KamerkringInloggen
Kamerstuk

Voorstel van wet

18 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 924407407b718220 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 577Wijziging van de Wet hersteloperatie toeslagenen van de Wet aanvullende regelingenhersteloperatie toeslagen, houdendeaanpassingen in de hersteloperatie toeslagenvan bepaalde termijnen, van de peildatum voorbrede ondersteuning voor gedupeerden in hetbuitenland en van de nabestaandenregeling (Wetaanpassing termijnen en nabestaandenregelinghersteloperatie toeslagen)Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden,Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is aanvul-lende maatregelen te treffen om beslistermijnen in de hersteloperatietoeslagen in overeenstemming te brengen met de termijn waarbinnen inde praktijk een besluit wordt genomen, om de termijn voor het doen vaneen aanvraag voor aanvullende compensatie of een aanvullendeO/GS-tegemoetkoming te verlengen, om de bezwaartermijn te verlengen,om de peildatum te wijzigen die geldt voor gedupeerden die zich in hetbuitenland bevinden om in aanmerking te komen voor brede onder-steuning en om de nabestaandenregeling aan te passen zodat dezeuitvoerbaar is;Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van Stategehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:ARTIKEL I De Wet hersteloperatie toeslagen wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 2.9a wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «de overleden aanvrager» vervangen door«een overleden aanvrager».2. Het tweede lid komt te luiden: kst-36577-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 21 2. Aan degene die partner was van een overleden aanvrager op de dagvan overlijden wordt door de Dienst Toeslagen op aanvraag aanvullendecompensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derdelid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schadeals bedoeld in artikel 2.6, derde lid, toegekend die aan de overledenaanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden.3. In het derde lid wordt «Het eerste lid is» vervangen door «Het eersteen tweede lid zijn». BArtikel 2.9b wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, aanhef, wordt «de overleden aanvrager» vervangendoor «een overleden aanvrager» en wordt na «de dag van overlijden»ingevoegd «, indien degene die partner was van een overleden aanvragerop de dag waarop laatstgenoemde is overleden, is overleden voor de dagvan inwerkingtreding van artikel 2.9a,». Voorts wordt «wordt» vervangendoor «worden» en wordt «een overleden aanvrager» vervangen door «deoverleden aanvrager».2. Het tweede lid komt te luiden:2. Aan het kind van een overleden aanvrager wordt door de DienstToeslagen op aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijkeschade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of een aanvullendeO/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld inartikel 2.6, derde lid, toegekend die aan de overleden aanvrager opaanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden, in het gevaldat:a. de overleden aanvrager geen partner had op de dag van overlijden;b. degene die partner was van de overleden aanvrager op de dagwaarop laatstgenoemde is overleden, is overleden voor de dag vaninwerkingtreding van artikel 2.9a; ofc. de situatie, bedoeld in artikel 2.9a, derde lid, zich voordoet.3. In het derde lid wordt «artikel 6.1b» vervangen door «artikel 6.1b,eerste lid,» en vervalt «dan wel een aanvraag voor aanvullende compen-satie als bedoeld in het tweede lid,».4. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing bij de toekenningvan aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkomingop grond van het tweede lid, indien meerdere kinderen binnen deaanvraagtermijn die op grond van artikel 6.1b op hen van toepassing is,een aanvraag daartoe indienen.5. Het eerste tot en met vierde lid alsmede hoofdstuk 4a, artikel 5.3 enhoofdstuk 6 voor zover die betrekking hebben op aanvragen als bedoeldin het eerste of tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing metbetrekking tot een kind van een overleden aanvrager:a. indien degene die partner was van de overleden aanvrager op de dagwaarop laatstgenoemde is overleden, overlijdt op of na de dag vaninwerkingtreding van artikel 2.9a;b. voor zover die partner is overleden voordat toekenning heeftplaatsgevonden van de voorzieningen, de aanvullende compensatie of deaanvullende O/GS-tegemoetkoming die aan die partner zouden zijntoegekend op grond van artikel 2.9a indien deze niet was overleden;c. met dien verstande dat:1°. voor de toepassing van artikel 6.1b, eerste lid, de aanvraagtermijnaanvangt op de dag van overlijden van de partner in plaats van op de dagTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 22 van overlijden van de overleden aanvrager;2°. artikel 6.1b, tweede lid, van toepassing is als geen toekenning heeftplaatsgevonden aan de partner van de overleden aanvrager van eenvoorziening als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of2°. CIn artikel 2.14f, tweede lid, wordt na «artikel 6.1a» een kommaingevoegd. DIn artikel 2.14h, derde lid, wordt «Onze Minister» vervangen door «deDienst Toeslagen». EIn artikel 2.15, eerste lid, onderdeel a, wordt «7 juli 2020» vervangendoor «31 december 2021». FIn artikel 2.15a, eerste lid, onderdeel a, wordt «7 juli 2020» vervangendoor «31 december 2021». GIn artikel 2.15b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «7 juli 2020»vervangen door «31 december 2021». HAan het opschrift van hoofdstuk 4a wordt toegevoegd «voornabestaanden van een overleden aanvrager». IArtikel 4a.1 komt te luiden:Artikel 4a.1 Begripsbepalingen Hoofdstuk 4a In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:betrokkene: a. de partner van een overleden aanvrager die in aanmerking kankomen voor toekenning van een voorziening, aanvullende compensatie ofeen aanvullende O/GS-tegemoetkoming op grond van artikel 2.9a;b. het kind van een overleden aanvrager dat in aanmerking kan komenvoor toekenning van een voorziening, aanvullende compensatie of eenaanvullende O/GS-tegemoetkoming op grond van artikel 2.9b;persoonlijke bijstand: bijstand door de Dienst Toeslagen bij aanvragenen regelingen waar de betrokkene op grond van deze wet aanspraak kanmaken. JArtikel 4a.2 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt na «persoonlijk zaakbehandelaar» toegevoegd«regeling nabestaanden overleden aanvragers».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 23 2. In het eerste lid vervalt «op verzoek» en «door de Dienst Toeslagen bijde overige aanvragen en regelingen waar de betrokkene op grond vandeze wet aanspraak op kan maken».3. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tottweede lid.4. In het tweede lid (nieuw) wordt na «persoonlijk zaakbehandelaar»ingevoegd «regeling nabestaanden overleden aanvragers». KArtikel 4a.3 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid vervalt «, bedoeld in artikel 4a.2, eerste lid,» en wordt«vindt» vervangen door «vinden». Voorts wordt «een persoonlijk gesprek»vervangen door «een of meerdere persoonlijke gesprekken» en wordt na«persoonlijk zaakbehandelaar» ingevoegd «regeling nabestaandenoverleden aanvragers».2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt «Het persoonlijk gesprek» vervangen door «Eenpersoonlijk gesprek» en wordt na «ziet» ingevoegd «desgewenst».b. Aan onderdeel a wordt toegevoegd «waarop de persoonlijke bijstandbetrekking heeft».c. In onderdeel b wordt «ondersteuning als bedoeld in artikel 4a.2,eerste lid» vervangen door «persoonlijke bijstand».d. In onderdeel c wordt «advies» vervangen door «informatie» envervalt «, indien de betrokkene dit wenst».e. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door eenpuntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:d. het door de betrokkene overleggen van informatie met betrekking toteen aanvraag op grond van de artikelen 2.9a of 2.9b;e. het ondersteunen bij het doen van een aanvraag op grond van deartikelen 2.9a of 2.9b.3. Het derde lid vervalt. LArtikel 4a.4 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt «persoonlijke behandeling» vervangen door«persoonlijke bijstand».2. In de tekst wordt «persoonlijke behandeling, bedoeld in artikel 4a.2,eerste lid,» vervangen door «persoonlijke bijstand» en vervalt «tevens». MArtikel 5.2 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerstelid» vervangen door «de artikelen 2.1 tot en met 2.6, 2.9, eerste lid, 2.9a en2.9b».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 24 2. In het tweede lid wordt na «aanvrager van een kinderopvangtoeslag»ingevoegd «of de partner of het kind van een overleden aanvrager» enwordt na «de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid» ingevoegd«, onderscheidenlijk de artikelen 2.9a en 2.9b».3. In het derde lid wordt in de eerste zin na «de artikelen 2.1 tot en met2.6 en 2.9, eerste lid» ingevoegd «, onderscheidenlijk de artikelen 2.9a en2.9b,» en wordt telkens na «de aanvrager van een kinderopvangtoeslag»ingevoegd «, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overledenaanvrager,».4. In het vierde lid wordt toegevoegd «, onderscheidenlijk de partner ofhet kind van een overleden aanvrager». NAan hoofdstuk 5 wordt een artikel toegevoegd, luidende:Artikel 5.3 Mogelijkheid instellen commissies met betrekking totde overige aanvullende regelingen 1. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister commissies instellen methet oog op de uitvoering van de artikelen 2.14 en 2.14g, tweede lid, dieadviseren met betrekking tot de toets of sprake is van een overledenaanvrager.2. Artikel 5.2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstigetoepassing met betrekking tot de commissies die zijn ingesteld op grondvan dit artikel en de daarmee samenhangende bevoegdheden enverplichtingen van de Dienst Toeslagen. OIn artikel 5.3 wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:1a. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister commissies instellen methet oog op de uitvoering van artikel 2.14h, derde lid. PArtikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «artikel 2.1, eerste of derde lid,» vervangendoor «artikel 2.1, eerste lid,» en wordt «2.6, eerste of derde lid,»vervangen door «2.6, eerste lid,». Voorts wordt een zin toegevoegd,luidende: Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derdelid, wordt ingediend voor 1 januari 2025.2. In het derde lid wordt na «het eerste lid» ingevoegd «, eerste zin,» envervalt «2.1, derde lid, 2.6, derde lid,».3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:3a. In afwijking van het eerste lid, tweede zin, wordt een aanvraag alsbedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, indien een beschikkingtot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, ofvan een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na1 juli 2024 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na dedatum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan,ingediend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 25 QArtikel 6.1a wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.2. Het eerste lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel a wordt «voor inwerkingtreding» vervangen door «voorof op de datum van inwerkingtreding».b. In onderdeel b wordt toegevoegd «, indien het overleden kind isoverleden na de datum van inwerkingtreding van afdeling 2.2a».3. Erwordt een lid toegevoegd, luidende:2. In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in deartikelen 2.14c, 2.14d of 2.14e, ingediend tot zes maanden na de dagte-kening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel alsbedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na22 april 2024. RArtikel 6.1b wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «onderdelen a en b,» telkensingevoegd «of tweede lid,» en wordt in onderdeel a «voor inwerking-treding» vervangen door «voor of op de datum van inwerkingtreding».3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:2. Indien voorafgaand aan het overlijden van de overleden aanvrageraan die overleden aanvrager geen toekenning heeft plaatsgevonden vancompensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van eenO/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, wordt eenaanvraag als bedoeld in de artikelen 2.9a, tweede lid, of 2.9b, tweede lid,in afwijking van het eerste lid ingediend:a. niet eerder dan na toekenning van een voorziening als bedoeld in deartikelen 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, of 2.9b, eerste lid,onderdeel a, onder 1° of 2°, aan de nabestaande; enb. uiterlijk zes maanden na de datum waarop:1°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld inonderdeel a onherroepelijk vast komt te staan indien het een aanvraagbetreft als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid; of2°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld inonderdeel a onherroepelijk is geworden voor alle kinderen van deoverleden aanvrager die tijdig een aanvraag tot toekenning daarvanhebben ingediend indien het een aanvraag betreft als bedoeld inartikel 2.9b, tweede lid. SArtikel 6.2 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «artikel 2.1, eerste of derde lid,» vervangendoor «artikel 2.1, eerste lid,» en wordt «2.6, eerste of derde lid,»vervangen door «2.6, eerste lid,».2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 26 1a. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derdelid, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van twaalf maandenna ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaaltwaalf maanden worden verlengd.3. In lid 1a wordt «of 2.6, derde lid,» vervangen door «2.6, derde lid, of2.14h, derde lid,». TArtikel 6.2bis wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste en tweede lid wordt «Belastingdienst/Toeslagen»vervangen door «Dienst Toeslagen».2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lidingevoegd, luidende:3. In afwijking van het eerste en tweede lid besluit de Dienst Toeslagenop een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14c, eerste lid, die is gedaan voorde datum van dagtekening van de beschikking tot het toepassen van eenherstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, binnen een termijn van zesmaanden na de datum van dagtekening van die beschikking. Deze termijnkan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.3. In het vierde lid (nieuw) wordt «Belastingdienst/Toeslagen»vervangen door «Dienst Toeslagen». UArtikel 6.2ter wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «onderdelen a en b» vervangen door«onderdeel a» en wordt «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door«Dienst Toeslagen».2. In het tweede lid wordt «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door«Dienst Toeslagen» en wordt «onderdelen a en b» vervangen door«onderdeel a».3. Onder vernummering van het derde lid tot zevende lid worden vierleden ingevoegd, luidende:3. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel b,besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na ontvangstvan de aanvraag, met dien verstande dat de beslistermijn niet eerderverstrijkt dan zes maanden nadat de gedupeerdheid van de aanvragerkinderopvangtoeslag die is overleden, is vastgesteld indien diegedupeerdheid nog niet is vastgesteld voordat de aanvraag is ingediend.Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.4. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, waarop de inartikel 6.1b, eerste lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is,besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden naontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zesmaanden worden verlengd.5. In afwijking van het vierde lid besluit de Dienst Toeslagen op eenaanvraag als bedoeld in het vierde lid, die is gedaan voor inwerking-treding van artikel 2.9a, tweede lid, binnen een termijn van zes maandenna de datum van inwerkingtreding van dat artikel. Deze termijn kaneenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 27 6. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, waaropartikel 6.1b, tweede lid, van toepassing is, besluit de Dienst Toeslagenbinnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag, metdien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zes maandennadat de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld inartikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, onherroepelijk isgeworden. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden wordenverlengd.4. In het zevende lid (nieuw) wordt «onderdelen» vervangen door«onderdeel» en vervalt «en b». Voorts wordt «Belastingdienst/Toeslagen»vervangen door «Dienst Toeslagen».5. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:8. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel b,besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na hetverstrijken van de op grond van artikel 6.1b geldende aanvraagtermijn,met dien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zesmaanden nadat de gedupeerdheid van de aanvrager kinderopvangtoeslagdie is overleden, is vastgesteld indien die gedupeerdheid nog niet isvastgesteld voordat de aanvraag is ingediend. Deze termijn kan eenmaalmet maximaal zes maanden worden verlengd.9. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, waarop de inartikel 6.1b, eerste lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is,besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na hetverstrijken van de op grond van artikel 6.1b, eerste lid, geldendeaanvraagtermijn. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maandenworden verlengd.10. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, waarop dein artikel 6.1b, tweede lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is,besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden naontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat de beslistermijn nieteerder verstrijkt dan zes maanden nadat de beschikking tot toekenningvan een voorziening als bedoeld in artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a,onder 1° of 2°, onherroepelijk is geworden voor alle kinderen van deoverleden aanvrager die tijdig een aanvraag tot toekenning daarvanhebben ingediend. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maandenworden verlengd. VIn artikel 6.8, negende lid, wordt na «Uitbetaling van» ingevoegd «eenvoorziening, aanvullende compensatie of een aanvullendeO/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.9a of 2.9b of van». WArtikel 6.9 wordt als volgt gewijzigd:1. In het zesde lid wordt «31 december 2025» vervangen door «een jaarna dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie».2. In het tiende lid wordt na «Uitbetaling van» ingevoegd «eenvoorziening, aanvullende compensatie of een aanvullendeO/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.9a of 2.9b of van» enwordt «van die voorziening, onderscheidenlijk die tegemoetkoming,»vervangen door «daarvan».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 28 XIn artikel 6.10, eerste lid, wordt na «artikel 2.1, derde lid,» ingevoegd «ofartikel 2.14h, derde lid,». YArtikel 6.10a wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.2. Voor het tweede lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:1. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrechtbedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift dat isgericht tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen die op grond vandeze wet is gegeven zestien weken. ZNa artikel 6.10a wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 6.10aa Aanvang beslistermijn op bezwaar In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuurs-recht vangt de beslistermijn op een bezwaar gericht tegen eenbeschikking van de Dienst Toeslagen op grond van deze wet aan op dedag na ontvangst van het bezwaarschrift, met dien verstande dat debeslistermijn niet eerder aanvangt dan zes weken nadat de termijn voorhet indienen van een bezwaarschrift is aangevangen. AAIn artikel 6.11, tiende lid, wordt «Belastingdienst/Toeslagen» telkensvervangen door «Dienst Toeslagen». BBArtikel 6.12 wordt als volgt gewijzigd:1. In het achttiende lid wordt «Onze Minister» vervangen door «DeDienst Toeslagen».2. In het negentiende lid wordt «Onze Minister en de Dienst Toeslagenrespectievelijk» vervangen door «De Dienst Toeslagen en». CCIn artikel 8.4, onderdeel F, wordt «onderdelen a tot en met d» vervangendoor «onderdelen b tot en met e». DDArtikel 8.8 vervalt. EEAan afdeling 8.2 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 29 Artikel 8.9 Overgangsrecht verlenging beslistermijnen opaanvraag voor aanvullende compensatie of aanvullendeO/GS-tegemoetkoming aanvragers kinderopvangtoeslag Artikel 6.2 zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I,onderdeel S, onder 1 en 2, van de Wet aanpassing termijnen ennabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen, blijft van toepassing opeen aanvraag op grond van de artikelen 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, diedoor de Dienst Toeslagen is ontvangen voor de dag van inwerkingtredingvan artikel I, onderdeel S, onderdelen 1 en 2, van de Wet aanpassingtermijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen.Artikel 8.10 Overgangsrecht verlenging bezwaartermijn enaanvang beslistermijn op bezwaar De artikelen 6.10a, eerste lid, en 6.10aa zijn niet van toepassing ter zakevan een beschikking die is gegeven voor de dag van inwerkingtreding vanartikel I, onderdeel Y, onderscheidenlijk artikel I, onderdeel Z, van de Wetaanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagenen een bezwaar gericht tegen die beschikking. FFArtikel 9.2 wordt als volgt gewijzigd:1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. Aan onderdeel a wordt toegevoegd «en werkt terug tot en met26 januari 2021».b. In onderdeel b vervallen «1 januari 2025 of op» en «eerder».c. In onderdeel e wordt «1 januari 2026» vervangen door «een bijkoninklijk besluit te bepalen tijdstip».2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:3. De artikelen 6.8, negende lid, en 6.9, tiende lid, zoals deze luidendirect na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen SSa, onder 3, en TTa,van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen, werkenterug tot en met 22 april 2024 met betrekking tot een tegemoetkoming opgrond van afdeling 2.2A.ARTIKEL II De Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen wordt alsvolgt gewijzigd: AArtikel I wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel S, onder 6, vervalt telkens «in de».2. De in onderdeel EEa opgenomen artikelen 4a.5 en 4a.6 vervallen.3. Onderdeel NN vervalt.4. Onderdeel NNa vervalt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 210 5. In het in onderdeel SSa, onder 3, voorgestelde artikel 6.8, negendelid, en in het in onderdeel TTa opgenomen artikel 6.9, tiende lid, vervalt«een voorziening als bedoeld in artikel 2.9a of 2.9b of van».6. Onderdeel WW vervalt. BArtikel Ia wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «inwerkingtreding van deze wet» vervangendoor «inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EEa,» en wordt «van dezewet» vervangen door «van hoofdstuk 4a van de Wet hersteloperatietoeslagen».2. In het tweede lid wordt «hoofdstuk 4a van deze wet» vervangen door«hoofdstuk 4a van de Wet hersteloperatie toeslagen».ARTIKEL III Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalentijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvanverschillend kan worden vastgesteld en werkt terug ten aanzien van:a. artikel I, onderdeel E, tot en met 24 juni 2022;b. artikel I, onderdeel F, tot en met 15 juli 2023;c. artikel I, onderdeel P, tot en met 1 januari 2024;d. artikel I, onderdeel DD, tot en met 1 januari 2024.ARTIKEL IV Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing termijnen ennabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen.Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst endat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulksaangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.GegevenDe Staatssecretaris van Financiën,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 211

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3c0ea751ad708a7a

14 okt 2026 · 290a9627168ec349

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.