Verslag van een schriftelijk overleg over Uitkomsten extern onderzoek Risico Analyse Model (RAM) (Kamerstuk 31066-1465)
Brontekst
Versie cfca31499dc5f8d0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066BelastingdienstNr. 1505 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 26 mei 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van6 maart 2025 over de uitkomsten extern onderzoek Risico Analyse Model(RAM) (Kamerstuk 31 066, nr. 1465).De vragen en opmerkingen zijn op 4 april 2025 aan de Staatssecretaris vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 26 mei 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-31066-1505ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15051 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van destukken en hebben hierover vragen en opmerkingen. Deze zullen deze perpunt uit de Kamerbrief uiteenzetten. In algemeenheid stellen de ledenvoorop dat de overheid altijd zorgvuldig met persoonsgegevens moetomgaan.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen ten aanzien van Wat wasRAM de analyse van de Staatssecretaris dat de Belastingdienst RAM nooithad moeten en mogen gebruiken. Dit wordt duidelijk in de geschiedenisdie de Staatssecretaris schetst van RAM. De Staatssecretaris schrijft dat«gevoelde maatschappelijke en politieke druk» hebben geleid tot hetgebruik en de datahonger van de overheid, waar de Kamer volgens dezeleden en het rapport «Ongekend onrecht» mede verantwoordelijk voor isgeweest. Is het politieke bestel volgens de Staatssecretaris voldoendebestand tegen soortgelijke patronen? Welke garanties kan de Staatssecre-taris geven dat dit niet nog een keer zal gebeuren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen ten aanzien van debevindingen van KPMG dat het verzamelen van grote hoeveelhedenpersoonsgegevens standaard zal leiden tot het gebruiken van dezegegevens. Het beschikbaar stellen van gekoppelde persoonsgegevens inéén overzicht en het onzorgvuldig delen van deze datasets zet de deur inde ogen van deze leden altijd open voor oneigenlijk gebruik. Deelt deStaatssecretaris de mening dat het bestaan van een dergelijk totaalover-zicht als RAM met selectiemogelijkheden in essentie een risico vormt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd hoe wordtbepaald wat de «minimale hoeveelheid gegevens» is die nodig is voorsubjectgerichte controle, zoals beschreven in spoor 3 na het uitzetten vanRAM. Hoe wordt dataminimalisatie daarin toegepast?Volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is ten aanzien van hetpunt van belastingplichtigen in RAM het massaal verzamelen vanpersoonsgegevens van burgers in essentie een risico. Daarmee is enkelhet feit dat men hierin staat opgenomen op zichzelf al een reden tot zorg,met name voor burgers met een nationaliteit die buitenproportioneel hardis benadeeld. Deelt de Staatssecretaris die analyse? Kan de Staatssecre-taris daarnaast uitleggen hoe het kan dat het nut, de noodzaak en hetgebruik van risicoscores in spreadsheets die KPMG aan heeft getroffenniet beschikbaar waren? Is de Staatssecretaris het ermee eens dat hetverwerken van persoonsgegevens altijd gemotiveerd moet zijn?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie twijfelen op het punt vangebruik van selectie-instrumenten op basis van risico-indicatoren aan deobjectiviteit van selectie-instrumenten. In de analyse van deze leden heefthet algoritmisch selecteren van burgers, met modellen die discriminatoirevooroordelen bevestigen, ook invloed op de handmatige controles diedaaruit volgen. Een waarborgenkader «waarbinnen gewerkt dient te gaanworden» is volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie tevrijblijvend en te vaag om dit risico te ondervangen. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat dit kader breed wordt nageleefd? Opwelke termijn en schaal wordt dit kader ingezet? Soortgelijke zorgenhebben deze leden over de verschillende mensenrechtentoetsen dieworden uitgevoerd bij algoritmes. Is er een wetenschappelijke norm voordeze toetsen? Worden alle risicomodellen die reeds in gebruik zijn ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15052 voorzien van zo’n toets? Wat is het gevolg als een toets aantoont dat eenmodel risicovol is?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten wat deprecieze taken zijn van het ethisch team dat werkt aan de inzet vanalgoritmes. Hoe wordt dit team samengesteld en welk mandaat heeft hetteam om ethisch gebruik van algoritmes af te dwingen? Ook zijn dezeleden benieuwd naar het vullen van het Algoritmeregister door deBelastingdienst. Welk aandeel van de gebruikte algoritmes zijn op ditmoment geregistreerd? Zijn deze algoritmes altijd toegankelijk uitgelegd,zodat meteen duidelijk is met welk doel deze worden gebruikt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie schrikken op het punt van degevonden spreadsheets uit RAM van het grote aantal RAM-spreadsheetsdat is gevonden in het onderzoek van KPMG. Dit wijst op een slordigeinformatiehuishouding, waarin vervuilde data blijft hangen en mogelijkwordt hergebruikt. Op welke termijn gaat de Belastingdienst andereomgevingen doorzoeken om RAM spreadsheets op te sporen en teverwijderen? Hoe groot acht de Staatssecretaris de kans dat er alsnoggebruik is gemaakt van deze data nadat RAM is stopgezet door hetbewaard blijven van RAM spreadsheets?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn niet verrast dat vernieti-gingstermijnen van datasets op grote schaal niet worden nageleefd. Dezeleden achten het noodzakelijk dat dit alsnog gebeurt en wijzen op deverantwoordelijkheid om hier beter op te handhaven. Waarom wordenvernietigingstermijnen op grote schaal niet nageleefd? Wat is het doel vandeze termijnen en wat zijn de kwalijke gevolgen als dit niet gebeurt? Dezeleden vragen de Staatssecretaris om duidelijk uit te leggen wat hij bedoeltmet het «naar een hoger volwassenheidsniveau» brengen van deBelastingdienst per 2026.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien op het punt van hetverstrekken van gegevens uit RAM aan andere organisaties in hetontbreken van informatie over verstrekte gegevens uit RAM wederombevestigd dat het de overheid ontbreekt aan eenduidig databeleid. Opwelke termijn verwacht de Staatssecretaris van de Belastingdienst dat zijde door hem genoemde verbetermogelijkheden volledig heeft uitge-voerd? Hoe helpt de Staatssecretaris de dienst hierbij? Kan de Wetwaarborgen gegevensverwerking Belastingdienst, Toeslagen en Douane(WGBTD) ook voorzien in het recht van burgers om proactief te wordengeïnformeerd over de persoonsgegevens die de overheid van henverwerkt, of hier op aanvraag inzage in te krijgen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen ten aanzien van hetpunt van lokaal ontwikkelde applicaties (LOA) de overweging ombepaalde specialistische applicaties lokaal te ontwikkelen en gebruiken.Deze leden lezen echter ook dat de Staatssecretaris erkent dat het bredergebruiken van zo’n LOA riskant kan zijn, wegens het gebrek aan ethischekaders. Sinds wanneer houdt de Belastingdienst deze applicaties zelf inbeheer? Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat de ICT-kennis in huis isén blijft om deze applicaties goed te blijven managen, ook als de origineleontwikkelaar(s) niet meer in dienst is (zijn)?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten aanzien van debevindingen van KPMG over RAM in relatie tot wettelijke eisen en internekaders zorgen over het gebrek aan beveiliging van RAM-gegevens. Doorgebrekkig beleid is het niet duidelijk hoe en op welke schaalRAM-gegevens zich door de overheid hebben verspreid, waarbij privacy-en archiveringswetgeving niet is nageleefd. Is de Staatssecretaris het metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15053 deze leden eens dat doelbinding een basisprincipe is van het privacy-recht? Welke gevolgen heeft het voor burgers dat hun persoonsgegevenszijn gebruikt voor andere doeleinden dan waar zij toestemming voorhebben gegeven?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie erkennen op het punt vanbeheersing van gegevensbescherming de meerwaarde van interneexpertise opbouwen over het privacyrecht. Bewustwording is in de ogenvan deze leden echter nog geen structurele oplossing, zolang de systemendie worden gebruikt het toestaan dat data oneigenlijk wordt gekoppeld enverwerkt. Zijn er sinds de bewustwordings- en bijscholingscampagnesminder privacyschendingen geweest? In hoeverre is dit de individueleverantwoordelijkheid van werknemers?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris omuit te leggen waarom het nodig is dat «de Belastingdienst beziet welkemaatregelen kunnen bijdragen aan het verantwoorden over toegang totspecifieke informatie,» als logging en monitoring hiertoe effectievemethoden zijn. Ook zijn deze leden benieuwd waarom de Belastingdienstnu pas is «begonnen met de realisatie van het «need to know» principe endataminimalisatie.» Was dat tot nu toe niet het geval? Welke maatregelenworden er de komende jaren concreet genomen om hier aan bij tedragen?Verder vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie om niet alleen deambitie te stellen dat medewerkers de gegevens kunnen inzien die zijnodig hebben voor hun taak, maar ook om burgers het recht te geven omte weten hoe hun gegevens worden verzameld en verwerkt voor in hettoezicht.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van debevindingen van KPMG ten aanzien van profilering teleurgesteld over hetgebrek aan duidelijkheid over hoe nationaliteit als persoonsgegeven isverwerkt. Eén van de meest discriminatoire aspecten van het Toeslagen-schandaal is daardoor moeilijk te controleren. Is de Staatssecretaris heteens met KPMG dat het onmogelijk is om te achterhalen of er nadeligeeffecten voor belastingplichtigen hebben plaatsgevonden door risicose-lecties te doen op basis van nationaliteit of ziet de Staatssecretarismogelijkheden om dit alsnog te doen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden de reactie van deStaatssecretaris op het punt van mogelijk sprake zijn van ongelijkebehandeling op de kans dat er ongelijke behandeling heeft plaatsge-vonden door RAM mild. Deze leden lezen dat selectie op basis vannationaliteit niet mag en dat de Belastingdienst eventuele gevolgen die ditheeft gehad dient terug te draaien. Hoe verenigt de Staatssecretaris ditmet zijn constatering dat hij niet kan vaststellen of er wel of geenongelijke behandeling heeft plaatsgevonden? Wat gaat de Staatssecretarisdoen om de Belastingdienst te ondersteunen in haar terechte poging omuit te zoeken of hier wél sprake van is geweest? Wanneer is volgens deStaatssecretaris voldoende onderbouwd dat er definitief wel of geensprake is geweest van ongelijke behandeling?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris ophet punt van verwerking van nationaliteit of fiscaal strafrechtelijke- ofmedische gegevens welke consequenties de Staatssecretaris eraanverbindt dat RAM bijzondere persoonsgegevens over nationaliteitbeschikbaar stelde, terwijl dit niet was toegestaan. Wat betekent dit voorde acties die zijn genomen op basis van deze dataset? Zijn deze acties nietper definitie onrechtmatig?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15054 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen op het punt van debevindingen van KPMG ten aanzien van besluitvorming over RAM deStaatssecretaris om een nadere reflectie op waarom er, ondanks bekenderisico’s, meermaals is gekozen om RAM niet stop te zetten. Hoe is hetbelang van toezicht afgewogen tegenover het risico dat grondrechtenworden geschonden? Waarom zijn er destijds geen alternatieve systemenuitgewerkt die RAM hadden kunnen vervangen met een hogere mate vanbeveiliging?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken op het punt van debesluitvorming door de Belastingdienst dat signalen over mogelijkrisicovolle algoritmen altijd serieus moeten worden genomen. Veelalworden signalen wel intern afgegeven, maar vervolgens niet gecommuni-ceerd naar de politieke leiding. Waarom is dit destijds niet gebeurd?Welke maatregelen zijn er nu genomen om signalen wél politiekbespreekbaar te maken, ook als het ongemakkelijk is? Merkt de Staatsse-cretaris dat de bereidheid om signalen te melden is toegenomen en wordthier effectief op gehandeld?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris ophet punt van omgang met RAM vergelijkbare analysesystemen of in hetonderzoek naar de vijf systemen ook is gekeken naar strategischeautonomie als onderdeel van de informatiebeveiliging. Zijn er in deverwerking, uitwisseling of opslag van gegevens in deze systemenstrategische afhankelijkheden van één (niet-Europese) leverancier? Zo ja,wat doet de Staatssecretaris om deze afhankelijkheden te verminderen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom het toepassenvan logging en monitoring op (de meest risicovolle) systemen slechts eenvoornemen is en geen harde doelstelling. Vindt de Staatssecretaris hetwenselijk dat deze methoden worden gebruikt om zo verantwoording af tekunnen leggen over het verwerken van persoonsgegevens? Welke redenis er om deze methoden niet te gebruiken? Erkent de Staatssecretaris dathet ontbreken van logging en monitoring in het onderzoek naar RAMzorgde voor gebrekkig inzicht? Is dat niet genoeg reden om dit nu alsharde eis te hanteren bij soortgelijke systemen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ontvangen over het onderzoekvan de Autoriteit Persoonsgegevens graag meer informatie over hetvoorgenomen onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens zodra detoezichthouder dit kan aanleveren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief «Uitkomsten extern onderzoek Risico Analyse Model (RAM)». Dezeleden hebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van lopende onderzoekendat de Autoriteit Persoonsgegevens heeft aangegeven verder onderzoekte verrichten naar RAM. Daarnaast onderzoekt de Belastingdienst of hetgebruik van gegevens uit RAM in specifieke situaties mogelijk tot eenschendig van de grondrechten heeft geleid. Wat is de stand van zaken vandeze twee onderzoeken? Wanneer kan de Kamer de resultaten van dezetwee onderzoeken verwachten?De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de bevindingen vanKPMG dat RAM mede is ontworpen om de controle van midden- enkleinbedrijven efficiënter en effectiever plaats te laten vinden, wegens eenbeperkte controlecapaciteit en het groeiende aantal MKB-bedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15055 Betekent dit dat er voornamelijk gegevens van MKB-bedrijven in RAMkonden worden gevonden? Is RAM voornamelijk gebruikt omMKB-bedrijven te controleren? Heeft het gebruik van RAM geleid tot eeneffectievere en efficiëntere manier van controle? In welke mate heeft ditgeleid tot extra administratieve lasten en/of regeldruk voorMKB-bedrijven?De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van verstrekken vangegevens uit RAM aan andere organisaties dat de Belastingdiensttegenwoordig beter zicht houdt op de gegevensverstrekking aan anderepartijen. Welke stappen zet het kabinet om verbetermogelijkheden, zoalshet periodiek evalueren van convenanten, aan te pakken? Ook lezen dezeleden dat de naleving van de afspraken over het toezicht op de afsprakenvoor gegevensdeling binnen de Belastingdienst worden versterkt. Hoeveelfte is nodig voor dit toezicht? Hoeveel fte is nu gevuld voor dit toezicht?Hoe voorkomt het kabinet dat dit voor extra werkdruk zorgt voor deBelastingdienst?De leden van de VVD-fractie lezen dat indien de noodzakelijkheid enevenredigheid zijn vastgesteld, van andere departementen wordt verlangddat zij in hun eigen wetgeving voorzien in een grondslag voor deBelastingdienst om gegevens te morgen verstrekken voor dit specifiekedoel. Wachten de departementen af totdat noodzakelijkheid en evenre-digheid zijn vastgesteld, voordat de departementen in hun eigenwetgeving voorzien in een grondslag voor de Belastingdienst omgegevens te mogen verstrekken? Zo ja, zorgt dat niet voor een vertragingop het proces van gegevensverstrekking?De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van toezicht op fiscaaldienstverleners dat op dit moment een inventarisatie plaats vindt of dewaarborgen op grond van de FD-monitor afdoende zijn. Wat is de standvan zaken van deze inventarisatie? Wanneer kan de Kamer een brief overde inventarisatie en de resultaten verwachten?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie danken de Staatssecretaris voor detoezending van het KPMG-onderzoek, maar geven tegelijkertijd aangeschrokken te zijn van de bevindingen die het onderzoek van KPMG aanhet licht brengen. RAM is jarenlang gebruikt op een wijze die structureelin strijd was met wettelijke eisen op het gebied van gegevensbe-scherming, beveiliging en archivering. Het gebruik van RAM vond plaatsmet onvoldoende waarborgen en zonder voldoende inzicht in de gevolgenvoor burgers. Deelt de Staatssecretaris deze opvatting?De leden van de NSC-fractie nemen kennis van de reconstructie dat RAMvanaf 1998 groeide van een lokale toepassing tot een landelijkdataplatform met 69 gekoppelde databronnen. RAM-tabellen bevattenbijzondere persoonsgegevens, zo constateren deze leden. In de brief vande Staatssecretaris wordt een voorbeeld gegeven van het gebruik vanRAM ten behoeve van overheidsbrede samenwerkingsverbanden. Deleden van de NSC-fractie vragen of de Staatssecretaris kan aangeven inhoeverre RAM-extracties ook buiten de Belastingdienst zijn verspreid?Kan een overzicht worden gemaakt van de samenwerkingsverbandenwaarbij RAM werd gebruikt als datavoorziening? In hoeveel procent vande gevallen betreft het hier samenwerkingsverbanden ten behoeve van deuitvoering van socialezekerheidsregelingen? Wat was het doel van dezesamenwerkingsverbanden? In hoeverre is het aannemelijk dat de partijendie onderdeel waren van deze samenwerkingsverbanden ook buiten hetsamenwerkingsverband om gebruik maakten van deze data? Kan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15056 overzicht worden gegeven van de convenanten die golden tussen voordeze samenwerkingsverbanden? Zijn er redenen om aan te nemen datdeze samenwerkingsverbanden onrechtmatig gebruik hebben gemaaktvan deze data enkel door gebruikmaking van deze RAM-extracties? Kan deStaatssecretaris specificeren welke gegevens wel via RAM beschikbaarwaren, maar niet of niet in dezelfde combinatie verstrekt hadden kunnenworden zonder RAM? Betreft dit uitsluitend samengestelde risicoscores ofook bijzondere persoonsgegevens (zoals nationaliteit, fraudesignalen ofstrafrechtelijke gegevens)? Welke datagegevens zijn enkel in RAMbeschikbaar?De leden van de NSC-fractie merken ten aanzien van het punt van RAM inrelatie tot wettelijke eisen en interne kader op dat in 14 van de 1.170gevonden RAM-spreadsheets nationaliteit als selectiecriterium is gebruikt.Uit het commissiedebat Belastingdienst dat recent is gevoerd bleekbovendien dat deze 14 spreadsheets gezamenlijk circa 50.000 uniekeburgerservicenummers (BSN’s) bevatten. Kan de Staatssecretarisbevestigen dat deze BSN’s zijn geselecteerd (mede) op basis vannationaliteit? Is overwogen om burgers uit deze spreadsheets hierover teinformeren? Wordt onderzocht of intern sprake is geweest van waarschu-wingen of signaleringen omtrent het gebruik van deze specifiekespreadsheets?De leden van de NSC-fractie constateren op het punt vam besluitvormingover RAM dat uit het KPMG-onderzoek naar voren komt dat de formelebesluitvorming over RAM jarenlang diffuus is geweest. Eigenaarschapwas niet vastgelegd, aansturing vond versnipperd plaats en het uitzettenvan het systeem gebeurde zonder formeel besluit. De leden van deNSC-fractie vragen of de Staatssecretaris een chronologisch overzicht kangeven van de formele en informele besluitmomenten rond RAM(invoering, uitbreiding, wijziging, uitfasering) en daarbij aangeven welkeambtelijke en/of bestuurlijke actoren daarbij betrokken waren. Is onder-zocht of binnen de Belastingdienst waarschuwingen of signaleringen zijngegeven over RAM die zijn genegeerd of onbeantwoord gebleven?De leden van de NSC-fractie vragen op het punt van openbaarmaking vanartikel 68 (Gw)-verzoek voor hoeveel documenten uiteindelijk de uitzonde-ringsgrond «tegen het belang van de Staat» is toegepast? Kan deStaatssecretaris concreet aangeven welke belangen van de Staat in dezeafweging een rol hebben gespeeld? Bijvoorbeeld: betrof dit operationeleinformatie over toezichtstrategieën, internationale afspraken of ietsanders? Is overwogen om de desbetreffende documenten eventueelgeanonimiseerd of gedeeltelijk beschikbaar te stellen?De leden van de NSC-fractie vragen op het punt van het lopendeonderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) of er zicht is op dereikwijdte en planning van het onderzoek van de AP?De leden van de NSC-fractie zijn tot slot van mening dat het dossier-RAMvraagt om volledige transparantie, bestuurlijke rekenschap en herstelrichting mogelijk getroffen burgers. Deze leden zien de beantwoordingvan deze vragen daarom met belangstelling tegemoet.Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractieDe leden van de DENK-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen vande Kamerbrief van 6 maart 2025 en de bijbehorende bijlagen over hetRisico Analyse Model (RAM). De uitkomsten van het externe onderzoek,uitgevoerd door KPMG, bevestigen opnieuw dat sprake was van groot-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15057 schalige onrechtmatige gegevensverwerking, gebrekkige governance enfundamenteel tekortschietend toezicht binnen de Belastingdienst.Deze leden stellen vast dat het onderzoek opnieuw onderstreept wat zijreeds eerder naar voren brachten: burgers, met name mensen met eenmigratieachtergrond, zijn stelselmatig blootgesteld aan discriminerenderisicoselectie op basis van nationaliteit, postcode en andere indirecteindicatoren. Deze leden vinden het onacceptabel dat dergelijke praktijkenjarenlang konden plaatsvinden zonder duidelijke politieke of bestuurlijkeverantwoording en vragen een kritische zelfreflectie van het kabinetomtrent deze zorgelijke ontwikkeling.De leden van de DENK-fractie constateren dat bij het stopzetten van RAMgeen adequate waarborgen zijn genomen om het systeem veilig te stellenvoor verder onderzoek. Deze leden vragen het kabinet waarom bij hetuitschakelen van RAM niet is gekozen voor het veiligstellen van hetsysteem ten behoeve van nader onderzoek. Wie heeft hierover het besluitgenomen en betrof dit een kabinetsbesluit? Deze leden ontvangen graageen gedetailleerde tijdlijn van de afbouw tot en met de definitieveontmanteling van RAM, inclusief de momenten waarop cruciale besluitenzijn genomen.De leden van de DENK-fractie achten het essentieel dat de Kamer tijdig envolledig wordt geïnformeerd over eventuele discriminatoire elementenbinnen overheidsbeleid. Daarom vragen deze leden op welke momentende Kamer is geïnformeerd over de werking van RAM, specifiek omtrenthet gebruik van nationaliteit als selectiecriterium of risico op vooringeno-menheid. Zijn hierover waarschuwingen vanuit de dienst of toezicht-houders ontvangen? Kunnen deze leden een exact feitenrelaasontvangen?Het feit dat RAM jarenlang zonder ingrijpen heeft kunnen functioneren,wijst volgens de leden van de DENK-fractie op structurele tekortkomingenbinnen de Belastingdienst. Welke interne structuren en procedures, dietussen 1998 en 2018 hadden moeten functioneren om dergelijke praktijkente signaleren en te stoppen, hebben gefaald? Op welke momenten had hetkabinet moeten ingrijpen en waarom heeft het kabinet dit niet gedaan?Het onderzoek van KPMG toont aan dat grote hoeveelheden persoonsge-gevens werden verwerkt binnen RAM. De leden van de DENK-fractievragen van welke persoonsgerichte gegevens RAM-spoor 1 preciesgeschoond is. Kan het kabinet een uitsplitsing geven van hoeveelinformatie over personen en bedrijven is verwerkt in RAM-spoor 1, 2 en 3?De leden van de DENK-fractie constateren dat het kabinet stelt dat RAMdeels in gebruik moest blijven voor toezichtdoeleinden, terwijl uit hetKPMG-rapport blijkt dat slechts een beperkt aantal mensen toegang hadtot de drie sporen van RAM. Hoe verhouden deze bevindingen zich totelkaar? Uit het onderzoek blijkt dat RAM op verschillende punten nietvoldeed aan wettelijke vereisten. Kan het kabinet per spoor (1, 2 en 3)specifiek toelichten aan welke wet- en regelgeving (onder andere de AVG,Archiefwet, Wet GBA en interne beleidsregels) niet werd voldaan?De leden van de DENK-fractie constateren een zorgpunt uit het onderzoekdat alleen de datalogging vanaf 2017 met KPMG is gedeeld, hoewel RAMdus al langer actief was. Waarom is logging vanaf 2012 niet beschikbaargesteld? Kan het kabinet garanderen dat hierdoor geen belangrijkeconstateringen gemist zijn en is zij bereid aanvullend onderzoek uit tevoeren? Het «broedkamer»-systeem binnen de Belastingdienst kwamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15058 recentelijk in opspraak door een groot datalek, constateren deze leden.Wat was hierbij de betrokkenheid van RAM?De leden van de DENK-fractie constateren dat slechts 125 van de 167aangeschreven personen deelnamen aan de interne enquête. Waaromhebben 42 personen niet deelgenomen en hoeveel van hen zijn nogsteeds werkzaam bij de Belastingdienst of Douane?Verder constateren de leden van de DENK-fractie dat er bij het onderzoek35 spreadsheets aangetroffen zijn met gegevens over burgers enbedrijven. Waarom zijn deze niet direct meegenomen in het onderzoek?Hoeveel personen en bedrijven staan hierin vermeld? Kan een geanonimi-seerde weergave van een representatief voorbeeld worden gedeeld,inclusief uitleg over wat bedoeld wordt met gegevens gebaseerd oppostcode en in mindere mate achternaam? Uit het rapport blijkt ook datbepaalde sectoren, zoals genoemd op pagina 130 (Project Lekkerbek,Beveiligingsbedrijven, Schoonmaakbranche en TaxibedrijvenAmsterdam), intensief zijn gecontroleerd. Zijn deze projecten uitgevoerdmet voldoende waarborgen tegen directe of indirecte discriminatie?Gezien de gebleken benadeling vragen deze leden ook hoe het kabinetgedupeerden actief informeert en compenseert. Overweegt het kabineteen schadefonds, vergelijkbaar met de toeslagenaffaire?Om herhaling te voorkomen, vragen de DENK-leden welke maatregelenhet kabinet neemt om invoering van vergelijkbare systemen tevoorkomen. Wat wordt bijvoorbeeld gedaan om ervoor te zorgen dat in detoekomst alle dataverwerking tijdig en correct wordt gedocumenteerd envastgelegd in registers? Welke concrete stappen zijn inmiddels gezet omde aanbevelingen van KPMG over privacybescherming en dataminimali-satie te implementeren? Worden nieuwe toezichtsystemen verplichtextern getoetst op discriminatie en proportionaliteit door bijvoorbeeld deAutoriteit Persoonsgegevens of het College voor de Rechten van deMens? Is het kabinet bereid om periodiek te rapporteren aan de Kamerover de voortgang van de implementatie van deze aanbevelingen?Tot slot benadrukken de leden van de DENK-fractie dat het RAM-dossieropnieuw aantoont dat fundamentele veranderingen nodig zijn binnenuitvoeringsorganisaties, waarbij transparantie, rechtsgelijkheid en respectvoor grondrechten centraal staan. De leden van de DENK-fractie zullendeze inzet voortzetten richting kabinet en samenleving.II Reactie van de bewindspersoon InleidingBijgaand treft u mijn inbreng voor het schriftelijk overleg dat de vastecommissie voor Financiën op 4 april 2025 voorlegde over mijn brief van6 maart 2025 inzake de uitkomsten extern onderzoek Risico AnalyseModel (RAM).Daarnaast maak ik van de gelegenheid gebruik om in te gaan op de motieVan Vroonhoven en Inge van Dijk1 over onder andere het informeren vanburgers indien hun gegevens de afgelopen zes jaar onrechtmatig zijnverwerkt door de Belastingdienst. In mijn brief van 6 maart 2025 noemdeik dat de Belastingdienst om te voldoen aan de AVG, vanaf 2018 is gestartmet de inzet van verbeteringen. Dat was te laat om aan de AVG te voldoenen de Belastingdienst zet nu ook nog steeds stappen om deze achterstandin te lopen. Dit zou kunnen betekenen dat een groot deel van de belasting-1Kamerstuk 31 066, nr. 1469Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 15059 plichtige burgers conform deze motie geïnformeerd moeten worden.Daarbij is nog wel bepalend welke definitie van «een onrechtmatigeverwerking» van gegevens in systemen van de Belastingdienst gehan-teerd wordt en wat de uitkomst is van onderzoek naar RAM-achtigesystemen bij de Belastingdienst, zoals het onderzoek van de AutoriteitPersoonsgegevens hiernaar.De motie verzocht daarnaast te onderzoeken of UWV algoritmes gebruiktvergelijkbaar met RAM en deze te beoordelen op rechtmatigheid. Ditverzoek is overgebracht aan de bewindspersoon van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en hij zal u hierover informeren.Ook licht ik toe hoe de Belastingdienst te werk gaat om mijn toezeggingaan uw Kamer gestand te doen om binnen de Belastingdienst te onder-zoeken of er nog spreadsheets van RAM bestaan die niet in het KPMGonderzoek naar voren zijn gekomen, deze spreadsheets veilig te stellen enontoegankelijk te maken voor gebruik door medewerkers. De Belasting-dienst maakt een plan hoe alle bestanden/data binnen de Belastingdiensteffectief doorzocht kunnen worden op RAM spreadsheets. Zo wordtuitgezocht of de huidige software waarmee gezocht kan wordenvoldoende is om zo’n grote hoeveelheid data te analyseren of dat anderesoftware nodig is. Om een beeld te geven: de Belastingdienst heeft alleenal op de plekken waar data in gedeelde werkomgevingen kan wordenopgeslagen meer dan 1 miljard documenten. Dit is exclusief de persoon-lijke werkomgevingen waar medewerkers ook hun werk kunnen opslaan.Om een zo zorgvuldig mogelijke zoekslag naar RAM-spreadsheets tedoen, heb ik opdracht gegeven om ook in persoonlijke werkomgevingenvan medewerkers deze zoekslag te doen. Voor deze zoekslag moet eentraject met de Ondernemingsraad worden gestart, dat enige maanden inbeslag neemt. Ik zal u informeren als dit traject is afgerond en eenspecifiekere doorlooptijd verbonden kan worden aan deze zoekslag.Tot slot heb ik in de Kamerbrief «Uitkomsten extern onderzoek RisicoAnalyse Model» van 6 maart jl. aan uw Kamer toegezegd om documentendie door KPMG zijn genoemd in het externe onderzoek met de Kamer tedelen. De documenten vindt u in de bijlage van deze beantwoording.Daarmee rond ik het artikel 68 verzoek naar RAM zo volledig en trans-parant mogelijk af. Enkele documenten genoemd in het externe onderzoekkan ik vanwege het beschermen van de persoonlijke levenssfeer entoezicht- of inspectiegevoelige informatie niet (volledig) delen.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonMet interesse heb ik kennisgenomen van de gemaakte opmerkingen engestelde vragen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, VVD,NSC en DENK over de uitkomsten van het extern onderzoek naar hetRisico Analyse Model (RAM). Ik ga hier onderstaand op in. Ik heb devragen en opmerkingen opgedeeld in:1.Algemeen2.AVG-aspecten3.Besluitvorming ten tijde van RAM4.Gegevensverstrekking5.Onderzoek naar gevolgen voor burgers van het gebruik van RAM6.Verduidelijkende vragen over het KPMG onderzoek7.Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst, Toeslagen enDouane (WGBTD)8.Onderzoek door Autoriteit PersoonsgegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150510 1. Algemeen De leden van de GroenLinks-PvdA fractie merken op dat de Staatssecre-taris schrijft dat «gevoelde maatschappelijke en politieke druk» hebbengeleid tot het gebruik en de datahonger van de overheid, waar de Kamervolgens deze leden en het rapport «Ongekend onrecht» mede verantwoor-delijk voor is geweest. Is het politieke bestel volgens de Staatssecretarisvoldoende bestand tegen soortgelijke patronen? Welke garanties kan deStaatssecretaris geven dat dit niet nog een keer zal gebeuren?Het rapport «Ongekend onrecht» heeft patronen blootgelegd die samenkonden leiden tot de toeslagenaffaire. Na dit rapport zijn veel maatregelengenomen om tegen te gaan dat dergelijke patronen zich nogmaalsvoltrekken. Hierbij kan gedacht worden aan de wijze waarop signalen deambtelijke- en politieke top en het parlement bereiken, behoorlijk bestuur,verbetering van de transparantie, informatiehuishouding, beleid enwetgeving. Met die genomen maatregelen lijkt het politieke bestel meerrobuust om zoveel mogelijk te voorkomen dat een patroon vanmaatschappelijke en politieke druk tot fouten of ongewenste keuzes in deuitvoering leidt.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen of de Staatssecretaris demening deelt dat het bestaan van een dergelijk totaaloverzicht als RAMmet selectiemogelijkheden in essentie een risico vormt?Volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is ten aanzien van hetpunt van belastingplichtigen in RAM het massaal verzamelen vanpersoonsgegevens van burgers in essentie een risico. Daarmee is enkelhet feit dat men hierin staat opgenomen op zichzelf al een reden tot zorg,met name voor burgers met een nationaliteit die buitenproportioneel hardis benadeeld. Deelt de Staatssecretaris die analyse?In het KPMG onderzoek naar RAM is niet vastgesteld dat burgers met eenbepaalde nationaliteit buitenproportioneel hard zijn benadeeld, daar deelik uw analyse niet. Ik deel wel met u dat massaal verzamelen van data inessentie een risico vormt, zeker als waarborgen ontbreken, zoals bij RAM.Om dat risico te verkleinen, moet er sprake zijn van doelbinding endataminimalisatie, zodat alleen data wordt verzameld en gebruikt dienodig is voor de uitvoering van een specifieke taak.De leden van de VVD fractie vragen of er voornamelijk gegevens vanMKB-bedrijven in RAM konden worden gevonden? Is RAM voornamelijkgebruikt om MKB-bedrijven te controleren? Heeft het gebruik van RAMgeleid tot een effectievere en efficiëntere manier van controle? In welkemate heeft dit geleid tot extra administratieve lasten en/of regeldruk voorMKB-bedrijven?De leden van de VVD-fractie vragen of in RAM voornamelijk gegevens vanMKB-bedrijven zijn opgenomen en of RAM is gebruikt om MKB-bedrijvente controleren en of dit heeft geleid tot een effectievere en efficiënteremanier van controle en tot extra administratieve lasten of regeldruk voorMKB-bedrijven.Uit het KPMG onderzoek blijkt inderdaad dat RAM mede is ontworpen omde controle van MKB-bedrijven effectiever en efficiënter plaats te latenvinden, wegens een beperkte controlecapaciteit en het groeiende aantalMKB-bedrijven. RAM beperkte zich echter niet tot MKB bedrijven.Uiteindelijk was nagenoeg iedere belastingplichtige, burgers en bedrijven,in RAM vindbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150511 De manier waarop RAM daadwerkelijk is gebruikt heeft KPMG niet kunnenvaststellen wegens de lange historie van RAM, het feit dat het gebruik vanRAM reeds zes jaar voor aanvang het onderzoek is stopgezet en het feitdat het RAM-systeem inclusief bijbehorende gegevens niet meerbeschikbaar is. De vraag of RAM heeft geleid tot een effectievere enefficiëntere manier van controle is niet onderzocht. Het risicogerichtcombineren van meerdere bronnen in één systeem zal in ieder gevalhebben geleid tot een beter en sneller overzicht van beschikbareinformatie over belastingplichtigen. Of RAM heeft geleid tot extraadministratieve lasten en/of regeldruk voor MKB-bedrijven is niet tebeantwoorden, dit ligt onder andere aan de definitie van extra administra-tieve lasten en de manier waarom de Belastingdienst RAM heeft gebruikt,hetgeen niet is vastgesteld door KPMG.De leden van de NSC-fractie danken de Staatssecretaris voor detoezending van het KPMG-onderzoek, maar geven tegelijkertijd aangeschrokken te zijn van de bevindingen die het onderzoek van KPMG aanhet licht brengen. RAM is jarenlang gebruikt op een wijze die structureelin strijd was met wettelijke eisen op het gebied van gegevensbe-scherming, beveiliging en archivering. Het gebruik van RAM vond plaatsmet onvoldoende waarborgen en zonder voldoende inzicht in de gevolgenvoor burgers. Deelt de Staatssecretaris deze opvatting?Ik deel de opvatting van de NSC-fractie dat de bevindingen van KPMGover RAM ernstig zijn. In het commissiedebat Belastingdienst van13 maart 2025 hebben we daar ook in soortgelijke termen met elkaar overgesproken. Het is onacceptabel dat de Belastingdienst RAM heeft gebruikten zoals ik eerder heb aangegeven, betreur ik dat.Het verleden kan ik niet veranderen. Als met RAM fouten zijn gemaakt dietot ernstige gevolgen voor burgers hebben geleid, zoals een schendingvan grondrechten, dan vind ik dat ik daar een verantwoordelijkheid heb. Inparagraaf 5 ga ik in op het onderzoek dat nu naar een mogelijkeschending van grondrechten gedaan wordt. In september van dit jaarverwacht ik u daar nader over te kunnen informeren. Daarnaast wil ik mijgraag richten op het heden en de toekomst. Daar is nog veel werk te doen,onder andere op het gebied van de AVG, dit zal leiden tot een betereBelastingdienst voor burgers en bedrijven. Onder andere in de volgendeparagraaf over AVG-aspecten komt dit aan bod.2. AVG-aspecten De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, VVD, NSC en DENK stellendiverse vragen over aspecten die gelieerd zijn aan AVG. In dit hoofdstukzal ik deze beantwoorden. De vragen zal ik per onderwerp beantwoorden.AVG en de omgang met gegevensDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Staatssecretariskan uitleggen hoe het kan dat het nut, de noodzaak en het gebruik vanrisicoscores in spreadsheets die KPMG aan heeft getroffen nietbeschikbaar waren? Is de Staatssecretaris het ermee eens dat hetverwerken van persoonsgegevens altijd gemotiveerd moet zijn?Bij de Belastingdienst wordt veel gewerkt met de gegevens van burgersen bedrijven. Daarbij is het natuurlijk essentieel dat de Belastingdienstzich houdt aan de geldende regelgeving met betrekking tot gegevensver-werking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150512 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Staatssecretaris hetmet eens is dat doelbinding een basisprincipe is van het privacyrecht?Doelbinding is een wettelijk vastgelegd principe, dit betreft Artikel 5 lid 1sub b van de AVG. Ik deel uw opvatting dat het verwerken van persoons-gegevens altijd gemotiveerd moet zijn. Alle verwerkingen van persoons-gegevens moeten – zoals voorgeschreven door de AVG – een duidelijkegrondslag en doel hebben en daarmee dus worden gemotiveerd. Bij deontwikkeling van risicomodellen en selectieregels worden tegenwoordigdan ook bias- en fairnesstoetsen, mensenrechtentoetsen, en toetsen aande AVG uitgevoerd door de Belastingdienst.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welke gevolgen het heeftgehad voor burgers dat hun persoonsgegevens zijn gebruikt voor anderedoeleinden dan waar zij toestemming voor hebben gegeven?De Belastingdienst mag gegevens verzamelen die nodig zijn voor deuitvoering van zijn wettelijke taken en bevoegdheden, namelijk het heffenen innen van rijksbelasting en het uitvoeren van toezicht. Er is dan ookgeen sprake van het geven van toestemming voor het verwerken vanpersoonsgegevens.Verder vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie om niet alleen deambitie te stellen dat medewerkers de gegevens kunnen inzien die zijnodig hebben voor hun taak, maar ook om burgers het recht te geven omte weten hoe hun gegevens worden verzameld en verwerkt voor in hettoezicht.De Belastingdienst onderschrijft de ambitie om een gelijkwaardigeinformatiepositie te creëren tussen medewerkers enerzijds en burgersanderzijds volledig. Concreet wordt hier invulling aan gegeven door derealisatie van inzage in het fiscaal dossier, het programma dat voortvloeituit het amendement Omtzigt op artikel 66a en in kader van het Belas-tingplan 2024 is aangenomen en actief inzagerecht voor burgers mogelijkmaakt. Hierbij is het de ambitie van de Belastingdienst om ultimo 2025voor burgers inzage te creëren in de gegevens van het belastingmiddelInkomensheffing-Niet Winst. Tot aan 2030 wordt dit vervolgens via eeningroeimodel uitgebouwd naar de ontsluiting van alle belastingmiddelen.KPMG heeft in haar onderzoek niet kunnen achterhalen welk nadeelburgers hebben ondervonden door gebruik van gegevens in RAM. Ditdoor het ontbreken van gestructureerde vastlegging in RAM en/ofcontroledossiers van individuele belastingplichtigen. In paragraaf 5«Onderzoek naar gevolgen voor burgers van het gebruik van RAM» vandit schriftelijke overleg ga ik daar nader op in.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of er sinds debewustwordings- en bijscholingscampagnes minder privacyschendingenzijn geweest? In hoeverre is dit de individuele verantwoordelijkheid vanwerknemers?De leden van de DENK-fractie vragen welke concrete stappen er inmiddelszijn gezet om de aanbevelingen van KPMG over privacybescherming endataminimalisatie te implementeren?Het voldoen aan de AVG vraagt een continue inspanning van de Belas-tingdienst en zijn medewerkers. Daarom heeft de AVG afgelopen jarenbinnen de organisatie veel aandacht gekregen. De Belastingdienst heefteen vaktechnische structuur ingericht waardoor er meer specialistischekennis over de AVG aanwezig is op de werkvloer. Van iedere medewerkerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150513 bij de Belastingdienst wordt zorgvuldige omgang met gegevens in lijnmet wet- en regelgeving verwacht. Medewerkers worden bij dezeverantwoordelijkheid waar nodig geholpen vanuit de vaktechnischestructuur privacy en door datacoördinatoren.Ook het vergroten van bewustzijn over de omgang met gegevens heeftveel aandacht gekregen. Iedere medewerker volgt verplicht de trainingenvoor het veilig en zorgvuldig omgaan met gegevens.2 De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen of er sinds de bewustwordings- enbijscholingscampagnes op het gebied van de AVG minder privacyschen-dingen zijn geconstateerd. Dit is niet eenduidig te beantwoorden. Doordatde bewustwording met behulp van deze campagnes groter wordt, wordenprivacyschendingen mogelijk sneller gesignaleerd en zijn medewerkersbeter geïnformeerd over hoe zij om moeten gaan met persoonsgegevens.WaarborgenkaderDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie informeren naar het waarbor-genkader. Een waarborgenkader «waarbinnen gewerkt dient te gaanworden» is volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie tevrijblijvend en te vaag om dit risico te ondervangen. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat dit kader breed wordt nageleefd? Opwelke termijn en schaal wordt dit kader ingezet?In 2023 is het waarborgenkader selectie-instrumenten vastgesteld en zijnpilots uitgevoerd ten behoeve van het implementatietraject. Doel van ditwaarborgenkader is het beter borgen van de rechtmatigheid en transpa-rantie van de inzet van selectie-instrumenten. Het waarborgenkader kijktonder andere naar de doelbinding, de methodiek en de evenredigheid vande inzet van het selectie-instrument. Het waarborgenkader is ook bedoeldom beter te voldoen aan de AVG- en BIO (Baseline InformatiebeveiligingOverheid) bij de inzet van selectie-instrumenten.Door (recente) ontwikkelingen, zoals het algoritmeregister en de inwer-kingtreding van de AI Act, is een actualisatie nodig van het waarborgen-kader selectie-instrumenten. Het voornemen is om dit waarborgenkadervan toepassing te laten zijn op alle vormen van gegevensverwerkingen, inplaats van alleen op selectie-instrumenten. Hiermee bewerkstelligt deBelastingdienst dat alle soorten van gegevensverwerking aan dezelfdekwaliteitseisen voldoen met eenzelfde interne beheersing en naleving vandit kader.Ontwikkeling tot dit waarborgenkader kwaliteit gegevensverwerkingengebeurt stapsgewijs, er is geen termijn gekoppeld aan wanneer ditvolledig geïmplementeerd is. Startpunt is de kwaliteitszorg die nu albinnen de Belastingdienst is geïmplementeerd. Een voorbeeld hiervan ishet kwaliteitsmanagementsysteem van de directie Datafundamenten enAnalytics (DF&A) en de kwaliteitseisen uit het voortbrengingsproces vandirectie Informatievoorziening & Databeheersing (IV&D). Het kwaliteitsma-nagementsysteem waarborgt dat de analytics producten die DF&A inopdracht voor de andere dienstonderdelen ontwikkelt, voldoen aanwetgeving en beleid, kwaliteits-, privacy- en architectuur-vereisten. HetIV&D voortbrengingsproces is zodanig georganiseerd dat (technolo-gische) oplossingen pas kunnen worden ontwikkeld als voldaan is aan allestartvoorwaarden. Voorbeelden hiervan zijn de «privacy vereisten» (zoalshet maken van een dPIA), eisen vanuit integrale beveiliging en eisen ten2Inmiddels heeft meer dan 90% van de medewerkers van de Belastingdienst de hiervoorbestemde trainingen gevolgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150514 aanzien van het gegevenstyperingsbeleid en de kwaliteitseisen aangegevens.VerwerkingenregisterDe leden van de DENK-fractie vragen wat er bijvoorbeeld wordt gedaanom ervoor te zorgen dat in de toekomst alle dataverwerking tijdig encorrect wordt gedocumenteerd en vastgelegd in registers?Op dit moment wordt gewerkt aan het actualiseren, verbeteren encompleteren van een centraal register van verwerkingen. Het streven isom het vernieuwde verwerkingenregister, dat eenvoudiger is bij tehouden, nog dit jaar in gebruik te nemen. Ook wordt voor alle hoog risicogegevensverwerkingen een DPIA uitgevoerd, voor zover dit nog niet isgebeurd.Logging & monitoringDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris omuit te leggen waarom het nodig is dat «de Belastingdienst beziet welkemaatregelen kunnen bijdragen aan het verantwoorden over toegang totspecifieke informatie,» als logging en monitoring hiertoe effectievemethoden zijn. Ook zijn deze leden benieuwd waarom de Belastingdienstnu pas is «begonnen met de realisatie van het «need to know» principe endataminimalisatie.» Was dat tot nu toe niet het geval? Welke maatregelenworden er de komende jaren concreet genomen om hier aan bij tedragen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom het toepassenvan logging en monitoring op (de meest risicovolle) systemen slechts eenvoornemen is en geen harde doelstelling. Vindt de Staatssecretaris hetwenselijk dat deze methoden worden gebruikt om zo verantwoording af tekunnen leggen over het verwerken van persoonsgegevens? Welke redenis er om deze methoden niet te gebruiken? Erkent de Staatssecretaris dathet ontbreken van logging en monitoring in het onderzoek naar RAMzorgde voor gebrekkig inzicht? Is dat niet genoeg reden om dit nu alsharde eis te hanteren bij soortgelijke systemen?Allereerst zal ik antwoorden op de vraag over het ontbreken van loggingen monitoring in RAM. De Belastingdienst erkent dat het ontbreken vanlogging en monitoring in RAM resulteerde in gebrekkig inzicht. Daaromimplementeert de Belastingdienst – waar passend – logging enmonitoring in de systemen. Voor de geïdentificeerde «RAM-achtige»systemen wordt momenteel onderzocht welke technische (on)mogelijk-heden bestaan ten aanzien van monitoring en logging. Voor één systeem(Klantbeeld Toezicht Applicatie) wordt de reeds beschikbare logging enmonitoring direct geïmplementeerd.Wel benadruk ik dat logging en monitoring niet per definitie in allegevallen de meest efficiënte en effectieve methode is in het kader van hetverantwoorden over toegang tot informatie. Het is namelijk voor deBelastingdienst op dit moment helaas niet haalbaar om voor alleapplicaties logging en monitoring in te richten gezien het omvangrijke endeels verouderde applicatielandschap. Het inrichten van logging enmonitoring op de meest risicovolle systemen is echter – waar technischmogelijk – een harde doelstelling. Hierbij wordt gekeken naar methodesmet zo min mogelijk impact op het ICT-portfolio. Daarbij wordt een aantalvan die systemen binnenkort uitgefaseerd, waarmee andere tijdelijkemitigerende maatregelen effectiever zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150515 In het algemeen geldt dat de Belastingdienst per informatiesysteem – opbasis van een risicoanalyse – kijkt welke maatregelen met betrekking totde beveiliging effectief en efficiënt zijn. Dit is onder andere afhankelijk vande kenmerken van (soms verouderde) systemen en de daarin beschikbaregegevens. Op basis hiervan wordt vervolgens een combinatie vanpreventieve (zoals toegang op basis van need-to-know) en detectieve(zoals monitoring en logging) maatregelen getroffen. Bij het ontwikkelenvan nieuwe systemen en processen wordt in het kader van «complianceen privacy by design» standaard de mogelijkheid tot loggen en monitorengeïmplementeerd.Toegang tot informatieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd waarom deBelastingdienst nu pas is begonnen met de realisatie van het need-to-know-principe en dataminimalisatie en vragen welke maatregelen er dekomende jaren concreet genomen worden om hier aan bij te dragen.De Belastingdienst hanteert het need-to-know-principe al een langere tijd.In 2017 is de Belastingdienst gestart met het programma «Need to know»met als doel een generieke voorziening te ontwikkelen die de Belasting-dienst en zijn medewerkers kan ondersteunen bij het hanteren van hetneed-to-know-principe. Doordat er doorlopend (technische) ontwikke-lingen plaatsvinden op het vlak van cloudgebruik, ondermijning entoezichtsprocessen zorgt de Belastingdienst ervoor dat hier continuaandacht voor is.Om burgers en bedrijven beter te kunnen helpen en de dienstverleningverder te verbeteren kregen medewerkers in het verleden ruimer toegangtot systemen en gegevens. Dit maakte de Belastingdienst en zijnwerknemers echter kwetsbaar voor ondermijning, zo bleek uit het rapport«Een weerbare Belastingdienst» van KPMG uit 2024 dat ook met uwKamer is gedeeld.3 In dit kader zijn er diverse maatregelen genomen dieonder te verdelen zijn in preventieve (bewustwording, autorisatieheer, etc)en detectieve (logging en monitoring) maatregelen. Overigens zijn nietalle (vaak verouderde) systemen ingericht vanuit dit principe. Met demoderniseringsopgaaf worden dit soort type systemen vervangen doorsystemen die in het ontwerp moeten voldoen aan dit principe.De Belastingdienst heeft in het kader van het versterken van deweerbaarheid reeds duizenden autorisaties ingetrokken. Dit heeft metname plaatsgevonden op de risicovolle systemen. Daarnaast wordt er bijhet verlenen van nieuwe autorisaties strenger gekeken of deze wel nodigzijn voor de betreffende functie. Ook vindt er – waar mogelijk – comparti-mentering plaats in de systemen. Het uitgangspunt is – om ervoor tezorgen dat medewerkers alleen gegevens kunnen inzien die zij nodighebben voor de uitoefening van hun werkzaamheden.Werken met algoritmenDe leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen of er een wetenschappe-lijke norm is voor deze toetsen? Worden alle risicomodellen die reeds ingebruik zijn ook voorzien van zo’n toets? Wat is het gevolg als een toetsaantoont dat een model risicovol is?3Kamerstuk 31 066, nr. 1379Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150516 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten wat deprecieze taken zijn van het ethisch team dat werkt aan de inzet vanalgoritmes. Hoe wordt dit team samengesteld en welk mandaat heeft hetteam om ethisch gebruik van algoritmes af te dwingen?De leden van de DENK-fractie vragen of nieuwe toezichtsystemenverplicht extern getoetst worden op discriminatie en proportionaliteit doorbijvoorbeeld de Autoriteit Persoonsgegevens of het College voor deRechten van de Mens?De Belastingdienst ziet het belang en de urgentie in van duidelijke regelsen richtlijnen op het gebied van de ontwikkeling en het beheer vanalgoritmes. Juist de verantwoorde inzet van risicoprofileringsalgoritmesbinnen de overheid is gebaat bij gestandaardiseerde beheersmaatregelen.Dit is rijksbreed een gedragen inzicht. Hierom is wordt er ook vanuit hetNederlands Normalisatie Instituut (NEN) een Nederlands TechnischeAfspraak4 opgesteld.De Belastingdienst heeft een ethisch team dat bestaat uit een EthiekOfficer, een Ethisch adviseur, een Business Analist, en twee Datascientists.Het team heeft als taak de directie DF&A van de Belastingdienst teadviseren en te ondersteunen, zodat de ethische kwaliteit van analyticsproducten geborgd wordt. Dat houdt in dat er bijvoorbeeld bij algoritmeswordt gekeken dat deze zo worden ontwikkeld en toegepast dat ze veilig,transparant en eerlijk functioneren.Daarnaast is het team ambassadeur voor ethiek binnen de Belasting-dienst. Vanuit die rol biedt het team ondersteuning en advies aan deorganisatie. Ook wordt ondersteuning geboden in de vorm van aanbeve-lingen om de voorwaarden voor de inzet van een algoritme inzichtelijk temaken.Binnen de Belastingdienst loopt momenteel een pilot om onbedoeldediscriminerende effecten te voorkomen bij de ontwikkeling en inzet vanalgoritmes binnen de Belastingdienst. Daarin worden diverse instru-menten betrokken, zoals het model Impact Assessment Mensenrechten enAlgoritmes (IAMA), het Rijksmodel DPIA en de handreikingNon-Discrimination by Design. De in de pilot geïntegreerde methode voorbias-analyse is ontwikkeld op basis van wetenschappelijke literatuur enkennisuitwisseling. Deze is voor advies voorgelegd aan de Adviescom-missie Analytics van het Ministerie van Financiën5. De afgelopen twee jaarhebben verschillende modellen een bias- en fairnesstoets doorlopen. DeAdviescommissie Analytics van het Ministerie van Financiën adviseert deBelastingdienst over bias- en fairnesstoetsing, omdat de ethische kwaliteitvan een algoritme afhankelijk is van het bedrijfsproces waarin het wordtgebruikt.De ethische kwaliteit van een algoritme kan daarbij niet los worden gezienvan het bedrijfsproces waarin een algoritme gebruikt wordt. De impactvan selectie door een algoritme, hangt immers sterk samen met hetproces dat volgt op deze selectie en hoe dit mensen raakt. De uitkomstvan een bias- en fairnesstoets dient interdisciplinair gewogen te worden.Er is daarmee geen eenduidig antwoord te geven op de vraag welkegevolgen verbonden worden aan de uitkomst dat een model mogelijkrisicovol is.4https://www.nen.nl/nieuws/actueel/start-ontwikkeling-nta--beheersmaatregelen-ten-behoeve-van-de-verantwoorde-inzet-van-risicoprofileringsalgoritmen-/5Kamerstuk 31 066, nr. 1463, bijlage Advies Datafundamenten & AnalyticsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150517 AlgoritmeregisterDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar het vullenvan het Algoritmeregister door de Belastingdienst. Welk aandeel van degebruikte algoritmes zijn op dit moment geregistreerd? Zijn dezealgoritmes altijd toegankelijk uitgelegd, zodat meteen duidelijk is met welkdoel deze worden gebruikt?De stand van zaken begin mei is dat met 35 publicaties 39 van de 86publicatieplichtige algoritmes van de Belastingdienst zijn gepubliceerd.Voor de publicatie van de overige algoritmes is een planning opgesteld.De gepubliceerde algoritmes zijn te vinden in het algoritmeregister opalgoritmes.overheid.nl.Jaarlijks rapporteren alle departementen via het Jaarverslag Bedrijfs-voering Rijk (JBR) in het voorjaar over de voortgang van de vulling vanhet Algoritmeregister. Daarnaast zijn er dit jaar twee aanvullenderapportagemomenten op verzoek van uw Kamer. Elk departement stuurtvoor de zomer een brief over de voortgang en BZK doet dat voor hetgeheel voor het einde van het jaar.Bij elk algoritme in het register wordt gezorgd voor een begrijpelijke uitlegover het doel, de werking en de impact. Ook wordt er aandacht besteedaan de wettelijke basis en de verwerkte gegevens, waarbij de herkomstvan die gegevens wordt benoemd.ArchiefwetDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom vernietigingster-mijnen op grote schaal niet worden nageleefd? Wat is het doel van dezetermijnen en wat zijn de kwalijke gevolgen als dit niet gebeurt? Deze ledenvragen de Staatssecretaris om duidelijk uit te leggen wat hij bedoelt methet «naar een hoger volwassenheidsniveau» brengen van de Belasting-dienst per 2026.De aangetroffen spreadsheets uit RAM stonden als documenten opnetwerkschijven waarop geen actief en/of geautomatiseerd archiefbeheerwerd toegepast en/of stonden in niet toegankelijke archieven. Zoalstoegelicht in mijn brief van 6 maart 2025, bevestigt de aanwezigheid vanspreadsheets uit RAM in de archieven van de Belastingdienst dat deBelastingdienst zijn archiefbeheer niet op orde had. Het voldoen aan deArchiefwet moet dergelijke situaties voorkomen. Daarnaast zijn erinmiddels kaders vastgesteld voor de architectuur van de Belastingdienstdie borgen dat bij de ontwikkeling van toekomstige systemen het creërenvan spreadsheets uit reguliere applicaties niet meer mogelijk is. Huidigesystemen met de mogelijkheid om spreadsheets te creëren worden zoveelals mogelijk uitgefaseerd.Om te voldoen aan de Archiefwet en dus ook de vernietigingstermijnendienen de vastgestelde en met het Nationaal Archief afgestemdeselectielijsten integraal toegepast te worden. Het doel van deze termijnenis om lang genoeg over overheidsinformatie te beschikken zodat dewerkprocessen uitgevoerd kunnen worden, de dienstverlening gegaran-deerd is en hierover verantwoording afgelegd kan worden. Na hetverstrijken van een in een selectielijst vastgestelde termijn moetengegevens vernietigd worden. Vernietiging is van belang bij hetvoorkomen van onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens en daarmeede naleving van de Archiefwet en de AVG. Ook blijft de hoeveelheidinformatie beheersbaar, waardoor opgeslagen informatie snellergevonden kan worden bij Woo verzoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150518 Onder het Rijksbrede programma Open op Orde voeren rijksorganisatieselk jaar een volwassenheidsmeting uit voor hun informatiehuishouding.De meting bestaat uit 32 vragen over de thema’s professionals, volumeaan aard van informatie, informatiesystemen en bestuur en naleving. Ditresulteert in een volwassenheidsscore per vraag en thema van 1 tot 4 (adhoc, herhaalbaar, gedefinieerd of gemanaged). Het streven is dat iedererijksoverheidsorganisatie gemiddeld op niveau 3 tot 4 uitkomt. DeBelastingdienst heeft als doel om in 2026 een volwassenheidscore van 3(gedefinieerd) te realiseren. Dit betekent dat gewerkt wordt volgens devereiste kaders.OverigDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen ten aanzien van hetpunt van lokaal ontwikkelde applicaties (LOA) de overweging ombepaalde specialistische applicaties lokaal te ontwikkelen en gebruiken.Deze leden lezen echter ook dat de Staatssecretaris erkent dat het bredergebruiken van zo’n LOA riskant kan zijn, wegens het gebrek aan ethischekaders. Sinds wanneer houdt de Belastingdienst deze applicaties zelf inbeheer? Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat de ICT-kennis in huis isén blijft om deze applicaties goed te blijven managen, ook als de origineleontwikkelaar(s) niet meer in dienst is (zijn)?Het ontstaan van LOA’s kwam voort uit ontoereikende digitale onder-steuning van medewerkers. Het bestaan van LOA’s ziet de Belastingdienstals onwenselijk. De Belastingdienst neemt de nog bestaande LOA’s voorbedrijfskritische processen via architectuur in beheer, waarbij ook debenodigde kennis voor het managen ervan wordt geborgd.Deze bedrijfskritische LOA’s worden omgebouwd tot zogenoemdeRobuuste Tijdelijke Voorzieningen waarbij de voorwaarden gelden uit hetvoortbrengingsproces van de informatievoorziening. Dit betekent dat deBelastingdienstbrede kaders en wet- en regelgeving ook op dezeapplicaties moeten worden toegepast en meer zicht moet ontstaan op denaleving hiervan. Zo wordt via de architectuur gegevensextractie uitsystemen zeer beperkt toegestaan en expliciet beoordeeld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris ophet punt van omgang met RAM vergelijkbare analysesystemen of in hetonderzoek naar de vijf systemen ook is gekeken naar strategischeautonomie als onderdeel van de informatiebeveiliging. Zijn er in deverwerking, uitwisseling of opslag van gegevens in deze systemenstrategische afhankelijkheden van één (niet-Europese) leverancier? Zo ja,wat doet de Staatssecretaris om deze afhankelijkheden te verminderen?In het onderzoek naar de vijf RAM-achtige systemen bij de Belastingdienstis niet gekeken naar strategische autonomie als onderdeel van deinformatiebeveiliging. Overigens zal nagenoeg altijd een afhankelijkheidbestaan van een niet Europese leverancier.De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van toezicht op fiscaaldienstverleners dat op dit moment een inventarisatie plaats vindt of dewaarborgen op grond van de FD-monitor afdoende zijn. Wat is de standvan zaken van deze inventarisatie? Wanneer kan de Kamer een brief overde inventarisatie en de resultaten verwachten?Voor het handhaven en het bijbehorende toezichtsproces op FiscaalDienstverleners gebruikt de Belastingdienst de FD-monitor. De eersteinventarisatie naar het gebruik van de FD-monitor is recent afgerond.Hieruit komt naar voren dat het gebruik van de FD-monitor nog nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150519 volledig aantoonbaar aan de wettelijke vereisten voldoet. Twee uitge-voerde «deep dives» geven het inzicht dat de restrisico’s acceptabel zijn.Op basis van bevindingen in deze «deep dives» is besloten de FD-Monitorin gebruik te houden voor de dienstverlenende activiteiten (gesprekkendoor accountmanagers en relatiebeheerders met FD-kantoren), waarvoorde FD-monitor binnen de FD-benadering wordt ingezet. Verder is beslotende FD-monitor tot nader order niet te gebruiken voor de aanpak vanniet-compliante Fiscaal Dienstverleners. Deze activiteit kan – in tegen-stelling tot de hiervoor genoemde (dienstverlenende) activiteiten – welleiden tot rechtsgevolgen voor burgers en bedrijven. Deze activiteit wordtweer opgestart wanneer het gebruik van de FD-Monitor in dit procesaantoonbaar in control is. De komende periode wordt gewerkt aan hetbeschrijven van de werkprocessen waarin de FD-monitor wordt gebruiktconform het kader Administratieve Organisatie en Interne Controle(AO/IC), om zodoende de werking van de processen aan te kunnen tonen.Daarbij zal ook nader advies gevraagd worden van medewerkers diewerkzaam zijn in de AVG-vaktechnische lijn. In de volgende Stand-van-zakenbrief Belastingdienst die dit najaar aan uw Kamer wordt aangebodenzal een update worden gegeven rondom het gebruik van de FD-monitor.De leden van de DENK-fractie vragen of het kabinet bereid is om periodiekte rapporteren aan de Kamer over de voortgang van de implementatie vandeze aanbevelingen?De afgelopen jaren heeft de Belastingdienst stappen gezet om meerbeheersing te krijgen op AVG aspecten en privacybescherming. In delaatste stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 6 maart 20256 ben ikingegaan op deze stappen. Daar heb ik ook aangegeven dat uw Kamervoor de zomer een separate brief ontvangt over de privacy-organisatievan de Belastingdienst.3. Besluitvorming ten tijde van RAM De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen op het punt van debevindingen van KPMG ten aanzien van besluitvorming over RAM deStaatssecretaris om een nadere reflectie op waarom er, ondanks bekenderisico’s, meermaals is gekozen om RAM niet stop te zetten. Hoe is hetbelang van toezicht afgewogen tegenover het risico dat grondrechtenworden geschonden? Waarom zijn er destijds geen alternatieve systemenuitgewerkt die RAM hadden kunnen vervangen met een hogere mate vanbeveiliging?De leden van de NSC-fractie vragen of de Staatssecretaris een chronolo-gisch overzicht kan geven van de formele en informele besluitmomentenrond RAM (invoering, uitbreiding, wijziging, uitfasering) en daarbijaangeven welke ambtelijke en/of bestuurlijke actoren daarbij betrokkenwaren. Is onderzocht of binnen de Belastingdienst waarschuwingen ofsignaleringen zijn gegeven over RAM die zijn genegeerd of onbeantwoordgebleven?De leden van de DENK-fractie vragen het kabinet waarom bij hetuitschakelen van RAM niet is gekozen voor het veiligstellen van hetsysteem ten behoeve van nader onderzoek. Wie heeft hierover het besluitgenomen en betrof dit een kabinetsbesluit? Deze leden ontvangen graageen gedetailleerde tijdlijn van de afbouw tot en met de definitieveontmanteling van RAM, inclusief de momenten waarop cruciale besluitenzijn genomen.6Kamerstuk 31 066, nr. 1465Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150520 De leden van de DENK-fractie vragen op welke momenten de Kamer isgeïnformeerd over de werking van RAM, specifiek omtrent het gebruikvan nationaliteit als selectiecriterium of risico op vooringenomenheid. Zijnhierover waarschuwingen vanuit de dienst of toezichthouders ontvangen?Kunnen deze leden een exact feitenrelaas ontvangen?De leden van de DENK-fractie vragen welke interne structuren enprocedures, die tussen 1998 en 2018 hadden moeten functioneren omdergelijke praktijken te signaleren en te stoppen, hebben gefaald? Opwelke momenten had het kabinet moeten ingrijpen en waarom heeft hetkabinet dit niet gedaan?KPMG heeft circa één jaar onderzoek gedaan naar RAM, 1.500documenten bekeken, enquête en interviews gehouden om de hoofd-vragen uit het onderzoek te beantwoorden. Hoofdvraag twee betrof: «Eenreconstructie van de besluitvorming die ten grondslag ligt aan deontwikkeling, het gebruik en de beëindiging van RAM, de eventuelefunctionele voorgangers en opvolgers van RAM, alsook een inventarisatievan mogelijke vergelijkbare risicoanalysesystemen die nog niet aan eeneerder (extern) onderzoek onderworpen zijn.»In hoofdstuk 5 van het KPMG rapport is de besluitvorming beschreven,voor zover nog te achterhalen. Hiervoor zijn interviews gehouden metvoormalige directeuren en directeuren-generaal van de Belastingdienst,andere betrokkenen bij de Belastingdienst en heeft documentonderzoekplaatsgevonden.Over de besluitvorming inzake het uitschakelen van RAM en de ontwik-keling van opvolgers schrijft KPMG onder andere: «Vanaf 2016 nam defrequentie en inhoudelijke diepgang van overleg en besluitvorming overRAM op directieniveau toe, zijn verschillende onderzoeken naar RAMgestart, zijn beheersingsmaatregelen voorgesteld en is de komst vanopvolgers van RAM besproken. In 2017 is besloten RAM in ieder geval uitte faseren voorafgaand aan de inwerkingtreding van de AVG. Uit dedocumentatie is naar voren gekomen dat RAM op 24 mei 2018, een dagvoor de inwerkingtreding van de AVG, is uitgezet om te voorkomen datmet het gebruik van RAM niet werd voldaan aan de toentertijd aanstaandewettelijke privacyvereisten. Dat een risico bestond dat RAM mogelijk ookal lange tijd niet voldeed aan de vigerende Wbp hebben wij alleen inbovengenoemd «CDO Risico» document voor de concerndirecteuren injanuari 2017 aangetroffen.Medewerkers hebben destijds op directieniveau aangegeven dat RAM«onmisbaar» was. Alle in het kader van besluitvorming geïnterviewdeleidinggevenden hebben aangegeven dat RAM niet eerder is uitge-schakeld, aangezien geen alternatief beschikbaar was voor gebruik in hettoezicht en dat de continuïteit van het toezicht, bij afwezigheid van RAMernstig, in het geding zou komen. Er is door het Directieteam Belasting-dienst in april 2018 besloten tot het laten uitwerken van noodscenario’s enhet uitschakelen van RAM direct voorafgaand aan de inwerkingtredingvan de nieuwe privacywetgeving AVG.»In het KPMG onderzoek is niet naar voren gekomen welke internestructuren en procedures hadden kunnen voorkomen dat RAM jarenlangin deze vorm gebruikt is. Wel zijn er factoren naar voren gekomen diebijgedragen kunnen hebben. Van 1998 tot 2010 was de beslissingsbe-voegdheid over RAM decentraal belegd binnen de Belastingdienst, terwijlRAM inmiddels niet meer alleen een lokale applicatie betrof, maarlandelijk werd gebruikt. Daarnaast prevaleerde het toezichtsbelang binnende Belastingdienst. Beide maakte dat verschillende collectieve belangen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150521 waar ook voldoen aan de wettelijke vereisten onder valt, moeilijk integraalafgewogen konden worden.In mijn brief van 6 maart 2025 over RAM noemde ik reeds dat deBelastingdienst had kunnen signaleren dat het beperkingen in het toezichtervoer en dit (politiek) bespreekbaar kunnen maken. Uit het KPMG rapportblijkt niet dat bewindspersonen of het Kabinet zijn betrokken in besluit-vorming over RAM en blijkt evenmin of signalen hen bereikt hebben.Uit een zoekslag in het archiefsysteem van het Ministerie van Financiën(Digidoc) blijkt dat in 2018 en 2019 RAM in een andere context naar vorenkwam, namelijk bij het inzichtelijk krijgen van het ICT-portfolio van deBelastingdienst. RAM werd in die overzichten opgenomen als één van devele applicaties onder de noemer dat het uitgefaseerd werd. Over hetICT-portfolio zijn bewindspersonen van het Ministerie van Financiëngeïnformeerd. In 2019 is de Tweede Kamer geïnformeerd7 over hetICT-portfolio van de Belastingdienst, waarbij in de bijlage «ZonnewijzersBelastingdienst» RAM als «te migreren» stond aangemerkt. Daarna is deTweede Kamer geïnformeerd over RAM in relatie tot de FSV met een briefvan 10 maart 20228 en 29 maart 20229 en bijbehorend onderzoek van PwC«Onderzoek effecten van FSV-registraties door directie MKB 2014–2019».Logischerwijs is de Tweede Kamer geïnformeerd naar aanleiding vandiverse vragen over RAM van leden van de Tweede Kamer en is deTweede Kamer meermaals geïnformeerd over de aanbesteding en deuitvoering van het onderzoek naar RAM door KPMG. Voordien lijkt er geenspecifieke communicatie met de Tweede Kamer over RAM te zijn geweest.Ik besef dat enkele van uw vragen niet met het KPMG rapport beantwoordkunnen worden en daarnaast stel ik vast dat ik ook geen mogelijkheid zieom die antwoorden alsnog te krijgen. RAM speelde immers over eenlange tijdsperiode en het uitgebreide onderzoek dat KPMG heeft gedaan,zie ik als ultieme poging om nog naar boven te halen wat bekend is overRAM, zeker gegeven het besluitvormingsproces een hoofdvraag in hetKPMG onderzoek betrof.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken op het punt van debesluitvorming door de Belastingdienst dat signalen over mogelijkrisicovolle algoritmen altijd serieus moeten worden genomen. Veelalworden signalen wel intern afgegeven, maar vervolgens niet gecommuni-ceerd naar de politieke leiding. Waarom is dit destijds niet gebeurd?Welke maatregelen zijn er nu genomen om signalen wél politiekbespreekbaar te maken, ook als het ongemakkelijk is? Merkt de Staatsse-cretaris dat de bereidheid om signalen te melden is toegenomen en wordthier effectief op gehandeld?Graag sta ik met u stil bij de verbeteringen die de Belastingdienst en hetMinisterie van Financiën hebben doorgevoerd, die zoveel mogelijk helpenvoorkomen dat we ons nogmaals gesteld zien voor een dergelijke situatieals met RAM. Allereerst zijn dit verbeteringen die zijn getroffen naaraanleiding van het rapport «Ongekend onrecht», zoals in paragraaf 1aangehaald. Met uitvoeringstoetsen heeft de Belastingdienst ruimte omaan te geven in hoeverre wetgeving uitvoerbaar is en met invoerings-toetsen of dit ook na invoering daadwerkelijk het geval bleek. De kwaliteitvan wetgeving kent meer oog voor menselijke maat en het IntegraalAfwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) vormt een waarborgvoor die kwaliteit. Daarnaast is het herkennen, erkennen en opvolgen van7Kamerstuk 31 066, nr. 4868Kamerstuk 31 066, nr. 9829Kamerstuk 31 066, nr. 992Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150522 signalen uit de uitvoeringspraktijk een belangrijk element. Daarvoor isonder andere het Loket Rechtsstatelijkheid opgezet bij de Belastingdiensten is er het Stella-team dat met een verbeterde werkwijze complexecasuïstiek behandelt. Ook zijn er manieren afgesproken om signalenonder de aandacht te brengen bij de ambtelijke en politieke top en zijn erwijzen van rapporteren aan de Tweede Kamer over dergelijke signalenafgesproken, zoals met de Stand van de uitvoering en met de Staat van deuitvoering. Tot slot is veel aandacht gegeven aan het realiseren van eencultuurverandering bij medewerkers van de Belastingdienst, onder anderemet de leerlijn «Inzicht in eigen vooroordeel», «Ruimte in het Recht doormiddel van de dialoog» en door teams te ondersteunen om een dialoogover uiteenlopende onderwerpen te voeren.Met het programma besturing Belastingdienst en bijbehorende herin-richting van de topstructuur is de besturing van de Belastingdienstvereenvoudigd en verbeterd. De top van de Belastingdienst stuurt opstrategische onderwerpen en er worden sneller besluiten genomen meteen evenwichtige afweging tussen de verschillende collectieve belangen.Hierdoor worden Belastingdienst brede onderwerpen, zoals vaak metICT-systemen of processen het geval is, aan de juiste tafel besproken enmet hen die hierover een beslissing kunnen nemen.In de dagelijkse praktijk ervaar ik dat regelmatig met de Belastingdienstspreek over zaken die goed gaan, maar ook zaken die minder goed gaan.Daar komen ook signalen aan bod. Afhankelijk van de impact van eensignaal op burgers en bedrijven, treft u deze bijvoorbeeld aan in destand-van-zakenbrief Belastingdienst die twee maal per jaar aan uwKamer wordt gezonden.De leden van de NSC-fractie vragen op het punt van openbaarmaking vanartikel 68 (Gw)-verzoek voor hoeveel documenten uiteindelijk de uitzonde-ringsgrond «tegen het belang van de Staat» is toegepast? Kan deStaatssecretaris concreet aangeven welke belangen van de Staat in dezeafweging een rol hebben gespeeld? Bijvoorbeeld: betrof dit operationeleinformatie over toezichtstrategieën, internationale afspraken of ietsanders? Is overwogen om de desbetreffende documenten eventueelgeanonimiseerd of gedeeltelijk beschikbaar te stellen?Alle documenten die binnen de scope van het artikel 68 verzoek vallen zijnverstrekt en er is daarmee geen beroep gedaan op de uitzonderingsgrond«tegen het belang van de Staat». In een aantal documenten zijn specifiekepassages gelakt vanwege toezicht- of inspectiegevoelige informatie. Dit isper gelakte passage aangegeven.In de bij deze beantwoording gevoegde documenten genoemd doorKPMG in het externe onderzoek zijn twee documenten niet gedeeld,omdat deze documenten volledig inspectie-, controle- of toezichtgevoeligzijn. Voor negen wel gedeelde documenten geldt dat er specifiekepassages zijn gelakt onder dezelfde weigeringsgrond.4. Gegevensverstrekking De leden van de NSC-fractie vragen of de Staatssecretaris kan aangevenin hoeverre RAM-extracties ook buiten de Belastingdienst zijn verspreid?De leden van de NSC-fractie vragen of een overzicht kan worden gemaaktvan de samenwerkingsverbanden waarbij RAM werd gebruikt alsdatavoorziening? In hoeveel procent van de gevallen betreft het hiersamenwerkingsverbanden ten behoeve van de uitvoering van sociale-zekerheidsregelingen? Wat was het doel van deze samenwerkingsver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150523 banden? In hoeverre is het aannemelijk dat de partijen die onderdeelwaren van deze samenwerkingsverbanden ook buiten het samenwer-kingsverband om gebruik maakten van deze data?De leden van de NSC-fractie vragen of een overzicht kan worden gegevenvan de convenanten die golden voor deze samenwerkingsverbanden?In mijn brief van 6 maart 2025 heb ik aangegeven dat ik uit het KPMGonderzoek opmaak dat RAM een vehikel was om projecten die overheids-breed werden uitgevoerd van data te voorzien. Er zijn gegevensverstrek-kingen naar voren gekomen aan (KPMG rapport, paragraaf 3.3.4.2):1.de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA),2.het Financieel Expertise Centrum (FEC),3.de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s),4.het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC),5.de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI),6.Infobox Crimineel & Onverklaarbaar Vermogen (iCOV),7.Samenwerking op het gebied van BIBOB,8.Citydeal Zicht op ondermijning,9.Contraterrorisme (CT) infobox,10.Knooppunt Zorgfraude.Voor deze verstrekkingen zijn convenanten gesloten die ingezien kunnenworden op de website van de Belastingdienst10.In de samenwerkingsverbanden RIEC, LIEC, LSI, iCOV en CT infobox zijnhet Ministerie van SZW, UWV of SVB deelnemer. Deze samenwerkingsver-banden zouden daarmee kunnen bijdragen aan de uitvoering vanregelingen in het domein van de sociale zekerheid.De tijdspanne van 20 jaar waarin RAM gebruikt is maakt het niet meermogelijk om over die periode vast te stellen welke gegevens gedeeld zijn,met welke frequentie en aan welke samenwerkingsverbanden. Ookkunnen geen uitspraken gedaan worden in hoeverre de gegevens buiteneen samenwerkingsverband gebruikt zijn.De leden van den NSC-fractie vragen of er redenen zijn om aan te nemendat deze samenwerkingsverbanden onrechtmatig gebruik hebbengemaakt van deze data enkel door gebruikmaking van dezeRAM-extracties? Kan de Staatssecretaris specificeren welke gegevens welvia RAM beschikbaar waren, maar niet of niet in dezelfde combinatieverstrekt hadden kunnen worden zonder RAM? Betreft dit uitsluitendsamengestelde risicoscores of ook bijzondere persoonsgegevens (zoalsnationaliteit, fraudesignalen of strafrechtelijke gegevens)? Welkedatagegevens zijn enkel in RAM beschikbaar?In mijn brief van 6 maart 2025 noem ik dat het gebruik van RAM beperktvoldeed aan waarborgen rondom gegevensbescherming, maar dat dit nietbetekent dat verondersteld moet worden dat een dataverstrekking aanandere partijen per definitie onrechtmatig was. Voor een verstrekking vandata aan deze en andere partijen waren – ook destijds – convenantengesloten waarin is opgenomen welke data verstrekt kunnen worden enwelke wet- en regelgeving daaraan ten grondslag lag. KPMG heeftoverigens geen onderzoek gedaan naar deze convenanten. Zonder RAMhadden grotendeels dezelfde data verstrekt kunnen zijn als met RAM(uitgezonderd met RAM gegenereerde gegevens), alleen hadden dan data10https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/intermediairs/toezicht/convenanten/convenanten_met_afnemers_van_informatie/convenanten_met_afnemers_van_informatie_van_de_belastingdienstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150524 uit één of meerdere systemen van de Belastingdienst gecombineerdmoeten worden. Naast een verantwoordelijkheid bij de verstrekkendepartij, rust ook een verantwoordelijkheid bij de ontvangende partij alsverwerkingsverantwoordelijke om ontvangen data te beoordelen opproportionaliteit en subsidiariteit.Data die uitsluitend in RAM beschikbaar waren betroffen berekendevelden met totalen en risicoscores die voor een fiscaal dienstverlenerwerden berekend. Alhoewel deze totalen en risicoscores zijn aangetroffendoor KPMG in spreadsheets, heeft KPMG niet kunnen vaststellen of dezebenut zijn en op welke wijze. Gezien de verstreken tijd en het feit datKPMG het gebruik niet heeft kunnen vaststellen, zie ik geen mogelijkheidom dat inzicht alsnog te krijgen. Dat geldt ook voor de vraag of gegevensin een bepaalde combinatie al dan niet verstrekt konden worden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien op het punt van hetverstrekken van gegevens uit RAM aan andere organisaties in hetontbreken van informatie over verstrekte gegevens uit RAM wederombevestigd dat het de overheid ontbreekt aan eenduidig databeleid. Opwelke termijn verwacht de Staatssecretaris van de Belastingdienst dat zijde door hem genoemde verbetermogelijkheden volledig heeft uitge-voerd? Hoe helpt de Staatssecretaris de dienst hierbij?De Belastingdienst heeft de ambitie de informatiehuishouding in 2026 oporde te hebben. Daartoe stuurt de Belastingdienst onder andere op deimplementatie van de Wet open overheid (Woo), de implementatie van de(nieuwe) Archiefwet, de realisatie van een generiek platform voordocument- en archiefbeheer (GDA) en een content service platform (CSP)voor de beleids- en ondersteunende processen.De Belastingdienst heeft (in lijn met rijksbrede afspraken) een Chief DataOfficer (CDO) die erop stuurt dat efficiënt en verantwoord wordtomgegaan met gegevens. Deze CDO geeft invulling aan datamanagementen borgt dat taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden helder zijnvoor elke set van gegevens. De CDO stelt beleid, kaders, richtlijnen op endoet verbetervoorstellen voor de gehele levenscyclus (van creatie totvernietiging) van gegevens.De leden van de VVD-fractie vragen welke stappen het kabinet zet omverbetermogelijkheden, zoals het periodiek evalueren van convenanten,aan te pakken? Ook lezen deze leden dat de naleving van de afsprakenover het toezicht op de afspraken voor gegevensdeling binnen deBelastingdienst worden verstrekt. Hoeveel fte is nodig voor dit toezicht?Hoeveel fte is nu gevuld voor dit toezicht? Hoe voorkomt het kabinet datdit voor extra werkdruk zorgt voor de Belastingdienst?Alle nieuwe convenanten zullen gaan voldoen aan het vastgestelde kader.Daarbij wordt expliciet aandacht gegeven aan evaluaties, wijzigingen ofescalaties. Daarnaast zullen alle bestaande convenanten wordendoorgelicht om te zien of ze voldoen aan het kader en waar nodig volgenaanpassingen. Verder zal worden geanalyseerd wat de stand van zaken isten aanzien van de in de bestaande convenanten genoemde evaluaties.De verwachting is dat deze analyses voor 2026 zijn afgerond. U wordt inde stand-van-zakenbrief Belastingdienst in het najaar van dit jaargeïnformeerd over de actuele stand van deze analyse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150525 5. Onderzoek naar gevolgen voor burgers van het gebruik vanRAM De leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen of de Staatssecretaris heteens is met KPMG dat het onmogelijk is om te achterhalen of er nadeligeeffecten voor belastingplichtigen hebben plaatsgevonden door risicose-lecties te doen op basis van nationaliteit of ziet de Staatssecretarismogelijkheden om dit alsnog te doen?De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen dat selectie op basis vannationaliteit niet mag en dat de Belastingdienst eventuele gevolgen die ditheeft gehad dient terug te draaien. Zij vragen hoe de Staatssecretaris ditverenigt met zijn constatering dat hij niet kan vaststellen of er wel of geenongelijke behandeling heeft plaatsgevonden? Wat gaat de Staatssecretarisdoen om de Belastingdienst te ondersteunen in haar terechte poging omuit te zoeken of hier wél sprake van is geweest? Wanneer is volgens deStaatssecretaris voldoende onderbouwd dat er definitief wel of geensprake is geweest van ongelijke behandeling?De leden van de VVD-fractie merken op dat de Belastingdienst onderzoektof het gebruik van gegevens uit RAM in specifieke situaties mogelijk toteen schendig van de grondrechten heeft geleid. Wat is de stand van zakenvan deze twee onderzoeken? Wanneer kan de Kamer de resultaten vandeze twee onderzoeken verwachten?De leden van de DENK-fractie constateren dat er bij het onderzoek 35spreadsheets aangetroffen zijn met gegevens over burgers en bedrijven.Waarom zijn deze niet direct meegenomen in het onderzoek? Hoeveelpersonen en bedrijven staan hierin vermeld? Kan een geanonimiseerdeweergave van een representatief voorbeeld worden gedeeld, inclusiefuitleg over wat bedoeld wordt met gegevens gebaseerd op postcode en inmindere mate achternaam?KPMG stelt dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van RAM niette duiden zijn. De Belastingdienst wil dit toch proberen uit te zoeken,omdat een schending van een grondrecht vergaand is. Ik zal toelichtenwelke gegevens in RAM spreadsheets zijn aangetroffen waar nadervervolgonderzoek door de Belastingdienst naar wordt verricht en wanneerik verwacht de resultaten hiervan met uw Kamer te kunnen delen. Hetonderzoek valt uiteen in twee delen: naar de 14 spreadsheets met eenselectie op nationaliteit en naar 35 spreadsheets met een selectie oppostcode.De Belastingdienst gaat bij de 14 aangetroffen spreadsheets met eenselectie op nationaliteit (dus niet louter het aanwezig zijn nationaliteit ineen spreadsheet) na of aangiften van belastingplichtigen zijn geselecteerdop voor het (fiscale) toezicht relevante en objectief gerechtvaardigdegronden, mits er sprake is van een correctie op de aangifte of eennavordering. Daarbij merk ik op dat het gebruik van nationaliteit slechts ineen zeer beperkt aantal specifieke gevallen fiscaal relevant is, maar dat opdit moment niet is vastgesteld dat grondrechten zijn geschonden, dat zalhet onderzoek moeten uitwijzen. Om dit te onderzoeken gebruikt deBelastingdienst de werkwijze die ontleend is aan de werkwijze om de Wetcompensatie wegens selectie aan de poort uit te voeren en bestaat uit devolgende stappen:•Totstandkoming onderzoekspopulatie – Hierbij wordt inzichtelijkgemaakt welke burgers uit de populatie daadwerkelijk een correctie inhun nadeel op hun aangifte hebben gehad van het aangiftejaar inscope. Daarmee wordt de totale populatie van de veertien spread-sheets verkleind naar die groep die een nadelig effect heeft gehad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150526 •Steekproef – Trekken van steekproef om inzicht te krijgen in deonderzoekspopulatie.•Geautomatiseerde analyse – Aan de hand van selectiecriteria (zoalsaftrekposten vanuit de inkomensheffing, uitworpredenen (AKI-codes),e.d.) wordt inzichtelijk gemaakt of er fiscale en/of objectieve grondenzijn voor de selectie van aangiften. Dit gebeurt op het totaal van deonderzoekspopulatie. Ook wordt vastgesteld of de aangiften in deonderzoekspopulatie onderdeel zijn van een casus11 waarvoor fiscaleen/of objectieve gronden zijn vastgesteld.•Handmatige Analyse – Beoordelingskader – Het beoordelingskader wattoegepast is in de analyse bij Selectie aan de Poort wordt geactuali-seerd en opnieuw toegepast in de handmatige beoordeling.•Handmatige Analyse – Herbeoordeling aangiften – Alle aangiften uit desteekproef waarvoor in de geautomatiseerde analyse (nog) geenfiscale en/of objectieve grond is geconstateerd worden handmatigherbeoordeeld aan de hand van het beoordelingskader.•Rapportage – Op basis van de uitkomsten van de analyse wordtinzichtelijk gemaakt of en zo ja, hoeveel aangiften uit de onderzoekspo-pulatie geen fiscale en/of objectieve gronden hebben. Dit biedt inzichtin de mogelijkheden en eventuele noodzaak van herstel.Daarnaast verricht de Belastingdienst een juridische analyse waarbij hetnagaat of 35 volgens KPMG aangetroffen spreadsheets met een selectieop postcode (eventueel in combinatie met huisnummer) mogelijk heeftgeleid tot een schending van grondrechten of dat aannemelijk is datsprake is van een fiscale en/of objectieve rechtvaardiging. Indien er sprakeis van een dergelijke rechtvaardiging, worden de spreadsheets niet verderonderzocht. Indien er geen rechtvaardiging is, dan wordt het hierbovenbeschreven proces gevolgd dat ook toegepast wordt voor de 14 spread-sheets met een selectie op nationaliteit.De Auditdienst Rijk bekijkt als onafhankelijke partij deze beide analysesnaar spreadsheets waarbij is geselecteerd op nationaliteit en afhankelijkvan de juridische analyse op postcode (eventueel in combinatie methuisnummer). De Autoriteit Persoonsgegevens heeft aangegeven dezeanalyses te volgen. In september 2025 verwacht ik uw Kamer over deuitkomst van deze analyse, de mogelijkheden en de eventuele noodzaakvoor herstel te informeren.De leden van de DENK-fractie vragen of gezien de gebleken benadelinghoe het kabinet gedupeerden actief informeert en compenseert.Overweegt het kabinet een schadefonds, vergelijkbaar met de toeslagen-affaire?Bij gebleken noodzaak voor herstel, hoort ook een voorstel voor dekkinghiervan. Het kabinet ziet geen noodzaak hiervoor een schadefonds teoverwegen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris ophet punt van verwerking van nationaliteit of fiscaal strafrechtelijke- ofmedische gegevens welke consequenties de Staatssecretaris eraanverbindt dat RAM bijzondere persoonsgegevens over nationaliteitbeschikbaar stelde, terwijl dit niet was toegestaan. Wat betekent dit voorde acties die zijn genomen op basis van deze dataset? Zijn deze acties nietper definitie onrechtmatig?11Een casus betrof bijvoorbeeld een intermediair die aangiften voor belastingplichtigen (zijnklanten) indient met daarin hoge aftrekposten die niet onderbouwd konden worden door deintermediair en zijn klant.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150527 Medische gegevens behoeft een nadere uitleg. Dit betrof informatie dieeen belastingplichtige aanleverde ter onderbouwing van een aftrekpostvoor specifieke zorgkosten. Hieruit konden medische gegevens wordenafgeleid, bijvoorbeeld als een belastingplichtige aangaf de kosten vanmedicijnen tegen een bepaalde aandoening op te voeren. Daarmee isdeze informatie fiscaal relevant indien het binnen de context van hetbeoordelen van een aftrekpost gebruikt werd. Overigens heeft KPMG inhun rapportage aangegeven dat er geen spreadsheets met deze gegevenszijn aangetroffen. Voor de beschikbaarheid van fiscaal strafrechtelijkegegevens geldt hetzelfde. Die zijn relevant in bepaalde uitvoeringspro-cessen, maar irrelevant buiten die context. Daarmee is het beschikbaarzijn van deze gegevens op zichzelf bezien niet onrechtmatig.De leden van de NSC-fractie vragen of de Staatssecretaris kan bevestigendat deze BSN’s zijn geselecteerd (mede) op basis van nationaliteit? Isoverwogen om burgers uit deze spreadsheets hierover te informeren?Wordt onderzocht of intern sprake is geweest van waarschuwingen ofsignaleringen omtrent het gebruik van deze specifieke spreadsheets?In mijn brief van 6 maart 2025 heb ik reeds bevestigd dat in 14 van de1.170 aangetroffen spreadsheets gebruik gemaakt werd van eerste en/oftweede nationaliteit als selectiecriterium. Aangezien het niet duidelijk iswaarvoor deze spreadsheets zijn opgesteld en of het gebruik van dezespreadsheets tot een schending van een grondrecht van een burger heeftgeleid, zijn burgers die in deze spreadsheet voorkomen, (nog) nietgeïnformeerd. In het KPMG rapport wordt geen melding gemaakt datbinnen de Belastingdienst waarschuwingen of signalen over dezespecifieke spreadsheets zouden bestaan. Hier vindt geen aanvullendonderzoek naar plaats.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen op welke termijn deBelastingdienst andere omgevingen gaat doorzoeken om RAM spread-sheets op te sporen en te verwijderen? Hoe groot acht de Staatssecretarisde kans dat er alsnog gebruik is gemaakt van deze data nadat RAM isstopgezet door het bewaard blijven van RAM spreadsheets?De Belastingdienst werkt momenteel een aanpak uit om deze omgevingente doorzoeken met als doel «RAM-spreadsheets» veilig te stellen en op deoorspronkelijke locatie ontoegankelijk te maken voor medewerkers. Omde enorme hoeveelheid bestanden te kunnen doorzoeken op de aanwe-zigheid van deze spreadsheets is het noodzakelijk om specifieke softwarein te zetten die nog moet worden ingericht. De Belastingdienst maakthiervoor een plan en informeert u als een doorlooptijd aan de zoekslagverbonden kan worden.Het gebruik van achtergebleven RAM-spreadsheets is niet uit te sluiten,mede doordat het gebruik van RAM-gegevens niet gestructureerd en/of incontroledossiers van individuele belastingplichtigen is vastgelegd.Aangezien RAM in 2018 is uitgezet, was de achtergebleven dataverouderd en heeft daarmee zijn waarde in het gebruik verloren.6. Verduidelijkende vragen over het KPMG onderzoek De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd hoe wordtbepaald wat de «minimale hoeveelheid gegevens» is die nodig is voorsubjectgerichte controle, zoals beschreven in spoor 3 na het uitzetten vanRAM. Hoe wordt dataminimalisatie daarin toegepast?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150528 De leden van de DENK-fractie vragen van welke persoonsgerichtegegevens RAM-spoor 1 precies geschoond is. Kan het kabinet eenuitsplitsing geven van hoeveel informatie over personen en bedrijven isverwerkt in RAM-spoor 1, 2 en 3?De leden van de DENK-fractie merken op dat uit het onderzoek blijkt datRAM op verschillende punten niet voldeed aan wettelijke vereisten. Kanhet kabinet per spoor (1, 2 en 3) specifiek toelichten aan welke wet- enregelgeving (onder andere de AVG, Archiefwet, Wet GBA en internebeleidsregels) niet werd voldaan?Voordat ik in ga op de drie sporen past eerst enige algemene achtergrond.Nadat RAM in mei 2018 is uitgezet bleef de behoefte aan een systeem alsRAM dat wél voldeed aan de geldende wetten en regels rond informatie-beveiliging en gegevensdeling. Om alsnog aan deze toezichtstaak tevoldoen, heeft de Belastingdienst vervangende voorzieningen voor RAMopgezet. Daarbij is steeds het uitgangspunt geweest dat deze vervan-gende sporen moesten voldoen aan de geldende wetten en regels, zoalsde AVG. Daarom zijn drie verschillende scenario’s gelijktijdig uitgewerktdie hieronder worden toegelicht, het gaat om de zogenoemde sporen 1t/m 3.Over het proces van spoor 1 t/m 3Het doel van Spoor 1 was het inrichten van een AVG-compliant engeschoonde kopie van de RAM-database. De in RAM opgenomen velden,die niet waren toegestaan op basis van de AVG, werden verwijderd.Desondanks bleef spoor 1 een uitgeklede kopie van RAM waar dezelfdebezwaren bleven gelden als bij RAM. Spoor 1 is daarom uitgeschakeld permei 2019.Binnen Spoor 2 werd uitsluitend gebruik gemaakt van de actuelegegevens uit een aantal transactiesystemen van de Belastingdienst.Daarom was de gedachte toentertijd dat dit aansloot op de AVG. Bij deontwikkeling van Spoor 3 werd ingespeeld op de AVG-regels en werdenniet meer gegevens opgenomen dan toegestaan. Toch is bij deze sporenonvoldoende voldaan aan randvoorwaarden rond vastlegging endocumentatie, ook in relatie tot de AVG. Spoor 2 en Spoor 3 zijn daaromook voortijdig beëindigd.Over de informatie binnen spoor 1 t/m 3Spoor 1 en Spoor 2 bevatten informatie uit meerdere transactiesystemenvan de Belastingdienst. De verwerking van gegevens was gericht op hetcontinueren van analyses voor toezicht binnen de Verhuurdersheffing,beoordelen van de belastingplicht van stichtingen en verenigingen,toezicht binnen ANBI-instellingen, toezicht op startende ondernemers ende controle op het ondernemerschap van MKB bedrijven. Ook werdenbeide sporen gebruikt om incidentele selecties te maken, ten behoeve vande van het toezicht.Spoor 3 was een dataset met fiscale kerngegevens, bedoeld voor tactischeen strategische analyses ter ondersteuning van het toezichtproces binnende Belastingdienst rond onder andere branches. Dataminimalisatie vondverder plaats door de afbakening van de datagebieden, waarbij deanalisten alleen toegang kregen tot data die paste bij de werkzaamhedendie ze moesten uitvoeren. In Spoor 3 konden geen selecties gemaaktworden ten behoeve van gerichte controles.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150529 Van Spoor 1 en Spoor 3 zijn (beschrijvingen van) de datasets nogbeschikbaar, maar niet de bevragingen (scripts/queries) die op dezedatasets werden gedaan. Welke data van die sets daarmee feitelijk isverwerkt, is daardoor niet meer te achterhalen. Voor Spoor 2 zijn zowel de(beschrijving van) datasets als de bevragingen niet meer beschikbaar.De leden van de DENK-fractie constateren dat het kabinet stelt dat RAMdeels in gebruik moest blijven voor toezichtdoeleinden, terwijl uit hetKPMG-rapport blijkt dat slechts een beperkt aantal mensen toegang hadtot de drie sporen van RAM. Hoe verhouden deze bevindingen zich totelkaar?Gegevenslevering aan medewerkers in het toezicht verliep bij RAM en bijde sporen 1, 2 en 3 op dezelfde wijze. Een beperkt aantal gebruikers hadtoegang tot deze systemen en zij maakten de gegevensleveringen voor demedewerkers in het toezicht.De leden van de DENK-fractie vragen waarom logging vanaf 2012 nietbeschikbaar is gesteld? Kan het kabinet garanderen dat hierdoor geenbelangrijke constateringen gemist zijn en is zij bereid aanvullendonderzoek uit te voeren?De logging van RAM is niet beschikbaar gesteld, omdat geen logbe-standen beschikbaar zijn.De leden van de DENK-fractie constateren dat het «broedkamer»-systeembinnen de Belastingdienst recentelijk in opspraak kwam door een grootdatalek. Wat was hierbij de betrokkenheid van RAM?Ik herken niet dat het project Broedkamer recentelijk in opspraak isgekomen wegens een datalek, gezien de Broedkamer sinds 2016 isopgehouden te bestaan. In het KPMG rapport is opgenomen dat sprakewas van een datalek bij de Broedkamer. De Broedkamer en RAM maaktengebruik van dezelfde AWS-omgeving die gevoelig bleek voor datalekken.De directeur-generaal van de Belastingdienst besloot in juli 2017 om diereden tot het intrekken van alle RAM-autorisaties, waarna uitsluitend viaeen ontheffingsverzoek autorisatie kon worden verkregen.De leden van de DENK-fractie constateren dat slechts 125 van de 167aangeschreven personen deelnamen aan de interne enquête. Waaromhebben 42 personen niet deelgenomen en hoeveel van hen zijn nogsteeds werkzaam bij de Belastingdienst of Douane?Zoals de leden van de DENK-fractie opmerken is de enquête naar167 personen verstuurd. Daaronder waren ook twee oud-medewerkers diezich zelf hebben aangemeld voor de enquête. In totaal hebben 125medewerkers de enquête ingevuld. Er is door de 40 personen die deenquête niet hebben ingevuld niet aangegeven waarom zij dat niethebben gedaan. Omdat de enquête anoniem en vrijwillig is afgenomen isniet bekend om welke reden medewerkers niet hebben deelgenomen aande enquête en of zij nog werkzaam zijn bij de Belastingdienst, Toeslagenof Douane.De leden van de DENK-fractie merken op dat uit het rapport blijkt datbepaalde sectoren, zoals genoemd op pagina 130 (Project Lekkerbek,Beveiligingsbedrijven, Schoonmaakbranche en TaxibedrijvenAmsterdam), intensief zijn gecontroleerd. Zijn deze projecten uitgevoerdmet voldoende waarborgen tegen directe of indirecte discriminatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150530 Over het project Lekkerbek heeft de Belastingdienst nadere informatiekunnen achterhalen. Over de andere genoemde projecten is geen nadereinformatie beschikbaar gekomen. Daarbij moet in ogenschouw wordengenomen dat deze projecten zich naar schatting 10 tot 15 jaar geledenhebben afgespeeld.Project Lekkerbek betrof een lokaal project dat was gericht op mobieleviskramen. Het werkgebied van het betreffende kantoor van de Belasting-dienst en de beperkte hoeveelheid bedrijven binnen deze branchebepaalde de keuze voor deze branche. Hierbij stond de (vrijwillige)naleving van fiscale verplichtingen centraal. Bij dit project zijn verschil-lende voorlichtingsbijeenkomsten voor de ondernemers georganiseerd.Daarna zijn er ook vraagbrieven verstuurd en hebben er bedrijfsbezoekenen boekenonderzoeken plaatsgevonden. RAM is in eerste instantiegebruikt om de regionale populatie actieve mobiele viskramen in kaart tebrengen. Hiervoor is de branchecode gebruikt. Vervolgens zijn aan hetpopulatiebestand gegevens uit RAM toegevoegd. Dit betreft aangifte-,betaal- en verzuimgegevens. Dit betreft met name de volgende gegevens:•Naam•Vestigingsadres•Rechtsvorm (EMZ, VOF, BV, etc.)•Fiscaal nummer (BSN, RSIN, BTW-nummer)•Gegevens winstaangifte IB/VPB (omzet, inkoopwaarde, kosten,investeringen)•Loongegevens (loonsom, aantal werknemers)•Verhoudingscijfers zoals loon/omzet en brutowinstpercentage(inkoopwaarde)•Aangifte- en betaalgedragIn het regionale populatiebestand over de mobiele viskramen zijnvervolgens gegevens toegevoegd op basis van de antwoorden op deverzonden vragenbrieven en de rapportages van de bedrijfsbezoeken. Ditbetreft informatie over de (kwaliteit van de) administratieve organisatie/interne beheersing, administratie- en bewaarplicht, personeelsbezetting,fiscaal dienstverlener en assortiment. Op basis van de gegevens uit RAMen de hiervoor genoemde gegevens is bepaald welke mobiele viskramenin aanmerking komen voor een boekenonderzoek. Dit betreft een beperktaantal ondernemers van de regionale populatie. De selectie voorboekenonderzoek is gebaseerd op een combinatie van fiscale gegevens,bedrijfseconomische gegevens en gegevens over de kwaliteit van degevoerde administratie, rekening houdend met aard en omvang van deonderneming en schaarse controlecapaciteit. Het doel was om deze keuzezo objectief mogelijk te bepalen en de beschikbare controlemiddelenefficiënt en effectief in te zetten (toepassen handhavingsregie). Naar hetzich laat aanzien is dit project met waarborgen uitgevoerd en zie ik, medegezien de gebruikte gegevens, geen aanleiding om (in)directe discrimi-natie te vermoeden.7. Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst,Toeslagen en Douane (WGBTD) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Wet waarborgengegevensverwerking Belastingdienst, Toeslagen en Douane (WGBTD) ookvoorziet in het recht van burgers om proactief te worden geïnformeerdover de persoonsgegevens die de overheid van hen verwerkt, of hier opaanvraag inzage in te krijgen?Het wetsvoorstel Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst,Toeslagen en Douane (WGBTD) beoogt een drieledig doel te dienen. Metde WGBTD wordt versteviging bereikt van de wettelijke grondslagen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150531 de gegevensverwerking door de genoemde uitvoeringsdiensten.Daarnaast voorziet het voorstel in aanvullende waarborgen bij diegegevensverwerking. Bovendien vergroot het voorstel de transparantie bijdie gegevensverwerking. De aanvullende waarborgen die zullen wordengeregeld met de WGBTD hangen hoofdzakelijk samen met de verstevigingvan wettelijke grondslagen om gegevens te verwerken. Binnen het kadervan de ontwikkeling van dit wetsvoorstel is een analyse uitgevoerd. Uitdie analyse is naar voren gekomen dat voor bepaalde (soorten) gegevens-verwerkingen door de Belastingdienst versteviging van de grondslagen isgewenst12. De voorgestelde WGBTD voorziet niet rechtstreeks in eeninzagerecht. Recht op inzage in de verwerking van eigen persoonsge-gevens vloeit voort uit de AVG. Wel zullen de aanvullende waarborgen dieworden bepaald met de WGBTD eraan bijdragen dat de verwerking vanpersoonsgegevens door de genoemde uitvoeringsdiensten geschiedt opbasis van preciezere grondslagen, met helderdere kaders. Dat brengtonder andere met zich dat verwerking van persoonsgegevens transpa-ranter plaatsvindt, ten gevolge waarvan het recht op transparantie beterkan worden geëffectueerd, zoals met een verzoek om inzage.De leden van de VVD-fractie vragen of de departementen afwachten totdatnoodzakelijkheid en evenredigheid zijn vastgesteld, voordat de departe-menten in hun eigen wetgeving voorzien in een grondslag voor deBelastingdienst om gegevens te mogen verstrekken? Zo ja, zorgt dat nietvoor een vertraging op het proces van gegevensverstrekking?Een wettelijke grondslag om tot verstrekking van gegevens over tekunnen gaan dient noodzakelijk, evenredig, en voldoende specifiek te zijn.Bovendien is de fiscale geheimhoudingsplicht een zeer strikte.Doorbreking ervan is in beginsel niet geïndiceerd, behoudens in uitzon-derlijke gevallen dat – onder andere – noodzaak en proportionaliteit vande verwerking van gegevens van de Belastingdienst voor niet-fiscaledoeleinden zijn gemotiveerd. Het ligt hierbij in de rede dat het beleidsde-partement dat verantwoordelijk is voor de beoogd ontvanger vangegevens van de Belastingdienst die noodzaak en evenredigheidvoldoende kan duiden, alvorens over te gaan tot ontwikkeling van eenwettelijke verstrekkingsbasis. Aldus wordt de onwenselijke situatie uit deweg gegaan dat zeer privacygevoelige fiscale gegevens worden gedeeldzonder dat het beoogde doel duidelijk is geformuleerd. Bovendien zal devraag naar ontvangst van gegevens in de regel eerst opkomen nadat denoodzaak ertoe is gebleken. Van vertraging zal dus geen sprake zijn, nuzonder vaststelling van noodzaak en proportionaliteit gegevens-verstrekking immers nog niet aan de orde kan zijn.8. Onderzoek door Autoriteit Persoonsgegevens De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ontvangen over het onderzoekvan de Autoriteit Persoonsgegevens graag meer informatie over hetvoorgenomen onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens zodra detoezichthouder dit kan aanleveren.De leden van de NSC-fractie vragen op het punt van het lopendeonderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens of er zicht is op dereikwijdte en planning van het onderzoek van de AP?Deze verzoeken zijn overgebracht aan de AP en hij reageert als volgt:«De AP voert een onderzoek uit naar RAM en de RAM-achtigen. Debevindingen worden naar verwachting voor de zomer openbaar gemaakt.12Zie Kamerstuk 32 761, nr. 281Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150532 Voor RAM neemt de AP het rapport van KPMG als uitgangspunt.Nagegaan wordt in hoeverre is voldaan aan de Wet beschermingpersoonsgegevens, uitgaande van de bevindingen uit het KPMG rapport.De AP heeft daarnaast inzage verzocht in vijf applicaties van de Belasting-dienst en één applicatie van de Douane die in het KPMG rapport alsRAM-achtigen worden gekenmerkt en nog in gebruik zijn. Voor dezeapplicaties is de AP onder meer nagegaan welke (bijzondere) persoonsge-gevens worden verwerkt, of er risicoselecties kunnen worden gemaakt, ofeen klantbeeld kan worden opgeleverd, of exports mogelijk zijn, hoe dejuistheid van de gegevens wordt geborgd, of een DPIA is opgesteld enhoe de informatiebeveiliging is geregeld. Aan de bevindingen wordt deAVG norm gekoppeld die mogelijk geschonden is.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 150533
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.