KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief circulaire economie

20 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1f31992e18bca99f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 315 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 juni 2024Met deze brief wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de volgendezes onderwerpen die verband houden met de circulaire economie:1.Duurzame koolstof in de chemie;2.Hoogwaardige recycling van verpakking tot verpakking;3.Maatregelpakket gedrag;4.Communicatie toolbox bewustmakingsmaatregelen sigarettenfilters;5.Vervolgonderzoek land- en tuinbouwplastics; en6.Monitoring drankverpakkingen in het zwerfafval.Duurzame koolstof in de chemieHet is belangrijk om een competitieve, circulaire en klimaatneutraleindustrie in Nederland en in Europa te bevorderen, die de gehele ketenvan begin tot eind dekt. Met het oog op de Europese verkiezingen en dedaaropvolgende nieuwe Europese Commissie heeft de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat, samen met de Minister van Econo-mische Zaken en Klimaat, gewerkt aan een Europees initiatief omtrentduurzame koolstof als bouwsteen voor de chemische industrie endaaropvolgende keten. De Tweede Kamer is een aantal keren eerder op dehoogte gesteld van dit traject1. Inmiddels is in samenspraak met eenaantal andere lidstaten2 een Joint Statement opgesteld dat aan deEuropese Commissie is overhandigd op 16 april jongstleden. Ditstatement roept de Commissie op om het gebruik van duurzame koolstofin de chemische sector effectief te stimuleren om zo een klimaatneutraleen circulaire economie te realiseren. Het statement roept op om eenbeleidspakket te introduceren dat focust op marktcreatie, grondstoffenbe-schikbaarheid en het waarborgen van de concurrentiepositie van de1Kamerstuk 32 813, nr. 1294 en Kamerstuk 32 813, nr. 13432Naast Nederland hebben ook Frankrijk, Ierland en Tsjechië het statement ondertekend. Hetstatement is bovendien op de Raad van Concurrentievermogen besproken, daar heeft eenaantal lidstaten steun uitgesproken. kst-32852-315ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3151 Europese chemische industrie. Verduurzaming van de grondstoffen vande chemie is een integraal onderdeel van de toekomst van de chemischeindustrie en een noodzakelijke transitie om onze klimaat- en circulairedoelen te bereiken.Hoogwaardige recycling van verpakking tot verpakkingDe motie Hagen c.s.3 verzocht de regering te onderzoeken hoehoogwaardige recycling van verpakking naar verpakking kan wordengestimuleerd of afgedwongen. De motie wijst erop dat het Besluit beheerverpakkingen hoogwaardige recycling niet specifiek adresseert en wijst ophet Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).Hoewel er inderdaad geen specifieke doelstelling is voor recycling vanverpakkingen tot nieuwe verpakkingen, is er wel in toenemende matesprake van beleid dat hieraan bijdraagt. Zo stelt het Commissievoorstelvoor de EU verpakkingenverordening4 dat verpakkingen niet alleenrecyclebaar moeten zijn per 2030, maar ook daadwerkelijk op schaalgerecycled moeten worden per 2035. Ook dient steeds meer gebruikgemaakt te worden van gerecycled materiaal. Daarbij wordt gesteld datdit materiaal afkomstig moet zijn van post consumer plastic waste – enkan dus uit verpakkingsafval bestaan. Deze elementen versterken elkaar.Inmiddels is er over het voorstel een politiek akkoord bereikt tussen hetEuropees Parlement en de Raad van de EU. Definitieve vaststelling volgtin de tweede helft van 2024.In het LAP wordt niet gesproken van recycling tot dezelfde producten, inde zin van (bijvoorbeeld) een verpakking tot een verpakking. Het gaaterom dat waar nodig en wenselijk de kwaliteit van het materiaalbehouden blijft en wordt toegepast in gelijkwaardige producten. Dit sluitook aan bij de definitie van hoogwaardige recycling in de eerderge-noemde EU verpakkingenverordening.In 2024 worden de doelstellingen in het Besluit beheer verpakkingengeëvalueerd. Met bovengenoemde kanttekeningen zal de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat daarbij ook kijken naar de mate waarinhoogwaardige recycling wordt gestimuleerd of afgedwongen, en of enhoe dit kan worden versterkt. Dit tevens indachtig de nieuwe EU verpak-kingenverordening. Aan de motie Hagen c.s. is hiermee uitvoeringgegeven.Maatregelpakket gedragTijdens het Commissiedebat Circulaire Economie op 15 februari jl.5 deedLid Kostic´ het verzoek aan Staatssecretaris Heijnen om het Planbureauvoor de Leefomgeving (PBL) te vragen welke rol zij kunnen spelen bij hetin kaart brengen van de effecten van een maatregelenpakket in het kadervan gedragsverandering. Dit maatregelenpakket moet mensen helpen omduurzame keuzes te maken en hen te beschermen tegen misleiding. DeStaatssecretaris heeft toegezegd (TZ202403-029) dit eind juni te sturen.Hierbij ontvangt u de reactie van het PBL, waarmee aan de toezegging isvoldaan.Het PBL geeft aan geen «maatregelenpakket» te kennen voor dit doel. Zijgeven wel aan dat uit de rapporten van de tijdens het debat genoemdeonderzoeksinstellingen blijkt dat er veel maatregelen denkbaar zijn. Het3Kamerstuk 32 852, nr. 1814COM (2022) 677. Voor BNC fiche zie Kamerstuk 22 112, nr. 14105Kamerstuk 32 813, nr. 1373Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3152 PBL stelt dat op basis van de rapporten een maatregelenpakket samenge-steld kan worden door beleidsmakers. Het samenstellen vergt echterpolitieke keuzes. Om de effecten van deze maatregelen te kunnenanalyseren moeten deze voldoende concreet worden gemaakt in termenvan «wat, wie, hoe en wanneer». Het PBL kan daarbij wetenschappelijkekennis leveren, zoals in het rapport «Hoe circulair zijn Nederlandseconsumenten» (2023).Daarnaast geeft het PBL terug dat het mogelijk is om effecten van eenmaatregelenpakket in te schatten op basis van bestaand onderzoek, maardit geeft vooral inzicht in «potentiële effecten». De daadwerkelijke effectenhangen af van de uiteindelijke gedragsverandering door beleidsinstru-menten, wat nader onderzoek naar consumentengedrag vereist. Er is,kortom, op basis van literatuuronderzoek hooguit een indicatie te gevenvan effecten waarbij het meestal gaat om de richting (positief/negatief).Afsluitend meldt het PBL dat er in 2024 geen ruimte in hun werkpakket isvoor aanvullend onderzoek en dat er geen voldoende uitgewerktmaatregelenpakket ligt. Wel zal het PBL onderzoek naar gedrag in detoekomst voortzetten.Appreciatie reactie PBLDe reactie van het PBL is herkenbaar. Hoewel er al veel onderzoeksrap-porten beschikbaar zijn met mogelijke maatregelen in verschillende matevan detail, is de samenstelling van een coherent maatregelenpakketuiteindelijk een politieke keuze en daarmee aan het volgende kabinet. Mitsspecifiek en concreet genoeg geformuleerd, kan een dergelijk pakket opbasis van kwantitatief onderzoek op zijn effectiviteit worden beoordeeld.Ondanks de uitdagingen met data en praktijkonderzoek is er de laatstejaren veel wetenschappelijk inzicht gekomen over gedrag en beleidsmaat-regelen. Deze inzichten worden in het beleid verwerkt en regelmatiggeëvalueerd in goede samenwerking met kennisinstellingen.Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkent het belang van hetfaciliteren en stimuleren van circulaire keuzes en het beschermen vanconsumenten tegen misleiding. Daarom zet het ministerie met hetNationaal Programma Circulaire Economie6 bewuster in op het stimulerenen faciliteren van gewenst circulair gedrag van burgers op basis van eenuitgewerkte gedragsstrategie7. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling enimplementatie van gedragsmaatregelen, zowel gericht op specifiekeproductgroepen (textiel, meubels en elektronische apparaten) als op meeralgemeen niveau.Communicatie toolbox bewustmakingsmaatregelen sigaretten-filtersTijdens het commissiedebat circulaire economie op 20 april 2023 istoegezegd dat de Kamer geïnformeerd zou worden over de toolbox voorsigarettenfilters. Deze toolbox komt voort uit de Regeling kunststofpro-ducten voor eenmalig gebruik8, waar in de toelichting is opgenomen dathet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in samenwerking metmaatschappelijke organisaties en het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, een toolbox zal ontwikkelen om gebiedsbeheerders te6Kamerstuk 32 852, nr. 2257Gedragsstrategie Burgers en circulaire economie | Rapport | Rijksoverheid.nl8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/regelingen/2022/03/29/bijlage-2a-ministeriele-regeling-kunststofproducten-voor-eenmalig-gebruikTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3153 ondersteunen bij het nemen van bewustmakingsmaatregelen op hetgebied van sigarettenfilters. De toolbox wordt per 1 juli 2024 gepubliceerdop de website Schouders onder Schoon9. Op deze website zijn naastcommunicatiemiddelen ook handleidingen en achtergronddocumenten tevinden.De toolbox is gebaseerd op gedragswetenschappelijk onderzoek met alsvoornaamste doel dat de boodschap bijdraagt aan het verminderen vanzwerfafval van sigarettenfilters, maar niet leidt tot het bevorderen vanroken. Aanvullend is als doel gesteld dat de toolbox een begrijpelijkeboodschap op een positieve wijze overbrengt. De uitgevoerde pre-test,waarbij de toolbox is getoond aan een online panel van ruim 500personen, heeft aangetoond dat de toolbox voldoet aan de gesteldedoelen.In Nederland komen jaarlijks tussen de 240 miljoen en 7,1 miljardsigarettenfilters in het zwerfafval terecht. De toolbox is ontwikkeld omdeze problematiek tegen te gaan. De centrale boodschap van de toolbox is«Maak ’m uit, gooi ’m in». Met deze boodschap wordt de doelgroepaangemoedigd om hun sigarettenfilter na het doven in de afvalbak tegooien. Naast het gebruik door gebiedsbeheerders is de toolbox geschiktvoor gebruik door andere sectoren zoals de zorg, het onderwijs en dehoreca.Zoals in de Kamerbrief van 19 april 202310 is benoemd, wordt ermomenteel nog een aantal verdere maatregelen uitgewerkt om zwerfafvalvan sigarettenfilters terug te dringen. Voor zowel de optie van eennationaal verbod op eenmalige filters als voor een rookverbod opstranden geldt dat deze maatregelen momenteel worden onderzocht endat de uitkomsten eind 2024 aan de Kamer worden toegestuurd.Vervolgonderzoek land- en tuinbouwplasticsIn het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 zijn land- entuinbouwplastics als een prioritaire productgroep benoemd binnen hetplasticbeleid, omdat er veel potentie is voor reductie, inzameling enrecycling. Daarom heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deonderzoeksbureaus Rebel en Tauw gevraagd te inventariseren welkebeleidsmaatregelen effectief zijn om de keten meer circulair te maken. Hetrapport geeft een beeld van de plasticstromen in de land- en tuinbouw-plasticsector en identificeert land- en tuinbouwfolies (zoals loopfolie,kuilfolie en afdekfolie) als de grootste productgroep binnen de land- entuinbouwplastics en is te vinden op rijksoverheid.nl.11Het advies van de onderzoekers is om voor deze productgroep uitgebreideproducentenverantwoordelijkheid (UPV) in te voeren. In een UPV wordenproducenten (financieel en organisatorisch) verantwoordelijk gemaaktvoor de inzameling, sortering en recycling van de producten die zij op demarkt brengen. Daarom komt er een vervolgonderzoek naar devormgeving van een UPV voor land- en tuinbouwfolies. In dat onderzoekwordt onder andere gekeken naar wat ambitieuze maar haalbareUPV-doelstellingen zijn en welke kosten er voor de sector aan zijnverbonden. Op basis van dit nog uit te voeren onderzoek, en na consul-tatie van de sector, wordt de Kamer nader geïnformeerd.9www.schoudersonderschoon.nl/toolboxen10Kamerstuk 30 872, nr. 291.11https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/documenten/rapporten/2024/04/23/eindrapportage-verkenning-land-en-tuinbouwplasticTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3154 Monitoring drankverpakkingen in het zwerfafvalBij deze brief treft u tevens de rapportage aan over de monitoring vandrankverpakkingen in het zwerfafval. Met deze monitor worden iederhalfjaar de ontwikkelingen van blikjes en plastic flessen in het zwerfafvalin kaart gebracht. De bijgevoegde rapportage geeft de resultaten tot enmet de tweede helft van 2023 weer.Uit de monitoring blijkt dat de daling die sinds de invoering van statiegeldwordt waargenomen in het aantal plastic flessen kleiner dan 1 liter dat inhet zwerfafval wordt aangetroffen, stabiliseert. De daling ten opzichte vande eerste helft van 2020 (de laatste metingen voor invoering vanstatiegeld op kleine plastic flessen) blijft licht boven de 60 procentuitkomen. Het is positief dat het effect van statiegeld structureel lijkt tezijn. Zoals bij de Tweede Kamer bekend is, loopt op dit moment eenhandhavingstraject van de Inspectie Leefomgeving en Transport, omdatde wettelijke doelstelling om 90 procent van de plastic flessen die op demarkt worden gebracht weer in te nemen niet wordt gehaald. Als deinnamecijfers dichterbij deze doelstelling komen, valt ook een verderpositief effect te verwachten in de zwerfafvalmonitor. Dit zal moetenblijken in toekomstige metingen.Deze monitoring geeft ook drie metingen weer in de periode waarin ookstatiegeld op drankblikjes van toepassing is (in aanvulling op een enkelemeting over de eerste helft van 2023). Hoewel het nog te vroeg is omconclusies te trekken, valt ten opzichte van de tweede helft van 2022(laatste halfjaar voor invoering van statiegeld op blikjes) een afname vanhet aantal blikjes in het zwerfafval waar te nemen die ligt tussen de54 procent en 59 procent.Zoals bij de Tweede Kamer bekend is, wordt dit jaar een evaluatie van deregelgeving voor statiegeld uitgevoerd. De resultaten van de monitoringworden hierbij betrokken.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3155

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a953b0615ca5b380

14 okt 2026 · 14473ba72759aa28

13 okt 2026 · 68adf5b8853c2f8a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.