KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitkomst verkenning toegang tot de werkvloer

3 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e71eb516755a215e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1285 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2025AanleidingVakbonden spelen een belangrijke rol in het Nederlandse stelsel vanarbeidsverhoudingen. Om evenwichtige arbeidsvoorwaarden tewaarborgen is het van belang dat vakbonden hun taak goed en efficiëntkunnen uitvoeren. Dit kan onder andere worden bereikt door goedeafspraken te maken over het faciliteren van vakbondswerk. Hieronder valtook het faciliteren van toegang tot de werkvloer voor vakbonden om hunvakbondswerk te kunnen doen bij de werkgever.In september 2023 heeft mijn voorganger u de resultaten toegestuurd vanhet onderzoek van mijn ministerie naar cao-afspraken over faciliteitenvoor vakbondswerk.1 De resultaten van dit cao-onderzoek vormdenaanleiding om nader in gesprek te gaan met sociale partners. In vervolg-gesprekken is verkend of er mogelijkheden zijn om de faciliteiten voorvakbondswerk, waaronder toegang tot de werkvloer beter te borgen. Ookhet wettelijk waarborgen hiervan is verkend. Tevens is nagegaan op welkewijze de toegang tot de werkvloer in Duitsland, Nieuw-Zeeland enFrankrijk vorm heeft gekregen. Voor de volledige resultaten van dezeverkenning verwijs ik u naar de bijlage. Met deze brief en de verkenning,geef ik invulling aan de moties Maatoug c.s.2 en Kathmann3. Verder doe ikmet deze brief de toezegging af die in het verlengde van deze moties isgedaan.41Kamerstuk 29 544, nr. 1218.2Kamerstuk 29 861, nr. 87.3Kamerstuk 25 883, nr. 469.4Toezegging gedaan door de Staatssecretaris Integratie en Participatie bij het Commissie-debatGezond & Veilig Werken van 26 september 2024 met nummer 2024A04977. kst-29544-1285ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12851 Conclusies op grond van de verkenningOp basis van ILO-verdrag 135 moeten aan werknemersvertegenwoor-digers faciliteiten in de onderneming worden verleend die nodig zijn zodatzij hun functies snel en doeltreffend kunnen vervullen. In het verdrag isexpliciet geregeld dat de uitwerking van het verdrag niet noodzakelij-kerwijs via wetgeving hoeft plaats te vinden maar ook via cao’s gestaltekan krijgen. Nederland heeft er destijds voor gekozen om faciliteiten voorvakbondswerk onderdeel te laten zijn van het cao-overleg tussenvakbonden en werkgevers(organisaties).Ruimte voor een betere borging via cao’s en via de praktijkOp grond van het onderzoek en de gesprekken met sociale partners zie ikruimte voor verbreding en verbetering. Zo kennen lang niet alle cao’s eenafspraak over toegang tot de werkvloer. Het zou goed zijn als partijenalsnog zo’n afspraak opnemen. Door de nationale wetgeving zoals het(strafrechtelijke) verbod op lokaalvredebreuk, computervredebreuk enhuisvredebreuk komen afspraken die een inbreuk maken op het terri-torium van de werkgever overigens niet voor algemeenverbindendver-klaring (avv) in aanmerking.Verder zouden bestaande afspraken over toegang tot de werkvloer kunnenworden verbeterd door expliciet te vermelden dat niet alleen toegangwordt verleend voor contact met (kader)leden maar ook voor contact metwerknemers in het algemeen.Ook zou ik aandacht willen vragen voor cao-bepalingen overvakbondswerk in de onderneming die zich wél voor avv lenen. Daarbij kangedacht worden aan cao-afspraken in verband met de fiscale faciliteringvan de vakbondscontributie, maar ook aan cao-afspraken over vakbonds-verlof en aan bepalingen die de rechtspositie van kaderleden vanwerknemersorganisaties beschermen. In de praktijk wordt voor dezebepalingen niet altijd avv verzocht.Uit de gesprekken met sociale partners blijkt dat ook de praktijk kanworden verbeterd. Als voorbeelden zijn bemiddeling en de totstand-koming van handreikingen door cao-partijen genoemd. Wellicht tenovervloede zij opgemerkt dat cao-partijen zelf verantwoordelijkheiddragen voor de naleving van hun cao-afspraken. Over de manier waaropcao-partijen controleren of cao-afspraken worden nageleefd, kunnen ookafspraken worden gemaakt. Als er concrete activiteiten wordenafgesproken voor zulk toezicht, dan lenen die zich in het algemeen vooralgemeenverbindendverklaring.5Wettelijke borgingIn beginsel is een wettelijke borging (waarvan bijvoorbeeld in Frankrijk enNieuw-Zeeland sprake is) ook voor Nederland denkbaar. Daarvoor zoumet een formele wet de wederrechtelijkheid die voortvloeit uit dehierboven genoemde strafwetgeving moeten worden weggenomen.In ons stelsel van arbeidsverhoudingen hebben sociale partners echter hetprimaat. Waar het gaat om het onderwerp toegang tot de werkvloer isjuist daarom de lijn gekozen dit over te laten aan cao-partijen. Ook vanuithet oogpunt van het kunnen bieden van maatwerk, geniet het maken vancao-afspraken de voorkeur boven het creëren van een wettelijk recht.5In het Toetsingskader avv wordt aangegeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan.Zie met name paragraaf 5.2 van het Toetsingskader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12852 Hoewel de vakbeweging heeft aangedrongen op een wettelijke maatregel,zie ik alles overwegende daarvoor op dit moment geen noodzaak.Gegeven de destijds gemaakte keuze om het realiseren van faciliteitenvoor vakbondswerk over te laten aan sociale partners, vind ik het logischom sociale partners eerst de ruimte te bieden de mogelijke verbeteringenin cao’s en in de praktijk ook daadwerkelijk te realiseren.Uit de gesprekken is ook niet gebleken dat sprake is van een generiekprobleem, dat een generieke oplossing – in dit geval wetgeving – zourechtvaardigen. Daarmee ontken ik niet dat zich in het recente verledenincidenten kunnen hebben voorgedaan, maar ik geef sociale partnersgraag de ruimte om te bezien of zij in die gevallen inderdaad eenbemiddelende rol kunnen spelen. Daarom heb ik sociale partners in hetreguliere overleg dat mijn ministerie met de Stichting van de Arbeid heeft,opgeroepen om werk te maken van de eerder genoemde verbeteringenten aanzien van de faciliteiten die vakbonden in de gelegenheid moetenstellen hun werkzaamheden te verrichten.Constaterende dat sociale partners belang hechten aan goede arbeidsver-houdingen en aan toegang tot de werkvloer ga ik uit van hun bereidheiddaar in de praktijk vorm aan te geven. Ik vertrouw er dan ook op dat ervooruitgang zal worden geboekt op dit onderwerp en op de afspraken incao’s.Tot slotHet is mijn bedoeling de komende jaren de ontwikkelingen te volgen. Eind2027 zal ik opnieuw de stand van zaken met betrekking tot cao-afsprakenover toegang tot de werkvloer op laten maken. De resultaten van datonderzoek kunt u in de loop van 2028 tegemoet zien. Mocht een aanmer-kelijke toename van het aantal cao-afspraken uitblijven, dan kan altijdopnieuw worden overwogen wettelijke maatregelen te nemen.Eerder heb ik uw Kamer geïnformeerd over een verkenning naar mogelijkonderhoud van het cao- en avv-stelsel.6 Die verkenning loopt momenteel.De uitkomsten daarvan zullen worden meegenomen bij die afweging.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum6Kamerstuk 29 544, nr. 1255.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12853

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a9fb4049f58a8706

14 okt 2026 · 9f6ed18da5b56fb8

13 okt 2026 · da2bb07dffedc8c7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.