KamerkringInloggen
Kamerbrief

Risico Analyse Model (RAM) bij de Belastingdienst

27 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4f4ed01e5529adcd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 066BelastingdienstNr. 1525 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 januari 2026Op 3 december 2025 informeerde ik u over diverse toezeggingen enmoties die gingen over het Risico Analyse Model (RAM) bij de Belasting-dienst en kondigde ik aan dat ik na het kerstreces terugkom op deresterende moties en toezeggingen (Kamerstuk 31 066, nr. 1521).In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Financiën –Herstel en Toeslagen, in op het onderzoek dat de Belastingdienst heeftuitgevoerd naar de gevolgen van het gebruik van RAM-spreadsheets opbasis van nationaliteit en postcode. Daarnaast stuur ik uw Kamer de doorlid Ergin (DENK) verzochte correspondentie over het uitstel van ditbetreffende onderzoek. Tot slot ga ik in op het uitsluiten datRAM-spreadsheets nog gebruikt worden binnen de Belastingdienst,Douane en bij samenwerkingsverbanden.1. RAM spreadsheets op basis van nationaliteit of postcode Op 6 maart 2025 meldde mijn ambtsvoorganger dat in het onderzoek vanKPMG naar RAM 14 spreadsheets zijn aangetroffen die (mede) zijnsamengesteld op basis van nationaliteit en 35 spreadsheets op basis vanpostcode eventueel in combinatie met huisnummer. Mijn ambtsvoor-ganger heeft toegezegd te onderzoeken of het grondrecht op gelijkebehandeling is geschonden bij personen die in deze RAM-spreadsheetszijn opgenomen door na te gaan of er een objectieve rechtvaardigings-grond voor selectie bestond. Dit door te onderzoeken of personen in dezeRAM-spreadsheets onterechte nadelige financiële gevolgen hebbenondervonden bij de heffing in de inkomstenbelasting en/of uit eenjuridische analyse blijkt dat een objectieve selectie bestaat of aannemelijkis. Met motie Ergin heeft uw Kamer verzocht om selectie op basis vanpostcode, achternaam, IP-adres en fiscaal strafrechtelijke gegevens aan ditonderzoek toe te voegen en dit onderzoek extern te toetsen. kst-31066-1525ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15251 Inmiddels heeft de Belastingdienst bovengenoemd onderzoek afgerond.De Auditdienst Rijk (ADR) heeft, conform motie Ergin, beoordeeld of deBelastingdienst het stappenplan correct heeft toegepast en of deuitkomsten van het onderzoek herleidbaar zijn. De Autoriteit Persoonsge-gevens (AP) heeft op eigen verzoek meegekeken met het onderzoek en hetCollege voor de Rechten van de Mens (CRM) is op verzoek van deBelastingdienst betrokken.Conclusie en duidingOp basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat, hoewel het gebruikvan nationaliteit in de onderzochte spreadsheets valide zou kunnen zijn,op basis van de beschikbare informatie niet (meer) met zekerheid kanworden vastgesteld dat voor het samenstellen van deze spreadsheetsvoldoende zwaarwegende redenen bestonden en dat de gevolgdewerkwijze geschikt en proportioneel was. Een vooraf opgestelde engedocumenteerde onderbouwing van het gebruik van nationaliteitontbreekt. Daardoor kan ook niet met zekerheid worden vastgesteld datgeen grondrechten zijn geschonden.Daarnaast is in dit onderzoek gekeken naar mogelijke nadelige financiëleeffecten voor personen die in een onderzochte RAM-spreadsheet warenopgenomen. Geconcludeerd wordt dat het onaannemelijk is dat deonderzochte spreadsheets hebben geleid tot een ongelijke behandeling –en daarmee tot een schending van een grondrecht – bij de selectie vanaangiften inkomstenbelasting voor controle. Ook zijn binnen de reikwijdtevan het onderzoek anderszins geen concrete aanwijzingen gevonden datde personen uit de spreadsheets – door hun nationaliteit of postcode –een grotere kans op selectie, controle of een ander onterecht nadeliggevolg hebben gehad (en daardoor ongelijk zijn behandeld). Dit kanechter door het gebrek aan beschikbare informatie niet met volledigezekerheid worden vastgesteld. Gezien het ontbreken van concreteaanwijzingen voor ongelijke behandeling of onterecht financieel nadeel,zie ik op basis van de huidige bevindingen geen grond voor herstel.Het stelt mij gerust dat er geen aanwijzingen zijn gevonden om teveronderstellen dat personen ongelijk zijn behandeld in het fiscale procesop basis van nationaliteit of postcode met het gebruik van RAM-spread-sheets. Helaas kon een dergelijke conclusie niet met zekerheid getrokkenworden. Uit het onderzoek van KPMG naar RAM bleek reeds dat devastlegging rondom RAM gebrekkig was en dat maakte dat KPMG steldedat eventuele nadelige effecten van het gebruik van RAM niet te duidenzouden zijn. Dit wreekt zich ook in het onderhavige onderzoek en ik bendan ook van mening dat met dit onderzoek het maximale is gedaan omboven water te krijgen hoe RAM-spreadsheets zijn gebruikt en welkegevolgen dat had. Ik beschouw de toezegging van mijn ambtsvoorgangerom dit onderzoek uit te voeren hiermee als afgedaan. Als bijlage bij dezebrief treft u het volledige onderzoek en ik ga hier nu nader op in.Toelichting op onderzoeksmethodiekVoor de spreadsheets op basis van postcode is als eerste stap op basisvan een feitelijke en juridische analyse beoordeeld of deze mogelijk toteen schending van het grondrecht op gelijke behandeling hebben geleid.Als dit niet uitgesloten kon worden, is daarna hetzelfde proces gevolgd alsvoor spreadsheets op basis van nationaliteit. Namelijk dat voor debetreffende personen is vastgesteld of zij onterechte nadelige financiëlegevolgen hebben ondervonden bij de heffing in de inkomstenbelasting.Daarvoor is bij die personen waar de Belastingdienst is afgeweken vanhun aangifte inkomstenbelasting, nagegaan of hun aangifte voor controleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15252 is geselecteerd op fiscaal objectieve gronden. Een objectieve fiscale redenvoor selectie kan zijn dat in de aangifte bepaalde drempelwaarden vooreen aftrekpost zijn overschreden of de informatie die de persoon heeftopgenomen in zijn of haar belastingaangifte, afwijkt van de informatiebeschikbaar bij de Belastingdienst. Hiervoor is aansluiting gezocht bij demethodiek die reeds in een voorgaand hersteltraject is ontwikkeld envoortvloeit uit de Wet compensatie wegens selectie aan de poort. Als eraanwijzingen waren dat personen mogelijk met andere belastingmiddelendan de inkomstenbelasting of met toeslagen geraakt zijn door het gebruikvan RAM-spreadsheets, zijn die middelen in het onderzoek betrokken. Datgeldt voor de motorrijtuigenbelasting en kinderopvangtoeslag.Om de bovenstaande inzichten te verzamelen, zijn kwalitatieve analysesverricht door het bestuderen van correspondentie, documentatie en hethouden van interviews met de makers van de betreffende spreadsheets.Er is een kwantitatieve analyse verricht door de structuur en inhoud vande spreadsheets te bekijken.Selectie op nationaliteitVan de 14 spreadsheets op basis van nationaliteit, betrof het 10 spread-sheets met personen met de Bulgaarse nationaliteit. Van deze spread-sheets is het waarschijnlijk dat die zijn opgesteld in het kader van dezogenoemde «Bulgarenfraude» die begin 2013 aandacht kreeg. Daarnaastbetrof het 2 spreadsheets met personen met de Roemeense nationaliteit.Die spreadsheets zijn opgesteld in het kader van een politieonderzoeknaar georganiseerde criminaliteit en het gebruik van voertuigen daarbij.Tot slot betrof het 2 spreadsheets met personen met de Afghaanse enAlbanese nationaliteit. Die spreadsheets zijn blijkens een interviewopgesteld om de kwaliteit of werking te testen van het RAM-systeem endaarmee niet gebruikt in het fiscale proces. Uit het KPMG-onderzoek bleekreeds dat in RAM geen (logisch) onderscheid bestond tussen de test- enproductieomgeving.In deze 14 spreadsheets zijn 57.304 personen opgenomen, waarbij voor3.751 personen de Belastingdienst is afgeweken van hun aangifteinkomstenbelasting. De selectie van de aangiften van deze personen vooronderzoek door de Belastingdienst is onderzocht met de eerdergenoemdemethodiek die voortvloeit uit de Wet compensatie wegens selectie aan depoort. Daaruit blijkt dat deze selecties, op 13 na, fiscaal verklaarbaar zijn.Ik licht in de paragraaf «geen verklaring voor selectie aangetroffen» toewat dit betekent.Gegeven de link met voertuigen in de spreadsheets op basis van deRoemeense nationaliteit en de link met toeslagen gegeven de spread-sheets op basis van de Bulgaarse nationaliteit, is de motorrijtuigenbe-lasting en zijn de toeslagen ook in het onderzoek betrokken. Daar wordt inde volgende twee paragrafen nader op ingegaan.Onderzoek motorrijtuigenbelastingVoor de 2 spreadsheets, met daarin personen met de Roemeensenationaliteit en de voertuigen die zij in bezit hadden, is door de Belasting-dienst onderzocht of deze personen onterechte nadelige financiëlegevolgen hebben ondervonden bij de inning van de motorrijtuigenbe-lasting. Op basis van een steekproef blijkt het onaannemelijk datspreadsheets gebruikt zijn voor toezicht en/of handhaving in het procesvan de motorrijtuigenbelasting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15253 Verkenning binnen Dienst ToeslagenDienst Toeslagen heeft verkend of achterhaald kan worden in hoeverre deRAM-spreadsheets met personen met een specifieke band met Bulgarije1binnen Dienst Toeslagen zijn gebruikt.In lijn met de conclusies van het onderzoek door KPMG, is op basis van deverkenning binnen Dienst Toeslagen geen aanleiding gevonden om aan tenemen dat de RAM-spreadsheets binnen de handhaving en het toezichtdoor Dienst Toeslagen zijn gebruikt. De 10 RAM-spreadsheets met eenselectie op basis van een band met Bulgarije variëren in omvang tussende circa 300 tot ruim 43.000 personen en bevatten BSN’s, nationaliteitsge-gevens en adresgegevens.De 10 spreadsheets zijn gecreëerd op 14 mei 2013, dezelfde dag dat metuw Kamer werd gedebatteerd over een feitenrelaas2 naar aanleiding vande uitzending van het televisieprogramma Brandpunt op 21 april 2013. Indie uitzending van Brandpunt kwam fraude met toeslagen aan de orde. Indit debat werd onder andere het aantal Bulgaarse toeslagontvangers doormijn ambtsvoorganger met uw Kamer gedeeld. Daarnaast werd in reactieop de geconstateerde fraude een samenwerking met Bulgaarse autori-teiten opgezet om onterecht betaalde toeslagen en opgelegde boetes teinnen, waaronder bij personen die inmiddels niet (langer) in Nederlandstonden ingeschreven. Hierover is uw Kamer bij verschillende gelegen-heden, zowel schriftelijk als mondeling geïnformeerd, bijvoorbeeld in hetdebat van 15 januari 2014.3 Deze context suggereert gebruik van deRAM-spreadsheets met als doel bestuurlijke informatievoorziening.Dienst Toeslagen heeft recent een data-analyse gedaan op de RAM-spreadsheets. Deze data-analyse naar de behandeling van personen op deverschillende RAM-spreadsheets leverde geen aanwijzingen op waaruiteen direct gebruik van de lijsten binnen handhaving en toezicht bij DienstToeslagen kan worden afgeleid. Geen van de lijsten bevat een groeppersonen die allemaal met dezelfde behandeling te maken heeft gehad.Wel heeft de groep personen op de RAM-spreadsheets in vergelijking metde totale populatie van Dienst Toeslagen relatief vaker te maken gehadmet handhavende maatregelen, zoals stopzettingen van een toeslag,nihilstellingen of registratie op een toezichtlijst. Ook zijn 805 boetesopgelegd aan personen met een band met Bulgarije zoals ook gerappor-teerd in een voortgangsrapportage over de afhandeling van de fraude4.Maatregelen die destijds zijn genomen om een dergelijk fraudefenomeentegen te gaan vormen een potentiële verklaring voor de grotere vertegen-woordiging van personen op de RAM-spreadsheets binnen dehandhaving en het toezicht. Zo werden destijds maatregelen beschrevenmet betrekking tot inschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie5en werd door Toeslagen het risicoclassificatiemodel in gebruik genomen.Dit model is uitvoerig onderzocht, waaronder het direct en indirectgebruik van nationaliteit binnen het model. Hierover is uw Kamer in 2022geïnformeerd6 en met de stand van zakenbrief Toeslagen van 1 juli 20257is het onderzoek naar het risicoclassificatiemodel definitief afgerond.11e nationaliteit Bulgaars, 2e nationaliteit Bulgaars, of ingezetene in Bulgarije2Kamerstuk, 17 050, nr. 4323https://debatdirect.tweedekamer.nl/2014-01-15/financien/plenaire-zaal/fraude-met-toeslagen-13-12/onderwerp4Kamerstuk 17 050, nr. 4655Kamerstuk 17 050, nr. 4356Kamerstuk 31 066, nr. 10087Kamerstuk5 36 708, nr. 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15254 De inzichten die in de verkenning binnen Dienst Toeslagen zijn opgedaanvormen voldoende aanleiding om het onderzoek naar het gebruik van deRAM-spreadsheets met personen met een band met Bulgarije binnenDienst Toeslagen af te sluiten. De kans dat aanvullend onderzoek hiernaarnieuwe inzichten naar voren brengt wordt te klein geacht om aanvullendeinspanningen hiertoe te verantwoorden.Selectie op postcodeKPMG heeft in haar onderzoek 35 spreadsheets aangemerkt die op basisvan postcode zijn opgesteld. KPMG had echter 61 spreadsheets aange-troffen, waarvan 10 spreadsheets leeg waren of geen BSN bevatten. DeBelastingdienst heeft zekerheidshalve een ruimere definitie gehanteerd,waardoor 51 spreadsheets op basis van postcode in het onderzoekbetrokken zijn.In deze 51 spreadsheets zijn circa 1,12 mln. personen opgenomen metcirca 203.000 postcodes. Er zijn gegevens opgevraagd uit RAM doorselectie op een postcode met 4 cijfers en 2 letters, een specifiek adres ofop basis van een door een gebruiker aangeleverd – buiten RAM opgesteld– bestand. Uit interviews met de makers van deze spreadsheets isgebleken dat deze spreadsheets werden opgesteld in het kader van dezogenoemde «Bulgarenfraude», «verwonderadressen» (adresonderzoekmet gemeente), testen van het RAM-systeem, extern onderzoek naarbijvoorbeeld een belastingconsulent of in opdracht van het RIEC(Regionaal Informatie en Expertise Centrum) of een reden die niet meer teachterhalen bleek.Bij de 51 spreadsheets op basis van postcode is als eerste stap op basisvan een feitelijke en juridische analyse bezien of deze mogelijk tot eenschending van een grondrecht – in de zin van ongelijke behandeling bij deheffing van inkomstenbelasting – hebben geleid. Daarbij is, waar mogelijk,ook gekeken naar controlevariabelen die op een ongelijke behandelingkunnen duiden, zoals een relatief lage sociaaleconomische score van degebruikte postcodes, een hoog percentage niet-Nederlandse nationali-teiten of een hoog aantal aangiften inkomstenbelasting waar de Belasting-dienst van de aangifte van de persoon is afgeweken. Deze feitelijke enjuridische analyse is opgenomen als bijlage bij het onderzoek. Als daaruitnaar voren komt dat mogelijk sprake is van ongelijke behandeling, dan isdeze spreadsheet als tweede stap verder onderzocht volgens de eerderge-noemde methodiek die voortvloeit uit de Wet compensatie wegensselectie aan de poort.Van de 51 spreadsheets kwalificeerden 20 RAM-spreadsheets met161.114 personen voor vervolgonderzoek. Deze 20 RAM-spreadsheetsbestaan uit 6 spreadsheets waarbij enkel op één postcode werd geselec-teerd en 14 spreadsheets die voldeden aan meerdere controlevariabelen.Uit deze spreadsheets is een representatieve steekproef genomen van467 personen. Bij deze aangiften inkomstenbelasting waarbij de Belasting-dienst is afgeweken van de opgaaf van de persoon, bleek sprake van eenfiscale en/of objectieve reden voor selectie van die aangifte. Omdat dezesteekproef representatief was, mag er daarmee vanuit worden gegaan datdit voor de gehele populatie zal gelden en er daarmee geen sprake isgeweest van een onterecht nadelig financieel gevolg.Andere selectiesDe motie Ergin verzoekt ook om onderzoek te doen naar spreadsheets opbasis van achternaam, IP-adres en fiscaal-strafrechtelijke gegevens. KPMGheeft geen RAM-spreadsheets aangetroffen die gebaseerd zijn op dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15255 gegevens. KPMG schrijft dat uit projectdocumentatie naar voren komt enin interviews is genoemd dat op deze gegevens geselecteerd werd.Desalniettemin heeft KPMG de spreadsheets niet daadwerkelijk aange-troffen. Met het gedane onderzoek naar RAM-spreadsheets op basis vannationaliteit of postcode en eerdergenoemde constatering, beschouw ikmotie Ergin als afgedaan.Wel heeft KPMG 5 RAM-spreadsheets aangetroffen die strafrechtelijkegegevens bevatten, maar deze spreadsheets zijn niet samengesteld opbasis van een selectie op strafrechtelijke gegevens. Ondanks dat dit geenselectie op strafrechtelijke gegevens betrof, heeft de Belastingdienst dezespreadsheets zekerheidshalve betrokken in zijn onderzoek. Voor491 personen die in deze spreadsheets voorkwamen, is bij 139 personendoor de Belastingdienst afgeweken van de door hen ingediende aangifteinkomstenbelasting. Bij 2 van deze 139 personen is geen fiscale selectie-grond aangetroffen in het dossier. Ik licht in de volgende paragraaf toewat deze bevindingen betekenen.Geen verklaring voor selectie aangetroffenDat er in een zeer beperkt aantal gevallen (kleiner dan 0,1%) van deonderzoekspopulatie geen fiscale of objectieve selectiegrond werdgevonden, kan verschillende oorzaken hebben, zoals een onjuiste ofonvolledige vastlegging van een beslissing in een dossier van eenbelastingplichtige. In het kader van dit onderzoek laat het vooral zien dater geen sprake is van financiële gevolgen van het gebruik van deonderzochte RAM-spreadsheets en dat het onwaarschijnlijk is dat dezeRAM-spreadsheets voor de selectie in de inkomstenheffing zijn gebruikt.Mochten er wel structurele gevolgen zijn, dan zouden immers groteaantallen niet verklaarbare selecties van aangiften inkomstenbelasting zijnaangetroffen. Dit bevestigt mijn eerdere conclusie dat eventueel herstelniet aan de orde is.Externe beoordelingAuditdienst RijkDe ADR heeft het onderzoek van de Belastingdienst onderzocht met alsdoel «inzicht te geven hoe de Belastingdienst het stappenplan heeftgevolgd voor de analyse van de spreadsheets met een selectie opnationaliteit en postcode en of de uitkomsten uit de rapportage hierover teherleiden zijn».De hoofdboodschap van de ADR is dat de Belastingdienst het stappenplantijdens het onderzoek naar de RAM-spreadsheets heeft doorlopen. Deuitkomsten zijn herleidbaar. De beperkte vastlegging van besluiten enkeuzes in het onderzoek hebben de navolgbaarheid bemoeilijkt. De ADRconstateert dat de projectvoorbereiding meer aandacht verdient,bijvoorbeeld door formele vastlegging van rollen en verantwoordelijk-heden en goede vastlegging van besluitvorming over de toepasbaarheidvan de gehanteerde methodiek. Ook constateert de ADR dat tussentijdsewijzigingen in de bepaling van de onderzoekspopulatie en de zogehetengeautomatiseerde analyse plaatsvonden, wat de navolgbaarheid van deuitvoering minder inzichtelijk maakte. Tot slot constateert de ADR dat dezogeheten handmatige analyse beperkt onderbouwd en navolgbaar is. Zois de handmatige analyse gebaseerd op aannames of niet geformali-seerde praktijkregels en zijn de beoordelingscriteria niet altijd goedonderbouwd of centraal gedocumenteerd. De uitkomsten van dehandmatige analyse zijn wel vastgelegd in daarvoor bestemde formu-lieren en het 4-ogenprincipe is toegepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15256 De Belastingdienst heeft hier in zijn managementreactie op gereageerd.De volledige reactie is bijgevoegd in het rapport van de ADR. De ADRconcludeert dat het stappenplan in de kern is gevolgd en dat deuitkomsten herleidbaar zijn. Tegelijkertijd constateert de ADR een aantaltekortkomingen in de formele vastlegging, governance en herleidbaarheidvan bepaalde onderdelen van het proces wat de navolgbaarheid van hetonderzoek heeft bemoeilijkt. De Belastingdienst herkent deze bevindingenen neemt deze serieus.Een terugkerend aandachtspunt betreft de mate waarin keuzes, aanpas-singen en verantwoordelijkheden expliciet en voorafgaand aan de startvan de werkzaamheden en gedurende de werkzaamheden zijn vastgelegd.In de meeste gevallen is gewerkt vanuit de bestaande, eerder toegepastewerkwijze (Selectie aan de poort), waarbij is voortgebouwd op bekenderollen, instructies en kwaliteitsmechanismen. Hoewel deze werkwijze in deuitvoering heeft gefunctioneerd, erkent de Belastingdienst dat explicieterevastlegging van besluiten, verantwoordelijkheden, definities en kwaliteits-afspraken de navolgbaarheid had vergroot en onduidelijkheden enher-analyse in de uitvoering had kunnen voorkomen.Daarnaast constateert de ADR dat in de uitvoeringsfase op onderdelenwerkinstructies zijn verduidelijkt en analyses opnieuw zijn uitgevoerd.Deze bijsturingen zijn ingegeven door voortschrijdend inzicht en zijnbewust ingezet als extra kwaliteitsmaatregel. Idealiter hadden dezeaanscherpingen vóór de start van het ADR-onderzoek plaatsgevonden. Deambitie om de Tweede Kamer tijdig te informeren heeft geleid tot eenparallel proces van uitvoering en documentatie. Achteraf bezien had debalans tussen deze twee aspecten scherper bewaakt moeten worden.De Belastingdienst benadrukt dat de door de ADR geconstateerdetekortkomingen betrekking hebben op procesmatige en vastleggingsa-specten. Waar de ADR tekortkomingen signaleerde in herleidbaarheid ofdocumentatie, zijn aanvullende stappen gezet om transparantie te biedenen ontbrekende onderdelen alsnog zoveel mogelijk inzichtelijk te maken.Autoriteit PersoonsgegevensDe AP heeft mij het volgende te kennen gegeven:«De AP merkt op dat het onderzoek van de Belastingdienst en DienstToeslagen ziet op een zeer beperkt aantal uitgevoerde selecties in RAM(minder dan 0,25% van het totaal). Dit waren ten tijde van het onderzoeknamelijk de enige gevonden RAM-extracten, de rest bestond niet meer.Het onderzoek is daarom onvoldoende om representatief te zijn.Over het onderzoek van de Belastingdienst constateert de AP dat uit deaanpak van het onderzoek volgt dat de Belastingdienst een te beperktevisie heeft op wanneer sprake is van een discriminerende verwerking. Elkeverwerking die een onderscheid maakt dat niet objectief gerechtvaardigdkan worden, is discriminatoir en daarmee onrechtmatig8. De te beperktevisie volgt ten eerste uit het feit dat de Belastingdienst alleen heeftgekeken naar financieel nadeel, terwijl ook het zonder objectieverechtvaardiging op een lijst worden gezet vanwege afkomst of postcodeof het zonder objectieve rechtvaardiging extra worden gecontroleerd(bijvoorbeeld in de vorm van het stellen van extra vragen) ook eenschending van het grondrecht op gelijke behandeling is. Daarnaast blijktdit uit het feit dat er door de Belastingdienst niet onderzocht is of er voor8Kamerstuk 32 761, nr. 309, Advies over artikel 22 AVG en geautomatiseerde selectie-instrumenten van 10 oktober 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15257 de gevonden redenen voor de selecties (bijv. een politieonderzoek) weleen onderbouwde objectieve rechtvaardiging bestond. Dit geldt ook voorde verkenning van Dienst Toeslagen.De AP roept de Belastingdienst en Dienst Toeslagen dan ook dringend opom de hiervoor genoemde punten bij toekomstige werkzaamhedengericht op het tegengaan van discriminatie van personen als basis tenemen9. De AP zal hier richting de Belastingdienst in het kader van hetgeïntensiveerde toezicht op toezien.»Mijn reactie op deze conclusies van de AP is als volgt. De conclusies vande AP gaan over de keuze en afbakening van het onderzoek dat deBelastingdienst heeft uitgevoerd. Het onderzoek is in deze vormtoegezegd aan uw Kamer, dit omwille van de uitvoerbaarheid. Uit heteerder gedane KPMG-onderzoek volgt dat de archivering rond RAMbinnen de Belastingdienst niet op orde was, waardoor veel informatie nietmeer beschikbaar is. Ook het tijdsverloop en de beschikbare capaciteitspeelt hierbij een belangrijke rol. Dit betekent ook dat een onderzoek naaralle mogelijke effecten van de grote diversiteit aan RAM-spreadsheet nietmeer mogelijk wordt geacht. De Belastingdienst heeft met deze opzet vanhet onderzoek getracht alsnog zo goed mogelijk inzicht te bieden in degevolgen van de onderzochte RAM-spreadsheets.Daarbij is een beproefde methodiek toegepast die is ontwikkeld voor deuitvoering van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort. In diemethodiek wordt gekeken naar een wezenlijk effect dat een persoon kantreffen in een fiscaal proces, namelijk een financiële benadeling door eendiscriminatoire selectie van de aangifte inkomstenbelasting vooronderzoek. Dit is een effect waar herstel mogelijk en geboden is. Andereeffecten zijn in beginsel buiten beschouwing gebleven, omdat die lastig teonderzoeken zijn en naar verwachting niet leiden tot situaties waarbijherstel mogelijk of aan de orde is. Indien hier concrete aanleiding voorbestond, is echter verder gekeken dan de toezegging aan uw Kamer. Zozijn andere belastingmiddelen in het onderzoek betrokken op het momentdat daar aanleiding voor bestond en zijn RAM-spreadsheets bij twijfel ofvoor de zekerheid in het onderzoek betrokken, ook als zij buiten dedefinitie vielen.Waar het onderzoeken betreft die zien op het verleden, zie ik in dedringende oproep van de AP als aandachtspunt dat expliciet de verwach-tingen en beperkingen van het te verrichten onderzoek op voorhandzoveel als mogelijk kenbaar worden gemaakt.Ik neem de dringende oproep van de AP ter harte om bij toekomstigewerkzaamheden zoveel als mogelijk rekening te houden met de door APgenoemde punten. Dit gebeurt in ieder geval waar het gaat om toekom-stige werkzaamheden gericht op het tegengaan van discriminatie vanpersonen bij de inrichting en beoordeling van lopende toezicht- enselectieprocessen. Hierbij zal een gemaakt onderscheid moeten kunnenworden gerechtvaardigd.College voor de Rechten van de MensHet College voor de Rechten van de Mens heeft op verzoek van deBelastingdienst een reflectie gegeven op de gekozen onderzoeksaanpaken een conceptversie van de eindrapportage. Het College gaf daarbij aandat RAM als geheel door een gebrek aan waarborgen veel risico’s op9Zie hiervoor p. 4 van het onderzoeksrapport over DUO van 11 november 2024, waarin de APhierover richting heeft gegeven aan alle overheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15258 discriminatie heeft gegeven. De gevolgen van het gebruik van RAM zijnniet allemaal goed meer te onderzoeken vanwege tijdsverloop en de zeerbeperkte documentatie over het gebruik van de RAM-spreadsheets.Binnen deze afgebakende, beperkte scope van het verrichte onderzoekstaat het College positief tegenover de aanpak ervan, maar geeft geenoordeel over en draagt geen verantwoordelijkheid voor de uitkomsten.Constateringen voor eventueel vervolgonderzoekTot slot doet de Belastingdienst diverse constateringen die bruikbaarkunnen zijn indien andere RAM-spreadsheets onderzocht moeten worden,bijvoorbeeld als de in paragraaf 3 beschreven zoekslag naar RAM-spreadsheets binnen de Belastingdienst en Douane en door samenwer-kingsverbanden daar aanleiding toe geeft. Het gaat om het inkaderen vanhet onderzoek als gekeken wordt naar RAM-spreadsheets op basis vanpostcode. Ook constateert de Belastingdienst dat onderzoek naar deeffecten van RAM-spreadsheets zich alleen zou moeten richten op debetreffende belastingmiddelen en alleen plaats dient te vinden als daar opbasis van de RAM-spreadsheets aanleiding voor lijkt te zijn. Ik kan dezeconstateringen volgen en het lijkt mij verstandig deze in acht te nemen bijeen eventueel vervolg. Ik ga hier in paragraaf 3 verder op in.2. Correspondentie over uitstel onderzoek Met mijn brief van 3 december jl. gaf ik antwoord op vragen van het lidErgin over de vertraging van het onderzoek dat in de voorgaandeparagraaf is beschreven. Dit lid verzocht in die vragen om correspon-dentie tussen de ADR en de Belastingdienst te delen over het uitstel vanhet onderzoek. Ik gaf aan dit als een verzoek om inlichtingen overeen-komstig artikel 68 uit de Grondwet te beschouwen en heb daar alszodanig uitvoering aan gegeven.Als bijlage bij deze brief treft u de correspondentie die vanaf 1 maart 2025tot en met 1 december 2025 zijn gewisseld tussen de ADR en de Belasting-dienst over de planning van het onderzoek en de opgelopen vertraging. Ikbeschouw dit verzoek hiermee als afgedaan.3. Uitsluiten dat RAM-spreadsheets worden gebruikt Gegeven de bevindingen over RAM, is het belangrijk dat gegevens uitRAM die in RAM-spreadsheets terecht kwamen, niet meer wordengebruikt. Het gaat dan om RAM-spreadsheets binnen de Belastingdiensten Douane en om RAM-spreadsheets die door de Belastingdienst aansamenwerkingsverbanden zijn verstrekt ten tijde van het gebruik vanRAM.RAM-spreadsheets bij de Belastingdienst en DouaneMijn ambtsvoorganger heeft u gemeld dat er opdracht is gegeven omomgevingen bij de Belastingdienst en Douane die niet zijn geraakt in hetKPMG-onderzoek te doorzoeken op RAM-spreadsheets. Eventueel aan tetreffen bestanden worden veiliggesteld in een afgeschermde omgeving enverwijderd op de oorspronkelijke locatie, zodat uitgesloten wordt dat dezespreadsheets nog worden gebruikt. Daarvoor hebben de Belastingdiensten Douane een plan opgesteld waarin eerst de gedeelde werkomgevingenworden doorzocht en daarna de persoonlijke werkomgevingen vanmedewerkers. De zoekslag op de gedeelde werkomgevingen van deBelastingdienst is nagenoeg afgerond, waarbij circa 5.900 RAM-spread-sheets zijn aangetroffen. Omdat de inhoudelijke controle van de zoekre-sultaten nog niet is afgerond, kan dit aantal nog wijzigen. De totaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15259 zoekslag, inclusief de persoonlijke werkomgevingen en omgevingen vande Douane en FIOD, zal naar verwachting dit voorjaar zijn afgerond.Het resultaat van het huidige onderzoek naar de RAM-spreadsheets zoalsbeschreven in deze brief, geeft geen aanleiding om nu al te besluiten omvervolgonderzoek te doen naar deze nieuw aangetroffen RAM-spread-sheets. Ik wacht nu eerst de definitieve resultaten van de zoekslag af enzal uw Kamer dan informeren over wat ik met de resultaten van dezoekslag wil gaan doen. Dit is afhankelijk van eventuele aanwijzingen datsprake kan zijn van een verhoogde kans op ongelijke behandeling, debeschikbaarheid en kwaliteit van de informatie bij deze RAM-spreadsheetsen de omvang van aangetroffen bestanden in de zoekslag. Tevens zal danworden overwogen in hoeverre de definitieve resultaten aanleiding gevende zoekslag uit te breiden naar de netwerkomgevingen van DienstToeslagen.RAM-spreadsheets bij samenwerkingsverbandenMet motie Ergin werd verzocht om uit te sluiten dat data afkomstig uitRAM bij samenwerkingsverbanden gebruikt worden, bijvoorbeeld opbasis van sporenonderzoek naar vervuilde data. De Belastingdienst heeftde 10 samenwerkingsverbanden die naar voren kwamen in het KPMG-rapport10 als mogelijke ontvanger van RAM-spreadsheets aangeschrevenmet de vraag om binnen hun organisatie te zoeken naar spreadsheets dieRAM data kunnen bevatten. Eén samenwerkingsverband heeft aange-geven een RAM-spreadsheet gevonden te hebben. Die spreadsheet isveiliggesteld door dit samenwerkingsverband en ontoegankelijk voormedewerkers gemaakt. Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.4. Tot slot Op basis van het onderzoek trekt de Belastingdienst de conclusie dat hetgebruik van RAM-spreadsheets vermoedelijk niet heeft geleid totonterechte nadelige financiële gevolgen voor personen, maar dat dit ookniet met zekerheid is vast te stellen. Met deze constatering is des tebelangrijker dat de Belastingdienst zijn huidige processen en systemen oporde heeft en dat waarborgen voor juist gebruik van persoonsgegevenszijn geïmplementeerd, zodat we in de toekomst niet nogmaals gesteldworden voor een dergelijk vraagstuk als RAM. Ik zie dat de Belastingdienstinmiddels veel zaken beter op orde heeft, maar dat het ook nog stappenmoet zetten, bijvoorbeeld op het gebied van onderbouwing van selectie-processen, het beter voldoen aan AVG-aspecten en het archiefbeheer. Ikzal u blijven informeren over de vorderingen die de Belastingdienst opdeze terreinen boekt.De Staatssecretaris van Financiën,E.H.J. Heijnen10Kamerstuk 31 066, nr. 1505, paragraaf 4 «Gegevensverstrekking»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 152510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 57dec5fdf9c07e84

14 okt 2026 · 089429477f089a8e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.