KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 25 sep 2026 · Tweede Kamer

Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XIV)

Brontekst

Verslag houdende een Lijst van vragen De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XIV, nr. 2) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen. De voorzitter van de commissie, Steen De griffier van de commissie, Jansma Nr Vraag 1 Hoeveel subsidie krijgen de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en aanverwante organisatie in 2027? Kan dit uiteengezet worden? 2 Hoeveel subsidie hebben de LTO en het NAJK de afgelopen tien jaar gehad? Kan dit per jaar uiteen worden gezet? 3 Hoeveel agrarische bedrijven dienen nog verplaatst te worden om ruimte te maken voor Defensie? Hoeveel van deze bedrijven en/of gezinnen zijn al een keer eerder verplaatst en hoeveel bedrijven en/of gezinnen moeten nu voor een tweede keer verplaatsen? 4 Heeft het regering scherp hoeveel boeren er zullen (moeten) stoppen met het huidige beleid dat voorligt? Kan dit uiteengezet worden met behulp van aantallen en de redenatie daarachter? 5 Worden nieuwe subsidieregelingen en andere financiële instrumenten binnen de Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)-begroting vooraf getoetst op hun mogelijke positieve en negatieve effecten op biodiversiteit, klimaat, water- en bodemkwaliteit en dierenwelzijn? Zo ja, kan de regering aangeven welke toetsingskaders en criteria hiervoor worden gehanteerd, op welk moment in de totstandkoming van een regeling deze toetsing plaatsvindt en of de uitkomsten hiervan openbaar worden gemaakt? 6 Worden de nieuwe middelen voor stikstof, landbouw en natuur, waaronder de middelen die via het nieuwe Fonds voor stikstof, landbouw en natuur beschikbaar komen, vooraf getoetst op hun mogelijke positieve en negatieve effecten op biodiversiteit, klimaat, water- en bodemkwaliteit en dierenwelzijn? Zo ja, welke toetsingskaders en criteria worden daarbij gehanteerd en kan de regering aangeven hoe wordt geborgd dat eventuele negatieve effecten op deze doelen bij de beoordeling van maatregelen inzichtelijk worden gemaakt? 7 Zijn de gereserveerde middelen voor natuurherstel voldoende om te voldoen aan de doelen van de Natuurherstelverordening? 8 Hoeveel van het budget gereserveerd voor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) wordt besteed aan de herberoordeling van PFAS-houdende pesticiden? 9 Welke concrete getallen en indicatoren worden gekoppeld aan het doel om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te doen afnemen? 10 Is er budget beschikbaar gesteld voor het onderzoeken van een pesticidentax (opgelegd aan de industrie bij het op de markt brengen van pesticiden)? 11 Hoe wordt in de begroting uitvoering gegeven aan de aangenomen motie-Kostic (Kamerstuk 32852, nr. 423) over tegemoetkomingen voor vermijdbare wolvenschade koppelen aan naleving van een duidelijke preventienorm? Hoe ziet het verschuivingspad eruit? 12 Welk budget is er gereserveerd voor de uitvoering van de aangenomen motie-Kostic (Kamerstuk 36800-XIV, nr. 63) over een einde maken aan de handel in kortsnuitige honden uit het buitenland? 13 Welk budget wordt er begroot voor het creëren van natuurvriendelijke oevers, zowel voor de aanpak van invasieve exoten als het werken aan groenblauwe dooradering? 14 Kan de regering een overzicht geven van de financiële en fiscale rijksmiddelen op het beleidsterrein van LVVN die zijn onderzocht in het rapport 'Beoordeling van de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit' (WUR, 2026 (https://research.wur.nl/en/publications/beoordeling-van-de-effecten-van-financiele-en-fiscale-rijksmiddel/)) en daarbij per rijksmiddel aangeven in welke van de zeven beoordelingscategorieën uit het rapport het rijksmiddel valt, welk bedrag hiervoor in de begroting voor 2027 en de jaren erna is opgenomen, welk bedrag hiervoor in de begroting 2026 was opgenomen en wat de mutatie tussen 2026 en 2027 is en welk beleidsvoornemen of welke beleidswijziging aan deze eventuele mutatie of juist geen mutatie ten grondslag ligt? 15 Kan de regering specifiek voor de financiële en fiscale rijksmiddelen op het beleidsterrein van LVVN die in het rapport 'Beoordeling van de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit' zijn beoordeeld als ‘negatief’ of ‘gemengd, overwegend negatief’ aangeven welk bedrag hiervoor in 2024, 2025, 2026 en 2027 beschikbaar respectievelijk begroot was of is en per rijksmiddel aangeven welke budgettaire wijzigingen in deze periode hebben plaatsgevonden? 16 Wordt bij subsidieregelingen en andere financiële instrumenten die leiden tot beëindiging, verplaatsing of wijziging van agrarische activiteiten ook beoordeeld welke alternatieve aanwending van de betrokken productiemiddelen en gronden mogelijk is en welke effecten deze alternatieve aanwending heeft op biodiversiteit? Kan de regering aangeven bij welke regelingen eisen of voorwaarden worden gesteld aan het vervolggebruik en welke criteria daarbij worden gehanteerd? 17 Kan de regering aangeven of de huidige 0,9 miljoen euro per jaar voldoende is om de met het amendement van het lid Kostic c.s. over middelen voor wildopvangcentra en dierenambulances (Kamerstuk 36725-XIV, nr. 7) beoogde bijdrage aan de continuïteit van de wildopvang te realiseren? Zo ja, waarop is deze beoordeling gebaseerd? 18 Kan de regering een actueel overzicht geven van de gesprekken die sinds 2025 met provincies en gemeenten zijn gevoerd over de financiering van wildopvangcentra? 19 Welke provincies en gemeenten hebben inmiddels aangegeven financieel bij te willen dragen aan wildopvang? Om welke bedragen gaat het? 20 Kan de regering aangeven waarom voor medewerkers van dierenambulances inmiddels rijksmiddelen beschikbaar zijn gesteld voor een landelijke basisopleiding, terwijl voor medewerkers van wildopvangcentra nog geen vergelijkbare landelijke basisopleiding wordt gefinancierd, terwijl de herziene beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten sinds januari 2025 van kracht zijn en daarin kwaliteitseisen worden gesteld aan de werkwijze en deskundigheid binnen wildopvangcentra? Is de regering bereid om ook voor de wildopvang een landelijke basisopleiding te financieren, zodat medewerkers en vrijwilligers voldoende worden toegerust om aan de geldende kwaliteitseisen te kunnen voldoen? 21 Waarom is in de begroting 2027 geen structurele voorziening opgenomen voor de extra kosten die dierenambulances en wildopvangcentra maken bij uitbraken van vogelgriep en andere zoönosen, zoals het Westnijlvirus? 22 Kan de regering aangeven welke criteria worden gehanteerd om te bepalen wanneer dierenhulporganisaties bij een dierziekte-uitbraak in aanmerking komen voor financiële ondersteuning vanuit het Rijk? 23 Kan de regering aangeven of zij voornemens is om een structureel financieringsmechanisme in te richten voor aantoonbare meerkosten die dierenambulances en wildopvangcentra maken bij de bestrijding van zoönosen? 24 Kan de regering aangeven hoe wordt voorkomen dat kosten van maatregelen die voortvloeien uit het rijksbeleid inzake dierziektebestrijding feitelijk worden afgewenteld op grotendeels door vrijwilligers gedragen dierenhulporganisaties? 25 Worden de gegevens die dierenambulances en wildopvangcentra verzamelen over zieke en dode wilde vogels structureel benut voor de landelijke monitoring van vogelgriep? Zo ja, op welke wijze? 26 Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar gesteld voor het behouden en verder ontwikkelen van de kennis, infrastructuur en samenhang binnen het traject Dieren in Rampen na afloop van de huidige subsidieperiode per 1 april 2027, aangezien in de beantwoording van de vragen van het lid Teunissen (Kamerstuk 2026Z14396) over structurele financiering voor dierenhulp bij rampen is aangegeven dat het belangrijk is dat de opgebouwde kennis, infrastructuur en samenhang binnen het traject Dieren in Rampen niet verloren gaat? 27 Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar voor het opleiden, trainen en oefenen voor de paraatheid en adequate inzet van dierenhulporganisaties die tijdens crises een rol vervullen, waarvoor binnen de huidige projectsubsidie geen afzonderlijke financiering is opgenomen? 28 Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar voor de landelijke crisisorganisatie van Stichting Dieren in Rampen (SDIR) voor haar operationele, coördinerende en ondersteunende rol bij regionale, bovenregionale en landelijke rampen en crises? Welke middelen zijn hierbij specifiek beschikbaar voor de noodzakelijke operationele systemen, informatie- en ondersteuningsvoorzieningen, waarvoor binnen de huidige projectsubsidie geen afzonderlijke financiering is opgenomen? 29 Kan de regering per begrotingsartikel aangeven welk bedrag voor 2027 juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden of beleidsmatig is gereserveerd en welke middelen vrij te besteden zijn? 30 Is Nederland voornemens deel te nemen aan het Europese Important Project of Common European Interest (IPCEI) Biobased Food & Feed Ingredients? 31 Wat is de stand van zaken van de Nederlandse besluitvorming over deelname aan het IPCEI Biobased Food & Feed Ingredients? 32 Welke bestaande begrotingsinstrumenten en financieringsmogelijkheden zijn beschikbaar voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die deelnemen aan het IPCEI Biobased Food & Feed Ingredients? 33 Is er geld gereserveerd voor de eiwittransitie, in de zin van de productie en consumptie van plantaardige voeding? Zo ja, hoeveel? 34 Hoeveel geld gaat er naar innovaties zoals mestvergisting en stalsystemen, uitgesplitst naar type innovatie? Hoe verhoudt dit zich tot voorgaande vijf jaren? 35 Wordt de uitzondering op de verbruiksbelasting voor koemelk opgeheven? 36 Op welke manier wordt uitvoering gegeven aan de motie-Teunissen (Kamerstuk 37020, nr. 26)? 37 Welke bestaande middelen op de begroting van LVVN en in het fonds voor stikstof, landbouw en natuur kunnen worden geheralloceerd voor een actieplan 'Meer Plantaardige Voeding' van 65 miljoen euro per jaar? 38 Welk bedrag verwacht de regering in de jaren 2027 tot en met 2035 jaarlijks van supermarkten, verwerkers en andere ketenpartijen als financiële bijdrage aan de landbouw- en stikstoftransitie, naast de 20 miljard euro aan publieke middelen uit de stikstofbrief van 26 juni 2026? 39 Welk deel van de verwachte bijdrage van ketenpartijen wordt ingevuld via een uitgebreide ketenverantwoordelijkheid (UKV)? 40 Welke normering of beprijzing zet de regering in als vóór 1 april 2027 geen afspraken met ketenpartijen worden bereikt? 41 Wanneer maakt de regering bekend welke normering of beprijzing zij inzet als vóór 1 april 2027 geen afspraken met ketenpartijen worden bereikt? 42 Welk deel van de opbrengst van maatregelen die ongezonde keuzes duurder maken, zoals afgesproken in het regeerakkoord, wordt ingezet voor gezond voedselbeleid? 43 Kan de regering de inzet van deze opbrengst voor gezond voedselbeleid uitsplitsen naar de begrotingen van LVVN, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor de jaren 2026 tot en met 2032? 44 Zijn bij de verhoging van het budget voor agrarisch natuurbeheer met bijna 500 miljoen euro naar ruim 1,4 miljard euro de heffingen op onder meer vlees en zuivel voor de financiering van ecosysteemdiensten, die in het concept-Landbouwakkoord worden genoemd, opnieuw overwogen? 45 Welke opbrengst werd verwacht van de heffingen op onder meer vlees en zuivel die in het concept-Landbouwakkoord worden genoemd? 46 Welke van de financieringsopties uit het concept-Landbouwakkoord zijn onderzocht? 47 Welke financieringsopties uit het concept-Landbouwakkoord zijn afgevallen en op welke gronden? 48 Hoeveel structurele publieke middelen zijn naar verwachting jaarlijks nodig om de voorgenomen uitbreiding van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en andere ecosysteemdiensten vanaf 2027 te financieren? 49 Welk deel van de structureel benodigde middelen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en andere ecosysteemdiensten is gedekt in de meerjarige begroting van LVVN en welk deel niet? 50 Welke structurele financieringsbronnen, waaronder de ecoheffing op vlees en zuivel uit het concept-Landbouwakkoord, onderzoekt de regering voor het niet-gedekte deel van ecosysteemdiensten of is zij voornemens te onderzoeken? 51 Gaat een ecoheffing of andere heffing of bijdrage die ketenpartijen zoals supermarkten in het kader van de UKV afdragen naar het fonds voor stikstof, landbouw en natuur of naar de algemene middelen, zoals genoemd in de stikstofbrief van 26 juni 2026, of wordt deze rechtstreeks aan veehouders uitgekeerd? 52 Hoeveel budget is in de begroting voor 2027 gereserveerd voor Basiskwaliteit Natuur? 53 Op welke post in de begroting is het budget voor Basiskwaliteit Natuur opgenomen? 54 Wat zijn de criteria voor afwaardering van gronden via de Nationale Grondbank? 55 Welk aandeel van de doelstelling van 15 procent biologische landbouw in 2030 wordt naar verwachting met de zoneringsaanpak behaald? 56 Hoe verhoudt het verwachte effect van de zoneringsaanpak zich tot het verwachte effect van de overige maatregelen, zoals het Actieplan Groei van biologische productie en consumptie, op het totale areaal biologische landbouw in 2030 en in 2035, ook buiten de zones? 57 Wie is verantwoordelijk voor de samenhang tussen de verschillende instrumenten voor natuurmonitoring in de begroting? 58 Wat is de rol van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bij de samenhang tussen de verschillende instrumenten voor natuurmonitoring in de begroting? 59 Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de gewijzigde motie-Van Esch over een plan om producten waarin bont, dons van levend geplukte dieren, angorawol of kangoeroeleer is verwerkt uit Nederlandse winkels te weren (Kamerstuk 36254, nr. 16)? 60 Hoeveel biggen kreeg een zeug in de Nederlandse varkenshouderij in 2025 gemiddeld per worp? 61 Hoeveel worpen krijgt een zeug in de Nederlandse varkenshouderij gemiddeld per jaar? 62 Hoeveel hitte-inspecties heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2026 uitgevoerd bij het transport van varkens, inclusief bij aankomst in het slachthuis? 63 Hoeveel van de hitte-inspecties bij het transport van varkens in 2026 zijn afgedaan als akkoord? 64 Hoeveel individuele meldingen over een mogelijke schending van het welzijn van varkens in verband met het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen zijn in 2026 bij de NVWA binnengekomen? 65 Wat is de stand van zaken van de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis? 66 Wat is de stand van zaken van de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met het stellen van brandveiligheidsvoorschriften voor het houden van dieren voor productie? 67 Waarom wordt de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met brandveiligheidsvoorschriften met een jaar uitgesteld? 68 Kan de regering een gedetailleerde planning voor 2027 geven van de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met brandveiligheidsvoorschriften? 69 Wat is de stand van zaken van de Beleidsregel gebruik elektrische veedrijfmiddelen in slachthuizen? 70 Hoe is het fysieke toezicht van de NVWA op binnenlandse verzamelcentra op dit moment georganiseerd? 71 Welk bedrag wordt in 2027 binnen de versterkte aanpak van invasieve exoten gereserveerd voor onderzoek naar de ontwikkeling en effectiviteit van innovatieve, diervriendelijke beheerstrategieën? 72 Welke beheerstrategieën worden onderzocht in het onderzoek binnen de versterkte aanpak van invasieve exoten? 73 Vallen vruchtbaarheidsbeperking en ecosysteemversterking onder de beheerstrategieën die binnen de versterkte aanpak van invasieve exoten worden onderzocht? 74 Op welke wijze worden gespecialiseerde opvangcentra en dierenwelzijnsorganisaties betrokken bij de uitvoering van het Landelijk Aanvalsplan Invasieve Exoten, in het bijzonder bij vroegsignalering, opvang en kennisontwikkeling? 75 Welke wetenschappelijke kennis is beschikbaar over verschillen in welzijnsindicatoren van kalveren in Nederland, Duitsland en Ierland, waaronder sterfte, ziekte, antibioticagebruik, gedragsafwijkingen, ruimteaanbod en toegang tot verrijkingsmateriaal? 76 Welke onderzoeken heeft de regering de afgelopen vijf jaar gebruikt om het welzijnsniveau van kalveren in de Nederlandse kalversector te vergelijken met dat in andere Europese lidstaten? 77 Klopt het dat de NVWA recent heeft gehandhaafd op transporten van kalveren uit Ierland? 78 Welke overtredingen heeft de NVWA recent geconstateerd bij transporten van kalveren uit Ierland? 79 Welke maatregelen heeft de NVWA genomen naar aanleiding van de recent geconstateerde overtredingen bij transporten van kalveren uit Ierland? 80 Zijn de recent geconstateerde overtredingen bij transporten van kalveren uit Ierland incidenteel of structureel van aard? 81 Hoeveel transporten van kalveren uit Ierland heeft de NVWA in de afgelopen drie jaar gecontroleerd? 82 Bij hoeveel controles van transporten van kalveren uit Ierland in de afgelopen drie jaar zijn tekortkomingen of overtredingen vastgesteld? 83 Klopt het dat de Nederlandse kalversector eerder heeft aangegeven de afhankelijkheid van import van kalveren uit onder meer Ierland te willen verminderen? 84 Hoe staat het met de ambitie van de kalversector om de afhankelijkheid van import van kalveren uit onder meer Ierland te verminderen? 85 Hoe verhoudt de voortdurende import van grote aantallen jonge kalveren uit Ierland zich tot de uitgangspunten van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) Dierwaardige veehouderij? 86 Welke gevolgen heeft vroege scheiding van koe en kalf volgens de huidige wetenschappelijke literatuur voor het welzijn, de stressrespons en het natuurlijke gedrag van koe en kalf? 87 Op welke wijze worden de welzijnsgevolgen van vroege scheiding van koe en kalf betrokken bij de verdere uitwerking van dierwaardige veehouderij voor de rundveesector? 88 Klopt het dat Nederland sinds de invoering van de Europese vleeskuikenrichtlijn (Richtlijn 2007/43/EG) bijna twintig jaar een eigen interpretatie van de sterftenorm voor vleeskuikens heeft gehanteerd, waardoor deze norm niet doorlopend werd getoetst? Zo nee, hoe zit het dan? 89 Klopt het dat de Europese Commissie (EC) Nederland naar aanleiding van een klacht van Wakker Dier over de bezettingsgraad van vleeskuikens erop heeft gewezen dat de Nederlandse uitvoering in strijd is met Richtlijn 2007/43/EG? 90 Klopt het dat de regering voornemens is de Nederlandse wetgeving over de bezettingsgraad van vleeskuikens in lijn te brengen met Richtlijn 2007/43/EG, en dat deze wijziging per 1 januari 2027 in werking treedt? 91 Klopt het dat de NVWA houders van vleeskuikens die de sterftenorm hebben overschreden niet verplicht hun dieren minder dicht op elkaar te houden, en dat de NVWA dit 'de verantwoordelijkheid van de houder' noemt? Zo ja, waarom? 92 Hoeveel vleeskuikens zijn in 2023, 2024 en 2025 in Nederlandse slachthuizen geslacht, uitgesplitst naar dieren van Nederlandse bedrijven en dieren uit het buitenland, per land van herkomst? 93 Hoeveel levende vleeskuikens zijn in 2023, 2024 en 2025 vanuit Nederland naar het buitenland vervoerd om daar te worden geslacht, uitgesplitst naar land van bestemming? 94 Op welke wijze, door wie en in welke systemen wordt het aantal in Nederland geslachte vleeskuikens geregistreerd? 95 Welke meldplicht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geldt voor koppels vleeskuikens die vanuit het buitenland ter slacht worden aangevoerd? 96 Voor hoeveel vleeskuikens hebben Nederlandse slachthuizen in 2023, 2024 en 2025 slachtgegevens, waaronder voetzoollaesiescores en sterftecijfers, aan RVO gemeld, uitgesplitst per jaar? 97 Welke gegevensbronnen en welke methode gebruikt het CBS voor het aantal geslachte vleeskuikens in de StatLine-tabel 'Vleesproductie; aantal slachtingen en geslacht gewicht per diersoort' (CBS StatLine)? 98 Tellen in de StatLine-tabel 'Vleesproductie; aantal slachtingen en geslacht gewicht per diersoort' (CBS StatLine) ook vleeskuikens mee die vanuit het buitenland ter slacht zijn aangevoerd, gelet op de toelichting dat het gaat om dieren 'voor de slacht aangeboden door Nederlandse agrarische bedrijven'? 99 Waardoor verschilt het aantal geslachte vleeskuikens volgens het CBS (bijna 483 miljoen in 2024) van het aantal vleeskuikens dat volgens RVO-gegevens in dat jaar van Nederlandse bedrijven ter slacht is afgevoerd (circa 242 miljoen)? 100 Op welke wijze wordt de volledige keten in de Nederlandse vleeskuikensector vastgelegd, van broedei via broederij, opfok- en vermeerderingsbedrijf naar vleeskuikenbedrijf en slachthuis, inclusief import en export op elke schakel, ter uitvoering van de traceerbaarheidsvereisten uit de Europese Diergezondheidsverordening (Verordening (EU) 2016/429) en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035? 101 Welke registratiesystemen gebruiken overheidsinstanties, waaronder RVO en de NVWA, voor de traceerbaarheid in de vleeskuikenketen? 102 Welke specifieke datavelden bevatten de registratiesystemen van overheidsinstanties voor de traceerbaarheid in de vleeskuikenketen, per schakel en per uitvoerende instantie? 103 Op welke wijze zijn de systemen van RVO en de NVWA aan elkaar gekoppeld voor cross-referentie tussen het uniek bedrijfsnummer (UBN), het KIP-registratienummer en het VB-nummer, zodat traceerbaarheid door de gehele keten is gegarandeerd? 104 Welke gegevens per schakel registreert Avined als beheerder van de KIP-databank die niet door overheidsinstanties zoals RVO of de NVWA worden bijgehouden of beheerd? 105 Wat is de juridische of operationele reden dat gegevens die Avined in de KIP-databank registreert niet door overheidsinstanties worden bijgehouden of beheerd? 106 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 en 2025 geconstateerd dat kippen bij aankomst in het slachthuis met kop, vleugels of poten bekneld zaten tussen (delen van) de kratten? 107 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 en 2025 een boete opgelegd voor kippen die bij aankomst in het slachthuis bekneld zaten tussen (delen van) de kratten? 108 Hoeveel dieren zijn in 2025 dood aangevoerd bij pluimveeslachthuizen, uitgesplitst naar diersoort? 109 Hoeveel dieren zijn in 2025 in pluimveeslachthuizen post mortem afgekeurd voor menselijke consumptie, uitgesplitst naar diersoort? 110 Wat waren de redenen voor post-mortemafkeuring voor menselijke consumptie in pluimveeslachthuizen in 2025? 111 Hoeveel dieren zijn in 2025 in roodvleesslachthuizen ante mortem en post mortem afgekeurd voor menselijke consumptie, uitgesplitst naar diersoort? 112 Wat waren de redenen voor ante-mortem- en post-mortemafkeuring voor menselijke consumptie in roodvleesslachthuizen in 2025? 113 Hoeveel broedeieren van legkippen zijn in 2025 geëxporteerd, uitgesplitst per land? 114 Hoeveel broedeieren van vleeskippen zijn in 2025 geëxporteerd, uitgesplitst per land? 115 Hoeveel kippen zijn in 2025 geëxporteerd voor de slacht, uitgesplitst per land en, indien mogelijk, per type kip? 116 Hoeveel Nederlandse slachthuizen slachten op dit moment nog vleeskuikenouderdieren, uitgesplitst naar kleine, middelgrote en grote slachthuizen en per provincie? 117 Hoeveel Nederlandse slachthuizen slachten op dit moment nog leghennen en leghenouderdieren, uitgesplitst naar kleine, middelgrote en grote slachthuizen en per provincie? 118 Klopt het dat de Europese Diergezondheidsverordening (Verordening (EU) 2016/429) en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 lidstaten de ruimte bieden om naast oormerken alternatieve identificatiemethoden, zoals injecteerbare transponders, toe te staan voor gehouden landdieren? 119 Klopt het dat het Europese recht lidstaten toestaat opvangcentra voor dieren (zogeheten sanctuaries) uit te zonderen van de oormerkplicht, zoals Italië heeft gedaan met het ministeriële decreet van 7 maart 2023? 120 Klopt het dat Nederland geen gebruik maakt van de mogelijkheid om opvangcentra voor dieren uit te zonderen van de oormerkplicht? 121 Hoeveel hectare landbouwgrond is in 2018, 2022 en 2026 minimaal één keer beregend, uitgesplitst naar grasland, snijmaïs en overige gewassen? 122 Hoeveel water wordt jaarlijks voor beregening onttrokken, uitgesplitst naar grondwater, oppervlaktewater en leidingwater? 123 Welk deel van het water dat jaarlijks voor beregening wordt onttrokken, gaat naar de teelt van veevoer (grasland en snijmaïs)? 124 Hoeveel grondwateronttrekkingen voor beregening zijn niet vergunningplichtig of worden niet gemeten? 125 Welk volume grondwater blijft buiten beeld doordat onttrekkingen voor beregening niet vergunningplichtig zijn of niet worden gemeten? 126 Hoe groot was de droogteschade in de landbouw in 2018, 2020, 2022 en 2026, uitgesplitst naar sector? 127 Hoeveel blauw water is in Nederland nodig per kilo eiwit uit peulvruchten, zuivel, rundvlees, varkensvlees en kippenvlees? 128 Welk deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt gebruikt voor veevoer (grasland, snijmaïs en voedergewassen)? 129 Welk deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt gebruikt voor gewassen voor directe menselijke consumptie? 130 Bij hoeveel innamepunten voor drinkwater zijn in 2024 en 2025 de normen voor bestrijdingsmiddelen overschreden? 131 Klopt het dat de concentraties bestrijdingsmiddelen bij innamepunten voor drinkwater in droge perioden stijgen omdat de middelen minder worden verdund? 132 Hoeveel hectare biologische landbouwgrond is er in Nederland? 133 Hoe verhoudt de huidige groei van het areaal biologische landbouw zich tot de doelstelling voor 2030? 134 Hoeveel hectare Natura 2000-gebied heeft last van verdroging? 135 Welk deel van de verdroging in Natura 2000-gebieden wordt geheel of gedeeltelijk veroorzaakt door agrarische ontwatering, peilbeheer voor de landbouw of grondwateronttrekking voor de landbouw? 136 Welke onderzoeken zijn gedaan naar de effecten van agro-ecologische landbouw op droogte? 137 Wat is gebleken uit de onderzoeken naar de effecten van agro-ecologische landbouw op droogte? 138 Klopt het dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de milieuschade in Nederland in 2022 op 46 miljard euro raamt, dat de landbouw daarvan 27 procent veroorzaakt en dat twee derde daarvan van de veeteelt komt (Actualisering monetaire milieuschade, 2025)? 139 Hoe groot was in 2022 de toegevoegde waarde van de veehouderij en die van de plantaardige sectoren, elk afzonderlijk? Zijn er recentere cijfers? 140 Hoe verhoudt de toegevoegde waarde van de veehouderij en van de plantaardige sectoren in 2022 zich tot de milieuschade die aan elk van deze sectoren wordt toegerekend? 141 Klopt het dat van de toegevoegde waarde van de landbouw na aftrek van milieuschade ongeveer een derde overblijft (Economisch Statistische Berichten, november 2025)? 142 Klopt het dat 97 procent van de milieuschade van de landbouw niet in de prijs zit, vooral omdat stikstofuitstoot niet wordt beprijsd (Economisch Statistische Berichten, november 2025)? 143 Hoeveel publieke steun ontvangt de landbouw jaarlijks via de begroting van de Europese Unie, de begroting van LVVN en fiscale regelingen, uitgesplitst naar veehouderij en plantaardige sectoren? 144 Hoeveel publiek geld is sinds 2019 uitgegeven om de gevolgen van de veehouderij op te vangen, waaronder uitkoopregelingen (de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) en eerdere regelingen), natuurherstel in verband met stikstof, bestrijding van dierziekten (ruimingen en compensatie bij onder meer vogelgriep), zuivering van drinkwater van nitraat en gewasbeschermingsmiddelen, en toezicht door de NVWA? 145 Welke ziektelast en welke zorgkosten schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) toe aan ongezonde voeding? Welk deel hangt samen met de consumptie van rood en bewerkt vlees? 146 Hoeveel toegevoegde waarde en werkgelegenheid levert een hectare plantaardige eiwitteelt op, vergeleken met een hectare melkveehouderij of een hectare snijmaïs voor veevoer? 147 Hoeveel toegevoegde waarde leveren de veehouderij, de akkerbouw en de tuinbouw op per kilo stikstofemissie en per ton CO2-equivalent? 148 Hoeveel melkkoeien, zoogkoeien en stuks jongvee hebben op dit moment geen weidegang? 149 Hoe heeft het aantal bedrijven met weidegang zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld? 150 Welke aangewezen gedragsbehoeften hebben in de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij geen of slechts een gedeeltelijke maatregel gekregen? 151 Welke gedragsbehoeften die in de quickscan van de Universiteit Utrecht of in de wetenschappelijke toets zijn vastgesteld, zijn niet aangewezen in de ontwerp-AMvB Dierwaardige veehouderij? 152 Hoe kan de NVWA de inhoud van de (geplande) gidsen voor goede praktijken handhaven? 153 Welk deel van de dieren per diersoort zit naar verwachting in 2030, 2035 en 2040 in een stal die voldoet aan de nieuwe normen van de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij? 154 Hoeveel veehouderijstallen worden per jaar nieuw gebouwd of verbouwd? 155 Hoeveel vergunningaanvragen voor het bouwen of verbouwen van stallen lopen er op dit moment die niet zullen voldoen aan de eisen voor een dierwaardige veehouderij die per 2030 gelden? 156 Hoeveel extra voltijdsequivalenten en budget heeft de NVWA nodig voor het toezicht op de AMvB Dierwaardige veehouderij? 157 Zijn de extra voltijdsequivalenten en het budget die de NVWA nodig heeft voor het toezicht op de AMvB Dierwaardige veehouderij al structureel gereserveerd? 158 Aan welke inhoudelijke minimumeisen moet het thermoregulatieplan uit de AMvB Dierwaardige veehouderij voldoen? 159 Hoe gaat de NVWA het thermoregulatieplan uit de AMvB Dierwaardige veehouderij controleren en sanctioneren? 160 Welke dierindicatoren worden gebruikt om te meten of dieren daadwerkelijk in hun gedragsbehoeften kunnen voorzien, zoals voortvloeit uit de AMvB Dierwaardige veehouderij? 161 Per wanneer geldt het verbod op staartcouperen bij varkens, conform de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij? 162 Welke uitzonderingen op het verbod op staartcouperen bij varkens blijven mogelijk? 163 Welk deel van de biggen wordt op dit moment gecoupeerd? 164 Hoe wordt een robuust vleeskuikenras gedefinieerd? 165 Welk aandeel van de vleeskuikens in Nederland behoort op dit moment tot een robuust ras? 166 Welke afspraken uit het convenant dierwaardige veehouderij zijn juridisch afdwingbaar? 167 Wat gebeurt er als een partij de afspraken uit het convenant dierwaardige veehouderij niet nakomt? 168 Welke juridische vorm, bevoegdheden, financiering en samenstelling krijgt de Autoriteit dierwaardige veehouderij? 169 Welke dierindicatoren kan de NVWA op dit moment al vaststellen, op het bedrijf en in het slachthuis? 170 Welke van de dierindicatoren die de NVWA op dit moment kan vaststellen, worden structureel geregistreerd? 171 Hoeveel veehouderijbedrijven per sector stoppen naar verwachting tot 2040, onder meer door natuurlijke bedrijfsbeëindiging en de beëindigingsregelingen? 172 Welke kritieke prestatie-indicatoren voor de kringlooplandbouw zijn in werking getreden en welke worden nog uitgewerkt? 173 Welke rol ziet de regering voor de Maatlat Duurzame Veehouderij bij het diergericht ontwerpen van stallen? 174 Op welke wijze wordt de rol van de Maatlat Duurzame Veehouderij bij het diergericht ontwerpen van stallen vormgegeven? 175 Hoeveel slachthuizen gebruiken het elektrisch waterbad als standaardmethode en hoeveel als niet-standaardmethode? 176 Hoeveel kippen, eenden en kalkoenen zijn in 2025 bedwelmd met het elektrisch waterbad? 177 Hoeveel slachthuizen gebruiken CO2-bedwelming als standaardmethode en hoeveel als niet-standaardmethode? 178 Hoeveel kippen, eenden en kalkoenen zijn er in 2025 bedwelmd met gasbedwelming? 179 Hoeveel varkens zijn er in 2025 bedwelmd met CO2-bedwelming? 180 Hoeveel varkens zijn er in 2025 bedwelmd met elektrische kopbedwelming? Hoeveel met een penschiettoestel? 181 Hoeveel dieren werden in 2025 onverdoofd geslacht volgens religieuze riten, uitgesplitst naar diersoort? 182 Hoeveel kalveren hebben in 2024 en 2025 een transport van langer dan acht uur ondergaan voordat zij in Nederland aankwamen, uitgesplitst naar land van herkomst en land van oorsprong? 183 Hoe lang duurde in 2024 en 2025 het langste transport van kalveren naar Nederland? 184 Hoeveel kalveren hebben in 2024 en 2025 een transport van langer dan acht uur vanuit Nederland naar de plaats van bestemming ondergaan, uitgesplitst naar land van bestemming? 185 Hoe lang duurde in 2024 en 2025 het langste transport van kalveren vanuit Nederland? 186 Hoeveel exporttransporten van levende dieren over de weg zijn in 2024 en 2025 gecertificeerd, uitgesplitst naar diercategorie? 187 Hoeveel van de in 2024 en 2025 gecertificeerde exporttransporten van levende dieren over de weg vonden plaats in de maanden april tot en met september, uitgesplitst naar diercategorie? 188 Hoeveel exporttransporten van levende dieren zijn in 2024 en 2025 niet gecertificeerd in verband met verwachte temperaturen van 30 graden of meer onderweg, uitgesplitst naar diercategorie? 189 Bij hoeveel van de in 2024 en 2025 gecertificeerde exporttransporten van levende dieren zijn achteraf gegevens aangeleverd over het temperatuurverloop tijdens de reis, uitgesplitst naar diercategorie? 190 In hoeveel gevallen was de temperatuur tijdens gecertificeerde exporttransporten van levende dieren in 2024 en 2025 hoger dan de toegestane 35 graden, uitgesplitst naar diercategorie? 191 Welke sancties zijn opgelegd in de gevallen waarin de temperatuur tijdens gecertificeerde exporttransporten van levende dieren in 2024 en 2025 hoger was dan 35 graden, uitgesplitst naar diercategorie? 192 Hoeveel overtredingen van de 35-gradenregel bij transport op Nederlands grondgebied zijn in 2024 en 2025 geconstateerd, uitgesplitst naar diercategorie? 193 Welke sancties zijn in 2024 en 2025 opgelegd voor overtredingen van de 35-gradenregel bij transport op Nederlands grondgebied, uitgesplitst naar diercategorie? 194 Hoeveel slachthuizen in Nederland slachten pluimvee? 195 Hoeveel slachthuizen in Nederland slachten varkens? 196 Hoeveel pluimveeslachthuizen bedwelmen de dieren voordat zij uit de kratten worden gekanteld? 197 Hoeveel pluimveeslachthuizen kantelen de dieren onbedwelmd uit de kratten? 198 Welk deel van het geslachte pluimvee wordt onbedwelmd mechanisch uit de kratten gekanteld? 199 Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn geslacht, zijn direct na het aansnijden nabedwelmd, uitgesplitst naar diersoort? 200 Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn geslacht, zijn binnen 40 seconden na het aansnijden nabedwelmd, uitgesplitst naar diersoort? 201 Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn geslacht, zijn op aanwijzing van de NVWA binnen 40 seconden nabedwelmd, uitgesplitst naar diersoort? 202 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een strike opgelegd aan roodvleesslachthuizen met permanent toezicht, uitgesplitst naar eerste, tweede en derde strike? 203 Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan roodvleesslachthuizen met permanent toezicht? 204 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis met permanent toezicht? 205 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis met permanent toezicht? 206 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een strike opgelegd aan roodvleesslachthuizen zonder permanent toezicht, uitgesplitst naar eerste, tweede en derde strike? 207 Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan roodvleesslachthuizen zonder permanent toezicht? 208 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis zonder permanent toezicht? 209 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis zonder permanent toezicht? 210 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een strike opgelegd aan pluimveeslachthuizen, uitgesplitst naar eerste, tweede en derde strike? 211 Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan pluimveeslachthuizen? 212 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een pluimveeslachthuis? 213 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een pluimveeslachthuis? 214 Hoeveel subsidie is sinds 2020 verstrekt voor de bouw of verbouw van stallen, onder meer via de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv), uitgesplitst naar diersoort? 215 Wat is de gemiddelde technische en economische levensduur van een varkensstal, een pluimveestal en een melkveestal? 216 Hoeveel varkensrechten, pluimveerechten en fosfaatrechten zijn sinds 2019 via beëindigingsregelingen definitief uit de markt genomen? 217 Hoeveel vrijgekomen productierechten zijn na beëindiging weer door andere bedrijven in gebruik genomen? 218 Welke aanbevelingen uit de wetenschappelijke adviezen van de European Food Safety Authority (EFSA) over het welzijn van varkens, vleeskuikens, leghennen, kalveren, melkkoeien, eenden en kalkoenen zijn niet of slechts gedeeltelijk overgenomen in de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij? 219 Voor welke diersoorten die in de Nederlandse veehouderij worden gehouden, zoals kalkoenen en konijnen, bevat de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij geen diersoortspecifieke normen? 220 Welke onderzoeksmiddelen zijn in de begroting voor 2027 gereserveerd voor dierenwelzijnsonderzoek, en welk deel daarvan gaat naar onderzoek naar houderijsystemen die aan de gedragsbehoeften van dieren voldoen? 221 Kan de regering precies aangeven welke budgetten in 2027 onder de ketenaanpak vallen en per budget toelichten welk bedrag bij boeren terechtkomt via ketenpartijen? 222 Kan de regering inzichtelijk maken hoe de gereserveerde 250 miljoen euro voor het Hoofdlijnenconvenant gewasbescherming over de jaren en maatregelen wordt verdeeld en welk bedrag daarvan in 2027 daadwerkelijk beschikbaar is voor boeren en tuinders? 223 Kan de regering toelichten hoe de bedragen voor jonge boeren in de begroting zich verhouden tot de afspraak dat de vestigingssteun tot 2035 minimaal op het huidige niveau blijft? Wanneer wordt financiering voor bedrijfsovername en grond concreet toegankelijk gemaakt? 224 Kan de regering inzichtelijk maken welk deel van de middelen voor de visserij in 2027 wordt besteed aan sanering en welk deel daadwerkelijk wordt geïnvesteerd in innovatie, verduurzaming en het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse visserij? 225 Welk toekomstbeeld hanteert de regering voor de omvang en het verdienvermogen van de Nederlandse visserijvloot en zijn de investeringen in deze begroting volgens de minister voldoende om dat toekomstbeeld te realiseren? 226 Kan de regering voor de middelen die in 2027 beschikbaar zijn voor de ontwikkeling en implementatie van doelsturing inzichtelijk maken waar het geld precies terechtkomt? Welk bedrag gaat naar onderzoek, meetinstrumenten en data-infrastructuur, welk bedrag naar uitvoeringsorganisaties, en welk bedrag wordt direct op of ten behoeve van het boerenerf besteed? 227 Hoe verklaart de regering het grote verschil tussen de middelen voor ontwikkeling en implementatie van doelsturing en de circa 800.000 euro per jaar voor de ketenaanpak? Acht de regering dit voldoende om ervoor te zorgen dat doelsturing niet alleen leidt tot nieuwe normen, meetinstrumenten en controlesystemen, maar ook tot een verdienmodel waarin ketenpartijen boeren worden beloond voor het behalen van die doelen? 228 Waaraan wordt, gezien het feit dat voor Integraal voedselbeleid in 2027 een subsidiebudget van 7,4 miljoen euro is geraamd en daarvan 4,4 miljoen euro naar het Voedingscentrum gaat in de vorm van instellings- en projectsubsidies, de resterende drie miljoen euro besteed? Hoe wordt dit bedrag verdeeld? 229 Kan de regering aangeven wat de uitkomsten en onzekerheden van de studie van het Joint Research Centre (JRC) naar aanscherping van de maximale residulimieten (MRL's) betekenen voor de Nederlandse inzet bij een nieuw compromisvoorstel voor het Omnibuspakket veiligheid van voedsel en diervoeder? 230 Kan de regering aangeven welk deel van de 375 miljoen euro die beschikbaar is voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, welke mede gericht is op de prioriteiten voor het toekomstige verdienvermogen, beschikbaar kan komen voor agrifood-innovatie en biotechnologie en specifiek hoe deze investering kan bijdragen aan de uitvoering en opschaling van de IPSAI op het gebied van biotechnologie? 231 Kan de regering de exacte cijfers geven aangaande waar en hoeveel illegale slacht en illegale slachthuizen zijn ontdekt in 2026? Wat zijn de daadwerkelijke opgelegde sancties van de afgelopen jaren? 232 Kan de regering, aangezien 2027 het laatste jaar is van de huidige periode van 2023 tot 2027 van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), een overzicht geven van de wijzigingen in de besteding van de GLB-middelen in 2027 ten opzichte van 2026, en daarbij per wijziging aangeven wat de omvang van de budgettaire wijziging is, tussen welke GLB-interventies middelen worden verschoven, welke sectoren hierdoor meer of minder middelen ontvangen, waarbij (voor zover deze gegevens beschikbaar zijn) onderscheid wordt gemaakt tussen veehouderij, akkerbouw ten behoeve van veevoer, akkerbouw ten behoeve van directe menselijke consumptie en de teelt van plantaardige eiwitten, hoe de verdeling tussen generieke inkomenssteun enerzijds en doelgerichte betalingen voor maatschappelijke prestaties en ecosysteemdiensten anderzijds zich in 2027 verhoudt tot 2026 en welke beleidswijzigingen of beleidsvoornemens aan deze wijzigingen ten grondslag liggen? 233 Is de regering bekend met het nieuwsbericht van de NVWA van 26 mei 2026 ‘Offerfeest 2026: scherp toezicht door NVWA en politie’, waarin de NVWA zegt dat “de boete voor illegaal onbedwelmd slachten kan oplopen tot €103.000”? Kan de regering een exact overzicht geven van hoeveel boetes hiervoor zijn uitgedeeld en wat de bedragen waren? 234 Kunt de regering de gegevens delen die dierhouders moeten bijhouden over geboorte, spenen en uitval van konijnen sinds 1 januari volgens Artikel 2.76l. ‘Registratie algemeen’ en Artikel 2.76n ‘Uitval' uit het Besluit houders van dieren? 235 Hoeveel schapen zijn er in 2025 ter destructie aan Rendac aangeboden? Hoeveel in 2026 tot nu toe? 236 Wat heeft Nederland gerapporteerd als FRP (Favourable Reference Population), MVP (Minimum Viable Population), Favourable Reference Area (FRA) en Favourable reference range (FRR) in de laatste artikel 17 rapportage aan de Europese Commissie voor de wolf? Wanneer was dat? Wanneer vindt de volgende rapportage plaats? Wat gaat Nederland dan rapporteren? 237 Hoeveel (proef)apen werden in 2026 in Nederland ingevoerd? Vanuit welke landen (aantallen per land)? Hoeveel werden in diezelfde jaren geëxporteerd? Naar welke landen (aantallen per land)? 238 Klopt het dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in haar rapport “Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit” constateert dat in de herbeoordeling van 6 PFAS-pesticiden geen rekening kan worden gehouden met het cumulatieve effect van afbraak tot TFA van meerdere PFAS-pesticiden en ook de bestaande vervuiling niet kan worden beoordeeld, waardoor er bij de herbeoordeling van het Ctgb mogelijk een grote onderschatting zal zijn van het risico van de herbeoordeelde PFAS-pesticiden? Zo ja, hoe gaan de regering en het Ctgb hiermee om? 239 Welke instantie is bevoegd handhavend op te treden tegen mogelijke overtreding van de specifieke zorgplicht, ook wel minimalisatieplicht, bij gebruik van PFAS-pesticiden in het kader van de opname van PFAS-pesticiden in de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), zoals genoemd in het rapport van ILT 'Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit'? 240 Wordt momenteel opgetreden tegen overtreding van de specifieke zorgplicht, ook wel minimalisatieplicht, bij gebruik van PFAS-pesticiden in het kader van de opname van PFAS-pesticiden in de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zoals genoemd in het rapport van ILT 'Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit'? 241 Gaat de regering naar aanleiding van de constatering van het ILT dat gebruikers mogelijk in overtreding zijn als ze het gebruik niet minimaliseren, beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn? Zo ja, op welke termijn worden wij hierover geïnformeerd? Zo nee, waarom niet? 242 Hoe wordt bij het convenant "gewasbeschermingsmiddelen" op het punt van het in kaart brengen door het Rijk en sectorpartijen per type teelt van de mogelijkheden om te komen tot versneld uitfaseren van emissies van persistente stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen, gewaarborgd dat de uitkomsten op een objectieve wijze in kaart worden gebracht? 243 Kan de regering een overzicht geven van de planning voor de wetsvoorstellen en AMvB’s gerelateerd aan het stikstofpakket en hierbij per wetsvoorstel en AMvB aangeven welke maatregelen hierin worden geregeld? 244 Kan de regering een overzicht geven van het feitelijk in Nederland jaarlijks voor de landbouw beschikbare aantal toegelaten bestrijdingsmiddelen en werkzame stoffen sinds het begin van deze eeuw? 245 Welke stappen zijn nodig en hoe lang duren deze stappen bij benadering gebruikelijk voordat een werkzame stof (pesticide) die door de EFSA is beoordeeld als hormoonverstorend en aldus conform Verordening (EG) Nr. 1107/2009 moet worden verboden, daadwerkelijk niet meer gebruikt kan worden? Kan de regering aangeven hoe dit proces bij de hormoonverstorende pesticide Fludioxonil, die veelvuldig door de NVWA op groente en fruit wordt aangetroffen, verloopt? 246 Kan de regering toelichten op welke punten de Nederlandse lijst met hoogrisicoproducten verder gaat dan andere Europese landen, welke aantoonbare meerwaarde dit heeft en welke extra kosten en administratieve lasten hierdoor voor Nederlandse ondernemers ontstaan? Is de regering bereid deze nationale kop op de Europese regels te schrappen en volledig aan te sluiten bij de Europese hoogrisicolijst, zodat een gelijk speelveld binnen de EU wordt bevorderd? 247 Hoe verhouden de Skal-tarieven voor biologische importcontroles zich tot de tarieven voor vergelijkbare controles in andere EU-lidstaten? Welk inzicht heeft het kabinet in de gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse importeurs en verwerkers en eventuele verplaatsing van importstromen naar andere EU-lidstaten? 248 Welke mogelijkheden heeft het kabinet om de nieuw ingevoerde Skal-tarieven voor biologische importcontroles af te schaffen en deze controles anders te financieren, zodat een gelijk Europees speelveld wordt bevorderd? Hoe verhoudt de invoering van deze tarieven zich tot de ambitie in de begroting LVVN 2027 om de biologische productie en consumptie te vergroten? 249 Op welke specifieke onderbouwing is de invoering van een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens pas in het vierde kwartaal van 2027 gepland en hoeveel PAS-melders moeten tot die tijd wachten en het risico lopen op handhavingsverzoeken? 250 Wat is de geschatte broeikasgasemissiereductie van de landbouw in 2030 in het kader van de klimaatopgave landbouw, gegeven de stikstofemissiereductiedoelen die de regering voor 2030 nastreeft? 251 Op welke wijze is de regering van plan het verbod op prijsprikkels, onderdeel van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige Zorg, juridisch te borgen gezien het feit dat er nog geen aparte juridische categorie voor dierenartsklinieken bestaat waarop dit van toepassing kan zijn? 252 Op welke wijze wordt de Strategische Agenda Voedselzekerheid meegenomen in het uitwerken en uitvoeren van het stikstof- en natuurherstelbeleid? 253 Wat zijn de verwachte totale administratieve en financiële lastenstijging per visserijonderneming als gevolg van de nieuwe regels voor de weging van visserijproducten en verplichte controlemiddelen uit de herziene controleverordening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) en in hoeverre dekt de voorgenomen subsidieregeling in 2027 deze kosten daadwerkelijk volledig? 254 Wat is de planning met betrekking tot het beschikbaar komen van de geactualiseerde en verbrede natuurdoelanalyses en op welke termijn worden de adviezen hierover van de Ecologische Autoriteit verwacht? 255 Hoeveel hectare agrarische cultuurgrond valt naar schatting binnen de beoogde overgangszones rondom Natura 2000-gebieden en wat is de verwachte daling van de agrarische productiecapaciteit en de totale financiële schade voor het verdienvermogen van boeren in deze zones? 256 Is voor het in de begroting genoemde programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeften budget voorzien? Zo ja, hoeveel? 257 Welk concreet extra areaal aan biologische landbouwgrond verwacht het kabinet te behalen met de zoneringsaanpak in 2030 en in 2035? 258 Welke sociale en economische ondergrenzen hanteert de regering bij het uitwerken van een visie op en beleid voor een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied? 259 Welke verschillende programma’s bestaan er al en worden nog uitgewerkt ten behoeve van sociaaleconomisch sterke plattelandsgemeenschappen en hoeveel langjarige financiering is per programma beschikbaar? 260 Welke gevolgen zal de omschakeling naar ‘modern toezicht’ bij de NVWA hebben op de grootte en inzet van het personeelsbestand en hoe verhoudt dit zich tot eventueel op te leggen taakstellingen? 261 Hoe verhoudt de beschikbare capaciteit en de verwachte capaciteit van de NVWA de komende jaren zich tot het zich ontwikkelende takenpakket van de NVWA? 262 Kan een cijfermatige onderbouwing van de verwachte gemiddelde kostentoename per agrarisch bedrijf per jaar als rechtstreeks gevolg van de ombuiging op de rode diesel van 146 miljoen euro per jaar vanaf 2027 worden gegeven? 263 Kan de ombuiging op het vervolgpakket ‘Nederland van het slot’, die oploopt tot 1,69 miljard euro in 2030, worden uitgesplitst naar maatregel en begrotingsartikel? 264 Betreffen de bedragen die onder artikel 22 zijn opgenomen voor natuurherstel aanvullende middelen bovenop de middelen uit het fonds voor stikstof, landbouw en natuur, of zijn deze middelen afkomstig uit dat fonds? 265 Hoe kijkt de regering aan tegen zorgen bij natuurorganisaties dat voor het herstel van de natuur structureel 200 miljoen euro per jaar extra nodig is? 266 Hoe worden de (extra) middelen voor agrarisch natuurbeheer verdeeld over de verschillende soorten gebieden? Kan de regering een uitsplitsing maken per soort gebied? 267 Hoe worden de middelen voor agrarisch natuurbeheer uitgekeerd? Kunnen alle boeren die van deze middelen gebruik willen maken om natuur te creëren hier aanspraak op maken? 268 Hoeveel boerenbedrijven zullen naar verwachting een bijdragen ontvangen uit het Investeringsfonds duurzame landbouw (IDL)? Om welk aandeel van de boerenbedrijven gaat dit? 269 Profiteren biologische koploperboeren van generieke financiële regelingen ten opzichte van gangbare boeren? Zo ja, op welke wijze? 270 Kan de apparaatstaakstelling van 3,7 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 56,6 miljoen euro, worden uitgesplitst naar het kerndepartement, RVO, NVWA en andere betrokken organisaties? Welke gevolgen heeft deze taakstelling voor de uitvoering van subsidieregelingen, vergunningverlening, toezicht en handhaving? 271 Hoe verhouden de overheidsinvesteringen (totale bedragen) voor het geheel van de extensieve en intensieve landbouw zich tot elkaar? 272 Welk percentage van de Nederlandse landbouwbedrijven kan naar verwachting effectief gebruikmaken van de Subsidieregeling emissieloos landbouwmaterieel (SEL) voor elektrische tractoren en machines, mede in het licht van de heersende netcongestie op het elektriciteitsnet en de hoge aanschafkosten van elektrisch materieel? 273 Welk deel van de droogteschade in de landbouw in 2018, 2020, 2022 en 2026 is met publieke middelen gecompenseerd, bijvoorbeeld via de premiesubsidie op de brede weersverzekering of via crisisregelingen? 274 Welke specifieke juridische en technische belemmeringen staan in de EU-regelgeving nog in de weg aan de volledige erkenning en toepassing van herwonnen stikstof uit dierlijke mest (RENURE) als kunstmestvervanger en wat de totale kosten per ton verwerkte mest zijn voor de agrariër bij de productie van RENURE-meststoffen? 275 Met welk volume, in tonnen stikstof en fosfaat, zal de verwachte capaciteit van groot- en kleinschalige installaties voor mestverwerking het nationale mestoverschot terugdringen? 276 Welk aandeel van het nationale mestoverschot wordt met de verwachte capaciteit van groot- en kleinschalige installaties voor mestverwerking aangepakt? 277 Welke totale jaarlijkse broeikasgasreductie, in kiloton CO2-equivalenten, wordt naar verwachting gerealiseerd met de middelen voor mestvergisting (11,0 miljoen euro), hoogwaardige mestverwerking (10,5 miljoen euro) en kleinschalige installaties voor Recovered Nitrogen from Manure (RENURE) (19,5 miljoen euro)? 278 Gaat de veronderstelde bijdrage van mestvergisting en mestverwerking uit van een gelijkblijvende of van een stijgende mestproductie? 279 Hoe verhoudt het budget voor mestvergisting en mestverwerking zich tot de krimp van de veestapel die door ander beleid wordt voorzien? 280 Waaruit bestaan de middelen voor de productschappen 2.0 gereserveerde 1,5 miljoen euro aan voorbereidende werkzaamheden gereserveerd? 281 Welk deel van de gereserveerde 9,9 miljoen euro voor in beslag genomen goederen wordt besteed aan de opvang en verzorging van levende dieren, in het bijzonder exotische dieren? 282 Hoe wordt geborgd dat voldoende gespecialiseerde opvangcapaciteit beschikbaar blijft voor in beslag genomen exotische dieren? 283 Profiteren dierwaardige koploperboeren van financiële regelingen ten opzichte van gangbare boeren? Zo ja, op welke wijze? 284 Welke instrumenten zitten in de voor mestvergisting en groen gas uitgetrokken 11 miljoen euro? Wat is daarbij de doelstelling en de termijn? 285 Kan de regering de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking uitsplitsen naar de verschillende verdragen, Europese afspraken en activiteiten waarvoor deze middelen worden ingezet? 286 Welk bedrag van de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking wordt besteed aan de Nederlandse uitvoering van de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES)? 287 Welk bedrag van de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking wordt besteed aan activiteiten gericht op het tegengaan van illegale handel in wilde dieren? 288 Wat zijn de criteria voor de uitbreiding van het aantal met Agrarisch Natuurbeheer beheerde hectares, waarvoor in 2027 168,1 miljoen euro is gereserveerd? 289 Wordt het totaalbedrag van maximaal 25,6 miljoen euro voor subsidie aan het Netwerk Ecologische Monitoring in de periode 2024 tot en met 2029 naar verwachting aan het einde van deze periode volledig benut? 290 Op welke veenweidelocaties vindt het onderzoek plaats waarvoor in 2027 13,9 miljoen euro is geraamd op het Programma Veenweide, onder meer voor de uitvoering van het Nationaal Onderzoeksprogramma Veenweiden en het Veenweiden Innovatieprogramma Nederland? 291 Hoe groot is het verlies dat de zeven bezoekerscentra van Staatsbosbeheer draaien, waardoor zij moesten sluiten? Hoeveel geld zou nodig zijn vanuit het Rijk om deze bezoekerscentra open te houden? 292 Hoeveel garnalenvissers worden naar verwachting gesaneerd via de vrijwillige saneringsregeling voor de garnalenvisserij en welk effect heeft de reductie van de vloot op de Nederlandse garnalenaanvoer, de visverwerkende keten en de werkgelegenheid in de visserijhavens? 293 Kan de daling van de middelen voor het RIVM op artikel 23 worden toegelicht, uitgesplitst naar de programmering van het RIVM – van 11,3 miljoen euro in 2026 en 10,5 miljoen euro in 2027 naar 3,3 miljoen euro in 2031 – en de bijdrage aan het agentschap RIVM – van 26,1 miljoen euro in 2026 en 14,1 miljoen euro in 2027 naar 4,6 miljoen euro in 2031? Kan daarbij per jaar worden aangegeven welke opdrachten en werkzaamheden aflopen, worden overgeheveld of worden verminderd en welke gevolgen dit heeft voor de uitvoering van de taken van het RIVM binnen het LVVN-domein? 294 Klopt het dat de jaarlijkse bijdrage van 0,3 miljoen euro voor de Alliantie Schooltuinen onderdeel is van de post 'Onderwijs en educatie' van artikel 23? 295 Voor welke jaren is de jaarlijkse bijdrage van 0,3 miljoen euro aan de Alliantie Schooltuinen voor de ondersteuning en borging van schooltuinieren voorzien? 296 Waarom is gekozen voor het verlagen van de ammoniakuitstoot met specifiek 42 tot 46 procent? Waarom is niet gekozen voor een lagere generiek norm, met een grotere opgave rondom kwetsbare natuurgebieden? 297 Welke vormen van innovatie die voortkomen uit rijksinvesteringen hebben tot nu toe de meeste stikstofruimte opgeleverd en hoeveel? 298 Wat verstaat de regering onder regeneratieve landbouw? 299 Hoe verhoudt regeneratieve landbouw zich tot agro-ecologische landbouw en biologische landbouw? 300 Welk aandeel van de veehouderijen voldoet momenteel niet aan de geplande grondgebondenheidsnorm van 2,6 Grootvee-eenheid (GVE)? 301 Hoe tellen de bedragen voor natuurherstel op blz. 21 (artikel 22), blz. 77 (artikel 25) en blz. 85 (artikel 26) op tot de in het coalitieakkoord gereserveerde en in de begroting herhaalde 2,2 miljard euro voor natuurherstel? 302 Hoeveel wordt er in totaal extra voor natuurherstel begroot? 303 Aan welke projecten en maatregelen worden de middelen die in 2027 voor natuurherstel gereserveerd zijn uit het fonds (artikel 25) voor stikstof, landbouw en natuur uitgegeven? 304 Hoeveel hectare grond kan worden aangekocht, gezien de huidige grondprijs, met het bedrag van 40 miljoen euro dat in 2027 beschikbaar wordt gesteld voor het aankopen van gronden via de Nationale Grondbank? 305 Wat zijn criteria voor de aankoop van gronden via de Nationale Grondbank? 306 Waar is het bedrag dat is gereserveerd voor afwaardering van grond door de Nationale Grondbank op gebaseerd? 307 Kan de regering onderbouwen hoe het geld wat is gereserveerd voor natuurherstel in kwetsbare natuurgebieden genoeg zal zijn om hier adequaat natuurbeheer en -herstel te realiseren? 308 Uit welke onderdelen bestaat de 800 miljoen euro voor de aanpak van de beekdalen? Over welke jaren zijn ze verdeeld? Welke gebieden vallen onder de aanpak van beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden en hoeveel hectare en hoeveel bedrijven betreft het? 309 Hoeveel procent van het totale gereserveerde budget op Artikel 25 voor beëindigings-, verplaatsings- en extensiveringsregelingen komt daadwerkelijk rechtstreeks terecht bij de beëindigende of omschakelende veehouders en welk bedrag gaat op aan apparaatskosten, uitvoeringskosten bij de RVO en de inzet van externe zaakbegeleiders? 310 Hoeveel van de middelen die besteed worden aan vrijwillige beëindigingsregelingen komen naar schatting terecht bij banken, bijvoorbeeld in de vorm van de afbetaling van schulden en leningen? 311 Op welke raming van het aantal deelnemers en het gemiddelde subsidiebedrag is het budget van 185,8 miljoen euro voor de extensiveringsregeling melkveehouderij in 2027 gebaseerd? In hoeverre is hierbij rekening gehouden met de tot nu toe beperkte belangstelling voor de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem)? 312 Kan het opdrachtenbudget van 37,5 miljoen euro voor het doelsturingssysteem worden uitgesplitst naar RVO, NVWA, het data-ecosysteem, meetnetwerken, onderzoek en overige onderdelen? Welke concrete mijlpalen worden hiermee in 2027 bereikt? 313 Hoeveel Programma Aanpak Stikstof (PAS)-melders kunnen naar verwachting in 2027 worden geholpen met de beschikbare 158 miljoen euro voor schadevergoeding, provinciale maatregelen en zaakbegeleiding? Hoeveel daarvan krijgen naar verwachting in 2027 daadwerkelijk een legale situatie? 314 Hoeveel bedrijven zijn inmiddels gestopt via de Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging (MGB) en hoeveel stikstofruimte heeft dit opgeleverd? 315 Welk deel van de reservering voor zonering op artikel 26 is bestemd voor natuurmaatregelen en welk deel voor extensivering, grondverwerving of compensatie van ondernemers? 316 Op basis van welke informatie en criteria zijn de middelen in de Reservering voor het Fonds voor stikstof, landbouw en natuur verdeeld over de verschillende posten? Kan de regering per post aangeven waarom voor dit bedrag is gekozen? Kan de regering per post aangeven waarom zij denkt dat met dit bedrag kan worden voldaan aan de doelstellingen die zijn gesteld op het gebied van stikstof, landbouw en natuur? Heeft de regering dit laten doorrekenen? 317 Kan de regering uiteenzetten waarom zij dit een efficiënte besteding van de middelen acht om te voldoen aan de doelstellingen op het gebied van stikstof, landbouw en natuur? Heeft de regering alternatieven overwogen, waarbij de regering bijvoorbeeld meer inzet op een gebiedsgerichte aanpak, met daarbij een lagere generieke norm? Heeft de regering dit laten doorrekenen? Zo ja, kan de regering dit delen? 318 Welke concrete resultaten moeten met de reservering van 600 miljoen euro voor stalmaatregelen worden bereikt wat betreft het aantal deelnemende bedrijven, de ontwikkeling en toelating van technieken en de reductie van ammoniak en broeikasgassen? 319 Waarom is voor de aanpak van beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden 800 miljoen euro gereserveerd, terwijl eerder werd uitgegaan van 1 miljard euro? Welke maatregelen, hectares en bedrijven kunnen met het beschikbare bedrag worden ondersteund en welke gevolgen heeft de verlaging voor het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)? 320 Klopt het dat de bedragen voor respectievelijk natuurherstel, managementmaatregelen, grondfaciliteit en versterken uitvoeringskracht waarvoor reserveringen zijn opgenomen in tabel 35 niet optellen tot de bedragen die genoemd staan in de toelichting op deze onderwerpen? 321 Welk deel van de geraamde bijdrage van 352 miljoen euro aan de NVWA wordt in 2027 ingezet voor toezicht en handhaving op het gebied van dierenwelzijn? 322 Kan de regering het deel van de bijdrage aan de NVWA dat in 2027 wordt ingezet voor dierenwelzijn uitsplitsen naar de verschillende toezichtstaken, waaronder het toezicht op het houden, fokken en verhandelen van gezelschapsdieren en exotische dieren?

Versie b15f3d0c-fa71-4be1-8897-17fecc4c28d3 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.