KamerkringInloggen
Kamerbrief

Versterking basisvaardigheden volwassenen vanaf 2025

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ed28f83921ccdd0a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 760Meerjarenplan Alfabetisering31 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 125 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de demissionairMinister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over de verdere stappendie we zullen zetten om de basisvaardigheden voor volwassenen teversterken.Met goede taal-, reken- en digitale vaardigheden kun je je in het dagelijkseleven beter redden. Bijvoorbeeld door je weg te vinden in de supermarkt,het ziekenhuis of het gemeentehuis. Je begrijpt brieven van de overheidbeter en weet waar je (inkomens)ondersteuning en hulp kunt vinden. Uithet onlangs verschenen internationaal vergelijkende PIAAC (Programmefor the International Assessment of Adult Competencies)-onderzoek blijktdat Nederland het op het gebied van basisvaardigheden van volwassenengoed doet.1 Nederland staat met gemiddelde scores in de top 5. Onzetaalvaardigheid is over de afgelopen jaren stabiel hoog gebleven en onzerekenvaardigheid is zelfs verbeterd. Tegelijkertijd is er een te grote groepmensen die de basisvaardigheden niet voldoende beheerst. Er zijn 3miljoen mensen tussen de 16 en 75 jaar met beperkte taal-, reken-, en/ofdigitale vaardigheden in ons land.2Voor deze groep is het lastig om tenavigeren in een steeds complexere maatschappij. De opgave om dit teverbeteren blijft daarom onverminderd groot.1PIAAC 2023: elke tien jaar worden de vaardigheden van volwassenen wereldwijd onderzocht inhet PIAAC-onderzoek. In december 2024 is het meest recente onderzoek gepresenteerd. Hetonderzoek wordt onder leiding van de Organisatie voor Economische Samenwerking enOntwikkeling (OESO) uitgevoerd en brengt de taalvaardigheid, rekenvaardigheid en hetprobleemoplossend vermogen van volwassenen (16–65-jarigen) in 31 landen in kaart.2Omgerekend naar absolute aantallen gaat het om ongeveer 2,2 miljoen volwassenen tussen 16en 65 jaar. In Nederland zijn ook ouderen onderzocht. Van deze 66–75-jarigen hebben 860.000volwassenen beperkte taal-, reken- en/of digitale vaardigheden. kst-28760-125ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1251 Met het masterplan basisvaardigheden in het funderend onderwijs en deaanpak basisvaardigheden middelbaar beroepsonderwijs (mbo)3 wordenstappen gezet voor kinderen en jongvolwassenen. Binnen de aanpakbasisvaardigheden mbo heeft een expertgroep advies gegeven overnieuwe taaleisen voor het mbo, waarin ook rekening is gehouden met eengoede aansluiting op de taaleisen voor volwasseneneducatie.4Deafgelopen jaren is met het programma Tel mee met Taal 2020–2024 hardgewerkt aan de aanpak van basisvaardigheden voor volwassenen. Ditprogramma is inmiddels afgerond en geëvalueerd (zie Bijlage 1).Middels deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de borging vaneen aantal belangrijke onderdelen van de aanpak. Daarmee wordt deingezette koers vervolgd en ondersteun ik een structurele versterking vanbasisvaardigheden voor volwassenen. Ten tweede is het mijn ambitie omte werken aan meer verbinding met het arbeidsmarktdomein. Met uwKamer besprak ik eerder dat we meer aandacht voor de grote groepwerkenden moeten hebben. Het PIAAC-onderzoek laat zien dat ongeveer57% van de mensen met beperkte basisvaardigheden actief is op dearbeidsmarkt. Uit het onderzoek blijkt dat die vaardigheden cruciaal zijnom mee te kunnen komen op de arbeidsmarkt van de toekomst. In dezebrief worden de kansen die ik zie om ook deze mensen te helpen hunbasisvaardigheden te versterken toegelicht.1. Structurele versterking basisvaardigheden volwassenen 1.1 Doorgaan op de ingezette koers De eindevaluatie van het programma Tel mee met Taal laat eenzelfdebeeld zien als de tussenevaluatie waarover uw Kamer op 14 juli 2023(Kamerstuk 28 760, nr. 114) is geïnformeerd: door in te zetten op hetbereiken van meer mensen met een aanbod op maat, te investeren inkwaliteit en de regie bij gemeenten te versterken, zijn er concretesuccessen geboekt en zichtbare verbeteringen gerealiseerd in deondersteuning van mensen met beperkte basisvaardigheden.TaalambassadeursTijdens het programma Tel mee met Taal is er extra aandachtbesteed om meer ervaringsdeskundigen als taalambassadeurs op teleiden.5 Taalambassadeurs zijn (oud)cursisten die vanuit hun eigenervaring kunnen uitleggen hoe ingewikkeld het leven is als jebasisvaardigheden onvoldoende beheerst. Zo kunnen zijdoelgroepen bereiken en organisaties bewust maken van het belangvan toegankelijke dienstverlening. In de programmaperiode zijnongeveer 200 extra taalambassadeurs opgeleid. Zij worden nuvooral ingezet als voorlichter en tester. Het versterken van mogelijk-heden om als ambassadeur mee te denken en invloed uit te oefenenop het beleid wordt door de eindevaluatie als aanbevelingmeegegeven.3Kamerstukken II, 2024/5, 31 524, nr. 657.4De expertgroep «Nieuwe taaleisen mbo» heeft in het advies over de nieuwe taaleisen deStandaarden en eindtermen Volwasseneducatie geïntegreerd en aparte taaleisen onder mbo-2geformuleerd. Hiermee beoogt de expertgroep een goede doorlopende leerlijn voor volwas-senen die vanuit de volwasseneducatie naar het mbo willen.5Vanuit Stichting ABC, Stichting Lezen en Schrijven en enkele roc’s verbonden met het NetwerkEducatie van de MBO Raad, worden taalambassadeurs opgeleid en/of ingezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1252 Uit de eindevaluatie blijkt dat er tevredenheid is over de samenwerkingtussen partners in de regio. Een meerderheid van de respondenten geeftaan dat er in hun regio op dit moment goed wordt samengewerkt tussengemeenten, bibliotheken, aanbieders van educatie en welzijnsorgani-saties. Het ondersteuningsprogramma van Stichting Lezen en Schrijvenen de certificering van Taalhuizen hebben hierin ook een belangrijke rolgespeeld. Via het ondersteuningsprogramma hebben gemeenten namelijktoegang tot advies en kennis om hun beleid vorm te geven. Via certifi-cering is kennis eveneens toegankelijk voor Taalhuizen, zodat zij eendegelijke bedrijfsvoering hebben en kwalitatieve cursussen kunnenaanbieden.Tegelijkertijd geven partners ook aan dat er zorgen zijn over de continu-ïteit na afloop van het programma. Zo blijkt uit de eindevaluatie dat«stakeholders zich zorgen maken dat het veld hierdoor minder effectiefwordt en dat er sprake kan zijn van een terugval zonder opvolging».Tevens is er behoefte aan visie op de aanpak van de komende jaren. In hetrapport «Meedoen met Taal» van Toezicht Sociaal Domein (TSD)6 wordtook als aanbeveling benoemd dat het van belang is dat het Rijk eenintegrale en samenhangende aanpak stimuleert en dat een lange termijnvisie noodzakelijk is. Daarnaast adviseert het TSD om gemeentenvoldoende te faciliteren in de regierol die zij vervullen. Om continuïteit inde opgebouwde aanpak te brengen, zijn in ieder geval de volgendeelementen gehandhaafd:–Gemeenten kunnen rekenen op de educatiemiddelen vanuit de Weteducatie en beroepsonderwijs (WEB) die vanaf 2026 structureel circa–€ 85 miljoen bedragen.–Ik ondersteun de centrumgemeenten tot en met 2028 met eendecentralisatieuitkering van € 6,5 miljoen in 2025 en daarna jaarlijks–€ 5 miljoen voor de coördinatie van de regionale aanpak.–Daarnaast subsidieer ik Stichting Lezen en Schrijven om gemeenten tehelpen bij het doorontwikkelen van hun aanpak. Daarbij wordt gezorgddat de aanpak van basisvaardigheden niet op zichzelf staat, maar goedis ingebed in het brede sociaal domein.–Ik handhaaf het Expertisepunt Basisvaardigheden dat informatiebeschikbaar stelt aan gemeenten, sociaal professionals, Taalhuizen envrijwilligers op verschillende onderwerpen in het sociaal domein. ViaGeletterdheid In Zicht komen in het najaar de PIAAC-resultatenbeschikbaar per gemeente. Ook zet ik de monitor «Landelijk BeeldVolwasseneneducatie» door, waarin het aanbod en gebruik vancursussen in Nederland zichtbaar is.–Ik blijf ook dit jaar de inzet van ervaringsdeskundigen waarderen viasubsidie aan belangenbehartiger Stichting ABC. ABC zorgt voorontmoeting tussen mensen met beperkte basisvaardigheden enverzorgt voorlichting, kennisdeling en testpanels.–Bibliotheken vervullen ook een belangrijke rol in de versterking vanbasisvaardigheden voor volwassenen. De preventieve aanpak van hetprogramma Kunst van Lezen is gecontinueerd in aansluiting op deinzet via het masterplan basisvaardigheden.7 In het Bibliotheekconve-nant 2024–2027 staan drie actuele maatschappelijke opgaven centraal:het bevorderen van geletterdheid en leesplezier, participatie in de(informatie)samenleving en een leven lang ontwikkelen.8 Daarmeezetten bibliotheken ook in op het vergroten van zelfredzaamheid vanvolwassenen.6Meedoen met taal - eindrapport | Rapport | Toezicht Sociaal Domein. Dit rapport bevat adviezenaan het Rijk, gemeenten, Taalhuizen, onderwijspartners en verschillende maatschappelijkepartners.7Kamerstukken II, 2024/25, 33 846, nr. 748Kamerstukken II, 2024/25, 33 846, nr. 72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1253 De ministeries die betrokken waren bij het programma Tel mee met Taal9verduurzamen op een aantal manieren hun samenwerking, zodat wegezamenlijk zorgen dat volwassenen bereikt worden om hun basisvaar-digheden te verbeteren en daarmee hun maatschappelijke participatie enzelfredzaamheid. Zo is er in het Programma Armoede en Schulden vanhet ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aandacht voor desamenloop tussen beperkte basisvaardigheden en een knellendefinanciële positie. In de volgende paragraaf ga ik verder in op de samen-werking met SZW op andere terreinen. Het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft via het netwerk Direct Duidelijk bijde (online) community Gebruiker Centraal aandacht voor begrijpelijkeoverheidscommunicatie voor iedereen.10 Mensen met beperkte basisvaar-digheden worden bijvoorbeeld meegenomen in de (ontwikkeling van)voorbeelden, hulpmiddelen en activiteiten die vervolgens breed gedeeldworden onder overheidsorganisaties. Ook wordt informatie gedeeld overervaringsdeskundigen die namens deze doelgroep kunnen spreken, zoalsvanuit Stichting ABC en Stichting Lezen en Schrijven.1.2 Nederland doet het goed, maar meer aandacht voor werkenden enwerkzoekenden is nodig In de inleiding gaf ik al aan dat volwassenen in Nederland in vergelijkingmet andere landen goed presteren in het PIAAC-onderzoek. De goedescore van Nederland neemt niet weg dat er nog steeds 3 miljoenvolwassenen tussen de 16 en 75 jaar met beperkte taal-, reken- en/ofdigitale vaardigheden zijn.Volwassenen die op het laagste niveau presteren, worden vaak aangeduidals laaggeletterd of laaggecijferd. Deze termen roepen een beeld op vanvolwassenen die grote taal- of rekenachterstanden hebben of vrijwelanalfabeet zijn. Dat is echter niet van toepassing op het grootste deel vandeze volwassenen: zij beschikken over voldoende vaardigheden om tot opzekere hoogte te participeren in de samenleving en op werk.Een grote groep van de volwassenen met beperkte basisvaardighedenwerkt. De relatie tussen het hebben van werk en een goede opleiding isvan groot belang. Zo zijn er duidelijke verschillen in vaardigheidsniveaustussen volwassenen met en zonder startkwalificatie. De PIAAC-cijfers latenzien dat juist mensen met lagere niveaus in basisvaardigheden mindervaak deelnemen aan non-formele cursussen en opleidingen, zoalsbijvoorbeeld trajecten voor Leven Lang Ontwikkelen. Volwassenen meteen hoger niveau van basisvaardigheden zijn gemiddeld genomen beteraf op de arbeidsmarkt: ze zijn vaker actief op de arbeidsmarkt, hebbenvaker een vast arbeidscontract, hebben vaker een hoger salaris enontvangen minder vaak een uitkering.Het onderzoek laat dus zien dat leren en werken aan basisvaardighedenloont, ook op de arbeidsmarkt. Daar wordt de komende jaren dan ook opingezet.2. Verbinding van het onderwijsdomein en het arbeidsmarkt-domein Er zijn mooie kansen om de basisvaardigheden te versterken van de groepwerkenden en werkzoekenden. Dit kan op het werk zijn, naast het werk ofin de aanloop naar een (andere) baan. Hiervoor is het nodig dat partijen in9Dit waren het Ministerie van SZW, het Ministerie van VWS en het Ministerie van BZK.10Hiermee geeft het Ministerie van BZK uitvoering aan toezegging TZ202412–040 aan het lidSoepboer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1254 het onderwijsdomein en arbeidsmarktdomein elkaar opzoeken omsynergie te creëren.In het onderwijsdomein hebben partners de afgelopen jaren tijdens de Telmee met Taal-periode actief met elkaar gebouwd aan betere basisvaardig-heden. Gemeenten en contactgemeenten in de WEB-regio’s hebben eenregierol in de aanpak. Opleiders, bibliotheken en (maatschappelijke)organisaties zijn ook betrokken en de aanpak strekt zich vaak uit naar hetsociaal domein. We zien dat deze partners geregeld ook al de handuitsteken naar partners in het arbeidsmarktdomein die een verantwoorde-lijkheid hebben om werkenden en werkzoekenden mee te laten doen opde arbeidsmarkt. Ik zie een aantal mogelijkheden om de samenwerkingtussen het onderwijs en het arbeidsdomein te versterken.Uit de praktijk: in gesprek met ervaringsdeskundigenDe wereld van werk verandert continu en dus ook de vaardighedendie iemand moet beheersen. In gesprek met ervaringsdeskundigentijdens mijn bezoek aan Bakker Barendrecht in Ridderkerk, werd mijgoed duidelijk hoe volwassenen effectief geholpen kunnen wordenbij het verbeteren van hun basisvaardigheden. Zo vertelde eenwerknemer in de schoonmaak dat hij jarenlang een promotie totteamleider weigerde. De extra taak om de gewerkte uren van hetteam bij te houden kon hij vanwege beperkte taalvaardigheden enmoeite met het digitale systeem niet uitvoeren. Pas na langdoorvragen werd duidelijk waar het probleem zat. Gezamenlijk metzijn werkgever kon er extra training en taalles georganiseerdworden. De promotie volgde snel alsnog.Alleen ervaringsdeskundigen kunnen vanuit de eigen ervaringvertellen wat er nodig is om na jaren van twijfel en schaamte toch destap naar leren te zetten. Daarmee zijn ze een voorbeeld voormensen die dit eerder nog niet durfden, maar nu wel weten dat erhulp beschikbaar is.2.1 Aandacht voor basisvaardigheden in de regionalearbeidsmarktinfrastructuur In de arbeidsmarktregio’s werken gemeenten samen met UWV, werkge-versorganisaties, vakbonden en onderwijspartijen. In de nieuwe arbeids-marktinfrastructuur die nu opgezet wordt, gaan deze partijen samen eenregionale meerjarenagenda opstellen. Dit vanuit een analyse van deregionale arbeidsmarkt, op basis waarvan de partijen samen hun inzetbepalen. Basisvaardigheden is daarbij één van de thema’s. Bij die inzet enagenda hoort ook het oprichten van het Werkcentrum en het stellen vanprioriteiten en ontwikkelen van activiteiten.Het Werkcentrum gaat dienstverlening bieden aan werkzoekenden,werkenden en werkgevers. Het is een product van een netwerksamen-werking van publieke en private arbeidsmarktpartijen in de vorm van eengezamenlijk loket dat toegang biedt tot hun eigen en gezamenlijkedienstverlening.Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen bij het Werkcentrumterecht voor vragen over werk, volgende loopbaanstappen, arbeidsmarkt-gerichte scholing en personeelsvraagstukken. Bij het ondersteunen vanmensen staat centraal wat iemand nodig heeft om een duurzame stap temaken richting werk of een vervolgstap naar ander werk. Dit gebeurtvanuit het principe van één loket, dat beschikt over de juiste kennis om deonderliggende vragen van bezoekers te achterhalen. Hierbij hoort ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1255 aandacht voor de basisvaardigheden. Het streven is dat op 1 januari 2026in alle arbeidsmarktregio’s Werkcentra zijn opgericht.Samen met Stichting Lezen en Schrijven worden nadere afsprakengemaakt over de ondersteuning die zij aan WEB-gemeenten bieden. Hierinwordt onder andere gekeken naar hoe rekening gehouden kan wordenmet het thema werk en een betere verbinding met de arbeidsmarktinfra-structuur.2.2 Basisvaardigheden in om- en bijscholing Gemeenten en UWV bieden werkzoekenden voor wie zij een wettelijkere-integratieverantwoordelijkheid hebben ondersteuning naar werk. Zijkunnen daarbij ook gebruik maken van om- en bijscholing. Er is echtergeen expliciete opdracht voor gemeenten en UWV om vanuit deze opgavete werken aan basisvaardigheden. Ook is er geen opdracht om aan tesluiten bij de opgave die gemeenten reeds vanuit de WEB hebben voorbasisvaardigheden van volwassenen. Gezien het belang van basisvaardig-heden bij het vinden en behouden van werk, zal samen met SZW wordenverkend welke belemmeringen en kansen er zijn in wet- en regelgeving ende uitvoering ervan om de om- en bijscholing voor mensen met beperktebasisvaardigheden te versterken.Daarbij zal ook worden verkend of sectorale Ontwikkelpaden kansenbieden voor werkzoekenden en kwetsbare werkenden om basisvaardig-heden te leren tijdens het werk of als onderdeel van een voorschakel-traject in aanloop naar werk. In een Ontwikkelpad staat beschreven hoeeen (beoogd) werknemer zich stapsgewijs via verschillende functies kanontwikkelen binnen een sector met behulp van praktijkgerichte scholing.In de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen(SLIM-regeling) staat het inhoudelijk kader en het proces van totstand-koming en erkenning door de Minister van SZW beschreven. Samen metsectoren werken SZW en OCW aan het maken en implementeren vansectorale Ontwikkelpaden. De eerste Ontwikkelpaden zijn gemaakt voor desectoren zorg en welzijn, kinderopvang, techniek, bouw en energie, engroen. Voor deze sectoren zijn ook nieuwe Ontwikkelpaden in de maak.Dat geldt ook voor de sectoren onderwijs, ICT, luchtvaart, schoonmaak,retail, hospitality en transport en logistiek. De Ontwikkelpaden worden ingebruik genomen door sectoren zelf en tevens geïmplementeerd in dearbeidsmarktregio’s (onder meer onderdeel van de meerjarenagenda’s).Door basisvaardigheden hierin onder te brengen kan invulling wordengegeven aan motie van het lid Kisteman11, die de regering verzoekt om teonderzoeken welke mogelijkheden er zijn om binnen de sectoraleOntwikkelpaden de bevordering van basisvaardigheden onder volwas-senen mee te nemen.2.3 Opleidingsaanbod voor een leven lang ontwikkelen Ook als je eenmaal klaar bent met school, moet je blijven werken aanvaardigheden, dit gebeurt in veel gevallen in het kader van werk of op dewerkvloer. We weten uit het PIAAC-onderzoek dat volwassenen metbeperkte basisvaardigheden minder vaak deelnemen aan leven langontwikkelen (LLO). In het regeerprogramma is dan ook opgenomen: «Westimuleren de ontwikkeling van LLO-opleidingsaanbod en nemendrempels voor LLO-deelname weg, ook voor mensen met beperktebasisvaardigheden».11Kamerstuk 28 760, nr. 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1256 Ik vind het belangrijk dat een leven lang ontwikkelen ook toegankelijk isvoor mensen met beperkte basisvaardigheden. Dit wordt gestimuleerd viahet Nationaal Groeifonds-project «LLO Collectief Laagopgeleiden enLaaggeletterden». Met dit project wordt deze doelgroep door middel vanhet leren van basis- én vakvaardigheden begeleid naar een duurzamereplek op de arbeidsmarkt of een beroepsopleiding. Hiervoor is in 2022€ 7,6 miljoen uitgekeerd. De eerste twee pilotregio’s van dit project, ROCvan Twente en Summa College in Eindhoven, hebben hier succesvoluitvoering aan gegeven en ruim 400 kandidaten begeleid. Het NationaalGroeifonds heeft daarom besloten om voor 2025 tot en met 2027 in totaal€ 42,9 miljoen extra toe te kennen, waarmee ongeveer 18 extra regio’saan de slag kunnen gaan. De structurele borging van de opbrengsten inde regio na 2027, is onderdeel van de pilots.Verder werk ik met het Ministerie van SZW en het Ministerie vanEconomische Zaken (EZ) aan een gezamenlijke Beleidsagenda Leven LangOntwikkelen. De Onderwijsagenda LLO maakt hier een onderdeel van uiten moet het voor iedereen makkelijker en aantrekkelijker maken om deelte nemen. Zo moet het bijvoorbeeld voor mbo, hoger onderwijs (ho) enwetenschappelijk onderwijs (wo) eenvoudiger worden om onderdelen vanopleidingen aan te bieden. Een ander voorbeeld is de verkenning naar eenopdracht voor LLO, die moet bijdragen aan het ontwikkelen en aanbiedenvan LLO-aanbod door publieke opleiders, met inachtneming van een gelijkspeelveld tussen publieke en private opleiders. In deze verkenningonderzoeken we ook de rol van publieke opleiders op gebied van aanbodvoor mensen met beperkte basisvaardigheden. Het eindrapport van dezeverkenning verschijnt in het najaar van 2025. Een internationale verge-lijking krijgt daarin een plaats. Daarmee geef ik uitvoering aan de motievan het lid Pijpelink12.De Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O fondsen) bieden veelkansen om het leren van basisvaardigheden tijdens of via het werk testimuleren. Ik heb onlangs een bezoek gebracht aan een verpakkingsbe-drijf van versproducten, Bakker Barendrecht, dat zijn medewerkers dekans biedt om hun basisvaardigheden te verbeteren. Daar werd benadruktdat een branchegerichte ondersteuning met middelen vanuit hetO&O-fonds «Handel Groeit» van belang zou zijn. Samen met SZW wil ikgraag dat branches en O&O-fondsen meer bewust worden van het belangvan basisvaardigheden voor de werknemer en de werkgever, zodat vanuitdeze fondsen wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van basisvaardig-heden. SZW verstrekt subsidie aan Stichting Lezen en Schrijven om,aansluitend op het onderwerp basisvaardigheden, werk te maken van eensterke leercultuur en het onderwerp leven lang ontwikkelen in de sectorenSchoonmaak en Transport en Logistiek. Ik ondersteun deze beweging vanharte, in combinatie met de inzet op de eerder genoemde sectoraleOntwikkelpaden.Tot slotMijn ambitie is om de inspanningen rond de versterking van basisvaardig-heden voor volwassen te verduurzamen en verder te werken aan eenintegrale benadering om de groep van 3 miljoen mensen met beperktebasisvaardigheden vaardiger te maken. Dit vergt een lange adem enblijvende inzet van alle partners. Met het handhaven van belangrijkeelementen uit het afgelopen programma wordt bijgedragen aan continu-ïteit. Ik waardeer de inzet van lokale en regionale partners en netwerken12Kamerstuk 28 760, nr. 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1257 en zie nieuwe kansen in de verbinding tussen het onderwijs- en arbeids-marktdomein. Uw Kamer zal voor de zomer van volgend jaar geïnfor-meerd worden over de voortgang.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 760, nr. 1258

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ec3d43d9dea075a9

14 okt 2026 · af74f9bb7642895f

13 okt 2026 · ec8f594b01108474

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.