Motie van het lid Keijzer over de Kamer informeren over maatregelen die leiden tot een kleinere overheid met meer doelmatigheid, lagere kosten en een betere democratische afspiegeling
37 020, nr. 54
document · 1 okt 2026 · Tweede Kamer
37020-IVVaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2027 nr. Lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn) De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2027 (37020-IV, nr. 1-2). De daarop door de minister gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt. Voorzitter van de commissie, Biekman Griffier van de commissie, Hessing-Puts Vraag 1: Vraag: Kunt u aangeven hoeveel procent van de begroting voor Caribisch Nederland bestaat uit tijdelijke subsidies en hoeveel procent uit structurele financiering? Antwoord: De beschikbare middelen op het begrotingsonderdeel 4.2 «Caribisch Nederland» voor subsidies zijn structureel op de begroting geraamd. De invulling van deze middelen verschilt van jaar tot jaar. Subsidies worden, al dan niet meerjarig, verstrekt op basis van daar waar behoefte aan is en in overeenstemming met de beleidsagenda. Vraag 2: Vraag: Welke kosten zijn gemoeid met de uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden? (blz: 11) Antwoord: Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt structurele middelen beschikbaar aan de Vrije Uitkering van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor de vergoeding en tegemoetkoming van het ‘extra’ aantal eilandsraadsleden vanaf 2027, 2031 en 2035. Voor een overzicht van de kosten wordt u verwezen naar onderstaande tabel. Ten overvloede wordt opgemerkt dat ook de kosten voor de toename van het aantal gedeputeerden vergoed worden (Kamerstukken II 2025-2026, 36 867, nr. 9) Tabel 1 Kosten n.a.v. stapsgewijze verhoging van het aantal eilandsraadsleden Tabel 1. Kosten n.a.v. stapsgewijze verhoging van het aantal eilandsraadsleden Stap 1 (2027) Stap 2 (2031) Stap 3 (2035) Bonaire 27.256 81.768 136.280 Sint Eustatius 22.000 66.000 66.000 Saba 22.000 44.000 44.000 Totaal in USD 71.256 191.768 246.280 Totaal in euro 64.772 174.317 223.869 Daarnaast ontvangen de griffies van de eilandsraden een extra financiële bijdrage ter hoogte van circa € 117.000 per eiland. Deze structurele bijdrage is bedoeld ter versterking van het bureau van de griffies in verband met de uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden. Een verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges kan ook gevolgen hebben voor de ruimte waarin vergaderd wordt. Hoewel huisvesting voor een groot deel een autonome verantwoordelijkheid van de openbare lichamen is, vind ik het gepast Bonaire, Sint Eustatius en Saba financieel te compenseren op dit punt. Het verhogen van deze kostenpost vloeit immers deels voort uit de nieuwe Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. De eenmalige compensatie ziet niet op alle mogelijke financiële gevolgen, omdat vanuit Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook aanvullende autonome keuzes gemaakt kunnen worden. Voor de huisvestingsgevolgen van de Wet heeft BZK in totaal € 1,5 mln. beschikbaar gesteld. Het gaat grofweg om € 0,5 mln. per eiland. Hiermee worden de eilanden voorzien van voldoende financiële middelen voor de gebouwelijke aanpassingen die nodig zijn om meer eilandsraadsleden én eilandgedeputeerden te kunnen huisvesten en om te voorzien in zaken als benodigd meubilair (Kamerstukken 2026Z19255). Ik heb deze middelen dit najaar beschikbaar gesteld aan Bonaire, Sint Eustatius en Saba via de Vrije Uitkering. Tijdens de werkconferentie in De Bilt (maart 2024) zijn afspraken gemaakt door mijn voorganger over de ondersteuning en randvoorwaarden die nodig zijn voor een goede invoering van de verhoging van het aantal leden van de eilandsraden. Ik schaar deze kosten onder de categorie ‘flankerend beleid’. Hierbij gaat het onder meer om het oriëntatieprogramma voor inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba die overwegen politiek actief te willen worden, maar nog niet precies weten wat de mogelijkheden zijn. Het programma is ook bedoeld voor inwoners die willen weten hoe zij meer invloed kunnen uitoefenen op de lokale besluitvorming. Het programma wordt uitgevoerd door ProDemos en het Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie (NIMD). Ik heb in het voorjaar van 2026 een subsidie toegekend (€ 0,3 mln.) voor de uitvoering van dit programma. In de nota naar aanleiding van het verslag, op 13 april 2026 met uw Kamer gedeeld, ben ik nader ingegaan op de overige financiële gevolgen van de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Kamerstukken II 2025/2026, 36 867, nr. 9). In mijn brief van 18 september jl. heb ik uw Kamer nader geïnformeerd over de uitvoering van de afsprakenlijst van de werkconferentie (Kamerstukken 2026Z19255). Een aantal afspraken heeft betrekking op de Herzieningswet WolBES-FinBES of de toelichting daarbij. Deze neem ik uiteraard mee in deze Wet. Voor het overige waar ik verantwoordelijk voor ben, beschouw ik de afsprakenlijst als uitgevoerd. Vraag 3: Vraag: Welk budget is benodigd om de bevoegdheid van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen uit te breiden naar Caribisch Nederland? Op welke termijn is deze uitbreiding beoogd en wat is er nodig om dit mandaat uit te breiden? (blz: 11) Antwoord: Tijdens het tweeminutendebat Justitieketen Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden op 8 september jl. heeft de minister van Justitie en Veiligheid de toezegging gedaan om voor de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid met een inschatting te komen van wat het uitbreiden van het mandaat zou kosten. Conform deze toezegging verwijs ik naar de reactie die mijn ambtsgenoot van Justitie en Veiligheid uw Kamer voor de begrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid (verwacht in week 47, tussen 17 en 19 november) zal doen toekomen. Vraag 4: Vraag: Wat is de verklaring dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen nog geen mandaat heeft voor Caribisch Nederland? Hoe is dit uit te leggen in relatie tot het «comply or explain» principe? (blz: 11) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 3. Vraag 5: Vraag: Kunt u het bestaanszekerheidspakket van 30 miljoen euro voor Caribisch Nederland in 2027 uitsplitsen naar maatregel, bedrag en begrotingsartikel, met onderscheid tussen voortzetting van tijdelijke ondersteuning, aanvulling van bestaande subsidiebudgetten en nieuwe maatregelen? (blz: 13) Antwoord: Tabel 2 # Maatregelen Eiland Bedrag in € mln. Begrotingshoofdstukken Toelichting Incidentele investeringen 1a. Elektriciteit: Fase 4 verduurzaming; van 69% naar 90% Saba 6 XXIII KGG Nieuw 1b. Elektriciteit: Fase 4 verduurzaming (gedeeltelijk); van 55% naar 85% Sint Eustatius 6 XXIII KGG Nieuw N1c. Drinkwater: Nieuwe zeewaterintake fase 2 Bonaire 8 XII IenW Nieuw 1d. Drinkwater: Vervanging 5 km lekkende leidingen Sint Eustatius 1,7 XII IenW Nieuw 1e. Telecom: afronding project glasvezelnetwerk Sint Eustatius 2,1 XIII EZK Nieuw Armoedebeleid 2. Kindplaatssubsidie Alle 0,4 XV SZW Nieuw (incidenteel) Aanvulling subsidies nutsvoorzieningen 3a. Tekort structurele subsidie elektriciteit Alle 3,2 XXIII KGG Budgetten KGG niet toereikend om gestegen kosten elektriciteit op Bonaire op te vangen* 3b. Tekort structurele subsidie drinkwater Alle 1,5 XII IenW Budgetten IenW niet toereikend om gestegen kosten Bonaire op te vangen* 3c. Tekort structurele subsidie telecom Alle 1,1 XIII EZK Budgetten EZK niet toereikend om gestegen kosten Bonaire op te vangen* Kosten totaal € 30 *De sterke bevolkingsgroei en gestegen (netbeheer)kosten op Bonaire zetten de betaalbaarheid onder druk. De hoogte van de huidige subsidies aan Caribisch Nederland om de (vaste) kosten betaalbaar te houden, houdt geen rekening met de groei op Bonaire. Ook Sint Eustatius en Saba ondervinden de effecten hiervan, omdat de subsidiebudgetten over een groter inwoneraantal van Caribisch Nederland worden verdeeld. Vraag 6: Vraag: Welke effecten verwacht u van het bestaanszekerheidspakket in 2027 op de kosten van levensonderhoud en de toegang tot voorzieningen voor huishoudens op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, vergeleken met 2026? (blz: 13) Antwoord: In onderstaande tabel wordt per thema een aantal maatregelen benoemd met de effecten voor burgers in het kader van het bestaanszekerheidpakket. Tabel 3 # Maatregelen Financiële gevolgen voor de burgers Incidentele investeringen 1a. Elektriciteit: Fase 4 verduurzaming; van 69% naar 90% Een gesubsidieerde verduurzamingsstap van fase 4 zal een structurele verlaging van variabele elektriciteitstarieven van circa 8 dollarcent per kWh worden gerealiseerd bij het tariefniveau van de tweede helft van 2026. Dit biedt verlichting voor financieel kwetsbare inwoners, alsmede de gehele samenleving, inclusief het bedrijfsleven. Bij een verbruik van 3.000 kWh bespaart een huishouden jaarlijks ongeveer 240 USD. Het doorwerken van de gestegen olieprijs vanaf 1 januari 2027 maakt het (vanwege de hogere productiekosten van elektriciteit met brandstof) zeer waarschijnlijk dat de besparing groter wordt. 1b. Elektriciteit: Fase 4 verduurzaming (gedeeltelijk); van 55% naar 85% Een gesubsidieerde verduurzamingsstap van fase 4 (in haar geheel, maatregel levert ongeveer 40% van de benodigde middelen) zal een structurele verlaging van variabele elektriciteitstarieven van circa 10 dollarcent per kilowattuur worden gerealiseerd bij het tariefniveau van de tweede helft van 2026. Dit biedt verlichting voor financieel kwetsbare inwoners, alsmede de gehele samenleving, inclusief het bedrijfsleven. Bij een verbruik van 3.000 kWh bespaart een huishouden jaarlijks ongeveer 300 USD. Het doorwerken van de gestegen olieprijs vanaf 1 januari 2027 maakt het (vanwege de hogere productiekosten van elektriciteit met brandstof) zeer waarschijnlijk dat de besparing groter wordt. 1c. Drinkwater: Nieuwe zeewaterintake fase 2 Naast de positieve bijdrage aan betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de drinkwatervoorziening op Bonaire heeft het ondersteunen van investeringen ook een effect op de tarieven, veelal op de variabele prijs per kuub. Het volledig subsidiëren van de nieuwe zeewaterintake en de post treatment leidt tot een verlaging van 3,38 dollar per maand (41 USD/jaar) voor een huishouden met een gemiddeld gebruik van 153 m3/jaar. 1d. Drinkwater: Vervanging 5 km lekkende leidingen Naast de positieve bijdrage aan betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de drinkwatervoorziening op Sint Eustatius heeft het ondersteunen van investeringen ook een effect op de tarieven. Als we ervan uitgaan dat de jaarlijkse investering van 1 miljoen in de renovatie van leidingen doorloopt in 2026-2029 en de lekverliezen (NRW) met succes teruggebracht worden van 45% naar ongeveer 15% in 2030, dan raamt STUCO dat de gemiddelde huishoudens hun maandelijkse waterrekening in 2029 met ongeveer $25 per maand zouden kunnen zien dalen ten opzichte van een kostendekkende basislijn. In 2030 zou dit $59 per maand kunnen bereiken. Daarbij komt in 2030 het extra voordeel van het elimineren van het jaarlijkse afschrijvingsverlies van $500.000 zodra het oude netwerk volledig is vervangen. De besparingen weerspiegelen het volledige economische voordeel van de met subsidies gefinancierde infrastructuurverbeteringen, waarbij STUCO de operationele voordelen (minder waterverspilling, lagere energiekosten) behaalt zonder extra afschrijvingskosten te hoeven dragen. 1e. Telecom: afronding project glasvezelnetwerk Voor Statia moet het mogelijk zijn om de internettarieven te verlagen, aangezien de volledige verglazingsopgave afgerond kan worden. Hierover worden gesprekken gevoerd met het telecombedrijf. Verder zal de prijskwaliteitverhouding van de internetdienst aanzienlijk verbeteren als gevolg van een zeer grote snelheidsupgrade en een stabielere verbinding. Armoedebeleid 2. Kindplaatssubsidie Dit heeft positieve gevolgen voor ouders in Caribisch Nederland. Ouders betalen zelf geen financiële bijdrage aan de kinderopvang, als zij dat niet kunnen. Dat vergroot hun koopkracht en draagt bij aan de arbeidsparticipatie. Op Bonaire gaat dit in 2027 voor de dagopvang om 608 USD per jaar die ouders besparen, op Saba om 718 USD en Statia om 675 USD per jaar. Aanvulling subsidies nutsvoorzieningen 3a. Tekort structurele subsidie elektriciteit Het vaste tarief voor elektriciteit voor distributie (netbeheer) komt op een ‘betaalbaar’ niveau. In 2026 daalt het feitelijke tarief voor huishoudens van $ 67, $ 64 en $ 77 tot Europees Nederlands niveau. Afhankelijk van hoe hoog dit Europees Nederlands niveau in 2027 zal zijn, zal een groter deel van de middelen de klanten met een kleine aansluiting ten goede komen. 3b. Tekort structurele subsidie drinkwater Het vaste tarief voor drinkwater komt op een ‘betaalbaar’ niveau. Ook wordt een stabiele ontwikkeling van de vaste maandelijkse gebruikstarieven geborgd. Mede hierdoor neemt het aantal aansluitingen jaarlijks toe. 3c. Tekort structurele subsidie telecom De betaalbaarheid van een abonnement op vast internet verbetert (waardoor de prijs-kwaliteitverhouding van de geleverde dienst en de koopkracht van inwoners ook verbetert). Mede hierdoor zien we dat het aantal aansluitingen jaar op jaar toeneemt, met andere woorden meer inwoners nemen internetabonnementen af omdat dit binnen hun financiële bereik zijn gekomen. Vraag 7: Vraag: Hoe zullen de nutsvoorzieningen, met name elektra, water en telecom, betaalbaar gehouden worden na afloop van de aanvullende subsidies in 2027? (blz: 13) Antwoord: Het structureel verlagen van de kosten van levensonderhoud, en dus ook nutsvoorzieningen, staat centraal in de afweging die gemaakt moet worden om te komen tot het maatregelenpakket voor 2028 en verder. Vraag 8: Vraag: Waar wordt aan gedacht als het gaat om mogelijke oplossingsrichtingen voor de bekostigingssystematiek van de fysieke infrastructuur? (blz: 14) Antwoord: Uw Kamer wordt in de eerste helft van 2027 hierover geïnformeerd. Vraag 9: Vraag: Wat is de taak van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zelf als het gaat om de fysieke leefomgeving? In hoeverre is het de bedoeling de eilanden vanuit de Nederlandse overheid nieuwe taken te geven? (blz: 14) Antwoord: Met de fysieke leefomgeving verwijst dit kabinet naar een breed scala aan maatschappelijke opgaven, waaronder infrastructuur, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, natuur, milieu, landbouw, connectiviteit, klimaatadaptatie en meer. In algemene zin kan gesteld worden dat de Rijksoverheid en ministeries in Den Haag verantwoordelijk zijn voor de beleidskaders en wet- en regelgeving op deze terreinen. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eigen taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van deze opgaven. Bijvoorbeeld als het gaat om natuurbeheer, woningbouw, het aanleggen van wegen, het onderhouden van de lucht- en zeehaven en meer. Daartegenover is het van belang dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel financieel door het Rijk in staat worden gesteld om deze taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Het tweede deel van uw vraag heeft betrekking op nieuwe taken. Ik ben niet voornemens nieuwe taken te geven op het gebied van de fysieke leefomgeving. Bewindspersonen die een dergelijke stap overwegen moeten een aantal wettelijke kaders in acht nemen. De wetgever kan een taak opdragen aan de openbare lichamen om die (mede) uit te voeren: de zogeheten medebewindstaken. Het tweede en derde lid van artikel 136 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) bepaalt dat de wetgever – specifiek het verantwoordelijk ministerie – medebewind financieel moet vergoeden. Vraag 10: Vraag: Kunt u de verschillende onderwerpen in de Nationale Adaptatie Strategie uitwerken voor Caribisch Nederland, net zoals deze ook voor Europees Nederland zijn uitgewerkt, en toelichten welke maatregelen daaronder vallen? (blz: 14) Antwoord: In de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) zijn de verschillende sectorale en integrale opgaven uitgewerkt die relevant zijn voor Caribisch Nederland. De ontwerp-NAS heeft ter inzage gelegen, op het moment worden de zienswijzen verwerkt. De definitieve NAS zal samen met het bijbehorende uitvoeringsprogramma naar verwachting eind dit jaar worden vastgesteld (deze zal ook met uw Kamer worden gedeeld). Caribisch Nederland is onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Hierin worden de maatregelen verder toegelicht. Vraag 11: Vraag: Bent u betrokken geweest bij het in de begroting opnemen van de nieuwe taakstelling op het ambtelijke apparaat? Zo ja, kunnen de onderliggende adviezen hierover met de Kamer worden gedeeld? (blz: 18) Antwoord: Ja. Alle onderliggende nota’s en adviezen ten behoeve van de augustusbesluitvorming zijn op Prinsjesdag door de minister van Financiën naar de Tweede Kamer verstuurd. Vraag 12: Vraag: Wat gaat u concreet minder doen nu deze taakstelling in de begroting is opgenomen? (blz: 18) Antwoord: In lijn met de motie Brekelmans (VVD) en Bontenbal (CDA) (Kamerstukken II 2026/2027, 37 020, nr. 8) en motie Keijzer/Kisteman (Kamerstukken II 2026/2027, 37 020, nr. 54) die is aangenomen na de Algemene Politieke Beschouwingen, zal de Kamer in het voorjaar van 2027 worden geïnformeerd over de besparingen per ministerie. Vraag 13: Vraag: Raakt deze taakstelling ook de uitvoering op de eilanden? Zo ja, op welke wijze? (blz: 18) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 12. Vraag 14: Vraag: Welke mogelijke risico’s voor de uitvoering en dienstverlening worden voorzien als de opstapelende taakstellingen worden doorgevoerd? (blz: 18) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 12. Vraag 15: Vraag: Hoeveel euro per jaar gaat er concreet minder naar de begroting Koninkrijksrelaties als de extra taakstelling en de reeds eerder aangekondigde taakstellingen worden doorgevoerd? Kan dit in een schema worden gezet voor de komende jaren tot aan 2035? (blz: 18) Antwoord: In de belangrijkste beleidsmatige mutaties zijn de taakstellingen uit het coalitieakkoord (mutaties 1 t/m 3) opgenomen evenals de aanvullende (efficiency)taakstelling Rijk die vanaf 2031 oploopt (mutatie 21) en het versnellen van slagvaardige overheid (mutatie 22). De taakstellingen zijn meerjarig verwerkt op de begroting in lijn met de berekening en verdeling die het ministerie van Financiën heeft toegepast, vooruitlopend op de verdere uitwerking van de actieagenda Slagvaardige Overheid. De invulling van de taakstellingen wordt nog uitgewerkt. In lijn met de motie Brekelmans (VVD) en Bontenbal (CDA) (Kamerstukken II 2026/2027, 37 020, nr. 8) die is aangenomen na de Algemene Politieke Beschouwingen, zal de Kamer in het voorjaar van 2027 worden geïnformeerd over de besparingen per ministerie. Vraag 16: Vraag: Hoeveel geld is begroot voor het tot stand brengen van de medegelding van respectievelijk het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het VN-verdrag van Istanbul in Caribisch Nederland, nu uit de begroting blijkt dat daaraan prioriteit wordt gegeven? (blz: 25) Antwoord: Bij brief van 3 februari jl. heeft de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de ratificatie van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-Verdrag Handicap) en het op 11 mei 2011 te Istanbul tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkómen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul) in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Voor de werkagenda voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap worden de lopende en voorgenomen initiatieven uit de werkagenda gedekt met financiële afspraken tussen de betrokken partijen en wordt aanvullend een budget van € 0,1 mln. per jaar beschikbaar door het ministerie van VWS ten gunste van Caribisch Nederland. Ten aanzien van de implementatie van het Verdrag van Istanbul zijn in het bestuursakkoord Voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling Caribisch Nederland 2026-2029 middelen beschikbaar gesteld voor doelen op het werkterrein van Caribisch Nederland. Voor 2027 gaat het om een bedrag van circa € 0,9 mln. Voor beantwoording van verdere vragen over de financiën bij de implementatie van deze verdragen verwijs ik naar de behandeling van de begroting van mijn ambtsgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Vraag 17: Vraag: Kan in detail worden aangegeven waarvoor de 2% beleidsmatig gereserveerde middelen op artikel 1 van de begroting op dit moment bestemd zijn? (blz: 29) Antwoord: Onder de 2% beleidsmatige gereserveerde middelen op artikel 1 vallen de middelen voor bestuurlijke aanpak ondermijning. Met dit geld worden de Landen in staat gesteld om bestuurlijke instrumentaria te ontwikkelen gericht op het bestrijden, voorkomen, belemmeren en frustreren van ondermijnende criminele activiteiten, in samenwerking met andere partners binnen een (geïntegreerde) aanpak. Te denken valt bijvoorbeeld aan vergunningenbeleid of bewustwordingscampagnes om signalering door burgers, bedrijven en ambtenaren van misstanden te stimuleren (Kamerstukken II 2025/2026, 36 800-IV, nr. 7) Zo wordt bijgedragen aan een duurzame, regionale en integrale aanpak van ondermijning die complementair is aan de bestaande strafrechtelijke aanpak. Vraag 18: Vraag: Wanneer gaat de bus op Bonaire rijden? Wat zijn de concrete belemmeringen op dit moment om de bus te laten rijden? (blz: 34) Antwoord: Het Bestuurscollege van Bonaire heeft een samenwerking opgestart met het ABC Busbedrijf op Curaçao. Zij zullen het Bestuurscollege ondersteunen in de transitiefase om te komen tot een adequaat busvervoer op Bonaire. Daarbij heeft het bestuurscollege aangegeven dat naar verwachting de eerste bus op Bonaire vanaf januari 2027 zal gaan rijden. Het openbaar vervoer wordt daarbij gefaseerd opgebouwd. Er is op dit moment nog geen sluitende businesscase en er wordt nog gewerkt aan de definitieve inrichting van het systeem. Daarnaast moet het type bus, het aantal bussen, de routes en de frequentie nog worden vastgesteld door het Bestuurscollege. Vraag 19: Vraag: Hoeveel budget is er nodig om alle aanbevelingen van de commissie sociaal minimum Caribisch Nederland (commissie-Thodé) uit te voeren? (blz: 34) Antwoord: Het is niet mogelijk om te kwantificeren hoeveel budget nodig is om de aanbevelingen van de commissie sociaal minimum Caribisch Nederland uit te voeren. De mogelijkheden van de (rijks) overheid om de economie en armoede te beïnvloeden zijn begrensd. Voor een aantal aanbevelingen ligt het knelpunt bovendien niet bij het budget, maar bij de uitvoeringspraktijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor het benutten van inkomensafhankelijke regelingen, die door andere stelsels in Caribisch Nederland (bijvoorbeeld het ontbreken van een loon- en inkomenssysteem) niet kunnen worden doorgevoerd. Tegelijkertijd wil ik erop wijzen dat sinds het commissierapport er aan de inkomenskant enorme stappen zijn gezet en dit kabinet met nogmaals € 30 mln. structureel extra stappen kan zetten om ook de kosten van levensonderhoud verder naar beneden te brengen. Ik wijs ook op de recent gepubliceerde armoedestatistiek en verschillende data die zijn opgenomen in de sociaaleconomische monitor Caribisch Nederland van het CBS. In de voorgangsbrief bestaanszekerheid van 3 juli 2025 is beschreven welke stappen er afgelopen tijd zijn gedaan (Kamerstukken II 2024/2025, 36 600-IV, nr. 72). Vraag 20: Vraag: Hoe bent u tot de 30 miljoen euro voor bestaanszekerheid gekomen? Welke onderliggende berekeningen en adviezen liggen hieraan ten grondslag om te bepalen of dit voldoende is? (blz: 34) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 19. Als onderdeel van de onderhandelingen voor het coalitieakkoord 2026-2030 heeft het kabinet € 30 mln. structureel vrijgemaakt. Het kabinet kan met deze middelen een vergaande stap zetten om de aanbevelingen van de commissie sociaal minimum Caribisch Nederland te realiseren. Vraag 21: Vraag: In hoeverre is bij de vaststelling van de 30 miljoen euro voor het verbeteren van de bestaanszekerheid in Caribisch Nederland voor 2027 rekening gehouden met de veranderde geopolitieke context, de inflatie en de groei van de bevolking na oplevering van het rapport van de commissie sociaal minimum Caribisch Nederland? (blz: 34) Antwoord: Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief van 15 september jl. (Kamerstukken 2026Z18901), is bij de gekozen maatregelen voor 2027 rekening gehouden met de bevolkingsgroei op Bonaire en de veranderende geopolitieke context. In de begrotingen van I&W, EZK en KGG is structureel onvoldoende budget gereserveerd voor de sterk stijgende kosten van nutsvoorzieningen als gevolg van o.a. de sterke bevolkingsgroei op Bonaire (waarvan Sint Eustatius en Saba ook de gevolgen ondervinden). Dit budgettaire vraagstuk speelde voor elektriciteit de afgelopen jaren al, en is het vraagstuk voor 2026 achteraf opgelost met het amendement-Ceder (CU) (met dekking binnen begroting KGG). Voor 2027 is ervoor gekozen dit tekort via de CN-envelop te bekostigen. Bij de gekozen maatregelen (mede in reactie op de geopolitieke ontwikkelingen) zetten we verder in op het verduurzamen van de energievoorziening op Sint Eustatius en Saba. Dit in aanvulling op de middelen die in mei 2026 beschikbaar zijn gesteld om de regeling van de energietoelage op de eilanden te verruimen ter ondersteuning van minimahuishoudens op de eilanden. Hiermee wordt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afgeschaald. Voor Bonaire zijn buiten de envelop middelen beschikbaar die samenhangen met de voorgenomen beëindiging van Bonaire Bon Transition B.V. (BBT). Zoals toegelicht in de Kamerbrief van 1 juli 2026 (Kamerstukken II, 2025/2026, 29 023, nr. 714), vloeien de resterende middelen na opheffing van BBT terug naar de begroting van het ministerie van EZK en kunnen deze worden ingezet voor de verduurzaming en daarmee de betaalbaarheid van de elektriciteitsvoorziening op Bonaire. Vraag 22: Vraag: Om welke middelen op artikel 4, waar een hoog percentage op beleidsmatig gereserveerde middelen staat, gaat het en hoe kan dit verklaard worden? (blz: 36) Antwoord: De omvang van artikel 4 is divers. Vanuit dit artikel worden zowel middelen naar de landen als aan de Openbaren Lichamen verstrekt. Het hoge percentage aan beleidsmatig gereserveerde middelen wordt veroorzaakt door een samenstelling van subsidies, opdrachten en bijdragen aan medeoverheden waarvoor bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2027 nog geen (bestuurlijke)toezeggingen waren gedaan of waarvoor al financiële verplichtingen waren ingesteld. Zodra 2027 begint zal er ook invulling worden gegeven aan de deze beleidsmatig gereserveerde middelen en zullen deze ook worden uitgegeven. Vraag 23: Vraag: Hoeveel middelen zijn op dit moment beschikbaar voor de sanering van Selibon? (blz: 70) Antwoord: De financiering van de bedrijfsvoering, investeringen en sanering van Selibon is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van het Openbaar Lichaam Bonaire. In het addendum bij de bestuursovereenkomst heeft het Bestuurscollege zich voor 2026–2028 gecommitteerd aan circa USD 26 miljoen voor de bedrijfsvoering en investeringen van Selibon. Voor de structurele oplossing is het totale financiële plaatje nog niet vastgesteld. Dit is afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt voor de toekomstige afvalverwerking, de benodigde investeringen en de structurele exploitatie. Het Rijk en het OLB brengen deze financieringsopgave gezamenlijk in beeld. Daarbij blijft het uitgangspunt dat het OLB verantwoordelijk is voor zijn eigen financiële verplichtingen. De vraag naar eventuele aanvullende rijksbijdragen kan pas worden beoordeeld zodra de structurele financieringsopgave concreet in beeld is. Voor de aanpak van de afvalproblematiek op Bonaire is vanuit het ministerie van IenW voor respectievelijk 2027 € 1,4 mln. beschikbaar en voor 2028 € 2,7 mln. Deze middelen zijn ondergebracht in hoofdstuk XII, artikel 20 van de IenW-begroting. De middelen zijn begroot in het kader van het programma Afval op Maat, een samenwerkingsprogramma tussen het Openbaar Lichaam Bonaire, Selibon en IenW. Doel van het programma Afval op Maat is een structurele verbetering van het afvalbeheer op Bonaire te bereiken. In de brief van 1 september 2026 van de staatssecretaris van IenW over Selibon Lagun (Kamerstukken II 2026/2027, 22 343, nr. 457) is aangegeven dat de aanpak van de situatie bij Selibon Lagun en de transitie naar een structureel duurzame afvalverwerking de komende jaren om aanzienlijke financiële inspanningen zal vragen. De binnenkort op de richten Uitvoeringsorganisatie Selibon Lagun onder regie van het Openbaar Lichaam Bonaire zal de benodigde investeringen en structurele exploitatiekosten inzichtelijk maken. Het gaat daarbij zowel om beheersmaatregelen bij Selibon Lagun, de voorbereiding, de sluiting en sanering van de stortplaats als ook om de realisatie van het multi-inzetbare overslag en scheidingscentrum en de toekomstige verwerking van afvalstromen. Het Rijk en het Openbaar Lichaam zullen gezamenlijk kijken naar de mogelijkheden om de financieringsbehoefte gerealiseerd te krijgen. Vraag 24: Vraag: Hoeveel middelen zijn op dit moment beschikbaar voor de sanering van Selibon? (blz: 70) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 23. Vraag 25: Vraag: Kan in kaart gebracht worden hoeveel middelen er in totaal beschikbaar zijn om de afvalproblematiek op Bonaire aan te pakken? Kan dit uitgesplitst worden naar wie dit beschikbaar stelt (op welke post van welke begroting) en waarvoor dit beschikbaar gesteld wordt? (blz: 70) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 23. Vraag 26: Vraag: Welke kosten worden gereserveerd voor uitvoering van de gemaakte afspraken op de werkconferentie, bijvoorbeeld de afspraken voor uitbreiding van de ambtelijke ondersteuning van eilandsraadsleden en uitbreiding van fysieke vergaderfaciliteiten? (blz: 78) Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 2. Vraag 27: Vraag: Welk budget is nodig om de energieprijzen in Caribisch Nederland gelijk te trekken met het gemiddelde in Europees Nederland? Kunt u dit bedrag onderbouwen en zo nodig uitsplitsen? (blz: 78) Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de Kamerbrief inzake motie Ceder (CU) (Kamerstukken II 2026/27, nr. 36 800-IV 74) over het gelijktrekken van de energiekosten in Caribisch Nederland met Europees Nederland.
Versie a0d9e3a6-55ad-4d06-bb47-88dffdc7f2dd · Officiële bron.
37 020, nr. 54
37 020, nr. 8
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.