KamerkringInloggen
Kamerbrief

Diverse ontwikkelingen in het woonbeleid

11 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f1aaebc533f0da90 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1398 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 december 2025Met deze brief wil ik uw Kamer informeren over een aantal actueleontwikkelingen in het woonbeleid. In deze brief ga ik in op de volgendeonderwerpen:–Het voorstel voor een huurregister;–Ontwikkelingen rondom het intensiveren van de samenwerking op hetgebied van het woonbeleid;–Een stand van zaken van de herziening van wet- en regelgeving op hetgebied van servicekosten;–De uitkomsten van de financiële evaluatie van de Wet goed verhuur-derschap, de Wet betaalbare huur en de Wet maximering huurprijsver-hoging geliberaliseerde huurovereenkomsten;–De handhaving van de Wet goed verhuurderschap.HuurregisterIk heb uw Kamer op 9 april 2025 geïnformeerd over mijn inzet voor eenhuurregister (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 926, nr. 391). Indie brief heb ik toegezegd uw Kamer in het najaar van 2025 nader teinformeren.Een huurregister vergroot de rechtsbescherming en gelijkwaardigheidtussen huurder en verhuurder en helpt gemeenten bij het toezicht op ende handhaving van met name de Wet goed verhuurderschap en de Wetbetaalbare huur. Een huurregister kan gemeenten in staat stellen om meerinzicht te verkrijgen in de huurmarkt en proactief te handelen bij eventuelemisstanden. Ook kan een register de verhuurder ondersteuning bieden inhet contact met de gemeente. Naast een ondersteuning voor gemeentenkan een registratie van huurgegevens verschillende andere overheidsor-ganisaties in staat stellen om hun wettelijke taak effectiever en efficiënteruit te voeren. De Dienst Toeslagen kan nauwkeuriger het recht op dehuurtoeslag bepalen. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet bij hettoezien en handhaven van de energielabelplicht een meerwaarde in een kst-32847-1398ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13981 huurregister. Ook de Huurcommissie zou met een register ondersteundkunnen worden bij de geschilbeslechting. Tenslotte kan een registratie vanhuurgegevens waardevol zijn voor gemeenten en provincies bij hetnemen van regie op de volkshuisvesting en de woningbouwopgave in hetbijzonder.Een huurregister is niet op korte termijn gerealiseerd. De ontwikkeling enimplementatie van het huurregister is omvangrijk en uitdagend. Ook moeter een wettelijke grondslag komen waarin wordt vastgelegd welkegegevens in een register worden geregistreerd, met welke doelen dezegegevens worden geregistreerd, wie welke rol en verantwoordelijkheidheeft bij de registratie en wie toegang heeft tot de geregistreerdegegevens. Ik werk aan een conceptvoorstel voor het huurregister. Daarinwil ik ingaan op beleidsmatige doelstellingen, meerwaarde, functionaliteit,reikwijdte, governance en context van het register. Ook ga ik in op dewettelijke grondslag die nodig is, de onderzochte alternatieven, devervolgstappen en het bijbehorende tijdspad. Bijzondere aandacht wordtgegeven aan de meerwaarde die een register ook voor de huurders enverhuurders heeft, de bijbehorende administratieve lasten enprivacyvraagstukken.Ik verwacht dit conceptvoorstel voor het huurregister in het eerstekwartaal van 2026 in internetconsultatie te kunnen brengen. Daarmee wilik alle relevante stakeholders een kans geven mee te denken over denadere inrichting van een huurregister.Intensievere samenwerking woonbeleidOp de woontop van 8 december 2024 heb ik met de gebieden uit hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) naast afsprakenover woningbouw, ook een afspraak gemaakt over versterking van eenmeer lokaal gerichte aanpak binnen het woonbeleid. De vorming hiervankrijgt momenteel vorm op basis van intakegesprekken met deNPLV-gebieden.In de gesprekken wordt verkend in welke behoefte een intensieveresamenwerking tussen de gebieden en mijn ministerie kan voorzien. Degebieden willen gaan samenwerken op het gebied van instroom endoorstroom van bewoners, het vasthouden van sociaal-economischedoorgroeiers en het aanpakken van leefbaarheidsproblemen binnen hetwijkgerichte woonbeleid. Ook willen ze hun lokale uitvoeringskrachtvergroten. Deze behoeften vormen de basis voor de verdere invulling vanmijn aanpak, waarbij de kansen uit het landelijke woonbeleid centraalstaan.Om wederzijds de nauwere samenwerking te bekrachtigen, hebbenbestuurlijke vertegenwoordigers van de NPLV-gebieden en ik op de Dagvan de Volkshuisvesting op 8 december 2025 een afspraak gemaakt overhoe dit verder uit te werken.Landelijke opleidingsstandaard voor woontoezichtDoor nieuwe wet- en regelgeving in het woondomein groeit de vraag naargoed opgeleide gemeentelijke toezichthouders en handhavers, terwijlbestaande opleidingen zich vooralsnog meer op de bouw richten. Opbehoefte van steden heb ik daarom met de VNG, de VBWTN en een aantalgemeenten gewerkt aan de totstandkoming van een landelijke opleidingwoontoezicht voor gemeentelijke toezichthouders en handhavers. Hierinzijn onder meer recente wetten zoals de Wet goed verhuurderschap en deWet betaalbare huur meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13982 De eindtermen die gezamenlijk zijn opgesteld, worden benut door debestaande opleiders in Nederland. Gezamenlijk ondertekenden wij op8 december een convenant waarmee de landelijke opleidingsstandaardvoor woontoezicht werd bekrachtigd. Alle opleiders werken vanaf nu metdeze eindtermen.Stand van zaken herziening wet- en regelgeving servicekostenDe wet- en regelgeving over servicekosten is in de kern helder, maar in depraktijk blijkt het onvoldoende om oneigenlijk gebruik van servicekostente voorkomen. Daarom wordt de wet- en regelgeving over servicekostenherzien. Een belangrijk onderdeel van de herziening is de Wet moderni-sering servicekosten van 23 april 2025. De kern van deze wet is dat er eenlimitatieve lijst gaat gelden waarin staat wat er onder servicekosten magvallen. De limitatieve lijst van acht categorieën servicekosten is onderdeelvan het Besluit servicekosten (algemene maatregel van bestuur).Daarnaast werk ik, in aanvulling op de Wet modernisering servicekostenen het herziene Besluit servicekosten, aan een ministeriële regelingservicekosten. In de regeling staan regels over hoe servicekosten moetenworden berekend en soms ook wat de maximale hoogte daarvan magzijn.Een concept van deze regeling is van 10 oktober tot en met 14 novemberin consultatie gebracht. Op dit moment werk ik aan een definitieveregeling, waarin de reacties uit de internetconsultatie zijn verwerkt. In deversie die in consultatie lag, stond een voorstel om een maximum testellen aan het bedrag dat per maand aan servicekosten voor een(roerend) zonnepaneel mag worden gerekend. Verschillende partijen inhet veld hebben tijdens de internetconsultatie kritisch gereageerd op ditvoorgestelde maximum. Het voorgestelde bedrag was in de ogen vanverhuurders te laag en zou niet in verhouding staan tot de daadwerkelijkgemaakte kosten. Om verdere zorgen over dit voorstel te voorkomen,hecht ik eraan in deze brief alvast kenbaar te maken dat ik de reacties terharte neem en het voorgestelde maximum niet in de definitieve regelingop zal nemen. Ik bezie hoe ik de berekening van de servicekosten voorzonnepanelen in de regeling vorm wil geven, zodat de vergoeding dieverhuurders kunnen vragen in verhouding zijn met de daadwerkelijkgemaakte kosten.Mijn inzet is erop gericht de Wet modernisering servicekosten op 1 juli2026 in werking te laten treden. Ik verwacht een definitieve versie van deregeling in het voorjaar van 2026 te kunnen publiceren.Uitkomsten financiële evaluatie Wet goed verhuurderschap, Wetbetaalbare huur en Wet maximering huurprijsverhoging geliberali-seerde huurovereenkomstenDe afgelopen jaren hebben gemeenten meer handhavende takengekregen op het gebied van huurwetgeving. Met de inwerkingtreding vande Wet goed verhuurderschap (Wgv) op 1 juli 2023 hebben gemeentenmeer mogelijkheden gekregen om op te treden tegen verschillendevormen van ongewenst verhuurgedrag, zoals bijvoorbeeld intimidatie,woondiscriminatie, onredelijke servicekosten of te hoge waarborg-sommen. De op 1 juli 2024 in werking getreden Wet betaalbare huur(Wbh), en de op 23 april 2024 ingegane verlenging van de Wetmaximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten(Wmhgh) hebben deze handhavingstaken uitgebreid met de handhavingop te hoge huren en huurprijsverhogingen. Gemeenten krijgen van hetRijk financiële middelen om deze handhavende taken uit te voeren.Daarvoor is voor iedere wet een artikel 2-onderzoek op grond van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13983 Financiële-verhoudingswet uitgevoerd. Deze onderzoeken geven per wetinzicht in de eenmalige en structurele uitvoeringslasten voor gemeenten.Op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heefthet Rijk de taken van gemeenten die volgen uit de Wgv, Wbh en Wmhghper 1 juli 2025 in samenhang financieel geëvalueerd. De financiëleevaluatie is daarmee relatief kort na de inwerkingtreding van de wettenuitgevoerd. Reden waarom aan dit verzoek van de VNG tegemoet isgekomen, is onder meer dat tijdens het parlementaire proces handha-vingstaken aan de Wgv zijn toegevoegd. Deze taken zaten niet in deoorspronkelijke kostenraming die was gemaakt op basis van het artikel2-onderzoek. De financiële evaluatie is inmiddels uitgevoerd en afgeronddoor het onderzoeksbureau Sira Consulting. Het rapport is bij dezeKamerbrief gevoegd als bijlage 2. In de evaluatie zijn de eerdereuitkomsten van de artikel 2-onderzoeken van de Wgv, Wbh en Wmhghherijkt op basis van de eerste praktijkervaringen van gemeenten.1Uitkomsten van de financiële evaluatieUit het onderzoek blijkt dat de financiële middelen voor gemeentenvooralsnog toereikend zijn. De overkoepelende conclusie is dat het aantalmeldingen bij de gemeentelijke meldpunten aanzienlijk lager ligt dan bijde eerdere onderzoeken is geraamd. Dit is ook zichtbaar in het aantal keerdat het handhavingsinstrumentarium is ingezet. Kanttekening daarbij iswel dat gemeenten nog druk bezig zijn met de implementatie en nog nietaltijd veel praktijkervaring met de drie wetten hebben kunnen opdoen.Ook geven gemeenten aan geen betrouwbare inschatting te kunnengeven van de gemiddelde tijdsbesteding per melding.2 Dat is gelegen inhet feit dat de tijdsbesteding per melding maatwerk is: het is onder meerafhankelijk van de complexiteit en aard van de melding, hoeveel tijddaaraan besteed dient te worden.VervolgHet ingezette beleid ten aanzien van het verbeteren van de huurbe-scherming en huurprijsbescherming valt of staat bij een goede rolin-vulling van gemeenten. Ervoor zorgen dat gemeenten voldoendefinanciële middelen hebben, is daarvan een belangrijk onderdeel. Ik bendan ook blij om te kunnen constateren dat de financiering vanuit het Rijktot dusver toereikend is. Tegelijkertijd besef ik me dat gemeenten nog inde implementatiefase zitten en hard bezig zijn met het zich eigen makenvan de nieuwe wettelijke taken. Dat kost tijd. Ik deel de inschatting vangemeenten dat het aantal meldingen zal stijgen wanneer de bekendheidmet het bestaan van de gemeentelijke meldpunten toeneemt. Ik steun hetvoornemen van gemeenten om meer promotieactiviteiten in te zetten omhun meldpunten extra onder de aandacht te brengen.Om gemeenten te helpen bij het onder de aandacht brengen van demeldpunten en om meldingen door huurders en woningzoekenden testimuleren, heeft het Rijk begin 2024 een toolkit met communicatiemid-delen ontwikkeld. Gemeenten kunnen deze middelen aanvullen met de1Voor het onderzoek zijn 16 gemeenten geïnterviewd.2Dit geldt ook voor de bevindingen ten aanzien van de (optioneel in te stellen) verhuurver-gunning o.g.v. de Wgv. De onderzoekers geven aan dat het nog te vroeg is om te voorspellenhoeveel gemeenten op structurele termijn een vergunningplicht instellen en hoeveel vergun-ningen bij hen worden aangevraagd en verleend. De eerdere inschattingen voor de tijdsbe-steding voor het beoordelen en verlenen van vergunningen, het toezicht en de handhaving vanvergunningen en de beleidsmatige werkzaamheden t.b.v. verhuurvergunningen kunnen nietworden herijkt als gevolg van onvoldoende respons onder de geïnterviewde gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13984 (contact)gegevens van hun meldpunt en gebruiken om het meldpuntverder onder de aandacht te brengen. Het is overigens aan gemeentenzelf om te besluiten of, en zo ja hoe, zij over het meldpunt communiceren.Dat zal onder meer afhangen van de aard en omvang van de (huur)wo-ningvoorraad en de lokale situatie. Ik blijf actief aandacht vragen voor demeldpunten. Begin november ben ik opnieuw een bewustwordingscam-pagne over de Wet goed verhuurderschap en de gemeentelijkemeldpunten gestart op sociale media. Die campagne informeert huurders,verhuurders en woningzoekenden over de Wet goed verhuurderschap enlaat zien dat men bij de gemeente terecht kan als ze huurmisstandenmeemaken.Daarnaast blijf ik met de VNG in gesprek om te bezien op welke wijze ikgemeenten verder kan ondersteunen in de uitvoering van hun nieuwewettelijke taken. Verder geldt dat de Wgv in 2026 wettelijk wordt geëva-lueerd. Ik informeer Uw Kamer in de zomer van 2026 over de uitkomstenvan deze evaluatie. De evaluatie van de Wbh staat voor 2027 gepland.Handhaving van de Wet goed verhuurderschapTijdens het vragenuur van 11 maart 2025 is gesproken over de handha-vingsmogelijkheden die gemeenten sinds 1 juli 2023 hebben op grond vande Wet goed verhuurderschap. Daarbij werd mij gevraagd hoeveel boeteser door gemeenten zijn opgelegd. Ik heb toen toegezegd dat ik met deVereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in gesprek zou gaan omcijfers te achterhalen van uitgedeelde boetes op basis van de Wet goedverhuurderschap en dit te delen met Uw Kamer.De VNG heeft daarop laten weten dat het lastig is om concrete cijfers teachterhalen, omdat er geen verplichting is voor gemeenten om hunboetebesluiten op één centrale plek te publiceren. Daarnaast geldt dat hetuitdelen van boetes niet het doel is van de Wet goed verhuurderschap.Het doel is om malafide verhuurpraktijken tegen te gaan en het is ook debedoeling dat vanuit de wetgeving een preventieve werking uitgaat.Gemeenten hebben daartoe een bestuursrechtelijke escalatieladder tothun beschikking, die proportioneel dient te worden ingezet. Eenwaarschuwing kan ook al tot een gedragsaanpassing leiden.Om toch meer inzicht te krijgen in de handhaving van de Wet goedverhuurderschap, ben ik dit jaar gestart met een halfjaarlijkse uitvraagonder een kleine en diverse groep gemeenten; de Signalering meldpuntenWet goed verhuurderschap. Door middel van een periodieke rondgangonder deze groep gemeenten probeer ik een grofmazig beeld te krijgenvan de praktijkwerking van de wet, en meer in het bijzonder demeldpunten. Het is op dit moment nog te vroeg om uit de opgehaaldeinformatie conclusies te kunnen trekken. Ik zal bezien in hoeverre ik deopbrengsten van deze halfjaarlijkse signalering kan betrekken bij dewetsevaluatie die in 2026 plaatsvindt. In dat evaluatieonderzoek zaluitgebreid worden gekeken naar de doeltreffendheid van de Wet goedverhuurderschap, evenals de werking daarvan in de praktijk.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13985

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ee50149496bfdcd1

14 okt 2026 · 7fa1e557108b6313

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.