Appreciatie van de evaluatie ‘voortbouwen op vertrouwen’ uitgevoerd naar het functioneren van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM)
Brontekst
Versie 587e8b653b20a241 · officiële bron27428 Beleidsnota Biotechnologie Nr. 415 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 september 2026 In 2025 is de evaluatie ‘voortbouwen op vertrouwen’ uitgevoerd naar het functioneren van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM).[voetnoot 1] De evaluatiecommissie heeft haar bevindingen eind 2025 opgeleverd en de COGEM heeft deze met haar reactie dit voorjaar aan mij aangeboden. In deze brief geef ik mijn duiding bij deze evaluatie. In de bijlagen treft u het evaluatierapport en de bijbehorende aanbiedingsbrief van de COGEM. Voordat ik inga op de aanbevelingen in de COGEM-evaluatie, schets ik kort de bredere context van de ontwikkelingen in de biotechnologie en de rol van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) en de COGEM daarbinnen. Biotechnologie is een baanbrekende technologie[voetnoot 2] met zeer diverse toepassingen, bijvoorbeeld in de gezondheidssector, de circulaire economie en de voedselproductie. Het veilig en verantwoord benutten van de kansen die biotechnologie biedt, staat centraal in het Nederlandse biotechnologiebeleid[voetnoot 3]. Wanneer er binnen de biotechnologie gewerkt wordt met ggo’s is er specifieke wet- en regelgeving van toepassing, waarbij de risico’s voor mens en milieu beoordeeld worden en er maatregelen getroffen dienen te worden om deze risico’s in te perken. Hierin heeft de COGEM als onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan een belangrijke rol, zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Naast de meer technische invalshoek van het beoordelen van milieurisico’s en het adviseren over de beheersing daarvan, signaleert de COGEM ook ethische en maatschappelijke aspecten die bij genetische modificatie aan de orde kunnen zijn. De COGEM levert jaarlijks circa 75 wetenschappelijk onderbouwde adviezen en signaleringen op. In de evaluatie wordt ingegaan op de diverse elementen in het werk van de COGEM. De evaluatie bevat zes aanbevelingen. De COGEM heeft deze met een reactie aan mij toegestuurd. In deze brief ga ik hier nader op in, waarbij ik de aanbevelingen in samenhang bezie. Deze zijn: Herontwerp de overheidsketen van beoordeling en beheersing van de risico’s en houd hierbij rekening met Europese ontwikkelingen. Ontwikkel een gestructureerde samenwerking met het Rathenau Instituut en benut deze in het bijzonder in relatie tot de signaleringen die de COGEM opstelt. Stimuleer dat de signaleringen die de COGEM doet standaard aan de Tweede Kamer worden verzonden, bij voorkeur met een appreciatie van het kabinet. Organiseer geregelde periodieke ontmoetingen met de meest relevante stakeholders. Bereid de COGEM voor op het ‘te verwachten onverwachte’, stel een draaiboek op voor crisissituaties en oefen hiermee in de keten. Behoud het hoge niveau van de COGEM-organisatie en haar adviezen en signa-leringen door het bewaken van kwaliteit en onafhankelijkheid en vier successen. Overkoepelend geeft de evaluatiecommissie aan dat de kwaliteit van de adviezen en signaleringen hoog is, de doorwerking hiervan goed is en de COGEM een topspeler is op haar terrein, zowel binnen Nederland als in Europa. Het belang hiervan onderschrijf ik ten zeerste: het werk van de COGEM is zeer relevant in het borgen van de veiligheid van ggo’s voor mens en milieu. Nederland benut deze kwaliteit zowel nationaal in de ggo-vergunningverlening als zeker ook richting het internationale speelveld, in het bijzonder bij onderhandelingen over Europese wetgeving. In lijn met de aanbevelingen van de evaluatiecommissie voor de COGEM, vind ik samenwerkingen en ontmoetingen met relevante partijen in en om het domein van de biotechnologie vanzelfsprekend belangrijk. Door de snelle technologische ontwikke-lingen is het voor onze samenleving steeds belangrijker om kennis en expertise te bundelen en de resultaten en het bereik hiervan te vergroten. Voorbeelden van samenwerkingen van de COGEM met de Gezondheidsraad, met het Rathenau Instituut en met de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) en ontmoetingen met koepels van maatschappelijke stakeholders liggen hierbij voor de hand. Ik steun daarbij de inzet van de COGEM om dit proactief en themagewijs te organiseren, zowel tijdens de totstandkoming van signaleringen/adviezen als na publicatie daarvan. De veranderende wereld leert ons steeds vaker dat het verstandig is om goed voor-bereid te zijn op mogelijke crisissituaties. In de aanbeveling op dit gebied zie ik zowel een actie voor de COGEM zelf als voor de samenwerking in de ggo-veiligheidsketen. Het is verstandig om samen met IenW, COGEM, RIVM/Bureau GGO en ILT[voetnoot 4] de (samenwerkings)afspraken voor crisissituaties te actualiseren. In de aanbeveling aangaande het herontwerp van de overheidsketen voor de beoordeling en beheersing van milieurisico’s op het gebied van biotechnologie/ggo’s, geeft de evaluatiecommissie o.a. aan in te zetten op vereenvoudiging als ook rekening te houden met Europese ontwikkelingen op dit terrein. Ik ben het eens dat de nationale overheidsketen gericht op risicobeheersing en vergunningverlening van ggo’s complex en effectief is. Met de herziening van de Europese farmaceutische wetgeving, de recente Verordening voor nieuwe genomische technieken in de plantenveredeling en de nieuwe Europese Biotech Acts, worden Europese en nationale bevoegdheden herijkt. Binnen die kaders wordt het ggo-milieuveiligheidssysteem in Nederland verbeterd en vereenvoudigd. Zo is de Kamer eerder geïnformeerd over de verbeteringen op gebied van ingeperkt gebruik (het werken met ggo’s in bijv. laboratoria) en wordt momenteel ingezet op de verdere versterking van het ggo-veiligheidsstelsel met als centrale doelstelling te komen tot minder administratieve lasten voor zowel de overheid als voor veldpartijen[voetnoot 5]. Ook wordt bezien of de rolverdeling in de keten meer gelijkgetrokken kan worden voor het werken met ggo’s in ingeperkte ruimten respectievelijk de introductie van ggo’s in het milieu. De effectiviteit van de beoordeling en beheersing van de milieurisico’s blijft daarbij voorop staan. Tenslotte geeft de evaluatiecommissie een aanbeveling over de zichtbaarheid voor het parlement van met name de signaleringen van de COGEM. Het ministerie van IenW waardeert de COGEM-signaleringen en neemt deze serieus mee in de vorming van het beleid. In uitingen aan de Kamers zoals in voortgangsbrieven veiligheid biotechnologie zullen deze signaleringen explicieter en structureler een plek krijgen. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram Deze vierjaarlijkse evaluatie is in de Wet Milieubeheer vastgelegd. In het Coalitieakkoord is voor vier domeinen gekozen die essentieel zijn voor de toekomstige economie en maatschappelijk welzijn, waaronder life sciences en biotechnologie. Ook in de Troonrede 2026 worden deze sectoren als cruciaal benoemd i.r.t. het aantrekken, opleiden en vasthouden van toptalent. Zie ook de Kamerbrief bij de Kabinetsvisie op Biotechnologie 2025-2040 (april 2025, Kamerstuk 27 428, nr. 408). In juni jl. is bijbehorende Interdepartementale Uitvoeringsagenda Biotechnologie 2026 (Kamerstuk 27 428, nr. 413) aan de Tweede Kamer verstuurd. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Inspectie Leefomgeving en Transport Kamerstuk 27428, nr. 411 (voortgang milieuveiligheidsbeleid op gebied van biotechnologie-ggo’s)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.