Water
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 juni 2026, over water
Kamerstuk · 10 sep 2026 · Tweede Kamer
27625 Waterbeleid Nr. 746 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Vastgesteld 10 september 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 25 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over: - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 28 januari 2026 inzake rapport De staat van ons klimaat 2025 (Kamerstuk 32813, nr. 1551); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 5 februari 2026 inzake ATR-advies over onnodige regeldruk door dubbele gegevensuitvraag bij grondwateractiviteiten (Kamerstuk 29515, nr. 500); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 12 maart 2026 inzake toezegging bij het wetgevingsoverleg Water van 2 februari 2026 (Kamerstuk 27625, nr. 738); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 20 maart 2026 inzake Partieel Herziene Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325, nr. 11); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 20 maart 2026 inzake tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325, nr. 12); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 31 maart 2026 inzake Notitie Reikwijdte en Detailniveau en Participatieplan Programma Noordzee 2028-2033 (Kamerstuk 35325, nr. 13); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 23 april 2026 inzake 29ste voortgangsrapportage Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (Kamerstuk 32698, nr. 95); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 29 mei 2026 inzake rapport Ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026 (Kamerstuk 31793, nr. 301); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 20 mei 2026 inzake rapport De Staat van Ons Water 2025 (Kamerstuk 27625, nr. 739); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 mei 2026 inzake accountantsrapport van Auditdienst Rijk bij de 29ste voortgangsrapportage van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (Kamerstuk 32698, nr. 96); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 1 juni 2026 inzake reactie op de tussenrapportage van de rapporteur Herziening Kaderrichtlijn Water in verband met het RESourceEU-actieplan en inzet met betrekking tot de herziening van de Kaderrichtlijn Water (Kamerstuk 27625, nr. 740); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 1 juni 2026 inzake beantwoording vragen commissie over tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325, nr. 12) (Kamerstuk 35325, nr. 14); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 juni 2026 inzake kabinetsreactie op het rapport "Onveiligheid door extreme regen" van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (Kamerstuk 27625, nr. 741); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 juni 2026 inzake stand van zaken normering primaire keringen (Kamerstuk 32698, nr. 97); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 juni 2026 inzake afronding Kennisprogramma Zeespiegelstijging (Kamerstuk 36800 J, nr. 28); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 juni 2026 inzake voortgang Kaderrichtlijn Water (Kamerstuk 27625, nr. 742); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 juni 2026 inzake verzamelbrief water ten behoeve van het commissiedebat Water van 25 juni 2026 (Kamerstuk 27625, nr. 743); - de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 22 juni 2026 inzake stand van zaken Ruimte voor de Rivier 2.0 (Kamerstuk 31710, nr. 88). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de commissie, Huizenga De griffier van de commissie, Schukkink Voorzitter: Huizenga Griffier: Meedendorp Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Boelsma-Hoekstra, Van Brenk, Bromet, Goudzwaard, Grinwis, Huizenga, Chris Jansen, Kostić, Schutz, Stoffer, Vellinga-Beemsterboer en Wiersma, en de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat. Aanvang 9.30 uur. De voorzitter: Goedemorgen allemaal, hierbij open ik de vergadering van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat. We zijn vandaag bijeen voor het commissiedebat Water. Ik heet de aanwezige leden, de mensen op de tribune, minister Karremans, en de mensen die meekijken, van harte welkom. Het debat duurt tot uiterlijk 14.30 uur en we zullen tussendoor schorsen voor een lunchpauze. Iedere fractie heeft vijf minuten spreektijd. Er zijn veel Kamerleden en ik wil de leden daarom graag nadrukkelijk vragen om straks de interrupties kort en bondig te houden. Dat helpt mee. Ik wil verder graag afspreken dat we vier interrupties hanteren. Ik hoop dat u zich daaraan houdt, want we moeten het hier met elkaar organiseren. Ik probeer het alleen in goede banen te leiden. Ik wil nu graag in eerste termijn het woord geven aan lid Kostić. Gaat uw gang. Kamerlid Kostić (PvdD): Voorzitter. Het is al dagen code oranje. Mijn vrouw stuurde filmpjes van mijn dochter van twee die verkoeling zocht in de Ieberenplas in Drenthe, beschermd door prachtige bossen. Maar dat alles staat nu onder druk. Vandaag zult u waarschijnlijk veel horen over normen en doelen, maar uiteindelijk gaat dit debat over hele simpele vragen. Kunnen onze kinderen straks nog zwemmen in schoon water? Kunnen zij rekenen op voldoende drinkwater? En blijft er genoeg water over voor de dieren in onze natuur, waar we zo afhankelijk van zijn? De klimaatcrisis bedreigt ons steeds duidelijker. Het wordt letterlijk heter onder onze voeten. In Frankrijk zijn deze week door de hitte al honderdduizenden kippen in ellende gestorven. De gevolgen voor ons water zijn ook zichtbaar. Drinkwaterbedrijven waarschuwen voor mogelijke drinkwatertekorten als hitte aanhoudt. Tegelijkertijd zijn we als Nederland in Europa het slechtste jongetje van de klas als het gaat om waterkwaliteit. Wetenschappers, waterschappen en waterbedrijven slaan alarm en vragen het kabinet om nu in te grijpen. Hoe langer we wachten, hoe duurder en moeilijker herstel wordt. Maar wat zien we veel politici in deze crisis doen? In plaats van inzetten op handhaving van de regels die ons water en de gezondheid van onze kinderen beschermen, zaaien zij twijfel over methoden en doelen. Zie het voorbeeld van de Kaderrichtlijn Water: afspraken die we al 25 jaar geleden in Europa hebben gemaakt om water te beschermen, geen strenge afspraken maar een minimale bescherming van ons water. Nederland heeft onder andere onder leiding van de VVD een kwart eeuw de tijd gehad om die afspraken te halen en toch lijkt het niet te lukken. Als anderen beginnen over onhaalbare doelen, lieve mensen, denk dan daaraan. We hebben gewoon een watercrisis boven op een klimaatcrisis. Nu is het is het tijd om alles op alles te zetten om erger te voorkomen. Is de minister het daarmee eens? Ik zie de minister vooral prioriteit geven aan wegen en het openen van een nieuw vliegveld midden in een klimaatcrisis. Kan hij ook die passie en urgentie laten zien als het gaat om de basis van ons bestaan, water? Maandag riep de voorzitter van de drinkwaterbedrijen, nota bene een voormalig VVD-politicus, de minister op om met spoed maatregelen te nemen en water zijn prio nummer één te maken, zoals hij dat nu ook doet met het onderhoud van wegen. Voorzitter. Als een voormalig VVD-politicus het belang van water benadrukt boven wegen, dan zegt dat heel veel over hoe diep we in de problemen zitten. Ik zeg tegen de minister: volg zijn voorbeeld. Welke extra verplichtende maatregelen gaat de minister nemen om de waterkwaliteit daadwerkelijk te verbeteren, aangezien wetenschappers duidelijk stellen dat vrijwillige maatregelen onvoldoende werken? Kan de minister toezeggen het advies van de Rli op te volgen om de KRW-doelen te laten doorwerken in de wetgeving voor onder andere het beleid voor bestrijdingsmiddelen en lozingen? Voorzitter. Een ander probleem is volgens wetenschappers het toezicht en de handhaving. Het kabinet heeft eigenlijk nog steeds geen idee welke ziekmakende stoffen bedrijven allemaal in ons milieu dumpen. Afgelopen week is gelukkig een motie van de Partij van de Dieren aangenomen om meetgegevens van Rijkswaterstaat openbaar te maken. Kan de minister toezeggen dat hij als invulling van die motie gaat werken aan een openbare database waarin de lozingsvergunningen van bedrijven te vinden zijn, inclusief wat er werkelijk geloosd is en op welk water, wat de concentratie schadelijke stoffen is en hoe zich dit verhoudt tot de Kaderrichtlijn Water? De heer Goudzwaard (JA21): Ik zou lid Kostić ook wel een beetje positiviteit mee willen geven, want wij hebben volgens mij het schoonste water van de wereld. Wij hebben het kleinste weglekpercentage van heel Europa. Ik ben ook al weken bezig met de voorbereiding. Wij gebruiken ook bijzonder weinig water per persoon, dus … Kan lid Kostić daarop reflecteren? Is het echt allemaal code rood? Kamerlid Kostić (PvdD): We hebben de slechtste waterkwaliteit van Europa en dan gaat het over oppervlaktewater. We scoren onder het Europese gemiddelde bij zwemwater. Dat is het water waar mijn kind mogelijk in zou kunnen zwemmen of, als u kinderen heeft, uw kind. We scoren gewoon heel slecht. JA21 kijkt daarvan weg en dat vind ik jammer. Dat is geen negatief verhaal. Dat is erkennen dat er problemen zijn en die problemen zijn dus heel groot. We hebben gewoon een watercrisis. Nota bene onze eigen waterbedrijven en medeoverheden als de waterschappen slaan daarover alarm. En onze wetenschappers doen dat ook. Als het goed is, heeft u die de afgelopen weken ook gehoord. Dat moet toch zeker genoeg zeggen? Dat is niet iets negatiefs. Het is een probleem, een crisis die we constateren. Vervolgens moeten we er samen de schouders onder zetten en het aanpakken. Wegkijken gaat niet helpen. Alles door een roze bril bekijken en vervolgens niks doen, dat gaat niemand helpen. En het zadelt de kiezers van JA21 op met hogere belastingen, want die moeten hiervoor betalen. De heer Goudzwaard (JA21): Ik heb toch echt een poging gedaan om een beetje de andere kant te belichten. Lid Kostić kiest er bewust voor om die drie punten, waarop Nederland echt excelleert, totaal buiten de scope te laten. Ik vind dat heel erg jammer, want volgens mij is het ook echt een heel ander verhaal. Zij weet net zo goed als ik dat we in Nederland meer dan 100.000 waterdoelen meten. We zijn een laaggelegen delta. We krijgen allerlei verontreiniging vanuit de buurlanden binnen. Er zijn zat landen die die doelstellingen qua pfas niet halen. De voorzitter: En uw vraag? De heer Goudzwaard (JA21): U heeft gelijk, voorzitter. Ik had echt gehoopt dat lid Kostić ook de andere kant van het verhaal zou willen belichten in plaats van alleen maar paniek zaaien. Klaarblijkelijk kiest lid Kostić ervoor om dat niet te doen. Nou, jammer, maar dat is haar keuze. De voorzitter: Een reactie. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik heb net gewaarschuwd voor dit soort politici, hè, politici die twijfel proberen te zaaien. Nogmaals, alle wetenschappers die er verstand van hebben en die hier in de Kamer zijn geweest, zeggen: "Het is eigenlijk code rood voor ons water. We moeten nu ingrijpen. Al die vrijwillige maatregelen en al die convenanten die we hebben geprobeerd, werken gewoon niet. Je moet ingrijpen." Nederland scoort heel slecht in Europa als het gaat om waterkwaliteit. En ja, we zijn heel goed in het zuiveren van ons water. Dank aan alle waterbedrijven en iedereen die daaraan werkt! Maar dat kost steeds meer, omdat we zo ontzettend veel aan het vervuilen zijn. We grijpen te weinig in en dat komt nu op de rekening van onze kiezers terecht. De burgers thuis en de mensen die in de zaal zitten, die moeten het betalen. JA21 vindt dat goed, omdat ze heel graag de industrie spekken. En ja, ik sta namens de Partij voor de Dieren voor het algemeen belang. De voorzitter: Gaat u verder. Kamerlid Kostić (PvdD): Is de minister bereid een tussentijds intrekkingsrecht voor vergunningen mogelijk te maken, wanneer er sprake is van acute risico's voor mens, dier of milieu? Voorzitter. Voor gewone mensen geldt: wie te snel rijdt, krijgt een boete. Wie echt veel te hard rijdt, raakt zijn rijbewijs kwijt, direct en geen herkansing. Maar bedrijven kunnen jarenlang schadelijke stoffen lozen, regels overtreden, informatie achterhouden en daar gewoon mee wegkomen. Kijk naar het voorbeeld van Chemours. Voorzitter. Ondertussen wordt in Brussel hard gewerkt aan het afzwakken van bestaande regels die onze gezondheid, water en milieu beschermen. Dit wordt Nederlandse burgers met extreme snelheid en zonder een zorgvuldig proces door de strot geduwd. Wij zijn blij dat de minister zich ten minste uitspreekt tegen versoepeling van de regels voor de mijnbouw, maar is hij ook bereid om daar actief coalities voor te zoeken, bijvoorbeeld met landen als Denemarken, zodat die versoepelingen daadwerkelijk worden tegengehouden? Voorzitter. De rekening. Nederlanders betalen nu al voor het feit dat bedrijven hun kankerverwekkende troep in onze omgeving dumpen, want drinkwaterbedrijven waarschuwen dat er miljardeninvesteringen nodig zijn om de vervuiling uit het water te halen. De burger dreigt weer voor de rekening op te moeten draaien, terwijl een derde van de Nederlanders nu al niet goed rondkomt. Kan de minister de Kamer vlak na het reces informeren welke extra stappen hij zet om ervoor te zorgen dat de rekening niet bij huishoudens terechtkomt, maar zo veel mogelijk bij de producenten en lozers van schadelijke stoffen? Dat is overigens in lijn met de motie-Kostić/Soepboer. Voorzitter. Het Programma Noordzee 2028-2032. Is de minister bereid het behalen van de bestaande natuurafspraken, waaraan het kabinet zich heeft gecommitteerd in het coalitieakkoord, als apart doel en voornemen mee te nemen bij het opstellen van het ontwerp-Programma Noordzee? Zal hij dit verder als een apart voornemen toevoegen aan de notitie Reikwijdte en Detailniveau Programma Noordzee. Zoals onlangs door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bevestigd, dienen alle klimaateffecten voor nieuwe gasprojecten te worden beoordeeld, voordat zij goedgekeurd worden. Daar horen dus ook alle broeikasemissies bij die indirect voortkomen uit nieuwe nieuwbouwactiviteiten. Neemt de minister dit mee in de reikwijdte voor de milieueffectrapportage? Tot slot, voorzitter. We hadden hier een mooie rondetafel, waarbij een deel van de boeren, maar ook een deel van het bedrijfsleven zei: "De regels die ons water beschermen, zijn juist nodig. Daar hebben we heel veel aan. Wij laten zien dat we ook in lijn met die regels kunnen werken, omdat gezond water belangrijk is voor de economie." Ik zou tegen de minister willen zeggen: voer de gesprekken met die mensen en zorg ervoor dat je die een podium geeft, zodat zij anderen kunnen inspireren en de minister kunnen helpen om ons water te beschermen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dank u wel, voorzitter. Nederland en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al eeuwenlang leven we ermee, bouwen we ermee en beschermen we ons ertegen. Water heeft ons land gevormd. Voorzitter. Als de tropische temperaturen van deze week ons in één ding bevestigen, dan is het wel dat het klimaat ook verandert. We krijgen langere periodes van droogte, maar ook steeds vaker extreme regenval. En tegelijkertijd raakt ons water steeds verder vervuild door industrie, bestrijdingsmiddelen, meststoffen en medicijnresten. Dat maakt de uitdaging elke dag groter. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij het historische gemaal Lely in Medemblik. Het was daar prachtig, maar ook zij legden ons een duidelijk serieus dilemma voor: hoe zorgen we ervoor dat ook volgende generaties altijd kunnen rekenen op goed waterbeheer? Of wachten we te lang en lopen we straks achter de feiten aan? Voor D66 is het helder. Wij kiezen ervoor om vooruit te kijken, om nu slimme dingen te doen, zodat Nederland ook over honderd jaar zeker is van iets wat van levensbelang is: schoon, voldoende en veilig water. Goed waterbeleid gaat namelijk niet alleen over vandaag, maar ook over de toekomst van ons land. En die toekomst vraagt om keuzes. De Raad voor de leefomgeving liet in april zien waar de knelpunten zitten. Ik licht er vandaag graag drie uit. Maar één ding staat als een paal boven water: het is aan de minister om de regie op zich te nemen, zodat Nederlanders erop kunnen rekenen dat Nederland kampioen water blijft. Voorzitter. Het is hier al vaker gezegd en het blijft waar: wat er niet in gaat, hoeft er ook niet uit. Voor ons Nederlandse water is dat belangrijker dan ooit. Elke stof die in het water terechtkomt, is er steeds moeilijker uit te halen. Daarom willen we hier niet alleen zelf zorgvuldig in zijn, maar ook onze buurlanden aanspreken, want via de rivieren komt al dat water uiteindelijk bij ons terecht. Gelukkig staan we daar niet alleen in. De Kaderrichtlijn Water zorgt ervoor dat we dit samen aanpakken in plaats van dat we als enige onze best doen. Een belangrijke stap is het om werkende regels te hebben in plaats van regels op bestrijdingsmiddelen, mest en water die allemaal water anders behandelen. De minister zegt hier wat over in de brief, maar hoe staat het met het harmoniseren van deze normen op de verschillende beleidsterreinen. Kan hij toezeggen een overzicht op papier te zetten hoe en wanneer deze regels worden geharmoniseerd, nationaal en Europees? Pfas. Eenmaal in het water … De heer Chris Jansen (PVV): Waar ik eigenlijk wel benieuwd naar ben, is of mijn collega van D66 kan aangeven hoe zij aankijkt tegen het "one out, all out"-principe? Volgens mij speelt dat Nederland op heel veel plekken enorm parten. We hebben het gisteren tijdens de rondetafel ook van verschillende sprekers gehoord. Ik hoor hier graag een reactie op. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dank u wel, dat is een hele mooie vraag. Het "one out, all out"-principe komt hier vaker op tafel. Daar is het afgelopen halfjaar bij de vorige wijziging natuurlijk al wat in gewijzigd. In de basis is het natuurlijk frustrerend. Dat hebben we gisteren ook gehoord. Het is frustrerend dat je hard werkt, maar dat bolletjes rood blijven. Ik vind het dus ook heel fijn dat je met de nieuwe wijziging beter de voortgang kan laten zien. Het "one out, all out"-principe is tegelijkertijd wel heel belangrijk, want de basis blijft gewoon: als er vervuilende stoffen in het water zitten die gevaarlijk voor ons zijn, dan is het water pas schoon als ze allemaal op goed niveau zijn. Je moet dus niet zeggen: nou, we laten de helft zitten. Als ik mijn huis schoonmaak, maak ik ook niet de helft schoon met de gedachte: zo is het ook wel goed. Het "one out, all out"-principe blijft dus belangrijk, maar ik ben ook heel erg blij dat we nu beter de voortgang kunnen laten zien. Dat moeten we ook goed gaan inzetten, want we hoorden gisteren ook dat bedrijven, ondernemers en agrariërs behoefte hebben aan meer exacte informatie over hoe ze kunnen bijdragen en op basis van welke stoffen. Ik denk dat die nieuwe opening en de nieuwe manier van vooruitgang laten zien, daarbij ook gaan helpen. De heer Chris Jansen (PVV): Dat is een heel lang antwoord, maar eigenlijk zegt het helemaal niets, want het blijft gewoon een feit dat zolang er maar één verkeerde stof in het water zit iedereen, of je het nu goed of slecht doet, de dupe is. D66 blijft er gewoon in volharden dat er goede aspecten in zitten. Volgens mij en volgens mij partij is dat gewoon klinkklare nonsens. Maar goed, D66 gelooft wel vaker in sprookjes. We gaan dat in de toekomt vast nog wel vaker zien. De voorzitter: Een reactie van mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Het is jammer om te horen dat de heer Jansen totaal niet naar mijn antwoord heeft geluisterd, maar zijn ingestudeerde antwoord wel even oplepelt. Ik hoorde wel een statement, maar geen vraag. Ik blijf zeggen: we gaan die voortgang nu zien en die gaat ons heel erg helpen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dan pfas. Ik zei het al: dat is ontzettend moeilijk uit het water te halen. Daarom is een lozingsverbod zo belangrijk, zodat pfas niet meer uit onze kraan komt. Het mooie is dat deze bescherming van onze gezondheid en ons milieu niet ten koste hoeft te gaan van onze ambities. Met collega's uit deze commissie waren we bij de WaterCampus in Leeuwarden. Daar zagen we een machine die zo uit een sciencefictionfilm leek te komen. Ik ben hier heel enthousiast over. Ik zie meer mensen knikken. Het gaat om de hyperbolische vortex-plasmareactor. Met de nieuwste wetenschap is daar een filter ontwikkelt die pfas volledig afbreekt. Dit is precies het soort doorbraken waar Nederland goed in is. Ik weet dat veel bedrijven graag willen helpen om de pfas-problematiek aan te pakken, maar zoals net ook gezegd in het interruptiedebatje: ze vragen wel om duidelijkheid en hulp bij uitvoering. Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister. Welke afspraken maakt hij met de sector om dit soort innovaties en andere innovaties zo snel mogelijk op te schalen? Ter inspiratie, want ik snap dat de minister nu ook geïntrigeerd is, wil ik hem graag mijn flyer over de vortex-plasmareactor aanbieden. Voorzitter. Deze week kwam de monitoring van het actieplan drinkwaterplannen naar buiten. Wat blijkt? Van de 39 projecten wordt er al bij 13 vertraging verwacht. Die komt niet doordat drinkwaterbedrijven hun handen niet uit de mouwen steken -- die werken zich juist het vuur uit de sloffen -- maar omdat vergunningverlening vastloopt, ruimte voor nieuwe locaties schaars blijft en netcongestie in de weg zit. Dat is precies waarom ik zo geloof in regie. Deze knelpunten zijn op te lossen als we ze samen aanpakken. Wat doet de minister, samen met VRO, KGG en LVVN, de andere ministeries, om ervoor te zorgen dat we genoeg drinkwaterbronnen beschikbaar houden, ook in de toekomst? Ook waterschappen, provincies en gemeentes werken nog te veel naast elkaar in plaats van met elkaar. Daarom sluiten maatregelen niet altijd aan op de praktijk van waterproductie en zit water bij grote beslissingen nog niet altijd op het juiste moment en met de juiste mensen om tafel. In alle werkbezoeken van de afgelopen maanden ben ik nog niemand tegengekomen die zijn verantwoordelijkheid niet wil pakken. Iedereen wil werken aan een watersysteem dat ook over 100 jaar nog schoon en overvloedig is. Er is iemand nodig die het samenbrengt. Die rol verwacht ik van de minister. De komende jaren zal hij de regie moeten pakken om onze nationale wateraanpak echt van de grond te krijgen. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat alle partijen in de waterketen, inclusief medeoverheden, de nationale waterstrategie centraal stellen? Is de minister het met mij eens dat dit een strategie voor de lange termijn moet zijn, die vooruitkijkt naar tenminste 2100, en het liefst nog verder? Ik sluit af. Voldoende en schoon water op de goede plekken, voor nu en voor later: het kan, maar dan moeten we wel vandaag in actie komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar … O, ik zie nog een interruptie van het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Dat was een mooi betoog van D66. Ik vraag het volgende even ter verduidelijking, want we hebben volgens mij de afgelopen weken naar dezelfde wetenschappers geluisterd. Zij zeggen: "Je moet nu af van die vrijwillige maatregelen. Het is natuurlijk allemaal goed erbovenop, maar je moet nu ook normerend gaan optreden, meer verplichtende maatregelen gaan treffen, de normen aanscherpen, strengere regels voor gevaarlijke stoffen op bepaalde locaties instellen en vergunningen aanscherpen. Ziet D66 daar ook de urgentie van in? Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Die zie ik zeker. Dat is ook precies de reden dat ik de minister vraag om de regie. Wat ik al zei: de bereidheidwilligheid is er bij iedereen. Iedereen wil stappen zetten, maar ik zie ook heel veel handelingsverlegenheid en oude systemen die ons dwarszitten. Dat is dus precies de reden dat ik de minister vraag om er nou eens goed naar te kijken, het samen te pakken en ervoor te zorgen dat we hiermee weer vooruit kunnen. De voorzitter: Dan ga ik nu wel naar de volgende spreker en dat is mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Dank u wel. Het waterdebat. Vooraf wil ik nog even een compliment geven over de dijknormering voor Schiermonnikoog en de procesbegeleider die daarop is gezet. Voordat ik mijn hele verhaal begin, mag dat ook gezegd worden. Voorzitter. Dit debat leent zich voor tal van onderwerpen die te maken hebben met water. Ik hoorde net al dat ik in de kleur van water ben gekleed; dat klopt ook wel een beetje. Mijn insteek is: hoe houden we voldoende schoon zoet water vast voor ons drinkwater, de landbouw, de natuur en de broodnodige verkoeling deze dagen? De hamvraag is: wie heeft de regie? Ik heb ontzettend veel gesprekken gevoerd met waterschapsbestuurders en gedeputeerden over dit vraagstuk. Het volgende valt mij op: iedereen heeft in zijn of haar regio goed voor de bril wat de opgave is, maar de oplossing voor de ene regio kan verstrekkende gevolgen voor de andere regio hebben. Er zijn veel overlegtafels, maar wie overziet het geheel? Een ander klein voorbeeld. In mijn gesprek bij The Great Bubble Barrier viel mij op dat dit systeem een uitkomst is voor zwerfafval op de bodem van binnenwateren. We willen geen plastic vervuiling. Ik denk dat we het daar wel over eens zijn. Maar wie is er verantwoordelijk voor het opruimen? De gemeente is verantwoordelijk voor het zwerfafval, maar het waterschap voor de waterkwaliteit. Hoe voert de minister hier de regie op? Als we het over schoon water hebben, pak ik pfas en de KRW ook even bij de kop. Nou ja, "ook even"? Daar kunnen we ook een dag over praten. Dat hebben we gisteren ook al gedaan. Wat is de inzet van de minister op deze vraagstukken? Hoe maakt hij deze problematiek aanhangig in Europa? Zet hij zich in voor het Europese pfas-verbod of voor -vermindering? Werkt hij aan bewustwording bij consumenten en zet hij in op innovaties? Mevrouw Vellinga-Beemsterboer heeft het net al geschetst: ik mocht op het knopje drukken om dat pfas'je te verwijderen; dat vergeet ik nooit meer. Mevrouw Bromet (PRO): Het CDA heeft gesproken met de waterschappen. De woordvoerster komt zelf uit Friesland. Het wetterskip heeft gezegd: overal in Friesland zit pfas en er moet zo snel mogelijk een verbod komen. Een deel van de pfas komt uit blusmiddelen, maar een ander deel komt uit bestrijdingsmiddelen. Is het CDA ook voornemens om het kabinet aan te spreken op de nogal trage gang van zaken rond een verbod op die bestrijdingsmiddelen met pfas? In Denemarken zijn ze namelijk al verboden, maar Nederland neemt nog even twee jaar rustig de tijd. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Mijn volgende zin ging trouwens over de pfas die in Friesland gevonden is. Mijn oproep aan de minister is dus de volgende: hoe gaat hij zich in Europa inzetten voor het terugdringen van pfas? Volgens mij was mijn oproep aan de minister dus vrij helder. Mevrouw Bromet (PRO): Maar Kamerleden hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Je kunt altijd een oproep aan de minister doen, maar je kunt ook zeggen: wij willen in Nederland een pfas-verbod, net als in Denemarken. We hoeven niet te wachten op Europa. Hoe zit het CDA daarin? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Het CDA zit er zo in dat het vindt dat we dat via Europa moeten regelen, omdat ook andere landen … Dan doe je het gezamenlijk, dus dan pak je het in een groter geheel bij de kop. We weten ook dat in Nederland de rivieren vanuit andere landen ons land binnenstromen, dus het lijkt ons veel beter om dat via Europa te regelen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Met betrekking tot de KRW heb ik ook nog een vraag. Zet de minister zich in Europa in voor realistische doelen? Pak het de KRW-vraagstuk op samen met het bedrijfsleven -- dat hebben we gisteren gehoord -- rapporteer hierover aan de Kamer en maak het concreet. Kijk naar sectoren, stoffen en gebieden. Met andere woorden, ga gericht aan de slag, zodat je bedrijven kunt aanspreken op wat ze redelijkerwijs kunnen doen. De sectoren kunnen daarnaast ook input geven voor de vraag of maatregelen proportioneel en uitvoerbaar zijn. Maak het praktischer. Ik heb wel een aantal voorbeelden, dus die kan de minister nog van mij krijgen, als hij wil. Kan de minister hier een reflectie op geven? Dan de hoeveelheid water. We zijn kortgeleden als commissie bij de WaterCampus Leeuwarden geweest. Ik heb contact met verschillende regio's die innovatieve maatregelen treffen om zoetwatergebruik te verminderen of om water te recyclen, maar hier loopt men tegen knellende wet- en regelgeving aan. We willen naar een gebruik van 100 liter per persoon per dag, een daling van het watergebruik bij het bedrijfsleven en natuurlijk voldoende water voor de food industry. De wetenschap staat in de goede stand. Het bedrijfsleven staat in de goede stand. Nu het Rijk nog. Een vraag aan de minister: hoe zorgt hij ervoor dat de minister van VRO in het Besluit bouwwerken leefomgeving borgt dat het gebruik van grijs water mogelijk is voor de grote watervreters, de douche en de wc? In het vorige debat werd er wat lacherig gedaan over mijn oproep om waterbesparing. Nou, één ding: je zult er maar zonder komen te zitten! Neem dus de regie op waterzuinig bouwen. Graag een reflectie van de minister. Als tweede. We zijn dus bij de WaterCampus Leeuwarden geweest en hebben gezien welke mooie dingen daar gedaan worden om ons verder te helpen op het gebied van de zoetwaterproblematiek. Hoe borgt de minister dat een academisch innovatieonderzoeksinstituut als Wetsus onderdeel wordt van de onderzoekstructuur van Nederland, met borging van structurele middelen? Dat is namelijk nog niet zo. Kan de minister toezeggen dit te onderzoeken? Dan mijn laatste oproep: neem de regie op de zoetwaterbeschikbaarheid in Nederland. De deltacommissaris komt dit jaar met een herijking van het Deltaprogramma. Dit gaat over de veiligheid, maar ook over de verdroging en de verzilting. Neem aan de hand hiervan de regie op de beschikbaarheid van zoet water en doe dit samen met landbouw en natuur. Kijk ook breder naar de Nota Ruimte. Waar kunnen we echt bouwen? Omarm daarnaast technologieën zoals het hergebruik van effluent in bijvoorbeeld Weert en de WaterBank bij Waterschap De Dommel. Nederland hergebruikt momenteel minder dan 1% van het gezuiverde afvalwater. Van lineair naar circulair watergebruik: hoe mooi is dat? Maar hoe lastig zijn de regels! Is de minister bereid te verkennen hoe meer landelijke standaardisatie kan worden toegepast in de beoordeling van waterhergebruik, zodat veilige toepassingen sneller opgeschaald kunnen worden? Het kan toch niet zo zijn dat een boer wel water uit de sloot mag halen na zuivering 200 meter verderop, maar rechtstreeks bij de bron van datzelfde water aan allerlei regels gebonden is? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Kamerlid Kostić (PvdD): De Partij voor de Dieren deelt het belang van waterbesparing. Daar hameren wij ook al heel lang op. Er is natuurlijk heel veel te doen als het gaat om huishoudens, maar er is vooral heel veel te doen in de industrie en de landbouw. We weten dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur zegt dat het belang van drinkwater vaak het onderspit delft in concurrentie met de belangen van de industrie en de intensieve landbouw. De minister zou daarop moeten ingrijpen. Ziet het CDA ook dat er op dat vlak iets nodig is als we ons drinkwater willen beschermen?] Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Excuses, ik had de telefoon ... De telefoon? Waar het hart vol van is … Sorry, ik had de microfoon nog open. Ik heb in mijn bijdrage ook genoemd dat er overal waterbesparing gevraagd wordt, dus bij huishoudens én bij bedrijven. Als je het over bedrijven hebt, denk ik dat je moet kijken: voor welke bedrijven is het watergebruik cruciaal? Ik noemde de food industry. Dat het gezamenlijk met de consumenten moet, is duidelijk. Ik denk dat er hard gewerkt moet worden aan de opgave die geschetst is, omdat we anders terechtkomen in de situatie dat de beschikbaarheid onvoldoende zal zijn, maar ik denk dat er wel een differentiatie moet zijn tussen de bedrijven. Kamerlid Kostić (PvdD): Oké. Is het CDA het dan met ons eens dat er nu eindelijk meer dwingend ingegrepen moet worden ten behoeve van waterbesparing? Want we zeggen al heel lang dat bedrijven moeten gaan besparen, zeker de grootverbruikers, maar nog steeds is de betaling door grootverbruikers niet eerlijk -- zij betalen eigenlijk veel te weinig naar verbruik -- en zij besparen onvoldoende. Is het CDA het met ons eens dat daarin ook iets moet gebeuren? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Ik denk dat in mijn bijdrage de technologie en de bewustwording wel doorsijpelden; daar heb ik het heel veel over gehad. In mijn eerste waterdebat heb ik die ook benoemd. Toen ging het nog niet over de vraag die u stelt, over het dwingende karakter. Toen werd er eigenlijk een beetje lacherig gedaan over waterbesparing. Ik weet niet of u daar getuige van was. Tussen het vorige debat en nu zien we dat er gewoon een hele andere focus op is gekomen. We hebben het in de media gezien, maar we weten het ook gewoon. U stelt dwang voor. Ik denk dat er andere maatregelen zijn die ervoor kunnen zorgen dat het waterverbruik vermindert. Ik heb voor de consument het voorbeeld van het Besluit bouwwerken leefomgeving genoemd. Zo zullen er bij bedrijven andere mogelijkheden zijn. Ik denk wel dat we stapsgewijs toe moeten werken naar minder watergebruik, want nieuwe waterwinning wordt ook lastig, omdat ons grondwater op termijn ook onvoldoende aanwezig zal zijn; dan moeten we het dus hebben van het oppervlaktewater. De voorzitter: Nog een vervolginterruptie van het lid Kostić en dan kom ik daarna bij mevrouw Bromet. Kamerlid Kostić (PvdD): Volgens mij delen we het doel, maar ik probeer te voorkomen dat we weer een herhaling van zetten krijgen zoals in de afgelopen jaren, namelijk: "ja, er moet wel iets gebeuren", maar vervolgens zien we dat er onvoldoende gebeurt. Ik hoorde het voorbeeld van het bouwbesluit. Dat is een voorbeeld van iets dwingends, iets verplichtends, vooral aan de kant van huishoudens. Ik hoorde het CDA zeggen dat je naar zoiets zou kunnen kijken voor bedrijven. Kan het CDA meer voorbeelden noemen? Hoe kun je dit concreet waarmaken bij bedrijven? We moeten niet blijven praten over dat het beter moet of over meer technologie, terwijl er ondertussen veel te weinig gebeurt. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Een kleine correctie: ik denk dat het bouwbesluit iets is wat nu nog niet kan. Het is eigenlijk van de zotte. We willen immers wel. We willen die grote waterverbruikers binnen consumenten -- dat is natuurlijk niet het totale waterverbruik -- afscheiden. Daarvoor zou je ander water willen gebruiken, maar dat kan op dit moment niet. Dat wat betreft dat voorbeeld. Ik zie echter hele goede voorbeelden in de praktijk en mijn bijdrage is daar ook op geënt. Er zijn waterschappen -- ik denk dat dat er steeds meer zijn -- die heel goed in beeld hebben waar bijvoorbeeld onttrekkingen van grondwater zijn. Die gaan met bedrijven in gesprek, van: wat kunnen we doen om dat waterverbruik te verminderen? Die weten ook precies wat er wordt toegevoegd en wat eruit gaat en dus wat er per saldo tekort is, zoals in sommige gebieden -- niet in elk gebied, hoor -- het geval is. Langs die weg kun je hele goede dingen doen, denk ik. Je kunt wel direct zeggen "we moeten dit en we moeten dat", maar je moet ook realistisch toewerken naar iets ... Ik noem het woord "realistisch" en u schudt nee, maar dat is wel hoe het CDA erin staat. Daar kunt u het mee eens zijn of niet, maar dat is wel onze inzet. Met het leggen van de focus hierop in dit debat, doen we goede stappen, ook richting de minister, om dit aanhangig te maken. Dat is al een hele andere stap dan in het vorige debat over water. Ik denk dus dat we nu al winst kunnen zien. Mevrouw Bromet (PRO): Ik vind dit nog een vrij wollig verhaal, want het gaat heel erg over wat anderen moeten doen, terwijl wijzelf als hoogste orgaan ook iets kunnen doen. Mijn vraag gaat daarover. In het bouwbesluit staat nu geen verplichting om bij het bouwen van nieuwe woningen bijvoorbeeld een gescheiden watercircuit aan te leggen, zodat je geen drinkwater door de wc hoeft te spoelen. Is het CDA bereid om het bouwbesluit daarop aan te passen? Als het aangepast wordt, zoals in België ook is gebeurd, kan het gewoon geregeld worden. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Volgens mij heb ik net gevraagd aan de minister om daarnaar te kijken. Die vraag is gesteld door heel veel sectoren die ook bij ons langs zijn geweest. Dan kun je mooie stappen zetten. Als je het in bestaande huizen moet doen, is dat veel lastiger. Laten we dus kijken naar de mogelijkheden. Het CDA draagt allerlei dingen aan, maar ik voel in deze commissie dat het van andere partijen met dwang moet en ook direct. Laten we de stappen in de goede volgorde zetten, zodat we samen over tig jaar kunnen zeggen dat we dankzij deze commissie samen werken aan een betere beschikbaarheid van ons drinkwater, water voor natuur en water voor landbouw. Die verantwoordelijkheid voel ik namelijk wel. Dan kunnen we hier elkaar wel bevragen op de weg waarlangs en de stappen, maar laten we in eerste instantie de focus richten op dát we het met z'n allen moeten doen, op de juiste manier -- en realistisch. Misschien vinden jullie dat woord niet goed, maar ik denk dat dat wel belangrijk is om stappen te kunnen nemen. Mevrouw Bromet (PRO): Ik blijf maar horen dat de minister een vraag krijgt, of dat we stappen moeten zetten met z'n allen. Ik vind het te vaag. Ik zou zeggen: laten we nou wél verantwoordelijkheid nemen en gewoon besluiten dat wij als Nederland willen dat er een grijswatercircuit komt in nieuwe woningen. Daarvoor heeft het CDA zetels te bieden en moet het zeggen: ja, wij willen dat wel. Ik hoor het graag: wil het CDA dat nou wel, of wil het CDA dat nou niet? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Er wordt mij net ook al even ingefluisterd dat die motie al is aangenomen. U focust nu alleen op dat grijswatercircuit. Ik denk dat wij dat ook met z'n allen willen, dat heb ik net ook gezegd. Zo spannend is dat dus niet. De spanning zit 'm hierin. Net werd er gezegd dat ik als CDA'er of dat wij als Kamer allerlei maatregelen moeten inbouwen, maar volgens mij moeten wij met de commissie de juiste stappen zetten om het watergebruik te verminderen. Een van die stappen is dat grijswatercircuit. Er wordt aan de andere kant gevraagd: hoe zit het met bedrijven? Nou, ik heb een voorbeeld genoemd van hoe je in overleg met bedrijven het waterverbruik zou kunnen verminderen. Dat er stappen gezet moeten worden, daarover zijn we het volgens allemaal eens. De sectoren hebben een duidelijke oproep gedaan: ga aan de slag met dat grijswatercircuit. Dit ligt niet op het terrein van deze minister, maar op dat van zijn collega van VRO. Ga dus in gesprek: zou dit geborgd kunnen worden? Volgens mij heeft u hiermee de antwoorden op de vragen die u heeft gesteld. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende spreker: de heer Grinwis van de ChristenUnie. De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, dank u wel. Nederland waterland. We zijn gevormd door de strijd tegen en leven met het water. Nederland is groot geworden door het water niet alleen als vijand te zien, maar vooral ook te omarmen. We hebben altijd vooropgelopen op het gebied van watermanagement, van de eerste dijken die onze dorpen beschermden tot de Deltawerken die ons tot de veiligste delta ter wereld maakten. Toen we in het verleden onze grote steden moesten beschermen, legden we de Hollandse Waterlinie aan. Water als kracht, water als bron van leven. Maar ik maak me ook zorgen. Op steeds meer plekken verdwijnt water immers als onze bron van leven. Met een veranderend klimaat en daarmee steeds grotere pieken in buien en droogte wordt water en het tekort daaraan weer een bedreiging: voor onze drinkwatervoorziening, voor onze boeren en voor de natuur. Vervuiling van het oppervlaktewater zet daar nog meer druk op, met name bij langdurige droogte als concentraties toenemen. Laten we onze reputatie als waterland blijven waarmaken door slim in te grijpen. Ik lees in de Nationale Adaptatiestrategie over intensiveren versus transformeren, maar ik mis een derde optie: ontwikkelen. Niet behouden, niet afschalen maar netto verbeteren. Dan denk ik bijvoorbeeld aan IJstad. Ik heb daarover al veel woorden gewisseld met de minister van VRO. Daar liggen enorme kansen voor het verbeteren van wonen, natuur en verkeer. Of ik denk aan een project als Delta21, waarbij waterveiligheid, natuur, recreatie en duurzame-energieopslag kunnen samengaan. Mijn oproep aan deze minister: doe actief mee met de MKBA die vanuit KGG -- dat is een toezegging aan mij -- wordt opgestart. Of ik denk aan nadenken over een mogelijke bypass bij Werkendam door het Land van Altena, waarmee we de Waal deels weg kunnen trekken van de zuidvleugel rond Rotterdam en de Drechtsteden, vergelijkbaar met de Merwedekering waar ik eerder voor pleitte. Zo'n maatregel kan bijdragen aan waterveiligheid en tegelijk kansen bieden voor natuur en recreatie, precies het soort netto verbeteringen waarnaar we moeten blijven zoeken. Is het idee eigenlijk al in beeld binnen Ruimte voor de Rivier? Hiermee samenhangend het volgende. Fijn dat het eindrapport er ligt van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Rest de vraag: hoe gaan we nu verder? Welke systeemmaatregelen wil de minister gaan oppakken om de waterveiligheid te vergroten en de HWBP-opgave te verkleinen? Laat ik een concreet voorbeeld geven. Voor de dijkversterking tussen Gorinchem, de Drechtsteden en Streefkerk is nu een voorverkenning gestart. Dat gaat al snel om 1 à 2 miljard euro. Tegelijkertijd zien we dat systeemmaatregelen in het hoofdwatersysteem juist op meerdere plekken effect kunnen hebben. Ik noemde ze al: denk aan initiatieven als Delta21, de Merwerdekering of de bypass bij Werkendam. Die kostten op zichzelf natuurlijk veel geld om aan te leggen, maar hebben wel een veel breder en structureler effect. Wil de minister deze wisselwerking tussen lokale dijkversterking en systeemmaatregelen nadrukkelijker in beeld brengen in het vervolg op dat Kennisprogramma Zeespiegelstijging, mede in het licht van de aangenomen motie-Grinwis/De Groot op stuk nr. 678 (27625)? Als we het hebben over zeespiegelstijging, moeten we ook kijken naar de verder weg gelegen gebieden in ons Koninkrijk. Kijk naar Bonaire, waar nog steeds wordt gebouwd in laaggelegen delen die kwetsbaar zijn voor overstromingen. Het meest zorgelijk vind ik dat zelfs de nieuwe brandweerkazerne in een overstromingsgevoelig gebied is gebouwd. Hoe hebben we dat kunnen laten gebeuren? Is de minister het met mij eens dat wij ook daar infrastructureel 30, 40 of misschien wel 100 jaar vooruit moeten denken? Wat is zijn inzet om de waterveiligheid daar beter te borgen? Voorzitter. Vorige week kwamen er wederom zorgelijke signalen, dit keer vanuit het mooie Wetterskip Fryslân; het werd al genoemd. Dat heeft in kaart gebracht waar pfas in het water voorkomt. Nou, vrijwel overal worden de normen overschreden. Ook in het grondwater zijn de stoffen doorgedrongen. Hun oproep is duidelijk: draai die kraan nou dicht! Hoe gaat het nou eigenlijk met de strijd in Brussel om een totaalverbod op de productie te realiseren? En in de tussentijd: hoe staat het met komen tot een lozingsverbod voor pfas-houdende stoffen hier in Nederland? Welke drempels liggen er nog in de weg om dat te implementeren? Hoe lopen de gesprekken met de collega's op WVS en LVVN? Voorzitter. Als we ons willen aanpassen aan een veranderend klimaat, moet de sponswerking van onze bodem worden verbeterd, want te lang hebben we water zo snel mogelijk afgevoerd, terwijl we het nu juist moeten vasthouden en beter benutten. Dat vraagt om een andere manier van denken en werken: minder sturen op afvoer en meer op opname. Is de minister bereid om sponswerking structureel te verankeren in de uitvoering van het waterbeleid? Hiermee samenhangend: de beschikbaarheid van drinkwater in Nederland staat onder druk. Steeds meer bedrijven of bedrijventerreinen kun je niet aanleggen omdat ze geen drinkwateraansluitingen kunnen krijgen. Die overwegen nu om eigen waterfabrieken te gaan bouwen. Is dat wel efficiënt? Hoe kijkt u naar de leveringsplicht, volgend uit de Drinkwaterwet? Geldt die ook voor zakelijke afnemers? Zo ja, is de minister bereid om een wijziging van de Drinkwaterwet voor te bereiden om dat te verduidelijken? Om drinkwater toegankelijk te houden, zijn de komende jaren forse investeringen nodig. Juist daarom is een goed financieel toezicht cruciaal. Op dit moment is dat toezicht versnipperd, en dat helpt niemand. De ACM wijst er terecht op dat we dit toezicht beter kunnen beleggen bij één onafhankelijke toezichthouder. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook bij netbeheerders. Is de minister -- en dat is mijn slotvraag, voorzitter -- bereid om dat toezicht op drinkwaterbedrijven te bundelen bij één onafhankelijke toezichthouder? Tot zover in eerste termijn. Voorzitter, ik moet het hierbij laten qua aanwezigheid, want ik moet naar de plenaire zaal, helaas. Ik moet dus mijn grote liefde, water, verlaten. De voorzitter: Dan heeft u geluk dat u geen interrupties heeft. U zult gemist worden. Succes in de plenaire zaal. Ik ga door naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Wiersma van de BBB. Het lid Kostić verlaat ons nu ook. Ook succes daar. Mevrouw Wiersma van de BBB, ga uw gang. Mevrouw Wiersma (BBB): Dank, voorzitter. Nou, dat hebben de heer Grinwis en ik dan toch gemeen, denk ik, want schoon en voldoende water is van levensbelang voor mensen, voor de natuur, voor de economie en ook voor de voedselproductie. BBB hecht daarom grote waarde aan een goed waterbeleid, maar dat beleid moet wel eerlijk, uitvoerbaar en proportioneel zijn. Waterbeleid moet leiden tot daadwerkelijke verbetering van de waterkwaliteit en zorgen voor voldoende beschikbaar water, maar natuurlijk wel zonder dat we onze economie afbreken of vooral boeren en het landelijk gebied de rekening krijgen gepresenteerd. De bel gaat. Zal ik maar even wachten, voorzitter? De voorzitter: Wacht u maar even. We zetten 'm stil. Gaat u verder. Mevrouw Wiersma (BBB): Ja, voorzitter. We moeten daarbij ook eerlijk zijn over de werkelijkheid. Niet alle problemen die we vandaag meten, kunnen we vandaag oplossen. Dat hoorden we gisteren ook in het rondetafelgesprek hierover. Want een deel van de belasting van ons watersysteem is bijvoorbeeld het gevolg van historische vervuiling, kwelstromen en ook van natuurlijke processen. Dat is geen vervuiling die de huidige generatie heeft veroorzaakt en ook geen probleem dat uitsluitend met extra handhaving of nu nog extra maatregelen kan worden opgelost. Daar hoort dus ook een realistische beoordeling bij. Die ontbreekt nog te vaak, met als gevolg dat boeren en ook ondernemers ineens in een probleemgebied terechtkomen, terwijl de oorzaak soms ergens anders ligt. Tegelijkertijd zijn er ook bronnen van vervuiling die we wél direct kunnen aanpakken, en juist daar laten we kansen liggen. In de praktijk worden nog dagelijks foutieve rioolaansluitingen ontdekt, zelfs in nieuwbouwwijken. Dat hoorden we gisteren ook in dat rondetafelgesprek met experts. Ook worden er nog steeds illegale lozingen van vervuild afvalwater aangetroffen. Dat zijn geen incidenten, maar problemen die regelmatig voorkomen. Toch wordt daar onvoldoende tegen opgetreden. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat gemeenten, provincies en omgevingsdiensten vaak onvoldoende capaciteit hebben voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Voor BBB is de oplossing helder: verbeter de waterkwaliteit door de daadwerkelijke bronnen van vervuiling op te sporen en door het ook bij de bron aan te pakken. Voorzitter. Wat BBB mist, is een veel meer brongerichte aanpak. Gebruik de enorme hoeveelheid meetgegevens die we al hebben, om terug te redeneren naar de oorzaak van de problemen. Waarom ontwikkelt de waterkwaliteit zich op de ene locatie anders dan op de andere? Waar komt een bepaalde belasting precies vandaan en welke maatregelen zijn daarbij daadwerkelijk effectief? Er zijn waterschappen die al laten zien dat zo'n aanpak werkt. Zij sporen bronnen actief op en lossen concrete problemen daadwerkelijk op. BBB vindt dat deze werkwijze een veel bredere navolging verdient. Juist daarom maken we ons zorgen over de huidige koers, want waterkwaliteit dreigt steeds vaker onderdeel te worden van een stapeling van regelgeving, boven op stikstof-, natuur- en klimaatbeleid. Die opeenstapeling dreigt voor veel ondernemers en ook voor het landelijk gebied onwerkbaar te worden. BBB wil voorkomen dat waterbeleid verwordt tot een generiek afrekeningsinstrument waarbij vooral de landbouw automatisch als hoofdverantwoordelijke wordt aangewezen, terwijl andere bronnen en de internationale invloed van buitenlandse belasting soms onvoldoende worden meegewogen. Voorzitter. Uit verschillende rapportages blijkt dat de waterkwaliteit op onderdelen daadwerkelijk verbetert. Sterker nog, er is een enorme prestatie reeds geleverd, ondanks het negatieve sentiment dat we hierover veel vaker horen. En natuurlijk liggen er nog opgaven; dat ontkent BBB niet. Maar het beleid blijft nog te eenzijdig gericht op nutriënten uit de landbouw, terwijl andere aantoonbare bronnen van vervuiling veel minder maatschappelijke aandacht krijgen. Denk aan de riooloverstorten tijdens hevige regenval, verouderde rioolwaterzuiveringsinstallaties, industriële lozingen, historische verontreiniging van bodem en waterbodem, medicijnresten, maar ook pfas, dat net al werd genoemd. Al deze bronnen leveren aantoonbaar een enorme bijdrage aan de belasting van ons oppervlaktewater en verdienen daarom een volwaardige plaats in de aanpak. Juist daarom vindt BBB het teleurstellend dat de Kamer de actualisatie van de met nutriënten verontreinigde gebieden heeft tegengehouden, of in ieder geval niet heeft geholpen om die per dit jaar te implementeren. Daardoor blijven maatregelen gericht op aannames en verouderde cijfers, terwijl inmiddels bekend is dat die niet het juiste beeld geven. Dat is niet eerlijk ten opzichte van de boeren, die daar wel op worden afgerekend. Voorzitter, ik rond af. BBB mist een echt brongerichte wateraanpak, want niet alles wat we in het water aantreffen, komt van het land, en niet alles wat van het land afkomstig is, komt uit de landbouw, en niet alles wat we in Nederland meten, is in Nederland veroorzaakt. Laten we daarom het waterbeleid baseren op feiten, actuele data en een eerlijke analyse van alle bronnen. Alleen zo verbeteren we daadwerkelijk de waterkwaliteit en houden we het beleid uitvoerbaar voor de mensen die elke dag in ons buitengebied werken en wonen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wiersma. Dan ga ik naar mevrouw Bromet, van PRO. Mevrouw Bromet (PRO): Dank u wel, voorzitter. Als ik als kind wilde zwemmen in de Purmerringvaart bij mijn huis, dan mocht dat van mijn moeder alleen vóór het dorp, want na het dorp was het water te vies. Er was geen riolering. Gisteravond sprong ik weer in diezelfde Purmerringvaart en kon ik gewoon anderhalve kilometer zwemmen, en ik kwam overal zwemmende mensen tegen. Dat is hartstikke positief, want er is nu wel een riool in het dorp. Maar toch heeft PRO grote zorgen. Schoon water is niet belangrijk omdat dat van Brussel moet, maar omdat schoon water van belang is voor een fijne leefomgeving en voor onze gezondheid. En de kwaliteit van ons water staat onder druk door schadelijke stoffen uit met name de landbouw en de industrie. Ondanks dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water eerder al uitgesteld zijn, zien we nu, een jaar voor de nieuwe deadline, dat een deel van de politiek vooral bezig is om de normen af te zwakken vanwege kortetermijnbelangen, met alle potentiële gevolgen van dien. Mijn eerste vraag is hoe de minister zélf vindt dat het gaat ... Omdat de mijnbouwlobby graag minder strenge regels wenst, komt er vanuit de Europese Commissie een voorstel om de Kaderrichtlijn Water te herzien en mogelijk af te zwakken. Vrijwel alle deskundigen die we gisteren spraken, van de waterschappen tot de provincies tot de wetenschap, zeggen: die herziening van de Kaderrichtlijn Water is helemaal niet nodig; sterker nog, die is onverstandig. Als de Europese regels worden versoepeld, zal er vanuit andere landen juist meer vervuiling terechtkomen in ons water, in dit land onder in de delta. Ziet de minister dit levensgrote risico ook? Is de minister het met PRO eens dat een herziening niet zou mogen leiden tot een lagere ambitie en lagere normen? En vindt hij dat de normen voor de bovenstroomse landen juist zouden moeten worden aangescherpt? Voorzitter. Vervuiling moet inderdaad bij de bron worden aangepakt. Er wordt al tijden gevraagd om een lozingsverbod voor pfas in te stellen. In Friesland blijkt uit onderzoek dat overal in het water pfas zit. Ik vraag me af hoe dat in de rest van Nederland zit. Ik vrees dat dat overal in Nederland zo is. Dat is heel schadelijk voor de gezondheid en het kost de belastingbetaler veel geld om het water te zuiveren. Wanneer gaat het kabinet dit regelen? Voorzitter. Dan kom ik bij ons drinkwater. Een van de zekerheden in Nederland is dat er altijd en overal schoon en betaalbaar drinkwater uit de kraan komt, maar uit een recent advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur komt naar voren wat drinkwaterbedrijven al heel lang zeggen: er moeten ingrijpende maatregelen worden genomen om voldoende en betaalbaar drinkwater voor iedereen zeker te stellen. Ik maak me hier hele grote zorgen over, omdat we signalen krijgen dat de landelijke regie ontbreekt. Wat gaat de minister doen met deze adviezen? Kan de minister toezeggen dat het kabinet ervoor gaat zorgen dat het belang van drinkwater voldoende zwaar gaat wegen in de ruimtelijke afwegingen? Dat is soms namelijk ook een probleem. Wat gaat het kabinet concreet doen om meer drinkwater te besparen en het hergebruik van hemelwater te stimuleren, ook bij bedrijven die veel water gebruiken? Kan de minister met een nationale drinkwaterstrategie komen? Voorzitter. Dan de waterveiligheid. Zonder goede dijken en stuwen wordt onze hele delta bedreigd. Door de klimaatverandering wordt dit steeds urgenter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de gevolgen van het niet tijdig aanpakken van het gemaal bij IJmuiden. Deze situatie vergroot de risico's voor waterveiligheid in een groot deel van Midden-Nederland. Hetzelfde geldt voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De waterschappen hebben hun deel van het extra geld beschikbaar gesteld. Wanneer volgt het Rijk? Ik mis ook nog een goede aanpak van waterbewustzijn. Wat moet je doen als burger bij een overstroming? Weten mensen dat eigenlijk? Voorzitter. Tot slot de nationale strategie wat betreft adaptatie. De analyses zijn goed, maar nu het hieruit voortvloeiende beleid nog. Wanneer kunnen we dat concreet verwachten? Specifiek voor Caribisch Nederland ontbreken nog de financiële middelen. Ik vraag de minister: is het niet een idee om het Deltafonds open te stellen voor Caribisch Nederland? De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan ga ik naar mevrouw Van Brenk van 50PLUS. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Dank, voorzitter. We kijken er niet meer van op. In delen van het land moet het water gekookt worden als er een bacterie in het drinkwater voorkomt. Ik mocht dat in Utrecht een paar maanden geleden zelf ervaren. Het was geen ramp, maar wel een signaal. Ziet de minister dit signaal? De sector waarschuwt dat we juist meer zuiveringsinspanningen nodig hebben in plaats van minder door chemische belasting. Stoffen als medicijnresten en hardnekkige chemische verbindingen stapelen zich op in ons drinkwater. Ook resten uit diclofenac- en ibuprofen-gels zijn hardnekkig; we hebben daar recent een petitie over ontvangen. Daarom vraag ik de minister om een toezegging dat de bescherming van drinkwaterbronnen expliciet leidend wordt gemaakt, inclusief bronaanpak en handhaving op lozingen. Is de minister hiertoe bereid? Voorzitter. Dan de leveringsplicht van drinkwater. Is de minister bereid om de Drinkwaterwet te verduidelijken, zodat de leveringsplicht ook voor zakelijke afnemers helder blijft en de openbare drinkwatervoorziening als zwaarwegend belang wordt geborgd? Mevrouw Wiersma (BBB): Ik heb een vraag, want ik ben het hartgrondig eens met het lid over de medicijnresten die in water gevonden worden. Toch is het met name de doelgroep die zij vertegenwoordigt waar het medicijngebruik heel hoog is. Welke mogelijkheden ziet zij om ervoor te zorgen dat de residuen van medicijnresten verminderd worden, zodat er ook minder in het water terechtkomt? Mevrouw Van Brenk (50PLUS): De opmerking is terecht. Ik zal niet zeggen dat het alleen ouderen zijn; iedereen die chronisch ziek is, heeft dat natuurlijk. De opmerking die gemaakt werd door D66, "wat er niet in komt, hoef je er ook niet uit te halen", is van cruciaal belang. We zien dat er in ieder geval in ziekenhuizen en dergelijke al aan gewerkt wordt dat het water gezuiverd wordt voor het in het riool komt. De vraag van de petitie over de gels was bijvoorbeeld: mensen hebben onvoldoende door dat 90% in het water komt en maar 10% blijft hangen; waarom zouden we dat dan willen verkopen? Ik denk dat dat ook een punt is waar deze minister over in gesprek zou kunnen gaan met de minister van VWS om te zorgen dat dat soort middelen niet verkocht worden. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Dank u wel. Het is logisch dat we zuiniger omgaan met drinkwater en regenwater beter benutten. Dat mag nooit ten koste gaan van de volksgezondheid en de veiligheid. Kan de minister toezeggen dat hij het vervolgtraject met het RIVM en de ILT actief en versneld uitwerkt en dat er daarna pas verruiming van regelgeving kan plaatsvinden? Voorzitter. Drinkwater is een basisvoorziening. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur heeft recent gewezen op de noodzaak van een nationale strategie en een sterke regie van het Rijk op de drinkwatervoorziening. Ook de sector vraagt daarom. Neemt de minister die systeemverantwoordelijkheid ook op zich, niet alleen op papier, maar ook daadwerkelijk? Tegelijkertijd moet er richting 2030 nog een forse capaciteitsuitbreiding worden gerealiseerd om leveringszekerheid te garanderen. Kan de minister toezeggen dat hij versnelling van procedures voor drinkwaterproductie expliciet gaat borgen en het drinkwaterbelang zwaarder laat wegen in ruimtelijke afwegingen? Voorzitter. De Kaderrichtlijn Water is al regelmatig teruggekomen. Nederland dreigt zijn doelen niet te halen. Tegelijkertijd blijkt uit de technische briefing dat vrijwillige maatregelen onvoldoende effect hebben gehad en dat de aandacht te vaak is uitgegaan naar uitzonderingen in plaats van uitvoering. Daarom vraag ik de minister opnieuw om niet te vervallen in bestuurlijke vertraging, maar om drie dingen expliciet toe te zeggen: een integraal overzicht per waterschap met voortgang, knelpunten en resterende opgaven, een versterkingsplan voor monitoring, handhaving en toezicht, en een analyse van de juridische en bestuurlijke risico's als Nederland de doelen niet haalt. Kan de minister ons een update geven over de discussie in de EU over het "one out, all out"-principe. Gaat de EU nou ook anders rapporteren? Waarom wil de minister de monitoring op legionella schrappen? Dat zou ik wel heel graag willen weten. We hebben de reactie van de minister gelezen op het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk over de gegevensaanlevering en de belasting voor bedrijven. Wanneer is voor de minister "later dit jaar"? Kunnen wij zijn brief met de stand van zaken zeker verwachten? Dan nog de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van de uitheemse rivierkreeft. Die ligt bij Landbouw, maar de gevolgen komen terecht bij ons, bij Infra en Water. Hoe vindt de minister nou dat dat gaat? Kan de minister toezeggen dat de Nationale Aanpak Wateroverlast op schema ligt? Komt die brief ook echt dit jaar? Wat is de stand van zaken van de klimaatstresstesten? Voorzitter. Als laatste wil ik vragen: wat is de status van artikel 19 van de herziene Richtlijn stedelijk afvalwater? Kent de minister het voorbeeld van Die Nette Toilette in Duitsland? Is de minister bereid om te kijken of zo'n aanpak ook in Nederland kan helpen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Dan ga ik naar de heer Schutz van de VVD. De heer Schutz (VVD): Dank u wel, voorzitter. Water is een basisvoorwaarde voor onze gezondheid, onze economie en onze voedselvoorziening. De uitdagingen rond drinkwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit worden groter, maar voor de VVD staat één uitgangspunt centraal: zorg voor schoon en voldoende water zonder de concurrentiekracht van Nederland onnodig te schaden. Dat vraagt om realistische keuzes, mogelijk een ander stelsel, ruimte voor innovatie en vooral geen nationale koppen die onze bedrijven op achterstand zetten. Over drinkwater. Op 30 april jongstleden heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur een advies uitgebracht over de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave. De conclusie is helder: de druk op onze drinkwatervoorziening neemt toe. Een kabinetsreactie op het Rli-advies volgt dit najaar. Toch ziet de VVD aanleiding om drinkwater nu al te agenderen. Tijdens de recente technische briefing hoorden wij dat de financieringsregels benodigde investeringen beperken en dat een eerlijke verdeling van kosten bij stijgende drinkwatertarieven nodig is. Toen was mij nog onbekend dat Brabant Water vooruitlopend op een eventuele stelselwijziging al flink hogere beprijzing toepast. Volgens zijn website is voor zakelijke grootgebruikers boven de 100.000 kubieke meter een tariefopslag van 25% van toepassing. Die opslag geldt niet alleen voor het verbruik boven deze grens, maar voor het volledige verbruik zodra het quotum wordt overschreden. Het drinkwaterbedrijf geeft aan hiermee vanwege de coderoodsituatie voor de drinkwatervoorziening in het werkgebied waterbesparing en innovatie te willen stimuleren. Voorzitter. Er is geen twijfel: we hebben grote uitdagingen. Besparingen van drinkwater zijn een deel van de oplossing, maar doen we de dingen wel in de goede volgorde? Zouden we niet eerst een alternatieve waterbron moeten willen faciliteren als we willen dat zakelijke grootgebruikers minder drinkwater gebruiken, bijvoorbeeld door hergebruik van effluent, waar waterschap Aa en Maas mee doende is? Wat vindt de minister daarvan? Je kunt in een productieproces niet opeens minder water gebruiken, behalve natuurlijk als je minder zou gaan produceren. Maar is dat wat we willen: drinkwaterbedrijven die de facto bepalen wat je produceert of wat je moet doorberekenen om je brutomarge niet te laten verdampen? Voorzitter. Kan de minister duiden of drinkwaterbedrijven op basis van de huidige Drinkwaterwet de bevoegdheid hebben om grootzakelijke afnemers feitelijk buiten het beschermingsregime van de wet te plaatsen en via tariefdifferentie gedrag te sturen, voordat de Kamer zich heeft uitgesproken over een eventuele stelselwijziging? Zo ja, op welke juridische grondslag gebeurt dat? Mag een monopolistisch drinkwaterbedrijf een tariefopslag van 25% hanteren over het geheel om waterbesparing af te dwingen? Hoe verhoudt dat zich tot de wettelijke taken van drinkwaterbedrijven als nutsbedrijf en het toezicht van de ILT en de ACM? Acht de minister het wenselijk dat grootzakelijke afnemers als afnemers van een nutsvoorziening buiten het beschermingsregime van de Drinkwaterwet vallen? Hoe ziet de minister dit als zakelijke drinkwatergebruikers nog geen reëel alternatief hebben en hogere kosten zullen doorwerken in productprijzen en concurrentiekracht? Moet de oplossing niet worden gezocht in samenwerking met drinkwaterbedrijven en in het versnellen van het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030? Hoe staat het trouwens met de mij bij het WGO Begrotingsstaten toegezegde … De voorzitter: Meneer Schutz, ik heb een interruptie van mevrouw Wiersma. De heer Schutz (VVD): Mag ik deze zin even afmaken? De voorzitter: Nou, vooruit. De heer Schutz (VVD): … onderzoeksrapporten drinkwaterafhankelijkheid van bedrijven? Mevrouw Wiersma (BBB): Ik heb een vraag aan de heer Schutz. Het is drínkwater en niet bedrijfswater. BBB is ook geen voorstander van het opleggen van normeringen die uiteindelijk onze economische activiteit bemoeilijken. Dat heb ik in mijn bijdrage ook genoemd. Maar wat ziet de heer Schutz dan als oplossing? We hebben gisteren immers ook gehoord dat juist de financiële component het afremt om deze bedrijven die innovaties te laten toepassen. Die innovaties zijn wereldwijd wel bekend. We hebben gisteren bijvoorbeeld ook gehoord over hoe dat zelfs in de woestijn circulair kan plaatsvinden. Maar dan is het wel puur een financiële afweging waarom dat hier niet gebeurt. Wat voor oplossingen ziet de heer Schutz daarvoor? De heer Schutz (VVD): Beprijzing kan deel van de oplossing zijn, maar dan moeten we het daar wel eerst over hebben. Mij gaat het erom dat zakelijke grootgebruikers die niet per se drinkwaterkwaliteit nodig hebben -- en die zijn er -- een andere waterbron hebben, zodat het niet ten koste gaat van het drinkwater dat we nodig hebben voor degenen die nou juist drinkwater nodig hebben: huishoudens en bepaalde bedrijven die dat juist wel nodig hebben. Het gaat erom dat die bedrijven nu geen andere bron hebben en dan de kraan openzetten; dat is de aansluiting die ze nu hebben. De oplossing die ik zie, is vooral zorgen dat er andere waterkwaliteiten beschikbaar komen. Die zijn er, maar ze moeten van A naar B. Dat is nu juist een voorbeeld waar het waterschap Aa en Maas mee doende is. Die doen dat met effluent. Maar dan moet wel eerst die andere situatie voorhanden zijn, voordat je bij wijze van spreken aan het eind van alle maatregelen gaat zeggen: we gooien er maar 25% bovenop, want dan zullen ze wel minder gebruiken. Dat is niet de samenwerking die ik zoek. Ik zoek het meer in het eerst beschikbaar maken en dan met elkaar inderdaad goed kijken welke kwaliteit je nodig hebt. Als dat geen drinkwaterkwaliteit is, mag dat met een lagere waterkwaliteit, bijvoorbeeld ander water, zoals dat wettelijk heet. De voorzitter: Meneer Schutz, gaat u verder. De heer Schutz (VVD): Ik ga over op waterkwaliteit en de KRW. Met 2027 in zicht neemt de druk op het KRW-dossier duidelijk toe. De minister schrijft te verwachten dat we in 2027 nagenoeg geheel zullen voldoen aan de voorwaarden van de KRW. Maar hoe ziet hij dit ten aanzien van de chemische samenstelling van het water in waterlichamen waarover de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar zeer kritisch was op monitoring en perspectief? Voor de VVD is het van belang dat we naast verbetering van de waterkwaliteit ook het vergunningsrisico voor bedrijven voor 2027 in beeld brengen en deze mitigeren. Uitzonderingsgronden zijn onderdeel van de KRW en dienen te worden benut als dat nodig is. We moeten immers breder kijken naar de nationale impact, dus ook naar hoe we onze economieën, industrieën, bedrijven en landbouw voorbij 2027 brengen. De VVD ontvangt signalen dat specialistische kennis over complexe onttrekkingen en lozingsvergunningen niet overal in voldoende mate aanwezig is. Is de minister bereid te bezien hoe provincies en omgevingsdiensten hierbij met aanvullende expertise kunnen worden ondersteund? Het is ook van belang dat de duidelijkheid en de ruimte die de Europese guidance biedt, zoals de toepasselijkheidstoets en de inzet op werkbaarheid, zo snel mogelijk in de vergunningpraktijk wordt ingebed. Ruimte wordt pas bruikbaar als helder is hoe die kan worden toegepast. Dan het laatste punt. De VVD blijft kritisch op nationale koppen, bijvoorbeeld het zonder aanleiding eventueel tijdelijk maken van vergunningen. Het periodiek bezien of herzien van vergunningen is natuurlijk logisch, maar tijdelijkheid creëert extra onzekerheid en regeldruk zonder aantoonbare meerwaarde voor de waterkwaliteit. Hetzelfde geldt voor koelwaternormen. A.u.b. geen nationale kop daarop, en dus geen generieke verlaging van de norm van 28 graden Celsius naar 25 graden Celsius. Waterkwaliteitverbetering bereik je met elkaar. Het bedrijfsleven is, net als andere sectoren, onderdeel van de oplossing, zo hebben we gisteren gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Chris Jansen (PVV): Mijn collega zegt namens de VVD: wij zijn kritisch op nationale koppen. Dat klopt. Dat zijn wij ook, maar kan de VVD dan uitleggen waarom er regelmatig tegen wordt gestemd als ik hierover moties indien? De heer Schutz (VVD): Dat is wel een heel algemene vraag. Dat hangt een beetje af van welke motie de heer Jansen bedoelt. Daar kan ik zo in zijn algemeenheid geen antwoord op geven. De heer Chris Jansen (PVV): Ik heb moties ingediend over landbouw, milieu en water. Zeker in meer dan de helft van de gevallen stemt de VVD gewoon niet voor. Dan kun je hier wel heel stoer zeggen dat je tegen nationale koppen bent, maar ik zie hoe het Europees gaat en hoe het hier in de Kamer gaat met de fractie van de VVD: het zijn hele mooie holle woorden, maar in de praktijk is het gewoon tegenovergesteld. De heer Schutz (VVD): Dank voor deze recensie. Het zal misschien aan de tekst van de motie liggen. Ik veronderstel dat daar dan misschien iets in heeft gestaan wat toch niet helemaal de lading dekte. Het een kan naast het ander bestaan. Je kunt tegen nationale koppen zijn en toch niet meegaan in moties van de PVV. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik heb daar, hierop aanhakend, ook nog wel een vraag over. De heer Schutz zegt dat bedrijven onderdeel van de oplossing zijn. Geldt dat ook voor landbouwbedrijven? De heer Schutz (VVD): Jazeker. Mevrouw Wiersma zegt dat terecht. Niet voor niks heb ik in mijn slotzin gezegd: het bedrijfsleven is, net als andere sectoren, onderdeel van de oplossing. Mevrouw Wiersma (BBB): Dan heb ik een vervolgvraag. O, excuses, voorzitter. Mag het? De voorzitter: Vooruit dan maar, hè? Mevrouw Wiersma (BBB): Dan heb ik een vervolgvraag. Vindt de heer Schutz dan ook dat, als in gebieden is aangetoond dat de waterkwaliteitsnormen niet worden overgeschreden, de landbouw daar dan ook geen korting zou moeten krijgen op basis van waterkwaliteitsnormen? De heer Schutz (VVD): Als mevrouw Wiersma daarbij verwijst naar de discussie die we eind vorig jaar hebben gehad, kan ik het volgende zeggen. Ik zit daar nu in zoverre anders in dat ik vind dat daar waar er ruimte ontstaat, die niet meteen weer benut moet worden als het grotere geheel in een gebied nog steeds kritisch is. Niet te snel dus, alstublieft. De voorzitter: Mevrouw Wiersma, u bent door uw interrupties heen. Mevrouw Wiersma (BBB): Onder een halve minuut? De voorzitter: Nee, helaas. We hadden vier interrupties afgesproken en u bent erdoorheen. Mevrouw Wiersma (BBB): Jammer. De voorzitter: Jammer, ja. Wilt u de microfoon dan uitzetten? Dan gaan we naar de volgende spreker, de heer Jansen. Gaat uw gang. De heer Chris Jansen (PVV): Dank u wel, voorzitter. We stevenen, na de stikstofcrisis, nu recht af op een watercrisis of een waterslot. De Europese deadline van de Kaderrichtlijn Water in 2027 nadert en dreigt de vergunningverlening voor onze boeren en bedrijven volledig plat te leggen. Terwijl linkse actiegroepen en organisaties als Caring Farmers de Kaderrichtlijn Water willen misbruiken om de veestapel te laten krimpen en innovaties, zoals mestvergisters -- denk aan RENURE -- onmogelijk te maken, blijkt uit recente Brusselse documenten dat de EU zelf meer flexibiliteit biedt dan Nederland nu doet. De PVV eist dat de minister stopt met het naïefste, braafste jongetje van de Europese klas te spelen, flexibiliteit maximaal benut en stopt met het onterecht straffen van boeren en ondernemers voor vervuiling van buitenaf. Grote vervuilers zitten toch ook echt vaak in landen om ons heen. Eind mei 2026 heeft de Europese Commissie een guidance gepubliceerd waaruit blijkt dat er binnen de huidige Kaderrichtlijn Water veel meer flexibiliteit mogelijk is. In het document worden uitstel van termijnen, verminderd doelbereik, tijdelijke uitzonderingen en het instellen van mengzones genoemd. Ook VNO-NCW waarschuwt terecht voor zogenaamde nationale koppen op Europees beleid. De vraag is dan ook: is de minister bereid om alle flexibiliteit die de Europese Commissie in haar recente guidance noemt, zoals doelverlaging en uitstel van termijnen, maximaal en per direct in te zetten om de Nederlandse boeren en ondernemers te beschermen tegen een vergunningslot? Tweede vraag. Kan de minister snoeihard garanderen dat er bij de naderende KRW-deadline geen nationale koppen op de Europese regels worden geplaatst waardoor onze boeren en andere ondernemers een grotere last dragen dan die in de rest van Europa? Even kijken. Volgens mij is dit net ook door mevrouw Wiersma aangegeven, maar onze boeren krijgen ook vaak de schuld van slechte waterkwaliteit, terwijl de vervuiling komt door het buitenland, de historische belasting en natuurlijke achtergrondwaarden. Een schokkend praktijkvoorbeeld is dat de NVWA dreigt om boetes op te leggen aan boeren omdat zij sproeiwater hebben gebruikt dat buiten hun schuld om door anderen is vervuild. Wat gaat de minister, eventueel in samenwerking met de minister van LVVN, doen om te voorkomen dat de NVWA onze boeren straft en beboet voor het gebruik van oppervlaktewater dat stroomopwaarts door anderen of vanuit het buitenland is vervuild? Daarnaast stelt de EU-guidance ook dat bij de naleving rekening kan worden gehouden met natuurlijke achtergrondconcentraties. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat boeren niet langer worden afgerekend op stoffen die van nature al in de bodem en in het water zitten? De bouw- en infrasector slaat alarm omdat kleine projecten stuklopen op de torenhoge kosten van KRW-onderzoekslasten. Het gaat om ruim 160 parameters, zoals gisteren ook in de rondetafel werd verteld. Zij stellen voor om in lijn met EU-jurisprudentie, artikel 4, lid 7 KRW, een toepasselijkheidstoets of een quickscan in te voeren om projecten met weinig impact snel eruit te zeven. Volgens mij is dat exact wat onze boeren en ondernemers nodig hebben. Is de minister bereid om ook voor de agrarische sector zo'n snelle, praktische toepasselijkheidstoets in te voeren, zodat ondernemers die bijvoorbeeld een stal willen aanpassen of een sloot willen dempen, niet opdraaien voor tienduizenden euro's aan overbodige ecologische onderzoeken? Tijdens het rondetafelgesprek gisteren pleitte Caring Farmers -- ik noemde het net al -- openlijk voor het inkrimpen van de veestapel, het verbieden van reguliere gewasbeschermingsmiddelen en het financieel onaantrekkelijk maken van boereninnovaties als mestvergisters en RENURE. Deelt de minister de opvatting van de PVV dat de Kaderrichtlijn Water primair over water moet gaan, en niet via de achterdeur door linkse activistische lobbygroepen mag worden misbruikt om krimp van de veestapel af te dwingen of broodnodige innovaties, zoals RENURE, de nek om te draaien? Concluderend. De Kamer is tijdens de technische briefing gewaarschuwd dat niemand met zekerheid kan zeggen of er een vergunningslot dreigt. Dat is wat ons betreft Russische roulette spelen met de toekomst van de Nederlandse landbouw en onze economie. We hoeven de wet niet eens aan te passen; Brussel zelf zegt dat we de regels veel soepeler mogen interpreteren. Vewin bevestigt dat de wet meer dan genoeg mogelijkheden biedt. Laten we die ruimte dan ook gewoon pakken, in plaats van de Nederlandse boeren en ondernemers weer het vel over de oren te trekken. Daarnaast kun je een boer niet afrekenen op rotzooi die via de rivier uit het buitenland komt of die al honderden jaren in de grond zit. Dat het bevoegd gezag en de NVWA hier toch boetes voor willen uitdelen, is volgens mij de wereld op zijn kop. Voorzitter. Als laatste pfas. Ik denk dat het heel goed is om in de gaten te houden dat we in Europees verband, gezamenlijk en gelijktijdig, dezelfde stappen zetten met elkaar, maar ik denk ook dat we moeten stoppen met mensen angst aanpraten; dat gebeurt regelmatig, ook hier in de Kamer. Een paar weken geleden hebben een aantal mensen, ik ook, een prik laten zetten in Nieuwspoort. Ik heb net, om 09.00 uur, de uitslag gezien. Er zijn een aantal gradaties: 5, 10 of 20. Ik doe helemaal niks aan het voorkomen van pfas-blootstelling, maar ik heb gezien op welke gradatie ik uitkwam. We moeten daar wel realistisch in zijn. Ja, het is gevaarlijk, maar je moet ook zorgen dat je mensen niet onnodig angst aanjaagt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Even een checkvraag aan de heer Jansen, gezien zijn pleidooi voor het gebruiken van de richtlijnen van de guidance en zijn terechte constatering dat er ook heel veel vervuiling buiten ons land wordt toegevoegd. Is de PVV dan ook tegen de door de EU aangekondigde herziening van de KRW? De heer Chris Jansen (PVV): Gisteren hebben we in zes blokken heel veel mensen gehoord daarover. Niemand was positief over de versoepeling -- dat zei mevrouw Bromet ook -- juist omdat je te maken hebt met de landen om ons heen, die daardoor nog meer ruimte krijgen, waardoor bijvoorbeeld nog meer lithium in het water in Nederland terecht zou kunnen komen. Tegelijkertijd waren er ook een paar sprekers die zeiden: als je het dan toch doet, zorg dan voor een aantal zaken, bijvoorbeeld dat je een gelijk speelveld houdt en dat je landen stroomopwaarts misschien zwaardere regels oplegt, om te voorkomen dat Nederland de dupe is. Niet voor niks, zeg ik tegen mijn collega, heb ik een week of twee, drie geleden een motie ingediend, die vrijwel unaniem is aangenomen, om te praten met in ieder geval Duitsland en de deelstaat waar Leverkussen onder valt, omdat vandaaruit heel veel vervuiling deze kant op komt. In die motie heb ik de regering gevraagd om het gesprek aan te gaan, de gesprekspartner erop te attenderen wat het betekent voor het Nederlandse oppervlaktewater en te kijken hoe we daar op een goede manier mee kunnen omgaan, omdat de kosten op dit moment volledig voor Nederland en de Nederlandse belastingbetaler zijn. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Bedankt voor het mooie antwoord. Dan zou ik eigenlijk alleen nog tegen de heer Jansen willen zeggen: toch wel handig, die Europese Unie. De heer Chris Jansen (PVV): Dat vind ik inderdaad een hele interessante. Zolang wij meer geld afdragen dan wij krijgen en er meer last van hebben dan het oplevert, ben ik zeker geen voorstander van de Europese Unie. Op het gebied van economie hadden we vroeger de EEG. Dat was een schitterende constructie en die had wat mij betreft gewoon door mogen gaan. De voorzitter: Dat was wel een beetje buiten dit onderwerp, maar goed. De heer Stoffer (SGP): Ik heb een vraag naar aanleiding van de laatste interruptie, waarin werd gezegd dat de EU toch wel handig is. Nu denk ik dat ik minder negatief ben over de EU in algemene zin dan de heer Jansen, maar over wat hij net zei, dacht ik: volgens mij komen we op dat punt redelijk bij elkaar in de buurt; terug naar de kern waar het ooit vandaan kwam. Terug naar het punt waar ik eigenlijk mijn vraag over wilde stellen. Is de heer Jansen het met mij eens -- hij is oud-staatssecretaris, dus hij heeft daar denk ik veel zicht op -- dat de EU helemaal niet per se nodig is voor alles wat we doen rondom de rivier en het water dat binnenkomt? Er zijn allerlei verdragen die veel ouder zijn dan de EU en we werken al samen met al die landen die stroomopwaarts met ons verbonden zijn via onze rivieren. Volgens mij kunnen we dat dus ook prima buiten de EU met elkaar regelen, organiseren en bespreken. De heer Chris Jansen (PVV): Dank voor deze vraag. Ik heb het zelf in het verleden al een paar keer geopperd. Wij hebben het verdrag van de Rijnlanden. Dat is gewoon nog steeds actief; dat is nooit opgezegd. Met alle landen waar de Rijn doorheen stroomt, kunnen wij gewoon apart afspraken maken. Hetzelfde geldt -- dat gaat een beetje buiten dit onderwerp om -- voor het verdrag van de Noordzeelanden. Dat is ook nog steeds actueel. Zelfs met het Verenigd Koninkrijk kun je afspraken maken buiten EU-verband. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Goudzwaard van JA21. Gaat uw gang. De heer Goudzwaard (JA21): Dank u wel, voorzitter. Schoon drinkwater lijkt vanzelfsprekend, maar achter iedere druppel schuilt een complexe keten van winning, zuivering en distributie. Je kunt echter vraagtekens plaatsen bij de vraag of iedereen water op waarde kan schatten. In Londen bijvoorbeeld vloeit ruim 25% van het drinkwater weg. Dat resulteert in een verspilling van ruim 200 miljard liter per jaar. Dan hebben we het nog maar over één stad. Wereldwijd gaat ongeveer 30% van het geproduceerde drinkwater verloren. Nederland mag zichzelf op de borst kloppen. Wij registreren een gemiddeld verlies van 5% tot 6% en daarmee behoort ons land tot de Europese top. Daar mag toch een glaasje water op gedronken worden, zou ik zeggen. Of toch niet? Kan het beter? Wat zijn de ambities van onze minister hierin? Voorzitter. Twee weken geleden -- daar kom ik weer, net als de vorige sprekers -- was ik op werkbezoek in Leeuwarden, bij Wetsus, een instituut waar Nederland trots op mag zijn. Daar leerde ik dat HULO, een Nederlands bedrijf, met behulp van AI waterlekkages in kaart kan brengen. Is de minister bereid om te onderzoeken of bij nieuwbouwprojecten sensoren in leidingwerk kunnen worden aangebracht om toekomstig drinkwaterverlies met AI terug te dringen? Of zegt hij: we doen het al goed genoeg; ik laat het hierbij? Dan gedragsverandering. De heer Schutz (VVD): Op dat laatste punt. Voor de notulen: ik was ook in Leeuwarden. We hebben samen naar dat verhaal geluisterd. U past dat nu toe op nieuwbouw en dergelijke, maar volgens mij ging het, in de bedrijfspresentatie over dat bedrijf, met name ook over het feit dat het een toepassing is waarbij lekkages voorspeld kunnen worden in de infrastructuur van drinkwaterbedrijven. We hadden het net over het voorkomen van lekkages. Volgens mij was er maar één bedrijf dat daar ook gebruik van maakte. Vindt de heer Goudzwaard niet dat ieder drinkwaterbedrijf eigenlijk dat soort methoden moet implementeren als drinkwater schaars is, om in ieder geval zodanig het drinkwatersysteem op orde te hebben dat er geen grootschalige lekkage is, en die dus toepast in zijn bedrijfsvoering? De heer Goudzwaard (JA21): Dank voor de vraag van de heer Schutz. Hij heeft inderdaad de moeite genomen om helemaal naar het verre Noorden af te reizen. Ik heb inderdaad die CEO gesproken en die gaf aan: misschien laten we inderdaad heel wat liggen. Wat de heer Schutz oppert, zou best wel iets kunnen zijn wat het onderzoeken waard is. Ook al doen wij heel erg ons best en zijn we eigenlijk al het beste jongetje van de klas, het is desalniettemin maar net hoe hoog je de lat legt. Verspilling is nu eenmaal gewoon dood- en doodzonde. Ik denk dus dat het zeker de moeite waard is om de suggestie die de heer Schutz oppert te onderzoeken. De heer Schutz (VVD): Meneer Goudzwaard, moeten we daar eigenlijk niet een toezegging op vragen van de minister? De heer Goudzwaard (JA21): Ik vind dat een heel constructieve suggestie van de heer Schutz. Ik zou mij daar graag bij willen aansluiten en dat neer willen leggen bij onze minister. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. De heer Goudzwaard (JA21): Even kijken. Ik zei: gedragsverandering en het gebruik van grijswater -- ik hoorde meerdere mensen daar al iets over zeggen -- kunnen zeker bijdragen aan zuiniger waterverbruik, maar we moeten ook realistisch zijn over de omvang van de effecten. Gelukkig kunnen alle kleine beetjes op een gegeven moment wel flink gaan optellen. Voorzitter. Er is één vorm van schaamte die ik wel volledig steun, namelijk tegelschaamte. Een voortuin die volledig uit tegels bestaat, is niet alleen bijzonder smakeloos en een esthetisch dieptepunt ... (Hilariteit) De heer Goudzwaard (JA21): ...maar ook slecht voor de waterhuishouding. Ja, sorry. Dit zit me hoog. Zoals bij meerdere dossiers zijn grote stappen te maken door de overheid een stapje terug te laten doen. Om tot een nieuwe drinkwaterlocatie te komen, heb je niet één vergunning nodig, je hebt er echt een hele trits nodig: een watervergunning, een omgevingsvergunning voor de bouw van je pompstation en een omgevingsvergunning voor de zuivering en het afvalwater, allemaal met hun eigen bezwaarprocedures, want Nederland is gek op bezwaarprocedures. Dan hebben we het nog niet gehad over eventuele problemen met bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Mocht je de pech hebben dat het project impact heeft op meerdere gemeentes, provincies en waterschappen, dan mag je alles nog lekker een keer dubbel gaan overdoen. Daarom vraag ik de minister, die zich volgens mij graag profileert als een regelschrapper, het volgende. Is de minister het met JA21 eens dat het huidige vergunningsstelsel de ontwikkeling van nieuwe drinkwaterwinning onnodig vertraagt? Welke concrete versnellingsmaatregelen gaat hij nemen? Wij hebben alvast enkele suggesties. Is de minister bijvoorbeeld bereid om bij KRW-doelen prioriteit te geven aan maatregelen die de drinkwaterwinning versterken? Is de minister bereid om geen maximumtermijnen te stellen aan nieuwe onttrekkingsvergunningen voor drinkwaterwinning? Is de minister bereid om bij herziening van onttrekkingsvergunningen de openbare drinkwatervoorziening aan te merken als een hoger belang? Tot slot de laatste: is de minister bereid om bij de herziening van de onttrekkingsvergunning het belang van de openbare drinkwatervoorziening in het beginsel aan te merken als een zwaarwegend openbaar belang en waar aan de voorwaarden van artikel 4.7 Kaderrichtlijn Water wordt voldaan, dat dan ook als openbaar belang te kwalificeren? Voorzitter. Ik heb het hier net ook al van andere sprekers gehoord: ook bedrijven moeten indien nodig verzekerd zijn van een drinkwateraansluiting. Niet alleen omdat dit duidelijkheid brengt voor ondernemers, maar ook omdat het eigenlijk volstrekt logisch is dat bedrijven een beroep kunnen doen op schoon drinkwater wanneer zij dat nodig achten. In 2024 zegde meneer Harbers toe samen met drinkwaterbedrijven in kaart te brengen welke bedrijven een zakelijke drinkwateraansluiting voor meer dan alleen facilitaire functies gebruiken en de leverings- en zorgplicht daarin te verduidelijken. Heeft een dergelijk gesprek inmiddels plaatsgevonden en welke opvolging heeft dat precies gekregen? Graag een reflectie hierop. Tot slot, voorzitter. Het kabinet wil lozingen van koelwater en gezuiverd afvalwater begrenzen door de maximumtemperatuur terug te brengen van 28 graden Celsius naar 25 graden Celsius. Dan bestaat er een kans -- ik hoorde dat hier ook al naast mij -- dat elektriciteitsbedrijven op hete dagen hun koelwater niet kwijt kunnen. Hoe voorkomt de minister dat deze norm leidt tot productiebeperking bij elektriciteitscentrales en energiebedrijven tijdens warme periodes? Deelt de minister onze mening dat voor Nederlandse bedrijven ten minste een gelijk speelveld met onze buurlanden dan het uitgangspunt moet zijn? Dank u wel, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Goudzwaard. Dan ga ik naar … Nee, eerst nog een interruptie, van de heer Stoffer. De heer Stoffer (SGP): Ik ben toch wel echt verrast, en ik ben er ook blij mee, dat er toch iets waar JA21 zich voor schaamt. Valt mee, hoor; ik vind jullie een keurige partij. Die tegelschaamte triggerde mij toch wel even. Ergens zit er ook wel wat liberaal gedachtegoed in JA21, denk ik. Ik vind het ook lelijk, trouwens. Ik heb nagenoeg geen tegels in mijn voortuin en ik heb best een grote voortuin. Dat heb ik bewust gedaan zodat het water weg kan en zo. De vraag is: zijn mensen daar vrij in en mogen ze doen wat ze zelf willen, of vindt JA21 dat je mensen moet dwingen om geen tegels meer te hebben liggen? De heer Goudzwaard (JA21): Ik zou ten eerste graag de voortuin van mijn collega willen aanschouwen. Daar ben ik heel benieuwd naar. Volgens mij ziet die er prachtig uit. Wij zijn niet van dwang, noch van drang. De opmerking die ik in mijn betoog maakte, moet vooral geïnterpreteerd worden als een frivole aanmoediging voor de burger. De heer Stoffer (SGP): Om dat laatste ben ik blij. Ten aanzien van het eerste: ik zal een foto opzoeken, dan kunt u 'm zien, maar u mag natuurlijk ook komen koffiedrinken; dat mag ook. De voorzitter: Dank u wel. Het wordt heel gezellig in de commissie, wat ik toejuich. Dan ga ik nu naar de laatste spreker, de heer Stoffer, voor zijn bijdrage. Gaat uw gang. De heer Stoffer (SGP): Water is een bijzondere gave van onze Schepper en maakt op een bijzondere manier leven mogelijk. Op deze hete zomerdag -- het is hier wel lekker, maar buiten is het toch best warm, al hou ik daar wel van; ik hou wel van die temperatuur -- ervaren we aan den lijve dat water echt heel belangrijk is Voorzitter. Het is al vaak genoeg gezegd door collega's: het is alle hens aan dek voor genoeg drinkwater. Als we het daarover hebben, moeten we wel scherp blijven op de feiten. Ik ben blij dat een heel aantal collega's -- ik zal ze niet allemaal noemen -- heeft benoemd dat er veel te snel met de vinger naar de boeren wordt gewezen. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur verwees immers naar twee voorbeelden waarbij oppervlaktewaterinname werd stopgezet vanwege te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen, maar waarbij in beide gevallen uiteindelijk bleek dat die gewoon uit de omliggende landen kwamen. Voorzitter. Het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen loopt achter. Mijn vraag is: wordt dit onder de noemer "dwingende reden van groot openbaar belang" doorgezet? Infiltratie in ondergrondse wateropslag kan de landbouw helpen om zijn zoetwatervoorziening op orde te houden, maar dit zit in een bestuurlijke impasse door risicomijdend gedrag. Mijn vraag aan de minister is hoe hij deze impasse gaat doorbreken. Voorzitter. We moeten blijven inzetten op waterbesparing. Ook dat is al een paar keer langsgekomen. Mijn vraag is: ziet de minister mogelijkheden om drinkwaterbesparing in de industrie beter te ondersteunen via onder meer de Milieu-investeringsaftrek en een regeling vergelijkbaar met de regeling voor CO2-besparing? Worden projecten voor waterbewuste wijken beter ondersteund? Nederland werkt aan een Natuurplan voor de Natuurherstelverordening. Het is van belang dat goede zoetwatervoorziening daarin aan de voorkant wordt meegenomen. We moeten voorkomen dat plannen voor verbrakking die de zoetwatervoorziening doorkruisen, opgenomen worden. Denk aan het Volkerak-Zoommeer of het Zuiderdiep. Mijn vraag aan de minister is: wil hij ervoor zorgen dat de waterschappen hier proactief bij betrokken worden? Dan het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Vanuit het Rijk is 1,25 miljard nodig. 1 miljard staat klaar, dus we zijn echt een heel eind, maar de resterende 250 miljoen euro wacht nog. Mijn vraag is: komt hier snel duidelijkheid over? Want hoe we het ook wenden of keren, waterveiligheid blijft onverminderd belangrijk. Dan de KRW. Die is ook al meerdere keren langsgekomen. In deze laatste etappe van de herziening van de KRW zijn integrale informatievoorziening en goede prioritering cruciaal voor effectieve inzet, motivering van uitzonderingen op doelbereik en het voorkomen van een stikstofslot 2.0, maar dan op het gebied van waterkwaliteit. De vraag is: waar zitten bijvoorbeeld de grootste vergunningenrisico's en moet actualisering voorrang krijgen? Waar komen de normoverschrijdingen vooral door het buitenland, de historische belasting en de natuurlijke achtergrondbelasting? Daar moeten we ons kruit niet op verschieten. Wat de SGP betreft is daar een gemotiveerde uitzondering voor nodig. Waar doen rivierkreeften de inzet van boeren teniet? Dat is ook een vraag van mij. Welke riooloverstorten zorgen voor de meeste problemen? Zien we de gevolgen van drugsgebruik voor de waterkwaliteit misschien over het hoofd? Mijn indruk is dat deze slag nog niet goed gemaakt is. Mijn vraag aan de minister is hoe hij zorgt voor een goed antwoord op de vragen die ik hem zojuist heb voorgelegd; misschien zijn er in dit kader nog wel veel meer vragen te bedenken. Komt er centraal inzicht in waterkwaliteitsdata, -normen, lozingsvergunningen en bronanalyses? Onder anderen de heer Jansen stelde al de guidance van Brussel aan de orde. Daarin werd onder andere een toepasselijkheidstoets gesuggereerd; dan kun je bij veel projecten aan de voorkant verslechtering uitsluiten. Mijn vraag is: hoe gaan we daar gebruik van maken? Want dan kunnen vaarwegen en havens zonder veel gedoe gebaggerd worden en bouwputten drooggehouden worden. Specifiek knelpunt bij retourbemaling van bouwputten is dat onttrekking en lozing als aparte activiteiten worden gezien, beoordeeld door twee autoriteiten, terwijl het een activiteit met hetzelfde water is. U voelt het al aankomen: dat loopt nogal eens spaak. Mijn vraag is of de minister de Omgevingswet zodanig wil aanpassen dat dit als één geheel wordt beoordeeld. Bij de landbouw moeten niet langer generieke maatregelen als bufferstroken gestapeld worden, maar moeten de problemen gebiedsgericht aangepakt worden. Mijn vraag is: wordt dat de kern van het nieuwe actieprogramma Nitraatrichtlijn? In kleigebieden zonder kwaliteitsproblemen zijn de fosfaatnormen zo aangescherpt dat de bodemvruchtbaarheid achteruitgaat. Dat heeft zelfs negatieve gevolgen voor het waterbergend vermogen. Oftewel, zo moet het dus niet. De energiesector maakt zich terecht grote zorgen. Deltares liet zien dat de aanscherping van de temperatuurnorm voor koelwaterlozingen de ruimte hiervoor fors inperkt. Hoe moet dat in de zomer, als de watertemperatuur boven de norm komt en centrales stilgelegd worden? TenneT heeft, nog los van de KRW, aangegeven dat we binnen enkele jaren al problemen krijgen met de leveringszekerheid van stroom, en dan komt dit erbovenop. Mijn vraag is hoe de minister deze problemen gaat voorkomen. Ik heb al eerder schriftelijke vragen gesteld over de gevolgen van de actualiseringsplicht voor lozings- en onttrekkingsvergunningen voor warmteprojecten. Dat geeft veel onzekerheid en er is nog relatief weinig kennis van de effecten van warmtepompen. Mijn vraag is: gaat de minister deze projecten, die we hard nodig hebben voor de verduurzaming van de energievoorziening, aanmerken als groot openbaar belang en stuurt hij aan op zekerheid voor ten minste 30 jaar? Mijn allerlaatste punt: de SGP wil een betere aanpak van indirecte lozingen. Die loopt achter. Mijn vraag is hoe die aanpak wordt versneld, want voor de meeste vergunningen zijn de gemeenten het bevoegd gezag, maar zij missen de grip daarop. De minister doet weinig met de SGP/PRO-motie -- ja, toen heetten jullie nog anders, maar ik gebruik graag de nieuwe naam -- om waterbeheerders in stelling te brengen. De vraag is: hoe krijgen we zo grip op indirecte lozingen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Stoffer. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Misschien weet niet iedereen dat, maar in de vorige periode waren de heer Stoffer en ik partners ... Ja, ja, ja. Ja, wij komen er openlijk voor uit. De heer Stoffer (SGP): Ja, en we hadden het gezellig, hoor! Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Het was zeer aangenaam, ja. Wij waren partners op het terrein van SDG 6. Deze periode hebben we het daar niet meer over, maar ik zou eigenlijk wel van de heer Stoffer willen weten hoe hij vindt dat het gaat met SDG 6. De heer Stoffer (SGP): We hebben het inderdaad niet meer over SDG 6, maar het onderwerp blijft onmiskenbaar van belang, zowel in Nederland als daarbuiten. Even voor uw beeld: SDG 6 gaat over schoon en voldoende water. In Nederland doen we het nog best behoorlijk goed. Daar ben ik ook wel trots op, al zijn er allerlei dingen -- die hebben we allemaal benoemd -- die veel beter kunnen, maar we hebben er in ieder geval oog voor. Wereldwijd is dit een van de dingen … Ik denk weleens, en helemaal niet om te doemdenken: als er in de wereld nog hele grote conflicten zijn of ontstaan, komen die toch vaak door waterschaarste of onvoldoende schoon water. Het is essentieel dat we er in Nederland oog voor hebben, dat we er wat mee doen en dat we alle kennis die we hebben, wereldwijd inzetten. We kunnen het ook een beetje vermarkten, zeg ik met een knipoog naar JA21. We mogen er best wel iets aan verdienen, maar we moeten ook zorgen dat de wereld er een beetje beter van wordt. Het kan beter! De heer Goudzwaard (JA21): Een korte vraag aan de heer Stoffer. Vindt hij ook niet dat er in de stukken bijzonder weinig stil wordt gestaan bij de stappen die wij nog kunnen zetten bij de waterberging? De trend van de afgelopen jaren is dat de neerslag toeneemt, maar tegelijkertijd zien we een tekort aan drinkwater. Daar hebben wij dus nog wel wat uitdagingen te gaan. Laten we daar niet gewoon heel erg veel liggen? Heeft u daar ideeën over of vindt u dat onderbelicht? Kan de heer Stoffer daarop reageren? De heer Stoffer (SGP): Soms overvraag je mensen bijna, maar in dit geval: ik ben vroeger waterschapsbestuurder geweest. Dat is al heel wat jaren terug, hoor, maar het ging om het waterschap Veluwe. We waren daar toen al volop mee bezig, maar JA21 heeft gewoon gelijk over die pieken. Je ziet pieken met heel veel water en ook de enorme gevolgen van droogte. Ik heb me in de aanloop naar dit debat echter niet ongelooflijk voorbereid op precies dit vraagstuk, maar in algemene zin ben ik het er helemaal mee eens dat dit gewoon meer moet. Er zijn natuurlijk allerlei opties voor, maar ik zou toch vooral willen zeggen: laten we de waterschappen ondersteunen en in stelling brengen. Maar misschien moeten we 's avonds ook even de vraag neerleggen bij de minister -- bij dezen! -- om te kijken of hij het gevoel dat wij hebben, ook ziet. Welke mogelijkheden ziet hij om de waterschappen wat dat betreft nog meer in positie te brengen? En als er door de politiek in het land iets gedaan kan worden, dan moeten we dat, denk ik, oppakken. Ik beloof dat ik me er de komende week even wat meer in zal verdiepen. Maar u mag ook langskomen om mijn voortuin te bekijken, want we moeten het daar natuurlijk nog samen even over hebben. Een mooi en belangrijk punt. Daar moeten we inderdaad aan gaan werken. De heer Goudzwaard (JA21): Ik weet van de achtergrond van de heer Stoffer, ook bij de waterschappen, en daarom stelde ik deze vraag. Ik ben heel erg content dat hij die ook deels wil doorgeleiden naar de minister. Dus nogmaals dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de eerste ronde van de kant van de Kamer gehad. Ik ben overigens heel blij als oud-waterschapper met wat er allemaal gevraagd is! Het waren ook heel veel technische vragen en daarom check ik even bij de minister hoeveel tijd hij nodig heeft. Het antwoord is 45 minuten en dat is een beetje lastig te combineren met de lunch, maar als u het nodig heeft dan … Ik hoor nu "anderhalf uur schorsen" zeggen, maar dat is misschien weer een beetje veel. Het wordt dus 45 minuten. Het is nu 11.05 uur en we komen hier dus om 11.50 uur hier terug. Ik denk dat de lunchbreak daarna wat korter wordt, want anders komen we aan het einde in de knel. De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.53 uur geschorst. De voorzitter: Goedemorgen, nog net. We gaan beginnen met de beantwoording, de eerste termijn van de minister. We kijken even hoe snel het gaat en hoever we komen. Dat ligt ook aan hoeveel interrupties er zijn en hoe kort en bondig iedereen is. Mocht het toch langer duren, dan gaan we nog even schorsen voor de lunch, want dat was de vraag van de Kamerleden. Het is aan u gezamenlijk. Hou het compact, dan kunnen we er vlot doorheen. Minister, gaat uw gang. Minister Karremans: Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft een haat-liefderelatie met het water. Aan de ene kant voeren we al eeuwen een strijd met het water, een strijd die overigens steeds meer verandert door klimaatverandering. Aan de andere kant hebben we een groot deel van onze welvaart te danken aan het water. Denk bijvoorbeeld aan de Rotterdamse haven, waardoor Nederland en heel Europa economisch verbonden zijn met de rest van de wereld. Denk ook aan Nederlandse innovaties op het gebied van waterveiligheid, zoals de Dutch Float Dike, en innovaties op het gebied van waterkwaliteit, zoals de plasma vortex reactor, waar mevrouw Vellinga al iets over zijn. Dat is echt fantastisch en daar wordt ook veel geld mee verdiend voor de Nederlandse economie. Water is echter niet alleen een drijfveer voor ons verdienvermogen, maar ook een bron van leven. Dat werd al gezegd in het debat. Niet voor niets kijken we, als we nieuwe planeten ontdekken, altijd eerst of er stromend water is, omdat dat een teken is dat er sprake zou kunnen zijn van leven. Dat brengt mij bij het badje dat zo veel Nederlanders de laatste dagen, met deze hitte, hebben opgezet voor hun kinderen of kleinkinderen; ikzelf ben overigens ook een van die Nederlanders. Denk ook aan het drinkwater dat Nederlanders elke dag drinken en in de drinkbekers van hun kinderen doen als ze naar de basisschool gaan, dat we nu voor ons hebben in kannen en glazen en waarmee Nederlanders elke dag koken. Maar denk bijvoorbeeld ook aan water voor de levensmiddelenindustrie. De levensmiddelenindustrie heeft schoon water nodig om te kunnen produceren en leveren. Voorzitter. Dat brengt mij bij de KRW, de Kaderrichtlijn Water. Het doel van de KRW, namelijk schoon grond- en oppervlaktewater, is ontzettend belangrijk. Het is voor Nederland, het land waar de Rijn, Maas, Schelde en Eems uit andere Europese landen ons land binnenstromen, van ontzettend groot belang dat we dit Europees regelen. Daar hebben we ontzettend veel baat bij, maar dan moeten we natuurlijk zelf ook aan de slag. We kunnen niet van andere landen vragen iets te doen als we dat vervolgens zelf niet doen; dat is het hele idee van Europese samenwerking. Daarom zijn we nu heel druk bezig met een eindsprint. De laatste monitor die met de Kamer is gedeeld, vorig jaar, toonde al aan dat wij 83% van alle doelen hadden verwezenlijkt. Inmiddels kan ik met de Kamer delen dat we op 87% zitten. Je ziet dus echt dat wij heel stug, maar zeker voortgang maken. We zijn echt op de goede weg, en dat is hartstikke goed nieuws. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over de implementatie van de regelgeving. Die hebben mij natuurlijk ook bereikt en daar zijn door een aantal Kamerleden vragen over gesteld. Die zorgen neem ik vanzelfsprekend heel serieus. De heer Stoffer zei bijvoorbeeld: voorkom een stikstofslot 2.0. Ik denk dat dat een hele belangrijke oproep is, want we willen niet weer in zo'n situatie komen. Morgen komt het kabinet met het stikstofpakket, maar we moeten voorkomen dat het kabinet over een aantal jaar op eenzelfde soort wijze moet komen met een KRW-pakket om Nederland van het slot te krijgen. Ik doe er dus alles aan om dat te voorkomen, maar dat betekent wel dat we nu ook keuzes moeten maken. Tegelijkertijd willen we niet alleen een schone delta, maar ook een economisch sterke delta. Sterker nog, we leven in de economisch sterkste delta van de wereld. Het is best goed om dat met elkaar te beseffen. Onze delta is sterker dan die van Shanghai of dan welke andere delta dan ook. Wij leven hier in de economisch sterkste delta van de wereld. We willen die schoner maken, maar we willen ook die positie in de wereld behouden, want dat is voor onze samenleving, onze maatschappij en voor alle Nederlanders ontzettend veel waard. Na deze introductie wil ik overgaan tot het beantwoorden van de vragen. Dat doe ik aan de hand van blokjes. Ik begin met waterkwaliteit c.q. de KRW, omdat daar by far de meeste vragen over zijn gesteld. Daarna heb ik blokjes over klimaatadaptatie, drinkwater, waterveiligheid, pfas en overig. Dat is de volgorde. Dan begin ik allereerst bij waterkwaliteit en de KRW. Eigenlijk wil ik met de mooiste vraag beginnen die gesteld is. Dat is de vraag van mevrouw Bromet: hoe vindt de minister zelf dat het gaat? Dan weet je altijd een beetje wat je kan verwachten. Ik heb net al gezegd dat we echt nog wel een opgave met elkaar hebben, maar dat we nu wel in een jaar tijd van 83% naar 87% zijn gegaan. Ik vind dat goed nieuws. We moeten verder gaan om dat te doen, maar we zijn echt een end op weg. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Misschien helpt het mee als we aan het eind van het blokje even alle vragen doen. Dat is het voorstel. Mevrouw Bromet (PRO): Voorzitter, mijn vraag gaat ook nog over de inleiding. Misschien kan die dan nu wel? De voorzitter: Oké. Dan kunt u 'm nu gelijk doen. Mevrouw Bromet (PRO): Zowel in de inleiding als in dit nieuwe blokje zegt de minister: we zijn hartstikke goed op weg, want we hebben 87% van de doelen nu bereikt. Tegelijkertijd is 100% van de wateren nog niet in goede conditie. Kan de minister wat meer uitleggen over de manier waarop je dit eigenlijk verkoopt? Minister Karremans: Nou is het, één, een enorme opgave. Daar moeten we realistisch in zijn. Het is echt een enorme opgave om aan die 100% te voldoen. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel uitzonderingsgronden mogelijk, zeker omdat wij benedenstrooms zijn, waardoor rivieren, die vaak ook door meerdere landen heengaan, bij ons uitkomen. Er zijn ook gewoon uitzonderingsgronden die je kan gebruiken als je met goede redenen kan zeggen: de vervuiling komt niet in die wateren -- je kijkt natuurlijk gewoon naar wat de waterkwaliteit is in bepaalde wateren -- door een bron die in Nederland zit, maar die bijvoorbeeld in buurlanden zit. Daar kijken we nu ook naar; daar hebben we het ook met buurlanden over. Dat zorgt er nog steeds wel voor dat wij blijven steken op een bepaald percentage natuurlijk. We zijn op allerlei fronten bezig om dat nog steeds te doen. Rijkswaterstaat is op heel veel punten bezig. De waterschappen zijn op heel veel punten bezig. We zijn bezig met die stroomgebiedbeheerplannen. Maar ik vind het absoluut positief dat wij in een jaar tijd weer zo'n stap hebben gezet. Ik ben er ook eerlijk over dat we er nog niet zijn. Ik ben ook gecommitteerd om dit weer verder te brengen. Het is niet zo dat we nu op onze lauweren gaan rusten. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik heb eigenlijk ook een hele specifieke vraag voor deze minister. Hij heeft het over Europa en de buurlanden. Je moet natuurlijk als je iets vraagt aan anderen zelf ook laten zien dat je het goed doet. Maar deze vraag heb ik gisteren ook aan mevrouw Manfredi van de Europese Commissie gesteld. Een van de belangrijke biologische parameters bijvoorbeeld om de KRW-lichamen te beoordelen, is de parameter vis. We zien dat -- dat is bij alle parameters het geval -- er tussen lidstaten een enorme diversiteit is aan hoe die parameters in beeld gebracht worden. Ik noem maar een voorbeeld: in Nederland brengen we dat in bijna 95% van de wateren in beeld, maar er zijn lidstaten die dat echt veel minder doen, dus 30% of minder -- ik ben het rijtje weleens afgegaan -- zodat dat onvergelijkbaar is. Als het gaat om level playing field, want we zitten natuurlijk wel in een Europese markt … De voorzitter: Kunt u naar uw vraag gaan? Mevrouw Wiersma (BBB): … hoe ziet deze minister dat dan? Ziet hij dat ook als een kwetsbaarheid? Hoe gaat hij zich daarvoor inzetten? Minister Karremans: Dat ben ik met mevrouw Wiersma eens. Mijn punt is precies: we willen een gelijk speelveld hebben. Daar heeft Nederland als benedenstrooms land veel baat bij. Dan wil je dat andere landen natuurlijk ook presteren als wij ook leveren. Dat zit natuurlijk een beetje achter de vraag die mevrouw Wiersma stelt. Hoe kan het dan zo zijn dat andere landen minder meten dan wij? Dit raakt ook heel erg aan het punt dat het lid Kostić maakte aan het begin, namelijk dat wij in de onderregio zouden zitten. Dat is niet helemaal het geval, want als je kijkt naar die subdoelen, dan zie je echt dat wij het goed doen en echt boven het gemiddelde scoren. Maar dat verschil komt ook voor een heel groot deel omdat wij heel veel meten. Als je iets meet, dan kan je er natuurlijk ook niet aan voldoen, terwijl als je het niet meet, dan kun je er ook niet niet aan voldoen. Daar zit natuurlijk een deel van het antwoord. Het gesprek in Europa gaat dus ook heel erg over de vraag: hoe zorgen we dat dat nou geharmoniseerd wordt? Over koelwater is ook een vraag gesteld. Het moet allemaal gelijk speelveld zijn. Dat is mijn hele insteek. Het kan niet zo zijn dat wij het bijvoorbeeld op een andere manier implementeren dan omliggende landen, zodat onze industrie, onze boeren, onze vissers, of bedenk het maar, of Nederland in brede zin, daar meer nadeel van heeft dan bijvoorbeeld vergelijkbare groepen of industrieën in het buitenland. Daar is mijn hele inzet op gericht. De heer Schutz (VVD): Felicitatie aan de minister voor de winst van 4% op het doelbereik. Tegelijkertijd hebben we in de achterliggende periode ook aandacht gehad voor de resultaten die we laten zien ten aanzien van de chemische samenstelling van wateren. We hebben daar een Rekenkamerrapport over gehad. Daarin had men het toen over 3%. We hebben toen de vraag gesteld hoe dat naast elkaar kan bestaan. Gelukkig kregen we twee weken geleden tijdens een technische briefing de bevestiging: beide zijn waar. De Kamer wordt goed geïnformeerd. Dat is mooi. Toch wil ik de minister de vraag stellen hoe dat zó uit elkaar kan liggen. Die vraag is niet zonder belang. We begrepen namelijk van de Rekenkamer dat met name de chemische samenstelling van wateren de bovenliggende toets is die de Commissie toepast. Het is mooi dat we 87% halen -- nogmaals, felicitaties -- maar hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Minister Karremans: Dit zit in de systematiek in de KRW. Volgens mij is die vraag ook door de heer Schutz gesteld in de eerste termijn. Ik kom daar nog op terug. Het is natuurlijk het voorstel van de voorzitter om even zo veel mogelijk vragen te beantwoorden. Ik stel voor dat ik, als de Kamer dat goed vindt, daarop terugkom. Dan kunnen we voorkomen dat het idee wordt gecreëerd dat ik bepaalde vragen zou willen ontwijken. Dat is niet het geval. Ik ga ze allemaal beantwoorden. De voorzitter: Gaat u verder, minister. De vraag aan de Kamer is om heel even geduld te hebben. De vragen kunnen daarna beantwoorden worden. Minister Karremans: Het lid Kostić vroeg ook: kunnen onze kinderen straks nog zwemmen in schoon water? Dat vind ik een hele terechte vraag. Mevrouw Bromet had daar een mooi voorbeeld over. Ik heb ook dat soort verhalen. Ik zal omwille van de tijd niet helemaal uitweiden, maar ik ben wethouder geweest in Rotterdam. Zeker in Rotterdam heb je te maken met het urban heat island-effect. Zeker op Rotterdam-Zuid is er enorm veel behoefte aan verkoeling. Daardoor kon bijvoorbeeld ook heel lang niet in de Rijnhaven gezwommen worden, omdat het gewoon te vies was. Bij Brienenoord hebben we een dergelijke situatie gehad. Met veel investeringen hebben we gezorgd dat daar zwemwater kan worden gecreëerd. Je moet dan natuurlijk ook allemaal veiligheidsmaatregelen nemen, maar dan kan er verkoeling plaatsvinden. Het ziet er ook gewoon geweldig uit. Mensen kunnen daar in het water springen met heet weer. Kinderen, ouders, opa's en oma's hebben daar met elkaar ontzettend veel plezier. Sterker nog, in de Rijnhaven wordt een strand gecreëerd. Het is dus echt iets wat we willen bevorderen. Zeker met de steeds heter wordende zomers is dat in steden absoluut een enorme behoefte van mensen. Dat geldt niet alleen voor steden, maar natuurlijk ook voor heel veel dorpen. Daar refereerde mevrouw Bromet ook aan. Er zijn op dit moment al 750 zwemlocaties. We proberen dat uit te breiden, want er is in steden en dorpen gewoon heel veel behoefte aan. Dit is weer zo'n mooi voorbeeld van iets waar de KRW natuurlijk aan gaat bijdragen. Dan een vraag van mevrouw Wiersma. Zij vroeg of de bronnen wel goed in beeld zijn. Geven we boeren niet onterecht de schuld van de problemen? Nou, ik denk het niet. Volgens mij geven we de boeren ook helemaal niet de schuld van de problemen, in geen enkel dossier. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat boeren onttrekken, net zoals de industrie. Als er bijvoorbeeld onttrekkingsverboden zijn, dan wordt daar natuurlijk op gehandhaafd, ongeacht wie het doet. Waterbeheerders hebben op dit moment een goed beeld van alle bronnen. Dat gaat zowel over riooloverstort als industrie en landbouw en zelfs over vogelpoep. Ik wist het ook niet, maar zelfs daar hebben ze een goed beeld bij. Mevrouw Wiersma (BBB): Over de "waterschijters", zoals ik ze gister noemde, hebben we het gisteren ook uitgebreid gehad. Ik noem ganzen en eenden. Maar goed, daar gaat mijn vraag niet over. De vraag over de bronnen in beeld. Gisteren hoorden we van een van de onderzoekers die hier was en die zich al lang met dit thema bezighoudt, dat er ook heel veel illegale lozingen plaatsvinden. Dat komen ze in de praktijk heel veel tegen. Is dat ook goed in beeld, vraag ik aan de minister. Het betreft dus bedrijven die er geen vergunning voor hebben, maar toch verf en allerlei andere stoffen lozen in het milieu. Dat komen zij in de praktijk tegen. Is dat ook echt goed in beeld? Dan kan er handhaving op worden ingezet. Minister Karremans: Het lastige van illegale lozingen is natuurlijk dat ze niet worden gemeld. Ik noem een ander dossier: fatbikes. Dat is ook een hele illegale stroom. Je probeert daar meer zicht op te krijgen. Dat kan ook wel. Het lastige is alleen dat het, omdat het illegaal is, juist niet in beeld is. Maar door een aantal Kamerleden is natuurlijk terecht aandacht gevraagd voor handhaving en zicht op lozingen. Dat is ook een vraagstuk naar de toekomst toe. Het gaat er niet alleen om vergunningen actueel te houden, dus dat we precies weten wat er geloosd wordt en dat we daar toezicht op kunnen uitvoeren, maar ook om handhaving in brede zin, dus niet alleen op bedrijven die het melden, maar natuurlijk juist ook op illegale lozingen. Het is geen makkelijk vraagstuk, maar er wordt wel inzet op gepleegd. Dan heeft mevrouw Van Brenk de vraag gesteld of ik het als een signaal zie dat mensen regelmatig hun drinkwater moeten koken. We zien de afgelopen tijd inderdaad kookadviezen van drinkwaterbedrijven langskomen. Het laat ook zien dat het systeem om tijdig te identificeren dat er microbiële risico's zijn, goed werkt. Vorig jaar was ik nog staatssecretaris van VWS. Toen hebben we het een keer met blauwe bessen in de Albert Heijn gehad. Dan zie je ook dat de bron binnen 24 uur kan worden opgespoord en dat er gelijk adviezen kunnen worden gegeven. Het is natuurlijk heel vervelend dat zoiets ontstaat. Het is voor mensen vervelend en voor zo'n bedrijf ook. Maar uiteindelijk zien we dat we de systemen zo goed hebben ingericht dat we vervolgens ook kunnen handelen. Het is natuurlijk heel vervelend als je het water moet koken, maar we zien geen enorme stijging in het geven van dat soort adviezen. Het is belangrijk dat die adviezen wel worden gegeven als het nodig is. Het lid Kostić zei dat er een watercrisis is boven op de klimaatcrisis en vroeg of ik het ermee eens ben dat Nederland alles op alles moet zetten voor waterkwaliteit. Ik heb in mijn inleiding al iets gezegd over het belang van de KRW, juist ook in Europees verband. Ik denk absoluut dat het zo is, rekening houdend met alle belangen die er zijn. Ik gaf echter ook al aan dat water juist voor de levensmiddelenindustrie van ontzettend groot belang is. Soms wordt het namelijk weleens tegenover elkaar gezet. Het is echt iets wat hand in hand met elkaar kan gaan. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg hoe ik ervoor ga zorgen dat alle partijen in de waterketen, inclusief de medeoverheden, de nationale waterstrategie centraal stellen. We zijn bezig om het Nationaal Water Programma 2028-2033 op te stellen voor de gehele waterketen, met ook een doorkijk naar 2050 en verder. Dat doen we met medeoverheden en stakeholders. We doen dat natuurlijk bewust op de lange termijn. Heel veel dossiers waar je bij een ministerie aan werkt, zijn geen dossiers voor de korte termijn. We kijken op het gebied van zowel infrastructuur als waterkwaliteit als alles wat met dat soort onderwerpen samenhangt natuurlijk echt naar de lange termijn. Het is belangrijk om daar alle partners in de keten in mee te nemen. In het Nationaal Water Programma beschrijven we tot 2033 wat we concreet doen. Ook adresseren we de strategie voor de lange termijn. Dan de vraag van de heer Stoffer waar de normoverschrijdingen vooral door komen. Komen ze door het buitenland of door historische of achtergrondbelastingen? De KRW houdt hier rekening mee, zodat we er niet onterecht op worden afgerekend. Ik noemde net al even de uitzonderingsgronden rond vervuiling uit bovenstroomse bronnen. Dan zijn er ook uitzonderingen mogelijk. Natuurlijke achtergrondconcentraties wegen niet mee in de KRW-oordelen. Dan de vraag of gebiedsgerichte aanpak de kern van het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt. Dat was ook een vraag van de heer Stoffer. Daar kan ik nog niet op vooruitlopen, want de minister van LVVN heeft op 22 mei een brief naar de Kamer gestuurd waarin staat dat we nu de voorbereidingen treffen om per 1 juli 2027 met een achtste actieprogramma te komen. Daar werken we nu samen aan, op de inhoud. Ik kan er echter nog niet op vooruitlopen. Het lid Kostić vroeg welke extra verplichtende maatregelen ik ga nemen om de waterkwaliteit daadwerkelijk te verbeteren. Kan ik toezeggen het advies van de Rli op te volgen om de KRW-doelen te laten doorwerken in de wetgeving voor onder andere beleid over bestrijdingsmiddelen en lozingen? Europese richtlijnen moeten natuurlijk altijd worden doorvertaald in Nederlandse wetgeving. Dat is ook het geval. We kijken dus nu naar de inbreukprocedure die door de Commissie is gestart en naar de vraag welke verdere doelen we erin moeten opnemen. Daar wordt nu aan gewerkt. De Kamer zal daar binnenkort over worden geïnformeerd. Dan een vraag van de heer Goudzwaard. Deel ik de mening dat bedrijven in Nederland een gelijk speelveld met andere landen moeten hebben? Volgens mij heb ik die vraag net positief beantwoord. Kamerlid Kostić (PvdD): De minister doet het knap: hij beantwoordt één deel van de vraag. De eerste vraag is welke extra maatregelen de minister gaat nemen, aangezien hij ook constateert dat het nog niet goed gaat met de kwaliteit van ons water, om het zachtjes uit te drukken. Ook zegt hij net toe dat hij met een brief komt over de doorvertaling van de Kaderrichtlijn Water in andere wet- en regelgeving. Wanneer komt die ongeveer? Minister Karremans: Kijk, ik heb gezegd dat we nu bezig zijn. Ik ben letterlijk nu bijna elke dag op mijn ministerie bezig om te kijken van: wat moeten we doen, wat is dan wetgeving en wat zijn de voor- en nadelen. Er werd al gevraagd wat je met vergunningen doet en hoe je ervoor zorgt dat die actueel blijven. Daar zal wetgeving op komen. Wij verwachten dat in september, dacht ik. Ja, in september toch? O, ik hoor nu dat het eind '27 komt. Ja, dat is dus de aanscherping. Die komt eind '27. Dat is dus het antwoord op die vraag. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik vind dit wel interessant, omdat de minister stelt dat hij dan gebruikmaakt van uitzonderingsgronden, ook als het gaat om achtergrondconcentraties. Als we kijken naar de opgave voor de landbouw, zien we dat kwel daar bijvoorbeeld in wordt meegerekend, terwijl kwel al historisch is opgebouwd en je daar op dit moment in die zin dus niets mee kunt doen. Hetzelfde geldt voor de waterschijters -- daar kom ik weer -- de ganzen, die worden opgeteld bij de rwzi's en de opgave daarvoor, als ik het mij goed herinner. Ziet de minister dus ook mogelijkheden om dat nog eens goed onder de loep te nemen? Als je namelijk als degene die de doelstelling krijgt niet zo veel aan die dingen kunt doen, zou je daar eigenlijk voor moeten corrigeren in de opgave. Minister Karremans: Dat is natuurlijk het lastige. Aan de ene kant zijn er uitzonderingen mogelijk. Als je het goed kunt onderbouwen, zijn er uitzonderingen mogelijk. De KRW kijkt natuurlijk naar wat de waterkwaliteit van een waterlichaam op enig moment is. Dit heeft natuurlijk ook ergens te maken met het "one out, all out"-principe. Ik kan me voorstellen dat het voor heel veel mensen gek klinkt dat je op honderd procent van de doelen groen moet scoren om uiteindelijk de boel groen te houden. Dat vond ik aanvankelijk ook, maar de gedachte erachter is natuurlijk op zichzelf wel te begrijpen als je er even iets verder induikt. Al die concentraties zijn namelijk van belang voor de waterkwaliteit. Een beetje grof gezegd: of een vis nou doodgaat aan lood of aan een andere stof, maakt voor het effect niet uit. Uiteindelijk moet je ervoor zorgen dat die concentraties allemaal onder een bepaalde grenswaarde zitten. Zo zal er ook worden gekeken naar vergunningen, in zowel negatieve als positieve zin. Als een waterlichaam bijvoorbeeld rood is maar er vooral lozing plaatsvindt van een andere stof, die zwaar in het groen zit, zijn er wel degelijk dingen mogelijk, als we maar met z'n allen in brede zin onder die grenswaarden blijven. Je kijkt dus in die zin veel minder naar uitstoot en de bron, zoals we bijvoorbeeld bij stikstof doen. Je kijkt gewoon puur naar wat het effect van een bepaalde emissie op een waterlichaam is. Dus ja, aan de ene kant kunnen er uitzonderingen worden gegeven, als er goede redenen toe zijn. Aan de andere kant is dit hoe de systematiek werkt. Die is vanuit de optiek van waterkwaliteit natuurlijk ook niet geheel onlogisch. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met de afronding van dit blokje. Dan wil ik de leden toch met klem vragen om even de vragen aan het einde daarvan te doen. Dat helpt mee. Gaat u verder. Minister Karremans: Yes. Dan heb ik de vraag over het gelijk speelveld beantwoord. Ik heb ook in mijn introductie gezegd in antwoord op de vraag van de heer Goudzwaard dat het belangrijk is dat bedrijven een gelijk speelveld hebben met andere bedrijven in Europa. Of ik me inzet voor realistische KRW-doelen, vraagt mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Dat is inderdaad het geval. In het coalitieakkoord is ook afgesproken dat het zo veel mogelijk realistisch is en versimpeld wordt, maar dat het wel ambitieus moet zijn. O, de vraag was niet van u? Ik had hier mevrouw Vellinga-Beemsterboer staan, maar het was mevrouw Boelsma-Hoekstra. Ja, u heeft allebei een dubbele achternaam, inderdaad. Dan ben ik bij de vraag van mevrouw Bromet. Zij wil de doelen en ambities van de KRW niet afzwakken, want het gaat juist extra nationale regels met zich meebrengen als bovenstroomse landen ook minder hoeven te doen, zegt ze. Volgens mij zijn we dat met elkaar eens. Dat heb ik net ook gezegd. Wij hebben als Nederland echt een belang om dit Europees op te pakken en dat met elkaar te doen, omdat juist heel veel water Nederland binnenstroomt via andere landen. Dan kom ik bij de vraag van het lid Kostić over dat er nu hard gewerkt wordt aan het afzwakken van bestaande regels die onze gezondheid, ons water en ons milieu beschermen. De vraag is of ik bereid ben om daar actief coalities bij te zoeken met landen als Denemarken om die versoepeling daadwerkelijk tegen te houden. Ik zei net al even wat onze inzet is. Ik vind het belangrijk dat er echt Europese afspraken worden gemaakt over waterkwaliteit. Daar hebben wij als Nederland bij uitstek een belang bij. Waar dat opportuun is en waar we reden zien om bepaalde coalities te vormen, zullen we dat zeker doen. Dan is er de vraag of ik een update kan geven van de discussie in de EU over het "one out, all out"-principe. Dat is een vraag van mevrouw Van Brenk. Ik heb daar net al over gezegd dat het niet geheel gek is om het op die manier te benaderen vanuit waterkwaliteit. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat je aan heel veel doelen kan voldoen, technisch gezien aan 99% van alle stoffen kan voldoen in alle wateren, maar alsnog 0% kan scoren. Dat is natuurlijk gek voor heel veel mensen, kan ik me voorstellen. Daarom hebben we ook gezegd dat die indicator beter moet weergeven wat de waterkwaliteit is, door ook naar die individuele doelen te kijken. Met inzet van Nederland is er nu ook een indicator naast gezet, juist om dat veel beter te monitoren. Dan is er de vraag van de heer Jansen of ik bereid ben om alle flexibiliteit die de Commissie in haar recente guidance noemt, zoals doelverlaging en uitstel van termijnen, maximaal en per direct in te zetten om Nederlandse boeren en ondernemers te beschermen tegen een vergunningsslot. Dat laatste, dat vergunningsslot, willen we natuurlijk sowieso voorkomen. Maar het kan wel zijn dat bepaalde vergunningen inderdaad niet meer verleend kunnen worden op het moment dat daar lozing plaatsvindt van stoffen in een waterlichaam waarbij je al tegen de grenswaarden aanzit. Waar bijvoorbeeld sprake is van een waterlichaam waar enorm veel verdunning plaatsvindt, zoals bij rivieren, zal dat een minder groot risico zijn dan als bijvoorbeeld een zinkfabriek loost op een beekje in Brabant. Dat ligt natuurlijk gewoon helemaal aan de situatie. Maar Nederland heeft diverse handreikingen gemaakt om waterbeheerders te helpen om de uitzonderingen toe te passen. Die uitzonderingen zijn namelijk wel belangrijk om het werkbaar te houden voor de Nederlandse economie. Die KRW is natuurlijk generiek opgezet. Als je dat doet, loop je natuurlijk wel het gevaar dat sommige bedrijven echt in de knel komen. Dat willen we voorkomen, maar we willen er natuurlijk wel voor zorgen dat die waterkwaliteit goed is. Daarvoor zijn uitzonderingen mogelijk, maar die moeten wel passen binnen de uitzonderingsmogelijkheden die er zijn. Mevrouw Van Brenk vraagt mij om drie dingen expliciet toe te zeggen: een integraal overzicht per waterschap, met voortgang, van knelpunten bij de resterende opgaven, een versterkingsplan -- dat is nummer twee -- voor monitoring, handhaving en toezicht en, drie, een analyse van de juridische en bestuurlijke risico's als Nederland die doelen niet haalt. Eén. Er zijn ontzettend veel centrale overzichten. Denk bijvoorbeeld aan het Informatiehuis Water, met alle KRW-info van alle waterbeheerders, of het landelijk dashboard over KRW-maatregelen, dat jaarlijks met de Kamer wordt gedeeld. Het verbeteren van monitoring, toezicht en handhaving is een belangrijk onderdeel van het KRW-impulsprogramma dat we hebben ingezet. Hiervoor verwijs ik ook naar mijn brief van 19 juni, die ik naar de Kamer heb gestuurd. Voor de juridische analyse van risico's verwijs ik naar het advies van de landsadvocaat, dat vertrouwelijk met de Kamer is gedeeld. De vraag van de VVD is of ik bereid ben om te bezien hoe provincies en omgevingsdiensten aanvullende expertise kunnen krijgen ten aanzien van de KRW. Ja, daar zijn we nu bezig. We zijn aan het inventariseren wat de bestaande kennis en kunde is, waar nog behoefte is en waar, zo nodig, nog iets op toegerust kan worden. Het is in dit geval namelijk soms best wel complex. Dat ben ik helemaal met de heer Schutz eens. Dan wil je gewoon dat die kennis en kunde er is. Dan ben ik bij de vraag van de heer Stoffer over de indirecte lozingen. Hij vraagt hoe de aanpak wordt versneld. Voor de meeste vergunningen zijn de gemeenten het bevoegd gezag, maar zij missen de grip erop, zegt hij. Dat raakt misschien een beetje aan het vorige punt. Hoe krijgen we grip op die indirecte lozingen? Omgevingsdiensten zijn samen met de waterschappen volop bezig om nu meer grip te krijgen op indirecte lozingen. Deze samenwerking loopt goed en daarmee krijgen de waterschappen automatisch dus ook een grotere rol. Het lid Kostić vraagt of ik kan toezeggen dat ik als invulling van de motie ga werken aan een openbare database waarin de vergunningen van bedrijven te vinden zijn, inclusief wat er werkelijk geloosd is, op welk water, wat de concentratie schadelijke stoffen is en hoe dit zich verhoudt tot de KRW. Het belang van transparantie over milieu-informatie deel ik volkomen. Dat is belangrijk. Rijkswaterstaat maakt de meetgegevens over de kwaliteit van het oppervlaktewater nu al openbaar. Daarnaast zijn er databases zoals het e-MJV en de bijbehorende database van zeer zorgwekkende stoffen waarin bedrijven verplicht hun emissies moeten rapporteren. We kijken naar aanleiding van de motie nu ook naar een systeem waarin vergunningen openbaar zijn te raadplegen. Volgens mij vroeg de motie om "zo veel mogelijk openbaar". Dat was het precieze dictum. Daaraan gaan we dus op een zo goed mogelijke manier invulling geven. De vraag van de heer Jansen is wat ik ga doen, eventueel in samenwerking met de minister van LVVN, om te voorkomen dat de NVWA onze boeren straft en beboet voor het gebruik van oppervlaktewater dat stroomopwaarts in het buitenland door anderen is vervuild. Ik heb net wat gezegd over water dat komt uit andere delen van Europa. Daar zijn ook uitzonderingen voor mogelijk. Daar hebben we nu overigens ook gesprekken over met buurlanden. Het liefst willen we natuurlijk dat het water schoner wordt, in plaats van dat er uitzonderingen moeten worden afgegeven. Hoe ga ik ervoor zorgen dat boeren niet worden afgerekend op natuurlijke achtergrondconcentraties? Dat was eigenlijk ook de vraag van mevrouw Wiersma. Die heb ik dus al beantwoord. Dan is er de vraag of ik bereid ben om in lijn met EU-jurisprudentie een quickscan in te voeren om projecten met weinig impact snel uit de KRW-onderzoekslasten te zeven. Dat is al de staande praktijk in onze toetsingskaders. We hebben de KRW-toets in verschillende stappen opgedeeld, waarbij de makkelijkste altijd eerst komen. Er moet namelijk vermeden worden dat er onnodig tijdrovende of complexe toetsen moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld dat je een hele KRW-toets door moet als je een steiger wilt plaatsen. Dat wil je natuurlijk voorkomen. De heer Schutz vraagt of ik kan toezeggen dat gebruik van water met andere waterkwaliteiten mogelijk wordt gemaakt voor bedrijven, bijvoorbeeld effluent. Er zijn al mogelijkheden om andere bronnen van verschillend kwaliteitsniveau te gebruiken, afhankelijk van de eigen kwaliteitseisen. Daarbij hebben we ons wel te houden aan Europese en nationale regelgeving rond het hergebruik van effluent. Voor de rest is het aan een bedrijf zelf of ze effluent willen gebruiken. Daar kunnen wij als IenW natuurlijk moeilijk regels voor stellen. De voorzitter: Ik heb het verzoek of u iets langzamer kan praten, dus even een beetje ademhalen. Gaat uw gang. Minister Karremans: Oké, ja. Ik dacht dat ik het nog wel langzaam deed. Voor mijn doen was dit vrij langzaam, maar ik zal mijn best doen. Even kijken. Dan ben ik bij de vraag van de heer Goudzwaard of ik bereid ben om bij KRW-doelen prioriteit te geven aan maatregelen die de drinkwatervoorziening of -winning versterken en of ik bereid ben bij herziening van onttrekkingsvergunningen de openbare drinkwatervoorziening aan te merken als hoger belang. Dat heeft het nu al. De KRW heeft mede als doel dat de zuiveringsinspanning om drinkwater te maken niet mag toenemen. De drinkwatervoorziening is namelijk als openbaar belang aangewezen via artikel 2 van de Drinkwaterwet. De drinkwatervoorziening waarborgen is in Nederland een hele lastige puzzel, waar we aan werken met de provincies, de gemeenten, de waterschappen en drinkwaterbedrijven. Daar wordt dus hard aan gewerkt. Die prioriteit krijgt het, overigens ook in andere wetgeving. Dan is er de vraag van de heer Schutz hoe het zit met de chemische samenstelling van waterlichamen. Eigenlijk is dat dezelfde vraag als die hij net stelde. Het gaat dus steeds beter, zien we. Van de 100.000 doelen is inmiddels 87% gehaald. Voor de doelen die we niet halen, zetten we ons in om de legitieme uitzonderingen op de KRW maximaal te benutten. De Algemene Rekenkamer, die hier inderdaad kritisch op was, wijst vooral op stoffen die alomtegenwoordig zijn. Juist voor deze stoffen kunnen we namelijk wel een uitzondering inzetten. Dan voldoen we alsnog aan de KRW. De heer Stoffer vroeg naar de actualiseringsplicht voor lozingen en onttrekkingsvergunning. Hij zei dat hij eerder schriftelijke vragen heeft gesteld over de gevolgen voor warmtebedrijven. Het blijft onzeker of we dit kunnen aanmerken als project van groot nationaal belang, zegt hij. Waar moet volgens het ministerie prioriteit worden gelegd in de vergunningverlening? Warmteprojecten zijn natuurlijk belangrijk voor de energie- en warmtetransitie en kunnen, indien ze voldoen aan de regels die hiervoor zijn gesteld, gezien worden als projecten van hoger openbaar belang. Die actualiseringsplicht heeft naar verwachting geen betekenisvolle negatieve gevolgen voor bestaande of nieuwe warmteprojecten. Een algemene uitzonderingspositie voor warmteprojecten is binnen de Kaderrichtlijn Water op zichzelf niet mogelijk, maar prioritering binnen de vergunningverlening wordt bepaald door het bevoegd gezag. Dan de vraag over de nationale kop op koelwaternormen van de heer Schutz. Er komt geen nationale kop. We hebben in 2009 namelijk al doelen gesteld voor waterlichamen met een watertemperatuur van 25 graden. Blijkbaar is dit dus al de regelgeving. Natuurlijk moeten we daar rekening mee houden, maar dat is precies waar ik nu mee bezig ben. Dit geldt natuurlijk ook voor de industrie. Hoe kunnen we dit op een goede manier doen? Ik merk wel dat er heel veel ruis over is. Kijk bijvoorbeeld naar de Rotterdamse haven, waar natuurlijk ook veel geloosd wordt. Daar heb je natuurlijk ook gewoon rekening te houden met, een, dat het het einde van de delta is en, twee, dat er heel veel verdunning plaatsvindt. Daar kijken we dus op die manier naar om alles uiteindelijk gewoon goed mogelijk te maken. Daar zijn we op het ministerie nu dus mee bezig. Dat is eigenlijk ook de vraag die de heren Goudzwaard en Stoffer hadden gesteld over het koelwater. Dan ben ik bij de vraag van de heer Jansen of ik kan garanderen dat er bij naderende deadlines geen nationale koppen op Europese regels wordt geplaatst waardoor onze buren of ondernemers grotere lasten dragen dan in de rest van Europa. Nee, dat is niet de intentie die we hebben. Sterker nog, we zijn er al heel erg bij gebaat als heel Europa voldoet aan de KRW. Daar heeft Nederland gewoon ontzettend veel baat bij als benedenstrooms land. De vraag van de heer Jansen was ook of ik de opvatting van de PVV deel dat de Kaderrichtlijn Water primair over water moet gaan en niet gebruikt mag worden om de krimp van de veestapel af te dwingen. Nou, de KRW heeft niet als doel om een krimp van de veestapel af te dwingen, kan ik tegen de heer Jansen zeggen. Dan vraagt de heer Stoffer waar qua vergunningverlening de grootste risico's zitten voor het behalen van de KRW-doelen. We moeten in Nederland de vergunningen actueel hebben en houden. Dat is heel belangrijk. Daarnaast moet er natuurlijk voldoende kennis en capaciteit zijn bij de bevoegde gezagen om het systeem ook zo te laten functioneren. Daarover zijn ook al een aantal vragen gesteld door de heer Schutz. Daar zijn we nu dus mee bezig. De heer Stoffer vraagt ook of we de gevolgen van drugsgebruik voor waterkwaliteit misschien over het hoofd zien. Er zijn natuurlijk al vragen gesteld over medicijnen. In het Engels is dat hetzelfde woord, medicijnen en drugs. Dat is allebei drugs. Met de Ketenaanpak Medicijnresten uit Water en het soort zuiveringen dat daarvoor gebruikt wordt, vang je dus ook de aan drugsgebruik en productie gerelateerde microverontreinigingen af. Even kijken. Dan ben ik bij de vraag van de heer Stoffer over infiltratie en ondergrondse wateropslag. Dat kan de landbouw helpen om de zoetwatervoorziening op orde te houden, maar dit zit in een bestuurlijke impasse door risicomijdend gedrag, zegt hij. Hoe gaan we deze impasse doorbreken? Die herken ik. Voor het Nationaal Water Programma werken we daarom nu met regionale waterbeheerders aan een kader voor infiltratieactiviteiten. Dit kader schetst de randvoorwaarden voor ondergrondse wateropslag voor de landbouw, maar ook voor andere sectoren. Het kader neemt bestaande onduidelijkheden weg en verkleint daarmee de risico's, zodat de zoetwatervoorraad met zorg voor de waterkwaliteit vergroot kan worden. Mevrouw Van Brenk vraagt wat de status is van artikel 19 van de herziene Richtlijn stedelijk afvalwater. Zij vraagt of ik het voorbeeld uit Duitsland van de Nette Toilette ken en of ik bereid ben om te kijken naar zo'n aanpak voor Nederland. Momenteel wordt er gewerkt aan de implementatie van de herziene Richtlijn stedelijk afvalwater. Die moet in 2030 gereed zijn. Artikel 19 uit de Richtlijn stedelijk afvalwater vraagt de toegankelijkheid van openbare toiletten voor iedereen te waarborgen. In de praktijk ligt de invulling hiervan bij mijn collega's van VWS en BZK. Die zijn op dit moment met gemeenten in overleg over de invulling hiervan. De heer Stoffer vraag of ik ervoor ga zorgen dat waterschappen proactief betrokken worden bij het Natuurplan, zodat geen plannen voor verbrakking worden opgenomen die de zoetwatervoorziening doorkruisen, bijvoorbeeld zoals bij het Volkerak-Zoommeer of het Zuiderdiep. Ja. Het antwoord is dat die waterschappen actief worden betrokken bij het opstellen van het Natuurplan. Mevrouw Van Brenk vraagt naar de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van de inheemse rivierkreeft. Die ligt bij Landbouw, maar de gevolgen komen terecht bij ons als commissie en bij mij als minister, zegt zij. Hoe vind ik dat dat gaat? Nou, dat is natuurlijk helemaal zo. Die gevolgen zitten voor een heel groot deel in dit dossier. We leggen nu de laatste hand aan een Kamerbrief hierover en die zal de Kamer nog voor de zomer ontvangen. Dus daar wordt nog hard aan gewerkt. Dat is eigenlijk ook het punt van de heer Stoffer over de KRW: waar doen die rivierkreeften de inzet van boeren teniet? Ik denk dat we allemaal weten wat de negatieve gevolgen van die rivierkreeften zijn en dat zal ook worden geadresseerd in de Kamerbrief, die dus nog voor de zomer naar de Kamer komt. Dan: het specifieke knelpunt van bouwputten is dat onttrekking en lozing als aparte activiteiten worden gezien en beoordeeld worden door twee autoriteiten. De vraag is hoe ik de Omgevingswet zo aanpas dat dit als één geheel wordt beoordeeld. Die problemen herkennen we ook. We gaan nu met de bevoegde gezagen voor grondwater in gesprek om gezamenlijk te zien wat de beste oplossing is voor de bevoegdheidsverdeling voor retourbemaling. Hiermee houden we natuurlijk rekening met de herziening van de Grondwaterrichtlijn. Dan tot slot de laatste vraag in dit blokje: welke riooloverstorten zorgen voor de meeste problemen bij de KRW? De gemeenten en waterschappen hebben zicht op de overstorten en zijn verantwoordelijk voor het beheer daarvan. Daarnaast werk ik als invulling van een toezegging aan de Eerste Kamer aan een quickscan om meer inzicht te krijgen in de risico's van overstorten. Ik kan de Kamer toezeggen dat deze voor het eind van het jaar naar de Kamer wordt gestuurd. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de interrupties. Ik had inderdaad al een heel rijtje. Ik begin bij de heer Goudzwaard. Die was volgens mij als eerste. Gaat uw gang. De heer Goudzwaard (JA21): Ik hoorde de minister zeggen dat een gelijk speelveld enorm belangrijk is. Fijn om te horen, want Nederland heeft het feitelijk gewoon zwaar. Wij krijgen natuurlijk ook vanuit omliggende landen al het een en ander via de rivieren toegespeeld. Hoe moet ik die lozingen van koelwater, die 28 naar 25 graden, dan concreet zien? Gaat daar dan niet actief op gehandhaafd worden? Is dat wat de minister zegt? Kan hij die toezegging doen? Dan hoeven die bedrijven vooralsnog niet direct aan de slag te gaan met die investeringen, want dan moet er volgens mij eerst gekeken worden naar het Europese gelijke speelveld. Minister Karremans: Ik ben daar nu mee bezig en ik wil het bedrijfsleven daar snel duidelijkheid over geven, maar ik moet wel alle mitsen en maren en juridische mogelijkheden en onmogelijkheden, ook binnen de KRW, in kaart brengen. Daar ben ik nu mee bezig. De intentie is echt om het op een goede manier te doen. Ik hoor natuurlijk ook de oproep uit het bedrijfsleven en dat men zich hier heel erg zorgen over maakt, zeker in Rotterdam, maar ook bij andere chemische clusters. We zijn hier nu druk mee bezig en we komen er snel op terug. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Jansen en daarna kom ik bij mevrouw Wiersma. De heer Chris Jansen (PVV): Ik heb één vraag ter verduidelijking, maar er zijn ook twee vragen van mij niet beantwoord. Hoe gaan we dat doen? Doen we dat in de tweede termijn? Minister Karremans: Er komen nog heel veel blokjes aan. De voorzitter: Er komen nog meer blokjes aan. Het gaat nu specifiek over dit blokje, de KRW. Dus als u daarmee begint. De heer Chris Jansen (PVV): Ik had het idee dat ze allebei KRW-gerelateerd waren. Vandaar dat ik de vraag stel. De voorzitter: Stelt u dan die vragen. De heer Chris Jansen (PVV): De verduidelijkingsvraag die ik heb, gaat over de samenwerking met de minister van LVVN vanwege de boetes van de NVWA. Ik snap heel goed wat de minister zegt. Ik snap ook dat hij dat samen met andere landen probeert op te lossen. Alleen, de boetemachine loopt gewoon door. Mijn vraag is dan: wilt u in overleg treden met de minister van LVVN om in elk geval de boetes op te schorten zolang dit niet het geval is en wij last hebben van landen om ons heen? Dat is de verduidelijkingsvraag over het antwoord. De vragen die ik open heb staan, gingen over EU-guidance en de natuurlijke achtergrondconcentraties in het water. Hoe gaat de minister zorgen dat boeren niet langer worden afgerekend op stoffen die van nature al in de bodem zitten en in het water? De tweede vraag die openstaat gaat over de toepasselijkheidstoets. Volgens mij zijn dat allebei KRW-gerelateerde vragen. Minister Karremans: Ik weet niet over welke boetes de heer Jansen het heeft. Die kan ik even moeilijk plaatsen. Over het tweede punt, die over de achtergrondconcentraties, heb ik al gezegd dat dat een uitzonderingsgrond is op basis van de KRW. De heer Chris Jansen (PVV): De boetes waarover ik het heb, hebben te maken met het feit dat boeren bijvoorbeeld sproeiwater gebruiken dat vervuild is en daar dan een boete voor krijgen, terwijl dat water vervuild is vanuit het buitenland. Dan is het dus heel raar dat je die boetes uitdeelt, terwijl de ondernemer daar dus eigenlijk geen schuld aan heeft. Minister Karremans: Dit moet ik even uitzoeken. Ik ben hier niet mee bekend, dus daar moet ik dan even op terugkomen. De voorzitter: Dat zou eventueel in tweede termijn kunnen. Minister Karremans: Ja, dat kan. De voorzitter: Dan ga ik verder en kom ik bij mevrouw Wiersma. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik heb nog een tweetal vragen. Ik heb nog even nagedacht over het antwoord dat ik zojuist kreeg van de minister over het kwelwater en dat optellen bij de opgave voor de landbouw. In theorie kan je dan bijvoorbeeld de situatie krijgen dat je maatregelen oplegt aan de landbouwer terwijl die geen belasting heeft op het water, omdat de norm bijvoorbeeld al overschreden zou kunnen worden door de historisch opgebouwde vervuiling. Mijn vraag aan de minister is: dat soort situaties kan toch niet de bedoeling zijn? Minister Karremans: Nee, eens. Het antwoord was tweeledig. Het eerste is dat dat is hoe die systematiek werkt en dat het op zich niet gek is dat het op die manier werkt. Maar als dat dus leidt tot zo'n situatie, dan heb je een uitzonderingsgrond om daarvan af te wijken. Mevrouw Wiersma (BBB): Oké, dat is mooi. Dan zullen we daar nog eens goed naar kijken. Misschien kunnen we een beetje helpen waar dat speelt. Ik had nog een vraag. Ik ben blij om te horen dat we binnenkort ook de aanpak van de rivierkreeften in een Kamerbrief naar ons toe komt. Gisteren hebben we van een aquatisch ecoloog gehoord dat op de plekken waar veel rivierkreeften zijn de doelen van de Kaderrichtlijn Water niet kunnen worden gehaald. Punt. Is dit ook iets wat de minister meeneemt in die brief en zullen we dat ook terugzien in de inzet om deze invasieve exoot te bestrijden? Minister Karremans: Ook daar moet ik even op terugkomen in de tweede termijn, op de relatie tussen rivierkreeften en de KRW. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Ik had gevraagd hoe de minister nou gaat zorgen dat de medeoverheden en alle partners die nationale waterstrategie centraal stellen. Daar gaf de minister ook antwoord op, maar ik vond dat nog wel wat vaag. Hij zei: we maken een nieuw Nationaal Water Programma en daar gaan we iedereen in meenemen. Dat klinkt nog heel vrijblijvend. Het signaal dat we uit het veld krijgen, is dat er in die samenwerking rondom water en vraagstukken rondom water doorzettingsmacht mist. Heeft de minister dan ook zicht op welke weeffouten er nu zitten in het systeem en welke doorbraken er nodig zijn om te zorgen dat het meer wordt dan alleen meenemen en we echt komen tot die integrale aanpak? Minister Karremans: Het is goed om dat even te verhelderen. Ze worden natuurlijk meegenomen in het maken daarvan, omdat we ook in die traditie en cultuur op een goede manier met elkaar samenwerken. Vervolgens is het Nationaal Water Programma wel het punt waar we de regie pakken en waarin we dus zeggen: we gaan het op deze manier doen. Daar zit dus ook besluitvorming en vervolgens ook monitoring. Dan zullen we daarmee aan te slag gaan, juist vanwege dit punt. Dat is omdat het echt belangrijk om daar stappen op te zetten, met de hele keten. Daarom wordt daar dus een programma bovenop gelegd. De voorzitter: Aanvullend. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Aanvullend nog even uit interesse: verwacht de minister dat dat nog tot echt wezenlijke veranderingen gaat leiden in het systeem waarin we nu met elkaar samenwerken? Minister Karremans: Pfoe, ja. Dat is maar net een beetje wat je ervan verwacht natuurlijk. Als je het mij persoonlijk vraagt, denk ik dat er in die keten echt nog wel wat te winnen is. Maar of dat tot een hele andere samenstelling van verhoudingen leidt, dat vraag ik me af. Ik denk dat ik aan elke uitspraak die ik hierover doe weer drie weken aan werk heb om dat vervolgens weer enigszins in rustiger banen te leiden. Dat er een opgave ligt, dat is duidelijk. Ik denk dat als we daar met goede bestuurlijke afspraken en besluitvorming stappen op kunnen zetten, dan is dat ook verder niet nodig. Daarom zit die urgentie wel erg op het maken van dit programma en ervoor zorgen dat iedereen daar op een goede manier aan bijdraagt en ook op dat we daarmee natuurlijk de regie pakken op dit hele dossier. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Dat was een antwoord op mijn vraag over de regie, dus dat is mooi. Ik heb er nog eentje die niet beantwoord is en die gaat er de praktische uitvoering. Voordat ik die vraag stel heb ik nog een vraag over iets wat de minister zei. Het kan aan het tempo van de minister hebben gelegen dat ik het verkeerd geïnterpreteerd heb. Hij zei: met de uitzondering gaat het lukken om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Dat zei hij in een bijzin. Ik wil even toetsen of dat zo is, want dan vallen heel veel vragen denk ik weg. Dan de vraag die is blijven liggen. Ik vroeg: kijk naar sectoren, stoffen of gebieden. Dus gewoon gericht aan de slag. Gisteren hebben we het rondetafelgesprek gehad. Daar was de heer Vermeulen van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en die gaf aan: begin grofmazig en ga dan terug naar fijnmazig, zodat je kunt zien waar eigenlijk de oorzaak het probleem ligt. Gebieden of stoffen of sectoren willen dat ook doen. Dat mist nu. Dat is niet alleen bij de landbouw, maar ook bij het bedrijfsleven. Daar heb ik nog geen antwoord op gehad. Minister Karremans: Dan heb ik de vraag verkeerd begrepen, denk ik. Ik kom daar zo in tweede termijn even op terug. De voorzitter: Dan ga ik naar het lid Kostić. O, excuus. Had u nog een aanvullende vraag? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Dit is geen interruptie, want het is vergeten. Ik had nog een stukje over die uitzonderingen. Misschien kan dat dan ook even in de tweede termijn. De voorzitter: Dat kan, hoor ik van de minister. Dan ga ik nu wel naar het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik heb ook eerst een gemiste vraag. Ik zou de minister wel willen oproepen om inderdaad wat nauwkeuriger te zijn in de beantwoording, want ik ben mijn zeldzame interrupties aan het verspillen. Maar eerst een gemiste vraag. Ik zei net dat je als je te hard rijdt direct een boete op je mat krijgt. Geen uitzonderingen, geen uitstel, geen herkansing en als je het helemaal bont maakt, dan wordt je rijbewijs ingetrokken. Ik zei dat het systeem voor de industrie toch anders werkt. Ik was benieuwd of de minister bereid is om een tussentijds intrekkingsrecht voor de vergunningen mogelijk te maken wanneer sprake is voor acute risico's voor mens, dier en milieu. Minister Karremans: Dat kan nu al. Via de Omgevingswet kan dat nu al. Als er echt acuut gevaar is, dan kan dat. Kamerlid Kostić (PvdD): Misschien moet de minister dat dan op een ander moment beter uitleggen. Ik heb het nog nooit zien gebeuren. Ja, dat is misschien wat anders. Dan ga ik nu mijn interruptie eigenlijk een beetje verspillen aan het helpen van de minister om de vragen wat gerichter te beantwoorden. De minister had het over pas eind volgend jaar die Kaderrichtlijn Waterdoelen laten doorwerken in de wet- en regelgeving. Dan is mijn vraag hoe hij het dan voor zich ziet dat die deadline voor die Kaderrichtlijn Waterdoelen voor volgend jaar wordt gehaald als het pas zo laat wordt ingezet. Dan het tweede deel van mijn vraag. Ik vroeg om concrete maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, vanaf nu. Kan de minister die maatregelen opnoemen? Welke extra maatregelen gaat hij nemen? Hij kan er ook direct na het zomerreces per brief op terugkomen. Ik heb ze nog niet gehoord. Minister Karremans: Eerst de vraag welke maatregelen dat zijn. Dat zit allemaal in het impulsprogramma. De Kamer is ook geïnformeerd over wat daar allemaal in zit. Dan kan het lid Kostić nee schudden en zeggen dat ik nauwkeuriger moet antwoorden, maar dat is allemaal netjes met de Kamer gedeeld. Nogmaals, ik kan het zo wel even opzoeken en dan kan ik het even voorlezen. Dat vind ik echt geen enkel probleem. Dan ga ik dat doen. Dan over de wetgeving. Het klopt. De KRW zit al in de wet. Dus even om misverstanden te voorkomen: die zit al in de wet. Er is alleen een inbreukprocedure gestart door de Europese Commissie, waarbij de Europese Commissie heeft gezegd: jullie hebben het niet goed gedaan en jullie moeten een aantal dingen anders doen. Daar zijn we nu mee bezig. Dat is wetgeving. Dat duurt inderdaad lang. We zijn nu druk bezig om daar keuzes in te maken, invulling te geven aan hoe we dat moeten doen. Overigens hebben we de wetgeving net in internetconsultatie gedaan. We zijn nu aan het werk met de AMvB. Daar zitten de daadwerkelijke keuzes in. Dat is het wetgevingsproces. Dat duurt inderdaad lang. Dat is inderdaad voorzien voor eind '27. De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van de heer Goudzwaard. Gaat uw gang. De heer Goudzwaard (JA21): Ik moest even kauwen op de antwoorden van deze minister. Ik had eigenlijk een verduidelijkende vraag. De minister zegt over het aanmerken van die onttrekkingsvergunning bij openbare drinkwatervoorziening als hoger belang: dat is nu al het geval. De minister zegt dat dat al zo is aangemerkt in de Drinkwaterwet, maar wil hij dan ook zeggen dat hij bereid is om deze classificatie in te zetten als vergunningen voor activiteiten van drinkwaterbedrijven in de toekomst in het geding komen bij de rechter bij bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water? Is hij bereid om die classificatie dan in te zetten? Daar ging het me eigenlijk even om. Ik had even wat moeite om dat uit het antwoord te halen, dus vandaar mijn verduidelijkende vraag. Minister Karremans: Dank voor die vraag. Ik denk even op twee niveaus. Waar ik mee aan de slag ga -- daar werden door een aantal Kamerleden ook vragen over gesteld -- is dat die drinkwaterbedrijven tegen zo ontzettend veel regels aanlopen dat het gewoon niet meer mogelijk is om te opereren. Ik was maandag nog in de Peel en daar heb ik met het drinkwaterbedrijf van Limburg gesproken. Die zeggen ook: als wij een zuiveringsinstallatie willen uitbreiden, zijn we vijftien jaar bezig en die tijd hebben we gewoon niet. Dat zit natuurlijk grotendeels niet bij vergunningverlening door het Rijk. Dat is allemaal provincie. Dat is vaak lokaal, ook met omgevingsvergunningen et cetera. De heer Goudzwaard had het geloof ik over het bezwaar maken door mensen, dat dat enorm vertraagt. Wat ik wil doen, is daar een heel specifiek programma op zetten samen met de provincies, maar wel door het Rijk gestuurd, om ervoor te zorgen dat we die procedures gaan terugbrengen. Het moet veel sneller mogelijk zijn om hun operatie uit te voeren, want drinkwater is essentieel voor alles, zoals voor woningbouw. We hebben net alle voorbeelden wel genoemd die er zijn, voor mensen om gewoon hun leven te kunnen leiden en ook voor de industrie. Dus we willen daar op die manier mee aan de slag. Provincies kunnen dat dus nu al op deze manier aanmerken, maar je merkt dat er gewoon een brede behoefte is om echt wat aan die regelgeving te gaan doen en daar wil ik mee aan de slag gaan met een heel specifiek gericht programma. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Ik kom niet altijd in deze commissie, dus ik ken de stijl van deze minister ook niet zo goed. Het kwam nogal laconiek over. Hij zei "u moet niet bij mij zijn" in het kader van het verbeteren van toegang tot sanitaire voorzieningen. Dit is wel iets waar heel veel Nederlanders tegenaan lopen. Ik snap dat hij zegt "ja, maar VWS en BZK moeten hier invulling aan geven", maar ik vraag aan deze minister een inspanning. Het is van belang, ik denk voor ons allen, dat deze richtlijn nageleefd wordt, dus ik zou iets meer willen dan: dat zit bij mijn collega's. Minister Karremans: Nee, ik heb gezegd: mijn collega's van VWS en BZK hebben dit opgepakt. Die zijn nu bezig om daar gesprekken over te voeren. Ik ben er dus niet laconiek over. Sterker nog, ik was er als wethouder trots op dat Rotterdam tot zeikstad nummer 1 was uitgeroepen door de Maag Lever Darm Stichting. Die doet dat elk jaar. Daarin wordt de toegang tot sanitaire voorzieningen gemeten. Een smet op mijn blazoen is daar wel dat ik nooit het NK Tegelwippen heb gewonnen. Dat verloren we altijd van Amsterdam, zeg ik tot mijn grote spijt. Ik deel overigens de mening van de heer Goudzwaard over tegeltuinen, maar daarover later meer. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Schutz en daarna kom ik bij mevrouw Bromet. De heer Schutz. De heer Schutz (VVD): Ik kreeg zo even een antwoord over effluent. Toen zei de minister -- waarschijnlijk spraken we toen langs elkaar heen -- dat dat een keuze van het bedrijf zelf is. Alleen, ik zei het juist bij het blokje drinkwater. Net gaf de minister gelukkig aan dat hij daar nou juist daar wel regie op wil nemen. Hij is naar de Peel geweest en heeft daar gezien hoe moeilijk het is om daar nieuwe vormen van bronnen te vinden om aan drinkwater te komen. Eerder is de opmerking gemaakt door mevrouw Vellinga: neem nou regie. Juist op dit punt en juist ook in dat gebied is het denk ik heel belangrijk om effluent daar waar het kan in te zetten. Ik begrijp daar dat er nogal wat belemmeringen op zitten. Natuurlijk, het bedrijf moet iets willen en je mag wat verwachten van een ondernemer. Ik vraag van deze minister: zet daar nou alstublieft ook op in en kijk waar je vanuit het Rijk belemmeringen weg kan nemen in het wettelijk kader, ook al worden vergunningen door provincies verleend. Minister Karremans: Ik kan toezeggen aan de heer Schutz dat we dit meenemen in dit programma, dat we daar ook naar kijken, want het moet natuurlijk in brede zin gewoon mogelijk gemaakt worden. Mevrouw Bromet (PRO): Ik wil eigenlijk een punt van orde maken, want ik maak me gewoon zorgen over het verloop van dit debat. Het duurt te lang. We zijn nu bij het eerste blokje. De vragen zijn te lang en de antwoorden zijn te lang en het gaat ook buiten de blokjes. Een hartenkreet dus eigenlijk. De voorzitter: Oké. Volgens mij zijn we aan het einde van dit blokje. De heer Goudzwaard heeft nog één vraag. U hebt de oproep gehoord: hou 'm heel kort. De heer Goudzwaard (JA21): Dit is geen verduidelijkende vraag. Dit is gewoon een interruptie. Ik snap de zorg van mevrouw Bromet, maar dit is volgens mij het blokje waar echt de meeste vragen over zijn gesteld. Ik verwacht nu wel wat meer snelheid. Klaar. Even heel kort. Het is fijn dat de minister zei een gelijk speelveld voor bedrijven te willen. Ik vroeg toen door naar het koele water, van 28 graden naar 25 graden. De minister zegt dat hij daar nog even over na moet denken, dat hij moet kijken wat de gevolgen zijn en dat hij daar zo snel mogelijk op terugkomt. Mijn concrete vraag is: wanneer komt hij daarop terug en op wat voor manier gaat hij die communicatie verzorgen? Minister Karremans: Ik verwacht dat we dat vlak na de zomer kunnen doen. We werken er nu heel snel aan. We kijken er ook samen met VNO-NCW en MKB-Nederland naar. We kijken juist samen met die partijen hoe we dat op een goede manier kunnen vormgeven. Ik stel voor dat we de voortgang daarvan na de zomer aan de Kamer melden. De voorzitter: Oké. Dan kunt u verdergaan met uw volgende blokje. We wachten tot het einde van het blokje met het stellen van vragen. Ik wil dan inderdaad ook de terechte oproep doen om uw vragen heel kort te houden, want dan kan de minister ook kort antwoorden. Minister Karremans: Ik mag natuurlijk niet snel praten. Dat is mijn beperking nu, want anders kunnen we een heel stuk van de tijd afhalen. De voorzitter: U mag wel snel praten, maar het gaat erom dat het nog wel te volgen moet zijn, ook voor de mensen thuis. Minister Karremans: Snap ik, snap ik. De voorzitter: Succes. Minister Karremans: Dank u wel. Er werd gevraagd of Caribisch Nederland ook kan aansluiten bij het Deltafonds. We zijn nu aan het bekijken of dat kan en wat daarvoor nodig is. De heer Schutz vroeg of ik kan toezeggen dat de Nationale Aanpak Wateroverlast op schema ligt. Dat is inderdaad het geval. Het gaat goed. Die komt aan het einde van het jaar richting de Kamer. Dan had de heer Grinwis een vraag over de brandweerkazerne. Hij vroeg: hoe kan het dat die op Bonaire in een overstromingsgevoelig gebied ligt? Uit een onderzoek uit 2024 van HKV blijkt dat de brandweerkazerne niet in een overstromingsgevoelig gebied ligt. Daarnaast moet de kazerne naast het vliegveld liggen in verband met de veiligheid. Voor de klimaatbestendigheid is de ruimtelijke ordening cruciaal. In het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland is aangeven dat cruciale functies niet in gebieden worden gerealiseerd die risicovol zijn vanuit het oogpunt van klimaatverandering. De heer Grinwis had een vraag over sponswerking, namelijk of ik bereid ben om dat structureel te verankeren in de uitvoering van het waterbeleid. Sponswerking vergroot de weerbaarheid van ons water- en bodemsysteem. Het vraagt wel om keuzes in de ruimtelijke ordening. We verkennen op dit moment hoe we kansen voor sponswerking in gebiedsprocessen kunnen benutten. In Zwolle is er bijvoorbeeld al zo'n strategie gemaakt. Dan had mevrouw Bromet een vraag over de Nationale klimaatadaptatiestrategie. Wanneer kunnen we concrete actie verwachten? Dat was ook mijn eerste vraag aan mijn ministerie toen ik de Nationale klimaatadaptatiestrategie zag. We hopen die eind dit jaar vast te stellen. Ik wil er dan gelijk een uitvoeringsprogramma aan koppelen. Er moet dus gelijk actie volgen. Dat gaat echt onder het motto -- ik heb dat ook intern gezegd -- "minder papier, meer planten." Dat is een beetje het idee. Dan kom ik bij de heer Stoffer. Hij vroeg … O, dit is wel mooi. Op mijn papier is het helemaal blanco op de plek waar de vraag hoort te staan. Ik ga 'm toch beantwoorden. Ik heb geen idee waar dit over gaat, maar ik denk dat het over wateroverlast gaat. Het antwoord is in ieder geval als volgt. De aanpak van wateroverlast richtte zich voorheen met name op het afvoeren van water bij hevige regenval. Nou, dan mag u daar een vraag bij bedenken, maar dit is het antwoord. De voorzitter: Ik denk dat ik wel weet welke vraag dit was. Het was volgens mij de laatste vraag van de heer Stoffer over de retentiegebieden. De heer Stoffer (SGP): De minister komt maar een keer bij mij de voortuin bekijken. Dan hebben we het er dan wel over. De voorzitter: Dat was dit blokje. Ik kijk naar de leden of zij nog vragen hebben over dit blokje. Nee? Dan ben ik een beetje in shock, maar goed. Dan wil ik … Ik zit een beetje met de lunch, want er zijn mensen die nog niet geluncht hebben. Ik leg het even voor aan de commissie. Gaan we door? Ja? Oké, dan gaan we door. Dan kan de minister verdergaan. Minister Karremans: Dan kom ik bij het blokje drinkwater. Een aantal leden stelden dezelfde vraag: kunnen onze kinderen nog rekenen op voldoende drinkwater? Komt er een nationaal programma drinkwater? Het antwoord daarop is eigenlijk twee keer ja. We willen er met een nationale drinkwaterstrategie echt voor zorgen dat we daar de regie op nemen en dat dat inderdaad zo blijft. Dan vroeg het lid Kostić of ik de Kamer vlak na het reces kan informeren welke extra stappen er worden gezet om ervoor te zorgen dat de rekening van drinkwatervervuiling niet bij de gebruikers terechtkomt, maar bij vervuilers. Op dit moment is dat natuurlijk wel zo, omdat het gewoon via de drinkwaterbedrijven gaat. We zijn nu bezig om te kijken hoe we de vervuiler hier meer voor kunnen laten betalen, bijvoorbeeld via de UPV in de Richtlijn stedelijk afvalwater, waar nu aan gewerkt wordt. We zijn dus aan het bekijken of dat kan. Dan werd er gevraagd of ik met een nationale drinkwaterstrategie kan komen. Ja. Dat antwoord is ja. Dan werd er gevraagd of ik kan toezeggen dat de bescherming van drinkwaterbronnen leidend wordt gemaakt, inclusief bronaanpak en handhaving bij lozingen. Het antwoord daarop is ook ja. Het beschermen van de waterkwaliteit is leidend in het beoordelen van lozingsvergunningen. Dan werd er een vraag gesteld over de leveringsplicht die uit de Drinkwaterwet volgt. Geldt die ook voor zakelijke afnemers? Er is ook gevraagd om -- dat is al eerder toegezegd door minister Harbers -- dat in kaart te brengen voor zakelijke gebruikers. Het is inderdaad zo dat er nu een wettelijke leveringsplicht is voor huishoudelijk gebruik. We zijn nu het onderscheid in beeld aan het brengen tussen welke bedrijven het drinkwater echt nodig hebben en welke bedrijven het ook met ander water kunnen doen. De drinkwaterbedrijven hadden aanvankelijk aangegeven dat ze in mei een uitgewerkt voorstel zouden kunnen delen, maar ze hebben helaas iets meer tijd nodig dan verwacht. Als we dat hebben, zullen we dat vervolgens zo snel mogelijk naar de Kamer sturen. Dan kom ik op de vraag van onder anderen mevrouw Van Brenk en mevrouw Bromet of ik kan toezeggen dat het kabinet ervoor gaat zorgen dat het belang van drinkwater voldoende zwaar gaat wegen in ruimtelijke afwegingen. Ja, dat doen we dus al in de Nota Ruimte en ik kom ook met een nationale drinkwaterstrategie. Er werd mij gevraagd of ik bereid ben om te verkennen hoe er meer landelijke standaardisatie kan worden toegepast in de beoordeling van watergebruik, zodat veilige toepassingen sneller opgeschaald kunnen worden. We werken hier nu op meerdere fronten aan. We zijn samen met het RIVM bezig om kwaliteitseisen voor grijs water -- daar is natuurlijk ook al een paar keer naar gevraagd -- als bron van huishoudwater op te stellen, zodat het veilig toegepast kan worden en waardoor opschaling makkelijker wordt. Mevrouw Van Brenk vroeg of ik kan toezeggen dat ik het vervolgtraject ten aanzien van het omzetten van regenwater in drinkwater actief en versneld met de RIVM en de ILT kan uitwerken en dat er daarna pas verruiming van de regelgeving kan plaatsvinden. Het gebruik van regenwater en grijswater, oftewel het hergebruik van bad- en douchewater, kan voor huishoudens inderdaad helpen om drinkwaterbesparing te realiseren. Het RIVM heeft natuurlijk -- u kent natuurlijk ook de opmerking die het RIVM daarbij maakte -- concrete aanbevelingen voor beheersmaatregelen gedaan. We willen die nu testen. We zijn die nu op een aantal plekken aan het testen om te kijken of dat op een goede manier kan. Als blijkt dat dat zonder gevolgen voor de gezondheid kan, dus dat het geen gezondheidsrisico's met zich meebrengt, dan kunnen we kijken hoe we dat verder kunnen opschalen. Dan vroeg de heer Grinwis of ik bereid ben om het financieel toezicht van drinkwaterbedrijven te bundelen bij één onafhankelijke toezichthouder. De drinkwaterbedrijven moeten de komende jaren forse investeringen doen. Met de sector en andere overheden werken we nu toe naar een programma voor de langetermijninvesteringen. We betrekken het advies van de ACM bij de bredere opgave van een toekomstbestendige drinkwatersector. Dan kom ik bij de vraag over de beschikbaarheid van drinkwater. Sommige bedrijven zijn nu zelfs eigen waterfabrieken aan het bouwen. Op zichzelf is het natuurlijk niet erg als bedrijven zelf oplossingen zoeken. Het is, denk ik, juist heel positief als bedrijven kijken hoe ze dat op een bepaalde manier kunnen doen. We moeten dat dan natuurlijk wel mogelijk maken in de regelgeving. Ik kijk ook even naar de heer Schutz. We proberen natuurlijk ook in kaart te brengen welke gebruikers dat drinkwater echt nodig hebben, zoals levensmiddelenindustrieën, en welke zakelijke gebruikers het met ander water kunnen doen. Dan was er een vraag of ik bereid ben om een tussentijds intrekkingsrecht voor onttrekkingen mogelijk te maken. Vergunningen die zijn verleend, kunnen ook weer worden ingetrokken. Dat geldt ook voor onttrekkingen. Daarvoor biedt de wet al jarenlang een expliciete bevoegdheid. Dat kan alleen niet zomaar. Het moet wel nodig zijn op basis van het beoordelingskader. In de praktijk komt het bijna nooit voor, maar het is juridisch wel mogelijk. Dan vroeg de heer Goudzwaard of ik bereid ben om geen maximumtermijnen te stellen aan onttrekkingsvergunning voor drinkwaterwinning. Dat zit natuurlijk ook weer in die strategie. Ik ben daar zeker toe bereid. Ik ben nu aan het kijken hoe ik dat juridisch op de beste manier kan regelen. We zijn dus nu aan het bekijken of en hoe dat kan. Ik ben er zeker toe bereid, want ik zie zeer het nut en de noodzaak van wat de heer Goudzwaard noemt. Dan de vraag over het feit dat Nederland koploper is als het gaat om het beperken van lekverliezen en of ik daar nog meer ambitie op heb. Ik vind dat ik inmiddels wel voldoende opgaven heb op andere terreinen, dus daar focus ik me op. Het is verder ook aan een drinkwaterbedrijf om te besluiten wat voor middelen ze daarbij inzetten. Dan de vraag wat het kabinet concreet gaat doen om meer drinkwater te besparen en het hergebruik van hemelwater te stimuleren, ook bij grootgebruikers. Via het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing zetten we hierop in, zodat we gericht werken naar 20% zuiniger. Daarvoor voeren drinkwaterbedrijven met hun grootzakelijke klanten ook waterscans uit. De laatste vraag op dit punt was de vraag van de heer Stoffer of ik mogelijkheden zie om drinkwaterbesparing in de industrie beter te ondersteunen via onder meer de Milieu-investeringsaftrek en een regeling vergelijkbaar met de regeling voor CO2-besparing. Op dit moment zijn we met RVO in gesprek om te kijken of er meer activiteiten voor waterbesparing aan de milieulijst voor de MIA- en VAMIL-regeling toegevoegd kunnen worden. Daarnaast kijken we of de steun via die regeling kunnen verhogen van 11% naar 14%. Ook zijn we met het ministerie van EZK in overleg om te kijken of we circulair drinkwatergebruik onder kunnen brengen in de regeling Versnelde klimaatinvesteringen industrie en de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie. Daar zit dus ook nog wat perspectief in. Dat waren de antwoorden in dit blokje. De voorzitter: Dan ga ik naar de vragen. Ik begin bij het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Kan de minister toezeggen dat hij vlak na het zomerreces met een tijdpad komt voor de maatregelen die hij van plan is te nemen om de rekening bij de vervuilers neer te leggen en minder bij de burgers? Het is eigenlijk gewoon een verduidelijkende vraag. Minister Karremans: Ja, dat tijdpad kunnen we delen na de zomer. Ik denk niet dat we de maatregelen het dan al concreet hebben, maar dat tijdpad kunnen we delen. De voorzitter: Aanvullend. Kamerlid Kostić (PvdD): De minister had het over de nationale drinkwaterstrategie. Ik ben benieuwd wanneer die ongeveer komt, maar vooral ook of hij daarin de adviezen van de Rli wil meenemen. De Rli wijst onder andere ook op de grote uitdagingen als het gaat om de waterbesparing door bedrijven en op de maatregelen die daar misschien tegen moeten worden getroffen. Anderzijds wijst de Rli er ook op dat drinkwater ons aan de ene kant nu bedelft als het gaat om de belangen van de industrie en de landbouw. Aan de andere kant staan de drinkwaterbelangen. De vraag is of hij daar ook naar wil kijken en daarop wil reflecteren. Minister Karremans: We gaan natuurlijk alles bekijken. Ik stel voor dat we dat een plek geven in die nationale drinkwaterstrategie, die we begin volgend jaar klaar willen hebben, in plaats van dat ik dat nu allemaal doe. Mevrouw Bromet (PRO): Dank aan de minister. Ik ben blij dat die nationale drinkwaterstrategie er komt, want ik had eigenlijk dezelfde vraag als het lid Kostić: wanneer kunnen we die tegemoetzien? Het is een toezegging geworden nu we weten dat die begin volgend jaar komt. De heer Schutz (VVD): Ik had nog een vraag gesteld over de situatie met Brabant Water, die een opslag van 25% doorvoerde. Het antwoord daarop heb ik niet gehoord. Ik moet zeggen dat ik ook een klein beetje cynisme voel in een deel van het antwoord van de minister op een andere vraag. Enerzijds hebben drinkwaterbedrijven meer tijd nodig om onderzoek te verrichten om te kijken hoeveel bedrijven drinkwaterafhankelijk zijn -- dat rapport ligt er dus nog niet, terwijl we al een jaar bezig zijn -- maar we zien dat Brabant Water wel de tarieven 25% verhoogt. Dat kan dan wel. Ik ben dus benieuwd naar het antwoord op de vraag hoe de minister de bevoegdheid van het drinkwaterbedrijf ziet ten opzichte van die verhoging. Minister Karremans: Ten aanzien van de bevoegdheid: ze mogen het doen. Het is ze toegestaan om het product dat ze leveren te beprijzen. Dat mogen ze doen. Ik wil voorstellen dat we ook goed gaan kijken … Er is natuurlijk ook veel discussie -- laat ik het zo zeggen -- over wat je met beprijzing kunt. Op zichzelf zeg ik als econoom dat het niet gek is dat schaarste beprijsd wordt, maar je wil wel betaalbaar drinkwater hebben in Nederland. We hebben heel betaalbaar drinkwater -- daar mogen we ook trots op zijn, denk ik -- maar ik wil bekijken tot wat voor effecten dat nou leidt in Brabant, want ze mogen het wel doen. Ik stel voor dat we dat proberen op te halen daar, dat we dat met de Kamer delen en dat we dat verder kunnen verwerken in de nationale drinkwaterstrategie. De heer Schutz (VVD): Nou ja, of het mag … De vraag was: is juridisch vastgesteld dat het mag? Weten we dat zeker? Ik snap dat schaarste beprijsd mag worden, maar dan moet er eigenlijk ook wel een alternatief zijn. En dat alternatief is er niet. Ze hebben geen ander kraantje om open te zetten. Met andere woorden, hier hebben we het over een nutsvoorziening die zwaar wordt beprijsd, over een monopolist die eenzijdig iets oplegt waar een bedrijf geen alternatief voor heeft. Ik vind dat echt ernstig. Minister Karremans: Als je water gebruikt als proceswater of als grondstof, dan wordt het volgens de Drinkwaterwet niet sec als drinkwater aangemerkt en dan mogen de aandeelhouders van het drinkwaterbedrijf de prijs op die manier vaststellen. Bij ons weten is het dus juridisch mogelijk om dat te doen. Ik neem ook aan dat ze dat zelf goed hebben uitgezocht. Maar nogmaals, ik wil goed kijken, de vinger aan de pols houden en kijken wat daar de effecten van zijn, ook voor het bedrijfsleven. Dat geldt dus zowel in positieve als in negatieve zin. De voorzitter: Ik twijfel of ik nog een hand zie. Ja, van mevrouw Boelsma-Hoekstra. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Het was een bescheiden handje. Ik weet eigenlijk niet zo goed of het nog komt, maar dan hoor ik het wel. Ik vond het antwoord over waterzuinig bouwen nog een beetje summier. Ik had gevraagd wat de minister gaat doen in overleg met VRO. Misschien kan daar nog even een aanvulling op komen. Als tweede punt heb ik de regelgeving omtrent dat circulair watergebruik. Het kan zijn dat het al beantwoord is. De heer Schutz en ik hebben een paar voorbeelden genoemd -- in het vorige blokje sijpelde het er ook al doorheen -- om die regels goed te bekijken en te kijken hoe het wel mogelijk is, zoals bijvoorbeeld ook De WaterBank doet. Daar heb ik geen antwoord op gehad. Het kan ook in het blokje overig komen, maar dan hoor ik het wel. Minister Karremans: Het punt met dat grijswatergebruik is dat er vooral zorg is om de gezondheidsrisico's, die het RIVM heeft aangedragen. Daarom worden er dus nu praktijktoetsen gedaan, pilots, om te kijken of dat inderdaad op een goede manier gaat. De uitkomsten daarvan kunnen we vervolgens natuurlijk ook weer delen met de Kamer. De voorzitter: En de andere vraag? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Zal ik die nog even herhalen? Die ging over het hergebruik van dat water. Als je wilt recyclen, dan moet dat water aan allerlei regels voldoen, terwijl als je het gewoon op het water stort -- zo noem ik het maar eventjes -- je het dan wel gewoon mag gebruiken. We willen gewoon hergebruik van het water. Die regelgeving is nu de beperking om dat goed te kunnen toepassen. Minister Karremans: Het punt is dat dat veilig moet kunnen. Even ten aanzien van de acties: volgens mij heb ik wel voorbij zien komen dat we ermee bezig zijn om daar een aantal dingen voor op te pakken. Daar kom ik zo in de tweede termijn even op terug. Dan kan ik daar precies antwoord op geven. De voorzitter: Gaat u verder met het volgende blokje. Minister Karremans: We hebben drinkwater gehad. Ik heb nog drie blokjes over. Ik begin bij waterveiligheid. De eerste vraag gaat over het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de 1 miljard en de resterende 250 miljoen. De vraag is wanneer daar besluitvorming over is. Dat loopt nu mee in het herprioriteringskader dat we breed over het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds aan het doen zijn. Daar verwacht ik in september uitsluitsel over. Ik zeg er richting de heer Stoffer en mevrouw Bromet wel bij dat waterveiligheid daarin op plek één staat, net als constructieve veiligheid. Zonder verder invulling te geven aan het resultaat staat waterveiligheid bovenaan. Dan is de vraag of ik bereid ben om snel een besluit te nemen over IJmuiden. Eigenlijk is op die vraag hetzelfde antwoord relevant. Dat loopt ook nu mee in het herprioriteringskader. Ook daar staat waterveiligheid nog steeds bovenaan. Er was een vraag van de heer Grinwis over de bypass bij Werkendam. Dit is inderdaad precies zo'n voorbeeld. De heer Grinwis noemt het "ontwikkelen". In feite kun je het ook scharen onder "aanpassen". Er wordt nu onderzocht hoe die maatregel kan bijdragen aan de waterveiligheid en het realiseren van de natuur. De heer Grinwis vroeg nog naar het in beeld brengen van de wisselwerking tussen lokale dijkversterking en systeemmaatregelen en naar dat in beeld brengen in het vervolg van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging mede in het licht hiervan. Uit de uitgevoerde onderzoeken hierover blijkt niet dat het mogelijk is om met systeemmaatregelen lokale dijkversterking te voorkomen, omdat het niet alleen gaat over hogere waterstanden maar bijvoorbeeld ook over sterkteproblemen van de kering zelf. Ik heb nog twee vragen. De eerste ging over Delta21 als slimme maatregel. Het ministerie van KGG laat hier momenteel een verkenning naar uitvoeren, naar aanleiding van de toezegging aan de Kamer. Daar zijn we vanuit IenW nauw bij betrokken. Hoe gaan we verder met het Kennisprogramma Zeespiegelstijging? Dat wordt nu verwerkt in alle programma's, waaronder het Nationaal Water Programma, waarvan we het concept eind 2026 gereed willen hebben. Mevrouw Bromet (PRO): Ik houd van duidelijkheid. Ik hoor de minister zeggen dat waterveiligheid bovenaan staat. Tegelijkertijd weten we dat de zeesluis bij IJmuiden cruciaal is voor de waterveiligheid. Kunnen we ervan uitgaan dat het geld beschikbaar komt? Minister Karremans: De leden die hier aan tafel zitten, voornamelijk mevrouw Boelsma-Hoekstra, de heer Stoffer en de heer Goudzwaard, die dinsdag ook het commissiedebat over infrastructuur hebben gevoerd, weten dat ik geen enkele uitspraak doe over geen enkel individueel project. Mevrouw Wiersma was daar inderdaad ook bij; dat klopt. Ik ga dat dus ook nu niet doen, maar ik geef wel aan wat de prioritering is in het afweegkader dat het kabinet heeft opgesteld. De voorzitter: Gaat u verder met het volgende blok. Minister Karremans: Dat gaat over pfas. De eerste vraag is: wat is de inzet van de minister in Brussel om een totaalverbod op de productie van pfas te realiseren? Daar kan ik kort over zijn: voor dit kabinet is de pfas-restrictie in Brussel van het grootste belang. Daarom is het ook in het coalitieakkoord opgenomen. De kraan moet zo veel mogelijk dicht, zoals een aantal Kamerleden ook heeft gezegd. Naar aanleiding van het commissiedebat Externe veiligheid van 10 juni wordt deze inzet nog voor de zomer in een brief toegelicht. De verwachting is dat daarover eind 2027 besluitvorming plaatsvindt in Brussel. "Wanneer gaat het kabinet een pfas-lozingsverbod regelen?" Het onderzoek naar zo'n lozingsverbod loopt nu. We informeren de Kamer in het najaar over de uitkomsten en het vervolg. De heer Jansen zegt dat het gezamenlijk optrekken in de aanpak van pfas van belang is. Ik ben het geheel met hem eens. Daarom zetten we ons ook in voor een pfas-restrictie op Europees niveau, want dat is natuurlijk het meest effectief. De heer Grinwis vroeg waarom er nog geen lozingsverbod is. We doen nu onderzoek naar een lozingsverbod, zoals ook is opgenomen in het coalitieakkoord. De Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de volgende stappen. Zet ik mij in voor een nieuw Europees pfas-verbod en werken we aan bewustwording van pfas bij consumenten? Ik heb net al iets gezegd over onze Europese inzet. Voor consumenten is de website waarzitwatin.nl al een tijdje online. Het RIVM is een belangrijke partner in het creëren van bewustwording bij consumenten. De staatssecretaris onderzoekt op dit moment, op verzoek van de Kamer, of verdere etikettering behulpzaam kan zijn. De heer Grinwis vroeg hoe de gesprekken lopen met VWS en LVVN over pfas. Pfas is inderdaad niet alleen een IenW-onderwerp. Het speelt veel breder. Daarom is het ministerie samen met VWS en LVVN opdrachtgever van het onderzoeksprogramma van het RIVM naar pfas. Met dit programma willen we inzicht krijgen in de pfas-blootstelling, zodat we die zo veel mogelijk kunnen beperken. Ondertussen is het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden bezig met een tussentijdse herbeoordeling van 46 gewasbeschermingsmiddelen die TFA vormen. De lijnen zijn kort en het contact is goed. We maken voortgang. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg welke afspraken de minister maakt met de sector om innovaties ten behoeve van pfas-verwijdering zo veel mogelijk op te schalen. Kennis en innovatie zijn van groot belang bij het aanpakken van het pfas-probleem. Vanuit het Nationaal Groeifonds is er reeds 135 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het innovatieprogramma UPPWATER voor de Nederlandse watertechnologiesector. Dat doen we ook om een thuismarkt te creëren, zodat we er op die manier ook economisch op vooruitgaan. De staatssecretaris zet in op pfas-innovaties voor in de bodem. In 2026 is het Kennis- en Innovatieprogramma PFAS Bodem gestart. Per 1 juli starten de subsidiecalls hiervoor, dus dat is over vijf dagen. Daarnaast wordt dit jaar een pfas-innovatieagenda ingericht. In dit programma wordt ingezet op kansrijke innovaties die bijdragen aan het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Dan de vraag over werkende regels. "Een belangrijke stap is om werkende regels te hebben in plaats van regels voor bestrijdingsmiddelen, mest en water die allemaal wat anders vragen. Hoe staat het met het harmoniseren van deze normen op de verschillende beleidsterreinen?" Kan ik toezeggen dat ik een overzicht op papier zal zetten van hoe en wanneer deze regels worden geharmoniseerd, nationaal en Europees? Het afstemmen van de normen is inderdaad van groot belang. Daarom werken we nu samen met LVVN aan het afstemmen van de normen voor gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten in de KRW. LVVN en IenW werken ook samen aan een methodiek die het Ctgb vanaf 2027 in staat stelt om gewasbeschermingsmiddelen te herbeoordelen, zodat de toelating overeenkomt met de KRW-normen. LVVN en IenW hebben de Europese Commissie op 12 februari 2026 per brief gevraagd om het voortouw te nemen in het afstemmen van de normen voor prioritaire stoffen onder de KRW met die voor de toelating. We hebben nog geen reactie van de Europese Commissie, maar we informeren de Kamer regelmatig per brief over de voortgang. We denken dat het opstellen van een apart overzicht niet nodig is. Tot slot zei de heer Jansen: "Ik heb de bloeduitslag van mijn pfas-onderzoek en ik doe niks aan het verminderen van de pfas-belasting. Zullen we burgers vooral geen angst aanjagen?" We hoeven ze ook geen angst aan te jagen. Dat doen we ook niet. Maar we moeten wel reëel zijn over het risico en de verhoogde waardes. Dat betekent niet dat je automatisch ziek wordt, maar wel dat we negatieve gevolgen voor de gezondheid niet kunnen uitsluiten. We weten al uit RIVM-onderzoek dat bijna alle Nederlanders meer pfas in het bloed hebben dan wat wordt gezien als een veilige grens voor de gezondheid op de lange termijn. Voor het kabinet is dit een extra motivatie om een breed palet aan maatregelen te nemen tegen pfas. Dat was het blokje pfas. Mevrouw Bromet (PRO): Ik vind het goed dat de minister zegt dat het niet goed voor je is om pfas in je lijf te hebben en dat de normen nu al overschreden worden. Dat wordt alleen nog maar meer, want de kraan is nog niet dicht. We weten van het waterschap Friesland dat het daar in alle wateren zit. Ik denk dat het ook in alle andere wateren in Nederland zit. Dat hoor ik graag nog even van de minister. Ik snap dat er allemaal structuren opgezet worden. Dat is de gewone manier van doen, maar het gaat allemaal te langzaam. Waarom doen we niet hetzelfde als in Denemarken, namelijk het voorzorgsbeginsel hanteren? Die bestrijdingsmiddelen met pfas worden overal rondgestrooid op het land. Je kunt je best doen om daar niet aan blootgesteld te worden, maar dat word je toch wel. Ik mis eerlijk gezegd totaal de urgentie. Daar zou ik graag wat meer over willen weten van de minister. Minister Karremans: Mijn schoonvader zei altijd: verwar mijn kalmte niet met geduld. Dat vind ik hier ook het geval. Ik en het kabinet snappen de urgentie heel goed. Sterker nog, dit dossier heb ik ook als wethouder aangepakt. Daarmee kom ik op de beantwoording van de eerste vraag die mevrouw Bromet stelde. Ik denk inderdaad dat er in elk water in Nederland pfas zit. Ik weet in ieder geval zeker dat dat in Rotterdam het geval is. Zeker in sommige wateren zijn de waarden enorm hoog. We kennen de oorzaak. Die is al langsgekomen. Het heeft ook vaak gezeten in bluswater. Daar maak ik me ook zorgen om. In het coalitieakkoord wordt een hele duidelijke ambitie gesteld. Hier wordt op ons ministerie met grote spoed aan gewerkt. In het najaar wordt de Kamer geïnformeerd over hoe we dit verder willen aanpakken, omdat wij de urgentie ook zien. Dan zullen de mogelijkheden vanzelf met de Kamer besproken worden om te zien hoe we zo snel mogelijk tot een oplossing kunnen komen. Ik deel de urgentie met mevrouw Bromet volledig. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Ik heb nog twee vragen. De minister ratelde zojuist het een en ander over de harmonisatie van regels en normen. Ik kan me voorstellen dat daar op het ministerie een overzicht van is, maar op basis van het antwoord van daarnet denk ik als Kamerlid alleen maar: ik heb geen overzicht. Ik zou graag van de minister willen horen ... Daarom vraag ik ook: maak het ook voor ons inzichtelijk en verbind daar ook een termijn aan. Laat ons zien wat er gebeurt en wanneer we dat kunnen verwachten. Mijn tweede vraag gaat over de innovaties. Het is goed om te horen dat daar allerlei subsidiemogelijkheden voor komen. De minister zei in zijn inleiding dat er al veel geld mee wordt verdiend. Dat is juist een beetje het probleem. Veel van die innovaties blijven nog een beetje hangen in een start-up- of scale-upsituatie en komen nog niet verder. Zou de minister bereid zijn om het Rijk in sommige gevallen te laten optreden als first adopter? En kan de minister toezeggen dat hij er echt proactief voor gaat zorgen dat dit soort innovaties daadwerkelijk gebruik gaan maken van al die subsidies en samenbrengmogelijkheden? Minister Karremans: Twee vragen. Over dat overzicht: ik kan het natuurlijk nog eens een keer mondeling proberen, maar ik denk dat het het beste werkt als we dat even schriftelijk op papier zetten voor de Kamer, zodat de Kamer dat overzicht krijgt. Dat willen we graag doen. Ik zeg toe dat we dat naar de Kamer sturen. Ik heb niet gezegd dat er al geld mee wordt verdiend, maar wel dat het goed is voor het verdienvermogen op de lange termijn. Dat deel ik volledig met mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Hier is het programma UPPWATER voor. Wat we kunnen doen, is dat we ten aanzien van launching customers na de zomer terugkomen op hoe we dat willen vormgeven. We werken in het kabinet in bredere zin aan een beter innovatiebeleid, onder andere ook met NADI. We moeten even kijken of dit erin past of dat we dat op een andere manier moeten doen. Ik stel voor dat we na de zomer terugkomen met een goede manier om dat te kunnen ondersteunen. Niet alleen de Rijksoverheid zou launching customer zijn. Het gaat ook vaak om waterschappen en drinkwaterbedrijven. We moeten met de sector kijken wat we daarin kunnen doen. We komen daar na de zomer op terug. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Even voor de duidelijkheid: komt de minister daarop terug in een brief? Minister Karremans: Ik heb niet heel veel andere mogelijkheden om richting de Kamer te communiceren dan met brieven. Dus, ja dat is het. Ik wil het ook wel op een bierviltje doen, maar … Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Ik hoor dat we ook vaak in voortuinen afspreken. Minister Karremans: We kunnen het op een tegel schrijven. Maar nee, laten we dat in een brief zetten. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Prima, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste blokje. Minister Karremans: Het blokje overig. Dat is de oproep tot meer waterbewustzijn van mevrouw Bromet. Daar ben ik het geheel mee eens. Ik heb dat ook gezegd in het debat over infrastructuur. Soms heb ik het idee dat ik werk op het ministerie van vanzelfsprekende zaken. Water, veiligheid, infrastructuur: alles wordt gezien als vanzelfsprekend. Het is echter niet vanzelfsprekend. Ook bij onze waterveiligheid en de omgang met water valt echt nog wat te winnen. Er gebeurt wel veel. We zijn een nieuwe campagne gestart voor drinkwatergebruik, om mensen daarvan bewuster te maken. Het NK Tegelwippen, Denk vooruit: we werken er op allerlei fronten aan. Ik denk wel dat we daar nog steeds een enorme opgave hebben en daar wil ik me de komende jaren ook voor inzetten. Mevrouw Boelsma-Hoekstra vraagt of Wetsus onderdeel wordt van de onderzoekstructuur als academische innovatie in het onderzoeksinstituut, want dan kunnen ze aanspraak maken op structurele financiering. Dat zit bij mijn collega van OCW, maar ik kan haar daarover wel een keer aanschieten om te kijken of daar mogelijkheden voor zijn. Dan de vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra over de verantwoordelijkheid voor het opruimen. Zij sprak over zwerfvuil. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Ik ging in Rotterdam ook over de afvalophaaldienst en het opruimen van zwerfafval. Ik ben geregeld gaan vissen, onder anderen met Mitchel Viljeer, die dat programma had, "Mitchel aan de Maas". We zijn gaan vuilvissen in de Rotte. Dat gebeurt dus door gemeenten. Mijn ervaring is dat er vaak goede afspraken over worden gemaakt tussen verschillende overheidslagen. Het blijft natuurlijk een aandachtspunt, want er gaan heel veel verschillende overheden over. Tot slot zei het lid Kostić dat volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens alle nieuwe gasprojecten moeten worden beoordeeld voordat zij goedgekeurd worden. Daar horen dus ook alle broeikasgassen bij die voortkomen uit nieuwe gaswinningsprojecten. Zij vraagt of ik dit meeneem in de milieueffectrapportage. Een besluit over het toestaan van olie- en gaswinning wordt genomen in reactie op aanvragen van de mijnbouwsector. De minister van KGG besluit hierover in het kader van vergunningaanvragen voor mijnbouwactiviteiten. Omdat het Rijk hier reactief in is, kunnen de gevolgen van gaswinning pas dan worden onderzocht en niet al in de planMER van het Programma Noordzee. Dat was de laatste vraag. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Mijn vraag is niet beantwoord. Ik vroeg waarom er gestopt wordt met de monitoring van legionella. Volgens experts is dat echt veel te vroeg. Ik wil daar graag duidelijkheid over. Minister Karremans: Klopt. Hebben we helemaal gemist. Ik kom er in tweede termijn op terug. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): We hebben het de hele ochtend en middag gehad over hoe we goed en innovatief met ons water moeten omgaan. Dan vind ik de toezegging van de minister over Wetsus, namelijk "ik schiet mijn collega wel even aan", toch wat summier. Ik zou heel graag willen dat we een terugkoppeling krijgen van het aanschieten van de minister van OCW over hoe dat is afgelopen. Als ik die zou kunnen krijgen, zou dat fijn zijn. Minister Karremans: Dit gaat over Wetsus aanmerken als onderdeel van de onderzoekstructuur, als academische innovatie. Daar gaat echt de minister van OCW over. Om even bij de thematiek van vanochtend te blijven, kan ik zeggen haar onder water te houden opdat ze dit doet, maar ik moet zeggen dat we toch collegiaal met elkaar samenwerken. Moet ik dat doen? Dat is een beetje wat het is. Ik kan een terugkoppeling geven, maar ik kan hier natuurlijk niet op voorhand een toezegging op doen. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Ik krijg een suggestie ingefluisterd om eens even op werkbezoek te gaan met uw collega van OCW naar dat prachtige, innovatieve centrum. Ik denk dat er wel in zou kunnen zitten dat u een toezegging doet over hoe dat gesprek afloopt. Toch? Minister Karremans: Dat kan altijd. Dat kan ik inderdaad altijd doen. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik begreep het antwoord van de minister nog niet wat betreft de vraag waarom hij de klimaatdoelen niet wil meenemen in de notitie Reikwijdte. Ik heb ook nog een onbeantwoorde vraag daarover. Concreet was mijn vraag of hij de verplichte natuurafspraken, waar de coalitie zich ook aan heeft gecommitteerd, als een apart voornemen wil meenemen in de notitie Reikwijdte waarmee de MER aan de slag gaat. Dan heb je een compleet beeld van de vraag of je een goed programma hebt. Minister Karremans: Nee, want dat zit niet op dat niveau. Dat zit op een niveau dieper, als daar verder invulling aan wordt gegeven. Dat zit ook bij LVVN. Dat ziet niet op het niveau van het Programma Noordzee. Natuurlijk nemen we zo veel mogelijk mee, ook in de begrenzing et cetera, maar omdat het op een hoger niveau zit, neem je het op dat niveau niet mee in de planMER. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Ik moet naar een ander debat, maar ik zal zeker terugluisteren wat de minister zegt over legionella. De heer Goudzwaard (JA21): Eigenlijk heb ik twee vragen. Volgens mij heb ik er een niet beantwoord zien worden. In 2024 zegde toenmalig minister Mark Harbers toe om samen met drinkwaterbedrijven in kaart te brengen welke bedrijven een zakelijke drinkwateraansluiting voor meer dan alleen facilitaire functies gebruiken en de leverings- en zorgplicht daarvan te verduidelijken. Heeft dat gesprek plaatsgevonden en wat is daaruit gekomen? Misschien heb ik dat antwoord gemist. Mijn tweede vraag is eigenlijk mijn echte vraag. Misschien heb ik dat antwoord ook ergens gemist. Dat ging om het werkbezoek dat we aan Wetsus hebben afgelegd. De heer Schutz viel me op dat punt ook al even bij. Het Nederlandse bedrijf HULO brengt middels AI lekkages en drinkwaterverlies in kaart. Wil de minister kijken naar die mogelijkheden? Of zegt hij: wij presteren al heel goed met 5% tot 6% lekkageverlies en dat vind ik goed genoeg. Dat is ook een antwoord. Ik zou graag nog even een antwoord krijgen op deze vraag. Minister Karremans: Ik dacht dat ik die laatste vraag had beantwoord, namelijk dat ik het wel goed genoeg vond en dat ik andere prioriteiten en opgaven heb. Ik wil graag een keer langs Wetsus. Ik wil ook toezeggen dat ik dat ga doen. Het gesprek waar de heer Goudzwaard naar vroeg, heeft plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot de afspraak om tot meer inzicht te komen. Het resultaat daarvan zou in mei komen, maar dat is dus wat vertraagd. Dat komt er zo snel mogelijk aan. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we deze termijn afgerond. Dan gaan we naar de tweede termijn van de Kamer. Daarna houden we misschien een korte schorsing, voor de beantwoording in tweede termijn, maar dat zien we dan wel. We gaan naar de tweede termijn van de Kamer. Ik begin bij het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Voorzitter. Als ik het debat zo beluister, heb ik toch een beetje het gevoel dat niet helemaal tot de minister doordringt hoe ernstig de situatie nu is en wat nou echt realistisch is. De water- en klimaatcrisis is nu. Vanmiddag wordt er gesproken over het uitroepen van code rode vanwege de hitte. Het zou voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis zijn dat code rood wordt uitgeroepen vanwege de hitte. Dat is het gevolg van jarenlang zogenaamd realistisch beleid. Dat wil zeggen: te weinig doen voor het klimaat en onze natuur. Onze veiligheid staat nu op het spel. Wat vindt de minister er eigenlijk van dat we ons nu voor het eerst in de situatie bevinden dat we mogelijk code rood moeten uitroepen? Voorzitter. Wat nu realistisch is, is het doorhakken van knopen en het zetten van dwingende stappen waardoor onze leefomgeving eindelijk voldoende wordt beschermd. Dit praatje hoor ik de hele tijd. Het gaat veel te langzaam en onze veiligheid staat op het spel. Ik heb nog twee vragen aan de minister. De eerste gaat over het feit dat er deze week een motie is aangenomen die ertoe oproept om pfas in bestrijdingsmiddelen aan te pakken, zowel nationaal als Europees. Is de minister zich daarvan bewust en neemt hij het mee in beleid? Tot slot had ik in de eerste ronde een vraag over het optrekken met Denemarken om te voorkomen dat er een herziening komt van de Kaderrichtlijn Water voor de mijnbouw, die voor schade gaat zorgen voor ons water en milieu. Als zo'n coalitie die dat, het blokkeren van zo'n herziening, wil regelen om ons water te beschermen, zich vormt, is de minister dan bereid om zich daarbij aan te sluiten om zo ons water te beschermen? Volgens mij heb ik ook een tweeminutendebat aangevraagd, of niet? Ja, bij dezen. De voorzitter: Bij dezen. Ik ga naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dank u wel, voorzitter. We hebben een hoop besproken. Het is natuurlijk ook een superbreed onderwerp, dus ik denk dat we nog wel een paar uur door zouden kunnen gaan met het spreken over wateronderwerpen. Dat gaan we nu niet doen. Ik vind het echt belangrijk om aan de minister mee te geven: hou het overzicht, hou de regie en hou het tempo erin. Ik ben het op zich wel met mijn buurvrouw eens dat het heel vaak klinkt als: we zijn ermee bezig, we gaan ernaar kijken, we nemen mensen mee, het duurt nog twee jaar, een jaar, drie jaar. Maar de urgentie is wel wat groter. Ik herhaal dus mijn oproep uit mijn eerste termijn: laten we het er nou niet op aan laten komen. Dat is ook wat we vanuit het veld meekrijgen. Er lopen programma's, actieprogramma's en plannen van aanpak. Het moet ook ergens samenkomen. Ik hoop dat het samenkomt bij deze minister. Ik wil de minister ook op het hart drukken: laat laaghangend fruit niet liggen. De minister antwoordde iets van: ik vind die 5% à 6% drinkwaterverlies wel goed zo; zo erg is dit niet. We waren er allemaal bij. Ik zou willen zeggen: neem dit soort dingen nou wel mee. Als u toch zo'n brief over innovaties naar de Kamer gaat sturen, kijk hier dan ook naar. Soms helpen de kleine beetjes en alle kleine beetjes samen geven een hele grote winst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat we allemaal best wel heel breed naar het watervraagstuk hebben gekeken en naar de grote uitdagingen die op ons pad komen. Dat is dus mooi. Ik ben ook heel blij dat de minister een aantal toezeggingen heeft gedaan, namelijk dat we de uitkomsten van de pilot over grijswater krijgen, we een uitkomst krijgen van het gesprek met OCW en dat hij ook nog eens Wetsus toe gaat. Nou, dat is toch geweldig op deze warme zomerdag? Ik heb nog een paar openstaande vragen. Ik wacht het antwoord op die vragen af in de tweede termijn. Dank voor zover. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wiersma van BBB. Mevrouw Wiersma (BBB): Dank, voorzitter. Het was een mooi debat tot nu toe. Ik ga de minister nu om een aantal hele redelijke toezeggingen vragen. De eerste is de volgende. Vorige week is er een motie aangenomen van de heer Vermeer, die ertoe oproept om de nieuwe wet- en regelgeving rondom de aanpak van de rivierkreeft te versnellen voor de visserij. Wij zouden graag zien dat deze aanpak van de rivierkreeft ook voor de waterschappen geldt. Ik zou daar graag een toezegging op willen. Daarnaast vraag ik om een toezegging, in lijn met de aangenomen motie-Grinwis, dat natuurbeleid voor de Waddenzee gebaseerd moet zijn op wetenschappelijk onderbouwde inzichten. Ik vraag ook het rapport Staat van de Waddenzee onafhankelijk te laten evalueren voordat de niet-wetenschappelijk onderbouwde theoretische referentiewaarden opnieuw worden gebruikt als onderbouwing voor de definitieve beheerplannen. Ik denk dat dit duidelijk is. Ik denk dat dat van belang kan zijn wat betreft waar we het vandaag over hebben. Dan heb ik nog een belangrijk punt. Gisteren spraken we ook de binnenvaartsector. Ik heb net in mijn bijdrage een aantal keren gezegd dat bedrijven met de KRW soms ook onterecht worden geconfronteerd met problemen, terwijl ze die problemen niet veroorzaken of er iets aan kunnen doen. We hebben het onder andere gehad over het volgende wat betreft de binnenvaartsector. Als bij bijvoorbeeld bij bagger- en waterbouwwerkzaamheden water of sediment verplaatst wordt, worden er geen nieuwe verontreinigde stoffen toegevoegd. Het gaat om reeds aanwezige diffuse verontreiniging, maar toch kan het onder de strikte jurisprudentie als een verslechtering worden aangemerkt, waardoor zelfs het terugpompen van water of het nuttig hergebruiken van het sediment binnen hetzelfde project onnodig wordt belemmerd. Dat leidt niet alleen tot vertraging, maar ook tot hoge kosten. Kan de minister toezeggen om zich er ook voor in te spannen dat bij de uitvoering van de KRW een werkbare toepassing komt voor uitzonderingsbepalingen, zodat het verplaatsen van reeds aanwezige diffuse verontreiniging niet op deze manier wordt beoordeeld? Zij zijn daar namelijk niet de veroorzaker van, want het was reeds aanwezig. Of misschien is er een andere oplossing. Het zou heel fijn en pragmatisch zijn. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bromet. Mevrouw Bromet (PRO): Ik vind de minister een hele positieve blik hebben op de Kaderrichtlijn Water. Ik help hopen dat dat terecht is. Ik ben ook heel benieuwd of maatregelen tegen stikstof, die wij vrijdag in de brief krijgen, ook effect zullen hebben op de Kaderrichtlijn Water en het halen daarvan. Daar kijk ik dus met belangstelling naar. Ik ben ook blij dat er een drinkwaterstrategie komt. In het tweeminutendebat zullen we met voorstellen komen om daar bepaalde onderwerpen in op te nemen. Tot slot de waterveiligheid. Ik had gevraagd: wat moet een burger nou doen als er een overstroming komt? Die kans is namelijk gewoon aanwezig. Ik weet zelf niet zo goed wat ik moet doen als ik in een overstroomd gebied kom, laat staan dat andere mensen het wel weten. Ik hoorde de minister twee voorbeelden geven van campagnes die gingen over drinkwater, maar mijn vraag gaat echt over veiligheid. Wij hebben een briefing gehad van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat zit ontzettend goed in elkaar. Nederland is daar echt heel knap in, dus mijn complimenten daarvoor. De communicatie over "wat moet je nou als er een overstroming komt?" is heel erg gericht op het voorkomen van doden, maar als jij drie dagen op een zolder zit, dan kom je ook in nood, denk ik. Ik wil daar dus graag echt meer aandacht voor. Graag een reflectie van de minister. De voorzitter: Dank. Het woord is aan de heer Schutz. De heer Schutz (VVD): Dank u wel. In het kader van drinkwater: we hebben het vandaag gehad over een Rli-rapport en een oproep van drinkwaterbedrijven om een stelselwijziging te overwegen. Dat voelt voor mij aan als een proces waarin je met elkaar aan de slag gaat, waarover je het debat voert, waarin je participeert, waarin je afstemt en waarin je tot afgewogen keuzes komt. De staat van de infra laat te wensen over. Daarin moet geïnvesteerd worden. Er ligt dus een nadrukkelijke en begrijpelijke behoefte. Er is een watertekort, waar we op termijn wat aan moeten doen. We zullen op een andere manier aan watervoorziening moeten doen. We hebben net een discussie gevoerd over wat ik dan "de woekerprijs van een monopolist voor een nutsvoorziening" noem, in dit geval van Brabant Water. Ik heb nog een voorbeeld. Vitens heeft twee jaar geleden namelijk bedacht om een verspillingstoeslag op te leggen, wederom aan zakelijke grootverbruikers. Ik heb niet kunnen valideren of die inmiddels is ingevoerd, maar het idee geeft wel aan dat er een bepaalde creativiteit in het drinkwater zit om geld te vinden. Het zal best zijn dat er door drinkwaterbedrijven al wordt geïnvesteerd en dat er onderhoud wordt gepleegd aan het huidige systeem. Als er dan -- de heer Goudzwaard noemde dit voorbeeld ook -- een innovatie is om lekkage te voorkomen en er is maar één drinkwaterbedrijf van alle die we hier in Nederland hebben dat daarvoor aandacht heeft, dan vind ik het wel flagrant dat je aan de ene kant denkt aan verspillingstoeslagen bij je klanten, maar aan de andere kant niet de stap zou willen nemen om de investering te doen. Vandaar dat ik toch nog een keer bij de minister wil terugkomen op een heroverweging van het niet doen van de toezegging die zo-even gevraagd werd door de heer Goudzwaard en mijzelf, namelijk of gekeken kan worden of het voorkomen van lekkages state-of-the-art gemaakt kan worden. Als drinkwaterbedrijven behoefte hebben aan de prijzing van allerhande zaken, dan vind ik ook dat klanten van drinkwaterbedrijven mogen vragen om maximaal te investeren. Wat mij betreft vergt dat echt die toezegging. Wil de minister die heroverwegen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Jansen. Hij spreekt namens de PVV. De heer Chris Jansen (PVV): Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook de minister en ambtenaren bedanken voor de beantwoording in eerste termijn. Die was zeer kundig, en dat ben ik ook gewend van deze mensen. De minister komt in de tweede termijn terug op de openstaande vraag. Ik ben wel blij dat de minister wat uitgebreider inging op pfas. Ik begon mijn betoog met zeggen dat we dat scherp in de gaten moeten houden, omdat het schadelijk is voor de gezondheid. Dat klopt. Het deeltje "geen angst aanjagen" was niet voor de minister bedoeld, maar meer voor collega-Kamerleden. Daarom noemde ik het voorbeeld van de uitslag die ik vandaag heb gekregen. Terwijl ik helemaal niets doe om het te voorkomen -- we hebben ook geen andere pannen gekocht en dat soort dingen -- zijn de gemeten waarden ontzettend laag. Ik zeg dus: ja, je moet het in de gaten houden, maar je moet ook niet de indruk wekken dat -- dat idee krijg ik weleens -- mensen bijna bang moeten zijn dat ze ter plekke dood neervallen. Zo is erg is het blijkbaar niet bij de gemiddelde Nederlander. Want ik zie mezelf toch echt wel als een gemiddelde Nederlander. Dat was de strekking van mijn opmerking. En nogmaals, ik beticht u zeker niet van angst aanjagen; het was meer bedoeld voor de collega's. Dank u wel. Mevrouw Bromet (PRO): Ik wil dan wel een punt van orde maken, want dan voel ik me aangesproken. Ik hoorde de minister zeggen dat de waardes boven het acceptabele liggen. En ik wil helemaal niemand angst aanjagen, maar ik wil wel voorkomen dat we later, over 20 à 30 jaar, te maken hebben met een enorm schandaal en dan denken: we hebben er toen niks aan gedaan. Dus tot zover. De heer Chris Jansen (PVV): Laat ik het dan nog duidelijker stellen: ja, je moet er goed op letten; ja, je moet de waardes in de gaten houden en voorkomen dat ze boven een kritische waarde komen. Alleen, je kunt niet generaliseren en daar nu al iets over concluderen, tot het moment dat je bij wijze van spreken iedere Nederlander hebt laten onderzoeken; dan pas kun je daar volgens mij wat mee doen. Nu is het meer gissen. Ik was verbaasd over hoe laag het was. Maar nogmaals, ik ben ook maar een van de mensen die hier woont. De voorzitter: Waarvan akte, volgens mij. Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Goudzwaard. De heer Goudzwaard (JA21): Dank, voorzitter. Mijn afdronk, de afdronk van JA21, is toch echt wel dat er een aantal positieve dingen zijn te noemen. Wij zijn echt koploper in schoon drinkwater. En ook de gemiddelde Nederlander, als het gaat over het watergebruik: volgens mij 117 liter tegenover een Amerikaan, die 310 liter neerzet. Nou, om dat maar te vergelijken: koploper in minimaal wegvloeien. En tegelijk hebben natuurlijk ook wij zorgen over pfas. Dat delen wij met heel veel mensen hier. Maar dan is het wel goed dat er een gebalanceerde route wordt gevolgd, en die wordt ook gevolgd. Er wordt gekeken naar reikwijdte en natuurlijk de uitvoerbaarheid van zo'n nationaal pfas-verbod. Dus dat wachten wij af. Ik sluit mij overigens aan bij de woorden van mevrouw Wiersma over de reeds aanwezige giftige stoffen die in het sediment aanwezig zijn, maar ook over bijvoorbeeld de bemesting in de jaren tachtig en negentig die niet helemaal goed is gegaan, de nutriëntenuitvloeiing en wat daarvan het gevolg is. En bovenal ben ik heel erg blij met de mindset van de minister als het gaat over het level playing field in Europa, ook als we kijken naar het bedrijfsleven. Dus ik houd hier best wel een goede afdronk aan over, voorzitter. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dat was dan de tweede termijn. We schorsen even voor vijf minuten en kunnen dan naar de beantwoording. De vergadering wordt van 13.43 uur tot 13.48 uur geschorst. De voorzitter: We gaan weer verder, dus ik vraag de mensen te gaan zitten en misschien het volume een beetje omlaag te brengen. Dan ontstaat er wat rust. Ik mis nog wel mensen, maar we gaan gewoon beginnen met de beantwoording van de minister. Gaat uw gang, minister. Minister Karremans: Dank, voorzitter. Ik ga alle gestelde vragen na. Er zijn ook nog een aantal vragen blijven liggen uit de eerste termijn. Allereerst vroeg het lid Kostić wat ik ervan vind dat het voor het eerst code rood is. Ik heb altijd geleerd: je kan over alles een mening hebben, behalve over het weer. Daar kan ik moeilijk op reflecteren. Dan de vraag hoe de motie over pfas wordt verwerkt in beleid. Die motie is door de staatssecretaris van LVVN geapprecieerd en zal ook verder daar worden opgepakt. Hoe willen we aansluiten bij Denemarken en hoe zit het met de coalities? Ik heb al eerder aangegeven dat als een coalitie in het belang van Nederland is, we ons daar zeker bij zullen aansluiten. Dat bekijken we altijd per keer. We creëren natuurlijk ook coalities, als we denken dat dat noodzakelijk is. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer had het over de regie pakken. Die pak ik op; die oproep neem ik ter harte. Ik wil wel iets zeggen over dat er een beetje twijfels zijn gezet bij het gevoel van urgentie. Dat deel ik echt totaal niet. De reden dat trajecten soms twee of drie jaar duren is dat er wetgeving gemaakt moet worden. Als de Kamer zegt "sla ons maar over en doe het maar gewoon", dan kan het snel. We hebben echter democratische processen met elkaar afgesproken. Wetgeving duurt al snel twee tot drie jaar. Dat is niet omdat ik dat leuk vind, maar omdat we dat zo met elkaar geregeld hebben. Daar wil ik dus wel een beetje op tegenhangen. Het heeft echt niet te maken met urgentie aan deze zijde, maar het duurt soms gewoon lang om dingen wettelijk voor elkaar te krijgen. Op de vraag van mevrouw Wiersma kom ik zo meteen. Op de vraag van mevrouw Bromet wil ik alvast zeggen dat ik de oproep oppak. Ik noemde een aantal drinkwaterprogramma's waaraan we werken. Ik denk dat het van belang is om daaraan te blijven werken. De vraag was echter hoe we omgaan met het risico op overstromingen. Ik denk dat dat een heel terecht punt is. Ik wil voorstellen om dat mee te pakken. We hebben er wel een aanpak op. Die heet Leven met water. Maar zoals mevrouw Bromet zei, weten heel veel mensen, denk ik, niet wat daarin zit -- zelfs ikzelf misschien voor een heel groot deel niet! Ik wil dus voorstellen om dat mee te nemen in het uitvoeringsprogramma van de nationale adaptatiestrategie. Het hangt daar natuurlijk aan vast. "Hoe maak je mensen daar weerbaar in?" Dat pakken we op. Het komt voor het einde van het jaar naar de Kamer, in dat uitvoeringsprogramma. Dan een aantal vragen die zijn blijven liggen. Deels zijn ze net ook gesteld. Wat ga ik doen, eventueel in samenwerking met de minister van LVVN, om te voorkomen dat de NVWA onze boeren straft? Die boetes hebben we nog even nagezocht, zeg ik richting de heer Jansen. Boeren worden niet bestraft als ze verontreinigd sproeiwater gebruiken indien ze zich houden aan de regels voor onttrekkingen. De NVWA heeft dat net nog even bevestigd. De NVWA ziet echter wel toe op de naleving van regelgeving ten aanzien van mest en gewasbescherming. Daarbij worden inderdaad gewoon boetes uitgedeeld. Het ziet dus niet op het voorbeeld dat de heer Jansen noemde. Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg of het klopt dat we kunnen voldoen aan de KRW met de toepassing van de uitzondering. Je hebt de eisen van de KRW en je hebt doelen van de KRW. Schitterend is het allemaal! Je hebt ook ecologische doelen. Je kan een water er natuurlijk voor gereedmaken of voor optimaliseren dat daar weer een bepaalde diversiteit aan vissen is, maar die zijn er morgen dan nog niet. Dat duurt dan nog even. Daarom zijn er uitzonderingen mogelijk op de ecologische doelen. Dan kan je wel alsnog aan de eisen van de KRW voldoen. We verwachten dat we echt een heel eind kunnen komen richting eind volgend jaar. Dan de rivierkreeften. De vraag was hoe dat zit. Het ging erover dat als er overmatig rivierkreeften zijn, je eigenlijk überhaupt niet aan de KRW kan voldoen. Dat kan inderdaad een grond van uitzondering zijn. Hier komen we overigens op terug in de brief over rivierkreeften. Die komt nog voor de zomer naar de Kamer. Dat is dus binnen twee weken. Ik begreep wel ook dat er een rivierkreeftendiner is. Ik ben er alleen nog nooit voor uitgenodigd, dus dat is heel interessant allemaal! De lekverliezen. Laat ik toezeggen dat ik die meeneem in de nationale drinkwaterstrategie. We kijken wat we daaraan kunnen doen. Ik wil niet zeggen: ik ga er niets meer aan doen. Ik denk namelijk dat elke weggelekte liter water die we kunnen voorkomen, mooi is, zeker als we daar op een slimme manier technologie voor kunnen gebruiken. Dat kan ook economisch perspectief bieden voor de waterinnovatiesector. Laten we kijken of ik dat met de sector kan oppakken richting de nationale drinkwaterstrategie. De toezegging is dat we dat alsnog beetpakken. Dan had mevrouw Wiersma een vraag over verplaatsen. Het ging erover dat zo'n situatie niet kon ontstaan. Dat is op initiatief van Nederland bereikt in Europa. Die regelgeving wordt geïmplementeerd, zodat die situatie niet meer mogelijk is. Over Denemarken heb ik het net gehad. Mevrouw Van Brenk, die dit deel van het debat terugluistert, vroeg waarom we zijn gestopt met de meting van legionella. We zijn niet gestopt, maar we kijken of we die metingen in het kader van regeldrukreductie meer risicogestuurd kunnen doen, dus juist rond ziekenhuizen, verpleeghuizen of zwembaden. Zo hebben we er nog steeds een goed beeld van. We zijn niet gestopt met die metingen, maar het is risicogestuurd geworden. Wordt er toegezegd dat, naar aanleiding van de motie van de heer Vermeer om de nieuwe regelgeving voor de aanpak van de rivierkreeft te versnellen voor de visserij, dat ook kan gelden voor de aanpak van de rivierkreeft voor waterschappen? De vraag is om een toezegging. Dat kan ik niet toezeggen. De motie is namelijk gericht aan LVVN. Dat zal 'm ook verder afdoen. Het ligt dus op dat terrein. Zoals ik heb gezegd, komen we nog voor de zomer met een brief over rivierkreeften. Dat zijn volgens mij de gestelde vragen. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik zou graag willen vragen om het verzoek om die aanpak niet alleen te laten gelden voor de visserij, maar ook voor de waterschappen, even door te geleiden. Zo kan dat direct meegenomen en eventueel beantwoord worden. Ik kan ook nog vertellen dat aan een rivierkreeft heel weinig vlees zit. Voor horecadoeleinden zijn ze dus eigenlijk niet heel interessant. Dat betreft de Amerikaanse rivierkreeft, overigens. Je hebt er echt wel tien nodig om een hap te krijgen. Dat wou ik nog even aan de minister meegeven. Minister Karremans: Dan ga ik toch wat anders lunchen, denk ik! Dank voor deze informatie. Ik heb tijdens dit debat heel veel bijgeleerd, moet ik zeggen. Wat betreft het doorgeleiden: dat kunnen we natuurlijk doen. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): De KRW heeft u iets genuanceerd ten opzichte van het eerste antwoord in de eerste termijn, minister, maar de hele vraag over sectoren, staf en gebieden is niet beantwoord. Ik denk dat hij wat lastig is. Misschien doe ik hem u dus schriftelijk toekomen. Anders denk ik namelijk dat we er vandaag niet uit komen. De voorzitter: Ik hoor de minister en mevrouw Wiersma iets zeggen buiten de microfoon. Misschien kunt u het even via de microfoon doen. Dank u wel. Mevrouw Wiersma (BBB): Volgens mij valt dit onder de Rijkswaterstaat. Daar is IenW natuurlijk mee bezig. Minister Karremans: Ja, dat klopt. Rijkswaterstaat is IenW. De Raad van State alleen niet, hè? Nog niet! Het gaat over de beheerplannen, geloof ik. Dat is LVVN. Maar goed, ik kan het doorgeleiden. Uiteindelijk moet het ook niet uitmaken. Er moet gewoon een antwoord op komen. Maar we pakken hem zo op. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we ook de beantwoording in de tweede termijn gehad. We gaan naar de toezeggingen en andere constateringen gedaan tijdens deze ochtend of halve middag. Het lid Kostić heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Ik heb niet scherp of dat nog voor de zomer moet. Dat staat er niet bij. De plenaire Griffie krijgt stress, denk ik, als dat moet gebeuren, want er staat nog heel wat op de planning. Het is in ieder geval aangevraagd. Dan kom ik bij de toezeggingen. - De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om de Kamer eind 2027 aangescherpte regelgeving met betrekking tot bestrijdingsmiddelen en lozingen te doen toekomen. - De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer toe de nationale drinkwaterstrategie begin volgend jaar naar de Kamer te sturen. Daarin worden de adviezen van de Rli meegenomen. - Na de zomer zal de minister van Infrastructuur en Waterstaat het tijdpad van de aanpassing van de herziening van de Richtlijn stedelijk afvalwater naar de Kamer sturen. - De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer een schriftelijke terugkoppeling geven van zijn gesprek met de minister van OCW over Wetsus. - Aan het einde van het jaar ontvangt de Kamer een quickscan met betrekking tot riooloverstorten, naar aanleiding van een eerdere toezegging van de minister aan de Eerste Kamer. - De minister zal de Kamer per brief informeren over de uitkomsten van de pilots met het gebruik van grijswater. - De minister zal de Kamer na de zomer een brief sturen over het harmoniseren van regels en normen met betrekking tot bestrijdingsmiddelen, mest en water. - De minister zegt toe om in het Nationaal Water Programma ook in te gaan op de mogelijkheid tot het inzetten van effluent water. Die was voor de heer Schutz. - De minister zegt toe om in de nationale drinkwaterstrategie nader in te gaan op de innovatieve mogelijkheden die er zijn om lekkage uit drinkwaterleidingen tegen te gaan. Dat zijn de toezeggingen die ik heb genoteerd. Ik zie nog een hand van de heer Schutz. De heer Schutz (VVD): De minister heeft in de discussie over Brabant Water volgens mij ook toegezegd dat hij zou gaan kijken naar de effecten. Hij zou in gesprek gaan met het bedrijfsleven over welke effecten het heeft. De voorzitter: Kan de minister daar nog wat over zeggen? Minister Karremans: We houden het in de gaten. Over in gesprek gaan denk ik ... Ik moet nog naar Wetsus en ik moet nog andere dingen doen. We houden de gevolgen in de gaten. De heer Schutz (VVD): Er zitten twee dagdelen in een dag. De voorzitter: De vraag is even of het dan een brief is. Bedoelt u dat, meneer Schutz? Minister Karremans: We kunnen het gewoon meenemen in de drinkwaterstrategie. De heer Schutz (VVD): Dat vind ik ook goed, zolang er maar opvolging wordt gegeven aan het effect. Of hij gaat spreken of dat hij een andere manier vindt, dat laat ik des ministers. De voorzitter: Bij dezen de aanvulling. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik wil het wel even genoteerd hebben in ... Hoe noem je dat? "De Handelingen", volgens mij. Ik begin in te bedden hier! Ik wil graag genoteerd hebben dat de twee verzoeken worden doorgeleid. Dat is namelijk toegezegd. Volgens mij heeft de minister ook iets gezegd over hoe om te gaan met het sediment. Ik had om een toezegging gevraagd in het kader van de uitzonderingsmogelijkheid. Ik weet even niet ... Ik vroeg om een toezegging in mijn bijdrage. Minister Karremans: We zijn dat al aan het verwerken in de regelgeving. De voorzitter: Dan noteren we dat nog. De heer Goudzwaard (JA21): Misschien heb ik het gemist, maar we hebben het een paar keer gehad over het koelwater: van 28 graden naar 25 graden. Daar zou de minister deze hele zomer mee aan de slag gaan. Dan zou er een brief komen. Is dat genoemd? Dat die brief verstuurd zou worden, is namelijk wel een soort van toezegging. De voorzitter: Kan de minister daar nog wat over zeggen? Minister Karremans: Ik heb inderdaad gezegd dat ik de Kamer na de zomer kan informeren over de stand van zaken. De voorzitter: Dus dat is ook een brief. Dan noteren we die ook nog als een toezegging. Dat was het. De minister gaat flink op pad. Leuk! Dan komt hij een beetje buiten Rotterdam. Dat is misschien ook fijn! Ik dank iedereen voor de bijdragen en de minister voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Ik dank de mensen die hier aanwezig zijn, de mensen die in deze hitte zijn blijven zitten en hebben geluisterd. Ik wens u allemaal een hele waterrijke middag toe. Tot de volgende keer. Dank u wel. Sluiting 14.04 uur.
Versie 18875fb6a180e999146a00a72c6fba611ec8c6129ac89c5cbe89ebad1c5b1c38 · Officiële bron.
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 juni 2026, over water
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.