Voortgangsbrief infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk
Brontekst
Versie 5dd43e6b1471b101 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 326 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 oktober 2024Iedereen verdient de kans om zijn of haar talenten te ontplooien en eenbijdrage te leveren aan onze samenleving. Werk is een van de bestemanieren om dit te doen. Want werk is meer dan alleen een salaris. Wiewerkt heeft meer bestaanszekerheid en voelt zich beter. Werk is een plekwaar je je ontwikkelt, sociale contacten opdoet en je zelfvertrouwenkweekt. Door te werken ontstaat perspectief en investeert men niet alleenin zichzelf, maar ook in de toekomst van ons land. Daarom is hetbelangrijk dat iedereen die kan werken, werkt op een passende plek.Ongeacht beperkingen of andere uitdagingen.Toch staan nog steeds te veel mensen met een beperking aan de zijlijnvan de arbeidsmarkt. Juist in een tijd waarin werkgevers hard op zoek zijnnaar personeel. Dit is niet alleen een gemiste kans voor de betrokkenen,maar ook voor onze samenleving als geheel. Want het onbenut laten vantalenten leidt tot verspilling van zowel menselijk potentieel als econo-mische waarde. Dit kan en moet anders.We moeten meer mensen kansen geven op de arbeidsmarkt door te kijkennaar wat ze wél kunnen, in plaats van te focussen op hun beperkingen. Ditvraagt om een andere manier van kijken en doen. Om een herziening vanwervingsprocessen, waarbij de focus ligt op vaardigheden van mensen inplaats van functie-eisen. Om meer werkgevers die bereid zijn omwerkplekken aan te passen en flexibele werktijden aan te bieden. Maar ditvereist ook dat mensen de juiste begeleiding krijgen, zowel op weg naarals op de werkplek zelf. Het is belangrijk dat gemeenten, het UWV, sociaalontwikkelbedrijven, onderwijsinstellingen, werkgevers(organisaties),werknemers(organisaties) en het Rijk alles op alles blijven zetten om dit terealiseren.Sociaal ontwikkelbedrijven zijn hierbij een belangrijke schakel. Zij makenwerk mogelijk voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is. Bijvoor-beeld door mensen een (beschutte) werkplek te bieden en door mensen te kst-34352-326ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3261 begeleiden naar werk op de reguliere arbeidsmarkt. Door hun inzetdragen zij bij aan een inclusieve arbeidsmarkt waar niemand buitenspelstaat.Inhoud van deze briefIn deze brief informeer ik uw Kamer over stappen die ik zet richting eentoekomstbestendige infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven en voorbeschut werk. Hiermee geef ik een vervolg op Kamerbrieven «Infra-structuur Sociaal Ontwikkelbedrijven»1 en «Verhouding scenario 3Berenschot»2 waarin verschillende maatregelen zijn aangekondigd en istoegezegd uw Kamer dit najaar over de voortgang van deze maatregelente informeren.Stand van zaken beschut werkMensen hebben in sommige gevallen veel begeleiding of aanpassing vande werkplek nodig. Soms zoveel, dat niet van reguliere werkgeversverwacht kan worden dat zij deze begeleiding of werkplekaanpassingenbieden. Voor deze mensen is er beschut werk.Het UWV beoordeelt aan de hand van landelijke criteria of iemand inaanmerking komt voor een beschutte werkplek. Wanneer dit het geval is,hebben gemeenten de taak om deze mensen aan een passende baan tehelpen. Het uiteindelijke doel is om vanaf 2048 structureel minimaal30.300 beschutte banen te realiseren. Elk jaar wordt via een ministeriëleregeling bepaald hoeveel beschutte banen gemeenten minimaal kunnenrealiseren om dit doel te bereiken.Realisaties beschut werkDe afgelopen jaren is het aantal beschutte werkplekken aanzienlijktoegenomen, waardoor de doelstelling steeds dichterbij komt. Net als invoorgaande jaren zien we in 2023 dat het aantal mensen met een positiefadvies voor beschut werk sterker groeit dan verwacht. Dit wijst op eengrotere behoefte aan beschut werk dan oorspronkelijk ingeschat. Zieonderstaande tabel3.Aantallen ultimo jaar20192020202120222023Mensen met een indicatiebeschut werk6.1438.11510.11211.97613.970Werkzame personen metpositief advies beschutwerk3.9925.1986.7678.0329.387Doelstelling (aantal banen)6.0007.4008.6009.50010.300 1Kamerstuk 34 352, nr. 307.2Kamerstuk 34 352, nr. 315.3Zie het beschut-werk dashboard van het UWV. De doelstelling is gedefinieerd in dienstver-banden van 31 uur per week. Het UWV telt de aantallen in werkzame personen, ongeacht dedeeltijdfactor. Daarom zijn het aantal werkzame personen en de doelstelling niet volledigvergelijkbaar. De cijfers in het dashboard Beschut Werk worden ieder jaar door het UWVgeactualiseerd in januari, april, juli en oktober. Het dashboard is te raadplegen via:https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/dashboards/beschut-werk. Het dashboard geefteen beeld van de ontwikkeling van beschut werk op landelijk niveau, maar geeft ook een beeldper arbeidsmarktregio.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3262 Hoewel de cijfers stijgen, blijven er grote verschillen tussen gemeenten inde mate waarin zij mensen via beschut werk aan een baan helpen. Zoalsuitgebreid toegelicht in de brief «Sociaal ontwikkelbedrijven en beschutwerk»4, dragen gemeenten hier meerdere redenen voor aan. Zo moetengemeenten vaak extra middelen bijleggen om de kosten van beschut werkte kunnen dekken.Onderzoeksbureau Significant concludeerde in 20235 dat dit financieeltekort vooral wordt veroorzaakt door de lage netto toegevoegde waardevan beschut werk. Deze lage toegevoegde waarde komt voornamelijkdoor drie factoren: de hoge algemene bedrijfskosten bij sociaal ontwikkel-bedrijven, de relatief lage productiviteit van de medewerkers en het feitdat het soort werk dat binnen beschut werk wordt uitgevoerd bij veelsociaal ontwikkelbedrijven relatief beperkt inkomsten oplevert.Om gemeenten te ondersteunen bij het uitvoeren van beschut werk,ontvangen zij vanaf dit jaar structureel een extra bedrag van € 2.157 perbeschutte werkplek. In 2024 komt dit neer op een extra investering van€ 23,1 miljoen, oplopend naar € 64,7 miljoen per jaar in de structurelesituatie. Zoals eerder aan uw Kamer toegelicht6, hebben ook gemeentenen sociaal ontwikkelbedrijven een belangrijke verantwoordelijkheid ombetaalbaarheid van beschut werk te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld doorde bedrijfsvoering van sociaal ontwikkelbedrijven verder te optimaliserenen te zoeken naar activiteiten die meer rendement opleveren, terwijl zetegelijkertijd aansluiten bij de behoeften en vaardigheden van dedoelgroep. In de afgelopen periode heb ik verschillende bedrijven bezochtdie hier al goede stappen voor zetten. Ook uit het eerdergenoemdeonderzoek van Significant blijkt dat hier in de sector van sociaal ontwikkel-bedrijven meer ruimte voor is.Naast de financiële aspecten spelen ook andere factoren een rol in deverschillen tussen gemeenten bij de realisatie van beschut werk. Zoervaren gemeenten een mismatch tussen de huidige verdeling van (definanciering van) werkplekken en de actuele vraag naar beschut werk. Dehuidige verdeling is gebaseerd op verouderde gegevens, waardoorsommige gemeenten moeite hebben om voldoende werkplekken terealiseren, terwijl andere juist meer kandidaten hebben dan beschikbaremiddelen voor beschutte werkplekken. Bovendien is het voor sommigegemeenten lastig om geschikte werkplekken te vinden als het werkaanbodbij sociaal ontwikkelbedrijven niet goed aansluit op de talenten, capaci-teiten en behoeften van mensen.Stappen om beschut werk verder te bevorderenNaast de extra investering van structureel € 64,7 miljoen per jaar, wordenverschillende stappen gezet om beschut werk verder te stimuleren en debijbehorende uitdagingen aan te pakken. Hieronder noem ik debelangrijkste.Onderzoek naar een beter beoordelingsproces beschut werkUit de praktijk krijg ik signalen dat beschut werk niet altijd aansluit bij debehoeften van mensen die aan de criteria voor beschut werk voldoen. Ditblijkt ook uit de evaluatie van de Nederlandse Arbeidsinspectie naar4Kamerstuk 34 352, nr. 300.5Bijlage bij Kamerstuk 34 352, nr. 300.6Zie: Kamerstuk 34 352, nr. 307Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3263 beschut werk7 en het eerdergenoemde onderzoek van Significant. Daaromwordt momenteel onderzocht hoe het beoordelingsproces voor eenindicatie beschut werk kan worden versimpeld en verbeterd. Binnen ditonderzoek worden onder andere de mogelijkheden verkend om arbeids-vermogen of loonwaarde (explicieter) als criterium op te nemen voortoegang tot beschut werk en worden er concrete handvatten ontwikkeldvoor gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven om beter onderscheid temaken tussen arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk.Tot slot zullen aanbevelingen worden gedaan om het potentieel vanmensen in beschutte banen optimaal te benutten, zodat zij beter toegangkrijgen tot een passende baan. De resultaten worden eind dit jaarverwacht en opgenomen in een «verbeteragenda beschut werk».Verbeteragenda beschut werk: voor en door de uitvoeringDit jaar hebben diverse sessies plaatsgevonden met professionals vangemeenten, het UWV en sociaal ontwikkelbedrijven om op basis van hunervaringen ideeën op te halen voor de verdere verbetering en vereenvou-diging van beschut werk. Aan deze gesprekken hebben tot nu toeongeveer 400 professionals deelgenomen. Op basis van de opgehaaldeinput wordt een verbeteragenda opgesteld met concrete maatregelen ombeschut werk verder te stimuleren. De verwachting is dat deze agendabegin volgend jaar wordt gepresenteerd. Hierin nemen we ook deervaringen en suggesties van VSO- en PRO-scholen mee, aangezien eengroot deel van de nieuwe instroom van beschut werk hun leerlingenbetreft. Daarnaast betrekken we vakbonden en spreken we uiteraard ookmet mensen die zelf beschut werk verrichten. Hun ideeën krijgeneveneens een belangrijke plaats in de verbeteragenda.Aanpassing verdeel- en financieringssystematiek beschut werkZoals ik hierboven aanstipte, ervaren gemeenten een mismatch tussen dehuidige verdeling van (de financiering van) werkplekken en de actuelevraag naar beschut werk. Om die reden wordt – zoals ook beschreven inde brief «Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven» – gewerkt aan eenbetere verdeling van de plekken en middelen voor beschut werk. Er wasoorspronkelijk het voornemen om de beschikbare middelen vanaf 2025 opbasis van gerealiseerde plekken te verdelen. Zoals mijn voorganger bij hetcommissiedebat Participatiewet op 14 mei jl. al met uw Kamer besprak,blijkt dit niet haalbaar. Dit is hoofdzakelijk omdat enkele benodigdegegevens ontbreken om tot een beter verdeelmodel te komen. Daarnaastzou een verdeling op basis van realisaties waarschijnlijk het gebruik vaneen specifieke uitkering (SPUK) vereisen. Het kabinet heeft echter in hetHoofdlijnenakkoord besloten dat SPUKs in principe worden overgeheveldnaar het Gemeente- of Provinciefonds.Ondanks bovenstaande belemmeringen, blijft het wenselijk dat we deverdeelsystematiek verbeteren. Ik blijf daarom zoeken naar wat wel kan.Op dit moment worden alternatieve oplossingen verkend, zodat we deverdeling van middelen voor beschut werk kunnen verbeteren. Hetstreven is om deze oplossingen per 2026 te implementeren. Een eventueleaanpassing van de systematiek wordt naar verwachting in de meicircu-laire van 2025 aangekondigd.7https://www.nlarbeidsinspectie.nl/publicaties/publicaties/2019/11/21/klantenquete-en-evaluatie-beschut-werkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3264 Eenvoudiger overstappen tussen beschut werk en de banenafspraakVoor sommige mensen (vooral jongeren) biedt een beschutte werkplek demogelijkheid om zich verder te ontwikkelen en door te stromen naar eenbaan binnen de banenafspraak. Nu zijn mensen soms terughoudend omde stap van beschut werk naar de banenafspraak te zetten. Mensenervaren onvoldoende zekerheid om weer naar beschut werk terug testromen als een baan in het kader van de banenafspraak toch niet past.Want mensen kunnen op basis van de huidige regelgeving niet naast eenindicatie beschut werk óók een indicatie banenafspraak hebben. Datbetekent dat als mensen een indicatie banenafspraak krijgen, het positieveadvies beschut werk vervalt. Als mensen later eventueel weer terug-stromen naar beschut werk, is hier altijd een beoordeling van het UWVvoor nodig.Om dit te veranderen wordt gewerkt aan het aanpassen van het Besluitadvisering beschut werk. Dit moet ervoor zorgen dat mensen dieaanspraak maakten op beschut werk, zonder nieuwe beoordeling van hetUWV, kunnen terugvallen op een beschutte werkplek als ander werk, zoalsbinnen de banenafspraak, niet blijkt te passen. Uw Kamer is hierovergeïnformeerd in de brieven over Simpel Switchen in de participatieketen8en sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk9. Zoals in deze brievenvermeld, ervaart het UWV enkele uitvoeringstechnische knelpunten,waardoor invoering per 2024 niet mogelijk bleek. Op dit moment wordtonderzocht hoe de gesignaleerde knelpunten kunnen worden wegge-nomen en of invoering in 2025 mogelijk is. Als dit niet haalbaar blijkt, zoekik naar alternatieve oplossingen, zodat de nodige aanpassingen zo snelmogelijk daarna doorgevoerd kunnen worden.Simpel switchen: van dagbesteding naar beschut werkHet programma Simpel Switchen in de Participatieketen heeft als doel hetmakkelijker te maken voor mensen om te schakelen tussen een uitkeringen werk, en tussen verschillende vormen van participatie, zoals dagbe-steding, beschut werk, de banenafspraak of regulier werk. In 2020 voerdenMovisie en Stimulansz, in opdracht van de Ministeries van SZW en VWS,een verkenning uit over de belemmeringen en kansen bij het overstappenvan dagbesteding naar (beschut) werk. Hieruit bleek dat van de94.000 mensen die via een Wmo maatwerkvoorziening deelnemen aandagbesteding, ongeveer 22.000 mensen op termijn door kunnen stromennaar (betaald) werk.10Eén van de belangrijkste doelen van het meerjarenprogramma SimpelSwitchen, is om deze overgang van dagbesteding naar betaald werk tebevorderen. Hierover is uw Kamer afgelopen maart geïnformeerd11. Opdit moment werken Movisie, Cedris en de Vereniging GehandicaptenzorgNederland (VGN) in drie regio’s samen, waar al een lerende praktijkrondom deze overstap is opgezet. Hier onderzoeken zij welke elementensuccesvol zijn en hoe deze kunnen worden toegepast in andere regio’s.Eind dit jaar informeer ik uw Kamer hier verder over in de volgendevoortgangsbrief over Simpel Switchen.8Kamerstuk 34 352, nr. 265.9Kamerstuk 34 352, nr. 300.10Kamerstukken 34 352, nrs. 203 en 21711Kamerstukken 34 352, nr. 312Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3265 Beschut werk bij reguliere werkgeversHoewel beschut werk – vanwege de intensieve begeleiding die nodig is –vaak wordt georganiseerd door sociaal ontwikkelbedrijven, neemt hetaantal beschutte banen bij reguliere werkgevers toe. Dit zorgt voor eendiverser werkaanbod voor mensen en kan eraan bijdragen dat meermensen in beschutte banen aan het werk worden geholpen. In samen-werking met VNG, Cedris, Divosa, werkgeversorganisaties, werknemers-organisaties, ervaringsdeskundigen en reguliere werkgevers wordtgewerkt aan een handreiking voor reguliere werkgevers die beschut werkwillen bieden. Met deze handreiking willen wij hen praktische handvattenbieden voor de organisatie van beschut werk.Daarnaast wordt in samenwerking met gemeenten, VSO- en PRO-scholen,werkgevers, sociaal ontwikkelbedrijven en mensen die werken in beschutwerk gekeken hoe het werkaanbod voor deze groep verder kan wordenuitgebreid. Dit kan zowel binnen sociaal ontwikkelbedrijven als bijreguliere werkgevers. In de verbeteragenda beschut werk zal ik hier verderop ingaan.Naar een toekomstbestendige sociale infrastructuurIk vind het belangrijk dat er een solide vangnet is voor mensen die welkunnen werken, maar voor wie dit niet, of nog niet, bij regulierewerkgevers mogelijk is. Voor deze mensen blijven sociaal ontwikkelbe-drijven – ook in de toekomst – belangrijk. Als opstap naar werk, als eenplek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plekwaarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een regulierewerkgever.Vorig jaar zijn er verschillende maatregelen aangekondigd om deinfrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig temaken. Deze worden nu uitgewerkt in samenwerking met de VNG, Cedris,Divosa, gemeenten en de sociaal ontwikkelbedrijven zelf. Hieronder eenupdate van de belangrijkste maatregelen.Impulsbudget sociale infrastructuurVanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget om deinfrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Dit begint met€ 35 miljoen in 2025 en loopt af naar € 19,8 miljoen in 2034. Dit impuls-budget wordt als decentralisatie uitkering verstrekt aan gemeenten enwordt verdeeld op basis van de maatstaf «doelgroepenregister gemeente-lijke doelgroep». Deze maatstaf omvat de doelgroep die begeleiding ofwerk uit de sociale infrastructuur nodig heeft en sluit daarom het best aanop het doel van het impulsbudget. Het impulsbudget zou initieel via eenSPUK aan gemeenten worden uitgekeerd, na indiening van een planwaarin zij beschrijven hoe zij werken aan een toekomstbestendige socialeinfrastructuur. In het Hoofdlijnenakkoord is echter afgesproken om(voorgenomen) SPUKs naar het gemeentefonds over te hevelen. Daaromis nu gekozen voor een decentralisatie uitkering. Daaraan is een efficiency-korting van 10% verbonden, die vanaf 2026 wordt doorgevoerd.Omdat de inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuurvaak een regionale aanpak vereist, worden de middelen in principeuitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbe-drijven. De budgetten van de deelnemende gemeenten binnen eensamenwerkingsverband worden samengevoegd en toegewezen aan degrootste gemeente binnen het samenwerkingsverband. Gemeenten diezelfstandig een sociaal ontwikkelbedrijf beheren of op een andere manierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3266 hun sociale infrastructuur hebben geregeld en verder niet zijn gelieerdaan een sociaal ontwikkelbedrijf, ontvangen het impulsbudgetafzonderlijk.De VNG werkt momenteel aan een overzicht van deze samenwerkingsver-banden en de gemeenten die het budget zullen ontvangen. Dit overzichtvormt de basis voor de uitkering van het impulsbudget in de meicirculairevan 2025. De VNG streeft ernaar dit overzicht medio november tepubliceren, zodat gemeenten het definitief kunnen valideren. Als blijkt dateen betrouwbare verdeling volgens deze systematiek niet haalbaar is, zalik uiterlijk eind dit jaar besluiten om de middelen aan alle gemeentenafzonderlijk toe te kennen. Uiteraard blijft ook dan de mogelijkheidbestaan om de lokale impulsgelden regionaal te bundelen, zodatregionaal effectieve stappen kunnen worden gezet.Rijksbijdrage sociale infrastructuurIn de brief «Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven» is een structurelebasisfinanciering aangekondigd voor de bedrijfskosten van sociaalontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 19,8 miljoen in2025 en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen per jaar vanaf 2035. Netals het impulsbudget ben ik met de VNG overeengekomen de Rijksbij-drage sociale infrastructuur (hiervoor ook wel «Infrastructurele opslag»genoemd) te verdelen op basis van de maatstaf «doelgroepenregistergemeentelijke doelgroep». In de Voorjaarsnota en de septembercirculaire2024 is deze Rijksbijdrage al aangekondigd. De budgettaire verwerking zalin de meicirculaire 2025 plaatsvinden.Oprichting ondersteuningsprogrammaOm gemeenten te helpen hun lokale infrastructuur toekomstbestendig inte richten, wordt een ondersteuningsprogramma opgezet. Dit programmarust op drie pijlers.HandreikingenEr worden handreikingen ontwikkeld om gemeenten en sociaal ontwikkel-bedrijven te helpen bij het toekomstbestendig inrichten van hun socialeinfrastructuur. De handreikingen behandelen onderwerpen zoalsbekostigingsafspraken, organisatiemodellen en manieren om hetoperationeel resultaat bij bedrijven te verbeteren. De publicatie van dehandreikingen staat gepland voor het eerste kwartaal van 2025.OndersteuningsteamEr wordt een ondersteuningsteam opgericht dat gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven praktisch bijstaat bij het toekomstbestendig makenvan hun sociale infrastructuur. Dit team zal in de bedrijven zelf onder-steuning bieden, met expertise op het gebied van onder andere bedrijfs-voering, governance, financiën, en innovatieve manieren van onder-nemen. Ook helpt het team bestuurlijke knelpunten op te lossen enkennisdeling te stimuleren. Het ondersteuningsteam is begin 2025operationeel en zal naar verwachting door de VNG worden gefaciliteerd.Vanaf volgende maand wordt via de kanalen van SZW, VNG, Divosa enCedris meer informatie gedeeld over de concrete invulling van hetondersteuningsteam en hoe gemeenten en bedrijven hier gebruik vankunnen maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3267 Lerend netwerkNaast de vraaggerichte ondersteuning via het ondersteuningsteam,worden gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven proactief benaderd omaan de slag te gaan met visieontwikkeling en het versterken van de lokalesociale infrastructuur. We organiseren regiobijeenkomsten en zettenleerkringen op, waar gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven demogelijkheid hebben om kennis en ervaringen uit te wisselen, ideeënkunnen opdoen en er ruimte is voor intervisie. Ook over de concreteinvulling van het lerend netwerk zal de komende tijd via kanalen van VNG,Cedris, Divosa en SZW veelvuldig worden gecommuniceerd.Impuls basisvaardigheden binnen de sociaal ontwikkelbedrijvenIn afstemming met SZW, stelt het Ministerie van OCW in totaal € 0,5 mln.beschikbaar om in 2024 en 2025 via sociaal ontwikkelbedrijven debasisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) te versterkenvan mensen die bij of via sociaal ontwikkelbedrijven werken. Doel hiervanis om mensen een stevigere positie op de arbeidsmarkt te geven en hen teondersteunen in hun participatie. Er is een subsidie aan SBCM verstrekt,waarmee sociaal ontwikkelbedrijven worden ondersteund bij het aanlerenvan basis- en werknemers-vaardigheden. Hierbij wordt onder andereingezet op kennisuitwisseling en een online leeraanbod. Ook wordensociaal ontwikkelbedrijven ondersteund om het bevorderen van basisvaar-digheden structureel in te bedden in hun bedrijfsvoering, zodat hetontwikkelen van taal-, reken- en digitale vaardigheden duurzaamonderdeel wordt van de ondersteuning die zij hun medewerkers bieden.Quickscan naar kwaliteit arbeidsmarktfunctionaliteitenDe Sociaal-Economische Raad (SER) heeft zes vormen van dienstver-lening geïdentificeerd die bijdragen aan het succesvol aan het werkhelpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze functieszijn: 1) het aanbieden van detacheringsmogelijkheden aan regulierewerkgevers, 2) het bieden van een vangnet voor beschut werk, 3) hetfaciliteren van goede matching en begeleiding, 4) het inspelen op ensamenwerken met lokale en regionale werkgeversnetwerken, 5) hetontwikkelen van werknemersvaardigheden, en 6) het adviseren enondersteunen van werkgevers bij het aanpassen van werkprocessen. Hierzijn twee extra functionaliteiten aan toe te voegen, namelijk 7) hetidentificeren, herkennen en diagnosticeren van geschikte kandidaten, en8) het verlenen van diensten aan mensen zonder indicatie voor beschutwerk die nog niet of tijdelijk niet bij reguliere werkgevers aan de slagkunnen.Zoals in de brief «Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven» met uwKamer is gecommuniceerd, blijkt uit onderzoek dat deze functies in alleregio’s beschikbaar zijn. Om de kwaliteit van deze functies te beoordelen,heb ik onlangs een quickscan laten uitvoeren in de vorm van een onlineenquête. Aan deze enquête hebben gemeenten, Regionale Mobiliteits-teams (RMT’s), Werkgeversservicepunten en sociaal ontwikkelbedrijvendeelgenomen. Aan de respondenten is gevraagd de genoemde arbeids-marktfuncties te beoordelen en mogelijke verbeterkansen te benoemen.Na ontvangst van de resultaten zijn de uitkomsten vervolgens ingesprekken met gemeenten, Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s),Werkgeversservicepunten en sociaal ontwikkelbedrijven geduid.Uit de quickscan en duidingsgesprekken blijkt dat alle genoemde functiesnaar het oordeel van betrokkenen adequaat functioneren. Wel zijn erenkele suggesties voor verbetering gedaan. Deze suggesties zijn vooralTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3268 uitvoeringstechnisch van aard. Zoals het vergroten van de diversiteit aanwerk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het verbeterenvan de kennis en expertise van gemeentelijke consulenten. In mijngesprekken met gemeenten zal ik aandacht blijven vragen voor verdereversterking van deze arbeidsmarktfunctionaliteiten.Sturing op een toekomstbestendige sociale infrastructuurHet realiseren van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereisteen gezamenlijke inspanning van gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven,reguliere werkgevers, het UWV, sociale partners en de Rijksoverheid.Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven hebben hierin een sleutelrol,omdat zij primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.Recent heb ik overleg gevoerd met de VNG, Cedris en Divosa over hetversterken van de samenwerking om de infrastructuur van sociaalontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken. Alle partijen erkennende urgentie en hebben zich gecommitteerd aan het zetten van stappen omeen snelle vooruitgang te realiseren. We hebben bestuurlijke afsprakengemaakt om dit proces verder te bevorderen. Hierbij nemen (de besturenvan) VNG, Cedris en Divosa het voortouw in het mobiliseren en onder-steunen van gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven bij het doorvoerenvan de noodzakelijke veranderingen.Vereenvoudiging herindicaties WswVorig jaar hebben de Kamerleden Stoffer en Maatoug via schriftelijkeKamervragen aandacht gevraagd voor de herindicaties Wsw. In debeantwoording van deze vragen is aan uw Kamer toegezegd om met hetUWV te bezien hoe het herindicatieproces verder kan worden vereen-voudigd12. Dit is belangrijk, want veel mensen met een Wsw-indicatie zijnlangdurig of blijvend aangewezen op de Wsw. Op dit moment wordenmensen echter toch (herhaaldelijk) opgeroepen voor een herindicatie,terwijl duidelijk is dat zij blijvend aangewezen zijn op de Wsw. Ongeveer80%–90% van de mensen met een Wsw-indicatie krijgt een indicatie vooreen beperkte duur, terwijl uit de Wsw-statistiek 202313 blijkt dat in 99%van de gevallen na een herindicatie, de Wsw-indicatie wordt verlengd. Ditproces van herindicaties veroorzaakt onnodige stress bij mensen dievallen onder de Wsw.De afgelopen tijd is met het UWV verkend hoe dit herindicatieprocesverder kan worden vereenvoudigd, zodat mensen langdurige indicatieskrijgen en de UWV-capaciteit efficiënter kan worden benut. Wet- enregelgeving vormen hierbij geen belemmering. De vijfjaarlijkse ofperiodieke herindicering is voornamelijk ontstaan uit gewoonte bij hetUWV.Wat mij betreft zijn langdurige Wsw-indicaties de norm. Daarom is methet UWV afgesproken dat zij actie onderneemt om dit te bevorderen. DeRaad van Bestuur van het UWV is gevraagd hier concrete stappen voor tezetten. Ik zal dit onderwerp blijven monitoren in mijn gesprekken met hetUWV.12Zie Aanhangsel van handelingen 2022–2023, nr. 229713Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/jaarverslagen/2024/08/19/wsw-statistiek-2023-jaarrapportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3269 Cao Aan de SlagNaar aanleiding van de totstandkoming van de nieuwe cao Aan de Slageind 2023, hebben VNG, Cedris, FNV, CNV en het Ministerie van SZW ditjaar gesprekken gevoerd over de financiering van sociaal ontwikkelbe-drijven in relatie tot de cao Aan de Slag. In een technische werkgroep iseen gezamenlijke probleemanalyse opgesteld en hebben partijengesproken over hun uiteenlopende gewenste oplossingsrichtingen.De komende tijd vervolgen VNG, Cedris en SZW het gesprek over detoekomst van de cao Aan de Slag. Hierbij wordt in acht genomen dat hetRijk geen cao-partij is. De onderhandelingen over de nieuwe cao vanaf1 januari 2025 blijft ook dan nadrukkelijk een zaak van werkgevers (VNGen Cedris) en werknemers (vakbonden).De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 32610
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.