdekken door de combinatie van de Veteranennota, die een heel breedoverzicht geeft van alles wat we doen, de brief waarin we ingaan op watde Kamer specifiek vraagt en dit debat. Als je het weer artikelsgewijs gaatdoen, zal de kritiek uit het verleden weer terugkomen: saai, veel dubbe-lingen, onduidelijkheden, beperkt leesbaar. Het zou dus niet mijn voorkeurhebben om daarnaar terug te gaan.Als er specifiek dingen missen, als Kamerleden zeggen dat ze vrij weinighebben aan bepaalde informatie in de nota of dat ze juist meer willen zienvan bepaalde informatie, hoeft dat natuurlijk niet per se via de Vetera-nennota; we sturen ook allerlei brieven en allerlei andere rapportagesnaar de Kamer. Maar als er leden zijn die bepaalde zaken echt specifiek inde nota willen hebben of juist niet, laten we dan op die manier hetgesprek voeren, want dan kunnen we ook kijken wat nuttig is. Ik zegnamelijk ook in alle transparantie dat het veel tijd, werk en capaciteit kostom ieder jaar de Veteranennota op deze manier op te stellen. We willendie tijd en capaciteit natuurlijk op een zinvolle manier inzetten. Als er heelspecifieke wensen zijn, hoor ik die dus heel graag, maar in algemene zindenk ik dat deze nota een aardige balans vindt en ook inzicht geeft in watwe doen.Voorzitter. Daarmee heb ik de algemene vragen beantwoord. Dan ga iknaar het onderwerp erkenning en waardering. Ik begin met de vraag vande heer Boswijk over de stand van zaken van de modernisering van hetdecoratiestelsel. Eind 2020 heeft de werkgroep herziening decoratiestelseldaar aanbevelingen over gedaan. Zoals de heer Boswijk weet, zijn dieaanbevelingen overgenomen. De meest fundamentele aanbeveling betrofhet instellen van de Commissie Decoraties Defensie, waar we natuurlijkeen afkorting voor hebben: de CDD. Deze commissie werkt de aanbeve-lingen uit. Een prioriteit daarbij is het aanpassen en uitbreiden van hetdecoratiestelsel, waaronder het aanpassen en uitbreiden van de medaillesvoor inzet. De nadruk ligt daarbij op drie types medailles: de medailleInzet op Afstand, de Herinneringsmedaille Internationale Missies en hetKruis voor Recht en Vrijheid. Er liggen conceptbesluiten voor om dezeaanpassingen en herzieningen door te voeren. Deze worden volgendemaand voorgelegd aan de commissie die erover gaat. Uiteraard zal ook deKamer worden geïnformeerd over de aanpassingen die daarin plaats-vinden.Dan was er een vraag van de heer Nordkamp over een monument in DenHaag als het gaat om de genocide in Srebrenica. Die vraag speelt al eenhele tijd; als Kamerlid ben ik er weleens over in gesprek geweest metbetrokkenen. Het is nu zo dat er een tijdelijk monument komt in Den Haag.Defensie is daarbij betrokken; wij ondersteunen het ook financieel, zodathet tijdelijke monument er komt. Vervolgens zal er later natuurlijkgesproken worden over een definitief herdenkingsmonument, maar voornu zit er gelukkig schot in de zaak. Ik ben blij dat Defensie er samen methet Ministerie van Buitenlandse Zaken een bijdrage aan levert.Dan was er ook een vraag over een vijfdaagse tocht, een burgerinitiatiefvan Stefan Mutsdas over de Molukse KNIL-militairen. Ik draag datburgerinitiatief een warm hart toe. Zoals de heer Boswijk en de heer Poolweten – volgens mij vroegen zij daarnaar – vallen KNIL-militairen onder dedefinitie van veteranen in de Veteranenwet. Dat betekent dat ook zij alleerkenning, waardering en zorg krijgen die onder het veteranenbeleidvallen. Ik herinner u er nogmaals aan, maar dat weet u ook wel, dat ookaan deze specifieke groep excuses zijn aangeboden naar aanleiding vanhet onderzoek dat is gedaan naar alles in Indië tussen 1945 en 1950. Ditinitiatief draagt volgens mij ook bij aan die brede inzet, het veteranen-beleid en de gemaakte excuses. Ik draag het daarom ook een warm harttoe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28920 Ik denk dat ik zo meteen nog iets meer ga zeggen over erkenning enwaardering, maar ik ga nu toch eerst door naar de categorie voorzie-ningen en HVUS.Diverse leden hebben vragen gesteld over de herziening en de optimali-sering van het stelsel. Op dit moment worden er al bepaalde elementenverbeterd en het is dus niet zo dat het helemaal stilstaat en dat alles moetwachten op de herziening, waarin alles in de volle breedte wordt bekeken.Een voorbeeld is de zorgcoördinator die samen met maatschappelijkwerkers op huisbezoek gaat bij veteranen. Een ander voorbeeld is dat webezig zijn met een nieuw PTSS-protocol, dat vanaf 1 januari 2026 vankracht zal zijn. Verschillende elementen worden dus al uitgevoerd en watdat betreft staat het ook niet stil.Het inhoudelijke overleg met de sociale partners over de brede HVUS iseind vorig jaar gestart. Op dit moment zitten we nog in de fase dat we metelkaar en met de sociale partners de knelpunten en de oplossingsrich-tingen die daarbij horen, identificeren. De afweging daarbij is dat hetdusdanig complex wordt als je het in de volle breedte bekijkt, dat het nietheel erg opschiet. De voortgang wordt dan onvoldoende en daarommoeten we het wat mij betreft in hapklare brokken opdelen en bekijkenhoe we ervoor kunnen zorgen dat we die hervormingen doorvoeren diewe met z’n allen willen. Dat moet natuurlijk in overleg met de socialepartners. Er werd gevraagd om een concrete datum en daarom wil ik deKamer toezeggen dat ik in ieder geval nog voor het einde van het jaarconcreter zal aangeven wat de stand van zaken is en hoe het staat met devoortgang.Volgens mij heb ik daarmee de vragen van de heer Nordkamp en de heerEllian geadresseerd.Er zijn diverse vragen gesteld over de RVS en het feit dat het streven omhet binnen twee jaar te doen in 60% van de gevallen niet wordt gehaald. Ikdenk dat we het er allemaal over eens zijn dat we de doorlooptijden zoveel mogelijk moeten verkorten. We willen immers allemaal dat het zomin mogelijk gebeurt dat die termijn van twee jaar overschreden wordt.Als mensen lang in onzekerheid zitten en het niet duidelijk is wat deuitkomst zal zijn, heeft dat ook voor het privéleven van mensen groteconsequenties. Dat is uiteraard voor niemand wenselijk, want dat leidt,zoals verschillende leden zeiden, tot stress. Vandaar ook dat wij druk bezigzijn met de zes verbetermaatregelen die we eerder hebben aangekondigd.Ik zou er toch even een paar willen noemen, want het klinkt vrij ambtelijk,terwijl het eigenlijk heel concreet is. Het is concreet in die zin dat we aanhet begin willen werken met een behandelplan. We doen dat dooropvolging te geven aan aanbeveling 1, maar overigens ook aan deaanbevelingen 5 en 6, namelijk het tussendoor verbeteren van decommunicatie en zorgen dat er een digitaal volgsysteem komt. Dat doenwe om ervoor te zorgen dat mensen weten waar ze in het proces zitten enhoelang het gaat duren.Ik heb hierover met diverse mensen gesproken toen het rapportverscheen. Zij zeiden dat ze best wel snappen dat het enige tijd kost en dateen beoordeling en medisch advies langere tijd kunnen duren. Maar watzo frustrerend was voor hen, was dat ze het gevoel hadden: iedere keerdat ik denk licht aan het einde van de tunnel te zien, wordt de bal weereen stuk vooruitgeschopt. Het helpt dan om van tevoren een duidelijk plante hebben en om daar doorlopend open over te communiceren. In detoekomst hebben we daarvoor dat volgsysteem, want mensen weten danwaar ze in het proces zitten.Verder is het van belang dat we de capaciteit uitbreiden bij de afdelingletselschadeclaims. Daarvoor worden negen fte’s geworven en dat isnatuurlijk een significante uitbreiding van de capaciteit. We zijn bovendienbezig met het verbeteren van de interne auditsystematiek, zodat we beterin de gaten kunnen houden hoe het met de kwaliteit zit. Tot slot is het heelbelangrijk bij al dit soort zaken om te beseffen dat je aan de ene kantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28921 maatwerk wil toepassen, hoewel maatwerk aan de andere kant ook weerleidt tot langere procedures. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het aanvragenvan een medisch advies om zo’n inschatting te kunnen maken. Er is daarbeperkte capaciteit en daardoor ben je zo een of twee jaar verder, voordatje dat voor een bepaalde persoon precies hebt bepaald. Volgens mij wil jedat gesprek met mensen aan het begin hebben. Dan kun je zeggen: wekunnen met heel persoonlijk maatwerk kijken wat uw situatie precies is enwaar u recht op heeft. Maar het eerlijke verhaal daarbij is dan wel dat hetzomaar een jaar of twee jaar kan duren voordat het proces is afgerond.Als je ook een meer gestandaardiseerde aanpak kunt voorleggen diemisschien wat minder nauwkeurig is maar wel veel sneller gaat, kun je datproces, dat vaak langer duurt dan twee jaar, substantieel verkorten.Volgens mij wil je op een open en transparante manier die keuze aan hetbegin voorleggen. Dan zullen sommige mensen ervoor kiezen dat zeprecies de vergoeding willen waar ze recht op hebben, maar dan zijn zezich er ook van bewust dat dat wat langer kan duren. Mensen die zeggendat zij al dat gedoe niet willen en dat zij gewoon snel duidelijkheid willen,kunnen we dat traject aanbieden. Ik denk dat het een hele belangrijkeverbetering zou zijn als we dat kunnen doorvoeren. Dat was het deel overde RVS.Dan had de heer Ellian een specifieke vraag over de vergoedingen voorbelangenbehartigers: er moet geen perverse prikkel zitten in de € 15.000.Dat bedrag is met de bonden afgesproken. De hulp van advocaten isnodig, want het gaat vaak om complexe procedures. In het verleden washet budget de helft, € 7.500. Dat is opgehoogd naar € 15.000, omdatadvocaten aangaven dat het vaak niet lukt om binnen dat bedrag van€ 7.500 veteranen voldoende bij te staan. We toetsen tot die € 15.000 nietop redelijkheid, zoals de heer Ellian dat noemde, want het idee is dat deschaderegeling daardoor sneller verloopt. Als je dat wel gaat doen en metde advocaat in discussie gaat over de vraag of die € 15.000 redelijk is, kandat ook weer tot vertraging, discussie en daarmee extra kosten leiden. Alshet boven die € 15.000 gaat, toetsen we wel op redelijkheid, zodat eenadvocaat niet zomaar meer dan € 15.000 in rekening kan brengen. Jemoet die grens ergens leggen. Hier is de afweging gemaakt tussenadministratieve last en het vermijden van onredelijke uitgaven. Vandaardat die grens op € 15.000 is gelegd, waarbij we natuurlijk steeds blijvenkijken of daar geen perverse prikkel van uitgaat.Meerdere leden hebben vragen gesteld over het smartengeld, het jaarlijksuitkeren en het wel of niet belasten daarvan. Er werd terecht al opgemerktdat dit thema, wat de fiscale behandeling betreft, bij de Staatssecretarisvan Financiën ligt. Ook werd al genoemd dat er al eerder een motie doorde Kamer is aangenomen. Op basis daarvan hebben wij onderzoek latendoen door twee onafhankelijke professoren. We hebben aan hen gevraagdof die belastingheffing wel of niet terecht of redelijk is. De conclusie vande twee professoren was dat de belastingheffing juist wordt toegepast en– dat vind ik zelf het belangrijkste – dat wat mensen na die belastinguiteindelijk netto krijgen, ook in vergelijking met andere typensmartengeld niet te laag is; daarbij werden ook een aantal andereterreinen genoemd. Het bedrag was dus niet vanwege die belasting-heffing lager dan op andere gebieden. Dat is de conclusie die tweeonafhankelijke professoren hebben getrokken. Zij zijn daarover ook ingesprek gegaan met de vakbonden. De conclusie daaruit is dus dat het opdit moment misschien niet consequent of consistent is met wat er bijanderen gebeurt, maar dat het bedrag onder de streep bij militairen nietanders is dan bij andere groepen. Mocht het zo zijn dat we die belastingeraf halen, dan is de vraag vervolgens natuurlijk: hoe gaat u dat dekken?Als het bedrag dat militairen onder de streep overhouden, hoger is danvoor anderen, ga je het brutobedrag, dat dan gelijkstaat aan het netto-bedrag, omlaagbrengen. Dat is dan de vervolgvraag waar je voor gesteldwordt. Er kan ook weer een verkeerd signaal uitgaan van het omlaag-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28922 brengen van zo’n bedrag, maar ik denk dat de belangrijkste conclusie isdat het bedrag onder de streep niet te laag is en dat het consistent is metwat anderen krijgen.Tot slot. Er liggen ook nog een paar zaken voor de rechter. Mijn collega, deStaatssecretaris van Financiën, is hiermee bezig. Als de Kamer hiereventueel verder nog iets mee wil, is het natuurlijk ook goed om deuitspraken daarover af te wachten en hierin mee te nemen.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):We zijn één overheid. Dan vind ik het toch wel gek dat het Ministerie vanJenV het richting de politie anders doet dan het Minister van Defensierichting militairen. Het lijkt me dat je daar één lijn in moet trekken. Kijk,dat het onderaan de streep uiteindelijk hetzelfde is, is fijn, mooi, maar hetis natuurlijk gek dat de manier niet uniform is. Zou de Minister het adviesvan de twee hoogleraren met de Kamer kunnen delen, al dan nietvertrouwelijk? We hebben het hier al vaak over gehad, maar dit komt voorons eigenlijk een beetje als een verrassing. Onder anderen deOmbudsman is hier ook over begonnen. Dan zou je toch denken dat wijniet de enigen zijn die niet op de hoogte zijn.Minister Brekelmans:De Kamer is hier eind april over geïnformeerd, maar ik kijk even of dat ookom het integrale rapport ging, of dat het alleen is samengevat. In iedergeval sta ik ervoor open om de Kamer daarover te informeren. Als hetvertrouwelijk moet, doen we dat rapport vertrouwelijk. Daar kom ik intweede termijn nog even op terug.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):De uitleg is op zich logisch, maar toch krijg ik er een beetje een raargevoel bij, want volgens mij gaat het niet om de vraag of er onderaan destreep genoeg overblijft. Vinden wij dat smartengeld geldt als belastbaarinkomen? Vinden wij dat er een verschil moet zijn tussen wat je eenmaligkrijgt en wat je maandelijks krijgt? Volgens mij moet het daarom gaan. Hetis niet aan anderen om te bepalen of er onderaan de streep netto genoegoverblijft. Want dan is mijn vraag of er bij de brutovergoeding rekeningmee is gehouden. Volgens mij is dat niet aan de orde. Dus dat is dan maarde vraag.Minister Brekelmans:Mij wordt net toegefluisterd dat het rapport is gedeeld met de Kamer, dusdat is te raadplegen. Ik ben niet per se een warm pleitbezorger vanbelastingen. Als dat zo zou zijn, moest ik als liberaal waarschijnlijk naar dedokter. Ik gaf het aan, omdat het voor de militairen die het betreftnatuurlijk het allerbelangrijkste is wat ze onderaan de streep krijgen. Watkrijg ik? Wat ontvang ik? Wat kan ik vervolgens ook besteden? Daarhebben we onderzoek naar laten doen. Daaruit blijkt dat er geen verschilis tussen wat mensen bij JenV, dus politieagenten, en militairen uitein-delijk onderaan de streep krijgen. Volgens mij is dat wel relevant. Als deKamer toch zou vinden dat die belasting eraf moet en dat dit in de fiscaleregeling moet worden aangepast, dan ben ik daar niet principieel optegen. Maar daar zeg ik gelijk bij: als je dat gelijk wil houden aan watpolitieagenten onderaan de streep krijgen – want het is ook weer heel raarals een militair veel meer krijgt dan een politieagent – ga je waarschijnlijkde brutobedragen omlaag brengen. Dat kan.De voorzitter:Meneer Nordkamp, graag niet buiten de microfoon spreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28923 Minister Brekelmans:Kijk, de conclusie van de twee professoren is dat datgene wat je onderaande streep krijgt, vergelijkbaar is, maar dat er bij militairen een belasting opzit. Als je de belasting eraf haalt, ga je waarschijnlijk het brutobedrag, datdan gelijk wordt aan netto, omlaag brengen. Dat zou ik zeggen. Of je zegt:nee, ik wil dat militairen uiteindelijk veel meer overhouden onderaan destreep in vergelijking met politieagenten. Maar goed, dan heb je eendekkingsvraagstuk. En politieagenten kunnen dan natuurlijk zeggen: hoekan het dat het voor militairen in één keer 30%, 40% omhooggaat tenopzichte van ons? Dat zou ook vreemd zijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ja, tot slot op dit onderwerp. Is er dan bij de vaststelling van de bruto-hoogte van het smartengeld en bij de vaststelling van het brutobedragrekening gehouden met wat er onderaan de streep overblijft na belasting-heffing? Is daar rekening mee gehouden bij het vaststellen van hetbrutobedrag? Want anders is in mijn ogen de redenering een beetjebijzonder.Minister Brekelmans:Wat ik kan zeggen, wat blijkt uit het onderzoek dat is gedaan, is dat erverschillende vormen van smartengeld zijn. De ene wordt in één keeruitgekeerd. De andere wordt over de tijd uitgespreid. Dus daar zitnatuurlijk al een verschil in. Daarom hebben we ook niet in Excel even debedragen opgeteld, maar hebben we er twee onafhankelijke professorennaar laten kijken. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat wat mensenuiteindelijk netto overhouden, wat ze netto ontvangen, op hetzelfdeniveau is. Of er dan bij het vaststellen rekening wordt gehouden met heteen en ander, kan ik niet feitelijk vaststellen, maar de conclusie is dat watmensen onderaan de streep krijgen, vergelijkbaar is. Het is niet zo datmilitairen, omdat er voor hen belastingheffing plaatsvindt, zien dat zeonderaan de streep minder overhouden dan politieagenten.De voorzitter:Ik zie geen vragen meer over dit blokje. U kunt door naar zorg, volgensmij.Minister Brekelmans:Dat klopt. Ik begin bij de terugkeerreizen. Heel mooi dat uw Kamer mee isgeweest op zo’n terugkeerreis, trouwens. Ik kan me voorstellen dat dateen hele bijzondere ervaring was. Ik ben zelf als Kamerlid ook inSrebrenica geweest, op dezelfde plekken: de begraafplaats, het museumin Potocari. Dat heeft op mij ook veel indruk gemaakt. Maar dat u datsamen met Dutchbat III-veteranen heeft gedaan, moet heel bijzonder zijngeweest. Heel mooi dat u daar de tijd voor heeft genomen. Die terugkeer-reizen zijn specifiek, omdat wat Dutchbat III-veteranen daar destijdshebben meegemaakt dusdanig schrijnend en uniek is dat de terugkeer-reizen daarop zijn ingericht. Er vinden weleens vaker terugkeerreizenplaats, maar dat is op individuele basis. Dus als iemand een bepaaldebehoefte daaraan heeft, een zorgbehoefte of een psychologischebehoefte, dan kan er gekeken worden naar het organiseren van zo’nterugkeerreis. Maar we zien op dit moment niet een aanleiding of directebehoefte om dat voor grote groepen te organiseren of structureel uit tebreiden. Daarbij komt natuurlijk het praktische element dat de heer Elliannoemde: de grootste groepen veteranen van de afgelopen jaren zijn vanAfghanistan en Irak. Dat zijn niet twee landen waar je nu makkelijk naartoeterugkeert – of het kan zelfs helemaal niet. We zien eigenlijk dat het voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28924 de overige groepen veteranen voor wie dat wel zou kunnen nu volstaatom het op individuele basis te organiseren. We zijn dus niet voornemensom dat nu uit te breiden voor andere groepen of voor andere missies.Er was ook een vraag over de gevechtsinsignes. De Dutchbat III-veteranenhebben eerder het Ereteken voor Verdienste in brons ontvangen. Dat isnatuurlijk een mooie uitreiking geweest. Dit kan tot zes maanden metterugwerkende kracht worden uitgereikt, en tot 2001; dat werd eerder ookal genoemd. Dutchbat III valt daar natuurlijk voor, maar als er een nieuweinzet plaatsvindt, kan het tot zes maanden daarna. Dat is ook omdat je danniet alleen de verklaringen van de betrokkenen zelf, maar ook die vananderen die erbij betrokken zijn geweest, op een geloofwaardige manierkan meenemen. Op dit moment is het dus vanwege die zes maanden envanwege 2001 niet mogelijk om dat met terugwerkende kracht te doen,maar de Dutchbat III-veteranen hebben eerder dus al het Ereteken voorVerdienste in brons ontvangen.Dan was er een vraag, ik meen van de heer Kahraman, over wat wij doenom te voorkomen dat militaire oorlogs- en dienstslachtoffers tussen walen schip vallen. Dat gaat eigenlijk over de definitie van «veteraan», wat ikeerder al zei. Dus elke actieve militair en elk oorlogs- en dienstslachtoffer,of het nou wel of niet een veteraan is, heeft recht op dezelfde zorg en opde bijzondere zorgplicht die wordt genoemd in de Veteranenwet. Die wetis ook van toepassing op militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Dus alsmensen in Griekenland zijn ingezet bij Frontex of bij enhanced ForwardPresence in Litouwen, dan hebben zij recht op dezelfde zorg. Ze vallen niettussen wal en schip.De heer Boswijk had een vraag over de initiatiefnota over het loket voorPTSS. Ik sprak onlangs nog iemand met PTSS die daar een prachtig boekover heeft geschreven. Uiteraard is het zeer van belang dat we daar veelaandacht voor hebben, dat mensen zich daar laagdrempelig kunnenmelden en dat daar vervolgens begeleiding en steun voor plaatsvindt. BijDefensie hebben we natuurlijk het Veteraneninstituut met het Veteranen-loket 24 uur per dag, 7 dagen in de week; de heer Boswijk noemde dat al.Ik ben daar zelf vorige week geweest. Het was echt indrukwekkend om tezien met hoeveel aandacht, betrokkenheid en zorg mensen dat doen enom te zien dat ze echt piketdiensten hebben, zodat er altijd iemand is dieje telefonisch kunt bereiken, ook al is het midden in de nacht en heb je bijwijze van spreken een nachtmerrie of zie je het niet zitten. Dus volgens mijhebben we dat goed ingericht voor militairen. Het is nog wel een kwestievan ervoor zorgen dat het ook vindbaar is. Ik zei net al dat ik onlangsiemand sprak die een prachtig boek heeft geschreven over haar strijdtegen PTSS, zou je kunnen zeggen. Zij zegt: ik voel me geen veteraan; ikben wel op missie geweest, maar ik ben actief militair, dus ik ga nietautomatisch bij veteranenvoorzieningen kijken als ik hulp nodig heb.Terwijl die 24/7-begeleiding er wel is, ook voor mensen die niet alleeniemand aan de telefoon willen spreken, maar een langduriger trajectnodig hebben. Die begeleiding is er ook. Dus we moeten er vooral metelkaar voor zorgen dat het breed onder de aandacht wordt gebracht envoor iedereen vindbaar is. Als het gaat over de initiatiefnota, dan is hetuiteraard zo dat de Minister van JenV degene is die daar een reactie opgeeft en daar, los even van militairen en veteranen, breder naar kijkt. Diezal met een reactie komen.Dan ga ik naar de heer Pool, die een vraag had gesteld over Sparren-heuvel: is dit onder de aandacht gebracht bij gemeenten? Dat was eeneerdere toezegging die ik daarover heb gedaan. Wij zijn hier in deafgelopen tijd samen met het Nederlands Veteraneninstituut inopgetrokken. Zij hebben daarover rechtstreeks contact met gemeenten, delokale gemeenten daar, en ook met de VNG. Ze hebben een handreikingopgesteld voor gemeenten die morgen, op 17 juni, op het jaarcongres vande VNG wordt aangeboden. Ik was zelf ook voornemens om daarnaartoete gaan, maar ik zit de hele dag in de Eerste Kamer en dan in de TweedeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28925 Kamer; dus dat gaat helaas niet, puur vanwege agendatechnischeredenen. Maar het wordt in ieder geval onder de aandacht gebracht. Het isook een invulling van een aanbeveling in het rapport van de Veteranen-ombudsman, «gemeente, ken uw veteraan!» Die heeft daar een goedrapport over geschreven. In die handreiking wordt Sparrenheuvelbijvoorbeeld ook expliciet genoemd. En wij blijven hier natuurlijk samenmet het NLVi over in contact met de lokale overheden, om dit onder deaandacht te brengen.Dan had de heer Pool ook een vraag over een individuele persoon diewederom, voor de tweede keer, zijn verhaal moet doen en waar voor detweede keer onderzoek naar plaatsvindt, en over hoe zwaar dat is. Ik kanmij dat heel goed voorstellen. We hebben het eerder natuurlijk over deRVS gehad, voor als je niet wilt dat mensen, wanneer ze zo’n heftigeervaring hebben, daar meerdere keren over moeten vertellen en een zolange tijd in onzekerheid zitten. Dus uiteraard, en zeker als het over ditsoort schrijnende situaties gaat, heeft dat onze aandacht en proberen wehet zo goed mogelijk te doen. Ik wil verder niet hier openbaar in het debatop een individuele persoon ingaan. Volgens mij is dit niet de plek om datte doen; dat mag niet eens vanwege privacyregels. Maar laat ik in iedergeval zeggen dat ik de boodschap die de heer Pool samen met dezepersoon hierover geeft, namelijk dat we erop moeten letten dat mensendie zo veel hebben meegemaakt niet iedere keer opnieuw hun verhaalmoeten doen en steeds in lange procedures zitten, meeneem in algemenezin, en natuurlijk ook als het om deze persoon gaat.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Ja, dank u wel, voorzitter. Nou goed, wij zijn iets minder krampachtig watdat betreft. De persoon heet Daniël. Hij is vandaag te gast. Wellicht kan deMinister hem zo dadelijk even de hand schudden; dan kan hij hetpersoonlijke verhaal ook horen. Wellicht wil hij daarop ingaan. En het isheel fijn dat deze zaak voortvarend wordt opgepakt, want dit is ookgewoon een van de vele voorbeelden van waar we nog echt te strakzitten, van waar het systeem vastloopt. Dat moeten we echt oplossen.Minister Brekelmans:Als Daniël daarover met mij in gesprek wil, dan doe ik dat graag na hetdebat.Dan had de heer Pool nog een vraag over hoe ik kijk naar hoe de zorg nugeregeld is, en om daarop te reflecteren. Kijk, uiteraard blijven erverbeteringen nodig, blijven er altijd tekortkomingen en zullen we extrainspanningen blijven verrichten om het te verbeteren. Als je naar eenreflectie vraagt in brede zin op hoe wij het met elkaar hebben ingerichtvoor veteranen, dan denk ik het we het over het algemeen, ook als je hetinternationaal bekijkt, best aardig hebben ingericht. Ik noemde u net al hetloket waar mensen zich kunnen melden, maar ook de nuldelijnsonder-steuning die plaatsvindt en het meer gespecialiseerde werk via ggz-centraen het NLVi. We hebben echt een breed scala aan voorzieningen enondersteuning, en ook de capaciteit die daarvoor nodig is. We hebbenmilitaire geestelijke gezondheidszorg. Nou, ik kan een hele lijst vanafkortingen noemen van al datgene wat we doen. Daarbij zit dan ookmeteen de belangrijkste opmerking die ik wil maken. Wat ik net al zei: wemoeten er ook voor zorgen dat mensen wegwijs zijn en dat de verschil-lende personen in al die instanties hun plek weten te vinden en wetenwaar ze terechtkunnen. Nou, het Veteranenloket helpt daarbij, want datkan mensen daarin wegwijs maken. Maar dan moeten mensen ook wetendat ze daar terechtkunnen en dat ze daar die hulp kunnen krijgen. Dus ikdenk dat we het over het algemeen aardig en goed hebben ingericht,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28926 maar er blijven natuurlijk altijd een heleboel aandachtspunten waar wemet volle energie ook aan moeten blijven werken.Dan stelde de heer Ellian een goede vraag, namelijk of voorkomen nietbeter is dan genezen, zeker als het gaat over PTSS. Ja, absoluut. Ik vroegeen aantal mensen met PTSS of het nu anders gaat dan in het verleden.Sowieso de erkenning dat PTSS een probleem is en dat het iets iswaarover je moet kunnen spreken en wat je niet moet wegstoppen: ikdenk dat daar de afgelopen jaren veel in veranderd is. Maar ze zeiden ookdat er nu, als je tegen psychische problemen of ingewikkeldhedenaanloopt, veel meer sprake is van een gesprek, zowel voorafgaand aaneen uitzending en tijdens een uitzending als ook bij terugkeer. Toen ik inIrak was, heb ik zelf ook gesproken met de medewerker voor geestelijkegezondheid. Die zei: «Ik ben eigenlijk dag en nacht beschikbaar om bijbinnen te lopen als iemand iets heeft. Dat kan gaan van iets kleins tot ietsgroots. Ik sta klaar voor iedereen die iets heeft of iets tegen me aan wilhouden.» Dat is natuurlijk juist om ervoor te zorgen dat mensen niet rondblijven lopen met heftige dingen die ze meemaken en die nietwegstoppen, maar heel snel bespreekbaar kunnen maken.Ik sprak onlangs ook met onze vliegercommunity, onze voormaligeF-16-vliegers en onze huidige F-35-vliegers. Die maken natuurlijk ookheftige dingen mee, in de zin dat ze militaire inzet plegen en weten dat zemogelijk slachtoffers maken. Hoe ga je met dat soort dingen om? Er zijnook psychologen die erin gespecialiseerd zijn om de vliegers daarin tebegeleiden en om hen daarbij mentaal te helpen. Want hoe ga je als jezo’n inzet hebt gepleegd vervolgens naar huis? Hoe zit je dan weer aan dekeukentafel met je gezinnetje te praten over hoe jouw dag of uitzending isgeweest?Ik denk dat we daar veel meer aandacht voor hebben en dat dit soortdingen daardoor veel eerder bespreekbaar zijn. Er wordt overigens ooksteeds meer onderzoek naar gedaan, zowel binnen defensie als door hetNLVi en LZV. Allerlei instanties en wetenschappers doen daar meeronderzoek naar. Dat moeten we ook blijven doen. Maar het blijft natuurlijkeen hardnekkige cultuur binnen Defensie dat je vooral niet te veel over jeproblemen moet praten en gewoon moet doorgaan, en dat je daar – hoezeg je dat? – niet te soft over moet zijn. Dus het blijft van belang dat wevan bovenaf en vanuit de commandanten daar ruimte voor moeten gevenen moeten aansporen om erover te spreken.Dan was er nog een algemene vraag van de heer Kahraman over onzezorgplicht. Ik denk dat ik die inmiddels wel beantwoord heb, met allepunten die ik heb genoemd over wat wij doen om aan de zorgplichtinvulling te geven. Misschien heeft de heer Kahraman er nog eenspecifieke vraag over, maar ik denk dat ik die hiermee wel beantwoordheb.Dat was het blokje zorg, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. Dan kunt u vervolgen met het onvermijdelijke«overig».Minister Brekelmans:Ja, de laatste categorie: overig. Ik begin met een vraag van, volgens mij,de heer Kahraman, over een beroep doen op de samenleving en ook ophet bedrijfsleven. Ik vind het heel mooi als bedrijven zich specifiek inzettenvoor veteranen. Dat kan zijn door een specifiek initiatief, zoals een galavoor de Invictus Games. Dat is natuurlijk prachtig. Dat is heel mooi. Wat ikook een heel mooi initiatief vind, is Ongekende Krachten. Dat gaat over,wat ik in mijn introductie ook zei, de kracht van veteranen en de kwali-teiten en unieke ervaringen die zij hebben, die ook relevant zijn voor hetbedrijfsleven. Hoe meer er vanuit de samenleving en het bedrijfsleveninitiatieven komen, hoe beter het is, volgens mij. Ik ben het wel eens metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28927 wat, geloof ik, de heer Nordkamp zei, namelijk dat de verantwoorde-lijkheid uiteindelijk bij Defensie ligt en dat het aan ons is om er invullingaan te geven. Ik zou zeggen: datgene wat bedrijven doen, moet extra zijn.Daar sporen we ze ook toe aan, maar we moeten het volgens mij niet zodoen dat er een mechanisme ontstaat waardoor wij een hogere prijsbetalen voor de dingen die wij bij het bedrijfsleven inkopen zodat zij eendeel van de veteranenzorg kunnen financieren. Volgens mij moeten wedat mechanisme niet gaan inbouwen.De heer Nordkamp maakt een opmerking over het feit dat we spreken van«thuisfront». Hij vroeg zich af of het niet beter is om te spreken over«thuisbasis», want het woord «front» roept volgens hem verkeerdeassociaties op. De officiële term die wij gebruiken is «relaties» of«thuisrelaties». Veel mensen hebben natuurlijk een gezin thuiszitten, maarhet gaat vaak juist ook breder dan dat. Ik vind het een heel mooiesuggestie, dus zal ik proberen dat mee te nemen en in mijn eigenformuleringen te spreken over thuisbasis.De heer Pool had een nogal scherpe inbreng over het proces rondomMarco Kroon. Kijk, ik stond daar zelf toen die demonstratie plaatsvond.Uiteraard schrok ik daarvan, want ik wist niet wat er gebeurde; hetgebeurde schuin achter me. Ik merkte om mij heen wel dat er directingegrepen werd. Overigens, ik wist niet dat het Marco Kroon en igkBoudewijn Boots waren die dat deden. Ik heb er vertrouwen in dat als erzowel met beveiliging als politie als militairen om mij heen ingegrepenwordt, het goed zit. Vandaar dat ik ter plekke door ben gegaan met hethouden van die toespraak op een heel belangrijk moment, namelijkBevrijdingsdag. Ik heb de heer Kroon direct daarna ook persoonlijkbedankt. Achteraf hebben we allemaal kunnen constateren dat hetmeeviel en dat de persoon waar het om ging geen wapens bij zich had ener dus geen groot gevaar was, maar op het moment dat Marco Kroon enBoudewijn Boots naar voren stapten, wisten zij dat niet. Dus ongeacht hoegroot de dreiging was, waren zij het die het meest alert waren, die meteennaar voren stapten en ook meteen ingrepen. Wat ik ervan heb gezien, isdat ze dat ook op een gepaste wijze deden, in die zin dat ze die persoonook meteen overdroegen aan de mensen die op dat moment de taakhadden om voor de veiligheid te zorgen. Ik heb Marco Kroon daar duspersoonlijk voor bedankt. Ik zag dat er daarna ook publiekelijk discussieop gang kwam. Ook publiekelijk zijn we achter Marco Kroon gaan staan –ik persoonlijk, maar ook de CDS en anderen – omdat wij vinden dat hijadequaat heeft ingegrepen.Tegelijkertijd, en volgens mij zei de heer Ellian dat: we leven in eenrechtsstaat. Ik spreek met heel veel militairen. Als ik aan hen vraag, waarze voor vechten... O, de vraag was van de heer Boswijk, hoor ik nu. Sorry.Bij rechtsstaat denk ik op de een of andere manier aan de heer Ellian; ikweet niet hoe dat komt. Maar het was inderdaad de heer Boswijk.Sommige militairen zeggen ook tegen mij: «Waar doe je het uiteindelijkvoor? Doe je het nou voor de Minister, voor je commandant of voor jeteam?» Meestal niet voor de Minister, wel voor het team, maar ze noemenheel vaak ook de rechtsstaat, waar wij als Nederland voor staan, en dat wijeen democratie zijn, in vrijheid leven en dat als mensen hun recht willenhalen, zij ook de mogelijkheid moeten hebben om dat te doen. Eenheleboel militairen zijn op de meest gevaarlijke plekken in de wereldactief, juist omdat ze staan voor onze rechtsstaat. Daar hoort ook bij datals iemand een proces begint, al ben je het daar misschien niet mee eens,je wel het respect hebt voor het feit dat dat proces gevoerd kan worden.Ook voor de KMar, waar ik overigens ook verantwoordelijk voor ben alsbeheerder, geldt dat zij gewoon hun werk doen. Dus ik heb een indivi-duele opvatting over deze zaak; ik stond er zelf bij, maar ik sta er ook voordat het in een rechtsstaat zo werkt dat als iemand vindt dat er een procesgevoerd moet worden, dat ook zijn weg moet vinden en dat daar ook aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28928 meegewerkt moet worden. Dat is ook waar onze militairen zich dagelijksvoor inzetten en waar die 100.000 veteranen zich ook voor hebben ingezet.De heer Pool (PVV):Wat wij als PVV vragen, heeft gewoon alles te maken met die rechtsstaat.We beroepen ons op artikel 127 van de Wet op de rechterlijke organisatie,die stelt dat Onze Minister, de Minister van Justitie en Veiligheid – deVVD-collega van deze Minister – gewoon een algemene en bijzondereaanwijzing kan geven betreffende de uitoefening van de taken enbevoegdheden van het Openbaar Ministerie. Dus wat wij vragen isrechtsstatelijk. Het is gewoon onderdeel van hoe het werkt. Deze Ministerkan met zijn collega vóór onze militair gaan staan en zeggen: nee, wemaken een einde aan dit onderzoek. Of in elk geval kunnen ze hetOpenbaar Ministerie daartoe oproepen. Dát vragen we en ik vraag aan deMinister waarom hij dát niet wil doen.Minister Brekelmans:Ik kijk nu toch even met een schuin oog naar de heer Ellian voor zijnjuridische kennis. Volgens mij gebeurt het nooit dat de Minister vanJustitie en Veiligheid gebruikmaakt van de bevoegdheid om te treden ineen procedure van het OM. Misschien is het nog nooit gebeurd of is het30 jaar geleden gebeurd of is het in elk geval één keer gebeurd. Ik vind datje daar zeer terughoudend in moet zijn, omdat anders de neiging om alspolitiek of als Minister in een lopende zaak te treden... In het ideaalbeeldvan de heer Pool zou je dat misschien heel vaak moeten doen, maar ikvind dat je daar zeer terughoudend in moet zijn. Ik heb er alle vertrouwenin dat, wanneer deze zaak loopt, het recht op een goede manier zijngevolg zal krijgen. Ik zie op dit moment geen aanleiding om gebruik temaken van die heel uitzonderlijke bevoegdheid voor heel uitzonderlijkeomstandigheden, die in alle zaken die er zijn geweest – van groot tot klein,van links tot rechts – ooit één keer is benut. Ik vind het niet op zijn plaatsom dat in dezen te doen en om daarmee ook de drempel om dat alspolitiek überhaupt te doen, te verlagen en die glijdende schaal op te gaan.Volgens mij moet je daar zeer terughoudend in zijn.De voorzitter:De heer Pool voor zijn derde en laatste interruptie.De heer Pool (PVV):Dit is dus heel duidelijk gewoon politieke onwil! De Minister en zijnVVD-collega van Justitie en Veiligheid willen het niet, maar het kángewoon wel. Dat je een veteraan, een militair, een drager van de MilitaireWillemsorde, die nota bene deze Minister van Defensie heeft beschermdop zo’n moment en ingreep toen dat nodig was, gewoon laat bungelen endat het onderzoek gewoon doorgaat, is een absolute schande.Minister Brekelmans:Ik denk dat deze grote woorden en deze verdachtmakingen de heer Poolen de PVV niet sieren. Wij doen dat niet op deze manier. Ik heb net mijnwaardering voor de heer Kroon al uitgesproken. Dat heb ik persoonlijk ookgedaan. Hij weet hoe ik hiernaar kijk. Hij weet dat hij de volle steun vanmij en van iedereen bij Defensie heeft. Maar het is ook zo dat wij alsDefensie staan voor de rechtsstaat, dat wij staan voor de trias politica endat wij niet zomaar als Ministers ingrijpen in een rechtszaak of in eenprocedure van het OM. Wij staan samen voor die rechtsstaat. Zeker in eentijd waarin instituties en onze rechtsstaat zo onder druk staan, vind ik dateen heel groot goed. Een groot goed waar overigens ook onze militairenzich dagelijks voor inzetten en waar onze veteranen zich voor hebbeningezet. Ik zou dus zeggen: meneer Pool, even een tandje terug met dietoon. Dit heeft niets te maken met politieke kleur. Het heeft er gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28929 mee te maken dat dit is hoe onze rechtsstaat werkt. Dat doet niets af aanmijn waardering voor de heer Kroon, voor wat hij in het verleden heeftgedaan als oorlogsheld en voor wat hij onlangs heeft gedaan toen hij opadequate en alerte manier ingreep.De voorzitter:De heer Pool steekt zijn vinger op, maar u bent echt door uw interruptiesheen, meneer Pool. Een persoonlijk feit mag u altijd maken.De heer Pool (PVV):Als de VVD-minister begint over verdachtmakingen en een tandje terug,dan trek ik me dat heel persoonlijk aan. Deze Minister kan opkomen voordeze militair. Ze kunnen binnen alle kaders van de rechtsstaat ingrijpenmaar ze willen niet, en dat ligt bij de VVD-minister en niet bij de PVV.De voorzitter:Probeer het echt bij een persoonlijk feit te houden. U gaat nu weer politiekbedrijven en daarvoor heb ik u niet het woord gegeven.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Als het kan een klein punt van orde. We lopen redelijk op schema. Deopkomst is ook niet bijzonder hoog. Zouden we misschien een of tweeextra interrupties kunnen krijgen?De voorzitter:De meesten zitten netjes in hun interrupties en we zitten al in het laatsteblokje. Ik kijk het aan. Ik denk dat we er echt met drie interruptiesdoorheen komen, maar mocht u in nood komen zonder vierde interruptie,dan zal ik dat beoordelen. Laten we eerst de resterende beantwoordingdoor de Minister afwachten. Dan kijk ik of er een vierde interruptie nodigis. Ik zie de Minister. U kunt uw betoog vervolgen.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Tot slot was er nog een vraag van de heer Pool over deDutchbatveteraan Ronald Wentink. Hij hoopt een route van 8 kilometeropnieuw te kunnen lopen. Het is een indrukwekkend verhaal dat hijdestijds een gewond meisje gedragen heeft. Hij hoopt haar weer teontmoeten en de vraag was of ik als Minister zou willen kijken of ik daarbijkan helpen. Ik wil erbij zeggen dat ik het heel mooi vind dat de heerWentink deze terugkeerreis gaat ondernemen. Het is een heel bijzonder endapper verhaal. Als ik of wij als Defensie kunnen helpen bij dezezoektocht, bijvoorbeeld in samenwerking met onze ambassade daar ofmet het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dan zijn wij uiteraard bereidom daarbij te helpen. Ik hoop dat die terugkeerreis voor Ronald Wentinkhem brengt waar hij op hoopt.Dat was «m, voorzitter.De voorzitter:Ik sta nu open voor de tweede of derde interruptie.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik wil twee onderwerpen bespreken. Ik hoop dus dat u mij ook nog eenvolgende interruptie gunt en ik hoop dat de Minister mij helpt om ééninterruptie per onderwerp te hoeven gebruiken. De uitleg van hetBIV-verhaal was op zich goed te volgen, maar ik vraag me wel af of dieinformatie het meest actueel is, want ik krijg ook zijdelings wat informatie.Dat neem ik de Minister ook niet kwalijk, want dit is primair de verant-woordelijkheid van het Ministerie van Financiën. Dat maakt het voor onsals woordvoerders Defensie ingewikkeld, want ook wij zijn niet altijdup-to-date en op de hoogte en wij kennen ook de mogelijke precedentwer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28930 kingen et cetera. Tegelijkertijd worden wij wel benaderd door belangenbe-hartigers van veteranen om over deze kwesties te spreken. Ik hebdaarover een motie in voorbereiding, maar eigenlijk wil ik die nietindienen. Zou ik misschien iets van een toezegging kunnen krijgen dat wijop termijn een Kamerbrief krijgen met daarin de meest actuele informatie,wellicht ook vooruitlopend op het onderzoek waar u naar verwijst – maardat is al met ons gedeeld – maar ook op de rechtszaken die eraan zitten tekomen? Zou de toezegging van de Minister dat wij daar een Kamerbriefover ontvangen iets kunnen zijn om er voor nu met elkaar uit te komen?Minister Brekelmans:De laatste brief is van eind april. Dat is een kleine twee maanden geleden,maar laat ik het volgende doen. Wij hebben nu dit debat met elkaar. Laatik in ieder geval toezeggen dat wij hierover in contact treden met deStaatssecretaris van Financiën. De vragen die de Kamer hierover heeft,zijn helder. Ik merkte aan de reacties ook dat niet iedereen op de hoogtewas van het onderzoek van de twee professoren dat heeft plaatsge-vonden; dat neem ik helemaal niemand kwalijk. Laten wij dus met deStaatssecretaris bespreken dat we een update geven. Dat is ook afhan-kelijk van hoe die rechtszaken lopen, want ik weet niet precies wanneer deuitspraak komt en wat de termijnen daarvan zijn, maar dan bekijken wewat een goed moment is om de Kamer hierover te informeren. Dat kanmisschien net na die rechtszaken als die ergens in het loop van het jaarduidelijk worden. Als dat nog veel langer gaat duren, verwacht ik dat hetiets eerder wordt, maar de Staatssecretaris van Financiën en wij sturen inieder geval ergens dit jaar een brief naar de Kamer met nog een keeroverzichtelijk wat ik net mondeling heb gezegd.De voorzitter:Ik geef u echt uw vierde interruptie. Die geef ik dus ook aan uw collega’s.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dat wordt heel erg gewaardeerd. Dit is het laatste punt waarover ik echtnog even van gedachten wil wisselen met de Minister. Ik begrijp zijn puntover de Veteranennota. In het verleden was er wellicht de kritiek dat zijniet leesbaar was en dat zij saai was, met dubbelingen erin. Dat begrijp ikbest goed. Wat we nu hebben liggen, is gewoon wat meer fancy. Datbegrijp ik, maar in die zin ben ik toch meer iemand van de oude stempel.Het gaat mij er gewoon om of wij in staat zijn om op basis van de nota tezien of het veteranenbeleid het effect heeft dat is beoogd in de Vetera-nenwet. Hoewel dit misschien wat leesbaarder is, denk ik dat we ookmoeten vaststellen dat dat niet helemaal aan de orde is. Ook met deverwachting dat de veteranenpopulatie zal toenemen en dat daar meervariatie in zal zijn, denk ik echt dat dat verstandig zou zijn. De motie dievier jaar geleden is ingediend en die hierom verzoekt, is in ieder gevalgesteund door één collega. Een andere collega kaartte dit zelf ook aan inzijn inbreng. Ik denk dus wel dat we iets moeten met de Veteranennota,misschien in de vorm van een publieksversie en een eigen versie, maar ikdenk niet dat dit voor de toekomst voldoende is voor onze controlerendetaak. Het gaat nu ook te ver om de motie van Van Wijngaarden opnieuw instemming te brengen, maar ook op dit punt wil ik vragen wat we hiermeezouden kunnen doen. Kan de Minister ons iets aanreiken om ons met deVeteranennota beter te bedienen voor onze controlerende taak? Misschienkunnen we iets doen met een voorbereidingsgroep uit de Kamercom-missie. Ik hoor goed wat de Minister hierover zegt, maar ik hoop ook dathij mij begrijpt. Dit is mijn laatste punt, voorzitter.De voorzitter:Ja, dank. De Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28931 Minister Brekelmans:Of het nou een nota, een brief of wat dan ook is, uiteindelijk is het eenmiddel omdat je ergens inzicht in wil hebben. Ik denk dat we niet moetendoen alsof het al te wiskundig is, dus alsof je bij wijze van spreken kuntzeggen: we hebben een budget voor het veteranenbeleid en we kunnenop een of andere manier precies meten hoe de zorg voor veteranen inelkaar zit of hoe veteranen zich erkend voelen. Daar vindt best wel watonderzoek naar plaats, maar ik vind soms dat bij bepaalde documenten,door ze artikelsgewijs te bekijken, een bepaalde schijn van wetenschap ofeen schijn van objectiviteit wordt gewekt die er eigenlijk niet is. Wat weuiteindelijk willen laten zien met de Veteranennota is dat wat we doenheel divers is en dat het gaat om erkenning en waardering, om zorg en aldie zaken. Dat wil je illustreren aan de hand van voorbeelden. Even losvan de plaatjes, en of het fancy is en welke kleur het heeft en zo, wil je aande hand van voorbeelden laten zien wat we daadwerkelijk doen. Daarzitten ook de nodige data bij. Als de heer Nordkamp bepaalde data mist ofgraag een bepaald causaal verband wil weten, bijvoorbeeld of hetdaadwerkelijk leidt tot meer waardering, kunnen we kijken of daaronderzoek naar kan worden gedaan en kunnen we bekijken of we die datahebben. Volgens mij hebben we dan een specifieker gesprek, namelijkwelk inzicht mist de heer Nordkamp dat hij wel graag zou willen zien. Dankunnen wij bekijken of dat in de nota past of dat het op een andere maniermoet, of het beter mondeling kan et cetera. Maar als we nu de structuurvan de Veteranennota omgooien of twee dingen naast elkaar gaan doen,creëren we misschien een soort schijnobjectiviteit en meer werk, terwijldat misschien niet tot meer inzicht leidt. Bij mij begint het altijd met devraag wat je wil weten. Dat zou mijn wedervraag aan de heer Nordkampzijn.De voorzitter:Dank. De heer Nordkamp kan in zijn tweede termijn natuurlijk terugkomenop de wedervraag van de Minister. De Minister is klaar. Het is mogelijk omnog een interruptie te plaatsen. Meneer Ellian?De heer Ellian (VVD):Ik heb geen interruptie, maar ik had de vraag gesteld of de groepAfghanistanveteranen specifiek een plek in de nota kan krijgen. Hetantwoord daarop heb ik gemist.Minister Brekelmans:Ja, dat antwoord heb ik hier wel ergens. Ik doe het even uit mijn hoofd.Een tijdlang hebben we er specifiek aandacht aan besteed aan de handvan een onderzoek dat daarover plaatsvond. De reden dat we terug-houdend zijn om in de Veteranennota over specifieke groepen te sprekenis dat als je dat doet voor bijvoorbeeld de Afghanistanveteranen, meteende vraag wordt gesteld waarom je dat ook niet doet voor bijvoorbeeldspecifiek de groep Irakveteranen. Dat is de reden dat we wel met eenaantal voorbeelden en op een aantal plekken de Afghanistanveteranennoemen, maar ... Het ligt altijd heel gevoelig bij de veteranen: als je ééngroep eruit tilt, heb je dan minder aandacht en waardering voor de anderegroep? Dus ik zou er zelf terughoudend in willen zijn.Er vindt op dit moment onderzoek plaats door het NIMH naar onze totalebetrokkenheid in Afghanistan. Als dat onderzoek naar buiten komt, enzeker als daar kritische conclusies in staan, gaat dat veel teweegbrengen.Dat weten we; we hebben het ook met het Indiëonderzoek gezien. Hetgaat per definitie veel teweegbrengen in de veteranengemeenschap. Devraag hoe we met dat onderzoek omgaan als het er ligt, hoe we ervoorzorgen dat we het gesprek met de Afghanistanveteranen dan op eengoede manier voeren en hoe we er goed het debat met elkaar overkunnen voeren, is wat mij op dit moment bezighoudt bij het onderwerpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28932 Afghanistan en veteranen. Als u specifieke vragen heeft, ben ik uiteraardbereid om die te beantwoorden, maar dit is de reden dat we het nu nietals een apart hoofdstuk of een apart blok opnemen in de Veteranennota.De heer Ellian (VVD):Ik waardeer dit antwoord enorm. Ik wist niet dat dit onderzoek eraan zat tekomen. Ik beluister dat de Minister anticipeert op een mogelijk watkritischer uitkomst. Mijn vraag heeft eigenlijk precies daarmee te maken,omdat ik me heel erg zorgen maak over de beeldvorming rondom dezemissie. Ik ben deze veteranen megadankbaar. Mijn moeder ging zonderhoofddoek naar school in Kabul; ik heb er een foto van dat zij naar schoolgaat met haar vriendinnen; ik heb die weleens laten zien. Ik ben dieveteranen dankbaar en maak me juist zorgen om die groep. Dus heel fijnals we hier samen in kunnen optrekken, want dat verdient deze groep.Vandaar dat ik vroeg of ze misschien een aparte plek in de nota moetenkrijgen.Minister Brekelmans:Na iedere deelmissie vindt er altijd een evaluatie en een debat in deKamer plaats. Alleen vindt daar bovenop een onderzoek plaats door hetNIMH naar de totale inzet in Afghanistan. Dat onderzoek duurt meerderejaren, dus het zou best kunnen dat het nog een, twee of drie jaar duurtvoordat het gereed is. Ik weet uit mijn hoofd niet wat de deadline is, maarhet kan nog wel even duren; het zit er niet nu al aan te komen. Wat ik zelfuit het Indiëonderzoek heb meegenomen, is dat hoewel er meerdereboeken lagen, dat debat en de beeldvorming heel makkelijk verengdwerden tot een of twee zinnen. Maar als je dan het boek en de rapportenlas, zag je dat het daar veel genuanceerder in stond. Ik kan me zomaarvoorstellen – dat is mijn zorg over onze inzet in Afghanistan, waar zo veelover te zeggen valt, ook de positieve dingen die daar bereikt zijn, zoals deheer Ellian benoemde – dat het wordt platgeslagen tot iets negatiefs als«het heeft allemaal geen zin gehad» of dat soort dingen. Daar moeten wenatuurlijk heel zorgvuldig in zijn, omdat mensen daar letterlijk hun levenhebben gegeven. We moeten dat debat op een genuanceerde maniervoeren, in eerste instantie in onze reactie vanuit Defensie, maarvervolgens ook in de Kamer.De heer Boswijk (CDA):Ik begreep dat het onderzoek waarschijnlijk ergens volgend jaar naarbuiten komt, dus dat is inderdaad nog even afwachten.Ik had nog een vraag gesteld over het Veteranen Search Team. De Kamerheeft tot twee keer toe unaniem gezegd: we vinden dat het structureelgefinancierd moet worden. Ik ben benieuwd wat de status daarvan is.Minister Brekelmans:Ik doe het weer even uit mijn hoofd. Aan het begin van het jaar is hetsubsidiebedrag toegekend. Op dit moment wordt dat uitgegeven. In hetgesprek dat we erover hebben gehad hebben we gezegd dat we het gaanevalueren en dat we op basis daarvan bepalen hoe we dat structureelgaan doen, in welke mate we dat gaan doen en wie dat financiert. Dieevaluatie is er nu nog niet, ook omdat dat geld pas aan het begin van hetjaar is uitgekeerd. In het derde kwartaal gaan we dit evalueren; voor debegrotingsbehandeling kunnen daar meer duidelijkheid over geven. Dankan de heer Boswijk kijken of hij daar iets mee wil via een amendement ofiets dergelijks.De voorzitter:De heer Pool voor zijn vierde interruptie.De heer Pool (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28933 Die gaat over de terugkeerreis van de Dutchbatveteraan Wentink.Geweldig dat de Minister daarnaar wil gaan kijken. Kunnen we eropvertrouwen dat dat verder afgehandeld wordt via de commissie voorDefensie, waar de contactgegevens en zo bekend zijn? Dat is de vraag.Minister Brekelmans:Sorry, ik begrijp uw vraag niet helemaal.De voorzitter:Kunt u uw vraag een keer herhalen?De heer Pool (PVV):Met plezier. Om ervoor te zorgen dat de Minister zijn toezegging gestandkan doen en dat alles in het werk wordt gesteld om ervoor te zorgen dathij dat meisje wellicht kan gaan ontmoeten, vraag ik: wil de Ministeringaan op het verzoek om in contact te treden met de commissie voorDefensie, waar de contactgegevens van deze Dutchbatveteraan aanwezigzijn, zodat het een concrete opvolging kan krijgen?Minister Brekelmans:Ja. Wij zullen als ministerie in contact treden met de heer Ronald Wentink.Ik weet niet of ik dat persoonlijk per se moet doen, maar de mensen diehem daarbij kunnen helpen, zullen dat doen.De voorzitter:Dank. Ik zie geen vragen meer vanuit de commissie. Dan gaan we naar detweede termijn namens de commissie. Ik geef eerst het woord aan deheer Ellian. Die heeft nog twee minuten spreektijd in zijn tweede termijn.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik ervaar ditaltijd als een prettig gesprek, waarbij we het niet per se altijd eens zijn,maar dat is niet erg. De beelden van de veteranenstatus lopen wat uiteen.Ik ben niet de eerste die daarnaar vraagt. Mijn buurman deed dat volgensmij eerder ook al, op meerdere plekken. Op zich ben ik blij als de Ministerzegt dat een militair die bijvoorbeeld nu gestationeerd is in Litouwen enals hij terugkomt op enig later moment PTSS zou krijgen, alles krijgt watde wet zegt. Dan ben ik blij, want de wet zegt dat Onze Minister eenzorgplicht heeft voor veteranen. De bijzondere zorgplicht luidt: OnzeMinister heeft een bijzondere zorgplicht voor veteranen. De discussie gaaterover of ze nou veteranen zijn of niet. De Minister zegt: meneer Ellian,maak u geen zorgen. Maar er zijn piloten die Air Policing doen en mensenbij Frontex, waar je hele heftige dingen kunt zien en meemaken. Dat weetde Minister beter dan ik. Daarna kunnen er toch klachten optreden. Ik vindhet van belang dat deze militairen dezelfde zorg krijgen als degenen diedaadwerkelijk die veteranenstatus hebben. Ik wil benadrukken dat het mijniet zozeer gaat om de statuskwestie. Ik snap de gevoeligheden daarom-trent heel goed; daar wil ik me eigenlijk niet te veel in mengen. Mij gaathet om de zorg.Misschien nog goed om toch nog even te benadrukken – dan kijk ik ookeven naar de heer Pool – dat ook de VVD-fractie de heer Kroon dankbaaris voor zijn optreden. Het is fijn om te horen dat de Minister niet bang wasop dat moment, want als VVD willen we graag een beetje strijdvaar-digheid uitstralen, dus dat is mooi. Ik heb het even opgezocht: hetwetsartikel dat de heer Pool noemt, artikel 127, bestaat sinds 1999, maarhet is nog nooit toegepast. In het verleden gebeurde dat wel, maar dat iseen hele andere discussie. Het is dus nog nooit toegepast. Dat neemt nietweg dat ik hoop dat meneer Kroon hier op een terechte manier uit komt.Ik heb verder geen moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28934 De voorzitter:Ik zie dat de heer Pool een interruptie heeft in de richting van Ellian. Ik stain deze ronde ook een tweetal interrupties toe.De heer Pool (PVV):Hoe mooi zou het zijn als deze Minister en zijn collega van Justitie enVeiligheid ergens geschiedenis mee kunnen maken door ervoor te zorgendat dit gewoon wordt gedaan? Het is gewoon een serieuze kwestie. Het isonaanvaardbaar dat er zo veel zaken bij het OM blijven liggen maar dat ditdan ineens prioriteit krijgt. We kunnen daar met ons hoofd niet bij. Steuntde heer Ellian niet gewoon onze oproep om gewoon voor onze veteraante gaan staan?De heer Ellian (VVD):Ik vind dat we allemaal achter Marco Kroon moeten staan en ik vind ookvan alles van die demonstranten op 5 mei, wat een heel belangrijkmoment is. Het ging over onze bevrijding van tirannie. Overigens, dezeMinister heeft die bevoegdheid niet en de Minister van Justitie wel; dat istoevallig een VVD’er. Maar nee, ik vind dat niet. Er zijn ook allerlei mensenop social media – dat weet u – die vinden dat ik vervolgd moet wordenomdat zij vinden dat ik een zionist ben, een moslimhater of wat dan ook.Misschien gaat iemand anders wel aan de Minister vragen: u moet dieEllian vervolgen. Dat zijn kenmerken van een ... In een gezonde rechtsstaatgebeurt dat niet. Weet u wat het is, bij mij is het glas halfleeg in dezecommissie. Dat heb ik nu al twee of drie weken op rij gezegd, dus laat iknu één keer positief zijn: ik ga ervan uit dat de conclusie hiervan is datmeneer Kroon bedankt wordt voor zijn moed en inzet, en de igk overigensook, want die was er ook bij betrokken, en dat het gesprek heel snel, navijf minuten, klaar is. Tot slot: ik ga ervan uit dat de heer Kroon zijn kantvan het verhaal mag vertellen en dat daarmee de kous af is. Ik denk datwe het ook niet groter moeten maken dan het is. Vind ik het lullig voorhem? Ja. Zou het anders moeten? Diep van binnen heb ik daar misschienook wel ideeën over, maar volgens mij gaat dit allemaal op zijn pootjesterechtkomen.De voorzitter:Uw tweede en laatste interruptie, meneer Pool.De heer Pool (PVV):Ik hoor de heer Ellian zeggen: we moeten het niet groter maken dan dathet is. De heer Kroon heeft gewoon gezegd: als een advocaat van mij dezezaak moet gaan winnen, dan ga ik mij beraden op de vraag of het uniformen onze driekleur nog wel waarde hebben voor mij. Dus «we moeten hetniet groter maken dan het is»? Dit is heel groot. Een oorlogsheld dieterecht optreedt, moet vervolgens als een crimineel bij het OM komen, bijde Koninklijke Marechaussee, en gaat worden verhoord. Dat kan tochgewoon niet? We kunnen daar binnen de kaders van de rechtsstaatgewoon een einde aan maken, maar de VVD wil dat gewoon niet. Dat isde conclusie van dit debat.De heer Ellian (VVD):Dit is zo’n trieste vorm van campagne voeren. Ik heb nu al een paar keer ...De heer Pool (PVV):Het is geen campagne voeren.De heer Ellian (VVD):Het is wel gewoon campagne voeren. Niet zo stoer doen!De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28935 Ik verzoek de leden om niet buiten de microfoon te praten. De heer Ellianis nu aan het woord.De heer Ellian (VVD):Ik mag niet in de schaduw van Marco Kroon lopen, maar ik heb in mijnleven meer gedaan om vrijheid en democratie te beschermen dan de 36andere mensen bij de PVV. Even een toontje lager zingen; wat dat betreftsluit ik mij aan bij deze Minister. Ik ben hier ook om de rechtsstaat teverdedigen, een rechtsstaat die mijn ouders niet beschermd heeft. Wat ikbedoel met «het niet groter maken dan dat het is», is dat ik denk dat heteen gesprek is met meneer Kroon waarin hij mag vertellen hoe hij hetervaren heeft. Ik ga ervan uit dat daarna de kous af is. Zou het tot eenstrafzaak komen, dan heb ik daar zeker ook een mening over. Dat zou ikerg bijzonder vinden. Gelet op alles wat er gebeurt in de samenleving zouje je af kunnen vragen: goh, zou je dat niet anders moeten doen? Maardan nog, om een Minister te vragen om in te grijpen is één, meneer Pool.Dat moet je in principe niet willen, want de volgende keer kan het ookover u, over mij of over iemand anders gaan. Maar dat doet niets af aanwat de VVD vindt van Marco Kroon. Hij is een oorlogsheld. Hij verdient diecredits. Deze behandeling had hij zeker niet verdiend. Ik vind overigensdat de schuld daarvoor bij de demonstranten ligt, want die hadden daarniet moeten staan en ook die aangifte niet moeten doen. Daar heb ik ookiets over gezegd. En ja, meer kan ik er niet van maken. Maar frame hetnou niet als «de VVD staat niet achter hem», want dat staan we wel. Maarwe respecteren ook de regels die we hier met elkaar hebben afgesproken.Ik hoop van harte dat het goed uitpakt voor meneer Kroon. Mocht dat nietzo zijn, dan moeten we misschien de regels eens tegen het licht houden.Dat kan, want dat is hoe het democratische proces werkt.Maar je moet niet zo stoer doen. Je hebt zelf helemaal ...De voorzitter:Wilt u ... Ik hoor dat een aantal Kamerleden niet via de voorzitter spreekt.Wilt u alstublieft via de voorzitter spreken, want ik zie ook dat de emotieswat oplopen. Meneer Pool, u bent echt door uw twee interrupties heen.Hoor ik u «excuses» zeggen? Ik geef u dan maar de ruimte voor eenpersoonlijk feit, maar houd het daar alstublieft bij.De heer Pool (PVV):Sorry, hoor, maar zij worden persoonlijk als ze zeggen dat ik stoer loop tedoen en campagne loop te voeren. Dat is gewoon niet zo, voorzitter! Wijhebben een punt: het kan binnen de kaders van de rechtsstaat, maar zewillen het niet. Nou ja, own it, maar ga dan niet ons de schuld lopengeven. Dat is echt gewoon abject.De voorzitter:Dank. U heeft uw punt gemaakt.De heer Ellian (VVD):Voorzitter, ik word «abject» genoemd». Een bangerikje, weet je wel, dat ...De voorzitter:Laten we alstublieft niet buiten de microfoon om gaan spreken. Iedereenis vrij om een persoonlijk punt te maken. Ik zie de emoties oplopen enlaten we daarom alsjeblieft via de voorzitter blijven spreken en elkaar nietpersoonlijk gaan bejegenen. Ik geef het woord aan de heer Boswijk. Hijheeft in de tweede termijn twee minuten spreektijd.De heer Boswijk (CDA):Voorzitter. Ik begon mijn inbreng met de opmerking dat dit altijd eenbeetje een saai debat is. Nou, ik heb dat niet goed voorspeld, want ik zatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28936 er volledig naast. Maar ik zeg er maar meteen bij dat ik het ergens weljammer vind dat dit gebeurt. Het is, denk ik, totaal onnodig, want ik denkdat iedereen achter militairen als Marco Kroon staat. Iedereen heeft inmeer of mindere mate gevoelens bij de demonstranten die daar rondhebben gelopen. Maar goed, dat terzijde.Voorzitter. Dank aan de Minister en zijn ondersteuning voor deantwoorden. Het is mooi dat er, hopelijk eind dit jaar, meer bekend is overde actualisatie van de veteranenstatus en in de loop van volgende maandover de actualisatie van het decoratiesysteem. Dat is iets waar de Kamerallang op hamert en veel mensen bij Defensie wachten er met smart op.Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat onze democratie zowel van buitenaf als van binnenuitbedreigd wordt;overwegende dat daarom fors geïnvesteerd moet worden in hetversterken van de maatschappelijke weerbaarheid;constaterende dat er mooie initiatieven zijn, bijvoorbeeld met projectenwaarbij veteranen voor de klas staan, maar dat financiële middelenhiervoor vaak ontbreken;overwegende dat een deel van de bedrijven uit de defensie-industrieopenstaat voor maatschappelijk partnerschap, onder meer op het gebiedvan veteranenzorg, educatie en bewustwording over vrede, veiligheid endemocratie;verzoekt de regering in overleg te treden met relevante maatschappelijkeorganisaties, zoals de NIDV, het Veteraneninstituut, het Vfonds en anderebetrokken partijen, om te onderzoeken of en hoe investeringen in dedefensie-industrie kunnen bijdragen aan het versterken van veteraneniniti-atieven, educatieprogramma’s en maatschappelijke weerbaarheid,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Boswijk.Zij krijgt nr. 284 (30 139).De heer Boswijk (CDA):Voorzitter. Ik zeg tegen de heer Nordkamp dat dit geen vrijbrief is voor deoverheid om dan maar niks te doen, maar ik merkte tijdens verschillendebijeenkomsten met de defensie-industrie dat ze al individueel een aantalveteraneninitiatieven steunen. Dat is natuurlijk heel goed, maar er is ookbehoefte om het meer gezamenlijk te doen, want dan zou het meer impactkunnen hebben. Ze waren een beetje aan het zoeken wie daar een rol inzou kunnen spelen en het zou daarom mooi zijn als het ministerie daarsamen met een aantal maatschappelijke partners iets in kan betekenen.Dat was «m.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28937 Dank aan de heer Boswijk voor zijn inbreng. Dan gaan we nu naar de heerPool voor zijn tweede termijn. Hij heeft één minuut spreektijd.De heer Pool (PVV):Hartelijk dank, voorzitter. Over het onderzoek naar Marco Kroon isvoldoende gezegd. We zijn het niet met elkaar eens, maar goed, dat kan ineen debat.Ik wil de Minister heel erg bedanken voor zijn persoonlijke interesse inonze veteranen. Geweldig dat hij zo dadelijk ook even met Daniël wilspreken. Dat betekent echt heel veel! We gaan dat zo doen; hartstikke fijndat dat kan.Ik wil de organisaties die zich inzetten voor onze veteranen en in eenbreder verband voor oorlogsslachtoffers en dienstslachtoffers, ernstigbedanken voor hun inzet. Het is een van de mooiste facetten van het werkals woordvoerder Defensie dat je dat allemaal mee mag maken en meteigen ogen mag zien.Natuurlijk hoop ik op een hele mooie en waardige Veteranendag, een dagwaarop onze veteranen de waardering krijgen die ze verdienen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Pool voor zijn inbreng. Ik ga door naar de heerNordkamp. Hij heeft twee minuten spreektijd.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter, en dank ook aan deze Minister voor deze beschouwingrond het thema veteranen. Ik ben blij van de Minister te horen dat dejuridische definitie van «veteranen» in de Veteranenwet voldoende ruimtebiedt om daar een nadere invulling aan te geven. De Minister heeft daarook de moeilijkheden toe aangegeven. Ik wens hem daar veel wijsheid bijtoe. En laten we er met elkaar heel duidelijk over zijn: zorg moet in debasis voor elke militair gewoon goed geregeld zijn, of ze nu wel of geenveteranen zijn.Over de Veteranennota heb ik mijn dilemma’s gedeeld. Ik denk dat hetvoor de toekomst goed is om wat heldere inzichten te verschaffen in watnou de knelpunten en de beleidsvoornemens zijn, en misschien ook netiets eerder vóór het notaoverleg. Ik heb ook een aantal zaken meegegevenin mijn eerste inbreng, die ik graag terugzie. Ik hoop op medewerking vande Minister.De reactie van de Minister op het monument voor Srebrenica, daar zijn weheel blij mee. Ik zie de motie die ik vanuit de Kamer, of de delegatie, maarook breder, in ga dienen, als ondersteuning.Op smartengeld heb ik een toezegging gekregen en daar ben ik heel blijmee. Ik ben ook blij dat de Minister mijn suggestie over «thuisbasis» inplaats van «thuisfront» meeneemt. Dat staat vijftien keer in de Vetera-nennota en ik hoop dat de volgende keer anders te zien, ook in uwuitingen. In ieder geval ook dank voor uw reactie daarop.Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de overgang van militairen naar de burgermaatschappijblijvend aandacht vraagt;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28938 constaterende dat veteranen een waardevolle bijdrage leveren aan eenweerbare samenleving;constaterende dat initiatieven die de zichtbaarheid en waardering vanveteranen vergroten, bijdragen aan het maatschappelijke draagvlak voordefensie;constaterende dat Stichting Veteranen TV & Radio een platform biedtwaar militairen, veteranen en hun thuisbasis op authentieke wijze metelkaar verbonden worden;overwegende dat dergelijke initiatieven, die bijdragen aan erkenning,waardering en verbondenheid binnen de veteranengemeenschap,ondersteuning verdienen;verzoekt de regering te verkennen op welke wijze initiatieven zoalsStichting Veteranen TV & Radio gefaciliteerd en ondersteund kunnenworden en hierover jaarlijks te rapporteren in de Veteranennota,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nordkamp, Ellian en Boswijk.Zij krijgt nr. 285 (30 139).De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het 11 juli aanstaande 30 jaar geleden is dat degenocide in Srebrenica heeft plaatsgevonden;overwegende dat er nog altijd geen nationale herdenkingsplek inNederland bestaat ter nagedachtenis aan de slachtoffers van dezegenocide;overwegende dat een nationale herdenkingsplek kan bijdragen aaneducatie, herdenking en bewustwording van genocide en massaalgeweld;overwegende dat een nationale herdenkingsplek van onschatbare waardeis voor zowel nabestaanden als veteranen;spreekt uit dat er een nationaal monument ter nagedachtenis aan deslachtoffers van de genocide in Srebrenica moet komen, bij voorkeur inDen Haag op het Churchillplein tegenover het voormalige Joegoslaviëtri-bunaal gezien de historische en symbolische waarde;verzoekt de regering zich actief in te zetten voor een dergelijke nationaleherdenkingsplek tegenover het voormalige Joegoslaviëtribunaal op hetChurchillplein in Den Haag en hierover in overleg te treden met relevantepartijen zoals de stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide «95,en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te rapporteren,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28939 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nordkamp, Dobbe, Ellian,Kahraman en Boswijk.Zij krijgt nr. 286 (30 139).De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Nordkamp. Dan geef ik het voorzitterschap over aan deheer Ellian.Voorzitter: EllianDe voorzitter:Hoelang heeft een woordvoerder van NSC? Drie minuten. We gaan ervoorzitten. De heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank, voorzitter. Ik zal geen gebruik maken van mijn drie minuten. Eenaantal collega’s waren me in de vorige ronde voor met een aantal punten,dus ik kan mijn inbreng mooi inkorten. Dank aan de Minister voor debeantwoording van onze vragen.Waardering en erkenning voor onze veteranen, dat is waar we hiervandaag voor zitten. Ik heb de mooiste waardering en erkenning vandaaggehoord van de heer Ellian, die namens zijn moeder geeft gezegd hoebijzonder het was dat onze militairen het haar mogelijk hebben gemaaktdat ze gewoon naar school kon gaan zonder een hoofddoekje. Dát is het.Het deed mij echt heel goed om dat te horen, dat iemand echt impactheeft gezien op zijn leven, dankzij onze militairen. Daarvoor doen we het,voorzitter. Daarvoor doen onze militairen het werk, overal in de wereld,met gevaar voor eigen leven. Dus dank nogmaals aan onze militairen, diedit doen.Dank ook aan de Minister voor dat hij met betrekking tot de terugkeer-reizen zegt dat het gewoon mogelijk is als er individuele militairen,veteranen, zijn die zo’n reis willen maken. Dank daarvoor. En dank ook datonze oorlogs- en militairedienstslachtoffers niet tussen wal en schip gaanvallen. Dank daarvoor. Dank aan de Minister dat hij daar oog voor heeft enblijft houden.Dank. Dat was mijn inbreng, voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap terug. Overigens is de leeftijd van mijnmoeder... Zij is al wat ouder, maar ik leg het voorbeeld nog wel een keeruit.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dank aan de heer Ellian voor het voorzitten. Ik kijk even de Minister aan.Hoeveel? Ik schors voor vijf minuten, en dan vervolgen we de termijn vande Minister.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik geef het woord aan de Minister voor de appreciatie van de moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28940 Minister Brekelmans:Voordat ik dat doe, reageer ik nog heel kort op een paar opmerkingen diezijn gemaakt. De heer Ellian vroeg onder andere of de Minister kanverzekeren dat die zorg geregeld is. Ja. Het enige waar we soms discussieover hebben, is het onderscheid tussen een bedrijfsongeval en eendienstongeval, zeg ik er in alle openheid nog wel even bij. Die kunnen inde definitie net iets van elkaar verschillen. Daar kijken we goed naar endat zullen we ook meenemen in het verdere traject.De heer Nordkamp noemde nog een paar suggesties voor de Vetera-nennota. We zullen proberen die een plek te geven.Dan de moties. De motie op stuk nr. 284 van de heer Boswijk geef ik graagoordeel Kamer. Die sluit ook aan bij de inzet die we al hebben. De heerBoswijk noemt in de motie ook alle betrokken partijen. Uiteraard gaan wedaarmee door.De motie op stuk nr. 285 van de heer Nordkamp over Stichting VeteranenTV & Radio krijgt ook oordeel Kamer. We kijken hoe we die kunnenfaciliteren.De motie op stuk nr. 286 over het monument krijgt ook oordeel Kamer.Daarbij zeg ik wel dat hier veel partijen bij betrokken zijn – dat weet deheer Nordkamp ook – zowel binnen de rijksoverheid als de gemeente DenHaag en andere partijen. Hij heeft de motie geformuleerd als eeninspanningsverplichting en verzoekt de regering zich hier actief voor in tezetten. Met het gegeven dat hij dat zo zorgvuldig heeft geformuleerd, geefik «m graag oordeel Kamer.De voorzitter:Ik zie dat de heer Nordkamp knikt, dus de indiener kan de interpretatie vande Minister volgen. Dank voor de appreciatie van de moties. Ik hoorde vande griffier dat die volgende week dinsdag in stemming komen. Er zijn nogeen drietal toezeggingen gedaan. Die ga ik nog even voorlezen.–De Minister van Defensie zegt toe om voor eind 2025 de Kamer eenvoorstel inzake de definitie van het begrip «veteraan» toe te sturen. Ditis een toezegging aan de commissie.Minister Brekelmans:Ik maak het nog iets preciezer. De definitie van het begrip «veteraan» staatin de wet, maar ik zal de Kamer nader informeren over het toetsingskaderdat wij daarvoor gebruiken en wat dat dan betekent voor missies in onderandere Litouwen. Het woord «toetsingskader» is hier wat beter dan dedefinitie van het begrip.De voorzitter:Ja, we gaan het aanpassen conform uw toezegging.–De Minister van Defensie zegt toe de aanpassingen in het decoratie-stelsel die binnenkort zullen worden doorgevoerd, uiterlijk in hetzomerreces van 2025 schriftelijk aan de Kamer kenbaar te maken. Dit iseen toezegging aan het lid Boswijk.Ik zie de Minister knikken.–Dan de derde toezegging. De Minister van Defensie zegt toe met deStaatssecretaris van Financiën te overleggen over de BIV-brief en deKamer hierover uiterlijk begin oktober 2025 te informeren. Dit is eentoezegging aan het lid Nordkamp.Minister Brekelmans:Ja, maar ook in het licht van de rechtszaak zouden we kijken naar de juistetiming.De voorzitter:Eens. We moesten de toezegging smart maken. Daarom hebben we beginoktober genoteerd. Mocht het met betrekking tot de rechtszaak nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28941 afgerond zijn, dan begrijpen we dat u wat later komt met de brief overdeze zaken.Dan hebben we de toezeggingen ook genoteerd. Ik dank de Minister voorde beantwoording van alle vragen en het appreciëren van de moties. Ikdank de Kamerleden voor hun inbreng en ik dank de aanwezigen hier. Iksluit hierbij de vergadering.Sluiting 16.05 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 139, nr. 28942
Gerelateerde bronnen
- Veteranen
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 16 juni 2025, over Veteranen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.