Voortgang Kaderrichtlijn Water
Brontekst
Versie ba657136a38386c5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625WaterbeleidNr. 742 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2026Nederland is de economisch sterkste delta van de wereld. In deze delta isvoldoende, schoon en gezond water essentieel voor mens en natuur: voorgebruik als drinkwater, voor onze landbouw en industrie, onze recreatie enals leefgebied voor dieren en planten. Dit is de basis voor onze welvaarten ook alle investeringen die de overheid doet. Het kabinet heeft daaromin het coalitieakkoord de ambitie opgenomen om de waterkwaliteitstructureel te verbeteren. Hier zit wel spanning, waarbij het kabinet zichinzet om onze concurrentiepositie en ons investeringsklimaat niet teverslechteren.De kwaliteit van ons oppervlaktewater en grondwater blijft een urgenteopgave. Nederland moet uiterlijk in 2027 voldoen aan de doelen van deKaderrichtlijn Water (KRW). Daarom werken we samen met provincies,waterschappen en andere partners aan een samenhangende aanpak omde belasting van water door nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen enandere verontreinigende stoffen terug te dringen. Ook verbeteren we deinrichting van onze wateren, versterken we het toezicht op lozingen enverbeteren we de monitoring van de waterkwaliteit.Ik zie dat de inspanningen en resultaten sinds de start van hetKRW-impulsprogramma in 2023 fors zijn toegenomen. We voldoen nu aanruim 83% van de doelen van de KRW. Dit percentage zal richting 2027toenemen, maar – ook met de extra inspanningen – niet op 100%uitkomen. Naar verwachting zal geen enkele lidstaat in 2027 alleKRW-doelen behaald hebben. Daar waar nodig, mogelijk en verstandigmaken we daarom gebruik van de legitieme uitzonderingen die de KRWbiedt. Door volop in te blijven zetten op verbeteren van de waterkwaliteitproberen we ook de risico’s op Europese bezwaren en bij nationalerechtszaken zoveel als mogelijk te beperken. Hiermee verwachten we in2027 nagenoeg geheel te voldoen aan de voorwaarden van de KRW. kst-27625-742ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7421 In de afgelopen periode zijn mooie resultaten geboekt. Een selectiedaaruit:–Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft samenmet de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid enNatuur (LVVN) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en met deSportvisunie, Unie van Waterschappen en de Europese brancheorgani-satie voor sportvishandelaren de samenwerkingsovereenkomstSportvisserij Loodvrij 2026–2029 ondertekend1.–De provincie Gelderland is het programma «Indirecte lozingen»gestart2 en werkt samen met gemeenten, omgevingsdiensten,waterschappen en Rijkswaterstaat in een 5-jarig traject aan schonerwater in beken en rivieren.–In de Overijsselse Vecht is een nieuwe vispassage opengesteld3. Doorde nieuwe vispassage kunnen meer vissoorten langs de stuwzwemmen. Een belangrijke stap voor de natuur in en rond de Vecht.–Onderzoeksinstelling KWR en IenW zijn een grootschalig projectgestart over innovatieve monitoring van waterkwaliteit bij twintigrioolwater-zuiveringsinstallaties (rwzi’s)4. De uitkomsten leveren kennisop voor waterkwaliteitsbeheer, beleid en implementatie van Europeseregelgeving.–In de Maasregio is een Maasbrede methodiek ontwikkeld om meer gripte krijgen op indirecte lozingen. Daarbij zijn pilots uitgevoerd,waaronder in de gemeente Heusden5.–Op 2 maart 2026 heeft IenW een bestuurlijk symposium «waterkwali-teit: oplossingen in de keten» georganiseerd. Bij dit symposium zijnruim 50 bestuurders met elkaar in gesprek gegaan over de afvalwater-keten en toezicht en handhaving bij glastuinbouw. De slotverklaringvan dit symposium is bij deze brief gevoegd (bijlage 2).Samenhang met andere onderwerpenVoor het beperken van agrarische emissies van nutriënten werk ik samenmet de Minister van LVVN aan het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. DeMinister van LVVN heeft de Kamer op 22 mei jl. geïnformeerd over devoortgang en planning hiervan6. In het coalitieakkoord is de ambitievastgelegd om met de plantaardige sectoren een nationaal, bindendconvenant te sluiten, om het gebruik van schadelijke gewasbeschermings-middelen fors terug te dringen. Voor de inzet en voortgang op dit dossierverwijs ik naar de brieven van de Staatssecretaris van LVVN7.In de beleidsbrief van IenW van 24 april 20268 is aangegeven datNederland bij de herziening van de KRW inzet op vereenvoudiging. Doel iseen ambitieuze en realistische richtlijn die ruimte biedt om samen metwaterpartners concrete plannen uit te voeren en zo de risico’s vanwatervervuiling te verkleinen. Voor de invulling hiervan verwijs ik naar deKamerbrief die de Kamer op 1 juni heeft ontvangen9.1https://www.sportvisunie.nl/nl/nieuws-media/actualiteiten/sportvisunie--loodvrije-sportvisserij2https://www.gelderland.nl/nieuws/start-programma-indirecte-lozing-voor-schoner-water3https://www.vechtstromen.nl/projecten/actuele-projecten/vecht-marienberg/updates/marienberg/nieuwe-vispassage-stuw-marienberg/4https://www.kwrwater.nl/actueel/kwr-en-rijkswaterstaat-starten-grootschalig-monitoringsproject/5https://www.schonemaaswaterketen.nl/nieuws/gemeente-heusden-onderzoekt-schadelijke-stoffen-in-riool-met-beperkte-inzet-grote-stappen-mogel/6Kamerstukken 33 037, nr. 6457Kamerstukken 27 858, nrs. 745 en 7648Kamerstukken 36 800 XII, nr. 349Kamerstukken 27 625, nr. 740Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7422 In de nu voorliggende brief wordt ingegaan op een aantal openstaandemoties en toezeggingen uit het commissiedebat Water van 24 september2025 en het wetgevingsoverleg Water van 2 februari 202610, waaronder detoezegging om een brief over de KRW te sturen11, zoals ook bevestigd inhet wetgevingsoverleg voorjaarsnota van 18 mei jl.12. Deze brief bouwtvoort op de brief over de voortgang rond de KRW van 18 juli 202513.Voortgang uitvoering stroomgebiedbeheerplannen 2022–2027Het landelijk dashboard KRW rapporteert over de voortgangsstatus vanmaatregelen en de verwachting ten aanzien van volledige uitvoering eind2027. In juni 2026 heeft het Bestuurlijk Overleg Water het landelijkedashboard met de stand tot 1 januari 2026 vastgesteld. Het dashboard isbijgevoegd bij deze brief (bijlage 3).Mijn ambtsvoorganger heeft eind 2025 en begin 2026 een tweede rondeformele voortgangsgesprekken gevoerd met alle individuele gedepu-teerden over de voortgang van de KRW in hun regio. Deze gesprekkenover de KRW zorgen voor bestuurlijke scherpte, een groter gevoel vaneigenaarschap en versnelling van maatregelen. Er is met de provinciesgesproken over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen uit dederde ronde stroomgebiedbeheerplannen (SGBP3, 2022–2027). Daarbij iswaardering uitgesproken voor de inzet van provincies en andere regionalepartners bij de uitvoering van de KRW. Partijen zetten zich in om deuitvoering te versnellen, bijvoorbeeld via regionale impulsprogramma’s.Tegelijkertijd is gesignaleerd dat vertragingen kunnen ontstaan dooronder meer grondverwerving, beperkte personele capaciteit, juridischeprocedures en lange uitvoeringstermijnen.Daarnaast is gesproken over uitdagingen rond indirecte lozingen,gewasbeschermingsmiddelen, PFAS en nutriënten, waarbij het belang vangoede samenwerking tussen overheden, omgevingsdiensten, bedrijfs-leven en kennispartners breed wordt onderschreven. Provincies vervullenhierin een belangrijke regionale regierol en zetten samen met water-schappen en gemeenten stappen om de uitvoering verder te versterken.Voorbereiding stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033In januari 2026 is het definitieve werkprogramma voor destroomgebiedbeheer-plannen 2028–2033 gepubliceerd14. Waterbe-heerders zijn nu hard bezig om de benodigde gegevens aan te leveren,zoals actualisatie van de doelen, motivering van uitzonderingen (deverantwoording, zie toelichting verderop in deze brief), de voorbereidingvan het maatregelenpakket voor 2028–2033 en gesprekken met debuurlanden en in riviercommissies. In het Informatiehuis Water zijnhierover afspraken gemaakt over wat wanneer aangeleverd moetworden15.In het bestuurlijk overleg KRW van 28 mei jl. hebben alle betrokkenoverheden aangegeven dat ze op schema liggen om de ontwerpstroom-gebiedbeheerplannen tijdig af te ronden. Ook Rijkswaterstaat is vol opstoom voor de rijkswateren. Ik verwacht dat het kabinet eind dit jaar de10Het gaat om de volgende toezeggingen en moties: 36 800 J, nr. 26 (motie van de leden Van derPlas en Heutink), 36 800 J, nr. 15 (motie van het lid Kostic´), TZ202602-010, TZ202602-014,TZ202510-102, 27 625, nr. 686 (motie van de leden Stoffer en Gabriels) en TZ202510-101.11TZ202602-01012TZ202605-05113Kamerstukken 27 625, nr. 71614https://www.platformparticipatie.nl/stroomgebieden/default.aspx15https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/spoorboekje-krwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7423 ontwerpstroomgebiedbeheerplannen volgens planning vast kan stellen enze daarna ter inzage kan leggen.Chemische stoffenNederland heeft ca. 125 chemische stoffen waarvoor onder de KRW eennorm geldt. Voor bijna tweederde van deze stoffen voldoen we aan degestelde norm. Ruim veertig KRW-genormeerde stoffen vormen landelijkof regionaal nog een probleem16. De stoffen die het vaakst niet aan denorm voldoen zijn polybroomdifenylethers (PBDE’s oftewel brandver-tragers), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), gewasbe-schermingsmiddelen, biociden en diverse metalen.Voor de aanpak van deze probleemstoffen is vanuit hetKRW-impulsprogramma een uitvoeringsplan chemische stoffenopgesteld. De uitvoering van het plan is een belangrijk onderdeel van demet het KRW-impulsprogramma ingezette eindsprint tot eind 2027. Debetrokken partners hebben goede stappen gezet met de uitvoering vanhet uitvoeringsplan. Ook na 2027 zal een deel van de maatregelen ominzet vragen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het verder versterken vanvergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het KRW-proofmaken van de afvalwaterketen.In bijlage 1 van deze brief wordt nader ingegaan op de voortgang van hetuitvoeringsplan chemische stoffen. Zoals toegezegd aan de TweedeKamer17 is gezamenlijk met het bestuurlijk overleg KRW een landelijkdashboard ingericht voor indirecte lozingen. Het is een dashboard ophoofdlijnen en kwalitatief van aard. Het dashboard is een separate bijlagebij deze brief (bijlage 4).Beekdalenaanpak en grondwaterbeschermingsgebiedenVoor de beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden liggen nogstevige opgaven vanuit de landbouw op gebied van nutriënten engewasbeschermings-middelen. Aan de Kamer is toegezegd18 dat ugeïnformeerd wordt hoe dit na het wegvallen van het NationaalProgramma Landelijk Gebied ingevuld wordt. Het coalitieakkoord heefthier extra ambitie op gezet die vorm krijgt via de Taskforce Landbouw,Natuur en Stikstof. Op 27 maart heeft de Kamer de aanpak ontvangen vande Minister van LVVN19. Tot en met 2035 wordt 1,25 miljard eurovrijgemaakt voor het bieden van incidentele compensatie in de meestkwetsbare water-gebieden, zoals beekdalen en grondwaterbeschermings-gebieden, waar het agrarische grondgebruik wordt geëxtensiveerd tenbehoeve van de doelen van de KRW.Er liggen inmiddels diverse analyses die richting geven bij welke concretebeekdalen de meeste nutriëntenwinst te boeken is, zoals bijvoorbeeld eendoorrekening door Deltares van de effecten van maatregelen in bredebufferzones langs beekdalen, maatregelen die als doel hebben om dedoelen van de KRW voor nutriënten te halen20. Ook voor grondwaterbe-schermingsgebieden is op basis van verschillende onderzoeken duidelijkwaar de opgaven liggen voor nutriënten en bestrijdingsmiddelen. Ditwordt ook meegenomen in het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat zichricht op de nutriënten opgaven in de volle breedte van Nederland. De16https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/stoffenlijst-krw-impuls/17TZ202510-10218TZ202510-10119Kamerstukken 36 800 XIV, nr. 8020https://open.overheid.nl/details/d9bd04e1-d2f4-4f2f-a3c6-35405ffd549cTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7424 concrete uitwerking, samen met de regionale overheden, zal via detrajecten van de taskforce en het 8eactieprogramma Nitraatrichtlijn met deKamer gedeeld worden.Verankering in regelgeving, inclusief voortgang inbreukprocedureVerdere verankering van afspraken in de regelgeving, om zo beter aan deKRW-verplichtingen te kunnen voldoen, is belangrijk, zoals ook de Raadvoor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in 2023 adviseerde.21 Dezeverbeterde verankering in wetgeving is in volle gang. Ook zijn we bezigmet verankering van een uniform toetsingskader waterkwaliteit in rijks- enregionale wateren. Hieronder wordt dit nader toegelicht.InbreukprocedureOp 25 juli 2024 is de Europese Commissie een inbreukprocedure gestarttegen Nederland voor het gedeeltelijk niet correct implementeren van deKRW. De Commissie is van mening dat Nederland de KRW niet correctheeft geïmplementeerd omdat onder meer het periodiek actualiseren vanvergunningen voor wateronttrekkingsactiviteiten onvoldoende in deNederlandse wetgeving is geregeld.Ter opvolging hiervan zijn wijzigingen in voorbereiding van de Neder-landse wet- en regelgeving. Onlangs is een ontwerpwetsvoorstel inconsultatie gegaan dat strekt tot wijziging van de Omgevingswet.22 Hierinwordt onder meer voorgesteld om – naast de al bestaande verplichtingvoor omgevingsvergunningen voor lozingsactiviteiten – ook bijomgevingsvergunningen voor wateronttrekkingsactiviteiten regelmatig tebezien of de voorschriften daarvan nog toereikend zijn met het oog op demilieukwaliteit. Na verwerking van de zienswijzen en raadpleging van deAfdeling advisering van de Raad van State zal het wetsvoorstel aan deKamer worden gezonden.De nadere uitwerking van deze wetswijziging (zoals de termijn voor het«bezien») alsook de overige wijzigingen ter opvolging van de inbreukpro-cedure zullen hun beslag krijgen in een algemene maatregel van bestuur(AMvB). In deze AMvB wordt ook een uniforme meldplicht voor bepaaldewateronttrekkingsactiviteiten opgenomen. Bij de implementatie zal naasthet voldoen aan de vereisten van de KRW, ook oog zijn voor het investe-ringsklimaat in Nederland.Ter uitvoering van de motie van het lid Kostic´23 is in opdracht van hetMinisterie van IenW door het Expertisenetwerk zoetwater en droogte eenonderzoek uitgevoerd naar de vraag of de voorgenomen grens voor demeldplicht passend is om alle relevante onttrekkingen in kaart te brengenen of daarmee voldoende rekening wordt gehouden met cumulatieveeffecten van vele kleine onttrekkingen. De uitkomsten van dit onderzoekworden verwerkt in de AMvB die naar verwachting rond de zomer inconsultatie zal gaan. Na verwerking van de zienswijzen hierop zal deAMvB bij de Kamer worden voorgehangen. Daarbij ontvangt u dan ookhet, naar aanleiding van de motie van het lid Kostic´ verrichte onderzoek.Verankering uniform toetsingskader in regelgevingOm aan de KRW te kunnen voldoen moeten vergunningen verleendworden die passen binnen de KRW-doelstellingen. Verschillende21https://www.rli.nl/publicaties/2023/advies/goed-water-goed-geregeld?adview=inleiding22www.internetconsultatie.nl/wetsvoorstel-verbeterde-implementatie-krw23Kamerstukken 36 800 J, nr. 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7425 waterbeheerders hebben toetsingskaders ontwikkeld om deze beoor-deling te vergemakkelijken. Zowel bevoegde gezagen als het bedrijfslevenvragen om landelijke uniformiteit van de wijze van toetsing aan de KRW.Vanuit het KRW-impulsprogramma wordt daarom gewerkt aan het uiterlijkper 2027 wettelijk vastleggen van een uniform toetsingskader voor deverplichte toets aan de KRW-doelen bij meldings- en vergunningplichtigeactiviteiten. Dit uniforme toetsingskader bouwt voort op het eerder inopdracht van STOWA en enkele waterschappen ontwikkelde toetsings-kader.24 Hiertoe is een interbestuurlijk traject gestart door het Ministerievan IenW en de Unie van Waterschappen.Verantwoording 2027De KRW verplicht om een goede toestand te bereiken en dit geldt juridischals een resultaatsverplichting. Dat betekent dat de enige legitiemeredenen om een KRW-doel niet te halen, te vinden zijn in een aantalexpliciete bepalingen van de richtlijn: de «uitzonderingsmogelijkheden».Voor elke stof of elk kwaliteitselement dat op 22 december 2027 in eenwaterlichaam niet voldoet aan het KRW-doel, moet dus beoordeeldworden of een uitzonderingsmogelijkheid kan worden ingeroepen. Is datmogelijk, dan wordt aan de KRW voldaan, ook al is het KRW-doel nietgehaald. Net als in de afgelopen planperioden wordt ook in dezeplanperiode in Nederland gebruik gemaakt van de uitzonderingsmogelijk-heden. Dit is in lijn met de motie van de leden Van der Plas en Heutink dieoproept om maximaal gebruik te maken van de uitzonderingsgronden bijhet realiseren van de doelen van de KRW.25Om de waterbeheerders te ondersteunen bij het succesvol inroepen vande uitzonderingsmogelijkheden worden door het KRW-impulsprogrammaverschillende producten ontwikkeld. Dit betreft handreikingen, eenkoepelnotitie en standaardmotiveringen. Hiermee kunnen waterbe-heerders aan de slag bij het voorbereiden van de motivering van deuitzonderingsmogelijkheden. Bovendien is een helpdesk beschikbaar enwordt na het invullen van de uitzonderingen door de waterbeheerderssteekproefsgewijs de kwaliteit daarvan in het stroomgebiedbeheerplangeborgd. Alle benodigde informatie wordt gepubliceerd op www.iplo.nl.26Grensoverschrijdende problematiek DinkelDe doelen van de KRW worden deels door de Europese Unie vastgestelden deels door de afzonderlijke lidstaten. Wanneer een lidstaat zelf doelenvaststelt, moet dat gebeuren binnen de strakke kaders van de KRW.Binnen die kaders bepaalt elk land zijn ecologische doelstellingen. Ditwordt in Europees verband afgestemd zodat een vergelijkbaar watertypeoveral in Europa op een vergelijkbare manier wordt beoordeeld. Dit trajectwordt intercalibratie genoemd. Doelen voor een aantal stoffen, waarondernutriënten zijn er op gericht de ecologische doelstellingen te kunnenrealiseren. De lidstaten stellen deze normen zelf vast, maar zijn daarbijgehouden aan de kaders van de richtlijn. Desondanks kunnen er tussen delidstaten verschillen ontstaan in de beoordeling.In het wetgevingsoverleg van 2 februari jl. is aan het lid Heutinktoegezegd om de Kamer binnen zes maanden nader te informeren over destand van zaken met betrekking tot de Dinkel27.24https://www.stowa.nl/publicaties/toetsingskader-waterkwaliteit-voor-regionale-wateren25Kamerstukken 36 800 J, nr. 2626https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/uitvoering-kaderrichtlijn-water/krw-impulsprogramma/krw-verantwoording/27TZ202602-014Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7426 De Dinkel is een kleine rivier die ontspringt in Noordrijn-Westfalen inDuitsland en bij Losser Nederland binnenstroomt. Vervolgens verlaat dezerivier Nederland weer boven Ootmarsum om in Nedersaksen in de Vechteen uiteindelijk in de Overijsselse Vecht uit te monden. De beoordeling vannutriënten in Nederland verschilt met die van Duitsland. Echter, het is nietzo dat de beoordeling in Duitsland minder streng is. De normen zijnvergelijkbaar en op onderdelen in Duitsland strenger:–De normen voor fosfor zijn in Duitsland strenger.–De normen voor ammoniumstikstof zijn in Duitsland aanzienlijkstrenger.–De normen voor totaal stikstof zijn met Nedersaksen vergelijkbaar.Voor Noordrijn-Westfalen is dat ook het geval voor de Rijn. Nederlanddringt er in bilateraal overleg met Noordrijn-Westfalen op aan dezelfdenormen als Nedersaksen toe te passen voor alle grensoverschrijdendewateren.De Dinkel voldoet ook aan Duitse zijde momenteel niet aan alle normenvoor nutriënten.Waterschap Vechtstromen is de beheerder van de Dinkel en geeft op zijnwebsite een overzicht van verschillen in de beoordeling van nutriënten28.Waterschap Vechtstromen is ook de beheerder van enkele anderegrensoverschrijdende beken en rivieren. In een deel van deze beken is dewaterkwaliteit op de grens nog niet voldoende. Om afwenteling tevoorkomen en – waar dit toch aan de orde is – tegen te gaan zijnwaterbeheerders met elkaar in overleg. Zo is in 2024 het traject van «JointFact Finding» gestart met de buurlanden. Dit verloopt in constructievesfeer, maar betreft tot nog toe vooral het op een rij krijgen van alleinformatie. Een vervolgstap die de waterbeheerders momenteel zetten, ishet bespreken met de buurlanden of en hoe afwenteling voorkomen kanworden. Dat betekent dat we de buurlanden vragen ervoor te zorgen dathet water op de grens voldoet aan de Nederlandse kwaliteitseisen. VoorNederland is dat essentieel om de waterkwaliteit zowel in het binnenlandals in de Noordzee veilig te kunnen stellen. Daar waar de doelen (mede)door belasting uit het buitenland niet worden behaald, doen we beroep opeen uitzondering in de stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 en welichten de Europese Commissie in met het verzenden van de definitieveplannen eind 2027.In een aantal gevallen zal ook het buurland geen handelingsperspectiefhebben, zoals bijvoorbeeld voor enkele stoffen die via atmosferischedepositie in het water terecht komen. In dat geval zullen we dat samenmet de buurlanden aan de Europese Commissie rapporteren en vragenom een oplossing.Tot slotWaterkwaliteit is van ons allemaal. De grote inzet van alle partijen om dewaterkwaliteit te verbeteren is zeer te waarderen en is ook nodig omrisico’s op Europese bezwaren en bij nationale rechtszaken te beperken.Ook al halen we niet tijdig alle KRW-doelen, we kunnen waarschijnlijk welaan de voorwaarden van de KRW voldoen. De voorbereiding op deverantwoording is daarom in volle gang. Waterkwaliteit blijft een grote28https://www.vechtstromen.nl/werk/natuur-waterkwaliteit/kaderrichtlijn-water-krw/waterkwaliteit-grenswateren/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7427 inzet vragen van ons allemaal, ook ná 2027. Alleen dan kunnen weovertuigend verantwoorden dat we voldoen aan de voorwaarden van deKRW.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7428 Voortgang uitvoeringsplan chemische stoffenDe aanvullende inzet op deze chemische stoffen is vanuit hetKRW-impulsprogramma uitgewerkt tot een uitvoeringsplan met eenpakket van 15 maatregelen. De maatregelen zijn schematisch weerge-geven in onderstaande figuur. Begin 2025 is in het Bestuurlijk OverlegKRW29 door alle partners commitment uitgesproken om zich volop in tezetten voor de uitvoering van het plan. Deze bijlage beschrijft devoortgang van de uitvoering van de maatregelen.Aanvullende maatregelen: monitoring en bronanalyseMaatregel 1, 2 en 3De waterschappen en Rijkswaterstaat hebben verbeteringen doorgevoerdin de monitoring van chemische stoffen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld omhet gebruiken van verbeterde analysemethoden of het meewegen vanmetingen in biota (levende organismen zoals vissen en schelpdieren) bijde toestandsbepaling. Hierdoor krijgen de waterbeheerders een beterbeeld van waar nog normoverschrijdingen zijn. De verbeteringen hebbenertoe geleid dat bij de toestandsbepaling 2025 het aantal «niet toetsbare»doelen met ca. 1.000 is afgenomen ten opzichte van de toestandsbepaling2024. Een aantal stoffen blijft – ook met verbeterde methoden – zeermoeilijk meetbaar. Het gaat hierbij met name om werkzame stoffen ingewasbeschermingsmiddelen, biociden en diergeneesmiddelen, zoalsdeltamethrin, lambda-cyhalothrin en cypermethrin. Ook onderzoekt IenWsamen met het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen ende Vewin de mogelijkheden om een landelijke meetronde in het bovenstegrondwater uit te voeren, om zo sneller verontreiniging van grondwater tekunnen opsporen en aanpakken.Deltares heeft in opdracht van IenW aanvullend onderzoek uitgevoerdnaar regionale verschillen in natuurlijke achtergrondconcentraties vanmetalen30. Voor een aantal metalen blijken de natuurlijke achtergrondcon-centraties hoger te zijn dan tot nu toe is meegewogen in het toestands-29Deelnemers aan het Bestuurlijk Overleg KRW zijn de Minister van IenW, de Minister van LVVN,het Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen, Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG), en de (vice)voorzitters van de vijf Regionale Bestuurlijke Overleggen.30https://www.deltares.nl/expertise/publicaties/regionale-variaties-achtergrondconcentraties-metalen-in-oppervlaktewaterFiguur 1: overzicht aanvullende maatregelen en inzet op chemische stoffenBIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7429 oordeel. In de ontwerpstroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 zal bij detoestandsbepaling voor metalen rekening worden gehouden met dezeregionale variatie in achtergrondconcentraties. De verwachting is dathierdoor het aantal normoverschrijdingen voor metalen fors zal afnemen.Voor de regionale variatie in natuurlijke achtergrondconcentraties vanammonium is een vergelijkbaar onderzoek gestart. Bij de toestandsoor-delen voor de definitieve stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033 zalhiermee rekening worden gehouden.Voor een zestal stoffen is landelijk een bronanalyse uitgevoerd31. Ookworden verspreid over het land diverse regionale bronanalyses uitge-voerd als onderdeel van de ontwikkeling van een aanpak om grip tekrijgen op indirecte lozingen. Bij maatregelen 13 tot en 15 wordt hierverder op ingegaan. Rijkswaterstaat voert gesprekken met de water-schappen om de regionale oorzaken voor normoverschrijdingen in derijkswateren te achterhalen en aan te pakken.Aanvullende maatregelen: gewasbeschermingsmiddelen, biocidenen diergeneesmiddelenIn het coalitieakkoord is de ambitie vastgelegd om met de plantaardigesectoren een nationaal, bindend convenant te sluiten, om het gebruik vanschadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors terug te dringen. DeStaatssecretaris van LVVN heeft op 17 april jl. de Kamer geïnformeerdover het proces om te komen tot dit convenant32. Ook is de Kamer inaanloop naar het debat over gewasbeschermingsmiddelen van 11 juni2026 per brief geïnformeerd33 over de voortgang van dit dossier. Voor eengroot deel van onderstaande maatregelen 4 tot en met 10 van hetuitvoeringsplan chemische stoffen, wordt verwezen naar deze Kamer-brieven.Toelating (maatregel 4 en 5)IenW en LVVN werken aan een nieuwe methodiek om de toelating vangewasbeschermingsmiddelen af te stemmen op 11 KRW-genormeerdestoffen die de normen structureel overschrijden. Wageningen Research(WR) en Deltares werken aan een wetenschappelijk model dat beschrijfthoe toelatingen moeten worden beoordeeld aan de KRW-normen inKRW-waterlichamen. Het interim- model is opgeleverd en wordt in 2026verder ontwikkeld tot de definitieve beoordelingsmethodiek. Naarverwachting kan het Ctgb vanaf begin 2027 starten met de herbeoorde-lingen op basis van 11 KRW-genormeerde stoffen.Daarnaast is het van belang dat in de toekomst de normstelling vantoelatingscriteria en KRW- milieukwaliteitsnormen voor in ieder geval deEU geharmoniseerde prioritaire stoffen op elkaar worden afgestemd. Datzorgt voor een gelijk speelveld tussen EU-lidstaten. De EuropeseCommissie is begin dit jaar ambtelijk geïnformeerd over deze Neder-landse wens.31Studie Deltares 2025 (https://publications.deltares.nl/11211546_011_0001.pdf) en studieArcadis/Aveco de Bondt 2026 (https://open.overheid.nl/details/3ea63b32-60a1-4664-9d0b-0a58de416321)32Kamerstukken 27 858, nr. 74533Kamerstukken, nr. 2026Z12683Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74210 Toezicht en handhaving (maatregel 6 en 7)Ook vanuit toezicht en handhaving wordt bijgedragen aan het doelbereikKRW. Op verschillende manieren wordt gewerkt om de beperktbeschikbare capaciteit zo goed mogelijk in te zetten. IenW spreektregelmatig met de betrokken organisaties die een rol hebben in toezichten handhaving zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT),Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Unie van Water-schappen en Omgevingsdienst NL. De ILT en de NVWA hebben dekrachten gebundeld en een programma «samen voor schoner water»uitgewerkt om te werken aan de verbetering van de waterkwaliteit. Alsonderdeel van het programma is het Drentsche Aa-gebied geselecteerdals pilotgebied34.Ook stimuleert IenW een snellere terugkoppeling van monitoringsresul-taten zodat adequaat, en nog tijdens een groeiseizoen, een relatie kanworden gelegd tussen het handelen van agrariërs en loonwerkers envastgestelde normoverschrijdingen. Hiermee kan gebruik van gewasbe-schermingsmiddelen tijdig worden aangepast en het toezicht daaropgerichter worden ingezet. Ook helpt het voorkomen dat het aanzien vande sector als geheel wordt bezoedeld door laakbaar handelen van eenindividu. In opdracht van IenW is een handreiking voor gebiedsgerichteterugkoppeling35 opgesteld. De handreiking is in 2025 in diverse pilotpro-jecten toegepast en de leerervaringen zijn tussen de projecten uitge-wisseld.Bijvoorbeeld in de glastuinbouw werken waterschappen samen metGlastuinbouw Nederland met een gebiedsgerichte aanpak. Bij dezeaanpak gaan telers met elkaar op zoek naar de oorzaken van waterkwali-teitsproblemen. Zij spreken elkaar aan wanneer knelpunten wordengeconstateerd en zorgen ervoor dat deze worden verholpen. Gedurendehet proces meten de telers zelf de kwaliteit van de watergangen in hungebied om het effect van de maatregelen te kunnen monitoren. Ookwaterschappen brengen vooraf en achteraf de waterkwaliteit in kaart. Inde eerste gebieden zijn op deze manier positieve resultaten behaald. Inbijvoorbeeld hoogheemraadschap Delfland wordt vaker en gerichtergecontroleerd en zijn overtredingen strenger aangepakt36. In hetbestuurlijk symposium «waterkwaliteit: oplossingen in de keten» van2 maart 2026 hebben diverse bestuurders gesproken over de rol vantoezicht en handhaving in de glastuinbouw en de rol van strafrecht hierbij.In bijlage 2 van deze brief is de slotverklaring van dit bestuurlijksymposium opgenomen.Toepassing en gebruik (maatregel 8, 9 en 10)Voor de voortgang van het Uitvoeringsprogramma ToekomstvisieGewasbescherming 2030 en de relatie met het te sluiten convenantgewasbescherming, wordt de Kamer geïnformeerd door de Staatssecre-taris van LVVN.Onder de vlag van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) wordtgewerkt aan maatregelen voor voldoende en schoon water, zoalsmaatregelen om emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar hetwater te beperken. Financiering vanuit IenW speelt een cruciale rol. DeDAW-impulsregeling heeft, inclusief 50% cofinanciering, geleid tot 4234https://www.hunzeenaas.nl/start-pilot-samen-voor-schoner-water-in-het-drentsche-aa-gebied/35https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2025/12/31/handreiking-gebiedsgerichte-terugkoppeling-update-202536https://www.hhdelfland.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2026/februari/delfland-versterkt-toezicht-handhaving/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74211 miljoen aan projecten op het gebied van waterkwaliteit, waterkwantiteiten duurzaam bodembeheer.37 De projecten zijn t/m 2027 in uitvoering.Aanvullend levert IenW gedeeltelijk de financiering voor het PlatformDuurzame Glastuinbouw (PDG), waarin de overheden en de glastuin-bouwsector samenwerken om duurzaam te opereren en emissies vannutriënten en gewasbeschermingsmiddelen vanuit kassen te beperken.Advisering van glastuinbouwbedrijven door watercoaches, gericht op hetverbeteren van de waterkwaliteit, is verder uitgebreid, met financieringvanuit verschillende overheden, zoals bijvoorbeeld de DAW impulsre-geling van IenW.Biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouwHet Ministerie van IenW is verantwoordelijk voor biociden en voorgewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. De Staatssecretarisvan IenW zal de Kamer rond de zomer informeren over de voortgang ophet biocidendossier en over het impulsprogramma chemische stoffen.Aanvullende maatregelen: metalen, PAK’s en industriechemi-caliënStoffenbeleid en algemene regels (maatregel 11 en 12)Er is een eerste inventarisatie gedaan van de activiteiten uit het Bal(Besluit activiteiten leefomgeving) en in hoeverre de algemene regelsKRW-proof zijn. Besloten is om eerst meer inzicht te verkrijgen vanuit deinitiatieven rondom indirecte lozingen (zie ook het dashboard indirectelozingen in bijlage 4) en de afvalwaterketen KRW-proof (maatregel 15),alvorens te starten met het bezien en herzien van algemene regels. Ookzal in het kader van de opvolging van de inbreukprocedure invullingworden gegeven aan het bezien van algemene regels.Vergunningverlening, toezicht en handhaving (maatregel 13 en 14)Lozingsvergunningen aan bedrijven worden vergund door Rijkswater-staat, provincies, waterschappen en gemeenten (via Omgevingsdiensten).De overheden bezien momenteel de KRW-relevante vergunningen enherzien deze waar nodig. Voorbeelden zijn IPPC-bedrijven38, de voedings-middelenindustrie, stortplaatsen en wasplaatsen op boerenerven diedirect op het water lozen. Bij zowel de vergunningverlening, als toezichten handhaving is de beschikbaarheid van de benodigde kennis en kundeeen aandachtspunt.De Minister van IenW heeft in het Commissiedebat Water van 2 februari jl.toegezegd39 om in te gaan op wat geleerd is van het actualiseren vanlozingsvergunningen door Rijkswaterstaat. Ook heeft de Staatssecretarisvan IenW in het Commissiedebat Externe Veiligheid van 10 juni jl.toegezegd ervaringen te delen die zijn opgedaan met het actualiseren vanbestaande vergunningen40.In reactie hierop kan worden aangegeven dat Rijkswaterstaat metprioriteit werkt aan het bezien en herzien van KRW relevante lozingsver-gunningen. Het bezien en herzien van vergunningen is arbeidsintensief en37https://agrarischwaterbeheer.nl/nieuws/daw-impulsregeling-is-krachtige-motor-achter-tientallen-projecten/38IPPC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control. Bedoeld worden bedrijven dievallen onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE).39TZ202602-01040TZ202606-122Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74212 vraagt om zeer specialistische kennis. Zoals eerder in de verzamelbriefvoor het Wetgevingsoverleg Water van 27 januari 202641 is gemeld, isextra capaciteit ingezet met als doel om uiterlijk eind 2027 alle relevantevergunningen te hebben geactualiseerd. Ook wordt gewerkt aan de inzetvan innovatieve middelen, zoals kunstmatige intelligentie (AI), dieondersteunend kunnen zijn en de doorlooptijd van specifieke takenkunnen verkorten.De ingezette aanpak laat zien dat in de voortgang een stijgende lijn zit endat we op koers zijn de deadline van eind 2027 te halen. Per maart 2026was het beeld hiervan als volgt: van de 211 IPPC-vergunningen zijn erinmiddels 195 bezien. Van die 195 zijn er tot nu toe 91 als zijnde actueelbeoordeeld danwel herzien. In geen geval was het bij het herziennoodzakelijk om direct in te grijpen, door bijvoorbeeld de lozingsver-gunning in te trekken.Het tempo van het bezien en herzien hangt mede af van de snelheidwaarmee bedrijven de benodigde gegevens aanleveren. Rijkswaterstaatbekijkt de mogelijkheden om deze gegevens sneller te verkrijgen.Daarnaast benutten bedrijven het bezien van de vergunning ook vaak alsmoment om een wijziging van hun lozingsactiviteiten aan te vragen. Ditleidt doorgaans tot een langere doorlooptijd. Hiermee kan Rijkswaterstaatin de toekomst meer rekening houden in de planning.Ook andere bevoegd gezagen actualiseren hun vergunningen. Dit is eencontinu proces waarbij ook nieuwe kennis moet worden betrokken.Ervaringen hierover worden uitgewisseld via de verschillende (bestuurlijk)overleggen over water, bodem en de KRW en de signalen die hieruitvoortkomen worden gebruikt om handreikingen voor bevoegd gezagen enbedrijven aan te passen en verfijnen. Concrete resultaten hiervan zijnonder meer de handreiking «PFAS als zzs»42 en de lopende doorlichtingvan het Handboek Immissietoets43.Als onderdeel van het «actieprogramma chemische stoffen bedrijven»zetten VNO-NCW en MKB-Nederland zich in om de relevantie van de KRWonder de bedrijven te vergroten. In april is via www.ondernemen.nl/krween communicatiecampagne over de KRW voor bedrijven gestart. Naasteen self assessment voor directe lozingen, is eind 2025 ook een selfassessment voor indirecte lozingen gelanceerd. Hiermee kunnen ook dekleinere bedrijven zelf hun bedrijfsactiviteiten checken op mogelijkestrijdigheden met de KRW. Vergunningverleners en toezichthoudershebben dan sneller de benodigde informatie beschikbaar.Afvalwaterketen KRW-proof (maatregel 15)De afvalwaterketen heeft een essentiële rol bij het halen van de waterkwa-liteitsdoelstellingen van de KRW. De Unie van Waterschappen en hetMinisterie van IenW hebben daarom een aanpak ontwikkeld om deafvalwaterketen KRW-proof te maken.De aanpak bestaat vier stappen (zie ook figuur 2):–Stap 1: monitoring en data verzamelingDe beschikbaarheid van relevante meetdata in het oppervlaktewater enin de afvalwaterketen is bepalend voor de kwaliteit van de geheleaanpak om de afvalwaterketen KRW-proof te maken.41Kamerstukken, 27 625, nr. 73542https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/pfas-zeer-zorgwekkende-stof-zzs/43Kamerstukken, 27 625, nr. 672Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74213 –Stap 2: emissieanalyseOm het effect op het oppervlaktewater van de afvalwaterketen in tekunnen schatten, worden er emissieanalyses bij alle rioolwaterzuive-ringsinstallaties (rwzi’s) uitgevoerd.–Stap 3: handelingsperspectiefOp basis van de uitkomsten uit de emissieanalyses worden hande-lingsperspectieven per stof/stofgroep opgesteld. Bij deze hande-lingsperspectieven wordt de hele afvalwaterketen benaderd; vanstoffenbeleid, vergunning, toezicht en handhaving tot (aanvullende)zuiveringsstappen.–Stap 4: vastlegging en borgingUitkomsten van de analyses en afspraken over maatregelen kunnenworden vastgelegd en geborgd binnen het huidige wettelijke kader.EmissieanalysesEen belangrijk onderdeel van de aanpak is het verbeteren van het inzichtin de lozing vanuit de rwzi’s door middel van emissieanalyses (stap 2). Indit traject zijn afgelopen periode grote stappen gezet.In de kamerbrief voortgang waterkwaliteitsbeleid en KRW van 27 juni202444 heeft IenW geconstateerd dat er onvoldoende zicht is op de impactvan (lozingen van effluent van) rwzi’s op de waterkwaliteitsdoelstellingenin het ontvangende oppervlaktewater. Daarnaast verplicht de KRW delidstaten om inzicht te verkrijgen in de impact van lozingen op deKRW-doelstellingen. Dit inzicht is een eerste stap om te kunnen bepalen ofen zo ja welke opgave er ligt voor de afvalwaterketen om de impact(emissies die leiden tot normoverschrijdingen) op de waterkwaliteit teverminderen.In opdracht van IenW is in 2025 een handreiking voor emissieanalyses bijrwzi’s opgesteld. In samenwerking met de waterschappen en de Unie vanWaterschappen wordt deze handreiking momenteel verbeterd en bij zevenwaterschappen getest. Deze «pilotgebieden» geven een eerste inzicht in44Kamerstukken, 27 625, nr. 672Figuur 2: schematische weergave stappen aanpak emissies afvalwaterketenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74214 de knelpunten en relevante inzichten uit de emissieanalyses. Na deevaluatie van de pilotgebieden worden naar verwachting vanaf 1 juli deoverige waterschappen benaderd om emissieanalyses uit te voeren. Hetdoel is om een emissieanalyse voor alle rwzi’s in Nederland uit te voerenom een uniform beeld van de impact van de afvalwaterketen op dewaterkwaliteit te krijgen. Deze informatie kan gebruikt worden om dehandelingsperspectieven van stap 3 in de aanpak afvalwaterketenKRW-proof op te stellen.VooruitblikIn de brief vooraf aan het WGO-water dit najaar zal opnieuw een standvan zaken gegeven worden over de aanpak afvalwaterketen KRW-proof.Op dat moment zullen de eerste uitkomsten uit de pilot-gebieden van deemissieanalyses en de start van de handelingsperspectieven gedeeldworden.Indirecte lozingenDe motie van de leden Stoffer en Gabriëls45 roept op om de aanpak vanindirecte lozingen die schadelijke stoffen lozen op KRW-waterlichamenaan te scherpen. Daarnaast wordt de regering verzocht om de rol vanwaterbeheerders te versterken. In de afgelopen periode is aan dit verzoekvoldaan door in te zetten op kennisontwikkeling en door het bestuurlijkgesprek tussen de verschillende waterbeheerders te faciliteren.De kennisontwikkeling over de aanpak van indirecte lozingen is versterktdoor middel van een Factsheet Indirecte Lozingen vanuit Stowa46. Hierinwordt de taakverdeling tussen de verschillende bevoegde gezagenuitgelegd op het gebied van VTH bij indirecte lozingen. Daarbij wordt hethandelingsperspectief en de verantwoordelijkheidsverdeling rondomindirecte lozingen duidelijk uitgelegd. Daarnaast is er een uitgebreiderachtergronddocument opgesteld.Het bestuurlijk gesprek heeft plaatsgevonden op het symposium van2 maart (waterkwaliteit: oplossingen in de keten). Op dit symposiumgingen bestuurders van IenW, waterschappen, provincies, gemeenten enomgevingsdiensten met elkaar in gesprek over, onder andere, deuitdagingen in de afvalwaterketen. Tijdens de gesprekken werd geconsta-teerd dat een wijziging in bevoegdheidsverdeling niet per definitie eenoplossing biedt voor de knelpunten die worden ervaren. In de gesprekkenwerd de nadruk gelegd op het handelingsperspectief wat er op ditmoment al is, de mogelijkheden binnen het vergunning-, toezicht- enhandhavingsstelsel en het belang van samenwerking binnen de afvalwa-terketen. Ook is er gespreken over de aanpak afvalwaterketen KRW-proof.Er is door middel van een slotverklaring steun uitgesproken voor dezeaanpak. De slotverklaring is als separate bijlage opgenomen bij deze brief.45Kamerstukken 27 625, nr. 68646https://www.stowa.nl/publicaties/factsheet-indirecte-lozingen-de-omgevingswet-taken-bevoegd-gezag-en-adviesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 74215
Gerelateerde bronnen
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer voor het eerstvolgende commissiedebat Water een brief over de Kaderrichtlijn Water sturen, waarin spec
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer voor het eerstvolgende commissiedebat Water een brief over de Kaderrichtlijn Water sturen, waarin specifiek wordt ingegaan op het handelingsperspectief tussen nu en de deadline eind december 2027, maar ook in de periode na 2027, en op wat er
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om in het Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Water (KRW) te vragen om een dashboard in te richten ten aanz
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om in het Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Water (KRW) te vragen om een dashboard in te richten ten aanzien van de indirecte vergunningen, dus de vergunningen die nu bij andere bevoegde gezagen liggen, en zal de Kamer hier in mei nader over inf
- De minister zegt toe aan het lid Schutz eerder toegezegde brieven over de eindspurt KRW en de drinkwaternoodzaak voor bedrijven uiterlijk twee weken voor het CD
De minister zegt toe aan het lid Schutz eerder toegezegde brieven over de eindspurt KRW en de drinkwaternoodzaak voor bedrijven uiterlijk twee weken voor het CD Water aan de Kamer te doen toekomen.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer na het Bestuurlijk Overleg Water van 4 april over de mogelijkheden die er zijn voor het inperke
De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer na het Bestuurlijk Overleg Water van 4 april over de mogelijkheden die er zijn voor het inperken van bezwaarprocedures bij drinkwaterwinning.
- In de volgende voortgangsbrief over PFAS wordt de Kamer geïnformeerd over de ervaring die is opgedaan met het actualiseren van bestaande vergunningen.
In de volgende voortgangsbrief over PFAS wordt de Kamer geïnformeerd over de ervaring die is opgedaan met het actualiseren van bestaande vergunningen.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer binnen zes maanden nader informeren over de stand van zaken met betrekking tot de Dinkel.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer binnen zes maanden nader informeren over de stand van zaken met betrekking tot de Dinkel.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om de Kamer in mei te informeren over de compenserende maatregelen die nodig zijn voor het halen van de KR
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om de Kamer in mei te informeren over de compenserende maatregelen die nodig zijn voor het halen van de KRW-doelstellingen na het wegvallen van het NPLG.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.