Reactie op het amendement van de leden Smaling en Agnes Mulder over investeren in startend ondernemerschap tussen jonge Nederlandse en Afrikaanse ondernemers (Kamerstuk 34 550 XVII, nr. 14)
Brontekst
Versie f791e552d651d14b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 33 625Hulp, handel en investeringen Nr. 237 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 november 2016 Zoals toegezegd tijdens het debat over de begroting wordt met deze brief toegelicht waarom het kabinet het amendement van de leden Smaling en Agnes Mulder (Kamerstuk 34 550 XVII, nr. 14) op de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2016 ontraadt. Het kabinet deelt de mening dat het van groot belang is te investeren in jongeren in Afrika. In de context van inclusieve ontwikkeling en de aanpak van grondoorzaken van migratie zijn er diverse initiatieven ontplooid die ondernemerschap door en werkgelegenheid voor Afrikaanse jongeren bevorderen. Met de brief van 7 november jl. is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van deze initiatieven (Kamerstuk 33 625, nr. 236). Het kabinet zet in op verdere verbetering van de bestaande programma’s, zodat er nog meer banen voor jongeren worden gerealiseerd en de toegang van jonge en startende ondernemers tot het instrumentarium wordt verbeterd. Zo zijn de mogelijkheden voor Nederlandse (innovatieve) starters, inclusief jonge ondernemers uit de diaspora, binnen het Dutch Good Growth Fund (DGGF) verruimd met EUR 50 miljoen. Ook wordt de kredietverlening in lage en middeninkomenslanden via het DGGF verder opgevoerd met EUR 57,5 miljoen (zie Kamerstuk 33 625, nr. 234). Hierbij ziet het kabinet veel mogelijkheden voor nieuwe investeringen die ten goede komen aan jonge ondernemers in Noordelijk Afrika. Daarnaast kunnen jongeren in ontwikkelingslanden die op zoek zijn naar een zakenpartner gebruik maken van de matchmaking faciliteit (MMF), die beheerd wordt door RVO. De MMF is gericht op het tot stand brengen van structurele, lange termijn zakenrelaties tussen ondernemers uit ontwikke-lingslanden en Nederlandse ondernemers. Hierbij wordt ook samenge-werkt met PUM Netherlands Senior Experts. PUM is voornemens in de komende jaren – met steun van het kabinet- extra aandacht te besteden aan jonge ondernemers. kst-33625-237ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 625, nr. 2371 Ook in de programma’s onder LEAD, van onder andere Spark en Hivos, wordt aan startfinanciering gewerkt door investeerders en jonge lokale ondernemers aan elkaar te koppelen. Tevens zorgt het LEAD programma ervoor dat jonge ondernemers een lening bij hun lokale bank kunnen krijgen. Naar oordeel van het kabinet voegt het in het amendement voorgestelde initiatief onvoldoende toe aan de reeds ingezette inspanningen. De hiervoor genoemde bestaande inspanningen zijn per abuis niet verwoord in de schriftelijke beantwoording van door uw Kamer gestelde vragen. Met deze brief hoop ik dat het duidelijk is dat het kabinet overtuigd is van het belang om te investeren in startend ondernemer-schap van jonge ondernemers in Afrika en dat daar ook vol op wordt ingezet. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. PloumenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 625, nr. 2372
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.