Verslag van een schriftelijk over Versneld LVB Schiphol (Kamerstuk 29665-556)
Brontekst
Versie 965f12d0b82214cc · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 665Evaluatie SchipholbeleidNr. 573 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 juli 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de brief van 7 mei 2025 over versneld LVB Schiphol(Kamerstuk 29 665, nr. 556).De vragen en opmerkingen zijn op 6 juni 2025 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 22 juli 2025 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman kst-29665-573ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5731 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie vanGroenLinks-PvdAVraag 1:De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat de belofte aande omwonenden om snel tot 20% hinderreductie te komen, niet wordtingelost. Het maatregelenpakket blijft steken op 15%. De geluidsreductiedoor autonome vlootvernieuwing is de afgelopen jaren reeds meermaalsaan de bewoners beloofd als vooruitzicht voor een meer leefbareomgeving. Zowel door de sector als door diverse Ministers. Deze afnamewordt nu weer opgevuld met meer luchtvaart en meer overlast en debelofte aan de omwonenden wordt wederom gebroken. Hoe verant-woordt de Minister deze gebroken beloftes?Antwoord:Het geluidsdoel van 20% reductie blijft staan. Wel heeft het kabinet in meibesloten dat het geluidsdoel naar de toekomst toe zal worden gewijzigd,en telt inderdaad vanaf november 2025 de autonome vlootontwikkelingmee in het behalen van het resterende percentage. De beleidswijzigingbetekent dat na 2025 autonome vlootvernieuwing onderdeel wordt van demaatregelen waarmee het resterende percentage van (naar verwachting)5% zal worden ingevuld. Hiertoe wordt het actieplan geluid aangepast,zodat het geluidsdoel in overeenstemming is met het besluit van hetkabinet. De exacte hoogte van het resterende percentage zal duidelijkworden na monitoring van de effecten van het pakket dat per 1 november2025 wordt ingevoerd. Daarnaast hecht het kabinet eraan te benadrukkendat de beleidswijziging niets verandert aan het pakket van 15% waartoe debalanced approach-procedure is doorlopen. Het kabinet heeft daarnaastduidelijkheid geboden door – nadat het totale doel van 20% reductie isbehaald – te kiezen voor beheerste groei met oog voor de omgeving. Dezebeheerste groei betekent dat de ruimte die ontstaat door verdereverstilling van de vliegtuigvloot gelijk verdeeld zal worden over deomgeving en de luchtvaartsector. Hiermee wordt perspectief gecreëerdvoor zowel omwonenden als de luchtvaartsector.Vraag 2:De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen verder vast dat veelafspraken met de sector om 15% of mogelijk later 20% reductie tebehalen, boterzacht zijn en niet zijn vastgelegd in wettelijke besluiten ofgesanctioneerde afspraken. Noch de resultaten, noch het tijdpad zijnafdwingbaar.Welke gevolgen heeft het niet tijdig behalen van de beloofde resultatenvoor de sector?Welke sancties volgen hierop?Waarom is de toename van 440.000 naar 478.000 vluchten niet voorwaar-delijk gemaakt aan die afspraken?Waarom heeft de Minister er geen rekening mee gehouden dat deluchtvaartsector zich de afgelopen decennia telkenmale een zeeronbetrouwbare partner heeft getoond?Welke lessen heeft de Minister bij het maken van deze afsprakengetrokken uit de rapportages van de Staatsagent KLM? Hoe zijn dezetoegepast?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5732 Antwoord:In het Actieplan omgevingslawaai Schiphol (2024–2029) is de geluidsdoel-stelling van 20% opgenomen, die binnen de planperiode moet wordenbehaald. Het kabinet heeft ervoor gekozen om dit geluidsdoel in tweefasen te behalen. In de eerste fase moet 15% worden behaald. Daarvoor iseen pakket aan maatregelen samengesteld, bestaande onder andere uitvlootvernieuwing, inzet stillere vliegtuigen in de nacht en tariefdifferen-tiatie. Daarover worden afspraken, al dan niet in de vorm van eenconvenant met KLM en Schiphol, gemaakt. De Kamer zal in het najaargeïnformeerd worden over deze afspraken.Als blijkt dat het geluidsdoel voor de eerste fase niet wordt gehaald, danmoet worden vastgesteld waardoor dit komt. Als dit komt omdatsectorpartijen afspraken niet zijn nagekomen, dan moet dat gevolgenhebben in de vorm van sancties zoals een boete.In zijn algemeenheid geldt dat het deel dat niet wordt gehaald bij hetgeluidsdoel voor de tweede fase wordt opgeteld. Uiteindelijk gaat het erom dat het geluidsdoel binnen de periode van het ActieplanOmgevingslawaai Schiphol 2024–2029 wordt bereikt.Dat er sprake is van een toename van 440.000 vliegtuigbewegingen naar478.000 vliegtuigbewegingen is een misvatting. Gedurende de balancedapproach-procedure hebben verschillende aantallen vliegtuigbewegingende revue gepasseerd, steeds in combinatie met andere typen maatregelenom het geluidsdoel te behalen. De balanced approach-procedure schrijftvoor dat voor het behalen van het geluidsdoel eerst maatregelen aan debron, in de ruimtelijke ordening en van procedurele aard moeten wordenoverwogen, voordat men toekomt aan een exploitatiebeperking. Kortgezegd: hoe meer maatregelen worden genomen in de eerste catego-rieën, hoe kleiner de capaciteitsbeperking kan worden. Gedurende debalanced approach-procedure is bovendien gekozen om het geluidsdoelin twee fasen te bereiken, wat van invloed was op de samenstelling vanhet pakket aan maatregelen en daarmee de benodigde capaciteitsbe-perking om de eerste fase van het geluidsdoel te behalen. Uiteindelijk inhet versneld LVB een aantal van 478.000 vliegtuigbewegingen handels-verkeer vastgelegd waarvan 27.000 in de nacht.Tot slot de vraag over lessen uit de rapportages van de Staatsagent. Uit deevaluatie van de coronasteunmaatregelen volgt onder meer dat deformulering van de voorwaarden in sommige gevallen beter had gekund.Er is ook onvoldoende rekening gehouden met onvoorziene omstandig-heden bij de gestelde (bedrijfseconomische) voorwaarden. Ook ontbrakenaan het steunpakket voldoende mogelijkheden om naleving af te dwingendoor de Tweede Kamer. Bij toekomstige steunverlening is het belangrijkom goede handhavingsinstrumenten in te bouwen.1 Dit kan onder anderedoor de voorwaarden SMART te formuleren, handhavingsinstrumenten inte zetten, aan niet naleving financiële consequenties te verbinden en tijdigmet de contractspartij (schriftelijk) te communiceren over de conse-quenties die de Staat wel en niet verbindt aan een dreigende of ontstaneniet naleving van contractafspraken. Dit zijn aanbevelingen die door hetkabinet ter harte worden genomen bij het maken van bindende afsprakenmet de sector.Vraag 3:De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen de Minister erop dat hetgemeten en berekende geluid in Lden’s dat gebruikt wordt voor deafspraken rond vliegtuiggeluid, een slechte weergave is voor de overlast1Kamerstukken II, 2024/2025, 29 232, nr. 69Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5733 die omwonenden ervaren. Dit blijkt uit tal van onderzoeken en is ookerkend door de Kamer en het ministerie. Factoren als tijdstip, geluidsfre-quentie, vliegtuigfrequentie, rustperiodes, piekgeluiden zijn vaakbelangrijker dan het gemiddelde geluid. De Kamer en omwonenden isbeloofd dat er een nieuw stelsel voor het meten en berekenen vanvliegtuiggeluid zou komen dat beter aansluit op de ervaren overlast danhet huidige. Hoe staat het met het ontwikkelen van dit stelsel en hoe krijgtdit een plek in het versnelde of straks definitieve LVB?Antwoord:Het ministerie werkt aan een nieuw stelsel voor de regulering vanluchtvaartgeluid. Het beoogde stelsel bevat noodzakelijke veranderingent.o.v. de huidige wetgeving. Zo is het voornemen om een aanvullendehinderindicator te introduceren (naast de jaargemiddelde geluidbelastingin Lden) om beter aan te sluiten op de ervaren overlast. Overigens zijn deadviezen van de WHO ook uitgedrukt in dB Lden (en niet in bijvoorbeeldpiekgeluid). Daarnaast is het de bedoeling om op milieunormen te sturenen niet langer op aantallen vliegtuigbewegingen. Het stelsel is naarverwachting op zijn vroegst eind 2028 gereed en komt dus na vaststellingvan de algehele herziening van het LVB. De Kamer wordt in het najaar,conform een toezegging aan het lid Postma over de voortgang van destelselherziening geïnformeerd.Vraag 4:De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens kennisgenomenvan de recente uitspraak van de rechtbank inzake de natuurvergunningvan Schiphol. Deze is vernietigd. Het verkorte LVB heeft vooral betrekkingop geluidsmaatregelen en een marginale beperking van het aantalvluchten, niet op stikstof of andere vervuiling. Kan de Minister bevestigendat Schiphol niet mag opereren zonder geldige natuurvergunning?Welke gevolgen heeft deze uitspraak voor Schiphol en dit besluit?Is dit besluit niet per onmiddellijke ingang illegaal?Klopt het dat met het vernietigen van deze natuurvergunning, de oudevergunning automatisch de geldige is?Hoeveel reductie in emissies of aantallen vluchten is nodig om aan demeest recente geldige natuurvergunning te voldoen?Wat gaat de Minister doen om dit te bereiken en zo tegemoet te komenaan de uitspraak van de rechtbank?Wat zijn de gevolgen van het niet (onmiddellijk) voldoen aan de uitspraakvan de rechtbank?Is het juridisch of moreel mogelijk om het versnelde LVB van kracht telaten worden, terwijl de natuurvergunning waarop het deels is gebaseerd,is vernietigd?Antwoord:De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(LVVN) is het bevoegd gezag voor de natuurvergunning voor de exploi-tatie van de luchthaven Schiphol. Op 4 juni jl. heeft de Staatssecretarisvan LVVN de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitspraak van derechtbank Den Haag in de beroepsprocedure2. Bij de beantwoording van2Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 565.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5734 de gestelde vragen wordt aangesloten op wat de Staatssecretaris in dezebrief heeft aangegeven.Voor de exploitatie van luchthaven Schiphol is een natuurvergunningnodig. Deze natuurvergunning is op 26 september 2023 door de(toenmalige) Minister voor Natuur & Stikstof aan de Royal Schiphol GroupN.V. verleend. De rechtbank Den Haag heeft deze vergunning op 4 juni jl.vernietigd. Dit betekent dat de Staatssecretaris van LVVN een nieuwbesluit op de aanvraag moet nemen en daarbij de overwegingen van derechtbank in acht zal moeten nemen. De Staatssecretaris van LVVN zalhierover ook in overleg treden met de Royal Schiphol Group N.V.Op 11 juli jl. heeft het kabinet aangekondigd in hoger beroep te gaan. Voornadere toelichting verwijs ik naar de brief van de Staatssecretaris vanLVVN.3Totdat een nieuw besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen,wordt de luchthaven Schiphol strikt genomen geëxploiteerd in strijd metde natuurvergunningplicht uit de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbe-scherming). Er is geen oude natuurvergunning waar automatisch opwordt teruggevallen. Wel heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat debestaande rechten van Schiphol en de bijbehorende aantallen vliegtuigbe-wegingen correct zijn vastgesteld. Zoals de Staatssecretaris van LVVNheeft aangegeven in bovengenoemde kamerbrief van 4 juni jl. moeten bijeen eventueel handhavingsverzoek alle betrokken belangen wordenafgewogen. De Staatssecretaris van LVVN weegt daarbij alle belangen,dus zowel het natuurbelang als het brede maatschappelijke en econo-mische belang bij de luchthaven.Op 7 mei 2025 is het versneld Luchthavenverkeerbesluit gepubliceerd. DitLVB legt een maximum aantal van 478.000 vliegtuigbewegingen handels-verkeer vast waarvan 27.000 in de nacht. Met de versnelde LVB-wijziging,die op 1 november a.s. in werking treedt, wordt één van de maatregelenvan de balanced approach-procedure vastgelegd. Hiervoor heeft hetministerie geen milieueffectrapportage opgesteld. Deze maatregel, hetvastleggen van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaalen de nacht, is namelijk een verbetering van het beschermingsniveau tenopzichte van de staande situatie met 500.000 vliegtuigbewegingen voorhet etmaal, waarvan 32.000 in de nacht. Tegen dit LVB is beroep aange-tekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het isnog niet bekend wanneer de rechter in de aangespannen bodempro-cedure uitspraak doet. Op dit moment wordt de algehele wijziging van hetLVB voorbereid. Daartoe wordt de m.e.r.-procedure doorlopen. Eenpassende beoordeling om zeker te stellen dat het project de natuurlijkekenmerken van Natuur 2000-gebieden niet zal aantasten maakt daaronderdeel van uit. De consequenties van de uitspraak voor de algehelewijziging van het LVB worden momenteel nader bestudeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVDVraag 5:De leden van de VVD-fractie steunen dan ook deze versnelde wijziging vanhet luchthavenverkeersbesluit van Schiphol. Zij onderstrepen datinnovatie en stillere, schonere vliegtuigen de sleutel zijn tot verdereverduurzaming van de luchtvaart, zonder dat dit ten koste hoeft te gaanvan de bereikbaarheid van Nederland of het vestigingsklimaat.3Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 572Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5735 Wel vragen de leden van de VVD-fractie aandacht voor de uitvoerbaarheiden de impact van deze maatregelen op luchtvaartmaatschappijen en deinternationale concurrentiepositie van Schiphol. Zij vinden het belangrijkdat de ruimte die ontstaat door vlootvernieuwing ook daadwerkelijk benutkan worden voor een beheerste en toekomstgerichte groei.Tot slot benadrukken de leden van de VVD-fractie dat duidelijkheid enjuridische zekerheid essentieel zijn, zowel voor omwonenden als voor deluchtvaartsector. Zij roepen de Minister op om de aangekondigdeafspraken met KLM en Schiphol spoedig te concretiseren en om de Kamerdaarover transparant te blijven informeren.Antwoord:Zoals reeds toegezegd zal de Kamer in het najaar geïnformeerd wordenover de afspraken die met de sectorpartijen worden gemaakt.Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van NSCVraag 6:De leden van de NSC-fractie constateren dat in de voorliggende Kamer-brief een beleidswijziging aangekondigd wordt. Door deze beleidswij-ziging geldt dat het resterende percentage van het geluidsdoel niet meerbovenop de autonome ontwikkelingen komt, maar dat de autonomeontwikkelingen een bijdrage kunnen leveren aan het behalen van ditpercentage. Waarom heeft de Minister voor deze beleidswijziginggekozen, terwijl Nederland in reactie op het advies van de EuropeseCommissie nog van mening was dat het meenemen van de autonomeontwikkeling in de referentiesituatie «de meest zuivere methode» is?Kan hierbij aangegeven worden waarom en wanneer de Minister hier vaninzicht veranderd is?Antwoord:Het is juist dat het kabinet een ander besluit heeft genomen wat betreft deinvulling van het resterende percentage. Reden hiervoor is, zoalsgenoemd in de Kamerbrief van 7 mei jl. dat het kabinet zo snel mogelijkperspectief op beheerste groei wil bieden aan de luchtvaartsector.4Hiermee komt er tegelijkertijd ook duidelijkheid voor alle betrokkenen. Totslot roept de motie de Groot op om alle verstilling vanaf november 2025mee te nemen.5 Middels deze beleidswijziging geeft het kabinet uitvoeringaan deze motie.Vraag 7:De leden van de NSC-fractie merken op dat in antwoord op Kamervragen(Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2235) detoenmalig Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangaf dat hetActieplan omgevingslawaai Schiphol 2024–2029 aangepast zal worden omzo de in de voorliggende Kamerbrief aangekondigde beleidswijziging doorte voeren. Deze leden constateren dat dat een afzwakking is van hetkabinetsbeleid om 20% bovenop de autonome ontwikkeling te halen. Is deMinister het met deze leden eens dat dit besluit feitelijk leidt tot mindergeluidshinderreductie en, zo nee, waarom niet?Gaat de Minister het geluidsdoel aanpassen c.q. verhogen om dieafzwakking te voorkomen?4Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 556.5Kamerstukken II 2024/25, 31 936, nr. 1209.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5736 Voorts, indien het geluidsdoel niet aangepast wordt, hoe gaat de Ministerom met de aangenomen motie-Olger van Dijk c.s. (Kamerstuk 31 936,nr. 1188), waarin wordt gevraagd om 17% van het geluidsdoel te halenbovenop de autonome ontwikkeling?Antwoord:De geluidsreductie van 20% blijft staan. Dit is ook aangegeven in deKamerbrief over de uitvoering van de motie van het lid Olger van Dijk.6Het klopt dat dit feitelijk een afzwakking is, omdat de beleidswijzigingervoor zorgt dat het geluidsdoel sneller in zicht komt en het eindpunt in devorm van aantallen ernstig gehinderden hoger komt te liggen danwanneer deze beleidswijziging niet zou zijn doorgevoerd. Geschat wordtdat het totale geluidsdoel rond 2028 kan worden bereikt (15% per1 november 2025, de resterende 5% rond 2028). Pas daarna ontstaat erruimte voor beheerste groei. Deze ruimte zal voor de helft toebedeeldworden aan omwonenden. Om deze beleidswijziging voor het resterendepercentage door te voeren, zal het actieplan omgevingslawaai Schipholworden aangepast.Vraag 8:De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister een inschatting kangeven van de hoogte van de autonome ontwikkeling (in procentpunten)voor ieder van de vier subdoelen, zoals geformuleerd in de balancedapproach?De leden van de NSC-fractie vragen wat het betekent voor de realisatievan het oorspronkelijke geluidsdoel (zoals geformuleerd in het Actieplanomgevingslawaai Schiphol 2024–2029) aan het einde van de vorigebeoogde kabinetsperiode, als het referentiepunt wordt vastgezet op1 november 2024. Hoe hoog zou het geluidsdoel moeten worden, als hetoorspronkelijke doel in absolute zin gehaald wordt?Antwoord:Om in kaart te brengen hoe hoog, procentueel gezien, het geluidsdoelvoor de tweede fase zou moeten zijn om tot een zelfde absolute reductievan het aantal ernstig gehinderden en woningen te komen, zoudenkostbare berekeningen uitgevoerd moeten worden. Deze berekeningenzijn niet uitgevoerd. Daarnaast zit hier ook een afhankelijkheid met demonitoring van het huidige maatregelenpakket. Uit de monitoring moetblijken wat de restopgave is na invoering van het huidige maatregelen-pakket. De uitkomst daarvan geeft inzage in de hoogte van het geluidsdoelvoor de tweede fase.Uit onderzoek blijkt dat de autonome trend voor vlootontwikkelinggemiddeld genomen zorgt voor een verstilling van 0,1 dB van starts en0,2 dB van landingen. Als we dit als losstaande ontwikkeling beschouwenin de berekeningen van de balanced approach, komt daar een effect vanplusminus –2% uit op zowel de Lden als de Lnight criteria. Belangrijk omhierbij te melden is dat dit percentage jaar op jaar verschillend kan zijn.Dat komt door het feit dat er niet een 1-op-1 relatie is tussen de afnamevan decibellen en de afname van aantallen woningen of ernstiggehinderden.De referentie van het geluidsdoel is vastgelegd in het Actieplanomgevingslawaai Schiphol 2024–2029. De aangekondigde beleidswij-ziging ziet erop toe dat na november 2025 (de tweede fase) autonomevlootvernieuwing onderdeel wordt van de maatregelen waarmee hetresterende percentage van (naar verwachting) 5% zal worden ingevuld.Dit vergt een aanpassing van het geluidsdoel in het Actieplan. Immers,6Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 531.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5737 waar het geluidsdoel eerst bovenop de reductie door autonome ontwikke-lingen gold, geldt nu dat deze reductie door autonome ontwikkelingenbijdraagt aan het behalen van het geluidsdoel voor de tweede fase.Vraag 9:De leden van de NSC-fractie wijzen erop dat de toenmalig Minister op6 december (Kamerstuk 29 665, nr. 523) aan de Kamer schreef dat hetActieplan omgevingslawaai niet wordt aangepast, om zekerheid te biedenaan omwonenden. Kan de Minister onderbouwen waarom hierop isteruggekomen en of zij van mening is dat de overheid zich hier eenbetrouwbare partner toont?Is de Minister het ermee eens dat er, als het geluidsdoel niet wordtaangepast, met de beleidswijziging van 7 mei jl. geen enkele zekerheidwordt geboden aan omwonenden?Antwoord:De manier waarop het resterende geluiddoel wordt ingevuld is uiteen-gezet in de Kamerbrief waaraan door de leden van de NSC-fractie wordtgerefereerd. Ook is toegelicht waarom het kabinet voor deze invullingheeft gekozen. Wanneer zich relevante wijzigingen in de geluidsituatierond een luchthaven voordoen, kan het actieplan omgevingslawaaidienovereenkomstig worden aangepast. Om die reden zal op korte termijnhet actieplan aangepast worden om de invulling van het resterendegeluiddoel vast te leggen.Vraag 10:De leden van de NSC-fractie lezen ook in de voorliggende Kamerbrief dater een gelijke verdeling van geluidsruimte voorgesteld wordt als gevolgvan vlootvernieuwing vanaf medio 2028. Dat betekent dat er meervluchten toegestaan worden. Is de Minister het ermee eens dat dezerekenmethode los staat van de vraag hoeveel vluchten Nederland nodigheeft?Antwoord:De verdeling van de geluidswinst door verstilling van de vloot ziet opwelke verdere reductie van geluidbelasting in combinatie met ruimte voorgroei van het aantal vluchten mogelijk is. Het aantal vluchten datNederland nodig heeft wordt inderdaad niet bepaald door dezerekenmethode.Vraag 11:De leden van de NSC-fractie wijzen erop dat de commissie voor Infra-structuur en Waterstaat de Minister heeft gevraagd om een nadereonderbouwing voor het vertrouwelijk ter inzage leggen van de onderraad-stukken die ten grondslag liggen aan de besluitvorming achter dezeKamerbrief. Deze leden vragen of deze onderbouwing zo snel mogelijknaar de Kamer gestuurd kan worden.Antwoord:Op 16 juni jl. is de gevraagde onderbouwing naar de Kamer gestuurd.7Vraag 12:De leden van de NSC-fractie vragen om een toelichting in hoeverre de«fair balance» waar de rechter in haar uitspraak in de RBV-zaak van maart2024 om vroeg een rol heeft gespeeld in de besluitvorming rondom de indeze Kamerbrief aangekondigde beleidswijziging. Voorts vragen dezeleden met welke partijen – sector en/of omwonenden – de toenmalig7Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 566.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5738 Minister over deze beleidswijziging gesproken heeft en welke partijen –wederom sector en/of omwonenden – (ambtelijk) geconsulteerd zijnvooruitlopend op deze besluitvorming. Kan hiervan een overzicht gegevenworden, zo vragen deze leden.Antwoord:Het (toenmalige) kabinet heeft besloten tot een beleidswijziging voor hetresterende geluidsdoel. Als gevolg hiervan wordt autonome vlootver-nieuwing na november 2025 onderdeel van de maatregelen om hetresterende geluidsdoel te realiseren. Het kabinet heeft daarbij de afweginggemaakt tussen de economische belangen van de luchthaven enerzijds ende belangen van omwonenden anderzijds. Het kabinet heeft vervolgensbesloten dat het goed zou zijn om de sector perspectief op beheerstegroei te bieden nadat de totale geluidsreductie van 20% behaald is. DeMinister heeft op diverse momenten overleg gevoerd met sectorpartijen,waarin zij ervoor pleitten autonome vlootvernieuwing onderdeel te makenvan de overige 5%. De voorzitters van de Maatschappelijke Raad Schiphol(MRS) en de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) zijn door de toenmaligMinister vooraf geïnformeerd over het besluit.De consultatie voor het aanpassen van het geluidsdoel heeft nog nietplaatsgevonden. De beleidswijziging wordt opgenomen in het Actieplanomgevingslawaai Schiphol. Gedurende een zienswijzenperiode kaniedereen reageren op de voorgenomen wijziging van het actieplan.Vraag 13:De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister bereid is om dit besluitte heroverwegen. Zij vragen of de Minister de vragen uit dit schriftelijkoverleg zo snel mogelijk en voor het zomerreces kan beantwoorden.Antwoord:De beleidswijziging is tot stand gekomen na afweging van alle belangendoor het kabinet. Helaas is het niet mogelijk gebleken de vragen voor hetzomerreces te beantwoorden.Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66Vraag 14:De leden van de D66-fractie constateren dat de Minister de aanvullendemaatregelen uit de «balanced approach»-procedure niet in het LVBvastlegt, maar in andere regelingen en afspraken met KLM en Schiphol.Deze leden vragen de Minister waarom zij deze aanvullende afsprakenniet heeft opgenomen in het LVB.Antwoord:Het maatregelenpakket dat uit de balanced approach-procedure volgt omhet geluidsdoel te behalen bestaat uit verschillende maatregelen. Hetmaximum aantal vliegtuigbewegingen van 478.000 waarvan 27.000 in denacht is vastgelegd in het versnelde LVB. Voor de maatregel weren vanlawaaiige toestellen geldt dat de grondslag voor vastlegging niet opAMvB-niveau maar op het niveau van een ministeriële regeling ligt. Dezeregeling is eveneens begin mei gepubliceerd. Enkele maatregelen, zoalsvlootvernieuwing en de inzet van stillere toestellen in de nacht, zijnaangedragen door sectorpartijen. Deze kunnen niet in een LVB of andereregelgeving worden vastgelegd omdat de juridische grondslag hiervoorontbreekt. Over die maatregelen worden dan ook aparte afsprakengemaakt met de sectorpartijen.Vraag 15:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 5739 De leden van de D66-fractie constateren dat de Minister de laatste 5%geluidsreductie wil halen met stillere vliegtuigen. Deze leden constaterendat de Minister de 20% geluidsreductie wil halen in 2028, maar dat dit ergonzeker is. Zij vragen of de Minister vindt dat dat snel genoeg is. Zijvragen daarom waarom deze vlootverandering naar stillere vliegtuigenmeegerekend mag worden bij het behalen van de geluidsoverlastdoel-stelling van 20%.Antwoord:Voor de invulling van de 15% geluidsreductie op 1 november 2025 isbesloten dat deze reductie moet worden gerealiseerd bovenop deautonome ontwikkelingen. Het maatregelenpakket dat is voort gekomenuit de balanced approach-procedure behaalt naar verwachting –15%. Hetdaadwerkelijke effect van dit maatregelenpakket wordt gemonitord. Daaris ca. één gebruiksjaar voor nodig. Vlak na november 2026 is duidelijk wathet daadwerkelijke effect van het maatregelenpakket is, en wat derestopgave is voor het behalen van het volledige geluidsdoel. Als datinzichtelijk is gemaakt, zal worden afgewogen welke maatregelen nodigzijn om die restopgave te behalen. Vlootvernieuwing kan daar nadrukkelijkeen rol in spelen, maar ook andere maatregelen zijn mogelijk. Afhankelijkvan het type maatregelen dat nodig is om de restopgave in te vullen, iseen nieuwe balanced approach-procedure vereist. Wanneer de restopgavewordt behaald is daar ook afhankelijk van.Daarnaast heeft het kabinet op 7 mei 2025 een beleidswijziging aange-kondigd om de autonome vlootvernieuwing na 2025 onderdeel te makenvan de maatregelen waarmee het resterende percentage van (naarverwachting) 5% zal worden ingevuld. Het kabinet wil hiermee snellerperspectief bieden voor de sector. Ook is met dit besluit invulling gegevenaan de wens van de Kamer (motie Peter de Groot, VVD).8Vraag 16:De leden van de D66-fractie constateren dat het nieuwe LVB Schipholbeperkt kijkt naar de frequentie, tijdstippen en duur van vliegbewegingen.Zij zijn van mening dat omwonenden meer overlast ervaren doorvliegbewegingen die frequent of tijdens nachturen plaatsvinden. Dezeleden verzoeken de Minister daarom om te onderzoeken welke invloed hettijdstip en de frequentie van vliegbewegingen heeft op de geluidshindervan omwonenden.Antwoord:De Programmatisch Aanpak Meten (en berekenen) Vliegtuiggeluid (PAMV)heeft van 2018 tot 2024 gelopen.9 In de PAMV is door het RIVM onderzoekuitgevoerd naar de hinderbeleving die wordt ervaren door vliegtuigbewe-gingen gerelateerd aan onder andere frequentie, tijdstip, en duur. Dezedrie zijn voorbeelden van vele oorzaken die bijdragen aan hinderbe-leving.10 Ondanks uitgebreid onderzoek11 kon het RIVM geen adviesgeven welke aanvullende hinderindicatoren zouden kunnen leiden tot eenbetere normstelling voor langdurige (jaargemiddelde) blootstelling aanvliegtuiggeluid, dan de huidige normstelling uitgedrukt in Lden en Lnight.Wel geeft de PAMV een aantal aangrijpingspunten om aanvullendehinderindicatoren zoals bijvoorbeeld frequentie te adresseren gericht opkorte termijn hinder. Het ministerie werkt aan een nieuw stelsel voor deregulering van luchtvaartgeluid. Het beoogde stelsel bevat noodzakelijkeveranderingen t.o.v. de huidige wetgeving. Het is hierbij het voornemen8Kamerstukken II 2024/25, 31 936, nr. 1209.9Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 115610Kamerstukken II 2018/19, 31 936, nr. 71111Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 1156Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57310 om een aanvullende hinderindicator te introduceren (naast de jaargemid-delde geluidbelasting in Lden) om beter aan te sluiten op de ervaren kortetermijn overlast. Zie ook het antwoord op vraag 3.Voor Schiphol is er een uitgebreide studie gepubliceerd over de effectenvan een geheel en gedeeltelijke nachtsluiting.12In het maatregelenpakket van de balanced approach worden hinderbe-leving en beperking van de impact in de nacht ook meegenomen. Zowordt bijvoorbeeld specifiek ingezet op maatregelen om hinder in denacht te verminderen en wordt de frequentie van het aantal vliegtuigbe-wegingen beperkt. Dit maatregelenpakket wordt in het nieuwe LVBSchiphol vastgelegd.Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBBVraag 17:De leden van de BBB-fractie lezen dat de geluidswinst door vlootver-nieuwing na 2025 «gelijkelijk» wordt verdeeld tussen luchtvaartsector enomgeving. Hoe wordt deze verdeling concreet vormgegeven, en op basisvan welke vastgelegde criteria wordt beoordeeld of die verdeling inbalans is?Antwoord:Op dit moment wordt de invulling van de verdeling van de eventuelegeluidsruimte die ontstaat uitgewerkt. Hierover moeten nog keuzesgemaakt worden, en deze keuzes vergen een zorgvuldig proces. Uiteraardbevat deze uitwerking ook juridische borging van de verdeling van degeluidsruimte in een LVB. Een LVB-wijziging behoeft voorhang bij beideKamers der Staten-Generaal, zodat de Kamer in de gelegenheid zal zijnhet concrete voorstel te beoordelen. Naar verwachting zal de Kamer overdeze uitwerking in het najaar geïnformeerd worden.Vraag 18:De leden van de BBB-fractie steunen het streven naar rechtsbeschermingvoor omwonenden, maar hebben wel de vraag in hoeverre de afsprakendie buiten het LVB om met Schiphol en KLM worden gemaakt, juridischbindend zijn.Antwoord:Partijen zijn juridisch gebonden aan een convenant dat door of namenshen is ondertekend. De afspraken uit het convenant zijn dus juridischbindend. Op dit moment lopen de gesprekken over het convenant nog. DeKamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd conform de toezeggingaan het lid Postma op 24 april 2025.Vraag 19:De leden van de BBB-fractie merken op dat er na 2028 volgens het kabinetruimte ontstaat voor «beheerste groei». Welke garanties krijgenomwonenden dat die groei niet opnieuw leidt tot toenemende overlast?Wordt overwogen om de geluidsnormen na 2028 te herzien of aan tescherpen?Antwoord:Beheerste groei ontstaat alleen als die geluidsruimte ook beschikbaar is.In het regeerprogramma is afgesproken om het aantal gehinderden met20% te laten afnemen. Deze doelstelling blijft staan. De geluidsruimte diena het behalen van het geluidsdoel ontstaat wordt voor 50% toebedeeld12Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 529.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57311 aan omwonenden en voor 50% aan de luchtvaart. Zo ontstaat perspectiefop beheerste groei.Vraag 20:De leden van de BBB-fractie vragen ook of er een analyse is gemaakt vande effecten van de nieuwe nachtbeperkingen op vrachtvervoer en deexportpositie van sectoren buiten de Randstad, zoals de sierteelt enagrarische bedrijven. Hoe worden deze belangen verder meegenomen inde nadere invulling van het luchtvaartbeleid?Antwoord:Met het vastleggen van 27.000 vliegbewegingen in de nacht in het LVBwordt het aantal vliegbewegingen tijdens de nachtperiode op Schipholingeperkt. Deze beperkingen gelden voor zowel vracht- als passagiers-vluchten. Ondanks het lager aantal nachtbewegingen zijn er nog steedsslots beschikbaar voor vrachtmaatschappijen om in de nacht te opereren.In sommige gevallen betekent de inperking van het aantal nachtvluchtendat vrachtmaatschappijen hun operatie moeten aanpassen. In hoeverre diteffect heeft op andere sectoren is afhankelijk van de manier waarop dezevrachtmaatschappijen dit vormgeven. Het kabinet onderkent het belangvan vracht. Recent heeft IenW nog een vrachttafel georganiseerd waarin isgeconcludeerd dat de sector en overheid samen aan zet zijn om ruimtevoor vracht te houden. Het ecosysteem kan slimmer, efficiënter eneffectiever werken. Deze ambitie is verankerd in de nieuwe vrachtstrategievan Schiphol. Daarnaast biedt Maastricht Aachen Airport ook de nodigeruimte voor luchtvracht.Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de DierenVraag 21:De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de voormaligMinister het in eerdere vragen over het versnelde LVB Schiphol eroverheeft dat, wanneer het LVB niet ingaat, de gedoogsituatie van500.000 vluchten wordt gebruikt, en dat hier mogelijk opnieuw naargekeken moet worden na de uitspraak rondom de natuurvergunning.Woensdag 4 juni is de natuurvergunning van Schiphol vernietigd door derechtbank. Demissionair Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur vertelde daarna dat het geheel of gedeeltelijkstilleggen van Schiphol «in proportionaliteit afgewogen moet worden inverhouding met de daarmee te dienen belangen». Allereerst vragen dezeleden wat dit op korte termijn betekent voor het versnelde LVB.Daarnaast vragen zij of, mocht het LVB er niet komen, er juridisch noguitgegaan moet worden van de gedoogsituatie van 500.000 vluchten ofdat er dan naar een ander aantal gekeken moet worden, en welk aantal ditdan zou kunnen zijn.Antwoord:Met de versnelde LVB-wijziging, die op 1 november a.s. in werking treedt,wordt één van de maatregelen van de balanced approach-procedurevastgelegd. Hiervoor hoeft het ministerie geen milieueffectrapportage opte stellen. Deze maatregel, het vastleggen van het maximumaantalvliegtuigbewegingen voor het etmaal en de nacht, is namelijk eenverbetering van het beschermingsniveau. Daarmee is er geen link met denatuurvergunning, die op 4 juni is vernietigd. Zoals aangegeven is tegenhet versnelde Luchthavenverkeerbesluit beroep bij de Afdeling aange-tekend. Op dit moment wacht het kabinet de uitkomst van die rechtszaakaf. Daarnaast wordt onverkort doorgewerkt aan de algehele herzieningvan het LVB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57312 Vraag 22:Het vorige kabinet kwam op basis van onderzoeken tot de conclusie dat440.000 vluchten per jaar de bovenkant van een bandbreedte is om (eendoor de overheid/Schiphol) gewenst netwerk te faciliteren. Kan deMinister de Kamer informeren hoe zij deze conclusie en onderzoekenweegt in haar belangenafweging?Antwoord:In de hoofdlijnenbrief Schiphol13 van 24 juni 2022 wordt het genoemdeaantal vluchten van 440.000 bewegingen geduid. Op basis van een aantalaannames en uitgangspunten, zoals de verbondenheid met de voorNederland belangrijke bestemmingen en de benodigde frequentie perbestemming, leek daarmee een adequate bereikbaarheid van Nederlandvia Schiphol in de komende jaren geborgd.Het kabinet heeft in het regeerprogramma opgenomen dat de rechtsbe-scherming voor omwonenden moet worden hersteld, met behoud van denetwerkkwaliteit van Schiphol. Schiphol is een hubluchthaven dieNederland verbindt met veel bestemmingen wereldwijd. Het uitgebreideSchipholnetwerk draagt positief bij aan de welvaart, omdat Nederlanderssnel en betaalbaar naar hun zakelijke, vrienden, familie of vakantiebe-stemming kunnen reizen. Daarnaast is Schiphol belangrijk voor deeconomie en het vestigingsklimaat.Uit de balanced approach-procedure, die na de hoofdlijnenbrief isdoorlopen, is geconcludeerd dat, bovenop een andere set aan maatre-gelen die bijdragen aan een vermindering van het aantal ernstig gehin-derden, nog een reductie naar 478.000 vliegtuigbewegingen nodig is omde eerste 15% van het geluidsdoel te behalen en niet 440.000 vliegtuigbe-wegingen.Vraag 23:Kan de Minister daarnaast expliciet maken op welke manier ze debelangen van natuurherstel en PASmelders weegt in haar afweging overhet gedeeltelijk stilleggen van Schiphol?Antwoord:Het is aan de Staatssecretaris van LVVN, als bevoegd gezag voor denatuurvergunning aan Schiphol, om een afweging over de natuurver-gunning te maken.Vraag 24:Kan de Minister in haar beantwoording ook expliciet maken hoe zij deconclusies uit het onderzoek van CE Delft in opdracht van Milieudefensieweegt, waarin duidelijk wordt dat de gevolgen voor de vakantievliegerklein zijn?Antwoord:Het onderzoek in opdracht van Milieudefensie kijkt naar de impact op deprivéreiziger, niet naar de zakelijke reiziger. Het publieke belang van eengoede verbondenheid van Nederland met de rest van de wereld is brederdan alleen de privéreiziger. Een goede verbondenheid voor zakelijkereizigers en vracht is belangrijk voor het vestigingsklimaat en deeconomie. Het onderzoek laat zien dat bij een krimp van KLM er mindervaak dagelijkse vluchten op dezelfde bestemmingen zijn. Frequentedagelijkse vluchten naar dezelfde bestemming zijn belangrijk voor dezakelijke reiziger en bijvoorbeeld medische vracht die snel moet wordenvervoerd. Het onderzoek stelt dat KLM ervoor kan kiezen om bestem-13Kamerstukken II 2023/24, 29 665, nr. 432.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57313 mingen te schrappen waar weinig Nederlanders aan boord zijn. Echter,deze passagiers zijn nodig om vluchten naar belangrijke bestemmingenvoor Nederland voor zakelijk verkeer en vracht mogelijk te maken. In eenstudie uit 202314 wordt geschat dat tot ca. 40% van het aantal interconti-nentale bestemmingen kan wegvallen, als er geen overstappendepassagiers op Schiphol zouden zijn (waaronder bijvoorbeeld: Tokio, KualaLumpur, Sao Paulo).Vraag 25:De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat de voormaligMinister in de Kamerbrief van 7 mei voorsorteert op groei van deluchthaven vanaf 2028. Is de demissionair Minister bekend met deAlders-paradox waaruit blijkt dat stillere vliegtuigen juist leiden tot meeroverlast door de toename van vliegtuigen?Antwoord:Het kabinet is bekend met de zogenaamde Alders-paradox. Het kabinetheeft hier ook in meerdere documenten aandacht aan besteed, onderandere in het notificatiedocument rondom de balanced approach.15Kortgezegd komt de paradox erop neer dat de objectief berekende afnamevan geluidbelasting niet altijd zodanig wordt ervaren in de afname vangeluidhinder door omwonenden. Momenteel wordt beleid gemaakt opbasis van berekende geluidbelasting (Lden), op basis van die indicator is ersprake van verbetering van het geluidsprobleem. Op dit moment zijn ernog geen aanvullende hinderindicatoren waarop wel beleid gebaseerdkan worden dat recht zou kunnen doen aan het probleem van deAlders-paradox. Bij verdere uitwerking van het besluit voor ruimte voorbeheerste groei wordt wel gekeken naar lokale effecten. De toevoegingvan aanvullende hinderindicatoren wordt onderzocht bij de ontwikkelingvan het nieuwe stelsel voor de regulering van luchtvaartgeluid, waaroverde Kamer in het najaar opnieuw geïnformeerd wordt.Vraag 26:Hoe past het idee van groei van de luchtvaart bij het steeds groeiendegebrek aan ruimte in Nederland en de behoefte aan groen, gezond enbetaalbaar wonen?Antwoord:In de roadmap Schiphol16 is aangegeven dat er perspectief ontstaat opverdere verstilling voor de omgeving en beheerste groei voor deluchtvaartsector op het moment dat blijkt dat het geluidsdoel van 20%geluidreductie is behaald. De ruimte voor groei van het aantal vliegtuigbe-wegingen kan alleen ontstaan als de luchtvaartsector na het behalen vanhet geluidsdoel een verdere geluidsreductie kan realiseren. Als deze wordtgerealiseerd heeft dit een positief effect op leefomgevingskwaliteit. Het isafhankelijk van de nog te maken beleidskeuzes of op basis van deverstilling van de vloot ruimtelijke beperkingen worden aangepast.Vraag 27:Hoeveel huizen zullen er niet gebouwd kunnen worden als Schiphol groeiten op welke onderzoeken baseert de Minister dat?Antwoord:Het kabinet heeft aangegeven dat groei van het aantal vliegtuigbewe-gingen alleen mogelijk is als de geluidbelasting afneemt. Als gevolg van14Bijlage 2023D51142 bij Kamerstuk 31 936, nr. 1140, SEO (2023). Betekenis van transferpassa-giers op Schiphol.15Notificatiedocument balanced approach-procedure.16Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 564.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57314 het afnemen van de geluidbelasting krimpen ook de geluidcontourenwaarop de grenzen van de beperkingengebieden zijn gebaseerd. Deruimte die dit biedt voor woningbouw is afhankelijk van hoe wordtomgegaan met de grenzen van de beperkingengebieden bij eenafnemende geluidsreductie. De beperkingen voor woningbouw rondSchiphol liggen vast in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). Hetis aan het nieuwe kabinet om de effecten daarvan in beeld te brengen ente besluiten of het LIB wordt aangepast.Vraag 28:Wat is de impact op de gezondheid van omwonenden en werknemers enop welke onderzoeken baseert de Minister dat?Antwoord:Een onderzoek naar de impact op de gezondheid maakte geen deel uit vande onderzoeken voor het versnelde LVB. Milieueffecten worden onder-zocht in het milieueffectrapport (m.e.r.) dat ten grondslag ligt aan de invoorbereiding zijnde algehele wijziging van het LVB. Het voornemen is omin het MER de gezondheidsrisico’s in beeld te brengen met behulp van deMilieu Gezondheids Risico (MGR) indicator.Vraag 29:Wat is de impact op de natuur en op welke onderzoeken baseert deMinister dat?Antwoord:Met de versnelde LVB-wijziging, die op 1 november a.s. in werking treedt,wordt één van de maatregelen van de balanced approach-procedurevastgelegd. Hiervoor heeft het ministerie geen milieueffectrapportageopgesteld. Deze maatregel, het vastleggen van het maximumaantalvliegtuigbewegingen voor het etmaal en de nacht, is namelijk eenverbetering van het beschermingsniveau. De verwachting is daarom datdit geen negatieve impact op de natuur heeft. Voor de algehele wijzigingvan het LVB wordt er wel een milieueffectrapportage opgesteld, waarmeeduidelijk wordt wat de impact op de natuur zal zijn.Vraag 30:Hoe rijmt het geven van ruimte voor groei van Schiphol met de eerdereuitspraak van de rechter dat de mensenrechten van omwonenden zijngeschonden en de belangen van Schiphol te lang voorop zijn gesteld?Antwoord:De aangekondigde beleidswijziging is tot stand gekomen na een wegingvan alle belangen door het kabinet. In de algehele wijziging van het LVBzullen maatregelen ter verbetering van de bescherming van omwonendenworden opgenomen. Het kabinet wil echter ook voor de toekomstperspectief bieden aan de luchtvaartsector. In het maatregelenpakket datper 1 november 2025 van kracht is, wordt naar verwachting een geluidsre-ductie van 15% bovenop de autonome ontwikkelingen gerealiseerd. Hetkabinet biedt pas perspectief op beheerste groei nadat het volledigegeluidsdoel is behaald. Het besluit om bij het resterende percentage, naarverwachting 5%, alle verstilling mee te laten tellen bij het realiseren vandie 5% is een politieke keuze geweest van het kabinet, mede hiertoeopgeroepen door motie Peter de Groot.17 Datzelfde geldt voor hetkabinetsbesluit om op termijn beheerste groei toe te staan. Het kabinetheeft zo oog voor de belangen van de sector en de inzet die zij pleegt doorinvesteringen in schonere en stillere toestellen.17Kamerstukken II 2024/25, 31 936, nr. 1209.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57315 Vraag 31:Op welke manier worden de input en belangen van omwonenden nuprecies meegewogen en in welke mate?Antwoord:Bij ieder beleidsvoornemen of wijziging van wet- of regelgeving brengthet kabinet de verschillende belangen in kaart die door zo’n voornemengeraakt kunnen worden. Hiertoe betrekt het kabinet actief verschillendepartijen. Onder andere de MRS, waarin omwonenden en maatschappe-lijke partijen zijn vertegenwoordigd. Conform de Luchtvaartnota18 is hetvervolgens aan het kabinet om een besluit te nemen. Hier ligt een(politieke) belangenafweging aan ten grondslag.Vraag 32:De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat, afgezien vanhet feit dat groei een enorm slecht idee is voor het klimaat enomwonenden, de vooruitblik op groei erg voorbarig is, aangezien er nogwordt gewacht op het hoger beroep in de zaak RBV tegen de Staat. Ookloopt het vooruit op de algehele wijzigingen van het LVB en de ontwikke-lingen van een nieuw integraal normenkader voor milieu. Is de demissi-onair Minister het met deze leden eens dat het voorbarig is om nu al opgroei voor te sorteren, voordat alle informatie er is?Antwoord:Beheerste groei is alleen mogelijk nadat de beoogde geluidsreductie van20% is behaald. Het kabinet hecht eraan om duidelijkheid te bieden overde toekomst aan alle betrokken partijen.Vraag 33:Wat betekent groei volgens de demissionair Minister, om wat vooraantallen gaat het dan?Antwoord:De eerste stap is het behalen van 15% geluidreductie per november 2025.Monitoring zal in november 2026 uitwijzen of dit percentage daadwerkelijkbehaald is en welk percentage dan nog resteert. Dat percentage moeteerst worden ingevuld voordat beheerste groei in beeld komt. Deeventuele geluidsruimte die na invulling van de 20% geluidreductieontstaat wordt gelijkelijk verdeeld over de luchtvaartsector en deomwonenden. Op dit moment wordt deze groeiverdiensystematiekuitgewerkt. Dit vergt een zorgvuldig proces en zal met betrokken partijenworden afgestemd. Naar verwachting wordt de Kamer in het najaar overdeze invulling geïnformeerd. Het is op dit moment niet mogelijk omconcrete aantallen vliegbewegingen te noemen.Vraag 34:In de huidige berekening van geluidsbelasting speelt vlootvernieuwingeen grote rol, terwijl blijkt dat dit vooral op papier significante hinderre-ductie oplevert, maar in de praktijk nauwelijks waarneembaar is. Is deMinister het met deze leden eens dat normen voor geluidsoverlastwetenschappelijk onderbouwd moeten worden en er daarnaast gemetenmoet worden in welke mate Schiphol binnen deze normen opereert inplaats van op basis van modelberekeningen?Antwoord:Het kabinet is het met de fractie van de PvdD eens dat in het nieuwestelsel voor de regulering van luchtvaartgeluid de normen t.a.v. geluidmeer in lijn moeten worden gebracht met wetenschappelijke gezond-18Verantwoord vliegen naar 2050 Luchtvaartnota 2020–2050 | Rapport | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57316 heidscriteria, conform de recent aangenomen motie De Hoop.19 Over devoortgang van het nieuw geluidstelsel en de invulling van de motie zal deKamer later geïnformeerd worden, zie hiervoor het antwoord op devragen van de GL-PvdA-fractie.Over de rol van metingen in de huidige luchtvaartregelgeving is vorig jaaruitvoerig ingegaan in de kabinetsreactie op de afronding van de program-matische aanpak meten en berekenen van vliegtuiggeluid. Daarin isaangegeven in het najaar invulling te geven aan de toezegging aan het lidde Groot over het meten van vliegtuiggeluid.20Vraag 35:De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat maatregelen dieKLM en Schiphol zelf moeten nemen volgens het kabinet onderdeel zijnvan het verminderen van de hinderreductie. Het gaat om op papier stillerevliegtuigen, additionele vlootvernieuwing en tariefdifferentiatie. Op basisvan de veronderstelde acties van KLM en Schiphol is het maximumaantalvluchten berekend. Hiervoor moeten convenanten getekend worden.Klopt het dat convenanten met Schiphol en KLM nog steeds niet getekendzijn?Antwoord:Dat is juist. De gesprekken lopen nog.Vraag 36:In welke mate zijn de afspraken in convenanten hard afdwingbaar en hoeprecies?Antwoord:Het doel is om juridisch bindende verplichtingen in het convenant op tenemen. Als afspraken niet worden nagekomen wordt voorzien in eenescalatieprocedure.Vraag 37:Waarom kan de Minister de convenanten met KLM en Schiphol pas voorhet herfstreces met de Kamer delen, terwijl de maatregelen zelf al welonderdeel zijn van de «balanced approach»-procedure?Antwoord:De maatregelen treden per 1 november 2025 in werking. Dat geeft ruimteom bindende afspraken te maken. Uiteraard wordt ernaar gestreefd omdie afspraken zo snel mogelijk vast te leggen.Vraag 38:Over welke punten is de Minister nog in onderhandeling met Schiphol?Antwoord:Schiphol heeft reeds haar deel van de afspraak al ingelost in de vorm vaneen verdere aanscherping van de differentiatie van de havengelden. Deaangepaste havengelden zijn per 1 april jongstleden in werking getreden.Vraag 39:Hoe groot acht de Minister de kans dat KLM en/of Schiphol de conve-nanten niet willen tekenen, nu de geluidsreductiedoelen zijn aangepast(autonome verstilling meegenomen wordt) en de druk dus minder grootwordt?19Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 548.20Kamerstukken II 2024/25, 31 936, nr. 1238.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57317 Antwoord:Beide partijen hebben aangegeven dat het behalen van het geluidsdoelvan cruciaal belang is en hebben hun medewerking toegezegd.Vraag 40:Als KLM en/of Schiphol de convenanten niet wil(len) tekenen, watbetekent dat dan voor de kans op het behalen van de geluidsreductie-doelen?Antwoord:Zoals bij antwoord 38 aangegeven heeft Schiphol reeds haar deel van deafspraak ingelost in de vorm van een verdere aanscherping van dedifferentiatie van de havengelden. De aangepaste havengelden zijn per1 april jongstleden in werking getreden.Met KLM is het kabinet nog in gesprek over het vastleggen van afsprakenover haar maatregelen (de inzet van stillere toestellen en vlootver-nieuwing), maar KLM heeft mij schriftelijk verzekerd dat zij gecommitteerdzijn aan het behalen van het geluidsdoel. Ik ga ervan uit dat ze die beloftegestand doen.Vraag 41:Als KLM en/of Schiphol de convenanten niet wil(len) tekenen, welkemogelijkheden heeft de Minister dan om actie af te dwingen van dezesectorpartijen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 40. Als partijen tekort schieten en/of demaatregelen behalen niet het gewenste resultaat dan zal het te behalengeluidsdoel voor de tweede fase groter worden. Dat heeft ook conse-quenties voor de maatregelen waarmee het resterende percentage kanworden behaald.Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie vanChristenUnieVraag 42:De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de stap naar herstelvan de rechtsbescherming van omwonenden minimaal is, en nog altijdminder ambitieus dan de ooit voorgestelde 440.000 vluchten. Deze ledenbetreuren dit. Het zou de Minister er alles aan gelegen moeten zijn debelangen van omwonenden te beschermen en hun rechtszekerheid tewaarborgen. Door vooralsnog slechts te streven naar 15% geluidsreductieen in de brief reeds gewag te maken van de wens tot groei van deluchtvaart neemt het kabinet haar zorgplicht onvoldoende serieus, aldusdeze leden. Zij vragen de Minister hierop te reageren. Zij vragen deMinister meer werk van haar zorgplicht voor omwonenden te maken.Antwoord:De balanced approach-procedure schrijft voor dat een lidstaat eengeluidsdoel vaststelt waarbij capaciteitsreductie de laatste maatregel isdie genomen mag worden om dit geluidsdoel te behalen. Bij hetdoorlopen van de balanced approach-procedure bleek dat het geluidsdoelte behalen was met een aantal vluchten dat hoger uitkwam dan 440.000.In het maatregelenpakket dat per 1 november 2025 van kracht is, wordtnaar verwachting een geluidsreductie van 15% bovenop de autonomeontwikkelingen gerealiseerd. Dit is een forse stap richting deomwonenden en draagt bij aan een betere balans tussen de belangen diespelen op en rond de luchthaven. De rechtspositie van omwonendenwordt hersteld door vaststelling van een nieuw LuchthavenverkeerbesluitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57318 (LVB), waardoor de jarenlange praktijk van gedogen kan worden gestopt.Het kabinet doet er alles aan om dit LVB zo snel mogelijk vast te kunnenstellen.Vraag 43:De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de Minister in zijnbrief en de voorgestelde maatregelen vooruitloopt op de uitspraak van derechter in het hoger beroep in de zaak RBV tegen de Staat. Die uitspraakzal inzicht geven in de mate waarin met de huidige plannen om geluids-hinder te verminderen de «fair balance» met de leefomgeving hersteldwordt. Ook loopt het opnemen van de mogelijkheid tot groei van deluchtvaart vanaf 2028 vooruit op de grotere, algehele wijziging van hetLVB die voor later dit jaar gepland staat en de ontwikkeling van een nieuw,integraal normenstelsel voor milieu, waaronder geluid. Zij vragen deMinister waarom deze vlucht vooruit is genomen en geen rekening wordtgehouden met deze ontwikkelingen.Antwoord:Het is voor alle betrokkenen van belang dat er een duidelijk langereter-mijnperspectief is voor Schiphol. Daarom heeft het kabinet middels eenroadmap geschetst hoe het de toekomst van Schiphol voor zich ziet. Metdeze roadmap wordt er duidelijkheid gegeven over de vervolgstappen dieer genomen worden na het behalen van het totale gestelde geluidsdoel.Hiermee wordt duidelijkheid en perspectief geboden aan deomwonenden, de luchthaven en de luchtvaartsector. Een goede balanstussen het verbeteren van de geluidssituatie voor omwonenden en heteconomisch belang van de luchthaven en de luchtvaartsector blijvenhierbij leidend.Vraag 44:De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de hinderreductie dievoorzien is met deze maatregelen wordt bepaald op basis van hetgemiddelde geluidsniveau en het totaal aantal vluchten per jaar. Geluids-overlast wordt echter niet alleen bepaald door het totale aantal vluchtenper jaar en het gemiddelde geluidsniveau, maar ook door de frequentievan vliegtuigbewegingen per dag, piekgeluid, het al dan niet aanwezig zijnvan rustperiodes gedurende dag en de mate van slaapverstoring. Dezeleden zijn van mening dat het nieuwe LVB daarom naast normen voorgemiddelde geluidsbelasting, ook normen moet opnemen voor maximaaan piekgeluid voor verschillende perioden, normen voor perioden zondervliegverkeer van minimaal twee tot drie uur en een nachtsluiting. Alleendan worden omwonenden beter beschermd en wordt de balans met deleefomgeving verbeterd. Deze leden vragen of de Minister voornemens isdergelijke normen voor geluidsbelasting uit te werken en op te nemen inhet LVB en, zo nee, waarom niet.Zij vragen hoe de Minister dan de geluidsoverlast van omwonenden gaatterugdringen.Antwoord:Het kabinet is het met de fractie van de ChristenUnie eens dat in deluchtvaartgeluidregelgeving meer aandacht moet zijn voor hinder. Op dekorte termijn richt het beleid zich op het terugdringen van de jaargemid-delde geluidbelasting om het aantal ernstig gehinderden te reduceren.Ook is het kabinet voornemens om op termijn een aanvullende hinderindi-cator in regelgeving op te nemen. Indieners geven een aantal voorbeeldenwaar een hinderindicator uit zou kunnen bestaan. Dit onderwerp vergtnadere uitwerking en een andere manier van normeren, de algeheleLVB-wijziging komt daarvoor te vroeg. Om die reden zal dit betrokkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57319 worden bij het nieuwe stelsel voor de regulering van luchtvaartgeluid,waarover de Kamer na de zomer opnieuw geïnformeerd wordt.Vraag 45:De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat in de huidigeberekening van hinderreductie de vlootvernieuwing een grote rol speelt.Hoewel vlootvernieuwing vaak wordt genoemd als oplossing, levert die inde praktijk geen significante hinderreductie op. De geluidsreductie van1 tot 2 dB(A) is op papier fors, maar in de praktijk nauwelijkswaarneembaar voor omwonenden. Deze leden zijn van mening dat hetaantal vluchten op een dag en de tijdstippen van veel groter invloed zijnop de hinderbeleving dan een lichte daling van het gemiddelde geluids-niveau. Deze leden zijn van mening dat op wetenschappelijk onder-bouwde wijze normen gesteld moeten worden en gemeten moet wordenin welke mate Schiphol binnen deze normen opereert. Deze normenzouden gebaseerd moeten worden op een wetenschappelijk onder-bouwde analyse van de geluidshinder op de grond, en niet op basis vanmodelberekeningen. Zij vragen de Minister of zij dit standpunt deelt en ofzij bereid is dergelijke metingen te gaan uitvoeren.Antwoord:Zie hiervoor het bovenstaande antwoord op vraag 34.Vraag 46:De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe het loslaten van hetbehalen van geluidseductiedoelen bovenop de autonome groei zichverhoudt tot de plannen in het actieplan omgevingslawaai, waarin onderandere is opgenomen dat alleen additionele vlootvernieuwing wordtmeegenomen en is opgenomen dat binnen de planperiode de gehelegeluiddoelstelling uit de aanvulling van het actieplan uit de vorigeplanperiode wordt gerealiseerd?Antwoord:Zoals in de roadmap Schiphol21 is toegelicht wordt het ActieplanOmgevingslawaai Schiphol aangepast conform het kabinetsbeleid22 overde invulling van het resterende geluiddoel.Vraag 47:De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister toe te zeggen ombesluiten over groei van het maximumaantal vluchten pas te nemen naimplementatie van het nieuwe normenstelsel voor milieu, waarondergeluid, en alleen als groei mogelijk is binnen de nog te stellen normen.Antwoord:Het kabinet wil perspectief op beheerste groei bieden nadat de volledige20% van het geluidsdoel gerealiseerd is. Dat is uitgelegd in kamerbriefover de roadmap Schiphol.23 Naar verwachting zal er rond 2028 eeneerste stap mogelijk zijn voor verstilling en groei. Kort daarna is destelselwijziging naar verwachting afgerond waarna besluiten overluchthavens volgens de systematiek van het nieuwe stelsel kunnenworden genomen.Vraag 48:De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke impact het heeft als derechter in het hoger beroep van de zaak RBV tegen de Staat oordeelt datde huidige geluidsreductieplannen de fair balance met de omgeving nog21Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 564.22Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 556.23Kamerstukken II 2024/25, 29 665, nr. 564.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57320 onvoldoende herstellen voor het voornemen om beheerste groei mogelijkte maken vanaf 2028.Antwoord:De rechtbank Den Haag heeft in de RBV-uitspraak de ontwikkelingen vanafde zomer 2022 expliciet niet meegewogen. Het is de vraag of dit in hethoger beroep wel aan bod komt. Zodra er een rechtelijke uitspraak ligt, zalhet kabinet deze bestuderen en zich daartoe verhouden. Daar kan niet nual op vooruitgelopen worden.Vraag 49:De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat tijdens het tweeminutendebat Luchtvaart op24 april jl. aangaf dat er geen beperking van de groei van de luchtvaart isopgenomen, maar dat de natuurvergunning van Schiphol de beperkendefactor is. In zijn brief van 7 mei jl. refereert de Minister hier niet aan. Kande Minister verklaren waarop zij baseert dat beheerste groei vanaf 2028toch mogelijk is?Antwoord:Het kabinet heeft gekozen voor beheerste groei om na invulling van hetgeluidsdoel perspectief te bieden voor de toekomst voor omwonenden ende sector. Dit ziet op gelijke verdeling van geluidswinst. Een voorwaardevoor de sector om de beheerste groei te kunnen benutten is dat dit onderandere past binnen de wet- en regelgeving over natuur. Het is aanSchiphol als exploitant van de luchthaven om daartoe een vergunning aante vragen en aan LVVN als bevoegd gezag om over de vergunning tebesluiten.Vraag 50:De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van devernietiging van de natuurvergunning van Schiphol. Zij lezen dat hetkabinet in een brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur aan de Tweede Kamer stelt dat het geheel ofgedeeltelijk stilleggen van Schiphol «in proportionaliteit afgewogen moetworden in verhouding met de daarmee te dienen belangen». Zo wijst deStaatssecretaris op de status van Schiphol «als een luchthaven van(inter)nationale betekenis». In dit kader vragen deze leden wat hetontbreken van een natuurvergunning betekent voor het vastleggen van478.000 vluchten in het nieuwe LVB.Welke rechtskracht heeft het nieuwe maximum van 478.000 in het LVB ophet moment dat een handhavingsverzoek wordt ingediend vanwege hetontbreken van een natuurvergunning?Deze leden vragen de Minister hoe zij zich gaat inspannen om eerst tekomen tot natuurherstel en het legaliseren van de PAS-melders, alvorensover te gaan tot het verlenen van een natuurvergunning aan Schiphol.Deze leden vragen ook naar de consequenties van de uitspraak voor devergunningverlening van Lelystad Airport.Antwoord:Op dit moment wordt de algehele wijziging van het LVB voorbereid.Daartoe wordt de m.e.r.-procedure doorlopen. Een passende beoordelingom zeker te stellen dat het project de natuurlijke kenmerken vanNatura 2000-gebieden niet zal aantasten maakt daar deel van uit. Deconsequenties van de uitspraak voor het LVB worden momenteel nognader bestudeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57321 Het is aan het bevoegd gezag, de Staatssecretaris van LVVN, om tebeslissen op een eventueel handhavingsverzoek vanwege het ontbrekenvan een natuurvergunning. De Staatssecretaris van LVVN weegt daarbijalle belangen, dus zowel het natuurbelang als het brede maatschappelijkeen economische belang bij de luchthaven.Voor de exploitatie van luchthaven Schiphol is een natuurvergunningnodig. De vernietiging van de natuurvergunning door de rechtbank DenHaag betekent dat de Staatssecretaris van LVVN – vanuit de rol vanbevoegd gezag – een nieuw besluit op de aanvraag moet nemen. Het isaan de Staatssecretaris van LVVN, als bevoegd gezag voor de natuurver-gunning aan Schiphol om terzake de nodige afwegingen te maken. Met deversnelde LVB-wijziging, die op 1 november a.s. in werking treedt, wordtéén van de maatregelen van de balanced approach-procedure vastgelegd.Hiervoor heeft het ministerie geen milieueffectrapportage opgesteld. Dezemaatregel, het vastleggen van het maximumaantal vliegtuigbewegingenvoor het etmaal en de nacht, is namelijk een verbetering van hetbeschermingsniveau.De Staatssecretaris van LVVN is ook bevoegd gezag inzake de natuurver-gunningaanvraag van Lelystad Airport. Een besluit op de aanvraag voordeze natuurvergunning moet nog worden genomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 665, nr. 57322
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.