KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 8 april 2026, over Digitale infrastructuur en economie

12 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1ffbc1d85bd5f778 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1519 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 juni 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 8 april 2026 overleggevoerd met mevrouw Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie enSoevereiniteit, over:–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 17 janu-ari 2025 inzake voortgangsupdate IPCEI CIS en Gaia-X(Kamerstuk 26 643, nr. 1271);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 10 maart2025 inzake voortgangsrapportage Strategie Digitale Econo-mie (Kamerstuk 26 643, nr. 1309);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 18 april2025 inzake uitkomsten verkenning AI-faciliteit in Nederland(Kamerstuk 26 643, nr. 1330);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 27 juni2025 inzake indiening voorstel AI-fabriek Groningen (Kamer-stuk 26 643, nr. 1354);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.12 augustus 2025 inzake opvolging motie van het lid Kath-mann c.s. over het.nl-domein weer volledig in Nederlandkrijgen (Kamerstuk 26 643, nr. 1317) (Kamerstuk 26 643,nr. 1380);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.21 augustus 2025 inzake reactie op factsheets digitalestrategische autonomie (Kamerstuk 26 643, nr. 1383);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 1 sep-tember 2025 inzake uitvoering van twee moties met betrek-king tot de tarieven en betaalbaarheid van internet (Kamerstuk26 643, nr. 1386);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 22 sep-tember 2025 inzake zeekabels in Europees en CaribischNederland (Kamerstuk 26 643, nr. 1398);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 1 oktober 2025 inzake antwoord op devraag, gesteld tijdens tweeminutendebat Formele Telecomraadd.d. 6 juni 2025 van 2 september 2025, over de rol van deoverheid in het afbouwen van digitale afhankelijkheden en de kst-26643-1519ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15191 bereidheid om vanuit de overheid hiertoe maatregelen tenemen (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1160);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 13 okto-ber 2025 inzake honorering EU-financiering voor de AI-fabriekin Groningen (Kamerstuk 26 643, nr. 1424);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 29 okto-ber 2025 inzake het Meerjarenplan 2026–2030 van de Rijksin-spectie Digitale Infrastructuur (RDI) (Kamerstuk 26 643,nr. 1429);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 9 decem-ber 2025 inzake invulling van diverse moties en een toezeg-ging, gedaan tijdens het notaoverleg van 2 juni 2025, over deinitiatiefnota Wolken aan de horizon (Kamerstuk 36 574,nr. 18);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.19 december 2025 inzake voortgang AI-fabriek enAI-gigafabriekeninitiatief (Kamerstuk 26 643, nr. 1451).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,DekkerDe griffier van de commissie,BoeveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15192 Voorzitter: DekkerGriffier: MullerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van den Berg, ElBoujdaini, Dekker, Kathmann, Verkuijlen, Vermeer en Zwinkels,en mevrouw Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit.Aanvang 10.47 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen. Ik open deze vergadering van de vastecommissie voor Digitale Zaken. Aan de orde is het commissiedebatDigitale infrastructuur en economie. Ik heet welkom de bewindspersoon,mevrouw Aerdts, de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.Aan de zijde van de Kamer zullen deelnemen aan dit commissiedebatmevrouw El Boujdaini, mevrouw Zwinkels, de heer Verkuijlen, de heer Vanden Berg, de heer Vermeer en mevrouw Kathmann. We hebben in totaaldrie uur voor deze vergadering. Ik stel voor om uit te gaan van vierinterrupties per persoon. Een interruptie die langer duurt dan 30 secondentelt als twee, zoals u weet. Dus dan gaat het hard. Een interruptie bestaatuit een vraag en de beantwoording. Als dat nodig is, kan er ook eenverduidelijkende vraag gesteld worden. We zullen zien of dat qua tijdallemaal in het spoor blijft lopen. Ik hoop van wel. Voor de tweede termijnkunnen we aan de hand van de beschikbare tijd bezien of er nog ruimte isvoor aanvullende interrupties en vragen. Dat lijkt me eventjes voldoendevoor de logistiek van deze vergadering. Ik wil graag het woord geven aanmevrouw El Boujdaini voor haar bijdrage.Mevrouw El Boujdaini (D66):Dank u wel, voorzitter. Toen ik vanochtend hoorde over de hack bijChipSoft, werd weer duidelijk dat digitale infrastructuur het dagelijksleven raakt. Digitale infrastructuur is als een weg. Over deze onzichtbareweg gaan persoonsgegevens, appjes en betalingen. Maar wie bepaalt deroutes en de regels van de digitale economie, waarin data een grondstofis geworden, AI het product is dat iedereen wil gebruiken en innovatie desnelheid is waarmee we vooruitkomen?Voorzitter. Het is daarom aan ons om richting te geven aan onze digitaletoekomst en om Europese en Nederlandse bedrijven het voordeel van detwijfel te geven en niet steeds de techgiganten, die een monopoliepositiehebben. De komende jaren willen wij bouwen aan een bloeiende digitaleeconomie, met een digitale infrastructuur waar wij de regie over hebben.Van het werkveld en experts horen we dat we over de juiste kennisbeschikken. En we hebben ook mooie voorbeelden. Afgelopen week in hetnieuws: Centric, KPN, Info Support, Intermax, Nebul, Previder enUniserver willen werken aan een cloud als alternatief voor big tech.EUnifyer, dat een alternatief biedt voor onder andere Outlook en Teams,gaat met pilots starten. TNO werkt samen met andere organisaties aan6G. GPT-NL is ons eigen Nederlandse AI-model. Kortom, wij kunnen hetwel. In het coalitieakkoord staat dat we als overheid moeten optreden alslaunching customer voor nieuwe, innovatieve technologieën. Ditonderschrijft mijn fractie ook van harte. Daarom vraag ik aan de Staatsse-cretaris: welke concrete projecten lopen er momenteel waarin de overheidal als launching customer optreedt? Zijn er al best practices die bredertoepasbaar zijn binnen de overheid? Hoe gaat de Staatssecretaris dezelaunchingcustomerrol verder invullen? Wanneer zien we daar deresultaten van?Voorzitter. Het nieuws dat vergunningen zijn uitgegeven voor de bouwvan zeven nieuwe datacentra is u vast niet ontgaan: de hyperscalers.Datacentra zijn nodig voor veilige dataopslag voor ziekenhuizen, overheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15193 en bedrijven. Maar belangrijke randvoorwaarde is wat ons betreft weldigitale soevereiniteit. Hoe ziet het gebruik van deze megadatacentraeruit? Is er al zicht op wie hier precies gebruik van zullen maken? Gister iser ook een motie aangenomen van Zalinyan en Grinwis over eennationale aanpak voor datacenters en datakabels. Kan de Staatssecretariservoor zorgen dat in deze nationale aanpak ook het belang van digitalesoevereiniteit wordt opgenomen? Ziet de Staatssecretaris kansen omdigitale soevereiniteit in de toekomst mee te nemen als criterium invergunningsprocessen voor nieuwe datacentra?Voorzitter. Bedrijven en overheden moeten bouwen aan een bloeiendedigitale economie. Wat we vandaag investeren, bepaalt wat morgen kangroeien. We hebben vorige week een brief ontvangen van de Staatssecre-taris waarin staat dat er vanuit de overheid niet geïnvesteerd wordt in deAI-gigafabriek, maar zulke initiatieven wel stimuleert. Een eigen digitaleinfrastructuur ontwikkelen en hier regie op hebben is cruciaal voorsoevereiniteit. Volgens het rapport-Wennink is dat ook nodig voor hetverdien- en innovatievermogen. Dat er nu geen half miljard beschikbaar isvoor een AI-gigafabriek is te begrijpen, maar ik zou wel graag toekomst-perspectief willen. Hoe gaan we er als overheid dan wel voor zorgen datwe deze AI-infrastructuur, de rekenkracht die we nodig hebben voorinnovatie, toch gaan stimuleren?Voorzitter. Onze digitale economie staat of valt ook met een sterkeinfrastructuur. Terwijl onze afhankelijkheid van zeekabels groeit, blijvenwe achter en komt het eigenaarschap steeds vaker bij big tech te liggen.Dat maakt ons kwetsbaar, juist in deze geopolitieke tijden. Daarmee staatonze digitale autonomie en onze positie als digitale mainport onder druk.Welke concrete stappen zet de Staatssecretaris om de aanlanding vannieuwe intercontinentale zeekabels in Nederland actief te stimuleren? Opwelke wijze zet zij zich binnen Europa in voor versterking van Europeeseigenaarschap op infrastructuur?De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor mevrouw El Boujdaini spreken over de gigafactory. Zij zegt dat diebelangrijk is, maar dat er op dit moment geen middelen voor beschikbaarzijn en dat dat begrijpbaar is. Dat volg ik niet helemaal. Ik hoor veelambitie bij mevrouw El Boujdaini. Waarom is het dan begrijpbaar dat wegeen geld besteden aan dit soort belangrijke zaken?Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik vind het heel belangrijk dat we investeren in dit soort initiatieven. Ik zegalleen dat als we kijken naar de begroting, 500 miljoen euro op ditmoment wel echt een hele grote hap is. Daarom vraag ik ook omtoekomstperspectief, om te kijken: waar kunnen we dan wel naartoewerken voor wellicht de volgende begroting? Ik denk namelijk wel dat weecht moeten investeren in onze eigen digitale infrastructuur en reken-kracht in Nederland.De heer Van den Berg (JA21):Dat ben ik helemaal met mevrouw El Boujdaini eens. Ik denk ook dat datheel belangrijk is, zeker als die gigafactory geld kan opleveren voor onzemaatschappij. Stel dat daar een bepaald rendement achter zit; is het danniet beter om nu alsnog te investeren? Voor mijn part zijn we daar creatiefin, maar laten we in ieder geval die middelen vinden, zodat die batenalsnog ten goede komen aan de maatschappij.Mevrouw El Boujdaini (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15194 Als er middelen beschikbaar zijn, dan ben ik enorm voorstander van hetinvesteren in dit soort initiatieven, maar het moet wel mogelijk zijn. Kijk,we hebben ook de AI-gigafabriek in Groningen. Die is meer voor publiekediensten beschikbaar. Daar hebben we 71 miljoen euro in geïnvesteerd alsoverheid, samen met de provincie. In totaal was er 200 miljoen euro voornodig. Dat kunnen we gelukkig wel verwezenlijken. Ik ben hartstikkebereid om te kijken naar andere ideeën en plannen om een andereAI-gigafactory ook mogelijk te maken.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Mijn interruptie ligt in het verlengde van die van de heer Van den Berg.D66 zegt dat dat geld er nu niet is. Er wordt gesproken over een halfmiljard. Maar het gaat natuurlijk over een veel breder vraagstuk. Er is nuleuro voor strategische autonomie. Er is nul euro voor de NederlandseDigitaliseringsstrategie. Er is niet een beetje geld, maar nul euro. Ik hoorin de bijdrage van mevrouw El Boujdaini heel veel ambitie, maar hoe dan?Ik vind het eigenlijk echt nog erger dat je zulke torenhoge ambitiesopschrijft in een coalitieakkoord en Nederland meeneemt in «we moetenkoploper zijn; we moeten dit zijn en dat zijn» en daar vervolgens nul eurovoor uittrekt. Hoe rijmt mevrouw El Boujdaini dat? Ik snap wel datmevrouw El Boujdaini op zoek is naar de plannen, maar zonder geld is ergeen plan. Kan ik er ook van op aan dat D66 strijd gaat voeren om hiergewoon geld voor vrij te maken?Mevrouw El Boujdaini (D66):Als we kijken naar hoeveel geld wij jaarlijks als overheid uitgeven aanIT-diensten en -producten, dan loopt dat in de miljarden. Het ligt ook aanhet volgende. We hebben het geld wel, want het geld wordt al geïnves-teerd in producten en diensten. De manier waarop we het investeren ishet probleem. Er zijn nooit strategische keuzes gemaakt over wie wewaarvoor willen hebben. Het gaat dus om vragen als: vinden we het okédat Microsoft ons bedient op x, y, z of willen we toch dat Nederlandse enEuropese bedrijven ons bedienen? Dat geld is al beschikbaar, maar datmoet op een andere manier uitgegeven worden. Op het moment dat wedat geld, dat al wordt uitgegeven, op een andere manier gaan uitgeven,dan kunnen we daadwerkelijk werken aan onze digitale autonomie ensoevereiniteit. Ik denk echt dat we nu op het punt staan om dat te doen. Ikheb dit al eerder gezegd: we besteden jaarlijks zo enorm veel geld aanbijvoorbeeld het inhuren van IT’ers binnen de overheid. Daar gaat per jaariets van 1,6 miljard naartoe. Als we dat soort dingen aanpakken en kennismeer in huis halen, zouden we zo bijna een miljard kunnen besparen. Datzouden we dan bijvoorbeeld kunnen uitgeven aan de NDS. Ik denk dat hetook gewoon kijken is naar waar ons geld op dit moment heen gaat en hoewe die keuzes anders moeten gaan maken. Dat is niet alleen aan ons, aande Kamer. Ook het kabinet moet hierop gaan sturen.De heer Vermeer (BBB):Mevrouw El Boujdaini haalt hier wel twee dingen door elkaar, namelijkoperationele kosten en geld voor investeringen. Dat zijn toch echt heelverschillende dingen. Ik zou dus echt willen vragen of D66 gewoon haarbeleidsambities vergezeld wil laten gaan van geld om te investeren. Ik zaldaar straks in mijn bijdrage nog op terugkomen. We moeten die tweedingen wel uit elkaar halen, want we kunnen niet operationele kosten nuin één keer gaan besparen. Als dat gekund had, dan was dat al jarengeleden gebeurd naar mijn idee. Dit gaat gewoon om een pot geld ominvesteringen te kunnen doen. Is mevrouw El Boujdaini dat met mij eens?Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik haal geen dingen door elkaar. Wat ik zeg, is dat het geld dat al wordtuitgegeven op een andere manier uitgegeven moet worden en dat doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15195 daarnaar te kijken bepaalde keuzes ook in ons voordeel kunnen gaanwerken. Daarbij heb ik ook iets gezegd over eventuele besparingen die wezouden kunnen doen op inhuur, dat je naar dat soort dingen kan kijken omdaadwerkelijk andere innovatieve dingen te kunnen bekostigen. Daarbijwordt ook het NADI, het Nationaal Agentschap voor DisruptieveInnovaties, opgezet, waar wel een half miljard inzit en waar ook start-upsen bedrijven met goede ideeën gebruik van kunnen maken, juist vooronze eigen innovaties. We hebben straks ook een investeringsinstellingdie daaraan gaat bijdragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van mevrouwZwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de Staatssecretaris danken vooralle stukken. We gaan nu echt met elkaar van start. Het is inmiddels geenvraag meer of we onze digitale afhankelijkheid moeten afbouwen. Het isde vraag hoe we dit gaan doen, want het moet echt anders. Natuurlijkgaat dat niet van vandaag op morgen, maar ik wil een hoopvol perspectiefschetsen. Nederlandse en Europese techondernemers werken metovertuiging aan volwaardige alternatieven en die beweging groeit. Ookoverheden zetten stappen, zoals het vaak aangehaalde voorbeeld vanSleeswijk-Holstein. Het moet en kan dus echt anders en dat vraagtpolitieke daadkracht en moed. De Nederlandse Soevereine DatacenterCoöperatie doet deze oproep ook: koers houden en komen tot eenrealistische en planmatige aanpak waarbij we Europese samenwerkingversterken.Voorzitter. Dan naar het coalitieakkoord, waarin ook gesproken wordt overdigitale autonomie. De uitwerking blijft nog abstract. Daarom de vraagwanneer we concrete doelen en stappen kunnen verwachten, vooral alshet gaat om het afbouwen van die afhankelijkheden en het opbouwen vancapaciteiten bij Europese aanbieders. Ik heb daarvoor drie punten.Allereerst GPT-NL, een indrukwekkend publiek initiatief gebaseerd opverantwoorde data. De vervolgvraag is: hoe nu verder? Waar zien we deconcrete toepassingen met maatschappelijke meerwaarde, bijvoorbeeld inde zorg, waar behoefte is aan betrouwbare AI? Hoe zorgen we dat ditinitiatief wordt doorontwikkeld en echt kan renderen? Ten tweede MijnBureau, een opensource-samenwerkingsplatform ontwikkeld in Europeesverband en al succesvol toegepast bij gemeenten. Dat laat zien datEuropese samenwerking werkt. Kan de Staatssecretaris toezeggen deKamer te informeren over hoe dit soort initiatieven verder kunnen wordenopgeschaald? Ten derde de overheid als launching customer, het werd algenoemd. Via mijn eerder aangenomen motie is gevraagd om bijaanbestedingen beter in kaart te brengen welke Europese alternatievenbeschikbaar zijn. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij digitaleautonomie actief laat opnemen in de aanbestedingscriteria?Voorzitter. Tot slot de AI-infrastructuur. De komst van een AI-fabriek inGroningen is een belangrijke stap, maar het succes zit niet alleen in debouw. Dat zit ook in het gebruik. Hoe zorgt het kabinet ervoor datbedrijven, kennisinstellingen en overheden deze infrastructuur vanaf dagéén benutten?Dan de inzet op Europese AI-gigafabrieken. Het CDA kan de lijn volgen datNederland hier niet direct financieel in participeert. Tegelijkertijd betekentdat niet dat we achterover kunnen leunen. Juist dan is de vraag hoe we derandvoorwaarden versterken voor een krachtig Europees AI-ecosysteemdat investeringen en talent aantrekt. Minstens zo belangrijk: hoe borgenwe dat Nederland goed aangesloten blijft op de toekomstige Europeserekencapaciteit binnen de EuroHPC JU, de European High PerformanceTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15196 Computing Joint Undertaking? Ook op dit punt vindt mijn fractie de inzetvan het kabinet nog te weinig concreet.Daarmee wil ik mijn inbreng afsluiten. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor hier ook het CDA spreken over het belang van onze eigenrekenkracht en de gigafactories. Er zouden vijf gigafabrieken moetenkomen in Europa, waarvoor de kosten zo’n 20 miljard euro zijn. Als wij inNederland zo’n fabriek zouden willen hebben, moeten wij daar als landzeker een miljard euro aan bijdragen. Als mevrouw Zwinkels dit wil, hoegaan we dat dan betalen en echt realiseren? Dat hoor ik hier niet in terug.Mevrouw Zwinkels (CDA):Het antwoord is zojuist al gegeven: het geld om hier als Nederland op inte schrijven ligt op dit moment gewoon niet op de plank. Ik vind dat ookjammer. Ik had ook graag gewild dat we op een van die vijf kondeninschrijven, maar dat is gewoon niet het geval. Zo realistisch moeten wemet elkaar wel zijn. Daarom doe ik de oproep om met elkaar planmatigaan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat we onze capaciteit verder welweten op te bouwen. Laten we nu dus vooral kijken hoe we hierop kunnensamenwerken met andere Europese landen. Denk aan Duitsland, waar wewat mij betreft prima mee zouden kunnen samenwerken om ervoor tezorgen dat we de toegang tot de capaciteit in Europese handen weten tehouden en minder afhankelijk worden van big tech, zoals eerderaangegeven.De heer Van den Berg (JA21):Nou breekt mijn klomp en ben ik het echt helemaal kwijt. Er was net eeninterruptie op mevrouw El Boujdaini van D66 en nu vraag ik het hier aanmevrouw Zwinkels van het CDA. Ik snap het nu echt niet meer. Er wordtgezegd: wij willen dit wel hebben en wij moeten onze eigen rekenkrachthebben. Tegelijkertijd hebben we gezien dat er geen geld is, dus danwordt er gezegd: dan moeten we het maar aan de Duitsers overlaten.Waarom wordt hier dan richting de Staatssecretaris het pleidooigehouden dat dit toch heel belangrijk is? Want die keuze moet nu gemaaktworden. Kortom, is mevrouw Zwinkels nou voor zo’n gigafactory en gaanwe daar nou iets voor regelen, of is het gewoon een loze ambitie, die nietsgaat uitmaken?Mevrouw Zwinkels (CDA):Zo’n gigafactory zoals die nu wordt geschetst, gaat, naar ik hoor, gepaardmet bedragen in de orde van grootte van bijna een derde van deEZ-begroting, zeg ik om het even in perspectief te zetten. Dat is op ditmoment gewoon onhaalbaar. Ik zou graag willen kijken hoe we kunnensamenwerken in publiek-private constructies, zodat we toegang totfinanciering mogelijk maken voor bedrijven, en hun op die manier de kansgeven om die capaciteit met ons op te bouwen, zodat de aanbieders ookmeer ruimte krijgen. Ik snap dat de heer Van den Berg heel graag diegigafactory in Nederland zou willen zien landen – dat zou ik ook eenmooie ambitie vinden – maar het eerlijke verhaal is dat we daar op ditmoment niet het geld voor hebben. Ik ben ook benieuwd hoe de heer Vanden Berg het voor zich ziet met dat geld, want op dit moment is die ruimteer helaas niet.Tot slot, voorzitter. Ook ik zie wel heel veel mogelijkheden om binnen debestaande budgetten van de overheid te kijken hoe we tot kostenbe-sparing kunnen komen, hoe we kritischer kunnen zijn op alle ICT-uitgavendie worden gedaan en hoe we ook tussen ministeries tot een veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15197 krachtigere, sterkere aanpak kunnen komen, wat hopelijk ook veelmiddelen vrijspeelt, maar ik kan me ook voorstellen dat dat niettoereikend zal zijn voor deze gigafactory.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ook hier stel ik de vraag, want het CDA is onderdeel van de coalitie en ikwil het heel graag breder trekken dan de investering in deze gigafactory.Nogmaals, we hebben het hier over nul budget voor strategische digitaleautonomie, over nul euro om de NDS ook maar uit te kunnen voeren, dushoe denkt het CDA dan planmatig aan de slag te kunnen gaan? Politiek isgewoon keuzes maken, financiële keuzes maken, en nogmaals, als je zulketorenhoge ambities opschrijft in je coalitieakkoord, kun je die niet stavenmet nul euro. De vraag is: hoe gaan we dit oplossen en hoe gaan we wélstappen zetten?Mevrouw Zwinkels (CDA):Gelukkig is niet alles in onze samenleving alleen maar op te lossen meteen zak geld vanuit de overheid; laat ik dat vooropstellen. Dat kan ook metverantwoorde AI, toepassingen, bescherming van onze kinderen online etcetera. Als overheid hebben regelgeving en een hoop andere instru-menten om stappen te zetten in digitalisering. Daarbij ben ik juist heel ergtrots op wat er in het coalitieakkoord staat over digitale autonomie. Het isnog nooit eerder vertoond dat we op deze manier met elkaar die stapvooruitzetten. We leven ook in een hele andere tijd dan een aantal jarengeleden. Ik moet eigenlijk zeggen: een andere realiteit, ook geopolitiekgezien. Ik ben heel erg blij dat dit zo veel urgentie heeft gekregen en datwe het nu gefaseerd gaan doen. Het gaat niet vandaag of morgengebeuren, maar we gaan gefaseerd gerichte investeringen doen. Datbetekent niet dat we meteen bij de eerste grote investering van 500miljoen gaan zeggen: dat hadden we eerder moeten doen. Als we hethebben over eerder keuzes maken, heb ik van GroenLinks-PvdA het beelddat ze altijd overal maar extra geld voor uit willen trekken. Ik zie niet echthoe ze daar politieke keuzes in willen maken. Volgens mij zijn er een hoopandere domeinen waarvoor GroenLinks-PvdA ook extra geld zou willenzien. Ik ben dus toch ook wel benieuwd welke keuzes dan wordengemaakt. Ik ben altijd bereid om de komende tijd te kijken hoe we samenop een verantwoorde manier die investeringen kunnen lostrekken voor dedigitalisering.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik vind het bijna zonde om een interruptie te besteden aan deze soort vanwedervraag. GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft gewoon een doorge-rekend programma. Wij weten onze ambities heel goed te staven metinvesteringen. Als wij dat niet kunnen doen, schrijven we ze ook niet op.Dat is namelijk gewoon oneerlijk. Ik kom uit de stad van «geen woorden,maar daden.» In woorden kun je niet wonen. In woorden alleen kun je ookniet digitaal onafhankelijk worden. Dat vraagt gewoon om investeringen.De investeringen die nu klaarliggen zijn nul euro – nul euro! Ik stelnogmaals de concrete vraag: hoe denkt het CDA planmatig aan de slag tegaan – want dat zijn de woorden die gebruikt werden: we gaan planmatigaan de slag – met nul euro? Hoe? Ik doe namelijk graag met u mee, maarhoe?Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik zie dat probleem ook. Laat ik daarin mevrouw Kathmann dan ook gelijkgeven. Ik zie ook dat daarvoor op dit moment geen aanvullend budget isgeregeld in het coalitieakkoord. Tegelijkertijd zijn er wel een aantalsuggesties gedaan ten aanzien van de instelling van de nationaleinvesteringsbank en het NADI, dat net al door D66 werd aangehaald. Erzijn dus echt wel kansen voor digitale investeringen. Nogmaals, ik wilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15198 kijken hoe we binnen de overheid budgetten beter gecoördineerd en metmeer centrale regie kunnen inzetten, zodat het de digitale autonomie tengoede komt. Dat is niet eenvoudig – dat ben ik ook met mijn collega’seens – maar het is op dit moment wel de situatie waar we in zitten. Ik zalaltijd kijken hoe we vanuit het CDA eraan kunnen bijdragen dat er gerichteinvesteringen worden gedaan in die digitale autonomie. Ik zie vooralprioriteit bij de kritieke diensten die we als overheid hebben. Burgersmoeten kunnen vertrouwen op bescherming van hun data et cetera.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Verkuijlen. Sorry, er isnog één interruptie van de heer Vermeer. Neemt u mij niet kwalijk.De heer Vermeer (BBB):Mevrouw Zwinkels zegt: het is nog nooit vertoond hoeveel stappen wehier vooruit willen zetten. Het is ook nog nooit vertoond dat er dan geengeld voor beschikbaar is. 500 miljoen is 0,1% op onze totale begroting. Hetgaat gewoon helemaal nergens over. Het probleem is niet dat het eenderde van de EZ-begroting is. Het probleem is dat die EZ-begroting bijnanul is. Dát is het probleem. Is mevrouw Zwinkels dat met mij eens?Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik ben dat niet met de heer Vermeer eens. Ik denk dat er heel veel kansenliggen om als Nederland te gaan investeren. Ik denk ook dat er een groterol ligt voor ons bedrijfsleven. We moeten hen ondersteunen en de juisterandvoorwaarden bieden. Ik hoopte eigenlijk dat ik een partij als de BBBdaarin aan mijn zijde zou vinden. We kunnen gewoon niet alles van deoverheid verwachten als het gaat om geld. We zullen dus ook met elkaarmoeten kijken waar wij als overheid een rol hebben, wanneer we eeninvestering moeten doen en of die haalbaar is. We moeten dus gewooniets realistischer zijn.De heer Vermeer (BBB):Dit gaat al om een publiek-privaat project. We zijn nettobetaler aanEuropa. De bedoeling is juist dat wij een deel van dat geld weer terug-halen, dat wij die regeling als een hefboom gebruiken, juist om onzeprivate investeringen meer rendement te geven. Daar gaat het om. Zietmevrouw Zwinkels dat echt anders? Leeft zij in een andere realiteit? Ofleef ík in een parallel universum?Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik mag hopen dat we allemaal in hetzelfde universum leven en dat we dediscussie met dezelfde feiten voeren. Voor ons is het belangrijk dat wenaar die randvoorwaarden kijken. Nogmaals, ik vind het ook vervelend enheel erg lastig dat we niet zomaar zo’n groot bedrag op de plank hebbenliggen als overheid om in zo’n samenwerking, in zo’n grote investering testappen. Dat vind ik natuurlijk ook heel erg jammer. Maar dat is wel dewerkelijkheid. Daar kan ik nu niets anders van maken. Ik wil graag dekomende tijd met de heer Vermeer kijken naar welke kansen er nog meervoorbijkomen en hoe we samen met ons bedrijfsleven de juiste investe-ringen kunnen doen. Dat betekent dus ook dat we keuzes moeten maken.Op dit moment wordt hier niet voor gekozen. We gaan met elkaar op zoeknaar waar we als Nederland wél de prioriteit gaan leggen, naar wathaalbaar is om ons te kunnen onderscheiden in deze snel veranderendetechnologische wereld.De voorzitter:Dank u wel. Nu stel ik toch echt voor dat we voortgaan met de heerVerkuijlen. Meneer Verkuijlen, het woord is aan u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15199 De heer Verkuijlen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in de commissie en vervang mevrouwRajkowski. Ik zal proberen mijn bijdrage in haar lijn verder vorm te geven.De voorzitter:Ik zou vooral uw eigen lijn kiezen, meneer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Ja, dat zal ik doen. Maar goed, de politieke lijn is wel duidelijk.Voorzitter. De VVD staat voor een sterke economie. Economische groei isgeen luxe, maar een voorwaarde. Zonder groei kunnen we onze voorzie-ningen niet blijven betalen. Zonder groei verliest Nederland ook zijnpositie op het wereldtoneel. Juist in deze geopolitieke tijden – het is aleerder gememoreerd – is strategische soevereiniteit van essentieelbelang.Voorzitter. Die economische groei staat of valt met iets dat nog te vaakonzichtbaar is: onze digitale infrastructuur. Juist die infrastructuur iskwetsbaarder dan we misschien willen toegeven. Want laten we eensconcreet maken wat er gebeurt als die digitale infrastructuur uitvalt. Watgebeurt er als onze netwerken worden verstoord? Dan stopt niet alleenhet internet. Dan valt ons betaalverkeer stil, valt het pinnen online stil enliggen bankieren en transacties plat. Alles ligt plat. Dan kunnen bedrijvenniet meer opereren. Dan stokken de logistiek, havens, transport endistributiecentra. Dan raken vitale sectoren ontregeld, van zorg totenergie.Voorzitter. Dat terwijl we razendsnel bewegen richting een economiewaarin digitalisering alles aanstuurt. Denk aan zelfrijdende voertuigen,zoals de taxi’s die we nu al in China zien rijden of stilstaan. Zonderstabiele digitale infrastructuur functioneren die simpelweg niet. Sterkernog, uitval betekent direct risico’s voor de veiligheid van mensen opstraat. Herkent de Staatssecretaris dat?Met andere woorden, de digitale infrastructuur is geen ondersteunendefactor meer; het is de ruggengraat van onze samenleving. Niet voor nietsis de digitale infrastructuur opgenomen in de Europese richtlijn voor deweerbaarheid van kritieke entiteiten. Dit met het doel om kritieke sectorenhun weerbaarheid te laten verhogen om de interne markt te beschermen.Lidstaten moeten risicobeoordelingen uitvoeren. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of dergelijke risicobeoordelingen voor onze digitaleinfrastructuur al voorzien zijn en, indien dit nog niet aan de orde is, of zijdit wil stimuleren.Voorzitter. De aanleg en het onderhoud van de digitale infrastructuurvragen om investeringen. In hoeverre wordt de private sector gestimu-leerd om tot dergelijke investeringen over te gaan? Dat is al eerder doorde vorige sprekers gememoreerd, met de vraag om concrete voorbeelden.Ik sluit mij daar graag bij aan. Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikke-lingen. De VVD is blij dat de AI-fabriek in Groningen er komt, maar wil vande Staatssecretaris weten hoe het ervoor staat met de ontwikkeling vandeze fabriek. Als het kabinet zegt dat Nederlandse bedrijven optimaaltoegang moeten krijgen tot de Europese AI-rekencapaciteit, hoe gaat hetkabinet dat dan concreet regelen?Voorzitter. Een ander punt van zorg: onze zeekabels. Een groot deeldaarvan is verouderd. Vier van de acht kabels zijn ouder dan twintig jaar.Ik wil graag van de Staatssecretaris weten wat de impact op de wal is alsdeze kabels niet langer functioneren. Zijn de kabels redundant? Watbetekent het voor de bandbreedte en de transmissiesnelheid als hetdataverkeer over één in plaats van twee kabels wordt geleid? Los van hetfeit dat de kabels aan het einde van hun levensduur komen, blijken zij ookkwetsbaar voor sabotage. Kan de Staatssecretaris concreet aangeven inhoeverre zij dat risico, met haar collega’s van Defensie, tracht tevoorkomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151910 Voorzitter. Die kabels zijn juist slagaders van onze digitale economie. Zehebben Nederland gemaakt tot een van de belangrijkste internetknoop-punten ter wereld. Ze hebben bijgedragen aan innovatie, wetenschap enmooie, grote bedrijven. Maar die positie – dat blijkt vandaag ook in ditdebat – is niet vanzelfsprekend. Ik hoor signalen uit de sector datNederland een belangrijke trans-Atlantische zeekabel dreigt mis te lopen.Herkent de Staatssecretaris die signalen of ziet zij nog mogelijkheden? Zoja, wat betekent dat voor onze strategische autonomie? Volgens de sectoris de aanlanding van een zeekabel een cruciale stimulans voor bedrijvendie hoge rekensnelheid nodig hebben en biedt een dergelijk knooppunteen land een preferente distributiepositie. Herkent de Staatssecretaris dietoegevoegde waarde of vraagt dit nader onderzoek? Wat gaat het kabinetdoen om ervoor te zorgen dat Nederland niet achteropraakt?Voorzitter, ik sluit af. Digitale infrastructuur is geen bijzaak; het is de basisvan onze economie, veiligheid en toekomst.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Kathmann. Dat isoverigens wel haar laatste.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik kan de VVD heel erg helpen, want onderzoek naar die zeekabels is nietmeer nodig. Dat is al gedaan, en uitgebreid ook. Mooier nog: er liggengewoon drie breed gesteunde, aangenomen moties van de Tweede Kamermet daarin het volgende. Ja, we willen dat er publiek geïnvesteerd gaatworden in de trans-Atlantische zeekabel, maar we willen ook dat ergeïnvesteerd wordt in de zeekabel van het Caribisch deel van hetKoninkrijk naar het Europese deel van het Koninkrijk. Vinden wij de VVDaan onze zijde om ervoor te gaan zorgen dat dit kabinet die drie motiesook gaat uitvoeren? Ook dat antwoord heb ik voor de VVD: voor onzedigitale strategische autonomie is dat cruciaal. Als we nu niet publiek deregie pakken, dan is over een paar jaar de volledige markt in handen vaneen handjevol techgiganten. We hebben het hier over kabels waar 98%van het complete internetverkeer doorheen gaat.De heer Verkuijlen (VVD):Dank voor de vraag van mevrouw Kathmann. Die is terecht. De intentievan de moties steunen wij, maar de praktische vertaling daarvan ... Uheeft het net met de vorige collega’s al uitgebreid gehad over de ruimteop de begroting. Dat is natuurlijk een beperkende factor daarin. Maar ja,we onderschrijven het belang daarvan. De weg daarnaartoe is even eenander verhaal, gezien de financiële implicaties die het heeft.De voorzitter:Dan gaan we naar de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Zeker weten, voorzitter. Nederland staat op een kruispunt als het gaat omdigitalisering. Aan de ene kant zien we enorme technologische ontwikke-lingen op ons afkomen. Denk aan AI, 6G, kwantum en fotonica. Aan deandere kant zien we toenemende geopolitieke spanningen en cyberdrei-gingen. Ook dreigt Nederland achter te blijven op het gebied vaninvesteringen en energie-infrastructuur.Dat brengt mij bij een onderwerp dat misschien minder zichtbaar, maarwel fundamenteel is: zeekabels. Zonder zeekabels ligt Nederland digitaalstil. Ongeveer 95% van al het internetverkeer loopt via deze kabels. Hetzijn de slagaders van onze digitale economie. Tegelijkertijd zien we datdeze infrastructuur kwetsbaar is. Kabels verouderen en raken beschadigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151911 Toch lijken de aandacht en vooral de investeringen vanuit de overheidachter te blijven.Voorzitter. Uit onderzoek van Axiom en Terabit blijkt dat er in 2032 tenminste twee nieuwe zeekabels nodig zijn tussen Nederland en deVerenigde Staten. Ook is uitbreiding naar andere Europese landenwenselijk en moet meer dan de helft van onze huidige kabels de komendejaren worden vervangen. Daarnaast laat onderzoek van Pioneer zien datde situatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk nog kwetsbaarder is.Kabels zijn verouderd, internetverkeer loopt via de Verenigde Staten en demarkt is geconcentreerd bij één aanbieder. Tegelijkertijd hoor ik van deMinister dat een aftakking naar Nederland van een nieuwe kabel richtingbijvoorbeeld Japan ongeveer 100 miljoen euro kost en een directeverbinding tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland zelfs 292miljoen.Voorzitter. Daar staat tegenover dat er simpelweg geen structureel budgetis gereserveerd. Sterker nog, in het coalitieakkoord is helemaal nietsopgenomen voor deze vitale infrastructuur. Het werd net al evengenoemd: publiek-privaat is een mooie aanpak, maar dan moet je aan depublieke kant wel gaan deelnemen voordat het private geld ook vrijkomt.Dat roept bij mijn fractie dan ook de volgende vragen op. De Staatssecre-taris noemt bedragen van 100 miljoen euro en 292 miljoen euro voor dezeekabels. Kan zij precies onderbouwen hoe deze bedragen zijn berekenden welke risico’s de overheid hierbij draagt? Als 95% van het internet-verkeer via zeekabels loopt, waarom kiest het kabinet er dan voor omgeen structureel budget te reserveren voor deze vitale infrastructuur? Kande Staatssecretaris bevestigen dat Nederland afhankelijk wordt vanandere landen als wij niet meebetalen? Wat betekent dat voor onzedigitale positie?Voorzitter. Tot slot de AI-fabrieken. Een AI-fabriek draagt bij aan meerdigitale autonomie. Door data-infrastructuur in eigen hand te houden, zijnwe minder afhankelijk van andere landen en houden we meer controleover onze privacy en onze veiligheid. Tegelijkertijd roept dit project ookfundamentele vragen op. Een AI-fabriek is een grote investering in eentechnologie die zich zeer snel ontwikkelt. Het Ecorysrapport laat zien dathet succes van een AI-fabriek afhangt van de beschikbare infrastructuur.Op dit moment is er nog geen onderneming die daadwerkelijk op groteschaal in Nederland geavanceerde AI-modellen kan trainen. Daarnaastvraagt zo’n fabriek natuurlijk ook om enorme hoeveelheden energie: 1,6tot 3,2 terawattuur, dat is zo’n 3% van ons elektriciteitsverbruik. Juist ineen tijd waarin het stroomnet al onder druk staat en netcongestie eengroeiend probleem vormt, moeten we ons afvragen hoe realistisch enverantwoord dit soort projecten nog zijn. Aangezien het voornamelijk gaatom hernieuwbare energie, moeten we ons ook afvragen waar de energievandaan wordt gehaald als de wind niet waait. Wellicht biedt kernenergiehier een goede oplossing voor. Tot slot moeten, nogmaals, natuurlijk ookde kosten in overweging worden genomen.Voorzitter, ik ga afronden. De fractie van JA21 steunt innovatie, laat datduidelijk zijn, maar niet zonder kritische blik. Zeker niet als het gaat omgrote publieke investeringen zonder duidelijke dekking, samenhang entoekomstbestendigheid. Dat brengt mij als laatste nog bij de volgendevragen, en ik hou het maar even bij enkele. Kan de Staatssecretaris nogtoelichten waarom niet ook wordt geïnvesteerd in zeekabels, aangezien deAI-fabriek niet geheel kan functioneren zonder die zeekabels? Als laatstevraag: kan de Staatssecretaris nog toelichten hoe de midterm review in2029 concreet wordt vormgegeven en op basis van welke criteria danwordt besloten om door te gaan dan wel bij te sturen? Dan rond ik af;dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151912 Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Vermeer van deBoerBurgerBeweging.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. De Kamerbrief van vorige week is helder: ditkabinet wil niet investeren in AI-gigafabrieken. Juist dit kabinet sprakgrote ambities uit op het gebied van digitalisering, maar als het eropaankomt, blijft het bij loze woorden. Geen geld, geen keuzes, geeninvesteringen, geen koers. BBB vindt deze keuze zorgelijk, want dit gaatover een principiële keuze over de positie van Nederland in de digitaleeconomie van morgen.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik was wel benieuwd na deze introductie van de heer Vermeer. Het is tochzo dat we wel gewoon met elkaar die AI-fabriek in Groningen onder-steunen en daarin investeren, ook vanuit de overheid? Over die gigafa-brieken ben ik het helemaal eens met de heer Vermeer; daar heeft hijgewoon een punt. Hij moet nu alleen niet alles op één hoop gaan gooienen zeggen dat we nergens in investeren en dat we alleen maar ambitiesop papier schrijven, want dat is gewoon niet waar. Leven we dan indezelfde wereld, zou ik aan de heer Vermeer willen vragen.De heer Vermeer (BBB):Dat is juist zo interessant, want de investering in die andere fabriek is doorhet vorige kabinet gedaan. We zitten hier te praten over dit kabinet enover deze begroting. Dus ik ben er heel trots op dat wij in het vorigekabinet wél geleverd hebben op dit punt.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Nederland staat aan de zijlijn toe te kijken. AI ontwikkelt zichrazendsnel en de Verenigde Staten en China investeren op enorme schaal.Precies op het moment dat er een Europees initiatief ligt om die achter-stand in te halen, kiest dit kabinet ervoor om niet mee te doen. Mijn vraagaan de Staatssecretaris is ook: welke inhoudelijke afweging ligt hieraanten grondslag? Welk probleem weegt voor het kabinet zwaarder dan hetverlies aan digitale autonomie en concurrentiekracht?Voorzitter. In dezelfde brief erkent het kabinet dat AI-infrastructuur cruciaalis voor onze economie, voor innovatie en voor digitale autonomie. Zondertoegang tot rekenkracht, data en kennis kunnen bedrijven zich nietontwikkelen, kunnen wetenschappers niet door en raakt Nederland nogafhankelijker van technologie van buiten. We zijn digitaal in hoge mateafhankelijk van de Verenigde Staten en China. Met dit besluit wordt dieafhankelijkheid alleen maar groter. Mijn vraag is dan ook: hoe kan het tochdat het kabinet het probleem volledig erkent, maar vervolgens weigert omonderdeel van de oplossing te zijn?Dan het financiële argument van het kabinet: er zou geen geld zijn. Geld isgeen natuurverschijnsel. Deelname aan dit soort Europese initiatievenbetekent juist dat je samen investeert en dat er Europese cofinancieringtegenover staat. Ik zou meer onderbouwing van de Staatssecretaris willen.Met welke bedragen rekent het kabinet hiervoor? Hoeveel zou Nederlandmoeten bijdragen om mee te doen? Hoeveel Europese middelen lopen wemis door nu af te haken? Wat zou een eventuele investering opleveren,ook voor de staatskas, voor het verdienvermogen van Nederland? Heefthet kabinet ook gekeken naar de kosten van niets doen? Als we straksnamelijk afhankelijk zijn van buitenlandse infrastructuur, betalen we daaruiteindelijk ook voor, alleen dan zonder regie en zonder autonomie. Wathier vooral wringt, is dat dit tekentafelkabinet denkt in Excelsheets, inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151913 plaats van dat het denkt aan de toekomst van Nederland. De begrotingvoor volgend jaar moet kloppen, maar ondertussen wordt de economievan morgen gewoon uitgekleed. We zien dat overal terug. Er is achter-stallig onderhoud aan wegen en bruggen en nu dreigt onze digitaleinfrastructuur hetzelfde pad op te gaan. Alles moet passen binnen het jaar,maar de toekomst betaalt de prijs.Voorzitter. De consequenties van dit kabinetsbesluit zijn niet te onder-schatten. Als Nederland niet investeert, zullen bedrijven uitwijken naarplekken waar de infrastructuur wél beschikbaar is. Start-ups trekken weg,talent volgt en innovatie vindt elders plaats. Zo simpel werkt het. En wij?Wij worden afnemer in plaats van ontwikkelaar. Hoe gaat het kabinet,tegen het licht van dit kabinetsbesluit, voorkomen dat dit gebeurt?Voorzitter, tot slot. Dit is uiteindelijk een keuze voor de toekomst vanNederland. Blijven we aan de zijlijn staan of nemen we verantwoorde-lijkheid en zorgen we dat Nederland onderdeel is van de volgendegeneratie technologie? BBB vindt dat we die tweede keuze moeten maken.Daarom vraag ik tot slot: is de Staatssecretaris bereid dit besluit teheroverwegen en met een concreet voorstel naar de Kamer te komen omalsnog aan te kunnen sluiten bij het Europese AI-gigafabriekeninitiatief? Ikhoop echt dat de brieven ondertekend kunnen blijven met «Staatssecre-taris Digitale Economie en Soevereiniteit», en dat ze straks niet onder-tekend worden met «Staatssecretaris Digitale dromen».Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Vermeer. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouwKathmann van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. De belofte: we worden digitale koploper in alles, met debeste digitale infrastructuur en zeekabels voor iedereen; Nederland alsAI-opschaalland van Europa. De realiteit? In de Voorjaarsnota staat geenrooie rotcent voor digitale infrastructuur. Er is niks gereserveerd voor deNederlandse Digitaliseringsstrategie. Een simpele motie om bij Prins-jesdag wél te laten zien hoe je die belofte betaalt, wordt door de coalitieweggestemd. Als je geen geld hebt voor digitale zaken, zeg dat dangewoon, maar beloof dan ook geen dingen die je niet waar kunt maken.Daar zit mijn frustratie.Wanneer is Nederland een digitale koploper, zoals het coalitieakkoordbelooft? Wat moet er gebeuren om dat waar te maken? Dat is gewoon eenconcrete vraag aan de Staatssecretaris. De dingen die we doen, moetendoordacht zijn. Straks geeft de Staatssecretaris wél politieke steun aan deAI-gigafabriek, maar is er geen cent om dat waar te maken. Daarmeeverliezen we mogelijk de kans om stevig mee te kunnen praten over devoorwaarden. Hoeveel rekenkracht heeft Nederland in de toekomsteigenlijk nodig? Gaat dat lukken met of zonder gigafabriek? De ratrace metde Amerikanen en Chinezen op AI willen we helemaal niet winnen, maarwe willen wél de Europese wedstrijd om waardevolle AI met respect voormens en natuur winnen. Hoe winnen we die wedstrijd om waardevolle AIte bouwen? Welke rol spelen gigafabrieken daar wel of niet bij?Zonder geld kun je geen keuzes maken; dan zitten we eigenlijk voor hetzoveelste jaar op rij vast in Groundhog Day. Hoeveel geld mag dezeStaatssecretaris eigenlijk uitgeven? Welk budget heeft zij om keuzes temaken? Is er überhaupt ergens een potje geld, een apart budget voordigitalisering, waar ze wél over gaat? Kan ze toezeggen dat er metPrinsjesdag wél een financieel plan ligt, waarmee publieke investeringenkunnen worden gedaan?Vorige week nam ik echt een supertof plan in ontvangst van de OpenCloud Alliantie. Dat zijn zeven Hollandse cloudboeren die gaan samen-werken om samen aanbestedingen te kunnen winnen. Samen hebben zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151914 13.500 medewerkers en een omzet van 6,5 miljard euro. En nee, gelukkighebben we geen Europees Microsoft; we hebben iets beters, we hebbendeze bedrijven, de open cloud voor Nederland! Volgens mij heeft deStaatssecretaris het plan ook al gekregen. Ik heb hierover wat vragen. Kande Staatssecretaris dit plan schriftelijk appreciëren en concreet ingaan opalle acht aanbevelingen die erin staan? Is zij bereid dit plan te omarmenen in gesprek te gaan met de alliantie om hier zo snel mogelijk vervolgaan te geven?Dan begin ik voor de zoveelste keer – collega’s hebben het ook gedaan –over de zeekabels. Drie moties zijn aangenomen waarmee de Kamer heelbreed uitspreekt: ja, we willen de Arctische kabel en de kabel tussenEuropees en Caribisch Nederland. De markt gaat ze niet aanleggen. Netals vorig jaar zet het kabinet geen stappen wegens budgettaire krapte. Isdit kabinet van plan om te investeren in deze kabels? Wanneer kunnen weeen officieel voorstel en een planning verwachten voor die zeekabels?Gaat dit kabinet de publieke financieringsopties die afgelopen zomer alzijn uitgewerkt daadwerkelijk inzetten en, zo ja, welke? Niks doen is ookeen keuze.De heer Vermeer (BBB):Ik werd natuurlijk even getriggerd toen mevrouw Kathmann over«cloudboeren» begon. Zou GroenLinks-PvdA of PRO een amendementwillen steunen om geld bedoeld om gewone boeren uit te kopen, teinvesteren in cloudboeren? Dan houden we per saldo nog veel meerboeren over.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Schoenmaker blijf bij je leest; dat is een heel groot goed. Ik wil me in ditdebat, dat gaat over digitale infrastructuur, beperken tot de cloudboeren.Je kunt echt geen euro te veel in deze cloudboeren investeren. Ze zijn eenopen alliantie met elkaar aangegaan, dus iedere cloudondernemer inNederland kan aanpakken. De spullen zijn er. Ik zou nogmaals willenzeggen: koop Nederlandse waar. Het is er en het doet het. Overheid, wordleading launching customer.De voorzitter:Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijnvan de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de bewindsvrouw: hoelangdenkt u nodig te hebben?Staatssecretaris Aerdts:Een halfuur, alstublieft.De voorzitter:Dan stel ik voor dat wij schorsen inclusief lunchpauze. Wat zullen wedoen, 12.15 uur? Is dat redelijk? Of maken we er 12.30 uur van? Ja, 12.30uur? Dan schors ik tot 12.30 uur.Mevrouw Zwinkels (CDA):Voorzitter.De voorzitter:Ga uw gang.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik had het al eerder aan de collega’s doorgegeven, maar ik moet helaasnaar een andere vergadering toe. Ik ben er straks dus niet meer bij, maarik zal het debat uiteraard terugkijken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151915 In gedachten bent u bij ons.Mevrouw Zwinkels (CDA):Zeker, in een ander universum.De heer Van den Berg (JA21):Voorzitter, schorsen we nu tot 12.15 uur? Dat lijkt me wel schappelijk,toch?De voorzitter:Ja. Dan schorsen we tot 12.15 uur.De vergadering wordt van 11.33 uur tot 12.15 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn een klein beetje uitgedund, wantmevrouw Zwinkels moest naar een andere vergadering en ik begrijp datde heer Vermeer om 12.45 uur ook naar een andere vergadering moet. Hetis geen blijk van desinteresse, maar er zijn andere verplichtingen. Wehebben uiterlijk tot 13.45 uur. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aerdts:Voorzitter, dank. Gelukkig spreek ik meestal heel snel, dus we komen vasteen heel eind.Voorzitter. Zonder onze digitale infrastructuur zijn we nergens. Het raaktaan alles wat we doen – het werd al eerder gememoreerd – alsconsument, als ondernemer, als overheid en als samenleving. Dankdaarom voor dit debat en voor de gelegenheid om ook met uw Kamerhierover in gesprek te gaan. Als we terugkijken naar de afgelopendecennia, dan zien we hoe digitalisering ons leven stap voor stap heeftveranderd. Wat begon met de eerste computers en het internet, isuitgegroeid tot een digitaal verbonden samenleving, van de manierwaarop we werken en communiceren tot hoe we winkelen, leren en zorgontvangen. Nederland heeft zich in die revolutie ontwikkeld tot eenwereldwijde voorloper. We zijn een internationaal knooppunt voordataverkeer door onze strategische ligging, toonaangevende datacentersen zeekabels die ons verbinden met de rest van de wereld. Onze onderne-mersgeest en innovatiekracht worden geroemd. Dat is vandaag.Digitalisering vormt ook de ruggengraat van economische groei eninnovatie naar de toekomst toe. Het is de motor die ervoor zorgt dat weconcurrerend blijven en nieuwe kansen kunnen creëren. Het versterkt onsverdienvermogen en draagt bij aan een betere dienstverlening,duurzaamheid en kansen voor het mkb. Daarvoor moeten we onze digitaleinfrastructuur koesteren, het ecosysteem van zeekabels, datacenters,internetknooppunten, cloud- en hostingdiensten en telecomnetwerken. Desamenhang hiervan vormt onze sterke, stabiele digitale basis. Goedfunctionerende clouddiensten, stabiele netwerken en datacenters zijnessentieel voor dit systeem, voor de overheid en voor mensen thuis.Investeren in het ecosysteem van de digitale infrastructuur als geheel blijftdaarom een absolute prioriteit.Maar er is een keerzijde. Recente geopolitieke ontwikkelingen maken ookduidelijk dat we kwetsbaar zijn. Maakte de Europese digitale sector in2010 nog een kwart van de mondiale digitale economie uit, inmiddels isdat nog maar zo’n 10%. Europa neemt slechts 7% van de mondialeR&D-uitgaven aan ICT-software voor zijn rekening. Zo maken we onsafhankelijk van technologie van buiten. Deze afhankelijkheid maakt ons,samen met het gevaar van cyberaanvallen, spionage en sabotage,kwetsbaar; dat werd ook al genoemd. Gaat het fout, dan kan onzesamenleving worden ontwricht. Onze economie, veiligheid en samen-leving staan dan onder druk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151916 De centrale vraag is daarom: hoe voorkomen we dat we in de toekomstnog afhankelijker worden van andere landen? Hoe versterken we onzestrategische autonomie? Strategische autonomie betekent niet dat we inNederland alle cloud, AI en data volledig in eigen huis hebben. Hetbetekent wel dat we wederzijdse afhankelijkheden creëren, dat anderelanden ook iets van ons nodig hebben en wij niet alleen van anderen. Hetbetekent dat we als overheid bewuster kiezen en sturen op de inrichtingvan onze digitale systemen en tegelijkertijd de openheid voor interna-tionale handel en samenwerking koesteren. En het betekent dat wedaadwerkelijk iets moeten kunnen kiezen. Daarvoor heb je voldoendeEuropees en Nederlands aanbod nodig. Diversificatie van het aanbod isook geen luxe. Het is echt een randvoorwaarde, zodat wij als overheiddaadwerkelijk kunnen kiezen tussen volwaardige alternatieven, in plaatsvan keuzes die voor ons gemaakt worden. Dat vraagt om een trendbreuk.Er is meer nodig en het moet sneller. Onze digitale weerbaarheid enconcurrentiekracht versterken we langs drie lijnen: promote, protect enpartner.Eén: promote. We moeten gericht investeren in AI-infrastructuur, in cloud,cybersecurity en digitale innovatie, zoals we dat doen in de AI-fabriek inGroningen en recent met 142 miljoen euro vanuit het Nationaal Groei-fonds voor het project 6G Future Network Services. De overheid moet ookzelf het goede voorbeeld gaan geven: meer regie over de eigenICT-huishouding en een actieve rol als launching customer voor Europesedigitale producten en diensten. Het aanbestedingskader moet ruimtebieden om op grond van autonomie, weerbaarheid en veiligheid tekunnen kiezen voor Europese alternatieven.Dat brengt me bij het tweede punt: protect. De veiligheid en integriteit vanonze digitale infrastructuur is essentieel voor het goed functioneren vande economie en de samenleving. We doen een aantal dingen. De zorg- enmeldplicht voor telecomaanbieders in de Telecommunicatiewet wordtuitgebreid via de NIS2-richtlijn. Hiermee spreken we een bredere groepaanbieders in de digitale infrastructuur aan. Een ander aandachtspunt isde bescherming van kritieke infrastructuur op de Noordzee, waar dezeekabels lopen die ons land verbinden met de rest van de wereld.Hieraan werken we samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid enDefensie. Daarnaast werken we met de Zeekabel Coalitie aan hetvergroten van de veerkracht van het netwerk. Ook hiervoor zijn investe-ringen nodig. Daarnaast zet het kabinet in op het beschermen vanons.nl-domein als Nederlandse digitale identiteit. De opvolging van demotie-Kathmann is daarbij een stap in de goede richting.Punt drie gaat over partners. Geen enkel land kan dit tenslotte alleen. Wemoeten intensief samenwerken met Europese lidstaten en betrouwbareinternationale partners aan gezamenlijke infrastructuur, standaarden enecosystemen, zoals we dat doen met EDIC Digital Commons, AI-fabrieken,dataspaces en de IPCEI CIS. Door gezamenlijk op te trekken, kunnen weprofiteren van gedeelde vooruitgang en kunnen we onze concurrentiepo-sitie versterken.Tot slot, voorzitter. Digitale infrastructuur is de fundering waarop onzegehele samenleving rust. Zoals wegen, spoorlijnen en havens in de vorigeeeuw de basis vormden voor economische welvaart en maatschappelijkecohesie, zo doen zeekabels, datacenters, mobiele netwerken en cloudin-frastructuur dat vandaag. Ze bepalen of bedrijven kunnen groeien, ofmensen toegang hebben tot digitale diensten, of onze ziekenhuizendraaien en of onze logistieke ketens functioneren. Digitale infrastructuur isonmisbaar en daarom is er nu actie nodig. Laten we samen prioriteitgeven aan het vermogen van onze concurrentiekracht, aan ons verdien-vermogen en aan onze digitale weerbaarheid, en tegelijkertijd deafhankelijkheid van anderen verminderen. Nederland heeft daarvoor eenuitstekende uitgangspositie. Die moeten we koesteren en uitbouwen, nietdefensief, maar offensief. Dat moeten we niet doen door de wereld buitenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151917 te sluiten, maar door zelf sterker te staan, met een overheid die durft teinvesteren, die reguleert waar nodig, die samenwerkt waar mogelijk endie durft te kiezen. Dat is wat ik de komende periode samen met u wildoen.Ik heb uw vragen gebundeld in een aantal onderwerpen. Ik wil maar evenbeginnen met het kabinetsbeleid op digitale infrastructuur en soeverei-niteit. Ik wil beginnen met de vraag van mevrouw Kathmann en de heerVan den Berg hoeveel geld deze Staatssecretaris eigenlijk mag uitgevenen welk budget er nou wel is. U gaf zelf al duidelijk aan – volgens mijhebben we dat tijdens het WGO ook uitgebreid met elkaar besproken – dater in het coalitieakkoord geen extra middelen zijn vrijgemaakt voorpublieke investeringen in de versterking van de digitale economie eninfrastructuur. Dat betekent niet dat er geen mogelijkheden zijn, zoals eenaantal van u zelf ook zei. De financiering van nieuwe initiatieven of vanintensiveringen moet komen uit bestaande begrotingen, en multiplieref-fecten als Europese cofinanciering moeten slim ingezet worden. Voorinvesteringen in bijvoorbeeld zeekabels en de AI-infrastructuur kijk ik naarmiddelen rond de nationale investeringsinstelling, naar die middelenvanuit het coalitieakkoord voor regionale innovatie en cofinanciering ennaar mogelijkheden voor investeringen in de infrastructuur vanuit eendefensieoogpunt. De bestedingen van middelen uit deze bronnen wordenallocatief gewogen samen met bestedingen voor andere prioriteiten.Zodra er nieuws is over aanvullende ruimte, informeer ik uw Kameronmiddellijk, zoals dat ook gebeurd is met de financiering van deAI-fabriek. Hier speelt ook de Taskforce Toekomstige Welvaart enVestigingsklimaat mogelijk een nadrukkelijke rol in.Mevrouw Kathmann vroeg ook wanneer Nederland digitaal koploper is,zoals in het coalitieakkoord wordt beloofd. Wat moet er dan concreetgebeuren om dat waar te maken? Ik heb niet één simpele indicator of KPIom dat aan te kunnen geven, maar voor mij betekent het dat Nederland inEuropa koploper is in die digitale innovatie en sleuteltechnologieën zoalsAI, dataclouds, cybersecurity en bijvoorbeeld 6G. Dit is ook de ambitie inonze Strategie Digitale Economie. Als het bijvoorbeeld gaat om connecti-viteit, lopen we al voorop met een van de beste netwerken ter wereld. Weblijven dan ook werken aan het behouden en het versterken van diehoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur. Op het gebied vandigitalisering en AI ga ik werk maken van innovatie en industriebeleiddoor de juiste randvoorwaarden voor die toekomstige groei te creëren.Hiervoor gebruik ik de slagkracht van die Taskforce Toekomstige Welvaarten Vestigingsklimaat en gebruik ik de overheid als een launchingcustomer. Zo zet ik de overheid effectief in. Hiervoor is het natuurlijkbelangrijk om te zoeken naar mogelijkheden en middelen om te inves-teren, bijvoorbeeld in die zeekabels, AI-infrastructuur of in de investe-ringsagenda van de NDS.De heer Verkuijlen van de VVD gaf aan dat we razendsnel bewegenrichting een digitale economie. Wat betekent dat nou als het gaat omuitval en om de risico’s voor de veiligheid op straat? Ik herken het signaaldat de heer Verkuijlen geeft; die continuïteit en veiligheid van de digitaleinfrastructuur heeft zeker mijn prioriteit. Dat is ook een van de pijlers vande Strategie Digitale Economie die naar de Kamer is gestuurd in het kadervan de voortgangsrapportage. Ik werk daarin veel samen met de sector. Inhet kader van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen zijner bijvoorbeeld verschillende trajecten waarin we de weerbaarheid vankritieke entiteiten verder verhogen. U sprak ook over de risicobeoorde-lingen die volgens de richtlijnen verplicht zijn. Onder die Wetweerbaarheid kritieke entiteiten zijn de bevoegde autoriteiten verplicht omrisicobeoordelingen uit te voeren. Ik ben op dit moment bezig met hetbeoordelen van de digitale infrastructuur daarvoor.De heer Verkuijlen vroeg ook waarom het kabinet er dan niet voor kiestom structureel budget vrij te maken voor het aanleggen van kritiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151918 infrastructuur, zoals zeekabels. Op dit moment zijn er op de begroting vanEZK en in het coalitieakkoord geen extra middelen voor gereserveerd. Datis helaas de realiteit. Ik had natuurlijk ook heel graag een grote zak metgeld meegekregen om dit direct uit te voeren, maar dat betekent wel datwe daarin creatief zullen zijn, want we erkennen natuurlijk absoluut hetbelang van de zeekabels. Meerdere leden van de commissie hebben dathier vandaag heel terecht, denk ik, benadrukt. Indien we als Nederlandzeekabelprojecten willen financieren, moeten we ook keuzes maken enmogelijk andere beleidsdoelstellingen bijstellen of laten vervallen.Investeringen in de digitale infrastructuur met een positieve businesscaseworden zeker meegenomen in de besluitvorming rond de vorming van deinvesteringsinstelling waar we al over spraken.De voorzitter:De heer Verkuijlen wil interrumperen, maar ik wilde van tevoren evenafspreken dat we in beginsel weer vier interrupties doen. Aan deStaatssecretaris zou ik willen vragen wat de structuur van haar toelichtingis, want dat heb ik even gemist. Zou u dat eerst kunnen aangeven?Staatssecretaris Aerdts:Zal ik daar eerst op ingaan? Ik ben begonnen met het kabinetsbeleid voordigitale infrastructuur en soevereiniteit. Het volgende blok zal gaan overAI en de AI-gigafabriek. Daarna komen de zeekabels, de cloud, datacentersen de digitale overheid als launching customer.De voorzitter:Heel goed. U bent nu bezig met het eerste blokje.Staatssecretaris Aerdts:Ja, ik ben bijna aan het einde van het blok over het kabinetsbeleid voor ...De voorzitter:Zullen we de interrupties aan het einde van het blokje doen dan? Ja. Heelgoed.Staatssecretaris Aerdts:De heer Vermeer gaf aan dat Nederland afhankelijk is van de VS en Chinaop het gebied van basisinfrastructuur. Hij vroeg: hoe kan het dat hetkabinet dit probleem wel erkent, maar toch weigert te investeren? We zijnons wel degelijk bewust van die risicovolle afhankelijkheden op het terreinvan digitale infrastructuur en technologie. Daarom investeren we oponderdelen zeker in de versterking van de infrastructuur. Er is bijvoor-beeld 142 miljoen gereserveerd uit het Groeifonds voor het vervolg vanhet project 6G Future Network Services. In dit project wordt gewerkt aande ontwikkeling van de volgende generatie mobiele communicatienet-werken, die naar verwachting rond 2030 op de markt zullen komen.De laatste vraag in dit blok gaat over een punt waar mevrouw Zwinkels ende heer Verkuijlen op aansloegen: hoe versterken we de randvoorwaardenvoor het ecosysteem en in hoeverre wordt de private sector gestimuleerdom over te gaan tot investeringen? Ze vroegen naar een aantal concretevoorbeelden. Op het gebied van digitalisering en AI maak ik werk van hetinnovatie- en industriebeleid door de juiste randvoorwaarden voortoekomstige groei te creëren met de slagkracht van de MinisteriëleTaskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat en ook door de rolvan de overheid als launching customer effectief in te zetten. Daarnaasthebben we het meerjarige investeringsprogramma AiNed van 189 miljoeneuro, uit het Nationaal Groeifonds, onder andere voor het ontwikkelen enaantrekken van talent op het gebied van AI. Ook stimuleert het kabinetmet de AI-fabriek in Groningen de ontwikkeling en het testen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151919 AI-modellen in de precommerciële fase door wetenschappers, overhedenen start-ups.Dat is het einde van mijn eerste blok.De voorzitter:Dank u wel.De heer Verkuijlen (VVD):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik ben benieuwdnaar de risicobeoordeling van de digitale infrastructuur die in gang gezetis. Wanneer kunnen we de resultaten daarvan verwachten? Bent uvoornemens om die te delen met de Kamer?Staatssecretaris Aerdts:Ik kan de beoordeling eventueel vertrouwelijk delen met de Kamer,waarschijnlijk aan het einde van dit jaar.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat die gigafabriek wel degelijk heelbelangrijk is, maar dat er op dit moment geen middelen zijn en dat wijerover geïnformeerd worden wanneer die middelen er wel zijn. Feit is weldat hierover niets is opgenomen in de Voorjaarsnota. Dat betekent dat wehier tot de Najaarsnota geen middelen meer voor kunnen vinden, lijkt mij.De tender voor die fabrieken sluit in augustus. Kunnen we hiermeeconcluderen dat het dus niet gaat gebeuren?Staatssecretaris Aerdts:Ik kom hier in mijn volgende blok automatisch op terug, maar ik zal er vastvoorzichtig een begin mee maken: ja, dat klopt. Zoals ik u heb geïnfor-meerd in de Kamerbrief, kunnen we daar op dit moment niet aanmeedoen. We kunnen dus niet meedoen met deze Europese tender.De voorzitter:Nog meer punten over dit eerste blokje? Nee. U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Aerdts:Dan ga ik verder met AI en de AI-fabriek, de AI-gigafabriek. Laat ikvooropstellen: we zijn voor een sterke AI-infrastructuur in Nederland en inEuropa. Maar een AI-gigafabriek is primair een commerciële activiteit,zoals ook in het rapport-Wennink staat. Daar hoort in de eerste plaats watmij betreft ook privaat kapitaal bij. Daar hoort niet bij dat wij als overheidvooraf al grote capaciteit gaan inkopen. Onze keuze is dus om wel tebouwen aan AI-kracht, maar om dat slim en gericht te doen, zoals bij deAI-fabriek in Groningen. We gaan niet nu al veel geld inleggen, zonder datwe zekerheid hebben over de toekomstige vraag en uitvoering. Daarnaastis er binnen de huidige begroting simpelweg geen ruimte om nu dezegrote verplichting aan te gaan. Zoals ook in het rapport-Wennink staat, isdit een businesscase die privaat gefinancierd kan worden. Nadrukkelijkzijn we natuurlijk wel in gesprek met de vier partijen die hebben aange-geven mogelijk interesse te hebben in wat wij op het gebied van derandvoorwaarden voor hen zouden kunnen doen.De heer Vermeer (BBB):Staatssecretaris, bedankt voor dit antwoord. Eigenlijk hoor ik dat deinhoudelijke afweging is dat het geen commerciële activiteit is. Datbetekent dus dat we alle tenders van Europa in het vervolg laten gaan,ook IPCEI-projecten en zo. Die zijn namelijk ook altijd publiek-privaat endaarmee commercieel. Is de nieuwe beleidslijn om geen Europees geldmeer op te halen en dat naar andere landen te laten stromen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151920 Staatssecretaris Aerdts:Dit is een hele snelle conclusie van de heer Vermeer. Die deel ik niet. Ikgeef aan dat voor dit specifieke project en deze tender op dit momentgeen geld is in de begroting.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Aerdts:Ja. Door de heer Verkuijlen en mevrouw Zwinkels werd gevraagd naar delaatste stand van zaken wat betreft de AI-fabriek in Groningen. Voor dezomer zullen we daar nog een uitgebreidere brief over sturen. Maar het isgoed om te weten dat voor de zomer het AI-expertisecentrum van start zalgaan. Ik heb zin om in juni naar Groningen te gaan om daarbij te zijn. Naarverwachting zal de AI-supercomputer eind 2027, begin 2028 operationeelzijn. Die exacte tijdslijn hangt af van de realisatie van deAI-supercomputer, die recent in aanbesteding is gedaan door EuroHPC.Die is recent van start gegaan. Het is van belang dat de potentiëlegebruikers, waaronder start-ups en onderzoekers, zo snel mogelijk aan deslag kunnen gaan met het voorbereiden van aanvragen om te kunnengaan rekenen. De doelgroepen zouden nu ook al rekentijd kunnen inkopenof aanvragen bij de bestaande supercomputers in andere lidstaten via deEuroHPC Joint Undertaking. Dit biedt de mogelijkheid om ook al voor deingebruikname van de Nederlandse supercomputer ervaringen op tedoen, projecten voor te bereiden en te starten met het vergaren vankennis. Zo kan men daar een vliegende start mee maken.De heer Verkuijlen vroeg: «Het kabinet zegt dat Nederlandse bedrijvenoptimaal toegang moeten krijgen tot de Europese AI-rekencapaciteit. Hoegaat het kabinet dat concreet regelen?». Wij zetten in op een beterebenutting van bestaande Europese voorzieningen en gerichte onder-steuning voor Nederlandse partijen. Bedrijven en instellingen uitNederland kunnen nu al capaciteit aanvragen via de EuroHPC JointUndertaking. Via het National Competence Centre for High PerformanceComputing, EuroCC Nederland, dat wordt gecoördineerd door SURF,wordt al ondersteuning geboden aan het mkb, start-ups, de industrie ende overheid. Dat gebeurt met zowel advies als toegang tot rekenfacili-teiten. Daarnaast starten we dus binnenkort met het expertisecentrum inGroningen. Dat gaat partijen concreet begeleiden bij het indienen vancalls voor toegang tot rekencapaciteit bij Europese AI-fabrieken.Mevrouw Kathmann vroeg hoeveel rekenkracht er nodig is in Nederland.«Gaat dat lukken zonder een gigafabriek? Kunnen we de wedstrijd omwaardevolle AI voor mens en natuur in te zetten, nog wel winnen? Welkerol zouden gigafabrieken daarin kunnen spelen?». Ik begrijp uw vragen. Inhet schriftelijk overleg voor de informele Telecomraad is een soortgelijkevraag gesteld. Ik kom daar graag in die schriftelijke ronde op terug. Westuren het antwoord uiterlijk voorafgaand aan de Telecomraad aan uwKamer. Misschien is het wel goed dat we met het Ministerie van Binnen-landse Zaken hebben gevraagd om heel specifiek in kaart te brengen watde verwachting is over welke rekenkracht er de komende jaren nodig zouzijn binnen de overheid.De heer Vermeer vroeg hoeveel middelen er nodig waren voor deAI-gigafabriek en hoeveel Europese middelen we mislopen. Bij deAI-gigafabriek gaat het om een afnameverplichting van rekencapaciteitmet een financiële verplichting. De Europese Commissie kan tot 17% vande kapitaalinvestering investeren, maar het exacte bedrag is afhankelijkvan de totale omvang van de AI-gigafabriek. Het is bekend dat binnen hethuidige Meerjarig Financieel Kader in totaal 1 miljard beschikbaar isgesteld door de Commissie. Naar schatting gaat het dan om bedragentussen 200 miljoen en 500 miljoen euro. Het is de bedoeling dat debijdrage van de Commissie in ieder geval matcht met de bijdrage van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151921 lidstaten. Als je als Nederland 5 miljoen zou inleggen, doet de EuropeseCommissie ook 5 miljoen. Als het gaat om 200 miljoen et cetera ... Als hetzou gaan om € 1, zou het dus ook gaan om € 1 van de Commissie.De heer Vermeer (BBB):Het gaat dus om een afname van de capaciteit van die uiteindelijkefabriek. Dat zou er juist voor pleiten, ook gezien de verhalen die mevrouwEl Boujdaini bijvoorbeeld naar voren bracht over de operationele kosten,die we toch al hebben en die we ook verwachten voor de toekomst ... DeMinisteries van Financiën en Defensie vragen rekencapaciteit. Ik kaneigenlijk steeds minder begrijpen waarom er dan toch niet voor gekozenis om mee te doen en het benodigde gewoon uit toekomstige operati-onele kosten naar voren te trekken, wat tegenwoordig een favorietestrategie van dit kabinet is.Staatssecretaris Aerdts:Het antwoord op de vraag van de heer Vermeer. Ik heb geleerd dat alsmensen «gewoon» in hun antwoord zeggen het vaak niet zo gewoon enzo makkelijk is. Dat geldt hier, denk ik, eigenlijk ook bij. Op dit momentmoeten we die rekenkracht in kaart brengen. Het gaat om een verplichteafname, waar nu ook al financiën aan gecommitteerd moeten worden; diezijn er op dit moment niet. Ik kan het niet een-op-een op elkaar plakken.Het zou dus een hele risicovolle bijdrage zijn, die ik op dit momentgewoon niet kan matchen en waar geen aanvullend budget voor isvrijgemaakt. Vandaar dat we natuurlijk nadrukkelijk aan het Ministerie vanBZK hebben gevraagd om in kaart te brengen wat nou de verwachting isvan de rekenkracht die afgenomen gaat worden. Ik kan me voorstellen datals er meer zekerheid is in de toekomst daar ook mogelijkheden voorzullen bestaan. Dit zijn ook de gesprekken die we met de verschillendepartijen voeren. Ik ben het helemaal met u eens: het is natuurlijk nadruk-kelijk de verwachting dat de Nederlandse overheid in de toekomstrekenkracht zal gaan afnemen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. Bent u nog steeds in het blokje AI?Staatssecretaris Aerdts:Ja, ik ben nog steeds in het blokje over AI-fabrieken/gigafabrieken.Mevrouw El Boujdaini vroeg hoe we als overheid die AI-infrastructuur, derekenkracht die nodig is, kunnen gaan stimuleren. We investerennationaal in de basis. We hebben als overheid, samen met de regio enEuropa, al 200 miljoen geïnvesteerd in die AI-fabriek in Groningen. Wewerken intensief samen in Europees verband; ik noemde in dat kader al deEuroHPC Joint Undertaking. Op die manier bouwen we ook aan hetEuropese ecosysteem van rekenkracht dat ook grensoverschrijdendbeschikbaar is voor onderzoek en innovatie. Tot slot willen we dus ooknadrukkelijk – ik gaf het al even aan – de randvoorwaarden voorAI-infrastructuur in Nederland gaan verbeteren. Dat doen we door metverschillende partijen in gesprek te zijn, maar ook door binnen dieTaskforce Toekomstige Welvaart in te zetten op het stimuleren van privateAI-infrastructuur.Mevrouw Zwinkels vroeg nog hoe de toekomstige toepassing van GPT-NLeruit zal zien. Ik was vorige week op werkbezoek in Amsterdam, waar ikook de server heb gezien waar GPT-NL op dit moment op draait. Ik zieGPT-NL, maar ook andere Europese taalmodellen, als een belangrijkefactor om meer strategische digitale autonomie te bereiken op het gebiedvan AI. Momenteel start TNO de fase op waarin GPT-NL in de praktijk ookecht gebruikt gaat worden. In het kader van de Nederlandse Digitalise-ringsstrategie gebeurt dat ook bij een aantal verschillende toepassingenbinnen de overheid. Het gaat nu bijvoorbeeld om een virtuele gemeen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151922 teassistent, die burgers helpt antwoorden te vinden op hun vragen, eenpilot met een AI-assistent op overheid.nl en een tool die helpt om brievenvoor burgers en ondernemers begrijpelijker te maken. Daarmee stimuleertde overheid de doorontwikkeling van het taalmodel en de afstemmingdaarvan op overheidsprocessen. De resultaten van deze testfase zullenook mede bepalen wat er verder nodig zal zijn om GPT-NL zinvol eneffectief in te kunnen zetten en ook in welke processen dit waardevol ennuttig is.De heer Van den Berg van JA21 vroeg hoe de energievoorziening van deAI-fabriek wordt gegarandeerd, ook gezien de huidige situatie van denetcongestie, en of een gigafabriek inpasbaar zou zijn in het stroomnet,dat nu al onder druk staat. Het stroomverbruik van de AI-fabriek inGroningen zal ongeveer 3 megawatt tot 4 megawatt bedragen; dat isvergelijkbaar met twee of drie kleine windmolens. De precieze inrichtingvan de energievoorziening is ook nog afhankelijk van de lopendeaanbesteding voor het datacenter. Omdat de omvang van deze energie-vraag te overzien is, verwachten we daarbij geen problemen.AI-gigafabrieken zijn aanzienlijk groter en kennen daarom ook een veelhoger stroomverbruik. Het is aan de initiatiefnemers van die projecten omplannen te maken die inpasbaar zijn. Vanwege het hoge stroomverbruiken het transport daarvan is het van belang dat deze dan ook zoudenworden gevestigd op geschikte locaties, zodat die negatieve effecten vannetcongestie worden voorkomen. Dan kan je denken aan de nabijheid vanaanlandpunten van wind op zee.Dan heb ik de vraag van de heer Vermeer, de laatste in dit blokje. Wat zoude investering in de AI-gigafabriek opleveren voor het verdienvermogenen wat zijn ook de mogelijke kosten van niets doen? Volgens het Ecorys-rapport zou een AI-gigafabriek positieve spill-overs kunnen hebben, zoalsmeer economische activiteit, snellere adoptie en kennisdeling. Diespill-overs zijn ook terug te vinden bij bestaande privateAI-infrastructuurinitiatieven uit de markt. Tegelijkertijd signaleert hetEcorysrapport dat simpelweg een gigadatacenter voor AI bouwen nietautomatisch leidt tot meer gewenste maatschappelijke en economischemeerwaarde. Het hangt er onder andere natuurlijk ook van af wat daargebeurt, dus wie de gebruikers zijn en welke ecosystemen daar verder aanverbonden zijn. Dat we nu niet meedoen met die gezamenlijke aanbe-steding betekent niet dat er niets van de grond kan komen; ik gaf dat netook al aan. In lijn met het Wenninkrapport zeg ik dat het van belang is datAI-infrastructuur privaat van de grond kan komen in Nederland. Ik gaf ookal aan dat we daarom ook met de partijen in gesprek blijven over derandvoorwaarden van dit soort initiatieven.De voorzitter:De heer Vermeer mag eerst, want die moet zo weg.De heer Vermeer (BBB):Ik heb een kwartiertje extra gekregen van de Griffie omdat dat anderedebat iets later begint.De voorzitter:Dan is de coulance minder, meneer Vermeer. Eigenlijk is mevrouw ElBoujdaini dan aan de beurt.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik wil de Staatssecretaris graag bedanken voor haar beantwoording. Ikhoorde de Staatssecretaris ook de Taskforce Toekomstige Welvaartbenoemen. Ze zei dat de taskforce ook zal werken aan de AI-infrastructuur.Komt er daarvoor bijvoorbeeld een plan in de nabije toekomst? Hoe zal deTaskforce Toekomstige Welvaart hieraan werken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151923 Staatssecretaris Aerdts:AI en data zijn een van de vier pijlers van de taskforce. Binnen zesmaanden komt het kabinet met een uitgewerkt plan daarvoor. Dat zal danook met de Kamer worden gedeeld.De voorzitter:Dan is er een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Wij hebben vorige week een ontbijtsessie gehad met onder andere hetHCSS, dat een studie gedaan heeft. Ik ben dan toch verbaasd dat deStaatssecretaris zegt dat het wel wat meer economische activiteit geeft endat er spill-over is. Ik zou toch heel graag zien dat wij als Kamer deonderliggende berekeningen en redenaties van dit besluit eens gaanontvangen, want ik neem aan dat er meer is dan alleen een brief. In debeslisnota staat ook niets, dus ik zou graag de onderliggende bereke-ningen en zo zien. Uiteraard hoeft dat niet nu; dat mag ook de komendeweek een keer in een brief.Staatssecretaris Aerdts:Ik kom hier graag in de tweede termijn even op terug. Ik begrijp dat u erdan niet bij bent, maar we komen er straks even op terug.De voorzitter:Goed. Dan is er nog een vraag van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dan toch nog even een keer over de poen. Zonder poen kan je namelijkniks doen. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris mogelijkheden ziet omook begrotingoverstijgend te kijken. Wat ik daarmee wil zeggen, is hetvolgende. Vorige week heeft het kabinet een nieuw windpark op zeeaanbesteed voor 4 miljard euro. Laatst kwam ook uit dat zo’n windparkdan nog eens een keer voor 3,5 miljard euro aan netwerkkosten zorgt.Kortom, we hebben het over zo’n 7,5 miljard euro voor één zo’n windpark.Dan zou zo’n bedrag voor zo’n gigafactory eigenlijk een schijntje zijn.Kortom, ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om binnen begrotingen teschuiven om dit toch te realiseren?Staatssecretaris Aerdts:Dit is een beetje een ingewikkelde vergelijking, want je zou natuurlijk naarde gehele begroting kunnen gaan kijken. Ik erken natuurlijk dat er veelambities zijn waar niet direct een matching zak geld voor gereserveerd isen daarover zou ik natuurlijk graag in gesprek gaan. Overigens moet ikdaar wel iets bij bekennen. We komen zo op het blok zeekabels en daarzijn ook nog wel behoorlijk wat investeringen mee gemoeid. Als het gaatom deze AI-gigafabriek, dan blijf ik wel echt bij de woorden die ik al sprak.Ook in het rapport-Wennink wordt aangegeven dat dit in principe vanuitprivate middelen gefinancierd kan worden. Ik heb al aangegeven dat weaan die randvoorwaardelijke kant graag alle stappen zetten die daarmogelijk in zijn, maar daar moeten duidelijke keuzes in gemaakt worden.Wat dat betreft blijf ik erbij dat we op dit moment geen budget hebbenvoor die AI-gigafabriek en dat ik ook niet verwacht dat dat er opeens welgaat komen.De heer Van den Berg (JA21):Dan blijft het wel de vraag of dit kabinet überhaupt bereid is om te kijkennaar verschuivingen binnen de begroting om de zaken te realiseren die inhet rapport-Wennink genoemd zijn en die dus goed zijn voor het toekom-stige verdienvermogen van Nederland. Ik snap het allemaal: het zitallemaal vast in de begrotingen x en y. Dat is natuurlijk prachtig, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151924 uiteindelijk zijn er wel plannen nodig die goed zijn voor Nederland en dieons verdienvermogen op peil houden. Ik zie dat gewoon niet gebeuren.Dus wat gaat de Staatssecretaris doen om geld uit de begroting naar dejuiste dingen te krijgen?Staatssecretaris Aerdts:Zonder direct beloftes te doen, ik hoop natuurlijk dat in de taskforce ditsoort afwegingen worden gemaakt. Daar wordt ernaar gekeken en geefons daarom een beetje tijd om met een plan te komen. Ik kom daar dangraag mee bij u terug.De heer Van den Berg (JA21):Afrondend, voorzitter. We hebben geen tijd! Ik zei net al dat de tender vande gigafactory verloopt. En er zijn ook nog andere zaken, want ook bij dezeekabels zie je dat er maar een beperkt tijdsvenster is voordat onze kansvoorbijgaat. En dat is zo zonde voor Nederland!Nog even door op wat we daarvoor nodig hebben. Ik hoor net dat het deeigen verantwoordelijkheid zou zijn van bijvoorbeeld zo’n gigafactory omte zorgen voor stroom. Nou, in dit geval gaat het bij de gigafactory om250 tot 300 megawatt aan vermogen. En dat is toch weer even 1% van hetvermogen van de windturbines die dit kabinet voorstelt. Er is toch zekerop een gegeven moment overheidssturing nodig om daarin te kunnenvoorzien? Dat zijn toch geen zaken die de markt even zelf kan organi-seren?Staatssecretaris Aerdts:Volgens mij heb ik dat ook niet gezegd. Dit zou voor mij nadrukkelijkonder de randvoorwaarden vallen die nodig zijn om zo’n project van degrond te krijgen. Wat ik aangaf, is dat er op dit moment geen geld is omaan die tender mee te kunnen doen en om het aan Europees geld tekunnen matchen. Ik gaf net die randvoorwaardelijkheid al aan en dat kanook hiermee te maken hebben. Daarover gaan wij dan ook nadrukkelijkmet de verschillende partijen in gesprek.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag ligt in het verlengde van de vraag van de heer Van den Berg,maar ook in het verlengde van het informatieverzoek van de heerVermeer. Ik noemde net ook al dat het hier steeds Groundhog Day is alshet over digitale zaken gaat. We blijven steeds hangen, omdat er geenintegrale sturing op zit. Het windpark waar de heer Van den Berg het overheeft, heeft ook weer betrekking op die gigafabriek, omdat de initiatief-nemers zeggen: wij kunnen ook nog eens die businesscase van de grondtrekken. Dus ik zeg ook helemaal niet dat het coûte que coûte moet ofweet ik wat. Het is alleen een integraal vraagstuk over het completetoekomstige verdienvermogen van Nederland. Het enige wat wij alsKamer krijgen, is een brief waarin staat: het is een derde van de begrotingvan Economische Zaken en we gaan het nu niet doen. Dat is gewoon eenhele dunne onderbouwing. Dus ik wil me heel graag aansluiten bij datinformatieverzoek van de heer Vermeer, zodat we gewoon weten hoe dezebesluiten worden genomen. Want als dat zo dun blijft, dan denk ik dat ervanuit de Kamer wel wat druk komt om dit echt naar een hoger plan tetillen.Staatssecretaris Aerdts:Ik zou dit absoluut geen dun besluit willen noemen, maar ik erken wel watonder anderen mevrouw Kathmann aangeeft. Ik denk dat zij eigenlijk bijnade woorden uit mijn mond neemt, want dit is precies hoe we in detaskforce hiernaar gaan kijken. We gaan juist naar het héle ecosysteemkijken. AI en data zijn namelijk nadrukkelijk een van de vier pijlers van dieecosysteembenadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151925 Ik heb de afgelopen zeven weken inderdaad niet 0,5 miljard kunnenvinden om in een AI-gigafabriek te investeren. Als ik dat geld wel hadgevonden, was het ook nog maar de vraag geweest of het daarnaartoewas gegaan of dat we op een andere manier naar dat ecosysteem warengaan kijken.Ik snap dat er wordt gezegd dat we geen tijd hebben, omdat we dit lievergisteren hadden gewild. Maar dit is juist ook waarom we als kabinet in dietaskforcebenadering naar het hele ecosysteem willen kijken en daar ookmet een plan willen komen.De heer Vermeer (BBB):De reden dat we hier vooral zo op drukken is denk ik dat wij gewoonsteeds zien dat dat hele kabinetsbeleid allemaal aparte silo’s zijn, zeker ophet gebied van de begroting. We kunnen er met z’n allen over praten,maar als dat geld er gewoon niet bij geleverd wordt of als niet duidelijk isbij welk ministerie het zit, dan blijft het gewoon bij het Ministerie vanFinanciën op zak. Dat is de reden waarom dit voor ons ook een soortlakmoesproef is: gaat dit zo werken, ja of nee? Zo nee, dan zullen we watons betreft toch echt naar andere constructies toe moeten. Dus het gaatniet eens zozeer om deze case en wat er in de brief van de Staatssecretarisstaat. Het gaat gewoon om de vraag wat dit de komende jaren gaatbetekenen voor ministerie-overstijgende projecten en portefeuilles.Staatssecretaris Aerdts:Ik heb de heer Vermeer heel goed gehoord. Dan wil ik verdergaan naar hetonderdeel over ...De voorzitter:... zeekabels!Staatssecretaris Aerdts:... zeekabels. Heel goed, heel goed!Mevrouw El Boujdaini vroeg welke stappen de Staatssecretaris zet om hetaanlanden van intercontinentale zeekabels te stimuleren. We zettenverschillende stappen. Zoals zij zelf ook al aangaf, benadrukt dit hetbelang van ons verdienvermogen, de innovatiekracht en de digitaleeconomie. Onder meer de Zeekabel Coalitie brengt de relevante publiekeen private partijen bij elkaar. Daarbij gaat het om het delen van kennis, hetleggen van contacten met internationale initiatieven, zoals het IOEMA-project en het Pan-Arctic Cable System, en het verkennen van de meestkansrijke locaties voor nieuwe aanlandingen. We werken verder aan hetoptimaliseren van de kabeltracés en het verkennen van de aanlandlocatiesin het Programma Noordzee 2028–2033.Door de budgettaire krapte, waarover we net al spraken, was er in debesluitvorming rond de Voorjaarsnota geen ruimte voor intensivering uitde generale middelen, zoals bijvoorbeeld voor de beoogde aftakking vande Arctische route. Op dit moment is er voor die investeringen ook geenbudget gereserveerd op de begroting van EZ. Als we in Nederland dezeprojecten willen gaan financieren, moeten we keuzes maken en zullenandere beleidsdoelen daarvoor moeten worden bijgesteld of mogelijkkomen te vervallen.Mevrouw El Boujdaini (D66):Zeekabels zijn inderdaad belangrijk voor onze digitale autonomie. Ik kanme daarom voorstellen dat bijvoorbeeld ook Defensie best wel veel baatheeft bij nieuwe aanlandingen van zeekabels. Is er bijvoorbeeld eenmogelijkheid dat dit soort initiatieven in gezamenlijkheid worden bekeken,bijvoorbeeld in het kader van de 1,5% van Defensie? Wellicht dat dat geldook hiervoor ingezet zou kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151926 Staatssecretaris Aerdts:Hierover zijn we natuurlijk in gesprek met onder anderen de Staatssecre-taris van Defensie. Ik ben wel bang dat die 1,5% bij wijze van spreken al100 keer is uitgegeven. Maar hier kijken we natuurlijk zeker naar.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag stond al voordat ik dus de zorgelijke uitspraak hoorde: ik denkdat die 1,5% al 100 keer is uitgegeven. In eerdere debatten hierover in deKamer hebben we juist ook van mijn CDA-collega gehoord dat dat noujuist de pot is waarnaar gekeken wordt. Ook het antwoord op de vragenover zeekabels en investeringen vind ik bizar, want er liggen driebreedgedragen Kamermoties onder, waarin gezegd wordt: de markt faalthier en je moet hierin willen investeren. Nogmaals, doen we dat niet, danis over twee jaar – en dat is niet de verre toekomst – de complete markt inhanden van een handjevol techgiganten. En dan kunnen we in de Kamereigenlijk wel gewoon stoppen met praten over digitale autonomie. Depublieke investeringen kosten evenveel als het aanleggen van een paarkilometer snelweg. De Staatssecretaris zegt: ja, dan moeten er anderebeleidsdoelstellingen vervallen. Nou, dat is blijkbaar niet gebeurd. Maardan moet ik dus wel de conclusie trekken dat dus zeekabels of investe-ringen in AI-infrastructuur of in verder digitale autonomie gewoon minderbelangrijk zijn en dat dat dus eigenlijk gezegd wordt over de vele ambitiesdie in dat coalitieakkoord staan. Een andere conclusie kan ik andersgewoon niet trekken. Ik weet ook niet hoe wij als Kamer nog meer deurgentie moeten aangeven en nog meer moeten aansporen om daninderdaad maar andere beleidsdoelstellingen te laten vervallen, omdat ditzo’n ongelooflijk groot en urgent vraagstuk is. Nogmaals, het is even duurals het aanleggen van een paar kilometer snelweg. Dat is wat de publiekeinvesteringen vraagt. En dan is hier gewoon de vraag: is dit kabinet dandus bereid om zijn ambities waar te maken of niet? En dat is gewoon eenja- of nee-antwoord.Staatssecretaris Aerdts:Ik laat deze conclusie aan mevrouw Kathmann. Ik wil nadrukkelijk deurgentie aangeven, maar ik heb in de afgelopen zeven weken inderdaadgeen pot met geld gevonden, waarmee ik dit direct kan gaan doen. Diemoties zijn voor mij heel erg belangrijk, juist ook om dit gesprek in hetkabinet aan te kunnen gaan en om naar de toekomst te kunnen kijken.De heer Van den Berg vroeg naar het niet reserveren van structureelbudget voor de zeekabels. Kan ik bevestigen dat we dan afhankelijkworden van buitenlandse bedrijven? En zo ja, wat betekent dat dan voorde digitale positie? Investeringen in zeekabels worden door consortia vanverschillende Europese landen en marktpartijen gedaan. Als Nederlandgeen publiek geld investeert, gaat een aftakking naar Nederland van hetpan-Arctische initiatief waarschijnlijk niet door. Die zal dan waarschijnlijkworden gerealiseerd zonder een aftakking naar Nederland. Dan zal deEuropese afhankelijkheid en daarmee de Nederlandse afhankelijkheidafnemen, ondanks dat die vertakking niet direct naar Nederland gaat,maar naar andere Europese landen. Andere Europese landen voeren weleen intensief beleid op die zeekabels. Dit betekent dat de Nederlandsepositie als digitaal knooppunt inderdaad relatief verslechtert. Bovendienworden intercontinentale zeekabels steeds meer aangelegd, ook door debekende, grote techbedrijven.Mevrouw Kathmann vroeg nog of het kabinet van plan is om tweezeekabels te leggen en zo ja, welk aandeel we daarin financieren. Ik benbang dat het een beetje een grijsgedraaide plaat blijft, maar op ditmoment is er geen budget op de begroting voor het aanleggen van dezeekabels. Over de Arctische route wordt u voor Prinsjesdag noggeïnformeerd. Over de Caribische route wordt u geïnformeerd nadat deEuropese haalbaarheidsstudie naar de soevereine ontsluiting van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151927 gehele Caribische gebied eind 2026 is afgerond, conform de moties vandeze Kamer.Mevrouw El Boujdaini vroeg zich nog af op welke wijze ik mij binnenEuropa inzet voor de versterking van Europees eigenaarschap van dezeekabelinfrastructuur. Die staat heel hoog op de Europese agenda, zowelvanuit veiligheid alsook vanuit de digitale strategische autonomie. DeEuropese Commissie heeft in februari 2025 een Action Plan on CableSecurity vastgesteld, wat in 2026 is uitgewerkt in een Cable SecurityToolbox, een lijst van prioritaire corridors en aanvullende middelen van347 miljoen via CEF Digital. Daarbij wordt nadrukkelijk samengewerkt metde lidstaten en het bedrijfsleven. In mijn recente gesprekken in Brusselheb ik het belang van de zeekabels en de Nederlandse positie als digitaalknooppunt benadrukt. Die inzet zal ik ook zeker voortzetten. Recent is deCPEI-lijst opgesteld. Deze lijst met Cable Projects of European Interestomvat dertien strategische corridors. Projecten die hierop aansluiten,zoals de IOEMA-kabel en het pan-Arctische kabelsysteem, kunnenprioriteit krijgen bij subsidieaanvraag, maar dat biedt geen garantie opfinanciering, aangezien de Europese middelen wat dat betreft beperkt zijn.De heer Verkuijlen vroeg nog wat de impact aan wal zou zijn als de kabelsniet langer functioneren. Zijn de kabels die we nu hebben redundant? Watbetekent het voor de bandbreedte en de transmissiesnelheid alsdataverkeer over één in plaats van twee kabels wordt geleid? Onzezeekabels zijn onderdeel van een redundant datakabelnetwerk. Datbetekent dat op het moment dat het dataverkeer uitvalt bij een individuelekabel, het automatisch wordt omgeleid via een alternatieve route. Dat kanzowel via Nederlandse aanlandingen als via verbindingen in omliggendelanden. Uitval van één kabel is daarom niet of nauwelijks merkbaar voorgebruikers. De totale beschikbare bandbreedte is in de afgelopen jarenmet de gestegen vraag naar datatransport en technologische ontwikke-lingen sterk toegenomen. Nieuwe kabels kunnen ook meer dataverwerken. Dit vergroot de robuustheid van het netwerk. Uitval van éénoudere kabel heeft daardoor geen groot effect op de totale bandbreedte oftransmissiesnelheid.U gaf aan dat zeekabels kwetsbaar zijn voor sabotage. U vroeg inhoeverre ik kan aangeven of we dat risico met collega’s van Defensietrachten te voorkomen. Middels het Programma Bescherming NoordzeeInfrastructuur werkt het kabinet aan de versterking van de maritiemeveiligheid en bescherming van de kritieke infrastructuur op de Noordzee,waaronder ook zeekabels. Daarbij is het van belang om te benadrukkendat niet alleen het Ministerie van Defensie dit uitvoert, maar ook allerelevante departementen en uitvoeringsorganisaties met een taak op deNoordzee. Denk bijvoorbeeld aan de Kustwacht en de betrokkeninlichtingen- en veiligheidsdiensten. De inzet binnen dit ProgrammaBescherming Noordzee Infrastructuur is gericht op preventie, detectie enrespons. Daarbij wordt aan de ene kant gewerkt aan het verkleinen van derisico’s en aan de andere kant aan het versterken van het vermogen omdreigingen tijdig te signaleren en effectief af te wenden. Dit draagt bij aanhet waarborgen van de beschikbaarheid, continuïteit en veiligheid vankritieke infrastructuur op de Noordzee. Dan denken we niet alleen aandatakabels, maar bijvoorbeeld ook aan energievoorziening.De laatste vraag van de heer Verkuijlen ging over de signalen datNederland een belangrijke trans-Atlantische zeekabel dreigt mis te lopen.Zouden daarin nog mogelijkheden zijn? Ik herken de signalen datNederland de aanlanding van de Arctische route dreigt mis te lopen. Deplanning van dit complexe proces is continu in beweging, maar ookhierbij zeg ik: op dit moment is er geen budget op de begroting om hetbodemonderzoek uit te kunnen voeren om te kijken of de aftakking naarNederland haalbaar is. Het initiatief gaat ondertussen gestaag door.Conform de motie van uw Kamer zal ik u voor Prinsjesdag informerenover de mogelijkheden van de Nederlandse aftakking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151928 De laatste vraag bij het onderwerp zeekabels is van de heer Van den Berg.We noemen bedragen van 100 miljoen en 300 miljoen voor zeekabels. Hoezijn deze bedragen berekend en welke risico’s draagt de overheid daarbij?Een directe Nederlandse aftakking van de Arctische kabel is in 2024geraamd op 100 miljoen, waarvan 18 miljoen voor het zeebodemon-derzoek en 82 miljoen voor de feitelijke aanleg. Voor het bepalen van hetNederlandse aandeel van het zeebodemonderzoek is uitgegaan van eenverdeelsleutel op basis van het aantal deelnemende landen aan hetmemorandum of understanding voor deze zeeroute. Dat zijn zes landen intotaal. Bijdragen aan een zeebodemonderzoek geeft nog geen garantie opeen kabel. Daarvoor moeten eerst de resultaten van het onderzoekworden afgewacht. Onderzoeksbureau Pioneer heeft begin 2025 eengrove raming gemaakt voor de kosten van een directe zeekabel tussen hetCaribische en Europese deel van Nederland. Die zijn geraamd op 292miljoen euro. Zo kost een directe zeekabel naar Sint-Eustatius en Sabaongeveer 237 miljoen euro en tussen Sint-Eustatius, Saba en Bonaire 55miljoen. Dit is kortgezegd een optelsom van de aanlegkosten en deafstand. Voor een besluit over een directe kabel naar Caribisch Nederlandmoet als eerste stap het haalbaarheidsonderzoek van de EuropeseCommissie worden afgerond. De verwachting is dat dit onderzoek aan heteind van het jaar afgerond is. Dan zullen we natuurlijk de Kamer infor-meren over mogelijke vervolgstappen.Dan ga ik door ...De voorzitter:Met de cloud.Staatssecretaris Aerdts:... met de cloud, inderdaad. De blokjes worden iets korter, hoor.Mevrouw Zwinkels vroeg zich af wanneer we concrete doelen en stappenverwachten om capaciteiten aan te bieden bij Nederlandse aanbieders.We zetten ons in voor de concurrentiepositie van Nederlandse cloudaan-bieders. We stimuleren lokale innovatie en toetreding van nieuwe partijendoor middel van nationale, maar ook Europese beleidsinzet, bijvoorbeeldmet de IPCEI-CIS-initiatieven. We werken in EU-verband aan nieuw beleid,waarin mogelijk het voorkeursprincipe en de soevereiniteitsdefinities bijaanbesteding van cloud worden verkend. We zijn in nauw contact met deNederlandse cloudsector voor nauwkeuriger inzicht in uitdagingen,kansen en de randvoorwaardelijkheid waarbij wij mogelijk kunnen helpen.Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd waarmee in detail inkaart wordt gebracht hoe die sector in elkaar zit, welke lokale partijen erop welk segment van de markt actief zijn en welke obstakels en kansen zijervaren. Dit wordt voor de zomer met uw Kamer gedeeld.Ik denk dat het vorige mooi aansluit op de vraag van mevrouw Kathmannover het manifest van de zeven cloudbedrijven. We zijn ontzettend blij dathet Nederlandse bedrijfsleven zich zo actief inzet en met elkaar aan deslag is gegaan met het precies in kaart brengen van de bottlenecks. Voordeze belangrijke digitale voorziening zijn we als Nederland en Europa opdit moment te afhankelijk van een aantal niet-Europese spelers. Wemoedigen bedrijven juist heel erg aan om dit te gaan doen. We zullen datrapport meenemen als we de Kamer verder informeren over hoe we metcloud zullen omgaan. We zijn met deze partijen ook al nadrukkelijk ingesprek.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik had een iets gerichtere vraag over de Open Cloud Alliantie. Er staannamelijk acht aanbevelingen in het manifest. Het zou heel fijn als erconcreet kan worden ingegaan op die acht aanbevelingen, zeker als degesprekken lopen en als we daar als Kamer nog iets over te horen krijgen.Eigenlijk vroeg ik een soort schriftelijke appreciatie van dit plan. Dat laat ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151929 even in het midden, maar het zou heel prettig zijn als er in ieder geval ietsis waarin concreet wordt ingegaan op die acht aanbevelingen. Dan wetenwe veel beter waar de kansen liggen om met dit consortium zaken tedoen, mogelijk als launching customer, en waar de obstakels zitten. Hetzou dus heel prettig zijn om zoiets te krijgen.De voorzitter:Kan de Staatssecretaris dat toezeggen?Staatssecretaris Aerdts:Ik snap wat u zegt, maar ik heb nog een beetje tijd nodig om iets beternaar de aanbevelingen te kijken. Ik hoopte dat we dit konden samen-voegen, ook om de slagkracht daarin te versterken. Ik hoop eigenlijk dat umij de gelegenheid wil geven om in de brief die al naar uw Kamer komt,in te gaan op de aanbevelingen met betrekking tot het cloudbeleid, inplaats van dat te doen in een aparte brief. Ik zou het graag willenkoppelen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Aerdts:Ik ga verder met het blokje – ik heb het woord nu toch gebruikt terwijl ikhad gehoopt dat ik het vier jaar lang kon vermijden – oftewel het volgendeonderwerp, namelijk de datacenters. Mevrouw El Boujdaini vroeg: Hoeziet het gebruik van die datacenters er nou eigenlijk uit? Hebben we zichtop wie daar precies gebruik van maken? Er is geen verplichting voorbeheerders van datacentra om bij landelijke autoriteiten te meldenwaarvoor zij hun datacentrum gebruiken. Ik heb dus ook geen informatietot mijn beschikking over de doeleinden waarvoor de nog te bouwendatacenters gebruikt zullen worden.U sprak over de aangenomen motie over een nationale aanpak voordatacenters en datakabels. Kan de Staatssecretaris verkennen of in dezenationale aanpak ook het belang van digitale soevereiniteit wordtopgenomen? Ja, dat doen we nadrukkelijk. We verkennen de invulling vandie digitale open strategische autonomie en soevereiniteit juist ook tenaanzien van de datacenters. Dat is ook in lijn met de ambitie in hetcoalitieakkoord. Over de bevindingen van die verkenning zullen werapporteren in de nationale aanpak voor datacenters. Ik trek op ditmoment nauw op met mijn collega’s, de Minister van KGG, de Staatsse-cretaris van KGG en met VRO. We hebben op korte termijn daar ook eengesprek over gepland.Dan de laatste vraag van mevrouw El Boujdaini. Zij vraagt hoe ik dekansen zie om digitale soevereiniteit in de toekomst mee te nemen alscriterium voor het vergunningsproces van die nieuwe datacenters. We zijnop dit moment aan het verkennen, en bij die verkenning moet ook blijkenhoe dit nou precies een plek in het geheel kan krijgen. Denk bijvoorbeeldaan de haalbaarheid en de technische uitvoerbaarheid.Dan wou ik doorgaan met de rol die de overheid kan spelen als launchingcustomer. Welke concrete projecten lopen er momenteel, vroeg mevrouwEl Boujdaini, waarin de overheid als launching customer optreedt. Hoekunnen we die rol verder invullen, en wanneer zien we daar resultatenvan? Je kan het hebben over launching customer – dat was ongeveer heteerste nieuwe woord dat ik in deze rol leerde – maar eigenlijk hebben wehet natuurlijk over innovatief opdrachtgeverschap, met als doel om juistals overheid samen met marktpartijen de afhankelijkheden te verminderenen om mogelijk nieuwe dienstverlening te faciliteren.De voorzitter:«Launching customer» is eigenlijk duidelijker, hè?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151930 Staatssecretaris Aerdts:Twee voorbeelden van dingen die hier lopen zijn de pilot op het gebiedvan open source en Nextcloud bij DICTU. Een centraal overzicht van dieconcrete projecten is er niet, mede omdat die dienstverlening van zouiteenlopende aard is en vanwege de verbijzonderde wijze van hetopdrachtgeverschap. Hierbij is er natuurlijk wel samenwerking met anderedepartementen van belang. Het opdrachtgeverschap vraagt om eennadere verkenning, onder meer met mijn collega de Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor juist de realisatie binnende digitale overheid.Mevrouw Zwinkels stelde hier ook vraag over. Via een aangenomen motieis gevraagd welke EU-alternatieven bij aanbesteding beschikbaar zijn. Kanik toezeggen hoe autonomie actief wordt meegenomen in de aanbeste-dingscriteria? U heeft het, denk ik, ook al een aantal keren in dit debataangekaart: meerdere Nederlandse bedrijven laten van zich horen. Er lijktal sprake te zijn van een groeiend aanbod van alternatieven voordienstverlening. Ik ben er ontzettend blij mee. Dit is ook waarom ik zo blijben dat deze rol ook bij het Ministerie van Economische Zaken ligt, omdatwe zowel met de digitale economie als met de samenleving en deoverheid te maken hebben. Dat is ook omdat je dan, juist als het gaat omrandvoorwaarden, een rol kan spelen. Ik ben heel blij dat ik de afgelopenweken gezien heb hoe het Nederlandse en het Europese bedrijfsleven zichdaar heel actief in mengen.Autonomie kan je natuurlijk deels via aanbestedingscriteria vormgeven.De uitdaging zit misschien niet zozeer in de techniek, maar ook in deafweging of het aanbod vanuit de markt voldoende passend is te maken.Op dit moment zijn we daarover aan het spreken en die gedachten zijnnog niet af. Ik kan me heel erg voorstellen dat je bij inkoop en aanbe-steding echt een beetje gaat kijken naar een soort stappenplan: waar hebje het nou voor nodig, wat wil je zelf bereiken, wat moet je beschermen enwat heb je nodig voor de continuïteit van je bedrijfsprocessen? Dan kun jeook heel specifiek bekijken wat de rol van data is en hoe kritiek of vitaaldie is, en in welke gevallen we het misschien in Nederland zouden willenhouden. Maar goed, dat zijn de eerste gedachten. Daar kom ik dus graaglater op terug. Ook in Europees verband wordt er gekeken naaraanpassing van de aanbestedingswetgeving. Daar is dit ook echt eenonderwerp van gesprek.Mevrouw Zwinkels vroeg nog over een opensource-samenwerkingsplatform genaamd «Mijn Bureau», dat in EU-verbandwordt ontwikkeld en succesvol wordt toegepast in een gemeente. Op ditmoment wordt er gebouwd aan dat opensourcealternatief Mijn Bureau.Het wordt binnen gemeenten beproefd en ook binnen de rijksoverheid.We ontwikkelen een routekaart voor autonome en soevereine alterna-tieven conform de motie-Dassen waarin Mijn Bureau specifiek isopgenomen. Dit jaar informeer ik de Kamer over de manier waarop we alsoverheid overstappen op deze alternatieven.Dan had ik nog een laatste vraag, van de heer Van den Berg, van JA21. Wezijn nog even een beetje aan het zoeken. U gaf aan dat de midterm reviewwordt vormgegeven in 2029 en u vroeg op basis van welke criteria wordtbesloten tot doorgaan of bijsturen. Wij waren even aan het zoeken naar demidterm review waarop u doelde. Dan komen we daar graag in tweedetermijn even op terug.De heer Van den Berg (JA21):Als ik het goed zeg, was dat in relatie tot de gigafactory. Maar goed, diegaat er niet komen, dus ik denk dat we ons die moeite maar moetenbesparen, hoe treurig dat ook is.Mevrouw El Boujdaini (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151931 Ik heb nog even een vraag over de launchingcustomerrol die we alsoverheid zouden kunnen vervullen. Hoe ziet die rol er dan precies uit? Ikhoor de Staatssecretaris inderdaad zeggen dat het deels gaat overinnovatief opdrachtgeverschap, maar volgens mij gaat launchingcustomer zijn ook juist om het afnemen van wat al wordt ontwikkeld, nogvoordat er een opdracht wordt gegeven. Ik ben dus benieuwd hoe deStaatssecretaris dat ziet.Staatssecretaris Aerdts:Volgens mij gaat dat inderdaad beide kanten op. Het gaat erom dat je alslaunching customer ook aan kan geven waaraan iets specifiek moetvoldoen. Ik noem het voorbeeld dat we bezig zijn met het ontwikkelen vaneen communicatieapp voor de overheid. Die moet bijvoorbeeld ook aanbepaalde vereisten voldoen als het gaat om de Wet open overheid. Omdat als massa te doen kan je dus ook aan de aanbodkant kijken wat ernodig is om het specifiek toepasbaar te maken voor de overheid, maar uheeft helemaal gelijk dat het ook nadrukkelijk gaat om de afname en deinkoop.De heer Verkuijlen (VVD):Toen de Staatssecretaris het had over publiek-private samenwerking enmet name de private investeringen, zei ze dat randvoorwaarden belangrijkzijn. Nu weet ik dat met name de regeldruk in Nederland nogal een grootprobleem is, dus ik ben benieuwd: als we als Nederland die randvoor-waarden gaan aanpassen, waar moeten we dan aan denken? Kunt u daarwat concrete voorbeelden van geven, vraag ik via u, voorzitter. Hoe staanwe er dan internationaal op? Daar ben ik nog even benieuwd naar. Dathoor ik graag in de tweede termijn. Ik zou me graag aansluiten bij hetbetoog van mevrouw Kathmann over argumenten die ook door hetplatform geuit zijn. Dat hoeft niet in een specifieke brief, maar ik vind hetvan belang om de reactie van de Staatssecretaris daarop te vernemen.De voorzitter:Gaat u daar nu al op in, Staatssecretaris?Staatssecretaris Aerdts:Wat u wil. Wat betreft de randvoorwaarden kom ik al terug op de taskforcevoor toekomstige welvaart en verdienvermogen, maar ook de TaskforceSlagvaardige Overheid speelt hierin als het gaat om regeldruk een heelbelangrijke rol. Als je naar die randvoorwaarden gaat kijken, zie je datnetcongestie en ruimtelijke inpassing onderdelen zijn waarbij er behoefteis aan regie van de overheid.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee is uw betoog ten einde. Dan is er voor eeniederruimte om een vraag te stellen in de tweede ronde. We kunnen nu startenmet de tweede termijn, bedoel ik. Sorry.Mevrouw El Boujdaini (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris graag bedanken voor haarbeantwoording. Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen.In principe is voor mij de launchingcustomerrol in ieder geval heelbelangrijk. Ik denk dat daarin heel veel kansen zitten om juist ook meerintegraal op te kunnen treden als overheid en op verschillende plekkenbinnen de overheid, zodat nieuwe initiatieven, innovatieve ideeën enIT-producten en -diensten worden afgenomen van onze eigen Neder-landse en Europese bedrijven. Ik zou in ieder geval heel graag willen ziendat we daar als overheid meer op gaan inzetten. Dat gebeurt hopelijk ookmet de Taskforce Toekomstige Welvaart. Als daar in de komende tijdplannen, tussentijdse bevindingen over hoe we dat als overheid beterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151932 kunnen doen of juist best practices voor zijn, zou ik de Staatssecretariswillen vragen om die te delen met de Kamer, zodat we dat echt verderkunnen brengen. Dat vraag ik juist ook omdat we op dit moment niet perse gealloceerde middelen hebben, maar via die weg wel middelen kunneninzetten. Dat is dus eigenlijk een oproep daarvoor.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording tot zover. Het zal zeker nietaan de geestdrift van de Staatssecretaris liggen. De grote uitdaging ismeer: hoe komen we daar? Toch wil ik de vraag die ik net stelde, graagnog iets concreter beantwoord hebben. Hoe bevinden we ons nu in deconcurrentie op dat speelveld, Europees en mondiaal, als het gaat omzorgen dat we aantrekkelijk zijn voor investeringen van de private markt?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Ik heb het maar voor mezelf opgeschreven: de weg naarde hel is geplaveid met goede bedoelingen. Ik denk dat dat hier het gevalis. Het staat hier vol met ambities. Ik denk dat dat goede ambities zijn. Ikhoor dat hier ook aan mijn rechter- en linkerzijde, maar het is natuurlijkwel belangrijk dat we ook boter bij de vis kunnen leveren en dat we ditecht gaan realiseren. Ik maak me er zorgen over of dat ook echt gaatgebeuren.Ik zou de Staatssecretaris van harte willen aanmoedigen om bij deeerstvolgende mogelijkheid financiering te vinden voor de zeekabels ofzo’n gigafactory, maar natuurlijk ook nog veel breder. We staan namelijkaan de vooravond van een digitale revolutie die wereldwijd plaatsvindt.Wat betreft de antwoorden over de zeekabels baart het mij erg veel zorgendat we buiten de boot vallen. Daar laat ik het voor nu bij. Ik kijk uit naarhet vervolg van de beantwoording van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris in de eerste plaats van hartebedanken voor de beantwoording. Inderdaad, aan de ambities ligt hetniet, maar ik zei al eerder dat ik uit de stad van «geen woorden maardaden» kom. Dan heb je daar dus niet zo veel aan. Ik merk ook aan deStaatssecretaris dat zij die urgentie echt voelt, maar ik heb gewoonvolstrekt niet het idee dat dat bij het hele kabinet aan de hand is. Anderswaren er wel andere keuzes gemaakt.Wat we vandaag voorgeschoteld krijgen over digitale infrastructuur, is datde markt het eigenlijk moet oppakken en dat we dan vanuit de politiekmarktinitiatief gaan stimuleren, maar dat is nou juist al heel lang het helegrote probleem: de markt faalt. De markt faalt bij cloud, bijAI-infrastructuur en bij de zeekabels. De publieke coördinatie is nu helaastijdelijk gewoon nodig. Daar zit ook een tijdlijn op, dus het kan juist nietandersom, waarbij we het nu nog even met de markt doen en daarna metpublieke coördinatie. Nee, want dan is het gewoon te laat. Nogmaals, danis de hele boel gewoon binnen een paar jaar in handen van een handjevoltechbedrijven. Dan kunnen we inderdaad beter gewoon ophouden metpraten over digitale autonomie, want dan is het gewoon vergeven. Zolangdie investeringen niet komen, wordt de urgentie door dit kabinet dus echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151933 niet gevoeld. Ik hoop dat de Staatssecretaris een weg gaat vinden omhaar collega’s in het kabinet aan jassen en dassen te trekken en alles tedoen wat maar kan om te zorgen dat de urgentie wel gevoeld gaatworden.Het positieve wat ik eruit kan halen, is dat de Digitale Dienst een belangrijkvehikel kan zijn. Die staat ook opgeschreven in het initiatief van de Kamer«Ons Digitaal Fundament» en die is opgenomen in het coalitieakkoord.Die kan echt een hefboom zijn voor meer digitale infrastructuur, maar ookvoor Nederlandse en Europese cloudinitiatieven, AI en noem maar op.Wanneer gaat die Digitale Dienst lopen en wanneer gaat die de eersteprojecten opleveren?De voorzitter:Dank u wel. Hiermee eindigt de tweede termijn van de Kamer. Het woordis nu aan de Staatssecretaris. Wilt u een korte schorsing of kan het in éénmoeite door?Staatssecretaris Aerdts:Ja, volgens mij kunnen we doorgaan. Ik doe dan wel de volgorde zo dat ikals laatste terugkom op de vraag van de heer Verkuijlen.Voorzitter. Eerst ga ik in op de vraag van mevrouw El Boujdaini over de rolvan launching customer. Misschien hebben we het daar vandaag nog nietheel uitgebreid over gehad, maar in de Nederlandse Digitaliseringsstra-tegie is juist een regierol neergelegd om daar, natuurlijk binnen de kadersvan de aanbesteding, heel specifiek naar te kijken. Dat geldt ook voor deregels die gesteld zijn voor aanbestedingen. We zijn ook in Europa ingesprek over de manier waarop soevereiniteit daarin een belangrijke rolkan spelen en of die mogelijk aangepast gaan worden. Ik kom daarsowieso op terug als we spreken over de investeringsagenda bij de NDS,maar ik zal hier ook in mijn 100 dagenbrief op terugkomen. Misschienhelpt het om daar specifieker op in te gaan. Ik weet niet of u hieraanspecifiek uw tweeminutendebat koppelde, maar ik kom hier in mijn 100dagenbrief dus nog uitgebreider voor de Kamer op terug.Ik heb de zorgen van de heer Van den Berg en mevrouw Kathmannnadrukkelijk gehoord. Misschien nog even over die Digitale Dienst. We zijner nu mee bezig. Voor de zomer gaan we in ieder geval van start. Ik komdaar ook in mijn 100 dagenbrief op terug. Ik heb ook toegezegd om daareind mei met de Taskforce Slagvaardige Overheid nog specifiek op terugte komen, maar voor de zomer gaan we dus van start op een lichte manieren wordt u daarover geïnformeerd.Dan de vraag van de heer Verkuijlen over de integrale aanpak vandigitalisering en de positie die we daarin hebben. In het coalitieakkoordhebben we natuurlijk gesproken over de rol die we hebben als het gaatom digitaal talent. Dat zijn ook gesprekken die we met de sector voeren:wat zou u er nou voor nodig hebben om in Nederland van start-up naarscale-up te gaan, en om hier te blijven? Daarmee lopen er dus gesprekken.En dit is ook een gesprek dat we samen met mijn collega voeren, deMinister van Economische Zaken, want dit speelt natuurlijk niet alleenmaar aan die digitale kant; het speelt nadrukkelijker. Dit is ook eenonderwerp waar we specifiek met die Taskforce Toekomstige Welvaart enVestigingsklimaat voor het toekomstige verdienvermogen heel uitdruk-kelijk bij stilstaan. Het gaat eigenlijk om die drie sporen. De randvoor-waarden: wat is nodig als het gaat om vergunningen, stroom, ruimte? Ende financieringsinstrumenten. Als we kijken naar het rapport-Wennink,maar natuurlijk ook naar die van Draghi en Letta, dan spelen die voor deEuropese investeringen een belangrijke rol. En het kan gaan om concreteinvesteringsprojecten. We kunnen dan naar de investeringsinstellingenkijken, maar bijvoorbeeld ook naar het NADI. Het plan van aanpak is watdat betreft in de maak. Waar ik heel blij mee ben, is dat zowel in deverschillende rapporten als in het coalitieakkoord data, AI en digitali-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151934 sering, nadrukkelijk geprioriteerd zijn als een van die vier domeinen. Zokunnen we ook die integrale weging doen waar de Kamer naar vroeg: kijknaar dat ecosysteem, niet naar losse kleine projecten, maar juist naar deintegraliteit. Wij willen het ook langs die weg, op die manier, latenplaatsvinden.Daar wou ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Nog een vraag van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris zou nog terugkomen op het informatieverzoek van deheer Vermeer, waarbij ik me had aangesloten. Dat gaat eigenlijk over debesluitvorming rondom die AI-fabriek, want ineens lag er een brief dat wedat niet gaan doen vanwege geld. De Kamer heeft de hoop dat daar tochwel een bredere afweging onder ligt, en zou dus graag dat informatie-verzoek doen om wat meer informatie te krijgen over de advisering.Staatssecretaris Aerdts:Dit is een besluit dat onder andere in het Ecorysrapport een aantal kerenaan de orde is gekomen. Maar ik moet u eigenlijk deels bekennen dat hetook zo simpel is: dat er op dat moment geen geld was om het te doen; datik dat de afgelopen zeven weken ook niet heb kunnen vinden; en dat ik, alshet er wel zou zijn, ook nog zou moeten kijken naar andere mogelijkeinvesteringen die kunnen worden gedaan. De Kamer heeft op19 december dat rapport van Ecorys gezien, waarin die meerwaarde werdonderzocht. In dat rapport werden enkele berekeningen van de econo-mische eersteorde-effecten van een AI-gigafabriek genoemd, maar wijvonden dat op dat moment over de toekomstige vraag naar rekenkrachtgewoon nog onduidelijk. Daarom is het ook erg moeilijk om die econo-mische impact in zijn geheel door te rekenen. Er liggen geen veeluitgebreidere cijfers of andere rapporten aan ten grondslag dan ditEcorysrapport, waar specifiek naar gekeken is.De voorzitter:Nog een laatste vraag van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ja, want wat er natuurlijk vooral achter deze vraag schuilgaat, is of er eenintegrale afweging is geweest. Er wordt wel steeds gesproken over dietaskforce, maar als het daar niet aan heeft gelegen of als dit niet integraalis afgewogen – wat dus niet zo is, want dit is op basis van het Ecorys-rapport en het is een derde van het EZ-budget – is dát de conclusie diegetrokken moet worden: dat er geen integrale afweging is geweest, dathet gewoon was «we hebben geen potje gevonden, c’est ça «.Staatssecretaris Aerdts:Die conclusie deel ik niet helemaal. Ecorys heeft hiernaar gekeken, en ooknaar de meerwaarde. We hebben ook het rapport-Wennink, dat ookspecifiek aangeeft dat de financiering van een AI-gigafabriek aan de marktovergelaten kan worden. Dat, gecombineerd met het feit dat er geenaanvullend budget beschikbaar was, heeft tot deze conclusie geleid. Dat isnatuurlijk wel meer een afweging in het ecosysteem geweest. We hebbeneen AI-fabriek in Groningen en er gaat gekeken worden hoe je naar derekenkracht in de toekomst kan gaan kijken. De Europese Commissie heeftaangegeven dat er behoefte zou zijn aan vijf AI-gigafabrieken in Europa.Die hoeven natuurlijk niet alleen in Nederland te staan. Daarnaast wordt inhet Wenninkrapport aangegeven dat een AI-gigafabriek uit de privatemarkt geïnvesteerd kan worden, gecombineerd met het feit dat wij nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151935 dat aanvullende budget beschikbaar hadden. Dat is de afweging die wijhebben gemaakt.De voorzitter:De allerlaatste dan.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):De constatering is gewoon dat de markt faalt. Dat is ook waarom deEuropese Commissie dit geld beschikbaar stelt voor een publiek-privatesamenwerking. Het is dus soms ook zo ingewikkeld; op basis van welkefeiten kunnen wij de besluiten die worden gemaakt dan controleren? Datgeldt dus niet alleen hier bij de AI-infrastructuur. Het geldt ook bij de clouden bij de zeekabels. De markt faalt. Dus nogmaals, dan is de afdronk vanvandaag dat het kabinet het gaat gooien op de markt, terwijl de marktfaalt. Dat is wat we de komende tijd kunnen verwachten.Staatssecretaris Aerdts:Die conclusie is voor mij iets te snel. De Europese Unie geeft aan dat ervijf AI-gigafabrieken in Europa moeten komen. Als wij aan die rekenkrachtmee willen doen in Europees verband betekent dat nog niet dat wij er inNederland een móéten hebben – voor ons heeft die soevereiniteit ook temaken met wat we in Europa kunnen regelen – om mee te kunnen blijvendoen et cetera. En ik denk dat wij hier niet alles overlaten aan de markt,maar wel nadrukkelijk samenwerken om dat ecosysteem te houden – datdoe je als overheid niet alléén – maar we hopen ook heel erg dat we juistdie private sector ... We zien die initiatieven. De afgelopen weken hebbenwe die gezien als het bijvoorbeeld gaat om de cloud, maar ook bij de vierpartijen die aan het onderzoeken zijn of zij een AI-gigafabriek in Nederlandzouden willen openen. Dat zien wij dus ook gebeuren. Maar als wenadrukkelijk kijken naar die randvoorwaarden, zie ik daar inderdaad eenhele nadrukkelijke rol voor de overheid.De voorzitter:Hartelijk dank voor de beantwoording. Dan zal ik nu de toezeggingenopsommen die er gedaan zijn in deze vergadering, dus in het commissie-debat Digitale infrastructuur en economie. Ik moet even mijn bril opzetten.Het lid El Boujdaini vraagt een tweeminutendebat aan.–De Staatssecretaris EZK zegt toe de risicobeoordelingen inzake digitaleinfrastructuur voor het einde van het jaar in vertrouwen met de Kamerte delen.–De Staatssecretaris zegt toe binnen zes maanden een plan te delen metde Kamer inzake het digitale ecosysteem, waarin onder andere debevindingen van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingskli-maat zullen worden meegenomen.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer vóór Prinsjesdag te informerenover de mogelijkheden voor een Nederlandse aftakking van dezeekabel op de Arctische route.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer na een onderzoek van deEuropese Commissie, dat naar verwachting aan het einde van het jaarwordt gepubliceerd, te informeren over de zeekabels met betrekkingtot het Caribisch deel van Nederland.–De Staatssecretaris zegt toe vóór de zomer een brief te delen met deKamer inzake het cloudbeleid, waarbij ook zal worden gekeken naar debevindingen van het Open Cloud Consortium.–De Staatssecretaris zegt toe in de 100 dagenbrief mede terug te komenop de rol van de Nederlandse overheid als launching customer en opde te starten Digitale Dienst.Heb ik iets gemist? Is dit compleet? Heel goed. Dan zijn we hiermee aanhet einde gekomen van de beraadslaging. Ik dank de Staatssecretaris, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151936 leden van de commissie Digitale Zaken natuurlijk en de kijkers thuis. Iksluit hierbij de vergadering. Dank u wel.Sluiting 13.29 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 151937

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6bbfa24f72cc0f99

14 okt 2026 · dcec7ddfd4e5339d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.