KamerkringInloggen
Antwoord op Kamervragen

Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het artikel ‘Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk’, zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade'

5 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 10b68ba8232ab4ca · officiële bron

AH 251 2026Z20202 Antwoord van minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 5 oktober 2026) Vraag 1 Wat is uw reactie op het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende vaststaat dat de deskundige, mede-eigenaar en bestuurder van D.O.G. Ingenieurs B.V., geen persoonlijk belang heeft en dat hij daarom niet als onafhankelijke deskundige kan worden gekwalificeerd? Vraag 2 Hoe beoordeelt u het dat deze deskundige in het Disclosure Statement voor onafhankelijke deskundigen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) zijn rol als directeur en aandeelhouder van D.O.G. onvermeld heeft gelaten? Acht u het formulier op dit punt toereikend, nu D.O.G. zelf stelt dat er geen afzonderlijke vraag in staat over aandeelhouderschap of bestuursfuncties? Heeft u plannen dit formulier te wijzigen? Vraag 3 Bent u bereid het Disclosure Statement en het deskundigenregister zo aan te passen dat aandeelhouderschap, bestuursfuncties en andere financiële belangen bij het deskundigenbureau verplicht moeten worden gemeld, en dat deskundigen met zo’n belang geen individuele schadedossiers meer beoordelen? Vraag 4 Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de stelling van het IMG dat er geen reden is om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van de deskundigen en tot uw eigen eerdere uitspraak in het debat dat u geen reden heeft om te twijfelen aan de kwaliteit van de rapporten? Blijft u bij die uitspraak? Vraag 5 Vindt u het aanvaardbaar dat het IMG en D.O.G. laten weten hun werkwijze naar aanleiding van deze uitspraak niet aan te passen, terwijl de rechter in het vonnis uitdrukkelijk schrijft te rekenen op meer duidelijkheid van het IMG om problemen in de toekomst te voorkomen? Bent u bereid het IMG hierop aan te spreken en zo nodig een aanwijzing te geven? Antwoord vragen 1 t/m 5: Het IMG heeft aangegeven niet te twijfelen aan de onafhankelijkheid van deskundigen vanwege onder andere een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de onpartijdigheid van deskundigen op adequate wijze door het IMG wordt gewaarborgd.[voetnoot 1] De termijn om hoger beroep in te stellen door de betreffende bewoner loopt nog. De mogelijkheid bestaat dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich nog over de zaak zal buigen. De uitspraak is daarmee nog niet onherroepelijk geworden en ik wil daarom op de inhoud en eventuele gevolgen niet vooruitlopen. Ik ben in de tussentijd in gesprek met het IMG. Het is belangrijk dat er geen twijfels zijn over de onafhankelijkheid van deskundigen. Als verbeteringen mogelijk zijn, dan zal het IMG daartoe overgaan. Het IMG is als zelfstandig bestuursorgaan zelf bevoegd en verantwoordelijk voor het voeren van rechtszaken over door hen genomen besluiten. Het IMG is terughoudend met hoger beroep in lijn met afspraken met uw Kamer[voetnoot 2] en heeft aangegeven dat ook in dit geval niet in te stellen. Vraag 6 Hoeveel schaderapporten zijn sinds 2018 opgesteld of mede-opgesteld door deskundigen die tevens aandeelhouder, bestuurder of eigenaar zijn van het schadebureau waarvoor zij werken? Kunt u dit uitsplitsen per bureau? Zo nee, waarom heeft het IMG hier geen zicht op? Antwoord vraag 6: Deze informatie wordt niet bijgehouden door het IMG. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat de onafhankelijkheid op adequate wijze door het IMG is gewaarborgd onder andere middels het disclosure statement. Daarom was er geen aanleiding voor het IMG om deze informatie bij te houden. Vraag 7 Hoeveel van deze rapporten hebben geleid tot een afwijzing van een schadeaanvraag? Bent u bereid deze dossiers te laten herbeoordelen door aantoonbaar onafhankelijke deskundigen? Antwoord vraag 7: Zie hiervoor het antwoord op vraag 6. Op de uitspraak en de mogelijke gevolgen, kan ik, zoals toegelicht bij het antwoord op de vragen 1 t/m 5, op dit moment niet inhoudelijk ingaan. Vraag 8 Erkent u dat deze uitspraak laat zien dat het verdienmodel rond de schadeafhandeling niet alleen de overheid veel geld kost, maar ook gedupeerden rechtstreeks kan schaden, omdat er een prikkel kan bestaan om anders te oordelen dan onafhankelijk zou gebeuren? Vraag 9 Bent u bekend met de passage in het vonnis waarin de gemachtigde van de eiseres niet uitsluit dat het lange tijdsverloop en de belasting die dit met zich meebracht het gevolg is van de volgens hem niet onafhankelijke handelwijze van de deskundige? Heeft u, of heeft het IMG, onderzocht of er een verband bestaat tussen de belangen van deskundigen en schadebureaus en de lange doorlooptijden van schadeaanvragen? Zo nee, bent u bereid dit te laten onderzoeken? Antwoord vragen 8 en 9: Op de uitspraak en de vragen die u naar aanleiding hiervan stelt, kan ik, zoals toegelicht bij het antwoord op de vragen 1 t/m 5, op dit moment niet inhoudelijk ingaan. Vraag 10 Kunt u aangeven hoe lang de doorlooptijden zijn van dossiers die door D.O.G. en 10BE zijn beoordeeld, vergeleken met dossiers van andere bureaus? Antwoord 10: De inzet van deskundigen in de schadeafhandeling is een van de vele factoren die de doorlooptijd van een aanvraag kunnen bepalen, net zoals bijvoorbeeld de grootte van een pand, de complexiteit van een dossier en de keuzes van een aanvrager, zoals bijvoorbeeld het indienen van en zienswijze. Daarnaast worden de deskundigenbureaus ingezet op verschillende onderdelen van het schadeafhandelingsproces waarvoor met hen verschillende daarbij passende prestatieafspraken zijn gemaakt; dit betreft de onderdelen opname, beoordeling en calculatie maar ook bij bijzondere objecten. Dit betekent dat een vergelijking op doorlooptijden op basis van de inzet van bureaus niet mogelijk is. Vraag 11 Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Beckerman/Bushoff over het borgen dat het toezicht op externe inhuur door IMG en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) wordt versterkt (Kamerstuk 36836, nr. 40)? Antwoord vraag 11: Ik hoop uw Kamer hierover voor het WGO Groningen te informeren. Daarbij zal ik ingaan op de maatregelen die door NCG zijn genomen als reactie op het rapport van de ACVG. Ook ga ik daarbij in op de wijze waarop de onafhankelijkheid van de deskundige en de kwaliteit van de werkzaamheden in het schadeafhandelingsproces bij het IMG is gewaarborgd en de op dit moment door het IMG uitgevoerde audit op schadeopnames. Indien mogelijk zal ik dan ook ingaan op de betekenis van de recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. Vraag 12 Is uw inhoudelijke oordeel over de verworpen moties-Bushoff/Beckerman over een winstnormbepaling in de aanbesteding (Kamerstuk 36836, nr. 44) en over het wegnemen van perverse financiële prikkels voor schadebureaus (Kamerstuk 36836, nr. 45) in het licht van dit artikel veranderd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen neemt u om de inhoud van deze moties tot uitwerking te brengen? Vraag 13 Bent u, in het licht van deze uitspraak, alsnog bereid maatregelen te nemen om de financiële prikkel om anders te oordelen weg te nemen en buitensporige winsten te voorkomen? Antwoord vragen 12 en 13: Op de uitspraak en de vragen die u naar aanleiding hiervan stelt, kan ik zoals toegelicht bij het antwoord op de vragen 1 t/m 5 op dit moment niet inhoudelijk ingaan. Zie met name rechtsoverweging 49-53 van de uitspraak van de ABRvS van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:374. Kamerstukken II 2022/23, 33 529, nr. 1121.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · f150e6c8707dd31b

12 okt 2026 · 9261ec9db9492544

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.