Dierwaardige veehouderij
Brontekst
Versie afb1eb53ea1b6c8d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 286Dierenwelzijn28 973Toekomst veehouderijNr. 1394 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2025De Nederlandse boer zorgt al jaren voor hoge standaarden in dieren-welzijn Afgelopen periode zijn samen met betrokken partijen uit deagrarische sector, markt- en ketenpartijen, maatschappelijke organisatiesen wetenschap afspraken gemaakt om stappen te zetten naar eentoekomstbestendige, nog meer dierwaardige veehouderij. Ik spreek hierbijmijn waardering uit voor alle inzet, flexibiliteit en medewerking die doordeze partijen is geleverd om gezamenlijk tot een aanpak te komen voor ditcomplexe vraagstuk. Met dit convenant zetten we de koers naar verdereverbetering, zonder het onmogelijke te vragen. Dee aanpak bestaat uittwee onderdelen die onderling samenhangen, namelijk een gezamenlijkeset afspraken in het convenant «stappen naar een dierwaardige veehou-derij» en een algemene maatregel van bestuur dierwaardige veehouderij.Met deze brief informeer ik u over de laatste ontwikkelingen.Convenant dierwaardige veehouderijIk heb, samen met partijen1, het convenant «stappen naar eendierwaardige veehouderij» (bijlage 1 en 2) afgesloten. Hiermee beschouwik de motie Grinwis (CU) c.s. (Kamerstuk 35 746, nr. 24) als afgedaan. Metdit convenant onderschrijven de convenantpartijen het belang van en demaatschappelijke wens, en de wens van de Tweede Kamer, voor deontwikkeling naar een dierwaardigere veehouderij die uitgaat van de zesleidende principes voor dierenwelzijn zoals die door de Raad voorDierenaangelegenheden (RDA) in zijn zienswijze Dierwaardige veehou-derij uit 2021 zijn geformuleerd. In het convenant is opgenomen dat1Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren en Eiproductfabrikanten (ANEVEI),Caring Farmers, Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), Centraal Bureau Levensmid-delenhandel (CBL), Centrale Organisatie Broedeieren Kuikens (COBK), Dierenbescherming,Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), Land- en Tuinbouworganisatie (LTO),LTO – vakgroep Pluimvee, Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), ProducentenOrganisatie Varkenshouderij (POV)en ZuivelNL. kst-28286-1394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13941 stappen naar dierwaardige veehouderij inspanningen vergen in het helevoedselsysteem waar veehouders, ketenpartijen, overheden, maatschap-pelijke organisaties en consumenten onderdeel van uitmaken. Het is eengedeelde verantwoordelijkheid. Boeren kunnen deze omslag niet direct envooral niet alléén maken. Daarom is in het convenant afgesproken dat ooksupermarkten, verwerkers en andere marktpartijen hun verantwoorde-lijkheid nemen. Producten moeten worden afgenomen tegen een eerlijkeprijs, zodat boeren ook bij hogere kosten een redelijk inkomen kunnenverdienen. In het convenant is erkend dat invulling van randvoorwaarden(waaronder vergunningen, investeringen) nodig is om de afgesprokenstappen in de periode 2025 – 2040 daadwerkelijk te kunnen zetten. Dezestappen kunnen alleen integraal, in samenhang met alle andere opgavenop het boerenerf, worden gezet. Dit maakt de opgave complex maar zohebben convenantpartijen geconstateerd, niet onmogelijk. De convenant-partijen gaan hier gezamenlijk hun schouders onder zetten. Een belang-rijke rol is weggelegd voor een nog op te richten onafhankelijke autoriteit.Deze autoriteit dierwaardige veehouderij zal de voortgang van devoorgenomen stappen en resultaten monitoren en op basis daarvansignaleren, evalueren en rapporteren. De autoriteit toetst daarbij zowel devoortgang van de afspraken in het convenant, de invulling van debenodigde randvoorwaarden en de ontwikkelingen in de markt. Daarmeewordt geborgd dat de ontwikkeling naar een meer dierwaardige veehou-derij op een verantwoorde manier plaatsvindt en ten goede komt aan hetdier, de veehouder en de consument.Algemene maatregel van bestuur dierwaardige veehouderij 2040Conform de opdracht die volgt uit artikel 2.3a van de Wet dieren heb ikeen ontwerp algemene maatregel van bestuur (AMvB) dierwaardigeveehouderij 2040 voor melkvee, kalveren, pluimvee2 en varkensopgesteld. Bij het opstellen van de AMvB heb ik regelmatig overleggevoerd met (wetenschappelijke) experts, sectorpartijen en de Dierenbe-scherming. Zij hebben waardevolle inzichten geleverd over de stand vande wetenschap, de impact voor het dier en de ervaringen in de praktijkwaarmee ik bij het opstellen van de regels rekening heb gehouden. In deontwerp-AMvB wordt voor de langere termijn in regelgeving vastgelegdwat wordt verstaan onder het dierwaardig houden van deze dieren en aanwelke regels en per wanneer de veehouders daaraan moeten voldoen. Debasis voor deze regels is de beschikbare wetenschappelijke kennis over degedragsbehoeften van deze diersoorten. In de ontwerp-AMvB zijn ookregels opgenomen over het stoppen met nog toegestane lichamelijkeingrepen aan dieren die samenhangen met de wijze waarop de dierenworden gehouden; met uitzondering van ingrepen die vanuit diergenees-kundige noodzaak worden verricht. Daarmee zijn de zes leidendeprincipes van de RDA in de regelgeving opgenomen. Bij het opstellen vande ontwerp-AMvB heb ik verschillende moties meegenomen, die ikvoornemens ben in te vullen3. Zo is met het opstellen van deontwerp-AMvB reeds invulling gegeven aan de motie Tjeerd de Groot(D66) die de regering verzoekt om in het kader van de genoemdewetswijziging heldere en ambitieuze tussendoelen uit te werken metjaartallen op basis van wetenschappelijke inzichten (Kamerstuk 28 286, nr.1306). Ik beschouw deze motie hiermee als afgedaan.2opfokleghennen, leghennen, vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens3Zoals motie van leden Vestering en Boswijk die verzoekt om niet langer toe te staan dat dierengeen permanente toegang hebben tot drinkwater (Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 52), motie van lidMoorlag om het houden van kippen in kooien zo snel mogelijk uit te faseren (Kamerstuk28 286, nr. 1160) en motie van leden die verzoekt niet langer toe te staan dat vleeskuikensworden gehouden in de hoogste bezettingscategorie (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1589).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13942 Bij het beschrijven van de gedragsbehoeften en het opstellen van debijbehorende regels is gebleken dat op dit moment voor sommigeonderdelen (wetenschappelijke) kennis ontbreekt. Ook is het voorbepaalde regels nodig om eerst ervaring in de praktijk op te doen. In deontwerp-AMvB is daarmee rekening gehouden en is op die onderdelenaangegeven dat nader onderzoek en/of pilots nodig zullen zijn. DoorWageningen Livestock Research (WLR) is een wetenschappelijkeinschatting gemaakt van de potentiële effecten van invoering van devoorgenomen regels voor natuur, milieu, lucht, water en bodem. Tevens isdoor een consortium van Wageningen Social & Economic Research(WSER) en Connecting Agri&Food (CAF) een economische impactanalyseopgesteld over de financiële gevolgen van voorgenomen regels. Uit dezeanalyse blijkt dat de voorgestelde maatregelen aanzienlijke financiëleimpact kunnen hebben op de betrokken sectoren. Daarom is bij deuitwerking van zowel het convenant als de AMvB nadrukkelijk rekeninggehouden met deze factor, onder meer door een goed verdienmodel alsbelangrijke randvoorwaarde op te nemen. Ook is voor de betreffendeveehouderijsectoren een agrarische praktijktoets uitgevoerd. Al dezeinzichten zijn eveneens betrokken bij het bepalen van de regels in deAMvB en het daarbij voorgestelde tijdpad van inwerkingtreding. Daarwaar mogelijk heb ik ingezet op doelvoorschriften zodat in de praktijkruimte blijft voor eigen invulling. Dit past bij de inzet van dit kabinet omover te gaan op doelsturing. De eigen invulling kan worden ondersteunddoor gebruik te maken van Gidsen voor goede praktijken. In dergelijkegidsen kunnen verschillende praktische voorbeelden worden uitgewerktdie passen binnen de (doel-)voorschriften.Met het in kaart brengen van alle verschillende aspecten die verbondenzijn aan het toewerken naar een meer dierwaardige veehouderij isduidelijk geworden dat een gefaseerde invoeringsstrategie nodig is omverantwoorde, haalbare en realistische stappen te kunnen zetten. Ik heb erdaarom voor gekozen om in de ontwerp-AMvB een evaluatiebepaling opte nemen. Daarmee wordt beoogd dat tijdig voorafgaand aan deinwerkingtreding van voorgenomen regels (per 2030, 2035 en 2040) wordtgeëvalueerd of een regel daadwerkelijk in werking kan treden. Deevaluaties bevatten in elk geval informatie over de dan actuele (weten-schappelijke) inzichten over dierenwelzijn, emissies, vergunningverleningen verdienvermogen. De evaluaties zullen ervoor zorgen dat regelsverantwoord kunnen worden ingevoerd doordat vooraf duidelijk is of devoorgenomen regels in de praktijk uitvoerbaar zullen zijn en dat dedaarvoor noodzakelijke randvoorwaarden zijn gerealiseerd. Ook zullen deevaluaties borgen dat de stappen naar dierwaardige veehouderijplaatsvinden binnen de gestelde kaders voor natuur, milieu, lucht, wateren bodem.Ik heb de ontwerp-AMvB vandaag voor internetconsultatie aangeboden.De consultatie staat zes weken open en aansluitend zal verwerking van dereacties plaatsvinden. Tegelijkertijd worden diverse toetsen uitgevoerd(waaronder de handhaafbaarheid- en uitvoerbaarheidstoets). Ook wordtuitvoering gegeven aan de motie Van Campen cs4 waarin wordt gevraagdom voortvarend aan de slag te gaan met de invulling van de AMvB en omde AMvB wetenschappelijk te laten toetsen. De uitkomsten van dezeverschillende toetsen zullen eveneens worden verwerkt om te komen toteen ontwerp-AMvB die wordt voorgehangen in het parlement. Dit is eenbelangrijk en zorgvuldig proces waardoor het niet mogelijk zal zijn om deontwerp AMvB voor 1 juli 2025 bij het parlement voor te hangen. Mijnstreven is uiteraard wel om dit zo snel mogelijk te doen waarbij ik ervanuit ga dat de voorhang uiterlijk dit najaar kan plaatsvinden.4Kamerstuk 28 286, nr. 1341Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13943 Samenhang convenant en AMvBHet convenant en de ontwerp-AMvB kennen een nauwe samenhang, diesamen zorgen voor een haalbare en realistische aanpak. De voorzitter vanhet convenant noemt het in zijn aanbiedingsbrief een bouwwerk dat metelkaar in balans is. Daar waar de ontwerp-AMvB de regels beschrijft dieop een bepaald moment inwerking zullen treden, bevat het convenantafspraken over de zaken die nodig zijn om die regels daadwerkelijkinwerking te kunnen laten treden. Wij gaan gezamenlijk werken aanonderzoek, pilots en ketendeals om daarmee nader integraal inzicht tekrijgen over de gedragsbehoeften en de regels die daar invulling aankunnen geven. De invoeringsstrategie en deze samenwerking is eropgefocust dat deze regels verantwoord in de praktijk kunnen landen; nietalleen op het boerenerf maar juist ook in de hele keten. In deze aanpak zalspecifieke aandacht worden besteed aan koplopers. Daarmee wordtgedoeld op bedrijven, keurmerken of concepten die op het gebied vandierenwelzijn voorop willen lopen en daarmee een trekkende kracht zijn inde doorontwikkeling van dierwaardige veehouderij. Deze koplopers lopenechter ook als eerste tegen belemmeringen en grenzen aan die ze nietalleen kunnen oplossen. Daar nemen we gezamenlijk verantwoorde-lijkheid voor om dergelijke belemmeringen weg te nemen; niet alleenvoor deze koplopers maar ook voor degenen die daarna zullen volgen.Met deze afspraak in het convenant geef ik invulling aan de toezegging5aan het lid Podt. Een essentiële pijler in de invoeringsstrategie is deoprichting en inrichting van de eerder genoemde autoriteit dierwaardigeveehouderij. Bij Voorjaarsnotabesluitvorming is voor de periode 2026 –2030 voor het uitvoeren van de invoeringsstrategie 51 miljoen eurobeschikbaar gesteld.Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de Voorzitter van de EersteKamer der Staten-Generaal. Ik zet mij ervoor in de Kamer spoedig deontwerp-AMvB te doen toekomen en te informeren over de voortgang ophet traject dierwaardige veehouderij.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma5TZ202410-003Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13944
Gerelateerde bronnen
- De minister van LVVN zegt toe om de Kamer in een brief voor het kerstreces te informeren over koplopers op het gebied van dierenwelzijn.
De minister van LVVN zegt toe om de Kamer in een brief voor het kerstreces te informeren over koplopers op het gebied van dierenwelzijn.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.