KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 maart 2025, over Raad Algemene Zaken - cohesiebeleid d.d. 28 maart 2025

23 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 133ffee68f348d50 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 993 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 23 april 2025 De vaste commissie voor Europese Zaken en de vaste commissie voorEconomische Zaken hebben op 20 maart 2025 overleg gevoerd met deheer Beljaarts, Minister van Economische Zaken, over:–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 12 maart2025 inzake geannoteerde agenda formele Raad AlgemeneZaken – Cohesie 28 maart 2025 (Kamerstuk 21 501-08,nr. 976);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.19 december 2024 inzake verslag Raad Algemene Zaken (RAZ)– Cohesie 28 november 2024 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 972 ).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,Michon-DerkzenDe griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,Hessing-Puts kst-21501-08-993ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9931 Voorzitter: Van der PlasGriffier: HoedemakerAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van Campen, Kahraman,Klaver, Markuszower, Paternotte en Van der Plas,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken.Aanvang 15.33 uur.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren. Welkom bij dit debat van de vastecommissie voor Europese Zaken. We gaan vanmiddag spreken over hetcohesiebeleid. Allereerst heet ik de Minister en zijn rechterhand van hartewelkom. Ik heet ook de Kamerleden van deze commissie van hartewelkom: de heer Markuszower van de PVV, de heer Kahraman van NSC,Nieuw Sociaal Contract, de heer Paternotte van D66, de heer Thom vanCampen van de VVD en de heer Klaver van GroenLinks-PvdA.We hebben twee uur voor deze vergadering. De spreektijd is vier minutenen we plegen vier interrupties. Aangezien we vrij krap in de tijd zitten, wilik de leden vragen om zich zo veel mogelijk bij het onderwerp te houdenen om niet allerlei andere wegen te bewandelen die niet over de Raadgaan. Er speelt natuurlijk heel erg veel in Europa. Dat weten we allemaal,maar ik vraag u echt om zich bij de onderwerpen van de Raad te houden.Verder heet ik de mensen die dit debat thuis volgen en de mensen op depublieke tribune van harte welkom.Ik geef graag als eerste het woord aan de heer Markuszower.De heer Markuszower (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik kwam als laatste binnen, dus dank aan de heerKahraman voor het feit dat ik toch als eerste mag spreken.Voorzitter. Vandaag bespreken we het Europese cohesiebeleid. HetEU-cohesiebeleid is het beleid van de Europese Unie dat gericht is op hetverkleinen van de economische, sociale en territoriale ongelijkhedentussen de regio’s binnen de EU. Het ondersteunt minder ontwikkeldegebieden om economische groei, werkgelegenheid en duurzameontwikkeling te bevorderen. Het cohesiebeleid wordt in de periode2021–2027 uit zowel het klassieke Meerjarig Financieel Kader als hetcoronaherstelfonds gefinancierd. In totaal gaat het minimaal om circa 430miljard euro voor de periode 2021–2027. Dat is dus geen klein bier.Het is onze schone taak om ervoor te zorgen dat die gelden zo effectiefmogelijk worden besteed en dat ons land een zo’n hoog mogelijkrendement van die gelden realiseert. Het is immers ons eigen geld en niethet geld van de ongekozen bureaucraten in de Brusselse kantoorpaleizen.De kernvraag van vandaag is dan ook: hoe renderen die cohesiegeldenvoor Nederland? Kan de Minister daar wat zinnigs over zeggen? Zijn erbijvoorbeeld concrete resultaten uit de afgelopen jaren? Zijn er succesver-halen? Ik hoor het graag van de Minister.Kan er überhaupt wel sprake zijn van een concurrerende economie of vaneen efficiënte defensie-industrie – dat staat de laatste tijd wat prominenterop de EU-agenda – als de industrie tegelijkertijd ook belast wordt met deGreen Deal en andere overregulering, waaraan landen als de VS, China enIndia zich bovendien niet tot amper houden? Anders gezegd: heeft hetvoor Nederland in de EU wel zin om al die miljarden euro’s aan belas-tinggeld in cohesiefondsen te stoppen als GroenLinksachtigen tegelij-kertijd de industrie en economie kapot beuken met wappiewet- enregelgeving?Ook hoor ik graag van de Minister of hij kan uitleggen hoe de cohesie-fondsen ervoor hebben gezorgd en zorgen dat Nederland ten opzichte vanandere EU-landen economisch aantrekkelijk en concurrerend is en blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9932 Ziet de Minister het risico dat het enorme gewicht van het cohesiefondssamen met het duurzaamheidsbeleid een opmaat zijn voor het verderfederaliseren van de Europese Unie? Zo ja, wat gaat de Minister doen omdat tegen te houden? Kan de Minister uiteenzetten hoe het uitkerings-beleid van het cohesiefonds werkt en hoe dat zich verhoudt tot hetsubsidiariteitsbeginsel? Oftewel: heeft Nederland wel genoeg invloed ophet uitkeringsbeleid van het cohesiefonds? Storten wij niet meer dan datwij ontvangen?De Minister schrijft onder andere dat Nederland zich moet richten opduurzaamheid en innovatieve ecosystemen. Wat wordt hiermee bedoeld?Zijn er studies waaruit blijkt dat duurzaamheid en alles wat daarmee temaken heeft in de afgelopen tien jaar in Europa hebben gezorgd vooreconomische groei of juist voor een economische rem? Is daar iets overbekend? Welke invloed hebben dit duurzaamheidsbeleid en dit innova-tieve ecosysteem op onze concurrentiepositie en op het optuigen van eenefficiënte defensie-industrie?Essentiële grondstoffen voor de industrie in het algemeen, en dedefensie-industrie in het bijzonder, zijn kolen en staal. De PVV is benieuwdwat het Europese beleid op duurzaamheid, ofwel de Green Deal, nuprecies betekent voor de kolen- en staalindustrie. Hoe zorgen we ervoordat we in Nederland en de EU voldoende bedrijven hebben die op eenconcurrerende en goedkope wijze kolen kunnen winnen en staal kunnenproduceren? Zou het misschien een idee zijn, vraag ik ten slotte aan deMinister, om de kolencentrales in Nederland weer snel te openen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Markuszower. Er is een interruptie van de heerPaternotte.De heer Paternotte (D66):De heer Markuszower had het over netto-ontvangers en -betalers.Hongarije is een netto-ontvanger, maar er is ruim een miljard aancohesiegeld van Hongarije bevroren vanwege het afbreken van derechtsstaat. Afgelopen week heeft premier Orbán in Hongarije eenantihomowet door het parlement geduwd waarmee zelfs de gayprideverboden wordt. Daarbij mogen mensen die toch in een gaypride opstraat gaan lopen, met gezichtsherkenningssoftware worden vervolgd envan hun bed worden gelicht. Dit is dus een totaal extreme wet, die derechtsstaat nog veel verder afbreekt. Geert Wilders zegt aan de lopendeband dat Viktor Orbán een van zijn beste vrienden is. Hij noemde hemonlangs nog een held. Ik snap echt niet waarom de PVV op die manierbevriend is met zo’n homohater.De heer Markuszower (PVV):De voorzitter van deze vergadering riep nog op om het bij het onderwerpte houden. De heer Klaver zegt buiten de microfoon dat dat ging overonze eigen bijdragen. Maar we hebben het vandaag over 430 miljard euroin het cohesiefonds, en misschien wel meer, voor de komende periode tot2027. Ik denk dat het verstandig is dat we daar met elkaar over debatterenen dat we aan de Minister vragen hoe we dit geld zo effectief mogelijkkunnen inzetten voor Nederland en, zoals u wilt, voor heel Europa, voorde hele Europese Unie. Er speelt nogal wat, zeg ik ook tegen de heerPaternotte. Het is ook voor de heer Paternotte belangrijk dat dat geld goedbesteed wordt, zeker de komende jaren.Nou vraagt u iets over een wet in een ander land. Daar had ik geen weetvan, eerlijk gezegd. Ik ken die wet niet. Als het waar is wat de heerPaternotte zegt, kan ik, ook namens de PVV, zeggen we ons gelukkigmogen prijzen dat wij dat soort wetgeving niet hebben in Nederland.Gelukkig leven we in Nederland, een land waarin iedereen volgens de wetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9933 gelijk is en waarin homo’s en hetero’s gelukkig dezelfde rechten hebbenen kunnen doen en laten wat zij willen. Ik ben blij dat ik in zo’n soort landwoon, en niet in een land waarin wetten gelden die dat onmogelijkmaken.De voorzitter:Ik wil toch heel eventjes een klein puntje van orde maken, omdat ook devoorzitter werd aangesproken en er buiten de microfoon commentaarwerd geleverd. Uiteraard gaan Kamerleden over hun eigen vragen eninbreng. Daar ga ik niet op nitpicken. Ik heb wel gevraagd om het debatniet te gebruiken voor andere zaken en of de leden daarop willen letten.De heer Paternotte (D66):Ik heb het gewoon over het cohesiegeld van Hongarije, dat bevroren isvanwege het afbreken van de rechtsstaat. De wet van afgelopen week isuitgebreid in het nieuws geweest. Het is verbazingwekkend dat de heerMarkuszower daar niks over heeft meegekregen. Het gaat inderdaad om430 miljard aan cohesiegeld, waarvan 22 miljard naar Hongarije zoumoeten gaan. Omdat Viktor Orbán zijn land een soort vooruitgeschovenpost van Rusland en China heeft gemaakt, is het inmiddels een van dearmste landen van Europa. Er kan dus in theorie veel cohesiegeld naartoegaan. Is de heer Markuszower het met mij eens dat als een land dit soortwetten aanneemt, we ervoor moeten zorgen dat de 1,1 miljard aancohesiegeld die nu bevroren is, überhaupt dit jaar niet naar Hongarije kangaan vanwege het afbreken van de rechtsstaat?De heer Markuszower (PVV):Vanuit Nederlands perspectief vind ik het lastig dat als landen geld storten... Laat ik het even bij Nederland houden. Nederland is nettobetaler, enniet netto-ontvanger. Dat zei de heer Paternotte ook. Ik vind het lastig datwij geld betalen aan de Europese Unie, maar zelf relatief weinig invloedhebben om dat geld ook weer terug te ontvangen. Daarover heb ik ookvragen gesteld aan de Minister: «Hoe werkt dat cohesiefonds nou precies?Hoe zorgen wij als Nederland dat we genoeg rendement zien van het gelddat wij daarin storten?»De PVV was nooit groot voorstander van het uitbreiden van de EU. Hetzijn partijen als die van de heer Paternotte die constant de EU groterwilden maken. Daardoor is het risico gekomen dat er ook landen bij deEuropese Unie zijn gekomen die qua cultuur, achtergrond, samenstellingen politieke toestanden helemaal niet zo goed passen bij de oorspronke-lijke oprichters van de Europese Unie. Dat is niet mijn schuld; dat is deschuld van partijen zoals D66, die constant die Unie maar wil uitbreidenen uitbreiden. Dan moeten die niet gaan piepen, zeg ik tegen de heerPaternotte, dat daar landen bij zitten die qua cultuur, achtergrond,stemgedrag en wensen heel erg verschillen met die van de Nederlanders.Soms pakt het goed uit voor Nederland en soms pakt het slecht uit. Umoet daarvoor echt bij uw voorgangers zijn die zo happy waren dat deUnie ging uitbreiden, en niet bij mij, meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dat is totaal geen antwoord op mijn vraag over die 1 miljard voorHongarije. Het zal waarschijnlijk niet voor niks zijn dat ik daar geenantwoord op krijg. Maar ik krijg wel een heel verhaal over landen die quacultuur en achtergrond niet goed bij de Europese Unie zouden passen.Even voor alle duidelijkheid: ik neem aan dat de heer Markuszower inreactie op mijn vraag over Hongarije daarmee zegt dat Hongarije quacultuur en achtergrond eigenlijk niet goed past bij de Europese Unie.De heer Markuszower (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9934 Ik zei het heel algemeen. Ik had het niet specifiek over de Europese Unie.Ik zei: bij de oorspronkelijke oprichters van de Europese Unie. In algemenezin zeg ik het volgende. Er is een systeem bedacht. Dat is niet door mijbedacht, hè. Het is bedacht door mensen zoals de heer Paternotte, dieheel graag in zo’n politieke Europese familie wilden samenwerken. Nu iser in een land een wet ingevoerd. Nogmaals, ik ken die wet niet. Daarvanzegt de heer Paternotte: ik vind het helemaal niet leuk wat er in dat landgebeurt. Ja, zo werkt de democratie, meneer Paternotte. Zo werkt dedemocratie. Er is een systeem afgesproken waarin landen in de Uniebepaalde rechten en plichten hebben. Als ze aan die plichten voldoen, kunje ze niet zomaar die rechten afnemen. Als dat volgens het systeem welkan omdat er foute wetten worden ingediend of daar vigeren: oké. Als ermaatregelen kunnen worden genomen, gaan wij daar niet voor liggen.Nogmaals, ikzelf ben heel blij dat ik in een land woon en ben opgegroeidwaar gelijke rechten zijn voor alle mensen die in dit land zijn, en waarhomo’s en hetero’s gelukkig in vrijheid kunnen beslissen wie of wat zeliefhebben en hoe ze dat doen. Daarom ben ik harstikke blij dat ik in datland woon. De heer Paternotte woont ook in dat land. Als hij niet blij ismet hoe Hongaren wetten aannemen, dan moet hij in Hongarije gaanwonen, daar gaan stemmen en daar een andere regering regelen.De voorzitter:Meneer Paternotte, uw laatste interruptie.De heer Paternotte (D66):We hebben een hoop gehoord. Als een gaypride verboden wordt enmensen met behulp van gezichtsherkenningssoftware van hun bedworden gelicht in een Europees land, in Hongarije, dan zegt de heerMarkuszower dus: dat moeten ze vooral doen. Vervolgens begint hij overeen «politieke familie». Kijk, die politieke familie bestaat; dat is depolitieke familie van de PVV en de partij van de heer Orbán, die dezeantihomowet doorvoert. Ik begon met de vraag waarom de PVV zobevriend is met deze homohaters. Uiteindelijk krijg ik het verwijt dat wijals D66 Hongarije de Europese Unie in hebben gelaten. Laat ik nog éénkeer de vraag stellen. Vindt de heer Markuszower het een goed idee alsdie 1,1 miljard euro aan bevroren cohesiegeld aan Hongarije wordtuitgekeerd? Of vindt hij dat deze Minister zijn best moet doen om tezorgen dat dit geld niet wordt uitgekeerd, aangezien Hongarije derechtsstaat afbreekt?De heer Markuszower (PVV):Ik ken de wet niet, dus ik ga daar niks over zeggen. Ik doe ook niet meeaan de kwalificatie dat een regeringsleider van een land, nota bene eenlidstaat van de Europese Unie, een homohater zou zijn. Ik weet dat niet,dus ik ga niet zomaar mee in dat frame. Ik ken de wet niet. Ik heb daar nietmet de heer Orbán zelf over gesproken. Ik hoef daar dus helemaal geenkwalificaties aan te geven. Mijn gevoel zegt dat ik op dit moment helemaalniet zo’n voorstander ben van het vermengen van allerlei zaken. Je hebthet cohesiefonds. Daarbij moet worden gekeken hoe landen en regio’s inde Unie daar het beste gebruik van kunnen maken, zodat de heleEuropese Unie concurrerend kan zijn en zodat de industrie het in de heleUnie goed doet. Ik ben er niet zo’n groot voorstander van om constant tewijzen met een vingertje als er hier of daar een wet wordt aangenomen enom het cohesiefonds te gebruiken om het stemgedrag van, in dit geval, deHongaren te beïnvloeden. Ik ben daar geen voorstander van, maar als datgebeurt, zal ik daar in dit debat ook niet voor gaan liggen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Klaver had ook nog een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9935 De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Wat een woordenbrij. Dat weet de heer Markuszower echt prima. Die zit alheel lang in het parlement. Óf hij spreekt de waarheid als hij zegt dat hijniet weet wat er precies gebeurt in Hongarije, óf hij liegt. Het is een vandie twee, en dat is allebei heel kwalijk. Of hij is niet goed geïnformeerd.Dat is allemaal heel kwalijk in een debat als dit. Hij heeft een heel verhaalover cohesiefondsen, en over cohesiegeld dat goed besteed moetworden. Nu wordt hier een constructief voorstel gedaan, waarin wordtgezegd: laten we de uitbetalingen aan Hongarije opschorten. Daar zijnredenen voor, namelijk dat Hongarije niet aan de rechtsstaatvereistenvoldoet zoals we die in Europa met elkaar hebben afgesproken. Over demanier waarop het geld wordt besteed en of dat verantwoord is, zijn ooknog wel wat vragen te stellen. De vraag is eigenlijk: steunt de heerMarkuszower dat? Het zou goed zijn voor de Nederlandse belastingbe-taler.De heer Markuszower (PVV):Ik heb een wedervraag aan de heer Klaver, of misschien is het een vraagvoor de Minister. Hij vroeg aan mij of dat goed zou zijn voor de Neder-landse belastingbetaler. Zoals ik heb begrepen, is dat geld al in zo’ncohesiefonds gestopt. Als het niet wordt uitbetaald aan Hongarije, dan ishet niet zo dat wij het terugkrijgen. Dat is dus volgens mij niet per se goedvoor de Nederlandse belastingbetaler. Misschien zou je zelfs kunnenzeggen: laten we al die gelden aan dat cohesiefonds stopzetten. Dat zoupas echt goed zijn voor de Nederlandse belastingbetaler. Ik weet namelijkniet eens of dat cohesiefonds voor Nederland rendeert. Het gaat om heelveel geld. Nederland stort daar een bedrag in. Ik vraag me af in hoeverredat rendeert. Ik denk dat het meer had opgeleverd als we dat direct inonze economie hadden gestopt.Ik ben daar op dit moment niet voor, maar ik wil wel een handreiking doenaan de heer Klaver en de heer Paternotte. Ik geef toe dat ik niet echtbekend ben met de wet. De heer Klaver kan dat kwalijk vinden. Ik heb neteven snel op de NOS gezien dat het er niet zo prettig uitziet. Dat wil ik hierbest zeggen. Het is geen wet die wij als PVV in zouden dienen in ditparlement. Ik denk dat we elkaar wel vinden in onze afkeer van zo’n wet,maar ik ken de achtergrond niet. Maar ik wil namens de Kamer best aande Minister vragen hoe hij hiernaar kijkt en of het verstandig is om diezaken te vermengen. Ik zei net: ik heb niet het gevoel – ik noemde hetwoord «gevoel» – dat het verstandig is om het te vermengen. Je hebt ahet cohesiefonds en b de discussies over de rechtsstaat in de Unie. Ik zouzeggen: vermeng die twee nou niet te veel. Maar misschien denkt deMinister daar anders over. Ik hoor het graag. Ik heb er op dit moment nieteen bepaald hard standpunt in. Maar ikzelf wil het niet zo graagvermengen. Ik denk niet dat we daar als Unie heel veel mee opschieten. Ikdenk ook niet dat onze economie daar wel bij vaart.De voorzitter:Dank u wel, meneer Markuszower. De antwoorden mogen wat korter.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Dan proef ik ruimte. Dan zullen we op dit punt zeker, wederom, een motieindienen. Ik hoop dat de PVV toch maar achter een meerderheid hier in deKamer gaat staan die zegt: schort de betalingen uit het cohesiefonds aanHongarije op, gelet op alles wat daar speelt. Dat ik daar voor het eerstruimte proef, namelijk dat de heer Markuszower daar ruimte voor geeft, iswinst.De heer Markuszower (PVV):De heer Klaver mag zeker een motie indienen. Wij zullen die niet steunen,want uiteindelijk gaat elk land over wat het zelf wil doen. Dat zei ik net ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9936 tegen de heer Paternotte. Als de heer Paternotte of de heer Klaver dewetgeving in een ander land niet prettig vindt, dan zou ik zeggen: «Ganaar dat land toe. Lever de Nederlandse nationaliteit in. Ga daarstemmen. Ga daar in het parlement. Zorg daar voor wetten die beter bij upassen.» Maar ik ben een Nederlandse politicus. Ik ga over de Neder-landse wetgeving. Ikzelf zou zo’n wet hier zeker niet indienen, laat staansteunen. O, ik bedoel: niet steunen, laat staan indienen. Maar ik ganatuurlijk geen motie steunen over wat er in een ander land gebeurt. Datis gekkenwerk.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Dat heeft de PVV inderdaad nog nooit gedaan: moties indienen over water in andere landen gebeurt. Het is echt gek om daar iets over te zeggen.Dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Het hele betoog van de heerMarkuszower gaat over de manier waarop landen hun geld besteden endat dit in lijn moet zijn met dat wat Nederland vooruithelpt. De enigeconclusie die ik hier kan trekken, is dat dit gewoon puur politiek is. Ja, kijkmaar op uw telefoon of het antwoord inmiddels is binnengekomen. Maardit doet u gewoon, omdat uw partijleider vrienden is met Orbán. Danknijpt u gewoon een oogje toe. Dat is gewoon wat hier gebeurt. Weet jewat ik nou echt stoer zou vinden? Ik zou het stoer vinden als je gewoonzou zeggen: dit is onze vriend en daar kijken we gewoon net iets andersnaar dan naar andere landen. Dan ben je een vent. Maar met alle respect:u bazelt in dit debat maar wat en probeert met een heel verhaal weg telopen van de echte reden waarom u dit voorstel niet zou willen steunen.Dat vind ik volstrekte onzin. Ik had iets meer moed van de heer Markus-zower verwacht.De heer Markuszower (PVV):Dat mag allemaal, maar de redenering klopt niet. Het gaat niet over gelddat we ergens in stoppen. Het gaat over hoe wij de Unie als geheeleconomisch sterker kunnen maken. Dan komt u met wetgeving aan overeen onderwerp dat totaal niet gerelateerd is aan de economie. Het is dusgeen gebazel. Het heeft gewoon helemaal niks met elkaar te maken. Hetzijn twee aparte dingen. Dit debat gaat niet over de rechtsstaat van deUnie. Dat staat ook weleens op de agenda. Het gaat over hoe wij als Uniegelden die al in een fonds zitten het meest effectief kunnen inzetten omonze economie, in eerste instantie de Nederlandse economie, in tweedeinstantie misschien de Europese economie, zo effectief mogelijk in tekunnen richten en zo concurrerend mogelijk te maken. Het gaat niet overeen wetje hier of daar in een of ander randgebied van de Europese Unie.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Ik ga hier toch mijn laatste interruptie aan opofferen. «Een wetje hier ofdaar in een randgebied van de Europese Unie.» Het ligt in het midden vande Europese Unie. Deze wet zorgt ervoor dat er op zo’n ongelofelijkegrove manier wordt ingegrepen in het leven van heel veel mensen.Mensen kunnen namelijk opgespoord worden als ze meedoen aan eendemonstratie. Het gaat verdorie om de Europese Unie. Als je dat afdoetals een «wetje» ... Je bent verdorie volksvertegenwoordiger. Je hebt eeneed gezworen op de Grondwet. Een onderdeel van die eed is dat wij ookde internationale rechtsorde zullen handhaven. Als u dit soort wettenafdoet als «een wetje», vraag ik me echt af wat u in dit parlement doet.De heer Markuszower (PVV):Ik kom in dit parlement op voor de Nederlanders. Wij maken Nederlandsewetgeving. Als de heer Klaver het niet eens is met wat er in een anderland gebeurt, dan moet de heer Klaver daar politicus worden. Dan moethij zorgen dat hij daar mandaat heeft. Dan moet hij zorgen dat in dat landbetere wetten worden aangenomen. Dan moet hij niet hier in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9937 Nederlands parlement in een achterafzaaltje becommentariëren wat er ineen ander land gebeurt.De voorzitter:Ik wil wel even een opmerking maken over «achterafzaaltje».De heer Markuszower (PVV):Excuus, voorzitter.De voorzitter:Ik wil voor de mensen thuis aangeven dat dit een commissiezaal is. Hierworden net zulke serieuze debatten gehouden als in de plenaire zaal. Dit isniet een achterafzaaltje waar dingen in bekonkeld worden. Die indruk zoukunnen gaan ontstaan bij mensen. Maar hier vindt het democratischeproces in alle openbaarheid plaats, ook al is de zaal iets kleiner dan deplenaire zaal.De heer Markuszower (PVV):Zo is het helemaal, voorzitter. Excuus.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Campen heeft nog een interruptie.De heer Van Campen (VVD):De VVD deelt de emoties die de collega’s aan beide zijden voelen en ookuiten over, volgens mij, het amendement dat is ingediend door Fidesz inhet Hongaarse parlement voor het verbieden van de pride. Ik deel die alhelemaal omdat ik zelf iemand ben die niet volgens de traditioneleHongaarse normen leeft en ik niet vind dat kinderen beschermd moetenworden tegen de wijze waarop ik mijn leven leid. Dus ik voel en deel dieemotie.Maar laat ik daar mijn vraag niet op concentreren. Ik vind het namelijkbelangrijk dat we hier het debat voeren over de agenda die voorligt: hetcohesiegeld. Ik ben blij dat de Minister in de geannoteerde agenda schrijftdat Nederland zich heeft ingezet om in deze conclusies op te nemen datook in de toekomst het respecteren van de rechtsstaat en fundamentelewaarden voorwaarden moeten zijn voor lidstaten om steun te ontvangenuit de cohesieprogramma’s. Met een onbeschreven wit blad zou je deUnie opnieuw inrichten. Daarin kan ik de lijn van de heer Markuszowermisschien zelfs nog wel volgen waar het gaat om transactioneel kijkennaar de uitgiften van geld en om invloeden in nationale aangelegenheden.Maar het is nou eenmaal zo dat er miljarden van de Europese belastingbe-taler uitgegeven worden aan een land dat zich fundamenteel onttrekt aande beginselen die we volgens de Kopenhagencriteria met elkaar hebbenafgesproken op het gebied van de rechtsstaat.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van Campen (VVD):Ik zou de heer Markuszower willen vragen: vindt hij met deze Minister datcohesiegeld daarmee wel degelijk een belangrijke knop is om aan tedraaien om alle 27 lidstaten te houden aan de fundamenten die derechtsstaat heeft en die we met elkaar hebben te bevechten enverdedigen?De heer Markuszower (PVV):Dat is de inzet voor de toekomst. Zo heb ik het althans begrepen. Het geldtin ieder geval niet voor de fondsen zoals die zijn ingericht tot 2027. Als ikdat verkeerd heb begrepen, hoor ik dat graag van de Minister. Ik denk datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9938 het in de Unie natuurlijk een samenspel van regels en afspraken is. Dat zeiik ook net tegen de heer Paternotte, misschien in een iets andere context.Als Onze Minister voor de toekomst die inzet heeft, dan zal ik me met mijnfractie gaan beraden of we die lijn kunnen steunen. Maar zoals het nuvoorligt ... Dat was volgens mij de vraag van de heer Paternotte. Het fondsis nu op een bepaalde manier ingericht. Er zijn nu bepaalde uitkeringscri-teria. Ik weet niet zo een-twee-drie of ik het tussentijds veranderen van despelregels zou moeten steunen. Ik wil daar best een keer met mijn fractieover spreken. Als het voor de toekomst anders is en als er een nieuwvoorstel is, dan gaan we er serieus naar kijken.De voorzitter:Meneer Van Campen, de vragen moeten wel even wat korter. Anderskomen we straks namelijk in dringende tijdnood.De heer Van Campen (VVD):Terecht dat u daarop wijst, voorzitter. Het is wel degelijk nu ook al hetgeval. De heer Paternotte wees er terecht op dat cohesiegeld voorHongarije op dit moment al is bevroren. Dat is niet omdat de bankre-kening het niet deed. Dat is omdat Hongarije zich structureel onttrekt aanbeginselen die we met elkaar koesteren. Het gaat niet alleen om hetbevechten van de rechten van de lhbti’ers in de Europese Unie, maar ookom het bevechten van de Nederlandse belangen van Nederlandsebedrijven in de Unie als geheel. Het gaat ook over concurrentie. Ik zou deheer Markuszower willen vragen: vindt hij dat de Unie op dit moment opdat gebied dient te functioneren? Vindt hij dat ook Hongarije zich heeft tehouden aan de beginselen? Vindt hij dat het Nederlandse bedrijfsleveneen eerlijke kans verdient op de Hongaarse markt, zoals Hongaarsebedrijven die ook in Nederland verdienen?De heer Markuszower (PVV):Dat is volgens mij weer een hele andere vraag. Natuurlijk ben ik voor eenvrij verkeer van goederen, diensten en personen. Dat hebben we tochafgesproken? Er moet wel een – hoe heet dat? – level playing field zijn. Zoheet dat volgens mij. Dat moet er zijn. En als dat er niet is, dan moeten diehobbels worden weggewerkt. Als er nog hobbels zijn, dan moet volgensmij de Europese Commissie dat doen. Als het ene land meer rechten ofmeer toegang lijkt te hebben tot een bepaalde markt dan de andere, lijktmij dat in strijd met de grondgedachte van de Europese Unie. Daar zou deEuropese Commissie dus wel iets aan moeten doen. Maar dat zijneconomische zaken. Volgens mij heeft dat niet zo veel met de rechtsstaatte maken.De heer Van Campen (VVD):Volgens mij is corruptie wel degelijk een schending van de rechtsstaat.Het bevoordelen van nationale bedrijven ten opzichte van Europesebedrijven is een fundamentele schending van de rechtsstaat. De VVDvindt dat we daartegen moeten optreden, omdat het de bijl aan de wortellegt van de Unie als geheel. Hongarije is op dit moment een stoorzenderin de Unie. Dat moeten we zien te voorkomen. We hebben ook instru-menten om dat te voorkomen. Geld is een belangrijk instrument om dat tevoorkomen. Ik zou de heer Markuszower tot slot het volgende willenvragen. Ik vraag de Minister in zijn beantwoording te reflecteren op hetdebatje dat hier zojuist is gevoerd. Als de Minister het met mij eens is, ofhet nou gaat om het bevechten van de rechten van minderheden enlhbti’ers of het bevechten van het gelijke speelveld voor het bedrijfslevenbinnen de Unie en het Nederlandse belang daarbij in Hongarije, wil deheer Markuszower dan met mij nadenken over een opdracht die deMinister in de zak mee kan nemen richting de Raad om Hongarije zichgewoon, net als alle andere 26 landen, te laten houden aan de beginselenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9939 die we met elkaar hebben afgesproken op het gebied van de rechtsstaaten fundamentele waarden?De heer Markuszower (PVV):Ik had het net in mijn antwoord over die barrières niet over één specifiekland; ik bedoelde het meer algemeen. Ik kan natuurlijk alles rustigbekijken, maar ik ga echt niet meedoen aan het bashen van Hongarije,want heel veel dingen die daar gebeuren vinden wij geweldig. In zoverreis Orbán inderdaad een held, want hij zorgt toch voor een aantalmaatregels, zoals het tegenhouden van migratie en dat soort dingen, waarwij verlekkerd naar kijken als fractie. Ik ga dus niet mee in het frame datwe één land specifiek gaan aanpakken. Maar als er nu handelsbarrièreszijn, dan vind ik in het algemeen dat we daar best naar kunnen kijken.Corruptie is natuurlijk overal, zeg ik ook tegen de heer Van Campen. Die iser overal in Unie. Zelfs in ons mooie Nederland is er sprake van corruptie.Die is natuurlijk overal. Het is natuurlijk onmogelijk te zeggen dat er in eenland geen corruptie is. Die is overal.De voorzitter:Sorry, meneer Markuszower, ik ga wel even ingrijpen. Er worden nuconstant dingen buiten de microfoon gezegd. Meneer Klaver, u heeft vierinterrupties gehad. Dat waren uw interrupties. Ik wil de leden vragen omniet buiten de microfoon allerlei dingen te roepen. Dat lokt weer eenantwoord van de heer Markuszower uit. Hij gaat antwoord geven op eenvraag die buiten de microfoon is gesteld. Zo gaan we dat niet doen. Ik wilhier vragen om dat niet meer buiten de microfoon te doen. Meneer Klaver,u heeft een punt van orde? Prima.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Zeker. Ik heb een punt van orde. Prima, wat u zojuist zegt. Maar er wordthier zojuist door een lid van het Nederlandse parlement gezegd dat er ookin Nederland sprake is van corruptie. Het is nogal wat dat dat hier zomaareven wordt gezegd. Ik begrijp dat we door de interrupties heen zijn, maarals er zo’n bewering wordt gedaan, dan zie ik graag het bewijs van diecorruptie. Waar zit die dan? Anders moeten die woorden wordenteruggenomen, want nu wordt er ineens over gesproken dat er corruptieis. Ik vind dat je niet even tussen neus en lippen door met dit soortbeweringen kan komen in een dergelijk debat.De voorzitter:Ik vind het geen punt van orde. Dit is eigenlijk gewoon een interruptie.Nee, meneer Klaver, ik ben aan het woord. Ik wil gewoon niet dat er ietsbuiten de microfoon wordt gezegd. Ik heb gehoord dat de heer Markus-zower heeft gezegd dat er ook in Nederland corruptie is. Ik heb hem geenbedrijven of personen horen beschuldigen, dus ik laat dit gewoon gaan. Iklaat het aan de heer Markuszower om hier wel of niet een reactie op tegeven. Maar als hij daar wel een reactie op geeft, dan vraag ik hem datheel kort te doen, want zo gaat dit debat echt uit de hand lopen enletterlijk uit de tijd lopen. Ik heb van tevoren gevraagd: probeer het tehouden bij de zaken die in de Raad worden besproken. Sorry dat ík nueven wat lang van stof ben, maar we hebben hier een gast, de Ministervan Economische Zaken. Ik vind dat we ook respectvol met onze gastenmoeten omgaan en dat hier de agenda van de Raad echt inhoudelijk moetworden besproken. Dat wil niet zeggen dat er helemaal niks mag, maarwe zijn nu echt al een halfuur ...De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Punt van orde. Nee, nu heb ik een punt van orde.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99310 Nee, voorzitter. Nee, ik ben de voorzitter, zeg ik dan maar tegen mezelf. Ikwil even mijn zin afmaken. Ik wil de orde van dit debat op dat punt welgraag bewaken. Dank u wel.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Prima. Punt van orde. U neemt ons nu alwéér de maat over wat er wel ofniet op de agenda van de Raad zou staan. Daar neem ik aanstoot aan. Ikvind niet dat u dat kunt doen. Ik citeer: «Tot slot heeft Nederland zichervoor ingezet om in de conclusies op te nemen dat ook in de toekomsthet respecteren van de rechtsstaat een fundamentele waarde envoorwaarde moet zijn voor lidstaten om steun te ontvangen uit cohesie-programma’s.» Het staat op de agenda. Daar verhouden wij ons toe. Dusdoet u als voorzitter nou niet net alsof wij ons hier niet aan de agenda vande Raad houden. Daar doet u de collega’s onrecht mee. Ik wil dat u diewoorden terugneemt. Het is gewoon niet waar dat wij ons niet aan deagenda houden.De voorzitter:U heeft daar een punt.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Ik heb gelijk!De voorzitter:Ik zou graag willen dat er niet buiten de microfoon wordt gesproken. Datneem ik dus inderdaad terug. Het punt dat ik hier wil maken, is dat ik nietwil dat het debat uitloopt. Ik wil dat de Minister straks ook de gelegenheidkrijgt om genoeg te reageren op alle vragen. Dat is wat ik wil. Ik wil dusook voorstellen om nu gewoon over te gaan naar de heer Kahraman.Anders gaat dit echt te lang duren. O, u had nog een interruptie, meneerVan Campen. Dat had ik niet gezien. Excuus.De heer Markuszower (PVV):Ik wil toch even reageren op de heer Klaver, als dat mag, want hij had tochwel een aantijging. Hij zei: hoe kan je nou zomaar zeggen dat er corruptieis in een land? Nou, er is gewoon iets wat Transparency International heet.Dat is een index die we allemaal gebruiken voor het meten van corruptie.Nederland is de afgelopen jaren gedaald op de Corruption PerceptionsIndex van Transparency International. We zijn gedaald van de achtste naarde negende plaats. Er is gewoon corruptie in Nederland. Er worden eenaantal factoren genoemd. Het is niet zó gek dat ik dat zeg, want ook eeninternationaal erkend instituut zegt dat Nederland de afgelopen tien jaargedaald is op die index.De voorzitter:Meneer Markuszower, ik ga dit nu stoppen. We zijn er nu klaar mee. Depunten zijn uitvoerig gemaakt. Ik geef de heer Van Campen het woordvoor de volgende interruptie.De heer Van Campen (VVD):Op die index staat Nederland tussen Zwitserland en Luxemburg, en staatHongarije tussen Ghana en Koeweit. Maar laten we de Minister vanEconomische Zaken vragen om te reflecteren op dit debat. Als de Ministerop basis van de informatie die hij heeft inderdaad bevestigt dat er inHongarije sprake is van corruptie, waarmee de fundamenten van deEuropese Unie, van het statuut en de afspraken die we binnen de Uniehebben gemaakt, worden geschonden, dan hoop ik dat de heer Markus-zower met mij wil optrekken om daartegen te strijden, in het belang vande rechtsstaat, in het belang van minderheden en in het belang van onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99311 economie. Is hij ertoe bereid om daarin met mij op te trekken als deMinister die bevestiging geeft in zijn reactie?De voorzitter:Aan de heer Markuszower: hou uw antwoord alstublieft kort.De heer Markuszower (PVV):Heel kort. Laten we gewoon even de antwoorden van de Ministerafwachten. Dan zal ik die terugbrengen naar mijn fractie. Ik kijk natuurlijkaltijd met veel interesse naar alle moties die mijn collega’s indienen. Danvoorzien we het van een stemadvies en dan zullen we bij de stemmingenzien wat eruit rolt.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik heb me een beetje buiten de discussiegehouden, maar ik ga in mijn inbreng graag op een aantal punten in. Ikhoorde voor het debat wel dat dit de eerste keer is in tien jaar dat we eencommissiedebat hebben over het cohesiefonds. Dat mag ook wel. Hetgaat ook wel ergens over. Het gaat echt over honderden miljarden euro’s,ongeveer een derde van de EU-begroting. Nieuw Sociaal Contract vindtook dat we deze middelen moeten herzien. De prioriteit mag wat onsbetreft verschuiven naar defensie en veiligheid. Europa heeft anno 2025namelijk te maken met een gigantische geopolitieke uitdaging. Lidstatenaan de EU-grenzen hebben er al eerder toe opgeroepen om cohesiemid-delen in te zetten voor defensie. Ook het ReArm Europa-plan pleit vooreen herprioritering van EU-middelen, inclusief cohesiefondsen, omEuropa’s defensiecapaciteit op te bouwen. NSC steunt dit van harte.Voorzitter. Wij zien de noodzaak om meer geld in defensie te investeren.Daarom moeten we ook kijken naar de bestaande middelen in de EU.Cohesiefondsen vormen een uitgelezen kans om de Europese veiligheid teversterken. Wat NSC betreft mag een groot deel van deze fondsen daaromrichting defensie-investeringen. Heeft de Minister in de tussentijdseevaluatie van de cohesiefondsen ingezet op heroriëntering richtingdefensie-uitgaven? Zo niet, waarom niet? Cohesiefondsen kunnen metdeze hernieuwde doelstelling alsnog regio’s helpen ontwikkelen enbijdragen aan veiligheid. Denk aan de productie van legerdrones in devoormalige Nedcarfabriek in het mooie Limburg. Dat betekent regionalewerkgelegenheid én versterking van onze defensiecapaciteiten. Ook inarme regio’s van Europa kunnen cohesiemiddelen worden gebruikt,bijvoorbeeld voor munitiefabrieken en technologieontwikkelingen, watniet alleen banen oplevert, maar ook onze veiligheid vergroot. Kan deMinister zich in Brussel hard maken voor een vernieuwd model waar ookNederlandse regio’s van kunnen profiteren? We moeten verder scherpblijven op de effectiviteit van cohesie-uitgaven. De Europese Commissiemag wat ons betreft beleidsdoelstellingen en bepaalde doelen koppelenaan de uitkering van cohesiegelden. NSC steunt daarom de werkwijze vande Herstel- en Veerkrachtfaciliteit: uitkeren op basis van behaaldemijlpalen en wat ons betreft dus vooral defensiemijlpalen. Hoe ziet deMinister de kansen om deze werkwijze toe te passen binnen het cohesie-beleid?Tot slot, voorzitter. Wij missen in de brief van de Minister een visie opstrategische autonomie binnen het cohesiebeleid. Hoe zorgen we ervoordat Europa minder afhankelijk wordt van andere grootmachten voorbijvoorbeeld kritieke grondstoffen en energie? Kan de Minister ditagenderen in Brussel?Voorzitter. NSC wil een nieuw cohesiebeleid dat Europa defensiefversterkt. Dat vraagt om scherpere keuzes die leiden tot meer investe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99312 ringen in onze veiligheid en weerbaarheid. Is het kabinet bereid om hierineen leidende rol te pakken en dit in Brussel actief op de agenda te zetten?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Kahraman. Dat was zeer netjes, ruim binnen de tijd.Dan geef ik het woord aan de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Cohesiemiddelen hebben natuurlijk een hele mooienaam, maar ze zijn vooral heel goed voor Europa én voor Nederland. Wehalen er zelf natuurlijk veel investeringen uit, maar we versterken vooralheel Europa. Ik denk dat Polen misschien wel het mooiste succesverhaalis. Daar had je in 2004 nog zo’n 500 kilometer snelweg, en nu bijna 5.000,door Europese investeringen. Wroclaw en Krakau zijn techhubs geworden.De economie van Polen groeit als kool. Wij profiteren daarvan, want onzeexport naar Polen is in die twintig jaar tijd verviervoudigd. Polen kan nubovendien fors investeren in defensie, wat ook meteen goed is voor onzeveiligheid hier. Meer succesverhalen als dit bouwen een sterk Europa.Mijn vraag is of de Minister dat met ons eens is en of dat niet juist extrabelangrijk is als de Europese samenhang vanwege druk van buiten zoelementair is.We moeten ook flexibel zijn, want Europa staat onder die druk. Investe-ringen in infrastructuur, bijvoorbeeld in het oosten van Europa, moetenwat ons betreft dus ook wel meteen bijdragen aan veiligheid. Is deMinister het met ons eens dat we dual use onderdeel van de cohesiemid-delen moeten maken? Dat betekent: als je een brug aanlegt, zorg er danook voor dat een tank eroverheen komt. Erkent het kabinet ook dat hetwelbegrepen eigenbelang is om te voorkomen dat armere regio’s vanEuropa vatbaarder worden voor buitenlandse invloeden uit bijvoorbeeldRusland of China? Dat gebeurt in Hongarije al. Doordat Orbán van zijnland een soort vooruitgeschoven post van Rusland en China heeftgemaakt, is het nu een van de armste landen van Europa geworden. Maarals je Europese waarden ondermijnt, moet dat niet beloond worden meteen sloot cohesiegelden. Het is volkomen terecht dat de cohesiegeldenbevroren zijn. Desondanks is Hongarije in 2023 een van de grootstenetto-ontvangers van Europese fondsen geweest. Hoeveel was het preciesin 2024? Wil het kabinet daar iets aan doen? En deelt het kabinet met onsde mening dat we er dit jaar op moeten inzetten dat de 1,1 miljard die nuin de lucht hangt niet wordt uitgekeerd en dat het definitief in de Europesepot blijft? Dat is inderdaad goed voor onze belastingbetaler, maar het isook een heel belangrijk statement dat we de inzet op de rechtsstaatbloedserieus nemen.Voorzitter. Ik heb nog een paar losse vragen. In het nieuwe MeerjarigFinancieel Kader moeten de cohesiefondsen simpeler en modernerworden en aansluiten bij nieuwe doelen. Het zouden niet langer de regio’szelf, maar de lidstaten moeten zijn die aanvragen indienen. Mijn vraag is:slaat dit niet juist een beetje het fundament weg onder het idee van decohesiefondsen als een lokaal gericht programma? Is de Minister het metons eens dat de regio’s altijd betrokken moeten blijven bij het ontwerpvan de uitvoering van het cohesiebeleid? Je ziet nu ook heel veelverschillen. In de ene regio moeten dingen in drievoud op papier wordenaangevraagd, terwijl dat in de buurregio allemaal gewoon digitaal kan.Ook de eisen voor verantwoording verschillen sterk. Die zouden flinkversimpeld kunnen worden. Is de Minister het met ons eens dat ereigenlijk één loket zou moeten zijn dat onnodige bureaucratie aan de kantschuift, zodat het glashelder is waar regio’s aanvragen kunnen doen enwaar ze hun verantwoording kunnen indienen?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99313 De voorzitter:Dank u wel. Intussen wil ik me excuseren voor mijn hoest. Als het echt teerg wordt, kan ik me voorstellen dat het heel irritant is voor mensen omdaarnaar te luisteren tijdens een inbreng of interruptie. Maar als het echtzo doorgaat, wil ik vragen of iemand anders de vergadering kanvoorzitten. Ik kijk het nog heel eventjes aan. We moeten namelijk nog evenen het is niet altijd leuk om naar een blaffende Caroline van der Plas teluisteren.De heer Paternotte (D66):Van de kijkers thuis heb ik nog geen klachten gezien.De voorzitter:Dan wil ik de heer Kahraman het woord geven voor een interruptie.De heer Kahraman (NSC):Dat was een mooi verhaal van de heer Paternotte. Ik onderken hetsuccesverhaal van Polen. We hebben Polen inderdaad in de afgelopenjaren zien groeien als een hele sterke economie, die ook het voortouwneemt in de verdediging van Europa. Maar we zien ook dat Polen nogsteeds de grootste ontvanger is van cohesiegelden. Er gaat 92 miljardnaar Polen. Bent u het met mij eens dat we wat kritisch moeten kijkenwaar de cohesiegelden naartoe moeten? Ik lees ook verhalen overgeluidswallen in Polen die misschien niet helemaal nodig zijn. Bent u hetmet mij eens dat we echt keuzes moeten gaan maken met het geld dat wehebben in Europa en dat we dat ook meer richting de defensie-industriemoeten krijgen?De heer Paternotte (D66):In zijn algemeenheid zullen we de hele begroting eigenlijk veel meermoeten richten op defensie. Daarom stelde ik juist de vraag of we nietnaar dual use moeten kijken. Het lijkt me gek als je geld dat nu istoegezegd binnen dit Meerjarig Financieel Kader ineens gaat terugtrekken,want belofte maakt schuld. Je moet je gewoon aan je afspraken houden.Maar ik vind wel dat als we investeringen doen in het oosten van Europa,die ook de veiligheid van Europa moeten dienen. Je moet zorgen dattroepenverplaatsingen sneller kunnen gaan. We weten dat Nederland daarbinnen PESCO erg op inzet. Het is heel erg belangrijk om afschrikking zote organiseren dat we als Europa veilig blijven met elkaar. Dat is mijnantwoord op de vraag van de heer Kahraman.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Dank u, voorzitter. Niet eerder heeft onze felbevochten vrijheid zodanig ophet spel gestaan als vandaag. Terwijl het Witte Huis en het Kremlin overen weer discussiëren over het gevoerde telefoongesprek tussen Trump enPoetin, stelt de Europese buitenlandchef Kaja Kallas terecht dat Poetin niette vertrouwen is. Hij lijkt eisen te stellen die lijken op een pad naar vrede,maar eigenlijk maken die het hem nog makkelijker om Oekraïne verderonder de voeten te lopen; de beer in schaapskleren. Het is belangrijkerdan ooit dat Europese krijgsmachten zich bewapenen en zich voorbe-reiden op het ergste, want dit is onze enige echte veiligheidsgarantie.Daarom steunt de VVD het voornemen van de Europese Commissie omvia cohesiefondsen meer geld toe te wijzen aan defensiegerelateerdeinvesteringen. We lezen dat slechts 30% van het cohesiegeld is geoor-merkt. Dat betekent dus dat hiernaast meer dan twee derde daarvan tot2027 openligt voor defensie-investeringen. Welke kansen ziet de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99314 hierbij voor Nederland? Zet het kabinet hier in de tussentijdse evaluatievan de cohesiefondsen op in en, zo ja, hoe dan?Voorzitter. In de kabinetsinzet voor deze Raad over het cohesiebeleid iseigenlijk niets te lezen over de invloed van het ReArm-initiatief op detoekomst van het cohesiebeleid. We horen graag een reflectie van deMinister hierop. Daarmee lijkt de inzet ook wel enigszins gedateerd,omdat het kabinet stelt dat het cohesiebeleid zich zou moeten richten opregio’s die op sociaal-economisch gebied achterblijven. Op zich is dat ookwel zo, maar met welke stappen en investeringen zou het ReArm-initiatiefdaar ook aan kunnen bijdragen? Defensie-investeringen leiden namelijkniet alleen tot onze veiligheid, maar ook tot werkgelegenheid en daarmeetot meer welvaart.Terecht stelt de regering dat het respecteren van de rechtsstaat en defundamentele waarden een voorwaarde moet zijn voor lidstaten omcohesiegeld te ontvangen. Hoe kijkt de Minister met die stellige overtui-gingen naar het initiatief van Orbáns partij om komend jaar weer eenstreep te zetten door de pride-mars? Vindt hij dat Hongarije überhauptnog cohesiegeld zou moeten ontvangen? Hoe verhoudt dit zich tot deaangenomen motie-Paternotte/Van Campen, over het beginnen van deartikel 7-procedure tegen Hongarije? Graag een reactie.Voorzitter. Gisteravond is het defensie-witboek met het herbewape-ningsplan gepubliceerd door de Europese Commissie. Hierin wordenzeven domeinen benoemd waar de Europese Unie de aandacht op zoumoeten richten, van lucht- en raketverdediging tot aan munitie enraketten. Vorig jaar heeft de Europese Investeringsbank de criteria alverruimd voor leningen voor projecten in de defensie- en veiligheids-sector, niet zijnde gevechtsmaterieel. Kan de Minister een overzicht gevenvan de Nederlandse financieringsaanvragen bij de Europese Investe-ringsbank voor defensie- en veiligheidsprojecten? Ziet hij met de VVDkans om cohesiegeld in te zetten voor deze doelen en cofinanciering voordeze cruciale projecten aan te vragen bij de Europese Investeringsbank?Voordat de Minister zal antwoorden dat dit nu niet op de agenda staat, zegik het volgende. Als het de inzet van de Europese Commissie is omcohesiegeld meer in te zetten voor defensie-investeringen, ondersteunendaan het ReArm Europe-initiatief, dan hoort dat gewoon thuis in dit debatdat gaat over cohesiegeld, geld dat opgebracht wordt door de Neder-landse belastingbetaler.Voorzitter, tot slot. De mammoettanker die de Europese bureaucratie ooitis geweest, kunnen we ons niet langer permitteren. Creativiteit, pionier-schap en ondernemerschap zijn nu nodig om ons veilig te houden. Weverwachten deze opstelling ook van deze Minister in de beantwoordingvan onze vragen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ook u was ruim binnen de tijd, net als de heer Paternotteoverigens. Dan geef ik het woord aan de heer Klaver.De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik zeg vaak: ik ben een kind van na de oorlog. Daarmeebedoel ik niet alleen «van na de Tweede Wereldoorlog», maar eigenlijkook «van na de Koude Oorlog». In mijn leven heb ik me nooit kunnenvoorstellen dat er op ons continent weer oorlog zou zijn en dat we zoudenmoeten vrezen voor een uitbreiding van het conflict. Dat is wat er nu aande gang is. In dat licht vind ik het conflict in de coalitie, dat ook zichtbaarlijkt in het kabinet, echt onbestaanbaar. Als er een moment is waarop jeeensgezind moet zijn en in Europa moet laten zien dat je er staat, is datnu. De berichtgeving van vandaag over hoe er naar de premier en naarNederland wordt gekeken als het gaat over onze opstelling ten opzichtevan ReArm Europe, is beschamend en vooral beschadigend voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99315 positie van Nederland, juist op het moment waarop we eensgezindzouden moeten zijn.Vandaag spreken we over het cohesiebeleid. Daar heb ik een aantalvragen over aan de Minister. Allereerst sluit ik mij aan bij de vragen die decollega’s hebben gesteld over Hongarije in relatie tot het cohesiebeleid.De Commissie geeft aan dat we het meer kunnen inzetten voor defensie-uitgaven en dat we kunnen beginnen bij wat de lidstaten zelf al uitgeven.Nederland heeft ongeveer 500 miljoen ter beschikking. Wat zijn de ideeënvan de Minister op dit punt? Hoe zouden wij op een andere manier decohesiegelden die Nederland krijgt, willen inzetten? Dat is de eerste vraagdie de Commissie stelt. En op wat voor manier zouden we de cohesie-gelden überhaupt anders kunnen inzetten voor de nabije toekomst, vanuitEuropees perspectief?Dan heb ik nog een vraag over hoe het kabinet staat tegenover het Europefirst-beleid. Is de Minister bereid om er nu al voor te zorgen dat nationaleaanbestedingen Europees terechtkomen om onze onafhankelijkheid meerte bevorderen? Hoe ziet hij dat voor zich? Welke trajecten lopen er nu? Enwaar zouden we het voor het eerst kunnen gaan zien?Dan nog een dilemma dat zich voordoet. Cohesiefondsen hebben, zoalsmijn collega van de VVD zojuist heeft gezegd, ook geleid tot belangrijkeeconomische ontwikkelingen in heel Europa. We willen dat regio’s meeblijven gaan. Hoe hou je de balans in stand waarin je landen en regio’swilt helpen met verdere ontwikkeling, terwijl je tegelijkertijd ziet dat erbestedingen op andere terreinen nodig zijn? Kan de Minister aangevenwat voor afwegingskader hij daarvoor wil gebruiken?Dan even over het defensie-witboek, dat gisteren werd gepresenteerd.Lidstaten worden uitgenodigd om voor eind april gebruik te maken van demogelijkheden die daarin zitten, bijvoorbeeld als het gaat om het tredenbuiten het SGP. Wat is het standpunt van het kabinet hierover? Wordt hierbinnenkort een brief over naar de Kamer gestuurd? Wat gaat de Ministerhierover inbrengen bij de Raad?Tot slot heb ik nog een vraag, over de arrestatie van Imamoglu. Zet hetkabinet zich er in Europees verband voor in om maatregelen te nementegen Erdogan? Erdogan is een ontzettend belangrijke partner, juist op ditmoment, met alle geopolitieke spanningen die er zijn. Maar als dit demanier is waarop hij met zijn eigen democratie omgaat en met eenbelangrijke politieke tegenstander ... Dat mag nooit een reden zijn omonze mond te houden. In Oekraïne wordt gevochten, niet alleen voorgrondgebied van Oekraïne, maar ook voor fundamentele waarden alsvrijheid en democratie. Als wij accepteren dat vrijheid en democratiebijvoorbeeld ook in Turkije keihard worden geschonden, moeten wedaartegen optreden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Minister om te zien hoelang hij nodigheeft. Een halfuur? Dat is wel lang. We hebben tot 17.30 uur. Laten we hethouden op een kwartier. Dat moet echt wel lukken, denk ik. Anders komenwe er niet.De heer Paternotte (D66):Ik vermoed wel dat er een tweeminutendebat uit dit commissiedebatvoortkomt. Ik denk dat een van ons dat wel zal aanvragen. Anders doe ikhet zelf. In die zin zouden we de tweede termijn misschien wel kunnenoverslaan.De voorzitter:Als de andere leden daarmee akkoord zijn ... Maar dan zou ik toch nietlanger willen schorsen dan twintig minuten. Dan kijken we hoever wekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99316 De vergadering wordt van 16.23 uur tot 16.41 uur geschorst.Voorzitter: KlaverDe voorzitter:Goedemiddag. Ik heropen de vergadering. Onze voorzitter, Caroline vander Plas, heeft de vergadering helaas moeten verlaten vanwege hoestenen gekuch. We wensen haar veel beterschap. De Minister is terug, keurigbinnen de tijd. Heel veel dank daarvoor. Zou u misschien kunnenaangeven in welke volgorde u de vragen beantwoordt, zodat we devergadering ordentelijk kunnen laten verlopen?Minister Beljaarts:Voorzitter, dat wil ik zeker. Dat ga ik doen in de volgende volgorde:cohesiegelden en Nederland, cohesie en defensie/weerbaarheid, enandere onderwerpen. Ik heb een introductietekst. Daarin heb ik ook eenaantal van de debatten en de punten die benoemd zijn, meegenomen.De voorzitter:Perfect. De Kamerleden krijgen vier korte interrupties. Het woord is aan u,Minister.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de aanwezige leden dat we vandaagvan gedachten kunnen wisselen over het cohesiebeleid van de EuropeseUnie. Dat is een belangrijk onderwerp, aangezien het cohesiebeleidmomenteel een derde van de totale EU-begroting omvat. Dat maakt hetook extra van belang dat de cohesiemiddelen voor de juiste doeleindenworden ingezet, zoals de versterking van het Europese concurrentiever-mogen. Dat is, gezien de huidige uitdagingen, ook cruciaal.Meerdere leden hebben vragen gesteld over hoe er binnen het cohesie-beleid meer prioriteit kan worden gegeven aan defensie. Aanleidinghiervoor zijn natuurlijk de geopolitieke ontwikkelingen. Voor onzeveiligheid is het essentieel om de Europese veiligheid en defensie opkorte termijn te versterken. Dit vereist ook financiering. Gisteren heeft deCommissie het ReArm Europe Plan en het defensie-witboek gepubliceerd.Daarin staat dat de Commissie lidstaten en hun regio’s meer flexibiliteitwil bieden om cohesiemiddelen meer in te zetten voor defensiedoel-einden. De Commissie komt volgende week met concrete voorstellen omcohesiemiddelen flexibeler te kunnen inzetten voor defensie. Na publicatiezullen we als kabinet daarover een oordeel vellen. Ik sta hier constructieftegenover, in lijn met de Kamerbrief die het kabinet vorige week heeftverstuurd in reactie op de motie-Eerdmans. Daarin geeft het kabinet aanopen te staan voor opties waarbij beter gebruikgemaakt kan worden vande middelen binnen de bestaande EU-begroting.Voorzitter. Daarbij wil ik graag nog benoemen dat er binnen de huidigekaders al mogelijkheden bestaan om cohesiegelden in te zetten voordefensiegerelateerde projecten of dual-useprojecten, bijvoorbeeld op hetgebied van infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, innovatie enspecifieke ondersteuning voor mkb-bedrijven op het gebied van defensie.Tevens kunnen lidstaten ervoor kiezen om cohesiemiddelen in te zettenvoor de opschaling van munitieproductie in de EU.Voorzitter. Maar het cohesiebeleid gaat natuurlijk niet primair overdefensie. Het kabinet vindt nog steeds dat het cohesiebeleid zichhoofdzakelijk moet richten op het versterken van de regio’s die opsociaal-economisch gebied achterblijven, en op het versterken van deEuropese concurrentiekracht. Op 4 oktober heb ik uw Kamer het Visie-paper Cohesiebeleid post 2027 gestuurd. Dit is opgesteld in nauwesamenwerking met de Nederlandse provincies, gemeenten en water-schappen. Ik ben ook heel verheugd dat het ons gelukt is om tot dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99317 gezamenlijke visie te komen en dat we ons nu samen inspannen inBrussel om tot een beter cohesiebeleid te komen na 2027. Het cohesie-beleid moet zich wat Nederland betreft blijven richten op het versterkenvan regio’s die op sociaal-economisch gebied achterblijven.Daarnaast zou het cohesiebeleid dus ook meer moeten worden ingezetvoor het versterken van het EU-concurrentievermogen. Voor het kabinetblijft een solide partnerschap tussen nationale, regionale en lokaleoverheden met de Commissie een belangrijk uitgangspunt van hetcohesiebeleid. Het concurrentievermogen kunnen we ook verderversterken door een digitale en groene arbeidsmarkttransitie, metinnovatie als dwarsdoorsnede en met aandacht voor de kritieke technolo-gieën en sectoren. Uiteraard blijft gedegen financieel beheer bij uitvoeringvan de fondsen voor het kabinet een belangrijke voorwaarde voor hettoekomstige cohesiebeleid.Voorzitter. Op de aankomende Raad van 28 maart zullen naar verwachtingook de Raadsconclusies over de toekomst van het cohesiebeleid wordenaangenomen. Deze conclusies zijn goed in lijn met de Nederlandse visieen kan ik daarom ook steunen. Maar Europa kan niet wachten tot 2028;daar is al eerder op gereflecteerd. Tijdens de Raad zal daarom ook wordengesproken over hoe het cohesiebeleid waar mogelijk nu al beter kaninspelen op nieuwe uitdagingen, zoals de versterking van de defensie-industrie en zeker ook de versterking van het EU-concurrentievermogen.Hierover heb ik deze week ook gesproken met Eurocommissaris Fitto. Ikheb toen ook aangegeven constructief tegenover voorstellen te staan dielidstaten meer ruimte bieden om binnen de kaders van het huidigecohesiebeleid in te spelen op deze uitdagingen.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er op dit punt vragen van de collega’s? De heer VanCampen, een korte vraag.De heer Van Campen (VVD):Als ik de Minister zo beluister, zou ik toch willen vragen wat de visie vanhet kabinet is op de ambitie van de Commissie om cohesiegeld ook in tezetten voor het ReArm Plan. Is hij het met de VVD eens ... O, u komt daarnog op? Nou, nu ik mijn interruptie toch heb gebruikt, wil ik weten of hijhet met mij eens is dat door investeringen in defensie en in de defensie-industrie in Europa ...De voorzitter:Helder.De heer Van Campen (VVD):... ook de werkgelegenheid in die landen verbetert.De voorzitter:Duidelijk. De Minister.Minister Beljaarts:Absoluut. Dat onderschrijven we. Ik kom daar dadelijk in de beant-woording ook nog uitgebreider op terug. Dat is zeker ook waar we opinzetten, ook na 2028. Ik moet wel eerlijk zeggen dat de bestedingen inprincipe tot «28 wel bestemd zijn. Ook in Nederland is de landenenvelopeigenlijk geheel uitgenut. Dat is goed. Dat maakt niet dat als het mogelijkis om in regio’s bijvoorbeeld toch nog iets aan defensie te doen, dat ookeen vrije keuze is. Maar dat geldt natuurlijk ook voor andere landen.De voorzitter:Gaat u verder met de beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99318 Minister Beljaarts:Ik begin met de beantwoording van het eerste blokje. De heer Markus-zower vroeg me hoe het uitkeringsbeleid van de EU zich verhoudt tot hetsubsidiariteitsbeginsel. De hoogte van het cohesiebeleid wordt bepaald bijde onderhandeling van het MFK, het Meerjarig Financieel Kader. Demiddelen uit het cohesiebeleid worden verdeeld in de landenenvelop,waar ik net ook aan refereerde. Daarvoor gebruikt Europa de vasteverdeelsleutel, de zogenaamde Berlijnmethode. Die verdeelsleutel isgebaseerd op het regionale bbp per capita. Hij verdeelt de Europeseregio’s in drie categorieën: meer ontwikkeld, in transitie en minderontwikkeld. Hoe groter het aantal minder ontwikkelde regio’s dat eenlidstaat heeft, hoe meer middelen deze lidstaat krijgt toebedeeld. Hetkabinet vindt dat het cohesiebeleid primair gericht moet blijven op deregio’s die op sociaal-economisch gebied achterblijven. Nederland geeftuiteindelijk akkoord op de gehele EU-begroting, niet specifiek peronderdeel, zoals cohesie.Ik blijf bij de heer Markuszower. Hij vroeg mij hoe cohesiegeldenrenderen. Ik begrijp de vraag. Dank. De cohesiegelden binnen het huidigeMFK liggen vast in de landenenvelop. De lidstaten die de minst welva-rende regio’s hebben, ontvangen de meeste middelen. Nederlandontvangt als welvarende lidstaat een relatief beperkte envelop. InNederland gaan de regio’s over de inzet van de cohesiemiddelen. Zezetten primair in op het versterken van concurrentievermogen. Daarkiezen de regio’s in Nederland voor. In Nederland zijn er de afgelopenjaren honderden innovatieve mkb-ondernemingen ondersteund. Eenvoorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het fieldlab voor dronetechnologie.Ik vervolg met de vraag van de heer Markuszower hoe de cohesiefondsenhebben gezorgd dat Nederland ten opzichte van andere landen econo-misch interessant en concurrerend blijft. Zoals u weet richt cohesiebeleidzich op de sociaal-economische ontwikkeling van de regio’s, met eennadruk op de regio’s die minder ontwikkeld zijn. Ik refereerde er net al aandat dit maakt dat Nederland een relatief wat kleinere envelop krijgt. Maarhet helpt ook om de interne markt te versterken. Door de middelen voorcohesiebeleid te koppelen aan hervormingen in andere landen, kan deEuropese markt worden versterkt. Het kabinet vindt het dan ook belangrijkom binnen het cohesiebeleid te kijken hoe de koppeling met hervor-mingen en investeringen uit het Europese semester gemaakt kan worden.De heer Kahraman vroeg mij of ik me in Brussel hard wil maken voor eenvernieuwd model waar ook de Nederlandse regio’s van kunnen profiteren.De Commissie heeft aangegeven voor het volgende MFK voorstander tezijn van voor iedere lidstaat één nationaal plan met hervormingen eninvesteringen. Over de precieze uitwerking van dat single plan, waaroverwe het hebben, zijn nog wel veel onduidelijkheden. Die zullen duidelijkmoeten worden als de Commissie deze zomer haar voorstellen voor hetvolgende MFK gaat presenteren. Het is dus nog niet zo volwassen dat hetal gepresenteerd is. Zoals verder beschreven in het visiepaper over detoekomst van het cohesiebeleid, vindt het kabinet het ook belangrijk ombinnen het beleid te kijken hoe de koppeling met hervormingen eninvesteringen uit het semester gemaakt kunnen worden. Onzekabinetsinzet voor het volgende MFK zal later deze maand door deMinisters van Buitenlandse Zaken en Financiën met uw Kamer wordengedeeld. Na publicatie van het MFK-voorstel, rond de zomer, zal uwKamer zoals gebruikelijk een appreciatie van ons ontvangen via eenBNC-fiche.De heer Paternotte had een vraag over de regio’s. Hij vroeg of zebetrokken moeten blijven bij de uitvoering van cohesiebeleid. Dank voorde vraag. Ja. In het visiepaper over de toekomst van het cohesiebeleidstellen we dat we voorstander blijven van het partnerschapsprincipe,waarbij de regio’s een rol behouden bij de uitvoering van dit beleid. NuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99319 gaat dat ook op die manier. Dat is eigenlijk een heel mooi model van hoewe samenwerken. Het is namelijk ook naar volle tevredenheid van deregio’s.De heer Markuszower vroeg of het goed zou zijn voor de Nederlandsebelastingbetaler als de cohesiegelden zouden worden terugbetaald. Er isin 2020 met unanimiteit een akkoord bereikt over deze meerjarenbe-groting. Die bestaat grotendeels uit subsidies die niet hoeven te wordenterugbetaald. Vanuit het principe van rechtszekerheid zouden we dit vooronze Nederlandse begunstigden ook niet willen. Wel worden er altijdvoorwaarden gesteld aan het verstrekken van deze subsidies, zoalsbijdragen aan gestelde doelstellingen, de rechtstaatsprincipes en gedegenfinancieel beheer. We zien er ook op toe dat de Commissie hier strak op is.De heer Paternotte vroeg mij of ik het ermee eens ben dat er éénaanvraagloket zou moeten komen om bureaucratie te verminderen. Bij hetcohesiebeleid is de samenwerking met de regio’s belangrijk, waar ik netook aan refereerde. Het cohesiebeleid moet ook in kunnen spelen op despecifieke kansen en uitdagingen voor een regio. Daarom is het belangrijkdat het cohesiebeleid niet centraal of nationaal wordt uitgevoerd, maardecentraal in de regio. In Noord-Holland is bijvoorbeeld SNN verantwoor-delijk voor die uitvoering. SNN is voor bedrijven en kennisinstellingen inde regio een herkenbaar aanspreekpunt. Dat is beter dan dat we in DenHaag één loket maken. Dat is juist ook naar tevredenheid van de regio’s.Dan heb ik een antwoord op de vraag van de heer Klaver over hetdilemma van cohesiefondsen die hebben geleid tot belangrijke ontwikke-lingen, hoe die balans in stand blijft met benodigde ontwikkelingen opandere terreinen en de afwegingskaders die we daarvoor gebruiken. In hetvisiepaper dat ik in oktober vorig jaar naar de Kamer heb gestuurd, geefthet kabinet aan dat we het cohesiebeleid in willen zetten om regio’s teversterken die dat nodig hebben en op sociaal-economisch gebiedachterblijven, en om de concurrentiekracht te versterken. Dit kan door inte zetten op de digitale transitie, de groene transitie en de arbeidsmarkt-transitie, met innovatie als dwarsdoorsnijder, en door aandacht teschenken aan kritieke technologieën en sectoren. Ook zal het cohesie-beleid flexibel in moeten kunnen spelen op crises en actuele uitdagingen,zoals in dit geval defensie. De Europese Commissie zal binnen enkeleweken met een voorstel komen om het voor lidstaten beter mogelijk temaken om cohesiemiddelen in te zetten voor nieuwe prioriteiten, zoalsdefensiedoeleinden. Het kabinet kijkt uit naar de precieze voorstellen vande Commissie en zal een oordeel vellen als die er zijn.De voorzitter:Dank. Ik kijk even of er op dit punt vragen zijn van de commissie. MeneerMarkuszower, u had een vraag.De heer Markuszower (PVV):Die is inmiddels beantwoord.De voorzitter:Goed. Anderen? Nee. Staat u mij toe een vraag te stellen, aangezien ik inde eerste termijn een inbreng heb gedaan? Dank u wel.Ik neem nu even het woord als woordvoerder. Dank u wel voor hetantwoord op de vraag over het afwegingskader. Ik had ook iets gevraagdover het geld dat nu voor Nederland is gereserveerd, de 500 miljoentussen 2021 en 2027. Op wat voor andere wijze wilt u de middelen gaaninvullen die daarvan nog vrij ter beschikking staan?Minister Beljaarts:Dank voor de vraag. Ik gaf net in de inleiding aan dat 99% van demiddelen in Nederland eigenlijk al bestemd en gealloceerd is bij deregio’s. Dat maakt dat er niet veel vrij te besteden middelen zijn. DaarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99320 heb ik ook aangegeven, om ook notie te geven aan wat u zojuist heeftgezegd, dat ik er natuurlijk wel voor opensta om de vrijheid te bieden omdaar een andere invulling aan te geven, met de ontwikkelingen die er nuzijn. Dat is het enige wat ik op dit moment kan doen.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met de beantwoording.Minister Beljaarts:De heer Markuszower vroeg mij of er sprake kan zijn van een concurre-rende economie en defensie als de industrie ook belast is met de GreenDeal en overregulering, waar andere landen zich niet aan hoeven tehouden. Het cohesiebeleid richt zich op zowel concurrentievermogen alsverduurzaming van de industrie; die zijn aan elkaar verbonden. Nederlanden de Europese Unie hebben de uitdaging om ook strategisch te inves-teren in een economie die weerbaar is en inzet op behoud van destrategische sectoren. Dat is dus een brede uitdaging. Door te investerenin zowel vergroening als innovatie kunnen we Nederlandse bedrijvenondersteunen in concurrerend blijven hier in Nederland.Meneer Markuszower vroeg ook naar de invloed van duurzaamheids-beleid op de defensiepositie. In Europa en Nederland wordt ingezet opklimaatbeleid en recenter ook, met de vergrote urgentie ervan, op hetversterken van onze defensiepositie. Sommige Europese wet- enregelgeving, waaronder die op het gebied van milieu, is van invloed opeen snelle opschaling van de Europese defensie-industrie. De Commissiezal daarom een defensie-Omnibus gaan presenteren, al in juni van dit jaar.Daarin zullen Europese regels worden versimpeld, in lijn met andereOmnibus-voorstellen. Het kabinet wacht deze voorstellen af en zal uwKamer daar vervolgens op de gebruikelijke wijze over informeren.De heer Van Campen vroeg of ik een overzicht kan geven van deaanvragen van Nederlandse bedrijven bij de EIB. Nederlandse bedrijvenkunnen zich tot de EIB richten voor financiering. Dat gebeurt ook. DeNederlandse overheid ziet de aanvragen niet op die manier voorbijkomen.Het betreft commercieel vertrouwelijke informatie. Als de EIB financieringtoekent, wordt dit wel bekendgemaakt, zoals laatst bij het bedrijf NXP. Ditwordt dan in de openbaarheid gebracht.De heren Markuszower en Kahraman vroegen naar grondstoffen enstrategische autonomie. Dat is actueler dan ooit, dus dank voor die vraag.Het verminderen van ongewenste risicovolle afhankelijkheden is geendirecte doelstelling van het cohesiebeleid. Het maakt niet dat we daar nietop Europees en nationaal gebied mee bezig zijn. Wel gaan veel cohesie-middelen naar innovatie. Voor meer ontwikkelde regio’s is meestal 85%van de middelen van het EFRO bestemd voor innovatie- of vergroenings-doelstellingen. Dat maakt de EU ook competitiever en minder afhankelijkvan derde landen. Ook is in februari STEP opgericht, volgend uit deSTEP-verordening. Dat platform heeft tot doel om strategische afhankelijk-heden van de EU in strategische sectoren te verminderen, en daarmee omhet concurrentievermogen van de EU te vergroten. Ze zijn dus altijd welgelinkt aan het concurrentievermogen. De lidstaten kunnen er altijd voorkiezen om hun cohesiemiddelen in te zetten voor deze strategischesectoren. In Nederland heeft Oost-Nederland bijvoorbeeld besloten omvan deze mogelijkheid gebruik te maken.Dan het antwoord op de vraag van de heer Kahraman over het minderafhankelijk worden van andere grootmachten. In die vraag zat dus net eenandere nuance. Het verminderen of voorkómen van strategischeafhankelijkheden vind ikzelf natuurlijk ook van cruciaal belang, voor hetversterken van zowel onze eigen nationale veiligheid als van onsinnovatievermogen. Dat is ook wel benadrukt in het regeerprogramma. Ikpak die strategische afhankelijkheden gericht aan via de «protect andpromote»-maatregelen. Aan de protectkant gaat het om de effectieve inzetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99321 van het instrumentarium als de Wet veiligheidstoets investeringen, fusiesen overnames, oftewel de Wet Vifo, en de zogenaamde exportcontrole.Aan de promotekant gaat het bijvoorbeeld om technologisch leiderschap,om het innemen van sleutelposities in strategische waardeketens. Eenmooi voorbeeld daarvan is de Semicon Coalitie, die onder andere vanuitNederland gestart is. Specifiek voor grondstoffen werkt het kabinet aanhet vergroten van de leveringszekerheid en het terugbrengen vanrisicovolle afhankelijkheden. We zijn met het nieuw opgezette Neder-landse observatorium daarover inzichten aan het vergaren. Op Europeesniveau zet ik me in om deze handelingsperspectieven bijvoorbeeld in hetkader van de European Critical Raw Materials Act verder invulling tegeven.De heer Kahraman vroeg me ook of het kabinet bereid is een leidende rolte nemen voor meer inzet op het gebied van weerbaarheid en veiligheid.Het is duidelijk dat Europa meer verantwoordelijkheid moet nemen vooronze eigen veiligheid. Een sterke Europese defensie-industrie is dan ookeen voorwaarde voor een veiliger Europa. De Commissie heeft gistereneen witboek over de toekomst van de Europese defensie gepubliceerd. Ditwitboek geeft richting aan de inzet van de EU op het gebied van veiligheiden defensie. Het kabinet ziet het witboek als een belangrijke stap om in detoekomst weerbaar te zijn. Het zal de Kamer via de gebruikelijke weginformeren over zijn positie.De heren Van Campen en Klaver vroegen welke kansen ik zie voorNederland ten behoeve van de geoormerkte besteding van het cohesie-fonds met betrekking tot defensie. De cohesiegelden blijven binnen hethuidige MFK vastliggen in de landenenveloppen. Vanwege de beperkteNederlandse ontvangsten uit het cohesiebeleid ten opzichte van anderelidstaten is de meeste winst elders te halen, dus niet per se in Nederlandmaar in andere lidstaten. De keuze voor herprioritering van deze cohesie-middelen richting defensie-uitgaven is uiteindelijk aan de lidstaten enregio’s zelf. Ik kan hen daartoe natuurlijk niet dwingen. Helaas hebben wijdaarbij ook een beperkte enveloppe te pakken. Wel ga ik mij er uiteraardvoor inzetten om lidstaten binnen de kaders van het huidige cohesiebeleidmeer flexibiliteit en prikkels te bieden om herprioritering richting defensiemogelijk te maken. In Nederland gaan de regio’s zelf over de inzet van decohesiemiddelen. Ze zetten dit primair in voor het versterken van deconcurrentiekracht, waaraan ik eerder refereerde. Maar de mogelijkhedenin Nederland zijn beperkt. Dat wil niet zeggen dat ik daar volgende week inde bila’s in Brussel geen aandacht voor zal vragen. Dat comfort wil ikgraag meegeven.De heer Kahraman vroeg naar de tussentijdse evaluatie van de cohesie-fondsen. Daar heb ik in de inleidende tekst eigenlijk ook al aan gerefe-reerd. Het is natuurlijk zo dat wij ook zelf cohesiemiddelen ontvangen,hetzij beperkt. De regio’s gaan zelf over de besteding van de middelen. Ikherhaal dan eigenlijk wat ik net heb gezegd.Dan het antwoord op de vraag van de heer Klaver over het witboek, deaanvraag die lidstaten eind april kunnen doen en het standpunt van hetkabinet daarover. Zoals ik net heb aangegeven, zien we het echt als eenbelangrijke stap van de Commissie. We gaan de Kamer daar zo snelmogelijk over informeren.Het laatste antwoord in dit blokje betreft de vraag van de heer Paternotteof ik het eens ben dat Polen een succesverhaal is, zeg ik even samengevat.Het is heel goed om te zien dat het versterken van economische veiligheidbreed wordt opgepakt in de EU. Net als Nederland zet Polen in op hetversterken van de economische veiligheid, zowel via de protect- als depromote-sporen. Dat Polen hier ook op inzet, zie ik bijvoorbeeld in desamenwerking die ik onlangs met Polen en een aantal andere lidstatenheb opgezet in de Semicon Coalition. Dit voorbeeld toont daarnaast hetgroeiende belang dat veel lidstaten hechten aan de versterking van deeconomische veiligheid en de strategische autonomie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99322 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk naar de collega’s om te zien of er vragen zijn op dezepunten. Nee? Dan wil ik zelf even vragen of u een termijn zou kunnenverbinden aan de toezegging die u deed dat de Kamer geïnformeerdwordt over het standpunt van de regering, zodat we die ook alstoezegging kunnen noteren.Minister Beljaarts:Daar is intern geen deadline voor, dus ik vind het moeilijk om daar eentoezegging over te doen. Als u genoegen neemt met «zo snel mogelijk»,dus dat we er uiteraard geen weken extra over gaan doen maar u van mijaanneemt dat we het echt zo snel mogelijk doen, dan is dat bij dezen detoezegging die ik absoluut wil doen.De voorzitter:Zouden we het iets kunnen aanscherpen door te zeggen dat u de Kamermet een kort briefje nog even informeert wanneer dat dan is, dus wanneer«zo snel mogelijk» is? Ik kan me voorstellen dat u even moet afstemmen,maar ik stel dus voor dat we daar begin volgende week van u een briefover ontvangen.Minister Beljaarts:Dat is meer dan vanzelfsprekend, ja.De voorzitter:Oké, fijn. Dank u wel. Gaat u verder met de beantwoording. Dit is volgensmij het laatste blokje.Minister Beljaarts:Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. We zijn gekomen bij het blokje overigeonderwerpen. De heer Markuszower vroeg hoe wij ons richten opNederlandse ecosystemen en wat daar dan mee wordt bedoeld. Dat is eengoeie vraag, want in innovatie-ecosystemen werken bedrijven, universi-teiten, start-ups, overheden en investeerders samen aan producten endiensten op het gebied van strategische technologieën waarmee we in detoekomst ons geld gaan verdienen. Deze ecosystemen zijn dan ook vaakregionaal geworteld, bijvoorbeeld de Brainport Eindhoven, robotica inDelft en de watertechnologie in Leeuwarden. Iedereen kan zich daar eenvoorstelling bij maken. Deze ecosystemen hebben dan ook profijt vanondersteuning uit de cohesiegelden.De heer Kahraman vroeg of ik kansen zie om de Herstel- en Veerkracht-planwerkwijze toe te passen binnen het cohesiebeleid. Het Herstel- enVeerkrachtplan wordt op dit moment geëvalueerd door de EuropeseRekenkamer. We verwachten dat er deze zomer een rapport wordtgepubliceerd. We kijken daarnaar uit om lessen te kunnen trekken over dewerkwijze van het HVP en de toepasbaarheid op het cohesiebeleid.De heer Markuszower vroeg naar defensie versus Green Deal, en of hetrisico van het enorme gewicht van de cohesiefondsen samen metduurzaamheidsbeleid een opmaat is voor het verder federaliseren van deEU. Nederland zet in den brede in op een moderne Europese begroting.Het versterken van het concurrentievermogen maakt daar wat Nederlandbetreft nadrukkelijk onderdeel van uit. Convergentie van regio’s blijftdaarnaast belangrijk voor een stabiele Europese Unie. Ook binnen hetcohesiebeleid zet Nederland in op modernisering, zodat het zo veelmogelijk bijdraagt aan verbeteringen van de regionale economie.Nederland zet daarom ook in op het stimuleren van innovatie vanuit hetcohesiebeleid. Dat is uiteindelijk ook positief voor Nederlandse bedrijven.Het voorstel voor het volgende MFK is deze zomer voorzien. We zullen datvoorstel beoordelen en u daar op de afgesproken manier over informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99323 Een van de specifieke vragen van de heer Markuszower was of wevoldoende bedrijven hebben om op een concurrerende manier kolen tewinnen. Het openen van kolencentrales past niet binnen de klimaatdoelenwaaraan het kabinet gecommitteerd is. In de visie die ik in december metuw Kamer gedeeld heb, staat mijn inzet op het gebied van het concurren-tievermogen. Ik zet in op de interne markt en mededinging, onderzoek,talent en digitale innovatie, het Europese economische buitenlandbeleid,grondstoffen, circulariteit en energie, een toekomstgerichte industrie enfinanciering. Daarnaast heeft de Commissie onlangs het AffordableEnergy Action Plan uitgebracht, om bij te dragen aan concurrerendeenergieprijzen. Het BNC-fiche daarover komt binnenkort ook naar uwKamer.De heer Markuszower vroeg wat het Europees beleid rondom de GreenDeal betekent voor de kolen- en staalindustrie. Dat is heel actueel, dus hetis een goede vraag. Als reactie op de geopolitieke situatie en in lijn met deClean Industrial Deal en het Actieplan Betaalbare Energie is het staal- enmetalenactieplan gisteren door de Europese Commissie gepubliceerd.Daar staan zes pilaren in: een schone en betaalbare industrie, koolstof-lekkage voorkomen door CBAM, ook bekend, het promoten enbeschermen van de Europese industrie, het bevorderen van de circula-riteit van metalen en de werkgelegenheid in de Europese industrie, hetderisken oftewel steunen van investeringen van de lead markets en vaninvesteringen. U wordt vervolgens, ook via het BNC-fiche, geïnformeerdover het kabinetsstandpunt over dit onderwerp.Ik ben aangekomen bij de vraag van de heer Klaver of we voorsorteren ophet bevriezen van de gelden van Hongarije. Het is primair aan deCommissie om in haar rol als hoedster van de verdragen te beoordelen ofHongarije de rechtsstatelijke beginselen schendt die in de verdragen zijnneergelegd, en om indien nodig hiertegen op te treden. Als de schen-dingen de beginselen van de rechtsstaat, het financieel beheer of hetbeschermen van de financiële belangen van de Unie serieus dreigen aante tasten, kan de MFK-rechtsstaatverordening worden ingezet. Daar is hetal over gegaan. Het kabinet steunt de Commissie in haar rol van hoedstervan de EU-verdragen.De heer Markuszower vroeg of het verstandig is om de rechtsstaat en hetcohesiefonds met elkaar te vermengen. Dat is ook een reflectie op hetinterruptiedebat met de heer Van Campen. Respect voor de rechtsstaat ende fundamentele waarden van lidstaten is natuurlijk essentieel voor eengoed functionerende EU. Het is namelijk een randvoorwaarde voor goedbestuur, het vertrouwen van burgers en bedrijven in overheidsinstellingenen het goed functioneren van de interne markt. Daarom is het van belangdat, net als in het cohesiebeleid onder het huidige MFK, ook in hettoekomstige cohesiebeleid een sterke koppeling wordt gemaakt tussenontvangst van middelen en het naleven van de beginselen van derechtsstaat. Deze inzet is opgenomen in de visiepaper over het toekom-stige cohesiebeleid en in de brief over de rechtsstaatconditionaliteit in hettoekomstige cohesiebeleid, die ik vorige maand samen met de Ministervan Buitenlandse Zaken aan u heb verstuurd.Dan kom in bij een vraag van de heer Klaver over het «Europe First»-beleid. De Europese Commissie gaat de aanbestedingsrichtlijnenevalueren en herzien. Ze komt naar verwachting begin volgend jaar meteen nieuw voorstel. Hiernaartoe werkend pleit de Commissie in hetconcurrentievermogenkompas voor een Europees voorkeursprincipe bijaanbesteden voor strategische sectoren en technologieën. Dat is noggeen toezegging, maar daar wordt wel naartoe gewerkt. Ik kijk dan ookmet veel interesse naar deze optie. Nu Europa kwetsbaarder lijkt teworden, is het misschien wenselijk om dit principe te versterken door inheel specifieke strategische sectoren waarin de veiligheid een belangrijkerol speelt te kiezen voor een Europees voorkeursprincipe. Het is daarbijwel heel belangrijk dat dit slim wordt gedefinieerd, want ingrijpen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99324 markt kan de EU natuurlijk ook veel schade brengen. Een Europeesvoorkeursprincipe is ongeschikt als instrument wanneer het enkel dientom het Europese concurrentievermogen te versterken, want het dwingtoverheden dan om bij Europese bedrijven af te nemen, maar draagt erniet aan bij dat die bedrijven ook productiever en competitiever worden,want daar kan een bepaalde luiheid insluipen, zoals de voorzitter weet.Daarnaast geeft het een protectionistisch signaal af richting derde landen,maar ook gelijkgezinde landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Japan enCanada. Daarom moet een eventueel voorkeursprincipe ook zeer goedafgebakend zijn in scope en inhoud. Daar werk ik ook echt hard aan, metalle betrokken partijen.De heer Klaver vroeg mij ook naar de arrestatie van de heer Imamoglu enhoe wij ons eventueel inzetten tegen staatshoofd Erdogan. De Ministervan Buitenlandse Zaken heeft gisteren contact gehad met zijn Turksecollega en zijn zorgen over de arrestatie uitgesproken namens het kabinet.Voor verdere vragen verwijs ik u voor de zorgvuldigheid door naarMinister Veldkamp.De heer Van Campen vroeg mij nog naar het initiatief van Hongarije omeen streep door de pride-mars te zetten en of ze nog fondsen zoudenmoeten ontvangen. De nieuwe anti-lhbtqi+-wetgeving die in Hongarije isaangenomen, is zorgelijk. Onder andere doordat de pride verboden wordt,komt die gemeenschap in Hongarije nog meer onder druk te staan dan alhet geval was. Nederland staat voor gelijke rechten en gelijke waarderingen voor waardigheid voor iedereen, en blijft deze gemeenschap inHongarije uiteraard steunen, zowel politiek als financieel, juist in deze tijd.Het is aan de Commissie, waar ik eerder aan refereerde, als hoedster vande verdragen om de wetswijzigingen te toetsen aan EU-regels en om bijschendingen maatregelen te treffen. Nederland zal de Commissieoproepen dit voor voortvarend te doen en zal de Commissie hierinsteunen. Ook zal Nederland de zorgen over deze wetgeving zowelbilateraal als in EU-verband opbrengen en hierbij werken we samen metzo veel mogelijk andere lidstaten.De voorzitter:Dank u wel. U heeft de vragen keurig vlot beantwoord, complimentendaarvoor. Ik ga naar de collega’s om te kijken of er nog vragen zijn.Meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen die ik gesteldheb en natuurlijk voor de beantwoording van de vragen van mijncollega’s. Ik blijf wel met één ding zitten. We hebben het cohesiefonds,waar veel geld in zit. We zitten in tijden waarin we een oorlog hebben opons Europese continent. Ik vind dat we nog niet voldoende de keuzemaken om die gelden ook meer richting onze defensie-industrie in tezetten. Kan de Minister daarop reflecteren? Moeten we de cohesiefonds-gelden niet méér richting onze defensie-industrie laten gaan?Minister Beljaarts:Dank voor de vraag. Misschien kan ik meneer Kahraman enig comfortgeven door aan te geven dat er in deze brede discussie, met ReArmEurope en alle andere mogelijke wijzen van het versterken van het eigendefensiepotentieel, niet alleen gekeken wordt naar cohesiegelden. Ik gafnet aan dat er voor het nieuwe MFK wel gekeken wordt naar een andereinvulling en dat het huidige lidstaten en regio’s nu ook vrijstaat om eenandere afweging te maken. Het is dus niet zo dat dat niet kan. VoorNederland heb ik aangegeven dat eigenlijk alle gelden redelijk gealloceerden bestemd zijn, dus dat daar in principe niet veel ruimte is. Ik heb ookaangegeven aan de heer Kahraman dat het wel mag en dat ik dat waarnodig ook zal ondersteunen om het een positief zetje te geven. Het is dusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99325 niet zo dat het verboden is, maar die projecten, die vaak langjarig zijn enook ruim van tevoren aangemeld zijn om deze gelden te ontvangen enwaarvoor bij lopende projecten misschien al juridische verplichtingen zijnaangegaan, kun je niet overnight vanuit de regio wijzigen. Het mag wel,maar de focus ligt op het nieuwe Meerjarig Financieel Kader. Er zijn ookandere discussies binnen Europa om op een andere manier steun uit tespreken.De voorzitter:Dank. Had u nog een vervolgvraag, meneer Kahraman?De heer Kahraman (NSC):Ik begrijp dat je lopende projecten niet meteen wil stoppen, want dan hebje waarschijnlijk een half afgebouwde brug die nergens naartoe gaat. Datbegrijp ik, maar we zien de urgentie. We laten zelfs ons Stabiliteitspact losom landen meer te laten lenen en noem maar op. We gaan zelfs leningenaan. Mijn gevoel blijft toch steeds dat we de urgentie zien om ons beter tebewapenen tegenover de dreiging die op ons afkomt, maar dat er tochnog onvoldoende drang is om ook deze gelden richting defensie tekrijgen. Het verzoek is dus om daar echt extra op in te zetten, ook inEuropa.De voorzitter:Helder.Minister Beljaarts:Ik zie het als een herhaling van de eerste interruptie. De zorg neem ikuiteraard mee. Het stelsel is nu zo ingericht dat de regio’s ook beslissenover de besteding. Daarbij kan ik natuurlijk geen aanwijzing geven, maarkan ik wel stimuleren. Mijn interventie zal beperkt zijn, maar ik neem dezorg absoluut ter harte. Dank.De voorzitter:Helder, dank.De heer Van Campen (VVD):Ik vind het goed dat de Minister zijn zorg ook uitspreekt over hetamendement dat in het Hongaarse parlement is ingediend. Maaranderzijds wijst hij daarbij wel naar de Commissie als hoedster van deverdragen als het gaat om de toetsing van de wetgeving daarop.Tegelijkertijd weten we ook dat de Raad conform de artikel 7-procedurezelf een bevoegdheid heeft om lidstaten te wijzen op het belang van hetnaleven van de rechtsstaat. Ik zou de Minister willen vragen of hij met deVVD daarbij ook een verantwoordelijkheid ziet van de lidstaten. Hoe vulthij die verantwoordelijkheid zelf in?Minister Beljaarts:Om te voorkomen dat het een buitenlanddebat wordt in plaats van eencohesiedebat, vind ik het zorgvuldig om te refereren aan wat ik netgenoemd heb, namelijk dat de Minister van Buitenlandse Zaken degesprekken voert. Ik heb ook zelf, deze week nog, een zorg geuit ingesprek met de Hongaarse ambassadeur. Dat was weliswaar economischgerelateerd, maar ook rechtsstatelijk. De Raad is nu aan de gang, zoals uweet, en wellicht morgen ook. Het is dus wat laat om daar een interventiete plegen. Ik hoop dat ik het comfort mee kan geven dat ons er alles aangelegen is om het signaal duidelijk te maken. Maar in dit specifieke geval,als het gaat om het toekennen of weerhouden van de cohesiemiddelen, ishet echt aan de Commissie om de afweging te maken of de rechtsstate-lijke gronden geschonden worden. Het is aan de Commissie om af tewegen of dat naar EU-regels, dus niet naar nationale regels, een reden isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99326 om iets te weerhouden, bijvoorbeeld gedeeltelijk. Ik hoop dat ik hetcomfort heb kunnen geven dat we dat signaal echt op meerdere vlakkenoverbrengen.De heer Van Campen (VVD):Ik zou de Minister ertoe willen aanmoedigen om dat te blijven doen in debilaterale contacten die hij heeft met zijn ambtsgenoten in andere landen.Ik heb het niet alleen over Hongarije, want in Slowakije is deze zorg ookgroot. Een interventie in de Raad zou niet per se laat zijn, zeker nietaangezien de Kamer vorige week een motie van de heer Paternotte en mijheeft aangenomen die de regering verzoekt om per direct concretestappen te zetten om de artikel 7-procedure tegen Hongarije verder tebrengen. Is er in het kabinet gesproken over het aannemen van dezemotie en de vervolgstappen die het kabinet zou moeten nemen in de Raadom Hongarije aan te spreken op het naleven van de rechtsstaat?De voorzitter:Een heldere vraag.Minister Beljaarts:Mijn bezwaar zat meer in het praktische, omdat de Raad nu, as we speak,bezig is. Ik kan niet namens de Minister-President de toezegging doen dathij bij wijze van spreken nog binnen het komende uur een interventiepleegt in zijn spreektekst. Daar richtte mijn bezwaar zich op. Mijn bezwaarzat niet op de aansporing om het te blijven doen, want die neem ik terharte. Dat is uiteraard staand beleid. Ik gaf ook aan dat de Minister vanBuitenlandse Zaken dat heeft gedaan. Die zal dat ook blijven doen.De voorzitter:Tot slot.De heer Van Campen (VVD):Tot slot. Deelt de Minister de opvatting dat het schenden van de rechts-staat door een van de 27 landen uiteindelijk de bijl aan de wortel is van deUnie als geheel? Het is daarmee niet alleen een Nederlandse inzet om deHongaren te vertellen wat ze wel of niet moeten doen. Het is ook voor deHongaarse burgers, Europeanen met ons, die het verdienen om in vrijheidte leven, in een land dat hun rechtsstaat, democratie en vrijheidbeschermt. Deelt de Minister die opvatting?Minister Beljaarts:Dank voor de vraag. Ik wil niet het beeld schetsen aan de heer VanCampen dat ik weg wil lopen voor een vraag, maar ik wil vanuit mijneigen portefeuille, Economische Zaken, dit debat – denk ook aan de redenvoor dit debat, aan de convocatie – toespitsen op het wel of niettoekennen van de cohesiegelden. Ik wil voorkomen dat ik uitspraken doenamens andere bewindspersonen. Ik zou het ook niet prettig vinden alseen collega dat doet op mijn vakgebied. Ik wil dus niet weglopen voor devraag, maar voor de zorgvuldigheid is het, denk ik, goed om ons tebeperken tot de cohesiemiddelen. De vraag is of in de ogen van de EU debeginselen van de rechtsstaat daarbij geschonden worden en of dat maaktdat ze nu, in het verleden en in de toekomst kunnen opschorten.De heer Paternotte (D66):Er moet dit jaar besloten worden of de 1,1 miljard die bevroren isvanwege het afbreken van de rechtsstaat, alsnog wordt uitgekeerd aanHongarije. Wat gebeurt er als die 1,1 miljard niet zal worden uitgekeerd?Minister Beljaarts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99327 Dank voor die vraag. Dat is een redelijk technische vraag, waar ik hetantwoord op verschuldigd moet blijven. Ik kan het antwoord eventueelschriftelijk doen toekomen aan de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dat mag ook bij het tweeminutendebat. Dat zou voor ons wel goed zijnom te weten, denk ik.De voorzitter:Mag ik even? Bedoelt u dat er vóór of tijdens het tweeminutendebatschriftelijk wordt gereageerd?De heer Paternotte (D66):Het mag allebei, wat de voorzitter wil.De voorzitter:Ik heb hier geen voorkeur in. Dan mag de Minister kiezen wat hij doet.Minister Beljaarts:Voor het tweeminutendebat is prima.De voorzitter:Oké, dus voor het tweeminutendebat.Minister Beljaarts:Ja, dat is geen probleem.De voorzitter:Helder.De heer Paternotte (D66):Er was net even een misverstand. De Minister zei: ik kan nu niet de heerSchoof, terwijl hij in de Europese Raad zit, bereiken om te zeggen of hijhet wel of niet moet doen. Maar die motie-Paternotte/Van Campen isingediend ten aanzien van de Raad Algemene Zaken die al geweest is. Diemotie vraagt de regering om dit niet bij één Raad te doen, maar omstructureel stappen te zetten om ervoor te zorgen dat de artikel7-procedure tegen Hongarije van start gaat en om ervoor te zorgen dat weop alle mogelijke manieren druk zetten om de rechtsstaat in Hongarije tewaarborgen, conform de Europese verdragen. De vraag is dus ook wat deMinister daarvoor wil doen bij deze Raad Algemene Zaken.Minister Beljaarts:Ik heb eerder aangegeven dat we dat inderdaad doen. Ik heb dat onderandere gelijk aan de orde gesteld in het gesprek dat ik met de Hongaarseambassadeur had. In die zin heb ik gelijk gehandeld, in lijn met de motie.U kunt er echt van uitgaan dat we dat doen in het kabinet.Dan over de motie. Er wordt gehandeld in lijn daarmee. Het is nietvoorzien om het nu op te nemen als agendapunt. Dat betekent niet dat ikdaar bilateraal geen aandacht voor kan vragen. Het is wat anders of het opde agenda staat en je daarop reflecteert, of dat je daar aandacht voorvraagt in de gesprekken die je hebt met de collega’s. Nogmaals, wehandelen in lijn met de motie. Dat is ook wat we hebben afgesproken.Daarmee hoop ik de heer Paternotte comfort te hebben kunnen gegeven.De voorzitter:Een laatste vraag van meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99328 Ik heb in de eerste termijn gevraagd wat Hongarije vorig jaar heeftontvangen aan cohesiegelden.Minister Beljaarts:Die vraag wil ik graag meenemen in dezelfde brief, ter informatie.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de Kamer om te zien of er nog andere vragen zijn. Iser nog iemand die behoefte heeft aan het aankondigen van een tweemi-nutendebat? Ik zie niemand. Ah, meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Ja. Laten we dat samen doen.De voorzitter:Heel goed. Dan gaan we ervoor zorgen dat die wordt aangemeld. Ik dankde Minister en zijn ondersteuning voor de beantwoording. Ik dank deKamerleden. We zijn aan het einde gekomen van deze vergadering. Ik sluitde vergadering, maar niet voordat ik de toezeggingen heb voorgelezen.Blijf dus even zitten, meneer Kahraman.–De Minister zegt toe de Kamer begin volgende week met een brief teinformeren over de termijn waarop de kabinetsreactie op het witboeknaar de Kamer wordt gestuurd en over de manier waarop Nederlanddaarvan gebruik gaat maken.Dat is correct.–De Minister zal voor het tweeminutendebat per brief ingaan op debevroren Hongaarse tegoeden uit de cohesiefondsen en op watHongarije vorig jaar heeft ontvangen.Dan zijn we daarmee echt aan het einde gekomen van dit debat. Wewensen meneer Kahraman een hele fijne avond.Sluiting 17.24 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 99329

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0bee551cb7b02930

14 okt 2026 · aff4d7171f46cae3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.